Procedure : 2017/0158(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0308/2018

Ingediende teksten :

A8-0308/2018

Debatten :

PV 24/10/2018 - 19
CRE 24/10/2018 - 18
CRE 24/10/2018 - 19

Stemmingen :

PV 25/10/2018 - 13.1
CRE 25/10/2018 - 13.1
Stemverklaringen
PV 12/03/2019 - 9.20

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0418
P8_TA(2019)0154

VERSLAG     ***I
PDF 1247kWORD 211k
9.10.2018
PE 619.292v02-00 A8-0308/2018

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de invoer van cultuurgoederen

(COM(2017)0375 – C8-0227/2017 – 2017/0158(COD))

Commissie internationale handel

Commissie interne markt en consumentenbescherming

Rapporteurs: Alessia Maria Mosca, Daniel Dalton

(Gezamenlijke commissievergaderingen – Artikel 55 van het Reglement)

Rapporteur voor advies (*):

Santiago Fisas Ayxelà

Commissie cultuur en onderwijs

(*)  Procedure met medeverantwoordelijke commissies - Artikel 54 van het Reglement

AMENDEMENTEN
ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 ADVIES van de Commissie cultuur en onderwijs
 ADVIES van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken
 PROCEDURE VAN DE BEVOEGDE COMMISSIE
 HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de invoer van cultuurgoederen

(COM(2017)0375 – C8-0227/2017 – 2017/0158(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2017)0375),

–  gezien artikel 294, lid 2, en artikel 207 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C8-0227/2017),

–  gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  –  gezien artikel 59 van zijn Reglement,

–  gezien het gezamenlijke overleg van de Commissie internationale handel en de Commissie interne markt en consumentenbescherming overeenkomstig artikel 55 van het Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie internationale handel en de Commissie interne markt en consumentenbescherming en de adviezen van de Commissie cultuur en onderwijs en de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (A8-0308/2018),

1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.  verzoekt de Commissie om hernieuwde voorlegging aan het Parlement indien zij haar voorstel vervangt, ingrijpend wijzigt of voornemens is het ingrijpend te wijzigen;

3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

Amendement    1

Voorstel voor een verordening

Overweging 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(1)  In het licht van de conclusies van de Raad van 12 februari 2016 over de bestrijding van terrorismefinanciering, de mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad inzake een actieplan ter versterking van de strijd tegen terrorismefinanciering24 en de richtlijn inzake terrorismebestrijding25 moeten gemeenschappelijke voorschriften voor de handel met derde landen worden vastgesteld om cultuurgoederen doeltreffend te beschermen tegen verlies, het culturele erfgoed van de mensheid in stand te houden en de financiering van terrorisme via de verkoop van geroofd cultureel erfgoed aan kopers in de Unie te voorkomen.

(1)  In het licht van de conclusies van de Raad van 12 februari 2016 over de bestrijding van terrorismefinanciering, de mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad inzake een actieplan ter versterking van de strijd tegen terrorismefinanciering24 en de richtlijn inzake terrorismebestrijding25 moeten gemeenschappelijke voorschriften voor de handel met derde landen worden vastgesteld om cultuurgoederen doeltreffend te beschermen tegen smokkel, verlies of vernietiging, het culturele erfgoed van de mensheid in stand te houden en de financiering van terrorisme en geld witwassen via de verkoop van geroofd cultureel erfgoed aan kopers in de Unie te voorkomen.

__________________

__________________

24 COM(2016) 50 final.

24 COM(2016) 50 final.

25 Richtlijn (EU) 2017/541 van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2017 inzake terrorismebestrijding en ter vervanging van Kaderbesluit 2002/475/JBZ van de Raad en tot wijziging van Besluit 2005/671/JBZ van de Raad (PB L 88 van 31.3.2017, blz. 6-21).

25 Richtlijn (EU) 2017/541 van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2017 inzake terrorismebestrijding en ter vervanging van Kaderbesluit 2002/475/JBZ van de Raad en tot wijziging van Besluit 2005/671/JBZ van de Raad (PB L 88 van 31.3.2017, blz. 6-21).

Amendement    2

Voorstel voor een verordening

Overweging 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(1 bis)  In het kader van de inspanningen van de Unie gericht op een eerlijke rechtsgang en schadeloosstelling van slachtoffers, en krachtens het statuut en de verdragen van de Organisatie van de Verenigde Naties voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur (Unesco) inzake de bescherming van erfgoed, moet de teruggave van illegaal verhandelde, opgegraven of verkregen voorwerpen worden gewaarborgd. Aangezien de uitbuiting van volkeren en de exploitatie van gebieden doorgaans leiden tot illegale handel in en smokkel van cultuurgoederen, met name wanneer dergelijke illegale handel en smokkel te herleiden zijn naar gebieden waar een gewapend conflict heerst, moet in deze verordening rekening worden gehouden met de regionale en lokale kenmerken van volkeren en gebieden in plaats van de marktwaarde ervan.

Amendement    3

Voorstel voor een verordening

Overweging 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(2)  Cultureel erfgoed vormt een van de hoekstenen van de beschaving, het verrijkt het culturele leven van alle volkeren en moet daarom worden beschermd tegen onrechtmatige toe-eigening en plundering. Dienovereenkomstig moet de Unie verbieden dat cultuurgoederen die illegaal uit derde landen zijn uitgevoerd, het douanegebied van de Unie worden binnengebracht.

(2)  Cultuurgoederen zijn vaak van groot cultureel, artistiek, historisch en wetenschappelijk belang. Cultureel erfgoed vormt een van de hoekstenen van de beschaving, heeft onder meer symbolische waarde en vormt het cultureel geheugen van de mensheid. Het verrijkt het culturele leven van alle volkeren en verbindt volkeren door gedeelde kennis en ontwikkeling van het geheugen van de beschaving. Daarom moet het worden beschermd tegen onrechtmatige toe-eigening en plundering. Plundering van archeologische vindplaatsen is van alle tijden, maar heeft inmiddels industriële proporties aangenomen. Zolang lucratieve handel in cultuurgoederen die afkomstig zijn uit illegale opgravingen, mogelijk blijft en hier geen noemenswaardig risico aan verbonden is, zullen dergelijke opgravingen en plunderingen in de toekomst doorgaan. De economische en artistieke waarde van cultureel erfgoed heeft tot een grote vraag op de internationale markt geleid, terwijl het gebrek aan krachtige internationale juridische maatregelen of handhaving van zulke maatregelen ervoor zorgt dat deze goederen in de schaduweconomie terechtkomen. Plundering van archeologische vindplaatsen en handel in illegaal opgegraven cultureel erfgoed zijn ernstig misdrijven die veel leed toebrengen aan alle al dan niet direct betrokkenen. De illegale handel in cultuurgoederen draagt in veel gevallen bij tot intensieve culturele homogenisering of verdrijving, terwijl roof en plundering van cultuurgoederen onder meer tot desintegratie van culturen leiden. Dienovereenkomstig moet de Unie verbieden dat cultuurgoederen die illegaal uit derde landen zijn uitgevoerd, in het douanegebied van de Unie worden ingevoerd, en moet speciale aandacht worden besteed aan cultuurgoederen uit derde landen waar een gewapend conflict heerst, met name als er sprake is van uitvoer van dergelijke goederen door terroristische of andere misdaadorganisaties.

Amendement    4

Voorstel voor een verordening

Overweging 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(2 bis)  De bevoegde autoriteiten van derde landen beschikken niet altijd over de vereiste capaciteit om de smokkel van en illegale handel in cultuurgoederen te bestrijden. Ook kunnen zij te kampen hebben met corruptie of andere vormen van wanbeheer. Wanneer cultuurgoederen uit hun oorspronkelijke context worden weggehaald, verliest de bevolking haar gebruiken en voorwerpen, of haar gedenkplaatsen en religieuze plaatsen. Wanneer de cultuurgoederen en bijbehorende objecten apart van elkaar worden verkocht, gaan de historische context en wetenschappelijke waarde ervan verloren. Gezien het onvervangbare karakter van cultuurgoederen en het algemeen belang ervan, moet het bezit ervan altijd aan bepaalde voorwaarden zijn gebonden. De invoerprocedure moet waarborgen omvatten inzake de passende opslag en documentatie van de cultuurgoederen, de toegang tot deze goederen door academische instellingen en openbare musea, alsook inzake samenwerking in het geval van gerechtvaardigde vorderingen tot teruggave.

Amendement    5

Voorstel voor een verordening

Overweging 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(3)  Gelet op de uiteenlopende voorschriften die in de lidstaten gelden ten aanzien van het binnenbrengen van cultuurgoederen in het douanegebied van de Unie, moeten maatregelen worden genomen, met name om te garanderen dat de invoer van cultuurgoederen wordt onderworpen aan uniforme controles bij binnenkomst.

(3)  Gelet op de uiteenlopende voorschriften die in de lidstaten gelden ten aanzien van de invoer van cultuurgoederen in het douanegebied van de Unie, moeten maatregelen worden genomen, om te garanderen dat bepaalde invoer van cultuurgoederen wordt onderworpen aan uniforme controles bij binnenkomst in het douanegebied van de Unie, met name op basis van bestaande processen, procedures en administratieve instrumenten die zijn gericht op een uniforme tenuitvoerlegging van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad1 bis.

 

__________________

 

1 bis Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 9 oktober 2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (PB L 269, 10.10.2013, blz. 1).

Amendement    6

Voorstel voor een verordening

Overweging 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(4)  De gemeenschappelijke voorschriften moeten de douanebehandeling regelen van culturele niet-Uniegoederen die het douanegebied van de Unie binnenkomen, dat wil zeggen zowel het in het vrije verkeer brengen van die goederen als het plaatsen ervan onder een bijzondere douaneregeling, met uitzondering van douanevervoer.

(4)  De gemeenschappelijke voorschriften moeten het binnenbrengen en de invoer regelen van culturele niet-Uniegoederen die het douanegebied van de Unie binnenkomen.

Amendement    7

Voorstel voor een verordening

Overweging 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(5)  Gezien de bekende mogelijkheid die vrije zones (en zogenaamde "vrijhavens") bieden voor de opslag van cultuurgoederen, moeten zoveel mogelijk douaneregelingen onder het toepassingsgebied van de op te zetten controlemaatregelen vallen. Daarom moeten die controlemaatregelen niet alleen zien op goederen die in het vrije verkeer worden gebracht, maar ook op goederen die onder een bijzondere douaneregeling worden geplaatst. Dit brede toepassingsgebied mag evenwel niet ingaan tegen het beginsel van de vrije doorvoer van goederen of verder reiken dan hetgeen wordt beoogd, namelijk te voorkomen dat illegaal uitgevoerde cultuurgoederen het douanegebied van de Unie binnenkomen. Dienovereenkomstig moeten de controlemaatregelen gelden ten aanzien van de bijzondere douaneregelingen waaronder goederen kunnen worden geplaatst die het douanegebied van de Unie binnenkomen, maar niet ten aanzien van douanevervoer.

(5)  Controlemaatregelen die worden ingevoerd met betrekking tot vrije zones (en zogenaamde "vrijhavens") moeten een zo breed mogelijk toepassingsgebied hebben waar het gaat om de desbetreffende douaneregelingen, met het oog op het voorkomen van ontwijking van onderhavige verordening via de exploitatie van vrije zones, die een potentiële context vormen voor de verdere verspreiding van illegale producten in de Unie. Daarom moeten die controlemaatregelen niet alleen van toepassing zijn op goederen die in het vrije verkeer worden gebracht, maar ook op goederen die onder een bijzondere douaneregeling worden geplaatst. Dat brede toepassingsgebied mag niet verder gaan dan het doel te voorkomen dat illegaal uitgevoerde cultuurgoederen het douanegebied van de Unie binnenkomen, behalve wanneer de bevoegde autoriteiten redelijke gronden hebben om aan te nemen dat cultuurgoederen uit het land van herkomst of het derde land zijn uitgevoerd in strijd met de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van dat land.

Amendement    8

Voorstel voor een verordening

Overweging 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(6)  De definities in de verordening moeten worden gebaseerd op die welke worden gebruikt in de op 14 november 1970 te Parijs ondertekende Unesco-Overeenkomst inzake de middelen om de onrechtmatige invoer, uitvoer of eigendomsoverdracht van culturele goederen te verbieden en te verhinderen en het op 24 juni 1995 te Rome ondertekende Verdrag van Unidroit inzake gestolen of onrechtmatig uitgevoerde cultuurgoederen, waar een groot aantal lidstaten partij bij is, omdat vele derde landen en de meeste lidstaten vertrouwd zijn met de bepalingen ervan.

(6)  De definities in de verordening moeten worden gebaseerd op die welke worden gebruikt in de op 14 november 1970 te Parijs ondertekende Unesco-Overeenkomst inzake de middelen om de onrechtmatige invoer, uitvoer of eigendomsoverdracht van culturele goederen te verbieden en te verhinderen (de "Unesco-overeenkomst van 1970") en het op 24 juni 1995 te Rome ondertekende Unidroit-verdrag inzake gestolen of onrechtmatig uitgevoerde cultuurgoederen, waar een groot aantal lidstaten partij bij is, omdat vele derde landen en de meeste lidstaten vertrouwd zijn met de bepalingen ervan.

Amendement    9

Voorstel voor een verordening

Overweging 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(7)  Het legale karakter van uitvoer moet worden onderzocht aan de hand van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van het land waar de cultuurgoederen zijn ontdekt of voortgebracht ("land van herkomst"). Om ontwijking te voorkomen wanneer cultuurgoederen de Unie vanuit een ander derde land binnenkomen, moet de persoon die ze in het douanegebied van de Unie wil brengen, aantonen dat deze goederen daar op legale wijze zijn uitgevoerd wanneer het derde land in kwestie een partij bij de Unesco-overeenkomst van 1970 is en zich er dus toe heeft verbonden om de illegale handel in cultuurgoederen te bestrijden. In andere gevallen moet deze persoon aantonen dat ze op legale wijze zijn uitgevoerd uit het land van herkomst.

(7)  Het legale karakter van uitvoer dient te worden gecontroleerd aan de hand van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van het land waar de cultuurgoederen zijn ontdekt, voortgebracht of verwijderd, opgegraven of gestolen op het land of onder water, of het land dat een zodanig nauwe band heeft met de cultuurgoederen dat het deze goederen beschermt als nationale culturele eigendom en regels vaststelt voor de uitvoer ervan uit zijn grondgebied na rechtmatige verwijdering uit het land waar zij zijn voortgebracht of ontdekt; ("land van herkomst"). Om ontwijking te voorkomen wanneer cultuurgoederen de Unie vanuit een ander derde land binnenkomen, moet de persoon die ze in het douanegebied van de Unie wil brengen, aantonen dat deze goederen daar op legale wijze zijn uitgevoerd. In uitzonderlijke gevallen waarin hetzij het land van herkomst van een cultuurgoed met zekerheid kan worden vastgesteld en die omstandigheid naar behoren gedocumenteerd is en door de bevoegde autoriteit gestaafd wordt, hetzij de cultuurgoederen vóór 1970 uit het land van herkomst zijn uitgevoerd en naar een derde land zijn gebracht voor andere doeleinden dan tijdelijk gebruik, doorvoer, uitvoer of verzending voordat zij in het douanegebied van de Unie werden gebracht, maar de houder niet de vereiste documenten kan overleggen daar dergelijke documenten niet in zwang waren ten tijde van de uitvoer van de cultuurgoederen uit het land van herkomst, gaat de aanvraag vergezeld van de passende bewijsstukken en informatie ten bewijze van het feit dat de cultuurgoederen in kwestie uit het land van herkomst zijn uitgevoerd in overeenstemming met de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van dat land, of dat dergelijke wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen niet bestaan.

Amendement    10

Voorstel voor een verordening

Overweging 7 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(7 bis)  De bescherming tegen illegale invoer, uitvoer en overdracht van de eigen cultuurgoederen van staten die partij zijn bij de Unesco-overeenkomst van 1970 wordt ondersteund door de maatregelen voorzien in artikel 5 van die overeenkomst, waarin wordt verlangd er ten minste één nationale dienst wordt ingesteld voor de bescherming van het cultureel erfgoed, die over voldoende deskundig personeel beschikt. Genoemde overeenkomst voorziet ook in de nodige actieve samenwerking op het gebied van veiligheid en bestrijding van de illegale invoer van cultuurgoederen, met name in crisisgebieden, met de bevoegde autoriteiten van de landen die partij zijn bij de overeenkomst. Die landen moeten hun verplichtingen als voorzien in de overeenkomst nakomen, en de landen die de overeenkomst nog niet hebben geratificeerd, dienen daartoe dringend over te gaan.

Amendement    11

Voorstel voor een verordening

Overweging 7 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(7 ter)  Gezien het feit dat artikel 5 van de Unesco-overeenkomst van 1970 oproept tot de instelling van een of meer nationale diensten, toegerust met voldoende vakbekwaam personeel, om te zorgen voor bescherming van hun eigen cultuurgoederen tegen illegale invoer, uitvoer en doorvoer, en gezien de noodzaak van actieve samenwerking met de bevoegde autoriteiten van derde landen op het gebied van veiligheid en bestrijding van de illegale invoer van cultuurgoederen, met name in crisisgebieden, dienen de staten die partij zijn bij de Unesco-overeenkomst van 1970 de in die overeenkomst beoogde verplichtingen na te komen en worden de lidstaten die dit nog niet hebben gedaan dringend verzocht de overeenkomst te ratificeren.

Amendement    12

Voorstel voor een verordening

Overweging 8

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(8)  Om geen buitensporige hindernissen op te werpen voor de handel in goederen die over de buitengrenzen gaat, moet deze verordening uitsluitend gelden voor goederen met een bepaalde ouderdom. Te dien einde is het passend een minimale ouderdomsdrempel van 250 jaar vast te stellen voor alle categorieën van cultuurgoederen. Deze minimale ouderdomsdrempel zal garanderen dat de in deze verordening vervatte maatregelen gericht zijn op de cultuurgoederen die het meest voor de hand liggende doelwit zijn van plunderaars in conflictgebieden, zonder dat andere goederen worden uitgesloten waarop controle noodzakelijk is met het oog op de bescherming van het cultureel erfgoed.

(8)  Om geen buitensporige hindernissen op te werpen voor de handel in goederen die over de buitengrenzen van de Unie gaat, moet deze verordening uitsluitend gelden voor goederen met een bepaalde ouderdom en waarde. Te dien einde is het passend een minimale ouderdomsdrempel vast te stellen voor de meeste categorieën cultuurgoederen, in overeenstemming met Verordening (EG) nr. 116/2009, de bepalingen van de Unesco-overeenkomst van 1970 en het Unidroit-verdrag van 1995, alsook een financiële drempel voor bepaalde categorieën cultuurgoederen, zoals vermeld in bijlage I. Voor bepaalde categorieën cultuurgoederen mag geen financiële drempel gelden, aangezien zij extra bescherming nodig hebben vanwege het grotere risico op diefstal, verlies of vernietiging. De minimale ouderdomsdrempel zal garanderen dat de in deze verordening vervatte maatregelen gericht zijn op de cultuurgoederen die het meest voor de hand liggende doelwit zijn van plunderaars in conflictgebieden, zonder dat andere goederen worden uitgesloten waarop controle noodzakelijk is met het oog op de bescherming van het cultureel erfgoed.

Amendement    13

Voorstel voor een verordening

Overweging 10

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(10)  Aangezien bepaalde categorieën cultuurgoederen, namelijk oudheidkundige voorwerpen, delen van monumenten, zeldzame manuscripten en wiegedrukken, bijzonder kwetsbaar zijn voor plundering en vernietiging, lijkt het noodzakelijk in een systeem van verscherpt toezicht te voorzien voordat zij het douanegebied van de Unie mogen binnenkomen. In het kader van een dergelijk systeem moet worden verlangd dat een invoervergunning voor de goederen, afgegeven door de bevoegde autoriteit van de lidstaat van binnenkomst, wordt voorgelegd voordat zij in het vrije verkeer worden gebracht of onder een bijzondere regeling, met uitzondering van douanevervoer, worden geplaatst. Personen die een dergelijke vergunning aanvragen, moeten kunnen aantonen dat de uitvoer uit het land van herkomst legaal is aan de hand van passende bewijsstukken, met name uitvoercertificaten of -vergunningen afgegeven door het derde land van uitvoer, eigendomstitels, facturen, verkoopovereenkomsten, verzekeringsdocumenten, vervoersdocumenten en expertises. De bevoegde autoriteiten van de lidstaten moeten op basis van volledig en zorgvuldig ingevulde aanvragen onmiddellijk over de afgifte van een vergunning beslissen.

(10)  Aangezien bepaalde categorieën cultuurgoederen, namelijk oudheidkundige voorwerpen, en delen van monumenten bijzonder kwetsbaar zijn voor plundering en vernietiging, lijkt het noodzakelijk in een systeem van verscherpt toezicht te voorzien voordat zij het douanegebied van de Unie mogen binnenkomen. In het kader van een dergelijk systeem moet worden verlangd dat een invoervergunning voor de goederen, afgegeven door de bevoegde autoriteit van de eerste lidstaat van geplande invoer, wordt voorgelegd voordat zij in het douanegebied van de Unie worden ingevoerd. Personen die een dergelijke vergunning aanvragen, moeten kunnen aantonen dat de cultuurgoederen uit het land van herkomst, of in uitzonderlijke gevallen, uit het derde land zijn uitgevoerd in overeenstemming met de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van dat land van herkomst of derde land, of dat dergelijke wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen niet bestaan. Met gepaste inachtneming van de risico's en toepassing van zorgvuldigheidsbeginselen moet de legale uitvoer uit het land van herkomst, of in uitzonderlijke gevallen het derde land, worden aangetoond aan de hand van passende bewijsstukken (uitvoercertificaten of uitvoervergunningen afgegeven door het land van herkomst, een gestandaardiseerd document gebaseerd op de Object ID-standaard – die de internationale standaard vormt voor de beschrijving van cultuurvoorwerpen –, eigendomstitels, facturen, verkoopovereenkomsten, verzekeringsdocumenten, vervoersdocumenten) waaruit blijkt dat de cultuurgoederen in kwestie uit het land van herkomst zijn uitgevoerd in overeenstemming met de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van dat land. Indien er geen bewijsstukken beschikbaar zijn, dient de aanvraag vergezeld te gaan van een expertise wanneer dit noodzakelijk wordt geacht door de bevoegde autoriteit. De bevoegde autoriteiten van de lidstaten moeten op basis van volledig en zorgvuldig ingevulde aanvragen onmiddellijk binnen de gestelde termijnen over de afgifte van een vergunning beslissen.

Amendement    14

Voorstel voor een verordening

Overweging 10 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(10 bis)  Gezien de specifieke aard van de goederen spelen culturele deskundigen binnen de douane-instanties een zeer belangrijke rol omdat zij, indien nodig, aanvullende informatie van de aangever kunnen vragen en het cultuurgoed kunnen analyseren door het ter plaatse te onderzoeken.

Amendement    15

Voorstel voor een verordening

Overweging 11

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(11)  Voor andere categorieën cultuurgoederen moeten de personen die ze het douanegebied van de Unie willen binnenbrengen, aan de hand van een verklaring bevestigen en de verantwoordelijkheid op zich nemen dat deze goederen legaal zijn uitgevoerd uit het derde land, en zij moeten voldoende informatie over deze goederen verstrekken zodat de douane ze kan identificeren. Om de procedure te vergemakkelijken en rechtszekerheid te bieden, moet de informatie over de cultuurgoederen worden verstrekt met behulp van een gestandaardiseerd document. Het Object ID, de door de Unesco aanbevolen standaard, moet worden gebruikt om de cultuurgoederen te omschrijven. De douane moet de binnenkomst van deze cultuurgoederen registreren, de originele documenten bijhouden en een kopie van de relevante documenten aan de aangever bezorgen, zodat de goederen traceerbaar zijn nadat zij op de interne markt zijn gebracht.

(11)  Voor andere categorieën cultuurgoederen moeten de personen die ze het douanegebied van de Unie willen binnenbrengen, aan de hand van een elektronische verklaring bevestigen en de verantwoordelijkheid op zich nemen dat deze goederen legaal zijn uitgevoerd uit het land van herkomst of in uitzonderlijke gevallen, uit het derde land, en zij moeten voldoende informatie over deze goederen verstrekken zodat de douane ze kan identificeren. Om de procedure te vergemakkelijken en rechtszekerheid te bieden, moet de informatie over de cultuurgoederen worden verstrekt met behulp van een gestandaardiseerd elektronisch document. Een gestandaardiseerd document dat gebaseerd is op het Object ID, de door de Unesco aanbevolen standaard, moet worden gebruikt om de cultuurgoederen te omschrijven. De elektronische verklaring dient tevens de door het land van herkomst, of in uitzonderlijke gevallen het derde land, verstrekte uitvoervergunningen of -certificaten te omvatten waaruit blijkt dat de cultuurgoederen in kwestie uit dat land zijn uitgevoerd in overeenstemming met de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van dat land van herkomst of derde land, of dat dergelijke wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen niet bestaan. Indien de wetgeving van het land van herkomst of het derde land niet voorziet in de afgifte van uitvoervergunningen of -certificaten, dient de importeursverklaring ook vergezeld te gaan van andere passende bewijsstukken, zoals eigendomstitels, facturen, verkoopovereenkomsten, verzekeringsdocumenten en vervoersdocumenten. Deze cultuurgoederen moeten elektronisch worden geregistreerd en aan de aangever moet een kopie van de relevante documenten worden verstrekt, zodat de goederen traceerbaar zijn nadat zij op de interne markt zijn gebracht. De informatie die aan de bevoegde autoriteiten wordt verstrekt in de vorm van een elektronische verklaring, dient hen in staat te stellen verdere actie te ondernemen indien zij, op basis van een risicoanalyse, van mening zijn dat het mogelijk onrechtmatig ingevoerde goederen betreft.

Amendement    16

Voorstel voor een verordening

Overweging 12

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(12)  Voor de tijdelijke invoer van cultuurgoederen voor educatieve doeleinden en wetenschappelijk of academisch onderzoek mag geen vergunning of verklaring worden geëist.

(12)  Voor de tijdelijke invoer van cultuurgoederen voor educatieve of wetenschappelijke doeleinden of voor podiumkunsten, conservering, restauratie, digitalisering of academisch onderzoek, alsook in het kader van de samenwerking tussen musea en vergelijkbare instellingen zonder winstoogmerk met het oog op de organisatie van culturele tentoonstellingen mag geen invoervergunning of importeursverklaring worden geëist. Voor cultuurgoederen die worden getoond op handelsbeurzen en internationale kunstbeurzen mag geen invoervergunning of importeursverklaring worden geëist. Indien de cultuurgoederen echter worden aangekocht en binnen het grondgebied van de Unie blijven, kan er een invoervergunning of importeursverklaring worden geëist, afhankelijk van de categorie cultuurgoederen.

Amendement    17

Voorstel voor een verordening

Overweging 13

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(13)  Ook de opslag van cultuurgoederen uit landen waar een gewapend conflict heerst of een natuurramp is gebeurd, moet worden toegestaan zonder dat een vergunning of verklaring moet worden voorgelegd, teneinde de veiligheid en het behoud ervan te verzekeren.

(13)  Ook de opslag van cultuurgoederen uit landen waar een gewapend conflict heerst of een natuurramp is gebeurd, met de bedoeling om die goederen terug te brengen naar het land van herkomst of het derde land waaruit zij op legale wijze zijn uitgevoerd, zodra de situatie dat toelaat, moet worden toegestaan zonder dat een invoervergunning of importeursverklaring moet worden voorgelegd, teneinde de veiligheid en het behoud ervan te verzekeren.

Amendement    18

Voorstel voor een verordening

Overweging 14

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(14)  Om rekening te houden met de ervaringen die worden opgedaan met de tenuitvoerlegging van deze verordening, alsook met wijzigende geopolitieke en andere omstandigheden die een bedreiging vormen voor cultuurgoederen, zonder evenwel buitensporige hindernissen op te werpen voor de handel met derde landen, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie handelingen vast te stellen ten aanzien van de wijziging van de minimale ouderdomsdrempel voor de verschillende categorieën cultuurgoederen. Die bevoegdheid moet de Commissie ook de mogelijkheid bieden om de bijlage bij te werken naar aanleiding van wijzigingen van de gecombineerde nomenclatuur. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 201627. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen, ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

(14)  Om rekening te houden met de ervaringen die worden opgedaan met de tenuitvoerlegging van deze verordening, alsook met wijzigende geopolitieke en andere omstandigheden die een bedreiging vormen voor cultuurgoederen, zonder evenwel buitensporige hindernissen op te werpen voor de handel met derde landen, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie handelingen vast te stellen ten aanzien van de wijziging van de criteria voor de minimale ouderdomsdrempel en de financiële drempel voor de verschillende categorieën cultuurgoederen. Die bevoegdheid moet de Commissie ook de mogelijkheid bieden om bijlage I bij te werken naar aanleiding van wijzigingen van de gecombineerde nomenclatuur en een tweede bijlage (bijlage II) toe te voegen met een lijst van landen en codes van de gecombineerde nomenclatuur, gebaseerd op de "rode lijsten van bedreigde cultuurgoederen" die door de Internationale Museumraad (ICOM) worden opgesteld en aangepast. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 201627. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen, ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

__________________

__________________

27 PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.

27 PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.

Amendement    19

Voorstel voor een verordening

Overweging 15

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(15)  Om eenvormige voorwaarden te waarborgen voor de uitvoering van deze verordening, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend om specifieke voorwaarden voor de tijdelijke invoer en de opslag van cultuurgoederen in het douanegebied van de Unie, de modellen voor aanvragen en formulieren van invoervergunningen alsook voor importeursverklaringen en bijgaande documenten, en nadere procedureregels voor de indiening en de verwerking daarvan vast te stellen. Aan de Commissie moeten ook uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend om voorzieningen te treffen voor het opzetten van een elektronische databank voor de opslag en de uitwisseling van gegevens tussen de lidstaten. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad28.

(15)  Om eenvormige voorwaarden te waarborgen voor de uitvoering van deze verordening, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend om specifieke voorwaarden voor de tijdelijke invoer en de opslag van cultuurgoederen in het douanegebied van de Unie vast te stellen, waarbij met het oog op de specifieke aard van de goederen passende bewaaromstandigheden moeten worden gewaarborgd. Deze regelingen moeten ook gelden voor de elektronische gestandaardiseerde modellen voor elektronische aanvragen en formulieren van invoervergunningen en een lijst van redenen voor afwijzing van een dergelijke aanvraag, alsook voor importeursverklaringen en bijgaande documenten, en voor de nadere procedureregels voor de elektronische indiening en verwerking daarvan. Aan de Commissie moeten ook uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend om voorzieningen te treffen voor het opzetten van een elektronische databank voor de opslag en de uitwisseling van gegevens tussen de lidstaten in het kader van Verordening (EU) nr. 952/2013. Het opzetten van een dergelijke databank kan deel uitmaken van het krachtens artikel 280 van die verordening vastgestelde werkprogramma. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad28.

__________________

__________________

28 Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13).

28 Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13).

Amendement    20

Voorstel voor een verordening

Overweging 15 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(15 bis)  Voor de tenuitvoerlegging van deze verordening gelden de bepalingen inzake de procedures voor douanecontroles en -verificaties van Verordening (EU) nr. 952/2013.

Amendement    21

Voorstel voor een verordening

Overweging 16

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(16)  Er moeten relevante gegevens over de handelsstromen van cultuurgoederen worden verzameld ter ondersteuning van de efficiënte tenuitvoerlegging van de verordening en als grondslag voor de toekomstige evaluatie ervan. Het toezicht op de handelsstromen van cultuurgoederen kan niet efficiënt worden verricht alleen op basis van de waarde of het gewicht van die goederen, omdat deze twee maatstaven kunnen fluctueren. Het is van wezenlijk belang dat informatie wordt verzameld over het aantal aangegeven artikelen. Aangezien de gecombineerde nomenclatuur geen bijzondere maatstaf voor cultuurgoederen bevat, dient te worden bepaald dat het aantal artikelen moet worden aangegeven.

(16)  Er moeten relevante gegevens over de handelsstromen van cultuurgoederen elektronisch worden verzameld en tussen de lidstaten en de Commissie worden uitgewisseld ter ondersteuning van de efficiënte tenuitvoerlegging van de verordening en als grondslag voor de toekomstige evaluatie ervan. In het belang van de transparantie en de openbare controle moet zoveel mogelijk informatie openbaar worden gemaakt. Het toezicht op de handelsstromen van cultuurgoederen kan niet efficiënt worden verricht alleen op basis van de waarde of het gewicht van die goederen, omdat deze twee maatstaven kunnen fluctueren. Het is van wezenlijk belang dat langs elektronische weg informatie wordt verzameld over het aantal aangegeven artikelen. Aangezien de gecombineerde nomenclatuur geen bijzondere maatstaf voor cultuurgoederen bevat, dient te worden bepaald dat het aantal artikelen moet worden aangegeven.

Amendement    22

Voorstel voor een verordening

Overweging 17

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(17)  Met de EU-strategie en het actieplan voor douanerisicobeheer29 wordt onder meer gestreefd naar een versterking van de capaciteiten van de douaneautoriteiten om beter te kunnen reageren op risico's op het gebied van cultuurgoederen. Er moet gebruik worden gemaakt van het bij Verordening (EU) nr. 952/2013 ingestelde gemeenschappelijke risicobeheerskader en tussen de douaneautoriteiten moet relevante informatie over risico's worden uitgewisseld.

(17)  Met de EU-strategie en het actieplan voor douanerisicobeheer29 wordt onder meer gestreefd naar een versterking van de opleiding en de capaciteiten van de douaneautoriteiten om beter te kunnen reageren op risico's op het gebied van cultuurgoederen. Er moet gebruik worden gemaakt van het bij Verordening (EU) nr. 952/2013 ingestelde gemeenschappelijke risicobeheerskader en tussen de douaneautoriteiten moet relevante informatie over risico's worden uitgewisseld.

__________________

__________________

29 COM/2014/ 0527 final: Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad en het Europees Economisch en Sociaal Comité over de EU-strategie en het actieplan voor douanerisicobeheer.

29 COM/2014/ 0527 final: Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad en het Europees Economisch en Sociaal Comité over de EU-strategie en het actieplan voor douanerisicobeheer.

Amendement    23

Voorstel voor een verordening

Overweging 17 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(17 bis)  Er moeten op kopers van cultuurgoederen gerichte bewustmakingscampagnes worden opgezet om hen op het risico van illegale goederen te wijzen en de marktdeelnemers bij te staan bij het begrijpen en toepassen van onderhavige verordening. De lidstaten dienen relevante nationale contactpunten en andere voorlichtingsdiensten te betrekken bij de verspreiding van deze informatie.

Amendement    24

Voorstel voor een verordening

Overweging 17 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(17 ter)  De Commissie dient te waarborgen dat micro-ondernemingen en kleine en middelgrote ondernemingen adequate technische bijstand kunnen genieten en dient de uitwisseling van informatie met hen te bevorderen, zodat deze verordening efficiënt wordt uitgevoerd. In de Unie gevestigde micro-, kleine en middelgrote ondernemingen die cultuurgoederen invoeren moeten dan ook gebruik kunnen maken van het krachtens Verordening (EU) nr. 1287/2013 van het Europees Parlement en de Raad vastgestelde COSME-programma1 bis.

 

__________________

 

1 bis Verordening (EU) nr. 1287/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van een programma voor het concurrentievermogen van ondernemingen en kleine en middelgrote ondernemingen (COSME) (2014-2020) en tot intrekking van Besluit nr. 1639/2006/EG (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 33).

Amendement    25

Voorstel voor een verordening

Overweging 18

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(18)  De lidstaten moeten doeltreffende, evenredige en afschrikkende sancties voor de niet-naleving van de bepalingen van deze verordening vaststellen en deze sancties aan de Commissie meedelen.

(18)  De lidstaten moeten doeltreffende, evenredige en afschrikkende sancties voor de niet-naleving van de bepalingen van deze verordening vaststellen en deze sancties aan de Commissie meedelen. De lidstaten moeten de Commissie ook op de hoogte stellen indien er sancties worden toegepast. Een gelijk speelveld en een coherente aanpak zijn wenselijk; daarom is het passend dat de sancties in de verschillenden lidstaten vergelijkbaar zijn qua aard en effect.

Amendement    26

Voorstel voor een verordening

Overweging 19

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(19)  De Commissie moet voldoende tijd krijgen om uitvoeringsvoorschriften voor deze verordening vast te stellen, met name betreffende de formulieren die moeten worden gebruikt om een invoervergunning aan te vragen of een importeursverklaring op te stellen. De toepassing van deze verordening moet bijgevolg worden uitgesteld.

(19)  De Commissie moet onverwijld uitvoeringsvoorschriften voor deze verordening vaststellen, met name betreffende de gestandaardiseerde elektronische formulieren die moeten worden gebruikt om een invoervergunning aan te vragen of een importeursverklaring op te stellen.

Amendement    27

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Bij deze verordening worden de voorwaarden en de procedure voor het binnenbrengen van cultuurgoederen in het douanegebied van de Unie vastgesteld.

Bij deze verordening worden de voorwaarden en de procedure voor het binnenbrengen en de invoer van cultuurgoederen in het douanegebied van de Unie vastgesteld.

Amendement    28

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Deze verordening is niet van toepassing op cultuurgoederen die worden doorgevoerd via het douanegebied van de Unie.

Deze verordening is van toepassing op cultuurgoederen die worden doorgevoerd via het douanegebied van de Unie wanneer de bevoegde autoriteiten redelijke gronden hebben om aan te nemen dat cultuurgoederen uit het land van herkomst of het derde land zijn uitgevoerd in strijd met de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van dat land van herkomst of derde land.

Amendement    29

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  cultuurgoederen: ieder voorwerp dat van belang is voor de archeologie, de prehistorie, de geschiedenis, de letterkunde, de kunst of de wetenschap, en dat behoort tot een van de categorieën die zijn opgenomen in de tabel in de bijlage, en aan de daarin vastgestelde minimale ouderdomsdrempel voldoet;

a)  cultuurgoederen: ieder artikel dat van belang is voor de archeologie, de prehistorie, de geschiedenis, de letterkunde, de kunst of de wetenschap, en dat behoort tot een van de categorieën die zijn opgenomen in de tabel in de bijlagen, en aan de daarin vastgestelde minimale ouderdomsdrempel en financiële drempel voldoet;

Amendement    30

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter a bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

a bis)  "invoer van cultuurgoederen":

 

i. het in het vrije verkeer brengen zoals bedoeld in artikel 201 van Verordening (EU) nr. 952/2013;

 

ii. de plaatsing van goederen onder één van de volgende bijzondere douaneregelingen zoals vermeld in artikel 210 van Verordening (EU) nr. 952/2013:

 

a. opslag, inhoudende douane-entrepot en vrije zones,

 

b. specifieke bestemming, inhoudende tijdelijke invoer en bijzondere bestemming,

 

c. actieve veredeling;

Amendement    31

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  land van herkomst: het land op wiens huidige grondgebied de cultuurgoederen zijn voortgebracht of ontdekt;

b)  land van herkomst: het land op wiens huidige grondgebied de cultuurgoederen zijn ontdekt, voortgebracht of verwijderd, opgegraven of gestolen op het land of onder water, of het land dat een zodanig nauwe band heeft met de cultuurgoederen dat het deze goederen beschermt als nationale culturele eigendom en regels vaststelt voor de uitvoer ervan uit zijn grondgebied na rechtmatige verwijdering uit het land waar zij zijn voortgebracht of ontdekt;

Amendement    32

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)  land van uitvoer: het laatste land waar de cultuurgoederen zich op duurzame wijze bevonden overeenkomstig de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van dat land voordat zij naar de Unie zijn verzonden;

c)  derde land: het laatste land, anders dan het land van herkomst, waar de cultuurgoederen zich bevonden voordat zij in het douanegebied van de Unie werden binnengebracht;

Amendement    33

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

d)  op duurzame wijze: gedurende een periode van ten minste één maand en voor andere doeleinden dan tijdelijk gebruik, doorvoer, uitvoer of verzending;

Schrappen

Amendement    34

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter h bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

h bis)  Object ID: het internationale standaarddocument van de Unesco waarin cultuurgoederen worden omschreven en een reeks gegevens over de cultuurgoederen is opgenomen;

Amendement    35

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter h ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

h ter)  bevoegde autoriteiten: de autoriteiten die door de lidstaten zijn aangewezen om invoervergunningen af te geven en importeursverklaringen te registreren.

Amendement    36

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 12 gedelegeerde handelingen vast te stellen om de tweede kolom van de tabel in de bijlage te wijzigen naar aanleiding van wijzigingen in de gecombineerde nomenclatuur en om de minimale ouderdomsdrempel in de derde kolom van de tabel in de bijlage te wijzigen in het licht van de ervaringen met de uitvoering van deze verordening.

2.  De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 12 gedelegeerde handelingen vast te stellen om de tweede kolom van de tabel in bijlage I te wijzigen naar aanleiding van wijzigingen in de gecombineerde nomenclatuur en om de minimale ouderdomsdrempel en waardedrempel in de bijlage te wijzigen in het licht van de ervaringen met de uitvoering van deze verordening en van Verordening (EG) nr. 116/2009.

Amendement    37

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 12 gedelegeerde handelingen vast te stellen om wijzigingen aan te brengen in bijlage II met de lijst van landen en voorwerpcategorieën met betrekking waartoe een bijzonder risico van illegale handel bestaat, op basis van de databank van rode lijsten van bedreigde cultuurgoederen die door de Internationale Museumraad (ICOM) worden gepubliceerd. De Commissie zorgt ervoor dat bijlage II regelmatig wordt bijgewerkt.

Amendement    38

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Cultuurgoederen die het douanegebied van de Unie binnenkomen

Binnenbrengen en invoer van cultuurgoederen in het douanegebied van de Unie

Amendement    39

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Het in het vrije verkeer brengen van cultuurgoederen en de plaatsing van cultuurgoederen onder een andere bijzondere regeling dan douanevervoer zijn slechts toegestaan mits een overeenkomstig artikel 4 afgegeven invoervergunning of een overeenkomstig artikel 5 opgestelde importeursverklaring wordt voorgelegd.

1.  Het binnenbrengen van cultuurgoederen die in strijd met het internationaal recht en de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van het land van herkomst of derde land buiten het grondgebied van een land van herkomst zijn gebracht, is verboden.

 

De invoer van cultuurgoederen in het douanegebied van de Unie is slechts toegestaan mits een overeenkomstig artikel 4 afgegeven invoervergunning of een overeenkomstig artikel 5 opgestelde importeursverklaring wordt voorgelegd.

Amendement    40

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis.  De succesvolle invoer van cultuurgoederen wordt niet beschouwd als bewijs van legale herkomst of rechtmatige eigendom.

Amendement    41

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 2 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  de tijdelijke invoer, in de zin van artikel 250 van Verordening (EU) nr. 952/2013, van cultuurgoederen in het douanegebied van de Unie voor educatieve doeleinden en wetenschappelijk of academisch onderzoek;

a)  de tijdelijke invoer, in de zin van artikel 250 van Verordening (EU) nr. 952/2013, van cultuurgoederen in het douanegebied van de Unie voor educatieve of wetenschappelijke doeleinden, voor podiumkunsten, conservering, restauratie, digitalisering en academisch onderzoek, alsook in het kader van de samenwerking tussen musea en vergelijkbare overheidsinstellingen zonder winstoogmerk met het oog op de organisatie van culturele tentoonstellingen.

Amendement    42

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 2 – letter a bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

a bis)  Voor cultuurgoederen die worden getoond op handelsbeurzen en internationale kunstbeurzen mag geen invoervergunning of importeursverklaring worden geëist. Indien de cultuurgoederen echter worden aangekocht en binnen het grondgebied van de Unie blijven, kan er een invoervergunning of importeursverklaring worden geëist, afhankelijk van de categorie cultuurgoederen;

Amendement    43

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 2 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  de opslag, in de zin van artikel 237 van Verordening (EU) nr. 952/2013, van cultuurgoederen met het uitdrukkelijke doel het behoud ervan door, of onder het toezicht van, een overheidsinstantie te waarborgen.

b)  de opslag, in de zin van artikel 237 van Verordening (EU) nr. 952/2013, van cultuurgoederen met het doel de veiligheid of het behoud ervan door, of onder het toezicht van, een overheidsinstantie te waarborgen, met de bedoeling om die goederen terug te brengen naar het land van herkomst of het derde land waaruit zij op legale wijze zijn uitgevoerd, zodra de situatie dat toelaat;

Amendement    44

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 2 – letter b bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

b bis)  teruggegeven cultuurgoederen in de zin van artikel 2 van Richtlijn 2014/60/EEG;

Amendement    45

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen de specifieke voorwaarden vaststellen voor de tijdelijke invoer of de opslag van cultuurgoederen als bedoeld in lid 2. Deze uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 13 bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

3.  De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen de specifieke voorwaarden vaststellen voor de tijdelijke invoer of de opslag van cultuurgoederen en van teruggegeven cultuurgoederen ten behoeve van hun bescherming als bedoeld in lid 2. Deze uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 13 bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

Amendement    46

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Om de in de punten c), d) en h) van de bijlage bedoelde cultuurgoederen in de Unie in het vrije verkeer te brengen of onder een andere bijzondere regeling dan douanevervoer te plaatsen, moet aan de douaneautoriteiten een invoervergunning worden voorgelegd.

1.  Om de in de punten A 1 en A 2 van bijlage I bedoelde cultuurgoederen in de Unie in te voeren, moet aan de douaneautoriteiten een invoervergunning worden voorgelegd.

 

Dit artikel is uitsluitend van toepassing op de in de eerste alinea bedoelde goederen als deze voorkomen op de lijst van landen en codes van de gecombineerde nomenclatuur zoals neergelegd in bijlage II, indien een dergelijke lijst gebruikt wordt voor het land van herkomst waaruit de cultuurgoederen worden uitgevoerd en het land van herkomst van de cultuurgoederen bekend is.

 

Dit artikel is ook van toepassing op cultuurgoederen die alleen in bijlage II zijn opgenomen en in het douanegebied van de Unie worden ingevoerd vanuit een land van herkomst of een derde land.

Amendement    47

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De houder van de goederen vraagt een invoervergunning aan bij de bevoegde autoriteit van de lidstaat van binnenkomst. Bij de aanvraag worden alle bewijsstukken en gegevens gevoegd ten bewijze van het feit dat de cultuurgoederen in kwestie uit het land van herkomst zijn uitgevoerd in overeenstemming met de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van dat land. Wanneer het land van uitvoer evenwel partij is bij de op 14 november 1970 te Parijs ondertekende Unesco-Overeenkomst inzake de middelen om de onrechtmatige invoer, uitvoer of eigendomsoverdracht van culturele goederen te verbieden en te verhinderen (hierna de "Unesco-overeenkomst van 1970" genoemd), worden bij de aanvraag alle bewijsstukken en gegevens gevoegd ten bewijze van het feit dat de cultuurgoederen uit laatstgenoemd land zijn uitgevoerd in overeenstemming met de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van dat land.

2.  De houder van de goederen vraagt een invoervergunning aan bij de bevoegde autoriteit van de eerste lidstaat van geplande invoer. Bij de aanvraag worden alle passende bewijsstukken en gegevens gevoegd ten bewijze van het feit dat de cultuurgoederen in kwestie uit het land van herkomst zijn uitgevoerd in overeenstemming met de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van dat land, of dat dergelijke wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen niet bestaan. De aanvraag moet bestaan uit:

 

- uitvoercertificaten of uitvoervergunningen;

 

- een gestandaardiseerd document, gebaseerd op de Object ID-standaard, waarin de cultuurgoederen in kwestie voldoende nauwkeurig zijn beschreven om door de douaneautoriteiten te kunnen worden geïdentificeerd;

 

- eigendomstitels;

 

- facturen;

 

- koopovereenkomsten;

 

- verzekeringsdocumenten of vervoersdocumenten;

 

Indien er geen bewijsstukken beschikbaar zijn, dient de aanvraag tevens vergezeld te gaan van een expertise wanneer dit noodzakelijk wordt geacht door de bevoegde autoriteit.

Amendement    48

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  Onverminderd lid 2 geldt in uitzonderlijke gevallen waarin:

 

a) het land van herkomst van de cultuurgoederen niet met zekerheid kan worden vastgesteld en die omstandigheid naar behoren gedocumenteerd is en door de bevoegde autoriteit gestaafd wordt; of

 

b) de cultuurgoederen vóór 1970 uit het land van herkomst zijn uitgevoerd en naar een derde land zijn gebracht voor andere doeleinden dan tijdelijk gebruik, doorvoer, uitvoer of verzending voordat zij in het douanegebied van de Unie werden binnengebracht, maar de houder niet de volgens lid 2 vereiste documenten kan overleggen daar dergelijke documenten niet in zwang waren ten tijde van de uitvoer van de cultuurgoederen uit het land van herkomst,

 

dat bij de aanvraag alle passende bewijsstukken en gegevens worden gevoegd ten bewijze van het feit dat de cultuurgoederen in kwestie uit het derde land zijn uitgevoerd in overeenstemming met de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van dat land, of dat dergelijke wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen niet bestaan.

 

De bewijsstukken omvatten:

 

- uitvoercertificaten of uitvoervergunningen;

 

- een gestandaardiseerd document, gebaseerd op de Object ID-standaard, waarin de cultuurgoederen in kwestie voldoende nauwkeurig zijn beschreven om door de douaneautoriteiten te kunnen worden geïdentificeerd;

 

- eigendomstitels;

 

- facturen;

 

- koopovereenkomsten; alsmede

 

- verzekeringsdocumenten of vervoersdocumenten;

 

Indien er geen bewijsstukken beschikbaar zijn, dient de aanvraag tevens vergezeld te gaan van een expertise wanneer dit noodzakelijk wordt geacht door de bevoegde autoriteit.

Amendement    49

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De bevoegde autoriteit van de lidstaat van binnenkomst controleert of de aanvraag volledig is. Zij verzoekt de aanvrager binnen 30 dagen na ontvangst van de aanvraag om alle ontbrekende gegevens of documenten in te dienen.

3.  De bevoegde autoriteit van de eerste lidstaat van geplande invoer controleert of de aanvraag volledig is. Zij verzoekt de aanvrager binnen 21 dagen na ontvangst van de aanvraag om alle ontbrekende of aanvullende gegevens of documenten in te dienen.

Amendement    50

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 4 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  De bevoegde autoriteit onderzoekt, binnen 90 dagen na de indiening van de volledige aanvraag, de aanvraag en beslist om de invoervergunning af te geven of de aanvraag af te wijzen. Zij kan de aanvraag om de volgende redenen afwijzen:

4.  De bevoegde autoriteit onderzoekt, binnen 90 dagen na de indiening van de volledige aanvraag, de aanvraag en beslist om de invoervergunning af te geven of de aanvraag af te wijzen. Indien de invoervergunning wordt afgegeven, wordt deze door de bevoegde autoriteit elektronisch geregistreerd. De bevoegde autoriteit wijst de aanvraag om de volgende redenen af:

Amendement    51

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 4 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  wanneer het land van uitvoer geen partij is bij de Unesco-overeenkomst van 1970: er is niet aangetoond dat de cultuurgoederen uit het land van herkomst zijn uitgevoerd in overeenstemming met de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van dat land;

a)  wanneer niet is aangetoond dat de cultuurgoederen uit het land van herkomst zijn uitgevoerd in overeenstemming met de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van dat land die ten tijde van de uitvoer van kracht waren, of bij afwezigheid van die wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen; of, in de in artikel 4, lid 2 bis, genoemde uitzonderlijke gevallen, wanneer niet is aangetoond dat de cultuurgoederen uit het derde land zijn uitgevoerd in overeenstemming met de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van dat land die ten tijde van de uitvoer van kracht waren, of bij afwezigheid van die wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen;

Amendement    52

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 4 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  wanneer het land van uitvoer partij is bij de Unesco-overeenkomst van 1970: er is niet aangetoond dat de cultuurgoederen uit het land van uitvoer zijn uitgevoerd in overeenstemming met de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van dat land;

Schrappen

Amendement    53

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 4 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)  de bevoegde autoriteit heeft redelijke gronden om aan te nemen dat de houder van de goederen deze niet op rechtmatige wijze heeft verkregen.

c)  de bevoegde autoriteit heeft redelijke en aantoonbare gronden om aan te nemen dat de houder van de goederen deze niet op rechtmatige wijze heeft verkregen.

Amendement    54

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 4 – letter c bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

c bis)  wanneer de aanvraag voor een invoervergunning voor een cultuurgoed voor datzelfde cultuurgoed eerder is afgewezen door de bevoegde autoriteiten van een andere lidstaat van de Unie en er geen nader bewijs is verstrekt dat nog niet in verband met de afgewezen aanvraag was overgelegd;

Amendement    55

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 4 – letter c ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

c ter) wanneer niet aan de hand van passende bewijsstukken kan worden aangetoond dat de rechtstreekse uitvoer uit het land van herkomst legaal is, met name met uitvoercertificaten of -vergunningen afgegeven door het land van uitvoer, eigendomstitels, facturen, verkoopovereenkomsten, het Object ID indien beschikbaar, verzekeringsdocumenten, vervoersdocumenten en expertises.

Amendement    56

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4 bis.  De bevoegde autoriteit kan de aanvraag afwijzen indien er door de autoriteiten van het land van herkomst ingediende verzoeken om teruggave of schadevergoeding hangende zijn bij de rechtbank.

Amendement    57

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 4 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4 ter.  Wanneer een aanvraag wordt afgewezen, gaat het in lid 4 bedoelde administratieve besluit vergezeld van een motivering, met inbegrip van informatie over de beroepsprocedure, die aan de betrokken aanvrager wordt meegedeeld op het moment dat het besluit wordt bekendgemaakt.

Amendement    58

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 4 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4 quater.  De aanvraag omvat een verklaring dat de goederen niet eerder het voorwerp van een aanvraag hebben gevormd of, in het geval van eerdere afwijzing, een opsomming van de redenen voor de afwijzing, alsmede bijkomend bewijs dat nog niet beschikbaar was toen de aanvraag eerder werd behandeld.

Amendement    59

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 4 quinquies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4 quinquies.  Wanneer een lidstaat een elektronische aanvraag afwijst, wordt dit besluit, evenals de redenen voor de afwijzing, meegedeeld aan de overige lidstaten en aan de Commissie. Indien het vermoeden van illegale handel bestaat, stellen de lidstaten ook andere relevante autoriteiten zoals Interpol en Europol in kennis.

Amendement    60

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 5 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten wijzen de autoriteiten aan die bevoegd zijn om een invoervergunning af te geven overeenkomstig dit artikel. Zij delen de gegevens van die autoriteiten en elke wijziging daarin mee aan de Commissie.

De lidstaten wijzen onverwijld de autoriteiten aan die bevoegd zijn om een invoervergunning af te geven overeenkomstig dit artikel. Zij delen de gegevens van die autoriteiten en elke wijziging daarin mee aan de Commissie.

Amendement    61

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.  De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen het model voor de aanvraag van een invoervergunning en de procedureregels voor de indiening en de verwerking van die aanvraag vaststellen. Deze uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 13 bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

6.  De Commissie stelt door middel van uitvoeringshandelingen het elektronisch gestandaardiseerd model voor de aanvraag van een invoervergunning en de procedureregels voor de elektronische indiening en de verwerking van die aanvraag vast, samen met de eveneens langs elektronische weg bij te voegen relevante bewijsstukken. Deze uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 13 bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

Amendement    62

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Om de in de punten a), b), e), f), g), i), j), k) en l) van de bijlage bedoelde cultuurgoederen in de Unie in het vrije verkeer te brengen of onder een andere bijzondere regeling dan douanevervoer te plaatsen, moet aan de douaneautoriteiten van de lidstaat van binnenkomst een importeursverklaring worden voorgelegd.

1.  Om de in de punten A 3 tot en met A 14 van bijlage I bedoelde cultuurgoederen in het douanegebied van de Unie in te voeren, moet door de aangever van de goederen aan de douaneautoriteiten van de eerste lidstaat van geplande invoer een elektronische importeursverklaring worden voorgelegd.

 

Dit artikel is eveneens van toepassing op de in de punten A 1 en A 2 genoemde goederen waarvan de codes van de gecombineerde nomenclatuur niet in bijlage II worden genoemd.

Amendement    63

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De importeursverklaring bevat een door de houder van de goederen ondertekende bevestiging dat de goederen uit het land van herkomst zijn uitgevoerd in overeenstemming met de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van dat land. Wanneer evenwel het land van uitvoer partij is bij de Unesco-overeenkomst van 1970, bevat de importeursverklaring een door de houder van de goederen ondertekende bevestiging dat de goederen uit laatstgenoemd land zijn uitgevoerd in overeenstemming met de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van dat land.

2.  De importeursverklaring wordt elektronisch geregistreerd. Zij omvat:

 

a) een door de houder van de goederen ondertekende verklaring dat de cultuurgoederen uit het land van herkomst zijn uitgevoerd in overeenstemming met de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van dat land, of dat dergelijke wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen niet bestaan;

 

b) een gestandaardiseerd document, gebaseerd op de Object ID-standaard, waarin de cultuurgoederen in kwestie voldoende nauwkeurig zijn beschreven om door de douaneautoriteiten te kunnen worden geïdentificeerd;

 

c) de uitvoercertificaten of -vergunningen afgegeven door het land van herkomst ten bewijze van het feit dat de cultuurgoederen in kwestie uit het land van herkomst zijn uitgevoerd in overeenstemming met de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van dat land.

Amendement    64

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  Onverminderd lid 2 geldt in uitzonderlijke gevallen waarin:

 

a) het land van herkomst van de cultuurgoederen niet met zekerheid kan worden vastgesteld en die omstandigheid naar behoren gedocumenteerd is en door de bevoegde autoriteit gestaafd wordt; of

 

b) de cultuurgoederen vóór 1970 uit het land van herkomst zijn uitgevoerd en naar een derde land zijn gebracht voor andere doeleinden dan tijdelijk gebruik, doorvoer, uitvoer of verzending voordat zij in het douanegebied van de Unie werden binnengebracht, maar de houder niet de volgens lid 2 vereiste documenten kan overleggen daar dergelijke documenten niet in zwang waren ten tijde van de uitvoer van de cultuurgoederen uit het land van herkomst,

 

dat de importeursverklaring het volgende omvat:

 

a) een door de houder van de goederen ondertekende verklaring dat de cultuurgoederen uit het derde land zijn uitgevoerd in overeenstemming met de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van dat land, of dat dergelijke wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen niet bestaan;

 

b) een gestandaardiseerd document, gebaseerd op de Object ID-standaard, waarin de cultuurgoederen in kwestie voldoende nauwkeurig zijn beschreven om door de douaneautoriteiten te kunnen worden geïdentificeerd; alsmede

 

c) de uitvoercertificaten of -vergunningen afgegeven door het derde land ten bewijze van het feit dat de cultuurgoederen in kwestie uit het derde land zijn uitgevoerd in overeenstemming met de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van dat land.

 

Indien de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van het land van herkomst of het derde land niet voorzien in de afgifte van uitvoervergunningen of -certificaten, gaat de importeursverklaring ook vergezeld van andere passende bewijsstukken, zoals eigendomstitels, facturen, verkoopovereenkomsten, verzekeringsdocumenten en vervoersdocumenten.

Amendement    65

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen het model voor de importeursverklaring en de procedureregels voor de indiening en de verwerking van die verklaring vaststellen. Deze uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 13 bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

3.  De Commissie stelt door middel van uitvoeringshandelingen het elektronisch gestandaardiseerd model voor de importeursverklaring en de procedureregels voor de elektronische indiening en de verwerking van die verklaring vast. Deze uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 13 bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

Amendement    66

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 5 bis

 

Kleine, middelgrote en micro-ondernemingen

 

De Commissie waarborgt dat micro-ondernemingen en kleine en middelgrote ondernemingen adequate technische en financiële bijstand genieten, met inbegrip van het bevorderen van nationale contactpunten in samenwerking met de lidstaten en de inrichting van een specifieke website met alle relevante informatie, en zij bevordert de uitwisseling van informatie tussen micro-ondernemingen en kleine en middelgrote ondernemingen enerzijds en de desbetreffende nationale contactpunten anderzijds, zodat deze verordening efficiënt wordt uitgevoerd.

Amendement    67

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 5 ter

 

Gebruik van een elektronisch systeem

 

1. Alle uitwisselingen van informatie tussen de bevoegde autoriteiten en aangevers op grond van de artikelen 4 en 5, zoals de uitwisseling van verklaringen, aanvragen of besluiten, vinden langs elektronische weg plaats.

 

2. De Commissie stelt het in lid 1 bedoelde elektronische systeem vast. Zij neemt uitvoeringshandelingen aan tot vaststelling van:

 

- voorzieningen voor de uitrol, de exploitatie en het onderhoud van het in lid 1 bedoelde elektronische systeem;

 

- nadere voorschriften voor de indiening, verwerking, opslag en uitwisseling van gegevens tussen de bevoegde autoriteiten van de lidstaten door middel van het elektronische systeem.

 

De lidstaten werken met de Commissie samen bij de ontwikkeling, het onderhoud en het gebruik van het in lid 1 bedoelde elektronische systeem en bij de opslag van informatie, overeenkomstig deze verordening.

 

3. Wat betreft de verwerking van persoonsgegevens in het kader van deze verordening, dienen de aangevers en de bevoegde autoriteiten hun taken uit te voeren overeenkomstig Verordening (EU) nr. 2016/6791 bis van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (EU) .../...*

 

__________________

 

1 bis Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming), (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1).

 

* PB: gelieve in de tekst het nummer van de verordening zoals vermeld in document 2017/0003 (COD) in te voegen.

Amendement    68

Voorstel voor een verordening

Artikel 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Artikel 6

Schrappen

Controle en verificatie door de douane

 

1.  De in artikel 4 bedoelde invoervergunning of de in artikel 5 bedoelde importeursverklaring, naargelang het geval, wordt ingediend bij het douanekantoor dat bevoegd is om de cultuurgoederen in het vrije verkeer te brengen of onder een andere bijzondere regeling dan douanevervoer te plaatsen.

 

2.  Bij cultuurgoederen waarvoor een invoervergunning moet worden afgegeven voordat zij het douanegebied van de Unie mogen binnenkomen, gaan de douaneautoriteiten na of de invoervergunning overeenstemt met de aangebrachte goederen. Te dien einde kunnen zij de cultuurgoederen fysiek controleren, inclusief door het verrichten van een expertise.

 

3.  Bij cultuurgoederen waarvoor een importeursverklaring moet worden voorgelegd voordat zij het douanegebied van de Unie mogen binnenkomen, gaan de douaneautoriteiten na of de importeursverklaring voldoet aan de in of op basis van artikel 5 vastgestelde vereisten en overeenstemt met de aangebrachte goederen. Te dien einde kunnen zij van de aangever aanvullende gegevens verlangen en de cultuurgoederen fysiek controleren, inclusief door het verrichten van een expertise. Zij registreren de importeursverklaring door deze een volgnummer en een registratiedatum toe te kennen en bezorgen de aangever bij de vrijgave van de goederen een kopie van de geregistreerde importeursverklaring.

 

4.  Wanneer een aangifte wordt ingediend om cultuurgoederen in het vrije verkeer te brengen of onder een andere bijzondere regeling dan douanevervoer te plaatsen, wordt de hoeveelheid goederen vermeld met behulp van de in de bijlage genoemde bijzondere maatstaf.

 

Amendement    69

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Wanneer lidstaten het aantal douanekantoren beperken dat bevoegd is om cultuurgoederen in het vrije verkeer te brengen of onder een andere bijzondere regeling dan douanevervoer te plaatsen, delen zij de gegevens van die douanekantoren en elke wijziging daarin mee aan de Commissie.

Lidstaten mogen het aantal douanekantoren dat bevoegd is om de invoer van cultuurgoederen toe te staan, beperken. Wanneer lidstaten deze beperking toepassen, delen zij de gegevens van die douanekantoren en elke wijziging daarin mee aan de Commissie.

Amendement    70

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De douaneautoriteiten nemen cultuurgoederen die het douanegebied van de Unie zijn binnengebracht, in beslag en houden deze tijdelijk in bewaring, wanneer de cultuurgoederen in kwestie het douanegebied van de Unie zijn binnengekomen zonder dat aan de in artikel 3, leden 1 en 2, vastgestelde voorwaarden is voldaan.

1.  De bevoegde autoriteiten nemen cultuurgoederen die het douanegebied van de Unie zijn binnengekomen zonder dat aan de in artikel 3, leden 1 en 2, vastgestelde voorwaarden is voldaan, in beslag en houden deze tijdelijk in bewaring. In geval van bewaring van cultuurgoederen moeten gepaste voorwaarden voor de conservering ervan worden gewaarborgd, overeenkomstig de voorwaarden en verantwoordelijkheden voor de tijdelijke opslag van goederen als vastgelegd in artikel 147 van Verordening (EU) nr. 952/2013, met het oog op de specifieke aard van de goederen.

Amendement    71

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Het in lid 1 bedoelde bestuurlijke besluit gaat vergezeld van een motivering, wordt aan de aangever meegedeeld en maakt het voorwerp uit van een doeltreffende voorziening in rechte overeenkomstig procedures van het nationale recht.

2.  Het in lid 1 bedoelde bestuurlijke besluit is onderworpen aan de bepalingen van artikel 22, lid 7, van Verordening (EU) nr. 952/2013.

Amendement    72

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De termijn van een tijdelijke inbewaringneming is strikt beperkt tot de tijd die de douaneautoriteiten of andere rechtshandhavingsinstanties nodig hebben om na te gaan of de omstandigheden van de zaak een inbewaringneming krachtens andere Unie- of nationaalrechtelijke bepalingen rechtvaardigen. De maximale termijn van een tijdelijke inbewaringneming krachtens dit artikel bedraagt zes maanden. Indien er binnen die termijn geen besluit over een langere bewaring van de cultuurgoederen wordt genomen of indien wordt besloten dat de omstandigheden van de zaak geen langere bewaring rechtvaardigen, worden de cultuurgoederen ter beschikking gesteld van de aangever.

3.  De termijn van een tijdelijke inbewaringneming is strikt beperkt tot de tijd die de douaneautoriteiten of andere rechtshandhavingsinstanties nodig hebben om na te gaan of de omstandigheden van de zaak een inbewaringneming krachtens andere Unie- of nationaalrechtelijke bepalingen rechtvaardigen. De maximale termijn van een tijdelijke inbewaringneming krachtens dit artikel bedraagt zes maanden, met een mogelijkheid om deze periode op basis van een gemotiveerd besluit van de douaneautoriteiten met nog eens drie maanden te verlengen. Indien er binnen die termijn geen besluit over een langere bewaring van de cultuurgoederen wordt genomen of indien wordt besloten dat de omstandigheden van de zaak geen langere bewaring rechtvaardigen, worden de cultuurgoederen ter beschikking gesteld van de aangever. De autoriteiten van de lidstaten zien erop toe dat op het moment van teruggave van de cultuurgoederen aan het land van herkomst, in het land van herkomst geen gewapend conflict heerst waardoor de veiligheid van de cultuurgoederen niet kan worden gewaarborgd. In het laatste geval blijven de cultuurgoederen in de Unie totdat de situatie in het land van herkomst is gestabiliseerd.

Amendement    73

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 bis.  De douaneautoriteiten stellen het land van herkomst of, indien het land van herkomst van de cultuurgoederen niet met zekerheid kan worden vastgesteld, het derde land alsmede zo nodig Europol en Interpol, onmiddellijk op de hoogte nadat het besluit bedoeld in lid 1 genomen is.

Amendement    74

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 3 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 ter.  Wanneer de bevoegde autoriteiten redelijke gronden hebben om aan te nemen dat cultuurgoederen die in doorvoer zijn op het douanegebied van de Unie in strijd met de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van het land van herkomst zijn uitgevoerd, geven zij de douaneautoriteiten opdracht om die goederen tijdelijk in beslag te nemen.

Amendement    75

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Administratieve samenwerking

Administratieve samenwerking en gebruik van een elektronisch systeem

Amendement    76

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Met het oog op de tenuitvoerlegging van deze verordening garanderen de lidstaten samenwerking tussen hun bevoegde autoriteiten als bedoeld in artikel 3, lid 4.

1.  Met het oog op de tenuitvoerlegging van deze verordening garanderen de lidstaten samenwerking en informatie-uitwisseling tussen hun bevoegde autoriteiten als bedoeld in artikel 4, lid 5.

Amendement    77

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Er kan een elektronisch systeem worden opgezet voor de opslag en de uitwisseling van gegevens tussen de autoriteiten van de lidstaten, met name betreffende importeursverklaringen en invoervergunningen.

2.  Er wordt een elektronisch systeem opgezet voor de opslag en de uitwisseling van gegevens tussen de autoriteiten van de lidstaten in het kader van Verordening (EU) nr. 952/2013. Een dergelijk systeem dient met name voor het ontvangen, verwerken, opslaan en uitwisselen van informatie, met name importeursverklaringen en invoervergunningen.

Amendement    78

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2a.  Het in lid 2 bedoelde elektronische systeem kan door de lidstaten worden geraadpleegd tijdens de verwerking van verzoeken die zijn ingediend in verband met uitvoervergunningen als vereist krachtens Verordening (EG) nr. 116/2009. In dergelijke verzoeken kan rechtstreeks worden verwezen naar informatie die aanwezig is in het elektronische systeem.

Amendement    79

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 3 – alinea 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen:

De Commissie zal door middel van uitvoeringshandelingen:

Amendement    80

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 3 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Deze uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 13 bedoelde procedure vastgesteld.

Deze uitvoeringshandelingen worden uiterlijk op ... [zes maanden na de datum van inwerkingtreding van deze verordening] volgens de in artikel 13 bedoelde procedure vastgesteld.

Amendement    81

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 bis.  De verwerking van persoonsgegevens op grond van deze verordening vindt alleen plaats met het oog op de doeltreffende bescherming tegen het verlies van cultuurgoederen, het behoud van het cultureel erfgoed van de mensheid en het voorkomen van terrorismefinanciering door de verkoop van geplunderd cultureel erfgoed aan kopers in de Unie.

Amendement    82

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 3 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 ter.  Alle overeenkomstig de artikelen 4, 5 en 9 verkregen persoonsgegevens worden uitsluitend opgevraagd en verwerkt door naar behoren gemachtigde personeelsleden van de autoriteiten en worden op passende wijze beschermd tegen ongeoorloofde toegang of verstrekking.

Amendement    83

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten stellen de regels vast voor de sancties die van toepassing zijn op inbreuken op de artikelen 3, 4 en 5 en met name op het afleggen van valse verklaringen en het verstrekken van valse informatie om cultuurgoederen het douanegebied van de Unie te kunnen binnenbrengen, en treffen alle maatregelen om ervoor te zorgen dat deze worden toegepast. De sancties moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn. De lidstaten delen de Commissie uiterlijk 18 maanden na de datum van inwerkingtreding van de verordening deze regels en maatregelen mee en stellen haar onverwijld in kennis van alle latere wijzigingen die erop van invloed zijn.

De lidstaten stellen de regels vast voor de sancties die van toepassing zijn op inbreuken op de artikelen 3 en 5 en met name op het verstrekken van valse informatie om cultuurgoederen in het douanegebied van de Unie te kunnen invoeren, en de lidstaten treffen alle maatregelen om ervoor te zorgen dat deze regels worden toegepast. De sancties moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn. Om tot een gelijk speelveld en een coherente aanpak te komen passen de lidstaten sancties toe die vergelijkbaar zijn qua aard en effect. De lidstaten delen de Commissie uiterlijk 12 maanden na de datum van inwerkingtreding van de verordening deze regels en maatregelen mee en stellen haar onverwijld in kennis van alle latere wijzigingen die erop van invloed zijn.

Amendement    84

Voorstel voor een verordening

Artikel 11 – alinea -1 (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Bij de voorbereidende werkzaamheden voor de tenuitvoerlegging van deze verordening werken de Commissie en de lidstaten samen met internationale organisaties, zoals de Unesco, Interpol, Europol, de Werelddouaneorganisatie (WDO), het Internationaal Centrum voor de studie van het behoud en de restauratie van culturele goederen (ICCROM) en de Internationale Museumraad, om doeltreffende opleidings- en capaciteitsopbouwactiviteiten en bewustmakingscampagnes te garanderen, alsook om, waar passend, opdracht te verstrekken tot het verrichten van relevant onderzoek en de ontwikkeling van normen.

Amendement    85

Voorstel voor een verordening

Artikel 11 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten dragen zorg voor opleidings- en capaciteitsopbouwactiviteiten ten behoeve van de effectieve tenuitvoerlegging van deze verordening door de betrokken autoriteiten. Zij kunnen ook bewustmakingscampagnes opzetten om met name kopers van cultuurgoederen te alerteren.

De Commissie draagt, in samenwerking met de lidstaten, zorg voor:

 

i. opleidings- en capaciteitsopbouwactiviteiten en bewustmakingscampagnes voor autoriteiten, nationale contactpunten en betrokken beroepsbeoefenaars ten behoeve van de effectieve tenuitvoerlegging van deze verordening;

 

ii. maatregelen om de doeltreffende medewerking van landen van herkomst te bevorderen; alsmede

 

iii. de uitwisseling van beste praktijken om de uniforme tenuitvoerlegging van deze verordening te bevorderen, met name de gepaste praktijken van lidstaten die vóór de inwerkingtreding van deze verordening al beschikken over nationale wetgeving inzake de invoer van cultuurgoederen.

Amendement    86

Voorstel voor een verordening

Artikel 11 – alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Deze activiteiten, campagnes en maatregelen bouwen voort op de ervaring van bestaande programma's, met inbegrip van de door de WDO en de Commissie bevorderde programma's.

Amendement    87

Voorstel voor een verordening

Artikel 11 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 11 bis

 

Samenwerking met derde landen

 

In aangelegenheden die onder haar activiteiten vallen en voor zover nodig voor de uitvoering van haar taken uit hoofde van deze verordening, vergemakkelijkt en bevordert de Commissie de technische en operationele samenwerking tussen de lidstaten en derde landen.

 

De Commissie kan in samenwerking met de lidstaten en derde landen opleidingsactiviteiten organiseren op hun grondgebied.

Amendement    88

Voorstel voor een verordening

Artikel 12 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De in artikel 2, lid 2, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van … [datum van inwerkingtreding van deze handeling wordt ingevuld door het Publicatiebureau].

2.  De in artikel 2 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor een termijn van vijf jaar met ingang van … [datum van inwerkingtreding van deze verordening]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van … jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden vóór het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet.

Amendement    89

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 – lid 1 – alinea 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  informatie over inbreuken op deze verordening;

b)  informatie over inbreuken op deze verordening en de toegepaste sancties;

Amendement    90

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 – lid 1 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Te dien einde zendt de Commissie de lidstaten relevante vragenlijsten toe. De lidstaten hebben zes maanden tijd om de gevraagde informatie aan de Commissie te verstrekken.

Te dien einde zendt de Commissie de lidstaten relevante vragenlijsten toe. Vanaf het moment van ontvangst van de vragenlijst hebben de lidstaten zes maanden tijd om de gevraagde informatie aan de Commissie te verstrekken.

Amendement    91

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 – lid 1 – alinea 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

De Commissie kan op basis van de antwoorden op de in lid 1 genoemde vragenlijsten de lidstaten vragen haar aanvullende informatie betreffende de behandeling van de aanvragen voor een invoervergunning te verstrekken. De lidstaten verstrekken de gevraagde informatie onverwijld.

Motivering

Om de eenvormige tenuitvoerlegging van deze verordening te beoordelen, moet de Commissie, indien zij dit nodig acht, meer informatie opvragen over de behandeling van de aanvragen voor een vergunning door de bevoegde autoriteiten van de lidstaten.

Amendement    92

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Drie jaar na de datum van toepassing van deze verordening en vervolgens om de vijf jaar legt de Commissie het Europees Parlement en de Raad een verslag over de tenuitvoerlegging van deze verordening voor.

2.  Twee jaar na de datum van toepassing van deze verordening en vervolgens om de vier jaar legt de Commissie het Europees Parlement en de Raad een verslag over de tenuitvoerlegging van deze verordening voor. Dat verslag wordt openbaar gemaakt. Het bevat een beoordeling van de praktische uitvoering van de verordening, waaronder de impact ervan op marktdeelnemers in de Unie, met name micro-ondernemingen en kleine en middelgrote ondernemingen. In het verslag wordt de uitvoering in de verschillende lidstaten vergeleken en wordt de mate van uniforme toepassing van de verordening sinds de opstelling van het voorgaande verslag beoordeeld. Bij die beoordeling wordt ook gekeken naar de bepalingen inzake sancties en de toepassing daarvan, alsmede de mate waarin zij zorgen voor een gelijk speelveld tussen de lidstaten. Zo nodig kunnen in het verslag aanbevelingen worden gedaan om een ontoereikende tenuitvoerlegging door de lidstaten aan te pakken.

Amendement    93

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  In het in lid 2 bedoelde verslag wordt rekening gehouden met de praktische gevolgen van deze verordening, met inbegrip van de gevolgen ervan voor marktdeelnemers in de Unie, waaronder micro-ondernemingen en kleine en middelgrote ondernemingen. Het verslag moet bewijs verstrekken inzake de verschillende nationale prestaties, een beoordeling omvatten over de mate waarin deze verordening in de desbetreffende periode uniform werd ingevoerd en toegepast, alsook voorzien in aanbevelingen om ontoereikende tenuitvoerlegging door de lidstaten aan te pakken.

Amendement    94

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – ondertitel 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Cultuurgoederen die onder artikel 2, lid 1, vallen

Cultuurgoederen die onder artikel 2, lid 1, letter a), vallen

Amendement    95

Voorstel voor een verordening

Bijlage I bis (nieuw)

 

 

Amendement

1.

Oudheidkundige voorwerpen, ouder dan 100 jaar, afkomstig van:

 

 

– opgravingen en vindplaatsen op het land en in zee

9705 00 00

 

– oudheidkundige locaties

9706 00 00

 

– oudheidkundige collecties

 

2.

Delen die integrerend deel hebben uitgemaakt van artistieke, historische of religieuze monumenten die niet in hun geheel bewaard zijn gebleven, ouder dan 100 jaar

9705 00 00 9706 00 00

3.

Afbeeldingen en schilderijen die niet tot categorie 4 of 5 behoren en geheel met de hand zijn vervaardigd, ongeacht op welke ondergrond en van welke materialen1 bis

9701

4.

Aquarellen, gouaches en pasteltekeningen die geheel met de hand zijn vervaardigd, ongeacht op welke ondergrond1 bis

9701

5.

Mozaïeken, ongeacht van welke materialen, die geheel met de hand zijn vervaardigd en niet tot categorie 1 of 2 behoren, en tekeningen die geheel met de hand zijn vervaardigd, ongeacht op welke ondergrond en van welke materialen1 bis

69149701

 

6.

Oorspronkelijke gravures, prenten, zeefdrukken en lithografieën en hun respectieve matrijzen, alsmede de originele affiches1 bis

Hoofdstuk 49/9702/00008442/99

7.

Oorspronkelijke beelden of oorspronkelijk beeldhouwwerk, alsmede kopieën die zijn verkregen volgens hetzelfde procedé als de oorspronkelijke stukken1 bis, en die niet tot categorie 1 behoren

9703 00 00

8.

Fotoafdrukken, films en negatieven daarvan1 bis

37043705

3706

4911 91 80

 

9.

Wiegendrukken en manuscripten, met inbegrip van geografische kaarten en partituren, afzonderlijk of in verzamelingen1 bis

9702 00 00 9706 00 00 4901 10 00 4901 99 00 4904 00 00 4905 91 00 4905 99 00 4906 00 00

10.

Boeken, ouder dan 100 jaar, afzonderlijk of in verzamelingen

9705 00 00 9706 00 00

11.

Gedrukte geografische kaarten, ouder dan 200 jaar

9706 00 00

12.

Archieven en onderdelen daarvan, ouder dan 50 jaar, ongeacht de drager ervan

37043705

3706

4901

4906

9705 00 00 9706 00 00

 

13.

a) Verzamelingen1 ter en exemplaren voor verzamelingen van fauna, flora, mineralen en anatomische delen

9705 00 00

 

b) Verzamelingen1 ter van historisch, paleontologisch, etnografisch of numismatisch belang

9705 00 00

14.

Vervoermiddelen, ouder dan 75 jaar

9705 00 00 Hoofdstuk 86-89

15.

Andere antiquiteiten die niet tot de categorieën A 1 tot en met A 14 behoren

 

 

a) tussen 50 en 100 jaar oud

 

 

speelgoed, spellen

Hoofdstuk 95

 

glaswerk

7013

 

edelsmidwerk

7114

 

meubelen en meubelstukken

Hoofdstuk 94

 

optische instrumenten en instrumenten voor de fotografie of de cinematografie

Hoofdstuk 90

 

muziekinstrumenten

Hoofdstuk 92

 

uurwerken

Hoofdstuk 91

 

houtwaren

Hoofdstuk 44

 

aardewerk

Hoofdstuk 69

 

tapisserieën

5805 00 00

 

tapijten

Hoofdstuk 57

 

behangselpapier

4814

 

wapens

Hoofdstuk 93

 

b) meer dan 100 jaar oud

9706 00 00

______________

1 bis Die ouder zijn dan 50 jaar en niet meer in het bezit van de maker.

1 ter Als omschreven in het arrest van het Hof van Justitie in zaak 252/84, namelijk: "Voorwerpen voor verzamelingen in de zin van post 97.05 van het gemeenschappelijk douanetarief zijn voorwerpen die geschikt zijn om in een verzameling te worden opgenomen, dat wil zeggen voorwerpen die relatief zeldzaam zijn, normalerwijs niet overeenkomstig hun oorspronkelijke bestemming worden gebruikt, voorwerp zijn van speciale handelsbranches buiten de gewone handel in soortgelijke gebruiksvoorwerpen en een hoge waarde hebben.".

De bij de categorieën A 1 tot en met A 15 ingedeelde cultuurgoederen vallen alleen  binnen het toepassingsgebied van deze verordening indien de financiële waarde ervan ten minste gelijk is aan de in punt B aangegeven drempels.

B. Financiële waardedrempels voor bepaalde onder A genoemde categorieën (in EUR)

Waarde:

1 (Oudheidkundige voorwerpen)

2 (Niet in hun geheel bewaarde monumenten)

9 (Wiegendrukken en manuscripten)

12 (Archieven)

15 000

5 (Mozaïeken en tekeningen)

6 (Gravures)

8 (Fotoafdrukken)

11 (Gedrukte geografische kaarten)

30 000

4 (Aquarellen, gouaches en pasteltekeningen)

50 000

7 (Beelden)

10 (Boeken)

13 (Verzamelingen)

14 (Vervoermiddelen)

15 (Alle andere voorwerpen)

150 000

3 (Schilderijen)

De naleving van de voorwaarden inzake de financiële waardedrempels moet worden beoordeeld bij de indiening van de aanvraag om een uitvoervergunning. De financiële waarde is die van het cultuurgoed op de internationale markt.

De in bijlage I in euro's uitgedrukte waarden worden omgerekend en uitgedrukt in nationale valuta's tegen de wisselkoers die op 31 december 2001 in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen is gepubliceerd. Deze tegenwaarden in nationale valuta's worden met ingang van 31 december 2001 iedere twee jaar herzien. De berekening van deze tegenwaarden is gebaseerd op het gemiddelde van de dagelijkse waarden van deze valuta's in euro's over de periode van 24 maanden die eindigt op de laatste dag van de maand augustus onmiddellijk voorafgaande aan de herziening die op 31 december in werking treedt. Deze berekeningsmethode wordt op voorstel van de Commissie, in beginsel twee jaar na de eerste toepassing, door het Raadgevend Comité cultuurgoederen opnieuw onderzocht. Bij iedere herziening worden de waarden in euro's en hun tegenwaarden in nationale valuta's periodiek bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie vanaf de eerste dagen van de maand november voorafgaande aan de datum waarop de herziening in werking treedt.

Amendement    96

Voorstel voor een verordening

Bijlage I ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Bijlage I ter

 

Landen en voorwerpcategorieën met betrekking waartoe een bijzonder risico van illegale handel bestaat

 

[Op grond van artikel 2, lid 2, onder a), op te stellen door de Commissie.]


TOELICHTING

Achtergrond

De Europese Unie (EU) voert een op waarde gebaseerd handelsbeleid dat strookt met de oprichtingsverdragen en de strategie "Handel voor iedereen". Een van de doelstellingen van de EU is ervoor zorgen dat economische groei en mededingingsvermogen hand in hand gaan met sociale rechtvaardigheid en respect voor de mensenrechten.

Het is recent voor het voetlicht gebracht dat de algemene regels die van toepassing zijn op de handel in goederen niet alle specifieke kenmerken van de invoer van cultuurgoederen aanpakken. De illegale handel in cultuurgoederen houdt verband met georganiseerde misdaad, de financiering van terrorisme, witwassen van geld en belastingontduiking. Het leidt eveneens tot een verlies aan cultureel erfgoed in derde landen.

In de Raadsconclusies van 12 februari 2016 over de bestrijding van terrorismefinanciering werd eraan herinnerd dat de strijd tegen de illegale handel in cultuurgoederen zonder dralen diende te worden opgevoerd en werd de Commissie verzocht in dit verband met voorstellen voor wetgevingsmaatregelen te komen. Meer recent werd in resolutie 2347 (2017) van de VN-Veiligheidsraad en in de op 31 maart 2017 door de ministers van Cultuur van de G7 ondertekende verklaring van Florence opnieuw bevestigd dat de illegale handel in cultuurgoederen, en dan met name uit landen waar conflicten en interne twisten heersen, moet worden bestreden. Voorts werd in de op 1 maart 2018 goedgekeurde resolutie van het Europees Parlement over de drooglegging van inkomstenbronnen voor jihadi's – bestrijding van de financiering van terrorisme, opnieuw bevestigd dat optreden op EU-niveau noodzakelijk is.

Momenteel is het zo dat de nationale voorschriften van de EU-lidstaten betrekking hebben op de bescherming van hun eigen cultureel erfgoed. Dit voorstel zou deze bescherming uitbreiden naar het cultureel erfgoed van derde landen, wat niet op EU-niveau is geharmoniseerd. De EU-regelgeving omvat wel reeds gemeenschappelijke regels voor de uitvoer van cultuurgoederen. In verband met de invoer van cultuurgoederen zijn er op EU-niveau slechts twee specifieke beperkende maatregelen van kracht, voor Syrië en Irak.

Het huidige voorstel is erop gericht om de band tussen de illegale handel in cultuurgoederen en de georganiseerde misdaad en terrorismefinanciering te doorbreken en tegelijkertijd rechtszekerheid te bieden aan de legale kunstmarkt. Het voorstel bouwt voort op eerder werk van toonaangevende internationale fora, zoals de Unesco-overeenkomst van 1970 inzake de middelen om de onrechtmatige invoer, uitvoer of eigendomsoverdracht van culturele goederen te verbieden en te verhinderen en het Verdrag van Unidroit van 1995 inzake gestolen of onrechtmatig uitgevoerde cultuurgoederen. Er is ook veel werk verricht op het niveau van de Raad van Europa, met de overeenkomst over de inbreuken met betrekking tot culturele goederen(1), evenals op het niveau van de Werelddouaneorganisatie en dat van Interpol, met een gespecialiseerde eenheid en een databank voor gestolen kunstwerken.

De Commissie heeft een aantal instrumenten bedacht om de douanecontrole van cultuurgoederen te versterken, namelijk:

–  een gemeenschappelijke definitie voor cultuurgoederen bij invoer vaststellen;

–  garanderen dat importeurs bij de aankoop van cultuurgoederen uit derde landen zorgvuldigheid betrachten met betrekking tot de wettigheid van de in de EU ingevoerde cultuurgoederen;

–  een genormaliseerd identificatiesysteem opzetten met betrekking tot de identificatie van cultuurgoederen;

–  voorzien in doeltreffendere afschrikmiddelen voor smokkel in cultuurgoederen;

–  de belanghebbende partijen actiever betrekken bij de bescherming van cultureel erfgoed.

De Commissie stelt een systeem voor van invoervergunningen voor producten waarbij de kans hoog wordt geacht dat er een verband bestaat met de georganiseerde misdaad en terroristische groeperingen, zoals oudheidkundige vondsten, zowel aan land als onder water, delen van monumenten, zeldzame manuscripten en wiegendrukken, die ten minste 250 jaar oud zijn. Voor de andere cultuurgoederen werd er een systeem bedacht met een importeursverklaring. Voor invoer zouden er gestandaardiseerde documentatievereisten met betrekking tot de identiteit van elk item worden vastgesteld. De douaneautoriteiten zouden op basis van deze documenten de controles uitvoeren. De douaneautoriteiten zouden worden gemachtigd om goederen die niet in overeenstemming zijn in beslag te nemen en tijdelijk in bewaring te houden. Er wordt eveneens voorzien in een systeem van sancties voor inbreuken.

Parlementaire werkzaamheden

Het ontwerpverslag over dit voorstel werd toevertrouwd aan een gezamenlijke commissie die is samengesteld uit de leden van de Commissie interne markt en consumentenbescherming (IMCO) en de leden van de Commissie internationale handel (INTA). Met deze gezamenlijke aanpak zou hokjeswerk moeten worden vermeden en zou optimaal gebruik moeten worden gemaakt van de beschikbare expertise, aangezien IMCO verantwoordelijk is voor de coördinatie op EU-niveau van nationale wetgeving op het gebied van de interne markt en voor de douane-unie, en INTA onder meer verantwoordelijk is voor de externe aspecten van douanebepalingen en -beheer. De Commissie cultuur en onderwijs (CULT) is nauw bij de procedure betrokken, met name als het gaat over de definitie van cultuurgoederen.

De belangrijkste doelstelling van de corapporteurs is om een goed evenwicht te waarborgen tussen de doelstelling om de illegale invoer van cultuurgoederen te beteugelen en de noodzaak om ervoor te zorgen dat de voorgestelde controles en aanvullende verplichtingen geen buitensporige last veroorzaken voor legale deelnemers op de kunstmarkt en voor de douaneautoriteiten.

De corapporteurs zijn van mening dat toereikende technische bijstand en ondersteuning moet worden geboden aan de micro-ondernemingen en kleine en middelgrote ondernemingen die actief zijn op de kunstmarkt. De Commissie moet samen met de lidstaten eveneens opleidings- en capaciteitsopbouwactiviteiten organiseren om de doeltreffende tenuitvoerlegging van de verordening te garanderen. Bovendien moeten er maatregelen worden genomen om de doeltreffende medewerking van landen van herkomst te bevorderen.

De rapporteurs beklemtonen dat het belangrijk is dat er een elektronisch systeem wordt opgezet voor de opslag van informatie en voor de uitwisseling van informatie tussen de autoriteiten van de lidstaten. Dit systeem dient volledig te zijn aangepast aan de huidige digitale omgeving.

De werking van deze verordening moet worden beoordeeld in een verslag twee jaar na de datum van inwerkingtreding en daarna om de vier jaar, om rekening te houden met de gevolgen ervan en mogelijke tekortkomingen aan te pakken.

De corapporteurs zijn tot dusver nog niet tot een conclusie gekomen in verband met bepaalde essentiële aspecten van de verordening die verbetering behoeven. Zij zetten hun raadpleging van relevante belanghebbenden en van de zakenwereld voort alvorens hieromtrent amendementen voor te stellen.

(1)

https://www.coe.int/en/web/conventions/full-list/-/conventions/treaty/221


ADVIES van de Commissie cultuur en onderwijs (8.6.2018)

aan de Commissie internationale handel en de Commissie interne markt en consumentenbescherming

inzake het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de invoer van cultuurgoederen

(COM(2017)0375 – C8-0227/2017 – 2017/0158(COD))

Rapporteur voor advies: Santiago Fisas Ayxelà

(*) Procedure met medeverantwoordelijke commissies – Artikel 54 van het Reglement

BEKNOPTE MOTIVERING

Als rapporteur verwelkom ik de doelstelling van het voorstel om het witwassen van geld en alternatieve bronnen van financiering voor terrorisme aan te pakken, zoals het stelen en smokkelen van antiek, waarbij altijd in het oog moet worden gehouden dat de bescherming van het cultureel erfgoed het hoofddoel moet zijn, in het bijzonder omdat 2018 het Europees Jaar van het cultureel erfgoed is.

In dit verband ben ik van mening dat er een evenwicht gevonden moet worden bij het vaststellen van maatregelen ter bescherming van het cultureel erfgoed en maatregelen ten behoeve van de kunstmarkt, om de legale handel in cultuurgoederen over de externe grenzen niet buitenproportioneel te beperken.

Als rapporteur ben ik voorstander van het vaststellen van een minimum leeftijd van 250 jaar voor alle categorieën cultuurgoederen, omdat dit aansluit bij de doelstelling van het voorstel. Bovendien ben het ermee eens dat voor bepaalde categorieën cultuurgoederen die een groter gevaar lopen gestolen te worden, verloren te gaan of vernietigd te worden, krachtiger beschermingsmaatregelen nodig zijn.

Enerzijds moet, wat betreft de maatregelen die moeten worden vastgesteld ten behoeve van de kunsthandel, in de eerste plaats de vaststelling van het al dan niet legaal zijn van de uitvoer plaatsvinden op basis van de wet- en regelgeving van het uitvoerende land, in plaats van het land van oorsprong, omdat naar mijn mening de verplichting om documenten te leveren die aantonen dat de uitvoer vanuit het land van oorsprong legaal is een bijkomende last zou vormen voor de kunsthandel. Daarom moet het onderscheid tussen landen die het Unesco-Verdrag betreffende de verplichting tot het aantonen van de wettigheid van uitvoer vanuit het uitvoerland of het herkomstland hebben ondertekend en landen die dat niet hebben gedaan worden geschrapt, zodat alle lidstaten gehouden zijn aan te tonen dat de uitvoer vanuit een derde land legaal is overeenkomstig de eigen wet- en regelgeving.

In de tweede plaats sluit de in het voorstel omschreven term "houder van de goederen" weliswaar aan bij artikel 5, lid 34, van Verordening (EU) nr. 952/2013, maar is het verstandig er zeker van te zijn dat de term niet het eigendom omvat, omdat degene die een invoervergunning wenst te verkrijgen nog niet de eigenaar van de goederen hoeft te zijn.

In de derde plaats mag volgens het voorstel voor de tijdelijke invoer van cultuurgoederen voor educatieve doeleinden en wetenschappelijk of academisch onderzoek geen vergunning of verklaring worden geëist, waar naar mijn mening ook restauratiedoeleinden onder moeten vallen.

Anderzijds stel ik voor om, met betrekking tot de maatregelen die genomen moeten worden met het oog op de bescherming van cultureel erfgoed, in de eerste plaats de periode die wordt beschouwd als "tijdelijk" te verlengen van één maand naar tien jaar, voor de categorieën goederen genoemd onder c), d) en h) van de bijlage; en tot één jaar voor de rest van de categorieën in de bijlage.

In de tweede plaats wil ik benadrukken dat, rekening houdend met de specifieke aard van de goederen, de culturele deskundigen binnen de douane-instanties een zeer belangrijke rol spelen omdat zij, indien nodig, aanvullende informatie van de aangever kunnen vragen en het cultuurgoed ter plaatse kunnen onderzoeken.

In de derde plaats moeten voor de opslag van cultuurgoederen binnen het douanegebied van de Unie in geval van tijdelijke inbeslagname minimumeisen worden vastgesteld met het oog op de specifieke aard van de goederen.

Om een soepele invoering van deze nieuwe regelgeving mogelijk te maken, ben ik het er volledig mee eens dat de lidstaten zorg moeten dragen voor opleidings- en capaciteitsopbouwactiviteiten voor de betrokken autoriteiten en functionarissen, alsmede voor bewustmakingscampagnes gericht op kopers. Daarnaast ben ik van mening dat in elke lidstaat informatiepunten moeten worden ingericht om de marktdeelnemers bij te staan bij de tenuitvoerlegging van deze verordening. Tot slot is het van essentieel belang om de elektronische administratie te verbeteren door gebruik te maken van elektronische standaardformulieren voor het opstellen van de importeursverklaringen of het aanvragen van invoervergunningen, die langs elektronische weg worden ingediend en geregistreerd, met toewijzing van een serienummer en registratiedatum aan de goederen; hieraan moet de ontwikkeling worden gekoppeld van een elektronisch systeem voor de uitwisseling van informatie tussen de autoriteiten van de lidstaten, wat ongetwijfeld zal bijdragen aan het voorkomen van forumshopping.

AMENDEMENTEN

De Commissie cultuur en onderwijs verzoekt de bevoegde Commissie internationale handel en de bevoegde Commissie interne markt en consumentenbescherming onderstaande amendementen in aanmerking te nemen:

Amendement    1

Voorstel voor een verordening

Overweging 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(6)  De definities in de verordening moeten worden gebaseerd op die welke worden gebruikt in de op 14 november 1970 te Parijs ondertekende Unesco-Overeenkomst inzake de middelen om de onrechtmatige invoer, uitvoer of eigendomsoverdracht van culturele goederen te verbieden en te verhinderen en het op 24 juni 1995 te Rome ondertekende Verdrag van Unidroit inzake gestolen of onrechtmatig uitgevoerde cultuurgoederen, waar een groot aantal lidstaten partij bij is, omdat vele derde landen en de meeste lidstaten vertrouwd zijn met de bepalingen ervan.

(6)  De definities in de verordening moeten worden gebaseerd op die welke worden gebruikt in het Verdrag van Den Haag van 1954 inzake de bescherming van cultuurgoederen in tijden van oorlog, de op 14 november 1970 te Parijs ondertekende Unesco-Overeenkomst inzake de middelen om de onrechtmatige invoer, uitvoer of eigendomsoverdracht van culturele goederen te verbieden en te verhinderen en het op 24 juni 1995 te Rome ondertekende Verdrag van Unidroit inzake gestolen of onrechtmatig uitgevoerde cultuurgoederen, waar een groot aantal lidstaten partij bij is, omdat vele derde landen en de meeste lidstaten vertrouwd zijn met de bepalingen ervan.

Amendement    2

Voorstel voor een verordening

Overweging 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(7)  Het legale karakter van uitvoer moet worden onderzocht aan de hand van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van het land waar de cultuurgoederen zijn ontdekt of voortgebracht ("land van herkomst"). Om ontwijking te voorkomen wanneer cultuurgoederen de Unie vanuit een ander derde land binnenkomen, moet de persoon die ze in het douanegebied van de Unie wil brengen, aantonen dat deze goederen daar op legale wijze zijn uitgevoerd wanneer het derde land in kwestie een partij bij de Unesco-overeenkomst van 1970 is en zich er dus toe heeft verbonden om de illegale handel in cultuurgoederen te bestrijden. In andere gevallen moet deze persoon aantonen dat ze op legale wijze zijn uitgevoerd uit het land van herkomst.

(7)  Het legale karakter van uitvoer moet worden onderzocht aan de hand van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van het land waar de cultuurgoederen zijn ontdekt of voortgebracht ("land van herkomst"). Wanneer cultuurgoederen de Unie vanuit een ander derde land binnenkomen, moet de persoon die ze in het douanegebied van de Unie wil brengen aantonen dat ze op legale wijze zijn uitgevoerd uit het land van herkomst. In het geval dat het land van herkomst van de cultuurgoederen niet op betrouwbare wijze kan worden vastgesteld, moet de persoon die ze in het douanegebied van de Unie wil brengen, aantonen dat deze goederen op legale wijze zijn uitgevoerd uit het laatste land waar zij zich bevonden voordat zij naar de Unie zijn verzonden ("land van uitvoer"), overeenkomstig de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in dat land.

Amendement    3

Voorstel voor een verordening

Overweging 7 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(7 bis)  Op basis van artikel 5 van het UNESCO-Verdrag van 1970 moet worden overgegaan tot de oprichting van een of meer nationale diensten, uitgerust met gekwalificeerd personeel en voldoende in aantal, om de bescherming van hun eigen cultuurgoederen tegen illegale invoer, uitvoer en overdracht te waarborgen. Gezien de noodzaak van actieve samenwerking met de bevoegde autoriteiten van derde landen op het gebied van veiligheid en bestrijding van de illegale invoer van cultuurgoederen, met name in crisisgebieden, wordt de staten die partij zijn bij het UNESCO-verdrag van 1970 verzocht de in het verdrag beoogde verplichtingen na te komen en wordt de lidstaten die dit nog niet hebben gedaan dringend verzocht het verdrag te ratificeren.

Amendement    4

Voorstel voor een verordening

Overweging 8

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(8)  Om geen buitensporige hindernissen op te werpen voor de handel in goederen die over de buitengrenzen gaat, moet deze verordening uitsluitend gelden voor goederen met een bepaalde ouderdom. Te dien einde is het passend een minimale ouderdomsdrempel van 250 jaar vast te stellen voor alle categorieën van cultuurgoederen. Deze minimale ouderdomsdrempel zal garanderen dat de in deze verordening vervatte maatregelen gericht zijn op de cultuurgoederen die het meest voor de hand liggende doelwit zijn van plunderaars in conflictgebieden, zonder dat andere goederen worden uitgesloten waarop controle noodzakelijk is met het oog op de bescherming van het cultureel erfgoed.

(8)  Om geen buitensporige hindernissen op te werpen voor de handel in goederen die over de buitengrenzen van de Unie gaat, moet deze verordening uitsluitend gelden voor goederen met een bepaalde ouderdom en waarde. Daarvoor is het passend een minimale ouderdomsdrempel van honderd jaar vast te stellen voor de meest kwetsbare categorieën van cultuurgoederen, in overeenstemming met de bepalingen van het Verdrag van Den Haag van 1954, de Unesco-overeenkomst van 1970 en het Verdrag van Unidroit van 1995. Deze minimale ouderdomsdrempel zal garanderen dat de in deze verordening vervatte maatregelen gericht zijn op de cultuurgoederen die het meest voor de hand liggende doelwit zijn van plunderaars in conflictgebieden, zonder dat andere goederen worden uitgesloten waarop controle noodzakelijk is met het oog op de bescherming van het cultureel erfgoed.

Motivering

De minimumleeftijd van 250 jaar lijkt niet in overeenstemming te zijn met sommige internationale verdragen (art. 1 van het Verdrag van 's-Gravenhage inzake de bescherming van cultuurgoederen in geval van een gewapend conflict, artikel 1 het Verdrag van 1970 inzake de middelen om de onrechtmatige invoer, uitvoer en eigendomsoverdracht van cultuurgoederen te verbieden en te verhinderen in de kunst, en art. 2 van het UNIDROIT-verdrag inzake gestolen of illegaal uitgevoerde cultuurgoederen).

Amendement    5

Voorstel voor een verordening

Overweging 10

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(10)  Aangezien bepaalde categorieën cultuurgoederen, namelijk oudheidkundige voorwerpen, delen van monumenten, zeldzame manuscripten en wiegedrukken, bijzonder kwetsbaar zijn voor plundering en vernietiging, lijkt het noodzakelijk in een systeem van verscherpt toezicht te voorzien voordat zij het douanegebied van de Unie mogen binnenkomen. In het kader van een dergelijk systeem moet worden verlangd dat een invoervergunning voor de goederen, afgegeven door de bevoegde autoriteit van de lidstaat van binnenkomst, wordt voorgelegd voordat zij in het vrije verkeer worden gebracht of onder een bijzondere regeling, met uitzondering van douanevervoer, worden geplaatst. Personen die een dergelijke vergunning aanvragen, moeten kunnen aantonen dat de uitvoer uit het land van herkomst legaal is aan de hand van passende bewijsstukken, met name uitvoercertificaten of -vergunningen afgegeven door het derde land van uitvoer, eigendomstitels, facturen, verkoopovereenkomsten, verzekeringsdocumenten, vervoersdocumenten en expertises. De bevoegde autoriteiten van de lidstaten moeten op basis van volledig en zorgvuldig ingevulde aanvragen onmiddellijk over de afgifte van een vergunning beslissen.

(10)  Aangezien bepaalde categorieën cultuurgoederen, namelijk oudheidkundige voorwerpen, delen van monumenten, zeldzame manuscripten en wiegedrukken, bijzonder kwetsbaar zijn voor plundering en vernietiging, lijkt het noodzakelijk in een systeem van verscherpt toezicht te voorzien voordat zij het douanegebied van de Unie mogen binnenkomen. In het kader van een dergelijk systeem moet worden verlangd dat een invoervergunning voor de goederen, afgegeven door de bevoegde autoriteit van de eerste lidstaat van binnenkomst, wordt voorgelegd voordat zij in het vrije verkeer worden gebracht of onder een bijzondere regeling, met uitzondering van douanevervoer, worden geplaatst. Personen die een dergelijke vergunning aanvragen, moeten kunnen aantonen dat de cultuurgoederen uit het land van herkomst zijn uitgevoerd in overeenstemming met de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van dat land of dat dergelijke wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen niet bestaan. De rechtmatigheid van de uitvoer uit het land van herkomst moet worden aangetoond aan de hand van passende bewijsstukken, met name uitvoercertificaten of -vergunningen, afgegeven door het derde land van uitvoer, eigendomstitels, facturen, verkoopovereenkomsten, verzekeringsdocumenten, vervoersdocumenten en expertises. De bevoegde autoriteiten van de lidstaten moeten op basis van volledig en zorgvuldig ingevulde aanvragen onmiddellijk over de afgifte van een vergunning beslissen. Indien het land van herkomst van de cultuurgoederen niet op betrouwbare wijze kan worden vastgesteld, moeten bij de aanvraag alle bewijsstukken en gegevens worden gevoegd ten bewijze van het feit dat de cultuurgoederen in kwestie uit het land van uitvoer zijn uitgevoerd in overeenstemming met de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van dat land. Voor de invoer van cultuurgoederen die afkomstig zijn uit landen met conflicten of hoge risico's moet altijd een invoervergunning worden voorgelegd die is afgegeven door een bevoegde autoriteit van de eerste lidstaat van binnenkomst. Personen die een dergelijke vergunning aanvragen, moeten kunnen aantonen dat de cultuurgoederen uit het land van herkomst zijn uitgevoerd in overeenstemming met de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van dat land, wat betekent dat de legale uitvoer niet vanuit het land van uitvoer kan worden aangetoond. De Commissie dient door middel van uitvoeringshandelingen een regelmatig geactualiseerde lijst op te stellen van door conflicten getroffen landen en landen met een hoog risico door middel waarvan beperkende maatregelen ten aanzien van cultuurgoederen moeten worden vastgesteld, overeenkomstig artikel 215 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. De Commissie dient een beroep te doen op externe deskundigen, zoals de Unesco en de International Council of Museums (ICOM), voor de samenstelling van die lijst, die gebaseerd moet worden op de rode lijsten van de ICOM, in overeenstemming met de resolutie van de VN-Veiligheidsraad, en die een overzicht biedt van de categorieën van bedreigde oudheidkundige voorwerpen of kunstvoorwerpen in de meest kwetsbare delen van de wereld om te voorkomen dat deze op onrechtmatige wijze worden verkocht of uitgevoerd.

Amendement    6

Voorstel voor een verordening

Overweging 10 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(10 bis)  Rekening houdend met de specifieke aard van de goederen, spelen culturele deskundigen binnen de douane-instanties een zeer belangrijke rol omdat zij, indien nodig, aanvullende informatie van de aangever kunnen vragen en het cultuurgoed ter plaatse kunnen onderzoeken.

Amendement    7

Voorstel voor een verordening

Overweging 11

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(11)  Voor andere categorieën cultuurgoederen moeten de personen die ze het douanegebied van de Unie willen binnenbrengen, aan de hand van een verklaring bevestigen en de verantwoordelijkheid op zich nemen dat deze goederen legaal zijn uitgevoerd uit het derde land, en zij moeten voldoende informatie over deze goederen verstrekken zodat de douane ze kan identificeren. Om de procedure te vergemakkelijken en rechtszekerheid te bieden, moet de informatie over de cultuurgoederen worden verstrekt met behulp van een gestandaardiseerd document. Het Object ID, de door de Unesco aanbevolen standaard, moet worden gebruikt om de cultuurgoederen te omschrijven. De douane moet de binnenkomst van deze cultuurgoederen registreren, de originele documenten bijhouden en een kopie van de relevante documenten aan de aangever bezorgen, zodat de goederen traceerbaar zijn nadat zij op de interne markt zijn gebracht.

(11)  Voor andere categorieën cultuurgoederen moeten de personen die ze het douanegebied van de Unie willen binnenbrengen, kunnen aantonen dat de uitvoer uit het land van herkomst legaal is aan de hand van passende bewijsstukken, met name uitvoercertificaten of -vergunningen afgegeven door het derde land van uitvoer, eigendomstitels, facturen, verkoopovereenkomsten, verzekeringsdocumenten, vervoersdocumenten en expertises. De personen die cultuurgoederen in het douanegebied van de Unie willen binnenbrengen, moeten, vergezeld van een elektronische verklaring waaruit blijkt en waarin zij hun verantwoordelijkheid op zich nemen voor de rechtmatige uitvoer ervan uit het bronland, voldoende informatie verstrekken opdat de goederen door de douane kunnen worden geïdentificeerd. Om de procedure te vergemakkelijken en rechtszekerheid te bieden, moet de informatie over de cultuurgoederen worden verstrekt met behulp van een gestandaardiseerd elektronisch document. Het Object ID, de door de Unesco aanbevolen standaard, moet worden gebruikt om de cultuurgoederen te omschrijven. Deze cultuurgoederen moeten elektronisch worden geregistreerd en de aangever moet een kopie van de relevante ingediende documenten worden verstrekt, zodat de goederen traceerbaar zijn nadat zij op de interne markt zijn gebracht.

Amendement    8

Voorstel voor een verordening

Overweging 12

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(12)  Voor de tijdelijke invoer van cultuurgoederen voor educatieve doeleinden en wetenschappelijk of academisch onderzoek mag geen vergunning of verklaring worden geëist.

(12)  Voor de tijdelijke invoer van cultuurgoederen voor educatieve (zoals culturele en muzikale) doeleinden, restauratie, conservatie, tentoonstelling of wetenschappelijk of academisch onderzoek, alsook in het kader van de samenwerking tussen musea en vergelijkbare overheidsinstellingen zonder winstoogmerk met het oog op de organisatie van tentoonstellingen mag geen vergunning of verklaring worden geëist.

Amendement    9

Voorstel voor een verordening

Overweging 13 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(13 bis)  Voor cultuurgoederen die op internationale handelsbeurzen en kunstbeurzen zullen worden getoond, hoeft geen invoervergunning te worden afgegeven.

Amendement    10

Voorstel voor een verordening

Overweging 14

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(14)  Om rekening te houden met de ervaringen die worden opgedaan met de tenuitvoerlegging van deze verordening, alsook met wijzigende geopolitieke en andere omstandigheden die een bedreiging vormen voor cultuurgoederen, zonder evenwel buitensporige hindernissen op te werpen voor de handel met derde landen, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie handelingen vast te stellen ten aanzien van de wijziging van de minimale ouderdomsdrempel voor de verschillende categorieën cultuurgoederen. Die bevoegdheid moet de Commissie ook de mogelijkheid bieden om de bijlage bij te werken naar aanleiding van wijzigingen van de gecombineerde nomenclatuur. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 201627. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen, ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

(14)  Om rekening te houden met de ervaringen die worden opgedaan met de tenuitvoerlegging van deze verordening, alsook met wijzigende geopolitieke en andere omstandigheden die een bedreiging vormen voor cultuurgoederen, zonder evenwel buitensporige hindernissen op te werpen voor de handel met derde landen, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie handelingen vast te stellen ten aanzien van de wijziging van de minimale ouderdoms- en financiële drempel voor de verschillende categorieën cultuurgoederen. Die bevoegdheid moet de Commissie ook de mogelijkheid bieden om de bijlage bij te werken naar aanleiding van wijzigingen van de gecombineerde nomenclatuur. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 201627. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen, ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

__________________

__________________

27 PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.

27 PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.

Amendement    11

Voorstel voor een verordening

Overweging 15

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(15)  Om eenvormige voorwaarden te waarborgen voor de uitvoering van deze verordening, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend om specifieke voorwaarden voor de tijdelijke invoer en de opslag van cultuurgoederen in het douanegebied van de Unie, de modellen voor aanvragen en formulieren van invoervergunningen alsook voor importeursverklaringen en bijgaande documenten, en nadere procedureregels voor de indiening en de verwerking daarvan vast te stellen. Aan de Commissie moeten ook uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend om voorzieningen te treffen voor het opzetten van een elektronische databank voor de opslag en de uitwisseling van gegevens tussen de lidstaten. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad28.

(15)  Om eenvormige voorwaarden te waarborgen voor de uitvoering van deze verordening, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend om specifieke voorwaarden voor de tijdelijke invoer en de opslag van cultuurgoederen in het douanegebied van de Unie vast te stellen, waarbij met het oog op de specifieke aard van de goederen passende bewaaromstandigheden moeten worden gewaarborgd. Deze voorwaarden moeten ook gelden voor de gestandaardiseerde elektronische modellen voor aanvragen en formulieren van invoervergunningen alsook voor elektronische importeursverklaringen en bijgaande documenten, en nadere procedureregels voor de elektronische indiening en verwerking daarvan vast te stellen. Aan de Commissie moeten ook uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend om voorzieningen te treffen voor het opzetten van een elektronische databank voor de opslag en de uitwisseling van gegevens tussen de lidstaten. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad28. Ook moeten tenuitvoerleggingsbevoegdheden worden toegekend aan de Commissie, voor de vaststelling van een regelmatig geactualiseerde lijst van door conflicten getroffen landen en landen met een hoog risico door middel waarvan beperkende maatregelen ten aanzien van cultuurgoederen moeten worden vastgesteld, overeenkomstig artikel 215 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

__________________

__________________

28 Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13).

28 Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13).

Amendement    12

Voorstel voor een verordening

Overweging 16

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(16)  Er moeten relevante gegevens over de handelsstromen van cultuurgoederen worden verzameld ter ondersteuning van de efficiënte tenuitvoerlegging van de verordening en als grondslag voor de toekomstige evaluatie ervan. Het toezicht op de handelsstromen van cultuurgoederen kan niet efficiënt worden verricht alleen op basis van de waarde of het gewicht van die goederen, omdat deze twee maatstaven kunnen fluctueren. Het is van wezenlijk belang dat informatie wordt verzameld over het aantal aangegeven artikelen. Aangezien de gecombineerde nomenclatuur geen bijzondere maatstaf voor cultuurgoederen bevat, dient te worden bepaald dat het aantal artikelen moet worden aangegeven.

(16)  Er moeten relevante gegevens over de handelsstromen van cultuurgoederen worden verzameld ter ondersteuning van de efficiënte tenuitvoerlegging van de verordening en als grondslag voor de toekomstige evaluatie ervan. Het toezicht op de handelsstromen van cultuurgoederen kan niet efficiënt worden verricht alleen op basis van de waarde of het gewicht van die goederen, omdat deze twee maatstaven kunnen fluctueren. Het is van wezenlijk belang dat langs elektronische weg informatie wordt verzameld over het aantal aangegeven artikelen. Aangezien de gecombineerde nomenclatuur geen bijzondere maatstaf voor cultuurgoederen bevat, dient te worden bepaald dat het aantal artikelen moet worden aangegeven.

Amendement    13

Voorstel voor een verordening

Overweging 17

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(17)  Met de EU-strategie en het actieplan voor douanerisicobeheer29 wordt onder meer gestreefd naar een versterking van de capaciteiten van de douaneautoriteiten om beter te kunnen reageren op risico's op het gebied van cultuurgoederen. Er moet gebruik worden gemaakt van het bij Verordening (EU) nr. 952/2013 ingestelde gemeenschappelijke risicobeheerskader en tussen de douaneautoriteiten moet relevante informatie over risico's worden uitgewisseld.

(17)  Met de EU-strategie en het actieplan voor douanerisicobeheer29 wordt onder meer gestreefd naar een versterking van de capaciteiten en training van de douaneautoriteiten om beter te kunnen reageren op risico's op het gebied van cultuurgoederen. Er moet gebruik worden gemaakt van het bij Verordening (EU) nr. 952/2013 ingestelde gemeenschappelijke risicobeheerskader en tussen de douaneautoriteiten moet relevante informatie over risico's worden uitgewisseld.

__________________

__________________

29 COM(2014) 0527 final: Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad en het Europees Economisch en Sociaal Comité over de EU-strategie en het actieplan voor douanerisicobeheer.

29 COM(2014) 0527 final: Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad en het Europees Economisch en Sociaal Comité over de EU-strategie en het actieplan voor douanerisicobeheer.

Amendement    14

Voorstel voor een verordening

Overweging 17 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(17 bis)  Omdat het smokkelen van cultuurgoederen een bron van financiering voor terrorisme kan vormen en een manier kan zijn voor het witwassen van geld, is het dringend nodig om bewustmakingscampagnes op te zetten om met name bepaalde kopers van cultuurgoederen op deze risico's te wijzen; daarnaast moeten in elke lidstaat informatiepunten worden ingericht om marktdeelnemers bij te staan bij de tenuitvoerlegging van deze verordening.

Amendement    15

Voorstel voor een verordening

Overweging 19

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(19)  De Commissie moet voldoende tijd krijgen om uitvoeringsvoorschriften voor deze verordening vast te stellen, met name betreffende de formulieren die moeten worden gebruikt om een invoervergunning aan te vragen of een importeursverklaring op te stellen. De toepassing van deze verordening moet bijgevolg worden uitgesteld.

(19)  De Commissie moet voldoende tijd krijgen om uitvoeringsvoorschriften voor deze verordening vast te stellen, met name betreffende de gestandaardiseerde elektronische formulieren die moeten worden gebruikt om een invoervergunning aan te vragen of een importeursverklaring op te stellen. De toepassing van deze verordening moet bijgevolg worden uitgesteld.

Amendement    16

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Bij deze verordening worden de voorwaarden en de procedure voor het binnenbrengen van cultuurgoederen in het douanegebied van de Unie vastgesteld.

Bij deze verordening worden de voorwaarden en de procedure voor de invoer van cultuurgoederen in het douanegebied van de Unie vastgesteld.

Motivering

In artikel 1 over het doel en het bereik van deze verordening moet het vage begrip "binnenbrengen" worden vervangen door het nauwkeuriger begrip "invoer".

Amendement    17

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Het binnenbrengen in het douanegebied van de Unie van cultuurgoederen die illegaal uit een derde land zijn uitgevoerd is verboden indien er redelijke gronden bestaan om aan te nemen dat de cultuurgoederen in kwestie zonder toestemming van de rechtmatige eigenaar of in strijd met de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van die landen buiten het grondgebied van het land van herkomst of het land van uitvoer zijn gebracht.

Amendement    18

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Deze verordening laat strengere regelingen die bij in de lidstaten geldende instrumenten voor de invoer van cultuurgoederen in hun douanegebied zijn vastgesteld, onverlet.

Amendement    19

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  cultuurgoederen: ieder voorwerp dat van belang is voor de archeologie, de prehistorie, de geschiedenis, de letterkunde, de kunst of de wetenschap, en dat behoort tot een van de categorieën die zijn opgenomen in de tabel in de bijlage, en aan de daarin vastgestelde minimale ouderdomsdrempel voldoet;

a)  cultuurgoederen: ieder voorwerp dat van belang is voor de archeologie, de prehistorie, de geschiedenis, de letterkunde, de kunst of de wetenschap, en dat behoort tot een van de categorieën die zijn opgenomen in de tabel in de bijlage, en aan de daarin vastgestelde minimale ouderdoms- en financiële drempel voldoet;

Amendement    20

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  land van herkomst: het land op wiens huidige grondgebied de cultuurgoederen zijn voortgebracht of ontdekt;

b)  land van herkomst: het land op wiens huidige grondgebied de cultuurgoederen zijn voortgebracht, ontdekt of verwijderd, opgegraven of gestolen van land of onder water op het huidige grondgebied van dat land, of het land dat zo nauw verbonden is met de cultuurgoederen dat het deze goederen als zijn cultureel erfgoed beschouwt en als zodanig beschermt, hetgeen betekent dat het de uitvoer ervan wettelijk reguleert;

Amendement    21

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)  land van uitvoer: het laatste land waar de cultuurgoederen zich op duurzame wijze bevonden overeenkomstig de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van dat land voordat zij naar de Unie zijn verzonden;

c)  land van uitvoer: het laatste land waar de cultuurgoederen zich bevonden overeenkomstig de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van dat land voordat zij naar de Unie zijn verzonden;

Amendement    22

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter c bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

c bis)  landen met conflicten en hoge risico's: als zodanig door de Commissie aangemerkte landen die zich kenmerken door de aanwezigheid van gewapende conflicten, wijdverspreid geweld of andere risico's van schade aan mensen of cultuurgoederen;

Amendement    23

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

d)  op duurzame wijze: gedurende een periode van ten minste één maand en voor andere doeleinden dan tijdelijk gebruik, doorvoer, uitvoer of verzending;

Schrappen

Amendement    24

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 12 gedelegeerde handelingen vast te stellen om de tweede kolom van de tabel in de bijlage te wijzigen naar aanleiding van wijzigingen in de gecombineerde nomenclatuur en om de minimale ouderdomsdrempel in de derde kolom van de tabel in de bijlage te wijzigen in het licht van de ervaringen met de uitvoering van deze verordening.

2.  De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 12 gedelegeerde handelingen vast te stellen om de categorieën cultuurgoederen en de minimale ouderdoms- en financiële drempel in de bijlage te wijzigen in het licht van de resultaten van de uitvoering van deze verordening.

Amendement    25

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 12 gedelegeerde handelingen vast te stellen om de categorieën goederen te wijzigen waarvoor een invoervergunning of invoerverklaring moet worden overlegd aan de douaneautoriteiten van de eerste lidstaat van binnenkomst, in het licht van de ervaringen met de tenuitvoerlegging van deze verordening.

Amendement    26

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis.  De afgifte van een invoervergunning door de bevoegde autoriteiten van de eerste lidstaat van binnenkomst of de correcte overlegging van een importeursverklaring wordt niet beschouwd als bewijs van legale herkomst of rechtmatige eigendom van de cultuurgoederen.

Amendement    27

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 2 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  de tijdelijke invoer, in de zin van artikel 250 van Verordening (EU) nr. 952/2013, van cultuurgoederen in het douanegebied van de Unie voor educatieve doeleinden en wetenschappelijk of academisch onderzoek;

a)  de tijdelijke invoer, in de zin van artikel 250 van Verordening (EU) nr. 952/2013, van cultuurgoederen in het douanegebied van de Unie voor educatieve (zoals culturele en muzikale) doeleinden, restauratie, conservatie, tentoonstelling en wetenschappelijk of academisch onderzoek, alsook in het kader van de samenwerking tussen musea en vergelijkbare overheidsinstellingen zonder winstoogmerk met het oog op de organisatie van tentoonstellingen.

Amendement    28

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  Tijdelijke toelating in het douanegebied van de Unie in de zin van artikel 250 van Verordening (EU) nr. 952/2013 van cultuurgoederen die op handelsbeurzen en internationale kunstbeurzen worden gepresenteerd, moet worden toegestaan op voorwaarde dat overeenkomstig artikel 5 een importeursverklaring wordt overgelegd.

Amendement    29

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 2 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 ter.  terugkerende goederen als bedoeld in artikel 203 van Verordening (EU) nr. 952/2013;

Amendement    30

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De houder van de goederen vraagt een invoervergunning aan bij de bevoegde autoriteit van de lidstaat van binnenkomst. Bij de aanvraag worden alle bewijsstukken en gegevens gevoegd ten bewijze van het feit dat de cultuurgoederen in kwestie uit het land van herkomst zijn uitgevoerd in overeenstemming met de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van dat land. Wanneer het land van uitvoer evenwel partij is bij de op 14 november 1970 te Parijs ondertekende Unesco-Overeenkomst inzake de middelen om de onrechtmatige invoer, uitvoer of eigendomsoverdracht van culturele goederen te verbieden en te verhinderen (hierna de "Unesco-overeenkomst van 1970" genoemd), worden bij de aanvraag alle bewijsstukken en gegevens gevoegd ten bewijze van het feit dat de cultuurgoederen uit laatstgenoemd land zijn uitgevoerd in overeenstemming met de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van dat land.

2.  De houder van de in het vorige lid vermelde cultuurgoederen vraagt een invoervergunning aan bij de bevoegde autoriteit van de eerste lidstaat van binnenkomst. Bij de aanvraag worden alle bewijsstukken en gegevens gevoegd ten bewijze van het feit dat de cultuurgoederen in kwestie uit het land van herkomst zijn uitgevoerd in overeenstemming met de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van dat land of dat dergelijke wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen niet bestaan. Indien het land van herkomst van de cultuurgoederen niet op betrouwbare wijze kan worden vastgesteld, worden bij de aanvraag van de invoervergunning alle bewijsstukken en gegevens gevoegd ten bewijze van het feit dat de cultuurgoederen uit het land van uitvoer zijn uitgevoerd in overeenstemming met de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van dat land.

 

De houder van cultuurgoederen die afkomstig zijn uit landen met conflicten of hoge risico's moet altijd een invoervergunning aanvragen bij de bevoegde autoriteit van de eerste lidstaat van binnenkomst. Bij de aanvraag worden alle bewijsstukken en gegevens gevoegd ten bewijze van het feit dat die cultuurgoederen uit het land van herkomst zijn uitgevoerd in overeenstemming met de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van dat land.

Amendement    31

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De bevoegde autoriteit van de lidstaat van binnenkomst controleert of de aanvraag volledig is. Zij verzoekt de aanvrager binnen 30 dagen na ontvangst van de aanvraag om alle ontbrekende gegevens of documenten in te dienen.

3.  De bevoegde autoriteit van de eerste lidstaat van binnenkomst controleert of de aanvraag volledig is. Zij verzoekt de aanvrager binnen 30 dagen na ontvangst van de aanvraag om alle ontbrekende gegevens of documenten in te dienen.

Amendement    32

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 4 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  De bevoegde autoriteit onderzoekt, binnen 90 dagen na de indiening van de volledige aanvraag, de aanvraag en beslist om de invoervergunning af te geven of de aanvraag af te wijzen. Zij kan de aanvraag om de volgende redenen afwijzen:

4.  De bevoegde autoriteit onderzoekt, binnen 90 dagen na de indiening van de volledige aanvraag, de aanvraag en beslist om de invoervergunning af te geven of de aanvraag af te wijzen. Zij dient de aanvraag om de volgende redenen af te wijzen:

Amendement    33

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 4 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  wanneer het land van uitvoer geen partij is bij de Unesco-overeenkomst van 1970: er is niet aangetoond dat de cultuurgoederen uit het land van herkomst zijn uitgevoerd in overeenstemming met de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van dat land;

a)  wanneer niet is aangetoond dat de cultuurgoederen uit het land van herkomst zijn uitgevoerd in overeenstemming met de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van dat land of wanneer niet is aangetoond dat de uitvoer uit het land van herkomst heeft plaatsgevonden bij afwezigheid van die wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen;

Amendement    34

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 4 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  wanneer het land van uitvoer partij is bij de Unesco-overeenkomst van 1970: er is niet aangetoond dat de cultuurgoederen uit het land van uitvoer zijn uitgevoerd in overeenstemming met de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van dat land;

b)  wanneer er nog claims over teruggave lopen die door de autoriteiten van het land van herkomst zijn ingediend;

Amendement    35

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 4 – letter b bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

b bis)  wanneer er nog claims over terugbetaling lopen die door de bevoegde autoriteiten van het land van herkomst zijn ingediend;

Motivering

Een van de redenen waarom de bevoegde autoriteit de aanvraag voor de afgifte van een invoervergunning kan afwijzen, is het geval van een hangende aanvraag van het land van oorsprong.

Amendement    36

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 4 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)  de bevoegde autoriteit heeft redelijke gronden om aan te nemen dat de houder van de goederen deze niet op rechtmatige wijze heeft verkregen.

c)  de bevoegde autoriteit heeft redelijke gronden om te bevestigen dat de houder van de goederen deze niet op rechtmatige wijze heeft verkregen.

Amendement    37

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 4 – letter c bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

c bis)  indien de invoeraanvraag betrekking heeft op een cultuurgoed waarvoor dezelfde aanvraag eerder door een andere lidstaat van de Unie is afgewezen, de weigering die de aanvrager verplicht is mee te delen aan de bevoegde autoriteit voor de afgifte van de invoervergunning;

Motivering

Een van de redenen waarom de bevoegde autoriteit de aanvraag voor de afgifte van een invoervergunning kan afwijzen, is ook het geval waarin dezelfde aanvraag eerder door een andere lidstaat werd afgewezen, namelijk de weigering die de aanvrager geacht wordt mee te delen aan de bevoegde autoriteit voor de afgifte van de invoervergunning.

Amendement    38

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 4 – alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Indien de invoervergunning wordt afgegeven, wordt deze door de bevoegde autoriteit elektronisch geregistreerd.

Amendement    39

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4 bis.  Indien een aanvraag wordt afgewezen, wordt het in lid 4 bedoelde administratieve besluit vergezeld van een motivering, met inbegrip van informatie over de beroepsprocedure, die aan de betrokken aanvrager wordt meegedeeld op het moment dat het besluit wordt bekendgemaakt.

Amendement    40

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.  De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen het model voor de aanvraag van een invoervergunning en de procedureregels voor de indiening en de verwerking van die aanvraag vaststellen. Deze uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 13 bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

6.  De Commissie stelt door middel van uitvoeringshandelingen het gestandaardiseerd elektronisch model voor de aanvraag van een invoervergunning vast, alsmede de procedureregels voor de elektronische indiening en de verwerking van die aanvraag met de eveneens langs elektronische weg bijgevoegde relevante bewijsstukken. Deze uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 13 bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

Amendement    41

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Om de in de punten a), b), e), f), g), i), j), k) en l) van de bijlage bedoelde cultuurgoederen in de Unie in het vrije verkeer te brengen of onder een andere bijzondere regeling dan douanevervoer te plaatsen, moet aan de douaneautoriteiten van de lidstaat van binnenkomst een importeursverklaring worden voorgelegd.

1.  Om de in de punten a), b), e), f), g), i), j), k) en l) van de bijlage bedoelde cultuurgoederen in te voeren, moet aan de douaneautoriteiten van de eerste lidstaat van binnenkomst een elektronische importeursverklaring worden voorgelegd.

 

Het voorgaande lid is niet van toepassing op cultuurgoederen die afkomstig zijn uit landen met conflicten of een hoog risico. Voor dergelijke cultuurgoederen moet worden verlangd dat een invoervergunning wordt voorgelegd, afgegeven door de bevoegde autoriteit van de eerste lidstaat van binnenkomst overeenkomstig de bepalingen van artikel 4.

Amendement    42

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De importeursverklaring bevat een door de houder van de goederen ondertekende bevestiging dat de goederen uit het land van herkomst zijn uitgevoerd in overeenstemming met de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van dat land. Wanneer evenwel het land van uitvoer partij is bij de Unesco-overeenkomst van 1970, bevat de importeursverklaring een door de houder van de goederen ondertekende bevestiging dat de goederen uit laatstgenoemd land zijn uitgevoerd in overeenstemming met de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van dat land.

2.  Indien het land van herkomst van de cultuurgoederen op betrouwbare wijze kan worden vastgesteld, omvat de elektronische importeursverklaring:

 

a)   een door de houder van de goederen ondertekende verklaring;

De importeursverklaring omvat ook een gestandaardiseerd document waarin de cultuurgoederen in kwestie voldoende nauwkeurig zijn beschreven om door de douaneautoriteiten te kunnen worden geïdentificeerd.

b)  een gestandaardiseerd elektronisch document waarin de cultuurgoederen in kwestie voldoende nauwkeurig zijn beschreven om door de douaneautoriteiten te kunnen worden geïdentificeerd; en

 

c)  een uitvoervergunning of -certificaat afgegeven door het land van herkomst; Indien de wetgeving van het land van herkomst niet in de afgifte van uitvoervergunningen of -certificaten voorziet, dient de verklaring van de importeur vergezeld te gaan van betrouwbare bewijsstukken en informatie waaruit blijkt dat de cultuurgoederen overeenkomstig de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van dat land uit het land van herkomst zijn uitgevoerd of dat dergelijke wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen ontbreken.

 

Indien het land van herkomst van de cultuurgoederen niet op betrouwbare wijze kan worden vastgesteld, omvat de elektronische importeursverklaring:

 

a)  een door de houder van de goederen ondertekende verklaring;

 

b)  een gestandaardiseerd elektronisch document waarin de cultuurgoederen in kwestie voldoende nauwkeurig zijn beschreven om door de douaneautoriteiten te kunnen worden geïdentificeerd; en

 

c)  een uitvoervergunning of -certificaat afgegeven door het land van uitvoer; Indien de wetgeving van het land van uitvoer niet in de afgifte van uitvoervergunningen of -certificaten voorziet, dient de verklaring van de importeur vergezeld te gaan van betrouwbare bewijsstukken en informatie waaruit blijkt dat de cultuurgoederen overeenkomstig de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van dat land uit het land van uitvoer zijn uitgevoerd.

Amendement    43

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen het model voor de importeursverklaring en de procedureregels voor de indiening en de verwerking van die verklaring vaststellen. Deze uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 13 bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

3.  De Commissie stelt door middel van uitvoeringshandelingen het gestandaardiseerd elektronisch model voor de importeursverklaring en de procedureregels voor de elektronische indiening en verwerking van die verklaring vast. Deze uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 13 bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

Amendement    44

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De in artikel 4 bedoelde invoervergunning of de in artikel 5 bedoelde importeursverklaring, naargelang het geval, wordt ingediend bij het douanekantoor dat bevoegd is om de cultuurgoederen in het vrije verkeer te brengen of onder een andere bijzondere regeling dan douanevervoer te plaatsen.

1.  De in artikel 4 bedoelde invoervergunning of de in artikel 5 bedoelde importeursverklaring, naargelang het geval, wordt langs elektronische weg ingediend bij het douanekantoor dat bevoegd is om de cultuurgoederen in het vrije verkeer te brengen of onder een andere bijzondere regeling dan douanevervoer te plaatsen.

Amendement    45

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Bij cultuurgoederen waarvoor een invoervergunning moet worden afgegeven voordat zij het douanegebied van de Unie mogen binnenkomen, gaan de douaneautoriteiten na of de invoervergunning overeenstemt met de aangebrachte goederen. Te dien einde kunnen zij de cultuurgoederen fysiek controleren, inclusief door het verrichten van een expertise.

2.  Bij cultuurgoederen waarvoor een invoervergunning moet worden afgegeven voordat zij het douanegebied van de Unie mogen binnenkomen, gaan de douaneautoriteiten na of de invoervergunning overeenstemt met de aangebrachte goederen. Te dien einde kunnen zij de cultuurgoederen fysiek controleren, inclusief door het verrichten van een expertise, in nauwe samenwerking met de voor culturele goederen bevoegde autoriteiten. Aan de elektronisch geregistreerde invoervergunning worden een volgnummer en een registratiedatum toegekend, en de aangever ontvangt bij de vrijgave van de goederen een kopie van de geregistreerde invoervergunning.

Amendement    46

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Bij cultuurgoederen waarvoor een importeursverklaring moet worden voorgelegd voordat zij het douanegebied van de Unie mogen binnenkomen, gaan de douaneautoriteiten na of de importeursverklaring voldoet aan de in of op basis van artikel 5 vastgestelde vereisten en overeenstemt met de aangebrachte goederen. Te dien einde kunnen zij van de aangever aanvullende gegevens verlangen en de cultuurgoederen fysiek controleren, inclusief door het verrichten van een expertise. Zij registreren de importeursverklaring door deze een volgnummer en een registratiedatum toe te kennen en bezorgen de aangever bij de vrijgave van de goederen een kopie van de geregistreerde importeursverklaring.

3.  Bij cultuurgoederen waarvoor een importeursverklaring moet worden voorgelegd voordat zij het douanegebied van de Unie mogen binnenkomen, gaan de douaneautoriteiten na of de importeursverklaring voldoet aan de in of op basis van artikel 5 vastgestelde vereisten en overeenstemt met de aangebrachte goederen. Te dien einde kunnen zij van de aangever aanvullende gegevens verlangen en de cultuurgoederen fysiek controleren door het verrichten van een expertise als bedoeld in lid 2. Aan de elektronisch geregistreerde importeursverklaring worden een volgnummer en een registratiedatum toegekend, en de aangever ontvangt bij de vrijgave van de goederen een kopie van de geregistreerde importeursverklaring.

Amendement    47

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Wanneer lidstaten het aantal douanekantoren beperken dat bevoegd is om cultuurgoederen in het vrije verkeer te brengen of onder een andere bijzondere regeling dan douanevervoer te plaatsen, delen zij de gegevens van die douanekantoren en elke wijziging daarin mee aan de Commissie.

Wanneer lidstaten het aantal douanekantoren beperken dat bevoegd is om cultuurgoederen in te voeren, delen zij de gegevens van die douanekantoren en elke wijziging daarin mee aan de Commissie. Hoewel het aantal douanekantoren beperkt is, zorgen de lidstaten ervoor dat de houders van de goederen of de importeurs voldoende toegang tot deze kantoren hebben.

Amendement    48

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis.  In geval van bewaring van cultuurgoederen moeten gepaste voorwaarden voor de conservatie ervan worden gewaarborgd, overeenkomstig de voorwaarden en verantwoordelijkheden voor de tijdelijke opslag van goederen als vastgelegd in artikel 147 van Verordening (EU) nr. 952/2013, met het oog op de specifieke aard van de goederen.

Amendement    49

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 bis.  De douaneautoriteiten doen afhankelijk van de situatie onmiddellijk kennisgeving aan het land van herkomst of het land van uitvoer indien er, nadat het besluit bedoeld in lid 1 genomen is, redelijke gronden bestaan om aan te nemen dat de cultuurgoederen in kwestie zonder toestemming van de rechtmatige eigenaar of in strijd met de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van die landen buiten het grondgebied van het land van herkomst of het land van uitvoer zijn gebracht.

Amendement    50

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Er kan een elektronisch systeem worden opgezet voor de opslag en de uitwisseling van gegevens tussen de autoriteiten van de lidstaten, met name betreffende importeursverklaringen en invoervergunningen.

2.  Er wordt een elektronisch systeem opgezet voor de opslag en de uitwisseling van gegevens tussen de autoriteiten van de lidstaten, met name betreffende importeursverklaringen en invoervergunningen.

Amendement    51

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 3 – alinea 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen:

De Commissie zal door middel van uitvoeringshandelingen:

Amendement    52

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten stellen de regels vast voor de sancties die van toepassing zijn op inbreuken op de artikelen 3, 4 en 5 en met name op het afleggen van valse verklaringen en het verstrekken van valse informatie om cultuurgoederen het douanegebied van de Unie te kunnen binnenbrengen, en treffen alle maatregelen om ervoor te zorgen dat deze worden toegepast. De sancties moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn. De lidstaten delen de Commissie uiterlijk 18 maanden na de datum van inwerkingtreding van de verordening deze regels en maatregelen mee en stellen haar onverwijld in kennis van alle latere wijzigingen die erop van invloed zijn.

De lidstaten stellen de regels vast voor de sancties die van toepassing zijn op inbreuken op de artikelen 3, 4 en 5 en met name op het afleggen van valse verklaringen en het verstrekken van valse informatie om cultuurgoederen het douanegebied van de Unie te kunnen binnenbrengen, en treffen alle maatregelen om ervoor te zorgen dat deze worden toegepast. De sancties moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn. De lidstaten verbinden zich er voorts toe de wenselijkheid te onderzoeken van de oprichting van specifieke operationele eenheden die gespecialiseerd zijn in de bestrijding van de illegale invoer van cultuurgoederen, voor zover deze eenheden niet reeds in hun eigen rechtsstelsel aanwezig zijn. De lidstaten delen de Commissie uiterlijk 18 maanden na de datum van inwerkingtreding van de verordening deze regels en maatregelen mee en stellen haar onverwijld in kennis van alle latere wijzigingen die erop van invloed zijn.

Amendement    53

Voorstel voor een verordening

Artikel 11 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

11.  De lidstaten dragen zorg voor opleidings- en capaciteitsopbouwactiviteiten ten behoeve van de effectieve tenuitvoerlegging van deze verordening door de betrokken autoriteiten. Zij kunnen ook bewustmakingscampagnes opzetten om met name kopers van cultuurgoederen te alerteren.

11.  De lidstaten dragen zorg voor opleidings- en capaciteitsopbouwactiviteiten ten behoeve van de effectieve tenuitvoerlegging van deze verordening door de betrokken autoriteiten en functionarissen. Zij zetten ook bewustmakingscampagnes op om met name kopers van cultuurgoederen te alerteren. Bovendien worden in elke lidstaat informatiepunten ingericht om marktdeelnemers bij te staan bij de tenuitvoerlegging van deze verordening. Bij de voorbereidende werkzaamheden voor de tenuitvoerlegging van deze verordening werken de Commissie en de lidstaten samen met internationale organisaties, zoals Unesco, Interpol, Europol en ICOM, om doeltreffende opleidings- en capaciteitsopbouwactiviteiten, evenals bewustmakingscampagnes te garanderen.

Amendement    54

Voorstel voor een verordening

Artikel 12 – lid 1 – alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

De Commissie stelt door middel van uitvoeringshandelingen een regelmatig geactualiseerde lijst op van door conflicten getroffen landen en landen met een hoog risico door middel waarvan beperkende maatregelen ten aanzien van cultuurgoederen worden vastgesteld, overeenkomstig artikel 215 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

Amendement    55

Voorstel voor een verordening

Artikel 12 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 12 bis

 

Samen met de Europese Dienst voor extern optreden en de OESO werkt de Commissie aan niet-bindende richtsnoeren in de vorm van een handboek waarin wordt uitgelegd hoe de criteria voor het bepalen van conflictgebieden en hoogrisicogebieden het best kunnen worden toegepast. Dat handboek is gebaseerd op de definitie van conflict- en hoogrisicogebieden in artikel X, onder ..., van deze verordening en houdt rekening met de OESO-richtsnoeren voor passende zorgvuldigheid op dit gebied, met inbegrip van andere risico's betreffende de toeleveringsketen die leiden tot alarmsignalen zoals gedefinieerd in de desbetreffende supplementen bij die richtsnoeren.

 

De Commissie doet een beroep op externe deskundigen om tot een indicatieve, niet-uitputtende, regelmatig bijgewerkte lijst van conflict- en hoogrisicogebieden te komen. Deze lijst is gebaseerd op analyses uit bovengenoemd handboek die door deskundigen zijn uitgevoerd, alsmede op informatie uit academisch onderzoek en zorgvuldigheidsstelsels voor toeleveringsketens. Unie-importeurs die mineralen of metalen betrekken uit gebieden die niet in de lijst worden vermeld, blijven eveneens verantwoordelijk voor het naleven van de in deze verordening neergelegde verplichtingen inzake passende zorgvuldigheid.

Amendement    56

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 – lid 1 – alinea 1 – letter e

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

e)  het aantal gevallen waarin cultuurgoederen in bewaring zijn genomen en

e)  het aantal gevallen waarin cultuurgoederen in bewaring zijn genomen;

Amendement    57

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 – lid 1 – alinea 1 – letter f

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

f)  het aantal gevallen waarin cultuurgoederen aan de staat zijn afgestaan overeenkomstig artikel 199 van Verordening (EU) nr. 952/2013.

f)  het aantal gevallen waarin cultuurgoederen aan de staat zijn afgestaan overeenkomstig artikel 199 van Verordening (EU) nr. 952/2013 en

Amendement    58

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 – lid 1 – alinea 1 – letter f bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

f bis)  de strafrechtelijke sancties die zijn vastgesteld in het kader van de toepassing van deze verordening.

Amendement    59

Voorstel voor een verordening

Bijlage – tabel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

[…]

Schrappen

Motivering

De bijlage bij het voorstel van de Commissie wordt geschrapt en vervangen door de bijlage bij de verordening nr. 116/2009 inzake uitvoer van cultuurgoederen, aangepast aan één enkele drempel voor een periode van 100 jaar en met enkele herijkte waardedrempels. Om procedurele redenen zijn twee verschillende amendementen voorgesteld (de een om te schrappen, de andere om de vorige bijlage te wijzigen) en deze zullen gezamenlijk in stemming worden gebracht.

Amendement    60

Voorstel voor een verordening

Bijlage – tabel bis (nieuw)

1.  Oudheidkundige voorwerpen, ouder dan 100 jaar, afkomstig van:

 

  opgravingen en vindplaatsen op het land en in zee

9705 00 00

  oudheidkundige locaties

9706 00 00

  oudheidkundige collecties

 

2.  Delen die integrerend deel hebben uitgemaakt van artistieke, historische of religieuze monumenten die niet in hun geheel bewaard zijn gebleven, ouder dan 100 jaar

9705 00 00

 

9706 00 00

3.  Afbeeldingen en schilderijen die niet tot categorie 4 of 5 behoren en geheel met de hand zijn vervaardigd, ongeacht op welke ondergrond en van welke materialen

9701

4.  Aquarellen, gouaches en pasteltekeningen die geheel met de hand zijn vervaardigd, ongeacht op welke ondergrond

9701

5.  Mozaïeken, ongeacht van welke materialen, die geheel met de hand zijn vervaardigd en niet tot categorie 1 of 2 behoren, en tekeningen die geheel met de hand zijn vervaardigd, ongeacht op welke ondergrond en van welke materialen

6914

 

9701

6.  Oorspronkelijke gravures, prenten, zeefdrukken en lithografieën en hun respectieve matrijzen, alsmede de originele affiches

Hoofdstuk 49

 

9702 00 00

 

8442 50 99

7.  Oorspronkelijke beelden of oorspronkelijk beeldhouwwerk, alsmede kopieën die zijn verkregen volgens hetzelfde procedé als de oorspronkelijke stukken, en die niet tot categorie 1 behoren

9703 00 00

8.  Fotoafdrukken, films en de negatieven daarvan

3704

 

3705

 

3706

 

4911 91 80

9.  Wiegendrukken en manuscripten, met inbegrip van geografische kaarten en partituren, afzonderlijk of in verzamelingen

9702 00 00

 

9706 00 00

 

4901 10 00

 

4901 99 00

 

4904 00 00

 

4905 91 00

 

4905 99 00

 

4906 00 00

10.  Boeken, ouder dan 100 jaar, afzonderlijk of in verzamelingen

9705 00 00

 

9706 00 00

11.  Gedrukte geografische kaarten, ouder dan 100 jaar

9706 00 00

12.

 

(a)  Verzamelingen en exemplaren voor verzamelingen van fauna, flora, mineralen en anatomische delen

9705 00 00

(b)  Verzamelingen van historisch, paleontologisch, etnografisch of numismatisch belang

9705 00 00

13.  Andere antiquiteiten die niet tot de categorieën A1 tot en met A 12 behoren, ouder dan 100 jaar

97060000

De bij de categorieën A.1 tot en met A.13 ingedeelde cultuurgoederen vallen alleen binnen het toepassingsgebied van deze verordening, indien de financiële waarde ervan ten minste gelijk is aan de in punt B aangegeven drempels.

B.

Financiële waardedrempels voor bepaalde onder A genoemde categorieën (in EUR)

Waarde:

ongeacht hun waarde

  1 (Oudheidkundige voorwerpen)

  2 (Niet in hun geheel bewaarde monumenten)

  9 (Wiegendrukken en manuscripten)

15 000

  5 (Mozaïeken en tekeningen)

  6 (Gravures)

  8 (Fotoafdrukken)

  11 (Gedrukte geografische kaarten)

30 000

  4 (Aquarellen, gouaches en pasteltekeningen)

50 000

  3 (Schilderijen)

  7 (Beelden)

  10 (Boeken)

  12 (Verzamelingen)

  13 (Alle andere voorwerpen)

De naleving van de voorwaarden inzake de financiële waardedrempels moet worden beoordeeld bij de indiening van de aanvraag om een uitvoervergunning. De financiële waarde is die van het cultuurgoed in de lidstaat als bedoeld in artikel 2, lid 1, onder a).

Voor de lidstaten die de euro niet als munt hebben, worden deze in bijlage I in euro's uitgedrukte waarden omgerekend en uitgedrukt in nationale valuta's tegen de wisselkoers die op 31 december 2001 in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen is gepubliceerd. Deze tegenwaarden in nationale valuta's worden met ingang van 31 december 2001 iedere twee jaar herzien. De berekening van deze tegenwaarden is gebaseerd op het gemiddelde van de dagelijkse waarden van deze valuta's in euro's over de periode van 24 maanden die eindigt op de laatste dag van de maand augustus onmiddellijk voorafgaande aan de herziening die op 31 december in werking treedt. Deze berekeningsmethode wordt op voorstel van de Commissie, in beginsel twee jaar na de eerste toepassing, door het Raadgevend Comité cultuurgoederen opnieuw onderzocht. Bij iedere herziening worden de waarden in euro's en hun tegenwaarden in nationale valuta's periodiek bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie vanaf de eerste dagen van de maand november voorafgaande aan de datum waarop de herziening in werking treedt.

(http://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?qid=1522064603053&uri=CELEX:32009R0116)

Motivering

De Europese Unie moet hetzelfde niveau van bescherming garanderen als haar cultuurgoederen, ook als die uit derde landen op haar grondgebied worden ingevoerd. Mede om de toepassing van deze verordening door de bevoegde douaneautoriteiten en de voor de afgifte van invoervergunningen bevoegde autoriteiten te vergemakkelijken, wordt daartoe de oorspronkelijk voorgestelde bijlage vervangen door de bijlage bij Verordening (EG) nr. 116/2009 betreffende de uitvoer van cultuurgoederen, waarbij deze bijlage wordt aangepast aan één enkele drempel van 100 jaar en een aantal waardedrempels worden aangepast, rekening houdend met het toepassingsgebied van deze verordening.

PROCEDURE VAN DE ADVISERENDE COMMISSIE

Titel

Invoer van cultuurgoederen

Document- en procedurenummers

COM(2017)0375 – C8-0227/2017 – 2017/0158(COD)

Bevoegde commissies

       Datum bekendmaking

INTA

11.9.2017

IMCO

11.9.2017

 

 

Advies uitgebracht door

       Datum bekendmaking

CULT

11.9.2017

Medeverantwoordelijke commissies - datum bekendmaking

18.1.2018

Rapporteur voor advies

       Datum benoeming

Santiago Fisas Ayxelà

24.10.2017

Artikel 55 – Gezamenlijke commissieprocedure

       Datum bekendmaking

       

       

18.1.2018

Datum goedkeuring

7.6.2018

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

21

3

1

Bij de eindstemming aanwezige leden

Isabella Adinolfi, Dominique Bilde, Andrea Bocskor, Nikolaos Chountis, Silvia Costa, Damian Drăghici, Jill Evans, María Teresa Giménez Barbat, Giorgos Grammatikakis, Petra Kammerevert, Svetoslav Hristov Malinov, Rupert Matthews, Luigi Morgano, John Procter, Sabine Verheyen, Julie Ward, Bogdan Andrzej Zdrojewski

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Norbert Erdős, Sylvie Guillaume, Dietmar Köster, Morten Løkkegaard, Martina Michels

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

John Flack, Gabriel Mato, Fernando Ruas

HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE ADVISERENDE COMMISSIE

21

+

ALDE

María Teresa Giménez Barbat, Morten Løkkegaard

EFDD

Isabella Adinolfi

ENF

Dominique Bilde

GUE/NGL

Nikolaos Chountis, Martina Michels

PPE

Andrea Bocskor, Norbert Erdős, Svetoslav Hristov Malinov, Gabriel Mato, Fernando Ruas, Sabine Verheyen, Bogdan Andrzej Zdrojewski

S&D

Silvia Costa, Damian Drăghici, Giorgos Grammatikakis, Sylvie Guillaume, Petra Kammerevert, Dietmar Köster, Luigi Morgano, Julie Ward

3

-

ECR

John Flack, Rupert Matthews, John Procter

1

0

VERTS/ALE

Jill Evans

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding


ADVIES van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (4.7.2018)

aan de Commissie internationale handel en de Commissie interne markt en consumentenbescherming

inzake het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de invoer van cultuurgoederen

(COM(2017)0375 – C8-0227/2017 – 2017/0158(COD))

Rapporteur voor advies: Kostas Chrysogonos

AMENDEMENTEN

De Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken verzoekt de Commissie internationale handel en de Commissie interne markt en consumentenbescherming, als bevoegde commissies, onderstaande amendementen in aanmerking te nemen:

Amendement    1

Voorstel voor een verordening

Overweging 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(1)  In het licht van de conclusies van de Raad van 12 februari 2016 over de bestrijding van terrorismefinanciering, de mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad inzake een actieplan ter versterking van de strijd tegen terrorismefinanciering24 en de richtlijn inzake terrorismebestrijding25 moeten gemeenschappelijke voorschriften voor de handel met derde landen worden vastgesteld om cultuurgoederen doeltreffend te beschermen tegen verlies, het culturele erfgoed van de mensheid in stand te houden en de financiering van terrorisme via de verkoop van geroofd cultureel erfgoed aan kopers in de Unie te voorkomen.

(1)  In het licht van de conclusies van de Raad van 12 februari 2016 over de bestrijding van terrorismefinanciering, de mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad inzake een actieplan ter versterking van de strijd tegen terrorismefinanciering24 en de richtlijn inzake terrorismebestrijding25 moeten gemeenschappelijke voorschriften voor de handel met derde landen worden vastgesteld om cultuurgoederen doeltreffend te beschermen tegen illegale handel en verlies, het culturele erfgoed van de mensheid in stand te houden en de financiering van terrorisme en het witwassen van geld via de verkoop van geroofd cultureel erfgoed aan kopers in de Unie te voorkomen.

__________________

__________________

24 COM(2016) 50 final.

24 COM(2016) 50 final.

25 Richtlijn (EU) 2017/541 van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2017 inzake terrorismebestrijding en ter vervanging van Kaderbesluit 2002/475/JBZ van de Raad en tot wijziging van Besluit 2005/671/JBZ van de Raad (PB L 88 van 31.3.2017, blz. 6-21).

25 Richtlijn (EU) 2017/541 van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2017 inzake terrorismebestrijding en ter vervanging van Kaderbesluit 2002/475/JBZ van de Raad en tot wijziging van Besluit 2005/671/JBZ van de Raad (PB L 88 van 31.3.2017, blz. 6).

Amendement    2

Voorstel voor een verordening

Overweging 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(1 bis)  In het kader van de inspanningen van de Europese Unie gericht op een eerlijke rechtsgang en schadeloosstelling van slachtoffers, en krachtens het statuut van de Unesco en de Unesco-verdragen inzake de bescherming van erfgoed, moet de teruggave van illegaal verhandelde en/of opgegraven of verkregen voorwerpen worden gewaarborgd. Aangezien de uitbuiting van volkeren en de exploitatie van gebieden doorgaans leiden tot illegale handel en smokkel in cultuurgoederen, met name wanneer de goederen afkomstig zijn uit gebieden waar een gewapend conflict heerst, moet in deze verordening rekening worden gehouden met de regionale en lokale kenmerken van culturele productie in plaats van de marktwaarde ervan.

Amendement    3

Voorstel voor een verordening

Overweging 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(2)  Cultureel erfgoed vormt een van de hoekstenen van de beschaving, het verrijkt het culturele leven van alle volkeren en moet daarom worden beschermd tegen onrechtmatige toe-eigening en plundering. Dienovereenkomstig moet de Unie verbieden dat cultuurgoederen die illegaal uit derde landen zijn uitgevoerd, het douanegebied van de Unie worden binnengebracht.

(2)  Cultuurgoederen zijn vaak van groot cultureel, artistiek, historisch en wetenschappelijk belang. Cultureel erfgoed vormt een van de hoekstenen van de beschaving, heeft symbolische waarde en vormt het cultureel geheugen van de mensheid. Het verrijkt het culturele leven van alle volkeren en verbindt volkeren door gedeelde kennis en ontwikkeling van het geheugen van de beschaving. Daarom moet het worden beschermd tegen onrechtmatige toe-eigening en plundering. De plundering van archeologische vindplaatsen is van alle tijden, maar heeft inmiddels industriële proporties aangenomen. Zolang lucratieve handel in cultuurgoederen die afkomstig zijn uit illegale opgravingen, mogelijk blijft en hier geen noemenswaardig risico aan verbonden is, zullen deze opgravingen en plunderingen in de toekomst worden voortgezet. De economische en artistieke waarde van het cultureel erfgoed heeft tot een grote vraag op de internationale markt geleid, maar gezien het gebrek aan krachtige internationale wetgevingsmaatregelen en aan handhaving van deze maatregelen komen deze goederen veelal in de schaduweconomie terecht. Aanvallen op cultureel erfgoed zijn een ernstig misdrijf dat veel leed toebrengt aan alle al dan niet direct betrokkenen. Illegale handel in cultuurgoederen draagt in veel gevallen bij tot intensieve culturele homogenisering en/of verdrijving, terwijl roof en plundering van cultuurgoederen onder meer tot desintegratie leidt. Dienovereenkomstig moet de Unie verbieden dat cultuurgoederen die illegaal uit derde landen zijn uitgevoerd, het douanegebied van de Unie worden binnengebracht, en moet speciale aandacht worden besteed aan cultuurgoederen uit derde landen waar een gewapend conflict heerst en met name sprake is van uitvoer door terroristische of andere misdaadorganisaties.

Amendement    4

Voorstel voor een verordening

Overweging 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(2 bis)  De bevoegde autoriteiten van de derde landen beschikken niet altijd over de vereiste capaciteiten om de smokkel en illegale handel in cultuurgoederen te bestrijden of zijn onderhevig aan corruptie of andere vormen van wanbeheer. Wanneer cultuurgoederen uit hun oorspronkelijke context worden weggehaald, worden de bevolking haar gebruiken en voorwerpen of gedenkplaatsen en religieuze plaatsen ontnomen. De historische context en de wetenschappelijke waarde van voorwerpen gaan verloren wanneer geassocieerde voorwerpen apart worden verkocht. Gezien het onvervangbare karakter van cultuurgoederen en het algemeen belang, is het bezit ervan steeds aan bepaalde voorwaarden verbonden. De invoerprocedure moet waarborgen omvatten inzake verdere passende opslag, documentatie, verlening van toegang aan academische instellingen en openbare musea en samenwerking in het geval van gerechtvaardigde vorderingen tot teruggave.

Amendement    5

Voorstel voor een verordening

Overweging 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(3)  Gelet op de uiteenlopende voorschriften die in de lidstaten gelden ten aanzien van het binnenbrengen van cultuurgoederen in het douanegebied van de Unie, moeten maatregelen worden genomen, met name om te garanderen dat de invoer van cultuurgoederen wordt onderworpen aan uniforme controles bij binnenkomst.

(3)  De bescherming van het cultureel erfgoed kan alleen doeltreffend zijn als zij zowel op nationaal als op internationaal niveau wordt georganiseerd en de lidstaten daarbij nauw samenwerken. Gezien de uiteenlopende voorschriften die in de lidstaten gelden ten aanzien van het binnenbrengen van gestolen en/of geroofde cultuurgoederen in het douanegebied van de Unie, moeten gezamenlijke maatregelen worden genomen om de regels, voorschriften en procedures tussen de lidstaten naar behoren te harmoniseren teneinde te garanderen dat de invoer van cultuurgoederen wordt onderworpen aan uniforme controles bij binnenkomst en gebreken inzake belastingheffing weg te nemen. Die maatregelen moeten er ook voor zorgen dat de EU-wetgeving in alle lidstaten naar behoren wordt toegepast en dat onvervangbare voorwerpen effectief worden teruggekregen.

Amendement    6

Voorstel voor een verordening

Overweging 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(5)  Gezien de bekende mogelijkheid die vrije zones (en zogenaamde "vrijhavens") bieden voor de opslag van cultuurgoederen, moeten zoveel mogelijk douaneregelingen onder het toepassingsgebied van de op te zetten controlemaatregelen vallen. Daarom moeten die controlemaatregelen niet alleen zien op goederen die in het vrije verkeer worden gebracht, maar ook op goederen die onder een bijzondere douaneregeling worden geplaatst. Dit brede toepassingsgebied mag evenwel niet ingaan tegen het beginsel van de vrije doorvoer van goederen of verder reiken dan hetgeen wordt beoogd, namelijk te voorkomen dat illegaal uitgevoerde cultuurgoederen het douanegebied van de Unie binnenkomen. Dienovereenkomstig moeten de controlemaatregelen gelden ten aanzien van de bijzondere douaneregelingen waaronder goederen kunnen worden geplaatst die het douanegebied van de Unie binnenkomen, maar niet ten aanzien van douanevervoer.

(5)  Gezien de bekende mogelijkheid die vrije zones (en zogenaamde "vrijhavens") bieden voor de opslag van cultuurgoederen, moeten zoveel mogelijk douaneregelingen onder het toepassingsgebied van de op te zetten controlemaatregelen vallen, met het oog op het voorkomen van ontwijking door de exploitatie van vrije zones, die potentieel een voedingsbodem vormen voor de verdere toename van handel in en opslag van onrechtmatig verkregen producten in de EU. Daarom moeten die controlemaatregelen niet alleen zien op goederen die in het vrije verkeer worden gebracht, maar ook op goederen die onder een bijzondere douaneregeling worden geplaatst. Dit brede toepassingsgebied mag evenwel niet op onredelijke wijze in strijd zijn met het beginsel van de vrije doorvoer van goederen of verder reiken dan hetgeen wordt beoogd, namelijk te voorkomen dat illegaal uitgevoerde cultuurgoederen het douanegebied van de Unie binnenkomen. Dienovereenkomstig moeten de controlemaatregelen gelden ten aanzien van de bijzondere douaneregelingen waaronder goederen kunnen worden geplaatst die het douanegebied van de Unie binnenkomen, maar niet ten aanzien van douanevervoer, tenzij de bevoegde autoriteiten redelijke gronden hebben om aan te nemen dat cultuurgoederen uit het land van herkomst zijn uitgevoerd in strijd met de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen of op andere onrechtmatige wijze zijn verkregen.

Amendement    7

Voorstel voor een verordening

Overweging 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(7)  Het legale karakter van uitvoer moet worden onderzocht aan de hand van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van het land waar de cultuurgoederen zijn ontdekt of voortgebracht ("land van herkomst"). Om ontwijking te voorkomen wanneer cultuurgoederen de Unie vanuit een ander derde land binnenkomen, moet de persoon die ze in het douanegebied van de Unie wil brengen, aantonen dat deze goederen daar op legale wijze zijn uitgevoerd wanneer het derde land in kwestie een partij bij de Unesco-overeenkomst van 1970 is en zich er dus toe heeft verbonden om de illegale handel in cultuurgoederen te bestrijden. In andere gevallen moet deze persoon aantonen dat ze op legale wijze zijn uitgevoerd uit het land van herkomst.

(7)  Het legale karakter van uitvoer moet worden onderzocht aan de hand van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van het land waar de cultuurgoederen zijn ontdekt of voortgebracht ("land van herkomst"). Om ontwijking te voorkomen wanneer cultuurgoederen de Unie vanuit een ander derde land binnenkomen, moet de persoon die ze in het douanegebied van de Unie wil brengen, aantonen dat deze goederen legaal zijn uitgevoerd uit het land van herkomst. In elk geval moet de persoon die ze in het douanegebied van de Unie wil brengen, aantonen dat deze goederen legaal zijn uitgevoerd uit het laatste land waar zij zich bevonden overeenkomstig de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van dat land voordat zij naar de Unie zijn verzonden ("land van uitvoer").

Amendement    8

Voorstel voor een verordening

Overweging 8

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(8)  Om geen buitensporige hindernissen op te werpen voor de handel in goederen die over de buitengrenzen gaat, moet deze verordening uitsluitend gelden voor goederen met een bepaalde ouderdom. Te dien einde is het passend een minimale ouderdomsdrempel van 250 jaar vast te stellen voor alle categorieën van cultuurgoederen. Deze minimale ouderdomsdrempel zal garanderen dat de in deze verordening vervatte maatregelen gericht zijn op de cultuurgoederen die het meest voor de hand liggende doelwit zijn van plunderaars in conflictgebieden, zonder dat andere goederen worden uitgesloten waarop controle noodzakelijk is met het oog op de bescherming van het cultureel erfgoed.

(8)  Om geen buitensporige hindernissen op te werpen voor de handel in goederen die over de buitengrenzen gaat, moet deze verordening uitsluitend gelden voor goederen met een bepaalde ouderdom. Te dien einde is het passend een minimale ouderdomsdrempel van 100 jaar vast te stellen voor alle categorieën van cultuurgoederen, overeenkomstig de bepalingen van het Verdrag van Den Haag van 1954, de Unesco-overeenkomst van 1970 en het Verdrag van Unidroit van 1995. De minimale ouderdomsdrempel zal garanderen dat de in deze verordening vervatte maatregelen gericht zijn op de cultuurgoederen die het meest voor de hand liggende doelwit zijn van plunderaars in conflictgebieden, zonder dat andere goederen worden uitgesloten waarop controle noodzakelijk is met het oog op de bescherming van het cultureel erfgoed. Ook recent geproduceerde cultuurgoederen kunnen illegaal worden verhandeld en gebruikt worden door misdaadorganisaties in de EU of in derde landen voor het witwassen van geld, de financiering van terrorisme, drugs- of mensenhandel of andere misdaden. Derhalve moeten passende maatregelen worden genomen om onrechtmatige invoer daarvan te verhinderen.

Amendement    9

Voorstel voor een verordening

Overweging 10

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(10)  Aangezien bepaalde categorieën cultuurgoederen, namelijk oudheidkundige voorwerpen, delen van monumenten, zeldzame manuscripten en wiegedrukken, bijzonder kwetsbaar zijn voor plundering en vernietiging, lijkt het noodzakelijk in een systeem van verscherpt toezicht te voorzien voordat zij het douanegebied van de Unie mogen binnenkomen. In het kader van een dergelijk systeem moet worden verlangd dat een invoervergunning voor de goederen, afgegeven door de bevoegde autoriteit van de lidstaat van binnenkomst, wordt voorgelegd voordat zij in het vrije verkeer worden gebracht of onder een bijzondere regeling, met uitzondering van douanevervoer, worden geplaatst. Personen die een dergelijke vergunning aanvragen, moeten kunnen aantonen dat de uitvoer uit het land van herkomst legaal is aan de hand van passende bewijsstukken, met name uitvoercertificaten of -vergunningen afgegeven door het derde land van uitvoer, eigendomstitels, facturen, verkoopovereenkomsten, verzekeringsdocumenten, vervoersdocumenten en expertises. De bevoegde autoriteiten van de lidstaten moeten op basis van volledig en zorgvuldig ingevulde aanvragen onmiddellijk over de afgifte van een vergunning beslissen.

(10)  Aangezien bepaalde categorieën cultuurgoederen, zoals oudheidkundige voorwerpen, delen van monumenten, sieraden, numismatische voorwerpen, artefacten die wijzen op oude technologische verwezenlijkingen, zeldzame manuscripten en wiegendrukken, bijzonder kwetsbaar zijn voor plundering en vernietiging, lijkt het noodzakelijk in een systeem van verscherpt toezicht te voorzien voordat zij het douanegebied van de Unie mogen binnenkomen. In het kader van een dergelijk systeem moet worden verlangd dat een invoervergunning voor de goederen, elektronisch afgegeven door de bevoegde autoriteit van de lidstaat van binnenkomst, wordt overgelegd voordat zij in het vrije verkeer worden gebracht of onder een bijzondere regeling, met uitzondering van douanevervoer, worden geplaatst. Personen die een dergelijke vergunning aanvragen, moeten kunnen aantonen dat de uitvoer uit het land van herkomst in overeenstemming is met de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van dat land en legaal is aan de hand van passende bewijsstukken, met name uitvoercertificaten of -vergunningen afgegeven door het derde land van uitvoer, eigendomstitels, facturen, verkoopovereenkomsten, verzekeringsdocumenten, vervoersdocumenten en expertises. De bevoegde autoriteiten van de lidstaten moeten op basis van volledig en zorgvuldig ingevulde aanvragen onmiddellijk over de afgifte van een vergunning beslissen en daarbij terdege rekening houden met de beschikbaarheid van de relevante informatie en het beginsel van evenredigheid in acht nemen. Personen die een aanvraag indienen, mag daarvoor geen vergoeding in rekening worden gebracht. De besluiten van de bevoegde autoriteiten moeten onverwijld aan de bevoegde douanekantoren worden meegedeeld.

Amendement    10

Voorstel voor een verordening

Overweging 10 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(10 bis)  De gevallen van plundering die verband houden met de financiering van terrorisme of het witwassen van geld zijn historisch verbonden met specifieke landen of regio's van herkomst. De Commissie moet rekening houden met de rode lijsten van de ICOM, die een overzicht bieden van de categorieën van bedreigde oudheidkundige voorwerpen of kunstvoorwerpen in de meest kwetsbare delen van de wereld om te voorkomen dat deze op onrechtmatige wijze worden uitgevoerd of verkocht. Rekening houdend met de specifieke aard van cultuurgoederen, moeten culturele deskundigen binnen de douaneautoriteiten worden aangewezen. Zij spelen een zeer belangrijke rol omdat zij in voorkomend geval aanvullende informatie van de aangever kunnen vragen en de cultuurgoederen fysiek kunnen controleren door het verrichten van een expertise.

Amendement    11

Voorstel voor een verordening

Overweging 11

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(11)  Voor andere categorieën cultuurgoederen moeten de personen die ze het douanegebied van de Unie willen binnenbrengen, aan de hand van een verklaring bevestigen en de verantwoordelijkheid op zich nemen dat deze goederen legaal zijn uitgevoerd uit het derde land, en zij moeten voldoende informatie over deze goederen verstrekken zodat de douane ze kan identificeren. Om de procedure te vergemakkelijken en rechtszekerheid te bieden, moet de informatie over de cultuurgoederen worden verstrekt met behulp van een gestandaardiseerd document. Het Object ID, de door de Unesco aanbevolen standaard, moet worden gebruikt om de cultuurgoederen te omschrijven. De douane moet de binnenkomst van deze cultuurgoederen registreren, de originele documenten bijhouden en een kopie van de relevante documenten aan de aangever bezorgen, zodat de goederen traceerbaar zijn nadat zij op de interne markt zijn gebracht.

(11)  Voor andere categorieën cultuurgoederen moeten de personen die ze het douanegebied van de Unie willen binnenbrengen, aan de hand van een elektronische verklaring bevestigen en de verantwoordelijkheid op zich nemen dat deze goederen legaal zijn uitgevoerd uit het derde land, en zij moeten voldoende informatie over deze goederen verstrekken zodat de douane ze kan identificeren. Om de procedure te vergemakkelijken en rechtszekerheid te bieden, moet de informatie over de cultuurgoederen worden verstrekt met behulp van een elektronisch gestandaardiseerd document. Het Object ID, de door de Unesco aanbevolen standaard, moet worden gebruikt om de cultuurgoederen te omschrijven. Deze cultuurgoederen moeten elektronisch worden geregistreerd en de aangever moet een kopie van de relevante ingediende documenten worden verstrekt, zodat de goederen traceerbaar zijn nadat zij op de interne markt zijn gebracht.

Amendement    12

Voorstel voor een verordening

Overweging 12

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(12)  Voor de tijdelijke invoer van cultuurgoederen voor educatieve doeleinden en wetenschappelijk of academisch onderzoek mag geen vergunning of verklaring worden geëist.

(12)  Voor de tijdelijke invoer van cultuurgoederen voor educatieve doeleinden en wetenschappelijk of academisch onderzoek of voor samenwerking zonder winstoogmerk tussen musea of vergelijkbare openbare instellingen zonder winstoogmerk mag geen vergunning of verklaring worden geëist, mits er geen aanwijzingen zijn dat deze goederen onrechtmatig zijn verkregen.

Amendement    13

Voorstel voor een verordening

Overweging 13

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(13)  Ook de opslag van cultuurgoederen uit landen waar een gewapend conflict heerst of een natuurramp is gebeurd, moet worden toegestaan zonder dat een vergunning of verklaring moet worden voorgelegd, teneinde de veiligheid en het behoud ervan te verzekeren.

(13)  Landen waar een gewapend conflict of relevante crisis heerst, zijn doorgaans niet in staat zijn om hun cultureel erfgoed afdoende te beschermen. Daarom moet de opslag van cultuurgoederen uit deze landen ook worden toegestaan zonder dat een vergunning of verklaring moet worden voorgelegd, mits de bevoegde autoriteiten het proces tot bij de teruggave begeleiden en beheren. In dat geval moet een zorgvuldige risicobeoordeling worden verricht met betrekking tot de personen die ze het douanegebied van de Unie willen binnenbrengen, waarbij speciale aandacht wordt besteed aan de mogelijkheid dat de opslag van cultuurgoederen uit landen waar een gewapend conflict of andere relevante crisis heerst, als bron van witwasserij of terrorismefinanciering wordt gebruikt.

Amendement    14

Voorstel voor een verordening

Overweging 13 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(13 bis)  De douaneautoriteiten moeten de bevoegdheid hebben om cultuurgoederen die het douanegebied van de Unie zijn binnengebracht, in beslag te nemen en tijdelijk in bewaring te houden indien niet is voldaan aan de in deze verordening vastgestelde voorwaarden. Er moet worden voorzien in passende waarborgen, met name in de vorm van behoorlijke informatie voor de aangever, doeltreffende voorzieningen in rechte en een maximale termijn van inbewaringneming van zes maanden. De tijdelijke inbeslagname en inbewaringneming van cultuurgoederen moet worden beperkt wanneer dit tot onnodig nadeel voor natuurlijke personen zou leiden, hetgeen naar behoren en per geval moet worden beoordeeld.

Motivering

Met betrekking tot de tijdelijke inbewaringneming van cultuurgoederen is het van belang het beginsel van "onnodig nadeel" in deze verordening op te nemen om eventuele situaties te vermijden waarin deze inbewaringneming een onevenredig effect zou hebben op een natuurlijk persoon. Dit beginsel is al opgenomen in andere EU-rechtsinstrumenten, te weten de bepalingen inzake de controle van liquide middelen en inzake bevriezing en confiscatie.

Amendement    15

Voorstel voor een verordening

Overweging 14

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(14)  Om rekening te houden met de ervaringen die worden opgedaan met de tenuitvoerlegging van deze verordening, alsook met wijzigende geopolitieke en andere omstandigheden die een bedreiging vormen voor cultuurgoederen, zonder evenwel buitensporige hindernissen op te werpen voor de handel met derde landen, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie handelingen vast te stellen ten aanzien van de wijziging van de minimale ouderdomsdrempel voor de verschillende categorieën cultuurgoederen. Die bevoegdheid moet de Commissie ook de mogelijkheid bieden om de bijlage bij te werken naar aanleiding van wijzigingen van de gecombineerde nomenclatuur. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 201627. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen, ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

(14)  Om rekening te houden met de ervaringen die worden opgedaan met de tenuitvoerlegging van deze verordening, alsook met wijzigende geopolitieke en andere omstandigheden die een bedreiging vormen voor cultuurgoederen, zonder evenwel buitensporige hindernissen op te werpen voor de handel met derde landen, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie handelingen vast te stellen om voorzieningen te treffen voor de uitrol, de exploitatie en het onderhoud van een nieuw elektronisch systeem. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 201627. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen, ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

__________________

__________________

27 PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.

27 PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.

Amendement    16

Voorstel voor een verordening

Overweging 15

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(15)  Om eenvormige voorwaarden te waarborgen voor de uitvoering van deze verordening, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend om specifieke voorwaarden voor de tijdelijke invoer en de opslag van cultuurgoederen in het douanegebied van de Unie, de modellen voor aanvragen en formulieren van invoervergunningen alsook voor importeursverklaringen en bijgaande documenten, en nadere procedureregels voor de indiening en de verwerking daarvan vast te stellen. Aan de Commissie moeten ook uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend om voorzieningen te treffen voor het opzetten van een elektronische databank voor de opslag en de uitwisseling van gegevens tussen de lidstaten. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad28.

(15)  Om eenvormige voorwaarden te waarborgen voor de uitvoering van deze verordening, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend om na overleg met het Europees Parlement en de Raad, onder meer op deskundigenniveau, specifieke voorwaarden voor de tijdelijke invoer en de opslag in passende omstandigheden voor de conservatie van cultuurgoederen in het douanegebied van de Unie, de modellen voor aanvragen en formulieren van invoervergunningen alsook voor importeursverklaringen en bijgaande documenten, en nadere procedureregels voor de indiening en de verwerking daarvan vast te stellen. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad28.

__________________

__________________

28 Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13).

28 Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13).

Amendement    17

Voorstel voor een verordening

Overweging 16

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(16)  Er moeten relevante gegevens over de handelsstromen van cultuurgoederen worden verzameld ter ondersteuning van de efficiënte tenuitvoerlegging van de verordening en als grondslag voor de toekomstige evaluatie ervan. Het toezicht op de handelsstromen van cultuurgoederen kan niet efficiënt worden verricht alleen op basis van de waarde of het gewicht van die goederen, omdat deze twee maatstaven kunnen fluctueren. Het is van wezenlijk belang dat informatie wordt verzameld over het aantal aangegeven artikelen. Aangezien de gecombineerde nomenclatuur geen bijzondere maatstaf voor cultuurgoederen bevat, dient te worden bepaald dat het aantal artikelen moet worden aangegeven.

(16)  Er moeten relevante gegevens over de handelsstromen van cultuurgoederen worden verzameld ter ondersteuning van de efficiënte tenuitvoerlegging van de verordening en als grondslag voor de toekomstige evaluatie ervan. Het toezicht op de handelsstromen van cultuurgoederen kan niet efficiënt worden verricht alleen op basis van de waarde of het gewicht van die goederen, omdat deze twee maatstaven kunnen fluctueren. Het is van wezenlijk belang dat elektronisch informatie wordt verzameld over het aantal aangegeven artikelen. Aangezien de gecombineerde nomenclatuur geen bijzondere maatstaf voor cultuurgoederen bevat, dient te worden bepaald dat het aantal artikelen moet worden aangegeven.

Amendement    18

Voorstel voor een verordening

Overweging 17 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(17 bis)  De lidstaten moeten bewustmakingscampagnes ontwikkelen om de aankoop en verkoop van cultuurgoederen die afkomstig zijn van illegale handel, te ontmoedigen. Eenvoudig toegankelijke informatiecontactpunten, hotlines en een website moeten in de lidstaten worden opgezet en beschikbaar worden gemaakt om met name kopers van cultuurgoederen of andere belanghebbenden te alerteren en te informeren.

Amendement    19

Voorstel voor een verordening

Overweging 19

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(19)  De Commissie moet voldoende tijd krijgen om uitvoeringsvoorschriften voor deze verordening vast te stellen, met name betreffende de formulieren die moeten worden gebruikt om een invoervergunning aan te vragen of een importeursverklaring op te stellen. De toepassing van deze verordening moet bijgevolg worden uitgesteld.

(19)  De Commissie moet onverwijld uitvoeringsvoorschriften voor deze verordening vaststellen, met name betreffende de gestandaardiseerde elektronische formulieren die moeten worden gebruikt om een invoervergunning aan te vragen of een importeursverklaring op te stellen.

Amendement    20

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  cultuurgoederen: ieder voorwerp dat van belang is voor de archeologie, de prehistorie, de geschiedenis, de letterkunde, de kunst of de wetenschap, en dat behoort tot een van de categorieën die zijn opgenomen in de tabel in de bijlage, en aan de daarin vastgestelde minimale ouderdomsdrempel voldoet;

a)  cultuurgoederen: ieder voorwerp dat om religieuze of seculiere redenen van groot belang is voor de archeologie, de prehistorie, de geschiedenis, de letterkunde, de kunst of de wetenschap, en dat behoort tot een van de categorieën die zijn opgenomen in de tabel in de bijlage, en aan de daarin vastgestelde minimale ouderdomsdrempel voldoet;

Amendement    21

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)  land van uitvoer: het laatste land waar de cultuurgoederen zich op duurzame wijze bevonden overeenkomstig de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van dat land voordat zij naar de Unie zijn verzonden;

c)  land van uitvoer: het laatste land waar de cultuurgoederen zich bevonden overeenkomstig de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van dat land voordat zij naar de Unie zijn verzonden;

Amendement    22

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

d)  op duurzame wijze: gedurende een periode van ten minste één maand en voor andere doeleinden dan tijdelijk gebruik, doorvoer, uitvoer of verzending;

Schrappen

Amendement    23

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter h bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

h bis)  bevoegde autoriteiten: de autoriteiten die door de lidstaten zijn aangewezen om invoervergunningen af te geven en importeursverklaringen te registreren.

Amendement    24

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 12 gedelegeerde handelingen vast te stellen om de tweede kolom van de tabel in de bijlage te wijzigen naar aanleiding van wijzigingen in de gecombineerde nomenclatuur en om de minimale ouderdomsdrempel in de derde kolom van de tabel in de bijlage te wijzigen in het licht van de ervaringen met de uitvoering van deze verordening.

2.  De Commissie is bevoegd, na overleg met het Europees Parlement en de Raad, onder meer op deskundigenniveau, overeenkomstig artikel 12 gedelegeerde handelingen vast te stellen om voorzieningen te treffen voor de uitrol, de exploitatie en het onderhoud van het in artikel 9 bedoelde elektronische systeem.

Amendement    25

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Het in het vrije verkeer brengen van cultuurgoederen en de plaatsing van cultuurgoederen onder een andere bijzondere regeling dan douanevervoer zijn slechts toegestaan mits een overeenkomstig artikel 4 afgegeven invoervergunning of een overeenkomstig artikel 5 opgestelde importeursverklaring wordt voorgelegd.

1.  Het is verboden cultuurgoederen die onrechtmatig uit een derde land zijn uitgevoerd, in het douanegebied van de Unie binnen te brengen.

 

Het in het vrije verkeer brengen van cultuurgoederen en de plaatsing van cultuurgoederen onder een andere bijzondere regeling dan douanevervoer zijn slechts toegestaan mits een overeenkomstig artikel 4 afgegeven invoervergunning of een overeenkomstig artikel 5 opgestelde importeursverklaring wordt voorgelegd.

 

De afgifte van een invoervergunning of de correcte overlegging van de importeursverklaring aan de douaneautoriteiten wordt niet beschouwd als bewijs van legale herkomst of rechtmatig eigendom van de cultuurgoederen.

Amendement    26

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 2 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  de tijdelijke invoer, in de zin van artikel 250 van Verordening (EU) nr. 952/2013, van cultuurgoederen in het douanegebied van de Unie voor educatieve doeleinden en wetenschappelijk of academisch onderzoek;

a)  de tijdelijke invoer, in de zin van artikel 250 van Verordening (EU) nr. 952/2013, van cultuurgoederen in het douanegebied van de Unie voor educatieve doeleinden, restauratie, conservatie, en wetenschappelijk of academisch onderzoek of voor samenwerking tussen openbare musea of vergelijkbare openbare instellingen zonder winstoogmerk met het oog op de organisatie van culturele tentoonstellingen, mits er geen aanwijzingen zijn dat deze goederen onrechtmatig zijn verkregen;

Amendement    27

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 2 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  de opslag, in de zin van artikel 237 van Verordening (EU) nr. 952/2013, van cultuurgoederen met het uitdrukkelijke doel het behoud ervan door, of onder het toezicht van, een overheidsinstantie te waarborgen.

b)  de opslag, in de zin van artikel 237 van Verordening (EU) nr. 952/2013, van cultuurgoederen met het uitdrukkelijke doel de bescherming en het behoud ervan door, of onder het toezicht van, een overheidsinstantie te waarborgen, na uitvoering van een risicobeoordeling met betrekking tot de personen die ze het douanegebied van de Unie willen binnenbrengen.

Amendement    28

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen de specifieke voorwaarden vaststellen voor de tijdelijke invoer of de opslag van cultuurgoederen als bedoeld in lid 2. Deze uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 13 bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

3.  De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen de specifieke voorwaarden vaststellen voor de tijdelijke invoer of de opslag van cultuurgoederen met het oog op de bescherming daarvan als bedoeld in lid 2. Deze uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 13 bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

Amendement    29

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De houder van de goederen vraagt een invoervergunning aan bij de bevoegde autoriteit van de lidstaat van binnenkomst. Bij de aanvraag worden alle bewijsstukken en gegevens gevoegd ten bewijze van het feit dat de cultuurgoederen in kwestie uit het land van herkomst zijn uitgevoerd in overeenstemming met de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van dat land. Wanneer het land van uitvoer evenwel partij is bij de op 14 november 1970 te Parijs ondertekende Unesco-Overeenkomst inzake de middelen om de onrechtmatige invoer, uitvoer of eigendomsoverdracht van culturele goederen te verbieden en te verhinderen (hierna de "Unesco-overeenkomst van 1970" genoemd), worden bij de aanvraag alle bewijsstukken en gegevens gevoegd ten bewijze van het feit dat de cultuurgoederen uit laatstgenoemd land zijn uitgevoerd in overeenstemming met de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van dat land.

2.  De houder van de in het vorige lid bedoelde cultuurgoederen vraagt een invoervergunning aan bij de bevoegde autoriteit van de lidstaat van binnenkomst. Bij de aanvraag worden alle bewijsstukken en gegevens gevoegd ten bewijze van het feit dat de cultuurgoederen in kwestie uit het land van herkomst zijn uitgevoerd in overeenstemming met de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van dat land. In elk geval worden bij de aanvraag alle bewijsstukken en gegevens gevoegd ten bewijze van het feit dat de cultuurgoederen uit het land van uitvoer zijn uitgevoerd in overeenstemming met de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van dat land. Bij de aanvraag voor een invoervergunning worden waarborgen gevoegd inzake passende opslag en documentatie, verlening van toegang aan openbare academische instellingen, openbare musea of vergelijkbare openbare instellingen zonder winstoogmerk, alsook inzake samenwerking in het geval van gerechtvaardigde vorderingen tot teruggave.

Amendement    30

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 4 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  wanneer het land van uitvoer geen partij is bij de Unesco-overeenkomst van 1970: er is niet aangetoond dat de cultuurgoederen uit het land van herkomst zijn uitgevoerd in overeenstemming met de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van dat land;

a)  er is niet aangetoond dat de cultuurgoederen uit het land van herkomst zijn uitgevoerd in overeenstemming met de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van dat land;

Amendement    31

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 4 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  wanneer het land van uitvoer partij is bij de Unesco-overeenkomst van 1970: er is niet aangetoond dat de cultuurgoederen uit het land van uitvoer zijn uitgevoerd in overeenstemming met de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van dat land;

b)  de bevoegde autoriteit heeft redelijke gronden om aan te nemen dat de houder van de goederen deze niet op rechtmatige wijze heeft verkregen;

Amendement    32

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4 bis.  Indien de aanvraag wordt aanvaard, zendt de bevoegde autoriteit onmiddellijk een elektronische kopie van de invoervergunning naar de bevoegde douaneautoriteiten.

 

Indien de aanvraag wordt afgewezen, stelt de bevoegde autoriteit de bevoegde douaneautoriteiten en de Commissie hiervan onmiddellijk in kennis. Het besluit tot afwijzing gaat vergezeld van een motivering van de afwijzing, met inbegrip van informatie over de beroepsprocedure, die aan de betrokken aanvrager wordt meegedeeld op het moment dat het besluit wordt bekendgemaakt.

 

Wanneer een vergunning wordt aangevraagd voor cultuurgoederen waarvoor eerder een dergelijke aanvraag werd afgewezen, moet de aanvrager de bevoegde autoriteit waarbij de aanvraag wordt ingediend van deze vroegere afwijzing op de hoogte brengen.

 

De lidstaten erkennen de afwijzing van aanvragen door de bevoegde autoriteiten van de andere lidstaten wanneer deze op bepalingen van de onderhavige verordening gebaseerd is.

 

Indien nieuwe elementen ter ondersteuning van een dergelijke aanvraag beschikbaar zijn, kan overeenkomstig artikel 4, lid 2, een nieuwe aanvraag worden ingediend. Indien een bevoegde autoriteit in dergelijke gevallen een vergunning afgeeft, brengt zij de Commissie van deze afgifte en van de redenen daarvan op de hoogte.

 

Met het oog op de eenvormige toepassing van deze verordening deelt de Commissie aan de andere lidstaten de informatie mee die zij ontvangt.

Amendement    33

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 5 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten wijzen de autoriteiten aan die bevoegd zijn om een invoervergunning af te geven overeenkomstig dit artikel. Zij delen de gegevens van die autoriteiten en elke wijziging daarin mee aan de Commissie.

De lidstaten wijzen onverwijld de autoriteiten aan die bevoegd zijn om een invoervergunning af te geven overeenkomstig dit artikel. Zij delen de gegevens van die autoriteiten en elke wijziging daarin mee aan de Commissie.

Amendement    34

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 5 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De Commissie maakt de gegevens van deze bevoegde autoriteiten en elke wijziging daarin bekend in de C-reeks van het Publicatieblad van de Europese Unie.

De Commissie maakt de gegevens van deze bevoegde autoriteiten en elke wijziging daarin bekend in de C-reeks van het Publicatieblad van de Europese Unie, evenals op de in artikel 11 bedoelde specifieke website.

Motivering

Ten behoeve van de transparantie moet de lijst van bevoegde autoriteiten openbaar worden gemaakt op een website van de Commissie.

Amendement    35

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.  De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen het model voor de aanvraag van een invoervergunning en de procedureregels voor de indiening en de verwerking van die aanvraag vaststellen. Deze uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 13 bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

6.  De Commissie stelt door middel van uitvoeringshandelingen het gestandaardiseerd elektronisch model voor de importeursverklaring en voor de aanvraag van een invoervergunning vast, evenals de procedureregels voor de indiening en de verwerking van die aanvraag, samen met de bijgevoegde relevante bewijsstukken. Deze uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 13 bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

Amendement    36

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Importeursverklaring

Importeursverklaring en waarborg tot behoud

Amendement    37

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Om de in de punten a), b), e), f), g), i), j), k) en l) van de bijlage bedoelde cultuurgoederen in de Unie in het vrije verkeer te brengen of onder een andere bijzondere regeling dan douanevervoer te plaatsen, moet aan de douaneautoriteiten van de lidstaat van binnenkomst een importeursverklaring worden voorgelegd.

1.  Om de in de punten a), b), e), f), g), i), j), k) en l) van de bijlage bedoelde cultuurgoederen in de Unie in het vrije verkeer te brengen of onder een andere bijzondere regeling dan douanevervoer te plaatsen, moet aan de douaneautoriteiten van de lidstaat van binnenkomst een importeursverklaring en een waarborg tot behoud worden voorgelegd.

Amendement    38

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – lid 2 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De importeursverklaring bevat een door de houder van de goederen ondertekende bevestiging dat de goederen uit het land van herkomst zijn uitgevoerd in overeenstemming met de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van dat land. Wanneer evenwel het land van uitvoer partij is bij de Unesco-overeenkomst van 1970, bevat de importeursverklaring een door de houder van de goederen ondertekende bevestiging dat de goederen uit laatstgenoemd land zijn uitgevoerd in overeenstemming met de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van dat land.

De elektronisch geregistreerde en, in voorkomend geval, in elektronische vorm of op papier aan de bevoegde autoriteiten overlegde importeursverklaring bevat een door de houder van de goederen ondertekende bevestiging dat de goederen uit het land van herkomst zijn uitgevoerd in overeenstemming met de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van dat land.

Amendement    39

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – lid 2 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De importeursverklaring omvat ook een gestandaardiseerd document waarin de cultuurgoederen in kwestie voldoende nauwkeurig zijn beschreven om door de douaneautoriteiten te kunnen worden geïdentificeerd.

De importeursverklaring en de waarborg tot behoud omvatten ook een gestandaardiseerd document in elektronische vorm of op papier waarin de cultuurgoederen in kwestie voldoende nauwkeurig zijn beschreven om door de douaneautoriteiten te kunnen worden geïdentificeerd. De importeursverklaring bevat tevens informatie over de gevolgen van het afleggen van een valse verklaring.

Amendement    40

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – lid 2 – alinea 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

De importeursverklaring moet vergezeld gaan van een verplichte verzekering voor de periode van vervoer en gebruik op het grondgebied van de EU. Daarnaast kunnen de douanebeambten de originelen van andere documenten zoals expertises, facturen en eigendomstitels opvragen op het moment dat de goederen het douanegebied van de EU worden binnengebracht.

 

De waarborg tot behoud bevat een door de houder van de goederen ondertekende bevestiging dat de goederen bij doorvoer en verkoop als bedoeld in artikel 4 op passende wijze worden opgeslagen, en uitsluitend worden verkocht aan kopers die de regelgeving van de betreffende lidstaat inzake de passende omgang met cultuurgoederen eerbiedigen.

Amendement    41

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen het model voor de importeursverklaring en de procedureregels voor de indiening en de verwerking van die verklaring vaststellen. Deze uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 13 bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

3.  De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen het gestandaardiseerd elektronisch model voor de importeursverklaring en de procedureregels voor de elektronische indiening en verwerking van die verklaring vaststellen. Deze uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 13 bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

Amendement    42

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De in artikel 4 bedoelde invoervergunning of de in artikel 5 bedoelde importeursverklaring, naargelang het geval, wordt ingediend bij het douanekantoor dat bevoegd is om de cultuurgoederen in het vrije verkeer te brengen of onder een andere bijzondere regeling dan douanevervoer te plaatsen.

1.  De in artikel 4 bedoelde invoervergunning of de in artikel 5 bedoelde importeursverklaring, naargelang het geval, wordt langs elektronische weg ingediend bij het douanekantoor dat bevoegd is om de cultuurgoederen in het vrije verkeer te brengen of onder een andere bijzondere regeling dan douanevervoer te plaatsen.

Amendement    43

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Bij cultuurgoederen waarvoor een invoervergunning moet worden afgegeven voordat zij het douanegebied van de Unie mogen binnenkomen, gaan de douaneautoriteiten na of de invoervergunning overeenstemt met de aangebrachte goederen. Te dien einde kunnen zij de cultuurgoederen fysiek controleren, inclusief door het verrichten van een expertise.

2.  Bij cultuurgoederen waarvoor een invoervergunning moet worden afgegeven voordat zij het douanegebied van de Unie mogen binnenkomen, gaan de douaneautoriteiten na of de invoervergunning overeenstemt met de aangebrachte goederen. Te dien einde kunnen zij de cultuurgoederen fysiek controleren door het verrichten van een expertise. Aan de elektronisch geregistreerde invoervergunning worden een volgnummer en een registratiedatum toegekend, en de aangever ontvangt bij de vrijgave van de goederen een kopie van de geregistreerde invoervergunning.

Amendement    44

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Bij cultuurgoederen waarvoor een importeursverklaring moet worden voorgelegd voordat zij het douanegebied van de Unie mogen binnenkomen, gaan de douaneautoriteiten na of de importeursverklaring voldoet aan de in of op basis van artikel 5 vastgestelde vereisten en overeenstemt met de aangebrachte goederen. Te dien einde kunnen zij van de aangever aanvullende gegevens verlangen en de cultuurgoederen fysiek controleren, inclusief door het verrichten van een expertise. Zij registreren de importeursverklaring door deze een volgnummer en een registratiedatum toe te kennen en bezorgen de aangever bij de vrijgave van de goederen een kopie van de geregistreerde importeursverklaring.

3.  Bij cultuurgoederen waarvoor een importeursverklaring moet worden voorgelegd voordat zij het douanegebied van de Unie mogen binnenkomen, gaan de douaneautoriteiten na of de importeursverklaring voldoet aan de in of op basis van artikel 5 vastgestelde vereisten en overeenstemt met de aangebrachte goederen. Te dien einde kunnen zij van de aangever aanvullende gegevens verlangen en de cultuurgoederen fysiek controleren door het verrichten van een expertise. Aan de elektronisch geregistreerde importeursverklaring worden een volgnummer en een registratiedatum toegekend, de aangever ontvangt bij de vrijgave van de goederen een kopie van de geregistreerde importeursverklaring en de verklaring wordt toegezonden aan de bevoegde autoriteiten.

Amendement    45

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De Commissie maakt de gegevens van de bevoegde douanekantoren en elke wijziging daarin bekend in de C-reeks van het Publicatieblad van de Europese Unie.

De Commissie maakt de gegevens van de bevoegde douanekantoren en elke wijziging daarin bekend in de C-reeks van het Publicatieblad van de Europese Unie, evenals op de in artikel 11 bedoelde specifieke website.

Motivering

Ten behoeve van de transparantie moet de lijst van bevoegde autoriteiten openbaar worden gemaakt op een website van de Commissie.

Amendement    46

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 7 bis

 

Indien uit de controle aan de EU-grens blijkt dat cultuurgoederen onrechtmatig worden ingevoerd, stelt het bevoegde EU-douanekantoor de nationale politie en de douanekantoren van het land van herkomst van de in bewaring gehouden cultuurgoederen op de hoogte van de poging tot illegaal vervoer en gebruik van kunstvoorwerpen. Indien het land van waaruit de cultuurgoederen onrechtmatig worden vervoerd niet het land van herkomst is, moeten de nationale autoriteiten van beide landen op de hoogte worden gesteld.

Amendement    47

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De douaneautoriteiten nemen cultuurgoederen die het douanegebied van de Unie zijn binnengebracht, in beslag en houden deze tijdelijk in bewaring, wanneer de cultuurgoederen in kwestie het douanegebied van de Unie zijn binnengekomen zonder dat aan de in artikel 3, leden 1 en 2, vastgestelde voorwaarden is voldaan.

1.  De douaneautoriteiten nemen cultuurgoederen die het douanegebied van de Unie zijn binnengebracht, in beslag en houden deze tijdelijk in bewaring, wanneer de cultuurgoederen in kwestie het douanegebied van de Unie zijn binnengekomen zonder dat aan de in artikel 3, leden 1 en 2, vastgestelde voorwaarden is voldaan. In geval van inbeslagname of tijdelijke inbewaringneming van cultuurgoederen worden passende waarborgen geboden voor de optimale conservatie ervan, overeenkomstig het recht van de Unie en het internationale recht.

Amendement    48

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis.  De douaneautoriteiten besluiten, in voorkomend geval in samenwerking met andere relevante Europese of nationale agentschappen, op grond van een op risicoanalyse gebaseerde aanpak of in het kader van de controle en verificatie door de douane strikter toezicht moet worden uitgeoefend. Wanneer de bevoegde autoriteiten redelijke gronden hebben om aan te nemen dat cultuurgoederen die in doorvoer zijn op het grondgebied van de Unie, in strijd met de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van het land van herkomst zijn uitgevoerd, of op andere onrechtmatige wijze zijn verkregen, geven zij de douaneautoriteiten de opdracht om die goederen tijdelijk in beslag te nemen.

Amendement    49

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Het in lid 1 bedoelde bestuurlijke besluit gaat vergezeld van een motivering, wordt aan de aangever meegedeeld en maakt het voorwerp uit van een doeltreffende voorziening in rechte overeenkomstig procedures van het nationale recht.

2.  Het in de leden 1 en 1 bis bedoelde bestuurlijke besluit gaat vergezeld van een motivering, wordt aan de aangever meegedeeld en maakt het voorwerp uit van een doeltreffende voorziening in rechte overeenkomstig procedures van het nationale recht.

Amendement    50

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De termijn van een tijdelijke inbewaringneming is strikt beperkt tot de tijd die de douaneautoriteiten of andere rechtshandhavingsinstanties nodig hebben om na te gaan of de omstandigheden van de zaak een inbewaringneming krachtens andere Unie- of nationaalrechtelijke bepalingen rechtvaardigen. De maximale termijn van een tijdelijke inbewaringneming krachtens dit artikel bedraagt zes maanden. Indien er binnen die termijn geen besluit over een langere bewaring van de cultuurgoederen wordt genomen of indien wordt besloten dat de omstandigheden van de zaak geen langere bewaring rechtvaardigen, worden de cultuurgoederen ter beschikking gesteld van de aangever.

3.  De termijn van een tijdelijke inbewaringneming is strikt beperkt tot de tijd die de douaneautoriteiten of andere rechtshandhavingsinstanties nodig hebben om na te gaan of de omstandigheden van de zaak een inbewaringneming krachtens andere Unie- of nationaalrechtelijke bepalingen rechtvaardigen. De maximale termijn van een tijdelijke inbewaringneming krachtens dit artikel bedraagt zes maanden. Indien er binnen die termijn geen besluit over een langere bewaring van de cultuurgoederen wordt genomen of indien wordt besloten dat de omstandigheden van de zaak geen langere bewaring rechtvaardigen, worden de cultuurgoederen ter beschikking gesteld van de aangever. De autoriteiten van de EU-lidstaten moeten erop toezien dat op het moment van teruggave van de kunstvoorwerpen aan het land van herkomst, in dit land geen gewapend conflict heerst waardoor de veiligheid van het cultuurgoed niet kan worden gewaarborgd. Anders moet het cultuurgoed in de EU blijven totdat de situatie in het land van herkomst is gestabiliseerd.

Amendement    51

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 8 bis

 

Technische bijstand, advies en informatie-uitwisseling

 

De lidstaten, in voorkomend geval bijgestaan door de Commissie, mogen bijstand verstrekken en technisch of ander advies geven aan de importeurs, daarbij ook rekening houdend met de situatie van kleine en middelgrote ondernemingen, om het voor hen gemakkelijker te maken de vereisten van deze verordening te respecteren.

 

De lidstaten, bijgestaan door de Commissie, bevorderen de verspreiding van nuttige informatie over de illegale handel in cultuurgoederen, met name om de importeurs bij te staan bij de risicobeoordeling, en over de beste praktijken betreffende de tenuitvoerlegging van deze verordening.

 

De bijstand wordt op zodanig wijze verleend dat de verantwoordelijkheden van de bevoegde autoriteiten als bedoeld in artikel 2, lid 1, onder h bis), hierdoor niet worden aangetast en hun onafhankelijkheid bij het toezicht op de naleving van deze verordening gehandhaafd blijft.

Motivering

Dit nieuwe artikel is gebaseerd op artikel 13 van Verordening (EU) nr. 995/2010 tot vaststelling van de verplichtingen van marktdeelnemers die hout en houtproducten op de markt brengen ("EU-houtverordening") en is bedoeld om de correcte uitvoering van onderhavige verordening te vereenvoudigen.

Amendement    52

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Met het oog op de tenuitvoerlegging van deze verordening garanderen de lidstaten samenwerking tussen hun bevoegde autoriteiten als bedoeld in artikel 3, lid 4.

1.  Met het oog op de tenuitvoerlegging van deze verordening garanderen de lidstaten samenwerking tussen hun bevoegde autoriteiten.

Amendement    53

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Er kan een elektronisch systeem worden opgezet voor de opslag en de uitwisseling van gegevens tussen de autoriteiten van de lidstaten, met name betreffende importeursverklaringen en invoervergunningen.

2.  Op basis van een passend wetgevingsvoorstel wordt een elektronisch systeem opgezet voor de opslag en de uitwisseling van gegevens tussen de autoriteiten van de lidstaten, met inbegrip van de douaneautoriteiten, met name betreffende importeursverklaringen en invoervergunningen. Voor alle persoonsgegevens die in dat elektronisch systeem worden opgeslagen of verwerkt, wordt de gegevensbeschermingswetgeving van de Unie in acht genomen, en met name de beginselen noodzaak, evenredigheid en doelbinding, alsook passend toezicht door de gegevensbeschermingsautoriteiten.

Amendement    54

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 3 – alinea 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  voorzieningen treffen voor de uitrol, de exploitatie en het onderhoud van het in lid 2 bedoelde elektronische systeem;

Schrappen

Amendement    55

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten stellen de regels vast voor de sancties die van toepassing zijn op inbreuken op de artikelen 3, 4 en 5 en met name op het afleggen van valse verklaringen en het verstrekken van valse informatie om cultuurgoederen het douanegebied van de Unie te kunnen binnenbrengen, en treffen alle maatregelen om ervoor te zorgen dat deze worden toegepast. De sancties moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn. De lidstaten delen de Commissie uiterlijk 18 maanden na de datum van inwerkingtreding van de verordening deze regels en maatregelen mee en stellen haar onverwijld in kennis van alle latere wijzigingen die erop van invloed zijn.

De lidstaten stellen de regels vast voor de sancties die van toepassing zijn op inbreuken op de artikelen 3, 4 en 5 en met name op het zonder passend certificaat invoeren van cultuurgoederen in de Unie, het gebruiken van een certificaat voor andere cultuurgoederen dan die waarvoor het certificaat is afgegeven, of het afleggen van valse verklaringen en het verstrekken van valse informatie om cultuurgoederen het douanegebied van de Unie te kunnen binnenbrengen, evenals het beschikbaar stellen aan criminele groeperingen van economische middelen die voortvloeien uit onrechtmatige invoer van cultuurgoederen. De lidstaten treffen alle nodige maatregelen, met inbegrip van onteigening van plegers van onrechtmatige invoer van cultuurgoederen ten aanzien van relevant eigendom, om ervoor te zorgen dat deze regels ten volle worden toegepast. De sancties moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn. De lidstaten delen de Commissie uiterlijk 18 maanden na de datum van inwerkingtreding van de verordening deze regels en maatregelen mee en stellen haar onverwijld in kennis van alle latere wijzigingen die erop van invloed zijn.

Amendement    56

Voorstel voor een verordening

Artikel 11 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten dragen zorg voor opleidings- en capaciteitsopbouwactiviteiten ten behoeve van de effectieve tenuitvoerlegging van deze verordening door de betrokken autoriteiten. Zij kunnen ook bewustmakingscampagnes opzetten om met name kopers van cultuurgoederen te alerteren.

De lidstaten dragen zorg voor opleiding voor douanebeambten of andere bevoegde werknemers over de identificatie van illegaal verhandelde, gestolen en nagemaakte cultuurgoederen en over efficiëntere samenwerking bij de bestrijding van illegale handel en smokkel in cultuurgoederen, evenals voor capaciteitsopbouwactiviteiten ten behoeve van de effectieve tenuitvoerlegging van deze verordening door de betrokken autoriteiten en deskundigen. De Commissie zet een specifieke website op met duidelijke informatie voor alle betrokkenen over de doelstellingen van deze verordening, de verplichtingen, de lijst van bevoegde autoriteiten, de mogelijkheid tot tijdelijke inbewaringneming, de ingevoerde sancties, het recht op een doeltreffende voorziening in rechte en andere relevante kwesties. De lidstaten zetten ook bewustmakingscampagnes op, evenals eenvoudig toegankelijke informatiepunten en hotlines die zij beschikbaar stellen om met name kopers van cultuurgoederen en andere belanghebbenden te alerteren en te informeren. De douane aan de buitengrenzen van de EU krijgen beschikking over deskundige ondersteuning, specifieke middelen en speciale apparatuur om gehoor te kunnen geven aan de beginselen en de geest van deze verordening.

Amendement    57

Voorstel voor een verordening

Artikel 11 – alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Bij de voorbereidende werkzaamheden voor de tenuitvoerlegging van deze verordening werken de Commissie en de lidstaten samen met internationale organisaties, zoals de Unesco, Interpol, Europol, de Werelddouaneorganisatie (WDO) en de Internationale Museumraad, om doeltreffende opleidings- en capaciteitsopbouwactiviteiten, evenals bewustmakingscampagnes te garanderen.

Amendement    58

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 – lid 1 – alinea 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  informatie over inbreuken op deze verordening;

b)  informatie over inbreuken op deze verordening en de toegepaste sancties;

Amendement    59

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 – lid 1 – alinea 1 – letter e

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

e)  het aantal gevallen waarin cultuurgoederen in bewaring zijn genomen en

e)  het aantal gevallen waarin cultuurgoederen in bewaring zijn genomen en gedurende welke termijn en

Amendement    60

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 – lid 1 – alinea 1 – letter f

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

f)  het aantal gevallen waarin cultuurgoederen aan de staat zijn afgestaan overeenkomstig artikel 199 van Verordening (EU) nr. 952/2013.

f)  het aantal gevallen waarin cultuurgoederen aan de staat zijn afgestaan overeenkomstig artikel 199 van Verordening (EU) nr. 952/2013 en

Amendement    61

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 – lid 1 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Te dien einde zendt de Commissie de lidstaten relevante vragenlijsten toe. De lidstaten hebben zes maanden tijd om de gevraagde informatie aan de Commissie te verstrekken.

Te dien einde zendt de Commissie de lidstaten relevante vragenlijsten toe. De lidstaten hebben na ontvangst van de vragenlijst zes maanden tijd om de gevraagde informatie aan de Commissie te verstrekken.

Amendement    62

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 – lid 1 – alinea 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Op basis van de antwoorden van de lidstaten op de in lid 1 bedoelde vragenlijsten kan de Commissie de lidstaten verzoeken om aanvullende gegevens over de verwerking van de aanvragen voor een invoervergunning. De lidstaten verstrekken de gevraagde gegevens zo snel mogelijk.

Motivering

Om te beoordelen of deze verordening eenvormig wordt uitgevoerd, moet de Commissie, indien zij dit nodig acht, meer informatie krijgen over de verwerking van de aanvragen voor een vergunning door de bevoegde autoriteiten van de lidstaten.

Amendement    63

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Drie jaar na de datum van toepassing van deze verordening en vervolgens om de vijf jaar legt de Commissie het Europees Parlement en de Raad een verslag over de tenuitvoerlegging van deze verordening voor.

2.  Drie jaar na de datum van toepassing van deze verordening en vervolgens om de vijf jaar legt de Commissie het Europees Parlement en de Raad een verslag over de tenuitvoerlegging van deze verordening voor. In deze verslagen wordt beoordeeld of deze verordening uniform ten uitvoer wordt gelegd en in welke mate zij naar behoren werkt en doeltreffend is, en in voorkomend geval kunnen de verslagen vergezeld gaan van passende wetgevingsvoorstellen.

PROCEDURE VAN DE ADVISERENDE COMMISSIE

Titel

Invoer van cultuurgoederen

Document‑ en procedurenummers

COM(2017)0375 – C8-0227/2017 – 2017/0158(COD)

Bevoegde commissies

       Datum bekendmaking

INTA

11.9.2017

IMCO

11.9.2017

 

 

Advies uitgebracht door

       Datum bekendmaking

LIBE

11.9.2017

Rapporteur voor advies

       Datum benoeming

Kostas Chrysogonos

26.2.2018

Artikel 55 – Gezamenlijke commissieprocedure

       Datum bekendmaking

       

18.1.2018

Behandeling in de commissie

14.5.2018

28.6.2018

 

 

Datum goedkeuring

28.6.2018

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

33

3

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Asim Ademov, Malin Björk, Michał Boni, Caterina Chinnici, Ana Gomes, Jussi Halla-aho, Monika Hohlmeier, Brice Hortefeux, Filiz Hyusmenova, Sophia in ‘t Veld, Barbara Kudrycka, Roberta Metsola, Ivari Padar, Judith Sargentini, Giancarlo Scottà, Birgit Sippel, Branislav Škripek, Csaba Sógor, Josef Weidenholzer, Kristina Winberg, Auke Zijlstra

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Kostas Chrysogonos, Carlos Coelho, Jeroen Lenaers, Andrejs Mamikins, Angelika Mlinar, Maite Pagazaurtundúa Ruiz, Emilian Pavel, Morten Helveg Petersen, Barbara Spinelli, Elissavet Vozemberg-Vrionidi

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Karoline Graswander-Hainz, Eduard Kukan, Fernando Ruas, Joachim Schuster, Ramón Luis Valcárcel Siso

HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE ADVISERENDE COMMISSIE

33

+

ALDE

Filiz Hyusmenova, Sophia in 't Veld, Angelika Mlinar, Maite Pagazaurtundúa Ruiz, Morten Helveg Petersen

EFDD

Kristina Winberg

ENF

Giancarlo Scottà

GUE/NGL

Malin Björk, Kostas Chrysogonos, Barbara Spinelli

PPE

Asim Ademov, Michał Boni, Carlos Coelho, Monika Hohlmeier, Brice Hortefeux, Barbara Kudrycka, Eduard Kukan, Jeroen Lenaers, Roberta Metsola, Fernando Ruas, Csaba Sógor, Ramón Luis Valcárcel Siso, Elissavet Vozemberg-Vrionidi

S&D

Caterina Chinnici, Ana Gomes, Karoline Graswander-Hainz, Andrejs Mamikins, Ivari Padar, Emilian Pavel, Joachim Schuster, Birgit Sippel, Josef Weidenholzer

VERTS/ALE

Judith Sargentini

3

-

ECR

Jussi Halla-aho, Branislav Škripek

ENF

Auke Zijlstra

0

0

 

 

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding


PROCEDURE VAN DE BEVOEGDE COMMISSIE

Titel

Invoer van cultuurgoederen

Document- en procedurenummers

COM(2017)0375 – C8-0227/2017 – 2017/0158(COD)

Datum indiening bij EP

12.7.2017

 

 

 

Bevoegde commissies

       Datum bekendmaking

INTA

11.9.2017

IMCO

11.9.2017

 

 

Medeadviserende commissies

       Datum bekendmaking

CULT

11.9.2017

LIBE

11.9.2017

 

 

Medeverantwoordelijke commissies

       Datum bekendmaking

CULT

18.1.2018

 

 

 

Rapporteurs

       Datum benoeming

Alessia Maria Mosca

11.1.2018

Daniel Dalton

11.1.2018

 

 

Artikel 55 – Gezamenlijke commissieprocedure

       Datum bekendmaking

       

       

18.1.2018

Behandeling in de commissie

21.2.2018

21.3.2018

23.4.2018

4.6.2018

 

18.6.2018

 

 

 

Datum goedkeuring

27.9.2018

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

56

4

3

Bij de eindstemming aanwezige leden

William (The Earl of) Dartmouth, Laima Liucija Andrikienė, Pascal Arimont, Tiziana Beghin, David Borrelli, Daniel Caspary, Dita Charanzová, Salvatore Cicu, Carlos Coelho, Anna Maria Corazza Bildt, Daniel Dalton, Nicola Danti, Pascal Durand, Evelyne Gebhardt, Karoline Graswander-Hainz, Christophe Hansen, Nadja Hirsch, France Jamet, Philippe Juvin, Jude Kirton-Darling, Danilo Oscar Lancini, Bernd Lange, David Martin, Emma McClarkin, Anne-Marie Mineur, Marlene Mizzi, Sorin Moisă, Franck Proust, Godelieve Quisthoudt-Rowohl, Inmaculada Rodríguez-Piñero Fernández, Tokia Saïfi, Marietje Schaake, Christel Schaldemose, Helmut Scholz, Joachim Schuster, Jasenko Selimovic, Adam Szejnfeld, Róża Gräfin von Thun und Hohenstein, Anneleen Van Bossuyt, Iuliu Winkler, Igor Šoltes

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Klaus Buchner, Reimer Böge, Birgit Collin-Langen, Igor Gräzin, Arndt Kohn, Pina Picierno, Fernando Ruas, Paul Rübig, Martin Schirdewan, Pedro Silva Pereira, Ramon Tremosa i Balcells, Sabine Verheyen, Kerstin Westphal

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Clara Eugenia Aguilera García, Angel Dzhambazki, Czesław Hoc, Verónica Lope Fontagné, Nils Torvalds, Vladimir Urutchev, Henna Virkkunen, Tiemo Wölken, Flavio Zanonato

Datum indiening

9.10.2018


HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE BEVOEGDE COMMISSIE

56

+

ALDE

Dita Charanzová, Igor Gräzin, Nadja Hirsch, Marietje Schaake, Jasenko Selimovic, Nils Torvalds, Ramon Tremosa i Balcells

EFDD

Tiziana Beghin, William (The Earl of) Dartmouth

ENF

Danilo Oscar Lancini

GUE/NGL

Martin Schirdewan, Helmut Scholz

NI

David Borrelli

PPE

Laima Liucija Andrikienė, Pascal Arimont, Reimer Böge, Daniel Caspary, Salvatore Cicu, Carlos Coelho, Birgit Collin-Langen, Anna Maria Corazza Bildt, Christophe Hansen, Philippe Juvin, Verónica Lope Fontagné, Sorin Moisă, Franck Proust, Godelieve Quisthoudt-Rowohl, Fernando Ruas, Paul Rübig, Tokia Saïfi, Adam Szejnfeld, Róża Gräfin von Thun und Hohenstein, Vladimir Urutchev, Sabine Verheyen, Henna Virkkunen, Iuliu Winkler

S&D

Clara Eugenia Aguilera García, Nicola Danti, Evelyne Gebhardt, Karoline Graswander-Hainz, Jude Kirton-Darling, Arndt Kohn, Bernd Lange, David Martin, Marlene Mizzi, Pina Picierno, Inmaculada Rodríguez-Piñero Fernández, Christel Schaldemose, Joachim Schuster, Pedro Silva Pereira, Kerstin Westphal, Tiemo Wölken, Flavio Zanonato

VERTS/ALE

Klaus Buchner, Pascal Durand, Igor Šoltes

4

-

ECR

Angel Dzhambazki, Czesław Hoc, Emma McClarkin, Anneleen Van Bossuyt

3

0

ECR

Daniel Dalton

ENF

France Jamet

GUE/NGL

Anne-Marie Mineur

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding

Laatst bijgewerkt op: 17 oktober 2018Juridische mededeling