Procedure : 2018/0801(NLE)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0027/2018

Ingediende teksten :

A8-0027/2018

Debatten :

Stemmingen :

PV 01/03/2018 - 8.4
CRE 01/03/2018 - 8.4

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0046

VERSLAG     
PDF 385kWORD 57k
22.2.2018
PE 616.842v02-00 A8-0027/2018

over de voordracht van Annemie Turtelboom voor de benoeming tot lid van de Rekenkamer

(C8‑0008/2018 – 2018/0801(NLE))

Commissie begrotingscontrole

Rapporteur voor advies: Indrek Tarand

ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 BIJLAGE 1: CURRICULUM VITAE VAN Annemie Turtelboom
 BIJLAGE 2: ANTWOORDEN VAN Annemie Turtelboom OP DE VRAGENLIJST
 PROCEDURE VAN DE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over de voordracht van Annemie Turtelboom voor de benoeming tot lid van de Rekenkamer

(C8‑0008/2018 – 2018/0801(NLE))

(Raadpleging)

Het Europees Parlement,

–  gezien artikel 286, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het Parlement door de Raad is geraadpleegd (C8‑0008/2018),

–  gezien artikel 121 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A8-0027/2018),

A.  overwegende dat zijn Commissie begrotingscontrole de kwalificaties van de voorgedragen kandidaat heeft onderzocht, met name gelet op de in artikel 286, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie vermelde voorwaarden;

B.  overwegende dat de Commissie begrotingscontrole het kandidaat-lid van de Rekenkamer tijdens haar vergadering van 20 februari 2018 heeft gehoord;

1.  brengt positief advies uit over de voordracht van de Raad voor de benoeming van Annemie Turtelboom tot lid van de Rekenkamer;

2.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de Raad en, ter informatie, aan de Rekenkamer, alsmеde aan de overige instellingen van de Europese Unie en de controle-instellingen van de lidstaten.


BIJLAGE 1: CURRICULUM VITAE VAN Annemie Turtelboom

Openbare ambten en taken

2016 – heden  Lid van het Belgische federaal parlement

2014 – 2016  Vicepremier, minister van Begroting, Financiën en Energie, Vlaamse regering

2012 – 2014   Minister van Justitie, federale regering van België

2009 – 2012  Minister van Binnenlandse Zaken, federale regering van België

2008 – 2009  Minister van Asiel en Migratie, federale regering van België

2008 – 2014  Lid, Raad Justitie en Binnenlandse Zaken, Europese Unie

2010  Voorzitter, Raad Justitie en Binnenlandse Zaken, Europese Unie

2003 – 2007  Lid van het Belgische federaal parlement

2012 – heden  Gemeenteraadslid van Antwerpen

2012 – heden   Lid van de raad van bestuur van de haven van Antwerpen  

2006 – 2012  Gemeenteraadslid van Puurs

2000 – 2006   Lid van het Openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn van Puurs

2008   Staflid, kabinet van de premier  

2001 – 2003   Hoofd van de afdeling Marketing, Katholieke Hogeschool Leuven

1993 – 2001   Docent, Katholieke Hogeschool Leuven

Opleiding

1993    MA in Economie (cum laude), Katholieke Universiteit Leuven

1988    Onderwijsbevoegdheid, Guardini

Talen

Nederlands   Moedertaal

Engels  Vloeiend

Frans        Vloeiend


BIJLAGE 2: ANTWOORDEN VAN Annemie Turtelboom OP DE VRAGENLIJST

Beroepservaring

1.  Gelieve uw beroepservaring op het gebied van overheidsfinanciën te vermelden, of dat nu ervaring is op het vlak van begrotingsplanning, begrotingsuitvoering of -beleid, begrotingscontrole of audits.

Hoewel in mijn cv mijn hele professionele achtergrond wordt vermeld, zal ik hier uitweiden over mijn achtergrond op bovengenoemde gebieden. Mijn eerste kennismaking met deze gebieden vond plaats tijdens mijn studie economie. Met name in het vak openbare financiën heb ik een grondig begrip van de beginselen van de planning, het beheer en de controle op openbare financiën verworven. Later, tijdens mijn loopbaan, heb ik deze kennis uitgebouwd door aan de universiteit colleges te geven aan studenten binnen het programma accountancy en begrotingsbeleid.

Tijdens mijn ambtstermijn als vicepremier en minister van Begroting, Financiën en Energie in de Vlaamse regering behoorden het beheer van de overheidsfinanciën en de verslaggeving inzake en de controle op het gebruik van overheidsmiddelen tot mijn belangrijkste aandachtspunten. Ik was verantwoordelijk voor het opstellen en controleren van de begrotingen voor de jaren 2014 en 2015. In die periode werkte ik nauw samen met de Belgische rekenkamer, die ik verzocht om jaarlijkse verslagen over de Vlaamse begroting en speciale verslagen over, onder andere, informatiebeveiliging door de Vlaamse belastingdienst en de tenuitvoerlegging van het Europees Stelsel van economische rekeningen (ESER) door de Vlaamse regering. Daarnaast was ik betrokken bij de beoordeling van de financiële en budgettaire gevolgen van de zesde Belgische staatshervorming.

In mijn politieke loopbaan hebben openbare financiën altijd een centrale rol gespeeld. Na meerdere ambtstermijnen te hebben gediend als lid van de Belgische Kamer van Volksvertegenwoordigers, en acht jaar in de federale en Vlaamse regering, ben ik mij zeer bewust van de fundamentele verantwoordelijkheden die onlosmakelijk zijn verbonden aan het beheer van en de controle op overheidsfinanciën.

Tijdens mijn jaren als minister in de Belgische regering, waarin ik achtereenvolgens verantwoordelijkheid droeg voor de veiligheidsdiensten, Asiel en Migratie, Binnenlandse Zaken en Justitie, heb ik de begrotingsplannen voor elke afdeling opgesteld en ook de begrotingscontrole gecoördineerd. Ik heb er altijd naar gestreefd om de doelmatigheid en de prestaties van de begrotingsuitvoering te optimaliseren, met het oog waarop ik de Belgische rekenkamer om diverse controles heb gevraagd.

Bovendien heb ik als verantwoordelijk minister voor binnenlandse veiligheidsdiensten nauw samengewerkt met het Vast Comité van Toezicht op de politiediensten en het Vast Comité van Toezicht op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten. Beide comités voeren controles uit in de Belgische veiligheids- en inlichtingenstructuur, en beide waren van groot belang voor het doeltreffende beheer en de hervorming van de betrokken veiligheidsdiensten.

Ook heb ik samengewerkt met de Hoge Raad voor de Justitie, die, onder meer, het Belgische rechtstelsel helpt om beter te functioneren door middel van externe controles via audits.

2.  Wat zijn de belangrijkste successen die u tijdens uw loopbaan heeft geboekt?

Mijn focus als Belgische minister van Justitie lag op de eerste diepgaande hervorming van de Belgische rechtbankstructuren sinds Napoleon. De hervorming omvatte onder meer het verlagen van het aantal gerechtelijke arrondissementen van 27 tot 12, de algemene versterking van de derde tak door meer autonomie te geven aan magistraten en een verschuiving naar een op resultaten gerichte cultuur, waarin de Belgische hoogste controle-instantie beheersovereenkomsten gebruikt en controleert om de doelmatigheid te vergroten en de doeltreffendheid te beoordelen. Het verbeteren van de doelmatigheid was het doel van al mijn hervormingen in die periode. Voorts hield ik in de betreffende periode toezicht op de ontwikkeling van een Belgische arbitragewet, die ondernemingen de mogelijkheid biedt om hun geschillen te beslechten via arbitrage en bemiddeling in plaats van voor de rechter.

Doelmatigheid en transparantie waren ook de leidende beginselen van de hervormingen die ik als minister van Binnenlandse Zaken heb doorgevoerd. Onder mijn toezicht werden de brandweerdiensten hervormd en werd het aantal politiedistricten verminderd. Deze hervormingen vonden plaats tijdens tumultueuze jaren voor het ministerie van Binnenlandse Zaken, dat te maken kreeg met diverse calamiteiten, zoals een grote gasexplosie, een treinbotsing en overstromingen. Ook vonden tijdens mijn ambtstermijn onverwacht Belgische verkiezingen plaats, die ik beheerde, en bekleedde België het voorzitterschap van de Raad van de Europese Unie.

Als lid van de Vlaamse regering hield ik mij voornamelijk bezig met belastinghervormingen. Ik was belast met de verlaging van belastingen voor scheidende echtparen bij de verdeling van hun woning. Ook stuurde ik de belastingwet voor personenvervoer in de richting van vergroening door bonussen voor auto's met weinig of geen emissies in te voeren. Tot slot legde ik het fundament voor een diepgaande hervorming van het erfrecht en de erfbelasting, die momenteel wordt voltooid door mijn opvolger.

3.  In hoeverre heeft u beroepservaring opgedaan bij internationale multiculturele en meertalige organisaties of instellingen die in andere landen dan uw thuisland zijn gevestigd?

Werken in een internationale omgeving is een van de constanten in mijn loopbaan. Een van mijn verantwoordelijkheden als minister onder wie de veiligheidsdiensten ressorteerden was het vertegenwoordigen van België in de Raad Binnenlandse Zaken en Justitie, waarvan ik zes jaar lid was en die ik in 2010, tijdens het Belgische voorzitterschap, voorzat. Als voorzitter van de Raad JBZ heb ik deelgenomen aan diverse trilaterale besprekingen over veiligheid in Washington en Brussel en over terrorisme en radicalisering in Madrid. Daarnaast had ik regelmatig contacten en vergaderingen met internationale organisaties, zoals de Verenigde Naties, de Raad van Europa, de OESO, Europol en Eurojust, en bilaterale besprekingen met een aantal partnerlanden, zoals Marokko en Griekenland. Als minister van Energie in de Vlaamse regering bracht ik vaak bezoeken aan innovatieve energieprojecten in het buitenland en werkte ik voortdurend samen in de Benelux-Raad.

Bovendien bood mijn werk als parlementslid mij ruime gelegenheid om samen te werken met internationale organisaties. Ik heb deelgenomen aan en ben hoofdspreker geweest op diverse conferenties en heb meegewerkt aan een groot aantal internationale initiatieven. De keynote speech op de Globsec Tatra-top van 2016 en de daaropvolgende werkzaamheden aan het Globsec Intelligence Reform Initiative (GIRI) verdienen daarbij speciale vermelding. Ook nam ik deel aan de verkiezingswaarnemingsmissie voor de algemene verkiezingen van 2016 in Armenië.

Voorts heb ik in de maanden augustus-december 2017 in een multiculturele en meertalige omgeving geleefd en gestudeerd nadat ik was geselecteerd voor het Yale Greenberg World Fellows-programma. Aan deze Ivy League-universiteit volgde ik niet alleen een veeleisend studieprogramma, maar gaf ik ook meerdere lezingen over de Europese Unie en coachte ik een aantal internationale studenten ten aanzien van hun toekomstige loopbaanplanning.

4.  Heeft men u kwijting verleend voor de managementtaken die u voorheen uitvoerde, indien een dergelijke procedure van toepassing is?

In het Belgische recht keurt het parlement het jaarverslag van de regering over de begrotingsuitvoering goed na eerst het oordeel van de Belgische rekenkamer te hebben gehoord. Voor de begrotingsuitvoering in het Vlaams Gewest geldt een soortgelijke procedure. Vanuit wettelijk oogpunt verschillen deze procedures in veel opzichten van de kwijtingsprocedure van het Europees Parlement.

5.  Welke van de door u vervulde functies waren het gevolg van een politieke benoeming?

Zoals ik in mijn cv en in mijn antwoorden op de voorgaande vragen heb vermeld, heb ik vier ministersposten vervuld, achtereenvolgens die van: 1) minister van Asiel en Migratie, 2) minister van Binnenlandse Zaken en 3) minister van Justitie (alle in de Belgische regering), en 4) vicepremier en minister van Begroting, Financiën en Energie in de Vlaamse regering. Al deze functies waren het gevolg van een politieke benoeming.

Daarnaast ben ik als gekozen gemeenteraadslid van Antwerpen benoemd tot vertegenwoordiger van de gemeenteraad in de raad van bestuur en het auditcomité van de haven van Antwerpen. Van 2006 tot 2012 had ik als lid van de gemeenteraad van Puurs, ook als gevolg van een benoeming, zitting in het bestuur van het Openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn (OCMW).

6.  Wat zijn de drie belangrijkste beslissingen waarbij u tijdens uw loopbaan betrokken bent geweest?

Zoals beschreven in de voorgaande vragen, is de algemene hervorming van het ministerie van Justitie, waarop ik toezicht hield, een van de belangrijkste resultaten van mijn professionele carrière geweest, waarvoor de belangrijkste beslissingen moesten worden genomen waar ik ooit partij bij ben geweest. Het voornaamste doel van deze hervorming is het teruggeven van financiële bevoegdheden en autonomie aan de gerechtelijke arrondissementen, die door de Belgische rekenkamer worden gecontroleerd. Deze hervormingen leiden tot een aanzienlijke verhoging van de kwaliteit van de prestaties en doelmatigheid van het gehele rechtsstelsel.

Ik was partij bij de onderhandelingen en het nemen van de uiteindelijke besluiten over de zesde Belgische staatshervorming, die bestond uit een omvangrijke verdere teruggave van bevoegdheden van het nationale aan het gewestelijke niveau. Deze hervorming was het resultaat van de Belgische kabinetsformatie van 2010-2011, en de hervorming gaf de gewesten bevoegdheden op economisch en werkgelegenheidsgebied en maakte de gemeenschappen verantwoordelijk voor gezinsbeleid. Bovendien worden de gewesten en gemeenschappen sinds de hervorming anders gefinancierd en hebben ze meer fiscale autonomie.

Ik was de eerste minister in België die verantwoordelijk was voor een aparte asiel- en migratieportefeuille, onder moeilijke omstandigheden. Door mijn inspanningen in de regering kreeg ik de positie van minister van Binnenlandse Zaken, als eerste vrouw in de geschiedenis van België.

In mijn politieke loopbaan ben ik betrokken geweest bij nog veel meer gewichtige beslissingen. Daarvoor verwijs ik u naar mijn antwoorden op de vragen 1 tot en met 3.

Onafhankelijkheid

7.  In het Verdrag wordt bepaald dat de leden van de Rekenkamer hun ambt "volkomen onafhankelijk" uitoefenen. Hoe zou u bij de uitoefening van uw toekomstige functie invulling geven aan deze verplichting?

Onafhankelijkheid is een cruciale voorwaarde voor de werking van elke hoogste controle-instantie. Deze onafhankelijkheid is vervat in de artikelen 285 t/m 287 VWEU en wordt uitgebreid omschreven in de door de Internationale Organisatie van hoge controle-instanties (Intosai) opgestelde Verklaring van Lima. Ik onderschrijf deze beginselen ten volle en zal ze als lid van de Rekenkamer onvoorwaardelijk in acht nemen. Ik zal mij niet laten beïnvloeden door gecontroleerde organisaties en ik zal niet afhankelijk zijn van die organisaties, noch zal ik instructies aannemen van overheden of andere partijen.

Om mijn volledige onafhankelijkheid te garanderen zal ik afstand doen van al mijn politieke mandaten en geen enkele activiteit ondernemen die mijn onafhankelijkheid in de toekomst zou kunnen aantasten. Bij het uitvoeren van mijn taken als lid zal ik mij verre houden van elke situatie waarin ik een belangenconflict zou kunnen hebben, onder meer door geen andere beroepsfuncties op mij te nemen of politieke ambten te vervullen. Ook zal ik elke situatie uit de weg gaan waarin de perceptie van mogelijke belangenverstrengeling zou kunnen ontstaan.

8.  Heeft u of hebben uw naaste familieleden (uw ouders, broers en zussen, wettelijke partner en kinderen) zakelijke of financiële belangen of andere verplichtingen waardoor een conflict met uw toekomstige taken zou kunnen optreden?

Nee. Noch ik, noch mijn naaste verwanten hebben zakelijke of financiële belangen of andere verplichtingen waardoor een conflict met mijn toekomstige taken als lid van de Rekenkamer zou kunnen optreden.

9.  Bent u bereid om al uw financiële belangen en andere verplichtingen aan de voorzitter van de Rekenkamer te onthullen en ze openbaar te maken?

Ja, uiteraard. Als gekozen ambtsdrager in België was ik reeds verplicht om belangenverklaringen in te dienen, hetgeen ik altijd onverwijld en correct heb gedaan.

10.  Bent u momenteel betrokken bij een gerechtelijke procedure? Zo ja, verstrek nadere bijzonderheden.

Nee, ik ben momenteel niet betrokken bij enige gerechtelijke procedure.

11.  Hebt u een actieve of uitvoerende rol in de politiek, en zo ja, op welk niveau? Hebt u de afgelopen 18 maanden een politieke functie vervuld? Zo ja, verstrek nadere bijzonderheden.

Ja. Bij de algemene verkiezingen van 2014 ben ik gekozen in de Belgische Kamer van Volksvertegenwoordigers, en in juni 2016 trad ik in functie. In het parlement ben ik lid van de commissie Buitenlandse Zaken. Daarnaast ben ik sinds 1 januari 2013 gekozen gemeenteraadslid van Antwerpen. Ik behoor tot en ben lid van het partijbureau van de Vlaamse partij Open Vld.

12.  Zou u een functie waarvoor u gekozen bent, of een actieve functie met verantwoordelijkheden in een politieke partij opgeven als u wordt benoemd tot lid van de Rekenkamer?

Ja. Ik zal onmiddellijk afstand doen van mijn actieve functies om mijn taken als auditor onafhankelijk te kunnen uitoefenen.

13.  Hoe zou u te werk gaan bij een zaak die verband houdt met een ernstige onregelmatigheid, of zelfs fraude en/of corruptie, waarbij personen uit uw lidstaat van herkomst betrokken zijn?

Fraude en corruptie maken geen onderscheid tussen nationaliteiten, en ook in de behandeling van fraude- en corruptiezaken dient dit niet te gebeuren. Elk lid van de Rekenkamer dient volledig onpartijdig en integer te werk te gaan en alle interne voorschriften en standaardprocedures van de Rekenkamer na te leven. Wanneer ik zou worden geconfronteerd met een ernstige onregelmatigheid, fraude of corruptie waarbij een of meer personen uit mijn lidstaat betrokken zijn, zou ik daarom niet anders handelen dan in elke andere zaak in welke lidstaat dan ook, d.w.z. professioneel en proactief.

In geval van vermeende fraude zou ik de zaak onmiddellijk ter kennis van de president van de Rekenkamer brengen, en ik zou ervoor zorgen dat fraudegevallen worden doorverwezen naar het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF), zoals vereist door een besluit van de Rekenkamer inzake de samenwerking tussen de Rekenkamer en OLAF aangaande gevallen van vermeende fraude waarvan de Rekenkamer in kennis komt tijdens haar controlewerkzaamheden of door ongevraagde meldingen door derden.

Uitoefening van het ambt

14.  Wat zijn volgens u de belangrijkste kenmerken van een cultuur van goed financieel beheer in eender welke openbare dienst? Hoe zou de Rekenkamer hiertoe kunnen bijdragen?

Het belangrijkste kenmerk van een cultuur van goed financieel beheer in een openbare dienst is het bestaan van functionele systemen, zowel operationele systemen als controlesystemen. De systemen moeten zijn opgebouwd rond een model van "drie verdedigingslinies":

–  functies die verantwoordelijk zijn voor risico;

–  functies die toezicht houden op of gespecialiseerd zijn in risicobeheer en naleving;

–  functies die onafhankelijke zekerheid verschaffen, waaronder door middel van audits.

Al het beheer van het geld van belastingbetalers in openbare diensten moet voldoen aan de drie volgende, in de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie vastgelegde beginselen: rentabiliteit (tijdig, in de passende hoeveelheid en kwaliteit verkrijgen van inputs tegen de best mogelijke prijs), efficiëntie (produceren van de grootste nuttige output uit de gegeven inputs), en doeltreffendheid (realiseren van gestelde doelstellingen en beoogde resultaten van de activiteit). Door tijdig onafhankelijke, relevante controleverslagen uit te brengen kan de Rekenkamer de inachtneming van deze beginselen van goed financieel beheer waarborgen.

Interne controle van het financieel beheer is een essentieel element van goed bestuur. De Rekenkamer heeft een cruciale rol te spelen met betrekking tot de verantwoordingsplicht binnen het institutionele kader van de Europese Unie. Door verslagen uit te brengen waarin goede werkwijzen worden beschreven en wordt gewezen op situaties die vatbaar zijn voor verbetering, bevindt de Rekenkamer zich in een unieke positie om zowel het Europees Parlement als de EU-burgers te informeren over de wijze waarop belastinggeld wordt beheerd. Deze rol in het kader van de verantwoordingsplicht geeft de Rekenkamer een gedeelde verantwoordelijkheid om het vertrouwen van de burgers in het institutionele kader en het financieel beheer van de EU te vergroten.

Naast reguliere financiële en nalevingscontroles brengt een goed financieel beheer ook doelmatigheidscontroles met zich mee. Mijn hele loopbaan ben ik doordrongen geweest van het belang daarvan, zoals ook blijkt uit mijn antwoord op vraag 1. Het is van cruciaal belang dat de Rekenkamer beoordeelt of een bepaalde cultuur van financieel beheer binnen het institutionele kader van de EU het mogelijk maakt om de vastgestelde beleidsdoelstellingen op rendabele en doeltreffende wijze te verwezenlijken. De bevindingen en aanbevelingen van de Rekenkamer moeten door het betrokken management zo veel mogelijk ten uitvoer worden gelegd in zijn procedures.

Daarom is een onberispelijke uitvoering van de taken van de Rekenkamer van essentieel belang voor het waarborgen van transparantie, integriteit en een duidelijke verantwoordingsketen binnen de Europese Unie. Het jaarverslag van de Rekenkamer is een fundamenteel element voor het geleidelijk verbeteren van het financieel beheer binnen de EU en moet zodanig zijn opgesteld dat het maximale relevantie en nut heeft.

15.  Volgens het Verdrag moet de Rekenkamer het Parlement bijstaan in de uitoefening van zijn bevoegdheid voor controle op de uitvoering van de begroting. Hoe zou u de samenwerking tussen de Rekenkamer en het Europees Parlement (in het bijzonder de Commissie begrotingscontrole) verder verbeteren om zowel het overheidstoezicht op de algemene uitgaven als het rendement ervan te bevorderen?

De Rekenkamer is een onafhankelijke instelling, maar dat betekent niet dat zij in een vacuüm werkzaam is. Op grond van de artikelen 287 en 319 VWEU zijn goede betrekkingen tussen de Rekenkamer en het Europees Parlement, met name met de commissie Begrotingscontrole, van groot belang voor het toezicht op de uitvoering van de EU-begroting. Hoe beter het Europees Parlement gevolg geeft aan de verslagen van de Rekenkamer, hoe groter de impact van de bevindingen en aanbevelingen van de Rekenkamer is. Voor een maximaal doeltreffende samenwerking is de input van het Parlement in een vroeg stadium van de planning van het werkprogramma van de Commissie een vereiste. Daarvoor zijn een nauwe dialoog en frequent contact tussen de Rekenkamer en het Parlement essentieel. Ik zou ernaar streven om de informatiebehoeften van het Europees Parlement met betrekking tot controlebenaderingen en -resultaten te kennen en ik zou bevorderen dat de prioriteiten van het Parlement voor op de EU-burgers gefocuste controles worden opgenomen in het jaarlijkse werkprogramma van de Rekenkamer.

Bovendien zou de Rekenkamer ernaar kunnen streven om met meer commissies van het Parlement samen te werken, met name bij het opstellen van sectorspecifieke verslagen. Hoewel het Europees Parlement uiteraard zelfstandig besluit hoe het zijn interne werking wenst te organiseren, zou de Rekenkamer gebieden kunnen identificeren en aanbevelen waar bredere samenwerking gunstig zou zijn voor beide instellingen.

16.  Wat is volgens u de toegevoegde waarde van doelmatigheidscontroles en hoe moeten de bevindingen worden geïntegreerd in de beheerprocedures?

De doelmatigheidscontroles worden in de handleiding voor doelmatigheidscontroles van de Rekenkamer en andere internationale normen omschreven als onafhankelijk, objectief en betrouwbaar onderzoek naar de vraag of ondernemingen, systemen, operaties, programma's, activiteiten of organisaties in overeenstemming met de beginselen van zuinigheid, efficiëntie en doeltreffendheid functioneren, rekening houdend met ook andere beginselen, zoals gelijkheids-, milieu- en ethische beginselen. Doelmatigheidscontroles vormen daarom een noodzakelijke aanvulling op financiële controles, met name omdat de omvang en complexiteit van met belastingmiddelen gefinancierde overheidsprogramma's toeneemt. Om die reden zou ik ingenomen zijn met de verschuiving naar een beter evenwicht tussen financiële en doelmatigheidscontroles bij de Rekenkamer. Doelmatigheidscontroles geven het Europees Parlement en de EU-burgers beter inzicht in de wijze waarop belastinggeld wordt besteed en verbeteren daardoor de transparantie en de democratische verantwoording.

Meer dan in financiële controles, kunnen in doelmatigheidscontroles en de daaruit voortkomende (speciale) verslagen gebieden worden geïdentificeerd waar de zuinigheid, efficiëntie en doeltreffendheid kunnen worden verbeterd. Deze bevindingen zouden vervolgens op een duidelijke en praktische manier moeten worden gecommuniceerd aan het Europees Parlement, de betrokken instellingen en het algemene publiek om er zo veel mogelijk bekendheid aan te geven en de kans te vergroten dat goede praktijken en andere aanbevelingen ten uitvoer worden gelegd.

Bovendien moet het tijdschema van deze doelmatigheidscontroles goed worden gepland. Een zorgvuldige planning zal ervoor zorgen dat de conclusies en aanbevelingen tijdig beschikbaar zijn om als input van het besluitvormingsproces in de EU te kunnen dienen. Ook kunnen ze toekomstige wetgevingsherzieningen ondersteunen, helpen bij het herdefiniëren van beleidsdoelstellingen en dienen ter informatie van discussies over meerjarige financiële kaders en/of het ontwerp van toekomstige EU-programma's.

17.  Hoe kan de samenwerking tussen de Rekenkamer, de nationale controle-instanties en het Europees Parlement (Commissie begrotingscontrole) worden verbeterd op het punt van de controle van de EU-begroting?

Hoewel de onderlinge onafhankelijkheid van de Europese en nationale hoogste controle-instanties van essentieel belang blijft, zoals is vastgelegd in artikel 287, lid 3, van het VWEU, is een nauwere samenwerking in een geest van vertrouwen tussen deze instanties noodzakelijk. Deze samenwerking zou kunnen worden bevorderd door het Contactcomité van de Rekenkamer en zou verschillende benaderingen kunnen omvatten. In de eerste plaats zouden de Rekenkamer en de nationale controle-instanties het delen van goede praktijken kunnen intensiveren. Met betrekking tot nalevingscontroles zou de Rekenkamer relevante methodologieën kunnen verspreiden onder de nationale instanties die daarvoor belangstelling hebben, en omgekeerd. Met betrekking tot doelmatigheidscontroles zouden instellingen op het Europese en het nationale niveau, hoewel zich daarbij zeker uitdagingen zouden voordoen, kunnen samenwerken op gebieden waar een bredere consensus in de samenleving is vereist. In de tweede plaats zouden controles op nationaal en Europees niveau beter kunnen worden gecoördineerd om overlappingen te voorkomen en de efficiëntie te vergroten.

Ik heb kennisgenomen van de behoefte van het Europees Parlement aan nauwere samenwerking bij het controleren van de uitvoering van de EU-begroting. Als lid van de Rekenkamer zou ik ernaar streven om de betrekkingen met het Parlement verder uit te bouwen en een actieve dialoog aangaan met zowel de commissie Begrotingscontrole als met andere relevante belanghebbenden.

18.  Hoe zou u de verslaglegging van de Rekenkamer verder ontwikkelen teneinde het Europees Parlement van alle noodzakelijke informatie te voorzien met betrekking tot de juistheid van de gegevens die door de lidstaten aan de Europese Commissie worden verstrekt?

Alle door de Rekenkamer geproduceerde verslagen zouden bovenal duidelijk moeten worden gecommuniceerd. Deze vereiste wordt uitvoerig beschreven in de strategie van de Rekenkamer voor 2018-2020. Bovendien moeten verslagen relevant, nuttig en tijdig zijn.

Om duidelijke verslagproducten te kunnen leveren, heeft de Rekenkamer betrouwbare en nauwkeurige, door de lidstaten aan de Commissie te verstrekken gegevens nodig. Omdat de Rekenkamer de lidstaten niet rechtstreeks om deze informatie kan vragen, moet het belang van een goede gegevenskwaliteit worden benadrukt in de dialoog tussen de Commissie en de lidstaten.

Het doel van de Rekenkamer moet altijd zijn om toegevoegde waarde te produceren voor het werk van het Europees Parlement. In dit verband verwelkom ik de instelling door de Rekenkamer van een werkgroep op hoog niveau om nader onderzoek te doen naar het verder verhogen van deze toegevoegde waarde van de jaarverslagen van de Rekenkamer voor de gebruikers ervan, met name het Europees Parlement. Dit kan door het verstrekken van meer geografische inzichten, het beoordelen van de doelmatigheid binnen andere onderdelen van de EU-begroting en het verkrijgen van zekerheid uit de interne controles op het niveau van de EU en de lidstaten. Aangezien deze voorstellen in 2017 zijn vastgesteld, zie ik ernaar uit om de toegevoegde waarde terug te zien in toekomstige verslagen van de Rekenkamer.

Andere vraagstukken

19.  Zou u uw kandidatuur intrekken indien het Parlement een ongunstig advies uitbrengt over uw benoeming als lid van de Rekenkamer?

Ja.


PROCEDURE VAN DE BEVOEGDE COMMISSIE

Titel

Gedeeltelijke vervanging van de leden van de Rekenkamer - kandidaat BE

Document- en procedurenummers

05161/2018 – C8-0008/2018 – 2018/0801(NLE)

Datum raadpleging / verzoek om goedkeuring

11.1.2018

 

 

 

Commissie ten principale

       Datum bekendmaking

CONT

18.1.2018

 

 

 

Rapporteurs

       Datum benoeming

Indrek Tarand

17.1.2018

 

 

 

Datum goedkeuring

20.2.2018

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

20

2

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Nedzhmi Ali, Inés Ayala Sender, Martina Dlabajová, Luke Ming Flanagan, Ingeborg Gräßle, Cătălin Sorin Ivan, Arndt Kohn, Monica Macovei, José Ignacio Salafranca Sánchez-Neyra, Claudia Schmidt, Bart Staes, Indrek Tarand, Marco Valli, Derek Vaughan, Tomáš Zdechovský, Joachim Zeller

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Richard Ashworth, Brian Hayes, Miroslav Poche, Patricija Šulin

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Monika Smolková, Hilde Vautmans

Datum indiening

22.2.2018

Laatst bijgewerkt op: 23 februari 2018Juridische mededeling