Procedure : 2017/2216(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0135/2018

Ingediende teksten :

A8-0135/2018

Debatten :

PV 02/05/2018 - 23
CRE 02/05/2018 - 23

Stemmingen :

PV 03/05/2018 - 7.6
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0196

VERSLAG     
PDF 501kWORD 63k
9.4.2018
PE 612.146v03-00 A8-0135/2018

over het jaarverslag 2016 over de bescherming van de financiële belangen van de EU – Fraudebestrijding

(2017/2216(INI))

Commissie begrotingscontrole

Rapporteur: Gilles Pargneaux

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 ADVIES van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken
 INFORMATIE OVER DE GOEDKEURING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE
 HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het jaarverslag 2016 over de bescherming van de financiële belangen van de EU – Fraudebestrijding

(2017/2216(INI))

Het Europees Parlement,

–  gezien artikel 325, lid 5, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU),

–  gezien Protocol nr. 1 bij het VWEU betreffende de rol van de nationale parlementen in de Europese Unie,

–  gezien Protocol nr. 2 bij het VWEU betreffende de toepassing van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid,

–  gezien zijn resoluties over eerdere jaarverslagen van de Commissie en van het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF),

–  gezien het verslag van de Commissie van 20 juli 2017 getiteld "Bescherming van de financiële belangen van de Europese Unie – Fraudebestrijding – Jaarverslag 2016" (COM(2017)0383) en de bijbehorende werkdocumenten (SWD(2017)0266, SWD(2017)0267, SWD(2017)0268, SWD(2017)0269 en SWD(2017)0270),

–  gezien het verslag 2016 van OLAF en het activiteitenverslag 2016 van het Comité van toezicht van OLAF,

–  gezien het jaarverslag van de Rekenkamer over de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2016, vergezeld van de antwoorden van de instellingen(1),

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 september 2013 betreffende onderzoeken door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1073/1999 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (Euratom) nr. 1074/1999 van de Raad(2), en de tussentijdse evaluatie ervan van 2 oktober 2017 (COM(2017)0589 en SWD(2017)0332),

–  gezien Richtlijn (EU) 2017/1371 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de strafrechtelijke bestrijding van fraude die de financiële belangen van de Unie schaadt(3),

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad(4),

–  gezien Verordening (EG, Euratom) nr. 2988/95 van de Raad van 18 december 1995 betreffende de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen(5),

–  gezien het in opdracht van de Commissie opgestelde verslag 2015 over de btw-kloof en de mededeling van de Commissie van 7 april 2016 over een actieplan betreffende de btw (COM(2016)0148),

–  gezien het arrest van het Europees Hof van Justitie in zaak C-105/14 (Taricco e.a.)(6),

–  gezien zijn resolutie van 14 februari 2017 over de rol van klokkenluiders bij de bescherming van de financiële belangen van de EU(7),

–  gezien artikel 52 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (A8-0135/2018),

A.  overwegende dat de lidstaten en de Commissie een gedeelde verantwoordelijkheid hebben voor de uitvoering van ongeveer 74 % van de Uniebegroting voor 2016; overwegende dat de lidstaten primair verantwoordelijk zijn voor de inning van de eigen middelen, met name in de vorm van btw en douanerechten;

B.  overwegende dat een deugdelijk uitgavenbeleid en de bescherming van de financiële belangen van de EU centraal moeten staan in het EU-beleid, teneinde het vertrouwen van de burgers te vergroten door ervoor te zorgen dat hun geld goed, doelmatig en doeltreffend wordt besteed;

C.   overwegende dat het, om goede prestaties met vereenvoudigingsprocessen te behalen, nodig is de kosten, opbrengsten, uitkomsten/resultaten en effecten regelmatig onder de loep te nemen in het kader van doelmatigheidscontroles;

D.  overwegende dat de verscheidenheid van rechts- en bestuurssystemen in de lidstaten adequaat moet worden aangepakt om een einde te maken aan onregelmatigheden en fraude te bestrijden; overwegende dat de Commissie daarom meer inspanningen moet leveren om ervoor te zorgen dat de fraudebestrijding doeltreffend wordt uitgevoerd en de behaalde resultaten tastbaarder en bevredigender zijn;

E.  overwegende dat artikel 325, lid 2, VWEU, bepaalt: "De lidstaten nemen ter bestrijding van fraude waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad, dezelfde maatregelen als die welke zij treffen ter bestrijding van fraude waardoor hun eigen financiële belangen worden geschaad";

F.  overwegende dat schommelingen in het aantal onregelmatigheden kunnen worden gekoppeld aan de voortschrijding van de cycli voor meerjarenprogramma's (waarbij aan het einde van elke cyclus meer onregelmatigheden worden vastgesteld doordat de programma's worden afgesloten) en aan laattijdige rapportage door bepaalde lidstaten die de gewoonte hebben om de meeste onregelmatigheden van de voorbije meerjarenprogramma's in één keer te melden;

G.  overwegende dat de btw voor de lidstaten een belangrijke en groeiende bron van inkomsten is, die in 2015 bijna 1 035,3 miljard EUR opleverde en dat jaar 18,3 miljard EUR aan de eigen middelen van de EU bijdroeg, zijnde 13,9 % van de totale ontvangsten van de EU;

H.  overwegende dat btw-stelsels, en met name de toepassing daarvan op grensoverschrijdende transacties, vatbaar zijn voor fraude en strategieën voor belastingontduiking, waarbij alleen al de intracommunautaire ploffraude (ook wel carrouselfraude genoemd) goed was voor een derving van btw-inkomsten van ongeveer 50 miljard EUR in 2015;

I.  overwegende dat corruptie, vooral in de vorm van georganiseerde misdaad, alle lidstaten schade toebrengt en niet alleen loodzwaar weegt op de economie van de EU, maar ook de democratie en de rechtsstaat in heel Europa ondergraaft; overwegende dat de precieze cijfers echter onbekend zijn aangezien de Commissie besloten heeft deze gegevens niet op te nemen in het verslag over het corruptiebestrijdingsbeleid van de EU;

J.  overwegende dat fraude een voorbeeld van opzettelijk wangedrag en een misdrijf is, terwijl bij een onregelmatigheid de regels niet worden nageleefd;

K.  overwegende dat de btw-kloof in 2015 ongeveer 151,5 miljard EUR bedroeg en uiteenliep van minder dan 3,5 % tot meer dan 37,2 %, afhankelijk van het land;

L.  overwegende dat OLAF, tot het Europees Openbaar Ministerie (EOM) wordt opgericht en Eurojust wordt hervormd, het enige Europese orgaan is dat gespecialiseerd is in de bescherming van de financiële belangen van de Unie; overwegende dat, zelfs na de oprichting van het EOM, OLAF in meerdere lidstaten het enige orgaan ter bescherming van de financiële belangen van de Unie zal blijven;

Opsporing en melding van onregelmatigheden

1.  merkt met tevredenheid op dat het in 2016 gemelde totale aantal frauduleuze en niet‑frauduleuze onregelmatigheden (19 080 gevallen) met 15 % is afgenomen ten opzichte van 2015 (22 349 gevallen) en dat hun waarde is afgenomen met 8 % (van 3,21 miljard EUR in 2015 tot 2,97 miljard EUR in 2016);

2.  neemt kennis van de lichte daling van 3,5 % van het aantal als fraude gemelde onregelmatigheden, wat de in 2014 aangevatte neerwaartse trend voortzet; hoopt dat de afname van de gemoeide bedragen, die zijn gedaald van 637,6 miljoen EUR in 2015 tot 391 miljoen EUR in 2016, een echte terugdringing van de fraude inhoudt en geen tekortkomingen in de opsporing;

3.  herinnert eraan dat niet alle onregelmatigheden frauduleus zijn en dat gemaakte fouten duidelijk moeten worden onderscheiden;

4.  is van oordeel dat de samenwerking tussen de Commissie en de lidstaten op het gebied van de opsporing van fraude niet doeltreffend genoeg is; wenst daarom dat er een reeks maatregelen wordt genomen om de samenwerking hechter, doeltreffender en doelmatiger te maken;

5.  betreurt het dat nog niet alle lidstaten een nationale fraudebestrijdingsstrategie hebben vastgesteld; verzoekt de Commissie de lidstaten actief te helpen om eigen, nationale fraudebestrijdingsstrategieën op te stellen, met name omdat zij ongeveer 74 % van de EU-begroting beheren;

6.  verzoekt de Commissie nogmaals een uniform systeem in het leven te roepen voor het verzamelen van vergelijkbare gegevens over onregelmatigheden en fraudegevallen in de lidstaten, teneinde het meldingsproces te standaardiseren en de kwaliteit en vergelijkbaarheid van de verstrekte gegevens te waarborgen;

7.  maakt zich zorgen over de aanhoudende kloof tussen de lidstaten wat betreft het aantal signaleringen, wat een verkeerd beeld kan geven van de doeltreffendheid van de controles; verzoekt de Commissie de lidstaten te blijven steunen bij het verhogen van het aantal en de kwaliteit van de controles en het uitwisselen van goede praktijken op het gebied van fraudebestrijding;

PIF-richtlijn en EOM-verordening

8.  is ingenomen met de goedkeuring van de richtlijn betreffende de strafrechtelijke bestrijding van fraude die de financiële belangen van de Unie schaadt (de PIF-richtlijn), waarin minimumvoorschriften worden vastgesteld voor de bepaling van strafbare feiten en sancties bij fraude ten nadele van de financiële belangen van de Unie, o.a. grensoverschrijdende btw-fraude met een totale schade van ten minste 10 miljoen EUR; herinnert er evenwel aan dat deze drempel uiterlijk op 6 juli 2022 door de Commissie zal worden geëvalueerd; is ingenomen met het feit dat het toepassingsgebied van de PIF-richtlijn ook btw-fraude omvat, wat met name van belang is voor het opvoeren van de strijd tegen grensoverschrijdende btw-fraude; beschouwt de richtlijn als de eerste stap in de richting van een geharmoniseerd Europees strafrecht; merkt op dat de richtlijn voorziet in een definitie van corruptie en dat hierin tevens de typen frauduleus gedrag worden beschreven die strafbaar moeten worden gesteld;

9.  is ingenomen met het besluit van 20 lidstaten om over te gaan tot de instelling van het EOM in het kader van nauwere samenwerking; pleit voor een doeltreffende samenwerking tussen OLAF en het EOM, op basis van complementariteit, doeltreffende informatie-uitwisseling en ondersteuning door OLAF van de activiteiten van het EOM, alsook voor het vermijden van dubbele structuren, conflicterende bevoegdheden en mazen in de wetgeving als gevolg van een gebrek aan bevoegdheden; betreurt echter dat niet alle lidstaten van de Unie aan dit initiatief hebben willen deelnemen en onderstreept dat in alle lidstaten een gelijkwaardige mate van efficiëntie qua opsporing van fraude moet worden gehandhaafd; verzoekt de Commissie de lidstaten die nog altijd niet aan het EOM hebben willen deelnemen, hiertoe aan te sporen;

10.  verzoekt de deelnemende landen en de Commissie met de voorbereidende werkzaamheden te beginnen zodat het EOM zo spoedig mogelijk van start kan gaan, en het Parlement nauw te betrekken bij de procedures, met name de benoeming van de hoofdaanklager; verzoekt de Commissie zo spoedig mogelijk overeenkomstig artikel 20 van de EOM-verordening de administratief directeur ad interim van het EOM aan te wijzen; stelt dat er ook vóór de officiële start van het EOM voldoende personeel en middelen aan het EOM moeten worden toegewezen; herhaalt dat het EOM onafhankelijk moet zijn;

11.  dringt aan op een doeltreffende samenwerking tussen de lidstaten, het EOM, OLAF en Eurojust; wijst erop dat de onderhandelingen over de Eurojust-verordening nog gaande zijn; benadrukt dat de wederzijdse bevoegdheden van Eurojust, OLAF en het EOM duidelijk moeten worden afgebakend; benadrukt dat met het oog op een werkelijk doeltreffende fraudebestrijding op EU-niveau het EOM, Eurojust en OLAF zowel beleidsmatig als operationeel vlekkeloos zullen moeten samenwerken om mogelijke overlappingen bij de taakstelling te voorkomen; herhaalt in dit verband dat er overeenkomstig de artikelen 99 t/m 101 van Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad(8) zo spoedig mogelijk werkafspraken tussen de drie organen moeten worden gemaakt en goedgekeurd; is van mening dat het EOM de bevoegdheid moet hebben om in gevallen die relevant zijn voor de verrichting van zijn taken, bevoegdheidsgeschillen te beslechten;

Ontvangsten – eigen middelen

12.  is bezorgd over de verliezen als gevolg van de btw-kloof en de fraude met de communautaire btw, die 159,5 miljard EUR bedroegen in 2015;

13.  is verheugd over de vaststelling van kortetermijnmaatregelen ter bestrijding van het verlies aan btw-inkomsten waarnaar wordt verwezen in het op 7 april 2016 bekendgemaakte actieplan van de Commissie over een gemeenschappelijke btw‑ruimte in de EU; beklemtoont dat de problemen in verband met grensoverschrijdende btw‑fraude krachtige, gecoördineerde en snelle maatregelen vergen; verzoekt de Commissie met klem haar procedures met betrekking tot de indiening van haar voorstellen over een in het actieplan voorzien definitief btw-stelsel te versnellen teneinde derving van belastinginkomsten in de EU en in de lidstaten te voorkomen;

14.  betreurt dat, hoewel het totale aantal frauduleuze en niet-frauduleuze zaken in verband met traditionele eigen middelen (TEM) is gedaald van 5 514 in 2015 tot 4 647 in 2016, het totale betrokken bedrag is toegenomen van 445 miljoen EUR tot 537 miljoen EUR en 13 % hoger ligt dan het gemiddelde in de periode 2012-2016;

15.  merkt met grote bezorgdheid op dat de laatste jaren meer tabak naar de Europese Unie wordt gesmokkeld en dat dit naar raming jaarlijks een verlies van 10 miljard EUR aan overheidsinkomsten voor de begroting van de Unie en de lidstaten betekent en tegelijkertijd een belangrijke oorzaak is van georganiseerde misdaad, waaronder terrorisme; acht het noodzakelijk dat de lidstaten zich meer inzetten om deze illegale activiteiten te bestrijden, onder meer door de procedures voor samenwerking en informatie-uitwisseling op lidstaatniveau te versterken;

16.  neemt kennis van de resultaten van twaalf gezamenlijke douaneoperaties, die in samenwerking met diverse diensten van derde landen en de Werelddouaneorganisatie (WDO) door OLAF en de lidstaten zijn uitgevoerd, waarbij met name 11 miljoen sigaretten, 287 000 sigaren, 250 ton andere tabaksproducten, 8 ton cannabis en 400 kg cocaïne in beslag zijn genomen;

17.  merkt op dat douanecontroles op het ogenblik van de inklaring van goederen en inspecties van fraudebestrijdingsdiensten de succesvolste methoden waren om frauduleuze gevallen op te sporen aan de ontvangstenkant van de EU-begroting;

18.  maakt zich zorgen over de douanecontroles en de bijbehorende inning van invoerrechten, die eigen middelen voor de EU-begroting vormen; herinnert eraan dat het aan de douaneautoriteiten van de lidstaten is controles uit te voeren om te bepalen of invoerders de regelgeving over tarieven en invoer naleven;

19.  betreurt de verschillen in de douanecontroles die in de Unie worden verricht en het hoge aantal fraudegevallen waarmee het stelsel voor de inning van de eigen middelen te kampen heeft; verzoekt de Commissie het gemeenschappelijk beleid inzake douanecontroles te versterken door dat werkelijk te harmoniseren om de inning van de traditionele eigen middelen te verbeteren en de veiligheid van de EU en de bescherming van haar economische belangen te waarborgen, met name door zich in te zetten voor de bestrijding van de handel in illegale en nagemaakte producten;

20.  betreurt dat tussen 2013 en 2016 Chinese invoer van kleding en schoenen in verschillende landen van Europa, en met name het Verenigd Koninkrijk, werd ondergewaardeerd;

21.  herinnert eraan dat OLAF de Commissie heeft aanbevolen bij de regering van het Verenigd Koninkrijk gederfde inkomsten ter hoogte van 1,987 miljard EUR terug te vorderen, een bedrag dat normaal gesproken in de begroting van de Unie had moeten worden teruggestort;

22.  betreurt dat de Commissie niet in staat is het totaalbedrag van de uit de desbetreffende aanbevelingen van OLAF voortvloeiende terugvorderingen te berekenen; verzoekt de Commissie dringend jaarlijks verslag uit te brengen over het bedrag van de eigen middelen van de Unie dat naar aanleiding van de aanbevelingen van OLAF is teruggevorderd, een systeem in te voeren waarmee de totaalbedragen kunnen worden berekend, de nog terug te vorderen bedragen mee te delen, en in de jaarverslagen van OLAF de opvolging van de aanbevelingen en de daadwerkelijk teruggevorderde bedragen openbaar te maken;

23.  acht het wenselijk dat de Commissie jaarlijks gegevens verstrekt over de verschillen tussen de verwachte en daadwerkelijk geïnde ontvangsten uit btw en douanerechten;

Uitgaven

24.  betreurt dat niet-frauduleuze onregelmatigheden in de directe uitgaven met 16 % zijn toegenomen ten opzichte van het jaar ervoor, in tegenstelling tot alle andere begrotingsgebieden, die een afname in dit opzicht hebben opgetekend;

25.  betreurt dat het al het vierde jaar is waarin als fraude gemelde onregelmatigheden in het directe beheer zowel toenemen in aantal (16 gevallen in 2015 en 49 gevallen in 2016) als in waarde (0,78 miljoen EUR in 2015 en 6,25 miljoen EUR in 2016); verzoekt de Commissie uiterlijk eind 2018 een concreet plan in te dienen om fraude op dit gebied terug te dringen;

26.  merkt op dat het aantal gemelde frauduleuze en niet-frauduleuze onregelmatigheden met betrekking tot het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo), hoewel dit is afgenomen van 3 250 gevallen in 2015 tot 2 676 gevallen in 2016, nog steeds tweemaal zo hoog is als in 2012, maar onderstreept daarbij dat de bijbehorende bedragen voor 2016 slechts 8 % hoger liggen dan in 2012; merkt tevens op dat, hoewel het totale aantal frauduleuze en niet-frauduleuze onregelmatigheden in dit fonds tussen 2015 en 2016 met 16 % is afgenomen, het aantal frauduleuze onregelmatigheden met 17 % is toegenomen; is evenwel ingenomen met het feit dat de bedragen die verband houden met frauduleuze onregelmatigheden met meer dan 50 % zijn afgenomen; merkt verder op dat de frauduleuze onregelmatigheden in het Elfpo tijdens de afgelopen vijf jaar neerkomen op ongeveer 0,5 % van de betalingen;

27.  merkt op dat de 8 497 frauduleuze en niet-frauduleuze onregelmatigheden met betrekking tot het cohesie- en visserijbeleid in 2016 een daling van 22 % vertonen ten opzichte van 2015, maar niettemin 25 % boven het gemiddelde liggen van de afgelopen vijf jaar; merkt tevens op dat de bedragen waarbij sprake is van onregelmatigheden 5 % lager liggen dan in 2015; merkt op dat in de programmeringsperiode 2007-2013 bij 0,42 % van de vastleggingskredieten sprake was van fraude en bij 2,08 % van niet-frauduleuze onregelmatigheden;

28.  stelt positief vast dat de bedragen in verband met de als fraude gemelde onregelmatigheden in het cohesie- en visserijbeleid met bijna 50 % zijn gedaald, namelijk van 469 miljoen EUR in 2015 tot 235 miljoen EUR in 2016;

29.  stelt met ontzetting vast dat de bedragen in verband met de onregelmatigheden bij het Cohesiefonds in de programmeringsperiode 2007-2013 blijven stijgen (van 277 miljoen EUR in 2015 tot 480 miljoen EUR in 2016), in tegenstelling tot andere fondsen (EFRO, ESF en EVF), waar sprake is van een zich stabiliserende of zelfs neerwaartse trend;

30.  is verbaasd dat voor bijna een derde van de in 2016 als fraude gemelde onregelmatigheden in het cohesiebeleid geen informatie over het betrokken prioriteitsgebied wordt verstrekt, aangezien dit gebrek aan informatie tot een onjuiste vergelijking met de voorgaande jaren leidt; roept de Commissie en de lidstaten op deze situatie op te lossen;

31.  maakt zich zorgen over de controles met betrekking tot door tussenpersonen beheerde financieringsinstrumenten en over de aangetoonde zwakke punten in de controles in de statutaire zetels van de begunstigden; benadrukt dat de verstrekking van directe en indirecte leningen afhankelijk moet worden gemaakt van de publicatie van de belasting- en boekhoudkundige gegevens per land en van de verspreiding van de gegevens over de effectieve eigendom van de begunstigden en de financiële tussenpersonen die betrokken zijn bij de financieringsverrichtingen;

32.  verwacht dat dankzij de vereenvoudiging van de administratieve regels, die in de gemeenschappelijke bepalingen voor de periode 2014-2020 wordt verlangd, het aantal niet-frauduleuze onregelmatigheden kan worden teruggedrongen, frauduleuze gevallen kunnen worden opgespoord en de toegang van begunstigden tot de fondsen van de Unie kan worden verbeterd;

33.  neemt kennis van de voortzetting van de neerwaartse trend van het aantal gemelde onregelmatigheden ten aanzien van de pretoetredingssteun (PAA), die het gevolg is van de geleidelijke stopzetting van de programma's voor pretoetreding; merkt echter op dat Turkije nog steeds het land is waar sprake is van het grootste aantal onregelmatigheden (zowel frauduleus als niet-frauduleus), goed voor meer dan 50 % van de gemelde gevallen;

34.  ziet met belangstelling uit naar de resultaten van het sinds 1 januari 2016 door de Commissie toegepaste systeem voor vroegtijdige opsporing en uitsluiting (EDES);

35.  acht het wenselijk dat de lidstaten nauwer gaan samenwerken op het gebied van informatie-uitwisseling; herinnert eraan dat veel lidstaten geen specifieke wetgeving hebben tegen georganiseerde criminaliteit, die steeds vaker betrokken is bij grensoverschrijdende activiteiten en in sectoren waarmee de financiële belangen van de Unie gemoeid zijn, zoals smokkel en valsemunterij; acht het fundamenteel dat de lidstaten doeltreffende middelen inzetten om de toenemende internationalisering van fraude tegen te gaan en verzoekt de Commissie gemeenschappelijke normen vast te stellen voor de ondersteuning van de bestrijding van die fraude;

Overheidsopdrachten

36.  herinnert eraan dat er in de laatste programmeringsperiode met name in overheidsopdrachten veel fouten werden gemaakt en merkt op dat het aantal onregelmatigheden als gevolg van niet-naleving van de regels met betrekking tot overheidsopdrachten nog altijd hoog is; verzoekt de Commissie eens te meer een databank voor onregelmatigheden op te zetten, die als basis kan dienen voor zinvolle, veelomvattende analyses van de frequentie, de ernst en de oorzaken van fouten op het gebied van overheidsopdrachten; verzoekt de desbetreffende autoriteiten in de lidstaten een eigen databank voor onregelmatigheden, o.a. bij overheidsopdrachten, op te zetten en deze onregelmatigheden te analyseren en de gegevens in kwestie in het kader van de samenwerking met de Commissie te verstrekken in een vorm en op een tijdstip waarmee het werk van de Commissie wordt ondersteund; verzoekt de Commissie erop toe te zien dat Richtlijn 2014/24/EU en Richtlijn 2014/25/EU betreffende het plaatsen van overheidsopdrachten zo spoedig mogelijk worden omgezet in nationaal recht, en deze omzetting te beoordelen;

37.  verzoekt de Commissie en de lidstaten eens te meer de bepalingen betreffende de ex‑antevoorwaarden in het cohesiebeleid na te leven, met name op het gebied van overheidsopdrachten; verzoekt de lidstaten hun inspanningen op te voeren op de gebieden waarop wordt gewezen in het jaarverslag van de Commissie, met name overheidsopdrachten, financiële misdrijven, belangenconflicten, corruptie, klokkenluiden en de definitie van fraude;

Vastgestelde problemen en vereiste maatregelen

Betere controles

38.  roept de Commissie en de lidstaten met klem op krachtdadigere maatregelen tegen frauduleuze onregelmatigheden te treffen; is van mening dat niet-frauduleuze onregelmatigheden met bestuursrechtelijke maatregelen moeten worden weggenomen, met name door de eisen transparanter en eenvoudiger te maken;

39.  benadrukt dat een systeem voor informatie-uitwisseling tussen de bevoegde autoriteiten een kruiscontrole van de boekhoudkundige gegevens over transacties tussen twee of meer lidstaten mogelijk zou maken om transnationale fraude in het kader van de structuur- en investeringsfondsen te voorkomen en zo te zorgen voor een horizontale en volledige aanpak van de bescherming van de financiële belangen van de lidstaten; verzoekt de Commissie nogmaals om een wetgevingsvoorstel inzake wederzijdse administratieve bijstand in de uitgavensectoren van de Europese fondsen waarbij die tot dusver niet voorzien is;

40.  steunt het programma Hercules III, dat een goed voorbeeld is van de benadering "optimale besteding van elke euro"; onderstreept het belang van dit programma en de bijdrage die het levert aan de versterking van de capaciteit van de douaneautoriteiten om georganiseerde grensoverschrijdende misdaad op te sporen en te voorkomen dat namaakgoederen en smokkelwaar de lidstaten bereiken;

41.  is ingenomen met de onafhankelijke tussentijdse evaluatie van het programma Hercules III, die op 11 januari 2018 aan het Europees Parlement en de Raad werd voorgelegd;

42.  uit zijn bezorgdheid over de toename van btw-fraude, in het bijzonder de zogenaamde carrouselfraude; neemt kennis van het voorstel van de Commissie voor een richtlijn van de Raad op grond waarvan de lidstaten onder bepaalde strenge voorwaarden een algemene verleggingsregeling voor de btw kunnen toepassen; neemt kennis van het door de Commissie voorgestelde pakket ter vereenvoudiging van de btw-heffing en ter vermindering van de nalevingskosten voor kmo's, om daarmee een klimaat te creëren dat bevorderlijk is voor de groei van kmo's en de grensoverschrijdende handel; verzoekt de Commissie met een globale, op de lange termijn gerichte en voor de gehele EU geldende oplossing voor het btw-fraudevraagstuk te komen; verzoekt alle lidstaten om op alle terreinen deel te nemen aan de activiteiten van Eurofisc, teneinde de uitwisseling van informatie te vergemakkelijken en het beleid te coördineren ter bestrijding van dit soort fraude, die schadelijk is voor de EU-begroting en die van de lidstaten;

43.  verzoekt de Commissie jaarlijks een openbaar verslag te publiceren over het gebruik van EU-middelen en over de overmakingen van de Europese Investeringsbank (EIB) en de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling (EBRD) naar offshoreconstructies, inclusief het aantal en de aard van de geblokkeerde projecten, een toelichting op de redenen voor de blokkering van projecten en de vervolgmaatregelen die zijn genomen om ervoor te zorgen dat EU-middelen er niet rechtstreeks of onrechtstreeks toe bijdragen dat de financiële belangen van de EU worden geschaad;

44.  herinnert eraan dat volledige transparantie van de verantwoording van uitgaven van fundamenteel belang is, vooral bij infrastructuurwerken die rechtstreeks via Europese fondsen of met financieringsinstrumenten worden gefinancierd; verzoekt de Commissie ervoor te zorgen dat de Europese burgers volledige inzage hebben in de informatie over medegefinancierde projecten;

Preventie

45.  acht preventiemaatregelen van groot belang voor het terugdringen van fraude in verband met de besteding van EU-middelen;

46.  is ingenomen met de preventiemaatregelen van de Commissie en OLAF en pleit voor bevordering van de tenuitvoerlegging van het systeem voor vroegtijdige opsporing en uitsluiting (EDES) en het antifraude-informatiesysteem (AFIS) en voor afronding van de nationale fraudebestrijdingsstrategieën; 

47.  verzoekt de Commissie door te gaan met de vereenvoudiging van het Financieel Reglement en de overige administratieve regels; verzoekt de Commissie de helderheid en de toegevoegde waarde van de financiële oriëntatie van de operationele programma's van de lidstaten minutieus te beoordelen;

48.  verzoekt de Commissie een door alle lidstaten toe te passen kader voor de digitalisering van alle tenuitvoerleggingsprocessen met betrekking tot EU-beleid vast te stellen (oproepen tot het indienen van voorstellen, toepassing, beoordeling, tenuitvoerlegging, betalingen);

49.  acht transparantie een belangrijk middel bij de bestrijding van fraude; verzoekt de Commissie een door de lidstaten te gebruiken kader vast te stellen voor de bekendmaking van alle stappen van de tenuitvoerlegging van met EU-middelen gefinancierde projecten, met inbegrip van betalingen;

Klokkenluiders

50.  benadrukt de belangrijke rol van klokkenluiders bij de preventie, opsporing en melding van fraude, evenals het belang van maatregelen om hen te beschermen; verzoekt de Commissie en de lidstaten te zorgen voor een minimale bescherming van klokkenluiders in de EU;

51.  herinnert aan zijn resolutie van 14 februari 2017 en zijn initiatiefverslag van 24 oktober 2017 over de bescherming van klokkenluiders en dringt er bij de lidstaten en de Commissie op aan de hierin opgenomen aanbevelingen spoedig uit te voeren;

52.  herhaalt zijn oproep aan de Commissie om dringend een horizontaal wetgevingsvoorstel over de bescherming van klokkenluiders in te dienen teneinde met name fraude die de financiële belangen van de Unie aantast doeltreffend te voorkomen en te bestrijden;

53.  wijst op de open inspraakronde die de Commissie van maart tot mei 2017 heeft gehouden om een beeld te krijgen van de meningen over de bescherming van klokkenluiders op nationaal en EU-niveau; wacht het initiatief af dat de Commissie de komende maanden wil presenteren met het oog op een sterkere bescherming van klokkenluiders in de EU; herinnert aan zijn resolutie van 14 februari 2017 over de rol van klokkenluiders bij de bescherming van de financiële belangen van de EU;

54.  spoort de Commissie en de lidstaten aan maatregelen te nemen om de geheimhouding van informatiebronnen te waarborgen teneinde discriminerende acties of bedreigingen te voorkomen;

Corruptiebestrijding

55.  betreurt dat de Commissie het niet langer nodig vindt het corruptiebestrijdingsverslag te publiceren, waardoor de beoordeling van de corruptiegraad is bemoeilijkt; herinnert aan zijn aanbeveling aan de Raad en de Commissie van 13 december 2017 naar aanleiding van het onderzoek naar witwaspraktijken, belastingontwijking en belastingontduiking, waarin werd vastgesteld dat de toezichthoudende rol van de Commissie op het gebied van corruptiebestrijding gedurende het Europees semester wordt voortgezet; is van mening dat corruptiebestrijding in dit proces kan worden overschaduwd door andere economische en financiële aangelegenheden; verzoekt de Commissie het goede voorbeeld te geven door de publicatie van het verslag te hervatten en door zich in te zetten voor een veel geloofwaardiger en omvattender strategie voor corruptiebestrijding; wijst erop dat corruptiebestrijding een kwestie van politiële en justitiële samenwerking is, een beleidsgebied waarvoor het Parlement medewetgever is en volledige controlebevoegdheden heeft;

56.  benadrukt dat corruptie een enorme uitdaging is voor de Unie en haar lidstaten en dat corruptie zonder effectieve tegenmaatregelen de economische prestaties, de rechtsstaat en de geloofwaardigheid van de democratische instellingen en het vertrouwen in deze instellingen binnen de Unie ondermijnt; herinnert aan zijn resolutie van 25 oktober 2016 met aanbevelingen aan de Commissie voor de instelling van een EU-mechanisme voor democratie, de rechtsstaat en de grondrechten, waarin in het bijzonder wordt gepleit voor de instelling van een jaarverslag over democratie, de rechtsstaat en de grondrechten (een Europees DRG-verslag) met landenspecifieke aanbevelingen, en tevens bijzondere aandacht wordt besteed aan corruptie;

57.  betreurt dat de nieuwe richtlijn inzake overheidsopdrachten tot dusver geen noemenswaardige verbetering heeft gebracht in de perceptie van het corruptieniveau in de EU en verzoekt de Commissie te zorgen voor doeltreffende instrumenten om de aanbestedings- en onderaanbestedingsprocedures transparanter te maken;

58.  spoort de lidstaten aan de Europese antiwitwasrichtlijn volledig te ratificeren en een openbaar eigendomsregister van ondernemingen en trusts op te zetten;

59.  herhaalt zijn verzoek aan de Commissie om, op basis van de in het programma van Stockholm vermelde vereisten, een systeem van strikte indicatoren en gemakkelijk toepasbare, uniforme criteria te ontwikkelen, aan de hand waarvan de corruptiegraad in de lidstaten kan worden gemeten en hun corruptiebestrijdingsbeleid kan worden beoordeeld; verzoekt de Commissie een corruptie-index op te stellen om de lidstaten op een ranglijst te plaatsen; is van mening dat een corruptie-index als stevige basis kan dienen op grond waarvan de Commissie bij de controle op de besteding van EU‑middelen haar landenspecifieke controlemechanisme kan vaststellen;

60.  herhaalt dat preventie ook permanente opleiding en ondersteuning moet inhouden voor het personeel dat bij de bevoegde instanties verantwoordelijk is voor het beheer en de controle van de fondsen, evenals uitwisseling van informatie en goede praktijken tussen de lidstaten; wijst op de sleutelrol die de lokale en regionale overheden en belanghebbenden spelen bij het bestrijden van fraude;

61.  herinnert eraan dat de Commissie geen toegang heeft tot de informatie die tussen de lidstaten wordt uitgewisseld ter voorkoming en bestrijding van intracommunautaire ploffraude, ook wel carrouselfraude genoemd; is van mening dat de Commissie toegang moet krijgen tot Eurofisc om de gegevensuitwisseling tussen de lidstaten beter te kunnen monitoren en beoordelen en te verbeteren; vraagt alle lidstaten deel te nemen aan Eurofisc, en wel op alle werkterreinen, om de uitwisseling van informatie met gerechtelijke en rechtshandhavingsautoriteiten, zoals Europol en OLAF, te vergemakkelijken en sneller te laten verlopen, zoals aanbevolen door de Rekenkamer; verzoekt de lidstaten en de Raad om de Commissie toegang te verlenen tot deze gegevens teneinde de samenwerking te bevorderen, de betrouwbaarheid van de gegevens te verhogen en grensoverschrijdende misdaad te bestrijden;

Onderzoeksjournalistiek

62.  is van mening dat onderzoeksjournalistiek een essentiële rol speelt in het verbeteren van de vereiste mate van transparantie in de Unie en de lidstaten en dat deze zowel in de lidstaten als in de Unie via juridische middelen moet worden aangemoedigd en ondersteund;

Tabak

63.  herinnert aan het besluit van de Commissie om de tabaksovereenkomst (PMI-overeenkomst) die op 9 juli 2016 afliep niet te verlengen; herinnert eraan dat het Parlement op 9 maart 2016 aan de Commissie heeft gevraagd deze overeenkomst na de vervaldatum niet te verlengen, uit te breiden of er opnieuw over te onderhandelen; is van mening dat de drie andere overeenkomsten (BAT, JTI, ITL) met ingang van 20 mei 2019 moeten worden beëindigd; verzoekt de Commissie uiterlijk eind 2018 een verslag op te stellen over de haalbaarheid van de beëindiging van de drie overgebleven overeenkomsten;

64.  verzoekt de Commissie om op het niveau van de Unie alle noodzakelijke maatregelen te treffen voor het volgen en traceren van PMI-tabaksproducten en juridische stappen te nemen tegen illegale inbeslagnemingen van producten van deze fabrikant, totdat alle bepalingen van de richtlijn tabaksproducten volledig afdwingbaar zijn, zodat geen regelgevingsvacuüm ontstaat tussen het verstrijken van de PMI-overeenkomst en de inwerkingtreding van de richtlijn tabaksproducten en het protocol van het WHO-Kaderverdrag inzake tabaksontmoediging (FCTC);

65.  is verheugd over de steun van de Commissie voor een snelle ratificatie van het protocol van de WHO inzake de uitroeiing van de illegale handel in tabaksproducten, waarbij dit protocol het eerste multilaterale juridische instrument is dat het probleem van de tabakssmokkel volledig en wereldwijd aanpakt;

66.  herinnert eraan dat tot op heden 32 partijen het protocol van de WHO inzake de uitroeiing van de illegale handel in tabaksproducten hebben geratificeerd, waaronder slechts acht lidstaten en de Unie als geheel; spoort de tien lidstaten (België, Denemarken, Duitsland, Finland, Griekenland, Ierland, Nederland, Slovenië, het Verenigd Koninkrijk en Zweden) en Noorwegen die het protocol inzake de uitroeiing van de illegale handel in tabaksproducten hebben ondertekend maar nog niet hebben geratificeerd, aan dit zo spoedig mogelijk te doen;

67.  hoopt het voor 2018 aangekondigde definitieve voortgangsverslag van de Commissie naar aanleiding van haar mededeling van 2013 getiteld "Intensivering van de bestrijding van sigarettensmokkel en andere vormen van illegale handel in tabaksproducten – Een integrale EU-strategie" binnenkort te ontvangen;

68.  is verheugd dat het met de controle van tabak belaste laboratorium van de Unie in het GCO van Geel (België) sinds april 2016 operationeel is en bijgevolg het chemische profiel en de onderscheidende kenmerken van in beslag genomen tabak kan bepalen, waardoor de echtheid kan worden getoetst;

Onderzoeken en de rol van OLAF

69.  merkt op dat de aan de justitiële aanbevelingen van OLAF tot dusverre maar mondjesmaat gevolg is gegeven in de lidstaten; is van oordeel dat dit onaanvaardbaar is en verzoekt de Commissie ervoor te zorgen dat de aanbevelingen van OLAF in de lidstaten volledig worden uitgevoerd;

70.  betreurt dat het percentage gevallen waarin vervolging wordt ingesteld ondanks de vele aanbevelingen en onderzoeken van OLAF in de lidstaten slechts 30 % bedraagt en dat de justitiële autoriteiten van sommige lidstaten de aanbevelingen van OLAF betreffende het verkeerde gebruik van EU-middelen laag op hun prioriteitenlijst zetten, en dat zelfs OLAF geen degelijk gevolg geeft aan zijn eigen aanbevelingen; verzoekt de Commissie regels op te stellen voor de opvolging van aanbevelingen van OLAF;

71.  betreurt het feit dat ongeveer 50 % van alle zaken van OLAF door nationale justitiële autoriteiten wordt afgewezen; verzoekt de lidstaten, de Commissie en OLAF voorwaarden voor de ontvankelijkheid van door OLAF aangeleverd bewijsmateriaal op te stellen; verzoekt OLAF de kwaliteit van zijn eindverslagen te verbeteren, zodat deze nuttiger zijn voor nationale autoriteiten;

72.  verzoekt OLAF zijn aanbevelingen voor terugvordering realistischer op te stellen en tevens verslag uit te brengen over de daadwerkelijk teruggevorderde bedragen;

73.  herinnert eraan dat de directeur-generaal uit hoofde van de OLAF-verordening een belangrijke rol speelt op het gebied van klachtenprocedures met betrekking tot onderzoeken; herinnert eraan dat de rechtstreekse betrokkenheid van de directeur-generaal bij onderzoeken van OLAF in strijd is met diens bevoegdheden en daarmee met de verordening;

74.  verzoekt de Commissie bij de herziening van Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 de bevoegdheden evenwichtig tussen het EOM en OLAF te verdelen, de procedurele waarborgen te versterken, de onderzoeksbevoegdheden van OLAF te verduidelijken en te versterken, een zeker niveau van transparantie met betrekking tot de aanbevelingen en verslagen van OLAF te handhaven en duidelijkheid te verschaffen over de regels voor de samenwerking tussen OLAF en zijn Comité van toezicht met betrekking tot de toegang tot gegevens;

o

o  o

75.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, het Hof van Justitie van de Europese Unie, de Europese Rekenkamer, het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) en het Comité van toezicht van OLAF.

(1)

PB C 322 van 28.9.2017, blz. 1.

(2)

PB L 248 van 18.9.2013, blz. 1.

(3)

PB L 198 van 28.7.2017, blz. 29.

(4)

PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.

(5)

PB L 312 van 23.12.1995, blz. 1.

(6)

Arrest van het Hof (grote kamer) van 8 september 2015 in zaak C-105/14 (Taricco e.a.), ECLI:EU:C:2015:555.

(7)

Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0022.

(8)

PB L 283 van 31.10.2017, blz. 1.


ADVIES van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (20.2.2018)

aan de Commissie begrotingscontrole

inzake het jaarverslag 2016 over de bescherming van de financiële belangen van de EU – Fraudebestrijding

(2017/2216(INI))

Rapporteur voor advies: Barbara Kudrycka

SUGGESTIES

De Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken verzoekt de bevoegde Commissie begrotingscontrole onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

1.  is verheugd over het akkoord dat het Parlement en de Raad in november 2016 na vier jaar onderhandelen hebben bereikt over het voorstel voor een richtlijn betreffende de strafrechtelijke bestrijding van fraude die de financiële belangen van de Unie schaadt (Richtlijn (EU) 2017/1371), waarin minimumvoorschriften worden vastgesteld voor de bepaling van strafbare feiten en sancties bij fraude ten nadele van de financiële belangen van de Unie, o.a. grensoverschrijdende btw-fraude met een totale schade van ten minste 10 miljoen EUR; herinnert er evenwel aan dat deze drempel uiterlijk op 6 juli 2022 door de Commissie zal worden geëvalueerd; roept de lidstaten op deze richtlijn zo spoedig mogelijk ten uitvoer te leggen;

2.  juicht het toe dat Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad tot oprichting van het Europees Openbaar Ministerie (EOM) is goedgekeurd en in werking getreden en dat er in de Raad vooruitgang is geboekt, waardoor er op basis van de procedure voor nauwere samenwerking (artikel 86 van het Verdrag inzake de werking van de Europese Unie) een overeenkomst is bereikt tussen 20 lidstaten; verzoekt alle overige lidstaten zich zo spoedig mogelijk aan te sluiten bij de procedure voor nauwere samenwerking in EOM‑verband; herinnert eraan dat de rol van het EOM zal bestaan in het opsporen, vervolgen en voor de rechter brengen van de plegers van de in Richtlijn (EU) 2017/1371 omschreven strafbare feiten waarmee de financiële belangen van de EU worden geschaad;

3.  verzoekt de deelnemende landen en de Commissie met de voorbereidende werkzaamheden te beginnen zodat het EOM zo spoedig mogelijk van start kan gaan, en het Parlement nauw te betrekken bij de procedures, met name de benoeming van de hoofdaanklager; verzoekt de Commissie zo spoedig mogelijk overeenkomstig artikel 20 van de EOM-verordening de administratief directeur ad interim van het EOM aan te wijzen; stelt dat er ook vóór de officiële start van het EOM voldoende personeel en middelen aan het EOM moeten worden toegewezen; herhaalt dat het EOM onafhankelijk moet zijn;

4.  dringt aan op een doeltreffende samenwerking tussen de lidstaten, het EOM, OLAF en Eurojust; wijst erop dat de onderhandelingen over de Eurojust-verordening nog gaande zijn; benadrukt dat de wederzijdse bevoegdheden van Eurojust, OLAF en het EOM duidelijk moeten worden afgebakend; benadrukt dat met het oog op een werkelijk doeltreffende fraudebestrijding op EU-niveau het nieuwe EOM, Eurojust en OLAF zowel beleidsmatig als operationeel vlekkeloos zullen moeten samenwerken om mogelijke overlappingen bij de taakstelling te voorkomen; herhaalt in dit verband dat er overeenkomstig de artikelen 99 tot 101 van Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad zo spoedig mogelijk werkafspraken tussen de drie organen moeten worden gemaakt en goedgekeurd; is van mening dat het EOM de bevoegdheid moet hebben om in gevallen die relevant zijn voor de verrichting van zijn taken, bevoegdheidsgeschillen te beslechten;

5.  spoort de Commissie en de lidstaten aan maatregelen te nemen om de geheimhouding van informatiebronnen te waarborgen teneinde discriminerende acties of bedreigingen te voorkomen;

6.  betreurt het dat de Commissie de publicatie van EU-verslagen over de fraudebestrijding heeft stopgezet en in plaats daarvan het monitoren van de fraudebestrijding heeft opgenomen in de behandeling van de economische governance in het kader van het Europese semester; verzoekt de Commissie nogmaals om na te denken over hervatting van de publicatie van deze verslagen;

7.  uit zijn bezorgdheid over de toename van btw-fraude, in het bijzonder de zogenaamde carrouselfraude; neemt kennis van het voorstel van de Commissie voor een richtlijn van de Raad op grond waarvan de lidstaten onder bepaalde strenge voorwaarden een algemene verleggingsregeling voor de btw kunnen toepassen; neemt kennis van het door de Commissie voorgestelde pakket ter vereenvoudiging van de btw-heffing en ter vermindering van de nalevingskosten voor kmo's, om daarmee een klimaat te creëren dat bevorderlijk is voor de groei van kmo's en de grensoverschrijdende handel; verzoekt de Commissie met een globale, op de lange termijn gerichte en voor de gehele EU geldende oplossing voor het btw-fraudevraagstuk te komen; verzoekt alle lidstaten om op alle terreinen deel te nemen aan de activiteiten van Eurofisc, teneinde de uitwisseling van informatie te vergemakkelijken en het beleid te coördineren ter bestrijding van dit soort fraude, die schadelijk is voor de EU-begroting en die van de lidstaten;

8.  wijst op de rol van klokkenluiders en onderzoeksjournalisten bij de voorkoming en opsporing van en de verslaggeving over fraude, belastingontduiking en ‑vermijding en onregelmatigheden bij uitgaven uit de EU-begroting en bij de bescherming van de financiële belangen van de Unie; benadrukt dat de bescherming van klokkenluiders essentieel is om het algemeen belang en de financiële belangen van de EU te behartigen en om zowel bij publieke als bij private instellingen een cultuur van publieke verantwoordingsplicht en integriteit te bevorderen; neemt kennis van de open inspraakronde die de Commissie van maart tot mei 2017 heeft gehouden om een beeld te krijgen van de meningen over de bescherming van klokkenluiders op nationaal en EU-niveau; wacht het initiatief af dat de Commissie de komende maanden wil presenteren met het oog op een sterkere bescherming van klokkenluiders in de EU; herinnert aan zijn resolutie van 14 februari 2017 over de rol van klokkenluiders bij de bescherming van de financiële belangen van de EU;

9.  verzoekt de Commissie jaarlijks een openbaar verslag te publiceren over het gebruik van EU-middelen en over de overmakingen van de Europese Investeringsbank (EIB) en de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling (EBRD) naar offshoreconstructies, inclusief het aantal en de aard van de geblokkeerde projecten, een toelichting op de redenen voor de blokkering van projecten en de vervolgmaatregelen die zijn genomen om ervoor te zorgen dat EU-middelen er niet rechtstreeks of onrechtstreeks toe bijdragen dat de financiële belangen van de EU worden geschaad.

INFORMATIE OVER DE GOEDKEURING IN DE ADVISERENDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

20.2.2018

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

39

8

3

Bij de eindstemming aanwezige leden

Asim Ademov, Jan Philipp Albrecht, Monika Beňová, Malin Björk, Caterina Chinnici, Daniel Dalton, Rachida Dati, Agustín Díaz de Mera García Consuegra, Frank Engel, Tanja Fajon, Raymond Finch, Kinga Gál, Ana Gomes, Nathalie Griesbeck, Sylvie Guillaume, Jussi Halla-aho, Monika Hohlmeier, Filiz Hyusmenova, Sophia in ‘t Veld, Eva Joly, Barbara Kudrycka, Cécile Kashetu Kyenge, Claude Moraes, Ivari Padar, Judith Sargentini, Birgit Sippel, Sergei Stanishev, Helga Stevens, Traian Ungureanu, Marie-Christine Vergiat, Harald Vilimsky, Josef Weidenholzer, Cecilia Wikström, Kristina Winberg, Tomáš Zdechovský, Auke Zijlstra

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Carlos Coelho, Pál Csáky, Dennis de Jong, Maria Grapini, Anna Hedh, Lívia Járóka, Teresa Jiménez-Becerril Barrio, Marek Jurek, Emil Radev, Barbara Spinelli, Jaromír Štětina, Josep-Maria Terricabras

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Clara Eugenia Aguilera García, André Elissen

HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE ADVISERENDE COMMISSIE

39

+

ALDE

Nathalie Griesbeck, Filiz Hyusmenova, Sophia in ‘t Veld, Cecilia Wikström

ENF

Harald Vilimsky

GUE/NGL

Barbara Spinelli

PPE

Asim Ademov, Carlos Coelho, Pál Csáky, Rachida Dati, Agustín Díaz de Mera García Consuegra, Frank Engel, Kinga Gál, Monika Hohlmeier, Teresa Jiménez-Becerril Barrio, Lívia Járóka, Barbara Kudrycka, Emil Radev, Jaromír Štětina, Traian Ungureanu, Tomáš Zdechovský

S&D

Clara Eugenia Aguilera García, Monika Beňová, Caterina Chinnici, Tanja Fajon, Ana Gomes, Maria Grapini, Sylvie Guillaume, Anna Hedh, Cécile Kashetu Kyenge, Claude Moraes, Ivari Padar, Birgit Sippel, Sergei Stanishev, Josef Weidenholzer

Verts/ALE

Jan Philipp Albrecht, Eva Joly, Judith Sargentini, Josep-Maria Terricabras

8

-

ECR

Daniel Dalton, Jussi Halla-aho, Marek Jurek, Helga Stevens

EFDD

Raymond Finch, Kristina Winberg

ENF

André Elissen, Auke Zijlstra

3

0

GUE/NGL

Malin Björk, Marie-Christine Vergiat, Dennis de Jong

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding


INFORMATIE OVER DE GOEDKEURING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

26.3.2018

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

21

1

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Inés Ayala Sender, Ryszard Czarnecki, Martina Dlabajová, Luke Ming Flanagan, Ingeborg Gräßle, Jean-François Jalkh, Wolf Klinz, Arndt Kohn, Gilles Pargneaux, Georgi Pirinski, José Ignacio Salafranca Sánchez-Neyra, Claudia Schmidt, Bart Staes, Indrek Tarand, Marco Valli, Derek Vaughan, Joachim Zeller

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Andrey Novakov, Patricija Šulin

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Laura Ferrara, Norbert Lins, Lieve Wierinck


HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

21

+

ALDE

Martina Dlabajová, Wolf Klinz, Lieve Wierinck

EFDD

Laura Ferrara, Marco Valli

ENF

Jean-François Jalkh

GUE/NGL

Luke Ming Flanagan

PPE

Ingeborg Gräßle, Norbert Lins, Andrey Novakov, José Ignacio Salafranca Sánchez-Neyra, Claudia Schmidt, Patricija Šulin, Joachim Zeller

S&D

Inés Ayala Sender, Arndt Kohn, Gilles Pargneaux, Georgi Pirinski, Derek Vaughan

Verts/ALE

Bart Staes, Indrek Tarand

1

-

ECR

Ryszard Czarnecki

0

0

 

 

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding

Laatst bijgewerkt op: 19 april 2018Juridische mededeling