Procedure : 2017/2013(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0357/2017

Ingediende teksten :

A8-0357/2017

Debatten :

PV 12/12/2017 - 2
CRE 12/12/2017 - 2

Stemmingen :

Aangenomen teksten :


VERSLAG     
PDF 1951kWORD 249k
16.11.2017
PE 605.514v02-00 A8-0357/2017

over het onderzoek naar witwaspraktijken, belastingontwijking en belastingontduiking

(2017/2013(INI))

Enquêtecommissie die onderzoek moet doen naar vermeende inbreuken op en gevallen van wanbeheer bij de toepassing van het Unierecht met betrekking tot witwaspraktijken, belastingontwijking en belastingontduiking

Rapporteurs: Jeppe Kofod en Petr Ježek

ERRATA/ADDENDA
CONCLUSIES
 OVERVIEW OF ACTIVITIES DURING THE MANDATE
 I. COMMITTEE COMPOSITION
 II. COMMITTEE MEETINGS and MISSIONS
 III. ACTIVITIES OF THE COMMITTEE
 1. Programme of hearings and missions
 2. List of speakers (hearings and missions)
 3. Fact-finding missions of the PANA Committee Mission reports
 3.01. Mission to United Kingdom (9-10 February 2017)
 3.02. Mission to Malta (20 February 2017)
 3.03. Mission to Luxembourg (2-3 March 2017)
 3.04. Mission to United States (21-24 March 2017)
 3.05. Mission to Portugal (22-23 June 2017)
 3.06. Mission to Cyprus (7 July 2017)
 3.07. Mission to Switzerland (14-15 September 2017)
 4. State of play on ‘Who refused to participate in hearing/delegation and why?’
 IV. LIST OF EXTERNAL STUDIES
 INFORMATION ON ADOPTION IN COMMITTEE RESPONSIBLE
 FINAL VOTE BY ROLL CALL IN COMMITTEE RESPONSIBLE

CONCLUSIES

over het onderzoek naar witwaspraktijken, belastingontwijking en belastingontduiking

De enquêtecommissie die onderzoek doet naar witwaspraktijken, belastingontwijking en belastingontduiking,

–  gezien artikel 226 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU),

–  gezien artikel 116 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU),

–  gezien Besluit 95/167/EG, Euratom, EGKS van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie van 19 april 1995 tot vaststelling van de wijze van uitoefening van het enquêterecht van het Europees Parlement(1),

–  gezien het besluit van het Europees Parlement van 8 juni 2016 over de instelling, bevoegdheden, aantal leden en duur van het mandaat van een enquêtecommissie die onderzoek moet doen naar vermeende inbreuken op en gevallen van wanbeheer bij de toepassing van het Unierecht met betrekking tot witwaspraktijken, belastingontwijking en belastingontduiking(2),

–  gezien de onthullingen van het Internationaal Consortium van onderzoeksjournalisten over het gebruik van offshorebedrijven, thans beter bekend als de "Panama Papers",

–  gezien de resolutie over het actieprogramma van Addis Abeba die de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties op 27 juli 2015 heeft goedgekeurd,

–  gezien Richtlijn 2005/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 oktober 2005 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme(3),

–  gezien Richtlijn 2006/70/EG van de Commissie van 1 augustus 2006 tot vaststelling van uitvoeringsmaatregelen van Richtlijn 2005/60/EG van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de definitie van politiek prominente personen en wat betreft de technische criteria voor vereenvoudigde cliëntenonderzoeksprocedures en voor vrijstellingen op grond van occasionele of zeer beperkte financiële activiteiten(4),

–  gezien het actieplan van de Commissie ter versterking van de strijd tegen de financiering van terrorisme van februari 2016,

–  gezien Richtlijn (EU) 2015/849 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 2005/60/EG van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn 2006/70/EG van de Commissie(5),

–  gezien Richtlijn 2013/36/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende toegang tot het bedrijf van kredietinstellingen en het prudentieel toezicht op kredietinstellingen en beleggingsondernemingen, tot wijziging van Richtlijn 2002/87/EG en tot intrekking van de Richtlijnen 2006/48/EG en 2006/49/EG(6),

–  gezien Richtlijn 2011/16/EU van de Raad van 15 februari 2011 betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van de belastingen en tot intrekking van Richtlijn 77/799/EEG(7),

–  gezien Richtlijn 2014/107/EU van de Raad van 9 december 2014 tot wijziging van Richtlijn 2011/16/EU wat betreft verplichte automatische uitwisseling van inlichtingen op belastinggebied(8),

–  gezien Richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2006 betreffende de wettelijke controles van jaarrekeningen en geconsolideerde jaarrekeningen, tot wijziging van de Richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad en houdende intrekking van Richtlijn 84/253/EEG van de Raad(9),

–  gezien Verordening (EU) nr. 537/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende specifieke eisen voor de wettelijke controles van financiële overzichten van organisaties van openbaar belang en tot intrekking van Besluit 2005/909/EG van de Commissie(10),

–  gezien Richtlijn 2014/56/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 tot wijziging van Richtlijn 2006/43/EG betreffende de wettelijke controles van jaarrekeningen en geconsolideerde jaarrekeningen(11),

–  gezien Richtlijn 2012/17/EU van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2012 tot wijziging van Richtlijn 89/666/EEG van de Raad en Richtlijnen 2005/56/EG en 2009/101/EG van het Europees Parlement en de Raad wat de koppeling van centrale, handels- en vennootschapsregisters betreft(12),

–  gezien Aanbeveling 2012/771/EU van 6 december 2012 van de Commissie met betrekking tot maatregelen om derde landen aan te moedigen minimumnormen voor goed bestuur in belastingzaken toe te passen(13) en Aanbeveling 2012/772/EU van 6 december 2012 van de Commissie over agressieve fiscale planning(14),

–  gezien zijn resoluties van 25 november 2015(15) en 6 juli 2016(16) over fiscale rulings en andere maatregelen van vergelijkbare aard of met vergelijkbaar effect,

–  gezien zijn resolutie van 16 december 2015 met aanbevelingen aan de Commissie betreffende meer transparantie, coördinatie en convergentie van het vennootschapsbelastingbeleid in de Unie(17),

–  gezien het overzicht en de hiatenanalyse van het FIE-platform van de EU met betrekking tot de bevoegdheden van de FIE's in de EU en de obstakels bij het verkrijgen en uitwisselen van inlichtingen (15 december 2016),

–  gezien het Verdrag van de Raad van Europa ter voorkoming van terrorisme van 16 mei 2005 (het Verdrag van Warschau),

–  gezien de mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2016 over een externe strategie voor effectieve belastingheffing (COM(2016)0024),

–  gezien het verslag van de Commissie economische en monetaire zaken, en de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken van 7 maart 2017(18) over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn (EU) 2015/849 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering en tot wijziging van Richtlijn 2009/101/EG (COM(2016) 450 – C8-0265/2016 – 2016/0208(COD)),

–  gezien het OESO-verslag getiteld "Improving Co-operation between Tax and Anti-Money Laundering Authorities: Access by tax administrations to information held by financial intelligence units for criminal and civil purposes", dat op 18 september 2015 is gepubliceerd,

–  gezien het in februari 2013 gepubliceerde eindverslag van het Ecolef-project over de economische en juridische effectiviteit van de bestrijding van het witwassen van geld en terrorismefinanciering, dat door het DG Migratie en Binnenlandse Zaken van de Commissie is gefinancierd (JLS/2009/ISEC/AG/087),

–  gezien Richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en van de Raad van 26 juni 2013 betreffende de jaarlijkse financiële overzichten, geconsolideerde financiële overzichten en aanverwante verslagen van bepaalde ondernemingsvormen, tot wijziging van Richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad (verslaglegging per land),

–  gezien het voorstel van de Commissie voor een richtlijn van de Raad tot wijziging van Richtlijn 2011/16/EU wat betreft verplichte automatische uitwisseling van inlichtingen op belastinggebied met betrekking tot te rapporteren grensoverschrijdende constructies (COM(2017)0335),

–  gezien het voorstel van de Commissie voor een richtlijn van de Raad betreffende een gemeenschappelijke heffingsgrondslag voor de vennootschapsbelasting (COM(2016)0685),

–  gezien het voorstel van de Commissie voor een richtlijn van de Raad betreffende een gemeenschappelijke geconsolideerde heffingsgrondslag voor de vennootschapsbelasting (CCCTB) (COM(2016)0683),

–  gezien het multilateraal verdrag over de implementatie van maatregelen in verband met hun belastingverdragen ter bestrijding van BEPS van de OESO van juni 2017,

–  gezien de publicatie van de VN van 15 januari 2015 over het eindonderzoek over illegale geldstromen, mensenrechten en de Agenda voor duurzame ontwikkeling 2030, die is opgesteld door de onafhankelijke deskundige inzake de effecten van buitenlandse schulden en andere internationale financiële verplichtingen van de staten met betrekking tot het volledig genieten van alle mensenrechten, met name economische, sociale en culturele rechten,

–  gezien het verslag van 22 mei 2014 van de speciale rapporteur van de VN voor extreme armoede en mensenrechten, Magdalena Sepúlveda Carmona,

–  gezien artikel 198 van zijn Reglement,

A.  overwegende dat het Parlement op 8 juni 2016 een enquêtecommissie heeft ingesteld die onderzoek moet doen naar vermeende inbreuken op en gevallen van wanbeheer bij de toepassing van het Unierecht met betrekking tot witwaspraktijken, belastingontwijking en belastingontduiking (PANA);

B.  overwegende dat "inbreuk" het bestaan van onrechtmatig gedrag impliceert, namelijk een handelen of nalaten in strijd met de wet, van instellingen of organen van de Unie of van lidstaten bij de tenuitvoerlegging van het Unierecht;

C.  overwegende dat "wanbeheer" wordt gedefinieerd als slecht of falend bestuur waarvan bijvoorbeeld sprake is als een instelling de beginselen van behoorlijk bestuur niet in acht neemt, en overwegende dat onder meer als voorbeelden van wanbeheer te boek staan: bestuurlijke onregelmatigheden en nalatigheden, misbruik van bevoegdheid, verzoek om of aanname van steekpenningen, oneerlijkheid, onrechtmatige procedures, slecht functioneren of onbekwaamheid, discriminatie, vermijdbare vertragingen, weigering van informatie, onachtzaamheid, en andere gebreken die blijk geven van een ondeugdelijke tenuitvoerlegging van Unierecht op een door dit recht bestreken gebied;

D.  overwegende dat "witwassen van geld" inhoudt dat illegaal geld wordt verborgen, onder meer via internationale criminele netwerken, om de identiteit van illegaal verkregen opbrengsten te maskeren zodat ze uit legale bronnen lijken te zijn verkregen; overwegende dat dergelijke misdrijven bekendstaan als basisdelicten en uit hoofde van de aanbevelingen van de Financiële-actiegroep (FATF) van 2012 en de vierde antiwitwasrichtlijn (AMLD), die sinds 26 juni 2017 van toepassing is, fiscale misdrijven omvatten;

E.  overwegende dat uit de Europese veiligheidsagenda van april 2015 duidelijk de noodzaak blijkt om het verband tussen terrorisme en de georganiseerde misdaad aan te pakken, waarbij wordt benadrukt dat de georganiseerde misdaad terrorisme via verschillende kanalen voedt, onder meer door de levering van wapens, financiering via drugssmokkel, en infiltratie van de financiële markten;

F.  overwegende dat deze commissie na de publicatie van de zogenoemde "Panama Papers" is opgericht; overwegende dat de Panama Papers het grootste informatielek tot nu toe zijn wat witwassen en belastingontwijking en ‑ontduiking betreft; overwegende dat de 2,6 terabyte aan uitgelekte vertrouwelijke informatie van het advocatenkantoor en erkende trustbedrijf Mossack Fonseca 11,5 miljoen documenten bevatte, met daarin meer gegevens dan Wikileaks (2010), Offshore Leaks (2013), LuxLeaks (2014) en Swissleaks (2015) samen;

G.   overwegende dat de publicatie van de Panama Papers het resultaat was van grondig onderzoekswerk van journalisten van 107 mediaorganisaties in 80 landen, verenigd in het Internationaal Consortium van onderzoeksjournalisten (ICIJ), die documenten met informatie over de activiteiten van Mossack Fonseca hebben geanalyseerd met behulp van geavanceerde software waarmee zij de grote hoeveelheid gelekte gegevens konden verwerken;

H.  overwegende dat de Panama Papers aantonen hoe belangrijk vrije media, onderzoeksjournalistiek en de rol van klokkenluiders zijn in goed functionerende democratieën, en dat het Europees hen beschouwt als een waardevolle bron van informatie en een onmisbare factor ter bevordering van integriteit, transparantie en verantwoordingsplicht in zowel openbare als particuliere instellingen;

I.  overwegende dat klokkenluiden met betrekking tot de financiële belangen van de Unie kan worden gedefinieerd als het onthullen of melden van wanpraktijken, met inbegrip van, maar niet beperkt tot, corruptie, fraude, belangenconflicten, belastingontduiking en ‑ontwijking, witwassen van geld, infiltratie door de georganiseerde misdaad en handelingen om het voorgaande te verheimelijken;

J.  overwegende dat klokkenluiders die informatie melden in verband met praktijken die het algemeen belang zouden kunnen bedreigen of schaden, dit doen op basis van hun vrijheid van meningsuiting en van informatie, die beide verankerd zijn in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, en vanuit een sterke verantwoordelijkheids- en burgerzin; overwegende dat klokkenluiders vaak hun persoonlijke veiligheid op het spel zetten, die beschermd is krachtens artikel 6 van het Handvest van de grondrechten;

K.  overwegende dat erop moet worden toegezien dat elke vorm van vergelding jegens klokkenluiders op passende wijze wordt bestraft, aangezien volgens de OESO meer dan een derde van de organisaties die een meldingsmechanisme hebben, geen schriftelijk vastgelegd beleid heeft om klokkenluiders te beschermen tegen vergelding, of geen weet heeft van het bestaan van zo'n beleid;

L.  overwegende dat de Commissie bijvoorbeeld in haar mededeling van 5 juli 2016 verklaart dat de bescherming van klokkenluiders, zowel in de openbare als in de particuliere sector, helpt om wanbeheer en onregelmatigheden, waaronder grensoverschrijdende corruptie, aan te pakken, en benadrukt dat de Europese belastingautoriteiten door die grensoverschrijdende corruptie legitieme belastinginkomsten mislopen;

M.  overwegende dat de meeste ondernemingen en particulieren zich aan de wet houden; overwegende dat het van cruciaal belang is om illegale activiteiten aan het licht te brengen en mazen in de wet te dichten, zonder onnodige lasten te creëren voor belastingbetalers die zich gewoon aan de wet houden;

N.  overwegende dat uitgelekte gegevens in de Panama Papers vertrouwelijke informatie over 213 634 offshorebedrijven omvatten, met de namen van twaalf huidige en voormalige staatshoofden, bijna 200 politici van over de hele wereld en een aantal beroemdheden uit verschillende sectoren; overwegende dat Mossack Fonseca deze offshorebedrijven tussen 1970 en 2015 oprichtte en beheerde, en dat op het moment van het gegevenslek 55 728 entiteiten nog actief waren; overwegende dat de overgrote meerderheid van de nog actieve entiteiten – ongeveer 90 % – was gevestigd op de Britse Maagdeneilanden, in Panama en op de Seychellen;

O.  overwegende dat een vierde van de wereldwijde totale inkomende buitenlandse directe investeringen naar twee EU-lidstaten gaat, namelijk Nederland en Luxemburg(19); overwegende dat Nederland volgens de beschikbare statistieken de lidstaat met het grootste aantal brievenbusbedrijven in de EU is;

P.  overwegende dat Mossack Fonseca, dat een aandeel van naar schatting 5 % à 10 % in de markt voor offshore geheimhouding had en entiteiten uit 21 rechtsgebieden omvatte(20), niet het grootste advocatenkantoor in de sector voor offshore geheimhouding is; overwegende dat hieruit blijkt dat de Panama Papers als slechts het topje van de ijsberg kunnen worden beschouwd;

Q.   overwegende dat de Panama Papers volgens schattingen van Europol slechts betrekking hebben op 0,6 % van het totale aantal jaarlijks geregistreerde witwaspraktijken;

R.  overwegende dat de Panama Papers-enquêtecommissie (PANA) van het Parlement bijeenkomsten organiseerde, informatieopdrachten uitvoerde en studies liet verrichten om het onderzoek breder te trekken dan de praktijken die in de Panama Papers worden vermeld(21);

S.  overwegende dat belastingfraude en belastingontduiking illegale activiteiten zijn waarbij belastingplichten worden ontdoken, terwijl belastingontwijking betekent dat belastingstelsels op oneigenlijke of dubieuze wijze worden gebruikt om belastingplichten te verminderen of te ontwijken, hetgeen vaak op zijn minst indruist tegen de geest van de wet die schijnbaar wordt nageleefd(22); overwegende dat agressieve fiscale planning inhoudt dat wordt geprofiteerd van de technische details van een belastingstelsel of van incongruenties tussen twee of meer belastingstelsels met als doel de verschuldigde belastingen te verminderen; overwegende dat de Panama Papers uiteenlopende gevallen aan het licht hebben gebracht, waarbij offshore-entiteiten zijn gebruikt om doelbewust belasting te ontwijken of te ontduiken of om geld wit te wassen; merkt op dat het Hof van Justitie van de Europese Unie in zijn rechtspraak(23) betreffende het beginsel van rechtsmisbruik in verband met belastingheffing heeft geoordeeld dat onderdanen van lidstaten zich niet met het oog op misbruik of bedrog op het gemeenschapsrecht kunnen beroepen; overwegende dat verscheidene lidstaten het concept "rechtsmisbruik" toepassen op belastingzaken(24);

T.  overwegende dat de bewustwording van witwassen, belastingontduiking, belastingfrauderegelingen en corruptie aanzienlijk is toegenomen als gevolg van de gegevenslekken van de afgelopen jaren, en dat deze kwesties veel internationale politieke aandacht hebben gekregen en bezorgdheid hebben gewekt bij de EU-burgers;

U.  overwegende dat een doeltreffende oplossing van deze problemen een grotere samenhang tussen het belastingbeleid en andere vormen van economisch bestuur, zoals het handelsbeleid en investeringsarbitrageovereenkomsten vereist;

V.  overwegende dat niet-aangegeven en niet-belaste inkomsten resulteren in lagere nationale belastingopbrengsten en een bedreiging vormen voor de stabiliteit van het financiële stelsel(25); overwegende dat belastingontduiking en belastingontwijking tot oneerlijke concurrentie leiden, ten koste van met name kleine en middelgrote ondernemingen en ondernemingen die niet gebruikmaken van ingewikkelde constructies; overwegende dat witwassen, belastingontwijking en belastingontduiking de eerlijke verdeling van de belastinginkomsten in de lidstaten ondermijnen en zo de concurrentie op de interne markt verstoren; overwegende dat grootschalige belastingontwijking door zeer vermogende particulieren en bedrijven niet alleen de gewone belastingbetaler, de overheidsfinanciën en de sociale uitgaven schaadt, maar ook een gevaar vormt voor goed bestuur, de macro-economische stabiliteit, de sociale cohesie en het publieke vertrouwen in de instellingen;

W.  overwegende dat de belasting over de toegevoegde waarde (btw) een van de belangrijkste inkomstenbronnen van de lidstaten vormt en dat het verschil tussen de geraamde btw-ontvangsten en het daadwerkelijk geïnde bedrag, de zogenoemde btw-kloof, volgens de beschikbare gegevens in totaal 159,5 miljard EUR bedraagt;

X.  overwegende dat in heel Europa met het geld dat de nationale autoriteiten zijn misgelopen vanwege gederfde belastinginkomsten in verband met de Panama Papers 1,5 miljoen banen hadden kunnen worden gefinancierd(26);

Y.  overwegende dat de overheid verantwoordelijk is voor het regelgevings- en toezichtskader en voor de belastingheffing; overwegende dat overheden via regelgeving, bedrijfsregisters, belastingwetgeving en toezicht een belangrijke rol spelen in het bestaan van belastingparadijzen en offshore financiële centra; overwegende dat deze centra feitelijk alleen kunnen functioneren wanneer overheden daarvoor de nodige voorwaarden scheppen;

Z.  overwegende dat offshoreconstructies die voorzien in preferentiële regelingen niet zouden kunnen bestaan zonder tussenkomst van facilitatoren en tussenpersonen zoals banken, accountantskantoren, belastingadviseurs, vermogensbeheerders en advocaten, die zowel in belastingparadijzen als in andere rechtsgebieden zijn gevestigd;

AA.  overwegende dat sommige regeringen en rechtsgebieden, ook in de EU, zich hebben gespecialiseerd in of zich hebben ingelaten met het opzetten van concurrentieverstorende preferentiële belastingregelingen ten gunste van multinationale ondernemingen en zeer vermogende particulieren, die feitelijk geen economische substantie in deze rechtsgebieden hebben, maar er slechts worden vertegenwoordigd door lege vennootschappen;

AB.  overwegende dat de onthullingen in de Panama Papers, anders dan bij LuxLeaks, betrekking hebben op de vermeende betrokkenheid van politiek prominente personen bij illegale activiteiten, wat ertoe kan leiden dat sommige regeringen niet bereid zullen zijn om deze gevallen naar behoren te onderzoeken; overwegende dat er in sommige lidstaten van de Unie, waar weinig transparantie heerst en sprake is van verdenkingen van omkoping van regeringsfunctionarissen, weinig animo bestaat om maatregelen te nemen naar aanleiding van de in de Panama Papers onthulde informatie;

AC.  overwegende dat de Commissie ramingen heeft aangehaald volgens welke de jaarlijkse derving van de belastinginkomsten als gevolg van belastingontduiking en ‑fraude alleen al in de EU minstens 1 biljoen EUR bedraagt(27); overwegende dat dit rechtstreekse gevolgen heeft voor zowel de nationale begrotingen als de EU-begroting;

AD.  overwegende dat het totale verlies aan financiële middelen voor ontwikkeling in de ontwikkelingslanden (dat wil zeggen misgelopen belastingontvangsten en lagere herinvesteringen als gevolg van winstverschuiving) ongeveer 250 miljoen EUR per jaar bedraagt;

AE.  overwegende dat in 2014 ten minste 7,6 biljoen USD van het totale wereldwijde particuliere vermogen van 95,5 biljoen USD niet in de boeken stond; overwegende dat 8 % van het wereldwijde particuliere vermogen offshore wordt beheerd, hetgeen leidt tot een wereldwijde belastingderving van 190 miljard USD per jaar; overwegende dat naar schatting 2,6 biljoen USD van het particuliere vermogen in Europa offshore wordt beheerd, hetgeen leidt tot een belastingderving van 78 miljard USD per jaar(28);

AF.  overwegende dat in 2011 wereldwijd jaarlijks naar schatting 3,1 biljoen USD verloren ging als gevolg van belastingontduiking en belastingontwijking door grote multinationale ondernemingen(29);

AG.  overwegende dat de Russische advocaat Sergei Magnitsky een geruchtmakend geval van internationale witwaspraktijken aan het licht heeft gebracht dat verband houdt met de Panama Papers, en dat die zaak het voorwerp is van witwasonderzoeken in de EU-lidstaten en in andere delen van de wereld;

AH.  overwegende dat de Parlementaire Vergadering van de Raad van Europa heeft aangedrongen op betere internationale samenwerking bij het traceren van de geldstromen die afkomstig zijn van de door de heer Magnitsky aan de kaak gestelde frauduleuze belastingteruggave; overwegende dat de daders en begunstigden van het tegen Sergei Magnitsky gepleegde misdrijf en het door hem aan het licht gebrachte misdrijf niet zijn berecht;

AI.  overwegende dat het witwassen van geld wereldwijd een omvang heeft die overeenkomt met naar schatting 2 % tot 5 % van het wereldwijde bbp; overwegende dat het aantal gevallen van witwassen volgens statistieken van Eurojust toeneemt(30) en dat een onderling gecoördineerde aanpak van meerdere rechtsgebieden noodzakelijk is om dergelijke grensoverschrijdende misdrijven te bestrijden;

AJ.  overwegende dat verscheidene EU-lidstaten en landen en gebieden overzee voorkomen in de top 100 van landen met de grootste geheimhouding(31); overwegende dat Luxemburg en Duitsland respectievelijk de zesde en achtste positie innemen;

AK.  overwegende dat de Panama Papers het stelselmatige gebruik van illegale praktijken zoals het antedateren van documenten hebben gedocumenteerd en openbaar hebben gemaakt, en ernstige schendingen van de elementaire zorgvuldigheidsvereisten, onder meer bij uitbesteding, door advocaten, vermogensbeheerders en andere tussenpersonen aan het licht hebben gebracht, zoals blijkt uit het onderhouden van zakelijke betrekkingen met ondernemingen waarvan de schijndirecteuren soms wel 1 000 brievenbusbedrijven vertegenwoordigden of al jaren dood waren;

AL.  overwegende dat uit de Panama Papers ook blijkt dat regeringen, parlementen en nationale en Europese autoriteiten op flagrante wijze hebben nagelaten om wetgeving inzake antiwitwas- en belastingcontroles aan te nemen en te handhaven, en zo financiële delicten in de hand hebben gewerkt;

AM.  overwegende dat de lidstaten naar aanleiding van de onthullingen in de Panama Papers in totaal minstens 1 300 verzoeken om inlichtingen, audits en onderzoeken hebben geïnitieerd; overwegende dat de lidstaten in verband met de Panama Papers meer dan 3 000 in de EU gevestigde belastingbetalers en ondernemingen hebben geïdentificeerd; overwegende dat nationale overheden de afgelopen twaalf maanden tientallen miljoenen dollars of euro's aan belastingen op eerder niet-aangegeven middelen hebben teruggevorderd(32);

AN.  overwegende dat het ICIJ in zijn verslag over de Panama Papers aandelen aan toonder vermeldt als middel om de anonimiteit van eigenaren van ondernemingen te beschermen, zodat het moeilijker wordt om hen als uiteindelijk eigenaar van ondernemingen aan te wijzen; overwegende dat de werkelijke en uiteindelijke eigendom volledig anoniem, zonder sporen achter te laten en zonder nadere documentatie van de ene partij op de andere kunnen worden overgedragen; overwegende dat een persoon of een entiteit via aandelen aan toonder zeggenschap over een onderneming kan uitoefenen en tegelijkertijd bedrijfsactiviteiten kan uitoefenen met openbare middelen;

AO.  overwegende dat de EU wereldwijd het voortouw neemt bij de bestrijding van witwassen, belastingfraude, belastingontduiking en belastingontwijking; overwegende dat zij dit moet blijven doen door verder te gaan dan de internationale normen en aanbevelingen op dit gebied, teneinde de lat op wereldniveau hoger te leggen;

1. Belastingontwijking en -ontduiking

1.1. Offshoreconstructies

1.  merkt op dat er verschillende definities bestaan van een offshore financieel centrum, een belastingparadijs, een niet-coöperatief fiscaal rechtsgebied of een land met een hoog risico op witwassen van geld; merkt op dat het ontbreken van eenduidige definities een van de belangrijkste factoren is die de vaststelling van passende en doeltreffende wetgeving ter bestrijding van verschijnselen als belastingontduiking en ‑ontwijking en witwassen van geld in de weg staat;

2.  brengt in herinnering dat de omvang van de offshore financiële wereld, afhankelijk van de gekozen definitie van offshore financiële centra, varieert tussen 1 en 21 biljoen USD(33);

3.  erkent dat offshore financiële centra over het algemeen de volgende kenmerken hebben: 1) de zakelijke activiteiten zijn primair gericht op niet-ingezetenen; 2) lage of matige toezichts- en financiële vereisten en/of minimale openbaarmaking van informatie; 3) het bestaan van regelingen met een lage (niet-gespecificeerde) of geen belastingheffing(34); 4) financiële stelsels waarbij de externe activa en passiva niet in verhouding staan tot de binnenlandse financiële bemiddeling; 5) het bestaan van zeer specifieke en beperkte belastingvoordelen of bepaalde administratieve praktijken die selectieve voordelen bieden voor fiscale planners;

4.  merkt op dat "vrijhavens" offshore opslagvoorzieningen kunnen vormen die de mogelijkheid bieden om geld wit te wassen en waardevolle goederen belastingvrij te verhandelen; benadrukt dat de OESO kritisch staat tegenover vrijhavens en meent dat dergelijke opslagvoorzieningen kunnen worden gebruikt om geld wit te wassen, omdat zij de internationale transparantievoorschriften omzeilen;

5.  is ingenomen met het feit dat de Commissie en de Groep gedragscode bezig zijn met het opstellen van de gemeenschappelijke EU-lijst van niet-coöperatieve fiscale rechtsgebieden;

6.   is ingenomen met het feit dat de Commissie een EU-lijst heeft opgesteld van derde landen met een hoog risico waarvan de AML/CFT-regelgeving strategische tekortkomingen vertoont die een bedreiging vormen voor het financiële stelsel van de Unie, en die lijst regelmatig bijwerkt;

7.  erkent dat bovengenoemde lijsten elkaar mogelijk overlappen wat een aantal van de vermelde landen betreft, hoewel ze verschillende doelstellingen en criteria hebben, op een andere manier worden opgesteld en andere gevolgen hebben; is evenwel van mening dat de twee lijsten elkaar moeten aanvullen en dat ze samen zullen zorgen voor een hoge mate van bescherming van de belastinggrondslag van de EU-lidstaten, de integriteit van het financiële stelsel van de Unie en de goede werking van de interne markt;

8.  wijst erop dat de Europese Investeringsbank projecten heeft beheerd waar Mossack Fonseca bij betrokken was en dat de Commissie in 2016 achttien projecten heeft stopgezet om te voorkomen dat 1 miljard EUR in belastingparadijzen zou belanden;

9.  stelt met bezorgdheid vast dat er sprake is van een hoge correlatie tussen het aantal lege vennootschappen en fiscale rulings en bepaalde fiscale rechtsgebieden en EU-lidstaten;

1.2. Gemeenschappelijke EU-lijst van niet-coöperatieve fiscale rechtsgebieden

10.  is ingenomen met het feit dat de Raad ernaar streeft om tegen eind 2017 een gemeenschappelijke EU-lijst van niet-coöperatieve fiscale rechtsgebieden op te stellen om iets te doen aan de externe risico's voor de belastinggrondslag van de lidstaten die ontstaan doordat derde landen en rechtsgebieden in de nabuurschap van de Unie weigeren zich aan de internationale normen inzake goed fiscaal bestuur te houden; merkt evenwel op dat het screeningproces, dat wordt uitgevoerd door de Subgroep derde landen van de Groep gedragscode (belastingregeling ondernemingen), niet volledig transparant is en het Parlement niet in staat stelt zijn controlebevoegdheden uit te oefenen; benadrukt dat bovengenoemde lijst realistisch en objectief moet zijn, opdat zij geloofwaardig is en opdat het vertrouwen in de EU-maatregelen ter bestrijding van belastingparadijzen wordt hersteld;

11.  merkt op dat deze lijst(35) moet voorzien in een gemeenschappelijke EU-methodologie voor het beoordelen, screenen en noteren van fiscale rechtsgebieden van derde landen, aan de hand waarvan de lidstaten rechtsgebieden kunnen identificeren die een rol spelen bij belastingontwijking en belastingontduiking(36); merkt op dat de Groep gedragscode (belastingregeling ondernemingen) de duidelijke vermelding van "een vennootschapsbelastingstarief van nul of bijna nul procent" als criterium voor de definitie van belastingparadijzen en voor opname in deze lijst heeft geschrapt;

12.  is ingenomen met het feit dat de Raad in mei 2016 zijn goedkeuring heeft gehecht aan de voorgestelde procedure voor het opstellen van de EU-lijst en heeft gevraagd dat de lijst tegen eind 2017 klaar zou zijn; betreurt het gebrek aan transparantie van de Groep gedragscode (belastingregeling ondernemingen);

1.3. Uitwisseling van informatie

13.  brengt in herinnering dat de gezamenlijke rapportagestandaard (CRS) van de OESO vereist dat rechtsgebieden inlichtingen verzamelen bij hun financiële instellingen en die jaarlijks automatisch uitwisselen met andere rechtsgebieden; betreurt dat de Verenigde Staten zich er niet toe hebben verbonden deze standaard toe te passen; wijst erop dat ook de CRS zwakke punten vertoont en is verheugd dat de OESO aan de verfijning ervan werkt teneinde de CRS doeltreffender te maken; betreurt dat slechts minder dan de helft van de rechtsgebieden die zich daartoe hebben verbonden, in 2017 uitvoering zullen hebben gegeven aan de CRS;

14.  brengt in herinnering dat de Raad Economische en Financiële Zaken (Ecofin) op 15 februari 2011 zijn goedkeuring heeft gehecht aan Richtlijn 2011/16/EU van de Raad betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van de belastingen en tot intrekking van Richtlijn 77/799/EEG (eerste richtlijn administratieve samenwerking); herinnert eraan dat deze richtlijn de nationale belastingdiensten verplicht om op verzoek inlichtingen over een belastingbetaler van een andere lidstaat te verstrekken, ook indien die inlichtingen alleen door een bank of een andere financiële instelling worden bewaard; merkt op dat de nationale wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen tot omzetting van deze richtlijn op 1 januari 2013 in werking zijn getreden, met uitzondering van de bepalingen betreffende de automatische uitwisseling van inlichtingen voor bepaalde categorieën(37), die op 1 januari 2015 in werking zijn getreden;

15.  brengt in herinnering dat de eerste richtlijn administratieve samenwerking door verschillende herschikkingen met succes is uitgebreid tot de automatische uitwisseling van belastinginlichtingen, de automatische uitwisseling van inlichtingen over fiscale rulings en voorafgaande verrekenprijsafspraken, de verplichte uitwisseling van belastinginlichtingen per land en de uitwisseling van antiwitwasinlichtingen, waarbij de nationale belastingdiensten van de lidstaten toegang krijgen tot de centrale registers van uiteindelijk begunstigden die door de financiële-inlichtingeneenheden worden bijgehouden;

16.  is ingenomen met het voorstel van de Commissie van 21 juni 2017 tot wijziging van Richtlijn 2011/16/EU wat betreft verplichte automatische uitwisseling van inlichtingen op belastinggebied met betrekking tot te rapporteren grensoverschrijdende constructies (zesde richtlijn administratieve samenwerking);

1.4. Bevindingen

17.  stelt vast dat offshorebedrijven vaak worden opgezet als lege vennootschappen(38) zonder onderliggende economische grond of substantie in het land van oprichting;

18.  onderstreept dat de voornaamste motieven voor de oprichting van offshore-entiteiten meestal het verhullen van de herkomst van geld en activa en het verbergen van de identiteit van de uiteindelijk begunstigde omvatten(39), evenals het ontwijken of ontduiken van erfbelasting of inkomsten- of winstbelasting in het land waarvan de uiteindelijk begunstigden ingezetenen zijn(40), het afschermen van activa tegen crediteuren of erfgenamen, het ontduiken van sancties, het maskeren van criminele activiteiten en witwaspraktijken, het overdragen van activa van een particulier of een vennootschap aan een nieuwe vennootschap zonder de schulden mee te nemen, of het overdragen van activa aan een trust om ze onbelast te laten; merkt op dat uit verscheidene van de Panama Papers-documenten is gebleken dat intermediairs alsook Mossack Fonseca weet hadden van deze motieven;

19.  voegt daaraan toe dat multinationals ook van lege vennootschappen en brievenbusmaatschappijen gebruik maken in het kader van agressieve belastingplanningsconstructies, om gemakkelijker met verrekenprijzen te kunnen werken; herhaalt het standpunt van het Parlement dat het gebruik van agressieve fiscale planning door multinationals onverenigbaar is met maatschappelijk verantwoord ondernemen(41);

20.  merkt op dat van de EU-lidstaten het Verenigd Koninkrijk volgens de Panama Papers de meeste offshore-entiteiten telde (17 973 entiteiten), gevolgd door Luxemburg (10 877), Cyprus (6 374), Letland, Ierland, Spanje, Estland en Malta(42); wijst er bijvoorbeeld op dat Mossack Fonseca op een bepaald moment binnen één week 115 vennootschappen heeft opgericht in Luxemburg(43); onderstreept dat naast het Verenigd Koninkrijk zelf 12 Britse overzeese gebieden, direct van de Kroon afhankelijke gebieden en lidstaten van het Gemenebest behoren tot de 21 landen waar Mossack Fonseca de meeste lege vennootschappen en andere ingewikkelde constructies heeft opgezet; 

21.  stelt met bezorgdheid vast dat uit de onthullingen in het kader van de Football Leaks en de onlangs aan het licht gekomen individuele gevallen van belastingontduiking in de voetbalwereld is gebleken dat er nog steeds sprake is van tal van mazen in en incongruenties tussen de nationale wetgevingen inzake de belastingheffing op inkomsten uit portretrechten en internationale transfers van voetballers; 

22.  benadrukt dat, uitgaande van de aandeelhouders die als natuurlijke personen zijn aangemerkt, EU-burgers ongeveer 9 % van de door Mossack Fonseca opgerichte offshore-entiteiten bezitten(44);

23.  onderstreept dat ten tijde van het gegevenslek 55 728 entiteiten nog actief waren, waarvan ongeveer 90 % was gevestigd op de Britse Maagdeneilanden, in Panama en op de Seychellen;

24.  merkt op dat de bedrijfsregisters en autoriteiten in offshorerechtsgebieden en sommige EU-lidstaten vaak noch de nodige inlichtingen ter identificatie van de uiteindelijk begunstigden, de aandeelhouders met een gekwalificeerde deelneming, de leden van de raad van commissarissen, de leden van de raad van bestuur en de algemene directeurs, noch balansinformatie of winst- en verliesrekeningen verlangen, of die inlichtingen niet delen; merkt op dat de identificatie van uiteindelijk begunstigden in sommige landen alleen geschiedt aan de hand van verklaringen van de betrokkene zelf over de effectieve eigendom, die verder niet worden gecontroleerd(45);

25.  overwegende dat er in de meeste offshorebestemmingen geen belasting- en verslagleggingsplichten gelden(46); is bezorgd over het feit dat een aantal van deze rechtsgebieden in hun nationale wetgeving of administratieve praktijk obstakels opnemen voor de uitwisseling van informatie met bevoegde buitenlandse autoriteiten;

26.  merkt op dat geen van de drie rechtsgebieden – de Britse Maagdeneilanden, Panama en de Seychellen – momenteel door het Comité voor fiscale aangelegenheden van de OESO als "niet-coöperatief belastingparadijs" is aangemerkt; herinnert eraan dat de Britse Maagdeneilanden, Panama en de Seychellen tussen 2000 en 2002 van de lijst zijn geschrapt nadat ze zich er formeel toe hadden verbonden de mondiale normen inzake transparantie en uitwisseling van inlichtingen van de OESO toe te passen, maar dat niet is vastgesteld of zij die normen ook effectief toepassen en dat deze landen als belastingparadijzen blijven functioneren; betreurt dat er sinds juli 2017 slechts één land op de OESO-lijst van belastingparadijzen staat;

27.  onderstreept dat sommige rechtsgebieden de mogelijkheid bieden om ingezetene van meer dan één rechtsgebied te zijn dankzij dubbele paspoorten of visumprogramma's voor beleggers, waarmee men een verblijfsvergunning kan krijgen in ruil voor investeringen in deze rechtsgebieden(47); wijst op situaties en concrete gevallen waarin deze visumprogramma's voor investeerders zijn misbruikt om geld wit te wassen(48);

28.  benadrukt dat elk offshorerechtsgebied particulieren en bedrijven diensten aanbiedt die zijn aangepast aan hun bedrijfsmodel; wijst erop dat offshoredienstverleners van de belastingvoordelen en speciale regelingen die in sommige rechtsgebieden worden aangeboden, profiteren om structuren ter beschikking te stellen waarmee de identiteit van de uiteindelijk begunstigde wordt verhuld, en dat zij deze structuren zo nodig binnen een paar minuten naar een ander rechtsgebied kunnen verplaatsen (bijvoorbeeld wanneer de belastingautoriteiten een onderzoek instellen in het eerste rechtsgebied);

29.  merkt op dat de meeste offshoreconstructies die in de Panama Papers aan het licht zijn gebracht, zijn opgezet vanuit Luxemburg, het Verenigd Koninkrijk en Cyprus, en dat die landen hadden moeten vermoeden dat dit een verlies zou opleveren voor de belastinggrondslag van de andere lidstaten waar de uiteindelijk begunstigden hun verblijfplaats hadden; benadrukt dat bijvoorbeeld in Luxemburg veel offshorebedrijven louter zijn opgezet om de bronbelasting te omzeilen(49) (die alleen van toepassing was op natuurlijke personen en niet op offshorebedrijven) en dat sommige van deze bedrijven nog actief waren nadat de eerste richtlijn administratieve samenwerking in werking was getreden; merkt op dat meer transparantie over de identiteit van uiteindelijk begunstigden door het opzetten van openbare registers kan dienen als afschrikmiddel voor ongeoorloofd gedrag;

30.  merkt op dat in het Verenigd Koninkrijk meer dan 75 % van de corruptiezaken in verband met onroerend goed die door de autoriteiten zijn onderzocht, betrekking hadden op anonieme bedrijven die geregistreerd stonden in rechtsgebieden met een geheimhoudingsregeling; voegt hieraan toe dat 78 % van de betrokken bedrijven geregistreerd stond in Britse overzeese gebieden of direct van de Kroon afhankelijke gebieden; merkt op dat de regering van het Verenigd Koninkrijk een beroep kan doen op speciale bevoegdheden waarmee Britse overzeese gebieden en direct van de Kroon afhankelijke gebieden verplicht kunnen worden om centrale openbare registers inzake eigendomsstructuren op te zetten om zo een einde te maken aan hun geheimhoudingsregelingen op fiscaal gebied;

31.  wijst erop dat speciale economische zones binnen de Europese Unie zoals Madeira door grote ondernemingen en rijke particulieren worden misbruikt om winsten te verbergen zonder daarover belasting te betalen; acht het daarom noodzakelijk dat de Commissie de status van deze regelingen herziet als de aanvankelijke doelstellingen niet worden verwezenlijkt, en ook de richtsnoeren voor regionale steun van de EU herziet op basis van striktere belastingvoorwaarden;

32.  wijst op het gebrek aan capaciteit, waaronder gekwalificeerd personeel en technologische en financiële middelen, bij de wetgevers, de toezichthouders en de autoriteiten en organen voor de handhaving van de toepasselijke belastingwetgeving in de EU-lidstaten; merkt bijvoorbeeld op dat alleen de Europese Bankautoriteit (EBA) middelen uittrekt om de coördinatie van het activa-/passivabeheer met andere financiële autoriteiten in de EU te waarborgen, maar voor deze taak slechts over 0,8 werknemer beschikt; betreurt het gebrek aan gemeenschappelijke Europese definities van belastingontduiking en belastingontwijking, aangezien die de samenwerking tussen de lidstaten zouden vergemakkelijken; wijst erop dat de bestuurlijke samenwerking en de rechtshulp in strafzaken tussen twee of meer lidstaten met betrekking tot belastingontduiking, belastingfraude en witwassen van geld worden gehinderd doordat de nationale wetgevingen slecht op elkaar aansluiten; betreurt dat in sommige lidstaten, zoals Luxemburg, eenvoudige belastingontduiking niet werd, en nog altijd niet als een gekwalificeerd misdrijf wordt behandeld, wat een belemmering vormt voor grensoverschrijdende bestuurlijke samenwerking en rechtshulp in strafzaken; betreurt dat in sommige lidstaten, waaronder alweer Luxemburg, het moment waarop het delict werd gepleegd nog steeds als startpunt voor het berekenen van de verjaring wordt aangemerkt, wat een mogelijke belemmering vormt voor grensoverschrijdende bestuurlijke samenwerking en rechtshulp in strafzaken; is ingenomen met het feit dat sommige lidstaten, bijvoorbeeld Luxemburg, hun nationale recht al hebben aangepast of dat van plan om de obstakels voor grensoverschrijdende bestuurlijke samenwerking en rechtshulp in strafzaken weg te nemen;

33.  merkt op dat de Commissie achttien inbreukprocedures tegen lidstaten heeft ingeleid wegens een gebrekkige omzetting van de eerste richtlijn administratieve samenwerking(50), dertien procedures betreffende de uitvoering van de tweede richtlijn(51) en acht procedures betreffende de uitvoering van de derde richtlijn; herinnert eraan dat de vierde richtlijn administratieve samenwerking inzake verslaglegging per land tussen belastingdiensten uiterlijk op 4 juni 2017 door de lidstaten in nationaal recht moest worden omgezet; merkt op dat er nog procedures lopen tegen elf lidstaten (Bulgarije, Cyprus, Kroatië, Estland, Griekenland, Hongarije, Malta, Polen, Portugal, Tsjechische Republiek en Slowakije)(52);

34.  benadrukt dat de belastingdiensten door dit gebrek aan middelen niet over de capaciteit beschikken voor een doeltreffende spontane uitwisseling van inlichtingen overeenkomstig de richtlijn administratieve samenwerking, en dat dit in de EU een systematisch probleem is;

35.  concludeert dat de bepalingen van de richtlijn administratieve samenwerking, met name de artikelen 1 en 2 en artikel 8, lid 1, betreffende spontane uitwisseling van inlichtingen, niet ten uitvoer zijn gelegd, wat resulteert in wanbeheer door nalatigheid of verzuim; wijst erop dat bepaalde lidstaten redenen hadden om aan te nemen dat andere lidstaten belastinginkomsten zijn misgelopen als gevolg van offshoreconstructies, maar dat zij deze belastinginlichtingen niet aan die andere lidstaten hebben gemeld; wijst erop dat de Groep gedragscode van de Raad inzake de belastingregeling voor ondernemingen al in 2012 erkende dat er sprake was van een gebrek aan spontane uitwisseling van inlichtingen over rulings(53); concludeert dat de Commissie de bepalingen van de richtlijn administratieve samenwerking niet effectief heeft gehandhaafd;

2. Witwassen van geld

2.1. Wetgeving ter bestrijding van witwassen van geld  

36.  brengt in herinnering dat de FATF de mondiale normen inzake de bestrijding van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme (AML/CFT) heeft vastgesteld en dat al zijn leden, waaronder de belangrijkste offshore financiële centra die in de Panama Papers worden genoemd (de Britse Maagdeneilanden, Panama en de Seychellen) zich ertoe hebben verbonden deze normen toe te passen;

37.  merkt op dat het Verdrag van Warschau van de Raad van Europa het meest omvattende internationale verdrag over witwassen is, waarin de verdragspartijen wordt verzocht wetgeving vast te stellen om de voorkoming en de vervolging van, en het onderzoek naar witwassen, en de effectieve bevriezing en confiscatie van opbrengsten en hulpmiddelen van delicten te vergemakkelijken; betreurt dat het Verdrag van Warschau tot nog toe slechts door achttien lidstaten is geratificeerd(54);

38.  erkent dat het huidige EU-kader voor de bestrijding van witwassen bestaat uit Richtlijn (EU) 2015/849 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering (vierde antiwitwasrichtlijn), waarin het risico op witwassen wordt ingedeeld in drie niveaus, te weten supranationaal niveau, lidstaatniveau en het niveau van de meldingsplichtige entiteiten in het kader van hun cliëntenonderzoek; betreurt echter het gebrek aan verdere harmonisatie bij de aanpak van de lidstaten bij de bestrijding van financiële delicten(55);

39.  benadrukt dat de derde antiwitwasrichtlijn vier centrale bepalingen bevat, namelijk cliëntenonderzoek, de meldingsplicht, de plicht om bewijsstukken te bewaren en handhaving; brengt in herinnering dat de derde antiwitwasrichtlijn op 15 december 2007 moest zijn omgezet;

40.  merkt op dat de vierde antiwitwasrichtlijn een verbetering inhoudt van het cliëntenonderzoek bij het zakendoen met landen met een hoog risico en van de definities en verplichtingen ten aanzien van politiek prominente personen en uiteindelijk begunstigden, het plafond voor cashbetalingen verlaagt van 15 000 EUR tot 10 000 EUR en de werkingssfeer van de meldingsplichtige entiteiten uitbreidt naar de gehele kansspelsector, en niet alleen casino's; herinnert eraan dat een aandelenbezit van 25 % plus één aandeel of een eigendomsrecht van meer dan 25 % een van de criteria is om de uiteindelijk begunstigden van vennootschapsrechtelijke entiteiten te identificeren; brengt in herinnering dat de vierde antiwitwasrichtlijn op 26 juni 2017 in werking is getreden, maar dat slechts zes lidstaten de Commissie tijdig mededeling hebben gedaan van de volledige omzetting in nationaal recht(56); vraagt de andere lidstaten in kwestie de vierde antiwitwasrichtlijn onverwijld om te zetten;

2.2. EU-lijst van derde landen met een hoog risico op witwassen

41.  brengt in herinnering dat de Commissie op 14 juli 2016 Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/1675 van de Commissie tot aanvulling van Richtlijn (EU) 2015/849 van het Europees Parlement en de Raad heeft vastgesteld, met een lijst van elf derde landen waarvan de AML/CFT-regelgeving strategische tekortkomingen vertoont, namelijk Afghanistan, Bosnië en Herzegovina, Guyana, Irak, Laos, Syrië, Oeganda, Vanuatu, Jemen, Iran en Noord-Korea;

42.  wijst op het feit dat deze lijst gelijk is aan de door de FATF opgestelde lijst en geen van de in de Panama Papers genoemde landen bevat;

43.  herinnert eraan dat de Commissie heeft voorgesteld de lijst te wijzigen door Guyana te schrappen en Ethiopië toe te voegen; herhaalt de bezwaren die het Parlement op 19 januari en 17 mei 2017 tegen deze gedelegeerde handelingen heeft gemaakt;

44.  merkt op dat de FATF sinds 2007 meer dan 80 landen op hun naleving en tekortkomingen heeft beoordeeld en dat 61 landen zijn opgenomen in de openbare lijst van landen waarvan de AML/CFT-regelgeving strategische tekortkomingen vertoont; wijst erop dat volgens de FATF sindsdien 51 landen de noodzakelijke hervormingen hebben doorgevoerd om deze tekortkomingen te verhelpen, bijvoorbeeld door de totstandbrenging van juridische en regelgevingskaders en ‑hervormingen, en zich ertoe hebben verbonden de internationale belastingnormen zoals de gezamenlijke rapportagestandaarden van de OESO na te leven, en van de lijst zijn geschrapt; benadrukt dat een loutere toezegging om hervormingen door te voeren, niet mag volstaan om van de openbare lijst te worden geschrapt, en dat de FATF eerst een grondige evaluatie moet verrichten die aantoont dat de veranderingen daadwerkelijk in praktijk zijn gebracht;

45.  betreurt dat de beoordeling door de FATF en de collegiale toetsing hebben geresulteerd in een lijst die geen nut heeft voor de bestrijding van witwassen;

2.3. Financiële-inlichtingeneenheden (FIE's)

46.  herinnert eraan dat elke lidstaat uit hoofde van de derde antiwitwasrichtlijn verplicht is een FIE op te richten om informatie te delen met de verschillende inlichtingendiensten van de lidstaten en om witwassen en terrorismefinanciering te bestrijden, dat elke nationale FIE moet beschikken over adequate middelen om haar taken te vervullen en dat de FIE's efficiënt en tijdig toegang moeten krijgen tot de financiële, administratieve en wetshandhavingsinlichtingen die zij nodig hebben om hun taken naar behoren te vervullen, inclusief de interoperabiliteit van de databanken die door de betrokken autoriteiten worden gebruikt;

47.  brengt in herinnering dat de instellingen en natuurlijke en rechtspersonen die onder de richtlijn vallen(57), de FIE's op de hoogte moeten brengen wanneer zij vermoeden dat geld wordt of werd witgewassen of dat terrorisme wordt of werd gefinancierd, of dat pogingen daartoe worden of werden ondernomen, dat zij verdachte transacties moeten melden en op verzoek alle desbetreffende inlichtingen moeten verstrekken;

48.  merkt op dat er geen uniforme definitie van verdachte transacties bestaat en dat de bestaande definitie in sommige gevallen ontoereikend wordt geacht;

49.  onderstreept dat de lidstaten hun krediet- en financiële instellingen moeten verplichten te beschikken over systemen die hen in staat stellen volledig en snel te reageren op vragen van de FIE, in overeenstemming met de nationale wetgeving;

50.  is ingenomen met de oprichting van de FIU.net-samenwerking in het kader van Europol; brengt in herinnering dat de Egmont-groep, een internationaal orgaan voor de samenwerking tussen FIE's, bestaat uit 154 FIE's van over de hele wereld; betreurt dat diverse FIE's in Europa op grond van hun nationale wetgevingskader nog steeds niet rechtstreeks gegevens mogen uitwisselen met buitenlandse rechtshandhavingsinstanties; betreurt dat Europol over onvoldoende opsporingsbevoegdheden beschikt om belastingontduiking en witwassen te vervolgen;

2.4. Bevindingen

51.  constateert dat een aantal tussenpersonen, zoals de Berenberg Bank in Duitsland en de Pilatus Bank in Malta, de verplichte verscherpte maatregelen voor cliëntenonderzoek niet naar behoren hebben uitgevoerd, noch bij de totstandkoming van de zakelijke betrekking met hun cliënten, noch tijdens die betrekking, ook al was er een vermoeden van witwassen; benadrukt bijgevolg dat meldingsplichtige entiteiten vermoedens van witwassen niet of op gebrekkige wijze aan de bevoegde FIE's hebben gemeld(58);

52.  stelt vast dat er in veel gevallen geen of ontoereikend onderzoek is verricht om de uiteindelijk begunstigden van offshore-entiteiten te identificeren; benadrukt dat het daardoor niet mogelijk was de eigendom en zeggenschapstructuur van de entiteit vast te stellen en/of inlichtingen te verkrijgen over het doel en de aard van de zakelijke relatie; benadrukt dat uit openbare documenten die deel uitmaken van de Panama Papers blijkt dat Mossack Fonseca wist dat sommige van zijn cliënten of dochterondernemingen het cliëntenonderzoek niet altijd naar behoren uitvoerden(59); wijst erop dat Mossack Fonseca heeft toegegeven dat het in bepaalde gevallen niet wist wie de uiteindelijk begunstigden van de geregistreerde entiteiten waren(60);

53.  laakt het feit dat Mossack Fonseca, om in de bijzondere wensen van hun cliënten te voorzien, een duurdere dienstverlening in rekening bracht waarbij geen passend cliëntenonderzoek werd uitgevoerd, terwijl het maar al te goed wist dat die diensten een hoger risico op witwassen inhielden(61);

54.  onderstreept dat de nationale FIE's en andere bevoegde autoriteiten daardoor over onvoldoende documentatie beschikken om passende onderzoeken en analyses te verrichten overeenkomstig het nationaal recht;

55.  merkt op dat verscheidene landen, waaronder een aantal lidstaten, onlangs burgerschapsprogramma's voor niet-ingezetenen van de EU (de zogenoemde gouden visa- of investeerdersprogramma's) hebben opgezet waarbij burgerschap wordt verleend in ruil voor financiële investeringen in hun land, zonder dat zij naar behoren controleren waar het geld vandaan komt of een passend cliëntenonderzoek uitvoeren, waardoor de controles op witwassen worden verzwakt; beklemtoont dat het bezit van een dubbele nationaliteit als gevolg van deze programma's ook de doelstellingen van de automatische uitwisseling van belastinginformatie kan ondermijnen;

56.  wijst erop dat het gebrek aan documentatie en onderzoek ook geldt voor bepaalde levensverzekeringspolissen die verzekeringsmaatschappijen systematisch aan cliënten aanbieden via verzekeringstussenpersonen of andere entiteiten die in de derde antiwitwasrichtlijn als financiële instellingen worden aangemerkt;

57.  herinnert aan het verzoek van sommige FIE's om meer toegang te krijgen tot informatie door nauwere samenwerking met hun tegenhangers, en om toegang te krijgen tot meer informatiebronnen, zoals gecentraliseerde gegevens over bankrekeningen of registers voor onroerend goed en levensverzekeringsproducten(62);

58.  merkt op dat belasting- en andere diensten of toezichthoudende organen in sommige gevallen het bestaan van offshoreconstructies hebben ontdekt, maar niet aan de FIE hebben gemeld(63);

59.  merkt op dat de langdurige en inefficiënte procedure een groot probleem vormt bij antiwitwasonderzoeken in de EU, alsook de wettelijke en technische hinderpalen die samenwerking tussen FIE's in de Unie in de weg staan en/of aanzienlijk vertragen; merkt op dat de FIE's van de EU-lidstaten verschillende structuren, groottes en bevoegdheden hebben, dat ze in alle lidstaten met een gebrek aan middelen kampen en dat deze verschillen gevolgen hebben voor de manier waarop de FIE's van de lidstaten inlichtingen verzamelen en analyseren en uiteindelijk ook voor de onderlinge uitwisseling van inlichtingen; onderstreept dat dit leidt tot versnipperde, asymmetrische en niet-vergelijkbare reacties van de FIE's in de EU-lidstaten(64);

60.  wijst op het belang van onafhankelijke en zelfstandige FIE's die meldingen van verdachte transacties direct en exclusief ontvangen, wat niet in alle lidstaten het geval is;

61.  betreurt dat de Commissie zelf niet naar behoren kan beoordelen welke derde landen een hoog risico op witwassen met zich meebrengen omdat zij niet over voldoende gekwalificeerd personeel beschikt om deze plicht uit hoofde van de antiwitwasrichtlijn te vervullen;

62.  wijst er met name op dat er als gevolg van nieuwe wetgeving steeds meer verdachte transacties worden gemeld en dat de FIE's door een gebrek aan middelen slechts een fractie van het probleem kunnen aanpakken(65); merkt op dat het Verenigd Koninkrijk en Nederland goed zijn voor 67 % van de meldingen van verdachte transacties in de EU; merkt op dat het aantal meldingen van verdachte transacties in bepaalde landen niet in verhouding lijkt te staan tot de activiteiten van de gereguleerde sectoren(66); merkt op dat de meldingen op basis van drempelwaarden die sommige FIE's krijgen, hun toegang tot informatie kunnen verrijken(67);

63.  is ingenomen met de werkzaamheden van het onder Europol vallende FIU.net, maar betreurt dat het huidige FIU.net niet efficiënt genoeg is door de verschillende mate waarin de lidstaten er gebruik van maken en door het gebrek aan middelen en bevoegdheden op EU-niveau;

64.  merkt op dat cryptovaluta volgens Europol een risico op witwassen inhouden en dat in antiwitwasstrategieën daarom ook aandacht moet worden besteed aan nieuwe witwastechnieken(68);

65.  merkt op dat Europol zijn databank met verdachte burgers en bedrijven heeft vergeleken met de Panama Papers en 3 469 waarschijnlijke treffers heeft geïdentificeerd; overwegende dat 1 722 van deze treffers verband houden met witwassen en 116 met terrorisme; overwegende dat de meeste van deze gevallen zijn geïdentificeerd in het Verenigd Koninkrijk, hoogstwaarschijnlijk vanwege de omvang van de financiële sector; merkt op dat banken die door de Islamitische Staat worden gecontroleerd, toegang hebben tot SWIFT en zo fondsen naar en via de EU kunnen versturen; merkt op dat banken tegen leden van de enquêtecommissie hebben bevestigd dat zij een groot aantal meldingen van verdachte transacties hebben gedaan met betrekking tot de financiering van terrorisme; merkt op dat noch de Commissie en de Raad, noch banken en FIE's informatie konden verstrekken over hoeveel bankrekeningen in de EU-lidstaten zijn bevroren wegens financiering van terrorisme;

66.  merkt op dat vertraagde beantwoording van verzoeken gevolgen heeft voor de samenwerking tussen de FIE's en dat de antwoorden op deze verzoeken vaak van slechte kwaliteit en weinig gedetailleerd zijn, en zodoende een obstakel vormen voor internationale samenwerking wat de FIE's zelf betreft; betreurt dat bepaalde FIE's het gebruik van de verstrekte inlichtingen beperken, bv. door te verbieden dat ze worden gebruikt voor gerechtelijke vervolging of opsporingsonderzoek door het Openbaar Ministerie; merkt op dat de verzoeken om samenwerking van sommige Europese FIE's aan niet-Europese tegenhangers werden belemmerd door juridische of bestuurlijke obstakels in rechtsgebieden van derde landen;

67.  betreurt dat niet alle FIE's in de EU de bevoegdheid hebben om meldingsplichtige entiteiten om inlichtingen te verzoeken en dat deze verzoeken in veel gevallen afhankelijk zijn van de voorafgaande melding van verdachte transacties; merkt op dat sommige FIE's daardoor niet namens buitenlandse FIE's om inlichtingen van rapporterende entiteiten kunnen verzoeken indien er in hun database geen gerelateerde verdachte transacties zijn vermeld;

68.  merkt op dat er in sommige lidstaten geen heldere richtsnoeren bestaan voor wederzijdse samenwerking tussen de nationale FIE's en de nationale belastingautoriteiten om de naleving van de belastingregels te waarborgen;

69.  is verheugd dat dankzij de vierde antiwitwasrichtlijn, die uiterlijk op 26 juni 2017 moest zijn omgezet, fiscale misdrijven onlangs zijn erkend als basisdelicten bij witwassen; wijst erop dat deze richtlijn uitdrukkelijk bepaalt dat de verschillen tussen de definities van fiscale misdrijven in de nationale wetgevingen voor de FIE's geen beletsel vormen om inlichtingen uit te wisselen; betreurt het ontbreken van een gemeenschappelijke Europese definitie van belastingmisdrijven(69), wat tot nog toe een belemmering heeft gevormd voor het onderzoeken en vervolgen van aan belastingmisdrijven gerelateerde zaken in de Unie, en betreurt dat verscheidene Europese landen alleen zeer ernstige belastingdelicten als belastingmisdrijf beschouwen; merkt op dat internationale samenwerking tussen FIE's nog steeds kan worden geweigerd op grond van de aanzienlijke verschillen tussen de lidstaten wat betreft de definitie en strafbaarstelling van basisdelicten van witwassen; neemt nota van de lopende onderhandelingen over het voorstel voor een richtlijn inzake de strafrechtelijke bestrijding van het witwassen van geld, waarmee wordt beoogd minimumvoorschriften vast te stellen om de delicten en sancties op het gebied van witwassen te definiëren;

70.  merkt op dat de vierde antiwitwasrichtlijn het verplicht maakt om centrale registers van uiteindelijk begunstigden op te richten; betreurt dat niet alle lidstaten tot nu toe aan deze plicht hebben voldaan en dat niet alle FIE's toegang hebben tot deze inlichtingen over uiteindelijk begunstigden; merkt op dat het openbaar toegankelijk maken van die centrale registers de vaststelling zou vergemakkelijken van de uiteindelijk begunstigden en/of van onregelmatigheden en vermoedelijk wangedrag door de betrokken belanghebbenden, waaronder bevoegde autoriteiten, meldingsplichtige entiteiten en burgers, alsook de verantwoordingsplicht zou versterken;

71.  benadrukt dat het FIE-platform van de EU bij het in kaart brengen en het analyseren van hiaten in de FIE's verscheidene tekortkomingen heeft vastgesteld; wijst erop dat dit komt doordat bepalingen van de derde antiwitwasrichtlijn, met name betreffende de toegang tot inlichtingen over bankrekeningen, slecht of niet zijn omgezet, en doordat de aanpak sterk verschilt van land tot land;

72.   is verheugd dat in mei 2016 zestien lidstaten geautomatiseerde mechanismen hadden of aan het invoeren waren waarmee zij houders van bank- en betaalrekeningen kunnen identificeren(70); neemt er ook nota van dat er in het verslag op wordt gewezen dat het de FIE's aan de nodige capaciteit ontbreekt om inlichtingen van meldingsplichtige entiteiten te verkrijgen en grensoverschrijdende zaken gezamenlijk te analyseren teneinde dreigingen, risico's en trends op het gebied van witwassen en terrorismefinanciering vast te stellen(71);

73.  wijst erop dat uit de inventarisatie door het FIE-platform van de EU ook is geconcludeerd dat er een gebrek is aan voldoende gedetailleerde en geharmoniseerde Europese regels voor de bestrijding van het witwassen van geld;

74.  benadrukt dat sommige nationale instellingen die verantwoordelijk zijn voor het uitvoeren en handhaven van de regels inzake witwassen, belastingontwijking en belastingontduiking niet geheel gevrijwaard lijken te zijn van politieke invloed38; wijst erop dat in sommige lidstaten de discretionaire bevoegdheid van de politie om informatie die zij van de FIE heeft ontvangen en die door de FIE is bevestigd, al dan niet te onderzoeken, als wanbeheer kan worden aangemerkt als zij niets met de informatie doet; merkt op dat de Maltese FIE een verslag heeft opgesteld over vermoedens van witwassen van geld waarbij Maltese politiek prominente personen betrokken waren, maar dat dit tot dusver niet tot een politieonderzoek heeft geleid; is bezorgd over aantijgingen over mogelijke niet-naleving door de bevoegde autoriteiten van de antiwitwasbepalingen van de richtlijn kapitaalvereisten IV, en met name de vereisten voor gekwalificeerde aandeelhouders en de betrouwbaarheids- en deskundigheidseisen voor de beheersorganen wanneer zij een bankvergunning toekennen(72);

75.  merkt op dat ten minste één lidstaat – Malta – een minister had die behoorde tot de in de Panama Papers genoemde politiek prominente personen; merkt op dat in de meeste lidstaten waar de commissie een onderzoeksmissie heeft uitgevoerd(73), na de onthullingen van de Panama Papers onderzoeken zijn gestart; betreurt echter dat er in sommige landen, waaronder Malta, geen politieonderzoek heeft plaatsgevonden, ondanks bewijsmateriaal van de FIE waaruit blijkt dat er ernstige witwasrisico's bestaan; betreurt dat het doordat er geen onderzoek is gevoerd, niet mogelijk is geweest om tussenpersonen in Malta die wellicht niet aan hun verplichtingen, waaronder een cliëntenonderzoek, hebben voldaan, te identificeren en zo nodig te bestraffen; vestigt de aandacht op de onlinekansspelsector en de betreffende vergunningsprocedures in Malta, die wellicht niet in overeenstemming zijn met de wet, aangezien onlinekansspelen een sector met een hoog risico vormen vanwege de enorme volumes van de transacties/financiële stromen en de niet-persoonlijke contacten, zoals is vastgesteld bij de supranationale risicobeoordeling(74); laakt het feit dat de Commissie geen verder onderzoek heeft verricht naar mogelijke niet-naleving van de AMLD door Malta, hoewel zij daarop is gewezen; 

76.  uit zijn bezorgdheid over de lage mate van naleving van de internationale AML/CFT-normen door sommige EU-lidstaten, zoals blijkt uit de collegiale toetsingen van de FATF of Moneyval; wijst erop dat 22 lidstaten inbreukbrieven hebben ontvangen wegens het niet omzetten van de derde antiwitwasrichtlijn en dat 6 lidstaten (België, Frankrijk, Spanje, Ierland, Polen en Zweden) in oktober 2008 voor het Europees Hof van Justitie zijn gedaagd; merkt op dat de zaak tegen Polen is ingetrokken, maar dat de vijf andere lidstaten zijn bestraft wegens het niet tijdig omzetten van de richtlijn; benadrukt evenwel dat dit de vraag doet rijzen of inbreukprocedures volstaan om de kwaliteit van de tenuitvoerlegging door de lidstaten te controleren;

77.  betuigt, in overeenstemming met de aanbevelingen in zijn resolutie van 25 november 2015 over fiscale rulings en andere maatregelen van vergelijkbare aard of met vergelijkbaar effect(75) (2015/2066(INI)), nogmaals zijn steun voor de centrale rol van de Commissie als bevoegde mededingingsautoriteit in het lopende onderzoek naar staatssteun in verband met fiscale rulings van lidstaten ten aanzien van multinationals, en betreurt het besluit van de Ierse regering om bij het Hof van Justitie van de Europese Unie in beroep te gaan tegen het besluit van de Europese Commissie om Ierland te verplichten 13 miljard EUR aan belastingen die Apple Inc. niet heeft betaald, terug te vorderen;

78.  concludeert dat de lidstaten, door deze tekortkomingen niet adequaat aan te pakken, hebben verzuimd om de derde antiwitwasrichtlijn effectief te handhaven; is ernstig bezorgd over het feit dat de lidstaten, door de FIE's niet in staat te stellen samen te werken zoals bepaald in de derde antiwitwasrichtlijn, inbreuk hebben gepleegd op artikel 4 TFEU betreffende loyale samenwerking(76); wijst er voorts op dat de Commissie, door geen inbreukprocedures in te leiden, mogelijk heeft verzuimd deze bepalingen te handhaven;

79.  merkt op dat sommige lidstaten vaak fiscale amnestie verleenden voor de regularisatie van niet-aangegeven offshore aangehouden activa, waarbij mogelijk onrechtmatig verkregen activa zijn witgewassen en gedegen onderzoeken naar witwaspraktijken in hun rechtsgebieden zijn belemmerd;

80.  betreurt dat de Commissie door een tekort aan personeel heeft verzuimd naar behoren toezicht te houden op de tenuitvoerlegging van de antiwitwasrichtlijn in de lidstaten; merkt voorts op dat de Commissie heeft verzuimd een onafhankelijke beoordeling te verrichten van de EU-lijst van derde landen met een hoog risico op witwassen;

81.  betreurt dat de Europese en nationale bankentoezichthouders en de nationale belastingautoriteiten van 2011 tot 2014 geen aandacht hebben besteed aan kapitaaloverdrachten van Portugal naar offshoregebieden, in die mate dat ten minste 10 miljard EUR zonder belasting- of antiwitwascontroles werd overgeheveld, grotendeels naar Panama, waarvan 8 miljard EUR in opdracht van bedrijven die aan de groep Espírito Santo verbonden waren; de bank Espírito Santo was toen nog niet omgevallen, maar de toezichthouders voerden al een onderzoek naar de bank en de groep; merkt op dat de groep Espírito Santo volgens de recente aanklacht van de openbare aanklager die de procedure heeft ingeleid, de voormalige premier José Sócrates heeft omgekocht;

3. Tussenpersonen(77)

3.1. Rechtskader

82.  brengt in herinnering dat de huidige definitie van meldingsplichtige entiteiten overeenkomstig de vierde antiwitwasrichtlijn kredietinstellingen, financiële instellingen, auditoren, accountants en belastingadviseurs, notarissen, aanbieders van trustdiensten of vennootschapsrechtelijke diensten, vastgoedmakelaars, aanbieders van kansspeldiensten en andere onafhankelijke beoefenaren van juridische beroepen omvat; brengt in herinnering dat de lidstaten er overeenkomstig de vierde antiwitwasrichtlijn voor moeten zorgen dat hun bevoegde toezichthoudende autoriteiten over passende financiële, personele en technische middelen beschikken om hun taken uit te voeren (artikel 37 van de derde antiwitwasrichtlijn en artikel 48 van de vierde antiwitwasrichtlijn), en merkt op dat er in de wederzijdse-evaluatieverslagen van de FATF en Moneyval tekortkomingen met betrekking tot de middelen zijn geconstateerd;

83.  herinnert eraan dat meldingsplichtige entiteiten krachtens de antiwitwasrichtlijn verplicht zijn om cliëntenonderzoeken uit te voeren en vermoedens van witwassen te melden; merkt op dat dit voor juridische beroepsbeoefenaren alleen geldt als er op hen geen geheimhouding of privileges uit hoofde van hun juridische beroep van toepassing zijn;

84.  brengt in herinnering dat verscherpt cliëntenonderzoek met name verplicht is voor cliënten die publiek prominente personen zijn en andere cliënten met een hoog risico, teneinde de herkomst van vermogen en middelen vast te stellen; brengt in herinnering dat financiële instellingen en kredietinstellingen moeten beschikken over systemen die hen in staat stellen volledig en snel te reageren op vragen van de FIE, in overeenstemming met de nationale wetgeving;

85.  merkt op dat de lidstaten een brede waaier van toezichthoudende instanties hebben opgericht om de verschillende soorten meldingsplichtige entiteiten uit hoofde van de antiwitwasrichtlijn te controleren, en dat adviseurs en tussenpersonen daarom hetzij door overheidsinstanties, hetzij door zelfregulerende beroepsorganisaties aan regels en toezicht worden onderworpen;

86.  herinnert eraan dat zelfregulerende beroepsorganisaties in sommige gevallen pas na de onthullingen van de Panama Papers iets deden tegen malversaties door tussenpersonen, wat bewijst dat hun regelgevings- en sanctiemechanismen inadequaat of ondoeltreffend waren;

87.  onderstreept dat door die facilitatoren bevorderde belastingontduiking in veel lidstaten geen basisdelict van witwassen is omdat het in hun strafrecht niet onder de categorie ernstige misdrijven valt, en dat belastingontduiking in sommige lidstaten een geval van wangedrag is en daarom alleen wordt aangemerkt als een administratieve overtreding; merkt op dat de vierde antiwitwasrichtlijn, waarvan de omzettingstermijn op 26 juni 2017 is verstreken, beoogt dit aspect te harmoniseren;

88.  merkt op dat de Raad de Commissie heeft verzocht zich te beraden op wetgevingsinitiatieven inzake verplichte openbaarmakingsvoorschriften, geïnspireerd op actiepunt 12 van het BEPS-project van de OESO, om tussenpersonen die helpen bij belastingontduiking of -ontwijking doeltreffender te ontmoedigen;

89.  is ingenomen met het voorstel van de Commissie van 21 juni 2017 voor een zesde richtlijn administratieve samenwerking, waarin de automatische uitwisseling van inlichtingen op belastinggebied met betrekking tot te rapporteren grensoverschrijdende constructies verplicht wordt gesteld; neemt nota van het feit dat regelingen waarbij de ontvanger fiscaal ingezetene is van een rechtsgebied dat geen vennootschapsbelasting heft of een vennootschapsbelasting oplegt tegen nultarief of tegen een wettelijk vennootschapsbelastingtarief dat lager is dan de helft van het gemiddelde wettelijke vennootschapsbelastingtarief in de Unie, daarin worden aangemerkt als een van de kenmerken met betrekking tot grensoverschrijdende transacties;

90.  betreurt dat het voorstel slechts in een meldingsplicht voorziet en niet een onmiddellijk verbod op de openbaar gemaakte regeling indien die na controle als oneigenlijk gebruik van een belastingstelsel is aangemerkt;

91.  brengt in herinnering dat Richtlijn 2013/36/EU betreffende toegang tot het bedrijf van kredietinstellingen en het prudentieel toezicht op kredietinstellingen en beleggingsondernemingen (richtlijn kapitaalvereisten IV) vereist dat de lidstaten voorzien in administratieve sancties voor financiële instellingen die aansprakelijk worden gesteld voor een ernstige inbreuk op de nationale voorschriften tot uitvoering van de derde antiwitwasrichtlijn; herinnert eraan dat de richtlijn kapitaalvereisten IV van de bevoegde autoriteiten verlangt dat zij een vergunning voor de aanvang van het bedrijf van een kredietinstelling weigeren indien zij, gelet op de noodzaak om een gezonde en prudente bedrijfsvoering van een kredietinstelling te garanderen, niet overtuigd zijn van de geschiktheid van de aandeelhouders of vennoten, onder meer indien er goede redenen zijn om te vermoeden dat er geld wordt of werd witgewassen of terrorisme wordt of werd gefinancierd, of dat gepoogd wordt of werd geld wit te wassen of terrorisme te financieren, of dat de voorgenomen verwerving het risico daarop zou kunnen vergroten;

92.  herinnert eraan dat het Europees Parlement zich met de stemming over de verslagen van de bijzondere commissies TAXE enTAX2 heeft uitgesproken voor een strikte regulering van de activiteiten van adviseurs teneinde belangenconflicten te verbieden, en voor een scheiding tussen hun advies aan belastingdiensten en hun advies aan particuliere cliënten;

93.  herinnert eraan dat de richtlijn betreffende de wettelijke controles van jaarrekeningen en geconsolideerde jaarrekeningen (2006) uiterlijk op 29 juni 2008 moest zijn omgezet;

94.  wijst erop dat de gewijzigde richtlijn betreffende de wettelijke controles van jaarrekeningen en geconsolideerde jaarrekeningen van 2014 en de verordening betreffende specifieke eisen voor de wettelijke controles van financiële overzichten van organisaties van openbaar belang uiterlijk op 17 juni 2016 ten uitvoer moesten worden gelegd, met uitzondering van artikel 16, lid 6, van de genoemde verordening, dat uiterlijk op 17 juni 2017 ten uitvoer moest worden gelegd; merkt op dat uit de Panama Papers is gebleken dat Richtlijn 2014/56/EU aan herziening toe is;

3.2. Bevindingen

95.  overwegende dat er in totaal 14 000 tussenpersonen voorkomen in de Panama Papers, van wie er ongeveer 2 700 (19 %) zijn gevestigd in de EU(78);

96.  merkt op dat EU-tussenpersonen die in de Panama Papers worden genoemd, verantwoordelijk zijn voor de oprichting van ongeveer 20 % (39 700) van alle door Mossack Fonseca opgerichte entiteiten;

97.  merkt op dat advocatenkantoren, accountants, trusts en fiduciaire ondernemingen en banken de meest voorkomende tussenpersonen zijn, maar dat tal van andere zelfgereguleerde of niet-gereguleerde beroepsbeoefenaren ook fiscale en financiële diensten, zoals offshorebedrijven en belastingplanning, kunnen aanbieden;

98.  merkt op dat met name banken, vermogensbeheerders, bedrijfsrevisoren en juridisch adviseurs nog steeds onvoldoende worden gereguleerd in het EU-recht en in het nationale recht van lidstaten en derde landen; beschouwt de multinationale aard van hun diensten als een grote uitdaging voor correcte en passende monitoring en bestraffing van hun activiteiten;

99.  constateert dat het van rechtsgebied en de soort tussenpersoon of adviseur afhangt of tussenpersonen aan toezicht onderworpen zijn, dan wel aan zelfregulering doen; merkt op dat veel van deze structuren zich buiten het rechtsgebied van de meldingsplichtige entiteiten bevinden en dat de wettelijke voorschriften daardoor in veel gevallen niet van toepassing zijn; merkt op dat de meerderheid van de tussenpersonen in de EU gevestigd zijn in het Verenigd Koninkrijk, Luxemburg en Cyprus(79), die behoren tot de in de Panama Papers vermelde top tien van landen met de actiefste tussenpersonen(80), alsook in andere landen van de Europese Economische Ruimte (bv. Liechtenstein) en de Europese Vrijhandelsassociatie (bv. Zwitserland);

100.  constateert dat trusts, fiduciaire ondernemingen en zakelijke dienstverleners de grootste groep vormen waarvoor Mossack Fonseca offshore-entiteiten opricht, gevolgd door accountants, belastingadviseurs, advocaten en consultants, die goed zijn voor ongeveer een derde van de opgerichte offshore-entiteiten(81); herinnert eraan dat Mossack Fonseca voornamelijk cliënten heeft aangetrokken op aanbeveling van tussenpersonen en dat die nieuwe cliënten slechts een oppervlakkig cliëntenonderzoek hebben ondergaan(82);

101.  beklemtoont dat tussenpersonen helpen om lege vennootschappen op te richten en rekeningen openen, en daarbij vaak een schijndirecteur leveren die de activa beheert namens de daadwerkelijke begunstigde, zodat de uiteindelijk begunstigde anoniem blijft; herinnert aan het door de Franse FIE verstrekte bewijsmateriaal waaruit blijkt dat banken, advocatenkantoren, accountants en andere tussenpersonen de belangrijkste architecten zijn die offshorestructuren en -netwerken voor hun cliënten ontwerpen, terwijl Mossack Fonseca vooral een dienstverlener is om die ten uitvoer te leggen;

102.  merkt op dat de vastgoedmarkt particulieren ruime mogelijkheden biedt om illegaal verkregen geld wit te wassen of te investeren, waarbij zij vastgoed aankopen door middel van anonieme lege vennootschappen of trusts zonder aan een grondig onderzoek te worden onderworpen, met name wanneer de wetgeving van de lidstaten buitenlandse ondernemingen en andere juridische structuren toestaat onroerend goed te kopen zonder de identiteit van de werkelijke uiteindelijk gerechtigde te onthullen(83), zoals bijvoorbeeld is gebleken op de Londense vastgoedmarkt; onderstreept dat de controles op en regels tegen witwassen in deze sector moeten worden versterkt; benadrukt in dit verband dat het belangrijk is de gegevens over het bezit van en de controle over onroerend goed volledig toegankelijk te maken voor de autoriteiten en het publiek in een centraal Europees register van onroerend goed;

103.  benadrukt dat verzekeringsproducten, in het bijzonder levensverzekeringen, een zeer aantrekkelijk en eenvoudig middel vormen om geld wit te wassen, en dat witwassers en terroristische organisaties extreme maatregelen nemen om hun financiële activiteiten te verbergen en ze volkomen op legitieme transacties te laten lijken;

104.  is bezorgd over de recente tendens om nieuwe strategische kanalen en innovatieve vormen van witwassen te creëren, zoals illegaal kapitaal dat via de verkoop van luxevastgoed, effecten en levensverzekeringen wordt gesluisd en witgewassen; merkt op dat het illegale geld dat door het afkopen van deze transacties wordt gestort, wordt omgevormd tot legale geldmiddelen die afkomstig zijn van legitieme transacties; hoopt daarom dat de antiwitwasvoorschriften ook zullen worden uitgebreid tot de luxevastgoedmarkt teneinde nieuwe illegale verschijnselen te voorkomen;

105.  wijst erop dat sommige meldingsplichtige entiteiten hun verplichte cliëntenonderzoeken aan derden uitbesteedden, waardoor die onderzoeken vaak niet of nauwelijks werden uitgevoerd; benadrukt dat de verplichtingen inzake de bestrijding van witwassen alleen gelden voor meldingsplichtige entiteiten die onder de vierde antiwitwasrichtlijn vallen, en niet voor derden; merkt op dat in het mandaat van het Europees Parlement voor de trialoogonderhandelingen over de vijfde antiwitwasrichtlijn wordt voorgesteld om van de bevoegde autoriteiten te verlangen dat zij effectief toezicht houden op de activiteiten van personen aan wie meldingsplichtige entiteiten en zelfreguleringsinstanties taken in verband met de bestrijding van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme hebben gedelegeerd;

106.  merkt op dat sommige meldingsplichtige entiteiten gebruik hebben gemaakt van rechtsarbitrage tussen verschillende rechtsgebieden om niet aan de verplichte cliëntenonderzoeken te hoeven voldoen en zo de anonimiteit van de uiteindelijk begunstigde te waarborgen;

107.  merkt op dat belastingontduiking in sommige lidstaten en derde landen niet strafbaar is, en dat het verschijnsel hierdoor groter dreigt te worden; merkt op dat van belastingadviseurs wordt verwacht dat zij de gunstigste belastingconstructies voor hun cliënten identificeren, en dat zij hun anders een schadevergoeding moeten betalen;

108.   stelt met bezorgdheid vast dat bepaalde soorten tussenpersonen volgens de wetgeving van een aantal lidstaten niet wegens belastingontduiking kunnen worden vervolgd als dat delict in een andere lidstaat of een ander derde land plaatsvindt;

109.  wijst op het gebrek aan samenwerking inzake toezicht en aan inlichtingenuitwisseling tussen de bevoegde autoriteiten in de lidstaten en in de EU als geheel;

110.  benadrukt dat de bestaande EU-wetgeving onvoldoende wordt gehandhaafd, waardoor tussenpersonen formeel aan hun verplichtingen, zoals cliëntenonderzoeken en andere meldingsplichten, kunnen voldoen terwijl zij de geest van de regels omzeilen, met name door het "beroepsgeheim" of "bankgeheim" in te roepen; betreurt dat tussenpersonen, en met name financiële entiteiten, een gedecentraliseerde aanpak hanteren waarbij de antiwitwasnormen te sterk verschillen van het ene bijkantoor tot het andere; is van mening dat het hoofdkantoor van een tussenpersoon altijd verantwoordelijk moet zijn voor de correcte toepassing van de antiwitwasnormen in alle activiteiten en bijkantoren;

111.  stelt met grote bezorgdheid vast dat de ontwikkeling van digitale technologieën en het steeds toenemende en wijdverspreide gebruik ervan bij handels-, economische en financiële transacties het gemakkelijk maken om antiwitwas- en belastingcontroles te dwarsbomen, terwijl de nationale belasting-, rechtshandhavings- en gerechtelijke autoriteiten niet goed zijn toegerust om deze uitdagingen het hoofd te bieden;

Taken en verantwoordelijkheden van banken

112.  merkt op dat banken, andere financiële instellingen en vermogensbeheerders actief het initiatief nemen tot deze praktijken en ongeveer een zesde van de in de Panama Papers genoemde entiteiten hebben opgezet; merkt op dat banken als tussenpersoon hebben gefungeerd bij ongeveer 9 % van de door Mossack Fonseca opgerichte offshore-entiteiten; merkt op dat verscheidene banken die in de Panama Pepers worden genoemd, tussen 2008 en 2012 met overheidsgeld zijn gered;

113.  onderstreept dat het grootste deel van de illegale geldstromen in verband met witwassen en belastingontduiking en ‑ontwijking verloopt via het internationale bankstelsel; betreurt dat de Europese bankinstellingen waarvan actieve en systematische betrokkenheid bij dergelijke illegale praktijken bewezen is, vrij blijven opereren zonder dat er sancties van enige soort worden opgelegd;

114.  stelt vast dat er banken betrokken waren bij vier brede activiteiten, namelijk het voorzien in en beheren van offshoreconstructies, het openen van bankrekeningen voor offshore-entiteiten, het verstrekken van andere financiële producten, en bankieren op afstand(84), maar ook dat de financiëledienstensector – of het nu gaat om banken, beleggingsadviseurs of advocatenkantoren – zijn cliënten mogelijkheden tot belastingontwijking bleek aan te bieden(85);

115.  stelt met grote bezorgdheid vast dat de nationale en Europese regelgevende instanties vaak nalaten om de oorsprong van vermogen te onderzoeken, waardoor politiek prominente personen uit kleptocratische regimes en andere criminelen kunnen investeren en aandelen in banken, financiële instellingen, verzekeringsmaatschappijen en grote economische groepen in de EU kunnen bezitten, waardoor het witwassen van die activa in het financiële stelsel van de EU feitelijk wordt vergemakkelijkt; benadrukt dat dit ook inhoudt dat er geen geconsolideerd toezicht of controle wordt uitgeoefend op de banden tussen Europese banken, bedrijven en economische groepen en hun holding- of moederstructuren die gevestigd zijn in niet-coöperatieve rechtsgebieden of rechtsgebieden die weinig doen om witwassen tegen te gaan;

116.  benadrukt dat voor banken een belangrijke rol is weggelegd bij het opsporen van verdachte transacties en de melding ervan aan de nationale FIE's, maar ook dat sommige banken onderzoeken door nationale FIE's en eenheden voor de ontneming van vermogensbestanddelen niet faciliteren, bijvoorbeeld door geen volledige informatie in digitale vorm over verdachte entiteiten of transacties te verstrekken; neemt kennis van de aan de commissie voorgelegde bewijsstukken waaruit blijkt dat sommige banken rekeningen voor hun cliënten hadden geopend alvorens het cliëntenonderzoek af te ronden en de uiteindelijk begunstigden te identificeren; merkt op dat verscheidene banken die in de Panama Papers worden genoemd, door de toezichthouders boetes hebben gekregen omdat zij de AML/CFT-normen niet hadden nageleefd, maar dat de opgelegde sancties lager waren dan die welke in de Verenigde Staten voor soortgelijke inbreuken worden opgelegd; betreurt dat de boetes die financiële meldingsplichtige entiteiten door de toezichthouders opgelegd krijgen, fiscaal aftrekbaar zijn;

117.  erkent dat de bemiddeling van banken bij het opzetten van offshoreconstructies aanzienlijk is afgenomen sinds 2007, toen werd onthuld dat banken op grote schaal het omzeilen van de bepalingen van de Europese spaargeldrichtlijn van 2005 bevorderden; merkt op dat de risico's op regelgevend en reputatiegebied in de nasleep van de financiële crisis sinds 2008 ook hebben bijgedragen tot de daling van het aantal offshore-entiteiten waarvoor banken een bemiddelende rol speelden(86); stelt echter vast dat uit statistische gegevens op mondiaal niveau blijkt dat er ten minste tot 2014 geen sprake is van een algemene afname van de geldmiddelen die via belastingparadijzen worden gesluisd(87), maar eerder een reorganisatie van de gebruikte rechtsgebieden en instrumenten; merkt op dat naarmate de (tot 2009) door Luxemburg, Oostenrijk en België geheven bronbelasting steeg van 15 % in 2005 tot 20 % in 2008 en 35 % in 2011, steeds meer offshoregeld werd overgedragen aan brievenbusbedrijven in rechtsgebieden zoals de Bahama's, Singapore en Hongkong; merkt evenwel op dat de bemiddelingsactiviteiten zijn overgenomen door andere beroepen, namelijk advocaten, zoals blijkt uit de Panama Papers;

118.  constateert dat private banking-dochterondernemingen van grote banken in financiële centra een cruciale rol spelen bij grensoverschrijdende dienstverlening aan zeer vermogende particulieren; stelt vast dat de twintig grootste Europese banken ongeveer een vierde van hun winsten in laagbelastende rechtsgebieden registreren, in 2015 naar schatting 25 miljard EUR, en dat de handelsactiviteiten van banken in laagbelastende rechtsgebieden niet in verhouding staan tot de 11 % van de wereldbevolking en de 5 % van het mondiale bbp die deze rechtsgebieden vertegenwoordigen(88);

119.  wijst erop dat bankinstellingen niet altijd voldeden aan hun eigen interne richtsnoeren of regelgevingsvoorschriften (cliëntenonderzoek) en dat banken in sommige gevallen verzuimden om cliënten in te juiste categorie met een hoog risico te plaatsen in plaats van het ken-uw-klantbeleid naar behoren toe te passen, waardoor de melding in het kader van het verscherpte cliëntenonderzoek onvolledig was(89); neemt met bezorgdheid kennis van gevallen waarin financiële instellingen – ook in Europese lidstaten – eigendom zijn van of beheerd worden door politiek prominente personen of kennissen van politiek prominente personen, die invloed uitoefenen op de wijze waarop zij hun cliëntenonderzoek uitvoeren;

120.  constateert dat cliëntenonderzoeken vaak vooral bestaan uit zelfverklaringen of het aanvinken van vakjes door entiteiten die een bankrekening openen, zonder dat hun profiel naar behoren wordt onderzocht(90);

121.  merkt op dat sommige antwoorden van tussenpersonen aan de commissie in tegenspraak lijken te zijn met informatie uit de Panama Papers(91); veroordeelt alle mogelijke valse verklaringen die aan de commissie zijn afgelegd;

Bankentoezicht

122.  merkt op dat de toezichthoudende activiteiten die naar aanleiding van de Panama Papers ten uitvoer werden gelegd door de bevoegde autoriteiten in de lidstaten uiteenliepen van een volledige kruiscontrole van alle banken waarop toezicht wordt uitgeoefend, tot steekproeven of helemaal geen activiteiten;

123.  wijst erop dat de bevoegdheden van de bevoegde autoriteiten in sommige lidstaten beperkt zijn tot het vaststellen of er controles worden verricht tegen witwassen; merkt op dat de verschillen in de bevoegdheden die in de verschillende lidstaten aan de financiële toezichthouders zijn verleend, een volledige toepassing van AML/CFT-normen en goede samenwerking in de weg staan; merkt op dat de ECB, de grootste prudentiële toezichthouder in de EU, in het kader van het gemeenschappelijk toezichtsmechanisme niet bevoegd is voor AML/CFT-toezicht, en dat dit de bevoegde autoriteiten belet vertrouwelijke informatie met de ECB uit te wisselen;

124.  merkt op dat het vermogen van de bevoegde autoriteiten om toe te zien op de tenuitvoerlegging van beleidsmaatregelen en procedures op ondernemingsgroepsniveau soms wordt belemmerd door de nationale wetgeving inzake gegevensbescherming en bankgeheim;

125.  merkt op dat volgens de informatie van de Europese Bankautoriteit (EBA) tegen december 2016 bijna 1 300 banken waren benaderd aan de hand van evaluaties op afstand of een combinatie van evaluaties op afstand en bezoeken ter plaatse; verwacht de eindresultaten tegen het derde kwartaal van 2017; wijst op de eerste aanwijzingen van de resultaten, die suggereren dat er in sommige gevallen tekortkomingen zijn vastgesteld;

126.  neemt er nota van dat de EBA in december 2016 een vragenlijst aan de leden van de raad van toezichthouders heeft toegestuurd om meer inzicht te krijgen in de toezichtsmaatregelen in de nasleep van de Panama Papers; stelt vast dat de resultaten van deze exercitie nog niet openbaar zijn gemaakt;

127.  merkt op dat maar weinig bevoegde autoriteiten de Panama Papers hebben aangegrepen om verder te gaan dan alleen het aanpakken van witwassen en dat maar weinig instanties het duidelijke verband met belastingmisdrijven legden;

128.  constateert dat de autoriteiten van de lidstaten ook vóór de onthullingen van de Panama Papers verzuimden om doeltreffend toezicht te houden op financiële instellingen, en dat zij geen passende sancties oplegden aan de onder de vierde richtlijn kapitaalvereisten vallende financiële instellingen die aansprakelijk waren gesteld voor ernstige inbreuken op de nationale bepalingen ter omzetting van de derde antiwitwasrichtlijn; merkt op dat uit de onthullingen over Laundromat in Azerbeidzjan blijkt dat sommige financiële toezichthouders er niet in zijn geslaagd ervoor te zorgen dat financiële instellingen hun AMLD-verplichtingen nakomen, zelfs na de aanneming van nieuwe FATF-aanbevelingen in 2012;

129.  wijst erop dat de top twintig van EU-banken meer winst in speciale fiscale rechtsgebieden boeken dan kan worden gerechtvaardigd door de reële economische activiteiten in die landen, meestal terwijl ze niet één persoon in de betreffende landen in dienst hebben en terwijl ze in deze rechtsgebieden lage of helemaal geen belastingen betalen(92); is van mening dat de bevoegde autoriteiten van de EU niet kunnen zorgen voor een efficiënt toezicht op deze praktijken van EU-banken in derde landen en dat dit een risico kan vormen voor de financiële stabiliteit van de bankenunie;

130.  merkt op dat meer dan twintig banktoezichthouders in de EU toezichthoudende maatregelen hebben genomen als direct gevolg van de publicatie van de Panama Papers(93);

Advocaten en advocatenkantoren

131.  wijst op de moeilijkheden bij het reguleren van advocaten en advocatenkantoren die betrokken zijn bij de oprichting en instandhouding van offshoreconstructies omdat zij vaak grensoverschrijdend werkzaam zijn, alsook in ten minste één land waar de wettelijke voorschriften niet zijn onderworpen aan controle of cliëntenonderzoek(94);

132.  wijst erop dat advocaten en advocatenkantoren vaak beleggings- en belastingadvies en ‑bijstand verstrekken bij het opzetten van offshore-entiteiten en daarbij vaak in direct contact staan met de uiteindelijk begunstigden;

133.  merkt op dat advocaten en andere voornamelijk zelfgereguleerde beroepen weinig meldingen doen van verdachte transacties(95) en merkt voorts op dat advocaten vaak pas melding doen na onthullingen in de media;

134.  erkent dat het toezicht op advocaten in de meeste lidstaten wordt verricht door balies en ordes van advocaten, die niet actief toezien op hun leden, maar veeleer handelen op basis van klachten van cliënten; betreurt dat niet in alle EU-lidstaten openbare statistieken beschikbaar zijn over de sancties of disciplinaire maatregelen die door de nationale ordes van advocaten worden opgelegd;

135.  merkt op dat er voor juridische beroepsbeoefenaren strenge (civielrechtelijke en soms strafrechtelijke) sancties gelden voor verzuim om de verplichtingen uit hoofde van de antiwitwasrichtlijn na te leven; merkt evenwel ook op dat deze strenge disciplinaire procedures er zelden toe leiden dat een advocaat van het tableau wordt geschrapt(96);

136.  merkt op dat de reikwijdte van de wettelijke bepalingen inzake het geheimhoudingsprivilege van bepaalde aangewezen beroepsbeoefenaren, zoals advocaten en notarissen, die mogen weigeren te getuigen of bewijzen te verstrekken in belastingkwesties, niet in alle lidstaten duidelijk en samenhangend is, laat staan tussen de lidstaten;

137.  benadrukt met name dat advocaten in veel lidstaten uit hoofde van het territorialiteitsbeginsel niet kunnen worden bestraft voor het adviseren van niet-ingezetenen over belastingontduiking of witwassen in een ander rechtsgebied;

138.  merkt op dat juridische adviseurs zich aan wettelijke verplichtingen hebben onttrokken door zich op het beroepsgeheim te beroepen om geen cliëntenonderzoek te verrichten, zelfs wanneer zij niet als advocaat maar als aanbieder van financiële diensten optraden(97);

Accountants, accountantskantoren en auditors

139.  merkt op dat het personeel van accountantskantoren vooral bestaat uit professionele accountants, auditors en juridische en fiscale deskundigen;

140.  merkt op dat er geen auditverplichtingen gelden voor offshore-entiteiten die gevestigd zijn in de voornaamste rechtsgebieden die in de Panama Papers worden genoemd (o.a. de Britse Maagdeneilanden, Panama en de Seychellen); onderstreept evenwel dat offshore-entiteiten die in moederbedrijven zijn geïntegreerd, aan een audit moeten worden onderworpen; constateert dat de toezichthouders in sommige rechtsgebieden vereisten dat banken en andere financiële tussenpersonen delen van hun processen, zoals hun antiwitwasprocedures, aan een audit onderwerpen;

141.  merkt op dat de rol van accountantskantoren in de constructies die in de Panama Papers aan het licht zijn gekomen, voornamelijk bestond uit het adviseren over en de instandhouding van offshoreconstructies, en dat auditors geen actieve rol speelden, aangezien voor offshore-entiteiten vaak geen auditverplichting geldt; merkt echter op dat de vier grootste accountantskantoren die de markt domineren, ook een rol hebben gespeeld in andere belastingschandalen zoals LuxLeaks, en dat hun activiteiten op het gebied van zowel fiscaal advies als audit de mogelijkheid van ernstige belangenconflicten inhoudt;

142.  merkt op dat accountantskantoren vaak interne richtsnoeren uitvaardigen over de werkwijzen die zij aanvaardbaar achten, maar dat deze zelfregulering niet voldoende is om effectief iets te doen tegen de belastingontduiking en belastingontwijking die zij bevorderen en mogelijk maken;

143.  merkt op dat auditors en belastingconsulenten als wereldwijd geïntegreerde kantoren hebben gehandeld door zich te presenteren als verscheidene afzonderlijke juridische entiteiten die geen gemeenschappelijke eigenaar hebben, maar die door contractuele overeenkomsten gebonden zijn om onder een gemeenschappelijke naam en volgens gemeenschappelijke normen te hanteren, om hun verantwoordelijkheid af te zwakken, hun regelgevingskosten en -risico's te beperken, hun juridische risico's af te schermen en hun cliënten te beschermen tegen onderzoeken in het kader van de regelgeving(98);

144.  betreurt dat accountants weinig verdachte transacties aan de FIE's melden, wat niet in verhouding staat tot de blootstelling van de sector aan witwasrisico's(99);

145.  benadrukt dat accountantskantoren niet alleen een belangrijke rol hebben gespeeld bij het opzetten van agressieve belastingplanningsconstructies voor hun cliënten, maar ook nationale overheden hebben geholpen bij het opstellen van hun belastingwetgeving, waardoor een ernstig belangenconflict ontstaat;

146.  is bezorgd over de verstrengeling en belangenconflicten bij accountants, consultants, juristen en advocatenkantoren, die vaak de overheid adviseren bij het opstellen van belastingwetgeving en het ontwerpen van antiwitwasinstrumenten en zelfs onderzoeken en audits uitvoeren voor de regelgevers, terwijl ze zelf voor de gereglementeerde entiteiten werken of hebben gewerkt;

Trusts, soortgelijke juridische constructies en fiduciaire ondernemingen

147.  herinnert eraan dat trusts en fiduciaire ondernemingen en soortgelijke juridische constructies een belangrijke rol spelen bij de oprichting en instandhouding van offshore-entiteiten; merkt in dit verband op dat uit het onderzoek van Europol naar de Panama Papers, dat heeft geleid tot 3 469 waarschijnlijke matches met zijn databank van verdachten van misdrijven, ook is gebleken dat er op grote schaal van truststructuren gebruik wordt gemaakt om activa en identiteiten te verbergen;

148.  merkt op dat een trust een verzameling activa is die wordt gecreëerd door middel van een privaatrechtelijke overeenkomst tussen drie partijen (de insteller, de trustee en de begunstigde) en als dusdanig geen rechtspersoonlijkheid heeft;

149.  betreurt dat trusts en fiduciaire ondernemingen moeilijk kunnen worden aangepakt door beleidsmakers in onshorerechtsgebieden, gezien de beperkte fysieke aanwezigheid van deze bedrijven en de beperkte inlichtingen waarover de wetgevers en de autoriteiten beschikken;

150.  merkt op dat trusts opereren namens uiteindelijk begunstigden, maar dat hun rechtstreekse cliënten vaak andere tussenpersonen zijn, zoals andere trustbedrijven, advocaten- en accountantskantoren en banken;

151.  merkt op dat trusts zelfstandige bedrijven kunnen zijn, of eigendom van andersoortige dienstverleners, zoals advocatenkantoren of banken;

152.  merkt op dat trusts ook deel kunnen uitmaken van complexe regelingen voor belastingontduiking en belastingontwijking van internationale economische groepen, en vaak deel uitmaken van multinationale regelingen(100);

153.  wijst op het risico dat sommige commerciële en niet-commerciële soorten trusts in de toekomst nog meer zullen worden misbruikt omdat trusts geen rechtspersonen en zijn daarom, in tegenstelling tot vennootschappen, niet worden onderworpen aan boekhoudkundige verplichtingen of wettelijke openbaarmakingsplichten, bijvoorbeeld met betrekking tot hun jaarrekeningen; dat er geen trustregister is, maakt het voor de belastingautoriteiten ook zeer moeilijk om informatie te verkrijgen over activa die in trusts zijn ondergebracht;

4. Derdelanddimensie

4.1. Bevindingen

154.  brengt in herinnering dat het in sommige derde landen, zoals de Verenigde Staten, momenteel niet wettelijk verplicht is om inlichtingen over de uiteindelijk begunstigden van rechtspersonen gecentraliseerd te verzamelen of te melden(101);

155. benadrukt dat sommige rechtsgebieden van derde landen inlichtingen over uiteindelijk begunstigden uitsluitend voor informatiedoeleinden delen met Europese FIE's, maar niet ingaan op internationale verzoeken om samenwerking, waardoor die inlichtingen niet voor rechtbanken kunnen worden gebruikt; 

156.  beklemtoont dat sommige derde landen speciale belastingregelingen toepassen om bedrijven aan te trekken; wijst erop dat het in bepaalde rechtsgebieden zeer gemakkelijk is om anoniem een bedrijf op te zetten omdat er maar zeer weinig informatie is vereist; constateert dat eenvoudige juridische documenten online in slechts enkele stappen kunnen worden aangemaakt; betreurt dat dit een snelle verspreiding van belastingontwijkings- en ‑ontduikingspraktijken in de hand kan werken;

157.  constateert dat de Verenigde Staten een minder ambitieuze antiwitwaswetgeving hebben dan de EU, met name inzake transparantie met betrekking tot uiteindelijk begunstigden, aangezien er geen centraal register van uiteindelijk begunstigden bestaat, maar dat de Verenigde Staten beter presteren wat de effectieve handhaving en toepassing van hun antiwitwaswetgeving betreft;

158.  wijst op het systeem van uitstel van belasting in de Verenigde Staten, waardoor multinationals hun overzeese winsten voor onbepaalde tijd offshore kunnen parkeren om de belasting te vermijden die zij bij het terughalen van de winsten verschuldigd zijn;

159.  herhaalt zijn verzoek om de rol van de EU op het internationale toneel te versterken door met één stem te spreken, en werk te maken van de ontwikkeling van een gemeenschappelijk EU-kader voor bilaterale verdragen inzake belastingkwesties als middel om "verdragshoppen" tegen te gaan; is van oordeel dat het sluiten van vrijhandelsovereenkomsten vergezeld moet gaan van meer samenwerking op belastinggebied en bepalingen ter voorkoming van belastingontwijking, en dat er beginselen van goed fiscaal bestuur in moeten worden opgenomen;

160.  merkt op dat de Commissie commentaar geeft bij elke evaluatie van lidstaten door de FATF of Moneyval, en stelt voor om dit commentaar in de toekomst openbaar te maken;

4.2. Ontwikkelingslanden

161.  benadrukt dat naarmate de ongelijkheid toeneemt, de minder ontwikkelde landen onevenredig hard worden geraakt door belastingontduiking en witwassen via offshoreconstructies; merkt op dat 30 % van de Afrikaanse financiële rijkdom offshore wordt beheerd, hetgeen leidt tot een derving van 14 miljard USD aan belastinginkomsten(102);

162.  onderstreept dat illegale geldstromen verwoestende effecten hebben op ontwikkelingslanden(103); wijst erop dat Global Financial Integrity (GFI) in zijn rapport van december 2014 schatte dat ontwikkelings- en opkomende economieën tussen 2003 en 2012 een verlies van 6,6 biljoen USD leden als gevolg van illegale geldstromen, waarbij de illegale uitstroom gemiddeld toeneemt met maar liefst 9,4 % per jaar(104);

163.  vestigt de aandacht op de onaanvaardbare situatie waarin sommige bedrijven die in ontwikkelingslanden actief zijn, gebruik maken van corruptie, belastingfraude, belastingontwijking en ‑ontduiking, verrekenprijzen en anonieme bedrijfseigendom om hun belastingplichten te verminderen of geld wit te wassen, terwijl miljoenen mensen de nodige voeding, gezondheidszorg en onderwijs ontberen(105);

164.  merkt op dat het ontbreken van elektronische registers van financiële rekeningen in ontwikkelingslanden het voor de bevoegde autoriteiten moeilijk of onmogelijk maakt om financiële en boekhoudkundige informatie te verkrijgen;

165.  is bezorgd over het feit dat de meeste ontwikkelingslanden door een gebrek aan technische, personele en institutionele middelen problemen zullen hebben om het OESO-systeem voor automatische inlichtingenuitwisseling tegen eind 2017 of 2018 toe te passen, waardoor ze geen profijt zullen kunnen trekken van dit instrument bij de bestrijding van belastingontwijking en belastingontduiking; merkt op dat er nog een gemeenschappelijke definitie van eenvoudige beginselen moet worden vastgesteld teneinde een doeltreffend resultaat te bereiken; is bezorgd over het risico dat er een internationaal systeem voor automatische inlichtingenuitwisseling met twee snelheden zal ontstaan, waarbij de ontwikkelingslanden uitgesloten blijven van wederzijdse uitwisselingen;

166.  stelt vast dat Afrika jaarlijks ten minste 50 miljard USD verliest aan illegale geldstromen, twee keer het bedrag dat het continent ontvangt aan internationale steun; is zich bewust van de krachtige oproep van vertegenwoordigers van ontwikkelingslanden om een einde te maken aan belastingparadijzen omdat daar illegaal bedrijfskapitaal wordt opgeslagen(106);

167.  is van mening dat het verbeteren van de belastingcapaciteit van de landen die te kampen hebben met belastingontduiking en belastingontwijking, aanzienlijke voordelen kan opleveren; wijst erop dat er een rechtstreeks verband bestaat tussen het niveau van de geïnde belastingen en de institutionele capaciteit van de overheid; herinnert in dit verband aan het wetenschappelijk bewijs waaruit blijkt dat een verhoging van de belastingheffingscapaciteit met 10 % een groei van het bbp met 1,5 % op jaarbasis oplevert;

168.  wijst erop dat het optreden van de EU de fiscale transparantie ook beïnvloedt via beleggingsactiviteiten van de Europese Investeringsbank en de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling, die in hun portefeuillebeleggingen ondoorzichtige beleggingsstructuren gebruiken, en vraagt dat actie wordt ondernomen om deze problemen aan te pakken;

169.  uit zijn bezorgdheid over de steeds grotere negatieve gevolgen van illegale geldstromen, die een belemmering vormen voor economische groei, maatschappelijke ontwikkeling, de bestrijding van ongelijkheid, de versterking van de overheid en de institutionele capaciteit;

170.  merkt op dat ontwikkelingslanden niet als gelijkwaardige onderhandelingspartners zijn opgenomen in het BEPS-proces en dat het BEPS-proces geen doeltreffende oplossingen heeft gevonden voor de fiscale problemen van de armste landen, zoals het mondiale netwerk van belastingverdragen dat ontwikkelingslanden vaak belet om op hun grondgebied gegenereerde winsten te belasten; benadrukt dat doeltreffende oplossingen voor een mondiaal probleem slechts te vinden zijn als de ontwikkelingslanden ten volle bij de mondiale belastinghervormingen worden betrokken;

5. Klokkenluiders

171.  wijst op het feit dat LuxLeaks, de Panama Papers, Swiss Leaks, Bahamas Leaks, Football Leaks en tal van andere lekken hebben aangetoond dat klokkenluiders een cruciale rol kunnen spelen bij de bestrijding van witwassen, fraude, agressieve fiscale planning of corruptie, of bij het aan het licht brengen van heimelijk gedrag; onderstreept derhalve dat de bescherming van klokkenluiders kan helpen om het publieke belang te waarborgen door goed bestuur te bevorderen en de rechtsstaat te versterken; merkt op dat zolang meldingsplichtige entiteiten slechts lage boetes riskeren voor het niet of verkeerd aan de autoriteiten melden van vermoedens van witwaspraktijken, de voorkoming van het witwassen van geld en terrorismefinanciering ernstig wordt belemmerd;

172.  wijst op de rol van vakbonden en maatschappelijke organisaties in het ondersteunen en assisteren van klokkenluiders bij hun activiteiten binnen hun organisatie;

173.  betreurt dat sommige landen de vervolging van klokkenluiders gebruiken als middel om de geheimhouding veilig te stellen(107); betreurt ten zeerste dat in het geval van LuxLeaks tot nu toe alleen de klokkenluiders en de journalist zijn vervolgd, terwijl de praktijken van de bedrijven en tussenpersonen die bij fiscale rulings betrokken zijn en die in de LuxLeaks-documenten worden genoemd, niet volledig zijn aangepakt; wijst erop dat het Europees Parlement herhaaldelijk heeft gevraagd om maatregelen om klokkenluiders beter te beschermen;

174.  is ingenomen met het feit dat de Commissie momenteel de ruimte voor mogelijke toekomstige horizontale of verdere sectorale maatregelen op EU-niveau beoordeelt om klokkenluiders beter te beschermen; merkt op dat het Parlement bezig is met de aanneming van een initiatiefverslag met zijn aanbevelingen over dit onderwerp;

6. Interinstitutionele samenwerking

175.  brengt in herinnering dat de Unie en de lidstaten elkaar uit hoofde van artikel 4, lid 3, VEU en krachtens het beginsel van loyale samenwerking dienen te respecteren en te steunen bij de vervulling van de taken die uit de Verdragen voortvloeien;

176.  merkt op dat de lidstaten overeenkomstig het beginsel van loyale samenwerking alle nodige maatregelen moeten nemen om de strekking en de doeltreffendheid van het Unierecht te waarborgen; brengt in herinnering dat de lidstaten zich moeten onthouden van maatregelen die het bereiken van de doelen van het EU-recht ernstig in gevaar kunnen brengen;

177.  is ingenomen met de samenwerking met de Europese Commissie wat betreft de hoorzittingen met voorzitter Juncker en de commissarissen Jourová en Moscovici en de aanwezigheid van ambtenaren van de Europese Commissie op vergaderingen van de PANA-commissie; betreurt evenwel dat de antwoorden die zij tijdens de gedachtewisselingen gaven, soms volkomen onbevredigend waren;

178.  is ingenomen met de antwoorden van de ministers van Financiën en Justitie van 25 lidstaten in reactie op de door de commissie opgestelde vragenlijst; betreurt evenwel dat Malta en Hongarije niet hebben geantwoord en dat Malta als fungerend voorzitter van de Raad zeer oncoöperatief was(108);

179.  wijst erop dat het zes maanden duurde voordat overeenstemming met de Europese Commissie werd bereikt over de toegang tot niet-gerubriceerde vertrouwelijke documenten en dat deze vertraging een grote hinderpaal vormde voor de werkzaamheden van de commissie; wijst erop dat niet alle ontvangen documenten zijn geactualiseerd en dat veel ervan sterk zijn bewerkt of zwart gemaakt, wat de werkzaamheden van de commissie verder ernstig belemmerde; herinnert eraan dat de informatie in deze niet-gerubriceerde door de Europese Commissie en de Raad als vertrouwelijk werd beschouwd en dat de PANA-commissie ze daarom niet in haar eindverslag mocht opnemen;

180.  merkt op dat de commissie de huidige en toekomstige voorzitterschappen verschillende malen heeft uitgenodigd om deel te nemen aan hoorzittingen om te spreken over samenwerking en de te volgen koers bij de bestrijding van witwassen, belastingontduiking en belastingontwijking, maar dat al deze uitnodigingen met ongeloofwaardige argumenten zijn afgewezen;

181.  merkt op dat de commissie ondanks verzoeken aan de Raad geen beschikking heeft gekregen over voldoende documenten; plaatst daarom vraagtekens bij de politieke wil van de Raad om de transparantie en de samenwerking bij de bestrijding van belastingontduiking en witwassen te verbeteren en om het Verdrag en het beginsel van loyale samenwerking in acht te nemen; benadrukt dat de burgers volgens het Parlement kennis moeten kunnen nemen van het standpunt van hun regering over zulke belangrijke onderwerpen;

182.  betreurt het dat de Raad vanaf de instelling van de Panama Papers-enquêtecommissie van het Europees Parlement gepoogd heeft om haar werkzaamheden te dwarsbomen, onder meer door het Comité van permanente vertegenwoordigers op 1 juli 2016 een informatieve nota over de PANA-commissie te bezorgen waarin werd opgeroepen tot een gecoördineerde en uniforme aanpak van de lidstaten om de reikwijdte van het onderzoek te beperken, en werd aanbevolen om in bepaalde omstandigheden te weigeren aan het onderzoek mee te werken;

183.  betreurt dat de voorzitter van de Groep gedragscode inzake de belastingregeling voor ondernemingen van de Raad de uitnodiging om deel te nemen aan een hoorzitting van de commissie heeft afgewezen om moeilijk te vatten juridische redenen ("geen EU-orgaan");

184.  meent dat de samenwerking met de Raad en zijn Groep gedragscode inzake de belastingregeling voor ondernemingen tot nu toe zeer onbevredigend is verlopen en een ernstige belemmering heeft gevormd voor de werkzaamheden en bevindingen van de PANA-commissie;

185.  merkt op dat als gevolg van de hardnekkige weigering van de Europese Commissie en de Raad om in te stemmen met het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement tot vaststelling van de wijze van uitoefening van het enquêterecht van het Parlement, de enquêtecommissies en bijzondere commissies van het Parlement in vergelijking met soortgelijke commissies van de lidstaten of het Amerikaanse Congres nog steeds over onvoldoende bevoegdheden beschikken, zoals het recht om getuigen op te roepen en toegang tot documenten af te dwingen;

186.  hoopt dat de toezichtsbevoegdheden van de belastingautoriteiten zullen worden uitgebreid om te zorgen voor strenger toezicht op ondoorzichtigheid en aangescherpte financiële inlichtingen;

187.  concludeert derhalve dat een aantal lidstaten en ook de Raad en zijn instanties het beginsel van loyale samenwerking om bovenstaande redenen hebben geschonden;

7. Conclusies

188.  concludeert dat het onderliggende probleem van de Panama Papers de verplaatsing van geld tussen verschillende rechtsgebieden is, met als doel zo weinig mogelijk of geen belastingen te betalen of geld wit te wassen, zowel offshore als onshore; is van mening dat er dringend behoefte is aan meer politieke wil, betere regelgeving en een striktere handhaving van en strenger toezicht op de bestaande regels ter bestrijding van deze praktijken;

189.  constateert dat sommige multinationale ondernemingen en zeer vermogende particulieren aan de hand van trusts, lege vennootschappen, belastingparadijzen en complexe internationale financiële structuren met succes hun vermogens hebben afgeschermd tegen bijvoorbeeld de belastingautoriteiten en andere partijen met legitieme financiële vorderingen op hen, waarbij zij zichzelf in een onaantastbare positie hebben gemanoeuvreerd door hun vermogen in een juridisch vacuüm onder te brengen;

190.  concludeert dat het gebrek aan samenwerking en coördinatie tussen de EU-instellingen en ‑agentschappen, de lidstaten en de bevoegde instanties met betrekking tot verschillende wetgevingsinstrumenten op het gebied van belastingontduiking, belastingontwijking en witwassen een systematisch probleem is;

191.  concludeert dat de desbetreffende inlichtingen die sommige lidstaten verstrekken, doorgaans niet de gewenste kwantiteit en kwaliteit hebben, en dat die lidstaten zich over het algemeen niet echt lijken in te spannen om een einde te maken aan belastingontwijking en ‑ontduiking, wat neerkomt op een schending van het in het VEU verankerde beginsel van loyale samenwerking; concludeert dat deze lidstaten ernaar streven hun eigen wangedrag te verbergen;

192.  herinnert eraan dat transparantie, inlichtingenuitwisseling, afdoende handhaving en voortdurende verbetering van de bestrijdingstechnieken van cruciaal belang zijn voor de bestrijding van belastingontduiking, belastingontwijking en witwassen; concludeert dat alle grote ondernemingen moeten worden onderworpen aan openbare verslaglegging per land wat informatie over belastingen betreft;

193.  concludeert dat de vóór de Panama Papers-onthullingen geldende EU-wetgeving niet toereikend was en niet altijd doeltreffend werd gehandhaafd, waardoor tussenpersonen formeel aan hun verplichtingen konden voldoen, zoals de verplichtingen inzake cliëntenonderzoek en andere meldingsplichten, terwijl zij de geest van de regels omzeilden; merkt op dat sindsdien verschillende evaluaties zijn uitgevoerd, bijvoorbeeld met betrekking tot de richtlijn administratieve samenwerking en de antiwitwasrichtlijn, en dat er nieuwe wetgevingsvoorstellen zijn gepresenteerd, onder meer met betrekking tot verslaglegging per land en het reguleren van tussenpersonen, en andere voorstellen nieuw leven is ingeblazen, zoals het wetgevingsvoorstel inzake de gemeenschappelijke geconsolideerde heffingsgrondslag voor de vennootschapsbelasting (CCCTB); merkt op dat de voorzitter van de Commissie heeft toegezegd met voorstellen te zullen komen om de fiscale samenwerking tussen de lidstaten te verbeteren door een verplichting om te antwoorden op groepsverzoeken met betrekking tot belastingaangelegenheden zodat een lidstaat alle nodige informatie aan de andere lidstaten kan verstrekken om grensoverschrijdende belastingontduikers te vervolgen, en ook voorstellen tot belastinghervorming te zullen doen uit hoofde van artikel 116 VWEU (medebeslissing tussen de Raad en het Europees Parlement) om een einde te maken aan verstoring van de mededingingsvoorwaarden op de interne markt; 

194.  concludeert met name dat het opzetten van een register van uiteindelijk begunstigden, dat toegankelijk is wanneer sprake is van een legitiem belang, een aanzienlijke, geleidelijke verbetering vormt; onderstreept dat de aan de gang zijnde herziening van de antiwitwasrichtlijn tot doel heeft de bevoegdheden van de FIE's in de EU te versterken en hun onderlinge samenwerking te bevorderen, maar dat de werkingssfeer nog steeds te beperkt is en dat financiële inlichtingen moeten worden gedeeld om niet alleen alle economische misdrijven aan te pakken, maar ook de opbrengsten van frauduleuze activiteiten op te sporen;

195.  concludeert dat de correcte identificatie van uiteindelijk begunstigden een groot obstakel blijft voor het beëindigen van illegale belastingontwijkingsregelingen en dat het internationale karakter van geldstromen en bedrijfsstructuren, zoals vastgesteld door de PANA-commissie, dit probleem verergert;

196.  benadrukt dat de creativiteit van belastingontwijkers niet kan worden bijgebeend door de opstelling van wetgeving en dat tussenpersonen en facilitatoren doorgaans binnen de grenzen van de wet blijven door zich op creatieve wijze aan de regels te houden; benadrukt in dit verband dat verschillen in de regelgeving tussen landen een bepalende factor zijn voor dergelijke praktijken;

197.  concludeert dat vermogensbeheer een grotendeels ongereguleerd beroep is en dat er bindende internationale regels en normen moeten worden vastgesteld om deze beroepsgroep beter te reguleren en te definiëren;

198.  merkt op dat belasting moet worden betaald op de plaats waar de winst wordt gemaakt; betreurt dat ontoereikende EU-wetgeving en de ondoeltreffende toepassing daarvan de in de Panama Papers aan het licht gebrachte acties en financiële constructies mogelijk hebben gemaakt, waarmee dit basisbeginsel met succes werd omzeild; concludeert dat er een gemeenschappelijke EU-aanpak nodig is om, op basis van transparantie van de kant van de uiteindelijk begunstigden, lege vennootschappen en brievenbusmaatschappijen in derde landen, overzeese landen en gebieden en ultraperifere regio's aan te pakken en voor eens en voor altijd een einde te maken aan praktijken die zijn bedacht om een billijk bedrag aan belastingen in de EU niet te hoeven te betalen;

199.  concludeert dat deze situatie mogelijk was door een ontoereikende uitvoering van de wetgeving door de lidstaten en door een ontoereikende handhaving door de Commissie; betreurt dat om politieke redenen soms zelfs het bestaan van wetgeving en de beschikbaarheid van voldoende personeel om die uit te voeren, niet garanderen dat de wetgeving wordt uitgevoerd;

200.  is van mening dat de met lidstaten verbonden landen en gebieden overzee, waarvan er sommige in de Panama Papers vermeld staan, niet over de nodige infrastructuur en financiële en personele middelen beschikken om op hun grondgebied toezicht te houden op de financiële sector(109);

201.  merkt op dat de Commissie over onvoldoende middelen beschikt om de EU-wetgeving ter bestrijding van witwassen, belastingontduiking en belastingontwijking volledig te handhaven;

202.  betreurt dat kwesties in verband met belastingbeleid op het niveau van de Raad vaak door afzonderlijke lidstaten worden geblokkeerd om belastingparadijzen te beschermen; vraagt daarom dat het principe van unanimiteit van de lidstaten in belastingkwesties wordt afgeschaft om vooruitgang te boeken met de strijd voor fiscale rechtvaardigheid en om de last voor de EU-burgers te verminderen;

203.  concludeert dat FIE's van cruciaal belang zijn voor de bestrijding van witwassen; constateert evenwel dat de structuren in de EU onderling verschillen en dat ze over onvoldoende personeel beschikken om hun taken te kunnen vervullen, waaronder het beoordelen van een toenemend aantal meldingen van verdachte transacties als gevolg van nieuwe wetgeving, en dat ze slechts een fractie van de problematiek kunnen aanpakken; concludeert dat nationale instellingen die verantwoordelijk zijn voor het uitvoeren en handhaven van de regels inzake belastingfraude en witwassen geheel vrij moeten zijn van politieke beïnvloeding; concludeert dat ervoor moet worden gezorgd dat door de FIE's gevoerde onderzoeken, wanneer zulks gerechtvaardigd is, worden gevolgd door strafrechtelijke onderzoeken door de politie, en benadrukt dat er anders sprake is van wanbeheer als de politie niet optreedt; betreurt dat de FIE's in veel gevallen politiek beïnvloed zijn;

204.  merkt op dat de problemen met het delen van informatie tussen FIE's en met het gebruik van informatie uit meldingen van verdachte transacties en verslagen over verdachte activiteiten gedeeltelijk voortvloeien uit de ongelijke ontwikkeling van de FIE's in verschillende delen van de wereld;

205.  concludeert dat niet in alle gevallen sancties worden opgelegd en dat de sancties niet altijd voldoende afschrikwekkend zijn; betreurt in dit verband dat sommige lidstaten zich ertegen blijven verzetten dat de EU sancties treft tegen derde landen waarvan de belastingstelsels als schadelijk voor de EU worden beschouwd;

206.  concludeert dat er op basis van de bevindingen van de PANA-commissie verschillende gevallen van wanbeheer met betrekking tot EU-wetgeving kunnen worden geïdentificeerd, namelijk met betrekking tot:

  het verzuim van de autoriteiten van de lidstaten om spontaan fiscale informatie aan een andere lidstaat mee te delen als er redenen zijn om aan te nemen dat in de andere lidstaat een derving van belastinginkomsten bestaat (artikel 9, lid 1, van de richtlijn administratieve samenwerking) en het verzuim van de Commissie om een doeltreffende uitvoering van de richtlijn administratieve samenwerking te waarborgen;

  het verzuim van de autoriteiten van de lidstaten om actie te ondernemen naar aanleiding van het bewijs van het aanhoudende ernstige verzuim om de uiteindelijke begunstigden te identificeren in het kader van het cliëntenonderzoek, of om voor te schrijven dat de verificatie van de identiteit van de cliënt en de uiteindelijke begunstigde plaatsvindt vóór het aangaan van een zakelijke relatie of het uitvoeren van een transactie (artikel 8, lid 1, onder b), en artikel 9, lid 1, van de derde antiwitwasrichtlijn) en het verzuim van de Commissie om een doeltreffende uitvoering van de derde antiwitwasrichtlijn te waarborgen;

  het verzuim van de autoriteiten van de lidstaten om erop toe te zien dat entiteiten die witwaspraktijken moeten melden, aansprakelijk kunnen worden gesteld voor inbreuken op de nationale bepalingen, met inbegrip van het verstrekken van informatie over de uiteindelijke begunstigden aan de bevoegde autoriteiten (artikel 39, lid 1, van de derde antiwitwasrichtlijn) en het verzuim van de Commissie om een doeltreffende uitvoering van de derde antiwitwasrichtlijn te waarborgen;

  het verzuim van de Commissie om een lijst van derde landen met strategische tekortkomingen in hun antiwitwasregelgeving te verstrekken;

  het verzuim van de autoriteiten van de lidstaten om administratieve sancties en andere administratieve maatregelen op te leggen aan instellingen die aansprakelijk blijken te zijn voor een ernstige inbreuk op de nationale voorschriften tot uitvoering van de derde antiwitwasrichtlijn, als voorgeschreven bij artikel 67, lid 1, onder o), en artikel 67, lid 2, van Richtlijn 2013/36/EU (richtlijn kapitaalvereisten IV) en het verzuim van de Commissie om een doeltreffende uitvoering van de richtlijn kapitaalvereisten IV te waarborgen;

  het verzuim van de lidstaten om loyaal samen te werken in het kader van de Groep gedragscode (belastingregeling ondernemingen) en het verzuim om het beginsel van loyale samenwerking te eerbiedigen, als voorgeschreven bij artikel 4 van het VWEU; het verzuim van de Commissie om als hoedster van de Verdragen op te treden;

207.  betreurt de gebrekkige samenwerking van bepaalde EU-instellingen met de PANA-commissie; stelt dat het beginsel van loyale samenwerking daarbij is geschonden;

208.  concludeert dat het gesloten en geheimzinnige karakter en de inefficiënte, op een ruime consensus gebaseerde besluitvorming van de Groep gedragscode inzake de belastingregeling voor ondernemingen van de Raad schadelijk is voor de doeltreffende en krachtdadige formulering, goedkeuring en tenuitvoerlegging van essentiële wetgeving tegen belastingontduiking in de EU; onderstreept daarom dat de verantwoordingsplicht en de transparantie ten aanzien van de acties, verklaringen en standpunten van de bij de groep betrokken lidstaten moeten worden verbeterd en dat de Groep gedragscode grondig moet worden hervormd;

209.  is van oordeel dat de in de Raad vereiste unanimiteit om wetgeving te wijzigen of vast te stellen, een rem zet op de vooruitgang op belastinggebied in de EU;

210.  betreurt ten zeerste dat een groot aantal belanghebbenden heeft geweigerd om PANA-delegaties te ontmoeten of voor de PANA-commissie te verschijnen, of vragen op onbevredigende wijze heeft beantwoord;

211. veroordeelt de moord op de Maltese journaliste Daphne Caruana Galizia, een van de journalisten die het voortouw namen in de strijd tegen corruptie en witwassen, die uitgebreid over de Panama Papers had bericht en die op 16 oktober 2017 met een autobom is vermoord; herhaalt dat dergelijke voorvallen compleet onaanvaardbaar zijn in EU-lidstaten;

212.  concludeert derhalve dat een aantal vragen nog niet is beantwoord, waardoor de omvang van deze kwestie en de in deze regelingen gebruikte methoden niet volledig kunnen worden vastgesteld, en stelt voor om de onderzoekstaken voort te zetten in een vaste commissie of een werkgroep op hoog niveau in het Europees Parlement.

(1)

PB L 113 van 19.5.1995, blz. 1.

(2)

Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0253.

(3)

PB L 309 van 25.11.2005, blz. 15.

(4)

PB L 214 van 4.8.2006, blz. 29.

(5)

  PB L 141 van 5.6.2015, blz. 73.

(6)

  PB L 176 van 27.6.2013, blz. 338.

(7)

  PB L 64 van 11.3.2011, blz. 1.

(8)

  PB L 359 van 16.12.2014, blz. 1.

(9)

  PB L 157 van 9.6.2006, blz. 87.

(10)

  PB L 158 van 27.5.2014, blz. 77.

(11)

  PB L 158 van 27.5.2014, blz. 196.

(12)

  PB L 156 van 16.6.2012, blz. 1.

(13)

  PB L 338 van 12.12.2012, blz. 37.

(14)

  PB L 338 van 12.12.2012, blz. 41.

(15)

Aangenomen teksten, P8_TA(2015)0408.

(16)

Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0310.

(17)

Aangenomen teksten, P8_TA(2015)0457.

(18)

A8-0056/2017.

(19)

Zie: Eurodad, "Fifty shades of tax dodging", Brussel, oktober 2015, blz. 19.

(20)

Zie: "Role of advisors and intermediaries in the schemes revealed in the Panama Papers", Willem Pieter de Groen, Centrum voor Europese Beleidsstudies (CEPS), april 2017.

(21)

Deel II van dit verslag bevat een complete lijst van de activiteiten, met de namen van de sprekers, alsook de verslagen van de delegaties die naar Cyprus, Portugal, Malta, de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk, Luxemburg en Zwitserland zijn gestuurd;

(22)

OESO (2017), "Glossary of Tax Terms", Parijs: OESO.

(23)

C-255/02 – Halifax e.a., HvJ-EU, 21 februari 2006; C-196/04 – Cadbury Schweppes en Cadbury Schweppes Overseas, HvJ-EU, 12 september 2006.

(24)

Met name Frankrijk, Italië, Polen en Nederland.

(25)

Zie bijvoorbeeld Anna Meyendorff en Anyan V. Thakor (eds.), "Designing financial systems in transition economics: strategies for reform in Central and Eastern Europe", 2002, blz. 102 [Rusland als voorbeeld]; of: Keith Blackburn, Niloy Bose en Salvatore Capasso, "Tax evasion, the underground economy and financial development" (2012): http://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S016726811200128X.

(26)

Studie in opdracht van de PANA-commissie over "De gevolgen van in de Panama Papers onthulde fiscale constructies voor de economie en de financiën van lidstaten aan de hand van een steekproef".

(27)

https://ec.europa.eu/taxation_customs/fight-against-tax-fraud-tax-evasion/a-huge-problem_en

(28)

Zie: Gabriel Zucman, "The Hidden Wealth of Nations – The Scourge of Tax Havens", University of California, 2015.

(29)

Tax Justice Network, november 2011.

(30)

148 gevallen van witwassen in 2012, 202 in 2013, 221 in 2014 en 285 in 2015.

(31)

Financial Secrecy Index 2015, Tax Justice Network.

(32)

ICIJ 2017, "Where Are They Now? A Year Later, Mixed Fortunes For Panama Papers Line-Up".

(33)

Studie uitgevoerd in opdracht van de Commissie PANA, "Offshore activities and money laundering: recent findings and challenges", prof. dr. Brigitte Unger, Utrecht University School of Economics, februari 2017.

(34)

Unger, op. cit.

(35)

Opgesteld door commissaris Moscovici.

(36)

In september 2016 is een voorlopig scorebord van rechtsgebieden van derde landen gepubliceerd. Het omvat twee reeksen indicatoren om het risico voor de EU-lidstaten te bepalen: 1) een beoordeling van de economische banden van het rechtsgebied met de EU, de omvang van de activiteit van financiële diensten en de factoren met betrekking tot financiële stabiliteit; 2) een beoordeling van de risico's die het rechtsgebied met zich meebrengt, waarbij wordt vastgesteld of het rechtsgebied voldoende transparant is en een gunstige of helemaal geen vennootschapsbelasting heft.

(37)

Arbeidsinkomen, directiehonoraria, dividenden, vermogenswinsten en royalty's, bepaalde levensverzekeringsproducten, pensioenen en eigendom van en inkomsten uit onroerend goed.

(38)

De OESO definieert een lege vennootschap als een vennootschap die formeel is geregistreerd, geïntegreerd of anderszins wettelijk is georganiseerd in een economie, maar die in die economie louter als doorgeefluik werkzaam is.

(39)

De uiteindelijk begunstigde is de natuurlijke persoon die de eindverantwoordelijke van de entiteit is.

(40)

Zie bijvoorbeeld Nordea (2016), "Report on Investigation of Nordea Private Banking in Relation to Offshore Structures", gezamenlijk verslag van Nordea Group Compliance, Nordea Operational Risk en Mannheimer Swartling Advokatbyra.

(41)

Resolutie van het Europees Parlement van 16 december 2015 met aanbevelingen aan de Commissie betreffende meer transparantie, coördinatie en convergentie van het vennootschapsbelastingbeleid in de Unie – rapporteurs: Anneliese Dodds en Ludek Niedermayer – aangenomen teksten, P8_TA(2015)0457).

(42)

"Role of advisors and intermediaries in the schemes revealed in the Panama Papers", Willem Pieter de Groen, Centrum voor Europese Beleidsstudies, april 2017.

(43)

Bijdrage van Jan Lukas Strozyk van de Norddeutsche Rundfunk tijdens de hoorzitting van de Commissie PANA op 27 september 2016.

(44)

"Role of advisors and intermediaries in the schemes revealed in the Panama Papers", Willem Pieter de Groen, Centrum voor Europese Beleidsstudies, april 2017.

(45)

Bijdrage van Daniel Thelesklaf, voorzitter van het Comité van deskundigen inzake de evaluatie van maatregelen ter bestrijding van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme (Moneyval), tijdens de hoorzitting van de PANA-commissie van 13 oktober 2016.

(46)

Verslag van de secretaris-generaal van de OESO aan de ministers van Financiën van de G20, Baden-Baden (Duitsland), maart 2017: http://www.oecd.org/tax/oecd-secretary-general-tax-report-g20-finance-ministers-march-2017.pdf

(47)

Brooke Harrington, "Capital without borders, wealth managers and the one percent", Harvard University Press, 2016.

(48)

"The golden visa deal: We have in effect been selling off British citizenship to the rich", David Pegg, The Guardian, 4 juli 2017.

(49)

Zie bijvoorbeeld Nordea (2016), "Report on Investigation of Nordea Private Banking in Relation to Offshore Structures", gezamenlijk verslag van Nordea Group Compliance, Nordea Operational Risk en Mannheimer Swartling Advokatbyra. Dit werd ook bevestigd door de Belgische nationale enquêtecommissie in een bijeenkomst met een PANA-delegatie.

(50)

Veertien procedures zijn ingesteld wegens het niet-meedelen van nationale bepalingen door lidstaten (waardoor de uiterste omzettingsdatum van 1 januari 2013 niet is gehaald). Een andere inbreukprocedure is ingesteld wegens niet-omzetting (inclusief de spontane uitwisseling van inlichtingen) en zes procedures zijn ingesteld wegens een mogelijk onjuiste omzetting van de eerste richtlijn administratieve samenwerking. Van deze zes procedures lopen er nog drie.

(51)

De uiterste datum voor de omzetting is 1 januari 2016.

(52)

De procedures tegen Griekenland en Portugal zouden binnenkort afgerond moeten zijn.

(53)

Groep gedragscode van de Raad inzake de belastingregeling voor ondernemingen, achtergronddocument van 10 september 2012: "Uit de toezichtsprocedure die tijdens de vergadering van de Groep gedragscode van 17 april 2012 werd besproken, blijkt dat er in de praktijk geen inlichtingen over rulings spontaan werden uitgewisseld".

(54)

België, Bulgarije, Cyprus, Duitsland, Frankrijk, Hongarije, Italië, Kroatië, Letland, Malta, Nederland, Polen, Portugal, Roemenië, Slovenië, Slowakije, Spanje en het Verenigd Koninkrijk.

(55)

"Fighting tax crimes – cooperation between Financial Intelligence Units", dr. Amandine Scherrer en dr. Anthony Amicelle, Onderzoeksdienst van het Europees Parlement (EPRS), maart 2017.

(56)

Deze zes lidstaten zijn: Duitsland, Italië, Slovenië, de Tsjechische Republiek, het Verenigd Koninkrijk en Zweden. Frankrijk, Hongarije, Ierland, Letland, Oostenrijk, Slowakije en Spanje hebben alleen mededeling gedaan van gedeeltelijke omzetting.

(57)

Deze richtlijn is van toepassing op (artikel 2): kredietinstellingen; financiële instellingen; auditoren, externe accountants en belastingadviseurs; notarissen en andere onafhankelijke beoefenaren van juridische beroepen; aanbieders van trust- of vennootschapsrechtelijke diensten; vastgoedmakelaars; andere natuurlijke of rechtspersonen die handelen in goederen; en casino's.

(58)

Uit het onderzoek naar de private-bankingactiviteiten van Nordea bleek dat de bank niet voldeed aan de interne richtsnoeren of regelgevingsvereisten in Luxemburg. Meer specifiek plaatste de bank cliënten niet in de juiste categorie met een hoog risico en was de melding in het kader van het verscherpte cliëntenonderzoek onvolledig. In het kader van de vereisten voor verscherpt cliëntenonderzoek moeten onder meer inlichtingen worden verzameld over de herkomst van de middelen en het doel van de rekening. Bovendien moet dat cliëntenonderzoek regelmatig worden herhaald en opnieuw worden beoordeeld. Dit zogeheten doorlopend cliëntenonderzoek werd echter niet systematisch ten uitvoer gelegd. Volgens interne onderzoeken van de bank (Nordea, 2016) waren de inlichtingen in veel gevallen niet up-to-date. Een voormalig compliance officer van de Duitse Berenberg Bank, die getuigde voor de PANA-commissie, wees op vergelijkbare problemen bij de tenuitvoerlegging en de handhaving.

(59)

In een e-mail van 24 september 2010 schreef Jürgen Mossack: "Het lijkt erop dat Mossack Fonseca UK zijn cliëntenonderzoek niet grondig (of misschien helemaal niet) doet, dus misschien zullen we van nu af aan zelf de onderzoeken moeten doen voor alle cliënten die Mossack Fonseca UK bij ons heeft, nu en in de toekomst!".

(60)

In een e-mail betreffende contacten tussen Mossack Fonseca en UBS schreef de vertegenwoordiger van Mossack Fonseca: "Hij legde uit dat UBS nooit een contractpartner van ons is geweest. Ik was het daarmee niet eens en voegde eraan toe dat we in sommige gevallen niet eens weten wie de uiteindelijk begunstigde is. [...] Ik antwoordde hem dat de identiteit van de uiteindelijk begunstigde ons in het verleden, op verzoek van UBS en andere banken, uitdrukkelijk niet werd meegedeeld".

(61)

In een e-mail van 5 mei 2009 legde een vertegenwoordiger van Mossack Fonseca uit dat de prijs voor het oprichten van twee stichtingen "in wezen hoger is vanwege het bijzondere gebruik dat de cliënt van de stichting wil maken en omdat de speciale flexibele service die wij bieden (zonder een uitgebreid cliëntenonderzoek) duidelijk een hoger risico inhoudt".

(62)

Zoals gesuggereerd tijdens de informatiereis van PANA naar het VK.

(63)

"Fighting tax crimes – cooperation between Financial Intelligence Units", dr. Amandine Scherrer en dr. Anthony Amicelle, Onderzoeksdienst van het Europees Parlement (EPRS), maart 2017.

(64)

Overzicht en hiatenanalyse van het FIE-platform van de EU ten aanzien van de bevoegdheden van de FIE's in de EU en de obstakels bij het verkrijgen en uitwisselen van inlichtingen, 15 december 2012.

(65)

FIE-hoorzitting van de Commissie PANA, 21 juni 2017.

(66)

De Britse FIE is wellicht een van de FIE's die het grootste aantal meldingen in de Unie ontvangen, aangezien het VK een van de voornaamste financiële markten in Europa is en een verdachteactiviteitenregeling hanteert. De hoeveelheid meldingen in Nederland is abnormaal hoog, wat zich laat verklaren door het feit dat men geen meldingen van verdachte transacties ontvangt, maar meldingen van ongebruikelijke transacties, waarvan het overgrote deel afkomstig is van instellingen voor het wisselen of overmaken van geld, die verplicht zijn om alle transacties van meer dan 2 000 EUR te melden.

(67)

Met name Cyprus, Malta en Luxemburg, die erg weinig meldingen van verdachte transacties ontvangen in verhouding tot de omvang van de gereguleerde sectoren in hun rechtsgebied.

(68)

Hoorzitting van de Commissie PANA, 14 november 2016.

(69)

Afhankelijk van de vraag of een belastingmisdrijf strafbaar wordt gesteld als positieve handeling, als omissie of beide, en van de vraag of van belastingmisdrijven kennis wordt genomen door bestuurlijke organen of gerechtelijke autoriteiten.

(70)

Italië, Spanje, België, Bulgarije, Kroatië, Griekenland, Frankrijk, Tsjechië, Polen, Duitsland, Litouwen, Portugal, Roemenië, Slovenië, Nederland en Oostenrijk.

(71)

Studie EPRS: "Member States' capacity to fight tax crimes" – http://www.europarl.europa.eu/cmsdata/125760/EPRS_STUD_603.257_MS_capabilities_tax_crimes.pdf

(72)

Gelekte verslagen van de Financial Intelligence and Analysis Unit (FIAU) in Malta.

(73)

Verenigd Koninkrijk, Luxemburg, Malta, Portugal, Portugal en Cyprus.

(74)

COM(2017) 0340, blz. 5.

(75)

Aangenomen teksten, P8_TA(2015)0408.

(76)

"Fighting tax crimes – cooperation between Financial Intelligence Units", dr. Amandine Scherrer en dr. Anthony Amicelle, Onderzoeksdienst van het Europees Parlement (EPRS), maart 2017.

(77)

De percentages in dit hoofdstuk zijn gebaseerd op gegevens van het Internationaal Consortium van onderzoeksjournalisten die door het Centrum voor Europese Beleidsstudies (CEPS) zijn geanalyseerd op verzoek van de EP-enquêtecommissie die onderzoek doet naar witwaspraktijken, belastingontwijking en belastingontduiking.

(78)

  "Role of advisors and intermediaries in the schemes revealed in the Panama Papers", Willem Pieter de Groen, Centrum voor Europese Beleidsstudies, april 2017.

(79)

"Role of advisors and intermediaries in the schemes revealed in the Panama Papers", Willem Pieter de Groen, Centrum voor Europese Beleidsstudies, april 2017.

(80)

"Top 10 countries where intermediaries operate", ICIJ.

(81)

Op basis van een overzicht van tussenpersonen die verantwoordelijk zijn voor ongeveer 86 % van de entiteiten in de database van het ICIJ.

(82)

In een e-mail van Mossack Fonseca van 3 februari 2012 legt een vertegenwoordiger van het bedrijf uit dat er met HSBC Private Bank Lux is afgesproken om rechtstreeks met Mossack Fonseca te werken en dat de nieuwe cliënten enkel aan een "Ddlight" zullen worden onderworpen aan de hand van door de bank verstrekte informatie.

(83)

Maíra Martini, "Doors wide open: corruption and real estate in four key markets", 2017.

(84)

Obermayer & Obermaier, 2016.

(85)

Schriftelijke antwoorden aan de Commissie PANA door Norbert Naulin, hoorzitting van de Commissie PANA, 14 november 2016.

(86)

Report on Investigation of Nordea Private Banking in Relation to Offshore Structures, 20 juni 2016, en het bezoek aan de Belgische enquêtecommissie, 26 april 2017.

(87)

Volgens gegevens van het IMF, de Bank voor Internationale Betalingen, de Europese Commissie en de economist Gabriel Zucman.

(88)

Oxfam, "Opening the vaults", 2017.

(89)

Hoorzitting van de Commissie PANA, 9 februari 2017.

(90)

Hoorzittingen van de Commissie PANA, 13 oktober 2016 en 24 januari 2017.

(91)

Zo zei Société Générale bijvoorbeeld tegen commissie dat het niet de uiteindelijk begunstigde was van twee stichtingen, Rousseau en Valvert, die Mossack Fonseca op zijn verzoek had opgericht. Dit werd echter tegengesproken door Panama Papers-documenten die door journalisten van het ICIJ-consortium zijn gepubliceerd; evenzo heeft de Maltese tussenpersoon Nexia BT op schriftelijke vragen van onze commissie geantwoord dat een van zijn oprichters geen banden had met de heer Keith Schembri, kabinetschef van de Maltese premier, hoewel hij een referentiebrief aan Mossack Fonseca heeft ondertekend waarin hij uitlegde dat hij al jaren een zakelijke en persoonlijke relatie met de heer Schembri heeft.

(92)

Oxfam, "Opening the vaults: The use of tax havens by Europe's biggest banks", maart 2017, https://www.oxfam.org/en/research/opening-vaults

(93)

Schriftelijke antwoorden van de EBA aan de PANA-commissie, PANA-hoorzitting, 13 oktober 2016.

(94)

Zoals in Zwitserland, waar advocaten die als schijndirecteur optreden, krachtens de nationale wetgeving geen cliëntenonderzoek hoeven uit te voeren.

(95)

Zie bijvoorbeeld de onderlinge-evaluatieverslagen van de FATF of "Fighting tax crimes – cooperation between Financial Intelligence Units", dr. Amandine Scherrer en dr. Anthony Amicelle, Onderzoeksdienst van het Europees Parlement (EPRS), maart 2017.

(96)

"Rules on independence and responsibility regarding auditing, tax advice, accountancy, account certification services and legal services", Ian Roxan en Saipriya Kamath (London School of Economics) en Willem Pieter de Groen (Centrum voor Europese Beleidsstudies), april 2017.

(97)

Gedachtewisseling tussen PANA, nationale parlementen en Mark Pieth, 31 januari 2017.

(98)

Richard Murphy and Saila Naomi Stausholm, "The Big 4, a study on opacity", juli 2017.

(99)

Zie bijvoorbeeld de onderlinge evaluatieverslagen van de FATF of "Fighting tax crimes – cooperation between Financial Intelligence Units", dr. Amandine Scherrer en dr. Anthony Amicelle, Onderzoeksdienst van het Europees Parlement (EPRS), maart 2017.

(100)

Schriftelijke antwoorden van Brooke Harrington aan de PANA-commissie, PANA-hoorzitting, 24 januari 2017.

(101)

Verslag van het PANA-bezoek aan de VS, 21-24 maart 2017.

(102)

Gabriel Zucman, Teresa Lavender Fagan en Thomas Piketty (2015), "The hidden wealth of nations: The scourge of tax havens", University of Chicago Press, 2015.

(103)

OESO, "Illicit Financial Flows from Developing Countries:Measuring OECD Responses", 2014, blz. 15.

(104)

Global Financial Integrity.

(105)

Marc Tran, "Tax Evasion Still Crippling Africa as Rich Countries Fail to Deliver Support", The Guardian, 10 mei 2013.

(106)

PANA-hoorzitting over ontwikkelingslanden, 6 april 2017.

(107)

"Overcoming the shadow economy", Joseph E. Stiglitz en Mark Pieth, november 2016.

(108)

Denemarken heeft de vragenlijst van de PANA-commissie uiteindelijk op 30 augustus 2017 beantwoord.

(109)

"Tax evasion, money laundering and tax transparency in the EU Overseas Countries and Territories", dr. Isabelle Ioannides en Jan Tymowski, Onderzoeksdienst van het Europees Parlement (EPRS), april 2017.


OVERVIEW OF ACTIVITIES DURING THE MANDATE

July 2016 - December 2017

* * *


I. COMMITTEE COMPOSITION

1. Bureau

Werner Langen

Chairman

EPP

Ana Gomes

1st Vice-Chair

S&D

Pirkko Ruohonen-Lerner

2nd Vice-Chair

ECR

Fabio De Masi

3rd Vice-Chair (until 22 October 2017)

GUE/NGL

Eva Joly

4th Vice-Chair

Greens/EFA

 

 

2. Coordinators

Dariusz Rosati

EPP

Markus Ferber

(Deputy Coordinator)

EPP

Peter Simon

S&D

Bernd Lucke

ECR

Michael Theurer (until 30 June 2017)

ALDE

Maite Pagazaurtundúa Ruiz (from 1st July 2017)

ALDE

Louis Michel(Deputy Coordinator)

 

ALDE

Patrick Le Hyaric

GUE/NGL

Matt Carthy(Deputy Coordinator)

 

GUE/NGL

Sven Giegold

Greens/EFA

David Coburn

EFDD

Barbara Kappel

ENF

3. Co-Rapporteurs

Jeppe Kofod

S&D

Petr Jezek

ALDE

 

4. Shadow-Rapporteurs

Ludek Niedermayer

EPP

Angel Dzhambazki

ECR

Miguel Urbán Crespo

GUE/NGL

Molly Scott Cato

Greens/EFA

Marco Valli

EFDD

Barbara Kappel

ENF

5. Members

The committee is composed of 65 Members distributed by political groups as follows:

EPP

20

S&D

17

ECR

6

ALDE

6

GUE/NGL

4

Greens/EFA

4

EFDD

3

ENF

4

N-A

1

List of Members as of 18 October 2017

FULL Members

 

SUBSTITUTES

L

EPP

19/20

 

L

EPP

19/20

DE

M. BALZ Burkhard

 

 

BG

M. ADEMOV Asim Ahmedov

 

MT

M. CASA David

 

 

FR

M. CADEC Alain

 

FR

M. ENGEL Frank

 

 

EL

M. CHRISTOFOROU Lefteris

 

DE

M. FERBER Markus

 

 

FR

Mme DATI Rachida

 

PT

M. FERNANDES José Manuel

 

 

EN

M. HAYES Brian

 

ES

M. DE GRANDES PASCUAL Luis

 

 

SV

M. HÖKMARK Gunnar

 

DE

M. KARAS Othmar

 

 

DE

M. JAHR Peter

 

FR

M. LAMASSOURE Alain

 

 

EN

M. KELLY Seán

 

NL

Mme DE LANGE Esther

 

 

EL

M. KYRTSOS Georgios

 

DE

M. LANGEN Werner

(Chair)

 

HR

Mme MALETIĆ Ivana

 

FR

Mme LE GRIP Constance

 

 

DE

M. MANN Thomas

 

ES

M. MATO Gabriel

 

 

IT

M. MARTUSCIELLO Fulvio

 

PT

M. MELO Nuno

 

 

EN

M. SCHÖPFLIN György

 

MT

Mme METSOLA Roberta

 

 

DE

M. SCHULZE Sven

 

CS

M. NIEDERMAYER Luděk

 

 

SK

M. ŠTEFANEC Ivan

 

FI

Mme PIETIKÄINEN Sirpa

 

 

RO

M. STOLOJAN Theodor Dumitru

 

PL

M. ROSATI Dariusz

 

 

IT

M. TAJANI Antonio

 

SL

Mme TOMC Romana

 

 

HU

M. WINKLER Iuliu

 

NL

M. VANDENKENDELAERE Tom

 

 

MT

M. ZAMMIT DIMECH Francis

 

L

S&D

15/17

 

L

S&D

17/17

FR

M. BAYET Hugues

 

 

FR

Mme BERÈS Pervenche

 

IT

M. COFFERATI Sergio Gaetano

 

 

EN

Mme CHILDERS Nessa

 

IT

M. GASBARRA Enrico

 

 

FR

Mme DELVAUX Mady

 

PT

Mme GOMES Ana

(1st VC)

 

SL

Mme FAJON Tanja

 

IT

M. GUALTIERI Roberto

 

 

PL

Mme GERINGER DE OEDENBERG Lidia Joanna

ES

M. JÁUREGUI ATONDO Ramón

 

 

EN

Mme GILL Neena

 

EL

Mme KAILI Eva

 

 

DE

M. LIETZ Arne

 

DA

M. KOFOD Jeppe

 

 

SV

M. LUDVIGSSON Olle

 

DE

M. KÖSTER Dietmar

 

 

EN

Mme MCAVAN Linda

 

ET

Mme LAURISTIN Marju

 

 

HU

M. NIEDERMÜLLER Péter

 

ES

M. LÓPEZ AGUILAR Juan Fernando

 

 

RO

M. PAVEL Emilian

 

FR

M. MAUREL Emmanuel

 

 

FR

Mme ROZIÈRE Virginie

 

DE

Mme REGNER Evelyn

 

 

MT

M. SANT Alfred

 

DE

M. SIMON Peter

 

 

PT

M. DOS SANTOS Manuel

 

NL

M. TANG Paul

 

 

IT

Mme SCHLEIN Elly

 

L

ECR

6/6

 

HU

M. SZANYI Tibor

 

 

IT

M. VIOTTI Daniele

 

BG

M. DZHAMBAZKI Angel

 

 

 

L

ECR

4/6

PL

M. LEGUTKO Ryszard Antoni

 

 

DE

M. LUCKE Bernd

 

 

EN

M. KARIM Sajjad

 

FI

Mme RUOHONEN-LERNER Pirkko

(2nd VC)

 

NL

M. LOONES Sander

 

EN

Mme SWINBURNE Kay

 

 

IT

M. SERNAGIOTTO Remo

 

LV

M. ZĪLE Roberts

 

 

EN

M. TANNOCK Charles

 

L

ALDE

6/6

 

L

ALDE

6/6

CS

M. JEŽEK Petr

 

 

LT

M. AUŠTREVIČIUS Petras

 

FR

M. MICHEL Louis

 

 

ES

M. CALVET CHAMBON Enrique

 

NL

Mme VAN NIEUWENHUIZEN Cora

 

 

FR

M. CORNILLET Thierry

 

ES

Mme PAGAZAURTUNDÚA RUIZ Maite

 

FR

Mme GRIESBECK Nathalie

 

DE

M. THEURER Michael

 

 

NL

Mme IN ‘T VELD Sophia

 

ES

M. TREMOSA I BALCELLS Ramon

 

 

SV

M. TORVALDS Nils

 

L

GUE/NGL

4/4

 

L

GUE/NGL

4/4

EN

M. CARTHY Matt

 

 

ES

Mme ALBIOL GUZMÁN Marina

 

DE

M. DE MASI Fabio

(3rd VC)

 

EL

M. HADJIGEORGIOU Takis

 

FR

M. LE HYARIC Patrick

 

 

EL

M. KOULOGLOU Stelios

 

ES

M. URBÁN CRESPO Miguel

 

 

PT

M. VIEGAS Miguel

 

L

Greens/EFA

4/4

 

L

Greens/EFA

4/4

FR

M. DURAND Pascal

 

 

FI

Mme HAUTALA Heidi

 

DE

M. GIEGOLD Sven

 

 

DE

M. REIMON Michel

 

FR

Mme JOLY Eva

(4th VC)

 

ES

M. SOLÉ Jordi

 

EN

Mme SCOTT CATO Molly

 

 

ES

M. URTASUN Ernest

 

L

EFDD

3/3

 

L

EFDD

3/3

EN

M. COBURN David

 

 

EN

M. BATTEN Gerard

 

EN

M. FINCH Raymond

 

 

EN

M. CARVER James

 

DE

Mme VON STORCH Beatrix

 

 

IT

M. VALLI Marco

 

L

ENF

4/4

 

L

ENF

3/4

IT

M. BORGHEZIO Mario

 

 

IT

M. FONTANA Lorenzo

 

DE

Mme KAPPEL Barbara

 

 

FR

M. MONOT Bernard

 

FR

M. LEBRETON Gilles

 

 

DE

M. PRETZELL Marcus

 

IT

M. ZANNI Marco

 

 

 

 

 

L

N-A

1/1

 

 

 

 

EL

M. ZARIANOPOULOS Sotirios

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


II. COMMITTEE MEETINGS and MISSIONS

The constitutive meeting took place on 12 July 2016.

The PANA Committee held 30 ordinary meetings and 16 Coordinators’ meetings from July 2016 until November 2017.

PANA Committee meetings

  28 meetings in Brussels

  2 meetings in Strasbourg

1 joint meeting

  with ECON with National Parliaments, in Brussels, on 31 January 2017

1 joint hearing

  with JURI on ‘The EU-wide protection of whistleblowers’, in Brussels, on 21 June 2017

2 workshops

  on ‘How to better prepare works of Inquiry Committee’, in Brussels, on 19 and 20 October 2016

  on ‘Offshore activities and money laundering: recent findings and challenges , in Brussels, on 26 January 2017

Coordinators’ meetings

  12 July 1016 in Brussels

  8 September 2016 in Brussels

  12 September 2016 in Strasbourg

  12 October 2016 in Brussels

  8 November 2016 in Brussels

  21 November 2016 in Strasbourg

  7 December 2016 in Brussels

  23 January 2017 in Brussels

  2 February 2017 in Brussels

  13 February 2017 in Strasbourg (‘Joint PANA/AFCO/EMIS Coordinators’ meeting’)

  13 March 2017 in Strasbourg

  3 April 2017 in Strasbourg

  4 May 2017 in Brussels

  30 May 2017 in Brussels

  12 October 2017 in Brussels

  28 November 2017 in Brussels

Shadow-Rapporteurs meetings

  11 September 2017 in Strasbourg

  25 September 2017 in Brussels

  2 October 2017 in Strasbourg

  9 October 2017 in Brussels

  11 October 2017 in Brussels

In addition, the Chair, Werner Langen, the two co-rapporteurs, Jeppe Kofod and Petr Jezek, and the Greens Coordinator, Sven Giegold, were invited to a meeting with the Members of Belgian Special Committee into the Panama Papers, on 26 April 2017, in the premises of the Belgian Parliament.

* * *

The PANA Committee held 7 fact-findings missions from February 2017 until September 2017:

  9-10 February - Mission to United Kingdom

  20 February - Mission to Malta

  2-3 March - Mission to Luxembourg

  21-24 March - Mission to USA (Washington and Delaware)

  22-23 June - Mission to Portugal

  7 July - Mission to Cyprus

  14-15 September - Mission to Switzerland


III. ACTIVITIES OF THE COMMITTEE

1. Programme of hearings and missions

Date

Topic / objective

Tuesday, 27 September 2016

09.00 - 11.30

Public hearing

Panama papers – Discussion with the investigative journalists behind the revelations

Thursday, 13 October 2016

9.00 - 12.30

Public hearing

Anti-money laundering and tax evasion: Who sets the rules and how?

Wednesday, 19 October 2016, 15.00 - 18.00

Thursday, 20 October 2016

9.00 - 17.30

Workshop

“How to better prepare works of Inquiry Committee”

Tuesday, 8 November 2016

14.00 - 15.30Public hearing

 

Hearing with Věra Jourová, Member of the European Commission responsible for Justice, Consumers and Gender Equality on “Anti-Money Laundering: state of play of the implementation of EU legislation

Monday, 14 November 2016

15.00 - 18.30

Public hearing

“Anti-money laundering and tax evasion: Who assures compliance with the rules and enforces them?

Wednesday, 16 November 2016

11.00 - 12.30

Extraordinary meeting

Exchange of views with Professor Joseph E. Stiglitz

Wednesday, 7 December 2016

15.00 - 18.30

Public hearing

Hearing with Pierre Moscovici, Member of the European Commission responsible for Economic and Financial Affairs, Taxation and Customs on “Fight against tax evasion and anti-money laundering: state of play of progress made at EU level

Tuesday, 24 January 2017

9.00 - 12.30

Public hearing

The role of lawyers, accountants and bankers in Panama Papers (Part I)

Thursday, 26 January 2017

11.00 - 12.00

Committee meeting

Working document on the inquiry into Money Laundering, Tax Avoidance and Tax Evasion

Thursday, 26 January 2017

14.00 - 16.00

Workshop

Workshop on "Offshore activities and money laundering: recent findings and challenges”

Interparliamentary week

Tuesday, 31 January 2017

9.30 - 11.15

Joint hearing ECON/PANA with National Parliaments

Panama Papers, Bahamas leaks: which follow-up did national Parliaments give to the revelations? Which lessons can be learned?

Thursday, 9 February 2017

9.00 - 12.30

Public hearing

The role of lawyers, accountants and bankers in Panama Papers (Part II)

Thursday, 9 February pm - Friday 10 February 2017

Mission

Mission to United Kingdom

Monday, 20 February 2017

Mission

Mission to Malta

Thursday, 2 March pm - Friday 3 March am

Mission

Mission to Luxembourg

Monday, 6 March 2017

15.00 - 18.30

Public hearing

The role of lawyers, accountants and bankers in Panama Papers (Part III)

21 to 24 March 2017

Mission

Mission to USA

Thursday, 6 April 2017

9.00 - 12.00 (Strasbourg)

Public hearing

Impact of the schemes revealed by the Panama Papers

Thursday, 27 April 2017

14.30 - 18.00

Committee meeting

Presentation of studies (Part I)

Session 1: Money laundering and tax evasion: What’s the impact on Member States and how effective are they in fighting it?

Tuesday, 2 May 2017

15.00 - 18.30

Committee meeting

Presentation of studies (Part II)

Session 2: Offshore practices: The roles and responsibilities of intermediaries and the relations of EU Member States with their overseas countries and territories

Thursday, 4 May 2017

9.00 - 12.30

Public hearing

Hearing with Commissioner Pierre Moscovici, Member of the European Commission responsible for Economic and Financial Affairs, Taxation and Customs

Tuesday, 9 May 2017

9.00 - 12.30

Public hearing

Cooperation in tax matters with European jurisdictions

Tuesday, 30 May 2017

15.00 - 16.30

Public hearing

Hearing with the President of the European Commission, J.C. Juncker

Tuesday, 30 May 2017

16.45 - 17.30

Public hearing

Hearing with F. Rocha Andrade

Wednesday, 21 June 2017

9.00 - 11.00

Joint PANA/JURI public hearing

Joint PANA-JURI hearing

The EU-wide protection of whistleblowers’

Wednesday, 21 June 2017

15.00 - 17.30

Public hearing

Financial Intelligence Units (FIUs) ins and outs and the Russian "Laundromat" case

Thursday, 22 June 2017

Friday, 23 June 2017

Mission

Mission to Portugal

Monday, 3 July 2017

19.00 - 20.30 (Strasbourg)

Public hearing

Hearing with Věra Jourová, Member of the European Commission responsible for Justice, Consumers and Gender Equality

Friday, 7 July 2017

Mission

Mission to Cyprus

Monday, 10 July 2017

16.30 - 18.30

Committee meeting

Consideration of draft report + draft recommendation

Tuesday, 11 July 2017

14.00 - 16.00

Committee meeting

Exchange of views with EU Finance Ministers

Thursday, 14 September

Friday, 15 September 2017

Mission

Mission to Switzerland

Tuesday, 26 September 2017

9.00 - 12.30

Public hearing

Hearing on “Tax planning: do celebrities and companies breach the EU law?”

Thursday, 12 October 2017

10.00 - 12.30

Committee meeting

Consideration of amendments

Wednesday, 18 October

14.00 - 17.30

Committee meeting

Vote on draft report and draft recommendation

Tuesday, 28 November 2017

10.00 - 12.30

Public hearing

Hearing on "Money Laundering: The case of NLB financial group Slovenia and Azerbaijan Laundromat revelations"

Tuesday, 28 November 2017

15.00 - 18.00

Public hearing

Hearing on “The Paradise Papers - What are they about and why are they relevant”


2. List of speakers (hearings and missions)

Name

Date

Meeting/Delegation

Organisation

Function

Country

Link

Gerard Ryle

Tuesday, 27 September 2016

09.00 - 11.30

Public hearing

International Consortium of Investigative Journalists (ICIJ)

Director

United States

Panama papers – Discussion with the investigative journalists behind the revelations

Bastian Obermayer

Tuesday, 27 September 2016

09.00 - 11.30

Public hearing

Süddeutsche Zeitung

Journalist

Germany

Panama papers – Discussion with the investigative journalists behind the revelations

Frederik Obermaier

Tuesday, 27 September 2016

09.00 - 11.30

Public hearing

Süddeutsche Zeitung

Journalist

Germany

Panama papers – Discussion with the investigative journalists behind the revelations

Kristof Clerix

Tuesday, 27 September 2016

09.00 - 11.30

Public hearing

Knack Magazine

Journalist

Belgium

Panama papers – Discussion with the investigative journalists behind the revelations

Oliver Zihlmann

Tuesday, 27 September 2016

09.00 - 11.30

Public hearing

Sonntagszeitung /

Le Matin Dimanche

Journalist

Switzerland

Panama papers – Discussion with the investigative journalists behind the revelations

Julia Stein

Tuesday, 27 September 2016

09.00 - 11.30

Public hearing

Norddeutscher Rundfunk (NDR)

Journalist

Germany

Panama papers – Discussion with the investigative journalists behind the revelations

Jan Strozyk

Tuesday, 27 September 2016

09.00 - 11.30

Public hearing

Norddeutscher Rundfunk (NDR)

Journalist

Germany

Panama papers – Discussion with the investigative journalists behind the revelations

Minna Knus

Tuesday, 27 September 2016

09.00 - 11.30

Public hearing

MOT (Finnish Broadcasting Company)

Journalist

Finland

Panama papers – Discussion with the investigative journalists behind the revelations

Michael Lennard

Thursday, 13 October 2016

9.00 - 12.30

Public hearing

International Tax Cooperation Section U.N. Dept. of Economic and Social Affairs - United Nations (UN)

Chief of International Tax Cooperation Section U.N.

Switzerland

Anti-money laundering and tax evasion: Who sets the rules and how?

Caroline Malcolm

Thursday, 13 October 2016

9.00 - 12.30

Public hearing

OECD’s Centre for Tax Policy and Administration

Senior Counsellor and Advisor to the Director and Deputy Director

France

Anti-money laundering and tax evasion: Who sets the rules and how?

Daniel Thelesklaf

Thursday, 13 October 2016

9.00 - 12.30

Public hearing

Committee on the Evaluation of Anti-Money Laundering Measures and the Financing of Terrorism (MONEYVAL)

President

France

Anti-money laundering and tax evasion: Who sets the rules and how?

Isabelle Vaillant

Thursday, 13 October 2016

9.00 - 12.30

Public hearing

European Banking Authority (EBA)

Director for Regulations

European Union

Anti-money laundering and tax evasion: Who sets the rules and how?

Elise J. Bean

Wednesday, 19 October 2016 and

Thursday, 20 October 2016

Workshop

Levin Center at Wayne State University Law School

Co-Director of Training and Conferences

United States

“How to better prepare works of Inquiry Committee”

Katie Bailey

Wednesday, 19 October 2016 and

Thursday, 20 October 2016

Workshop

U.S. House of Representatives' Subcommittee on Government Operations within the Committee on Oversight and Government

Staff Director

United States

“How to better prepare works of Inquiry Committee”

Věra Jourová

Tuesday, 8 November 2016

14.00 - 15.30Public hearing

 

European Commission

Commissioner responsible for Justice, Consumers and Gender Equality

European Commission

European Union

Hearing with Commissioner Věra Jourová

Giovanni Kessler

Monday, 14 November 2016

15.00 - 18.30

Public hearing

European Anti-Fraud Office (OLAF)

Director General

European Union

“Anti-money laundering and tax evasion: Who assures compliance with the rules and enforces them?

Simon Riondet

Monday, 14 November 2016

15.00 - 18.30

Public hearing

EUROPOL

Business manager – Head of the Financial intelligence Group

European Union

“Anti-money laundering and tax evasion: Who assures compliance with the rules and enforces them?

Klaus Meyer-Cabri

Monday, 14 November 2016

15.00 - 18.30

Public hearing

EUROJUST

German Member of EUROJUST’s College

European Union

“Anti-money laundering and tax evasion: Who assures compliance with the rules and enforces them?

Philippe de Koster

Monday, 14 November 2016

15.00 - 18.30

Public hearing

CTIF-CFI (Belgian Financial Intelligence Unit)

President

Belgium

“Anti-money laundering and tax evasion: Who assures compliance with the rules and enforces them?

Michel Claise

Monday, 14 November 2016

15.00 - 18.30

Public hearing

Ministry of Justice

Prosecutor

Belgium

“Anti-money laundering and tax evasion: Who assures compliance with the rules and enforces them?

Norbert Naulin

Monday, 14 November 2016

15.00 - 18.30

Public hearing

“EOKS” (Investigation Group

Organised Crime – Tax Fraud)

Head of the special investigation unit “EOKS” of the North Rhine-Westphalia tax authorities who analyse leaked data

Germany

“Anti-money laundering and tax evasion: Who assures compliance with the rules and enforces them?

Patrick Montagner

Monday, 14 November 2016

15.00 - 18.30

Public hearing

College of the French prudential supervisor

Deputy Secretary General

France

“Anti-money laundering and tax evasion: Who assures compliance with the rules and enforces them?

Joseph E. Stiglitz

Wednesday, 16 November 2016

11.00 - 12.30

Public hearing

Columbia University in New York

University Professor at Columbia University Former Chair of the Panama Papers Inquiry Committee

United States

Exchange of views with Professor Joseph E. Stiglitz

Pierre Moscovici

Wednesday, 7 December 2016

15.00 - 18.30

Public hearing

European Commission

Commissioner responsible for Economic and Financial Affairs, Taxation and Customs

European Union

Hearing with Commissioner Pierre Moscovici and Ashish Kumar, Policy Analyst at Financial Action Task Force (FATF)

Ashish Kumar

Wednesday, 7 December 2016

15.00 - 18.30

Public hearing

Financial Action Task Force (FATF)

Policy Analyst

France

Hearing with Commissioner Pierre Moscovici and Ashish Kumar, Policy Analyst at Financial Action Task Force (FATF)

Ronen Palan

Tuesday, 24 January 2017

9.00 - 12.30

Public hearing

Tax Justice Network

Senior advisor

United Kingdom

The role of lawyers, accountants and bankers in Panama Papers (Part I)

Brooke Harrington

Tuesday, 24 January 2017

9.00 - 12.30

Public hearing

 

Copenhagen Business School

Associate Professor

Denmark

The role of lawyers, accountants and bankers in Panama Papers (Part I)

Daniel Hall

Tuesday, 24 January 2017

9.00 - 12.30

Public hearing

Burford Capital

Director and co-head of Burford’s global corporate intelligence

United Kingdom

The role of lawyers, accountants and bankers in Panama Papers (Part I)

Rupert Manhart

Tuesday, 24 January 2017

09.00 - 12.30

Public hearing

Anti-money laundering Committee of The Council of Bars and Law Societies of Europe (CCBE)

Chair

Belgium

The role of lawyers, accountants and bankers in Panama Papers (Part I)

Richard Frimston

Tuesday, 24 January 2017

09.00 - 12.30

Public hearing

Anti-money laundering Committee of The Council of Bars and Law Societies of Europe (CCBE)

Member of the CCBE and expert on topics relating to tax, beneficial ownership, and offshore activities aspects

Belgium

The role of lawyers, accountants and bankers in Panama Papers (Part I)

Wim Mijs

Tuesday, 24 January 2017

09.00 - 12.30

Public hearing

European Banking Federation (EBF)

Chief Executive Officer

Belgium

The role of lawyers, accountants and bankers in Panama Papers (Part I)

Roger Kaiser

Tuesday, 24 January 2017

09.00 - 12.30

Public hearing

European Banking Federation (EBF)

Senior Policy Adviser

Belgium

The role of lawyers, accountants and bankers in Panama Papers (Part I)

Stef van Weeghel

Tuesday, 24 January 2017

09.00 - 12.30

Public hearing

Price Waterhouse Coopers (PWC)

Global Tax Policy Leader

Belgium

The role of lawyers, accountants and bankers in Panama Papers (Part I)

Brigitte Unger

Thursday, 26 January 2017

14.00 - 16.00

Workshop

Utrecht University

Chair of public sector economics

The Netherlands

Working document on the inquiry into Money Laundering, Tax Avoidance and Tax Evasion

Mark Pieth

Interparliamentary week

Tuesday, 31 January 2017

9.30 - 11.15

Joint hearing ECON/PANA with National Parliaments

University of Basel, Switzerland

Professor of Criminal Law and Criminology

Former Member of Panama Papers Inquiry Committee

Switzerland

Panama Papers, Bahamas leaks: which follow-up did national Parliaments give to the revelations? Which lessons can be learned?

Ed Groot

Interparliamentary week

Tuesday, 31 January 2017

9.30 - 11.15

Joint hearing ECON/PANA with National Parliaments

Dutch Parliamentary Committee of Inquiry into Tax structures

Chair

The Netherlands

Panama Papers, Bahamas leaks: which follow-up did national Parliaments give to the revelations? Which lessons can be learned?

Ahmed Ahmed Laaouej

Interparliamentary week

Tuesday, 31 January 2017

9.30 - 11.15

Joint hearing ECON/PANA with National Parliaments

Belgian Special Committee on the Panama Papers

Chair

Belgium

Panama Papers, Bahamas leaks: which follow-up did national Parliaments give to the revelations? Which lessons can be learned?

Kai Jan Krainer

Interparliamentary week

Tuesday, 31 January 2017

9.30 - 11.15

Joint hearing ECON/PANA with National Parliaments

Committee on Finance of the Austrian National Council

Vice-Chair

Austria

Panama Papers, Bahamas leaks: which follow-up did national Parliaments give to the revelations? Which lessons can be learned?

Benedikt Strunz

 

Thursday, 9 February 2017

9.00 - 12.30

Public hearing

Norddeutscher Rundfunk/ NDR

Journalist

Germany

The role of lawyers, accountants and bankers in Panama Papers (Part II)

Aleksandra Helena Sobisz

Thursday, 9 February 2017

9.00 - 12.30

Public hearing

Berenberg Bank

Former compliance officer

Germany

The role of lawyers, accountants and bankers in Panama Papers (Part II)

Katrin Keikert

Thursday, 9 February 2017

9.00 - 12.30

Public hearing

Berenberg Bank

Former compliance officer

Germany

The role of lawyers, accountants and bankers in Panama Papers (Part II)

Michael Kemmer

Thursday, 9 February 2017

9.00 - 12.30

Public hearing

Association of German Banks

General Manager and member of the Board of Directors

Germany

The role of lawyers, accountants and bankers in Panama Papers (Part II)

 

Thorsten Höche

 

Thursday, 9 February 2017

9.00 - 12.30

Public hearing

Association of German Banks

Head of the legal department

Germany

The role of lawyers, accountants and bankers in Panama Papers (Part II)

Ulrike Paul

 

Thursday, 9 February 2017

9.00 - 12.30

Public hearing

Bundesrechtsanwaltskammer (BRAK or German Federal Bar)

Vice-President

Germany

The role of lawyers, accountants and bankers in Panama Papers (Part II)

Frank Johnigk

 

Thursday, 9 February 2017

9.00 - 12.30

Public hearing

Bundesrechtsanwaltskammer (BRAK or German Federal Bar)

Head of the Department Money Laundering and Criminal Law

Germany

The role of lawyers, accountants and bankers in Panama Papers (Part II)

Søren Kristensen

Thursday, 9 February 2017

9.00 - 12.30

Public hearing

Danish Broadcasting Corporation (DR), International Consortium of Investigative Journalists (ICIJ)

Journalist

Denmark

The role of lawyers, accountants and bankers in Panama Papers (Part II)

Matthew Elderfield

Thursday, 9 February 2017

9.00 - 12.30

Public hearing

Nordea

Head of Group Compliance and Member of Nordea Executive Management

Sweden

The role of lawyers, accountants and bankers in Panama Papers (Part II)

Johan Ekwall

Thursday, 9 February 2017

9.00 - 12.30

Public hearing

Nordea

Chief of staff

Sweden

The role of lawyers, accountants and bankers in Panama Papers (Part II)

Biörn Riese

Thursday, 9 February 2017

9.00 - 12.30

Public hearing

Mannheimer Swartling

Member of the Corporate Sustainability & Risk Management,

M&A and Corporate Commercial groups

Sweden

The role of lawyers, accountants and bankers in Panama Papers (Part II)

Andreas Steen

Thursday, 9 February 2017

9.00 - 12.30

Public hearing

Mannheimer Swartling

Member of Corporate Commercial practice

group

Sweden

The role of lawyers, accountants and bankers in Panama Papers (Part II)

Prem Sikka

Thursday, 9 February

Friday 10 February 2017

Mission to UK

Essex Business School

Professor of Accounting

United Kingdom

Mission to United Kingdom

Sol Picciotto

Thursday, 9 February

Friday 10 February 2017

Mission to UK

Lancaster University

Emeritus Professor, Senior Fellow, International Centre for Tax & Development

United Kingdom

Mission to United Kingdom

Rita de la Feria

Thursday, 9 February

Friday 10 February 2017

Mission to UK

University of Leeds

Professor

United Kingdom

Mission to United Kingdom

Murray Worthy

Thursday, 9 February Friday 10 February 2017

Mission to UK

Anti-corruption organisation Global Witness

Expert on money laundering

United Kingdom

Mission to United Kingdom

Rachel Davies

Thursday, 9 February

Friday 10 February 2017

Mission to UK

Transparency International UK

Senior Advocacy Manager

United Kingdom

Mission to United Kingdom

Richard Murphy

Thursday, 9 February Friday 10 February 2017

Mission to UK

Tax Justice Network

Chartered accountant and political economist

United Kingdom

Mission to United Kingdom

Oliver Pearce

Thursday, 9 February Friday 10 February 2017

Mission to UK

Oxfam

Policy Manager for tax and inequality

United Kingdom

Mission to United Kingdom

Peter Dempsey

Thursday, 9 February Friday 10 February 2017

Mission to UK

Self-employed

Lawyer

United Kingdom

Mission to United Kingdom

Douglas Flint

Thursday, 9 February Friday 10 February 2017

Mission to UK

HSBC

Group Chairman

United Kingdom

Mission to United Kingdom

Paul Rankin

Thursday, 9 February

Friday 10 February 2017

Mission to UK

HSBC

Managing Director Group Government Affairs

United Kingdom

Mission to United Kingdom

Iain McKinnon

Thursday, 9 February Friday 10 February 2017

Mission to UK

HSBC

Group Head of Tax

United Kingdom

Mission to United Kingdom

Paul Kelly

Thursday, 9 February Friday 10 February 2017

Mission to UK

HSBC

Head of Tax Transparency

United Kingdom

Mission to United Kingdom

Hank Cole

Thursday, 9 February Friday 10 February 2017

Mission to UK

HSBC

Global Head of Operational Intelligence

United Kingdom

Mission to United Kingdom

Barbara Patow

Thursday, 9 February Friday 10 February 2017

Mission to UK

HSBC

Global Head of Strategic Initiatives, AML

United Kingdom

Mission to United Kingdom

David Rowe-Francis

Thursday, 9 February Friday 10 February 2017

Mission to UK

HSBC

UK Head of AML

United Kingdom

Mission to United Kingdom

Will Morgan

Thursday, 9 February Friday 10 February 2017

Mission to UK

HSBC

Group Government Affairs, Financial System Integrity

United Kingdom

Mission to United Kingdom

Ian Messer

Thursday, 9 February Friday 10 February 2017

Mission to UK

Law Society of Scotland

Representative of Solicitors Regulation Authority (SRA)

United Kingdom

Mission to United Kingdom

John Riches

Thursday, 9 February Friday 10 February 2017

Mission to UK

Law Society of England and Wales (LSEW)

Chair, Society of Trust and Estate Practitioners (STEP) Public Policy Committee

United Kingdom

Mission to United Kingdom

Sandy Bhogal

Thursday, 9 February Friday 10 February 2017

Mission to UK

Law Society of England and Wales (LSEW)

Chair of International Tax Law

United Kingdom

Mission to United Kingdom

Edward Craft

Thursday, 9 February Friday 10 February 2017

Mission to UK

Law Society of England and Wales (LSEW)

Member of the LSEW Company Law Committee

United Kingdom

Mission to United Kingdom

Amy Bell

Thursday, 9 February Friday 10 February 2017

Mission to UK

Law Society of England and Wales (LSEW)

Chair of the LSEW AML Task Force

United Kingdom

Mission to United Kingdom

Robert Hodgkinson

Thursday, 9 February Friday 10 February 2017

Mission to UK

Institute of Chartered Accountants in England and Wales (ICAEW)

Executive Director

United Kingdom

Mission to United Kingdom

Frank Haskew

Thursday, 9 February Friday 10 February 2017

Mission to UK

Institute of Chartered Accountants in England and Wales (ICAEW)

Head of Tax

United Kingdom

Mission to United Kingdom

Ian Young

Thursday, 9 February Friday 10 February 2017

Mission to UK

Institute of Chartered Accountants in England and Wales (ICAEW)

International Tax Manager

United Kingdom

Mission to United Kingdom

Simon Tosserams

Thursday, 9 February Friday 10 February 2017

Mission to UK

Institute of Chartered Accountants in England and Wales (ICAEW)

EU Affairs Executive

United Kingdom

Mission to United Kingdom

Edward Scicluna

Monday, 20 February 2017

Mission to Malta

EU Presidency

Maltese Government

Minister of Finance

Malta

Mission to Malta

Joe V. Bannister

Monday, 20 February 2017

Mission to Malta

Malta Financial Service Authority

Chair

Malta

Mission to Malta

Marianne Scicluna

Monday, 20 February 2017

Mission to Malta

Malta Financial Service Authority

Director-General

Malta

Mission to Malta

Anton Bartolo

Monday, 20 February 2017

Mission to Malta

Malta Financial Service Authority

Director of Enforcement

Malta

Mission to Malta

Lawrence Cutajar

Monday, 20 February 2017

Mission to Malta

Maltese Police

Police Commissionner

Malta

Mission to Malta

Daphne Caruana Galizia

Monday, 20 February 2017

Mission to Malta

Self-employed

Journalist

Malta

Mission to Malta

Ivan Camilleri

Monday, 20 February 2017

Mission to Malta

Times of Malta

Journalist

Malta

Mission to Malta

Matthew Vella

Monday, 20 February 2017

Mission to Malta

Malta Today

Journalist

Malta

Mission to Malta

Alexander Balzan

Monday, 20 February 2017

Mission to Malta

One News

Journalist

Malta

Mission to Malta

Pierre Mifsud

Monday, 20 February 2017

Mission to Malta

EMD Advocates

Founding partner

Malta

Mission to Malta

Malcolm Booker

Monday, 20 February 2017

Mission to Malta

Deloitte Malta

Chief Executive Officer

Malta

Mission to Malta

Manfred Galdes

Monday, 20 February 2017

Mission to Malta

ARQ Risk and Compliance

Ltd.

Director

Malta

Mission to Malta

Paul Mifsud

Monday, 20 February 2017

Mission to Malta

Sparkasse Bank

Managing Director

Malta

Mission to Malta

Konrad Mizzi

Monday, 20 February 2017

Mission to Malta

Maltese Government

Minister within the Office of the Prime Minister

Malta

Mission to Malta

Beppe Fenech Adami

Monday, 20 February 2017

Mission to Malta

Parliament of Malta

National Deputy

Malta

Mission to Malta

Pierre Gramegna

Thursday, 2 March - Friday 3 March 2017

Mission to Luxembourg

Luxembourg Government

Minister for Finance

Luxembourg

Mission to Luxembourg

Félix Braz

Thursday, 2 March - Friday 3 March 2017

Mission to Luxembourg

Luxembourg Government

Minister for Justice

Luxembourg

Mission to Luxembourg

Eugène Berger

Thursday, 2 March - Friday 3 March 2017

Mission to Luxembourg

Luxembourg Chamber of Deputies

Member of Finance Committee

Luxembourg

Mission to Luxembourg

Fabien Grasser

Thursday, 2 March - Friday 3 March 2017

Mission to Luxembourg

Le Quotidien Luxembourg

Journalist

Luxembourg

Mission to Luxembourg

Anthony A Simcic

Thursday, 2 March - Friday 3 March 2017

Mission to Luxembourg

HSBC Luxembourg

Managing Director Head of Private Banking

Luxembourg

Mission to Luxembourg

Claude Marx

Thursday, 2 March pm - Friday 3 March am

Commission de Surveillance du Secteur Financier (CSSF)

Director-General

Luxembourg

Mission to Luxembourg

Claude Simon

Thursday, 2 March - Friday 3 March 2017

Mission to Luxembourg

Commission de Surveillance du Secteur Financier (CSSF)

Member of the management Board and Member of SSM Board of Supervisors

Luxembourg

Mission to Luxembourg

François Prum

Thursday, 2 March - Friday 3 March 2017

Mission to Luxembourg

Luxembourgish Bar

Head of Luxembourgish Bar

Luxembourg

Mission to Luxembourg

Wim Piot

Thursday, 2 March - Friday 3 March 2017

Mission to Luxembourg

PwC Luxembourg

Managing Partner and Tax Leader

Luxembourg

Mission to Luxembourg

Elizabeth Jane McCormick

Thursday, 2 March - Friday 3 March 2017

Mission to Luxembourg

KPMG

Global Head of Tax

Luxembourg

Mission to Luxembourg

Patrick Suet

Monday, 6 March 2017

15.00 - 18.30

Public hearing

Société Générale Bank & Trust

Chairman

France

The role of lawyers, accountants and bankers in Panama Papers (Part III)

Anne Michel

Monday, 6 March 2017

15.00 - 18.30

Public hearing

Le Monde, ICIJ

Journalist

France

The role of lawyers, accountants and bankers in Panama Papers (Part III)

Sylvie David-Chino

Monday, 6 March 2017

15.00 - 18.30

Public hearing

BNP Paribas

Global Head of IFS Compliance

France

The role of lawyers, accountants and bankers in Panama Papers (Part III)

Albert Allo

Monday, 6 March 2017

15.00 - 18.30

Public hearing

TracFin (Traitement du renseignement et action contre les circuits financiers clandestins)

Deputy Director

France

The role of lawyers, accountants and bankers in Panama Papers (Part III)

Olivier Boutellis-Taft

Monday, 6 March 2017

15.00 - 18.30

Public hearing

Accountancy Europe, NGO

Chief Executive Officer

Belgium

The role of lawyers, accountants and bankers in Panama Papers (Part III)

Paul Gisby

Monday, 6 March 2017

15.00 - 18.30

Public hearing

Accountancy Europe, NGO

Manager for taxation and transparency

Belgium

The role of lawyers, accountants and bankers in Panama Papers (Part III)

Oliver Zihlmann

Monday, 6 March 2017

15.00 - 18.30

Public hearing

Sonntagszeitung | Le Matin Dimanche, ICIJ

Journalist

Switzerland

The role of lawyers, accountants and bankers in Panama Papers (Part III)

Jean-Bernard Schmid

Monday, 6 March 2017

15.00 - 18.30

Public hearing

Swiss Ministry of Justice

Public Prosecutor

Switzerland

The role of lawyers, accountants and bankers in Panama Papers (Part III)

Peter Lutz

Monday, 6 March 2017

15.00 - 18.30

Public hearing

Self-regulatory organisation for the combating of money laundering of the Swiss Bar Association and Swiss Notary Association

President

Switzerland

The role of lawyers, accountants and bankers in Panama Papers (Part III)

Giuseppe Marino

Monday, 6 March 2017

15.00 - 18.30

Public hearing

University of Milan

Professor Theory & Practice of International Tax Law

Italy

The role of lawyers, accountants and bankers in Panama Papers (Part III)

Caroline Vicini

21 to 24 March 2017

Mission to USA

Delegation of the European Union to the United States

Deputy Head of Delegation

Washington DC,

United States

Mission to USA

Elise Bean

21 to 24 March 2017

Mission to USA

Levin Center at Wayne State University Law School

Co-Director of Training and Conferences

Washington DC,

United States

Mission to USA

Gerard Ryle

21 to 24 March 2017

Mission to USA

International Consortium of

Investigative Journalists (ICIJ)

Director

Washington DC,

United States

Mission to USA

Gary Kalman

21 to 24 March 2017

Mission to USA

FACT Coalition

Executive Director

Washington DC,

United States

Mission to USA

Tom Cardamone

21 to 24 March 2017

Mission to USA

Global Financial Integrity

Managing Director

Washington DC,

United States

Mission to USA

Jane Gravelle

21 to 24 March 2017

Mission to USA

Government and Finance Division

Researcher

Washington DC,

United States

Mission to USA

Ron Wyden

21 to 24 March 2017

Mission to USA

Committee on Finance

National Deputy

(Senator)

Washington DC,

United States

Mission to USA

Richard Neal

21 to 24 March 2017

Mission to USA

Ways and Means Committee

National Deputy

Washington DC,

United States

Mission to USA

Tom Carper

21 to 24 March 2017

Mission to USA

Subcommittee on Investigations

National Deputy

(Senator)

Washington DC,

United States

Mission to USA

Orrin Hatch

21 to 24 March 2017

Mission to USA

Committee on Finance

National Deputy

(Senator)

Washington DC,

United States

Mission to USA

Peter C. Schwartzkopf

21 to 24 March 2017

Mission to USA

House Representatives of the General Assembly

National Deputy

Delaware,

United States

Mission to USA

Valerie Longhurst

21 to 24 March 2017

Mission to USA

House Representatives of the General Assembly

National Deputy

Delaware,

United States

Mission to USA

Daniel B. Short

21 to 24 March 2017

Mission to USA

House Representatives of the General Assembly

National Deputy

Delaware,

United States

Mission to USA

David B. McBride

21 to 24 March 2017

Mission to USA

Delaware General Assembly

National Deputy

(Senator)

Delaware,

United States

Mission to USA

Margaret

Rose Henry

21 to 24 March 2017

Mission to USA

Delaware General Assembly

National Deputy

(Senator)

Delaware,

United States

Mission to USA

F. Gary Simpson

21 to 24 March 2017

Mission to USA

Delaware General Assembly

National Deputy

(Senator)

Delaware,

United States

Mission to USA

Charles M. Elson

21 to 24 March 2017

Mission to USA

John L Weinberg Center for Corporate Governance at the University of

Delaware

Professor

Delaware,

United States

Mission to USA

Jeffrey W. Bullock

21 to 24 March 2017

Mission to USA

Delaware Executive Branch

National deputy

(Secretary of State)

Delaware,

United States

Mission to USA

Rick Geisenberger

21 to 24 March 2017

Mission to USA

Delaware Executive Branch

National deputy

(Secretary of Treasury)

Delaware,

United States

Mission to USA

Kristopher Knight

21 to 24 March 2017

Mission to USA

Delaware Executive Branch

National deputy

(Deputy Secretary of State and Director of the Corporations Division)

Delaware,

United States

Mission to USA

Matt Denn

21 to 24 March 2017

Mission to USA

Delaware Department of Justice

Attorney General

Delaware,

United States

Mission to USA

Lawrence A. Hamermesh

21 to 24 March 2017

Mission to USA

Widener University

Professor of Corporate and Business Law

Delaware,

United States

Mission to USA

 

Paul L. Regan

21 to 24 March 2017

Mission to USA

Widener University

Associate Director, Institute of Delaware

Corporate and Business Law

Delaware,

United States

Mission to USA

Alvin Mosioma

Thursday, 6 April 2017

9.00 - 10.30 (Strasbourg)

Public hearing

Tax Justice Network - Africa

Founding Executive Director

Kenya

Impact of the schemes revealed by the Panama Papers

Nuhu Ribadu

Thursday, 6 April 2017

9.00 - 10.30 (Strasbourg)

Public hearing

Nigerian government

(former anti-corruption official)

Official

Nigeria

Impact of the schemes revealed by the Panama Papers

Will Fitzgibbon

Thursday, 6 April 2017

9.00 - 10.30 (Strasbourg)

Public hearing

International Consortium of Investigative Journalists (ICIJ)

Journalist

USA

Impact of the schemes revealed by the Panama Papers

Ahmed Ahmed Laaouej

Wednesday 26 April 2017

16.00 - 17.30

Meeting in the premises of the Belgian Parliament

Belgian Special Committee on the Panama Papers

Chair

Belgium

Meeting with the Members of Belgian Special Committee into the Panama Papers

Luk Van Biesen

Wednesday 26 April 2017

16.00 - 17.30

Meeting in the premises of the Belgian Parliament

Belgian Special Committee on the Panama Papers

National Deputy

Belgium

Meeting with the Members of Belgian Special Committee into the Panama Papers

Roel Deseyn

Wednesday 26 April 2017

16.00 - 17.30

Meeting in the premises of the Belgian Parliament

Belgian Special Committee on the Panama Papers

National Deputy

Belgium

Meeting with the Members of Belgian Special Committee into the Panama Papers

Mark Delanote

Wednesday 26 April 2017

16.00 - 17.30

Meeting in the premises of the Belgian Parliament

Belgian Special Committee on the Panama Papers

National Deputy

Belgium

Meeting with the Members of Belgian Special Committee into the Panama Papers

Mike Beke

Thursday, 27 April

2017

14.30 - 18.00

Committee Meeting

Blomeyer & Sanz

Researcher

Spain

Presentation of studies (Part I)

David Buck

Thursday, 27 April

2017

14.30 - 18.00

Committee Meeting

Centre for Strategy & Evaluation Services (CSES)

Researcher

United Kingdom

Presentation of studies (Part I)

Jack Malan

Thursday, 27 April

2017

14.30 - 18.00

Committee Meeting

Centre for Strategy & Evaluation Services

Researcher

United Kingdom

Presentation of studies (Part I)

Amandine Scherrer

Thursday, 27 April

2017

14.30 - 18.00

Committee Meeting

European ParliamentEuropean Parliamentary

 

Research Service (EPRS)

Researcher

European Union

Presentation of studies (Part I)

Anthony Amicelle

Thursday, 27 April

2017

14.30 - 18.00

Committee Meeting

International Centre for Comparative Criminology, Université de Montréal, Canada

Researcher

Canada

Presentation of studies (Part I)

Willem Pieter de Groen

 

Tuesday, 2 May 2017

15.00 - 18.30

Committee meeting

Centre for European Policy Studies (CEPS)

Researcher

Belgium

Presentation of studies (Part II)

Ian Roxan

Tuesday, 2 May 2017

15.00 - 18.30

Committee meeting

London School of Economics (LSE)

Researcher

United Kingdom

Presentation of studies (Part II)

Herman Bröring

Tuesday, 2 May 2017

15.00 - 18.30

Committee meeting

Centre for European Financial Services Law at the University of Groningen

Researcher

The Netherlands

Presentation of studies (Part II)

Peter Clegg

Tuesday, 2 May 2017

15.00 - 18.30

Committee meeting

University of the West of England, Bristol

Researcher

United Kingdom

Presentation of studies (Part II)

Alexandre Maitrot de la Motte

 

Tuesday, 2 May 2017

15.00 - 18.30

Committee meeting

University of Paris-Est Créteil

Researcher

France

Presentation of studies (Part II)

Pierre Moscovici

Thursday, 4 May

2017

9.00 - 12.30

Public hearing

European Commission

Commissioner responsible for Economic and Financial Affairs, Taxation and Customs

European Union

Hearing with Commissioner Pierre Moscovici

Rui Gonçalves

Tuesday, 9 May

2017

9.00 - 12.30

Public hearing

Government of Madeira

Regional Secretary for Finance

Madeira, Portugal

Cooperation in tax matters with European jurisdictions

James Tipping

Tuesday, 9 May

2017

9.00 - 12.30

Public hearing

Finance Centre of the Government of Gibraltar

Finance Director

Gibraltar, UK

Cooperation in tax matters with European jurisdictions

Richard Walker

Tuesday, 9 May

2017

9.00 - 12.30

Public hearing

States of Guernsey Policy & Resources Committee

Director of financial crime policy

Guernsey, Channel Islands

Cooperation in tax matters with European jurisdictions

Colin Powell

Tuesday, 9 May

2017

9.00 - 12.30

Public hearing

Government

Adviser to the Chief Minister

Jersey, Channel Islands

Cooperation in tax matters with European jurisdictions

Jean-Claude Juncker

Tuesday, 30 May

2017

15.00 - 16.30

Public hearing

European Commission

President of the European Commission

European Union

Hearing with the President of the European Commission, J.C. Juncker

 

Fernando Rocha Andrade

 

Tuesday, 30 May

2017

16.45 - 17.30

Public hearing

Government of Portugal

Secretary of State of Tax affairs

Portugal

Hearing with F. Rocha Andrade

Vigjilenca Abazi

 

Wednesday, 21 June 2017

9.00 - 11.00

Joint PANA/JURI public hearing

Maastricht University

Academic

The Netherlands

Joint PANA-JURI hearing

The EU-wide protection of whistleblowers’

Cathy James

Wednesday, 21 June 2017

9.00 - 11.00

Joint PANA/JURI public hearing

Public concern at work

Whistleblower

United Kingdom

Joint PANA-JURI hearing

The EU-wide protection of whistleblowers’

Frédérique Berrod

Wednesday, 21 June 2017

9.00 - 11.00

Joint PANA/JURI public hearing

College of Europe

Academic

Belgium

Joint PANA-JURI hearing

The EU-wide protection of whistleblowers’

Rosita Hickey

Wednesday, 21 June 2017

9.00 - 11.00

Joint PANA/JURI public hearing

EU Ombudsman

Head of Strategic Inquiries

European Union

Joint PANA-JURI hearing

The EU-wide protection of whistleblowers’

Charlotte Grass

Wednesday, 21 June 2017

9.00 - 11.00

Joint PANA/JURI public hearing

Group Vallourec

Head of Competition and Conformity

France

Joint PANA-JURI hearing

The EU-wide protection of whistleblowers’

Sebastian Fiedler

Wednesday, 21 June 2017

15.00 - 17.30

Public hearing

Bund Deutscher Kriminalbeamter (BDK)

Vice-Chair

Germany

Financial Intelligence Units (FIUs) ins and outs and the Russian "Laundromat" case

Paolo Costanzo

Wednesday, 21 June 2017

15.00 - 17.30

Public hearing

Italian FIU, Banca d'Italia

Manager at Banca d’Italia

Italy

Financial Intelligence Units (FIUs) ins and outs and the Russian "Laundromat" case

Paul Cristian Radu

Wednesday, 21 June 2017

15.00 - 17.30

Public hearing

 

International Consortium of Investigative Journalists (ICIJ)

Journalist

Romania

Financial Intelligence Units (FIUs) ins and outs and the Russian "Laundromat" case

Viesturs Burkāns

Wednesday, 21 June 2017

15.00 - 17.30

Public hearing

Latvian Office for Prevention of Laundering of Proceeds Derived from Criminal Activity

Head of Latvian FIU

Latvia

Financial Intelligence Units (FIUs) ins and outs and the Russian "Laundromat" case

Duarte Pacheco

Thursday, 22 June

Friday, 23 June 2017

Mission to Portugal

Parliamentary Inquiry Committee of Banco Espírito Santo (BES) and working group on combating economic, financial and fiscal crime

National Deputy

Portugal

Mission to Portugal

Cecília Meireles

Thursday, 22 June

Friday, 23 June 2017

Mission to Portugal

Parliamentary Inquiry Committee of Banco Espírito Santo (BES) and working group on combating economic, financial and fiscal crime

National Deputy

Portugal

Mission to Portugal

Eurico Brilhante Dias

Thursday, 22 June

Friday, 23 June 2017

Mission to Portugal

Parliamentary Inquiry Committee of Banco Espírito Santo (BES) and working group on combating economic, financial and fiscal crime

National Deputy

Portugal

Mission to Portugal

Mário Centeno

Thursday, 22 June

Friday, 23 June 2017

Mission to Portugal

Government of Portugal

Minister of Finance

Portugal

Mission to Portugal

Helena Borges

Thursday, 22 June

Friday, 23 June 2017

Mission to Portugal

Tax and Customs Authority

Public Authority

Director General

Portugal

Mission to Portugal

Fernando Rocha Andrade

Thursday, 22 June

Friday, 23 June 2017

Mission to Portugal

Government of Portugal

Secretary of State of Tax affairs

Portugal

Mission to Portugal

Fernando Teixeira dos Santos

Thursday, 22 June

Friday, 23 June 2017

Mission to Portugal

Government of Portugal

Former Minister of Finance

Portugal

Mission to Portugal

Sérgio Vasques

Thursday, 22 June

Friday, 23 June 2017

Mission to Portugal

Government of Portugal

Former Secretary of State of Tax Affairs

Portugal

Mission to Portugal

Maria Luís Albuquerque

Thursday, 22 June

Friday, 23 June 2017

Mission to Portugal

Government of Portugal

Former Minister of Finance

Portugal

Mission to Portugal

Paulo Núncio

Thursday, 22 June

Friday, 23 June 2017

Mission to Portugal

Government of Portugal

Former Secretary of State of Tax Affairs

Portugal

Mission to Portugal

Elisa Ferreira

Thursday, 22 June

Friday, 23 June 2017

Mission to Portugal

Banco de Portugal

Board member in charge of prudential supervision

Portugal

Mission to Portugal

Luís Máximo dos Santos

Thursday, 22 June

Friday, 23 June 2017

Mission to Portugal

Banco de Portugal

Board member in charge of legal enforcement and money laundering matters

Portugal

Mission to Portugal

Luís Costa Ferreira

Thursday, 22 June

Friday, 23 June 2017

Mission to Portugal

Banco de Portugal

Head of the Banking Prudential Supervision Department

Portugal

Mission to Portugal

João Raposo

Thursday, 22 June

Friday, 23 June 2017

Mission to Portugal

Banco de Portugal

Head of the Legal Enforcement Department

Portugal

Mission to Portugal

Micael Pereira

Thursday, 22 June

Friday, 23 June 2017

Mission to Portugal

Expresso (ICIJ)

Journalist

Portugal

Mission to Portugal

João Pedro Martins

Thursday, 22 June

Friday, 23 June 2017

Mission to Portugal

Público

Economist and Offshore researcher

Portugal

Mission to Portugal

Pedro Crisóstomo

Thursday, 22 June

Friday, 23 June 2017

Mission to Portugal

Público

Journalist

Portugal

Mission to Portugal

Amadeu Guerra

Thursday, 22 June

Friday, 23 June 2017

Mission to Portugal

Ministry of Justice

Deputy Attorney General

Portugal

Mission to Portugal

José Ranito

Thursday, 22 June

Friday, 23 June 2017

Mission to Portugal

Ministry of Justice

Prosecutor

Portugal

Mission to Portugal

Tahamara Dias

Thursday, 22 June

Friday, 23 June 2017

Mission to Portugal

Ministry of Justice

Prosecutor

Portugal

Mission to Portugal

Mariana Raimundo

Thursday, 22 June

Friday, 23 June 2017

Mission to Portugal

Financial Intelligence Unit (FIU) Portugal

Director

Portugal

Mission to Portugal

João Paulo Batalha

Thursday, 22 June

Friday, 23 June 2017

Mission to Portugal

Transparency International (TIAC) Portugal

Executive Director

Portugal

Mission to Portugal

Susana Coroado

Thursday, 22 June

Friday, 23 June 2017

Mission to Portugal

Transparency International (TIAC) Portugal

Vice-Chair

Portugal

Mission to Portugal

Věra Jourová

Monday, 3 July 2017

19.00 - 20.30 (Strasbourg)

Public hearing

European Commission

Commissioner responsible for Justice, Consumers and Gender Equality

 

European Union

Hearing with Commissioner Věra Jourová

Harris Georgiades

Thursday, 6 July

Friday, 7 July 2017

Mission to Cyprus

Government of the Republic of Cyprus

Minister of Finance

Cyprus

Mission to Cyprus

Yiorgos Lakkotrypis

Thursday, 6 July

Friday, 7 July 2017

Mission to Cyprus

Government of the Republic of Cyprus

Minister of Energy, Commerce, Industry and Tourism of the Republic of Cyprus

Cyprus

Mission to Cyprus

Kypros Kyprianou

Thursday, 6 July

Friday, 7 July 2017

Mission to Cyprus

Government of the Republic of Cyprus

Ministry of Interior

Cyprus

Mission to Cyprus

Christos Patsalides

Thursday, 6 July

Friday, 7 July 2017

Mission to Cyprus

Government of the Republic of Cyprus - Ministry of Finance

Permanent Secretary

Cyprus

Mission to Cyprus

Yiannis Tsangaris

Thursday, 6 July

Friday, 7 July 2017

Mission to Cyprus

Government of the Republic of Cyprus - Ministry of Finance

Tax Commissioner

Cyprus

Mission to Cyprus

George Panteli

Thursday, 6 July

Friday, 7 July 2017

Mission to Cyprus

Government of the Republic of Cyprus - Ministry of Finance

Director of Economic Research and EU Affairs

Department

Cyprus

Mission to Cyprus

Demetra Kalogerou

Thursday, 6 July

Friday, 7 July 2017

Mission to Cyprus

Cyprus Securities and Exchange Commission

President

Cyprus

Mission to Cyprus

Eva Rossidou-Papakyriacou