Procedure : 2017/0136(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0190/2018

Ingediende teksten :

A8-0190/2018

Debatten :

Stemmingen :

PV 18/04/2019 - 10.18

Aangenomen teksten :

P8_TA(2019)0438

VERSLAG     ***I
PDF 768kWORD 142k
25.5.2018
PE 616.847v02-00 A8-0190/2018

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1095/2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor effecten en markten) en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 wat betreft de procedures en betrokken autoriteiten voor de vergunningverlening aan CTP's en de vereisten voor de erkenning van CTP's uit derde landen

(COM(2017)0331 – C8-0191/2017 – 2017/0136 (COD))

Commissie economische en monetaire zaken

Rapporteur: Danuta Maria Hübner

ERRATA/ADDENDA
AMENDEMENTEN
ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 BIJLAGE: LIJST VAN ENTITEITEN WAARVAN OF PERSONENVAN WIE DE RAPPORTEUR INFORMATIE HEEFT ONTVANGEN
 PROCEDURE VAN DE BEVOEGDE COMMISSIE
 HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1095/2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor effecten en markten) en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 wat betreft de procedures en betrokken autoriteiten voor de vergunningverlening aan CTP's en de vereisten voor de erkenning van CTP's uit derde landen

(COM(2017)0331 – C8-0191/2017 – 2017/0136 (COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2017)0331),

–  gezien artikel 294, lid 2, en artikel 114 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C8‑0191/2017),

–  gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien het advies van de Europese Centrale Bank van 4 oktober 2017(1),

–  gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 20 september 2017(2),

–  gezien artikel 59 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie economische en monetaire zaken (A8‑0190/2018),

1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.   verzoekt de Commissie om hernieuwde voorlegging aan het Parlement indien zij haar voorstel vervangt, ingrijpend wijzigt of voornemens is het ingrijpend te wijzigen;

3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

Amendement    1

AMENDEMENTEN VAN HET EUROPEES PARLEMENT(3)*

op het voorstel van de Commissie

---------------------------------------------------------

Voorstel voor een

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1095/2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor effecten en markten) en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 wat betreft de procedures en betrokken autoriteiten voor de vergunningverlening aan CTP's en de vereisten voor de erkenning van CTP's uit derde landen

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 114,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van de Europese Centrale Bank(4),

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité(5),

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure(6),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)  Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad(7) vereist dat gestandaardiseerde otc-derivatencontracten worden gecleard via een centrale tegenpartij (hierna "CTP" genoemd) in overeenstemming met soortgelijke vereisten in andere G20-landen. In die verordening werden ook strenge prudentiële, organisatorische en bedrijfsvoeringsregels voor CTP's opgenomen en regelingen vastgesteld voor het prudentieel toezicht daarop om de risico’s voor gebruikers van een CTP tot een minimum te beperken en de financiële stabiliteit te schragen. De volledige tenuitvoerlegging van de G20-doelstellingen die in 2009 op de top in Pittsburgh zijn overeengekomen, moet worden voortgezet om de voordelen voor de stabiliteit van het financiële stelsel zo veel mogelijk te benutten.

(2)  Sinds de vaststelling van Verordening (EU) nr. 648/2012 is het volume van CTP-activiteit in de Unie en wereldwijd snel in omvang en reikwijdte toegenomen. De activiteiten van CTP's zullen zich de komende jaren blijven uitbreiden met de invoering van aanvullende clearingverplichtingen, met name met het oog op otc-aandelen- en valutaderivaten als activaklassen in het oorspronkelijke toepassingsgebied, en de toename van vrijwillige clearing door tegenpartijen die niet onder de clearingverplichting vallen. Het voorstel van de Commissie van 4 mei 2017(8) tot gerichte wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 om de doelmatigheid en evenredigheid ervan te verbeteren, zal verdere prikkels creëren voor CTP’s om tegenpartijen centrale clearing van derivaten aan te bieden en clearing toegankelijker maken voor kleine financiële en niet‑financiële tegenpartijen. Dit zijn essentiële elementen voor de volledige verwezenlijking van de G20-doelstellingen, om de stabiliteit van het financiële stelsel duurzaam te verbeteren. Hechtere en meer geïntegreerde kapitaalmarkten als gevolg van de kapitaalmarktenunie (hierna "KMU" genoemd) zullen de vraag naar grensoverschrijdende clearing in de EU doen toenemen, waardoor het belang en de verwevenheid van CTP's binnen het financiële stelsel nog groter zullen worden.

(3)  Het aantal CTP's die momenteel in de Unie zijn gevestigd en krachtens Verordening (EU) nr. 648/2012 een vergunning hebben, blijft relatief beperkt, namelijk 17 in juni 2017. 28 CTP's uit derde landen zijn erkend in het kader van de gelijkwaardigheidsbepalingen van die verordening, zodat ze ook hun diensten mogen aanbieden aan in de Unie gevestigde clearingleden en handelsplatforms(9). De clearingmarkten zijn goed geïntegreerd in de hele Unie, maar tegelijk ook zeer sterk geconcentreerd in bepaalde activaklassen en kennen een hoge mate van verwevenheid. Door de concentratie van het risico is het faillissement van een CTP weinig waarschijnlijk, maar potentieel zeer ingrijpend. In overeenstemming met de G20-consensus heeft de Commissie in november 2016 een voorstel voor een verordening betreffende het herstel en de afwikkeling van CTP's aangenomen(10) om ervoor te zorgen dat de autoriteiten naar behoren zijn voorbereid op een faillerende CTP, waardoor de financiële stabiliteit wordt gevrijwaard en de kosten voor de belastingbetaler minimaal blijven.

(4)  Niettegenstaande dit wetgevingsvoorstel en in het licht van de groeiende omvang, de complexiteit en de grensoverschrijdende dimensie van clearing in de Unie en wereldwijd moeten de toezichtregelingen voor CTP's uit de Unie en uit derde landen worden herbekeken. Door geconstateerde problemen in een vroeg stadium aan te pakken en een duidelijk en coherent toezichtkader voor CTP's uit de Unie en uit derde landen in te stellen, zou de algemene stabiliteit van het financiële stelsel van de Unie worden versterkt en het potentiële risico van een CTP-faillissement nog verder worden verlaagd.

(5)  In het licht van het bovenstaande heeft de Commissie op 4 mei 2017 een mededeling aangenomen over de aanpak van uitdagingen voor kritieke financiële marktinfrastructuren en de verdere ontwikkeling van de kapitaalmarktenunie(11), waarin duidelijk wordt gemaakt dat verdere wijzigingen van Verordening (EU) nr. 648/2012 nodig zijn ter verbetering van het huidige kader dat financiële stabiliteit waarborgt en de verdere ontwikkeling en verdieping van de KMU ondersteunt.

(6)  De toezichtregelingen in het kader van Verordening (EU) nr. 648/2012 hangen hoofdzakelijk van de eigen autoriteit af. In de Unie gevestigde CTP's worden momenteel erkend door en staan onder toezicht van colleges van nationale toezichthouders, de Europese Autoriteit voor effecten en markten (ESMA), de betrokken leden van het Europees Stelsel van centrale banken (ESCB), alsook van andere betrokken autoriteiten. De colleges hangen voor de coördinatie en uitwisseling van informatie af van de bevoegde nationale autoriteit die verantwoordelijk is voor de handhaving van de bepalingen in Verordening (EU) nr. 648/2012. Uiteenlopende toezichtpraktijken voor CTP's in de Unie kunnen leiden tot regelgevings- en toezichtarbitrage, waardoor de financiële stabiliteit in gevaar kan komen en ongezonde concurrentie kan ontstaan. De Commissie wees op deze nieuwe risico’s en de behoefte aan meer convergentie van toezichtpraktijken in haar mededeling van september 2016 over de KMU(12) en in de openbare raadpleging over de activiteiten van de Europese toezichthoudende autoriteiten (ETA's)(13).

(7)  De fundamentele taken van het ESCB omvatten het definiëren en uitvoeren van het monetair beleid van de Unie en het bevorderen van het vlotte functioneren van betalingssystemen. Veilige en efficiënte financiëlemarktinfrastructuren, met name clearingsystemen, zijn essentieel zijn voor de uitvoering van deze essentiële taken en het bereiken van het hoofddoel van het ESCB, namelijk de handhaving van prijsstabiliteit. De betrokken leden van het ESCB, als centrale banken die de valuta’s uitgeven van door de CTP geclearde financiële instrumenten, moeten worden betrokken bij het toezicht op CTP’s, wegens de potentiële risico’s die slecht functionerende CTP's kunnen vormen voor de uitoefening van deze essentiële taken en de hoofddoelstelling, met negatieve gevolgen voor de instrumenten en tegenpartijen die gebruikt worden voor de doorwerking van het monetaire beleid. Als gevolg daarvan moeten de valuta-uitgevende centrale banken worden betrokken bij de beoordeling van het risicobeheer van een CTP. Hoewel de mandaten van centrale banken en toezichthouders elkaar kunnen overlappen, is bovendien de focus mogelijk zoek wanneer toezichthoudende maatregelen gevolgen hebben voor de voornaamste verantwoordelijkheden van centrale banken op het gebied van prijsstabiliteit, monetair beleid en de betalingssystemen. In crisissituaties kunnen zulke discrepanties de risico’s voor de financiële stabiliteit vergroten indien de toewijzing van verantwoordelijkheden tussen de autoriteiten onduidelijk blijft.

(8)  De Verdragen hebben een economische en monetaire unie ingesteld die de euro als munt heeft, en de Europese Centrale Bank (hierna "de ECB" genoemd) opgericht als instelling van de Unie. De ECB en de nationale centrale banken van de lidstaten die de euro als munt hebben, vormen het Eurosysteem en stellen het monetair beleid van de Unie vast en voeren dit, middels het ESCB, uit. De specifieke rol van het Eurosysteem als de centrale bank van uitgifte van de eenheidsmunt van de Unie moet derhalve worden erkend. Er dient ook aandacht te worden geschonken aan de andere valuta in de Unie, en aan hun respectieve centrale banken van uitgifte.

(9)  In het licht van het mondiale karakter van de financiële markten en de noodzaak om inconsistenties in het toezicht op CTP's uit de EU en uit derde landen aan te pakken, moet de ESMA meer mogelijkheden krijgen om bij het toezicht op CTP's meer convergentie te betrachten. Om nieuwe taken en verantwoordelijkheden aan de ESMA te kunnen verlenen, moet een nieuw comité voor toezicht worden opgezet binnen de bestaande structuur van de ESMA.

(9 bis)  Voor het versterken van de aan de ESMA toe te vertrouwen bevoegdheden om haar in staat te stellen deze doelstellingen te verwezenlijken, is zowel een passende governance als voldoende financiering vereist. Uitbreiding van de bevoegdheden alleen zou niet voldoende zijn om de doelstellingen van de ESMA te verwezenlijken indien zij niet over voldoende financiële middelen beschikt of indien zij niet effectief en efficiënt wordt beheerd.

(10)  Een specifiek intern comité van de ESMA (hierna "comité voor toezicht op CTP's" genoemd) moet worden opgericht binnen▐ de ESMA met als doel de voorbereiding van de besluiten en de uitvoering van de taken die verband houden met het toezicht op CTP's, taken met betrekking tot CTP's in het algemeen te verrichten, en toezicht op CTP's uit de Unie en uit derde landen in het bijzonder uit te oefenen. Het comité voor toezicht op CTP's moet bestaan uit autoriteiten die ervaring hebben met het toezicht op CTP's. Voor een soepele integratie van het comité voor toezicht op CTP's in de structuur van de ESMA, terwijl voldoende rekening wordt gehouden met de specifieke behoeften van het CTP-toezicht, en om een snel besluitvormingsproces te behouden, moet het comité voor toezicht op CTP's worden voorgezeten door een onafhankelijke voorzitter, bijgestaan door een onafhankelijke vicevoorzitter. De besluiten van het comité van toezicht op CTP's moeten door de raad van toezichthouders van de ESMA worden goedgekeurd wanneer deze betrekking hebben op de belangrijkste aspecten van het CTP-toezicht, en moeten in alle andere gevallen onderworpen zijn aan het geen bezwaar van de raad van toezichthouders. Er moeten passende regelingen worden getroffen voor het waarborgen van de onafhankelijkheid van het comité van toezicht op CTP's binnen de ESMA.

(11)  Om te zorgen voor een samenhangende toezichtbenadering en alle bevoegde autoriteiten die betrokken zijn bij het toezicht op CTP's, erbij te betrekken, moet het comité voor toezicht op CTP's bestaan uit een permanente voorzitter, een permanente vicevoorzitter, vier permanente directeuren en CTP-specifieke leden. De voorzitter, de vicevoorzitter en de directeuren van het comité voor toezicht op CTP's moeten op onafhankelijke en objectieve wijze optreden in het belang van de Unie als geheel. De leden van het comité van toezicht voor elke specifieke CTP omvatten een vertegenwoordiger van de bevoegde nationale autoriteiten van de lidstaten waar de CTP is gevestigd, die wordt aangewezen overeenkomstig Verordening (EU) nr. 648/2012, en een vertegenwoordiger van de betrokken valuta-uitgevende centrale bank(en). De voorzitter van het comité voor toezicht op CTP's moet als waarnemers ook leden van het toezichthoudend college kunnen uitnodigen, alsook vertegenwoordigers van autoriteiten van door de ESMA erkende CTP's uit derde landen, om ervoor te zorgen dat de standpunten van de andere betrokken autoriteiten in aanmerking worden genomen door het comité voor toezicht op CTP's. Terwijl de permanente leden moeten deelnemen aan alle vergaderingen van het comité voor toezicht op CTP's, geldt dat vereiste voor CTP-specifieke leden en waarnemers enkel indien dat nodig en passend is voor onder hun toezicht staande CTP's. De aanwezigheid van zowel onafhankelijke▐ als CTP-specifieke leden moet ervoor zorgen dat in het comité voor toezicht op CTP's genomen besluiten consistent, adequaat en evenredig zijn in de hele Unie en dat de betrokken nationale bevoegde autoriteiten, centrale valuta-uitgevende banken en waarnemers worden betrokken bij de besluitvorming in kwesties die betrekking hebben op een in een lidstaat gevestigde CTP.

(11 bis)  Om te zorgen voor een samenhangende toezichtbenadering neemt de ESMA de stresstests in acht die door de CTP's zijn verricht in het kader van hun herstel- en afwikkelingsregelingen, naast de in deze verordening neergelegde stresstests. Deze stresstests, waarbij een CTP zich dient te beraden op de gezamenlijke impact van haar regelingen in de hele Unie op de financiële stabiliteit van de Unie, moeten worden opgenomen in crisissimulaties met betrekking tot potentiële stresssituaties die het financiële stelsel als geheel treffen.

(12)  Voor een besluit over een in een lidstaat gevestigde CTP moet het comité voor toezicht op CTP's bijeenkomen en ervoor zorgen dat haar permanente leden en de leden in kwestie die de bevoegde nationale autoriteiten vertegenwoordigen en die door de lidstaat zijn aangewezen in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 648/2012 bij het besluitvormingsproces worden betrokken, evenals de waarnemers die zijn benoemd door de betrokken valuta-uitgevende centrale banken. Bij het nemen van een besluit over een in een derde land gevestigde CTP mogen enkel de permanente leden, de betrokken valuta-uitgevende centrale bank(en) en eventuele waarnemers van het comité voor toezicht op CTP's aan het besluitvormingsproces deelnemen.

(13)  Om te zorgen voor een passende, doeltreffende en snelle besluitvorming moeten de voorzitter, de vicevoorzitter en de directeuren van het comité voor toezicht op CTP's en de vertegenwoordiger van de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar de CTP is gevestigd, stemrecht hebben. De vertegenwoordigers van de ECB, de Europese Commissie en de betrokken centrale bank(en), alsmede waarnemers, mogen geen stemrecht hebben. Het comité voor toezicht op CTP's moet zijn besluiten nemen bij gewone meerderheid van zijn leden, en de voorzitter heeft bij staking van stemmen de doorslaggevende stem.

(14)  Het comité voor toezicht op CTP's moet verantwoordelijk zijn voor de specifieke taken die eraan zijn opgedragen krachtens Verordening (EU) nr. 648/2012 om te zorgen voor het goede functioneren van de interne markt en voor de financiële stabiliteit van de Unie en haar lidstaten.

(15)  Om doeltreffend toezicht te garanderen, is het noodzakelijk dat het comité voor toezicht op CTP's over specifiek personeel, met voldoende kennis, vaardigheden en ervaring, en voldoende middelen beschikt om zijn autonomie, onafhankelijkheid en de adequate uitvoering van zijn taken te waarborgen. In de verklaring van de ESMA overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1095/2010 moeten de gevolgen voor de begroting van de nieuwe toezichtbevoegdheden van de ESMA ten aanzien van CTP's aan bod komen.

(16)  Om in een passend niveau van deskundigheid en verantwoordingsplicht te voorzien, moeten de voorzitter, de vicevoorzitter en de directeuren van het comité voor toezicht op CTP's worden benoemd op basis van verdienste, vaardigheden, kennis van clearing, post-trading en financiële aangelegenheden, alsmede relevante ervaring met betrekking tot het toezicht op en de regulering van CTP's. Zij moeten worden gekozen op basis van een open selectieprocedure. De Commissie legt, in overleg met de nationale toezichthoudende autoriteiten, een voorstel voor de benoeming van kandidaten ter goedkeuring voor aan het Europees Parlement. Nadat het Europees Parlement dat voorstel heeft goedgekeurd, moet de Raad een uitvoeringsbesluit vaststellen.

(17)  Om de transparantie en de democratische controle te waarborgen en de rechten van de instellingen van de Unie te vrijwaren, moeten de voorzitter, de vicevoorzitter en de directeuren van het comité voor toezicht op CTP's verantwoording afleggen aan het Europees Parlement en de Raad voor besluiten die op grond van deze verordening zijn genomen.

(18)  De voorzitter, de vicevoorzitter en de directeuren van het comité voor toezicht op CTP's moeten op onafhankelijke en objectieve wijze optreden in het belang van de Unie. Zij moeten ervoor zorgen dat naar behoren rekening wordt gehouden met het goede functioneren van de interne markt en de financiële stabiliteit in de lidstaten en de Unie.

(19)  Ter bevordering van consistentie in de hele Unie in het toezicht op CTP's uit de Unie en uit derde landen moet de voorzitter van het comité voor toezicht op CTP's colleges voorzitten en beheren, en moeten de permanente leden van het comité voor toezicht op CTP's deze bijwonen. De ECB moet, indien van toepassing en overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1024/2013 van de Raad, ook deelnemen aan de colleges om haar mandaat uit te voeren overeenkomstig artikel 127 van het VWEU.

(20)  Met het oog op een passend en doeltreffend besluitvormingsproces moet de voorzitter van het comité voor toezicht op CTP's één stem in de colleges hebben, terwijl de vicevoorzitter, de directeuren van het comité voor toezicht op CTP's en de vertegenwoordiger van de Commissie geen stemrecht hebben. De huidige leden van de colleges moeten hun huidige stemrechten behouden.

(20 bis)  Uit hoofde van deze wijzigingsverordening blijven de nationale bevoegde autoriteiten hun huidige toezichthoudende taken uit hoofde van Verordening (EU) nr. 648/2012 uitoefenen. Ter bevordering van consistentie in het toezicht op CTP's in de hele Unie moet evenwel een bepaalde bevoegdhedenverdeling worden vastgesteld, rekening houdend met de betrokken besluiten. Er moet onderscheid worden gemaakt tussen drie categorieën besluiten: die waarvoor de bevoegde autoriteiten voorafgaandelijk toestemming van de ESMA moeten verkrijgen, die waarvoor de bevoegde autoriteiten de ESMA moeten raadplegen, en die waarvoor de bevoegde autoriteiten alleen de bevoegdheid moeten behouden.

(20 ter)  De doeltreffendheid van het toezicht op de CTP's is gestoeld op het verwerven van bevoegdheden, deskundigheid en capaciteiten, alsook op het aangaan van samenwerkingsverbanden en uitwisselingen met andere instellingen. Aangezien hierbij in alle gevallen sprake is van processen die zich mettertijd ontwikkelen en hun eigen dynamiek kennen, moet bij het opzetten van een goed werkend, doeltreffend en doelmatig toezichtkader voor CTP's rekening worden gehouden met de mogelijke ontwikkeling ervan op lange termijn. De in deze wijzigingsverordening vastgestelde bevoegdhedenverdeling is dan ook voorbestemd een ontwikkeling door te maken, aangezien de rol en de capaciteiten van de ESMA zich zullen ontwikkelen.

(21)  Aangezien tussen de ESMA en de bevoegde nationale autoriteiten geschillen zouden kunnen ontstaan met betrekking tot te nemen besluiten, is een specifiek mechanisme ingevoerd voor gevallen van onenigheid tussen de ESMA en de bevoegde nationale autoriteiten. Wanneer een bevoegde autoriteit het oneens is met de voorgestelde wijziging of het bezwaar van de ESMA, moet zij het recht hebben een met redenen omkleed verzoek in te dienen bij de raad van toezichthouders, met het oog op beoordeling van die wijziging of dat bezwaar. De raad van toezichthouders mag de bezwaren of wijzigingen van de ESMA bekrachtigen of afwijzen. Evenzo moet beter rekening worden gehouden met de mandaten van de valuta-uitgevende centrale banken betreffende hun monetaire beleidstaken, vanwege de mogelijke risico's die het slechte functioneren van een CTP kunnen vormen voor de tenuitvoerlegging van het monetaire beleid van de Unie en het bevorderen van de goede werking van betalingssystemen.

(21 bis)  ▌De betrokken valuta-uitgevende centrale banken moeten door de ESMA of, in voorkomend geval, de bevoegde autoriteit worden geraadpleegd voor bepaalde besluiten▐, in het bijzonder wanneer het bij dergelijke besluiten gaat om de betalings- en afwikkelingsregelingen van een CTP en de bijbehorende procedures voor het beheer van het liquiditeitsrisico voor transacties die luiden in de valuta van die valuta-uitgevende centrale bank. Na afloop van de termijn voor de raadpleging van de uitgevende centrale banken spant de ESMA of de bevoegde autoriteit zich tot het uiterste in om te voldoen aan de door de centrale banken voorgestelde amendementen. Indien de door een centrale bank van uitgifte voorgestelde wijzigingen niet in het ontwerpbesluit worden meegenomen, brengt de ESMA of de bevoegde autoriteit die centrale bank van uitgifte hiervan schriftelijk op de hoogte en licht hierbij haar volledige beweegredenen en alle aanzienlijke afwijkingen van deze wijzigingen toe.

(22)  Teneinde de ESMA in staat te stellen haar taken met betrekking tot CTP’s doeltreffend uit te voeren, moeten zowel CTP’s uit de Unie als CTP’s uit derde landen toezichtvergoedingen betalen voor de toezichthoudende en administratieve taken van de ESMA. Deze vergoedingen moeten evenredig zijn aan de omzet van de desbetreffende CTP's en de vergunningaanvragen van CTP's uit de Unie, de erkenning van CTP's uit een derde land en de jaarlijkse vergoedingen in verband met de taken onder de verantwoordelijkheid van de ESMA bekostigen. De Commissie moet bij gedelegeerde handeling nadere specificaties verschaffen omtrent de soorten vergoedingen, de aangelegenheden waarvoor een vergoeding moet worden betaald, de omvang van de vergoedingen en de manier waarop ze moeten worden betaald door CTP's uit de Unie die een vergunning hebben of aanvragen, en erkende CTP's uit derde landen.

(23)  De in deze verordening opgenomen toezichtregelingen voor CTP's die clearingdiensten in de Unie aanbieden, moeten ook worden getoetst. De toegang tot informatie, de mogelijkheid om inspecties ter plaatse te verrichten en de mogelijkheid voor de Unie en de autoriteiten van de lidstaten om onderling informatie uit te wisselen over CTP's uit derde landen, moeten worden verbeterd om significante gevolgen voor de financiële stabiliteit van entiteiten uit de Unie te voorkomen. Ook bestaat het risico dat wijzigingen in de regels of het regelgevende kader van een CTP uit een derde land niet in aanmerking kunnen worden genomen en negatieve gevolgen hebben voor de regelgevende of toezichthoudende resultaten, waardoor een ongelijk speelveld tussen de Unie en CTP's uit derde landen ontstaat.

(24)  Een aanzienlijke hoeveelheid financiële instrumenten die luiden in de valuta’s van de lidstaten wordt gecleard door erkende CTP's uit derde landen. Dit zal sterk toenemen wanneer het Verenigd Koninkrijk zich terugtrekt uit de Unie en de daar gevestigde CTP's niet langer onder de bepalingen van deze verordening zullen vallen. In de toezichthoudende colleges overeengekomen samenwerkingsregelingen zullen niet langer vallen onder de garanties en procedures van deze verordening, met inbegrip van het Hof van Justitie van de Europese Unie. Dit houdt belangrijke uitdagingen in voor de Unie en de autoriteiten van de lidstaten bij het beschermen van de financiële stabiliteit.

(25)  In het kader van haar inzet voor geïntegreerde financiële markten moet de Commissie door middel van besluiten over de gelijkwaardigheid blijven vaststellen dat het juridische en toezichtkader van derde landen voldoet aan de vereisten van Verordening (EU) nr. 648/2012. Met het oog op een betere uitvoering van de huidige regeling inzake gelijkwaardigheid met betrekking tot CTP's moet de Commissie, indien nodig, de criteria voor de beoordeling van de gelijkwaardigheid van regelingen voor CTP's uit een derde land kunnen specificeren. Het is ook noodzakelijk om de ESMA te belasten met toezicht op de ontwikkelingen van de regelgeving en het toezicht in door de Commissie gelijkwaardig bevonden CTP-regelingen van derde landen. Zo moet worden verzekerd dat de criteria voor gelijkwaardigheid en eventuele specifieke voorwaarden voor hun toepassing door derde landen steeds vervuld worden. De ESMA brengt aan de Commissie op vertrouwelijke basis verslag uit over haar bevindingen.

(26)  Momenteel kan de Commissie te allen tijde een gelijkwaardigheidsbesluit wijzigen, opschorten of intrekken, met name wanneer zich in een derde land nieuwe ontwikkelingen voordoen die duidelijk van invloed zijn op de overeenkomstig de gelijkwaardigheidsvereisten van deze verordening beoordeelde elementen. Wanneer de bevoegde autoriteiten van een derde land niet langer te goeder trouw samenwerken met de ESMA of andere toezichthouders van de Unie of niet meer op doorlopende basis voldoen aan de toepasselijke gelijkwaardigheidsvereisten, kan de Commissie ook, onder meer, de autoriteit van het derde land waarschuwen of een specifieke aanbeveling publiceren. Wanneer de Commissie te allen tijde besluit de gelijkwaardigheid van een derde land ongedaan te maken, kan zij de toepassing van dit besluit uitstellen om de risico’s voor de financiële stabiliteit of van verstoringen van de markt op te vangen. Naast deze thans beschikbare bevoegdheden moet de Commissie ook bijzondere voorwaarden kunnen instellen om ervoor te zorgen dat de gelijkwaardigheidscriteria op doorlopende basis worden nageleefd door het derde land waarop een gelijkwaardigheidsbesluit betrekking heeft. De Commissie moet ook voorwaarden kunnen vaststellen die ervoor zorgen dat de ESMA haar verantwoordelijkheden effectief kan uitoefenen met betrekking tot CTP's uit derde landen die zijn erkend op grond van deze verordening of met betrekking tot de monitoring van regelgevings- en toezichtontwikkelingen in derde landen die van belang zijn voor vastgestelde gelijkwaardigheidsbesluiten.

(27)  Gezien de toenemende grensoverschrijdende dimensie van CTP's en hun verwevenheid met het financiële stelsel van de Unie is het noodzakelijk dat de Unie de potentiële risico's van CTP's uit derde landen beter kan identificeren, monitoren en beperken. De rol van de ESMA moet derhalve worden uitgebreid om effectief toezicht te kunnen uitoefenen op CTP's uit derde landen die erkenning aanvragen om clearingdiensten te kunnen verrichten in de Unie. De betrokkenheid van de valuta-uitgevende centrale banken van de Unie bij de erkenning van en het toezicht op CTP's uit derde landen die actief zijn in de valuta die deze banken uitgeven, moet eveneens worden verbeterd. Derhalve moeten valuta-uitgevende centrale banken worden geraadpleegd over bepaalde aspecten die van invloed zijn op hun monetaire beleidstaken in verband met in valuta van de Unie luidende financiële instrumenten die in grote mate worden gecleard door buiten de Unie gevestigde CTP's.

(28)  Zodra de Commissie heeft vastgesteld dat het juridische en toezichtkader van een derde land als gelijkwaardig aan het kader van de Unie kan worden beschouwd, moet bij het erkennen van CTP's uit dat derde land rekening worden gehouden met de risico's die deze CTP's vormen voor de financiële stabiliteit van de Unie of de lidstaat.

(29)  Bij de behandeling van de aanvraag om erkenning van een CTP uit een derde land moet de ESMA de omvang van het systeemrisico beoordelen dat deze CTP vormt voor de financiële stabiliteit van de Unie of één of meer van haar lidstaten. Bij deze beoordeling moet de ESMA rekening houden met de activiteiten van de CTP in de Unie, alsmede met andere activiteiten van de CTP buiten de Unie, voor zover het waarschijnlijk is dat die activiteiten buiten de Unie gevolgen hebben voor de algehele complexiteit van de CTP.

(29 bis)  Bij de behandeling van de aanvraag om erkenning van een CTP moet de ESMA aan de hand van objectieve en transparante criteria die in deze verordening zijn vastgelegd de omvang van het systeemrisico beoordelen dat deze CTP vormt voor de financiële stabiliteit van de Unie of één of meer van haar lidstaten. Een gedelegeerde handeling van de Commissie moet nadere invulling geven aan die criteria. Bij de invulling van die criteria moet in de gedelegeerde handeling rekening worden gehouden met de aard van de door de CTP geclearde transacties, met inbegrip van hun complexiteit, de prijsvolatiliteit en de gemiddelde looptijd, alsook de transparantie en de liquiditeit van de betrokken markten, en de mate waarin de clearingactiviteiten van de CTP in euro's of in een andere valuta van de Unie luiden. In dit verband leveren specifieke kenmerken van bepaalde landbouwderivatencontracten die worden genoteerd en uitgevoerd op gereglementeerde markten in derde landen, die betrekking hebben op markten die overwegend binnenlandse niet-financiële tegenpartijen in dat derde land bedienen die hun commerciële risico's middels die contracten beheren, mogelijk een verwaarloosbaar risico op voor clearingleden en handelsplatformen in de Unie, aangezien hun systeemverwevenheid met de rest van het financiële stelsel beperkt is. Wanneer in het derde land van vestiging van de CTP die een aanvraag om erkenning heeft ingediend een kader voor het herstel en de afwikkeling van CTP's bestaat, moet de ESMA bij de beoordeling van de omvang van het systeemrisico dat die CTP vormt voor de financiële stabiliteit van de Unie of één of meer van haar lidstaten ook daar rekening mee houden.

(30)  CTP's die niet systeemrelevant zijn voor de financiële stabiliteit van de Unie of van één of meer van haar lidstaten, moeten worden beschouwd als "tier 1"-CTP's. CTP's die systeemrelevant zijn of waarschijnlijk zullen worden voor de financiële stabiliteit van de Unie of van één of meer van haar lidstaten, moeten worden beschouwd als "tier 2"-CTP's. Wanneer de ESMA vaststelt dat een CTP uit een derde land niet systeemrelevant is voor de financiële stabiliteit van de Unie of van één of meer van haar lidstaten, moeten de bestaande erkenningsvoorwaarden uit hoofde van Verordening (EU) nr. 648/2012 van toepassing zijn op die CTP. Wanneer de ESMA vaststelt dat een CTP uit een derde land systeemrelevant is, moeten aanvullende vereisten worden vastgesteld in verhouding tot de omvang van het risico dat door die CTP wordt gevormd. De ESMA mag een CTP pas erkennen als die CTP voldoet aan deze vereisten.

(31)  De aanvullende vereisten moeten ook bepaalde prudentiële vereisten uit Verordening (EU) nr. 648/2012 omvatten die zijn gericht op het verhogen van de veiligheid en doeltreffendheid van een CTP. Het is de rechtstreekse verantwoordelijkheid van de ESMA om ervoor te zorgen dat een systeemrelevante CTP uit een derde land voldoet aan deze vereisten. De betrokken vereisten moeten de ESMA tevens in staat stellen volledig en effectief toezicht op die CTP uit te oefenen.

(32)  Met het oog op een passende betrokkenheid van de valuta-uitgevende centrale bank(en) moeten systeemrelevante CTP's uit een derde land ook voldoen aan alle relevante vereisten die deze centrale bank(en) noodzakelijk achten, zoals bepaald in deze verordening. De valuta-uitgevende centrale bank(en) moeten de ESMA ten laatste 150 dagen na de indiening van een complete aanvraag door de CTP bevestigen of de CTP al dan niet voldoet aan die aanvullende vereisten.

(32 bis)  Indien een valuta-uitgevende centrale bank besluit een aanvullend vereiste op te leggen aan een systeemrelevante CTP uit een derde land, moet zij ernaar streven haar besluit zo transparant mogelijk te maken, met voldoende inachtneming van de noodzaak van bescherming van vertrouwelijke of gevoelige informatie.

(32 ter)  Valuta-uitgevende centrale banken moeten de veerkracht van erkende CTP's uit derde landen voor ongunstige marktontwikkelingen beoordelen, rekening houdend met het risico dat zij vormen voor de stabiliteit van de valuta-uitgevende centrale bank, de tenuitvoerlegging van het monetair beleid en de goede werking van de betalingssystemen. In dergelijke gevallen moet voor samenwerking en de uitwisseling van informatie tussen valuta-uitgevende centrale banken en de ESMA worden gezorgd, teneinde duplicatie te voorkomen.

(32 quater)  Uitzonderlijke situaties die de tenuitvoerlegging van het monetair beleid of de goede werking van de betalingssystemen beïnvloeden kunnen, in de mate dat het institutioneel kader van een valuta-uitgevende centrale bank dit toestaat, de aanleiding vormen tot het aan systeemrelevante CTP's van derde landen opleggen van vereisten die verband houden met liquiditeitsrisico's, afwikkelingsregelingen, margins, en zekerheids- of interoperabiliteitsregelingen. In dergelijke situaties moeten de valuta-uitgevende centrale banken en de ESMA samenwerken en informatie uitwisselen, met name met betrekking tot hun beoordeling van de risico's die dergelijke situaties met zich meebrengen en de mogelijke duur ervan, alsook van de beoogde effecten van de op te leggen vereisten.

(32 quinquies)  Het is essentieel dat de toezichthouders in de Unie en in derde landen samenwerken en informatie uitwisselen, teneinde goed toezicht op CTP's van derde landen te waarborgen en alle relevante autoriteiten in staat te stellen op gecoördineerde, doeltreffende en efficiënte wijze te reageren op noodsituaties. De ESMA moet derhalve samenwerkingsovereenkomsten sluiten met de betrokken bevoegde autoriteiten van derde landen waarvan het rechts- en het toezichtkader gelijkwaardig is bevonden aan deze verordening, en deze overeenkomsten moeten betrekking hebben op alle elementen die nodig zijn om, onder meer, de soepele uitwisseling van informatie, de coördinatie van toezichtactiviteiten, de doeltreffende monitoring van regelgevings- en toezichtontwikkelingen in het derde land en een doeltreffende samenwerking in noodsituaties te garanderen.

(33)  De omvang van het risico dat een systeemrelevante CTP vormt voor het financiële stelsel en de stabiliteit van de Unie, varieert. De vereisten voor systeemrelevante CTP's moeten daarom worden toegepast op een wijze die in verhouding staat tot de risico's die de CTP in kwestie voor de Unie kan vormen. Wanneer de ESMA, in overleg met de betrokken valuta-uitgevende centrale bank(en), concludeert dat de systeemrelevantie van een CTP uit een derde land zodanig groot is dat naleving van de in deze verordening vastgestelde aanvullende vereisten niet toereikend is om het risico voor de financiële stabiliteit van de Unie of van één of meer van haar lidstaten het hoofd te bieden, moet de ESMA het recht hebben de Commissie aan te bevelen dat de CTP in kwestie niet wordt erkend en specifieke clearingdiensten of -activiteiten te identificeren waarvan zij meent dat deze uitsluitend aan in de Unie gevestigde clearingleden en handelsplatforms mogen worden geleverd door CTP's waaraan overeenkomstig deze verordening vergunning is verleend. Op grond van die aanbeveling moet de Commissie een gedelegeerde handeling kunnen vaststellen waarmee zij verklaart dat sommige of alle door die CTP verleende diensten alleen aan in de Unie gevestigde clearingleden en handelsplatforms mogen worden verleend door een CTP die in de Unie is gevestigd en daar een vergunning heeft. In die gedelegeerde handeling moet een passende aanpassingsperiode voor de CTP, haar clearingleden en hun klanten kunnen worden vastgesteld, samen met de voorwaarden waaronder de CTP tijdens die aanpassingsperiode tijdelijk kan worden erkend, en alle maatregelen die tijdens die aanpassingsperiode zullen worden getroffen om de potentiële kosten voor clearingleden en hun klanten, met name die welke in de Unie zijn gevestigd, te beperken.

(34)  De ESMA moet de erkenning van CTP's uit derde landen alsook hun classificatie als tier 1- of tier 2-CTP's regelmatig beoordelen. In dit verband moet de ESMA onder andere rekening houden met de veranderingen in de aard, de omvang en de complexiteit van de activiteiten van de CTP uit een derde land. Dergelijke beoordelingen moeten minstens om de twee jaar of om de vijf jaar plaatsvinden, afhankelijk van de mate waarin de door de CTP geclearde financiële instrumenten in valuta van de Unie luiden. Telkens wanneer een erkende CTP uit een derde land zijn activiteiten en diensten in de Unie uitbreidt, moet opnieuw een beoordeling plaatsvinden. Naar aanleiding van dergelijke beoordelingen moet de ESMA, onverminderd haar recht om de Commissie aan te bevelen een CTP niet te erkennen, een tier 1-CTP kunnen herclassificeren als een tier 2-CTP of omgekeerd. In het geval van herclassificering van tier 1 naar tier 2 moet een aanpassingsperiode in acht worden genomen.

(35)  De ESMA moet ook rekening kunnen houden met de mate waarin de conformiteit van een systeemrelevante CTP uit een derde land met de in dat derde land geldende vereisten kan worden vergeleken met de naleving door die CTP van de vereisten in Verordening (EU) nr. 648/2012. Bij deze beoordeling moet de ESMA, waar passend, rekening houden met de vraag of de Commissie een uitvoeringshandeling heeft vastgesteld waarmee zij bepaalt dat het rechts- en toezichtkader van het derde land waar de CTP is gevestigd gelijkwaardig is aan dat in deze verordening, alsook met eventuele voorwaarden waaraan de toepassing van die uitvoeringshandeling mogelijk is onderworpen. Bij deze beoordeling moet de ESMA, om evenredigheid te waarborgen, tevens rekening houden met de mate waarin de door de CTP geclearde financiële instrumenten in valuta van de Unie luiden. De Commissie moet een gedelegeerde handeling vaststellen tot nadere omschrijving van de voorwaarden om een dergelijke vergelijkbare conformiteit te beoordelen.

(36)  De ESMA moet alle noodzakelijke bevoegdheden hebben om toezicht uit te oefenen op erkende CTP's uit een derde land om ervoor te zorgen dat deze blijven voldoen aan de voorschriften van Verordening (EU) nr. 648/2012. Op bepaalde gebieden moeten de valuta-uitgevende centrale bank(en) worden geraadpleegd over die aspecten van het ontwerpbesluit die verband houden met de valuta die zij uitgeven. Na afloop van de periode waarin de centrale banken van uitgifte worden geraadpleegd, moet het comité voor toezicht op CTP's zich zo veel mogelijk inspannen om te voldoen aan de door hen voorgestelde wijzigingen. Indien het comité voor toezicht op CTP's in zijn ontwerpbesluit dat bij de raad van toezichthouders wordt ingediend de door een centrale bank van uitgifte voorgestelde wijzigingen niet meeneemt, brengt het comité voor toezicht op CTP's die centrale bank van uitgifte hiervan schriftelijk op de hoogte en licht hierbij zijn volledige beweegredenen en alle aanzienlijke afwijkingen van deze voorgestelde wijzigingen toe.

(36 bis)  Teneinde de uitwisseling van informatie over CTP's uit derde landen te vergemakkelijken, moeten colleges voor CTP's uit derde landen worden ingesteld. In dergelijke colleges moeten permanente leden van het comité voor toezicht op CTP's, bevoegde autoriteiten van lidstaten, valuta-uitgevende centrale banken en de toezichthouders van de in de Unie gevestigde entiteiten waarop de activiteiten van de CTP uit het derde land van invloed kunnen zijn, te weten clearingleden, handelsplatforms en centrale effectenbewaarinstellingen, vertegenwoordigd zijn. De colleges voor CTP's uit derde landen kunnen de voorzitter van het comité voor toezicht op CTP's verzoeken om specifieke zaken te bespreken met betrekking tot een in een derde land gevestigde CTP.

(38)  De ESMA moet dwangsommen kunnen opleggen om CTP's uit derde landen te dwingen een inbreuk te beëindigen, de volledige en juiste informatie te verstrekken die ESMA heeft geëist of een onderzoek of een inspectie ter plaatse te ondergaan.

(39)  De ESMA moet geldboeten kunnen opleggen aan zowel tier 1- als tier 2-CTP's wanneer zij tot de bevinding komt dat deze opzettelijk of uit onachtzaamheid een inbreuk op deze verordening hebben gepleegd door de ESMA onjuiste of misleidende informatie te verschaffen. De ESMA moet tier 2-CTP's geldboeten kunnen opleggen wanneer zij tot de bevinding komt dat deze opzettelijk of uit onachtzaamheid een inbreuk hebben gepleegd op de aanvullende vereisten in deze verordening die op hen van toepassing zijn.

(40)  Geldboeten moeten worden opgelegd in overeenstemming met de ernst van de inbreuken. De inbreuken moeten worden ingedeeld in verschillende groepen die met specifieke boeten worden bestraft. Om het bedrag van de boete voor een bepaalde inbreuk vast te stellen, moet de ESMA in twee fasen te werk gaan, namelijk de vaststelling van een basisbedrag van de boete en, indien nodig, de aanpassing van dit basisbedrag door bepaalde coëfficiënten. Het basisbedrag moet rekening houdend met de jaaromzet van de betrokken CTP uit het derde land worden vastgesteld, en door toepassing, overeenkomstig deze verordening, van de desbetreffende coëfficiënten naar boven of naar beneden worden bijgesteld.

(41)  In het kader van deze verordening moeten er coëfficiënten voor verzwarende en verzachtende omstandigheden worden opgesteld zodat de ESMA over de nodige instrumenten beschikt om, rekening houdend met de omstandigheden, een boete vast te stellen die evenredig is met de ernst van de door een CTP uit een derde land gepleegde inbreuk.

(42)  Het besluit tot het opleggen van boeten of dwangsommen moet gebaseerd zijn op een onafhankelijk onderzoek.

(43)  Alvorens de ESMA beslist geldboeten of dwangsommen op te leggen, moet zij de aan de procedure onderworpen personen in de gelegenheid stellen te worden gehoord om hun recht van verweer te eerbiedigen.

(44)  De ESMA dient van het opleggen van geldboeten of dwangsommen af te zien wanneer een eerdere vrijspraak of veroordeling in een krachtens het nationale recht gevoerde strafprocedure wegens hetzelfde feit of in wezen gelijkaardige feiten reeds in kracht van gewijsde is gegaan.

(45)  De besluiten van de ESMA inzake geldboeten en dwangsommen moeten uitvoerbaar zijn en de tenuitvoerlegging ervan moet geschieden volgens de bepalingen van burgerlijke rechtsvordering die van kracht zijn op het grondgebied van de staat waar zij plaatsvindt. De bepalingen van burgerlijke rechtsvordering mogen geen bepalingen van strafvordering omvatten, maar kunnen bepalingen betreffende administratieve procedures omvatten.

(46)  In geval van een inbreuk door een tier 2-CTP moet de ESMA de bevoegdheid krijgen een scala van toezichtmaatregelen te nemen, onder meer de verplichting voor een tier 2-CTP om een inbreuk te beëindigen en, in laatste instantie, de intrekking van een erkenning, wanneer een tier 2-CTP de bepalingen van deze verordening in ernstige mate of herhaaldelijk heeft geschonden. De ESMA moet bij de toepassing van de toezichtmaatregelen rekening houden met de aard en de ernst van de inbreuk en het evenredigheidsbeginsel eerbiedigen. Alvorens tot toezichtmaatregelen te besluiten, moet de ESMA de personen die aan een procedure worden onderworpen, de gelegenheid geven te worden gehoord, teneinde te voldoen aan hun rechten van verweer.

(47)  De validering van significante wijzigingen van de modellen en parameters die zijn vastgesteld voor de berekening van de marginvereisten van een CTP, bijdragen in het wanbetalingsfonds, zekerheidsvereisten, en andere mechanismen voor risicobeheersing, moet worden aangepast aan het nieuwe vereiste van voorafgaande toestemming door de ESMA met bepaalde besluiten van de bevoegde nationale autoriteit met betrekking tot in de Unie gevestigde CTP's. Om de procedures voor modelvalidering te vereenvoudigen, moet één validering door de bevoegde nationale autoriteit die onderworpen is aan voorafgaande toestemming van de ESMA, de twee valideringen vervangen die de nationale bevoegde autoriteit en de ESMA onafhankelijk van elkaar moesten verrichten. Bovendien moet de wisselwerking tussen de validering en het besluit van het college worden verduidelijkt. Een significante wijziging van die modellen en parameters moet indien nodig voorlopig kunnen worden vastgesteld, met name wanneer een snelle wijziging noodzakelijk is om de soliditeit van het risicobeheer van de CTP te waarborgen.

(48)  Aan de Commissie moet de bevoegdheid om handelingen vast te stellen overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie worden verleend met betrekking tot de nadere specificatie van het type vergoedingen, de aangelegenheden waarvoor vergoedingen verschuldigd zijn, het bedrag van de vergoedingen en de wijze waarop deze moeten worden betaald; de specificatie van de voorwaarden waaronder de criteria worden bepaald om vast te stellen of een CTP uit een derde land systeemrelevant is of waarschijnlijk zal worden voor de financiële stabiliteit van de Unie of van één of meer van haar lidstaten evenals de specificatie van de criteria aan de hand waarvan wordt beoordeeld of een CTP van aanzienlijk systeembelang is; de specificatie van de aanvullende vereisten die een valuta-uitgevende centrale bank aan een systeemrelevante CTP van een derde land kan opleggen; de specificatie van de diensten die een CTP uit een derde land verleent die uitsluitend mogen worden verleend na de verlening van de in artikel 14 bedoelde toestemming en na afloop van een eventueel vastgestelde aanpassingsperiode; de nadere specificatie van de criteria die moeten worden gebruikt bij de beoordeling van gelijkwaardigheid van derde landen; de specificatie hoe en onder welke voorwaarden bepaalde vereisten worden nageleefd door CTP's uit een derde land; nadere procedureregels met betrekking tot het opleggen van boeten of dwangsommen, met inbegrip van bepalingen inzake het recht van verweer, termijnen, het innen van boeten of dwangsommen en de verjaringstermijnen voor het opleggen en afdwingen van dwangsommen of boeten; maatregelen om bijlage IV aan te passen aan de ontwikkelingen op de financiële markten.

(49)  Om te zorgen voor eenvormige voorwaarden voor de toepassing van deze verordening, en met name met betrekking tot de erkenning van CTP's uit derde landen en de gelijkwaardigheid van de rechtskaders uit derde landen, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden verleend.

(50)  Aangezien de doelstellingen van deze richtlijn, namelijk het bevorderen van de veiligheid en doelmatigheid van CTP's door het invoeren van eenvormige vereisten voor hun activiteiten, niet voldoende door de lidstaten kunnen worden bereikt, maar vanwege de omvang en de gevolgen ervan beter door de Unie kunnen worden verwezenlijkt, kan de Unie overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel maatregelen treffen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken.

(51)  Het gebruik door de ESMA van haar bevoegdheid tot erkenning van een CTP uit een derde land als tier 1- of tier 2-CTP moet worden uitgesteld tot de criteria nader zijn gespecificeerd aan de hand waarvan kan worden beoordeeld of een CTP uit een derde land al dan niet systeemrelevant is, of waarschijnlijk zal worden voor het financiële stelsel van de Europese Unie of van één of meer van haar lidstaten.

(52)  Verordening (EU) nr. 1095/2010 en Verordening (EU) nr. 648/2012 dienen derhalve dienovereenkomstig te worden gewijzigd,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 2

Wijzigingen van Verordening (EU) nr. 648/2012

Verordening (EU) nr. 648/2012 wordt als volgt gewijzigd:

"1.  in artikel 6, lid 2, wordt punt b) vervangen door:

"b) de CTP's die over een vergunning overeenkomstig artikel 17 beschikken of over een erkenning overeenkomstig artikel 25, en de datum van vergunning respectievelijk erkenning, met vermelding welke CTP's met het oog op de clearingverplichting over een vergunning of erkenning beschikken;";

1 bis.  In artikel 15 worden de volgende leden ingevoegd:

"1 bis. In de zin van lid 1 is voor de uitbreiding van de bedrijvigheid met nieuwe activiteiten of diensten een uitbreiding van de toelating vereist indien aan een van de volgende voorwaarden voldaan is:

a) de nieuwe dienst of activiteit stelt de CTP bloot aan nieuwe of grotere risico's;

b) de nieuwe dienst of activiteit wordt verricht met betrekking tot een klasse financiële instrumenten die een afwijkend risicoprofiel hebben of wezenlijk verschillen van de reeds door de CTP geclearde producten;

c) de nieuwe dienst of activiteit wordt verricht met betrekking tot een klasse financiële instrumenten die niet in de toelatingsbeschikking van de CTP genoemd waren.".

1 ter. Om eenvormige voorwaarden voor de toepassing van lid 1 te garanderen, stelt de ESMA in nauwe samenwerking met het ESCB ontwerpen van technische reguleringsnormen vast met een lijst van indicatoren ter nadere bepaling van de in lid 1 bis genoemde voorwaarden.

De ESMA legt deze ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk [12 maanden na de inwerkingtreding van deze wijzigingsverordening] voor aan de Commissie. Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd om de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 vast te stellen."

2.  Artikel 17, lid 3, wordt vervangen door:

"3. Uiterlijk 30 werkdagen na ontvangst van de aanvraag verifieert de bevoegde autoriteit, in overleg met ESMA, of de aanvraag volledig is. Indien de aanvraag onvolledig is, stelt de bevoegde autoriteit een termijn vast waarbinnen de aanvragende CTP aanvullende informatie moet verstrekken. Bij ontvangst van die aanvullende informatie geeft de bevoegde autoriteit die onmiddellijk door aan ESMA en het overeenkomstig artikel 18, lid 1, opgerichte college. Nadat de bevoegde autoriteit in overleg met ESMA heeft vastgesteld dat de aanvraag volledig is, stelt zij de aanvragende CTP en de leden van het college daarvan in kennis.";

2 bis.  In artikel 17 wordt lid 4, vierde alinea wordt vervangen door:

"Daar waar er niet in onderlinge overeenstemming tot een gezamenlijk advies kan worden gekomen overeenkomstig de derde alinea, en een gewone meerderheid van ▌het college een negatief advies heeft uitgebracht, kan elke van de betrokken bevoegde autoriteiten ▌binnen 30 kalenderdagen na de aanneming van dat negatieve advies de aangelegenheid overeenkomstig artikel 19 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 naar ESMA doorverwijzen.";

3.  Artikel 18 wordt als volgt gewijzigd:

a)  Lid 1 wordt vervangen door:

"1. De voor de CTP bevoegde autoriteit richt uiterlijk 30 kalenderdagen na de indiening van een volledige aanvraag in overeenstemming met artikel 17 een college op teneinde de uitvoering van de in de artikelen 15, 17, 49, 51 en 54 bedoelde taken te faciliteren.

De in artikel 22 bis bedoelde voorzitter van het comité voor toezicht op CTP's zit het college voor en bestuurt dit."

b)  In lid 2 wordt punt a) wordt vervangen door:

"a) de in artikel 22 bis, lid 2, onder a), bedoelde permanente leden van het comité voor toezicht op CTP's;";

c)  in lid 2 wordt punt c) vervangen door:

de bevoegde autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor het toezicht op de drie clearingleden van de CTP ▌met de grootste bijdragen in het in artikel 42 bedoelde wanbetalingsfonds van de CTP, op geaggregeerde basis gedurende een periode van één jaar, met inbegrip van, in voorkomend geval, de ECB in het kader van de taken betreffende het prudentieel toezichtmechanisme die haar overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1024/2013 van de Raad(14), zijn toevertrouwd, als die autoriteiten belang stellen in deelname aan dit college.

c bis)  in lid 2 wordt punt c bis) toegevoegd:

"c bis) de bevoegde autoriteiten van andere clearingleden dan die welke bedoeld worden in punt c), behoudens goedkeuring van de bevoegde autoriteit van de CTP. Die bevoegde autoriteiten vragen de bevoegde autoriteit van de CTP goedkeuring om deel te nemen aan het college, en geven de redenen voor hun verzoek op basis van hun beoordeling van de gevolgen die de financiële moeilijkheden van een CTP kunnen hebben op de financiële stabiliteit van de lokale markt van haar valuta van uitgifte. In geval van weigering door de bevoegde autoriteit van de CTP geeft de bevoegde autoriteit van de CTP schriftelijk de volledige en gedetailleerde redenen op."

c ter)  in lid 4 wordt punt c bis) toegevoegd:

"c bis)  de voorbereiding van een advies aan het comité voor toezicht op CTP's, indien dat comité is verplicht om toestemming te geven of wordt geraadpleegd in overeenstemming met artikel 21 bis."

c quater)  het volgende lid 4 bis wordt ingevoegd:

"Wanneer een lid van het college vaststelt op basis van de overeenkomstig punt b) uitgewisselde informatie dat de risicobeheerpraktijken van een CTP niet voldoen aan alle in deze verordening vervatte vereisten of wanneer de veerkracht van de CTP te wensen overlaat, kan dat lid de bevoegde autoriteit en het college op de hoogte stellen en verzoeken dat het college erover debatteert. De voorzitter van het college kan vervolgens een debat over de door het lid aangekaarte kwestie op de agenda van de volgende vergadering van het college plaatsen. Indien na dat debat ten minste een derde van de leden van het college afgezien van het lid dat het debat heeft aangevraagd de opstelling van een aanbeveling steunt om de aangekaarte kwestie te behandelen en de veerkracht van de CTP te verbeteren, verzoekt de voorzitter het college een dergelijke aanbeveling op te stellen.

Het college kan de in de eerste alinea bedoelde aanbeveling met gewone meerderheid van zijn leden aannemen.

Binnen 30 dagen na de aanneming van de aanbeveling door het college, beoordeelt ESMA de kwestie en de aanbeveling en besluit zij of moet worden verzocht om specifieke toezichtmaatregelen overeenkomstig artikel 21 bis, lid 3.

Zij stelt de bevoegde autoriteit en het college onmiddellijk daarvan in kennis. De bevoegde autoriteit houdt het college op de hoogte van alle volgende genomen of niet-genomen maatregelen met betrekking tot de aanbeveling.

Indien de bevoegde autoriteit heeft nagelaten maatregelen te nemen binnen 90 dagen na de aanneming van de aanbeveling, en indien het nalaten om maatregelen te nemen ertoe kan leiden dat de in deze verordening vervatte vereisten niet worden nageleefd, kan elk lid van het college, binnen 30 dagen na afloop van de termijn van 90 dagen, de aangelegenheid overeenkomstig artikel 19 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 naar ESMA doorverwijzen."

c quinquies)  lid 6 wordt vervangen door:

"6. Om de consistente en samenhangende werking van colleges in de Unie te garanderen, stelt ESMA, in nauwe samenwerking met het ESCB, ontwerpen van technische reguleringsnormen op ter nadere bepaling van de voorwaarden waaronder de in punt h) van lid 2 bedoelde EU-valuta's als de meest relevante dienen te worden beschouwd, alsmede van de gegevens omtrent de praktische regelingen als bedoeld in lid 5.

De ESMA dient deze ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op [één jaar na de datum van inwerkingtreding van deze wijzigingsverordening] bij de Commissie in.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd om de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 vast te stellen."

3 bis.  in artikel 19 wordt het volgende lid 1 bis ingevoegd:

"1 bis. Op verzoek van een lid van het college en na aanneming met een meerderheid van het college, kan het advies aanbevelingen omvatten om de veerkracht van de CTP te verbeteren."

4.  Artikel 19, lid 3, wordt vervangen door:

"3. Het meerderheidsadvies van het college wordt met gewone meerderheid van de leden vastgesteld.

Voor colleges met ten hoogste 12 leden hebben ten hoogste twee collegeleden die tot dezelfde lidstaat behoren stemrecht, en heeft elk lid met stemrecht één stem. Voor colleges met méér dan twaalf leden hebben ten hoogste drie leden die tot dezelfde lidstaat behoren stemrecht, en heeft elk lid met stemrecht één stem.

Indien de ECB een lid van het college is overeenkomstig artikel 18, lid 2, onder a), c) en h), heeft zij het volgende aantal stemmen:

i) ten hoogste twee stemmen in colleges tot en met twaalf leden;

ii) ten hoogste drie stemmen in colleges met meer dan met twaalf leden.

De vertegenwoordiger van de Commissie is niet-stemgerechtigd lid. De voorzitter van het comité voor toezicht op CTP's heeft één stem, de ondervoorzitter en de directeuren van het comité voor toezicht op CTP's zijn niet-stemgerechtigde leden in de colleges."

5.  Artikel 20, lid 6, wordt vervangen door:

"6. De bevoegde autoriteit van de CTP zendt aan ESMA en de leden van het college haar omstandig gemotiveerde ontwerpbesluit toe, waarin rekening wordt gehouden met de voorbehouden van de leden van het college."

6.  Artikel 21 wordt als volgt gewijzigd:

a)  lid 1 wordt vervangen door:

"1. Onverminderd de rol van het college, toetsen de in artikel 22 bedoelde bevoegde autoriteiten, in nauwe samenwerking met ESMA, de regelingen, strategieën, procedures en mechanismen die CTP's met het oog op deze verordening hebben ingevoerd, en evalueren zij de risico's, waaronder tenminste de financiële, operationele en cyberrisico's, waaraan CTP's zijn blootgesteld of mogelijkerwijs worden blootgesteld.

b)  Lid 3 wordt vervangen door:

"3. ESMA stelt de frequentie en de grondigheid van de in lid 1 bedoelde toetsing en evaluatie vast met inachtneming van de omvang, het systeembelang, de aard, de schaal, complexiteit van de activiteiten en de verwevenheid met andere financiële marktinfrastructuren van de betrokken CTP's. De toetsing en de evaluatie worden ten minste eenmaal per jaar bijgewerkt.

▌CTP's worden, indien dit noodzakelijk is, onderworpen aan passende inspecties ter plaatse. Personeelsleden van ESMA kunnen besluiten om aan deze inspecties ter plaatse deel te nemen.

De bevoegde autoriteit deelt ESMA alle informatie mee die zij van de CTP's ontvangt, en vraagt bij de relevante CTP alle door ESMA gewenste informatie op die zij niet kan verstrekken.";

b bis)  lid 6, tweede alinea, onder a), wordt vervangen door:

"a) de controleactiviteiten van alle bevoegde autoriteiten met betrekking tot het verlenen van vergunningen en het toezicht op CTP's overeenkomstig artikel 30 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 aan een wederzijdse beoordeling te onderwerpen, alsmede een vergelijkende analyse van de risicobeheerpraktijken van alle overeenkomstig artikel 14 van deze verordening erkende CTP's; en"

7.  in titel III worden in hoofdstuk 2 de volgende artikelen 21 bis, 21 ter en 21 quater ingevoegd:

"Artikel 21 bis

Procedures voor samenwerking en besluitvorming met betrekking tot erkende CTP's

1. De bevoegde autoriteiten, bij de uitoefening van hun taken krachtens artikel 22, lid 1:

a) bereiden ontwerpbesluiten voor en dienen die bij ESMA ter raadpleging in vóór de vaststelling van alle besluiten die worden vastgesteld overeenkomstig of bij het vervullen van hun taken die voortvloeien uit de in de artikelen 14, 15, 20, 30, 31, 32, 33, 34, 35, 36 en 49 van deze verordening bedoelde vereisten;

b) bereiden ontwerpbesluiten voor en dienen die bij ESMA ter raadpleging in vóór de vaststelling van alle besluiten die worden vastgesteld overeenkomstig of bij het vervullen van hun taken die voortvloeien uit de in de artikelen 24 en 54 van deze verordening bedoelde vereisten;

c) kunnen, zonder voorafgaande voorlegging aan ESMA voor toestemming of raadpleging, besluiten vaststellen die zijn genomen overeenkomstig of bij het vervullen van hun taken die voortvloeien uit de eisen zoals bedoeld in de artikelen 7, 8, 16, 21, 26, 27, 28, 29, 37, 38, 39, 40, 41, 42, 43, 44, 45, 46, 47, 48, 50, 51, 52 en 53 van deze verordening en de artikelen 35 en 36 van Verordening (EU) nr. 600/2014.

3. ESMA zendt de bevoegde autoriteiten alle relevante informatie toe die kan leiden tot de vaststelling van een in lid 1 bedoeld besluit, en kan verzoeken om specifieke toezichtmaatregelen, met inbegrip van intrekking van de vergunning. De bevoegde autoriteiten houden ESMA op de hoogte van alle volgende genomen of niet-genomen maatregelen.

4. Indien een ontwerpbesluit voor toestemming wordt voorgelegd aan ESMA overeenkomstig lid 1, onder a), wordt de toestemming van ESMA geacht te zijn gegeven tenzij zij wijzigingen voorstelt van of bezwaar maakt tegen het ontwerpbesluit binnen een termijn van ten hoogste 15 kalenderdagen nadat zij van dat ontwerpbesluit in kennis is gesteld. Indien ESMA wijzigingen voorstelt van of bezwaar maakt tegen een ontwerpbesluit, geeft zij schriftelijk de volledige en gedetailleerde redenen op.

5. Indien een ontwerpbesluit voor toestemming wordt voorgelegd aan ESMA overeenkomstig lid 1, onder a) en ESMA wijzigingen voorstelt, mag de bevoegde autoriteit het besluit slechts vaststellen zoals door ESMA gewijzigd.

Indien een ontwerpbesluit voor toestemming wordt voorgelegd aan ESMA overeenkomstig lid 1, onder a) en ESMA bezwaar maakt tegen een definitief ontwerpbesluit, stelt de bevoegde autoriteit dat besluit niet vast.

6. Indien een ontwerpbesluit voor toestemming wordt voorgelegd aan ESMA overeenkomstig lid 1, onder a) en de bevoegde autoriteit het oneens is met de voorgestelde wijziging of het bezwaar van ESMA, kan zij binnen een termijn van vijf dagen een met redenen omkleed verzoek indienen bij de in artikel 6, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1095/2010 bedoelde raad van toezichthouders, met het oog op beoordeling van die wijziging of dat bezwaar. De raad van toezichthouders bekrachtigt de bezwaren of wijzigingen van ESMA, of wijst die af, binnen een termijn van tien dagen te rekenen vanaf dat verzoek en lid 5 is dienovereenkomstig van toepassing.

6 bis. Indien een ontwerpbesluit voor raadpleging wordt voorgelegd aan ESMA overeenkomstig lid 1, onder b), reageert ESMA binnen een termijn van ten hoogste 15 kalenderdagen op het ontwerpbesluit nadat zij van dat ontwerpbesluit in kennis is gesteld.

6 ter. Indien een ontwerpbesluit voor raadpleging wordt voorgelegd aan ESMA overeenkomstig lid 1, onder b), moet de bevoegde autoriteit de suggesties van ESMA naar behoren in overweging nemen.

7. Onverminderd de bevoegdheden van de Commissie op grond van artikel 258 VWEU, kan ESMA een tot een financiëlemarktdeelnemer gericht besluit vaststellen op grond waarvan die financiëlemarktdeelnemer de nodige maatregelen moet nemen om te voldoen aan zijn verplichtingen op grond van het Unierecht, met inbegrip van de stopzetting van zijn praktijken in de volgende gevallen:

a) indien een bevoegde autoriteit niet voldoet aan lid 5 ingeval ESMA bezwaar heeft gemaakt tegen een definitief ontwerpbesluit of wijzigingen daarvan heeft voorgesteld;

b) indien een bevoegde autoriteit na een verzoek van ESMA overeenkomstig lid 3 nalaat de gevraagde maatregelen te nemen binnen een redelijke termijn en die nalatigheid ertoe leidt dat een financiëlemarktdeelnemer inbreuk maakt op de toepasselijke vereisten in de titels IV en V van deze verordening.

Op grond van de eerste alinea vastgestelde besluiten hebben voorrang op eerdere besluiten die door de bevoegde autoriteiten over dezelfde aangelegenheid zijn vastgesteld.

Artikel 21 bis bisRaadpleging van de centrale bank van uitgifte

Met betrekking tot besluiten die zijn genomen overeenkomstig de artikelen 14, 15, 20, 41, 44, 46, 50 en 54, raadpleegt het comité voor toezicht op CTP's elke centrale bank van uitgifte zoals bedoeld in artikel 18, lid 2, onder h), over de aspecten van het ontwerpbesluit die verband houden met de valuta die zij uitgeeft.

Elke centrale bank van uitgifte reageert binnen 10 werkdagen na de overdracht van het ontwerpbesluit op het verzoek om raadpleging.

Wanneer, met betrekking tot artikel 24, het comité voor toezicht op CTP’s van mening is dat de aangetroffen situatie een noodsituatie is, mag de in de voorgaande alinea bedoelde termijn niet langer zijn dan 24 uur.

Na verstrijken van de termijn waarin de centrale banken van uitgifte worden geraadpleegd, spant het comité voor toezicht op CTP's of de relevante bevoegde autoriteit zich zo veel mogelijk in om te voldoen aan de door de centrale banken van uitgifte voorgestelde wijzigingen.

Indien een ontwerpbesluit voor goedkeuring wordt voorgelegd aan ESMA overeenkomstig lid 1, onder a), van artikel 21, lid 1, of voor raadpleging overeenkomstig lid 1, onder b), van artikel 21, lid 1, en de bevoegde autoriteit in haar ontwerpbesluit dat bij het comité voor toezicht op CTP's wordt ingediend, de door een centrale bank van uitgifte voorgestelde wijzigingen niet meeneemt, brengt het comité voor toezicht op CTP's die centrale bank van uitgifte hiervan schriftelijk op de hoogte en licht hierbij zijn volledige beweegredenen en alle aanzienlijke afwijkingen van deze wijzigingen toe.

Artikel 21 quaterVergoedingen

1. CTP's betalen de volgende vergoedingen:

a) vergoedingen voor in artikel 17 bedoelde vergunningsaanvragen of voor in artikel 25 bedoelde erkenningsaanvragen, en

c) jaarlijkse vergoedingen voor de taken van ESMA overeenkomstig deze verordening.

1 bis. De in lid 1 bedoelde vergoedingen staan in verhouding tot de omzet van de betrokken CTP en dekken volledig de noodzakelijke uitgaven van ESMA met betrekking tot de vergunningverlening of erkenning van de CTP, naargelang van het geval, en tot de uitvoering van haar taken in overeenstemming met deze verordening.

2. De Commissie stelt overeenkomstig artikel 82 een gedelegeerde handeling vast om nadere invulling te geven aan het volgende:

a) de soorten vergoedingen;

b) de aangelegenheden waarvoor vergoedingen verschuldigd zijn;

c) het bedrag van de vergoedingen;

c bis) de wijze waarop de vergoedingen door de volgende entiteiten moeten worden betaald:

i) in de Unie gevestigde CTP's die over een vergunning beschikken of een vergunningsaanvraag hebben ingediend;

ii) in een derde land gevestigde CTP's die overeenkomstig artikel 25, lid 2, erkend zijn;"

7 bis.  De volgende artikelen worden ingevoegd:

Artikel 22 bisESMA-comité voor toezicht op CTP’s

1. ESMA stelt een permanent intern comité samen overeenkomstig artikel 41 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 voor de voorbereiding van besluiten en de uitvoering van de taken in verband met het toezicht op de CTP's van EU- en derde landen (comité voor toezicht op CTP's).

Het comité voor toezicht op CTP's legt alle ontwerpbesluiten ter goedkeuring aan de raad van toezichthouders voor, overeenkomstig artikel 22 quater.

2. Het comité voor toezicht op CTP's bestaat uit:

a) de volgende permanente leden:

i) een voorzitter, die stemgerechtigd is;

ii) een vicevoorzitter die de functies van de voorzitter vervult wanneer deze afwezig is, en die stemgerechtigd is;

iii) vier directeuren, die stemgerechtigd zijn;

iv) één vertegenwoordiger, zonder stemrecht, van de ECB; en

v) één vertegenwoordiger, zonder stemrecht, van de Commissie;

b) de volgende niet-permanente leden specifiek voor elke CTP met betrekking waartoe het comité voor toezicht op CTP's wordt bijeengeroepen:

i) een vertegenwoordiger van de in artikel 22 bedoelde bevoegde autoriteit voor elke in de Unie gevestigde CTP met betrekking waartoe het comité voor toezicht op CTP's wordt bijeengeroepen. Die vertegenwoordigers zijn stemgerechtigd, maar indien een lidstaat verschillende bevoegde autoriteiten heeft aangewezen, heeft deze lidstaat slechts één stemrecht voor dit punt.

ii) een vertegenwoordiger, zonder stemrecht, van elk van de relevante centrale banken van uitgifte bedoeld in artikel 18, lid 2, onder h), voor elke CTP met betrekking waartoe het comité voor toezicht op CTP's bijeen wordt geroepen.

iii) indien het comité voor toezicht op CTP's bijeen wordt geroepen met betrekking tot besluiten of besprekingen op grond van de artikelen 41, 44, 46, 50 en 54, vertegenwoordigers van de betrokken centrale banken die de EU-valuta uitgeven van door de CTP geclearde of te clearen financiële instrumenten, met betrekking waartoe het comité voor toezicht op CTP's bijeen wordt geroepen, en die geen lid zijn overeenkomstig punt ii), zonder stemrecht.

De voorzitter kan, waar passend en noodzakelijk, andere leden van het college van de betrokken CTP bedoeld in artikel 18, lid 2, als waarnemers uitnodigen voor de vergaderingen van het comité voor toezicht op CTP's.

Wanneer het comité voor toezicht op CTP's een van de in lid 3, onder b), genoemde taken uitoefent, kunnen autoriteiten van door ESMA erkende CTP's van derde landen overeenkomstig artikel 25 worden uitgenodigd, waar passend en noodzakelijk, als waarnemers.

Wanneer besluiten met betrekking tot artikel 25, leden 2 bis en 2 quater, en de artikelen 25 ter, 41, 44 en 46 worden besproken, kunnen centrale banken van uitgifte van door de CTP van een derde land geclearde of te clearen financiële instrumenten waarvoor het comité voor toezicht op CTP's bijeenkomt, worden uitgenodigd om als waarnemers aan het comité voor toezicht op CTP's deel te nemen.

De vergaderingen van het comité voor toezicht op CTP's worden door de voorzitter op eigen initiatief of op verzoek van een lid bijeengeroepen. Het comité voor toezicht op CTP's komt ten minste vijf keer per jaar bijeen.

Indien een taak van het comité voor toezicht op CTP's geen verband houdt met een specifieke CTP van de Unie, is het comité alleen samengesteld uit de onder a) van dit lid bedoelde permanente leden van alle onder b), punt i bedoelde autoriteiten en, in voorkomend geval, de in onder b), punt ii), van dit lid bedoelde centrale banken van uitgifte.

3. Het comité voor toezicht op CTP's is verantwoordelijk voor het voorbereiden van aan de raad van toezichthouders voor te leggen ontwerpbesluiten:

a) indien ESMA verplicht is om toestemming te geven of wordt geraadpleegd in overeenstemming met artikel 21 bis.; en

b) indien ESMA toezicht houdt op in derde landen gevestigde CTP's en deze erkent, in overeenstemming met de artikelen 25 tot en met 25 undecies, en de artikelen 25 quaterdecies en 25 quindecies.

4. De voorzitter van het comité voor toezicht op CTP's en de directeuren, bedoeld in artikel 22 bis, lid 1, onder a), punt i), zijn voltijdse, onafhankelijke professionals. Zij worden benoemd op basis van verdienste, vaardigheden, kennis van clearing, post-trading en financiële aangelegenheden, en van relevante ervaring op het gebied van toezicht en regulering van CTP's. Zij worden gekozen op basis van een open selectieprocedure die door de Commissie wordt georganiseerd, waarbij de beginselen van genderevenwicht, ervaring en beroepsbekwaamheid worden nageleefd. Het Europees Parlement en de Raad worden in elke fase van die procedure tijdig en naar behoren op de hoogte gehouden.

De ambtstermijn van de voorzitter, vicevoorzitter en directeuren van het comité voor toezicht op CTP's is vijf jaar en mag slechts eenmaal worden verlengd. De voorzitter, vicevoorzitter en directeuren van het comité voor toezicht op CTP's mogen geen andere functie bekleden op nationaal, Unie- of internationaal niveau.

De Commissie bezorgt, in overleg met de nationale toezichtsautoriteiten, het Europees Parlement een beperkte lijst van kandidaten voor het ambt van voorzitter, vicevoorzitter en directeuren en brengt de Raad op de hoogte van de beperkte lijst.

De Commissie legt het Europees Parlement ter goedkeuring een voordracht voor de benoeming van de voorzitter, vicevoorzitter en directeuren voor. Na de goedkeuring van dat voorstel stelt de Raad een uitvoeringsbesluit vast om de voorzitter, vicevoorzitter en directeuren te benoemen. De Raad besluit met gekwalificeerde meerderheid van stemmen.

Indien de voorzitter, vicevoorzitter en directeuren niet langer voldoen aan de voorwaarden om hun taken te kunnen vervullen, of op ernstige wijze zijn tekortgeschoten, kan de Raad, op voorstel van de Commissie dat door het Europees Parlement is goedgekeurd, een uitvoeringsbesluit vaststellen om hen te ontslaan. De Raad besluit met gekwalificeerde meerderheid van stemmen.

Het Europees Parlement of de Raad kan de Commissie ervan op de hoogte brengen dat de voorwaarden voor ontzetting uit het ambt van voorzitter van het comité voor toezicht op CTP's, vicevoorzitter of directeur vervuld worden geacht, waarop de Commissie reageert.

5. Het comité voor toezicht op CTP's wordt ondersteund door toegewijd personeel dat over voldoende kennis, vaardigheden en ervaring beschikt en van de ESMA voldoende middelen ontvangt om zijn taken uit te voeren.

6. Het comité voor toezicht op CTP's stelt het relevante toezichthoudende college in kennis van de volledige ontwerpbesluiten die het overeenkomstig lid 1 aan de raad van toezichthouders voorlegt.

7. Het comité voor toezicht op CTP's zorgt ervoor dat de leden van het college als bedoeld in artikel 18, lid 2, de in artikel 25, lid 3, van Verordening (EU) nr. 648/2012 en het ESRB bedoelde autoriteiten, overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1092/2010, toegang hebben tot alle informatie die nodig is voor de uitvoering van hun taken.

Artikel 22 terOnafhankelijkheid

Met betrekking tot de taken van de voorzitter, vicevoorzitter en directeuren van het comité voor toezicht op CTP's vragen noch aanvaarden de voorzitter, vicevoorzitter en directeuren instructies van instellingen of organen van de Unie, van de regering van een lidstaat of van enig ander publiek of privaat orgaan. De lidstaten, de instellingen en organen van de Unie of andere publieke of private organen doen geen pogingen invloed uit te oefenen op de voorzitter, vicevoorzitter en directeuren van het comité voor toezicht op CTP's, bedoeld in artikel 22 bis, lid 1, onder a), punt i), bij het vervullen van hun taken. Overeenkomstig het in artikel 68 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 bedoelde Statuut blijven de voorzitter, vicevoorzitter en directeuren van het comité voor toezicht op CTP's, bedoeld in artikel 22 bis, lid 1, onder a), punt i), na vertrek uit de dienst verplicht zich met betrekking tot de aanvaarding van bepaalde benoemingen of gunsten integer en discreet op te stellen.

De voorzitter, vicevoorzitter en directeuren nemen een passende overgangsperiode in acht, zowel vóór het aanvaarden van hun functie als na het vervullen van deze rol.

Artikel 22 quaterVerslag

1. Het Europees Parlement of de Raad kan de voorzitter, de vicevoorzitter en de directeuren van het comité voor toezicht op CTP's verzoeken een verklaring af te leggen, met volledige inachtneming van hun onafhankelijkheid. Zij leggen een verklaring af voor het Europees Parlement en beantwoorden desgevraagd alle vragen van de leden van het Europees Parlement.

2. Indien daarom wordt verzocht en ten minste 15 dagen voordat hij de in lid 1 bedoelde verklaring aflegt, brengt de voorzitter van het comité voor toezicht op CTP's schriftelijk verslag uit aan het Europees Parlement over de belangrijkste werkzaamheden van het comité voor toezicht op CTP's.

3. De voorzitter brengt verslag uit van alle door het Europees Parlement ad hoc opgevraagde relevante informatie.

4. Desgevraagd voert de voorzitter van het comité voor toezicht op CTP's achter gesloten deuren met de voorzitter en de vicevoorzitters van de bevoegde commissie van het Europees Parlement vertrouwelijke mondelinge besprekingen, als die besprekingen nodig zijn voor de uitoefening van de bevoegdheden van het Europees Parlement uit hoofde van het VWEU.

5. Tijdens onderzoeken van het Europees Parlement werkt het comité voor toezicht op CTP's overeenkomstig het VWEU en de in artikel 226 daarvan genoemde verordeningen samen met het Europees Parlement. Binnen zes maanden na de benoeming van de voorzitter sluiten de vicevoorzitter, de directeuren van het comité voor toezicht op CTP's en het Europees Parlement passende regelingen over de praktische regelingen van de uitoefening van de democratische verantwoordingsplicht van en het toezicht op de uitvoering van de taken die uit hoofde van deze verordening aan het comité voor toezicht op CTP's zijn toevertrouwd. Onverminderd de bevoegdheid van het Europees Parlement uit hoofde van artikel 226 VWEU omvatten die regelingen onder meer toegang tot informatie, waaronder voorschriften betreffende de verwerking en bescherming van geheime gegevens en anderszins vertrouwelijke informatie, samenwerking tijdens hoorzittingen, vertrouwelijke mondelinge besprekingen, verslagen, antwoorden op vragen, onderzoeken en informatie over de selectieprocedure voor de voorzitter, de vicevoorzitter en de directeuren als bedoeld in artikel 22 bis, lid 1, onder a), van deze verordening.

Artikel 22 quinquiesBesluitvorming binnen het comité voor toezicht op CTP's.

Het comité voor toezicht op CTP's besluit bij gewone meerderheid van de stemmen van zijn leden. Bij staking van stemmen is de stem van de voorzitter doorslaggevend.

Artikel 22 sexiesBesluitvorming binnen de raad van toezichthouders

Ten aanzien van de ontwerpbesluiten die zijn voorgelegd overeenkomstig artikel 21 bis, lid 1, en betreffende de artikelen 14, 15, 20, 41, 44, 46, 50, 54, alsmede, voor tier 2-CTP's overeenkomstig artikel 25, lid 2 bis, ontwerpbesluiten die zijn voorgelegd overeenkomstig de artikelen 25 bis, 25, lid 2 bis, 25, lid 2 ter, 25, lid 2 quater en 25, lid 5, worden de door het comité van toezicht voor CTP's voorgelegde ontwerpbesluiten aangenomen met een gewone meerderheid van de leden van de raad van toezichthouders.

Met betrekking tot andere besluiten dan die welke bedoeld worden in de eerste alinea, worden de door het comité van toezicht voor CTP's voorgelegde ontwerpbesluiten geacht te zijn aangenomen indien zij zijn goedgekeurd door een gewone meerderheid van de leden van de raad van toezichthouders, tenzij zij binnen 10 werkdagen na toezending worden verworpen door leden die samen een blokkerende minderheid vormen in de zin van artikel 16, lid 4, VEU en van artikel 3 van het Protocol (nr. 36) betreffende de overgangsbepalingen.

In bijzondere noodsituaties mag de termijn om een ontwerpbesluit te onderzoeken niet langer zijn dan 24 uur. Als de raad van toezichthouders een ontwerpbesluit afwijst, motiveert hij dit schriftelijk.

8.  Artikel 24 wordt vervangen door:

"De bevoegde autoriteit van de CTP of enige andere autoriteit informeert ESMA, het college, de relevante leden van het ESCB en andere relevante autoriteiten zonder onnodige vertraging over elke met een CTP verband houdende noodsituatie, waaronder ontwikkelingen op de financiële markten die een negatief effect kunnen hebben op de marktliquiditeit, de doorwerking van het monetaire beleid, de goede werking van betaalsystemen en de stabiliteit van het financiële stelsel in een lidstaat waar de CTP of een van de clearingleden ervan is gevestigd.";

9.  artikel 25 wordt als volgt gewijzigd:

-a)  lid 1 wordt vervangen door:

  "1. Een in een derde land gevestigde CTP mag uitsluitend clearingdiensten verrichten voor in de Unie gevestigde clearingleden of handelsplatforms indien die CTP is erkend door ESMA overeenkomstig de in lid 2 beschreven procedure of de in lid 4 beschreven procedure."

a)  in lid 2 wordt het volgende punt e) toegevoegd:

e) de CTP is overeenkomstig lid 2 bis niet aangewezen als systeemrelevant of waarschijnlijk systeemrelevant in de toekomst en is daarom een tier 1-CTP."

b)  de volgende leden 2 bis, 2 ter en 2 quater worden ingevoegd:

"2 bis. ESMA bepaalt, na de centrale banken die de meest relevante EU-valuta's van de door deze CTP geclearde of te clearen financiële instrumenten uitgeven te hebben geraadpleegd, of een CTP systeemrelevant of waarschijnlijk systeemrelevant in de toekomst is voor de financiële stabiliteit van de Unie of van een of meer van haar lidstaten (tier 2-CTP), waarbij zij rekening houdt met alle volgende criteria:

a) de aard, de omvang en de complexiteit van de activiteiten van de CTP in de Unie alsmede andere activiteiten van de CTP buiten de Unie voor zover dergelijke activiteiten gevolgen hebben voor de complexiteit van de CTP, waaronder:

i) de waarde in geaggregeerde termen en in elke valuta van de Unie van de door de CTP geclearde transacties, of de geaggregeerde blootstelling van de CTP die clearingactiviteiten verricht aan haar clearingleden die gevestigd zijn in de Unie, en, voor zover mogelijk, hun klanten en indirecte klanten die in de Unie zijn gevestigd, onder meer wanneer een van die leden of klanten is aangemerkt als mondiaal systeemrelevante instelling (MSI) of als andere systeemrelevante instellingen (ASI) op grond van artikel 131 van Richtlijn 2013/36/EU;

ii) het risicoprofiel van de CTP, in termen van, onder andere, juridische, operationele en bedrijfsrisico's, met bijzondere aandacht voor cyberrisico's;

b) het effect dat het faillissement of een verstoring van de CTP zou hebben op de financiële markten, financiële instellingen, of het ruimere financiële stelsel, of op de financiële stabiliteit van de Unie of van een of meer van haar lidstaten;

c) de structuur van het clearinglidmaatschap van de CTP, alsmede de structuur van het netwerk van klanten en indirecte klanten van de clearingleden, voor zover deze op eenvoudige wijze kunnen worden geïdentificeerd, met name het aandeel van hun clearingleden en hun klanten en indirecte klanten die in de Unie gevestigd zijn;

d) de betrekkingen, onderlinge afhankelijkheden of andere interacties van de CTP met andere financiëlemarktinfrastructuren, andere financiële instellingen en het ruimere financiële stelsel, voor zover die interacties waarschijnlijk van invloed zijn op het financiële stelsel van de Unie of van een of meer van haar lidstaten;

d bis) het onmiddellijke en middellangetermijneffect dat het faillissement of een verstoring van de CTP zou hebben op de liquiditeit van de markten waarin zij actief is of op de tenuitvoerlegging van het monetair beleid van de centrale bank van uitgifte.

De Commissie stelt binnen [12 maanden te rekenen vanaf de inwerkingtreding van deze verordening] overeenkomstig artikel 82 een gedelegeerde handeling vast om de in de eerste alinea vastgestelde criteria nader te bepalen.

2 ter. Indien ESMA overeenkomstig lid 2 bis vaststelt dat een CTP systeemrelevant is of waarschijnlijk systeemrelevant zal worden (tier 2-CTP), erkent zij die CTP alleen ▌indien naast de in artikel 25, lid 2, onder a), b)▌en d), bedoelde voorwaarden de volgende voorwaarden vervuld zijn:

a) de CTP voldoet op het ogenblik van erkenning en daarna doorlopend aan de vereisten die in artikel 16 en in de titels IV en V zijn vastgesteld. ESMA houdt rekening, overeenkomstig artikel 25 bis, lid 2, met de mate waarin de conformiteit van een CTP met die vereisten blijkt uit de conformiteit van de CTP met vergelijkbare vereisten die in het derde land van toepassing zijn;

b) de CTP voldoet of heeft passende maatregelen getroffen om doorlopend te voldoen aan elke van de volgende vereisten die de centrale banken van uitgifte van de meest relevante EU-valuta's die door de CTP uit het derde land gecleard zijn of gecleard moeten worden, opgelegd kunnen hebben met betrekking tot de uitvoering van hun taken op het gebied van monetair beleid:

i) de rapportage van alle gevraagde informatie aan de relevante centrale bank van uitgifte ▌indien deze informatie niet op andere wijze door ESMA is verkregen;

ii) de belofte van de CTP om volledig en naar behoren samen te werken met de centrale bank van uitgifte in het kader van haar beoordeling van de weerbaarheid van de CTP onder ongunstige marktontwikkelingen;

iii) de opening door een CTP van een onmiddellijk opvraagbare depositorekening bij de centrale bank van uitgifte in overeenstemming met de relevante toelatingscriteria en vereisten van de centrale bank van uitgifte;

iv) de toepassing, in uitzonderlijke situaties, van vereisten die consistent zijn met de vereisten als bepaald in artikel 16 en in de titels IV en V van deze verordening, binnen de bevoegdheden van de centrale bank van uitgifte en verband houdende met controles van het liquiditeitsrisico, afwikkelingsregelingen, marges, zekerheidsvereisten en interoperabiliteitsregelingen, om systemisch liquiditeitsrisico aan te pakken dat van invloed kan zijn op het overdragen van monetaire beleidslijnen of de vlotte werking van betalingssystemen.

Uiterlijk 150 kalenderdagen na de indiening van een volledige aanvraag bevestigen de relevante centrale banken van uitgifte ESMA schriftelijk dat de CTP voldoet, of passende maatregelen getroffen heeft om doorlopend te voldoen aan alle vereisten als bedoeld in de eerste alinea.

Indien de centrale banken van uitgifte ESMA niet schriftelijk hebben bevestigd dat de CTP aan een of meer van de in punten i) tot en met (iv) vermelde vereisten voldoet, mag ESMA ervan uitgaan dat de desbetreffende vereisten worden nageleefd.

De centrale bank van uitgifte geeft een naar behoren gerechtvaardigde en met redenen omklede toelichting aan de CTP en aan ESMA op haar besluit om een van de vereisten als bedoeld in de eerste alinea op te leggen, op basis van de relevantie van het besluit voor de taken op het gebied van monetair beleid.

Wanneer een van de in de eerste alinea bedoelde vereisten door de centrale bank van uitgifte wordt opgelegd nadat de CTP is erkend, voldoet de CTP onmiddellijk aan deze vereisten overeenkomstig artikel 25 ter en de centrale bank van uitgifte stelt ESMA onmiddellijk daarvan in kennis.

Vereisten die worden opgelegd door een centrale bank van uitgifte uit hoofde van punt (iv) van de eerste alinea worden opgelegd voor een periode van ten hoogste zes maanden. Wanneer de centrale bank van mening is dat de uitzonderlijke situatie als bedoeld in punt (iv) van de eerste alinea aanhoudt, mag zij, aan het einde van de eerste periode, na raadpleging van de Commissie en ESMA, deze vereisten toepassen voor een aanvullende periode van ten hoogste zes maanden.

Alle centrale banken van uitgifte kunnen een naar behoren gerechtvaardigd verzoek indienen bij de Commissie om een of meer vereisten toe te voegen aan de lijst die in de eerste alinea wordt genoemd.

Op basis van dit verzoek kan de Commissie een gedelegeerde handeling vaststellen om de vereisten in kwestie toe te voegen aan de lijst die in de eerste alinea wordt genoemd, of om de vereisten die zijn opgelegd overeenkomstig punt (iv) van die alinea te verlengen.

Indien de Commissie, naar aanleiding van een verzoek dat is ingediend door een centrale bank, besluit een of meer van de vereisten waar de centrale bank in haar verzoek om vraagt, niet toe te voegen aan de lijst die in de eerste alinea wordt genoemd, verstrekt zij schriftelijk een volledige en gedetailleerde beredenering van haar besluit aan de centrale bank in kwestie;

c) de CTP heeft ESMA een schriftelijke verklaring gegeven, ondertekend door zijn wettelijke vertegenwoordiger, betreffende de onvoorwaardelijke toestemming van de CTP om, binnen een termijn van 10 werkdagen na een verzoek in die zin van ESMA, alle documenten, registers, informatie en gegevens te verstrekken waarover de CTP beschikt op het moment dat het verzoek wordt betekend, en waarbij ESMA toegang wordt verleend tot alle bedrijfsruimten van de CTP, tezamen met een met redenen omkleed juridisch advies van een onafhankelijke juridische deskundige waarin wordt bevestigd dat de gegeven toestemming geldig is en op grond van de toepasselijke wetten afdwingbaar is;

d) de CTP heeft alle nodige maatregelen getroffen en genomen en alle nodige procedures vastgesteld om ervoor te zorgen dat de onder a) en c) vastgestelde vereisten daadwerkelijk worden nageleefd;

d bis) er zijn samenwerkingsregelingen getroffen overeenkomstig lid 7 bis;

e) de Commissie heeft geen uitvoeringshandeling vastgesteld overeenkomstig lid 2 quater.

2 quater. In overeenstemming met de▐ centrale banken van uitgifte van de meest relevante EU-valuta's die door de CTP uit het derde land gecleard zijn of gecleard moeten worden▐, kan ESMA concluderen dat een CTP van zodanig aanzienlijk systeembelang is dat de naleving van de in lid 2 ter vastgestelde voorwaarden niet voldoende de financiële stabiliteit van de Unie of een of meer van haar lidstaten garandeert▐. In een dergelijk geval beveelt ESMA aan dat de Commissie een gedelegeerde handeling vaststelt waarin wordt verboden dat die CTP wordt erkend overeenkomstig leden 2 of 2 ter.

ESMA mag, in haar analyse, specifieke clearingdiensten of activiteiten aanwijzen waarvan zij meent dat deze alleen worden verleend aan clearingleden en handelsplatforms die in de Unie zijn gevestigd door een CTP die is gemachtigd overeenkomstig artikel 14.

De aanbeveling gaat vergezeld van een analyse van alle volgende elementen:

a) de in artikel 25, lid 2 bis, onder a) tot en met d bis), bedoelde elementen;

b) de kenmerken van de door de CTP geleverde clearingsdiensten, in het bijzonder de liquiditeit en fysieke afwikkeling die moeten worden beheerd ten tijde van stress en die er in gevallen van ernstige liquiditeitsstress toe zouden kunnen leiden dat de CTP moet gebruikmaken van de liquiditeitfaciliteiten van de centrale banken;

c)  de aanwezigheid van haalbare potentiële substituten voor de levering van desbetreffende clearingsdiensten in de desbetreffende valuta's aan clearingleden, hun klanten en indirecte klanten die in de Unie zijn gevestigd;

d) het bestaan en de aard van mechanismen voor liquiditeitssteun waarover de CTP in haar thuisland beschikt en het bestaan van andere risicobeperkende regelingen;

e) de mogelijke gevolgen van het opnemen van de nog openstaande contracten bij de CTP binnen het bereik van de gedelegeerde handeling;

f) de mogelijke gevolgen, in termen van kosten en voordelen, van de noodzaak voor de CTP om in de Unie een vergunning aan te vragen voor het volgende:

i) de clearingleden van de CTP, en hun klanten en indirecte klanten die in de Unie zijn gevestigd;

ii) de verbonden en operationele financiële marktinfrastructuren (FMI’s) van de CTP;

iii) de financiële stabiliteit van de Unie of van een of meer van haar lidstaten, met inbegrip van de vraag of het systeemrisico zal worden beperkt als gevolg van de noodzaak voor de CTP om in de Unie een vergunning aan te vragen.

Op basis van de in de eerste alinea bedoelde aanbeveling en van de bijbehorende beoordeling, kan de Commissie de in de eerste alinea bedoelde gedelegeerde handeling vaststellen waarin wordt aangegeven dat sommige of alle diensten die door die CTP worden geleverd alleen zullen worden geleverd aan clearingleden en handelsplatforms die in de Unie zijn gevestigd en uitsluitend door een CTP waaraan overeenkomstig artikel 14 een vergunning is verleend, in voorkomend geval na een aanpassingsperiode. Die gedelegeerde handeling kan alle van de volgende zaken specificeren:

a) een passende aanpassingsperiode voor de CTP, haar clearingleden en hun klanten;

b) de voorwaarden waaronder de CTP tijdelijk kan worden erkend gedurende de onder a) bedoelde aanpassingsperiode; en

c) alle maatregelen die tijdens de aanpassingsperiode worden genomen om de potentiële kosten voor clearingleden en hun klanten, met name die welke in de Unie zijn gevestigd, te beperken."

b bis)  lid 3 wordt als volgt gewijzigd:

  i) het inleidende gedeelte wordt vervangen door:

  "3.  Bij het beoordelen of aan de voorwaarden van lid 2 of lid 2 bis, hetgeen van toepassing is, is voldaan, raadpleegt ESMA:";

  ii) punt f) wordt vervangen door:

  "f)   de centrale banken die alle Unievaluta's van de door de CTP van het derde land geclearde of te clearen financiële instrumenten uitgeven."

b ter)  in lid 4, wordt de zesde alinea door het volgende vervangen:

  "ESMA publiceert op haar website een lijst van overeenkomstig deze verordening erkende CTP's en vermeldt hierbij ook hun classificatie als tier 1- of tier 2-CTP.";

c)  lid 5 wordt vervangen door:

"5. ESMA toetst, na raadpleging van de in lid 3 bedoelde autoriteiten en entiteiten, de erkenning van een in een derde land gevestigde CTP als volgt:

a) in het geval dat de betrokken CTP het bereik van haar activiteiten en diensten in de Unie heeft uitgebreid;  en met de volgende periodiciteit:

b) ten minste om de twee jaar, indien de betrokken CTP een bedrag aan in valuta's van de Unie luidende financiële instrumenten cleart dat voor de betrokken valuta de drempelwaarden overschrijdt die zijn vastgesteld in de technische reguleringsnormen als bedoeld in de vijfde alinea; of

c) ten minste om de vijf jaar in alle andere gevallen.

Die toetsing geschiedt in overeenstemming met leden 2, 3 en 4.

In aansluiting op deze toetsing kan ESMA, onverminderd lid 2 quater en met inachtneming van de criteria in lid 1 bis:

a) overeenkomstig lid 2 bis bepalen dat een tier 1-CTP belangrijk is geworden of dreigt te worden voor de financiële stabiliteit van de Unie of een of meer van haar lidstaten en daarom geherclassificeerd wordt als tier 2-CTP;

b) bepalen dat een tier 2-CTP niet langer belangrijk is of dreigt te worden voor de financiële stabiliteit van de Unie of een of meer van haar lidstaten en daarom geherclassificeerd wordt als tier 1-CTP; of

c) vaststellen dat de betekenis van de betrokken CTP ongewijzigd is gebleven en de classificatie van deze CTP ongewijzigd laten.

Indien ESMA na de in de eerste alinea bedoelde toetsing bepaalt dat een CTP uit een derde land die ESMA eerder had geclassificeerd als tier 1-CTP, moet worden geherclassificeerd als tier 2-CTP, stelt ESMA een passende aanpassingsperiode vast, die niet langer mag duren dan 12 maanden, waarbinnen de CTP moet voldoen aan de in lid 2 ter bedoelde vereisten.

ESMA kan, op basis van een met redenen omkleed verzoek van de CTP of een bevoegde autoriteit van een van de clearingleden van de CTP die gevestigd zijn in de Unie, deze aanpassingsperiode verlengen met maximum 6 maanden, indien deze verlenging gerechtvaardigd is door uitzonderlijke omstandigheden en de specifieke behoeften van de clearingleden van de CTP die gevestigd zijn in de Unie.

5 bis. ESMA stelt in overleg met de leden van het ESCB ontwerpen van technische reguleringsnormen op om de drempel te bepalen voor elke Unievaluta als bedoeld in punt b) van de eerste alinea van lid 5.

ESMA dient deze ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk bij de Commissie in op ... [12 maanden na de inwerkingtreding van deze wijzigingsverordening].

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd om de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 vast te stellen. "

d)  lid 6 wordt vervangen door:

"6. De Commissie stelt op grond van artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 een uitvoeringshandeling vast, waarin het volgende wordt bepaald:

a) het rechts- en het toezichtskader van een derde land waarborgt dat CTP's die in dat derde land over een vergunning beschikken, doorlopend voldoen aan wettelijk bindende vereisten die gelijkwaardig zijn aan de vereisten die in titel IV van deze verordening zijn neergelegd;

b) die CTP's zijn doorlopend onderworpen aan daadwerkelijk toezicht en daadwerkelijke handhaving in dat derde land;

c) het rechtskader van dat derde land voorziet in een doeltreffend gelijkwaardig systeem voor de erkenning van CTP's waaraan uit hoofde van rechtsstelsels van derde landen een vergunning is verleend.

De Commissie kan de toepassing van de in de eerste alinea bedoelde uitvoeringshandeling doen afhangen van de doorlopende daadwerkelijke naleving door een derde land van alle daarin vastgestelde vereisten, en van het feit dat ESMA haar verantwoordelijkheden met betrekking tot in derde landen gevestigde CTP's die overeenkomstig de leden 2 en 2 ter erkend zijn, of met betrekking tot de in lid 6 ter bedoelde monitoring daadwerkelijk kan uitoefenen, onder meer door de in lid 7 bedoelde samenwerkingsovereenkomsten overeen te komen en toe te passen.";

e)  de volgende leden 6 bis en 6 ter worden ingevoegd:

"6 bis. De Commissie stelt overeenkomstig artikel 82 een gedelegeerde handeling vast om de in lid 6, onder a), b) en c), bedoelde criteria nader te bepalen.

6 ter. ESMA monitort de ontwikkelingen op het gebied van regelgeving en toezicht in derde landen waarvoor overeenkomstig lid 6 uitvoeringshandelingen zijn vastgesteld.

Indien ESMA in die derde landen ontwikkelingen op het gebied van regelgeving of toezicht vaststelt die van invloed kunnen zijn op de financiële stabiliteit van de Unie of van een of meer van haar lidstaten, informeert zij de Commissie, het Europees Parlement en de Raad vertrouwelijk en onverwijld.

ESMA dient jaarlijks bij de Commissie een vertrouwelijk verslag in over de ontwikkelingen op het gebied van regelgeving en toezicht in de in de eerste alinea bedoelde derde landen.";

f)  de eerste zin van lid 7 wordt vervangen door:

"7. Indien als gevolg van de toetsing die is uitgevoerd overeenkomstig lid 2 bis, bepaald is dat een CTP een tier 1-CTP is, sluit ESMA doeltreffende samenwerkingsovereenkomsten met de betrokken bevoegde autoriteiten van derde landen waarvan het rechts- en het toezichtskader overeenkomstig lid 6 gelijkwaardig is bevonden aan deze verordening.";

g)  in lid 7 wordt het volgende punt e) toegevoegd:

"d) de procedures voor de coördinatie van toezichtsactiviteiten, met inbegrip van de overeenkomst met autoriteiten van derde landen om onderzoeken en inspecties ter plaatse overeenkomstig artikel 25 quinquies respectievelijk artikel 25 sexies mogelijk te maken;

e) de procedures die nodig zijn voor de doeltreffende monitoring van ontwikkelingen op het gebied van regelgeving en toezicht in het betrokken derde land.";

g bis)  in lid 7 wordt het volgende punt toegevoegd:

"f) procedures voor samenwerking in gevallen als bedoeld in artikel 24, waaronder de volgende:

i) het akkoord van de bevoegde autoriteiten van derde landen om ESMA en de uitgevende centrale banken van de meest relevante EU-valuta's die door de CTP uit het derde land gecleard zijn of gecleard moeten worden, onverwijld te informeren over een dergelijke situatie met betrekking tot een CTP die onder het toezicht van deze instanties valt; en

ii) het akkoord van de bevoegde autoriteiten van derde landen om ESMA en de uitgevende centrale banken van de meest relevante EU-valuta's die door de CTP uit het derde land gecleard zijn of gecleard moeten worden, naar behoren te betrekken bij de besluiten die in een dergelijke situatie worden genomen;

g ter)  in lid 7 wordt de volgende alinea toegevoegd:

"ESMA raadpleegt de uitgevende centrale banken van de meest relevante EU-valuta's die door de CTP uit het derde land gecleard zijn of gecleard moeten worden bij de opstelling van de bepalingen van de samenwerkingsovereenkomsten die betrekking hebben op de in punt f) bedoelde aangelegenheden.";

g quater)  in artikel 25 worden de leden 7 bis en 7 ter ingevoegd:

"7 bis. Indien als gevolg van de toetsing die is uitgevoerd overeenkomstig lid 2 bis, bepaald is dat een CTP een tier 2-CTP is, sluit ESMA doeltreffende samenwerkingsovereenkomsten met de betrokken bevoegde autoriteiten van derde landen waarvan het rechts- en het toezichtskader overeenkomstig lid 6 gelijkwaardig is bevonden aan deze verordening."; In deze overeenkomsten wordt ten minste het volgende gespecificeerd:

a) het mechanisme voor de uitwisseling van informatie tussen ESMA en de bevoegde autoriteiten van de betrokken derde landen, met inbegrip van toegang tot alle door ESMA gevraagde informatie over CTP's die in derde landen over een vergunning beschikken, met inbegrip van de uitwisseling van informatie en rapportage indien er substantiële veranderingen plaatsvinden in de risicomodellen en -parameters, bij de uitbreiding van CTP-activiteiten en ‑diensten, veranderingen in de structuur van de rekeningen van klanten en het gebruik van betaalsystemen die aanzienlijke gevolgen hebben voor de Unie;

b) het mechanisme voor snelle kennisgeving aan ESMA wanneer de bevoegde autoriteit van een derde land van oordeel is dat een CTP uit een derde land waarop zij toezicht uitoefent, de voorwaarden van haar vergunning of andere wetgeving waaraan zij is onderworpen, schendt;

c) het mechanisme voor snelle kennisgeving aan ESMA door de bevoegde autoriteit van een derde land wanneer aan een CTP waarop zij toezicht uitoefent, het recht is verleend clearingdiensten te verrichten voor in de Unie gevestigde clearingleden of cliënten;

d) de procedures voor de coördinatie van toezichtsactiviteiten, met inbegrip van de overeenkomst met autoriteiten van derde landen om onderzoeken en inspecties ter plaatse overeenkomstig artikel 25 quinquies respectievelijk artikel 25 sexies mogelijk te maken;

e) de procedures die nodig zijn voor de doeltreffende monitoring van ontwikkelingen op het gebied van regelgeving en toezicht in het betrokken derde land;

f) de expliciete toestemming van de bevoegde autoriteiten van het derde land voor het delen van de informatie die zij uit hoofde van de punten a) tot d) verstrekken, met de in lid 3 bedoelde autoriteiten, met inachtneming van de in artikel 83 neergelegde vereisten met betrekking tot geheimhouding;

g) indien ESMA overeenkomstig artikel 25 ter rechten krijgt om besluiten te nemen, procedures met betrekking tot de doeltreffende handhaving van deze rechten;

h) procedures voor samenwerking in gevallen als bedoeld in artikel 24, waaronder de volgende:

i) het akkoord van de bevoegde autoriteiten van derde landen om ESMA en de uitgevende centrale banken van de meest relevante EU-valuta's die door de CTP uit het derde land gecleard zijn of gecleard moeten worden, onverwijld te informeren over een dergelijke situatie met betrekking tot een CTP die onder het toezicht van deze instanties valt;

ii) het akkoord van de bevoegde autoriteiten van derde landen om ESMA en de uitgevende centrale banken van de meest relevante EU-valuta's die door de CTP uit het derde land gecleard zijn of gecleard moeten worden, naar behoren te betrekken bij de besluiten die in een dergelijke situatie worden genomen.

ESMA raadpleegt de uitgevende centrale banken van de meest relevante EU-valuta's die door de CTP uit het derde land gecleard zijn of gecleard moeten worden bij de opstelling van de bepalingen van de samenwerkingsovereenkomsten die betrekking hebben op de in punt h) bedoelde aangelegenheden.

7 ter. Indien ESMA van mening is dat een bevoegde autoriteit van een derde land de bepalingen die zijn neergelegd in een samenwerkingsregeling die op grond van lid 7 of lid 7 bis is overeengekomen, niet toepast, informeert zij de Commissie vertrouwelijk en onverwijld. In zulke gevallen kan de Commissie besluiten de uitvoeringshandeling te herzien die overeenkomstig lid 6 is vastgesteld."

10.  de volgende artikelen 25 bis, 25 ter, 25 quater, 25 quinquies, 25 sexies, 25 septies, 25 octies, 25 nonies, 25 decies, 25 undecies, 25 duodecies, 25 terdecies, 25 quaterdecies en 25 quindecies worden ingevoegd:

"Artikel 25 bisVergelijkbare conformiteit

1. Een in artikel 25, lid 2 ter, onder a), bedoelde CTP kan een met redenen omkleed verzoek indienen dat ESMA beoordeelt of zij bij haar naleving van het toepasselijke kader voor derde landen kan worden geacht te voldoen aan de vereisten bedoeld in artikel 25, lid 2 ter, onder a), en vastgesteld in artikel 16 en de titels IV en V.

Op basis van het ontvangen verzoek voert ESMA de in de eerste alinea bedoelde beoordeling uit. Bij de uitvoering van deze beoordeling houdt ESMA rekening met de bepalingen van de uitvoeringshandeling die is vastgesteld overeenkomstig artikel 25, lid 6.

Indien ESMA als gevolg van deze beoordeling concludeert dat aan de naleving door de CTP van de vereisten als bedoeld in artikel 25, lid 2 ter, onder a), en vastgesteld in artikel 16 en de titels IV en V, is voldaan door de naleving door de CTP van de vergelijkbare vereisten die van toepassing zijn in het derde land, houdt ESMA met deze conclusie rekening voor de toepassing van artikel 25, lid 2 ter, onder a).

2. Het in lid 1 bedoelde verzoek verstrekt de feitelijke gegevens om de vergelijkbaarheid vast te stellen en de redenen waarom de conformiteit met de in het derde land toepasselijke vereisten voldoet aan de vereisten die in artikel 16 en de titels IV en V zijn vastgesteld.

3. Om ervoor te zorgen dat bij de in lid 1 bedoelde beoordeling daadwerkelijk rekening wordt gehouden met de regelgevingsdoelstellingen van de vereisten die in artikel 16 en de titels IV en V zijn vastgesteld, en de belangen van de Unie als geheel, stelt de Commissie een gedelegeerde handeling vast waarin het volgende nader wordt bepaald:

a) de minimumelementen die bij de toepassing van lid 1 moeten worden beoordeeld;

b) de modaliteiten en voorwaarden om de beoordeling te verrichten.

De Commissie stelt de in de eerste alinea bedoelde gedelegeerde handeling vast overeenkomstig artikel 82.

Artikel 25 terDoorlopende conformiteit met de voorwaarden van erkenning

1. ESMA is verantwoordelijk voor het vervullen van de taken die uit deze verordening voortvloeien op het gebied van het doorlopende toezicht op de conformiteit van erkende tier 2-CTP's met de in artikel 25, lid 2 ter, onder a), bedoelde vereisten.

ESMA verlangt voor elke tier 2-CTP ten minste jaarlijks bevestiging dat de in artikel 25, lid 2 ter, onder a), b), c), d) en e), bedoelde vereisten nog altijd vervuld zijn.

Indien een in artikel 18, lid 2, onder h), bedoelde centrale bank van uitgifte van oordeel is dat een tier 2-CTP niet langer voldoet aan de in artikel 25, lid 2 ter, onder b), bedoelde voorwaarde, stelt zij ESMA onmiddellijk daarvan in kennis.

1 bis.  Wanneer ESMA een kennisgeving overeenkomstig lid 1, derde alinea, ontvangt of wanneer een tier 2-CTP de in lid 1, tweede alinea, bedoelde bevestiging niet verstrekt aan ESMA, wordt de CTP geacht niet langer te voldoen aan de voorwaarden voor erkenning op grond van artikel 25, lid 2 ter, en de procedure van artikel 25 quaterdecies, leden 2 tot 4, zijn derhalve van toepassing.

2. Met betrekking tot besluiten overeenkomstig de artikelen 41, 44, 46, 50 en 54, raadpleegt het comité voor toezicht op CTP's elke centrale bank van uitgifte van de meest relevante EU-valuta's die door de CTP uit het derde land gecleard zijn of gecleard moeten worden met betrekking tot de aspecten van het ontwerpbesluit die verband houden met de valuta die deze banken uitgeven.

Elke centrale bank van uitgifte reageert binnen 10 werkdagen na toezending van het ontwerpbesluit op het verzoek van ESMA om overleg.

Wanneer, met betrekking tot artikel 24, het comité voor toezicht op CTP's van mening is dat aangetroffen situatie een noodsituatie is, mag de in de voorgaande alinea bedoelde termijn niet langer zijn dan 24 uur.

Na afloop van de periode waarin de centrale banken van uitgifte worden geraadpleegd, spant het comité voor toezicht op CTP's zich zo veel mogelijk in om te voldoen aan de door hen voorgestelde wijzigingen.

Indien het comité voor toezicht op CTP's in zijn ontwerpbesluit dat bij de raad van toezichthouders wordt ingediend, de door een centrale bank van uitgifte voorgestelde wijzigingen niet meeneemt, brengt het comité voor toezicht op CTP's die centrale bank van uitgifte hiervan schriftelijk op de hoogte en licht hierbij zijn volledige beweegredenen en alle aanzienlijke afwijkingen van deze wijzigingen toe.

3. In nauwe samenwerking met de autoriteiten van een derde land, centrale banken van uitgifte en het ESRB verricht ESMA overeenkomstig artikel 32, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1095/2010 beoordelingen van de vraag in hoeverre erkende CTP's bestand zijn tegen ongunstige marktontwikkelingen. Bij de uitvoering van deze beoordelingen houdt ESMA ten minste rekening met financiële, operationele en cyberrisico's en zorgen zij voor samenhang met de beoordelingen van de veerkracht van CTP's uit de Unie die zijn uitgevoerd op grond van artikel 21, lid 6, onder b), van deze verordening.

Artikel 25 ter bisCollege voor CTP's uit derde landen

1. ESMA richt een college op voor CTP's uit derde landen om de uitwisseling van informatie te bevorderen.

2. Het college bestaat uit:

a) de permanente leden van het comité voor toezicht op CTP's;

b) de bevoegde autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor het toezicht op de CTP's, en die overeenkomstig artikel 22 door de lidstaten zijn aangewezen;

c) de bevoegde autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor het toezicht op de in de Unie gevestigde clearingleden van in een derde land gevestigde CTP's die overeenkomstig artikel 25, lid 2, erkend zijn;

d) de bevoegde autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor het toezicht op de handelsplatforms in de Unie die worden of moeten worden bediend door in een derde land gevestigde CTP's die overeenkomstig artikel 25, lid 2, erkend zijn;

e) de bevoegde autoriteiten die toezicht uitoefenen op de in de Unie gevestigde centrale effectenbewaarinstellingen, waarbij in een derde land gevestigde CTP's die overeenkomstig artikel 25, lid 2, erkend zijn, zijn aangesloten of voornemens zijn zich aan te sluiten; en

f) de leden van het ESCB.

3. Het college kan het comité voor toezicht op CTP's verzoeken om specifieke zaken te bespreken met betrekking tot een in een derde land gevestigde CTP. Het comité voor toezicht op CTP's neemt dergelijke verzoeken naar behoren in overweging en geeft een passend antwoord.

4. De voorzitter van het comité voor toezicht op CTP's zit het college voor. De oprichting en de werking van het college zijn gebaseerd op een schriftelijke overeenkomst tussen alle leden ervan.

Artikel 25 ter terUitoefening van de in de artikelen 25 quater tot 25 sexies bedoelde bevoegdheden

De op grond van de artikelen 25 quater tot en met 25 sexies aan ESMA, een functionaris van ESMA of een andere door hen gemachtigde persoon verleende bevoegdheden worden niet aangewend om de openbaarmaking te verlangen van aan het juridische verschoningsrecht onderworpen gegevens of documenten.

Artikel 25 quaterVerzoek om informatie

1. ESMA kan middels een eenvoudig verzoek of bij besluit bij erkende CTP's en gelieerde derden waaraan die CTP's operationele functies of activiteiten hebben uitbesteed, alle informatie opvragen die zij voor het vervullen van de haar krachtens deze verordening opgelegde taken nodig heeft.

2. Bij het toezenden van een eenvoudig verzoek om informatie op grond van lid 1 vermeldt ESMA al het volgende:

a) de verwijzing naar dit artikel als de rechtsgrond voor het verzoek;

b) de reden van het verzoek;

c) de gewenste informatie;

d) de termijn om de informatie te verstrekken;

e) de mededeling aan de aangezochte persoon dat deze niet verplicht is de informatie te verstrekken maar dat, als er vrijwillig op het verzoek wordt ingegaan, de verstrekte informatie niet onjuist en misleidend mag zijn; en

f) de geldboete die overeenkomstig artikel 25 octies in combinatie met bijlage III, punt V, onder a), wordt opgelegd indien de antwoorden op vragen onjuist of misleidend zijn.

3. Indien bij besluit wordt vereist dat de in lid 1 bedoelde informatie wordt verstrekt, vermeldt ESMA al het volgende:

a) de verwijzing naar dit artikel als de rechtsgrond voor het verzoek;

b) de reden van het verzoek;

c) de gewenste informatie;

d) de termijn om de informatie te verstrekken;

e) de dwangsom die overeenkomstig artikel 25 nonies wordt opgelegd indien de gevraagde informatie niet volledig wordt verstrekt;

f) de geldboete die overeenkomstig artikel 25 octies in combinatie met bijlage III, punt V, onder a), wordt opgelegd indien de antwoorden op vragen onjuist of misleidend zijn; en

g) het recht tegen het besluit bezwaar aan te tekenen bij de bezwaarcommissie van ESMA en het recht op beroep bij het Hof van Justitie van de Europese Unie ("Hof van Justitie") tegen het besluit overeenkomstig de artikelen 60 en 61 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.

4. De in lid 1 bedoelde personen of hun vertegenwoordigers en, in het geval van rechtspersonen of verenigingen zonder rechtspersoonlijkheid, de krachtens de wet of hun statuten tot vertegenwoordiging bevoegde personen verstrekken de gevraagde informatie. Naar behoren gemachtigde advocaten kunnen namens hun cliënten de gevraagde informatie verstrekken. De cliënten blijven volledig verantwoordelijk indien de verstrekte informatie onvolledig, onjuist of misleidend is.

5. ESMA zendt onverwijld een kopie van het eenvoudig verzoek of van haar besluit aan de bevoegde autoriteit van het betrokken derde land waar de in lid 1 bedoelde door het verzoek om informatie betroffen personen woonachtig of gevestigd zijn.

Artikel 25 quinquiesAlgemene onderzoeken

1. Om haar taken krachtens deze verordening te vervullen, kan ESMA de nodige onderzoeken naar tier 2-CTP's verrichten. In dit verband zijn de functionarissen van ESMA en andere door ESMA gemachtigde personen bevoegd:

a) alle vastleggingen, gegevens, procedures en ander materiaal te onderzoeken die relevant zijn voor het vervullen van hun taken, ongeacht de aard van de informatiedrager;

b) voor echt gewaarmerkte kopieën of uittreksels te maken of te verkrijgen van dergelijke vastleggingen, gegevens, procedures en ander materiaal;

c) alle tier 2-CTP's of hun vertegenwoordigers of personeelsleden op te roepen en te verzoeken om mondelinge of schriftelijke toelichting bij feiten of documenten met betrekking tot het onderwerp en het doel van de inspectie, en de antwoorden op te tekenen;

d) alle andere natuurlijke en rechtspersonen te horen die daarin toestemmen, om informatie betreffende het onderwerp van een onderzoek te verzamelen;

e) overzichten van telefoon- en dataverkeer op te vragen.

De centrale banken van uitgifte van de meest relevante Unievaluta's die door de CTP gecleard zijn of gecleard moeten worden, kunnen bij ESMA een gemotiveerd verzoek indienen om aan dergelijke onderzoeken deel te nemen, indien deze relevant zijn voor de uitvoering van de in artikel 25, lid 2 ter, onder b), bepaalde taken op het gebied van monetair beleid.

2. De door ESMA ten behoeve van de in lid 1 bedoelde onderzoeken gemachtigde functionarissen en andere personen oefenen hun bevoegdheden uit na overlegging van een schriftelijke machtiging waarin het voorwerp en het doel van het onderzoek zijn vermeld. In die machtiging worden tevens de dwangsommen vermeld die overeenkomstig artikel 25 nonies worden opgelegd indien de vereiste vastleggingen, gegevens, procedures of ander materiaal of de antwoorden op aan tier 2-CTP's gestelde vragen niet of onvolledig worden verstrekt, alsmede de geldboeten die overeenkomstig artikel 25 octies in combinatie met bijlage III, punt V, onder b), worden opgelegd indien de antwoorden op aan tier 2-CTP's gestelde vragen onjuist of misleidend zijn.

3. Tier 2-CTP's zijn verplicht zich aan op grond van een besluit van ESMA ingestelde onderzoeken te onderwerpen. Het besluit vermeldt het voorwerp en het doel van het onderzoek, de dwangsommen die overeenkomstig artikel 25 nonies worden opgelegd, de krachtens Verordening (EU) nr. 1095/2010 beschikbare rechtsmiddelen en het recht om bij het Hof van Justitie tegen het besluit in beroep te gaan.

4. Alvorens een tier 2-CTP van een onderzoek in kennis te stellen, brengt ESMA de bevoegde autoriteit van het betrokken derde land waar het onderzoek moet plaatsvinden op de hoogte van het onderzoek en van de identiteit van de gemachtigde personen. Die gemachtigde personen kunnen op verzoek van ESMA worden bijgestaan door functionarissen van de bevoegde autoriteit van het betrokken derde land bij het vervullen van hun taken. Functionarissen van de bevoegde autoriteit van het betrokken derde land mogen ook bij de onderzoeken aanwezig zijn. Onderzoeken overeenkomstig dit artikel worden gevoerd op voorwaarde dat de bevoegde autoriteit van het betrokken derde land daartegen geen bezwaar maakt.

Artikel 25 sexiesInspecties ter plaatse

1. Om haar taken krachtens deze verordening te vervullen, kan ESMA indien nodig inspecties ter plaatse in alle bedrijfsruimten of eigendom van tier 2-CTP's verrichten. De centrale banken van uitgifte van de meest relevante Unievaluta's die door de CTP gecleard zijn of gecleard moeten worden, worden uitgenodigd om aan dergelijke inspecties ter plaatse deel te nemen, als deze inspecties verband houden met de in artikel 25, lid 2 ter, onder b), bepaalde taken op het gebied van monetair beleid.

2. De functionarissen en andere personen die door ESMA gemachtigd zijn om een inspectie ter plaatse uit te voeren, kunnen de bedrijfsruimten of terreinen van onder het onderzoeksbesluit van ESMA vallende rechtspersonen betreden en hebben alle in artikel 25 quinquies, lid 1, bepaalde bevoegdheden. Zij zijn tevens bevoegd tot het verzegelen van alle bedrijfsruimten en boeken of vastleggingen van het bedrijf voor de duur van en voor zover nodig voor de inspectie.

3. ESMA stelt de bevoegde autoriteit van het betrokken derde land waar de inspectie moet worden verricht, voldoende tijd vóór de inspectie hiervan in kennis. Wanneer dit voor het behoorlijk en efficiënt verrichten van de inspectie nodig is, kan ESMA, na de bevoegde autoriteit van het betrokken derde land daarvan op de hoogte te hebben gebracht, de inspectie ter plaatse verrichten zonder voorafgaande kennisgeving aan de CTP. Inspecties overeenkomstig dit artikel worden verricht op voorwaarde dat de bevoegde autoriteit van het betrokken derde land daartegen geen bezwaar maakt.

De functionarissen van ESMA en andere personen die door ESMA gemachtigd zijn om een inspectie ter plaatse uit te voeren, oefenen hun bevoegdheden uit onder overlegging van een schriftelijke machtiging waarin het voorwerp en het doel van de inspectie zijn vermeld alsmede de dwangsommen die overeenkomstig artikel 25 nonies worden opgelegd wanneer de betrokken personen zich niet aan het onderzoek onderwerpen.

4. Tier 2-CTP's onderwerpen zich aan bij besluit van ESMA gelaste inspecties ter plaatse. Het besluit vermeldt het voorwerp en het doel van de inspectie, de datum waarop de inspectie zal aanvangen, de dwangsommen die overeenkomstig artikel 25 nonies worden opgelegd, de krachtens Verordening (EU) nr. 1095/2010 beschikbare rechtsmiddelen en het recht om bij het Hof van Justitie tegen het besluit in beroep te gaan.

5. De functionarissen van de bevoegde autoriteit van het derde land waar de inspectie moet worden verricht, alsook door deze autoriteit gemachtigde of aangewezen personen kunnen de functionarissen van ESMA en andere door ESMA gemachtigde personen actief bijstand verlenen. Functionarissen van de bevoegde autoriteit van het betrokken derde land worden uitgenodigd om bij de inspecties ter plaatse aanwezig te zijn.

6. ESMA kan bevoegde autoriteiten van derde landen tevens vragen namens haar specifieke onderzoekstaken en inspecties ter plaatse uit te voeren als bedoeld in dit artikel en in artikel 25 quinquies, lid 1.

7. Als de door ESMA gemachtigde functionarissen en andere begeleidende personen vaststellen dat een persoon zich tegen een overeenkomstig dit artikel gelaste inspectie verzet, kan de bevoegde autoriteit van het derde land de nodige bijstand verlenen om hen in staat te stellen hun inspectie ter plaatse te verrichten, zo nodig door een beroep te doen op de politie of een gelijkwaardige handhavingsautoriteit.

Artikel 25 septiesProcedureregels voor het nemen van toezichtmaatregelen en het opleggen van geldboeten

1. Indien ESMA bij het vervullen van haar taken krachtens deze verordening tot de bevinding komt dat er ernstige aanwijzingen zijn voor het bestaan van feiten die een of meer van de in bijlage III vermelde inbreuken zouden kunnen vormen, wijst ESMA intern een onafhankelijke onderzoeksfunctionaris aan om de aangelegenheid te onderzoeken. De aangewezen functionaris mag niet direct of indirect betrokken zijn geweest bij de erkenning van of het toezichtproces op de betrokken CTP en vervult zijn taken onafhankelijk van ESMA.

2. De onderzoeksfunctionaris onderzoekt de vermeende inbreuken en neemt daarbij de opmerkingen van de aan het onderzoek onderworpen personen in aanmerking, waarna hij het volledige dossier met zijn bevindingen aan ESMA voorlegt.

Voor het vervullen van zijn taken kan de onderzoeksfunctionaris gebruikmaken van de bevoegdheid om informatie op te vragen overeenkomstig artikel 25 quater en om onderzoeken en inspecties ter plaatse te verrichten overeenkomstig de artikelen 25 quinquies en 25 sexies. Bij de uitoefening van die bevoegdheden houdt de onderzoeksfunctionaris zich aan het bepaalde in artikel 25 ter ter.

Bij het verrichten van zijn taken heeft de onderzoeksfunctionaris toegang tot alle documenten en informatie die ESMA bij haar activiteiten vergaard heeft.

3. Na de afronding van zijn onderzoek en alvorens het dossier met zijn bevindingen aan ESMA voor te leggen, stelt de onderzoeksfunctionaris de aan het onderzoek onderworpen personen in de gelegenheid over de onderzochte punten van bezwaar te worden gehoord. De onderzoeksfunctionaris baseert zijn bevindingen alleen op de feiten ten aanzien waarvan de betrokken personen de gelegenheid hebben gehad opmerkingen te maken.

Het recht van verweer van de betrokken personen wordt in de loop van het onderzoek uit hoofde van dit artikel ten volle geëerbiedigd.

4. Wanneer de onderzoeksfunctionaris het dossier met zijn bevindingen aan ESMA voorlegt, stelt hij de aan het onderzoek onderworpen personen in kennis van dat feit. De aan het onderzoek onderworpen personen zijn gerechtigd toegang tot het dossier te krijgen, onder voorbehoud van het rechtmatige belang van andere personen bij de bescherming van hun zakengeheimen. Het recht op toegang tot het dossier geldt niet voor vertrouwelijke informatie of interne voorbereidende documenten van ESMA.

5. ESMA besluit op basis van het dossier met de bevindingen van de onderzoeksfunctionaris en na de aan het onderzoek onderworpen personen op hun verzoek overeenkomstig artikel 25 decies te hebben gehoord, of door de aan het onderzoek onderworpen personen al dan niet een of meer van de in bijlage III vermelde inbreuken zijn gepleegd, en in voorkomend geval neemt zij een toezichtmaatregel overeenkomstig artikel 25 quindecies en legt zij overeenkomstig artikel 25 octies een geldboete op.

6. De onderzoeksfunctionaris neemt niet aan de beraadslagingen van ESMA deel en mengt zich in het geheel niet in het besluitvormingsproces van ESMA.

7. De Commissie stelt overeenkomstig artikel 82 bij gedelegeerde handelingen nadere procedureregels vast voor de uitoefening van de bevoegdheid tot het opleggen van geldboeten en dwangsommen, zoals bepalingen inzake het recht van verweer, termijnbepalingen en de inning van geldboeten of dwangsommen, verjaringstermijnen voor de oplegging en tenuitvoerlegging van sancties.

8. Indien ESMA bij het vervullen van haar taken krachtens deze verordening tot de bevinding komt dat er ernstige aanwijzingen zijn voor het mogelijke bestaan van feiten waarvan zij weet dat ze strafbaar zijn volgens het toepasselijke recht, verwijst zij de zaak voor onderzoek en mogelijke strafrechtelijke vervolging door naar de bevoegde instanties. Bovendien ziet ESMA af van het opleggen van geldboeten of dwangsommen wanneer zij er weet van heeft dat een eerdere vrijspraak of veroordeling in een krachtens het nationale recht gevoerde strafprocedure wegens dezelfde feiten of in wezen gelijkaardige feiten reeds in kracht van gewijsde is gegaan.

Artikel 25 octiesGeldboeten

1. Indien ESMA overeenkomstig artikel 25 septies, lid 5, tot de bevinding komt dat een CTP, opzettelijk of uit onachtzaamheid, een van de in bijlage III vermelde inbreuken heeft gepleegd, legt zij bij besluit een geldboete op overeenkomstig lid 2 van dit artikel.

Een inbreuk door een CTP wordt geacht opzettelijk te zijn gepleegd, indien ESMA objectieve elementen vindt die erop wijzen dat de CTP of het hoger management van de CTP doelbewust handelde om de inbreuk te plegen.

2. De basisbedragen van de in lid 1 bedoelde geldboeten zijn tot tweemaal het bedrag van de verkregen winst of het vermeden verlies dankzij de overtreding, wanneer die kunnen worden vastgesteld, of tot 10 % van de totale jaaromzet, zoals omschreven in het desbetreffende Unierecht, over het voorgaande boekjaar van een rechtspersoon.

3. De in lid 2 vermelde basisbedragen worden zo nodig onder inaanmerkingneming van verzwarende of verzachtende factoren met de in bijlage IV bepaalde coëfficiënten aangepast.

De desbetreffende verzwarende coëfficiënten worden één voor één op het basisbedrag toegepast. Indien er meer dan één verzwarende coëfficiënt van toepassing is, wordt het verschil tussen het basisbedrag en het bedrag dat uit de toepassing van elke afzonderlijke verzwarende coëfficiënt resulteert, aan het basisbedrag toegevoegd.

De desbetreffende verzachtende coëfficiënten worden één voor één op het basisbedrag toegepast. Indien er meer dan één verzachtende coëfficiënt van toepassing is, wordt het verschil tussen het basisbedrag en het bedrag dat uit de toepassing van elke afzonderlijke verzachtende coëfficiënt resulteert, van het basisbedrag afgetrokken.

4. Niettegenstaande de leden 2 en 3 mag de geldboete niet meer bedragen dan 20 % van de jaaromzet van de betrokken CTP over het voorgaande boekjaar, maar is, wanneer de CTP direct of indirect financieel voordeel heeft gehad bij de inbreuk, het bedrag van de geldboete ten minste gelijk aan dat voordeel.

Indien een handeling of verzuim van een CTP meer dan één van de in bijlage III vermelde inbreuken vormt, wordt alleen de hoogste overeenkomstig de leden 2 en 3 met betrekking tot een van die inbreuken berekende geldboete toegepast.

Artikel 25 noniesDwangsommen

1. ESMA legt, bij besluit, dwangsommen op teneinde:

a) een tier 2-CTP ertoe te dwingen een einde te maken aan een inbreuk, overeenkomstig een uit hoofde van artikel 25 quindecies, lid 1, onder a), genomen besluit;

b) een in artikel 25 ter, lid 1, bedoelde persoon ertoe te dwingen de volledige informatie te verstrekken die bij een besluit uit hoofde van artikel 25 ter wordt verlangd;

c) een tier 2-CTP ertoe te dwingen:

i) zich aan een onderzoek te onderwerpen en in het bijzonder volledige vastleggingen, gegevens, procedures of ander vereist materiaal te verstrekken en andere informatie aan te vullen en te verbeteren die in het kader van een bij een besluit uit hoofde van artikel 25 quinquies ingesteld onderzoek is verstrekt; of

ii) zich aan een bij een besluit uit hoofde van artikel 25 sexies gelaste inspectie ter plaatse te onderwerpen.

2. Een dwangsom is doeltreffend en proportioneel. De dwangsom wordt opgelegd voor elke dag van vertraging.

3. Niettegenstaande lid 2 bedraagt de dwangsom 3 % van de gemiddelde dagomzet in het voorgaande boekjaar of, voor natuurlijke personen, 2 % van hun gemiddelde inkomsten per dag in het voorgaande kalenderjaar. De dwangsom wordt berekend vanaf de in het besluit tot oplegging van een dwangsom bepaalde datum.

4. Een dwangsom wordt opgelegd voor een termijn van maximaal zes maanden na de kennisgeving van het besluit van ESMA. Na het verstrijken van de termijn herbeziet ESMA de maatregel.

Artikel 25 deciesHoren van de betrokken personen

1. Alvorens een besluit betreffende een boete of een dwangsom op grond van de artikelen 25 octies en 25 nonies te nemen, stelt ESMA de personen die aan een procedure worden onderworpen in de gelegenheid te worden gehoord met betrekking tot haar bevindingen. ESMA baseert haar besluiten slechts op bevindingen waarover de aan de procedure onderworpen personen in de gelegenheid zijn gesteld hun opmerkingen te maken.

1 bis. Het eerste lid is niet van toepassing indien dringende maatregelen nodig zijn om significante en dreigende schade aan het financiële stelsel te voorkomen. In dat geval kan ESMA een voorlopig besluit nemen en worden de betrokken personen zo spoedig mogelijk na het nemen van het besluit in de gelegenheid gesteld te worden gehoord.

2. Het recht van verweer van de aan de procedure onderworpen personen wordt tijdens de procedure ten volle geëerbiedigd. Zij zijn gerechtigd toegang tot het dossier van ESMA te krijgen, onder voorbehoud van het rechtmatige belang van andere personen bij de bescherming van hun zakengeheimen. Het recht van toegang tot het dossier is niet van toepassing op vertrouwelijke informatie of interne documenten van ESMA.

Artikel 25 undeciesOpenbaarmaking, aard, tenuitvoerlegging en toewijzing van de geldboeten en dwangsommen

1. ESMA maakt alle overeenkomstig de artikelen 25 octies en 25 nonies opgelegde geldboeten en dwangsommen openbaar, tenzij die openbaarmaking de financiële markten ernstig in gevaar zou brengen of onevenredige schade zou toebrengen aan de betrokken partijen. Deze openbaarmaking behelst geen persoonsgegevens in de zin van Verordening (EG) nr. 45/2001.

2. Overeenkomstig de artikelen 25 octies en 25 nonies opgelegde geldboeten en dwangsommen hebben een administratief karakter.

3. Indien ESMA besluit geen geldboeten of dwangsommen op te leggen, brengt zij het Europees Parlement, de Raad, de Commissie en de bevoegde autoriteiten van het betrokken derde land hiervan op de hoogte onder vermelding van de redenen voor haar besluit.

4. De overeenkomstig de artikelen 25 octies en 25 nonies genomen besluiten tot oplegging van geldboeten en dwangsommen vormen executoriale titel.

De tenuitvoerlegging geschiedt volgens de bepalingen van burgerlijke rechtsvordering die van kracht zijn in de lidstaat of het derde land op het grondgebied waarvan zij plaatsvindt.

5. De bedragen van de geldboeten en dwangsommen worden toegewezen aan de algemene begroting van de Europese Unie.

Artikel 25 duodeciesToetsing door het Hof van Justitie

Het Hof van Justitie heeft ▐ rechtsbevoegdheid om besluiten waarbij ESMA een geldboete of een dwangsom heeft opgelegd, te toetsen. Het kan de opgelegde geldboete of dwangsom intrekken, verlagen of verhogen.

Artikel 25 terdeciesWijzigingen van bijlage IV

Om rekening te houden met ontwikkelingen op de financiële markten, is de Commissie bevoegd overeenkomstig artikel 82 gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot maatregelen tot wijziging van bijlage IV.

Artikel 25 quaterdeciesIntrekking van de erkenning

1. Onverminderd artikel 25 quindecies en met inachtneming van de volgende leden, trekt ESMA een overeenkomstig artikel 25 vastgesteld erkenningsbesluit in, wanneer:

a) de betrokken CTP binnen zes maanden geen gebruik maakt van de erkenning, uitdrukkelijk afstand van de vergunning doet of sinds meer dan zes maanden haar diensten of activiteiten heeft gestaakt;

b) de betrokken CTP de erkenning heeft verkregen door middel van valse verklaringen of op enige andere onregelmatige wijze;

c) de betrokken CTP niet langer aan de voorwaarden voor erkenning overeenkomstig artikel 25, lid 2 ter, voldoet;

c bis) ESMA niet in staat is om haar verantwoordelijkheden krachtens deze verordening effectief uit te oefenen ten aanzien van de betrokken CTP, doordat de toezichthoudende autoriteit van het derde land van de CTP ESMA niet voorziet van alle relevante informatie overeenkomstig artikel 25, lid 7 of artikel 25, lid 7 bis, al naargelang;

d) de in artikel 25, lid 6, bedoelde uitvoeringshandeling is ingetrokken of geschorst, of aan een van de daaraan verbonden voorwaarden niet langer is voldaan.

ESMA kan de intrekking van de erkenning beperken tot een bepaalde dienst, activiteit of klasse financiële instrumenten.

Bij de vaststelling van de datum van inwerkingtreding van het besluit tot intrekking van de erkenning tracht ESMA de verstoring van de markten zo beperkt mogelijk te houden.

2. Wanneer ESMA van oordeel is dat het in lid 1, onder c), bedoelde criterium is vervuld met betrekking tot een CTP of een specifieke dienst, activiteit of klasse financiële instrumenten daarvan, brengt zij die CTP en de bevoegde autoriteiten van het betrokken derde land daarvan op de hoogte voordat zij een erkenningsbesluit intrekt, en vraagt zij dat binnen een vastgestelde termijn van ten hoogste drie maanden passende maatregelen worden genomen om de situatie te verhelpen.

Indien ESMA vaststelt dat binnen de vastgestelde termijn geen maatregelen zijn genomen of dat de genomen maatregelen niet passend zijn, trekt zij de erkenning in.

3. ESMA stelt de bevoegde autoriteit van het betrokken derde land zonder onnodige vertraging in kennis van een besluit tot intrekking van de erkenning van een erkende CTP.

4. Een in artikel 25, lid 3, onder a) tot en met e), bedoelde autoriteit en een centrale bank van uitgifte van de door de CTP uit een derde land geclearde of te clearen meest relevante EU-valuta's, die van oordeel is dat aan een van de in lid 1 bedoelde voorwaarden voldaan is, kan ESMA verzoeken om te onderzoeken of aan de voorwaarden voor de intrekking van de erkenning van een erkende CTP of een bepaalde dienst, activiteit of klasse financiële instrumenten daarvan voldaan is. Indien ESMA besluit de erkenning van de betrokken erkende CTP niet in te trekken, motiveert zij dit besluit omstandig aan de verzoekende autoriteit.

Artikel 25 quindeciesToezichtmaatregelen

1. Indien ESMA overeenkomstig artikel 25 septies, lid 5, tot de bevinding komt dat een tier 2-CTP een van de in bijlage III vermelde inbreuken heeft gepleegd, neemt zij een of meer van de volgende besluiten:

a) het verzoek aan de CTP om een einde te maken aan de inbreuk;

b) het opleggen van geldboeten krachtens artikel 25 octies;

c) het uitgeven van bekendmakingen aan het publiek;

d) de intrekking van de erkenning van een CTP, of van een bepaalde dienst, activiteit of klasse financiële instrumenten daarvan, op grond van artikel 25 quaterdecies.

2. Bij het nemen van de in lid 1 bedoelde besluiten houdt ESMA rekening met de aard en de ernst van de inbreuk en neemt daarbij de volgende criteria in aanmerking:

a) de duur en frequentie van de inbreuk;

b) of de inbreuk ernstige of systeemzwakheden binnen de procedures van de CTP of in haar managementsystemen of interne controlemechanismen aan het licht heeft gebracht;

c) of financiële criminaliteit veroorzaakt of gefaciliteerd is dan wel op enige andere wijze toe te schrijven is aan de inbreuk;

d) of de inbreuk opzettelijk of uit onachtzaamheid is gepleegd.

3. Zonder onnodige vertraging stelt ESMA de betrokken CTP in kennis van alle besluiten die op grond van lid 1 zijn vastgesteld, en deelt zij die besluiten mee aan de bevoegde autoriteiten van het betrokken derde land en aan de Commissie. Zij maakt dergelijke besluiten publiekelijk bekend op haar website binnen tien werkdagen vanaf de datum waarop de besluiten zijn vastgesteld.

Bij de openbaarmaking van een besluit als bedoeld in de eerste alinea vermeldt ESMA tevens dat de betrokken CTP bezwaar kan aantekenen tegen het besluit evenals, in voorkomend geval, dat een dergelijk bezwaar is aangetekend, daarbij vermeldend dat het bezwaar evenwel geen schorsende werking heeft, alsook dat de bezwaarcommissie van ESMA overeenkomstig artikel 60, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1095/2010 de toepassing van het bestreden besluit kan opschorten.";

11.  artikel 49 wordt als volgt gewijzigd:

a)  lid 1 wordt vervangen door:

"1. Een CTP toetst regelmatig de modellen en parameters die zij heeft vastgesteld om haar marginvereisten, bijdragen in het wanbetalingsfonds en zekerheidsvereisten te berekenen, alsook haar andere mechanismen voor risicobeheersing. Zij onderwerpt haar modellen aan strenge stresstests om hun veerkracht te testen in extreme maar plausibele marktomstandigheden, en voert backtests uit om de betrouwbaarheid van de vastgestelde methode te beoordelen. De CTP verkrijgt onafhankelijke validatie, brengt haar bevoegde autoriteit en ESMA op de hoogte van de resultaten van de uitgevoerde tests en verkrijgt hun validatie van de bevoegde autoriteit overeenkomstig lid 1 bis en artikel 21 bis alvorens aanmerkelijke wijzigingen van de modellen en parameters mogen worden vastgesteld.

De vastgestelde modellen en parameters, met inbegrip van alle aanmerkelijke wijzigingen daarvan, vormen het voorwerp van een advies van het college overeenkomstig de volgende leden.

ESMA zorgt ervoor dat de informatie betreffende de resultaten van de stresstests aan de ESA's, het ESCB en het gemeenschappelijk afwikkelingsfonds wordt doorgegeven om hen in staat te stellen de blootstelling van financiële instellingen aan de wanbetaling van CTP's te beoordelen.";

b)  de volgende leden 1 bis, 1 ter, 1 quater, 1 quinquies, 1 sexies en 1 septies worden ingevoegd:

"1 bis. Indien een CTP voornemens is een aanmerkelijke wijziging van de in lid 1 bedoelde modellen en parameters vast te stellen, dient zij bij de bevoegde autoriteit een aanvraag tot validatie van die wijziging in. De CTP voegt bij haar aanvraag een onafhankelijke validatie van de voorgenomen wijziging.

1 ter. Binnen 30 werkdagen na ontvangst van de aanvraag, verricht de bevoegde autoriteit, in overleg met ESMA, een risicobeoordeling van de CTP en dient zij een verslag in bij het overeenkomstig artikel 18 opgerichte college.

1 quater. Binnen 15 werkdagen na ontvangst van het in lid 1 ter bedoelde verslag stelt het college overeenkomstig artikel 19, lid 3, een meerderheidsadvies vast.

1 quinquies. Binnen 60 werkdagen na ontvangst van de in lid 1 bis bedoelde aanvraag deelt de bevoegde autoriteit de CTP schriftelijk onder opgaaf van alle redenen mee of de validatie is verleend dan wel geweigerd.

1 sexies. De CTP stelt geen in lid 1 bedoelde aanmerkelijke wijziging van de modellen en parameters vast voordat zij de in lid 1 quinquies bedoelde validatie heeft verkregen. De bevoegde autoriteit van de CTP kan, nadat zij de toestemming van ESMA heeft verkregen, in naar behoren gemotiveerde gevallen een voorlopige vaststelling van een aanmerkelijke wijziging van die modellen of parameters toestaan voorafgaand aan haar validatie.

b bis)  het volgende lid 4 bis wordt ingevoegd:

"4 bis. Om eenvormige voorwaarden voor de toepassing van dit artikel te garanderen, ontwikkelt ESMA in nauwe samenwerking met het ESCB ontwerpen van technische reguleringsnormen tot vaststelling van een lijst van indicatoren die door de CTP's, ESMA en de nationale bevoegde autoriteiten in overweging moeten worden genomen bij het beoordelen of een in lid 1 bedoelde wijziging van de modellen en parameters significant is en een validatie door ESMA en de bevoegde autoriteit vereist.

ESMA dient deze ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk bij de Commissie in op ... [12 maanden na de inwerkingtreding van deze wijzigingsverordening]. Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd om de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 vast te stellen."

11 bis.  in artikel 84 wordt een lid 3 bis ingevoegd:

"3 bis. De bevoegde autoriteiten en ESMA delen informatie aan de centrale banken van uitgifte mee als die informatie relevant is voor de vervulling van hun taken, met inachtneming van de in artikel 83 vermelde vereisten inzake het beroepsgeheim.";

12.  aan artikel 89 worden de volgende leden toegevoegd:

"3 bis. ESMA oefent haar bevoegdheden uit hoofde van artikel 25, leden 2 bis, 2 ter en 2 quater, niet uit tot [datum invoegen van inwerkingtreding van de gedelegeerde handeling bedoeld in de tweede alinea van lid 2 bis van dat artikel].

3 ter. ESMA onderzoekt de erkenningsbesluiten die vóór [inwerkingtreding van deze wijzigingsverordening] op grond van artikel 25, lid 1, zijn vastgesteld, om na te gaan of elke op grond van die besluiten erkende CTP een tier 1-CTP of tier 2-CTP is. ESMA wijst binnen 18 maanden na de inwerkingtreding van de in artikel 25, lid 2 ter, tweede alinea, bedoelde gedelegeerde handeling een categorie toe aan erkende CTP's.";

12 bis.  in artikel 89 wordt het volgende lid 9 bis toegevoegd:

"9 bis. Uiterlijk ... [drie jaar na de inwerkingtreding van deze wijzigingsverordening] beoordeelt de Commissie de tenuitvoerlegging van de titels III, IV en V van deze verordening met betrekking tot de vergunningverlening aan, de erkenning van en het toezicht op CTP's. De Commissie beoordeelt de overdracht van meer taken aan ESMA, in het bijzonder de werking en efficiëntie van de in de titels III, IV en V aan ESMA en de toezichthoudende colleges toegekende rol. De Commissie legt hierover een verslag voor aan het Europees Parlement en de Raad. Dit verslag gaat zo nodig vergezeld van een wetgevingsvoorstel.";

12 ter.  artikel 90 wordt vervangen door:

"Artikel 90Personeel en middelen van ESMA

Uiterlijk ... [twee jaar na de inwerkingtreding van deze wijzigingsverordening] maakt ESMA een raming op van de behoeften op het gebied van personeel en middelen die voortvloeien uit de uitvoering van haar bevoegdheden en functies overeenkomstig deze verordening en brengt zij daarover verslag uit aan het Europees Parlement, de Raad en de Commissie.";

13.  de teksten in de bijlage bij deze verordening worden toegevoegd als de bijlagen III en IV.

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel,

Voor het Europees Parlement  Voor de Raad

De voorzitter  De voorzitter

BIJLAGE

Het onderstaande wordt als de Bijlagen III en IV toegevoegd aan Verordening (EU) nr. 648/2012.

"BIJLAGE III

Lijst van de in artikel 25 octies, lid 1, bedoelde inbreuken

I.  Inbreuken met betrekking tot kapitaalvereisten:

a) een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 16, lid 1, door niet een permanent en beschikbaar initieel kapitaal van ten minste 7,5 miljoen EUR te hebben;

b) een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 16, lid 2, door geen kapitaal, inclusief ingehouden winst en reserves, aan te houden dat evenredig is aan het risico dat verbonden is aan haar activiteiten en dat te allen tijde toereikend is om een ordelijke liquidatie of herstructurering van de activiteiten gedurende een passende periode te waarborgen evenals een adequate bescherming van de CTP tegen krediet-, tegenpartij-, markt-, operationele, juridische en bedrijfsrisico's die niet reeds zijn gedekt met specifieke financiële middelen als bedoeld in de artikelen 41 tot en met 44.

II.  Inbreuken met betrekking tot organisatorische vereisten of belangenconflicten:

a)  een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 26, lid 1, door niet te beschikken over solide governancesystemen, waaronder een duidelijke organisatiestructuur met duidelijk omschreven, transparante en samenhangende verantwoordelijkheden, effectieve procedures voor het vaststellen, beheren, bewaken en rapporteren van de risico's waaraan zij blootstaat of bloot kan komen te staan, en adequate interne controlemechanismen, zoals goede administratieve en boekhoudkundige procedures;

b)  een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 26, lid 2, door geen passende beleidsmaatregelen en procedures vast te stellen die voldoende effectief zijn om de naleving, mede door haar bestuurders en werknemers, van alle bepalingen van deze verordening te garanderen;

c)  een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 26, lid 3, door niet te beschikken over, noch te werken in het kader van een organisatiestructuur die de continuïteit en het ordelijke functioneren van het transactieregister garandeert bij het verrichten van haar diensten en activiteiten, of door geen gebruik te maken van passende en evenredige systemen, middelen of procedures;

d)  een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 26, lid 4, door niet te zorgen voor een duidelijke scheiding tussen de rapportagelijnen voor risicobeheer en die voor de overige activiteiten van de CTP;

e)  een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 26, lid 5, door niet te zorgen voor de vaststelling, toepassing en instandhouding van een beloningsbeleid dat gezond en effectief risicobeheer aanmoedigt en geen stimulansen creëert om de risiconormen te laten verwateren;

f)  een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 26, lid 6, door niet te zorgen voor informatietechnologiesystemen die zijn aangepast aan de complexiteit, de diversiteit en het soort diensten en activiteiten die worden verricht, zodat is gegarandeerd dat strenge normen in acht worden genomen op het gebied van beveiliging en integriteit en vertrouwelijkheid van de bijgehouden informatie;

g)  een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 26, lid 7, door haar governanceregelingen en de regels van de CTP en haar toelatingscriteria voor het clearinglidmaatschap niet kosteloos openbaar te maken;

h)  een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 26, lid 8, doordat van deze CTP niet regelmatig onafhankelijke audits worden uitgevoerd of doordat de uitkomsten van deze audits niet worden meegedeeld aan de raad of niet beschikbaar worden gesteld aan de ESMA;

i)  een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 27, lid 1, of artikel 27, lid 2, tweede alinea, door niet ervoor te zorgen dat haar hoger management en de leden van de raad voldoende betrouwbaar en ervaren zijn om de gezonde en voorzichtige bedrijfsvoering van het transactieregister te garanderen;

j)  een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 27, lid 2, door niet ervoor te zorgen dat ten minste een derde van de leden van die raad, maar niet minder dan twee leden, onafhankelijk zijn of door vertegenwoordigers van de cliënten van clearingleden niet uit te nodigen voor raadsvergaderingen voor aangelegenheden in verband met de artikelen 38 en 39 of door de vergoeding van de onafhankelijke en andere niet bij het dagelijks bestuur betrokken leden van de raad te koppelen aan de zakelijke prestaties van de CTP;

k)  een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 27, lid 3, door de taken en verantwoordelijkheden van de raad niet duidelijk vast te stellen of door de notulen van de raadsvergaderingen niet beschikbaar te stellen aan de ESMA of aan de auditors;

l)  een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 28, lid 1, door geen risicocomité op te richten of door dat risicocomité niet samen te stellen uit vertegenwoordigers van haar clearingleden, onafhankelijke leden van de raad van bestuur en vertegenwoordigers van haar cliënten, door het risicocomité zodanig samen te stellen dat een van de groepen vertegenwoordigers over een meerderheid in het risicocomité beschikt, of door de ESMA niet naar behoren te informeren over de werkzaamheden en besluiten van het risicocomité wanneer de ESMA heeft verzocht naar behoren te worden geïnformeerd;

m)  een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 28, lid 2, door niet duidelijk het mandaat, de governanceregelingen om haar onafhankelijkheid te garanderen, de operationele procedures, de toelatingscriteria en het mechanisme voor het kiezen van de leden van het risicocomité te bepalen of door die governanceregelingen niet openbaar te maken of door niet te bepalen dat het risicocomité wordt voorgezeten door een onafhankelijk lid van de raad en dat het risicocomité rechtstreeks aan de raad rapporteert en regelmatig bijeenkomt;

n)  een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 28, lid 3, door het risicocomité niet toe te staan de raad te adviseren over regelingen die gevolgen kunnen hebben voor het risicobeheer van de CTP of door geen redelijke inspanningen te leveren om het risicocomité te raadplegen over ontwikkelingen die gevolgen hebben voor het risicobeheer van de CTP in noodsituaties;

o)  een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 28, lid 5, door de ESMA niet onverwijld in kennis te stellen van beslissingen van de raad om het advies van het risicocomité niet te volgen;

p)  een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 29, lid 1, door niet gedurende ten minste tien jaar over de verrichte diensten en activiteiten alle vastleggingen bij te houden die nodig zijn om de ESMA in staat te stellen toezicht te houden op de naleving door de CTP van deze verordening;

q)  een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 29, lid 2, door niet gedurende ten minste tien jaar na de beëindiging van een contract alle informatie bij te houden over alle contracten die zij heeft verwerkt, zodat het mogelijk is om de oorspronkelijke voorwaarden van een transactie vast te stellen vóór de clearing door die CTP;

r)  een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 29, lid 3, door niet de in leden 1 en 2 van artikel 29 bedoelde vastleggingen en informatie of alle informatie over de posities van geclearde contracten, ongeacht de plaats van uitvoering van de transacties, op verzoek beschikbaar te stellen aan de ESMA en de betrokken leden van het ESCB;

s)  een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 30, lid 1, door de ESMA niet, dan wel onjuist of onvolledig in kennis te stellen van de identiteit van haar rechtstreekse of indirecte aandeelhouders of leden, natuurlijke personen of rechtspersonen die een gekwalificeerde deelneming bezitten, of van het bedrag van die deelnemingen;

t)  een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 30, lid 4, door de in artikel 30, lid 1, bedoelde personen toe te staan een invloed uitoefenen die waarschijnlijk nadelig is voor de gezonde en voorzichtige bedrijfsvoering van de CTP;

u)  een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 31, lid 1, door de ESMA niet, dan wel onjuist of onvolledig in kennis te stellen van alle wijzigingen in haar management of door de ESMA niet alle informatie te verstrekken die nodig is om de inachtneming van artikel 27, lid 1, of artikel 27, lid 2, tweede alinea, te beoordelen;

v)  een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 33, lid 1, door geen effectieve schriftelijke organisatorische en administratieve regelingen te treffen of te handhaven om mogelijke belangenconflicten vast te stellen en te beheren tussen haarzelf, met inbegrip van haar bestuurders, werknemers of elke persoon met directe of indirecte zeggenschap of met nauwe banden, en haar clearingleden of de cliënten van die leden die bij de CTP bekend zijn, of door geen passende procedures te handhaven en te implementeren om mogelijke belangenconflicten op te lossen;

w)  een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 33, lid 2, door, alvorens nieuwe transacties van het betrokken clearinglid te aanvaarden, niet op heldere wijze de algemene aard of de bronnen van de belangenconflicten bekend te maken aan het clearinglid of de betrokken cliënt van dat clearinglid die de CTP bekend is, indien de door een CTP getroffen organisatorische of administratieve regelingen voor het beheer van belangenconflicten ontoereikend zijn om redelijkerwijs te garanderen dat risico's op schade aan de belangen van een clearinglid of cliënt worden voorkomen;

x)  een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 33, lid 3, door in de schriftelijke regelingen geen rekening te houden met omstandigheden waarvan de CTP op de hoogte is of zou moeten zijn en die aanleiding kunnen geven tot een belangenconflict ten gevolge van de structuur en bedrijfsactiviteiten van andere ondernemingen waarvan de CTP een moeder- of dochteronderneming is;

y)  een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 33, lid 5, door niet alle redelijke maatregelen te nemen om te voorkomen dat misbruik wordt gemaakt van de in haar systemen opgeslagen informatie of dat die informatie voor andere bedrijfsactiviteiten wordt gebruikt, of door een natuurlijke persoon die nauwe banden heeft met een CTP of een rechtspersoon die een moeder- of dochteronderneming van een CTP is en die gebruikmaakt van door de CTP opgeslagen vertrouwelijke informatie zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de cliënt aan wie die vertrouwelijke informatie toebehoort;

z)  een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 36, lid 1, door niet eerlijk en professioneel te handelen, in het belang van haar clearingleden en hun cliënten;

aa)  een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 36, lid 2, door niet te beschikken over toegankelijke, transparante en eerlijke regels voor de prompte afhandeling van klachten;

bb)  een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 37, lid 1 of 2, door doorlopend toelatingscriteria te hanteren die discriminerend, ondoorzichtig of subjectief zijn, of door doorlopend geen eerlijke en open toegang tot de CTP te garanderen of door niet ervoor te zorgen dat clearingleden over voldoende financiële middelen en operationele capaciteit beschikken om te voldoen aan de verplichtingen die voortvloeien uit de deelname aan die CTP, of door niet ten minste eenmaal per jaar een uitgebreide evaluatie uit te voeren om naleving door haar clearingleden na te gaan;

cc)  een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 37, lid 4, door niet te beschikken over objectieve en transparante procedures voor de schorsing en ordelijke uitstap van clearingleden die niet meer voldoen aan de in artikel 37, lid 1, vermelde criteria;

dd)  een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 37, lid 5, door een clearinglid dat aan de in artikel 37, lid 1, vermelde criteria voldoet, toegang te weigeren wanneer deze toegangsweigering niet afdoende schriftelijk gemotiveerd is en niet op een diepgaande risicobeoordeling gebaseerd is;

ee)  een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 38, lid 1, door cliënten van haar clearingleden geen afzonderlijke toegang te bieden tot de specifieke diensten die zij verleent;

ff)  een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 39, lid 7, door niet de in dat lid bedoelde verschillende niveaus van vermogensscheiding tegen redelijke commerciële voorwaarden aan te bieden.

III.  Inbreuken met betrekking tot operationele voorschriften:

a) een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 34, lid 1, door niet te zorgen voor de vaststelling, toepassing of instandhouding van een passend bedrijfscontinuïteits- en noodherstelplan dat tot doel heeft de functies van de CTP in stand te houden, de activiteiten tijdig te hervatten en de verplichtingen van de CTP na te komen, plan dat het ten minste mogelijk moet maken dat alle transacties op het ogenblik van de verstoring kunnen worden hersteld, zodat de CTP haar bedrijfsactiviteiten met zekerheid kan voortzetten en de afwikkeling op de geplande datum kan voltooien;

b) een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 34, lid 2, door niet te zorgen voor de vaststelling, toepassing of handhaving van een passende procedure voor een tijdige en ordelijke afwikkeling of overboeking van activa en posities van cliënten en clearingleden in geval van een intrekking van de vergunning op grond van een besluit uit hoofde van artikel 25;

c) een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 35, lid 1, tweede alinea, door belangrijke activiteiten in verband met risicobeheer van die CTP uit te besteden;

d) een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 39, lid 1, door geen gescheiden vastleggingen en rekeningen bij te houden die haar in staat stellen om te allen tijde en zonder vertraging in de rekeningen die bij de CTP worden aangehouden de op naam van een clearinglid aangehouden activa en posities te scheiden van de op naam van een ander clearinglid aangehouden activa en posities en van haar eigen activa;

e) een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 39, lid 2, door niet aan te bieden om gescheiden vastleggingen en rekeningen, die elk clearinglid in staat stellen om in zijn rekeningen bij de CTP zijn activa en posities te scheiden van de op naam van zijn clearingleden aangehouden activa en posities, bij te houden en door deze niet, op verzoek, bij te houden;

f) een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 39, lid 3, door niet aan te bieden om gescheiden vastleggingen en rekeningen, die elk clearinglid in staat stellen om in zijn rekeningen bij de CTP de op naam van een cliënt aangehouden activa en posities te scheiden van de op naam van andere cliënten aangehouden activa en posities, bij te houden en door deze niet, op verzoek, bij te houden, of door niet op verzoek haar clearingleden de mogelijkheid aan te bieden om meerdere rekeningen op hun eigen naam of op naam van hun cliënten te openen;

g) een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 40 door niet te zorgen voor het meten en beoordelen van haar liquiditeits- en kredietposities op elk clearinglid en, voor zover relevant, op een andere CTP waarmee zij een interoperabiliteitsregeling is overeengekomen, op bijna-realtimebasis, of door geen toegang te hebben tot de relevante prijsbronnen om tegen redelijke kosten effectief haar risicopositie te kunnen meten;

h) een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 41, lid 1, door geen margins op te leggen, niet te verzoeken margins bij te storten of geen margins te innen om haar kredietposities op haar clearingleden en, voor zover relevant, op CTP's waarmee zij een interoperabiliteitsregeling heeft gesloten, te beperken, of door margins op te leggen, te verzoeken margins bij te storten of margins te innen die niet voldoende zijn om potentiële risicoposities te dekken die zich volgens de ramingen van de CTP tot aan de liquidatie van de relevante posities kunnen voordoen of om de verliezen te dekken die voortvloeien uit ten minste 99 % van alle risicobewegingen over een passende tijdshorizon of voldoende zijn om zeker te stellen dat een CTP haar risicoposities op al haar clearingleden en, daar waar relevant, op alle CTP's waarmee zij een interoperabiliteitsregeling heeft gesloten, ten minste op dagelijkse basis volledig zeker te stellen of, indien nodig, rekening te houden met mogelijke procyclische effecten;

i) een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 41, lid 2, door bij het bepalen van haar marginvereisten geen modellen en parameters vast te stellen die de risicokenmerken van de geclearde producten weergeven en rekening houden met het interval tussen inningen van margins, de marktliquiditeit en de mogelijkheid van veranderingen tijdens de duur van de transactie;

j) een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 41, lid 3, door niet te verzoeken margins bij te storten en geen margins te innen op intradaybasis, ten minste wanneer vooraf vastgestelde drempels worden overschreden;

k) een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 42, lid 3, door geen wanbetalingsfonds in stand te houden dat haar ten minste in staat stelt om onder extreme, maar plausibele marktomstandigheden de wanbetaling te dragen van het clearinglid ten overstaan waarvan het positierisico het grootst is of het op één na en twee na grootste clearinglid, indien de som van de positierisico's ten overstaan van deze leden groter is, of door scenario's te ontwikkelen die geen betrekking hebben op de meest volatiele perioden die zich in het verleden op de markten waarvoor de CTP diensten verricht, hebben voorgedaan, alsmede op een scala van toekomstige potentiële ontwikkelingen, waarbij rekening wordt gehouden met plotse verkopen van financiële middelen en met snelle dalingen van de marktliquiditeit;

l) een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 43, lid 2, wanneer het in artikel 42 vermelde wanbetalingsfonds en de andere in artikel 43, lid 1, vermelde financiële middelen haar niet in staat stellen om onder extreme, maar plausibele marktomstandigheden de wanbetaling te dragen van ten minste de twee clearingleden ten overstaan waarvan haar positierisico het grootst is;

m) een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 44, lid 1, door niet te allen tijde toegang te hebben tot voldoende liquiditeit om haar diensten en activiteiten te verrichten, of door niet op dagelijkse basis haar potentiële liquiditeitsbehoefte te meten;

o) een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 45, leden 1, 2 en 3, door wanneer een clearinglid in gebreke blijft, niet eerst de door dat lid gestelde margins te gebruiken om de verliezen te dekken, alvorens andere financiële middelen aan te spreken;

p) een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 45, lid 4, door niet specifieke eigen middelen te gebruiken alvorens de bijdragen in het wanbetalingsfonds van niet in gebreke blijvende clearingleden aan te spreken;

q) een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 46, lid 1, door andere dan zeer liquide zekerheden met minimale krediet- en marktrisico's te accepteren om haar initiële en latere risicopositie op haar clearingleden te dekken wanneer andere zekerheden niet zijn toegestaan op grond van de op grond van artikel 46, lid 3, door de Commissie vastgestelde gedelegeerde handeling;

r) een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 47, lid 1, door haar financiële middelen anders te beleggen dan in contanten of in zeer liquide financiële instrumenten die een zeer laag markt- en kredietrisico hebben en snel kunnen worden vereffend met een minimaal negatief effect op de prijs;

s) een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 47, lid 3, door geen financiële instrumenten die als margin of als bijdragen in het wanbetalingsfonds zijn gesteld, voor zover beschikbaar, te deponeren bij exploitanten van effectenafwikkelingssystemen die volledige bescherming van de financiële instrumenten garanderen of door geen gebruik te maken van andere bijzonder veilige regelingen bij vergunninghoudende financiële instellingen;

t) een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 47, lid 4, door deposito's in contanten te verrichten anders dan via bijzonder veilige regelingen met vergunninghoudende financiële instellingen dan wel via gebruikmaking van de vaste depositofaciliteiten van centrale banken of andere vergelijkbare door centrale banken aangeboden middelen;

u) een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 47, lid 5, door activa bij een derde partij te deponeren zonder ervoor te zorgen dat de activa van de clearingleden kunnen worden onderscheiden van de activa van de CTP en van de activa van die derde partij, door middel van verschillend getitelde rekeningen in de boeken van de derde partij of door middel van andere vergelijkbare maatregelen waarmee hetzelfde beschermingsniveau wordt bereikt, of door, indien nodig, onmiddellijk toegang te krijgen tot de financiële instrumenten;

v) een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 47, lid 6, door haar kapitaal of de sommen die voortvloeien uit de in de artikelen 41, 42, 43 of 44 bepaalde vereisten, te beleggen in haar eigen effecten of die van haar moederonderneming of van haar dochterondernemingen;

w) een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 48, lid 1, door niet te beschikken over gedetailleerde procedures die moeten worden gevolgd wanneer een clearinglid de in artikel 37 vermelde deelnamevereisten van de CTP niet naleeft binnen de gestelde termijn en in overeenstemming met de door de CTP vastgestelde procedures, of door niet in detail te beschrijven welke procedures moeten worden gevolgd ingeval de CTP een clearinglid niet in gebreke stelt, of door die procedures niet jaarlijks te toetsen;

x) een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 48, lid 2, door niet onverwijld maatregelen te nemen om de verliezen en liquiditeitsdruk ten gevolge van wanbetalingen van clearingleden te beperken en om te garanderen dat de liquidatie van de posities van een clearinglid haar activiteiten niet verstoort of de niet in gebreke gebleven clearingleden niet blootstelt aan verliezen die ze niet kunnen voorzien of beheersen;

y) een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 48, lid 3, door de ESMA niet onverwijld in kennis te stellen voordat de wanbetalingsprocedure wordt ingeroepen of ingeleid;

z) een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 48, lid 4, door zich niet ervan te vergewissen of haar wanbetalingsprocedures afdwingbaar zijn en niet alle redelijke stappen te nemen om te garanderen dat zij wettelijk bevoegd is om de posities waarvan het in gebreke blijvende clearinglid eigenaar is, te liquideren, en om de posities van de cliënten van het in gebreke blijvende clearinglid over te boeken of te liquideren;

aa) een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 49, lid 1, door niet regelmatig de modellen en parameters te toetsen die zij heeft vastgesteld om haar marginvereisten, bijdragen in het wanbetalingsfonds en zekerheidsvereisten te berekenen, of haar andere mechanismen voor risicobeheersing, en door die modellen niet aan strenge stresstests te onderwerpen om hun veerkracht te testen in extreme maar plausibele marktomstandigheden, of backtests uit te voeren om de betrouwbaarheid van de vastgestelde methode te beoordelen, of door geen onafhankelijk validatie te verkrijgen of door de ESMA niet in kennis te stellen van de resultaten van de uitgevoerde tests of validatie door de ESMA te verkrijgen alvorens significante wijzigingen van de modellen en parameters mogen worden vastgesteld;

bb) een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 49, lid 2, door niet regelmatig de cruciale aspecten van haar wanbetalingsprocedures te testen of door niet alle redelijke stappen te nemen om te garanderen dat alle clearingleden deze procedures begrijpen en over passende regelingen beschikken om te reageren op een geval van wanbetaling;

cc) een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 49, lid 1 bis, door significante wijzigingen van de in artikel 49, lid 1, bedoelde modellen en parameters vast te stellen voordat zij van die wijziging validatie van de ESMA heeft verkregen;

dd) een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 50, lid 1, door, voor zover praktisch haalbaar en indien beschikbaar, geen geld van centrale banken te gebruiken of door, wanneer geen geld van centrale banken wordt gebruikt, geen stappen te ondernemen om de risico's van de afwikkeling in contanten strikt te beperken;

ee) een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 50, lid 3, door, wanneer een CTP verplicht is leveringen van financiële instrumenten uit te voeren of te ontvangen, het hoofdrisico niet uit te schakelen door in de mate van het mogelijke gebruik te maken van mechanismen voor betaling bij levering;

ff) een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 50 bis of artikel 50 ter door KCCP niet te bereken zoals nader bepaald in dat artikel of door voor de berekening van KCCP niet de regels te volgen zoals uiteengezet in artikel 50 bis, lid 2, artikel 50 ter en artikel 50 quinquies;

gg) een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 50 bis, lid 3, door KCCP minder dan elk kwartaal te berekenen of minder vaak dan wordt voorgeschreven door de ESMA in overeenstemming met artikel 50 bis, lid 3;

hh) een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 51, lid 2, door geen niet-discriminerende toegang te krijgen tot zowel de gegevens die zij nodig heeft voor de uitvoering van haar taken op een handelsplatform, voor zover de CTP voldoet aan de door het handelsplatform vastgestelde operationele en technische vereisten, als tot het betreffende afwikkelingssysteem;

ii) een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 52, lid 1, door tot een interoperabiliteitsregeling toe te treden zonder te voldoen aan de voorwaarden van de punten a), b), c) en d) van dat lid;

jj) een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 53, lid 1, door in rekeningen de activa en de posities die worden aangehouden voor rekening van CTP's waarmee zij een interoperabiliteitsregeling heeft gesloten, niet gescheiden te houden van andere activa en posities;

kk) een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 54, lid 1, door tot een interoperabiliteitsregeling toe te treden zonder de voorafgaande goedkeuring van de ESMA.

IV.  Inbreuken met betrekking tot transparantie en de beschikbaarheid van informatie:

a) een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 38, lid 1, door niet de tarieven en vergoedingen voor elke afzonderlijke dienst, inclusief kortingen en reducties en de voorwaarden om daarvoor in aanmerking te komen, bekend te maken;

b) een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 38, lid 1, door de informatie over kosten en inkomsten van haar diensten niet aan de ESMA te verstrekken;

c) een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 38, lid 2, door haar clearingleden en hun cliënten niet in kennis te stellen van de risico's die gepaard gaan met de verleende diensten;

d) een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 38, lid 3, door aan haar clearingleden of de ESMA niet de prijsinformatie bekend te maken die wordt gebruikt om de risicoposities op haar clearingleden aan het einde van elke dag te berekenen of door niet op geaggregeerde basis de volumes van de geclearde transacties voor elke klasse van de door de CTP geclearde instrumenten openbaar te maken;

f) een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 38, lid 4, door de operationele en technische vereisten die verband houden met de communicatieprotocollen voor de inhouds- en berichtgevingsformats die zij gebruikt om met derden te communiceren, met inbegrip van de operationele en technische eisen als bedoeld in artikel 7, niet openbaar te maken;

g) een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 38, lid 5, door eventuele inbreuken door clearingleden op de criteria van artikel 37, lid 1, of op de vereisten van artikel 38, lid 5, niet openbaar te maken, behalve indien de ESMA van mening was dat die openbaarmaking de financiële stabiliteit of het vertrouwen in de markt in gevaar zou brengen of de financiële markten ernstig in gevaar zou brengen of onevenredige schade zou toebrengen aan de betrokken partijen;

h) een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 39, lid 7, door niet bekend te maken welk beschermingsniveau en welke kosten verbonden zijn aan de verschillende niveaus van vermogensscheiding die zij aanbiedt;

i) een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 49, lid 3, door niet cruciale informatie over haar risicobeheermodel of de aannames voor de in artikel 49, lid 1, bedoelde stresstests openbaar te maken;

j) een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 50, lid 2, door niet duidelijk haar verplichtingen te vermelden met betrekking tot de levering van financiële instrumenten, met inbegrip van de vraag of ze verplicht is een levering van een financieel instrument uit te voeren of te ontvangen en of ze deelnemers vergoedt voor verliezen tijdens het leveringsproces;

k) een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 50 quater, lid 1, door niet de in artikel 50 quater, lid 1, punten a), b), c), d) en e), vermelde gegevens te rapporteren aan de instellingen onder haar clearingleden of aan hun bevoegde autoriteiten;

l) een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 50 quater, lid 2, door de instellingen onder haar clearingleden minder dan elk kwartaal, of minder vaak indien dit wordt voorgeschreven door de ESMA, van die informatie in kennis te stellen in overeenstemming met artikel 50 quater, lid 2.

V.  Inbreuken met betrekking tot hinderpalen voor toezichtactiviteiten:

a) een CTP maakt inbreuk op artikel 25 quater door geen informatie te verstrekken in antwoord op een besluit waarbij inlichtingen worden verlangd uit hoofde van artikel 25 quater, lid 2, of door onjuiste of misleidende informatie te verstrekken in antwoord op een eenvoudig verzoek om inlichtingen overeenkomstig artikel 25 quater, lid 2 of lid 3, of in antwoord op een besluit van de ESMA waarbij inlichtingen worden verlangd overeenkomstig artikel 25 quater, lid 3;

b) een CTP verschaft onjuiste of misleidende antwoorden op vragen die worden gesteld uit hoofde van artikel 25 quinquies, lid 1, onder c) of d);

c) een tier 2-CTP voldoet niet tijdig aan een toezichtmaatregel die wordt verlangd uit hoofde van een besluit van de ESMA op grond van artikel 25 quindecies;

d) een tier 2-CTP onderwerpt zich niet aan een inspectie ter plaatse die wordt verlangd bij een inspectiebesluit van de ESMA op grond van artikel 25 sexies."

1.  De volgende bijlage IV wordt ingevoegd:

"BIJLAGE IV

Lijst van coëfficiënten in verband met verzwarende of verzachtende factoren voor de toepassing van artikel 25 octies, lid 3

De volgende coëfficiënten zijn cumulatief van toepassing op de in artikel 25 octies, lid 2, genoemde basisbedragen:

I.  Aanpassingscoëfficiënten in verband met verzwarende factoren:

a) indien de inbreuk herhaaldelijk is gepleegd, is voor elke keer dat de inbreuk opnieuw is gepleegd, een coëfficiënt 1,1 van toepassing;

b) indien de inbreuk gedurende meer dan zes maanden is gepleegd, is een coëfficiënt 1,5 van toepassing;

c) indien de inbreuk systeemzwakheden in de organisatie van de CTP, en met name in haar procedures, beheersystemen of interne controlemaatregelen, aan het licht heeft gebracht, is een coëfficiënt 2,2 van toepassing;

d) indien de inbreuk een negatief effect heeft op de kwaliteit van de activiteiten en diensten van de betrokken CTP, is een coëfficiënt 1,5 van toepassing;

e) indien de inbreuk opzettelijk is gepleegd, is een coëfficiënt 2 van toepassing;

f) indien geen remediërende maatregelen zijn genomen sinds de inbreuk is geconstateerd, is een coëfficiënt 1,7 van toepassing;

g) indien het hoger management van de CTP niet met de ESMA heeft meegewerkt bij de uitvoering van haar onderzoek, is een coëfficiënt 1,5 van toepassing.

II.  Aanpassingscoëfficiënten in verband met verzachtende factoren:

a) indien de inbreuk gedurende minder dan tien werkdagen is gepleegd, is een coëfficiënt 0,9 van toepassing;

b) indien het hoger management van de CTP kan aantonen dat het alle nodige maatregelen heeft genomen om de inbreuk te voorkomen, is een coëfficiënt 0,7 van toepassing;

c) indien de CTP de ESMA snel, effectief en volledig op de hoogte heeft gesteld van de inbreuk, is een coëfficiënt 0,4 van toepassing;

d) indien de CTP eigener beweging maatregelen heeft genomen om te voorkomen dat er in de toekomst gelijksoortige inbreuken kunnen worden gepleegd, is een coëfficiënt 0,6 van toepassing."

(1)

  PB C 385 van 15.11.2017, blz. 3.

(2)

  PB C 434 van 15.12.2017, blz. 63.

(3)

* Amendementen: nieuwe of vervangende tekst staat in vet en cursief, schrappingen zijn met het symbool ▐ aangegeven.

(4)

  PB C 385 van 15.11.2017, blz. 3.

(5)

  PB C 434 van 15.12.2017, blz. 63.

(6)

  Standpunt van het Europees Parlement van... (PB...) en besluit van de Raad van...

(7)

  Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende otc‑derivaten, centrale tegenpartijen en transactieregisters (PB L 201 van 27.7.2012, blz. 1).

(8)

  Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 wat betreft de clearingverplichting, de opschorting van de clearingverplichting, de rapportagevereisten, de risicolimiteringstechnieken voor otc-derivatencontracten die niet door een centrale tegenpartij worden gecleard, de registratie van en het toezicht op transactieregisters en de vereisten voor transactieregisters, COM(2017) 208 final.

(9)

  Overeenkomstig Verordening (EU) nr. 648/2012 stelt de ESMA een lijst op van CTP's uit derde landen die zijn erkend om diensten en activiteiten in de Unie aan te bieden. De CTP's uit derde landen zijn gevestigd in 15 landen die vallen onder de door de Commissie vastgestelde CTP-gelijkwaardigheidsbesluiten: Australië, Hongkong, Singapore, Canada, Zwitserland, Japan, Zuid-Korea, Mexico, Zuid-Afrika en de VS CFTC, Brazilië, de Verenigde Arabische Emiraten, Dubai International Financial Centre (DIFC), India en Nieuw-Zeeland.

(10)

  Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende een kader voor het herstel en de afwikkeling van centrale tegenpartijen en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1095/2010, (EU) nr. 648/2012 en (EU) 2015/2365. COM(2016) 856 final.

(11)

  Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad en de Europese Centrale Bank over de aanpak van uitdagingen voor kritieke financiële marktinfrastructuren en de verdere ontwikkeling van de kapitaalmarktunie, Brussel, 4.5.2017, COM(2017) 225 final.

(12)

  Mededeling over de "Staat van de Unie 2016: Voltooien van de kapitaalmarktenunie – Commissie versnelt hervorming", van 14 september 2016.

(13)

  Openbare raadpleging over de activiteiten van de Europese toezichthoudende autoriteiten, van 21 maart 2017 tot 16 mei 2017.

(14)

  Verordening (EU) nr. 1024/2013 van de Raad van 15 oktober 2013 waarbij aan de Europese Centrale Bank specifieke taken worden opgedragen betreffende het beleid inzake het prudentieel toezicht op kredietinstellingen (PB L 287 van 29.10.2013, blz. 63).


BIJLAGE: LIJST VAN ENTITEITEN WAARVAN OF PERSONENVAN WIE DE RAPPORTEUR INFORMATIE HEEFT ONTVANGEN

De volgende lijst is op zuiver vrijwillige basis en onder exclusieve verantwoordelijkheid van de rapporteur opgesteld. De rapporteur heeft bij de opstelling van het verslag informatie ontvangen van de volgende entiteiten of personen:

Entiteit en/of persoon

 

Amerikaanse kamer van koophandel: leden van het Comité financiële diensten

Association française de gestion: Virginie Buey, Virginie Gaborit, Pierre Garrault, Jean-Louis Laurens

Europese vereniging van financiële markten: Stephen Burton, Michael Cole-Fontayn

Autorité des marchés financiers: Patrice Aguesse, Claire Guillaumot, Isabelle Massonat

Bank of England: David Bailey, Barry King, Zertasha Malik, Holly Snaith, Richard Spooner

Banque de France: Emmanuelle Assouan, Claudine Hurman, Ivan Odonnat, Francois Villeroy de Galhau

Blackrock: Stephen Fisher, Carey Evans

Brunswick Group: Michael Feuerstein

CEPS: Karel Lannoo

Chicago Mercantile Exchange (CME): Sunil Cutinho, Sean Downey, Emily Hendrix, Simon Turek

City Bank: Slawomir Sikora

City UK: John Mac Farlane

City of London: Jeremy Browne

Commerzbank: Martin Zielke

The Depository Trust and Clearing Corporation (DTCC): Ann Schuman, Michalis Sotiropoulos, Mark Wetjen

Deutsche Bank: Jürgen Feil, Arthur Marquis, Nina Schindler, Katharina Wolf

Deutsche Börse: Niels Brab, Claire Bravard Alexandra Hachmeister

Eurex: Thomas Book, Niels Brab, Matthias Graulich, Erik Müller

Europese vereniging van staatsbanken: Filip Chraska, Thorsten Guthke

European Association of CCP Clearing Houses: Chiara Bergamaschi, Rafael Plata

Europese Centrale Bank: Marguerite Connell, Benoit Coeure, Stephanie Bergbauer, Corinna Freund, Jean-Francois Jamet, Pierre Marmara, Yves Mersch, Panagiotis Papapaschalis, Clement Rouveyrol

Europese Autoriteit voor effecten en markten: Giampiero Carla, Steven Maijoor, Jakub Michalik, Maud Thimon

Federatie van Europese Effectenbeurzen: Richard Fenner

Franse bankfederatie: Taha Bousmaha, Philippe de Soumagnat, Benjamin Quatre

Duitse vereniging van fondsbeheerders (BVI): Felix Ertl, Rudolf Siebel

Intercontinental Exchange (ICE): Nicolas Kügler, Finbarr Hutcheson

KPDW CCP: Slawomir Panasiuk, Marcin Truchanowicz, Karolina Ziolkowska

London Clearing House (LCH): Julien Jardelot, Daniel Maguire, Corentine Poilvet-Clediere, Nikhil Rathi

Association des banquiers luxembourgeois en Association luxembourgeoise des fonds d'investissement: Marc-André Bechet, Antoine Kremer, Gilles Pierre

FIA: Walt Lukken, Jackie Mesa, Corinna Schempp, Simon Puleston Jones

International Swaps and Derivatives Association (ISDA): Roger Cogan, Ulrich Karl

International Regulatory Strategy Group: Mark Hoban

Moody's: Nigel Phipps

Japan Center for International Finance: Jutaro Kaneko

Nasdaq: Erica Brown, Julia Haglind, Hans-Ole Jochumsen

Nomura Bank: Yuji Nakata

SIX-clear: Matthias Heer, Urs Wieland

Land Hessen: Mark Weinmeister, Robert Möhrle

Union Investment: Andreas Illenseer

US Commodities Futures Trading Commission: John Behnam, Chris Giancarlo, Brian Quintenz, Eric Pan, Tracey Wingate

Amerikaans ministerie van Financiën: Corrado Camera, Lawrence Norton, Rebekah Goshorn-Jurata

Amerikaanse kamer van koophandel: Thomas Quaadman, Samantha DeZur, Sean Downey, Giovanni Campi

De volgende entiteiten hebben presentaties georganiseerd waaraan mevrouw Hübner heeft deelgenomen en waar ze haar werkzaamheden in verband met CTP-toezicht heeft toegelicht:

APCO, Bundesverband deutscher Banken, Europese vereniging van financiële markten (AFME), Britse kamer van koophandel, Eurofi, European Parliamentary Financial Services Forum (EPFSF), Financial Future, Fleishmann Hillard, Linklaters, QED


PROCEDURE VAN DE BEVOEGDE COMMISSIE

Titel

Wijziging van Verordening (EU) nr. 1095/2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor effecten en markten), en wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 wat betreft de procedures en betrokken autoriteiten voor de autorisatie van ctp’s en de vereisten voor de erkenning van ctp’s uit derde landen

Document- en procedurenummers

COM(2017)0331 – C8-0191/2017 – 2017/0136(COD)

Datum indiening bij EP

13.6.2017

 

 

 

Bevoegde commissie

       Datum bekendmaking

ECON

11.9.2017

 

 

 

Adviserende commissies

       Datum bekendmaking

BUDG

11.9.2017

ITRE

11.9.2017

JURI

11.9.2017

AFCO

11.9.2017

Geen advies

       Datum besluit

BUDG

29.6.2017

ITRE

11.10.2017

JURI

12.7.2017

AFCO

11.9.2017

Rapporteurs

       Datum benoeming

Danuta Maria Hübner

6.7.2017

 

 

 

Behandeling in de commissie

10.10.2017

21.2.2018

24.4.2018

 

Datum goedkeuring

16.5.2018

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

45

4

5

Bij de eindstemming aanwezige leden

Gerolf Annemans, Burkhard Balz, Hugues Bayet, Pervenche Berès, Thierry Cornillet, Esther de Lange, Markus Ferber, Jonás Fernández, Giuseppe Ferrandino, Sven Giegold, Neena Gill, Roberto Gualtieri, Brian Hayes, Danuta Maria Hübner, Cătălin Sorin Ivan, Petr Ježek, Wolf Klinz, Georgios Kyrtsos, Philippe Lamberts, Werner Langen, Sander Loones, Bernd Lucke, Olle Ludvigsson, Ivana Maletić, Gabriel Mato, Costas Mavrides, Alex Mayer, Bernard Monot, Luděk Niedermayer, Stanisław Ożóg, Sirpa Pietikäinen, Pirkko Ruohonen-Lerner, Anne Sander, Alfred Sant, Martin Schirdewan, Molly Scott Cato, Pedro Silva Pereira, Peter Simon, Theodor Dumitru Stolojan, Kay Swinburne, Paul Tang, Ramon Tremosa i Balcells, Ernest Urtasun, Marco Valli, Tom Vandenkendelaere, Marco Zanni

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Andrea Cozzolino, Ramón Jáuregui Atondo, Paloma López Bermejo, Thomas Mann, Joachim Starbatty, Romana Tomc, Lieve Wierinck

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Agnieszka Kozłowska-Rajewicz

Datum indiening

25.5.2018


HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

45

+

ALDE

Thierry Cornillet, Petr Ježek, Wolf Klinz, Ramon Tremosa i Balcells, Lieve Wierinck

ECR

Sander Loones, Bernd Lucke, Stanisław Ożóg, Pirkko Ruohonen-Lerner, Joachim Starbatty

PPE

Burkhard Balz, Markus Ferber, Brian Hayes, Danuta Maria Hübner, Agnieszka Kozłowska-Rajewicz, Georgios Kyrtsos, Esther de Lange, Werner Langen, Ivana Maletić, Thomas Mann, Gabriel Mato, Luděk Niedermayer, Sirpa Pietikäinen, Anne Sander, Theodor Dumitru Stolojan, Romana Tomc, Tom Vandenkendelaere

S&D

Hugues Bayet, Pervenche Berès, Andrea Cozzolino, Jonás Fernández, Giuseppe Ferrandino, Roberto Gualtieri, Cătălin Sorin Ivan, Ramón Jáuregui Atondo, Olle Ludvigsson, Costas Mavrides, Alfred Sant, Pedro Silva Pereira, Peter Simon, Paul Tang

VERTS/ALE

Sven Giegold, Philippe Lamberts, Molly Scott Cato, Ernest Urtasun

4

-

ECR

Kay Swinburne

ENF

Gerolf Annemans, Bernard Monot, Marco Zanni

5

0

EFDD

Marco Valli

GUE/NGL

Paloma López Bermejo, Martin Schirdewan

S&D

Neena Gill, Alex Mayer

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding

Laatst bijgewerkt op: 7 juni 2018Juridische mededeling