Procedure : 2018/2043(BUD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0148/2018

Ingediende teksten :

A8-0148/2018

Debatten :

Stemmingen :

PV 03/05/2018 - 7.5

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0195

VERSLAG     
PDF 517kWORD 71k
26.4.2018
PE 620.786v02-00 A8-0148/2018

over het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (aanvraag van België – EGF/2017/010 BE/Caterpillar)

(COM(2018)0156 – C8‑0125/2018 – 2018/2043(BUD))

Begrotingscommissie

Rapporteur: Eider Gardiazabal Rubial

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 BIJLAGE: BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
  TOELICHTING
 BIJLAGE: BRIEF VAN DE COMMISSIE WERKGELEGENHEID EN SOCIALE ZAKEN
 BIJLAGE: BRIEF VAN DE COMMISSIE REGIONALE ONTWIKKELING
 INFORMATIE OVER DE GOEDKEURING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE
 HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (aanvraag van België – EGF/2017/010 BE/Caterpillar)

(COM(2018)0156 – C8‑0125/2018 – 2018/2043(BUD))

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2018)0156 – C8‑0125/2018),

–  gezien Verordening (EU) nr. 1309/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (2014-2020) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1927/2006(1) (EFG-verordening),

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 van de Raad van 2 december 2013 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020(2), en met name artikel 12,

–  gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer(3) (IIA 2 december 2013), en met name punt 13,

–  gezien de trialoogprocedure als bedoeld in punt 13 van het IIA van 2 december 2013,

–  gezien de brief van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken,

–  gezien de brief van de Commissie regionale ontwikkeling,

–  gezien het verslag van de Begrotingscommissie (A8-0148/2018),

A.  overwegende dat de Unie wetgevings- en begrotingsinstrumenten in het leven heeft geroepen om extra steun te verlenen aan werknemers die de gevolgen van grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen of de wereldwijde financiële en economische crisis ondervinden, en hen te helpen om op de arbeidsmarkt terug te keren;

B.  overwegende dat de financiële steun van de Unie aan ontslagen werknemers flexibel moet zijn en zo snel en efficiënt mogelijk ter beschikking moet worden gesteld;

C.  overwegende dat België aanvraag EGF/2017/010 BE/Henegouwen machines heeft ingediend voor een financiële bijdrage van het EFG naar aanleiding van 2 287 gedwongen ontslagen in de economische sector die is ingedeeld in NACE Rev. 2-afdeling 28 (Vervaardiging van machines, apparaten en werktuigen) in de regio van NUTS-niveau 2 BE32 (de provincie Henegouwen);

D.  overwegende dat de aanvraag is gebaseerd op de criteria voor steunverlening van artikel 4, lid 1, onder a), van de EFG-verordening, die vereisen dat binnen een referentieperiode van vier maanden in een onderneming in een lidstaat ten minste 500 werknemers gedwongen zijn ontslagen, met inbegrip van werknemers die gedwongen zijn ontslagen bij leveranciers, downstreamproducenten en/of zelfstandigen die hun werkzaamheden hebben beëindigd;

1.  is het met de Commissie eens dat is voldaan aan de voorwaarden die zijn vastgelegd in artikel 4, lid 1, van de EFG-verordening en dat België recht heeft op een financiële bijdrage ter hoogte van 4 621 616 EUR uit hoofde van die verordening, wat overeenkomt met 60 % van de totale kosten van 7 702 694 EUR;

2.  neemt ter kennis dat de Belgische autoriteiten de aanvraag op 18 december 2017 hebben ingediend en dat de Commissie, nadat België aanvullende gegevens had verstrekt, haar beoordeling op 23 maart 2018 heeft afgerond en het Parlement hiervan diezelfde dag nog in kennis heeft gesteld;

3.  herinnert eraan dat dit de tweede Belgische aanvraag is voor een financiële bijdrage van het EFG naar aanleiding van gedwongen ontslagen bij Caterpillar, na de eerdere aanvraag EGF/2014/011 BE/Caterpillar in juli 2014 en een positief besluit daarover(4); wijst erop dat er geen overlapping is tussen de werknemers die worden ondersteund via die aanvraag, en de werknemers waar de onderhavige aanvraag betrekking op heeft;

4.  stelt vast dat België de aanvraag onderbouwt door erop te wijzen dat de ontslagen verband houden met grote structurele veranderingen in de mondiale handelspatronen als gevolg van de globalisering, de wereldwijde concurrentie in de sector van machines voor de bouw en de mijnbouw en het daaruit voortvloeiende verlies van marktaandeel van Caterpillar in die sector; wijst erop dat de ontslagen verband houden met het algemene herstucturerings- en bezuinigingsplan dat Caterpillar in september 2015 aankondigde;

5.  is bezorgd dat ondernemingen die in derde landen actief zijn, als gevolg van minder restrictieve milieuwetgeving en lagere arbeidskosten concurrerender kunnen zijn dan ondernemingen die in de Unie actief zijn;

6.  is zich bewust van de daling van de productie van de mijnbouwsector in Europa en de dramatische daling van de uitvoer van de EU-28 in die sector sinds 2014, de stijging van de Europese staalprijs en de daaruit voortvloeiende hoge productiekosten voor machines, met name in vergelijking met China; betreurt echter dat de Caterpillar-groep heeft besloten de productie van de fabriek in Gosselies te verplaatsen naar andere productie-eenheden in Frankrijk (Grenoble) en naar andere fabrieken buiten Europa, waaronder China en Zuid-Korea; dit leidde tot een plotselinge sluiting van de Gosselies-vestiging en het ontslag van 2 300 werknemers, wat zorgde voor een diep sociaal en menselijk drama voor duizenden gezinnen, terwijl de Gosselies-vestiging rendabel was, met name na de investeringen van de voorgaande jaren;

7.  betreurt dat de werknemers van de Gosselies-vestiging te horen kregen dat de vestiging gesloten zou worden door middel van een simpele mededeling; betreurt dat dit harde besluit niet in overleg met de lokale en regionale overheden is genomen; betreurt het totale gebrek aan informatie en respect voor werknemers en vakbondsvertegenwoordigers, die vooraf geen informatie over de sluiting van de onderneming hebben ontvangen; benadrukt dan ook het belang van een betere informatievoorziening aan en van overleg met de werknemers in de Unie;

8.  dringt erop aan dat de sociaaleconomische gevolgen voor de Charleroi-regio worden verzacht en dat duurzame inspanningen worden geleverd voor het economisch herstel van de regio, met name met behulp van de Europese structuurfondsen en investeringsfondsen;

9.  herinnert eraan dat de ontslagen bij Caterpillar naar verwachting zeer negatieve gevolgen zullen hebben voor de lokale economie; benadrukt de gevolgen van dit besluit voor een groot aantal werknemers bij leveranciers en downstreamproducenten;

10.  wijst erop dat de aanvraag betrekking heeft op 2 287 ontslagen werknemers bij Caterpillar en vijf toeleveranciers, en dat de meeste van die werknemers tussen de 30 en de 54 jaar oud zijn; wijst er tevens op dat ruim 11 % van de ontslagen werknemers tussen de 55 en de 64 jaar oud is en vaardigheden heeft die specifiek zijn voor de industriesector; benadrukt dat de werkzoekenden in Charleroi meestal laaggeschoold zijn (50,6 % heeft het hoger secundair onderwijs niet voltooid) en dat 40 % langdurig werkloos is (meer dan 24 maanden); betreurt het feit dat volgens de Forem (de Waalse dienst voor arbeidsvoorziening en beroepsopleiding) het werkloosheidscijfer in de provincie Henegouwen met deze ontslagen naar verwachting met 6,1 % zal toenemen; wijst tegen deze achtergrond op het belang van door het EFG medegefinancierde actieve arbeidsmarktmaatregelen voor het vergroten van de kans dat deze groepen opnieuw een baan vinden;

11.  verwelkomt het feit dat door het EFG medegefinancierde individuele dienstverlening verstrekt zal worden aan maximaal 300 jongeren onder de 30 jaar die geen werk hebben en evenmin onderwijs of een opleiding volgen (NEET's);

12.  wijst erop dat België voornemens is vijf soorten maatregelen te nemen voor de ontslagen werknemers en NEET's die onder deze aanvraag vallen: (i) individuele begeleiding bij het zoeken naar een baan, dossierbeheer en algemene informatieverstrekking, (ii) opleiding en herscholing, (iii) bevordering van ondernemerschap, (iv) bijdrage aan het opstarten van een bedrijf en (v) vergoedingen en toelagen; benadrukt dat ervoor moet worden gezorgd dat de financiële steun doeltreffend en doelgericht is;

13.  is verheugd over het besluit om opleidingscursussen te organiseren die zijn afgestemd op de ontwikkelingsprioriteiten van Charleroi, zoals uiteengezet in het CATCH-plan(5);

14.  is tevreden dat de maatregelen inzake inkomenssteun 13,68 % van het totale pakket aan individuele maatregelen zullen uitmaken, wat ver onder het maximum van 35 % ligt dat in de EFG-verordening wordt genoemd, en dat deze maatregelen afhankelijk zijn gesteld van de actieve participatie van de beoogde begunstigden in activiteiten voor het vinden van werk of opleiding;

15.  verwelkomt het feit dat het gecoördineerde pakket van individuele dienstverlening werd opgesteld in overleg met een werkgroep, die bestond uit de Waalse dienst voor arbeidsvoorziening en beroepsopleiding, het investeringsfonds Sogepa, vertegenwoordigers van de vakbonden en andere sociale partners; roept de Belgische en Waalse autoriteiten op om actief aan dit proces deel te nemen;

16.  herinnert aan zijn resolutie van 5 oktober 2016 over de behoefte aan een Europees herindustrialiseringsbeleid in het licht van de recente Caterpillar- en Alstom-zaken, die met grote meerderheid is aangenomen, waarin Europa wordt opgeroepen een echt industriebeleid te voeren dat met name is gebaseerd op onderzoek, ontwikkeling en innovatie, maar waarin ook het belang wordt benadrukt van bescherming van de industrie van de Unie tegen oneerlijke handelspraktijken in derde landen;

17.  stelt vast dat de Belgische autoriteiten de verzekering hebben gegeven dat voor de voorgestelde acties geen financiële steun zal worden ontvangen uit andere fondsen of financiële instrumenten van de Unie, dat dubbele financiering zal worden voorkomen en dat de maatregelen complementair zullen zijn met acties die uit de Structuurfondsen worden gefinancierd;

18.  herhaalt dat uit het EFG afkomstige steun niet in de plaats mag komen van maatregelen waartoe ondernemingen verplicht zijn krachtens de nationale wetgeving of collectieve overeenkomsten, noch van maatregelen voor de herstructurering van ondernemingen of sectoren;

19.  benadrukt dat per 15 maart 2018 slechts 591 van de ontslagen werknemers werk hadden gevonden; dringt er daarom op aan dat er aan het einde van de steunperiode van het EFG een analyse wordt uitgevoerd om te beoordelen of er verdere steun voor herintegratie moet worden verleend; betreurt dat het vorige besluit betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG voor dit bedrijf (EGF/2014/011) ertoe heeft geleid dat een relatief laag percentage begunstigden opnieuw werk heeft gevonden; hoopt dat in het huidige voorstel met deze ervaring rekening zal worden gehouden;

20.  herinnert eraan dat in artikel 7 van de EFG-verordening is bepaald dat bij het samenstellen van het gecoördineerde pakket van individuele dienstverlening rekening moet worden gehouden met de toekomstperspectieven op de arbeidsmarkt en de vereiste vaardigheden, en dat het pakket moet passen in de overgang naar een grondstoffenefficiënte en duurzame economie;

21.  verzoekt de Commissie er bij de nationale autoriteiten op aan te dringen om in toekomstige voorstellen meer details te geven over de sectoren met groeipotentieel, waarin dus waarschijnlijk mensen in dienst kunnen worden genomen, alsook onderbouwde gegevens over de impact van de EFG-financiering te verzamelen, onder meer over de kwaliteit van de banen en het herintredingspercentage dat dankzij het EFG bereikt is;

22.  herhaalt zijn oproep aan de Commissie ervoor te zorgen dat alle documenten in verband met EFG-zaken openbaar toegankelijk zijn;

23.  hecht zijn goedkeuring aan het bij deze resolutie gevoegde besluit;

24.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit samen met de voorzitter van de Raad te ondertekenen en zorg te dragen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie;

25.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie, met inbegrip van de bijlage, te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

(1)

PB L 347 van 20.12.2013, blz. 855.

(2)

PB L 347 van 20.12.2013, blz. 884.

(3)

PB C 373 van 20.12.2013, blz. 1.

(4)

Besluit (EU) 2015/471 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2015 betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (aanvraag van België – EGF/2014/011 BE/Caterpillar) (PB L 76 van 20.3.2015, blz. 58).

(5)

Plan CATCH, Accélérer la Croissance de l'Emploi dans la Région de Charleroi, september 2017, http://www.catch-charleroi.be/.


BIJLAGE: BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (aanvraag van België – EGF/2017/010 BE/Caterpillar)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 1309/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (2014-2020) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1927/2006(1), en met name artikel 15, lid 4,

Gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer(2), en met name punt 13,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1) Het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) is opgericht om steun te verlenen aan werknemers die werkloos zijn geworden en aan zelfstandigen die hun werkzaamheden hebben beëindigd als gevolg van uit de globalisering voortvloeiende grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen, het aanhouden van de wereldwijde financiële en economische crisis of een nieuwe wereldwijde financiële en economische crisis, en hen te helpen om op de arbeidsmarkt terug te keren.

(2) Zoals vastgesteld in artikel 12 van Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 van de Raad, mag het EFG het jaarlijks maximumbedrag van 150 miljoen EUR (in prijzen van 2011) niet overschrijden(3).

(3) Op 18 december 2017 heeft België een aanvraag ingediend voor een financiële bijdrage van het EFG naar aanleiding van ontslagen bij Caterpillar en vijf leveranciers. België heeft overeenkomstig artikel 8, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1309/2013 aanvullende gegevens verstrekt. De aanvraag voldoet aan de voorwaarden voor een financiële bijdrage uit het EFG overeenkomstig artikel 13 van Verordening (EU) nr. 1309/2013.

(4) België heeft besloten om door het EFG medegefinancierde individuele dienstverlening overeenkomstig artikel 6, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1309/2013 ook te verlenen aan 300 NEET's (jongeren die geen werk hebben en evenmin onderwijs of een opleiding volgen).

(5) Er moeten dan ook middelen uit het EFG beschikbaar worden gesteld om naar aanleiding van de aanvraag van België een financiële bijdrage van 4 621 616 EUR te verstrekken.

(6) Teneinde zo snel mogelijk middelen uit het EFG ter beschikking te stellen, moet dit besluit van toepassing zijn vanaf de datum waarop het wordt vastgesteld,

HEBBEN HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Ten laste van de algemene begroting van de Unie voor het begrotingsjaar 2018 wordt een bedrag van 4 621 616 EUR aan vastleggings- en betalingskredieten beschikbaar gesteld uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie. Het is van toepassing vanaf … [de datum van vaststelling](4)*.

Gedaan te Brussel,

Voor het Europees Parlement           Voor de Raad

De Voorzitter               De Voorzitter

(1)

PB L 347 van 20.12.2013, blz. 855.

(2)

PB C 373 van 20.12.2013, blz. 1.

(3)

Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 van de Raad van 2 december 2013 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020 (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 884).

(4)

*    Datum in te voegen door het Parlement vóór de bekendmaking in het PB.


TOELICHTING

I.  Achtergrond

Het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) is opgericht om extra steun te verlenen aan werknemers die de gevolgen van grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen ondervinden.

Overeenkomstig de bepalingen van artikel 12 van Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020(1) en van artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1309/2013(2) mag het jaarlijkse maximumbedrag ten behoeve van het fonds niet meer dan 150 miljoen EUR bedragen (prijzen 2011). De benodigde bedragen worden als voorziening opgenomen in de algemene begroting van de Unie.

Overeenkomstig punt 13 van het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer(3) verloopt de procedure om het fonds te activeren als volgt: na een positieve beoordeling van een aanvraag legt de Commissie een voorstel tot beschikbaarstelling van middelen uit het fonds aan de begrotingsautoriteit voor, samen met een bijbehorend overschrijvingsverzoek. Indien geen eensgezindheid bestaat, wordt een trialoogprocedure ingeleid.

II.  De aanvraag van België en het voorstel van de Commissie

Op 18 december 2017 heeft de Commissie een voorstel goedgekeurd voor een besluit betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG aan België om de terugkeer op de arbeidsmarkt te ondersteunen van werknemers die gedwongen zijn ontslagen bij Caterpillar Solar Gosselies (Caterpillar) en vijf leveranciers, actief in de NACE Rev. 2-afdeling 28 (Vervaardiging van machines, apparaten en werktuigen). De ontslagen bij de ondernemingen vielen in de regio van NUTS-niveau 2 Henegouwen (BE32). Het voorstel werd op 23 maart 2018 toegestuurd aan het Europees Parlement.

Dit de vierde aanvraag die in het kader van de begroting voor 2018 wordt behandeld en de vijftiende in de economische sector die is ingedeeld in NACE Rev. 2-afdeling 28 (Vervaardiging van machines, apparaten en werktuigen) sinds de oprichting van het EFG. De aanvraag heeft betrekking op 2 287 ontslagen werknemers en omvat een totaal bedrag van 4 621 616 EUR uit het EFG voor België.

De aanvraag werd op 18 december 2017 bij de Commissie ingediend, en op 4 februari 2018 werden aanvullende gegevens verstrekt. De Commissie heeft haar beoordeling op 23 maart 2018 afgerond en overeenkomstig alle toepasselijke bepalingen van de EFG‑verordening geconcludeerd dat de aanvraag voldoet aan de voorwaarden voor het toekennen van een financiële bijdrage uit het EFG, als bedoeld in artikel 4, lid 1, van de EFG‑verordening.

België onderbouwt de aanvraag door erop te wijzen dat de ontslagen verband houden met grote structurele veranderingen in de mondiale handelspatronen als gevolg van de globalisering, de wereldwijde concurrentie in de sector van machines voor de bouw en de mijnbouw en het daaruit voortvloeiende verlies van marktaandeel van Caterpillar. De daling van de productie van de mijnbouwsector in Europa (van 234 miljoen EUR in 2012 naar 180 miljoen EUR in 2015), de dramatische daling van de uitvoer van de EU-28 sinds 2014, de stijging van de Europese staalprijs en de daaruit voortvloeiende hoge productiekosten voor machines hebben geleid tot de personeelsinkrimping in de Caterpillarvestiging te Gosselies.

De ontslagen zijn gevallen in de provincie Henegouwen, die te kampen heeft met hoge werkloosheid. De werkzoekenden in Charleroi zijn meestal laaggeschoold (50,6 % heeft het hoger secundair onderwijs niet voltooid) en 40 % is langdurig werkloos.

Een groot deel van de ontslagen werknemers bestaat uit mannen en de grote meerderheid van hen is tussen de 30 en 54 jaar oud, terwijl 11,51 % tussen de 55 en de 64 jaar oud is. Tot 300 van hen zijn jongeren die geen werk hebben en evenmin onderwijs of een opleiding volgen (NEET's) en die jonger zijn dan 30 jaar. Door het EFG medegefinancierde actieve arbeidsmarktmaatregelen zijn dan ook uitermate belangrijk voor het vergroten van de kans van deze groepen op het vinden van een nieuwe baan.

De vijf soorten maatregelen die aan de ontslagen werknemers worden aangeboden en waarvoor medefinanciering uit het EFG wordt gevraagd, bestaan uit:

– Individuele begeleiding bij het zoeken naar een baan, dossierbeheer en algemene informatieverstrekking: Deze maatregelen omvatten geïndividualiseerde hulp bij het zoeken naar werk, zoals counseling en loopbaanbegeleiding, en open informatieverstrekking voor werknemers en NEET's.

– Opleiding en herscholing: Dit omvat beroepsopleiding en bijscholing voor werknemers en NEET's.

– Bevordering van ondernemerschap: Deze maatregel zal voor de deelnemers een steunregeling voor ondernemers inhouden, waarin nauw zal worden samengewerkt met de regionale autoriteiten om zelfstandige activiteiten te stimuleren.

– Bijdrage aan het opstarten van een bedrijf: Deze maatregel zal starterspremies verstrekken om het opzetten van bedrijfsactiviteiten en zelfstandige activiteiten te stimuleren, en voor het oprichten en opstarten van een bedrijf dat een voltijdse of deeltijdse betrekking inhoudt.

– Vergoedingen en toelagen: Het gaat onder meer om opleidingstoelagen; mobiliteitstoelagen om mensen te stimuleren een baan aan te nemen die zich verder bevindt; terug-naar-school-toelagen; toelage voor het zoeken naar werk; en ondernemerschapstoelagen.

Volgens de Commissie zijn de beschreven maatregelen actieve arbeidsmarktmaatregelen die behoren tot de in artikel 7 van de EFG-verordening vastgestelde subsidiabele acties, en vormen zij geen vervanging van passieve socialebeschermingsmaatregelen.

De Belgische autoriteiten hebben op de volgende punten de nodige garanties geboden:

– bij de toegang tot de voorgestelde acties en de uitvoering ervan zullen de beginselen van gelijke behandeling en non-discriminatie in acht worden genomen;

– aan de voorschriften van de nationale en EU-wetgeving betreffende collectieve ontslagen is voldaan;

– de ondernemingen waar de ontslagen zijn gevallen en die hun activiteiten hebben voortgezet zijn hun wettelijke verplichtingen bij ontslagen nagekomen en hebben voor hun werknemers de nodige maatregelen getroffen;

– voor de voorgestelde acties zal geen financiële steun worden ontvangen uit andere fondsen of financiële instrumenten van de Unie, en dubbele financiering zal worden voorkomen;

– de voorgestelde maatregelen zullen complementair zijn met acties die door de structuurfondsen worden gefinancierd;

– de financiële bijdrage uit het EFG zal voldoen aan de procedurele en materiële EU-regels inzake overheidssteun.

België heeft de Commissie meegedeeld dat de Forem (de Waalse dienst voor arbeidsvoorziening en beroepsopleiding) en het Waalse Gewest de bronnen van nationale pre- of medefinanciering zijn. De financiële bijdrage zal worden beheerd en gecontroleerd door dezelfde instanties die ook verantwoordelijk zijn voor het Europees Sociaal Fonds (ESF).

III.  Procedure

Om middelen uit het fonds beschikbaar te kunnen stellen, heeft de Commissie de begrotingsautoriteit een verzoek doen toekomen tot overschrijving van een totaalbedrag van 4 621 616 EUR uit de EFG-reserve (40 02 43) naar de EFG-begrotingslijn (04 04 01).

Dit is het vierde voorstel betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het fonds dat tot op heden in 2018 bij de begrotingsautoriteit is ingediend.

Indien er geen eensgezindheid bestaat, wordt overeenkomstig artikel 15, lid 4, van de EFG-verordening de trialoogprocedure ingeleid.

Overeenkomstig een interne afspraak moet de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken bij dit proces worden betrokken, zodat zij op constructieve wijze kan bijdragen aan de beoordeling van de aanvragen voor steun uit het EFG.

(1)

PB L 347 van 20.12.2013, blz. 884.

(2)

PB L 347 van 20.12.2013, blz. 855.

(3)

PB C 373 van 20.12.2013, blz. 1.


BIJLAGE: BRIEF VAN DE COMMISSIE WERKGELEGENHEID EN SOCIALE ZAKEN

D(2018)16023

De heer Jean Arthuis

Voorzitter van de Begrotingscommissie

ASP 09G205

Betreft: Advies inzake de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) in dossier EGF/2017/010 BE/Caterpillar

Geachte voorzitter,

De Commissie werkgelegenheid en sociale zaken (EMPL) en haar werkgroep EFG hebben de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG in dossier EGF/2017/010 BE/Caterpillar onderzocht en het volgende advies goedgekeurd.

De Commissie EMPL en de werkgroep EFG zijn voorstander van de beschikbaarstelling van middelen uit het fonds voor het gevraagde doel. De Commissie EMPL formuleert in dit verband een aantal opmerkingen, zonder evenwel de betaling ter discussie te willen stellen.

Bij haar beraadslagingen is de Commissie EMPL uitgegaan van de volgende overwegingen:

A)  overwegende dat deze aanvraag gebaseerd is op artikel 4, lid 1, onder a), van Verordening (EU) nr. 1309/2013 (EFG-verordening) en betrekking heeft op 2 287 werknemers die zijn ontslagen bij Caterpillar Solar Gosselies (Caterpillar) en vijf leveranciers, actief in de NACE Rev. 2-afdeling 28 (Vervaardiging van machines, apparaten en werktuigen);

B)  overwegende dat België het verband tussen de ontslagen en de grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen ingevolge de globalisering legt met het argument dat de voornaamste reden voor de vermindering van het aantal werknemers de wereldwijde concurrentie is in de sector van machines voor de bouw en de mijnbouw en het daaruit voortvloeiende verlies van marktaandeel van Caterpillar in die sector;

C)  overwegende dat 92,47 % van de werknemers waarop de maatregelen betrekking hebben man is, en 7,53 % vrouw; overwegende dat 85,34 % van de beoogde begunstigden tussen de 30 en 54 jaar oud is en 11,51 % tussen de 55 en 64 jaar oud;

D)  overwegende dat België in 2014 een EFG-aanvraag heeft ingediend met betrekking tot 1 399 werknemers bij deze onderneming en dat het voorliggende voorstel betrekking heeft op de resterende 1 997 werknemers bij de vestiging.

De Commissie werkgelegenheid en sociale zaken verzoekt derhalve de ten principale bevoegde Begrotingscommissie onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie over de Belgische aanvraag op te nemen:

1.  is het met de Commissie eens dat is voldaan aan de interventiecriteria die zijn vastgelegd in artikel 4, lid 1, onder a), van Verordening (EU) nr. 1309/2013, en dat België derhalve uit hoofde van deze verordening recht heeft op een financiële bijdrage van 4 621 616 EUR, hetgeen overeenkomt met 60 % van de totale kosten van 7 702 694 EUR;

2.  benadrukt dat de werkloosheid in de provincie Henegouwen naar verwachting zal toenemen tot 6,1 %, dat de werkzoekenden in Henegouwen meestal laaggeschoold zijn en dat de langdurige werkloosheid hoog is;

3.  is verheugd over het besluit om opleidingscursussen te organiseren die zijn afgestemd op de ontwikkelingsprioriteiten van Charleroi, zoals uiteengezet in het CATCH-plan(1);

4.  verwelkomt het besluit van België om het gecoördineerde pakket van individuele dienstverlening op te stellen in overleg met een werkgroep, die bestond uit de Waalse dienst voor arbeidsvoorziening en beroepsopleiding, Sogepa(2), vertegenwoordigers van de vakbonden en andere sociale partners;

5.  is tevreden dat de maatregelen inzake inkomenssteun 13,68 % zullen uitmaken van het totale pakket van individuele maatregelen, hetgeen ruim onder het maximum van 35 % ligt dat is vastgelegd in de verordening; en dat deze acties afhankelijk zijn gesteld van de actieve deelname van de beoogde begunstigden aan opleidingsactiviteiten en activiteiten in verband met het zoeken van een baan;

6.  wijst erop dat de door het EFG medegefinancierde individuele dienstverlening bestaat uit individuele bij het zoeken naar een baan, dossierbeheer en algemene informatieverstrekking, opleiding en herscholing, bevordering van ondernemerschap, bijdrage aan het opstarten van een bedrijf en vergoedingen en toelagen;

7.  betreurt dat de vorige beschikbaarstelling van middelen uit het EFG voor dit bedrijf (EGF/2014/011) ertoe heeft geleid dat een relatief laag percentage begunstigden opnieuw werk heeft gevonden; hoopt dat in het huidige voorstel met deze ervaring rekening zal worden gehouden;

8.  verwelkomt het besluit om ook door het EFG medegefinancierde individuele dienstverlening te verstrekken aan maximaal 300 jongeren onder de 30 die geen werk hebben en evenmin onderwijs of een opleiding volgen (NEET's), gezien de hoge jeugdwerkloosheid in deze regio;

9.  is bezorgd dat ondernemingen die in derde landen actief zijn, als gevolg van minder restrictieve milieuwetgeving en lagere arbeidskosten concurrerender kunnen zijn dan ondernemingen die in de Unie actief zijn;

10.  stelt vast dat de Belgische autoriteiten de verzekering hebben gegeven dat voor de voorgestelde acties geen financiële steun zal worden ontvangen uit andere fondsen of financiële instrumenten van de Unie, dat dubbele financiering zal worden voorkomen en dat de maatregelen complementair zullen zijn met acties die uit de Structuurfondsen worden gefinancierd;

11.  is ingenomen met het feit dat België heeft bevestigd dat een financiële bijdrage uit het EFG niet in de plaats zal komen van maatregelen die de betrokken onderneming verplicht is te nemen krachtens het nationale recht of ingevolge collectieve arbeidsovereenkomsten;

12.  herinnert eraan dat in artikel 7 van de verordening is bepaald dat bij het samenstellen van het gecoördineerde pakket van individuele dienstverlening rekening moet worden gehouden met de toekomstperspectieven op de arbeidsmarkt en de vereiste vaardigheden, en dat het gecoördineerde pakket gericht moet zijn op de overgang naar een grondstofefficiënte en duurzame economie.

Hoogachtend,

Marita ULVSKOG

Fungerend voorzitter EMPL

(1)

Plan CATCH, Accélérer la Croissance de l'Emploi dans la Région de Charleroi, september 2017

http://www.catch-charleroi.be/

(2)

Sogepa is een investeringsfonds dat investeringsdiensten aanbiedt en bedrijfssaneringsinitiatieven begeleidt op basis van betrouwbare en duurzame economische en industriële projecten.


BIJLAGE: BRIEF VAN DE COMMISSIE REGIONALE ONTWIKKELING

De heer Jean ARTHUIS

Voorzitter

Begrotingscommissie

Europees Parlement

Betreft:  Beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering

Geachte heer Arthuis,

Een voorstel van de Commissie voor een besluit betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) is voor advies doorverwezen naar de Commissie regionale ontwikkeling. Ik heb begrepen dat het de bedoeling is dat op 23-24 april 2018 een verslag over dit voorstel in de Begrotingscommissie wordt goedgekeurd:

-  COM(2018)0156 bevat een voorstel voor een bijdrage uit het EFG van 4 621 616 EUR voor 2 287 werknemers die werden ontslagen bij Caterpillar Solar Gosselies (Caterpillar) en vijf toeleveranciers. Caterpillar is actief in de economische sector die is ingedeeld in NACE Rev. 2-afdeling 28 (Vervaardiging van machines, apparaten en werktuigen). De ontslagen bij de betrokken ondernemingen vielen in de regio van NUTS-niveau 2 BE32 (de provincie Henegouwen) in België.

De regels die van toepassing zijn op de financiële bijdragen uit het EFG zijn vastgesteld in Verordening (EU) nr. 1309/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (2014-2020) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1927/2006.

De commissiecoördinatoren hebben dit voorstel besproken, en mij verzocht u te schrijven dat de meerderheid in deze commissie geen bezwaar heeft tegen de beschikbaarstelling van het voornoemde bedrag uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering, zoals door de Commissie voorgesteld.

Hoogachtend,

Iskra MIHAYLOVA


INFORMATIE OVER DE GOEDKEURING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

24.4.2018

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

27

2

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Jean Arthuis, Richard Ashworth, Reimer Böge, Gérard Deprez, Manuel dos Santos, André Elissen, José Manuel Fernandes, Eider Gardiazabal Rubial, Ingeborg Gräßle, Monika Hohlmeier, John Howarth, Bernd Kölmel, Vladimír Maňka, Siegfried Mureşan, Liadh Ní Riada, Jan Olbrycht, Răzvan Popa, Paul Rübig, Petri Sarvamaa, Indrek Tarand, Inese Vaidere, Monika Vana, Tiemo Wölken, Marco Zanni

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Jean-Paul Denanot, Anneli Jäätteenmäki, Ivana Maletić, Andrey Novakov, Tomáš Zdechovský


HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

27

+

ALDE

Jean Arthuis, Gérard Deprez, Anneli Jäätteenmäki

ENF

Marco Zanni

GUE/NGL

Liadh Ní Riada

PPE

Richard Ashworth, Reimer Böge, José Manuel Fernandes, Ingeborg Gräßle, Monika Hohlmeier, Ivana Maletić, Siegfried Mureşan, Andrey Novakov, Jan Olbrycht, Paul Rübig, Petri Sarvamaa, Inese Vaidere, Tomáš Zdechovský

S&D

Jean-Paul Denanot, Eider Gardiazabal Rubial, John Howarth, Vladimír Maňka, Răzvan Popa, Tiemo Wölken, Manuel dos Santos

Verts/ALE

Indrek Tarand, Monika Vana

2

-

ECR

Bernd Kölmel

ENF

André Elissen

0

0

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding

Laatst bijgewerkt op: 30 april 2018Juridische mededeling