Procedure : 2018/2025(BUD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0061/2018

Ingediende teksten :

A8-0061/2018

Debatten :

Stemmingen :

PV 14/03/2018 - 8.7

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0074

VERSLAG     
PDF 525kWORD 65k
8.3.2018
PE 618.124v02-00 A8-0061/2018

over het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (aanvraag van Duitsland – EGF/2017/008 DE/Goodyear)

(COM(2018)0061 – C8-0031/2018 – 2018/2025(BUD))

Begrotingscommissie

Rapporteur: Ingeborg Gräßle

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 BIJLAGE: BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
 TOELICHTING
 BIJLAGE: BRIEF VAN DE COMMISSIE WERKGELEGENHEID EN SOCIALE ZAKEN
 BIJLAGE: BRIEF VAN DE COMMISSIE REGIONALE ONTWIKKELING
 INFORMATIE OVER DE GOEDKEURING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE
 HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (aanvraag van Duitsland – EGF/2017/008 DE/Goodyear)

(COM(2018)0061 – C8-0031/2018 – 2018/2025(BUD))

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2018)0061 – C8‑0031/2018),

–  gezien Verordening (EU) nr. 1309/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (2014‑2020) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1927/2006(1) ("EFG‑verordening"),

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 van de Raad van 2 december 2013 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020(2), en met name artikel 12,

–  gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer(3) (IIA van 2 december 2013), en met name punt 13,

–  gezien de trialoogprocedure als bedoeld in punt 13 van het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013,

–  gezien de brief van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken,

–  gezien de brief van de Commissie regionale ontwikkeling,

–  gezien het verslag van de Begrotingscommissie (A8‑0061/2018),

A.  overwegende dat de Unie wetgevings- en begrotingsinstrumenten in het leven heeft geroepen om extra steun te verlenen aan werknemers die de gevolgen van grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen of de wereldwijde financiële en economische crisis ondervinden, en hen te helpen om op de arbeidsmarkt terug te keren;

B.  overwegende dat de financiële steun van de Unie aan ontslagen werknemers flexibel moet zijn en zo snel en efficiënt mogelijk ter beschikking moet worden gesteld;

C.  overwegende dat Duitsland aanvraag EGF/2017/008 DE/Goodyear heeft ingediend voor een financiële bijdrage van het EFG naar aanleiding van 646 ontslagen in de economische sector die is ingedeeld in NACE Rev. 2-afdeling 22 (Vervaardiging van producten van rubber of kunststof) in de regio van NUTS-niveau 2 Regierungsbezirk Karlsruhe (DE12) in Duitsland;

D.  overwegende dat de aanvraag is gebaseerd op de criteria voor steunverlening van artikel 4, lid 1, onder a), van de EFG-verordening, die vereisen dat binnen een referentieperiode van vier maanden in een onderneming in een lidstaat ten minste 500 werknemers gedwongen zijn ontslagen, met inbegrip van werknemers die gedwongen zijn ontslagen bij leveranciers, downstreamproducenten en/of zelfstandigen die hun werkzaamheden hebben beëindigd;

1.  is het met de Commissie eens dat is voldaan aan de voorwaarden die zijn vastgelegd in artikel 4, lid 1, van de EFG-verordening en dat Duitsland recht heeft op een financiële bijdrage ter hoogte van 2 165 231 EUR uit hoofde van die verordening, wat overeenkomt met 60 % van de totale kosten van 3 608 719 EUR;

2.  neemt ter kennis dat de Duitse autoriteiten de aanvraag op 6 oktober 2017 hebben ingediend en dat de Commissie, nadat Duitsland aanvullende gegevens had verstrekt, haar beoordeling op 9 februari 2018 heeft afgerond en het Parlement hiervan diezelfde dag nog in kennis heeft gesteld;

3.  wijst erop dat het aandeel van Aziatische fabrikanten uit China, Taiwan en Singapore op de wereldmarkt voor banden is gestegen van 4 % in 2001 naar 20 % in 2013;

4.  merkt op dat Duitsland op 1 januari 2018 gestart is met de individuele dienstverlening aan de beoogde begunstigden, en dat de uitgaven voor de acties bijgevolg voor een financiële bijdrage uit het EFG in aanmerking zullen komen;

5.  neemt ter kennis dat Duitsland de ontslagen verklaart door te verwijzen naar grote structurele veranderingen in de mondiale handelspatronen ingevolge de globalisering en de negatieve gevolgen daarvan voor de productie van banden voor auto's uit het B‑segment in de Unie;

6.  wijst erop dat de ontslagen die bij Goodyear zijn gevallen naar verwachting een aanzienlijk negatief effect zullen hebben op de plaatselijke economie en dat de impact van de ontslagen samenhangt met de moeilijkheden om de betrokkenen aan een nieuwe baan te helpen vanwege de banenschaarste, de lage scholingsgraad van de ontslagen werknemers, het feit dat zij hun specifieke beroepsvaardigheden hebben opgebouwd in een tanende sector, en het hoge aantal werkzoekenden;

7.  beseft dat de EU-productie in de automobielindustrie en het marktaandeel ervan in de nasleep van de globalisering zijn gekelderd; neemt ter kennis dat er als gevolg daarvan bij Goodyear een aanzienlijke overcapaciteit is opgebouwd voor banden van het B‑segment, waardoor de onderneming gedwongen was een van haar Europese fabrieken te sluiten, die de grootste werkgever in de regio was; merkt op dat het EFG ook kan bijdragen tot grensoverschrijdend verkeer van werknemers van krimpende sectoren in sommige lidstaten naar groeisectoren in andere lidstaten;

8.  constateert dat de aanvraag betrekking heeft op 646 ontslagen werknemers bij Goodyear, van wie de meesten tussen de 30 en de 54 jaar oud zijn; wijst er ook op dat een aanzienlijk percentage van de ontslagen werknemers tussen de 55 en de 64 jaar oud is en vaardigheden heeft die specifiek bij de industriesector behoren; merkt voorts op dat circa 300 van de ontslagen werknemers ongeschoold zijn, een migratieachtergrond hebben en geen formele kwalificatie bezitten, waardoor zij op de regionale banenmarkt in het nadeel zijn; onderstreept dat het district Waghäusel waar Philippsburg gelegen is, structurele veranderingen doormaakt; erkent tegen deze achtergrond het belang van door het EFG medegefinancierde actieve arbeidsmarktmaatregelen voor het vergroten van de kans dat deze groepen opnieuw een baan vinden;

9.  wijst erop dat Duitsland zes soorten acties plant voor de ontslagen werknemers voor wie in deze aanvraag steun wordt aangevraagd: (i) bijscholingsmaatregelen, (ii) peer groups / workshops, (iii) adviesdienst voor het opstarten van een onderneming, (iv) zoeken naar werk, (v) follow-up mentoring / veiligstellen van banen, en (vi) opleidingstoelage;

10.  stelt vast dat de maatregelen inzake inkomenssteun het in de verordening vastgelegde maximum van 35 % zullen uitmaken van het totale pakket van individuele maatregelen en dat die acties afhankelijk zijn gesteld van de actieve deelname van de beoogde begunstigden aan opleidingsactiviteiten en activiteiten in verband met het zoeken van een baan;

11.  is verheugd over het overleg met de belanghebbenden, met inbegrip van de vertegenwoordigers van de ontslagen werknemers, de sociale partners en de regionale autoriteiten, alsmede de ondernemingsraad, de vakbond en de directie, dat plaatsvond in verband met het opstellen van het gecoördineerde pakket van individuele dienstverlening;

12.  is ingenomen met het besluit van de openbare dienst voor arbeidsvoorziening om rekening te houden met zowel de toekomstige behoeften van de arbeidsmarkt als met de kwalificaties van de betrokken werknemers bij het uitstippelen van een strategie inzake kwalificaties en vaardigheden;

13.  herinnert eraan dat het ontwerp van het gecoördineerde pakket gepersonaliseerde diensten ingevolge artikel 7 van de EFG-verordening in moet spelen op toekomstige arbeidsmarktperspectieven en op de benodigde vaardigheden, en verenigbaar moet zijn met de overgang naar een grondstoffenefficiënte en duurzame economie; is verheugd over de verzekering dat de georganiseerde maatregelen in overeenstemming zijn met de duurzaamheidsstrategie van Duitsland en dat het orgaan dat is belast met het opzetten van twee re-integratiebedrijven beschikt over een duurzaamheidscertificering;

14.  stelt vast dat de Duitse autoriteiten de verzekering hebben gegeven dat voor de voorgestelde acties geen financiële steun zal worden ontvangen uit andere fondsen of financiële instrumenten van de Unie, dat dubbele financiering zal worden voorkomen en dat de maatregelen complementair zullen zijn met acties die uit de Structuurfondsen worden gefinancierd;

15.  neemt kennis van de bevestiging van Duitsland dat een financiële bijdrage uit het EFG niet in de plaats zal komen van maatregelen die de betrokken onderneming verplicht is te nemen krachtens het nationale recht of ingevolge collectieve arbeidsovereenkomsten, of van maatregelen voor de herstructurering van ondernemingen of sectoren;

16.  verzoekt de Commissie er bij de nationale autoriteiten op aan te dringen om in toekomstige voorstellen meer details te geven over de sectoren met groeipotentieel, waarin dus waarschijnlijk mensen in dienst kunnen worden genomen, alsook onderbouwde gegevens over de impact van de EFG-financiering te verzamelen, onder meer over de kwaliteit, de duur en duurzaamheid van de banen, het aantal en percentage van zelfstandigen en nieuwe ondernemingen, en het herintredingspercentage dat dankzij het EFG bereikt is;

17.  herhaalt zijn oproep aan de Commissie ervoor te zorgen dat alle documenten in verband met EFG-zaken openbaar toegankelijk zijn;

18.  hecht zijn goedkeuring aan het bij deze resolutie gevoegde besluit;

19.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit samen met de voorzitter van de Raad te ondertekenen en zorg te dragen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie;

20.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie, met inbegrip van de bijlage, te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

(1)

PB L 347 van 20.12.2013, blz. 855.

(2)

PB L 347 van 20.12.2013, blz. 884.

(3)

PB C 373 van 20.12.2013, blz. 1.


BIJLAGE: BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (aanvraag van Duitsland – EGF/2017/008 DE/Goodyear)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 1309/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (2014-2020) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1927/2006(1), en met name artikel 15, lid 4,

gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer(2), en met name punt 13,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1) Het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) is opgericht om steun te verlenen aan werknemers die werkloos zijn geworden en aan zelfstandigen die hun werkzaamheden hebben beëindigd als gevolg van uit de globalisering voortvloeiende grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen, het aanhouden van de wereldwijde financiële en economische crisis of een nieuwe wereldwijde financiële en economische crisis, en hen te helpen om op de arbeidsmarkt terug te keren.

(2) Zoals vastgesteld in artikel 12 van Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 van de Raad, mag het EFG het jaarlijks maximumbedrag van 150 miljoen EUR (in prijzen van 2011) niet overschrijden(3).

(3) Op 6 oktober 2017 heeft Duitsland een aanvraag ingediend voor een financiële bijdrage van het EFG naar aanleiding van ontslagen bij Goodyear Dunlop Tires Germany GmbH in Duitsland. Duitsland heeft overeenkomstig artikel 8, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1309/2013 aanvullende gegevens verstrekt. De aanvraag voldoet aan de voorwaarden voor een financiële bijdrage uit het EFG overeenkomstig artikel 13 van Verordening (EU) nr. 1309/2013.

(4) Er moeten dan ook middelen uit het EFG beschikbaar worden gesteld om naar aanleiding van de door Duitsland ingediende aanvraag een financiële bijdrage van 2 165 231 EUR te verstrekken.

(5) Teneinde zo snel mogelijk middelen uit het EFG ter beschikking te stellen, moet dit besluit van toepassing zijn vanaf de datum waarop het wordt vastgesteld,

HEBBEN HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Ten laste van de algemene begroting van de Unie voor het begrotingsjaar 2018 wordt een bedrag van 2 165 231 EUR aan vastleggings- en betalingskredieten beschikbaar gesteld uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie. Het is van toepassing vanaf ... [datum van vaststelling van het besluit](4)*.

Gedaan te ...

Voor het Europees Parlement  Voor de Raad

De Voorzitter  De Voorzitter

(1)

  PB L 347 van 20.12.2013, blz. 855.

(2)

  PB C 373 van 20.12.2013, blz. 1.

(3)

  Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 van de Raad van 2 december 2013 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014‑2020 (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 884).

(4)

*   Datum in te voegen door het Parlement vóór de bekendmaking in het PB.


TOELICHTING

I.  Achtergrond

Het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) is opgericht om extra steun te verlenen aan werknemers die de gevolgen van grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen ondervinden.

Overeenkomstig de bepalingen van artikel 12 van Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020(1) en van artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1309/2013(2) mag het jaarlijkse maximumbedrag ten behoeve van het fonds niet meer dan 150 miljoen EUR bedragen (prijzen 2011). De benodigde bedragen worden als voorziening opgenomen in de algemene begroting van de Unie.

Overeenkomstig punt 13 van het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer(3) verloopt de procedure om het fonds te activeren als volgt: na een positieve beoordeling van een aanvraag legt de Commissie een voorstel tot beschikbaarstelling van middelen uit het fonds aan de begrotingsautoriteit voor, samen met een bijbehorend overschrijvingsverzoek. Indien geen eensgezindheid bestaat, wordt een trialoogprocedure ingeleid.

II.  De aanvraag van Duitsland en het voorstel van de Commissie

Op 9 februari 2017 heeft de Commissie een voorstel goedgekeurd voor een besluit betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG aan Duitsland om de terugkeer op de arbeidsmarkt te ondersteunen van werknemers die als gevolg van de globalisering zijn ontslagen bij een onderneming die actief is in de economische sector die is ingedeeld in NACE Rev. 2-afdeling 22 ("Vervaardiging van producten van rubber of kunststof"). De ontslagen bij Goodyear zijn gevallen in de regio van in de regio van NUTS-niveau 2 Regierungsbezirk Karlsruhe (DE12) in Duitsland. Het voorstel werd op 9 februari 2018 toegestuurd aan het Europees Parlement.

Dit de derde aanvraag die in het kader van de begroting voor 2018 wordt behandeld en de eerste in de economische sector die is ingedeeld in NACE Rev. 2-afdeling 22 (Vervaardiging van producten van rubber of kunststof) sinds de oprichting van het EFG. De aanvraag heeft betrekking op 646 ontslagen werknemers en op de beschikbaarstelling van een totaalbedrag van 2 165 231 EUR uit het EFG voor Duitsland.

De aanvraag werd op 6 oktober 2017 bij de Commissie ingediend, en op 4 december 2017 werden aanvullende gegevens verstrekt. De Commissie heeft haar beoordeling op 9 februari 2018 afgerond en overeenkomstig alle toepasselijke bepalingen van de EFG‑verordening geconcludeerd dat de aanvraag voldoet aan de voorwaarden voor het toekennen van een financiële bijdrage uit het EFG, als bedoeld in artikel 4, lid 1, van de EFG‑verordening.

Duitsland verklaart de ontslagen door te verwijzen naar grote structurele veranderingen in de mondiale handelspatronen ingevolge de globalisering en de negatieve gevolgen daarvan voor de productie van banden voor auto's uit het B-segment in de Europese Unie. Aangezien de Europese productie in de automobielindustrie en het marktaandeel ervan in de nasleep van de globalisering zijn gekelderd, is bij Goodyear in het B-segment een aanzienlijke overcapaciteit opgebouwd, waardoor Goodyear gedwongen werd over te gaan tot de sluiting van de fabriek in Philippsburg, die de grootste productiecapaciteit voor banden in het B‑segment heeft van alle Europese vestigingen van Goodyear.

De ontslagen zijn gevallen in het district Karlsruhe, dat met structurele veranderingen kampt. Verschillende kleine of middelgrote bedrijven in de regio hebben honderden werknemers moeten ontslaan. De Goodyear-fabriek was de grootste werkgever in de regio.

Een groot deel van de ontslagen werknemers bestaat uit mannen en de grote meerderheid van hen is tussen de 30 en 54 jaar oud, terwijl 26 % tussen de 55 en de 64 jaar oud is. Circa 300 van de ontslagen werknemers zijn ongeschoold en hebben een migrantenachtergrond (sommigen van hen zijn EU-burgers, anderen onderdaan van derde landen). Door het EFG medegefinancierde actieve arbeidsmarktmaatregelen zijn dan ook uitermate belangrijk voor het vergroten van de kans van deze groepen op het vinden van een nieuwe baan.

De zes soorten maatregelen die aan de ontslagen werknemers worden aangeboden en waarvoor medefinanciering uit het EFG wordt gevraagd, bestaan uit:

  Bijscholingsmaatregelen: deze worden aangeboden aan werknemers die daarvoor na profilering en loopbaanbegeleidingsinterviews in aanmerking blijken te komen. Het is de bedoeling hen te helpen profiteren van kansen op de arbeidsmarkt.

  Peergroups/workshops: groepsfora onder de leiding van een facilitator, die de deelnemers helpt ideeën en overwegingen uit te wisselen.

  Adviesdienst voor het opstarten van een onderneming: een pakket adviesdiensten voor wie geïnteresseerd is in het opstarten van een eigen onderneming. Deze diensten zullen geïndividualiseerde coachingmaatregelen op maat omvatten.

  Zoeken naar werk: professionele jobscouts zullen helpen om eventuele nog niet gepubliceerde vacatures te vinden die geschikt kunnen zijn voor in aanmerking komende werknemers. Daarnaast wordt ook een banenbeurs gepland.

  Follow-upmentoring/veiligstellen van banen: de werknemers kunnen aanspraak maken op verdere begeleidende adviesdiensten nadat zij in hun nieuwe baan aan het werk zijn gegaan om de overgang naar een nieuwe baan te vergemakkelijken en om het risico dat zij hun baan weer verliezen tot een minimum te beperken.

  Opleidingstoelage: Met de betaling wordt gestart vanaf de datum waarop de werknemer zich aanmeldt bij het re-integratiebedrijf. Zodra de persoon het re‑integratiebedrijf verlaat, wordt geen opleidingstoelage meer betaald.

Volgens de Commissie zijn de beschreven maatregelen actieve arbeidsmarktmaatregelen die behoren tot de in artikel 7 van de EFG-verordening vastgestelde subsidiabele acties, en vormen zij geen vervanging van passieve socialebeschermingsmaatregelen.

De Duitse autoriteiten hebben op de volgende punten de nodige garanties geboden:

–  bij de toegang tot de voorgestelde acties en de uitvoering ervan zullen de beginselen van gelijke behandeling en non-discriminatie in acht worden genomen;

–  aan de voorschriften van de nationale en EU-wetgeving betreffende collectieve ontslagen is voldaan;

–  de ondernemingen waar de ontslagen zijn gevallen en die hun activiteiten hebben voortgezet zijn hun wettelijke verplichtingen bij ontslagen nagekomen en hebben voor hun werknemers de nodige maatregelen getroffen;

–  voor de voorgestelde acties zal geen financiële steun worden ontvangen uit andere fondsen of financiële instrumenten van de Unie, en dubbele financiering zal worden voorkomen;

–  de voorgestelde maatregelen zullen complementair zijn met acties die door de structuurfondsen worden gefinancierd;

–  de financiële bijdrage uit het EFG zal voldoen aan de procedurele en materiële EU‑regels inzake overheidssteun.

Duitsland heeft de Commissie laten weten dat de nationale voor- of medefinanciering zal worden verstrekt uit de federale begroting en door de Bundesagentur für Arbeit (het federale arbeidsbureau). De financiële bijdrage zal worden beheerd en gecontroleerd door dezelfde organen van het Bondsministerie van Werkgelegenheid en Sociale Zaken (Bundesministerium für Arbeit und Soziales), die ook het Europees Sociaal Fonds (ESF) beheren.

III.  Procedure

Om middelen uit het fonds beschikbaar te kunnen stellen, heeft de Commissie de begrotingsautoriteit een verzoek doen toekomen tot overschrijving van een totaalbedrag van 2 165 231 EUR uit de EFG-reserve (40 02 43) naar de EFG-begrotingslijn (04 04 01).

Dit is het derde overschrijvingsvoorstel betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het fonds dat tot op heden in 2018 aan de begrotingsautoriteit is toegezonden.

Indien er geen eensgezindheid bestaat, wordt overeenkomstig artikel 15, lid 4, van de EFG‑verordening de trialoogprocedure ingeleid.

Overeenkomstig een interne afspraak moet de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken bij dit proces worden betrokken, zodat zij op constructieve wijze kan bijdragen aan de beoordeling van de aanvragen voor steun uit het EFG.

(1)

PB L 347 van 20.12.2013, blz. 884.

(2)

PB L 347 van 20.12.2013, blz. 855.

(3)

PB C 373 van 20.12.2013, blz. 1.


BIJLAGE: BRIEF VAN DE COMMISSIE WERKGELEGENHEID EN SOCIALE ZAKEN

D(2018)7922

De heer Jean Arthuis

Voorzitter van de Begrotingscommissie

ASP 09G205

Betreft: advies inzake de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) in dossier EGF/2017/008 DE/Goodyear

Geachte voorzitter,

de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken (EMPL) en haar werkgroep EFG hebben de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG in dossier EGF/2017/008 DE/Goodyear onderzocht en het volgende advies goedgekeurd.

De Commissie EMPL en de werkgroep EFG zijn voorstander van de beschikbaarstelling van middelen uit het fonds voor het gevraagde doel. De Commissie EMPL formuleert in dit verband een aantal opmerkingen, zonder evenwel de betaling ter discussie te willen stellen.

Bij haar beraadslagingen is de Commissie EMPL uitgegaan van de volgende overwegingen:

A)  overwegende dat deze aanvraag gebaseerd is op artikel 4, lid 1, onder a), van Verordening (EU) nr. 1309/2013 (EFG-verordening) en betrekking heeft op 646 werknemers die zijn ontslagen in één onderneming die actief is in de economische sector die is ingedeeld in NACE Rev. 2-afdeling 22 (Vervaardiging van producten van rubber of kunststof);

B)  overwegende dat Duitsland, teneinde een verband te leggen tussen de gedwongen ontslagen en de grote structurele veranderingen in de mondiale handelspatronen als gevolg van de globalisering, stelt dat Aziatische leveranciers in de afgelopen jaren een aanzienlijk aandeel van de markt van autobanden in het B-segment (die doorgaans voor kleine of middelgrote auto's worden gebruikt) hebben veroverd;

C)  overwegende dat 99 % van de werknemers waarop de maatregel betrekking heeft man is, en 1 % vrouw; overwegende dat 66 % van de beoogde begunstigden tussen de 30 en 54 jaar oud zijn, 26 % tussen de 55 en 64 jaar oud zijn en 6 % jonger dan 30 jaar zijn;

Daarom verzoekt de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken de bevoegde Begrotingscommissie onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie over de Duitse aanvraag op te nemen:

1.  is het met de Commissie eens dat is voldaan aan de interventiecriteria die zijn vastgelegd in artikel 4, lid 1, onder a), van Verordening (EU) nr. 1309/2013, en dat Duitsland derhalve uit hoofde van deze verordening recht heeft op een financiële bijdrage van 2 165 231 EUR, hetgeen overeenkomt met 60 % van de totale kosten van 3 608 719 EUR;

2.  stelt vast dat de Commissie de termijn van 12 weken na de ontvangst van de volledige aanvraag van de Duitse autoriteiten heeft gerespecteerd, aangezien zij haar beoordeling van de naleving van de voorwaarden voor het verlenen van een financiële bijdrage heeft afgerond op 9 februari 2018 en het Parlement hiervan op dezelfde dag in kennis heeft gesteld;

3.  onderstreept dat het district Waghäusel waar Philippsburg gelegen is, structurele veranderingen doormaakt en dat een hoog percentage van de door Goodyear ontslagen werknemers een migratieachtergrond heeft of ouder is, en dat het dus om mensen gaat die tot de meest kansarme groepen op de regionale arbeidsmarkt lijken te behoren;

4.  is ingenomen met het besluit van de openbare dienst voor arbeidsvoorziening om rekening te houden met zowel de toekomstige behoeften van de arbeidsmarkt als met de kwalificaties van de betrokken werknemers bij het opzetten van een strategie inzake kwalificaties en vaardigheden;

5.  stelt vast dat de met EFG-middelen medegefinancierde individuele diensten voor de ontslagen werknemers bijscholingsmaatregelen, peer groups/workshops, een adviesdienst voor het opstarten van een onderneming, zoeken naar werk, follow‑up mentoring en opleidingstoelagen omvatten;

6.  is verheugd over de raadplegingen van de belanghebbenden, met inbegrip van de vertegenwoordigers van de ontslagen werknemers, de sociale partners en de regionale autoriteiten, alsmede de ondernemingsraad, de vakbond en de directie, welke plaatsvonden in het kader van het opstellen van het gecoördineerde pakket van individuele dienstverlening;

7.  stelt vast dat de maatregelen inzake inkomenssteun het in de verordening vastgelegde maximum van 35 % zullen uitmaken van het totale pakket van individuele maatregelen en dat deze acties afhankelijk zijn gesteld van de actieve deelname van de beoogde begunstigden aan opleidingsactiviteiten en activiteiten in verband met het zoeken van een baan;

8.  erkent het feit dat Duitsland heeft bevestigd dat een financiële bijdrage uit het EFG niet in de plaats zal komen van maatregelen die de betrokken onderneming verplicht is te nemen krachtens het nationale recht of ingevolge collectieve arbeidsovereenkomsten;

9.  herinnert aan zijn eerdere bezorgdheid dat het gebruik van EFG-middelen veel verder gaat dan hetgeen het re-integratiebedrijf normaliter voor de werknemers zou doen; vraagt de Commissie om een gedetailleerde analyse waaruit blijkt dat deze EFG-middelen niet worden gebruikt ter vervanging van de verplichtingen van de lidstaat of het bedrijf;

10.  stelt vast dat de Duitse autoriteiten de verzekering hebben gegeven dat voor de voorgestelde acties geen financiële steun zal worden ontvangen uit andere fondsen of financiële instrumenten van de Unie, dat dubbele financiering zal worden voorkomen en dat de maatregelen complementair zullen zijn met acties die uit de Structuurfondsen worden gefinancierd;

11.  herinnert eraan dat in artikel 7 van de verordening is bepaald dat bij het samenstellen van het gecoördineerde pakket van individuele dienstverlening rekening moet worden gehouden met de toekomstperspectieven op de arbeidsmarkt en de vereiste vaardigheden, en dat het pakket moet passen in de overgang naar een grondstoffenefficiënte en duurzame economie; is verheugd over de verzekering dat de georganiseerde maatregelen in overeenstemming zijn met de duurzaamheidsstrategie van Duitsland en dat het orgaan dat is belast met het opzetten van twee re‑integratiebedrijven beschikt over een duurzaamheidscertificering;

Hoogachtend,

Marita ULVSKOG

Waarnemend voorzitter EMPL


BIJLAGE: BRIEF VAN DE COMMISSIE REGIONALE ONTWIKKELING

De heer Jean ARTHUIS

Voorzitter

Begrotingscommissie

Europees Parlement

Betreft:  Beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering

Mijnheer de voorzitter,

Een voorstel van de Commissie voor een besluit betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) is voor advies doorverwezen naar de Commissie regionale ontwikkeling. Ik heb begrepen dat het de bedoeling is dat op 8 maart 2018 een verslag over dit voorstel in de Begrotingscommissie wordt goedgekeurd:

-  COM(2018) 61 bevat een voorstel voor een bijdrage uit het EFG van 2 165 231 EUR voor 646 werknemers die werden ontslagen bij Goodyear Dunlop Tires Germany GmbH. Deze onderneming is actief in de economische sector die is ingedeeld in NACE Rev. 2 - afdeling 22 ("Vervaardiging van producten van rubber of kunststof"). De ontslagen bij Goodyear zijn gevallen in de regio van in de regio van NUTS-niveau 2 Regierungsbezirk Karlsruhe (DE12) in Duitsland.

De regels die van toepassing zijn op de financiële bijdragen uit het EFG zijn vastgesteld in Verordening (EU) nr. 1309/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (2014-2020) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1927/2006.

De commissiecoördinatoren hebben dit voorstel besproken, en mij verzocht u te schrijven dat de meerderheid in deze commissie geen bezwaar heeft tegen de beschikbaarstelling van het voornoemde bedrag uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering, zoals door de Commissie voorgesteld.

Hoogachtend,

Iskra MIHAYLOVA


INFORMATIE OVER DE GOEDKEURING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

8.3.2018

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

28

3

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Nedzhmi Ali, Jean Arthuis, Richard Ashworth, Reimer Böge, Lefteris Christoforou, Gérard Deprez, Manuel dos Santos, André Elissen, José Manuel Fernandes, Eider Gardiazabal Rubial, Iris Hoffmann, Monika Hohlmeier, John Howarth, Bernd Kölmel, Vladimír Maňka, Urmas Paet, Paul Rübig, Petri Sarvamaa, Patricija Šulin, Eleftherios Synadinos, Indrek Tarand, Daniele Viotti, Marco Zanni

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Xabier Benito Ziluaga, Heidi Hautala, Andrey Novakov, Stanisław Ożóg, Marie-Pierre Vieu, Rainer Wieland

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Michael Detjen, Norbert Lins


HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

28

+

ALDE

Nedzhmi Ali, Jean Arthuis, Gérard Deprez, Urmas Paet

ECR

Stanisław Ożóg

ENF

Marco Zanni

GUE/NGL

Xabier Benito Ziluaga, Marie-Pierre Vieu

PPE

Richard Ashworth, Reimer Böge, Lefteris Christoforou, José Manuel Fernandes, Monika Hohlmeier, Norbert Lins, Andrey Novakov, Paul Rübig, Petri Sarvamaa, Rainer Wieland, Patricija Šulin

S&D

Michael Detjen, Eider Gardiazabal Rubial, Iris Hoffmann, John Howarth, Vladimír Maňka, Daniele Viotti, Manuel dos Santos

Verts/ALE

Heidi Hautala, Indrek Tarand

3

-

ECR

Bernd Kölmel

ENF

André Elissen

NI

Eleftherios Synadinos

0

0

 

 

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding

Laatst bijgewerkt op: 12 maart 2018Juridische mededeling