Procedure : 2017/0113(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0193/2018

Ingediende teksten :

A8-0193/2018

Debatten :

PV 14/01/2019 - 17
CRE 14/01/2019 - 17

Stemmingen :

PV 14/06/2018 - 7.6
CRE 14/06/2018 - 7.6
PV 15/01/2019 - 8.6
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0264
P8_TA(2019)0006

VERSLAG     ***I
PDF 411kWORD 86k
29.5.2018
PE 615.479v02-00 A8-0193/2018

over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 2006/1/EG betreffende het gebruik van gehuurde voertuigen zonder bestuurder voor het vervoer van goederen over de weg

(COM(2017)0282 – C8-0172/2017 – 2017/0113(COD))

Commissie vervoer en toerisme

Rapporteur: Cláudia Monteiro de Aguiar

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 PROCEDURE VAN DE BEVOEGDE COMMISSIE
 HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 2006/1/EG betreffende het gebruik van gehuurde voertuigen zonder bestuurder voor het vervoer van goederen over de weg

(COM(2017)0282 – C8-0172/2017 – 2017/0113(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2017)0282),

–  gezien artikel 294, lid 2, en artikel 91, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C8‑0172/2017),

–  gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 6 december 2017(1),

–  na raadpleging van het Comité van de Regio's,

–  gezien artikel 59 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie vervoer en toerisme (A8‑0193/2018),

1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.  verzoekt de Commissie om hernieuwde voorlegging aan het Parlement indien zij haar voorstel vervangt, ingrijpend wijzigt of voornemens is het ingrijpend te wijzigen;

3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

Amendement    1

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(2)  Het gebruik van gehuurde voertuigen kan de kosten verlagen van ondernemingen die goederen voor eigen rekening of voor rekening van derden vervoeren en tegelijk hun operationele flexibiliteit verhogen. De richtlijn kan daardoor bijdragen tot een stijging van de productiviteit en de concurrentiekracht van de betrokken ondernemingen. Aangezien gehuurde voertuigen doorgaans jonger zijn dan het gemiddelde wagenpark, zijn ze bovendien veiliger en minder vervuilend.

(2)  Het gebruik van gehuurde voertuigen kan de kosten verlagen van ondernemingen die goederen voor eigen rekening of voor rekening van derden vervoeren en tegelijk hun operationele flexibiliteit verhogen. De richtlijn kan daardoor bijdragen tot een stijging van de productiviteit en de concurrentiekracht van de betrokken ondernemingen. Aangezien gehuurde voertuigen doorgaans jonger zijn dan het gemiddelde wagenpark, zijn ze bovendien wellicht vaak veiliger en minder vervuilend.

Amendement    2

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(3)  Door Richtlijn 2006/1/EG kunnen ondernemingen niet ten volle profiteren van de voordelen van het gebruik van gehuurde voertuigen. De richtlijn staat de lidstaten toe het gebruik voor eigen rekening te beperken van gehuurde voertuigen met een maximaal toegestaan totaalgewicht van meer dan zes ton. De lidstaten hoeven bovendien het gebruik van een gehuurd voertuig op hun eigen grondgebied niet toe te staan als het voertuig is ingeschreven of overeenkomstig de wetgeving in het verkeer is gebracht in een andere lidstaat dan die waar de onderneming die het voertuig huurt, is gevestigd.

(3)  Door Richtlijn 2006/1/EG kunnen ondernemingen niet ten volle profiteren van de voordelen van het gebruik van gehuurde voertuigen. De richtlijn staat de lidstaten toe het gebruik voor eigen rekening van gehuurde voertuigen met een maximaal toegestaan totaalgewicht van meer dan zes ton door op hun grondgebied gevestigde ondernemingen te beperken. Bovendien hoeven de lidstaten op hun eigen grondgebied het gebruik niet toe te staan van een gehuurd voertuig dat is ingeschreven of in het verkeer is gebracht overeenkomstig de wetgeving in een andere lidstaat dan die waar de onderneming die het voertuig huurt, is gevestigd.

Amendement    3

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(4 bis)  De lidstaten mogen het gebruik op hun eigen grondgebied van een voertuig dat is gehuurd door een onderneming die naar behoren is gevestigd op het grondgebied van een andere lidstaat niet beperken, mits het voertuig is ingeschreven en voldoet aan de operationele normen en veiligheidsvereisten of in het verkeer is gebracht overeenkomstig de wetgeving van om het even welke lidstaat en is goedgekeurd voor gebruik door de lidstaat waarin de aansprakelijke onderneming is gevestigd.

Amendement    4

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(5)  Het belastingniveau voor het wegvervoer verschilt in de Unie nog altijd aanzienlijk. Om fiscale verstoringen te vermijden, blijven bepaalde beperkingen bijgevolg gerechtvaardigd, ook al hebben zij onrechtstreeks gevolgen voor de vrije verstrekking van verhuurdiensten voor voertuigen. Bijgevolg moeten de lidstaten de mogelijkheid hebben om de tijdsduur te beperken tijdens welke een voertuig dat is gehuurd in een andere lidstaat dan die waarin de onderneming die het voertuig huurt is gevestigd, kan worden gebruikt op hun respectieve grondgebied.

(5)  Het belastingniveau voor het wegvervoer verschilt in de Unie nog altijd aanzienlijk. Om fiscale verstoringen te vermijden, blijven bepaalde beperkingen bijgevolg gerechtvaardigd, ook al hebben zij onrechtstreeks gevolgen voor de vrije verstrekking van verhuurdiensten voor voertuigen. Bijgevolg moeten de lidstaten de mogelijkheid hebben om onder de in deze richtlijn neergelegde voorwaarden en op hun eigen grondgebied de tijdsduur te beperken tijdens welke een gevestigde onderneming een gehuurd voertuig mag gebruiken dat in een andere lidstaat is ingeschreven of in het verkeer is gebracht. Het moet de lidstaten voorts worden toegestaan beperkingen op te leggen met betrekking tot het aantal dergelijke voertuigen dat door een op hun grondgebied gevestigde onderneming wordt gehuurd.

Amendement    5

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 5 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(5 bis)  Om de naleving van deze maatregelen te garanderen, moet de informatie over het registratienummer van het gehuurde voertuig beschikbaar zijn in de overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1071/2009 opgerichte nationale elektronische registers van de lidstaten. Bevoegde instanties van de lidstaat van vestiging die in kennis worden gesteld van het gebruik van een voertuig dat de vervoerder heeft gehuurd en dat overeenkomstig de wetgeving van een andere lidstaat is ingeschreven of in het verkeer is gebracht, moeten de bevoegde instanties van die andere lidstaat daarvan op de hoogte brengen. Hiervoor moeten de lidstaten het Informatiesysteem interne markt (IMI) gebruiken.

Amendement    6

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 6 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(6 bis)  Teneinde de operationele normen te handhaven, te voldoen aan de veiligheidsvereisten en fatsoenlijke arbeidsomstandigheden te garanderen voor bestuurders, is het belangrijk dat vervoerders gegarandeerde toegang hebben tot activa en rechtstreekse ondersteunende infrastructuur in het land waarin zij hun activiteiten ontplooien.

Amendement    7

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(7)  De Commissie moet toezien op de uitvoering en de gevolgen van deze richtlijn en daarover verslag uitbrengen. Elke toekomstige actie op dit gebied moet op basis van dat verslag in overweging worden genomen.

(7)  De Commissie moet toezien op de uitvoering en de gevolgen van deze richtlijn en daarover uiterlijk drie jaar na het verstrijken van de omzettingstermijn van deze richtlijn verslag uitbrengen. In het verslag moet naar behoren rekening worden gehouden met de gevolgen voor de verkeersveiligheid, belastinginkomsten en het milieu. In het verslag moeten ook alle inbreuken op deze richtlijn worden beoordeeld, met inbegrip van grensoverschrijdende inbreuken. De noodzaak van toekomstige actie op dit gebied moet op basis van dat verslag in overweging worden genomen.

Amendement    8

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 1 – letter a – punt ii

Richtlijn 2006/1/EG

Artikel 2 – lid 1 – letter a

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  het voertuig overeenkomstig de wetgeving van een lidstaat is ingeschreven of in het verkeer is gebracht;

a)  het voertuig is ingeschreven of in het verkeer is gebracht overeenkomstig de wetgeving van om het even welke lidstaat, operationele normen en veiligheidsvereisten daaronder begrepen;

Amendement    9

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 1 – letter b

Richtlijn 2006/1/EG

Artikel 2 – lid 1 bis

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  het volgende lid 1 bis wordt ingevoegd:

Schrappen

"1 bis.  Als het voertuig niet is ingeschreven of in het verkeer is gebracht overeenkomstig de wetgeving van de lidstaat waar de onderneming die het voertuig huurt is gevestigd, mag een lidstaat de gebruiksduur van het gehuurde voertuig op zijn grondgebied beperken. De lidstaat zal in dergelijk geval het gebruik echter toestaan voor ten minste vier maanden binnen een kalenderjaar."

 

Amendement    10

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2

Richtlijn 2006/1/EG

Artikel 3 – alinea 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten nemen de nodige maatregelen om te waarborgen dat hun ondernemingen gehuurde voertuigen voor het vervoer van goederen over de weg kunnen gebruiken onder dezelfde voorwaarden die gelden voor voertuigen die hun eigendom zijn, mits aan de voorwaarden van artikel 2 is voldaan.

1. De lidstaten nemen de nodige maatregelen om te waarborgen dat op hun grondgebied gevestigde ondernemingen gehuurde voertuigen voor het vervoer van goederen over de weg kunnen gebruiken onder dezelfde voorwaarden die gelden voor voertuigen die hun eigendom zijn, mits aan de voorwaarden van artikel 2 is voldaan.

Amendement    11

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2

Richtlijn 2006/1/EG

Artikel 3 – lid 1 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis.  Indien het voertuig overeenkomstig de wetgeving van een andere lidstaat is ingeschreven of in het verkeer is gebracht, kan de lidstaat waarin de onderneming is gevestigd:

 

a)  de gebruiksduur van het gehuurde voertuig op zijn grondgebied beperken, mits hij het gebruik van het gehuurde voertuig toestaat voor ten minste vier opeenvolgende maanden binnen een kalenderjaar; in dergelijke gevallen kan worden vereist dat de huurovereenkomst niet langer geldt dan de tijdsduur die door de lidstaat is vastgesteld;

 

b)  het aantal gehuurde voertuigen beperken dat door een onderneming kan worden gebruikt, mits hij het gebruik toestaat van ten minste het aantal voertuigen dat overeenkomt met 25 % van het totale vrachtwagenpark dat eigendom is van de onderneming op 31 december van het jaar dat voorafgaat aan het verzoek om toestemming; in dergelijke gevallen wordt het gebruik van ten minste één gehuurd voertuig toegestaan aan ondernemingen waarvan het totale wagenpark uit meer dan een en minder dan vier voertuigen bestaat."

Amendement    12

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2 bis (nieuw)

Richtlijn 2006/1/EG

Artikel 3 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis) het volgende artikel 3 bis wordt ingevoegd:

 

"Artikel 3 bis

 

1.  De informatie over het registratienummer van een gehuurd voertuig wordt ingevoerd in het nationale elektronische register, zoals omschreven in artikel 16 van Verordening (EG) nr. 1071/2009*.

 

2.  Bevoegde instanties van de lidstaat waarin een vervoerder is gevestigd, die in kennis worden gesteld van het gebruik van een voertuig dat die vervoerder heeft gehuurd en dat overeenkomstig de wetgeving van een andere lidstaat is ingeschreven of in het verkeer is gebracht, brengen de bevoegde instanties van die andere lidstaat daarvan op de hoogte.

 

3.  De in lid 2 bedoelde administratieve samenwerking vindt plaats door middel van het Informatiesysteem interne markt (IMI), zoals ingesteld bij Verordening (EU) nr. 1024/2012**.

 

__________________

 

* Een verwijzing naar artikel 16 van Verordening (EG) nr. 1071/2009, rekening houdend met de uitbreiding van de te registreren informatie, zoals de Commissie voorstelt.

 

** PB L 316 van 14.11.2012, blz. 1."

Amendement    13

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 3

Richtlijn 2006/1/EG

Artikel 5 bis – alinea 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Uiterlijk [PB: gelieve de datum in te voegen waarop de omzettingstermijn van de richtlijn vijf jaar is verstreken] dient de Commissie bij het Europees Parlement en de Raad een verslag in over de uitvoering en de gevolgen van deze richtlijn. Het verslag bevat onder meer informatie over het gebruik van voertuigen die zijn gehuurd in een andere lidstaat dan die waarin de onderneming die het voertuig huurt, is gevestigd. Op grond van dat verslag oordeelt de Commissie of aanvullende maatregelen moeten worden voorgesteld.

Uiterlijk ... [3 jaar na het verstrijken van de omzettingstermijn van deze wijzigingsrichtlijn] dient de Commissie bij het Europees Parlement en de Raad een verslag in over de uitvoering en de gevolgen van deze richtlijn. Het verslag bevat onder meer informatie over het gebruik van voertuigen die zijn gehuurd in een andere lidstaat dan die waarin de onderneming die het voertuig huurt, is gevestigd. In het verslag wordt bijzondere aandacht besteed aan de gevolgen voor de verkeersveiligheid, voor de belastinginkomsten, met inbegrip van fiscale verstoringen, en voor de handhaving van de cabotageregels overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1072/2009. Op grond van dat verslag oordeelt de Commissie of aanvullende maatregelen moeten worden voorgesteld.

Amendement    14

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 – lid 1 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk [PB: gelieve de datum 18 maanden na de inwerkingtreding in te voegen] aan deze richtlijn te voldoen. Zij delen de Commissie de tekst van die bepalingen onverwijld mee.

De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk [20 maanden na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn] aan deze richtlijn te voldoen. Zij delen de Commissie de tekst van die bepalingen onverwijld mee.

(1)

  PB C 129 van 11.4.2018, blz. 71.


TOELICHTING

Inleiding

Het wegvervoer is de belangrijkste vorm van vervoer voor goederen en passagiers in de EU en biedt werk aan ongeveer 1,6 miljoen mensen. Door de jaren heen heeft de EU een reeks regels ontwikkeld om te zorgen voor een eerlijke, goed werkende, veilige en sociaal duurzame wegvervoerssector. De Europese wetgeving inzake het gebruik van gehuurde voertuigen zonder bestuurder voor het vervoer van goederen over de weg is nu 25 jaar van toepassing. De huidige Richtlijn 2006/1/EG voorziet in een minimumniveau van marktopening voor het gebruik van dergelijke voertuigen, maar bevat nog steeds wettelijke bepalingen uit de jaren 80, die de behoeften weerspiegelen die de sector in die tijd had. Deze wetgeving moet worden herzien om te beantwoorden aan de daadwerkelijke behoeften van ondernemers en om deze af te stemmen op de meest recente kwesties die spelen op de markt voor vervoer over de weg en op de huidige beleidsprioriteiten van de EU.

Het voorstel van de Commissie

De Commissie presenteerde op 31 mei 2017 een herziening van Richtlijn 2006/1/EG betreffende het gebruik van gehuurde voertuigen zonder bestuurder voor het vervoer van goederen over de weg, als onderdeel van verschillende voorstellen op het gebied van het wegvervoer (het pakket "Europe on the Move" voor schone, concurrerende en onderling verbonden mobiliteit). Deze herziening houdt nauw verband met de nieuwe regels inzake de toegang tot het beroep en toegang tot de vervoersmarkt, evenals de toegang tot de autocar- en busmarkt, met als algemene doelstelling te zorgen voor een eerlijke concurrentie, de bestaande regels te vereenvoudigen, de interne markt in stand te houden en de rechten van werknemers in deze sector te waarborgen.

De huidige Richtlijn 2006/1/EG:

•  biedt de lidstaten de mogelijkheid om het gebruik voor eigen rekening te beperken van gehuurde vrachtvoertuigen met een brutogewicht van meer dan zes ton;

•  beperkt het gebruik van een voertuig dat is gehuurd in een andere lidstaat dan die waar de onderneming die het voertuig huurt, is gevestigd.

Met het voorstel van de Commissie zouden deze beperkingen worden weggenomen en zou een uniform regelgevingskader worden vastgesteld in de hele EU om te zorgen voor een gelijke toegang voor vervoerders tot de markt voor gehuurde voertuigen. Het heeft tot doel:

•  het gebruik toe te staan op het grondgebied van een lidstaat van voertuigen die worden gehuurd door op het grondgebied van een andere lidstaat gevestigde ondernemingen, mits het voertuig is ingeschreven of in het verkeer is gebracht in overeenstemming met de wetgeving van een lidstaat;

•  het gebruik toe te staan van een voertuig dat is gehuurd in een andere lidstaat voor ten minste vier maanden in een bepaald kalenderjaar, zodat ondernemingen tijdelijke en seizoensgebonden pieken in de vraag kunnen beantwoorden en/of defecte of beschadigde voertuigen kunnen vervangen.

Standpunt van de rapporteur

De rapporteur steunt de algemene doelstelling van het wetgevingspakket "Europe on the Move" van de Commissie en dit voorstel, aangezien het een kans vormt om een gelijk speelveld en eerlijke concurrentie te bevorderen voor verhuur- en leasingbedrijven in de EU, terwijl tegelijkertijd onnodige administratieve lasten worden weggenomen en de handhaving wordt verbeterd.

De rapporteur is het ermee eens dat de lidstaten het gebruik op hun grondgebied van een voertuig dat door een op het grondgebied van een andere lidstaat gevestigde onderneming is gehuurd, niet zouden moeten beperken, mits het voertuig voldoet aan de huidige operationele normen en veiligheidsvereisten.

De rapporteur deelt het standpunt dat de lidstaten, gezien de verschillende belastingniveaus voor het wegvervoer in de Unie, de mogelijkheid moeten hebben om, op hun respectieve grondgebied, de tijdsduur te beperken tijdens welke een gevestigde onderneming een gehuurd voertuig mag gebruiken dat in een andere lidstaat is ingeschreven of in het verkeer is gebracht.

Bovendien moeten de lidstaten de mogelijkheid krijgen om het aantal dergelijke voertuigen te beperken dat wordt gehuurd door een op hun grondgebied gevestigde onderneming, mits zij het gebruik toestaan van een aantal voertuigen dat ten minste overeenkomt met 25 % van het totale wagenpark van die onderneming of, in het geval dat een onderneming een vloot van minder dan vier voertuigen heeft, het gebruik van ten minste één gehuurd voertuig.

De rapporteur is bovendien van mening dat een goede handhaving essentieel is om te zorgen voor de juiste uitvoering en toepassing van dit voorstel. Met het oog hierop moet in de bestaande nationale elektronische registers, zoals opgericht overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1071/2009, het voertuigregistratienummer worden opgenomen van het gehuurde voertuig, evenals de geldigheidsduur van het gewaarmerkt afschrift van de communautaire vergunning, dat aangeeft hoelang een lidstaat zijn ondernemers toestaat gehuurde voertuigen op zijn grondgebied te gebruiken.

Het verslag van de Commissie moet uiterlijk drie jaar na de omzettingstermijn worden ingediend en moet de impact en de verschillende gevolgen van dit voorstel beschrijven voor de verkeersveiligheid, het milieu en de belastingontvangsten en moet belangrijke statistieken omvatten, zoals het aantal in een andere lidstaat ingeschreven voertuigen dat door vervoerders wordt gehuurd en het aantal overtredingen in verband met het gebruik van gehuurde voertuigen, in totaal en grensoverschrijdend.


PROCEDURE VAN DE BEVOEGDE COMMISSIE

Titel

Het gebruik van gehuurde voertuigen zonder bestuurder voor het vervoer van goederen over de weg

Document- en procedurenummers

COM(2017)0282 – C8-0172/2017 – 2017/0113(COD)

Datum indiening bij EP

31.5.2017

 

 

 

Bevoegde commissie

       Datum bekendmaking

TRAN

15.6.2017

 

 

 

Rapporteurs

       Datum benoeming

Cláudia Monteiro de Aguiar

30.6.2017

 

 

 

Behandeling in de commissie

23.1.2018

20.3.2018

15.5.2018

 

Datum goedkeuring

24.5.2018

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

24

15

1

Bij de eindstemming aanwezige leden

Lucy Anderson, Inés Ayala Sender, Georges Bach, Deirdre Clune, Michael Cramer, Luis de Grandes Pascual, Andor Deli, Karima Delli, Isabella De Monte, Ismail Ertug, Jacqueline Foster, Dieter-Lebrecht Koch, Miltiadis Kyrkos, Bogusław Liberadzki, Cláudia Monteiro de Aguiar, Tomasz Piotr Poręba, Gabriele Preuß, Christine Revault d’Allonnes Bonnefoy, Dominique Riquet, Massimiliano Salini, David-Maria Sassoli, Claudia Schmidt, Claudia Țapardel, Keith Taylor, Pavel Telička, Wim van de Camp, Marie-Pierre Vieu, Janusz Zemke, Elżbieta Katarzyna Łukacijewska

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Daniel Dalton, Michael Gahler, Maria Grapini, Ramona Nicole Mănescu, Marek Plura, Jozo Radoš, Matthijs van Miltenburg

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Eleonora Evi, Jude Kirton-Darling, José Ignacio Salafranca Sánchez-Neyra, Annie Schreijer-Pierik, Anneleen Van Bossuyt, Marco Zullo

Datum indiening

29.5.2018


HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

24

+

ALDE

Jozo Radoš, Dominique Riquet, Pavel Telička, Matthijs van Miltenburg

ECR

Tomasz Piotr Poręba, Anneleen Van Bossuyt

EFDD

Eleonora Evi, Marco Zullo

PPE

Georges Bach, Deirdre Clune, Andor Deli, Michael Gahler, Dieter-Lebrecht Koch, Ramona Nicole Mănescu, Cláudia Monteiro de Aguiar, Marek Plura, José Ignacio Salafranca Sánchez-Neyra, Massimiliano Salini, Claudia Schmidt, Annie Schreijer-Pierik, Luis de Grandes Pascual, Wim van de Camp

S&D

Inés Ayala Sender

Verts/ALE

Karima Delli

15

-

GUE/NGL

Marie-Pierre Vieu

S&D

Lucy Anderson, Isabella De Monte, Ismail Ertug, Maria Grapini, Jude Kirton-Darling, Miltiadis Kyrkos, Bogusław Liberadzki, Gabriele Preuß, Christine Revault d'Allonnes Bonnefoy, David-Maria Sassoli, Claudia Țapardel, Janusz Zemke

Verts/ALE

Michael Cramer, Keith Taylor

1

0

ECR

Jacqueline Foster

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding

Laatst bijgewerkt op: 6 juni 2018Juridische mededeling