Procedure : 2017/0354(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0274/2018

Ingediende teksten :

A8-0274/2018

Debatten :

PV 13/02/2019 - 23
CRE 13/02/2019 - 23

Stemmingen :

PV 14/02/2019 - 10.9

Aangenomen teksten :

P8_TA(2019)0123

VERSLAG     ***I
PDF 542kWORD 93k
5.9.2018
PE 620.869v04-00 A8-0274/2018

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de wederzijdse erkenning van goederen die in een andere lidstaat rechtmatig in de handel zijn gebracht

(COM(2017)0796 – C8-0005/2018 – 2017/0354(COD))

Commissie interne markt en consumentenbescherming

Rapporteur: Ivan Štefanec

AMENDEMENTEN
ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 PROCEDURE VAN DE BEVOEGDE COMMISSIE
 HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de wederzijdse erkenning van goederen die in een andere lidstaat rechtmatig in de handel zijn gebracht

(COM(2017)0796 – C8-0005/2018 – 2017/0354(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2017)0796),

–  gezien artikel 294, lid 2, en artikel 114 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C8-0005/2018),

–  gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité of 23 mei 2018(1),

–  gezien artikel 59 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie interne markt en consumentenbescherming (A8‑0274/2018),

1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.  verzoekt de Commissie om hernieuwde voorlegging aan het Parlement indien zij haar voorstel vervangt, ingrijpend wijzigt of voornemens is het ingrijpend te wijzigen;

3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

Amendement    1

Voorstel voor een verordening

Overweging 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(1)  De interne markt omvat een ruimte zonder binnengrenzen waarin het vrije verkeer van goederen is gewaarborgd volgens de bepalingen van de Verdragen. Kwantitatieve invoerbeperkingen en alle maatregelen van gelijke werking zijn tussen de lidstaten verboden. Dit verbod betreft elke nationale maatregel die de handel in goederen binnen de Unie direct of indirect, feitelijk of potentieel kan belemmeren. Het vrij verkeer van goederen binnen de interne markt is gewaarborgd door de harmonisatie van regels op Unieniveau waarbij gemeenschappelijke voorschriften zijn vastgesteld voor het in de handel brengen van bepaalde goederen; daarnaast is het vrij verkeer van goederen of van aspecten van goederen die niet onder de harmonisatieregels van de Unie vallen, gewaarborgd door de toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning.

(1)  De interne markt omvat een ruimte zonder binnengrenzen waarin het vrije verkeer van goederen is gewaarborgd volgens de bepalingen van de Verdragen. Kwantitatieve invoerbeperkingen en alle maatregelen van gelijke werking zijn tussen de lidstaten verboden. Dit verbod betreft elke nationale maatregel die de handel in goederen binnen de Unie direct of indirect, feitelijk of potentieel kan belemmeren. Het vrij verkeer van goederen binnen de interne markt is gewaarborgd door de harmonisatie van regels op Unieniveau waarbij gemeenschappelijke voorschriften zijn vastgesteld voor het in de handel brengen van bepaalde goederen; daarnaast is het vrij verkeer van goederen of van aspecten van goederen die niet volledig onder de harmonisatieregels van de Unie vallen, gewaarborgd door de toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning, zoals gedefinieerd door het Hof van Justitie van de Europese Unie.

Amendement    2

Voorstel voor een verordening

Overweging 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(2)  Wanneer de wetgeving voor goederen of bepaalde aspecten van goederen niet op Unieniveau geharmoniseerd is, kunnen de bevoegde autoriteiten van de lidstaten onrechtmatig belemmeringen voor het vrij verkeer van goederen tussen lidstaten opwerpen door op dat soort goederen, die in een andere lidstaat rechtmatig in de handel zijn gebracht, nationale voorschriften toe te passen waarbij de goederen moeten voldoen aan bepaalde technische vereisten, bijvoorbeeld met betrekking tot aanduiding, vorm, omvang, gewicht, samenstelling, aanbiedingsvorm, etikettering en verpakking. De toepassing van dergelijke voorschriften op in een andere lidstaat rechtmatig in de handel gebrachte goederen kan in strijd zijn met de artikelen 34 en 36 van het Verdrag, ook al zijn die voorschriften zonder onderscheid van toepassing op alle goederen.

(2)  Wanneer de wetgeving voor goederen of bepaalde aspecten van goederen niet op Unieniveau geharmoniseerd is, kunnen de bevoegde autoriteiten van de lidstaten onrechtmatig belemmeringen voor het vrij verkeer van goederen tussen lidstaten opwerpen door op dat soort goederen, die in een andere lidstaat rechtmatig in de handel zijn gebracht, nationale voorschriften toe te passen waarbij de goederen moeten voldoen aan bepaalde technische vereisten, bijvoorbeeld met betrekking tot aanduiding, vorm, omvang, gewicht, samenstelling, aanbiedingsvorm, etikettering en verpakking, en door te verzoeken om aanvullende tests en /of de herhaling van tests. De toepassing van dergelijke voorschriften op in een andere lidstaat rechtmatig in de handel gebrachte goederen kan in strijd zijn met de artikelen 34 en 36 van het Verdrag, ook al zijn die voorschriften zonder onderscheid van toepassing op alle goederen.

Amendement    3

Voorstel voor een verordening

Overweging 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(3)  Het beginsel van wederzijdse erkenning vloeit voort uit de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie. Volgens dit beginsel kunnen lidstaten de verkoop op hun grondgebied van goederen die in een andere lidstaat rechtmatig in de handel zijn gebracht, niet verbieden, zelfs indien deze producten overeenkomstig andere technische voorschriften werden vervaardigd. Het beginsel is echter niet absoluut. De lidstaten kunnen zich verzetten tegen het in de handel brengen van goederen die elders rechtmatig in de handel zijn gebracht wanneer dergelijke beperkingen gerechtvaardigd zijn op basis van de in artikel 36 van het Verdrag genoemde gronden of op grond van andere dwingende redenen van openbaar belang, en in beide gevallen in verhouding staan tot het nagestreefde doel.

(3)  Het beginsel van wederzijdse erkenning vloeit voort uit de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie. Volgens dit beginsel kunnen lidstaten de verkoop op hun grondgebied van goederen die in een andere lidstaat rechtmatig in de handel zijn gebracht, niet verbieden, zelfs indien deze producten overeenkomstig andere technische voorschriften werden vervaardigd. Het beginsel is echter niet absoluut. De lidstaten kunnen zich verzetten tegen het in de handel brengen van goederen die elders rechtmatig in de handel zijn gebracht wanneer dergelijke beperkingen gerechtvaardigd zijn op basis van de in artikel 36 van het Verdrag genoemde gronden of op grond van andere dwingende redenen van openbaar belang die zijn erkend in de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de EU in verband met het vrij verkeer van goederen, en in beide gevallen in verhouding staan tot het nagestreefde doel. Deze verordening legt een verplichting op om duidelijk te onderbouwen waarom markttoegang wordt geweigerd.

Amendement    4

Voorstel voor een verordening

Overweging 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(4)  Het begrip "dwingende reden van openbaar belang" is een dynamisch concept dat het Hof van Justitie in zijn rechtspraak omtrent de artikelen 34 en 36 van het Verdrag heeft ontwikkeld. Dit concept bestrijkt onder meer de doeltreffendheid van fiscale controles, de eerlijkheid van handelstransacties, de consumentenbescherming, de bescherming van het milieu, het behoud van de diversiteit van de pers en het risico op ernstige aantasting van het financiële evenwicht van het socialezekerheidsstelsel. Dergelijke dwingende redenen kunnen de toepassing van nationale voorschriften door de bevoegde autoriteiten rechtvaardigen wanneer er gerechtvaardigde verschillen bestaan tussen lidstaten. Dergelijke besluiten moeten echter naar behoren worden gemotiveerd en het evenredigheidsbeginsel moet altijd in acht worden genomen, waarbij er moet worden op gelet dat de bevoegde autoriteit inderdaad voor de minst restrictieve maatregel heeft geopteerd. Bovendien mogen de administratieve besluiten die de toegang tot de markt van goederen die in een andere lidstaat rechtmatig in de handel zijn gebracht, ontzeggen of beperken, niet louter gebaseerd zijn op het feit dat de beoordeelde goederen op een andere manier aan het door de lidstaat nagestreefde rechtmatige algemene doel voldoen dan de manier waarop in die lidstaat geproduceerde goederen aan dat doel voldoen.

(4)  Het begrip "dwingende reden van openbaar belang" is een dynamisch concept dat het Hof van Justitie in zijn rechtspraak omtrent de artikelen 34 en 36 van het Verdrag heeft ontwikkeld. Zij kunnen de toepassing van nationale voorschriften door de bevoegde autoriteiten rechtvaardigen wanneer er gerechtvaardigde verschillen bestaan tussen lidstaten. Administratieve besluiten moeten echter altijd naar behoren worden gemotiveerd, legitiem, geëigend en volledig in overeenstemming zijn met het evenredigheidsbeginsel, en de bevoegde autoriteit moet de minst restrictieve maatregel nemen. Met als doel het terugdringen van de belemmeringen op de interne markt en het verbeteren van de werking van de interne markt voor goederen, worden de Commissie en de lidstaten aangemoedigd om een beoordelingsproces te starten betreffende de vraag of alle nationale voorschriften nog geschikt zijn voor het beoogde doel en geen onevenredige non-tarifaire belemmeringen opwerpen. Bovendien mogen de administratieve besluiten die de toegang tot de markt van goederen die in een andere lidstaat rechtmatig in de handel zijn gebracht, ontzeggen of beperken, niet louter gebaseerd zijn op het feit dat de beoordeelde goederen op een andere manier aan het door de lidstaat nagestreefde rechtmatige algemene doel voldoen dan de manier waarop goederen in die lidstaat aan dat doel voldoen. Teneinde de lidstaten te helpen bij hun taak om beperkingen van het beginsel van wederzijdse erkenning te motiveren, moet de Commissie niet-bindende richtsnoeren aanreiken ten aanzien van de beoordeling van de jurisprudentie betreffende het begrip "dwingende reden van openbaar belang" en voor de wijze waarop het beginsel van wederzijdse erkenning moet worden toegepast. De bevoegde autoriteiten moeten de mogelijkheid hebben en in de gelegenheid worden gesteld om bijdragen te leveren en feedback te geven op de richtsnoeren.

Amendement    5

Voorstel voor een verordening

Overweging 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(7)  Verordening (EG) nr. 764/2008 heeft verschillende tekortkomingen en moet daarom worden herzien en versterkt. Ter wille van de duidelijkheid moet Verordening (EG) nr. 764/2008 worden vervangen door onderhavige verordening. In deze verordening moeten duidelijke procedures worden vastgesteld om het vrij verkeer van goederen die in een andere lidstaat rechtmatig in de handel zijn gebracht, te waarborgen, en om ervoor te zorgen dat de lidstaten het vrij verkeer enkel kunnen beperken op grond van legitieme openbare belangen en dat de beperking evenredig is. De verordening zorgt ervoor dat de bestaande rechten en verplichtingen die voortvloeien uit het beginsel van wederzijdse erkenning zowel door de marktdeelnemers als door de nationale autoriteiten worden geëerbiedigd.

(7)  Verordening (EG) nr. 764/2008 heeft verschillende tekortkomingen en moet daarom worden herzien en versterkt. Ter wille van de duidelijkheid moet Verordening (EG) nr. 764/2008 worden vervangen door onderhavige verordening. In deze verordening moeten duidelijke procedures worden vastgesteld om het vrij verkeer van goederen die in een andere lidstaat rechtmatig in de handel zijn gebracht, te waarborgen, en om ervoor te zorgen dat de lidstaten het vrij verkeer enkel kunnen beperken op grond van naar behoren gemotiveerde legitieme openbare belangen en dat de beperking evenredig is. De verordening zorgt ervoor dat de bestaande rechten en verplichtingen die voortvloeien uit het beginsel van wederzijdse erkenning zowel door de marktdeelnemers als door de nationale autoriteiten worden geëerbiedigd.

Amendement    6

Voorstel voor een verordening

Overweging 11

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(11)  Het is van belang te verduidelijken dat de soorten goederen die onder het toepassingsgebied van deze verordening vallen ook landbouwproducten omvatten. De term "landbouwproducten" omvat de voortbrengselen van visserij, als vastgesteld in artikel 38, lid 1, van het Verdrag.

  Het is van belang te verduidelijken dat de soorten goederen die onder het toepassingsgebied van deze verordening vallen ook landbouwproducten omvatten. De term "landbouwproducten" omvat de voortbrengselen van visserij, als vastgesteld in artikel 38, lid 1, van het Verdrag. De Commissie moet online een indicatieve en niet-uitputtende lijst bijhouden en indien mogelijk verder ontwikkelen om te helpen identificeren welke soorten goederen onder deze verordening vallen.

Amendement    7

Voorstel voor een verordening

Overweging 14

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(14)  Om onder het beginsel van wederzijdse erkenning te vallen, moeten goederen in een andere lidstaat rechtmatig in de handel zijn gebracht. Om te worden beschouwd als in een andere lidstaat rechtmatig in de handel te zijn gebracht, moet worden verduidelijkt dat de goederen moeten voldoen aan de in die lidstaat geldende relevante regels en dat de goederen aan eindgebruikers in die lidstaat worden aangeboden.

(14)  Om onder het beginsel van wederzijdse erkenning te vallen, moeten goederen in een andere lidstaat rechtmatig in de handel zijn gebracht. Om te worden beschouwd als in een andere lidstaat rechtmatig in de handel te zijn gebracht, moet worden verduidelijkt dat de goederen moeten voldoen aan de in die lidstaat geldende relevante regels, en dat de goederen aan eindgebruikers in die lidstaat moeten worden aangeboden.

Amendement    8

Voorstel voor een verordening

Overweging 14 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(14 bis)  Om de nationale autoriteiten en marktdeelnemers van het beginsel van wederzijdse erkenning bewust te maken, worden de lidstaten aangespoord in hun nationale technische voorschriften duidelijke en ondubbelzinnige internemarktclausules op te nemen die waarborgen dat goederen die in een lidstaat rechtmatig in de handel zijn gebracht worden geacht verenigbaar te zijn met de nationale technische voorschriften van een andere lidstaat.

Amendement    9

Voorstel voor een verordening

Overweging 15

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(15)  Het bewijs dat nodig is om aan te tonen dat goederen in een andere lidstaat rechtmatig in de handel zijn gebracht, verschilt aanzienlijk tussen de lidstaten. Dit heeft onnodige lasten tot gevolg alsook aanvullende kosten voor de marktdeelnemers en verhindert de nationale autoriteiten de nodige informatie te verkrijgen voor een tijdige beoordeling van de goederen. Dit kan de toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning hinderen. Het is daarom van essentieel belang dat marktdeelnemers eenvoudiger kunnen aantonen dat hun goederen in een andere lidstaat rechtmatig in de handel zijn gebracht. De marktdeelnemers zouden de mogelijkheid moeten hebben een eigen verklaring op te stellen waarin aan de bevoegde autoriteiten alle noodzakelijke bijkomende informatie wordt verstrekt over de goederen en over de conformiteit ervan met de in die andere lidstaat geldende regels. Indien gebruik wordt gemaakt van een eigen verklaring, kunnen nationale autoriteiten nog steeds het besluit nemen om de toegang tot de markt te beperken, op voorwaarde dat een dergelijk besluit evenredig is en het beginsel van wederzijdse erkenning en deze verordening eerbiedigt.

(15)  Het bewijs dat nodig is om aan te tonen dat goederen in een andere lidstaat rechtmatig in de handel zijn gebracht, verschilt aanzienlijk tussen de lidstaten. Dit heeft onnodige lasten tot gevolg alsook aanvullende kosten voor de marktdeelnemers en verhindert de nationale autoriteiten de nodige informatie te verkrijgen voor een tijdige beoordeling van de goederen. Dit kan de toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning hinderen. Het is daarom van essentieel belang dat marktdeelnemers eenvoudiger kunnen aantonen dat hun goederen in een andere lidstaat rechtmatig in de handel zijn gebracht. De marktdeelnemers moeten een eigen verklaring kunnen opstellen waarin aan de bevoegde autoriteiten informatie wordt verstrekt over de goederen en over de conformiteit ervan met de in die andere lidstaat geldende regels. Indien gebruik wordt gemaakt van een vrijwillige eigen verklaring, kunnen nationale autoriteiten nog steeds het besluit nemen om de toegang tot de markt te beperken, op voorwaarde dat een dergelijk besluit evenredig is, naar behoren is gemotiveerd en het beginsel van wederzijdse erkenning en deze verordening eerbiedigt.

Amendement    10

Voorstel voor een verordening

Overweging 16

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(16)  De producent, of de vertegenwoordiger van de producent, moet verantwoordelijk zijn voor het invullen van de informatie in de verklaring van wederzijdse erkenning aangezien de producent de goederen het beste kent. De informatie over het feit dat de goederen in de betrokken lidstaat aan eindgebruikers worden aangeboden, is echter mogelijk in het bezit van een importeur of verdeler, en niet van de eigenlijke producent. Daarom moet worden toegestaan dat een andere marktdeelnemer dan de producent deze informatie kan invullen.

(16)  De producent, of de gemachtigde vertegenwoordiger van de producent, moet verantwoordelijk zijn voor het invullen van de informatie in de verklaring van wederzijdse erkenning aangezien de producent de goederen het beste kent. De informatie over het feit dat de goederen in de betrokken lidstaat aan eindgebruikers worden aangeboden, is echter mogelijk in het bezit van een importeur of verdeler, en niet van de eigenlijke producent. Daarom moet worden toegestaan dat een andere marktdeelnemer dan de producent deze informatie kan invullen, mits de marktdeelnemer de verantwoordelijkheid neemt voor de informatie die wordt opgenomen in de verklaring van wederzijdse erkenning.

Amendement    11

Voorstel voor een verordening

Overweging 18

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(18)  Om ervoor te zorgen dat de informatie die in een verklaring van wederzijdse erkenning wordt verstrekt, volledig is, moet voor dergelijke verklaringen een geharmoniseerde structuur worden opgezet die de marktdeelnemers die dergelijke verklaringen willen opstellen, kunnen gebruiken.

(18)  Om ervoor te zorgen dat de informatie die in een verklaring van wederzijdse erkenning wordt verstrekt, volledig en waar is, moet voor dergelijke verklaringen een geharmoniseerde structuur worden opgezet die de marktdeelnemers die dergelijke verklaringen willen opstellen, kunnen gebruiken.

Amendement    12

Voorstel voor een verordening

Overweging 20

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(20)  Om de efficiëntie en het concurrentievermogen van ondernemingen die actief zijn op het gebied van niet-geharmoniseerde goederen te verbeteren, moet het mogelijk zijn gebruik te maken van nieuwe informatietechnologieën die het verstrekken van de verklaring van wederzijdse erkenning gemakkelijker maken. De marktdeelnemers moeten hun verklaring dus online beschikbaar kunnen stellen.

(20)  Om de efficiëntie en het concurrentievermogen van ondernemingen die actief zijn op het gebied van niet-geharmoniseerde goederen te verbeteren, moet het mogelijk zijn gebruik te maken van nieuwe informatietechnologieën die het verstrekken van de verklaring van wederzijdse erkenning gemakkelijker maken. De marktdeelnemers moeten hun verklaring dus online en op een veilige wijze beschikbaar kunnen stellen, en moeten daartoe ook worden aangemoedigd.

Amendement    13

Voorstel voor een verordening

Overweging 20 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(20 bis)  De Commissie moet waarborgen dat een sjabloon voor de verklaring van wederzijdse erkenning alsmede relevante richtsnoeren voor het invullen van de verklaring beschikbaar worden gesteld op de digitale toegangspoort in alle officiële talen van de Unie.

Amendement    14

Voorstel voor een verordening

Overweging 20 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(20 ter)  Een goed functionerend beginsel van wederzijdse erkenning is een essentiële aanvulling op harmonisatie op EU-niveau, met name wanneer er rekening mee wordt gehouden dat veel producten zowel geharmoniseerde als niet-geharmoniseerde aspecten hebben, aangezien er op de interne markt een groot aantal producten met niet-geharmoniseerde aspecten bestaat.

Amendement    15

Voorstel voor een verordening

Overweging 22

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(22)  Wanneer producenten besluiten geen gebruik te maken van het mechanisme van de verklaring van wederzijdse erkenning, moet het de taak zijn van de lidstaat om om de informatie te verzoeken die hij noodzakelijk acht voor de beoordeling van de goederen, rekening houdend met het evenredigheidsbeginsel.

(22)  Wanneer marktdeelnemers besluiten geen gebruik te maken van het mechanisme van de verklaring van wederzijdse erkenning, moet het de taak zijn van de lidstaat om om de specifieke en duidelijk omschreven informatie te verzoeken die hij noodzakelijk acht voor de beoordeling van de goederen, met inachtneming van het evenredigheidsbeginsel. Indien gebruik wordt gemaakt van de verklaring, kunnen nationale autoriteiten nog steeds het besluit nemen om de toegang tot de markt te beperken in overeenstemming met deze verordening.

Amendement    16

Voorstel voor een verordening

Overweging 22 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(22 bis)  De marktdeelnemer moet voldoende tijd worden geboden om de documenten of andere informatie in te dienen waarom wordt verzocht door de bevoegde autoriteit van de lidstaat van bestemming, of om opmerkingen of argumenten te verstrekken in verband met de beoordeling van de betreffende goederen.

Amendement    17

Voorstel voor een verordening

Overweging 25

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(25)  Terwijl een bevoegde autoriteit goederen onderzoekt teneinde te beslissen of zij voor die goederen de toegang tot de markt ontzegt of beperkt, mag zij niet de bevoegdheid hebben om te besluiten tot de opschorting van de toegang tot de markt, behalve in gevallen waar snel ingrijpen vereist is om te voorkomen dat de veiligheid en gezondheid van gebruikers in het gedrang komen of om te voorkomen dat goederen worden aangeboden wanneer het aanbieden van dergelijke goederen in het algemeen verboden is op gronden van openbaar belang of openbare veiligheid, waaronder bijvoorbeeld misdaadpreventie.

(25)  Terwijl een bevoegde autoriteit goederen onderzoekt teneinde te beslissen of zij voor die goederen de toegang tot de markt ontzegt of beperkt, mag zij niet de bevoegdheid hebben om te besluiten tot de opschorting van de toegang tot de markt, behalve in gevallen waar snel ingrijpen vereist is om te voorkomen dat de veiligheid of gezondheid van gebruikers, personen of het milieu in het gedrang komen of om te voorkomen dat goederen worden aangeboden wanneer het aanbieden van dergelijke goederen in het algemeen verboden is op gronden van openbaar belang of openbare veiligheid, waaronder bijvoorbeeld misdaadpreventie.

Amendement    18

Voorstel voor een verordening

Overweging 26

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(26)  Bij Verordening (EG) nr. 765/2008 van het Europees Parlement en de Raad23 is een accreditatieregeling ingevoerd die de wederzijdse erkenning van het bekwaamheidsniveau van de conformiteitsbeoordelingsinstanties waarborgt. Derhalve mogen de bevoegde autoriteiten van de lidstaten geen gebrek aan bekwaamheid aanvoeren om de door geaccrediteerde conformiteitsbeoordelingsinstanties opgestelde testrapporten en certificaten te weigeren. Bovendien moeten de lidstaten ook testrapporten en certificaten die andere conformiteitsbeoordelingsinstanties in overeenstemming met het Unierecht hebben afgegeven, aanvaarden om zoveel mogelijk te vermijden dat tests en procedures worden herhaald. De bevoegde autoriteiten moeten worden verplicht naar behoren rekening te houden met de inhoud van de voorgelegde testrapporten of certificaten.

(26)  Bij Verordening (EG) nr. 765/2008 van het Europees Parlement en de Raad23 is een accreditatieregeling ingevoerd die de wederzijdse erkenning van het bekwaamheidsniveau van de conformiteitsbeoordelingsinstanties waarborgt. Derhalve mogen de bevoegde autoriteiten van de lidstaten geen gebrek aan bekwaamheid aanvoeren om de door geaccrediteerde conformiteitsbeoordelingsinstanties opgestelde testrapporten en certificaten te weigeren. Bovendien moeten de lidstaten naar behoren rekening houden met testrapporten en certificaten die andere conformiteitsbeoordelingsinstanties in overeenstemming met het Unierecht hebben afgegeven om zoveel mogelijk te vermijden dat tests en procedures worden herhaald. De bevoegde autoriteiten moeten worden verplicht naar behoren rekening te houden met de inhoud van de voorgelegde testrapporten of certificaten.

__________________

__________________

23 Verordening (EG) nr. 765/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 9 juli 2008 tot vaststelling van de eisen inzake accreditatie en markttoezicht betreffende het verhandelen van producten en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 339/93 (PB L 218 van 13.8.2008, blz. 30).

23 Verordening (EG) nr. 765/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 9 juli 2008 tot vaststelling van de eisen inzake accreditatie en markttoezicht betreffende het verhandelen van producten en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 339/93 (PB L 218 van 13.8.2008, blz. 30).

Amendement    19

Voorstel voor een verordening

Overweging 30

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(30)  In elk administratief besluit dat door de bevoegde autoriteiten van de lidstaten uit hoofde van deze verordening is genomen, moeten de beschikbare rechtsmiddelen worden vermeld, zodat een marktdeelnemer een zaak bij de bevoegde nationale rechterlijke instantie aanhangig kan maken. In het besluit moet ook worden verwezen naar het in deze verordening vervatte probleemoplossingsmechanisme.

(30)  In elk administratief besluit dat door de bevoegde autoriteiten van de lidstaten uit hoofde van deze verordening is genomen, moeten de beschikbare rechtsmiddelen worden vermeld, zodat een marktdeelnemer beroep kan aantekenen tegen een besluit of een zaak bij de bevoegde nationale rechterlijke instantie aanhangig kan maken. In het administratieve besluit moet ook worden verwezen naar de mogelijkheid voor marktdeelnemers om gebruik te maken van het Solvit-netwerk en om toegang te hebben tot het in deze verordening vervatte probleemoplossingsmechanisme.

Amendement    20

Voorstel voor een verordening

Overweging 32

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(32)  Het netwerk voor probleemoplossing in de interne markt (Solvit) is een door de nationale overheid in elke lidstaat aangeboden dienst die tot doel heeft oplossingen te vinden voor burgers en bedrijven wanneer door de overheidsinstanties van een andere lidstaat een inbreuk wordt gepleegd op hun rechten. De beginselen voor de werking van Solvit zijn uiteengezet in Aanbeveling 2013/461/EU van de Commissie27.

(32)  Het netwerk voor probleemoplossing in de interne markt (Solvit) is een door de nationale overheid in elke lidstaat aangeboden dienst die tot doel heeft oplossingen te vinden voor burgers en bedrijven wanneer door de overheidsinstanties van een andere lidstaat een inbreuk wordt gepleegd op hun rechten. De beginselen voor de werking van Solvit zijn uiteengezet in Aanbeveling 2013/461/EU van de Commissie27. Elke lidstaat en de Commissie moeten waarborgen dat er een nationaal Solvit-centrum wordt opgericht en dat er toereikende personele en financiële middelen beschikbaar zijn om te waarborgen dat het Solvit-centrum deelneemt aan het Europese Solvit-netwerk op basis van de in Aanbeveling 2013/461/EU beschreven beginselen. De Commissie moet ruchtbaarheid geven aan het bestaan en de voordelen van Solvit, in het bijzonder naar bedrijven toe.

__________________

__________________

27 Aanbeveling 2013/461/EU van de Commissie van 17 september 2013 inzake de beginselen voor de werking van Solvit (PB L 249 van 19.9.2013, blz. 10).

27 Aanbeveling 2013/461/EU van de Commissie van 17 september 2013 inzake de beginselen voor de werking van Solvit (PB L 249 van 19.9.2013, blz. 10).

Amendement    21

Voorstel voor een verordening

Overweging 33

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(33)  Het Solvit-systeem heeft zijn nut bewezen als doeltreffend niet-gerechtelijk probleemoplossingsmechanisme dat kosteloos wordt aangeboden. Solvit werkt met korte deadlines en biedt burgers en bedrijven praktische oplossingen wanneer zij problemen ondervinden in verband met de erkenning van hun Unierechten door overheidsinstanties. De marktdeelnemers moeten daarom eerst een beroep doen op Solvit alvorens het probleemoplossingsmechanisme uit hoofde van deze verordening kan worden ingeroepen. Indien de marktdeelnemer, het betrokken Solvit-centrum en de betrokken lidstaten allemaal overeenstemming bereiken over de passende oplossing, zou geen verdere actie nodig hoeven te zijn.

(33)  Het Solvit-systeem heeft de potentie om een doeltreffend niet-gerechtelijk probleemoplossingsmechanisme te zijn dat kosteloos wordt aangeboden. Solvit werkt met korte deadlines en biedt burgers en bedrijven praktische oplossingen wanneer zij problemen ondervinden in verband met de erkenning van hun Unierechten door overheidsinstanties. De marktdeelnemers moeten daarom eerst een beroep doen op Solvit alvorens het probleemoplossingsmechanisme uit hoofde van deze verordening kan worden ingeroepen. Indien de marktdeelnemer, het betrokken Solvit-centrum en de betrokken lidstaten allemaal overeenstemming bereiken over de passende oplossing, zou geen verdere actie nodig hoeven te zijn.

Amendement    22

Voorstel voor een verordening

Overweging 34

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(34)  Indien de informele benadering van Solvit faalt en ernstige twijfels blijven bestaan inzake de compatibiliteit van het administratieve besluit met het beginsel van wederzijdse erkenning, moet de Commissie de bevoegdheid hebben om deze kwestie op verzoek van het Solvit-centrum te onderzoeken en een beoordeling te verstrekken waarmee rekening moet worden gehouden door de bevoegde nationale autoriteiten. De tussenkomst van de Commissie moet binnen een redelijke termijn plaatsvinden in overeenstemming met de Europese Code van goed administratief gedrag.

(34)  Indien de informele benadering van Solvit faalt en ernstige twijfels blijven bestaan inzake de compatibiliteit van het administratieve besluit met het beginsel van wederzijdse erkenning, moet de Commissie de bevoegdheid hebben om deze kwestie op verzoek van één van de Solvit-centra te onderzoeken en een beoordeling te verstrekken waarmee rekening moet worden gehouden door de bevoegde nationale autoriteiten. Teneinde aanvullende gegevens of documenten te verzamelen die de Commissie nodig heeft om haar beoordeling af te ronden, moet zij de relevante Solvit-centra inlichten over haar communicatie met de betrokken marktdeelnemer of bevoegde autoriteit. Na afronding van een beoordeling dient de Commissie een advies uit te brengen dat via het relevante Solvit-centrum aan de betrokken marktdeelnemer en aan de bevoegde autoriteiten moet worden meegedeeld en tijdens de Solvit-procedure in aanmerking moet worden genomen. De tussenkomst van de Commissie moet binnen een termijn van twee maanden plaatsvinden. De benodigde tijd voor de ontvangst van bijkomende informatie en documenten die mogelijk noodzakelijk worden geacht, is niet inbegrepen in de periode van twee maanden. Indien de zaak binnen deze periode van twee maanden wordt opgelost, moet de Commissie kunnen besluiten geen advies uit te brengen.

Amendement    23

Voorstel voor een verordening

Overweging 34 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(34 bis)  Wanneer de Commissie een administratief besluit beoordeelt, is het van belang dat de marktdeelnemers een dergelijke beoordeling kunnen gebruiken wanneer zij een zaak aanhangig maken bij een nationale rechterlijke instantie. Daarom mag het aanhangig maken van een zaak bij een nationale rechterlijke instantie, in het specifieke geval van administratieve besluiten waarop deze verordening van toepassing is, de marktdeelnemer niet beletten gebruik te maken van Solvit.

Amendement    24

Voorstel voor een verordening

Overweging 37

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(37)  Om het vrij verkeer van goederen te vergemakkelijken, moeten de productcontactpunten worden verplicht kosteloze informatie te geven over hun nationale technische voorschriften en de toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning. Productcontactpunten moeten naar behoren worden uitgerust en van middelen voorzien. Overeenkomstig Verordening [Eén digitale toegangspoort – COM(2017)256] moeten zij informatie verstrekken via een website en voldoen aan de bij die verordening voorgeschreven kwaliteitscriteria.

(37)  Om het vrij verkeer van goederen te vergemakkelijken, moeten de productcontactpunten tot een redelijk niveau worden verplicht kosteloze informatie te geven over hun nationale technische voorschriften en de toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning. Productcontactpunten moeten naar behoren worden uitgerust en van middelen voorzien. Overeenkomstig Verordening [Eén digitale toegangspoort – COM(2017)256] moeten zij informatie verstrekken via een website en voldoen aan de bij die verordening voorgeschreven kwaliteitscriteria.

Amendement    25

Voorstel voor een verordening

Overweging 38

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(38)  Samenwerking tussen de bevoegde autoriteiten is van essentieel belang voor de vlotte werking van het beginsel van wederzijdse erkenning en voor het creëren van een cultuur van wederzijdse erkenning. De productcontactpunten en de nationale bevoegde autoriteiten moeten dus worden verplicht om samen te werken en informatie en deskundigheid uit te wisselen om ervoor te zorgen dat het beginsel en deze verordening op correcte en consistente wijze worden toegepast.

(38)  Samenwerking tussen de bevoegde autoriteiten is van essentieel belang voor de vlotte werking van het beginsel van wederzijdse erkenning en voor het creëren van een cultuur van wederzijdse erkenning. De productcontactpunten en de nationale bevoegde autoriteiten moeten dus worden verplicht om samen te werken en informatie en deskundigheid uit te wisselen om ervoor te zorgen dat het beginsel en deze verordening op correcte en consistente wijze worden toegepast. De Unie moet activiteiten financieren die gericht zijn op de verbetering van deze samenwerking tussen bevoegde autoriteiten, zoals opleidingen en de uitwisseling van goede praktijkvoorbeelden.

Amendement    26

Voorstel voor een verordening

Overweging 43

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(43)  Met het oog op voorlichting over het beginsel van wederzijdse erkenning en om ervoor te zorgen dat deze verordening op correcte en consistente wijze wordt toegepast, moet de Unie voorlichtingscampagnes en andere aanverwante activiteiten financieren, die het wederzijds vertrouwen en de samenwerking tussen de bevoegde autoriteiten en de marktdeelnemers moeten verbeteren.

(43)  Met het oog op voorlichting over het beginsel van wederzijdse erkenning en om ervoor te zorgen dat deze verordening op correcte en consistente wijze wordt toegepast, moet de Unie voorlichtingscampagnes en andere aanverwante activiteiten financieren, die het wederzijds vertrouwen en de samenwerking tussen de bevoegde autoriteiten, beroepsverenigingen en de marktdeelnemers moeten verbeteren.

Amendement    27

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – lid -1 (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

-1.  Deze verordening heeft tot doel de werking van de interne markt te versterken door de toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning te verbeteren en door ongerechtvaardigde handelsbelemmeringen weg te nemen.

Amendement    28

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Deze verordening is van toepassing op goederen van elke soort, met inbegrip van landbouwproducten, en op administratieve besluiten die door een bevoegde autoriteit van een lidstaat ("de lidstaat van bestemming") zijn genomen of zullen worden genomen ten aanzien van dergelijke goederen die in een andere lidstaat rechtmatig in de handel zijn gebracht, voor zover een dergelijk besluit voldoet aan de volgende criteria:

1.  Deze verordening is van toepassing op goederen van elke soort, met inbegrip van landbouwproducten, en op administratieve besluiten die door een bevoegde autoriteit van een lidstaat ("de lidstaat van bestemming") zijn genomen of zullen worden genomen ten aanzien van dergelijke goederen die in een andere lidstaat rechtmatig in de handel zijn gebracht, voor zover een dergelijk besluit voldoet aan beide volgende criteria:

Amendement    29

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 3 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  bij de bepaling wordt ofwel het aanbieden van goederen, of een soort goederen, op de binnenlandse markt van die lidstaat verboden, ofwel de naleving van de bepaling rechtens of feitelijk verplicht gemaakt in alle gevallen waar goederen, of een bepaalde soort goederen, op die markt worden aangeboden;

b)  bij de bepaling wordt ofwel het aanbieden van goederen, of een soort goederen, op de markt van die lidstaat verboden, ofwel de naleving van de bepaling rechtens of feitelijk verplicht gemaakt in alle gevallen waar goederen, of een bepaalde soort goederen, op die markt worden aangeboden;

Amendement    30

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 3 – letter c – punt ii

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

ii)  aan die goederen, of aan dat soort goederen, andere vereisten gesteld ter bescherming van de consument of het milieu en die van invloed zijn op de levenscyclus van de goederen nadat zij op de binnenlandse markt van die lidstaat zijn aangeboden, zoals de gebruiksvoorwaarden, de recycling, het hergebruik of de verwijdering, wanneer deze voorwaarden een significante invloed kunnen hebben op de samenstelling of de aard van de goederen, of van het soort goederen, of op het aanbieden ervan op de binnenlandse markt van die lidstaat.

ii)  aan die goederen, of aan dat soort goederen, andere vereisten gesteld ter bescherming van de consument of het milieu en die van invloed zijn op de levenscyclus van de goederen nadat zij op de markt van die lidstaat zijn aangeboden, zoals de gebruiksvoorwaarden, de recycling, het hergebruik of de verwijdering, wanneer deze voorwaarden een significante invloed kunnen hebben op de samenstelling of de aard van de goederen, of van het soort goederen, of op het aanbieden ervan op de markt van die lidstaat.

Amendement    31

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 4 – alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Deze verordening laat Richtlijn (EU) 2015/1535 en de verplichting om ontwerpen van nationale technische voorschriften voorafgaand aan de vaststelling ervan bij de Commissie en de lidstaten aan te melden, onverlet.

Amendement    32

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 7 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  artikel 8, lid 1, onder d) tot en met f), of artikel 8, lid 3, van Richtlijn 2001/95/EG;

a)  artikel 8, lid 1, onder d) tot en met f), en artikel 8, lid 3, van Richtlijn 2001/95/EG;

Amendement    33

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – punt 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(2)  "op de binnenlandse markt van een lidstaat aanbieden": het in het kader van een handelsactiviteit, al dan niet tegen betaling, verstrekken van goederen met het oog op distributie, consumptie of gebruik op de markt op het grondgebied van die lidstaat;

(2)  "op de markt van een lidstaat aanbieden": het in het kader van een handelsactiviteit, al dan niet tegen betaling, verstrekken van goederen met het oog op distributie, consumptie of gebruik op de markt op het grondgebied van die lidstaat;

Amendement    34

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – punt 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(3)  "de toegang tot de markt beperken": voorwaarden opleggen waaraan moet worden voldaan voordat de goederen op de binnenlandse markt van de betrokken lidstaat kunnen worden aangeboden, of voorwaarden opleggen om de goederen op die markt verder te kunnen aanbieden, wat in beide gevallen de wijziging van een of meerdere van de kenmerken van die goederen vereist, als beschreven in artikel 2, lid 3, onder c), i), of het uitvoeren van aanvullende tests;

(3)  "de toegang tot de markt beperken": voorwaarden opleggen waaraan moet worden voldaan voordat de goederen op de markt van de betrokken lidstaat kunnen worden aangeboden, of voorwaarden opleggen om de goederen op die markt verder te kunnen aanbieden, wat in beide gevallen de wijziging van een of meerdere van de kenmerken van die goederen vereist, als beschreven in artikel 2, lid 3, onder c), i), of het uitvoeren van aanvullende tests;

Amendement    35

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – punt 4 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  verbieden dat de goederen op de binnenlandse markt van de betrokken lidstaat worden aangeboden of op die markt verder worden aangeboden, of

a)  verbieden dat de goederen op de markt van de betrokken lidstaat worden aangeboden of op die markt verder worden aangeboden, of

Amendement    36

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – punt 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(5)  "voorafgaande machtiging": een administratieve procedure uit hoofde van de wetgeving van een lidstaat waarbij de bevoegde autoriteit van die lidstaat verplicht is om op basis van een aanvraag door een marktdeelnemer haar formele toestemming te geven alvorens goederen op de binnenlandse markt van die lidstaat kunnen worden aangeboden;

(5)  "voorafgaande machtiging": een administratieve procedure uit hoofde van de wetgeving van een lidstaat waarbij de bevoegde autoriteit van die lidstaat verplicht is om op basis van een aanvraag door een marktdeelnemer haar formele toestemming te geven alvorens goederen op de markt van die lidstaat kunnen worden aangeboden;

Amendement    37

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – punt 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(6)  "producent": natuurlijke of rechtspersoon die de goederen vervaardigt of laat ontwerpen of vervaardigen, en deze onder zijn benaming of handelsmerk in de handel brengt, of een andere natuurlijke of rechtspersoon die zich als producent van de goederen aandient door op de goederen zijn naam, merk of een ander merkteken aan te brengen;

(6)  "producent": een natuurlijke of rechtspersoon die de goederen vervaardigt of laat ontwerpen of vervaardigen, en deze onder zijn benaming of handelsmerk in de handel brengt, een natuurlijke of rechtspersoon die goederen die reeds rechtmatig in een lidstaat op de markt zijn gebracht zodanig wijzigt dat de naleving van de in die lidstaat geldende relevante regels kan worden aangetast, of een andere natuurlijke of rechtspersoon die zich als producent van de goederen, met inbegrip van landbouwproducten die niet zijn verkregen door een productieproces, aandient door op de goederen zijn naam, merk of een ander merkteken aan te brengen;

Amendement    38

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – punt 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(7)  "gemachtigde vertegenwoordiger": een in de Unie gevestigde natuurlijke of rechtspersoon die schriftelijk door de producent is gemachtigd om namens hem de goederen op de binnenlandse markt in kwestie aan te bieden;

(7)  "gemachtigde vertegenwoordiger": een in de Unie gevestigde natuurlijke of rechtspersoon die schriftelijk door de producent is gemachtigd om namens hem de goederen op de markt in kwestie aan te bieden;

Amendement    39

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – punt 9

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(9)  "distributeur": een in de Unie gevestigde natuurlijke of rechtspersoon in de toeleveringsketen, verschillend van de producent of de importeur, die de goederen op de binnenlandse markt van de betrokken lidstaat aanbiedt;

(9)  "distributeur": een in de Unie gevestigde natuurlijke of rechtspersoon in de toeleveringsketen, verschillend van de producent of de importeur, die de goederen op de markt van de betrokken lidstaat aanbiedt;

Amendement    40

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – punt 12 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(12 bis)"conformiteitsbeoordelings-instantie": conformiteitsbeoordelingsinstantie zoals omschreven in artikel 2, punt 13, van Verordening (EG) nr. 765/2008.

Amendement    41

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – punt 12 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(12 ter)  "ernstig risico": een ernstig risico dat snelle interventie van de overheid vereist, met inbegrip van risico's waarvan de gevolgen zich niet onmiddellijk voordoen.

Amendement    42

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 1 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De producent van goederen of van een bepaalde soort goederen die op de binnenlandse markt van een lidstaat worden aangeboden ("de lidstaat van bestemming") mag een verklaring opstellen (een "verklaring van wederzijdse erkenning") om aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van bestemming te bewijzen dat de goederen, of dat soort goederen, in een andere lidstaat rechtmatig in de handel zijn gebracht.

De producent van goederen of van een bepaalde soort goederen die op de markt van een lidstaat worden aangeboden ("de lidstaat van bestemming") mag een vrijwillige verklaring opstellen inzake het rechtmatig in de handel brengen met het oog wederzijdse erkenning (hierna genoemd "verklaring van wederzijdse erkenning") om aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van bestemming in het kader van de beoordeling van de goederen als bedoeld in artikel 5 te bewijzen dat de goederen, of dat soort goederen, in een andere lidstaat rechtmatig in de handel zijn gebracht.

Amendement    43

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 1 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Als alternatief mag de producent ook zijn gemachtigde vertegenwoordiger aanduiden om de verklaring namens hem op te stellen.

De producent mag ook zijn gemachtigde vertegenwoordiger aanduiden om de verklaring namens hem op te stellen op voorwaarde dat dit uitdrukkelijk in de machtiging vermeld wordt.

Amendement    44

Voorstel voor een verordening

Artikel 4– lid 1 – alinea 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De specifieke informatie in verband met het in de handel brengen van de goederen of het soort goederen in de verklaring van wederzijdse erkenning mag echter door een marktdeelnemer worden ingevuld.

Als alternatief mag de specifieke informatie van die verklaring in verband met het in de handel brengen van de goederen of het soort goederen in de verklaring van wederzijdse erkenning echter door een marktdeelnemer worden ingevuld op voorwaarde dat degene die zijn handtekening plaatst informatie kan overleggen ter staving van die verklaring.

Amendement    45

Voorstel voor een verordening

Artikel 4– lid 2 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De verklaring wordt ingevuld in een van de officiële talen van de Unie en in het geval dat deze taal niet de door de lidstaat van bestemming voorgeschreven taal is, wordt zij door de marktdeelnemers vertaald in de door de lidstaat van bestemming voorgeschreven taal of talen.

De verklaring wordt ingevuld in een van de officiële talen van de Unie en in het geval dat deze taal niet de door de lidstaat van bestemming voorgeschreven taal is, wordt zij door de marktdeelnemers vertaald in de door de lidstaat van bestemming voorgeschreven taal.

Amendement    46

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De marktdeelnemers zijn verantwoordelijk voor de inhoud en de accuraatheid van de door henzelf in de verklaring van wederzijdse erkenning verstrekte informatie.

3.  De marktdeelnemers die de verklaring invullen, zijn verantwoordelijk voor de inhoud en de accuraatheid van de door henzelf in de verklaring van wederzijdse erkenning verstrekte informatie, waaronder vertaalde informatie. De marktdeelnemers zijn verantwoordelijk overeenkomstig de nationale wetgeving inzake het afleggen van verklaringen met onjuiste of misleidende informatie.

Amendement    47

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  De verklaring van wederzijdse erkenning kan aan de bevoegde autoriteit van de lidstaat van bestemming worden verstrekt met het oog op een uit hoofde van artikel 5 te verrichten beoordeling. De verklaring kan in papieren of elektronische vorm worden verstrekt.

5.  De verklaring van wederzijdse erkenning kan aan de bevoegde autoriteit van de lidstaat van bestemming worden verstrekt met het oog op een uit hoofde van artikel 5 te verrichten beoordeling. De verklaring kan in papieren of elektronische vorm worden verstrekt of online beschikbaar worden gemaakt.

Amendement    48

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 6 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.  De marktdeelnemers kunnen de verklaring beschikbaar stellen op een website, op voorwaarde dat aan de volgende voorwaarden is voldaan:

6.  Wanneer marktdeelnemers de verklaring online beschikbaar stellen, wordt aan de volgende voorwaarden voldaan:

Amendement    49

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 7 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  de verklaring, samen met het bewijsmateriaal dat de bevoegde autoriteit redelijkerwijze kan vereisen voor het controleren van de in de verklaring opgenomen informatie, door de bevoegde autoriteit als voldoende beschouwd om aan te tonen dat de goederen in een andere lidstaat rechtmatig in de handel zijn gebracht; en

a)  de verklaring samen met het ondersteunend bewijsmateriaal in reactie op een met redenen omkleed verzoek van de bevoegde autoriteit voor het controleren van de in de verklaring opgenomen informatie, door de bevoegde autoriteit als voldoende beschouwd om aan te tonen dat de goederen in een andere lidstaat rechtmatig in de handel zijn gebracht; en

Amendement    50

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 8 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

8.  Indien aan de bevoegde autoriteit van de lidstaat van bestemming geen verklaring van wederzijdse erkenning wordt verstrekt in overeenstemming met de voorschriften van dit artikel kan de bevoegde autoriteit de marktdeelnemers verzoeken de volgende documentatie en informatie te verstrekken om in het kader van een beoordeling uit hoofde van artikel 5 aan te tonen dat de goederen in een andere lidstaat rechtmatig in de handel zijn gebracht:

8.  Indien aan de bevoegde autoriteit van de lidstaat van bestemming geen verklaring van wederzijdse erkenning wordt verstrekt in overeenstemming met de voorschriften van dit artikel kan de bevoegde autoriteit de betreffende marktdeelnemer verzoeken de volgende documentatie en informatie te verstrekken om in het kader van een beoordeling uit hoofde van artikel 5 aan te tonen dat de goederen in een andere lidstaat rechtmatig in de handel zijn gebracht:

Amendement    51

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 8 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  alle relevante informatie over de kenmerken van de goederen of het soort goederen;

a)  relevante informatie over de kenmerken van de goederen of het soort goederen die noodzakelijk is voor de beoordeling;

Amendement    52

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 8 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  alle relevante informatie over het rechtmatig in de handel brengen van de goederen in een andere lidstaat;

b)  relevante informatie over het rechtmatig in de handel brengen van de goederen in een andere lidstaat die noodzakelijk is voor de beoordeling;

Amendement    53

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 8 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)  alle andere informatie die de bevoegde autoriteit nuttig acht voor het uitvoeren van de beoordeling.

c)  andere relevante informatie die de bevoegde autoriteit noodzakelijk acht voor het uitvoeren van de beoordeling, op voorwaarde dat dergelijke verzoeken terdege worden gemotiveerd.

Amendement    54

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 9

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

9.  Wanneer op de goederen waarvoor een verklaring van wederzijdse erkenning is verstrekt ook een handeling van de Unie van toepassing is waarbij een EU-conformiteitsverklaring wordt vereist, kan de verklaring van wederzijdse erkenning worden opgenomen als onderdeel van die EU-conformiteitsverklaring.

9.  Wanneer op de goederen waarvoor een verklaring van wederzijdse erkenning is verstrekt ook een handeling van de Unie van toepassing is waarbij een EU-conformiteitsverklaring wordt vereist, kan de verklaring van wederzijdse erkenning bij die EU-conformiteitsverklaring worden gevoegd.

Amendement    55

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Wanneer een bevoegde autoriteit van een lidstaat twijfels heeft met betrekking tot de goederen waarvan de marktdeelnemer stelt dat zij in een andere lidstaat rechtmatig in de handel zijn gebracht, neemt de bevoegde autoriteit onverwijld contact op met de betrokken marktdeelnemer en voert zij een beoordeling van de goederen uit.

1.  Wanneer een bevoegde autoriteit van de lidstaat van bestemming gegronde twijfels heeft of goederen die op zijn markt in de handel worden gebracht of zullen worden gebracht, in een andere lidstaat rechtmatig in de handel zijn gebracht, neemt de bevoegde autoriteit onverwijld contact op met de bevoegde autoriteit van die andere lidstaat en met de betrokken marktdeelnemer en voert zij een beoordeling van de goederen uit.

Amendement    56

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – lid 1 – alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Het doel van de beoordeling is na te gaan of de goederen of het betrokken soort goederen in een andere lidstaat rechtmatig in de handel zijn gebracht en, zo ja, of de legitieme openbare belangen die met de toepasselijke nationale technische regel in de lidstaat van bestemming worden beoogd, naar behoren worden beschermd, rekening houdend met de kenmerken van de betrokken goederen.

Amendement    57

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Wanneer de bevoegde autoriteit van een lidstaat bij voltooiing van een beoordeling uit hoofde van lid 1 een administratief besluit neemt met betrekking tot de goederen, stelt zij de in lid 1 bedoelde marktdeelnemer, de Commissie en de andere lidstaten binnen 20 werkdagen in kennis van haar besluit. Kennisgeving aan de Commissie en aan de andere lidstaten geschiedt via het in artikel 11 bedoelde systeem.

3.  Wanneer de bevoegde autoriteit van een lidstaat bij voltooiing van een beoordeling uit hoofde van lid 1 een administratief besluit neemt met betrekking tot de goederen, stelt zij de in lid 1 bedoelde marktdeelnemer, de Commissie en de andere lidstaten onverwijld en uiterlijk binnen 15 werkdagen in kennis van haar besluit. Kennisgeving aan de Commissie en aan de andere lidstaten geschiedt via het in artikel 11 bedoelde systeem.

Amendement    58

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Het in lid 3 bedoelde administratieve besluit bevat de redenen voor het besluit op een wijze die voldoende gedetailleerd is en met redenen omkleed, zodat kan worden beoordeeld of het besluit compatibel is met het beginsel van wederzijdse erkenning en met de voorschriften van deze verordening.

4.  Het in lid 3 bedoelde administratieve besluit bevat de redenen voor het besluit op een wijze die gedetailleerd is en met redenen omkleed, zodat het mogelijk is te beoordelen of het besluit compatibel is met het beginsel van wederzijdse erkenning en met de voorschriften van deze verordening.

Amendement    59

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – lid 5 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  het nationale technische voorschrift waarop het besluit gebaseerd is;

a)  het nationale technische voorschrift waarop het besluit gebaseerd is, inclusief de datum en het nummer van de kennisgeving van het ontwerp van dat technische voorschrift zoals bedoeld in Richtlijn (EU) 2015/1535;

Amendement    60

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – lid 5 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  de legitieme gronden van openbaar belang waardoor het administratieve besluit gerechtvaardigd is;

b)  de legitieme gronden van openbaar belang die de toepasselijke nationale technische regel waarop het administratieve besluit is gebaseerd, rechtvaardigen;

Amendement    61

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – lid 5 – letter e

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

e)  bewijs waarbij wordt aangetoond dat het besluit geschikt is om het nagestreefde doel te bereiken en niet verder gaat dan wat nodig is om deze doelstelling te verwezenlijken.

e)  bewijs waarbij wordt aangetoond dat het administratieve besluit geschikt is om het nagestreefde doel te bereiken en niet verder gaat dan wat nodig is om deze doelstelling te verwezenlijken.

Amendement    62

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.  Het in lid 3 bedoelde administratieve besluit vermeldt de rechtsmiddelen die krachtens de in de betrokken lidstaat geldende wetgeving openstaan, en de termijnen waarbinnen die rechtsmiddelen moeten worden aangewend en bevat eveneens een verwijzing naar de procedure van artikel 8.

6.  Het in lid 3 bedoelde administratieve besluit vermeldt uitdrukkelijk de rechtsmiddelen die krachtens de in de betrokken lidstaat geldende wetgeving openstaan, en de termijnen waarbinnen die rechtsmiddelen moeten worden aangewend en bevat eveneens een verwijzing naar de procedure van artikel 8.

Amendement    63

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Terwijl de bevoegde autoriteit van een lidstaat een beoordeling van de goederen uitvoert uit hoofde van artikel 5, schort zij het aanbieden van deze goederen op de binnenlandse markt in die lidstaat niet tijdelijk op, behalve in een van de volgende gevallen:

1.  Terwijl de bevoegde autoriteit van een lidstaat een beoordeling van de goederen uitvoert uit hoofde van artikel 5, kan zij het aanbieden van deze goederen op de markt in die lidstaat uitsluitend in een van de volgende gevallen tijdelijk opschorten:

Amendement    64

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  de goederen vormen een ernstig risico bij normaal of redelijk te verwachten gebruik, met inbegrip van ernstige risico's waarvan het effect niet onmiddellijk is, en waarvoor snel ingrijpen door de bevoegde autoriteit vereist is;

a)  de goederen vormen een ernstig risico bij normaal of redelijk te verwachten gebruik voor de veiligheid of gezondheid van gebruikers, personen of het milieu, met inbegrip van ernstige risico's waarvan het effect niet onmiddellijk is, en waarvoor snel ingrijpen door de bevoegde autoriteit vereist is;

Amendement    65

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  het aanbieden van de goederen of van dat soort goederen op de binnenlandse markt van die lidstaat is in die lidstaat in het algemeen verboden op gronden van openbare zedelijkheid of openbare veiligheid.

b)  het aanbieden van de goederen of van dat soort goederen op de markt van die lidstaat is in die lidstaat in het algemeen verboden op gronden van openbare zedelijkheid of openbare veiligheid.

Amendement    66

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De bevoegde autoriteit van de lidstaat stelt de betrokken marktdeelnemer, de Commissie en de andere lidstaten onverwijld in kennis van opschortingen uit hoofde van lid 1. Kennisgeving aan de Commissie en aan de andere lidstaten geschiedt door middel van het in artikel 11 bedoelde systeem. In gevallen die vallen onder lid 1, punt a), van dit artikel gaat de kennisgeving vergezeld van een technische of wetenschappelijke rechtvaardiging die aantoont waarom het geval wordt geacht onder dat punt te vallen.

2.  De bevoegde autoriteit van de lidstaat stelt de betrokken marktdeelnemer, de Commissie en de andere lidstaten onverwijld in kennis van opschortingen uit hoofde van lid 1. Kennisgeving aan de Commissie en aan de andere lidstaten geschiedt door middel van het in artikel 11 bedoelde systeem. In gevallen die vallen onder lid 1, punt a), van dit artikel gaat de kennisgeving vergezeld van een gedetailleerde technische of wetenschappelijke rechtvaardiging die aantoont dat de goederen een ernstig risico vormen.

Amendement    67

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – lid 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Indien het in artikel 5 bedoelde administratieve besluit of de in artikel 6 bedoelde tijdelijke opschorting ook een maatregel is die via Rapex moet worden kennisgegeven als bedoeld in Richtlijn 2001/95/EG (richtlijn algemene productveiligheid), is een afzonderlijke kennisgeving aan de Commissie uit hoofde van deze verordening niet nodig, op voorwaarde dat aan de volgende voorwaarden is voldaan:

1.  Indien het in artikel 5 bedoelde administratieve besluit of de in artikel 6 bedoelde tijdelijke opschorting ook een maatregel is die via Rapex moet worden kennisgegeven als bedoeld in Richtlijn 2001/95/EG (richtlijn algemene productveiligheid), is een afzonderlijke kennisgeving aan de Commissie en aan de andere lidstaten uit hoofde van deze verordening niet nodig, op voorwaarde dat aan de volgende voorwaarden is voldaan:

Amendement    68

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Dit artikel is van toepassing in gevallen waar de marktdeelnemer die door een administratief besluit is getroffen het besluit aan het netwerk voor probleemoplossing in de interne markt (Solvit) heeft voorgelegd en wanneer het centrum van oorsprong de Commissie in de loop van de Solvit-procedure om advies verzoekt om de zaak te helpen oplossen.

1.  Dit artikel is van toepassing in gevallen waar de marktdeelnemer die door een administratief besluit is getroffen het besluit aan het netwerk voor probleemoplossing in de interne markt (Solvit) heeft voorgelegd en wanneer het centrum van oorsprong of het leidende centrum de Commissie in de loop van de Solvit-procedure om advies verzoekt om de zaak te helpen oplossen. Het Solvit-centrum van oorsprong en het leidingnemende Solvit-centrum evenals de marktdeelnemer verstrekken aan de Commissie alle relevante documenten met betrekking tot het betreffende besluit. De Commissie kan ook op eigen initiatief een advies geven.

Amendement    69

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Binnen drie maanden na ontvangst van het in lid 1 bedoelde verzoek neemt de Commissie contact op met de betrokken marktdeelnemer of marktdeelnemers en met de bevoegde autoriteiten die het administratieve besluit hebben genomen om de compatibiliteit van het administratieve besluit met het beginsel van wederzijdse erkenning en met deze verordening te beoordelen.

2.  De Commissie onderzoekt zo spoedig mogelijk de documenten en informatie die in het kader van de Solvit-procedure zijn verstrekt om de compatibiliteit van het administratieve besluit met het beginsel van wederzijdse erkenning en met deze verordening te beoordelen. Indien voor de hierboven bedoelde beoordeling bijkomende informatie vereist is, neemt de Commissie onverwijld contact op met het desbetreffende Solvit-centrum om in contact te treden met de betrokken marktdeelnemer of marktdeelnemers en met de bevoegde autoriteiten.

Amendement    70

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Wanneer de beoordeling voltooid is, kan de Commissie een advies verstrekken waarin zij de punten van zorg benoemt die volgens haar oordeel in de bij Solvit ingediende zaak moeten worden aangepakt en, in voorkomend geval, aanbevelingen maken om de zaak te helpen oplossen.

3.  Binnen twee maanden na ontvangst van het in lid 1 bedoelde verzoek voltooit de Commissie haar beoordeling en verstrekt zij een advies waarin zij de punten van zorg benoemt die volgens haar oordeel in de bij Solvit ingediende zaak moeten worden aangepakt en doet zij in voorkomend geval aanbevelingen om de zaak te helpen oplossen. De tijd die nodig is om de aanvullende informatie en documenten als bedoeld in lid 2 te ontvangen, is niet inbegrepen in deze termijn van twee maanden.

Amendement    71

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 3 – alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Indien de Commissie tijdens de in lid 2 bedoelde beoordeling in kennis wordt gesteld van het feit dat de zaak is opgelost, kan zij besluiten geen advies te verstrekken.

Amendement    72

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Met het advies van de Commissie wordt tijdens de in lid 1 bedoelde Solvit-procedure rekening gehouden.

4.  Het advies van de Commissie wordt meegedeeld aan alle partijen die bij de zaak betrokken zijn, alsook aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaten die verantwoordelijk zijn voor markttoezichtsactiviteiten via het in artikel 11 bedoelde systeem. Met dit advies wordt tijdens de in lid 1 bedoelde Solvit-procedure rekening gehouden.

Amendement    73

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 4 – alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

De aanwending van nationale rechtsmiddelen door marktdeelnemers is niet van invloed op hun mogelijkheid om Solvit te gebruiken noch op de mogelijkheden van het centrum van oorsprong om te verzoeken om een in lid 1 bedoeld advies.

Amendement    74

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Indien dit nodig is om de uit hoofde van lid 2 online verstrekte informatie aan te vullen, verstrekken de productcontactpunten op verzoek van een marktdeelnemer of een bevoegde autoriteit van een andere lidstaat alle nuttige informatie, zoals een elektronische kopie van of een elektronische link naar de nationale technische voorschriften die op het grondgebied waar de productcontactpunten gevestigd zijn, op specifieke goederen of op een specifieke soort goederen van toepassing zijn, alsook informatie over de vraag of, krachtens de wetgeving van hun lidstaat, ten aanzien van de goederen of van dat soort goederen een voorafgaande machtiging vereist is.

3.  Indien dit nodig is om de uit hoofde van lid 2 online verstrekte informatie aan te vullen, verstrekken de productcontactpunten op verzoek van een marktdeelnemer of een bevoegde autoriteit van een andere lidstaat alle nuttige informatie, zoals een elektronische kopie van of een elektronische link naar de nationale technische voorschriften en de nationale administratieve procedures die op het grondgebied waar de productcontactpunten gevestigd zijn, op specifieke goederen of op een specifieke soort goederen van toepassing zijn, alsook informatie over de vraag of, krachtens de wetgeving van hun lidstaat, ten aanzien van de goederen of van dat soort goederen een voorafgaande machtiging vereist is.

Amendement    75

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  Voor de toepassing van lid 1 richt de Commissie een coördinatiegroep op (hierna "de groep" genoemd). De groep bestaat uit vertegenwoordigers van de bevoegde autoriteiten en de productcontactpunten van de lidstaten.

 

De taken van de groep omvatten:

 

a) de uitwisseling van informatie, goede praktijken en andere relevante aspecten van de controleactiviteiten in de lidstaten bevorderen;

 

b) de werking van de productcontactpunten ondersteunen en hun grensoverschrijdende samenwerking verbeteren;

 

c) de levering aan de Commissie van bijdragen aan en feedback betreffende de richtsnoeren ten aanzien van het begrip dwingende reden van algemeen belang, en aanbevelingen, alsook goede praktijken, teneinde een consequente toepassing van deze verordening te bevorderen;

 

d) de uitwisseling van ambtenaren tussen de lidstaten bevorderen en coördineren, met name voor bijzonder problematische sectoren;

 

e) de organisatie van gemeenschappelijke opleidingsprogramma's voor autoriteiten en ondernemingen bevorderen en coördineren.

Amendement    76

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De lidstaten zorgen ervoor dat hun bevoegde autoriteiten en hun productcontactpunten deelnemen aan de in lid 1 bedoelde activiteiten.

3.  Elke lidstaat stelt de Commissie in kennis van de identiteit van de aangewezen vertegenwoordigers van die lidstaat in de groep. De lidstaten zorgen ervoor dat hun bevoegde autoriteiten en hun productcontactpunten deelnemen aan de in de leden 1 en 2 bis bedoelde activiteiten.

Amendement    77

Voorstel voor een verordening

Artikel 12 – lid 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De Unie kan de volgende activiteiten ter ondersteuning van deze verordening financieren:

1.  De Unie financiert de volgende activiteiten ter ondersteuning van deze verordening:

Amendement    78

Voorstel voor een verordening

Artikel 12 – lid 1 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

d)  de werking van de samenwerking tussen de productcontactpunten en de technische en logistieke ondersteuning voor deze samenwerking;

d)  de uitwisseling van goede praktijken;

Amendement    79

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Uiterlijk op (...), en vervolgens om de vijf jaar voert de Commissie een evaluatie uit van deze verordening in het licht van de nagestreefde doelen en brengt zij daarover verslag uit aan het Europees Parlement, de Raad en het Europees Economisch en Sociaal Comité.

1.  Uiterlijk op (...), en vervolgens om de twee jaar voert de Commissie een evaluatie uit van deze verordening in het licht van de nagestreefde doelen en brengt zij daarover verslag uit aan het Europees Parlement, de Raad en het Europees Economisch en Sociaal Comité.

Amendement    80

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – alinea 1 – punt 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis.  Naam en adres van de marktdeelnemer die de verklaring van wederzijdse erkenning opstelt

Amendement    81

Voorstel voor een verordening

Bijlage 1 – alinea 1 – punt 4 – punt 4.1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.1.  De goederen of het soort goederen, als hierboven beschreven, voldoen aan de in de hieronder bepaalde lidstaat geldende relevante regels: Voor elk geval, de titel van de in die lidstaat geldende relevante regels:

4.1.  De goederen of het soort goederen, als hierboven beschreven, inclusief hun kenmerken, voldoen aan de in de hieronder bepaalde lidstaat geldende relevante regels: Voor elk geval, de titel van de in die lidstaat geldende relevante regels:

(1)

Nog niet in het Publicatieblad verschenen.


TOELICHTING

De interne markt voor goederen is een van de grootste verwezenlijkingen van de Europese Unie. Het creëren van een diepere en eerlijkere interne markt is, samen met de uitvoering van de strategie voor de eengemaakte markt, een van de belangrijkste politieke prioriteiten van de Europese Unie. Het vrij verkeer van goederen is de meest ontwikkelde fundamentele vrijheid, die 25 % van het bbp van de EU en 75 % van de handel binnen de EU genereert. De interne markt voor goederen is evenwel nog niet voltooid. Indien er geen gemeenschappelijke regels voor de interne markt zijn, bijvoorbeeld voor producten die niet onder geharmoniseerde EU-regels inzake productveiligheid vallen of slechts gedeeltelijk onder deze regels vallen, moet het beginsel van wederzijdse erkenning van toepassing zijn. Het huidige kader is evenwel ontoereikend om een consistente en doeltreffende toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning te waarborgen.

Daarom heeft de Commissie in haar werkprogramma voor 2017 een voorstel voor het "goederenpakket" aangekondigd, dat de toepassing van de wederzijdse erkenning in de interne markt volledig zal hervormen en vergemakkelijken, waardoor deze tekortkomingen voor een betere werking van de interne markt voor goederen worden aangepakt.

Het beginsel van wederzijdse erkenning houdt in dat goederen die in een lidstaat rechtmatig in de handel zijn gebracht, in een andere lidstaat niet mogen worden verboden, tenzij de laatstgenoemde gegronde redenen heeft om de verkoop ervan te verbieden of te beperken. Wederzijdse erkenning geldt voor producten die niet of slechts gedeeltelijk vallen onder de harmonisatiewetgeving van de Unie, zoals een brede waaier consumentenartikelen (textiel, schoeisel, kinderverzorgingsartikelen, sieraden, tafelgerei of meubelen).

De nieuwe verordening inzake wederzijdse erkenning moet de door ondernemingen en nationale autoriteiten te volgen procedures verduidelijken en vereenvoudigen en de werking van de wederzijdse erkenning verbeteren.

Markttoegang op grond van wederzijdse erkenning mag alleen worden geweigerd als er een legitiem en evenredig openbaar belang op het spel staat. Bovendien moet het toepassingsgebied van wederzijdse erkenning worden verduidelijkt en moet precies worden afgebakend wanneer het van toepassing is om ondernemingen en nationale autoriteiten meer rechtszekerheid te bieden met betrekking tot de vraag wanneer het beginsel van wederzijdse erkenning kan worden toegepast.

De door marktdeelnemers in te vullen vrijwillige "verklaring van wederzijdse erkenning" moet ondernemingen helpen aantonen dat hun product reeds voldoet aan de vereisten van een andere lidstaat, de autoriteiten helpen geruststellen en grensoverschrijdende samenwerking helpen bevorderen. De invoering van een eigen verklaring waarmee gemakkelijker kan worden aangetoond dat een product reeds rechtmatig in de handel is gebracht, zal de rechtszekerheid met betrekking tot de toepassing van wederzijdse erkenning verhogen en de toepassing ervan door ondernemingen vergemakkelijken.

Het opzetten van administratieve samenwerking zal de communicatie en het vertrouwen tussen nationale autoriteiten bevorderen en dus de werking van wederzijdse erkenning vergemakkelijken. De partijen die betrokken zijn bij wederzijdse erkenning communiceren onderling niet goed genoeg. Dit komt vaak doordat de bevoegdheden en verantwoordelijkheden voor specifieke regelgeving versnipperd zijn, wat het beheer van deze – vaak zeer technische aangelegenheden – alleen maar bemoeilijkt. Daarom moeten de productcontactpunten worden versterkt als communicatiekanaal voor wederzijdse erkenning.

De rapporteur stelt voor de grensoverschrijdende samenwerking te verbeteren door een coördinatiegroep op te richten die bestaat uit vertegenwoordigers van de bevoegde autoriteiten en de contactpunten van de lidstaten.

Het nieuwe voorstel inzake wederzijdse erkenning voorziet tevens in een probleemoplossingsmechanisme om doeltreffende rechtsmiddelen te bieden en het vertrouwen in wederzijdse erkenning te herstellen. Het bestaande Solvit-mechanisme moet dienst doen als belangrijkste probleemoplossingsmechanisme. Solvit is een dienst die in elke EU-lidstaat door de nationale overheid wordt verleend. De dienst helpt ondernemingen wanneer hun rechten door nationale autoriteiten in een andere EU-lidstaat worden geschonden, door te trachten een oplossing te vinden. Solvit kan door ondernemingen dus worden gebruikt als alternatief voor gerechtelijke procedures wanneer zij te maken krijgen met een nationaal besluit waarbij toegang tot de markt op basis van het beginsel van wederzijdse erkenning wordt ontzegd of beperkt.

Het voorstel moet het Europese niveau en de rol van de Commissie bij wederzijdse erkenning versterken door de Commissie te verplichten een advies te verstrekken over de zaken die aan het Solvit-netwerk worden voorgelegd. Bovendien moet de Commissie nauwer samenwerken met welbepaalde landen en sectoren om wederzijdse erkenning te doen functioneren. De Commissie moet tevens de mogelijke voordelen voor ondernemingen en nationale autoriteiten nader beoordelen door de bestaande lijst van producten voor wederzijdse erkenning verder te ontwikkelen en richtsnoeren te verstrekken over de toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning. Tot slot moeten de lidstaten in hun nationale technische voorschriften uitdrukkelijk in wederzijdse erkenning blijven voorzien, maar dan wel op een begrijpelijke manier. Daarom moedigt de rapporteur de lidstaten aan om in hun nationale technische voorschriften een duidelijke en ondubbelzinnige internemarktclausule op te nemen en specifieke richtsnoeren voor het gebruik ervan op te stellen.

De rapporteur is ingenomen met het voorstel en is van mening dat de verbetering van het systeem voor de wederzijdse erkenning van goederen zal leiden tot een vereenvoudiging van de procedures voor ondernemingen en nationale autoriteiten en tot een vermindering van de administratieve lasten voor ondernemingen, waardoor ze kunnen profiteren van het vrij verkeer van goederen op de interne markt van de Europese Unie.


PROCEDURE VAN DE BEVOEGDE COMMISSIE

Titel

Wederzijdse erkenning van goederen die in een andere lidstaat rechtmatig in de handel zijn gebracht

Document- en procedurenummers

COM(2017)0796 – C8-0005/2018 – 2017/0354(COD)

Datum indiening bij EP

20.12.2017

 

 

 

Bevoegde commissie

       Datum bekendmaking

IMCO

5.2.2018

 

 

 

Medeadviserende commissies

       Datum bekendmaking

ITRE

5.2.2018

JURI

5.2.2018

 

 

Geen advies

       Datum besluit

ITRE

23.1.2018

JURI

24.1.2018

 

 

Rapporteurs

       Datum benoeming

Ivan Štefanec

23.1.2018

 

 

 

Behandeling in de commissie

22.1.2018

16.5.2018

18.6.2018

11.7.2018

Datum goedkeuring

3.9.2018

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

31

1

1

Bij de eindstemming aanwezige leden

John Stuart Agnew, Pascal Arimont, Daniel Dalton, Nicola Danti, Pascal Durand, Maria Grapini, Liisa Jaakonsaari, Philippe Juvin, Antonio López-Istúriz White, Morten Løkkegaard, Eva Maydell, Nosheena Mobarik, Marcus Pretzell, Virginie Rozière, Christel Schaldemose, Andreas Schwab, Olga Sehnalová, Jasenko Selimovic, Igor Šoltes, Ivan Štefanec, Catherine Stihler, Róża Gräfin von Thun und Hohenstein, Mylène Troszczynski, Anneleen Van Bossuyt, Marco Zullo

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Birgit Collin-Langen, Roberta Metsola, Adam Szejnfeld, Sabine Verheyen, Kerstin Westphal

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Isabella De Monte, Michael Detjen, Michaela Šojdrová

Datum indiening

6.9.2018


HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE BEVOEGDE COMMISSIE

31

+

ALDE

Morten Løkkegaard, Jasenko Selimovic

ECR

Daniel Dalton, Nosheena Mobarik, Anneleen Van Bossuyt

EFDD

Marco Zullo

ENF

Mylène Troszczynski

PPE

Pascal Arimont, Birgit Collin-Langen, Philippe Juvin, Antonio López-Istúriz White, Eva Maydell, Roberta Metsola, Andreas Schwab, Michaela Šojdrová, Ivan Štefanec, Adam Szejnfeld, Róża Gräfin von Thun und Hohenstein, Sabine Verheyen

S&D

Nicola Danti, Isabella De Monte, Michael Detjen, Maria Grapini, Liisa Jaakonsaari, Virginie Rozière, Christel Schaldemose, Olga Sehnalová, Catherine Stihler, Kerstin Westphal

VERTS/ALE

Pascal Durand, Igor Šoltes

1

-

EFDD

John Stuart Agnew

1

0

ENF

Marcus Pretzell

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding

Laatst bijgewerkt op: 20 september 2018Juridische mededeling