Procedure : 2017/2184(DEC)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0075/2018

Ingediende teksten :

A8-0075/2018

Debatten :

PV 18/04/2018 - 10
CRE 18/04/2018 - 10

Stemmingen :

PV 18/04/2018 - 12.65

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0170

VERSLAG     
PDF 285kWORD 55k
22.3.2018
PE 613.433v02-00 A8-0075/2018

over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Gemeenschappelijke Onderneming voor het initiatief innovatieve geneesmiddelen 2 voor het begrotingsjaar 2016

(2017/2184(DEC))

Commissie begrotingscontrole

Rapporteur: Brian Hayes

1. ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT

1. ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Gemeenschappelijke Onderneming voor het initiatief innovatieve geneesmiddelen 2 voor het begrotingsjaar 2016

(2017/2184(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de definitieve jaarrekening van de Gemeenschappelijke Onderneming voor het initiatief innovatieve geneesmiddelen 2 voor het begrotingsjaar 2016,

–  gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van de Gemeenschappelijke Onderneming voor het initiatief innovatieve geneesmiddelen 2 voor het begrotingsjaar 2016, vergezeld van het antwoord van de Gemeenschappelijke Onderneming(1),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer(2) voor het begrotingsjaar 2016 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 20 februari 2018 betreffende de aan de Gemeenschappelijke Onderneming te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2016 (05943/2018 – C8-0093/2018),

–  gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(3), en met name artikel 209,

–  gezien Verordening (EU) nr. 557/2014 van de Raad van 6 mei 2014 tot oprichting van de Gemeenschappelijke Onderneming voor het initiatief innovatieve geneesmiddelen 2(4), en met name artikel 12,

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 110/2014 van de Commissie van 30 september 2013 tot vaststelling van de financiële modelregeling voor publiek-private partnerschapsorganen bedoeld in artikel 209 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(5),

–  gezien artikel 94 en bijlage IV van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A8-0075/2018),

1.  verleent de uitvoerend directeur van de Gemeenschappelijke Onderneming voor het initiatief innovatieve geneesmiddelen 2 kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Gemeenschappelijke Onderneming voor het begrotingsjaar 2016;

2.  formuleert zijn opmerkingen in bijgevoegde resolutie;

3.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van de Gemeenschappelijke Onderneming voor het initiatief innovatieve geneesmiddelen 2, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (L-serie).

2. ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over de afsluiting van de rekeningen van de Gemeenschappelijke Onderneming voor het initiatief innovatieve geneesmiddelen 2 voor het begrotingsjaar 2016

(2017/2184(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de definitieve jaarrekening van de Gemeenschappelijke Onderneming voor het initiatief innovatieve geneesmiddelen 2 voor het begrotingsjaar 2016,

–  gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van de Gemeenschappelijke Onderneming voor het initiatief innovatieve geneesmiddelen 2 voor het begrotingsjaar 2016, vergezeld van het antwoord van de Gemeenschappelijke Onderneming(6),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer(7) voor het begrotingsjaar 2016 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 20 februari 2018 betreffende de aan de gemeenschappelijke onderneming te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2016 (05943/2018 – C8-0093/2018),

–  gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(8), en met name artikel 209,

–  gezien Verordening (EU) nr. 557/2014 van de Raad van 6 mei 2014 tot oprichting van de Gemeenschappelijke Onderneming voor het initiatief innovatieve geneesmiddelen 2(9), en met name artikel 12,

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 110/2014 van de Commissie van 30 september 2013 tot vaststelling van de financiële modelregeling voor publiek-private partnerschapsorganen bedoeld in artikel 209 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(10),

–  gezien artikel 94 en bijlage IV van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A8-0075/2018),

1.  hecht zijn goedkeuring aan de afsluiting van de rekeningen van de Gemeenschappelijke Onderneming voor het initiatief innovatieve geneesmiddelen 2 voor het begrotingsjaar;

2.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van de Gemeenschappelijke Onderneming voor het initiatief innovatieve geneesmiddelen 2, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (L-serie).

3. ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Gemeenschappelijke Onderneming voor het initiatief innovatieve geneesmiddelen 2 voor het begrotingsjaar 2016

(2017/2184(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Gemeenschappelijke Onderneming voor het initiatief innovatieve geneesmiddelen 2 voor het begrotingsjaar 2016,

–  gezien artikel 94 en bijlage IV van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A8-0075/2018),

A.  overwegende dat de Gemeenschappelijke Onderneming voor de uitvoering van het gezamenlijk technologie-initiatief inzake innovatieve geneesmiddelen ("Gemeenschappelijke Onderneming IMI") in december 2007 voor een periode van tien jaar werd opgericht met als doel de efficiëntie en doeltreffendheid van het ontwikkelingsproces van geneesmiddelen aanzienlijk te verbeteren, zodat de farmaceutische sector op de lange termijn doeltreffendere en veiligere innovatieve geneesmiddelen kan ontwikkelen;

B.  overwegende dat na de vaststelling in mei 2014 van Verordening (EU) nr. 557/2014 van de Raad(11), de Gemeenschappelijke Onderneming voor het initiatief innovatieve geneesmiddelen 2 ("Gemeenschappelijke Onderneming IMI 2") in juni 2014 de Gemeenschappelijke Onderneming IMI heeft vervangen met het oog op de afronding van de onderzoeksactiviteiten voor het zevende kaderprogramma ("KP7") en zodoende de looptijd van de Gemeenschappelijke Onderneming heeft verlengd tot en met 31 december 2024;

C.  overwegende dat de Unie, vertegenwoordigd door de Commissie, en de Europese Federatie van Verenigingen van farmaceutische bedrijven (EFPIA) de oprichtende leden van de gemeenschappelijke onderneming zijn;

D.  overwegende dat de maximale bijdrage van de Unie aan de Gemeenschappelijke Onderneming IMI voor de periode van tien jaar 1 000 000 000 EUR bedraagt, te betalen uit de begroting van KP7, en dat de oprichtende leden in gelijke mate aan de lopende kosten bijdragen, elk voor ten hoogste 4 % van de totale bijdrage van de Unie;

E.  overwegende dat de maximale bijdrage van de Unie aan de Gemeenschappelijke Onderneming IMI 2 voor de periode van tien jaar 1 638 000 000 EUR bedraagt, te betalen uit de begroting van Horizon 2020, en dat de leden, met uitzondering van de Commissie, voor 50 % aan de lopende kosten moeten bijdragen en middels contanten of in natura (of beide) in gelijke mate met de financiële bijdrage van de Unie aan de operationele kosten moeten bijdragen;

Begrotings- en financieel beheer

1.  neemt er nota van dat de rekeningen van de Gemeenschappelijke Onderneming IMI 2 voor het op 31 december 2016 afgesloten jaar volgens de Europese Rekenkamer op alle materiële punten een getrouw beeld geven van de financiële situatie van de Gemeenschappelijke Onderneming per 31 december 2016, van de resultaten van haar verrichtingen en kasstromen en van de veranderingen van de nettoactiva in het op die datum afgesloten jaar, overeenkomstig haar financieel reglement en de door de rekenplichtige van de Commissie vastgestelde boekhoudregels, en zijn gebaseerd op internationaal aanvaarde boekhoudnormen voor de overheidssector;

2.  neemt kennis van de verklaring zonder beperking van de Rekenkamer dat de onderliggende verrichtingen bij de jaarrekening van de Gemeenschappelijke Onderneming IMI 2 voor 2016 op alle materiële punten wettig en regelmatig waren;

3.  stelt vast dat de definitieve begroting 2016 die voor de uitvoering van KP7 en Horizon 2020 beschikbaar was, 307 053 000 EUR aan vastleggingskredieten en 263 423 000 EUR aan betalingskredieten omvatte; stelt vast dat het bestedingspercentage voor de vastleggingskredieten 94,1 % bedroeg (een stijging met 3,06 % ten opzichte van 2015);

4.  stelt met teleurstelling vast dat de betalingskredieten voor het derde achtereenvolgende jaar minder dan 75 % bedroegen: in 2016 bedroegen ze 69,6 %; merkt echter op dat het aantal betalingen steeg met 63 % (van 46 tot 75) en het uitgekeerde bedrag met 30 % (van 134 514 000 EUR tot 175 182 730 EUR) ten opzichte van 2015 en het hoogste aantal voor de Gemeenschappelijke Onderneming IMI 2 is tot nu toe; verzoekt de Gemeenschappelijke Onderneming IMI 2 geactualiseerde informatie aan de kwijtingsautoriteit te verstrekken en de betalingskredieten voor de procedure van volgend jaar te verbeteren;

5.  stelt vast dat de Gemeenschappelijke Onderneming IMI 2 van de 1 000 000 000 EUR aan KP7-middelen die aan de Gemeenschappelijke Onderneming IMI waren toegewezen, eind 2016 voor 966 000 000 EUR aan vastleggingen en voor 648 000 000 EUR aan betalingen had gedaan; merkt op dat het hoge niveau van niet-afgewikkelde betalingen van 318 000 000 EUR (32 %) voornamelijk werd veroorzaakt door de uitgestelde start van KP7-activiteiten in de eerste jaren van de Gemeenschappelijke Onderneming IMI;

6.  stelt vast dat de Gemeenschappelijke Onderneming IMI 2 van de 1 000 000 000 EUR die de deelnemers uit de industrie aan de activiteiten van de Gemeenschappelijke Onderneming IMI moesten bijdragen, aan het einde van 2016 403 000 000 EUR aan bijdragen in natura en contante bijdragen had gevalideerd; wijst erop dat de deelnemers nog eens 103 000 000 EUR aan bijdragen in natura zonder validatie aan de Gemeenschappelijke Onderneming IMI 2 hebben gerapporteerd; wijst erop dat de totale bijdragen in natura en contante bijdragen van de deelnemers uit de industrie aan het einde van 2016 dus 506 000 000 EUR bedroegen, terwijl de Unie 728 000 000 EUR in contanten had bijgedragen aan de KP7-activiteiten van de Gemeenschappelijke Onderneming IMI;

7.  merkt met bezorgdheid op dat de Gemeenschappelijke Onderneming IMI 2 van de 1 638 000 000 EUR aan Horizon 2020-middelen die aan de Gemeenschappelijke Onderneming IMI waren toegewezen, eind 2016 voor 515 000 000 EUR (31 %) aan vastleggingen en voor 111 000 000 EUR aan betalingen (7 % van de toegewezen middelen) had gedaan voor de uitvoering van de eerste reeks projecten; erkent dat het lage niveau van de betalingen voornamelijk het gevolg is van de tijd die de projectconsortia nodig hebben om Horizon 2020-subsidieovereenkomsten af te sluiten met partners uit de industrie, waardoor de geplande voorfinanciering van de Gemeenschappelijke Onderneming IMI voor het betreffende jaar vertraging oploopt; merkt bovendien op dat uiteindelijk minder geld werd gevraagd voor projecten in het kader van de programma's voor ebola en antimicrobiële weerstand dan in de oorspronkelijke projectbegrotingen was voorzien, wat voornamelijk toe te schrijven was aan de afname van de epidemie, zoals vermeld in eerdere verslagen van de Rekenkamer en de Gemeenschappelijke Onderneming IMI 2;

8.  stelt vast dat van de 1 638 000 000 EUR aan bijdragen in natura en contante bijdragen die de deelnemers uit de industrie en geassocieerde partners aan de activiteiten van de Gemeenschappelijke Onderneming IMI 2 moesten leveren, aan het einde van 2016 47 200 000 EUR door de uitvoerend directeur was gevalideerd en een bijkomend bedrag van 36 600 000 EUR was gerapporteerd; stelt bovendien vast dat de totale bijdragen van de deelnemers uit de industrie aan de Horizon 2020-activiteiten van de Gemeenschappelijke Onderneming IMI 2 eind 2016 dus 83 800 000 EUR bedroegen, vergeleken met een EU-bijdrage in contanten van 135 000 000 EUR; merkt op dat het verschil werd veroorzaakt door de aan de begunstigden betaalde voorschotten om projectactiviteiten een impuls te geven; wijst erop dat er in deze fase van programma-uitvoering 275 800 000 EUR aan vastleggingen van EU-middelen en 249 100 000 EUR aan bijdragen in natura van de industrie zijn toegewezen aan 25 projecten in het kader van Horizon 2020;

Fraudebestrijdingsstrategie

9.  neemt er nota van dat de Gemeenschappelijke Onderneming IMI 2 een fraudebestrijdingsstrategie heeft die is afgestemd op de fraudebestrijdingsstrategie van het directoraat-generaal Onderzoek en Innovatie; betreurt te moeten vaststellen dat er in 2016 één geval van verdenking is gemeld aan OLAF, dat op basis van de verstrekte documentatie heeft besloten de zaak te seponeren; merkt op dat de Gemeenschappelijke Onderneming tegelijkertijd een onafhankelijke financiële controle heeft uitgevoerd die werd afgesloten met een kleine aanpassing en niet tot significante materiële bevindingen heeft geleid; neemt met voldoening nota van de doeltreffendheid van de overeenkomstig de fraudebestrijdingsstrategie genomen preventieve en corrigerende fraudebestrijdingsmaatregelen; wijst erop dat in dat verband verdere waakzaamheid geboden is;

Interne audit

10.  neemt er nota van dat de dienst Interne Audit (IAS) op 21 januari 2016 het definitieve verslag van de audit van de bijdragen in natura aan de Gemeenschappelijke Onderneming IMI 2 heeft toegezonden; wijst erop dat de IAS de Gemeenschappelijke Onderneming IMI 2 heeft aanbevolen om duidelijkere instructies te geven over de certificeringsmethode die de externe controleurs moeten toepassen, om de procedure voor de beoordeling en goedkeuring van de certificaten te versterken, om een strategie, procedures en richtsnoeren te ontwikkelen met duidelijke managementverantwoordelijkheden en tijdschema's voor de controle van bijdragen in natura, om de waarde van de operationele en financiële controles vooraf en achteraf te verhogen en om controles van de kwaliteit van de boekhoudkundige gegevens te verrichten;

11.  is verheugd dat de Gemeenschappelijke Onderneming IMI 2 een actieplan heeft opgesteld, dat op 26 februari 2016 door de IAS is goedgekeurd, en dat alle vier de aanbevelingen in de loop van 2016 binnen de overeengekomen termijnen zijn uitgevoerd, waardoor het resterende risico met het oog op redelijke zekerheid is verkleind;

Internecontrolesystemen

12.  stelt vast dat de Gemeenschappelijke Onderneming IMI 2 doeltreffende procedures voor controles vooraf heeft opgezet die zijn gebaseerd op financiële en operationele controles van stukken, en controles achteraf van kostendeclaraties voor subsidies in het kader van KP7 verricht; stelt vast dat het restfoutenpercentage voor controles achteraf dat de Gemeenschappelijke Onderneming IMI 2 aan het einde van 2016 heeft gerapporteerd, 1,67 % bedroeg;

13.  stelt met teleurstelling vast dat de Gemeenschappelijke Onderneming IMI 2 aan het einde van 2016, het derde jaar van uitvoering van Horizon 2020, haar controlesystemen slechts gedeeltelijk had geïntegreerd in de gemeenschappelijke subsidiebeheers- en monitoringinstrumenten voor Horizon 2020 van de Commissie; meent dat een snelle voltooiing van het integratieproces prioriteit moet krijgen; erkent evenwel dat er in nauwe samenwerking met de diensten van de Commissie aanzienlijke vorderingen zijn geboekt, die het mogelijk moeten maken dat alle projectrapportage, monitoring en betalingen van de Gemeenschappelijke Onderneming IMI 2 vanaf begin 2018 worden uitgevoerd via de gemeenschappelijke Horizon 2020-instrumenten;

14.  stelt met teleurstelling vast dat de Gemeenschappelijke Onderneming IMI 2 te kampen had met enkele vertragingen bij betalingen aan bepaalde begunstigden (universiteiten, onderzoeksorganisaties en het mkb); merkt op dat de nagestreefde betalingstermijn van 90 dagen voor tussentijdse betalingen in 2016 met 5 dagen werd overschreden; neemt er nota van dat de Gemeenschappelijke Onderneming IMI 2 corrigerende maatregelen heeft genomen om de situatie te verbeteren, met name de versterking van de samenwerking met de projectconsortia, de herziening van de interne procedures en de personeelsuitbreiding in de financiële eenheid; stelt in dit verband vast dat de gemiddelde betalingstermijn voor eindbetalingen van door de begunstigden gedeclareerde kosten 62 dagen bedroeg;

Communicatie

15.  wijst erop dat de Gemeenschappelijke Onderneming IMI 2 via de instellingen van de Unie met de burgers van de Unie moet communiceren over het belang van het onderzoek en de samenwerking die binnen haar kader plaatsvinden; benadrukt dat het belangrijk is de aandacht te vestigen op echte verbeteringen als gevolg van die werkzaamheden; merkt op dat de resultaten van dergelijke uitgaven een belangrijk onderdeel van het mandaat van de Gemeenschappelijke Onderneming IMI 2 vormen en dat zij samenwerkt met andere gemeenschappelijke ondernemingen om het grote publiek beter bewust te maken van de voordelen die hun werkzaamheden opleveren;

Slotopmerkingen

16.  verzoekt de Commissie te zorgen voor de rechtstreekse betrokkenheid van de Gemeenschappelijke Onderneming IMI 2 bij de tussentijdse evaluatie van Horizon 2020 met het oog op verdere vereenvoudiging en harmonisatie van gemeenschappelijke ondernemingen.

INFORMATIE OVER DE GOEDKEURINGIN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

20.3.2018

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

20

4

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Nedzhmi Ali, Inés Ayala Sender, Zigmantas Balčytis, Dennis de Jong, Tamás Deutsch, Martina Dlabajová, Raffaele Fitto, Ingeborg Gräßle, Cătălin Sorin Ivan, Jean-François Jalkh, Arndt Kohn, Notis Marias, José Ignacio Salafranca Sánchez-Neyra, Petri Sarvamaa, Claudia Schmidt, Bart Staes, Indrek Tarand, Marco Valli, Derek Vaughan, Tomáš Zdechovský, Joachim Zeller

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Karin Kadenbach, Julia Pitera, Miroslav Poche

HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE BEVOEGDE COMMISSIE

20

+

ALDE

Nedzhmi Ali, Martina Dlabajová

GUE/NGL

Dennis de Jong

PPE

Tamás Deutsch, Ingeborg Gräßle, Julia Pitera, José Ignacio Salafranca Sánchez-Neyra, Petri Sarvamaa, Claudia Schmidt, Tomáš Zdechovský, Joachim Zeller

S&D

Inés Ayala Sender, Zigmantas Balčytis, Cătălin Sorin Ivan, Karin Kadenbach, Arndt Kohn, Miroslav Poche, Derek Vaughan

VERTS/ALE

Bart Staes, Indrek Tarand

ALDE

Nedzhmi Ali, Martina Dlabajová

4

-

ECR

Raffaele Fitto, Notis Marias

EFDD

Marco Valli

ENF

Jean-François Jalkh

0

0

 

 

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding

(1)

PB C 426 van 12.12.2017, blz. 49.

(2)

PB C 426 van 12.12.2017, blz. 49.

(3)

PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.

(4)

PB L 169 van 7.6.2014, blz. 54.

(5)

PB L 38 van 7.2.2014, blz. 2.

(6)

PB C 426 van 12.12.2017, blz. 49.

(7)

PB C 426 van 12.12.2017, blz. 49.

(8)

PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.

(9)

PB L 169 van 7.6.2014, blz. 54.

(10)

PB L 38 van 7.2.2014, blz. 2.

(11)

Verordening (EU) nr. 557/2014 van de Raad van 6 mei 2014 tot oprichting van de Gemeenschappelijke Onderneming voor het initiatief innovatieve geneesmiddelen 2 (PB L 169 van 7.6.2014, blz. 54).

Laatst bijgewerkt op: 3 april 2018Juridische mededeling