Procedure : 2018/2054(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0266/2018

Ingediende teksten :

A8-0266/2018

Debatten :

PV 10/09/2018 - 29
CRE 10/09/2018 - 29

Stemmingen :

PV 11/09/2018 - 6.10
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0327

VERSLAG     
PDF 434kWORD 71k
18.7.2018
PE 620.924v02-00 A8-0266/2018

over het stimuleren van groei en cohesie in grensregio's van de EU

(2018/2054(INI))

Commissie regionale ontwikkeling

Rapporteur: Krzysztof Hetman

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 ADVIES van de Commissie cultuur en onderwijs
 INFORMATIE OVER DE GOEDKEURINGIN DE BEVOEGDE COMMISSIE
 HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het stimuleren van groei en cohesie in grensregio's van de EU

(2018/2054(INI))

Het Europees Parlement,

–  gezien artikel 3 van het Verdrag van de Europese Unie (VEU) en de artikelen 4, 162, 174 tot en met 178 en 349 van het Verdrag betreffende de werking van de EU (VWEU),

–  gezien Verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad(1),

–  gezien Verordening (EU) nr. 1299/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende specifieke bepalingen voor steun uit het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling ter verwezenlijking van de doelstelling "Europese territoriale samenwerking"(2),

–  gezien Verordening (EG) nr. 1082/2006 betreffende een Europese groepering voor territoriale samenwerking(3),

–  gezien Richtlijn 2011/24/EU van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2011 betreffende de toepassing van de rechten van patiënten bij grensoverschrijdende zorg(4),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 20 september 2017 getiteld "Groei en cohesie stimuleren in grensregio's van de EU" (COM(2017)0534),

–  gezien het werkdocument van de diensten van de Commissie van 20 september 2017 bij de mededeling van de Commissie getiteld "Groei en cohesie stimuleren in grensregio's van de EU" (SWD(2017)0307),

–  gezien zijn resolutie van 13 maart 2018 over achterstandsregio's in de EU(5),

  gezien zijn resolutie van 17 april 2018 over de versterking van de economische, sociale en territoriale cohesie in de Europese Unie: het zevende verslag van de Europese Commissie(6),

–  gezien zijn resolutie van 13 juni 2017 over bouwstenen voor een cohesiebeleid van de EU na 2020(7),

–  gezien zijn resolutie van 13 juni 2017 over het vergroten van de betrokkenheid van de partners en de zichtbaarheid van de resultaten van de Europese structuur- en investeringsfondsen(8),

–  gezien zijn resolutie van 18 mei 2017 over een goede financieringsmix voor de regio's van Europa: op zoek naar een evenwichtige verdeling van financieringsinstrumenten en subsidies in het cohesiebeleid van de EU(9),

–  gezien zijn resolutie van 16 februari 2017 over investeren in banen en groei – naar een optimale inzet van de Europese structuur- en investeringsfondsen: een evaluatie van het verslag uit hoofde van artikel 16, lid 3, van de GB-verordening(10),

– gezien het advies van het Europees Comité van de Regio's van 8 februari 2017 over de ontbrekende vervoersverbindingen in grensregio's(11),

–  gezien zijn resolutie van 13 september 2016 over cohesiebeleid en onderzoeks- en innovatiestrategieën voor slimme specialisatie (RIS3)(12),

–  gezien zijn resolutie van 13 september 2016 over Europese territoriale samenwerking – beste praktijken en innovatieve maatregelen(13),

–  gezien zijn resolutie van 10 mei 2016 over nieuwe instrumenten voor territoriale ontwikkeling in het cohesiebeleid 2014-2020: geïntegreerde territoriale investeringen (ITI) en door de gemeenschap aangestuurde lokale ontwikkeling (CLLD)(14),

–  gezien de conclusies en aanbevelingen van de groep op hoog niveau voor toezicht op vereenvoudiging ten behoeve van begunstigden van ESI-fondsen,

–  gezien artikel 52 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie regionale ontwikkeling en het advies van de Commissie cultuur en onderwijs (A8-0266/2018),

A.  overwegende dat de EU en haar onmiddellijke buurlanden in de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA) 40 binnengrenzen en interne EU-grensregio's tellen, en dat deze regio's 40 % van het grondgebied van de Unie beslaan, bijna 30 % van de EU-bevolking omvatten en bijna een derde van het bbp van de EU produceren;

B.  overwegende dat grensregio's, met name de minder bevolkte regio's, meestal te maken hebben met slechtere omstandigheden voor sociale en economische ontwikkeling en over het algemeen economisch minder goed presteren dan andere regio's in de lidstaten, en dat hun economisch potentieel niet volledig wordt benut;

C.  overwegende dat ook fysieke en/of geografische barrières bijdragen aan de beperking van de economische, sociale en territoriale cohesie tussen grensregio's, zowel binnen als buiten de EU, met name in berggebieden;

D.  overwegende dat er ondanks de tot dusver geleverde inspanningen nog steeds belemmeringen zijn – vooral administratieve en juridische obstakels alsmede taalproblemen –, die economische en sociale ontwikkeling en cohesie tussen en in de grensregio's in de weg staan;

E.  overwegende dat volgens een schatting van de Commissie in 2017 het verwijderen van slechts 20 % van de bestaande belemmeringen in de grensregio's voor een toename van hun bbp met 2 % oftewel 91 miljard EUR zou zorgen, hetgeen zou neerkomen op ca. 1 miljoen nieuwe banen; overwegende dat algemeen wordt erkend dat territoriale samenwerking, met inbegrip van grensoverschrijdende samenwerking, echte en zichtbare toegevoegde waarde meebrengt, vooral voor EU-burgers die langs binnengrenzen wonen;

F.  overwegende dat het totale aantal grensarbeiders en studenten dat in een ander EU-land actief is, ca. 2 miljoen bedraagt, waarvan er 1,3 miljoen werknemers zijn, wat neerkomt op 0,6 % van alle werknemers in de EU-28;

G.  overwegende dat in het huidige meerjarig financieel kader (MFK) 95 % van de middelen voor trans-Europese vervoersnetwerken (TEN-T) en de Connecting Europe Facility (CEF) naar de belangrijkste TEN-T-verbindingen gaat, terwijl kleine projecten op het omvangrijke netwerk en interventies die aansluiten op het TEN-T-netwerk vaak niet in aanmerking komen voor cofinanciering of voor nationale financiering, hoewel zij essentieel zijn om specifieke problemen op te lossen en om grensoverschrijdende verbindingen en economieën te ontwikkelen;

H.  overwegende dat de Commissie tevens voornemens is haar standpunt ten aanzien van de interne maritieme grensregio's te kennen te geven;

I.  overwegende dat veel uitdagingen waarmee de buitengrensregio's van de EU, waaronder de ultraperifere regio's, plattelandsgebieden, regio's die een industriële overgang doormaken en regio's die kampen met ernstige en permanente natuurlijke of demografische belemmeringen zoals genoemd in artikel 174 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), geconfronteerd worden, eveneens een standpunt van de Commissie waard zijn;

1.  is ingenomen met de mededeling van de Commissie getiteld "Groei en cohesie stimuleren in grensregio's van de EU", die het resultaat is van twee jaar van onderzoek en dialoog en een waardevolle inkijk biedt in de uitdagingen en hindernissen waarmee de interne grensregio's van de EU te maken hebben; benadrukt in dit verband dat het belangrijk is beste praktijken en succesverhalen te gebruiken en bekend te maken, zoals nu gebeurt met deze mededeling van de Commissie, en dringt erop aan hierop een soortgelijke analyse van de externe grensregio's van de EU te laten volgen;

Aanhoudende belemmeringen aanpakken

2.  wijst erop dat toegang tot openbare diensten, overeenkomstig hun ontwikkeling, van essentieel belang is voor de 150 miljoen inwoners tellende bevolking van interne grensoverschrijdende gebieden, maar vaak bemoeilijkt wordt door talloze juridische en administratieve hinderpalen, waaronder taalproblemen; spoort de Commissie en de lidstaten dan ook aan alles in het werk te stellen en de samenwerking te verbeteren om deze hinderpalen weg te nemen en om het gebruik van e-overheid te bevorderen en in te voeren, met name waar het gaat om gezondheidsdiensten, vervoer, aanleg van essentiële fysieke infrastructuur, onderwijs, arbeidsmobiliteit, het milieu, alsmede regelgeving, grensoverschrijdende handel en ontwikkeling van bedrijven;

3.  onderstreept dat grensregio's tot op zekere hoogte met dezelfde problemen en uitdagingen kampen, maar dat deze ook weer van regio tot regio of tussen de lidstaten variëren en afhangen van de specifieke juridische, administratieve, economische en geografische kenmerken van een bepaalde regio, waardoor een individuele benadering bij elk van deze regio's noodzakelijk is; erkent het gemeenschappelijke ontwikkelingspotentieel van grensoverschrijdende regio's in het algemeen; is voorstander van een op maat gesneden, geïntegreerde en plaatsgebonden benadering, zoals door de gemeenschap geleide lokale ontwikkeling (Community-Led Local Development – CLLD);

4.  onderstreept dat de uiteenlopende juridische en institutionele kaders in de verschillende lidstaten tot rechtsonzekerheid in de grensregio's kunnen leiden, met als gevolg dat er meer tijd nodig is en de kosten van de tenuitvoerlegging van projecten oplopen, hetgeen een bijkomend obstakel vormt voor burgers, instellingen en bedrijven in de grensregio's dat goede initiatieven vaak in de weg staat; benadrukt dan ook dat grotere complementariteit, betere coördinatie en communicatie, interoperabiliteit en de bereidheid om hinderpalen weg te nemen tussen de lidstaten, of ten minste op het niveau van de grensregio's, wenselijk is;

5.  erkent de bijzondere situatie van grensarbeiders, die het meest te maken krijgen met de uitdagingen die zich in grensregio's voordoen, waaronder met name de erkenning van diploma's en andere, na bijscholing verkregen kwalificaties, gezondheidszorg, vervoer en toegang tot informatie over vacatures, sociale zekerheid en belastingstelsels; spoort de lidstaten in dit verband aan meer te doen om deze belemmeringen uit de weg te ruimen en de regionale en lokale autoriteiten in grensregio's meer bevoegdheden, middelen en voldoende flexibiliteit toe te kennen teneinde de nationale juridische en bestuurlijke systemen van buurlanden beter te coördineren, zodat de levenskwaliteit van grensarbeiders erop vooruit gaat; benadrukt in dit verband het belang van de verspreiding en het gebruik van beste praktijken binnen de hele EU; benadrukt dat deze problemen nog ingewikkelder zijn voor grensarbeiders die in derde landen werken of woonachtig zijn;

6.  wijst op de problemen in verband met bedrijfsactiviteiten in de grensregio's, met name wat betreft de goedkeuring en tenuitvoerlegging van arbeids- en handelswetgeving, belastingen, openbare aanbestedingen en socialezekerheidssystemen; spoort de lidstaten en de regio's aan de desbetreffende wettelijke bepalingen beter af te stemmen op of te harmoniseren met de uitdagingen die grensoverschrijdende regio's meebrengen, en complementariteit te bevorderen en naar convergentie van de regelgevingskaders te streven zodat er meer juridische coherentie en flexibiliteit bij de uitvoering van nationale wetgeving mogelijk is, alsmede de verspreiding van informatie over grensoverschrijdende vraagstukken te verbeteren, bijvoorbeeld door éénloketsystemen in te voeren om werknemers en bedrijven in staat te stellen aan hun verplichtingen te voldoen en hun rechten ten volle uit te oefenen, zoals vereist door het rechtsstelsel van de lidstaat waar zij hun diensten verlenen; dringt erop aan bestaande oplossingen beter toe te passen en de financiering van bestaande samenwerkingsstructuren te waarborgen;

7.  is teleurgesteld over het feit dat de mededeling van de Commissie geen specifieke beoordeling van kleine en middelgrote ondernemingen (kmo's) bevatte, waaronder de extra steun die hen kan worden geboden; is van mening dat kmo's met specifieke uitdagingen worden geconfronteerd op het stuk van grensoverschrijdende interactie zoals onder meer de uitdagingen met betrekking tot taal, administratieve capaciteit, cultuurverschillen en uiteenlopende wetgeving; benadrukt dat het des te belangrijker is om deze uitdaging aan te gaan, omdat kmo's goed zijn voor 67 % van de werkgelegenheid in de niet-financiële sectoren in de EU en 57 % van de toegevoegde waarde creëren(15);

8.  wijst erop dat het vervoer in grensoverschrijdende regio's, met name regio's met een lagere bevolkingsdichtheid, nog steeds onvoldoende ontwikkeld en gecoördineerd is, vooral waar het gaat om grensoverschrijdende openbaarvervoersdiensten, en ten dele omdat er schakels ontbreken of buiten gebruik zijn, hetgeen de grensoverschrijdende mobiliteit en de vooruitzichten voor economische ontwikkeling belemmert; benadrukt voorts dat grensoverschrijdende vervoersinfrastructuur eveneens grote nadelen ondervindt van de complexe regelgeving en administratieve bepalingen; benadrukt het bestaande potentieel voor de ontwikkeling van duurzaam vervoer, in de eerste plaats gebaseerd op openbaar vervoer, en ziet in dit verband uit naar de komende studie van de Commissie betreffende de ontbrekende schakels in de spoorwegverbindingen langs de binnengrenzen van de EU; onderstreept dat dergelijke studies of toekomstige aanbevelingen onder meer gebaseerd zouden moeten zijn op informatie en ervaringen van lokale, regionale en nationale autoriteiten en dat hierbij rekening zou moeten worden gehouden met alle voorstellen voor grensoverschrijdende samenwerking en, daar waar deze al bestaat, voor betere grensoverschrijdende verbindingen, en roept de regionale autoriteiten aan weerszijden van grenzen op manieren voor te stellen om bestaande leemten in vervoersnetwerken op te vullen; herinnert eraan dat sommige bestaande spoorweginfrastructuur in onbruik raakt door gebrek aan ondersteuning; benadrukt de voordelen die de verdere ontwikkeling van waterwegen kan bieden voor lokale en regionale economieën; vraagt dat een pijler van de CEF, voorzien van een passende begroting, wordt gewijd aan het invoegen van de ontbrekende schakels van duurzame vervoersinfrastructuur in de grensregio's; benadrukt de noodzaak om vervoersknelpunten aan te pakken, die een belemmering vormen voor economische activiteiten zoals vervoer, toerisme en reizen door burgers;

9.  merkt op dat de aantrekkelijkheid van grensoverschrijdende gebieden om er te wonen en te investeren sterk afhankelijk is van de levenskwaliteit, de beschikbaarheid van openbare en commerciële diensten voor burgers en bedrijven, en de kwaliteit van vervoer – voorwaarden die alleen kunnen worden geschapen en behouden door nauwe samenwerking tussen nationale, regionale en lokale autoriteiten en bedrijven aan weerszijden van de grens;

10.  betreurt dat uiteenlopende en complexe procedures voor de voorafgaande toestemming voor gezondheidszorgdiensten en de gebruikte methodes voor betaling/terugbetaling, administratieve lasten voor patiënten bij grensoverschrijdende raadpleging van specialisten, onverenigbaarheden bij het gebruik van technologie en het delen van patiëntengegevens alsook het gebrek aan eengemaakte toegankelijke informatie niet alleen de toegankelijkheid aan beide zijden van de grens beperken en aldus het volledige gebruik van gezondheidszorgfaciliteiten in de weg staan, maar ook nood- en reddingsdiensten hinderen bij de uitvoering van hun grensoverschrijdende interventies;

11.  benadrukt de rol die grensregio's van de EU kunnen spelen op het gebied van milieu en milieubescherming, aangezien milieuvervuiling en natuurrampen vaak grensoverschrijdende problemen zijn; ondersteunt in dit verband de grensoverschrijdende projecten voor milieubescherming voor externe grensregio's van de EU, aangezien deze regio's vaak worden geconfronteerd met milieu-uitdagingen die worden veroorzaakt door uiteenlopende milieunormen en wetgeving in de buurlanden van de EU; roept ook op tot betere samenwerking en coördinatie inzake intern waterbeheer om natuurrampen zoals overstromingen te voorkomen;

12.  verzoekt de Commissie met spoed de problemen aan te pakken die voortkomen uit het bestaan van fysieke en geografische barrières tussen grensregio's;

Meer samenwerking en vertrouwen

13.  is van mening dat wederzijds vertrouwen, politieke wil en een flexibele benadering tussen de verschillende niveaus van belanghebbenden, van lokaal tot nationaal niveau, met inbegrip van het maatschappelijk middenveld, essentieel zijn om bovengenoemde aanhoudende belemmeringen te overwinnen; is van mening dat de waarde van het cohesiebeleid voor grensregio's berust op de doelstelling om werkgelegenheid en groei te stimuleren en dat dit beleid moet worden ingevoerd op Unie-, lidstaat-, regionaal en lokaal niveau; dringt dan ook aan op betere coördinatie en dialoog, een doeltreffendere uitwisseling van informatie en verdere uitwisseling van beste praktijken tussen autoriteiten, met name op lokaal en regionaal niveau; roept de Commissie en de lidstaten op dergelijke samenwerking aan te moedigen en in middelen te voorzien voor samenwerkingsstructuren teneinde te zorgen voor adequate functionele en financiële autonomie van respectieve lokale en regionale autoriteiten;

14.  onderstreept het belang van onderwijs en cultuur, en met name van de kansen om meer te doen om meertaligheid en interculturele dialoog in grensregio's te bevorderen; benadrukt het potentieel van scholen en lokale massamedia in deze inspanningen en spoort de lidstaten, regio's en gemeenten langs de binnengrenzen aan het onderwijs van talen van de buurlanden vanaf de kleuterschool op te nemen in hun leerplannen; benadrukt bovendien dat het van belang is een meertalige benadering op alle bestuurlijke niveaus te bevorderen;

15.  spoort de lidstaten ertoe aan de wederzijdse erkenning van en meer inzicht in certificaten, diploma's en opleidings- en beroepskwalificaties tussen grensregio's te vergemakkelijken en bevorderen; pleit in dit verband voor de opname van specifieke vaardigheden in het onderwijsprogramma met als doel de arbeidskansen en de validatie en erkenning van vaardigheden over de grens te vergroten;

16.  pleit voor verschillende maatregelen om alle vormen van discriminatie in grensregio's tegen te gaan en om kwetsbare personen te helpen bij het vinden van werk en het integreren in de samenleving; is in dit verband voorstander van de bevordering en ontwikkeling van sociale ondernemingen in grensregio's als een bron van werkgelegenheid, met name voor kwetsbare groepen als jonge werklozen en mensen met een handicap;

17.  is ingenomen met het EU-actieplan inzake e-overheid 2016-2020(16) als instrument om een efficiënte en inclusieve overheid tot stand te brengen, en erkent de bijzondere waarde van dit plan voor vereenvoudigende maatregelen in de grensregio's; merkt op dat interoperabiliteit van bestaande e-overheidsstelsels nodig is op nationaal, regionaal en lokaal administratief niveau; is evenwel verontrust over de fragmentarische tenuitvoerlegging van het plan in sommige lidstaten; is tevens verontrust over de dikwijls ontbrekende interoperabiliteit van de elektronische systemen van autoriteiten en ook over de geringe beschikbaarheid van onlinediensten voor buitenlandse ondernemers die actief willen worden in een ander land; roept de lidstaten dan ook op maatregelen te nemen om toegang tot hun digitale diensten voor de potentiële gebruikers van de naburige regio's te vergemakkelijken, onder meer aan de hand van taalinstrumenten, en roept de autoriteiten in grensoverschrijdende regio's op elektronische portalen op te richten voor de ontwikkeling van grensoverschrijdende zakelijke initiatieven; dringt er bij de nationale, regionale en lokale autoriteiten op aan meer inspanningen te leveren voor e-overheidsprojecten die een positieve impact zullen hebben op leven en werk van burgers in grensgebieden;

18.  stelt vast dat sommige binnen- en buitengrensregio's met ernstige migratieproblemen kampen die hun capaciteit vaak te boven gaan, en moedigt een adequaat gebruik van Interreg-progamma's aan, evenals de uitwisseling van optimale methoden tussen lokale en regionale autoriteiten in grensregio's, in het kader van de integratie van vluchtelingen die onder internationale bescherming vallen; onderstreept dat ondersteuning en coördinatie op Europees niveau noodzakelijk zijn en dat nationale regeringen de lokale en regionale autoriteiten moeten ondersteunen bij het aanpakken van deze uitdagingen;

19.  vraagt de Commissie haar standpunt te geven over het omgaan met uitdagingen waarmee interne maritieme grensregio's en regio's aan de buitengrenzen worden geconfronteerd; roept op tot aanvullende steun voor grensoverschrijdende projecten tussen buitengrensregio's van de EU en grensregio's van de buurlanden, met name regio's van derde landen die zijn betrokken bij het EU-integratieproces; herhaalt in dit verband dat de kenmerken en problemen van alle grensregio's tot op zekere hoogte dezelfde zijn, maar een gedifferentieerde, op maat gesneden aanpak vergen; vraagt met name bijzondere aandacht voor en passende steun aan de ultraperifere regio's als buitengrensregio's van de Unie;

20.  benadrukt dat het toekomstige cohesiebeleid passende aandacht moet schenken en steun moet bieden aan de regio's in de EU die het meest door de brexit zijn getroffen, met name de regio's die hierdoor buitengrensregio's van de Unie worden, ongeacht of het gaat om maritieme grenzen of grenzen op het vasteland;

21.  spoort de lidstaten aan de complementariteit van hun gezondheidsdiensten in grensregio's te verbeteren en voor werkelijke samenwerking op het gebied van grensoverschrijdende verstrekking van nooddiensten zoals gezondheidszorg, politie en brandweerinterventie te zorgen, zodat de rechten van de patiënt worden geëerbiedigd overeenkomstig de richtlijn inzake grensoverschrijdende gezondheidszorg, en zodat de beschikbaarheid en kwaliteit van diensten toenemen; roept de lidstaten, regio's en gemeenten op bilaterale of multilaterale raamovereenkomsten af te sluiten voor grensoverschrijdende samenwerking op het gebied van gezondheidszorg, en vestigt in verband hiermee de aandacht op zogenaamde ZOAST-gebieden ("Zones Organisées d'Accès aux Soins Transfrontaliers") waar bewoners van grensgebieden aan weerszijden van de grens gezondheidszorg kunnen krijgen in specifieke gezondheidszorginstellingen, zonder enige administratieve of financiële belemmering, en die een voorbeeld zijn voor grensoverschrijdende samenwerking inzake gezondheidszorg in heel Europa;

22.  roept de Commissie op onderzoek te doen naar de mogelijkheden om de samenwerking te versterken en om hinderpalen voor regionale ontwikkeling bij de buitengrenzen met naburige regio's weg te nemen, met name met regio's in landen die zich voorbereiden op toetreding tot de EU;

23.  benadrukt het belang van kleinschalige en grensoverschrijdende projecten om mensen samen te brengen en zo nieuwe mogelijkheden voor lokale ontwikkeling te genereren;

24.  benadrukt hoe belangrijk het is te leren van de succesverhalen van een aantal grensregio's en verder gebruik te maken van hun potentieel;

25.  benadrukt het belang van sport als instrument om de integratie van gemeenschappen in grensregio's te vergemakkelijken, en roept de lidstaten en de Europese Commissie op de passende economische middelen aan territoriale samenwerkingsprogramma's toe te kennen om lokale sportinfrastructuur te financieren;

EU-instrumenten benutten voor betere coherentie

26.  onderstreept de uiterst belangrijke en positieve rol van programma's voor Europese territoriale samenwerking (ETC), en met name grensoverschrijdende samenwerkingsprogramma's, bij de economische en sociale ontwikkeling en cohesie van grensregio's, waaronder maritieme en buitengrensregio's; is ingenomen met het feit dat de Commissie volgens haar MFK-voorstel voor 2021-2027 de ETC wil handhaven als een belangrijke doelstelling, met een prominentere rol binnen het cohesiebeleid na 2020, en dringt aan op een aanzienlijk groter budget, met name voor de grensoverschrijdende component; onderstreept de zichtbare Europese meerwaarde van de ECT, en roept de Raad op de hiertoe voorgestelde kredieten goed te keuren; benadrukt tevens de noodzaak om de programma's te vereenvoudigen, te zorgen voor betere overeenstemming van de ETC met de algemene doelstellingen van de EU en de programma's van de nodige flexibiliteit te voorzien om lokale en regionale uitdagingen beter aan te pakken, de administratieve lasten voor begunstigden te verminderen en meer investeringen in infrastructuurprojecten te vergemakkelijken via grensoverschrijdende samenwerkingsprogramma's; roept de autoriteiten in grensoverschrijdende regio's op intensiever gebruik te maken van de steun die via deze programma's wordt verstrekt;

27.  roept de Commissie op bij het Europees Parlement met regelmaat een verslag in te dienen over de belemmeringen op het gebied van grensoverschrijdende samenwerking die werden weggewerkt; spoort de Commissie aan het gebruik te bevorderen van bestaande innoverende instrumenten die bijdragen aan de voortdurende modernisering en versterking van grensoverschrijdende samenwerking, zoals het "Border Focal Point", een verbeterd SOLVIT en de Single Digital Gateway, bedoeld voor het organiseren van expertise en advies betreffende grensoverschrijdende regionale aspecten, alsook tot het ontwikkelen van nieuwe instrumenten; roept de Commissie en de lidstaten op overheidsadministraties in de mate van het mogelijke standaard digitaal te maken om volledig digitale overheidsdiensten te kunnen aanbieden voor burgers en bedrijven in grensregio's;

28.  onderstreept dat het belangrijk is dat de Commissie informatie verzamelt over grensoverschrijdende interactie voor een beter en meer geïnformeerd besluitvormingsproces in samenwerking met de lidstaten, regio's en gemeentebesturen, en dat zij proefprojecten, programma's, onderzoeken, analyses en territoriaal onderzoek ondersteunt en financiert;

29.  roept op tot een beter gebruik van het potentieel van macroregionale strategieën van de EU als het erom gaat de uitdagingen met betrekking tot grensregio's aan te pakken;

30.  is van mening dat cohesiebeleid meer moet zijn toegespitst op investering in mensen, aangezien de economieën van grensregio's aanzienlijk kunnen groeien door een effectieve mix van investeringen in innovatie, menselijk kapitaal, goed bestuur en institutionele capaciteit;

31.  betreurt dat het potentieel van de Europese groepering voor territoriale samenwerking niet ten volle wordt benut, wellicht ten dele vanwege de aarzelende houding van regionale en lokale autoriteiten, en ten dele vanwege hun vrees voor de overdracht van bevoegdheden en door het nog steeds bestaande gebrek aan besef van hun respectieve bevoegdheden; dringt erop aan dat andere mogelijke oorzaken van deze situatie zo snel mogelijk worden opgespoord en aangepakt; roept de Commissie op maatregelen voor te stellen om de hinderpalen voor de doeltreffende toepassing van dit instrument weg te nemen; herinnert eraan dat de belangrijkste rol van de Commissie in ETC-programma's erin zou moeten bestaan samenwerking tussen lidstaten te vergemakkelijken;

32.  verzoekt met klem meer aandacht te laten uitgaan naar de ervaringen van talrijke bestaande Euregio's die actief zijn via binnen- en buitengrensregio's van de EU om de mogelijkheden voor economische en sociale ontwikkeling en de levenskwaliteit van burgers die in de grensregio's wonen, te verbeteren; roept op tot een beoordeling van het werk van de Euregio's op het gebied van regionale samenwerking en hun verhouding tot de initiatieven en het werk van grensgebieden van de EU, teneinde de resultaten van hun werk op deze gebieden te coördineren en te optimaliseren;

33.  onderstreept dat de territoriale effectbeoordeling bijdraagt aan een beter begrip van de ruimtelijke impact van beleidsmaatregelen; verzoekt de Commissie te overwegen om territoriale effectbeoordeling een sterkere rol toe te kennen wanneer EU-wetgevingsinitiatieven worden voorgesteld;

34.  is ervan overtuigd dat een Europese grensoverschrijdende conventie (ECBC), die het in het geval van een territoriaal afgebakende grensoverschrijdende infrastructuur of dienst (bijv. een ziekenhuis of een tramlijn) mogelijk maakt het nationale normatieve kader en/of de normen van slechts een van beide of meerdere betrokken landen toe te passen, zou bijdragen aan een verdere vermindering van grensoverschrijdende belemmeringen; spreekt in dit verband zijn voldoening uit over het recent gepubliceerde voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende een mechanisme om juridische en administratieve belemmeringen in een grensoverschrijdende context uit de weg te ruimen (COM(2018)0373);

35.  ziet uit naar het toekomstige voorstel voor een verordening van de Commissie betreffende een beheersinstrument voor grensoverschrijdende samenwerking, teneinde het nut hiervan voor de regio's in kwestie te kunnen beoordelen;

°

°  °

36.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Commissie, de Raad, de nationale en regionale parlementen van de lidstaten, het CvdR en het EESC.

(1)

PB L 347 van 20.12.2013, blz. 320.

(2)

PB L 347 van 20.12.2013, blz. 259.

(3)

PB L 210 van 31.7.2006, blz. 19.

(4)

PB L 88 van 4.4.2011, blz. 45.

(5)

Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0067.

(6)

Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0105.

(7)

Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0254.

(8)

Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0245.

(9)

Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0222.

(10)

Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0053.

(11)

PB C 207 van 30.6.2017, blz. 19.

(12)

Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0320.

(13)

Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0321.

(14)

Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0211.

(15)

Jaarverslag Europese kmo's 2016/2017, blz.6.

(16)

Mededeling van de Commissie van 19 april 2016 getiteld "EU-actieplan inzake e-overheid -2020: Voor een snellere digitalisering van overheidsdiensten" (COM(2016)0179).


TOELICHTING

De interne grensregio's van de Europese Unie vertegenwoordigen maar liefst 40 % van haar grondgebied en tellen 150 miljoen Europeanen. Zij genereren daarnaast een kwart van het Europese bbp. Niettemin kampen de grensregio's met aanhoudende obstakels, die hun groei en ontwikkeling belemmeren en waardoor zij economisch gezien slechter presteren dan regio's die meer centraal in de lidstaten gelegen zijn.

Om een verklaring voor deze situatie te vinden en oplossingen aan te dragen heeft de Europese Commissie een evaluatie uitgevoerd, de Cross-Border Review 2015-2017, bestaand uit een onderzoek naar juridische en administratieve belemmeringen, uitgebreide publieke onlineraadplegingen en een reeks workshops met belanghebbenden. Deze evaluatie heeft geleid tot de mededeling over het stimuleren van groei en cohesie in grensregio's van de EU, waarin de tien meest frequente obstakels worden genoemd die ontwikkeling in de grensregio's in de weg staan, alsmede voorstellen om deze problemen op te lossen.

De rapporteur spreekt zijn voldoening uit over het door de Commissie gepresenteerde document dat een waardevolle en grondige analyse bevat van de bestaande hinderpalen, en is ingenomen met de voorgestelde oplossingen. Hij is ervan overtuigd dat wederzijds vertrouwen en politieke wil van alle verantwoordelijke autoriteiten het krachtigste middel is om de hindernissen voor de ontwikkeling van grensregio's weg te nemen. De Commissie en de nationale regeringen zouden dan ook meer vertrouwen moeten stellen in lokale en regionale autoriteiten. Wil hun samenwerking ten aanzien van de grensregio's efficiënt verlopen, is er meer flexibiliteit nodig en moeten er speciale regelingen worden getroffen, daar de rechtsstelsels van de betrokken lidstaten vaak niet op elkaar aansluiten. Dit is zelfs het geval wat de EU-wetgeving betreft, aangezien de omzetting van richtlijnen van lidstaat tot lidstaat kan verschillen. De rapporteur is dan ook van mening dat een territoriale effectbeoordeling verplicht zou moeten worden gesteld voor alle nieuwe EU-wetgeving.

Hij onderstreept dat dringende kwesties, zoals toegang tot overheidsdiensten, rechtsonzekerheid voor grensarbeiders en ontoereikende vervoersverbindingen meer gerichte en intensieve maatregelen vereisen, in de eerste plaats op het niveau van de lidstaten, maar ook op EU-niveau. Werknemers moeten hun diploma's kunnen laten erkennen en zij moeten informatie kunnen verkrijgen over hun socialezekerheidsdekking. Ook moeten de belemmeringen voor grensoverschrijdende bedrijfsactiviteiten worden verwijderd, aangezien bedrijven die momenteel over de grens heen opereren, rond 60 % meer uitgaven hebben dan bedrijven die uitsluitend in het land zelf actief zijn. Er zou meer samenwerking moeten komen tussen de interne grensregio's, en hun ontwikkeling en cohesie zou kunnen toenemen door de administratieve procedures waarmee bewoners en bedrijven in grensregio's elke dag te maken hebben, te vereenvoudigen. Het is dan ook van essentieel belang dat er meer aandacht uitgaat naar vereenvoudiging.

De rapporteur is uitermate ingenomen met de positieve impact die de programma's voor Europese territoriale samenwerking (ETC) hebben gehad wat betreft het verwijderen van belemmeringen aan de grens, maar ziet nog veel ruimte voor verbetering. Hij is dan ook groot voorstander van handhaving van de ETC en verhoging van het budget ervan in de komende programmaperiode. Tegelijkertijd wijst hij erop dat financiering en investeringen weliswaar belangrijk zijn maar niet volstaan om verbetering in de situatie te brengen, en is dan ook van mening dat instrumenten zoals de Europese groepering voor territoriale samenwerking meer nadruk zouden moeten krijgen. Daarnaast zou moeten worden overwogen om nieuwe instrumenten te ontwikkelen, zoals een beheersinstrument voor grensoverschrijdende samenwerking.

De rapporteur is verheugd over de oprichting van het Border Focal Point binnen de Commissie, dat bedoeld is om nationale en regionale autoriteiten advies te verstrekken over het aanpakken van juridische en administratieve obstakels aan de grens. Hij onderstreept dat de Commissie een belangrijke rol vervult bij het wegnemen van belemmeringen rond grenzen door wetgeving of financieringsmechanismen voor te stellen of lidstaten te ondersteunen bij het invoeren van betere regelingen en het uitbreiden van hun onderlinge samenwerking, met het doel de hinderpalen in de grensregio's uit de weg te ruimen.

De rapporteur stelt vast dat de mededeling van de Commissie uitsluitend de interne grensregio's van de EU betreft. Hij begrijpt de redenen van de Commissie om alleen deze regio's te behandelen, daar zij gemeenschappelijke uitdagingen kennen. Niettemin acht hij het van essentieel belang dat er een vergelijkbare evaluatie van de externe en maritieme grensregio's wordt opgesteld, zodat er ook efficiënte oplossingen worden gevonden voor de uitdagingen en belemmeringen waarmee deze regio's geconfronteerd worden.


ADVIES van de Commissie cultuur en onderwijs (25.6.2018)

aan de Commissie regionale ontwikkeling

inzake het stimuleren van groei en cohesie in grensregio's van de EU

(2018/2054(INI))

Rapporteur voor advies: Theodoros Zagorakis

SUGGESTIES

De Commissie cultuur en onderwijs verzoekt de bevoegde Commissie regionale ontwikkeling onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

1.  erkent de uitdagingen waarmee grensregio's worden geconfronteerd en benadrukt dat sociaal-economische verschillen – met inbegrip van culturele en taalverschillen – tussen verschillende grensregio's een belemmering kunnen vormen voor integratie en interactie en afbreuk kunnen doen aan de mogelijkheden voor mensen en bedrijven aan beide zijden van de grens;

2.  benadrukt dat de EU op positieve wijze heeft bijgedragen aan de ontwikkeling van grensregio's en dat toekomstige financieringsprogramma's dit zo doeltreffend en efficiënt mogelijk moeten blijven doen, door daarbij de nadruk te leggen op gebieden met een sterke Europese toegevoegde waarde en te waarborgen dat het oplossen van grensproblemen een centrale plaats inneemt in de programma's voor grensoverschrijdende samenwerking;

3.  stelt vast dat het cohesiebeleid kwetsbare en gemarginaliseerde mensen moet blijven steunen, door groeiende ongelijkheden aan te pakken en de solidariteit te vergroten via investeringen in onderwijs, opleiding en cultuur, en door bijzondere aandacht te besteden aan grensoverschrijdende samenwerkingsprogramma's die gericht zijn op de bestaande culturele, territoriale en administratieve belemmeringen en toekomstige uitdagingen in deze regio's;

4.  benadrukt dat EU-grenzen zowel land- als zeegrenzen omvatten waarmee rekening moet worden gehouden; spoort de Commissie er daarom toe aan zich te buigen over de uitdagingen waar maritieme grensregio's voor staan om zo tot een holistische analyse te komen van de belemmeringen waarmee alle grensregio's te maken hebben en van het samenwerkings- en groeipotentieel voor al deze regio's;

5.  onderstreept hoe belangrijk grensoverschrijdende samenwerkingsprogramma's zijn, met inbegrip van macroregionale en interregionale programma's, voor de financiering van educatieve, culturele, creatieve, sportieve, artistieke en andere activiteiten waarvan de Europese toegevoegde waarde burgers dichter tot elkaar brengt, grensoverschrijdende synergie veroorzaakt, wederzijds vertrouwen en begrip schept, en bijdraagt aan het wegnemen van verschillende vormen van vooroordelen en stereotypen in grensregio's; wijst in dit verband met klem op het potentieel van de culturele en creatieve sector, in overeenstemming met de strategieën inzake slimme specialisatie en het grote aantal Interregprojecten dat gewijd is aan cultuur en erfgoed, waaruit blijkt dat er in grensregio's sprake is van een sterk verlangen om te investeren in gemeenschappelijke traditionele culturele projecten; herhaalt haar standpunt dat de financiële steun van de EU voor deze initiatieven cruciaal is en daarom in het volgende MFK verder moet worden verhoogd, met name door middel van steun uit de ESI-fondsen; verzoekt de Commissie synergieën tussen lokale prioriteiten en bestaande EU-strategieën en -doelstellingen vast te stellen en te stimuleren, en het volledige potentieel van grensregio's te ontwikkelen;

6.  wijst op het ingewikkelde karakter van het huidige kader voor grensoverschrijdende samenwerkingsprogramma's en op de structurele moeilijkheden en administratieve lasten waar potentiële begunstigden tijdens de voorbereiding van dergelijke projecten tegenaan lopen; is in dit verband ingenomen met de vereenvoudigende maatregelen die zijn voorgesteld voor de periode na 2020, en beschouwt deze als een belangrijke stap voor het vereenvoudigen en verbeteren van de tenuitvoerlegging en de toegankelijkheid van grensoverschrijdende samenwerkingsprogramma's;

7.  wijst andermaal op het belang van cultuur en cultureel erfgoed met betrekking tot de economische welvaart van steden en regio's en verzoekt de lidstaten in dit verband alle nodige maatregelen aan te nemen om hun tastbaar en onaantastbaar cultureel erfgoed doeltreffend te beheren en promoten, en om daartoe gebruik te maken van alle beschikbare cohesiebeleidsinstrumenten;

8.  dringt aan op een nieuwe informatiestrategie voor grensoverschrijdende en culturele samenwerking om dichter tot de inwoners van grensregio's te komen, ze beter bewust te maken van de kansen die grensoverschrijdende EU-programma's bieden en zo bij te dragen tot meer ruimdenkendheid ten aanzien van regionale en grensoverschrijdende kwesties;

9.  benadrukt dat sport van groot belang is voor de economische en sociale ontwikkeling van grensoverschrijdende regio's, zoals blijkt uit de talloze projecten voor territoriale samenwerking waarbij sport gebruikt is als instrument voor sociale en culturele integratie;

10.  spoort jongeren ertoe aan deel te nemen aan en betrokken te zijn bij alle aspecten van de ontwikkeling van een regionale en grensoverschrijdende samenleving; is voorstander van grensoverschrijdende ideeën en activiteiten met betrekking tot jongeren, zoals het opzetten van platforms voor de uitwisseling van ideeën en optimale werkwijzen, het scheppen van bewustzijn, het uitwisselen van informatie over grensoverschrijdende samenwerking en het verspreiden van informatie via sociale en andere media met het oog op een grotere deelname van jongeren aan grensoverschrijdende projecten en meer kansen voor jongeren in het kader van deze projecten;

11.  benadrukt dat er sprake is van een gebrek aan informatie over door de EU gefinancierde mogelijkheden voor grensoverschrijdende samenwerkingsprogramma's in de EU-grensregio's; spoort de lidstaten ertoe aan de verspreiding van informatie over grensoverschrijdende vraagstukken te verbeteren, bijvoorbeeld door éénloketsystemen in te voeren;

12.  beklemtoont dat er behoefte is aan meer financiële steun voor de bevordering van grensoverschrijdende sportactiviteiten, en met name voor de bouw van kleinschalige infrastructuur voor amateursport;

13.  verzoekt de Commissie cultuur en onderwijs te beschouwen als een horizontale prioriteit voor de volgende generatie programma's in het kader van het cohesiebeleid;

14.  is sterk pleitbezorger van de rol van grensoverschrijdende projecten en -programma's bij het verbeteren van het jeugdonderwijs, de inzetbaarheid op de arbeidsmarkt en de inclusie en participatie van jongeren in de samenleving door het aanpakken van sociale problemen waarmee jongeren in grensregio's te kampen hebben, zoals werkloosheid en radicalisering; dringt aan op meer stelselmatige samenwerking tussen grensregio's om jongeren meer kansen te bieden op het vlak van werkgelegenheid, onderwijs, opleiding, cultuur, sport en andere sociale beleidsterreinen;

15.  beklemtoont dat taalbarrières nog altijd een aanzienlijke belemmering vormen voor grensoverschrijdende samenwerking, met name in grensregio's zonder lange voorgeschiedenis van samenwerking; merkt op dat taal een belangrijke factor is die bijdraagt aan het scheppen van meer vertrouwen en aan het verkleinen van sociaal-culturele verschillen; meent dat een meer gericht gebruik van de ESI-fondsen en meer financiering voor taaltechnologie de communicatie kan verbeteren en zodoende kan bijdragen tot de stelselmatige bevordering van meertaligheid en Europese taaldiversiteit in het onderwijs en opleidingen in grensregio's, al vanaf het voorschools onderwijs; gelooft dat de organisatie van culturele en sportevenementen hier eveneens toe kan bijdragen;

16.  is van oordeel dat de grensoverschrijdende samenwerking tussen onderwijs- en opleidingsinstellingen moet worden versterkt door grensoverschrijdende schoolbezoeken en buitenschoolse activiteiten voor kinderen vanaf zeer jonge leeftijd te vergemakkelijken, zodat kinderen de unieke kans krijgen om buiten het klaslokaal rechtstreeks in contact te komen en ervaringen uit de eerste hand op te doen met de diversiteit aan culturen, talen en geschiedenis van buurlanden;

17.  merkt op dat sommige grensregio's een gemeenschappelijke taal delen die geen officiële EU-taal is; meent dat meer financiering voor het onderwijzen en bevorderen van mindergebruikte grensoverschrijdende talen de samenwerking zou versterken, de mobiliteit over grenzen heen zou bevorderen en de culturele diversiteit en het cultureel erfgoed van deze gebieden zou verrijken;

18.  herhaalt dat het samenbrengen van belangrijke spelers uit de onderzoeksgemeenschap, het bedrijfsleven, het hoger onderwijs, de overheidssector en het maatschappelijk middenveld van essentieel belang is; verzoekt de lidstaten grensoverschrijdende partnerschappen tussen onderwijs- en opleidingsinstellingen en tussen deze instellingen en het bedrijfsleven in grensregio's te vergemakkelijken, om de mobiliteit van studenten, leerkrachten, opleiders, administratief personeel, promovendi, onderzoekers en beroepsonderwijs en -opleiding te bevorderen; onderstreept dat het gebruik van meertaligheid binnen dergelijke grensoverschrijdende partnerschappen afgestudeerden kan helpen voorbereiden op het betreden van de arbeidsmarkt aan weerszijden van de grens; is van oordeel dat eveneens aandacht moet worden besteed aan regionale minderheidstalen, die altijd in het gedrang komen wanneer geen krachtig taalbeleid wordt gevoerd; meent dat de financiering op Europees niveau voor het behoud en de ondersteuning van regionale minderheidstalen moet worden voortgezet;

19.  verzoekt de Commissie bij te dragen aan grensoverschrijdende initiatieven en verschillende soorten uitwisselingen en interculturele en educatieve activiteiten die erop gericht zijn burgers beter bewust te maken van de wettelijke en bestuursrechtelijke eisen in grensregio's en de samenwerking tussen lokale overheden en culturele en educatieve instellingen te verbeteren;

20.  spoort de lidstaten ertoe aan de wederzijdse erkenning van en meer inzicht in certificaten, diploma's en opleidings- en beroepskwalificaties tussen grensregio's te vergemakkelijken en bevorderen; pleit in dit verband voor de opname van specifieke vaardigheden in het onderwijsprogramma met als doel om de arbeidskansen en de validatie en erkenning van vaardigheden over de grens te vergroten;

21.  pleit voor de bundeling van gezamenlijke openbare diensten en inspanningen in aangrenzende grensregio's met het oog op de ontwikkeling van een reeks gerichte interventies om laagopgeleide volwassenen in grensregio's te ondersteunen en ze te helpen hun taal-, reken- en digitale vaardigheden te verbeteren door een bredere reeks competenties en hogere kwalificaties te verwerven;

22.  is voorstander van grensoverschrijdende samenwerking en programma's voor duale beroepsopleiding onder verschillende grensregio's; is van mening dat betere grensoverschrijdende samenwerking en investeringen in vaardigheden in grensregio's zullen helpen bij het dichten van de bestaande vaardighedenkloof, het terugdringen van armoede, werkloosheid en sociale uitsluiting en het tegengaan van vaardigheidstekorten en de braindrain in deze perifere gebieden;

23.  meent dat multiculturalisme bijzonder relevant is voor grensregio's; is groot voorstander van grensoverschrijdende culturele samenwerking binnen en tussen grensregio's door de samenwerking tussen creatieve mensen en culturele actoren, zoals kunstenaars en vertegenwoordigers van culturele organisaties, besturen en netwerken in specifieke grensoverschrijdende en trans-Europese projecten te vergroten;

24.  herhaalt dat de mobiliteit van kunstenaars en in de culturele sector werkzame personen van onschatbare waarde is geworden voor de bevordering van de culturele en sociale vooruitgang in Europa en de ontwikkeling van regionaal, nationaal en Europees cultureel erfgoed; is van oordeel dat een nauwe grensoverschrijdende samenwerking binnen de culturele en creatieve sector, met bijzondere aandacht voor micro-ondernemingen en kmo's (ook via de clustering van bedrijven), ngo's en kleine verenigingen kan helpen om sociaal-economische waarde, duurzame werkgelegenheid en groei te scheppen, met name voor jongeren, en om culturele en taalkundige diversiteit en innovatie te stimuleren; meent eveneens dat een dergelijke samenwerking zal bijdragen aan het bouwen van bruggen tussen burgers, het vergroten van het onderling begrip, het aanpakken van gemeenschappelijke uitdagingen, het versterken van culturele diplomatie en het smeden van een Europese identiteit, via gezamenlijke initiatieven voor projecten op het vlak van tastbaar en ontastbaar cultureel erfgoed en erfgoedgerelateerde projecten, bijvoorbeeld via gezamenlijke kinderopvangvoorzieningen, toegankelijk meertalig onderwijs of partnerschappen tussen onderwijsinstellingen; benadrukt hoe belangrijk de culturele en creatieve sector is voor het bevorderen en behouden van culturele diversiteit, het versterken van sociale cohesie, het herindustrialiseren van Europa en het aanzetten tot innovatie in vele andere sectoren;

25.  meent dat de ontwikkeling van grensoverschrijdende culturele samenwerking essentieel is voor de duurzame ontwikkeling van grensregio's, en impact heeft op de economie, sociale cohesie en het milieu; verzoekt de Commissie samen met de lidstaten tot een gemeenschappelijke strategische aanpak te komen voor de ontwikkeling en ondersteuning van de culturele en creatieve sector, waarbij een brug wordt geslagen tussen deze sector en de samenleving en economie om slimme, duurzame groei in EU-grensregio's te bevorderen;

26.  benadrukt dat de culturele en creatieve sector, gezien zijn aard en omvang (deze sector wordt voornamelijk vertegenwoordigd door micro-, kleine en middelgrote ondernemingen) te kampen heeft met onnodige belemmeringen wat de toegang tot financiering betreft, en problemen ondervindt vanwege de vaak slechtere economische prestaties van sommige grensregio's; herhaalt zijn overtuiging dat het van cruciaal belang is culturele, creatieve en ondernemersvaardigheden te ontwikkelen om deze structurele tekortkomingen het hoofd te bieden;

27.  beklemtoont dat regio's hebben bewezen in staat te zijn grensoverschrijdende samenwerking te ontwikkelen in de culturele en creatieve sector, en neemt kennis van de positieve effecten van slimme specialisatie; verzoekt de Commissie en de lidstaten het huidige beleid op dit vlak te behouden en versterken, en om doeltreffend gebruik te maken van de financiering die beschikbaar is uit hoofde van EU-programma's en de Europese structuur- en investeringsfondsen (ESI-fondsen);

28.  is van mening dat cohesiebeleid een positieve bijdrage kan leveren aan het scheppen van nieuwe ideeën en mogelijkheden voor samenwerking tussen musea, orkesten en grensoverschrijdende radio- en tv-projecten in grensregio's door het hoofd te bieden aan de juridische en financiële problemen waar kunstenaars met hun gemeenschappelijke grensoverschrijdende projecten tegenaan lopen;

29.  spreekt zijn krachtige steun uit voor grensoverschrijdende culturele projecten en samenwerking tussen Europese hoofdsteden van cultuur en grensregio's in heel Europa, om zo te komen tot een keten van culturele 'knooppunten' en een nieuwe dimensie van Europese culturele netwerken, waarbij nieuwe methoden van culturele diversiteit worden ontwikkeld en in concrete Europese projecten worden opgenomen;

30.  betreurt dat culturele en vrijetijdsactiviteiten er vaak niet in slagen mensen uit verschillende grensregio's in buurlanden te trekken, ongeacht het feit dat de mensen in deze regio's soortgelijke interesses hebben en dicht bij elkaar wonen; is voorstander van de regionale EU-portalen die in verschillende grensregio's zijn opgezet om mensen toegang te bieden tot informatie over culturele en vrijetijdsactiviteiten, en pleit voor het promoten van soortgelijke portalen in alle grensregio's;

31.  is er sterk van overtuigd dat grensregio's, dankzij reeds lang bestaande contacten tussen culturele instellingen, de culturele en creatieve sector en belanghebbenden in alle sectoren, gunstige voorwaarden kunnen scheppen voor artistieke en culturele mobiliteit, en daarom van essentieel belang kunnen zijn voor thematisch toerisme en het promoten van Europa als concurrerende en duurzame bestemming door Europa internationaal aantrekkelijker te maken, en het proces van Europese integratie eveneens actief nieuw leven kunnen inblazen door contacten tussen Europese burgers te bevorderen en een gevoel van saamhorigheid te stimuleren; verzoekt de Commissie een culturele dimensie op te nemen in de grensoverschrijdende ontwikkelingsinitiatieven, zowel voor historisch erfgoed als voor hedendaagse creativiteit; verzoekt de lidstaten daarom hun inspanningen en investeringen op te voeren om een duurzaam langetermijnbeleid op het gebied van cultureel toerisme te ontwikkelen;

32.  brengt in herinnering dat onderwijs en culturele uitwisseling over de grenzen heen bijdragen tot de interculturele dialoog, onderling begrip, de oplossing van conflicten en vredesopbouw, met name tijdens de nasleep van conflicten in grensregio's; benadrukt in dit verband de risico's van de brexit voor de uitwisseling tussen mensen en de mobiliteit van studenten, lerenden en exploitanten in de culturele sector tussen de grensregio's van Noord-Ierland en de Republiek Ierland;

33.  pleit voor verschillende maatregelen om alle vormen van discriminatie in grensregio's tegen te gaan en om kwetsbare personen te helpen bij het vinden van werk en het integreren in de samenleving; is in dit verband voorstander van de bevordering en ontwikkeling van sociale ondernemingen in grensregio's als een bron van werkgelegenheid, met name voor kwetsbare groepen als jonge werklozen en mensen met een handicap;

34.  is er sterk van overtuigd dat media en communicatie de potentie hebben om EU-grensregio's te versterken via de creatieve sector en dat digitale platforms kunnen bijdragen tot inclusie en de bescherming van de culturele diversiteit van deze grensregio's; is eveneens van mening dat film en televisie, evenals creatieve documentaires en andere vormen van digitale inhoud, gebruikt kunnen worden ter ondersteuning van het erfgoed en de unieke kenmerken van EU-grensregio's;

35.  dringt er bij de lidstaten en regionale autoriteiten sterk op aan de verspreiding van informatie over grensoverschrijdende culturele en educatieve activiteiten en kwesties te verbeteren, en de uitwisseling van optimale werkmethoden op die vlakken te versterken door er een specifiek portaal en website voor op te zetten;

36.  onderstreept dat specifieke uitdagingen met betrekking tot artistieke en culturele mobiliteit moeten worden aangepakt, op gebieden als sociale zekerheid, belasting (het vermijden van een dubbele belasting van kunstenaars en mensen met een cultureel beroep) en de informatievoorziening ten aanzien van mogelijkheden op het vlak van mobiliteit (mobiliteitsbeurzen, verblijfprogramma's enz.);

37.  benadrukt dat sporttoerisme een sector van toenemend belang is voor de Europese economie; pleit daarom voor de toewijzing van financiële middelen voor de aanleg van sportinfrastructuur met als doel om toerisme via sport te bevorderen;

38.  merkt op dat grensoverschrijdende samenwerking, als belangrijke EU-beleidsdoelstelling, heeft bijgedragen aan het verzachten van de negatieve effecten van binnengrenzen en kan leiden tot betere grensoverschrijdende resultaten op het vlak van onderwijs en cultuur;

39.  steunt maatregelen op het gebied van het leerlingwezen en multistakeholderplatforms in grensregio's die gericht zijn op het verbeteren van de kwaliteit, beschikbaarheid en het imago van leerplaatsen en het promoten van grensmobiliteit onder jonge leerlingen; is van oordeel dat het samenbrengen van belanghebbenden voor het scheppen van grensoverschrijdende mogelijkheden voor leerplaatsen of stages het concurrentievermogen, onderwijs, vaardigheden en de arbeidsmarkt in die regio's zal verbeteren, en spoort met name aan tot het scheppen van stagemogelijkheden in regionale en lokale instellingen die betrokken zijn bij grensoverschrijdende en internationale samenwerking;

40.  neemt kennis van de ernstige migratieproblemen waarmee sommige grensregio's kampen; pleit in dit verband voor een doeltreffend gebruik van de beschikbare middelen voor grensoverschrijdende EU-programma's, alsook voor de uitwisseling van optimale werkmethoden tussen lokale en regionale autoriteiten in grensregio's, in het kader van de integratie van vluchtelingen die onder internationale bescherming vallen; onderstreept dat nationale regeringen de lokale en regionale autoriteiten moeten ondersteunen bij het aanpakken van deze uitdagingen;

41.  verzoekt de lidstaten en regionale autoriteiten samen te werken bij het vaststellen en wegnemen van juridische of administratieve belemmeringen die grensoverschrijdende culturele of onderwijsactiviteiten in de weg staan, onder meer door de relevante regelgevingskaders te harmoniseren.

INFORMATIE OVER DE GOEDKEURING IN DE ADVISERENDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

19.6.2018

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

24

0

1

Bij de eindstemming aanwezige leden

Dominique Bilde, Andrea Bocskor, Silvia Costa, Angel Dzhambazki, Jill Evans, María Teresa Giménez Barbat, Petra Kammerevert, Svetoslav Hristov Malinov, Curzio Maltese, Rupert Matthews, Stefano Maullu, Luigi Morgano, Momchil Nekov, Michaela Šojdrová, Yana Toom, Julie Ward, Bogdan Brunon Wenta, Bogdan Andrzej Zdrojewski, Milan Zver, Krystyna Łybacka

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Marlene Mizzi, Liliana Rodrigues, Algirdas Saudargas, Remo Sernagiotto, Francis Zammit Dimech

HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE ADVISERENDE COMMISSIE

24

+

ALDE

María Teresa Giménez Barbat, Yana Toom

ECR

Angel Dzhambazki, Rupert Matthews, Remo Sernagiotto

GUE/NGL

Curzio Maltese

PPE

Andrea Bocskor, Svetoslav Hristov Malinov, Stefano Maullu, Algirdas Saudargas, Michaela Šojdrová, Bogdan Brunon Wenta, Francis Zammit Dimech, Bogdan Andrzej Zdrojewski, Milan Zver

S&D

Silvia Costa, Petra Kammerevert, Krystyna Łybacka, Marlene Mizzi, Luigi Morgano, Momchil Nekov, Liliana Rodrigues, Julie Ward

VERTS/ALE

Jill Evans

0

-

 

 

1

0

ENF

Dominique Bilde

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding


INFORMATIE OVER DE GOEDKEURINGIN DE BEVOEGDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

10.7.2018

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

32

1

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Pascal Arimont, Franc Bogovič, Victor Boştinaru, Mercedes Bresso, Steeve Briois, Rosa D’Amato, Aleksander Gabelic, Iratxe García Pérez, Michela Giuffrida, Krzysztof Hetman, Marc Joulaud, Constanze Krehl, Sławomir Kłosowski, Louis-Joseph Manscour, Iskra Mihaylova, Andrey Novakov, Younous Omarjee, Mirosław Piotrowski, Stanislav Polčák, Terry Reintke, Liliana Rodrigues, Fernando Ruas, Monika Smolková, Maria Spyraki, Ruža Tomašić, Ramón Luis Valcárcel Siso, Monika Vana, Matthijs van Miltenburg, Lambert van Nistelrooij, Derek Vaughan, Kerstin Westphal

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Ivana Maletić, Dimitrios Papadimoulis


HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

32

+

ALDE

Iskra Mihaylova, Matthijs van Miltenburg

ECR

Sławomir Kłosowski, Mirosław Piotrowski, Ruža Tomašić

EFDD

Rosa D'Amato

GUE/NGL

Younous Omarjee, Dimitrios Papadimoulis

PPE

Pascal Arimont, Franc Bogovič, Krzysztof Hetman, Marc Joulaud, Ivana Maletić, Andrey Novakov, Stanislav Polčák, Fernando Ruas, Maria Spyraki, Ramón Luis Valcárcel Siso, Lambert van Nistelrooij

S&D

Victor Boştinaru, Mercedes Bresso, Aleksander Gabelic,Iratxe García Pérez, Michela Giuffrida, Constanze Krehl, Louis-Joseph Manscour,Liliana Rodrigues, Monika Smolková, Derek Vaughan, Kerstin Westphal

VERTS/ALE

Terry Reintke, Monika Vana

1

-

ENF

Steve Briois

0

0

 

 

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding

Laatst bijgewerkt op: 29 augustus 2018Juridische mededeling