Procedure : 2017/2180(DEC)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0095/2018

Ingediende teksten :

A8-0095/2018

Debatten :

PV 18/04/2018 - 10
CRE 18/04/2018 - 10

Stemmingen :

PV 18/04/2018 - 12.66
CRE 18/04/2018 - 12.66

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0171

VERSLAG     
PDF 290kWORD 55k
26.3.2018
PE 613.429v03-00 A8-0095/2018

over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Europese Femeenschappelijke Onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie voor het begrotingsjaar 2016

(2017/2180(DEC))

Commissie begrotingscontrole

Rapporteur: Brian Hayes

AMENDEMENTEN
1. ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT

1. ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Europese Gemeenschappelijke Onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie voor het begrotingsjaar 2016

(2017/2180(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de definitieve jaarrekening van de Europese Gemeenschappelijke Onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie voor het begrotingsjaar 2016,

–  gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van de Europese Gemeenschappelijke Onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie betreffende het begrotingsjaar 2016, vergezeld van het antwoord van de Gemeenschappelijke Onderneming(1),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer(2) voor het begrotingsjaar 2016 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 20 februari 2018 betreffende de aan de gemeenschappelijke onderneming te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2016 (05943/2018 – C8-0089/2018),

–  gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien artikel 106 bis van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad(3), en met name artikel 208,

–  gezien Beschikking 2007/198/Euratom van de Raad van 27 maart 2007 tot oprichting van de Europese Gemeenschappelijke Onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie en tot toekenning van gunsten daaraan(4), en met name artikel 5, lid 3,

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie van 30 september 2013 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(5),

–  gezien artikel 94 en bijlage IV bij zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A8-0095/2018),

1.  verleent de directeur van de Europese gemeenschappelijke onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie kwijting voor de uitvoering van de begroting van de gemeenschappelijke onderneming voor het begrotingsjaar 2016;

2.  formuleert zijn opmerkingen in bijgaande resolutie;

3.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de directeur van de Europese Gemeenschappelijke Onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (L-serie).

2. ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over de afsluiting van de rekeningen van de Europese Gemeenschappelijke Onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie voor het begrotingsjaar 2016

(2017/2180(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de definitieve jaarrekening van de Europese Gemeenschappelijke Onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie voor het begrotingsjaar 2016,

–  gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van de Europese Gemeenschappelijke Onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie betreffende het begrotingsjaar 2016, vergezeld van het antwoord van de Gemeenschappelijke Onderneming(6),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer(7) voor het begrotingsjaar 2016 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 20 februari 2018 betreffende de aan de gemeenschappelijke onderneming te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2016 (05943/2018 – C8-0089/2018),

–  gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien artikel 106 bis van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad(8), en met name artikel 208,

–  gezien Beschikking 2007/198/Euratom van de Raad van 27 maart 2007 tot oprichting van de Europese Gemeenschappelijke Onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie en tot toekenning van gunsten daaraan(9), en met name artikel 5, lid 3,

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie van 30 september 2013 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(10),

–  gezien artikel 94 en bijlage IV bij zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A8-0095/2018),

1.  hecht zijn goedkeuring aan de afsluiting van de rekeningen van de Gemeenschappelijke Onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie voor het begrotingsjaar 2016;

2.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de directeur van de Europese Gemeenschappelijke Onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (L-serie).

3. ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Europese Gemeenschappelijke Onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie voor het begrotingsjaar 2016

(2017/2180(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Europese Gemeenschappelijke Onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie voor het begrotingsjaar 2016,

–  gezien artikel 94 en bijlage IV bij zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A8-0095/2018),

A.  overwegende dat de Europese Gemeenschappelijke Onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie (hierna de "gemeenschappelijke onderneming") in maart 2007 bij Beschikking 2007/198/Euratom van de Raad werd opgericht voor een periode van 35 jaar(11);

B.  overwegende dat de leden van de gemeenschappelijke onderneming zijn: Euratom, vertegenwoordigd door de Commissie, de lidstaten van Euratom, en derde landen die met Euratom een samenwerkingsovereenkomst op het gebied van beheerste kernfusie zijn aangegaan;

C.  overwegende dat de doelstellingen van de gemeenschappelijke onderneming zijn: a) het leveren van de bijdrage van de Unie aan het internationale fusie-energieproject ITER; b) de uitvoering van de Overeenkomst inzake de bredere aanpak tussen Euratom en Japan; en c) de voorbereiding van de bouw van een demonstratiefusiereactor (DEMO);

D.  overwegende dat de gemeenschappelijke onderneming autonoom begon te functioneren in maart 2008;

Algemene opmerkingen

1.  stelt vast dat de Rekenkamer in haar verslag over de jaarrekening van de gemeenschappelijke onderneming voor het begrotingsjaar 2016 (het "verslag van de Rekenkamer") heeft verklaard dat de jaarrekening van de gemeenschappelijke onderneming op alle materiële punten een getrouw beeld geeft van haar financiële situatie per 31 december 2016 en van de resultaten van haar verrichtingen en kasstromen voor het op die datum afgesloten jaar, overeenkomstig de bepalingen van haar financiële regeling en de door de rekenplichtige van de Commissie vastgestelde boekhoudregels;

2.  erkent dat de onderliggende verrichtingen bij de jaarrekening van de gemeenschappelijke onderneming voor het begrotingsjaar 2016 op alle materiële punten wettig en regelmatig waren;

3.  wijst erop dat de gemeenschappelijke onderneming verantwoordelijk is voor het beheer van de bijdrage van de Unie aan het ITER-project en dat de begrotingslimiet van 6 600 000 000 EUR tot 2020 moet worden gehandhaafd; merkt op dat in dit bedrag niet de door de Commissie in 2010 voorgestelde 663 000 000 EUR voor eventuele onvoorziene omstandigheden was begrepen;

4.  merkt op de raad van bestuur van de ITER-organisatie (de "ITER-raad") in november 2016 een nieuw ITER-basisscenario aan (reikwijdte, schema en kosten); merkt voorts op dat het algemene tijdschema van het project voor de operaties Eerste Plasma en Deterium Tritium werd goedgekeurd, merkt op dat de gemeenschappelijke onderneming, na de goedkeuring van het nieuwe ITER-basisscenario, een nieuw tijdschema opstelde en de bijbehorende kosten bij voltooiing van de bijdrage van de gemeenschappelijke onderneming aan de constructiefase van het project herberekende;

5.  maakt zich nog steeds zorgen door het feit dat de verwachte voltooiingsdatum voor de gehele constructiefase momenteel gepland is met een vertraging van ongeveer 15 jaar in vergelijking met het oorspronkelijke basisscenario; neemt kennis van het feit dat in het nieuwe schema dat is goedgekeurd door de ITER-raad, een vierfasenaanpak beschreven staat waarin december 2025 de eindtermijn is voor het bereiken van de eerste strategische mijlpaal van de projectconstructiefase ("Eerste Plasma”) en december 2035 de geschatte voltooiingsdatum is voor de gehele constructiefase; neemt kennis van het feit dat het doel van de nieuwe gefaseerde aanpak is om de projectuitvoering beter af te stemmen op de prioriteiten en de beperkingen van alle leden van de ITER-organisatie;

6.  neemt kennis van de vaststelling in het verslag van de Rekenkamer dat uit de resultaten, die in december 2016 aan de raad van bestuur van de gemeenschappelijke onderneming werden gepresenteerd, een verwachte behoefte aan extra financiering ten opzichte van de bestaande vastleggingen bleek van 5 400 000 000 EUR voor de constructiefase na 2020, een toename van 82 % in vergelijking met de goedgekeurde begroting van 6 600 000 000 EUR; wijst nogmaals op het feit dat het bedrag van 6 600 000 000 EUR dat in 2010 door de Raad werd goedgekeurd, het maximum is voor de uitgaven van de gemeenschappelijke onderneming tot 2020; merkt op dat de extra financiering die nodig is om het ITER-project te voltooien, vastleggingen moet omvatten in het kader van het toekomstige meerjarig financieel kader;

7.  wijst erop dat de gemeenschappelijke onderneming niet alleen bij moet dragen aan de constructiefase maar ook aan de operationele fase van ITER na 2035 en de daaropvolgende deactiverings- en buitengebruikstellingfasen van ITER; vindt het zorgwekkend dat deze bijdragen nog niet geraamd zijn; verzoekt de gemeenschappelijke onderneming de kosten van deze fasen zo spoedig mogelijk te ramen;

8.  benadrukt het feit dat de Commissie op 14 juni 2017 een mededeling publiceerde met als titel "Bijdrage van de EU aan een hervormd ITER-project"(12), waarin zij namens Euratom het Parlement om steun vraagt en de Raad verzoekt haar een mandaat te geven voor de goedkeuring van het nieuwe basisscenario;

9.  merkt op dat, hoewel de voorspellingen van de gemeenschappelijke onderneming voor Eerste Plasma stroken met het tijdschema van de ITER-organisatie voor het project, het schema wordt beschouwd als de eerst mogelijke, technisch haalbare datum;

10.  benadrukt het feit dat, hoewel in het nieuwe basisscenario geen rekening wordt gehouden met onvoorziene omstandigheden, de Commissie in haar bovengenoemde mededeling van 14 juni 2017 heeft voorgesteld dat een speelruimte van maximaal 24 maanden wat betreft het tijdschema en van 10 tot 20 % wat betreft het budget passend zou zijn; merkt op dat de maatregelen die zijn genomen om onder het begrotingsmaximum van 6 600 000 000 EUR te blijven, daarnaast uitstel omvatten van de aanschaf en installatie van alle onderdelen die niet essentieel zijn voor Eerste Plasma; vestigt de aandacht op het feit dat, hoewel er positieve stappen zijn genomen om het beheer en de controle van de bouwfase van het ITER-project te verbeteren, er een continu risico blijft bestaan van nieuwe kostenverhogingen en vertragingen bij de uitvoering van het project ten opzichte van het nieuwe voorgestelde basisscenario; merkt op dat deze risico's moeten worden erkend en beoordeeld door de gemeenschappelijke onderneming en door alle partijen bij het project;

11.  benadrukt het feit dat het Verenigd Koninkrijk de Europese Raad op 29 maart 2017 in kennis heeft gesteld van zijn besluit om zich terug te trekken uit de EU en Euratom; merkt op dat een akkoord over de voorwaarden voor zijn terugtrekking momenteel het voorwerp uitmaakt van onderhandelingen; merkt op dat het Verenigd Koninklijk verscheidene malen belangstelling heeft getoond voor verdere deelname aan EU-activiteiten op het gebied van fusie-energie; merkt bovendien op dat de fusiegemeenschappen van de Unie en het Verenigd Koninkrijk de hoop hebben geuit dat met het JET-experiment in Culham in het Verenigd Koninkrijk na 2018 essentieel voorbereidend werk gedaan zal blijven worden voor het ITER-project.

Financieel en begrotingsbeheer

12.  merkt op dat de definitieve begroting 2016 die beschikbaar was voor tenuitvoerlegging, 488 000 000 EUR aan vastleggingskredieten en 724 510 000 EUR aan betalingskredieten bevatte; stelt vast dat de benuttingspercentages voor de vastleggings- en betalingskredieten respectievelijk 99,8 % en 98 % bedroegen;

13.  merkt op dat van de 488 000 000 EUR die beschikbaar was voor vastleggingskredieten, bijna 100 % werd uitgevoerd door middel van rechtstreekse afzonderlijke vastleggingen;

14.  stelt vast dat de zo goed als volledige uitvoering van de begroting 2016 en de automatische overdracht hebben geleid tot een zeer beperkte hoeveelheid geannuleerde kredieten voor 2016, namelijk minder dan 1 % van de begroting; merkt op dat de geannuleerde kredieten van 1 202 662 EUR overeenkomen met de in 2016 niet betaalde bedragen voor openstaande vastleggingen voor administratieve uitgaven die waren overgedragen uit 2015;

15.  stelt vast dat het saldo van de uitvoering van de begroting in 2015 5 880 000 EUR bedroeg;

16.  spreekt zijn bezorgdheid uit over het feit dat de gemeenschappelijke onderneming de kans heeft gemist om gedetailleerde informatie te verstrekken over zijn budgettair en financieel beheer in 2016 in vergelijking met 2015 (betalingstransacties, globale en individuele vastleggingen, belangrijke opmerkingen en toelichtingen bij de uitvoering van de begroting); verzoekt de gemeenschappelijke onderneming die gegevens aan de kwijtingsautoriteit te verstrekken in een follow-up van dit verslag;

Preventie van en omgang met belangenconflicten en transparantie

17.  merkt op dat de raad van bestuur van de gemeenschappelijke onderneming in juni 2015 een fraudebestrijdingsstrategie en een bijbehorend actieplan heeft goedgekeurd, waarvan de meeste acties in 2016 werden uitgevoerd; merkt op dat de gemeenschappelijke onderneming echter nog geen specifiek instrument heeft waarmee gemakkelijker toezicht gehouden kan worden op haar acties in verband met aanbestedingsprocedures, in het bijzonder die op het gebied van risicobeoordeling en de evaluatie-, onderhandelings- en toekenningsfases van de procedures; is tevreden met het feit dat de gemeenschappelijke onderneming op dit moment de vereisten definieert voor de parametrisering van het instrument waarmee zij systematisch informatie kan verzamelen in verband met fraudebestrijdingsindicatoren voor aanbestedingsprocedures en dat ook de mogelijkheid zal bieden aan het personeel van de gemeenschappelijke onderneming om extra informatie toe te voegen met alarmsignalen in verband met een aanbestedingsprocedure;

18.  is tevreden met het feit dat de fraudebestrijdings- en ethisch functionaris in 2016 samen met de diverse eenheden de fraudebestrijdingsstrategie van de gemeenschappelijke onderneming verder heeft uitgevoerd, die door de Rekenkamer is gecontroleerd in het kader van haar regelmatige bezoeken;

19.  merkt op dat na de goedkeuring van de regels inzake klokkenluiders van de gemeenschappelijke onderneming in 2015, een tenuitvoerleggingsproces is opgesteld, met daarin een beknopte en gedetailleerde kaart van het proces om ernstige onregelmatigheden en overtredingen te melden en op te volgen binnen de gemeenschappelijke onderneming;

Selectie en aanwerving van personeel

20.  merkt op dat de gemeenschappelijke onderneming de kans gemist heeft om gedetailleerde informatie te verstrekken over haar procedures voor selectie en aanwerving van personeel in 2016 (aantal EU-ambtenaren, tijdelijke functionarissen, arbeidscontractanten en interimpersoneel, aantal gepubliceerde vacatures enz.), verzoekt de gemeenschappelijke onderneming die gegevens aan de kwijtingsautoriteit te verstrekken in een follow-up van dit verslag;

Interne controles

21.  neemt kennis van het feit dat de gemeenschappelijke onderneming volgens het verslag van de Rekenkamer een systeem heeft voor de uitvoering van controles ten kantore van contractanten om de naleving van haar kwaliteitsborgingsvoorschriften te controleren; neemt kennis van het feit dat de controles verschillende uitvoeringsaspecten omvatten, waaronder het kwaliteitsplan, eventuele gevallen van niet-conformiteit met een bepaald vereiste, de controle van aankopen en het beheer van de onderaanneming, het beheer van documenten en gegevens, het beheer van wijzigingen en afwijkingen, het kwaliteitscontroleplan voor civiele werken, het gedetailleerde projectschema, het contractrisicobeheer en het kwaliteitscontroleplan voor technische werkzaamheden; vestigt de aandacht op het feit dat in de 29 controles in 2016 47 situaties van niet-naleving van de kwaliteitsborgingsvoorschriften werden geïdentificeerd en 202 terreinen waar verbetering mogelijk is; verzoekt de gemeenschappelijke onderneming de kwijtingsautoriteit een uitgebreide verklaring te verstrekken over gegevensuitwisseling;

22.  neemt kennis van het feit dat de dienst Interne audit van de Commissie (DIA) in september 2016 een audit voltooide van de uitvoering van de aanbestedingsregelingen en dat de gemeenschappelijke onderneming naar aanleiding van de hieruit resulterende aanbevelingen een actieplan ten uitvoer legt; stelt met voldoening vast dat de DIA ook een follow-up heeft gegeven aan zijn controle van het contractbeheer en geconcludeerd heeft dat de gemeenschappelijke onderneming alle desbetreffende aanbevelingen naar behoren heeft uitgevoerd;

23.  merkt op dat de interne auditcapaciteit (IAC) van de gemeenschappelijke onderneming in 2016 een follow-up heeft gegeven aan haar audit van de aanbestedingen met betrekking tot ITER-gebouwen en erkend heeft dat de gemeenschappelijke onderneming belangrijk werk verricht had met betrekking tot de formalisering en het ontwerpen van het proces, de richtsnoeren, de regels en de instrumenten in verband met aanbestedingsactiviteiten; neemt voorts kennis van het feit dat de IAC ook zes verdere aanbevelingen voor verbeteringen in de procedures heeft gedaan; is tevreden met het feit dat in juli 2017 vijf van de zes nieuwe IAC-aanbevelingen zijn uitgevoerd en de openstaande aanbeveling betrekking heeft op het herdefiniëren van de rol van het Panel voor interne toetsing;

24.  merkt op dat een restfoutenpercentage voor subsidiebetalingen niet berekend is, omdat deze betalingen een klein deel uitmaken van het budget van de gemeenschappelijke onderneming en vanwege het kleine aantal controles achteraf dat is uitgevoerd; stelt met tevredenheid vast dat het Europees onderzoeksagentschap in 2016 een controle achteraf startte bij een begunstigde namens de gemeenschappelijke onderneming; is tevreden met het feit dat de gemeenschappelijke onderneming de nodige maatregelen heeft getroffen om fouten te verbeteren die in controles in voorgaande jaren zijn geïdentificeerd;

Operationele aanbesteding en subsidies

25.  merkt op dat in 2016 40 operationele aanbestedingsprocedures werden uitgeschreven en 52 aanbestedingscontracten werden getekend;

26.  merkt met bezorgdheid op dat de gemiddelde termijn voor de gunning van opdrachten van meer dan 1 000 000 EUR in 2016 langer geworden is (van 140 tot 162 dagen) ten opzichte van 2015; stelt vast dat het gemiddelde tijdsbestek voor aanbestedingsprocedures van minder dan 1 000 000 EUR eveneens langer worden is (van 59 tot 71 dagen), maar voor subsidies aanzienlijk verkort is (van 103 naar 61) ten opzichte van de cijfers van 2015; merkt op dat de gemeenschappelijke onderneming duidelijke actie moet ondernemen om de verontrustende verlenging van het tijdsbestek voor de gunning van opdrachten zowel voor bedragen boven als onder de drempel van 1 000 000 EUR op adequate wijze aan te pakken;

Overige kwesties

27.  verzoekt de gemeenschappelijke onderneming de voordelen te benutten van het netwerk van gemeenschappelijke ondernemingen, die dient als samenwerkingsplatform tussen gemeenschappelijke ondernemingen;

28.  erkent de noodzaak dat de gemeenschappelijke onderneming via de instellingen van de Unie de burgers van de Unie op de hoogte stelt van het belang van het onderzoek en de samenwerking die binnen haar kader plaatsvinden, en benadrukt dat het belangrijk is om de aandacht te vestigen op de echte verbeteringen als gevolg van die werkzaamheden, die een belangrijk onderdeel van haar mandaat vormen, alsook op het feit dat zij samenwerkt met andere gemeenschappelijke ondernemingen bij de bevordering van de bewustwording bij de burgers van de voordelen die hun werkzaamheden opleveren.

INFORMATIE OVER DE GOEDKEURINGIN DE BEVOEGDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

20.3.2018

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

20

3

1

Bij de eindstemming aanwezige leden

Nedzhmi Ali, Inés Ayala Sender, Zigmantas Balčytis, Dennis de Jong, Tamás Deutsch, Martina Dlabajová, Raffaele Fitto, Ingeborg Gräßle, Cătălin Sorin Ivan, Jean-François Jalkh, Arndt Kohn, Notis Marias, José Ignacio Salafranca Sánchez-Neyra, Petri Sarvamaa, Claudia Schmidt, Bart Staes, Indrek Tarand, Marco Valli, Derek Vaughan, Tomáš Zdechovský, Joachim Zeller

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Karin Kadenbach, Julia Pitera, Miroslav Poche

HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

20

+

ALDE

Nedzhmi Ali, Martina Dlabajová

GUE/NGL

Dennis de Jong

PPE

Tamás Deutsch, Ingeborg Gräßle, Julia Pitera, José Ignacio Salafranca Sánchez-Neyra, Petri Sarvamaa, Claudia Schmidt, Tomáš Zdechovský, Joachim Zeller

S&D

Inés Ayala Sender, Zigmantas Balčytis, Cătălin Sorin Ivan, Karin Kadenbach, Arndt Kohn, Miroslav Poche, Derek Vaughan

VERTS/ALE

Bart Staes, Indrek Tarand

3

-

ECR

Raffaele Fitto, Notis Marias

EFDD

Marco Valli

1

0

ENF

Jean-François Jalkh

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding

(1)

PB C 426 van 12.12.2017, blz. 31.

(2)

PB C 426 van 12.12.2017, blz. 31.

(3)

PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.

(4)

PB L 90 van 30.3.2007, blz. 58.

(5)

PB L 328 van 7.12.2013, blz. 42.

(6)

PB C 426 van 12.12.2017, blz. 31.

(7)

PB C 426 van 12.12.2017, blz. 31.

(8)

PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.

(9)

PB L 90 van 30.3.2007, blz. 58.

(10)

PB L 328 van 7.12.2013, blz. 42.

(11)

Beschikking 2007/198/Euratom van de Raad van 27 maart 2007 tot oprichting van de Europese gemeenschappelijke onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie van gunsten daaraan (PB L 90 van 30.3.2007, blz. 58).

(12)

COM(2017)0319.

Laatst bijgewerkt op: 10 april 2018Juridische mededeling