Procedure : 2016/0359(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0269/2018

Ingediende teksten :

A8-0269/2018

Debatten :

PV 27/03/2019 - 25
CRE 27/03/2019 - 25

Stemmingen :

PV 28/03/2019 - 8.3

Aangenomen teksten :

P8_TA(2019)0321

VERSLAG     ***I
PDF 1330kWORD 193k
25.7.2018
PE 610.684v03-00 A8-0269/2018

over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende preventieve herstructureringsstelsels, een tweede kans en maatregelen ter verhoging van de efficiëntie van herstructurerings-, insolventie- en kwijtingsprocedures, en tot wijziging van Richtlijn 2012/30/EU

(COM(2016)0723 – C8-0475/2016 – 2016/0359(COD))

Commissie juridische zaken

Rapporteur: Angelika Niebler

AMENDEMENTEN
ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 ADVIES van de Commissie economische en monetaire zaken
 ADVIES van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken
 PROCEDURE VAN DE BEVOEGDE COMMISSIE
 HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende preventieve herstructureringsstelsels, een tweede kans en maatregelen ter verhoging van de efficiëntie van herstructurerings-, insolventie- en kwijtingsprocedures, en tot wijziging van Richtlijn 2012/30/EU

(COM(2016)0723 – C8-0475/2016 – 2016/0359(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2016)0723),

–  gezien artikel 294, lid 2, en de artikelen 53 en 114 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C8‑0475/2016),

–  gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien artikel 59 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie juridische zaken en de adviezen van de Commissie economische en monetaire zaken en de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken (A‑0269/2018),

1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.  verzoekt de Commissie om hernieuwde voorlegging aan het Parlement indien zij haar voorstel vervangt, ingrijpend wijzigt of voornemens is het ingrijpend te wijzigen;

3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

Amendement    1

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(1)  Deze richtlijn heeft als doel de belemmeringen voor het uitoefenen van fundamentele vrijheden zoals het vrije verkeer van kapitaal en de vrijheid van vestiging, die voortvloeien uit verschillen tussen nationale regelingen en procedures inzake preventieve herstructurering, insolventie en een tweede kans uit de weg te ruimen. De richtlijn wil deze belemmeringen uit de weg ruimen door ervoor te zorgen dat levensvatbare ondernemingen in financiële moeilijkheden toegang hebben tot doeltreffende nationale preventieve herstructureringsstelsels die hen in staat stellen hun activiteiten voort te zetten; dat eerlijke ondernemers met een overmatige schuldenlast na een redelijke termijn een tweede kans krijgen na een volledige kwijting van schulden; en dat de efficiëntie van herstructurerings-, insolventie- en kwijtingsprocedures wordt verhoogd, in het bijzonder om de duur ervan te verkorten.

(1)  Deze richtlijn heeft als doel bij te dragen tot de goede werking van de interne markt en de belemmeringen voor het uitoefenen van fundamentele vrijheden zoals het vrije verkeer van kapitaal en de vrijheid van vestiging, die voortvloeien uit verschillen tussen nationale regelingen en procedures inzake preventieve herstructurering, insolventie en een tweede kans uit de weg te ruimen. Deze richtlijn beoogt, zonder afbreuk te doen aan de grondrechten en fundamentele vrijheden van werknemers, deze belemmeringen uit de weg ruimen door ervoor te zorgen dat levensvatbare ondernemingen en ondernemers in financiële moeilijkheden, waaronder individuele ondernemers die levensvatbaar zijn, toegang hebben tot doeltreffende nationale preventieve herstructureringsstelsels die hen in staat stellen hun activiteiten voort te zetten; dat eerlijke ondernemers met een overmatige schuldenlast nadat zij onderworpen zijn geweest aan een insolventieprocedure, een tweede kans krijgen na een volledige kwijting van schulden; en dat de efficiëntie van herstructurerings-, insolventie- en kwijtingsprocedures wordt verhoogd, in het bijzonder om de duur ervan te verkorten.

Amendement    2

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(2)  De herstructurering moet ondernemingen in financiële moeilijkheden in staat stellen hun activiteiten geheel of gedeeltelijk voort te zetten, door de samenstelling, de voorwaarden of de structuur van hun activa en passiva of van hun kapitaalstructuur te wijzigen, met inbegrip van de verkoop van activa of bedrijfsonderdelen. Preventieve herstructureringsstelsels moeten de ondernemingen vooral in staat stellen om in een vroeg stadium te herstructureren en insolventie te vermijden. Deze stelsels moeten de totale waarde voor crediteuren, eigenaars en de economie in haar geheel maximaliseren en moeten voorkomen dat onnodig banen, kennis en vaardigheden verloren gaan. Zij moeten ook voorkomen dat het aantal oninbare leningen stijgt. In het herstructureringsproces moeten de rechten van alle betrokken partijen worden beschermd. Tegelijkertijd moeten niet-levensvatbare ondernemingen zonder overlevingskansen zo snel mogelijk worden vereffend.

(2)  De herstructurering en het resultaat van passende en uitvoerbare deskundigenonderzoeken moeten ondernemingen en persoonlijk aansprakelijke ondernemers in financiële moeilijkheden in staat stellen hun activiteiten geheel of gedeeltelijk voort te zetten, door de samenstelling, de voorwaarden of de structuur van hun activa en passiva of van hun kapitaalstructuur te wijzigen, met inbegrip van de verkoop van activa, bedrijfsonderdelen of het bedrijf zelf. Preventieve herstructureringsstelsels moeten de ondernemingen vooral in staat stellen om in een vroeg stadium snel te herstructureren en om insolventie of vereffening van levensvatbare bedrijven te voorkomen. Deze preventieve stelsels voor snelle herstructurering moeten voorkomen dat banen, kennis en vaardigheden verloren gaan en moeten de totale waarde voor crediteuren ten opzichte van wat zij gekregen zouden hebben bij vereffening van de activa van de onderneming en voor eigenaars en de economie in haar geheel maximaliseren. Zij moeten ook voorkomen dat het aantal oninbare leningen stijgt. In het herstructureringsproces moeten de rechten van alle betrokken partijen, waaronder de rechten van werknemers, worden beschermd. Tegelijkertijd moeten niet-levensvatbare ondernemingen zonder overlevingskansen zo snel mogelijk worden vereffend. Als er preventieve procedures voor snelle herstructurering beschikbaar zijn, zal dat ertoe leiden dat er maatregelen genomen worden voordat ondernemingen hun leningen niet meer kunnen afbetalen, waarmee het risico dat leningen in tijden van laagconjunctuur oninbaar worden, wordt verkleind en de negatieve gevolgen daarvan voor de financiële sector worden verzacht. Een aanzienlijk percentage ondernemingen en banen zou behouden kunnen blijven als er in alle lidstaten waar ondernemingen vestigingen, activa of crediteuren hebben, preventieve procedures voorhanden zouden zijn.

Amendement    3

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(3)  Er bestaan verschillen tussen de lidstaten wat betreft de procedures die beschikbaar zijn voor debiteuren in financiële moeilijkheden om hun onderneming te herstructureren. Bepaalde lidstaten hebben een beperkte reeks procedures, hetgeen betekent dat bedrijven alleen in staat zijn om in een relatief laat stadium te herstructureren, in het kader van insolventieprocedures. In andere lidstaten is herstructurering in een vroeger stadium mogelijk, maar zijn de beschikbare procedures niet zo doeltreffend als zij zouden kunnen zijn of zijn zij erg formeel, waardoor met name het gebruik van buitengerechtelijke procedures wordt beperkt. De nationale regels die ondernemers een tweede kans geven, door met name de schulden te kwijten die zij zijn aangegaan tijdens hun bedrijfsactiviteit, variëren tussen de lidstaten met betrekking tot de kwijtingstermijn en de voorwaarden voor een dergelijke kwijting.

(3)  Er bestaan verschillen tussen de lidstaten wat betreft de procedures die beschikbaar zijn voor debiteuren in financiële moeilijkheden om hun onderneming te herstructureren. Bepaalde lidstaten hebben een beperkte reeks procedures, hetgeen betekent dat bedrijven alleen in staat zijn om in een relatief laat stadium te herstructureren, in het kader van insolventieprocedures. In andere lidstaten is herstructurering in een vroeger stadium mogelijk, maar zijn de beschikbare procedures niet zo doeltreffend als zij zouden kunnen zijn of zijn zij erg formeel, waardoor met name het gebruik van buitengerechtelijke procedures wordt beperkt. Preventieve oplossingen zijn binnen het huidige insolventierecht een groeiende trend. Anders dan vroeger, toen ondernemingen in een crisis meestal werden vereffend, wordt steeds vaker de voorkeur gegeven aan maatregelen om de financiële gezondheid van ondernemingen die in een crisis verkeren te herstellen, of althans die delen ervan die nog levensvatbaar zijn te redden. Deze aanpak zorgt ervoor dat banen behouden blijven of minder banen onnodig verloren gaan. Ook de nationale regels op grond waarvan ondernemers een tweede kans wordt gegeven, met name door hun kwijtschelding te verlenen voor de schulden die zij in het kader van hun onderneming hebben gemaakt, lopen uiteen wat betreft de duur van de kwijtscheldingstermijn en de voorwaarden waaronder kwijtschelding kan worden verleend. Ook de mate van betrokkenheid van rechterlijke of administratieve instanties of door dergelijke instanties aangewezen gemachtigden loopt uiteen van minimale betrokkenheid in enkele lidstaten tot volledige betrokkenheid in andere lidstaten.

Amendement    4

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(5)  De buitensporige duur van herstructurerings-, insolventie- en kwijtingsprocedures in verscheidene lidstaten is een belangrijke factor die lage terugvorderingspercentages veroorzaakt en investeerders afschrikt om zaken te doen in rechtsgebieden waar procedures erg lang kunnen aanslepen.

(5)  De buitensporige duur van herstructurerings-, insolventie- en kwijtingsprocedures in verscheidene lidstaten is een belangrijke factor die lage terugvorderingspercentages veroorzaakt en investeerders afschrikt om zaken te doen in rechtsgebieden waar procedures erg lang kunnen aanslepen en onnodig veel kosten met zich mee kunnen brengen.

Amendement    5

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(6)  Al deze verschillen geven aanleiding tot extra kosten voor investeerders wanneer zij nagaan wat de kans is dat debiteuren financiële moeilijkheden krijgen in een of meerdere lidstaten en wat de kosten zijn van het herstructureren van bedrijven met vestigingen, crediteuren of activa in andere lidstaten, hetgeen zeer duidelijk het geval is bij de herstructurering van internationale groepen van bedrijven. Veel investeerders vermelden onzekerheid over insolventieregels of het risico van langdurige of complexe insolventieprocedures in een ander land als een belangrijke reden om niet te investeren of geen zakelijke betrekkingen aan te gaan buiten hun eigen land.

(6)  Al deze verschillen geven aanleiding tot extra kosten voor investeerders wanneer zij nagaan wat de kans is dat debiteuren financiële moeilijkheden krijgen in een of meerdere lidstaten of wanneer zij nagaan wat de risico's zijn die gepaard gaan met de overname van rendabele activiteiten van bedrijven in moeilijkheden en wat de kosten zijn van het herstructureren van bedrijven met vestigingen, crediteuren of activa in andere lidstaten, hetgeen zeer duidelijk het geval is bij de herstructurering van internationale groepen van bedrijven. Veel investeerders vermelden onzekerheid over insolventieregels of het risico van langdurige of complexe insolventieprocedures in een ander land als een belangrijke reden om niet te investeren of geen zakelijke betrekkingen aan te gaan buiten hun eigen land. Deze onzekerheid is een negatieve prikkel die ondernemers ervan weerhoudt gebruik te maken van hun recht op vrijheid van vestiging, de bevordering van ondernemerschap in de weg staat en de goede werking van de interne markt belemmert. Met name kleine en middelgrote ondernemingen hebben meestal niet de middelen die nodig zijn om de risico's die verbonden zijn aan grensoverschrijdende activiteiten te beoordelen.

Amendement    6

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

7.  Deze verschillen leiden tot ongelijke voorwaarden voor de toegang tot krediet en tot ongelijke terugvorderingspercentages in de lidstaten. Verdere harmonisatie op het gebied van herstructurering, insolventie en een tweede kans is dan ook onontbeerlijk voor een goed functionerende eengemaakte markt in het algemeen en voor een werkende kapitaalmarktenunie in het bijzonder.

7.  Deze verschillen leiden tot ongelijke voorwaarden voor de toegang tot krediet en tot ongelijke terugvorderingspercentages in de lidstaten. Verdere harmonisatie op het gebied van herstructurering, insolventie en een tweede kans is dan ook onontbeerlijk voor een goed functionerende eengemaakte markt in het algemeen en voor een werkende kapitaalmarktenunie in het bijzonder, en tevens voor de levensvatbaarheid van economische activiteiten en daarmee ook voor het behoud en het scheppen van werkgelegenheid. Tegelijkertijd kan verdere harmonisatie een bijdrage leveren aan de verwezenlijking van een gemeenschappelijk handelsrecht van de Unie.

Amendement    7

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 8 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(8 bis)  Algemeen wordt erkend dat herstructureringsoperaties, vooral operaties van grote omvang met aanzienlijke gevolgen, ten behoeve van alle belanghebbenden moeten worden toegelicht en gemotiveerd, waarbij uitgelegd wordt waarom men van plan is voor bepaalde maatregelen te kiezen om de beoogde doelstellingen te bereiken en welke alternatieven er nog zijn. Daarnaast moet ervoor gezorgd worden dat de werknemers op alle niveaus ten volle en op passende wijze bij het proces betrokken worden. De toelichting en motivering moeten tijdig worden opgesteld, zodat belanghebbenden raadplegingen kunnen organiseren voordat de onderneming een besluit neemt1bis.

 

_________________

 

1 bis Aangenomen teksten, P7_TA(2013)0005. Informatie voor en raadpleging van werknemers, anticipatie en beheer van herstructurering

Amendement    8

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 13

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

13.  Vooral kleine en middelgrote ondernemingen moeten profiteren van een meer coherente aanpak op het niveau van de Unie vermits zij niet over de nodige middelen beschikken om de hoge herstructureringskosten te dragen en om voordeel te halen uit de efficiëntere herstructureringsprocedures in bepaalde lidstaten. Dikwijls hebben kleine en middelgrote ondernemingen, vooral wanneer zij financiële moeilijkheden hebben, niet de middelen om een beroep te doen op professioneel advies, en daarom moet worden voorzien in instrumenten voor vroegtijdige waarschuwing om debiteuren te wijzen op de urgentie om op te treden. Om dergelijke ondernemingen te helpen tegen lage prijs te herstructureren, moeten ook op nationaal niveau modelplannen worden ontwikkeld en online beschikbaar worden gesteld. Debiteuren moeten deze kunnen gebruiken en aanpassen aan hun eigen behoeften en aan de specifieke kenmerken van hun onderneming.

13.  Ondernemingen, en met name kleine en middelgrote ondernemingen, die 99 % van alle ondernemingen in de Unie vormen, moeten profiteren van een meer coherente aanpak op het niveau van de Unie, omdat zij een onevenredig grote kans hebben om vereffend in plaats van geherstructureerd te worden en kosten moeten dragen die twee keer zo hoog zijn als de kosten die grotere ondernemingen moeten dragen bij grensoverschrijdende procedures, vergeleken met binnenlandse procedures. Kleine en middelgrote ondernemingen, met name als zij zich in financiële moeilijkheden bevinden, en werknemersvertegenwoordigers, hebben veelal niet de middelen die nodig zijn om hoge herstructureringskosten te kunnen dragen en te profiteren van de doeltreffender herstructureringsprocedures in een aantal lidstaten. Om dergelijke ondernemingen te helpen tegen lage prijs te herstructureren, moeten op nationaal niveau checklists voor herstructureringsplannen worden ontwikkeld, die elektronisch beschikbaar moeten worden gesteld. De lidstaten moeten bij de opstelling van deze checklists in het bijzonder rekening houden met de behoeften en specifieke kenmerken van kleine en middelgrote ondernemingen. Gelet op de beperkte mogelijkheden van kleine en middelgrote ondernemingen om professionele deskundigen in te schakelen, moet worden voorzien in instrumenten voor vroegtijdige waarschuwing, zodat debiteuren tijdig gewaarschuwd worden en snel kunnen handelen.

Amendement    9

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 13 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(13 bis)  Crediteuren en werknemers moeten een alternatief herstructureringsplan kunnen voorstellen. De lidstaten moeten bepalen onder welke voorwaarden een dergelijk plan mag worden voorgesteld.

Amendement    10

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 13 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(13 ter)  Om te zorgen voor een coherentere aanpak moet de Commissie overwegen een register van faillissementen in de Unie in te voeren, omdat dat de transparantie voor crediteuren zou vergroten en de toegang tot informatie, met name voor kleine en middelgrote ondernemingen en voor werknemers, zou vereenvoudigen.

Amendement    11

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 15

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(15)  Consumenten met een overmatige schuldenlast vormen een groot economisch en sociaal probleem dat nauw samenhangt met de verlaging van de overmatige schuldenlast. Het is bovendien vaak niet mogelijk om een duidelijk onderscheid te maken tussen de consumentenschulden en de bedrijfsschulden van een ondernemer. Een tweedekansregeling voor ondernemers zou niet doeltreffend zijn indien de ondernemer afzonderlijke procedures zou moeten doorlopen, met verschillende toegangsvoorwaarden en kwijtingstermijnen, om zijn zakelijke persoonlijke schulden en zijn niet-zakelijke persoonlijke schulden te kwijten. Om deze redenen moeten de lidstaten, hoewel deze richtlijn geen bindende regels inzake overmatige schuldenlast van consumenten bevat, de kwijtingsbepalingen ook op consumenten kunnen toepassen.

(15)  Consumenten met een overmatige schuldenlast vormen een groot economisch en sociaal probleem dat nauw samenhangt met de verlaging van de overmatige schuldenlast. Het is bovendien vaak niet mogelijk om een duidelijk onderscheid te maken tussen de consumentenschulden en de bedrijfsschulden van een ondernemer. Een tweedekansregeling voor ondernemers zou niet doeltreffend zijn indien de ondernemer afzonderlijke procedures zou moeten doorlopen, met verschillende toegangsvoorwaarden en kwijtingstermijnen, om zijn zakelijke persoonlijke schulden en zijn niet-zakelijke persoonlijke schulden te kwijten. Om deze redenen wordt de lidstaten aangeraden, hoewel deze richtlijn geen bindende regels inzake overmatige schuldenlast van consumenten bevat, de kwijtingsbepalingen ook zo snel mogelijk op consumenten te gaan toepassen.

Amendement    12

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 15 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(15 bis)  Om meer duidelijkheid te verkrijgen moeten de lidstaten en de Commissie een studie uitvoeren om de belangrijkste indicatoren voor een overmatige schuldenlast bij personen vast te stellen. Op basis van de resultaten van die studie moeten de lidstaten en de Commissie maatregelen vaststellen ter vaststelling van een systeem van instrumenten voor vroegtijdige waarschuwing voor het signaleren van een overmatige schuldenlast bij consumenten.

Amendement    13

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 16

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(16)  Hoe vroeger de debiteur zijn financiële moeilijkheden op het spoor kan komen en de nodige maatregelen kan nemen, hoe groter de kans is dat een nakende insolventie kan worden afgewend of, in het geval van een onderneming waarvan de levensvatbaarheid permanent onder druk staat, hoe ordentelijker en efficiënter het vereffeningsproces. Daarom moeten duidelijke informatie over de beschikbare preventieve herstructureringsprocedures en instrumenten voor vroegtijdige waarschuwing voorhanden zijn om debiteuren een stimulans te geven om snel stappen te ondernemen wanneer zij financiële problemen beginnen te ondervinden. Mogelijke mechanismen voor vroegtijdige waarschuwing moeten verplichtingen op het gebied van boekhouding en controle inhouden voor de debiteur of het management van de debiteur evenals meldingsplichten in het kader van leningsovereenkomsten. Daarnaast zouden ook derden met relevante informatie zoals boekhouders, belastings- en socialezekerheidsinstanties krachtens het nationale recht kunnen worden aangemoedigd of verplicht om een negatieve ontwikkeling te signaleren.

(16)  Hoe vroeger de debiteur, de ondernemer of de werknemersvertegenwoordiger zijn financiële moeilijkheden op het spoor kan komen en de nodige maatregelen kan nemen, hoe groter de kans is dat een nakende insolventie kan worden afgewend of, in het geval van een onderneming waarvan de levensvatbaarheid permanent onder druk staat, hoe ordentelijker en efficiënter het vereffeningsproces. Daarom moeten duidelijke informatie over de beschikbare preventieve herstructureringsprocedures en instrumenten voor vroegtijdige waarschuwing voorhanden zijn om debiteuren een stimulans te geven om snel stappen te ondernemen wanneer zij financiële problemen beginnen te ondervinden. Mogelijke mechanismen voor vroegtijdige waarschuwing moeten verplichtingen op het gebied van boekhouding en controle inhouden voor de debiteur of het management van de debiteur evenals meldingsplichten in het kader van leningsovereenkomsten. Daarnaast zouden ook derden met relevante informatie zoals boekhouders, belastings- en socialezekerheidsinstanties krachtens het nationale recht kunnen worden aangemoedigd of verplicht om een negatieve ontwikkeling te signaleren. Werknemersvertegenwoordigers moeten toegang hebben tot relevante informatie en het recht hebben om hun zorgen met andere betrokken actoren te delen. De lidstaten moeten de gelegenheid bieden om voor kennisgevingen en onlinecommunicatie gebruik te maken van nieuwe IT‑technologieën en moeten op een speciale website informatie plaatsen over het beschikbare systeem voor vroegtijdige waarschuwing.

Amendement    14

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 16 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(16 bis)  De fase van vroegtijdige waarschuwing, waarmee beoogd wordt op het ontstaan van een crisis te anticiperen, is bedoeld als ondersteunend mechanisme om debiteuren te attenderen op problemen en ze de mogelijkheid te bieden van een snelle analyse van en oplossing voor de economische en financiële moeilijkheden waarin de onderneming zich bevindt, door middel van het beschikbaar stellen – op vrijwillige basis – van diverse middelen, zonder evenwel bepaalde handelingen voor te schrijven en zonder dat het bestaan van een crisis per definitie aan derden wordt onthuld. Het is dan ook van belang om het aan de lidstaten over te laten om te besluiten de toegang tot het verplichte waarschuwingsinstrument tot de kleine en middelgrote ondernemingen te beperken in het licht van het feit dat de kleine en middelgrote ondernemingen zelf vaak niet in staat zijn om zelfstandig herstructureringsprocessen op gang te brengen vanwege een aantal factoren die hun concurrentiepositie verzwakken, zoals een te kleine omvang, gebrek aan krachtig corporate governance, aan doeltreffende operationele procedures en aan middelen voor monitoring en planning, en het feit dat zij zich minder goed kunnen veroorloven om dat te doen.

Amendement    15

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 17

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(17)  Er moet een herstructureringsstelsel beschikbaar zijn voor debiteuren waarmee zij hun financiële moeilijkheden in een vroeg stadium kunnen aanpakken, wanneer het erop lijkt dat hun insolventie nog kan worden voorkomen en de voortzetting van hun activiteiten kan worden verzekerd. Er moet een herstructureringsstelsel beschikbaar zijn voordat een debiteur insolvent wordt op grond van het nationale recht, dat wil zeggen voordat de debiteur de voorwaarden vervult om een collectieve insolventieprocedures aan te gaan, hetgeen normaal gepaard gaat met het gehele of gedeeltelijke verlies van zijn vermogen en de aanwijzing van een vereffenaar. Daarom moet een test van de levensvatbaarheid geen noodzakelijke voorwaarde zijn voor het aanknopen van onderhandelingen en het toekennen van een schorsing van tenuitvoerleggingsmaatregelen. De levensvatbaarheid van een onderneming moet meestal eerder een beoordeling zijn door de betrokken crediteuren waarvan de meerderheid instemt met bepaalde aanpassingen van hun vorderingen. Om te vermijden dat de procedures worden misbruikt, moet uit de financiële moeilijkheden van de debiteur echter een kans op insolventie blijken en moet het herstructureringsplan de insolventie van de debiteur kunnen voorkomen en de levensvatbaarheid van de onderneming kunnen waarborgen.

(17)  Er moet een herstructureringsstelsel beschikbaar zijn voor debiteuren waarmee zij hun financiële moeilijkheden in een vroeg stadium kunnen aanpakken, wanneer het erop lijkt dat hun insolventie nog kan worden voorkomen en de voortzetting van hun activiteiten kan worden verzekerd. Er moet een herstructureringsstelsel beschikbaar zijn voordat een debiteur insolvent wordt op grond van het nationale recht, dat wil zeggen voordat de debiteur de voorwaarden vervult om een collectieve insolventieprocedures aan te gaan, hetgeen normaal gepaard gaat met het gehele of gedeeltelijke verlies van zijn vermogen en de aanwijzing van een vereffenaar. De lidstaten moeten de toegang tot het herstructureringsstelsel kunnen beperken voor ondernemingen waarvan door een rechtbank in een lidstaat is vastgesteld dat deze de wettelijke verplichtingen inzake accounting en boekhouding niet hebben vervuld. Daarnaast moeten de lidstaten op verzoek van crediteuren en werknemersvertegenwoordigers toegang tot de herstructureringsstelsels kunnen verlenen. Daarom moet een test van de levensvatbaarheid geen noodzakelijke voorwaarde zijn voor het aanknopen van onderhandelingen en het toekennen van een schorsing van tenuitvoerleggingsmaatregelen. De levensvatbaarheid van een onderneming moet meestal eerder een beoordeling zijn door de betrokken crediteuren waarvan de meerderheid instemt met bepaalde aanpassingen van hun vorderingen. Om te vermijden dat de procedures worden misbruikt, moet uit de financiële moeilijkheden van de debiteur echter een kans op insolventie blijken en moet het herstructureringsplan de insolventie van de debiteur kunnen voorkomen en de levensvatbaarheid van de onderneming kunnen waarborgen.

Amendement    16

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 17 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(17 bis)  Het vervullen van de verplichtingen inzake accounting en boekhouding wordt beschouwd als een doeltreffend instrument voor ondernemingen en ondernemers om in het oog te houden of zij gevaar lopen hun schulden op de vervaldatum niet te kunnen betalen. Het is passend om ervoor te zorgen dat de lidstaten de toegang tot herstructureringsprocedures mogen beperken tot ondernemingen en ondernemers die deze verplichtingen inzake accounting en boekhouding nakomen.

Amendement    17

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 18

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(18)  Om de doeltreffendheid te bevorderen en om vertragingen en kosten te beperken, moeten nationale preventieve herstructureringsstelsels flexibele procedures omvatten die de betrokkenheid van gerechtelijke of administratieve instanties beperken tot situaties waarin dat noodzakelijk en evenredig is om de belangen van crediteuren en andere betrokken partijen die kunnen worden geraakt, te waarborgen. Om onnodige kosten te vermijden en de vroegtijdige aard van de procedure tot uiting te doen komen, moeten de debiteuren in principe de controle over hun activa en de dagelijkse werking van hun onderneming behouden. Het aanstellen van een deskundige op het gebied van herstructurering, of dit nu een bemiddelaar is die de onderhandelingen over een herstructureringsplan ondersteunt dan wel een insolventiedeskundige die toezicht houdt op de handelingen van de debiteur, moet niet altijd verplicht zijn, maar daarvoor moet per geval kunnen worden gekozen, afhankelijk van de omstandigheden van de zaak of van de specifieke behoeften van de debiteur. Voorts is niet noodzakelijk een gerechtelijk bevel nodig voor de opening van de herstructureringsprocedure, die informeel kan zijn zolang de rechten van derden niet worden aangetast. Niettemin moet er sprake zijn van een zekere mate van toezicht wanneer dat noodzakelijk is om de legitieme belangen van een of meerdere crediteuren of een andere belanghebbende partij te beschermen. Dit kan met name het geval zijn wanneer een algemene schorsing van individuele tenuitvoerleggingsmaatregelen wordt toegekend door de gerechtelijke of administratieve instantie of wanneer het noodzakelijk blijkt om een herstructureringsplan op te leggen aan niet-instemmende categorieën van crediteuren.

(18)  Om de doeltreffendheid te bevorderen en om vertragingen en kosten te beperken, moeten nationale preventieve herstructureringsstelsels flexibele procedures omvatten die de betrokkenheid van gerechtelijke of administratieve instanties beperken tot situaties waarin dat noodzakelijk en evenredig is om de belangen van crediteuren en andere betrokken partijen die kunnen worden geraakt, te waarborgen. Om onnodige kosten te vermijden en de vroegtijdige aard van de procedure tot uiting te doen komen, moeten de debiteuren in principe de controle over hun activa en de dagelijkse werking van hun onderneming behouden. Het aanstellen van een deskundige op het gebied van herstructurering, of dit nu een bemiddelaar is die de onderhandelingen over een herstructureringsplan ondersteunt dan wel een insolventiedeskundige die toezicht houdt op de handelingen van de debiteur, moet niet altijd verplicht zijn, maar daarvoor moet per geval kunnen worden gekozen, afhankelijk van de omstandigheden van de zaak of van de specifieke behoeften van de debiteur. De voorwaarden voor een dergelijke aanstelling moeten door de lidstaten worden vastgesteld. Er moet echter te allen tijde een deskundige worden aangesteld als er een schorsing is toegekend, als het herstructureringsplan door een gerechtelijke of administratieve instantie moet worden bevestigd door middel van een categorie-overschrijdende cram‑down, of als de debiteur of een meerderheid van de crediteuren daarom verzoekt. Voorts is niet noodzakelijk een gerechtelijk bevel nodig voor de opening van de herstructureringsprocedure, die informeel kan zijn zolang de rechten van derden niet worden aangetast. Niettemin moet er sprake zijn van een zekere mate van toezicht wanneer dat noodzakelijk is om de legitieme belangen van een of meerdere crediteuren of een andere belanghebbende partij te beschermen. Dit kan met name het geval zijn wanneer een algemene schorsing van individuele tenuitvoerleggingsmaatregelen wordt toegekend door de gerechtelijke of administratieve instantie of wanneer het noodzakelijk blijkt om een herstructureringsplan op te leggen aan niet-instemmende categorieën van crediteuren. Voorts moeten de lidstaten ervoor zorgen dat de vertegenwoordigers van de werknemers duidelijke en transparantie informatie krijgen.

Amendement    18

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 19

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(19)  Een debiteur moet de gerechtelijke of administratieve instantie om een tijdelijke schorsing van individuele tenuitvoerleggingsmaatregelen kunnen verzoeken, hetgeen ook de verplichting moet opschorten om de inleiding van een insolventieprocedure aan te vragen, indien deze handelingen een negatieve invloed kunnen hebben op onderhandelingen en de vooruitzichten van de herstructurering van de onderneming van de debiteur kunnen belemmeren. De schorsing van tenuitvoerleggingsmaatregelen zou algemeen kunnen zijn, in welk geval zij dus voor alle crediteuren geldt, of gericht kunnen zijn op afzonderlijke crediteuren. Met het oog op een goed evenwicht tussen de rechten van de debiteur en die van de crediteuren, mag de schorsing voor maximaal vier maanden worden toegekend. Complexe herstructureringen kunnen echter meer tijd vergen. De lidstaten kunnen besluiten dat de gerechtelijke of administratieve instantie in dergelijke gevallen een termijnverlenging kan toestaan, op voorwaarde dat er bewijs is dat de onderhandelingen over het herstructureringsplan goed vorderen en dat de crediteuren niet op oneerlijke wijze worden benadeeld. Indien verdere verlengingen worden toegekend, moet de gerechtelijke of administratieve instantie van oordeel zijn dat er een grote kans bestaat dat het herstructureringsplan zal worden goedgekeurd. De lidstaten moeten ervoor zorgen dat een verzoek om de initiële schorsingstermijn te verlengen, binnen een redelijke termijn wordt ingediend zodat de gerechtelijke of administratieve instanties tijdig een beslissing kunnen nemen. Wanneer een gerechtelijke of administratieve instantie geen beslissing neemt over de verlenging van de schorsing van tenuitvoerlegging voor het verstrijken van de termijn, mag de schorsing geen gevolgen meer hebben vanaf de dag waarop de schorsingstermijn verstrijkt. In het belang van de rechtszekerheid moet de totale termijn tot twaalf maanden worden beperkt.

(19)  Een debiteur moet de gerechtelijke of administratieve instantie om een tijdelijke schorsing van individuele tenuitvoerleggingsmaatregelen kunnen verzoeken, indien deze handelingen een negatieve invloed kunnen hebben op onderhandelingen en de vooruitzichten van de herstructurering van de onderneming van de debiteur kunnen belemmeren. Een dergelijk verzoek moet alleen kunnen worden gedaan als er voor de debiteur nog geen verplichting is ontstaan om een insolventieprocedure in te leiden. De schorsing van tenuitvoerleggingsmaatregelen zou algemeen kunnen zijn, in welk geval zij dus voor alle crediteuren geldt, of gericht kunnen zijn op afzonderlijke crediteuren, doch uitsluitend op die crediteuren die betrokken zijn bij de onderhandelingen. Met het oog op een goed evenwicht tussen de rechten van de debiteur en die van de crediteuren, mag de schorsing voor maximaal vier maanden worden toegekend. Complexe herstructureringen kunnen echter meer tijd vergen. De lidstaten kunnen besluiten dat de gerechtelijke of administratieve instantie in dergelijke gevallen een termijnverlenging kan toestaan, op voorwaarde dat er bewijs is dat de onderhandelingen over het herstructureringsplan goed vorderen en dat de crediteuren niet op oneerlijke wijze worden benadeeld. Het zijn de lidstaten die de nadere voorwaarden voor verlenging van de schorsing moeten vaststellen. Indien verdere verlengingen worden toegekend, moet de gerechtelijke of administratieve instantie van oordeel zijn dat er een grote kans bestaat dat het herstructureringsplan zal worden goedgekeurd. De lidstaten moeten ervoor zorgen dat een verzoek om de initiële schorsingstermijn te verlengen, binnen een redelijke termijn wordt ingediend zodat de gerechtelijke of administratieve instanties tijdig een beslissing kunnen nemen. Wanneer een gerechtelijke of administratieve instantie geen beslissing neemt over de verlenging van de schorsing van tenuitvoerlegging voor het verstrijken van de termijn, mag de schorsing geen gevolgen meer hebben vanaf de dag waarop de schorsingstermijn verstrijkt. In het belang van de rechtszekerheid moet de totale termijn tot tien maanden worden beperkt. Wanneer een onderneming echter in de drie maanden voorafgaand aan een verzoek om schorsing haar statutaire zetel heeft overgebracht naar een andere lidstaat, moet de totale duur van de schorsing beperkt blijven tot twee maanden.

Amendement    19

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 20

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(20)  Om ervoor te zorgen dat de crediteuren geen nadeel ondervinden, mag de schorsing niet worden toegekend, of als dat wel het geval is, niet worden verlengd of moet zij worden ingetrokken wanneer crediteuren op oneerlijke wijze worden benadeeld door de schorsing van tenuitvoerlegging. Om te bepalen of er sprake is van oneerlijke benadeling van crediteuren, kunnen de gerechtelijke of administratieve instanties rekening houden met de vraag of de schorsing de totale waarde van de boedel zou behouden, of de debiteur te kwader trouw handelt of met de intentie nadeel te berokkenen, of in het algemeen ingaat tegen de legitieme verwachtingen van de gezamenlijke crediteuren. Een afzonderlijke crediteur of categorie van crediteuren zou oneerlijk worden benadeeld door de schorsing wanneer hun vorderingen bijvoorbeeld aanzienlijk slechter af zouden zijn als gevolg van de schorsing dan wanneer de schorsing niet was toegekend, of wanneer de crediteur een groter nadeel ondervindt dan andere crediteuren in een gelijkaardige positie.

(20)  Om ervoor te zorgen dat de crediteuren geen nadeel ondervinden, mag de schorsing niet worden toegekend, of als dat wel het geval is, niet worden verlengd of moet zij worden ingetrokken wanneer crediteuren op oneerlijke wijze worden benadeeld door de schorsing van tenuitvoerlegging of wanneer de wettelijke verplichting om een insolventieprocedure in te leiden al is ontstaan. Om te bepalen of er sprake is van oneerlijke benadeling van crediteuren, kunnen de gerechtelijke of administratieve instanties rekening houden met de vraag of de schorsing de totale waarde van de boedel zou behouden, of de debiteur te kwader trouw handelt of met de intentie nadeel te berokkenen, of in het algemeen ingaat tegen de legitieme verwachtingen van de gezamenlijke crediteuren. Een afzonderlijke crediteur of categorie van crediteuren zou oneerlijk worden benadeeld door de schorsing wanneer hun vorderingen bijvoorbeeld aanzienlijk slechter af zouden zijn als gevolg van de schorsing dan wanneer de schorsing niet was toegekend, of wanneer de crediteur een groter nadeel ondervindt dan andere crediteuren in een gelijkaardige positie.

Amendement    20

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 23

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(23)  Crediteuren moeten het recht hebben om de schorsing aan te vechten, zodra zij door een gerechtelijke of administratieve instantie is toegekend. Wanneer de schorsing niet langer noodzakelijk is om de goedkeuring van een herstructureringsplan te bevorderen, bijvoorbeeld omdat het duidelijk is dat de herstructurering niet voldoende steun krijgt van een meerderheid van crediteuren, zoals vereist krachtens het nationale recht, moeten crediteuren ook de opheffing van de schorsing kunnen vragen.

(23)  Crediteuren moeten het recht hebben om de schorsing aan te vechten, zodra zij door een gerechtelijke of administratieve instantie is toegekend. Wanneer de schorsing niet langer noodzakelijk is om de goedkeuring van een herstructureringsplan te bevorderen, bijvoorbeeld omdat het duidelijk is dat de herstructurering niet voldoende steun krijgt van een meerderheid van crediteuren, zoals vereist krachtens het nationale recht, moeten crediteuren ook de opheffing van de schorsing kunnen vragen. Ook individuele crediteuren of een categorie van crediteuren moeten het recht hebben om de schorsing aan te vechten als zij oneerlijk worden benadeeld door het plan, of kwetsbare crediteuren zijn die zich in aanzienlijke economische moeilijkheden bevinden.

Amendement    21

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 24

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(24)  Alle crediteuren die bij het herstructureringsplan zijn betrokken en, wanneer dat krachtens het nationale recht is toegestaan, houders van eigenvermogensinstrumenten, moeten het recht hebben om te stemmen over de goedkeuring van een herstructureringsplan. Partijen die niet bij het herstructureringsplan zijn betrokken, mogen geen stemrecht hebben over het plan en evenmin mag hun steun worden vereist voor de goedkeuring van een plan. De stemming kan de vorm aannemen van een formele stemprocedure of van een overleg en overeenstemming met de vereiste meerderheid van de betrokken partijen. Wanneer de stemming echter de vorm aanneemt van een overleg en overeenstemming, moeten de betrokken partijen wier instemming niet noodzakelijk was, toch de mogelijkheid krijgen om zich bij het herstructureringsplan aan te sluiten.

(24)  Alle crediteuren die bij het herstructureringsplan betrokken zijn, waaronder werknemers, en, wanneer dat krachtens het nationale recht is toegestaan, houders van eigenvermogensinstrumenten, moeten het recht hebben om te stemmen over de goedkeuring van een herstructureringsplan. Partijen die niet bij het herstructureringsplan zijn betrokken, mogen geen stemrecht hebben over het plan en evenmin mag hun steun worden vereist voor de goedkeuring van een plan. De stemming kan de vorm aannemen van een formele stemprocedure of van een overleg en overeenstemming met de vereiste meerderheid van de betrokken partijen. Wanneer de stemming echter de vorm aanneemt van een overleg en overeenstemming, moeten de betrokken partijen wier instemming niet noodzakelijk was, toch de mogelijkheid krijgen om zich bij het herstructureringsplan aan te sluiten. De lidstaten moeten tevens waarborgen, voor zover dat geoorloofd is krachtens de nationale wetgeving en praktijk, dat het plan door de werknemers wordt bevestigd als het veranderingen met zich meebrengt voor de arbeidsorganisatie of voor arbeidsovereenkomsten.

Amendement    22

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 25

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(25)  Om ervoor te zorgen dat rechten die substantieel gelijkaardig zijn, ook op dezelfde manier worden behandeld en dat herstructureringsplannen kunnen worden goedgekeurd zonder op oneerlijke wijze afbreuk te doen aan de rechten van de betrokken partijen, moeten de betrokken partijen behandeld worden in afzonderlijke categorieën die de criteria voor het vormen van categorieën krachtens het nationale recht weerspiegelen. Minimaal moeten crediteuren met zekerheid en crediteuren zonder zekerheid steeds als afzonderlijke categorieën worden behandeld. In het nationale recht kan worden bepaald dat door een zekerheid gedekte vorderingen kunnen worden onderverdeeld in door een zekerheid gedekte en niet door een zekerheid gedekte vorderingen op basis van de waardering van de zekerheid. In het nationale recht kunnen ook specifieke regels worden vastgesteld ter ondersteuning van de vorming van categorieën, waarbij niet-gediversifieerde of op andere wijze kwetsbare crediteuren, zoals werknemers of kleine leveranciers, zouden profiteren van deze vorming van categorieën. In elk geval moet het nationale recht ervoor zorgen dat aangelegenheden die van bijzonder belang zijn voor de vorming van categorieën, zoals vorderingen van verbonden partijen, adequaat worden behandeld, en moet het regels bevatten over voorwaardelijke vorderingen en betwiste vorderingen. De gerechtelijke of administratieve instantie moet de vorming van categorieën onderzoeken wanneer een herstructureringsplan ter bevestiging wordt ingediend, maar de lidstaten zouden kunnen bepalen dat deze instanties ook de vorming van categorieën in een vroeg stadium kunnen onderzoeken, ingeval de voorsteller van het plan op voorhand geldigverklaring of advies vraagt.

(25)  Om ervoor te zorgen dat rechten die substantieel gelijkaardig zijn, ook op dezelfde manier worden behandeld en dat herstructureringsplannen kunnen worden goedgekeurd zonder op oneerlijke wijze afbreuk te doen aan de rechten van de betrokken partijen, moeten de betrokken partijen behandeld worden in afzonderlijke categorieën die de criteria voor het vormen van categorieën krachtens het nationale recht weerspiegelen. Als de werknemers door het plan worden geraakt, moeten zij als een afzonderlijke categorie worden beschouwd.Minimaal moeten crediteuren met zekerheid en crediteuren zonder zekerheid steeds als afzonderlijke categorieën worden behandeld. In het nationale recht kan worden bepaald dat door een zekerheid gedekte vorderingen kunnen worden onderverdeeld in door een zekerheid gedekte en niet door een zekerheid gedekte vorderingen op basis van de waardering van de zekerheid. In het nationale recht kunnen ook specifieke regels worden vastgesteld ter ondersteuning van de vorming van categorieën, waarbij niet-gediversifieerde of op andere wijze kwetsbare crediteuren, zoals werknemers of kleine leveranciers, zouden profiteren van deze vorming van categorieën. In elk geval moet het nationale recht ervoor zorgen dat aangelegenheden die van bijzonder belang zijn voor de vorming van categorieën, zoals vorderingen van verbonden partijen, adequaat worden behandeld, en moet het regels bevatten over voorwaardelijke vorderingen en betwiste vorderingen. De gerechtelijke of administratieve instantie moet de vorming van categorieën onderzoeken wanneer een herstructureringsplan ter bevestiging wordt ingediend, maar de lidstaten zouden kunnen bepalen dat deze instanties ook de vorming van categorieën in een vroeg stadium kunnen onderzoeken, ingeval de voorsteller van het plan op voorhand geldigverklaring of advies vraagt.

Amendement    23

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 26

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(26)  De vereiste meerderheden moeten in het nationale recht worden vastgesteld om ervoor te zorgen dat een minderheid van betrokken partijen in elke categorie de goedkeuring van het herstructureringsplan niet kan verhinderen, wanneer dat niet op oneerlijke wijze hun rechten en belangen aantast. Zonder een meerderheidsregel die niet-instemmende, door een zekerheid gedekte crediteuren bindt, zou een vroege herstructurering in veel gevallen niet mogelijk zijn, bijvoorbeeld wanneer een financiële herstructurering nodig is, maar de onderneming verder wel levensvatbaar is. Om ervoor te zorgen dat partijen inspraak hebben in de goedkeuring van herstructureringsplannen die in verhouding staat tot de belangen die zij in de onderneming hebben, moet de vereiste meerderheid gebaseerd moeten zijn op het bedrag van de vorderingen van de crediteuren of van de belangen van houders van eigenvermogensinstrumenten in een specifieke categorie.

(26)  De vereiste meerderheden moeten in het nationale recht worden vastgesteld om ervoor te zorgen dat een minderheid van betrokken partijen in elke categorie de goedkeuring van het herstructureringsplan niet kan verhinderen, wanneer dat niet op oneerlijke wijze hun rechten en belangen aantast. Zonder een meerderheidsregel die niet-instemmende, door een zekerheid gedekte crediteuren bindt, zou een vroege herstructurering in veel gevallen niet mogelijk zijn, bijvoorbeeld wanneer een financiële herstructurering nodig is, maar de onderneming verder wel levensvatbaar is. Om ervoor te zorgen dat alle partijen een eerlijke behandeling krijgen bij de goedkeuring van herstructureringsplannen moet de vereiste meerderheid een meerderheid vertegenwoordigen wat betreft het bedrag van de vorderingen van de crediteuren of van de belangen van houders van eigenvermogensinstrumenten in een specifieke categorie, alsook een meerderheid van crediteuren in deze categorie.

Amendement    24

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 28

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(28)  Terwijl een herstructureringsplan altijd als goedgekeurd moet worden beschouwd indien de vereiste meerderheid in elke betrokken categorie het plan steunt, kan een herstructureringsplan dat niet de steun heeft van de vereiste meerderheid in elke betrokken categorie, toch nog door een gerechtelijke of administratieve instantie worden bevestigd, op voorwaarde dat het de steun krijgt van ten minste één betrokken categorie van crediteuren en dat niet-instemmende categorieën niet op oneerlijke wijze worden benadeeld op grond van het voorgestelde plan (het mechanisme van de categorie-overschrijdende cram-down). Het plan moet met name in overeenstemming zijn met de regel van absolute voorrang, die ervoor zorgt dat een niet-instemmende categorie van crediteuren volledig wordt betaald voordat meer ondergeschikte categorieën iets krijgen of een belang kunnen laten gelden in het kader van het herstructureringsplan. De regel van absolute voorrang geldt als basis voor de waarde die in het kader van de herstructurering onder de crediteuren wordt verdeeld. De regel van absolute voorrang impliceert ook dat geen enkele categorie van crediteuren in het kader van het herstructureringsplan economische waarden of voordelen kan ontvangen of houden die groter zijn dan het volledige bedrag van de vorderingen of belangen in de betrokken categorie. De regel van absolute voorrang maakt het mogelijk om, in vergelijking met de kapitaalstructuur van de onderneming in herstructurering, te bepalen welke waarde de partijen in het kader van het herstructureringsplan moeten ontvangen op basis van de waarde van het bedrijf als going concern.

(28)  Terwijl een herstructureringsplan altijd als goedgekeurd moet worden beschouwd indien de vereiste meerderheid in elke betrokken categorie, alsook de meerderheid van de crediteuren het plan steunt, kan een herstructureringsplan dat niet de steun heeft van de vereiste meerderheid toch nog door een gerechtelijke of administratieve instantie worden bevestigd, op voorwaarde dat het de steun krijgt van de meerderheid van de betrokken crediteuren en dat niet-instemmende categorieën niet op oneerlijke wijze worden benadeeld op grond van het voorgestelde plan (het mechanisme van de categorie-overschrijdende cram-down). Bevestiging door een gerechtelijke of administratieve instantie moet ook verlangd worden als door het plan meer dan 25 % van de banen verloren gaat. Het plan moet met name in overeenstemming zijn met de regel van absolute voorrang, die ervoor zorgt dat een niet-instemmende categorie van crediteuren volledig wordt betaald voordat meer ondergeschikte categorieën iets krijgen of een belang kunnen laten gelden in het kader van het herstructureringsplan. De regel van absolute voorrang geldt als basis voor de waarde die in het kader van de herstructurering onder de crediteuren wordt verdeeld. De regel van absolute voorrang impliceert ook dat geen enkele categorie van crediteuren in het kader van het herstructureringsplan economische waarden of voordelen kan ontvangen of houden die groter zijn dan het volledige bedrag van de vorderingen of belangen in de betrokken categorie. De regel van absolute voorrang maakt het mogelijk om, in vergelijking met de kapitaalstructuur van de onderneming in herstructurering, te bepalen welke waarde de partijen in het kader van het herstructureringsplan moeten ontvangen op basis van de waarde van het bedrijf als going concern. Bovendien moet als voorwaarde voor bevestiging gelden dat de werknemersvertegenwoordigers naar behoren zijn geïnformeerd.

Amendement    25

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 29

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(29)  De legitieme belangen van aandeelhouders of houders van andere eigenvermogensinstrumenten moeten weliswaar worden beschermd, maar de lidstaten moeten ervoor zorgen dat aandeelhouders niet op onredelijke wijze de goedkeuring kunnen blokkeren van herstructureringsplannen die de debiteur opnieuw levensvatbaar zouden maken. Zo mag de goedkeuring van een herstructureringsplan niet afhangen van de instemming van de out-of-the-money-houders van eigenvermogensinstrumenten, namelijk houders van eigenvermogensinstrumenten die bij een waardering van de onderneming geen betaling of andere vergoeding zouden krijgen bij toepassing van de normale rangorde van voorrang bij vereffening. De lidstaten kunnen verschillende middelen inzetten om dit doel te bereiken, bijvoorbeeld door houders van eigenvermogensinstrumenten niet het recht te geven om te stemmen over een herstructureringsplan. Wanneer houders van eigenvermogensinstrumenten het recht hebben om over een herstructureringsplan te stemmen, moet echter een gerechtelijke of administratieve instantie het plan kunnen bevestigen, niettegenstaande de niet-instemming een of meerdere categorieën van houders van eigenvermogensinstrumenten, via een categorie-overschrijdende cram-down-mechanisme. Het is mogelijk dat meerdere categorieën houders van eigenvermogensinstrumenten nodig zijn wanneer verschillende categorieën aandeelhouders met verschillende rechten bestaan. Houders van eigenvermogensinstrumenten van kleine en middelgrote ondernemingen die niet louter investeerder, maar ook eigenaar van de zaak zijn en daaraan op andere manieren bijdragen, zoals met managementexpertise, hebben misschien geen stimulans om in die omstandigheden te herstructureren. Om die reden moet het categorie-overschrijdende cram-down-mechanisme optioneel blijven voor de voorsteller van het plan.

(29)  De legitieme belangen van aandeelhouders of houders van andere eigenvermogensinstrumenten moeten weliswaar worden beschermd, maar de lidstaten moeten ervoor zorgen dat aandeelhouders niet op onredelijke wijze de goedkeuring kunnen blokkeren van herstructureringsplannen die de debiteur opnieuw levensvatbaar zouden maken en die gesteund worden door een meerderheid van de categorieën. Zo mag de goedkeuring van een herstructureringsplan niet afhangen van de instemming van de out-of-the-money-houders van eigenvermogensinstrumenten, namelijk houders van eigenvermogensinstrumenten die bij een waardering van de onderneming geen betaling of andere vergoeding zouden krijgen bij toepassing van de normale rangorde van voorrang bij vereffening. De lidstaten kunnen verschillende middelen inzetten om dit doel te bereiken, bijvoorbeeld door houders van eigenvermogensinstrumenten niet het recht te geven om te stemmen over een herstructureringsplan. Wanneer houders van eigenvermogensinstrumenten het recht hebben om over een herstructureringsplan te stemmen, moet echter een gerechtelijke of administratieve instantie het plan kunnen bevestigen, niettegenstaande de niet-instemming een of meerdere categorieën van houders van eigenvermogensinstrumenten, via een categorie-overschrijdende cram-down-mechanisme. Het is mogelijk dat meerdere categorieën houders van eigenvermogensinstrumenten nodig zijn wanneer verschillende categorieën aandeelhouders met verschillende rechten bestaan. Houders van eigenvermogensinstrumenten van kleine en middelgrote ondernemingen die niet louter investeerder, maar ook eigenaar van de zaak zijn en daaraan op andere manieren bijdragen, zoals met managementexpertise, hebben misschien geen stimulans om in die omstandigheden te herstructureren. Om die reden moet het categorie-overschrijdende cram-down-mechanisme optioneel blijven voor de voorsteller van het plan.

Amendement    26

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 29 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(29 bis)  Met het oog op zijn tenuitvoerlegging moet het herstructureringsplan in de mogelijkheid voorzien dat houders van eigenvermogensinstrumenten van kleine en middelgrote ondernemingen een niet-monetaire bijdrage aan de herstructurering leveren door bijvoorbeeld hun ervaring, reputatie of zakelijke contacten in te brengen.

Amendement    27

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 31

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(31)  Het succes van een herstructureringsplan kan dikwijls afhangen van de vraag of er financiële middelen voorhanden zijn om eerst de werking van de onderneming te ondersteunen tijdens de onderhandelingen over de herstructurering en vervolgens ook de uitvoering van het herstructureringsplan na de bevestiging ervan. Nieuwe of tussentijdse financiering moet dan ook gevrijwaard worden van vorderingen tot nietigverklaring die als doel hebben deze financiering als een voor de gezamenlijke crediteuren nadelige rechtshandeling nietig, vernietigbaar of niet-tegenwerpbaar te laten verklaren in het kader van daaropvolgende insolventieprocedures. Nationaal insolventierecht dat in vorderingen tot nietigverklaring voorziet als en wanneer de debiteur uiteindelijk insolvent wordt of bepaalt dat nieuwe kredietverstrekkers burgerlijke, administratieve of strafrechtelijke sancties kunnen oplopen voor het verlenen van krediet aan debiteuren in financiële moeilijkheden, bedreigt de beschikbaarheid van de financiering die nodig is voor de succesvolle onderhandelingen over en uitvoering van een herstructureringsplan. Anders dan bij nieuwe financiering die door een gerechtelijke of administratieve instantie moet worden bevestigd in het kader van een herstructureringsplan, weten de partijen, wanneer tussentijdse financiering wordt verleend, niet of het plan uiteindelijk zal worden bevestigd. Het beperken van de bescherming van tussentijdse financiering tot gevallen waar het plan door crediteuren wordt goedgekeurd of door een gerechtelijke of administratieve instantie wordt bevestigd, zou het verstrekken van dit soort financiering ontmoedigen. Om eventueel misbruik te vermijden mag alleen financiering die redelijkerwijs en onmiddellijk noodzakelijk is voor de verdere werking of het overleven van de onderneming van de debiteur of voor het behoud of het vergroten van de waarde van die onderneming, worden beschermd, in afwachting van de bevestiging van dat plan. Bescherming tegen vorderingen tot nietigverklaring en bescherming tegen persoonlijke aansprakelijkheid zijn minimale waarborgen die aan tussentijdse en nieuwe financiering worden toegekend. Om nieuwe kredietverstrekkers aan te moedigen om het verhoogde risico te nemen in een levensvatbare debiteur in financiële moeilijkheden te investeren, zijn wellicht verdere stimulansen nodig, bijvoorbeeld door aan deze financiering ten minste voorrang te geven tegenover niet door een zekerheid gedekte vorderingen in daaropvolgende insolventieprocedures.

(31)  Het succes van een herstructureringsplan kan dikwijls afhangen van de vraag of er financiële middelen voorhanden zijn om eerst de werking van de onderneming te ondersteunen tijdens de onderhandelingen over de herstructurering en vervolgens ook de uitvoering van het herstructureringsplan na de bevestiging ervan. Nieuwe of tussentijdse financiering moet dan ook gevrijwaard worden van vorderingen tot nietigverklaring die als doel hebben deze financiering als een voor de gezamenlijke crediteuren nadelige rechtshandeling nietig, vernietigbaar of niet-tegenwerpbaar te laten verklaren in het kader van daaropvolgende insolventieprocedures. Nationaal insolventierecht dat in vorderingen tot nietigverklaring voorziet als en wanneer de debiteur uiteindelijk insolvent wordt of bepaalt dat nieuwe kredietverstrekkers burgerlijke, administratieve of strafrechtelijke sancties kunnen oplopen voor het verlenen van krediet aan debiteuren in financiële moeilijkheden, bedreigt de beschikbaarheid van de financiering die nodig is voor de succesvolle onderhandelingen over en uitvoering van een herstructureringsplan. Anders dan bij nieuwe financiering die door een gerechtelijke of administratieve instantie moet worden bevestigd in het kader van een herstructureringsplan, weten de partijen, wanneer tussentijdse financiering wordt verleend, niet of het plan uiteindelijk zal worden bevestigd. Het beperken van de bescherming van tussentijdse financiering tot gevallen waar het plan door crediteuren wordt goedgekeurd of door een gerechtelijke of administratieve instantie wordt bevestigd, zou het verstrekken van dit soort financiering ontmoedigen. Om eventueel misbruik te vermijden mag alleen financiering die redelijkerwijs en onmiddellijk noodzakelijk is voor de verdere werking of het overleven van de onderneming van de debiteur of voor het behoud of het vergroten van de waarde van die onderneming, worden beschermd, in afwachting van de bevestiging van dat plan. Bescherming tegen vorderingen tot nietigverklaring en bescherming tegen persoonlijke aansprakelijkheid zijn minimale waarborgen die aan tussentijdse en nieuwe financiering worden toegekend.

Amendement    28

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 32

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(32)  De belanghebbende betrokken partijen moeten tegen een besluit of beslissing over de bevestiging van een herstructureringsplan beroep of hoger beroep kunnen instellen. Om de doeltreffendheid van het plan te waarborgen, de onzekerheid te beperken en ongerechtvaardigde termijnen te vermijden, mogen die beroepen geen schorsende werking hebben op de uitvoering van een plan. Wanneer is aangetoond dat minderheidscrediteuren een niet te rechtvaardigen nadeel hebben geleden in het kader van het plan, moeten de lidstaten overwegen om, als alternatief voor de nietigverklaring van het plan, te voorzien in financiële compensatie voor de respectieve niet-instemmende crediteuren, die moet worden betaald door de debiteur of de crediteuren die voor het plan stemden.

(32)  De belanghebbende betrokken partijen moeten tegen een besluit of beslissing over de bevestiging van een herstructureringsplan beroep of hoger beroep kunnen instellen. Om de doeltreffendheid van het herstructureringsplan te waarborgen, de onzekerheid te beperken en ongerechtvaardigde termijnen te vermijden, mogen die beroepen geen schorsende werking hebben op de uitvoering van een plan. Wanneer is aangetoond dat minderheidscrediteuren een niet te rechtvaardigen nadeel hebben geleden in het kader van het plan, moeten de lidstaten overwegen om, als alternatief voor nietigverklaring van het herstructureringsplan, te voorzien in financiële compensatie voor de respectieve niet-instemmende crediteuren, die moet worden betaald door de debiteur of de crediteuren die voor het plan stemden, met uitzondering van de categorie werknemers.

Amendement    29

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 34

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(34)  Tijdens de preventieve herstructureringsprocedures moeten werknemers van de volledige arbeidsrechtelijke bescherming kunnen genieten. Deze richtlijn doet met name geen afbreuk aan de rechten van werknemers die zijn gewaarborgd door Richtlijn 98/59/EG van de Raad68, Richtlijn 2001/23/EG van de Raad69, Richtlijn 2002/14/EG van het Europees Parlement en de Raad70, Richtlijn 2008/94/EG van het Europees Parlement en de Raad71 en Richtlijn 2009/38/EG van het Europees Parlement en de Raad72. De verplichtingen betreffende het informeren en raadplegen van werknemers in het kader van het nationale recht tot omzetting van de bovengenoemde richtlijnen, blijven volledig gelden. Het gaat onder meer om verplichtingen om werknemersvertegenwoordigers te informeren en te raadplegen over het besluit om gebruik te maken van een preventief herstructureringsstelsel overeenkomstig Richtlijn 2002/14/EG. Gelet op de noodzaak om te zorgen voor een passend niveau van bescherming van werknemers, moeten de lidstaten in beginsel de onvervulde aanspraken van werknemers, zoals gedefinieerd in Richtlijn 2008/94/EG, uitsluiten van elke schorsing van tenuitvoerlegging, ongeacht of deze vorderingen voor of na de toekenning van de schorsing zijn ontstaan. Een dergelijke schorsing mag alleen worden toegestaan voor de bedragen en voor de termijn waarvoor de betaling van deze vorderingen daadwerkelijk door andere middelen krachtens het nationaal recht wordt gewaarborgd. Wanneer lidstaten de dekking van de waarborg van betaling van onvervulde aanspraken van werknemers waarin Richtlijn 2008/94/EG voorziet, uitbreiden tot de preventieve herstructureringsprocedures waarin deze richtlijn voorziet, is de vrijstelling van vorderingen van werknemers van de schorsing van tenuitvoerlegging niet langer gerechtvaardigd voor zover deze gedekt worden door die waarborg. Indien er krachtens het nationale recht beperkingen bestaan op de aansprakelijkheid van de waarborgfondsen, hetzij wat betreft de duur van de waarborg, hetzij wat betreft het aan werknemers betaalde bedrag, moeten de werknemers in het geval van niet-nakoming door de werkgever hun vorderingen ook tijdens de schorsingstermijn kunnen afdwingen.

(34)  Tijdens de preventieve herstructureringsprocedures moeten werknemers van de volledige arbeidsrechtelijke bescherming kunnen genieten. Deze richtlijn doet met name geen afbreuk aan de rechten van werknemers die zijn gewaarborgd door Richtlijn 98/59/EG van de Raad68, Richtlijn 2001/23/EG van de Raad69, Richtlijn 2002/14/EG van het Europees Parlement en de Raad70, Richtlijn 2008/94/EG van het Europees Parlement en de Raad71 en Richtlijn 2009/38/EG van het Europees Parlement en de Raad72. De verplichtingen betreffende het informeren en raadplegen van werknemers in het kader van het nationale recht tot omzetting van de bovengenoemde richtlijnen, blijven volledig gelden. Het gaat onder meer om verplichtingen om werknemersvertegenwoordigers te informeren en te raadplegen over het besluit om gebruik te maken van een preventief herstructureringsstelsel overeenkomstig Richtlijn 2002/14/EG. Gelet op de noodzaak om te zorgen voor een passend niveau van bescherming van werknemers, moet van de lidstaten worden verlangd dat zij onvervulde aanspraken van werknemers uitsluiten van elke schorsing van tenuitvoerlegging, ongeacht of deze vorderingen voor of na de toekenning van de schorsing zijn ontstaan. Een dergelijke schorsing mag alleen worden toegestaan voor de bedragen en voor de termijn waarvoor de betaling van deze vorderingen daadwerkelijk en op eenzelfde niveau door andere middelen krachtens het nationaal recht wordt gewaarborgd. Indien er krachtens het nationale recht beperkingen bestaan op de aansprakelijkheid van de waarborgfondsen, hetzij wat betreft de duur van de waarborg, hetzij wat betreft het aan werknemers betaalde bedrag, moeten de werknemers in het geval van niet-nakoming door de werkgever hun vorderingen ook tijdens de schorsingstermijn kunnen afdwingen.

__________________

__________________

68 98/59/EG van de Raad van 20 juli 1998 betreffende de aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten inzake collectief ontslag (PB L 225 van 12.08.1998, blz. 16).

68 98/59/EG van de Raad van 20 juli 1998 betreffende de aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten inzake collectief ontslag (PB L 225 van 12.8.1998, blz. 16).

69 Richtlijn 2001/23/EG van de Raad van 12 maart 2001 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten betreffende het behoud van de rechten van de werknemers bij overgang van ondernemingen, vestigingen of onderdelen van ondernemingen of vestigingen (PB L 82 van 22.3.2001, blz. 16).

69 Richtlijn 2001/23/EG van de Raad van 12 maart 2001 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten betreffende het behoud van de rechten van de werknemers bij overgang van ondernemingen, vestigingen of onderdelen van ondernemingen of vestigingen (PB L 82 van 22.3.2001, blz. 16).

70 2002/14/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2002 tot vaststelling van een algemeen kader betreffende de informatie en de raadpleging van de werknemers in de Europese Gemeenschap (PB L 80 van 23.3.2002, blz. 29).

70 2002/14/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2002 tot vaststelling van een algemeen kader betreffende de informatie en de raadpleging van de werknemers in de Europese Gemeenschap (PB L 80 van 23.3.2002, blz. 29).

71 2008/94/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2008 betreffende de bescherming van de werknemers bij insolventie van de werkgever (PB L 283 van 28.10.2008, blz. 36).

71 2008/94/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2008 betreffende de bescherming van de werknemers bij insolventie van de werkgever (PB L 283 van 28.10.2008, blz. 36).

72 Richtlijn 2009/38/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 mei 2009 inzake de instelling van een Europese ondernemingsraad of van een procedure in ondernemingen of concerns met een communautaire dimensie ter informatie en raadpleging van de werknemers (PB L 122 van 16.5.2009, blz. 28).

72 Richtlijn 2009/38/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 mei 2009 inzake de instelling van een Europese ondernemingsraad of van een procedure in ondernemingen of concerns met een communautaire dimensie ter informatie en raadpleging van de werknemers (PB L 122 van 16.5.2009, blz. 28).

Amendement    30

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 34 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(34 bis)  De werknemers en de werknemersvertegenwoordigers moeten alle documenten en informatie over het voorgestelde herstructureringsplan krijgen, zodat ze de diverse scenario’s grondig kunnen beoordelen. Voorts moeten de werknemers en werknemersvertegenwoordigers de kans krijgen actief betrokken te zijn in de raadplegingsfase en de goedkeuringsfase met betrekking tot het plan en moeten zij in het kader van de herstructurering advies van deskundigen kunnen inwinnen.

Amendement    31

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 35

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(35)  Wanneer een herstructureringsplan de overdracht inhoudt van een deel van de onderneming of de bedrijfsactiviteiten, moeten de rechten van werknemers die voortvloeien uit arbeidsovereenkomsten of arbeidsverhoudingen, met name het recht op loon, worden gewaarborgd in overeenstemming met de artikelen 3 en 4 van Richtlijn 2001/23/EG, zonder dat afbreuk wordt gedaan aan de specifieke regels die gelden in het geval van insolventieprocedures zoals bedoeld in artikel 5 van die richtlijn en in het bijzonder de mogelijkheden waarin artikel 5, lid 2, van die richtlijn voorziet. Voorts moeten werknemers die door het herstructureringsplan worden getroffen, in het kader van deze richtlijn het recht hebben om over dat plan te stemmen, onverminderd hun recht op informatie en raadpleging, onder meer over beslissingen die ingrijpende veranderingen voor de arbeidsorganisatie of de arbeidsovereenkomsten kunnen meebrengen, met het doel een akkoord te bereiken over dergelijke beslissingen, dat door Richtlijn 2002/14/EG wordt gewaarborgd. Met het oog op de stemming over het herstructureringsplan, kunnen de lidstaten besluiten werknemers in een afzonderlijke categorie onder te brengen, naast andere categorieën debiteuren.

(35)  Wanneer een herstructureringsplan de overdracht inhoudt van een deel van de onderneming of de bedrijfsactiviteiten, moeten de rechten van werknemers die voortvloeien uit arbeidsovereenkomsten of arbeidsverhoudingen, met name het recht op loon, worden gewaarborgd in overeenstemming met de artikelen 3 en 4 van Richtlijn 2001/23/EG. Artikel 5 van die richtlijn moet slechts kunnen worden toegepast in het geval van insolventie, maar niet in het geval van een herstructureringsplan. Voorts moeten werknemers die door het herstructureringsplan worden getroffen, in het kader van deze richtlijn het recht hebben om over dat plan te stemmen, onverminderd hun recht op informatie en raadpleging, onder meer over beslissingen die ingrijpende veranderingen voor de arbeidsorganisatie of de arbeidsovereenkomsten kunnen meebrengen, met het doel een akkoord te bereiken over dergelijke beslissingen, dat door Richtlijn 2002/14/EG wordt gewaarborgd. Voor bevestiging van het plan moet als voorwaarde gelden dat het plan is goedgekeurd door de bij het plan betrokken werknemers. Met het oog op de stemming over het herstructureringsplan, moeten de lidstaten werknemers in een afzonderlijke categorie onderbrengen, naast andere categorieën debiteuren, en ervoor zorgen dat die categorie voorrangsrecht geniet.

Motivering

Artikel 5 van Richtlijn 2001/23/EG is van toepassing "wanneer de vervreemder verwikkeld is in een faillissementsprocedure of in een soortgelijke procedure met het oog op de liquidatie van het vermogen van de vervreemder" en is dus niet van toepassing in het geval van een herstructureringsplan.

Amendement    32

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 35 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(35 bis)  Elke voorgestelde herstructureringsoperatie moet uitvoerig worden uitgelegd aan de werknemersvertegenwoordigers, die tevens die informatie over de voorgestelde herstructurering moeten krijgen die zij nodig hebben om een grondige beoordeling uit te voeren en waar passend raadplegingen te organiseren.1 bis

 

_________________

 

1 bis Aangenomen teksten, P7_TA(2013)0005 Informatie voor en raadpleging van werknemers, anticipatie en beheer van herstructurering.

Amendement    33

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 36

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(36)  Om preventieve herstructurering verder te bevorderen, is het belangrijk om ervoor te zorgen dat bestuurders er niet van worden weerhouden hun redelijke zakelijke inzichten aan te wenden of redelijke commerciële risico’s te nemen, in het bijzonder wanneer dit de kansen op herstructurering van een potentieel levensvatbare onderneming zou verbeteren. Wanneer de onderneming financiële moeilijkheden kent, moeten de bestuurders de nodige stappen ondernemen, zoals het inroepen van professioneel advies, onder meer over herstructurering en insolventie, bijvoorbeeld door in voorkomend geval gebruik te maken van instrumenten voor vroegtijdige waarschuwing; de activa van de onderneming te beschermen om de waarde te maximaliseren en het verlies van essentiële activa tegen te gaan; de structuur en de functies van de onderneming te onderzoeken om de levensvatbaarheid na te gaan en de uitgaven te beperken; de onderneming niet te verbinden tot types transacties die onderworpen kunnen zijn aan nietigverklaring, tenzij daarvoor een passende zakelijke rechtvaardiging bestaat; verder zaken te blijven doen in omstandigheden waarin dat gepast is om de waarde van de onderneming als going concern te maximaliseren; te onderhandelen met crediteuren en preventieve herstructureringsprocedures in te leiden. Wanneer de insolventie van de debiteur nakend is, is het ook belangrijk om de legitieme belangen van de crediteuren te beschermen tegen beslissingen van de bestuurders die gevolgen kunnen hebben voor de samenstelling van de boedel van de debiteur, in het bijzonder wanneer deze beslissingen kunnen leiden tot een verdere daling van de waarde van de boedel die beschikbaar is voor herstructureringsinspanningen of verdeling onder crediteuren. Het is dan ook noodzakelijk dat bestuurders in dergelijke omstandigheden opzettelijke handelingen of grove nalatigheid die leiden tot persoonlijke winst ten nadele van de belanghebbenden, vermijden, niet instemmen met transacties onder hun waarde en geen handelingen stellen die leiden tot een oneerlijke voorkeursbehandeling van een of meerdere belanghebbenden ten koste van anderen. Voor de toepassing van deze richtlijn wordt onder bestuurders verstaan: de personen die verantwoordelijk zijn voor het nemen van beslissingen over het management van het bedrijf.

(36)  Om preventieve herstructurering verder te bevorderen, is het belangrijk om ervoor te zorgen dat bestuurders en ondernemers er niet van worden weerhouden hun redelijke zakelijke inzichten aan te wenden of redelijke commerciële risico’s te nemen, in het bijzonder wanneer dit de kansen op herstructurering van een potentieel levensvatbare onderneming zou verbeteren. Wanneer de onderneming financiële moeilijkheden kent, moeten de bestuurders de nodige stappen ondernemen, zoals het inroepen van professioneel advies, onder meer over herstructurering en insolventie, bijvoorbeeld door in voorkomend geval gebruik te maken van instrumenten voor vroegtijdige waarschuwing; de activa van de onderneming te beschermen om de waarde te maximaliseren en het verlies van essentiële activa tegen te gaan; de structuur en de functies van de onderneming te onderzoeken om de levensvatbaarheid na te gaan en de uitgaven te beperken; de onderneming niet te verbinden tot types transacties die onderworpen kunnen zijn aan nietigverklaring, tenzij daarvoor een passende zakelijke rechtvaardiging bestaat; verder zaken te blijven doen in omstandigheden waarin dat gepast is om de waarde van de onderneming als going concern te maximaliseren; te onderhandelen met crediteuren en preventieve herstructureringsprocedures in te leiden. Bovendien moeten bestuurders aan al hun verplichtingen jegens crediteuren, werknemersvertegenwoordigers en andere belanghebbenden voldoen. Wanneer de insolventie van de debiteur nakend is, is het ook belangrijk om de legitieme belangen van de crediteuren te beschermen tegen beslissingen van de bestuurders die gevolgen kunnen hebben voor de samenstelling van de boedel van de debiteur, in het bijzonder wanneer deze beslissingen kunnen leiden tot een verdere daling van de waarde van de boedel die beschikbaar is voor herstructureringsinspanningen of verdeling onder crediteuren. Het is dan ook noodzakelijk dat bestuurders in dergelijke omstandigheden opzettelijke handelingen of grove nalatigheid die leiden tot persoonlijke winst ten nadele van de belanghebbenden, vermijden, niet instemmen met transacties onder hun waarde, niet opzettelijk de waarde van de onderneming doen dalen en geen handelingen stellen die leiden tot een oneerlijke voorkeursbehandeling van een of meerdere belanghebbenden ten koste van anderen. Voor de toepassing van deze richtlijn wordt onder bestuurders verstaan: de personen die verantwoordelijk zijn voor het nemen van beslissingen over het management van het bedrijf. Niet-nakoming hiervan moet kunnen leiden tot een langere kwijtingstermijn of strengere voorwaarden voor kwijting.

Amendement    34

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 37

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(37)  De verschillende mogelijkheden voor een tweede kans in de lidstaten kunnen ondernemers met een overmatige schuldenlast ertoe aanzetten om te verhuizen naar lidstaten om zo te genieten van kortere kwijtingstermijnen of aantrekkelijkere voorwaarden voor kwijting, wat leidt tot extra rechtsonzekerheid en kosten voor de crediteuren om hun vorderingen te innen. Verder vormen de gevolgen van een faillissement, met name het sociale stigma, de juridische gevolgen, zoals een beroepsverbod voor ondernemers om nieuwe ondernemersactiviteiten op te nemen en het blijvende onvermogen om schulden af te betalen, belangrijke negatieve prikkels voor ondernemers die een bedrijf willen oprichten of een tweede kans willen grijpen, ook al is aangetoond dat ondernemers die failliet zijn gegaan, meer kans maken om een tweede keer wel succesvol te zijn. Derhalve moeten stappen worden ondernomen om de negatieve gevolgen van een overmatige schuldenlast en een faillissement voor ondernemers te beperken, met name door een volledige kwijting van schulden mogelijk te maken na een bepaalde termijn en door de duur van een beroepsverbod naar aanleiding van de overmatige schuldenlast van de debiteur te beperken.

(37)  De verschillende mogelijkheden voor een tweede kans in de lidstaten kunnen ondernemers met een overmatige schuldenlast ertoe aanzetten om te verhuizen naar lidstaten om zo te genieten van kortere kwijtingstermijnen of aantrekkelijkere voorwaarden voor kwijting, wat leidt tot extra rechtsonzekerheid en kosten voor de crediteuren om hun vorderingen te innen. Verder vormen de gevolgen van een faillissement, met name het sociale stigma, de juridische gevolgen, zoals een beroepsverbod voor ondernemers om nieuwe ondernemersactiviteiten op te nemen en het blijvende onvermogen om schulden af te betalen, belangrijke negatieve prikkels voor ondernemers die een bedrijf willen oprichten of een tweede kans willen grijpen, ook al is aangetoond dat ondernemers die failliet zijn gegaan, meer kans maken om een tweede keer wel succesvol te zijn. Derhalve moeten stappen worden ondernomen om de negatieve gevolgen van een overmatige schuldenlast en een faillissement voor ondernemers te beperken, met name door een volledige kwijting van schulden mogelijk te maken na een bepaalde termijn en door de duur van een beroepsverbod naar aanleiding van de overmatige schuldenlast van de debiteur te beperken. De termijn voor kwijting moet vijf jaar zijn, te rekenen vanaf de datum waarop een debiteur een eerste kwijtingsverzoek doet en de lidstaten moeten een langere termijn kunnen vaststellen in het geval van een tweede of herhaalde kwijtingstermijn.

Amendement    35

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 38

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(38)  Een volledige kwijting of het einde van het beroepsverbod na een korte termijn is niet in alle omstandigheden aangewezen, bijvoorbeeld in gevallen waarin de debiteur oneerlijk is of te kwader trouw heeft gehandeld. De lidstaten moeten de gerechtelijke of administratieve instanties duidelijke richtlijnen geven over de wijze waarop kan worden nagegaan of de ondernemer eerlijk is. Om te bepalen of de debiteur oneerlijk is geweest, kunnen de gerechtelijke of administratieve instanties bijvoorbeeld rekening houden met omstandigheden zoals de aard en de omvang van de schulden, het moment waarop deze werden aangegaan, de inspanningen van de debiteur om de schulden af te betalen en te voldoen aan de wettelijke verplichtingen, onder meer op het gebied van vergunningsvereisten en correcte boekhouding, en de handelingen die hij heeft gesteld om het verhaal van de crediteuren te bemoeilijken. Een beroepsverbod mag langer of voor onbepaalde tijd gelden in situaties waarin de ondernemer bepaalde beroepen uitoefent die in de lidstaten als gevoelig worden beschouwd of wanneer hij voor criminele activiteiten is veroordeeld. In dergelijke gevallen zou het voor ondernemers mogelijk zijn om van een kwijting van schulden te genieten, terwijl voor hen wel het verbod blijft gelden om voor langere of onbepaalde tijd een bepaald beroep uit te oefenen.

(38)  Een volledige kwijting of het einde van het beroepsverbod na een korte termijn is, zelfs nadat een insolventieprocedure is doorlopen, niet in alle omstandigheden aangewezen, bijvoorbeeld in gevallen waarin de debiteur oneerlijk is of te kwader trouw heeft gehandeld. De lidstaten moeten de gerechtelijke of administratieve instanties duidelijke richtlijnen en criteria geven met betrekking tot de methode om na te gaan of de ondernemer eerlijk is. Om te bepalen of de debiteur oneerlijk is geweest, kunnen de gerechtelijke of administratieve instanties bijvoorbeeld rekening houden met omstandigheden zoals de aard en de omvang van de schulden, het moment waarop deze werden aangegaan, de inspanningen van de debiteur om de schulden af te betalen en te voldoen aan de wettelijke verplichtingen, onder meer op het gebied van vergunningsvereisten en correcte boekhouding, en de handelingen die hij heeft gesteld om het verhaal van de crediteuren te bemoeilijken. Een beroepsverbod mag langer of voor onbepaalde tijd gelden in situaties waarin de ondernemer bepaalde beroepen uitoefent die in de lidstaten als gevoelig worden beschouwd of wanneer hij voor criminele activiteiten is veroordeeld. In dergelijke gevallen zou het voor ondernemers mogelijk zijn om van een kwijting van schulden te genieten, terwijl voor hen wel het verbod blijft gelden om voor langere of onbepaalde tijd een bepaald beroep uit te oefenen.

Amendement    36

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 39

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(39)  Het is noodzakelijk om de transparantie en voorspelbaarheid te handhaven van de procedures die leiden tot resultaten die gunstig zijn voor het behoud van ondernemingen en voor het gunnen van een tweede kans aan ondernemers of die de efficiënte vereffening van niet-levensvatbare ondernemingen mogelijk maken. Het is eveneens noodzakelijk te zorgen voor een verkorting van de buitensporige duur van insolventieprocedures in veel lidstaten, die leidt tot rechtsonzekerheid voor crediteuren en investeerders en lage recuperatiepercentages. Ten slotte moet, gelet op de mechanismen voor verbeterde samenwerking tussen rechtbanken en deskundigen in grensoverschrijdende zaken, waarin Verordening (EU) 2015/848 voorziet, de professionaliteit van alle betrokken actoren in de hele Unie op een vergelijkbaar hoog niveau komen te staan. Om deze doelstellingen te bereiken, moeten de lidstaten ervoor zorgen dat de leden van de gerechtelijke en administratieve instanties adequaat zijn opgeleid en gespecialiseerde kennis en ervaring hebben op het gebied van insolventie. Deze specialisatie van de leden van de rechterlijke macht moet het mogelijk maken dat op korte termijn beslissingen worden gegeven met potentieel significante economische en sociale gevolgen en mag niet betekenen dat deze leden uitsluitend zaken in verband met herstructurering, insolventie en tweede kans moeten behandelen. Het oprichten van gespecialiseerde rechtbanken of kamers overeenkomstig het nationale recht betreffende de organisatie van het gerechtelijke systeem kan bijvoorbeeld een doeltreffende manier zijn om deze doelstellingen te bereiken.

(39)  De beschikbaarheid van in insolventie gespecialiseerde functionarissen en rechters en van digitale hulpmiddelen kan de procedures fors inkorten, de kosten verlagen en de kwaliteit van de bijstand en het toezicht verbeteren. Het is noodzakelijk de transparantie en voorspelbaarheid te handhaven van de procedures die leiden tot resultaten die gunstig zijn voor het behoud van ondernemingen en voor het gunnen van een tweede kans aan eerlijke ondernemers of die een snelle en efficiënte vereffening van niet-levensvatbare ondernemingen mogelijk maken. Het is eveneens noodzakelijk te zorgen voor een verkorting van de buitensporige duur van insolventieprocedures in veel lidstaten, die leidt tot rechtsonzekerheid voor crediteuren en investeerders en lage recuperatiepercentages. Voorts is het belangrijk dat er in het kader van insolventieprocedures gebruik wordt gemaakt van digitale communicatiemiddelen, zodat deze procedures niet zo extreem lang meer duren. Ten slotte moet, gelet op de mechanismen voor verbeterde samenwerking tussen rechtbanken en deskundigen in grensoverschrijdende zaken, waarin Verordening (EU) 2015/848 voorziet, de professionaliteit en de specialistische kennis van alle betrokken actoren in de hele Unie op een vergelijkbaar hoog niveau komen te staan. Om deze doelstellingen te bereiken, moeten de lidstaten ervoor zorgen dat de leden van de gerechtelijke en administratieve instanties adequaat zijn opgeleid en gespecialiseerde kennis en ervaring hebben op het gebied van insolventie. Deze specialisatie van de leden van de rechterlijke macht moet het mogelijk maken dat op korte termijn beslissingen worden gegeven met potentieel significante economische en sociale gevolgen en mag niet betekenen dat deze leden uitsluitend zaken in verband met herstructurering, insolventie en tweede kans moeten behandelen. Het oprichten van gespecialiseerde rechtbanken of kamers overeenkomstig het nationale recht betreffende de organisatie van het gerechtelijke systeem kan bijvoorbeeld een doeltreffende manier zijn om deze doelstellingen te bereiken.

Amendement    37

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 40

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

40.  De lidstaten moeten er ook voor zorgen dat de deskundigen op het gebied van herstructurering, insolventie en tweede kans die door gerechtelijke of administratieve instanties worden aangesteld, adequaat zijn opgeleid en worden gecontroleerd bij de uitvoering van hun taken, dat zij op een transparante wijze worden aangesteld, rekening houdend met de noodzaak om te zorgen voor efficiënte procedures, en dat zij hun taken op integere wijze uitvoeren. De deskundigen moeten ook vrijwillige gedragscodes onderschrijven die als doel hebben te zorgen voor een geschikt niveau van kwalificatie en opleiding, transparantie op het gebied van de taken van die deskundigen en van de regels voor het bepalen van hun vergoeding, het afsluiten van een professionele aansprakelijkheidsverzekering, en het vaststellen van een toezicht- en regelgevingsmechanisme met onder meer een aangepaste en doeltreffende regeling inzake sancties voor deskundigen die hun verplichtingen niet nakomen. Deze normen kunnen worden bereikt zonder dat in beginsel nieuwe beroepen of kwalificaties in het leven moeten worden geroepen.

40.  De lidstaten moeten er ook voor zorgen dat de deskundigen op het gebied van herstructurering, insolventie en tweede kans die door gerechtelijke of administratieve instanties worden aangesteld, adequaat zijn opgeleid en worden gecontroleerd bij de uitvoering van hun taken, dat zij op een transparante wijze worden aangesteld, rekening houdend met de noodzaak om te zorgen voor efficiënte procedures, en dat zij hun taken op integere wijze uitvoeren, met het oog op het verwezenlijken van de belangrijkste doelstelling, namelijk het herstellen van de levensvatbaarheid van de onderneming. De deskundigen moeten redders zijn en geen vereffenaars en moeten een gedragscode onderschrijven met als doel een geschikt niveau van kwalificatie en opleiding te garanderen en te zorgen voor transparantie op het gebied van de taken van die deskundigen en van de regels voor het bepalen van hun vergoeding, het afsluiten van een professionele aansprakelijkheidsverzekering, en het vaststellen van een toezicht- en regelgevingsmechanisme met onder meer een aangepaste en doeltreffende regeling inzake sancties voor deskundigen die hun verplichtingen niet nakomen. Deze normen kunnen worden bereikt zonder dat in beginsel nieuwe beroepen of kwalificaties in het leven moeten worden geroepen. De lidstaten moeten ervoor zorgen dat informatie over de administratieve autoriteiten die toezicht of controle uitoefenen op beroepsbeoefenaren op het gebied van herstructurering, insolventie en tweede kans openbaar is.

Amendement    38

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 42

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

42.  Het is belangrijk betrouwbare informatie te verzamelen over de uitvoering van herstructurerings-, insolventie- en kwijtingsprocedures om te kunnen toezien op de uitvoering en toepassing van deze richtlijn. De lidstaten moeten daarom gegevens verzamelen en aggregeren die voldoende gedetailleerd zijn om een accurate beoordeling mogelijk te maken van de werking van de richtlijn in de praktijk.

42.  Het is belangrijk betrouwbare informatie te verzamelen over de uitvoering van herstructurerings-, insolventie- en kwijtingsprocedures om te kunnen toezien op de uitvoering en toepassing van deze richtlijn. Daarom moeten de lidstaten zich meer inspannen om die gegevens te verzamelen en te aggregeren en aan de Commissie te doen toekomen. Deze gegevens moeten voldoende gedetailleerd zijn om een accurate beoordeling mogelijk te maken van de werking van de richtlijn in de praktijk.

Amendement    39

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 46 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(46 bis)  Werknemers moeten niet de lasten van herstructurerings-, insolventie- en kwijtingsprocedures dragen, en schulden aan werknemers (zoals achterstallig loon) moeten altijd het eerst worden voldaan. Om de continuïteit van de productie en de werkgelegenheid te waarborgen en om tactische handelingen of frauduleuze praktijken van het management te voorkomen, moeten in de beginfase van de herstructurerings-, insolventie- en kwijtingsprocedure ook de werknemers geïnformeerd en geraadpleegd worden.

Amendement    40

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 47 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(47 bis)  Er is nader onderzoek nodig om te beoordelen of het nodig is om wetgevingsvoorstellen in te dienen inzake insolventie van personen die geen handels- bedrijfs-, ambachts- of beroepsactiviteit uitoefenen die vergelijkbaar is met de activiteiten van een werkgever en die als consument of gebruiker van goederen of openbare of particuliere diensten te goeder trouw handelen, maar tijdelijk of permanent niet in staat zijn schulden op de vervaldatum te betalen. In deze wetgevingsvoorstellen moet erin worden voorzien dat de toegang tot basisgoederen en -diensten voor deze personen gewaarborgd is, om hun behoorlijke levensomstandigheden te garanderen.

Amendement    41

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – lid 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  preventieve herstructureringsprocedures die beschikbaar zijn voor debiteuren in financiële moeilijkheden wanneer er kans op insolventie bestaat;

(a)  snelle preventieve herstructureringsprocedures die beschikbaar zijn voor debiteuren in financiële moeilijkheden wanneer er kans op insolventie bestaat en er een daadwerkelijke mogelijkheid is om te voorkomen dat er met betrekking tot de onderneming een insolventieprocedure wordt ingeleid;

Amendement    42

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – lid 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b)  procedures die leiden tot een kwijting van schulden van ondernemers met een overmatige schuldenlast waardoor zij een nieuwe activiteit kunnen opnemen;

(b)  procedures die leiden tot een kwijting van schulden van ondernemers met een overmatige schuldenlast nadat zij een insolventieprocedure hebben doorlopen, waardoor zij een nieuwe activiteit kunnen opnemen;

Amendement    43

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 – alinea 1 – punt 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(1)  "insolventieprocedure": een collectieve insolventieprocedure die ertoe leidt dat de debiteur het beheer en de beschikking over zijn vermogen geheel of gedeeltelijk verliest en dat een vereffenaar wordt aangewezen;

(1)  "insolventieprocedure": een collectieve insolventieprocedure die ertoe leidt dat de debiteur het beheer en de beschikking over zijn vermogen geheel of gedeeltelijk verliest en dat een insolventiedeskundige wordt aangewezen;

Amendement    44

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 – alinea 1 – punt 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(2 bis)  "waarschijnlijkheid van insolventie": een situatie waarin de debiteur niet insolvent is overeenkomstig het nationale recht maar waarin het toekomstige vermogen van de debiteur om zijn schulden op de vervaldatum te betalen daadwerkelijk en ernstig wordt bedreigd;

Amendement    45

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 – alinea 1 – punt 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(5)  "nog uit te voeren overeenkomsten": overeenkomsten tussen de debiteur en een of meer crediteuren krachtens welke beide partijen nog verbintenissen moeten nakomen op het ogenblik dat de schorsing van individuele tenuitvoerleggingsmaatregelen wordt bevolen;

(5)  "essentiële nog uit te voeren overeenkomsten": overeenkomsten tussen de debiteur en een of meer crediteuren krachtens welke beide partijen nog verbintenissen moeten nakomen op het ogenblik dat de schorsing van individuele tenuitvoerleggingsmaatregelen wordt bevolen, en die noodzakelijk zijn voor de voortzetting van de dagelijkse werking van de onderneming, met inbegrip van alle leveringen die indien ze zouden worden geschorst, zouden leiden tot het stilvallen van de onderneming;

Amendement    46

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 – alinea 1 – punt 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(6)  "vorming van categorieën": het zodanig groeperen van betrokken crediteuren en houders van eigenvermogensinstrumenten in een herstructureringsplan dat daaruit de rechten en rangorde van de betrokken vorderingen en belangen blijkt, rekening houdend met mogelijke reeds bestaande rechten, zekerheidsrechten of overeenkomsten tussen crediteuren, en de behandeling ervan in het kader van het herstructureringsplan;

(6)  "vorming van categorieën": het zodanig groeperen van betrokken crediteuren en houders van eigenvermogensinstrumenten in een herstructureringsplan dat daaruit de rechten en rangorde van de betrokken vorderingen en belangen blijkt, rekening houdend met mogelijke reeds bestaande rechten, zekerheidsrechten of overeenkomsten tussen crediteuren, en de behandeling ervan in het kader van het herstructureringsplan; met het oog op de vaststelling van een herstructureringsplan worden de crediteuren ingedeeld in verschillende categorieën crediteuren, zoals geregeld door de lidstaten, waarbij in ieder geval door een zekerheid gedekte vorderingen en niet door een zekerheid gedekte vorderingen in verschillende categorieën worden ingedeeld;

Amendement    47

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 – alinea 1 – punt 8

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(8)  "categorie-overschrijdende cram-down": de bevestiging door een gerechtelijke of administratieve instantie van een herstructureringsplan waarmee een of meerdere betrokken categorieën crediteuren niet instemmen;

(8)  "categorie-overschrijdende cram‑down": de bevestiging door een gerechtelijke of administratieve instantie van een herstructureringsplan waarmee meerdere betrokken categorieën crediteuren niet instemmen;

Amendement    48

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 – alinea 1 – punt 11

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(11)  "nieuwe financiering": alle nieuwe middelen, ongeacht of deze door een bestaande dan wel door een nieuwe crediteur worden verstrekt, die noodzakelijk zijn om een herstructureringsplan uit te voeren, die in dat herstructureringsplan zijn overeengekomen en vervolgens door een gerechtelijke of administratieve instantie zijn bevestigd;

(11)  "nieuwe financiering": alle nieuwe middelen, met inbegrip van kredietverlening, ongeacht of deze door een bestaande dan wel door een nieuwe crediteur worden verstrekt, die noodzakelijk zijn om een herstructureringsplan uit te voeren, die in dat herstructureringsplan zijn overeengekomen en vervolgens door een gerechtelijke of administratieve instantie zijn bevestigd;

Amendement    49

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 – alinea 1 – punt 12

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(12)  "tussentijdse financiering": alle middelen, ongeacht of deze door een bestaande dan wel door een nieuwe crediteur worden verstrekt, die redelijkerwijze en onmiddellijk noodzakelijk zijn om de bedrijfsactiviteiten van de debiteur voort te zetten of te doen overleven of om de waarde ervan te behouden of te verhogen in afwachting van de bevestiging van een herstructureringsplan;

(12)  "tussentijdse financiering": alle middelen, met inbegrip van kredietverlening, ongeacht of deze door een bestaande dan wel door een nieuwe crediteur worden verstrekt, die redelijkerwijze en onmiddellijk noodzakelijk zijn om de bedrijfsactiviteiten van de debiteur voort te zetten of te doen overleven of om de waarde ervan te behouden of te verhogen in afwachting van de bevestiging van een herstructureringsplan;

Amendement    50

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 – alinea 1 – punt 13

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(13)  "ondernemer met een overmatige schuldenlast": een natuurlijke persoon die een handels-, bedrijfs-, ambachts- of beroepsactiviteit uitoefent en die anders dan tijdelijk niet in staat is om op de vervaldatum zijn schulden te betalen;

(13)  "ondernemer met een overmatige schuldenlast": een natuurlijke persoon die een handels-, bedrijfs-, ambachts- of beroepsactiviteit uitoefent en die anders dan tijdelijk niet in staat is om op de vervaldatum zijn schulden te betalen, en ook een ondernemer die niet in staat is om schulden te betalen die hij als natuurlijke persoon heeft aangegaan maar die verband houden met de financiering van het opstarten van de bedrijfsactiviteit van de ondernemer, alsook een persoon wiens bedrijfsactiviteit louter een nevenactiviteit is en wiens professionele schulden en persoonlijke schulden redelijkerwijs niet van elkaar kunnen worden gescheiden.

Amendement    51

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 – alinea 1 – punt 14

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(14)  "volledige kwijting van schulden": de bevrijding van uitstaande schulden na een procedure die een tegeldemaking van activa en/of een terugbetalings-/saneringsplan inhoudt;

(14)  "volledige kwijting van schulden": de bevrijding van uitstaande schulden na een insolventieprocedure;

Amendement    52

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 – alinea 1 – punt 15 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(15)  "deskundige op het gebied van herstructurering": elke persoon of instantie die door een gerechtelijke of administratieve instantie is aangesteld om een of meerdere van de volgende taken uit te voeren:

(15)  "deskundige op het gebied van herstructurering": elke persoon of instantie die krachtens het nationale recht gekwalificeerd is om een of meerdere van de volgende taken uit te voeren:

Amendement    53

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 – alinea 1 – punt 15 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  de debiteur of de crediteuren bijstaan bij het opstellen van of het onderhandelen over een herstructureringsplan;

(a)  de debiteur of de crediteuren bijstaan bij het opstellen van of het onderhandelen over een plan voor herstructurering of overdracht van de levensvatbare activiteit;

Amendement    54

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 – alinea 1 – punt 15 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(15 bis)  "terugbetalingsplan": een regeling waarbij gespecificeerde bedragen op gespecificeerde dagen door een debiteur aan zijn crediteuren worden betaald in het kader van een herstructureringsplan;

Amendement    55

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 – alinea 1 – punt 15 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(15 ter)  "levensvatbaar": in staat om een passend verwacht rendement op kapitaal te behalen, nadat alle kosten zijn gedekt, met inbegrip van afschrijvingen en financiële kosten.

Amendement    56

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Artikel 3

Artikel 3

Vroegtijdige waarschuwing

Vroegtijdige waarschuwing en toegang tot informatie

1.  De lidstaten zorgen ervoor dat debiteuren en ondernemers toegang hebben tot instrumenten voor vroegtijdige waarschuwing waarmee een verslechterende bedrijfsontwikkeling kan worden opgespoord en aan de debiteur of ondernemer wordt gesignaleerd dat dringend actie moet worden ondernemen.

1.  De lidstaten ontwikkelen duidelijke en transparante instrumenten voor vroegtijdige waarschuwing waarmee een verslechterende bedrijfsontwikkeling kan worden opgespoord en aan de debiteur of ondernemer of de werknemersvertegenwoordiger wordt gesignaleerd dat dringend actie moet worden ondernomen, en bieden toegang tot deze instrumenten. In dat verband kunnen de lidstaten gebruikmaken van nieuwe IT‑technologieën voor kennisgevingen en onlinecommunicatie.

 

1 bis. Instrumenten voor vroegtijdige waarschuwing kunnen het volgende omvatten:

 

(a) verplichtingen op het gebied van boekhouding en toezicht voor de debiteur of het management van de debiteur;

 

(b) rapportageverplichtingen in het kader van leningsovereenkomsten; en

 

(c) regelmatige rapportage- of informatieverplichtingen voor derde partijen, zoals boekhouders, belastings- en socialezekerheidsinstanties of bepaalde soorten crediteuren zoals banken.

2.  De lidstaten zorgen ervoor dat debiteuren en ondernemers toegang hebben tot relevante, actuele, duidelijke, beknopte en gebruikersvriendelijke informatie over de beschikbaarheid van instrumenten voor vroegtijdige waarschuwing en alle middelen die hun ter beschikking staan om in een vroeg stadium te herstructureren of om een kwijting van persoonlijke schulden te verkrijgen.

2.  De lidstaten zorgen ervoor dat debiteuren, ondernemers en werknemersvertegenwoordigers toegang hebben tot relevante, actuele, duidelijke, beknopte en gebruikersvriendelijke informatie over de beschikbaarheid van instrumenten voor vroegtijdige waarschuwing en alle middelen die hun ter beschikking staan om in een vroeg stadium te herstructureren of om een kwijting van persoonlijke schulden te verkrijgen.

 

2 bis. De lidstaten maken op een speciale website en op gebruikersvriendelijke wijze bekend hoe debiteuren en ondernemers in hun lidstaat toegang kunnen krijgen tot instrumenten voor vroegtijdige waarschuwing. De lidstaten zorgen ervoor dat in het bijzonder kleine en middelgrote ondernemingen toegang tot die informatie hebben.

 

2 ter. De lidstaten zorgen ervoor dat werknemersvertegenwoordigers toegang krijgen tot relevante en actuele informatie over de situatie van de onderneming en dat zij debiteuren en ondernemers op de hoogte kunnen brengen van bezorgdheid over de situatie van de onderneming en de noodzaak om te overwegen van herstructureringsmechanismen gebruik te maken.

3.  De lidstaten kunnen de in de leden 1 en 2 bedoelde toegang beperken tot kleine en middelgrote ondernemingen of tot ondernemers.

 

Amendement    57

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Artikel 4

Artikel 4

Beschikbaarheid van preventieve herstructureringsstelsels

Beschikbaarheid van preventieve herstructureringsstelsels

1.  De lidstaten zorgen ervoor dat, wanneer er kans bestaat op insolventie, debiteuren in financiële moeilijkheden toegang hebben tot een doeltreffend preventief herstructureringsstelsel dat hen in staat stelt om hun schulden of bedrijf te herstructureren, hun bedrijf opnieuw levensvatbaar te maken en insolventie te vermijden.

1. De lidstaten zorgen ervoor dat, wanneer er kans bestaat op insolventie, debiteuren in financiële moeilijkheden toegang hebben tot een doeltreffend preventief herstructureringsstelsel dat hen in staat stelt om hun schulden of bedrijf te herstructureren, hun bedrijf opnieuw levensvatbaar te maken en insolventie te vermijden, of andere oplossingen te vinden om insolventie te vermijden, zodat banen worden beschermd en de bedrijfsactiviteit behouden blijft.

 

1 bis. De lidstaten kunnen bepalen dat de toegang tot de herstructureringsprocedure beperkt is tot ondernemingen die niet definitief zijn veroordeeld wegens ernstige inbreuken op boekhoudverplichtingen uit hoogde van het nationale recht.

2.  Preventieve herstructureringsstelsels kunnen bestaan uit één of meerdere procedures of maatregelen.

2.  Preventieve herstructureringsstelsels kunnen bestaan uit één of meerdere procedures of maatregelen, hetzij buitengerechtelijk van aard, hetzij op bevel van een administratieve of gerechtelijke instantie.

3.  De lidstaten stellen bepalingen vast die de betrokkenheid van een gerechtelijke of administratieve instantie beperken tot situaties waarin dat noodzakelijk en evenredig is om de rechten van de betrokken partijen te waarborgen.

3. De lidstaten kunnen bepalingen vaststellen die de betrokkenheid van een gerechtelijke of administratieve instantie beperken tot situaties waarin dat noodzakelijk en evenredig is, waarbij de rechten van de betrokken partijen gewaarborgd worden.

4.  Preventieve herstructureringsstelsels zijn beschikbaar op verzoek van debiteuren, of op verzoek van crediteuren met instemming van debiteuren.

4. Preventieve herstructureringsstelsels zijn beschikbaar op verzoek van debiteuren.

 

4 bis. De lidstaten kunnen er ook voor zorgen dat er herstructureringskaders ter beschikking staan op verzoek van de crediteuren en met instemming van de debiteur.

Amendement    58

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Artikel 5

Artikel 5

Debiteur-in-bezit

Debiteur-in-bezit

1.   De lidstaten zorgen ervoor dat debiteuren die toegang hebben tot preventieve herstructureringsprocedures, volledig of toch minstens gedeeltelijk de controle behouden over hun activa en over de dagelijkse werking van de onderneming.

1  De lidstaten zorgen ervoor dat debiteuren die toegang hebben tot preventieve herstructureringsprocedures, volledig of toch minstens gedeeltelijk de controle behouden over hun activa en over de dagelijkse werking van de onderneming.

2.  De aanstelling door een gerechtelijke of administratieve instantie van een deskundige op het gebied van herstructurering is niet in elk geval verplicht.

2.  Ongeacht of het toezicht op een herstructureringsprocedure door een deskundige op het gebied van herstructurering verplicht is of niet, is zij in ieder geval onderworpen aan het nationale recht teneinde de rechten van de betrokkenen te waarborgen.

3.  De lidstaten kunnen de aanstelling van een deskundige op het gebied van herstructurering vereisen in de volgende gevallen:

3.  De lidstaten vereisen dat er ten minste in de volgende gevallen een deskundige op het gebied van herstructurering wordt aangesteld:

(a)  wanneer aan de debiteur een algemene schorsing van individuele tenuitvoerleggingsmaatregelen wordt toegekend overeenkomstig artikel 6;

(a)  wanneer aan de debiteur een schorsing van tenuitvoerleggingsmaatregelen wordt toegekend overeenkomstig artikel 6;

(b)  wanneer het herstructureringsplan door een gerechtelijke of administratieve instantie moet worden bevestigd door middel van een categorie-overschrijdende cram-down overeenkomstig artikel 11;

(b)  wanneer het herstructureringsplan door een gerechtelijke of administratieve instantie moet worden bevestigd door middel van een categorie-overschrijdende cram-down overeenkomstig artikel 11;

 

(b bis)  wanneer de debiteur of een meerderheid van de crediteuren daarom verzoekt.

 

3 bis.  De lidstaten zorgen ervoor dat de vertegenwoordigers van de werknemers van de debiteur duidelijke en transparante informatie krijgen over de herstructureringsprocedure en op gezette tijden op de hoogte worden gehouden van de desbetreffende ontwikkelingen.

Amendement    59

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Artikel 6

Artikel 6

Schorsing van individuele tenuitvoerleggingsmaatregelen

Schorsing van individuele tenuitvoerleggingsmaatregelen

1.  De lidstaten zorgen ervoor dat debiteuren die met crediteuren over een herstructureringsplan onderhandelen, kunnen profiteren van een schorsing van individuele tenuitvoerleggingsmaatregelen indien en voor zover deze schorsing noodzakelijk is om de onderhandelingen over een herstructureringsplan te ondersteunen.

1.  Als de verplichting van de debiteur om een insolventieprocedure in te leiden nog niet is ontstaan, zorgen de lidstaten ervoor dat debiteuren die met crediteuren over een herstructureringsplan onderhandelen, kunnen profiteren van een schorsing van individuele tenuitvoerleggingsmaatregelen indien en voor zover deze schorsing noodzakelijk is om de onderhandelingen over een herstructureringsplan te ondersteunen, en mits de waarschijnlijkheid bestaat dat een insolventieprocedure tegen de onderneming kan worden voorkomen.

2.  De lidstaten zorgen ervoor dat een schorsing van individuele tenuitvoerleggingsmaatregelen ten aanzien van alle soorten crediteuren kan worden bevolen, met inbegrip van crediteuren met een zekerheidsrecht en preferente crediteuren. De schorsing kan algemeen zijn, ten aanzien van alle crediteuren, of beperkt, ten aanzien van een of meerdere individuele crediteuren, in overeenstemming met het nationale recht.

2.  De lidstaten zorgen ervoor dat een schorsing van individuele tenuitvoerleggingsmaatregelen ten aanzien van alle soorten crediteuren kan worden bevolen, met inbegrip van crediteuren met een zekerheidsrecht en preferente crediteuren, op voorwaarde dat de debiteur die crediteuren laat deelnemen aan de onderhandelingen over een herstructureringsplan. De schorsing kan algemeen zijn, ten aanzien van alle crediteuren, of beperkt, ten aanzien van een of meerdere individuele crediteuren, in overeenstemming met het nationale recht.

3.  Lid 2 is niet van toepassing op onvervulde aanspraken van werknemers, behalve indien en voor zover de lidstaten via andere middelen ervoor zorgen dat de betaling van dergelijke aanspraken wordt gewaarborgd met een beschermingsniveau dat minstens gelijkwaardig is aan dat waarin het relevante nationale recht tot omzetting van Richtlijn 2008/94/EG voorziet.

3.  Lid 2 is niet van toepassing op onvervulde aanspraken van werknemers, behalve indien en voor zover de lidstaten via andere middelen ervoor zorgen dat de betaling van dergelijke aanspraken wordt gewaarborgd met een vergelijkbaar beschermingsniveau.

4.  De lidstaten beperken de termijn van de schorsing van individuele tenuitvoerleggingsmaatregelen tot maximaal vier maanden.

4.  De termijn van de schorsing van individuele tenuitvoerleggingsmaatregelen is beperkt tot maximaal vier maanden.

5.  De lidstaten kunnen evenwel gerechtelijke of administratieve instanties toestaan om op verzoek van de debiteur of van crediteuren, de initiële termijn van de schorsing van individuele tenuitvoerleggingsmaatregelen te verlengen of een nieuwe schorsing van individuele tenuitvoerleggingsmaatregelen toe te kennen. Een dergelijke termijnverlenging of nieuwe termijn van schorsing van individuele tenuitvoerleggingsmaatregelen wordt alleen toegekend indien is aangetoond dat:

5.  De lidstaten kunnen evenwel gerechtelijke of administratieve instanties toestaan om op verzoek van de debiteur of van de crediteuren, de initiële termijn van de schorsing van individuele tenuitvoerleggingsmaatregelen te verlengen of een nieuwe schorsing van individuele tenuitvoerleggingsmaatregelen toe te kennen. De lidstaten stellen de voorwaarden voor een verlenging of een nieuwe termijn van schorsing vast. Een dergelijke termijnverlenging of nieuwe termijn van schorsing van individuele tenuitvoerleggingsmaatregelen wordt alleen toegekend indien is aangetoond dat:

 

(-a)  door een zekerheid gedekte crediteuren die door het plan worden geraakt, met die verlenging of nieuwe termijn hebben ingestemd; en

(a)  relevante vooruitgang werd geboekt in de onderhandelingen over het herstructureringsplan; en

(a)  relevante vooruitgang werd geboekt in de onderhandelingen over het herstructureringsplan; en

(b)  de voortzetting van de schorsing van individuele tenuitvoerleggingsmaatregelen de rechten of belangen van betrokken partijen niet op onbillijke wijze in het gedrang brengt.

(b)  de voortzetting van de schorsing van individuele tenuitvoerleggingsmaatregelen de rechten of belangen van betrokken partijen niet op onbillijke wijze in het gedrang brengt; en

 

(b bis)  de verplichting van de debiteur om een insolventieprocedure in te leiden krachtens het nationale recht nog niet is ontstaan.

6.  Verdere verlengingen worden alleen toegekend indien de in lid 5, onder a) en b), bedoelde voorwaarden zijn vervuld en uit de omstandigheden van de zaak blijkt dat de vaststelling van een herstructureringsplan zeer waarschijnlijk is.

6.  Verdere verlengingen worden alleen toegekend indien de in lid 5, onder a), b) en b bis), bedoelde voorwaarden zijn vervuld en uit de omstandigheden van de zaak blijkt dat de vaststelling van een herstructureringsplan zeer waarschijnlijk is.

7.  De termijn van de schorsing van individuele tenuitvoerleggingsmaatregelen, met inbegrip van verlengingen en hernieuwingen, mag in totaal niet langer zijn dan twaalf maanden.

7.  De termijn van de schorsing van individuele tenuitvoerleggingsmaatregelen, met inbegrip van verlengingen en hernieuwingen, mag in totaal niet langer zijn dan tien maanden. De totale termijn van de schorsing wordt beperkt tot twee maanden indien de statutaire zetel van de vennootschap is overgebracht naar een andere lidstaat binnen een periode van drie maanden voorafgaand aan de indiening van een verzoek om een herstructureringsprocedure in te leiden.

8.  De lidstaten zorgen ervoor dat de gerechtelijke of administratieve instanties de schorsing van individuele tenuitvoerleggingsmaatregelen geheel of gedeeltelijk kunnen opheffen:

8.  De lidstaten zorgen ervoor dat de gerechtelijke of administratieve instanties kunnen besluiten geen schorsing van individuele tenuitvoerleggingsmaatregelen toe te kennen of de schorsing van individuele tenuitvoerleggingsmaatregelen geheel of gedeeltelijk kunnen opheffen:

(a)  indien duidelijk wordt dat een deel van de crediteuren die krachtens het nationale recht de vaststelling van het herstructureringsplan zouden kunnen tegenhouden, de voortzetting van de onderhandelingen niet ondersteunt; of

(a)  indien duidelijk wordt dat een deel van de crediteuren die krachtens het nationale recht de vaststelling van het herstructureringsplan zouden kunnen tegenhouden, de voortzetting van de onderhandelingen niet ondersteunt; of

(b)  op verzoek van de debiteur of de deskundige op het gebied van herstructurering.

(b)  op verzoek van de debiteur, van de deskundige op het gebied van herstructurering of van de meerderheid van de betrokken crediteuren; of

 

(b bis)  indien een individuele crediteur of een enkele categorie crediteuren door een schorsing van individuele tenuitvoerleggingsmaatregelen op oneerlijke wijze wordt of zou worden benadeeld;

 

(b ter) indien een kwetsbare crediteur aanzienlijke economische problemen zou ondervinden.

9.  De lidstaten zorgen ervoor dat, indien een individuele crediteur of een enkele categorie crediteuren door een schorsing van individuele tenuitvoerleggingsmaatregelen op oneerlijke wijze zou worden benadeeld, de gerechtelijke of administratieve instantie kan besluiten geen schorsing van individuele tenuitvoerleggingsmaatregelen toe te kennen of een reeds toegekende schorsing van individuele tenuitvoerleggingsmaatregelen op te heffen ten aanzien van die crediteur of die categorie crediteuren, op verzoek van de betrokken crediteuren.

 

Amendement    60

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 7 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Een algemene schorsing ten aanzien van alle crediteuren verhindert het inleiden van insolventieprocedures op verzoek van een of meerdere crediteuren.

Schrappen

Amendement    61

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 7 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De lidstaten mogen van lid 1 afwijken wanneer de debiteur illiquide wordt en dus niet in staat is zijn schulden die tijdens de schorsing vervallen, te betalen. In dat geval zorgen de lidstaten ervoor dat de herstructureringsprocedures niet automatisch worden beëindigd en dat een gerechtelijke of administratieve instantie, na onderzoek van de vooruitzichten om binnen de schorsingstermijn een overeenkomst te bereiken over een succesvol herstructureringsplan, kan besluiten om de inleiding van insolventieprocedure uit te stellen en het voordeel van de schorsing van individuele tenuitvoerleggingsmaatregelen te handhaven.

3.  De lidstaten mogen van lid 1 afwijken wanneer de debiteur illiquide wordt en dus niet in staat is zijn schulden die tijdens de schorsing vervallen, te betalen. In dat geval zorgen de lidstaten ervoor dat de herstructureringsprocedures niet automatisch worden beëindigd en dat een gerechtelijke of administratieve instantie, na onderzoek van de vooruitzichten om binnen de schorsingstermijn een overeenkomst te bereiken over een succesvol herstructureringsplan of een overdracht van de levensvatbare activiteit, kan besluiten om de inleiding van insolventieprocedure uit te stellen en het voordeel van de schorsing van individuele tenuitvoerleggingsmaatregelen te handhaven.

Amendement    62

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 7 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  De lidstaten zorgen ervoor dat de crediteuren op wie de schorsing van toepassing is, tijdens de schorsing nog uit te voeren overeenkomsten niet kunnen beëindigen, versnellen of anderszins wijzigen, of de nakoming ervan opschorten in het nadeel van de debiteur, voor schulden die zijn ontstaan vóór de schorsing. De lidstaten kunnen de toepassing van deze bepaling beperken tot essentiële overeenkomsten die noodzakelijk zijn voor de voortzetting van de dagelijkse werking van de onderneming.

4.  De lidstaten zorgen ervoor dat de crediteuren op wie de schorsing van toepassing is, tijdens de schorsing essentiële nog uit te voeren overeenkomsten niet kunnen beëindigen, versnellen of anderszins wijzigen, of de nakoming ervan opschorten in het nadeel van de debiteur, met betrekking tot schulden die zijn ontstaan vóór de schorsing, op voorwaarde dat dit geen ernstige financiële moeilijkheden veroorzaakt voor crediteuren. Voor de toepassing van dit lid is een nog uit te voeren overeenkomst essentieel wanneer deze noodzakelijk is voor de voortzetting van de dagelijkse werking van de onderneming, met inbegrip van alle leveringen die, indien ze zouden worden geschorst, zouden leiden tot het stilvallen van de onderneming.

Amendement    63

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 7 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(5)  De lidstaten zorgen ervoor dat de crediteuren nog uit te voeren overeenkomsten niet kunnen beëindigen, versnellen of anderszins wijzigen, of de nakoming ervan opschorten in het nadeel van de debiteur, door middel van een beding in de overeenkomst dat in dergelijke stappen voorziet, om de enkele reden dat de debiteur onderhandelingen aanknoopt over herstructurering, dat om een schorsing van individuele tenuitvoerleggingsmaatregelen wordt verzocht, dat een schorsing van individuele tenuitvoerleggingsmaatregelen wordt bevolen of dat een gelijkaardige gebeurtenis in verband met de schorsing plaatsvindt.

(5)  De lidstaten kunnen verlangen dat de crediteuren wordt verboden om nog uit te voeren overeenkomsten te beëindigen, te versnellen of anderszins te wijzigen, of de nakoming ervan op te schorten in het nadeel van de debiteur, door middel van een beding in de overeenkomst dat in dergelijke stappen voorziet, om de enkele reden dat de debiteur onderhandelingen aanknoopt over herstructurering, dat om een schorsing van individuele tenuitvoerleggingsmaatregelen wordt verzocht, dat een schorsing van individuele tenuitvoerleggingsmaatregelen wordt bevolen of dat een gelijkaardige gebeurtenis in verband met de schorsing plaatsvindt, tenzij zij door de schorsing worden getroffen en kunnen aantonen dat zij door een dergelijke gebeurtenis ernstige nadelen zouden ondervinden.

Amendement    64

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 7 – lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.  De lidstaten zorgen ervoor dat niets de debiteur verhindert om in het kader van de normale bedrijfsuitoefening vorderingen van of verschuldigd aan niet-betrokken crediteuren te voldoen, alsook de vorderingen van de betrokken crediteuren die zijn ontstaan nadat de schorsing is toegekend en de vorderingen die zijn ontstaan tijdens het verdere verloop van de schorsing.

Schrappen

Amendement    65

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 8

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Artikel 8

Artikel 8

Inhoud van herstructureringsplannen

Inhoud van herstructureringsplannen

1.  De lidstaten vereisen dat de ter bevestiging bij een gerechtelijke of administratieve instantie ingediende herstructureringsplannen ten minste de volgende gegevens bevatten:

1.  De lidstaten vereisen dat de herstructureringsplannen door en gerechtelijke of administratieve instantie worden bevestigd en zorgen ervoor dat de herstructureringsplannen ter informatie en raadpleging aan de werknemersvertegenwoordigers worden voorgelegd. De herstructureringsplannen bevatten ten minste de volgende informatie:

(a)  de identiteit van de debiteur of van de onderneming van de debiteur waarvoor het herstructureringsplan wordt voorgesteld;

(a)  de identiteit van de debiteur of van de onderneming van de debiteur waarvoor het herstructureringsplan wordt voorgesteld;

(b)  een actuele waardebepaling van de debiteur of van de onderneming van de debiteur, en een met redenen omklede verklaring over de oorzaken en de omvang van de financiële moeilijkheden van de debiteur;

(b)  een waardering van de marktwaarde van de debiteur of van de onderneming van de debiteur, met inbegrip van de financiële verplichtingen en geldstromen tijdens de looptijd van het herstructureringsplan, op het moment dat het plan ter bevestiging wordt ingediend, alsook een verwachte vereffeningswaarde van de debiteur of van de onderneming van de debiteur, dit alles opgesteld door een gerechtsdeskundige, en een met redenen omklede verklaring over de oorzaken en de omvang van de financiële moeilijkheden van de debiteur, met inbegrip van een beschrijving van de activa en schulden;

(c)  de identiteit van de betrokken partijen, hetzij door individuele namen te geven, hetzij door een beschrijving onder verwijzing naar een of meer categorieën schulden, en hun vorderingen of belangen die onder het herstructureringsplan vallen;

(c)  de identiteit van de betrokken partijen, hetzij door individuele namen te geven, hetzij door een beschrijving onder verwijzing naar een of meer categorieën schulden, en hun vorderingen of belangen die onder het herstructureringsplan vallen;

(d)  de categorieën waarin de betrokken partijen werden gegroepeerd met het oog op de vaststelling van het plan, samen met de redenen daarvoor en informatie over de respectieve waarden van crediteuren en leden van elke categorie;

(d)  de categorieën waarin de betrokken partijen aan de hand van objectieve criteria werden gegroepeerd met het oog op de vaststelling van het plan, samen met de redenen daarvoor en informatie over de respectieve waarden van crediteuren en leden van elke categorie;

(e)  de identiteit van de niet-betrokken partijen, hetzij door individuele namen te geven, hetzij door een beschrijving onder verwijzing naar een of meer categorieën schulden, samen met de redenen waarom niet wordt voorgesteld om hen bij het plan te betrekken;

(e)  de identiteit van de niet‑betrokken partijen, hetzij door individuele namen te geven, hetzij door een beschrijving onder verwijzing naar een of meer categorieën schulden, samen met de redenen waarom niet wordt voorgesteld om hen bij het plan te betrekken;

 

(e bis)  de identiteit van de deskundige op het gebied van herstructurering, indien van toepassing;

(f)  de voorwaarden van het plan, met inbegrip van, maar niet beperkt tot:

(f)  de voorwaarden van het plan, met inbegrip van, maar niet beperkt tot:

i)  de voorgestelde duur;

i)  de voorgestelde duur;

ii)  elk voorstel waarmee schulden worden herschikt, kwijtgescholden of omgezet in andere vormen van verplichtingen;

ii)  elk voorstel waarmee schulden worden herschikt, kwijtgescholden of omgezet in andere vormen van verplichtingen;

 

ii bis)  elk voorstel voor een schorsing van individuele tenuitvoerleggingsmaatregelen als onderdeel van het herstructureringsplan;

 

ii ter)  de regelingen inzake informatieverstrekking aan en raadpleging van de werknemersvertegenwoordigers overeenkomstig het recht van de Unie en het nationale recht;

 

ii quater)  organisatorische aspecten met gevolgen voor de werkgelegenheid, zoals ontslagen, werktijdverkorting of dergelijke;

(g)  een advies of met redenen omklede verklaring van de persoon die verantwoordelijk is voor het voorstellen van het herstructureringsplan waarin wordt uitgelegd waarom het bedrijf levensvatbaar is en hoe de uitvoering van het plan ervoor kan zorgen dat de debiteur insolventie vermijdt en zijn levensvatbaarheid op lange termijn herstelt, en wordt aangegeven welke de verwachte noodzakelijke voorwaarden zijn voor het welslagen ervan.

(g)  een advies of met redenen omklede verklaring van de persoon die verantwoordelijk is voor het voorstellen van het herstructureringsplan waarin wordt uitgelegd waarom het bedrijf levensvatbaar is en hoe de uitvoering van het plan ervoor kan zorgen dat de debiteur insolventie vermijdt en/of zijn levensvatbaarheid op lange termijn herstelt, en wordt aangegeven welke de verwachte noodzakelijke voorwaarden zijn voor het welslagen ervan. De lidstaten kunnen bepalen dat dit advies of deze met redenen omklede verklaring moet worden gevalideerd door een externe deskundige, bijvoorbeeld een deskundige op het gebied van herstructurering.

 

1 bis.  De lidstaten kunnen bepalen of schuldeisers een alternatief herstructureringsplan mogen voorstellen. Indien een lidstaat daartoe besluit, stelt de lidstaat vast onder welke voorwaarden crediteuren een alternatief herstructureringsplan mogen voorstellen.

2.  De lidstaten stellen een model voor herstructureringsplannen online beschikbaar. Dat model bevat ten minste de gegevens die krachtens het nationale recht zijn vereist en bevat algemene maar praktische informatie over de wijze waarop het model moet worden gebruikt. Het model wordt beschikbaar gesteld in de officiële taal of talen van de lidstaat. De lidstaten trachten het model in andere talen beschikbaar te maken, in het bijzonder in talen die in internationale zakelijke betrekkingen worden gebruikt. Het wordt zodanig opgesteld dat het kan worden aangepast aan de behoeften en omstandigheden van elke zaak.

2.  De lidstaten stellen een checklist voor herstructureringsplannen online beschikbaar. Deze checklist bevat ten minste de gegevens die krachtens het nationale recht zijn vereist en bevat algemene en praktische informatie over de herstructureringsprocedure die in de lidstaat beschikbaar is. De checklist wordt beschikbaar gesteld in de officiële taal of talen van de lidstaat. De lidstaten trachten de checklist in andere talen beschikbaar te maken, in het bijzonder in talen die in internationale zakelijke betrekkingen worden gebruikt. Het wordt zodanig opgesteld dat het kan worden aangepast aan de behoeften en omstandigheden van elke zaak.

3.  De partijen kunnen kiezen of zij het model voor een herstructureringsplan al dan niet gebruiken.

 

 

3 bis.  De lidstaten zorgen ervoor dat de rechten en vorderingen van de werknemers niet in het gedrang komen door het herstructureringsplan, onverminderd artikel 6, lid 3, van deze richtlijn. De lidstaten zorgen er ook voor dat herstructureringsplannen geen gevolgen hebben voor bedrijfspensioenfondsen of ‑regelingen.

Amendement    66

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 9

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Artikel 9

Artikel 9

Goedkeuring van herstructureringsplannen

Goedkeuring van herstructureringsplannen

1.  De lidstaten zorgen ervoor dat alle betrokken crediteuren het recht hebben om te stemmen over de goedkeuring van een herstructureringsplan. De lidstaten kunnen dergelijke stemrechten ook toekennen aan de betrokken houders van eigenvermogensinstrumenten, overeenkomstig artikel 12, lid 2.

1.  De lidstaten zorgen ervoor dat alle betrokken crediteuren, met inbegrip van werknemers, het recht hebben om te stemmen over de goedkeuring van het herstructureringsplan, nadat zij naar behoren zijn geïnformeerd over de procedure en de mogelijke gevolgen hiervan. De lidstaten kunnen dergelijke stemrechten ook toekennen aan de betrokken houders van eigenvermogensinstrumenten, overeenkomstig artikel 12, lid 2. Crediteuren die niet bij het herstructureringsplan betrokken zijn, krijgen geen stemrecht bij de goedkeuring van dat plan.

 

1 bis.  Indien het plan maatregelen omvat die veranderingen voor de arbeidsorganisatie of de arbeidsovereenkomsten meebrengen, zorgen de lidstaten ervoor dat die door de werknemers worden bevestigd als de nationale wetgeving en praktijk in een dergelijke bevestiging voorzien.

2.  De lidstaten zorgen ervoor dat de betrokken partijen in afzonderlijke categorieën worden behandeld die de criteria voor het vormen van categorieën weerspiegelen. Categorieën worden op zodanige manier gevormd dat elke categorie vorderingen of belangen omvat met rechten die voldoende gelijkaardig zijn om de leden van de categorie als een homogene groep met gedeelde belangen te beschouwen. Minimaal worden door een zekerheid gedekte vorderingen en niet door een zekerheidsrecht gedekte vorderingen in afzonderlijke categorieën behandeld met het oog op de goedkeuring van een herstructureringsplan. De lidstaten kunnen ook bepalen dat werknemers als een afzonderlijke categorie worden behandeld.

2.  De lidstaten zorgen ervoor dat de betrokken partijen in afzonderlijke categorieën worden behandeld die de criteria voor het vormen van categorieën krachtens het nationale recht weerspiegelen. Categorieën worden op zodanige manier gevormd dat elke categorie vorderingen of belangen omvat met rechten die voldoende gelijkaardig zijn om de leden van de categorie als een homogene groep met gedeelde belangen te beschouwen. Minimaal worden door een zekerheid gedekte vorderingen en niet door een zekerheidsrecht gedekte vorderingen in afzonderlijke categorieën behandeld met het oog op de goedkeuring van een herstructureringsplan. De lidstaten bepalen ook dat werknemers als een afzonderlijke categorie worden behandeld indien zij bij het plan betrokken zijn. De lidstaten kunnen ook bepalen dat houders van eigenvermogensinstrumenten als een afzonderlijke categorie worden behandeld.

3.  De vorming van categorieën wordt door de gerechtelijke of administratieve instantie beoordeeld wanneer een verzoek tot bevestiging van het herstructureringsplan wordt ingediend.

3.  De stemrechten en de vorming van categorieën worden door de gerechtelijke of administratieve instantie beoordeeld wanneer een verzoek tot bevestiging van het herstructureringsplan wordt ingediend. De lidstaten kunnen bepalen dat de stemrechten en de vorming van categorieën door een gerechtelijke of administratieve instantie worden beoordeeld in een eerder stadium.

4.  Een herstructureringsplan wordt geacht door de betrokken partijen te zijn goedgekeurd wanneer daarvoor in elke categorie een meerderheid in het bedrag van hun vorderingen of belangen bestaat. De lidstaten stellen de vereiste meerderheid vast voor de goedkeuring van een herstructureringsplan, die in geen geval hoger mag zijn dan 75 % van het bedrag van de vorderingen of belangen in elke categorie.

4.  Een herstructureringsplan wordt geacht door de betrokken partijen te zijn goedgekeurd wanneer daarvoor in elke categorie een meerderheid in het bedrag van hun vorderingen of belangen en een meerderheid van de crediteuren bestaat. De lidstaten stellen de vereiste meerderheid vast voor de goedkeuring van een herstructureringsplan.

5.  De lidstaten kunnen bepalen dat een stemming over de goedkeuring van een herstructureringsplan de vorm aanneemt van overleg en overeenstemming van een vereiste meerderheid van betrokken partijen in elke categorie.

5.  De lidstaten kunnen bepalen dat een stemming over de goedkeuring van een herstructureringsplan de vorm aanneemt van overleg en overeenstemming van een vereiste meerderheid van betrokken partijen in elke categorie.

6.  Wanneer de noodzakelijke meerderheid in een of meerdere niet-instemmende stemmende categorieën niet wordt bereikt, kan het plan toch nog worden bevestigd wanneer het voldoet aan de in artikel 11 vastgestelde vereisten voor een categorie-overschrijdende cram-down.

6.  Wanneer de noodzakelijke meerderheid in een of meerdere niet-instemmende stemmende categorieën niet wordt bereikt, kan het plan toch nog door een gerechtelijke of administratieve instantie worden bevestigd wanneer het voldoet aan de in artikel 11 vastgestelde vereisten voor een categorie-overschrijdende cram-down.

Amendement    67

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 10

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Artikel 10

Artikel 10

Bevestiging van herstructureringsplannen

Bevestiging van herstructureringsplannen

1.  De lidstaten zorgen ervoor dat de volgende herstructureringsplannen alleen bindend kunnen worden voor de partijen indien zij door een gerechtelijke of administratieve instantie worden bevestigd:

1.  De lidstaten zorgen ervoor dat de volgende herstructureringsplannen alleen bindend kunnen worden voor de partijen indien zij door een gerechtelijke of administratieve instantie worden bevestigd:

(a)  herstructureringsplannen die een invloed hebben op de belangen van de niet-instemmende betrokken partijen;

(a)  herstructureringsplannen die een invloed hebben op de belangen van de niet-instemmende betrokken partijen;

(b)  herstructureringsplannen die voorzien in nieuwe financiering.

(b)  herstructureringsplannen die voorzien in nieuwe financiering;

 

(b bis)  herstructureringsplannen waarbij meer dan 25 % van de banen verloren gaat.

2.  De lidstaten zorgen ervoor dat de voorwaarden waaronder een herstructureringsplan door een gerechtelijke of administratieve instantie kan worden bevestigd, duidelijk gespecificeerd zijn en minstens het volgende omvatten:

2.  De lidstaten zorgen ervoor dat de voorwaarden waaronder een herstructureringsplan door een gerechtelijke of administratieve instantie kan worden bevestigd, duidelijk in hun recht gespecificeerd zijn en minstens het volgende omvatten:

(a)  het herstructureringsplan werd goedgekeurd overeenkomstig artikel 9 en werd ter kennis gebracht van alle gekende crediteuren die erdoor kunnen worden geraakt;

(a)  het herstructureringsplan werd goedgekeurd met inachtneming van de in artikel 9 vastgestelde voorschriften en werd ter kennis gebracht van alle gekende crediteuren die erdoor kunnen worden geraakt;

(b)  het herstructureringsplan doorstaat de toets van het belang van de crediteuren;

(b)  het herstructureringsplan doorstaat de toets van het belang van de crediteuren;

(c)  alle nieuwe financiering is noodzakelijk om het herstructureringsplan uit te voeren en benadeelt de belangen van de crediteuren niet op oneerlijke wijze.

(c)  alle nieuwe financiering is noodzakelijk en evenredig om het herstructureringsplan uit te voeren.

 

(c bis)  de werknemersvertegenwoordigers zijn geïnformeerd en geraadpleegd.

3.  De lidstaten zorgen ervoor dat gerechtelijke of administratieve instanties kunnen weigeren een herstructureringsplan te bevestigen wanneer dat plan geen redelijk vooruitzicht biedt op het afwenden van de insolventie van de debiteur en het waarborgen van de levensvatbaarheid van het bedrijf.

3.  De lidstaten zorgen ervoor dat gerechtelijke of administratieve instanties weigeren een herstructureringsplan te bevestigen wanneer dat plan geen redelijk vooruitzicht biedt op het afwenden van de insolventie van de debiteur en het waarborgen van de levensvatbaarheid van het bedrijf.

4.  De lidstaten zorgen ervoor dat wanneer een gerechtelijke of administratieve instantie een herstructureringsplan moet bevestigen voordat het bindend wordt, onverwijld een besluit wordt genomen nadat het verzoek om bevestiging werd ingediend en in geen geval later dan 30 dagen na indiening van het verzoek.

4.  De lidstaten zorgen ervoor dat wanneer een gerechtelijke of administratieve instantie een herstructureringsplan moet bevestigen voordat het bindend wordt, binnen een redelijke termijn en zonder onnodig uitstel een besluit wordt genomen nadat het verzoek om bevestiging werd ingediend.

Amendement    68

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 11

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Artikel 11

Artikel 11

Categorie-overschrijdende cram-down

Categorie-overschrijdende cram-down

1.  De lidstaten zorgen ervoor dat een herstructureringsplan dat niet door elke categorie van de betrokken partijen wordt goedgekeurd, door een gerechtelijke of administratieve instantie kan worden bevestigd op voorstel van een debiteur of van een crediteur met de instemming van de debiteur en bindend kan worden voor een of meerdere niet-instemmende categorieën, indien het herstructureringsplan:

1.  De lidstaten zorgen ervoor dat een herstructureringsplan dat niet door elke categorie van de betrokken partijen wordt goedgekeurd, door een gerechtelijke of administratieve instantie kan worden bevestigd op voorstel van een debiteur of, indien het nationale recht daarin voorziet, van een crediteur met de instemming van de debiteur en bindend kan worden voor een of meerdere niet-instemmende categorieën, indien het herstructureringsplan:

(a)  voldoet aan de voorwaarden van artikel 10, lid 2;

(a)  voldoet aan de voorwaarden van artikel 10, lid 2, en alle voorschriften van het nationale recht in acht neemt;

(b)  werd goedgekeurd door minstens één categorie van betrokken crediteuren die niet een categorie van houders van eigenvermogensinstrumenten is, en een andere categorie die bij de waardebepaling van de onderneming geen betaling of andere vergoeding zou ontvangen, mocht de normale rangorde van voorrang bij vereffening worden toegepast;

(b)  werd goedgekeurd door de meerderheid van de categorieën van betrokken crediteuren, waaronder geen categorie van houders van eigenvermogensinstrumenten noch een andere categorie die bij de waardebepaling van de onderneming geen betaling of andere vergoeding zou ontvangen, mocht de normale rangorde van voorrang bij vereffening worden toegepast;

(c)  voldoet aan de regel van absolute voorrang.

(c)  voldoet aan de regel van absolute voorrang.

2.  De lidstaten kunnen het minimumaantal betrokken categorieën wijzigen dat vereist is om het plan goed te keuren, zoals bedoeld in lid 1, onder b).

2.  De lidstaten kunnen het minimumaantal betrokken categorieën dat vereist is om het plan goed te keuren, zoals bedoeld in lid 1, onder b), verhogen mits dat minimumaantal nog steeds de meerderheid van de categorieën vertegenwoordigt.

Amendement    69

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 12 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De lidstaten zorgen ervoor dat wanneer er een kans op insolventie bestaat, de aandeelhouders en andere houders van eigenvermogensinstrumenten met belangen in een debiteur niet op onredelijke wijze de goedkeuring of uitvoering verhinderen van een herstructureringsplan dat de levensvatbaarheid van de onderneming zou herstellen.

1.  De lidstaten zorgen ervoor dat wanneer er een kans op insolventie bestaat, de aandeelhouders en andere houders van eigenvermogensinstrumenten met belangen in een debiteur niet op onredelijke wijze de goedkeuring of uitvoering verhinderen of bemoeilijken van een herstructureringsplan dat de levensvatbaarheid van de onderneming zou herstellen.

Amendement    70

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 12 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 12 bis

 

Werknemers

 

De lidstaten zorgen ervoor dat de rechten van werknemers, met inbegrip van de in deze richtlijn genoemde rechten, niet worden ondermijnd door het herstructureringsproces en dat er onafhankelijk toezicht is op de naleving van het betreffende Unie- en nationale recht. Deze rechten omvatten in het bijzonder:

 

(1)  het recht op collectieve onderhandelingen en collectieve actie; en

 

(2)  het recht om geïnformeerd en geraadpleegd te worden, waaronder met name het recht op toegang tot informatie over alle procedures die gevolgen kunnen hebben voor de werkgelegenheid en/of het vermogen van werknemers om hun loon en eventuele toekomstige betalingen, zoals bedrijfspensioen, te innen.

 

De lidstaten zorgen er ook voor dat werknemers altijd als preferente categorie crediteuren met een zekerheidsrecht worden behandeld.

Amendement    71

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 13 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De gerechtelijke of administratieve instantie bepaalt een vereffeningswaarde wanneer een herstructureringsplan wordt betwist op grond van een vermeende schending van de toets van het belang van de crediteuren.

1.  De gerechtelijke of administratieve instantie bepaalt een vereffeningswaarde wanneer een herstructureringsplan of verkoopsplan wordt betwist op grond van een vermeende schending van de toets van het belang van de crediteuren.

Amendement    72

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 14 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De lidstaten zorgen ervoor dat herstructureringsplannen die door een gerechtelijke of administratieve instantie worden bevestigd, bindend zijn voor elke partij die in het plan wordt geïdentificeerd.

1.  De lidstaten zorgen ervoor dat herstructureringsplannen die door een gerechtelijke of administratieve instantie worden bevestigd, bindend zijn voor alle partijen die in het plan worden geïdentificeerd.

Amendement    73

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 15 – lid 4 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b)  hetzij het plan kan bevestigen en de niet-instemmende crediteuren een financiële vergoeding kan toekennen, te betalen door de debiteur of de crediteuren die voor het plan stemden.

(b)  hetzij het plan kan bevestigen en de mogelijkheid kan onderzoeken om niet-instemmende crediteuren die ten onrechte schade lijden ten gevolge van het plan een financiële vergoeding toe te kennen, en zo nodig bevelen dat deze door de debiteur moet worden betaald.

Amendement    74

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 17 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De lidstaten kunnen eisen dat de in lid 2, onder e), bedoelde transacties door een deskundige op het gebied van herstructurering of een gerechtelijke of administratieve instantie worden goedgekeurd om onder de in lid 1 bedoelde bescherming te vallen.

3.  De lidstaten eisen dat de in lid 2, onder e), bedoelde transacties door een deskundige op het gebied van herstructurering of een gerechtelijke of administratieve instantie worden goedgekeurd om onder de in lid 1 bedoelde bescherming te vallen.

Amendement    75

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 18

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Artikel 18

Artikel 18

Verplichtingen van bestuurders

Taken en verplichtingen van bestuurders

De lidstaten stellen regels vast om ervoor te zorgen dat bestuurders, wanneer er kans op insolventie bestaat, de volgende verplichtingen hebben:

1. De lidstaten stellen regels vast om ervoor te zorgen dat bestuurders en ondernemers, wanneer er kans op insolventie bestaat, de volgende verplichtingen hebben:

(a)  onmiddellijk maatregelen nemen om het verlies voor crediteuren, werknemers, aandeelhouders en andere belanghebbenden te beperken;

(a)  onmiddellijk maatregelen nemen om het verlies voor crediteuren, werknemers, aandeelhouders en andere belanghebbenden te beperken;

(b)  terdege rekening houden met de belangen van crediteuren en andere belanghebbenden;

(b)  terdege rekening houden met de belangen van crediteuren, werknemers en andere belanghebbenden;

 

(b bis)  voldoen aan hun verplichtingen jegens crediteuren, werknemers, andere belanghebbenden, de staat en zijn organen;

(c)  redelijke stappen ondernemen om insolventie te vermijden;

(c)  redelijke stappen ondernemen om insolventie te vermijden;

(d)  opzettelijke handelingen of grove nalatigheid vermijden die de levensvatbaarheid van de onderneming bedreigen.

(d)  opzettelijke handelingen of grove nalatigheid vermijden die de levensvatbaarheid van de onderneming bedreigen;

 

(d bis)  niet opzettelijk de waarde van het nettoactief van de onderneming doen dalen.

 

2.  Niet-nakoming van de in lid 1 bedoelde verplichtingen weegt mee bij de bepaling van de kwijtingstermijn en ‑voorwaarden overeenkomstig artikel 22.

Amendement    76

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 19 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De lidstaten zorgen ervoor dat ondernemers met een overmatige schuldenlast volledige kwijting van hun schulden kunnen krijgen overeenkomstig deze richtlijn.

1.  De lidstaten zorgen ervoor dat bonafide ondernemers met een overmatige schuldenlast volledige kwijting van hun schulden kunnen krijgen overeenkomstig deze richtlijn.

Amendement    77

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 19 – lid 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis.  Een volledige kwijting is slechts van toepassing indien de schuldplichtige ondernemer heeft voldaan aan de vereisten van artikel 18 van deze richtlijn. Ondernemers die inbreuk plegen op het arbeids- of mededingingsrecht zijn uitgesloten van volledige kwijting.

Amendement    78

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 19 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  De lidstaten voorzien in bedrijfsondersteuning en herstartmaatregelen voor ondernemers die een tweede kans hebben gekregen, zodat zij hun ondernemerschap een nieuwe impuls kunnen geven.

Amendement    79

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 20

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Artikel 20

Artikel 20

Kwijtingstermijn

Kwijtingstermijn

1.  De termijn waarna ondernemers met een overmatige schuldenlast volledige kwijting van schulden kunnen verkrijgen, mag niet langer zijn dan drie jaar, te rekenen vanaf:

1.  De termijn waarna ondernemers met een overmatige schuldenlast voor de eerste keer volledige kwijting van schulden kunnen verkrijgen, mag niet langer zijn dan vijf jaar, te rekenen vanaf:

(a)  de datum waarop de gerechtelijke of administratieve instantie uitspraak heeft gedaan over een verzoek om een dergelijke procedure in te leiden, in het geval van een procedure die eindigt met de vereffening van de activa van een ondernemer met een overmatige schuldenlast; of

(a)  de datum waarop de gerechtelijke of administratieve instantie uitspraak heeft gedaan over een verzoek om een dergelijke procedure in te leiden, in het geval van een procedure die eindigt met de vereffening van de activa van een ondernemer met een overmatige schuldenlast; of

(b)  de datum waarop de uitvoering van het terugbetalingsplan van start is gegaan, in het geval van een procedure die een terugbetalingsplan inhoudt.

(b)  de datum waarop de uitvoering van het terugbetalingsplan van start is gegaan, in het geval van een procedure die een terugbetalingsplan inhoudt.

2.  De lidstaten zorgen ervoor dat bij het verstrijken van de kwijtingstermijn ondernemers met een overmatige schuldenlast kwijting van hun schulden verkrijgen, zonder dat zij daartoe opnieuw een verzoek moeten richten aan een gerechtelijke of administratieve instantie.

2.  De lidstaten zorgen ervoor dat bij het verstrijken van de kwijtingstermijn ondernemers met een overmatige schuldenlast kwijting van hun schulden verkrijgen.

 

2 bis.  De lidstaten kunnen voorzien in langere kwijtingstermijnen indien een ondernemer een tweede maal of herhaaldelijk een kwijtingsprocedure aanvraagt.

Amendement    80

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 22 – lid 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  In afwijking van de artikelen 19, 20 en 21 kunnen de lidstaten bepalingen handhaven of invoeren die de toegang tot kwijting beperken of voorzien in langere termijnen om volledige kwijting te verkrijgen of in langere beroepsverboden, in bepaalde, welomschreven omstandigheden en wanneer deze beperkingen gerechtvaardigd zijn door een algemeen belang, met name wanneer:

1.  In afwijking van de artikelen 19, 20 en 21 handhaven of introduceren de lidstaten bepalingen die de toegang tot kwijting beperken of voorzien in langere termijnen om volledige kwijting te verkrijgen of in langere beroepsverboden, in bepaalde, welomschreven omstandigheden en wanneer deze beperkingen gerechtvaardigd zijn door een algemeen belang, met name wanneer:

Amendement    81

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 22 – lid 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  de ondernemer met een overmatige schuldenlast oneerlijk of te kwader trouw heeft gehandeld tegenover de crediteuren bij het aangaan van de schulden of wanneer de schulden werden geïnd;

(a)  de ondernemer met een overmatige schuldenlast oneerlijk of te kwader trouw heeft gehandeld tegenover de crediteuren bij het aangaan van de schulden of wanneer de schulden werden geïnd. De Commissie geeft de lidstaten richtsnoeren voor de vaststelling van een reeks criteria om te bepalen wanneer er sprake is van oneerlijk handelen of handelen te kwader trouw;

Amendement    82

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 22 – lid 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b)  de ondernemer met een overmatige schuldenlast zich niet houdt aan een terugbetalingsplan of aan een andere wettelijke verplichting die als doel heeft de belangen van crediteuren te waarborgen;

(b)  de ondernemer met een overmatige schuldenlast zich onvoldoende houdt aan een terugbetalingsplan of aan een andere wettelijke verplichting die als doel heeft de belangen van crediteuren te waarborgen, gelet op de moeilijkheden waar micro- en kleine ondernemingen mee te maken krijgen bij het volgen van insolventie- en herstructureringsprocedures.

Amendement    83

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 22 – lid 1 – letter d bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(d bis)  ondernemers of hun bestuurders hun verplichtingen uit hoofde van artikel 18 van deze richtlijn niet zijn nagekomen of wanneer ondernemers of hun bestuurders inbreuk hebben gepleegd op het arbeids- of mededingingsrecht.

Amendement    84

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 22 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De lidstaten kunnen voorzien in langere kwijtingstermijnen in gevallen waarin de hoofdverblijfplaats van een ondernemer met een overmatige schuldenlast is vrijgesteld van de mogelijkheid om de activa te realiseren, om de bestaansmiddelen van de ondernemer met een overmatige schuldenlast en zijn gezin te beschermen.

2.  De lidstaten kunnen voorzien in langere kwijtingstermijnen om de bestaansmiddelen van een ondernemer met een overmatige schuldenlast en zijn gezin te beschermen, indien zijn hoofdverblijfplaats is vrijgesteld van de mogelijkheid om de activa te realiseren.

Amendement    85

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 22 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De lidstaten kunnen specifieke schuldcategorieën van kwijting uitsluiten, zoals door een zekerheid gedekte schulden of schulden die ontstaan uit strafrechtelijke boetes of aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad, of de kwijtingstermijn verlengen, wanneer een dergelijke uitsluiting of verlening door een algemeen belang is gerechtvaardigd.

3.  De lidstaten kunnen specifieke schuldcategorieën, zoals door een zekerheid gedekte schulden of schulden die ontstaan uit strafrechtelijke boetes of aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad, van kwijting uitsluiten of de kwijtingstermijn verlengen, wanneer een dergelijke uitsluiting of verlening door een algemeen belang is gerechtvaardigd.

Amendement    86

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 22 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  In afwijking van artikel 21 kunnen de lidstaten bepalen dat het verbod om een bepaalde activiteit uit te oefenen, langer of voor onbepaalde tijd geldt, wanneer de ondernemer met een overmatige schuldenlast lid is van een beroepsgroep waarop specifieke gedragsregels van toepassing zijn of wanneer het verbod door een rechtbank in een strafrechtelijke procedure is uitgesproken.

4.  In afwijking van artikel 21 kunnen de lidstaten bepalen dat het verbod om een bepaalde activiteit uit te oefenen, langer of voor onbepaalde tijd geldt, wanneer de ondernemer met een overmatige schuldenlast lid is van een beroepsgroep waarop specifieke gedragsregels van toepassing zijn en de ondernemer deze regels heeft geschonden of wanneer het verbod door een rechtbank in een strafrechtelijke procedure is uitgesproken.

Amendement    87

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 22 – lid 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4 bis.  Wat lid 1, onder a), betreft, geeft de Commissie de lidstaten richtsnoeren voor de vaststelling van een reeks criteria om te bepalen wanneer in dit verband sprake is van oneerlijk handelen of handelen te kwader trouw.

Amendement    88

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 23 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De lidstaten zorgen ervoor dat wanneer een ondernemer met een overmatige schuldenlast professionele schulden is aangegaan tijdens zijn handels-, bedrijfs-, ambachts- of beroepsactiviteit en persoonlijke schulden is aangegaan buiten deze activiteiten, alle schulden in één procedure worden behandeld met het oog op het verkrijgen van kwijting.

1.  De lidstaten zorgen ervoor dat wanneer een ondernemer met een overmatige schuldenlast professionele schulden is aangegaan tijdens zijn handels-, bedrijfs-, ambachts- of beroepsactiviteit en persoonlijke schulden is aangegaan buiten deze activiteiten, professionele schulden gescheiden van persoonlijke schulden worden behandeld met het oog op het verkrijgen van kwijting. Wanneer er procedures zijn om voor zowel professionele als persoonlijke schulden kwijting te verkrijgen, kunnen deze procedures worden gecoördineerd met het oog op het verkrijgen van kwijting overeenkomstig deze richtlijn.

Amendement    89

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 23 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De lidstaten kunnen van lid 1 afwijken en bepalen dat professionele en persoonlijke schulden in afzonderlijke procedures worden behandeld, op voorwaarde dat deze procedures kunnen worden gecoördineerd met het oog op het verkrijgen van kwijting overeenkomstig deze richtlijn.

Schrappen

Amendement    90

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 25 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De lidstaten zorgen ervoor dat bemiddelaars, deskundigen op het gebied van insolventie en andere deskundigen die zijn aangesteld in zaken in verband met herstructurering, insolventie en een tweede kans, de nodige basis- en vervolgopleiding krijgen om ervoor te zorgen dat hun diensten ten aanzien van de partijen op een doeltreffende, onpartijdige, onafhankelijke en competente wijze worden verstrekt.

1.  De lidstaten zorgen ervoor dat bemiddelaars, deskundigen op het gebied van insolventie en andere deskundigen die zijn aangesteld in zaken in verband met herstructurering, insolventie en een tweede kans, de nodige basis- en vervolgopleiding krijgen en de nodige kwalificaties verwerven om ervoor te zorgen dat hun diensten ten aanzien van de partijen op een doeltreffende, onpartijdige, onafhankelijke en competente wijze worden verstrekt.

Amendement    91

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 25 – lid 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis.  De Commissie bevordert, met het oog op de verbetering van de kwaliteit van de opleidingen in de hele Unie, de uitwisseling van best practices tussen de lidstaten, onder meer door middel van netwerken en de uitwisseling van ervaring en instrumenten voor capaciteitsopbouw, en organiseert zo nodig opleidingen voor leden van de rechterlijke macht en personen die voor administratieve autoriteiten werken en die zich bezighouden met zaken op het gebied van herstructurering, insolventie en een tweede kans.

Amendement    92

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 25 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De lidstaten bevorderen met alle door hen passend geachte middelen de opstelling van vrijwillige gedragscodes en de naleving ervan door deskundigen op het gebied van herstructurering, insolventie en tweede kans, alsmede de ontwikkeling van andere doeltreffende toezichtsmechanismen betreffende het verlenen van dergelijke diensten.

2.  De lidstaten zorgen ervoor dat deskundigen op het gebied van herstructurering, insolventie en tweede kans, alsmede de ontwikkeling van andere doeltreffende toezichtsmechanismen betreffende het verlenen van dergelijke diensten statutaire gedragscodes in acht nemen die ten minste bepalingen bevatten betreffende opleiding, kwalificaties, vergunningverlening, registratie, persoonlijke aansprakelijkheid, verzekering en betrouwbaarheid.

Amendement    93

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 25 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  De lidstaten stellen doeltreffende sancties vast voor niet-naleving van de verplichtingen van beroepsbeoefenaren uit hoofde van dit artikel en andere desbetreffende Unie- of nationale wetgeving.

Amendement    94

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 27 – lid 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis.  De lidstaten zorgen ervoor dat informatie over de autoriteiten die toezicht of controle uitoefenen op beroepsbeoefenaren op het gebied van herstructurering, openbaar is.

Amendement    95

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 27 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 27 bis

 

Beschikbare informatie voor ondernemers die een tweede kans krijgen

 

1.  De lidstaten zorgen ervoor dat ondernemers die een tweede kans krijgen, toegang hebben tot relevante, actuele, duidelijke, beknopte en gebruikersvriendelijke informatie over de beschikbaarheid van op hen afgestemde administratieve, juridische, zakelijke of financiële ondersteuning en alle middelen die hun ter beschikking staan om het oprichten van een nieuwe onderneming te vergemakkelijken.

 

2.  De lidstaten verstrekken de Commissie jaarlijks de informatie als bedoeld in lid 1.

 

3.  De Commissie stelt de informatie die krachtens lid 1 moet worden verstrekt en die zij overeenkomstig lid 2 heeft ontvangen, op gebruikersvriendelijke wijze beschikbaar op haar website.

Amendement    96

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 28 – lid 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis.  Tijdens de herstructureringsprocedure is een verschuiving van het centrum van de voornaamste belangen, als gedefinieerd in Verordening (EU) 2015/848, van de debiteur niet toegestaan.

Amendement    97

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 28 – lid 1 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(c)  kennisgeving aan crediteuren;

(c)  kennisgeving aan crediteuren, met inbegrip van werknemersvertegenwoordigers;

Amendement    98

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 29 – lid 1 – alinea 1 – letter g bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(g bis)  het aantal banen dat verloren is gegaan, overdracht van de onderneming of een deel daarvan, gedeeltelijke ontslagen, de gevolgen van herstructureringsovereenkomsten voor de werkgelegenheid, niet‑nakoming van verplichtingen door bestuurders en de omvang van de overheidsfinanciering.

Amendement    99

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 29 – lid 1 – alinea 1 – letter g ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(g ter)  het aantal debiteuren dat na een procedure als bedoeld onder a), punt iii), te hebben doorlopen, een nieuwe onderneming heeft opgericht;

Amendement    100

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 29 – lid 1 – alinea 1 – letter g quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(g quater)  met betrekking tot debiteuren die na een procedure als bedoeld onder a), punten ii) en iii), te hebben doorlopen, een nieuwe onderneming hebben opgericht, de gemiddelde tijdsduur tussen het einde van de procedure en de oprichting van de nieuwe onderneming;

Amendement    101

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 29 – lid 1 – alinea 1 – letter g quinquies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(g quinquies)  het aantal banen dat verloren is gegaan, overdracht van de onderneming of een deel daarvan, gedeeltelijke ontslagen en de gevolgen van herstructureringsovereenkomsten voor de werkgelegenheid en de omvang van de overheidsfinanciering;

Amendement    102

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 29 – lid 1 – alinea 1 – letter g sexies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(g sexies)  het aantal banen dat verloren is gegaan, overdracht van de onderneming of een deel daarvan, en de gevolgen van herstructureringsovereenkomsten voor de werkgelegenheidssituatie;

Amendement    103

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 29 – lid 1 – alinea 1 – letter g septies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(g septies)  het aantal frauduleuze herstructurerings- en insolventieprocedures en de werking van de bestaande handhavingsmechanismen;

Amendement    104

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 29 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De lidstaten stellen aan de hand van de in de leden 1 en 2 bedoelde geaggregeerde gegevens statistieken op voor volledige kalenderjaren eindigend op 31 december van elk jaar, te beginnen met de gegevens die zijn verzameld voor het eerste volledige kalenderjaar na [de datum waarop de uitvoeringsmaatregelen van toepassing worden]. Deze statistieken worden jaarlijks, uiterlijk op 31 maart van het kalenderjaar volgend op het jaar waarvoor de gegevens zijn verzameld, aan de Commissie meegedeeld door middel van een gestandaardiseerd mededelingenformulier.

3.  De lidstaten stellen aan de hand van de in de leden 1 en 2 bedoelde geaggregeerde gegevens statistieken op voor volledige kalenderjaren eindigend op 31 december van elk jaar, te beginnen met de gegevens die zijn verzameld voor het eerste volledige kalenderjaar na [de datum waarop de uitvoeringsmaatregelen van toepassing worden]. Deze statistieken worden jaarlijks, uiterlijk op 31 maart van het kalenderjaar volgend op het jaar waarvoor de gegevens zijn verzameld, aan de Commissie meegedeeld door middel van een gestandaardiseerd mededelingenformulier. De lidstaten presenteren die statistieken op een gebruikersvriendelijke website.

Amendement    105

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 29 – lid 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4 bis.  De Commissie centraliseert de in de leden 1, 2 en 3 bedoelde informatie en maakt deze gratis en op gebruikersvriendelijke openbaar op haar website.

Amendement    106

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 30 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 30 bis

 

Meldingsplicht

 

1.  Elke debiteur die betrokken is bij een herstructurerings-, insolventie of kwijtingsprocedure in een lidstaat en ook actief is in een andere lidstaat, meldt dat bij het begin van een dergelijke procedure aan bij de bevoegde autoriteit, overheidsdienst of rechtbank van beide landen.

 

2.  De debiteur is verplicht de activiteiten, omvang en structuur van zijn bedrijf in een andere lidstaat of in derde landen aan te melden bij de administratie van de rechtbank die met de herstructurerings-, insolventie- of kwijtingsprocedure belast is.

Amendement    107

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 31 – lid 1 – letter a bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(a bis)  Richtlijn 2008/94/EG.

Amendement    108

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 33 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Uiterlijk [vijf jaar na de datum waarop de toepassing van de uitvoeringsmaatregelen begint] en vervolgens om de zeven jaar, dient de Commissie bij het Europees Parlement, de Raad en het Europees Economisch en Sociaal Comité een verslag over de toepassing van deze richtlijn in, onder meer over de vraag of aanvullende maatregelen moeten worden overwogen om het rechtskader over herstructurering, insolventie en een tweede kans te consolideren en te versterken.

Uiterlijk [drie jaar na de datum waarop de toepassing van de uitvoeringsmaatregelen begint] en vervolgens om de vijf jaar, dient de Commissie bij het Europees Parlement, de Raad en het Europees Economisch en Sociaal Comité een verslag over de toepassing en het effect van deze richtlijn in. Op basis van die beoordeling dient de Commissie na de evaluatie van deze richtlijn zo nodig een wetgevingsvoorstel in waarin aanvullende maatregelen worden overwogen om het rechtskader inzake herstructurering, insolventie en een tweede kans te consolideren en te harmoniseren, met name op gebieden zoals de voorwaarden voor het inleiden van insolventieprocedures, een gemeenschappelijke definitie van insolventie, de rangorde van vorderingen bij insolventie, en vorderingen tot nietigverklaring.


ADVIES van de Commissie economische en monetaire zaken (7.12.2017)

aan de Commissie juridische zaken

inzake het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende preventieve herstructureringsstelsels, een tweede kans en maatregelen ter verhoging van de efficiëntie van herstructurerings-, insolventie- en kwijtingsprocedures, en tot wijziging van Richtlijn 2012/30/EU

(COM(2016)0723 – C8-0475/2016 – 2016/0359(COD))

Rapporteur voor advies: Enrique Calvet Chambon

AMENDEMENTEN

De Commissie economische en monetaire zaken verzoekt de ten principale bevoegde Commissie juridische zaken onderstaande amendementen in aanmerking te nemen:

Amendement    1

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(1)  Deze richtlijn heeft als doel de belemmeringen voor het uitoefenen van fundamentele vrijheden zoals het vrije verkeer van kapitaal en de vrijheid van vestiging, die voortvloeien uit verschillen tussen nationale regelingen en procedures inzake preventieve herstructurering, insolventie en een tweede kans uit de weg te ruimen. De richtlijn wil deze belemmeringen uit de weg ruimen door ervoor te zorgen dat levensvatbare ondernemingen in financiële moeilijkheden toegang hebben tot doeltreffende nationale preventieve herstructureringsstelsels die hen in staat stellen hun activiteiten voort te zetten; dat eerlijke ondernemers met een overmatige schuldenlast na een redelijke termijn een tweede kans krijgen na een volledige kwijting van schulden; en dat de efficiëntie van herstructurerings-, insolventie- en kwijtingsprocedures wordt verhoogd, in het bijzonder om de duur ervan te verkorten.

(1)  Deze richtlijn heeft als doel bij te dragen tot de goede werking van de interne markt door de belemmeringen voor het uitoefenen van fundamentele vrijheden zoals het vrije verkeer van kapitaal en de vrijheid van vestiging, die voortvloeien uit verschillen tussen nationale regelingen en procedures inzake preventieve herstructurering, insolventie en een tweede kans uit de weg te ruimen en zodoende bij te dragen aan de totstandbrenging van een echte kapitaalmarktenunie. De richtlijn wil deze belemmeringen uit de weg ruimen door ervoor te zorgen dat levensvatbare ondernemingen in financiële moeilijkheden toegang hebben tot doeltreffende nationale preventieve herstructureringsstelsels die hen in staat stellen hun activiteiten voort te zetten; dat eerlijke ondernemers met een overmatige schuldenlast na een redelijke termijn een tweede kans krijgen na een volledige kwijting van schulden; en dat de efficiëntie van herstructurerings-, insolventie- en kwijtingsprocedures wordt verhoogd, in het bijzonder om de duur ervan te verkorten. De preventieve oplossingen, soms ook "prepack"-oplossingen genoemd, passen binnen een toenemende trend van het moderne insolventierecht om de voorkeur te geven aan de benaderingen die, in tegenstelling tot de klassieke benaderingen die erop zijn gericht een onderneming in crisis te vereffenen, tot doel hebben de financiële gezondheid ervan te herstellen of minstens de nog economisch levensvatbare eenheden ervan te redden.

Amendement    2

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(2)  De herstructurering moet ondernemingen in financiële moeilijkheden in staat stellen hun activiteiten geheel of gedeeltelijk voort te zetten, door de samenstelling, de voorwaarden of de structuur van hun activa en passiva of van hun kapitaalstructuur te wijzigen, met inbegrip van de verkoop van activa of bedrijfsonderdelen. Preventieve herstructureringsstelsels moeten de ondernemingen vooral in staat stellen om in een vroeg stadium te herstructureren en insolventie te vermijden. Deze stelsels moeten de totale waarde voor crediteuren, eigenaars en de economie in haar geheel maximaliseren en moeten voorkomen dat onnodig banen, kennis en vaardigheden verloren gaan. Zij moeten ook voorkomen dat het aantal oninbare leningen stijgt. In het herstructureringsproces moeten de rechten van alle betrokken partijen worden beschermd. Tegelijkertijd moeten niet-levensvatbare ondernemingen zonder overlevingskansen zo snel mogelijk worden vereffend.

(2)  De herstructurering moet ondernemingen in financiële moeilijkheden in staat stellen hun activiteiten geheel of gedeeltelijk voort te zetten, door de samenstelling, de voorwaarden of de structuur van hun activa en passiva of van hun kapitaalstructuur te wijzigen, met inbegrip van de verkoop van activa of bedrijfsonderdelen of het bedrijf zelf, indien die verrichtingen, net zoals de vereffening van de activa, ook bijdragen tot de schadeloosstelling van de crediteuren. Preventieve herstructureringsstelsels moeten de ondernemingen vooral in staat stellen om in een vroeg stadium te herstructureren en insolventie te vermijden. Deze stelsels moeten de totale waarde voor crediteuren ten opzichte van wat zij zouden krijgen bij vereffening van de activa, eigenaars en de economie in haar geheel maximaliseren en moeten voorkomen dat onnodig banen en kennis en vaardigheden verloren gaan. Zij moeten ook een toename voorkomen van het aantal oninbare leningen, die het doeltreffendst kunnen worden aangepakt met een alomvattende en gecoördineerde aanpak waarin een reeks aanvullende beleidsmaatregelen op nationaal en zo nodig op Unieniveau wordt gecombineerd. In het herstructureringsproces moeten de rechten van alle betrokken partijen worden beschermd. Tegelijkertijd moeten niet-levensvatbare ondernemingen zonder overlevingskansen zo snel mogelijk worden vereffend.

Amendement    3

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(5)  De buitensporige duur van herstructurerings-, insolventie- en kwijtingsprocedures in verscheidene lidstaten is een belangrijke factor die lage terugvorderingspercentages veroorzaakt en investeerders afschrikt om zaken te doen in rechtsgebieden waar procedures erg lang kunnen aanslepen.

(5)  De buitensporige duur van herstructurerings-, insolventie- en kwijtingsprocedures in verscheidene lidstaten is een belangrijke factor die lage terugvorderingspercentages veroorzaakt en investeerders afschrikt om zaken te doen in rechtsgebieden waar procedures erg lang kunnen aanslepen en onnodig duur kunnen zijn.

Amendement    4

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(6)  Al deze verschillen geven aanleiding tot extra kosten voor investeerders wanneer zij nagaan wat de kans is dat debiteuren financiële moeilijkheden krijgen in een of meerdere lidstaten en wat de kosten zijn van het herstructureren van bedrijven met vestigingen, crediteuren of activa in andere lidstaten, hetgeen zeer duidelijk het geval is bij de herstructurering van internationale groepen van bedrijven. Veel investeerders vermelden onzekerheid over insolventieregels of het risico van langdurige of complexe insolventieprocedures in een ander land als een belangrijke reden om niet te investeren of geen zakelijke betrekkingen aan te gaan buiten hun eigen land.

(6)  Al deze verschillen geven aanleiding tot extra kosten voor investeerders wanneer zij nagaan wat de kans is dat debiteuren financiële moeilijkheden krijgen in een of meerdere lidstaten of wanneer zij nagaan wat de risico's zijn die gepaard gaan met de overname van rendabele activiteiten van bedrijven in moeilijkheden en wat de kosten zijn van het herstructureren van bedrijven met vestigingen, crediteuren of activa in andere lidstaten, hetgeen zeer duidelijk het geval is bij de herstructurering van internationale groepen van bedrijven. Veel investeerders vermelden onzekerheid over insolventieregels of het risico van langdurige of complexe insolventieprocedures in een ander land als een belangrijke reden om niet te investeren of geen zakelijke betrekkingen aan te gaan buiten hun eigen land. Deze onzekerheid is een negatieve prikkel die ondernemers ervan weerhoudt gebruik te maken van hun recht op vrijheid van vestiging en ondernemersactiviteiten te ontplooien en die derhalve de goede werking van de interne markt belemmert. Met name kleine en middelgrote ondernemingen hebben meestal niet de middelen die nodig zijn om de risico's die verbonden zijn aan grensoverschrijdende activiteiten te beoordelen.

Amendement    5

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(7)  Deze verschillen leiden tot ongelijke voorwaarden voor de toegang tot krediet en tot ongelijke terugvorderingspercentages in de lidstaten. Verdere harmonisatie op het gebied van herstructurering, insolventie en een tweede kans is dan ook onontbeerlijk voor een goed functionerende eengemaakte markt in het algemeen en voor een werkende kapitaalmarktenunie in het bijzonder.

(7)  Deze verschillen leiden tot ongelijke voorwaarden voor de toegang tot krediet en tot ongelijke terugvorderingspercentages in de lidstaten en belemmeren het vrij verkeer van kapitaal op de interne markt. Uit onderzoek blijkt dat er een positief verband bestaat tussen doeltreffende preventieve herstructureringsstelsels en het niveau van ondernemerschap in de lidstaten en dat dergelijke stelsels in geval van schuldafbouw de negatieve gevolgen voor de financiële stabiliteit en economische bedrijvigheid kunnen verminderen. Verdere harmonisatie op het gebied van herstructurering, insolventie en een tweede kans is dan ook onontbeerlijk voor een goed functionerende eengemaakte markt in het algemeen en voor een werkende kapitaalmarktenunie in het bijzonder, en tevens voor de levensvatbaarheid van economische activiteiten.

Amendement    6

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 7 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(7 bis)  Harmonisatie op het gebied van het insolventierecht is een noodzakelijke stap in de richting van een gemeenschappelijk Europees ondernemingsrecht. Het acquis van de Unie op het gebied van het ondernemingsrecht is echter niet alleen heterogeen, maar ook onvolledig. Verdere convergentie is essentieel voor de goede werking van de Europese interne markt.

Amendement    7

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 9

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(9)  De belemmeringen voor de uitoefening van fundamentele vrijheden zijn niet beperkt tot louter grensoverschrijdende situaties. In een steeds verder verweven eengemaakte markt - waarop goederen, diensten, kapitaal en werknemers vrij circuleren — met een almaar sterkere digitale dimensie kan slechts een zeer beperkt aantal bedrijven als puur nationaal worden beschouwd als het aankomt op alle relevante elementen, zoals klantenbestand, toeleveringsketen, bereik van hun activiteiten, beleggersbasis en kapitaalbasis. Zelfs een zuiver nationale insolventie kan een impact hebben op de werking van de eengemaakte markt via het zogenaamde domino-effect waarbij de insolventie van de ene onderneming de insolventie van andere ondernemingen binnen de toeleveringsketen kan veroorzaken.

(9)  De belemmeringen voor de uitoefening van fundamentele vrijheden zijn niet beperkt tot louter grensoverschrijdende situaties. In een steeds verder verweven eengemaakte markt - waarop goederen, diensten, kapitaal en werknemers vrij circuleren — met een almaar sterkere digitale dimensie kan slechts een zeer beperkt aantal bedrijven als puur nationaal worden beschouwd als het aankomt op alle relevante elementen, zoals klantenbestand, toeleveringsketen, bereik van hun activiteiten, beleggersbasis en kapitaalbasis. Zelfs een zuiver nationale insolventie kan gevolgen hebben voor de werking van de eengemaakte markt via het zogeheten domino-effect, dat inhoudt dat de insolventie van de ene onderneming de insolventie van andere ondernemingen binnen de toeleveringsketen kan veroorzaken, een fenomeen waarvoor kleine en middelgrote ondernemingen bijzonder kwetsbaar zijn.

Amendement    8

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 10

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(10)  Verordening (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en van de Raad62 heeft betrekking op kwesties als rechterlijke bevoegdheid, erkenning en tenuitvoerlegging, toepasselijk recht en samenwerking in grensoverschrijdende insolventieprocedures, en op de onderlinge koppeling van insolventieregisters. Het toepassingsgebied omvat preventieve procedures die de redding van een economisch levensvatbare debiteur bevorderen en procedures die ondernemers een tweede kans geven. Verordening (EU) 2015/848 pakt echter niet de verschillen aan tussen deze procedures in het nationale recht. Voorts zou een instrument dat louter beperkt blijft tot grensoverschrijdende insolventie, niet alle belemmeringen voor vrij verkeer wegnemen, en het zou voor investeerders ook niet haalbaar zijn om op voorhand te bepalen of de toekomstige potentiële financiële moeilijkheden van de debiteur grensoverschrijdend dan wel binnenlands van aard zijn. Het is daarom nodig verder te gaan dan aangelegenheden van justitiële samenwerking en materiële minimumnormen vast te stellen.

(10)  Verordening (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en van de Raad62 heeft betrekking op kwesties als rechterlijke bevoegdheid, erkenning en tenuitvoerlegging, toepasselijk recht en samenwerking in grensoverschrijdende insolventieprocedures, en op de onderlinge koppeling van insolventieregisters. Het toepassingsgebied omvat preventieve procedures die worden geopend door een openbaar besluit en die de redding van een economisch levensvatbare debiteur bevorderen en procedures die ondernemers een tweede kans geven. Verordening (EU) 2015/848 pakt echter niet de verschillen aan tussen deze procedures in het nationale recht en heeft geen betrekking op de vertrouwelijke procedures. Voorts zou een instrument dat louter beperkt blijft tot grensoverschrijdende insolventie, niet alle belemmeringen voor vrij verkeer wegnemen, en het zou voor investeerders ook niet haalbaar zijn om op voorhand te bepalen of de toekomstige potentiële financiële moeilijkheden van de debiteur grensoverschrijdend dan wel binnenlands van aard zijn. Het is daarom nodig verder te gaan dan aangelegenheden van justitiële samenwerking en materiële minimumnormen vast te stellen.

_________________

_________________

62 Verordening (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 betreffende insolventieprocedures (PB L 141 van 5.6.2015, blz. 19).

62 Verordening (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 betreffende insolventieprocedures (PB L 141 van 5.6.2015, blz. 19).

Amendement    9

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 11

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(11)  Het is noodzakelijk om de kosten van herstructurering voor zowel debiteuren als crediteuren te verlagen. De verschillen die een belemmering vormen voor de vroegtijdige herstructurering van levensvatbare bedrijven in financiële moeilijkheden en voor de mogelijkheid van een tweede kans voor eerlijke ondernemers, moeten derhalve worden beperkt. Dat moet leiden tot grotere transparantie, rechtszekerheid en voorspelbaarheid in de Unie. Dit moet ook het rendement maximaliseren voor alle typen van crediteuren en investeerders en grensoverschrijdende investeringen aanmoedigen. Een grotere coherentie moet ook de herstructurering van groepen van ondernemingen vergemakkelijken, ongeacht waar in de Unie de leden van de groep zijn gevestigd.

(11)  Het is noodzakelijk om de kosten van herstructurering voor zowel debiteuren als crediteuren die de kosten vaak indirect dragen door de vermindering van hun terugbetaling, te verlagen. De verschillen die een belemmering vormen voor de vroegtijdige herstructurering van levensvatbare bedrijven in financiële moeilijkheden en voor de mogelijkheid van een tweede kans voor eerlijke ondernemers, moeten derhalve worden beperkt. Dat moet leiden tot grotere transparantie en meer rechtszekerheid en voorspelbaarheid in de Unie, voor zowel debiteuren als crediteuren. Dit moet ook het rendement maximaliseren voor alle typen van crediteuren en investeerders en grensoverschrijdende investeringen aanmoedigen. Een grotere coherentie moet ook de herstructurering van groepen van ondernemingen vergemakkelijken, ongeacht waar in de Unie de leden van de groep zijn gevestigd.

Amendement    10

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 12

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(12)  Het wegnemen van de belemmeringen voor een doeltreffende herstructurering van levensvatbare ondernemingen in financiële moeilijkheden draagt bij tot het minimaliseren van banenverlies en van verliezen voor crediteuren in de toeleveringsketen, zorgt voor het behoud van knowhow en vaardigheden en komt dus de economie in ruimere zin ten goede. Het vergemakkelijken van een tweede kans voor ondernemers vermijdt dat zij van de arbeidsmarkt worden uitgesloten en stelt hen in staat om opnieuw een ondernemersactiviteit uit te oefenen en daarbij lessen te trekken uit het verleden. Ten slotte zou het verkorten van de herstructureringsprocedures leiden tot hogere terugvorderingspercentages voor crediteuren aangezien het verstrijken van de tijd normaal enkel zou leiden tot een verder waardeverlies voor de onderneming. Bovendien zouden efficiënte insolventiestelsels zorgen voor een betere beoordeling van de risico’s die gepaard gaan met beslissingen over lenen en ontlenen en voor een soepele aanpassing voor ondernemingen met een overmatige schuldenlast, door de economische en sociale kosten van hun schuldafbouwproces tot een minimum te beperken.

(12)  Het wegnemen van de belemmeringen voor een doeltreffende herstructurering van levensvatbare ondernemingen in financiële moeilijkheden draagt bij tot het minimaliseren van banenverlies en van verliezen voor crediteuren in de toeleveringsketen, zorgt voor het behoud van knowhow en vaardigheden en komt dus de economie in ruimere zin ten goede. Om dit doel te bereiken en de werkgelegenheid en de activiteit te behouden, moeten deze procedures geheel of gedeeltelijk vertrouwelijk kunnen verlopen, wat met name veronderstelt dat de rechten van de werknemers beter in acht worden genomen. Het vergemakkelijken van een tweede kans voor ondernemers vermijdt dat zij van de arbeidsmarkt worden uitgesloten en stelt hen in staat om opnieuw een ondernemersactiviteit uit te oefenen en daarbij lessen te trekken uit het verleden. Ten slotte zou het verkorten van de herstructureringsprocedures leiden tot hogere terugvorderingspercentages voor crediteuren aangezien het verstrijken van de tijd normaal enkel zou leiden tot een verder waardeverlies voor de onderneming. Bovendien zouden efficiënte insolventiestelsels zorgen voor een betere beoordeling van de risico’s die gepaard gaan met beslissingen over lenen en ontlenen en voor een soepele aanpassing voor ondernemingen met een overmatige schuldenlast, door de economische en sociale kosten van hun schuldafbouwproces tot een minimum te beperken.

Amendement    11

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 13

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(13)  Vooral kleine en middelgrote ondernemingen moeten profiteren van een meer coherente aanpak op het niveau van de Unie vermits zij niet over de nodige middelen beschikken om de hoge herstructureringskosten te dragen en om voordeel te halen uit de efficiëntere herstructureringsprocedures in bepaalde lidstaten. Dikwijls hebben kleine en middelgrote ondernemingen, vooral wanneer zij financiële moeilijkheden hebben, niet de middelen om een beroep te doen op professioneel advies, en daarom moet worden voorzien in instrumenten voor vroegtijdige waarschuwing om debiteuren te wijzen op de urgentie om op te treden. Om dergelijke ondernemingen te helpen tegen lage prijs te herstructureren, moeten ook op nationaal niveau modelplannen worden ontwikkeld en online beschikbaar worden gesteld. Debiteuren moeten deze kunnen gebruiken en aanpassen aan hun eigen behoeften en aan de specifieke kenmerken van hun onderneming.

(13)  Vooral kleine en middelgrote ondernemingen moeten profiteren van een meer coherente aanpak op het niveau van de Unie vermits zij niet over de nodige middelen beschikken om de hoge herstructureringskosten te dragen en om voordeel te halen uit de efficiëntere herstructureringsprocedures in bepaalde lidstaten. Dikwijls hebben kleine en middelgrote ondernemingen, vooral wanneer zij financiële moeilijkheden hebben, niet de middelen om een beroep te doen op professioneel advies, en daarom moet worden voorzien in instrumenten voor vroegtijdige waarschuwing om debiteuren te wijzen op de urgentie om op te treden. Om dergelijke ondernemingen te helpen tegen lage prijs te herstructureren, moeten ook op nationaal niveau modelplannen worden ontwikkeld en online beschikbaar worden gesteld. Debiteuren moeten deze kunnen gebruiken en aanpassen aan hun eigen behoeften en aan de specifieke kenmerken van hun onderneming. Het moet voor de debiteur mogelijk zijn om specifieke en bijzondere oplossingen te vinden met derden of met de crediteuren, met name ofwel oplossingen voor schuldvermindering voor alle of een groot deel van de crediteuren, ofwel de overdracht van de levensvatbare activiteit(en) door beter bij te dragen tot de schadeloosstelling van de crediteuren dan het geval zou zijn bij vereffening van de activa. Tot slot moet er professioneel advies worden verstrekt door deskundigen op het gebied van herstructurering, met steun van bedrijfsverenigingen en andere belanghebbenden en met inachtneming van de specifieke kenmerken van kleine en middelgrote ondernemingen (kmo's).

Amendement    12

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 15

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(15)  Consumenten met een overmatige schuldenlast vormen een groot economisch en sociaal probleem dat nauw samenhangt met de verlaging van de overmatige schuldenlast. Het is bovendien vaak niet mogelijk om een duidelijk onderscheid te maken tussen de consumentenschulden en de bedrijfsschulden van een ondernemer. Een tweedekansregeling voor ondernemers zou niet doeltreffend zijn indien de ondernemer afzonderlijke procedures zou moeten doorlopen, met verschillende toegangsvoorwaarden en kwijtingstermijnen, om zijn zakelijke persoonlijke schulden en zijn niet-zakelijke persoonlijke schulden te kwijten. Om deze redenen moeten de lidstaten, hoewel deze richtlijn geen bindende regels inzake overmatige schuldenlast van consumenten bevat, de kwijtingsbepalingen ook op consumenten kunnen toepassen.

(15)  Consumenten met een overmatige schuldenlast vormen een groot economisch en sociaal probleem dat nauw samenhangt met de verlaging van de overmatige schuldenlast. Bovendien wordt in sommige rechtsgebieden duidelijk onderscheid gemaakt tussen de consumentenschulden en de bedrijfsschulden van een ondernemer, maar is dit onderscheid in andere rechtsgebieden moeilijker te maken of is het niet gangbaar om een dergelijk onderscheid te maken. In die rechtsgebieden is een tweedekansregeling voor ondernemers wellicht niet doeltreffend indien de ondernemer afzonderlijke procedures zou moeten doorlopen, met verschillende toegangsvoorwaarden en kwijtingstermijnen, om zijn zakelijke persoonlijke schulden en zijn niet-zakelijke persoonlijke schulden te kwijten. Om deze redenen moeten de lidstaten, hoewel deze richtlijn geen bindende regels inzake overmatige schuldenlast van consumenten bevat, de kwijtingsbepalingen ook op consumenten kunnen toepassen.

Amendement    13

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 16

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(16)  Hoe vroeger de debiteur zijn financiële moeilijkheden op het spoor kan komen en de nodige maatregelen kan nemen, hoe groter de kans is dat een nakende insolventie kan worden afgewend of, in het geval van een onderneming waarvan de levensvatbaarheid permanent onder druk staat, hoe ordentelijker en efficiënter het vereffeningsproces. Daarom moeten duidelijke informatie over de beschikbare preventieve herstructureringsprocedures en instrumenten voor vroegtijdige waarschuwing voorhanden zijn om debiteuren een stimulans te geven om snel stappen te ondernemen wanneer zij financiële problemen beginnen te ondervinden. Mogelijke mechanismen voor vroegtijdige waarschuwing moeten verplichtingen op het gebied van boekhouding en controle inhouden voor de debiteur of het management van de debiteur evenals meldingsplichten in het kader van leningsovereenkomsten. Daarnaast zouden ook derden met relevante informatie zoals boekhouders, belastings- en socialezekerheidsinstanties krachtens het nationale recht kunnen worden aangemoedigd of verplicht om een negatieve ontwikkeling te signaleren.

(16)  Hoe vroeger de debiteur zijn financiële moeilijkheden op het spoor kan komen en de nodige maatregelen kan nemen, hoe groter de kans is dat een nakende insolventie kan worden afgewend of, in het geval van een onderneming waarvan de levensvatbaarheid permanent onder druk staat, hoe ordentelijker en efficiënter het vereffeningsproces. Daarom moeten duidelijke informatie over de beschikbare preventieve herstructureringsprocedures en instrumenten voor vroegtijdige waarschuwing voorhanden zijn om debiteuren een stimulans te geven om snel stappen te ondernemen wanneer zij financiële problemen beginnen te ondervinden. Mogelijke mechanismen voor vroegtijdige waarschuwing moeten verplichtingen op het gebied van boekhouding en controle inhouden voor de debiteur of het management van de debiteur, waarbij rekening moet worden gehouden met het gebrek aan financiële middelen bij kmo's, evenals meldingsplichten in het kader van leningsovereenkomsten. Daarnaast moeten socialezekerheids-, belasting- en auditinstanties ernaar streven om krachtens het nationale recht over middelen te beschikken om in een zo vroeg mogelijk stadium de aandacht te vestigen op eventuele gevaarlijke ontwikkelingen. Toegang tot openbare, gratis en gebruikersvriendelijke informatie over juridische procedures inzake herstructurering en insolventie is een eerste stap om de kennis van debiteuren en ondernemers te vergroten en gevallen van insolventie te voorkomen. Daarnaast moet de Commissie, in overeenstemming met haar strategie voor een digitale eengemaakte markt, het gebruik en de ontwikkeling van nieuwe IT-technologieën voor kennisgevingen en onlinecommunicatie bevorderen, om de effectiviteit van procedures voor vroegtijdige waarschuwing te vergroten.

Amendement    14

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 16 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(16 bis)  De vroegtijdigewaarschuwingsfase om te anticiperen op het uitbreken van de crisis, is bedoeld als ondersteunend instrument om de debiteur te attenderen op een probleem en hem de mogelijkheid te bieden van een snelle analyse en oplossing van de oorzaken van de economische en financiële malaise van de onderneming, dankzij de beschikbaarstelling van diverse instrumenten op een vrijwillige basis, zonder evenwel bepaald gedrag op te leggen of noodzakelijkerwijs het bestaan van de crisis aan derden te onthullen. Het is dan ook van belang om het aan de lidstaten over te laten om te besluiten de toegang tot het verplichte waarschuwingsinstrument tot de kmo's te beperken in het licht van het feit dat de kmo's zelf vaak niet in staat zijn om zelfstandig herstructureringsprocessen op gang te brengen vanwege een aantal factoren die hun concurrentiepositie verzwakken, zoals een te kleine omvang, gebrek aan krachtig corporate governance, aan doeltreffende operationele procedures en aan middelen voor monitoring en planning, en het feit dat zij zich minder goed kunnen veroorloven om dat te doen.

Amendement    15

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 18

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(18)  Om de doeltreffendheid te bevorderen en om vertragingen en kosten te beperken, moeten nationale preventieve herstructureringsstelsels flexibele procedures omvatten die de betrokkenheid van gerechtelijke of administratieve instanties beperken tot situaties waarin dat noodzakelijk en evenredig is om de belangen van crediteuren en andere betrokken partijen die kunnen worden geraakt, te waarborgen. Om onnodige kosten te vermijden en de vroegtijdige aard van de procedure tot uiting te doen komen, moeten de debiteuren in principe de controle over hun activa en de dagelijkse werking van hun onderneming behouden. Het aanstellen van een deskundige op het gebied van herstructurering, of dit nu een bemiddelaar is die de onderhandelingen over een herstructureringsplan ondersteunt dan wel een insolventiedeskundige die toezicht houdt op de handelingen van de debiteur, moet niet altijd verplicht zijn, maar daarvoor moet per geval kunnen worden gekozen, afhankelijk van de omstandigheden van de zaak of van de specifieke behoeften van de debiteur. Voorts is niet noodzakelijk een gerechtelijk bevel nodig voor de opening van de herstructureringsprocedure, die informeel kan zijn zolang de rechten van derden niet worden aangetast. Niettemin moet er sprake zijn van een zekere mate van toezicht wanneer dat noodzakelijk is om de legitieme belangen van een of meerdere crediteuren of een andere belanghebbende partij te beschermen. Dit kan met name het geval zijn wanneer een algemene schorsing van individuele tenuitvoerleggingsmaatregelen wordt toegekend door de gerechtelijke of administratieve instantie of wanneer het noodzakelijk blijkt om een herstructureringsplan op te leggen aan niet-instemmende categorieën van crediteuren.

(18)  Om de doeltreffendheid te bevorderen en om vertragingen en kosten te beperken, moeten nationale preventieve herstructureringsstelsels flexibele en tijdige procedures omvatten die de betrokkenheid van gerechtelijke of administratieve instanties beperken tot situaties waarin dat noodzakelijk en evenredig is om de belangen van crediteuren en andere betrokken partijen die kunnen worden geraakt, te waarborgen. Om onnodige kosten te vermijden en de vroegtijdige aard van de procedure tot uiting te doen komen, moeten de debiteuren in principe de controle over hun activa en de dagelijkse werking van hun onderneming behouden. Het aanstellen van een deskundige op het gebied van herstructurering, of dit nu een bemiddelaar is die de onderhandelingen over een herstructureringsplan ondersteunt dan wel een insolventiedeskundige die toezicht houdt op de handelingen van de debiteur, moet niet altijd verplicht zijn, omdat een dergelijke verplichting niet altijd relevant, noodzakelijk, nuttig of in het belang van de debiteur is, met name niet in eenvoudige zaken waarbij maar weinig crediteuren betrokken zijn en die voor sommige rechtsgebieden tot onevenredige hoge administratieve lasten zou kunnen leiden. In plaats daarvan moet daar per geval voor kunnen worden gekozen, afhankelijk van de omstandigheden van de zaak of van de specifieke behoeften van de debiteur. Voorts is niet noodzakelijk een gerechtelijk bevel nodig voor de opening van de herstructureringsprocedure, die informeel kan zijn zolang de rechten van derden niet worden aangetast. Niettemin moet er sprake zijn van een zekere mate van toezicht wanneer dat noodzakelijk is om de legitieme belangen van een of meerdere crediteuren of een andere belanghebbende partij te beschermen. Dit kan met name het geval zijn wanneer een algemene schorsing van individuele tenuitvoerleggingsmaatregelen wordt toegekend door de gerechtelijke of administratieve instantie wanneer het noodzakelijk blijkt om een herstructureringsplan op te leggen aan niet-instemmende categorieën van crediteuren of wanneer anders de verplichting om een insolventieprocedure in te leiden van toepassing zou zijn of wanneer de activiteit geheel of gedeeltelijk aan een ander bedrijf wordt overgedragen.

Amendement    16

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 19

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(19)  Een debiteur moet de gerechtelijke of administratieve instantie om een tijdelijke schorsing van individuele tenuitvoerleggingsmaatregelen kunnen verzoeken, hetgeen ook de verplichting moet opschorten om de inleiding van een insolventieprocedure aan te vragen, indien deze handelingen een negatieve invloed kunnen hebben op onderhandelingen en de vooruitzichten van de herstructurering van de onderneming van de debiteur kunnen belemmeren. De schorsing van tenuitvoerleggingsmaatregelen zou algemeen kunnen zijn, in welk geval zij dus voor alle crediteuren geldt, of gericht kunnen zijn op afzonderlijke crediteuren. Met het oog op een goed evenwicht tussen de rechten van de debiteur en die van de crediteuren, mag de schorsing voor maximaal vier maanden worden toegekend. Complexe herstructureringen kunnen echter meer tijd vergen. De lidstaten kunnen besluiten dat de gerechtelijke of administratieve instantie in dergelijke gevallen een termijnverlenging kan toestaan, op voorwaarde dat er bewijs is dat de onderhandelingen over het herstructureringsplan goed vorderen en dat de crediteuren niet op oneerlijke wijze worden benadeeld. Indien verdere verlengingen worden toegekend, moet de gerechtelijke of administratieve instantie van oordeel zijn dat er een grote kans bestaat dat het herstructureringsplan zal worden goedgekeurd. De lidstaten moeten ervoor zorgen dat een verzoek om de initiële schorsingstermijn te verlengen, binnen een redelijke termijn wordt ingediend zodat de gerechtelijke of administratieve instanties tijdig een beslissing kunnen nemen. Wanneer een gerechtelijke of administratieve instantie geen beslissing neemt over de verlenging van de schorsing van tenuitvoerlegging voor het verstrijken van de termijn, mag de schorsing geen gevolgen meer hebben vanaf de dag waarop de schorsingstermijn verstrijkt. In het belang van de rechtszekerheid moet de totale termijn tot twaalf maanden worden beperkt.

(19)  Een debiteur moet de gerechtelijke of administratieve instantie om een tijdelijke schorsing van individuele tenuitvoerleggingsmaatregelen kunnen verzoeken, hetgeen ook de verplichting moet opschorten om de inleiding van een insolventieprocedure aan te vragen, indien deze handelingen een negatieve invloed kunnen hebben op onderhandelingen en de vooruitzichten van de herstructurering van de onderneming van de debiteur kunnen belemmeren. De schorsing van tenuitvoerleggingsmaatregelen zou algemeen kunnen zijn, in welk geval zij dus voor alle crediteuren geldt, of gericht kunnen zijn op afzonderlijke crediteuren. Een dergelijke beperking mag de doeltreffendheid en het succes van het herstructureringsplan niet in het gedrang brengen. De lidstaten moeten met betrekking tot openbare crediteuren streven naar een evenwicht tussen de hoofddoelstelling, namelijk het voortbestaan van de onderneming, en het algemeen belang. Met het oog op een goed evenwicht tussen de rechten van de debiteur en die van de crediteuren, moeten de lidstaten de schorsing beperken tot een maximumperiode van niet minder dan drie en niet meer dan zes maanden. Complexe herstructureringen kunnen echter meer tijd vergen. De lidstaten kunnen besluiten dat de gerechtelijke of administratieve instantie in dergelijke gevallen een termijnverlenging kan toestaan, op voorwaarde dat er bewijs is dat de onderhandelingen over het herstructureringsplan goed vorderen en dat de crediteuren niet op oneerlijke wijze worden benadeeld. Indien verdere verlengingen worden toegekend, moet de gerechtelijke of administratieve instantie van oordeel zijn dat er een grote kans bestaat dat het herstructureringsplan zal worden goedgekeurd. De lidstaten moeten ervoor zorgen dat een verzoek om de initiële schorsingstermijn te verlengen, binnen een redelijke termijn wordt ingediend zodat de gerechtelijke of administratieve instanties tijdig een beslissing kunnen nemen. Wanneer een gerechtelijke of administratieve instantie geen beslissing neemt over de verlenging van de schorsing van tenuitvoerlegging voor het verstrijken van de termijn, mag de schorsing geen gevolgen meer hebben vanaf de dag waarop de schorsingstermijn verstrijkt. In het belang van de rechtszekerheid moet de totale termijn tot negen maanden worden beperkt.

Amendement    17

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 25

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(25)  Om ervoor te zorgen dat rechten die substantieel gelijkaardig zijn, ook op dezelfde manier worden behandeld en dat herstructureringsplannen kunnen worden goedgekeurd zonder op oneerlijke wijze afbreuk te doen aan de rechten van de betrokken partijen, moeten de betrokken partijen behandeld worden in afzonderlijke categorieën die de criteria voor het vormen van categorieën krachtens het nationale recht weerspiegelen. Minimaal moeten crediteuren met zekerheid en crediteuren zonder zekerheid steeds als afzonderlijke categorieën worden behandeld. In het nationale recht kan worden bepaald dat door een zekerheid gedekte vorderingen kunnen worden onderverdeeld in door een zekerheid gedekte en niet door een zekerheid gedekte vorderingen op basis van de waardering van de zekerheid. In het nationale recht kunnen ook specifieke regels worden vastgesteld ter ondersteuning van de vorming van categorieën, waarbij niet-gediversifieerde of op andere wijze kwetsbare crediteuren, zoals werknemers of kleine leveranciers, zouden profiteren van deze vorming van categorieën. In elk geval moet het nationale recht ervoor zorgen dat aangelegenheden die van bijzonder belang zijn voor de vorming van categorieën, zoals vorderingen van verbonden partijen, adequaat worden behandeld, en moet het regels bevatten over voorwaardelijke vorderingen en betwiste vorderingen. De gerechtelijke of administratieve instantie moet de vorming van categorieën onderzoeken wanneer een herstructureringsplan ter bevestiging wordt ingediend, maar de lidstaten zouden kunnen bepalen dat deze instanties ook de vorming van categorieën in een vroeg stadium kunnen onderzoeken, ingeval de voorsteller van het plan op voorhand geldigverklaring of advies vraagt.

(25)  Om ervoor te zorgen dat rechten die substantieel gelijkaardig zijn, ook op dezelfde manier worden behandeld en dat herstructureringsplannen kunnen worden goedgekeurd zonder op oneerlijke wijze afbreuk te doen aan de rechten van de betrokken partijen, moeten de betrokken partijen behandeld worden in afzonderlijke categorieën die de criteria voor het vormen van categorieën krachtens het nationale recht weerspiegelen. Minimaal moeten crediteuren met zekerheid en crediteuren zonder zekerheid steeds als afzonderlijke categorieën worden behandeld. In het nationale recht kan worden bepaald dat door een zekerheid gedekte vorderingen kunnen worden onderverdeeld in door een zekerheid gedekte en niet door een zekerheid gedekte vorderingen op basis van de waardering van de zekerheid. In het nationale recht moeten ook specifieke regels worden vastgesteld ter ondersteuning van de vorming van categorieën, waarbij niet-gediversifieerde of op andere wijze kwetsbare crediteuren, zoals werknemers of kleine leveranciers, profiteren van deze vorming van categorieën. In elk geval moet het nationale recht ervoor zorgen dat aangelegenheden die van bijzonder belang zijn voor de vorming van categorieën, zoals vorderingen van verbonden partijen, adequaat worden behandeld, en moet het regels bevatten over voorwaardelijke vorderingen en betwiste vorderingen. De gerechtelijke of administratieve instantie moet de vorming van categorieën onderzoeken wanneer een herstructureringsplan ter bevestiging wordt ingediend, maar de lidstaten zouden kunnen bepalen dat deze instanties ook de vorming van categorieën in een vroeg stadium kunnen onderzoeken, ingeval de voorsteller van het plan op voorhand geldigverklaring of advies vraagt.

Amendement    18

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 28

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(28)  Terwijl een herstructureringsplan altijd als goedgekeurd moet worden beschouwd indien de vereiste meerderheid in elke betrokken categorie het plan steunt, kan een herstructureringsplan dat niet de steun heeft van de vereiste meerderheid in elke betrokken categorie, toch nog door een gerechtelijke of administratieve instantie worden bevestigd, op voorwaarde dat het de steun krijgt van ten minste één betrokken categorie van crediteuren en dat niet-instemmende categorieën niet op oneerlijke wijze worden benadeeld op grond van het voorgestelde plan (het mechanisme van de categorie-overschrijdende cram-down). Het plan moet met name in overeenstemming zijn met de regel van absolute voorrang, die ervoor zorgt dat een niet-instemmende categorie van crediteuren volledig wordt betaald voordat meer ondergeschikte categorieën iets krijgen of een belang kunnen laten gelden in het kader van het herstructureringsplan. De regel van absolute voorrang geldt als basis voor de waarde die in het kader van de herstructurering onder de crediteuren wordt verdeeld. De regel van absolute voorrang impliceert ook dat geen enkele categorie van crediteuren in het kader van het herstructureringsplan economische waarden of voordelen kan ontvangen of houden die groter zijn dan het volledige bedrag van de vorderingen of belangen in de betrokken categorie. De regel van absolute voorrang maakt het mogelijk om, in vergelijking met de kapitaalstructuur van de onderneming in herstructurering, te bepalen welke waarde de partijen in het kader van het herstructureringsplan moeten ontvangen op basis van de waarde van het bedrijf als going concern.

(28)  Terwijl een herstructureringsplan altijd als goedgekeurd moet worden beschouwd indien de vereiste meerderheid in elke betrokken categorie het plan steunt, kan een herstructureringsplan dat niet de steun heeft van de vereiste meerderheid in elke betrokken categorie, toch nog door een gerechtelijke of administratieve instantie worden bevestigd, op voorwaarde dat het de steun krijgt van ten minste één betrokken categorie van crediteuren die de meerderheid van de vorderingen vertegenwoordigt en dat niet-instemmende categorieën niet op oneerlijke wijze worden benadeeld op grond van het voorgestelde plan (het mechanisme van de categorie-overschrijdende cram-down). Het plan moet met name in overeenstemming zijn met de regel van absolute voorrang, die ervoor zorgt dat een niet-instemmende categorie van crediteuren volledig wordt betaald voordat meer ondergeschikte categorieën iets krijgen of een belang kunnen laten gelden in het kader van het herstructureringsplan. De regel van absolute voorrang geldt als basis voor de waarde die in het kader van de herstructurering onder de crediteuren wordt verdeeld. De regel van absolute voorrang impliceert ook dat geen enkele categorie van crediteuren in het kader van het herstructureringsplan economische waarden of voordelen kan ontvangen of houden die groter zijn dan het volledige bedrag van de vorderingen of belangen in de betrokken categorie. De regel van absolute voorrang maakt het mogelijk om, in vergelijking met de kapitaalstructuur van de onderneming in herstructurering, te bepalen welke waarde de partijen in het kader van het herstructureringsplan moeten ontvangen op basis van de waarde van het bedrijf als going concern.

Amendement    19

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 29 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(29 bis)  In het kader van de tenuitvoerlegging van een herstructureringsplan moet het plan in de mogelijkheid voorzien dat houders van eigenvermogensinstrumenten van kleine en middelgrote ondernemingen een niet-monetaire bijdrage aan de herstructurering leveren door bijvoorbeeld hun ervaring, reputatie of zakelijke contacten in te brengen.

Amendement    20

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 34

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(34)  Tijdens de preventieve herstructureringsprocedures moeten werknemers van de volledige arbeidsrechtelijke bescherming kunnen genieten. Deze richtlijn doet met name geen afbreuk aan de rechten van werknemers die zijn gewaarborgd door Richtlijn 98/59/EG van de Raad68, Richtlijn 2001/23/EG van de Raad69, Richtlijn 2002/14/EG van het Europees Parlement en de Raad70, Richtlijn 2008/94/EG van het Europees Parlement en de Raad71 en Richtlijn 2009/38/EG van het Europees Parlement en de Raad72. De verplichtingen betreffende het informeren en raadplegen van werknemers in het kader van het nationale recht tot omzetting van de bovengenoemde richtlijnen, blijven volledig gelden. Het gaat onder meer om verplichtingen om werknemersvertegenwoordigers te informeren en te raadplegen over het besluit om gebruik te maken van een preventief herstructureringsstelsel overeenkomstig Richtlijn 2002/14/EG. Gelet op de noodzaak om te zorgen voor een passend niveau van bescherming van werknemers, moeten de lidstaten in beginsel de onvervulde aanspraken van werknemers, zoals gedefinieerd in Richtlijn 2008/94/EG, uitsluiten van elke schorsing van tenuitvoerlegging, ongeacht of deze vorderingen voor of na de toekenning van de schorsing zijn ontstaan. Een dergelijke schorsing mag alleen worden toegestaan voor de bedragen en voor de termijn waarvoor de betaling van deze vorderingen daadwerkelijk door andere middelen krachtens het nationaal recht wordt gewaarborgd. Wanneer lidstaten de dekking van de waarborg van betaling van onvervulde aanspraken van werknemers waarin Richtlijn 2008/94/EG voorziet, uitbreiden tot de preventieve herstructureringsprocedures waarin deze richtlijn voorziet, is de vrijstelling van vorderingen van werknemers van de schorsing van tenuitvoerlegging niet langer gerechtvaardigd voor zover deze gedekt worden door die waarborg. Indien er krachtens het nationale recht beperkingen bestaan op de aansprakelijkheid van de waarborgfondsen, hetzij wat betreft de duur van de waarborg, hetzij wat betreft het aan werknemers betaalde bedrag, moeten de werknemers in het geval van niet-nakoming door de werkgever hun vorderingen ook tijdens de schorsingstermijn kunnen afdwingen.

(34)  Tijdens de preventieve herstructureringsprocedures moeten werknemers van de volledige arbeidsrechtelijke bescherming kunnen genieten. Om geen afbreuk te doen aan de rechten van werknemers die zijn gewaarborgd door Richtlijn 98/59/EG van de Raad68, Richtlijn 2001/23/EG van de Raad69, Richtlijn 2002/14/EG van het Europees Parlement en de Raad70, Richtlijn 2008/94/EG van het Europees Parlement en de Raad71 en Richtlijn 2009/38/EG van het Europees Parlement en de Raad72, moeten in deze richtlijn regelingen worden getroffen voor de uitoefening van deze rechten die het behoud van werkgelegenheid en activiteit mogelijk maken, met name de vertrouwelijkheid die nodig is voor dit behoud, terwijl een doeltreffende uitoefening van deze rechten wordt gewaarborgd. De verplichtingen betreffende het informeren en raadplegen van werknemers in het kader van het nationale recht tot omzetting van de bovengenoemde richtlijnen, blijven volledig gelden. Het gaat onder meer om verplichtingen om werknemersvertegenwoordigers te informeren en te raadplegen over het besluit om gebruik te maken van een preventief herstructureringsstelsel overeenkomstig Richtlijn 2002/14/EG. Gelet op de noodzaak om te zorgen voor een passend niveau van bescherming van werknemers, moeten de lidstaten in beginsel de onvervulde aanspraken van werknemers, zoals gedefinieerd in Richtlijn 2008/94/EG, uitsluiten van elke schorsing van tenuitvoerlegging, ongeacht of deze vorderingen voor of na de toekenning van de schorsing zijn ontstaan. Een dergelijke schorsing mag alleen worden toegestaan voor de bedragen en voor de termijn waarvoor de betaling van deze vorderingen daadwerkelijk door andere middelen krachtens het nationaal recht wordt gewaarborgd. Wanneer lidstaten de dekking van de waarborg van betaling van onvervulde aanspraken van werknemers waarin Richtlijn 2008/94/EG voorziet, uitbreiden tot de preventieve herstructureringsprocedures waarin deze richtlijn voorziet, is de vrijstelling van vorderingen van werknemers van de schorsing van tenuitvoerlegging niet langer gerechtvaardigd voor zover deze gedekt worden door die waarborg. Indien er krachtens het nationale recht beperkingen bestaan op de aansprakelijkheid van de waarborgfondsen, hetzij wat betreft de duur van de waarborg, hetzij wat betreft het aan werknemers betaalde bedrag, moeten de werknemers in het geval van niet-nakoming door de werkgever hun vorderingen ook tijdens de schorsingstermijn kunnen afdwingen.

_________________

_________________

68 Richtlijn 98/59/EG van de Raad van 20 juli 1998 betreffende de aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten inzake collectief ontslag (PB L 225 van 12.8.1998, blz. 16).

68 Richtlijn 98/59/EG van de Raad van 20 juli 1998 betreffende de aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten inzake collectief ontslag (PB L 225 van 12.8.1998, blz. 16).

69 Richtlijn 2001/23/EG van de Raad van 12 maart 2001 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten betreffende het behoud van de rechten van de werknemers bij overgang van ondernemingen, vestigingen of onderdelen van ondernemingen of vestigingen (PB L 82 van 22.3.2001, blz. 16).

69 Richtlijn 2001/23/EG van de Raad van 12 maart 2001 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten betreffende het behoud van de rechten van de werknemers bij overgang van ondernemingen, vestigingen of onderdelen van ondernemingen of vestigingen (PB L 82 van 22.3.2001, blz. 16).

70 Richtlijn 2002/14/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2002 tot vaststelling van een algemeen kader betreffende de informatie en de raadpleging van de werknemers in de Europese Gemeenschap (PB L 80 van 23.3.2002, blz. 29).

70 Richtlijn 2002/14/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2002 tot vaststelling van een algemeen kader betreffende de informatie en de raadpleging van de werknemers in de Europese Gemeenschap (PB L 80 van 23.3.2002, blz. 29).

71 Richtlijn 2008/94/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2008 betreffende de bescherming van de werknemers bij insolventie van de werkgever (PB L 283 van 28.10.2008, blz. 36).

71 Richtlijn 2008/94/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2008 betreffende de bescherming van de werknemers bij insolventie van de werkgever (PB L 283 van 28.10.2008, blz. 36).

72 Richtlijn 2009/38/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 mei 2009 inzake de instelling van een Europese ondernemingsraad of van een procedure in ondernemingen of concerns met een communautaire dimensie ter informatie en raadpleging van de werknemers (PB L 122 van 16.5.2009, blz. 28).

72 Richtlijn 2009/38/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 mei 2009 inzake de instelling van een Europese ondernemingsraad of van een procedure in ondernemingen of concerns met een communautaire dimensie ter informatie en raadpleging van de werknemers (PB L 122 van 16.5.2009, blz. 28).

Amendement    21

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 37

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(37)  De verschillende mogelijkheden voor een tweede kans in de lidstaten kunnen ondernemers met een overmatige schuldenlast ertoe aanzetten om te verhuizen naar lidstaten om zo te genieten van kortere kwijtingstermijnen of aantrekkelijkere voorwaarden voor kwijting, wat leidt tot extra rechtsonzekerheid en kosten voor de crediteuren om hun vorderingen te innen. Verder vormen de gevolgen van een faillissement, met name het sociale stigma, de juridische gevolgen, zoals een beroepsverbod voor ondernemers om nieuwe ondernemersactiviteiten op te nemen en het blijvende onvermogen om schulden af te betalen, belangrijke negatieve prikkels voor ondernemers die een bedrijf willen oprichten of een tweede kans willen grijpen, ook al is aangetoond dat ondernemers die failliet zijn gegaan, meer kans maken om een tweede keer wel succesvol te zijn. Derhalve moeten stappen worden ondernomen om de negatieve gevolgen van een overmatige schuldenlast en een faillissement voor ondernemers te beperken, met name door een volledige kwijting van schulden mogelijk te maken na een bepaalde termijn en door de duur van een beroepsverbod naar aanleiding van de overmatige schuldenlast van de debiteur te beperken.

(37)  De verschillende mogelijkheden voor een tweede kans in de lidstaten kunnen ondernemers met een overmatige schuldenlast ertoe aanzetten om te verhuizen naar lidstaten om zo te genieten van kortere kwijtingstermijnen of aantrekkelijkere voorwaarden voor kwijting, wat leidt tot extra rechtsonzekerheid en kosten voor de crediteuren om hun vorderingen te innen. Verder vormen de gevolgen van een faillissement, met name het sociale stigma, de juridische gevolgen, zoals een beroepsverbod voor ondernemers om nieuwe ondernemersactiviteiten op te nemen en het blijvende onvermogen om schulden af te betalen, belangrijke negatieve prikkels voor ondernemers die een bedrijf willen oprichten of een tweede kans willen grijpen, ook al is aangetoond dat ondernemers die failliet zijn gegaan, meer kans maken om een tweede keer wel succesvol te zijn. Derhalve moeten stappen worden ondernomen om de negatieve gevolgen van een overmatige schuldenlast en een faillissement voor ondernemers te beperken, met name door een volledige kwijting van schulden mogelijk te maken na een bepaalde termijn, door een aansprakelijkheidsregeling in te voeren die ertoe aanzet om een dergelijke actie te ondernemen, en door de duur van een beroepsverbod naar aanleiding van de overmatige schuldenlast van de debiteur te beperken. De lidstaten moeten, met inachtneming van de regels inzake overheidssteun, ervoor zorgen dat ondernemers die betroffen zijn door een tweedekansregeling toegang hebben tot bedrijfsondersteuning, herstelacties, actuele informatie over de beschikbaarheid van op hen afgestemde administratieve, juridische, zakelijke of financiële ondersteuning en alle middelen die er voor hen beschikbaar zijn om het opzetten van een nieuwe onderneming te vergemakkelijken en die hen kunnen helpen om hun ondernemerschap een nieuwe impuls te geven.

Amendement    22

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 38

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(38)  Een volledige kwijting of het einde van het beroepsverbod na een korte termijn is niet in alle omstandigheden aangewezen, bijvoorbeeld in gevallen waarin de debiteur oneerlijk is of te kwader trouw heeft gehandeld. De lidstaten moeten de gerechtelijke of administratieve instanties duidelijke richtlijnen geven over de wijze waarop kan worden nagegaan of de ondernemer eerlijk is. Om te bepalen of de debiteur oneerlijk is geweest, kunnen de gerechtelijke of administratieve instanties bijvoorbeeld rekening houden met omstandigheden zoals de aard en de omvang van de schulden, het moment waarop deze werden aangegaan, de inspanningen van de debiteur om de schulden af te betalen en te voldoen aan de wettelijke verplichtingen, onder meer op het gebied van vergunningsvereisten en correcte boekhouding, en de handelingen die hij heeft gesteld om het verhaal van de crediteuren te bemoeilijken. Een beroepsverbod mag langer of voor onbepaalde tijd gelden in situaties waarin de ondernemer bepaalde beroepen uitoefent die in de lidstaten als gevoelig worden beschouwd of wanneer hij voor criminele activiteiten is veroordeeld. In dergelijke gevallen zou het voor ondernemers mogelijk zijn om van een kwijting van schulden te genieten, terwijl voor hen wel het verbod blijft gelden om voor langere of onbepaalde tijd een bepaald beroep uit te oefenen.

(38)  Een volledige kwijting of het einde van het beroepsverbod na een korte termijn is niet in alle omstandigheden aangewezen, bijvoorbeeld in gevallen waarin de debiteur oneerlijk is of te kwader trouw heeft gehandeld. De lidstaten moeten de gerechtelijke of administratieve instanties duidelijke richtlijnen geven over de wijze waarop kan worden nagegaan of de ondernemer eerlijk is. Om te bepalen of de debiteur oneerlijk is geweest, kunnen de gerechtelijke of administratieve instanties bijvoorbeeld rekening houden met omstandigheden zoals de aard en de omvang van de schulden, het moment waarop deze werden aangegaan, de inspanningen van de debiteur om de schulden af te betalen en te voldoen aan de wettelijke verplichtingen, onder meer op het gebied van vergunningsvereisten en correcte boekhouding, en de handelingen die hij heeft gesteld om het verhaal van de crediteuren te bemoeilijken. De lidstaten moeten bepaalde categorieën schulden kunnen uitsluiten. Als deze uitsluitingen betrekking hebben op openbare crediteuren, moeten de lidstaten aandacht schenken aan een goede balans tussen het algemeen belang en de bevordering van ondernemerschap. Een beroepsverbod mag langer of voor onbepaalde tijd gelden in situaties waarin de ondernemer bepaalde beroepen uitoefent die in de lidstaten als gevoelig worden beschouwd of wanneer hij voor criminele activiteiten is veroordeeld. In dergelijke gevallen zou het voor ondernemers mogelijk zijn om van een kwijting van schulden te genieten, terwijl voor hen wel het verbod blijft gelden om voor langere of onbepaalde tijd een bepaald beroep uit te oefenen.

Amendement    23

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 39

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(39)  Het is noodzakelijk om de transparantie en voorspelbaarheid te handhaven van de procedures die leiden tot resultaten die gunstig zijn voor het behoud van ondernemingen en voor het gunnen van een tweede kans aan ondernemers of die de efficiënte vereffening van niet-levensvatbare ondernemingen mogelijk maken. Het is eveneens noodzakelijk te zorgen voor een verkorting van de buitensporige duur van insolventieprocedures in veel lidstaten, die leidt tot rechtsonzekerheid voor crediteuren en investeerders en lage recuperatiepercentages. Ten slotte moet, gelet op de mechanismen voor verbeterde samenwerking tussen rechtbanken en deskundigen in grensoverschrijdende zaken, waarin Verordening (EU) 2015/848 voorziet, de professionaliteit van alle betrokken actoren in de hele Unie op een vergelijkbaar hoog niveau komen te staan. Om deze doelstellingen te bereiken, moeten de lidstaten ervoor zorgen dat de leden van de gerechtelijke en administratieve instanties adequaat zijn opgeleid en gespecialiseerde kennis en ervaring hebben op het gebied van insolventie. Deze specialisatie van de leden van de rechterlijke macht moet het mogelijk maken dat op korte termijn beslissingen worden gegeven met potentieel significante economische en sociale gevolgen en mag niet betekenen dat deze leden uitsluitend zaken in verband met herstructurering, insolventie en tweede kans moeten behandelen. Het oprichten van gespecialiseerde rechtbanken of kamers overeenkomstig het nationale recht betreffende de organisatie van het gerechtelijke systeem kan bijvoorbeeld een doeltreffende manier zijn om deze doelstellingen te bereiken.

(39)  Het is noodzakelijk om de transparantie en voorspelbaarheid te handhaven van de procedures die leiden tot resultaten die gunstig zijn voor het behoud van ondernemingen en voor het gunnen van een tweede kans aan ondernemers of die de efficiënte vereffening van niet-levensvatbare ondernemingen mogelijk maken. Meer transparantie en een hogere voorspelbaarheid zorgen ook voor meer rechtszekerheid voor investeerders en crediteuren die betrokken zijn bij de herstructurerings-, insolventie- en kwijtingsprocedures. Het is eveneens noodzakelijk te zorgen voor een verkorting van de buitensporige duur van insolventieprocedures in veel lidstaten, die leidt tot rechtsonzekerheid voor crediteuren en investeerders en lage recuperatiepercentages. Deze verkorting moet met name zeker kunnen worden gesteld door als eerste stap vertrouwelijke procedures in te voeren die het mogelijk maken, ten dele dankzij deze vertrouwelijkheid, het plan of de overdracht voor te bereiden zonder de waardedaling die zou ontstaan als dat voornemen openbaar zou worden gemaakt. Ten slotte moet, gelet op de mechanismen voor verbeterde samenwerking tussen rechtbanken en deskundigen in grensoverschrijdende zaken, waarin Verordening (EU) 2015/848 voorziet en die van toepassing is op openbare procedures, de professionaliteit van alle betrokken actoren in de hele Unie op een vergelijkbaar hoog niveau komen te staan. Om deze doelstellingen te bereiken, moeten de lidstaten ervoor zorgen dat de leden van de gerechtelijke en administratieve instanties adequaat zijn opgeleid en gespecialiseerde kennis en ervaring hebben op het gebied van insolventie. Deze specialisatie van de leden van de rechterlijke macht moet het mogelijk maken dat op korte termijn beslissingen worden gegeven met potentieel significante economische en sociale gevolgen en mag niet betekenen dat deze leden uitsluitend zaken in verband met herstructurering, insolventie en tweede kans moeten behandelen. Het oprichten van rechtbanken of kamers met gespecialiseerde magistraten overeenkomstig het nationale recht betreffende de organisatie van het gerechtelijke systeem kan bijvoorbeeld een doeltreffende manier zijn om deze doelstellingen te bereiken.

Amendement    24

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 40

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(40)  De lidstaten moeten er ook voor zorgen dat de deskundigen op het gebied van herstructurering, insolventie en tweede kans die door gerechtelijke of administratieve instanties worden aangesteld, adequaat zijn opgeleid en worden gecontroleerd bij de uitvoering van hun taken, dat zij op een transparante wijze worden aangesteld, rekening houdend met de noodzaak om te zorgen voor efficiënte procedures, en dat zij hun taken op integere wijze uitvoeren. De deskundigen moeten ook vrijwillige gedragscodes onderschrijven die als doel hebben te zorgen voor een geschikt niveau van kwalificatie en opleiding, transparantie op het gebied van de taken van die deskundigen en van de regels voor het bepalen van hun vergoeding, het afsluiten van een professionele aansprakelijkheidsverzekering, en het vaststellen van een toezicht- en regelgevingsmechanisme met onder meer een aangepaste en doeltreffende regeling inzake sancties voor deskundigen die hun verplichtingen niet nakomen. Deze normen kunnen worden bereikt zonder dat in beginsel nieuwe beroepen of kwalificaties in het leven moeten worden geroepen.

(40)  De lidstaten moeten er ook voor zorgen dat de deskundigen op het gebied van herstructurering, insolventie en tweede kans die door gerechtelijke of administratieve instanties worden aangesteld, voldoende deskundig zijn en adequaat zijn opgeleid en worden gecontroleerd bij de uitvoering van hun taken, dat zij op een transparante wijze worden aangesteld, rekening houdend met de noodzaak om te zorgen voor efficiënte procedures, en dat zij hun taken op integere wijze uitvoeren en de belangrijkste doelstelling in het oog houden, namelijk het herstellen van de levensvatbaarheid van de onderneming. De deskundigen moeten redders zijn en geen vereffenaars en het is essentieel dat ze tevens een professionele gedragscode onderschrijven die als doel hebben te zorgen voor een geschikt niveau van kwalificatie en opleiding, transparantie op het gebied van de taken van die deskundigen en van de regels voor het bepalen van hun vergoeding, het afsluiten van een professionele aansprakelijkheidsverzekering, en het vaststellen van een toezicht- en regelgevingsmechanisme met onder meer een aangepaste en doeltreffende regeling inzake sancties voor deskundigen die hun verplichtingen niet nakomen. Deze normen kunnen worden bereikt zonder dat in beginsel nieuwe beroepen of kwalificaties in het leven moeten worden geroepen.

Amendement    25

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 42

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(42)  Het is belangrijk betrouwbare informatie te verzamelen over de uitvoering van herstructurerings-, insolventie- en kwijtingsprocedures om te kunnen toezien op de uitvoering en toepassing van deze richtlijn. De lidstaten moeten daarom gegevens verzamelen en aggregeren die voldoende gedetailleerd zijn om een accurate beoordeling mogelijk te maken van de werking van de richtlijn in de praktijk.

(42)  Het is belangrijk betrouwbare informatie te verzamelen over de uitvoering van herstructurerings-, insolventie- en kwijtingsprocedures om te kunnen toezien op de uitvoering en toepassing van deze richtlijn. De lidstaten moeten daarom gegevens verzamelen en aggregeren die voldoende gedetailleerd zijn om een accurate beoordeling mogelijk te maken van de werking van de richtlijn in de praktijk, zodat de richtlijn indien nodig herzien kan worden. Zij moeten dan ook overgaan tot het verzamelen en analyseren van gegevens per type procedure, zodat betrouwbare en bruikbare vergelijkende statistieken kunnen worden verkregen.

Amendement    26

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 43

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(43)  De stabiliteit van de financiële markten hangt in grote mate af van de financiëlezekerheidsovereenkomsten, in het bijzonder wanneer een zekerheid wordt gesteld in verband met deelnemingen in aangewezen systemen of in centralebanktransacties en wanneer marges worden gestort aan centrale tegenpartijen (CTP’s). Aangezien de waarde van financiële instrumenten die als zekerheid worden gesteld, sterk kan schommelen, is het van cruciaal belang om de waarde ervan snel te realiseren voordat die daalt. Deze richtlijn mag derhalve geen afbreuk doen aan Richtlijn 98/26/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 mei 199874, Richtlijn 2002/47/EG van het Europees Parlement en de Raad75 en Verordening (EU) nr. 648/201276.

(43)  De stabiliteit van de financiële markten hangt in grote mate af van de financiëlezekerheidsovereenkomsten, in het bijzonder wanneer een zekerheid wordt gesteld in verband met deelnemingen in aangewezen systemen of in centralebanktransacties en wanneer marges worden gestort aan centrale tegenpartijen (CTP’s). Aangezien de waarde van financiële instrumenten die als zekerheid worden gesteld, sterk kan schommelen, is het van cruciaal belang om de waarde ervan snel te realiseren voordat die daalt. De bepalingen van Richtlijn 98/26/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 mei 199874, Richtlijn 2002/47/EG van het Europees Parlement en de Raad75 en Verordening (EU) nr. 648/201276 moeten prevaleren boven deze richtlijn.

_________________

_________________

74 Richtlijn 98/26/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 mei 1998 betreffende het definitieve karakter van de afwikkeling van betalingen en effectentransacties in betalings- en afwikkelingssystemen (PB L 166 van 11.6.1998, blz. 45).

74 Richtlijn 98/26/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 mei 1998 betreffende het definitieve karakter van de afwikkeling van betalingen en effectentransacties in betalings- en afwikkelingssystemen (PB L 166 van 11.6.1998, blz. 45).

75 Richtlijn 2002/47/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 juni 2002 betreffende financiëlezekerheidsovereenkomsten (PB L 168 van 27.6.2002, blz. 43).

75 Richtlijn 2002/47/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 juni 2002 betreffende financiëlezekerheidsovereenkomsten (PB L 168 van 27.6.2002, blz. 43).

76 Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende otc-derivaten, centrale tegenpartijen en transactieregisters (PB L 201 van 27.7.2012, blz. 1).

76 Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende otc-derivaten, centrale tegenpartijen en transactieregisters (PB L 201 van 27.7.2012, blz. 1).

Amendement    27

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – lid 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  preventieve herstructureringsprocedures die beschikbaar zijn voor debiteuren in financiële moeilijkheden wanneer er kans op insolventie bestaat;

(a)  preventieve herstructureringsprocedures die beschikbaar zijn voor debiteuren in financiële moeilijkheden wanneer er kans op insolventie bestaat, maar ook een kans op voortbestaan. De commissie specificeert door middel van gedelegeerde handelingen wat moet worden verstaan onder "kans op insolventie";

Amendement    28

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 – alinea 1 – punt 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(1)  "insolventieprocedure": een collectieve insolventieprocedure die ertoe leidt dat de debiteur het beheer en de beschikking over zijn vermogen geheel of gedeeltelijk verliest en dat een vereffenaar wordt aangewezen;

(1)  "insolventieprocedure": een collectieve insolventieprocedure die ertoe leidt dat de debiteur het beheer en de beschikking over zijn vermogen geheel of gedeeltelijk verliest en dat een insolventiedeskundige wordt aangewezen;

Amendement    29

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 – alinea 1 – punt 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(2)  "herstructurering": het wijzigen van de samenstelling, de voorwaarden of de structuur van de activa en passiva van een debiteur of van een ander deel van de kapitaalstructuur van de debiteur, met inbegrip van aandelenkapitaal, of een combinatie van deze elementen, met inbegrip van de verkoop van activa of bedrijfsonderdelen, met het doel de onderneming in staat te stellen haar activiteiten geheel of gedeeltelijk voor te zetten;

(2)  "herstructurering": een procedure of maatregelen, hetzij openbaar, hetzij vertrouwelijk, gericht op het wijzigen van de samenstelling, de voorwaarden of de structuur van de activa en passiva van een debiteur of van een ander deel van de kapitaalstructuur van de debiteur, met inbegrip van aandelenkapitaal, of een combinatie van deze elementen, met inbegrip van de verkoop van activa of alle of een deel van de bedrijfsonderdelen, met het doel de onderneming in staat te stellen haar activiteiten geheel of gedeeltelijk voor te zetten;

Amendement    30

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 – alinea 1 – punt 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(3)  "betrokken partijen": crediteuren of categorieën van crediteuren en, indien van toepassing krachtens het nationale recht, houders van eigenvermogensinstrumenten wier vorderingen of belangen in het kader van een herstructureringsplan worden geraakt;

(3)  "betrokken partijen": crediteuren of categorieën van crediteuren, waaronder publieke crediteuren en contractpartijen van uitvoeringsovereenkomsten, en, indien van toepassing krachtens het nationale recht, houders van eigenvermogensinstrumenten en werknemers wier vorderingen of belangen in het kader van een herstructureringsplan worden geraakt;

Amendement    31

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 – alinea 1 – punt 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(4)  "schorsing van individuele tenuitvoerleggingsmaatregelen": een door een gerechtelijke of administratieve instantie bevolen schorsing van het recht van een crediteur een vordering tegen een debiteur ten uitvoer te leggen;

(4)  "schorsing van individuele tenuitvoerleggingsmaatregelen": een door een gerechtelijke of administratieve instantie bevolen schorsing van het recht van een crediteur of groep van crediteuren een vordering tegen een debiteur of groep van debiteuren ten uitvoer te leggen;

Amendement    32

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 – alinea 1 – punt 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(6)  "vorming van categorieën": het zodanig groeperen van betrokken crediteuren en houders van eigenvermogensinstrumenten in een herstructureringsplan dat daaruit de rechten en rangorde van de betrokken vorderingen en belangen blijkt, rekening houdend met mogelijke reeds bestaande rechten, zekerheidsrechten of overeenkomsten tussen crediteuren, en de behandeling ervan in het kader van het herstructureringsplan;

(6)  "vorming van categorieën": het zodanig groeperen van betrokken crediteuren en houders van eigenvermogensinstrumenten in een herstructureringsplan dat daaruit de rechten en rangorde van de betrokken vorderingen en belangen blijkt, rekening houdend met mogelijke reeds bestaande rechten, zekerheidsrechten of overeenkomsten tussen crediteuren, en de behandeling ervan in het kader van het herstructureringsplan. Met het oog op de vaststelling van een herstructureringsplan worden de crediteuren ingedeeld in verschillende categorieën, waarbij in ieder geval door een zekerheid gedekte en niet door een zekerheid gedekte vorderingen in verschillende categorieën worden ingedeeld en werknemers eveneens in een afzonderlijke categorie worden ingedeeld;

Amendement    33

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 – alinea 1 – punt 11

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(11)  "nieuwe financiering": alle nieuwe middelen, ongeacht of deze door een bestaande dan wel door een nieuwe crediteur worden verstrekt, die noodzakelijk zijn om een herstructureringsplan uit te voeren, die in dat herstructureringsplan zijn overeengekomen en vervolgens door een gerechtelijke of administratieve instantie zijn bevestigd;

(11)  "nieuwe financiering": alle nieuwe middelen of kredietverlening, ongeacht of deze door een bestaande dan wel door een nieuwe crediteur worden verstrekt, die noodzakelijk zijn om een herstructureringsplan uit te voeren, die in dat herstructureringsplan zijn overeengekomen en vervolgens door een gerechtelijke of administratieve instantie zijn bevestigd;

Amendement    34

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 – alinea 1 – punt 12

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(12)  "tussentijdse financiering": alle middelen, ongeacht of deze door een bestaande dan wel door een nieuwe crediteur worden verstrekt, die redelijkerwijze en onmiddellijk noodzakelijk zijn om de bedrijfsactiviteiten van de debiteur voort te zetten of te doen overleven of om de waarde ervan te behouden of te verhogen in afwachting van de bevestiging van een herstructureringsplan;

(12)  "tussentijdse financiering": alle middelen of kredietverlening, ongeacht of deze door een bestaande dan wel door een nieuwe crediteur worden verstrekt, die redelijkerwijze en onmiddellijk noodzakelijk zijn om de bedrijfsactiviteiten van de debiteur voort te zetten of te doen overleven of om de waarde ervan te behouden of te verhogen in afwachting van de bevestiging van een herstructureringsplan;

Amendement    35

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 – alinea 1 – punt 15 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(15)  "deskundige op het gebied van herstructurering": elke persoon of instantie die door een gerechtelijke of administratieve instantie is aangesteld om een of meerdere van de volgende taken uit te voeren:

(15)  "deskundige op het gebied van herstructurering": elke persoon of instantie die een of meerdere van de volgende taken uitvoert:

Amendement    36

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 – alinea 1 – punt 15 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(15 bis)  "terugbetalingsplan": een regeling waarbij gespecificeerde bedragen op gespecificeerde dagen door een debiteur aan zijn crediteuren worden betaald in het kader van een herstructureringsplan;

Amendement    37

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 – alinea 1 – punt 15 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(15 ter)  "levensvatbaar": in staat om een passend verwacht rendement op kapitaal te behalen, nadat alle kosten zijn gedekt, met inbegrip van afschrijvingen en financiële kosten.

Amendement    38

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De lidstaten zorgen ervoor dat debiteuren en ondernemers toegang hebben tot instrumenten voor vroegtijdige waarschuwing waarmee een verslechterende bedrijfsontwikkeling kan worden opgespoord en aan de debiteur of ondernemer wordt gesignaleerd dat dringend actie moet worden ondernemen.

1.  De lidstaten zorgen ervoor dat debiteuren en ondernemers toegang hebben tot instrumenten voor vroegtijdige waarschuwing waarmee een verslechterende bedrijfsontwikkeling kan worden opgespoord en aan de debiteur of ondernemer wordt gesignaleerd dat dringend actie moet worden ondernemen. Met het oog hierop bevordert de Commissie, in het kader van haar strategie voor een digitale eengemaakte markt, het gebruik en de ontwikkeling van nieuwe IT-technologieën voor kennisgevingen en onlinecommunicatie, om de effectiviteit van procedures voor vroegtijdige waarschuwing te vergroten.

Amendement    39

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De lidstaten zorgen ervoor dat debiteuren en ondernemers toegang hebben tot relevante, actuele, duidelijke, beknopte en gebruikersvriendelijke informatie over de beschikbaarheid van instrumenten voor vroegtijdige waarschuwing en alle middelen die hun ter beschikking staan om in een vroeg stadium te herstructureren of om een kwijting van persoonlijke schulden te verkrijgen.

2.  De lidstaten zorgen voor openbare, gratis, relevante, actuele, duidelijke, beknopte en gebruikersvriendelijke informatie over de beschikbaarheid van instrumenten voor vroegtijdige waarschuwing en alle middelen die ter beschikking staan aan debiteuren en ondernemers om in een vroeg stadium te herstructureren of om een kwijting van persoonlijke schulden te verkrijgen.

Amendement    40

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  De Commissie:

 

a)  stelt een lijst op van waarschuwingsindicatoren, met daaraan gekoppeld een reeks maatregelen die door debiteuren en ondernemers genomen moeten worden als aan deze indicatoren is voldaan;

 

b)  stelt op gebruikersvriendelijke wijze de in lid 2 bedoelde informatie op haar website beschikbaar. De lidstaten verstrekken de Commissie elk jaar geactualiseerde informatie.

Amendement    41

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De lidstaten kunnen de in de leden 1 en 2 bedoelde toegang beperken tot kleine en middelgrote ondernemingen of tot ondernemers.

3.  Voor kleine en middelgrote bedrijven of ondernemingen bieden de lidstaten in alle fasen toegang tot professioneel advies van een deskundige op het gebied van herstructurering, bijvoorbeeld via handelskamers, bedrijfsverenigingen en verenigingen van notarissen, waarbij eraan moet worden gedacht dat die maatregelen betaalbaar moeten zijn voor kmo's.

Amendement    42

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – lid 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 bis.  De lidstaten waarborgen dat de socialezekerheids-, belasting- en auditinstanties krachtens het nationale recht over voldoende middelen beschikken om zorgwekkende ontwikkelingen zo vroeg mogelijk te signaleren.

Amendement    43

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 – lid 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis.  De lidstaten stimuleren debiteuren in financiële problemen om tijdig maatregelen te nemen, door duidelijke informatie te verstrekken over de beschikbare preventieve herstructureringsprocedures en instrumenten voor vroegtijdige waarschuwing.

Amendement    44

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Preventieve herstructureringsstelsels kunnen bestaan uit één of meerdere procedures of maatregelen.

2.  Preventieve herstructureringsstelsels kunnen bestaan uit één of meerdere procedures of maatregelen, hetzij buitengerechtelijk van aard, hetzij op bevel van een administratieve of gerechtelijke instantie.

Amendement    45

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  De lidstaten kunnen naast de op grond van deze richtlijn vereiste middelen voorzien in andere middelen ter bescherming van debiteuren, waaronder contractuele middelen.

Amendement    46

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De lidstaten stellen bepalingen vast die de betrokkenheid van een gerechtelijke of administratieve instantie beperken tot situaties waarin dat noodzakelijk en evenredig is om de rechten van de betrokken partijen te waarborgen.

3.  De lidstaten kunnen bepalingen vaststellen die de betrokkenheid van een gerechtelijke of administratieve instantie beperken tot situaties waarin dat noodzakelijk en evenredig is, waarbij de rechten van de betrokken partijen gewaarborgd worden.

Amendement    47

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 5 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De aanstelling door een gerechtelijke of administratieve instantie van een deskundige op het gebied van herstructurering is niet in elk geval verplicht.

2.  De lidstaten kunnen de aanstelling door een gerechtelijke of administratieve instantie van een deskundige op het gebied van herstructurering verlangen indien dat nodig en passend is om de rechten van de betrokken partijen te waarborgen, waarbij eraan moet worden gedacht dat die maatregelen betaalbaar moeten zijn voor kmo's.

Amendement    48

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 5 – lid 3 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De lidstaten kunnen de aanstelling van een deskundige op het gebied van herstructurering vereisen in de volgende gevallen:

3.  De lidstaten waarborgen dat er ten minste in de volgende gevallen door een gerechtelijke of administratieve instantie een deskundige op het gebied van herstructurering wordt aangesteld:

Amendement    49

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 5 – lid 3 – letter b bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(b bis)  wanneer de verplichting van de debiteur om een insolventieprocedure in te leiden krachtens het nationale recht ontstaat tijdens de schorsing van individuele tenuitvoerleggingsmaatregelen;

Amendement    50

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 5 – lid 3 – letter b ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(b ter)  wanneer het plan voorziet in de overdracht van het hele bedrijf of een deel ervan naar een ander bedrijf zonder de crediteuren volledig uit te betalen of zonder alle werknemers over te nemen.

Amendement    51

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 6 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De lidstaten zorgen ervoor dat debiteuren die met crediteuren over een herstructureringsplan onderhandelen, kunnen profiteren van een schorsing van individuele tenuitvoerleggingsmaatregelen indien en voor zover deze schorsing noodzakelijk is om de onderhandelingen over een herstructureringsplan te ondersteunen.

1.  De lidstaten zorgen ervoor dat debiteuren die met crediteuren over een herstructureringsplan onderhandelen, kunnen profiteren van een schorsing van individuele tenuitvoerleggingsmaatregelen. Er worden bijzondere voorwaarden gespecificeerd om te waarborgen dat deze schorsing noodzakelijk is om over een herstructureringsplan te kunnen onderhandelen. De lidstaten verlangen ten minste dat de ondernemingen van debiteuren die profiteren van een schorsing van individuele tenuitvoerleggingsmaatregelen levensvatbaar zijn.

Amendement    52

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 6 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De lidstaten zorgen ervoor dat een schorsing van individuele tenuitvoerleggingsmaatregelen ten aanzien van alle soorten crediteuren kan worden bevolen, met inbegrip van crediteuren met een zekerheidsrecht en preferente crediteuren. De schorsing kan algemeen zijn, ten aanzien van alle crediteuren, of beperkt, ten aanzien van een of meerdere individuele crediteuren, in overeenstemming met het nationale recht.

2.  De lidstaten zorgen ervoor dat een schorsing van individuele tenuitvoerleggingsmaatregelen ten aanzien van alle soorten crediteuren kan worden bevolen, met inbegrip van openbare en commerciële crediteuren, crediteuren met een zekerheidsrecht en preferente crediteuren. De schorsing kan algemeen zijn, ten aanzien van alle crediteuren, of beperkt, ten aanzien van een of meerdere individuele crediteuren, in overeenstemming met het nationale recht. Een dergelijke beperking brengt de doeltreffendheid en het succes van het herstructureringsplan niet in het gedrang. De lidstaten streven met betrekking tot openbare crediteuren een evenwicht na tussen de hoofddoelstelling, namelijk het voortbestaan van de onderneming, en het algemeen belang.

Amendement    53

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 6 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Lid 2 is niet van toepassing op onvervulde aanspraken van werknemers, behalve indien en voor zover de lidstaten via andere middelen ervoor zorgen dat de betaling van dergelijke aanspraken wordt gewaarborgd met een beschermingsniveau dat minstens gelijkwaardig is aan dat waarin het relevante nationale recht tot omzetting van Richtlijn 2008/94/EG voorziet.

3.  Lid 2 is niet van toepassing op vorderingen van micro- en kleine ondernemingen en onvervulde aanspraken van werknemers, behalve indien en voor zover de lidstaten via andere middelen ervoor zorgen dat de betaling van dergelijke aanspraken wordt gewaarborgd met een beschermingsniveau dat minstens gelijkwaardig is aan dat waarin het relevante nationale recht tot omzetting van Richtlijn 2008/94/EG voorziet.

Amendement    54

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 6 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  De lidstaten beperken de termijn van de schorsing van individuele tenuitvoerleggingsmaatregelen tot maximaal vier maanden.

4.  De lidstaten stellen een maximumtermijn vast voor de schorsing van individuele tenuitvoerleggingsmaatregelen. Die maximumtermijn bedraagt ten minste drie en ten hoogste zes maanden.

Amendement    55

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 6 – lid 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

7.  De termijn van de schorsing van individuele tenuitvoerleggingsmaatregelen, met inbegrip van verlengingen en hernieuwingen, mag in totaal niet langer zijn dan twaalf maanden.

7.  De termijn van de schorsing van individuele tenuitvoerleggingsmaatregelen, met inbegrip van verlengingen en hernieuwingen, mag in totaal niet langer zijn dan negen maanden.

Amendement    56

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 6 – lid 9

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

9.  De lidstaten zorgen ervoor dat, indien een individuele crediteur of een enkele categorie crediteuren door een schorsing van individuele tenuitvoerleggingsmaatregelen op oneerlijke wijze zou worden benadeeld, de gerechtelijke of administratieve instantie kan besluiten geen schorsing van individuele tenuitvoerleggingsmaatregelen toe te kennen of een reeds toegekende schorsing van individuele tenuitvoerleggingsmaatregelen op te heffen ten aanzien van die crediteur of die categorie crediteuren, op verzoek van de betrokken crediteuren.

9.  De lidstaten zorgen ervoor dat, indien een individuele crediteur of een enkele categorie crediteuren door een schorsing van individuele tenuitvoerleggingsmaatregelen op oneerlijke wijze zou worden benadeeld of een kwetsbare crediteur in financiële problemen zou raken, de gerechtelijke of administratieve instantie kan besluiten geen schorsing van individuele tenuitvoerleggingsmaatregelen toe te kennen of een reeds toegekende schorsing van individuele tenuitvoerleggingsmaatregelen op te heffen ten aanzien van die crediteur of die categorie crediteuren, op verzoek van de betrokken crediteuren. Van benadeling op oneerlijke wijze wordt in ieder geval geacht sprake te zijn als een crediteur of categorie crediteuren kampt met aanzienlijke economische problemen.

Amendement    57

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 7 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Een algemene schorsing ten aanzien van alle crediteuren verhindert het inleiden van insolventieprocedures op verzoek van een of meerdere crediteuren.

2.  Een algemene schorsing ten aanzien van alle crediteuren die bij de onderhandelingen over het herstructureringsplan betrokken zijn verhindert het inleiden van insolventieprocedures op verzoek van een of meerdere crediteuren, uitgezonderd werknemers, overeenkomstig artikel 6, lid 3.

Amendement    58

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 7 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De lidstaten mogen van lid 1 afwijken wanneer de debiteur illiquide wordt en dus niet in staat is zijn schulden die tijdens de schorsing vervallen, te betalen. In dat geval zorgen de lidstaten ervoor dat de herstructureringsprocedures niet automatisch worden beëindigd en dat een gerechtelijke of administratieve instantie, na onderzoek van de vooruitzichten om binnen de schorsingstermijn een overeenkomst te bereiken over een succesvol herstructureringsplan, kan besluiten om de inleiding van insolventieprocedure uit te stellen en het voordeel van de schorsing van individuele tenuitvoerleggingsmaatregelen te handhaven.

3.  De lidstaten mogen van lid 1 afwijken wanneer de debiteur illiquide wordt en dus niet in staat is zijn schulden die tijdens de schorsing vervallen, te betalen. In dat geval heeft een gerechtelijke of administratieve instantie de bevoegdheid om de inleiding van een insolventieprocedure uit te stellen en het voordeel van de schorsing van individuele tenuitvoerleggingsmaatregelen te handhaven, mits dat geen ernstige financiële moeilijkheden oplevert voor crediteuren, om de vooruitzichten om binnen de schorsingstermijn een overeenkomst te bereiken over een succesvol herstructureringsplan te onderzoeken.

Amendement    59

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 7 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  De lidstaten zorgen ervoor dat de crediteuren op wie de schorsing van toepassing is, tijdens de schorsing nog uit te voeren overeenkomsten niet kunnen beëindigen, versnellen of anderszins wijzigen, of de nakoming ervan opschorten in het nadeel van de debiteur, voor schulden die zijn ontstaan vóór de schorsing. De lidstaten kunnen de toepassing van deze bepaling beperken tot essentiële overeenkomsten die noodzakelijk zijn voor de voortzetting van de dagelijkse werking van de onderneming.

4.  De lidstaten zorgen ervoor dat de crediteuren op wie de schorsing van toepassing is, tijdens de schorsing nog uit te voeren essentiële overeenkomsten niet kunnen beëindigen, versnellen of anderszins wijzigen, of de nakoming ervan opschorten in het nadeel van de debiteur, voor schulden die zijn ontstaan vóór de schorsing, mits dit geen ernstige financiële moeilijkheden oplevert voor de crediteuren.. Voor de toepassing van dit lid is een nog uit te voeren overeenkomst essentieel wanneer deze noodzakelijk is voor de voortzetting van de dagelijkse werking van de onderneming, met inbegrip van alle leveringen die, indien ze zouden worden geschorst, zouden leiden tot het stilvallen van de onderneming.

Amendement    60

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 7 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  De lidstaten zorgen ervoor dat de crediteuren nog uit te voeren overeenkomsten niet kunnen beëindigen, versnellen of anderszins wijzigen, of de nakoming ervan opschorten in het nadeel van de debiteur, door middel van een beding in de overeenkomst dat in dergelijke stappen voorziet, om de enkele reden dat de debiteur onderhandelingen aanknoopt over herstructurering, dat om een schorsing van individuele tenuitvoerleggingsmaatregelen wordt verzocht, dat een schorsing van individuele tenuitvoerleggingsmaatregelen wordt bevolen of dat een gelijkaardige gebeurtenis in verband met de schorsing plaatsvindt.

5.  De lidstaten kunnen verlangen dat de crediteuren nog uit te voeren overeenkomsten niet kunnen beëindigen, versnellen of anderszins wijzigen, of de nakoming ervan opschorten in het nadeel van de debiteur, door middel van een beding in de overeenkomst dat in dergelijke stappen voorziet, om de enkele reden dat de debiteur onderhandelingen aanknoopt over herstructurering, dat om een schorsing van individuele tenuitvoerleggingsmaatregelen wordt verzocht, dat een schorsing van individuele tenuitvoerleggingsmaatregelen wordt bevolen of dat een gelijkaardige gebeurtenis in verband met de schorsing plaatsvindt.

Amendement    61

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 7 – lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.  De lidstaten zorgen ervoor dat niets de debiteur verhindert om in het kader van de normale bedrijfsuitoefening vorderingen van of verschuldigd aan niet-betrokken crediteuren te voldoen, alsook de vorderingen van de betrokken crediteuren die zijn ontstaan nadat de schorsing is toegekend en de vorderingen die zijn ontstaan tijdens het verdere verloop van de schorsing.

6.  De lidstaten zorgen ervoor dat niets de debiteur verhindert om in het kader van de normale bedrijfsuitoefening vorderingen van of verschuldigd aan niet-betrokken crediteuren te voldoen, alsook de vorderingen van de betrokken crediteuren die ontstaan op enig moment tijdens de periode van de schorsing. In die periode kunnen debiteuren transacties uitvoeren die in het belang zijn van de bedrijfscontinuïteit.

Amendement    62

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 8 – lid 1 – letter g

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(g)  een advies of met redenen omklede verklaring van de persoon die verantwoordelijk is voor het voorstellen van het herstructureringsplan waarin wordt uitgelegd waarom het bedrijf levensvatbaar is en hoe de uitvoering van het plan ervoor kan zorgen dat de debiteur insolventie vermijdt en zijn levensvatbaarheid op lange termijn herstelt, en wordt aangegeven welke de verwachte noodzakelijke voorwaarden zijn voor het welslagen ervan.

(g)  een advies of met redenen omklede verklaring van de persoon die verantwoordelijk is voor het voorstellen van het herstructureringsplan waarin wordt uitgelegd waarom het bedrijf levensvatbaar is en hoe de uitvoering van het plan ervoor kan zorgen dat de debiteur insolventie vermijdt en/of zijn levensvatbaarheid op lange termijn herstelt, en wordt aangegeven welke de verwachte noodzakelijke voorwaarden zijn voor het welslagen ervan.

Amendement    63

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 8 – lid 1 – letter g bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(g bis)  bij de beoordeling van aanspraken of andere rechten van werknemers wordt rekening gehouden met het feit dat financiële vorderingen van werknemers absolute voorrang moeten krijgen.

Amendement    64

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 8 – lid 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 bis.  De lidstaten zorgen ervoor dat hun nationale wetgeving de vertrouwelijkheid waarborgt van de besprekingen, uitwisselingen, onderhandelingen of informatiesessies met personen die een vertrouwelijkheidsverbintenis hebben ondertekend.

Amendement    65

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 8 – lid 3 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 ter.  De lidstaten kunnen ook bepalen dat een of meerdere crediteuren met instemming van de debiteur een alternatief plan mogen indienen voor het door de debiteur of door een crediteur ingediende plan.

Amendement    66

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 8 – lid 3 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 quater.  De procedures met het oog op de tenuitvoerlegging van herstructureringsplannen die erin voorzien dat de crediteuren een dividend ontvangen dat minstens gelijk is aan wat zij zouden hebben ontvangen als de activa waren verkocht en de rangorde van crediteuren was vastgesteld ingevolge een insolventieprocedure, zijn faillissementsprocedures in de zin van voornoemde richtlijnen.

Amendement    67

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 8 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 8 bis

 

Aanspraken of andere rechten van werknemers worden niet aangetast door herstructureringsplannen.

Amendement    68

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 9 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De lidstaten zorgen ervoor dat alle betrokken crediteuren het recht hebben om te stemmen over de goedkeuring van een herstructureringsplan. De lidstaten kunnen dergelijke stemrechten ook toekennen aan de betrokken houders van eigenvermogensinstrumenten, overeenkomstig artikel 12, lid 2.

1.  De lidstaten zorgen ervoor dat alle betrokken crediteuren, met inbegrip van openbare crediteuren en werknemers, het recht hebben om te stemmen over de goedkeuring van een herstructureringsplan, waarbij zij volledig op de hoogte moeten zijn gebracht van de gevolgen die het plan voor ieder van hen inhoudt. De lidstaten kunnen dergelijke stemrechten ook toekennen aan de betrokken houders van eigenvermogensinstrumenten, overeenkomstig artikel 12, lid 2.

Amendement    69

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 9 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De lidstaten zorgen ervoor dat de betrokken partijen in afzonderlijke categorieën worden behandeld die de criteria voor het vormen van categorieën weerspiegelen. Categorieën worden op zodanige manier gevormd dat elke categorie vorderingen of belangen omvat met rechten die voldoende gelijkaardig zijn om de leden van de categorie als een homogene groep met gedeelde belangen te beschouwen. Minimaal worden door een zekerheid gedekte vorderingen en niet door een zekerheidsrecht gedekte vorderingen in afzonderlijke categorieën behandeld met het oog op de goedkeuring van een herstructureringsplan. De lidstaten kunnen ook bepalen dat werknemers als een afzonderlijke categorie worden behandeld.

2.  De lidstaten zorgen ervoor dat de betrokken partijen in afzonderlijke categorieën worden behandeld die de criteria voor het vormen van categorieën weerspiegelen. Categorieën worden op zodanige manier gevormd dat elke categorie vorderingen of belangen omvat met rechten die voldoende gelijkaardig zijn om de leden van de categorie als een homogene groep met gedeelde belangen te beschouwen. Minimaal worden door een zekerheid gedekte vorderingen en niet door een zekerheidsrecht gedekte vorderingen in afzonderlijke categorieën behandeld met het oog op de goedkeuring van een herstructureringsplan. De lidstaten bepalen ook dat werknemers als een afzonderlijke categorie worden behandeld. De lidstaten kunnen ook specifieke voorschriften vaststellen ter ondersteuning van de vorming van afzonderlijke categorieën voor kwetsbare crediteuren, zoals kleine leveranciers en kleine en micro-ondernemingen.

Amendement    70

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 9 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Een herstructureringsplan wordt geacht door de betrokken partijen te zijn goedgekeurd wanneer daarvoor in elke categorie een meerderheid in het bedrag van hun vorderingen of belangen bestaat. De lidstaten stellen de vereiste meerderheid vast voor de goedkeuring van een herstructureringsplan, die in geen geval hoger mag zijn dan 75 % van het bedrag van de vorderingen of belangen in elke categorie.

4.  Een herstructureringsplan wordt geacht door de betrokken partijen te zijn goedgekeurd wanneer daarvoor in elke categorie een meerderheid in het bedrag van hun vorderingen of belangen bestaat. De lidstaten stellen de vereiste meerderheid vast voor de goedkeuring van een herstructureringsplan, die in geen geval hoger mag zijn dan 75 % van het bedrag van de vorderingen of belangen in elke categorie. Een overdrachtsplan wordt toegestaan door de bevoegde rechtbank volgens de nationale procedure die het mogelijk maakt een verkoop toe te staan en uit te voeren.

Amendement    71

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 9 – lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.  Wanneer de noodzakelijke meerderheid in een of meerdere niet-instemmende stemmende categorieën niet wordt bereikt, kan het plan toch nog worden bevestigd wanneer het voldoet aan de in artikel 11 vastgestelde vereisten voor een categorie-overschrijdende cram-down.

6.  Wanneer de noodzakelijke meerderheid in een of meerdere niet-instemmende stemmende categorieën niet wordt bereikt, kan het plan toch nog door een gerechtelijke of administratieve instantie worden bevestigd wanneer het voldoet aan de in artikel 11 vastgestelde vereisten voor een categorie-overschrijdende cram-down.

Amendement    72

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 9 – lid 6 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

6 bis.  De lidstaten waarborgen dat het herstructureringsplan van de werknemers, als andere crediteuren niet meewerken, voorgelegd kan worden aan de bevoegde overheidsinstantie of rechtbank en kan worden aangenomen zonder de goedkeuring van de niet-meewerkende crediteuren.

Amendement    73

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 10 – lid 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De lidstaten zorgen ervoor dat de volgende herstructureringsplannen alleen bindend kunnen worden voor de partijen indien zij door een gerechtelijke of administratieve instantie worden bevestigd:

1.  De lidstaten zorgen ervoor dat herstructureringsplannen die de belangen van niet-instemmende betrokken partijen schaden alleen bindend kunnen worden voor de partijen indien zij door een gerechtelijke of administratieve instantie worden bevestigd:

Amendement    74

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 10 – lid 2 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b)  het herstructureringsplan doorstaat de toets van het belang van de crediteuren;

(b)  in het geval de crediteuren dat betwisten, of het herstructureringsplan de toets van het belang van de crediteuren doorstaat;

Amendement    75

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 10 – lid 2 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(c)  alle nieuwe financiering is noodzakelijk om het herstructureringsplan uit te voeren en benadeelt de belangen van de crediteuren niet op oneerlijke wijze.

(c)  alle nieuwe financiering is noodzakelijk om het herstructureringsplan uit te voeren en benadeelt de belangen van de bestaande crediteuren niet op oneerlijke wijze.

Amendement    76

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 10 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  De lidstaten zorgen ervoor dat wanneer een gerechtelijke of administratieve instantie een herstructureringsplan moet bevestigen voordat het bindend wordt, onverwijld een besluit wordt genomen nadat het verzoek om bevestiging werd ingediend en in geen geval later dan 30 dagen na indiening van het verzoek.

4.  De lidstaten zorgen ervoor dat wanneer een gerechtelijke of administratieve instantie een herstructureringsplan moet bevestigen of voor een verkoopplan toestemming moet verlenen voordat het bindend wordt, onverwijld een besluit wordt genomen nadat het verzoek om bevestiging werd ingediend en in geen geval later dan 30 dagen na indiening van het verzoek.

Amendement    77

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 11 – lid 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  voldoet aan de voorwaarden van artikel 10, lid 2;

(a)  voldoet aan de voorwaarden van artikel 10, lid 2, en niet in strijd is met artikel 10, lid 3 doordat het aan de daarin neergelegde voorwaarde voldoet;

Amendement    78

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 12  lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  De lidstaten kunnen bepalen dat in het plan in de mogelijkheid wordt voorzien dat houders van eigenvermogensinstrumenten van een kleine en middelgrote onderneming een bijdrage anders dan in geld aan de herstructurering leveren.

Amendement    79

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 12 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 12 bis

 

Werknemers

 

De lidstaten zorgen ervoor dat de rechten van werknemers, onder meer de rechten van werknemers als bedoeld in deze richtlijn, niet worden aangetast door het herstructureringsproces en dat de naleving van de relevante nationale en Uniewetgeving op onafhankelijke wijze wordt getoetst. Deze rechten zijn met name:

 

(i)  het recht op collectieve onderhandelingen en collectieve actie;

 

(ii)  het recht van werknemers en werknemersvertegenwoordigers om geïnformeerd en geraadpleegd te worden, waaronder met name het recht op toegang tot informatie over alle procedures die gevolgen kunnen hebben voor de werkgelegenheid en/of het vermogen van werknemers om hun loon en eventuele toekomstige betalingen, zoals bedrijfspensioen, te innen.

 

De lidstaten zorgen er tevens voor dat werknemers overal als preferente schuldeisers en zekere categorie crediteuren worden behandeld.

Amendement    80

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 13 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De gerechtelijke of administratieve instantie bepaalt een vereffeningswaarde wanneer een herstructureringsplan wordt betwist op grond van een vermeende schending van de toets van het belang van de crediteuren.

1.  De gerechtelijke of administratieve instantie bepaalt een vereffeningswaarde wanneer een herstructureringsplan of verkoopplan wordt betwist op grond van een vermeende schending van de toets van het belang van de crediteuren.

Amendement    81

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 13 – lid 2 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De waarde van de onderneming wordt door de gerechtelijke of administratieve instantie bepaald op basis van de waarde van de onderneming going concern in de volgende gevallen:

2.  De waarde van de onderneming wordt door de gerechtelijke of administratieve instantie bepaald op basis van de waarde van de onderneming als going concern en de waarde van de opbrengsten van de verkoop van de activa van de onderneming door de deskundige op het gebied van insolventie in het kader van een insolventieprocedure, in de volgende gevallen:

Amendement    82

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 14 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Crediteuren die niet betrokken zijn bij de goedkeuring van een herstructureringsplan, mogen niet door het plan worden geraakt.

2.  Crediteuren die niet genoemd worden in een door een gerechtelijke of administratieve instantie bevestigd herstructureringsplan, mogen niet door het plan worden geraakt.

Amendement    83

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 15 – lid 4 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b)  hetzij het plan kan bevestigen en de niet-instemmende crediteuren een financiële vergoeding kan toekennen, te betalen door de debiteur of de crediteuren die voor het plan stemden.

(b)  hetzij het plan kan bevestigen en de mogelijkheid kan onderzoeken om niet-instemmende crediteuren die ten onrechte schade lijden ten gevolge van het plan een financiële vergoeding toe te kennen, en waar passend die vergoeding toe te kennen, te betalen door de debiteur.

Amendement    84

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 17 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De lidstaten kunnen eisen dat de in lid 2, onder e), bedoelde transacties door een deskundige op het gebied van herstructurering of een gerechtelijke of administratieve instantie worden goedgekeurd om onder de in lid 1 bedoelde bescherming te vallen.

3.  De lidstaten eisen dat de in lid 2, onder e), bedoelde transacties door een deskundige op het gebied van herstructurering of een gerechtelijke of administratieve instantie worden goedgekeurd om onder de in lid 1 bedoelde bescherming te vallen.

Amendement    85

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 18 – alinea 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b)  terdege rekening houden met de belangen van crediteuren en andere belanghebbenden;

(b)  terdege rekening houden met de belangen van crediteuren en andere belanghebbenden, ook voor wat betreft de werkgelegenheid;

Amendement    86

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 18 – alinea 1 – letter d bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(d bis)  om op de wijze die het best verenigbaar is met de vertrouwelijkheid, te voldoen aan de verplichtingen die voortvloeien uit handelingen van de Unie waarbij rechten aan werknemers worden toegekend.

Amendement    87

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 18 – alinea 1 – letter d ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(d ter)  niet opzettelijk de waarde van het nettoactief van de onderneming doen dalen tot beneden het niveau dat nodig is om de financiële verplichtingen aan de werknemers in te lossen;

Amendement    88

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 19 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  De lidstaten voorzien in bedrijfsondersteuning en herstartmaatregelen voor ondernemers die een tweede kans hebben gekregen, opdat zij hun ondernemerschap een nieuwe impuls kunnen geven.

Amendement    89

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 20 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De lidstaten zorgen ervoor dat bij het verstrijken van de kwijtingstermijn ondernemers met een overmatige schuldenlast kwijting van hun schulden verkrijgen, zonder dat zij daartoe opnieuw een verzoek moeten richten aan een gerechtelijke of administratieve instantie.

2.  De lidstaten zorgen ervoor dat bij het verstrijken van de kwijtingstermijn ondernemers met een overmatige schuldenlast kwijting van hun schulden verkrijgen na een officiële bevestiging.

Amendement    90

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 22 – lid 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  de ondernemer met een overmatige schuldenlast oneerlijk of te kwader trouw heeft gehandeld tegenover de crediteuren bij het aangaan van de schulden of wanneer de schulden werden geïnd;

(a)  de ondernemer met een overmatige schuldenlast oneerlijk of te kwader trouw heeft gehandeld tegenover de crediteuren bij het aangaan van de schulden of wanneer de schulden werden geïnd. De Commissie geeft richtsnoeren voor lidstaten met daarin de criteria aan de hand waarvan wordt bepaald wanneer er sprake is van oneerlijk handelen of handelen te kwader trouw;

Amendement    91

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 22 – lid 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b)  de ondernemer met een overmatige schuldenlast zich niet houdt aan een terugbetalingsplan of aan een andere wettelijke verplichting die als doel heeft de belangen van crediteuren te waarborgen;

(b)  de ondernemer met een overmatige schuldenlast zich onvoldoende houdt aan een terugbetalingsplan of aan een andere wettelijke verplichting die als doel heeft de belangen van crediteuren te waarborgen, gelet op de moeilijkheden waar micro- en kleine ondernemingen mee te maken krijgen bij het volgen van insolventie- en herstructureringsprocedures.

Amendement    92

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 22 – lid 1 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(c)  er sprake is van ongerechtvaardigde toegang tot kwijtingsprocedures;

Schrappen

Amendement    93

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 22 – lid 1 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(d)  er sprake is van herhaalde toegang tot kwijtingsprocedures binnen een bepaalde termijn.

(d)  er sprake is van herhaalde en ongerechtvaardigde toegang tot kwijtingsprocedures binnen een bepaalde termijn.

Amendement    94

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 22 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De lidstaten kunnen specifieke schuldcategorieën van kwijting uitsluiten, zoals door een zekerheid gedekte schulden of schulden die ontstaan uit strafrechtelijke boetes of aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad, of de kwijtingstermijn verlengen, wanneer een dergelijke uitsluiting of verlening door een algemeen belang is gerechtvaardigd.

3.  De lidstaten kunnen specifieke schuldcategorieën van kwijting uitsluiten, zoals door een zekerheid gedekte schulden of schulden die ontstaan uit alimentatieverplichtingen, strafrechtelijke boetes of aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad, of de kwijtingstermijn verlengen, wanneer een dergelijke uitsluiting of verlening door een algemeen belang is gerechtvaardigd. Als uitsluiting betrekking heeft op openbare crediteuren, schenken de lidstaten aandacht aan een goede balans tussen het algemeen belang en de bevordering van ondernemerschap.

Amendement    95

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 23 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De lidstaten zorgen ervoor dat wanneer een ondernemer met een overmatige schuldenlast professionele schulden is aangegaan tijdens zijn handels-, bedrijfs-, ambachts- of beroepsactiviteit en persoonlijke schulden is aangegaan buiten deze activiteiten, alle schulden in één procedure worden behandeld met het oog op het verkrijgen van kwijting.

1.  De lidstaten zorgen ervoor dat wanneer een ondernemer met een overmatige schuldenlast professionele schulden is aangegaan tijdens zijn handels-, bedrijfs-, ambachts- of beroepsactiviteit en persoonlijke schulden is aangegaan buiten deze activiteiten, professionele schulden gescheiden van persoonlijke schulden worden behandeld met het oog op het verkrijgen van kwijting. Wanneer er procedures zijn om voor zowel professionele als persoonlijke schulden kwijting te verkrijgen, kunnen deze procedures worden gecoördineerd met het oog op het verkrijgen van kwijting overeenkomstig deze richtlijn.

Amendement    96

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 23 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De lidstaten kunnen van lid 1 afwijken en bepalen dat professionele en persoonlijke schulden in afzonderlijke procedures worden behandeld, op voorwaarde dat deze procedures kunnen worden gecoördineerd met het oog op het verkrijgen van kwijting overeenkomstig deze richtlijn.

Schrappen

Amendement    97

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 24 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De lidstaten zorgen ervoor dat de leden van de gerechtelijke en administratieve instanties die zaken in verband met herstructurering, insolventie en een tweede kans behandelen, een basis- en vervolgopleiding krijgen op een niveau dat aangepast is aan hun verantwoordelijkheden.

1.  De lidstaten zorgen ervoor dat de leden van de gerechtelijke en administratieve instanties die zaken in verband met herstructurering, insolventie en een tweede kans behandelen, deskundigheid en ervaring hebben op een niveau dat aangepast is aan hun verantwoordelijkheden.

Amendement    98

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 25 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De lidstaten zorgen ervoor dat bemiddelaars, deskundigen op het gebied van insolventie en andere deskundigen die zijn aangesteld in zaken in verband met herstructurering, insolventie en een tweede kans, de nodige basis- en vervolgopleiding krijgen om ervoor te zorgen dat hun diensten ten aanzien van de partijen op een doeltreffende, onpartijdige, onafhankelijke en competente wijze worden verstrekt.

1.  De lidstaten zorgen ervoor dat bemiddelaars, deskundigen op het gebied van insolventie en andere deskundigen die zijn aangesteld in zaken in verband met herstructurering, insolventie en een tweede kans, uitgebreide deskundigheid en ervaring hebben om ervoor te zorgen dat hun diensten ten aanzien van de partijen op een doeltreffende, onpartijdige, onafhankelijke en competente wijze worden verstrekt. De lidstaten zorgen er ook voor dat er een openbare lijst van geregistreerde deskundigen en bemiddelaars beschikbaar is, zodat debiteuren gemakkelijker kunnen worden aangemoedigd om zich te beschermen via contractuele middelen naast die welke in deze richtlijn zijn voorgeschreven.

Amendement    99

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 25 – lid 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis.  De Commissie bevordert, met het oog op de verbetering van de kwaliteit van opleidingen in de hele Unie, de uitwisseling van beste praktijken tussen de lidstaten, onder meer door middel van netwerken en de uitwisseling van ervaring en instrumenten voor capaciteitsopbouw, en organiseert, indien noodzakelijk, scholing voor leden van de rechterlijke macht en personen die werkzaam zijn voor administratieve instanties en die zich bezighouden met zaken op het gebied van herstructurering, insolventie en tweede kans.

Amendement    100

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 25 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De lidstaten bevorderen met alle door hen passend geachte middelen de opstelling van vrijwillige gedragscodes en de naleving ervan door deskundigen op het gebied van herstructurering, insolventie en tweede kans, alsmede de ontwikkeling van andere doeltreffende toezichtsmechanismen betreffende het verlenen van dergelijke diensten.

2.  De Commissie spoort de lidstaten aan om minimumnormen vast te stellen met betrekking tot deskundigen, zoals normen op het gebied van opleiding en beroepskwalificatie, de status van geregistreerd deskundige, persoonlijke aansprakelijkheid en een ethische beroepscode, verzekering en goede naam.

Amendement    101

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 26 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Wanneer deskundigen op het gebied van herstructurering, insolventie en een tweede kans door de gerechtelijke of administratieve instantie worden aangesteld, zorgen de lidstaten ervoor dat de criteria waarmee de gerechtelijke of administratieve instantie een dergelijke deskundige selecteert, duidelijk en transparant zijn. Bij de selectie van een deskundige op het gebied van herstructurering, insolventie en een tweede kans voor een specifieke zaak, moet voldoende rekening worden gehouden met de ervaring en de deskundigheid van de deskundigen. In voorkomend geval worden de debiteuren en crediteuren geraadpleegd bij de selectie van de deskundige.

3.  Wanneer deskundigen op het gebied van herstructurering, insolventie en een tweede kans door de gerechtelijke of administratieve instantie worden aangesteld, zorgen de lidstaten ervoor dat de criteria waarmee de gerechtelijke of administratieve instantie een dergelijke deskundige selecteert, duidelijk en transparant zijn. Bij de selectie van een deskundige op het gebied van herstructurering, insolventie en een tweede kans voor een specifieke zaak, moet voldoende rekening worden gehouden met de ervaring en de deskundigheid van de deskundigen, niet alleen op juridisch maar ook op commercieel gebied. In voorkomend geval worden de debiteuren en crediteuren geraadpleegd bij de selectie van de deskundige.

Amendement    102

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 27 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De lidstaten zorgen ervoor dat de vergoedingen die deskundigen op het gebied van herstructurering, insolventie en een tweede kans aanrekenen, aan regels zijn onderworpen die een tijdige en efficiënte oplossing van procedures stimuleren, rekening houdend met de complexiteit van de zaak. De lidstaten zorgen ervoor dat passende procedures met ingebouwde waarborgen voorhanden zijn om ervoor te zorgen dat geschillen over vergoeding tijdig kunnen worden opgelost.

2.  De lidstaten zorgen ervoor dat de vergoedingen die deskundigen op het gebied van herstructurering, insolventie en een tweede kans aanrekenen, aan regels zijn onderworpen die een tijdige en efficiënte oplossing van procedures stimuleren, rekening houdend met de complexiteit van de zaak. De doeltreffendheid van de procedure wordt niet alleen gemeten aan de hand van de terugvorderingspercentages, maar ook aan de hand van de liquiditeit van de onderneming of de ondernemer en het herstel van de levensvatbaarheid, onder de verantwoordelijkheid van een administratieve of gerechtelijke instantie. De lidstaten zorgen ervoor dat passende procedures met ingebouwde waarborgen voorhanden zijn om ervoor te zorgen dat geschillen over vergoeding tijdig kunnen worden opgelost.

Amendement    103

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 27 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 27 bis

 

De toegang van ondernemers die gebruik maken van een tweedekansregeling tot informatie

 

1.  De lidstaten zorgen ervoor dat ondernemers die gebruik maken van een tweedekansregeling toegang hebben tot relevante, actuele, duidelijke, beknopte en gebruikersvriendelijke informatie over de beschikbaarheid van op hen afgestemde administratieve, juridische, zakelijke of financiële ondersteuning en alle middelen die er voor hen beschikbaar zijn om het opzetten van een nieuwe onderneming te vergemakkelijken.

 

2.  De lidstaten verstrekken de Commissie jaarlijks de informatie als bedoeld in lid 1.

 

3.  De Commissie stelt de informatie die krachtens lid 1 moet worden verstrekt en die zij overeenkomstig lid 2 heeft ontvangen op gebruikersvriendelijke wijze beschikbaar op haar website.

Amendement    104

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 28 – lid 1 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(c)  kennisgeving aan crediteuren;

(c)  kennisgeving aan crediteuren en werknemersvertegenwoordigers;

Amendement    105

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 29 – lid 1 – alinea 1 – letter g

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(g)  het aantal debiteuren dat, na een in onder a), punt iii), van dit lid bedoelde procedure te hebben doorlopen, nogmaals aan een dergelijke procedure of aan een andere onder a) van dit lid bedoelde procedure is onderworpen.

(g)  het aantal debiteuren dat, na een in onder a), punten ii) en iii), van dit lid bedoelde procedure te hebben doorlopen, nogmaals aan een dergelijke procedure of aan een andere onder a) van dit lid bedoelde procedure is onderworpen.

Amendement    106

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 29 – lid 1 – alinea 1 – letter g bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(g bis)  met betrekking tot debiteuren die na een onder a), punten ii) en iii) bedoelde procedure te hebben doorlopen een nieuwe onderneming hebben opgericht, de gemiddelde tijdsduur tussen het einde van de procedure en de oprichting van de nieuwe onderneming;

Amendement    107

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 29 – lid 1 – alinea 1 – letter g ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(g ter)  het aantal banen dat verloren is gegaan, overdracht van de onderneming of een deel daarvan, gedeeltelijke ontslagen en de gevolgen van herstructureringsovereenkomsten voor de werkgelegenheid en het niveau van de overheidsfinanciering;

Amendement    108

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 29 – lid 1 – alinea 1 – letter g quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(g quater)  de werkzaamheden die door de afzonderlijke deskundigen zijn verricht, onder meer met betrekking tot de gegevens als bedoeld onder a) b), c), d) en e) van dit lid;

Amendement    109

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 29 – lid 1 – alinea 1 – letter g quinquies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(g quinquies)  het aantal frauduleuze herstructurerings- en insolventieprocedures en de werking van de bestaande handhavingsmechanismen;

Amendement    110

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 29 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De lidstaten stellen aan de hand van de in de leden 1 en 2 bedoelde geaggregeerde gegevens statistieken op voor volledige kalenderjaren eindigend op 31 december van elk jaar, te beginnen met de gegevens die zijn verzameld voor het eerste volledige kalenderjaar na [de datum waarop de uitvoeringsmaatregelen van toepassing worden]. Deze statistieken worden jaarlijks, uiterlijk op 31 maart van het kalenderjaar volgend op het jaar waarvoor de gegevens zijn verzameld, aan de Commissie meegedeeld door middel van een gestandaardiseerd mededelingenformulier.

3.  De lidstaten stellen aan de hand van de in de leden 1 en 2 bedoelde geaggregeerde gegevens statistieken op voor volledige kalenderjaren eindigend op 31 december van elk jaar, te beginnen met de gegevens die zijn verzameld voor het eerste volledige kalenderjaar na [de datum waarop de uitvoeringsmaatregelen van toepassing worden]. Deze statistieken worden jaarlijks, uiterlijk op 31 maart van het kalenderjaar volgend op het jaar waarvoor de gegevens zijn verzameld, aan de Commissie meegedeeld door middel van een gestandaardiseerd mededelingenformulier. De lidstaten stellen deze statistieken beschikbaar via een gebruikersvriendelijke website.

Amendement    111

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 29 – lid 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4 bis.  De Commissie centraliseert op gebruikersvriendelijke wijze de in leden 1, 2 en 3 bedoelde informatie op haar website.

Amendement    112

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 31 – lid 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Deze richtlijn doet geen afbreuk aan de volgende besluiten:

1.  De lidstaten waarborgen in hun wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen dat:

Amendement    113

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 31 – lid 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  Richtlijn 98/26/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende het definitieve karakter van de afwikkeling van betalingen en effectentransacties in betalings- en afwikkelingssystemen80;

(a)  Richtlijn 98/26/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende het definitieve karakter van de afwikkeling van betalingen en effectentransacties in betalings- en afwikkelingssystemen80, en met name de bescherming van rechten en de verplichtingen in de artikelen 3 en 9 daarvan;

__________________

__________________

80 Richtlijn 98/26/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 mei 1998 betreffende het definitieve karakter van de afwikkeling van betalingen en effectentransacties in betalings- en afwikkelingssystemen (PB L 166 van 11.6.1998, blz. 45).

80 Richtlijn 98/26/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 mei 1998 betreffende het definitieve karakter van de afwikkeling van betalingen en effectentransacties in betalings- en afwikkelingssystemen (PB L 166 van 11.6.1998, blz. 45).

Amendement    114

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 31 – lid 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b)  Richtlijn 2002/47/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende financiëlezekerheidsovereenkomsten81; en

(b)  Richtlijn 2002/47/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende financiëlezekerheidsovereenkomsten81, en met name de bescherming van rechten en de verplichtingen in de artikelen 4 en 8 daarvan;

__________________

__________________

81 Richtlijn 2002/47/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 juni 2002 betreffende financiëlezekerheidsovereenkomsten (PB L 168 van 27.6.2002, blz. 43).

81 Richtlijn 2002/47/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 juni 2002 betreffende financiëlezekerheidsovereenkomsten (PB L 168 van 27.6.2002, blz. 43).

Amendement    115

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 31 – lid 1 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(c)  Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad betreffende otc-derivaten, centrale tegenpartijen en transactieregisters82.

(c)  Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad betreffende otc-derivaten, centrale tegenpartijen en transactieregisters82, en met name het onderpandvereiste en het marginvereiste als bedoeld in de artikelen 11, 41 en 46 daarvan,

__________________

__________________

82 Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende otc-derivaten, centrale tegenpartijen en transactieregisters (PB L 201 van 27.7.2012, blz. 1).

82 Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende otc-derivaten, centrale tegenpartijen en transactieregisters (PB L 201 van 27.7.2012, blz. 1).

Amendement    116

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 31 – lid 1 – alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

prevaleren boven de bepalingen van deze richtlijn, en met name boven de rechten van debiteuren tijdens de schorsing van tenuitvoerleggingsmaatregelen overeenkomstig artikel 6.

Amendement    117

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 33 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Uiterlijk [vijf jaar na de datum waarop de toepassing van de uitvoeringsmaatregelen begint] en vervolgens om de zeven jaar, dient de Commissie bij het Europees Parlement, de Raad en het Europees Economisch en Sociaal Comité een verslag over de toepassing van deze richtlijn in, onder meer over de vraag of aanvullende maatregelen moeten worden overwogen om het rechtskader over herstructurering, insolventie en een tweede kans te consolideren en te versterken.

Uiterlijk [drie jaar na de datum waarop de toepassing van de uitvoeringsmaatregelen begint] en vervolgens om de vijf jaar, dient de Commissie bij het Europees Parlement, de Raad en het Europees Economisch en Sociaal Comité een verslag over de toepassing van deze richtlijn in, onder meer over de vraag of aanvullende maatregelen moeten worden overwogen om het rechtskader over herstructurering, insolventie en een tweede kans te consolideren en te versterken, onder meer met betrekking tot de beschikbaarheid van middelen en gespecialiseerde rechtbanken.

PROCEDURE VAN DE ADVISERENDE COMMISSIE

Titel

Preventieve herstructureringsstelsels, een tweede kans en maatregelen om de efficiëntie van herstructurerings-, insolventie- en kwijtingsprocedures te verbeteren

Document- en procedurenummers

COM(2016)0723 – C8-0475/2016 – 2016/0359(COD)

Bevoegde commissie

       Datum bekendmaking

JURI

16.1.2017

 

 

 

Advies uitgebracht door

       Datum bekendmaking

ECON

16.1.2017

Rapporteur voor advies

       Datum benoeming

Enrique Calvet Chambon

24.11.2016

Behandeling in de commissie

30.8.2017

 

 

 

Datum goedkeuring

4.12.2017

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

33

2

4

Bij de eindstemming aanwezige leden

Gerolf Annemans, Hugues Bayet, Pervenche Berès, Jonás Fernández, Sven Giegold, Roberto Gualtieri, Brian Hayes, Gunnar Hökmark, Petr Ježek, Philippe Lamberts, Werner Langen, Sander Loones, Olle Ludvigsson, Caroline Nagtegaal, Luděk Niedermayer, Anne Sander, Alfred Sant, Martin Schirdewan, Molly Scott Cato, Pedro Silva Pereira, Peter Simon, Paul Tang, Ramon Tremosa i Balcells, Tom Vandenkendelaere, Miguel Viegas, Jakob von Weizsäcker

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Enrique Calvet Chambon, Ashley Fox, Marian Harkin, Alain Lamassoure, Verónica Lope Fontagné, Paloma López Bermejo, Tibor Szanyi

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Eleonora Evi, Sylvie Goddyn, Carlos Iturgaiz, Claudia Schmidt, Sven Schulze, Bogdan Brunon Wenta

HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE ADVISERENDE COMMISSIE

33

+

ALDE

Enrique Calvet Chambon, Marian Harkin, Petr Ježek, Caroline Nagtegaal, Ramon Tremosa i Balcells

ECR

Ashley Fox, Sander Loones

PPE

Brian Hayes, Gunnar Hökmark, Carlos Iturgaiz, Alain Lamassoure, Werner Langen, Verónica Lope Fontagné, Luděk Niedermayer, Anne Sander, Claudia Schmidt, Sven Schulze, Tom Vandenkendelaere, Bogdan Brunon Wenta

S&D

Hugues Bayet, Pervenche Berès, Jonás Fernández, Roberto Gualtieri, Olle Ludvigsson, Alfred Sant, Pedro Silva Pereira, Peter Simon, Tibor Szanyi, Paul Tang, Jakob von Weizsäcker

Verts/ALE

Sven Giegold, Philippe Lamberts, Molly Scott Cato

2

-

ENF

Gerolf Annemans, Sylvie Goddyn

4

0

EFDD

Eleonora Evi

GUE/NGL

Paloma López Bermejo, Martin Schirdewan, Miguel Viegas

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding


ADVIES van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken (5.12.2017)

aan de Commissie juridische zaken

inzake het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende preventieve herstructureringsstelsels, een tweede kans en maatregelen ter verhoging van de efficiëntie van herstructurerings-, insolventie- en kwijtingsprocedures, en tot wijziging van Richtlijn 2012/30/EU

(COM(2016)0723 – C8-0475/2016 – 2016/0359(COD))

Rapporteur voor advies: Edouard Martin

BEKNOPTE MOTIVERING

Vanuit het standpunt van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken baart het zorg dat werknemers van een onderneming in dit wetgevingsvoorstel worden beschouwd als crediteuren, net als een bank of een willekeurige houder van eigenvermogensinstrumenten.

Door deze visie op een onderneming blijft het voorstel enerzijds beperkt tot financiële aspecten en wordt het herstel van een onderneming uitsluitend gezien en omschreven als een financiële reorganisatie van de belanghebbende partijen met het oog op een "nieuwe start", zonder dat er echt rekening wordt gehouden met de werknemers.

Deze visie heeft overigens als gevolg dat de crediteur nagenoeg wordt gelijkgesteld met de consument, zoals naar voren komt in de inleidende tekst, waarin dit niet met zoveel woorden wordt gezegd, maar waarin een toepassing op het gebied van consumptie als een mogelijkheid naar voren wordt geschoven. De voorgestelde amendementen volgen een aantal hoofdlijnen:

  er moet een erkenning komen van de sociale verantwoordelijkheid van de onderneming, die niet louter kan worden teruggevoerd op een georganiseerd netwerk van overeenkomsten tussen ondernemer, houders van eigenvermogensinstrumenten, kredietverstrekkers, leveranciers, klanten en werknemers, maar die een sociale organisatie vormt waarin waarde wordt gecreëerd door de individuele en collectieve arbeid van haar medewerkers; werknemers kunnen in dat opzicht niet zonder meer worden gelijkgesteld met andere categorieën;

  werknemers en hun vertegenwoordigers moeten op grond van hun kennis van de concrete werkvloer de mogelijkheid krijgen gebruik te maken van een waarschuwingsrecht met betrekking tot een economische situatie die volgens hen verontrustend is; ook moeten werknemers en hun vertegenwoordigers in het kader van een aankomende herstructurering op voet van gelijkheid kunnen optreden met andere belanghebbenden of de crediteurs (als bedoeld in de tekst) door recht te krijgen op en toegang te krijgen tot de middelen voor analyse en advies waarvan ze verstoken zijn.

  er moet rekening worden gehouden met gevallen waarin gepensioneerden van een door faillissement bedreigde onderneming zouden kunnen worden getroffen (bedrijfsspaarregelingen, pensioenfondsen) en in dat geval moeten zij worden beschouwd als een "categorie" als bedoeld in de richtlijn.

De Commissie toont zich in haar inleiding weliswaar verheugd over de positieve gevolgen van het recht op informatie en overleg, maar hiervan kan alleen sprake zijn indien deze rechten doeltreffend zijn, hetgeen tot op heden nog maar de vraag is. Ter herinnering: artikel 27 van het Handvest van de grondrechten gaat over "Het recht op informatie en raadpleging van de werknemers binnen de onderneming". Het is van essentieel belang dat bij aankomende herstructureringen niet alleen niet wordt afgeweken van deze beginselen, maar vooral dat de sociale dialoog hierbij alle ruimte krijgt. De maatregelen die in dit advies worden voorgesteld zullen een positieve invloed hebben op deze rechten, aangezien ze geen afbreuk doen aan de bestaande wetgeving van de Unie op dit gebied en bovendien de betrokken werknemers het recht geven te stemmen over de herstructureringsplannen.

Ten slotte vormen de voorgestelde amendementen een versterking van de acht "voordelen" die in de effectbeoordeling worden genoemd (1-3-5-8): "efficiënte mogelijkheden voor vroege herstructurering", verbetering van "de mogelijkheden voor voortzetting van bedrijfsactiviteiten van de debiteur tijdens de herstructurering", "vergroting van de slaagkansen voor de herstructureringsplannen" en een zo groot mogelijke "algemene doeltreffendheid van de herstructurerings-, insolventie- en tweedekansprocedures".

AMENDEMENTEN

De Commissie werkgelegenheid en sociale zaken verzoekt de bevoegde Commissie juridische zaken onderstaande amendementen in aanmerking te nemen:

Amendement    1

Voorstel voor een richtlijn

Overweging -1 (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(-1) Alle werknemers moeten recht hebben op bescherming van hun werknemersvorderingen in geval van betalingsonmacht van hun werkgever, zoals bepaald in het Sociaal Handvest.

Amendement    2

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(1)  Deze richtlijn heeft als doel de belemmeringen voor het uitoefenen van fundamentele vrijheden zoals het vrije verkeer van kapitaal en de vrijheid van vestiging, die voortvloeien uit verschillen tussen nationale regelingen en procedures inzake preventieve herstructurering, insolventie en een tweede kans uit de weg te ruimen. De richtlijn wil deze belemmeringen uit de weg ruimen door ervoor te zorgen dat levensvatbare ondernemingen in financiële moeilijkheden toegang hebben tot doeltreffende nationale preventieve herstructureringsstelsels die hen in staat stellen hun activiteiten voort te zetten; dat eerlijke ondernemers met een overmatige schuldenlast na een redelijke termijn een tweede kans krijgen na een volledige kwijting van schulden; en dat de efficiëntie van herstructurerings-, insolventie- en kwijtingsprocedures wordt verhoogd, in het bijzonder om de duur ervan te verkorten.

(1)  Deze richtlijn heeft als doel bij te dragen tot de goede werking van de interne markt door de belemmeringen voor het uitoefenen van fundamentele vrijheden zoals het vrije verkeer van kapitaal en de vrijheid van vestiging, die voortvloeien uit verschillen tussen nationale regelingen en procedures inzake preventieve herstructurering, insolventie en een tweede kans uit de weg te ruimen. Zonder afbreuk te doen aan de grondrechten en de vrijheden van werkenden wil deze richtlijn deze belemmeringen uit de weg ruimen door ervoor te zorgen dat levensvatbare ondernemingen in financiële moeilijkheden toegang hebben tot doeltreffende nationale preventieve herstructureringsstelsels die hen in staat stellen hun activiteiten voort te zetten en zo vermijdbaar banenverlies verminderen en tegelijkertijd in dezelfde mate als het geval zou zijn in geval van liquidatie, bijdragen aan het voldoen dat eerlijke ondernemers met een overmatige schuldenlast na een redelijke termijn een tweede kans krijgen na een volledige kwijting van schulden; en dat de efficiëntie van herstructurerings-, insolventie- en kwijtingsprocedures wordt verhoogd, in het bijzonder om de duur ervan te verkorten.

Amendement    3

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(2)  De herstructurering moet ondernemingen in financiële moeilijkheden in staat stellen hun activiteiten geheel of gedeeltelijk voort te zetten, door de samenstelling, de voorwaarden of de structuur van hun activa en passiva of van hun kapitaalstructuur te wijzigen, met inbegrip van de verkoop van activa of bedrijfsonderdelen. Preventieve herstructureringsstelsels moeten de ondernemingen vooral in staat stellen om in een vroeg stadium te herstructureren en insolventie te vermijden. Deze stelsels moeten de totale waarde voor crediteuren, eigenaars en de economie in haar geheel maximaliseren en moeten voorkomen dat onnodig banen, kennis en vaardigheden verloren gaan. Zij moeten ook voorkomen dat het aantal oninbare leningen stijgt. In het herstructureringsproces moeten de rechten van alle betrokken partijen worden beschermd. Tegelijkertijd moeten niet-levensvatbare ondernemingen zonder overlevingskansen zo snel mogelijk worden vereffend.

(2)  De herstructurering en het resultaat van adequate en haalbare deskundigenonderzoeken moeten ondernemingen in financiële moeilijkheden in staat stellen hun activiteiten geheel of gedeeltelijk voort te zetten, door de samenstelling, de voorwaarden of de structuur van hun activa en passiva of van hun kapitaalstructuur te wijzigen, met inbegrip van de verkoop van activa of bedrijfsonderdelen. Preventieve herstructureringsstelsels moeten de ondernemingen vooral in staat stellen om in een vroeg stadium te herstructureren en om insolventie en de vereffening van levensvatbare bedrijven te vermijden. Deze stelsels moeten voorkomen dat banen, kennis en vaardigheden verloren gaan en de totale waarde voor crediteuren ten opzichte van wat zij zouden krijgen bij vereffening van de activa, voor eigenaars en voor de economie in haar geheel maximaliseren. Zij moeten ook voorkomen dat het aantal oninbare leningen stijgt. In het herstructureringsproces moeten de rechten van alle betrokken partijen worden beschermd, ook die van de werknemers. Tegelijkertijd moeten niet-levensvatbare ondernemingen zonder overlevingskansen zo snel mogelijk worden vereffend.

Amendement    4

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(3 bis)  De lidstaten moeten de mogelijkheid onderzoeken mechanismen te ontwerpen om te voorkomen dat werknemers op buitensporige of oneigenlijke wijze een beroep doen op deskundigen, ten koste van een onderneming, aangezien dit beroep uiteindelijk een negatief effect heeft op de financiële situatie van de onderneming.

Amendement    5

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 3 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(3 ter)  Aangezien het de rechtsonzekerheid zou verminderen, zou een gemeenschappelijk wettelijk kader de belangen dienen van bedrijven en ondernemers die hun activiteiten willen uitbreiden naar andere lidstaten en een goede zaak zijn voor grensoverschrijdende beleggers.

Amendement    6

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 3 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(3 quater)  Er moet worden voorzien in een specifieke aanpak voor gepensioneerde werknemers wier pensioen geheel of gedeeltelijk afhankelijk is van bedrijfsspaarplannen en die nadeel zouden kunnen ondervinden van preventieve herstructureringen.

Amendement    7

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(4)  In veel lidstaten duurt het meer dan drie jaar voordat failliete maar eerlijke ondernemers schuldenvrij zijn en een nieuwe start kunnen nemen. Ondoeltreffende regelingen inzake een tweede kans zorgen ervoor dat ondernemers naar een ander rechtsgebied moeten verhuizen om binnen een redelijke termijn een nieuwe start te kunnen nemen, met aanzienlijke extra kosten voor zowel de crediteuren als de debiteuren zelf. Langdurige beroepsverboden, waarmee een tot kwijting leidende procedure vaak gepaard gaat, zorgen voor belemmeringen voor de vrijheid van toegang tot en uitoefening van een zelfstandige ondernemersactiviteit.

(4)  In veel lidstaten duurt het meer dan drie jaar voordat failliete maar eerlijke ondernemers schuldenvrij zijn en een nieuwe start kunnen nemen. Ondoeltreffende regelingen inzake een tweede kans zorgen ervoor dat ondernemers naar een ander rechtsgebied moeten verhuizen om binnen een redelijke termijn een nieuwe start te kunnen nemen, met aanzienlijke extra kosten voor zowel de crediteuren als de debiteuren zelf. Langdurige beroepsverboden, waarmee een tot kwijting leidende procedure vaak gepaard gaat, zorgen voor belemmeringen voor de vrijheid van ondernemen.

Amendement    8

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(4 bis)  Een tweede kans moet worden gezien als een stap in de richting van succes en niet als synoniem van mislukking. Mechanismen inzake een tweede kans die kwijtschelding mogelijk maken van onbetaalde schuld voor schuldenaren van wie wordt aangenomen dat zij te goeder trouw handelen, zijn een ontmoediging van de zwarte economie en bevorderen een ondernemingscultuur, met als gevolg een positief effect op de werkgelegenheid. Het moet de lidstaten worden toegestaan mechanismen inzake een tweede kans uit te breiden naar natuurlijke personen.

Amendement    9

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(5)  De buitensporige duur van herstructurerings-, insolventie- en kwijtingsprocedures in verscheidene lidstaten is een belangrijke factor die lage terugvorderingspercentages veroorzaakt en investeerders afschrikt om zaken te doen in rechtsgebieden waar procedures erg lang kunnen aanslepen.

(5)  De buitensporige duur van herstructurerings-, insolventie- en kwijtingsprocedures in verscheidene lidstaten of het virtuele ontbreken van deze procedures in sommige gevallen is een belangrijke factor die langdurige negatieve gevolgen voor de betrokken werknemers en lage terugvorderingspercentages voor bedrijven veroorzaakt, investeerders afschrikt om zaken te doen in de landen in kwestie en sterk bijdraagt tot de toename van het aantal burgers dat het risico loopt van armoede of uitsluiting in de maatschappij en op de arbeidsmarkt, hetgeen de sociale en economische weerbaarheid ondermijnt van de samenleving als geheel.

Amendement    10

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(6)  Al deze verschillen geven aanleiding tot extra kosten voor investeerders wanneer zij nagaan wat de kans is dat debiteuren financiële moeilijkheden krijgen in een of meerdere lidstaten en wat de kosten zijn van het herstructureren van bedrijven met vestigingen, crediteuren of activa in andere lidstaten, hetgeen zeer duidelijk het geval is bij de herstructurering van internationale groepen van bedrijven. Veel investeerders vermelden onzekerheid over insolventieregels of het risico van langdurige of complexe insolventieprocedures in een ander land als een belangrijke reden om niet te investeren of geen zakelijke betrekkingen aan te gaan buiten hun eigen land.

(6)  Al deze verschillen geven aanleiding tot extra kosten voor investeerders of banken wanneer zij nagaan wat de kans is dat debiteuren financiële moeilijkheden krijgen in een of meerdere lidstaten of wanneer zij nagaan wat de risico's zijn die gepaard gaan met de overname van rendabele activiteiten van bedrijven in moeilijkheden en wat de kosten zijn van het herstructureren van bedrijven met vestigingen, crediteuren of activa in andere lidstaten, hetgeen zeer duidelijk het geval is bij de herstructurering van internationale groepen van bedrijven. Veel investeerders vermelden onzekerheid over insolventieregels of het risico van langdurige of complexe insolventieprocedures in een ander land als een belangrijke reden om niet te investeren of geen zakelijke betrekkingen aan te gaan buiten hun eigen land. Deze onzekerheid ontmoedigt dan ook investering, belemmert de vrijheid van vestiging van bedrijven en schaadt de goede werking van de interne markt.

Amendement    11

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(7)  Deze verschillen leiden tot ongelijke voorwaarden voor de toegang tot krediet en tot ongelijke terugvorderingspercentages in de lidstaten. Verdere harmonisatie op het gebied van herstructurering, insolventie en een tweede kans is dan ook onontbeerlijk voor een goed functionerende eengemaakte markt in het algemeen en voor een werkende kapitaalmarktenunie in het bijzonder.

(7)  Deze verschillen leiden tot ongelijke voorwaarden voor de toegang tot krediet en tot ongelijke terugvorderingspercentages in de lidstaten. Verdere harmonisatie op het gebied van herstructurering, insolventie en een tweede kans is dan ook onontbeerlijk voor een goed functionerende eengemaakte markt in het algemeen en voor een werkende kapitaalmarktenunie in het bijzonder alsook voor de levensvatbaarheid van de economische activiteit en dus voor het behoud en de creatie van werkgelegenheid.

Amendement    12

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 8

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(8)  Ook de extra kosten van een risicobeoordeling en grensoverschrijdende tenuitvoerlegging voor crediteuren van ondernemers met een overmatige schuldenlast die naar een andere lidstaat verhuizen om op veel kortere termijn een tweede kans te krijgen, moeten worden weggewerkt. De extra kosten voor ondernemers die voortvloeien uit de noodzaak om te verhuizen naar een andere lidstaat om een tweede kans te krijgen, moeten ook worden beperkt. Voorts onderdrukken de belemmeringen die voortvloeien uit langdurige beroepsverboden die gekoppeld zijn aan de overmatige schuldenlast van een ondernemer het ondernemerschap.

(8)  Ook de extra kosten van een risicobeoordeling en grensoverschrijdende tenuitvoerlegging voor crediteuren van ondernemers met een overmatige schuldenlast die naar een andere lidstaat verhuizen om op veel kortere termijn een tweede kans te krijgen, moeten worden weggewerkt. De extra kosten voor ondernemers die voortvloeien uit de noodzaak om te verhuizen naar een andere lidstaat om een tweede kans te krijgen, moeten ook worden beperkt. Voorts verstikken onderdrukken de belemmeringen die voortvloeien uit langdurige beroepsverboden die gekoppeld zijn aan de overmatige schuldenlast van een ondernemer het ondernemerschap.

Amendement    13

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 8 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(8 bis)  Alom wordt erkend dat elke herstructureringsoperatie, vooral als zij een grote omvang en een aanzienlijke weerslag heeft, gepaard moet gaan met een uitleg en motivering ten aanzien van de belanghebbenden, onder andere wat de keuze betreft van de beoogde maatregelen met betrekking tot de doelstellingen en tot alternatieve opties en met inachtneming van de volledige en passende betrokkenheid van werknemersvertegenwoordigers op alle niveaus, hetgeen vroeg genoeg moet gebeuren om de belanghebbenden in staat te stellen zich op raadplegingen voor te bereiden, alvorens de onderneming een beslissing neemt1 bis.

 

__________________

 

1 bis (P7_TA(2013)0005, Informatie voor en raadpleging van werknemers, anticipatie en beheer van herstructurering.

Amendement    14

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 13

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(13)  Vooral kleine en middelgrote ondernemingen moeten profiteren van een meer coherente aanpak op het niveau van de Unie vermits zij niet over de nodige middelen beschikken om de hoge herstructureringskosten te dragen en om voordeel te halen uit de efficiëntere herstructureringsprocedures in bepaalde lidstaten. Dikwijls hebben kleine en middelgrote ondernemingen, vooral wanneer zij financiële moeilijkheden hebben, niet de middelen om een beroep te doen op professioneel advies, en daarom moet worden voorzien in instrumenten voor vroegtijdige waarschuwing om debiteuren te wijzen op de urgentie om op te treden. Om dergelijke ondernemingen te helpen tegen lage prijs te herstructureren, moeten ook op nationaal niveau modelplannen worden ontwikkeld en online beschikbaar worden gesteld. Debiteuren moeten deze kunnen gebruiken en aanpassen aan hun eigen behoeften en aan de specifieke kenmerken van hun onderneming.

(13)  Vooral kleine en middelgrote ondernemingen moeten profiteren van een coherente aanpak op het niveau van de Unie vermits zij niet over de nodige middelen beschikken om de hoge herstructureringskosten te dragen en om voordeel te halen uit de herstructureringsprocedures in bepaalde lidstaten die efficiënt zijn gebleken. Dikwijls hebben kleine en middelgrote ondernemingen, vooral wanneer zij financiële moeilijkheden hebben, alsmede vertegenwoordigers van de werknemers, niet de middelen om een beroep te doen op professioneel advies, en daarom moet worden voorzien in instrumenten voor vroegtijdige waarschuwing om debiteuren te wijzen op de urgentie om op te treden. Om dergelijke ondernemingen te helpen tegen lage prijs te herstructureren, moeten ook op nationaal niveau modelplannen worden ontwikkeld en online beschikbaar worden gesteld. Debiteuren moeten deze kunnen gebruiken en aanpassen aan hun eigen behoeften en aan de specifieke kenmerken van hun onderneming.

Amendement    15

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 13 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(13 bis)  Om te zorgen voor een meer samenhangende aanpak moet de Commissie overwegen een register van faillissementen in de Europese Unie in te voeren, teneinde te zorgen voor meer transparantie voor alle schuldeisers en voor een vereenvoudiging van de toegang tot informatie, met name voor kleine en middelgrote ondernemingen en voor werknemers.

Amendement    16

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 16

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(16)  Hoe vroeger de debiteur zijn financiële moeilijkheden op het spoor kan komen en de nodige maatregelen kan nemen, hoe groter de kans is dat een nakende insolventie kan worden afgewend of, in het geval van een onderneming waarvan de levensvatbaarheid permanent onder druk staat, hoe ordentelijker en efficiënter het vereffeningsproces. Daarom moeten duidelijke informatie over de beschikbare preventieve herstructureringsprocedures en instrumenten voor vroegtijdige waarschuwing voorhanden zijn om debiteuren een stimulans te geven om snel stappen te ondernemen wanneer zij financiële problemen beginnen te ondervinden. Mogelijke mechanismen voor vroegtijdige waarschuwing moeten verplichtingen op het gebied van boekhouding en controle inhouden voor de debiteur of het management van de debiteur evenals meldingsplichten in het kader van leningsovereenkomsten. Daarnaast zouden ook derden met relevante informatie zoals boekhouders, belastings- en socialezekerheidsinstanties krachtens het nationale recht kunnen worden aangemoedigd of verplicht om een negatieve ontwikkeling te signaleren.

(16)  Hoe vroeger de debiteurs of de vertegenwoordigers van de werknemers bezorgdheid kunen uiten met betrekking tot de zorgwekkende situatie of financiële moeilijkheden van een onderneming en de nodige maatregelen kunnen nemen, hoe groter de kans is dat een nakende insolventie kan worden afgewend of, in het geval van een onderneming waarvan de levensvatbaarheid permanent onder druk staat, hoe ordentelijker en efficiënter het vereffeningsproces. Daarom moeten duidelijke informatie over de beschikbare preventieve herstructureringsprocedures en instrumenten voor vroegtijdige waarschuwing voorhanden zijn om debiteuren een stimulans te geven om snel stappen te ondernemen wanneer zij financiële problemen beginnen te ondervinden en om de betrokken werknemers controle te geven over hun situatie, zodat zij een actieve rol kunnen spelen bij het herstructureringsproces. Mogelijke mechanismen voor vroegtijdige waarschuwing moeten verplichtingen op het gebied van boekhouding en controle inhouden voor de debiteur of het management van de debiteur evenals meldingsplichten in het kader van leningsovereenkomsten. Daarnaast beschikken de socialezekerheids-, mededingings- en auditinstanties krachtens de nationale wetgeving over voldoende middelen om in een zo vroeg mogelijk stadium aandacht op een gevaarlijke ontwikkeling te vestigen.

Amendement    17

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 18

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(18)  Om de doeltreffendheid te bevorderen en om vertragingen en kosten te beperken, moeten nationale preventieve herstructureringsstelsels flexibele procedures omvatten die de betrokkenheid van gerechtelijke of administratieve instanties beperken tot situaties waarin dat noodzakelijk en evenredig is om de belangen van crediteuren en andere betrokken partijen die kunnen worden geraakt, te waarborgen. Om onnodige kosten te vermijden en de vroegtijdige aard van de procedure tot uiting te doen komen, moeten de debiteuren in principe de controle over hun activa en de dagelijkse werking van hun onderneming behouden. Het aanstellen van een deskundige op het gebied van herstructurering, of dit nu een bemiddelaar is die de onderhandelingen over een herstructureringsplan ondersteunt dan wel een insolventiedeskundige die toezicht houdt op de handelingen van de debiteur, moet niet altijd verplicht zijn, maar daarvoor moet per geval kunnen worden gekozen, afhankelijk van de omstandigheden van de zaak of van de specifieke behoeften van de debiteur. Voorts is niet noodzakelijk een gerechtelijk bevel nodig voor de opening van de herstructureringsprocedure, die informeel kan zijn zolang de rechten van derden niet worden aangetast. Niettemin moet er sprake zijn van een zekere mate van toezicht wanneer dat noodzakelijk is om de legitieme belangen van een of meerdere crediteuren of een andere belanghebbende partij te beschermen. Dit kan met name het geval zijn wanneer een algemene schorsing van individuele tenuitvoerleggingsmaatregelen wordt toegekend door de gerechtelijke of administratieve instantie of wanneer het noodzakelijk blijkt om een herstructureringsplan op te leggen aan niet-instemmende categorieën van crediteuren.

(18)  Om de doeltreffendheid te bevorderen en om vertragingen en kosten te beperken, moeten nationale preventieve herstructureringsstelsels flexibele procedures omvatten die de betrokkenheid van gerechtelijke of administratieve instanties beperken tot situaties waarin dat noodzakelijk en evenredig is om de belangen van crediteuren en andere betrokken partijen die kunnen worden geraakt, te waarborgen. Om onnodige kosten te vermijden en de vroegtijdige aard van de procedure tot uiting te doen komen, moeten de debiteuren in principe de controle over hun activa en de dagelijkse werking van hun onderneming behouden. Het aanstellen van een deskundige op het gebied van herstructurering, of dit nu een bemiddelaar is die de onderhandelingen over een herstructureringsplan ondersteunt dan wel een insolventiedeskundige die toezicht houdt op de handelingen van de debiteur, moet niet altijd verplicht zijn, maar daarvoor moet per geval kunnen worden gekozen, afhankelijk van de omstandigheden van de zaak of van de specifieke behoeften van de debiteur. Voorts is niet noodzakelijk een gerechtelijk bevel nodig voor de opening van de herstructureringsprocedure, die informeel kan zijn zolang de rechten van derden niet worden aangetast. Niettemin moet er sprake zijn van een zekere mate van toezicht wanneer dat noodzakelijk is om de legitieme belangen van een of meerdere crediteuren of een andere belanghebbende partij te beschermen. Dit kan met name het geval zijn wanneer een algemene schorsing van individuele tenuitvoerleggingsmaatregelen wordt toegekend door de gerechtelijke of administratieve instantie of wanneer het noodzakelijk blijkt om een herstructureringsplan op te leggen aan niet-instemmende categorieën van crediteuren of wanneer de hele activiteit of een deel ervan aan een ander bedrijf wordt overgedragen.

Amendement    18

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 32

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(32)  De belanghebbende betrokken partijen moeten tegen een besluit of beslissing over de bevestiging van een herstructureringsplan beroep of hoger beroep kunnen instellen. Om de doeltreffendheid van het plan te waarborgen, de onzekerheid te beperken en ongerechtvaardigde termijnen te vermijden, mogen die beroepen geen schorsende werking hebben op de uitvoering van een plan. Wanneer is aangetoond dat minderheidscrediteuren een niet te rechtvaardigen nadeel hebben geleden in het kader van het plan, moeten de lidstaten overwegen om, als alternatief voor de nietigverklaring van het plan, te voorzien in financiële compensatie voor de respectieve niet-instemmende crediteuren, die moet worden betaald door de debiteur of de crediteuren die voor het plan stemden.

(32)  De belanghebbende betrokken partijen moeten tegen een besluit of beslissing over de bevestiging van een herstructureringsplan beroep of hoger beroep kunnen instellen. Om de doeltreffendheid van het herstructureringsplan te waarborgen, de onzekerheid te beperken en ongerechtvaardigde termijnen te vermijden, mogen die beroepen geen schorsende werking hebben op de uitvoering van een plan. Wanneer is aangetoond dat minderheidscrediteuren een niet te rechtvaardigen nadeel hebben geleden in het kader van het plan, moeten de lidstaten overwegen om, als alternatief voor de nietigverklaring van het herstructureringsplan, te voorzien in financiële compensatie voor de respectieve niet-instemmende crediteuren, die moet worden betaald door de debiteur of de crediteuren die voor het plan stemden.

Amendement    19

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 34

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(34)  Tijdens de preventieve herstructureringsprocedures moeten werknemers van de volledige arbeidsrechtelijke bescherming kunnen genieten. Deze richtlijn doet met name geen afbreuk aan de rechten van werknemers die zijn gewaarborgd door Richtlijn 98/59/EG van de Raad68, Richtlijn 2001/23/EG van de Raad69, Richtlijn 2002/14/EG van het Europees Parlement en de Raad70, Richtlijn 2008/94/EG van het Europees Parlement en de Raad71 en Richtlijn 2009/38/EG van het Europees Parlement en de Raad72. De verplichtingen betreffende het informeren en raadplegen van werknemers in het kader van het nationale recht tot omzetting van de bovengenoemde richtlijnen, blijven volledig gelden. Het gaat onder meer om verplichtingen om werknemersvertegenwoordigers te informeren en te raadplegen over het besluit om gebruik te maken van een preventief herstructureringsstelsel overeenkomstig Richtlijn 2002/14/EG. Gelet op de noodzaak om te zorgen voor een passend niveau van bescherming van werknemers, moeten de lidstaten in beginsel de onvervulde aanspraken van werknemers, zoals gedefinieerd in Richtlijn 2008/94/EG, uitsluiten van elke schorsing van tenuitvoerlegging, ongeacht of deze vorderingen voor of na de toekenning van de schorsing zijn ontstaan. Een dergelijke schorsing mag alleen worden toegestaan voor de bedragen en voor de termijn waarvoor de betaling van deze vorderingen daadwerkelijk door andere middelen krachtens het nationaal recht wordt gewaarborgd. Wanneer lidstaten de dekking van de waarborg van betaling van onvervulde aanspraken van werknemers waarin Richtlijn 2008/94/EG voorziet, uitbreiden tot de preventieve herstructureringsprocedures waarin deze richtlijn voorziet, is de vrijstelling van vorderingen van werknemers van de schorsing van tenuitvoerlegging niet langer gerechtvaardigd voor zover deze gedekt worden door die waarborg. Indien er krachtens het nationale recht beperkingen bestaan op de aansprakelijkheid van de waarborgfondsen, hetzij wat betreft de duur van de waarborg, hetzij wat betreft het aan werknemers betaalde bedrag, moeten de werknemers in het geval van niet-nakoming door de werkgever hun vorderingen ook tijdens de schorsingstermijn kunnen afdwingen.

(34)  Tijdens de preventieve herstructureringsprocedures moeten werknemers van de volledige arbeidsrechtelijke bescherming kunnen genieten. Deze richtlijn doet met name geen afbreuk aan de rechten van werknemers die zijn gewaarborgd door Richtlijn 98/59/EG van de Raad68, Richtlijn 2001/23/EG van de Raad69, Richtlijn 2002/14/EG van het Europees Parlement en de Raad70, Richtlijn 2008/94/EG van het Europees Parlement en de Raad71 en Richtlijn 2009/38/EG van het Europees Parlement en de Raad72. De verplichtingen betreffende het informeren en raadplegen van werknemers in het kader van het nationale recht tot omzetting van de bovengenoemde richtlijnen, blijven volledig gelden. Het gaat onder meer om verplichtingen om werknemersvertegenwoordigers te informeren en te raadplegen over het besluit om gebruik te maken van een preventief herstructureringsstelsel overeenkomstig Richtlijn 2002/14/EG. Gelet op de noodzaak om te zorgen voor een passend niveau van bescherming van werknemers, moeten de lidstaten de onvervulde aanspraken van werknemers, zoals gedefinieerd in Richtlijn 2008/94/EG, uitsluiten van elke schorsing van tenuitvoerlegging, ongeacht of deze vorderingen voor of na de toekenning van de schorsing zijn ontstaan. Een dergelijke schorsing mag alleen worden toegestaan voor de bedragen en voor de termijn waarvoor de betaling van deze vorderingen daadwerkelijk door andere middelen krachtens het nationaal recht wordt gewaarborgd. Wanneer lidstaten de dekking van de waarborg van betaling van onvervulde aanspraken van werknemers waarin Richtlijn 2008/94/EG voorziet, uitbreiden tot de preventieve herstructureringsprocedures waarin deze richtlijn voorziet, is de vrijstelling van vorderingen van werknemers van de schorsing van tenuitvoerlegging niet langer gerechtvaardigd voor zover deze gedekt worden door die waarborg. Indien er krachtens het nationale recht beperkingen bestaan op de aansprakelijkheid van de waarborgfondsen, hetzij wat betreft de duur van de waarborg, hetzij wat betreft het aan werknemers betaalde bedrag, moeten de werknemers in het geval van niet-nakoming door de werkgever hun vorderingen ook tijdens de schorsingstermijn kunnen afdwingen.

__________________

__________________

68Richtlijn 98/59/EG van de Raad van 20 juli 1998 betreffende de aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten inzake collectief ontslag (PB L 225 van 12.08.1998, blz. 16).

68 Richtlijn 98/59/EG van de Raad van 20 juli 1998 betreffende de aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten inzake collectief ontslag (PB L 225 van 12.08.1998, blz. 16).

69Richtlijn 2001/23/EG van de Raad van 12 maart 2001 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten betreffende het behoud van de rechten van de werknemers bij overgang van ondernemingen, vestigingen of onderdelen van ondernemingen of vestigingen (PB L 82 van 22.3.2001, blz. 16).

69Richtlijn 2001/23/EG van de Raad van 12 maart 2001 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten betreffende het behoud van de rechten van de werknemers bij overgang van ondernemingen, vestigingen of onderdelen van ondernemingen of vestigingen (PB L 82 van 22.3.2001, blz. 16).

70Richtlijn 2002/14/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2002 tot vaststelling van een algemeen kader betreffende de informatie en de raadpleging van de werknemers in de Europese Gemeenschap (PB L 80 van 23.3.2002, blz. 29).

70 Richtlijn 2002/14/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2002 tot vaststelling van een algemeen kader betreffende de informatie en de raadpleging van de werknemers in de Europese Gemeenschap (PB L 80 van 23.3.2002, blz. 29).

71Richtlijn 2008/94/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2008 betreffende de bescherming van de werknemers bij insolventie van de werkgever (PB L 283 van 28.10.2008, blz. 36).

71 Richtlijn 2008/94/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2008 betreffende de bescherming van de werknemers bij insolventie van de werkgever (PB L 283 van 28.10.2008, blz. 36).

72Richtlijn 2009/38/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 mei 2009 inzake de instelling van een Europese ondernemingsraad of van een procedure in ondernemingen of concerns met een communautaire dimensie ter informatie en raadpleging van de werknemers (PB L 122 van 16.5.2009, blz. 28).

72 Richtlijn 2009/38/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 mei 2009 inzake de instelling van een Europese ondernemingsraad of van een procedure in ondernemingen of concerns met een communautaire dimensie ter informatie en raadpleging van de werknemers (PB L 122 van 16.5.2009, blz. 28).

Amendement    20

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 35

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(35)  Wanneer een herstructureringsplan de overdracht inhoudt van een deel van de onderneming of de bedrijfsactiviteiten, moeten de rechten van werknemers die voortvloeien uit arbeidsovereenkomsten of arbeidsverhoudingen, met name het recht op loon, worden gewaarborgd in overeenstemming met de artikelen 3 en 4 van Richtlijn 2001/23/EG, zonder dat afbreuk wordt gedaan aan de specifieke regels die gelden in het geval van insolventieprocedures zoals bedoeld in artikel 5 van die richtlijn en in het bijzonder de mogelijkheden waarin artikel 5, lid 2, van die richtlijn voorziet. Voorts moeten werknemers die door het herstructureringsplan worden getroffen, in het kader van deze richtlijn het recht hebben om over dat plan te stemmen, onverminderd hun recht op informatie en raadpleging, onder meer over beslissingen die ingrijpende veranderingen voor de arbeidsorganisatie of de arbeidsovereenkomsten kunnen meebrengen, met het doel een akkoord te bereiken over dergelijke beslissingen, dat door Richtlijn 2002/14/EG wordt gewaarborgd. Met het oog op de stemming over het herstructureringsplan, kunnen de lidstaten besluiten werknemers in een afzonderlijke categorie onder te brengen, naast andere categorieën debiteuren.

(35)  Wanneer een herstructureringsplan de overdracht inhoudt van een deel van de onderneming of de bedrijfsactiviteiten, moeten de rechten van werknemers die voortvloeien uit arbeidsovereenkomsten of arbeidsverhoudingen, met name het recht op loon, worden gewaarborgd in overeenstemming met de artikelen 3 en 4 van Richtlijn 2001/23/EG, zonder dat afbreuk wordt gedaan aan de specifieke regels die gelden in het geval van insolventieprocedures zoals bedoeld in artikel 5 van die richtlijn en in het bijzonder de mogelijkheden waarin artikel 5, lid 2, van die richtlijn voorziet. Voorts moeten werknemers die door het herstructureringsplan worden getroffen, in het kader van deze richtlijn het recht hebben om over dat plan te stemmen, onverminderd hun recht op informatie en raadpleging, onder meer over beslissingen die ingrijpende veranderingen voor de arbeidsorganisatie of de arbeidsovereenkomsten kunnen meebrengen, met het doel een akkoord te bereiken over dergelijke beslissingen, dat door Richtlijn 2002/14/EG wordt gewaarborgd. Met het oog op de stemming over het herstructureringsplan, kunnen de lidstaten besluiten werknemers in een afzonderlijke categorie onder te brengen, naast andere categorieën debiteuren. Er moet naar behoren rekening worden gehouden met de uitspraken van het Hof van Justitie, zoals recent gesteld in de conclusies van advocaat-generaal Mengozzi in de zaak C-126/16.

Amendement    21

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 38

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(38)  Een volledige kwijting of het einde van het beroepsverbod na een korte termijn is niet in alle omstandigheden aangewezen, bijvoorbeeld in gevallen waarin de debiteur oneerlijk is of te kwader trouw heeft gehandeld. De lidstaten moeten de gerechtelijke of administratieve instanties duidelijke richtlijnen geven over de wijze waarop kan worden nagegaan of de ondernemer eerlijk is. Om te bepalen of de debiteur oneerlijk is geweest, kunnen de gerechtelijke of administratieve instanties bijvoorbeeld rekening houden met omstandigheden zoals de aard en de omvang van de schulden, het moment waarop deze werden aangegaan, de inspanningen van de debiteur om de schulden af te betalen en te voldoen aan de wettelijke verplichtingen, onder meer op het gebied van vergunningsvereisten en correcte boekhouding, en de handelingen die hij heeft gesteld om het verhaal van de crediteuren te bemoeilijken. Een beroepsverbod mag langer of voor onbepaalde tijd gelden in situaties waarin de ondernemer bepaalde beroepen uitoefent die in de lidstaten als gevoelig worden beschouwd of wanneer hij voor criminele activiteiten is veroordeeld. In dergelijke gevallen zou het voor ondernemers mogelijk zijn om van een kwijting van schulden te genieten, terwijl voor hen wel het verbod blijft gelden om voor langere of onbepaalde tijd een bepaald beroep uit te oefenen.

(38)  Een volledige kwijting of het einde van het beroepsverbod na een korte termijn is niet in alle omstandigheden aangewezen, bijvoorbeeld in gevallen waarin de debiteur oneerlijk is of te kwader trouw heeft gehandeld. De lidstaten moeten de gerechtelijke of administratieve instanties duidelijke richtlijnen en criteria geven met betrekking tot de methode om na te gaan of de ondernemer eerlijk is. Om te bepalen of de debiteur oneerlijk is geweest, kunnen de gerechtelijke of administratieve instanties bijvoorbeeld rekening houden met omstandigheden zoals de aard en de omvang van de schulden, het moment waarop deze werden aangegaan, de inspanningen van de debiteur om de schulden af te betalen en te voldoen aan de wettelijke verplichtingen, onder meer op het gebied van vergunningsvereisten en correcte boekhouding, en de handelingen die hij heeft gesteld om het verhaal van de crediteuren te bemoeilijken. Een beroepsverbod mag langer of voor onbepaalde tijd gelden in situaties waarin de ondernemer bepaalde beroepen uitoefent die in de lidstaten als gevoelig worden beschouwd of wanneer hij voor criminele activiteiten is veroordeeld. In dergelijke gevallen zou het voor ondernemers mogelijk zijn om van een kwijting van schulden te genieten, terwijl voor hen wel het verbod blijft gelden om voor langere of onbepaalde tijd een bepaald beroep uit te oefenen.

Amendement    22

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 39

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(39)  Het is noodzakelijk om de transparantie en voorspelbaarheid te handhaven van de procedures die leiden tot resultaten die gunstig zijn voor het behoud van ondernemingen en voor het gunnen van een tweede kans aan ondernemers of die de efficiënte vereffening van niet-levensvatbare ondernemingen mogelijk maken. Het is eveneens noodzakelijk te zorgen voor een verkorting van de buitensporige duur van insolventieprocedures in veel lidstaten, die leidt tot rechtsonzekerheid voor crediteuren en investeerders en lage recuperatiepercentages. Ten slotte moet, gelet op de mechanismen voor verbeterde samenwerking tussen rechtbanken en deskundigen in grensoverschrijdende zaken, waarin Verordening (EU) 2015/848 voorziet, de professionaliteit van alle betrokken actoren in de hele Unie op een vergelijkbaar hoog niveau komen te staan. Om deze doelstellingen te bereiken, moeten de lidstaten ervoor zorgen dat de leden van de gerechtelijke en administratieve instanties adequaat zijn opgeleid en gespecialiseerde kennis en ervaring hebben op het gebied van insolventie. Deze specialisatie van de leden van de rechterlijke macht moet het mogelijk maken dat op korte termijn beslissingen worden gegeven met potentieel significante economische en sociale gevolgen en mag niet betekenen dat deze leden uitsluitend zaken in verband met herstructurering, insolventie en tweede kans moeten behandelen. Het oprichten van gespecialiseerde rechtbanken of kamers overeenkomstig het nationale recht betreffende de organisatie van het gerechtelijke systeem kan bijvoorbeeld een doeltreffende manier zijn om deze doelstellingen te bereiken.

(39)  Het is noodzakelijk om de transparantie en voorspelbaarheid te handhaven van de procedures die leiden tot resultaten die gunstig zijn voor het behoud van ondernemingen en voor het gunnen van een tweede kans aan ondernemers of die de efficiënte vereffening van niet-levensvatbare ondernemingen mogelijk maken. Het is eveneens noodzakelijk te zorgen voor een verkorting van de buitensporige duur van insolventieprocedures in veel lidstaten, die leidt tot rechtsonzekerheid voor crediteuren en investeerders en lage recuperatiepercentages. Ten slotte moet, gelet op de mechanismen voor verbeterde samenwerking tussen rechtbanken en deskundigen in grensoverschrijdende zaken, waarin Verordening (EU) 2015/848 voorziet, de professionaliteit van alle betrokken actoren in de hele Unie op een vergelijkbaar hoog niveau komen te staan. Om deze doelstellingen te bereiken, moeten de lidstaten ervoor zorgen dat de leden van de gerechtelijke en administratieve instanties adequaat zijn opgeleid en gespecialiseerde kennis en ervaring hebben op het gebied van insolventie. Deze specialisatie van de leden van de rechterlijke macht moet het mogelijk maken dat op korte termijn beslissingen worden gegeven met potentieel significante economische en sociale gevolgen en mag niet betekenen dat deze leden uitsluitend zaken in verband met herstructurering, insolventie en tweede kans moeten behandelen. Het oprichten van rechtbanken of kamers met gespecialiseerde magistraten overeenkomstig het nationale recht betreffende de organisatie van het gerechtelijke systeem kan bijvoorbeeld een doeltreffende manier zijn om deze doelstellingen te bereiken.

Amendement    23

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 40

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(40)  De lidstaten moeten er ook voor zorgen dat de deskundigen op het gebied van herstructurering, insolventie en tweede kans die door gerechtelijke of administratieve instanties worden aangesteld, adequaat zijn opgeleid en worden gecontroleerd bij de uitvoering van hun taken, dat zij op een transparante wijze worden aangesteld, rekening houdend met de noodzaak om te zorgen voor efficiënte procedures, en dat zij hun taken op integere wijze uitvoeren. De deskundigen moeten ook vrijwillige gedragscodes onderschrijven die als doel hebben te zorgen voor een geschikt niveau van kwalificatie en opleiding, transparantie op het gebied van de taken van die deskundigen en van de regels voor het bepalen van hun vergoeding, het afsluiten van een professionele aansprakelijkheidsverzekering, en het vaststellen van een toezicht- en regelgevingsmechanisme met onder meer een aangepaste en doeltreffende regeling inzake sancties voor deskundigen die hun verplichtingen niet nakomen. Deze normen kunnen worden bereikt zonder dat in beginsel nieuwe beroepen of kwalificaties in het leven moeten worden geroepen.

(40)  De lidstaten moeten er ook voor zorgen dat de deskundigen op het gebied van herstructurering, insolventie en tweede kans die door gerechtelijke of administratieve instanties worden aangesteld, adequaat zijn opgeleid en worden gecontroleerd bij de uitvoering van hun taken, dat zij op een transparante wijze worden aangesteld, rekening houdend met de noodzaak om te zorgen voor efficiënte procedures, en dat zij hun taken op integere wijze uitvoeren en de doelstelling in gedachte houden van het herstellen van de levensvatbaarheid van de onderneming. De deskundigen moeten redders zijn en geen vereffenaars en moeten een gedragscode onderschrijven die als doel heeft te zorgen voor een geschikt niveau van kwalificatie en opleiding, transparantie op het gebied van de taken van die deskundigen en van de regels voor het bepalen van hun vergoeding, het afsluiten van een professionele aansprakelijkheidsverzekering, en het vaststellen van een toezicht- en regelgevingsmechanisme met onder meer een aangepaste en doeltreffende regeling inzake sancties voor deskundigen die hun verplichtingen niet nakomen. Deze normen kunnen worden bereikt zonder dat in beginsel nieuwe beroepen of kwalificaties in het leven moeten worden geroepen.

Amendement    24

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 47 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(47 bis)  Er is nader onderzoek nodig om te beoordelen of de insolventie moet worden aangepakt van personen die geen handels- bedrijfs-, ambachts- of beroepsactiviteit uitoefenen die vergelijkbaar is met de activiteiten van een werkgever en die als consument of gebruiker van goederen of openbare of particuliere diensten te goeder trouw handelen, maar tijdelijk of permanent niet in staat zijn schulden op de vervaldatum te betalen, en op basis hiervan eventueel wetgevingsvoorstellen in te dienen. In deze wetgevingsvoorstellen moet erin worden voorzien dat de toegang tot basisgoederen en -diensten voor deze personen gewaarborgd is, om hun behoorlijke levensomstandigheden te garanderen.

Amendement    25

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – lid 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  preventieve herstructureringsprocedures die beschikbaar zijn voor debiteuren in financiële moeilijkheden wanneer er kans op insolventie bestaat;

(a)  preventieve herstructureringsprocedures die beschikbaar zijn voor debiteuren in financiële moeilijkheden wanneer er kans op insolventie bestaat; of procedures die worden gebruikt om het bedrag te verlagen dat verschuldigd is aan alle of sommige schuldeisers of om de levensvatbare onderneming volledig of gedeeltelijk over te hevelen naar een andere onderneming, in het kader van een langetermijnstrategie;

Amendement    26

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 – alinea 1 – punt 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(6)  "vorming van categorieën": het zodanig groeperen van betrokken crediteuren en houders van eigenvermogensinstrumenten in een herstructureringsplan dat daaruit de rechten en rangorde van de betrokken vorderingen en belangen blijkt, rekening houdend met mogelijke reeds bestaande rechten, zekerheidsrechten of overeenkomsten tussen crediteuren, en de behandeling ervan in het kader van het herstructureringsplan;

(6)  "vorming van categorieën": het zodanig groeperen van betrokken crediteuren en houders van eigenvermogensinstrumenten in een herstructureringsplan dat daaruit de rechten en rangorde van de betrokken vorderingen en belangen blijkt, rekening houdend met mogelijke reeds bestaande rechten, zekerheidsrechten of overeenkomsten tussen crediteuren, en de behandeling ervan in het kader van het herstructureringsplan; de lidstaten zijn verantwoordelijk voor de afbakening van deze groepen, rekening houdend met het feit dat werknemers een bevoorrechte categorie van crediteuren vormen; elke wijziging van de wetgeving inzake de afbakening van deze categorieën laat een herstructureringsplan in uitvoering onverlet, om rechtszekerheid te garanderen;

Amendement    27

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 – alinea 1 – punt 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(7)  "cram-down van niet-instemmende crediteuren": de bevestiging door een gerechtelijke of administratieve instantie van een herstructureringsplan dat de steun heeft van een meerderheid in waarde van crediteuren of een meerderheid in waarde in elke categorie van crediteuren tegenover een niet-instemmende minderheid van crediteuren of een niet-instemmende minderheid van crediteuren in elke categorie;

(7)  "cram-down van niet-instemmende crediteuren": de bevestiging door een gerechtelijke of administratieve instantie van een herstructureringsplan dat de steun heeft van een meerderheid in waarde van crediteuren of een meerderheid in waarde in elke categorie van crediteuren of van een herstructureringsplan waarvan de overdrachtsprijs niet volstaat om alle crediteuren volledig te vergoeden, tegenover een niet-instemmende minderheid van crediteuren, een niet-instemmende minderheid van crediteuren in elke categorie of de niet-instemming van crediteuren die geen volledige uitbetaling van hun vorderingen krijgen;

Amendement    28

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 – alinea 1 – punt 15 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  de debiteur of de crediteuren bijstaan bij het opstellen van of het onderhandelen over een herstructureringsplan;

(a)  de debiteur of de crediteuren bijstaan bij het opstellen van of het onderhandelen over een haalbaar herstructurerings- of verkoopsplan;

Amendement    29

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 – alinea 1 – punt 15 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b)  toezicht houden over de activiteiten van de debiteur tijdens de onderhandelingen over een herstructureringsplan en verslag uitbrengen aan een gerechtelijke of administratieve instantie;

(b)  toezicht houden over de activiteiten van de debiteur tijdens de onderhandelingen over een plan voor herstructurering of verkoop en verslag uitbrengen aan een gerechtelijke of administratieve instantie;

Amendement    30

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De lidstaten zorgen ervoor dat debiteuren en ondernemers toegang hebben tot instrumenten voor vroegtijdige waarschuwing waarmee een verslechterende bedrijfsontwikkeling kan worden opgespoord en aan de debiteur of ondernemer wordt gesignaleerd dat dringend actie moet worden ondernemen.

1.  De lidstaten zorgen ervoor dat debiteuren en ondernemers, alsmede werknemers en hun vertegenwoordigers toegang hebben tot instrumenten voor vroegtijdige waarschuwing waarmee een verslechterende bedrijfsontwikkeling kan worden opgespoord en aan de debiteur of ondernemer wordt gesignaleerd dat dringend actie moet worden ondernemen.

Amendement    31

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De lidstaten zorgen ervoor dat debiteuren en ondernemers toegang hebben tot relevante, actuele, duidelijke, beknopte en gebruikersvriendelijke informatie over de beschikbaarheid van instrumenten voor vroegtijdige waarschuwing en alle middelen die hun ter beschikking staan om in een vroeg stadium te herstructureren of om een kwijting van persoonlijke schulden te verkrijgen.

2.  De lidstaten zorgen ervoor dat debiteuren en ondernemers, alsmede werknemers en hun vertegenwoordigers toegang hebben tot relevante, actuele, duidelijke, beknopte en gebruikersvriendelijke informatie over de beschikbaarheid van instrumenten voor vroegtijdige waarschuwing en alle middelen die hun ter beschikking staan om in een vroeg stadium te herstructureren of om een kwijting van persoonlijke schulden te verkrijgen.

Amendement    32

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  De lidstaten zorgen ervoor dat de werknemersvertegenwoordigers volledige toegang hebben tot informatie en dat zij worden geraadpleegd, als actie moet worden ondernomen.

Amendement    33

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – lid 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 bis.  De lidstaten zorgen ervoor dat de werknemersvertegenwoordigers hun bezorgdheid kunen uiten ten aanzien van debiteuren en ondernemers met betrekking tot de moeilijkheden waarin de onderneming verkeert en het urgente karakter van deze moeilijkheden;

 

de lidstaten zorgen ervoor dat werknemersvertegenwoordigers in een positie verkeren waar zij een beroep kunnen doen op een onafhankelijke deskundige van zijn keuze, in overeenstemming met de nationale wet en praktijken, om toegang te krijgen tot relevante, actuele, duidelijke, beknopte en gebruikersvriendelijke informatie over de financiële situatie van het bedrijf en de verschillende herstructureringsstrategieën die worden overwogen, onder meer overdracht naar eigendom van de werknemers;

 

de lidstaten zorgen er ook voor dat de belasting-, socialezekerheids-, mededingings- en auditautoriteiten zorgwekkende financiële ontwikkelingen krachtens de nationale wet zo vroeg mogelijk kunnen signaleren.

Amendement    34

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Artikel 4

Artikel 4

Beschikbaarheid van preventieve herstructureringsstelsels

Beschikbaarheid van preventieve herstructureringsstelsels

1.  De lidstaten zorgen ervoor dat, wanneer er kans bestaat op insolventie, debiteuren in financiële moeilijkheden toegang hebben tot een doeltreffend preventief herstructureringsstelsel dat hen in staat stelt om hun schulden of bedrijf te herstructureren, hun bedrijf opnieuw levensvatbaar te maken en insolventie te vermijden.

1.  De lidstaten zorgen ervoor dat, wanneer er kans bestaat op insolventie, debiteuren in financiële moeilijkheden toegang hebben tot een doeltreffend preventief herstructureringsstelsel dat hen in staat stelt om hun schulden of bedrijf te herstructureren, hun bedrijf opnieuw levensvatbaar te maken of duurzaam beheer ervan door een ander bedrijf te regelen en insolventie te vermijden of een oplossing te vinden die bevredigender is dan vereffening van de activa om te helpen de vorderingen van crediteuren af te betalen, banen te beschermen en de bedrijfsactiviteit te behouden.

2.  Preventieve herstructureringsstelsels kunnen bestaan uit één of meerdere procedures of maatregelen.

2.  Preventieve herstructureringsstelsels kunnen bestaan uit één of meerdere procedures of maatregelen waarover behoorlijk is onderhandeld en overleg is gepleegd met werknemersvertegenwoordigers, als die er zijn, die elk recht op collectieve onderhandelingen en collectieve actie behouden. Deze stelsels voorzien ook in procedures of maatregelen voor redding van de met schulden beladen onderneming door de werknemers, in overeenstemming met de toepasselijke nationale wet.

3.  De lidstaten stellen bepalingen vast die de betrokkenheid van een gerechtelijke of administratieve instantie beperken tot situaties waarin dat noodzakelijk en evenredig is om de rechten van de betrokken partijen te waarborgen.

3.  De lidstaten stellen bepalingen vast die de betrokkenheid van een gerechtelijke of administratieve instantie beperken tot situaties waarin dat noodzakelijk en evenredig is en garanderen tegelijk dat de rechten van de betrokken partijen gewaarborgd zijn.

4.  Preventieve herstructureringsstelsels zijn beschikbaar op verzoek van debiteuren, of op verzoek van crediteuren met instemming van debiteuren.

4.  Preventieve herstructureringsstelsels zijn beschikbaar op verzoek van debiteuren, op verzoek van werknemers of op verzoek van andere crediteuren met instemming van debiteuren.

Amendement    35

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 5 – lid 3 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De lidstaten kunnen de aanstelling van een deskundige op het gebied van herstructurering vereisen in de volgende gevallen:

3.  De lidstaten zorgen voor de aanstelling van een deskundige op het gebied van herstructurering op zijn minst in de volgende gevallen:

Amendement    36

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 5 – lid 3 – letter b bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(b bis)  wanneer het plan erin voorziet dat een bedrijf geheel of gedeeltelijk wordt overgedragen naar een ander bedrijf zonder behoud van alle werknemers.

Amendement    37

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 6 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De lidstaten zorgen ervoor dat debiteuren die met crediteuren over een herstructureringsplan onderhandelen, kunnen profiteren van een schorsing van individuele tenuitvoerleggingsmaatregelen indien en voor zover deze schorsing noodzakelijk is om de onderhandelingen over een herstructureringsplan te ondersteunen.

1.  De lidstaten zorgen ervoor dat debiteuren die met crediteuren over een herstructurerings- of verkoopsplan onderhandelen, kunnen profiteren van een schorsing van individuele tenuitvoerleggingsmaatregelen indien en voor zover deze schorsing noodzakelijk is om de onderhandelingen over een herstructureringsplan te ondersteunen.

Amendement    38

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 6 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De lidstaten zorgen ervoor dat een schorsing van individuele tenuitvoerleggingsmaatregelen ten aanzien van alle soorten crediteuren kan worden bevolen, met inbegrip van crediteuren met een zekerheidsrecht en preferente crediteuren. De schorsing kan algemeen zijn, ten aanzien van alle crediteuren, of beperkt, ten aanzien van een of meerdere individuele crediteuren, in overeenstemming met het nationale recht.

2.  De lidstaten zorgen ervoor dat een schorsing van individuele tenuitvoerleggingsmaatregelen ten aanzien van alle soorten crediteuren kan worden bevolen, met inbegrip van crediteuren met een zekerheidsrecht en preferente crediteuren, maar met uitzondering van de werknemers. De schorsing kan algemeen zijn, ten aanzien van alle crediteuren, of beperkt, ten aanzien van een of meerdere individuele crediteuren, in overeenstemming met het nationale recht.

Motivering

Hoewel de garantie van artikel 6, lid 3, goed is, moet in de algemene tekst van artikel 6, lid 1, worden bepaald dat de categorie van de werknemers een speciale status heeft.

Amendement    39

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 6 – lid 5 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  relevante vooruitgang werd geboekt in de onderhandelingen over het herstructureringsplan; en

(a)  relevante vooruitgang werd geboekt in de onderhandelingen over het herstructureringsplan of de overdracht van het levensvatbare deel van het bedrijf naar een ander onderneming, overeenkomstig de voorwaarden waarin is voorzien in deze richtlijn; en

Amendement    40

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 7 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De lidstaten mogen van lid 1 afwijken wanneer de debiteur illiquide wordt en dus niet in staat is zijn schulden die tijdens de schorsing vervallen, te betalen. In dat geval zorgen de lidstaten ervoor dat de herstructureringsprocedures niet automatisch worden beëindigd en dat een gerechtelijke of administratieve instantie, na onderzoek van de vooruitzichten om binnen de schorsingstermijn een overeenkomst te bereiken over een succesvol herstructureringsplan, kan besluiten om de inleiding van insolventieprocedure uit te stellen en het voordeel van de schorsing van individuele tenuitvoerleggingsmaatregelen te handhaven.

3.  De lidstaten mogen van lid 1 afwijken wanneer de debiteur illiquide wordt en dus niet in staat is zijn schulden die tijdens de schorsing vervallen, te betalen. In dat geval zorgen de lidstaten ervoor dat de herstructureringsprocedures niet automatisch worden beëindigd en dat een gerechtelijke of administratieve instantie, na onderzoek van de vooruitzichten om binnen de schorsingstermijn een overeenkomst te bereiken over een succesvol herstructureringsplan of plan voor overdracht als going concern, kan besluiten om de inleiding van insolventieprocedure uit te stellen en het voordeel van de schorsing van individuele tenuitvoerleggingsmaatregelen te handhaven.

Amendement    41

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 8 – lid 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b)  een actuele waardebepaling van de debiteur of van de onderneming van de debiteur, en een met redenen omklede verklaring over de oorzaken en de omvang van de financiële moeilijkheden van de debiteur;

(b)  een actuele waardebepaling van de debiteur, volgens procedures inzake probleemoplossing of vereffening van de activa, of van de onderneming van de debiteur, en een met redenen omklede verklaring over de oorzaken en de omvang van de financiële moeilijkheden van de debiteur; onverminderd de uniale en nationale vertrouwelijkheidsregels is hierin een uitvoerige beschrijving begrepen van alle activa en schulden en de locatie hiervan en van de relatie tussen de financiële verplichtingen en kasstromen met de moedermaatschappijen en dochterondernemingen van het bedrijf.

Amendement    42

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 8 – lid 1 – letter f

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(f)  de voorwaarden van het plan, met inbegrip van, maar niet beperkt tot:

(f)  de voorwaarden van het plan, met inbegrip van, maar niet beperkt tot:

i)  de voorgestelde duur;

i)  de voorgestelde duur;

ii)  elk voorstel waarmee schulden worden herschikt, kwijtgescholden of omgezet in andere vormen van verplichtingen;

ii)  elk voorstel waarmee schulden worden herschikt, kwijtgescholden of omgezet in andere vormen van verplichtingen;

iii)  alle nieuwe financiering die verwacht wordt als onderdeel van het herstructureringsplan;

iii)  alle nieuwe financiering die verwacht wordt als onderdeel van het herstructureringsplan;

 

iii bis)  de gevolgen ervan voor alle soorten pensioenen van gepensioneerde en actieve werknemers;

 

iii ter)  de gevolgen ervan voor de arbeidsomstandigheden en de verloning van de werknemers;

 

iii quater)  de gevolgen ervan voor dochterondernemingen en onderaannemers.

Amendement    43

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 8 – lid 1 – letter g bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(g bis)  een beoordeling van de inzetbaarheid en de individuele en collectieve vaardigheden van de werknemers die door het plan worden getroffen.

Amendement    44

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 8 – lid 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis.  Aanspraken of andere rechten van werknemers worden door herstructureringsplannen niet aangetast en de categorie van de werknemers krijgt voorrang.

Uitzonderlijk kan over contractuele voorwaarden opnieuw worden onderhandeld vroeg in de herstructureringsprocessen op het niveau van de onderneming tussen het management en de vertegenwoordigers van de werknemers, indien dit ten goede komt van de normale voortzetting van de bedrijfsactiviteiten en het behoud van banen.

Amendement    45

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 9 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De lidstaten zorgen ervoor dat alle betrokken crediteuren het recht hebben om te stemmen over de goedkeuring van een herstructureringsplan. De lidstaten kunnen dergelijke stemrechten ook toekennen aan de betrokken houders van eigenvermogensinstrumenten, overeenkomstig artikel 12, lid 2.

1.  De lidstaten zorgen ervoor dat de procedures waarin is voorzien in de nationale wet, crediteuren, inclusief werknemers die vallen onder een plan voor vermindering van hun vordering, het recht hebben om te stemmen over de goedkeuring van het herstructureringsplan, nadat zij naar behoren zijn ingelicht over de procedure en de mogelijke gevolgen hiervan voor de onderneming. De lidstaten kunnen dergelijke stemrechten ook toekennen aan de betrokken houders van eigenvermogensinstrumenten, overeenkomstig artikel 12, lid 2.

Amendement    46

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 9 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2  De lidstaten zorgen ervoor dat de betrokken partijen in afzonderlijke categorieën worden behandeld die de criteria voor het vormen van categorieën weerspiegelen. Categorieën worden op zodanige manier gevormd dat elke categorie vorderingen of belangen omvat met rechten die voldoende gelijkaardig zijn om de leden van de categorie als een homogene groep met gedeelde belangen te beschouwen. Minimaal worden door een zekerheid gedekte vorderingen en niet door een zekerheidsrecht gedekte vorderingen in afzonderlijke categorieën behandeld met het oog op de goedkeuring van een herstructureringsplan. De lidstaten kunnen ook bepalen dat werknemers als een afzonderlijke categorie worden behandeld.

2  De lidstaten zorgen ervoor dat de partijen die betrokken zijn bij een plan voor vermindering van de vordering, in afzonderlijke categorieën worden behandeld die de criteria voor het vormen van categorieën weerspiegelen. Categorieën worden op zodanige manier gevormd dat elke categorie vorderingen of belangen omvat met rechten die voldoende gelijkaardig zijn om de leden van de categorie als een homogene groep met gedeelde belangen te beschouwen. Minimaal worden door een zekerheid gedekte vorderingen en niet door een zekerheidsrecht gedekte vorderingen in afzonderlijke categorieën behandeld met het oog op de goedkeuring van een herstructureringsplan. Rekening houdend met het feit dat werknemers een bevoorrechte categorie van crediteuren zijn, behalve in naar behoren gemotiveerde omstandigheden, zorgen de lidstaten er ook voor dat onvervulde loonaanspraken voor actieve werknemers en pensioenaanspraken voor gepensioneerde werknemers als een afzonderlijke bevoorrechte categorie worden behandeld en waarborgen zij het prioritaire karakter van deze vorderingen.

Amendement    47

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 9 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Een herstructureringsplan wordt geacht door de betrokken partijen te zijn goedgekeurd wanneer daarvoor in elke categorie een meerderheid in het bedrag van hun vorderingen of belangen bestaat. De lidstaten stellen de vereiste meerderheid vast voor de goedkeuring van een herstructureringsplan, die in geen geval hoger mag zijn dan 75% van het bedrag van de vorderingen of belangen in elke categorie.

4.  Een herstructureringsplan wordt geacht door de betrokken partijen te zijn goedgekeurd wanneer daarvoor in elke categorie, inclusief de categorie van de werknemers, een meerderheid bestaat in het bedrag van hun vorderingen of belangen, alsmede wat het aantal stemgerechtigde leden betreft. De lidstaten stellen de vereiste meerderheid vast voor de goedkeuring van een herstructureringsplan, die in geen geval hoger mag zijn dan 75% van het bedrag van de vorderingen of belangen in elke categorie. Een verkoopsplan wordt toegestaan door de bevoegde rechtbank overeenkomstig de nationale wet die het mogelijk maakt dat de verkoop wordt toegestaan en uitgevoerd.

Amendement    48

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 9 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  De lidstaten kunnen bepalen dat een stemming over de goedkeuring van een herstructureringsplan de vorm aanneemt van overleg en overeenstemming van een vereiste meerderheid van betrokken partijen in elke categorie.

5.  De lidstaten kunnen bepalen dat een stemming over de goedkeuring van een herstructureringsplan de vorm aanneemt van overleg en overeenstemming van een vereiste meerderheid van betrokken partijen in elke categorie. In de categorie van de werknemers vindt deze stemming plaats conform de nationale wetgeving.

Amendement    49

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 10 – lid 1 – letter b bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(b bis)  herstructureringsplannen waarbij in de onderneming binnen een maand meer dan 10 arbeidsplaatsen worden geschrapt;

Amendement    50

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 10 – lid 1 – letter b ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(b ter)  herstructureringsplannen waarvoor tegenvoorstellen bestaan van de werknemers, met name ter bevordering van voorstellen waarin is voorzien in een verandering van aandeelhouder die wordt gesteund door de werknemers, of herstructureringsplannen die van de werknemers de toekomstige kopers maken die zijn goedgekeurd door de categorie van de werknemers na een informatie- en raadplegingsprocedure.

Amendement    51

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 10 – lid 1 – alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

De lidstaten zorgen ervoor dat plannen voor het verkopen van een bedrijf als going concern alleen bindend kunnen worden voor de partijen indien zij zijn bevestigd door een gerechtelijke of administratieve instantie overeenkomstig de nationale wet.

Amendement    52

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 10 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De lidstaten zorgen ervoor dat gerechtelijke of administratieve instanties kunnen weigeren een herstructureringsplan te bevestigen wanneer dat plan geen redelijk vooruitzicht biedt op het afwenden van de insolventie van de debiteur en het waarborgen van de levensvatbaarheid van het bedrijf.

3.  De lidstaten zorgen ervoor dat gerechtelijke of administratieve instanties kunnen weigeren een herstructureringsplan waarin is voorzien in een vermindering van de vorderingen te bevestigen, wanneer dat plan geen redelijk vooruitzicht biedt op het afwenden van de insolventie van de debiteur en het waarborgen van de levensvatbaarheid van het bedrijf of wanneer de verplichtingen van de debiteur ten overstaan van de werknemers waarin is voorzien in de bestaande richtlijnen, niet zijn nagekomen. De lidstaten zorgen ervoor dat de gerechtelijke of administratieve instanties kunnen weigeren voor een verkoopsplan toestemming te verlenen, als de crediteuren met dit plan geen redelijk vooruitzicht krijgen op betaling van een dividend dat minstens gelijk is aan het bedrag dat zij zouden hebben ontvangen, als de activa waren verkocht volgens een faillissementsprocedure, of als de voortzetting van het bedrijf als going concern geen waarborgen biedt voor de levensvatbaarheid van de overgedragen activiteiten.

Amendement    53

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 10 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  De lidstaten zorgen ervoor dat wanneer een gerechtelijke of administratieve instantie een herstructureringsplan moet bevestigen voordat het bindend wordt, onverwijld een besluit wordt genomen nadat het verzoek om bevestiging werd ingediend en in geen geval later dan 30 dagen na indiening van het verzoek.

4.  De lidstaten zorgen ervoor dat wanneer een gerechtelijke of administratieve instantie een herstructureringsplan moet bevestigen of voor een verkoopsplan toestemming moet verlenen voordat het bindend wordt, onverwijld een besluit wordt genomen nadat het verzoek om bevestiging werd ingediend en in geen geval later dan 30 dagen na indiening van het verzoek.

Amendement    54

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 13 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De gerechtelijke of administratieve instantie bepaalt een vereffeningswaarde wanneer een herstructureringsplan wordt betwist op grond van een vermeende schending van de toets van het belang van de crediteuren.

1.  De gerechtelijke of administratieve instantie bepaalt een vereffeningswaarde wanneer een herstructureringsplan of verkoopsplan wordt betwist op grond van een vermeende schending van de toets van het belang van de crediteuren.

Amendement    55

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 13 – lid 2 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De waarde van de onderneming wordt door de gerechtelijke of administratieve instantie bepaald op basis van de waarde van de onderneming going concern in de volgende gevallen:

2.  De waarde van de onderneming wordt door de gerechtelijke of administratieve instantie bepaald op basis van de waarde van de onderneming als going concern en de waarde van de opbrengsten van de verkoop van de activa van de onderneming door de deskundige op het gebied van insolventie in het kader van een insolventieprocedure, in de volgende gevallen:

Amendement    56

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 13 – lid 2 – letter b bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(b bis)  wanneer een plan de overdracht inhoudt van de hele onderneming of een deel ervan.

Amendement    57

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 16 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De lidstaten kunnen verstrekkers van nieuwe of tussentijdse financiering het recht geven om met voorrang terugbetaald te worden in het kader van daaropvolgende vereffeningsprocedures ten opzichte van andere crediteuren die anders bevoorrechte of gelijkwaardige vorderingen zouden hebben op geld of activa. In die gevallen rangschikken de lidstaten nieuwe en tussentijdse financiering minstens als bevoorrecht ten opzichte van de vorderingen van gewone crediteuren zonder zekerheidsrecht.

Schrappen

Motivering

Deze bepaling is een superprivilege voor spelers die nieuwe en tussentijdse financiering verstrekken. Zij kan leiden tot een terugplaatsing van andere schuldeisers, met inbegrip van de werknemers, en kan de resterende kern van de betrokken onderneming inkrimpen, met bijkomend gevaar voor de werknemers.

Amendement    58

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 18 – alinea 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  onmiddellijk maatregelen nemen om het verlies voor crediteuren, werknemers, aandeelhouders en andere belanghebbenden te beperken;

(a)  onmiddellijk maatregelen nemen om het verlies voor crediteuren, werknemers, aandeelhouders en andere belanghebbenden te beperken, inclusief banen en de belangen en rechten van de werknemers;

Amendement    59

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 23 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  De lidstaten kunnen het toepassingsgebied van het mechanisme inzake een tweede kans voor ondernemers uitbreiden naar natuurlijke personen, om personen te dekken die geen handels-, bedrijfs-, ambachts- of beroepsactiviteit uitoefenen die vergelijkbaar is met de activiteiten van een werkgever. De uitbreiding van het toepassingsgebied is erop gericht te voorkomen dat natuurlijke personen die handelen te goeder trouw, te maken krijgen met overmatige schuldenlasten, door middel van een procedure om verdere schulden kwijt te schelden zodra een gedeeltelijke terugbetaling is verricht en om ervoor te zorgen dat de betrokkenen opnieuw toegang krijgen tot krediet. De Commissie dient een effectbeoordeling in met betrekking tot de vraag hoe een uitbreiding van het mechanisme inzake een tweede kans de lidstaten kan helpen armoede en sociale uitsluiting te verminderen en economische activiteiten te bevorderen.

Amendement    60

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 25 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De lidstaten bevorderen met alle door hen passend geachte middelen de opstelling van vrijwillige gedragscodes en de naleving ervan door deskundigen op het gebied van herstructurering, insolventie en tweede kans, alsmede de ontwikkeling van andere doeltreffende toezichtsmechanismen betreffende het verlenen van dergelijke diensten.

2.  De lidstaten bevorderen met alle door hen passend geachte middelen de opstelling van een gedragscode en de naleving ervan door deskundigen op het gebied van herstructurering, insolventie en tweede kans, alsmede de ontwikkeling van andere doeltreffende toezichtsmechanismen betreffende het verlenen van dergelijke diensten, zoals verlening van een vergunning en registratie.

Amendement    61

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 28 – lid 1 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(c)  kennisgeving aan crediteuren;

(c)  kennisgeving aan crediteuren, inclusief werknemersvertegenwoordigers;

Amendement    62

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 29 – lid 1 – letter g bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(g bis)  het aantal banen dat verloren is gegaan, overdrachten van een onderneming of een deel daarvan, gedeeltelijke ontslagen en de gevolgen van herstructureringsovereenkomsten voor de werkgelegenheid en de overheidsfinanciën;

Amendement    63

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 29 – lid 1 – letter g ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(g ter)  een evaluatie van de werkzaamheden die zijn verricht door de deskundigen en de resultaten hiervan;

Amendement    64

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 29 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  De Commissie stelt door middel van uitvoeringshandelingen het in lid 3 bedoelde mededelingenformulier vast. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 30, lid 2, bedoelde raadplegingsprocedure.

4.  De Commissie stelt door middel van gedelegeerde handelingen het in lid 3 bedoelde mededelingenformulier vast.

PROCEDURE VAN DE ADVISERENDE COMMISSIE

Titel

Preventieve herstructureringsstelsels, een tweede kans en maatregelen om de efficiëntie van herstructurerings-, insolventie- en kwijtingsprocedures te verbeteren

Document- en procedurenummers

COM(2016)0723 – C8-0475/2016 – 2016/0359(COD)

Bevoegde commissie

       Datum bekendmaking

JURI

16.1.2017

 

 

 

Advies uitgebracht door

       Datum bekendmaking

EMPL

16.1.2017

Rapporteur voor advies

       Datum benoeming

Edouard Martin

17.1.2017

Behandeling in de commissie

3.5.2017

 

 

 

Datum goedkeuring

10.10.2017

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

39

1

5

Bij de eindstemming aanwezige leden

Laura Agea, Guillaume Balas, Brando Benifei, Vilija Blinkevičiūtė, Enrique Calvet Chambon, David Casa, Ole Christensen, Martina Dlabajová, Lampros Fountoulis, Arne Gericke, Agnes Jongerius, Rina Ronja Kari, Jan Keller, Ádám Kósa, Agnieszka Kozłowska-Rajewicz, Jérôme Lavrilleux, Jeroen Lenaers, Thomas Mann, Dominique Martin, Emilian Pavel, João Pimenta Lopes, Georgi Pirinski, Marek Plura, Dennis Radtke, Terry Reintke, Maria João Rodrigues, Claude Rolin, Siôn Simon, Ulrike Trebesius, Marita Ulvskog, Renate Weber, Tatjana Ždanoka, Jana Žitňanská

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Georges Bach, Amjad Bashir, Heinz K. Becker, Dieter-Lebrecht Koch, Paloma López Bermejo, Edouard Martin, Anne Sander, Sven Schulze, Jasenko Selimovic, Theodoros Zagorakis, Flavio Zanonato, Kosma Złotowski

HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE ADVISERENDE COMMISSIE

39

+

ALDE

EFDD

GUE/NGL

NI

PPE

 

 

S&D

 

VERTS/ALE

Enrique Calvet Chambon, Martina Dlabajová, Jasenko Selimovic, Renate Weber

Laura Agea

Rina Ronja Kari, Paloma López Bermejo, João Pimenta Lopes

Lampros Fountoulis

Georges Bach, Heinz K. Becker, David Casa, Dieter-Lebrecht Koch, Agnieszka Kozłowska-Rajewicz, Ádám Kósa, Jérôme Lavrilleux, Jeroen Lenaers, Thomas Mann, Marek Plura, Dennis Radtke, Claude Rolin, Anne Sander, Sven Schulze, Theodoros Zagorakis

Guillaume Balas, Brando Benifei, Vilija Blinkevičiūtė, Ole Christensen, Agnes Jongerius, Jan Keller, Edouard Martin, Emilian Pavel, Georgi Pirinski, Maria João Rodrigues, Siôn Simon, Marita Ulvskog, Flavio Zanonato

Terry Reintke, Tatjana Ždanoka

1

-

ENF

Dominique Martin

5

0

ECR

Amjad Bashir, Arne Gericke, Ulrike Trebesius, Jana Žitňanská, Kosma Złotowski

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding


PROCEDURE VAN DE BEVOEGDE COMMISSIE

Titel

Preventieve herstructureringsstelsels, een tweede kans en maatregelen om de efficiëntie van herstructurerings-, insolventie- en kwijtingsprocedures te verbeteren

Document- en procedurenummers

COM(2016)0723 – C8-0475/2016 – 2016/0359(COD)

Datum indiening bij EP

22.11.2016

 

 

 

Bevoegde commissie

       Datum bekendmaking

JURI

16.1.2017

 

 

 

Adviserende commissies

       Datum bekendmaking

ECON

16.1.2017

EMPL

16.1.2017

 

 

Rapporteurs

       Datum benoeming

Angelika Niebler

28.11.2016

 

 

 

Behandeling in de commissie

12.7.2017

10.10.2017

7.12.2017

 

Datum goedkeuring

2.7.2018

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

14

7

1

Bij de eindstemming aanwezige leden

Max Andersson, Joëlle Bergeron, Marie-Christine Boutonnet, Jean-Marie Cavada, Mady Delvaux, Rosa Estaràs Ferragut, Laura Ferrara, Mary Honeyball, Emil Radev, Julia Reda, Pavel Svoboda, Axel Voss, Tadeusz Zwiefka

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Sergio Gaetano Cofferati, Geoffroy Didier, Pascal Durand, Angel Dzhambazki, Jytte Guteland, Angelika Niebler, Virginie Rozière, Viktor Uspaskich, Tiemo Wölken, Kosma Złotowski

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Nicola Danti, Kateřina Konečná, Nils Torvalds

Datum indiening

21.8.2018


HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

14

+

ALDE

Jean-Marie Cavada, Viktor Uspaskich

ECR

Angel Dzhambazki, Kosma Złotowski

EFDD

Joëlle Bergeron

PPE

Rosa Estaràs Ferragut, Angelika Niebler, Emil Radev, Pavel Svoboda, Axel Voss, Tadeusz Zwiefka

VERTS/ALE

Max Andersson, Pascal Durand, Julia Reda

7

-

ENF

Marie-Christine Boutonnet

S&D

Sergio Gaetano Cofferati, Nicola Danti, Mady Delvaux, Mary Honeyball, Virginie Rozière, Tiemo Wölken

1

0

EFDD

Laura Ferrara

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding

Laatst bijgewerkt op: 27 augustus 2018Juridische mededeling