Procedure : 2017/0056(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0377/2017

Ingediende teksten :

A8-0377/2017

Debatten :

PV 15/01/2018 - 14
CRE 15/01/2018 - 14

Stemmingen :

PV 16/01/2018 - 5.1
CRE 16/01/2018 - 5.1
Stemverklaringen
PV 29/05/2018 - 7.11

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0001
P8_TA(2018)0214

VERSLAG     ***I
PDF 435kWORD 84k
27.11.2017
PE 604.541v02-00 A8-0377/2017

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de beheers-, instandhoudings- en controlemaatregelen die gelden in het verdragsgebied van de regionale organisatie voor het visserijbeheer in het zuidelijke deel van de Stille Oceaan (SPRFMO)

(COM(2017)0128 – C8-0121/2017 – 2017/0056(COD))

Commissie visserij

Rapporteur: Linnéa Engström

AMENDEMENTEN
ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 PROCEDURE VAN DE BEVOEGDE COMMISSIE
 HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de beheers-, instandhoudings- en controlemaatregelen die gelden in het verdragsgebied van de regionale organisatie voor het visserijbeheer in het zuidelijke deel van de Stille Oceaan (SPRFMO)

(COM(2017)0128 – C8-0121/2017 – 2017/0056(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2017)0128),

–  gezien artikel 294, lid 2, en artikel 43, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C8‑0121/2017),

–  gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 31 mei 2017(1),

–  gezien artikel 59 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie visserij (A8‑0377/2017),

1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.  verzoekt de Commissie om hernieuwde voorlegging aan het Parlement indien zij haar voorstel vervangt, ingrijpend wijzigt of voornemens is het ingrijpend te wijzigen;

3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

Amendement    1

Voorstel voor een verordening

Overweging 7 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(7 bis)  Bij de uitvoering van de door de SPRFMO vastgestelde instandhoudings- en beheersmaatregelen dienen de Unie en de lidstaten ernaar te streven kustvisserijactiviteiten te stimuleren, alsmede het gebruik van vistuigen en visserijtechnieken die selectief en minder milieubelastend zijn, met inbegrip van tuigen en technieken die in de traditionele en de ambachtelijke visserij worden gebruikt, waarmee wordt bijgedragen tot een redelijke levensstandaard voor de lokale economie.

Motivering

Aanpassing aan een recentelijk door de ICCAT vastgestelde verordening.

Amendement    2

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Bij deze verordening worden beheers-, instandhoudings- en controlebepalingen inzake de visserij op grensoverschrijdende soorten in het verdragsgebied van de regionale organisatie voor het visserijbeheer in het zuidelijke deel van de Stille Oceaan (SPRFMO) vastgesteld.

Bij deze verordening worden beheers-, instandhoudings- en controlebepalingen inzake de visserij op grensoverschrijdende visbestanden in het verdragsgebied van de regionale organisatie voor het visserijbeheer in het zuidelijke deel van de Stille Oceaan (SPRFMO) vastgesteld.

Motivering

Gebruik van de juiste term aan de hand van de VN-overeenkomst inzake visbestanden.

Amendement    3

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – alinea 1 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(c)  vissersvaartuigen van derde landen wanneer zij toegang vragen tot havens van de Unie of het voorwerp uitmaken van een inspectie in havens van de Unie en in het SPRFMO-verdragsgebied geoogste visserijproducten aan boord hebben.

(Niet van toepassing op de Nederlandse versie.)

Motivering

(Niet van toepassing op de Nederlandse versie.)

Amendement    4

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – punt 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(1)  "SPRFMO-verdragsgebied": het geografische gebied op volle zee ten zuiden van 10° NB, ten noorden van het CCAMLR-verdragsgebied zoals omschreven in het Verdrag inzake de instandhouding van de levende rijkdommen in de Antarctische wateren, ten oosten van het SIOFA-verdragsgebied zoals omschreven in de Visserijovereenkomst voor de Zuid-Indische Oceaan, en ten westen van de gebieden die onder de visserij-jurisdictie van de Zuid-Amerikaanse staten vallen;

(1)  "SPRFMO-verdragsgebied": het geografische gebied dat is afgebakend in artikel 5 van het Verdrag inzake de instandhouding en het beheer van de visbestanden van de volle zee in het zuidelijke deel van de Stille Oceaan;

Amendement    5

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – punt 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(2)  "vissersvaartuig": elk vaartuig, ongeacht de omvang, dat wordt ingezet of is bedoeld om te worden ingezet voor de commerciële exploitatie van visbestanden, met inbegrip van ondersteuningsvaartuigen, vaartuigen voor visverwerking, vaartuigen waarop vangsten worden overgeladen en transportvaartuigen die zijn uitgerust voor het vervoer van visserijproducten, met uitzondering van containerschepen;

(2)  "vissersvaartuig": elk vaartuig, ongeacht de omvang, dat wordt ingezet of is bedoeld om te vissen, met inbegrip van vaartuigen voor visverwerking, ondersteuningsvaartuigen, transportvaartuigen en andere vaartuigen die rechtstreeks betrokken zijn bij visserijactiviteiten;

Motivering

Gebruik van de definitie uit het SPRFMO-verdrag. In het voorstel wordt de definitie uit de IOO-verordening gebruikt. Er zijn verschillende definities van vissersvaartuigen in omloop in de IOO-verordening, de controleverordening en de basisverordening.

Amendement    6

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – punt 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(7)  "voetafdruk van de bodemvisserij": het geografische gebied dat de bodemvisserij in het SPRFMO-verdragsgebied gedurende een bepaalde periode heeft bestreken;

(7)  "voetafdruk van de bodemvisserij": het geografische gebied dat de bodemvisserij in het SPRFMO-verdragsgebied gedurende de periode 1 januari 2002 tot en met 31 december 2006 heeft bestreken;

Motivering

Consistentie is vereist met de termen van lid 6 van instandhoudings- en beheersmaatregel (CMM) 03-2017.

Amendement    7

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – punt 10

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(10)  "gevestigde visserij": visserij die de voorbije tien jaar niet is gesloten en waarbij in die periode visvangst of visvangst met een specifiek vistuigtype of een specifieke techniek heeft plaatsgevonden;

Schrappen

Motivering

Deze term komt verder nergens in het voorstel voor en leidt dus tot verwarring.

Amendement    8

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – punt 10 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(10 bis)  "grote pelagische drijfnetten" (drijvende kieuwnetten): kieuwnetten, andere netten of een combinatie van netten met een lengte van meer dan 2,5 kilometer waarvan het doel is vis te verwarren, te beknellen of te verstrikken door op het wateroppervlak of in het water te drijven.

Motivering

In CMM 08-2013 bij het SPRFMO-verdrag worden grote drijfnetten verboden, en deze definitie uit de CMM wordt opgenomen in een daartoe voorgesteld nieuw artikel 17 bis.

Amendement    9

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – punt 10 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(10 ter)  "diepzeekieuwnetten" (schakelnetten, staande netten, geankerde netten, zinknetten): reeksen van enkele, dubbele of driedubbele netwanten, die rechtop, op of dicht bij de bodem worden geplaatst en waarin vis verward, bekneld of verstrikt raakt. Diepzeekieuwnetten bestaan uit enkele of, minder gebruikelijk, dubbele of driedubbele netten die samen worden bevestigd aan hetzelfde touwkader. Er kunnen diverse soorten netten worden gebruikt in één tuig. Die netten kunnen afzonderlijk worden gebruikt of, hetgeen gebruikelijker is, in grote aantallen die in lijn worden geplaatst ("vloten" van netten). Het vistuig kan worden bevestigd, aan de bodem worden verankerd of drijvend worden gehouden, vrijelijk hetzij bevestigd aan het vaartuig.

Motivering

In CMM 08-2013 bij het SPRFMO-verdrag worden grote diepzeekieuwnetten verboden, en deze definitie uit de CMM wordt opgenomen in een daartoe voorgesteld nieuw artikel 17 bis.

Amendement    10

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – punt 11

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(11)  "IOO-visserijactiviteiten": illegale, ongemelde of ongereguleerde visserijactiviteiten in de zin van artikel 2 van Verordening (EG) nr. 1005/2008;

(11)  "IOO-visserij": illegale, ongemelde of ongereguleerde visserijactiviteiten in de zin van artikel 2, punt 1 van Verordening (EG) nr. 1005/2008;

Motivering

"IOO-visserij" is de juiste term uit Verordening (EG) nr. 1005/2008, in plaats van "IOO-visserijactiviteiten".

Amendement    11

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – punt 16

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(16)  "kwetsbaar marien ecosysteem": een marien ecosysteem waarvan de integriteit, volgens de beste beschikbare wetenschappelijke informatie en het voorzorgsbeginsel, wordt bedreigd door significante nadelige effecten als gevolg van fysiek contact met bodemvistuig tijdens de normale visserijactiviteiten, zoals riffen, onderzeese bergen, warmwaterkraters, koudwaterkoralen en koudwatersponsriffen.

(16)  "kwetsbaar marien ecosysteem": een marien ecosysteem waarvan de integriteit (d.w.z. de structuur of de functie van het ecosysteem), volgens de beste beschikbare wetenschappelijke informatie en het voorzorgsbeginsel, wordt bedreigd door significante nadelige effecten als gevolg van fysiek contact met bodemvistuig tijdens de normale visserijactiviteiten, zoals riffen, onderzeese bergen, warmwaterkraters, koudwaterkoralen en koudwatersponsriffen.

Motivering

De definitie uit Verordening (EG) nr. 734/2008 moet worden aangevuld.

Amendement    12

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 6 bis

 

Toewijzing van vangstmogelijkheden voor Chileense horsmakreel

 

Overeenkomstig artikel 17 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 maken de lidstaten bij de toewijzing van de hun ter beschikking staande vangstmogelijkheden voor bestanden Chileens horsmakreel gebruik van transparante en objectieve criteria van onder meer ecologische, sociale en economische aard, streven zij naar een eerlijke verdeling van de nationale quota over de diverse vlootsegmenten, met bijzondere aandacht voor de traditionele en de ambachtelijke visserij, en zorgen zij voor stimulansen voor vissersvaartuigen die zijn uitgerust met selectief vistuig of die gebruikmaken van minder milieubelastende visserijtechnieken.

Motivering

Aanpassing aan een recentelijk door de ICCAT vastgestelde verordening.

Amendement    13

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.  Vissersvaartuigen van de Unie mogen geen afval lozen tijdens het uitzetten en het inhalen. Indien dit niet haalbaar is, verzamelen de vissersvaartuigen het afval en lozen zij het pas na een tussentijd van twee uur of langer.

6.  Vissersvaartuigen van de Unie mogen geen afval lozen tijdens het uitzetten en het inhalen. Indien dit niet haalbaar is en wanneer het omwille van de operationele veiligheid nodig is biologisch afval te lozen, verzamelen de vissersvaartuigen het afval en lozen zij het pas na een tussentijd van twee uur of langer.

Motivering

Formulering uit de voetnoot bij CMM 09-2017 (bijlage 1, punt 1, onder a)).

Amendement  14

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Vissersvaartuigen van de Unie mogen geen afval lozen tijdens het uitzetten en het inhalen.

4.  Vissersvaartuigen van de Unie mogen voor zover mogelijk geen afval lozen tijdens het uitzetten en het inhalen.

Motivering

Het voorstel van de Commissie gaat verder dan de aanbeveling van de SPRFMO. Er moet worden vastgehouden aan de door de regionale organisatie goedgekeurde tekst van de instandhoudingsmaatregelen.

Amendement    15

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  Vissersvaartuigen van de Unie verwerken afval tot vismeel en houden al het afvalmateriaal aan boord; lozingen blijven beperkt tot lozingen van vloeibare afvalstoffen/afvalwater. Indien dit niet haalbaar is, verzamelen de vissersvaartuigen het afval en lozen zij het pas na een tussentijd van twee uur of langer.

5.  Vissersvaartuigen van de Unie verwerken afval voor zover mogelijk en passend tot vismeel en houden al het afvalmateriaal aan boord; lozingen blijven beperkt tot lozingen van vloeibare afvalstoffen/afvalwater. Indien dit niet haalbaar is, verzamelen de vissersvaartuigen het afval en lozen zij het pas na een tussentijd van twee uur of langer.

Motivering

Het voorstel van de Commissie gaat verder dan de aanbeveling van de SPRFMO. Er moet worden vastgehouden aan de door de regionale organisatie goedgekeurde tekst van de instandhoudingsmaatregelen.

Amendement    16

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.  Netten worden na elke visserijactiviteit schoongemaakt om verstrikte vis en bentisch materiaal te verwijderen en zo interacties met vogels tijdens het uitzetten van vistuig te voorkomen.

6.  Netten worden zo mogelijk na elke visserijactiviteit schoongemaakt om verstrikte vis en bentisch materiaal te verwijderen en zo interacties met vogels tijdens het uitzetten van vistuig te voorkomen.

Motivering

Het voorstel van de Commissie gaat verder dan de aanbeveling van de SPRFMO. Er moet worden vastgehouden aan de door de regionale organisatie goedgekeurde tekst van de instandhoudingsmaatregelen.

Amendement    17

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – alinea 1 – letter b bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

b bis)  gegevens over waargenomen interacties met zeevogels.

Motivering

Deze aanbeveling van de SPRFMO ontbreekt in het voorstel van de Commissie. Er moet worden vastgehouden aan de door de regionale organisatie goedgekeurde tekst van de instandhoudingsmaatregelen.

Amendement    18

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 2 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  het gemiddelde vangstniveau in de periode van 1 januari 2002 tot en met 31 december 2006;

b)  het gemiddelde jaarlijkse vangstniveau in de periode van 1 januari 2002 tot en met 31 december 2006;

Motivering

Verduidelijking.

Amendement    19

Voorstel voor een verordening

Titel III – Hoofdstuk II bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Hoofdstuk II bis

 

Kieuwnetten

Motivering

Deze maatregel is opgenomen in CMM 08-2013 en moet worden omgezet in de wetgeving van de Unie.

Amendement    20

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 17 bis

 

Kieuwnetten

 

1.   Het gebruik van grote pelagische drijfnetten en alle diepzeekieuwnetten is verboden in het hele SPRFMO-verdragsgebied.

 

2.   Vlaggenlidstaten die hun vaartuigen het SPRFMO-verdragsgebied willen laten betreden met kieuwnetten aan boord:

 

a)   stellen het SPRFMO-secretariaat daarvan 36 uur voordat zij het SPRFMO-verdragsgebied betreden op de hoogte, met inbegrip van de verwachte aankomst- en vertrekdata en de lengte van het kieuwnet dat zich aan boord bevindt;

 

b)   garanderen dat hun vaartuigen zijn uitgerust met een volgsysteem voor vaartuigen dat zich tijdens de doorvaart in het SPRFMO-verdragsgebied elke twee uur meldt;

 

c)   dienen dertig dagen nadat het vaartuig het SPRFMO-verdragsgebied heeft verlaten positieberichten van het volgsysteem voor vaartuigen in bij het SPRFMO-secretariaat; en

 

d)   melden als kieuwnetten per abuis kwijtraken of overboord vallen zo snel mogelijk maar in elk geval binnen 48 uur nadat het tuig verloren is geraakt de datum, tijd, positie en lengte (in meter) van verloren kieuwnetten aan het SPRFMO-secretariaat.

Motivering

Deze maatregel is opgenomen in CMM 08-2013 en moet worden omgezet in de wetgeving van de Unie.

Amendement    21

Voorstel voor een verordening

Artikel 18 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  Onverminderd artikel 15, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1380/2013 mogen vissersvaartuigen van de Unie die niet in het vaartuigenregister van de SPRFMO zijn opgenomen, geen visserijactiviteiten verrichten met betrekking tot in het SPRFMO-verdragsgebied geoogste soorten.

5.  Onverminderd artikel 15, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1380/2013 mogen vissersvaartuigen van de Unie die niet in het vaartuigenregister van de SPRFMO zijn opgenomen, geen visserijactiviteiten verrichten met betrekking tot soorten die onder de verantwoordelijkheid van het SPRFMO vallen in het verdragsgebied.

Motivering

Duidelijkere formulering.

Amendement    22

Voorstel voor een verordening

Artikel 19 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Dit artikel laat de artikelen 21 en 22 van Verordening (EG) nr. 1224/2009 en artikel 4, leden 3 en 4, van Verordening (EU) nr. 1005/2008 onverlet.

(Niet van toepassing op de Nederlandse versie.)

Motivering

(Niet van toepassing op de Nederlandse versie.)

Amendement    23

Voorstel voor een verordening

Artikel 25 – lid 1 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)  wijst een contactpunt aan voor het doorzenden van de inspectieverslagen uit hoofde van artikel 11, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1005/2008 van de Raad.

c)  wijst een contactpunt aan voor het ontvangen van de inspectieverslagen uit hoofde van artikel 11, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1005/2008 van de Raad.

Motivering

Correctie om aan te sluiten bij de formulering van lid 5 van CMM 07-2017.

Amendement    24

Voorstel voor een verordening

Artikel 30 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten dienen ten minste 120 dagen vóór de jaarvergadering bij de Commissie alle gedocumenteerde informatie in die wijst op mogelijke gevallen van niet-naleving door vissersvaartuigen van instandhoudings- en beheersmaatregelen in het SPRFMO-verdragsgebied in de voorbije twee jaar. De Commissie onderzoekt die informatie en zendt deze in passende gevallen ten minste 90 dagen vóór de SPRFMO-jaarvergadering door aan het SPRFMO-secretariaat.

De lidstaten dienen ten minste 150 dagen vóór de jaarvergadering bij de Commissie alle gedocumenteerde informatie in die wijst op mogelijke gevallen van niet-naleving door vissersvaartuigen van instandhoudings- en beheersmaatregelen in het SPRFMO-verdragsgebied in de voorbije twee jaar. De Commissie onderzoekt die informatie en zendt deze in passende gevallen ten minste 120 dagen vóór de SPRFMO-jaarvergadering door aan het SPRFMO-secretariaat.

Motivering

De Commissie moet genoeg tijd te hebben om zich aan de termijnen in lid 2 van CMM 07‑2017 te kunnen houden.

Amendement    25

Voorstel voor een verordening

Artikel 30 bis – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De autoriteiten van de lidstaat die door de Commissie in kennis is gesteld van de opneming van een onder zijn vlag varend vissersvaartuig in de ontwerplijst van IOO-vaartuigen, stellen de eigenaar van het vaartuig in kennis van de opneming ervan in de SPRFMO-ontwerplijst van IOO-vaartuigen en van de gevolgen die de bekrachtiging van de opneming daarvan in de door de SPRFMO aangenomen lijst van IOO-vaartuigen kan hebben.

2.  Als de Commissie in kennis is gesteld van het feit dat een onder de vlag van een lidstaat varend vissersvaartuig is opgenomen in de SPRFMO-ontwerplijst van IOO-vaartuigen, stelt de Commissie de autoriteiten van de lidstaat in kwestie in kennis, die op hun beurt de eigenaar van het vaartuig in kennis stellen van de opneming ervan in de SPRFMO-ontwerplijst van IOO-vaartuigen en van de gevolgen die de bekrachtiging van de opneming daarvan in de door de SPRFMO aangenomen lijst van IOO-vaartuigen kan hebben.

Motivering

Duidelijkere formulering.

Amendement    26

Voorstel voor een verordening

Artikel 32 quater – lid 1 – letter e

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

e)  Positie, datum en tijdstip (UTC);

e)  Positie (lengte- en breedtegraad), datum en tijdstip (UTC);

Motivering

De voorgestelde formulering is onduidelijk.

(1)

Nog niet in het Publicatieblad verschenen.


TOELICHTING

De regionale organisatie voor het visserijbeheer in het zuidelijke deel van de Stille Oceaan (SPRFMO) is een organisatie die onlangs is opgericht als aanvulling op de WCPFC en de IATTC, en is verantwoordelijk voor het beheer van visserij op niet over grote afstanden trekkende soorten. Het voorstel van de Commissie beoogt de omzetting van de verscheidene (op dit moment vijftien) instandhoudings- en beheermaatregelen (CMM's) die tot nu toe zijn vastgesteld en die een keur aan onderwerpen bestrijkt, van IOO-visserij tot maatregelen om de zeevogelsterfte te beperken en experimentele visserij.

Het SPRFMO-verdrag is op 24 augustus 2012 in werking getreden. Degenen die geïnteresseerd zijn in de procedure tot dat moment kunnen kennis nemen van het verslag van Carmen Fraga over de toetreding van de EU (A7-0274/2011). Momenteel zijn er vijftien verdragsluitende partijen en twee samenwerkende niet-verdragsluitende partijen (Liberia en Panama). Belize was gedurende een aantal jaren een samenwerkende niet-verdragsluitende partij maar trok zich in mei 2016 terug.

De website van de SPRFMO geeft een goede samenvatting van de visserijactiviteiten in dit uitgestrekte gebied:

"Commerciële visserij is voornamelijk geconcentreerd in gebieden met een hogere productiviteit, waar veel voedingsstoffen voorhanden zijn, vaak als gevolg van onderzeese bergen en bergketens. Onderzeese bergen en bergketens zijn tevens de enige plekken die ondiep genoeg zijn voor bodemvis. Ofschoon er talrijke onderzeese bergen en bergketens op volle zee te vinden zijn in het zuidelijke deel van de Stille Oceaan, worden alleen de meest prominente in enige mate bevist: de Lord Howe Rise, de South Tasman Rise en de Louisville Ridge. Al deze gebieden hebben nauw verwante soorten en gemeenschappelijke soorten.

Visserij op volle zee in het zuidelijke deel van de Stille Oceaan kan worden ingedeeld in bentische (hoofdzakelijk ongewervelde soorten die op de zeebodem leven), demersale (voornamelijk vis, dicht bij de zeebodem) en pelagische (hoofdzakelijk vis en garnalen, aan het wateroppervlak en in de waterkolom) visserij. Commerciële visserij op bentische en demersale soorten beperkt zich tot een diepte van ongeveer 1 500 meter. Tot de belangrijkste demersale vinvissen waarop commercieel wordt gevist, behoren de Atlantische slijmkop, de oreos, de rode zeebaars en de Antarctische botervis. Pelagische visserij vindt ongeacht de diepte plaats maar wordt wel geassocieerd met een ruime aanwezigheid van voedingsstoffen. De voornaamste pelagische soort waarop commercieel wordt gevist is de Chileense horsmakreel.

Bij de huidige visserijmethoden wordt gebruik gemaakt van ringzegens, pelagische sleepnetten, bodemsleepnetten, pelagische beuglijnen, bodembeuglijnen en potten."

De voornaamste activiteit van de EU in de regio is pelagische trawlvisserij, waarbij gevist wordt op Chileense horsmakreel, met vangsten die teruggaan tot 1979. Recentere activiteiten, na een periode waarin niet gevist werd, begonnen in 2005 met bescheiden vangsten van minder dan 10 % van het totaal. Vaartuigen uit vier lidstaten zijn betrokken bij deze vorm van visserij, maar zij zijn alle aangesloten bij één bedrijf.

Er werden ook grote hoeveelheden diepzeesoorten gevangen in de jaren tot 2010.

De huidige toestand van de Chileense horsmakreel is geanalyseerd door het wetenschappelijk comité dat constateerde dat de vissterfte onder het niveau van de FMSY was en dat de biomassa zich onder het niveau bevond waarmee de MSY kon worden gehaald (BMSY). Het comité deed de aanbeveling om de vangsten voor 2017 en 2018 onder de 493 000 ton te houden – de totaal toegestane vangst (TAC) voor 2017 is 443 000 ton, waarvan het aandeel van de EU 30 115 ton bedraagt.

Commissievoorstel

Uit een grondig onderzoek van de CMM's en een vergelijking met het voorstel blijkt dat het Commissievoorstel grotendeels de vastgestelde CMM's heeft overgenomen. Een aantal door de SPRFMO vastgestelde bepalingen bestaat al in het gemeenschappelijk visserijbeleid, voor zaken als volgsystemen voor vaartuigen, bepaalde controlebepalingen, enz., en deze worden uiteraard niet herhaald in het voorstel. Wel worden er enkele amendementen voorgesteld, waarvan sommige vrij beperkt zijn maar andere van groter belang zijn.

Veel CMM's stellen procedurele termijnen voor de verdragsluitende partijen om informatie te verstrekken. Daardoor zijn er ook interne termijnen voor de EU-procedures nodig en ofschoon die over het algemeen haalbaar zijn, worden er enkele aanvullingen voorgesteld.

De definitie van het SPRFMO-verdragsgebied is niet correct in het voorstel. Verder kijkend is gebleken dat deze ook niet correct is omgezet in de TAC- en quotaverordening. Op grond van een advies van onze juridische dienst is de eenvoudigste oplossing om de definitie te schrappen en alleen de verwijzing naar het verdragsgebied in artikel 2 bis over het toepassingsgebied te gebruiken.

Ook de definitie van "visserijvaartuig" strookt niet met de definitie in het SPRFMO-verdrag. Het blijkt dat er in het gemeenschappelijk visserijbeleid verschillende definities van "visserijvaartuig" worden gebezigd om redenen die niet altijd duidelijk zijn. Als we alleen al kijken naar drie wetgevingshandelingen die algemeen toepasbaar zijn: de IOO-verordening uit 2008, de controleverordening uit 2009 en de basisverordening uit 2013, zien we dat in al deze verordeningen een andere definitie wordt gehanteerd. In haar voorstel koos de Commissie voor de definitie uit de IOO-verordening, maar deze wijkt af van de definitie in het SPRFMO-verdrag. Dus wederom aan de hand van een advies van de juridische dienst is er een amendement opgenomen om de definitie uit het SPRFMO-verdrag over te nemen.

In CMM 08-2013 wordt een algeheel verbod op het gebruik van grote pelagische drijfnetten en alle diepzeekieuwnetten opgelegd. De Commissie heeft deze maatregel niet omgezet, mogelijk omdat er op dit moment geen vaartuigen van de Unie zijn die gebruikmaken van kieuwnetten. Het verbod op diepzeekieuwnetten komt nergens anders voor in het gemeenschappelijk visserijbeleid. Maar aangezien dit een internationale verplichting is, moet het worden omgezet in EU-wetgeving, tezamen met de bijbehorende definities van het gebruikte visserijtuig.

Ten slotte heeft de SPRFMO veel nodige beperkingen op werkzaamheden opgelegd (zowel met sleepnetten als met beuglijnen) om de vangst van zeevogels te voorkomen. Dit is prijzenswaardig aangezien het EU-actieplan inzake zeevogels de aandacht vestigt op het hoge sterftecijfer van zeevogels als gevolg van visserijactiviteiten overal ter wereld. De CCAMLR heeft naar verluidt het sterftecijfer van zeevogels dat te wijten is aan beuglijnen weten te verlagen met meer dan 90 % dankzij relatief simpele en doeltreffende technische aanpassingen aan het tuig en de vispraktijken. Soortgelijke doeltreffende maatregelen om de sterfte van zeevogels te voorkomen moeten worden genomen in het SPRFMO-verdragsgebied en in andere oceaangebieden. Dit is de EU aan haar stand verplicht.


PROCEDURE VAN DE BEVOEGDE COMMISSIE

Titel

Beheers-, instandhoudings- en controlemaatregelen die gelden in het verdragsgebied van de regionale organisatie voor het visserijbeheer in het zuidelijke deel van de Stille Oceaan (SPRFMO)

Document- en procedurenummers

COM(2017)0128 – C8-0121/2017 – 2017/0056(COD)

Datum indiening bij EP

29.3.2017

 

 

 

Bevoegde commissie

       Datum bekendmaking

PECH

3.4.2017

 

 

 

Adviserende commissies

       Datum bekendmaking

DEVE

3.4.2017

ENVI

3.4.2017

REGI

3.4.2017

 

Geen advies

       Datum besluit

DEVE

30.5.2017

REGI

29.5.2017

 

 

Rapporteurs

       Datum benoeming

Linnéa Engström

27.4.2017

 

 

 

Behandeling in de commissie

21.6.2017

25.9.2017

 

 

Datum goedkeuring

21.11.2017

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

24

2

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Marco Affronte, Clara Eugenia Aguilera García, Renata Briano, Alain Cadec, David Coburn, Richard Corbett, Diane Dodds, Linnéa Engström, Mike Hookem, Ian Hudghton, Carlos Iturgaiz, Werner Kuhn, António Marinho e Pinto, Gabriel Mato, Norica Nicolai, Liadh Ní Riada, Ulrike Rodust, Remo Sernagiotto, Ricardo Serrão Santos, Isabelle Thomas, Ruža Tomašić, Peter van Dalen, Jarosław Wałęsa

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

France Jamet, Verónica Lope Fontagné, Maria Lidia Senra Rodríguez

Datum indiening

27.11.2017


HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

24

+

ALDE

António Marinho e Pinto, Norica Nicolai,

ECR

Remo Sernagiotto, Ruža Tomašić, Peter van Dalen

ENF

France Jamet

GUE/NGL

Liadh Ní Riada, Maria Lidia Senra Rodríguez

NI

Diane Dodds

PPE

Alain Cadec, Werner Kuhn, Verónica Lope Fontagné, Gabriel Mato, Francisco José Millán Mon, Jarosław Wałęsa

S&D

Clara Eugenia Aguilera García, Renata Briano, Richard Corbett, Ulrike Rodust, Ricardo Serrão Santos, Isabelle Thomas

Verts/ALE

Marco Affronte, Linnéa Engström, Ian Hudghton

2

-

EFDD

David Coburn, Mike Hookem

0

0

 

 

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding

Juridische mededeling - Privacybeleid