Procedure : 2017/2186(DEC)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0076/2018

Ingediende teksten :

A8-0076/2018

Debatten :

PV 18/04/2018 - 10
CRE 18/04/2018 - 10

Stemmingen :

PV 18/04/2018 - 12.68
CRE 18/04/2018 - 12.68

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0173

VERSLAG     
PDF 316kWORD 60k
22.3.2018
PE 613.434v02-00 A8-0076/2018

over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Gemeenschappelijke Onderneming Shift2Rail voor het begrotingsjaar 2016

(2017/2186(DEC))

Commissie begrotingscontrole

Rapporteur: Brian Hayes

1. ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT

1. ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Gemeenschappelijke Onderneming Shift2Rail voor het begrotingsjaar 2016

(2017/2186(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de definitieve jaarrekening van de Gemeenschappelijke Onderneming Shift2Rail voor het begrotingsjaar 2016,

–  gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van de Gemeenschappelijke Onderneming Shift2Rail voor het begrotingsjaar 2016, vergezeld van het antwoord van de Gemeenschappelijke Onderneming(1),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer(2) voor het begrotingsjaar 2016 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 20 februari 2018 betreffende de aan de Gemeenschappelijke Onderneming te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2016 (05943/2018 – C8-0095/2018),

–  gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(3), en met name artikel 209,

–  gezien Verordening (EU) nr. 642/2014 van de Raad van 16 juni 2014 tot oprichting van de Gemeenschappelijke Onderneming Shift2Rail(4), en met name artikel 12,

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 110/2014 van de Commissie van 30 september 2013 tot vaststelling van de financiële modelregeling voor publiek-private partnerschapsorganen bedoeld in artikel 209 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(5),

–  gezien artikel 94 en bijlage IV van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie vervoer en toerisme (A8-0076/2018),

1.  verleent de uitvoerend directeur van de Gemeenschappelijke Onderneming Shift2Rail kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Bureau voor het begrotingsjaar 2016;

2.  formuleert zijn opmerkingen in bijgaande resolutie;

3.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van de Gemeenschappelijke Onderneming Shift2Rail, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (L-serie).

2. ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over de afsluiting van de rekeningen van de Gemeenschappelijke Onderneming Shift2Rail voor het begrotingsjaar 2016

(2017/2186(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de definitieve jaarrekening van de Gemeenschappelijke Onderneming Shift2Rail voor het begrotingsjaar 2016,

–  gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van de Gemeenschappelijke Onderneming Shift2Rail voor het begrotingsjaar 2016, vergezeld van het antwoord van de Gemeenschappelijke Onderneming(6),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer(7) voor het begrotingsjaar 2016 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 20 februari 2018 betreffende de aan de Gemeenschappelijke Onderneming te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2016 (05943/2018 – C8-0095/2018),

–  gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(8), en met name artikel 209,

–  gezien Verordening (EU) nr. 642/2014 van de Raad van 16 juni 2014 tot oprichting van de Gemeenschappelijke Onderneming Shift2Rail(9), en met name artikel 12,

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 110/2014 van de Commissie van 30 september 2013 tot vaststelling van de financiële modelregeling voor publiek-private partnerschapsorganen bedoeld in artikel 209 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(10),

–  gezien artikel 94 en bijlage IV van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie vervoer en toerisme (A8-0076/2018),

1.  hecht zijn goedkeuring aan de afsluiting van de rekeningen van de Gemeenschappelijke Onderneming Shift2Rail voor het begrotingsjaar 2016;

2.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van de Gemeenschappelijke Onderneming Shift2Rail, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (L-serie).

3. ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Gemeenschappelijke Onderneming Shift2Rail voor het begrotingsjaar 2016

(2017/2186(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Gemeenschappelijke Onderneming Shift2Rail voor het begrotingsjaar 2016,

–  gezien artikel 94 en bijlage IV van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie vervoer en toerisme (A8-0076/2018),

A.  overwegende dat de Gemeenschappelijke Onderneming Shift2Rail (de "Gemeenschappelijk Onderneming") in juni 2014 bij Verordening 642/2014 van de Raad (de verordening tot oprichting van de Gemeenschappelijke Onderneming) werd opgericht voor een periode van 10 jaar;

B.  overwegende dat de oprichtende leden bestaan uit de Europese Unie, vertegenwoordigd door de Commissie, en partners uit de spoorwegindustrie (de belangrijkste belanghebbenden, onder wie fabrikanten van spoorwegmateriaal, spoorwegondernemingen, infrastructuurbeheerders en onderzoekscentra), met de mogelijkheid voor andere entiteiten om als geassocieerde leden deel te nemen aan de Gemeenschappelijke Onderneming;

C.  overwegende dat de doelstellingen van de Gemeenschappelijke Onderneming zijn: a) een gemeenschappelijke Europese spoorwegruimte te verwezenlijken; b) de aantrekkelijkheid en het concurrentievermogen van het Europese spoorwegsysteem te verbeteren; c) te zorgen voor een modale verschuiving van het wegvervoer naar het spoor; en d) de leidende positie van de Europese spoorwegindustrie op de wereldmarkt te handhaven;

D.  overwegende dat de Gemeenschappelijke Onderneming in mei 2016 autonoom is gaan functioneren;

Algemene opmerkingen

1.  stelt vast dat het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van de Gemeenschappelijke Onderneming voor het op 31 december 2016 afgesloten jaar (het "verslag van de Rekenkamer") op alle materiële punten een getrouw beeld geeft van de financiële situatie van de Gemeenschappelijke Onderneming per 31 december 2016, van de resultaten van haar verrichtingen en kasstromen en van de veranderingen van de nettoactiva in het op die datum afgesloten jaar, overeenkomstig haar financieel reglement en de door de rekenplichtige van de Commissie vastgestelde boekhoudregels;

2.  stelt vast dat de Rekenkamer in haar verslag verklaart dat de onderliggende verrichtingen bij de jaarrekening van de Gemeenschappelijke Onderneming voor het begrotingsjaar 2016 op alle materiële punten wettig en regelmatig zijn;

3.  merkt op dat de bijdrage van de Unie aan de werkzaamheden van de Gemeenschappelijke Onderneming maximaal 450 000 000 EUR bedraagt, die via Horizon 2020 moet worden betaald; merkt op dat de leden afkomstig uit de industrie van de Gemeenschappelijke Onderneming ten minste 470 000 000 EUR aan middelen moeten bijdragen, waarvan ten minste 350 000 000 EUR aan bijdragen in natura en in contanten voor operationele activiteiten en administratieve kosten van de Gemeenschappelijke Onderneming en ten minste 120 000 000 EUR aan bijdragen in natura voor de aanvullende activiteiten van de Gemeenschappelijke Onderneming;

Financieel en begrotingsbeheer

4.  merkt op dat de definitieve begroting 2016 die beschikbaar was voor tenuitvoerlegging 50 200 000 EUR aan vastleggingskredieten en 52 300 000 EUR aan betalingskredieten bevatte; benadrukt dat de benuttingspercentages voor de vastleggings- en betalingskredieten respectievelijk 94 % en 82 % bedroegen, hetgeen een laag percentage is, met name voor betalingskredieten; stelt voorts vast dat de meeste betalingen die de Gemeenschappelijke Onderneming in 2016 verrichtte, voorfinancieringsbetalingen waren voor Horizon 2020-projecten die waren geselecteerd in het kader van de oproepen tot het indienen van voorstellen van 2015 en 2016;

5.  stelt vast dat van de 450 000 000 EUR aan Horizon 2020-middelen die aan het Shift2Rail-initiatief waren toegewezen, 52 000 000 EUR gereserveerd was voor het Horizon 2020-werkprogramma vervoer 2014-2015, dat door de Commissie werd beheerd, wat ertoe leidde dat 398 000 000 EUR werd toegewezen aan de Gemeenschappelijke Onderneming; merkt op dat de Gemeenschappelijke Onderneming eind 2016 voor 92 400 000 EUR aan vastleggingen en voor 42 700 000 EUR aan betalingen (10,7 % van de toegewezen middelen) had gedaan voor de uitvoering van de eerste reeks projecten;

6.  erkent dat de leden afkomstig uit de industrie van de 350 000 000 EUR die zij moesten bijdragen aan de operationele activiteiten en de administratieve kosten van de Gemeenschappelijke Onderneming, eind 2016 – dat wil zeggen vier maanden nadat de Gemeenschappelijke Onderneming van start was gegaan met haar eerste Horizon 2020-projecten – bijdragen in natura ter hoogte van 4 500 000 EUR voor operationele activiteiten hadden gerapporteerd, waarvan 3 000 000 EUR was gecertificeerd; stelt vast dat de raad van bestuur 3 200 000 EUR aan contante bijdragen aan de administratieve kosten van de Gemeenschappelijke Onderneming had gevalideerd;

7.  stelt vast dat de leden afkomstig uit de industrie van de 120 000 000 EUR die zij aan aanvullende activiteiten van de Gemeenschappelijke Onderneming moesten bijdragen, eind 2016 al 55 000 000 EUR (45,8 %) hadden gerapporteerd, waarvan 35 200 000 EUR was gecertificeerd;

8.  merkt op dat de totale bijdragen van de leden afkomstig uit de industrie eind 2016 62 700 000 EUR bedroegen, vergeleken met een EU-bijdrage in contanten van 48 500 000 EUR;

9.  stelt vast dat als gevolg van de oproepen van 2015 en 2016 de Gemeenschappelijke Onderneming in 2016 27 subsidieovereenkomsten heeft ondertekend, en dat de waarde van de onderzoeks- en innovatieactiviteiten van die oproepen 167,3 miljoen EUR bedroeg, tot maximaal 79,1 miljoen EUR mede te financieren door de Gemeenschappelijke Onderneming;

Preventie van en omgang met belangenconflicten en transparantie

10.  stelt vast dat hoewel de Gemeenschappelijke Onderneming verplicht is de fraudebestrijdingsstrategie van de Commissie bij onderzoek te volgen, zij eind 2016 nog geen specifieke risicobeoordeling voor fraudebestrijding had uitgevoerd, noch een actieplan had vastgesteld voor de uitvoering van haar eigen fraudebestrijdingsstrategie, allebei belangrijke en verwachte beheerssystemen en beste praktijken, aan de hand van de door de Commissie verstrekte methodologie; stelt vast dat de Gemeenschappelijke Onderneming in 2017 de eerste stappen heeft gezet in de richting van het opstellen van haar eigen actieplan voor fraudebestrijding, namelijk een bewustwordingstraining voor haar medewerkers, georganiseerd door OLAF, en een risicobeoordeling voor fraudebestrijding; stelt vast dat dit plan zal worden gevolgd door een effectbeoordeling ter vaststelling van de hoofddoelstellingen die de belangrijkste zwakke punten moeten verhelpen (Q4-2017) en een evaluatie van de fraudebestrijdingsstrategie en het actieplan tegen juni 2018;

Selectie en aanwerving van personeel

11.  merkt op dat de Gemeenschappelijke Onderneming in 2016 zeven personeelsleden heeft aangeworven, overeenkomstig haar organigram: een uitvoerend directeur, een hoofd administratie en financiën, een communicatiefunctionaris, een IT-assistent en drie programmabeheerders;

12.  stelt vast dat de Gemeenschappelijke Onderneming eind 2016 in totaal 17 personeelsleden in dienst had, zoals voorzien in het organigram;

Interne controles

13.  stelt vast dat de Gemeenschappelijke Onderneming volgens het verslag van de Rekenkamer een actieplan heeft opgesteld voor de uitvoering van haar interne-controlekader, waarin rekening wordt gehouden met de resultaten van een risicobeoordeling die de dienst Interne Audit van de Commissie (DIA) in december 2016 heeft afgerond; stelt verder vast dat door onafhankelijke extern controleurs uitgevoerde controles achteraf van declaraties voor projectkosten in de loop van 2017 zullen beginnen, na de validatie van de eerste kostendeclaraties;

14.  neemt kennis van het feit dat de DIA de rol van intern controleur van de Gemeenschappelijke Onderneming vervult en in deze hoedanigheid indirect verslag uitbrengt aan de raad van bestuur en de uitvoerend directeur; stelt vast dat de eerste auditopdracht bestond uit het opstellen van een risicoprofiel van de Gemeenschappelijke Onderneming met het doel een driejarenplan voor interne controles vast te stellen;

Operationele aanbesteding en subsidies

15.  spreekt zijn verontrusting uit over het feit dat de Gemeenschappelijke Onderneming in haar aanbestedingsprocedures voor diensten zo onverstandig is geweest om een maximaal contractbudget vast te leggen; merkt op dat er geen bewijs was dat dit maximumbedrag gebaseerd was op een kostenramingsproces en op een systeem met een redelijke marktprijs als referentie; is van mening dat daarmee niet gegarandeerd wordt dat haar meerjarige dienstverleningscontracten kosteneffectief zijn, aangezien in de praktijk blijkt dat de meeste ontvangen offertes dicht in de buurt van het maximale contractbudget komen; is ingenomen met het feit dat de door de Gemeenschappelijke Onderneming gevolgde aanpak aansluit bij de bepalingen van het Vademecum voor de plaatsing van opdrachten van de Commissie en van de beginselen van het Financieel Reglement;

16.  wijst erop dat de Gemeenschappelijke Onderneming in twee van acht gevallen subsidie aan projectconsortia verstrekte, ondanks het feit dat de door het Uitvoerend Agentschap Onderzoek verrichte controles van de financiële draagkracht van de begunstigden erop wezen dat de financiële capaciteit van de coördinerende leden afkomstig uit de industrie van de consortia te kort schoot; merkt op dat dit wijst op een onnodig hoog financieel risico voor de afronding van deze projecten en dat het financiële risico bijzonder hoog was in één bepaald geval, waarin meer dan 45 % van de totale projectfinanciering aan de coördinerende partner was toegewezen; verzoekt de Gemeenschappelijke Onderneming vóór eind 2018 duidelijke redenen op te geven waarom zij besloot een dergelijk risico te nemen en de kwijtingsautoriteit schriftelijk in kennis te stellen van de vorderingen van beide projecten, als onderdeel van de follow-up van de kwijting; vestigt de aandacht op de aanhoudende grote noodzaak van een gedegen risicobeoordelingssysteem dat op alle punten wordt nageleefd;

Overige punten

17.  verzoekt de Commissie te zorgen voor de rechtstreekse betrokkenheid van de Gemeenschappelijke Onderneming bij de tussentijdse evaluatie van Horizon 2020 met het oog op verdere vereenvoudiging en harmonisatie van gemeenschappelijke ondernemingen;

18.  erkent de noodzaak dat de Gemeenschappelijke Onderneming via de instellingen van de Unie de burgers van de Unie op de hoogte stelt van het belang van het onderzoek en de samenwerking die binnen haar kader plaatsvinden, en benadrukt dat het belangrijk is om de aandacht te vestigen op de echte verbeteringen als gevolg van die werkzaamheden, die een belangrijk onderdeel van haar mandaat vormen, alsook op het feit dat zij samenwerkt met andere gemeenschappelijke ondernemingen bij de bevordering van de bewustwording bij de burgers van de voordelen die hun werkzaamheden opleveren; merkt in dit verband op dat veel van de private partners van de Gemeenschappelijke Onderneming eveneens over mogelijkheden beschikken om rechtstreeks met de burgers van de Unie te communiceren en dat zij zouden moeten worden aangemoedigd om bij te dragen aan dergelijke inspanningen;

19.  onderstreept het feit dat onderzoek en innovatie in de spoorwegsector van cruciaal belang zijn voor het tot stand brengen van een veilig en op mondiaal niveau concurrerend spoorwegsysteem, en een belangrijke rol spelen met het oog op een aanzienlijke vermindering van de levenscycluskosten van het spoorvervoerssysteem en een aanzienlijke stijging van de capaciteit van het spoorvervoerssysteem, wat betreft betrouwbaarheid en stiptheid, alsook met het oog op het opheffen van de resterende technische belemmeringen voor de interoperabiliteit en ter vermindering van de negatieve externe effecten die verband houden met vervoer; onderstreept daarnaast dat de doelstellingen van de Gemeenschappelijke Onderneming het tot stand brengen van één Europese spoorwegruimte en het vergroten van de aantrekkelijkheid en het concurrentievermogen van het Europese spoorwegstelsel zijn;

20.  brengt in herinnering dat onderzoek en innovatie geen geïsoleerd proces is dat één enkele regel voor procesbeheer gebruikt; onderstreept dan ook dat het uitermate belangrijk is die projecten op het gebied van onderzoek en innovatie te identificeren die voor innovatieve oplossingen voor de markt kunnen zorgen; onderstreept dat het voor de toekomstige ontwikkeling van de Gemeenschappelijke Onderneming zeer belangrijk is dat er wijzigingen worden aangebracht in de verordening tot oprichting van de Gemeenschappelijke Onderneming alsook in haar statuten, teneinde de doeltreffendheid ervan te vergroten; onderstreept met name dat het beginsel van meerjarige financiering in de verordening moet worden opgenomen, en dat er flexibele tijdschema's voor het publiceren van projectvoorstellen moeten worden vastgesteld;

21.  benadrukt het belang van samenwerking tussen de Gemeenschappelijke Onderneming en het Spoorwegbureau van de Europese Unie (ERA); is ingenomen met de rol van het ERA in de vergaderingen van de raad van bestuur van de Gemeenschappelijke Onderneming; verzoekt de Gemeenschappelijke Onderneming in haar jaarlijkse activiteitenverslag meer concrete informatie te verstrekken over de belangrijkste resultaten van deze samenwerking;

22.  neemt nota van het feit dat, in de eerste maanden nadat zij autonoom was geworden, de Gemeenschappelijke Onderneming een aantal verkennende werkzaamheden heeft gestart om na te gaan hoe zij gebruik kan maken van geplande activiteiten in andere programma’s en fondsen van de Unie met betrekking tot de spoorwegsector, met name het EFSI, het Regionaal Fonds en het Cohesiefonds, en dat de Gemeenschappelijke Onderneming voornemens is deze activiteit verder te ontwikkelen; verzoekt de Gemeenschappelijke Onderneming nadere gegevens te verstrekken over hoe zij van plan is synergieën te ontwikkelen tussen deze activiteiten en wat de verwachte resultaten zijn;

23.  onderstreept dat projecten op het gebied van onderzoek en innovatie door een hoger niveau van technologische paraatheid (TRL) in de demonstratie- en implementatiefase moeten worden gevolgd; onderstreept dat aanvullende financiering middels passende financieringsinstrumenten essentieel is voor de totstandbrenging van een concurrerend spoorwegsysteem in de toekomst.

21.2.2018

ADVIES van de Commissie vervoer en toerisme

aan de Commissie begrotingscontrole

inzake het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Gemeenschappelijke Onderneming Shift2Rail voor het begrotingsjaar 2016

(2017/2186(DEC))

Rapporteur voor advies: Markus Ferber

SUGGESTIES

De Commissie vervoer en toerisme verzoekt de bevoegde Commissie begrotingscontrole onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

1.  is ingenomen met het feit dat de Gemeenschappelijke Onderneming Shift2Rail (S2R) in mei 2016 financiële autonomie heeft bereikt en is overgegaan tot de consolidatie van zijn structuur om een efficiënt beheer en wettigheid en regelmatigheid van de uitvoering van het programma te waarborgen;

2.  is ingenomen met de conclusie van de Rekenkamer dat de onderliggende verrichtingen bij de rekeningen van Gemeenschappelijke Onderneming S2R over het begrotingsjaar 2016 op alle materiële punten wettig en regelmatig zijn;

3.  merkt op dat de begroting van 2016 van de Gemeenschappelijke Onderneming S2R 50,2 miljoen EUR aan vastleggingskredieten en 52,3 miljoen EUR aan betalingskredieten omvatte waarvan 44,1 miljoen EUR aan vastleggingen en 47,2 miljoen EUR aan betalingen voor beleidsuitgaven, 3,3 miljoen EUR aan vastleggingen en 3,5 miljoen EUR aan betalingen voor personeel en administratieve uitgaven en 2,8 miljoen EUR aan vastleggingen en 1,7 miljoen EUR aan betalingen voor ongebruikte kredieten die niet nodig waren in het begrotingsjaar;

4.  merkt op dat in 2016 de operationele kosten (titel 3) 87,8 % van de totale begroting van de Gemeenschappelijke Onderneming S2R vertegenwoordigden, inclusief de verwachte niet-gebruikte kredieten die in het jaar niet nodig waren (titel 4); merkt voorts op dat de operationele begroting van de Gemeenschappelijke Onderneming S2R een uitvoeringspercentage bereikt heeft van 100 % van de vastleggingskredieten en een uitvoeringspercentage van 86,6 % van de betalingskredieten; stelt vast dat de betalingskredieten gebruikt werden voor de voorfinanciering van de subsidies die voortkwamen uit de oproepen tot het indienen van voorstellen in 2015 en 2016;

5.  betreurt het dat in 2016 de begrotingskredieten van de negentien geassocieerde leden ("andere leden") slechts 2,53 miljoen EUR bedroegen op een totaal van 52,32 miljoen EUR; betreurt het voorts dat de geschatte bijdragen in natura van de andere leden dan de Unie aan de operationele activiteiten beperkt zijn gebleven tot 4,5 miljoen EUR, waarvan 3 miljoen EUR zijn gecertificeerd; herinnert eraan dat de verordening tot oprichting van de Gemeenschappelijke Onderneming S2R(11) bepaalt dat de totale bijdrage aan de operationele activiteiten die worden verstrekt door de andere leden, in totaal 470 miljoen EUR, bestaat uit ten minste 350 miljoen EUR aan bijdragen in natura en contanten, met inbegrip van 200 miljoen EUR van de andere stichtende leden dan de Unie; merkt op dat van de 120 miljoen EUR die de leden afkomstig uit de industrie aan aanvullende activiteiten van de Gemeenschappelijke Onderneming moesten bijdragen de leden eind van 2016 55 miljoen EUR (45,8 %) hadden gerapporteerd, waarvan 35,2 miljoen EUR was gecertificeerd;

6.  wijst erop dat als gevolg van de oproepen van 2015 en 2016 de gemeenschappelijke onderneming S2R in 2016 27 subsidieovereenkomsten heeft ondertekend, en dat de waarde van de O&I-activiteiten van die oproepen 167,3 miljoen EUR bedroeg, tot maximaal 79,1 miljoen EUR mede te financieren door de Gemeenschappelijke Onderneming S2R;

7.  wijst erop dat de Gemeenschappelijke Onderneming S2R een risicobeheerbeleid heeft vastgesteld maar nog geen specifieke risicobeoordeling voor fraudebestrijding heeft verricht, en evenmin een actieplan voor de tenuitvoerlegging van haar strategie voor fraudebestrijding heeft vastgesteld; merkt tevens op dat, aangezien in 2016 alleen de voorfinanciering van de projecten is betaald, geen controles ex post zijn uitgevoerd; moedigt de Gemeenschappelijke Onderneming S2R aan zo spoedig mogelijk een strategie voor controles ex post vast te stellen; verzoekt de Gemeenschappelijke Onderneming S2R nadere gegevens te verstrekken over het risicobeheersysteem, en in het bijzonder over de wijze waarop belangenconflicten moeten worden vermeden;

8.  is bezorgd dat in de procedure voor het plaatsen van opdrachten voor diensten de Gemeenschappelijke Onderneming een maximale contractbegroting vastlegt die niet gebaseerd lijkt te zijn op een kostenraming en op een systeem met de redelijke marktprijs als referentie; verzoekt de Gemeenschappelijke Onderneming een passend kostenramingsproces op te zetten voordat aanbestedingsprocedures worden gestart, teneinde ervoor te zorgen dat haar meerjarige dienstenovereenkomsten kostenefficiënt zijn, aangezien de ervaring leert dat de meeste van de ontvangen inschrijvingen dicht tegen het maximale budget aanzitten;

9.  merkt op dat op 31 december 2016 17 statutaire posten bezet waren; betreurt het dat de Gemeenschappelijke Onderneming een beroep heeft moeten doen op externe steun om tijdens de aanwervingsprocedure in verband met de werklast het tekort aan personeel op te vangen, en dat de betalingen voor deze externe diensten niet werden gedaan in 2016; verzoekt de Gemeenschappelijke Onderneming informatie te verstrekken over deze uitgaven;

10.  onderstreept het feit dat onderzoek en innovatie in de spoorwegsector van cruciaal belang zijn voor het tot stand brengen van een veilig en op mondiaal niveau concurrerend spoorwegsysteem, en een belangrijke rol speelt met het oog op een aanzienlijke vermindering van de levenscycluskosten van het spoorvervoerssysteem en een aanzienlijke stijging van de capaciteit van het spoorvervoerssysteem, wat betreft betrouwbaarheid en stiptheid, alsook met het oog op het opheffen van de resterende technische belemmeringen voor de interoperabiliteit en ter vermindering van de negatieve externe effecten die verband houden met vervoer; onderstreept daarnaast dat de doelstellingen van de Gemeenschappelijke Onderneming S2R het tot stand brengen van één Europese spoorwegruimte en het vergroten van de aantrekkelijkheid en het concurrentievermogen van het Europese spoorwegstelsel zijn;

11.  brengt in herinnering dat onderzoek en innovatie geen geïsoleerd proces is dat één enkele regel voor procesbeheer gebruikt; onderstreept dan ook dat het uitermate belangrijk is die projecten op het gebied van onderzoek en innovatie te identificeren die voor innovatieve oplossingen voor de markt kunnen zorgen; onderstreept dat het met het oog op de volgende fase van de Gemeenschappelijke Onderneming in kwestie zeer belangrijk is wijzigingen aan te brengen aan de verordening tot oprichting van de Gemeenschappelijke Onderneming S2R alsook aan haar statuten, teneinde de doeltreffendheid ervan te vergroten; onderstreept met name dat het beginsel van meerjarige financiering in de verordening moet worden opgenomen, en dat flexibele tijdschema's voor het publiceren van projectvoorstellen moeten worden vastgesteld;

12.  benadrukt het belang van de samenwerking tussen de Gemeenschappelijke Onderneming S2R en het Spoorwegbureau van de Europese Unie (ERA); is ingenomen met de rol van het ERA in de vergaderingen van de raad van bestuur van de Gemeenschappelijke Onderneming; verzoekt de Gemeenschappelijke Onderneming in haar jaarlijkse activiteitenverslag meer concrete informatie te verstrekken over de belangrijkste resultaten van deze samenwerking;

13.  neemt nota van het feit dat, in de eerste maanden nadat zij autonoom was geworden, de Gemeenschappelijke Onderneming een aantal verkennende werkzaamheden heeft gestart om na te gaan hoe gebruik te maken van geplande activiteiten in andere programma’s en fondsen van de Unie met betrekking tot de spoorwegsector, met name het EFSI, het Regionaal Fonds en het Cohesiefonds, en dat de Gemeenschappelijke Onderneming voornemens is deze activiteit verder te ontwikkelen; verzoekt de Gemeenschappelijke Onderneming nadere gegevens te verstrekken over hoe zij van plan is synergieën te ontwikkelen tussen deze activiteiten en wat de te verwachten resultaten zijn;

14.  onderstreept dat projecten op het gebied van onderzoek en innovatie door een hoger niveau van technologische paraatheid (TRL) in de demonstratie- en implementatiefase moeten worden gevolgd; onderstreept dat aanvullende financiering middels passende financieringsinstrumenten essentieel is voor de totstandbrenging van een concurrerend spoorwegsysteem in de toekomst;

15.  stelt voor dat het Europees Parlement kwijting verleent aan de uitvoerend directeur van de Gemeenschappelijke Onderneming S2R voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2016.

INFORMATIE OVER DE GOEDKEURINGIN DE ADVISERENDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

20.2.2018

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

39

3

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Daniela Aiuto, Lucy Anderson, Marie-Christine Arnautu, Georges Bach, Izaskun Bilbao Barandica, Deirdre Clune, Michael Cramer, Luis de Grandes Pascual, Andor Deli, Isabella De Monte, Ismail Ertug, Jacqueline Foster, Dieter-Lebrecht Koch, Miltiadis Kyrkos, Bogusław Liberadzki, Marian-Jean Marinescu, Renaud Muselier, Markus Pieper, Tomasz Piotr Poręba, Gabriele Preuß, Christine Revault d’Allonnes Bonnefoy, Dominique Riquet, Massimiliano Salini, Claudia Schmidt, Jill Seymour, Keith Taylor, Pavel Telička, István Ujhelyi, Wim van de Camp, Marie-Pierre Vieu, Janusz Zemke, Roberts Zīle, Elżbieta Katarzyna Łukacijewska

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Jakop Dalunde, Michael Detjen, Markus Ferber, Maria Grapini, Rolandas Paksas, Jozo Radoš, Evžen Tošenovský, Henna Virkkunen

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Olle Ludvigsson

HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE ADVISERENDE COMMISSIE

39

+

ALDE

Izaskun Bilbao Barandica, Jozo Radoš, Dominique Riquet, Pavel Telička

ECR

Tomasz Piotr Poręba, Evžen Tošenovský, Roberts Zīle

EFDD

Daniela Aiuto, Rolandas Paksas

GUE/NGL

Marie-Pierre Vieu

PPE

Georges Bach, Deirdre Clune, Andor Deli, Markus Ferber, Dieter-Lebrecht Koch, Elżbieta Katarzyna Łukacijewska, Marian-Jean Marinescu, Renaud Muselier, Markus Pieper, Massimiliano Salini, Claudia Schmidt, Henna Virkkunen, Luis de Grandes Pascual, Wim van de Camp

S&D

Lucy Anderson, Isabella De Monte, Michael Detjen, Ismail Ertug, Maria Grapini, Miltiadis Kyrkos, Bogusław Liberadzki, Olle Ludvigsson, Gabriele Preuß, Christine Revault d'Allonnes Bonnefoy, István Ujhelyi, Janusz Zemke

Verts/ALE

Michael Cramer, Jakop Dalunde, Keith Taylor

3

-

ECR

Jacqueline Foster

EFDD

Jill Seymour

ENF

Marie-Christine Arnautu

0

0

 

 

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding

INFORMATIE OVER DE GOEDKEURINGIN DE BEVOEGDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

20.3.2018

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

18

6

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Nedzhmi Ali, Inés Ayala Sender, Zigmantas Balčytis, Dennis de Jong, Tamás Deutsch, Martina Dlabajová, Raffaele Fitto, Ingeborg Gräßle, Cătălin Sorin Ivan, Jean-François Jalkh, Arndt Kohn, Notis Marias, José Ignacio Salafranca Sánchez-Neyra, Petri Sarvamaa, Claudia Schmidt, Bart Staes, Indrek Tarand, Marco Valli, Derek Vaughan, Tomáš Zdechovský, Joachim Zeller

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Karin Kadenbach, Julia Pitera, Miroslav Poche

HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE BEVOEGDE COMMISSIE

18

+

ALDE

Nedzhmi Ali, Martina Dlabajová

GUE/NGL

Dennis de Jong

PPE

Tamás Deutsch, Ingeborg Gräßle, Julia Pitera, José Ignacio Salafranca Sánchez-Neyra, Petri Sarvamaa, Claudia Schmidt, Tomáš Zdechovský, Joachim Zeller

S&D

Inés Ayala Sender, Zigmantas Balčytis, Cătălin Sorin Ivan, Karin Kadenbach, Arndt Kohn, Miroslav Poche, Derek Vaughan

6

-

ECR

Raffaele Fitto, Notis Marias

EFDD

Marco Valli

ENF

Jean-François Jalkh

VERTS/ALE

Bart Staes, Indrek Tarand

0

0

 

 

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding

(1)

PB C 426 van 12.12.2017, blz. 64.

(2)

PB C 426 van 12.12.2017, blz. 64.

(3)

PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.

(4)

PB L 177 van 17.6.2014, blz. 9.

(5)

PB L 38 van 7.2.2014, blz. 2.

(6)

PB C 426 van 12.12.2017, blz. 64.

(7)

PB C 426 van 12.12.2017, blz. 64.

(8)

PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.

(9)

PB L 177 van 17.6.2014, blz. 9.

(10)

PB L 38 van 7.2.2014, blz. 2.

(11)

  Verordening (EU) nr. 642/2014 van de Raad van 16 juni 2014 tot oprichting van de Gemeenschappelijke Onderneming Shift2Rail, PB L 177 van 17.6.2014, blz. 9.

Laatst bijgewerkt op: 4 april 2018Juridische mededeling