Procedure : 2017/0326(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0153/2018

Ingediende teksten :

A8-0153/2018

Debatten :

Stemmingen :

PV 25/10/2018 - 13.10

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0426

VERSLAG     ***I
PDF 571kWORD 90k
27.4.2018
PE 616.660v02-00 A8-0153/2018

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1093/2010 wat betreft de vestigingsplaats van de zetel van de Europese Bankautoriteit

(COM(2017)0734 – C8-0420/2017 – 2017/0326(COD))

Commissie economische en monetaire zaken

Rapporteur: Burkhard Balz, Pervenche Berès

AMENDEMENTEN
ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 ADVIES van de Begrotingscommissie
 ADVIES van de Commissie constitutionele zaken
 PROCEDURE VAN DE BEVOEGDE COMMISSIE
 HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1093/2010 wat betreft de vestigingsplaats van de zetel van de Europese Bankautoriteit

(COM(2017)0734 – C8-0420/2017 – 2017/0326(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2017)0734),

–  gezien artikel 294, lid 2, en artikel 114 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C8-0420/2017),

–  gezien artikel 295 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, alsmede het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 tussen het Europees Parlement, de Raad van de Europese Unie en de Europese Commissie over beter wetgeven, waarin deze instellingen zich ertoe hebben verbonden in alle stadia van de wetgevingscyclus loyaal en transparant samen te werken en daarbij herinneren aan de gelijkheid van beide medewetgevers,

–  gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de gezamenlijke verklaring van het Europees Parlement, de Raad van de Europese Unie en de Europese Commissie over de gedecentraliseerde agentschappen van 19 juli 2012,

–  gezien de procedure met het oog op een besluit over de hervestiging van het Europees Geneesmiddelenbureau en de Europese Toezichthoudende Autoriteit (de Europese Bankautoriteit) (EBA) in het kader van de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Unie, zoals goedgekeurd in de marge van de Europese Raad (artikel 50-samenstelling) op 22 juni 2017,

–  na raadpleging van de Europese Centrale Bank,

–  gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 17 januari 2018(1),

–  gezien artikel 59 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie economische en monetaire zaken en de adviezen van de Begrotingscommissie en de Commissie constitutionele zaken (A8–0153/2018),

1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.  vraagt dat de gemeenschappelijke aanpak die als bijlage bij de gezamenlijke verklaring van het Europees Parlement, de Raad van de Europese Unie en de Europese Commissie van 19 juli 2012 over de gedecentraliseerde agentschappen is gevoegd, onverwijld wordt herzien om naar behoren rekening te houden met de rol van het Parlement in het besluitvormingsproces over de vestigingsplaats van agentschappen, gelet op zijn prerogatieven als medewetgever in de gewone wetgevingsprocedure, en vraagt daarom dat het Parlement nauw bij dat besluitvormingsproces wordt betrokken;

3.  herinnert aan de criteria voor de hervestiging van de agentschappen van de Unie in Londen in het kader van de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Unie, zoals door de Commissie vastgesteld en door de staatshoofden en regeringsleiders van de EU27 tijdens de Europese Raad (in de samenstelling van artikel 50 VEU) op 22 juni 2017 bekrachtigd, te weten: i. de verzekering dat het agentschap op de locatie kan worden opgezet en zijn taken verder kan verrichten vanaf de datum van terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Unie; ii. de toegankelijkheid van de vestigingsplaats; iii. de aanwezigheid van adequate onderwijsvoorzieningen voor de kinderen van personeelsleden van het agentschap; iv. toegang tot de arbeidsmarkt, sociale zekerheid en gezondheidszorg voor echtgenoten en kinderen; v. continuïteit van de werkzaamheden, en vi. geografische spreiding;

4.  betreurt dat het Parlement niet is betrokken bij de vaststelling en de weging van de criteria voor de selectie van de vestigingsplaats van de zetel van de EBA, ondanks zijn prerogatieven, waaronder dat het Parlement en de Raad gelijkwaardige medewetgevers zijn ten aanzien van Verordening (EU) nr. 1093/2010(2) tot oprichting van de EBA en tot vaststelling van haar vestigingsplaats;

5.  herinnert eraan dat het besluit van 2010 betreffende de vestigingsplaats van de EBA, net als het besluit betreffende de vestigingsplaats van de EIOPA en de ESMA, genomen is overeenkomstig de gewone wetgevingsprocedure, na een volledige trialoogprocedure; wijst erop dat het besluit betreffende de zetel van het agentschap in Londen dat eveneens hergevestigd moet worden, genomen is in onderlinge overeenstemming tussen de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten, op het niveau van de staatshoofden en regeringsleiders bijeen; wijst erop dat de Raad (in de samenstelling van artikel 50 VEU) de nieuwe zetel van de EBA gekozen heeft op basis van de gezamenlijke verklaring over de gedecentraliseerde agentschappen van 19 juli 2012, die een lagere juridische status heeft dan Verordening (EU) nr. 1093/2010;

6.  betreurt het gebrek aan transparantie en democratische verantwoording bij de stemprocedure in de Raad op 20 november 2017, waarmee definitieve besluiten op het trekken van lootjes neerkomt; wijst erop dat de agentschappen op dit moment gedeeltelijk worden gefinancierd met middelen van de begroting van de Unie en dat de hervestigingskosten ook gedeeltelijk ten laste van de begroting van de Unie zouden kunnen komen (een kwestie waarover de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk momenteel nog onderhandelen); beklemtoont in dit verband het belang van democratische verantwoording, alsmede van een transparant en inzichtelijk besluitvormingsproces, in het belang van de Europese burgers; verzoekt om meer gedetailleerde informatie over de weging van de door de Raad gehanteerde criteria voor de selectie van de vestigingsplaats van het EBA;

7.  is van oordeel dat het Parlement stelselmatig en op voet van gelijkwaardigheid met de Commissie en de Raad betrokken moet worden bij de vaststelling en de weging van de criteria voor de selectie van de vestigingsplaats van de zetel van alle organen en agentschappen van de Unie; verzoekt de Commissie en de Raad om herziening van de gezamenlijke verklaring over de gedecentraliseerde agentschappen van 19 juli 2012, met als doel het garanderen van een sterke betrokkenheid van het Parlement, met inachtneming van in het bijzonder zijn medebeslissingsbevoegdheden;

8.  beklemtoont de verschillende taken en gebieden van expertise van de Europese toezichthoudende autoriteiten EBA, EIOPA en ESMA; herinnert aan het weloverwogen besluit van de medewetgevers om drie autoriteiten in het leven te roepen met verschillende taken en gebieden van expertise, één voor banken, één voor effecten, en één voor verzekeringen en pensioenen; eist dat deze verdeling weerspiegeld blijft in de regelgevings- en toezichtsbevoegdheden en de governance van deze toezichthoudende autoriteiten, alsmede in de belangrijkste aspecten van de opzet en de financiering van hun activiteiten, ongeacht hun vestigingsplaats, mét ruimte voor het - in voorkomend geval - delen van administratieve ondersteunende diensten en bedrijfsondersteuningsdiensten die geen verband houden met de kerntaken, en verzoekt de Commissie en de Raad de huidige opzet van de drie toezichthoudende autoriteiten gedurende en ná de hervestiging van de EBA te handhaven; eist dat het hierover regelmatig door de Commissie wordt geïnformeerd, in het bijzonder gedurende de lopende wetgevingsprocedure voor de evaluatie van de Europese toezichthoudende autoriteiten (COM(2017)536)); herinnert eraan dat artikel 7 van Verordening (EU) nr. 1093/2010 onderdeel uitmaakt van de wetgevingsprocedure voor de evaluatie van de Europese toezichthoudende autoriteiten (COM(2017)536));

9.  onderstreept dat de hervestiging afgerond en de nieuwe gebouwen gereed moeten zijn op het moment dat het Verenigd Koninkrijk zich daadwerkelijk terugtrekt uit de Europese Unie;

10.  verzoekt de Commissie om hernieuwde voorlegging aan het Parlement indien zij haar voorstel vervangt, ingrijpend wijzigt of voornemens is het ingrijpend te wijzigen;

11.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

Amendement    1

AMENDEMENTEN VAN HET EUROPEES PARLEMENT(3)*

op het voorstel van de Commissie

---------------------------------------------------------

Voorstel voor een

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1093/2010 wat betreft de vestigingsplaats van de zetel van de Europese Bankautoriteit

(Voor de EER relevante tekst)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 114,

Gezien op het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name op artikel 13, lid 2,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van de Europese Centrale Bank(4),

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité(5),

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)  Aangezien het Verenigd Koninkrijk op 29 maart 2017 overeenkomstig artikel 50 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) kennis heeft gegeven van zijn voornemen om zich uit de Unie terug te trekken, hebben de resterende 27 lidstaten in de marge van de Raad Algemene Zaken (artikel 50) Parijs, Frankrijk, gekozen als nieuwe zetel van de Europese Toezichthoudende Autoriteit (de Europese Bankautoriteit) (EBA).

1 bis)  De kosten van de verplaatsing van de zetel van de EBA ontstaan als gevolg van het unilaterale besluit van het Verenigd Koninkrijk om zich uit de Unie terug te trekken. Op basis van het gezamenlijk verslag van de onderhandelaars van de Europese Unie en van de regering van het Verenigd Koninkrijk van 8 december 2017 en van de toezegging van het Verenigd Koninkrijk om voor de begrotingsjaren 2019 en 2020 aan de algemene begroting van de Unie te blijven bijdragen alsof het lid van de Unie bleef en bij te dragen aan zijn deel van de financiering van de verplichtingen die op 31 december 2020 uitstaan, zullen deze kosten evenwel door alle belastingbetalers in de Unie worden gedragen middels de algemene begroting van de Unie. Het Verenigd Koninkrijk heeft aangeboden met de agentschappen van de Unie die in Londen gevestigd zijn te bespreken op welke wijze zij hun vertrekkosten kunnen reduceren.

(2)  Gezien artikel 50, lid 3, VEU moet de EBA haar nieuwe zetel innemen vanaf de datum waarop de Verdragen niet meer op het Verenigd Koninkrijk van toepassing zijn of, als dat eerder is, vanaf 30 maart 2019.

(3)  Om ervoor te zorgen dat de EBA op haar nieuwe locatie naar behoren functioneert, moet een zetelovereenkomst worden gesloten, en moet - overeenkomstig artikel 88 van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013(6) van de Commissie - toestemming worden verleend voor een onroerendgoedproject, voordat de EBA haar nieuwe zetel inneemt. De nieuwe gebouwen moeten gereed zijn en klaar voor permanente hervestiging op het moment dat het Verenigd Koninkrijk zich daadwerkelijk terugtrekt uit de Europese Unie. In de zetelovereenkomst moet de verantwoordelijkheid van de Franse autoriteiten tot uitdrukking worden gebracht voor het creëren van de meest geschikte voorwaarden en voor het vinden van de meest doeltreffende oplossing voor de locatie van de EBA.

(3 bis)  De verplaatsing van de zetel van de EBA wijzigt niets aan de lijst van het aantal ambten zoals vastgesteld door het Europees Parlement en de Raad, en is evenmin van invloed op het Statuut van de ambtenaren en andere personeelsleden die bij de EBA werken.

(4)  Om de EBA voldoende tijd te geven voor de hervestiging, moet deze verordening met spoed in werking treden, met inachtneming van de medebeslissingsbevoegdheden van het Europees Parlement en de Raad.

(4 bis)  Teneinde te erkennen dat het mogelijk is de vestigingsplaats van een gedecentraliseerd agentschap vast te stellen in een wetgevingshandeling van de Unie middels de gewone wetgevingsprocedure, komen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie overeen op uiterlijk 31 december 2018 overeenstemming te bereiken over een herziene gezamenlijke verklaring over de gedecentraliseerde agentschappen. De selectie van de vestigingsplaats van een agentschap van de Unie moet plaatsvinden middels een transparante procedure die de democratische verantwoording versterkt, en middels het gezamenlijk vaststellen en wegen van de selectiecriteria.

(4 ter)  De hervestiging van de EBA moet geen gevolgen hebben voor de uitvoering van het specifieke mandaat of het handhaven van de aparte rechtspersoonlijkheid van de Europese toezichthoudende autoriteiten. De hervestiging kan, in voorkomend geval, aanleiding geven tot het delen van administratieve ondersteunende diensten en bedrijfsondersteuningsdiensten met agentschappen van de Unie die geen verband houden met kerntaken. Met het oog op de doeltreffendheid van die agentschappen moeten het Europees Parlement, de Raad en de Commissie wanneer zij de gezamenlijke verklaring over de gedecentraliseerde agentschappen herzien, voortbouwen op de aanbevelingen van de interinstitutionele werkgroep over de middelen van de gedecentraliseerde agentschappen.

(5)  Verordening (EU) nr. 1093/2010 van het Europees Parlement en de Raad(7) dient derhalve dienovereenkomstig te worden gewijzigd.

(5 bis)  Artikel 13, lid 2, VEU bepaalt dat de instellingen van de Unie bij hun onderlinge betrekkingen loyaal samenwerken en dat iedere instelling handelt binnen de grenzen van de bevoegdheden die haar in de Verdragen zijn toegedeeld en volgens de daarin bepaalde procedures, voorwaarden en doelstellingen. Het Europees Parlement moet volledig op de hoogte worden gehouden over en betrokken worden bij alle fasen van de gewone wetgevingsprocedure.

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Artikel 7 van Verordening (EU) nr. 1093/2010 wordt vervangen door:

"Artikel 7

Zetel

De Autoriteit heeft haar zetel in Parijs, Frankrijk.

De autoriteit, de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen) en de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor effecten en markten) opereren zelfstandig wat de uitvoering van hun bevoegdheden en taken, de opzet van hun governancestructuur, en de belangrijkste aspecten van hun organisatie en van de financiering van hun activiteiten betreft, maar hebben elk hun eigen gebied van expertise, ongeacht hun vestigingsplaats. Ze kunnen - in voorkomend geval - administratieve ondersteunende diensten en bedrijfsondersteuningsdiensten die geen verband houden met de kerntaken, met elkaar delen. Uiterlijk ... [datum van inwerkingtreding van deze verordening] en daarna elke twaalf maanden dient de Commissie bij het Europees Parlement en de Raad een verslag in over de inachtneming van deze bepaling door de autoriteiten in kwestie."

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is van toepassing vanaf de datum waarop de Verdragen niet meer op het Verenigd Koninkrijk van toepassing zijn of, als dat eerder is, vanaf 30 maart 2019.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel,

Voor het Europees Parlement  Voor de Raad

De voorzitter  De voorzitter

BIJLAGE BIJ VERORDENING 2018/...

VERKLARING VAN HET EUROPEES PARLEMENT

Het Europees Parlement betreurt het dat zijn rol als medewetgever niet naar behoren in aanmerking is genomen, doordat het Parlement niet betrokken is geweest bij de procedure voor de vaststelling van de nieuwe zetel van de Europese Bankautoriteit (EBA).

Het Europees Parlement herinnert aan zijn prerogatieven als medewetgever en dringt erop aan dat met betrekking tot de vestigingsplaats van organen en agentschappen de gewone wetgevingsprocedure volledig in acht wordt genomen.

Als enige rechtstreeks gekozen instelling van de Unie en als vertegenwoordiger van de burgers van de Unie staat het Europees Parlement als eerste garant voor de eerbiediging van het democratische beginsel in de Unie.

Het Europees Parlement is het niet eens met de procedure die gevolgd is bij de vaststelling van de nieuwe zetel van het EMA, omdat zijn prerogatieven daarbij de facto zijn veronachtzaamd, aangezien het Parlement niet betrokken is geweest bij dit proces en nu wordt geacht eenvoudigweg de gekozen vestigingsplaats te bekrachtigen via de gewone wetgevingsprocedure.

Het Europees Parlement herinnert eraan dat de gemeenschappelijke aanpak die als bijlage bij de in 2012 ondertekende gezamenlijke verklaring van het Europees Parlement, de Raad van de Europese Unie en de Europese Commissie over de gedecentraliseerde agentschappen is gevoegd, juridisch niet-bindend is, zoals in de verklaring zelf is vastgelegd, en is overeengekomen onverminderd de wetgevende bevoegdheden van de instellingen.

Het Parlement dringt er daarom op aan dat de procedure voor de vaststelling van de vestigingsplaats van agentschappen wordt herzien en dat deze procedure in de toekomst niet meer in deze vorm wordt toegepast.

Tot slot herinnert het Europees Parlement er ook aan dat de drie instellingen zich er in het Interinstitutioneel Akkoord "Beter wetgeven"(8) van 13 april 2016 toe hebben verbonden loyaal en transparant samen te werken, daarbij herinnerend aan de gelijkheid van beide medewetgevers, zoals neergelegd in de Verdragen.

(1)

(2)

Verordening (EU) nr. 1093/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Bankautoriteit), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/78/EG van de Commissie (PB L 331 van 15.12.2010, blz. 12).

(3)

* Amendementen: nieuwe of vervangende tekst staat in vet en cursief, schrappingen zijn met het symbool ▐ aangegeven.

(4)

  […]

(5)

  […]

(6)

  Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie van 30 september 2013 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 328 van 7.12.2013, blz. 42).

(7)

  Verordening (EU) nr. 1093/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Bankautoriteit), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/78/EG van de Commissie (PB L 331 van 15.12.2010, blz. 12).

(8)

  PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.


ADVIES van de Begrotingscommissie (21.3.2018)

aan de Commissie economische en monetaire zaken

inzake het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1093/2010 wat betreft de vestigingsplaats van de zetel van de Europese Bankautoriteit

(COM2017/0734 – C8-420/2017 – 2017/0326(COD))

Rapporteur: Jens Geier

AMENDEMENTEN

De Begrotingscommissie verzoekt de bevoegde Commissie economische en monetaire zaken onderstaande amendementen in aanmerking te nemen:

Amendement    1

Voorstel voor een verordening

Overweging 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(1 bis)  De kosten van de verplaatsing van de zetel van de Europese Bankautoriteit ontstaan als gevolg van het unilaterale besluit van het Verenigd Koninkrijk om zich uit de Unie terug te trekken. Op basis van het gezamenlijk verslag van de onderhandelaars van de Europese Unie en van de regering van het Verenigd Koninkrijk van 8 december 2017 en de toezegging van het Verenigd Koninkrijk om voor de begrotingsjaren 2019 en 2020 aan de algemene begroting van de Unie te blijven bijdragen alsof het lid van de Unie bleef en bij te dragen aan zijn deel van de financiering van de verplichtingen die op 31 december 2020 uitstaan, zullen deze kosten evenwel door alle belastingbetalers in de Unie worden gedragen middels de algemene begroting van de Unie. Het Verenigd Koninkrijk heeft aangeboden met de agentschappen van de Unie die in Londen gevestigd zijn te bespreken op welke wijze zij hun vertrekkosten kunnen reduceren.

Amendement    2

Voorstel voor een verordening

Overweging 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(3)  Om ervoor te zorgen dat de Europese Bankautoriteit naar behoren functioneert op haar nieuwe locatie, moet een zetelovereenkomst worden gesloten voordat de Europese Bankautoriteit haar nieuwe zetel inneemt.

(3)  Om ervoor te zorgen dat de Europese Bankautoriteit naar behoren functioneert op haar nieuwe locatie, moet een zetelovereenkomst worden gesloten, en moet - overeenkomstig artikel 88 van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/20131bis van de Commissie - toestemming worden verleend voor een onroerendgoedproject, voordat de Europese Bankautoriteit haar nieuwe zetel inneemt. In de zetelovereenkomst moet de speciale verantwoordelijkheid van de Franse autoriteiten tot uitdrukking worden gebracht voor het creëren van de meest geschikte voorwaarden en voor het vinden van de meest doeltreffende oplossing voor de locatie van de Europese Bankautoriteit.

 

________________

 

1bis Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie van 30 september 2013 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 328 van 7.12.2013, blz. 42).

Amendement    3

Voorstel voor een verordening

Overweging 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(3 bis)  De verplaatsing van de Europese Bankautoriteit naar Parijs, Frankrijk, biedt de gelegenheid voor het tot stand brengen van synergie-effecten op gebieden als administratie, IT en beveiliging tussen de Europese Bankautoriteit en de Europese Autoriteit voor effecten en markten, rekening houdend met de onderlinge verschillen in mandaat en juridische status;

Amendement    4

Voorstel voor een verordening

Overweging 3 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Compromisamendement

(3 ter) De Commissie heeft afzonderlijke wetgevingsvoorstellen ontwikkelt voor een herziening van het algemene kader van de drie Europese toezichthoudende autoriteiten, teneinde ze op te waarderen en aan veerkrachtiger regelgevingstoezicht te onderwerpen.

Amendement    5

Voorstel voor een verordening

Overweging 3 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(3 quater)  De verplaatsing van de zetel van de Europese Bankautoriteit wijzigt niets aan de lijst van het aantal ambten zoals vastgesteld door de begrotingsautoriteit, en is evenmin van invloed op het Statuut van de ambtenaren en andere personeelsleden die bij de Europese Bankenautoriteit werken.

Amendement    6

Voorstel voor een verordening

Overweging 3 quinquies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(3 quinquies)  De instellingen van de Unie hebben in de interinstitutionele werkgroep over de middelen van de gedecentraliseerde agentschappen afgesproken nauwere samenwerking tussen de agentschappen van de Unie te bevorderen en te onderzoeken hoe de doeltreffendheid verder kan worden vergroot.

Amendement    7

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – lid 1

Verordening (EU) nr. 2010/1093

Artikel 7 – alinea 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De Autoriteit heeft haar zetel in Parijs, Frankrijk.

De Autoriteit heeft haar zetel in Parijs, Frankrijk. De Autoriteit streeft naar nauwe samenwerking met andere agentschappen van de Unie, in het bijzonder die welke in haar onmiddellijke nabijheid gevestigd zijn, teneinde tot grotere doeltreffendheid te komen.

PROCEDURE VAN DE ADVISERENDE COMMISSIE

Titel

Plaats van vestiging van de Europese Bankautoriteit

Document- en procedurenummers

COM(2017)0734 – C8-0420/2017 – 2017/0326(COD)

Bevoegde commissie

       Datum bekendmaking

ECON

11.12.2017

 

 

 

Advies uitgebracht door

       Datum bekendmaking

BUDG

11.12.2017

Rapporteur voor advies

       Datum benoeming

Jens Geier

11.12.2017

Datum goedkeuring

21.3.2018

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

28

4

1

Bij de eindstemming aanwezige leden

Nedzhmi Ali, Jean Arthuis, Richard Ashworth, Gérard Deprez, Manuel dos Santos, André Elissen, Eider Gardiazabal Rubial, Ingeborg Gräßle, Iris Hoffmann, Monika Hohlmeier, John Howarth, Bernd Kölmel, Zbigniew Kuźmiuk, Vladimír Maňka, Siegfried Mureşan, Liadh Ní Riada, Jan Olbrycht, Younous Omarjee, Pina Picierno, Răzvan Popa, Paul Rübig, Jordi Solé, Patricija Šulin, Eleftherios Synadinos, Indrek Tarand, Inese Vaidere, Daniele Viotti, Tiemo Wölken, Marco Zanni

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Jean-Paul Denanot, Georgios Kyrtsos, Ivana Maletić, Tomáš Zdechovský

HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE ADVISERENDE COMMISSIE

28

+

ALDE

Nedzhmi Ali, Jean Arthuis, Gérard Deprez

ECR

Zbigniew Kuźmiuk

GUE/NGL

Liadh Ní Riada, Younous Omarjee

PPE

Ingeborg Gräßle, Monika Hohlmeier, Georgios Kyrtsos, Ivana Maletić, Siegfried Mureşan, Jan Olbrycht, Paul Rübig, Inese Vaidere, Tomáš Zdechovský, Patricija Šulin

S&D

Jean-Paul Denanot, Eider Gardiazabal Rubial, Iris Hoffmann, John Howarth, Vladimír Maňka, Pina Picierno, Răzvan Popa, Daniele Viotti, Tiemo Wölken, Manuel dos Santos

Verts/ALE

Jordi Solé, Indrek Tarand

4

-

ECR

Bernd Kölmel

ENF

André Elissen, Marco Zanni

NI

Eleftherios Synadinos

1

0

PPE

Richard Ashworth

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding


ADVIES van de Commissie constitutionele zaken (27.2.2018)

aan de Commissie economische en monetaire zaken

inzake het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1093/2010 wat betreft de vestigingsplaats van de zetel van de Europese Bankautoriteit

(COM(2017)0734 – C8-0420/2017 – 2017/0326(COD))

Rapporteur voor advies: Fabio Massimo Castaldo

AMENDEMENTEN

De Commissie constitutionele zaken verzoekt de bevoegde Commissie economische en monetaire zaken onderstaande amendementen in aanmerking te nemen:

Amendement    1

Ontwerpwetgevingsresolutie

Paragraaf 1 bis (nieuw)

Ontwerpwetgevingsresolutie

Amendement

 

1 bis.   vraagt dat de gemeenschappelijke aanpak die als bijlage bij de gezamenlijke verklaring van het Europees Parlement, de Raad van de Europese Unie en de Europese Commissie van 19 juli 2012 over de gedecentraliseerde agentschappen is gevoegd, onverwijld wordt herzien om naar behoren rekening te houden met de rol van het Europees Parlement in het besluitvormingsproces over de vestigingsplaats van agentschappen, gelet op zijn prerogatieven als medewetgever in de gewone wetgevingsprocedure, en vraagt daarom dat het Europees Parlement nauw bij dat besluitvormingsproces wordt betrokken;

Amendement    2

Ontwerpwetgevingsresolutie

Paragraaf 1 ter (nieuw)

Ontwerpwetgevingsresolutie

Amendement

 

1 ter.   hecht zijn goedkeuring aan zijn verklaring in de bijlage bij deze resolutie;

Ter informatie wordt hieronder de tekst van de verklaring toegevoegd:

"Het Europees Parlement betreurt dat zijn rol als medewetgever niet naar behoren in aanmerking is genomen tijdens de procedure die heeft geleid tot de selectie van de nieuwe zetel van de Europese Bankautoriteit (EBA).

Het Europees Parlement herinnert aan zijn prerogatieven als medewetgever en dringt erop aan dat de gewone wetgevingsprocedure volledig in acht wordt genomen met betrekking tot de vestigingsplaats van organen en agentschappen.

Als enige rechtstreeks gekozen instelling van de Unie staat het Europees Parlement als eerste garant voor de eerbiediging van het democratische beginsel in de Unie.

Het Europees Parlement laakt de procedure voor de selectie van de nieuwe vestigingsplaats van de zetel, die het Europees Parlement de facto zijn prerogatieven heeft ontnomen aangezien het niet effectief bij het proces betrokken is geweest, maar nu wordt geacht de keuze van de nieuwe vestigingsplaats van de zetel te bekrachtigen volgens de gewone wetgevingsprocedure.

Het Europees Parlement herinnert eraan dat de gemeenschappelijke aanpak die als bijlage bij de in 2012 ondertekende gezamenlijke verklaring van het Europees Parlement, de Raad van de Europese Unie en de Europese Commissie over de gedecentraliseerde agentschappen is gevoegd, juridisch niet-bindend is, zoals in de verklaring zelf wordt erkend, en is overeengekomen zonder afbreuk te doen aan de wetgevende bevoegdheden van de instellingen.

Het Europees Parlement juicht het toe dat de selectieprocedure voor de nieuwe zetel van het agentschap is gebaseerd op selectiecriteria die in de gemeenschappelijke aanpak worden genoemd, maar betreurt dat de procedure uiteindelijk met een loting is geëindigd. Het Parlement dringt er daarom op aan dat de procedure voor de selectie van de nieuwe vestigingsplaats van de zetel in de toekomst wordt hervormd.

Het Europees Parlement benadrukt dat de gevolgde procedure voor de selectie van de nieuwe vestigingsplaats van de zetel, die op de gemeenschappelijke aanpak is gestoeld, louter intergouvernementeel van aard is en dat uit het verzoek om bekrachtiging van de selectie volgens de gewone wetgevingsprocedure blijkt dat er wrijving bestaat tussen dit intergouvernementele proces en de communautaire methode, wat het risico inhoudt dat de communautaire methode wordt ondermijnd.

Tot slot herinnert het Europees Parlement eraan dat de drie instellingen zich er in het interinstitutioneel akkoord "Beter wetgeven" van 13 april 20161 toe hebben verbonden loyaal en transparant samen te werken, daarbij herinnerend aan de gelijkheid van beide medewetgevers, zoals neergelegd in de Verdragen."

______________________

PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.

Amendement    3

Voorstel voor een verordening

Visum 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name artikel 13, lid 2,

Motivering

Verwijzing naar de verplichting tot loyale samenwerking tussen de EU-instellingen.

Amendement    4

Voorstel voor een verordening

Overweging 5 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(5 bis)   Artikel 13, lid 2, van het Verdrag betreffende Europese Unie bepaalt dat de instellingen van de Unie bij hun onderlinge betrekkingen loyaal samenwerken en dat iedere instelling handelt binnen de grenzen van de bevoegdheden die haar in de Verdragen zijn toegedeeld en volgens de daarin bepaalde procedures, voorwaarden en doelstellingen. Het Europees Parlement moet volledig op de hoogte worden gehouden over en betrokken worden bij alle fasen van de gewone wetgevingsprocedure.

PROCEDURE VAN DE ADVISERENDE COMMISSIE

Titel

Plaats van vestiging van de Europese Bankautoriteit

Document‑ en procedurenummers

COM(2017)0734 – C8-0420/2017 – 2017/0326(COD)

Bevoegde commissie

       Datum bekendmaking

ECON

11.12.2017

 

 

 

Advies uitgebracht door

       Datum bekendmaking

AFCO

11.12.2017

Rapporteur voor advies

       Datum benoeming

Fabio Massimo Castaldo

26.2.2018

Behandeling in de commissie

26.2.2018

 

 

 

Datum goedkeuring

26.2.2018

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

18

3

1

Bij de eindstemming aanwezige leden

Mercedes Bresso, Richard Corbett, Pascal Durand, Danuta Maria Hübner, Diane James, Ramón Jáuregui Atondo, Morten Messerschmidt, Maite Pagazaurtundúa Ruiz, Pedro Silva Pereira, Barbara Spinelli, Kazimierz Michał Ujazdowski

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Max Andersson, Enrique Guerrero Salom, Sylvia-Yvonne Kaufmann, Jérôme Lavrilleux, Mairead McGuinness, Cristian Dan Preda, Jasenko Selimovic

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Eleonora Evi, Seán Kelly, Jeroen Lenaers, Ramón Luis Valcárcel Siso

HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE ADVISERENDE COMMISSIE

18

+

ALDE

Maite Pagazaurtundúa Ruiz, Jasenko Selimovic

EFDD

Eleonora Evi

GUE/NGL

Barbara Spinelli

PPE

Danuta Maria Hübner, Seán Kelly, Jérôme Lavrilleux, Jeroen Lenaers, Mairead McGuinness, Cristian Dan Preda, Ramón Luis Valcárcel Siso

S&D

Mercedes Bresso, Richard Corbett, Enrique Guerrero Salom, Ramón Jáuregui Atondo, Sylvia-Yvonne Kaufmann

VERTS/ALE

Max Andersson, Pascal Durand

3

-

ECR

Morten Messerschmidt, Kazimierz Michał Ujazdowski

NI

Diane James

1

0

S&D

Pedro Silva Pereira

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding


PROCEDURE VAN DE BEVOEGDE COMMISSIE

Titel

Plaats van vestiging van de Europese Bankautoriteit

Document- en procedurenummers

COM(2017)0734 – C8-0420/2017 – 2017/0326(COD)

Datum indiening bij EP

29.11.2017

 

 

 

Bevoegde commissie

       Datum bekendmaking

ECON

11.12.2017

 

 

 

Medeadviserende commissies

       Datum bekendmaking

BUDG

11.12.2017

JURI

11.12.2017

AFCO

11.12.2017

 

Geen advies

       Datum besluit

JURI

24.1.2018

 

 

 

Rapporteurs

       Datum benoeming

Burkhard Balz

18.1.2018

Pervenche Berès

18.1.2018

 

 

Behandeling in de commissie

24.1.2018

27.2.2018

9.4.2018

 

Datum goedkeuring

24.4.2018

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

53

1

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Burkhard Balz, Hugues Bayet, Pervenche Berès, Thierry Cornillet, Markus Ferber, Sven Giegold, Neena Gill, Roberto Gualtieri, Brian Hayes, Gunnar Hökmark, Danuta Maria Hübner, Cătălin Sorin Ivan, Petr Ježek, Barbara Kappel, Wolf Klinz, Georgios Kyrtsos, Philippe Lamberts, Werner Langen, Bernd Lucke, Olle Ludvigsson, Ivana Maletić, Gabriel Mato, Costas Mavrides, Alex Mayer, Bernard Monot, Caroline Nagtegaal, Luděk Niedermayer, Stanisław Ożóg, Dimitrios Papadimoulis, Sirpa Pietikäinen, Dariusz Rosati, Pirkko Ruohonen-Lerner, Alfred Sant, Martin Schirdewan, Molly Scott Cato, Pedro Silva Pereira, Peter Simon, Theodor Dumitru Stolojan, Paul Tang, Ramon Tremosa i Balcells, Marco Valli, Tom Vandenkendelaere, Miguel Viegas, Jakob von Weizsäcker, Marco Zanni

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Mady Delvaux, Manuel dos Santos, Ashley Fox, Krišjānis Kariņš, Paloma López Bermejo, Thomas Mann, Eva Maydell, Michel Reimon, Romana Tomc

Datum indiening

27.4.2018


HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE BEVOEGDE COMMISSIE

53

+

ALDE

Thierry Cornillet, Petr Ježek, Wolf Klinz, Caroline Nagtegaal, Ramon Tremosa i Balcells

ECR

Ashley Fox, Bernd Lucke, Stanisław Ożóg, Pirkko Ruohonen-Lerner

EFDD

Marco Valli

ENF

Barbara Kappel, Bernard Monot

GUE/NGL

Paloma López Bermejo, Dimitrios Papadimoulis, Martin Schirdewan, Miguel Viegas

PPE

Burkhard Balz, Markus Ferber, Brian Hayes, Gunnar Hökmark, Danuta Maria Hübner, Krišjānis Kariņš, Georgios Kyrtsos, Werner Langen, Ivana Maletić, Thomas Mann, Gabriel Mato, Eva Maydell, Luděk Niedermayer, Sirpa Pietikäinen, Dariusz Rosati, Theodor Dumitru Stolojan, Romana Tomc, Tom Vandenkendelaere

S&D

Hugues Bayet, Pervenche Berès, Mady Delvaux, Neena Gill, Roberto Gualtieri, Cătălin Sorin Ivan, Olle Ludvigsson, Costas Mavrides, Alex Mayer, Alfred Sant, Manuel dos Santos, Pedro Silva Pereira, Peter Simon, Paul Tang, Jakob von Weizsäcker

VERTS/ALE

Sven Giegold, Philippe Lamberts, Michel Reimon, Molly Scott Cato

1

-

ENF

Marco Zanni

0

0

 

 

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding

Laatst bijgewerkt op: 15 mei 2018Juridische mededeling