Procedure : 2017/2277(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0208/2018

Ingediende teksten :

A8-0208/2018

Debatten :

PV 10/09/2018 - 24
CRE 10/09/2018 - 24

Stemmingen :

PV 11/09/2018 - 6.8
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0325

VERSLAG     
PDF 437kWORD 67k
12.6.2018
PE 616.839v02-00 A8-0208/2018

over trajecten voor de re-integratie van werknemers die herstellen van een letsel of ziekte in een hoogwaardige baan

(2017/2277(INI))

Commissie werkgelegenheid en sociale zaken

Rapporteur: Jana Žitňanská

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 INFORMATIE OVER DE GOEDKEURINGIN DE BEVOEGDE COMMISSIE
 HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over trajecten voor de re-integratie van werknemers die herstellen van een letsel of ziekte in een hoogwaardige baan

(2017/2277(INI))

Het Europees Parlement,

–  gezien de Universele Verklaring van de rechten van de mens,

–  gezien het Europees Handvest van de grondrechten,

–  gezien de interinstitutionele afkondiging van de Europese pijler van sociale rechten,

–  gezien het Europees Sociaal Handvest van 3 mei 1996,

–  gezien zijn resolutie van 15 september 2016 over de toepassing van de richtlijn inzake gelijke behandeling in arbeid en beroep(1),

–  gezien de gezamenlijke verklaring van de Europese alliantie voor chronische ziekten van november 2017 getiteld "Improving the employment of people with chronic diseases in Europe" (Het verbeteren van de werkgelegenheid voor mensen met chronische ziekten in Europa),

–  gezien het VN-Verdrag over de rechten van personen met een handicap (CRPD) en de inwerkingtreding ervan in de EU op 21 januari 2011 overeenkomstig Besluit 2010/48/EG van de Raad van 26 november 2009,

–  gezien zijn resolutie van 25 november 2015 over het strategisch EU-kader voor gezondheid en veiligheid op het werk 2014-2020(2),

–  gezien het gezamenlijk verslag van het Europees Agentschap voor veiligheid en gezondheid op het werk (hierna "EU-OSHA") en de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden (hierna "Eurofound") getiteld "Psychosociale risico's in Europa – Heersende trends en strategieën voor preventie",

–  gezien zijn resolutie van 30 november 2017 over de tenuitvoerlegging van de Europese strategie inzake handicaps(3),

–  gezien zijn resolutie van 7 juli 2016 over de tenuitvoerlegging van het Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap, met speciale aandacht voor de slotopmerkingen van het VN-Comité voor de rechten van personen met een handicap(4),

–  gezien de verklaring van Philadelphia van 10 mei 1944 over de doelen en doelstellingen van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO),

–  gezien zijn resolutie van 23 mei 2007 over bevordering van waardig werk voor iedereen(5),

–  gezien de mededeling van de Commissie getiteld "Vernieuwde sociale agenda: kansen, toegang en solidariteit in het Europa van de 21e eeuw" (COM(2008)0412),

–  gezien het verslag van de Commissie over de uitvoering van het door de sociale partners goedgekeurde kaderakkoord over stress op het werk (SEC(2011)0241),

–  gezien de mededeling van de Commissie getiteld "Verbetering van de arbeidskwaliteit en -productiviteit: communautaire strategie 2007-2012 voor de gezondheid en veiligheid op het werk" (COM(2007)0062),

–  gezien Richtlijn 2000/78/EG van de Raad van 27 november 2000 tot instelling van een algemeen kader voor gelijke behandeling in arbeid en beroep,

–  gezien Richtlijn 2000/78/EG tegen discriminatie en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de EU, zoals gevoegde zaken C-335/11 en C-337/11 (HK Danmark) van april 2013 die voorzien in een verbod op discriminatie door de werkgever wanneer langdurige ziekte toe te schrijven is aan een handicap, evenals in de verplichting aan de kant van de werkgever om in redelijke aanpassingen ten aanzien van de arbeidsomstandigheden te voorzien,

–  gezien de in 2013 opgezette gezamenlijke EU-actie inzake geestelijke gezondheid en welzijn,

–  gezien de campagne van het EU-OSHA getiteld "Gezond werk is werk zonder stress",

–  gezien het recente proefproject inzake gezondheid en veiligheid van oudere werknemers van het EU-OSHA,

–  gezien het verslag van het EU-OSHA van 2016 getiteld "Revalidatie en terugkeer naar het werk: Analyseverslag over beleidslijnen, strategieën en programma's van de EU en de EU-lidstaten",

–  gezien het verslag Eurofound van 2014 getiteld "Employment opportunities for people with chronic diseases" (Arbeidskansen voor mensen met chronische ziekten),

–  gezien het werkdocument van Business Europe van 2012 getiteld "Employers' practices for Active Ageing" (Praktijken voor werkgevers ten behoeve van actief ouder worden),

–  gezien artikel 52 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken (A8‑0208/2018),

A.  overwegende dat arbeidsgerelateerde stress een groeiend probleem en het op een na meest gerapporteerde arbeidsgerelateerde gezondheidsprobleem in Europa is; overwegende dat 25 %(6) van de werknemers aangeeft stress op het werk te ervaren; overwegende dat arbeidsgerelateerde stress het recht van personen op gezonde arbeidsomstandigheden kan ondermijnen; overwegende dat arbeidsgerelateerde stress tevens bijdraagt tot verzuim en een lage mate van arbeidssatisfactie, negatieve gevolgen heeft voor de productiviteit, en de oorzaak is van bijna de helft van het aantal verloren werkdagen per jaar;

B.  overwegende dat de vergrijzing van de Europese beroepsbevolking nieuwe uitdagingen met zich meebrengt ten aanzien van de werkomgeving en de gewijzigde organisatie van het werk; overwegende dat de vergrijzing hand in hand gaat met een hoger risico op het ontwikkelen van chronische geestelijke en lichamelijke gezondheidsproblemen, waaronder handicaps en ziekten, als gevolg waarvan preventie, re-integratie en revalidatie tot belangrijke beleidsterreinen zijn uitgegroeid om de duurzaamheid van zowel de werkplek als de pensioen- en socialezekerheidsstelsels te waarborgen; overwegende dat chronische ziekten niet alleen ouderen treffen;

C.  overwegende dat langdurig werkverzuim een nadelig effect heeft op de geestelijke en lichamelijke gezondheid, hoge maatschappelijke en economische kosten met zich meebrengt en terugkeer naar het werk kan verhinderen; overwegende dat gezondheid en welzijn een centrale rol spelen bij de opbouw van duurzame economieën; overwegende dat het belangrijk is rekening te houden met de ernstige financiële gevolgen van ziekten of handicaps voor gezinnen van getroffen werknemers die niet naar het werk kunnen terugkeren;

D.  overwegende dat er weliswaar een onderscheid bestaat tussen handicaps, letsels, ziekten en leeftijdsgerelateerde aandoeningen, maar dat ze elkaar vaak overlappen en een veelomvattende aanpak van geval tot geval vergen;

E.  overwegende dat de vergrijzing een van de grootste maatschappelijke uitdagingen voor de EU vormt; overwegende dat er daarom behoefte is aan een beleid dat actief ouder worden stimuleert, om mensen in staat te stellen tot de pensioengerechtigde leeftijd actief en aan het werk te blijven, of nog langer als zij dat wensen; overwegende dat de oudere generatie en haar ervaring onontbeerlijk zijn voor de arbeidsmarkt; overwegende dat oudere mensen die bereid zijn door te blijven werken vaak behoefte hebben aan flexibele of individuele werkregelingen; overwegende dat ziekte, handicap en uitsluiting van het werk ernstige financiële gevolgen hebben;

F.  overwegende dat roken, alcohol en drugsmisbruik tot de belangrijkste risicofactoren voor de gezondheid van de beroepsbevolking in de EU behoren, aangezien ze in verband worden gebracht met zowel letsels als diverse niet-overdraagbare ziekten(7); overwegende dat 20 tot 25 % van alle bedrijfsongevallen wordt veroorzaakt door mensen die onder invloed van alcohol zijn(8) en dat naar schatting tussen de 5 en 20 % van de beroepsbevolking in Europa ernstige problemen ondervindt als gevolg van alcoholgebruik(9); overwegende dat in het kader van de re-integratie in hoogwaardige banen van werknemers die met verslavingsproblemen te kampen hebben gehad, werkgevers met specifieke uitdagingen worden geconfronteerd;

G.  overwegende dat mensen met een handicap of chronische ziekte, of mensen die herstellende zijn van een letsel of ziekte, zich in een kwetsbare situatie bevinden en verzekerd moeten zijn van persoonlijke ondersteuning bij de terugkeer naar het werk of de arbeidsmarkt; overwegende dat voor sommige mensen met een chronische aandoening de terugkeer naar het werk niet wenselijk of mogelijk is;

H.  overwegende dat re-integratie in het beroepsleven en terugkeer naar het werk waardevolle mogelijkheden voor vrijwilligerswerk kunnen bieden, zoals deelname aan vrijwilligerswerk na de pensionering; overwegende dat vrijwilligerswerk voor mensen van iedere leeftijd moet worden ondersteund;

I.  overwegende dat werkgevers in de eerste plaats een gezondheids- en veiligheidscultuur op de werkplek moeten bevorderen; overwegende dat ook het vrijwillig meewerken aan activiteiten met betrekking tot de veiligheid en de gezondheid op het werk, bijvoorbeeld in de vorm van werkgroepen, een bijdrage kan leveren aan een cultuuromslag;

J.  overwegende dat werk een belangrijke rol speelt bij het bevorderen van het herstel- en revalidatieproces, gezien de belangrijke psychosociale voordelen die werk werknemers te bieden heeft; overwegende dat goede praktijken voor veiligheid en gezondheid op het werk essentieel zijn om het personeel productief en gemotiveerd te houden, waardoor bedrijven concurrerend en innovatief kunnen blijven, het welzijn van werknemers wordt gewaarborgd, waardevolle vaardigheden en werkervaring behouden blijven, er minder personeelsverloop is en uitsluiting, ongevallen en letsel worden vermeden; overwegende dat de Commissie daarom wordt aangemoedigd een methode van kostprijsberekening te overwegen op het gebied van actieve en sociale inclusie; overwegende dat de vaststelling van een passende en persoonsgerichte benadering ten aanzien van de re-integratie van werknemers die herstellen van een letsel of ziekte in een hoogwaardige baan, een belangrijke factor is bij het voorkomen van nog meer arbeidsverzuim of presenteïsme in geval van ziekte;

K.  overwegende dat de definitie van personen met een beperkte arbeidscapaciteit van lidstaat tot lidstaat kan verschillen;

L.  overwegende dat kmo's en micro-ondernemingen in dit opzicht bijzondere behoeften hebben, aangezien zij over minder middelen beschikken om te voldoen aan de verplichtingen op het gebied van ziekte- en ongevallenpreventie en daarom vaak steun nodig hebben om hun doelstellingen op het gebied van veiligheid en gezondheid op het werk te verwezenlijken; overwegende dat goede praktijken voor veiligheid en gezondheid op het werk tegelijkertijd van essentieel belang zijn voor kmo's en micro-ondernemingen, in het bijzonder voor de duurzaamheid van hun onderneming; overwegende dat diverse door de EU gefinancierde programma's mogelijkheden bieden voor een waardevolle uitwisseling van innovaties en beste praktijken gericht op duurzame veiligheid en gezondheid op het werk;

M.  overwegende dat negatieve psychosociale factoren op het werk niet alleen verband houden met gezondheidsresultaten, maar ook met toenemend verzuim en een lage mate van arbeidssatisfactie; overwegende dat maatregelen op maat inzake veiligheid en gezondheid op het werk het mogelijk kunnen maken dat werknemers met een veranderde arbeidscapaciteit kunnen blijven werken, hetgeen de gehele beroepsbevolking ten goede komt; overwegende dat arbeidsverzuim vanuit medisch oogpunt weliswaar soms noodzakelijk is, maar dat mensen die langer wegblijven van het werk ook verdere negatieve psychosociale gevolgen ondervinden en als gevolg daarvan minder gemakkelijk ooit terugkeren naar het werk; overwegende dat gecoördineerde zorg, waarbij het welzijn van de werknemer centraal staat, van cruciaal belang is voor het al dan niet slagen van een terugkeer naar het werk en het voorkomen van negatieve langetermijngevolgen voor de betrokkene;

N.  overwegende dat de beschikbaarheid en vergelijkbaarheid van gegevens over beroepsziekten op EU-niveau vaak ontoereikend zijn; overwegende dat volgens Eurofound circa 28 % van de Europeanen aangeeft aan chronische lichamelijke of geestelijke gezondheidsproblemen, ziekten of handicaps te lijden(10); overwegende dat een op de vier personen van de beroepsbevolking naar verwachting met langdurige gezondheidsproblemen te kampen krijgt(11); overwegende dat handicaps en slechte gezondheid tegelijkertijd oorzaak en gevolg van armoede kunnen zijn; overwegende dat uit een OESO-onderzoek is gebleken dat het inkomen van personen met een handicap gemiddeld 12 % lager ligt dan dat van de rest van de bevolking(12); overwegende dat deze inkomenskloof in sommige landen tot wel 30 % oploopt; overwegende dat uit een onderzoek uit 2013 is gebleken dat 21,8 % van de kankerpatiënten tussen de 18 en 57 jaar meteen na hun diagnose werkloos is geworden, en 91,6 % van deze groep 15 maanden na de diagnose(13); overwegende dat een studie van Eurostat(14) uit 2011 heeft uitgewezen dat slechts 5,2 % van de werknemers met beperkte arbeidsmogelijkheden als gevolg van een langdurig gezondheidsprobleem en/of moeilijkheden bij het uitoefenen van een basisactiviteit aangeeft gebruik te maken van speciale werkregelingen; overwegende dat volgens dezelfde studie van Eurostat 24,2 % van de niet-werkenden aangeeft dat speciale werkregelingen nodig zouden zijn om een terugkeer naar werk te vergemakkelijken;

O.  overwegende dat de digitalisering waarschijnlijk ingrijpende veranderingen met betrekking tot de organisatie van werk met zich meebrengt, en mogelijk ook betere kansen voor werknemers met bijvoorbeeld een beperkte arbeidscapaciteit; overwegende dat ouderen in dit verband vaak voor unieke uitdagingen staan; overwegende dat zij ook zouden moeten profiteren van deze veranderingen;

P.  overwegende dat het recht van iedere werknemer op gezonde, veilige en waardige arbeidsomstandigheden is verankerd in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, en dat goede arbeidsomstandigheden op zich al waardevol zijn; overwegende dat eenieder recht heeft op een levensstandaard die toereikend is voor hun gezondheid en welzijn, alsook op werk en rechtvaardige en gunstige arbeidsvoorwaarden, in overeenstemming met de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens; overwegende dat een betere gezondheid en de re-integratie van werknemers het algemene welzijn van de samenleving ten goede komen en economische voordelen opleveren voor lidstaten, werknemers en werkgevers, met inbegrip van oudere werknemers en mensen met medische aandoeningen, en bijdragen aan het behoud van vaardigheden die anders verloren gaan; overwegende dat werkgevers, werknemers, gezinnen en gemeenschappen er baat bij hebben wanneer arbeidsongeschiktheid kan worden omgezet in arbeidsgeschiktheid;

Preventie en vroegtijdig ingrijpen

1.  acht het essentieel dat het beheer van het ziekteverzuim in de lidstaten wordt verbeterd en dat werkplekken beter worden aangepast aan chronische aandoeningen en handicaps door discriminatie aan te pakken middels een betere handhaving van Richtlijn 2000/78/EG inzake gelijke behandeling in arbeid en beroep; erkent dat er, met het oog op verbetering, goed functionerende wetgeving met doeltreffend toezicht in de lidstaten moet komen om ervoor te zorgen dat werkgevers werkplekken toegankelijker maken voor mensen met chronische aandoeningen en handicaps, bijvoorbeeld door taken, apparatuur en de ontwikkeling van vaardigheden aan te passen; dringt er bij de lidstaten op aan redelijke aanpassingen van werkplekken te ondersteunen om ervoor te zorgen dat mensen tijdig weer aan het werk gaan;

2.  dringt er bij de Commissie op aan integratie- en revalidatiemaatregelen te bevorderen en de inspanningen van lidstaten te steunen om bewustwording te bevorderen en goede praktijken inzake voorzieningen en aanpassingen op de werkplek in kaart te brengen en uit te wisselen; verzoekt alle relevante partijen die belang hebben bij het traject inzake terugkeer naar werk de uitwisseling van informatie over potentiële niet-medische belemmeringen ten aanzien van terugkeer naar het werk te vergemakkelijken en de maatregelen om deze in kaart te brengen en aan te pakken, te coördineren;

3.  dringt er bij Eurofound op aan de arbeidskansen en mate van inzetbaarheid van mensen met chronische ziekten nader te onderzoeken en analyseren; pleit voor de standaard toepassing van empirisch onderbouwd beleid als basis voor de aanpak inzake de terugkeer naar het werk; roept beleidsmakers op het voortouw te nemen om ervoor te zorgen dat werkgevers en werknemers toegang hebben tot informatie en medische zorg en dat deze beste praktijken op Europees niveau worden bevorderd;

4.  is van mening dat het verwachte strategische kader van de EU inzake gezondheid en veiligheid op het werk na 2020 verdere prioriteit moet verlenen aan investeringen, via EU-fondsen, die zijn gericht op het verlengen en bevorderen van een gezonder (beroeps)leven, en individuele werkregelingen, en op het ondersteunen van aanwerving en terugkeer naar het werk met de juiste aanpassingen, indien de werknemer dit wenst en dit medisch gezien mogelijk is; is van oordeel dat investeringen in primaire en secundaire preventieve mechanismen, door bijvoorbeeld e-gezondheidszorgtechnologieën te leveren, een integraal onderdeel van deze strategie vormen; verzoekt de Commissie en de lidstaten prioriteit te verlenen aan de preventie van risico's en ziekten op het werk;

5.  moedigt de lidstaten aan zich volledig in te zetten voor de aanstaande EU-brede campagne 2020-2022 over de preventie van arbeidsgerelateerde spier- en skeletaandoeningen, vernieuwende niet-wetgevingsoplossingen aan te dragen en informatie en goede praktijken met de sociale partners uit te wisselen; roept de lidstaten op actief mee te werken aan de verspreiding van de informatie van het EU-OSHA; herhaalt zijn verzoek aan de Commissie om onverwijld een rechtshandeling over spier- en skeletaandoeningen in te dienen; verzoekt de lidstaten onderzoek te verrichten naar het aantal gevallen van spier- en skeletaandoeningen, uitgesplitst naar geslacht, leeftijd en economische activiteit, om het ontstaan van dergelijke aandoeningen te voorkomen en tegen te gaan en een veelomvattende EU-strategie inzake chronische ziekten te ontwikkelen met het oog op preventie en vroegtijdig ingrijpen;

6.  roept de lidstaten en werkgevers op een proactieve rol op zich te nemen bij het integreren van de informatie van het EU-OSHA in hun beleidslijnen en programma's inzake de werkplek; is verheugd over de recente lancering van een onderdeel op de website van het EU-OSHA dat gewijd is aan arbeidsgerelateerde ziekten, revalidatie en terugkeer naar het werk, met als doel informatie over preventiebeleid en -praktijken te verstrekken;

7.  is van mening dat systematische psychosociale risicopreventie een cruciaal kenmerk is van moderne werkplekken; neemt met bezorgdheid kennis van het toenemende aantal gevallen van geestelijke gezondheidsproblemen en psychosociale problemen in de afgelopen jaren, en het feit dat arbeidsgerelateerde stress een groeiend probleem voor werknemers en werkgevers is; roept de lidstaten en de sociale partners op ondernemingen te helpen bij de tenuitvoerlegging van een samenhangende reeks beleidslijnen en programma's inzake de werkplek teneinde deze problemen beter te kunnen voorkomen, het stigma dat verbonden is aan geestelijke gezondheidsproblemen aan te pakken en mensen met bestaande aandoeningen te steunen door toegang te verlenen tot psychologische ondersteuning; benadrukt de voordelen van preventie van psychosociale risico's en gezondheidsbevordering, met inbegrip van het bewezen investeringsrendement, teneinde werkgevers nog meer te motiveren actie te ondernemen; constateert dat de wetgeving inzake en erkenning van psychosociale risico's en geestelijke gezondheidsproblemen, zoals chronische stress en burn-outs, van lidstaat tot lidstaat verschillen;

8.  benadrukt dat het belangrijk is om te zorgen voor bijgewerkte en gemeenschappelijke definities van arbeidsgerelateerde ziekten, inclusief stress op het werk, en EU-brede statistische gegevens om doelen te stellen teneinde het vóórkomen van beroepsziekten terug te dringen;

9.  dringt er bij de Commissie en de lidstaten op aan een programma te ontwikkelen en ten uitvoer te leggen voor stelselmatige monitoring, beheer en ondersteuning van werknemers met psychosociale risico's, inclusief stress, depressie en burn-out, teneinde onder meer doelmatige aanbevelingen en richtsnoeren op te stellen om deze risico's tegen te gaan; benadrukt dat chronische stress op het werk erkend wordt als een belangrijke belemmerende factor voor de productiviteit en de levenskwaliteit; merkt op dat psychosociale risico's en arbeidsgerelateerde stress vaak een structureel probleem vormen dat verband houdt met de werkorganisatie, en dat preventie en beheer van deze risico's mogelijk zijn; benadrukt dat het van belang is studies te verrichten, de preventie te verbeteren en beste praktijken en instrumenten uit te wisselen ten behoeve van de re-integratie van de getroffen personen op de arbeidsmarkt:

10.  wenst dat geestelijke gezondheidsproblemen en leermoeilijkheden niet langer worden gestigmatiseerd; moedigt initiatieven aan die gericht zijn op het bevorderen van bewustwording en verandering in dit verband door op bedrijfsniveau preventiebeleid en -maatregelen inzake psychosociale risico's te ontwikkelen; prijst in deze context de door de sociale partners in de lidstaten genomen maatregelen die een bijdrage leveren aan positieve verandering; herinnert eraan dat het van belang is dat in gezondheid en veiligheid op het werk gespecialiseerde dienstverleners en arbeidsinspecteurs naar behoren zijn opgeleid ten aanzien van praktijken met betrekking tot de beheersing van psychosociale risico's; dringt aan op nauwere samenwerking tussen en het geven van een nieuwe impuls met betrekking tot EU-initiatieven die gericht zijn op het ondervangen van psychosociale risico's op de werkplek, en pleit ervoor dat deze kwestie voorrang krijgt in het volgende strategisch EU-kader voor gezondheid en veiligheid op het werk;

11.  is zich bewust van het feit dat de re-integratie van werknemers die met verslavingsproblemen te kampen hebben gehad, werkgevers voor specifieke uitdagingen stelt; wijst in dit verband op het door de Zweedse sociale partners toegepaste Alna-model(15) dat gericht is op de optimale inrichting van werkplekken door het nemen van proactieve en vroegtijdige interventiemaatregelen en het ondersteunen van het re-integratieproces van werknemers die met verslavingsproblemen te kampen hebben gehad;

12.  is ingenomen met de campagne "Gezond werk is werk zonder stress"; benadrukt dat de genderdimensie moet worden opgenomen in de initiatieven voor de aanpak van arbeidsgerelateerde stress, waarbij rekening wordt gehouden met de specifieke arbeidsomstandigheden van vrouwen;

13.  benadrukt dat er meer geïnvesteerd moet worden in risicopreventiebeleid alsmede in het ondersteunen van een preventiecultuur; wijst erop dat de kwaliteit van preventieve diensten van essentieel belang is voor de ondersteuning van bedrijven; verzoekt de lidstaten een doeltreffend beleid met betrekking tot gezonde voeding, alcohol- en tabaksgebruik en luchtkwaliteit ten uitvoer te leggen en dergelijk beleid op de werkplek te bevorderen; verzoekt de lidstaten bovendien geïntegreerde gezondheidsdiensten in het leven te roepen waarin sociale, psychologische en arbeidsgerelateerde diensten en arbeidsgeneeskunde worden gecombineerd; spoort de lidstaten aan werknemers in toereikende mate toegang te verlenen tot gezondheidszorg teneinde het ontstaan van geestelijke en lichamelijke gezondheidsproblemen in een vroegtijdig stadium te kunnen opsporen en het re-integratieproces te vergemakkelijken; herinnert eraan dat vroege investeringen en preventieve maatregelen de psychosociale langetermijngevolgen voor de betrokkene en de totale kosten voor de samenleving op lange termijn kunnen beperken;

14.  pleit voor een re-integratiebeleid dat:

–  in overeenstemming is met de levenscyclusbenadering die in het beleid op het gebied van onderwijs, levenslang leren, sociale zaken en werkgelegenheid wordt gehanteerd,

–  op maat gesneden is en gericht is op een specifiek doel en concrete behoeften, zonder eisen te stellen aan de deelnemers waar zij gezien hun toestand niet aan kunnen voldoen,

–  gebaseerd is op een participatieve en geïntegreerde benadering,

–  de voorwaarden die noodzakelijk zijn voor participatie eerbiedigt, zonder voorwaarden te stellen die het gevaar inhouden dat mensen geen minimuminkomen hebben om van te leven;

15.  is van oordeel dat de lidstaten mensen met een handicap of chronisch zieken gerichte extra voordelen moeten bieden door extra kosten in verband met onder meer persoonlijke ondersteuning en assistentie, het gebruik van specifieke faciliteiten en medische en maatschappelijke zorg te dekken en onder andere betaalbare geneesmiddelenprijzen vast te stellen voor minder bevoorrechte sociale groepen; hamert op de noodzaak om te zorgen voor een behoorlijk invaliditeits- en ouderdomspensioen;

Terugkeer naar het werk

16.  is zich ervan bewust dat werk een belangrijk onderdeel van positief psychosociaal welzijn voor mensen is, en dat de integratie van langdurig werklozen op de arbeidsmarkt via maatregelen op maat een essentiële factor is bij het bestrijden van armoede en sociale uitsluiting en ook andere preventieve psychosociale voordelen oplevert; benadrukt dat het integreren van personen die na een letsel of ziekte van geestelijke dan wel lichamelijke aard weer aan het werk gaan, meerdere positieve effecten heeft: het is goed voor de personen zelf, het beperkt de kosten voor nationale socialezekerheidsstelsels en individuele ondernemingen en het is goed voor de economie in ruimere zin, aangezien het bijvoorbeeld de pensioen- en socialezekerheidsstelsels duurzamer maakt voor toekomstige generaties; neemt nota van de moeilijkheden die werknemers ondervinden ten aanzien van het systeem van vergoedingen, waardoor zij onnodige vertraging kunnen oplopen bij het verkrijgen van een behandeling en die mensen er in sommige gevallen zelfs van weerhouden gebruik te maken van dit systeem; verzoekt met klem om een klantgerichte benadering ten aanzien van alle administratieve processen die betrekking hebben op de re-integratie van werknemers; verzoekt de lidstaten om in samenwerking met de Commissie en de relevante EU-agentschappen maatregelen te nemen om de negatieve effecten van langdurig werkverzuim, met inbegrip van vereenzaming, psychosociale problemen, sociaaleconomische gevolgen en beperktere inzetbaarheid, tegen te gaan;

17.  is van mening dat de lidstaten en de werkgevers op een positieve en werkgerichte manier moeten omgaan met werknemers met een handicap, oudere werknemers en werknemers die te kampen hebben gehad met een ziekte of letsel van geestelijke of lichamelijke aard, met inbegrip van mensen met een terminale ziekte, waarbij ze zich richten op een vroegtijdige beoordeling van de resterende arbeidscapaciteit en -motivatie van de persoon en zorg dragen voor psychologische, sociale en werkbegeleiding in een vroeg stadium en aanpassing van de werkplek, en waarbij ze rekening houden met het beroepsprofiel en de sociaal-economische situatie van de persoon alsook de situatie van de onderneming; moedigt de lidstaten aan de voorzieningen van hun socialezekerheidsstelsels te verbeteren om terugkeer naar het werk te bevorderen, mits de werknemer dit wenst en dit medisch gezien mogelijk is;

18.  wijst op de positieve rol die sociale ondernemingen, in het bijzonder "Work Integration Social Enterprises" (WIF's), hebben gespeeld bij de re-integratie van langdurig werklozen op de arbeidsmarkt; verzoekt de lidstaten deze ondernemingen van de nodige erkenning en technische ondersteuning te voorzien;

19.  moedigt tegen die achtergrond het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap en het facultatief protocol daarbij (A/RES/61/106) als referentiekaders aan, alsmede het gebruik van de internationale classificatie inzake functioneren, handicap en gezondheid (ICF) van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) bij alle maatregelen en beleidslijnen; is van mening dat een handicap een gezondheidstoestand is die zich voordoet in een sociaal-economische context;

20.  verzoekt de Commissie en de lidstaten richtsnoeren te ontwikkelen en af te geven over beste praktijken en werkgevers te helpen, ondersteunen en adviseren bij de ontwikkeling en uitvoering van re-integratieplannen, toe te zien op een permanente dialoog tussen de sociale partners en te waarborgen dat werknemers vanaf het begin van het traject van de terugkeer naar het werk op de hoogte zijn van hun rechten; moedigt voorts de uitwisseling aan van goede praktijken in en tussen de lidstaten, professionele gemeenschappen, sociale partners, ngo's en beleidsmakers met betrekking tot de re-integratie van werknemers die herstellen van ziekte of een letsel;

21.  verzoekt de lidstaten samen te werken met de sociale partners om externe steun te bieden aan kmo's en micro-ondernemingen die weinig ervaring hebben met re-integratie in het beroepsleven en maatregelen voor een terugkeer naar het werk, zodat deze bedrijven kunnen zorgen voor begeleiding en technische ondersteuning; erkent dat rekening moet worden gehouden met de situatie en specifieke behoeften van en problemen met de naleving door niet alleen kmo's en micro-ondernemingen, maar ook bepaalde overheidsdiensten, in de context van de tenuitvoerlegging van maatregelen op bedrijfsniveau; benadrukt dat bewustmaking, de uitwisseling van goede praktijken, raadpleging en onlineplatforms uiterst belangrijk zijn om kmo's en micro-ondernemingen te helpen bij dit proces; verzoekt de Commissie en de lidstaten praktische instrumenten en richtsnoeren te blijven ontwikkelen die kunnen bijdragen aan de ondersteuning van kmo's en micro-ondernemingen die weinig ervaring hebben met re-integratie in het beroepsleven en maatregelen voor een terugkeer naar het werk; erkent het belang van investeringen in managementopleidingen;

22.  wijst op het risico dat bij de toewijzing van financiële middelen voor het re-integreren van degenen die het verst van de arbeidsmarkt af staan, meer enge benaderingen die op gemakkelijk kwantificeerbare resultaten zijn gebaseerd de voorkeur krijgen boven meer creatieve benaderingen; verzoekt de Commissie daarom om een betere financiering van bottom-upbenaderingen in het kader van de structuurfondsen, met name het ESF;

23.  neemt nota van het succes van de casemanagementbenadering van re-integratieprogramma's en benadrukt de behoefte aan op maat gesneden en geïntegreerde steun van maatschappelijk werkers of aangewezen begeleiders; is van mening dat het essentieel is dat ondernemingen nauw contact onderhouden met werknemers, of hun vertegenwoordigers, tijdens afwezigheid als gevolg van ziekte of letsel;

24.  is van mening dat het beleid inzake de terugkeer naar het werk en re-integratie onderdeel moet zijn van een bredere holistische benadering van een gezond beroepsleven, zodat alle werknemers gedurende hun hele werkzame leven verzekerd zijn van een fysiek en mentaal veilige en gezonde werkomgeving waarin ze actief en gezond ouder kunnen worden; benadrukt het grote belang van communicatie, de hulp van deskundigen op het gebied van re-integratie in het beroepsleven (arbeidsdeskundigen) en een geïntegreerde aanpak waarbij alle betrokken partijen worden betrokken bij de succesvolle fysieke en beroepsrevalidatie van werknemers; is van mening dat de werkplek centraal moet staan bij de terugkeer naar het werk; is ingenomen met het succes van de niet-bureaucratische, praktische aanpak van het Oostenrijkse programma fit2work(16), dat de nadruk legt op eenvoudige communicatie die toegankelijk is voor alle werknemers (zoals vereenvoudigd taalgebruik);

25.  benadrukt dat het belangrijk is dat mensen met een beperkte arbeidscapaciteit aan het werk blijven, onder meer door ervoor te zorgen dat kmo's en micro-ondernemingen over de middelen beschikken die ze nodig hebben om dit doeltreffend te doen; pleit ten stelligste voor de re-integratie van werknemers die herstellen van een letsel of ziekte in een hoogwaardige baan in een open arbeidsmarkt, indien de werknemer dit wenst en dit medisch gezien mogelijk is, via omscholing en bijscholing; benadrukt dat het van belang is om beleid toe te spitsen op de arbeidscapaciteit van de betrokken werknemers en om werkgevers de voordelen te laten zien van het behoud van de ervaring en kennis van een werknemer, welke mogelijk verloren gaan bij permanent ziekteverlof; erkent echter dat het belangrijk is om te beschikken over een sterk vangnet op basis van het nationale socialezekerheidsstelsel, voor werknemers die niet in staat zijn om terug te keren naar het werk;

26.  verzoekt de Commissie en de lidstaten een actief arbeidsmarktbeleid en beleidsstimulansen voor werkgevers in te voeren om personen met een handicap of chronische ziekte aan het werk te krijgen, onder meer door het aanbrengen van gepaste aanpassingen – en het wegnemen van belemmeringen – op de werkplek om hun re-integratie te vergemakkelijken; herinnert eraan dat het van essentieel belang is ondernemingen en de betrokken werknemers in kennis te stellen van de bestaande stimulansen en rechten;

27.  is zich er in dit opzicht van bewust dat flexibele, op maat gesneden en aangepaste werkregelingen zoals telewerken, flexibele arbeidstijden, aangepaste apparatuur en arbeidstijdverkorting een belangrijke rol spelen bij de terugkeer naar het werk; benadrukt dat een vroegtijdige en/of geleidelijke terugkeer naar het werk (als dit medisch gezien mogelijk is) moet worden aangemoedigd, eventueel in combinatie met een gedeeltelijke ziekte-uitkering om ervoor te zorgen dat de betrokkene geen inkomensverlies lijdt als gevolg van de terugkeer naar het werk en waarbij financiële stimulansen voor bedrijven worden behouden; benadrukt dat dergelijke regelingen, onder meer in de vorm van geografische, tijdelijke en functionele flexibiliteit, haalbaar moeten zijn voor zowel de werknemer als de werkgever en de organisatie van het werk moeten vergemakkelijken, waarbij rekening wordt gehouden met schommelingen in de productiecycli;

28.  prijst nationale programma's en initiatieven die de re-integratie van personen met een chronische ziekte in hoogwaardige banen bevorderen, zoals het Duitse programma "Job4000"(17) dat gebruikmaakt van een geïntegreerde benadering ter bevordering van de stabiele professionele integratie van personen met een ernstige handicap die tegen specifieke problemen aanlopen bij het zoeken naar een baan, en de oprichting van re-integratiebureaus die personen met een chronische ziekte helpen een baan te vinden die bij hun situatie en capaciteiten past(18);

29.  wijst op de belangrijke psychosociale voordelen en verhoogde productiviteit die verband houden met een hoge mate van zelfstandigheid op de werkplek; is van mening dat een zekere mate van zelfstandigheid op de werkplek van essentieel belang kan zijn bij het vergemakkelijken van het re-integratieproces van werknemers die een ziekte of letsel hebben die gepaard gaat met uiteenlopende aandoeningen en behoeften;

30.  is zich bewust van de belangrijke rol die terugkeer naar het werk speelt in het zorgproces, aangezien werk voor veel mensen financiële onafhankelijkheid en een verhoogde levenskwaliteit inhoudt, wat soms een cruciale rol in het herstelproces speelt;

31.  verzoekt de lidstaten sociale uitkeringen niet meteen in te trekken wanneer mensen met een chronische ziekte een baan vinden en hen zo te helpen de "uitkeringsval" te vermijden;

De houding tegenover de re-integratie van werknemers veranderen

32.  verzoekt de Commissie en de lidstaten, in samenwerking met de sociale partners, er in hun communicatie, richtsnoeren en beleid voor te zorgen dat werkgevers het re-integratieproces zien als een kans om de vaardigheden, kwalificaties en ervaring van de werknemer te benutten; is van oordeel dat werkgevers en vertegenwoordigers van werknemers vanaf het begin belangrijke actoren zijn bij de terugkeer naar het werk en deel uitmaken van het besluitvormingsproces;

33.  brengt artikelen 26 en 27 van het Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap in herinnering, waarin is bepaald dat staten die partij zijn bij het Verdrag diensten en programma's op het gebied van revalidatie moeten organiseren, versterken en uitbreiden, met name op het gebied van gezondheid, werkgelegenheid, onderwijs en sociale diensten, en de kans op werk en carrièremogelijkheden voor personen met een handicap op de arbeidsmarkt moeten bevorderen, alsmede hen ondersteunen bij de terugkeer naar werk;

34.  benadrukt dat sensibilisering rond re-integratie in het beroepsleven en beleid en programma's inzake de terugkeer naar het werk, samen met een verbeterde bedrijfscultuur, essentiële factoren zijn voor een geslaagde terugkeer naar het werk en bij de bestrijding van negatieve houdingen en de aanpak van vooroordelen en discriminatie; is van mening dat de expertise van teams van deskundigen, zoals psychologen en begeleiders die zijn opgeleid op het gebied van re-integratie in het beroepsleven, door verschillende bedrijven kan worden gedeeld zodat ook kleinere bedrijven er van kunnen profiteren; is van mening dat er binnen dit proces ook ruimte is voor steun en extra inzet van ngo's en vrijwilligers;

35.  prijst de ondernemingen die initiatieven hebben genomen om mensen met gezondheidsproblemen, een handicap of een veranderde arbeidscapaciteit te ondersteunen door bijvoorbeeld te voorzien in uitgebreide preventieprogramma's, wijziging van taken en opleiding en omscholing, of door andere werknemers voor te bereiden op de veranderde arbeidscapaciteit van terugkerende werknemers en zo de re-integratie bevorderen; pleit er nadrukkelijk voor dat meer ondernemingen hieraan meewerken en dergelijke initiatieven voorstellen; acht het essentieel dat maatregelen die gericht zijn op het vergemakkelijken van de re-integratie van werknemers binnen bedrijven onderdeel zijn van de bedrijfscultuur;

36.  dringt aan op een beter begrip van de uitdagingen en discriminatie die leiden tot minder kansen voor mensen met gezondheidsproblemen of een handicap, in het bijzonder problemen zoals een gebrek aan begrip, vooroordelen, percepties over hun lage productiviteit en het sociale stigma;

37.  is van mening dat onderwijs en veranderingen in de bedrijfscultuur, alsook EU-brede campagnes zoals "Vision Zero", een belangrijke rol spelen bij het veranderen van de publieke opinie; roept op tot meer bewustzijn over de demografische uitdagingen waar de Europese arbeidsmarkt mee te kampen heeft; acht het onaanvaardbaar dat ouderen vaak te lijden hebben onder leeftijdsdiscriminatie; benadrukt het belang van campagnes ter bestrijding van discriminatie op grond van de leeftijd van werknemers en ter bevordering van maatregelen op het gebied van preventie en veiligheid en gezondheid op het werk; verzoekt de lidstaten en de Unie rekening te houden met de resultaten van het proefproject van het Parlement inzake de gezondheid en veiligheid van oudere werknemers;

38.  is van mening dat nationale beleidskaders een beslissende rol vervullen bij het creëren van een omgeving ter ondersteuning van leeftijdsmanagement en actief en gezond ouder worden; is van mening dat dit streven doeltreffend kan worden ondersteund door middel van EU-maatregelen zoals beleid, richtsnoeren, de uitwisseling van kennis en het gebruik van verschillende financiële instrumenten, zoals het ESF en de ESI-fondsen; verzoekt de lidstaten om – indien mogelijk en indien gewenst door de betrokken personen – revalidatie- en re-integratiemaatregelen voor oudere werknemers te bevorderen, bijvoorbeeld door de resultaten van het EU-proefproject inzake de gezondheid en veiligheid van oudere werknemers ten uitvoer te leggen;

39.  erkent dat personen bij wie een terminale ziekte is vastgesteld het fundamentele recht om te werken behouden; erkent voorts dat deze personen te kampen hebben met unieke uitdagingen met betrekking tot hun werk, die verschillen van de uitdagingen waarmee andere patiëntengroepen te maken hebben, aangezien deze patiënten vaak weinig tijd hebben om aan hun veranderende omstandigheden te wennen en er ook niet veel tijd is om aanpassingen op de werkplek te realiseren; prijst initiatieven zoals de campagne "Dying to Work" om deze specifieke problematiek onder de aandacht te brengen; moedigt werkgevers aan zoveel mogelijk de dialoog aan te gaan met werknemers die een terminale diagnose hebben gekregen, zodat alle noodzakelijke en mogelijke aanpassingen kunnen worden gedaan om de werknemer in staat te stellen desgewenst te blijven werken; is van mening dat het behoud van een baan voor veel patiënten vanuit persoonlijk, psychologisch of economisch oogpunt van cruciaal belang is voor hun waardigheid en levenskwaliteit; dringt er bij de lidstaten op aan de redelijke aanpassing van werkplekken te ondersteunen met het oog op de unieke uitdagingen waar deze groep mensen mee te kampen heeft; roept de Commissie op het gebrek aan gegevens over de arbeidsstatus van personen met kanker aan de orde te stellen en het in alle lidstaten op vergelijkbare wijze verzamelen van betere gegevens te ondersteunen, teneinde de voor hen bestemde ondersteunende diensten te verbeteren;

40.  benadrukt in dit opzicht het belang van het ontwikkelen en actueel houden van de vaardigheden van werknemers die zijn afgestemd op de behoeften van ondernemingen en de markt, met speciale aandacht voor digitale vaardigheden, door werknemers relevante opleidingen te verstrekken en toegang te geven tot levenslang leren; benadrukt de toenemende digitalisering van de arbeidsmarkt; wijst erop dat verbetering van de digitale vaardigheden integraal deel kan uitmaken van de voorbereiding op de terugkeer naar het werk, met name voor ouderen;

41.  wijst erop dat zowel formele als informele verzorgers een belangrijke rol vervullen bij re-integratie in het beroepsleven; erkent dat 80 % van de in Europa verleende zorg wordt geboden door onbetaalde mantelzorgers(19) en dat het verlenen van mantelzorg de werkgelegenheidsvooruitzichten van deze groep mensen op lange termijn aanzienlijk verlaagt; erkent voorts dat er, gezien het feit dat de meerderheid van de mantelzorgers uit vrouwen bestaat, duidelijk sprake is van een genderdimensie waar het de arbeidssituatie van mantelzorgers betreft; verzoekt de Unie, de Commissie en werkgevers speciale aandacht te besteden aan de arbeidsmogelijkheden van mantelzorgers;

º

º  º

42.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

(1)

Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0360.

(2)

Aangenomen teksten, P8_TA(2015)0411.

(3)

Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0474.

(4)

Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0318.

(5)

PB C 102 E van 24.4. 2008, blz. 321.

(6)

https://osha.europa.eu/nl/tools-and-publications/publications/reports/psychosocial-risks-eu-prevalence-strategies-prevention/view

(7)

Institute for Health Metrics and Evaluation (2016), GBD Compare Data Visualization. http://vizhub.healthdata.org/gbd-compare

(8)

Science Group of the European Alcohol and Health Forum (2011), "Alcohol, Work and Productivity" (Alcohol, werk en productiviteit). https://ec.europa.eu/health//sites/health/files/alcohol/docs/science_02_en.pdf

(9)

Eurofound (2012), "Use of alcohol and drugs at the workplace" (Gebruik van alcohol en drugs op het werk). https://www.eurofound.europa.eu/sites/default/files/ef_files/docs/ewco/tn1111013s/tn1111013s.pdf

(10)

Derde Europese enquête naar de kwaliteit van het bestaan 2001–2012, Eurofound, https://www.eurofound.europa.eu/surveys/european-quality-of-life-surveys/european-quality-of-life-survey-2012

(11)

blz. 7 in https://ec.europa.eu/health//sites/health/files/social_determinants/docs/final_sum_ecorys_web.pdf

(12)

blz. 7, belangrijkste bevindingen https://www.oecd.org/els/emp/42699911.pdf

(13)

blz. 5 https://ec.europa.eu/health/sites/health/files/policies/docs/2017_chronic_framingdoc_en.pdf

(14)

Eurostat, ad-hocmodule arbeidskrachtenenquête 2011, genoemd in: https://ec.europa.eu/health/sites/health/files/policies/docs/2017_chronic_framingdoc_en.pdf

(15)

http://www.alna.se/in-english

(16)

"EU-OSHA Case Study on Austria — Fit2Work programme" https://osha.europa.eu/en/tools-and-publications/publications/austria-fit2work/view

(17)

Bron: "Pathways project deliverable 5.2 Scoping Paper on the Available Evidence on the Effectiveness of Existing Integration and Re-Integration into Work Strategies for Persons with Chronic Conditions".

(18)

Bron: "Return-to-work coaching services for people with a chronic disease by certified "experts by experience": the Netherlands. Case Study", EU-OSHA.

(19)

http://www.ecpc.org/WhitePaperOnCancerCarers.pdf


TOELICHTING

De levensverwachting in de EU verandert de leeftijdspiramide. In 2015 bedroeg de levensverwachting bij de geboorte in de EU-28 83,3 jaar voor vrouwen en 77,9 jaar voor mannen. Vooral in sommige lidstaten wordt het aantal levensjaren in goede gezondheid zonder beperkingen echter korter. Een langere levensverwachting, in combinatie met een stijgende gemiddelde pensioenleeftijd zorgt ervoor dat Europa en de lidstaten voor een groot aantal uitdagingen staan, niet alleen wat betreft de gezondheidsstelsels maar ook wat betreft de arbeidsmarkten. De rapporteur wil een benadering vinden aan de hand waarvan hij de beleidsopties kan identificeren die onze arbeidsmarkten vorm geven, zodat de arbeidsmarkten a) inclusiever worden en beter kunnen inspelen op de behoeften van een vergrijzende en noodlijdende samenleving en b) minder vatbaar zijn voor het verlies van vaardigheden door inactiviteit op de arbeidsmarkt. De rapporteur heeft geprobeerd dat te verwezenlijken door maatregelen voor te stellen die de re-integratie van werknemers op de arbeidsmarkt na een letsel of ziekte vereenvoudigen.

De rapporteur is van mening dat de re-integratie van werknemers bestaat uit drie verschillende aspecten: het medische aspect, het beroepsaspect en het sociale aspect. In het verslag wordt vooral de nadruk gelegd op de re-integratie in het beroepsleven en op de moeilijkheden die zowel werkgevers en werknemers ondervinden bij een terugkeer naar het werk (procedures en initiatieven om re-integratie op de werkplek gemakkelijker te maken). Tegelijkertijd wordt in het verslag benadrukt dat een succesvolle terugkeer naar het beroepsleven en naar het werk alle drie de aspecten omvat.

Het verslag doet ook aanbevelingen om lidstaten aan te moedigen lessen te trekken uit voorbeelden van goede praktijken en benaderingen en identificeert de gebieden waarop de EU kan zorgen voor toegevoegde waarde en kennis, om beleidslijnen te bevorderen die de lidstaten helpen bij het aanmoedigen van de re-integratie van werknemers op de arbeidsmarkt.

De rapporteur is van mening dat de EU kan zorgen voor toegevoegde waarde door de lidstaten te helpen bij de ontwikkeling van:

•  preventieve maatregelen

•  uitgebreide beleidsreacties in de lidstaten, met inbegrip van vroegtijdig ingrijpen, institutionele samenwerking met alle belanghebbenden en een aanpak op maat

•  een cultuurverandering: mensen moeten zich ervan bewust worden dat er voor deze werknemers moet worden gezorgd, dat deze werknemers op een positieve manier moeten worden bekeken in de samenleving en dat er acties moeten worden ondernomen voor een levenslang psychosociaal welzijn van werknemers.

Bovendien worden in het verslag goede economische argumenten onderzocht die aan de basis liggen van de behoefte aan beleid om werknemers te helpen bij hun terugkeer naar de open arbeidsmarkt. Zo hebben organisaties met een evenwichtig samengesteld team van mensen uit verschillende leeftijdscategorieën minder personeelsverloop en zijn ze productiever, omdat ze kunnen putten uit een groter aanbod aan vaardigheden en ervaring. Volgens Business Europe tonen enquêtes onder personeelsleden aan dat oudere werknemers meer toegewijd zijn aan hun werkplek en beter presteren dan jongere werknemers op het gebied van probleemoplossing en leiderschapscapaciteiten. Die positieve effecten gelden niet alleen voor leeftijd maar ook voor diversiteit. De terugkeer naar het werk draait dus zowel om zelfverwezenlijking als om een onafhankelijke levensstijl, maar heeft ook een positieve economische invloed op de maatschappij en leidt tot een lagere afhankelijkheid van de sociale zekerheid in de lidstaten. Onderzoek van de IAO(1) bevestigt dat personen met een handicap betrouwbare werknemers zijn met een soortgelijke productiviteit, een kleiner aantal ongevallen en een hoger baanbehoud dan de andere personeelsleden van een onderneming. Zij vormen een onaangeboorde bron van vaardigheden en talent, met inbegrip van technische vaardigheden als zij toegang krijgen tot opleiding, en in hun dagelijkse leven hebben zij een beter probleemoplossend vermogen ontwikkeld. Mensen die tijdens hun beroepsleven gehandicapt raken, hebben naast hun formele kwalificaties vaak waardevolle ervaringen opgedaan.

Volgens EU-OSHA kan het voor een bedrijf een ingewikkeld proces zijn om iemand terug aan de slag te laten gaan, waarvoor niet alleen geld maar ook kennis nodig is. Voor kleinere bedrijven kan dat proces bijzonder moeilijk zijn. Externe technische en financiële steun kan werkgevers helpen om individuele maatregelen te nemen en manieren te ontwikkelen voor de re-integratie van mensen die na hun ziekteverlof terug aan het werk gaan. Slimme financiële bijstand via EU-fondsen kan een belangrijke rol spelen bij het ondersteunen van die verandering. Elke steunmaatregel moet echter gepaard gaan met een werkelijke verandering in de organisatiecultuur in de bedrijven.

De EU speelt een belangrijke rol bij het ondersteunen en aanmoedigen van veranderingen op de nationale arbeidsmarkten, bij het delen van vernieuwende ideeën en bij het ontwikkelen van doeltreffende beleidskaders. De rapporteur deelt het standpunt dat is opgenomen in het strategische kader van de EU inzake gezondheid en veiligheid op het werk, dat de wetgeving haar waarde heeft bewezen doordat ze in de EU heeft gezorgd voor een goede bescherming van werknemers en voor een gemeenschappelijk kader van definities, normen, methoden en preventieve instrumenten op het gebied van veiligheid en gezondheid op het werk. Gezien de verscheidenheid van de modellen moeten de lidstaten, om een verschil te maken, echter ook gebruikmaken van benchmarking, identificatie en uitwisseling van goede praktijken, sensibilisering, vrijwillige normen en gebruiksvriendelijke IT-middelen.

Ten slotte vestigt de rapporteur eveneens de aandacht op het voorkomen van psychosociale risico's op de werkplek en is hij van mening dat deze risico's moeten worden aangepakt en dat het negatieve stigma dat aan dergelijke stoornissen kleeft verder moet worden bestreden.

(1)

http://www.ilo.org/wcmsp5/groups/public/---ed_emp/---ifp_skills/documents/publication/wcms_167204.pdf


INFORMATIE OVER DE GOEDKEURINGIN DE BEVOEGDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

7.6.2018

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

41

0

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Guillaume Balas, Enrique Calvet Chambon, David Casa, Michael Detjen, Lampros Fountoulis, Elena Gentile, Marian Harkin, Czesław Hoc, Danuta Jazłowiecka, Agnes Jongerius, Jan Keller, Ádám Kósa, Agnieszka Kozłowska-Rajewicz, Jérôme Lavrilleux, Patrick Le Hyaric, Dominique Martin, Anthea McIntyre, Miroslavs Mitrofanovs, Elisabeth Morin-Chartier, Emilian Pavel, Georgi Pirinski, Terry Reintke, Claude Rolin, Siôn Simon, Marita Ulvskog, Renate Weber, Jana Žitňanská

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Georges Bach, Sergio Gutiérrez Prieto, Dieter-Lebrecht Koch, Eduard Kukan, Miapetra Kumpula-Natri, Paloma López Bermejo, António Marinho e Pinto, Rory Palmer, Jasenko Selimovic, Monika Vana, Flavio Zanonato

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Andrea Bocskor, Dietmar Köster, Renaud Muselier


HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

41

+

ALDE

Enrique Calvet Chambon, Marian Harkin, António Marinho e Pinto, Jasenko Selimovic, Renate Weber

ECR

Czesław Hoc, Anthea McIntyre, Jana Žitňanská

ENF

Dominique Martin

GUE/NGL

Patrick Le Hyaric, Paloma López Bermejo

NI

Lampros Fountoulis

PPE

Georges Bach, Andrea Bocskor, David Casa, Danuta Jazłowiecka, Dieter-Lebrecht Koch, Ádám Kósa, Agnieszka Kozłowska-Rajewicz, Eduard Kukan, Jérôme Lavrilleux, Elisabeth Morin-Chartier, Renaud Muselier, Claude Rolin

S&D

Guillaume Balas, Michael Detjen, Elena Gentile, Sergio Gutiérrez Prieto, Agnes Jongerius, Jan Keller, Dietmar Köster, Miapetra Kumpula-Natri, Rory Palmer, Emilian Pavel, Georgi Pirinski, Siôn Simon, Marita Ulvskog, Flavio Zanonato

VERTS/ALE

Miroslavs Mitrofanovs, Terry Reintke, Monika Vana

0

-

 

 

0

0

 

 

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding

Laatst bijgewerkt op: 22 juni 2018Juridische mededeling