Procedure : 2017/2199(IMM)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0398/2017

Ingediende teksten :

A8-0398/2017

Debatten :

Stemmingen :

PV 12/12/2017 - 5.6

Aangenomen teksten :

P8_TA(2017)0479

VERSLAG     
PDF 278kWORD 58k
8.12.2017
PE 613.657v02-00 A8-0398/2017

over het verzoek om verdediging van de voorrechten en immuniteiten van Eleonora Forenza

(2017/2199(IMM))

Commissie juridische zaken

Rapporteur: Gilles Lebreton

ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 INFORMATIE OVER DE GOEDKEURINGIN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het verzoek om verdediging van de voorrechten en immuniteiten van Eleonora Forenza

(2017/2199(IMM))

Het Europees Parlement,

–  gezien het verzoek van Gabriele Zimmer van 20 juli 2017, ter plenaire vergadering medegedeeld op 11 september 2017, met het oog op de verdediging van de voorrechten en immuniteiten van Eleonora Forenza in verband met een incident waarvan zij het slachtoffer is geworden bij een demonstratie die plaatsvond in het kader van de G20‑top in Hamburg op 8 juli 2017,

–  na Eleonora Forenza te hebben gehoord, overeenkomstig artikel 9, lid 6, van zijn Reglement,

–  gezien de artikelen 8 en 9 van Protocol nr. 7 betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie, en artikel 6, lid 2, van de Akte van 20 september 1976 betreffende de verkiezing van de leden van het Europees Parlement door middel van rechtstreekse algemene verkiezingen,

–  gezien de arresten van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 12 mei 1964, 10 juli 1986, 15 en 21 oktober 2008, 19 maart 2010, 6 september 2011 en 17 januari 2013(1),

–  gezien artikel 5, lid 2, en de artikelen 7 en 9 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie juridische zaken (A8‑0398/2017),

A.  overwegende dat Gabriele Zimmer, lid van het Europees Parlement en voorzitter van de GUE/NGL-Fractie, op grond van de artikelen 8 en 9 van Protocol nr. 7, heeft verzocht om de verdediging van de parlementaire immuniteit van Eleonora Forenza, lid van dezelfde groep, die gefouilleerd en vervolgens in detentie geplaatst is door de Duitse politie samen met een groep andere activisten tijdens een demonstratie die plaatsvond in het kader van de G20‑top in Hamburg op 8 juli 2017; dat de fouillering en de aanhouding hebben plaatsgevonden na de genoemde demonstratie, terwijl mevrouw Forenza en haar groep op weg waren om samen te gaan lunchen;

B.  overwegende dat het Parlement over een ruime discretionaire bevoegdheid beschikt met betrekking tot de richting die het wil geven aan een besluit op een verzoek van een lid om verdediging van de immuniteit(2);

C.  overwegende dat de artikelen 8 en 9 van Protocol nr. 7 betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie elkaar uitsluiten(3); dat de zaak in kwestie geen betrekking heeft op een mening die door een lid van het Europees Parlement is geuit, maar veeleer op gedrag dat een verondersteld gevaar voor de openbare orde heeft opgeleverd (vermoedelijke betrokkenheid bij rellen); dat derhalve artikel 9 van Protocol nr. 7 van toepassing is;

D.  overwegende dat artikel 9 van Protocol nr. 7 betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie bepaalt dat de leden van het Europees Parlement op hun eigen grondgebied de immuniteiten genieten welke aan de leden van de volksvertegenwoordiging in hun land zijn verleend en op het grondgebied van elke andere lidstaat, vrijstelling van aanhouding en gerechtelijke vervolging in welke vorm ook; dat mevrouw Forenza, Italiaans lid van het Europees Parlement dat zich in Duitsland bevond, derhalve onder deze vrijstelling valt;

E.  overwegende dat, volgens het verzoek om verdediging van de immuniteit, mevrouw Forenza al in een vroeg stadium de Duitse politie heeft medegedeeld dat zij lid was van het Europees Parlement; dat zij onmiddellijk de documenten heeft getoond die haar status bevestigen; dat zij er zelfs in is geslaagd om de Italiaanse consul in Hamburg in contact te brengen met de politiefunctionaris die aan de operaties leiding gaf;

F.  overwegende dat de Duitse politie mevrouw Forenzo, ondanks haar status van lid van het Europees Parlement, toch aan een grondige fouillering heeft onderworpen om haar vervolgens meer dan vier uur in detentie te plaatsen;

G.  overwegende de Duitse politie, gezien hetgeen vooraf is gegaan, bewust was van het feit dat zij een lid van het Europees Parlement arresteerde; dat dit een schending betreft van de bepalingen van Protocol nr. 7 betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie, met name artikel 9, eerste alinea, onder b);

H.  overwegende dat, gezien de omstandigheden van het geval, het evident is dat mevrouw Forenza niet op heterdaad betrapt is, en de uitzondering vermeld in artikel 9, derde alinea, van Protocol nr. 7 betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie niet van toepassing is en mevrouw Forenza volledig recht heeft op parlementaire immuniteit;

1.  besluit de voorrechten en immuniteiten van Eleonora Forenza te verdedigen;

2.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en het verslag van zijn bevoegde commissie onmiddellijk te doen toekomen aan de bevoegde autoriteit van de Bondsrepubliek Duitsland en aan Eleonora Forenza.

(1)

Arrest van het Hof van Justitie van 12 mei 1964, Wagner/Fohrmann en Krier, 101/63, ECLI:EU:C:1964:28; arrest van het Hof van Justitie van 10 juli 1986, Wybot/Faure e.a., 149/85, ECLI:EU:C:1986:310; arrest van het Gerecht van 15 oktober 2008, Mote/Parlement, T‑345/05, ECLI:EU:T:2008:440; arrest van het Hof van Justitie van 21 oktober 2008, Marra/De Gregorio en Clemente, C‑200/07 en C‑201/07, ECLI:EU:C:2008:579; arrest van het Gerecht van 19 maart 2010, Gollnisch/Parlement, T‑42/06, ECLI:EU:T:2010:102; arrest van het Hof van Justitie van 6 september 2011, Patriciello, C‑163/10, ECLI:EU:C:2011:543; arrest van het Gerecht van 17 januari 2013, Gollnisch/Parlement, T‑346/11 en T‑347/11, ECLI:EU:T:2013:23.

(2)

Zaak T‑42/06, Gollnisch/Parlement (reeds aangehaald), punt 101.

(3)

Gevoegde zaken C‑200/07 en C‑201/07, Marra/De Gregorio en Clemente, reeds aangehaald, punt 45.


TOELICHTING

1.  Context

Tijdens de plenaire vergadering van 11 september 2017 deelde de Voorzitter overeenkomstig artikel 9, lid 1, van het Reglement mede, dat hij een verzoek heeft ontvangen van mevrouw Gabriele Zimmer, voorzitter van de GUE/NGL-Fractie, om de parlementaire immuniteit van mevrouw Eleonora Forenza, lid van het Europees Parlement, te verdedigen in verband met een incident waarvan zij het slachtoffer is geworden bij een demonstratie die plaatsvond in het kader van de G20‑top in Hamburg op 8 juli 2017(1).

Overeenkomstig artikel 9, lid 1, van het Reglement heeft de Voorzitter dit verzoek doorverwezen naar de Commissie juridische zaken.

Het betreffende verzoek om verdediging van de immuniteiten omvat een kort verslag van het incident dat mevrouw Forenza aan mevrouw Zimmer op 10 juli 2017 heeft doen toekomen. Een samenvatting van dat verslag luidt als volgt:

"Op 8 juli ben ik rond 16 uur door de politie in de Ludwig Ehrard Strasse in Hamburg aangehouden toen ik de Holstenwall overstak samen met mijn geaccrediteerde parlementaire medewerker (...) en dertien andere activisten uit Italië. De demonstratie was net afgelopen en we waren op weg om samen te lunchen. Ik zou de aandacht willen vestigen op het feit dat we op dat moment rustig wandelden.

In de Ludwig Ehrard Strasse vroeg de politie ons om onze identiteitsdocumenten. Terwijl wij deze terstond aan de agenten overlegden, werden wij, mijn groep en ik, plots door een groep van vijfentwintig tot dertig politieagenten omsingeld en tegen de muur gedrukt.

Ik heb meteen laten weten dat ik lid van het Europees Parlement ben en aan de politie mijn badge van het Parlement, alsook mijn laissez passer getoond. De politieagenten lachten me in mijn gezicht uit terwijl zij al mijn documenten, mijn badge en mijn laissez passer innamen. Ik heb de documenten teruggekregen toen het detentiecentrum (Gefangenensammelstelle) mij rond 20 uur vrijliet.

Toen ik om de redenen van deze behandeling vroeg verklaarde de politie dat zij van de inlichtingendiensten informatie had ontvangen dat veel Italianen naar Hamburg zouden komen om aan rellen deel te nemen. Ik ben dus, in weerwil van mijn status van lid van het Europees Parlement, beschouwd als een gevaarlijk persoon alleen maar omdat ik me in een groep verplaatste en Italiaans sprak. Aldus is mijn detentie en de aanhouding van personen in mijn gezelschap gemotiveerd.

Ik heb meer dan een half uur op de hoek van deze straat doorgebracht, omringd door agenten. Ik ben ook aan een grondige fouillering onderworpen: mijn lichaam, mijn tassen en mijn persoonlijke bezittingen zijn onderzocht. Iedereen rond mij heeft hetzelfde onderzoek moeten ondergaan, zonder resultaat aangezien er niets werd gevonden dat zou kunnen worden gebruikt voor het plegen van geweld, zelfs geen stuk stof dat gebruikt had kunnen worden om onze gezichten te verhullen. Na het lichamelijk onderzoek kon ik de Italiaanse consul in Hamburg bellen en hem doorverbinden met de enige politieagent die Engels sprak en de operaties leek te leiden. Dit telefoongesprek heeft echter niets opgeleverd. Mij werd vervolgens verklaard dat ik aangehouden werd samen met veertien andere activisten, zonder enige nadere uitleg over de gronden voor de detentie van een lid van het Europees Parlement.

Na te zijn aangehouden, zijn we in twee politiebusjes overgebracht en gedurende ongeveer drie uur in een cel opgesloten met vier andere personen, in een zeer kleine ruimte en zonder enige mogelijkheid om te communiceren of gebruik te maken van rechtsbijstand. Hierna zijn we overgebracht naar een detentiecentrum in Hamburg, nog steeds aangehouden. (...) Het is pas vele uren na te zijn aangehouden dat ik rond 20 uur ben vrijgelaten nadat mijn status was erkend. (...)

De veertien andere personen van mijn groep zijn in cellen opgesloten (...).

Zelfs na mijn vrijlating heeft men mij meermaals gedreigd het detentiecentrum uit te zetten als ik bleef weigeren het gebouw te verlaten. Daardoor ben ik de facto belemmerd in de uitoefening van mijn inspectiebevoegdheden als lid van het Europees Parlement. Ook mocht ik mijn mobiele telefoon niet opladen en kon ik geen bijstand en informatie inwinnen bij het juridisch team.

Ik heb het detentiecentrum pas op 9 juli om 18 uur verlaten, terwijl de meeste andere gedetineerde Italianen van mijn groep zonder aanklacht zijn vrijgelaten en zonder dat zij een document met de reden van aanhouding hebben meegekregen.

Dezelfde avond nog heeft men mij een Twitterbericht van de Hamburgse politie getoond waaruit bleek dat deze trots was op mijn aanhouding, een lid van het Europees Parlement."

Op 24 juli 2017 heeft mevrouw Zimmer een verzoek d.d. 20 juli 2017 ingediend om verdediging van de immuniteit van mevrouw Forenza, op grond van de artikelen 8 en 9 van Protocol nr. 7 en de artikelen 7 en 9 van het Reglement.

Op 21 november 2017 heeft de Commissie juridische zaken mevrouw Forenza gehoord, overeenkomstig artikel 9, lid 6, van het Reglement.

2.  Het recht en de procedures inzake de immuniteit van leden van het Europees Parlement

De artikelen 8 en 9 van Protocol nr. 7 betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie luiden:

Artikel 8

Tegen de leden van het Europees Parlement kan geen opsporing plaatsvinden, noch kunnen zij worden aangehouden of vervolgd op grond van de mening of de stem, die zij in de uitoefening van hun ambt hebben uitgebracht.

Artikel 9

Tijdens de zittingsduur van het Europees Parlement genieten de leden:

(a) op hun eigen grondgebied, de immuniteiten welke aan de leden van de volksvertegenwoordiging in hun land zijn verleend,

(b) op het grondgebied van elke andere lidstaat, vrijstelling van aanhouding en gerechtelijke vervolging in welke vorm ook.

De immuniteit beschermt hen eveneens, wanneer zij zich naar de plaats van de bijeenkomst van het Europees Parlement begeven of daarvan terugkeren.

Op deze immuniteit kan geen beroep worden gedaan in geval van ontdekking op heterdaad, terwijl zij evenmin kan verhinderen dat het Europees Parlement het recht uitoefent de immuniteit van een van zijn leden op te heffen.

De artikelen 5, 7 en 9 van het Reglement van het Europees Parlement luiden:

Artikel 5: Voorrechten en immuniteiten

1.  De leden genieten de voorrechten en immuniteiten bedoeld in Protocol nr. 7 betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie.

2.  Bij de uitoefening van zijn bevoegdheden met betrekking tot voorrechten en immuniteiten zet het Parlement zich in voor de handhaving van zijn integriteit als democratische wetgevende vergadering en de waarborging van de onafhankelijkheid van zijn leden bij de uitvoering van hun taken. De parlementaire immuniteit is geen persoonlijk voorrecht van de leden, maar een garantie voor de onafhankelijkheid van het Parlement als geheel en van zijn leden.

Artikel 7: Verdediging van de voorrechten en van de immuniteit

1.  Wanneer wordt gesteld dat de voorrechten en de immuniteit van een lid of een voormalig lid door de autoriteiten van een lidstaat zijn of dreigen te worden geschonden, kan overeenkomstig artikel 9, lid 1, worden verzocht om een besluit van het Parlement over de vraag of er een schending van deze voorrechten en immuniteiten heeft plaatsgevonden of waarschijnlijk zal plaatsvinden.

2.  Een dergelijk verzoek om verdediging van de voorrechten en van de immuniteit kan met name worden ingediend wanneer wordt geoordeeld dat de omstandigheden zouden neerkomen op een bestuursrechtelijke of andersoortige beperking van de bewegingsvrijheid van de leden op hun reizen naar en van de plaats van bijeenkomst van het Parlement dan wel op een bestuursrechtelijke of andersoortige beperking van een mening die is geuit of een stem die is uitgebracht tijdens de uitoefening van hun taken, of dat de omstandigheden binnen het toepassingsgebied van artikel 9 van Protocol nr. 7 betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie zouden vallen.

3.  Een verzoek om verdediging van de voorrechten en van de immuniteit van een lid is niet ontvankelijk wanneer reeds een verzoek om opheffing of verdediging van de immuniteit van dat lid in verband met dezelfde feiten is ontvangen, ongeacht of dat eerdere verzoek tot een beslissing heeft geleid.

Artikel 9: Immuniteitsprocedures

1.  Elk tot de Voorzitter gericht verzoek door een daartoe bevoegde autoriteit van een lidstaat om de immuniteit van een lid op te heffen, of door een lid of een voormalig lid om de voorrechten en immuniteiten te verdedigen, wordt ter plenaire vergadering meegedeeld en verwezen naar de bevoegde commissie.

2.  Met instemming van het betrokken lid of voormalig lid kan het verzoek worden gedaan door een ander lid, die het betrokken lid of voormalig lid in alle fasen van de procedure vertegenwoordigt.

Het lid dat het betrokken lid of voormalig lid vertegenwoordigt, wordt niet betrokken bij de door de commissie genomen besluiten.

3.  De commissie behandelt de verzoeken om opheffing van de immuniteit of om verdediging van de voorrechten en immuniteiten onverwijld en met inachtneming van de relatieve complexiteit ervan.

4.  De commissie stelt een met redenen omkleed ontwerpbesluit op waarin wordt aanbevolen het verzoek om opheffing van de immuniteit of om verdediging van de voorrechten en immuniteit in te willigen dan wel af te wijzen. Amendementen daarop zijn niet ontvankelijk. Bij verwerping van een ontwerpbesluit wordt het tegengestelde besluit geacht te zijn aangenomen.

5.  De commissie kan de betrokken autoriteit om informatie of opheldering verzoeken die zij noodzakelijk acht om zich een oordeel te vormen over de vraag of de immuniteit moet worden opgeheven dan wel verdedigd.

6.  Het betrokken lid krijgt de gelegenheid te worden gehoord en kan alle documenten of andere schriftelijke bewijsstukken overleggen die dat lid relevant acht.

Behalve bij de hoorzitting zelf is het betrokken lid niet aanwezig bij de debatten over het verzoek om opheffing of verdediging van zijn immuniteit.

De commissievoorzitter nodigt het betrokken lid uit om te worden gehoord op een nader aangegeven datum en tijdstip. Het betrokken lid kan afstand doen van zijn recht om te worden gehoord.

Verschijnt het betrokken lid niet op de hoorzitting conform de uitnodiging, dan wordt hij geacht afstand te hebben gedaan van zijn recht om te worden gehoord, tenzij hij onder opgave van redenen verzoekt te worden verschoond van verschijning op de hoorzitting op de voorgestelde datum en tijd. De commissievoorzitter beslist of een dergelijk verschoningsverzoek in het licht van de opgegeven redenen wordt ingewilligd. Het betrokken lid kan geen beroep instellen tegen deze beslissing.

Indien de commissievoorzitter het verschoningsverzoek inwilligt, dan nodigt hij het betrokken lid uit om te worden gehoord op een nieuwe datum en een nieuw tijdstip. Gaat het betrokken lid niet in op de tweede uitnodiging om te worden gehoord, dan wordt de procedure voortgezet zonder dat het lid wordt gehoord. Er kunnen dan geen nieuwe verzoeken om verschoning of om te worden gehoord meer worden aanvaard.

7.  Indien het verzoek om opheffing of verdediging van de immuniteit op verscheidene punten van beschuldiging berust, kan elk van deze punten in een apart besluit worden behandeld. Het verslag van de commissie kan bij wijze van uitzondering het voorstel bevatten dat de opheffing of verdediging van de immuniteit uitsluitend betrekking heeft op de strafrechtelijke vervolging, zonder dat het lid, zolang geen definitieve beslissing is gewezen, kan worden aangehouden of gevangengenomen of tegen hem enige andere maatregel kan worden genomen die in de weg staat aan de uitoefening van zijn mandaat.

3.  Motivering van het voorgestelde besluit

Algemeen

In haar verzoek doet mevrouw Zimmer beroep op de artikelen 8 en 9 van Protocol nr. 7 betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie.

Deze twee artikelen sluiten elkaar echter uit. Artikel 9 van het Protocol is enkel van toepassing op gerechtelijke procedures met betrekking tot strafbare feiten anders dan die vanwege een mening of een stem die is uitgebracht. Artikel 8 van het Protocol is uitsluitend op laatstgenoemde procedures van toepassing(2). Aangezien het hier niet gaat om door een lid van het Europees Parlement naar voren gebrachte standpunten maar om gedrag met een verondersteld gevaar voor de openbare orde (vermoedelijke betrokkenheid bij rellen), spreekt het voor zich dat uitsluitend artikel 9 van het Protocol van toepassing is.

Zoals het Gerecht heeft uitgelegd heeft artikel 9 van het Protocol tot doel "de onafhankelijkheid van de leden van het Parlement te verzekeren door te verhinderen dat tijdens de zittingsduur van het Parlement druk, in de vorm van bedreiging met aanhouding of gerechtelijke vervolging, op hen kan worden uitgeoefend"(3).

Indien de toepassing van nationale bepalingen als gevolg van artikel 9, lid 1, onder a), tot een grote verscheidenheid aan regels leidt, of zelfs een ongelijke behandeling tussen de leden(4), stelt letter b) van dezelfde bepaling een echte supranationale regeling vast voor de leden die zich in een ander land bevinden dan het hunne. Ongeacht hun nationaliteit en de betrokken lidstaat, genieten leden van het Parlement derhalve vrijstelling van aanhouding en gerechtelijke vervolging in welke vorm ook.

De bepaling in kwestie is net zo categorisch geformuleerd als artikel 8 van het Protocol tot vaststelling van de zogenoemde absolute immuniteit. Hieruit volgt dat voor de toepassing van de immuniteit overeenkomstig artikel 9, alinea 1, onder b), van het Protocol dezelfde aanpak kan worden gevolgd als het Hof van Justitie heeft voorgesteld ter bepaling van de draagwijdte van de in artikel 8 bedoelde absolute immuniteit, dat wil zeggen dat zij enkel wordt vastgesteld op basis van het recht van de Europese Unie(5). Naar analogie van artikel 8 laat artikel 9, eerste alinea, onder b), derhalve de verwijzing naar eventuele nationale bepalingen niet toe.

Wat de interne procedure van het Europese Parlement betreft kunnen de leden overeenkomstig de artikelen 7 en 9 van het Reglement verzoeken indienen om hun immuniteit te verdedigen in het kader van artikel 9. Zoals het Gerecht duidelijk heeft bevestigd beschikt het Parlement over een ruime discretionaire bevoegdheid met betrekking tot de richting die het wil geven aan een besluit op een verzoek van een lid om verdediging van de immuniteit in het kader van artikel 9 van het Protocol(6).

Toepasselijkheid van artikel 9, eerste alinea, onder b), van het Protocol in het geval van mevrouw Forenza.

In dit verband is de Commissie juridische zaken van mening dat uit de feiten in deze zaak, zoals die naar voren komen uit het verzoek van mevrouw Zimmer en de hoorzitting van mevrouw Forenza, blijkt dat de Duitse politie laatstgenoemde aan een lichamelijk onderzoek heeft onderworpen en vervolgens gedetineerd met volledige kennis van haar status van lid van het Europees Parlement.

Aangezien mevrouw Forenza zich in een andere lidstaat dan de hare bevond voldeed haar geval aan alle voorwaarden om de immuniteit overeenkomstig artikel 9, alinea 1, onder b), van het Protocol op haar van toepassing te doen zijn. Hieruit volgt dat de Duitse politie door mevrouw Forenza te fouilleren en te arresteren welbewust de voorrechten en immuniteiten heeft geschonden die zij geniet.

In het licht van het bovenstaande blijkt de fouillering en aanhouding van mevrouw Forenza door de Duitse politie onrechtmatig.

Ten slotte, gezien de omstandigheden van het geval, is het evident dat mevrouw Forenza niet op heterdaad betrapt is, en dat de uitzondering vermeld in artikel 9, derde alinea, van Protocol nr. 7 betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie, hier niet van toepassing is en mevrouw Forenza volledig recht kan doen gelden op parlementaire immuniteit, zoals bedoeld in artikel 9, eerste alinea, onder b).

4.  Conclusie

Na de argumenten vóór en tegen de verdediging van de immuniteit van mevrouw Forenza overeenkomstig artikel 9, lid 3, van het Reglement te hebben onderzocht, beveelt de Commissie juridische zaken het Europees Parlement aan de voorrechten en immuniteiten van Eleonora Forenza te verdedigen.

(1)

Overeenkomstig artikel 9, lid 2, van het Reglement, kan met instemming van het betrokken lid of voormalig lid het verzoek tot verdediging worden gedaan door een ander lid, die het betrokken lid of voormalig lid in alle fasen van de procedure vertegenwoordigt.

(2)

Gevoegde zaken C‑200/07 en C‑201/07, Marra/De Gregorio en Clemente, reeds aangehaald, punt 45.

(3)

Arrest Mote, reeds aangehaald, punt 50, met verwijzing naar de beschikking van het Gerecht in de zaak Rothley e.a./Parlement, T‑17/00 R, ECLI:EU:T:2000:119, punt 90.

(4)

In bepaalde landen beschikken de leden over geen enkele vorm van immuniteit. Dit is bijvoorbeeld het geval in het Verenigd Koninkrijk: zie het eerste verslag van de gemengde commissie over de parlementaire onschendbaarheid, 9 april 1999, HC 214‑I 1998‑99, punt 242: "Indien een parlementslid wordt beschuldigd van een strafbaar feit, is opheffing van de immuniteit niet noodzakelijk. Indien een lid wordt gevangengezet en niet aanwezig kan zijn in de Kamer, worden beide Kamers daarvan slechts in kennis te worden gesteld."

(5)

Gevoegde zaken C‑200/07 en C‑201/07, Marra/De Gregorio en Clemente, reeds aangehaald, punt 26.

(6)

Arrest Gollnisch, reeds aangehaald, punt 101.


INFORMATIE OVER DE GOEDKEURINGIN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

7.12.2017

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

9

0

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Marie-Christine Boutonnet, Jean-Marie Cavada, Gilles Lebreton, Evelyn Regner, Pavel Svoboda, Axel Voss, Tadeusz Zwiefka

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Maria Arena, Anne-Marie Mineur, Pier Antonio Panzeri

Juridische mededeling