Procedure : 2017/2141(DEC)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0097/2018

Ingediende teksten :

A8-0097/2018

Debatten :

PV 18/04/2018 - 10
CRE 18/04/2018 - 10

Stemmingen :

PV 18/04/2018 - 12.23

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0128

VERSLAG     
PDF 367kWORD 54k
26.3.2018
PE 612.035v02-00 A8-0097/2018

over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2016, afdeling VI - Europees Economisch en Sociaal Comité

(2017/2141(DEC))

Commissie begrotingscontrole

Rapporteur: Ingeborg Gräßle

AMENDEMENTEN
1. ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT

1. ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2016, afdeling VI - Europees Economisch en Sociaal Comité

(2017/2141(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2016(1),

–  gezien de geconsolideerde jaarrekening van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2016 (COM(2017)0365 – C8-0252/2017)(2),

–  gezien het jaarverslag van de Rekenkamer over de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2016, tezamen met de antwoorden van de instellingen(3),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer(4) voor het begrotingsjaar 2016 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien artikel 314, lid 10, en de artikelen 317, 318 en 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(5), en met name de artikelen 55, 99, 164, 165 en 166,

–  gezien artikel 94 en bijlage IV van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A8-0097/2018),

1.  verleent de secretaris-generaal van het Europees Economisch en Sociaal Comité kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Economisch en Sociaal Comité voor het begrotingsjaar 2016;

2.  formuleert zijn opmerkingen in bijgaande resolutie;

3.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan het Europees Sociaal en Economisch Comité, de Europese Raad, de Raad, de Commissie, het Hof van Justitie van de Europese Unie, de Rekenkamer, de Europese ombudsman, de Europese toezichthouder voor gegevensbescherming en de Europese Dienst voor extern optreden, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (L-serie).

2. ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2016, afdeling VI – Europees Economisch en Sociaal Comité

(2017/2141(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2016, afdeling VI - Europees Economisch en Sociaal Comité,

–  gezien artikel 94 en bijlage IV van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A8-0097/2018),

A.  overwegende dat de kwijtingsautoriteit in het kader van de kwijtingsprocedure de nadruk wil leggen op het bijzonder belang van het verder versterken van de democratische legitimiteit van de instellingen van de Unie door de transparantie en de verantwoordingsplicht te vergroten, en het uitvoeren van het concept van resultaatgericht begroten en een goed personeelsbeheer;

1.  is ingenomen met de conclusie van de Rekenkamer op basis van haar controlewerkzaamheden dat de betalingen als geheel over het per 31 december 2016 afgesloten jaar met betrekking tot de administratieve en andere uitgaven van de instellingen en organen geen materiële fouten vertonen;

2.  stelt vast dat de Rekenkamer in zijn jaarverslag 2016 opmerkt dat er geen significante tekortkomingen zijn vastgesteld met betrekking tot de gecontroleerde aspecten in verband met personeelsbeheer en aanbestedingen bij het Europees Sociaal en Economisch Comité (hierna "het Comité");

3.  merkt op dat volgens de huidige kwijtingsprocedure de jaarlijkse activiteitenverslagen door het Comité in juni aan de Rekenkamer worden toegestuurd, in oktober door de Rekenkamer aan het Europees Parlement worden doorgezonden en in stemming worden gebracht in de plenaire vergadering van mei; wijst erop dat er, wanneer de kwijting wordt afgesloten (als die niet wordt uitgesteld), minstens 17 maanden zijn verstreken sinds het afsluiten van de jaarrekeningen; wijst erop dat er in de particuliere sector veel kortere termijnen gelden voor audits; benadrukt dat de kwijtingsprocedure moet worden gestroomlijnd en versneld; verzoekt het Comité en de Rekenkamer de beste praktijken in de particuliere sector te volgen; stelt in dit verband voor de deadline voor de indiening van de jaarlijkse activiteitenverslagen vast te stellen op 31 maart van het jaar volgende op het boekjaar en de deadline voor de indiening van de verslagen van de Rekenkamer vast te stellen op 1 juli; stelt ook voor het tijdschema voor de kwijtingsprocedure als vastgesteld in bijlage IV, punt 5 van het Reglement van het Parlement te herzien, zodat de stemming over de kwijting kan worden gehouden in de plenaire vergadering van november, waarmee de kwijtingsprocedure wordt afgesloten binnen het jaar volgende op het boekjaar waarop zij betrekking heeft;

4.  is ingenomen met het over het algemeen voorzichtig en gezond financieel beheer van het Comité in de begrotingsperiode 2016; spreekt zijn steun uit voor de geslaagde paradigmaverschuiving naar prestatiegericht begroten in de begrotingsplanning van de Commissie, zoals die in september 2015 door vicevoorzitter Kristalina Georgieva werd geïntroduceerd als onderdeel van het initiatief voor een resultaatgerichte EU-begroting; spoort het Comité aan om die methode toe te passen op zijn eigen procedure voor begrotingsplanning;

5.  merkt op dat de begroting voor 2016 van het Comité 130 586 475 EUR bedroeg (tegenover 129 100 000 EUR in 2015), met een bestedingspercentage van 97,55 %; merkt op dat het bestedingspercentage voor 2016 hoger was dan dat voor 2015;

6.  benadrukt dat de begroting van het Comité louter administratief is, waarbij het grootste deel gebruikt wordt voor uitgaven met betrekking tot het personeel dat voor de instelling werkzaam is en de rest voor gebouwen, meubilair, uitrusting en diverse exploitatiekosten; merkt op dat het Comité het belang van toepassing van de beginselen van prestatiegericht begroten in de dagelijkse activiteiten heeft bevestigd en informatie heeft verstrekt over de actualisering van de prestatie-indicatoren van de kernactiviteiten (KAPI's) in 2017; verzoekt het Comité die beginselen te blijven toepassen en het Parlement naar behoren en stelselmatig te informeren over de hervormde KAPI's;

7.  merkt op dat begonnen is met de denkoefeningen over de modernisering van het Comité; verzoekt te worden geïnformeerd over het initiatief en de ontwikkeling daarvan; vraagt het Comité om de kwijtingsautoriteit opheldering te geven over de uitgaven in verband met deze modernisering, teneinde de transparantie en de verantwoordingsplicht te vergroten, en de kosten-batenanalyse te publiceren;

8.  stelt vast dat de definitieve kredieten voor reis- en verblijfsvergoedingen voor de leden 19 561 194 EUR bedroegen; is ingenomen met het gedetailleerd overzicht van de uitgaven van de leden in het kader van post 1004 dat het Comité heeft voorgelegd aan de Commissie begrotingscontrole en vraagt het Comité om dit overzicht voor het jaar 2017 op te nemen in zijn volgende jaarlijkse activiteitenverslag of in het verslag over het begrotings- en financieel beheer; verzoekt het Comité de kwijtingsautoriteit een kosten-batenanalyse te verstrekken van deze missies voor de Unie en de bezochte landen, alsook de lijst van de in 2016 bezochte landen; moedigt de vaststelling van passende maatregelen aan om tot besparingen te komen en milieuverontreiniging terug te dringen; verzoekt de leden van het Comité om het potentieel van andere instrumenten te onderzoeken, wat kan bijdragen tot economische besparingen, onder meer op reiskosten;

9.  merkt op dat het Comité verklaart dat er ruimte is om de samenwerkingsovereenkomst tussen het Comité en het Europees Parlement verder te ontwikkelen; vertrouwt erop dat verdere ontwikkeling van synergieën zal leiden tot positieve resultaten voor beide partijen; neemt kennis van de voortgang van de samenwerking tussen het Comité en het Parlement, namelijk de contacten tussen de voorzitter en het bureau van het Comité en de Conferentie van commissievoorzitters van het Parlement; verzoekt om een verdere versterking van de contacten tussen het Comité en de voorzitters en rapporteurs van de commissies van het Parlement om te zorgen voor een betere follow-up van de bijdrage die het Comité aan het wetgevingsproces van de Unie levert;

10.  is van oordeel dat een gezamenlijke beoordeling van de door samenwerking tussen het Comité en het Parlement bereikte begrotingsbesparingen in het belang is van zowel de instellingen als de burgers van de Unie; stelt voor dat het Comité deze oefening samen met het Parlement uitvoert als een onderdeel van de strategie om de contacten tussen de beide instellingen te versterken; is zich ervan bewust dat het Comité zijn capaciteit voor beleidsbeoordeling vergroot om zijn rol als adviesorgaan in het wetgevingsproces te versterken; vraagt het Comité voor de kwijtingsautoriteit in zijn volgende jaarlijkse activiteitenverslag een grondige analyse van deze activiteiten op te nemen;

11.  is ingenomen met de heropening van de rechtstreekse toegang tussen de gebouwen RMD en REM naar aanleiding van de beslissing van de Belgische autoriteiten om het dreigingsniveau voor de Europese instellingen te verminderen; meent dat de communicatie en samenwerking tussen het Parlement en het Comité hierdoor worden bevorderd; verzoekt beide instellingen om hun leden en het personeel te informeren over de heropening van de doorgang;

12.  is ingenomen met de administratieve samenwerkingsovereenkomst tussen het Comité en het Comité van de Regio's die in 2016 van kracht werd en die voorziet in gedeelde logistieke en vertaaldirectoraten; is van oordeel dat dit een goede basis is voor potentiële economische besparingen in beide comités; vertrouwt erop dat deze overeenkomst ook tot samenwerking op andere gebieden zal leiden; vraagt een gedetailleerd plan en een gedetailleerde beschrijving van de activiteiten van de comités op die gebieden; meent dat deze overeenkomst ook de efficiëntie van de prestaties van beide comités zal verhogen en tot economische besparingen zal leiden;

13.  is ingenomen dat het Comité zich houdt aan de in de interinstitutionele overeenkomst vastgestelde doelstelling om het personeelsbestand met 5 % over een periode van vijf jaar te verminderen; merkt op dat het Comité, als gevolg van de overdracht van personeel naar de Onderzoeksdienst van het Europees Parlement, het aantal posten in de personeelsformatie met 8 % heeft verminderd, hetgeen overeenkomt met een daling van 43 posten in 2016; verzoekt de begrotingsautoriteiten bij de planning van de toekomstige toewijzing van financiële middelen voor personeel rekening te houden met de gevolgen van personeelsinkrimping op de lange termijn, in het bijzonder met betrekking tot het vermogen van het Comité om het gender- en geografische evenwicht te verbeteren, alsook de behoefte aan capaciteitsopbouw, zodat ervaren ambtenaren managementfuncties kunnen overnemen;

14.  neemt nota van een algemene stijging bij het Comité van de afwezigheid wegens ziekte; benadrukt het belang van het invoeren van maatregelen om welzijn op het werk te verbeteren, en verzoekt om scherper toezicht op afwezigheden; is ingenomen met de initiatieven van de Commissie zoals de aanstelling van een vertrouwenspersoon ter bestrijding van intimidatie en ter bevordering van de eerbied voor de menselijke waardigheid op het werk; verzoekt het Comité om in 2017 verslag uit te brengen aan de kwijtingsautoriteit over de geboekte vooruitgang met betrekking tot het welzijn van het personeel;

15.  neemt er met voldoening kennis van dat het aandeel van vrouwen in middenkaderfuncties in het Comité boven de 40 % ligt; spoort het Comité aan om dezelfde resultaten te bereiken bij hogere leidinggevende posities en het nodige te doen om het gebrek aan geografische evenwicht te verhelpen;

16.  is bezorgd over het feit dat in 2016, voor 9 van de 22 inschrijvingen, de contracten zonder mededinging werden toegekend aan het enige bedrijf dat zich had ingeschreven; vraagt het Comité de nodige maatregelen te nemen om te zorgen voor mededinging tussen inschrijvers;

17.  juicht toe dat in 2016 de aandacht in de media voor het Comité met ongeveer 30 % is toegenomen; neemt er nota van dat het Comité inmiddels een plaats heeft in de sociale media en kijkt uit naar de verslaggeving van de resultaten ervan;

18.  constateert een verhoging van het percentage ongebruikte vertolkingsdiensten van 3,5 % in 2015 naar 4 % in 2016 en dringt aan op een nauwer toezicht op de doeltreffende verlening van deze diensten;

19.  neemt kennis van de voortdurende toename van het uitbestedingspercentage van vertalingen (van 9,74 % in 2015 tot 16,61 % in 2016) die in de samenwerkingsovereenkomst tussen het Comité en het Comité van de Regio's is voorzien, als gevolg van de hogere vertaaloutput en de inkrimping van het personeelsbestand in het directoraat (meer dan 9 % vergeleken met 2015); neemt nota van de interne audit van 2016 van de uitbesteding van vertalingen en de praktische toepassing en de beperkingen ervan, en verwacht in het volgende jaarlijkse activiteitenverslag geïnformeerd te worden over de aanbevelingen van de intern controleur;

20.  erkent de inzet van het Comité voor het EMAS en zijn resultaten op milieuvlak, die tot een verminderde consumptie van gas, water, elektriciteit, papier, schoonmaakproducten, en een verminderde productie van afval hebben geleid; moedigt het Comité aan om zijn prestaties in dit verband te blijven verbeteren;

21.  betreurt het feit dat het Comité nu pas ontwerprichtsnoeren voorbereidt ter voorkoming van belangenconflicten in het kader van de sociale dialoog; merkt op dat de ontwerprichtsnoeren momenteel worden afgerond door middel van een dialoog met sociale beroepsorganisaties; vraagt het Comité om het afrondingsproces te versnellen teneinde de richtsnoeren tijdig vast te stellen, daarin een meldingsplicht op te nemen van het lidmaatschap van andere organisaties, en de richtsnoeren te publiceren op de website;

22.  betreurt het feit dat noch de voorzitter, noch de vicevoorzitters, noch het secretariaat belangenverklaringen op de website van het Comité hebben gepubliceerd; dringt er bij het Comité op aan die verklaringen, met vermelding van het lidmaatschap van andere organisaties, uiterlijk eind juni 2018 te publiceren; betreurt het feit dat de belangenverklaringen van leden in verschillende talen en formaten worden gepubliceerd, waardoor de transparantie wordt beperkt; dringt er bij het Comité op aan de verklaringen uiterlijk eind juni 2018 in een uniek formaat en in één van de drie meest gebruikte talen van de Unie te publiceren;

23.  is bezorgd dat ingevolge artikel 11 van het Statuut elke nieuwe medewerker verplicht is een verklaring van afwezigheid van belangenconflicten te verstrekken in plaats van een verklaring inzake belangenconflicten; onderstreept dat men niet zelf de afwezigheid van belangenconflicten kan verklaren; wijst er nogmaals op dat een neutrale instantie moet beoordelen of er sprake is van belangenconflicten; dringt er daarom bij het Comité op aan te komen met een unieke en volledige verklaring inzake belangenconflicten, ter vervanging van de verklaring van afwezigheid van belangenconflicten;

24.  neemt nota van de administratieve afspraken tussen het Comité en het Europees Bureau voor fraudebestrijding die erop zijn gericht de informatie-uitwisseling te vergemakkelijken;

25.  is ingenomen met de door het Comité genomen aanvullende besluiten over interne regels inzake klokkenluiders en wijst erop hoe belangrijk het is dit initiatief te verbeteren;

26.  merkt op dat er een onafhankelijk orgaan voor openbaarmaking, advies en verwijzing met voldoende begrotingsmiddelen nodig is om klokkenluiders te helpen de juiste kanalen te gebruiken om hun informatie over mogelijke onregelmatigheden met betrekking tot de financiële belangen van de Unie te onthullen en tegelijkertijd hun geheimhouding te beschermen en de nodige ondersteuning en advies te bieden;

27.  wijst op de met pesterijen verband houdende zaak die het Comité 55 772 EUR heeft gekost; betreurt het bestaan van die zaak, maar waardeert het dat de zaak naar behoren is onderzocht; merkt op dat twintig andere personeelsleden contact hebben opgenomen met het netwerk van vertrouwenspersonen van het Comité over met vermeende pesterijen verband houdende kwesties; verzoekt het Comité zijn beleid op dit gebied te verbeteren teneinde elke vorm van psychische of seksuele intimidatie te voorkomen; vraagt het Comité om verslag uit te brengen aan de kwijtingsautoriteit over de maatregelen die het overweegt om deze zaken op te lossen;

28.  betreurt het besluit van het Verenigd Koninkrijk om zich terug te trekken uit de Europese Unie; merkt op dat op dit punt geen voorspellingen kunnen worden gedaan over de financiële, bestuurlijke, menselijke en overige gevolgen die verband houden met de terugtrekking, en vraagt het Comité en de Rekenkamer om effectbeoordelingen uit te voeren en het Parlement tegen het einde van 2018 op de hoogte te stellen van de resultaten.

INFORMATIE OVER DE GOEDKEURINGIN DE BEVOEGDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

20.3.2018

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

17

5

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Nedzhmi Ali, Inés Ayala Sender, Zigmantas Balčytis, Dennis de Jong, Tamás Deutsch, Martina Dlabajová, Raffaele Fitto, Ingeborg Gräßle, Cătălin Sorin Ivan, Jean-François Jalkh, Arndt Kohn, Notis Marias, José Ignacio Salafranca Sánchez-Neyra, Petri Sarvamaa, Claudia Schmidt, Bart Staes, Indrek Tarand, Marco Valli, Derek Vaughan, Tomáš Zdechovský, Joachim Zeller

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Julia Pitera

HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE BEVOEGDE COMMISSIE

17

+

ALDE

Nedzhmi Ali, Martina Dlabajová

EFDD

Marco Valli

GUE/NGL

Dennis de Jong

PPE

Tamás Deutsch, Ingeborg Gräßle, Julia Pitera, José Ignacio Salafranca Sánchez-Neyra, Petri Sarvamaa, Claudia Schmidt

S&D

Inés Ayala Sender, Zigmantas Balčytis, Cătălin Sorin Ivan, Arndt Kohn, Derek Vaughan

VERTS/ALE

Bart Staes, Indrek Tarand

5

-

ECR

Raffaele Fitto, Notis Marias

ENF

Jean-François Jalkh

PPE

Tomáš Zdechovský, Joachim Zeller

0

0

 

 

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding

(1)

PB L 48 van 24.2.2016.

(2)

PB C 323 van 28.9.2017, blz. 1.

(3)

PB C 322 van 28.9.2017, blz. 1.

(4)

PB C 322 van 28.9.2017, blz. 10.

(5)

PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.

Laatst bijgewerkt op: 3 april 2018Juridische mededeling