Procedure : 2017/2222(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0387/2017

Ingediende teksten :

A8-0387/2017

Debatten :

PV 14/12/2017 - 3
CRE 14/12/2017 - 3

Stemmingen :

PV 14/12/2017 - 8.8
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2017)0502

VERSLAG     
PDF 585kWORD 145k
30.11.2017
PE 610.643v03-00 A8-0387/2017

over de beraadslagingen van de Commissie verzoekschriften in 2016 (artikel 216, lid 7, van het Reglement)

(2017/2222(INI))

Commissie verzoekschriften

Rapporteur voor advies: Notis Marias

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 INFORMATIE OVER DE GOEDKEURING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE
 HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over de beraadslagingen van de Commissie verzoekschriften in 2016 (artikel 216, lid 7, van het Reglement)

(2017/2222(INI))

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn eerdere resoluties over de uitkomst van de beraadslagingen van de Commissie verzoekschriften,

–  gezien het jaarverslag van de Europese Ombudsman voor 2016,

–  gezien de artikelen 10 en 11 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU),

–  gezien de artikelen 24 en 227 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU),

–  gezien artikel 228 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU),

–  gezien artikel 44 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie inzake het recht om verzoekschriften in te dienen bij het Europees Parlement,

–  gezien de bepalingen van het VWEU met betrekking tot de inbreukprocedure, en met name de artikelen 258 en 260,

  gezien artikel 52 en artikel 216, lid 7, van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie verzoekschriften (A8‑0387/2017),

A.  overwegende dat in 2016 1 569 verzoekschriften zijn ontvangen – tegenover 1 431 in 2015 – waarvan 1 110 verzoekschriften (70,8 %) ontvankelijk zijn verklaard;

B.  overwegende dat het webportaal voor verzoekschriften van het Parlement in 2016 6 132 gebruikers telde die een of meerdere verzoekschriften medeondertekend hebben, tegenover 902 in 2015, en dat het aantal medeondertekeningen per verzoekschrift en per gebruiker 18 810 bedroeg in 2016, tegenover 1 329 in 2015;

C.  overwegende dat het aantal ontvangen verzoekschriften eerder bescheiden is in vergelijking met de totale bevolking van de EU; overwegende dat dit aantal aangeeft dat een deel van de burgers van de EU zich bewust is van het recht om verzoekschriften in te dienen en dat recht ook gebruiken en via de verzoekschriftenprocedure verwachten de aandacht van de EU-instellingen te vestigen op kwesties waarover zij zich zorgen maken en die binnen het kader van de bevoegdheden van de EU vallen; overwegende dat evenwel meer inspanningen nodig zijn om het recht om verzoekschriften in te dienen bij het Europees Parlement meer bekendheid te geven en te bevorderen;

D.  overwegende dat het recht om een verzoekschrift te richten tot het Europees Parlement EU‑burgers en ‑ingezetenen de mogelijkheid geeft om rechtstreeks een officieel verzoek te richten tot hun vertegenwoordigers, en dat dit recht derhalve naar behoren moet worden beschermd en benut; overwegende dat dit recht van essentieel belang is om de actieve participatie van EU‑burgers en ‑ingezetenen in de werkzaamheden van de Europese Unie te verzekeren;

E.  overwegende dat het Europees Parlement lang een voorloper is geweest in de internationale ontwikkeling van het verzoekschriftenproces en nog steeds beschikt over het meest open en transparante systeem in Europa, dat met name de volledige deelname van de indieners aan zijn activiteiten mogelijk maakt;

F.  overwegende dat de commissie een essentiële rol speelt bij het emanciperen van de Europese burgers en zodoende helpt om het imago en de autoriteit van het Parlement in de ogen van de kiezers te versterken, door het Parlement in staat te stellen om zich rekenschap te geven van en beter toezicht te houden op de wijze waarop het EU‑recht door de lidstaten en de andere EU‑instellingen ten uitvoer wordt gelegd;

G.  overwegende dat actieve participatie alleen mogelijk is op basis van een democratisch en transparant proces bij alle EU‑instellingen dat het Parlement en de Commissie verzoekschriften in staat stelt om hun werk burgervriendelijk en zinvol te maken;

H.  overwegende dat verzoekschriften worden ingediend en ondersteund door betrokken burgers, die op hun beurt verwachten dat de EU‑instellingen een meerwaarde bieden bij het wegnemen van hun bezorgdheid; overwegende dat het verzuim om naar behoren gevolg te geven aan verzoekschriften waarschijnlijk leidt tot frustratie en bijgevolg tot onvrede over de Unie;

I.  overwegende dat wordt geconstateerd dat burgers zich vaak in laatste instantie tot de Commissie verzoekschriften wenden, wanneer andere organen en instellingen op regionaal en nationaal niveau hun bezorgdheid niet kunnen wegnemen;

J.  overwegende dat verzoekschriften het Parlement in staat stellen om te luisteren naar de burgers en een bijdrage te leveren aan het oplossen van de problemen waarmee zij worden geconfronteerd; overwegende dat de effecten van de EU-wetgeving op het dagelijks leven van degenen die in de EU wonen moeten worden beoordeeld aan de hand van die verzoekschriften;

K.  overwegende dat verzoekschriften onder andere een nuttige bron van informatie zijn om inbreuken op het EU-recht op te sporen, alsook de hiaten en tegenstrijdigheden in het EU-recht wat betreft de doelstelling om de grondrechten van alle burgers volledig te beschermen;

L.  overwegende dat verzoekschriften een grote hoeveelheid relevante informatie geven over verschillende domeinen die nuttig zijn voor andere parlementaire commissies, ook in verband met hun wetgevende activiteiten; overwegende dat het de verantwoordelijkheid van het Parlement als geheel is om het grondrecht om verzoekschriften in te dienen, te verwezenlijken door verzoekschriften naar behoren te behandelen;

M.  overwegende dat elk verzoekschrift zorgvuldig moet worden beoordeeld en behandeld en dat elke indiener het recht heeft om een antwoord te krijgen van de Commissie verzoekschriften waarin alle aangehaalde kwesties worden beantwoord, met volledige inachtneming van het recht op behoorlijk bestuur dat is vastgelegd in artikel 41 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie;

N.  overwegende dat in de criteria voor de ontvankelijkheid van verzoekschriften in overeenstemming met artikel 227 VWEU en artikel 215 van het Reglement van het Parlement is bepaald dat verzoekschriften moeten voldoen aan de formele ontvankelijkheidsvoorwaarden, met andere woorden dat zij betrekking moeten hebben op een kwestie die binnen het kader van de werkzaamheden van de Europese Unie valt en indiener rechtstreeks aangaat, en dat indieners burger moeten zijn van de Europese Unie of er moeten verblijven; overwegende dat 459 verzoekschriften niet‑ontvankelijk zijn verklaard omdat ze niet aan deze formele voorwaarden voldeden;

O.  overwegende dat de behandeling van ongefundeerde of niet-ontvankelijke verzoekschriften met het oog op een efficiënte werking van de Commissie verzoekschriften snel moet worden afgesloten en uitgelegd aan de indiener om de werkzaamheden van de commissie niet te zwaar te belasten; overwegende dat de administratieve procedure voor de behandeling van verzoekschriften altijd moet uitgaan van de belangen van de indieners;

P.  overwegende dat de specifieke, interactieve aard van het verzoekschriftenproces en de cruciale rol die burgers daarin spelen ervoor zorgen dat elk geval uniek is en een vooraf bepaald tijdpad uitsluiten; overwegende dat dergelijke procedures grote flexibiliteit en pr-vaardigheden vereisen aan bestuurlijke zijde;

Q.  overwegende dat een aanzienlijk aantal verzoekschriften publiekelijk wordt besproken in vergaderingen van de Commissie verzoekschriften; overwegende dat indieners het recht hebben om hun verzoekschriften te presenteren en vaak volwaardig deelnemen aan de discussie en zo actief bijdragen aan het werk van de commissie; overwegende dat in 2016 201 indieners van verzoekschriften aanwezig waren bij vergaderingen van de commissie, en dat 61 indieners actief deelnamen door het woord te voeren;

R.  overwegende dat de informatie die burgers in verzoekschriften en tijdens commissievergaderingen verstrekken – aangevuld met de deskundigheid van de Commissie, de lidstaten of andere organen – van cruciaal belang is voor de werkzaamheden van de commissie;

S.  overwegende dat de voornaamste bronnen van zorg die in 2016 in verzoekschriften werden aangekaart, betrekking hadden op de interne markt (in het bijzonder de verrichting van diensten en het vrije verkeer van personen), de grondrechten (in het bijzonder de rechten van kinderen en personen met een handicap), sociale aangelegenheden (arbeidsomstandigheden), milieukwesties (afvalbeheer, verontreiniging en milieubescherming) en de specifieke kwestie van de brexit (verlies van verworven rechten en het mandaat van het referendum);

T.  overwegende dat het webportaal voor verzoekschriften van het Parlement, dat eind 2014 werd gelanceerd, operationeel is; overwegende dat in 2016 1 067 verzoekschriften (68 % van de ontvangen verzoekschriften) via het webportaal werden ingediend, in vergelijking met 992 in 2015; overwegende dat er technische verbeteringen zijn aangebracht, onder meer in de zoekfunctie, die zowel de gebruikers als de beheerders van het portaal ten goede komen; overwegende dat samenvattingen van verzoekschriften kort na de goedkeuring ervan worden geüpload; overwegende dat de vertrouwelijkheidsinstellingen en privacyverklaringen zijn herzien en een reeks vaak gestelde vragen (FAQ's) is opgenomen; overwegende dat samenvattingen van verzoekschriften uit 2015 en 2016 zijn geüpload met behulp van een nieuwe migratietool; overwegende dat er een SEO-proces (zoekmachineoptimalisatie) is uitgevoerd; overwegende dat een groot aantal individuele ondersteuningsaanvragen van gebruikers met succes is behandeld; overwegende dat verdere projectfasen in uitvoering zijn, waardoor functies beschikbaar worden zoals de automatische elektronische kennisgeving wanneer een verzoekschrift in de agenda van de commissie wordt opgenomen, met een link naar de webstream van die vergadering, alsook wanneer de desbetreffende notulen en video's van de debatten worden geüpload, voor zowel de indieners als de medeondertekenaars;

U.  overwegende dat het Europees burgerinitiatief een belangrijk instrument is om de deelname van burgers aan het politieke besluitvormingsproces van de EU te versterken, dat volledig moet worden benut om het vertrouwen van de burgers in de EU‑instellingen te vergroten en bij te dragen aan een echte en inclusieve Europese Unie; overwegende dat het wetgevingsvoorstel dat de Commissie op 13 september 2017 heeft ingediend voor een herziening van de huidige Verordening (EU) nr. 211/2011 over het burgerinitiatief (COM(2017)0482), het startpunt betekent van een broodnodige herziening om dit instrument toegankelijker en nuttiger te maken voor de EU‑burgers;

V.  overwegende dat er vier onderzoeksmissies zijn gepland in overeenstemming met artikel 216 bis van het Reglement van het Parlement; overwegende dat onderzoeksmissies een belangrijk instrument zijn voor de Commissie verzoekschriften: ze bieden een unieke gelegenheid om informatie over complexe aangelegenheden te verzamelen bij verschillende betrokkenen en tegelijkertijd helpen ze om het werk van het Parlement concreet te laten zien aan burgers in verschillende delen van Europa; overwegende dat twee onderzoeksmissies hebben plaatsgevonden, een naar Spanje nadat meerdere verzoekschriften van EU‑burgers werden ontvangen over mogelijke inbreuken op de kaderrichtlijn water, en een naar Slowakije inzake het gebruik van structuurfondsen van de EU in woonzorgcentra voor personen met een handicap; overwegende dat de overige twee onderzoeksmissies, naar Ierland en naar Italië, zijn geannuleerd;

W.  overwegende dat de Commissie verzoekschriften verantwoordelijk is voor de betrekkingen met het bureau van de Europese Ombudsman, dat klachten van EU‑burgers over mogelijk wanbeheer binnen EU‑instellingen en ‑organen moet onderzoeken;

X.  overwegende dat Emily O'Reilly, de Europese ombudsvrouw, haar jaarverslag voor 2015 aan de Commissie verzoekschriften heeft voorgesteld tijdens de vergadering van 20 juni 2016 en overwegende dat het jaarverslag van de Commissie verzoekschriften op zijn beurt gedeeltelijk gebaseerd is op het jaarverslag van de Ombudsman;

Y.  overwegende dat de Commissie verzoekschriften lid is van het Europese netwerk van ombudsmannen, waar ook de Europese Ombudsman, nationale en regionale ombudsmannen en soortgelijke instanties van de lidstaten, de kandidaat-landen en andere landen van de Europese Economische Ruimte deel van uitmaken en dat de uitwisseling van informatie over het recht en het beleid van de EU en het delen van beste praktijken moet bevorderen;

Z.  overwegende dat 147 ontvangen verzoekschriften (waarvan 120 in 2016) betrekking hebben op diverse vraagstukken – in het bijzonder de bescherming van de burgerrechten – die het referendum in het Verenigd Koninkrijk over de uitstap uit de Europese Unie heeft opgeworpen;

AA.  overwegende dat de richtsnoeren van de Commissie verzoekschriften, die in januari 2016 zijn aangenomen en sindsdien worden toegepast, voor duidelijkheid en structuur hebben gezorgd in de werkzaamheden van de commissie en de verwerking van verzoekschriften;

AB.  overwegende dat de herziening van het Reglement van het Parlement (die in december 2016 door de plenaire vergadering is aangenomen) ook veranderingen en een verduidelijking van de verzoekschriftenprocedure inhoudt;

AC.  overwegende dat een louter formalistische benadering van de behandeling van verzoekschriften inzake milieubeoordelingen de correcte tenuitvoerlegging van het EU‑milieurecht in de lidstaten en de geloofwaardigheid van de Commissie om er doeltreffend op toe te zien dat de grondrechten van de burgers volledig worden geëerbiedigd, in gevaar brengt;

1.  wijst erop dat de Commissie verzoekschriften een essentiële rol te spelen heeft als aanspreekpunt voor EU-burgers en -ingezeten om hun klachten in te dienen over inbreuken op en tekortkomingen in de toepassing van het EU-recht in de lidstaten, alsook over hiaten en tegenstrijdigheden in de EU-regelgeving; onderstreept dat volledig moet worden gegarandeerd dat de aan de orde gestelde kwesties tijdig en op uitvoerige, onpartijdige en billijke wijze worden behandeld door de instellingen;

2.  onderkent dat verzoekschriften een belangrijke bron van informatie uit de eerste hand zijn, niet alleen over schendingen en lacunes bij de toepassing van het EU‑recht in de lidstaten, maar ook over mogelijke mazen in de EU‑wetgeving en suggesties van burgers voor nieuw aan te nemen wetgeving of voor mogelijke verbeteringen in vigerende wetteksten;

3.  bevestigt dat het vermogen van de Commissie en het Parlement om te reageren op problemen in verband met de omzetting en onjuiste toepassing van wetgeving, en deze op te lossen, door de effectieve behandeling van verzoekschriften op de proef wordt gesteld en uiteindelijk wordt versterkt; merkt op dat de Commissie overweegt om de tenuitvoerlegging van EU-wetgeving als prioriteit te beschouwen, zodat burgers ervan kunnen profiteren in hun dagelijks leven;

4.  roept op tot de vaststelling van een duidelijk onderscheid tussen de status en de rechten van indieners en van hun ondersteuners dat in overeenstemming is met de transparantiebeginselen;

5.  blijft het als een bijzondere verplichting beschouwen dat niet-ontvankelijke of ongegronde verzoekschriften niet onevenredig lang niet als niet‑ontvankelijk worden aangemerkt of niet worden afgesloten; onderstreept in dit verband dat tegenover de indieners de niet-ontvankelijkheid respectievelijk het afsluiten van de behandeling van een verzoekschrift wegens ongegrondheid zorgvuldig moet worden gemotiveerd;

6.  onderkent dat de effectieve toepassing van het EU‑recht een positief effect heeft op de geloofwaardigheid van de EU‑instellingen; herinnert eraan dat het in het Verdrag van Lissabon vastgelegde recht om een verzoekschrift in te dienen een belangrijk aspect van het Europees burgerschap is en een echte lakmoesproef vormt voor het toezicht op de toepassing van het EU‑recht en voor de opsporing van mogelijke mazen in de wetgeving; vraagt de Commissie verzoekschriften regelmatige vergaderingen met haar ambtgenoten op nationaal niveau te organiseren om de zorgen van de Europese burgers beter bekend te maken in de EU en in de lidstaten en om hun rechten te versterken door betere Europese wetgeving en een betere toepassing daarvan; roept derhalve op tot een sterke inzet van alle betrokken autoriteiten op nationaal en Europees niveau door prioriteit te geven aan de verwerking en oplossing van verzoekschriften;

7.  herinnert de Commissie eraan dat verzoekschriften een uniek middel zijn om situaties waarin het EU‑recht niet wordt geëerbiedigd, aan de orde te stellen en te onderzoeken met behulp van de politieke controle van het Europees Parlement; herinnert de Commissie eraan dat verzoeken om hulp van de Commissie verzoekschriften het nodige gevolg moeten krijgen, en herhaalt zijn oproep aan het adres van de Commissie om de kwaliteit van haar antwoorden, ook tijdens vergaderingen van de Commissie verzoekschriften, zowel wat de inhoud als wat de diepgang betreft, te verbeteren om te verzekeren dat de zorgen van Europese burgers de nodige aandacht krijgen en op een transparante manier behandeld worden; brengt in herinnering dat de wijze waarop de in de verzoekschriften aan de orde gestelde kwesties worden behandeld, een doorslaggevende impact heeft op de burgers wat betreft de daadwerkelijke eerbiediging van het bij het EU‑recht verleende recht om verzoekschriften in te dienen en op hun oordeel over de Europese instellingen; dringt er bij de Commissie op aan om manieren te vinden om beter samen te werken met de overheden in de lidstaten om een antwoord te geven op vragen over de tenuitvoerlegging en de naleving van het EU‑recht;

8.  meent dat het feit dat de nationale rechtbanken primair verantwoordelijk zijn voor een behoorlijke tenuitvoerlegging van de EU‑wetgeving in de lidstaten de Commissie geenszins belet om in haar hoedanigheid van hoedster van de Verdragen een proactievere rol te spelen bij het waarborgen van de naleving van het EU‑recht, met name in zaken die betrekking hebben op bescherming van milieu en volksgezondheid, waarin het voorzorgsbeginsel voorrang moet krijgen;

9.  beklemtoont dat er vertegenwoordigers van de Raad en de Commissie van een zo hoog mogelijk niveau aanwezig moeten zijn bij vergaderingen en hoorzittingen van de Commissie verzoekschriften, wanneer de inhoud van de besproken kwesties de betrokkenheid van deze instellingen vereist;

10.  verzoekt de functionarissen van de Commissie die de vergaderingen van de Commissie verzoekschriften bijwonen, zich bereid te tonen om een echte dialoog aan te gaan met de indieners en zich niet te beperken tot het lezen van het reeds vastgestelde, voorafgaand aan de vergadering rondgestuurde antwoord;

11.  roept ertoe op onderzoek te doen naar de mogelijkheid om teleconferentiediensten te gebruiken; moedigt het gebruik van nieuwe audiovisuele technologieën aan om de indieners in staat te stellen een grotere rol te spelen in de werkzaamheden van de commissie door in realtime deel te nemen aan de beraadslagingen over hun verzoekschrift;

12.  is het oneens met de door de Commissie herhaalde interpretatie van het 27e jaarlijkse verslag over de controle op de toepassing van het EU-recht (2009) dat zij gemachtigd zou zijn dossiers waarvoor nog geen officiële maatregelen in de richting van een inbreukprocedure zijn genomen, te sluiten, of actieve inbreukprocedures met betrekking tot bij nationale rechtbanken lopende rechtszaken, op te schorten; herinnert eraan dat het Parlement in artikel 11 van zijn jaarlijkse resolutie van 15 december 2016(1) over de activiteiten van de Commissie verzoekschriften herhaalde het oneens te zijn met de oorspronkelijke benadering van de Commissie in het genoemde verslag, zoals het reeds meldde in zijn resolutie van 14 september 2011(2), waarin de Commissie met name in de artikelen 1, 23 en 32 werd verzocht meer inspanningen te leveren om een consequente tenuitvoerlegging van de EU‑wetgeving te waarborgen, voor zover dat in haar macht ligt, en gebruik te maken van inbreukmechanismen, ongeacht de vraag of er op nationaal niveau rechtszaken lopen;

13.  neemt, verwijzend naar het jaarlijkse verslag van de Commissie van 6 juli 2017 over de controle op de toepassing van het EU-recht 2016 (COM(2017)0370), met bezorgdheid nota van de aanzienlijke stijging van het aantal lopende inbreukzaken ten opzichte van 2015 met 21 %; verzoekt de Commissie om gevolg te geven aan de oproepen van het Parlement om informatie te delen over de stand van zaken omtrent lopende inbreukprocedures; wijst op de belangrijke rol van verzoekschriften bij het identificeren van een gebrekkige tenuitvoerlegging of laattijdige omzetting van Europese wetgeving; herinnert de Commissie eraan dat de Commissie verzoekschriften zich ervoor inspant om tijdig en op verantwoorde wijze tegemoet te komen aan de verwachtingen van burgers en om tegelijkertijd te zorgen voor de democratische controle op en de behoorlijke toepassing van het EU-recht;

14.  vraagt de Commissie om gedetailleerde statistieken te verstrekken over het aantal verzoekschriften dat heeft geleid tot het starten van een EU Pilot- of inbreukprocedure; vraagt daarnaast op de hoogte gehouden te worden van zaken in verband met lopende gerechtelijke en/of andere procedures en vraagt om, wanneer EU Pilot- en inbreukprocedures door toepassing van de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie werden afgesloten, de documenten te ontvangen die in de loop van de procedures uitgewisseld werden, teneinde een gestructureerde dialoog te faciliteren en de tijd die nodig is voor geschillenbeslechting te beperken; verzoekt de Commissie deze verslagen te bespreken met de Commissie verzoekschriften en op proactieve wijze de ondervoorzitter die verantwoordelijk is voor vereenvoudiging en de toepassing van wetgeving hierbij te betrekken;

15.  dringt er bij de Commissie op aan haar bevoegdheden in verband met haar rol als hoedster van de Verdragen naar behoren te gebruiken, aangezien die rol van cruciaal belang is voor de werking van de EU voor de burgers en de Europese wetgevers; roept op tot een tijdige behandeling van inbreukprocedures om onverwijld een einde te maken aan situaties waarin het EU-recht niet wordt geëerbiedigd;

16.  acht samenwerking met andere parlementaire commissies van essentieel belang; verwijst in dat verband naar de aanname van de richtsnoeren van de Commissie verzoekschriften, waarin het beginsel van de oprichting van een verzoekschriftennetwerk met de andere commissies is opgenomen; is ermee ingenomen dat er richtsnoeren voor een dergelijk netwerk zijn aangenomen; vestigt de aandacht op de vragenlijst die aan alle commissies is voorgelegd om meer inzicht te krijgen in hun procedures voor de behandeling van verzoekschriften die ter advies of ter informatie worden doorgestuurd; merkt tot zijn tevredenheid op dat de eerste vergadering van het netwerk op het niveau van de ambtenaren in 2016 heeft plaatsgevonden en dat in 2017 twee vergaderingen op het niveau van de leden hebben plaatsgevonden; is ingenomen met de vorderingen die zijn geboekt met de coördinatie tussen de Commissie verzoekschriften en andere commissies en met de thematische onderverdeling in beleidsterreinen binnen iedere betrokken commissie, die een betere follow-up van de naar andere commissies verzonden verzoekschriften mogelijk maakt; roept op tot het versterken van het PETI-netwerk teneinde verzoekschriften te stroomlijnen in lopende wetgevingswerkzaamheden; beveelt aan om de medewerkers van de leden van het Europees Parlement specifieke richtsnoeren te verstrekken over het recht om verzoekschriften in te dienen opdat zij de betrokken kiezers beter kunnen ondersteunen in de procesgang;

17.  betreurt het feit dat het Handvest van de grondrechten uitsluitend van toepassing is op de lidstaten wanneer zij het recht van de Unie ten uitvoer leggen; herhaalt dat veel burgers de tenuitvoerlegging ervan onduidelijk en ontoereikend vinden; betreurt dat het Hof van Justitie van de Europese Unie artikel 51 van het Handvest van de grondrechten op een terughoudende manier heeft uitgelegd, maar evenwel toelaat dat het toepassingsgebied van het Handvest wordt uitgebreid naar nationale bepalingen waarmee het EU-recht ten uitvoer wordt gelegd en nationale maatregelen die de effectieve toepassing van EU-bepalingen verzekeren; meent dat de verwachtingen van de meeste EU-burgers met betrekking tot de bij het Handvest aan hen toegekende rechten veel verder strekken dan het huidige toepassingsgebied; benadrukt dat een te enge of onsamenhangende uitlegging van artikel 51 burgers van de EU vervreemdt; dringt er bij de Commissie op aan maatregelen te nemen om ervoor te zorgen dat het toepassingsgebied van artikel 51 zo samenhangend en zo ruim mogelijk wordt uitgelegd; is ingenomen met de invoering door het Bureau voor de grondrechten van een interactieve tool die eenvoudig toegang geeft tot informatie over de autoriteit waarbij men in elke lidstaat terechtkan met vragen over de grondrechten;

18.  merkt op dat indieners bezorgd zijn over hun toekomstige rechten na het referendum in het Verenigd Koninkrijk over de uitstap uit de Europese Unie, hetgeen is gebleken uit het grote aantal verzoekschriften met betrekking tot het Verenigd Koninkrijk; herinnert aan zijn resolutie van 5 april 2017(3) waarin het Parlement onderstreept dat het terugtrekkingsakkoord alleen met toestemming van het Europees Parlement kan worden gesloten, en het een "must" noemt dat burgers van de EU-27 die in het Verenigd Koninkrijk wonen of hebben gewoond, en burgers van het Verenigd Koninkrijk die in de EU-27 wonen of hebben gewoond, billijk worden behandeld, en is van mening dat hun respectieve rechten en belangen de hoogste prioriteit moeten krijgen in de onderhandelingen; wijst op de niet-opgeloste zorgen van ingezetenen van het VK die meer dan vijftien jaar elders in de EU wonen over hun stemrecht en de ontneming van rechten; herinnert eraan dat de Commissie verzoekschriften een actieve rol speelt bij de bescherming van de rechten van EU-burgers en Britse burgers door een actieve bijdrage te leveren aan de resoluties van het Europees Parlement van 5 april 2017 en 3 oktober 2017(4) over de stand van de onderhandelingen met het Verenigd Koninkrijk na de kennisgeving van het voornemen om zich uit de EU terug te trekken, door opdracht te geven tot een studie naar de impact van de brexit op het recht om verzoekschriften in te dienen en op de bevoegdheden, verantwoordelijkheden en activiteiten van de Commissie verzoekschriften, en door de verzoekschriften over de brexit en de burgerrechten te behandelen tijdens haar vergadering van 21 juni 2017; schaart zich achter het streven van de Commissie om de rechten van Europese burgers die in het Verenigd Koninkrijk wonen volledig te waarborgen in de onderhandelingen over de brexit en nadat het VK de EU heeft verlaten en verzoekt de Commissie de verworven rechten van ingezetenen van het VK die buiten het VK in de Europese Unie woonachtig zijn, volledig te garanderen, teneinde ervoor te zorgen dat burgers niet als wisselgeld worden gebruikt en dat hun rechten niet afbrokkelen als gevolg van de onderhandelingen;

19.  wijst op de belangrijke werkzaamheden die door de Commissie verzoekschriften worden verricht rond verzoekschriften inzake vraagstukken in verband met handicaps, en onderstreept dat de commissie zich wil blijven inzetten om de rechten van personen met een handicap te versterken; verzoekt de Europese instellingen om in dit verband het goede voorbeeld te geven en ervoor te zorgen dat de door de nationale autoriteiten vastgestelde uitvoeringsmaatregelen volledig en op samenhangende wijze in overeenstemming zijn met de EU-wetgeving en het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap; benadrukt dat er op 22 en 23 september 2016 een onderzoeksmissie naar Slowakije heeft plaatsgevonden om informatie te verzamelen over de zaak rond het gebruik van investeringen in instellingen voor personen met een handicap, en dat de Commissie werd aanbevolen onderzoek te doen naar de huidige situatie;

20.  wijst nogmaals op de werkzaamheden van de commissie om de ratificatie en snelle tenuitvoerlegging van het Verdrag van Marrakesh van 2013 tot bevordering van de toegang tot gepubliceerde werken voor personen die blind of visueel gehandicapt zijn of anderszins een leeshandicap hebben te ondersteunen; onderstreept in dit verband het belang van zijn korte resolutie van 3 februari 2016 over de ratificatie van het Verdrag van Marrakesh(5), waarin werd verzocht om een spoedige reactie van alle betrokken partijen om de langdurige patstelling open te breken teneinde de ratificatie op EU‑niveau te vergemakkelijken; merkt op dat het Parlement en de Raad een overeenkomst hebben bereikt over de wetgevingsvoorstellen van de Commissie inzake de tenuitvoerlegging van het Verdrag van Marrakesh, die bindend zijn geworden(6);

21.  vestigt de aandacht op twee jaarverslagen, het jaarverslag over de activiteiten van de Commissie verzoekschriften in 2015(7) en het jaarverslag over de werkzaamheden van de Europese Ombudsman in 2015(8), en op diverse adviezen van de commissie, zoals dat over grensoverschrijdende aspecten van adopties(9), over EU-opties voor een betere toegang tot geneesmiddelen, over de tenuitvoerlegging van het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap(10), met speciale aandacht voor de slotopmerkingen van het VN-Comité voor de rechten van personen met een handicap(11), inzake de controle op de toepassing van het Unierecht: jaarverslag 2014(12) en over de situatie van de grondrechten in de Europese Unie in 2015(13);

22.  wijst erop dat de commissie het Europese burgerinitiatief steunt; neemt nota van het voorstel van de Commissie om de verordening te herzien opdat zij een nog belangrijker instrument voor democratische participatie zou worden; betreurt dat de Commissie heeft verzuimd om terdege rekening te houden met de recente activiteiten in verband met een niet-wetgevende resolutie over het EBI, met name het advies van de Commissie verzoekschriften, en bijgevolg ook inbreuk pleegt op het interinstitutioneel akkoord; verzoekt de Commissie om rekening te houden met het advies van de Commissie verzoekschriften tijdens de komende wetgevingsprocedure, teneinde de EU-burgers volledig en daadwerkelijk bij het besluitvormingsproces op EU-niveau te betrekken via het Europese burgerinitiatief;

23.  benadrukt de nauwe samenwerking van het Parlement met de Europese Ombudsman en zijn betrokkenheid bij het Europese netwerk van ombudsmannen; onderstreept de uitstekende betrekkingen binnen het institutionele kader tussen de Ombudsman en de Commissie verzoekschriften; waardeert in het bijzonder de regelmatige bijdragen die de Ombudsman in de loop van het jaar heeft geleverd aan de werkzaamheden van de commissie; onderstreept de cruciale rol die de Ombudsman speelt om de bestuurlijke en besluitvormingsprocessen op EU-niveau te helpen verbeteren, processen die zo snel mogelijk volledig transparant en onpartijdig moeten worden gemaakt en moeten worden gericht op de effectieve en doeltreffende bescherming van de rechten van de burgers; ondersteunt de werkzaamheden van de huidige Ombudsman in haar verschillende bevoegdheidsgebieden, waaronder haar op eigen initiatief ontplooide en strategische onderzoeken, die niet alleen ten goede komen van goed bestuur, maar ook van een betere democratische werking van de Unie; is ingenomen met de initiatieven van de Europese Ombudsman om het potentieel van het netwerk beter te benutten en het meer zichtbaarheid te geven;

24.  is ingenomen met de prijs voor goed bestuur die in 2016 door het bureau van de Europese Ombudsman in het leven werd geroepen om ambtenaren, agentschappen en organen van EU-instellingen die zich in hun dagelijkse taken inzetten voor goed bestuur te erkennen; roept ertoe op de huidige Europese Code van goed administratief gedrag op te waarderen tot een bindende verordening en daarin onder meer concrete bepalingen op te nemen om belangenvermenging op alle niveaus binnen de EU‑instellingen, ‑agentschappen en ‑organen te voorkomen;

25.  wijst erop dat in de ingediende verzoekschriften de meest uiteenlopende onderwerpen aan bod komen, van de interne markt, justitie, energie en vervoer tot grondrechten, gezondheid, milieurecht, handicaps en dierenwelzijn en de verschillende gevolgen van de brexit voor burgers; onderstreept de stijging van het aantal ontvangen verzoekschriften in 2016 met 10 % (1 569 exemplaren) en verzoekt de Europese instellingen om de diensten die belast zijn met de verwerking van de verzoekschriften, met name het secretariaat van de Commissie verzoekschriften, van voldoende personeel te voorzien;

26.  dringt er bij de Commissie op aan uitgebreid te analyseren of de door de lidstaat uitgevoerde milieueffectbeoordelingen inzake de goedkeuring van de verwezenlijking van infrastructuurprojecten waarbij burgers door middel van verzoekschriften hebben gewezen op ernstige risico's voor de volksgezondheid en het milieu, voldoen aan het EU‑recht;

27.  vestigt de aandacht op talrijke verzoekschriften over de praktijken van autoriteiten voor kinderwelzijnszorg en de bescherming van de rechten van kinderen, in het bijzonder in grensoverschrijdende situaties; erkent het werk dat is geleverd door de werkgroep kinderwelzijn van de commissie; vestigt de aandacht op de korte ontwerpresolutie "Bescherming (over de grenzen heen) van de belangen van kinderen in Europa" die in maart 2016 is aangenomen; neemt kennis van het voorstel voor een herschikking van de verordening Brussel II bis betreffende de bevoegdheid en de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in huwelijkszaken en inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid en betreffende de internationale ontvoering van kinderen, en merkt op dat een groot aantal kwesties die in verzoekschriften worden aangekaart, zoals kwesties met betrekking tot de procedures en praktijken die door de bevoegde autoriteiten van de lidstaten worden toegepast bij besluiten met een grensoverschrijdend effect die betrekking hebben op minderjarigen en de efficiëntie van de terugkeerprocedures na grensoverschrijdende ontvoeringen van kinderen door ouders, grondig moeten worden onderzocht met het oog op het oplossen van de bestaande problemen;

28.  onderstreept het constant hoge aantal verzoekschriften op het gebied van dierenwelzijn en herhaalt zijn treurnis over de opgelopen vertraging bij de tenuitvoerlegging van de strategie van de Europese Unie voor de bescherming en het welzijn van dieren 2012‑2015; acht het essentieel om een nieuwe strategie op EU-niveau te lanceren om alle bestaande tekortkomingen weg te werken en de volledige en doeltreffende bescherming van het dierenwelzijn te garanderen door middel van een helder en uitputtend wetgevingskader dat volledig voldoet aan de vereisten van artikel 13 VWEU;

29.  betreurt dat er geen noemenswaardige vooruitgang is geboekt in de zaak met betrekking tot het stemrecht van niet-ingezetenen in Estland en Letland naar aanleiding van verzoekschrift nr. 0747/2016; benadrukt dat onnodige vertragingen wantrouwen in de Europese instellingen kunnen wekken;

30.  wijst op de belangrijke rol van het SOLVIT-netwerk, dat burgers en bedrijven de mogelijkheid geeft om hun bezorgdheid te uiten over mogelijke inbreuken op het EU‑recht door overheidsinstanties in andere lidstaten; verzoekt de Commissie en de lidstaten zelf om SOLVIT te promoten om het nuttiger en zichtbaarder te maken voor de burgers; is in dat opzicht ingenomen met het actieplan om het SOLVIT-netwerk te versterken dat de Commissie in mei 2017 heeft gepubliceerd; verzoekt de Commissie om de spoedige tenuitvoerlegging van dit actieplan te verzekeren en aan het Parlement verslag uit te brengen over de behaalde resultaten;

31.  wijst op de verbeteringen die zijn aangebracht in het webportaal voor verzoekschriften; onderstreept dat verdere technische verbeteringen van het webportaal nodig zijn om ervoor te zorgen dat de Commissie verzoekschriften goed voorbereid is om in te spelen op onverwachte situaties, zoals een plotse toename van het aantal ingediende verzoekschriften; acht de verdere technische ontwikkeling en grotere technische capaciteit van het portaal van essentieel belang voor het vlotte verloop van het verzoekschriftenproces; onderstreept het belang van het portaal als eenvoudig toegankelijk communicatiekanaal voor burgers en indieners, ook voor gebruikers van mobiele telefoons en personen met een handicap; ziet uit naar de spoedige tenuitvoerlegging van de resterende projectfasen, om zo indieners en personen die verzoekschriften ondersteunen meer interactie te bieden en meer realtime-informatie te verstrekken;

32.  roept op tot een gerichtere en actievere pers- en communicatiedienst en tot een actievere aanwezigheid op de sociale media, opdat de werkzaamheden van de commissie beter inspelen op de zorgen die leven bij het publiek;

33.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie, en het verslag van de Commissie verzoekschriften, te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de Europese Ombudsman, de regeringen en parlementen van de lidstaten, hun verzoekschriftencommissies en hun nationale ombudsman of soortgelijke bevoegde organen.

(1)

Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0512.

(2)

PB C 51E van 22.2.2013, blz. 66.

(3)

Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0102.

(4)

Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0361.

(5)

Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0037.

(6)

PB L 242 van 20.9.17, blz. 1 en blz. 6.

(7)

Advies aangenomen op 30 november 2016.

(8)

Advies aangenomen op 11 november 2016.

(9)

Advies aangenomen op 21 april 2016.

(10)

Advies aangenomen op 15 november 2016.

(11)

Advies aangenomen op 27 april 2016.

(12)

Advies aangenomen op 22 april 2016.

(13)

Advies aangenomen op 12 oktober 2016.


TOELICHTING

Overeenkomstig artikel 216 VII van het Reglement van het Europees Parlement brengt de Commissie verzoekschriften jaarlijks verslag uit over de resultaten van haar beraadslagingen. In het verslag worden de werkzaamheden van de commissie in het jaar 2016 samengevat.

De werkzaamheden van de Commissie verzoekschriften vloeien voort uit het feit dat burgers hun recht om verzoekschriften in te dienen bij het Europees Parlement uitoefenen en houdt niet rechtstreeks verband met het wetgevend programma van de Commissie.

Volgens de statistieken zijn in 2016 1 569 verzoekschriften ingediend bij het Europees Parlement, 9,6 % meer dan in 2015, toen 1 431 verzoekschriften werden ingediend. Gebruikers van het webportaal voor verzoekschriften kunnen ook verzoekschriften medeondertekenen. In 2015 ondertekenden 902 gebruikers een of meerdere verzoekschriften, terwijl in 2016 zeven keer meer gebruikers (6 132) als medeondertekenaar optraden.

Statistische analyse van de in 2016 ontvangen verzoekschriften ten opzichte van 2015

Wijze van indiening van de verzoekschriften

Uit de cijfers in de twee tabellen blijkt dat het aandeel van de verschillende wijzen van indiening van de verzoekschriften stabiel is gebleven. Volgens de statistieken werd in 2015 en in 2016 ongeveer twee derde van de verzoekschriften via e-mail ingediend, met behulp van het webportaal voor verzoekschriften, en bijna een derde via de traditionele post.

2016

Wijze van indiening van het verzoekschrift

Aantal verzoekschriften

%

E-mail

1067

68,0

Brief

501

32,0

2015

Wijze van indiening van het verzoekschrift

Aantal verzoekschriften

%

E-mail

992

69,3

Brief

439

30,7

Status van de verzoekschriften per kalenderjaar

Status van de verzoekschriften

Jaar

Aantal verzoek­schriften

Openbare procedure

Gesloten procedure

2016

1 569

625

39,8 %

944

60,2 %

2015

1 431

239

16,7 %

1 192

83,3 %

2014

2 715

289

10,6 %

2 426

89,4 %

2013

2 891

367

12,7 %

2 524

87,3 %

2012

1 986

162

8,2 %

1 824

91,8 %

2011

1 414

81

5,7 %

1 333

94,3 %

2010

1 656

51

3,1 %

1 605

96,9 %

2009

1 924

18

0,9 %

1 906

99,1 %

2008

1 886

32

1,7 %

1 854

98,3 %

2007

1 506

29

1,9 %

1 477

98,1 %

2006

1 021

7

0,7 %

1 014

99,3 %

2005

1 016

3

0,3 %

1 013

99,7 %

2004

1 002

4

0,4 %

998

99,6 %

2003

1 315

0

0 %

1 315

100 %

2002

1 601

0

0 %

1 601

100 %

2001

1 132

0

0 %

1 132

100 %

2000

908

0

0 %

908

100 %

De tabel toont de status van verzoekschriften van 2000 tot 2016. Uit deze tabel blijkt dat de behandeling van de meeste verzoekschriften binnen een jaar na verwerking wordt afgesloten. Minder dan een tiende van de verzoekschriften blijft langer dan vier jaar open, en slechts enkele specifieke verzoekschriften blijven meer dan tien jaar open (vier verzoekschriften uit 2004, drie uit 2005 en zeven uit 2006). De meeste van deze open verzoekschriften hebben betrekking op lopende inbreukprocedures bij het Hof van Justitie of op kwesties die de leden van de commissie op de voet willen volgen.

Behandeling van de verzoekschriften

2016

Besluit over het aan het verzoekschrift te geven gevolg

Aantal verzoek­schriften

%

Ontvankelijk

1 110

70,8

Niet-ontvankelijk

450

28,6

Ingetrokken voor besluit

10

0,6

2015

Besluit over het aan het verzoekschrift te geven gevolg

Aantal verzoek­schriften

%

Ontvankelijk

943

65,9

Niet-ontvankelijk

483

33,8

Ingetrokken voor besluit

5

0,3

Zoals uit de tabel kan worden afgeleid, is het aantal verzoekschriften dat ontvankelijk is verklaard tussen 2015 en 2016 met 4,9 procentpunten gestegen. Tegelijkertijd is het aantal niet-ontvankelijk verklaarde verzoekschriften met 5,2 procentpunten afgenomen. Die trend werd ook tussen 2014 en 2015 al opgemerkt.

Aantal verzoekschriften per land

Onderstaande twee tabellen tonen de veranderingen in de totalen en de percentages verzoekschriften per land tussen 2015 en 2016. De acht landen waaruit de meeste verzoekschriften kwamen, zijn dezelfde gebleven, maar de onderlinge volgorde is veranderd. Het aandeel verzoekschriften uit Italië is met 4,8 procentpunten toegenomen. Ook het aandeel verzoekschriften uit het Verenigd Koninkrijk is aanzienlijk gestegen: in 2015 kwam 3,0 % van de verzoekschriften uit het VK, in 2016 was dat 7,4 % (een toename met 4,4 procentpunten).

Ook onderaan de lijst waren er wat veranderingen. In 2015 kwamen de minste verzoekschriften uit de drie Baltische landen, terwijl in 2016 Luxemburg, Slovenië en Letland onderaan de lijst stonden.

Het aandeel verzoekschriften uit niet-EU-landen bleef gelijk.

2016

Land

Verzoek­schriften

%

Italië

329

17,1

Duitsland

209

10,9

Spanje

157

8,2

Verenigd Koninkrijk

142

7,4

Roemenië

91

4,7

Polen

66

3,4

Frankrijk

60

3,1

Griekenland

54

2,8

Overige EU-landen

236

12,4

Andere landen

82

4,3

2015

Land

Verzoek­­­schriften

%

Spanje

213

12,9

Italië

203

12,3

Duitsland

153

9,3

Roemenië

104

6,3

Polen

57

3,5

Verenigd Koninkrijk

49

3,0

Frankrijk

47

2,8

Griekenland

40

2,4

Overige EU-landen

228

13,7

Andere landen

66

4,0

Aantal verzoekschriften per land in 2016

 

Taal van de verzoekschriften

In 2016 zijn verzoekschriften ontvangen in 22 van de officiële talen van de Europese Unie. De tabel laat zien dat de volgorde van de door de indieners gebruikte talen is gewijzigd tussen 2015 en 2016. Waar Duits in 2015 nog de vaakst gebruikte taal was, kwam zij in 2016 op de derde plaats. Engels klom naar de eerste plaats (van 18,8 % naar 23,6 %) en Italiaans naar de tweede plaats, van 18,2 % naar 22,9 %. Deze drie talen waren samen met het Spaans goed voor meer dan drie vierde (76,4 %) van de ontvangen verzoekschriften. De drie Baltische talen werden het minst vaak gebruikt (twee verzoekschriften in het Ests en in het Litouws, en een in het Lets).

2016

Taal van het verzoekschrift

Aantal verzoekschriften

%

Engels

371

23,6

Italiaans

360

22,9

Duits

296

18,9

Spaans

172

11,0

Frans

87

5,5

Roemeens

71

4,5

Pools

62

4,0

Grieks

39

2,5

Overige

111

7,1

2015

Taal van het verzoekschrift

Aantal verzoekschriften

%

Duits

306

21,4

Engels

269

18,8

Italiaans

260

18,2

Spaans

230

16,1

Frans

71

5,0

Roemeens

71

5,0

Pools

66

4,6

Overige

158

11,0

Aantal verzoekschriften in 2016 per taal

 

Nationaliteit van de indieners

De grootste toename in het aantal verzoekschriften per nationaliteit tussen 2015 en 2016 werd vastgesteld voor het aantal verzoekschriften uit het Verenigd Koninkrijk (plus 3,7 procentpunten) en Italië (plus 4,8 procentpunten), waarmee Italië bovenaan de lijst komt te staan.

2016

Nationaliteit van de hoofdindiener

Aantal verzoek­schriften

%

Italië

376

23,9

Duitsland

298

18,9

Spanje

180

11,4

Verenigd Koninkrijk

138

8,8

Roemenië

97

6,2

Polen

77

4,9

Frankrijk

71

4,5

Griekenland

66

4,2

Overige

270

17,2

2015

Nationaliteit van de hoofdindiener

Aantal verzoek­schriften

%

Duitsland

294

20,5

Italië

275

19,1

Spanje

225

15,7

Roemenië

104

7,2

Polen

91

6,3

Verenigd Koninkrijk

74

5,1

Frankrijk

63

4,4

Griekenland

40

2,8

Overige

270

18,8

Aantal verzoekschriften in 2016 per nationaliteit

 

Zoals te zien is, hebben de grootste stijgingen voor de relevante gegevens Aantal verzoekschriften per land, Taal van de indieners en Nationaliteit van de indieners betrekking op Italië/Italiaans en het Verenigd Koninkrijk/Engels. Die stijgingen vinden hun oorsprong in het feit dat twee van de voornaamste onderwerpen van verzoekschriften in 2016 uit Italië en uit het VK kwamen.

Voornaamste onderwerpen van de verzoekschriften

In tegenstelling tot de afgelopen jaren waren internemarktkwesties in 2016 het belangrijkste aandachtsgebied van de indieners. De reden daarvoor is te vinden in het aanzienlijke aantal verzoekschriften over vermeende inbreuken op de grondrechten van houders van openbare maritieme concessies en de correcte toepassing van Richtlijn 123/2006/EG (dienstenrichtlijn) in Italië.

2016

Onderwerp(en) verzoekschrift

Aantal verzoekschriften

%

Interne markt

266

10,5

Justitie

179

7,1

Grondrechten

178

7,0

Milieu

158

6,2

Eigendom en teruggave

115

4,5

Volksgezondheid

111

4,4

Sociale zaken

93

3,7

Personeel

72

2,8

Vervoer

52

2,0

Onderwijs en cultuur

47

1,9

2015

Onderwerp(en) verzoekschrift

Aantal verzoekschriften

%

Milieu

174

9,2

Justitie

142

7,5

Interne markt

140

7,4

Grondrechten

84

4,4

Vervoer

84

4,4

Volksgezondheid

78

4,1

Personeel

75

4,0

Sociale zaken

60

3,2

Onderwijs en cultuur

57

3,0

Eigendom en teruggave

32

1,7

Voornaamste onderwerpen van de verzoekschriften in 2016

 

Webportaal voor verzoekschriften

Het webportaal voor verzoekschriften is aan het eind van 2014 opgezet en heeft de verwerking van verzoekschriften aanzienlijk verbeterd. Op het portaal kunnen indieners een gebruikersaccount aanmaken, een verzoekschrift indienen, relevante ondersteunende documenten uploaden en bestaande ontvankelijke verzoekschriften medeondertekenen of zich erbij aansluiten. Burgers vinden op het portaal ook informatie over de werkzaamheden van de Commissie verzoekschriften en andere potentiële verhaalmechanismen via nationale of EU‑netwerken zoals SOLVIT, de Europese Ombudsman, nationale ombudsmannen of de commissies verzoekschriften van nationale parlementen. Door het grote aantal verzoekschriften dat binnenliep over Italiaanse strandconcessies en naar aanleiding van het referendum in het VK, moesten zowel het secretariaat van de commissie als de relevante technische diensten in het Parlement snel reageren. De mogelijkheden van het portaal in zijn huidige opzet bleken beperkt. Verdere technische ontwikkeling is van essentieel belang om een vlot verzoekschriftenproces te verzekeren.

Betrekkingen met de Commissie

De Commissie is als EU-instelling die de toepassing en naleving van het EU-recht moet waarborgen de eerste tegenhanger van de Commissie verzoekschriften bij de verwerking van verzoekschriften. De relevante diensten van beide instellingen hebben de afgelopen jaren een goede werkrelatie opgebouwd. Hoewel de tijdigheid van de antwoorden van de Commissie op verzoekschriften is verbeterd (gemiddeld drie tot vier maanden), moeten de antwoorden van de Commissie volgens de Commissie verzoekschriften verder worden verbeterd. De commissie herhaalt zijn oproep om regelmatig op de hoogte te worden gehouden van de ontwikkelingen in inbreukprocedures en tijdig toegang te krijgen tot relevante Commissiedocumenten inzake inbreuken en tot EU Pilot-procedures inzake bestaande verzoekschriften.

In het kader van de jaarlijkse cyclus van de gestructureerde dialoog woonde eerste vicevoorzitter Timmermans, als Commissaris voor betere regelgeving, interinstitutionele betrekkingen, de rechtsstaat en het Handvest van de grondrechten, een uitvoerige gedachtewisseling bij in de commissievergadering op 19 april 2016. Tijdens die vergadering beloofde de vicevoorzitter te zullen bekijken hoe hij de Commissie verzoekschriften kon bijstaan in de contacten met nationale autoriteiten in de lidstaten. De commissie dringt er bij de Commissie op aan om manieren te vinden om de samenwerking met de autoriteiten van de lidstaten te verbeteren.

Betrekkingen met de Raad

Hoewel de Commissie verzoekschriften is ingenomen met het feit dat de Raad tijdens haar vergaderingen is vertegenwoordigd, betreurt zij dat die aanwezigheid niet leidt tot een actievere samenwerking met het oog op het deblokkeren van die verzoekschriften waarvoor samenwerking met de lidstaten het verschil zou maken. Desalniettemin neemt de commissie terdege nota van de inspanningen die verschillende lidstaten hebben geleverd om actief bij te dragen aan de discussie over de respectieve verzoekschriften tijdens de vergaderingen van de commissie.

Betrekkingen met de Europese Ombudsman

De Commissie verzoekschriften heeft goede betrekkingen met het bureau van de Europese Ombudsman. Het bureau was meermaals vertegenwoordigd in de Commissie verzoekschriften, bijvoorbeeld tijdens de hoorzitting over transparantie en vrijheid van informatie binnen de EU-instellingen op 21 juni 2016 en tijdens de workshop over de rechten van personen met een handicap zoals geïllustreerd in verzoekschriften op 9 november 2016. De ombudsvrouw, Emily O'Reilly, stelde haar jaarverslag 2015 voor tijdens de commissievergadering van 20 juni 2016.

De Commissie verzoekschriften is ingenomen met diverse initiatieven van de Europese Ombudsman om het potentieel van het Europese netwerk van ombudsmannen, waar de Commissie verzoekschriften deel van uitmaakt, beter te benutten. Zo is in 2016 de prijs voor goed bestuur van de Ombudsman in het leven geroepen, die op 30 maart 2017 voor het eerst werd uitgereikt in verschillende categorieën, waaronder burgergerichte dienstverlening. De prijs helpt de kwaliteit van het EU-bestuur verbeteren in het algemeen belang.

Onderzoeksmissies

•  Van 8 tot 10 februari 2016 is een inspectiebezoek aan Spanje afgelegd naar aanleiding van meerdere verzoekschriften over mogelijke inbreuken op de kaderrichtlijn water (Richtlijn 2000/60/EG) door het Spaanse stroomgebiedbeheerplan voor de Ebro en de Taag. In het inspectieverslag, dat op 13 juli 2016 is aangenomen, werd het belang benadrukt van samenhang tussen de afzonderlijke milieueffectbeoordelingen ten aanzien van verschillende delen van de rivier en de strategische milieueffectbeoordeling van de stroomgebiedbeheerplannen voor elke rivier.

•  Op 22 en 23 september 2016 had een inspectiebezoek aan Slowakije plaats om antwoorden te krijgen op vragen met betrekking tot de impact van de Europese Unie op de levenskwaliteit van personen met een handicap die in een instelling worden opgenomen en dus niet in de samenleving worden geïntegreerd. Dit onderwerp werd bestudeerd in de Slowaakse Republiek, een land dat werd gekozen op grond van het geografische evenwicht binnen de opdrachten die in het verleden door PETI waren uitgevoerd. Het bezoek werd afgelegd om na te gaan of de Europese structuur- en investeringsfondsen voor het onderhoud (renovatie, uitbreiding of bouw) van centra voor langdurige residentiële zorg van personen met een handicap in Slowakije met inachtneming van de grondrechten zijn aangewend. In het inspectieverslag, dat op 29 november 2016 is aangenomen, wordt er bij de Europese Commissie op aangedrongen de situatie van investeringen in instellingen voor personen met een handicap in Slowakije onder de loep te nemen en steun te verlenen aan de stelselmatige evaluatie van de voortgang en doeltreffendheid van de overgang van institutionele naar door de gemeenschap gedragen zorg, en wordt de Begrotingscommissie van het Parlement aangemoedigd om deze aangelegenheid verder te onderzoeken.

•  Er waren nog twee inspectiebezoeken gepland: aan Ierland van 17 tot 19 mei 2016 en aan Taranto (Italië) van 2 tot 4 november 2016. Beide bezoeken zijn geannuleerd.

Openbare hoorzittingen

•  Op 23 februari 2016 organiseerde de Commissie verzoekschriften een hoorzitting over De zorgen van burgers ernstig nemen: het toepassingsgebied van het Handvest van de grondrechten van de EU (artikel 51) verruimen. In steeds meer verzoekschriften die na de inwerkingtreding van het Handvest van de Grondrechten van de EU in december 2009 bij het Parlement worden ingediend, wordt het handvest aangehaald als rechtsgrond voor de vermeende schending van de grondrechten van de indieners. De hoorzitting verschafte inzicht in de doeltreffendheid van de bescherming die burgers binnen het huidige stelsel voor de bescherming van de grondrechten in de EU en in de lidstaten genieten. Tijdens de hoorzitting is een studie in opdracht van beleidsafdeling C getiteld "The interpretation of Article 51 of the EU Charter of Fundamental Rights: the dilemma of stricter of broader application of the Charter to national measures" (De interpretatie van artikel 51 van het Handvest van de grondrechten van de EU: het dilemma van een striktere of ruimere toepassing van het handvest op nationale maatregelen) voorgesteld.

•  Op 15 maart 2016 is een hoorzitting over Unieburgerschap in de praktijk: onze gemeenschappelijke waarden, rechten en democratische participatie georganiseerd samen met de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken, de Commissie juridische zaken en de Commissie constitutionele zaken.

•  Op 21 juni 2016 vond een derde hoorzitting over Transparantie en vrijheid van informatie binnen de EU-instellingen plaats. De hoorzittingen waren bedoeld om, op basis van verschillende ingediende verzoekschriften waarin burgers klaagden over een gebrek aan transparantie op het nationale en het Europese niveau, meer in het bijzonder in milieukwesties, het succes en de tekortkomingen van het Europese rechtskader en de praktijken ter zake onder de loep te nemen. Tijdens deze hoorzitting werd gedebatteerd over mogelijke verbeteringen en de noodzaak van een aanpak waarin een evenwicht bestaat tussen transparantie en vertrouwelijkheid in de context van de onderhandelingen op EU-niveau en de praktijken van de EU-instellingen en het maatschappelijk middenveld.

•  De vierde hoorzitting van de commissie op 11 oktober 2016 ging over Belemmeringen voor het vrije verkeer van burgers op de eengemaakte markt en hun vrijheid om elders te werken.

•  Tot slot moet worden vermeld dat de meerderheid van de coördinatoren van de Commissie verzoekschriften voor het derde jaar op rij besloot om geen openbare hoorzitting te organiseren over de Duitse oorlogsherstelbetalingen zoals aangekaart in verzoekschrift 2214/2014.

Belangrijkste punten

Brexit

De Commissie verzoekschriften heeft een groot aantal verzoekschriften ontvangen over de brexit (147 verzoekschriften tussen januari 2016 en juni 2017, 120 verzoekschriften in 2016), waarbij het gaat om EU-burgers in het Verenigd Koninkrijk, Britse burgers in de EU en Britse burgers in het Verenigd Koninkrijk. De zorgen die in de overgrote meerderheid van deze verzoekschriften worden geuit, hebben betrekking op de toepassing van de aan het burgerschap van de EU verbonden rechten. De Commissie verzoekschriften steunt de belofte van de Commissie om de rechten van de betrokken EU-burgers volledig te waarborgen tijdens de onderhandelingen over de brexit en na de beëindiging van het EU-lidmaatschap van het Verenigd Koninkrijk.

Gehandicaptenproblematiek

Uit talrijke verzoekschriften aan het Europees Parlement blijkt met welke belemmeringen personen met een handicap worden geconfronteerd op verschillende gebieden, zoals toegang tot openbaar vervoer, het gebruik van gebarentaal, financiering of toegang tot onderwijs. De Commissie verzoekschriften heeft de opdracht gegeven tot vier studies naar verschillende thema's in verband met handicaps, die werden verricht door beleidsafdeling C:

•  De Europese structuur- en investeringsfondsen en personen met een handicap: De situatie in Slowakije onder de loep (september 2016), ter voorbereiding op het inspectiebezoek aan Slowakije;

•  De beschermende rol van de Commissie verzoekschriften in de context van de tenuitvoerlegging van het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap – update 2016 (november 2016)

•  De Europese structuur- en investeringsfondsen en personen met een handicap in de Europese Unie (november 2016)

•  Het Verdrag van Marrakesh (november 2016)

Op 3 februari 2016 heeft het Europees Parlement een resolutie aangenomen over de ratificatie van het Verdrag van Marrakesh, op basis van ontvangen verzoekschriften, waarin het de Raad en de lidstaten ertoe oproept het ratificatieproces te bespoedigen. De Commissie verzoekschriften is bijzonder tevreden dat het Parlement en de Raad het eens zijn geworden over het wetgevingsvoorstel van de Commissie over de tenuitvoerlegging van het Verdrag van Marrakesh.

Op 9 november 2016 had een workshop plaats over de rechten van personen met een handicap zoals geïllustreerd in verzoekschriften, georganiseerd door beleidsafdeling C. De workshop maakte deel uit van een cyclus van jaarlijkse evenementen die de Commissie verzoekschriften wil organiseren over haar beschermende rol in de context van de tenuitvoerlegging van het VN‑Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap (VN‑Gehandicaptenverdrag).


INFORMATIE OVER DE GOEDKEURING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

22.11.2017

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

18

2

9

Bij de eindstemming aanwezige leden

Marina Albiol Guzmán, Margrete Auken, Beatriz Becerra Basterrechea, Heinz K. Becker, Andrea Cozzolino, Pál Csáky, Rosa Estaràs Ferragut, Eleonora Evi, Peter Jahr, Rikke Karlsson, Jude Kirton-Darling, Notis Marias, Roberta Metsola, Marlene Mizzi, Cristian Dan Preda, Gabriele Preuß, Laurenţiu Rebega, Virginie Rozière, Yana Toom, Jarosław Wałęsa, Cecilia Wikström, Tatjana Ždanoka

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Demetris Papadakis, Julia Pitera, Sven Schulze, Igor Šoltes, Ángela Vallina

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Martina Anderson, Inés Ayala Sender


HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

18

+

ALDE-Fractie

ECR-Fractie

EFDD-Fractie

GUE/NGL-Fractie

S&D-Fractie

Verts/ALE-Fractie

Beatriz Becerra Basterrechea, Yana Toom, Cecilia Wikström

Rikke Karlsson

Eleonora Evi

Marina Albiol Guzmán, Martina Anderson, Ángela Vallina

Inés Ayala Sender, Andrea Cozzolino, Jude Kirton-Darling, Marlene Mizzi, Demetris Papadakis, Gabriele Preuß, Virginie Rozière

Margrete Auken, Igor Šoltes, Tatjana Ždanoka

2

-

ECR-Fractie

ENF-Fractie

Notis Marias

Laurenţiu Rebega

 

9

0

PPE-Fractie

Heinz K. Becker, Pál Csáky, Rosa Estaràs Ferragut, Peter Jahr, Roberta Metsola, Julia Pitera, Cristian Dan Preda, Sven Schulze, Jarosław Wałęsa

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding

Juridische mededeling