Procedure : 2018/2008(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0267/2018

Ingediende teksten :

A8-0267/2018

Debatten :

PV 13/09/2018 - 5
CRE 13/09/2018 - 5

Stemmingen :

PV 13/09/2018 - 10.15
CRE 13/09/2018 - 10.15
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0357

VERSLAG     
PDF 570kWORD 92k
19.7.2018
PE 618.324v02-00 A8-0267/2018

over tweevoudige kwaliteit van producten op de interne markt

(2018/2008(INI))

Commissie interne markt en consumentenbescherming

Rapporteur: Olga Sehnalová

Rapporteur voor advies (*):

Biljana Borzan, Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid

(*)  Medeverantwoordelijke commissie – Artikel 54 van het Reglement

AMENDEMENTEN
ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 ADVIES van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid
 ADVIES van de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling
 BIJLAGE: LIJST VAN ENTITEITEN WAARVAN OF PERSONEN VAN WIE DE RAPPORTEUR INPUT HEEFT ONTVANGEN
 INFORMATIE OVER DE GOEDKEURINGIN DE BEVOEGDE COMMISSIE
 HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over tweevoudige kwaliteit van producten op de interne markt

(2018/2008(INI))

Het Europees Parlement,

–  gezien Richtlijn 2005/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2005 betreffende oneerlijke handelspraktijken van ondernemingen jegens consumenten op de interne markt en tot wijziging van Richtlijn 84/450/EEG van de Raad, Richtlijnen 97/7/EG, 98/27/EG en 2002/65/EG van het Europees Parlement en de Raad en van Verordening (EG) nr. 2006/2004 van het Europees Parlement en de Raad(1),

–  gezien Verordening (EU) 2017/2394 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2017 betreffende samenwerking tussen de nationale instanties die verantwoordelijk zijn voor handhaving van de wetgeving inzake consumentenbescherming en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 2006/2004(2),

–  gezien Verordening (EU) nr. 1169/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2011 betreffende de verstrekking van voedselinformatie aan consumenten, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1924/2006 en (EG) nr. 1925/2006 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 87/250/EEG van de Commissie, Richtlijn 90/496/EEG van de Raad, Richtlijn 1999/10/EG van de Commissie, Richtlijn 2000/13/EG van het Europees Parlement en de Raad, Richtlijnen 2002/67/EG en 2008/5/EG van de Commissie, en Verordening (EG) nr. 608/2004 van de Commissie(3),

–  gezien de Mededeling van de Commissie van 26 september 2017 getiteld "De toepassing van de EU-wetgeving inzake levensmiddelen- en consumentenbescherming op kwesties in verband met tweevoudige kwaliteit van producten – Het specifieke geval van levensmiddelen",

–  gezien het werkdocument van de diensten van de Commissie van 25 mei 2016 getiteld "Richtsnoeren voor de tenuitvoerlegging/toepassing van richtlijn 2005/29/EG betreffende oneerlijke handelspraktijken" (SWD(2016)0163),

–  gezien de Mededeling van de Commissie van 25 mei 2016 getiteld "Een brede aanpak voor het stimuleren van de grensoverschrijdende elektronische handel voor Europese burgers en bedrijven" (COM(2016)0320),

–  gezien de Mededeling van de Commissie van 24 oktober 2017 getiteld "Werkprogramma van de Commissie voor 2018 – Een agenda voor een meer verenigd, sterker en meer democratisch Europa" (COM(2017)0650),

–  gezien de toespraak over de Staat van de Unie van voorzitter Jean-Claude Juncker van 13 september 2017,

–  gezien de conclusies van de voorzitter van de Europese Raad van 9 maart 2017, met name punt 3,

–  gezien de conclusies van de 3 524e zitting van de Raad Landbouw en Visserij van 6 maart 2017,

–  gezien de notulen van de 2 203e vergadering van de Commissie van 8 maart 2017,

–  gezien de door zijn beleidsondersteunende afdeling A in januari 2012 uitgebrachte achtergrondnota inzake misleidende beweringen op verpakkingen,

–  gezien zijn resolutie van 11 juni 2013 over een nieuwe agenda voor het Europese consumentenbeleid(4),

–  gezien zijn resolutie van 22 mei 2012 over een strategie ter versterking van de rechten van kwetsbare consumenten(5), en met name paragraaf 6,

–  gezien zijn resolutie van 4 februari 2014 over de toepassing van Richtlijn 2005/29/EG betreffende oneerlijke handelspraktijken(6),

–  gezien zijn resolutie van 7 juni 2016 over oneerlijke handelspraktijken in de voedselvoorzieningsketen(7),

–  gezien zijn resolutie van 19 januari 2016 over het jaarverslag betreffende het mededingingsbeleid van de EU(8), en met name paragraaf 14,

–  gezien zijn resolutie van 14 februari 2017 betreffende het jaarverslag over het mededingingsbeleid van de EU(9), en met name paragraaf 178,

–  gezien zijn uitgebreide interpellatie van 15 maart 2017 inzake de verschillen in verklaringen, samenstelling en smaak van bepaalde producten op de centrale/oostelijke en westelijke markten van de EU(10),

–  gezien de achtergrondnota van de Onderzoeksdienst van het Europees Parlement van juni 2017 getiteld "Dual quality of branded food products: Addressing a possible east-west divide’,

–  gezien het door de Tsjechische landbouw- en levensmiddeleninspectie uitgevoerde onderzoek inzake levensmiddelen en Tsjechische consumenten van februari 2016,

–  gezien de in 2017 door de faculteit der rechtsgeleerdheid van de universiteit Palacký in Olomouc uitgevoerde speciale studie over de kwestie van tweevoudige kwaliteit en de samenstelling van op de interne markt van de EU verhandelde producten vanuit het oogpunt van de wetgeving inzake consumentenbescherming (met name oneerlijke handelspraktijken), mededingingsrecht (meer in het bijzonder oneerlijke concurrentie) en industriële-eigendomsrechten,

–  gezien de diverse onderzoeken, studies en tests die de afgelopen jaren zijn verricht door de levensmiddeleninspectie-autoriteiten in veel lidstaten in Midden- en Oost-Europa,

–  gezien het rapport van onderzoeksbureau Nielsen van november 2014 over de positie van huismerken wereldwijd,

–  gezien de Mededeling van de Commissie van 11 april 2018 getiteld "Een "new deal" voor consumenten" (COM(2018)0183),

–  gezien het Commissievoorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad wat betreft betere handhaving en modernisering van de regels voor consumentenbescherming in de EU (COM(2018)0185),

–  gezien Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en tot vaststelling van procedures voor voedselveiligheidsaangelegenheden(11),

–  gelet op de artikel 17, lid 2, van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, over de bescherming van het intellectuele eigendom,

–  gezien de gezamenlijke brief van de Republiek Kroatië, de Tsjechische Republiek, Hongarije, Litouwen, de Republiek Polen en de Slowaakse Republiek van 23 maart 2018 aan de Commissie met betrekking tot het probleem van tweevoudige kwaliteit in de context van een "new deal" voor consumenten,

–  gezien de resultaten van de vergelijkende studies die door autoriteiten en organisaties voor consumentenbescherming zijn verricht in verschillende EU-lidstaten,

–  gezien het voorstel van de Commissie om Richtlijn 2005/29/EG betreffende oneerlijke handelspraktijken bij te werken teneinde uitdrukkelijk te vermelden dat nationale autoriteiten misleidende handelspraktijken waarbij producten in meerdere EU-lidstaten als identieke producten worden verhandeld, kunnen beoordelen en aanpakken als het om producten gaat waarvan de samenstelling of kenmerken significant anders zijn,

–  gezien artikel 52 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie interne markt en consumentenbescherming en de adviezen van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid en de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling (A8‑0000/2018),

A.  overwegende dat bedrijven bij het promoten, verkopen of leveren van producten consumenten van nauwkeurige en gemakkelijk te begrijpen informatie moeten voorzien over de exacte productsamenstelling, ook van lokale producten en recepten, zodat zij in staat zijn met kennis van zaken een aankoopbeslissing te nemen;

B.  overwegende dat het vertrouwen van de consument in de samenstelling, waarde en kwaliteit van een product een essentieel beginsel moet zijn voor merken; overwegende dat het derhalve de plicht is van fabrikanten ervoor te zorgen dat aan deze verwachtingen wordt voldaan;

C.  overwegende dat consumenten zich er niet van bewust zijn dat producten van hetzelfde merk en met dezelfde verpakking worden afgestemd op de lokale voorkeur en smaak, en dat de uiteenlopende kwaliteit van producten doet vrezen dat niet alle lidstaten gelijk worden behandeld; overwegende dat de Europese Unie al verschillende keurmerken heeft ontwikkeld om tegemoet te komen aan specifieke verwachtingen van consumenten en rekening te houden met de specifieke productkenmerken die herkenbaar zijn dankzij het gebruik van kwaliteitsaanduidingen;

D.  overwegende dat Richtlijn 2005/29/EG betreffende oneerlijke handelspraktijken het voornaamste wetgevend instrument van de Unie is waarmee kan worden gewaarborgd dat consumenten niet worden blootgesteld aan misleidende reclame en andere oneerlijke praktijken van ondernemingen jegens consumenten, met inbegrip van identiek gepresenteerde merkgoederen die zo op de markt worden gebracht dat de consument daardoor misleid kan worden;

E.  overwegende dat oneerlijke handelspraktijken in de desbetreffende richtlijn zo kunnen worden geformuleerd dat zij verboden zijn in alle omstandigheden of in bepaalde omstandigheden; overwegende dat volgens de bevindingen van de Commissie de opname van een praktijk in bijlage I, in voorkomend geval, leidt tot grotere rechtszekerheid en daardoor tot eerlijke mededinging onder producenten op de markt;

F.  overwegende dat de consumenten een associatief verband leggen tussen merk, product en kwaliteit en dientengevolge verwachten dat producten van hetzelfde merk en/of die er hetzelfde uitzien van gelijke kwaliteit zijn, ongeacht of ze worden verkocht in hun eigen land of in een andere lidstaat;

G.  overwegende dat de consumenten ook een associatief verband leggen tussen merk en het etiket of verpakking van een landbouwproduct of levensmiddel en de kwaliteit ervan, en dientengevolge verwachten dat producten van hetzelfde merk die in de handel worden gebracht met hetzelfde of een gelijkend etiket, ook dezelfde kwaliteit en samenstelling hebben, ongeacht of ze worden verkocht in hun eigen land of in een andere lidstaat; overwegende dat alle landbouwers in de Europese Unie producten produceren volgens dezelfde hoge normen en dat de klanten verwachten dat deze uniforme kwaliteit ook geldt voor andere producten binnen de voedselketen, ongeacht het rechtsgebied waar zij verblijven;

H.  overwegende dat alle EU-burgers gelijke behandeling verdienen wat betreft levensmiddelen en non-foodproducten die op de interne markt worden verkocht;

I.  overwegende dat oneerlijke praktijken op dit gebied moeten worden uitgebannen om te voorkomen dat consumenten worden misleid, en dat dit grensoverschrijdende probleem alleen kan worden opgelost door middel van een sterke synergie op EU-niveau;

J.  overwegende dat de beoordeling of een handelspraktijk als oneerlijk moet worden beschouwd uit hoofde van de richtlijn betreffende oneerlijke handelspraktijken van geval tot geval door de lidstaten moet worden onderzocht, tenzij het in bijlage I genoemde praktijken betreft;

K.  overwegende dat voorzitter Juncker in zijn toespraak over de Staat van de Unie van 2017 benadrukte dat het onacceptabel is dat er in sommige delen van Europa levensmiddelen van slechtere kwaliteit worden verkocht dan in andere, hoewel de verpakking en het merk identiek zijn;

L.  overwegende dat de tenuitvoerlegging van de richtlijn betreffende oneerlijke handelspraktijken van lidstaat tot lidstaat sterk verschilt, waarbij de methoden van aanpak en de doeltreffendheid van de toepassing en handhaving van de richtlijn in de lidstaten erg uiteenlopen;

M.  overwegende dat het merk vaak de voornaamste rol speelt bij besluiten over de waarde van een product;

N.  overwegende dat een krachtiger en efficiënter samenwerkingskader op het gebied van de handhaving bevorderlijk zou zijn voor het vertrouwen van de consument en om te zorgen dat de consument minder schade wordt berokkend;

O.  overwegende dat alle consumenten in de EU dezelfde rechten hebben, maar dat uit de analyses blijkt dat bepaalde producenten en fabrikanten onder dezelfde merknaam producten hebben verkocht van verschillende kwaliteit, maar met een bedrieglijk identiek uiterlijk, en dat bepaalde producten in sommige landen minder van het hoofdingrediënt of ingrediënten van lagere kwaliteit bevatten dan in andere; overwegende dat dit probleem zich vaker voordoet in de lidstaten die sinds 2004 tot de EU zijn toegetreden; overwegende dat de analyses gevallen aan het licht hebben gebracht waarin dezelfde producten of producten met een bedrieglijk identiek uiterlijk maar van lagere kwaliteit of met een andere smaak, consistentie of andere sensorische kenmerken, werden verkocht tegen prijzen die sterk verschillen tussen het ene land en het andere; overwegende dat dit weliswaar niet in strijd is met de beginselen van de vrijemarkteconomie of met de huidige etiketteringsvoorschriften of andere levensmiddelenwetgeving, maar wel een vorm van misbruik van de merkidentiteit is en dus indruist tegen het beginsel dat alle consumenten gelijk worden behandeld;

P.  overwegende dat er ook gevallen zijn geweest van aanzienlijke verschillen in producten zoals babyvoeding, waardoor vraagtekens kunnen worden gezet bij de beginselen en claims van fabrikanten die beweren dat zij hun producten aanpassen aan lokale voorkeuren; overwegende dat sommige laboratoriumtests de bevinding opleveren dat producten van lagere kwaliteit minder gezonde combinaties van ingrediënten kunnen bevatten, wat indruist tegen het beginsel van gelijke behandeling van alle consumenten; overwegende dat sommige vertegenwoordigers van producenten en fabrikanten zijn overeengekomen hun recepten in bepaalde landen zo te wijzigen dat op de hele interne markt identieke producten worden aangeboden;

Q.  overwegende dat er bij deze onaanvaardbare praktijken bekende multinationale ondernemingen in de agrovoedingssector betrokken zijn, die ernaar streven hun winsten te maximaliseren door gebruik te maken van de verschillen in koopkracht tussen lidstaten;

R.  overwegende dat de Commissie in het voorstel voor een "new deal" voor de consument, een gerichte herziening van de consumentenrichtlijnen van de EU naar aanleiding van de geschiktheidscontrole van de EU-wetgeving inzake consumenten en marketing, heeft voorgesteld de richtlijn oneerlijke handelspraktijken te actualiseren om daarin expliciet te bepalen dat nationale autoriteiten een onderzoek kunnen instellen naar en maatregelen kunnen nemen tegen misleidende handelspraktijken waarbij producten op de markt worden gebracht alsof zij in diverse EU-landen identiek zouden zijn, terwijl de samenstelling of kernmerken ervan aanzienlijk verschillen;

S.  overwegende dat productdifferentiatie en innovatie als zodanig niet beperkt moeten worden, maar dat de consument niet mag worden misleid;

T.  overwegende dat de interne markt grote voordelen heeft opgeleverd voor wie betrokken is bij de voedselvoorzieningsketen en dat de handel in levensmiddelen steeds vaker een uitgesproken grensoverschrijdende dimensie heeft en van bijzonder groot belang is voor het functioneren van de interne markt;

U.  overwegende dat het voor een volledige benutting van de voordelen van de interne markt cruciaal is dat de bestaande levensmiddelen- en consumentenwetgeving van de EU waarmee ongerechtvaardigde dubbele standaards kunnen worden opgespoord en aangepakt, beter wordt toegepast, zodat de consument beschermd wordt tegen misleidende informatie en oneerlijke handelspraktijken;

V.  overwegende dat er een blijvende behoefte is aan versterking van de rol van consumentenverenigingen op dit gebied; overwegende dat consumentenverenigingen een unieke rol spelen bij het waarborgen van het vertrouwen van de consument en dat zij meer steun moeten krijgen in de vorm van extra wettelijke en economische maatregelen en capaciteitsopbouw;

W.  overwegende dat bewezen verschillen in ingrediënten in vergelijkbare producten op de lange termijn slecht kunnen zijn voor de gezondheid van de consument, met name in het geval van kwetsbare consumenten, zoals kinderen en mensen met voedings- en/of gezondheidsproblemen waardoor het welzijn van de burgers wordt aangetast; overwegende dat dit bijvoorbeeld het geval is wanneer het vet- en/of suikergehalte hoger is dan verwacht, wanneer vetten van dierlijke oorsprong worden vervangen door vetten van plantaardige oorsprong of omgekeerd, wanneer suiker wordt vervangen door kunstmatige zoetstoffen of wanneer het zoutgehalte wordt verhoogd; overwegende dat etikettering die geen juist beeld geeft van de gebruikte additieven of het aantal vervangers voor basisingrediënten, de consumenten kan misleiden en risico's kan inhouden voor hun gezondheid;

X.  overwegende dat op EU-niveau geen wetgevingsregels inzake tweevoudige kwaliteit voorhanden zijn waardoor het onmogelijk is kwaliteit te vergelijken of gevallen van tweevoudige kwaliteit vast te stellen en er geen instrumenten zijn die zouden kunnen worden gebruikt om de situatie te verhelpen; overwegende dat de diensten van de Commissie voor gezondheid- en levensmiddelenaudits en -analyses regelmatig tekortkomingen hebben gemeld bij de tenuitvoerlegging en handhaving van de toepasselijke voorschriften van de levensmiddelenwetgeving van de EU, bijvoorbeeld bij de etikettering van separatorvlees(12) of het gebruik van levensmiddelenadditieven(13);

Y.  overwegende dat verschillen in de samenstelling die gevolgen kunnen hebben voor de gezondheid van de consumenten, mogelijk niet alleen terug te vinden zijn in levensmiddelen, maar ook in cosmetica, verzorgingsproducten en reinigingsmiddelen;

Z.  overwegende dat herformuleringsmaatregelen om het vet-, suiker- en zoutgehalte in levensmiddelen te verlagen in veel Centraal-, Oost- en Zuidoost-Europese landen achterblijven;

1.  onderstreept dat uit talrijke in de verschillende lidstaten uitgevoerde tests en onderzoeken, voornamelijk in Centraal- en Oost-Europa, met verschillende methodes voor laboratoriumtesten, is gebleken dat er verschillen van diverse omvang bestaan, onder meer qua samenstelling en gebruikte ingrediënten, tussen in de interne markt verhandelde en via reclame aangeprezen producten die onder dezelfde merknaam en met een identieke verpakking worden verkocht, ten nadele van de consument; wijst erop dat uit een studie die in opdracht van een nationale bevoegde autoriteit is verricht blijkt dat de consument zich stoort aan die verschillen; concludeert derhalve dat consumenten, op grond van de bevindingen van die testen en onderzoeken, vrezen dat er sprake is van discriminatie tussen de verschillende markten in de lidstaten; benadrukt dat een dergelijk soort discriminatie niet aanvaardbaar is en dat alle consumenten in de EU toegang moeten hebben tot producten van dezelfde kwaliteit;

2.  benadrukt dat de gevallen van dergelijke significante verschillen niet alleen levensmiddelen betreffen, maar vaak ook non-foodproducten, met inbegrip van reinigingsmiddelen, cosmetica, toiletartikelen en babyverzorgingsproducten;

3.  brengt in herinnering dat het Parlement de Commissie in 2013 heeft verzocht een grondig onderzoek in te stellen teneinde vast te stellen of de bestaande wetgeving van de Unie gewijzigd dient te worden, en het Europees Parlement en de consumenten in kennis te stellen van de resultaten;

4.  is ingenomen met de onlangs door de Commissie aangekondigde initiatieven met betrekking tot deze kwestie, en met name met de toezegging een gemeenschappelijke testmethode te ontwikkelen, financiële middelen te reserveren voor de ontwikkeling en toepassing van deze methode en voor het verzamelen van nader betrouwbaar en vergelijkbaar bewijs, de richtlijn oneerlijke handelspraktijken te actualiseren en het kenniscentrum voor levensmiddelenfraude en -kwaliteit op te richten;

5.  neemt nota van het mandaat dat door de Europese Raad aan het Forum op hoog niveau voor een beter werkende voedselvoorzieningsketen is toegekend om het probleem van tweevoudige kwaliteit aan te pakken; spoort de lidstaten en hun bevoegde autoriteiten aan actief deel te nemen aan lopende initiatieven, met inbegrip van het ontwikkelen en in hun werkpraktijken integreren van een gemeenschappelijke testmethode en het verzamelen van aanvullend bewijs; benadrukt dat de partijen die de belangen van de consumenten vertegenwoordigen, actief betrokken moeten zijn en namens de consumenten moeten kunnen spreken, met inbegrip van de vertegenwoordigers van consumentenorganisaties, fabrikanten en onderzoeksorganisaties die in de lidstaten producttests hebben uitgevoerd; is van mening dat het Parlement moet worden betrokken bij alle lopende initiatieven die van invloed kunnen zijn op pogingen om het probleem van de tweevoudige kwaliteit aan te pakken;

6.  beveelt de getroffen lidstaten aan een eigen beoordeling uit te voeren van de methode en effectiviteit van de handhaving van de richtlijn betreffende oneerlijke handelspraktijken en andere wetgeving die betrekking heeft op de kwestie van de tweevoudige kwaliteit van levensmiddelen en andere producten, en deze voor te leggen aan de Commissie voor de uitvoering van een objectieve beoordeling van de ernst van dit probleem;

7.  is verheugd over de goedkeuring door het Parlement van een proefproject voor 2018 dat bestaat uit een reeks marktonderzoeken met betrekking tot verschillende categorieën consumentenproducten teneinde de verschillende aspecten ten aanzien van tweevoudige kwaliteit te analyseren; verwacht dat het project tijdig en volgens de oorspronkelijke planning uitgevoerd en bekendgemaakt wordt; is van mening dat het project ook in 2019 moet worden voortgezet om de kennis te verbreden en dat het ook de non-foodsector moet bestrijken; vraagt om de mogelijkheid voor leden van het Parlement om meer bij het toezicht op het project te worden betrokken; moedigt het Parlement, de Commissie en de lidstaten aan alle beschikbare middelen te gebruiken, met inbegrip van proefprojecten en nationale projecten, om de diverse aspecten van tweevoudige kwaliteit van producten nader te onderzoeken;

8.  benadrukt het feit dat volledige informatie over de publieke instantie die bevoegd is voor het ondernemen van actie en het opstarten van passende administratieve of gerechtelijke procedures, inclusief de mogelijkheid voor burgers om online klachten in te dienen, onontbeerlijk is voor een effectieve handhaving van de richtlijn betreffende oneerlijke handelspraktijken; beoordeelt daarom negatief de tekortkomingen op informatiegebied van de betrokken lidstaten, waarvan sommige ondanks de verklaringen dat de kwestie van tweevoudige kwaliteit van producten moet worden opgelost, deze informatie niet verstrekken op de websites van de bevoegde instanties;

9.  benadrukt dat de Commissie reeds een aanmelding heeft ontvangen van een nieuwe nationale etiketteringsmaatregel die tot doel heeft uiteenlopende samenstellingen van levensmiddelen bij consumenten onder de aandacht te brengen;

10.  is tevreden met het feit dat de Commissie, voor een verdere verbetering van de consumentenbescherming in de EU en ter ondersteuning van de bedrijven, een online-opleidingsprogramma heeft gestart, dat ondernemingen helpt de rechten van consumenten in de EU beter te begrijpen en toe te passen;

Mededeling van de Commissie betreffende de toepassing van de EU-wetgeving inzake consumentenbescherming op kwesties in verband met tweevoudige kwaliteit van producten

11.  neemt nota van de Mededeling van de Commissie betreffende de toepassing van de EU-wetgeving inzake levensmiddelen- en consumentenbescherming op kwesties in verband met tweevoudige kwaliteit van producten; wijst erop dat die Mededeling bedoeld is om de nationale autoriteiten te helpen vaststellen of een bedrijf de EU-wetgeving inzake levensmiddelen en consumentenbescherming schendt wanneer het producten van tweevoudige kwaliteit verkoopt in verschillende landen, en die autoriteiten te adviseren over de wijze van onderlinge samenwerking; spreekt zijn bezorgdheid uit dat de in de Mededeling genoemde stapsgewijze benadering op basis waarvan nationale autoriteiten kunnen vaststellen of producenten in strijd handelen met de EU-wetgeving, momenteel niet wordt toegepast door de autoriteiten, wat zou kunnen betekenen dat de consumentenrechten worden geschonden;

12.  is het eens met de Commissie dat consumenten op de interne markt ervan uitgaan dat deze markt is gebaseerd op de beginselen van vrij verkeer van goederen en gelijke toegang tot goederen, en dat zij a priori niet verwachten dat merkproducten die in verschillende landen worden verkocht, van elkaar verschillen; wijst erop dat volgens de Commissie uit studies over merkentrouw blijkt dat de consument een merk beschouwt als waarborg voor gecontroleerde en constante kwaliteit; is het voorts met de Commissie eens dat dit verklaart waarom sommige consumenten verwachten dat merkproducten, waar en wanneer ze ook worden aangekocht, zo niet identiek dan toch minstens van dezelfde kwaliteit zijn, en dat merkeigenaars de consumenten inlichten wanneer zij beslissen de samenstelling van hun producten te wijzigen;

13.  is daarom van mening dat het verstrekken van aanvullende informatie, zelfs op het meest in het oog springende deel van de verpakking, niet voldoende is als de consument niet duidelijk begrijpt dat het product in kwestie verschilt van producten van hetzelfde merk die in andere lidstaten worden verkocht;

14.  is het voorts eens met de Commissie dat, in dit verband, de producenten niet noodzakelijk identieke producten in verschillende geografische gebieden hoeven aan te bieden en dat het vrij verkeer van goederen niet betekent dat elk product overal op de eengemaakte markt identiek moet zijn; benadrukt dat exploitanten goederen met een verschillende samenstelling en verschillende eigenschappen op de markt mogen brengen en mogen verkopen op basis van relevante factoren, mits zij zich volledig aan de EU-wetgeving houden; benadrukt echter dat die producten niet in kwaliteit mogen verschillen wanneer zij worden aangeboden aan consumenten op verschillende markten;

15.  is van mening dat het verstrekken van precieze en gemakkelijk te begrijpen informatie aan consumenten van essentieel belang is om de problematiek rond de tweevoudige kwaliteit van producten aan te pakken; is ervan overtuigd dat in het geval dat een onderneming in verschillende lidstaten producten met verschillende eigenschappen op de markt wil brengen, die producten geen etiketten of merknamen mogen hebben die hetzelfde lijken;

16.  merkt op dat er aanvaardbare verschillen kunnen zijn in de samenstelling van een merkproduct en dat producten kunnen verschillen in verband met regionale voorkeuren van de consument, de bevoorrading van lokale ingrediënten, voorschriften van nationaal recht of herformuleringsdoeleinden; benadrukt dat het niet de bedoeling is om kwaliteitsvereisten voor levensmiddelen vast te stellen of te harmoniseren en dat het niet wenselijk is om fabrikanten de exacte samenstelling van de verschillende producten voor te schrijven; is echter van mening dat de consumentenvoorkeur niet als excuus mag dienen voor het verlagen van kwaliteit of het aanbieden van verschillende kwaliteitsniveaus op verschillende markten; benadrukt dat de consument voor elk afzonderlijk product op duidelijke wijze geïnformeerd moet worden en bewust moet zijn van deze aanpassing en dat hem niet alleen in algemene termen moet worden meegedeeld dat deze gevestigde praktijk bestaat;

17.  merkt op dat er een algemeen beeld heerst dat de Mededeling voornamelijk betrekking heeft op levensmiddelen; is van mening dat bepalingen met betrekking tot de toepassing van de wetgeving inzake consumentenbescherming op alle levensmiddelen en non-foodproducten van toepassing moeten zijn, en dat het etiket leesbaar moet zijn en volledige informatie over het product moet bevatten;

18.  vestigt de aandacht op de richtsnoeren van de Commissie uit 2016 over de toepassing van de richtlijn oneerlijke handelspraktijken, waarin is bepaald dat goederen van dezelfde kwaliteit of met dezelfde of gelijkende verpakking in samenstelling mogen verschillen naargelang de plaats van vervaardiging en de bestemmingsmarkt, wat betekent dat zij per lidstaat verschillend mogen zijn en dat volgens die richtlijn handelspraktijken die erin bestaan om producten van verschillende samenstelling op de markt te brengen op zich niet oneerlijk zijn; benadrukt het belang van de door de Commissie uitgebrachte richtsnoeren voor de juiste en samenhangende toepassing van de richtlijn oneerlijke handelspraktijken; verzoekt de Commissie derhalve het verband tussen de Mededeling, de richtsnoeren en het document van de subgroep interne markt van het Forum op hoog niveau voor een beter werkende voedselvoorzieningsketen, te verduidelijken;

19.  merkt op dat er mogelijk verschillende eisen gelden voor de door de nationale bevoegde autoriteiten gehanteerde controlemethoden; onderstreept dat er al diverse analyses zijn uitgevoerd die als basis kunnen dienen voor het ontwerpen en ten uitvoer leggen van de gemeenschappelijke testmethode, zelfs als hun methodes verschilden en de resultaten ervan niet op dezelfde manier werden beoordeeld; is van mening dat het doel van de werkzaamheden om een door het Gemeenschappelijk Centrum voor Onderzoek (GCO) van de Commissie geleide methodologie te ontwikkelen, duidelijk moet worden vermeld om een uniforme interpretatie van de resulterende methode te garanderen, met inbegrip van een definitie van "significant verschil", en om de bevoegde autoriteiten in staat te stellen deze methode te gebruiken; wijst erop dat de vaststelling welke van de verschillende producten het meest standaard en dus het "referentieproduct" is, in de praktijk de algemene beoordeling zou kunnen belemmeren, aangezien het te moeilijk kan zijn om dat te bepalen;

20.  is ingenomen met de inspanningen van de Commissie om nationale handhavingsautoriteiten te helpen bij het opsporen van oneerlijke handelspraktijken bij het op de markt brengen van producten; verzoekt de Commissie te zorgen voor coördinatie van de nationale bevoegde autoriteiten op dit gebied; benadrukt dat die methode bedoeld is om ervoor te zorgen dat er door de lidstaten op een gemeenschappelijke basis betrouwbaar en vergelijkbaar bewijs wordt verzameld om bij te dragen aan een algemene beoordeling van de omvang en de ernst van het verschijnsel van tweevoudige kwaliteit in de EU; herinnert eraan dat de feitelijke aard van oneerlijke handelspraktijken waarschijnlijk steeds alleen per geval zal worden beoordeeld omdat de omvang van de misleiding van de consument altijd een kwestie is van subjectieve beoordeling door de bevoegde autoriteit of rechter;

21.  is ingenomen met het besluit van de Commissie om de bevoegde autoriteiten uit te nodigen meer markttests te verrichten binnen de lidstaten, in het kader waarvan producten in verschillende regio's en landen met elkaar worden vergeleken; wijst er echter op dat die tests volgens de Commissie moeten worden uitgevoerd op basis van een gemeenschappelijk testmethode die nog niet volledig is ontwikkeld; benadrukt dat het van belang is het tijdschema aan te houden zodat de resultaten van de in het kader van de gemeenschappelijke testmethode uitgevoerde tests aan het eind van het jaar zijn afgerond, in alle officiële EU-talen in een openbaar toegankelijke databank worden bekendgemaakt en uiterlijk tegen eind 2018 worden geanalyseerd; benadrukt bovendien de noodzaak om deze resultaten snel bekend te maken ten behoeve van de voorlichting van consumenten en producenten om hen te informeren en zo de gevallen van tweevoudige kwaliteit van producten te helpen verminderen;

Andere aspecten van tweevoudige kwaliteit

22.  benadrukt dat huismerken in de afgelopen tien jaar tot essentieel onderdeel van de dagelijkse boodschappen van de consument zijn uitgegroeid, en dat hun marktaandeel in de meeste lidstaten en de meeste productcategorieën is toegenomen; is van mening dat teneinde verwarring te voorkomen, de consument nooit de indruk mag hebben dat een merkproduct in werkelijkheid een huismerk betreft; stelt nogmaals dat de kwestie met betrekking tot huismerken de speciale aandacht van de Commissie verdient om een einde te maken aan de verwarring tussen huismerken en merkproducten; merkt op dat de interne markt toegankelijk is voor producenten en fabrikanten, maar dat de concurrentie hevig is, aangezien een aantal merken overal in de hele Unie bekend is en een goede reputatie geniet;

23.  herinnert eraan dat het Parlement de Commissie meermaals verzocht heeft vast te stellen of tweevoudige kwaliteit negatieve gevolgen heeft voor de lokale en regionale productie, en met name voor kleine en middelgrote ondernemingen; betreurt dat de Commissie nog steeds geen gegevens heeft verstrekt;

24.  benadrukt dat nagemaakte merkproducten de consument blootstellen aan gezondheids- en veiligheidsrisico's, het vertrouwen van de consument in de merken ondermijnen en tot inkomstenverlies voor producenten leiden; merkt op dat er in de EU nog steeds een brede waaier aan nagemaakte producten in beslag wordt genomen en dat het daarbij om vrijwel alle soorten goederen gaat;

25.  maakt zich zorgen over de aan handelaren opgelegde beperkingen ten aanzien van de aankoop van goederen, welke mogelijk een negatief effect op de keuze van de consument hebben; spoort de Commissie aan de factoren in kaart te brengen die bijdragen tot de versplintering van de interne markt voor goederen en de mogelijkheid voor de consument om ten volle te profiteren van de interne markt onrechtmatig beperken, met name territoriale beperkingen met betrekking tot leveringen en de gevolgen hiervan; verzoekt de Commissie om in voorkomend geval gebruik te maken van het mededingingsrecht om dergelijke praktijken aan te pakken;

26.  wijst erop dat de nationale bevoegde autoriteiten uitsluitend monsters kunnen selecteren en tests kunnen uitvoeren op het grondgebied van hun eigen lidstaat; benadrukt de noodzaak van een versterkte, doeltreffende, transparante en snelle grensoverschrijdende samenwerking en uitwisseling van gegevens, met inbegrip van de uitwisseling van mogelijk niet-conforme producten en informatie over mogelijke oneerlijke praktijken, tussen nationale consumentenbeschermingsorganisaties en voedselautoriteiten, consumentenverenigingen en de Commissie om de tweevoudige kwaliteit aan te pakken en de handhaving van de wetgeving te verbeteren en onderling aan te passen; verzoekt de Commissie en de lidstaten dergelijke samenwerking te intensiveren; is verheugd over de vaststelling van de herziene verordening betreffende samenwerking inzake consumentenbescherming (SCB) die de opsporings- en handhavingsbevoegdheden versterkt, de uitwisseling van informatie en gegevens en de toegang tot alle relevante informatie bevordert en geharmoniseerde regels vaststelt met procedures voor de coördinatie van onderzoeks- en handhavingsmaatregelen op dit gebied;

27.  erkent het nut van "sweeps" als belangrijk middel om de handhaving in het kader van de SCB-verordening te coördineren en verzoekt de Commissie en de lidstaten die bezemacties verder te versterken en het toepassingsgebied ervan uit te breiden;

Aanbevelingen en vervolgstappen

28.  benadrukt de waarde van een breed en tijdig publiek debat dat leidt tot een verhoogd consumentenbewustzijn over producten en hun kenmerken; wijst erop dat sommige fabrikanten en eigenaren van huismerken al hebben aangekondigd dat zij hun recepten zullen veranderen of in de hele EU dezelfde productiestandaard zullen gebruiken; onderstreept het belang van de rol die de sector speelt bij het verhogen van de transparantie ten aanzien van de samenstelling en kwaliteit van producten en de veranderingen daarin; is ingenomen met het initiatief van de Commissie om op dit gebied een gedragscode uit te werken; verzoekt om, met het oog op hun eigen belangen, een nog grotere betrokkenheid van zowel de producenten als de detailhandelaars, om zo snel mogelijk een doeltreffende oplossing voor de huidige situatie te vinden zonder terug te grijpen op handhavingsprocedures, en om de Europese consumenten in staat te stellen op de hele interne markt toegang te krijgen tot producten van dezelfde kwaliteit; verzoekt de fabrikanten te overwegen een logo op de verpakking aan te brengen om aan te geven dat de inhoud en de kwaliteit van een product van een bepaald merk in alle lidstaten gelijk zijn;

29.  nodigt consumentenorganisaties, maatschappelijke organisaties en de aangemelde nationale instanties die bevoegd zijn voor de handhaving van de richtlijn betreffende oneerlijke handelspraktijken en hiermee verband houdende wetgeving uit een actieve rol in het publieke debat op zich te nemen, alsook bij het informeren van consumenten; is ervan overtuigd dat consumentenorganisaties aanzienlijk kunnen bijdragen aan de oplossing van het probleem van de tweevoudige kwaliteit van producten; verzoekt de Commissie en de lidstaten om meer ondersteuning van nationale consumentenorganisaties door middel van financiële en juridische mechanismen, opdat zij capaciteit kunnen opbouwen, hun testwerkzaamheden kunnen ontwikkelen en samen met de bevoegde autoriteiten kunnen helpen om gevallen van oneerlijke productdifferentiatie op te sporen en aan het licht te brengen; is bovendien van mening dat versterkte grensoverschrijdende informatie-uitwisseling tussen consumentenverenigingen moet worden bevorderd;

30.  is op basis van eerdere ervaringen van oordeel dat de bevoegde autoriteiten tot nu toe niet in staat zijn geweest om ieder voor zich op nationaal niveau specifieke gevallen van tweevoudige kwaliteit aan te pakken of bestaande wetgeving te handhaven, dan wel hiertoe slechts in zeer beperkte mate een poging ondernomen hebben, deels ook omdat er geen expliciete wetsvoorschriften op EU-niveau zijn; herinnert eraan dat de lidstaten verantwoordelijk zijn voor de handhaving van de richtlijn oneerlijke handelspraktijken en dat zij deze verantwoordelijkheid ook moeten nemen om te voorkomen dat de consumenten worden misleid door oneerlijke verkooppraktijken; benadrukt dat de lidstaten ervoor moeten zorgen dat de bevoegde nationale autoriteiten beschikken over passende technische, financiële en personele capaciteiten om daadwerkelijke handhaving te garanderen; verzoekt de lidstaten de consumenten de mogelijkheid te geven ergens klachten in te dienen en die nader te laten onderzoeken, en de consumenten zo veel mogelijk te informeren over hun rechten en mogelijkheden in het kader van de handhaving van de bestaande wetgeving en over de plichten van verkopers met betrekking tot informatieverstrekking over de samenstelling en, in voorkomend geval, de herkomst van producten;

31.  vestigt de aandacht op het feit dat het probleem van tweevoudige kwaliteit rechtstreeks verband houdt met de essentie van de werking van de interne markt en het consumentenvertrouwen, die beide op het spel staan, en derhalve, onder meer, een oplossing op het niveau van de Unie vergt, door middel van onmiddellijk afdwingbare maatregelen; is ervan overtuigd dat gezien het feit dat actie op nationaal niveau mogelijk is, actie op het niveau van de Unie de integriteit van de interne markt zou kunnen waarborgen; verzoekt de Commissie de bestaande nationale normen voor levensmiddelen en non-foodproducten in de EU in kaart te brengen en te beoordelen in hoeverre deze van toepassing zijn in gevallen van tweevoudige kwaliteit in de interne markt;

32.  dringt erop aan dat er met spoed capaciteit en mechanismen op EU-niveau worden ontwikkeld in een gespecialiseerde controle- en toezichtunit binnen een bestaand EU-orgaan (bijv. het GCO of de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA)), waarbij de bureaucratie tot een minimum wordt beperkt, om erop toe te zien dat de samenstelling en het proportioneel gebruik van ingrediënten gelijk zijn in levensmiddelen van hetzelfde merk en met dezelfde verpakking en om vergelijkende laboratoriumanalyses te beoordelen om dergelijke oneerlijke commerciële handelspraktijken bij het op de markt brengen van levensmiddelen op te sporen;

33.  is ingenomen met het voorstel van de Commissie voor een "new deal" voor consumenten, dat beoogt tweevoudige kwaliteit van producten aan te pakken door artikel 6 van de richtlijn oneerlijke handelspraktijken zo te wijzigen dat wanneer een product in de handel wordt gebracht als zijnde identiek aan hetzelfde product dat in een aantal andere lidstaten in de handel is, terwijl deze producten in feite een aanzienlijk andere samenstelling of aanzienlijk andere kenmerken hebben, zulks wordt beschouwd als een misleidende handelspraktijk; merkt echter op dat het voorstel ook een aantal onduidelijke bepalingen bevat die verduidelijking behoeven met het oog op een juiste interpretatie en toepassing;

34.  benadrukt dat het wetgevingsproces een duidelijke definitie moet opleveren van wat als tweevoudige kwaliteit kan worden beschouwd en hoe elk geval door de bevoegde autoriteiten moet worden beoordeeld en aangepakt; benadrukt in dit verband dat een open lijst van zogenaamde "legitieme factoren" een belemmering zou kunnen vormen voor het vermogen van de bevoegde autoriteiten om een onderzoek in te stellen en de wet toe te passen; vreest dat de toepassing van het concept "bepaalde consumentenvoorkeuren" voor de beoordeling van de vraag of verschillen in de productsamenstelling al dan niet gerechtvaardigd zijn kan leiden tot verschillende interpretaties door de bevoegde autoriteiten;

35.  verzoekt de Commissie het aan het GCO verleende mandaat uit te breiden zodat het binnen een jaar een op Europees niveau geharmoniseerde testmethode voor de vergelijking van de kenmerken van non-foodproducten kan ontwikkelen, alsook richtsnoeren voor de verbetering van producttransparantie, en de resultaten van tests kan evalueren; wijst erop dat het GCO, met het oog op de uitwisseling van beste praktijken op dit gebied, ook moet streven naar samenwerking met de autoriteiten van de lidstaten die reeds hun eigen producttests hebben uitgevoerd maar de resultaten nog niet aan de nationale autoriteiten van andere lidstaten hebben meegedeeld;

36.  wijst erop dat de veiligheid en kwaliteit van levensmiddelen, en de bescherming van de consument tegen misleiding, de hoogste prioriteit hebben; herinnert de Commissie aan haar belofte om het toezicht en de correcte toepassing van EU-wetgeving te verbeteren; is van mening dat de bevoegde autoriteiten op nationaal niveau daadwerkelijk moeten toezien op de naleving van de betreffende wetgeving op deze gebieden;

37.  spoort de Commissie ertoe aan een gespecialiseerd directoraat in het leven te roepen onder het bestaande bevoegde agentschap van de EU, met deskundigen op het gebied, om controles te verrichten in de fabrieken van de fabrikanten en audits van de productiestroom uit te voeren om na te gaan of de samenstelling van het product overeenkomt met hetgeen de fabrikant heeft aangegeven in gevallen waarin een vermoeden van tweevoudige kwaliteit bestaat;

38.  is ingenomen met het voorstel van de Commissie om de transparantie van wetenschappelijke studies op het gebied van voedselveiligheid te vergroten als reactie op de uitingen van publieke bezorgdheid, teneinde de informatie die nodig is om aankoopbeslissingen te nemen op basis van een betrouwbare, op wetenschappelijke feiten gebaseerde risicobeoordeling toegankelijker te maken;

39.  roept de nationale levensmiddelenautoriteiten op per geval te bepalen of vermeende discriminerende praktijken inderdaad illegaal zijn, op grond van de bepalingen van de richtlijn betreffende oneerlijke handelspraktijken en hun wisselwerking met de eisen inzake eerlijke informatie, zoals vastgelegd in Verordening nr. 1169/2011 betreffende de verstrekking van voedselinformatie aan consumenten;

40.  merkt op dat alle EU-burgers het slachtoffer zijn van praktijken inzake tweevoudige kwaliteit, onder meer wanneer zij naar een andere lidstaat reizen;

41.  onderstreept echter dat aanzienlijke verschillen in producten voor baby's, zoals voeding voor zuigelingen en peuters, niet louter en alleen kunnen worden gerechtvaardigd door regionale smaakvoorkeuren;

42.  verwerpt ten stelligste de bewering van sommige producenten dat veranderingen in de samenstelling en/of de kwaliteit worden aangebracht, opdat de prijzen beantwoorden aan de verwachtingen van de consumenten; benadrukt dat uit verschillende studies is gebleken dat producten van lagere kwaliteit vaak duurder zijn dan hun tegenhangers van hogere kwaliteit elders in de EU;

43.  moedigt het gebruik van het beginsel van de circulaire economie voor productverpakkingen sterk aan en benadrukt dat als de productverpakking in een lidstaat aan dit beginsel voldoet, de producent inspanningen moet leveren om ervoor te zorgen dat dit het geval is voor al zijn producten die onder hetzelfde merk in dezelfde soort verpakking op de markt worden gebracht in de EU en daarbuiten;

44.  benadrukt dat sommige gevallen van producten van tweevoudige kwaliteit het gevolg zijn van een gebrek aan handhaving van het EU-recht; verzoekt de autoriteiten van de lidstaten dringend om de bestaande EU-voorschriften inzake levensmiddelenetikettering te handhaven, ook met betrekking tot bijvoorbeeld separatorvlees;

º

º  º

45.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

(1)

PB L 149 van 11.6.2005, blz. 22.

(2)

PB L 345 van 27.12.2017, blz. 1.

(3)

PB L 304 van 22.11.2011, blz. 18.

(4)

PB C 65 van 19.2.2016, blz. 2.

(5)

PB C 264E van 13.9.2013, blz. 11.

(6)

PB C 93 van 24.3.2017, blz. 27.

(7)

PB C 86 van 6.3.2018, blz. 40.

(8)

PB C 11 van 12.1.2018, blz. 2.

(9)

Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0027.

(10)

O-000019/2017.

(11)

PB L 31 van 1.2.2002, blz. 1.

(12)

http://ec.europa.eu/food/audits-analysis/overview_reports/details.cfm?rep_id=76

(13)

http://ec.europa.eu/food/audits-analysis/overview_reports/details.cfm?rep_id=115


TOELICHTING

Hoewel de merknaam, het ontwerp van de verpakking en de marketingaanpak op het eerste gezicht identiek lijken, hebben verschillende onderzoeken in verschillende lidstaten aangetoond dat er in de interne EU-markt producten in de handel zijn met duidelijk verschillende samenstellingen qua recept, gebruikte grondstof of de in het product aanwezige hoeveelheid van deze grondstof, dit alles afhankelijk van het land van aankoop van het product. Daarnaast valt niet uit te sluiten dat deze bevindingen met betrekking tot tweevoudige kwaliteit niet alleen van toepassing zijn op voedingsmiddelen en dranken, maar ook op consumentengoederen als reinigingsmiddelen en hygiëneartikelen.

De kwestie van tweevoudige kwaliteit in de verschillende lidstaten of verschillende regionale en lokale markten doet zich volgens een door de faculteit der rechtsgeleerdheid van de universiteit Palacký in Olomouc uitgevoerd juridisch onderzoek in de volgende situaties voor:

•  de fabrikant brengt producten op de markt met verschillen qua smaak en samenstelling (d.w.z. verschillende hoofdbestanddelen), maar in een identieke of vergelijkbare (voor de consument niet te onderscheiden) verpakking,

•  de fabrikant brengt producten op de markt met verschillen qua kwaliteit, maar in een identieke of vergelijkbare (voor de consument niet te onderscheiden) verpakking,

•  de fabrikant brengt producten op de markt met verschillen qua gewicht, maar in een identieke of vergelijkbare (voor de consument niet te onderscheiden) verpakking,

•  bij de lancering van een nieuw product op een bepaalde markt gebruikt de fabrikant een product met een kwalitatief hoogwaardigere samenstelling (bijvoorbeeld in de vorm van een hoger vleesgehalte of een hogere kwaliteit van de ingrediënten in het product) teneinde de aandacht van de consument te trekken en consumenten "aan te leren" het product te kopen/te kiezen; na enige tijd vindt er echter een "receptwijziging" plaats zonder een opvallende wijziging van de productverpakking (met uitzondering van een veranderde productsamenstelling in kleine letters op het etiket op de achterkant van het product).

De fabrikant voert al deze activiteiten uit zonder de consument duidelijk, nadrukkelijk, op transparante en niet-misleidende wijze te wijzen op het feit dat het product nu een ander product met een andere samenstelling, een ander gewicht, een andere kwaliteit en andere aanverwante kenmerken betreft.

Dit alles heeft tot gevolg dat consumenten die zich op het grondgebied van een andere lidstaat bevinden, niet met zekerheid kunnen beoordelen of een product dat zij menen te herkennen aan de hand van de kenmerken die het product in hun lidstaat van herkomst heeft, daadwerkelijk overeenkomt met het product dat ze kopen in het land waar ze zich op dat moment bevinden.

Standpunt van de rapporteur

De rapporteur heeft zich vanaf 2011 grondig in de kwestie van tweevoudige kwaliteit verdiept naar aanleiding van een door de consumentenbond in de Republiek Slowakije uitgevoerde studie waaruit bleek dat de samenstelling en prijzen van zes voedingsmiddelen met een merknaam, in zeven EU-landen sterk van elkaar verschilden. Als follow-up op deze studie heeft de rapporteur voor het eerst de Commissie benaderd in de vorm van een interpellatie over de vraag of de Commissie van mening is dat tweevoudige kwaliteit een probleem betreft dat van invloed is op de werking van de interne markt en de consumentenbescherming.

In 2015 heeft de rapporteur samen met de Universiteit voor Scheikunde en Technologie in Praag een onderzoek uitgevoerd waarbij de kenmerken van 24 uit de retailmarkt in de Tsjechische Republiek en Duitsland afkomstige producten met elkaar werden vergeleken om de overeenstemming van de producten, of juist het gebrek hieraan, te beoordelen. In een derde van de monsters werden belangrijke verschillen aangetroffen (zo bestond het hoofdbestanddeel van een van de in de Tsjechische Republiek verkochte producten uit separatorvlees van pluimvee, terwijl dit product op de Duitse markt varkensvlees bevatte). In de studie werd ook de vraag aan de orde gesteld of vaak aangehaalde redenen ten aanzien van verschillen qua smaak en preferentiële prijzen in verschillende landen ter zaken doende zijn, aangezien de prijzen van de betreffende producten vrijwel niet van elkaar verschilden en volgens een erkende paneltest in de vorm van sensorische analyses de smaakvoorkeuren niet overeenkwamen met de markt waar de producten schijnbaar op waren afgestemd.

Het is geenszins de bedoeling van de rapporteur om uniformiteit van producten in de interne markt na te streven, fabrikanten te verplichten de samenstelling van hun producten te wijzigen, of exact te bepalen welke samenstelling ieder product moet hebben. De rapporteur is zich voorts bewust van het feit dat er mogelijk objectieve factoren meespelen die van invloed zijn op de samenstelling van producten.

De rapporteur is er echter van overtuigd dat alle Europese burgers recht hebben op niet-discriminerende, gelijke toegang tot kwalitatief hoogwaardige producten in de interne markt. Indien dit niet het geval is, bestaat het risico dat de werking van de interne markt en het consumentenvertrouwen in deze markt in de kern worden aangetast.

De rapporteur is ingenomen met de onlangs door de Commissie aangekondigde initiatieven die gericht zijn op het aanpakken van deze kwestie, met name de toezegging tot het ontwikkelen van een gemeenschappelijke testmethode op Europees niveau. De tweevoudige kwaliteit van producten is van invloed op de werking van de interne markt en het is derhalve zaak op Europees niveau de beschikbaarheid van gegevens en een gemeenschappelijke aanpak te waarborgen. De rapporteur heeft dan ook al in 2013 via de resolutie van het Europees Parlement over een nieuwe agenda voor het Europese consumentenbeleid het voorstel gedaan de Commissie te verzoeken de kwestie inzake tweevoudige kwaliteit grondig te onderzoeken teneinde vast te stellen of de bestaande wetgeving van de Unie gewijzigd dient te worden.

De rapporteur benadrukt dat consumenten op nauwkeurige en transparante wijze kenbaar moet worden gemaakt dat een bepaald product dat zij in een bepaalde lidstaat kopen, verschilt van het product dat zij uit hun eigen of een andere lidstaat kennen, teneinde te voorkomen dat consumenten worden misleid en een onjuiste indruk van het product wordt gecreëerd. Tevens is het van belang het consumentenbewustzijn over producten, hun kenmerken en hun samenstelling te verhogen.

De rapporteur beschouwt de verkoop van producten met een ogenschijnlijk identieke presentatie maar een opzettelijk verschillende samenstelling in verschillende delen van de EU als een oneerlijke en derhalve onacceptabele handelspraktijk. De rapporteur is dan ook van mening dat de meest doeltreffende manier om specifieke en eenduidige gevallen van tweevoudige kwaliteit in de hele Europese Unie aan te pakken eruit bestaat een aanvullende categorie van misleidende handelspraktijken op te nemen in bijlage I bij de richtlijn betreffende oneerlijke handelspraktijken.


ADVIES van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid (22.6.2018)

aan de Commissie interne markt en consumentenbescherming

inzake tweevoudige kwaliteit van producten op de interne markt

(2018/2008(INI))

Rapporteur voor advies (*): Biljana Borzan

(*)  Medeverantwoordelijke commissie – Artikel 54 van het Reglement

SUGGESTIES

De Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid verzoekt de bevoegde Commissie interne markt en consumentenbescherming onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

–  gezien Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en tot vaststelling van procedures voor voedselveiligheidsaangelegenheden(1),

–  gezien Verordening (EU) nr. 1169/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2011 betreffende de verstrekking van voedselinformatie aan consumenten(2),

–  gezien Richtlijn 2005/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2005 betreffende oneerlijke handelspraktijken van ondernemingen jegens consumenten op de interne markt(3),

–  gelet op de artikel 17, lid 2, van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, over de bescherming van het intellectuele eigendom,

–  gezien de mededeling van de Commissie van 26 september 2017 betreffende de toepassing van de EU-wetgeving inzake levensmiddelen- en consumentenbescherming op kwesties in verband met tweevoudige kwaliteit van producten – Het specifieke geval van levensmiddelen (C(2017) 6532),

–  gezien de gezamenlijke brief van de Republiek Kroatië, de Tsjechische Republiek, Hongarije, Litouwen, de Republiek Polen en de Slowaakse Republiek van 23 maart 2018 aan de Commissie met betrekking tot het probleem van tweevoudige kwaliteit in de context van een "new deal" voor consumenten,

–  gezien de toespraak over de Staat van de Unie van de voorzitter van de Commissie Jean-Claude Juncker van 13 september 2017, waarin hij heeft benadrukt dat het onaanvaardbaar is dat aan mensen in sommige delen van de EU levensmiddelen worden verkocht van lagere kwaliteit dan in andere delen, hoewel de verpakking en het merk identiek zijn,

–  gezien de conclusies van de bijeenkomst van de Raad Landbouw en Visserij van 6 maart 2017,

–  gezien de mededeling van de Commissie van 11 april 2018 over een "new deal" voor consumenten (COM(2018)0183),

–  gezien het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad wat betreft betere handhaving en modernisering van de regels voor consumentenbescherming in de EU (COM(2018)0185),

–  gezien de resultaten van de vergelijkende studies die door autoriteiten en organisaties voor consumentenbescherming zijn verricht in verschillende EU-lidstaten,

–  gezien het voorstel van de Commissie om Richtlijn 2005/29/EG betreffende oneerlijke handelspraktijken bij te werken om uitdrukkelijk te vermelden dat nationale autoriteiten misleidende handelspraktijken waarbij producten in meerdere EU-lidstaten als identieke producten worden verhandeld, kunnen beoordelen en aanpakken als het om producten gaat waarvan de samenstelling of kenmerken significant anders zijn,

–  gezien de uitgebreide interpellatie van 15 maart 2017 over de verschillen in verklaringen, samenstelling en smaak van bepaalde producten op de centrale/oostelijke en westelijke markten van de EU (O-000019/2017),

–  gezien zijn resolutie van 11 juni 2013 over een nieuwe agenda voor het Europese consumentenbeleid(4),

A.  overwegende dat de in verschillende lidstaten uitgevoerde analyses hebben aangetoond dat er aanzienlijke verschillen zijn in de samenstelling en kwaliteit van bepaalde producten die onder dezelfde merknaam en met dezelfde verpakking op de markt worden gebracht en waarvoor in de gehele EU op dezelfde manier wordt geadverteerd; overwegende dat die verschillen vaak het gevolg zijn van het gebruik van ingrediënten die goedkoper en van mindere kwaliteit zijn en die vaak tevens een geringere voedingswaarde hebben;

B.  overwegende dat uit deze analyses is gebleken dat bepaalde producten minder bevatten van het hoofdingrediënt, ingrediënten bevatten die worden beschouwd als minder gezond of van inferieure kwaliteit en die een andere smaak, textuur en sensorische kenmerken hebben;

C.  overwegende dat verschillende lidstaten tijdens bovengenoemde bijeenkomst van de Raad Landbouw en Visserij de resultaten hebben gepresenteerd van studies waaruit blijkt dat in de EU producten werden verkocht met dezelfde naam en dezelfde verpakking, maar waarvan de kwaliteit, smaak en/of ingrediënten verschilden, en dat zij erop hebben gewezen dat deze praktijk consumenten kan misleiden en tot oneerlijke concurrentie leidt;

D.  overwegende dat producten van hetzelfde merk verschillende kenmerken kunnen hebben als gevolg van legitieme factoren zoals de voorkeuren van consumenten in de regio's van bestemming, de productielocatie, specifieke lokale eisen en verschillen in de bevoorrading van grondstoffen wegens geografische of seizoensgebonden beschikbaarheid;

E.  overwegende dat de veiligheid en kwaliteit van levensmiddelen en de bescherming van de consument tegen misleiding de eerste prioriteiten moeten zijn;

F.  overwegende dat bewezen verschillen in ingrediënten in vergelijkbare producten op de lange termijn slecht kunnen zijn voor de gezondheid van de consument, met name in het geval van kwetsbare consumenten, zoals kinderen en mensen met voedings- en/of gezondheidsproblemen waardoor het welzijn van de burgers wordt aangetast; overwegende dat dit bijvoorbeeld het geval is wanneer het vet- en/of suikergehalte hoger is dan verwacht, wanneer vetten van dierlijke oorsprong worden vervangen door vetten van plantaardige oorsprong of omgekeerd, wanneer suiker wordt vervangen door kunstmatige zoetstoffen of wanneer het zoutgehalte wordt verhoogd; overwegende dat etikettering die geen juist beeld geeft van de gebruikte additieven of het aantal vervangers voor basisingrediënten, de consumenten kan misleiden en risico's kan inhouden voor hun gezondheid;

G.  overwegende dat op EU-niveau geen wetgevingsregels inzake tweevoudige kwaliteit voorhanden zijn waardoor het onmogelijk is kwaliteit te vergelijken of gevallen van tweevoudige kwaliteit vast te stellen en er geen instrumenten zijn die zouden kunnen worden gebruikt om de situatie te verhelpen; overwegende dat de diensten van de Commissie voor gezondheid- en levensmiddelenaudits en -analyses regelmatig tekortkomingen hebben gemeld bij de tenuitvoerlegging en handhaving van de toepasselijke voorschriften van de levensmiddelenwetgeving van de EU, bijvoorbeeld bij de etikettering van separatorvlees(5) of het gebruik van levensmiddelenadditieven(6); overwegende dat fabrikanten van levensmiddelen en andere consumptiegoederen in het algemeen kunnen profiteren van uiteenlopende interpretaties van EU-wetgeving en/of de gebrekkige tenuitvoerlegging en handhaving ervan door de bevoegde nationale autoriteiten om hun producten aan te passen op een manier die nadelig is voor de consument; overwegende dat de uiteenlopende inhoud van producten die onder hetzelfde merk en met dezelfde verpakking op de markt worden gebracht, het vertrouwen van de consument aantast en de reputatie van het regelgevingskader van de EU ondermijnt;

H.  overwegende dat de aanwezigheid op de interne markt van producten die als identiek in meerdere lidstaten op de markt worden gebracht, maar die een zeer verschillende samenstelling of kenmerken hebben, de basisbeginselen waarop de interne markt gebaseerd is, volledig ondermijnen; overwegende dat consumenten op de interne markt in alle lidstaten dezelfde bescherming dienen te genieten;

I.  overwegende dat verschillen in de samenstelling die gevolgen kunnen hebben voor de gezondheid van de consumenten, mogelijk niet alleen terug te vinden zijn in levensmiddelen, maar ook in cosmetica, verzorgingsproducten en reinigingsmiddelen;

J.  overwegende dat herformuleringsmaatregelen om het vet-, suiker- en zoutgehalte in levensmiddelen te verlagen in veel Centraal-, Oost- en Zuidoost-Europese landen achterblijven;

K.  overwegende dat merken een aanzienlijke invloed hebben op het beeld dat consumenten krijgen van de producten, hun waarde en hun kwaliteit; overwegende dat consumenten a priori niet verwachten dat merkproducten die worden verkocht in verschillende landen binnen de interne markt verschillende kenmerken kunnen hebben;

L.  overwegende dat consumenten in verschillende lidstaten en/of mensen die tussen lidstaten reizen, niet in staat zijn zelf de mogelijke verschillen in smaak en samenstelling van bepaalde producten te beoordelen, wanneer die verschillen niet op het etiket van het product worden vermeld, waardoor ze ook niet in staat zijn een weloverwogen aankoopbeslissing te nemen wegens een gebrek aan relevante informatie, hetgeen hun koopgedrag kan verstoren;

M.  overwegende dat uit meerdere opiniepeilingen is gebleken dat consumenten zich aan dergelijke kwaliteitsverschillen ergeren en zich daardoor tweederangsburgers van de EU voelen;

1.  is ingenomen met de toewijzing van 2 miljoen EUR ten behoeve van de ontwikkeling van een gemeenschappelijke testmethode, en is verheugd over de opname in de EU-begroting voor 2018 van een proefproject dat gericht is op het vaststellen van verschillende aspecten van de tweevoudige kwaliteit voor meerdere categorieën producten; dringt er bij de lidstaten en de nationale autoriteiten op aan actief deel te nemen aan de lopende initiatieven om het proces te vergemakkelijken en om deze methode in hun werkwijzen te integreren; onderstreept het belang van grondige en tijdige analyses van levensmiddelen maar ook van niet-voedingsproducten, en dringt er bij de Commissie op aan financiële middelen toe te wijzen om gedurende een markttoezichtsperiode van ten minste twee jaar vergelijkende tests uit te voeren om fabrikanten die deze misleidende praktijk hebben gebruikt, af te schrikken;

2.  spoort de Commissie ertoe aan een gespecialiseerd directoraat in het leven te roepen onder het bestaande bevoegde agentschap van de EU, met deskundigen op het gebied, om controles te verrichten in de fabrieken van de fabrikanten en audits van de productiestroom uit te voeren om na te gaan of de samenstelling van het product overeenkomt met hetgeen de fabrikant heeft aangegeven in gevallen waarin een vermoeden van tweevoudige kwaliteit bestaat; dringt erop aan dat dit nieuwe directoraat een onlineplatform in de vorm van een Europees register van producten creëert, dat bestaat uit een deel met informatie over alle producten waarvan de bevoegde autoriteiten hebben vastgesteld dat het om producten van tweevoudige kwaliteit gaat, en een ander deel met informatie die vrijwillig door de fabrikanten wordt verschaft over producten die in de EU op de markt worden gebracht; onderstreept dat de informatie gemakkelijk toegankelijk moet zijn om gemakkelijk te kunnen worden vergeleken, opdat de consumenten in staat zijn weloverwogen besluiten te nemen voordat zij tot aankoop overgaan;

3.  neemt nota van de bekendmaking door de Commissie van een in de EU geharmoniseerde methode voor het selecteren, bemonsteren en testen van levensmiddelen om de kwaliteitskenmerken ervan te beoordelen; onderstreept de belofte tegen eind dit jaar EU-brede testresultaten beschikbaar te maken; dringt erop aan de leden van het Europees Parlement nauwer bij het proces te betrekken; benadrukt dat naast een gelijkvormige methode om de tweevoudige kwaliteit van levensmiddelen en dranken te testen, er ook een gelijkvormige methode moet worden ontwikkeld om de testresultaten te beoordelen en de bevindingen te interpreteren;

4.  is ingenomen met het debat over tweevoudige kwaliteit in het kader van het Forum op hoog niveau voor een beter werkende voedselvoorzieningsketen; benadrukt dat er zo veel mogelijk belanghebbenden bij moeten worden betrokken;

5.  is ingenomen met het voorstel van de Commissie om de transparantie van wetenschappelijke studies op het gebied van voedselveiligheid te vergroten als reactie op de uitingen van publieke bezorgdheid, teneinde de informatie die nodig is om aankoopbeslissingen te nemen op basis van een betrouwbare, op wetenschappelijke feiten gebaseerde risicobeoordeling toegankelijker te maken;

6.  betreurt het feit dat de Commissie in haar mededeling betreffende de toepassing van de EU-wetgeving inzake levensmiddelen- en consumentenbescherming op kwesties in verband met de tweevoudige kwaliteit van producten onvoldoende ambitie toont, aangezien de wetgeving inzake consumentenbescherming van toepassing moet zijn op alle producten in het algemeen, en in de mededeling maatregelen worden voorgesteld die niet volstaan om het probleem van tweevoudige kwaliteit van producten op de interne markt aan te pakken; benadrukt dat het van belang is duidelijke en doeltreffende richtsnoeren en ondersteuning te ontwikkelen voor de consumentenautoriteiten en dat corrigerende maatregelen dringend nodig zijn om discriminerende praktijken ten aanzien van consumenten tegen te gaan; waarschuwt dat consumenten niet mogen worden misleid en roept de nationale levensmiddelenautoriteiten op per geval te bepalen of deze praktijken illegaal zijn op grond van de bepalingen van de richtlijn betreffende oneerlijke handelspraktijken en hun wisselwerking met de eisen inzake eerlijke informatie, zoals vastgelegd in Verordening nr. 1169/2011 betreffende de verstrekking van voedselinformatie aan consumenten;

7.  is bezorgd over de territoriale beperkingen waarmee handelaren bij het aankopen van goederen worden geconfronteerd; verzoekt de Commissie om dringend de oneerlijke praktijken tussen bedrijven (B2B) te onderzoeken, bijvoorbeeld wanneer leveranciers supermarkten ertoe dwingen hun producten bij een bepaalde fabriek te kopen, hetgeen consumenten kan beletten om producten met een mogelijk hogere kwaliteit uit een andere lidstaat te kopen en de interne markt kan verstoren;

8.  merkt op dat lokale producenten problemen hebben bij de toegang tot de gemeenschappelijke markt; doet een beroep op de Commissie om vast te stellen of tweevoudige kwaliteit negatieve gevolgen heeft voor de lokale en regionale productie;

9.  benadrukt het belang van de bewustmaking van consumenten en de verbeterde toegang tot informatie; is van oordeel dat het verstrekken van deze informatie verplicht en niet enkel vrijwillig behoort te zijn; verzoekt de Commissie en de betrokken nationale instanties om op consumenten gerichte communicatiecampagnes in de gehele EU te organiseren, in het bijzonder in de westelijke lidstaten, waar het bewustzijn misschien niet zo groot is; merkt op dat alle EU-burgers getroffen worden door praktijken met betrekking tot tweevoudige kwaliteit ook wanneer zij naar een andere lidstaat reizen; is verheugd over de verklaringen van een aantal fabrikanten dat zij hun recepten zullen veranderen; vraagt om zekerheden te bieden dat dergelijke veranderingen niet tot een lagere productkwaliteit zullen leiden in welke lidstaat dan ook; benadrukt de rol van de sector bij het verstrekken van duidelijke en juiste consumenteninformatie op de verpakking, bij het beëindigen van discriminerende praktijken en het herstellen van het vertrouwen van de consumenten; is ingenomen met het initiatief van de Commissie om de ontwikkeling van een gedragscode door producenten en verenigingen van merkartikelfabrikanten te vergemakkelijken;

10.  benadrukt dat het niet gepast is de smaak en recepten van levensmiddelen in de gehele EU te uniformiseren, aangezien recepten van levensmiddelen eveneens de regionale smaakvoorkeuren in de EU weerspiegelen; onderstreept echter dat aanzienlijke verschillen in producten voor baby's, zoals voeding voor zuigelingen en peuters, niet louter en alleen kunnen worden gerechtvaardigd door regionale smaakvoorkeuren; erkent het argument dat andere producten in sommige gevallen wellicht verschillen om legitieme redenen; onderstreept echter dat consumenten duidelijk en snel van alle verschillen op de hoogte moeten worden gesteld; is van mening dat levensmiddelen van hetzelfde merk soms een aangepast smaakprofiel of recept kunnen hebben vanwege de specifieke kenmerken van de lokale markten binnen de EU, en dat het gebruik van plaatselijke grondstoffen en de noodzaak rekening te houden met nationale wetgeving of herformuleringsdoeleinden tot verschillen kunnen leiden;

11.  onderstreept het belang van het maatschappelijk middenveld bij het analyseren, betwisten en bekendmaken van praktijken met betrekking tot tweevoudige kwaliteit; verzoekt om meer ondersteuning voor nationale consumentenorganisaties, vooral in landen waar zij noch relatief zwak zijn, opdat zij capaciteit kunnen opbouwen, hun testwerkzaamheden kunnen ontwikkelen en samen met de bevoegde autoriteiten kunnen helpen om gevallen van oneerlijke productdifferentiatie te controleren en aan het licht te brengen; dringt aan op een betere bescherming van institutionele en individuele klokkenluiders op het gebied van voedselveiligheid en consumentenrechten;

12.  benadrukt dat argumenten op basis van consumentenvoorkeuren en de herformulering van levensmiddelen, indien die niet vergezeld gaan van voldoende en passende informatie, bijvoorbeeld over de naleving van de betreffende nationale regelgeving, geen rechtvaardiging kunnen vormen voor het op de markt brengen van producten van tweevoudige kwaliteit, aangezien deze producten niet stroken met het algemene belang van de consument en de consumentenvoorkeuren niet op transparante wijze worden vastgesteld;

13.  verwerpt ten stelligste de bewering van sommige producenten dat veranderingen in de samenstelling en/of de kwaliteit worden aangebracht, opdat de prijzen beantwoorden aan de verwachtingen van de consumenten; benadrukt dat uit verschillende studies is gebleken dat producten van lagere kwaliteit vaak duurder zijn dan hun tegenhangers van hogere kwaliteit elders in de EU;

14.  is van mening dat op de interne markt in beginsel geen verschil in kwaliteit of voedingswaarde mag bestaan tussen producten die in een specifieke en identieke soort verpakking op de markt worden gebracht; benadrukt dat producten van hetzelfde merk echter verschillende kenmerken kunnen hebben als gevolg van legitieme factoren zoals de productielocatie, specifieke lokale eisen of verschillen in de bevoorrading van grondstoffen wegens hun geografische of seizoensgebonden beschikbaarheid, maar dat de consument naar behoren en op een duidelijke en zichtbare wijze op de verpakking in kennis moet worden gesteld van elke wijziging in de samenstelling en kenmerken in vergelijking met het oorspronkelijke recept; doet een beroep op de Commissie om voor te stellen te dien einde de wetgeving over de etikettering van producten te wijzigen;

15.  moedigt het gebruik van het beginsel van de circulaire economie voor productverpakkingen sterk aan en benadrukt dat als de productverpakking in een lidstaat aan dit beginsel voldoet, de producent inspanningen moet leveren om ervoor te zorgen dat dit het geval is voor al zijn producten die onder hetzelfde merk in dezelfde soort verpakking op de markt worden gebracht in de EU en daarbuiten;

16.  onderstreept het belang van het begrip "referentieproduct" aan de hand waarvan de verwachtingen van consumenten kunnen worden gemeten; onderstreept dat de consumenten naar behoren moet worden geïnformeerd over de samenstelling van de door hen gekochte producten, opdat zij geen product kopen waarvan de samenstelling afwijkt van hetgeen zij in gedachte hebben;

17.  benadrukt dat sommige gevallen van producten van tweevoudige kwaliteit het gevolg zijn van een gebrek aan handhaving van het EU-recht; verzoekt de autoriteiten van de lidstaten om de bestaande EU-voorschriften inzake levensmiddelenetikettering dringend te handhaven, ook met betrekking tot bijvoorbeeld separatorvlees;

18.  is ingenomen met het initiatief van de Commissie om de kwestie van tweevoudige kwaliteit aan te pakken, met name de actualisering van de richtlijn betreffende oneerlijke handelspraktijken in het kader van het voorstel inzake consumentenbescherming, dat bekend staat als een "new deal" voor consumenten; betreurt echter het feit dat de voorgestelde wijziging van artikel 6 van de richtlijn betreffende oneerlijke handelspraktijken wellicht niet zal leiden tot meer rechtszekerheid; is van mening dat het wijzigen van bijlage I bij de richtlijn betreffende oneerlijke handelspraktijken door de praktijk van tweevoudige kwaliteit aan de zwarte lijst toe te voegen de meest doeltreffende manier is om gevallen van tweevoudige kwaliteit op de markt aan te pakken; verzoekt de Commissie om een rechtskader op te zetten dat consumenten in staat stelt om een compensatie te eisen van fabrikanten wanneer hun consumentenrechten zijn geschonden.

19.  merkt op dat niet alleen levensmiddelen producten van tweevoudige kwaliteit kunnen zijn, maar ook producten uit veel andere sectoren, zoals de cosmeticasector; dringt aan op meer inspanningen om niet-discriminerende praktijken tussen de lidstaten en voorschriften voor alle producten op de interne markt in te voeren;

20.  onderstreept de noodzaak van doeltreffende en omvattende regelgeving met duidelijke instructies voor de aanpak van het probleem van tweevoudige kwaliteit.

INFORMATIE OVER DE GOEDKEURINGIN DE ADVISERENDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

20.6.2018

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

51

9

3

Bij de eindstemming aanwezige leden

Marco Affronte, Margrete Auken, Pilar Ayuso, Zoltán Balczó, Simona Bonafè, Biljana Borzan, Paul Brannen, Soledad Cabezón Ruiz, Nessa Childers, Birgit Collin-Langen, Miriam Dalli, Mark Demesmaeker, Stefan Eck, Bas Eickhout, José Inácio Faria, Francesc Gambús, Elisabetta Gardini, Gerben-Jan Gerbrandy, Arne Gericke, Jens Gieseke, Julie Girling, Sylvie Goddyn, Françoise Grossetête, Andrzej Grzyb, Jytte Guteland, György Hölvényi, Anneli Jäätteenmäki, Jean-François Jalkh, Benedek Jávor, Karin Kadenbach, Kateřina Konečná, Urszula Krupa, Giovanni La Via, Jo Leinen, Peter Liese, Lukas Mandl, Valentinas Mazuronis, Joëlle Mélin, Susanne Melior, Miroslav Mikolášik, Massimo Paolucci, Bolesław G. Piecha, Pavel Poc, John Procter, Frédérique Ries, Annie Schreijer-Pierik, Renate Sommer, Claudiu Ciprian Tănăsescu, Ivica Tolić, Estefanía Torres Martínez, Adina-Ioana Vălean, Jadwiga Wiśniewska, Damiano Zoffoli

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Herbert Dorfmann, Eleonora Evi, Eleonora Forenza, Peter Jahr, Norbert Lins, Christel Schaldemose, Bart Staes, Dubravka Šuica

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Clare Moody, Thomas Waitz

HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE ADVISERENDE COMMISSIE

51

+

ALDE:

Gerben-Jan Gerbrandy, Anneli Jäätteenmäki, Valentinas Mazuronis, Frédérique Ries

ECR:

Mark Demesmaeker, Arne Gericke, Urszula Krupa, Bolesław G. Piecha, John Procter, Jadwiga Wiśniewska

EFDD:

Eleonora Evi

GUE/NGL:

Stefan Eck, Eleonora Forenza, Kateřina Konečná, Estefanía Torres Martínez

NI :

Zoltán Balczó

PPE:

Pilar Ayuso, Birgit Collin-Langen, José Inácio Faria, Françoise Grossetête, Andrzej Grzyb, György Hölvényi, Peter Jahr, Giovanni La Via, Peter Liese, Norbert Lins, Miroslav Mikolášik, Annie Schreijer-Pierik, Dubravka Šuica, Ivica Tolić, Adina-Ioana Vălean

S&D:

Biljana Borzan, Paul Brannen, Soledad Cabezón Ruiz, Nessa Childers, Miriam Dalli, Jytte Guteland, Karin Kadenbach, Jo Leinen, Susanne Melior, Clare Moody, Massimo Paolucci, Pavel Poc, Christel Schaldemose, Claudiu Ciprian Tănăsescu

VERTS/ALE:

Marco Affronte, Margrete Auken, Bas Eickhout, Benedek Jávor, Bart Staes, Thomas Waitz

9

-

ENF

Sylvie Goddyn, Jean-François Jalkh, Joëlle Mélin

EPP

Herbert Dorfmann, Elisabetta Gardini, Jens Gieseke, Julie Girling, Lukas Mandl, Renate Sommer

3

0

EPP

Francesc Gambús

S&D:

Simona Bonafè, Damiano Zoffoli

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding

(1)

PB L 31 van 1.2.2002, blz. 1.

(2)

PB L 304 van 22.11.2011, blz. 18.

(3)

PB L 149 van 11.6.2005, blz. 22.

(4)

PB L 65 van 19.2.2016, blz. 2.

(5)

http://ec.europa.eu/food/audits-analysis/overview_reports/details.cfm?rep_id=76

(6)

http://ec.europa.eu/food/audits-analysis/overview_reports/details.cfm?rep_id=115


ADVIES van de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling (17.5.2018)

aan de Commissie interne markt en consumentenbescherming

inzake uiteenlopende kwaliteit van producten op de interne markt

(2018/2008(INI))

Rapporteur voor advies: Momchil Nekov

SUGGESTIES

De Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling verzoekt de bevoegde Commissie interne markt en consumentenbescherming onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

A.  overwegende dat de consumenten een associatief verband leggen tussen merk, etiket of verpakking van een landbouwproduct of levensmiddel en de kwaliteit ervan, en verwachten dat producten van hetzelfde merk die in de handel worden gebracht met hetzelfde of een gelijkend etiket, ook dezelfde kwaliteit en samenstelling hebben, ongeacht of ze worden verkocht in hun eigen land of in een andere lidstaat; overwegende dat alle landbouwers in de Europese Unie producten produceren volgens dezelfde hoge normen en dat de klanten verwachten dat deze uniforme kwaliteit ook geldt voor andere producten van de voedselketen, ongeacht het rechtsgebied waar zij verblijven;

B.  overwegende dat oneerlijke praktijken op dit gebied moeten worden uitgebannen om te voorkomen dat consumenten worden misleid, en dat dit grensoverschrijdende probleem alleen kan worden opgelost door middel van een sterke synergie op EU-niveau;

C.  overwegende dat er door erkende laboratoria in een aantal EU-landen, waaronder Bulgarije, de Tsjechische Republiek, Kroatië, Hongarije, Slovenië en Slowakije, recentelijk vergelijkende organoleptische tests en analyses zijn verricht van de inhoud en de etikettering van bepaalde producten die in die landen worden verkocht, die werden vergeleken met dezelfde producten uit andere landen; overwegende dat geen enkele Europese burger in de eengemaakte markt mag worden behandeld als tweederangsburger doordat hem producten worden aangeboden van eenzelfde merk maar van lagere kwaliteit dan in andere lidstaten;

D.  overwegende dat lidstaten afzonderlijk niet in staat zijn alle levensmiddelen te vergelijken met die welke in de overige lidstaten verkrijgbaar zijn; overwegende dat er een degelijke Europees methode moet komen die door alle actoren in de voedselvoorzieningsketen wordt aanvaard, alsook een gemeenschappelijk EU-orgaan of kennisgevings- of gegevensuitwisselingssysteem dat onmiddellijke toegang zou kunnen geven tot informatie over de samenstelling en de ingrediënten van een product; overwegende dat continu overleg van de Commissie met alle belanghebbenden – consumentenorganisaties, levensmiddelenfabrikanten en nationale autoriteiten binnen het Netwerk voor samenwerking met betrekking tot consumentenbescherming – essentieel is om een gemeenschappelijke methode te ontwikkelen om levensmiddelen in verschillende lidstaten met elkaar te vergelijken teneinde een duidelijker beeld te krijgen van de omvang van het probleem;

E.  overwegende dat alle consumenten in de EU dezelfde rechten hebben, maar dat uit de analyses blijkt dat bepaalde producenten en fabrikanten onder dezelfde merknaam producten hebben verkocht van verschillende kwaliteit, maar met een bedrieglijk identiek uiterlijk, en dat bepaalde producten in sommige landen minder van het hoofdingrediënt of ingrediënten van lagere kwaliteit bevatten dan in andere; overwegende dat dit probleem zich vaker voordoet in de lidstaten die sinds 2004 tot de EU zijn toegetreden; overwegende dat de analyses gevallen aan het licht hebben gebracht waarin dezelfde producten of producten met een bedrieglijk identiek uiterlijk maar van lagere kwaliteit of met een andere smaak, consistentie of andere sensorische kenmerken, werden verkocht tegen prijzen die sterk verschillen tussen het ene land en het andere; overwegende dat dit weliswaar niet in strijd is met de beginselen van de vrijemarkteconomie of met de huidige etiketteringsvoorschriften of andere levensmiddelenwetgeving, maar wel een vorm van misbruik van de merkidentiteit is en dus indruist tegen het beginsel dat alle consumenten gelijk worden behandeld;

F.  overwegende dat er ook gevallen zijn geweest van aanzienlijke verschillen in producten zoals babyvoeding, waardoor vraagtekens kunnen worden gezet bij de beginselen en claims van fabrikanten die beweren dat zij hun producten aanpassen aan lokale voorkeuren; overwegende dat sommige laboratoriumtests de bevinding opleveren dat producten van lagere kwaliteit minder gezonde combinaties van ingrediënten kunnen bevatten, wat indruist tegen het beginsel van gelijke behandeling van alle consumenten; overwegende dat sommige vertegenwoordigers van producenten en fabrikanten zijn overeengekomen hun recepten in bepaalde landen zo te wijzigen dat op de hele eengemaakte markt identieke producten worden aangeboden;

G.  overwegende dat er bij deze onaanvaardbare praktijken bekende multinationale ondernemingen in de agrovoedingssector betrokken zijn, die ernaar streven hun winsten te maximaliseren door gebruik te maken van de verschillen in koopkracht tussen lidstaten;

H.  overwegende dat consumenten zich er niet van bewust zijn dat producten van hetzelfde merk en met dezelfde verpakking worden afgestemd op de lokale voorkeur en smaak, en dat de uiteenlopende kwaliteit van producten doet vrezen dat niet alle lidstaten gelijk worden behandeld; overwegende dat de Europese Unie al verschillende keurmerken heeft ontwikkeld om tegemoet te komen aan specifieke verwachtingen van consumenten en rekening te houden met de specifieke productkenmerken die herkenbaar zijn dankzij het gebruik van kwaliteitsaanduidingen;

1.  is ingenomen met het feit dat het gemeenschappelijk centrum voor onderzoek (GCO) 2 miljoen EUR heeft ontvangen om een degelijkere Europese methode te ontwikkelen die door de diverse actoren wordt aanvaard, om richtsnoeren vast te stellen voor een geharmoniseerde testaanpak en om de methode te gebruiken om vergelijkende tests uit te voeren op levensmiddelen in verschillende lidstaten; merkt op dat er al analyses op hoog niveau zijn uitgevoerd en dat daarmee rekening moet worden gehouden bij het ontwerpen en invoeren van die methode; verwacht dat de tests zo spoedig mogelijk en bij voorkeur nog in 2018 klaar zijn; roept de betrokken autoriteiten van de lidstaten op actief deel te nemen aan deze tests en deze methode te integreren in hun werkpraktijk;

2.  herinnert eraan dat het volgens de huidige wetgeving is toegestaan om goederen van verschillende samenstelling of met verschillende kenmerken te verkopen, mits zij volledig in overeenstemming zijn met de EU-verordeningen en niet op een zodanige wijze in de handel worden gebracht dat de consument kan worden misleid; wijst erop dat consumenten een bepaalde perceptie hebben van de hoofdkenmerken van merkproducten en dat afwijkingen van legitieme, specifieke verwachtingen omtrent een product duidelijk moeten worden vermeld, in het bijzonder wanneer een product aanzienlijk van deze verwachtingen afwijkt; benadrukt dat er zo spoedig mogelijk maatregelen moeten worden genomen om praktijken uit te bannen die niet volledig gerechtvaardigd worden door de noodzaak om lokale ingrediënten te gebruiken, door aanpassing aan plaatselijke smaakvoorkeuren of door inspanningen om de volksgezondheid te bevorderen door de herformulering van voedingsstoffen, en dat die maatregelen duidelijk moeten worden gemaakt aan de consument;

3.  roept de Commissie op om, in het licht van de toewijzing van Europese fondsen voor analyses, verplicht te stellen dat de bevindingen van deze analyses openbaar worden gemaakt in alle EU-talen, zodat consumenten naar behoren kunnen worden geïnformeerd over de kwaliteit van de producten in kwestie en op basis daarvan hun keuzes kunnen maken;

4.  is ingenomen met de publieke interesse voor het onderwerp in de landen waar de analyses zijn uitgevoerd en merkt op dat het vertrouwen van burgers in de werking van de eengemaakte markt in het geding is, wat negatieve gevolgen kan hebben voor zowel de Unie als de verschillende betrokken belanghebbenden, waaronder de producenten en de fabrikanten;

5.  merkt op dat de eengemaakte markt toegankelijk is voor producenten en fabrikanten, maar dat de concurrentie hevig is, aangezien een aantal merken overal in de hele Unie bekend is en een goede reputatie geniet;

6.  merkt op dat het voor lokale producenten en fabrikanten moeilijk is deel te nemen aan de gemeenschappelijke markt, onder meer omdat zij niet over de nodige middelen beschikken of geen goede toegang tot de markt hebben en omdat zij op de markt te maken krijgen met hevige concurrentie;

7.  is van mening dat de EU het bestaande wetgevingskader moet verbeteren waarin de nodige bepalingen zijn opgenomen om ervoor te zorgen dat de consumenten worden geïnformeerd over levensmiddelen en dat zij bij het nemen van koopbeslissingen niet worden misleid door oneerlijke handelspraktijken van ondernemingen jegens consumenten, mede vanwege de zorg die bij de Europese burgers en in de sector bestaat over het feit dat verschillende producten die er bedrieglijk gelijk uitzien maar van verschillende kwaliteit en/of met verschillende ingrediënten onder dezelfde merknaam worden verkocht in verschillende lidstaten, gezien de schadelijke gevolgen van deze praktijken voor de werking van de interne markt;

8.  is van mening dat de autoriteiten van de lidstaten en consumentenbeschermingsorganisaties volledig gebruik moeten maken van de bestaande juridische procedures zoals die geschetst zijn in de mededeling van de Commissie van 26 september 2017 betreffende de toepassing van de EU-wetgeving inzake levensmiddelen- en consumentenbescherming op kwesties in verband met tweevoudige kwaliteit van producten (2017/C 327/01(1)) teneinde verstoring van de interne markt te voorkomen;

9.  is tevens van mening dat er een einde moet worden gemaakt aan de praktijk van "één merk, één product, verschillende inhoud en proportionele samenstelling" door middel van een wijziging van artikel 6 van Richtlijn 2005/29/EG van 11 mei 2005(2) en de lijst van praktijken van bijlage I daarbij betreffende oneerlijke handelspraktijken van ondernemingen jegens consumenten; pleit er sterk voor die wetswijzigingen in te voeren om te garanderen dat producten van hetzelfde merk maar van afwijkende kwaliteit of met andere ingrediënten, met verschillende etiketten op de markt worden gebracht en marktdeelnemers die zich aanhoudend schuldig maken aan oneerlijke praktijken streng te bestraffen en mogelijk zelfs te weren van bepaalde markten;

10.  roept de lidstaten en hun respectieve autoriteiten en laboratoria op analyses uit te voeren waarin de samenstelling van levensmiddelen – in het bijzonder producten van internationale merken en huismerken – wordt vergeleken en de resultaten te interpreteren, en dit te doen aan de hand van gemeenschappelijk overeengekomen normen, zoals die welke zijn ontwikkeld door het GCO in het kader van de paragraaf hierboven, producenten de mogelijkheid te bieden commentaar te leveren op de bevindingen voordat deze worden gepubliceerd en de resultaten op een objectieve en transparante manier te communiceren, waarbij de volledige verslagen toegankelijk worden gemaakt voor het publiek;

11.  is van mening dat fabrikanten niet moeten wachten tot de nieuwe wetgeving is ingevoerd, maar proactief moeten zijn en passende maatregelen moeten nemen om transparantie met betrekking tot de samenstelling van hun producten te waarborgen en de consumenten volledig te respecteren; is er voorstander van om burgers actief te betrekken bij het opsporen en aanpakken van producten van tweevoudige kwaliteit door middel van een Europees waarschuwingssysteem; is van mening dat er, zolang er geen verandering komt in die praktijken, een systeem zou kunnen worden opgezet om aan te geven dat er een lokaal recept is gebruikt, op een wijze die strookt met het recht van geïnformeerde keuze van de consument en die meer bekendheid geeft aan de initiatieven van fabrikanten inzake het gebruik van traditionele lokale praktijken; verzoekt de Commissie om nadere uitwerking van het concept van "referentieproduct" waarmee lokaal of regionaal aangepaste recepten kunnen worden vergeleken, waarna de verschillen duidelijk worden gemaakt aan de consument, alsook om het opzetten van een openbare gegevensbank voor consumenteninformatie waarin de specifieke criteria worden opgenomen die worden gehanteerd door fabrikanten en producenten van producten "met verschillende recepten" in een bepaalde lidstaat, met vermelding van de redenen om dergelijke strategieën toe te passen; prijst in dit verband het initiatief van de producenten die hebben aangekondigd dat zijn hun recepten zullen wijzigen;

12.  ondersteunt de initiatieven van producenten en fabrikanten inzake specifieke productetikettering, en herinnert eraan dat de Europese wetgeving al toestaat om facultatieve kwaliteitsaanduidingen te gebruiken zoals "beschermde oorsprongsbenaming" (BOB) en "beschermde geografische aanduiding" (BGA) voor producten die een specifieke band hebben met een bepaalde regio, "gegarandeerde traditionele specialiteit" (GTS) voor producten die worden gekenmerkt door een traditioneel productieproces en aanduidingen van producten uit bergstreken of uit de ultraperifere gebieden van de EU; benadrukt dat dergelijke systemen zowel het recht van de consument op een geïnformeerde keuze als de correcte werking van de eengemaakte markt waarborgen; meent dat misbruik met betrekking tot het gebruik van merknamen het meest doeltreffend kan worden bestreden door middel van het bevorderen van korte toeleveringsketens in de voedingsmiddelenindustrie en de ontwikkeling van lokale kwaliteitsmerken; beseft dat wanneer er twijfels ontstaan over agrovoedingsmiddelen en hun kwaliteit, dit negatieve gevolgen heeft voor de reputatie van landbouwers en het voedselverwerkingssysteem; roept de lidstaten, en met name de nationale consumenten- en voedselautoriteiten, op te garanderen dat het EU-consumentenacquis wordt nageleefd en de Europese wetgeving inzake veiligheid en de etikettering van voedingsmiddelen op nationaal niveau te handhaven;

13.  verzoekt de fabrikanten te overwegen een logo op de verpakking aan te brengen om aan te geven dat de inhoud en de kwaliteit van een product van een bepaald merk in een bepaalde verpakking in alle lidstaten gelijk zijn;

14.  dringt erop aan dat er met spoed capaciteit en mechanismen op EU-niveau worden ontwikkeld in een gespecialiseerde controle- en toezichtunit binnen een bestaand EU-orgaan (bijv. het GCO of de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA)), waarbij de bureaucratie tot een minimum wordt beperkt, om erop toe te zien dat de samenstelling en het proportioneel gebruik van ingrediënten gelijk zijn in levensmiddelen van hetzelfde merk en met dezelfde verpakking en om vergelijkende laboratoriumanalyses te beoordelen om dergelijke oneerlijke commerciële handelspraktijken bij het op de markt brengen van levensmiddelen op te sporen;

15.  roept op tot een betere samenwerking tussen nationale autoriteiten in het kader van de reeds bestaande wettelijke bepalingen, bijvoorbeeld binnen het Netwerk voor samenwerking met betrekking tot consumentenbescherming, indien nodig met de steun van bestaande Europese instellingen, en dan met name de EFSA, het Uitvoerend Agentschap voor consumenten, gezondheid, landbouw en voeding (Chafea) en het GCO;

16.  onderstreept hoe belangrijk het is dat het maatschappelijk middenveld de oneerlijke praktijken van fabrikanten en producenten aan het licht brengt en roept op tot meer steun voor maatschappelijke activiteiten en institutionele en individuele klokkenluiders op het gebied van voedselveiligheid en consumentenrechten;

17.  vreest dat, als de EU helemaal niet of traag handelt en op korte termijn geen maatregelen neemt om dit probleem aan te pakken, de burgers van de EU zullen vervreemden.

INFORMATIE OVER DE GOEDKEURINGIN DE ADVISERENDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

16.5.2018

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

41

1

1

Bij de eindstemming aanwezige leden

John Stuart Agnew, Clara Eugenia Aguilera García, Eric Andrieu, José Bové, Daniel Buda, Nicola Caputo, Matt Carthy, Jacques Colombier, Michel Dantin, Paolo De Castro, Albert Deß, Herbert Dorfmann, Norbert Erdős, Luke Ming Flanagan, Beata Gosiewska, Anja Hazekamp, Esther Herranz García, Jan Huitema, Peter Jahr, Ivan Jakovčić, Jarosław Kalinowski, Zbigniew Kuźmiuk, Philippe Loiseau, Mairead McGuinness, Ulrike Müller, James Nicholson, Maria Noichl, Laurenţiu Rebega, Bronis Ropė, Maria Lidia Senra Rodríguez, Ricardo Serrão Santos, Czesław Adam Siekierski, Maria Gabriela Zoană, Marco Zullo

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Paul Brannen, Elsi Katainen, Gabriel Mato, Susanne Melior, Momchil Nekov, Annie Schreijer-Pierik, Ramón Luis Valcárcel Siso, Thomas Waitz

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Birgit Collin-Langen

HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE ADVISERENDE COMMISSIE

41

+

ALDE

Jan Huitema, Ivan Jakovčić, Elsi Katainen, Ulrike Müller

ECR

Beata Gosiewska, Zbigniew Kuźmiuk, James Nicholson, Laurenţiu Rebega

EFDD

Marco Zullo

ENF

Jacques Colombier, Philippe Loiseau

GUE/NGL

Matt Carthy, Luke Ming Flanagan, Anja Hazekamp, Maria Lidia Senra Rodríguez

PPE

Daniel Buda, Birgit Collin-Langen, Michel Dantin, Albert Deß, Herbert Dorfmann, Norbert Erdős, Esther Herranz García, Peter Jahr, Jarosław Kalinowski, Gabriel Mato, Mairead McGuinness, Annie Schreijer-Pierik, Czesław Adam Siekierski, Ramón Luis Valcárcel Siso

S&D

Clara Eugenia Aguilera García, Eric Andrieu, Paul Brannen, Nicola Caputo, Susanne Melior, Momchil Nekov, Maria Noichl, Ricardo Serrão Santos, Maria Gabriela Zoană

Verts/ALE

José Bové, Bronis Ropė, Thomas Waitz

1

-

EFDD

John Stuart Agnew

1

0

S&D

Paolo De Castro

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding

(1)

PB C 327 van 29.9.2017, blz. 1.

(2)

PB L 149 van 11.6.2005, blz. 22.


BIJLAGE: LIJST VAN ENTITEITEN WAARVAN OF PERSONEN VAN WIE DE RAPPORTEUR INPUT HEEFT ONTVANGEN

De volgende lijst wordt op zuiver vrijwillige basis opgesteld onder de exclusieve bevoegdheid van de rapporteur. De rapporteur heeft bij de opstelling van het verslag tot het moment van goedkeuring in de commissie informatie ontvangen van de volgende entiteiten of personen:

Entiteit en/of persoon

ANEC

BEUC

Confederation of Commerce and Tourism, Republiek Tsjechië

dTest

EuroCommerce

European Heart Network

FoodDrinkEurope

Henkel

Independent Retail Europe

International Association for Soaps, Detergents and Maintenance Product Industry in Europe

Nestlé

Potravinářská komora České republiky

Vakbond van werknemers in de levensmiddelenindustrie van de Republiek Tsjechië

Universiteit voor Scheikunde en Technologie in Praag

Verbraucherzentrale


INFORMATIE OVER DE GOEDKEURINGIN DE BEVOEGDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

12.7.2018

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

33

3

1

Bij de eindstemming aanwezige leden

John Stuart Agnew, Dita Charanzová, Carlos Coelho, Sergio Gaetano Cofferati, Anna Maria Corazza Bildt, Daniel Dalton, Nicola Danti, Dennis de Jong, Pascal Durand, Maria Grapini, Liisa Jaakonsaari, Eva Maydell, Marlene Mizzi, Nosheena Mobarik, Jiří Pospíšil, Christel Schaldemose, Andreas Schwab, Olga Sehnalová, Jasenko Selimovic, Ivan Štefanec, Catherine Stihler, Richard Sulík, Róża Gräfin von Thun und Hohenstein, Mylène Troszczynski, Mihai Ţurcanu, Anneleen Van Bossuyt, Marco Zullo

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Biljana Borzan, Birgit Collin-Langen, Julia Reda, Marc Tarabella, Matthijs van Miltenburg, Sabine Verheyen

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Asim Ademov, Isabella De Monte, Sylvie Goddyn, Kateřina Konečná


HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

33

+

ALDE

Dita Charanzová, Matthijs van Miltenburg, Jasenko Selimovic

ECR

Daniel Dalton, Nosheena Mobarik, Richard Sulík, Anneleen Van Bossuyt

EFDD

Marco Zullo

GUE/NGL

Kateřina Konečná

PPE

Asim Ademov, Carlos Coelho, Birgit Collin-Langen, Anna Maria Corazza Bildt, Eva Maydell, Jiří Pospíšil, Andreas Schwab, Ivan Štefanec, Róża Gräfin von Thun und Hohenstein, Mihai Ţurcanu, Sabine Verheyen

S&D

Biljana Borzan, Sergio Gaetano Cofferati, Nicola Danti, Isabella De Monte, Maria Grapini, Liisa Jaakonsaari, Marlene Mizzi, Christel Schaldemose, Olga Sehnalová, Catherine Stihler, Marc Tarabella

VERTS/ALE

Pascal Durand, Julia Reda

3

-

EFDD

John Stuart Agnew

ENF

Sylvie Goddyn, Mylène Troszczynski

1

0

GUE/NGL

Dennis de Jong

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding

Laatst bijgewerkt op: 29 augustus 2018Juridische mededeling