Procedure : 2017/2171(DEC)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0067/2018

Ingediende teksten :

A8-0067/2018

Debatten :

PV 18/04/2018 - 10
CRE 18/04/2018 - 10

Stemmingen :

PV 18/04/2018 - 12.36

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0141

VERSLAG     
PDF 318kWORD 61k
22.3.2018
PE 613.472v02-00 A8-0067/2018

over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Europese Bankautoriteit voor het begrotingsjaar 2016

(2017/2171(DEC))

Commissie begrotingscontrole

Rapporteur: Bart Staes

1. ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT

1. ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Europese Bankautoriteit voor het begrotingsjaar 2016

(2017/2171(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de definitieve jaarrekening van de Europese Bankautoriteit voor het begrotingsjaar 2016,

–  gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van de Europese Bankautoriteit voor het begrotingsjaar 2016, vergezeld van het antwoord van de Autoriteit(1),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer(2) voor het begrotingsjaar 2016 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 20 februari 2018 betreffende de aan de Autoriteit te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2016 (05941/2018 – C8-0081/2018),

–  gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de  algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad(3), en met name artikel 208,

–  gezien Verordening (EU) nr. 1093/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Bankautoriteit), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/78/EG(4) van de Commissie, en met name artikel 64,

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie van 30 september 2013 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(5), en met name artikel 108,

–  gezien artikel 94 en bijlage IV bij zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie economische en monetaire zaken (A8-0067/2018),

1.  verleent de uitvoerend directeur van de Europese Bankautoriteit kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Autoriteit voor het begrotingsjaar 2016;

2.  formuleert zijn opmerkingen in bijgaande resolutie;

3.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van de Europese Bankautoriteit, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (L-serie).

2. ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over de afsluiting van de rekeningen van de Europese Bankautoriteit voor het begrotingsjaar 2016

(2017/2171(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de definitieve jaarrekening van de Europese Bankautoriteit voor het begrotingsjaar 2016,

–  gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van de Europese Bankautoriteit voor het begrotingsjaar 2016, vergezeld van het antwoord van de Autoriteit(6),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer(7) voor het begrotingsjaar 2016 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 20 februari 2018 betreffende de aan de Autoriteit te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2016 (05941/2018 – C8-0081/2018),

–  gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad(8), en met name artikel 208,

–  gezien Verordening (EU) nr. 1093/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Bankautoriteit), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/78/EG(9) van de Commissie, en met name artikel 64,

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie van 30 september 2013 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(10), en met name artikel 108,

–  gezien artikel 94 en bijlage IV bij zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie economische en monetaire zaken (A8-0067/2018),

1.  hecht zijn goedkeuring aan de afsluiting van de rekeningen van de Europese Bankautoriteit voor het begrotingsjaar 2016;

2.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van de Europese Bankautoriteit, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (L-serie).

3. ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Europese Bankautoriteit voor het begrotingsjaar 2016

(2017/2171(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Europese Bankautoriteit voor het begrotingsjaar 2016,

–  gezien artikel 94 en bijlage IV bij zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie economische en monetaire zaken (A8-0067/2018),

A.  overwegende dat de kwijtingsautoriteit in het kader van de kwijtingsprocedure de nadruk legt op het bijzonder belang van het verder versterken van de democratische legitimiteit van de instellingen van de Unie door de transparantie en de verantwoordingsplicht te vergroten, en het uitvoeren van het concept van resultaatgericht begroten en een goed personeelsbeheer;

B.  overwegende dat de definitieve begroting(11) van de Europese Bankautoriteit ("de Autoriteit") voor het begrotingsjaar 2016 volgens zijn jaarrekening 36 491 378 EUR bedroeg, hetgeen een toename van 9,19 % ten opzichte van 2015 betekent; overwegende dat de Autoriteit wordt gefinancierd door de bijdrage van de Unie (14 071 959 EUR, dat wil zeggen 40 %) en bijdragen van de nationale toezichthoudende autoriteiten van de lidstaten en waarnemers (22 419 419 EUR, dat wil zeggen 60 %);

C.  overwegende dat de Rekenkamer in haar verslag over de jaarrekening van de Europese Bankautoriteit voor het begrotingsjaar 2016 (hierna "het verslag van de Rekenkamer") verklaard heeft redelijke zekerheid te hebben gekregen dat de jaarrekening van de Bankautoriteit betrouwbaar is en de onderliggende verrichtingen wettig en regelmatig zijn;

Follow-up van de kwijting van 2012, 2013 en 2014

1.  maakt uit het verslag van de Rekenkamer op dat naar aanleiding van een in het verslag van de Rekenkamer van 2012 geformuleerde opmerking met betrekking tot de onderwijsbijdrage, die in de verslagen van de Rekenkamer van 2013 en 2014 als "loopt nog" was aangemerkt, corrigerende maatregelen getroffen zijn door de Autoriteit en dat contracten zijn ondertekend met 26 scholen waar kinderen van personeelsleden onderwijs volgen, en dat met vier andere scholen nog wordt onderhandeld;

Financieel en begrotingsbeheer

2.  stelt vast dat de inspanningen op het gebied van begrotingstoezicht gedurende het begrotingsjaar 2016 hebben geresulteerd in een uitvoeringspercentage van de begroting van 96,76 %, oftewel een daling van 2,58 % ten opzichte van 2015, en dat het uitvoeringspercentage van de betalingskredieten 88,67 % bedroeg, oftewel een daling van 1,03 %; stelt vast dat de Autoriteit heeft aangegeven dat dit hoge uitvoeringspercentage toe te schrijven is aan goede begrotingsplanning en -toezicht;

3.  stelt vast dat de Autoriteit, naar aanleiding van de stijging van de waarde van de euro ten opzichte van het Britse pond in 2016, een dalende gewijzigde begroting van 1 572 000 EUR heeft gevraagd;

Vastleggingen en overdrachten

4.  stelt met tevredenheid vast dat de Autoriteit het totale percentage van vastgelegde kredieten dat overgedragen werd verlaagd heeft van 10 % in 2015 tot 8 % in 2016, en dat dit het laagste percentage ooit is tegen de achtergrond van een toename van de totale begroting met 9 % tussen 2015 en 2016;

5.  wijst erop dat overdrachten vaak gedeeltelijk of volledig gerechtvaardigd zijn als gevolg van het meerjarige karakter van de operationele programma’s van de agentschappen en niet noodzakelijkerwijs op zwakke punten in de begrotingsplanning en -uitvoering wijzen, noch altijd haaks staan op het begrotingsbeginsel van jaarperiodiciteit, vooral niet als ze van tevoren gepland zijn door de instantie en meegedeeld zijn aan de Rekenkamer;

Overschrijvingen

6.  verneemt uit de definitieve rekeningen van de Autoriteit dat zij gedurende 2016 34 begrotingsoverschrijvingen heeft uitgevoerd; stelt vast dat de in artikel 27 van het Financieel Reglement van de Autoriteit vastgelegde limiet van 10 % in niet één geval werd overschreden; stelt met tevredenheid vast dat het niveau en de aard van de overschrijvingen in het jaar 2016 binnen de grenzen van de financiële regels zijn gebleven;

Aanbestedingen en personeelsbeleid

7.  stelt met tevredenheid vast dat van de 1 164 rekeningen die de Autoriteit in 2016 heeft betaald slechts 13 (d.w.z. 0,9 %) te laat werd betaald, en dat de Autoriteit voor het derde achtereenvolgende jaar geen verwijlinteresten voor te late betalingen heeft betaald;

8.  maakt uit de personeelsformatie van de Autoriteit op dat op 31 december 2016 126 posten (van de 127 in het kader van de begroting van de Unie toegestane posten) bezet waren, tegen 118 in 2015; neemt er kennis van dat het personeelsbestand van de Autoriteit voor 50,3 % uit vrouwen en 49,7 % uit mannen bestaat; stelt met tevredenheid vast dat het personeelsbestand van de Autoriteit qua gender evenwichtig is; betreurt evenwel de samenstelling van de raad van bestuur, met zes leden van hetzelfde geslacht;

9.  stelt vast dat het gemiddelde ziekteverzuim per personeelslid van de Autoriteit in 2016 7,45 dagen bedroeg; stelt vast dat de Autoriteit 800 Britse ponden (+ btw) per persoon heeft uitgegeven voor activiteiten rond welzijn, zoals gezondheids- en veiligheidssessies, en jaarlijkse medische onderzoeken;

10.  stelt vast dat de politieke onzekerheid als gevolg van het referendum in het Verenigd Koninkrijk op 23 juni 2016 de aanwervingsplannen van de Autoriteit negatief heeft beïnvloed; verzoekt de Autoriteit aan de kwijtingsautoriteit verslag uit te brengen over toekomstige ontwikkelingen met betrekking tot haar aanwervingsplannen;

11.  stelt vast dat de Autoriteit geen gebruik maakt van dienstvoertuigen;

Preventie van en omgang met belangenconflicten, transparantie en democratie

12.  stelt met tevredenheid vast dat de Autoriteit over beleid voor het omgaan met belangenconflicten voor het personeel beschikt, alsook over specifiek beleid voor de leden van de raad van toezichthouders en de raad van bestuur;

13.  neemt kennis van het feit dat er 17 gevallen van belangenconflicten zijn gemeld; neemt er kennis van dat deze gevallen twee soorten situaties betroffen, te weten het houden van aandelen en 'vorig werk'; neemt er tevens kennis van dat alle personeelsleden die melding hebben gemaakt van het feit dat ze aandelen in instellingen in bezit hebben, deze hadden verworven voordat ze bij de Autoriteit in dienst traden en dat hen gevraagd is deze aandelen van de hand te doen; neemt er kennis van dat deze situaties in 2017 aan een onderzoek zijn onderworpen, en dat daarbij gebleken is dat alle aandelen in kwestie inderdaad van de hand waren gedaan; stelt vast dat wat de gevallen van 'vorig werk' betreft in 2016 onderzoek is gedaan naar drie dossiers, en dat besloten is maatregelen te nemen die inhouden dat de personeelsleden in kwestie zich niet bezighouden met zaken met de bevoegde autoriteiten waarvan zij met betaald verlof zijn;

14.  verwelkomt het feit dat de belangenverklaringen en de cv's van de leden van de raad van toezichthouders en de raad van bestuur, alsook van de directeur, de uitvoerend directeur en de directeuren van de Autoriteit op de website van de Autoriteit worden gepubliceerd;

15.  stelt vast dat het proces van de publicatie van de notulen van de vergaderingen van de raad van toezichthouders wordt herzien en dat de notulen voortaan middels een schriftelijke procedure worden goedgekeurd en vóór de volgende vergadering worden gepublceerd; verzoekt de Autoriteit aan de kwijtingsautoriteit verslag uit te brengen zodra het proces voor de goedkeuring van de notulen vastgesteld is;

16.  stelt met tevredenheid vast dat de Autoriteit over ethische richtsnoeren beschikt, die erop gericht zijn dat het personeel onafhankelijk, onpartijdig, objectief, loyaal en transparant opereert;

17.  juicht de invoering van een openbaar register van vergaderingen toe, hetgeen goed is voor de transparantie ten aanzien van de activiteiten van de Autoriteit, omdat het voor openheid zorgt over de vergaderingen van het personeel van de Autoriteit met externe belanghebbenden, alsmede het feit dat dit register op de website van de Autoriteit kan worden geraadpleegd;

18.  stelt met tevredenheid vast dat de Autoriteit een anti-fraudestrategie voor de periode 2015-2017 heeft ontwikkeld; stelt vast dat het anti-fraudeteam, dat zich met de coördinatie van de strategie bezighoudt, is samengesteld uit een 'ethics officer' en drie andere leden van het personeel, waaronder juridische experts, en verplichte opleidingen voor alle personeelsleden verzorgt; neemt er kennis van dat een risicobeoordelingsoefening waaraan door alle eenheden en afdelingen van de Autoriteit deelgenomen is, heeft plaatsgevonden, teneinde de frauderisico's in kaart te brengen en vast te stellen hoe frequent en hoe ernstig de risicogebeurtenissen op de gebieden in kwestie kunnen zijn; verzoekt de Autoriteit aan de kwijtingsautoriteit verslag uit te brengen over de resultaten van deze oefening;

19.  stelt vast dat de Autoriteit een intern beleid ten aanzien van klokkenluiders heeft ontwikkeld en een veilig klokkenluiderskanaal voor haar personeel heeft geïntroduceerd;

20.  merkt op dat er een onafhankelijk onthullings-, advies- en verwijzingsorgaan met voldoende begrotingsmiddelen nodig is om klokkenluiders te helpen de juiste kanalen te gebruiken om hun informatie over mogelijke onregelmatigheden met betrekking tot de financiële belangen van de Unie te onthullen en tegelijkertijd hun geheimhouding te beschermen en de nodige ondersteuning en advies te bieden;

Belangrijkste verwezenlijkingen

21.  spreekt zijn voldoening uit over de door de Autoriteit vermelde belangrijkste resultaten en successen van 2016, namelijk:

–  de succesvolle ontwikkeling van het gemeenschappelijk rulebook voor bankieren in de Unie, middels het opstellen van 12 richtsnoeren, 7 definitieve ontwerpen van technische uitvoeringsnormen en 15 definitieve ontwerpen van technische regelgevingsnormen;

–  de succesvolle monitoring van diverse aspecten van het gemeenschappelijk rulebook, met inbegrip van aanvullende tier 1-instrumenten voor eigen middelen, vergoedingpraktijken en significante risico-overdrachten bij securitisaties;

–  de significante vooruitgang bij het waarborgen van consistentie van toezichtstoetsingen, beoordelingen en toezichtsmaatregelen in de lidstaten, en – zoals gemeld in het verslag van de Autoriteit over convergentie op het gebied van toezicht – vooruitgang ten aanzien van de convergentie van de risicobeoordelingspraktijken in het verlengde van de implementatie van de "Authority Supervisory Review" en de "Evaluation Process Guidelines", en de vaststelling en toepassing van het gemeenschappelijk toezichtsmechanisme;

Interne audit

22.  stelt vast dat de dient Interne Audit (DIA) van de Commissie in februari 2016 alle processen van de Autoriteit (op administratief, financieel, operationeel en it-gebied) aan een volledige risicobeoordeling heeft onderworpen als basis voor de voorbereiding van het nieuwe strategische plan voor interne audits voor de periode 2017-2019; neemt er daarnaast kennis van dat in november 2016 de eerste audit van de convergentie van het toezicht - colleges en opleiding heeft plaatsgevonden; verzoekt de Autoriteit aan de kwijtingsautoriteit verslag uit te brengen over de resultaten van deze audits;

23.  stelt vast dat de DIA de nog niet afgesloten aanbevelingen naar aanleiding van de audit van 2013 in september 2016 aan een follow-uptoetsing op basis van stukken heeft onderworpen; stelt met tevredenheid vast dat de overige aanbevelingen adequaat en doeltreffend zijn geïmplementeerd en als "afgesloten" zijn aangemerkt; stelt vast dat in 2016 geen kritische aanbevelingen werden gedaan of afgesloten, en dat op 1 januari 2017 geen enkele kritische aanbeveling meer open stond;

Overige opmerkingen

24.  stelt met tevredenheid vast dat de Autoriteit in 2016 meerdere maatregelen heeft genomen om haar milieuvoetafdruk te verkleinen;

25.  neemt kennis van de 'emphasis of matter'-paragraaf van de Rekenkamer voor de twee in Londen gevestigde agentschappen, met betrekking tot het besluit van het Verenigd Koninkrijk om zich uit de Unie terug te trekken; stelt vast dat, met het oog op het te nemen besluit over zijn toekomstige vestigingsplaats, de Autoriteit in de financiële staten de resterende kosten van 14 miljoen EUR in verband met de huurovereenkomst van kantoorruimte als voorwaardelijke verplichting openbaar heeft gemaakt (ervan uitgaande dat deze eind 2020 wordt opgezegd), alsook het feit dat de overige potentiële kosten die een verplaatsing met zich mee kan brengen, bijvoorbeeld voor de verhuizing van het personeel met hun gezin, nog niet geraamd kunnen worden; stelt daarnaast vast dat het besluit van het Verenigd Koninkrijk om zich uit de Unie terug te trekken in de toekomst tot een daling van de inkomsten van de Autoriteit zou kunnen leiden; verzoekt de Autoriteit aan de kwijtingsautoriteit verslag uit te brengen over de kosten van de verplaatsing;

26.  wijst erop dat de Autoriteit een leasecontract voor twaalf jaar heeft ondertekend dat afloopt op 8 december 2026 en dat er, onder normale contractuele voorwaarden, een verplichting bestaat de volledige huur voor de gehele periode te voldoen; verneemt niettemin dat de Autoriteit een "break-out"-clausule halverwege de contractduur heeft afgedwongen, hetgeen betekent dat zij, indien deze clausule in werking wordt gesteld, wordt ontslagen van de verplichting om de huur voor de laatste zes jaar te voldoen; stelt daarnaast vast dat de Autoriteit verplicht is de helft van de financiële prikkel (16 maanden huur, gelijk aan 3 246 216 EUR) die zij aan het begin van de huurovereenkomst had ontvangen en die gebaseerd was op de volledige looptijd van 12 jaar van de huurovereenkomst (32 maanden gratis huur) terug te betalen, en dat het gebouw vóór het verlaten ervan, ongeacht wanneer dit is, terug moet worden gebracht in de oorspronkelijke staat; beveelt aan lessen te trekken uit deze ervaring en deze "mee te nemen" bij alle onderhandelingen over huurovereenkomsten in de toekomst;

27.  stelt met tevredenheid vast dat de Commissie de Autoriteit op de hoogte houdt van de ontwikkelingen in verband met het besluit van het Verenigd Koninkrijk om zich uit de Unie terug te trekken die van invloed zijn op de Autoriteit; geeft aan dat de werking van de Autoriteit gedurende de overgangsperiode gegarandeerd moet zijn;

28.  is verheugd dat, in het belang van de continuïteit van de werkzaamheden van de Autoriteit, de stad waar zij haar zetel zal krijgen binnen een redelijke termijn is gekozen; wijst erop dat het Parlement alles in het werk zal stellen om uitvoering te geven aan dit besluit;

29.  benadrukt dat de Autoriteit enerzijds moet waarborgen dat alle taken die voortvloeien uit het regelgevingskader zoals vastgesteld door het Parlement en de Raad volledig en met inachtneming van de termijnen worden uitgevoerd en anderzijds niet verder moet gaan dan die taken, zich moet houden aan het mandaat zoals vastgesteld door het Parlement en de Raad, en in het bijzonder het evenredigheidsbeginsel moet respecteren, met het oog op een optimaal gebruik van middelen en verwezenlijking van de doelstellingen zoals vastgesteld door het Parlement en de Raad;

30.  wijst op de centrale rol die de Autoriteit speelt bij het garanderen van beter toezicht op het financieel systeem van de Unie met het oog op financiële stabiliteit, de noodzakelijke transparantie en grotere veiligheid voor de financiële markt van de Unie, in het bijzonder middels het coördineren van het toezicht van de nationale toezichthoudende instanties, middels samenwerking, daar waar noodzakelijk, met de instellingen die belast zijn met internationaal toezicht, én middels het uitoefenen van toezicht op de consistente toepassing van het Unierecht; beklemtoont dat de bedoelde samenwerking moet stoelen op onderling vertrouwen; onderstreept de rol van de Autoriteit bij het bijdragen aan en het bevorderen van convergerende toezichtpraktijken op een hoog niveau op het gebied van consumentenbescherming;

31.  merkt op dat er, aangezien de werklast van de Autoriteit in toenemende mate verschuift van wetgevende taken naar de handhaving en toepassing van het Unierecht, een interne herschikking van de begroting en het personeel van de Autoriteit moet plaatsvinden; is van mening dat het van essentieel belang is dat de Autoriteit over voldoende middelen beschikt om haar taken volledig uit te voeren, ook als de werklast door de uitoefening van die taken toeneemt, en dat voor een geëigende prioritisering van de toewijzing van de middelen en begrotingsefficiëntie moet worden gezorgd; wijst er daarnaast op dat elke toename van de werklast van de Autoriteit intern kan worden opgevangen middels een herschikking van de toewijzing van de begrotingsmiddelen of van het personeel, op voorwaarde dat dit de volledige implementatie van het mandaat van de Autoriteit en haar onafhankelijkheid bij de uitoefening van haar toezichttaken niet negatief beïnvloedt;

32.  benadrukt dat de middelen die ter beschikking van de Autoriteit worden gesteld moeten worden aangewend aan de hand van heldere prioriteiten en met een scherpe focus op het mandaat om de gestelde doelen op efficiënte wijze te verwezenlijken; wijst erop dat de werkzaamheden van de Autoriteit regelmatig naar behoren moeten worden beoordeeld, teneinde op doeltreffende, transparante en geloofwaardige wijze gebruik te maken van haar middelen;

33.  verwacht dat de Autoriteit het Parlement en de Raad regelmatig voorziet van actuele en uitvoerige informatie over haar werkzaamheden, met name in verband met de invoering van bindende technische normen, adviezen en regels, teneinde transparantie ten toon te spreiden aan de burgers van de Unie en te laten zien dat het haar prioriteit is om consumenten te beschermen;

°

°  °

34.  verwijst voor andere opmerkingen van horizontale aard bij het kwijtingsbesluit naar zijn resolutie van … 2018(12) over het functioneren en het financiële beheer van en de controle op de agentschappen.

1.3.2018

ADVIES van de Commissie economische en monetaire zaken

aan de Commissie begrotingscontrole

inzake het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Europese Bankautoriteit voor het begrotingsjaar 2016

(2017/2171(DEC))

Rapporteur voor advies: Kay Swinburne

SUGGESTIES

De Commissie economische en monetaire zaken verzoekt de bevoegde Commissie begrotingscontrole onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

1.  neemt er kennis van dat naar het oordeel van de Europese Rekenkamer de onderliggende verrichtingen bij de jaarrekening van de Europese Bankautoriteit (de "Autoriteit") voor het begrotingsjaar 2016 op alle materiële punten wettig en regelmatig zijn; verzoekt de Autoriteit zorg te dragen voor een geëigende follow-up en implementatie van de aanbevelingen van de Rekenkamer;

2.  benadrukt dat de Autoriteit enerzijds moet waarborgen dat alle taken die voortvloeien uit het regelgevingskader zoals vastgesteld door het Europees Parlement en de Raad volledig en met inachtneming van de termijnen worden uitgevoerd en anderzijds niet verder moet gaan dan die taken, zich moet houden aan het mandaat zoals vastgesteld door het Europees Parlement en de Raad, en in het bijzonder het evenredigheidsbeginsel moet respecteren, met het oog op een optimaal gebruik van middelen en verwezenlijking van de doelstellingen zoals vastgesteld door het Europees Parlement en de Raad;

3.  wijst op de centrale rol die de Autoriteit speelt bij het garanderen van beter toezicht op het financieel systeem van de Unie met het oog op financiële stabiliteit, de noodzakelijke transparantie en grotere veiligheid voor de financiële markt van de Unie, in het bijzonder middels het coördineren van het toezicht van de nationale toezichthoudende instanties, middels samenwerking, daar waar noodzakelijk, met de instellingen die belast zijn met internationaal toezicht, én middels het uitoefenen van toezicht op de consistente toepassing van het Unierecht; beklemtoont dat de bedoelde samenwerking moet stoelen op onderling vertrouwen; onderstreept de rol van de Autoriteit bij het bijdragen aan en het bevorderen van convergerende toezichtpraktijken op een hoog niveau op het gebied van consumentenbescherming;

4.  merkt op dat er, aangezien de werklast van de Autoriteit in toenemende mate verschuift van wetgevende taken naar de handhaving en toepassing van het Unierecht, een interne herschikking van de begroting en het personeel van de Autoriteit moet plaatsvinden; is van mening dat het van essentieel belang is dat de Autoriteit over voldoende middelen beschikt om haar taken volledig uit te voeren, ook als de werklast door de uitoefening van die taken toeneemt, en dat voor een geëigende prioritisering van de toewijzing van de middelen en begrotingsefficiëntie moet worden gezorgd; wijst er daarnaast op dat elke toename van de werklast van de Autoriteit intern kan worden opgevangen middels een herschikking van de toewijzing van de begrotingsmiddelen of van het personeel, op voorwaarde dat dit de volledige implementatie van het mandaat van de Autoriteit en haar onafhankelijkheid bij de uitoefening van haar toezichttaken niet negatief beïnvloedt;

5.  benadrukt dat de middelen die ter beschikking van de Autoriteit worden gesteld moeten worden aangewend aan de hand van heldere prioriteiten en met een scherpe focus op het mandaat om de gestelde doelen op efficiënte wijze te verwezenlijken; wijst erop dat de werkzaamheden van de Autoriteit regelmatig naar behoren moeten worden beoordeeld, teneinde op doeltreffende, transparante en geloofwaardige wijze gebruik te maken van haar middelen;

6.  verwacht dat de Autoriteit het Europees Parlement en de Raad regelmatig voorziet van actuele en uitvoerige informatie over haar werkzaamheden, met name in verband met de invoering van bindende technische normen, adviezen en regels, teneinde transparantie ten toon te spreiden aan de burgers van de Unie en te laten zien dat het haar prioriteit is om consumenten te beschermen;

7.  is van mening dat de notulen van de vergaderingen van de raad van toezichthouders en van de aandeelhoudersgroepen, die openbaar zijn, sneller gepubliceerd moeten worden, om het bestaande tijdsinterval te verkorten en om beter inzicht te bieden in de gevoerde discussies, de standpunten van de leden en hun stemgedrag; benadrukt dat het voor de Autoriteit van essentieel belang is, gezien de aard van haar taken, om transparantie aan de dag te leggen, niet alleen jegens het Europees Parlement en de Raad, maar ook jegens de burgers van de Unie; is van mening dat de burgers ook beter bereikt kunnen worden door het rechtstreeks uitzenden van evenementen via het internet; wijst erop dat het ook gemakkelijker moet worden toegang te krijgen tot documenten en informatie met betrekking tot interne vergaderingen; is tevreden met het feit dat de Autoriteit van alle Europese toezichthoudende autoriteiten in de meest passende mate informatie openbaar maakt over vergaderingen van personeelsleden met belanghebbenden; stelt vast dat de bescherming van klokkenluiders belangrijk is voor het tot stand brengen van meer transparantie, democratische verantwoordingsplicht en openbare controle;

8.  herinnert in verband met de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie aan het belang van een soepele en kostenefficiënte verhuizing uit Londen; dringt er bij de Autoriteit op aan alle potentiële kosten te berekenen en merkt op dat het functioneren van de Autoriteit tijdens de overgangsperiode moet worden gewaarborgd;

9.  is verheugd dat, in het belang van de continuïteit van de werkzaamheden van de Autoriteit, de stad waar zij haar zetel zal krijgen binnen een redelijke termijn is gekozen; wijst erop dat het Parlement alles in het werk zal stellen om uitvoering te geven aan dit besluit.

INFORMATIE OVER DE GOEDKEURINGIN DE ADVISERENDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

27.2.2018

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

48

1

4

Bij de eindstemming aanwezige leden

Burkhard Balz, Hugues Bayet, Pervenche Berès, Udo Bullmann, David Coburn, Esther de Lange, Markus Ferber, Jonás Fernández, Neena Gill, Brian Hayes, Gunnar Hökmark, Danuta Maria Hübner, Cătălin Sorin Ivan, Petr Ježek, Wolf Klinz, Georgios Kyrtsos, Philippe Lamberts, Werner Langen, Bernd Lucke, Olle Ludvigsson, Gabriel Mato, Costas Mavrides, Bernard Monot, Caroline Nagtegaal, Luděk Niedermayer, Stanisław Ożóg, Dimitrios Papadimoulis, Dariusz Rosati, Pirkko Ruohonen-Lerner, Anne Sander, Alfred Sant, Molly Scott Cato, Pedro Silva Pereira, Theodor Dumitru Stolojan, Kay Swinburne, Ramon Tremosa i Balcells, Ernest Urtasun, Marco Valli, Tom Vandenkendelaere, Jakob von Weizsäcker

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Enrique Calvet Chambon, Jan Keller, Verónica Lope Fontagné, Paloma López Bermejo, Thomas Mann, Michel Reimon, Andreas Schwab, Tibor Szanyi, Romana Tomc, Miguel Urbán Crespo, Roberts Zīle

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Zbigniew Kuźmiuk, Edouard Martin

HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE ADVISERENDE COMMISSIE

48

+

ALDE

Enrique Calvet Chambon, Petr Ježek, Wolf Klinz, Caroline Nagtegaal, Ramon Tremosa i Balcells

ECR

Zbigniew Kuźmiuk, Bernd Lucke, Stanisław Ożóg, Pirkko Ruohonen-Lerner, Kay Swinburne, Roberts Zīle

ENF

Bernard Monot

PPE

Burkhard Balz, Markus Ferber, Brian Hayes, Gunnar Hökmark, Danuta Maria Hübner, Georgios Kyrtsos, Esther de Lange, Werner Langen, Verónica Lope Fontagné, Thomas Mann, Gabriel Mato, Luděk Niedermayer, Dariusz Rosati, Anne Sander, Andreas Schwab, Theodor Dumitru Stolojan, Romana Tomc, Tom Vandenkendelaere

S&D

Hugues Bayet, Pervenche Berès, Udo Bullmann, Jonás Fernández, Neena Gill, Cătălin Sorin Ivan, Jan Keller, Olle Ludvigsson, Edouard Martin, Costas Mavrides, Alfred Sant, Pedro Silva Pereira, Tibor Szanyi, Jakob von Weizsäcker

VERTS/ALE

Philippe Lamberts, Michel Reimon, Molly Scott Cato, Ernest Urtasun

1

-

EFDD

David Coburn

4

0

EFDD

Marco Valli

GUE/NGL

Paloma López Bermejo, Dimitrios Papadimoulis, Miguel Urbán Crespo

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding

INFORMATIE OVER DE GOEDKEURINGIN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

20.3.2018

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

20

4

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Nedzhmi Ali, Inés Ayala Sender, Zigmantas Balčytis, Dennis de Jong, Tamás Deutsch, Martina Dlabajová, Raffaele Fitto, Ingeborg Gräßle, Cătălin Sorin Ivan, Jean-François Jalkh, Arndt Kohn, Notis Marias, José Ignacio Salafranca Sánchez-Neyra, Petri Sarvamaa, Claudia Schmidt, Bart Staes, Indrek Tarand, Marco Valli, Derek Vaughan, Tomáš Zdechovský, Joachim Zeller

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Karin Kadenbach, Julia Pitera, Miroslav Poche

HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE BEVOEGDE COMMISSIE

20

+

ALDE

Nedzhmi Ali, Martina Dlabajová

GUE/NGL

Dennis de Jong

PPE

Tamás Deutsch, Ingeborg Gräßle, Julia Pitera, José Ignacio Salafranca Sánchez-Neyra, Petri Sarvamaa, Claudia Schmidt, Tomáš Zdechovský, Joachim Zeller

S&D

Inés Ayala Sender, Zigmantas Balčytis, Cătălin Sorin Ivan, Karin Kadenbach, Arndt Kohn, Miroslav Poche, Derek Vaughan

VERTS/ALE

Bart Staes, Indrek Tarand

4

-

ECR

Raffaele Fitto, Notis Marias

EFDD

Marco Valli

ENF

Jean-François Jalkh

0

0

 

 

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding

(1)

PB C 417 van 6.12.2017, blz. 87.

(2)

PB C 417 van 6.12.2017, blz. 87.

(3)

PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.

(4)

PB L 331 van 15.12.2010, blz. 12.

(5)

PB L 328 van 7.12.2013, blz. 42.

(6)

PB C 417 van 6.12.2017, blz. 87.

(7)

PB C 417 van 6.12.2017, blz. 87.

(8)

PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.

(9)

PB L 331 van 15.12.2010, blz. 12.

(10)

PB L 328 van 7.12.2013, blz. 42.

(11)

  O.J. C 24, 24.01.2017, p.1

(12)

Aangenomen teksten van die datum, P8_TA-PROV(2018)0000.

Laatst bijgewerkt op: 3 april 2018Juridische mededeling