Procedure : 2017/2122(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0365/2017

Ingediende teksten :

A8-0365/2017

Debatten :

PV 12/12/2017 - 17
CRE 12/12/2017 - 17

Stemmingen :

PV 13/12/2017 - 13.6
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2017)0494

VERSLAG     
PDF 1052kWORD 129k
23.11.2017
PE 608.041v02-00 A8-0365/2017

over het jaarverslag over mensenrechten en democratie in de wereld 2016 en het beleid van de Europese Unie ter zake

(2017/2122(INI))

Commissie buitenlandse zaken

Rapporteur: Godelieve Quisthoudt-Rowohl

AMENDEMENTEN
ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 EXPLANATORY STATEMENT
 ANNEX I: INDIVIDUAL CASES RAISED BY THE EUROPEAN PARLIAMENT
 ANNEX II: LIST OF RESOLUTIONS
 ADVIES van de Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid
 INFORMATIE OVER DE GOEDKEURINGIN DE BEVOEGDE COMMISSIE
 HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het jaarverslag over mensenrechten en democratie in de wereld 2016 en het beleid van de Europese Unie ter zake

(2017/2122(INI))

Het Europees Parlement,

–  gezien de Universele Verklaring van de rechten van de mens en andere mensenrechtenverdragen en -instrumenten van de VN,

–  gezien het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens,

–  gezien het VN-verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen (CEDAW) van 18 december 1979(1),

–  gezien de algemene aanbevelingen nrs. 12, 19 en 35 van het CEDAW over geweld tegen vrouwen, nr. 26 over migrerende vrouwelijke werknemers en nr. 32 over de gendergerelateerde aspecten van de vluchtelingenstatus, asiel, nationaliteit en staatloosheid van vrouwen,

–  gezien Resolutie 69/167 van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties (AVVN) van 18 december 2014(2) inzake de bevordering en bescherming van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden van alle migranten, ongeacht hun migratiestatus,

–  gezien het Internationaal Verdrag inzake de bescherming van de rechten van alle migrerende werknemers en hun gezinsleden van 18 december 1990(3),

–  gezien resoluties 1325, 1820, 1888, 1889, 1960, 2106, 2122 en 2242 van de VN-Veiligheidsraad over vrouwen, vrede en veiligheid,

–  gezien het Verdrag betreffende de status van vluchtelingen van 1951, het Protocol betreffende de status van vluchtelingen van 1967(4) en de ILO-verdragen nrs. 43 en 97,

–  gezien de leidende beginselen van de VN inzake bedrijfsleven en mensenrechten(5),

–  gezien de tijdens de AVVN op 19 september 2016 aangenomen Verklaring van New York voor vluchtelingen en migranten(6),

–  gezien de 17 doelstellingen inzake duurzame ontwikkeling van de VN en de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling ter waarborging van de vrede en het welzijn van de mensheid en de aarde(7),

–  gezien het Verdrag van de Raad van Europa inzake het voorkomen en bestrijden van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld (Verdrag van Istanboel) van 12 april 2011, dat op 13 juni 2017 door de EU is ondertekend(8),

–  gezien de OESO-richtsnoeren voor multinationale ondernemingen, aangenomen in 1976 en herzien in 2011(9),

–  gezien het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie,

–  gezien de artikelen 2, 3, 8, 21 en 23 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU),

–  gezien artikel 207 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU),

–  gezien het strategisch kader en het actieplan van de Europese Unie voor mensenrechten en democratie, die op 25 juni 2012 door de Raad zijn aangenomen(10),

–  gezien het actieplan inzake mensenrechten en democratie (2015-2019), dat op 20 juli 2015 door de Raad is aangenomen(11),

–  gezien het gezamenlijke werkdocument getiteld "EU-actieplan inzake mensenrechten en democratie (2015-2019): tussentijdse evaluatie juni 2017"(12),

–  gezien het gezamenlijke werkdocument getiteld "Gendergelijkheid en empowerment van vrouwen: het leven van meisjes en vrouwen via de externe betrekkingen van de EU veranderen (2016-2020)", dat in 2015 is aangenomen(13),

–  gezien de integrale strategie voor het buitenlands en veiligheidsbeleid van de Europese Unie(14), die op 28 juni 2016 werd gepresenteerd door Federica Mogherini, vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (VV/HV), alsook het in 2017 gepubliceerde eerste verslag over de uitvoering ervan met als titel "From Shared Vision to Common Action: Implementing the EU Global Strategy"(15),

–  gezien Besluit nr. 2011/168/GBVB van de Raad van 21 maart 2011 betreffende het Internationaal Strafhof en tot intrekking van Gemeenschappelijk Standpunt 2003/444/CFSP(16),

–  gezien de Europese migratieagenda van 13 mei 2015(17) en de mededeling van de Commissie over de vaststelling van een nieuw partnerschapskader met derde landen in het kader van de Europese migratieagenda van 7 juni 2016 (COM/2016/0385)(18),

–  gezien de richtsnoeren van de EU ter bevordering en bescherming van de rechten van het kind, als aangenomen in 2007 en herzien in 2017(19),

–  gezien de gemeenschappelijke verklaring van de Europese Raad en de vertegenwoordigers van de regeringen der lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, het Europees Parlement en de Europese Commissie getiteld "De nieuwe Europese consensus over ontwikkeling – Onze wereld, onze waardigheid, onze toekomst"(20), die op 7 juni 2017 door de Raad, het Parlement en de Commissie werd aangenomen,

–  gezien de EU-mensenrechtenrichtsnoeren inzake de vrijheid van meningsuiting online en offline, vastgesteld in 2014(21),

–  gezien de bescherming van de vrijheid van meningsuiting online en offline uit hoofde van artikel 19 van de Universele Verklaring van de rechten van de mens, artikel 19 van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, artikel 10 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens en artikel 10 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie,

–  gezien de in 2013 aangenomen richtsnoeren van de EU tot bevordering en bescherming van de vrijheid van godsdienst en overtuiging(22),

–  gezien de internationale bescherming van de vrijheid van godsdienst of overtuiging uit hoofde van artikel 18 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, artikel 18 van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, de Verklaring inzake de uitbanning van alle vormen van onverdraagzaamheid en discriminatie op grond van godsdienst of levensbeschouwing van 1981, artikel 9 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens en artikel 10 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie,

–  gezien de conclusies van de Raad over intolerantie, discriminatie en geweld op grond van religie of overtuiging, aangenomen op 21 februari 2011(23),

–  gezien de in 2013 aangenomen richtsnoeren van de EU inzake de doodstraf(24),

–  gezien de EU-richtsnoeren voor het EU-beleid ten aanzien van derde landen inzake foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing, die zijn aangenomen in 2001 en herzien in 2012(25),

–  gezien het VN-protocol inzake de voorkoming, bestrijding en bestraffing van mensenhandel, in het bijzonder vrouwenhandel en kinderhandel, tot aanvulling van het Verdrag van de Verenigde Naties tegen grensoverschrijdende georganiseerde misdaad(26) en het Verdrag van de Raad van Europa inzake de bestrijding van de mensenhandel,

–  gezien de EU-richtsnoeren ter bevordering en bescherming van de uitoefening van alle mensenrechten door lesbiennes, homoseksuelen, biseksuelen, transgenders en interseksuelen (LGBTI), aangenomen in 2013(27),

–  gezien de EU-richtsnoeren inzake mensenrechtendialogen met derde landen, aangenomen in 2001 en herzien in 2009(28),

–  gezien de EU-richtsnoeren inzake de bevordering van de naleving van het internationale humanitaire recht, aangenomen in 2005 en herzien in 2009(29),

–  gezien de EU-richtsnoeren inzake geweld tegen vrouwen en meisjes en de bestrijding van alle vormen van discriminatie van vrouwen en meisjes, aangenomen in 2008(30),

–  gezien de EU-richtsnoeren inzake kinderen en gewapende conflicten, aangenomen in 2003 en herzien in 2008(31),

–  gezien Verordening (EU) 2017/821 van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2017 tot vaststelling van verplichtingen inzake passende zorgvuldigheid in de toeleveringsketen voor Unie-importeurs van tin, tantaal en wolfraam, de overeenkomstige ertsen, en goud uit conflict- en hoogrisicogebieden(32),

–  gezien de EU-richtsnoeren inzake mensenrechtenverdedigers, aangenomen in 2005 en herzien in 2008(33),

–  gezien het jaarverslag van de EU over mensenrechten en democratie in de wereld in 2015(34),

–  gezien zijn resolutie van 13 september 2017 getiteld "Wapenuitvoer: tenuitvoerlegging van Gemeenschappelijk Standpunt 2008/944/GBVB"(35),

–  gezien zijn resolutie van 14 december 2016 over het jaarverslag over mensenrechten en democratie in de wereld en het beleid van de Europese Unie ter zake 2015(36), en eerdere resoluties over het onderwerp,

–  gezien zijn resolutie van 25 oktober 2016 over mensenrechten en migratie in derde landen(37),

–  gezien zijn resolutie van 25 oktober 2016 over strafrechtelijke aansprakelijkheid van bedrijven voor ernstige schendingen van de mensenrechten in derde landen(38),

–  gezien zijn resolutie van 5 juli 2016 over de bestrijding van mensenhandel in de externe betrekkingen van de EU(39),

–  gezien zijn resolutie van 21 januari 2016 over de prioriteiten van de EU voor de UNHRC-zittingen in 2016(40),

–  gezien zijn resolutie van 25 februari 2016 over de humanitaire situatie in Jemen(41) waarin de VV/HV wordt verzocht het initiatief te nemen tot de instelling van een EU-wapenembargo tegen Saudi-Arabië;

–  gezien zijn spoedresoluties over gevallen van schendingen van de mensenrechten, de democratie en de rechtsstaat,

–  gezien zijn Sacharovprijs voor de vrijheid van denken, die in 2016 werd toegekend aan Nadia Murad en Lamiya Aji Bashar,

–  gezien zijn resolutie van 10 oktober 2013 over discriminatie op grond van kaste(42), het verslag van de speciale VN-rapporteur voor minderhedenkwesties van 28 januari 2016 over minderheden en discriminatie op grond van kaste en soortgelijke stelsels van geërfde status(43) en het oriënterende instrument van de VN met betrekking tot discriminatie op grond van afkomst,

–  gezien zijn resolutie van 17 november 2011 over steun van de EU voor het Internationaal Strafhof: aangaan van uitdagingen en overwinnen van moeilijkheden(44),

–  gezien artikel 52 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie buitenlandse zaken en het advies van de Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid (A8-0365/2017),

A.  overwegende dat de EU zich op grond van artikel 21 VEU verbindt tot een gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid (GBVB) volgens de beginselen die ter grondslag hebben gelegen aan haar eigen oprichting en die zij in de wereld tracht te bevorderen: de democratie, de rechtsstaat, de universaliteit en de ondeelbaarheid van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden, de eerbiediging van de menselijke waardigheid, het beginsel van gelijkheid en solidariteit, en de naleving van het Handvest van de Verenigde Naties, het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en het internationaal recht; overwegende dat de Unie gaat toetreden tot het Europees Verdrag voor de rechten van de mens;

B.  overwegende dat de wereldwijde schendingen van de mensenrechten en fundamentele vrijheden, met inbegrip van misdaden tegen de menselijkheid, oorlogsmisdaden en genocide, vastberaden inspanningen vereisen van de gehele internationale gemeenschap;

C.  overwegende dat de eerbiediging, het bevorderen, de ondeelbaarheid en het vrijwaren van de universaliteit van de mensenrechten hoekstenen zijn van het GBVB; overwegende dat het Parlement, in zijn rol van toezichthouder op het GBVB, het recht heeft op de hoogte te blijven van en geraadpleegd te worden over de voornaamste aspecten en fundamentele keuzes daarvan (artikel 36 van het VEU);

D.  overwegende dat in de integrale strategie van de Europese Unie voor het buitenlands en veiligheidsbeleid, vastgesteld door de Raad in juni 2016, wordt bekrachtigd dat de mensenrechten systematisch moeten worden opgenomen in alle beleidssectoren en instellingen, met inbegrip van internationale handel en het handelsbeleid;

E.  overwegende dat een betere samenhang tussen het binnenlands en buitenlands beleid van de EU, evenals van het buitenlands beleid zelf, een absolute vereiste is voor een succesvol en doeltreffend EU-beleid op het gebied van de mensenrechten; overwegende dat de EU door een betere samenhang in staat moet zijn sneller te reageren in de beginfase van mensenrechtenschendingen en hierop in sommige gevallen te anticiperen en deze te voorkomen, ook op het gebied van de internationale handel en het handelsbeleid;

F.  overwegende dat het streven van de EU naar een doeltreffend multilateralisme, met de VN als kern, een integraal onderdeel vormt van het buitenlands beleid van de Unie en geworteld is in de overtuiging dat een multilateraal systeem gebaseerd op universele regels en waarden de beste manier is om de wereldwijde crises, uitdagingen en bedreigingen het hoofd te bieden;

G.  overwegende dat krachtens artikel 207 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) het handelsbeleid van de EU moet stoelen op de beginselen en doelstellingen van het externe optreden van de Unie; overwegende dat handel en mensenrechten elkaar kunnen beïnvloeden in derde landen en overwegende dat het bedrijfsleven, in het kader van een stelsel van strafrechtelijke aansprakelijkheid, waarover thans binnen de VN wordt overlegd, en van mondiale waardeketens, een belangrijke rol heeft te vervullen waar het gaat om het bieden van positieve prikkels om mensenrechten, democratie en maatschappelijk verantwoord ondernemen te bevorderen; overwegende dat goed bestuur en een overheid die ten dienste staat van het algemeen belang een belangrijke rol speelt bij het gedrag van ondernemingen; overwegende dat de EU deelneemt aan inspanningen om een bindend verdrag op te stellen inzake het bedrijfsleven en mensenrechten;

H.  overwegende dat de bescherming van de mensenrechten van de meest kwetsbare groepen, zoals etnische, taalkundige en religieuze minderheden, mensen met handicaps, de LGBTI-gemeenschap, vrouwen, kinderen, asielzoekers en migranten, speciale aandacht verdient;

I.  overwegende dat vrouwen en kinderen worden geconfronteerd met bedreigingen, discriminatie en geweld, in het bijzonder in oorlogsgebieden en onder autoritaire regimes; overwegende dat gendergelijkheid is geassocieerd met Europese kernwaarden en is verankerd in het juridische en politieke kader van de EU; overwegende dat geweld en discriminatie ten aanzien van vrouwen en meisjes de afgelopen jaren zijn toegenomen;

J.  overwegende dat staten de uiteindelijke verantwoordelijkheid dragen voor het waarborgen van alle mensenrechten door middel van het opstellen en uitvoeren van internationale mensenrechtenverdragen, het monitoren van mensenrechtenschendingen en het garanderen van effectieve voorziening in rechte voor slachtoffers;

K.  overwegende dat steeds meer mensenrechtenschendingen die neerkomen op oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid, waaronder genocide, worden gepleegd door statelijke en niet-statelijke actoren;

L.  overwegende dat vrijheid van denken, geweten en godsdienst, met inbegrip van de vrijheid om te geloven of niet te geloven, om al dan niet een godsdienst naar keuze te belijden, en een geloof aan te nemen, van een geloof afstand te nemen of op een ander geloof over te stappen, overal ter wereld onvoorwaardelijk moet worden gewaarborgd en onvoorwaardelijk beschermd, met name via interreligieuze en interculturele dialoog; overwegende dat wetten die godslastering verbieden wijdverbreid zijn en staten straffen opleggen die uiteenlopen van gevangenisstraffen tot zweepslagen en de doodstraf;

M.  overwegende dat de vrijheid van mening en meningsuiting, de vrijheid van vereniging en vergadering, en het houden van regelmatige, transparante en eerlijke verkiezingen essentiële elementen zijn van een democratie; overwegende dat verkiezingen in fragiele, conflictgevoelige en repressieve samenlevingen soms aanleiding kunnen geven tot wijdverspreid geweld;

N.  overwegende dat samenwerking met derde landen in alle bilaterale en multilaterale fora, bijvoorbeeld tijdens mensenrechtendialogen, een van de meest effectieve instrumenten is om mensenrechtenproblemen aan te pakken;

O.  overwegende dat passende middelen beschikbaar moeten worden gesteld en dat deze middelen op de meest efficiënte manier moeten worden aangewend om mensenrechten en democratie in derde landen te kunnen bevorderen;

P.  overwegende dat toegang tot water en sanitaire voorzieningen een fundamenteel mensenrecht is en het beperken van de toegang hiertoe een van de oorzaken van geopolitieke spanning is in bepaalde regio's;

Q.  overwegende dat het cultureel erfgoed in toenemende mate wordt bedreigd door plundering en vandalisme, met name in het Midden-Oosten;

R.  overwegende dat onderwijs een cruciale rol speelt bij de preventie van mensenrechtenschendingen en conflicten en de participatie van burgers in besluitvormingsprocessen in democratische stelsels kan helpen bevorderen; overwegende dat onderwijsinstellingen die mensenrechten, respect en diversiteit bevorderen, door staten moeten worden gesteund; overwegende dat de communicatiekanalen, waarvan het aantal is toegenomen, een belangrijk instrument vormen waarmee mensenrechtenschendingen snel bekend worden gemaakt en dat aldus een groot aantal slachtoffers of potentiële slachtoffers van mensenrechtenschendingen in derde landen kan worden bereikt om hen te voorzien van informatie en bijstand; overwegende dat het op uitgebreide wijze verzamelen van uitgesplitste gegevens essentieel is om de eerbiediging van de mensenrechten, met name die van de meest kwetsbare groepen, gemarginaliseerde groepen en groepen die het risico lopen gemarginaliseerd te raken, te kunnen waarborgen; overwegende dat het gebruik van passende indicatoren ook een doeltreffende manier is om de vorderingen van staten bij het voldoen aan hun verplichtingen uit hoofde van internationale verdragen te beoordelen;

Algemene overwegingen

1.  is zeer bezorgd over de terugslag op het gebied van de mensenrechten, de rechtsstaat en de democratische waarden die wereldwijd nog steeds bedreigd worden; herinnert eraan dat de EU heeft toegezegd de universaliteit en ondeelbaarheid van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden en waarden, alsmede de democratische beginselen te zullen bevorderen welke wereldwijd moeten worden geschraagd;

2.  herhaalt zijn overtuiging dat de EU en haar lidstaten actief het beginsel van integratie van mensenrechten en democratie in alle EU-beleidsvormen moeten nastreven, als elkaar wederzijds versterkende fundamentele beginselen die de kern van de EU en het gehele EU-beleid vormen, met inbegrip van beleid met een externe dimensie, zoals op het gebied van ontwikkeling, migratie, veiligheid, terrorismebestrijding, uitbreiding en handel; wijst in dit verband andermaal op het cruciale belang om een sterkere samenhang tussen het interne en externe beleid van de EU, evenals een betere coördinatie van het externe beleid van de lidstaten te waarborgen; beklemtoont dat de toenemende complexiteit van conflicten in de wereld een integrale, eensgezinde en daadkrachtige internationale aanpak en samenwerking vereist; herinnert eraan dat het realiseren van de doelstelling van de EU om meer internationale invloed te hebben als geloofwaardige en legitieme internationale speler, in grote mate afhangt van haar vermogen om binnen de EU en daarbuiten de eerbiediging van de mensenrechten en de democratie te bevorderen, overeenkomstig de verplichtingen die zijn verankerd in haar oprichtingsverdragen;

3.  onderstreept het belang van een betere samenwerking tussen de Commissie, de Raad, de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO), het Parlement en de EU-delegaties om een consistente en gezamenlijke stem voor de mensenrechten en democratische beginselen te bevorderen en te waarborgen; onderstreept bovendien het belang van een sterke inzet voor het bevorderen van deze waarden in multilaterale fora, onder meer door middel van tijdige coördinatie op EU-niveau en een actieve benadering tijdens de onderhandelingen; spoort de EU in deze context ertoe aan op te treden als initiatiefnemer en mede-indiener van resoluties, en de uitvoering van regio-overschrijdende initiatieven binnen alle VN-mensenrechtenmechanismen te intensiveren;

4.  is ingenomen met het feit dat in 2016 de rechtsstaat, democratische beginselen en schendingen van de mensenrechten regelmatig besproken werden in zijn plenaire vergaderingen, het onderwerp waren van verscheidene resoluties van het Parlement, en aan de orde werden gesteld in de vergaderingen van commissies en interparlementaire delegaties;

5.  belicht het werk van zijn Subcommissie mensenrechten, die nauw samenwerkt met de EDEO, andere EU-instellingen, het maatschappelijk middenveld, multilaterale mensenrechteninstellingen en de speciale vertegenwoordiger van de EU (SVEU) voor de mensenrechten;

6.  herinnert eraan dat de Commissie mensenrechten in 2016 drie verslagen heeft opgesteld, namelijk over mensenrechten en migratie in derde landen, strafrechtelijke aansprakelijkheid van bedrijven voor ernstige schendingen van de mensenrechten in derde landen, en de bestrijding van mensenhandel in de externe betrekkingen van de EU; roept de Commissie op om naar aanleiding van deze initiatiefverslagen concrete stappen te ondernemen;

7.  merkt op dat in 2016 talrijke missies van de Commissie mensenrechten naar verschillende landen zijn afgereisd om informatie te verzamelen en uit te wisselen met de gouvernementele en niet-gouvernementele actoren op het gebied van mensenrechten, om het standpunt van het Parlement te presenteren en een hogere graad van bescherming en eerbiediging van mensenrechten aan te moedigen;

Aandacht voor problemen in verband met de mensenrechten

8.  uit zijn ernstige bezorgdheid over het toenemende aantal aanvallen tegen religieuze minderheden, die vaak door niet-statelijke actoren zoals IS/Da'esh worden gepleegd; betreurt het feit dat vele landen wetten tegen bekering en godslastering hebben en handhaven die in feite de vrijheid van godsdienst of overtuiging van religieuze minderheden en atheïsten beperken en hun deze vrijheden zelfs helemaal ontzeggen; dringt aan op maatregelen om religieuze minderheden, niet-gelovigen en atheïsten die het slachtoffer zijn van wetten inzake godslatsering te beschermen, en verzoekt de EU en de lidstaten om politieke discussies op gang te brengen over de afschaffing van dergelijke wetten; verzoekt de EU en haar lidstaten meer inspanningen te leveren om de eerbiediging van de vrijheid van denken, geweten, godsdienst en overtuiging te verbeteren en de interculturele en interreligieuze dialoog te bevorderen wanneer ze met derde landen samenwerken; vraagt concrete acties voor de daadwerkelijke uitvoering van de EU-richtsnoeren tot bevordering en bescherming van de vrijheid van godsdienst en overtuiging, onder meer door te zorgen voor een stelselmatige en consequente opleiding van EU-personeel in de hoofdkantoren en delegaties; steunt de EU-praktijk ten volle om het voortouw te nemen bij thematische resoluties inzake vrijheid van godsdienst en overtuiging in de VN-Raad voor de mensenrechten (UNHRC) en de AVVN; steunt ten volle het werk van Ján Figel, de speciale EU-vertegenwoordiger voor de bevordering van de vrijheid van godsdienst en overtuiging buiten de EU;

9.  wijst er nogmaals op dat de vrijheid van meningsuiting online en offline een essentieel onderdeel vormt van alle democratische samenlevingen, aangezien ze een cultuur van pluralisme bevordert die de positie van het maatschappelijk middenveld en de burgers versterkt om hun regeringen en beleidsmakers ter verantwoording te roepen, en de eerbiediging van de rechtsstaat ondersteunt; benadrukt dat beperking van de vrijheid van meningsuiting offline en online, bijvoorbeeld door online-inhoud te verwijderen, alleen in uitzonderlijke gevallen mag gebeuren, wanneer de wet dit voorschrijft en dit wordt gerechtvaardigd door het nastreven van een legitiem doel; benadrukt daarom dat de EU zich harder dient in te spannen om de vrijheid van meningsuiting via haar externe beleidslijnen en instrumenten te bevorderen; verzoekt de EU en haar lidstaten nogmaals beter toezicht te houden op alle vormen van beknotting van de vrijheid van meningsuiting en de media in derde landen, en dergelijke beperkingen snel en stelselmatig te veroordelen en alle beschikbare diplomatieke middelen en instrumenten in te zetten om deze beperkingen ongedaan te maken; benadrukt hoe belangrijk het is de daadwerkelijke uitvoering van de EU-richtsnoeren inzake vrijheid van meningsuiting online en offline te verzekeren en de effecten regelmatig te controleren; veroordeelt de dood en hechtenis van vele journalisten en bloggers in 2016 en dringt erop aan dat de EU hen daadwerkelijk beschermd; is verheugd over het nieuwe Europese instrument voor democratie en mensenrechten (EIDHR) dat in 2016 is gelanceerd en waarin bijzondere aandacht wordt besteed aan de opleiding van EU-delegaties en mediaorganisaties in derde landen over de toepassing van de richtsnoeren; onderstreept dat het belangrijk is om haatzaaiende uitlatingen en het aanzetten tot geweld op het internet en elders bekend te maken en te veroordelen, aangezien deze een frontale bedreiging vormen voor de rechtstaat en de waarden die zijn verankerd in de mensenrechten;

10.  is zeer verontrust over het feit dat het maatschappelijk middenveld, met inbegrip van op geloof gebaseerde organisaties, wereldwijd steeds meer wordt aangevallen, onder meer door de goedkeuring van een toenemend aantal repressieve wetten in de gehele wereld, in sommige gevallen onder het voorwendsel van de strijd tegen terrorisme; onderstreept dat het fenomeen van inperking van de ruimte voor het maatschappelijk middenveld zich in de hele wereld voordoet; herinnert eraan dat een onafhankelijk maatschappelijk middenveld een wezenlijke rol speelt bij de verdediging en bevordering van de mensenrechten en de werking van democratische samenlevingen, onder meer door het bevorderen van de transparantie, het afleggen van verantwoording en de scheiding der machten; verzoekt de EU en haar lidstaten gevallen van schendingen van de vrijheid van vergadering en vereniging voortdurend te volgen en aan de orde te stellen, waaronder de verscheidene vormen van verbod op en beperking van maatschappelijke organisaties en hun activiteiten, zoals wetten die de ruimte voor het maatschappelijk middenveld inperken of het bevorderen van door autoritaire regeringen gesponsorde ngo's (door regeringen georganiseerde ngo's (gongo's)); verzoekt de EU, haar lidstaten en de EU‑delegaties bovendien gebruik te maken van alle beschikbare middelen, zoals mensenrechtendialogen, politieke dialogen en open diplomatie, om individuele gevallen van mensenrechtenverdedigers en activisten uit het maatschappelijk middenveld die in gevaar zijn, stelselmatig ter sprake te brengen, in het bijzonder van degenen die willekeurig en/of omwille van hun politieke overtuiging of maatschappelijk engagement van hun vrijheid werden beroofd of in de gevangenis zitten, en het onderdrukken, intimideren en vermoorden van mensenrechtenverdedigers, met inbegrip van milieuactivisten, ondubbelzinnig te veroordelen; dringt aan op het opzetten van een systeem voor daadwerkelijk toezicht op de ruimte voor het maatschappelijk middenveld met duidelijke benchmarks en indicatoren om te zorgen voor een faciliterende en gunstige juridische omgeving voor het maatschappelijk middenveld;

11.  spoort de EU-delegaties en het diplomatieke personeel van de lidstaten aan mensenrechtenverdedigers actief te blijven steunen, door op stelselmatige wijze processen te volgen, gedetineerde activisten te bezoeken en waar nodig verklaringen af te leggen over individuele gevallen; onderstreept in dit opzicht het belang van instrumenten voor stille diplomatie; is verheugd over het feit dat de EU kwesties met betrekking tot mensenrechtenverdedigers ter sprake heeft gebracht in dialogen en overleg op EU-niveau met meer dan 50 landen in 2016; onderstreept het feit dat het EIDHR-noodfonds in 2016 meer dan 250 mensenrechtenverdedigers op EU-niveau heeft ondersteund, hetgeen een stijging betekent van 30 % vergeleken met 2015; is verheugd over de oprichting en succesvolle werking van ProtectDefenders.eu, een EU-mechanisme voor mensenrechtenverdedigers dat door het maatschappelijk middenveld wordt toegepast en cruciale steun heeft verleend aan een groot aantal mensenrechtenverdedigers; dringt er bij de Commissie op aan te garanderen dat het programma na oktober 2018 wordt voortgezet en de capaciteiten van het programma uit te breiden zodat er wereldwijd meer steun kan worden verleend aan mensenrechtenverdedigers;

12.  acht het buitengewoon betreurenswaardig dat in vele landen in de hele wereld nog altijd foltering, onmenselijke en onterende behandeling en de doodstraf plaatsvinden, en roept de EU op om zich harder in te spannen om deze uit te bannen; is in dit opzicht ingenomen met de herziening van de EU-wetgeving inzake de handel in bepaalde goederen die gebruikt kunnen worden voor de doodstraf, foltering en andere wrede, onmenselijke en onterende behandelingen of straffen; vraagt de EDEO en de VV/HV met klem om via meer diplomatieke inspanningen en een meer systematische openbare stellingname nadrukkelijker de strijd aan te gaan met foltering en andere wrede, onmenselijke en onterende behandelingen of straffen, waaronder de doodstraf; onderstreept in dit verband de onrustbarende detentieomstandigheden in sommige gevangenissen, inclusief het niet-behandelen van aandoeningen, en pleit ervoor dat de EDEO, de EU‑delegaties en de lidstaten ten volle alle bestaande instrumenten gebruiken, zoals de EU-richtsnoeren inzake foltering; is verheugd over het feit dat de VN-resolutie over een moratorium op de uitvoering van de doodstraf werd aangenomen door de AVVN in december 2016 met de steun van 117 landen; merkt op dat het aantal wereldwijd uitgevoerde executies in 2016 lager was dan in het jaar ervoor, maar is ernstig bezorgd over het feit dat het totale aantal executies nog steeds hoger is dan in het vorige decennium; onderstreept dat vaak andersdenkenden in de samenleving en kwetsbare groepen hiervan de dupe zijn; roept de landen die nog steeds de doodstraf toepassen, op een moratorium aan te nemen en de doodstraf af te schaffen;

13.  onderkent de belangrijke rol die de moderne informatie- en communicatietechnologie kan vervullen bij het wereldwijd bevorderen en beschermen van mensenrechten en het compenseren van mensenrechtenschendingen, en nodigt de EU-instellingen en de lidstaten uit hun informatiekanalen in te zetten om binnen hun specifieke kaders en bevoegdheden systematisch het standpunt van het Parlement over diverse mensenrechtenkwesties te herhalen en bij te dragen tot de efficiëntie en de zichtbaarheid van de gezamenlijke inspanningen van de EU; is bezorgd over het feit dat de aanwending tegen politici, activisten en journalisten van bepaalde technologieën voor cybertoezicht voor tweeërlei gebruik steeds sterker toeneemt; is in dit verband ingenomen met de huidige werkzaamheden van de EU-instellingen inzake de bijwerking van Verordening (EG) nr. 428/2009 van de Raad van 5 mei 2009 tot instelling van een communautaire regeling voor controle op de uitvoer, de overbrenging, de tussenhandel en de doorvoer van producten voor tweeërlei gebruik(45); veroordeelt ten stelligste dat een toenemend aantal mensenrechtenverdedigers te maken krijgt met digitale bedreigingen, waaronder gecompromitteerde gegevens door inbeslagname van apparatuur, bewaking op afstand en datalekken; is bezorgd over het feit dat onlineplatformen, in het kader van de verwijdering van terroristische inhoud en propaganda van de platformen, videomateriaal wissen dat verband houdt met mogelijke oorlogsmisdaden;

14.  uit zijn bezorgdheid over de toenemende privatisering van de rechtsstaat op het internet, waar particuliere bedrijven beslissingen nemen over de inperking van grondrechten zoals de vrijheid van meningsuiting op basis van de algemene voorwaarden van hun diensten in plaats van democratisch aangenomen wetten;

15.  roept de Commissie op een "kennisgeving-en-actie"-richtlijn aan te nemen die de transparantie en evenredigheid van verwijderingsprocedures vergroot en tegelijkertijd doeltreffende voorzieningen in rechte biedt voor gebruikers wier inhoud ten onrechte is verwijderd;

16.  veroordeelt het gebruik van seksueel geweld tegen vrouwen en meisjes, waaronder massaverkrachtingen, seksuele slavernij, gedwongen prostitutie, genderspecifieke vormen van vervolging, mensenhandel, sekstoerisme en alle andere vormen van fysiek, seksueel en psychologisch geweld, als oorlogswapen; wijst erop dat gendergerelateerde misdrijven en misdrijven in verband met seksueel geweld in het Statuut van Rome worden ingedeeld bij de oorlogsmisdrijven, misdaden tegen de menselijkheid en handelingen die de grondslag vormen voor genocide of foltering; benadrukt dat het belangrijk is vrouwenrechten, met inbegrip van hun seksuele en reproductieve rechten, te verdedigen door middel van wetgeving, onderwijs en het ondersteunen van maatschappelijke organisaties; is ingenomen met de goedkeuring van het EU-genderactieplan 2016-2020, dat een uitgebreide lijst bevat van maatregelen ter verbetering van de situatie van vrouwen met betrekking tot gelijke rechten en empowerment; benadrukt het belang van de waarborging van de daadwerkelijke tenuitvoerlegging ervan; is ook blij met de goedkeuring van het strategisch engagement voor gendergelijkheid 2016-2019, ter bevordering van de gelijkheid tussen mannen en vrouwen en van de rechten van vrouwen overal ter wereld; benadrukt dat de ratificering en de daadwerkelijke uitvoering door alle lidstaten van het Verdrag van Istanboel belangrijk is; herinnert eraan dat onderwijs het beste wapen is in de strijd tegen discriminatie en geweld ten aanzien van vrouwen en meisjes; verzoekt de Commissie, de EDEO en de VV/HV hun naleving van de verplichtingen en verbintenissen op het gebied van de rechten van vrouwen krachtens het CEDAW te intensiveren en moedigt derde landen aan hetzelfde te doen; is van mening dat de EU de steun voor vrouwen in de operaties van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid (GVDB), conflictpreventie en wederopbouw na conflicten moet blijven integreren; onderstreept wederom het belang van resolutie 1325 van de VN-Veiligheidsraad over vrouwen, vrede en veiligheid; benadrukt dat de stelselmatige, evenwaardige, volledige en actieve participatie van vrouwen een belangrijke factor vormt bij het voorkomen en oplossen van conflicten, bij de bevordering van de mensenrechten en van democratische hervormingen, evenals bij vredeshandhavingsoperaties, humanitaire bijstand, wederopbouw na conflicten en democratische overgangsprocessen naar duurzame en stabiele politieke oplossingen; herinnert eraan dat de Sacharovprijs 2016 werd toegekend aan Nadia Murad en Lamiya Aji Bashar, overlevenden van door IS/Da'esh opgelegde seksuele slavernij;

17.  herinnert eraan dat de gelijkheid van vrouwen en mannen een kernbeginsel is van de EU en haar lidstaten en dat gendermainstreaming een van de voornaamste doelstellingen van de Unie is, zoals neergelegd in de verdragen; verzoekt de Commissie derhalve gendermainstreaming als een basisbeginsel van de EU te integreren in alle Europese wetgeving, richtsnoeren, acties en financiering, met bijzondere nadruk op het beleid inzake externe betrekkingen; onderstreept de noodzaak om de rol van de EU-delegaties en de hoofdadviseur gender van de EDEO te versterken door voor het desbetreffende bevoegdheidsgebied in een specifiek budget te voorzien;

18.  verzoekt de EDEO ervoor te zorgen dat de conclusies van de 61e bijeenkomst van de Commissie voor de status van de vrouw (CSW) worden geïntegreerd in het beleid en dat een nieuwe impuls wordt gegeven aan de bevordering van de economische empowerment van vrouwen en het aanpakken van genderongelijkheden in de veranderende arbeidswereld;

19.  wijst op de positieve bijdrage die empowerment van vrouwen levert aan het verwezenlijken van een inclusieve, rechtvaardige en vreedzame samenleving en van duurzame ontwikkeling; wijst erop dat de nadruk op gendergelijkheid en empowerment van vrouwen expliciet in alle duurzame ontwikkelingsdoelstellingen is opgenomen, dat verdere inspanningen moeten worden geleverd om ervoor te zorgen dat vrouwenrechten volledig worden geëerbiedigd en dat beleid ter bevordering van economische en sociale empowerment en de participatie van vrouwen in besluitvormingsprocessen daadwerkelijk wordt uitgevoerd; onderstreept dat bijzondere aandacht moet uitgaan naar empowerment van inheemse vrouwen;

20.  wijst erop dat vrouwen moeten worden aangemoedigd zich te verenigen in vakbonden en dat ze niet mogen worden gediscrimineerd wanneer ze financiering voor hun bedrijf zoeken;

21.  spoort de EU aan om alle vrouwenverenigingen die dagelijks steun verlenen aan vrouwen die zich in humanitaire crises of conflictsituaties bevinden, te ondersteunen;

22.  bevestigt nogmaals de dringende behoefte aan de universele ratificatie en daadwerkelijke uitvoering van het VN-Verdrag inzake de rechten van het kind en de bijhorende facultatieve protocollen ten einde kinderen juridische bescherming te bieden; benadrukt dat kinderen vaak worden blootgesteld aan specifiek misbruik, zoals kinderhuwelijken of genitale verminking, en daarom extra dienen te worden beschermd; onderstreept dat kinderarbeid, het rekruteren van kinderen in gewapende conflicten en vroegtijdige en gedwongen huwelijken in sommige landen kritieke kwesties blijven; verzoekt dat de EU systematisch relevante lokale en internationale kinderrechtenorganisaties raadpleegt, en in de politieke en mensenrechtendialogen met derde landen de verplichtingen van de verdragsluitende staten aan de orde stelt om het verdrag ten uitvoer te leggen; is ingenomen met de strategie voor de rechten van het kind (2016-2021) van de Raad van Europa; vraagt dat de EU de EU-UNICEF-toolkit "kinderrechten integreren in ontwikkelingssamenwerking" blijft bevorderen via haar externe delegaties en dat zij het personeel van de EU-delegatie degelijk blijft opleiden op dit gebied; herhaalt zijn verzoek aan de Commissie om voor de komende vijf jaar een uitgebreide kinderrechtenstrategie en actieplan voor te stellen om prioriteit te verlenen aan de rechten van kinderen in het externe beleid van de EU, is verheugd over het feit dat in het kader van het instrument voor ontwikkelingssamenwerking 2016 middelen zijn toegewezen ter ondersteuning van VN-agentschappen bij de uitvoering van maatregelen gericht op de rechten van kinderen die zo moeten worden geconcipieerd dat zij aan kinderen in nood maximaal ten goede komen, vooral op het gebied van gezondheidszorgstelsels en de toegang tot onderwijs, water en sanitaire voorzieningen; dringt aan op een urgente oplossing voor de kwestie van staatloze kinderen, met name kinderen die buiten het land van herkomst van hun ouders worden geboren, en migrantenkinderen;

23.  veroordeelt in de meest krachtige bewoordingen alle vormen van discriminatie, inclusief op grond van ras, kleur, religie, geslacht, seksuele geaardheid, geslachtskenmerken, taal, cultuur, maatschappelijke afkomst, kaste, geboorte, leeftijd, handicap of welke andere status dan ook; benadrukt dat de EU haar inspanningen zou moeten opvoeren om alle vormen van discriminatie, racisme, xenofobie en andere vormen van onverdraagzaamheid uit te bannen via mensenrechtendialogen en politieke dialogen, het werk van de EU-delegaties en open diplomatie; benadrukt bovendien dat de EU de ratificatie en volledige tenuitvoerlegging van alle VN-verdragen die deze zaak ondersteunen zou moeten blijven bevorderen;

24.  herhaalt dat "mensenhandel" verwijst naar de werving, het vervoer, de overbrenging, de huisvesting en de daaropvolgende opneming van personen met gebruikmaking van bedreiging, geweld of andere vormen van dwang, ontvoering, fraude, misleiding, misbruik van machtspositie of van een situatie van kwetsbaarheid, het geven of ontvangen van geld of voordelen om de instemming te verkrijgen van een persoon die controle heeft over een andere persoon, teneinde deze persoon uit te buiten; doet een beroep op de EU en de lidstaten maatregelen te nemen om de vraag te verminderen die ten grondslag ligt aan alle vormen van uitbuiting van personen, en dan met name van vrouwen en kinderen, die tot mensenhandel leiden, waarbij een op mensenrechten gebaseerde en op het slachtoffer gerichte benadering wordt gehandhaafd; herhaalt dat het noodzakelijk is dat alle lidstaten de EU-strategie voor de uitroeiing van mensenhandel en Richtlijn 2011/36/EU(46) inzake deze kwestie ten uitvoer leggen; geeft aan zich grote zorgen te maken over de grote kwetsbaarheid van migranten en vluchtelingen met betrekking tot uitbuiting, mensensmokkel en mensenhandel; onderstreept dat het noodzakelijk is een onderscheid te handhaven tussen de concepten "mensenhandel" en "migrantensmokkel";

25.  veroordeelt de aanhoudende mensenrechtenschendingen tegenover personen die het slachtoffer zijn van kastenhiërarchieën en van discriminatie op grond van kaste, zoals de weigering van gelijkheid en van toegang tot justitie en werk, permanente segregatie en op kaste gebaseerde belemmeringen voor de uitoefening van fundamentele mensenrechten en voor ontwikkeling; dringt andermaal erop aan dat EU-beleid wordt ontwikkeld inzake discriminatie op grond van kaste en dat de EU elke gelegenheid te baat neemt om zich verontrust te tonen over dergelijke schendingen van de mensenrechten; dringt er bij de EU en haar lidstaten op aan de inspanningen en steun in verband met initiatieven op VN- en delegatieniveau te intensiveren middels de tenuitvoerlegging van en het toezicht op de doelstellingen inzake duurzame ontwikkeling van 2030, middels het toezicht op het nieuwe oriënterende instrument van de VN inzake discriminatie op grond van afkomst en door ondersteuning van staten bij de tenuitvoerlegging van aanbevelingen van mensenrechtenmechanismen van de VN op het gebied van discriminatie op grond van kaste;

26.  is zeer bezorgd dat minderheden nog steeds een verhoogd risico op discriminatie lopen en bijzonder kwetsbaar zijn voor politieke, economische, milieugerelateerde en arbeidsgerelateerde verandering en ontwrichting; merkt op dat veel mensen weinig of geen toegang hebben tot politieke vertegenwoordiging en ernstig getroffen zijn door armoede; benadrukt dat de EU zich harder dient in te spannen om de schendingen van de mensenrechten tegen minderheden uit te bannen; benadrukt dat minderheidsgemeenschappen speciale behoeften hebben en dat hun volledige toegang en gelijke behandeling moet worden gewaarborgd op alle gebieden van het economische, sociale, politieke en culturele leven;

27.  is ingenomen met de ratificatie van het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap en wijst nogmaals op het belang van de daadwerkelijke tenuitvoerlegging ervan door zowel de lidstaten als de EU-instellingen; benadrukt dat personen door een handicap niet worden beroofd van hun menselijke waardigheid en dat bijgevolg staten verplicht zijn hen te beschermen; benadrukt in het bijzonder dat het beginsel van universele toegankelijkheid en de rechten van personen met een handicap op geloofwaardige wijze in alle relevante EU-beleidsdomeinen moeten worden geïntegreerd, met inbegrip van ontwikkelingssamenwerking, en onderstreept daarbij het prescriptieve en horizontale karakter van dit thema; roept de EU op om de bestrijding van discriminatie op grond van een handicap in haar externe optreden en ontwikkelingshulpbeleid op te nemen; is in dit verband verheugd over de opneming van de rechten van mensen met een handicap in de nieuwe Europese consensus voor ontwikkeling;

28.  betuigt andermaal zijn steun aan de systematische opneming van mensenrechtenbepalingen in internationale overeenkomsten tussen de EU en derde landen, ook in handels- en investeringsovereenkomsten; herinnert eraan dat alle mensenrechten als gelijkwaardig moeten worden beschouwd en dat zij ondeelbaar, van elkaar afhankelijk en met elkaar verbonden zijn; verzoekt de Commissie de tenuitvoerlegging van dergelijke clausules effectief en systematisch te volgen en regelmatig verslag uit te brengen aan het Parlement over de naleving van de mensenrechten door partnerlanden; verzoekt de Commissie, in het kader van toekomstige overeenkomsten, een meer gestructureerde en strategische aanpak van de mensenrechtendialogen te hanteren; heeft een positief beeld van de SAP+-regeling als middel om de daadwerkelijke uitvoering van 27 fundamentele internationale overeenkomsten op het gebied van mensenrechten en arbeidsnormen te stimuleren; bepleit de daadwerkelijke handhaving van SAP+, en verwacht dat de Commissie verslag uitbrengt aan het Parlement en de Raad over de stand van de ratificatie ervan en de in het kader van deze regeling geboekte vooruitgang; herhaalt het belang van de juiste tenuitvoerlegging van de VN-richtsnoeren inzake bedrijfsleven en mensenrechten;

29.  benadrukt nogmaals dat de activiteiten van alle bedrijven, waaronder Europese bedrijven die in derde landen opereren, volledig in overeenstemming moeten zijn met de internationale mensenrechtennormen, en doet een beroep op de EU en haar lidstaten ervoor te zorgen dat dit ook gebeurt; bevestigt bovendien dat het van belang is maatschappelijk verantwoord ondernemen te bevorderen, en dat Europese bedrijven het voortouw nemen bij de bevordering van internationale normen inzake bedrijfsleven en mensenrechten, en benadrukt dat door de samenwerking tussen mensenrechten- en bedrijfsorganisaties plaatselijke actoren de teugels in handen zouden krijgen en het maatschappelijk middenveld zou worden gestimuleerd; erkent dat wereldwijde waardeketens kunnen bijdragen aan de verbetering van internationale fundamentele arbeids-, milieu- en sociale normen en mogelijkheden en uitdagingen bieden met betrekking tot duurzame vooruitgang en de bevordering van de mensenrechten, met name in ontwikkelingslanden; roept de EU ertoe op een actievere rol te vervullen bij het tot stand brengen van een behoorlijk, eerlijk, transparant en duurzaam beheer van de wereldwijde waardeketens, en eventuele negatieve effecten voor de mensenrechten, waaronder de inbreuk op arbeidsrechten, te verzachten; wijst er evenwel op dat in geval van bedrijfsgerelateerde schendingen van de mensenrechten de effectieve toegang tot rechtsmiddelen voor slachtoffers moet worden gewaarborgd; dringt er bij de Commissie op aan ervoor te zorgen dat projecten die door de EIB worden ondersteund in overeenstemming zijn met het EU-beleid en toezeggingen inzake de mensenrechten; neemt kennis van de lopende onderhandelingen over een bindend verdrag over transnationale bedrijven en andere ondernemingen met betrekking tot de mensenrechten; moedigt de EU ertoe aan op constructieve wijze aan deze onderhandelingen deel te nemen

30.  roept de EU en haar lidstaten op om hun gehele politieke gewicht in de schaal te leggen om elke handeling te voorkomen die gezien kan worden als genocide, een oorlogsmisdaad of een misdaad tegen de menselijkheid, op een effectieve en gecoördineerde wijze te reageren wanneer dergelijke misdrijven plaatsvinden, alle nodige middelen te mobiliseren om alle verantwoordelijken te berechten, onder meer door de toepassing van het beginsel van universele jurisdictie, en de slachtoffers bij te staan en stabilisatie- en verzoeningsprocessen te ondersteunen; roept de internationale gemeenschap op om instrumenten op te zetten die de kloof tussen waarschuwing en respons kunnen verkleinen, zoals het systeem voor vroegtijdige waarschuwing van de EU, ter voorkoming van het ontstaan, het opnieuw oplaaien en de escalatie van gewelddadige conflicten;

31.  verzoekt de EU steun te verlenen aan organisaties (met inbegrip van ngo's, opensourceonderzoeksorganisaties en het maatschappelijk middenveld) die bewijsmateriaal verzamelen, bewaren en beschermen, digitaal of anderszins, van misdrijven om internationale vervolging mogelijk te maken;

32.  toont zich ernstig bezorgd over de vernietiging van culturele erfgoedsites in Syrië, Irak, Jemen en Libië; merkt op dat van de 38 bedreigde culturele erfgoedsites in de hele wereld, 22 zich in het Midden-Oosten bevinden; is voorstander van de activiteiten van het initiatief op het gebied van cultureel erfgoed en het bijbehorende feitenonderzoek in Syrië en Irak ten aanzien van de vernietiging van archeologisch en cultureel erfgoed;

33.  is ingenomen met de inspanningen van de EU om het internationaal, onpartijdig en onafhankelijk mechanisme (IIIM) bij te staan, dat door de VN is opgezet ter ondersteuning bij het onderzoek naar in Syrië begane ernstige misdrijven; benadrukt dat in Irak een soortgelijk onafhankelijk mechanisme moet worden opgezet; verzoekt de EU en de EU-lidstaten die dat nog niet hebben gedaan, financieel aan het IIIM bij te dragen;

34.  veroordeelt ten stelligste de gruwelijke misdaden en mensenrechtenschendingen die zijn gepleegd door statelijke en niet-statelijke actoren; is geschokt door het brede scala aan begane misdaden, waaronder moord, foltering, verkrachting als oorlogswapen, slavernij en seksuele slavernij, het ronselen van kindsoldaten, gedwongen bekeringen en de systematische "zuivering" en moord op religieuze minderheden; herinnert eraan dat de situatie waaronder religieuze minderheden gebukt gingen in de gebieden in handen van IS/Da'esh, door het Parlement in zijn resolutie van 12 februari 2015 over de humanitaire crisis in Irak en Syrië, met name in de context van IS(47), is aangemerkt als een genocide; benadrukt dat de EU en haar lidstaten de vervolging van leden van niet-statelijke groeperingen zoals IS/Da'esh moeten ondersteunen door de VN-Veiligheidsraad te verzoeken het Internationaal Strafhof (ICC) bevoegd te maken om uitspraak te doen of om te waarborgen dat recht wordt gedaan door middel van een ad-hoctribunaal of universele jurisdictie;

35.  betuigt nogmaals zijn volledige steun aan het ICC, het Statuut van Rome, het Parket van de Aanklager, zijn bevoegdheden om ambtshalve onderzoeken te openen en de vorderingen die zijn gemaakt bij het instellen van nieuwe onderzoeken, die een essentieel middel zijn om de straffeloosheid van gruweldaden te bestrijden; doet een beroep op alle lidstaten de Kampala-amendementen over het misdrijf agressie aan te nemen en "gruweldaden" toe te voegen aan de lijst van misdrijven waarvoor de EU bevoegd is; veroordeelt alle pogingen om de legitimiteit of de onafhankelijkheid van het ICC te ondermijnen, en roept de EU en de lidstaten op consequent samen te werken om de onderzoeken en beslissingen van het ICC te ondersteunen met als doel een einde te maken aan de straffeloosheid voor internationale misdrijven, ook wanneer het gaat om het arresteren van door het ICC gezochte personen; dringt er bij de EU en de lidstaten op aan consequent steun te verlenen aan (voor)onderzoeken en beslissingen van het ICC en maatregelen te nemen om niet-medewerking met het ICC te voorkomen en anders doeltreffend in te grijpen, en om voor toereikende middelen te zorgen; is verheugd over de bijeenkomst van vertegenwoordigers van de EU en het ICC op 6 juli 2016 in Brussel als voorbereiding op de tweede rondetafelconferentie tussen de EU en het ICC, waardoor het betrokken personeel van het ICC en de EU-instellingen in staat wordt gesteld gebieden van gemeenschappelijk belang te identificeren, informatie over relevante activiteiten uit te wisselen en voor een betere samenwerking tussen beide partijen te zorgen; betreurt ten zeerste de recent aangekondigde terugtrekkingen uit het Statuut van Rome, die een belemmering vormen voor de toegang tot de rechter van slachtoffers, en krachtig dienen te worden veroordeeld; is van mening dat de Commissie, de EDEO en de lidstaten derde landen moeten blijven aanmoedigen het Statuut van Rome te ratificeren en ten uitvoer te leggen; verzoekt de VV/HV een SVEU voor internationaal humanitair recht en internationale rechtspraak te benoemen die wordt belast met het bevorderen, integreren en uitdragen van de steun die de EU biedt aan de bestrijding van straffeloosheid en aan het ICC, in het buitenlands beleid van de EU; verzoekt de EU en haar lidstaten VN-verantwoordingsmechanismen en resoluties ter zake te ondersteunen op de multilaterale fora van de VN, onder meer in de Mensenrechtenraad;

36.  dringt er bij de EU op aan meer inspanningen te leveren om op multilateraal en bilateraal niveau te ijveren voor de rechtsstaat en de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht, als grondbeginselen voor de consolidatie van de democratie; spoort de EU aan om de eerlijke rechtsbedeling wereldwijd te ondersteunen door derde landen bij te staan bij wetgevende en institutionele hervormingsprocessen; spoort bovendien de EU-delegaties en de ambassades van de lidstaten aan stelselmatig toe te zien op processen, met het oog op de bevordering van de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht;

37.  betuigt zijn diepe bezorgdheid over en solidariteit met het groeiende aantal migranten, vluchtelingen en asielzoekers, waaronder steeds meer vrouwen, die het slachtoffer zijn van conflicten, gewelddaden, vervolging, bestuurlijk onvermogen, armoede en netwerken van irreguliere migratie, mensenhandel en mensensmokkel; beklemtoont de dringende behoefte aan daadwerkelijke stappen om de onderliggende oorzaken van migratiestromen aan te pakken en langetermijnoplossingen te vinden die gebaseerd zijn op de eerbiediging van de mensenrechten en de menselijke waardigheid, en derhalve de externe dimensie van de vluchtelingencrisis aan te pakken, onder meer door duurzame oplossingen te vinden voor conflicten in ons nabuurschap door bijvoorbeeld samenwerking en partnerschappen met de betrokken derde landen te ontwikkelen die stroken met het internationale recht en de eerbiediging van de mensenrechten in die landen waarborgen; is zeer verontrust over het geweld jegens migrantenkinderen, met inbegrip van vermiste, niet-vergezelde migrantenkinderen, en dringt aan op regelingen voor hervestiging en gezinshereniging en humanitaire corridors; is zeer verontrust over het groeiende aantal intern ontheemden (IDP's) en hun lot, en dringt aan op hun veilige terugkeer, hervestiging of lokale integratie; dringt erop aan dat de EU en haar lidstaten humanitaire bijstand bieden op het gebied van onderwijs, huisvesting, gezondheid en andere humanitaire gebieden waarmee de vluchtelingen zo dicht mogelijk bij hun thuisland worden bijgestaan, en dat het terugkeerbeleid naar behoren wordt uitgevoerd; beklemtoont de noodzaak van een brede, op de mensenrechten gebaseerde benadering van migratie en verzoekt de EU verder samen te werken met de VN, regionale organisaties, regeringen en ngo's; verzoekt de lidstaten het gemeenschappelijk Europees asielpakket en de gemeenschappelijke migratiewetgeving volledig uit te voeren, met name om kwetsbare asielzoekers te beschermen; onderstreept dat de concepten "veilige landen" en "veilige landen van herkomst" niet mogen beletten dat individuele asielaanvragen in overweging worden genomen; waarschuwt voor de instrumentalisering van het buitenlands beleid van de EU als "migratiebeheer"; verzoekt de EU en de lidstaten volledige transparantie te betrachten rond de middelen die aan derde landen worden toegekend voor de samenwerking op het gebied van migratie, en ervoor te zorgen dat deze samenwerking niet ten goede komt aan structuren die betrokken zijn bij schendingen van de mensenrechten, maar dat zij hand in hand gaan met de verbetering van de mensenrechtensituatie in deze landen;

38.  is van mening dat ontwikkelingssamenwerking en de bevordering van mensenrechten en democratische beginselen, waaronder de rechtsstaat en goed bestuur, hand in hand moeten gaan; herinnert er in dit verband aan dat de VN heeft verklaard dat de ontwikkelingsdoelstellingen zonder een benadering op basis van de mensenrechten niet volledig kunnen worden verwezenlijkt; herinnert er bovendien aan dat de EU zich inzet voor de ondersteuning van partnerlanden, rekening houdend met hun ontwikkelingssituatie en hun vooruitgang op het gebied van mensenrechten en democratie;

39.  wijst erop dat het percentage mensen dat risico op armoede of sociale uitsluiting loopt, hoger is bij vrouwen en verzoekt de Commissie haar inspanningen te intensiveren om in het kader van haar ontwikkelingsbeleid maatregelen ter bestrijding van armoede en sociale uitsluiting ten uitvoer te leggen;

40.  herinnert eraan dat criterium 2 van Gemeenschappelijk Standpunt 2008/944/GBVB van de Raad de lidstaten ertoe verplicht bij elke uitvoervergunning voor wapens de eerbiediging van de mensenrechten in het land van bestemming te onderzoeken; herinnert in dit verband aan de toezegging van de Commissie in het EU-actieplan inzake mensenrechten en democratie in verband met de veiligheidsstrijdkrachten en de uitvoering van het mensenrechtenbeleid van de EU, met inbegrip van de ontwikkeling en tenuitvoerlegging van een beleid van gepaste zorgvuldigheid op dit gebied;

41.  herhaalt zijn oproep voor een gemeenschappelijk standpunt van de EU inzake het gebruik van gewapende drones, waarin de mensenrechten en het internationaal humanitair recht worden geschraagd en kwesties, zoals het rechtskader, evenredigheid, verantwoordingsplicht en de bescherming van burgers en transparantie, aan bod komen; dringt er nogmaals bij de EU op aan om een verbod uit te vaardigen op de ontwikkeling, de productie en het gebruik van volledig autonome wapens waarmee aanvallen zonder menselijke tussenkomst kunnen worden uitgevoerd;

42.  is van oordeel dat de EU zich moet blijven inspannen om de eerbiediging van de mensenrechten van LGBTI-mensen te verbeteren, in overeenstemming met de EU-richtsnoeren over dit onderwerp; dringt aan op de volledige uitvoering van de richtsnoeren, onder meer via de opleiding van EU-personeel in derde landen; laakt het feit dat er nog steeds 72 landen zijn waarin homoseksualiteit strafbaar is, is bezorgd dat 13 van deze landen de doodstraf hebben, en is van mening dat gewelddadige praktijken en gewelddaden tegen individuen op basis van hun seksuele geaardheid, zoals gedwongen outings, door haat ingegeven misdrijven en uitingen van haat zowel online als offline, en correctieve verkrachting niet ongestraft mogen blijven; neemt kennis van de legalisering van huwelijken en geregistreerde partnerschappen tussen personen van hetzelfde geslacht in een aantal landen en moedigt de verdere erkenning ervan aan; veroordeelt schendingen van de lichamelijke integriteit van vrouwen en minderheden; roept de staten op deze praktijken strafbaar te stellen, de daders te aan te pakken en de slachtoffers bij te staan;

43.  benadrukt het fundamentele belang van corruptiebestrijding in al haar vormen, om de rechtsstaat, de democratie en de eerbiediging van de mensenrechten te kunnen waarborgen; veroordeelt ten stelligste elke toegeeflijkheid ten aanzien van zulke corrupte praktijken;

44.  herinnert eraan dat corruptie een bedreiging vormt voor het uitoefenen van gelijke mensenrechten, en democratische processen ondermijnt, zoals de rechtsstaat en een eerlijke rechtsbedeling; is van mening dat de EU in alle platformen voor dialoog met derde landen het belang moet benadrukken van integriteit, verantwoordingsplicht en een degelijk beheer van overheidszaken, overheidsfinanciën en overheidseigendommen, zoals bepaald in het Verdrag van de Verenigde Naties tegen corruptie; pleit ervoor dat de EU haar deskundigheid gebruikt om derde landen op een meer samenhangende en stelselmatige manier te ondersteunen bij het aanpakken van corruptie door het opzetten en consolideren van onafhankelijke en doeltreffende instellingen voor corruptiebestrijding; dringt er met name bij de Commissie op aan te onderhandelen over anti-corruptiebepalingen in alle toekomstige handelsovereenkomsten waarover zij met derde landen onderhandelt;

45.  onderstreept de essentiële verplichtingen en verantwoordelijkheden van staten en andere gezagsdragers om klimaatverandering te beperken, de negatieve effecten ervan op de mensenrechten te voorkomen en de samenhang van het beleid te bevorderen om ervoor te zorgen dat maatregelen ter beperking van klimaatverandering en aanpassingsinspanningen adequaat, voldoende ambitieus, niet-discriminerend en anderszins in overeenstemming zijn met de mensenrechtenverplichtingen; benadrukt dat er volgens schattingen van de VN tegen 2050 vele milieu-ontheemden zullen zijn; benadrukt het verband tussen handels-, milieu- en ontwikkelingsbeleid, en de positieve en negatieve effecten die deze beleidsdomeinen voor de eerbiediging van de mensenrechten kunnen hebben; spreekt zijn waardering uit voor de internationale inzet ter bevordering van de integratie van kwesties inzake milieu- en natuurrampen en de klimaatverandering met de mensenrechten;

46.  onderstreept dat landroof in de ontwikkelingslanden de afgelopen jaren aanzienlijk is toegenomen; is van mening dat de bestrijding van uitbuiting en toe-eigening van middelen een prioriteit moet zijn; veroordeelt praktijken, zoals landroof en het niet-selectieve gebruik van natuurlijke hulpbronnen; verzoekt de Europese Commissie dringend actie te ondernemen in reactie op de talrijke recente resoluties van het Parlement op dit gebied;

47.  onderstreept dat ervoor moet worden gezorgd dat de mensenrechten en de toegang tot goederen en diensten, zoals water en sanitaire voorzieningen, in het sociaal, onderwijs-, volksgezondheids- en veiligheidsbeleid worden opgenomen;

48.  verzoekt internationale instellingen, nationale regeringen, ngo's en individuen in synergie een passend regelgevingskader vast te stellen om te waarborgen dat iedereen in de wereld een gegarandeerde toegang tot een minimumhoeveelheid water heeft; onderstreept dat water niet als handelswaar mag worden beschouwd, maar als een kwestie van ontwikkeling en duurzaamheid, en dat de privatisering van de watervoorziening staten niet ontheft van hun verantwoordelijkheden ten aanzien van de mensenrechten; doet een beroep op landen waar water een oorzaak van spanningen of conflicten is, samen naar gedeeld watergebruik toe te werken om een win-winsituatie tot stand te brengen met het oog op de duurzaamheid en de vreedzame ontwikkeling van de regio;

Aanpak van uitdagingen en activiteiten in verband met ondersteuning van de democratie

49.  benadrukt dat de EU democratische en doeltreffende mensenrechteninstellingen en het maatschappelijk middenveld actief moet blijven ondersteunen in hun inspanningen ter bevordering van de democratisering; is ingenomen met de onschatbare hulp die wereldwijd aan maatschappelijke organisaties wordt geboden in het kader van het EIDHR, dat het voornaamste instrument blijft voor de uitvoering van het externe mensenrechtenbeleid van de EU; verwelkomt bovendien de voortdurende inspanningen van het Europees Fonds voor democratie ter bevordering van democratie en eerbiediging van de fundamentele rechten en vrijheden in de oostelijke en zuidelijke buurlanden van de EU;

50.  herinnert eraan dat de ervaring die is opgedaan met de overgang naar democratie in het kader van uitbreidings- en nabuurschapsbeleid op een positieve manier kan bijdragen tot de vaststelling van optimale praktijken die gebruikt kunnen worden voor de ondersteuning en consolidering van andere democratiseringsprocessen over de hele wereld;

51.  herhaalt in dit verband zijn oproep aan de Commissie om EU-richtsnoeren voor democratieondersteuning uit te werken;

52.  pleit ervoor dat de EU haar inspanningen opvoert voor de ontwikkeling van een bredere benadering van democratiseringsprocessen, waarvan vrije en eerlijke verkiezingen slechts één dimensie uitmaken, om een positieve bijdrage te leveren aan de versterking van democratische instellingen en van het vertrouwen van de bevolking in verkiezingsprocessen over de hele wereld;

53.  is ingenomen met de acht verkiezingswaarnemingsmissies en de acht missies van verkiezingsdeskundigen die in 2016 door de EU in de hele wereld zijn ondernomen; wijst erop dat sinds 2015 de EU 17 verkiezingswaarnemingsmissies en 23 missies van verkiezingsdeskundigen heeft ingezet; herhaalt zijn waardering voor de niet-aflatende ondersteuning die de EU bij verkiezingsprocessen biedt en voor de bijstand en steun die zij daarbij aan binnenlandse waarnemers verleent; verwelkomt en steunt in dit opzicht het werk van de coördinatiegroep democratieondersteuning en verkiezingen volledig;

54.  herinnert aan het belang van een behoorlijke follow-up van de verslagen en aanbevelingen van de verkiezingswaarnemingsmissies, als een manier om hun invloed te vergroten en de EU-steun voor democratische normen in de betrokken landen sterker te maken;

55.  is ingenomen met de toezegging van de Commissie, de EDEO en de lidstaten onder het huidige actieplan inzake mensenrechten en democratie om in derde landen op een meer vastberaden en consequente manier overleg te plegen met instanties die verkiezingen beheren, parlementaire instellingen en maatschappelijke organisaties, om ertoe bij te dragen dat deze sterker staan en bijgevolg de democratische processen te versterken;

56.  benadrukt dat het uitbreidingsbeleid een van de krachtigste instrumenten is om de eerbiediging van de democratische beginselen en de mensenrechten te versterken in het licht van de huidige politieke ontwikkelingen in kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaat-lidstaten; verzoekt de Commissie haar inspanningen op te voeren ter ondersteuning van de versterking van een democratische politieke cultuur, de eerbiediging van de rechtsstaat, de onafhankelijkheid van de media en de rechterlijke macht, en de bestrijding van corruptie in die landen; is ervan overtuigd dat de bescherming, actieve bevordering en handhaving van de mensenrechten en democratische beginselen centraal moeten blijven staan in het herzien Europees nabuurschapsbeleid; wijst er nogmaals op dat de bescherming, de actieve ondersteuning en de handhaving van de mensenrechten en democratische beginselen in het belang van zowel partnerlanden als de EU zijn; onderstreept bovendien dat de EU zich aan de toezegging moet houden die ze heeft gedaan aan haar partners, met name in de buurlanden, om economische, sociale en politieke hervormingen te steunen, de mensenrechten te beschermen en te helpen bij de invoering van de rechtsstaat, aangezien dit de beste manier is om de internationale orde te versterken en de stabiliteit in haar buurlanden te waarborgen; herinnert eraan dat het mogelijk en wenselijk is dat de Unie voor het Middellandse Zeegebied vorm geeft aan de politieke dialoog op dit gebied en voor een sterke agenda voor mensenrechten en democratie in de regio ijvert; herinnert eraan dat elk land dat naar toetreding tot de EU streeft, ten volle de mensenrechten moet waarborgen en strikt moet voldoen aan de criteria van Kopenhagen, waarbij niet-naleving kan leiden tot het bevriezen van de onderhandelingen;

57.  benadrukt dat vredesopbouw inhoudt dat naar conflictpreventie en -beperking wordt gestreefd, evenals naar versterking van de veerkracht van politieke, sociaal-economische en beveiligingsinstanties, om de grondslag te leggen voor duurzame vrede en ontwikkeling op lange termijn; onderstreept dat de bevordering van de rechtsstaat, goed bestuur en mensenrechten van fundamenteel belang is voor het bewaren van de vrede;

Zorgen voor een omvattende en coherente aanpak ter ondersteuning van mensenrechten en democratie door EU-beleid

58.  neemt kennis van de aanneming van het EU-jaarverslag over mensenrechten en democratie in de wereld in 2016; meent dat het jaarverslag een onmisbaar instrument is voor een kritische blik op het EU-beleid inzake mensenrechten en democratie in de wereld, alsook voor de communicatie en het debat over dit beleid, en een waardevol instrument dat een alomvattend overzicht biedt van de prioriteiten, inspanningen en uitdagingen van de EU op dit gebied en dat kan worden gebruikt om na te gaan hoe deze verder doeltreffend kunnen worden aangepakt;

59.  herhaalt in krachtige bewoordingen zijn verzoek aan de VV/HV om deel te nemen aan een debat met leden van het Europees Parlement in twee plenaire vergaderingen per jaar, eenmaal wanneer het jaarverslag wordt gepresenteerd en eenmaal in reactie op het eigen verslag van het EP; benadrukt nogmaals hoe belangrijk een continue dialoog is, met name wat de follow-up betreft van de urgente resoluties van het Parlement over mensenrechtenkwesties; herinnert eraan dat schriftelijke antwoorden ook een belangrijke rol vervullen in de interinstitutionele betrekkingen, aangezien ze een systematische en diepgaande follow-up mogelijk maken van alle punten die door het Parlement aan de orde zijn gesteld en aldus bijdragen tot het versterken van effectieve coördinatie; verzoekt de VV/HV en de EDEO gedegen antwoorden te geven op schriftelijke vragen en in te gaan op de mensenrechtenkwesties die op het hoogste niveau in de dialoog met de betrokken landen aan de orde zijn gesteld;

60.  prijst de EDEO en de Commissie voor hun uitgebreide rapportering over de activiteiten die de EU in 2016 heeft ondernomen op het gebied van mensenrechten en democratie; is niettemin van mening dat de huidige vorm van het jaarverslag over mensenrechten en democratie verbeterd kan worden door een beter overzicht te bieden van de concrete gevolgen die de acties van de EU hebben voor de mensenrechten en de democratie in derde landen;

61.  herhaalt zijn standpunt dat de goedkeuring van het strategisch kader en het eerste actieplan van de EU inzake mensenrechten en democratie in 2012 een belangrijke mijlpaal vormde voor de EU om de mensenrechten en de democratie een centrale plaats te geven in haar externe betrekkingen; is ingenomen met de vaststelling door de Raad in juli 2015 van een nieuw actieplan inzake mensenrechten en democratie voor 2015-2019 en de uitvoering van een tussentijdse evaluatie in 2017; verzoekt de VV/HV, de EDEO, de Commissie, de Raad en de lidstaten ervoor te zorgen dat het huidige actieplan op een doeltreffende en samenhangende manier wordt uitgevoerd, onder meer door middel van echte samenwerking met maatschappelijke organisaties; benadrukt dat de lidstaten verslag moeten uitbrengen over de wijze waarop zij het plan hebben uitgevoerd; vestigt er met name de aandacht op hoe belangrijk het is om de instrumenten die gebruikt worden bij het bevorderen van de mensenrechten en de democratie, wereldwijd doeltreffender te maken en hun plaatselijke effect te optimaliseren;

62.  herhaalt zijn standpunt dat een grote eensgezindheid en een betere coördinatie tussen de lidstaten en de EU-instellingen, evenals echte samenwerking met maatschappelijke organisaties op lokaal, nationaal en internationaal niveau vereist zijn om de agenda voor mensenrechten en democratie op een samenhangende en consequente manier vooruit te helpen; stelt nadrukkelijk dat de lidstaten meer verantwoordelijkheid moeten opnemen bij de uitvoering van het actieplan en het strategisch kader van de EU, en deze moeten gebruiken als een blauwdruk voor de bilaterale en multilaterale bevordering van de mensenrechten en de democratie;

63.  erkent de sleutelrol die de heer Lambrinidis, SVEU voor mensenrechten, speelt bij het versterken van de zichtbaarheid en doeltreffendheid van de EU bij de wereldwijde bescherming en bevordering van de mensenrechten en de democratische beginselen, en benadrukt zijn rol bij het bevorderen van een consistente en coherente uitvoering van het EU-mensenrechtenbeleid; is ingenomen met de verlenging van het mandaat van de SVEU tot 28 februari 2019 en herhaalt zijn verzoek om dit mandaat permanent te maken; pleit er in dit verband voor dat de SVEU initiatiefrecht, een grotere zichtbaarheid en voldoende personeel en financiële middelen krijgt, opdat hij zijn functie optimaal kan uitoefenen; pleit er verder voor dat de SVEU zijn activiteiten, plannen, voortgangsverslagen en evaluaties transparanter maakt;

64.  merkt op dat de werkzaamheden en de impact van de SVEU voor de mensenrechten slechts gedeeltelijk toegankelijk zijn via een evaluatie van het jaarverslag over mensenrechten, zijn socialmedia-account en beschikbare toespraken;

65.  steunt de landenstrategieën inzake mensenrechten volledig, aangezien EU-acties hiermee op de specifieke situatie en behoeften van elk land worden afgestemd; herhaalt zijn oproep om de leden van het Europees Parlement toegang te verlenen tot strategische inhoud; onderstreept met kracht het belang om rekening te houden met de landenstrategieën inzake mensenrechten op alle niveaus van beleidsvorming ten aanzien van individuele derde landen; benadrukt dat landenstrategieën inzake mensenrechten dienen te stroken met de in elk land te nemen EU-maatregelen, naargelang van de specifieke situatie, en dat zij meetbare voortgangsindicatoren dienen te bevatten en indien nodig moeten kunnen worden aangepast;

66.  is verheugd over de aanwijzing van contactpunten voor mensenrechten- en gendervraagstukken door alle EU-delegaties en GVDB-missies; herhaalt zijn aanbeveling aan de VV/HV en de EDEO om duidelijke operationele richtsnoeren uit te werken inzake de rol van contactpunten in delegaties, zodat ze kunnen verbeteren, als echte mensenrechtenadviseurs op kunnen treden en hun werk op een doeltreffende manier kunnen uitvoeren;

67.  erkent dat mensenrechtendialogen met derde landen een doeltreffend instrument kunnen zijn voor bilateraal contact en samenwerking ter bevordering en bescherming van de mensenrechten; is ingenomen met het tot stand brengen van mensenrechtendialogen met een groeiend aantal landen; prijst de betrokkenheid van het maatschappelijk middenveld in voorbereidende dialogen en moedigt deze verder aan; herhaalt zijn oproep tot de ontwikkeling van een uitgebreid mechanisme voor het toezicht op en het beoordelen van de werking van mensenrechtendialogen;

68.  herinnert aan de inzet van de EU om mensenrechten en democratie centraal te stellen in haar betrekkingen met derde landen; benadrukt daarom dat de bevordering van de mensenrechten en de democratische beginselen, met inbegrip van conditionaliteitsclausules inzake de mensenrechten in internationale overeenkomsten, door alle EU-beleidsdomeinen met een externe dimensie moet worden ondersteund, zoals het uitbreidings- en nabuurschapsbeleid, het GVDB en beleid inzake milieu, ontwikkeling, veiligheid, terrorismebestrijding, handel, migratie, justitie en binnenlandse zaken;

69.  herinnert eraan dat sancties een essentieel instrument zijn van het GBVB; vraagt de Raad met klem om te besluiten tot de in de EU‑wetgeving voorziene sancties, indien dit nodig wordt geacht om de doelstellingen van het GBVB te verwezenlijken, met name om de mensenrechten te beschermen en de democratie te consolideren en te ondersteunen, en daarbij ervoor te zorgen dat de sancties geen gevolgen voor de burgerbevolking hebben; vraagt deze sancties te richten tegen ambtenaren die zijn aangewezen als verantwoordelijk voor mensenrechtenschendingen, om hun misdaden en schendingen te bestraffen;

70.  stelt vast dat de Commissie inspanningen doet om aan haar toezegging te voldoen mensenrechtenbepalingen op te nemen in haar effectbeoordelingen voor wetgevings- en niet-wetgevingsvoorstellen, uitvoeringsmaatregelen en handels- en investeringsovereenkomsten; spoort de Commissie ertoe aan de kwaliteit en de uitgebreide opzet van de effectbeoordelingen te verbeteren en ervoor te zorgen dat mensenrechtenkwesties stelselmatig worden opgenomen in de tekst van de wetgevings- en niet-wetgevingsvoorstellen;

71.  spreekt nogmaals zijn volledige steun uit voor de sterke inzet van de EU bij het ijveren voor de bevordering van mensenrechten en democratische beginselen door samen te werken met VN-structuren en gespecialiseerde VN-organisaties, de Raad van Europa, de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) en de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO), evenals met regionale organisaties zoals onder meer de Associatie van Zuidoost-Aziatische Staten (Asean), de Zuid-Aziatische Associatie voor Regionale Samenwerking (SAARC), de Afrikaanse Unie en de Arabische Liga, overeenkomstig de artikelen 21 en 220 van het VEU;

72.  benadrukt dat de EU voor het verwezenlijken van de ambitieuze doelstellingen uit het nieuwe actieplan in voldoende middelen en deskundigheid moet voorzien, zowel wat specifiek personeel voor delegaties en hoofdkantoren als wat beschikbare middelen betreft;

73.  herhaalt bovendien dat een actieve en consistente EU-inzet in alle mensenrechtenmechanismen van de VN, met name de Derde Commissie van de AVVN en de VN-Mensenrechtenraad, van het grootste belang is; erkent de inspanningen van de EDEO, de EU-delegaties in New York en Genève en de lidstaten om de samenhang van het EU-optreden inzake mensenrechtenkwesties op VN-niveau te vergroten; spoort de EU aan meer inspanningen te leveren om haar stem te laten horen, onder meer door de toenemende tenuitvoerlegging van regio-overschrijdende initiatieven te versterken en door steun te verlenen aan en het initiatief te nemen voor resoluties; onderstreept de noodzaak voor het EU-leiderschap om aan te dringen op een hervorming van de VN met het oog op het versterken van de impact en de kracht van het op regels gebaseerde multilaterale stelsel en het zorgen voor een efficiëntere bescherming van de mensenrechten en de bevordering van het internationaal recht;

°

°  °

74.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de speciale vertegenwoordiger van de EU voor de mensenrechten, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties, de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, de voorzitter van de 70e Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, de voorzitter van de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties, de hoge commissaris van de Verenigde Naties voor de mensenrechten en de hoofden van de EU-delegaties.

(1)

http://www.ohchr.org/Documents/ProfessionalInterest/cedaw.pdf

(2)

http://www.un.org/en/ga/search/view_doc.asp?symbol=A/RES/69/167

(3)

https://treaties.un.org/doc/source/docs/A_RES_45_158-E.pdf

(4)

http://www.unhcr.org/3b66c2aa10

(5)

http://www.ohchr.org/Documents/Publications/GuidingPrinciplesBusinessHR_EN.pdf.

(6)

http://www.un.org/en/development/desa/population/migration/generalassembly/docs/globalcompact/A_RES‌_71_1.pdf

(7)

https://sustainabledevelopment.un.org/post2015/transformingourworld

(8)

https://www.coe.int/en/web/conventions/full-list/-/conventions/rms/090000168008482e

(9)

http://www.oecd.org/corporate/mne/oecdguidelinesformultinationalenterprises.htm

(10)

https://www.consilium.europa.eu/uedocs/cms_data/docs/pressdata/EN/foraff/131181.pdf

(11)

http://data.consilium.europa.eu/doc/document/ST-10897-2015-INIT/en/pdf

(12)

http://data.consilium.europa.eu/doc/document/ST-11138-2017-INIT/en/pdf

(13)

https://ec.europa.eu/europeaid/sites/devco/files/staff-working-document-gender-2016-2020-20150922_en.pdf

(14)

http://europa.eu/globalstrategy/sites/globalstrategy/files/regions/files/eugs_review_web_0.pdf

(15)

http://europa.eu/globalstrategy/sites/globalstrategy/files/full_brochure_year_1.pdf

(16)

PB L 76 van 22.3.2011, blz. 56.

http://eur-lex.europa.eu/LexUriServ/LexUriServ.do?uri=OJ:L:2011:076:0056:0058:EN:PDF

(17)

https://ec.europa.eu/anti-trafficking/sites/antitrafficking/files/communication_on_the_european_agenda_on_migration_en.pdf

(18)

http://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/TXT/?uri=CELEX%3A52016DC0385

(19)

https://eeas.europa.eu/sites/eeas/files/eu_guidelines_rights_of_child_0.pdf

(20)

https://ec.europa.eu/europeaid/new-european-consensus-development-our-world-our-dignity-our-future_en

(21)

 http://data.consilium.europa.eu/doc/document/ST-9647-2014-INIT/nl/pdf

(22)

http://data.consilium.europa.eu/doc/document/ST-11491-2013-INIT/nl/pdf

(23)

http://www.ceceurope.org/wp-content/uploads/2015/08/CofEU_119404.pdf

(24)

http://data.consilium.europa.eu/doc/document/ST-8416-2013-INIT/nl/pdf

(25)

http://data.consilium.europa.eu/doc/document/ST-6129-2012-REV-1/nl/pdf

(26)

https://www.osce.org/odihr/19223?download=true

(27)

https://eeas.europa.eu/sites/eeas/files/137584.pdf

(28)

https://eeas.europa.eu/sites/eeas/files/eu_guidelines_on_human_rights_dialogues_with_third_countries.pdf

(29)

https://eeas.europa.eu/sites/eeas/files/guidelines_en.pdf

(30)

 https://eeas.europa.eu/sites/eeas/files/16173_08_en.pdf

(31)

https://eeas.europa.eu/sites/eeas/files/10019_08_en.pdf

(32)

PB L 130 van 19.5.2017, blz. 1.

(33)

http://data.consilium.europa.eu/doc/document/ST-16332-2008-REV-2/nl/pdf

(34)

http://data.consilium.europa.eu/doc/document/ST-10255-2016-INIT/nl/pdf

(35)

Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0344.

(36)

Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0502.

(37)

Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0404.

(38)

Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0405.

(39)

Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0300.

(40)

Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0020.

(41)

Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0066.

(42)

PB C 181 van 19.5.2016, blz. 69.

(43)

http://www.ohchr.org/EN/HRBodies/HRC/RegularSessions/Session31/Documents/A_HRC_31_56_en.doc

(44)

PB C 153 E van 31.5.2013, blz. 115.

(45)

PB L 134 van 29.5.2009, blz. 1.

(46)

PB L 101 van 15.4.2011, blz. 1.

(47)

Aangenomen teksten, P8_TA(2015)0040.


EXPLANATORY STATEMENT

Scrutiny towards an EU Human Rights cycle

The main aim of this report is to look at the human rights and democracy challenges in third countries and the parliamentary scrutiny of human rights in external policies for the year 2016. The rapporteur also seeks to clarify the cycle of human rights policy-making within the European Union. The rapporteur sees the role of Parliament as essential for the mainstreaming of human rights in the EU’s external policy.

The rapporteur will therefore

–  scrutinise and comment on the human rights policy of the European Union while keeping a clear focus on the year 2016,

–  give an overview of the actions of the European Parliament in the area of human rights including the awarding of the Sakharov Prize for 2016 and the urgency resolutions adopted,

–  take into account the mid-term review of the 2015-2019 Action Plan which has just been completed by the Council and the Commission and which accompanies the 10-year strategic framework, 2012-2022,

The European Union’s external action and Human Rights

The European Union is founded on a strong engagement to promote and protect human rights, democracy and the rule of law worldwide. Sustainable peace, development and prosperity cannot exist without respect for human rights. This commitment underpins all internal and external policies of the European Union. The European Union actively promotes and defends universal human rights within its borders and when engaging in relations with non-EU countries. Over the years, the EU has adopted important reference documents on the promotion and protection of human rights and developed a range of diplomatic and cooperation tools to support the worldwide advancement of human rights.

The Lisbon Treaty

The Lisbon Treaty places human rights and democracy at the heart of the external relations of the European Union by stating that

The Union’s action on the international scene shall be guided by the principles which have inspired its own creation, development and enlargement, and which it seeks to advance in the wider world: democracy, the rule of law, the universality and indivisibility of human rights and fundamental freedoms, respect for human dignity, the principles of equality and solidarity, and respect for the principles of the United Nations Charter and international law. The Union shall seek to develop relations and build partnerships with third countries, and international, regional or global organisations which share the principles referred to in the first subparagraph. It shall promote multilateral solutions to common problems, in particular in the framework of the United Nations”. (Art 21(1) TEU)

The role of the Council and the HR/VP

Since the entry into force of the Lisbon Treaty, the external relations of the EU are mainly formulated and implemented by the High Representative of the Union for Foreign Affairs and Security Policy, who simultaneously serves as the Vice-President of the Commission. She is assisted by the European External Action Service (EEAS).

Strategic Framework on Human Rights 2012-2021 and Action Plans

In June 2012, the Council adopted a Strategic Framework on Human Rights and Democracy. The framework sets out the general human rights objectives of the EU. The framework defines the principles, objectives and priorities for improving the effectiveness and consistency of EU policy over ten years, 2012 - 2021. These principles include mainstreaming human rights into all EU policies.

The framework is operationalised by the periodic action plan, which accompanies the framework. This Action Plan sets concrete goals associated with timeframes and assigns relevant stakeholders. A first Action Plan for 2012-2014 was adopted which was then followed by a second action plan for 2015-2019. It builds upon the existing body of EU human rights and democracy support policies in the external action area, notably EU Guidelines, toolkits and other agreed positions, and the various external financing instruments. The current Action Plan contains 34 types of actions, which correspond to the following broader objectives: boosting ownership of local actors, addressing human rights challenges, ensuring a comprehensive human rights approach to conflict and crises, fostering better coherence and consistency and a more effective EU human rights and democracy support policy. A midterm review of the Action Plan has recently been adopted.

Human Rights Guidelines

EU Guidelines are not legally binding but they represent a strong political signal that they are priorities for the Union. Guidelines are pragmatic instruments of EU Human Rights policy and practical tools to help EU representations in the field better advance our Human Rights policy. There are 11 Guidelines.


ANNEX I: INDIVIDUAL CASES RAISED BY THE EUROPEAN PARLIAMENT

(JANUARY - DECEMBER 2016)

COUNTRY

Individual

BACKGROUND

ACTION TAKEN BY THE PARLIAMENT

BAHRAIN

 

 

Mohamed Ramadan

Ali Moosa

Mohammed Ramadan, a 32-year-old airport security guard, was arrested by the Bahraini authorities for allegedly taking part in a bombing in Al Dair on 14 February 2014, together with Ali Moosa, that killed a security officer and wounded several others.

 

A Bahraini court sentenced Ramadan and Moosa to death. However, both retracted their confession, claiming that they confessed after being tortured in the custody of the Criminal Investigations Directorate (CID). This sentence was upheld by the Court of Cassation, Bahrain’s highest court of appeal, in late 2015. A final date for the execution is still to be cleared.

In its Resolution of 4 February 2016, the European Parliament:

- Expresses its concern and disappointment over Bahrain’s return to the practice of capital punishment; calls for the reintroduction of the moratorium on the death penalty as a first step towards its abolition; calls on the Government of Bahrain, and in particular His Majesty Sheikh Hamad bin Isa Al Khalifa, to grant Mohammed Ramadan a royal pardon or to commute his sentence;

- Condemns firmly the continuing use of torture and other cruel or degrading treatment or punishment against prisoners by the security forces; is extremely worried about the prisoners’ physical and mental integrity; Expresses its concern about the use of anti-terrorism laws in Bahrain to punish political beliefs and convictions and prevent citizens from pursuing political activities; Stresses the obligation to ensure that human rights defenders are protected and allowed to conduct their work without hindrance, intimidation or harassment;

Ali Salman

Zainab al-Khawaja

Nabeel Rajab

 

During 2016, Bahrain has intensified its campaign of repression and persecution of human rights defenders and political opposition, with the re-arrest of Nabeel Rajab, in relation to twitter posts published in 2015 and faces up to 13 years of prison charge. Poor prison conditions have brought him to hospital in numerous occasions. Equally, it forced Zainab Al-Khawaja into exile after threats of re-arrest.

 

Bahrain has also targeted opposition groups, such as the Al-Wefaq, whose head, Ali Salman, has been in prison since July 2015

In its resolution, adopted on 7 July 2016, the European Parliament:

- Expresses grave concern about the ongoing campaign of repression against human rights defenders, political opposition and civil society, as well as the restriction of fundamental democratic rights, notably the freedoms of expression, association and assembly, political pluralism and the rule of law in Bahrain; calls for an end to all acts of violence, harassment and intimidation, including at judicial level, and to the censorship of human rights defenders, political opponents, peaceful protesters and civil society actors by state authorities and the security forces and services;

- Calls for the immediate and unconditional release of Nabeel Rajab and other human rights defenders jailed on allegations relating to their rights to free expression, assembly, and association, and for all charges against them to be dropped; calls on the authorities to guarantee the physical and psychological integrity of Nabeel Rajab and to provide him with all necessary medical treatment;

- notes with concern the Bahraini Government’s suppression of legitimate political opposition, including the extension of Sheikh Ali Salman’s sentence, the suspension of the Al-Wefaq National Islamic Society and the freezing of its assets; calls for greater basic freedoms for all Bahraini citizens; insists on an immediate halt to the suppression of different political opinions in the country and the repression of their leading representatives, regardless of their political or religious affiliation;

BRAZIL

 

 

Simiao Vilharva

Clodiodi de Souza

The Guarani-Kaiowá people

According to official local data, in the state of Mato Grosso do Sul, at least 400 indigenous people and 14 indigenous leaders have been murdered, including S. Vilharva and C. de Souza.

The Guarani-Kaiowá people is acutely affected by the poor and inadequate provision of appropriate health care, education and social services. At the same time, most of their lands are located in the Amazon region, and they are entitled by virtue of the Brazilian Constitution of 1988 and international legislations to their ancestral territories.

In its resolution of 24 November 2016, the European Parliament:

- Strongly condemns the violence perpetrated against the indigenous communities of Brazil; deplores the poverty and human rights situation of the Guarani-Kaiowá population in Mato Grosso do Sul;

- Calls on the Brazilian authorities to take immediate action to protect indigenous people’s security and to ensure that independent investigations are carried out into the murder and assault of indigenous people in their attempts to defend their human and territorial rights, so that the perpetrators can be brought to justice;

- Expresses concern about the proposed constitutional amendment 215/2000 (PEC 215), to which Brazilian indigenous peoples are fiercely opposed, given that, if approved, it will threaten indigenous land rights by making it possible for anti-Indian interests related to the agro-business, timber, mining and energy industries to block the new indigenous territories from being recognised;

CAMBODIA

 

 

Sam Rainsy

Kem Sokha

Hong Sok Hour

Pin Ratana

 

Sam Rainsy, the president of the leading opposition party, the CNRP, remains in self-emposed exile and faces trial in absentia, with the acting CNRP president, Kem Sokha, being under investigation. A senator from the opposition, Hong Sok Hour has been under arrest since August 2015.

In its resolution of 9 June 2016, the European Parliament:

- Expresses its deep concerns about the worsening climate for opposition politicians and human rights activists in Cambodia, and condemns all acts of violence, politically motivated charges, arbitrary detention, questioning, sentences and convictions in respect of these individuals;

- Urges the Cambodian authorities to revoke the arrest warrant for, and drop all charges against, opposition leader Sam Rainsy and CNRP members of the National Assembly and Senate, including Senator Hong Sok Hour; calls for the immediate release of the five human rights defenders still in preventive custody, namely Ny Sokha, Nay Vanda, Yi Soksan, Lim Mony and Ny Chakra, for these politicians, activists and human rights defenders to be allowed to work freely without fear of arrest or persecution, and for an end to political use of the courts to prosecute people on politically motivated and trumped-up charges; calls on the National Assembly to reinstate Sam Rainsy, Um Sam An and Hong Sok Hour immediately and to restore their parliamentary immunity;

- Urges the Cambodian authorities to drop all politically motivated charges and other criminal proceedings against ADHOC and other Cambodian human rights defenders, to cease all threats to apply repressive LANGO provisions, together with all other attempts to intimidate and harass human rights defenders and national and international organisations, and to release immediately and unconditionally all those jailed on politically motivated and trumped-up charges;

Ny Sokha, Nay Vanda and Yi Soksan, Ny Chakrya, Soen Sally, Ee Sarom, Thav Khimsan and Rong Chlun

Notable human rights advocates and staffers of national human rights organs and UN agencies are facing charges in politically motivated cases. This is also the case for trade union leaders, such as R. Chlun. This happens in a growing restrictive climate, as the promulgation of the Law on Associations and NGOs (LANGO) and that of the Law on Trade Unions tighten the space for these entities to act.

CHINA

 

 

Gui Minhai, Lui Bo, Zhang Zhiping, Lin Rongji and Lee Po

Gui Minhai, Lui Bo, Zhang Zhiping, Lin Rongji and Lee Po, associated with the publishing house Mighty Current and its bookstore, sold literary works critical of Beijing. They were allegedly abducted by China’s mainland authorities, from Hong Kong and other locations. In early January 2016, Gui Minhai released a media statement in mainland China, maintaining that the travelled voluntarily to mainland China, in what appeared to be a forced confession to an earlier conviction by China.

In the resolution of 04 February 2016, the European Parliament:

- Calls on the Chinese Government to report without delay any information relating to the missing booksellers, and to engage in immediate inclusive and transparent dialogue and communication on the matter between the mainland authorities and those in Hong Kong; notes as a positive development the communication from Lee Po and his reunification with his spouse;

- Expresses its concerns over allegations of mainland China’s law enforcement agencies operating in Hong Kong; recalls that it would be a violation of the Basic Law if mainland law enforcement agencies had been operating in Hong Kong; believes this would be inconsistent with the ‘one country, two systems’ principle; calls on China to respect the guarantees of autonomy granted to Hong Kong in the Basic Law.

Gui Minhai

Gui Minhai, a book publisher and shareholder of the publishing house and of a bookstore selling literary works critical of Beijing, disappeared in Pattaya, Thailand, on 17 October 2015 without trace. Between October and December 2015 four other Hong Kong residents (Lui Bo, Zhang Zhiping, Lam Wing-Kee and Lee Bo) who worked for the same bookstore also disappeared. Apart from Gui Minhai, the other four disappeared ones have returned to Hong kong. There is enough evidence to believe that Chinese authorities detained all detainees, forcing them to record fake confessions in front of TV cameras.

In its resolution of 24 November 2016, the European Parliament:

- Expresses its grave concern over the lack of knowledge of the whereabouts of Gui Minhai; calls for the immediate publication of detailed information on his whereabouts and calls for his immediate safe release and for him to be given the right to communication;

Larung Gar Tibetan Buddhist Academy

The Larung Gar Institute, the largest Tibetan Buddhist centre in the world founded in 1980, is currently facing extensive demolition by the Chinese Government with the objective of downsizing the academy by fifty percent, evicting around 4 600 residents by force and destroying around 1 500 dwellings. The evictees are to be forcibly enrolled in so-called ‘patriotic education’ exercises.

In its resolution of 15 December 2016, the European Parliament:

- Calls on the Chinese authorities to initiate a dialogue and to engage constructively on developments in Larung Gar with the local community and its religious leaders, and to address concerns regarding overcrowded religious institutes by allowing Tibetans to establish more institutes and build more facilities; calls for adequate compensation and the re-housing of Tibetans who have been evicted during the demolitions in Larung Gar at the place of their choice to continue their religious activities;

- Strongly condemns the imprisonment of Ilham Tohti who is serving a life sentence on alleged charges of separatism; deplores the fact that the due process of law was not respected and that he did not benefit from the right to a proper defence; urges the Chinese authorities to respect the norm of granting one visit per month for family members;

- Calls for the immediate and unconditional release of Ilham Tohti and of his supporters detained in relation to his case; further calls for Ilham Tohti’s teaching permit to be restored and for his free movement to be guaranteed within and outside China;

- Is worried about the adoption of the package of security laws and its impact on minorities in China, particularly the law on counter-terrorism that could lead to the penalisation of peaceful expression of Tibetan culture and religion and the law on the management of international NGOs which will come into effect on 1 January 2017 and will place human rights groups under the strict control of the government, as this constitutes a strictly top-down approach instead of encouraging partnership between local and central government and civil society;

Ilham Tohti

Uighur economics professor Ilham Tohti was sentenced to life imprisonment on 23 September 2014 on the charge of alleged separatism after being arrested in January of the same year. There are allegations that the due process of law was not respected, in particular with regard to the right to a proper defence.

In the Xinjiang region, in which the Muslim Uighur ethnic minority is mainly located, has experienced repeated outbreaks of ethnic unrest and violence. Ilham Tohti has always rejected separatism and violence and sought reconciliation based on respect for Uighur culture;

DJIBOUTI

 

 

Omar Ali Ewado

Omar Ali Ewado, was detained incommunicado from 29 December 2015 to 14 February 2016 for publishing a list of the victims of a massacre in which 27 people were killed and more than 150 wounded by the authorities at a cultural celebration in Buldugo on 21 December 2015 and those still missing.

In its resolution of 12 May 2016, the European Parliament:

- Deplores the killings carried out at the cultural ceremony on 21 December 2015 and the ensuing detentions and acts of harassment of human rights defenders and opposition members; expresses its condolences to the families of the victims and demands a full and independent inquiry with a view to identifying and bringing to justice those responsible; reiterates its condemnation of arbitrary detention and calls for the rights of the defence to be respected;

DRC

 

 

Fred Bauma, Yves Makwambala

F. Bauma and Y. Makwambala, human rights activists from the Filimbi (‘Whistle’) movement, were arrested for participating in a workshop intended to encourage Congolese young people to perform their civic duties peacefully and responsibly, were put in jail in May 2015. They were released on 23 August 2016 after a ruling by the Supreme Court of Justice.

In its resolution of 10 March 2016, the European Parliament:

- Expresses deep concern about the deteriorating security and human rights situation in the DRC, and in particular about the continual reports of increasing political violence and the severe restrictions and intimidation faced by human rights defenders, political opponents and journalists ahead of the upcoming electoral cycle; insists on the government’s responsibility to prevent any deepening of the current political crisis or escalation of violence and to respect, protect and promote the civil and political rights of its citizens;

- Strongly condemns any use of force against peaceful, unarmed demonstrators; recalls that freedom of expression, association and assembly is the basis of a dynamic political and democratic life; strongly condemns the increasing restrictions of the democratic space and the targeted repression of members of the opposition, civil society and the media; calls for the immediate and unconditional release of all political prisoners, including Yves Makwambala, Fred Bauma and other Filimbi and LUCHA activists and supporters, and the human rights defender Christopher Ngoyi;

EGYPT

 

 

Giulio Regeni

Giulio Regeni, a 28-year-old Italian doctoral student at Cambridge University, disappeared on 25 January 2016 after leaving his home in Cairo; his body was found on 3 February 2016 next to a road in the outskirts of Cairo. Giulio Regeni was conducting research in Egypt on trade union politics. According to the Italian ambassador to Cairo, G. Regeni was found to have been subjected to severe beating and torture

In its resolution of 10 March 2016, the European Parliament:

- Calls on the Egyptian authorities to provide the Italian authorities with all the documents and information necessary to enable a swift, transparent and impartial joint investigation into the case of Giulio Regeni in accordance with international obligations, and for every effort to be made to bring the perpetrators of the crime to justice as soon as possible;

- Underlines with grave concern that the case of Giulio Regeni is not an isolated incident, but that it occurred within a context of torture, death in custody and enforced disappearances across Egypt in recent years, in clear violation of Article 2 of the EU-Egypt Association Agreement, which states that the relations between the EU and Egypt are to be based on respect for democratic principles and fundamental human rights as set out in the Universal Declaration on Human Rights, which is an essential element of the agreement; calls, therefore, on the European External Action Service (EEAS) and the Member States to raise with the Egyptian authorities the routine practice of enforced disappearances and torture and to press for effective reform of Egypt’s security apparatus and judiciary;

ETHIOPIA

 

 

Bekele Gerba

B. Gerba, Deputy Chairman of the Oromo Federalist Congress (OFC), was arrested on 23 December 2015 and reportedly hospitalised shortly afterwards.

 

In its resolution of 21 January 2016, the European Parliament:

- Strongly condemns the recent use of excessive force by the security forces in Oromia and in all Ethiopian regions, and the increased number of cases of human rights violations; expresses its condolences to the families of the victims and urges the immediate release of all those jailed for exercising their rights to peaceful assembly and freedom of expression;

- Condemns the excessive restrictions placed on human rights work by the Charities and Societies Proclamation, which denies human rights organisations access to essential funding, endows the Charities and Societies Agency with excessive powers of interference in human rights organisations and further endangers victims of human rights violations by contravening principles of confidentiality;

 

Getachew Shiferaw, Yoanathan Teressa and Fikadu Mirkana

These leading activists were arbitrarily arrested, without the Ethiopian authorities presenting any charges when doing so.

 

Eskinder Nega, Temesghen Desalegn, Solomon Kebede, Yesuf Getachew, Woubshet Taye, Saleh Edris and Tesfalidet Kidane

Ethiopia continues to imprison journalists and opposition political party members for their views and opinions, with them having been convicted in unfair trials or are detained without charge.

 

Andargachew Tsege

The British-Ethiopian citizen and leader of an opposition party in exile was arrested in June 2014, after being condemned in absentia to death years earlier. He is still in the death row.

GAMBIA (The)

 

 

Solo Sandeng

Opposition leader and member of the United Democratic Party, was arrested on 14 April 2016 and died in detention shortly after his arrest in suspicious circumstances.

In its resolution of 12 May 2016, the European Parliament:

- Calls for the immediate release of all protestors arrested in relation to the 14 and 16 April 2016 protests; requests that the Government of the Republic of The Gambia ensure due process for any suspects detained on allegations of participating in the attempted unconstitutional change of government; calls on the authorities of The Gambia to guarantee the physical and psychological integrity of these suspects in all circumstances and to secure medical treatment for those injured without delay; expresses its concern regarding the testimonies of torture and ill-treatment of other prisoners;

Ousainou Darboe

O. Darboe was arrested and put in state custody, allegedly suffering from torture.

Alagie Abdoulie Ceesay, Ousman Jammeh, Sheikh Omar Colley, Imam Ousman Sawaneh and Imam Cherno Gassama

Director of the independent radio station Teranga FM, A.A. Ceesay, was arrested on 2 July 2015 by state authorities arbitrarily. The other individuals are former key political figures and religious personalities, and they have also suffered from arbitrary detention by state authorities.

HONDURAS

 

 

Berta Cáceres and Nelson García

On 3 March 2016 Berta Cáceres, a prominent environmentalist and indigenous rights leader and the founder of the Civic Council of Popular and Indigenous Organisations of Honduras (COPINH), was assassinated in her home by unidentified men. Shortly after, on 16 March 2016, Nelson García, also a member of COPINH, was murdered. Both human rights defenders had for many years had resisted the Agua Zacra hydroelectric dam in the Gualcarque River. The Honduran Government has been actively engaged in the investigation of both murderers. However, these deaths come to enlarge the list of human rights defenders killed between 2010 and 2016, amounting to 15 in late 2016.

In its resolution of 14 April 2016, the European Parliament:

- Condemns in the strongest terms the recent assassination of Berta Cáceres, Nelson García and Paola Barraza, as well as each of the earlier assassinations of other human rights defenders in Honduras; extends its sincere condolences to the families and friends of all of those human rights defenders;

- Calls, as a matter of urgency, for immediate, independent, objective and thorough investigations into these and previous murders in order to bring their intellectual and material authors to justice and to put an end to impunity; welcomes the fact that, at the request of the Honduran Government, the investigation into the murder of Ms Cáceres includes representatives of the UN High Commissioner for Human Rights and of the OAS; takes the view that instruments available within the framework of the UN and the IACHR, such as an independent international investigation, as requested by the victims, could help to ensure impartial and fair investigation of these murders;

- Expresses its deep concern at the climate of extreme violence, particularly against LGBTI people and those who defend their rights; stresses the need to carry out immediate, thorough and impartial investigations into the killings of active members of various LGBTI human rights organisations;

Paola Barraza

On 24 January 2016, Paola Barraza was murdered, who was a defender of LGBTI rights, a transexual woman and a member of the Arcoiris association. Her death increases the toll of other prominent LGBTI activists, amounting at least to seven in 2015, and at least 235 since 1994.

CHINA

 

 

Gui Minhai, Lui Bo, Zhang Zhiping, Lin Rongji and Lee Po

Gui Minhai, Lui Bo, Zhang Zhiping, Lin Rongji and Lee Po, associated with the publishing house Mighty Current and its bookstore, sold literary works critical of Beijing. They were allegedly abducted by China’s mainland authorities, from Hong Kong and other locations. In early January 2016, Gui Minhai released a media statement in mainland China, maintaining that the travelled voluntarily to mainland China, in what appeared to be a forced confession to an earlier conviction by China.

In the resolution of 04 February 2016, the European Parliament:

- Calls on the Chinese Government to report without delay any information relating to the missing booksellers, and to engage in immediate inclusive and transparent dialogue and communication on the matter between the mainland authorities and those in Hong Kong; notes as a positive development the communication from Lee Po and his reunification with his spouse;

- Expresses its concerns over allegations of mainland China’s law enforcement agencies operating in Hong Kong; recalls that it would be a violation of the Basic Law if mainland law enforcement agencies had been operating in Hong Kong; believes this would be inconsistent with the ‘one country, two systems’ principle; calls on China to respect the guarantees of autonomy granted to Hong Kong in the Basic Law.

INDIA

 

 

35 crew members, among which Estonians and Britons

On 12 October 2013 the 35-strong crew (including 14 Estonians and 6 Britons, as well as Indians and Ukrainians) of the US-based, Sierra Leone-flagged and privately owned ship the MV Seaman Guard Ohio were arrested in Tamil Nadu state (India) and charged with illegally possessing weapons in Indian waters. Despite attempts to drop the charges against them, the Supreme Court ordered the trial to proceed, which on 12 January 2016 sentenced the 35 sailors to a maximum of five years prison term and a fine of INR 3 000 (EUR 40).

In its resolution of 21 January 2016, the European Parliament:

- Calls on the Indian authorities to ensure that the case of the MV Seaman Guard Ohio crew is dealt with on a basis of full respect for the human and legal rights of the defendants, in line with the obligations enshrined in the various human rights charters, treaties and conventions that India has signed up to.

 

IRAQ

 

 

Yazidi and other minorities

August 2014 ISIS/Daesh attacked Yazidi communities around Sinjar city in Iraq’s Nineveh province, reportedly killing thousands. Several mass graves were found after Kurdish forces retook areas north of Mount Sinjar by December 2014. When the Kurdish forces retook Sinjar city in mid-November 2015, additional killing sites and apparent mass graves were discovered.

The European Parliament recognised on 4 February 2016 that ISIS/Daesh is committing genocide against Christians and Yazidis, among other minorities, which amount to war crimes, crimes against humanity and genocide.

In its resolution of 15 December 2016, the European Parliament:

- Strongly appeals to the international community, in particular to the UN Security Council, to consider the reported mass graves in Iraq as further evidence of genocide and to refer ISIS/Daesh to the International Criminal Court (ICC);

- Is particularly alarmed by the situation of women and children in the conflict, in particular the Yazidi women and children who are victims of persecution, executions, torture, sexual exploitation and other atrocities; insist that a full range of medical services should be made available, in particular for rape victims; calls, as a matter of urgency, for the EU and its Members States to work closely with the World Health Organisation (WHO) and to support it to this end; calls for the immediate release of all women and children who remain captives of ISIS/Daesh.

KAZAKHSTAN

 

 

Guzal Baidalinova and Yulia Kozlova

In December 2015 the Kazakh authorities detained Guzal Baidalinova, a journalist and the owner of the Nakanune.kz online news site, in connection with a criminal case on charges of ‘deliberately publishing false information’. On 29 February 2016 a court acquitted journalist Yulia Kozlova, who also writes for Nakanune.kz.

In its resolution of 10 March 2016, the European Parliament:

- Expresses its concerns about the climate for media and free speech in Kazakhstan; is very concerned about the pressure on independent media outlets and the possible negative implications of new draft legislation on the funding of civil society organisations; points out that freedom of speech for independent media, bloggers and individual citizens is a universal value that cannot be bargained away;

- Regrets the indiscriminate blocking of news, social media and other websites on the grounds that they feature unlawful content, and calls on the Kazakh authorities to ensure that any measure to restrict access to internet resources is based on law; is concerned about the amendments to the Communications Law adopted in 2014;

- Calls on the Kazakh authorities to quash the convictions of bloggers, including Ermek Narymbaev, Serikzhan Mambetalin and Bolatbek Blyalov; calls for the release of Guzal Baidalinova; calls for an end to the harassment of Seytkazy and Aset Matayev; points out, in this connection, that cases involving journalists should be public and that there should be no harassment during the proceedings;

- Is deeply worried about the disrespect and violation of prisoners’ rights in Kazakhstan’s prison system; is concerned about the physical and mental well-being of prisoners Vladimir Kozlov, Vadim Kuramshin (who won the Ludovic Trarieux International Human Rights Prize 2013) and Aron Atabek, who have been convicted on political grounds, and demands that they receive immediate access to necessary medical treatment and are allowed regular visits, including by family members, legal representatives and representatives of human rights and prisoners’ rights organisations;

 

Seytkazy Matayev and Aset Matayev

The head of the National Press Club and journalists’ union, Seytkazy Matayev, underwent a criminal investigation accused of corruption of public funds.

Ermek Narymbaev and Serikzhan Mambetalin, Bolatbek Blyalov

Ermek Narymbaev and Serikzhan Mambetalin were convcited on 22 January 2016 on charges of ‘inciting national discord’ to three years and two years in prison respectively. Bolatbek Blyalov was put under limited house arrest on similar grounds

Vladimir Kozlov, Vadim Kuramshin and Aron Atabek

V. Kozlov, C. Kuramshin and A. Atabek, human rights defenders and lawyers, were convicted on political grounds, and are being deprived of their rights as prisoners.

MALAWI

 

 

Persons with albanism

PWA are facing some of the most extreme forms of persecution and human rights violations, ranging from widespread societal discrimination, verbal abuse and exclusion from public services to killings, abductions, rape and mutilations; whereas human rights observers reported 448 attacks on albinos in 2015 alone across 25 African countries.

It is highly likely that these numbers are underestimated as the authorities do not systematically monitor and document such crimes or lack the capacity and resources to conduct thorough investigations.

In its resolution of 7 July 2017, the European Parliament:

- Expresses its deep concern at the continuous and widespread discrimination and persecution faced by persons with albinism in Africa, in particular following the recent rise in violence in Malawi; strongly condemns all killings, abductions, mutilations and other inhuman and degrading treatment suffered by PWA and expresses its condolences and solidarity to the families of the victims; condemns also any speculative trading in PWA’s body parts;

- Deplores the silence and inertia surrounding these events; recalls that the primary responsibility of a state is to protect its citizens, including vulnerable groups, and urges the Government of Malawi and the authorities of all the countries affected to take all the necessary measures to eliminate all forms of violence and discrimination against PWA and protect their dignity, human rights and well-being, as well as those of their family members.

MYANMAR

 

 

The Rohingya people

Approximately one million Rohingya are one of the world’s most persecuted minorities, and have been officially stateless since the 1982 Burmese Citizenship Law. The Rohingya are unwanted by the Myanmar authorities and by neighbouring countries, although some of the latter host large refugee populations.

The UN High Commissioner for Human Rights Zeid Ra’ad Al Hussein, in his report of 20 June 2016, described the continued serious rights violations against the Rohingya, including arbitrary deprivation of nationality, which renders them stateless, severe restriction of freedom of movement, threats to life and security, denial of the rights to health and education, forced labour, sexual violence and limitations on their political rights, ‘which may amount to crimes against humanity’.

In its resolution of 7 July 2016, the European Parliament:

- Reiterates its deepest concern about the plight of Rohingya refugees in South-East Asia and calls for regional and international mobilisation to provide them with urgent assistance in their extremely vulnerable situation; expresses its condolences to the families of victims of human traffickers, violence and lack of protection from official authorities in destination countries;

- Calls on the Government of Myanmar to safeguard the Rohingya people from any form of discrimination and to end impunity for violations against the Rohingya; recalls the long-overdue statement of 18 May 2015 by the spokesperson for Ms Suu Kyi’s party, the NLD, that the Government of Myanmar should grant citizenship to the Rohingya minority; calls on Ms Suu Kyi, a winner of the Sakharov Prize, to use her key positions in the Government of Myanmar to improve the situation of the Rohingya minority.

The Rohingya people

On 9 October 2016 gunmen attacked three police outposts near the Bangladesh border, leaving nine police officers dead and many weapons missing; whereas the Government of Myanmar claimed the gunmen were Rohingya militiamen and, following this, declared Maungdaw district an ‘operation zone’ with curfews and other severe restrictions, including for journalists and outside observers, who are not allowed to access the area.

According to human rights organisations, local sources report serious human rights abuses by government forces in the so-called operation zone. The Government of Myanmar has reported the deaths of 69 alleged militants and 17 members of the security forces, a claim which cannot be independently verified due to access restrictions.

In its resolution of 15 December 2016, the European Parliament:

- Is extremely concerned about the reports of violent clashes in northern Rakhine State and deplores the loss of lives, livelihoods and shelter and the reported disproportionate use of force by the armed forces of Myanmar; confirms that the Myanmar authorities have a duty to investigate the 9 October 2016 attacks and prosecute those responsible, but that this must be done in accordance with human rights standards and obligations;

- Recommends that the governments of the countries that cope with the influx of Rohingya refugees cooperate closely with the UNHCR, which has the technical expertise to screen for refugee status and the mandate to protect refugees and stateless people; urges those countries to respect the principle of non-refoulement and not to push the Rohingya refugees back, at least until a satisfactory and dignified solution for their situation has been found; calls in particular upon Bangladesh to allow the entry of Rohingya refugees, whilst acknowledging the efforts already made by Bangladesh to host several hundred thousand refugees.

NIGERIA

 

 

Victims of Boko Haram

Boko Haram killed at least 8 200 civilians in 2014 and 2015. It is estimated that more than 2,6 million people have been displaced and more than 14,8 million affected by the Boko Haram insurgency.

Around 270 schoolgirls were abducted by Boko Haram on 14-15 April 2014 from a school in Chibok, north-east Nigeria, and whereas the majority are still missing. It is feared that most were forced to either marry insurgents or to become insurgents themselves, subjected to sexual violence or sold into slavery, and non-Muslim girls were forced to convert to Islam. Boko Haram has abducted more than 2 000 women and girls since 2009, including around 400 from Damasak in Borno state on 24 November 2014.

In its resolution of 14 April 2016, the European Parliament:

- Strongly condemns the recent violence and attacks by Boko Haram, and calls on the Federal Government to protect its population and address the root causes of the violence by ensuring equal rights for all citizens, including by addressing the issues of inequality, control of fertile farmlands, unemployment and poverty; rejects any violent retaliation in breach of humanitarian law perpetrated by the Nigerian military; welcomes, however, the Nigerian Army’s ‘Safe Corridor’ programme designed to rehabilitate Boko Haram fighters;

- Calls on the Nigerian Government to develop a comprehensive strategy that addresses the root causes of terrorism, and to investigate, as promised, evidence that the Nigerian military might have committed human rights violations; welcomes the Abuja Security Summit, to take place in May 2016, and calls on all stakeholders to identify concrete, viable solutions to fight terrorism without sacrificing respect for human rights and democracy; further underlines the importance of regional cooperation in addressing the threat posed by Boko Haram;

PAKISTAN

 

 

Asia Bibi

Asia Bibi has been charged with a blasphemy crime and sentenced to death. Her case is embedded in a more general atmosphere of lack of freedom of religion and belief, where Christians and other minorities face not only persecution by extremists, but also legal discrimination, in particular through Pakistan’s blasphemy laws, which are discriminatory and are widely misused by those with personal and political motives.

Certain student unions at the universities and the Khatm-e-Nubuwwat Lawyers’ Forum, are reportedly the driving force behind the rise in prosecutions for blasphemy charges in the Pakistani courts and is against any attempts by legislators to reform the relevant law.

In its resolution of 14 April 2016, the European Parliament:

- Expresses deep concern at the systemic and grave violations of freedom of religion and belief in Pakistan; stresses the importance of respect for the fundamental rights of all religious and ethnic minorities living in Pakistan so that they can continue to live in dignity, equality and safety, and practise their religion in complete freedom without any kind of coercion, discrimination, intimidation or harassment, in accordance with the founding principles of Pakistan;

 

PHILIPPINES (The)

 

 

Victims of the war on drugs

During his election campaign and first days in office, President Duterte repeatedly urged law enforcement agencies and the public to kill suspected drug traffickers who did not surrender, as well as drug users.

Figures released by the Philippine National Police show that from 1 July to 4 September 2016 police killed over a thousand suspected drug pushers and users, and whereas further police statistics attribute the killing of over a thousand alleged drug dealers and users in the past two months to unknown gunmen; whereas, as reported by Al Jazeera, more than 15 000 drug suspects have been arrested, mostly on the basis of hearsay and allegations put forward by fellow citizens, and whereas almost 700 000 have surrendered ‘voluntarily’ to police and registered for treatment under the Tokhang programme in order to avoid being targeted by police or vigilantes.

In its resolution of 15 September 2016, the European Parliament:

- Understands that in the Philippines millions of people are negatively affected by the high level of drug addiction and its consequences; expresses its strongest concerns, however, at the extraordinarily high numbers killed during police operations and by vigilante groups in the context of an intensified anti-crime and anti-drug campaign targeting drug dealers and users, and urges the Government of the Philippines to put an end to the current wave of extrajudicial executions and killings;

- Urges the Philippine Government to condemn the actions of vigilante groups and to investigate their responsibility for the killings; urges the Philippine authorities to conduct an immediate, thorough, effective and impartial investigation in order to identify all those responsible, to bring them before a competent and impartial civil tribunal and to apply the penal sanctions provided for by the law.

RUSSIA

 

 

Ildar Dadin

In early December 2015 the Russian opposition activist Ildar Dadin was sentenced to three years in jail after organising a series of peaceful anti-war protests and assemblies, being the first person in Russia to be convicted under a tough public assembly law adopted in 2014.

Ildar Dadin was sentenced to two years and a half on appeal, and has reporterdly suffered repeated torture, beatings, inhumane treatment and threats of murder at the hands of the Russian authorities.

The number of political prisoners in Russia has significantly increased in recent years, which was in November 2016 of 102, according to the Memorial Human Rights Centre. At the same time, Russia is severely tightening its control and repression over human rights organisations.

In its resolution of 24 November 2016, the European Parliament:

- Urges the Russian authorities to conduct a thorough and transparent investigation of the allegations made by Ildar Dadin of torture and ill-treatment, with the participation of independent human rights experts; calls for an independent investigation into the allegations of torture, abuse and degrading and inhumane treatment on the part of state officials in Russian detention facilities, labour camps and prisons;

- Reminds Russia of the importance of full compliance with its international legal obligations, as a member of the Council of Europe and the Organisation for Security and Cooperation in Europe, and with fundamental human rights and the rule of law as enshrined in various international treaties and agreements that Russia has signed and is party to; underlines that the Russian Federation can be considered a reliable partner in the sphere of international cooperation only if it keeps up its obligations under international law; in this regard, expresses its concern over the presidential decree withdrawing Russia from the Rome Statute of the ICC;

RWANDA

 

 

Victoire Ingabire

On 30 October 2012 Victoire Ingabire, President of the Unified Democratic Forces (UDF), was sentenced to eight years’ imprisonment for conspiracy to harm the authorities using terrorism, and for minimising the 1994 genocide, on the basis of relations with the Democratic Forces for the Liberation of Rwanda (FDLR).

In September 2016 a delegation from the European Parliament was denied access to jailed opposition leader Victoire Ingabire.

Human rights organisations have denounced the first-instance trial of Victoire Ingabire, as serious irregularities were observed and she was treated unfairly. In its report, Amnesty International points to prejudicial public statements made by the Rwandan President in advance of her trial, and a reliance on confessions from detainees in Camp Kami where torture is alleged to be used.

In 2015, Ms Ingabire appealed to the African Court on Human and Peoples’ Rights, accusing the Rwandan Government of violating her rights. In March 2015, Rwanda withdrew from the jurisdiction of the African Court, claiming that Rwanda’s courts were capable of dealing with all local cases. On year later, the Rwandan Government withdrew its declaration allowing individuals to file complaints directly with the African Court on Human and Peoples’ Rights, only days before judges were to hear a case brought against the Rwandan Government by Victoire Ingabire.

In its resolution of 6 October 2016, the European Parliament:

- Strongly condemns politically motivated trials, the prosecution of political opponents and the prejudging of the outcome of the trial; urges the Government of Rwanda to extend economic and social achievements to the field of human rights in order to fully move towards a modern and inclusive democracy; urges the Rwandan authorities to ensure that Victoire Ingabire’s appeal process is fair and meets the standards set under Rwandan and international law; underlines that trials and the charges brought against accused persons cannot be based on vague and imprecise laws, and the misuse thereof, as is occurring in the case of Victoire Ingabire;

- Expresses its deep concerns at the Rwandan Supreme Court’s denial of appeal and judgement sentencing Victoire Ingabire to 15 years’ imprisonment and at the worsening conditions of her detention; believes that the appeal process conducted in Rwanda did not meet international standards, including Ms Ingabire’s right to presumption of innocence;

- Stresses that Rwanda’s withdrawal in March 2016 from the jurisdiction of the African Court on Human and Peoples’ Rights (ACHPR) just a few days prior to the hearing of the appeal case by Ms Ingabire is circumstantial and is aimed at limiting the direct access of individuals and NGOs to the Court;

- Urges the Rwandan authorities to step up their efforts to investigate the cases of Illuminée Iragena, John Ndabarasa, Léonille Gasangayire and other individuals who are feared to have been forcibly disappeared, to reveal their whereabouts and release or try them, if they are in detention, as well as to ensure the fairness of the trials of actual or suspected government opponents or critics, including those of Frank Rusagara, Joel Mutabazi, Kizito Mihigo and their respective co-accused;

Illuminée Iragena and Léonille Gasengayire

FDU-Inkingi, V. Ingabire’s party, is not able to register as a political party and several of its members were threatened, arrested or detained, including Illuminée Iragena and Léonille Gasengayire

SUDAN

 

 

Khalfálah Alafif Muktar, Arwa Ahmed Elrabie, Al-Hassan Kheiry, Imani-Leyla Raye, Abu Hureira Abdelrahman, Al-Baqir Al-Afif Mukhtar, Midhat Afifadeen and Mustafa Adam

On 29 February 2016 the NISS brutally raided the Khartoum Centre for Training and Human Development (TRACKS), a civil society organisation, following which the director Khalfálah Alafif Muktar and activists Arwa Ahmed Elrabie, Al-Hassan Kheiry, Imani-Leyla Raye, Abu Hureira Abdelrahman, Al-Baqir Al-Afif Mukhtar, Midhat Afifadeen and Mustafa Adam were arrested and charged with criminal conspiracy and waging war against the state, charges which carry the death penalty.

In its resolution of 6 October 2016, the European Parliament:

- Condemns the arbitrary arrest and detention of activists and the ongoing detention of human rights defenders and journalists in Sudan; urges the Government of Sudan to guarantee the peaceful exercise of the freedoms of expression, association and assembly; underlines that the National Dialogue will only succeed if carried out in an atmosphere in which the freedoms of expression, media, association and assembly are guaranteed;

- Reaffirms that freedom of religion, conscience or belief is a universal human right that needs to be protected everywhere and for everyone; demands that the Sudanese Government repeal any legal provisions that penalise or discriminate against individuals for their religious beliefs, especially in the case of apostasy and especially concerning Czech Christian aid worker Petr Jašek, Sudanese pastors Hassan Abduraheem Kodi Taour, Kuwa Shamal and Darfuri graduate student Abdulmonem Abdumawla Issa Abdumawla.

Petr Jašek, Hassan Abduraheem Kodi Taour, Kuwa Shamal and Abdulmonem Abdumawla Issa Abdumawla

Petr Jašek, Hassan Abduraheem Kodi Taour, Kuwa Shamal and Abdulmonem Abdumawla Issa Abdumawla were detained and faced trial on charges of highlighting alleged Christian suffering in war-ravaged areas of Sudan.

TAJIKISTAN

 

 

Abubakr Azizkhodzhaev, Zaid Saidov, Umarali Kuvatov and Maksud Ibragimov

Abubakr Azizkhodzhaev was detained in February 2016 after raising critical concerns about corrupt business practices. Zaid Saidov was sentenced to 29 years in prison in prosecutions linked to his having run for office in the November 2013 presidential elections. Umarali Kuvatov was killed in Istanbul in March 2015 and Maksud Ibragimov was stabbed and kidnapped in Russia before being returned to Tajikistan and sentenced in July 2015 to 17 years’ imprisonment.

In its resolution of 9 June 2016, the European Parliament:

- Calls for the release of all those imprisoned on politically motived charges, including Abubakr Azizkhodzhaev, Zaid Saidov, Maksud Ibragimov, IRPT deputy leaders Mahmadali Hayit and Saidumar Hussaini, and 11 other IRPT members;

- Urges the Tajik authorities to quash the convictions of, and to release, attorneys and lawyers, including Buzurgmehr Yorov, Nodira Dodajanova, Nuriddin Mahkamov, Shukhrat Kudratov and Firuz and Daler Tabarov;

- Urges the authorities of Tajikistan to give defence attorneys and political figures fair, open and transparent trials, to provide substantive protections and procedural guarantees in accordance with Tajikistan’s international obligations and to authorise the reinvestigation by international organisations of all reported violations of human rights and dignity; calls for all those imprisoned or detained to be granted access to independent legal services, together with the right to meet their family members regularly; recalls that, for every sentence issued, clear evidence must be presented to justify the criminal charges brought against the defendant.

Mahmadali Hayit, Saidumar Hussaini, Buzurgmehr Yorov, Nodira Dodajanova, Nuriddin Mahkamov, Shukhrat Kudratov and Firuz and Daler Tabarov

Tajikistan’s political opposition have been systematically targeted; In September 2015 the Islamic Renaissance Party of Tajikistan (IRPT) was banned after being linked to a failed coup earlier that month.

On 2 June 2016 the Supreme Court in Dushanbe sentenced Mahmadali Hayit and Saidumar Hussaini, deputy leaders of the banned IRPT, to life imprisonment on charges of having been behind an attempted coup in 2015.

Several lawyers who applied to act as defence attorneys for IRPT defendants have received death threats and have been arrested, detained and imprisoned; whereas the arrests of Buzurgmehr Yorov, Nodira Dodajanova, Nuriddin Mahkamov, Shukhrat Kudratov and Firuz and Daler Tabarov raise major concerns about compliance with international standards relating to the independence of lawyers, closed trials and limited access to legal representation.

THAILAND

 

 

Andy Hall

The workers’ rights defender Mr Andy Hall, an EU citizen, was sentenced on 20 September 2016 to a three-year suspended jail term and fined THB 150 000 after contributing to a report by Finnish NGO Finnwatch exposing labour rights violations in a Thai pineapple processing plant, Natural Fruit Company Ltd.

Andy Hall was formally indicted for criminal defamation and a computer crime relating to the online publication of the report, and whereas Mr Hall’s two criminal cases were allowed to proceed through the Thai judicial system.

On 18 September 2015 the Prakanong Court in Bangkok, ruling in favour of Mr Hall, upheld the dismissal of the other criminal defamation proceedings brought against him, which have been appealed by Natural Fruit Company Ltd and the Thai Attorney General and which are currently before the Supreme Court

In its resolution of 6 October 2016, the European Parliament:

- Calls on the Thai Government to take all necessary measures to ensure that the rights – including the right to a fair trial – of Mr Hall and other human rights defenders are respected and protected, and to create an enabling environment conducive to the enjoyment of human rights and, specifically, to ensure that the promotion and protection of human rights are not criminalised;

- Calls on the Thai authorities to ensure that the country’s defamation laws are compliant with the International Covenant on Civil and Political Rights (ICCPR), to which it is a state party, and also to revise the Computer Crime Act, the current wording of which is too vague.

UKRAINE

 

 

Crimean Tatars

The Russian Federation has illegally annexed Crimea and Sevastopol and therefore violated international law, including the UN Charter, the Helsinki Final Act, the 1994 Budapest Memorandum and the 1997 Treaty of Friendship, Cooperation and Partnership between the Russian Federation and Ukraine.

Targeted abuses have been registered against the Tatar community, the majority of which opposed the Russian takeover and boycotted the so-called referendum on 16 March 2014, particularly through the enforcement of Russia’s vague and overly broad ‘antiextremist’ legislation to intimidate or silence critics; whereas these abuses include abduction, forced disappearance, violence, torture and extrajudicial killings that the de facto authorities have failed to investigate and prosecute

In its resolution of 4 February 2016, the European Parliament:

- Condemns the severe restrictions on the freedoms of expression, association and peaceful assembly, including at traditional commemorative events such as the anniversary of the deportation of the Crimean Tatars by Stalin’s totalitarian Soviet Union regime and cultural gatherings of the Crimean Tatars; stresses that, in line with international law, the Tatars, as an indigenous people of Crimea, have the right to maintain and strengthen their distinct political, legal, economic, social and cultural institutions; calls for respect for the Mejlis as the legitimate representation of the Crimean Tatar community, and for avoidance of any harassment and systematic persecution of its members; expresses concern at the infringement of their property rights and liberties, their intimidation and incarceration, and disrespect of their civic, political and cultural rights; notes with equal concern the restrictive re-registration requirements for media outlets, as well as for civil society organisations;

- Calls on the Russian Federation authorities and the de facto authorities in Crimea, which are bound by international humanitarian law and international human rights law, to grant unimpeded access to Crimea for international institutions and independent experts from the OSCE, the United Nations and the Council of Europe, as well as for any human rights NGOs or news media outlets that wish to visit, assess and report on the situation in Crimea; calls on the Council and the EEAS to put pressure on Russia in this regard; welcomes the decision of the Secretary General of the Council of Europe to send his Special Representative for Human Rights to Crimea, as this was the first visit following the Russian annexation and is expected to provide a fresh assessment of the situation on the ground; looks forward to his findings; stresses that any international presence on the ground should be coordinated with Ukraine;

Crimean Tatars

On 26 April 2016 the so-called Supreme Court of Crimea ruled in favour of a request by the so-called Prosecutor-General of Crimea, Natalia Poklonskaya, accusing the Mejlis, which had been the representative body of the Crimean Tatars since its establishment in 1991 and had enjoyed full legal status since May 1999, of extremism, terrorism, human rights violations, illegal actions and acts of sabotage against the authorities

The Mejlis has now been declared an extremist organisation and included in the Russian Justice Ministry’s list of NGOs whose activities must be suspended. The activities of the Mejlis have consequently been banned in Crimea and in Russia.

The decision of the so-called Prosecutor-General and so-called Supreme Court of Crimea are intrinsic parts of the policy of repression and intimidation on the part of the Russian Federation, which is punishing this minority for its loyalty towards the Ukrainian state during the illegal annexation of the peninsula in 2014.

In its resolution of 12 May 2016, the European Parliament:

- Strongly condemns the decision of the so-called Supreme Court of Crimea to ban the Mejlis of the Crimean Tatar People, and demands its immediate reversal; considers this decision to constitute systemic and targeted persecution of the Crimean Tatars, and to be a politically motivated action aimed at further intimidating the legitimate representatives of the Tatar community; stresses the importance of this democratically elected decision-making body representing the Crimean Tatar people;

- Points out that the ban on the Mejlis of the Crimean Tatar People, which is the legitimate and recognised representative body of the indigenous people of Crimea, will provide fertile ground for stigmatising the Crimean Tatars, further discriminating against them and violating their human rights and basic civil liberties, and is an attempt to expel them from Crimea, which is their historical motherland; is concerned that the branding of the Mejlis as an extremist organisation may lead to additional charges in accordance with provisions of the Criminal Code of the Russian Federation;

- Recalls that the banning of the Mejlis means that it will be prohibited from convening, publishing its views in the mass media, holding public events or using bank accounts; calls for the EU to provide financial support for the activities of the Mejlis while it is in exile; calls for increased financing for human rights organisations working on behalf of Crimea;

 

VIETNAM

 

 

Lê Thu Hà, Nguyễn

Văn Đài, Trần Minh Nhật, Trần Huỳnh Duy Thức, Thích Quảng Độ,

Vietnamese lawyer and human rights activist, Lê Thu Hà, was arrested on 16 December 2015, at the same time as a prominent fellow human rights lawyer, Nguyễn Văn Đài, who was arrested for conducting propaganda against the state.

On 22 February 2016 human rights defender Trần Minh Nhật was attacked by a police officer at his home in Lâm Hà district, Lâm Đồng Province. Trần Huỳnh Duy Thức, who was imprisoned in 2009 after a trial with no meaningful defence, received a sentence of 16 years followed by five years under house arrest. There is serious concern for the deteriorating health of Buddhist dissident Thích Quảng Độ, who was currently under house arrest.

In its resolution of 9 June 2016, the European Parliament:

- Calls on the Government of Vietnam to put an immediate stop to all harassment, intimidation, and persecution of human rights, social and environmental activists; insists that the government respect these activists’ right to peaceful protest and release anyone still wrongfully held; asks for the immediate release of all activists who have been unduly arrested and imprisoned such as Lê Thu Hà, Nguyễn Văn Đài, Trần Minh Nhật, Trần Huỳnh Duy Thức and Thích Quảng Độ;

- Condemns the conviction and harsh sentencing of journalists and bloggers in Vietnam such as Nguyễn Hữu Vinh and his colleague Nguyễn Thị Minh Thúy, and Đặng Xuân Diệu, and calls for their release;

- Deplores the continuing violations of human rights in Vietnam, including political intimidation, harassment, assaults, arbitrary arrests, heavy prison sentences and unfair trials, perpetrated against political activists, journalists, bloggers, dissidents and human rights defenders, both on- and offline, in clear violation of Vietnam’s international human rights obligations;

Kim Quốc Hoa

The former editor-in-chief of the newspaper Người Cao Tuổi, had his journalist’s licence revoked in early 2015 and was later prosecuted under Article 258 of the criminal code for abusing democratic freedoms, after the newspaper exposed a number of corrupt officials.

ZIMBABWE

 

 

Promise Mkwananzi and Linda Masarira

In May 2016 thousands of demonstrators – informal traders, unemployed young people and, now, professional people – have taken to the streets in a number of urban centres across Zimbabwe to protest against job losses, mass unemployment and the government’s failure to meet people’s basic economic expectations, namely a labour market that provides jobs, a public workforce that is paid on time, a trustworthy stable currency and an affordable price regime.

The protest movement led by clergyman Evan Mawarire, using the hashtag #ThisFlag, has drawn support from churches and the middle class, which had hitherto tended to steer clear of street politics.

On 6 July 2016 the opposition movement #ThisFlag called for a national ‘stay-away’ day in protest against the government’s inaction against corruption, impunity and poverty. This resulted in a massive shutdown of most shops and businesses in the capital and led to a severe crackdown by the authorities.

Promise Mkwananzi, the leader of #Tajamuka, a social movement linked to the July stay-away, who was arrested and charged for inciting public violence, has been released on bail. #Tajamuka activist, Linda Masarira, was arrested during the protest in July 2016.

In its resolution of 15 September 2016, the European Parliament:

- Expresses serious concern about the increase in violence against demonstrators in Zimbabwe in recent months; notes with alarm the recently announced one-month ban on demonstrations; calls on the government and all parties in Zimbabwe to respect the right to demonstrate peacefully in order to address genuine concerns, and urges the Zimbabwean authorities to investigate allegations of excessive use of force and other human rights abuses by elements within the Zimbabwe police, and to hold them to account;

- Expresses its continued concern about the abduction of Itai Dzamara; demands that habeas corpus be respected and that those responsible for his abduction be brought to justice;


ANNEX II: LIST OF RESOLUTIONS

List of resolutions adopted by the European Parliament during the year 2016 and relating directly or indirectly to human rights violations in the world

Country

Date of adoption in plenary

Title

Africa

Ethiopia +(1)

21.01.2016

Ethiopia

Libya *(2)

04.02.2016

Situation in Libya

Egypt +

10.03.2016

Egypt, notably the case of Giulio Regeni

DRC +

10.03.2016

The Democratic Republic of the Congo

DRC *

01.12.2016

Situation in the Democratic Republic of the Congo

Nigeria +

14.04.2016

Nigeria

The Gambia +

12.05.2016

The Gambia

Djibouti +

12.05.2016

Djibouti

Malawi +

07.07.2016

Situation of persons with albinism in Africa, notably in Malawi

Somalia (no individual cases or minority) +

15.09.2016

Somalia

Zimbabwe +

15.09.2016

Zimbabwe

Sudan +

06.10.2016

Sudan

Rwanda +

06.10.2016

Rwanda, the case of Victoire Ingabire

Americas

Honduras +

14.04.2016

Honduras: situation of human rights defenders

Brazil +

24.11.2016

Situation of the Guarani-Kaiowá in the Brazilian state of Mato Grosso do Sul

Asia

North Korea (no individual cases or minority) +

21.01.2016

North Korea

India +

21.01.2016

EU citizens under detention in India, notably Estonian and UK seamen

China +

04.02.2016

The case of the missing book publishers in Hong Kong

Kazakhstan +

10.03.2016

Freedom of expression in Kazakhstan

Pakistan +

14.04.2016

Pakistan, in particular the attack in Lahore

Cambodia +

09.06.2016

Cambodia

Tajikistan +

09.06.2016

Tajikistan: situation of prisoners of conscience

Vietnam +

09.06.2016

Vietnam

Myanmar +

07.07.2016

Myanmar, notably the situation of the Rohingya

The Philippines +

15.09.2016

The Philippines

Thailand +

06.10.2016

Thailand, notably the situation of Andy Hall

China +

24.11.2016

The case of Gui Minhai, jailed publisher in China

Myanmar +

15.12.2016

The situation of the Rohingya minority in Myanmar

China +

15.12.2016

The cases of the Larung Gar Tibetan Buddhist Academy and Ilham Tohti

Europe

Ukraine +

04.02.2016

Human rights situation in Crimea, in particular of the Crimean Tatars

Ukraine +

12.05.2016

Crimean Tatars

Turkey *

27.10.2016

Situation of Journalists in Turkey

Russia +

24.11.2016

The case of Ildar Dadin, prisoner of conscience in Russia

Middle East

Bahrain +

04.02.2016

Bahrain: the case of Mohammed Ramadan

Bahrain +

07.07.2016

Bahrain

Syria *

06.10.2016

Situation in Syria

Iraq *

27.10.2016

Situation in Northern Iraq/Mosul

Syria *

26.11.2016

Situation in Syria

Iraq +

15.12.2016

Mass graves in Iraq

Yemen *

25.02.2016

Situation in Yemen

Cross-cutting issues

UNHRC sessions

21.01.2016

EU priorities for the UNHRC sessions in 2016

Persecution of religious minorities

04.02.2016

Systematic mass murder of religious minorities by ISIS

Migration

12.04.2016

The situation in the Mediterranean and the need for a holistic EU approach to migration

International Humanitarian Law

28.04.2016

Attacks on hospitals and schools as violations of international humanitarian law

Women & migration

08.03.2016

The situation of women refugees and asylum seekers in the EU

Trafficking

12.05.2016

Preventing and combating trafficking in human beings

Trafficking

05.07.2016

The fight against trafficking in human beings in the EU’s external relations

Torture

04.10.2016

Trade in certain goods which could be used for capital punishment, torture or other treatment or punishment

Migration

25.10.2016

Human rights in migration in third countries

Women

13.12.2016

Rights of Women in the Eastern Partnership States

Corporate liability and human rights

25.10.2016

Corporate liability for serious human rights abuses in third countries

Social and environmental standards and human rights

05.07.2016

Social and environmental standards, human rights and corporate responsibility

(1)

+ - urgency resolution according to rule 135, EP RoP

(2)

* - resolutions with human rights-related issues


ADVIES van de Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid (7.11.2017)

aan de Commissie buitenlandse zaken

inzake het jaarverslag over mensenrechten en democratie in de wereld 2016 en het beleid van de Europese Unie ter zake

(2017/2122(INI))

Rapporteur voor advies: Jordi Solé

SUGGESTIES

De Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid verzoekt de bevoegde Commissie buitenlandse zaken onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

A.  overwegende dat de EU zich ertoe heeft verplicht gendergelijkheid te bevorderen en voor gendermainstreaming te zorgen in al haar activiteiten;

B.  overwegende dat vrouwen en kinderen, met name vrouwen en kinderen die vluchteling zijn, tijdens gewapende conflicten tot de meest kwetsbare groepen van de maatschappij behoren;

C.  overwegende dat seksuele en reproductieve gezondheid en rechten op fundamentele mensenrechten gebaseerd zijn en essentiële elementen van de menselijke waardigheid vormen; overwegende dat deze nog niet overal ter wereld gewaarborgd zijn;

D.  overwegende dat geweld tegen vrouwen en meisjes wereldwijd een van de meest voorkomende schendingen van de mensenrechten is, alle lagen van de bevolking treft, ongeacht leeftijd, opleidingsniveau, inkomen, maatschappelijke positie en land van herkomst of verblijf, en een van de belangrijkste obstakels voor de gelijkheid van vrouwen en mannen is;

E.  overwegende dat de EU-strategie voor de gelijkheid van vrouwen en mannen de integratie van gendergelijkheid in het handelsbeleid vooropstelt;

1.  herinnert eraan dat gelijkheid van vrouwen en mannen een kernbeginsel is van de Europese Unie en haar lidstaten en dat gendermainstreaming een van de voornaamste doelstellingen van de Unie is, zoals is neergelegd in de verdragen; verzoekt de Commissie derhalve gendermainstreaming als een basisbeginsel van de EU te integreren in alle Europese wetgeving, richtsnoeren, acties en financiering, met bijzondere nadruk op het beleid inzake externe betrekkingen; onderstreept de noodzaak om de rol van de EU-delegaties en de hoofdadviseur gender van de EDEO te versterken door voor het desbetreffende bevoegdheidsgebied in een specifiek budget te voorzien;

2.  herinnert eraan dat het EU-actieplan voor gendergelijkheid en empowerment van vrouwen in het kader van ontwikkeling een van de fundamentele middelen is waarover de EU beschikt om de gendergelijkheid in derde landen te verbeteren en is derhalve van mening dat het tweede genderactieplan de vorm moet krijgen van een mededeling van de Commissie; verzoekt de Commissie rekening te houden met de resolutie van het Parlement over de verlenging van het genderactieplan (GAP);

3.  verzoekt de Commissie om in de vrijhandelsovereenkomsten met derde landen waar een gebrek aan vrouwenrechten is of deze zelfs volledig ontbreken, clausules op te nemen die deze landen aansporen actief beleid te voeren om dergelijke rechten te erkennen;

4.  vraagt de lidstaten en de Commissie steun te blijven verlenen voor de bescherming van mensenrechtenverdedigers, vrouwenorganisaties en vrouwelijke leiders die zich actief inzetten voor de bevordering, bescherming en bewustmaking van vrouwenrechten;

5.  verzoekt de EDEO ervoor te zorgen dat de conclusies van de 61e bijeenkomst van de Commissie voor de Status van de Vrouw (CSW) worden geïntegreerd in het beleid en dat een nieuwe impuls wordt gegeven aan de bevordering van economische empowerment van vrouwen en het aanpakken van genderongelijkheden in de veranderende arbeidswereld;

6.  wijst op de positieve bijdrage die empowerment van vrouwen levert tot het verwezenlijken van een inclusieve, rechtvaardige en vreedzame samenleving en van duurzame ontwikkeling; wijst erop dat de nadruk op empowerment van vrouwen expliciet in alle duurzame ontwikkelingsdoelstellingen is opgenomen, dat meer inspanningen moeten worden geleverd om ervoor te zorgen dat vrouwenrechten volledig worden geëerbiedigd en dat beleid ter bevordering van economische en sociale empowerment en de participatie van vrouwen in het besluitvormingsproces daadwerkelijk wordt uitgevoerd; onderstreept dat bijzondere aandacht moet uitgaan naar empowerment van inheemse vrouwen;

7.  wijst erop dat vrouwen moeten worden aangemoedigd zich te verenigen via vakbonden en dat ze niet mogen worden gediscrimineerd wanneer ze financiering voor hun bedrijf zoeken;

8.  beveelt ten zeerste aan om onderwijs een centrale plaats te geven in het EDEO-beleid, om te verzekeren dat alle kinderen op gelijke voet toegang hebben tot onderwijs, met name bij conflicten en humanitaire en migratiecrisissen waar kinderen vaak elementair onderwijs wordt ontzegd; onderstreept dat bijzondere inspanningen moeten worden gedaan om ervoor te zorgen dat meisjes zonder gevaar toegang krijgen tot onderwijs;

9.  verzoekt de EDEO om de vredestichtende rol van vrouwen te bevorderen, de deelname van vrouwen aan leiderschap en besluitvormingsprocessen aan te moedigen en deze centraal te stellen in de integrale EU-strategie en de politieke dialoog, met name wat conflictpreventie, bevordering van de mensenrechten en democratische hervormingen in de wederopbouw na afloop van conflicten betreft;

10.  is verontrust over de kwetsbaarheid van migranten, vluchtelingen en asielzoekers, met name vrouwen, kinderen en leden van gemarginaliseerde groepen, en roept op tot de dringende ontwikkeling van geschikte, veilige en legale migratiekanalen en de nodige maatregelen voor hun bescherming, bijvoorbeeld via juridisch advies, psychologische ondersteuning, veilige huizen voor vrouwen en kinderen en toegang tot seksuele en reproductieve gezondheid en rechten, met inbegrip van veilige abortus, en andere gezondheidsdiensten; wijst op de noodzaak van procedures voor gezinshereniging teneinde te voorzien in de individuele rechten van vrouwen en meisjes die zich in de EU met hun gezin herenigen, zodat zij voor gezondheidszorg, onderwijs en werk niet afhankelijk hoeven te zijn van een relatie met een mannelijk familielid, waarbij mogelijk sprake is van misbruik;

11.  spoort de EU aan om alle vrouwenverenigingen die dagelijks steun verlenen aan vrouwen die zich in humanitaire crises of conflictsituaties bevinden te ondersteunen;

12.  veroordeelt alle vormen van geweld tegen vrouwen en meisjes en alle vormen van gendergerelateerd geweld, waaronder mensenhandel, gedwongen huwelijken, eergerelateerde misdrijven, vrouwelijke genitale verminking of het inzetten van seksueel geweld als oorlogswapen; verzoekt de EU en de lidstaten het Verdrag van Istanbul, het eerste wettelijk bindende internationale instrument om geweld tegen vrouwen te voorkomen en bestrijden, in al zijn onderdelen te ratificeren, teneinde samenhang tussen de interne en de externe actie van de EU op dit gebied te verzekeren; onderstreept dat religieuze, culturele en traditionele verschillen, of andere omstandigheden, op geen enkele manier discriminatie of enige vorm van geweld kunnen rechtvaardigen; verzoekt de EU om actief en doeltreffend beleid ten uitvoer te leggen om elke vorm van geweld tegen vrouwen en meisjes en geweld op basis van gender te voorkomen en bestrijden;

13.  benadrukt dat een van de hindernissen voor de economische emancipatie van vrouwen het geweld tegen vrouwen is, in het bijzonder seksueel misbruik en seksisme, dat tal van vrouwen op het werk moeten ondergaan;

14.  veroordeelt het feit dat het in sommige derde landen wettelijk is toegelaten dat volwassenen met minderjarigen trouwen;

15.  vraagt de Commissie en de lidstaten de mensenhandel doeltreffend en efficiënt te bestrijden, merkt op dat verschillende onderzoeken hebben aangetoond dat de meeste slachtoffers van mensenhandel vrouwen zijn, die eenmaal in Europa aangekomen in de prostitutie belanden;

16.  benadrukt dat toegankelijke gezondheidszorg en universele eerbiediging van en toegang tot seksuele en reproductieve gezondheid en rechten bijdraagt tot prenatale zorg en de mogelijkheid om risicovolle geboortes te vermijden en zuigelingen- en kindersterfte te verlagen; wijst erop dat gezinsplanning, toegang tot geschikte hygiëneproducten voor vrouwen, tot gezondheidszorg voor moeders en prenatale en neonatale zorg en veilige abortus belangrijke factoren zijn om vrouwenlevens te redden, risicovolle geboortes te vermijden en zuigelingen- en kindersterfte terug te dringen;

17.  veroordeelt en verzet zich tegen elke vorm van wetgeving, regelgeving of druk vanuit de overheid om de vrijheid van meningsuiting onnodig in te perken, in het bijzonder van vrouwen en andere gediscrimineerde gendercategorieën;

18.  vindt het onaanvaardbaar dat de lichamen van vrouwen en meisjes, met name ten aanzien van hun seksuele en reproductieve gezondheid en rechten, nog altijd een ideologisch strijdpunt zijn; verzoekt de EU en de lidstaten de onvervreemdbare rechten van vrouwen en meisjes op lichamelijke integriteit en autonome besluitvorming te erkennen en veroordeelt de frequente schendingen van de seksuele en reproductieve rechten van vrouwen, met inbegrip van het ontzeggen van de toegang tot gezinsplanningsdiensten, anticonceptiva en abortus onder veilige hygiënische en wettelijke omstandigheden;

19.  veroordeelt krachtig de herinvoering en uitbreiding van de werkingssfeer van de Amerikaanse "global gag rule" en betreurt de gevolgen daarvan voor de algehele gezondheidszorg en de rechten van vrouwen en meisjes, inclusief onderwijs over seksualiteit en veilige en legale abortus; herhaalt zijn oproep aan de EU en de lidstaten om de financieringskloof die de VS heeft doen ontstaan op het gebied van seksuele en reproductieve gezondheid en rechten te dichten, met name door financiering uit nationale en EU-ontwikkelingsfondsen die expliciet wordt ingezet voor toegang tot geboortebeperking en veilige en legale abortus;

20.  veroordeelt elke vorm van discriminatie ten aanzien van LGBTI's, met name de criminalisering van homoseksualiteit in derde landen; roept de EDEO op om het bewustzijn rond LGBTI-rechten wereldwijd aan te wakkeren en te bevorderen via extern optreden van de EU om de discriminatie die ze dagelijks ondergaan een halt toe te roepen;

21.  benadrukt dat genderstereotypen een van de belangrijkste factoren zijn bij schendingen van vrouwenrechten en ongelijkheid tussen vrouwen en mannen, en roept de lidstaten op om nieuwe publieke bewustmakingscampagnes op te zetten om geweld tegen vrouwen, aanrandingen, cyberpesten en genderstereotypen te bestrijden; benadrukt hoe belangrijk het is mannen en jongens te betrekken bij deze campagnes, zowel als doelgroep als als voortrekkers van verandering;

22.  wijst erop dat het percentage mensen dat risico op armoede of sociale uitsluiting loopt hoger is bij vrouwen en verzoekt de Commissie haar inspanningen op te drijven om in het kader van haar ontwikkelingsbeleid maatregelen ter bestrijding van armoede en sociale uitsluiting ten uitvoer te leggen.

INFORMATIE OVER DE GOEDKEURINGIN DE MEDEADVISERENDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

6.11.2017

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

14

7

1

Bij de eindstemming aanwezige leden

Maria Arena, Malin Björk, Vilija Blinkevičiūtė, Anna Maria Corazza Bildt, Arne Gericke, Mary Honeyball, Agnieszka Kozłowska-Rajewicz, Florent Marcellesi, Angelika Niebler, Marijana Petir, Terry Reintke, Michaela Šojdrová, Anna Záborská, Jana Žitňanská

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Kostadinka Kuneva, Edouard Martin, Jordi Solé, Marc Tarabella, Mylène Troszczynski, Julie Ward

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Ulrike Müller, Gabriele Preuß

HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE ADVISERENDE COMMISSIE

14

+

ALDE

Ulrike Müller

GUE/NGL

Malin Björk, Kostadinka Kuneva

PPE

Anna Maria Corazza Bildt

S&D

Maria Arena, Vilija Blinkevičiūtė, Mary Honeyball, Edouard Martin, Gabriele Preuß, Marc Tarabella, Julie Ward

VERTS/ALE

Florent Marcellesi, Terry Reintke, Jordi Solé

7

-

ECR

Arne Gericke, Jana Žitňanská, Mylène Troszczynski, Angelika Niebler, Marijana Petir, Michaela Šojdrová, Anna Záborská

1

0

PPE

Agnieszka Kozłowska-Rajewicz

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding


INFORMATIE OVER DE GOEDKEURINGIN DE BEVOEGDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

13.11.2017

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

43

1

3

Bij de eindstemming aanwezige leden

Michèle Alliot-Marie, Petras Auštrevičius, Victor Boştinaru, Klaus Buchner, James Carver, Lorenzo Cesa, Andi Cristea, Knut Fleckenstein, Eugen Freund, Michael Gahler, Iveta Grigule-Pēterse, Tunne Kelam, Janusz Korwin-Mikke, Eduard Kukan, Barbara Lochbihler, Sabine Lösing, Andrejs Mamikins, Ramona Nicole Mănescu, Alex Mayer, David McAllister, Francisco José Millán Mon, Clare Moody, Javier Nart, Pier Antonio Panzeri, Alojz Peterle, Tonino Picula, Julia Pitera, Jozo Radoš, Michel Reimon, Jordi Solé, Jaromír Štětina, Dubravka Šuica, Charles Tannock, Miguel Urbán Crespo, Ivo Vajgl, Elena Valenciano

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Ana Gomes, Urmas Paet, Soraya Post, Godelieve Quisthoudt-Rowohl, José Ignacio Salafranca Sánchez-Neyra, Traian Ungureanu, Marie-Christine Vergiat, Željana Zovko

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Ignazio Corrao, Liliana Rodrigues, Renate Weber


HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

43

+

ALDE

Petras Auštrevičius, Iveta Grigule-Pēterse, Javier Nart, Urmas Paet, Jozo Radoš, Ivo Vajgl, Renate Weber

ECR

Charles Tannock

EFDD

Ignazio Corrao

GUE/NGL

Marie-Christine Vergiat

PPE

Michèle Alliot-Marie, Lorenzo Cesa, Michael Gahler, Tunne Kelam, Eduard Kukan, David McAllister, Francisco José Millán Mon, Ramona Nicole Mănescu, Alojz Peterle, Julia Pitera, Godelieve Quisthoudt-Rowohl, José Ignacio Salafranca Sánchez-Neyra, Traian Ungureanu, Željana Zovko, Jaromír Štětina, Dubravka Šuica

S&D

Victor Boştinaru, Andi Cristea, Knut Fleckenstein, Eugen Freund, Ana Gomes, Andrejs Mamikins, Alex Mayer, Clare Moody, Pier Antonio Panzeri, Tonino Picula, Soraya Post, Liliana Rodrigues, Elena Valenciano

VERTS/ALE

Klaus Buchner, Barbara Lochbihler, Michel Reimon, Jordi Solé

1

NI

Janusz Korwin-Mikke

3

0

EFDD

James Carver

GUE/NGL

Sabine Lösing, Miguel Urbán Crespo

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding

Juridische mededeling