Procedure : 2016/0413(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0394/2017

Ingediende teksten :

A8-0394/2017

Debatten :

PV 11/09/2018 - 21
CRE 11/09/2018 - 21

Stemmingen :

PV 12/09/2018 - 6.5
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0338

VERSLAG     ***I
PDF 600kWORD 112k
8.12.2017
PE 610.703v02-00 A8-0394/2017

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de controle van liquide middelen die de Unie binnenkomen of verlaten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1889/2005

(COM(2016)0825 – C8-0001/2017 – 2016/0413(COD))

Commissie economische en monetaire zaken

Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken

Rapporteurs: Mady Delvaux, Juan Fernando López Aguilar

(Gezamenlijke commissieprocedure – artikel 55 van het Reglement)

AMENDEMENTEN
ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 PROCEDURE VAN DE BEVOEGDE COMMISSIE
 HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de controle van liquide middelen die de Unie binnenkomen of verlaten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1889/2005

(COM(2016)0825 – C8-0001/2017 – 2016/0413(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2016)0825),

–  gezien artikel 294, lid 2, en de artikelen 33 en 114 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C8-0001/2017),

–  gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de bijdrage van de Tsjechische Kamer van Afgevaardigden en het Spaanse parlement aan het ontwerp van wetgevingshandeling,

–  gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 27 april 2017(1),

–  na raadpleging van het Comité van de Regio's,

–  gezien artikel 59 van zijn Reglement,

–  gezien het gezamenlijk overleg van de Commissie economische en monetaire zaken en de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken overeenkomstig artikel 55 van het Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie economische en monetaire zaken en de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (A8-0394/2017),

1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.  verzoekt de Commissie om hernieuwde voorlegging aan het Parlement indien zij haar voorstel vervangt, ingrijpend wijzigt of voornemens is het ingrijpend te wijzigen;

3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

Amendement    1

Voorstel voor een verordening

Overweging 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(2 bis)  De Unie heeft te kampen met smokkel van liquide middelen, maar er bestaat geen duidelijk beeld van de schaal en de waarde van de bedragen die over de grenzen worden gesmokkeld. De verantwoordelijkheid voor het opsporen, registreren en onderzoeken van het vervoer van liquide middelen is verspreid over de lidstaten, en nationale autoriteiten kunnen met juridische belemmeringen worden geconfronteerd die de douaneautoriteiten verhinderen liquide middelen die de Unie binnenkomen of verlaten, te controleren of te rapporteren. Over een aantal hoogwaardige instrumenten aan toonder naast liquide middelen, zoals goud, diamanten, prepaidkaarten, digitale portefeuilles en aandelen aan toonder, wordt zelden gerapporteerd, omdat ze moeilijk op te sporen zijn of omdat ze momenteel in de meeste lidstaten buiten het bereik van de regelgeving inzake liquide middelen vallen.

Amendement    2

Voorstel voor een verordening

Overweging 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(4)  Aangezien het risico bestond dat met de toepassing van Richtlijn 91/308/EEG ook het vervoer van liquide middelen voor illegale doeleinden zou toenemen, hetgeen een bedreiging kon vormen voor het financiële stelsel en de interne markt, werd deze richtlijn aangevuld met Verordening (EG) nr. 1889/2005 van het Europees Parlement en de Raad5. Deze verordening strekt ertoe het witwassen van geld en de financiering van terrorisme te voorkomen en op te sporen, door de invoering van een systeem van controles op natuurlijke personen die de Unie binnenkomen of verlaten met liquide middelen of verhandelbare instrumenten aan toonder ten bedrage van 10 000 EUR of meer of de tegenwaarde daarvan in andere valuta.

(4)  Aangezien het risico bestond dat met de toepassing van Richtlijn 91/308/EEG ook het vervoer van liquide middelen voor illegale doeleinden zou toenemen, hetgeen een bedreiging kon vormen voor het financiële stelsel en de interne markt, werd deze richtlijn aangevuld met Verordening (EG) nr. 1889/2005 van het Europees Parlement en de Raad5. Deze verordening strekt ertoe het witwassen van geld en de financiering van terrorisme te voorkomen en op te sporen, door de invoering van een systeem van controles op natuurlijke personen die de Unie binnenkomen of verlaten met liquide middelen ten bedrage van 10 000 EUR of meer of de tegenwaarde daarvan in andere valuta. De term "de Unie binnenkomen of verlaten" moet worden gedefinieerd aan de hand van het grondgebied van de Unie zoals vastgesteld in artikel 355 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, zodat deze verordening een zo breed mogelijk toepassingsgebied heeft en er geen gebieden zoals vrije zones, internationale transitzones of soortgelijke gebieden van de toepassing ervan worden uitgesloten en mogelijkheden bieden om de toepasselijke controles te omzeilen.

__________________

__________________

5 Verordening (EG) nr. 1889/2005 van het Europees Parlement en de Raad van 26 oktober 2005 betreffende de controle van liquide middelen die de Gemeenschap binnenkomen of verlaten (PB L 309 van 25.11.2005, blz. 9).

5 Verordening (EG) nr. 1889/2005 van het Europees Parlement en de Raad van 26 oktober 2005 betreffende de controle van liquide middelen die de Gemeenschap binnenkomen of verlaten (PB L 309 van 25.11.2005, blz. 9).

Amendement    3

Voorstel voor een verordening

Overweging 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(4 bis)  Hoe belangrijk het is controle uit te oefenen op de liquide middelen die de Unie binnenkomen en verlaten, blijkt uit de anomalieën die door Europol worden gerapporteerd, namelijk dat ondanks een gestage toename van het gebruik van andere betalingsmethoden dan contant geld en een matige vermindering van het gebruik van contant geld voor betalingen, de totale waarde van eurobankbiljetten in omloop sneller blijft stijgen dan de inflatie, en de vraag naar bankbiljetten met een hoge nominale waarde, die zelden met betalingen worden geassocieerd, constant is gebleven, wat kan wijzen op een link met criminele activiteiten, zoals te lezen staat in het verslag van Europol uit 2015 "Why is Cash still King?".

Amendement    4

Voorstel voor een verordening

Overweging 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(6)  Richtlijn (EU) 2015/849 identificeert en beschrijft een reeks criminele activiteiten waarvan de opbrengsten kunnen worden witgewassen of voor de financiering van terrorisme worden gebruikt. Vaak worden de opbrengsten van deze criminele activiteiten, met het oog op het witwassen of het gebruik ervan voor terrorismefinanciering, over de buitengrens van de Unie vervoerd. Deze verordening moet daarmee rekening houden en voorzien in een systeem van regels dat niet alleen bijdraagt aan de voorkoming van witwassen en terrorismefinanciering maar ook de opsporing van het onderzoek naar de in Richtlijn (EU) 2015/849 omschreven criminele activiteiten vergemakkelijkt.

(6)  Richtlijn (EU) 2015/849 identificeert en beschrijft een reeks criminele activiteiten waarvan de opbrengsten kunnen worden witgewassen of voor de financiering van terrorisme worden gebruikt. Vaak worden de opbrengsten van deze criminele activiteiten, met het oog op het witwassen of het gebruik ervan voor terrorismefinanciering, over de buitengrens van de Unie vervoerd. Deze verordening moet daarmee rekening houden en voorzien in een systeem van regels dat niet alleen bijdraagt aan de voorkoming van witwassen, waaronder basisdelicten zoals belastingmisdrijven, en terrorismefinanciering maar ook de opsporing van en het onderzoek naar de in Richtlijn (EU) 2015/849 omschreven criminele activiteiten en criminele activiteiten die negatieve gevolgen hebben voor de veiligheid van de Unie en de lidstaten vergemakkelijkt.

Amendement    5

Voorstel voor een verordening

Overweging 8 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(8 bis)  Deze verordening doet geen afbreuk aan de verplichting tot eerbiediging van de grondrechten en de fundamentele rechtsbeginselen zoals neergelegd in artikel 6 van het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie ("het Handvest").

Amendement    6

Voorstel voor een verordening

Overweging 9 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(9 bis)  Een geharmoniseerde reeks Unieregels waarmee het vervoer van liquide middelen binnen de Unie kan worden gecontroleerd, zou een grote bijdrage leveren aan de inspanningen om het witwassen van geld en de financiering van terrorisme te voorkomen.

Amendement    7

Voorstel voor een verordening

Overweging 11

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(11)  Gezien de aanwezigheid van de douaneautoriteiten aan de buitengrenzen van de Unie, hun knowhow op het gebied van de controle van passagiers en vracht die de buitengrens overschrijden, en de ervaring die zij hebben opgedaan bij de toepassing van Verordening (EG) nr. 1889/2005, moeten deze autoriteiten ook voor de toepassing van deze verordening optreden als de bevoegde autoriteiten. Daarnaast moeten de lidstaten ook de mogelijkheid behouden om andere nationale autoriteiten die aanwezig zijn aan de buitengrens, aan te wijzen als bevoegde autoriteiten.

(11)  Gezien de aanwezigheid van de douaneautoriteiten aan de buitengrenzen van de Unie, hun knowhow op het gebied van de controle van passagiers en vracht die de buitengrens overschrijden, en de ervaring die zij hebben opgedaan bij de toepassing van Verordening (EG) nr. 1889/2005, moeten deze autoriteiten ook voor de toepassing van deze verordening optreden als de bevoegde autoriteiten. Daarnaast moeten de lidstaten ook de mogelijkheid behouden om andere nationale autoriteiten die aanwezig zijn aan de buitengrens, aan te wijzen als bevoegde autoriteiten. Het personeel van douaneautoriteiten en andere nationale autoriteiten moet een specifieke opleiding krijgen om het witwassen van zwart geld te leren vaststellen. De lidstaten moeten middelen toewijzen op basis van een risicoanalyse en moeten alle noodzakelijke controles uitvoeren op privévliegtuigen en -jachten die hun grondgebied binnenkomen of verlaten.

Amendement    8

Voorstel voor een verordening

Overweging 12

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(12)  Een van de belangrijkste begrippen die in deze verordening worden gebruikt, is dat van "liquide middelen", die moeten worden omschreven als omvattende vier categorieën: contant geld, verhandelbare instrumenten aan toonder, commodity's die worden gebruikt als zeer liquide waardedrager, en bepaalde soorten prepaidkaarten. Gezien hun kenmerken komen bepaalde verhandelbare instrumenten aan toonder, commodity's die worden gebruikt als zeer liquide waardedrager, en prepaidkaarten die niet aan een bankrekening zijn gekoppeld, gemakkelijk in aanmerking als alternatief voor contant geld om geldsommen anoniem over de buitengrenzen te sluizen zonder sporen na te laten in het klassieke systeem van toezicht door de overheid. In deze verordening moeten de essentiële onderdelen van de definitie van "liquide middelen" worden vastgesteld en moet de Commissie de mogelijkheid krijgen om de niet-essentiële onderdelen ervan te wijzigen wanneer criminelen en hun medeplichtigen aan een toezichtmaatregel die op slechts één soort zeer liquide waardedrager ziet, trachten te ontsnappen door de buitengrenzen te overschrijden met een ander soort. Als blijkt dat er op aanzienlijke schaal sprake is van dergelijk gedrag, is het zaak snel maatregelen te kunnen nemen om de situatie te verhelpen.

(12)  Een van de belangrijkste begrippen die in deze verordening worden gebruikt, is dat van "liquide middelen", die moeten worden omschreven als omvattende vier categorieën: contant geld, verhandelbare instrumenten aan toonder, commodity's die worden gebruikt als zeer liquide waardedrager, en bepaalde soorten anonieme prepaidkaarten. Gezien hun kenmerken komen bepaalde verhandelbare instrumenten aan toonder, commodity's die worden gebruikt als zeer liquide waardedrager, en anonieme prepaidkaarten die niet aan een bankrekening zijn gekoppeld, gemakkelijk in aanmerking als alternatief voor contant geld om geldsommen anoniem over de buitengrenzen te sluizen zonder sporen na te laten in het klassieke systeem van toezicht door de overheid. Douaneautoriteiten hebben momenteel te kampen met technische problemen als ze in korte tijd de hoeveelheid op prepaidkaarten opgeslagen geld moeten controleren. In deze verordening moeten daarom de essentiële onderdelen van de definitie van "liquide middelen" worden vastgesteld en moet de Commissie de mogelijkheid krijgen om de niet-essentiële onderdelen ervan te wijzigen wanneer criminelen en hun medeplichtigen aan een toezichtmaatregel die op slechts één soort zeer liquide waardedrager ziet, trachten te ontsnappen door de buitengrenzen te overschrijden met een ander soort. Als blijkt dat er op aanzienlijke schaal sprake is van dergelijk gedrag, is het zaak snel maatregelen te kunnen nemen om de situatie te verhelpen. Ondanks de grote risico's die verbonden zijn aan virtuele valuta, zoals blijkt uit het verslag van de Commissie van 26 juni 2017 over de beoordeling van risico's op het gebied van witwassen en terrorismefinanciering die van invloed zijn op de interne markt en verband houden met grensoverschrijdende activiteiten1 bis, beschikken douaneautoriteiten niet over voldoende middelen om hier toezicht op te houden.

 

_____________

 

1 bis (COM(2017)340 final en SWD(2017)241 final)

Amendement    9

Voorstel voor een verordening

Overweging 15

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(15)  Prepaidkaarten zijn niet op naam gestelde kaarten voor de opslag van geldswaarde of tegoeden die kunnen worden gebruikt voor betalingstransacties, de aankoop van goederen of diensten of de inwisseling van contant geld, en die niet zijn gekoppeld aan een bankrekening. Zij worden op grote schaal gebruikt voor uiteenlopende legitieme doeleinden en sommige ervan hebben ook een onmiskenbaar sociaal belang. Prepaidkaarten zijn als zodanig gemakkelijk over te dragen en kunnen worden gebruikt om aanzienlijke geldsommen over de buitengrenzen te sluizen. Prepaidkaarten moeten daarom onder de definitie van liquide middelen vallen. Op die manier zullen de maatregelen ook toepassing kunnen vinden op bepaalde soorten prepaidkaarten, mits het bewijsmateriaal zulks rechtvaardigt en naar behoren rekening wordt gehouden met overwegingen van evenredigheid en praktische afdwingbaarheid.

(15)  Anonieme prepaidkaarten zijn niet op naam gestelde kaarten voor de opslag van of toegang tot geldswaarde of tegoeden die kunnen worden gebruikt voor betalingstransacties, de aankoop van goederen of diensten of de inwisseling van contant geld, en die niet zijn gekoppeld aan een bankrekening. Zij worden op grote schaal gebruikt voor uiteenlopende legitieme doeleinden en sommige ervan hebben ook een onmiskenbaar sociaal belang. Anonieme prepaidkaarten zijn als zodanig gemakkelijk over te dragen en kunnen worden gebruikt om aanzienlijke geldsommen over de buitengrenzen te sluizen. Dergelijke prepaidkaarten moeten daarom onder de definitie van liquide middelen vallen, met name kaarten die kunnen worden gekocht zonder klantenonderzoeksprocedure. Op die manier zullen de maatregelen ook toepassing kunnen vinden op anonieme prepaidkaarten, mits het bewijsmateriaal zulks rechtvaardigt en naar behoren rekening wordt gehouden met overwegingen van evenredigheid en praktische afdwingbaarheid, in overeenstemming met de beschikbare technologie.

Amendement    10

Voorstel voor een verordening

Overweging 16

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(16)  Ter voorkoming van witwassen en terrorismefinanciering moet een aangifteplicht worden opgelegd aan natuurlijke personen die de Unie binnenkomen of verlaten. Om het vrije verkeer niet onnodig te beperken en burgers en autoriteiten niet te overladen met administratieve formaliteiten moet deze aangifteplicht worden gekoppeld aan een drempel van 10 000 EUR of de tegenwaarde daarvan in commodity's die worden gebruikt als zeer liquide waardedrager, verhandelbare instrumenten aan toonder, prepaidkaarttegoeden of andere valuta. Zij moet gelden voor natuurlijke personen die deze sommen persoonlijk bij zich dragen dan wel meevoeren in hun bagage of in het vervoermiddel waarmee ze de buitengrens overschrijden. Deze personen moeten de verplichting hebben om de liquide middelen voor controle ter beschikking te stellen van de bevoegde autoriteiten.

(16)  Ter voorkoming van witwassen en terrorismefinanciering moet een aangifteplicht worden opgelegd aan natuurlijke personen die de Unie binnenkomen of verlaten. Om het vrije verkeer niet onnodig te beperken en burgers en autoriteiten niet te overladen met administratieve formaliteiten moet deze aangifteplicht worden gekoppeld aan een drempel van 10 000 EUR of de tegenwaarde daarvan in commodity's die worden gebruikt als zeer liquide waardedrager, verhandelbare instrumenten aan toonder, anonieme prepaidkaarttegoeden of andere valuta. Zij moet gelden voor vervoerders, die voor de toepassing van deze verordening moeten worden gedefinieerd als natuurlijke personen die deze sommen persoonlijk bij zich dragen dan wel meevoeren in hun bagage of in het vervoermiddel waarmee ze de buitengrens overschrijden. Deze personen moeten de verplichting hebben om de liquide middelen voor controle ter beschikking te stellen van de bevoegde autoriteiten. Onder de definitie van "vervoerder" vallen hier geen professionele vervoerders die beroepsmatig goederen of mensen vervoeren.

Amendement    11

Voorstel voor een verordening

Overweging 17

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(17)  Wat het vervoer betreft van liquide middelen die niet door de eigenaar, de afzender, de beoogde ontvanger of zijn vertegenwoordiger worden begeleid, zoals liquide middelen die de Unie binnenkomen of verlaten in postcolli, koerierzendingen, onbegeleide bagage of containervracht, moeten de bevoegde autoriteiten aan de buitengrens de bevoegdheid hebben om te eisen dat de afzender of de ontvanger of zijn vertegenwoordiger hiervan kennis geeft. Deze kennisgeving moet een aantal gegevens bevatten, zoals de oorsprong, de bestemming, de economische herkomst en het beoogde gebruik van de middelen, die niet worden verstrekt in de gebruikelijke documenten die aan de douane worden voorgelegd, zoals vervoersdocumenten en douaneaangiften. Daardoor zullen de bevoegde autoriteiten een risicoanalyse kunnen verrichten en hun inspanningen kunnen toespitsen op de zendingen die naar hun oordeel het hoogste risico vormen, zonder dat er systematisch extra formaliteiten worden opgelegd. De kennisgevingsplicht moet worden gekoppeld aan een drempel die gelijk is aan de drempel voor liquide middelen die natuurlijke personen bij zich dragen.

(17)  Wat het vervoer betreft van liquide middelen die niet door de vervoerder worden begeleid, zoals liquide middelen die de Unie binnenkomen of verlaten in postcolli, koerierzendingen, onbegeleide bagage of containervracht, moeten de bevoegde autoriteiten de bevoegdheid hebben om te eisen dat de afzender of de ontvanger of zijn vertegenwoordiger hiervan kennis geeft. Deze kennisgeving moet een aantal gegevens bevatten, zoals de oorsprong, de bestemming, de economische herkomst en het beoogde gebruik van de middelen, die niet worden verstrekt in de gebruikelijke documenten die aan de douane worden voorgelegd, zoals vervoersdocumenten en douaneaangiften. Daardoor zullen de bevoegde autoriteiten een risicoanalyse kunnen verrichten en hun inspanningen kunnen toespitsen op de zendingen die naar hun oordeel het hoogste risico vormen, zonder dat er systematisch extra formaliteiten worden opgelegd. De kennisgevingsplicht moet worden gekoppeld aan een drempel die gelijk is aan de drempel voor liquide middelen die natuurlijke personen bij zich dragen.

Amendement    12

Voorstel voor een verordening

Overweging 20

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(20)  Wanneer zij liquide middelen aantreffen die de drempel niet overschrijden, maar er aanwijzingen zijn dat deze middelen verband kunnen houden met criminele activiteiten zoals omschreven in deze verordening, moeten de bevoegde autoriteiten essentiële gegevens kunnen vastleggen over de personen die de liquide middelen bij zich hebben, zoals hun identiteitsgegevens en nationaliteit, alsook gegevens betreffende het gebruikte vervoermiddel, zoals het soort vervoermiddel, de plaats van vertrek en de plaats van bestemming.

(20)  Wanneer zij liquide middelen aantreffen die de drempel niet overschrijden, maar er aanwijzingen zijn dat deze middelen verband kunnen houden met criminele activiteiten zoals omschreven in deze verordening, moeten de bevoegde autoriteiten, als het gaat om begeleide liquide middelen, gegevens kunnen vastleggen over de vervoerder, de eigenaar en de beoogde ontvanger, zoals hun contact- en identiteitsgegevens en nationaliteit, gegevens over de economische herkomst en het beoogde gebruik van de liquide middelen, alsook gegevens betreffende het gebruikte vervoermiddel, zoals het soort vervoermiddel, de plaats van vertrek en de plaats van bestemming. In het geval van onbegeleide liquide middelen moeten de bevoegde autoriteiten dergelijke informatie kunnen vastleggen over de afzender, eigenaar en beoogde ontvanger van de liquide middelen.

Amendement    13

Voorstel voor een verordening

Overweging 21

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(21)  Deze informatie moet worden doorgegeven aan de financiële-inlichtingeneenheid van de lidstaat in kwestie. Deze eenheden zijn aangewezen als het centrale knooppunt in de strijd tegen witwassen en terrorismefinanciering, waar informatie uit diverse bronnen zoals financiële instellingen wordt ontvangen en verwerkt en vervolgens geanalyseerd om na te gaan of er redenen voor verder onderzoek zijn die de bevoegde autoriteiten die uit hoofde van deze verordening de aangiften verzamelen en controles verrichten, mogelijkerwijs zijn ontgaan.

(21)  Deze informatie moet worden doorgegeven aan de financiële-inlichtingeneenheid van de lidstaat in kwestie, die de informatie onmiddellijk ter beschikking moet stellen van de financiële-inlichtingeneenheden van de overige lidstaten. Deze eenheden zijn aangewezen als het centrale knooppunt in de strijd tegen witwassen en terrorismefinanciering, waar informatie uit diverse bronnen zoals financiële instellingen wordt ontvangen en verwerkt en vervolgens geanalyseerd om na te gaan of er redenen voor verder onderzoek zijn die de bevoegde autoriteiten die uit hoofde van deze verordening de aangiften verzamelen en controles verrichten, mogelijkerwijs zijn ontgaan. Daartoe moet een verbinding worden opgezet tussen de informatie-uitwisselingssystemen die worden gebruikt door respectievelijk de bevoegde autoriteiten en de financiële-inlichtingeneenheden.

Amendement    14

Voorstel voor een verordening

Overweging 21 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(21 bis)  Om de samenwerking tussen de financiële-inlichtingeneenheden verder te versterken, moet de Commissie beoordelen of het wenselijk is een financiële-inlichtingeneenheid voor de Unie op te richten, en zo nodig daartoe een wetgevingsvoorstel indienen.

Amendement    15

Voorstel voor een verordening

Overweging 23

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(23)  Aangezien de controles in het kader van deze verordening betrekking hebben op het vervoer van liquide middelen over de buitengrens en het moeilijk is om maatregelen te nemen zodra deze middelen de plaats van binnenkomst of uitgang hebben verlaten, en gelet op het daarmee samenhangende risico bij illegaal gebruik van zelfs maar kleine sommen, moeten de bevoegde autoriteiten in bepaalde omstandigheden de liquide middelen tijdelijk in beslag en in bewaring kunnen nemen, mits de nodige teugels en tegenwichten worden ingebouwd, dat wil zeggen: ten eerste, wanneer de aangifte- of kennisgevingsplicht niet is nageleefd, en ten tweede, wanneer er aanwijzingen zijn van criminele activiteiten, ongeacht het bedrag of de vraag of de liquide middelen door een natuurlijk persoon worden vervoerd dan wel onbegeleid zijn. Gezien de aard van deze tijdelijke inbeslagneming en inbewaringneming en de mogelijke gevolgen ervan voor het vrije verkeer en het recht op eigendom moet de bewaartermijn worden beperkt tot de absolute minimumtijd die andere bevoegde autoriteiten nodig hebben om na te gaan of er gronden zijn voor verder optreden, zoals onderzoeken of de inbeslagneming van de liquide middelen op grond van andere juridische instrumenten. Een besluit om liquide middelen op grond van deze verordening tijdelijk in bewaring te nemen, moet worden gemotiveerd en de specifieke factoren die aanleiding hebben gegeven tot de maatregel, moeten zorgvuldig worden beschreven. Indien bij afloop van de termijn nog geen besluit over verder optreden is genomen of indien de bevoegde autoriteit besluit dat er geen gronden zijn om de inbewaringneming te verlengen, moeten de liquide middelen onmiddellijk ter beschikking van de aangever of kennisgever worden gesteld.

(23)  Aangezien de controles in het kader van deze verordening betrekking hebben op het vervoer van liquide middelen over de buitengrens en het moeilijk is om maatregelen te nemen zodra deze middelen de plaats van binnenkomst of uitgang hebben verlaten, en gelet op het daarmee samenhangende risico bij illegaal gebruik van zelfs maar kleine sommen, moeten de bevoegde autoriteiten in bepaalde omstandigheden de liquide middelen tijdelijk in beslag en in bewaring kunnen nemen, mits de nodige teugels en tegenwichten worden ingebouwd, dat wil zeggen: ten eerste, wanneer de aangifte- of kennisgevingsplicht niet is nageleefd, en ten tweede, wanneer er aanwijzingen zijn van criminele activiteiten. Gezien de aard van deze tijdelijke inbeslagneming en inbewaringneming en de mogelijke gevolgen ervan voor het vrije verkeer en het recht op eigendom moet de bewaartermijn worden beperkt tot de absolute minimumtijd die andere bevoegde autoriteiten nodig hebben om na te gaan of er gronden zijn voor verder optreden, zoals onderzoeken of de inbeslagneming van de liquide middelen op grond van andere juridische instrumenten. Natuurlijke personen van wie de liquide middelen tijdelijk in beslag en in bewaring zijn genomen, moet, als zulks onbillijke gevolgen zou hebben, de mogelijkheid worden geboden een minimumbedrag aan liquide middelen te behouden, indien de aard van de liquide middelen dat toestaat, voor voedsel, water en onderdak. Een besluit om liquide middelen op grond van deze verordening tijdelijk in bewaring te nemen, moet worden gemotiveerd en de specifieke factoren die aanleiding hebben gegeven tot de maatregel, moeten zorgvuldig worden beschreven. Indien bij afloop van de termijn nog geen besluit over verder optreden is genomen of indien de bevoegde autoriteit besluit dat er geen gronden zijn om de inbewaringneming te verlengen, moeten de liquide middelen onmiddellijk aan de betrokken belanghebbende worden overgedragen.

Amendement    16

Voorstel voor een verordening

Overweging 24

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(24)  Het is van wezenlijk belang dat de bevoegde autoriteiten die op grond van deze verordening gegevens verzamelen, deze tijdig doorgeven aan de nationale financiële-inlichtingeneenheid met het oog op verdere analyse en vergelijking met andere gegevens zoals bepaald in Richtlijn 2015/849.

(24)  Het is van wezenlijk belang dat de bevoegde autoriteiten die op grond van deze verordening gegevens verzamelen, deze tijdig doorgeven aan de nationale financiële-inlichtingeneenheid, die de gegevens zo vlug mogelijk ter beschikking moet stellen van de financiële-inlichtingeneenheden van de overige lidstaten om de financiële-inlichtingeneenheden in staat te stellen de gegevens verder te analyseren en te vergelijken met andere gegevens zoals bepaald in Richtlijn (EU) 2015/849.

Amendement    17

Voorstel voor een verordening

Overweging 25

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(25)  Wanneer zij vaststellen dat geen aangifte of kennisgeving is gedaan of wanneer zij beschikken over aanwijzingen van criminele activiteiten, moeten de bevoegde autoriteiten deze informatie via passende kanalen kunnen delen met autoriteiten die bevoegd zijn voor de bestrijding van de criminele activiteiten in kwestie. Een dergelijke uitwisseling van gegevens is evenredig, aangezien overtreders van de aangifteplicht die in een lidstaat al zijn aangehouden, naar alle waarschijnlijkheid een andere lidstaat van binnenkomst of uitgang zullen kiezen waar de bevoegde autoriteiten niet op de hoogte zijn van hun eerdere overtredingen. De uitwisseling van dergelijke gegevens moet verplicht worden om een consequente toepassing in alle lidstaten te garanderen. Indien er aanwijzingen zijn dat de liquide middelen verband houden met een criminele activiteit die de financiële belangen van de Unie kan schaden, moeten deze gegevens ook ter beschikking van de Commissie worden gesteld. Om de preventieve en afschrikkende doelstelling van deze verordening met betrekking tot de omzeiling van de aangifteplicht beter te verwezenlijken, moet ook de uitwisseling van geanonimiseerde risico-informatie en resultaten van risicoanalyse verplicht worden tussen de lidstaten en met de Commissie.

(25)  Wanneer zij vaststellen dat geen aangifte of kennisgeving is gedaan of wanneer zij beschikken over aanwijzingen van criminele activiteiten, moeten de bevoegde autoriteiten deze informatie onmiddellijk via passende kanalen delen met de autoriteiten van de andere lidstaten die bevoegd zijn voor de bestrijding van de criminele activiteiten in kwestie. Een dergelijke uitwisseling van gegevens is evenredig, aangezien overtreders van de aangifteplicht die in een lidstaat al zijn aangehouden, naar alle waarschijnlijkheid een andere lidstaat van binnenkomst of uitgang zullen kiezen waar de bevoegde autoriteiten niet op de hoogte zijn van hun eerdere overtredingen. De uitwisseling van dergelijke gegevens moet verplicht worden om een consequente toepassing in alle lidstaten te garanderen. Indien er aanwijzingen zijn dat de liquide middelen verband houden met een criminele activiteit die de financiële belangen van de Unie kan schaden, moeten deze gegevens ook ter beschikking van de Commissie en het Europees Openbaar Ministerie worden gesteld. Om de preventieve en afschrikkende doelstelling van deze verordening met betrekking tot de omzeiling van de aangifteplicht beter te verwezenlijken, moet ook de uitwisseling van geanonimiseerde risico-informatie en resultaten van risicoanalyse verplicht worden tussen de lidstaten en met de Commissie, overeenkomstig de normen die zijn vastgelegd in de uitvoeringshandelingen die krachtens deze verordening worden vastgesteld.

Amendement    18

Voorstel voor een verordening

Overweging 25 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(25 bis)  Om ervoor te zorgen dat de financiële-inlichtingeneenheden directe toegang tot de voor de uitvoering van hun onderzoek vereiste informatie hebben, moet de koppeling van het douane-informatiesysteem aan het gedecentraliseerde computernetwerk FIU.net worden aangemoedigd.

Amendement    19

Voorstel voor een verordening

Overweging 26

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(26)  Het moet mogelijk worden gemaakt om informatie uit te wisselen tussen een bevoegde instantie van een lidstaat of de Commissie en de autoriteiten van een derde land, mits passende waarborgen worden geboden. Een dergelijke uitwisseling mag alleen worden toegestaan mits de relevante nationale en Uniebepalingen betreffende de grondrechten en de doorgifte van persoonsgegevens worden nageleefd en nadat de autoriteiten die de informatie hebben verkregen, daarmee hebben ingestemd. De Commissie moet in kennis worden gesteld van elke uitwisseling van informatie met derde landen overeenkomstig deze verordening.

(26)  Het moet mogelijk worden gemaakt om informatie uit te wisselen tussen een bevoegde instantie van een lidstaat of de Commissie en de autoriteiten van een derde land, mits passende waarborgen worden geboden. Een dergelijke uitwisseling mag alleen worden toegestaan mits de relevante nationale en Uniebepalingen betreffende de grondrechten en de doorgifte van persoonsgegevens worden nageleefd en nadat de autoriteiten die de informatie hebben verkregen, daarmee hebben ingestemd. De Commissie moet in kennis worden gesteld van elke uitwisseling van informatie met derde landen overeenkomstig deze verordening en moet hierover jaarlijks verslag uitbrengen aan het Europees Parlement.

Amendement    20

Voorstel voor een verordening

Overweging 27

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(27)  Gezien de aard van de verzamelde informatie en het gewettigde vertrouwen van aangevers en kennisgevers dat hun persoonsgegevens en de informatie over de liquide middelen die zij de Unie hebben binnen- of buitengebracht, vertrouwelijk worden behandeld, moeten de bevoegde autoriteiten voldoende waarborgen bieden voor de naleving van het beroepsgeheim door de functionarissen die toegang tot de informatie moeten hebben, en moeten zij deze op passende wijze beschermen tegen ongeoorloofde toegang, gebruik of verstrekking. Tenzij anders is bepaald in deze verordening of het nationale recht, met name in het kader van gerechtelijke procedures, mag de informatie niet openbaar worden gemaakt zonder de toestemming van de autoriteit die deze heeft verzameld. De verzameling, openbaarmaking, doorzending, verstrekking en andere verwerking van persoonsgegevens binnen het toepassingsgebied van deze verordening moeten onderworpen zijn aan de vereisten van Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad6 en Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad7.

(27)  Gezien de aard van de verzamelde informatie en het gewettigde vertrouwen van vervoerders en aangevers en kennisgevers dat hun persoonsgegevens en de informatie over de waarde van de liquide middelen die zij de Unie hebben binnen- of buitengebracht, vertrouwelijk worden behandeld, moeten de bevoegde autoriteiten voldoende waarborgen bieden voor de naleving van het beroepsgeheim door de functionarissen die toegang tot de informatie moeten hebben, en moeten zij deze op passende wijze beschermen tegen ongeoorloofde toegang, gebruik of verstrekking. Tenzij anders is bepaald in deze verordening of het nationale recht, met name in het kader van gerechtelijke procedures, mag de informatie niet openbaar worden gemaakt zonder de toestemming van de autoriteit die deze heeft verzameld. De verzameling, openbaarmaking, doorzending, verstrekking en andere verwerking van persoonsgegevens binnen het toepassingsgebied van deze verordening moeten onderworpen zijn aan de vereisten van Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad6 en Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad7.

__________________

__________________

6 Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (PB L 281 van 23.11.1995, blz. 31).

6 Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (PB L 281 van 23.11.1995, blz. 31).

7 Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2000 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de communautaire instellingen en organen en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (PB L 8 van 12.1.2001, blz. 1).

7 Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2000 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de communautaire instellingen en organen en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (PB L 8 van 12.1.2001, blz. 1).

Amendement    21

Voorstel voor een verordening

Overweging 28

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(28)  Opdat de financiële-inlichtingeneenheden hun analyses kunnen verrichten en autoriteiten in andere lidstaten de aangifteplicht kunnen controleren en handhaven, met name ten aanzien van aangevers die deze verplichting eerder al hebben overtreden, is het noodzakelijk dat de aangiftegegevens lang genoeg worden bewaard om effectief onderzoek door de bevoegde autoriteiten mogelijk te maken. De verwerking van persoonsgegevens in het kader van deze verordening heeft hetzelfde doel als die in het kader van Richtlijn (EU) 2015/849. In het kader van deze richtlijn bewaren de financiële-inlichtingeneenheden aan hen verstrekte gegevens door "aangifteplichtige entiteiten" gedurende vijf jaar. Met het oog op een doeltreffende controle en handhaving van de aangifteplicht moet de bewaartermijn van aangiftegegevens in overeenstemming worden gebracht met die waarin Richtlijn (EU) 2015/849 voorziet.

(28)  Opdat de financiële-inlichtingeneenheden hun analyses kunnen verrichten en autoriteiten in andere lidstaten de aangifteplicht kunnen controleren en handhaven, met name ten aanzien van personen die deze verplichting eerder al hebben overtreden, is het noodzakelijk dat de aangiftegegevens lang genoeg worden bewaard om effectief onderzoek door de bevoegde autoriteiten mogelijk te maken. De verwerking van persoonsgegevens in het kader van deze verordening heeft hetzelfde doel als die in het kader van Richtlijn (EU) 2015/849. In het kader van deze richtlijn bewaren de financiële-inlichtingeneenheden aan hen verstrekte gegevens door "aangifteplichtige entiteiten" gedurende vijf jaar.

Amendement    22

Voorstel voor een verordening

Overweging 29

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(29)  Om naleving te bevorderen en ontwijking tegen te gaan, moeten de lidstaten sancties voor de niet-naleving van de aangifte- of kennisgevingsplicht invoeren. De sancties dienen uitsluitend te zien op het feit dat geen krachtens deze verordening vereiste aangifte of kennisgeving is gedaan en mogen geen rekening houden met de criminele activiteiten die mogelijkerwijs verband houden met de liquide middelen en het voorwerp kunnen uitmaken van verder onderzoek en maatregelen die buiten het toepassingsgebied van deze verordening vallen. Zij moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn en mogen niet verder gaan dan nodig is om de naleving te bevorderen.

(29)  Om naleving te bevorderen en ontwijking tegen te gaan, moeten de lidstaten sancties voor de niet-naleving van de aangifte- of kennisgevingsplicht invoeren. De sancties dienen uitsluitend te zien op het feit dat geen krachtens deze verordening vereiste aangifte of kennisgeving is gedaan en mogen geen rekening houden met de criminele activiteiten die mogelijkerwijs verband houden met de liquide middelen en het voorwerp kunnen uitmaken van verder onderzoek en maatregelen die buiten het toepassingsgebied van deze verordening vallen. Zij moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn en mogen niet verder gaan dan nodig is om de naleving te bevorderen. Ten behoeve van de doeltreffendheid en om te voorkomen dat criminelen de lidstaat van binnenkomst in of uitgang uit de Unie kiezen op grond van de hoogte van de sancties die daar gelden, moet deze verordening een convergentie van nationale sancties invoeren.

Amendement    23

Voorstel voor een verordening

Overweging 30

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(30)  Om een uniforme toepassing van de controles en een efficiënte verwerking, doorzending en analyse van de aangiften door de bevoegde autoriteiten te waarborgen, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend ten behoeve van de vaststelling van het model voor het aangifte- en het kennisgevingsformulier, van de criteria van een gemeenschappelijk kader voor risicobeheer, van de technische voorschriften en voorwaarden en het model van de formulieren die moeten worden gebruikt voor de aangifte, de kennisgeving en de uitwisseling van informatie, en van de regels en het formaat dat moet worden gebruikt voor de verstrekking van statistische informatie aan de Commissie. Het opzetten van de passende elektronische systemen dient hiervan deel uit te maken. Deze bevoegdheden moeten worden uitgeoefend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad8.

(30)  Hoewel de meeste lidstaten al op vrijwillige basis een geharmoniseerd aangifteformulier gebruiken, met name het EU-valuta-aangifteformulier, moeten om een uniforme toepassing van de controles en een efficiënte verwerking, doorzending en analyse van de aangiften door de bevoegde autoriteiten te waarborgen, aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend ten behoeve van de vaststelling van het model voor het aangifte- en het kennisgevingsformulier, van de technische voorschriften en voorwaarden en het model van de formulieren die moeten worden gebruikt voor de aangifte, voor de kennisgeving, voor de uitwisseling van informatie tussen de bevoegde autoriteiten en voor de verbinding tussen de informatie-uitwisselingssystemen die worden gebruikt door respectievelijk de bevoegde autoriteiten en de financiële-inlichtingeneenheden, en van de regels en het formaat dat moet worden gebruikt voor de verstrekking van statistische informatie aan de Commissie. Het opzetten van de passende elektronische systemen dient hiervan deel uit te maken. Deze bevoegdheden moeten worden uitgeoefend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad.

__________________

 

8 Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13).

 

Amendement    24

Voorstel voor een verordening

Overweging 30 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(30 bis)  Om een uniforme toepassing door de bevoegde autoriteiten te waarborgen, moeten de controles voornamelijk gebaseerd zijn op een risicoanalyse, die ertoe strekt de risico's in kaart te brengen en te evalueren alsmede de nodige tegenmaatregelen te ontwikkelen. De vaststelling van een kader voor risicobeheer dat gemeenschappelijk is voor alle lidstaten, mag de lidstaten niet verhinderen steekproefsgewijs controles uit te voeren.

Amendement    25

Voorstel voor een verordening

Overweging 31

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(31)  Om snel rekening te kunnen houden met toekomstige wijzigingen van internationale normen zoals die welke zijn vastgesteld door de Financial Action Task Force, of om ontwijking van deze verordening met behulp van liquide waardedragers die niet onder de definitie van "liquide middelen" vallen, tegen te gaan, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie handelingen vast te stellen ten aanzien van wijzigingen van die definitie. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 20169. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

(31)  Om snel rekening te kunnen houden met toekomstige wijzigingen van internationale normen zoals die welke zijn vastgesteld door de Financial Action Task Force, of om ontwijking van deze verordening met behulp van liquide waardedragers die niet onder de definitie van "liquide middelen" vallen, tegen te gaan, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie handelingen vast te stellen ten aanzien van nadere voorschriften voor de uitvoering van controles door de bevoegde autoriteiten, rekening houdend met het gemeenschappelijk kader voor risicobeheer zoals vastgesteld in Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad8 bis en met de krachtens Richtlijn (EU) 2015/849 uitgevoerde risicobeoordeling, en ten aanzien van wijzigingen in bijlage I bij deze verordening. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 20169. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

__________________

__________________

 

8 bis Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 9 oktober 2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (PB L 269 van 10.10.2013, blz. 1).

9 Verwijzing naar PB [L 123/1]

9 Verwijzing naar PB [L 123/1]

Amendement    26

Voorstel voor een verordening

Overweging 31 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(31 bis)  Om de huidige situatie te verhelpen waarbij vele reizigers niet op de hoogte zijn van de verplichting liquide middelen aan te geven, moeten de lidstaten in samenwerking met de Commissie geschikt materiaal ontwikkelen en regelmatig bewustmakingscampagnes voeren ten behoeve van EU-burgers, burgers van derde landen en rechtspersonen. Deze campagnes moeten worden geharmoniseerd omdat ze op de buitengrenzen van de Unie gericht moeten zijn.

Amendement    27

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Deze verordening voorziet in een controlesysteem ten aanzien van liquide middelen die de Unie binnenkomen of verlaten, in aanvulling op het in Richtlijn (EU) 2015/849 vastgestelde rechtskader ter voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme.

Deze verordening voorziet in een controlesysteem ten aanzien van liquide middelen die de Unie binnenkomen of verlaten, in aanvulling op het in Richtlijn (EU) 2015/849 vastgestelde rechtskader ter voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme, en ter voorkoming van enige andere criminele activiteit die strijdig is met de veiligheid van de Unie of de lidstaten.

Amendement    28

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter a – streepje 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

-  verhandelbare instrumenten aan toonder als bedoeld in bijlage I;

-  verhandelbare instrumenten aan toonder;

Amendement    29

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter a – streepje 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

-  commodity's die worden gebruikt als zeer liquide waardedrager als bedoeld in bijlage I;

-  commodity's die worden gebruikt als zeer liquide waardedrager;

Amendement    30

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter a – streepje 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

-  prepaidkaarten als bedoeld in bijlage I;

-  anonieme prepaidkaarten;

Amendement    31

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

d)  verhandelbaar instrument aan toonder: een instrument, niet zijnde contant geld, dat de houder ervan aanspraak geeft op een geldsom op vertoon van het instrument zonder dat hij het bewijs van zijn identiteit of zijn aanspraak op die som moet leveren;

d)  verhandelbaar instrument aan toonder: een instrument, niet zijnde contant geld, dat de houder ervan aanspraak geeft op een geldsom op vertoon van het instrument zonder dat hij het bewijs van zijn identiteit of zijn aanspraak op die som moet leveren. Dergelijke verhandelbare instrumenten aan toonder worden vermeld in bijlage I;

Amendement    32

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter e

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

e)  commodity's die worden gebruikt als zeer liquide waardedrager: goederen met een hoge verhouding waarde/omvang, die via toegankelijke handelsmarkten gemakkelijk kunnen worden omgezet in contant geld tegen slechts beperkte transactiekosten;

e)  commodity's die worden gebruikt als zeer liquide waardedrager: goederen met een hoge verhouding waarde/omvang, die via toegankelijke handelsmarkten gemakkelijk kunnen worden omgezet in contant geld tegen slechts beperkte transactiekosten. Dergelijke commodity's worden vermeld in bijlage I;

Amendement    33

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter f

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

f)  prepaidkaart: een niet op naam gestelde kaart voor de opslag van geldswaarde of tegoeden die kan worden gebruikt voor betalingstransacties, de aankoop van goederen of diensten of de inwisseling van contant geld, en die niet is gekoppeld aan een bankrekening;

f)  anonieme prepaidkaart: een niet op naam gestelde kaart voor de opslag van of toegang tot geldswaarde of tegoeden die kan worden gebruikt voor betalingstransacties, de aankoop van goederen of diensten of de inwisseling van contant geld, en die niet is gekoppeld aan een bankrekening. Dergelijke anonieme prepaidkaarten worden vermeld in bijlage I;

Amendement    34

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter g bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

g bis)  vervoerder: iedere natuurlijke persoon die de Unie binnenkomt of verlaat en liquide middelen persoonlijk bij zich draagt dan wel meevoert in zijn bagage of in het vervoermiddel waarmee hij de buitengrens overschrijdt;

Amendement    35

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter h

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

h)  onbegeleid contant geld: contant geld dat deel uitmaakt van een zending, waarbij de eigenaar, de afzender of de beoogde ontvanger van de liquide middelen niet samen met de zending reist;

h)  onbegeleid contant geld: contant geld dat deel uitmaakt van een zending zonder vervoerder;

Amendement    36

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 14 gedelegeerde handelingen vast te stellen om bijlage I te wijzigen teneinde rekening te houden met nieuwe trends op het gebied van het witwassen van geld of de financiering van terrorisme zoals omschreven in artikel 1, leden 3, 4 en 5, van Richtlijn (EU) 2015/849, of met beste praktijken ter voorkoming van het witwassen van geld of de financiering van terrorisme, of teneinde te voorkomen dat criminelen gebruikmaken van verhandelbare instrumenten aan toonder, commodity's die worden gebruikt als zeer liquide waardedrager, of prepaidkaarten om de in de artikelen 3 en 4 vastgestelde verplichtingen te omzeilen.

2.  De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 14 gedelegeerde handelingen vast te stellen om bijlage I te wijzigen teneinde rekening te houden met nieuwe trends op het gebied van het witwassen van geld of de financiering van terrorisme zoals omschreven in artikel 1, leden 3, 4 en 5, van Richtlijn (EU) 2015/849, of met beste praktijken ter voorkoming van het witwassen van geld of de financiering van terrorisme, of teneinde te voorkomen dat criminelen gebruikmaken van verhandelbare instrumenten aan toonder, commodity's die worden gebruikt als zeer liquide waardedrager, of anonieme prepaidkaarten om de in de artikelen 3 en 4 vastgestelde verplichtingen te omzeilen.

Amendement    37

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Aangifteplicht

Aangifteplicht voor begeleide liquide middelen

Amendement    38

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Iedere natuurlijke persoon die de Unie binnenkomt of verlaat, en liquide middelen ter waarde van 10 000 EUR of meer persoonlijk bij zich draagt dan wel in zijn bagage of in het vervoermiddel meevoert, moet die liquide middelen aangeven bij de bevoegde autoriteiten van de lidstaat via welke hij de Unie binnenkomt of verlaat, en hen deze voor controle ter beschikking stellen. Er wordt geacht niet aan de kennisgevingsplicht te zijn voldaan indien de verstrekte gegevens onjuist of onvolledig zijn of de liquide middelen niet voor controle ter beschikking worden gesteld.

1.  Iedere vervoerder die liquide middelen ter waarde van 10 000 EUR of meer persoonlijk bij zich draagt dan wel in zijn bagage of in zijn vervoermiddel meevoert, moet die liquide middelen aangeven bij de bevoegde autoriteiten van de lidstaat via welke hij de Unie binnenkomt of verlaat, en hen deze voor controle ter beschikking stellen. Er wordt geacht niet aan de kennisgevingsplicht te zijn voldaan indien de verstrekte gegevens onjuist of onvolledig zijn of de liquide middelen niet voor controle ter beschikking worden gesteld.

Amendement    39

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 2 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  de kennisgever, met inbegrip van volledige naam, adres, geboorteplaats en -datum en nationaliteit;

a)  de vervoerder, met inbegrip van volledige naam, contactgegevens (inclusief adres), geboorteplaats en -datum, nationaliteit en identificatiedocumentnummer;

Amendement    40

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 2 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  de eigenaar van de liquide middelen, met inbegrip van volledige naam, adres, geboorteplaats en -datum en nationaliteit;

b)  de eigenaar van de liquide middelen, met inbegrip van volledige naam, contactgegevens (inclusief adres), geboorteplaats en -datum, nationaliteit en identificatiedocumentnummer voor natuurlijke personen of van volledige naam, contactgegevens (inclusief adres), registratienummer of btw-nummer voor rechtspersonen;

Amendement    41

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 2 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)  de beoogde ontvanger van de liquide middelen, met inbegrip van volledige naam, adres, geboorteplaats en -datum en nationaliteit;

c)  de beoogde ontvanger van de liquide middelen, met inbegrip van volledige naam, contactgegevens (inclusief adres), geboorteplaats en -datum, nationaliteit en identificatiedocumentnummer voor natuurlijke personen of van volledige naam, contactgegevens (inclusief adres), registratienummer of btw-nummer voor rechtspersonen;

Amendement    42

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 2 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

d)  het bedrag en de aard van de liquide middelen;

d)  de aard en het bedrag of de waarde van de liquide middelen;

Amendement    43

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 2 – letter e

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

e)  de herkomst en het beoogde gebruik van de liquide middelen;

e)  de economische herkomst;

Amendement    44

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 2 – letter e bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

e bis)  het beoogde gebruik van de liquide middelen;

Amendement    45

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De gegevens worden schriftelijk of elektronisch verstrekt met behulp van het overeenkomstig artikel 15, onder a), vastgestelde formulier. Aan de kennisgever wordt op verzoek een gewaarmerkt exemplaar afgegeven.

3.  De gegevens worden schriftelijk of elektronisch verstrekt met behulp van het overeenkomstig artikel 15, onder a), vastgestelde formulier. Aan de kennisgever wordt een gewaarmerkt exemplaar afgegeven.

Motivering

Aangevers moeten altijd een schriftelijk exemplaar kunnen verkrijgen, aangezien ze niet altijd in een positie zijn om er een te vragen (bijv. omdat ze niet weten dat ze er recht op hebben of omdat ze de taal van het land niet spreken).

Amendement    46

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Kennisgevingsplicht

Kennisgevingsplicht voor onbegeleide liquide middelen

Amendement    47

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Wanneer onbegeleide liquide middelen ter waarde van 10 000 EUR of meer de Unie binnenkomen of verlaten, kunnen de bevoegde autoriteiten van de lidstaat via welke deze middelen de Unie binnenkomen of verlaten, na een risicoanalyse, eisen dat de afzender of de ontvanger of zijn vertegenwoordiger hiervan kennis geeft. Er wordt geacht niet aan de kennisgevingsplicht te zijn voldaan indien de verstrekte gegevens onjuist of onvolledig zijn of de liquide middelen niet voor controle ter beschikking worden gesteld.

1.  Wanneer onbegeleide liquide middelen ter waarde van 10 000 EUR of meer de Unie binnenkomen of verlaten, kunnen de bevoegde autoriteiten van de lidstaat via welke deze middelen de Unie binnenkomen of verlaten, na een risicoanalyse, eisen dat de afzender of de ontvanger of zijn vertegenwoordiger hiervan kennis geeft, binnen een vastgestelde termijn van maximaal 30 dagen. De bevoegde autoriteiten kunnen de liquide middelen in bewaring houden tot de afzender, de ontvanger of zijn vertegenwoordiger de kennisgeving doet.

 

Er wordt geacht niet aan de kennisgevingsplicht te zijn voldaan indien de kennisgeving niet vóór het verstrijken van de termijn wordt gedaan, indien de verstrekte gegevens onjuist of onvolledig zijn of de liquide middelen niet voor controle ter beschikking worden gesteld.

Amendement    48

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 2 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  de kennisgever, met inbegrip van volledige naam, adres, geboorteplaats en -datum en nationaliteit;

a)  de kennisgever, met inbegrip van volledige naam, contactgegevens (inclusief adres), geboorteplaats en -datum, nationaliteit en identificatiedocumentnummer;

Amendement    49

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 2 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  de eigenaar van de liquide middelen, met inbegrip van volledige naam, adres, geboorteplaats en -datum en nationaliteit;

b)  de eigenaar van de liquide middelen, met inbegrip van volledige naam, contactgegevens (inclusief adres), geboorteplaats en -datum, nationaliteit en identificatiedocumentnummer voor natuurlijke personen of van volledige naam, contactgegevens (inclusief adres) en btw-registratienummer voor rechtspersonen;

Amendement    50

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 2 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)  de afzender van de liquide middelen, met inbegrip van volledige naam, adres, geboorteplaats en -datum en nationaliteit;

c)  de afzender van de liquide middelen, met inbegrip van volledige naam, contactgegevens (inclusief adres), geboorteplaats en -datum, nationaliteit en identificatiedocumentnummer voor natuurlijke personen of van volledige naam, contactgegevens (inclusief adres) en btw-registratienummer voor rechtspersonen;

Amendement    51

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 2 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

d)  de ontvanger of beoogde ontvanger van de liquide middelen, met inbegrip van volledige naam, adres, geboorteplaats en -datum en nationaliteit;

d)  de ontvanger of beoogde ontvanger van de liquide middelen, met inbegrip van volledige naam, contactgegevens (inclusief adres), geboorteplaats en -datum, nationaliteit en identificatiedocumentnummer voor natuurlijke personen of van volledige naam, contactgegevens (inclusief adres) en btw-registratienummer voor rechtspersonen;

Amendement    52

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 2 – letter e

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

e)  het bedrag en de aard van de liquide middelen;

e)  de aard en het bedrag of de waarde van de liquide middelen;

Amendement    53

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 2 – letter f

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

f)  de herkomst en het beoogde gebruik van de liquide middelen.

f)  de economische herkomst;

Amendement    54

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 2 – letter f bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

f bis)  het beoogde gebruik van de liquide middelen.

Amendement    55

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De gegevens worden schriftelijk of elektronisch verstrekt met behulp van het overeenkomstig artikel 15, onder a), vastgestelde formulier. Aan de kennisgever wordt op verzoek een gewaarmerkt exemplaar afgegeven.

3.  De gegevens worden schriftelijk of elektronisch verstrekt met behulp van het overeenkomstig artikel 15, onder a), vastgestelde formulier. Aan de kennisgever wordt een gewaarmerkt exemplaar afgegeven.

Motivering

Kennisgevers moeten altijd een schriftelijk exemplaar kunnen verkrijgen, aangezien ze niet altijd in een positie zijn om er een te vragen (bijv. omdat ze niet weten dat ze er recht op hebben of omdat ze de taal van het land niet spreken).

Amendement    56

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Indien niet aan de aangifteplicht uit hoofde van artikel 3 of aan de kennisgevingsplicht uit hoofde van artikel 4 is voldaan, stellen de bevoegde autoriteiten ambtshalve schriftelijk of in elektronische vorm een aangifte op die in de mate van het mogelijke de gegevens bevat als bedoeld in artikel 3, lid 2, of artikel 4, lid 2, naar gelang van het geval.

(Niet van toepassing op de Nederlandse versie)  

Amendement    57

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  De controles worden voornamelijk gebaseerd op risicoanalyse, die ertoe strekt de risico's in kaart te brengen en te evalueren alsmede de nodige tegenmaatregelen te ontwikkelen, en zij worden verricht binnen een gemeenschappelijk kader voor risicobeheer in overeenstemming met de overeenkomstig artikel 15, onder b), vastgestelde criteria.

4.  De controles worden voornamelijk gebaseerd op risicoanalyse, die ertoe strekt de risico's in kaart te brengen en te evalueren alsmede de nodige tegenmaatregelen te ontwikkelen.

Amendement    58

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – lid 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4 bis.  De in lid 4 bedoelde risicoanalyse belet de bevoegde autoriteiten niet verder spontane controles of controles op basis van door andere autoriteiten verkregen specifieke informatie uit te voeren. De bevoegde autoriteiten beschikken over adequate instrumenten voor de controles.

Amendement    59

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – lid 4 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4 ter.  De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 14 gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot de nadere voorschriften voor de uitvoering van controles door de bevoegde autoriteiten, rekening houdend met het gemeenschappelijk kader voor risicobeheer zoals vastgesteld in Verordening (EU) nr. 952/2013 en met de krachtens de artikelen 6 en 7 van Richtlijn (EU) 2015/849 uitgevoerde risicobeoordeling.

Amendement    60

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – lid 4 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4 quater.  De bevoegdheden die op grond van dit artikel aan de bevoegde autoriteiten worden verleend, hebben ook betrekking op artikel 6.

Amendement    61

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Sommen die de drempel niet overschrijden

Sommen die de drempel niet overschrijden maar vermoedelijk verband houden met criminele activiteiten

Amendement    62

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Wanneer de bevoegde autoriteiten constateren dat een natuurlijk persoon de Unie binnenkomt of verlaat met een bedrag aan liquide middelen dat de in artikel 3 genoemde drempel niet overschrijdt, en er, na een risicoanalyse, aanwijzingen zijn dat de liquide middelen verband houden met criminele activiteiten, leggen zij die informatie, de volledige naam, adres, geboortedatum en -plaats, en nationaliteit van die persoon en de informatie over het gebruikte vervoermiddel vast.

1.  Wanneer de bevoegde autoriteiten constateren dat een vervoerder de Unie binnenkomt of verlaat met een bedrag aan liquide middelen dat de in artikel 3 genoemde drempel niet overschrijdt, en er aanwijzingen zijn dat de liquide middelen verband houden met criminele activiteiten, leggen zij die informatie en de in artikel 3, lid 2, vermelde gegevens vast.

Amendement    63

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Wanneer de bevoegde autoriteiten constateren dat een zending van onbegeleide liquide middelen waarvan het bedrag de in artikel 4 genoemde drempel niet overschrijdt, de Unie binnenkomt of verlaat, en er, na een risicoanalyse, aanwijzingen zijn dat de liquide middelen verband houden met criminele activiteiten, leggen zij die informatie, de volledige naam, adres, geboortedatum en -plaats, en nationaliteit van de afzender, de beoogde ontvanger of zijn vertegenwoordiger, en de informatie over het gebruikte vervoermiddel vast.

2.  Wanneer de bevoegde autoriteiten constateren dat een zending van onbegeleide liquide middelen waarvan het bedrag de in artikel 4 genoemde drempel niet overschrijdt, de Unie binnenkomt of verlaat, en er aanwijzingen zijn dat de liquide middelen verband houden met criminele activiteiten, leggen zij die informatie en de in artikel 4, lid 2, vermelde gegevens vast.

Amendement    64

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – lid 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  er aanwijzingen zijn dat de liquide middelen verband houden met criminele activiteiten, ongeacht of zij worden vervoerd door een natuurlijk persoon of als onbegeleide liquide middelen.

b)  er aanwijzingen zijn dat de liquide middelen verband houden met criminele activiteiten.

Amendement    65

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Het in lid 1 bedoelde bestuurlijke besluit gaat vergezeld van een motivering, wordt aan de betrokkene meegedeeld op het moment waarop het wordt vastgesteld, en maakt het voorwerp uit van een doeltreffende voorziening in rechte overeenkomstig procedures van het nationale recht.

2.  Het in lid 1 bedoelde bestuurlijke besluit gaat vergezeld van een motivering en wordt op het moment waarop het wordt vastgesteld, meegedeeld aan:

 

a)  de persoon die de aangifte overeenkomstig artikel 3 of de kennisgeving overeenkomstig artikel 4 moet verrichten; of

 

b)  de vervoerder en de eigenaar in situaties als bedoeld in artikel 6, lid 1, of de eigenaar, de beoogde ontvanger en de afzender in situaties als bedoeld in artikel 6, lid 2.

Amendement    66

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  Het in lid 1 bedoelde bestuurlijke besluit maakt het voorwerp uit van een doeltreffende voorziening in rechte overeenkomstig procedures van het nationale recht.

Amendement    67

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De termijn van tijdelijke bewaring is strikt beperkt tot de tijd die de bevoegde autoriteiten nodig hebben om na te gaan of de omstandigheden van de zaak een langere bewaring rechtvaardigen. De maximale termijn van tijdelijke bewaring wordt vastgelegd in het nationale recht; hij mag niet meer bedragen dan 30 dagen. Indien er binnen die termijn geen besluit met betrekking tot de langere bewaring van de liquide middelen wordt genomen of indien wordt besloten dat de omstandigheden van de zaak geen langere bewaring rechtvaardigen, worden de liquide middelen onmiddellijk ter beschikking gesteld van de aangever of kennisgever.

3.  De termijn van tijdelijke bewaring is strikt beperkt tot de tijd die de bevoegde autoriteiten nodig hebben om na te gaan of de omstandigheden van de zaak een langere bewaring rechtvaardigen. De maximale termijn van tijdelijke bewaring wordt vastgelegd in het nationale recht; hij mag niet meer bedragen dan 30 dagen. Indien er binnen die termijn geen besluit met betrekking tot de langere bewaring van de liquide middelen wordt genomen of indien wordt besloten dat de omstandigheden van de zaak geen langere bewaring rechtvaardigen, worden de liquide middelen onmiddellijk overgedragen aan:

 

a)  de aangever, de kennisgever of de vervoerder in situaties als bedoeld in de artikelen 3 en 4; of

 

b)  de vervoerder of de eigenaar in situaties als bedoeld in artikel 6, lid 1, of de eigenaar, beoogde ontvanger of afzender in situaties als bedoeld in artikel 6, lid 2.

Amendement    68

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De bevoegde autoriteiten leggen de uit hoofde van de artikelen 3 of 4, artikel 5, lid 3, of artikel 6 verkregen gegevens vast en geven deze door aan de financiële-inlichtingeneenheid van de lidstaat waar zij werden verkregen, in overeenstemming met de overeenkomstig artikel 15, onder c), vastgestelde technische voorschriften.

1.  De bevoegde autoriteiten leggen de uit hoofde van de artikelen 3 of 4, artikel 5, lid 3, of artikel 6 verkregen gegevens vast en geven deze door aan de financiële-inlichtingeneenheid van de lidstaat waar zij werden verkregen, die de gegevens op haar beurt zo vlug mogelijk doorgeeft aan de financiële-inlichtingeneenheden van de andere lidstaten, in overeenstemming met de overeenkomstig artikel 15, onder c), vastgestelde technische voorschriften.

Amendement    69

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis.  Voor de toepassing van deze verordening wordt, onverminderd de Unieregels inzake gegevensbescherming, met name wat doelbinding en toegangsrechten betreft, een verbinding opgezet tussen het systeem dat de bevoegde autoriteiten gebruiken om informatie uit te wisselen krachtens Verordening (EG) nr. 515/97 van de Raad1 bis en het systeem dat de financiële-inlichtingeneenheden gebruiken om informatie uit te wisselen krachtens Besluit 2000/642/JBZ van de Raad1 ter, overeenkomstig de technische voorschriften zoals vastgesteld door de Commissie krachtens artikel 15, onder c bis).

 

_______________

 

1 bis Verordening (EG) nr. 515/97 van de Raad van 13 maart 1997 betreffende de wederzijdse bijstand tussen de administratieve autoriteiten van de lidstaten en de samenwerking tussen deze autoriteiten en de Commissie met het oog op de juiste toepassing van de douane- en landbouwvoorschriften (PB L 82 van 22.3.1997, blz. 1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EU) 2015/1525 van het Europees Parlement en de Raad van 9 september 2015 (PB L 243 van 18.9.2015, blz. 1).

 

1 ter Besluit 2000/642/JBZ van de Raad van 17 oktober 2000 inzake een regeling voor samenwerking tussen de financiële inlichtingeneenheden van de lidstaten bij de uitwisseling van gegevens (PB L 271 van 24.10.2000, blz. 4).

Amendement    70

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De in lid 1 bedoelde gegevens worden zo snel mogelijk maar uiterlijk binnen een maand na de datum waarop zij werden verzameld, verstrekt.

2.  De in lid 1 bedoelde gegevens worden zo snel mogelijk maar uiterlijk binnen vier werkdagen na de datum waarop zij werden verzameld, verstrekt.

Amendement    71

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  Tegen 1 januari 2019 onderzoekt de Commissie of de instelling van een financiële-inlichtingeneenheid van de Unie gepast is en dient zij zo nodig een wetgevingsvoorstel in.

Amendement    72

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Wanneer er aanwijzingen zijn dat de liquide middelen verband houden met criminele activiteiten die de financiële belangen van de Unie kunnen schaden, moet de in lid 1 bedoelde informatie ook aan de Commissie worden doorgegeven.

2.  Wanneer er aanwijzingen zijn dat de liquide middelen verband houden met criminele activiteiten die de financiële belangen van de Unie kunnen schaden, moet de in lid 1 bedoelde informatie ook aan de Commissie, het Europees Openbaar Ministerie, Eurojust en Europol worden doorgegeven. De Commissie onderwerpt de ontvangen informatie aan een statistische analyse en stelt deze beschikbaar voor het publiek.

Amendement    73

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De bevoegde autoriteit verstrekt de in de leden 1 en 2 bedoelde informatie in overeenstemming met de overeenkomstig artikel 15, onder c), vastgestelde technische voorschriften en met behulp van het overeenkomstig artikel 15, onder d), vastgestelde formulier.

3.  De bevoegde autoriteit verstrekt de in de leden 1 en 2 bedoelde informatie in overeenstemming met de overeenkomstig artikel 15, onder c bis), vastgestelde technische voorschriften en met behulp van het overeenkomstig artikel 15, onder d), vastgestelde formulier.

Amendement    74

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  De in de leden 1 en 2 bedoelde informatie wordt zo snel mogelijk maar uiterlijk binnen een maand na de datum waarop zij werd verzameld, verstrekt.

4.  De in lid 1, onder a), b) en c), en lid 2 bedoelde informatie wordt zo snel mogelijk maar uiterlijk binnen vier werkdagen na de datum waarop zij werd verzameld, verstrekt.

Amendement    75

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4 bis.  De in lid 1, onder d), bedoelde informatie en resultaten worden om de zes maanden of op verzoek aan alle lidstaten en de Commissie verstrekt.

Amendement    76

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De lidstaten of de Commissie kunnen in het kader van de wederzijdse administratieve bijstand de volgende informatie verstrekken aan een derde land, mits de bevoegde autoriteit die de informatie van de aangever, kennisgever of zijn vertegenwoordiger heeft verkregen, daarvoor toestemming heeft verleend en de verstrekking van deze informatie in overeenstemming is met de desbetreffende nationale en Uniebepalingen inzake de doorgifte van persoonsgegevens aan derde landen:

1.  De lidstaten of de Commissie kunnen in het kader van de wederzijdse administratieve bijstand de volgende informatie verstrekken aan een derde land, mits de bevoegde autoriteit die de informatie van de vervoerder, aangever of kennisgever heeft verkregen, daarvoor toestemming heeft verleend en de verstrekking van deze informatie in overeenstemming is met de desbetreffende nationale en Uniebepalingen inzake de doorgifte van persoonsgegevens aan derde landen:

Amendement    77

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De lidstaten stellen de Commissie in kennis van elke verstrekking van informatie op grond van lid 1.

2.  De lidstaten stellen de Commissie in kennis van elke verstrekking van informatie op grond van lid 1 en de Commissie brengt jaarlijks verslag uit aan het Europees Parlement over de verstrekte informatie.

Amendement    78

Voorstel voor een verordening

Artikel 12 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De bevoegde autoriteiten treden op als verantwoordelijken voor de verwerking van de persoonsgegevens die zij overeenkomstig de artikelen 3, 4 en 6 hebben verkregen.

1.  De bevoegde autoriteiten treden op als verantwoordelijken voor de verwerking van de persoonsgegevens die zij overeenkomstig de artikelen 3 en 4, artikel 5, lid 3, en artikel 6 hebben verkregen.

Amendement    79

Voorstel voor een verordening

Artikel 12 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De verwerking van persoonsgegevens op basis van deze verordening geschiedt uitsluitend met het oog op de voorkoming en de bestrijding van criminele activiteiten. .

2.  De verwerking van persoonsgegevens op basis van deze verordening geschiedt uitsluitend met het oog op de voorkoming, het onderzoek, de opsporing en de vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen. Deze verwerking valt binnen het toepassingsgebied van Richtlijn (EU) 2016/680 van het Europees Parlement en de Raad1 bis.

 

___________________

 

1 bis Richtlijn (EU) 2016/680 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door bevoegde autoriteiten met het oog op de voorkoming, het onderzoek, de opsporing en de vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen, en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Kaderbesluit 2008/977/JBZ van de Raad (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 89).

Motivering

Aanpassing van de tekst aan Richtlijn (EU) 2016/680 (de gegevensbeschermingsrichtlijn).

Amendement    80

Voorstel voor een verordening

Artikel 12 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De overeenkomstig de artikelen 3, 4 en 6 verkregen persoonsgegevens zijn uitsluitend toegankelijk voor naar behoren gemachtigde personeelsleden van de bevoegde autoriteiten en worden op passende wijze beschermd tegen ongeoorloofde toegang of verstrekking. Tenzij anders is bepaald in de artikelen 8, 9 en 10, mogen deze gegevens niet openbaar worden gemaakt of worden verstrekt zonder de uitdrukkelijke toestemming van de bevoegde autoriteit die ze oorspronkelijk heeft verkregen. Deze toestemming is evenwel niet vereist wanneer de bevoegde autoriteiten er overeenkomstig de geldende wettelijke bepalingen in de lidstaat in kwestie, met name in het kader van gerechtelijke procedures, toe gehouden zijn deze gegevens openbaar te maken of te verstrekken.

3.  De overeenkomstig de artikelen 3 en 4, artikel 5, lid 3, en artikel 6 verkregen persoonsgegevens zijn uitsluitend toegankelijk voor naar behoren gemachtigde personeelsleden van de bevoegde autoriteiten en worden op passende wijze beschermd tegen ongeoorloofde toegang of verstrekking. Tenzij anders is bepaald in de artikelen 8, 9 en 10, mogen deze gegevens niet openbaar worden gemaakt of worden verstrekt zonder de uitdrukkelijke toestemming van de bevoegde autoriteit die ze oorspronkelijk heeft verkregen. Deze toestemming is evenwel niet vereist wanneer de bevoegde autoriteiten er overeenkomstig de geldende wettelijke bepalingen in de lidstaat in kwestie, met name in het kader van gerechtelijke procedures, toe gehouden zijn deze gegevens openbaar te maken of te verstrekken.

Amendement    81

Voorstel voor een verordening

Artikel 12 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Overeenkomstig de artikelen 3, 4 en 6 verkregen persoonsgegevens worden opgeslagen door de bevoegde autoriteiten en de financiële-inlichtingeneenheid gedurende een termijn van vijf jaar na de datum waarop zij werden verzameld. Na afloop van deze termijn worden zij gewist of anoniem gemaakt.

4.  Overeenkomstig de artikelen 3 en 4, artikel 5, lid 3, en artikel 6 verkregen persoonsgegevens worden door de bevoegde autoriteiten en de financiële-inlichtingeneenheid niet langer opgeslagen dan noodzakelijk en evenredig is voor de doelstelling waarvoor de gegevens worden verwerkt, en gedurende een termijn van maximaal drie jaar vanaf de datum waarop zij werden verzameld. Indien er aanwijzingen zijn dat de liquide middelen verband houden met een criminele activiteit, worden overeenkomstig de artikelen 3 en 4, artikel 5, lid 3, en artikel 6 verkregen persoonsgegevens door de bevoegde autoriteiten en de financiële-inlichtingeneenheid opgeslagen gedurende maximaal vijf jaar. In een dergelijk geval moeten de redenen voor die langere opslag worden gerechtvaardigd en geregistreerd. Indien er niet tot een langere opslag wordt besloten, worden die gegevens automatisch na drie jaar gewist.

Amendement    82

Voorstel voor een verordening

Artikel 13 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Elke lidstaat stelt sancties vast die van toepassing zijn indien niet aan de in artikel 3 bedoelde aangifteplicht of de in artikel 4 bedoelde kennisgevingsplicht is voldaan. Deze sancties moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn.

Elke lidstaat stelt sancties vast die van toepassing zijn indien niet aan de in artikel 3 bedoelde aangifteplicht of de in artikel 4 bedoelde kennisgevingsplicht is voldaan. Deze sancties moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn. De lidstaten streven ernaar in de hele Unie een gecoördineerde reeks sancties in te voeren. Hiertoe dient de Commissie indien nodig een wetgevingsvoorstel in.

Amendement    83

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De in artikel 2, lid 2, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van ….*.

2.  De in artikel 2, lid 2, en artikel 5, lid 4 bis, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van ….*.

__________________

__________________

* Datum van inwerkingtreding van de basiswetgevingshandeling of een andere door de wetgever vastgestelde datum.

* Datum van inwerkingtreding van de basiswetgevingshandeling of een andere door de wetgever vastgestelde datum.

Amendement    84

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 2, lid 2, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 2, lid 2, en artikel 5, lid 4 bis, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

Amendement    85

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 – lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.  Een overeenkomstig artikel 2, lid 2, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben meegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

6.  Een overeenkomstig artikel 2, lid 2, en artikel 5, lid 4 bis, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben meegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

Amendement    86

Voorstel voor een verordening

Artikel 15 – alinea 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  de criteria van het in artikel 5, lid 4, bedoelde gemeenschappelijk kader voor risicobeheer;

Schrappen

Amendement    87

Voorstel voor een verordening

Artikel 15 – alinea 1 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)  de technische voorschriften voor de uitwisseling van gegevens uit hoofde van de artikelen 8 en 9, met inbegrip van het opzetten van een passend elektronisch systeem;

c)  de technische voorschriften voor de uitwisseling van gegevens uit hoofde van artikel 8, leden 1 en 2, en artikel 9, via het douane-informatiesysteem, zoals vastgelegd in artikel 23 van Verordening (EG) nr. 515/97 van de Raad1 bis;

 

_________________

 

1 bis Verordening (EG) nr. 515/97 van de Raad van 13 maart 1997 betreffende de wederzijdse bijstand tussen de administratieve autoriteiten van de lidstaten en de samenwerking tussen deze autoriteiten en de Commissie met het oog op de juiste toepassing van de douane- en landbouwvoorschriften (PB L 82 van 22.3.1997, blz. 1).

Amendement    88

Voorstel voor een verordening

Artikel 15 – alinea 1 – letter c bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

c bis)  de technische voorschriften voor de in artikel 8, lid 1 bis, bedoelde verbinding;

Amendement    89

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – lid 2 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De in lid 1, onder c), bedoelde informatie wordt ten minste om de zes maanden aan de Commissie verstrekt.

De in lid 1, onder c), bedoelde informatie wordt ten minste om de zes maanden aan de Commissie verstrekt. De Commissie publiceert een jaarlijks verslag over de statistische informatie om de schaal en de bedragen van de gesmokkelde liquide middelen te kunnen inschatten.

Amendement    90

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – lid 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 bis.  De Commissie publiceert de in lid 1, onder a) en b), bedoelde informatie op haar website en informeert de lezers op duidelijke wijze over de controles met betrekking tot liquide middelen die de Unie binnenkomen of verlaten.

Motivering

Burgers en reizigers die geïnformeerd willen worden over hun verplichtingen, moeten op een door de Commissie beheerde website informatie over de controles inzake liquide middelen, alsook een lijst van bevoegde autoriteiten kunnen vinden.

Amendement    91

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 17 bis

 

Voorlichtingscampagnes

 

Bij de inwerkingtreding van deze verordening organiseert de Commissie samen met de lidstaten en de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming een campagne om EU-burgers, burgers van derde landen en rechtspersonen te informeren over de doelstellingen van deze verordening, de verplichtingen krachtens de artikelen 3 en 4, de opgeslagen gegevens, de lijst van bevoegde autoriteiten, de mogelijkheid van tijdelijke inbewaringneming krachtens artikel 7, de overeenkomstig artikel 13 vastgestelde sancties en het recht op een doeltreffende voorziening in rechte. De Commissie en de lidstaten herhalen die campagnes op regelmatige basis. De lidstaten werken de nodige beleidslijnen uit en voeren die uit, om hun burgers en inwoners over deze verordening te informeren. De lidstaten zorgen ervoor dat er voldoende financiële middelen beschikbaar worden gesteld voor een dergelijk voorlichtingsbeleid.

Motivering

Om burgers en reizigers te informeren over de verplichting om liquide middelen aan te geven bij het oversteken van grenzen, waardoor die verplichting effectiever wordt, moet de Commissie voorlichtingscampagnes organiseren over deze verordening.

Amendement    92

Voorstel voor een verordening

Artikel 18 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Vijf jaar na de inwerkingtreding van deze verordening en vervolgens om de vijf jaar dient de Commissie bij het Europees Parlement en de Raad een verslag in over de uitvoering ervan.

Drie jaar na de inwerkingtreding van deze verordening en vervolgens om de drie jaar dient de Commissie, op basis van de regelmatig van de lidstaten ontvangen informatie, bij het Europees Parlement en de Raad een verslag in over de uitvoering ervan. In dat verslag wordt met name beoordeeld of in het toepassingsgebied van deze verordening andere activa moeten worden opgenomen, of de kennisgevingsprocedure voor onbegeleide liquide middelen voldoet, en of de drempel voor onbegeleide liquide middelen moet worden herzien.

Amendement    93

Voorstel voor een verordening

Artikel 20 – alinea 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 5, lid 4 bis, en artikel 15, letters a), b), d) en e) zijn van kracht met ingang van ... [datum van inwerkingtreding van deze verordening].

Amendement    94

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – titel 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Verhandelbare instrumenten aan toonder, commodity's die worden gebruikt als zeer liquide waardedrager, en prepaidkaarten die worden aangemerkt als liquide middelen in overeenstemming met artikel 2, lid 1, onder a), ii), iii) en iv)

Verhandelbare instrumenten aan toonder, commodity's die worden gebruikt als zeer liquide waardedrager, en anonieme prepaidkaarten die worden aangemerkt als liquide middelen in overeenstemming met artikel 2, lid 1, onder a), ii), iii) en iv)

Amendement    95

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – punt 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De volgende prepaidkaarten worden aangemerkt als liquide middelen in overeenstemming met artikel 2, lid 1, onder a), iv):

3.  De volgende anonieme prepaidkaarten worden aangemerkt als liquide middelen in overeenstemming met artikel 2, lid 1, onder a), iv):

(1)

  PB C 246 van 28.7.2017, blz. 22.


TOELICHTING

I. – Achtergrond van het voorstel

In verband met de bestrijding van terrorisme en georganiseerde misdaad moeten er op Europees niveau maatregelen worden genomen om de financiering van deze criminele activiteiten een halt toe te roepen en een einde te maken aan het misbruik door criminelen van verschillende nationale regels met betrekking tot de controle van liquide middelen. De controle op liquide middelen die de EU binnenkomen of verlaten, moet op Europees niveau worden aangepakt – niet alleen om de goede werking van de eengemaakte markt te waarborgen, maar ook om de burgers en bedrijven in de Unie te beschermen.

Douanediensten vervullen een prominente rol bij het verwezenlijken van dit doel, omdat zij belast zijn met de controle op personenvervoer en het buitengrensoverschrijdende vervoer van zendingen. Nationale douanediensten moeten nauwer gaan samenwerken om te voorkomen dat criminelen controles op liquide middelen aan de buitengrenzen van de EU omzeilen.

Op 21 december 2016 heeft de Europese Commissie een pakket maatregelen vastgesteld ter aanvulling en versterking van het EU-rechtskader op het gebied van witwassen van geld, illegaal verkeer van liquide middelen en het bevriezen en in beslag nemen van activa. Deze voorstellen houden verband met de toezeggingen die zijn gedaan in het actieplan tegen terrorismefinanciering van februari 2016.

Als een van die maatregelen stelt de Europese Commissie een verbetering voor van de bestaande verordening uit 2005 betreffende de controle van liquide middelen die de Unie binnenkomen of verlaten. De rechtsgrond voor dit voorstel wordt gevormd door artikel 114 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, waarin het beginsel is vastgelegd van de onderlinge aanpassing van de nationale bepalingen van de lidstaten die zich de instelling en goede werking van de interne markt ten doel hebben gesteld, en artikel 33, dat voorziet in de nauwere douanesamenwerking tussen de lidstaten onderling en tussen de lidstaten en de Commissie.

De door de Commissie voorgestelde wijzigingen zijn gericht op strengere controles op personen die de EU binnenkomen of verlaten en 10 000 EUR of meer aan liquide middelen of edele commodity's bij zich dragen of op het versturen hiervan via postpakketten of vrachtzendingen. Deze wijzigingen maken het voor de autoriteiten ook mogelijk, als er een vermoeden van criminele activiteiten bestaat, in te grijpen bij bedragen die onder de aangiftedrempel van 10 000 EUR liggen en de uitwisseling van gegevens tussen de autoriteiten en de lidstaten te verbeteren.

Het voorstel verruimt met name de definitie van "liquide middelen" naar goud en andere kostbare commodity's, alsmede prepaidkaarten die niet aan een financiële rekening zijn gekoppeld en die nu niet onder de standaard douaneaangifte vallen. Ook de kwestie van onbegeleide liquide middelen is in het voorstel opgenomen.

Het voorstel biedt de bevoegde autoriteiten ook de mogelijkheid liquide middelen tijdelijk vast te houden bij ontdekking van verkeer van bedragen die de drempel niet overschrijden en die verband lijken te houden met illegale activiteiten, wat op grond van de bestaande verordening niet mogelijk is.

Ten slotte heeft het voorstel tot doel een uniforme toepassing van de controles te waarborgen door middel van de uitvoering van aan de Commissie toegekende bevoegdheden met betrekking tot criteria voor risicobeheer, regels voor informatie-uitwisseling, communicatiemodellen en het systeem voor gegevensuitwisseling, alsmede informatieverstrekking door de lidstaten aan de Commissie.

II – Standpunten van de rapporteurs

De rapporteurs zijn ingenomen met het algemene doel van het voorstel om de huidige verordening bij te werken en te verbeteren. Uit recente gebeurtenissen is gebleken dat mensen die geld witwassen en terrorisme financieren erin geslaagd zijn om de Europese regels voor controle van liquide middelen te omzeilen.

De voornaamste door de rapporteurs voorgestelde wijzigingen zijn erop gericht de verordening nog verder te versterken door verduidelijking van enkele belangrijke bepalingen, met name de definitie van en het onderscheid tussen "begeleide liquide middelen" en "onbegeleide liquide middelen", alsmede het aanwijzen van de verantwoordelijke voor de aangifte van begeleide liquide middelen. Die laatste is gedefinieerd als een natuurlijk persoon die de Unie binnenkomt of verlaat en liquide middelen persoonlijk bij zich draagt dan wel meevoert in zijn bagage of in het vervoermiddel waarmee hij de buitengrens overschrijdt, ongeacht het verband tussen die persoon en de liquide middelen (eigenaar of beoogde ontvanger).

Om het onderzoek van de bevoegde autoriteiten te vergemakkelijken en een duidelijke identificatie van de betrokken personen te waarborgen, zijn bovendien de gegevens die in een aangifte moeten worden opgenomen uitgebreid en gespecificeerd voor natuurlijke en rechtspersonen.

Ter verduidelijking van het begrip "risicobeheer" zijn er verwijzingen toegevoegd naar de bestaande definitie in Verordening (EU) nr. 952/2013 en de bepaling over de ontwikkelingen op het gebied van "risicobeheer" die is opgenomen in Richtlijn (EU) 2015/849. Omwille van de efficiëntie achten de rapporteurs het van belang artikel 290 VWEU in plaats van artikel 291 VWEU toe te passen, en die wijziging wordt in het ontwerpverslag voorgesteld.

De rapporteurs zijn ervan overtuigd dat de verwezenlijking van het doel van dit voorstel een harmonisatie inhoudt op Europees niveau van de uitvoering van controles door de nationale bevoegde autoriteiten, evenals een onderlinge aanpassing van nationale sancties wegens niet-naleving. De Commissie moet maatregelen nemen ter waarborging van de uniforme toepassing van controles door de bevoegde autoriteiten, en de lidstaten moeten rekening houden met de rechtspraak van het Europees Hof van Justitie en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens met betrekking tot douanesancties, die op het evenredigheidsbeginsel gebaseerd moeten zijn.

Een van de belangrijkste verbeteringen in de verordening heeft betrekking op de gegevensuitwisseling. De rapporteurs zouden op dit punt liever snelle actie zien en stellen voor, na raadpleging van deskundigen op dit gebied, direct het IT-gegevensuitwisselings­systeem CIS+ in te zetten dat door alle lidstaten moet worden gebruikt. Dit systeem is gemakkelijk en efficiënt in het gebruik en om misdaden zo efficiënt mogelijk te voorkomen, stellen de rapporteurs ook voor dat de lidstaten de gegevens uiterlijk 3 werkdagen na de datum waarop ze zijn verzameld moeten verstrekken, in plaats van binnen een maand, zoals de verordening nu voorschrijft.

De rapporteurs stellen ook voor een Europese financiële-inlichtingeneenheid in het leven te roepen ter verbetering van de samenwerking op het gebied van de coördinatie van de opsporingsautoriteiten, waardoor de door de nationale eenheden verzamelde gegevens onmiddellijk kunnen worden overgedragen. Gezien het dynamische en veranderlijke karakter van de kwesties die in deze verordening aan bod komen, hebben de rapporteurs ook een sterke evaluatieclausule voorgesteld, op grond waarvan de verordening regelmatig – om de drie jaar – kan worden bijgewerkt, zodat de technische capaciteiten en ontwikkeling van de fraudeurs kunnen worden bijgehouden.

Ten slotte zijn de rapporteurs het eens met de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming, die verheugd is over het vaststellen van een maximale bewaartermijn voor de door de bevoegde autoriteiten en de financiële-inlichtingeneenheden opgeslagen persoonsgegevens.


PROCEDURE VAN DE BEVOEGDE COMMISSIE

Titel

Controle van liquide middelen die de Unie binnenkomen of verlaten

Document- en procedurenummers

COM(2016)0825 – C8-0001/2017 – 2016/0413(COD)

Datum indiening bij EP

22.12.2016

 

 

 

Bevoegde commissies

       Datum bekendmaking

ECON

19.1.2017

LIBE

19.1.2017

 

 

Adviserende commissies

       Datum bekendmaking

JURI

19.1.2017

 

 

 

Geen advies

       Datum besluit

JURI

25.1.2017

 

 

 

Rapporteurs

       Datum benoeming

Mady Delvaux

29.6.2017

Juan Fernando López Aguilar

29.6.2017

 

 

Artikel 55 – Gezamenlijke commissieprocedure

       Datum bekendmaking

       

       

6.7.2017

Behandeling in de commissie

21.11.2017

 

 

 

Datum goedkeuring

4.12.2017

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

55

3

4

Bij de eindstemming aanwezige leden

Asim Ademov, Jan Philipp Albrecht, Martina Anderson, Gerolf Annemans, Hugues Bayet, Monika Beňová, Pervenche Berès, David Coburn, Thierry Cornillet, Agustín Díaz de Mera García Consuegra, Jonás Fernández, Kinga Gál, Sven Giegold, Brian Hayes, Petr Ježek, Barbara Kudrycka, Cécile Kashetu Kyenge, Georgios Kyrtsos, Werner Langen, Juan Fernando López Aguilar, Olle Ludvigsson, Ivana Maletić, Gabriel Mato, Costas Mavrides, Roberta Metsola, Claude Moraes, Caroline Nagtegaal, Luděk Niedermayer, Sirpa Pietikäinen, Dariusz Rosati, Anne Sander, Judith Sargentini, Martin Schirdewan, Molly Scott Cato, Pedro Silva Pereira, Peter Simon, Birgit Sippel, Helga Stevens, Paul Tang, Traian Ungureanu, Marco Valli, Tom Vandenkendelaere, Marie-Christine Vergiat, Miguel Viegas, Josef Weidenholzer, Kristina Winberg, Auke Zijlstra

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Pál Csáky, Bas Eickhout, Ramón Jáuregui Atondo, Teresa Jiménez-Becerril Barrio, Sylvia-Yvonne Kaufmann, Jan Keller, Luigi Morgano, Salvatore Domenico Pogliese, Emil Radev, Barbara Spinelli, Joachim Starbatty, Romana Tomc, Daniele Viotti, Lieve Wierinck

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Zbigniew Kuźmiuk

Datum indiening

8.12.2017


HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

55

+

ALDE

Thierry Cornillet, Petr Ježek, Caroline Nagtegaal, Lieve Wierinck

EFDD

Kristina Winberg

GUE/NGL

Martina Anderson, Martin Schirdewan, Barbara Spinelli, Marie-Christine Vergiat, Miguel Viegas

PPE

Asim Ademov, Pál Csáky, Agustín Díaz de Mera García Consuegra, Kinga Gál, Brian Hayes, Teresa Jiménez-Becerril Barrio, Barbara Kudrycka, Georgios Kyrtsos, Werner Langen, Ivana Maletić, Gabriel Mato, Roberta Metsola, Luděk Niedermayer, Sirpa Pietikäinen, Salvatore Domenico Pogliese, Emil Radev, Dariusz Rosati, Anne Sander, Romana Tomc, Traian Ungureanu, Tom Vandenkendelaere

S&D

Hugues Bayet, Monika Beňová, Pervenche Berès, Jonás Fernández, Ramón Jáuregui Atondo, Sylvia-Yvonne Kaufmann, Jan Keller, Cécile Kashetu Kyenge, Juan Fernando López Aguilar, Olle Ludvigsson, Costas Mavrides, Claude Moraes, Luigi Morgano, Pedro Silva Pereira, Peter Simon, Birgit Sippel, Paul Tang, Daniele Viotti, Josef Weidenholzer

VERTS/ALE

Jan Philipp Albrecht, Bas Eickhout, Sven Giegold, Judith Sargentini, Molly Scott Cato

3

-

EFDD

David Coburn

ENF

Gerolf Annemans, Auke Zijlstra

4

0

ECR

Zbigniew Kuźmiuk, Joachim Starbatty, Helga Stevens

EFDD

Marco Valli

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding

Juridische mededeling