VERSLAG     ***I
PDF 483kWORD 90k
8.12.2017
PE 606.190v02-00 A8-0396/2017

over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de handhaving van Richtlijn 2006/123/EG betreffende diensten op de interne markt, tot vaststelling van een kennisgevingsprocedure voor vergunningstelsels en vereisten met betrekking tot diensten en tot wijziging van Richtlijn 2006/123/EG en Verordening (EU) nr. 1024/2012 betreffende administratieve samenwerking via het Informatiesysteem interne markt

(COM(2016)0821 – C8-0011/2017 – 2016/0398(COD))

Commissie interne markt en consumentenbescherming

Rapporteur: Sergio Gutiérrez Prieto

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 PROCEDURE VAN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE
 HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de handhaving van Richtlijn 2006/123/EG betreffende diensten op de interne markt, tot vaststelling van een kennisgevingsprocedure voor vergunningstelsels en vereisten met betrekking tot diensten en tot wijziging van Richtlijn 2006/123/EG en Verordening (EU) nr. 1024/2012 betreffende administratieve samenwerking via het Informatiesysteem interne markt

(COM(2016)0821 – C8-0011/2017 – 2016/0398(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2016)0821),

–  gezien artikel 294, lid 2, en de artikelen 53, lid 1, 62, en 114 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C8-0011/2017),

–  gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de gemotiveerde adviezen die in het kader van protocol nr. 2 betreffende de toepassing van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid zijn uitgebracht door de Duitse Bondsdag en de Duitse Bondsraad, en de Franse Nationale Assemblée en de Franse Senaat, en waarin wordt gesteld dat het ontwerp van wetgevingshandeling niet strookt met het subsidiariteitsbeginsel,

–  gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 31 mei 2017(1),

–  gezien artikel 59 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie interne markt en consumentenbescherming (A8-0396/2017),

1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.  verzoekt de Commissie om hernieuwde voorlegging aan het Parlement indien zij haar voorstel vervangt, ingrijpend wijzigt of voornemens is het ingrijpend te wijzigen;

3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

Amendement    1

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(6)  De doeltreffende handhaving van regels betreffende de interne dienstenmarkt geformuleerd in Richtlijn 2006/123/EG moet worden vergroot door verbetering van de bestaande kennisgevingsprocedure, ingesteld door die richtlijn, met betrekking tot nationale vergunningstelsels en bepaalde vereisten inzake de toegang tot en de uitoefening van niet in loondienst verrichte werkzaamheden. Het moet eenvoudiger worden om te voorkomen dat nationale bepalingen worden vastgesteld die vereisten en vergunningstelsels instellen die in strijd zouden zijn met Richtlijn 2006/123/EG. Deze richtlijn doet geen afbreuk aan de bevoegdheden van de Commissie uit hoofde van de Verdragen en de verplichting van lidstaten om de bepalingen van het Unierecht na te leven.

(6)  De doeltreffende handhaving van regels betreffende de interne dienstenmarkt geformuleerd in Richtlijn 2006/123/EG moet worden vergroot door verbetering van de bestaande kennisgevingsprocedure, ingesteld door die richtlijn, met betrekking tot nationale vergunningstelsels en bepaalde vereisten inzake de toegang tot en de uitoefening van niet in loondienst verrichte werkzaamheden. De dialoog tussen de Commissie en de lidstaten dient te worden vergemakkelijkt om te voorkomen dat nationale bepalingen worden vastgesteld die vereisten en vergunningstelsels instellen die in strijd zouden zijn met Richtlijn 2006/123/EG en tot een versnippering van de interne markt zouden leiden, en om het aantal nieuwe inbreukprocedures tot een minimum te beperken. Deze richtlijn doet geen afbreuk aan de bevoegdheden die uit hoofde van de Verdragen aan de Commissie en het Hof van Justitie zijn toegekend, noch aan de daaruit voortvloeiende rechten en verplichtingen van de lidstaten.

Amendement    2

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(7)  De in deze richtlijn opgestelde kennisgevingsverplichting moet van toepassing zijn op regelgevingsmaatregelen van lidstaten, zoals algemene wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen of elke andere bindende algemene regel, met inbegrip van regels die zijn vastgesteld door beroepsorganisaties voor het collectief reguleren van de toegang tot of de uitoefening van dienstenactiviteiten. Aan de andere kant moet de kennisgevingsverplichting echter niet van toepassing zijn op door nationale autoriteiten genomen individuele besluiten.

(7)  De in deze richtlijn opgestelde kennisgevingsverplichting moet van toepassing zijn op regelgevingsmaatregelen van lidstaten, zoals algemene wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen of elke andere bindende algemene regel, met inbegrip van regels die zijn vastgesteld door beroepsorganisaties of -verenigingen voor het collectief reguleren van de toegang tot of de uitoefening van dienstenactiviteiten.

Amendement    3

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 7 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(7 bis)  De in deze richtlijn opgestelde kennisgevingsverplichting dient niet van toepassing te zijn op besluiten die gericht zijn tot een specifieke dienstverrichter en op ontwerpregels die zijn vastgelegd in collectieve arbeidsovereenkomsten waarover door de sociale partners is onderhandeld en die niet als vereisten in de zin van deze richtlijn worden beschouwd. Daarnaast dient deze verplichting niet van toepassing te zijn op maatregelen tot intrekking van vergunningstelsels of vereisten en op maatregelen ter uitvoering van bindende handelingen van de Unie, wanneer die handelingen nauwkeurige bepalingen bevatten die moeten worden uitgevoerd en wanneer er geen ruimte is voor een uiteenlopende omzetting en uitvoering van die handelingen door de lidstaten.

Amendement    4

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 7 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(7 ter)  Om het voor de lidstaten gemakkelijker te maken de in deze richtlijn vastgestelde kennisgevingsverplichting na te leven, moet de Commissie richtsnoeren verstrekken betreffende de praktische aspecten van de kennisgevingsprocedure, in het bijzonder voor gemeentelijke en lokale autoriteiten. Om ervoor te zorgen dat de kennisgevingsverplichting van deze autoriteiten evenredig is, dienen ontwerpmaatregelen waarmee uitvoering wordt gegeven aan vergunningstelsels of vereisten die reeds aan de Commissie zijn gemeld en op nationaal niveau door de betrokken lidstaat zijn vastgesteld, en die de inhoud van die gemelde stelsels of vereisten niet wijzigen, niet onder de kennisgevingsplicht te vallen.

Amendement    5

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 7 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(7 quater)  Indien de nationale of regionale parlementen van de lidstaten overeenkomstig hun nationale procedure ontwerpmaatregelen amenderen of wijzigen waarvoor al een kennisgevingsprocedure loopt, dient voor deze amendementen of wijzigingen niet de verplichting tot voorafgaande kennisgeving te gelden. De betrokken lidstaat dient dergelijke wijzigingen evenwel onverwijld en uiterlijk twee weken na vaststelling ervan ter kennisgeving bij de Commissie aan te melden.

Amendement    6

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 8

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(8)  De verplichting voor lidstaten om de in artikel 4 van deze richtlijn bedoelde ontwerpmaatregelen betreffende vergunningstelsels of vereisten, ten minste drie maanden voordat zij worden vastgesteld, ter kennisgeving aan te melden, is bedoeld om ervoor te zorgen dat de nog vast te stellen maatregelen in overeenstemming zijn met Richtlijn 2006/123/EG. Om de kennisgevingsprocedure doeltreffend te maken, dient de raadpleging met betrekking tot de ter kennisgeving aangemelde maatregelen plaats te vinden geruime tijd voordat zij worden vastgesteld. Dit is de aangewezen manier om een goede en transparante samenwerking tussen de Commissie en de lidstaten te bevorderen en voor de verdere ontwikkeling van de uitwisseling tussen de Commissie en nationale autoriteiten betreffende nieuwe of gewijzigde vergunningstelsels en bepaalde vereisten die vallen onder Richtlijn 2006/123/EG, overeenkomstig artikel 4, lid 3, van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU). Om ervoor te zorgen dat de procedure doeltreffend is, dient een schending van de kennisgevingsplicht of de plicht van het vaststellen van een ter kennisgeving aangemelde maatregel af te zien, ook tijdens de periode na ontvangst van een waarschuwing, te worden beschouwd als een zeer ernstige procedurele fout ten aanzien van de gevolgen ervan voor personen.

(8)  De verplichting voor lidstaten om de in artikel 4 van deze richtlijn bedoelde ontwerpmaatregelen betreffende vergunningstelsels of vereisten, voordat zij worden vastgesteld, ter kennisgeving aan te melden, is bedoeld om ervoor te zorgen dat de nog vast te stellen maatregelen in overeenstemming zijn met Richtlijn 2006/123/EG. Om de kennisgevingsprocedure doeltreffend te maken, dient de raadpleging met betrekking tot de ter kennisgeving aangemelde maatregelen plaats te vinden geruime tijd voordat zij worden vastgesteld. Dit is de aangewezen manier om een goede en transparante samenwerking tussen de Commissie en de lidstaten te bevorderen en voor de verdere ontwikkeling van de uitwisseling tussen de Commissie en nationale autoriteiten betreffende nieuwe of gewijzigde vergunningstelsels en bepaalde vereisten die vallen onder Richtlijn 2006/123/EG, overeenkomstig artikel 4, lid 3, van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU). Om ervoor te zorgen dat de procedure doeltreffend is, dient een schending van de kennisgevingsplicht of het niet binnen de in deze richtlijn gestelde termijnen kennis geven van een maatregel te worden beschouwd als een zeer ernstige procedurele fout ten aanzien van de gevolgen ervan voor personen.

Amendement    7

Voorstel voor een richtlijn

Recital 9

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(9)  In het kader van de transparante samenwerking, dient de kennisgevende lidstaat de Commissie, de andere lidstaten en belanghebbenden tijdig in kennis te stellen van substantiële wijzigingen die worden aangebracht aan een ontwerpmaatregel die is onderworpen aan een krachtens deze richtlijn lopende kennisgevingsprocedure. Wijzigingen bij loutere verschrijvingen aard hoeven niet te worden gemeld.

(9)  In het kader van de transparante samenwerking, dient de kennisgevende lidstaat de Commissie, de andere lidstaten en belanghebbenden tijdig in kennis te stellen van substantiële wijzigingen die worden aangebracht aan een ontwerpmaatregel die is onderworpen aan een krachtens deze richtlijn lopende kennisgevingsprocedure, en hun de mogelijkheid te bieden feedback te geven over die wijzigingen. De kennisgeving van substantiële wijzigingen mag niet leiden tot een significante wijziging van de voor de raadpleging bepaalde termijnen. In dergelijke gevallen dient de kennisgevende lidstaat die wijzigingen ten minste één maand voor de vaststelling ervan te melden. Wijzigingen bij loutere verschrijvingen hoeven niet te worden gemeld.

Amendement    8

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 10

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(10)  De door de kennisgevende lidstaat te verstrekken informatie moet voldoende zijn om de naleving van Richtlijn 2006/123/EG te kunnen beoordelen en dan met name, de evenredigheid van het aangekondigde vergunningstelsel of de aangekondigde vereiste. Dientengevolge, overeenkomstig de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ-EU), dient deze informatie de nagestreefde doelstelling van algemeen belang te verhelderen, uiteen te zetten waarom het aangekondigde vergunningstelsel of de aangekondigde vereiste noodzakelijk en gerechtvaardigd is voor het bereiken van deze doelstelling en uit te leggen waarom de wijze waarop dit gebeurt evenredig is; de informatie moet dus een uitleg bevatten over waarom de maatregel passend is, waarom hij niet verder gaat dan nodig is en waarom er geen alternatieve en minder beperkende middelen voorhanden zouden zijn. De redenen die door de betrokken lidstaat worden aangevoerd als rechtvaardiging moeten worden gestaafd met afdoende bewijs, en met een analyse van de evenredigheid van de aangekondigde maatregel.

(10)  De door de kennisgevende lidstaat te verstrekken informatie moet voldoende zijn om de naleving van Richtlijn 2006/123/EG te kunnen beoordelen en dan met name, de evenredigheid van het aangekondigde vergunningstelsel of de aangekondigde vereiste. Dientengevolge dient, overeenkomstig de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ-EU), deze informatie de nagestreefde doelstelling van algemeen belang te verhelderen, met een toelichting waaruit blijkt waarom het aangekondigde vergunningstelsel of de aangekondigde vereiste noodzakelijk en gerechtvaardigd is voor het bereiken van deze doelstelling en waarom het een evenredig middel is om die doelstelling te halen; Het aangekondigde vergunningstelsel of de aangekondigde vereiste moet dus voldoende uitleg bevatten over waarom de maatregel passend is, waarom hij niet verder gaat dan nodig is en waarom er geen alternatieve, minder beperkende middelen voorhanden zijn.

Amendement    9

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 10 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(10 bis)  In afwijking van de normale kennisgevingsprocedure moeten de lidstaten in uitzonderlijke gevallen snel kunnen optreden wanneer zich dringende kwesties voordoen met betrekking tot ernstige en onvoorspelbare omstandigheden in verband met het overheidsbeleid, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of de bescherming van het milieu. Deze uitzondering mag niet worden gebruikt om de uitvoering van de in deze richtlijn vastgelegde kennisgevingsprocedure te omzeilen. Daarom dienen de lidstaten alle op deze wijze vastgestelde maatregelen zonder onnodige vertraging en in elk geval uiterlijk op de dag waarop die dringende maatregelen zijn vastgesteld, bij de Commissie ter kennisgeving aan te melden, met opgave van de inhoud van de maatregelen en de redenen voor de urgente vaststelling.

Amendement    10

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 12

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(12)  De in Richtlijn 2006/123/EG geformuleerde kennisgevingsverplichting vereist van de lidstaten dat zij de Commissie en de andere lidstaten informeren omtrent vereisten die vallen onder artikel 15, lid 2, artikel 16, lid 1, derde alinea, en artikel 16, lid 3, eerste zin, van Richtlijn 2006/123/EG. Uit de toepassing van die richtlijn is gebleken dat vergunningstelsels of vereisten in verband met vergunningstelsels, beroepsaansprakelijkheidsverzekeringen, waarborgen of soortgelijke voorzieningen, evenals multidisciplinaire beperkingen, veel voorkomen en een belangrijke belemmering kunnen vormen voor de eengemaakte dienstenmarkt. Zij dienen bijgevolg eveneens te vallen onder een kennisgevingsverplichting om te bevorderen dat de ontwerpen van wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen van lidstaten in overeenstemming zijn met Richtlijn 2006/123/EG. De in artikel 16, lid 2, van Richtlijn 2006/123/EG genoemde vereisten vallen onder de kennisgevingsverplichting voor zover zij vallen onder artikel 16, lid 3.

(12)  De in Richtlijn 2006/123/EG geformuleerde kennisgevingsverplichting vereist van de lidstaten dat zij de Commissie en de andere lidstaten informeren omtrent vereisten die vallen onder artikel 15, lid 2, artikel 16, lid 1, derde alinea, en artikel 16, lid 3, eerste zin, van Richtlijn 2006/123/EG. Uit de toepassing van die richtlijn is gebleken dat vergunningstelsels of vereisten in verband met vergunningstelsels, beroepsaansprakelijkheidsverzekeringen, beroepsregels inzake commerciële communicatie, waarborgen of soortgelijke voorzieningen, evenals multidisciplinaire beperkingen, veel voorkomen en een belangrijke belemmering kunnen vormen voor de eengemaakte dienstenmarkt. Zij dienen bijgevolg eveneens te vallen onder een kennisgevingsverplichting om te bevorderen dat de ontwerpen van wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen van lidstaten in overeenstemming zijn met Richtlijn 2006/123/EG. De in artikel 16, lid 2, van Richtlijn 2006/123/EG genoemde vereisten vallen onder de kennisgevingsverplichting voor zover zij vallen onder artikel 16, lid 3.

Amendement    11

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 13

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(13)  Deze richtlijn voorziet in een raadplegingstermijn van drie maanden om de ter kennisgeving aangemelde ontwerpmaatregelen te kunnen beoordelen en een doeltreffende dialoog te kunnen voeren met de kennisgevende lidstaat. Om de raadpleging in de praktijk te laten slagen en ervoor te zorgen dat de lidstaten, de Commissie en belanghebbenden effectief opmerkingen kunnen maken, dienen lidstaten de ontwerpmaatregelen ten minste drie maanden voordat zij worden vastgesteld, ter kennisgeving aan te melden. Kennisgevende lidstaten moeten overeenkomstig het Unierecht rekening houden met de opmerkingen die zijn gemaakt betreffende de ter kennisgeving aangemelde ontwerpmaatregel.

(13)  Als algemene regel voorziet deze richtlijn in een raadplegingstermijn van drie maanden om de ter kennisgeving aangemelde ontwerpmaatregelen te kunnen beoordelen en een doeltreffende dialoog te kunnen voeren met de kennisgevende lidstaat. Om de raadpleging in de praktijk te laten slagen en ervoor te zorgen dat de lidstaten en de Commissie effectief op- en aanmerkingen kunnen maken, dienen lidstaten de ontwerpmaatregelen ten minste drie maanden voordat zij worden vastgesteld, ter kennisgeving aan te melden. Opmerkingen hebben betrekking op de verenigbaarheid van de aangekondigde maatregel met de bepalingen van Richtlijn 2006/123/EG, terwijl de lidstaten, de Commissie en belanghebbenden ook algemenere aanmerkingen kunnen delen om o.a. goede praktijken uit te wisselen en hun onderlinge samenwerking en globale informatie-uitwisseling te versterken. Wanneer de kennisgeving alleen wijzigingen in de reeds ter kennisgeving aangemelde ontwerpmaatregel betreft, dient voor een dergelijke kennisgeving een kortere raadplegingstermijn van één maand te gelden. Kennisgevende lidstaten moeten overeenkomstig het Unierecht rekening houden met de opmerkingen die zijn gemaakt betreffende de ter kennisgeving aangemelde ontwerpmaatregel of wijzigingen. Mocht de kennisgevende lidstaat besluiten de ter kennisgeving aangemelde ontwerpmaatregel niet aan te nemen, dan moet deze de kennisgeving ook te allen tijde kunnen intrekken.

Amendement    12

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 14

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(14)  Indien de Commissie na afloop van de raadpleging nog steeds twijfels heeft over de verenigbaarheid van de ter kennisgeving aangemelde ontwerpmaatregel met Richtlijn 2006/123/EG kan zij een waarschuwing geven aan de lidstaat en deze de gelegenheid geven de ontwerpmaatregel in overeenstemming te brengen met het EU-recht. Deze waarschuwing moet een toelichting bevatten van de juridische problemen die de Commissie heeft vastgesteld. De ontvangst van een dergelijke waarschuwing heeft tot gevolg dat de kennisgevende lidstaat de ter kennisgeving aangemelde maatregel niet mag vaststellen gedurende een periode van drie maanden.

(14)  Indien de Commissie na afloop van de raadpleging nog steeds twijfels heeft over de verenigbaarheid van de ter kennisgeving aangemelde ontwerpmaatregel met Richtlijn 2006/123/EG kan zij een waarschuwing geven aan de lidstaat en deze de gelegenheid geven een nadere toelichting te verstrekken of de ontwerpmaatregel in overeenstemming te brengen met het Unierecht. Deze waarschuwing moet een gedetailleerde toelichting bevatten van de juridische problemen die de Commissie of andere lidstaten hebben vastgesteld. De ontvangst van een dergelijke waarschuwing heeft tot gevolg dat de kennisgevende lidstaat de ter kennisgeving aangemelde ontwerpmaatregel niet mag vaststellen gedurende een periode van drie maanden.

Amendement    13

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 15

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(15)  Het niet naleven van de verplichting om ontwerpmaatregelen ten minste drie maanden voordat zij worden vastgesteld ter kennisgeving aan te melden en/of het niet afzien van het vaststellen van een ter kennisgeving aangemelde maatregel gedurende deze periode en, in voorkomende gevallen, gedurende de drie maanden volgend op de ontvangst van een waarschuwing, moet worden beschouwd als een ernstige procedurele fout ten aanzien van de gevolgen ervan voor personen.

(15)  Het niet naleven van de verplichting om ontwerpmaatregelen of wijzigingen in reeds ter kennisgeving aangemelde ontwerpmaatregelen of maatregelen die overeenkomstig deze richtlijn binnen de voorgeschreven termijn zijn vastgesteld, ter kennisgeving aan te melden, moet worden beschouwd als een ernstige procedurele fout ten aanzien van de gevolgen ervan voor personen.

Amendement    14

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 16

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(16)  Om de efficiëntie, doeltreffendheid en samenhang van de kennisgevingsprocedure te waarborgen, dient de Commissie de bevoegdheid te hebben besluiten vast te stellen die van de betrokken lidstaat vereisen dat deze afziet van de vaststelling van ter kennisgeving aangemelde maatregelen of, indien zij reeds zijn vastgesteld, deze in te trekken, daar waar zij in strijd zijn met Richtlijn 2006/123/EG.

(16)  Om de efficiëntie, doeltreffendheid en samenhang van de kennisgevingsprocedure te waarborgen, moet de Commissie ten aanzien van vergunningstelsels of vereisten die onder de werkingssfeer van artikel 4, onder a), c), d) en e) vallen, aanbevelingen kunnen aannemen waarin de betrokken lidstaat wordt verzocht de betrokken ter kennisgeving aangemelde maatregelen aan te passen, van vaststelling ervan af te zien of, indien zij reeds zijn vastgesteld, deze in te trekken, om tegemoet te komen aan de ernstige zorgen over de verenigbaarheid van dergelijke maatregelen met Richtlijn 2006/123/EG. Ten aanzien van vereisten die onder de werkingssfeer van artikel 4, onder b), vallen, dient de Commissie de bevoegdheid te hebben besluiten vast te stellen waarin de betrokken lidstaat wordt verzocht af te zien van de vaststelling van ter kennisgeving aangemelde maatregelen of, indien zij reeds zijn vastgesteld, deze in te trekken, daar waar zij in strijd zijn met Richtlijn 2006/123/EG. Overeenkomstig artikel 263 VWEU is het Hof van Justitie van de Europese Unie bevoegd de wettigheid van bepaalde door de Commissie vastgestelde handelingen te toetsen, o.a. op grond van door de lidstaten ingestelde beroepen. Overeenkomstig artikel 258 VWEU kan de Commissie als zij, na een lidstaat in de gelegenheid te hebben gesteld zijn opmerkingen te maken, een met redenen omkleed advies uitbrengt waarin zij stelt dat die lidstaat een krachtens de Verdragen op hem rustende verplichting niet is nagekomen, en als de lidstaat dit met redenen omkleed advies niet opvolgt, de zaak aanhangig maken bij het Hof van Justitie van de Europese Unie.

Amendement    15

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 17

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(17)  Belanghebbende derde partijen moeten toegang krijgen tot de door lidstaten ingezonden kennisgevingen, zodat zij op de hoogte zijn van geplande vergunningstelsels of bepaalde vereisten met betrekking tot diensten op markten waarop zij daadwerkelijk of mogelijk actief zijn en zij in staat gesteld worden om daaromtrent opmerkingen te maken.

(17)  Om de transparantie tussen de lidstaten en belanghebbende derde partijen te bevorderen, moeten belanghebbende derde partijen toegang krijgen tot de door lidstaten ingezonden kennisgevingen, zodat zij op de hoogte zijn van geplande dan wel ingevoerde vergunningstelsels of bepaalde vereisten met betrekking tot diensten op markten waarop zij daadwerkelijk of mogelijk actief zijn, en daaromtrent feedback kunnen geven. De Commissie moet ruime mogelijkheden bieden om binnen de raadplegingstermijn opmerkingen te maken over de kennisgevingen van de lidstaten, en moet, als zij dit nodig acht, de betrokken lidstaat op de hoogte stellen van de relevante feedback. De Commissie dient de feedback van belanghebbende derde partijen uitsluitend aan de betrokken lidstaat door te geven indien zij van mening is dat de feedback van inhoudelijke aard is en een belangrijke bijdrage zou leveren aan de beoordeling van de maatregel in kwestie door de lidstaat.

Amendement    16

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 – lid 2 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  "vaststelling": het besluit in een lidstaat dat de algemene wettelijke of bestuursrechtelijke bepaling definitief maakt volgens de toepasselijke procedure.

b)  "vaststelling": het besluit in een lidstaat dat de ontwerpmaatregel definitief maakt in overeenstemming met de toepasselijke procedure.

Amendement    17

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De lidstaten stellen de Commissie in kennis van alle, in artikel 4 bedoelde ontwerpmaatregelen die nieuwe vereisten of vergunningstelsels invoeren, of die dergelijke bestaande vereisten of vergunningstelsels wijzigen.

1.  De lidstaten stellen de Commissie in kennis van alle, in artikel 4 bedoelde ontwerpmaatregelen die nieuwe vereisten of vergunningstelsels invoeren, of die dergelijke bestaande vereisten of vergunningstelsels substantieel wijzigen.

Amendement    18

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – lid 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis.  In afwijking van lid 1 zijn de lidstaten niet verplicht de Commissie in kennis te stellen van:

 

a)  ontwerpmaatregelen die slechts bestaan uit de intrekking van vergunningstelsels of bestaande vereisen;

 

b)  ontwerpmaatregelen die uitvoering geven aan vergunningstelsels of vereisten waarvan al kennisgeving is gedaan aan de Commissie en die al op nationaal niveau in de betreffende lidstaat zijn vastgesteld, en die het toepassingsgebied of de inhoud niet wijzigen, noch de al ter kennisgeving aangemelde vergunningstelsels of vereisten beperkender maken met betrekking tot de vestiging of de grensoverschrijdende dienstverlening.

 

c)  ontwerpmaatregelen waarmee de lidstaten voldoen aan bindende Uniehandelingen die betrekking hebben op specifieke vereisten inzake de toegang tot of de uitoefening van een dienstenactiviteit, voor zover deze vereisten uitdrukkelijk vermeld worden en een uniforme omzetting daarvan op grond van de betrokken Uniehandelingen vereist is.

Amendement    19

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Indien een lidstaat een ter kennisgeving aangemelde ontwerpmaatregel wijzigt met als gevolg daarvan een aanzienlijke uitbreiding van het toepassingsgebied of de inhoud, een verkorting van het oorspronkelijke tijdschema voor de tenuitvoerlegging, een toevoeging van vereisten of vergunningstelsels, of het stringenter maken daarvan met betrekking tot de vestiging of de grensoverschrijdende dienstverlening, geeft de lidstaat opnieuw kennis van de eerder, op grond van lid 1 ter kennisgeving aangemelde, gewijzigde ontwerpmaatregel, met inbegrip van een uitleg betreffende het doel en de inhoud van de wijzigingen. In een dergelijk geval wordt de eerdere kennisgeving als ingetrokken beschouwd.

2.  Indien een lidstaat een ter kennisgeving aangemelde ontwerpmaatregel die het voorwerp is van een lopende kennisgevingsprocedure, substantieel wijzigt door het toepassingsgebied of de inhoud te veranderen, door het tijdschema voor de tenuitvoerlegging te verkorten of door vereisten of vergunningstelsels voor de vestiging of de grensoverschrijdende dienstverlening toe te voegen, wijzigt de lidstaat de oorspronkelijke kennisgeving van de ontwerpmaatregel en geeft hij aan de Commissie kennis van de wijzigingen in die ontwerpmaatregel, met inbegrip van een uitleg betreffende het doel en de inhoud daarvan.

Amendement    20

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  De lidstaten zijn niet verplicht de wijzigingen die het nationale of een regionaal parlement in een lidstaat aanbrengt in een ontwerpmaatregel die al het voorwerp is van een lopende kennisgevingsprocedure, ter kennisgeving aan te melden voordat zij worden vastgesteld. De betrokken lidstaat kan dergelijke maatregelen zoals gewijzigd vaststellen en meldt deze onverwijld en uiterlijk twee weken na vaststelling ervan ter kennisgeving bij de Commissie aan.

Amendement    21

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De Commissie wordt in kennis gesteld van de in leden 1 en 2 bedoelde ontwerpmaatregelen, ten minste drie maanden voordat zij worden vastgesteld.

3.  De in lid 1 bedoelde ontwerpmaatregelen worden ten minste drie maanden voordat zij worden vastgesteld bij de Commissie ter kennisgeving aangemeld.

 

De in lid 2 bedoelde wijzigingen worden ten minste één maand voordat zij worden vastgesteld bij de Commissie ter kennisgeving aangemeld.

Amendement    22

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – lid 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 bis.  De in lid 3 vermelde verplichting tot kennisgeving van een ontwerpmaatregel voorafgaande aan de vaststelling ervan is niet van toepassing wanneer een lidstaat zeer snel een dringende maatregel moet vaststellen wegens ernstige en onvoorspelbare omstandigheden in verband met het overheidsbeleid, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of de bescherming van het milieu. De betrokken lidstaat stelt de Commissie in kennis van de dringende maatregel, de inhoud van de maatregel en de redenen voor de urgente vaststelling. De lidstaat doet dit zonder onnodige vertraging en in elk geval uiterlijk op de dag waarop die dringende maatregel wordt vastgesteld.

 

Na ontvangst van de kennisgeving van de dringende maatregel gaat de Commissie na of het gebruik van de urgentieprocedure gezien de omstandigheden gerechtvaardigd was.

Amendement    23

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Het schenden van een van de in artikel 3, leden 1, 2 en 3, of in artikel 6, lid 2, vervatte verplichtingen, vormt een zeer ernstige procedurele fout ten aanzien van de gevolgen ervan voor personen.

4.  Het schenden van een van de in de leden 1, 1 bis, 2, 2 bis, 3 en 3 bis van dit artikel en in artikel 6, lid 2, vervatte verplichtingen, vormt een zeer ernstige procedurele fout ten aanzien van de gevolgen ervan voor personen.

Amendement    24

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – lid 5 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

In die informatie wordt de dwingende reden van het nagestreefde algemeen belang genoemd en het bevat de argumenten waarom het ter kennisgeving aangemelde vergunningstelsel of de ter kennisgeving aangemelde vereiste niet-discriminatoir is op grond van nationaliteit of verblijfplaats en waarom het evenredig is.

In die informatie wordt de dwingende reden van het nagestreefde algemeen belang genoemd en wordt uiteengezet waarom het ter kennisgeving aangemelde vergunningstelsel of de ter kennisgeving aangemelde vereiste niet-discriminatoir, noodzakelijk en evenredig is met betrekking tot de verwezenlijking van het nagestreefde doel.

Amendement    25

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – lid 5 – alinea 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Die informatie bevat een beoordeling waaruit blijkt dat geen minder beperkende middelen voorhanden zijn, evenals specifiek bewijs ter ondersteuning van de argumenten van de kennisgevende lidstaat.

Schrappen

Amendement    26

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 – lid 1 – letter e bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

e bis)  beroepsregels inzake commerciële communicatie, zoals bedoeld in artikel 24, lid 2, van Richtlijn 2006/123/EG.

Amendement    27

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 5 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Na ontvangst van de in artikel 3, leden 1 en 2, bedoelde kennisgeving van een lidstaat, informeert de Commissie de kennisgevende lidstaat over de volledigheid van de ontvangen kennisgeving.

Schrappen

Amendement    28

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 5 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Met ingang van de datum waarop de Commissie de kennisgevende lidstaat informeert over de volledigheid van de ontvangen kennisgeving, vindt er gedurende maximaal drie maanden een raadpleging plaats tussen de kennisgevende lidstaat, de andere lidstaten en de Commissie.

2.  Zodra kennisgeving is gedaan van de ontwerpmaatregel, vindt er gedurende maximaal drie maanden een raadpleging plaats tussen de kennisgevende lidstaat, de andere lidstaten en de Commissie. Die raadpleging begint op de dag waarop de Commissie de kennisgeving ontvangt.

Amendement    29

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 5 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De Commissie en de lidstaten kunnen gedurende een periode van twee maanden vanaf de aanvang van de in lid 2 genoemde raadplegingstermijn, opmerkingen indienen bij de kennisgevende lidstaat.

3.  De Commissie en de lidstaten kunnen gedurende een periode van twee maanden vanaf de aanvang van de in lid 2 genoemde raadplegingstermijn, opmerkingen betreffende de eventuele onverenigbaarheid van de ter kennisgeving aangemelde maatregel met Richtlijn 2006/123/EG of andere aanmerkingen indienen bij de kennisgevende lidstaat.

Amendement    30

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 5 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  De kennisgevende lidstaat beantwoordt de door de Commissie of andere lidstaten ingediende opmerkingen binnen een maand na ontvangst en voorafgaand aan de vaststelling van de ter kennisgeving aangemelde maatregel, ofwel door uit te leggen op welke wijze er bij de ter kennisgeving aangemelde maatregel rekening zal worden gehouden met de opmerkingen, of door aan te geven waarom er met de opmerkingen geen rekening kan worden gehouden.

4.  De kennisgevende lidstaat beantwoordt de door de Commissie of andere lidstaten ingediende opmerkingen binnen een maand na ontvangst, ofwel door uit te leggen op welke wijze er bij de ter kennisgeving aangemelde maatregel rekening zal worden gehouden met de opmerkingen, of door aan te geven waarom er met de opmerkingen geen rekening kan worden gehouden.

Amendement    31

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 5 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  Wanneer noch de Commissie noch de andere lidstaten binnen de in lid 3 genoemde termijn van twee maanden opmerkingen betreffende een ter kennisgeving aangemelde ontwerpmaatregel hebben ingediend, loopt de raadplegingstermijn onmiddellijk af.

5.  Wanneer noch de Commissie noch andere lidstaten binnen de in lid 3 genoemde termijn van twee maanden opmerkingen betreffende de ter kennisgeving aangemelde maatregel hebben ingediend en de kennisgevende lidstaat de oorspronkelijke kennisgeving niet heeft gewijzigd, loopt de raadplegingstermijn onmiddellijk af. Indien de kennisgeving overeenkomstig artikel 3, lid 3, eerste alinea, is gedaan, mag de kennisgevende lidstaat vervolgens overgaan tot vaststelling van de ontwerpmaatregel zonder dat die vaststelling een schending van dat artikel vormt.

Amendement    32

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 5 – lid 5 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

5 bis.  Voor een kennisgeving overeenkomstig artikel 3, lid 2, geldt een raadplegingstermijn van één maand te rekenen vanaf de datum van ontvangst van die kennisgeving. Gedurende die termijn kunnen de Commissie en de lidstaten opmerkingen betreffende de verenigbaarheid van de ter kennisgeving aangemelde ontwerpmaatregel met Richtlijn 2006/123/EG of andere aanmerkingen indienen.

Amendement    33

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 6 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Voorafgaand aan de sluiting van de in artikel 5, lid 2, genoemde raadplegingstermijn kan de Commissie de kennisgevende lidstaat waarschuwen wanneer zij twijfels heeft over de verenigbaarheid van de ter kennisgeving aangemelde ontwerpmaatregel met Richtlijn 2006/123/EG en de lidstaat erop attent maken dat zij de intentie heeft een in artikel 7 bedoeld besluit vast te stellen.

1.  Voorafgaand aan de sluiting van de in artikel 5, leden 2 en 5 bis, genoemde raadplegingstermijn kan de Commissie de kennisgevende lidstaat in een gedetailleerde toelichting waarschuwen wanneer zij twijfels heeft over de verenigbaarheid van de ter kennisgeving aangemelde ontwerpmaatregel met Richtlijn 2006/123/EG en de lidstaat erop attent maken dat zij de intentie heeft een aanbeveling of besluit zoals bedoeld in artikel 7 vast te stellen.

Amendement    34

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 6 – lid 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis.  De Commissie kan binnen drie maanden na de wijziging van de kennisgeving zoals bedoeld in artikel 3, lid 2 bis, een waarschuwing afgeven.

Amendement    35

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 6 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Na ontvangst van een dergelijke waarschuwing, stelt de kennisgevende lidstaat de ontwerpmaatregel niet vast gedurende drie maanden na de sluiting van de raadplegingstermijn.

2.  Na ontvangst van een waarschuwing overeenkomstig lid 1, stelt de kennisgevende lidstaat de ontwerpmaatregel niet vast gedurende drie maanden na de sluiting van de raadplegingstermijn. De ontvangst van een waarschuwing belet de lidstaat niet de desbetreffende wet, verordening of bestuursrechtelijke bepaling vast te stellen nadat de termijn van drie maanden is verstreken.

 

Binnen een maand na ontvangst van een waarschuwing overeenkomstig lid 1 of lid 1 bis verstrekt de kennisgevende lidstaat de Commissie een toelichting inzake de verenigbaarheid van de ter kennisgeving aangemelde maatregel met Richtlijn 2006/123/EG, of gaat hij over tot wijziging of intrekking van de betrokken maatregel om naleving van die richtlijn te waarborgen.

Amendement    36

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 7 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Indien de Commissie een waarschuwing heeft afgegeven overeenkomstig artikel 6, lid 1, kan zij, gedurende een periode van drie maanden na afloop van de sluitingsdatum van de in artikel 5, lid 2, bedoelde raadplegingstermijn, een besluit vaststellen waarin de ontwerpmaatregel onverenigbaar wordt bevonden met Richtlijn 2006/123/EG en waarin van de betrokken lidstaat wordt geëist dat deze afziet van de vaststelling van de ontwerpmaatregel of de vaststelling intrekt, in het geval een dergelijke maatregel is vastgesteld in strijd met artikel 3, lid 3, of artikel 6, lid 2.

Indien de Commissie overeenkomstig artikel 6, leden 1 en 1 bis, een waarschuwing heeft afgegeven ten aanzien van vereisten die binnen het toepassingsgebied van artikel 4, onder b), vallen en indien de Commissie nog altijd ernstige twijfels heeft over de overeenkomstig artikel 3, leden 1, 2, 2 bis en 3 bis, ter kennisgeving aangemelde maatregel, kan zij binnen een periode van drie maanden na de datum van die waarschuwing een besluit vaststellen waarin de betrokken lidstaat wordt verzocht van de vaststelling van de ter kennisgeving aangemelde maatregel af te zien of deze in te trekken.

 

Indien de Commissie overeenkomstig artikel 6, leden 1 en 1 bis, een waarschuwing heeft afgegeven ten aanzien van vergunningstelsels of vereisten die binnen het toepassingsgebied van artikel 4, onder a), c), d) en e), vallen, en indien de Commissie nog altijd ernstige twijfels heeft over de overeenkomstig artikel 3, leden 1, 2, 2 bis en 3 bis, ter kennisgeving aangemelde maatregel, kan zij binnen een periode van drie maanden na de datum van die waarschuwing een aanbeveling vaststellen waarin de betrokken lidstaat wordt verzocht van de vaststelling van de ter kennisgeving aangemelde maatregel af te zien of deze in te trekken.

Amendement    37

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 8 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De Commissie maakt de door de lidstaten krachtens artikel 3, leden 1 en 2, gedane kennisgevingen en de daarmee verband houdende vastgestelde maatregelen bekend op een speciale, openbaar toegankelijke website.

De Commissie maakt de door de lidstaten krachtens artikel 3, lid 1, gedane kennisgevingen en wijzigingen in oorspronkelijke kennisgevingen op grond van artikel 3, leden 2 en 2 bis, de overeenkomstig artikel 3, lid 3 bis vastgestelde dringende maatregelen, de daarmee verband houdende, overeenkomstig artikel 3, lid 7, vastgestelde maatregelen en de overeenkomstig artikel 7 vastgestelde aanbevelingen en besluiten bekend op een speciale, openbaar toegankelijke website.

 

De Commissie stelt de belanghebbenden in de gelegenheid langs elektronische weg feedback te geven over de bekendgemaakte kennisgevingen of de Commissie te waarschuwen over ontwerpmaatregelen of vastgestelde maatregelen waarvan niet overeenkomstig deze richtlijn kennis is gegeven. Na de ontvangst van dergelijke feedback of waarschuwingen van belanghebbenden stelt de Commissie de betrokken lidstaat daarvan onverwijld op de hoogte.

Amendement    38

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 9 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten wijzen een bevoegde instantie aan die op nationaal niveau verantwoordelijk is voor de uitvoering van de op grond van deze richtlijn ingestelde kennisgevingsprocedure.

De lidstaten delen de Commissie mee welke instantie op nationaal niveau verantwoordelijk is voor de uitvoering van de op grond van deze richtlijn ingestelde kennisgevingsprocedure. Die aanwijzing doet geen afbreuk aan de verdeling van de taken en bevoegdheden tussen de instanties binnen de nationale stelsels.

Amendement    39

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 11 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De Commissie dient uiterlijk op [36 maanden na de datum voor de omzetting van deze richtlijn] en vervolgens ten minste elke vijf jaar, een verslag over de toepassing van deze richtlijn in bij het Europees Parlement, de Raad en het Europees Economisch en Sociaal Comité.

1.  De Commissie dient uiterlijk op [36 maanden na de datum voor de omzetting van deze richtlijn] en vervolgens om de vijf jaar een verslag over de toepassing van deze richtlijn in bij het Europees Parlement, de Raad en het Europees Economisch en Sociaal Comité, met inbegrip van een beoordeling van oneigenlijk gebruik ter omzeiling van de toepassing van de bij deze richtlijn vastgestelde kennisgevingsprocedure.

(1)

  Nog niet in het Publicatieblad verschenen.


TOELICHTING

Inleiding

Op 10 januari 2017 heeft de Commissie het voorstel ingediend voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de handhaving van Richtlijn 2006/123/EG betreffende diensten op de interne markt, tot vaststelling van een kennisgevingsprocedure voor vergunningstelsels en vereisten met betrekking tot diensten. Dit voorstel is onderdeel van een reeks acties van de Commissie om de functionering van de interne markt voor diensten te verbeteren. Het is gericht op procedurele aspecten om de tenuitvoerlegging en handhaving van de in Richtlijn 2006/123/EG (de "dienstenrichtlijn") vastgelegde kennisgevingsverplichting te verbeteren.

Context en voorbereiding van het voorstel

De bestaande kennisgevingsprocedure voor vereisten voor de dienstverleners uit hoofde van de dienstenrichtlijn heeft niet voldoende bijgedragen aan de correcte en volledige tenuitvoerlegging van de richtlijn, aangezien zij niet in de praktijk is gebracht. Dit leidt tot kosten voor zowel consumenten als bedrijven als gevolg van de gefragmenteerde interne markt voor diensten, alsook tot hoge administratieve kosten inzake inbreuken voor nationale overheden en de Commissie wanneer zij actie onderneemt (40 % van de inbreukgevallen vloeit voort uit nieuw vastgestelde nationale regelgeving die niet in overeenstemming is met de dienstenrichtlijn).

Het voorstel wordt ondersteund door een effectbeoordeling, op grond waarvan de Commissie concludeert dat, aangezien de doelstellingen met de huidige kennisgevingsprocedure niet worden verwezenlijkt, EU-maatregelen nodig zijn om de geconstateerde tekortkomingen aan te pakken en de kennisgevingsprocedure op te vormen tot een effectief en efficiënt instrument voor een betere toepassing van de bestaande dienstenrichtlijn.

Het doel van de richtlijn is ervoor te zorgen dat nationale regels ter invoering van vergunningstelsels of bepaalde vereisten die binnen het toepassingsgebied van de dienstenrichtlijn vallen, aan de dienstenrichtlijn voldoen, en inbreuken te voorkomen.

Derhalve zijn de doelstellingen van dit voorstel het vergroten van de efficiëntie van de kennisgevingsprocedure, het verbeteren van de kwaliteit en de inhoud van de ingediende kennisgevingen, het uitbreiden van het toepassingsgebied tot aanvullende vereisten waarvan uit de toepassing van de dienstenrichtlijn is gebleken dat deze een belangrijke barrière kunnen vormen voor de interne dienstenmarkt en het verduidelijken van de juridische gevolgen van niet-naleving. Het uiteindelijke resultaat zou een betere tenuitvoerlegging en handhaving van de huidige dienstenrichtlijn zijn.

Algemene opmerkingen

De rapporteur is verheugd over het voorstel en beschouwt het als onderdeel van het dienstenpakket. Het versterkt procedurele stappen van de kennisgevingsverplichting, verduidelijkt procedures en beoogt meer transparantie te bewerkstelligen teneinde de tenuitvoerlegging van de dienstenrichtlijn te verbeteren.

1. Kennisgevingsverplichting

Aangezien het voorstel voortbouwt op de in de dienstenrichtlijn vastgelegde kennisgevingsverplichting, voorziet het in een specifieke verplichting voor de lidstaten om kennis te geven van ontwerpmaatregelen, inclusief ontwerpmaatregelen die gedurende de behandeling ervan door nationale parlementen zijn gewijzigd, alsook van de bijbehorende informatie. Het specificeert eveneens de gevolgen van het niet nakomen van de kennisgevingsverplichtingen. Om de kennisgevingsprocedure efficiënter en doeltreffend te maken worden strikte termijnen vastgesteld. De rapporteur acht het noodzakelijk de wetgevende bevoegdheden van de lidstaten, en in het bijzonder de procedures van de nationale parlementen, veilig te stellen, en stelt in dit verband wijzigingen voor.

Bovendien zou de kennisgevingsprocedure, indien zij in absolute termen zou worden toegepast, extra administratieve lasten opleveren die wellicht niet in verhouding staan tot de nagestreefde doelstellingen, met name waar het gemeentelijke en lokale overheden betreft. Om te zorgen voor een evenredige procedure voor deze autoriteiten, dienen ontwerpmaatregelen ter uitvoering van vergunningsstelsels of vereisten waarvan reeds kennisgeving aan de Commissie is gedaan en die reeds op nationaal niveau door de desbetreffende lidstaat zijn goedgekeurd niet onder de kennisgevingsvereisten te vallen.

2. Nationale parlementen

De voorgestelde richtlijn voorziet voorts in een raadplegingsprocedure van drie maanden tussen de kennisgevende lidstaat, andere lidstaten en de Commissie, waarbij opmerkingen kunnen worden gemaakt aangaande de maatregelen waarvan kennisgeving is gedaan. Indien de Commissie haar zorgen uit ("waarschuwing") over de verenigbaarheid van de ter kennisgeving aangemelde ontwerpmaatregel met de dienstenrichtlijn, mag de kennisgevende lidstaat de desbetreffende maatregel niet vaststellen gedurende een periode van drie maanden na afloop van de genoemde raadplegingsprocedure. De Commissie kan in dit geval haar besluit bekend maken en er is voorzien in relevante bepalingen die onder meer de parlementaire wijzigingen bestrijken. De rapporteur is van mening dat, hoewel de in de dienstenrichtlijn vastgelegde bevoegdheid van de Commissie om een besluit vast te stellen, moet worden gehandhaafd, de nationale parlementen het recht om de desbetreffende maatregel vast te stellen niet mag worden ontnomen. Dit nieuwe element van het voorstel van de Commissie moet daarom worden geschrapt en er moet alleen worden voorzien in acties achteraf.

Conclusies

De rapporteur is van mening dat dit voorstel zal leiden tot een betere toepassing van de in de dienstenrichtlijn vastgestelde kennisgevingsverplichting, de transparantie zal vergroten en de dialoog tussen de lidstaten en de Commissie zal versterken, en aldus de tenuitvoerlegging van deze richtlijn zal verbeteren.

De rapporteur is eveneens van mening dat de aangescherpte benadering van de Commissie ten aanzien van kennisgevingen in bepaalde gevallen zou kunnen leiden tot inmenging in de nationale wetgevingsbevoegdheden en tot administratieve lasten voor nationale overheden, in het bijzonder lokale en gemeentelijke autoriteiten. In dit verband acht de rapporteur het noodzakelijk o een aantal wijzigingen door te voeren, teneinde te zorgen voor een betere kennisgevingsprocedure waarin rekening wordt gehouden met de geuite zorgen.


PROCEDURE VAN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

Titel

Handhaving van Richtlijn 2006/123/EG betreffende diensten op de interne markt, tot vaststelling van een kennisgevingsprocedure voor vergunningstelsels en vereisten met betrekking tot diensten en tot wijziging van Richtlijn 2006/123/EG en Verordening (EU) nr. 1024/2012 betreffende administratieve samenwerking via het Informatiesysteem interne markt

Document- en procedurenummers

COM(2016)0821 – C8-0011/2017 – 2016/0398(COD)

Datum indiening bij EP

12.1.2017

 

 

 

Commissie ten principale

       Datum bekendmaking

IMCO

19.1.2017

 

 

 

Medeadviserende commissies

       Datum bekendmaking

CONT

19.1.2017

ECON

19.1.2017

EMPL

19.1.2017

ENVI

19.1.2017

 

ITRE

19.1.2017

CULT

19.1.2017

JURI

19.1.2017

LIBE

19.1.2017

 

PETI

19.1.2017

 

 

 

Geen advies

       Datum besluit

CONT

24.1.2017

ECON

21.3.2017

EMPL

9.2.2017

ENVI

31.1.2017

 

ITRE

28.2.2017

CULT

23.1.2017

JURI

22.3.2017

LIBE

13.2.2017

 

PETI

28.2.2017

 

 

 

Rapporteurs

       Datum benoeming

Sergio Gutiérrez Prieto

25.1.2017

 

 

 

Behandeling in de commissie

8.6.2017

12.7.2017

28.9.2017

11.10.2017

Datum goedkeuring

4.12.2017

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

30

7

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Pascal Arimont, Dita Charanzová, Sergio Gaetano Cofferati, Lara Comi, Daniel Dalton, Nicola Danti, Dennis de Jong, Pascal Durand, Evelyne Gebhardt, Sergio Gutiérrez Prieto, Robert Jarosław Iwaszkiewicz, Liisa Jaakonsaari, Antonio López-Istúriz White, Nosheena Mobarik, Jiří Pospíšil, Virginie Rozière, Christel Schaldemose, Andreas Schwab, Olga Sehnalová, Jasenko Selimovic, Igor Šoltes, Ivan Štefanec, Catherine Stihler, Róża Gräfin von Thun und Hohenstein, Mylène Troszczynski, Anneleen Van Bossuyt, Marco Zullo

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Biljana Borzan, Birgit Collin-Langen, Kaja Kallas, Roberta Metsola, Lambert van Nistelrooij, Sabine Verheyen

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Jonathan Bullock, Rupert Matthews, Bogdan Brunon Wenta, Flavio Zanonato

Datum indiening

8.12.2017


HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

30

+

ALDE

Dita Charanzová, Kaja Kallas, Jasenko Selimovic

ECR

Daniel Dalton, Rupert Matthews, Nosheena Mobarik, Anneleen Van Bossuyt

PPE

Pascal Arimont, Birgit Collin-Langen, Lara Comi, Antonio López-Istúriz White, Roberta Metsola, Jiří Pospíšil, Andreas Schwab, Róża Gräfin von Thun und Hohenstein, Sabine Verheyen, Bogdan Brunon Wenta, Lambert van Nistelrooij, Ivan Štefanec

S&D

Biljana Borzan, Sergio Gaetano Cofferati, Nicola Danti, Evelyne Gebhardt, Sergio Gutiérrez Prieto, Liisa Jaakonsaari, Virginie Rozière, Christel Schaldemose, Olga Sehnalová, Catherine Stihler, Flavio Zanonato

7

-

EFDD

Jonathan Bullock, Robert Jarosław Iwaszkiewicz, Marco Zullo

ENF

Mylène Troszczynski

GUE/NGL

Dennis de Jong

Verts/ALE

Pascal Durand, Igor Šoltes

0

0

 

 

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding

Juridische mededeling