Procedure : 2018/0150(CNS)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0283/2018

Ingediende teksten :

A8-0283/2018

Debatten :

Stemmingen :

PV 03/10/2018 - 9.2

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0367

VERSLAG     *
PDF 457kWORD 53k
10.9.2018
PE 625.397v02-00 A8-0283/2018

over het voorstel voor een richtlijn van de Raad tot wijziging van Richtlijn 2006/112/EG betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde wat betreft de toepassing van de facultatieve verleggingsregeling voor leveringen van bepaalde fraudegevoelige goederen en diensten en van het snellereactiemechanisme tegen btw-fraude

(COM(2018)0298 – C8‑0265/2018 – 2018/0150(CNS))

Commissie economische en monetaire zaken

Rapporteur: Sirpa Pietikäinen

(Vereenvoudigde procedure – Artikel 50, lid 1, van het Reglement)

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 PROCEDURE VAN DE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een richtlijn van de Raad tot wijziging van Richtlijn 2006/112/EG betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde wat betreft de toepassing van de facultatieve verleggingsregeling voor leveringen van bepaalde fraudegevoelige goederen en diensten en van het snellereactiemechanisme tegen btw-fraude

(COM(2018)0298 – C8‑0265/2018 – 2018/0150(CNS))

(Bijzondere wetgevingsprocedure – raadpleging)

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan de Raad (COM(2018)0298),

–  gezien artikel 113 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het Parlement door de Raad is geraadpleegd (C8‑0265/2018),

–  gezien artikel 78 quater van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie economische en monetaire zaken (A8-0283/2018),

1.  hecht zijn goedkeuring aan het voorstel van de Commissie;

2.  verzoekt de Raad, wanneer deze voornemens is af te wijken van de door het Parlement goedgekeurde tekst, het Parlement hiervan op de hoogte te stellen;

3.  wenst opnieuw te worden geraadpleegd ingeval de Raad voornemens is ingrijpende wijzigingen aan te brengen in de door het Parlement goedgekeurde tekst;

4.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.


TOELICHTING

Dit voorstel heeft tot doel: 1) de verlenging van de mogelijkheid die de lidstaten hebben de verleggingsregeling toe te passen om bestaande fraude met leveringen van goederen en diensten te bestrijden, zoals bepaald in artikel 199 bis, lid 1, van de btw-richtlijn, en 2) de verlenging van de mogelijkheid gebruik te maken van het snellereactiemechanisme (QRM) om fraude te bestrijden.

Krachtens artikel 199 bis van de btw-richtlijn kunnen de lidstaten desgewenst gebruikmaken van de verleggingsregeling voor de betaling van de btw op leveringen van vooraf bepaalde fraudegevoelige goederen en diensten, met name in het geval van ploffraude in het intracommunautaire handelsverkeer (MTIC).

Als een lidstaat de verleggingsregeling wil toepassen op andere dan de in artikel 199 bis van de btw-richtlijn genoemde leveringen van goederen en diensten, kan een derogatie worden verleend op basis van artikel 395 van de btw-richtlijn om de belastinginning te vereenvoudigen of bepaalde vormen van belastingontduiking of -ontwijking te voorkomen. Een derogatie op basis van dit artikel kan evenwel pas worden goedgekeurd op voorstel van de Commissie en met unanieme instemming van de Raad, een proces dat verschillende maanden in beslag kan nemen (tot maximaal acht maanden overeenkomstig artikel 395 van de btw-richtlijn). Wanneer een lidstaat plots met grootschalige fraude wordt geconfronteerd, kunnen er door de tijd die nodig is om een derogatie op basis van artikel 395 te krijgen, aanzienlijke btw-inkomsten verloren gaan. Het in artikel 199 ter van de btw-richtlijn vastgestelde snellereactiemechanisme voorziet in een snellere procedure om lidstaten toe te staan, onder strikte voorwaarden, de verleggingsregeling in te voeren, en biedt zo een adequater en doeltreffender middel om te reageren op plotse en grootschalige fraude.

De in de artikelen 199 bis en 199 ter vastgestelde maatregelen strekken ertoe de lidstaten in staat te stellen de problematiek van de intracommunautaire ploffraude snel aan te pakken: Artikel 199 bis voorziet in de mogelijkheid om de verleggingsregeling toe te passen op de in dat artikel genoemde goederenleveringen en diensten en artikel 199 ter voorziet in een snellere procedure om de verleggingsregeling in te voeren in het geval van plotse en grootschalige fraude. Beide artikelen vervallen op 31 december 2018.

Uit het bovenstaande blijkt dat de in de artikelen 199 bis en 199 ter van de btw-richtlijn vastgestelde maatregelen als tijdelijke en doelgerichte maatregelen nuttig zijn geweest. Als zij op 31 december 2018 vervallen, zouden de lidstaten een efficiënt instrument verliezen om fraude te bestrijden.

Het is derhalve passend om de in de artikelen 199 bis en 199 ter vastgestelde maatregelen te verlengen tot 30 juni 2022, datum waarop de definitieve regeling voor b2b-goederenleveringen binnen de Unie in werking moet treden.

Het voorstel zal geen negatieve gevolgen voor de begroting van de Unie hebben.


PROCEDURE VAN DE BEVOEGDE COMMISSIE

Titel

Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde wat betreft de toepassing van de facultatieve verleggingsregeling voor leveringen van bepaalde fraudegevoelige goederen en diensten en van het snellereactiemechanisme tegen btw-fraude

Document‑ en procedurenummers

COM(2018)0298 – C8-0265/2018 – 2018/0150(CNS)

Datum raadpleging EP

11.6.2018

 

 

 

Bevoegde commissie

       Datum bekendmaking

ECON

14.6.2018

 

 

 

Rapporteurs

       Datum benoeming

Sirpa Pietikäinen

20.6.2018

 

 

 

Vereenvoudigde procedure – datum besluit

3.9.2018

Behandeling in de commissie

3.9.2018

 

 

 

Datum goedkeuring

7.9.2018

 

 

 

Datum indiening

10.9.2018

Laatst bijgewerkt op: 19 september 2018Juridische mededeling