Procedure : 2016/0414(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0405/2017

Ingediende teksten :

A8-0405/2017

Debatten :

PV 11/09/2018 - 22
CRE 11/09/2018 - 22

Stemmingen :

PV 12/09/2018 - 6.6

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0339

VERSLAG     ***I
PDF 885kWORD 157k
20.12.2017
PE 609.515v02-00 A8-0405/2017

over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake de strafrechtelijke bestrijding van het witwassen van geld

(COM(2016)0826 – C8-0534/2016 – 2016/0414(COD))

Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken

Rapporteur: Ignazio Corrao

AMENDEMENTEN
ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 ADVIES van de Commissie ontwikkelingssamenwerking
 ADVIES van de Commissie economische en monetaire zaken
 ADVIES van de Commissie juridische zaken
 PROCEDURE VAN DE BEVOEGDE COMMISSIE
 HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake de strafrechtelijke bestrijding van het witwassen van geld

(COM2016/0826 – C8-0534/2016 – 2016/0414(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2016)0826),

–  gezien artikel 294, lid 2, en artikel 83, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C8-0534/2016),

–  gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de bijdragen die de Tsjechische Kamer van Afgevaardigden, de Tsjechische Senaat en het Spaanse parlement hebben ingediend over het ontwerp van wetgevingshandeling,

–  gezien artikel 59 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken en de adviezen van de Commissie ontwikkelingssamenwerking, de Commissie economische en monetaire zaken en de Commissie juridische zaken (A8‑0405/2017),

1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.  verzoekt de Commissie om hernieuwde voorlegging aan het Parlement indien zij haar voorstel vervangt, ingrijpend wijzigt of voornemens is het ingrijpend te wijzigen;

3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

Amendement    1

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1)  Het witwassen van geld en de daarmee verband houdende financiering van terrorisme en georganiseerde misdaad blijven aanzienlijke problemen op het niveau van de Unie, waardoor afbreuk wordt gedaan aan de integriteit, de stabiliteit en de reputatie van de financiële sector en de interne veiligheid, en de interne markt van de Unie worden bedreigd. Om deze problemen aan te pakken en tevens de toepassing van Richtlijn 2015/849/EU1 kracht bij te zetten, beoogt deze richtlijn het witwassen van geld aan te pakken door middel van het strafrecht, zodat een betere grensoverschrijdende samenwerking tussen de bevoegde autoriteiten mogelijk wordt.

1)  Het witwassen van geld en de daarmee verband houdende financiering van terrorisme en georganiseerde misdaad blijven aanzienlijke problemen op het niveau van de Unie, waardoor afbreuk wordt gedaan aan de integriteit, de stabiliteit en de reputatie van de financiële sector, en de interne veiligheid en de interne markt van de Unie, de openbare veiligheid en de individuele veiligheid van burgers van de Unie worden bedreigd. Om deze toenemende problemen aan te pakken en de toepassing van Richtlijn (EU) 2015/8491 van het Europees Parlement en de Raad aan te vullen en kracht bij te zetten, beoogt deze richtlijn het witwassen van geld aan te pakken door middel van het strafrecht, zodat een efficiëntere en soepelere grensoverschrijdende samenwerking tussen de bevoegde autoriteiten van de lidstaten en de Unie en met de bevoegde agentschappen van de Unie mogelijk wordt, hetgeen de uitwisseling van informatie zal verbeteren en het mogelijk zal maken personen die aanzetten tot terrorisme, te identificeren.

_________________

_________________

1 Richtlijn (EU) 2015/849 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 2005/60/EG van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn 2006/70/EG van de Commissie (PB L 141 van 5.6.2015, blz. 73).

1 Richtlijn (EU) 2015/849 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 2005/60/EG van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn 2006/70/EG van de Commissie (PB L 141 van 5.6.2015, blz. 73).

Amendement    2

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2)  Maatregelen die uitsluitend op nationaal niveau of zelfs op het niveau van de Unie worden getroffen zonder internationale coördinatie en samenwerking, zouden een zeer beperkte uitwerking hebben. De door de Unie inzake de bestrijding van witwassen vastgestelde maatregelen dienen derhalve verenigbaar te zijn met en minstens even streng te zijn als andere in internationale gremia ondernomen acties.

2)  Maatregelen die uitsluitend op nationaal niveau of zelfs op het niveau van de Unie worden getroffen zonder internationale coördinatie en samenwerking, hebben een zeer beperkte uitwerking. Het huidige wetgevingskader van de Unie is noch volledig, noch voldoende coherent om volledig doeltreffend te zijn. De lidstaten hebben witwassen van geld weliswaar strafbaar gesteld, maar er zijn aanzienlijke onderlinge verschillen wat betreft de definitie van witwassen, de vraag wat een basisdelict is en de zwaarte van de straffen. De verschillen tussen de nationale rechtskaders kunnen worden misbruikt door criminelen en terroristen, die ervoor kunnen kiezen hun financiële transacties uit te voeren op de plaats waar zij de maatregelen ter bestrijding van witwassen het zwakst achten. De door de Unie inzake de bestrijding van witwassen vastgestelde maatregelen dienen derhalve verenigbaar te zijn met en minstens even streng te zijn als andere in internationale gremia ondernomen acties. Dit zou het rechtskader van de Unie aanscherpen, waardoor het mogelijk zou worden om doeltreffender op te treden tegen financiering van terrorisme en de dreiging van terreurorganisaties te verminderen door het hun moeilijker te maken hun activiteiten te financieren.

Amendement    3

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3)  Bij het optreden van de Unie moet in het bijzonder rekening worden gehouden met de aanbevelingen van de Financiële-actiegroep (Financial Action Task Force (FATF)) en met de instrumenten van andere internationale organen voor de bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering. De relevante rechtshandelingen van de Unie moeten in voorkomend geval verder in overeenstemming worden gebracht met de internationale normen voor de bestrijding van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en proliferatie, die in februari 2012 zijn aangenomen door de FATF (de “herziene FATF-aanbevelingen”). Als ondertekenaar van het Verdrag van de Raad van Europa inzake het witwassen, de opsporing, de inbeslagneming en de confiscatie van opbrengsten van misdrijven en de financiering van terrorisme (CETS nr. 198) dient de Unie de voorschriften van dat verdrag in haar rechtsorde om te zetten.

3)  De Unie moet bij haar optreden verder gaan dan de aanbevelingen van de Financiële-actiegroep (Financial Action Task Force (FATF)) en met de instrumenten van andere internationale organisaties en organen voor de bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering. De Commissie moet haar eigen beoordeling uitvoeren met betrekking tot de efficiëntie van door de FATF voorgestelde maatregelen en de tenuitvoerlegging en effectiviteit van antiwitwasmaatregelen in het algemeen. De FATF moet een evaluatie uitvoeren van de bestaande normen en een beoordeling maken van haar eigen prestaties en moet zorgen voor regionale vertegenwoordiging, geloofwaardigheid, efficiëntie en een beter gebruik van financiële inlichtingen. De relevante rechtshandelingen van de Unie moeten verder in overeenstemming worden gebracht met de internationale normen voor de bestrijding van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en proliferatie, die in februari 2012 zijn aangenomen door de FATF (de "herziene FATF-aanbevelingen"). Als ondertekenaar van het Verdrag van de Raad van Europa inzake het witwassen, de opsporing, de inbeslagneming en de confiscatie van opbrengsten van misdrijven en de financiering van terrorisme (CETS nr. 198) dient de Unie dringend de voorschriften van dat verdrag in haar rechtsorde om te zetten. Onverminderd optreden van de Unie op dit gebied moeten de lidstaten die dit verdrag hebben ondertekend, maar nog niet geratificeerd, dit onverwijld doen.

Amendement    4

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4)  Kaderbesluit 2001/500/JBZ van de Raad2 bevat voorschriften inzake de strafbaarstelling van het witwassen van geld. Dat kaderbesluit is echter te beperkt en de huidige strafbaarstelling van het witwassen van geld is niet coherent genoeg om witwassen in de hele Unie tegen te gaan, wat zorgt voor lacunes op het gebied van handhaving en belemmeringen voor de samenwerking tussen de bevoegde autoriteiten in de verschillende lidstaten.

4)  Kaderbesluit 2001/500/JBZ2 van de Raad bevat voorschriften inzake de strafbaarstelling van het witwassen van geld. Dat kaderbesluit is echter te beperkt en de huidige strafbaarstelling van het witwassen van geld is niet coherent genoeg om witwassen in de hele Unie tegen te gaan, wat zorgt voor lacunes op het gebied van handhaving en belemmeringen voor de samenwerking tussen de bevoegde autoriteiten in de verschillende lidstaten. Voorbeeld van een lacune op het gebied van handhaving is de toename van de cybercriminaliteit in verband met het witwassen van geld en het gebruik van digitale valuta's, een type misdrijf dat in het verleden nauwelijks voorkwam.

_________________

_________________

2 Kaderbesluit 2001/500/JBZ van de Raad van 26 juni 2001 inzake het witwassen van geld, de identificatie, opsporing, bevriezing, inbeslagneming en confiscatie van hulpmiddelen en van opbrengsten van misdrijven (PB L 182 van 5.7.2001).

2 Kaderbesluit 2001/500/JBZ van de Raad van 26 juni 2001 inzake het witwassen van geld, de identificatie, opsporing, bevriezing, inbeslagneming en confiscatie van hulpmiddelen en van opbrengsten van misdrijven (PB L 182 van 5.7.2001).

Amendement    5

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5)  De definitie van criminele activiteiten die basisdelicten voor het witwassen van geld vormen, moet voldoende uniform zijn in alle lidstaten. De lidstaten moeten binnen elk van de door de FATF aangewezen categorieën een reeks delicten opnemen. Voor zover categorieën van delicten, zoals terrorisme of milieudelicten in de Uniewetgeving zijn opgenomen, verwijst deze richtlijn naar die wetgeving. Dit zorgt ervoor dat het witwassen van de opbrengsten van de financiering van terrorisme en de handel in wilde dieren en planten in de lidstaten strafbaar zijn. In gevallen waarin de lidstaten op grond van het recht van de Unie in andere sancties dan strafrechtelijke sancties kunnen voorzien, mag deze richtlijn de lidstaten niet ertoe verplichten om deze gevallen voor de toepassing van deze richtlijn als basisdelicten aan te merken.

5)  De definitie van criminele activiteiten die basisdelicten voor het witwassen van geld vormen, moet voldoende uitgebreid en uniform zijn in alle lidstaten. De lidstaten moeten erop toezien dat onder het delict van witwassen van geld alle delicten vallen die strafbaar zijn met een gevangenisstraf van een duur als vastgelegd in deze richtlijn. Voor zover de toepassing van deze drempels voor sancties dit niet reeds tot gevolg heeft, moeten de lidstaten binnen elk van de door de FATF aangewezen categorieën een reeks delicten opnemen, met inbegrip van belastingontduiking, ‑fraude en ‑ontwijking, evenals enige vorm van frauduleus gedrag waarbij inkomsten of winsten worden verhuld. Voor zover categorieën van delicten, zoals terrorisme of milieudelicten in de Uniewetgeving zijn opgenomen, verwijst deze richtlijn naar die wetgeving. Dit zorgt ervoor dat het witwassen van de opbrengsten van de financiering van terrorisme en de handel in wilde dieren en planten in de lidstaten strafbaar zijn. Elke vorm van strafbare betrokkenheid bij het plegen van een basisdelict of witwasactiviteit, zoals deelneming, medeplichtigheid of medeplegen, beramen, pogen en behulpzaam zijn, aanzetten tot, faciliteren en adviseren, moet voor de toepassing van deze richtlijn als criminele activiteit worden beschouwd. In gevallen waarin de lidstaten op grond van het recht van de Unie in andere sancties dan strafrechtelijke sancties kunnen voorzien, mag deze richtlijn de lidstaten niet ertoe verplichten om deze gevallen voor de toepassing van deze richtlijn als basisdelicten aan te merken.

Amendement    6

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 5 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

5 bis)  Voor de toepassing van deze richtlijn betekent illegale handel in gestolen goederen en andere goederen onder andere smokkel van ruwe olie, wapens, drugs, tabak en tabaksproducten, kostbare metalen en mineralen, cultuurgoederen en andere objecten van archeologisch, historisch, cultureel en religieus belang of van grote wetenschappelijke waarde, evenals ivoor en wilde dieren en planten.

Amendement    7

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6)  In overeenstemming met de herziene FATF-aanbevelingen moeten fiscale delicten in verband met directe en indirecte belastingen ook onder de definitie van criminele activiteit vallen. Aangezien verschillende fiscale delicten in elke lidstaat een criminele activiteit kunnen vormen die kan worden bestraft door middel van de in deze richtlijn bedoelde sancties, kunnen de definities van fiscale misdrijven in het nationaal recht afwijken. Er wordt echter niet gestreefd naar een harmonisatie van de definities van fiscale misdrijven in het nationaal recht van de lidstaten.

6)  In overeenstemming met de herziene FATF-aanbevelingen moeten fiscale delicten in verband met directe en indirecte belastingen ook onder de definitie van criminele activiteit vallen. Aangezien verschillende fiscale delicten in elke lidstaat een criminele activiteit kunnen vormen die kan worden bestraft door middel van de in deze richtlijn bedoelde sancties, kunnen de definities van fiscale misdrijven in het nationaal recht afwijken. Hoewel niet wordt gestreefd naar een harmonisatie van de definities van fiscale misdrijven in het nationaal recht van de lidstaten, mogen uiteenlopende definities van belastingmisdrijven geen belemmering vormen voor internationale samenwerking in strafzaken met betrekking tot het witwassen van geld.

Amendement    8

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

7)  Deze richtlijn mag niet worden toegepast op het witwassen van voorwerpen die zijn verkregen door delicten die de financiële belangen van de Unie schaden, waarvoor de specifieke bepalingen van Richtlijn 2017/XX/EU gelden3. Overeenkomstig artikel 325, lid 2, VWEU, moeten de lidstaten ter bestrijding van fraude waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad, dezelfde maatregelen nemen als die welke zij treffen ter bestrijding van fraude waardoor hun eigen financiële belangen worden geschaad.

7)  Deze richtlijn mag niet worden toegepast op het witwassen van voorwerpen die zijn verkregen door delicten die de financiële belangen van de Unie schaden, waarvoor de specifieke bepalingen van Richtlijn 2017/XX/EU gelden3. De lidstaten moeten echter de mogelijkheid behouden om deze richtlijn en Richtlijn 2017/XX/EU om te zetten door een alomvattend kader op nationaal niveau vast te stellen. Overeenkomstig artikel 325, lid 2, VWEU, moeten de lidstaten ter bestrijding van fraude waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad, dezelfde maatregelen nemen als die welke zij treffen ter bestrijding van fraude waardoor hun eigen financiële belangen worden geschaad.

_________________

_________________

3 Richtlijn 2017/XX/EU van het Europees Parlement en de Raad van x x 2017 betreffende de strafrechtelijke bestrijding van fraude die de financiële belangen van de Unie schaadt (PB L x van xx.xx.2017, blz. x).

3 Richtlijn 2017/XX/EU van het Europees Parlement en de Raad van x x 2017 betreffende de strafrechtelijke bestrijding van fraude die de financiële belangen van de Unie schaadt (PB L x van xx.xx.2017, blz. x).

Amendement    9

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 8

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

8)  Wanneer witwasactiviteiten niet slechts neerkomen op enkel bezit of gebruik, maar ook de overdracht of het verhelen en verhullen van voorwerpen betreffen via het financiële stelsel en resulteren in verdere schade dan die welke reeds door het basisdelict is veroorzaakt, zoals schade aan de integriteit van het financiële stelsel, moet die activiteit afzonderlijk worden bestraft. De lidstaten moeten er dus voor zorgen dat dergelijke gedragingen ook strafbaar zijn wanneer zij worden verricht door de pleger van de criminele activiteit waarmee het voorwerp is verkregen (zogenoemde “self-laundering”).

8)  De lidstaten moeten er dus voor zorgen dat bepaalde soorten witwasactiviteiten ook strafbaar zijn wanneer zij worden verricht door de pleger van de criminele activiteit waarmee het voorwerp is verkregen ("self-laundering"). Wanneer witwasactiviteiten in dergelijke gevallen niet slechts neerkomen op enkel bezit of gebruik, maar ook de overdracht, de omzetting, het verhelen of het verhullen van voorwerpen betreffen via het financiële stelsel en resulteren in verdere schade dan die welke reeds door het basisdelict is veroorzaakt, zoals schade aan de integriteit van het financiële stelsel, bijvoorbeeld door de opbrengsten van criminele activiteiten in omloop te brengen en daarbij de illegale herkomst ervan te verhullen, moet die activiteit eveneens strafbaar zijn.

Amendement    10

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 9

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

9)  Wil de strafbaarstelling van witwassen een doeltreffend middel ter bestrijding van de georganiseerde misdaad zijn, dan zou het niet nodig moeten zijn om de bijzonderheden vast te stellen van het delict waarmee het voorwerp is verkregen en mag het dus zeker niet vereist zijn dat er sprake is van een eerdere of gelijktijdige veroordeling voor dat delict. Vervolging wegens witwassen mag ook niet worden belemmerd door het enkele feit dat het basisdelict is begaan in een andere lidstaat of een derde land, mits het in die lidstaat of dat derde land een strafbaar feit is. De lidstaten mogen als voorwaarde stellen dat het basisdelict in hun eigen nationale recht een delict zou zijn geweest wanneer het daar was gepleegd.

9)  Om ervoor te zorgen dat de bestrijding van witwassen van geld met strafrechtelijke maatregelen doeltreffend is, moet een veroordeling mogelijk zijn zonder dat daarvoor exact dient te worden vastgesteld met welk basisdelict het voorwerp is verkregen, en mag dus zeker niet worden verlangd dat er sprake is van een eerdere of gelijktijdige veroordeling voor dat delict. Vervolging wegens witwassen mag ook niet worden belemmerd door het enkele feit dat het basisdelict is begaan in een andere lidstaat of een derde land, onder de voorwaarden van deze richtlijn.

Amendement    11

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 9 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

9 bis)  Het is in het belang van de gerechtigheid dat personen die beschuldigd worden van een delict krachtens deze richtlijn de mogelijkheid hebben hun zaak te bepleiten en de tegen hen ingediende aanklachten aan te vechten, en dat zij toegang hebben tot de stukken en het bewijs dat tegen hen bestaat. Aangezien zaken in verband met terrorisme en terrorismefinanciering van ernstige aard zijn, is het van overwegend belang dat de betrokkenen in kennis worden gesteld van de essentie van de tegen hen aangespannen zaak wanneer de mogelijkheid bestaat dat de lidstaat dwangmaatregelen zal treffen, zodat zij hun advocaten of de speciale advocaat doeltreffend kunnen instrueren. Deze richtlijn moet ook in overeenstemming zijn met het beginsel van wapengelijkheid tussen de partijen.

Amendement    12

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 9 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

9 ter)  Het zijn de bevoegde gerechtelijke instanties die moeten beslissen of er in concrete en objectieve situaties sprake is van één enkel delict of van meerdere delicten tegelijkertijd.

Amendement    13

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 10

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

10)  Deze richtlijn beoogt het witwassen van geld strafbaar te stellen wanneer het opzettelijk heeft plaatsgevonden. Opzet en wetenschap kunnen worden afgeleid uit objectieve, feitelijke omstandigheden. Aangezien deze richtlijn voorziet in minimumvoorschriften, staat het de lidstaten vrij om strengere strafrechtelijke bepalingen voor het witwassen van geld vast te stellen of te handhaven. Lidstaten kunnen bijvoorbeeld bepalen dat het roekeloos of als gevolg van ernstige nalatigheid witwassen van geld een strafbaar feit vormt.

10)  Deze richtlijn beoogt het witwassen van geld strafbaar te stellen wanneer het opzettelijk en in de wetenschap dat het voorwerp verkregen is uit criminele activiteit, heeft plaatsgevonden. Opzet en wetenschap kunnen worden afgeleid uit objectieve, feitelijke omstandigheden. In ieder geval moet bij het beoordelen van de vraag of het voorwerp verkregen is uit criminele activiteit en of de beklaagde dit wist, rekening worden gehouden met de specifieke omstandigheden van de zaak, zoals het feit dat de waarde van het voorwerp niet in verhouding staat tot het legale inkomen van de beklaagde en dat de criminele activiteiten en de verwerving van het voorwerp hebben plaatsgevonden binnen hetzelfde tijdsbestek. Aangezien deze richtlijn voorziet in minimumvoorschriften, staat het de lidstaten vrij om strengere strafrechtelijke bepalingen voor het witwassen van geld vast te stellen of te handhaven. Lidstaten kunnen bijvoorbeeld bepalen dat het roekeloos of als gevolg van ernstige nalatigheid witwassen van geld een strafbaar feit vormt.

Amendement    14

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 10 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

10 bis)  Het is belangrijk dat informatie over de uiteindelijk begunstigden van vennootschappen, trusts en andere mechanismen openbaar wordt gemaakt in open data-formats, om te voorkomen dat anonieme postbusondernemingen en vergelijkbare juridische entiteiten worden gebruikt om geld wit te wassen voor de financiering van terroristische activiteiten.

Amendement    15

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 11

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

11)  Teneinde het witwassen van geld in de hele Unie tegen te gaan, moeten de lidstaten minimumstraffen vastleggen qua soort en qua hoogte voor het plegen van de in deze richtlijn omschreven delicten. Voor het geval het delict is gepleegd in het kader van een criminele organisatie in de zin van Kaderbesluit 2008/841/JBZ4 8 of wanneer de dader zijn beroep heeft misbruikt om het witwassen mogelijk te maken, moeten de lidstaten voorzien in verzwarende omstandigheden overeenkomstig de toepasselijke regels van hun eigen rechtsstelsel.

11)  Teneinde het witwassen van geld in de hele Unie tegen te gaan, moeten de lidstaten minimumstraffen vastleggen qua soort en qua hoogte voor het plegen van de in deze richtlijn omschreven delicten. Voor het geval het delict is gepleegd in het kader van een criminele organisatie in de zin van Kaderbesluit 2008/841/JBZ4 of wanneer de dader zijn beroep heeft misbruikt om het witwassen mogelijk te maken of het geld of het voorwerp verkregen is door terroristische activiteiten als bedoeld in Richtlijn (EU) 2017/541 van het Europees Parlement en de Raad4 bis, of wanneer de dader een politiek prominente persoon is in de zin van Richtlijn (EU) 2015/849, moeten de lidstaten voorzien in verzwarende omstandigheden overeenkomstig de toepasselijke regels van hun eigen rechtsstelsel.

_________________

_________________

4 Kaderbesluit 2008/841/JBZ van de Raad van 24 oktober 2008 ter bestrijding van georganiseerde criminaliteit (PB L 300 van 11.11.2008, blz. 42).

4 Kaderbesluit 2008/841/JBZ van de Raad van 24 oktober 2008 ter bestrijding van georganiseerde criminaliteit (PB L 300 van 11.11.2008, blz. 42).

 

4 bis Richtlijn (EU) 2017/541 van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2017 inzake terrorismebestrijding en ter vervanging van Kaderbesluit 2002/475/JBZ van de Raad en tot wijziging van Besluit 2005/671/JBZ van de Raad (PB L 88 van 31.3.2017, blz. 6).

Amendement    16

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 11 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

11 bis)  De Unie en de lidstaten moeten de nodige wettelijke maatregelen treffen voor de bescherming van klokkenluiders die informatie melden in verband met witwaspraktijken, ook in derde landen.

Amendement    17

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 12

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(12)  Gelet op de mobiliteit van de plegers en de opbrengsten van criminele activiteiten, alsook op de complexe grensoverschrijdende onderzoeken die nodig zijn ter bestrijding van het witwassen van geld, moeten alle lidstaten hun rechtsmacht zodanig vaststellen dat de bevoegde autoriteiten dergelijke activiteiten kunnen onderzoeken en vervolgen. De lidstaten moeten daarbij ervoor zorgen dat hun rechtsmacht zich uitstrekt tot situaties waarin een delict is gepleegd met behulp van informatie- en communicatietechnologie vanaf hun grondgebied, ongeacht of die technologie zich op hun grondgebied bevindt.

(12)  Gelet op de mobiliteit van de plegers en de opbrengsten van criminele activiteiten, alsook op de complexe grensoverschrijdende onderzoeken die nodig zijn ter bestrijding van het witwassen van geld, moeten alle lidstaten hun rechtsmacht zodanig vaststellen dat de bevoegde autoriteiten dergelijke activiteiten kunnen onderzoeken en vervolgen. De lidstaten moeten daarbij ervoor zorgen dat hun rechtsmacht zich uitstrekt tot situaties waarin een delict is gepleegd met behulp van informatie- en communicatietechnologie vanaf hun grondgebied, ongeacht of die technologie zich op hun grondgebied bevindt. Om witwasdelicten met succes te kunnen onderzoeken en vervolgen, moeten degenen die belast zijn met het onderzoek naar of de vervolging van zulke delicten gebruikmaken van doeltreffende en betere onderzoeksmiddelen, zoals die welke worden gebruikt bij de bestrijding van georganiseerde criminaliteit of andere ernstige misdrijven. Deze middelen moeten aangepast zijn aan de laatste ontwikkelingen op het gebied van cybercriminaliteit en witwassen, inclusief witwassen door het gebruik van bitcoins, cryptovaluta en ransomware-aanvallen. Bij het gebruik van die middelen overeenkomstig het nationale recht dient gericht gewerkt te worden en rekening te worden gehouden met het evenredigheidsbeginsel en met de aard en de ernst van het delict waarnaar het onderzoek wordt gevoerd, en dient eveneens het recht op bescherming van persoonsgegevens te worden nageleefd. De lidstaten moeten ervoor zorgen dat medewerkers een passende opleiding krijgen. Voorts vereist het grensoverschrijdende karakter van witwasactiviteiten een krachtige gecoördineerde respons en samenwerking ter bestrijding van witwassen binnen en tussen de lidstaten, alsmede met en tussen de bevoegde instanties en organen van de Unie, inclusief Eurojust en Europol. Hiertoe dient op efficiënte wijze gebruik te worden gemaakt van de beschikbare instrumenten en middelen voor samenwerking, zoals gezamenlijke onderzoeksteams en door Eurojust gefaciliteerde coördinatievergaderingen. Omdat witwaspraktijken een mondiaal karakter hebben, is optreden op internationaal niveau noodzakelijk en dienen de Unie en haar lidstaten de samenwerking met relevante derde landen te intensiveren.

Amendement    18

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 12 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

12 bis)  Het witwassen van geld, corruptie, illegale financiële stromen en belastingontduiking en ‑ontwijking blijven duurzame ontwikkeling dwarsbomen, treffen de ontwikkelingslanden onevenredig hard en houden ernstig gevaar in voor hun toekomst. De Unie, de lidstaten en derde landen hebben een gedeelde verantwoordelijkheid om de coördinatie te verbeteren van de maatregelen die worden genomen om deze negatieve en schadelijke gedragingen tegen te gaan en deze maatregelen in overeenstemming te brengen met hun ontwikkelingsstrategieën en -beleid.

Amendement    19

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 12 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

12 ter)  De bevoegde autoriteiten die toezicht houden op financiële en kredietinstellingen ten behoeve van de naleving van deze richtlijn, moeten met elkaar kunnen samenwerken en vertrouwelijke informatie kunnen uitwisselen, ongeacht hun respectieve aard of status. Hiertoe moeten deze bevoegde autoriteiten beschikken over een passende rechtsgrond voor de uitwisseling van vertrouwelijke informatie en zoveel mogelijk met elkaar samenwerken, overeenkomstig de toepasselijke internationale normen op dit gebied. Belastinggegevens met betrekking tot eindbegunstigdenregisters moeten als basis dienen voor de automatische uitwisseling van informatie tussen belastingautoriteiten en andere relevante regelgevings- en rechtshandhavingsautoriteiten.

Amendement    20

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 12 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

12 quater)  Het beroepsgeheim, het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer en het recht op een eerlijk proces mogen niet worden ondermijnd of geschonden doordat op grond van een verdenking gegevens of informatie worden verzameld en doorgegeven over gangbare transacties binnen de privésfeer van personen.

Amendement    21

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 13 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Deze richtlijn eerbiedigt de beginselen van artikel 2 VEU, eerbiedigt de grondrechten en de fundamentele vrijheden en neemt de in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie erkende beginselen in acht, inclusief de beginselen in de titels II, III, V en VI, onder andere de beginselen van legaliteit en evenredigheid van misdrijven en straffen, die ook het vereiste omvatten van nauwkeurigheid, duidelijkheid en voorzienbaarheid in het strafrecht, het recht op eerbiediging van het privéleven en van het familie- en gezinsleven, het recht op bescherming van persoonsgegevens en het vermoeden van onschuld, alsmede de rechten van verdachten en beklaagden op toegang tot een advocaat, het recht om niet tegen zichzelf te getuigen en het recht op een eerlijk proces. Deze richtlijn moet overeenkomstig deze rechten en beginselen worden toegepast, tevens rekening houdend met het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten en andere mensenrechtenverplichtingen uit hoofde van het internationaal recht.

Amendement    22

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 – alinea 1 – punt 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b)  terrorisme, met inbegrip van enig delict als bedoeld in Richtlijn 2017/XX/EU7;

(b)  terrorisme, met inbegrip van alle relevante delicten als bedoeld in Richtlijn (EU) 2017/541;

__________________

__________________

7 Richtlijn 2017/XX/EU van het Europees Parlement en de Raad van X X 2017 inzake terrorismebestrijding en ter vervanging van Kaderbesluit 2002/475/JBZ van de Raad inzake terrorismebestrijding (PB L x, xx.xx.2017, blz. x.).

 

Amendement    23

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 – alinea 1 – punt 1 – letter h bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(h bis)  fiscale misdrijven met betrekking tot directe en indirecte belastingen, als omschreven in het nationale recht;

Amendement    24

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 – alinea 1 – punt 1 – letter v

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(v)  alle delicten, met inbegrip van fiscale misdrijven in verband met directe belastingen en indirecte belastingen, zoals omschreven in het recht van de lidstaten, die strafbaar zijn gesteld met een maximale vrijheidsstraf of detentiemaatregel van meer dan een jaar of, voor lidstaten die in hun rechtsstelsel een strafminimum voor delicten kennen, alle delicten die strafbaar zijn gesteld met een minimale vrijheidsstraf of detentiemaatregel van meer dan zes maanden;

(v)  alle andere delicten die strafbaar zijn gesteld met een maximale vrijheidsstraf of detentiemaatregel van meer dan een jaar of, voor lidstaten die in hun rechtsstelsel een strafminimum voor delicten kennen, alle delicten die strafbaar zijn gesteld met een minimale vrijheidsstraf of detentiemaatregel van meer dan zes maanden;

Amendement    25

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – lid 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  de omzetting of overdracht van voorwerpen, wetende dat deze zijn verworven uit een criminele activiteit of uit deelneming aan een dergelijke activiteit, met het oogmerk de illegale herkomst ervan te verhelen of te verhullen of een persoon die bij een dergelijke activiteit is betrokken, te helpen aan de juridische gevolgen van diens daden te ontkomen;

(a)  de omzetting of overdracht van voorwerpen, wetende dat deze zijn verworven uit een criminele activiteit of uit deelneming aan een dergelijke activiteit, met het oogmerk de illegale herkomst ervan te verhelen of te verhullen of een persoon die bij een dergelijke activiteit is betrokken, te helpen, zelfs als deze hulp slechts wordt verleend om aan de juridische gevolgen van de daden van deze persoon te ontkomen;

Amendement    26

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – lid 1 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(c)  de verwerving, het bezit of het gebruik van voorwerpen, wetende, op het tijdstip van ontvangst, dat deze voorwerpen zijn verworven uit een criminele activiteit of uit deelneming aan een dergelijke activiteit.

(c)  de verwerving, het bezit of het gebruik van voorwerpen, wetende, op het tijdstip van ontvangst of gebruik ervan, dat deze voorwerpen zijn verworven uit een criminele activiteit of uit deelneming aan een dergelijke activiteit.

Amendement    27

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – lid 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis.  Elke lidstaat zorgt ervoor dat de in lid 1 bedoelde gedraging als een delict wordt aangemerkt als:

 

(a)  de dader vermoedde of had moeten weten dat het voorwerp verworven was uit een criminele activiteit of uit deelneming aan een dergelijke activiteit; en

 

(b)  de dader een contractuele relatie heeft met en een verantwoordelijkheid heeft ten aanzien van een meldingsplichtige entiteit of zelf een meldingsplichtige entiteit is in de zin van artikel 2 van Richtlijn (EU) 2015/849.

Amendement    28

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – lid 2 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Van strafbaarheid van een feit als bedoeld in lid 1 kan sprake zijn ongeacht:

2.  Van strafbaarheid van een feit als bedoeld in lid 1 en lid 1 bis kan sprake zijn ongeacht:

Amendement    29

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – lid 2 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  een voorafgaande of gelijktijdige veroordeling voor de criminele activiteit waarmee het voorwerp is verkregen;

(a)  een voorafgaande of gelijktijdige veroordeling voor de criminele activiteit waarmee het voorwerp is verkregen, wanneer een rechterlijke autoriteit ervan overtuigd is, zonder enige redelijke twijfel en op basis van de specifieke omstandigheden en alle beschikbare bewijzen, dat de voorwerpen het resultaat zijn van activiteiten met een crimineel karakter;

Amendement    30

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – lid 2 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b)  de identiteit van degene die de criminele activiteit verrichte waarmee het voorwerp is verkregen of andere omstandigheden betreffende die criminele activiteit;

(b)  de identiteit van degene die de criminele activiteit verrichtte waarmee het voorwerp is verkregen;

Amendement    31

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – lid 2 – letter b bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(b bis)  alle feitelijke elementen of alle omstandigheden in verband met de criminele activiteit, wanneer is vastgesteld dat een voorwerp is verkregen uit een dergelijke activiteit;

Amendement    32

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – lid 2 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(c)  de vraag of de criminele activiteit waarmee het voorwerp is verkregen, werd verricht op het grondgebied van een andere lidstaat of op dat van een derde land, wanneer de betrokken gedraging een delict is krachtens het nationale recht van de lidstaat of het derde land waar de gedraging heeft plaatsgevonden en een delict zou zijn geweest krachtens het nationale recht van de lidstaat die dit artikel uitvoert of toepast wanneer de gedraging daar had plaatsgevonden;

(c)  de vraag of de criminele activiteit waarmee het voorwerp is verkregen, werd verricht op het grondgebied van een andere lidstaat of op dat van een derde land, wanneer de betrokken gedraging een criminele activiteit is krachtens het nationale recht van de lidstaat die dit artikel uitvoert of toepast wanneer de gedraging daar had plaatsgevonden. Lidstaten kunnen daarnaast vereisen dat de gedraging in kwestie een delict is krachtens het nationale recht van de andere lidstaat of dat van het derde land waar de gedraging heeft plaatsgevonden, tenzij:

 

– de betrokken gedraging één van de delicten was als bedoeld in de punten a) tot en met h bis) en l) tot en met n) van artikel 2, lid 1,

 

– het derde land door de Commissie wordt aangemerkt als derde land met een hoog risico in de zin van artikel 9 van Richtlijn (EU) 2015/849.

Amendement    33

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 5 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Elke lidstaat zorgt ervoor dat de in artikel 3 bedoelde delicten kunnen worden bestraft met een maximale gevangenisstraf van ten minste vier jaar, althans in ernstige gevallen.

2.  Elke lidstaat zorgt ervoor dat de in artikel 3 bedoelde delicten kunnen worden bestraft met een maximale gevangenisstraf van ten minste vijf jaar.

Amendement    34

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 5 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  Elke lidstaat zorgt ervoor dat de in artikel 3 bedoelde delicten kunnen worden bestraft met een minimale gevangenisstraf van ten minste twee jaar, als een van de in artikel 6 genoemde verzwarende omstandigheden geldt.

Amendement    35

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 5 – lid 2 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 ter.  Elke lidstaat zorgt ervoor dat de in artikel 4 bedoelde delicten kunnen worden bestraft met een maximale gevangenisstraf van ten minste drie jaar.

Amendement    36

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 5 – lid 2 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 quater.  Elke lidstaat neemt maatregelen om ervoor te zorgen dat een natuurlijke persoon die aansprakelijk is voor de delicten als bedoeld in de artikelen 3 en 4, inclusief wanneer deze natuurlijke persoon heeft gehandeld via een rechtspersoon, ook strafbaar is met bijkomende sancties als:

 

(a)  een tijdelijk of permanent verbod op het sluiten van een contract met de overheid;

 

(b)  een tijdelijk verbod op het uitoefenen van commerciële activiteiten;

 

(c)  als de veroordeling definitief is, een langetermijnverbod op het opkomen voor verkozen ambten of op het bekleden van een openbaar ambt, waarbij een "lange termijn" wordt gedefinieerd als het equivalent van twee opeenvolgende ambtsperiodes of een minimum van tien jaar.

Amendement    37

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 6 – alinea 1 – letter g

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(g)  het delict werd gepleegd in het kader van een criminele organisatie in de zin van Kaderbesluit 2008/841/JBZ(1); of

(Niet van toepassing op de Nederlandse versie)  

Amendement    38

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 6 – alinea 1 – letter g bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(g bis)  de voorwerpen die worden witgewassen, het resultaat zijn van een van de misdrijven in de punten a) tot en met d) en de punten f) en m) van punt 1) van artikel 2, of het witwassen bedoeld is om deze misdrijven te financieren;

Amendement    39

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 6 – alinea 1 – letter g ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(g ter)  het delict geheel of gedeeltelijk werd gepleegd op het grondgebied van een in de Unielijst opgenomen niet-coöperatief rechtsgebied of met gebruikmaking van een informeel systeem voor waardeoverdracht, aandelen aan toonder, virtuele valuta of geldkoeriers;

Amendement    40

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 6 – alinea 1 – letter g quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(g quater)  de dader een politiek prominent persoon is overeenkomstig de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen tot omzetting van artikel 3, punt 9, van Richtlijn (EU) 2015/849; of

Amendement    41

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 6 – alinea 1 – letter h

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(h)  de dader een contractuele relatie heeft met en een verantwoordelijkheid heeft ten aanzien van een meldingsplichtige entiteit of zelf een meldingsplichtige entiteit is in de zin van artikel 2 van Richtlijn 2015/849/EU en het delict heeft gepleegd in het kader van de uitoefening van zijn beroepsactiviteiten.

(h)  de dader een contractuele relatie heeft met en een verantwoordelijkheid heeft ten aanzien van een meldingsplichtige entiteit of zelf een meldingsplichtige entiteit is in de zin van artikel 2 van Richtlijn (EU) 2015/849 en het delict heeft gepleegd in het kader van de uitoefening van zijn beroepsactiviteiten; of

Amendement    42

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 6 – alinea 1 – letter h bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(h bis)  het geld of het voorwerp dat wordt witgewassen, een waarde heeft van 500 000 EUR of meer.

Amendement    43

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 7 – lid 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Elke lidstaat draagt er zorg voor dat een rechtspersoon aansprakelijk kan worden gesteld voor de delicten als bedoeld in de artikelen 3 en 4 die ten voordele van die rechtspersoon zijn gepleegd door een persoon die individueel of als lid van een orgaan van de rechtspersoon optreedt en bij de rechtspersoon een leidende positie heeft, die gebaseerd is op:

1.  Elke lidstaat draagt er zorg voor dat een rechtspersoon aansprakelijk kan worden gesteld voor de delicten als bedoeld in de artikelen 3 en 4 die in zijn voordeel of ten voordele van een andere natuurlijke of rechtspersoon zijn gepleegd door een persoon die individueel of als lid van een orgaan van de rechtspersoon optreedt en bij de rechtspersoon een leidende positie heeft, die gebaseerd is op:

Amendement    44

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 7 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De lidstaten zorgen ervoor dat een rechtspersoon aansprakelijk kan worden gesteld wanneer als gevolg van gebrekkig toezicht of gebrekkige controle door een in lid 1 bedoelde persoon delicten als bedoeld in de artikelen 3 en 4 konden worden gepleegd ten voordele van die rechtspersoon door een persoon die onder diens gezag staat.

2.  De lidstaten zorgen ervoor dat een rechtspersoon aansprakelijk kan worden gesteld wanneer als gevolg van gebrekkig toezicht of gebrekkige controle door een in lid 1 bedoelde persoon delicten als bedoeld in de artikelen 3 en 4 konden worden gepleegd in zijn voordeel of ten voordele van een andere natuurlijke persoon of rechtspersoon door een persoon die onder diens gezag staat.

Amendement    45

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 8 – alinea 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Elke lidstaat zorgt ervoor dat een rechtspersoon die volgens artikel 6, lid 1, aansprakelijk is gesteld voor delicten, kan worden gestraft met doeltreffende, evenredige en afschrikkende straffen, waaronder al dan niet strafrechtelijke geldboeten en eventuele andere straffen, zoals:

Elke lidstaat zorgt ervoor dat een rechtspersoon die volgens artikel 7, lid 1, aansprakelijk is gesteld voor delicten, kan worden gestraft met doeltreffende, evenredige en afschrikkende straffen, waaronder al dan niet strafrechtelijke geldboeten en eventuele andere straffen, zoals:

Amendement    46

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 8 – alinea 1 – punt 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(1)  het uitsluiten van die rechtspersoon van door de overheid verleende voordelen of steun;

(1)  het uitsluiten van die rechtspersoon van door de overheid verleende voordelen of steun, met inbegrip van programma's en fondsen van de Unie;

Amendement    47

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 8 – alinea 1 – punt 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(1 bis)  een tijdelijk of permanent verbod voor deze rechtspersoon om een contract te sluiten met de overheid;

Amendement    48

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 8 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 8 bis

 

Inbeslagname van de voorwerpen en opbrengsten van criminele activiteiten

 

1.  Elke lidstaat voorziet in de inbeslagname van alle voorwerpen en opbrengsten die het resultaat zijn van, en van de hulpmiddelen die werden gebruikt of die bestemd waren voor gebruik bij het plegen van een in deze richtlijn bedoelde criminele activiteit, overeenkomstig Richtlijn 2014/42/EU van het Europees Parlement en de Raad1 bis.

 

2.  Elke lidstaat voorziet in de inbeslagname van alle voorwerpen en opbrengsten die het resultaat zijn van, en van de hulpmiddelen die werden gebruikt of die bestemd waren voor gebruik bij het plegen van een in deze richtlijn bedoelde criminele activiteit zonder definitieve strafrechtelijke veroordeling, als de zaak vervallen is door de dood van de delinquent.

 

3.  Dit artikel is van toepassing ongeacht de vraag of het witwasdelict of het basisdelict werd gepleegd door een natuurlijke of een rechtspersoon.

 

4.  De lidstaten treffen de nodige maatregelen om te zorgen voor samenwerking met betrekking tot het bevriezen en in beslag nemen van de voorwerpen die het resultaat zijn van en de hulpmiddelen die werden gebruikt of die bestemd waren voor gebruik bij het plegen van of het bijdragen aan het plegen van een van de in deze richtlijn bedoelde delicten en kunnen indien nodig een beroep doen op Eurojust en Europol voor vlotte en effectieve samenwerking overeenkomstig artikel 10.

 

________________

 

1 bis Richtlijn 2014/42/EU van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bevriezing en confiscatie van hulpmiddelen en opbrengsten van misdrijven in de Europese Unie (PB L 127 van 29.4.2014).

Amendement    49

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 9 – lid 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b)  het delict door een van zijn onderdanen is gepleegd.

(b)  de dader een van zijn onderdanen is of zijn vaste verblijfplaats in die lidstaat heeft; of

Amendement    50

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 9 – lid 1 – letter b bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(b bis)  het delict is gepleegd ten voordele van een op het grondgebied van die lidstaat gevestigde natuurlijke of rechtspersoon;

Amendement    51

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 9 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Een lidstaat stelt de Commissie in kennis van zijn besluit om zijn rechtsmacht tevens te vestigen over delicten als bedoeld in de artikelen 3 en 4 die buiten zijn grondgebied zijn gepleegd, indien:

Schrappen

(a)  de dader zijn gewone verblijfplaats op het grondgebied van die lidstaat heeft.

 

(b)  het delict is gepleegd ten voordele van een op het grondgebied van die lidstaat gevestigde rechtspersoon.

 

Amendement    52

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 9 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  Wanneer een in de artikelen 3 en 4 bedoeld delict binnen het rechtsgebied van meer dan één lidstaat valt en wanneer de betrokken lidstaten op geldige wijze vervolging kunnen instellen op basis van dezelfde feiten, werken de betrokken lidstaten samen om te beslissen welke lidstaat de dader zal vervolgen, teneinde de procedure onder te brengen in één lidstaat.

 

Er wordt rekening gehouden met de volgende factoren, in volgorde van prioriteit:

 

(a)  het grondgebied van de lidstaat waarop het delict is gepleegd;

 

(b)  de nationaliteit of verblijfplaats van de dader;

 

(c)  het land van oorsprong van de slachtoffers;

 

(d)  het grondgebied waarop de dader werd aangetroffen.

 

De lidstaten kunnen een beroep doen op Eurojust om de samenwerking tussen hun justitiële autoriteiten en de onderlinge afstemming van hun optreden te faciliteren.

Amendement    53

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 10 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Onderzoeksmiddelen

Onderzoeksmiddelen en samenwerking

Amendement    54

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 10 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Elke lidstaat zorgt ervoor dat doeltreffende onderzoeksmiddelen, zoals die welke worden gebruikt bij de bestrijding van georganiseerde of andere zware criminaliteit, ter beschikking staan van personen, eenheden of diensten die bevoegd zijn voor het onderzoeken of vervolgen van de delicten als bedoeld in de artikelen 3 en 4.

1.  Elke lidstaat zorgt ervoor dat doeltreffende onderzoeksmiddelen, voldoende personeel en behoorlijke gerichte opleiding, middelen en technologische capaciteit, zoals die welke worden gebruikt bij de bestrijding van georganiseerde of andere zware criminaliteit, ter beschikking staan van personen, eenheden of diensten die bevoegd zijn voor het onderzoeken of vervolgen van de delicten als bedoeld in de artikelen 3 en 4. Deze middelen en opleiding zijn aangepast aan de laatste evoluties op het vlak van cybermisdaad en witwassen.

Amendement    55

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 10 – lid 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis.  De lidstaten treffen de nodige maatregelen voor een verbetering van de gegevensuitwisseling en samenwerking binnen de Unie en voor een hechtere samenwerking met derde landen en internationale organisaties die het witwassen van geld en de financiering van terrorisme bestrijden, waarbij zij zorgen voor een betere coördinatie tussen henzelf en de bevoegde instellingen, organen, instanties en agentschappen van de Unie, om het witwassen van geld op efficiënte wijze te bestrijden en derde landen, met name diegene die door de Commissie zijn aangemerkt als derde land met een hoog risico in de zin van artikel 9 van Richtlijn (EU) 2015/849, aan te moedigen soortgelijke maatregelen en hervormingen in te voeren. Bovendien verplicht elke lidstaat zich ertoe acties te ondernemen om de uitwisseling van informatie tussen de financiële inlichtingeneenheden te verbeteren, zowel op Europees als op internationaal niveau.

Amendement    56

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 10 – lid 1 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 ter.  De lidstaten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat zij geen internationale samenwerking in strafzaken met betrekking tot het witwassen van geld weigeren op grond van het feit dat in hun nationale recht slechts belastingontduiking of -fraude boven een significant bedrag van niet-aangegeven bedragen of onbetaalde belastingen of het systematische gebruik van bedrieglijke handelingen wordt beschouwd als een criminele activiteit of een strafbaar feit.

Amendement    57

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 12 – lid 1 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk op [24 maanden na vaststelling] aan deze richtlijn te voldoen. Zij delen de Commissie de tekst van die bepalingen onverwijld mee.

De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk op [12 maanden na vaststelling] aan deze richtlijn te voldoen. Zij delen de Commissie de tekst van die bepalingen onverwijld mee.

Amendement    58

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 13 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De Commissie dient uiterlijk [24 maanden na de uiterste datum voor de tenuitvoerlegging van deze richtlijn] een verslag in bij het Europees Parlement en de Raad waarin wordt beoordeeld in welke mate de lidstaten de nodige maatregelen hebben genomen om aan deze richtlijn te voldoen.

De Commissie dient uiterlijk [12 maanden na de uiterste datum voor de tenuitvoerlegging van deze richtlijn] een verslag in bij het Europees Parlement en de Raad waarin wordt beoordeeld in welke mate de lidstaten de nodige maatregelen hebben genomen om aan deze richtlijn te voldoen.

 

De Commissie dient ook uiterlijk [36 maanden na de uiterste datum voor de tenuitvoerlegging van deze richtlijn] een verslag in bij het Europees Parlement en de Raad waarin de meerwaarde van deze richtlijn voor de bestrijding van witwassen wordt beoordeeld. In het verslag wordt tevens ingegaan op het effect van deze richtlijn op de fundamentele rechten en vrijheden, inclusief het recht op een doeltreffende voorziening in rechte en op een eerlijk proces, het vermoeden van onschuld en de rechten van de verdediging of het recht om niet tweemaal te worden berecht of gestraft in een strafrechtelijke procedure voor hetzelfde strafbare feit. Op basis van dit verslag besluit de Commissie indien nodig tot passende vervolgmaatregelen.

(1)

  Kaderbesluit 2008/841/JBZ van de Raad van 24 oktober 2008 ter bestrijding van georganiseerde criminaliteit (PB L 300 van 11.11.2008, blz. 42).


ADVIES van de Commissie ontwikkelingssamenwerking (13.10.2017)

aan de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken

inzake het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake de strafrechtelijke bestrijding van het witwassen van geld

(COM(2016)0826 – C8-0534/2016 – 2016/0414(COD))

Rapporteur voor advies: Ignazio Corrao

AMENDEMENTEN

De Commissie ontwikkelingssamenwerking verzoekt de bevoegde Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken onderstaande amendementen in aanmerking te nemen:

Amendement    1

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1)  Het witwassen van geld en de daarmee verband houdende financiering van terrorisme en georganiseerde misdaad blijven aanzienlijke problemen op het niveau van de Unie, waardoor afbreuk wordt gedaan aan de integriteit, de stabiliteit en de reputatie van de financiële sector en de interne veiligheid, en de interne markt van de Unie worden bedreigd. Om deze problemen aan te pakken en tevens de toepassing van Richtlijn 2015/849/EU kracht bij te zetten, beoogt deze richtlijn het witwassen van geld aan te pakken door middel van het strafrecht, zodat een betere grensoverschrijdende samenwerking tussen de bevoegde autoriteiten mogelijk wordt.

1)  Het witwassen van geld en de daarmee verband houdende financiering van terrorisme en georganiseerde misdaad blijven aanzienlijke problemen op het niveau van de Unie, waardoor afbreuk wordt gedaan aan de integriteit, de stabiliteit en de reputatie van de financiële sector en de interne veiligheid, en de interne markt van de Unie worden bedreigd. Om dit dringende probleem aan te pakken en tevens de toepassing van Richtlijn 2015/849/EU kracht bij te zetten, beoogt deze richtlijn het witwassen van geld aan te pakken door middel van het strafrecht, zodat een betere grensoverschrijdende samenwerking tussen de bevoegde autoriteiten mogelijk wordt.

_________________

_________________

34 Richtlijn (EU) 2015/849 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 2005/60/EG van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn 2006/70/EG van de Commissie (PB L 141 van 5.6.2015, blz. 73).

34 Richtlijn (EU) 2015/849 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 2005/60/EG van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn 2006/70/EG van de Commissie (PB L 141 van 5.6.2015, blz. 73).

Amendement    2

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3)  Bij het optreden van de Unie moet in het bijzonder rekening worden gehouden met de aanbevelingen van de Financiële-actiegroep (Financial Action Task Force (FATF)) en met de instrumenten van andere internationale organen voor de bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering. De relevante rechtshandelingen van de Unie moeten in voorkomend geval verder in overeenstemming worden gebracht met de internationale normen voor de bestrijding van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en proliferatie, die in februari 2012 zijn aangenomen door de FATF (de “herziene FATF-aanbevelingen”). Als ondertekenaar van het Verdrag van de Raad van Europa inzake het witwassen, de opsporing, de inbeslagneming en de confiscatie van opbrengsten van misdrijven en de financiering van terrorisme (CETS nr. 198) dient de Unie de voorschriften van dat verdrag in haar rechtsorde om te zetten.

3)  Bij het optreden van de Unie moet in het bijzonder rekening worden gehouden met de aanbevelingen van de Financiële-actiegroep (Financial Action Task Force (FATF)) en met de instrumenten van andere internationale organen voor de bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering. De relevante rechtshandelingen van de Unie moeten verder in overeenstemming worden gebracht met de internationale normen voor de bestrijding van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en proliferatie, die in februari 2012 zijn aangenomen door de FATF (de "herziene FATF-aanbevelingen"). Als ondertekenaar van het Verdrag van de Raad van Europa inzake het witwassen, de opsporing, de inbeslagneming en de confiscatie van opbrengsten van misdrijven en de financiering van terrorisme (CETS nr. 198) dient de Unie dringend de voorschriften van dat verdrag in haar rechtsorde om te zetten.

Amendement    3

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 7 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

7 bis)  Humanitaire hulp is van vitaal belang en is bedoeld om wereldwijd hulp en bijstand te bieden aan mensen in nood. Maatregelen ter bestrijding van het witwassen van geld, financiering van terrorisme en belastingontduiking mogen personen en organisaties er niet van weerhouden humanitaire hulp te verlenen aan personen in nood.

Amendement    4

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 9

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

9)  Wil de strafbaarstelling van witwassen een doeltreffend middel ter bestrijding van de georganiseerde misdaad zijn, dan zou het niet nodig moeten zijn om de bijzonderheden vast te stellen van het delict waarmee het voorwerp is verkregen en mag het dus zeker niet vereist zijn dat er sprake is van een eerdere of gelijktijdige veroordeling voor dat delict. Vervolging wegens witwassen mag ook niet worden belemmerd door het enkele feit dat het basisdelict is begaan in een andere lidstaat of een derde land, mits het in die lidstaat of dat derde land een strafbaar feit is. De lidstaten mogen als voorwaarde stellen dat het basisdelict in hun eigen nationale recht een delict zou zijn geweest wanneer het daar was gepleegd.

9)  Wil de strafbaarstelling van witwassen een doeltreffend middel ter bestrijding van de georganiseerde misdaad zijn, dan zou het niet nodig moeten zijn om de bijzonderheden vast te stellen van het delict waarmee het voorwerp is verkregen en mag het dus zeker niet vereist zijn dat er sprake is van een eerdere of gelijktijdige veroordeling voor dat delict. Vervolging wegens witwassen mag ook niet worden belemmerd door het enkele feit dat het basisdelict is begaan in een andere lidstaat of een derde land, mits het in die lidstaat of dat derde land een strafbaar feit is, onder de in deze richtlijn vastgestelde voorwaarden.

Amendement    5

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 10 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

10 bis)  Het is belangrijk dat informatie over de uiteindelijk begunstigden van vennootschappen, trusts en andere mechanismen openbaar wordt gemaakt in open data-formats, om te voorkomen dat anonieme postbusondernemingen en vergelijkbare juridische entiteiten worden gebruikt om geld wit te wassen voor de financiering van terroristische activiteiten.

Amendement    6

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 12 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

12 bis)  Het witwassen van geld, corruptie, illegale financiële stromen en belastingontduiking en -ontwijking blijven duurzame ontwikkeling dwarsbomen, treffen de ontwikkelingslanden onevenredig hard en houden ernstig gevaar in voor hun toekomst. De Unie, de lidstaten en derde landen hebben een gedeelde verantwoordelijkheid om de coördinatie te verbeteren van de maatregelen die worden genomen om deze negatieve en schadelijke gedragingen tegen te gaan en deze maatregelen in overeenstemming te brengen met hun ontwikkelingsstrategieën en -beleid.

Amendement    7

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 12 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

12 ter)  Geldovermakingen vormen een belangrijke bijdrage aan de ontwikkeling van families en gemeenschappen en zijn de facto een belangrijke bron geworden van externe ontwikkelingsfinanciering. De bestrijding van belastingontduiking is weliswaar belangrijk, maar de in verband hiermee genomen maatregelen mogen geen belemmering vormen voor internationale geldovermakingen. Belemmeringen in die zin kunnen een negatieve invloed hebben op de mensenrechten van mensen die in ontwikkelingslanden wonen. Het is van cruciaal belang dat de Unie beleidsmaatregelen op het gebied van terrorismebestrijding handhaaft zodat geldovermakingen naar de juiste kanalen gaan en dat zij de formele infrastructuur voor overmakingen versterkt, onder andere door toegang te ondersteunen tot bankdiensten en door geldstromen te verplaatsen van de informele naar de formele sector, om zo te helpen terrorisme te voorkomen.

Amendement    8

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Witwasdelicten

(Niet van toepassing op de Nederlandse versie)

Amendement    9

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – lid 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Elke lidstaat zorgt ervoor dat de volgende gedragingen als een delict worden aangemerkt, wanneer zij opzettelijk zijn gepleegd:

1.  Elke lidstaat zorgt ervoor dat de volgende gedragingen als een delict worden aangemerkt:

Amendement    10

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – lid 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  de omzetting of overdracht van voorwerpen, wetende dat deze zijn verworven uit een criminele activiteit of uit deelneming aan een dergelijke activiteit, met het oogmerk de illegale herkomst ervan te verhelen of te verhullen of een persoon die bij een dergelijke activiteit is betrokken, te helpen aan de juridische gevolgen van diens daden te ontkomen;

(a)  de omzetting of overdracht van voorwerpen, wetende dat deze zijn verworven uit een criminele activiteit of uit deelneming aan een dergelijke activiteit, met het oogmerk de illegale herkomst ervan te verhelen of te verhullen of een persoon die bij een dergelijke activiteit is betrokken, te helpen, zij het slechts om aan de juridische gevolgen van zijn daden te ontkomen;

Amendement    11

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – lid 1 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(c)  de verwerving, het bezit of het gebruik van voorwerpen, wetende, op het tijdstip van ontvangst, dat deze voorwerpen zijn verworven uit een criminele activiteit of uit deelneming aan een dergelijke activiteit.

(c)  de verwerving, het bezit of het gebruik van voorwerpen, wetende, op het tijdstip van ontvangst of gebruik bij een economische of financiële activiteit, dat deze voorwerpen zijn verworven uit een criminele activiteit of uit deelneming aan een dergelijke activiteit.

Motivering

La consapevolezza circa l'illecita provenienza del bene potrebbe intervenire solo in un momento successive rispetto alla ricezione del bene. In tal caso, la condotta di chi impieghi in attività economica o finanziaria un bene di origine illecita, essendo consapevole - al momento del suo impiego - della illecita provenienza dello stesso, appare comunque sanzionabile. La formulazione proposta (che si ispira al dettato dell'art. 648 ter del Codice Penale italiano) esclude comunque la sanzionabilità del mero godimento del provento dell'illecito, qualora non si avesse consapevolezza della sua provenienza illecita al momento della sua ricezione.

Amendement    12

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – lid 2 – letter c bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(c bis)  de vraag of de criminele activiteit waarvan het voorwerp het resultaat is, werd verricht op het grondgebied van een derde land, wanneer de betrokken gedraging krachtens het nationale recht van de lidstaat die dit artikel ten uitvoer legt of toepast, als zij op diens grondgebied had plaatsgevonden, een delict zou zijn geweest dat valt onder terrorisme of financiering van terrorisme, georganiseerde misdaad, corruptie, mensenhandel, seksuele uitbuiting, slavernij, afvalhandel, handel in wilde dieren en planten of fiscale delicten;

Motivering

Het invoeren van dubbele strafbaarheid voor bepaalde delicten zou de criminele activiteiten of criminele groeperingen in de hand werken welke lacunes in de wetgeving van bepaalde derde landen misbruiken om de opbrengsten vervolgens in Europa te beleggen. De opgesomde delicten zijn zo ernstig en de illegale aard van de respectieve gedragingen is zo duidelijk dat het feit dat zij zijn begaan in een rechtsorde waarin deze niet als crimineel worden aangemerkt, geen aanleiding mag zijn om een beroep te kunnen doen op het beginsel "nullum crimen sine lege".

Amendement    13

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 5 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Elke lidstaat zorgt ervoor dat de gedragingen als bedoeld in de artikelen 3 en 4, strafrechtelijk kunnen worden bestraft met doeltreffende, evenredige en afschrikkende straffen.

1.  Elke lidstaat zorgt ervoor dat de gedragingen als bedoeld in de artikelen 3 en 4, strafrechtelijk kunnen worden bestraft met autonome, doeltreffende, evenredige en afschrikkende straffen, met strikte eerbiediging van de grondrechten en de algemene beginselen van het strafrecht die de rechten van de verdediging en de beschuldigde beschermen.

Amendement    14

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 5 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Elke lidstaat zorgt ervoor dat de in artikel 3 bedoelde delicten kunnen worden bestraft met een maximale gevangenisstraf van ten minste vier jaar, althans in ernstige gevallen.

2.  Elke lidstaat zorgt ervoor dat de in artikel 3 bedoelde delicten kunnen worden bestraft met een maximale gevangenisstraf van ten minste vier jaar.

Amendement    15

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 5 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  Elke lidstaat draagt er zorg voor dat een natuurlijke persoon die aansprakelijk is voor de delicten als bedoeld in de artikelen 3 en 4, inclusief wanneer hij heeft gehandeld onder de dekmantel van een rechtspersoon, ook strafbaar is met bijkomende sancties als:

 

(a)   een tijdelijk of permanent verbod op het sluiten van een contract met de overheid, met uitzondering van arbeidscontracten;

 

(b)   een tijdelijk verbod op het uitoefenen van commerciële activiteiten.

Amendement    16

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 5 – lid 2 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 ter.  De Commissie ziet erop toe dat de minimum- en maximumstrafmaten die op dit gebied in de nationale wet van de lidstaten zijn vastgesteld, worden geharmoniseerd en gecoördineerd, met inachtneming van de specifieke kenmerken van het rechtsstelsel van elke lidstaat.

Amendement    17

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 5 – lid 2 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2 quater.   Elke lidstaat zorgt ervoor dat de in artikel 3 bedoelde delicten kunnen worden bestraft met een minimale gevangenisstraf van ten minste twee jaar, als een van de in artikel 6 genoemde verzwarende omstandigheden geldt.

Amendement    18

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 6 – alinea 1 – letter b bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b bis)  het geld of het voorwerp dat wordt witgewassen, het resultaat is van activiteiten op het gebied van terrorisme of wapenhandel of het witwassen gericht is op het financieren van terroristische activiteiten of wapenhandel.

Amendement    19

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 6 – alinea 1 – letter b ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b ter)  het geld of het voorwerp dat wordt witgewassen, een waarde heeft van 500 000 EUR of meer.

Amendement    20

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 8 – alinea 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Elke lidstaat zorgt ervoor dat een rechtspersoon die volgens artikel 6, lid 1, aansprakelijk is gesteld voor delicten, kan worden gestraft met doeltreffende, evenredige en afschrikkende straffen, waaronder al dan niet strafrechtelijke geldboeten en eventuele andere straffen, zoals:

Elke lidstaat zorgt ervoor dat een rechtspersoon die volgens artikel 6, lid 1, aansprakelijk is gesteld voor delicten, kan worden gestraft met doeltreffende, evenredige en afschrikkende straffen, waaronder al dan niet strafrechtelijke geldboeten en eventuele andere straffen, met strikte eerbiediging van de grondrechten en de algemene beginselen van het strafrecht die de rechten van de verdediging en de beschuldigde beschermen, zoals:

Amendement    21

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 8 – alinea 1 – punt 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(1 bis)  een permanent verbod op het sluiten van een contract met de overheid;

Amendement    22

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 8 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 8 bis

 

Inbeslagname van de voorwerpen en opbrengsten van criminele activiteiten

 

1.  Elke lidstaat zorgt ervoor dat alle voorwerpen en opbrengsten die zijn verkregen uit een criminele activiteit, zoals bedoeld in artikel 2, in beslag worden genomen, wanneer de gerechtelijke autoriteiten op basis van de omstandigheden van het geval en met inachtneming van de specifieke feiten en de beschikbare bewijsstukken, waaronder bijvoorbeeld het feit dat de waarde van de voorwerpen in geen verhouding staat tot het legitieme inkomen van de veroordeelde persoon, ervan overtuigd zijn dat de voorwerpen in kwestie het resultaat zijn van criminele gedragingen in elk van de volgende gevallen:

 

(a)  wanneer het in deze richtlijn bedoelde witwasdelict is vastgesteld bij een rechterlijke uitspraak met kracht van gewijsde in een lidstaat of wanneer na een niet-definitieve rechterlijke uitspraak sprake is van verjaring of verval van een delict door de dood van de delinquent; of

 

(b)  wanneer het delict waaruit de opbrengsten zijn verkregen (basisdelict) is vastgesteld bij een rechterlijke uitspraak in een lidstaat of een derde land, of wanneer na een niet-definitieve rechterlijke uitspraak sprake is van verjaring of verval van een delict door de dood van de delinquent.

 

2.  Dit artikel is van toepassing ongeacht de vraag of het witwasdelict of het basisdelict is gepleegd door een natuurlijke of een rechtspersoon.

Amendement    23

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 9 – lid 1 – letter b bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b bis)  de dader woont of verblijft op het grondgebied van die lidstaat en geen staatsburger is van een andere lidstaat;

Amendement    24

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 9 – lid 1 – letter b ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b ter)  het delict is gepleegd ten voordele van een op het grondgebied van die lidstaat gevestigde rechtspersoon;

Amendement    25

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 9 – lid 1 – letter b quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b quater)  het voorwerp dat wordt witgewassen of de opbrengsten van de witwasactiviteit zich bevinden op het grondgebied of vallen onder de rechtsmacht van die lidstaat.

Amendement    26

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 9 – lid 1 – letter b quinquies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b quinquies)  de dader op het grondgebied van die lidstaat gearresteerd is.

Amendement    27

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 9 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 9 bis

 

Rechtsmacht van meer dan een lidstaat

 

1.  Om de samenwerking tussen hun justitiële autoriteiten te vergemakkelijken en hun optreden te coördineren zorgen de lidstaten ervoor dat de grensoverschrijdende samenwerking en de uitwisseling van informatie wordt verbeterd, inclusief via Eurojust

 

2.   Elke lidstaat stelt wetgeving vast om te garanderen dat alle positieve of negatieve bevoegdheidsgeschillen efficiënt en snel kunnen worden opgelost. Indien een delict onder de rechtsmacht van meer dan een lidstaat valt en in meer dan een van die lidstaten kan worden vervolgd op grond van hetzelfde feit, werken die lidstaten samen om te beslissen wie van hen bevoegd is om de procedure zo mogelijk in die lidstaat te centraliseren.

 

De in de eerste alinea bedoelde lidstaten omvatten alle lidstaten die rechtsmacht hebben of hun rechtsmacht hebben vastgesteld overeenkomstig artikel 9.

Amendement    28

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 9 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 9 ter

 

Teruggave van illegale geldmiddelen en activa aan het land van herkomst

 

De lidstaten nemen alle nodige maatregelen om geldmiddelen en activa die voortvloeien uit illegale activiteiten of het voorwerp zijn van illegale activiteiten, terug te geven aan het derde land van herkomst. Die geldmiddelen en activa worden aan ontwikkelingslanden van herkomst teruggegeven op voorwaarde dat zij worden gebruikt om: 

 

(a)  de levensomstandigheden van de bevolking van deze landen, en met name van de meest kwetsbare bevolkingsgroepen op hun grondgebied, te verbeteren;

 

(b)  de rechtsstaat in deze landen te versterken om bij te dragen tot de bestrijding van het witwassen van geld, de financiering van terrorisme en andere strafbare feiten. 

Amendement    29

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 10 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Elke lidstaat zorgt ervoor dat doeltreffende onderzoeksmiddelen, zoals die welke worden gebruikt bij de bestrijding van georganiseerde of andere zware criminaliteit, ter beschikking staan van personen, eenheden of diensten die bevoegd zijn voor het onderzoeken of vervolgen van de delicten als bedoeld in de artikelen 3 en 4.

Elke lidstaat zorgt ervoor dat doeltreffende onderzoeksmiddelen, zoals die welke worden gebruikt bij de bestrijding van georganiseerde of andere zware criminaliteit, ter beschikking staan van personen, eenheden of diensten die bevoegd zijn voor het onderzoeken of vervolgen van de delicten als bedoeld in de artikelen 3 en 4; bedoeld zijn onder andere adequate middelen en personeel en specifieke, gerichte opleiding.

Amendement    30

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 10 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 10 bis

 

Samenwerking tussen de lidstaten, met de Unie en met derde landen

 

1.   Elke lidstaat stelt effectieve maatregelen vast om te komen tot meer coördinatie, informatie-uitwisseling en grensoverschrijdende samenwerking tussen de lidstaten en met de Unie, teneinde regelgevingsarbitrage te voorkomen, de dialoog en de samenwerking met derde landen te intensiveren, inclusief door het ontwikkelen van effectieve communicatie, en witwassen te bestrijden.

 

2.  De lidstaten intensiveren de samenwerking met derde landen, met name ter bevordering van good practices die bedoeld zijn om hun financiële stelsels te versterken. De lidstaten moedigen hervormingen aan om effectieve maatregelen en mechanismen ten uitvoer te leggen om witwassen te bestrijden en effectieve internationale samenwerking met betrekking tot witwassen te ontwikkelen, volgens het principe van loyale samenwerking.

 

3.  De Commissie gaat na hoe de internationale samenwerking kan worden verbeterd en hoe de ontwikkelingslanden kunnen worden gesteund door middel van doeltreffende maatregelen, met name het opzetten van programma’s voor technische bijstand, zodat ontwikkelingslanden hun administratieve en juridische systemen kunnen versterken met het oog op een betere bestrijding van het witwassen van geld.

Amendement    31

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 12 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk op [24 maanden na vaststelling] aan deze richtlijn te voldoen. Zij delen de Commissie de tekst van die bepalingen onverwijld mee.

De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk op [12 maanden na vaststelling] aan deze richtlijn te voldoen. Zij delen de Commissie de tekst van die bepalingen onverwijld mee.

Amendement    32

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 13 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De Commissie dient uiterlijk [24 maanden na de uiterste datum voor de tenuitvoerlegging van deze richtlijn] een verslag in bij het Europees Parlement en de Raad waarin wordt beoordeeld in welke mate de lidstaten de nodige maatregelen hebben genomen om aan deze richtlijn te voldoen.

De Commissie dient uiterlijk [12 maanden na de uiterste datum voor de tenuitvoerlegging van deze richtlijn] een verslag in bij het Europees Parlement en de Raad waarin wordt beoordeeld in welke mate de lidstaten de nodige maatregelen hebben genomen om aan deze richtlijn te voldoen.

PROCEDURE VAN DE ADVISERENDE COMMISSIE

Titel

Strafrechtelijke bestrijding van het witwassen van geld

Document- en procedurenummers

COM(2016)0826 – C8-0534/2016 – 2016/0414(COD)

Bevoegde commissie

       Datum bekendmaking

LIBE

13.2.2017

 

 

 

Advies uitgebracht door

       Datum bekendmaking

DEVE

13.2.2017

Rapporteur voor advies

       Datum benoeming

Ignazio Corrao

8.6.2017

Behandeling in de commissie

30.8.2017

 

 

 

Datum goedkeuring

9.10.2017

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

11

10

4

Bij de eindstemming aanwezige leden

Beatriz Becerra Basterrechea, Ignazio Corrao, Doru-Claudian Frunzulică, Enrique Guerrero Salom, Maria Heubuch, György Hölvényi, Teresa Jiménez-Becerril Barrio, Arne Lietz, Norbert Neuser, Vincent Peillon, Maurice Ponga, Lola Sánchez Caldentey, Eleftherios Synadinos, Eleni Theocharous, Paavo Väyrynen, Bogdan Brunon Wenta, Anna Záborská, Joachim Zeller, Željana Zovko

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Marina Albiol Guzmán, Thierry Cornillet, Brian Hayes, Cécile Kashetu Kyenge, Florent Marcellesi, Patrizia Toia

HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE ADVISERENDE COMMISSIE

11

+

EFDD

Ignazio Corrao

GUE-NGL

Marina Albiol Guzmán, Lola Sánchez Caldentey

NI

Eleftherios Synadinos

S&D

Doru-Claudian Frunzulică, Enrique Guerrero Salom, Cécile Kashetu Kyenge, Arne Lietz, Norbert Neuser, Vincent Peillon, Patrizia Toia

10

-

PPE

Brian Hayes, György Hölvényi, Teresa Jiménez-Becerril Barrio, Maurice Ponga, Bogdan Brunon Wenta, Joachim Zeller, Željana Zovko, Anna Záborská

Verts/ALE

Maria Heubuch, Florent Marcellesi

4

0

ALDE

Beatriz Becerra Basterrechea, Thierry Cornillet, Paavo Väyrynen

ECR

Eleni Theocharous

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding


ADVIES van de Commissie economische en monetaire zaken (7.11.2017)

aan de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken

inzake het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake de strafrechtelijke bestrijding van het witwassen van geld

(COM(2016)0826 – C8-0534/2016 – 2016/0414(COD))

Rapporteur voor advies: Eva Joly

AMENDEMENTEN

De Commissie economische en monetaire zaken verzoekt de bevoegde Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken onderstaande amendementen in aanmerking te nemen:

Amendement    1

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1)  Het witwassen van geld en de daarmee verband houdende financiering van terrorisme en georganiseerde misdaad blijven aanzienlijke problemen op het niveau van de Unie, waardoor afbreuk wordt gedaan aan de integriteit, de stabiliteit en de reputatie van de financiële sector en de interne veiligheid, en de interne markt van de Unie worden bedreigd. Om deze problemen aan te pakken en tevens de toepassing van Richtlijn 2015/849/EU1 kracht bij te zetten, beoogt deze richtlijn het witwassen van geld aan te pakken door middel van het strafrecht, zodat een betere grensoverschrijdende samenwerking tussen de bevoegde autoriteiten mogelijk wordt.

1)  Het witwassen van geld en de daarmee verband houdende financiering van terrorisme en georganiseerde misdaad blijven erg grote problemen op het niveau van de Unie, waardoor afbreuk wordt gedaan aan de integriteit, de stabiliteit en de reputatie van de financiële sector, de interne veiligheid, en de interne markt van de Unie worden bedreigd en het vertrouwen tussen de marktspelers wordt ondermijnd. Om deze ernstige en spoedeisende problemen aan te pakken en tevens de toepassing van Richtlijn 2015/849/EU1 kracht bij te zetten, beoogt deze richtlijn het witwassen van geld aan te pakken door middel van het strafrecht, zodat een betere, snellere en efficiëntere grensoverschrijdende samenwerking tussen de bevoegde autoriteiten mogelijk wordt.

_______________

___________________

1 Richtlijn (EU) 2015/849 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 2005/60/EG van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn 2006/70/EG van de Commissie (PB L 141 van 5.6.2015, blz. 73).

1 Richtlijn (EU) 2015/849 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 2005/60/EG van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn 2006/70/EG van de Commissie (PB L 141 van 5.6.2015, blz. 73).

Amendement    2

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3)  Bij het optreden van de Unie moet in het bijzonder rekening worden gehouden met de aanbevelingen van de Financiële-actiegroep (Financial Action Task Force (FATF)) en met de instrumenten van andere internationale organen voor de bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering. De relevante rechtshandelingen van de Unie moeten in voorkomend geval verder in overeenstemming worden gebracht met de internationale normen voor de bestrijding van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en proliferatie, die in februari 2012 zijn aangenomen door de FATF (de “herziene FATF-aanbevelingen”). Als ondertekenaar van het Verdrag van de Raad van Europa inzake het witwassen, de opsporing, de inbeslagneming en de confiscatie van opbrengsten van misdrijven en de financiering van terrorisme (CETS nr. 198) dient de Unie de voorschriften van dat verdrag in haar rechtsorde om te zetten.

3)  De Unie moet bij haar optreden verder gaan dan de aanbevelingen van de Financiële-actiegroep (Financial Action Task Force (FATF)) en met de instrumenten van andere internationale organen voor de bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering. De Commissie moet haar eigen beoordeling uitvoeren met betrekking tot de efficiëntie van door de FATF voorgestelde maatregelen en de tenuitvoerlegging en effectiviteit van antiwitwasmaatregelen in het algemeen. De FATF moet een evaluatie uitvoeren van de bestaande normen en een beoordeling maken van haar eigen prestaties en moet zorgen voor regionale vertegenwoordiging, geloofwaardigheid, efficiëntie en een beter gebruik van financiële inlichtingen. De relevante rechtshandelingen van de Unie moeten in voorkomend geval verder in overeenstemming worden gebracht met de internationale normen voor de bestrijding van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en proliferatie, die in februari 2012 zijn aangenomen door de FATF (de "herziene FATF-aanbevelingen"). Als ondertekenaar van het Verdrag van de Raad van Europa inzake het witwassen, de opsporing, de inbeslagneming en de confiscatie van opbrengsten van misdrijven en de financiering van terrorisme (CETS nr. 198) dient de Unie de voorschriften van dat verdrag in haar rechtsorde om te zetten.

Amendement    3

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5)  De definitie van criminele activiteiten die basisdelicten voor het witwassen van geld vormen, moet voldoende uniform zijn in alle lidstaten. De lidstaten moeten binnen elk van de door de FATF aangewezen categorieën een reeks delicten opnemen. Voor zover categorieën van delicten, zoals terrorisme of milieudelicten in de Uniewetgeving zijn opgenomen, verwijst deze richtlijn naar die wetgeving. Dit zorgt ervoor dat het witwassen van de opbrengsten van de financiering van terrorisme en de handel in wilde dieren en planten in de lidstaten strafbaar zijn. In gevallen waarin de lidstaten op grond van het recht van de Unie in andere sancties dan strafrechtelijke sancties kunnen voorzien, mag deze richtlijn de lidstaten niet ertoe verplichten om deze gevallen voor de toepassing van deze richtlijn als basisdelicten aan te merken.

5)  De definitie van criminele activiteiten die basisdelicten voor het witwassen van geld vormen, moet voldoende uitgebreid en uniform zijn in alle lidstaten. De lidstaten moeten binnen elk van de door de FATF aangewezen categorieën een reeks delicten opnemen, met inbegrip van belastingontduiking, -fraude en -ontwijking, evenals enige vorm van frauduleus gedrag waarbij inkomsten of winsten worden verhuld. Voor zover categorieën van delicten, zoals terrorisme of milieudelicten in de Uniewetgeving zijn opgenomen, verwijst deze richtlijn naar die wetgeving. Dit zorgt ervoor dat het witwassen van de opbrengsten van de financiering van terrorisme en de handel in wilde dieren en planten in de lidstaten strafbaar zijn. In gevallen waarin de lidstaten op grond van het recht van de Unie in andere sancties dan strafrechtelijke sancties kunnen voorzien, mag deze richtlijn de lidstaten niet ertoe verplichten om deze gevallen voor de toepassing van deze richtlijn als basisdelicten aan te merken.

Amendement    4

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 9

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

9)  Wil de strafbaarstelling van witwassen een doeltreffend middel ter bestrijding van de georganiseerde misdaad zijn, dan zou het niet nodig moeten zijn om de bijzonderheden vast te stellen van het delict waarmee het voorwerp is verkregen en mag het dus zeker niet vereist zijn dat er sprake is van een eerdere of gelijktijdige veroordeling voor dat delict. Vervolging wegens witwassen mag ook niet worden belemmerd door het enkele feit dat het basisdelict is begaan in een andere lidstaat of een derde land, mits het in die lidstaat of dat derde land een strafbaar feit is. De lidstaten mogen als voorwaarde stellen dat het basisdelict in hun eigen nationale recht een delict zou zijn geweest wanneer het daar was gepleegd.

9)  Wil de strafbaarstelling van witwassen een doeltreffend middel ter bestrijding van de georganiseerde misdaad zijn, dan zou het niet nodig moeten zijn om de bijzonderheden vast te stellen van het delict waarmee het voorwerp is verkregen of alle omstandigheden of feitelijke elementen in verband met de criminele activiteit, en mag het dus zeker niet vereist zijn dat er sprake is van een eerdere of gelijktijdige veroordeling voor dat delict. Vervolging wegens witwassen mag ook niet worden belemmerd door het enkele feit dat het basisdelict is begaan in een andere lidstaat of een derde land, mits het in die lidstaat of dat derde land een strafbaar feit is. De lidstaten moeten eveneens als voorwaarde kunnen stellen dat het desbetreffende gedrag in hun eigen nationale recht een basisdelict zou zijn geweest wanneer het daar was gepleegd. Wanneer het desbetreffende gedrag echter een bepaald type ernstig misdrijf betreft, hoeft de lidstaat niet te vereisen dat het desbetreffende gedrag een strafbaar feit is in de lidstaat of het land waar het zich afspeelde.

Amendement    5

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 11

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

11)  Teneinde het witwassen van geld in de hele Unie tegen te gaan, moeten de lidstaten minimumstraffen vastleggen qua soort en qua hoogte voor het plegen van de in deze richtlijn omschreven delicten. Voor het geval het delict is gepleegd in het kader van een criminele organisatie in de zin van Kaderbesluit 2008/841/JBZ37 of wanneer de dader zijn beroep heeft misbruikt om het witwassen mogelijk te maken, moeten de lidstaten voorzien in verzwarende omstandigheden overeenkomstig de toepasselijke regels van hun eigen rechtsstelsel.

11)  Teneinde het witwassen van geld in de hele Unie tegen te gaan, moeten de lidstaten in een catalogus duidelijk gedefinieerde minimumstraffen vastleggen qua soort en qua hoogte voor het plegen van de in deze richtlijn omschreven delicten. Er moeten eveneens minimumstraffen worden vastgelegd voor uitlokking van, hulp bij en aanzetting tot deze delicten. De lidstaten moeten in de volgende gevallen voorzien in verzwarende omstandigheden overeenkomstig de toepasselijke regels van hun eigen rechtsstelsel: het delict is gepleegd in het kader van een criminele organisatie in de zin van Kaderbesluit 2008/841/JBZ37; de dader misbruikt zijn of haar beroep om het witwassen mogelijk te maken; het geld of bezit dat wordt witgewassen, is afkomstig van terroristische activiteiten als gedefinieerd in Richtlijn 2017/54137 bis of van illegale wapenhandel; of de overtreder is een politiek prominente persoon als gedefinieerd in Richtlijn 2015/849 of is betrokken bij de omkoping van gekozen overheidsfunctionarissen. De lidstaten moeten het bedrag van de boetes berekenen overeenkomstig het brutobeginsel, d.w.z. op basis van de winst die met de criminele activiteit is gemaakt zonder aftrek van eventuele kosten, zodat de straf hoger is dan de economische waarde van het delict. De lidstaten treffen maatregelen om ervoor te zorgen dat deze straffen effectief ten uitvoer worden gelegd.

_________________

_________________

37 Kaderbesluit 2008/841/JBZ van de Raad van 24 oktober 2008 ter bestrijding van georganiseerde criminaliteit (PB L 300 van 11.11.2008, blz. 42).

37 Kaderbesluit 2008/841/JBZ van de Raad van 24 oktober 2008 ter bestrijding van georganiseerde criminaliteit (PB L 300 van 11.11.2008, blz. 42).

 

37 bis Richtlijn (EU) 2017/541 van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2017 inzake terrorismebestrijding en ter vervanging van Kaderbesluit 2002/475/JBZ van de Raad en tot wijziging van Besluit 2005/671/JBZ van de Raad (PB L 88 van 31.3.2017, blz. 6).

Amendement    6

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 11 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

11 bis)  De Unie en de lidstaten moeten de nodige wettelijke maatregelen treffen voor de bescherming van klokkenluiders die informatie melden in verband met witwaspraktijken, ook in derde landen.

Amendement    7

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 – alinea 1 – punt 1 – letter p bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(p bis)  fiscale misdrijven die verband houden met directe en indirecte belastingen, met inbegrip van belastingontduiking door legaal dan wel illegaal verkregen inkomsten te verhullen om opsporing en inning door de belastingautoriteiten te voorkomen;

Amendement    8

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 – alinea 1 – punt 1 – letter v

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(v)  alle delicten, met inbegrip van fiscale misdrijven in verband met directe belastingen en indirecte belastingen, zoals omschreven in het recht van de lidstaten, die strafbaar zijn gesteld met een maximale vrijheidsstraf of detentiemaatregel van meer dan een jaar of, voor lidstaten die in hun rechtsstelsel een strafminimum voor delicten kennen, alle delicten die strafbaar zijn gesteld met een minimale vrijheidsstraf of detentiemaatregel van meer dan zes maanden;

(v)  alle delicten die strafbaar zijn gesteld met een maximale vrijheidsstraf of detentiemaatregel van meer dan een jaar of, voor lidstaten die in hun rechtsstelsel een strafminimum voor delicten kennen, alle delicten die strafbaar zijn gesteld met een minimale vrijheidsstraf of detentiemaatregel van meer dan zes maanden;

Amendement    9

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – lid 1 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(c)  de verwerving, het bezit of het gebruik van voorwerpen, wetende, op het tijdstip van ontvangst, dat deze voorwerpen zijn verworven uit een criminele activiteit of uit deelneming aan een dergelijke activiteit.

(c)  de verwerving, het bezit of het gebruik van voorwerpen, wetende, op het tijdstip van ontvangst of daarna, dat deze voorwerpen zijn verworven uit een criminele activiteit of uit deelneming aan een dergelijke activiteit.

Amendement    10

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – lid 2 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  een voorafgaande of gelijktijdige veroordeling voor de criminele activiteit waarmee het voorwerp is verkregen;

(a)  een voorafgaande of gelijktijdige veroordeling voor de criminele activiteit waaruit het voorwerp verkregen is, overeenkomstig lid 1;

Amendement    11

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – lid 2 – letter b bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(b bis)  alle omstandigheden of feitelijke elementen in verband met de criminele activiteit, wanneer is vastgesteld dat het voorwerp is verkregen uit een dergelijke activiteit als bedoeld in lid 1;

Amendement    12

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – lid 2 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(c)  de vraag of de criminele activiteit waarmee het voorwerp is verkregen, werd verricht op het grondgebied van een andere lidstaat of op dat van een derde land, wanneer de betrokken gedraging een delict is krachtens het nationale recht van de lidstaat of het derde land waar de gedraging heeft plaatsgevonden en een delict zou zijn geweest krachtens het nationale recht van de lidstaat die dit artikel uitvoert of toepast wanneer de gedraging daar had plaatsgevonden;

(c)  de vraag of de criminele activiteit waarmee het voorwerp is verkregen, werd verricht op het grondgebied van een andere lidstaat of op dat van een derde land, wanneer de betrokken gedraging een criminele activiteit zou zijn geweest krachtens het nationale recht van de lidstaat die dit artikel uitvoert of toepast wanneer de gedraging daar had plaatsgevonden. De lidstaten kunnen evenwel vereisen dat de gedraging in kwestie, zolang deze niet valt onder de in artikel 2, lid 1, punten a) t/m d) en punten h), l) en p bis), genoemde categorieën, een delict is krachtens het nationale recht van de andere lidstaat of dat van het derde land;

Amendement    13

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – lid 2 – letter c bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(c bis)  de vraag of de criminele activiteit waarmee het voorwerp is verkregen, werd verricht op het grondgebied van een derde land met een hoog risico als bedoeld in Richtlijn 2015/849, wanneer de betrokken gedraging een criminele activiteit zou zijn geweest krachtens het nationale recht van de lidstaat die dit artikel uitvoert of toepast wanneer de gedraging daar had plaatsgevonden;

Amendement    14

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 5 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Elke lidstaat zorgt ervoor dat de gedragingen als bedoeld in de artikelen 3 en 4, strafrechtelijk kunnen worden bestraft met doeltreffende, evenredige en afschrikkende straffen.

1.  De lidstaten zorgen ervoor dat de criminele activiteiten als bedoeld in de artikelen 3 en 4, strafrechtelijk kunnen worden bestraft met doeltreffende, evenredige en afschrikkende straffen, inclusief geldboetes, gebaseerd op de brutowaarde van het totale uit de criminele activiteit verkregen bedrag. De lidstaten zorgen ervoor dat de grondrechten en de algemene beginselen van het strafrecht ter bescherming van de rechten van de verdediging en de rechten van verdachten worden geëerbiedigd.

Amendement    15

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 5 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Elke lidstaat zorgt ervoor dat de in artikel 3 bedoelde delicten kunnen worden bestraft met een maximale gevangenisstraf van ten minste vier jaar, althans in ernstige gevallen.

2.  Elke lidstaat zorgt ervoor dat de in artikel 3 bedoelde delicten kunnen worden bestraft met een maximale gevangenisstraf van ten minste vijf jaar.

Amendement    16

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 5 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  Elke lidstaat zorgt ervoor dat de in artikel 4 bedoelde delicten kunnen worden bestraft met een maximale gevangenisstraf van ten minste drie jaar.

Amendement    17

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 5 – lid 2 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 ter.  Iedere lidstaat zorgt er ook voor dat de in de artikelen 3 en 4 bedoelde delicten kunnen worden bestraft, indien de rechter hiertoe besluit, met aanvullende, tijdelijke of permanente sancties, met inbegrip van:

 

(a) een permanent verbod op het sluiten van een contract met overheden;

 

(b) een verbod op het uitoefenen van bepaalde commerciële activiteiten; en

 

(c) een verbod zich kandidaat te stellen voor verkozen ambten.

Amendement    18

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 6 – alinea 1 – letter h bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(h bis)  het geld of bezit dat wordt witgewassen, is afkomstig van terroristische activiteiten als gedefinieerd in Richtlijn 2017/541 of van illegale wapenhandel;

Amendement    19

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 6 – alinea 1 – letter h ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(h ter)  de overtreder is een politiek prominente persoon als gedefinieerd in Richtlijn 2015/849 of is betrokken bij de omkoping van gekozen overheidsfunctionarissen; of

Amendement    20

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 6 – alinea 1 – letter h quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(h quater)   de criminele activiteit gepleegd en gefinancierd is door offshorebedrijven; brievenbusmaatschappijen betrokken zijn bij criminele handelingen; er illegale overdrachten van geld hebben plaatsgevonden; er sprake is van betrokkenheid van geldkoeriers en ngo's; het vermoeden bestaat dat iemand beroepsmatig als witwasser van geld actief is, bijvoorbeeld wanneer een persoon actief is in meer dan twee witwasbendes of criminele groeperingen.

Amendement    21

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 7 – lid 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Elke lidstaat draagt er zorg voor dat een rechtspersoon aansprakelijk kan worden gesteld voor de delicten als bedoeld in de artikelen 3 en 4 die ten voordele van die rechtspersoon zijn gepleegd door een persoon die individueel of als lid van een orgaan van de rechtspersoon optreedt en bij de rechtspersoon een leidende positie heeft, die gebaseerd is op:

1.  Elke lidstaat draagt er zorg voor dat een rechtspersoon aansprakelijk kan worden gesteld voor de delicten als bedoeld in de artikelen 3 en 4 die ten voordele van die rechtspersoon of een derde zijn gepleegd door een persoon die individueel of als lid van een orgaan van de rechtspersoon optreedt en bij de rechtspersoon een leidende positie heeft, die gebaseerd is op:

Amendement    22

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 7 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De lidstaten zorgen ervoor dat een rechtspersoon aansprakelijk kan worden gesteld wanneer als gevolg van gebrekkig toezicht of gebrekkige controle door een in lid 1 bedoelde persoon delicten als bedoeld in de artikelen 3 en 4 konden worden gepleegd ten voordele van die rechtspersoon door een persoon die onder diens gezag staat.

2.  De lidstaten zorgen ervoor dat een rechtspersoon aansprakelijk kan worden gesteld wanneer als gevolg van gebrekkig toezicht of gebrekkige controle door een in lid 1 bedoelde persoon delicten als bedoeld in de artikelen 3 en 4 konden worden gepleegd ten voordele van die rechtspersoon of een derde door een persoon die onder diens gezag staat.

Amendement    23

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 8 – alinea 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Elke lidstaat zorgt ervoor dat een rechtspersoon die volgens artikel 6, lid 1, aansprakelijk is gesteld voor delicten, kan worden gestraft met doeltreffende, evenredige en afschrikkende straffen, waaronder al dan niet strafrechtelijke geldboeten en eventuele andere straffen, zoals:

Met strikte eerbiediging van de grondrechten en de algemene beginselen van het strafrecht ter bescherming van de rechten van de verdediging en de rechten van verdachten zorgt elke lidstaat ervoor dat een rechtspersoon die volgens artikel 7 aansprakelijk is gesteld voor delicten, kan worden gestraft met doeltreffende, evenredige en afschrikkende straffen, waaronder al dan niet strafrechtelijke geldboeten, gebaseerd op de brutowaarde van het totale uit de criminele activiteit afkomstige bedrag, en, wanneer de rechter hiertoe besluit, eventuele andere tijdelijke of permanente straffen, met inbegrip van:

Amendement    24

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 8 – alinea 1 – punt 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(2)  het uitsluiten van die rechtspersoon van door de overheid verleende voordelen of steun;

(2)  het uitsluiten van die rechtspersoon van overheidsambten, overheidscontracten en door de overheid, inclusief de Unie, verleende voordelen of steun;

Amendement    25

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 8 – alinea 1 – punt 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(2 bis)  het uitsluiten van die persoon van door de Unie verleende financiële middelen;

Amendement    26

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 8 – alinea 1 – punt 2 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(2 ter)  een permanent verbod op het sluiten van een contract met overheidsautoriteiten;

Amendement    27

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 8 – alinea 1 – punt 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(3)  het tijdelijk of permanent verbod op het uitoefenen door die rechtspersoon van commerciële activiteiten;

(3)  het tijdelijk of permanent verbod op het uitoefenen door die rechtspersoon van commerciële activiteiten, inclusief de intrekking van bedrijfsvergunningen;

Amendement    28

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 9 – lid 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  het delict geheel of gedeeltelijk op het grondgebied van die lidstaat is gepleegd;

(a)  het delict geheel of gedeeltelijk op het grondgebied van die lidstaat is gepleegd; of

Amendement    29

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 9 – lid 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b)  het delict door een van zijn onderdanen is gepleegd.

(b)  het delict door een van zijn onderdanen is gepleegd; of

Amendement    30

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 9 – lid 1 – letter b bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(b bis)  het delict buiten het grondgebied van die lidstaat is gepleegd, doch de dader zijn vaste woon- of verblijfplaats op zijn grondgebied heeft; of

Amendement    31

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 9 – lid 1 – letter b ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(b ter)  het delict buiten het grondgebied van die lidstaat is gepleegd ten voordele van een rechtspersoon die op zijn grondgebied is gevestigd.

Amendement    32

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 9 – lid 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis.  Wanneer een delict binnen het rechtsgebied van meer dan een lidstaat valt en wanneer de betrokken lidstaten op geldige wijze vervolging kunnen instellen op basis van dezelfde feiten, houden de lidstaten bij het nemen van het besluit welke lidstaat vervolging zal instellen, rekening met de volgende factoren, in volgorde van prioriteit:

 

(a)   de lidstaat waar het delict is gepleegd;

 

(b)   de nationaliteit of verblijfplaats van de dader;

 

(c)   het land van oorsprong van de slachtoffers;

 

(d)   de lidstaat waar de dader is aangetroffen.

Amendement    33

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 9 – lid 1 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 ter.  De lidstaten kunnen een beroep doen op Eurojust om de samenwerking tussen hun justitiële autoriteiten en de onderlinge afstemming van hun optreden te faciliteren.

Amendement    34

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 9 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Een lidstaat stelt de Commissie in kennis van zijn besluit om zijn rechtsmacht tevens te vestigen over delicten als bedoeld in de artikelen 3 en 4 die buiten zijn grondgebied zijn gepleegd, indien:

Schrappen

(a)  de dader zijn gewone verblijfplaats op het grondgebied van die lidstaat heeft.

 

(b)   het delict is gepleegd ten voordele van een op het grondgebied van die lidstaat gevestigde rechtspersoon.

 

Amendement    35

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 10 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Onderzoeksmiddelen

Onderzoeksmiddelen en samenwerking

Amendement    36

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 10 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Elke lidstaat zorgt ervoor dat doeltreffende onderzoeksmiddelen, zoals die welke worden gebruikt bij de bestrijding van georganiseerde of andere zware criminaliteit, ter beschikking staan van personen, eenheden of diensten die bevoegd zijn voor het onderzoeken of vervolgen van de delicten als bedoeld in de artikelen 3 en 4.

1.   Elke lidstaat zorgt ervoor dat doeltreffende onderzoeksmiddelen, zoals die welke worden gebruikt bij de bestrijding van georganiseerde of andere zware criminaliteit, ter beschikking staan van personen, eenheden of diensten die bevoegd zijn voor het onderzoeken of vervolgen van de delicten als bedoeld in de artikelen 3 en 4.

 

2.   De lidstaten zorgen ervoor dat zo spoedig mogelijk adequate en toereikende financiële middelen en personeel, dat behoorlijk opgeleid is, beschikbaar zijn voor het onderzoek naar en de vervolging van de in de artikelen 3 en 4 bedoelde delicten.

 

3.   De lidstaten zorgen voor effectieve samenwerking tussen de desbetreffende autoriteiten in ieder land en zorgen ervoor dat hun nationale autoriteiten die de in de artikelen 3 en 4 bedoelde delicten onderzoeken dan wel vervolgen de bevoegdheid krijgen om samen te werken met andere nationale autoriteiten en hun tegenhangers in andere lidstaten, alsmede met de instellingen van de Unie.

PROCEDURE VAN DE ADVISERENDE COMMISSIE

Titel

Strafrechtelijke bestrijding van het witwassen van geld

Document- en procedurenummers

COM(2016)0826 – C8-0534/2016 – 2016/0414(COD)

Bevoegde commissie

       Datum bekendmaking

LIBE

13.2.2017

 

 

 

Advies uitgebracht door

       Datum bekendmaking

ECON

13.2.2017

Rapporteur voor advies

       Datum benoeming

Eva Joly

11.4.2017

Datum goedkeuring

6.11.2017

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

41

0

2

Bij de eindstemming aanwezige leden

Hugues Bayet, Pervenche Berès, Esther de Lange, Markus Ferber, Jonás Fernández, Neena Gill, Roberto Gualtieri, Brian Hayes, Gunnar Hökmark, Danuta Maria Hübner, Petr Ježek, Othmar Karas, Wajid Khan, Georgios Kyrtsos, Werner Langen, Bernd Lucke, Olle Ludvigsson, Fulvio Martusciello, Gabriel Mato, Bernard Monot, Luděk Niedermayer, Anne Sander, Alfred Sant, Molly Scott Cato, Pedro Silva Pereira, Peter Simon, Theodor Dumitru Stolojan, Kay Swinburne, Paul Tang, Ramon Tremosa i Balcells, Marco Valli

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Enrique Calvet Chambon, Mady Delvaux, Eva Joly, Jan Keller, Alain Lamassoure, Thomas Mann, Miguel Urbán Crespo, Lieve Wierinck

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Pascal Durand, Maria Heubuch, Carlos Iturgaiz, Gabriele Preuß

HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE ADVISERENDE COMMISSIE

41

+

ALDE

Enrique Calvet Chambon, Petr Ježek, Ramon Tremosa i Balcells, Lieve Wierinck

ECR

Bernd Lucke

EFDD

Marco Valli

GUE/NGL

Miguel Urbán Crespo

PPE

Markus Ferber, Brian Hayes, Gunnar Hökmark, Danuta Maria Hübner, Carlos Iturgaiz, Othmar Karas, Georgios Kyrtsos, Alain Lamassoure, Werner Langen, Thomas Mann, Fulvio Martusciello, Gabriel Mato, Luděk Niedermayer, Anne Sander, Theodor Dumitru Stolojan, Esther de Lange

S&D

Hugues Bayet, Pervenche Berès, Mady Delvaux, Jonás Fernández, Neena Gill, Roberto Gualtieri, Jan Keller, Wajid Khan, Olle Ludvigsson, Gabriele Preuß, Alfred Sant, Pedro Silva Pereira, Peter Simon, Paul Tang

Verts/ALE

Pascal Durand, Maria Heubuch, Eva Joly, Molly Scott Cato

0

-

 

 

2

0

ECR

Kay Swinburne

ENF

Bernard Monot

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding


ADVIES van de Commissie juridische zaken (15.9.2017)

aan de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken

inzake het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake de strafrechtelijke bestrijding van het witwassen van geld

(COM(2016)0826 – C8-0534/2016 – 2016/0414(COD))

Rapporteur voor advies: Kostas Chrysogonos

BEKNOPTE MOTIVERING

I. Inleiding

De recente terroristische aanslagen maken duidelijk dat er stappen moeten worden ondernomen om terrorisme te voorkomen en te bestrijden. Er kan een cruciale bijdrage worden geleverd aan de strijd tegen terrorisme en georganiseerde misdaad door de toegang tot financieringsbronnen af te snijden. De Europese Unie beschikt reeds over instrumenten om deze financiering te bestrijden, met inbegrip van bestaande strafwetgeving, samenwerking tussen rechtshandhavingsinstanties en procedures om relevante informatie uit te wisselen, alsmede wetgeving ter voorkoming en bestrijding van het witwassen van geld, die voortdurend wordt aangescherpt. Dit voorstel voor een richtlijn heeft als doel het witwassen van geld door middel van het strafrecht te bestrijden. De voorgestelde richtlijn bereikt dit doel door uitvoering te geven aan de internationale verplichtingen op dit gebied uit hoofde van het Verdrag van de Raad van Europa inzake het witwassen, de opsporing, de inbeslagneming en de confiscatie van opbrengsten van misdrijven en de financiering van terrorisme van 2005 (CETS, nr. 198, hierna "het Verdrag van Warschau" genoemd), en aan de relevante aanbevelingen van de Financiële-actiegroep (hierna "FATF" genoemd).

II. Standpunt van de rapporteur

Hoewel het voorstel van de Commissie in het algemeen getuigt van evenwicht, moet een aantal gebieden toch nader onder de loep worden genomen. Een van die gebieden heeft betrekking op transparantie, openheid en privacykwesties. Een tweede richt zich op het passend omgaan met het toezicht op financiële instellingen. Daarnaast moet ook de eerbiediging van de grondrechten door de richtlijn worden gewaarborgd.

AMENDEMENTEN

De Commissie juridische zaken verzoekt de bevoegde Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken onderstaande amendementen in aanmerking te nemen:

Amendement    1

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1)  Het witwassen van geld en de daarmee verband houdende financiering van terrorisme en georganiseerde misdaad blijven aanzienlijke problemen op het niveau van de Unie, waardoor afbreuk wordt gedaan aan de integriteit, de stabiliteit en de reputatie van de financiële sector en de interne veiligheid, en de interne markt van de Unie worden bedreigd. Om deze problemen aan te pakken en tevens de toepassing van Richtlijn 2015/849/EU1 kracht bij te zetten, beoogt deze richtlijn het witwassen van geld aan te pakken door middel van het strafrecht, zodat een betere grensoverschrijdende samenwerking tussen de bevoegde autoriteiten mogelijk wordt.

1)  Het witwassen van geld en de daarmee verband houdende financiering van terrorisme en georganiseerde misdaad blijven aanzienlijke problemen op het niveau van de Unie, waardoor afbreuk wordt gedaan aan de integriteit, de stabiliteit en de reputatie van de financiële sector en de interne veiligheid, en de interne markt van de Unie worden bedreigd. Om deze problemen aan te pakken en tevens de toepassing van Richtlijn 2015/849/EU van het Europees Parlement en de Raad1 kracht bij te zetten, beoogt deze richtlijn het witwassen van geld aan te pakken door middel van het strafrecht, zodat een betere grensoverschrijdende samenwerking tussen de bevoegde autoriteiten en met de bevoegde agentschappen van de Unie mogelijk wordt, de uitwisseling van informatie te verbeteren en degenen die aanzetten tot terrorisme te identificeren.

_________________

_________________

1Richtlijn (EU) 2015/849 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 2005/60/EG van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn 2006/70/EG van de Commissie (PB L 141 van 5.6.2015, blz. 73).

1Richtlijn (EU) 2015/849 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 2005/60/EG van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn 2006/70/EG van de Commissie (PB L 141 van 5.6.2015, blz. 73).

Amendement    2

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2)  Maatregelen die uitsluitend op nationaal niveau of zelfs op het niveau van de Unie worden getroffen zonder internationale coördinatie en samenwerking, zouden een zeer beperkte uitwerking hebben. De door de Unie inzake de bestrijding van witwassen vastgestelde maatregelen dienen derhalve verenigbaar te zijn met en minstens even streng te zijn als andere in internationale gremia ondernomen acties.

2)  Maatregelen die uitsluitend op nationaal niveau of zelfs op het niveau van de Unie worden getroffen zonder internationale coördinatie en samenwerking, zouden een zeer beperkte uitwerking hebben. Het huidige wetgevingskader van de Unie is noch volledig, noch voldoende coherent om volledig doeltreffend te zijn. De lidstaten hebben witwassen van geld weliswaar strafbaar gesteld, maar er zijn aanzienlijke onderlinge verschillen wat betreft de definitie van witwassen, de vraag welke de basisdelicten zijn en de zwaarte van de straffen. De verschillen tussen de nationale rechtskaders kunnen worden misbruikt door criminelen en terroristen, die ervoor kunnen kiezen hun financiële transacties uit te voeren op de plaats waar zij de maatregelen ter bestrijding van witwassen het zwakst achten. De door de Unie inzake de bestrijding van witwassen vastgestelde maatregelen dienen derhalve verenigbaar te zijn met en minstens even streng te zijn als andere in internationale gremia ondernomen acties. Dit zou het rechtskader van de Unie aanscherpen, waardoor het mogelijk zou worden om doeltreffender op te treden tegen financiering van terrorisme en de dreiging van terreurorganisaties te verminderen door het hun moeilijker te maken hun activiteiten te financieren.

Amendement    3

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3)  Bij het optreden van de Unie moet in het bijzonder rekening worden gehouden met de aanbevelingen van de Financiële-actiegroep (Financial Action Task Force (FATF)) en met de instrumenten van andere internationale organen voor de bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering. De relevante rechtshandelingen van de Unie moeten in voorkomend geval verder in overeenstemming worden gebracht met de internationale normen voor de bestrijding van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en proliferatie, die in februari 2012 zijn aangenomen door de FATF (de “herziene FATF-aanbevelingen”). Als ondertekenaar van het Verdrag van de Raad van Europa inzake het witwassen, de opsporing, de inbeslagneming en de confiscatie van opbrengsten van misdrijven en de financiering van terrorisme (CETS nr. 198) dient de Unie de voorschriften van dat verdrag in haar rechtsorde om te zetten.

3)  Bij het optreden van de Unie moet in het bijzonder rekening worden gehouden met de aanbevelingen van de Financiële-actiegroep (Financial Action Task Force - FATF) en met de instrumenten van andere internationale organisaties en organen voor de bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering. De relevante rechtshandelingen van de Unie moeten in voorkomend geval verder in overeenstemming worden gebracht met de internationale normen voor de bestrijding van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en proliferatie, die in februari 2012 zijn aangenomen door de FATF (de "herziene FATF-aanbevelingen"). Als ondertekenaar van het Verdrag van de Raad van Europa inzake het witwassen, de opsporing, de inbeslagneming en de confiscatie van opbrengsten van misdrijven en de financiering van terrorisme (CETS nr. 198) dient de Unie de voorschriften van dat verdrag in haar rechtsorde om te zetten.

Amendement    4

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

7)  Deze richtlijn mag niet worden toegepast op het witwassen van voorwerpen die zijn verkregen door delicten die de financiële belangen van de Unie schaden, waarvoor de specifieke bepalingen van Richtlijn 2017/XX/EU3 gelden. Overeenkomstig artikel 325, lid 2, VWEU, moeten de lidstaten ter bestrijding van fraude waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad, dezelfde maatregelen nemen als die welke zij treffen ter bestrijding van fraude waardoor hun eigen financiële belangen worden geschaad.

7)  Deze richtlijn mag niet worden toegepast op het witwassen van voorwerpen die zijn verkregen door delicten die de financiële belangen van de Unie schaden, waarvoor de specifieke bepalingen van Richtlijn 2017/XX/EU3 gelden. De lidstaten moeten echter de mogelijkheid behouden om deze richtlijn en Richtlijn 2017/XX/EU om te zetten door een alomvattend kader op nationaal niveau vast te stellen. Overeenkomstig artikel 325, lid 2, VWEU, moeten de lidstaten ter bestrijding van fraude waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad, dezelfde maatregelen nemen als die welke zij treffen ter bestrijding van fraude waardoor hun eigen financiële belangen worden geschaad.

_________________

_________________

3 Richtlijn 2017/XX/EU van het Europees Parlement en de Raad van x x 2017 betreffende de strafrechtelijke bestrijding van fraude die de financiële belangen van de Unie schaadt (PB L x van xx.xx.2017, blz. x).

3 Richtlijn 2017/XX/EU van het Europees Parlement en de Raad van x x 2017 betreffende de strafrechtelijke bestrijding van fraude die de financiële belangen van de Unie schaadt (PB L x van xx.xx.2017, blz. x).

Amendement    5

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 8

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

8)  Wanneer witwasactiviteiten niet slechts neerkomen op enkel bezit of gebruik, maar ook de overdracht of het verhelen en verhullen van voorwerpen betreffen via het financiële stelsel en resulteren in verdere schade dan die welke reeds door het basisdelict is veroorzaakt, zoals schade aan de integriteit van het financiële stelsel, moet die activiteit afzonderlijk worden bestraft. De lidstaten moeten er dus voor zorgen dat dergelijke gedragingen ook strafbaar zijn wanneer zij worden verricht door de pleger van de criminele activiteit waarmee het voorwerp is verkregen (zogenoemde "self-laundering").

8)  De lidstaten moeten er aldus voor zorgen dat bepaalde soorten witwasactiviteiten ook strafbaar zijn wanneer zij worden verricht door de pleger van de criminele activiteit waarmee het voorwerp is verkregen ("self-laundering"). Wanneer witwasactiviteiten in dergelijke gevallen niet slechts neerkomen op enkel bezit of gebruik, maar ook de overdracht, de omzetting, het verhelen of het verhullen van voorwerpen betreffen via het financiële stelsel en resulteren in verdere schade dan die welke reeds door het basisdelict is veroorzaakt, zoals schade aan de integriteit van het financiële stelsel, bijvoorbeeld door de opbrengsten van criminele activiteiten in omloop te brengen en daarbij de illegale herkomst ervan te verhullen, moeten die activiteiten eveneens strafbaar zijn.

Amendement    6

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 9

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

9)  Wil de strafbaarstelling van witwassen een doeltreffend middel ter bestrijding van de georganiseerde misdaad zijn, dan zou het niet nodig moeten zijn om de bijzonderheden vast te stellen van het delict waarmee het voorwerp is verkregen en mag het dus zeker niet vereist zijn dat er sprake is van een eerdere of gelijktijdige veroordeling voor dat delict. Vervolging wegens witwassen mag ook niet worden belemmerd door het enkele feit dat het basisdelict is begaan in een andere lidstaat of een derde land, mits het in die lidstaat of dat derde land een strafbaar feit is. De lidstaten mogen als voorwaarde stellen dat het basisdelict in hun eigen nationale recht een delict zou zijn geweest wanneer het daar was gepleegd.

9)  Wil de strafbaarstelling van witwassen een doeltreffend middel ter bestrijding van de georganiseerde misdaad zijn, dan zou het niet nodig moeten zijn om de bijzonderheden vast te stellen van het delict waarmee het voorwerp is verkregen en mag het dus zeker niet vereist zijn dat er sprake is van een eerdere of gelijktijdige veroordeling voor dat delict. Vervolging wegens witwassen mag ook niet worden belemmerd door het enkele feit dat het basisdelict is begaan in een andere lidstaat of een derde land, mits het in die lidstaat of dat derde land een strafbaar feit is. De lidstaten mogen als voorwaarde stellen dat het basisdelict in hun eigen nationale recht een delict zou zijn geweest wanneer het daar was gepleegd. Dit moet niet worden geïnterpreteerd als een beperking van het recht op een eerlijk proces.

Amendement    7

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 9 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

9 bis)  Het is in het belang van de gerechtigheid dat personen die beschuldigd worden van een delict krachtens deze richtlijn de mogelijkheid hebben hun zaak te bepleiten en de tegen hen ingediende aanklachten aan te vechten, en dat zij toegang hebben tot de stukken en het bewijs dat tegen hen bestaat. Aangezien zaken in verband met terrorisme en terrorismefinanciering van ernstige aard zijn, is het van overwegend belang dat de betrokkenen in kennis worden gesteld van de essentie van de tegen hen aangespannen zaak wanneer de mogelijkheid bestaat dat de lidstaat dwangmaatregelen zal treffen, zodat zij hun advocaten of de speciale advocaat doeltreffend kunnen instrueren. Deze richtlijn moet ook in overeenstemming zijn met het beginsel van wapengelijkheid tussen de partijen.

Amendement    8

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 11

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

11)  Teneinde het witwassen van geld in de hele Unie tegen te gaan, moeten de lidstaten minimumstraffen vastleggen qua soort en qua hoogte voor het plegen van de in deze richtlijn omschreven delicten. Voor het geval het delict is gepleegd in het kader van een criminele organisatie in de zin van Kaderbesluit 2008/841/JBZ4 of wanneer de dader zijn beroep heeft misbruikt om het witwassen mogelijk te maken, moeten de lidstaten voorzien in verzwarende omstandigheden overeenkomstig de toepasselijke regels van hun eigen rechtsstelsel.

11)  Teneinde het witwassen van geld in de hele Unie tegen te gaan, moeten de lidstaten minimumstraffen vastleggen qua soort en qua hoogte voor het plegen van de in deze richtlijn omschreven delicten. Voor het geval het delict is gepleegd in het kader van een criminele organisatie in de zin van Kaderbesluit 2008/841/JBZ4, wanneer de dader zijn beroep heeft misbruikt om het witwassen mogelijk te maken of wanneer de dader een politiek prominente persoon is, moeten de lidstaten voorzien in verzwarende omstandigheden overeenkomstig de toepasselijke regels van hun eigen rechtsstelsel.

_________________

_________________

4 Kaderbesluit 2008/841/JBZ van de Raad van 24 oktober 2008 ter bestrijding van georganiseerde criminaliteit (PB L 300 van 11.11.2008, blz. 42).

4 Kaderbesluit 2008/841/JBZ van de Raad van 24 oktober 2008 ter bestrijding van georganiseerde criminaliteit (PB L 300 van 11.11.2008, blz. 42).

Amendement    9

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 11 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

11 bis)  De lidstaten moeten erop toezien dat rechters en rechtbanken bij het vaststellen van sancties tegen delinquenten rekening kunnen houden met verzwarende omstandigheden als gedefinieerd in deze richtlijn, hoewel verzwaring van de straf niet verplicht is. Het is aan de rechters en de rechtbanken om in het licht van alle feiten te beslissen of zij rekening zullen houden met verzwarende omstandigheden. De lidstaten hoeven geen verzwarende omstandigheden aan te voeren in gevallen waarin de sancties voor de delicten als omschreven in Kaderrichtlijn 2008/841/JBZ afzonderlijk worden vastgesteld krachtens het nationale recht en in zwaardere straffen kunnen resulteren.

Amendement    10

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 12

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

12)  Gelet op de mobiliteit van de plegers en de opbrengsten van criminele activiteiten, alsook op de complexe grensoverschrijdende onderzoeken die nodig zijn ter bestrijding van het witwassen van geld, moeten alle lidstaten hun rechtsmacht zodanig vaststellen dat de bevoegde autoriteiten dergelijke activiteiten kunnen onderzoeken en vervolgen. De lidstaten moeten daarbij ervoor zorgen dat hun rechtsmacht zich uitstrekt tot situaties waarin een delict is gepleegd met behulp van informatie- en communicatietechnologie vanaf hun grondgebied, ongeacht of die technologie zich op hun grondgebied bevindt.

12)  Gelet op de mobiliteit van de plegers en de opbrengsten van criminele activiteiten, alsook op de complexe grensoverschrijdende onderzoeken die nodig zijn ter bestrijding van het witwassen van geld, moeten alle lidstaten hun rechtsmacht zodanig vaststellen dat de bevoegde autoriteiten dergelijke activiteiten kunnen onderzoeken en vervolgen. De lidstaten moeten daarbij ervoor zorgen dat hun rechtsmacht zich uitstrekt tot situaties waarin een delict is gepleegd met behulp van informatie- en communicatietechnologie vanaf hun grondgebied, ongeacht of die technologie zich op hun grondgebied bevindt. Krachtens het rechtsmachtconcept van het internationaal mensenrechtenrecht zijn staten die partij zijn bij mensenrechtenverdragen verplicht de rechten van personen die onder hun rechtsmacht vallen te waarborgen, ook als die personen zich buiten hun grondgebied bevinden.

Amendement    11

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 12 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

12 bis)  Om witwasdelicten met succes te kunnen onderzoeken en vervolgen, moeten degenen die belast zijn met het onderzoek naar of de vervolging van zulke delicten, toegang krijgen tot doeltreffende onderzoeksmiddelen, zoals die welke worden gebruikt bij de bestrijding van georganiseerde criminaliteit of andere ernstige misdrijven. Bij het gebruik van die middelen overeenkomstig het nationale recht dient rekening te worden gehouden met het evenredigheidsbeginsel en met de aard en de ernst van het delict waarnaar het onderzoek wordt gevoerd, en dient eveneens het recht op bescherming van persoonsgegevens te worden nageleefd.

Amendement    12

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 12 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

12 ter)  De bevoegde autoriteiten die toezicht houden op financiële en kredietinstellingen ten behoeve van de naleving van deze richtlijn, moeten met elkaar kunnen samenwerken en vertrouwelijke informatie kunnen uitwisselen, ongeacht hun respectieve aard of status. Hiertoe moeten deze bevoegde autoriteiten beschikken over een passende rechtsgrondslag voor de uitwisseling van vertrouwelijke informatie en zoveel mogelijk met elkaar samenwerken, overeenkomstig de toepasselijke internationale normen op dit gebied. Belastinggegevens met betrekking tot eindbegunstigdenregisters moeten als basis dienen voor de automatische uitwisseling van informatie tussen belastingautoriteiten en andere relevante regelgevings- en rechtshandhavingsautoriteiten.

Amendement    13

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 12 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

12 quater)  Bij de bestrijding van witwassen door middel van het strafrecht dient een hoog niveau van rechtszekerheid betreffende de eerbiediging van de grondrechten, en met name de rechten van de beklaagde, worden gewaarborgd. In dat opzicht dienen alle door de lidstaten genomen maatregelen evenredig en evenwichtig te zijn.

Amendement    14

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 12 quinquies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

12 quinquies)  Het beroepsgeheim, het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer en het recht op een eerlijk proces mogen niet worden ondermijnd of geschonden doordat op grond van een verdenking gegevens of informatie worden verzameld en doorgegeven over gangbare transacties binnen de privésfeer van personen.

Amendement    15

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Deze richtlijn stelt minimumvoorschriften vast voor de definitie van delicten en sancties op het gebied van het witwassen van geld.

1.  Deze richtlijn stelt minimumvoorschriften vast voor de definitie van delicten en sancties op het gebied van het witwassen van geld teneinde het bestaande recht te actualiseren en gesignaleerde tekortkomingen weg te werken.

Amendement    16

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  Deze richtlijn is volledig in overeenstemming met het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.

Amendement    17

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 – lid 1 – punt 1 – letter g

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(g)  illegale handel in gestolen goederen en andere goederen;

(g)  illegale handel in gestolen goederen en andere goederen, zoals smokkel van ruwe olie, wapens, drugs, tabak en tabaksproducten, kostbare metalen en mineralen, culturele kunstvoorwerpen en andere objecten van archeologisch, historisch, cultureel en religieus belang of van grote wetenschappelijke waarde, evenals ivoor en wilde dieren en planten;

Amendement    18

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – lid 1 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(c)  de verwerving, het bezit of het gebruik van voorwerpen, wetende, op het tijdstip van ontvangst, dat deze voorwerpen zijn verworven uit een criminele activiteit of uit deelneming aan een dergelijke activiteit.

(c)  de verwerving, het bezit, het beheer of het gebruik van voorwerpen, wetende, op het tijdstip van ontvangst, dat deze voorwerpen zijn verworven uit een criminele activiteit of uit deelneming aan een dergelijke activiteit.

Amendement    19

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – lid 2 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Van strafbaarheid van een feit als bedoeld in lid 1 kan sprake zijn ongeacht:

2.  Voor de toepassing van lid 1, ziet elke lidstaat erop toe dat:

Amendement    20

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – lid 2 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  een voorafgaande of gelijktijdige veroordeling voor de criminele activiteit waarmee het voorwerp is verkregen;

(a)  het niet noodzakelijk is dat de vaststelling van een voorafgaande of gelijktijdige veroordeling voor de criminele activiteit waarmee het voorwerp is verkregen een voorwaarde is voor de berechting van plegers van de in lid 1 omschreven delicten;

Amendement    21

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – lid 2 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b)  de identiteit van degene die de criminele activiteit verrichte waarmee het voorwerp is verkregen of andere omstandigheden betreffende die criminele activiteit;

(b)  het niet noodzakelijk is de identiteit vast te stellen van degene die de criminele activiteit verrichte waarmee het voorwerp is verkregen of andere omstandigheden betreffende die criminele activiteit;

Amendement    22

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – lid 2 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(c)  de vraag of de criminele activiteit waarmee het voorwerp is verkregen, werd verricht op het grondgebied van een andere lidstaat of op dat van een derde land, wanneer de betrokken gedraging een delict is krachtens het nationale recht van de lidstaat of het derde land waar de gedraging heeft plaatsgevonden en een delict zou zijn geweest krachtens het nationale recht van de lidstaat die dit artikel uitvoert of toepast wanneer de gedraging daar had plaatsgevonden;

(c)  het niet noodzakelijk is vast te stellen of de criminele activiteit waarmee het voorwerp is verkregen, werd verricht op het grondgebied van een andere lidstaat of op dat van een derde land, wanneer de betrokken gedraging een delict is krachtens het nationale recht van de lidstaat of het derde land waar de gedraging heeft plaatsgevonden en een delict zou zijn geweest krachtens het nationale recht van de lidstaat die dit artikel uitvoert of toepast wanneer de gedraging daar had plaatsgevonden;

Amendement    23

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – lid 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 bis.  Medeweten, oogmerk of opzet, vereist als bestanddeel van een in lid 1 omschreven delict, kunnen worden afgeleid uit objectieve feitelijke omstandigheden.

Amendement    24

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Elke lidstaat zorgt ervoor dat uitlokking van, medeplichtigheid aan en poging tot het plegen van een delict als bedoeld in artikel 3, strafbaar zijn.

Elke lidstaat neemt de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat uitlokking van, medeplichtigheid aan, advies met het oog op, samenzwering tot of poging tot het plegen van een delict als bedoeld in artikel 3, strafbaar zijn.

Amendement    25

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 5 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Elke lidstaat zorgt ervoor dat de gedragingen als bedoeld in de artikelen 3 en 4, strafrechtelijk kunnen worden bestraft met doeltreffende, evenredige en afschrikkende straffen.

1.  De lidstaten zorgen ervoor dat de gedragingen als bedoeld in de artikelen 3 en 4, strafrechtelijk kunnen worden bestraft met doeltreffende, evenredige en afschrikkende straffen, met volledige eerbiediging van de grondrechten.

Amendement    26

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 5 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Elke lidstaat zorgt ervoor dat de in artikel 3 bedoelde delicten kunnen worden bestraft met een maximale gevangenisstraf van ten minste vier jaar, althans in ernstige gevallen.

2.  Elke lidstaat zorgt ervoor dat de in artikel 3 bedoelde delicten kunnen worden bestraft met een maximale gevangenisstraf van ten minste vier jaar, althans in ernstige gevallen, naar gelang van de ernst van het delict.

Amendement    27

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 5 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  Elke lidstaat zorgt ervoor dat de maximale gevangenisstraf in geval van verzwarende omstandigheden dienovereenkomstig wordt aangepast.

Amendement    28

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 6 – lid 1 — letter b bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(b bis)  de dader een politiek prominente persoon is in de zin van artikel 3, punt 9, van Richtlijn 2015/849/EU;

Amendement    29

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 6 – lid 1 – letter b ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(b ter)  het geld of het voorwerp wordt gebruikt om rechtstreeks andere criminele activiteiten, zoals terrorisme, te financieren of te steunen.

Amendement    30

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 8 – lid 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Elke lidstaat zorgt ervoor dat een rechtspersoon die volgens artikel 6, lid 1, aansprakelijk is gesteld voor delicten, kan worden gestraft met doeltreffende, evenredige en afschrikkende straffen, waaronder al dan niet strafrechtelijke geldboeten en eventuele andere straffen, zoals:

Elke lidstaat zorgt ervoor dat een rechtspersoon die volgens artikel 7, lid 1, aansprakelijk is gesteld voor delicten, kan worden gestraft met doeltreffende, evenredige en afschrikkende straffen, waaronder al dan niet strafrechtelijke geldboeten en eventuele andere straffen, zoals:

Amendement    31

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 8 – lid 1 – punt 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(1)  het uitsluiten van die rechtspersoon van door de overheid verleende voordelen of steun;

(1)   de uitsluiting van door de overheid verleende voordelen of steun;

Amendement    32

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 8 – lid 1 – punt 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(2)  het tijdelijk of permanent verbod op het uitoefenen door die rechtspersoon van commerciële activiteiten;

(2)  een tijdelijk of permanent verbod op het uitoefenen van commerciële activiteiten;

Amendement    33

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 8 – lid 1 – punt 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(4)  een rechterlijk bevel tot ontbinding;

(4)  een rechterlijk bevel tot liquidatie;

Amendement    34

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 9 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  Elke lidstaat probeert samen te werken met de andere lidstaten die betroffen zijn door hetzelfde delict, met inachtneming van het beginsel van goede justitiële samenwerking in burgerlijk en handelszaken.

PROCEDURE VAN DE ADVISERENDE COMMISSIE

Titel

Witwasbestrijding via het strafrecht

Document- en procedurenummers

COM(2016)0826 – C8-0534/2016 – 2016/0414(COD)

Bevoegde commissie

       Datum bekendmaking

LIBE

13.2.2017

 

 

 

Advies uitgebracht door

       Datum bekendmaking

JURI

13.2.2017

Rapporteur voor advies

       Datum benoeming

Kostas Chrysogonos

31.1.2017

Behandeling in de commissie

29.5.2017

 

 

 

Datum goedkeuring

7.9.2017

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

20

1

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Max Andersson, Joëlle Bergeron, Marie-Christine Boutonnet, Jean-Marie Cavada, Kostas Chrysogonos, Lidia Joanna Geringer de Oedenberg, Mary Honeyball, Sylvia-Yvonne Kaufmann, Gilles Lebreton, António Marinho e Pinto, Julia Reda, Evelyn Regner, Axel Voss, Tadeusz Zwiefka

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Isabella Adinolfi, Sergio Gaetano Cofferati, Luis de Grandes Pascual, Angel Dzhambazki, Rainer Wieland, Tiemo Wölken

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Gabriel Mato, Andrey Novakov

HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE ADVISERENDE COMMISSIE

20

+

ALDE

EFDD

ENF

GUE/NGL

PPE

 

S&D

 

VERTS/ALE

Jean-Marie Cavada, António Marinho e Pinto

Joëlle Bergeron

Marie-Christine Boutonnet, Gilles Lebreton

Kostas Chrysogonos

Gabriel Mato, Andrey Novakov, Axel Voss, Rainer Wieland, Tadeusz Zwiefka, Luis de

Grandes Pascual

Sergio Gaetano Cofferati, Lidia Joanna Geringer de Oedenberg, Mary Honeyball,

Sylvia-Yvonne Kaufmann, Evelyn Regner, Tiemo Wölken

Max Andersson, Julia Reda

1

-

ECR

Angel Dzhambazki

0

0

 

 

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding


PROCEDURE VAN DE BEVOEGDE COMMISSIE

Titel

Strafrechtelijke bestrijding van het witwassen van geld

Document- en procedurenummers

COM(2016)0826 – C8-0534/2016 – 2016/0414(COD)

Datum indiening bij EP

22.12.2016

 

 

 

Bevoegde commissie

       Datum bekendmaking

LIBE

13.2.2017

 

 

 

Medeadviserende commissies

       Datum bekendmaking

AFET

13.2.2017

DEVE

13.2.2017

ECON

13.2.2017

JURI

13.2.2017

Geen advies

       Datum besluit

AFET

30.1.2017

 

 

 

Rapporteurs

       Datum benoeming

Ignazio Corrao

27.2.2017

 

 

 

Behandeling in de commissie

29.6.2017

28.9.2017

19.10.2017

11.12.2017

Datum goedkeuring

11.12.2017

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

39

0

4

Bij de eindstemming aanwezige leden

Asim Ademov, Jan Philipp Albrecht, Heinz K. Becker, Monika Beňová, Malin Björk, Caterina Chinnici, Cornelia Ernst, Laura Ferrara, Ana Gomes, Nathalie Griesbeck, Monika Hohlmeier, Brice Hortefeux, Eva Joly, Dietmar Köster, Monica Macovei, Barbara Matera, Claude Moraes, József Nagy, Ivari Padar, Judith Sargentini, Birgit Sippel, Branislav Škripek, Csaba Sógor, Sergei Stanishev, Valdemar Tomaševski, Bodil Valero, Marie-Christine Vergiat, Harald Vilimsky, Josef Weidenholzer, Tomáš Zdechovský

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Ignazio Corrao, Lívia Járóka, Petr Ježek, Maite Pagazaurtundúa Ruiz, Emil Radev, Axel Voss

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Rosa D’Amato, Elisabetta Gardini, Peter Jahr, Thomas Mann, Georgi Pirinski, Francis Zammit Dimech, Joachim Zeller

Datum indiening

20.12.2017


HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

39

+

ALDE

Nathalie Griesbeck, Petr Ježek, Maite Pagazaurtundúa Ruiz

ECR

Monica Macovei, Valdemar Tomaševski, Branislav Škripek

EFDD

Ignazio Corrao, Rosa D'Amato, Laura Ferrara

PPE

Asim Ademov, Heinz K. Becker, Elisabetta Gardini, Monika Hohlmeier, Brice Hortefeux, Peter Jahr, Lívia Járóka, Thomas Mann, Barbara Matera, József Nagy, Emil Radev, Csaba Sógor, Axel Voss, Francis Zammit Dimech, Tomáš Zdechovský, Joachim Zeller

S&D

Monika Beňová, Caterina Chinnici, Ana Gomes, Dietmar Köster, Claude Moraes, Ivari Padar, Georgi Pirinski, Birgit Sippel, Sergei Stanishev, Josef Weidenholzer

Verts/ALE

Jan Philipp Albrecht, Eva Joly, Judith Sargentini, Bodil Valero

0

-

 

 

4

0

ENF

Harald Vilimsky

GUE/NGL

Malin Björk, Cornelia Ernst, Marie-Christine Vergiat

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding

Juridische mededeling