Procedure : 2018/0172(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0317/2018

Ingediende teksten :

A8-0317/2018

Debatten :

PV 22/10/2018 - 17
CRE 22/10/2018 - 17
PV 27/03/2019 - 15
CRE 27/03/2019 - 15

Stemmingen :

PV 24/10/2018 - 11.12
CRE 24/10/2018 - 11.12
Stemverklaringen
PV 27/03/2019 - 18.6
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0411
P8_TA(2019)0305

VERSLAG     ***I
PDF 1717kWORD 288k
11.10.2018
PE 623.714v02-00 A8-0317/2018

over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de vermindering van de effecten van bepaalde kunststofproducten op het milieu

(COM(2018)0340 – C8-0218/2018 – 2018/0172(COD))

Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid

Rapporteur: Frédérique Ries

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 BIJLAGE: LIJST VAN ENTITEITEN OF PERSONEN VAN WIE DE RAPPORTEUR INPUT HEEFT ONTVANGEN
 ADVIES van de Commissie economische en monetaire zaken
 ADVIES van de Commissie industrie, onderzoek en energie
 ADVIES van de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling
 ADVIES van de Commissie visserij
 PROCEDURE VAN DE BEVOEGDE COMMISSIE
 HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de vermindering van de effecten van bepaalde kunststofproducten op het milieu

(COM(2018)0340 – C8-0218/2018 – 2018/0172(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2018)0340),

–  gezien artikel 294, lid 2, en artikel 192, lid 1 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C8-0218/2018),

–  gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité(1),

–  gezien het advies van het Comité van de Regio's(2),

–  gezien artikel 59 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid en de adviezen van de Commissie economische en monetaire zaken, de Commissie industrie, onderzoek en energie, de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling en de Commissie visserij (A8-0317/2018),

1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.  verzoekt de Commissie om hernieuwde voorlegging aan het Parlement indien zij haar voorstel vervangt, ingrijpend wijzigt of voornemens is het ingrijpend te wijzigen;

3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

Amendement    1

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(1)  De brede bruikbaarheid en relatief lage kostprijs van kunststoffen betekent dat dit materiaal steeds meer voorkomt in het dagelijkse leven. Het toenemende gebruik van kunststoffen in toepassingen met een korte levensduur, die niet met het oog op hergebruik of kostenefficiënte recyclage zijn ontworpen, betekent dat de desbetreffende productie- en consumptiepatronen steeds minder efficiënt en meer lineair zijn geworden. Om die reden heeft de Commissie, binnen de context van het actieplan voor de circulaire economie32, in de Europese kunststoffenstrategie33 besloten dat de gestaag toenemende productie van kunststofafval en het feit dat dit afval in ons milieu terechtkomt, in het bijzonder in het mariene milieu, moeten worden aangepakt om tot een echt circulaire levenscyclus voor kunststoffen te kunnen komen.

(1)  De brede bruikbaarheid en relatief lage kostprijs van kunststoffen betekent dat dit materiaal steeds meer voorkomt in het dagelijkse leven. De wereldwijde kunststofproductie is scherp gestegen en liep in 2017 op tot 348 miljoen ton. Het Europese aandeel van die productie bedroeg 18,5 % (64,4 miljoen ton, een stijging met 3,4 % ten opzichte van de productie het jaar voordien). Het toenemende gebruik van kunststoffen in toepassingen met een korte levensduur, die niet met het oog op hergebruik of kostenefficiënte recyclage zijn ontworpen, betekent dat de desbetreffende productie- en consumptiepatronen steeds minder efficiënt en meer lineair zijn geworden. Om die reden heeft de Commissie, binnen de context van het actieplan voor de circulaire economie32, in de Europese kunststoffenstrategie33 besloten dat de gestaag toenemende productie van kunststofafval en het feit dat dit afval in ons milieu terechtkomt, in het bijzonder in het mariene milieu, moeten worden aangepakt om tot een echt circulaire levenscyclus voor kunststoffen te kunnen komen en de totale hoeveelheid kunststoffen in het milieu te verminderen. De Europese kunststoffenstrategie is een eerste, kleine stap naar de totstandkoming van een circulaire economie die gebaseerd is op beperking, hergebruik en recyclage van alle kunststofproducten.

__________________

__________________

32 Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's: "Maak de cirkel rond - Een EU-actieplan voor de circulaire economie" (COM(2015) 0614 final).

32 Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's: "Maak de cirkel rond - Een EU-actieplan voor de circulaire economie" (COM(2015) 0614 final).

33 Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's: "Een Europese strategie voor kunststoffen in een circulaire economie" (COM(2018) 28 final).

33 Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's: "Een Europese strategie voor kunststoffen in een circulaire economie" (COM(2018) 28 final).

Motivering

Ook al gaat het om een wereldwijd probleem, de Europese Unie dient haar verantwoordelijkheid te nemen en internationaal een leidersrol te spelen in de strijd tegen marien zwerfvuil.

Amendement    2

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(1 bis)  Kunststoffen spelen een nuttige rol in de economie en bieden essentiële toepassingsmogelijkheden in vele sectoren. Kunststoffen worden met name gebruikt voor verpakkingen (40 %) en in de bouwsector (20 %). Ook in de automobielsector, in de sector van elektrische en elektronische apparatuur en in de voedings- en landbouwsector wordt in aanzienlijke mate gebruik gemaakt van kunststof. Desalniettemin vragen de aanzienlijke negatieve milieu-, gezondheids- en economische effecten van bepaalde kunststofproducten om de vastlegging van een rechtskader om deze sterk negatieve effecten doeltreffend te verminderen, onder meer middels het beperken van het op de markt brengen van bepaalde producten voor eenmalig gebruik waarvoor algemeen beschikbare, meer circulaire alternatieven bestaan.

Amendement    3

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(2)  Circulaire benaderingen die prioriteit geven aan herbruikbare producten en systemen voor hergebruik zullen leiden tot een vermindering van het gegenereerde afval, en preventie staat aan de top van de afvalhiërarchie zoals vastgesteld in artikel 4 van Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad34.Dergelijke benaderingen sluiten ook aan bij duurzame-ontwikkelingsdoelstelling nr. 1235 van de Verenigde Naties over duurzame consumptie- en productiepatronen.

(2)  Met de bij deze richtlijn vastgestelde maatregelen dient ten volle te worden gestreefd naar circulaire benaderingen die prioriteit geven aan veilige, niet-giftige, herbruikbare producten zonder gevaarlijke stoffen en systemen voor hergebruik boven producten voor eenmalig gebruik. Alle maatregelen moeten in de eerste plaats gericht zijn op een vermindering van het gegenereerde afval, en afvalpreventie bevorderen aangezien dit aan de top van de afvalhiërarchie staat zoals vastgesteld in artikel 4 van Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad34. Aangezien producten voor eenmalig gebruik door hun korte levenscyclus vaak negatieve gevolgen hebben voor het klimaat of het milieu, moet er prioriteit worden gegeven aan de preventie en het hergebruik van producten die grote besparingen van CO2 en van kostbare grondstoffen kunnen opleveren. Deze richtlijn zal bijdragen tot het behalen van duurzame-ontwikkelingsdoelstelling nr. 1235 van de Verenigde Naties over duurzame consumptie- en productiepatronen.

__________________

__________________

34 Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 november 2008 betreffende afvalstoffen en tot intrekking van een aantal richtlijnen (PB L 312 van 22.11.2008, blz. 3).

34 Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 november 2008 betreffende afvalstoffen en tot intrekking van een aantal richtlijnen (PB L 312 van 22.11.2008, blz. 3).

35 De op 25 september 2015 door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties aangenomen Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling.

35 De op 25 september 2015 door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties aangenomen Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling.

Amendement    4

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(3)  Zwerfvuil op zee is grensoverschrijdend en wordt erkend als een wereldwijd probleem. Het zwerfvuil op zee verminderen, is van essentieel belang voor het bereiken van duurzame-ontwikkelingsdoelstelling nr. 14 van de Verenigde Naties, waarin wordt opgeroepen tot het behoud en duurzame gebruik van de oceanen, zeeën en mariene resources met het oog op duurzame ontwikkeling36.De Unie moet haar bijdrage leveren aan het aanpakken van zwerfvuil op zee en zou als voorbeeld voor de rest van de wereld moeten kunnen dienen. In deze context werkt de Unie samen met partners in een aantal internationale fora zoals G20, G7 en de Verenigde Naties ter bevordering van gecoördineerde actie. Dit initiatief maakt deel uit van de inspanningen van de Unie op dit gebied.

(3)  Zwerfvuil op zee is grensoverschrijdend en wordt erkend als een wereldwijd probleem. Overal ter wereld komt steeds meer afval terecht in de oceanen, hetgeen schadelijk is voor de gezondheid van ecosystemen en leidt tot sterfte bij dieren. Het zwerfvuil op zee verminderen, is van essentieel belang voor het bereiken van duurzame-ontwikkelingsdoelstelling nr. 14 van de Verenigde Naties, die gericht is op het behoud en duurzame gebruik van de oceanen, zeeën en mariene resources met het oog op duurzame ontwikkeling36. De Unie moet haar bijdrage leveren aan het aanpakken van zwerfvuil op zee, het voorkomen van afvalproductie en een doeltreffender beheer van zwerfvuil op zee, en zou als voorbeeld voor de rest van de wereld moeten kunnen dienen. In deze context werkt de Unie samen met partners in een aantal internationale fora zoals de G20, de G7 en de Verenigde Naties ter bevordering van gecoördineerde actie. Dit initiatief maakt deel uit van de inspanningen van de Unie op dit gebied.

_________________

_________________

36 De op 25 september 2015 door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties aangenomen Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling.

36 De op 25 september 2015 door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties aangenomen Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling.

Amendement    5

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(5)  Gemeten in aantal stuks bestaat 80 tot 85 % van het mariene zwerfvuil dat op stranden van de EU wordt aangetroffen uit kunststoffen: 50 % betreft kunststofproducten voor eenmalig gebruik, en 27 % producten die te maken hebben met de visserij. Kunststofproducten voor eenmalig gebruik omvatten een grote verscheidenheid aan veelgebruikte en snel evoluerende consumptieartikelen die al na één keer te zijn gebruikt zoals voorzien, worden weggegooid, zelden worden gerecycleerd, en vaak als zwerfvuil eindigen. Een groot deel van het vistuig dat in de handel wordt gebracht, wordt niet voor afvalverwerking ingezameld. Kunststofproducten voor eenmalig gebruik en vistuig dat kunststoffen bevat, vormen dan ook een zeer ernstig probleem binnen de context van zwerfvuil op zee, en een ernstig risico voor de mariene ecosystemen, de biodiversiteit en mogelijk ook voor de menselijke gezondheid. Verder kunnen zij ook nadelig zijn voor activiteiten als toerisme, visvangst en scheepvaart.

(5)  Gemeten in aantal stuks bestaat 80 tot 85 % van het mariene zwerfvuil dat op stranden van de EU wordt aangetroffen uit kunststoffen: 50 % betreft kunststofproducten voor eenmalig gebruik, en 27 % producten die te maken hebben met de visserij.Kunststofproducten voor eenmalig gebruik omvatten een grote verscheidenheid aan veelgebruikte en snel evoluerende consumptieartikelen die al na één keer te zijn gebruikt zoals voorzien, worden weggegooid, zelden worden gerecycleerd, en vaak als zwerfvuil eindigen. Een groot deel van het vistuig en aquacultuurgerei dat in de handel wordt gebracht, wordt niet voor afvalverwerking ingezameld. Kunststofproducten voor eenmalig gebruik en vistuig en aquacultuurgerei dat kunststoffen bevat, zoals korven, vallen, vlotters en boeien, netten, lijnen, touwen en koorden, vormen dan ook een zeer ernstig probleem binnen de context van zwerfvuil op zee, en een ernstig risico voor de mariene ecosystemen, de biodiversiteit en de gezondheid van mens en dier. Verder kunnen zij ook nadelig zijn voor activiteiten als toerisme, visvangst en scheepvaart.

Amendement    6

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 5 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(5 bis)  Tijdens zijn vergadering van 25 juni 2018 keurde de Raad conclusies goed over de "uitvoering van het EU-actieplan voor de circulaire economie" en sprak daarin duidelijk zijn steun uit voor de op EU- en mondiaal niveau ondernomen stappen om het gebruik van opzettelijk aan producten toegevoegde microplastics en het gebruik van onder invloed van zuurstof afbreekbare kunststoffen in de EU in te perken, alsook voor de in het kader van de strategie inzake kunststoffen geplande acties in verband met het verminderen van microplastics afkomstig van textiel, autobanden en lekkage van preproductiepellets. De EU onderneemt reeds stappen, aangezien er in het kader van Reach een procedure loopt waarbij de Commissie het Europees Agentschap voor chemische stoffen heeft gevraagd om een bijlage XV-beperkingsdossier te ontwikkelen met betrekking tot het gebruik van microplasticdeeltjes die opzettelijk worden toegevoegd aan consumentenproducten of producten voor professioneel gebruik.

Motivering

Aangezien veel lidstaten reeds wetgeving hebben op dit gebied is het belangrijk dat de EU, op basis van een ECHA-evaluatie, stappen onderneemt en tegen 2020 een beperking vastlegt op het gebruik van microplasticdeeltjes die opzettelijk worden toegevoegd aan consumentenproducten of producten voor professioneel gebruik.

Amendement    7

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 5 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(5 ter)  De EU moet ten aanzien van het probleem van microplastics een alomvattende aanpak hanteren en dient alle producenten aan te moedigen om het aantal microplastics in hun bereidingen strikt te beperken, waarbij specifieke aandacht dient te worden besteed aan de fabrikanten van textiel en banden, aangezien synthetische kledij en banden goed zijn voor 63 % van de microplastics die rechtstreeks in het aquatische milieu terechtkomen.

Motivering

Hoewel microplastics (d.w.z. stukjes kunststof die kleiner zijn dan 5 mm) niet onder het toepassingsgebied vallen en worden aangepakt met specifieke maatregelen in het kader van de kunststoffenstrategie, is het belangrijk specifiek te vermelden dat de Europese Unie gezien de gevolgen van marien kunststofzwerfvuil voor het milieu, de mariene fauna en de volksgezondheid een alomvattende aanpak dient te hanteren ten aanzien van dit probleem.

Amendement    8

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(6)  In de bestaande Europese wetgeving40 en beleidsinstrumenten worden enkele regelgevende oplossingen aangeboden om het probleem van zwerfvuil op zee aan te pakken. Kunststofafval is in het bijzonder onderworpen aan algemene Europese maatregelen en doelstellingen inzake afvalbeheer zoals de streefwaarde voor recyclage voor kunststoffen verpakkingsafval41 en de recentelijk goedgekeurde doelstelling in de kunststoffenstrategie42 die ervoor moet zorgen dat al het kunststoffen verpakkingsmateriaal tegen 2030 recycleerbaar is. De gevolgen van die wetgeving voor het zwerfvuil op zee is echter ontoereikend, en de nationale maatregelen ter preventie en vermindering van zwerfvuil op zee verschillen in reikwijdte en ambitieniveau. Bovendien kunnen sommige van die maatregelen, met name de marketingbeperkingen voor kunststofproducten voor eenmalig gebruik, de handel in de Unie belemmeren en het concurrentievermogen vervalsen.

(6)  Een goed afvalbeheer blijft essentieel voor de preventie van (marien) zwerfvuil. In de bestaande Europese wetgeving40 en beleidsinstrumenten worden enkele regelgevende oplossingen aangeboden om het probleem van zwerfvuil op zee aan te pakken. Kunststofafval is in het bijzonder onderworpen aan algemene Europese maatregelen en doelstellingen inzake afvalbeheer zoals de streefwaarde voor recyclage voor kunststoffen verpakkingsafval41 en de recentelijk goedgekeurde doelstelling in de kunststoffenstrategie42 die ervoor moet zorgen dat al het kunststoffen verpakkingsmateriaal tegen 2030 recycleerbaar is. De gevolgen van die wetgeving voor het zwerfvuil op zee zijn echter ontoereikend, en de nationale maatregelen ter preventie en vermindering van zwerfvuil op zee verschillen in reikwijdte en ambitieniveau. Bovendien kunnen sommige van die maatregelen, met name de marketingbeperkingen voor kunststofproducten voor eenmalig gebruik, de handel in de Unie belemmeren en het concurrentievermogen vervalsen.

__________________

__________________

40 Richtlijn 2008/98/EG, Richtlijn 2000/59/EG, Richtlijn 2000/60/EG, Richtlijn 2008/56/EG en Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad van 20 november 2009 tot vaststelling van een communautaire controleregeling die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid moet garanderen, tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 847/96, (EG) nr. 2371/2002, (EG) nr. 811/2004, (EG) nr. 768/2005, (EG) nr. 2115/2005, (EG) nr. 2166/2005, (EG) nr. 388/2006, (EG) nr. 509/2007, (EG) nr. 676/2007, (EG) nr. 1098/2007, (EG) nr. 1300/2008, (EG) nr. 1342/2008 en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 2847/93, (EG) nr. 1627/94 en (EG) nr. 1966/2006 (PB L 343 van 22.12.2009, blz. 1).

40 Richtlijn 2008/98/EG, Richtlijn 2000/59/EG, Richtlijn 2000/60/EG, Richtlijn 2008/56/EG en Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad van 20 november 2009 tot vaststelling van een communautaire controleregeling die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid moet garanderen, tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 847/96, (EG) nr. 2371/2002, (EG) nr. 811/2004, (EG) nr. 768/2005, (EG) nr. 2115/2005, (EG) nr. 2166/2005, (EG) nr. 388/2006, (EG) nr. 509/2007, (EG) nr. 676/2007, (EG) nr. 1098/2007, (EG) nr. 1300/2008, (EG) nr. 1342/2008 en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 2847/93, (EG) nr. 1627/94 en (EG) nr. 1966/2006 (PB L 343 van 22.12.2009, blz. 1).

41 Richtlijn 94/62/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 1994 betreffende verpakking en verpakkingsafval (PB L 365 van 31.12.1994, blz. 10).

41 Richtlijn 94/62/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 1994 betreffende verpakking en verpakkingsafval (PB L 365 van 31.12.1994, blz. 10).

42 Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's: "Een Europese strategie voor kunststoffen in een circulaire economie" (COM(2018) 28 final).

42 Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's: "Een Europese strategie voor kunststoffen in een circulaire economie" (COM(2018) 28 final).

Motivering

Er moet duidelijk worden onderstreept dat afvalpreventie begint met passend afvalbeheer.

Amendement    9

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 6 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(6 bis)  De bevordering van onderzoek en innovatie in de verpakkingssector is een cruciale factor om de totstandkoming van een duurzamer waardeketen te bevorderen. Om die doelstelling te verwezenlijken is het noodzakelijk de desbetreffende financieringsmechanismen in de context van de Europese programma's voor onderzoek en ontwikkeling, zoals het EU-kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (Horizon 2020), te versterken, met het oog op de toekomstige strategische agenda voor onderzoek en innovatie op het gebied van kunststoffen.

Motivering

De doelstellingen van de kunststoffenstrategie kunnen maar worden bereikt als de verpakkingssector ondersteuning en middelen voor onderzoek en innovatie ontvangt.

Amendement    10

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(7)  Om de inspanningen te concentreren op de gebieden waar zij het hardst nodig zijn, zou deze richtlijn alleen van toepassing moeten zijn op de vaakst aangetroffen kunststofproducten voor eenmalig gebruik, die in aantal stuks naar schatting ongeveer 86 % vertegenwoordigen van alle kunststofproducten voor eenmalig gebruik die op de stranden van de Unie wordt aangetroffen.

(7)  Om de inspanningen te concentreren op de gebieden waar zij het hardst nodig zijn, zou deze richtlijn alleen van toepassing moeten zijn op de vaakst aangetroffen kunststofproducten voor eenmalig gebruik, en op vistuig. De onder maatregelen in het kader van deze richtlijn vallende kunststofproducten voor eenmalig gebruik vertegenwoordigen in aantal stuks naar schatting ongeveer 86 % van alle kunststofproducten voor eenmalig gebruik die op de stranden van de Unie worden aangetroffen.

Amendement    11

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 7 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(7 bis)  Deze richtlijn geldt onverminderd de bepalingen die in Richtlijn 94/62/EG zijn vastgesteld betreffende kunststoffen verpakkingsproducten voor eenmalig gebruik zoals gedefinieerd in artikel 3, lid 1, van Richtlijn 94/62/EG.

Motivering

Er is verduidelijking nodig betreffende kunststoffen verpakkingsproducten voor eenmalig gebruik die vallen onder Richtlijn 94/62/EG.

Amendement    12

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 7 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(7 ter)  Het evaluatieverslag van de Commissie moet aangeven of de werkingssfeer kan worden uitgebreid naar producten voor eenmalig gebruik in het algemeen.

Motivering

Tijdens de evaluatie moet worden onderzocht of het mogelijk is een duidelijke en consistente aanpak van producten voor eenmalig gebruik te ontwikkelen waarin rekening wordt gehouden met beginselen inzake de levenscyclus.

Amendement    13

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 7 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(7 quater)   Grotere kunststoffen voorwerpen en de daarvan afkomstige fragmenten of microplastics kunnen op lokale of regionale schaal aanzienlijke landvervuiling en bodemverontreiniging veroorzaken. Op lokale schaal kan dit te wijten zijn aan het intensief gebruik van kunststoffen in de landbouw. Om de effecten van kunststofafval op het milieu en de gezondheid van mens en dier te verminderen, moet grondig worden onderzocht hoe het is gesteld met de kunststofvervuiling die afkomstig is van landbouwgronden.

Amendement    14

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 8 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(8 bis)  Bij de fabricage van kunststofproducten dient rekening te worden gehouden met de volledige bestaansduur ervan. Tijdens het ecologisch ontwerp van kunststofproducten moet worden gekeken naar de productiefase, de mogelijkheden voor recyclage en misschien ook het hergebruik van het product. Producenten moeten worden gestimuleerd, waar mogelijk, gebruik te maken van enkelvoudige of compatibele polymeren tijdens de fabricage van hun producten om het sorteren te vereenvoudigen en de mogelijkheden voor recyclage te vergroten, in het bijzonder in het geval van kunststofverpakkingen.

Amendement    15

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 9

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(9) Om de werkingssfeer van deze richtlijn duidelijk te definiëren, moet de term kunststofproduct voor eenmalig gebruik worden gedefinieerd. De definitie moet kunststofproducten uitsluiten die bedacht, ontworpen en in de handel gebracht worden om binnen hun levensduur meerdere omlopen te maken door opnieuw gevuld of opnieuw gebruikt te worden voor hetzelfde doel als waarvoor zij ontworpen zijn.

(9)  Om de werkingssfeer van deze richtlijn duidelijk te definiëren, moet de term kunststofproduct voor eenmalig gebruik worden gedefinieerd. De definitie moet wegwerpproducten omvatten die geheel of gedeeltelijk van kunststof zijn gemaakt en die bedacht, ontworpen of in de handel gebracht worden om slechts één keer kortstondig te worden gebruikt voordat ze worden weggegooid, en moet kunststofproducten uitsluiten die bedacht, ontworpen en in de handel gebracht worden om binnen hun levensduur meerdere omlopen te maken door opnieuw gevuld of opnieuw gebruikt te worden voor hetzelfde doel als waarvoor zij ontworpen zijn.

Amendement    16

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 9 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(9 bis)  Door de waarde van producten en materialen zo lang mogelijk in stand te houden en minder afval te produceren, kan de economie van de Unie concurrerender en veerkrachtiger worden, terwijl de druk op kostbare hulpbronnen en het milieu afneemt.

Amendement    17

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 10

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(10)  Voor de kunststofproducten voor eenmalig gebruik moeten een of meer maatregelen worden vastgesteld, naargelang van diverse factoren zoals de beschikbaarheid van geschikte en duurzamere alternatieven, de haalbaarheid van het veranderen van consumptiepatronen en de mate waarin de producten al vallen onder bestaande wetgeving van de Europese Unie.

(10)  Voor de kunststofproducten voor eenmalig gebruik moeten een of meer maatregelen worden vastgesteld, naargelang van diverse factoren zoals de beschikbaarheid van geschikte en duurzamere alternatieven, rekening houdend met levenscyclusbeginselen, de haalbaarheid van het veranderen van consumptiepatronen en de mate waarin de producten al vallen onder bestaande wetgeving van de Europese Unie.

Motivering

Het is belangrijk dat deze maatregelen het totale resultaat voor het milieu verbeteren, rekening houdend met de levenscyclusbeginselen.

Amendement    18

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 11

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(11)  Voor sommige kunststofproducten voor eenmalig gebruik zijn nog geen geschikte en duurzamere alternatieven algemeen beschikbaar; naar verwachting zal de consumptie van dergelijke kunststofproducten voor eenmalig gebruik toenemen. Om die trend te keren en inspanningen voor duurzamere oplossingen te bevorderen, zouden de lidstaten verplicht moeten worden om de nodige maatregelen te nemen zodat zij de consumptie van die producten aanzienlijk kunnen verminderen, zonder daarbij afbreuk te doen aan de hygiëne en veiligheid van de levensmiddelen, goede hygiënische praktijken, goede productiepraktijken, de informatieverlening aan de consument of de in de voedingsmiddelenwetgeving van de Unie44 vastgestelde traceerbaarheidseisen.

(11)  Voor sommige kunststofproducten voor eenmalig gebruik zijn nog geen geschikte en duurzamere alternatieven algemeen beschikbaar; naar verwachting zal de consumptie van dergelijke kunststofproducten voor eenmalig gebruik toenemen. Om die trend te keren en inspanningen voor veilige en duurzame oplossingen te bevorderen, zouden de lidstaten verplicht moeten worden om de nodige maatregelen te nemen zodat zij de consumptie van die producten ambitieus en blijvend kunnen verminderen, zoals dat gebeurt voor plastic draagtassen volgens Richtlijn 94/62/EG, zoals gewijzigd bij Richtlijn (EU) 2015/720 van het Europees Parlement en de Raad43 bis, onverminderd artikel 18 van Richtlijn 94/62/EG en zonder daarbij afbreuk te doen aan de hygiëne en veiligheid van de levensmiddelen, goede hygiënische praktijken, goede productiepraktijken, de informatieverlening aan de consument of de in de voedingsmiddelenwetgeving van de Unie44 vastgestelde traceerbaarheidseisen. Deze maatregelen moeten van toepassing zijn op recipiënten voor etenswaren die aan elk van de volgende criteria voldoen: de etenswaren in kwestie zijn bestemd om direct, zonder verdere bereiding en uit de recipiënt geconsumeerd te worden. De lidstaten moeten streven naar een zo hoog mogelijk ambitieniveau bij deze maatregelen, die evenredig moeten zijn met de ernst van het risico dat zwerfvuil ontstaat dat afkomstig is van de uiteenlopende producten en van het gebruik daarvan. De lidstaten moeten nationale streefcijfers vaststellen om de gevolgen van de genomen maatregelen ter verwezenlijking van de ambitieuze en blijvende vermindering te kwantificeren. De lidstaten moeten het gebruik van producten aanmoedigen die geschikt zijn voor meermalig gebruik en die, nadat ze afval zijn geworden, geschikt zijn om te worden verwerkt voor hergebruik en recyclage, zonder dat het vrije verkeer van goederen in de interne markt daarbij in het gedrang komt. In die maatregelen moet rekening worden gehouden met de gevolgen van producten tijdens hun gehele levenscyclus, ook wanneer ze in het mariene milieu terechtkomen, en moet de afvalhiërarchie in acht worden genomen.

___________________

___________________

 

43 bis Richtlijn (EU) 2015/720 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2015 tot wijziging van Richtlijn 94/62/EG betreffende de vermindering van het verbruik van lichte plastic draagtassen (PB L 115 van 6.5.2015, blz. 11).

44 Verordening (EG) 178/2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving (PB L 31 van 1.2.2002, blz. 1-24), Verordening (EG) nr. 852/2004 inzake levensmiddelenhygiëne (PB L 139 van 30.4.2004, blz. 1-54), Verordening (EG) nr. 1935/2004 inzake materialen en voorwerpen bestemd om met levensmiddelen in contact te komen en andere relevante wetgeving met betrekking tot voedselveiligheid, hygiëne en etikettering (PB L 338 van 13.11.2004, blz. 4-17).

44 Verordening (EG) 178/2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving (PB L 31 van 1.2.2002, blz. 1-24), Verordening (EG) nr. 852/2004 inzake levensmiddelenhygiëne (PB L 139 van 30.4.2004, blz. 1-54), Verordening (EG) nr. 1935/2004 inzake materialen en voorwerpen bestemd om met levensmiddelen in contact te komen en andere relevante wetgeving met betrekking tot voedselveiligheid, hygiëne en etikettering (PB L 338 van 13.11.2004, blz. 4-17).

Amendement    19

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 11 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(11 bis)  Filters van tabaksproducten zijn de op één na meest achtergelaten kunststofproducten voor eenmalig gebruik. Hoewel het marktaandeel van van planten afkomstige cellulosefilters voor tabaksproducten lijkt toe te nemen, is de aanvaardbaarheid van de beschikbare alternatieven niet duidelijk. Bovendien vallen de enorme milieugevolgen van tabaksproducten met filters niet te negeren, aangezien die filters in kleinere stukjes kunststof kunnen uiteenvallen. Gebruikte tabaksfilters bevatten tevens talrijke chemische stoffen die schadelijk zijn voor het milieu, waarvan er minstens vijftig bekend zijn als kankerverwekkend voor de mens, alsook zware metalen, die uit de filter kunnen lekken en schade kunnen berokkenen aan het nabije land, de nabije lucht en het nabije mariene milieu. Om de milieueffecten van afval na consumptie aan te pakken, zijn voor tabaksproducten met filter een brede waaier aan maatregelen nodig, gaande van het verminderen van wegwerpfilters voor eenmalig gebruik die kunststoffen bevatten, tot uitgebreide producentenverantwoordelijkheid om voor een verantwoorde verwijdering te zorgen en de kosten voor het opruimen van zwerfvuil te dragen. Om iets te doen aan de aanzienlijke inzamel- en sorteerkosten die momenteel door de belastingbetaler worden gedragen, moeten de kosten voor het opruimen van zwerfvuil en de kosten van geschikte afvalinzamelingsinfrastructuur ten laste komen van de regelingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid. In het kader van deze maatregelen kunnen de lidstaten ook stimulansen voor een terugwinningsketen voor sigarettenpeuken in het leven roepen om celluloseacetaat, de kunststof die 60 % van de samenstelling van sigarettenfilters uitmaakt, schoon te maken en vervolgens om te vormen tot nieuwe kunststoffen voorwerpen.

Motivering

Thrown on the roadways, a cigarette butt takes up to ten or twelve years to deteriorate. Very volatile, it also regularly ends up in the rivers it contributes to polluting. In this regard, it is very appropriate to extend the polluter-pays principle to cigarette manufacturers that put on the market products whose waste is very difficult to recycle. According to figures provided by the European Commission, tobacco product filters are the second most polluting single use plastic items, after plastic bottles that contribute to marine litter. As the only provisions in the Commission proposal dealing with tobacco manufacturers are extended responsibility and awareness raising measures, the rapporteur wants to go further and suggests a wide range of measures such as consumption reduction targets for tobacco product filters.

Amendement    20

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 12

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(12)  Voor andere kunststofproducten voor eenmalig gebruik zijn wel geschikte, duurzamere en betaalbare alternatieven algemeen beschikbaar. Om de nadelige gevolgen van dergelijke producten op het milieu te beperken, zouden de lidstaten verplicht moeten worden het binnen de Europese Unie in de handel brengen ervan te verbieden. Op die manier zouden het gebruik van die algemeen beschikbare en duurzamere alternatieven, en innovatieve oplossingen voor duurzamere bedrijfsmodellen, alternatieven voor hergebruik en vervanging van materialen bevorderd worden.

(12)  Voor andere kunststofproducten voor eenmalig gebruik zijn wel geschikte, duurzamere en betaalbare alternatieven algemeen beschikbaar. Om de nadelige gevolgen van dergelijke producten op het milieu te beperken, zouden de lidstaten verplicht moeten worden het binnen de Europese Unie in de handel brengen ervan te verbieden. Op die manier zouden het gebruik van die algemeen beschikbare en duurzamere alternatieven die aan de bestaande normen en het Unierecht voldoen, en innovatieve oplossingen voor duurzamere bedrijfsmodellen, alternatieven voor hergebruik en vervanging van materialen bevorderd worden overeenkomstig de afvalhiërarchie als vastgesteld in artikel 4 van Richtlijn 2008/98/EG. De in deze richtlijn ingevoerde marktbeperkingen moeten ook gelden voor producten die bestaan uit onder invloed van zuurstof afbreekbare kunststoffen, aangezien dat soort kunststoffen niet volledig biologisch wordt afgebroken en dus bijdraagt aan de milieuvervuiling door microplastics, niet composteerbaar is, de recyclage van conventionele kunststoffen negatief beïnvloedt en geen aantoonbaar milieuvoordeel oplevert. Daar in het mariene milieu veel polystyreenafval voorkomt en er alternatieven voorhanden zijn, moeten ook voedsel- en drankverpakkingen van geëxpandeerd polystyreen voor eenmalig gebruik worden beperkt.

Amendement    21

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 12 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(12 bis)  Voor kunststoffen borden en bestek is het in naar behoren gemotiveerde gevallen en ter voorkoming van risico's voor de continuïteit van de verlening van bepaalde sociale diensten, zoals catering in onderwijsinstellingen en gezondheidszorgdiensten, aangewezen iets meer tijd te gunnen voor de tenuitvoerlegging van het verbod om ze in de Unie op de markt te brengen, ook al zijn er geschikte en duurzamer alternatieven algemeen beschikbaar.

Motivering

Om een compromis te bereiken behoudt de rapporteur het toepassingsgebied van de richtlijn uiteraard als dusdanig, met name wat de lijst van verboden producten betreft, maar ze voorziet in een periode van twee jaar voor de uitfasering van kunststoffen borden en bestek tegen 2023. Dit gebeurt overeenkomstig de bepalingen van Richtlijn 2014/24/EU betreffende het plaatsen van overheidsopdrachten en om de continuïteit van de verlening van bepaalde sociale diensten, zoals catering in onderwijsinstellingen en gezondheidszorgdiensten, te waarborgen.

Amendement    22

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 12 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(12 ter)  In Richtlijn 94/62/EG, zoals gewijzigd bij Richtlijn (EU) 2015/720, werd vastgelegd dat de Commissie tegen 27 mei 2017 op basis van de levenscycluseffecten een evaluatie van de wetgeving diende uit te voeren met betrekking tot de maatregelen om het verbruik van zeer lichte plastic draagtassen te verminderen. De Commissie heeft deze evaluatie tot op heden nog niet uitgevoerd. Aangezien de kans erg groot is dat dergelijke plastic draagtassen worden achtergelaten en bijdragen tot zwerfvuil op zee, is het gepast om maatregelen in te voeren om het op de markt brengen ervan te beperken, behalve voor strikt noodzakelijke toepassingen. Zeer lichte plastic draagtassen mogen niet op de markt worden gebracht als verpakking voor losse levensmiddelen, tenzij dit vereist is om hygiënische redenen of voor het verpakken van vochtige losse levensmiddelen zoals rauw vlees, vis of zuivel. Voor de zeer lichte plastic draagtassen die niet onder deze beperking op het op de markt brengen vallen, moeten de bestaande, door Richtlijn (EU) 2015/720 ingevoerde bepalingen van toepassing blijven.

Amendement    23

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 12 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(12 quater)  De in deze richtlijn vastgestelde maatregelen ter bevordering van het gebruik van alternatieven die niet van kunststof zijn gemaakt, mogen in geen geval leiden tot een toename van schadelijke gevolgen voor het milieu en het klimaat, bijvoorbeeld bijkomende CO2-uitstoot of de exploitatie van kostbare hulpbronnen. Hoewel veel alternatieven die niet van kunststof zijn gemaakt, van natuurlijke hulpbronnen zijn vervaardigd en naar verwachting uit de bio-economie afkomstig zullen zijn, is het van bijzonder belang om de duurzaamheid van deze materialen te garanderen. Met betrekking tot de afvalhiërarchie moeten de in deze richtlijn vastgestelde maatregelen en de tenuitvoerlegging ervan altijd voorrang geven aan preventie of aan de overgang naar herbruikbare producten, in plaats van aan andere alternatieven voor eenmalig gebruik, ook als die zijn vervaardigd van andere materialen dan kunststof.

Amendement    24

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 13

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(13)  Hoofdzakelijk van kunststoffen gemaakte doppen en deksels van drankverpakkingen behoren tot de meest teruggevonden kunststofproducten voor eenmalig gebruik die als zwerfvuil op de stranden van de Unie terechtkomen. Drankverpakkingen voor eenmalig gebruik zouden dan ook alleen maar in de handel mogen worden gebracht als zij aan specifieke eisen inzake productontwerp voldoen, zodat er aanzienlijk minder doppen en deksels van deze drankverpakkingen als zwerfvuil in het milieu terechtkomen. Voor kunststoffen drankverpakkingen voor eenmalig gebruik komt deze eis bovenop de basiseisen van bijlage II van Richtlijn 94/62/EEG over de samenstelling en de herbruikbare en terugwinbare (en recycleerbare) aard van verpakkingen. Om conformiteit met de eis inzake productontwerp te vergemakkelijken en de goede werking van de interne markt te waarborgen, moet een geharmoniseerde, overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1025/2012 van het Europees Parlement en van de Raad45 vastgestelde norm worden ontwikkeld, en moet de naleving van die norm het vermoeden van conformiteit met die vereisten toestaan. Er moet voldoende tijd worden ingeruimd voor het ontwikkelen van een geharmoniseerde norm en om de producenten de gelegenheid te geven hun productieketens zodanig aan te passen dat zij aan de ontwerpeis kunnen voldoen.

(13)  Van kunststoffen gemaakte doppen en deksels van drankverpakkingen behoren tot de meest teruggevonden kunststofproducten voor eenmalig gebruik die als zwerfvuil op de stranden van de Unie terechtkomen. Drankverpakkingen voor eenmalig gebruik zouden dan ook alleen maar in de handel mogen worden gebracht als zij aan specifieke eisen inzake productontwerp voldoen, zodat er aanzienlijk minder doppen en deksels van deze drankverpakkingen als zwerfvuil in het milieu terechtkomen en grotere hoeveelheden hiervan worden gerecycleerd. Voor kunststoffen drankverpakkingen voor eenmalig gebruik komt deze eis bovenop de basiseisen van bijlage II van Richtlijn 94/62/EEG over de samenstelling en de herbruikbare en terugwinbare (en recycleerbare) aard van verpakkingen. Om conformiteit met de eis inzake productontwerp te vergemakkelijken en de goede werking van de interne markt te waarborgen, moet een geharmoniseerde, overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1025/2012 van het Europees Parlement en van de Raad45 vastgestelde norm worden ontwikkeld, en moet de naleving van die norm het vermoeden van conformiteit met die vereisten toestaan. Er moet voldoende tijd worden ingeruimd voor het ontwikkelen van een geharmoniseerde norm en om de producenten de gelegenheid te geven hun productieketens zodanig aan te passen dat zij aan de ontwerpeis kunnen voldoen. Om het circulaire gebruik van kunststoffen te waarborgen, is het nodig de aanvaarding door de markt van gerecycleerde materialen te verzekeren. Het is dan ook gepast een vereiste in te voeren voor een verplichte minimumhoeveelheid gerecycleerde kunststof in bepaalde producten.

___________________

___________________

45 Verordening (EU) nr. 1025/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 betreffende Europese normalisatie, tot wijziging van de Richtlijnen 89/686/EEG en 93/15/EEG van de Raad alsmede de Richtlijnen 94/9/EG, 94/25/EG, 95/16/EG, 97/23/EG, 98/34/EG, 2004/22/EG, 2007/23/EG, 2009/23/EG en 2009/105/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Beschikking 87/95/EEG van de Raad en Besluit nr. 1673/2006/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 316 van 14.11.2012, blz. 12).

45 Verordening (EU) nr. 1025/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 betreffende Europese normalisatie, tot wijziging van de Richtlijnen 89/686/EEG en 93/15/EEG van de Raad alsmede de Richtlijnen 94/9/EG, 94/25/EG, 95/16/EG, 97/23/EG, 98/34/EG, 2004/22/EG, 2007/23/EG, 2009/23/EG en 2009/105/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Beschikking 87/95/EEG van de Raad en Besluit nr. 1673/2006/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 316 van 14.11.2012, blz. 12).

Amendement    25

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 13 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(13 bis)  In het kader van de evaluatie die krachtens artikel 9, lid 5, van Richtlijn 94/62/EG moet worden uitgevoerd, moet de Commissie de relatieve eigenschappen van de verschillende verpakkingsmaterialen, ook composietmaterialen, in aanmerking nemen, op basis van levenscyclusbeoordelingen, met bijzondere aandacht voor preventie en op circulair gebruik gericht ontwerp.

Motivering

Solutions for attaching caps and lids to the bottles of carbonated drinks are not yet available on the market, given the specific requirements, including consumer safety, for the closures of such drinks. Additional time should therefore be given for the technical development of such solutions. The transition time should be long enough to allow for the development of the European standard as set out in this Article, and for a lead-in time to adopt production lines. Work on the European standard should start without any delay. In order to support the uptake of secondary raw materials and the functioning of the circular economy, a minimum level of recycled content should be established. Many players in the food and drinks sector have already committed to produce plastic bottles containing at least 25% of recycled plastics. It is important to support this commitment taken by the industry, which is directly involved in the overall solution to the major problem of marine litter. The changes to Article 6(1) and 6(2) are technical and aim at clarifying the scope of the Article.

Amendement    26

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 13 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(13 ter)  Om de gezondheid van vrouwen te beschermen moet het gebruik van gevaarlijke chemische stoffen in maandverband, tampons en inbrenghulzen voor tampons worden voorkomen. Tevens is het van fundamenteel belang dat vrouwen de beschikking krijgen over meervoudig te gebruiken en economisch duurzamere producten om volledig aan het maatschappelijk leven te kunnen deelnemen.

Amendement    27

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 14

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(14)  Sommige kunststofproducten voor eenmalig gebruik komen in het milieu terecht door een ongepaste verwijdering via rioleringen of een andere ongepaste lozing in het milieu. Daarom moeten kunststofproducten voor eenmalig gebruik die vaak via rioleringen of op andere ongepaste manieren worden afgevoerd, onderworpen worden aan markeringsvoorschriften. De markering moet de consumenten informeren over passende manieren afval te verwijderen en/of over verwijderingsmogelijkheden die vermeden moeten worden en/of over de negatieve gevolgen van zwerfvuil op het milieu als gevolg van verkeerde verwijdering. De Commissie moet gemachtigd worden een geharmoniseerd formaat voor de markering vast te stellen en dient deze voor te leggen aan representatieve groepen consumenten, om te verifiëren of de voorgestelde markering duidelijk genoeg is en het juiste effect heeft.

(14)  Sommige kunststofproducten voor eenmalig gebruik komen in het milieu terecht door een ongepaste verwijdering via rioleringen of een andere ongepaste lozing in het milieu. Verwijdering via rioleringen kan bovendien aanzienlijke schade toebrengen aan het rioleringsnet door pompen te doen dichtslibben en buizen te blokkeren. Voor deze producten is er vaak een groot gebrek aan informatie over de materiaalkenmerken en over de beste manieren om afval te verwijderen. Daarom moeten kunststofproducten voor eenmalig gebruik die vaak via rioleringen of op andere ongepaste manieren worden afgevoerd, onderworpen worden aan markeringsvoorschriften en bewustmakingsmaatregelen. De markering moet de consumenten informeren over passende manieren om afval te verwijderen en/of over verwijderingsmogelijkheden die vermeden moeten worden, over de negatieve gevolgen van zwerfvuil voor het milieu als gevolg van verkeerde verwijdering, over de aanwezigheid van kunststoffen in het product en over de recycleerbaarheid van het product. De Commissie moet gemachtigd worden een geharmoniseerd formaat voor de markering vast te stellen en dient deze voor te leggen aan representatieve groepen consumenten, om te verifiëren of de voorgestelde markering duidelijk genoeg en niet misleidend is en het juiste effect heeft, en zij moet ook bestaande vrijwillige overeenkomsten in ogenschouw nemen. Op vistuig moeten de op grond van Verordening (EG) nr. 1224/2009 aangenomen markeringsvoorschriften van toepassing zijn. De lidstaten moeten de vrijwillige FAO-richtsnoeren voor het markeren van vistuig ten uitvoer leggen.

Motivering

Dit amendement strekt ertoe de consument overeenkomstig artikel 10 te informeren over de schade die het rioleringsnet oploopt als gevolg van producten die op ongepaste manieren in het milieu terechtkomen.

Amendement    28

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 15

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(15)  Voor kunststofproducten voor eenmalig gebruik waarvoor geen geschikte en duurzamere alternatieven algemeen beschikbaar zijn, moeten de lidstaten, volgens het beginsel dat de vervuiler betaalt, ook regelingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid invoeren, ter dekking van de kosten van het afvalbeheer, het opruimen van het zwerfvuil en de bewustmakingsmaatregelen ter preventie en vermindering van dergelijk zwerfvuil.

(15)  Voor kunststofproducten voor eenmalig gebruik waarvoor geen geschikte en duurzamere alternatieven algemeen beschikbaar zijn, moeten de lidstaten, volgens het beginsel dat de vervuiler betaalt, ook regelingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid invoeren, ter dekking van de noodzakelijke kosten van het afvalbeheer, het opruimen van het zwerfvuil en de bewustmakingsmaatregelen ter preventie en vermindering van dergelijk zwerfvuil, en om wangedrag van consumenten aan te pakken. Deze kosten mogen niet meer bedragen dan de kosten die noodzakelijk zijn om deze diensten op een kostenefficiënte manier aan te bieden, en moeten tussen de betrokken actoren op transparante wijze worden vastgelegd. De kosten voor het opruimen van zwerfvuil moeten proportioneel zijn en stoelen op duidelijke doelstellingen die overeenkomstig artikel 8 bis, lid 1, van Richtlijn 2008/98/EG zijn vastgesteld. In deze doelstellingen moeten de reikwijdte en de schaal van de opruimingswerkzaamheden die onder de regeling voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid vallen, worden omschreven, in overeenstemming met de betreffende verplichtingen inzake afvalpreventie en zwerfvuil op zee in het Unierecht. Dergelijke werkzaamheden moeten bijvoorbeeld de voorkoming en inzameling van zwerfvuil in straten, op pleinen en in andere openbare ruimten en tijdens openbare evenementen omvatten maar geen activiteiten, met inbegrip van schoonmaakoperaties op zee en in de oceaan, waarvoor overheden niet verantwoordelijk zijn.

Amendement    29

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 15 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(15 bis)  Economische stimuleringsmaatregelen kunnen de keuzes van consumenten beïnvloeden, bepaalde consumentengewoonten aan- of ontmoedigen en aldus worden gebruikt als doelmatig hulpmiddel aan de bron om het effect van bepaalde kunststoffen op het milieu te verminderen.

Amendement    30

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 16

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(16)  Het feit dat achtergelaten, verloren en weggegooid vistuig dat kunststoffen bevat zo'n groot aandeel vormt van het zwerfvuil op zee geeft aan dat de bestaande wettelijke voorschriften46 onvoldoende stimulansen bieden om dergelijk vistuig naar de kust terug te brengen om daar ingezameld en verwerkt te worden. Het systeem voor indirecte bijdragen voor het afgeven van afval zoals voorzien in de EU-wet inzake havenontvangstvoorzieningen maakt het minder aantrekkelijk voor schepen om hun afval op zee lozen en verzekert een recht van afgifte. Dat systeem zou echter moeten worden aangevuld met andere manieren om vissers financieel te stimuleren hun afgedankte vistuig naar de kust terug te brengen en zo een mogelijke verhoging van de te betalen indirecte afvalbijdrage te vermijden. Aangezien kunststoffen bestanddelen van vistuig een hoog recyclagepotentieel hebben, moeten de lidstaten, volgens het beginsel dat de vervuiler betaalt, een uitgebreide producentenverantwoordelijkheid invoeren voor vistuig dat kunststoffen bevat, om een gescheiden inzameling van afgedankt vistuig mogelijk te maken en ter financiering van een degelijk afvalbeheer van dergelijk vistuig, in het bijzonder de recyclage ervan.

(16)  Het feit dat achtergelaten, verloren en weggegooid vistuig dat kunststoffen bevat zo'n groot aandeel vormt van het zwerfvuil op zee geeft aan dat de bestaande wettelijke voorschriften46 onvoldoende stimulansen bieden om dergelijk vistuig naar de kust terug te brengen om daar ingezameld en verwerkt te worden. Op grond van Verordening (EG) nr. 1224/2009 is de kapitein van het vissersvaartuig verplicht de bevoegde autoriteit van de lidstaat waarvan hij de vlag voert op de hoogte te brengen als het verloren vistuig niet kan worden teruggehaald. Om een geharmoniseerde monitoring te waarborgen moeten de lidstaten de informatie over verloren vistuig verzamelen en registreren en jaarlijks aan de Commissie verstrekken. Het systeem voor indirecte bijdragen voor het afgeven van afval zoals voorzien in de EU-wet inzake havenontvangstvoorzieningen maakt het minder aantrekkelijk voor schepen om hun afval op zee te lozen en verzekert een recht van afgifte. Dat systeem zou echter moeten worden aangevuld met andere manieren om vissers financieel te stimuleren hun afgedankte vistuig naar de kust terug te brengen en zo een mogelijke verhoging van de te betalen indirecte afvalbijdrage te vermijden. Aangezien kunststoffen bestanddelen van vistuig een hoog recyclagepotentieel hebben, moeten de lidstaten, volgens het beginsel dat de vervuiler betaalt, een uitgebreide producentenverantwoordelijkheid invoeren voor vistuig dat kunststoffen bevat, om een gescheiden inzameling van afgedankt vistuig mogelijk te maken en ter financiering van een degelijk afvalbeheer van dergelijk vistuig, in het bijzonder de recyclage ervan. De lidstaten dienen bovendien de nodige maatregelen te nemen om te verzekeren dat de financiële bijdragen, waartoe de producenten van vistuig dat kunststoffen bevat op grond van hun producentenverantwoordelijkheid worden verplicht, worden gedifferentieerd, met name door rekening te houden met duurzaamheid, repareerbaarheid, herbruikbaarheid en recycleerbaarheid van dat vistuig.

___________________

___________________

46 Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad, Richtlijn 2000/59/EG en Richtlijn 2008/98/EG.

46 Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad, Richtlijn 2000/59/EG en Richtlijn 2008/98/EG.

Amendement    31

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 16 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(16 bis)  In het kader van een uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voor vistuig dat kunststoffen bevat, moeten de lidstaten vistuig monitoren, beoordelen, inzamelen en recycleren om te voldoen aan de in deze richtlijn vervatte kwantitatieve doelstellingen voor de inzameling en recyclage van vistuig dat kunststoffen bevat.

Amendement    32

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 17 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(17 bis)  In de strategische plannen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) moet het probleem van kunststofafval van de landbouw aan de orde worden gesteld en de Commissie moet in voorkomend geval bij de tussentijdse evaluatie in 2023 een norm voor een goede landbouw- en milieuconditie van grond met betrekking tot kunststofafval invoeren als nieuw aspect van aangescherpte conditionaliteit. Landbouwers zouden uit hoofde van de nieuwe randvoorwaarde verplicht zijn om een erkend afvalverwerkingsbedrijf in te schakelen voor de inzameling en recyclage van kunststof en om bewijs te bewaren waaruit blijkt dat het kunststofafval correct is verwerkt.

Motivering

Een vergelijkbaar voorschrift is opgenomen in de regelgeving inzake afvalbeheer (2006 – Engeland en Wales; 2005 – Schotland). Daarbij werden de controles inzake het afvalbeheer uitgebreid naar de landbouw. Een van de grote veranderingen was dat een einde werd gemaakt aan het verbranden of begraven van kunststoffen voor landbouwdoeleinden, met inbegrip van bindtouw, afdekplastic voor kuilvoer, spuitbussen en kunstmest- en zaadzakken. Ook werden landbouwers verplicht om een geautoriseerde en gerenommeerde afvalverwerker in te schakelen voor de inzameling en recyclage van kunststof- en ander afval.

Amendement    33

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 18

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(18)  Om ongepaste vormen van verwijdering, die leiden tot kunststofbevattend zwerfvuil op zee, te voorkomen, moeten de consumenten correct worden geïnformeerd over de beste beschikbare manieren om afval te verwijderen en/of over verwijderingsmethoden die vermeden moeten worden, over de beste afvalverwijderingspraktijken en de milieueffecten van slechte verwijderingspraktijken, en over het kunststofgehalte van bepaalde kunststofproducten voor eenmalig gebruik en vistuig. Daarom zouden de lidstaten verplicht moeten worden de nodige bewustmakingsmaatregelen te nemen om te verzekeren dat dit soort informatie aan de consumenten wordt gegeven. De informatie mag geen promotionele inhoud bevatten die aanspoort tot gebruik van kunststofproducten voor eenmalig gebruik. De lidstaten moeten in de gelegenheid gesteld worden maatregelen te kiezen die het best passen bij de aard van het product of het gebruik ervan. Producenten van kunststofproducten voor eenmalig gebruik en vistuig dat kunststoffen bevat, zouden de kosten voor de bewustmakingsmaatregelen via hun verplichte uitgebreide producentenverantwoordelijkheid moeten dekken.

(18)  Om ongepaste vormen van verwijdering, die leiden tot kunststofbevattend zwerfvuil op zee, te voorkomen, moeten de consumenten correct worden geïnformeerd over de beste beschikbare manieren om afval te verwijderen en/of over verwijderingsmethoden die vermeden moeten worden, over de beste afvalverwijderingspraktijken en de milieueffecten van slechte verwijderingspraktijken, en over het kunststofgehalte van bepaalde kunststofproducten voor eenmalig gebruik en vistuig, teneinde hen aan te zetten tot verantwoord consumentengedrag op het gebied van passende afvalverwijdering. Daarom zouden de lidstaten verplicht moeten worden de nodige bewustmakingsmaatregelen te nemen om te verzekeren dat dit soort informatie aan de consumenten wordt gegeven. Deze informatie moet ook de gevolgen van ongepaste afvalverwijdering voor het rioleringsnet omvatten. De informatie mag geen promotionele inhoud bevatten die aanspoort tot gebruik van kunststofproducten voor eenmalig gebruik. De lidstaten moeten in de gelegenheid gesteld worden maatregelen te kiezen die het best passen bij de aard van het product of het gebruik ervan. De bestrijding van zwerfvuil is een gedeelde inspanning van bevoegde autoriteiten, producenten en consumenten. Producenten van kunststofproducten voor eenmalig gebruik en vistuig dat kunststoffen bevat, zouden de kosten voor de bewustmakingsmaatregelen via hun verplichte uitgebreide producentenverantwoordelijkheid moeten dekken. Producenten moeten ertoe worden aangemoedigd hun commerciële macht te gebruiken om het duurzame en circulaire gebruik van hun producten te bevorderen.

Amendement    34

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 18 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(18 bis)  Conform de Uniewetgeving is de Commissie verplicht de lidstaten te ondersteunen bij de uitwerking van strategieën en plannen om de verspreiding van vistuig op zee terug te dringen, ook via subsidies van het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij (EFMZV). De inspanningen kunnen onder meer de vorm aannemen van bewustmakingscampagnes en ‑programma's over de effecten van dit soort afval op de mariene ecosystemen, onderzoek naar de mogelijkheid van biologisch afbreekbaar/composteerbaar vistuig, scholingsprojecten voor de vissers en specifieke overheidsprogramma's voor het verwijderen van kunststof en andere voorwerpen uit het mariene milieu.

Amendement    35

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 20

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(20)  Drankflessen die als kunststofproducten voor eenmalig gebruik ingedeeld zijn, zijn een van de meest op de stranden van de Europese Unie aangetroffen stukken marien zwerfvuil. Dat is het gevolg van de inefficiëntie van de systemen voor gescheiden inzameling en van het feit dat consumenten weinig gebruikmaken van deze systemen. Het is dan ook noodzakelijk om efficiëntere systemen voor gescheiden inzameling te bevorderen en daartoe zou een minimumstreefwaarde voor gescheiden inzameling moeten worden vastgesteld voor kunststoffen drankverpakkingen voor eenmalig gebruik. De lidstaten zouden die minimumstreefwaarde moeten kunnen halen door streefwaarden voor gescheiden inzameling vast te stellen voor kunststoffen drankflessen voor eenmalig gebruik in het kader van de regelingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid of door statiegeldregelingen of enige andere maatregel die zij gepast vinden, vast te stellen. Dat zal een directe, positieve uitwerking hebben op de inzamelingspercentages, de kwaliteit van het ingezamelde materiaal en de kwaliteit van het recyclaat, wat dan weer kansen oplevert voor de recyclagesector en voor de recyclaatmarkt.

(20)  Drankflessen (met doppen en deksels) die als kunststofproducten voor eenmalig gebruik ingedeeld zijn, zijn een van de meest op de stranden van de Europese Unie aangetroffen stukken marien zwerfvuil. Dat is het gevolg van de inefficiëntie van de systemen voor gescheiden inzameling en van het feit dat consumenten weinig gebruikmaken van deze systemen. Het is dan ook noodzakelijk om efficiëntere systemen voor gescheiden inzameling te bevorderen en de productie uit gerecycleerd materiaal te verhogen, en daartoe zou een minimumstreefwaarde voor gescheiden inzameling moeten worden vastgesteld voor kunststoffen drankverpakkingen voor eenmalig gebruik. De lidstaten zouden die minimumstreefwaarde moeten kunnen halen door streefwaarden voor gescheiden inzameling vast te stellen voor kunststoffen drankflessen voor eenmalig gebruik in het kader van de regelingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid of door statiegeldregelingen of enige andere maatregel die zij gepast vinden, vast te stellen. Deze minimumstreefwaarde voor inzameling moet gepaard gaan met een vereiste voor een specifiek gehalte aan gerecycleerd materiaal voor plastic flessen, om te garanderen dat het aanvullend ingezamelde plastic opnieuw wordt gebruikt of wordt gerecycleerd en dus opnieuw in de circulaire economie terechtkomt. Deze maatregelen zullen een directe, positieve uitwerking hebben op de inzamelings- en recyclagepercentages, de kwaliteit van het ingezamelde materiaal en de kwaliteit van het recyclaat, wat dan weer nieuwe kansen oplevert voor de recyclagesector en voor de recyclaatmarkt. Bij de uitvoering van de maatregelen om de minimumstreefwaarde voor gescheiden inzameling te halen moeten de lidstaten ervoor zorgen dat de goede werking van bestaande regelingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid behouden blijft. De Commissie moet richtsnoeren voor de werking van statiegeldregelingen vaststellen voor de lidstaten die ervoor kiezen dergelijke regelingen op te zetten.

Amendement    36

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 20 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(20 bis)  In Richtlijn 2008/98/EG is "gescheiden inzameling" gedefinieerd als de inzameling waarbij een afvalstroom gescheiden wordt naar soort en aard van het afval om een specifieke behandeling te vergemakkelijken. In Richtlijn (EU) 2018/851 van het Europees Parlement en de Raad1 bis tot wijziging van Richtlijn 2008/98/EG wordt opgemerkt dat gescheiden inzameling kan worden gerealiseerd door middel van huis-aan-huis-inzameling, inlever- en innamesystemen of andere inzamelingsregelingen. Artikel 10, lid 3, onder a), van Richtlijn 2008/98/EG voorziet in een afwijking waarbij het mogelijk is bepaalde soorten afval gezamenlijk in te zamelen, op voorwaarde dat dit geen belemmering vormt voor hoogwaardige recycling of andere nuttige toepassingen van afval in overeenstemming met de afvalhiërarchie, en een output van die handelingen oplevert waarvan de kwaliteit vergelijkbaar is met die welke door middel van gescheiden inzameling wordt bereikt. Die afwijking moet ook bij de uitvoering van deze richtlijn beschikbaar zijn.

 

_____________

 

1 bis Richtlijn (EU) 2018/851 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 tot wijziging van Richtlijn 2008/98/EG betreffende afvalstoffen (PB L 150 van 14.6.2018, blz. 109).

Amendement    37

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 22

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(22)  Krachtens paragraaf 22 van het Interinstitutioneel akkoord tussen het Europees Parlement, de Raad van de Europese Unie en de Europese Commissie over beter wetgeven van 13 april 201648 moet de Commissie deze richtlijn evalueren. Deze evaluatie moet gebaseerd zijn op ervaringen die verworven en gegevens die verzameld zijn tijdens de uitvoering van deze richtlijn, en gegevens die verzameld zijn in het kader van Richtlijn 2008/56/EG of Richtlijn 2008/98/EG. De evaluatie zou de basis moeten zijn voor een beoordeling van mogelijke verdere maatregelen en een beoordeling of, met het oog op de monitoring van zwerfvuil op zee in de Europese Unie, de bijlage waarin de kunststofproducten voor eenmalig gebruik zijn opgenomen al dan niet moet worden herzien. Tijdens de evaluatie moet ook worden bekeken of wetenschappelijke en technische ontwikkelingen die zich in de tussentijd hebben voorgedaan, met inbegrip van de ontwikkeling van biologisch afbreekbare materialen en de uitwerking van criteria of een norm voor de biologische afbreekbaarheid van kunststoffen in het mariene milieu, zoals in de Europese kunststoffenstrategie voorzien, al dan niet de mogelijkheid bieden om een norm voor biologische afbreekbaarheid van bepaalde kunststofproducten voor eenmalig gebruik in het mariene milieu vast te stellen. Die norm zou een norm omvatten om te testen of kunststoffen, als gevolg van hun fysische of biologische afbraak in het mariene milieu, volledig en snel genoeg zouden afbreken tot koolstofdioxide (CO2), biomassa en water dat de kunststoffen niet schadelijk zijn voor het mariene leven en niet leiden tot een ophoping van kunststoffen in het milieu. Als dat het geval is, kunnen kunststofproducten voor eenmalig gebruik die aan een dergelijke norm voldoen, vrijgesteld worden van het verbod op het in de handel brengen ervan. Terwijl de Europese kunststoffenstrategie al de nodige actie voorziet op dit vlak, erkent zij ook dat het opzetten van een regelgevend kader voor kunststoffen met biologisch afbreekbare eigenschappen een uitdaging zal zijn, vanwege de verschillende mariene omstandigheden die zich in diverse zeeën kunnen voordoen.

(22)  Krachtens paragraaf 22 van het Interinstitutioneel akkoord tussen het Europees Parlement, de Raad van de Europese Unie en de Europese Commissie over beter wetgeven van 13 april 201648 moet de Commissie deze richtlijn evalueren. Deze evaluatie moet gebaseerd zijn op ervaringen die verworven en gegevens die verzameld zijn tijdens de uitvoering van deze richtlijn, en gegevens die verzameld zijn in het kader van Richtlijn 2008/56/EG of Richtlijn 2008/98/EG. De evaluatie zou de basis moeten zijn voor een beoordeling van mogelijke verdere maatregelen, met inbegrip van het vaststellen van reductiestreefwaarden voor de hele Unie voor 2030 en daarna, en een beoordeling of, met het oog op de monitoring van zwerfvuil op zee in de Europese Unie, de bijlage waarin de kunststofproducten voor eenmalig gebruik zijn opgenomen al dan niet moet worden herzien.

___________________

___________________

48. PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.

48. PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.

Amendement    38

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 23

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(23)  De lidstaten moeten regels vaststellen inzake de sancties die van toepassing zijn op overtredingen van deze richtlijn, en erop toezien dat deze worden toegepast. De sancties dienen doeltreffend, evenredig en afschrikkend te zijn.

(23)  De lidstaten moeten regels vaststellen inzake de sancties die van toepassing zijn op overtredingen van deze richtlijn, en erop toezien dat deze worden toegepast. De sancties dienen doeltreffend, evenredig en afschrikkend te zijn. Daarnaast moeten consumenten, naar gelang van het geval, worden beloond of bestraft voor hun gedrag.

Amendement    39

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 25

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(25)  Daar de doelstellingen van deze richtlijn, namelijk het voorkomen en verminderen van de effecten op het milieu van bepaalde kunststofproducten voor eenmalig gebruik en vistuig dat kunststoffen bevat, het bevorderen van de overgang naar een circulaire economie, met inbegrip van de bevordering van vernieuwende bedrijfsmodellen, producten en materialen, waarmee ook een bijdrage wordt geleverd aan de efficiënte werking van de interne markt, niet voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt, maar eerder vanwege de omvang en gevolgen van de actie beter op het niveau van de Unie kunnen worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze richtlijn niet verder dan nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken,

(25)  Daar de doelstellingen van deze richtlijn, namelijk het voorkomen en verminderen van de effecten op het milieu en op de menselijke gezondheid van bepaalde kunststofproducten voor eenmalig gebruik en vistuig en aquacultuurgerei dat kunststoffen bevat, het bevorderen van de overgang naar een circulaire economie, met inbegrip van de bevordering van vernieuwende bedrijfsmodellen, producten en materialen, waarmee ook een bijdrage wordt geleverd aan de efficiënte werking van de interne markt, niet voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt, maar eerder vanwege de omvang en gevolgen van de actie beter op het niveau van de Unie kunnen worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze richtlijn niet verder dan nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken,

Motivering

In deze overweging moet een verwijzing naar de gevolgen voor de menselijke gezondheid worden opgenomen aangezien deze verderop in artikel 1 wordt vermeld wanneer de doelstellingen van deze richtlijn worden uiteengezet, en deze ook reeds is opgenomen in overweging 5.

Amendement    40

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 25 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(25 bis)  Aangezien kunststofzwerfvuil op zee niet beperkt is tot het mariene milieu rondom de Unie en aangezien een enorme hoeveelheid kunststofzwerfvuil op zee wordt aangetroffen in andere werelddelen, moeten de lidstaten ervoor zorgen dat de uitvoer van afval naar derde landen het volume kunststofzwerfvuil op zee elders niet groter maakt.

Amendement    41

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 25 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(25 ter)  De lidstaten kunnen ook een belangrijke rol spelen bij het beperken van zwerfvuil op zee door hun kennis en deskundigheid inzake het duurzame beheer van materialen te delen met derde landen.

Motivering

Zwerfvuil op zee is een milieuprobleem voor de hele wereld. De EU kan helpen bij de aanpak van dit complexe probleem door haar deskundigheid en ervaringen te delen.

Amendement    42

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 25 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(25 quater)  Overheidsinstanties, met inbegrip van de Europese instellingen, moeten het goede voorbeeld geven.

Amendement    43

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Deze richtlijn heeft tot doel de effecten van bepaalde kunststofproducten op het milieu, in het bijzonder op het aquatisch milieu, en op de menselijke gezondheid te voorkomen en te verminderen, en de overgang naar een circulaire economie met vernieuwende bedrijfsmodellen, producten en materialen te bevorderen, en zo ook bij te dragen tot de efficiënte werking van de interne markt.

Deze richtlijn heeft tot doel de effecten van bepaalde kunststofproducten op het milieu, in het bijzonder op het aquatisch milieu en in het water levende organismen, en op de menselijke gezondheid te voorkomen en te verminderen, en de overgang naar een circulaire economie met vernieuwende en duurzame bedrijfsmodellen, producten en materialen te bevorderen, en zo ook bij te dragen tot de efficiënte werking van de interne markt.

Amendement    44

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Deze richtlijn is van toepassing op de in de bijlage opgenomen kunststofproducten voor eenmalig gebruik en op vistuig dat kunststoffen bevat.

Deze richtlijn is van toepassing op de in de bijlage opgenomen kunststofproducten voor eenmalig gebruik en op vistuig en aquacultuurgerei dat kunststoffen bevat.

Amendement    45

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – alinea 1 – punt 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(1)  "kunststof": een materiaal bestaande uit een polymeer zoals bedoeld in artikel 3, lid 5, van Verordening (EG) nr. 1907/2006, waaraan mogelijk additieven of andere stoffen zijn toegevoegd, en dat als een structureel hoofdbestanddeel van eindproducten kan worden gebruikt, met uitzondering van natuurlijke polymeren die niet chemisch gemodificeerd zijn;

(1)  "kunststof": een materiaal bestaande uit een polymeer zoals bedoeld in artikel 3, lid 5, van Verordening (EG) nr. 1907/2006, waaraan mogelijk additieven of andere stoffen zijn toegevoegd, en dat als een structureel hoofdbestanddeel van eindproducten wordt gebruikt of kan worden gebruikt, met uitzondering van natuurlijke polymeren die niet chemisch gemodificeerd zijn;

Amendement    46

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – alinea 1 – punt 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(2)  "kunststofproduct voor eenmalig gebruik": een product dat geheel of gedeeltelijk van kunststoffen is gemaakt en niet werd bedacht, ontworpen of in de handel gebracht om binnen zijn levensduur meerdere omlopen te maken door te worden teruggestuurd naar de producent om opnieuw gevuld te worden of opnieuw gebruikt te worden voor hetzelfde doel als waarvoor het ontworpen was;

(2)  "kunststofproduct voor eenmalig gebruik": een product dat geheel of gedeeltelijk van kunststoffen is gemaakt en werd bedacht, ontworpen of in de handel gebracht om slechts één keer, kortstondig te worden gebruikt voordat het wordt weggegooid;

Amendement    47

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – alinea 1 – punt 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(2 bis)  "zeer lichte plastic draagtassen": lichte plastic draagtassen zoals gedefinieerd in artikel 3, lid 1 quater, van Richtlijn 94/62/EG met een wanddikte van minder dan 15 micron;

Amendement    48

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – alinea 1 – punt 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(3)  "vistuig": elk voorwerp of werktuig dat wordt gebruikt in de visserij en de aquacultuur om in zee levende organismen af te zonderen of te vangen, of dat op het zeeoppervlak drijft en wordt uitgezet met als doel dergelijke in zee levende organismen aan te trekken en te vangen;

(3)  "vistuig": elk voorwerp of werktuig dat wordt gebruikt in de visserij en de aquacultuur om in zee levende organismen af te zonderen, te vangen of in te sluiten voor de kweek, of dat op het zeeoppervlak drijft en wordt uitgezet met als doel dergelijke in zee levende organismen aan te trekken, te vangen of in te sluiten;

Amendement    49

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – alinea 1 – punt 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(4)  "afgedankt vistuig": elk vistuig dat valt onder de definitie van afvalstoffen van Richtlijn 2008/98/EG, met inbegrip van alle afzonderlijke bestanddelen, stoffen of materialen die deel uitmaakten of bevestigd waren aan dergelijk vistuig toen het werd achtergelaten;

(4)  "afgedankt vistuig": elk vistuig dat valt onder de definitie van afvalstoffen van Richtlijn 2008/98/EG, met inbegrip van alle afzonderlijke bestanddelen, stoffen of materialen die deel uitmaakten of bevestigd waren aan dergelijk vistuig toen het werd achtergelaten of verloren;

Amendement    50

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – alinea 1 – punt 10

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(10)  "producent": elke natuurlijke of rechtspersoon die, ongeacht de gebruikte verkooptechniek, met inbegrip van op afstand gesloten overeenkomsten zoals bedoeld in Richtlijn 2011/83/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 201150 kunststofproducten voor eenmalig gebruik en vistuig dat kunststoffen bevat in de handel brengt, met uitzondering van personen die visserijactiviteiten uitvoeren zoals gedefinieerd in artikel 4, lid 28, van Verordening (EG) nr. 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad51;

(10)  "producent": elke natuurlijke of rechtspersoon die, ongeacht de gebruikte verkooptechniek, met inbegrip van op afstand gesloten overeenkomsten zoals bedoeld in Richtlijn 2011/83/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 201150, beroepsmatig kunststofproducten voor eenmalig gebruik en vistuig dat kunststoffen bevat ontwikkelt, vervaardigt, behandelt, verwerkt, verkoopt of invoert en daarmee in de handel brengt, met uitzondering van personen die aquacultuur bedrijven of visserijactiviteiten uitvoeren zoals gedefinieerd in artikel 4, leden 25 en 28, van Verordening (EG) nr. 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad51;

___________________

___________________

51 Verordening (EU) nr. 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 inzake het gemeenschappelijk visserijbeleid, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1954/2003 en (EG) nr. 1224/2009 van de Raad en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 2371/2002 en (EG) nr. 639/2004 van de Raad en Besluit 2004/585/EG van de Raad (PB L 354 van 28.12.2013, blz. 22).

51 Verordening (EU) nr. 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 inzake het gemeenschappelijk visserijbeleid, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1954/2003 en (EG) nr. 1224/2009 van de Raad en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 2371/2002 en (EG) nr. 639/2004 van de Raad en Besluit 2004/585/EG van de Raad (PB L 354 van 28.12.2013, blz. 22).

Amendement    51

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – alinea 1 – punt 11 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(11 bis)  "gescheiden inzameling": gescheiden inzameling zoals gedefinieerd in artikel 3, lid 11, van Richtlijn 2008/98/EG;

Amendement    52

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – alinea 1 – punt 13 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(13 bis)  "biologisch afbreekbare kunststoffen": kunststoffen die zodanig fysisch of biologisch afbreekbaar zijn dat ze uiteindelijk uiteenvallen in kooldioxide (CO2), biomassa en water en die in overeenstemming met de Europese normen inzake verpakkingen terugwinbaar zijn door middel van compostering en anaerobe vergisting;

Motivering

In the context of the amendments on biodegradable plastics suggested in the following definitions should be integrated into article 3 of the directive in order to ensure coherence with other legislation and conformity with CEN standards. The definition of biodegradation is based on OECD (statistical term glossary) and ISO definitions (15270:2008; 17088). The definition of biodegradable plastics is derived from the definition of biodegradation. If a biodegradable plastic is certified according to European standards for industrial composting (EN 13432) is should be called compostable and a clear disposal message should be shared with the consumer.

Amendement    53

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – alinea 1 – punt 14 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(14 bis)  "tabaksproducten": tabaksproducten zoals gedefinieerd in punt 4 van artikel 2 van Richtlijn 2014/40/EU.

Motivering

Definitie verwijst naar het amendement om deze productcategorie toe te voegen aan artikel 4 van de richtlijn, over consumptievermindering. Er zijn haalbare alternatieven beschikbaar die het potentieel hebben om kunststofbevattende tabaksfilters op basis van cellulose te vervangen. Deze alternatieven zijn milieuvriendelijk en biologisch afbreekbaar. Ze zijn echter nog niet door de tabaksindustrie omarmd.

Amendement    54

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Artikel 4

Artikel 4

Consumptievermindering

Consumptievermindering

1.  De lidstaten treffen de maatregelen die nodig zijn om op hun grondgebied tegen … [zes jaar na de einddatum voor omzetting van deze richtlijn] een aanzienlijke vermindering te realiseren van de consumptie van de in deel A van de bijlage opgenomen kunststofproducten voor eenmalig gebruik.

1.  De lidstaten treffen de maatregelen die nodig zijn om op hun grondgebied tegen … [vier jaar na de einddatum voor omzetting van deze richtlijn] een ambitieuze en blijvende vermindering te realiseren van de consumptie van de in deel A van de bijlage opgenomen kunststofproducten voor eenmalig gebruik.

Deze maatregelen kunnen de vorm aannemen van nationale streefwaarden voor consumptievermindering, maatregelen om ervoor te zorgen dat herbruikbare alternatieven voor de bewuste producten bij de verkooppunten aan de eindconsument aangeboden worden, en economische instrumenten zoals ervoor zorgen dat kunststofproducten voor eenmalig gebruik niet gratis bij de verkooppunten aan de eindconsument worden aangeboden. Welke maatregel wordt toegepast, zal afhangen van de effecten op het milieu van de in de eerste alinea genoemde producten.

Deze maatregelen kunnen de vorm aannemen van maatregelen om ervoor te zorgen dat herbruikbare alternatieven voor de bewuste producten bij de verkooppunten aan de eindconsument aangeboden worden, en economische instrumenten zoals ervoor zorgen dat kunststofproducten voor eenmalig gebruik niet gratis bij de verkooppunten aan de eindconsument worden aangeboden. Welke maatregel wordt toegepast, zal afhangen van de effecten op het milieu van de in de eerste alinea genoemde producten gedurende hun levenscyclus, ook wanneer ze worden achtergelaten.

 

De lidstaten stellen nationale plannen op waarin de krachtens dit lid vastgestelde maatregelen worden beschreven. De lidstaten stellen de Commissie in kennis van de plannen en werken ze zo nodig bij. De Commissie kan op basis van die plannen aanbevelingen doen.

 

De lidstaten stellen nationale kwantitatieve verminderingsstreefwaarden vast ter verwezenlijking van de in de eerste alinea van dit lid genoemde doelstelling. Die streefwaarden worden uiterlijk … [einddatum voor omzetting van deze richtlijn] vastgesteld.

 

De krachtens dit lid vastgestelde maatregelen zijn evenredig en niet-discriminerend. Voor producten die onder Richtlijn 94/62/EG vallen, doen die maatregelen geen afbreuk aan artikel 18 van die richtlijn. De lidstaten stellen de Commissie overeenkomstig Richtlijn (EU) 2015/15351 bis in kennis van die maatregelen, voor zover die richtlijn zulks voorschrijft.

2.  De Commissie kan een uitvoeringshandeling vaststellen waarin de methodes worden vastgesteld voor de berekening en verificatie van de aanzienlijke vermindering in consumptie van de kunststofproducten voor eenmalig gebruik waarnaar in lid 1 wordt verwezen. Die uitvoeringshandeling wordt vastgesteld volgens de in artikel 16, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

2.  De Commissie stelt uiterlijk ... [12 maanden na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn] een uitvoeringshandeling vast waarin de methodes worden vastgesteld voor de berekening en verificatie van de ambitieuze en blijvende vermindering in consumptie van de kunststofproducten voor eenmalig gebruik waarnaar in lid 1 wordt verwezen. Die uitvoeringshandeling wordt vastgesteld volgens de in artikel 16, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

 

2 bis.  De lidstaten nemen de nodige maatregelen om een blijvende vermindering van de milieueffecten van afval van tabaksproducten, en met name kunststofbevattende filters van tabaksproducten, tot stand te brengen door het afval van kunststofbevattende filters na consumptie van tabaksproducten als volgt terug te dringen: met 50 % tegen 2025 en met 80 % tegen 2030, ten opzichte van het gewogen gemiddelde van tabaksproducten met filter die tussen 2014 en 2016 in de handel zijn gebracht.

 

_________________

 

1 bis Richtlijn (EU) 2015/1535 van het Europees Parlement en de Raad van 9 september 2015 betreffende een informatieprocedure op het gebied van technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij (codificatie) (PB L 241 van 17.9.2015, blz. 1).

Motivering

The ambitious and sustained reductions shall be met within 4 years of transposition, i.e. in 2025 (assuming adoption of Directive in 2019). Member States shall adopt the necessary measures as part of the transposition of the Directive, as laid down in the Commission proposal. In order to ensure consistency and transparency of these measures, Member States should draw up plans where all relevant measures are summarised. In addition, in order to ensure that substantial efforts are made and to establish a benchmark for their reduction measures, Member States should establish their own quantitative targets reflecting the ambition level and the expected results of these measures. The timeline is set out as follows: The methodology for calculation and verification should be adopted by the Commission by 2020 (assuming adoption of Directive in 2019). The first reporting by Member States of data on the placing on the market of products covered by this Article will take place in the same year (see Article 13). Using the methodology, MS shall at the latest in 2021 define their national target that fulfils the objective of ambitious and sustained reductions, to be met by 2025. The review of the directive will take place in 2026 (5 years after transposition - see Article 15). In that review the Commission will assess the national targets and efforts until 2025 and if appropriate make a proposal for EU-wide targets.

Amendement    55

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 6 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De lidstaten zorgen ervoor dat de in deel C van de bijlage opgenomen kunststofproducten voor eenmalig gebruik met doppen en deksels waarvan een aanzienlijk deel van kunststoffen is gemaakt, alleen in de handel mogen worden gebracht als de doppen en deksels tijdens de fase van beoogd gebruik van het product aan de verpakking bevestigd blijven.

1.  De lidstaten zorgen ervoor dat de in deel C van de bijlage opgenomen kunststofproducten voor eenmalig gebruik met doppen en deksels die van kunststoffen zijn gemaakt, alleen in de handel mogen worden gebracht als de doppen en deksels tijdens de fase van beoogd gebruik van het product aan de verpakking bevestigd blijven.

Amendement    56

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 6 – lid 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis.  De lidstaten zorgen ervoor dat de in deel C van de bijlage opgenomen drankflessen uiterlijk in 2025 alleen in de handel mogen worden gebracht als ze voor ten minste 35 % uit gerecycleerd materiaal vervaardigd zijn en recycleerbaar zijn.

 

Uiterlijk 1 januari 2022 stelt de Commissie uitvoeringshandelingen vast waarin de methoden worden vastgesteld voor de berekening van het gehalte aan gerecycleerd materiaal. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 16, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

Amendement    57

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 6 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Voor wat betreft de toepassing van dit artikel wordt verondersteld dat metalen doppen met kunststofverzegeling niet voor een aanzienlijk deel van kunststoffen zijn gemaakt.

2.  Voor wat betreft de toepassing van dit artikel wordt verondersteld dat metalen doppen met kunststofverzegeling niet van kunststoffen zijn gemaakt. Glazen en metalen drankverpakkingen met doppen en deksels van kunststof vallen niet onder dit artikel.

Amendement    58

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 6 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De Commissie verzoekt de Europese normalisatieorganisaties geharmoniseerde normen te ontwikkelen met betrekking tot de in lid 1 bedoelde eis.

3.  Uiterlijk ... [3 maanden na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn] verzoekt de Commissie de Europese normalisatieorganisaties geharmoniseerde normen te ontwikkelen met betrekking tot de in lid 1 bedoelde eis. In deze normen wordt met name rekening gehouden met de noodzaak om de nodige sterkte, betrouwbaarheid en veiligheid van sluitingen van drankverpakkingen, met inbegrip van die voor koolzuurhoudende dranken, te waarborgen.

Amendement    59

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Artikel 7

Artikel 7

Markeringsvoorschriften

Markeringsvoorschriften

1  De lidstaten zorgen ervoor dat de in deel D van de bijlage opgenomen kunststofproducten voor eenmalig gebruik die in de handel worden gebracht, worden voorzien van een opvallende, duidelijk leesbare en onuitwisbare markering met informatie voor de consument over een of meer van de volgende zaken:

1  De lidstaten zorgen ervoor dat de verkoopverpakkingen van de in deel D van de bijlage opgenomen kunststofproducten voor eenmalig gebruik die in de handel worden gebracht, zowel de verpakking van meerdere eenheden als elke afzonderlijk verpakte eenheid, worden voorzien van een opvallende, duidelijk leesbare en onuitwisbare markering met informatie voor de consument over het volgende:

(a)  passende manieren om het product te verwijderen of en verwijderingsmethoden die voor dit product vermeden moeten worden,

(a)  passende manieren om het product te verwijderen en/of verwijderingsmethoden die voor dit product vermeden moeten worden,

(b)  de negatieve effecten op het milieu van ongepaste afvalverwijdering van de producten, of

(b)  de negatieve effecten op het milieu van ongepaste afvalverwijdering van de producten, en

(c)  de aanwezigheid van kunststoffen in het product.

(c)  de aanwezigheid van kunststoffen in het product.

 

De lidstaten zorgen er bovendien voor dat de verkoopverpakkingen van de in deel D van de bijlage opgenomen kunststofproducten voor eenmalig gebruik die in de handel worden gebracht, met uitzondering van tabaksproducten met filter, en filters die verkocht worden voor gebruik in combinatie met tabaksproducten, zowel de verpakking van meerdere eenheden als elke afzonderlijk verpakte eenheid, worden voorzien van een opvallende, duidelijk leesbare en onuitwisbare markering met informatie voor de consument over de recycleerbaarheid van het product.

2.  De Commissie stelt tegen … [12 maanden vóór de einddatum voor omzetting van deze richtlijn] een uitvoeringshandeling vast met daarin de specificaties voor de markering van lid 1. Die uitvoeringshandeling wordt vastgesteld volgens de in artikel 16, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

2.  De Commissie stelt tegen … [12 maanden vóór de einddatum voor omzetting van deze richtlijn] een uitvoeringshandeling vast met daarin de specificaties voor de markering van lid 1, neemt daarbij bestaande vrijwillige sectorale overeenkomsten in ogenschouw en besteedt bijzondere aandacht aan de noodzaak om misleidende informatie voor de consument te voorkomen. Die uitvoeringshandeling wordt vastgesteld volgens de in artikel 16, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

Motivering

Het is beter dat de markering wordt aangebracht op de verkoopverpakking in plaats van op het product (bijvoorbeeld: de verpakking van vochtige doekjes, maar niet het vochtige doekje zelf). De consument moet worden ingelicht over de beschikbaarheid van alternatieven om het gebruik van kunststofproducten voor eenmalig gebruik terug te dringen. De consument moet ook worden ingelicht over de recycleerbaarheid van de producten om een verantwoord aankoopgedrag te ontwikkelen. Ten slotte moet de Commissie rekening houden met de door de industrie ontwikkelde sectorale overeenkomst daar die een betere voorlichting van de consument en een duidelijke en leesbare markering ten goede zal komen.

Amendement    60

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 8 – lid 2 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Wat de regelingen betreft die krachtens lid 1 worden opgesteld, zorgen de lidstaten ervoor dat de kosten voor de inzameling van afval bestaande uit van de in deel E van de bijlage opgenomen kunststofproducten voor eenmalig gebruik en voor het vervoer en de verwerking ervan achteraf, met inbegrip van de kosten voor de opruiming van zwerfvuil en de kosten voor de in artikel 10 bedoelde bewustmakingsmaatregelen met betrekking tot die producten, voor rekening komt van de producenten van die producten.

Wat de regelingen betreft die krachtens lid 1 worden opgesteld, zorgen de lidstaten ervoor dat de kosten voor de inzameling van afval bestaande uit van de in deel E van de bijlage opgenomen kunststofproducten voor eenmalig gebruik en voor het vervoer en de verwerking ervan achteraf, met inbegrip van de kosten voor de opruiming van zwerfvuil en de kosten voor de in artikel 10 bedoelde bewustmakingsmaatregelen met betrekking tot die producten, voor rekening komen van de producenten van die producten. De door de producenten betaalde financiële bijdragen om aan deze verplichtingen te voldoen bedragen niet meer dan de kosten die noodzakelijk zijn om deze diensten op een kostenefficiënte manier aan te bieden, en worden tussen de betrokken actoren op transparante wijze vastgesteld.

Amendement    61

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 8 – lid 2 – alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Wat de in de eerste alinea bedoelde kosten voor de opruiming van zwerfvuil betreft, zorgen de lidstaten ervoor dat de door de producenten betaalde financiële bijdragen op evenredige wijze worden vastgesteld en worden gedifferentieerd overeenkomstig artikel 8 bis, lid 4, van Richtlijn 2008/98/EG, en dat erin rekening wordt gehouden met de kosten voor de opruiming van afzonderlijke producten of productgroepen. De kosten worden beperkt tot activiteiten die regelmatig door of namens overheden worden uitgevoerd, met inbegrip van afvalopruimingswerkzaamheden om aan de betreffende verplichtingen inzake afvalpreventie en milieubescherming in het kader van wetgevingshandelingen van de Unie te voldoen.

Amendement    62

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 8 – lid 2 – alinea 1 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

De Commissie ontwikkelt, in overleg met de lidstaten, richtsnoeren met betrekking tot de verdeling van de kosten voor de opruiming van zwerfvuil dat onder de regelingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid valt.

Amendement    63

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 8 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  De lidstaten zorgen ervoor dat de regelingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid die krachtens lid 1 van dit artikel worden opgesteld voor kunststofbevattende filters van tabaksproducten bijdragen tot de verwezenlijking van de in artikel 4, lid 2 bis, neergelegde milieudoelstelling, onder meer door ervoor te zorgen dat de kosten voor de inzameling van afval van die producten en voor het vervoer en de verwerking ervan achteraf, met inbegrip van de kosten voor de opruiming van zwerfvuil en de kosten voor de in artikel 10 bedoelde bewustmakingsmaatregelen met betrekking tot die producten, voor rekening komen van de producenten van kunststofbevattende filters van tabaksproducten. Om die doelstelling te verwezenlijken kunnen de lidstaten onder meer verlangen dat de regelingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid in inzamelsystemen voorzien of inzamelingsinfrastructuur financieren voor gebruikte filters, of de ontsmetting en recyclage van gebruikte filters bevorderen door een afvalverwerkingsketen tot stand te brengen.

Amendement    64

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 8 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De lidstaten zorgen voor de invoering van regelingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voor vistuig dat kunststoffen bevat en op de EU-markt in de handel wordt gebracht, in overeenstemming met de voorschriften van Richtlijn 2008/98/EG met betrekking tot uitgebreide producentenverantwoordelijkheid.

3.  De lidstaten zorgen voor de invoering van regelingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voor vistuig dat kunststoffen bevat en op de EU-markt in de handel wordt gebracht, in overeenstemming met de voorschriften van Richtlijn 2008/98/EG met betrekking tot uitgebreide producentenverantwoordelijkheid. De lidstaten garanderen op basis daarvan dat er een jaarlijks minimuminzamelingspercentage wordt gerealiseerd voor vistuig dat kunststof bevat. Vanaf 2025 bedraagt het minimuminzamelingspercentage 50 %, berekend op basis van het totale gewicht van het kunststofbevattend vistuig dat in de betreffende lidstaat in een bepaald jaar is ingezameld, uitgedrukt als percentage van het gemiddelde gewicht van het kunststofbevattend vistuig dat de voorgaande drie jaren in die lidstaat in de handel is gebracht.

 

Zij zorgen er ook voor dat dergelijke regelingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voor kunststofbevattend vistuig tegen 2025 een recyclagestreefwaarde van ten minste 15 % realiseren. Om deze streefwaarde te halen, kunnen de lidstaten bovendien verlangen dat de regelingen onder meer:

 

a)  de financiële bijdragen differentiëren overeenkomstig artikel 8 bis, lid 4, van Richtlijn 2008/98/EG, ter bevordering van het in de handel brengen van vistuig dat is ontworpen voor hergebruik en recyclage;

 

b)  statiegeldregelingen omvatten om de inlevering van oud, afgedankt of onbruikbaar vistuig te bevorderen;

 

c)  regelingen voor monitoring, tracering en rapportage omvatten.

Motivering

This amendment backs the proposal of the Commission asking Member States to introduce extended producer responsibility (EPR) schemes for fishing gear containing plastic In order to ensure the most effective reduction of marine litter from this multiple use product. It is important to specify how the EPR scheme will be implemented, hence the following provisions are included: a separate collection target for fishing gear of 50% by 2025; the establishment of deposit-refund schemes except in small unmanned ports or in remotely located ports, and an acceptable recycling target of 15% for fishing gear by 2025. For example, Iceland's best practises has already achieved a recycling target for nets of 45% in 2006, estimated today at 85% of recovery for both nets and wires.

Amendement    65

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 8 – lid 4 – alinea 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Onverminderd de in Verordening (EG) nr. 850/98 van de Raad1 bis vervatte technische maatregelen verzoekt de Commissie de Europese normalisatieorganisaties om geharmoniseerde normen met betrekking tot het circulaire ontwerp van vistuig te ontwikkelen en zo de voorbereiding voor hergebruik en de herbruikbaarheid van afgedankt materiaal te bevorderen.

 

__________________

 

1 bis Verordening (EG) nr. 850/98 van de Raad van 30 maart 1998 voor de instandhouding van de visbestanden via technische maatregelen voor de bescherming van jonge exemplaren van mariene organismen (PB L 125 van 27.4.1998, blz. 1).

Motivering

Vistuig is per definitie ontworpen voor een lange levensduur. In dit opzicht is het belangrijk om op initiatief van de Commissie geharmoniseerde normen vast te stellen om recyclage van afgedankt vistuig dat in de EU in de handel is gebracht, te vereenvoudigen.

Amendement    66

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 9 – alinea 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten treffen de maatregelen die nodig zijn om ervoor te zorgen dat tegen 2025 90 % (op gewichtsbasis) van de in deel van de bijlage opgenomen kunststofproducten voor eenmalig gebruik die in een bepaald jaar in de handel zijn gebracht, gescheiden ingezameld wordt. Om deze doelstelling te halen, kunnen de lidstaten onder andere:

De lidstaten treffen de maatregelen die nodig zijn om ervoor te zorgen dat tegen 2025 90 % (op gewichtsbasis) van de in deel F van de bijlage opgenomen kunststofproducten voor eenmalig gebruik die in een bepaald jaar in de handel zijn gebracht, gescheiden ingezameld wordt en om te waarborgen dat ze vervolgens worden gerecycleerd. Om deze doelstelling te halen, kunnen de lidstaten onder andere:

Amendement    67

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 9 – alinea 1 – alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

De eerste alinea is van toepassing onverminderd artikel 10, lid 3, onder a), van Richtlijn 2008/98/EG.

Amendement    68

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 9 – alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

De Commissie ontwikkelt, in overleg met de lidstaten, richtsnoeren betreffende de werking van statiegeldregelingen.

Amendement    69

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 10

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Artikel 10

Artikel 10

Bewustmakingsmaatregelen

Bewustmakingsmaatregelen

1.  De lidstaten nemen maatregelen om consumenten van de in deel G van de bijlage opgenomen kunststofproducten voor eenmalig gebruik en vistuig dat kunststoffen bevat te informeren over:

1.  De lidstaten nemen maatregelen om verantwoordelijk gedrag te stimuleren bij consumenten van de in deel G van de bijlage opgenomen kunststofproducten voor eenmalig gebruik en vistuig dat kunststoffen bevat en hen te informeren over:

a)  de beschikbare systemen voor hergebruik van de vermelde producten en van vistuig dat kunststoffen bevat, de mogelijkheden voor afvalbeheer daarvan, en de beste praktijken voor een degelijk afvalbeheer in overeenstemming met artikel 13 van Richtlijn 2008/98/EG;

a)  de beschikbaarheid van herbruikbare alternatieven, systemen voor hergebruik van de vermelde producten en van vistuig dat kunststoffen bevat, de mogelijkheden voor afvalbeheer daarvan, en de beste praktijken voor een degelijk afvalbeheer in overeenstemming met artikel 13 van Richtlijn 2008/98/EG;

b)  de effecten op het milieu, en in het bijzonder op het mariene milieu, van zwerfvuil en andere ongepaste vormen van afvalverwijdering van de vermelde producten en vistuig dat kunststoffen bevat.

b)  de effecten op het milieu, en in het bijzonder op het mariene milieu, van zwerfvuil en andere ongepaste vormen van afvalverwijdering van de vermelde producten en vistuig dat kunststoffen bevat;

 

b bis)  de effecten op de riolering van ongepaste vormen van afvalverwijdering van deze producten.

Amendement    70

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 11 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Om te voorkomen dat de voedselhygiëne en de voedselveiligheid in het gedrang komen, voldoen de maatregelen die de lidstaten treffen voor de omzetting en uitvoering van de artikelen 4 tot 9 aan de EU-wet inzake voedingsmiddelen.

Om te voorkomen dat de voedselhygiëne en de voedselveiligheid in het gedrang komen, voldoen de maatregelen die de lidstaten treffen voor de omzetting en uitvoering van de artikelen 4 tot 9 aan de EU-wet inzake voedingsmiddelen en aan Verordening (EG) nr. 1935/2004 van het Europees Parlement en de Raad1 bis. De lidstaten moedigen waar mogelijk het gebruik van duurzame, veiligere alternatieven voor kunststofproducten aan voor materialen die in contact komen met levensmiddelen.

 

________________

 

1 bis Verordening (EG) nr. 1935/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 27 oktober 2004 inzake materialen en voorwerpen bestemd om met levensmiddelen in contact te komen en houdende intrekking van de Richtlijnen 80/590/EEG en 89/109/EEG (PB L 338 van 13.11.2004, blz. 4).

Motivering

De Commissie heeft op 28 november 2017 een stappenplan gepubliceerd met het oog op een herziening van de huidige verordening inzake materialen bestemd om met levensmiddelen in contact te komen. Als de verordening in het tweede kwartaal van 2019 wordt herzien, zoals in het stappenplan staat beschreven, wordt in de verwijzing naar deze verordening rekening gehouden met de nieuwe ontwikkelingen die in de mogelijk herziene verordening zijn opgenomen.

Amendement    71

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 11 – alinea 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

De lidstaten zorgen ervoor dat de export van afgedankte materialen naar derde landen niet ergens anders voor meer marien zwerfvuil zorgt.

Amendement    72

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 12 – lid 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De lidstaten zorgen ervoor dat natuurlijke of rechtspersonen of hun verenigingen, organisaties of groepen, in overeenstemming met de nationale wetgeving of praktijk, in beroep kunnen gaan bij een rechtbank of een ander bij wet ingesteld onafhankelijk en onpartijdig orgaan om de materiële of formele rechtmatigheid van enig besluit, handelen of nalaten met betrekking tot de uitvoering van de artikelen 5, 6, 7 en 8 aan te vechten, indien aan een van de volgende voorwaarden is voldaan:

1.  De lidstaten zorgen ervoor dat natuurlijke of rechtspersonen of hun verenigingen, organisaties of groepen, in overeenstemming met de nationale wetgeving of praktijk, in beroep kunnen gaan bij een rechtbank of een ander bij wet ingesteld onafhankelijk en onpartijdig orgaan om de materiële of formele rechtmatigheid van enig besluit, handelen of nalaten met betrekking tot de uitvoering van de artikelen 4, 5, 6, 7, 8, 9 en 10 aan te vechten, indien aan een van de volgende voorwaarden is voldaan:

Motivering

Het weglaten van de artikelen 4, 9 en 10 is niet gemotiveerd.

Amendement    73

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 13

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Artikel 13

Artikel 13

Informatie over toezicht op de uitvoering

Informatie over toezicht op de uitvoering

1.  Onverminderd Richtlijn 2003/4/EG van het Europees Parlement en de Raad52 en Richtlijn 2007/2/EG van het Europees Parlement en de Raad53 stellen de lidstaten, met hulp van het Europees Milieuagentschap, een dataset op die het volgende omvat:

1.  Onverminderd Richtlijn 2003/4/EG van het Europees Parlement en de Raad52 en Richtlijn 2007/2/EG van het Europees Parlement en de Raad53 stellen de lidstaten, met hulp van het Europees Milieuagentschap, een dataset op die het volgende omvat:

a)  de gegevens over de in deel A van de bijlage opgenomen kunststofproducten voor eenmalig gebruik die elk jaar op de EU-markt in de handel zijn gebracht, in het kader van het staven van de consumptievermindering in overeenstemming met artikel 4, lid 1;

a)  de gegevens over de in deel A van de bijlage opgenomen kunststofproducten voor eenmalig gebruik die elk jaar op de EU-markt in de handel zijn gebracht, in het kader van het staven van de consumptievermindering in overeenstemming met artikel 4, lid 1;

 

a bis)  de gegevens over het in de handel brengen en gescheiden inzamelen van de in deel F van de bijlage opgenomen producten, in het kader van het staven van de vooruitgang met het bereiken van de in artikel 9 vastgestelde streefwaarde;

 

a ter)  de gegevens over de in deel G van de bijlage opgenomen kunststofproducten voor eenmalig gebruik die elk jaar op de EU-markt in de handel zijn gebracht, om de consumptie ervan in de Unie op te volgen;

 

a quater)  gegevens over het in de handel gebrachte vistuig dat kunststoffen bevat en het ingezamelde en verwerkte afgedankte vistuig;

b)  informatie over de maatregelen die voor de doeleinden van artikel 4, lid 1, door de lidstaten zijn getroffen.

b)  informatie over de plannen en maatregelen die voor de doeleinden van artikel 4, lid 1, door de lidstaten zijn getroffen;

 

b bis)  gegevens over marien zwerfvuil, en met name het zwerfvuil dat afkomstig is van producten die onder deze richtlijn vallen, om de effecten van de genomen maatregelen op te volgen.

De onder a) van het eerste lid bedoelde gegevens worden jaarlijks bijgewerkt, binnen 12 maanden na het einde van het referentiejaar waarvoor zij zijn verzameld. Waar mogelijk wordt voor de presentatie van de datasets gebruik gemaakt van diensten met betrekking tot ruimtelijke gegevens zoals gedefinieerd in artikel 3, lid 4, van Richtlijn 2007/2/EG.

De onder a) van de eerste alinea bedoelde gegevens worden uiterlijk … [12 maanden na de inwerkingtreding van deze richtlijn] voor het eerst gerapporteerd. De onder a) tot en met a quater) van de eerste alinea bedoelde gegevens worden jaarlijks bijgewerkt, binnen 12 maanden na het einde van het referentiejaar waarvoor zij zijn verzameld. Waar mogelijk wordt voor de presentatie van de datasets gebruik gemaakt van diensten met betrekking tot ruimtelijke gegevens zoals gedefinieerd in artikel 3, lid 4, van Richtlijn 2007/2/EG.

2.  De lidstaten zorgen ervoor dat de Commissie en het Europese Milieuagentschap toegang hebben tot de datasets die overeenkomstig lid 1 zijn opgesteld.

2.   De lidstaten zorgen ervoor dat de Commissie en het Europese Milieuagentschap toegang hebben tot de datasets die overeenkomstig lid 1 zijn opgesteld.

3.  Het Europese Milieuagentschap publiceert een overzicht van de Unie als geheel en werkt deze regelmatig bij op basis van de gegevens die door de lidstaten worden verzameld. Het overzicht omvat in voorkomend geval indicatoren voor de outputs, resultaten en effecten van deze richtlijn, overzichtskaarten voor de hele EU en samenvattende verslagen van de lidstaten.

3.   Het Europese Milieuagentschap publiceert een overzicht van de Unie als geheel en werkt dit regelmatig bij op basis van de gegevens die door de lidstaten worden verzameld. Het overzicht omvat in voorkomend geval indicatoren voor de outputs, resultaten en effecten van deze richtlijn, overzichtskaarten voor de hele EU en samenvattende verslagen van de lidstaten.

4.  De Commissie kan uitvoeringshandelingen vaststellen over het formaat voor de in lid 1 bedoelde dataset, informatie en gegevens. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 16, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

4.   De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast over het formaat voor de in lid 1 bedoelde dataset, informatie en gegevens. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 16, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

___________________

___________________

52 Richtlijn 2003/4/EG van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2003 inzake de toegang van het publiek tot milieu-informatie en tot intrekking van Richtlijn 90/313/EEG van de Raad (PB L 41 van 14.2.2003, blz. 26).

52 Richtlijn 2003/4/EG van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2003 inzake de toegang van het publiek tot milieu-informatie en tot intrekking van Richtlijn 90/313/EEG van de Raad (PB L 41 van 14.2.2003, blz. 26).

53 Richtlijn 2007/2/EG van het Europees Parlement en de Raad van 14 maart 2007 tot oprichting van een infrastructuur voor ruimtelijke informatie in de Gemeenschap (Inspire) (PB L 108 van 25.4.2007, blz. 1).

53 Richtlijn 2007/2/EG van het Europees Parlement en de Raad van 14 maart 2007 tot oprichting van een infrastructuur voor ruimtelijke informatie in de Gemeenschap (Inspire) (PB L 108 van 25.4.2007, blz. 1).

Motivering

Het is belangrijk dat de gerapporteerde gegevens zo volledig mogelijk zijn om de maatregelen en de doeltreffendheid ervan te kunnen beoordelen.

Amendement    74

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 15

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Artikel 15

Artikel 15

Evaluatie en herziening

Evaluatie en herziening

1.  De Commissie evalueert deze richtlijn tegen … [zes jaar na de einddatum voor omzetting van deze richtlijn]. De evaluatie vindt plaats op basis van de beschikbare informatie in overeenstemming met artikel 13. De lidstaten verstrekken de Commissie alle bijkomende informatie die nodig is voor de evaluatie en voor de voorbereiding van het in lid 2 bedoelde verslag.

1.  De Commissie evalueert deze richtlijn tegen … [vijf jaar na de einddatum voor omzetting van deze richtlijn]. De evaluatie vindt plaats op basis van de beschikbare informatie in overeenstemming met artikel 13. De lidstaten verstrekken de Commissie alle bijkomende informatie die nodig is voor de evaluatie en voor de voorbereiding van het in lid 2 bedoelde verslag.

2.  De Commissie legt overeenkomstig lid 1 een verslag over de belangrijkste bevindingen van de evaluatie voor aan het Europees Parlement, de Raad en het Europees Economisch en Sociaal Comité.

2.  De Commissie legt overeenkomstig lid 1 een verslag over de belangrijkste bevindingen van de evaluatie voor aan het Europees Parlement, de Raad en het Europees Economisch en Sociaal Comité. Dat verslag gaat, indien nodig, vergezeld van een wetgevingsvoorstel. In dat voorstel worden indien nodig bindende kwantitatieve streefwaarden ter vermindering van de consumptie op EU-niveau vastgesteld voor de in deel A van de bijlage opgenomen producten.

3.  In dat verslag wordt ook vermeld of:

3.   Het verslag bevat:

a)  het nodig is de bijlage met de kunststofproducten voor eenmalig gebruik te herzien;

a)  een beoordeling van de vraag of het nodig is de bijlage met de kunststofproducten voor eenmalig gebruik te herzien;

b)  het haalbaar is om bindende kwantitatieve streefwaarden op EU-niveau vast te stellen voor de vermindering van de consumptie van, in het bijzonder, de in deel A van de bijlage opgenomen kunststofproducten voor eenmalig gebruik;

b)  een onderzoek van de vraag of het haalbaar is om bindende kwantitatieve streefwaarden op EU-niveau vast te stellen voor de vermindering van de consumptie van, in het bijzonder, de in deel A van de bijlage opgenomen kunststofproducten voor eenmalig gebruik; in dit verband wordt in het verslag de vaststelling van in absolute cijfers uitgedrukte streefwaarden bekeken, rekening houdend met de consumptieniveaus en de reeds bereikte vermindering in de lidstaten;

 

b bis)  een beoordeling van de verandering in de materialen die gebruikt worden voor de producten die onder deze richtlijn vallen, en van de innovatie op het vlak van nieuwe afleveringssystemen voor herbruikbare alternatieven voor die producten; dit omvat een algemene analyse van de milieu-levenscyclus van die materialen en de resulterende alternatieven;

c)  er voldoende wetenschappelijke en technische vorderingen zijn gemaakt, en er criteria of een norm voor biologische afbreekbaarheid in het mariene milieu is/zijn ontwikkeld die van toepassing is/zijn op kunststofproducten voor eenmalig gebruik die vallen onder de werkingssfeer van deze richtlijn en hun vervangingsproducten voor eenmalig gebruik, om te bepalen welke producten niet langer onderworpen hoeven worden aan beperkingen voor het in de handel brengen, in voorkomend geval.

 

Amendement    75

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 17 – lid 1 – alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

In afwijking van de eerste alinea van dit lid doen de lidstaten de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk ... [12 maanden na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn] te voldoen aan de rapportageverplichtingen in artikel 13, lid 1, onder a).

Amendement    76

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 17 – lid 1 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten treffen de maatregelen die nodig zijn om aan artikel 5 en artikel 7 lid 1, te voldoen echter met ingang van ... [2 jaar na inwerkingtreding van deze richtlijn] en de maatregelen die nodig zijn om aan artikel 6, lid 1, te voldoen met ingang van ... [3 jaar na inwerkingtreding van deze richtlijn].

De lidstaten treffen de maatregelen die nodig zijn om aan artikel 5 en artikel 7 lid 1, te voldoen echter met ingang van ... [2 jaar na inwerkingtreding van deze richtlijn] en de maatregelen die nodig zijn om aan artikel 6, lid 1, te voldoen met ingang van ... [3 jaar na inwerkingtreding van deze richtlijn], met uitzondering van de maatregelen die nodig zijn om te voldoen aan het in artikel 6, lid 1, bedoelde vereiste met betrekking tot drankverpakkingen voor koolzuurhoudende dranken, die de lidstaten treffen met ingang van ... [5 jaar na inwerkingtreding van deze richtlijn].

Amendement    77

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 17 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De lidstaten delen de Commissie de tekst van de belangrijkste bepalingen van nationaal recht mee die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen.

2.  De lidstaten delen de Commissie de tekst van de bepalingen van nationaal recht mee die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen. De Commissie ziet erop toe dat deze bepalingen geen onnodige belemmeringen vormen voor de werking van de interne markt.

Amendement    78

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage I – deel A

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Kunststofproducten voor eenmalig gebruik die vallen onder artikel 4 (Consumptievermindering)

Kunststofproducten voor eenmalig gebruik die vallen onder artikel 4 (Consumptievermindering)

 

  bekers voor dranken, met inbegrip van de bijbehorende deksels,

–  voedselverpakkingen, dat wil zeggen recipiënten zoals dozen, met of zonder deksel, die worden gebruikt voor voedingsmiddelen die bestemd zijn om ter plaatse of na afhaling direct, zonder enige verdere bereiding, uit de recipiënt geconsumeerd te worden, zoals voedselverpakkingen voor fastfood, maar met uitzondering van drankverpakkingen, borden en zakjes en wikkels die voedingsmiddelen bevatten,

–  voedselverpakkingen, dat wil zeggen recipiënten zoals dozen, met of zonder deksel, die worden gebruikt voor voedingsmiddelen die bestemd zijn om ter plaatse of na afhaling direct, zonder enige verdere bereiding, uit de recipiënt geconsumeerd te worden, zoals voedselverpakkingen voor fastfood, maar met uitzondering van drankverpakkingen, borden en zakjes en wikkels die voedingsmiddelen bevatten,

 

De verkoop van voedingsmiddelen in eenpersoonsverpakkingen, of in een verpakking met bestek, is een aanwijzing dat de voedingsmiddelen in kwestie bestemd zijn om direct uit de recipiënt geconsumeerd te worden.

 

"Verdere bereiding" houdt handelingen in zoals opwarmen, kokend water toevoegen, wassen, in plakken snijden en versnijden.

 

Onder de delen A, E en G van deze bijlage vallende kunststoffen houders van voedingsmiddelen voor eenmalig gebruik zijn bijvoorbeeld:

 

  verpakkingen voor fastfood zoals maaltijddozen en slaatjesdozen met voedingsmiddelen voor koude consumptie,

 

  verpakkingen voor fastfood zoals maaltijddozen en slaatjesdozen met voedingsmiddelen voor warme consumptie, behalve wanneer de consument de voedingsmiddelen na aankoop van het product moet opwarmen,

 

  hamburgerdozen, broodjesdozen, wrapdozen,

 

  per stuk verkochte eenpersoonsverpakkingen van verse of verwerkte voedingsmiddelen die geen verdere bereiding behoeven, zoals fruit, groenten, desserts of ijsjes.

 

Onder de delen A, E en G van deze bijlage vallende verpakkingen die geen kunststoffen houders van voedingsmiddelen voor eenmalig gebruik zijn, zijn bijvoorbeeld:

 

  voedselverpakkingen met gedroogde voedingsmiddelen of koud verkochte voedingsmiddelen die verdere bereiding behoeven,

 

  verpakkingen met voedingsmiddelen in hoeveelheden voor meer dan één persoon,

 

  in meer dan één eenheid verkochte voedselverpakkingen voor eenpersoonsporties.

–  bekers voor dranken.

 

Amendement    79

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage I – deel B – streepje 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

—  bestek (vorken, messen, lepels, eetstokjes),

—  bestek (vorken, messen, lepels, eetstokjes), tot 2023 met uitzondering van bestek dat aan onderwijsinstellingen of gezondheidszorginstellingen wordt geleverd in het kader van overheidsopdrachten voor leveringen1 bis zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 8, van Richtlijn 2014/24/EU die vóór 31 december 2018 zijn gegund.

 

___________________

 

1 bis "overheidsopdrachten voor leveringen": overheidsopdrachten die betrekking hebben op de aankoop, leasing, huur of huurkoop, met of zonder koopoptie, van producten. Als overheidsopdracht voor leveringen kunnen worden beschouwd, als bijkomstig element, plaatsings- en installatiewerkzaamheden.

Amendement    80

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage I – deel B – streepje 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

—  borden,

—  borden, tot 2023 met uitzondering van borden die aan onderwijsinstellingen of gezondheidszorginstellingen worden geleverd in het kader van overheidsopdrachten voor leveringen1 bis zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 8, van Richtlijn 2014/24/EU die vóór 31 december 2018 zijn gegund.

 

___________________

 

1 bis "overheidsopdrachten voor leveringen": overheidsopdrachten die betrekking hebben op de aankoop, leasing, huur of huurkoop, met of zonder koopoptie, van producten. Als overheidsopdracht voor leveringen kunnen worden beschouwd, als bijkomstig element, plaatsings- en installatiewerkzaamheden.

Amendement    81

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage I – deel B – streepje 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

—  stokjes bedoeld om te worden bevestigd aan en ter ondersteuning van ballonnen, met uitzondering van ballonnen voor industriële of andere professionele toepassingen die niet aan consumenten worden verdeeld, inclusief de mechanismen van dergelijke stokjes.

—  stokjes bedoeld om te worden bevestigd aan en ter ondersteuning van ballonnen, met uitzondering van ballonnen voor industriële of andere professionele toepassingen die niet aan consumenten worden verdeeld, met uitzondering van de mechanismen van dergelijke stokjes.

Amendement    82

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage I – deel B – streepje 6 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

  zeer lichte plastic draagtassen, behalve wanneer die vereist zijn om hygiënische redenen of voor het verpakken van vochtige losse levensmiddelen,

Amendement    83

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage I – deel B – streepje 6 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

  producten die zijn gemaakt van onder invloed van zuurstof afbreekbare kunststoffen,

Amendement    84

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage I – deel B – streepje 6 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

  voedsel- en drankverpakkingen van geëxpandeerd polystyreen die worden gebruikt voor voedingsmiddelen die bestemd zijn om ter plaatse of na afhaling direct, zonder verdere bereiding, uit de recipiënt geconsumeerd te worden.

Motivering

All these additional market restriction for products are coherent with the current EU legislation in force or political statement from the European Parliament. For e.g. the European Parliament has just called, on Thursday 13 of September 2018, for a complete EU ban on oxo-degradable plastic by 2020, as this type of plastic negatively affects the recycling of conventional plastic and fails to deliver a proven environmental benefit. Furthermore, the proposal to add a ban of some applications of expanded polystyrene (EPS) in the SUP proposal is justified by the fact that polystyrene, in its various sizes, appears in rank 1, 3, 13, 28 and 53 of the plastic waste most commonly found on European beaches, according to the Commission's classification in its impact assessment (Part II, pages 31 and 32). That is more than 31% of all plastics found on European beaches. Clearly, European legislators must find a way to address and to limit this source of marine litter, which the Commission has not done in its proposal.

Amendement    85

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage I – deel C – streepje 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

—  Drankverpakkingen, dat wil zeggen recipiënten voor het houden van dranken zoals drankflessen, met inbegrip van de bijbehorende doppen of deksels.

—  Drankverpakkingen, dat wil zeggen recipiënten voor het houden van dranken zoals drankflessen, met inbegrip van de bijbehorende doppen of deksels, met uitzondering van verpakkingen bedoeld en gebruikt voor voeding voor medisch gebruik in vloeibare vorm zoals gedefinieerd in artikel 2, lid 2, onder g), van Verordening (EU) nr. 609/2013.

Amendement    86

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage I – deel D – streepje 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

  tabaksproducten met filter, en filters die verkocht worden voor gebruik in combinatie met tabaksproducten.

Motivering

Cigarette butts have a severe negative impact on the environment. For example, one cigarette butt can pollute between 500 and 1000 litres of water. By including tobacco products in this Annex, the consumers would be better informed on the environmental impact of cigarettes. Regarding the inclusion of packets and wrappers, these items are ranked fourth in terms of beach counts and therefore stronger measures are needed. There is currently not enough consumer awareness about the presence of plastic in beverage cups and the correct waste disposal of them. Therefore, the consumer should be informed about appropriate waste disposal of these products and their negative impact on the environment.

Amendement    87

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage I – deel D – streepje 3 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

  zakjes en wikkels gemaakt van flexibel materiaal die voedingsmiddelen bevatten die bedoeld zijn om onmiddellijk uit het zakje of de wikkel te worden geconsumeerd, zonder enige verdere bereiding,

Motivering

Cigarette butts have a severe negative impact on the environment. For example, one cigarette butt can pollute between 500 and 1000 litres of water. By including tobacco products in this Annex, the consumers would be better informed on the environmental impact of cigarettes. Regarding the inclusion of packets and wrappers, these items are ranked fourth in terms of beach counts and therefore stronger measures are needed. There is currently not enough consumer awareness about the presence of plastic in beverage cups and the correct waste disposal of them. Therefore, the consumer should be informed about appropriate waste disposal of these products and their negative impact on the environment.

Amendement    88

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage I – deel D – streepje 3 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

  bekers voor dranken.

Motivering

Cigarette butts have a severe negative impact on the environment. For example, one cigarette butt can pollute between 500 and 1000 litres of water. By including tobacco products in this Annex, the consumers would be better informed on the environmental impact of cigarettes. Regarding the inclusion of packets and wrappers, these items are ranked fourth in terms of beach counts and therefore stronger measures are needed. There is currently not enough consumer awareness about the presence of plastic in beverage cups and the correct waste disposal of them. Therefore, the consumer should be informed about appropriate waste disposal of these products and their negative impact on the environment.

Amendement    89

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage I – deel E – streepje 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

–  bekers voor dranken,

–  bekers voor dranken, met inbegrip van de bijbehorende deksels,

Amendement    90

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage I – deel F – streepje 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

—  Drankflessen.

—  Drankflessen, met inbegrip van de bijbehorende doppen of deksels.

(1)

PB C 0 van 0.0.0000, blz. 0.

(2)

PB C 0 van 0.0.0000, blz. 0.


TOELICHTING

Achtergrond

"Het kunststoffen tijdperk": hoewel het noch de roeping, noch de bedoeling is van de rapporteur om als historicus op te treden, is dit misschien het etiket dat zij op ons tijdperk zou plakken.

Kunststof werd halverwege de negentiende eeuw uitgevonden. Sinds het begin van de jaren vijftig wordt het in grote hoeveelheden geproduceerd en de laatste vijftien jaar is de productie exponentieel toegenomen: meer dan acht miljard ton op amper 65 jaar tijd(1), goed voor meer dan zes miljard ton afval, de cijfers zijn schokkend.

Deze "wegwerpmaatschappij" maakt van onze oceanen de ultieme vuilnisbelt: kunststoffen, waarvan de helft producten voor eenmalig gebruik en een kwart vistuig, zijn goed voor 85 % van de mariene vervuiling. Dit komt overeen met jaarlijks 15 600 ton kunststofproducten voor eenmalig gebruik die de Europese zeeën vervuilen, of 26 600 ton als we het vistuig meerekenen(2).

In Europa wordt jaarlijks 150 000 ton kunststof in zee gedumpt(3). Op wereldniveau is de situatie nog alarmerender: 8 miljoen ton komt jaarlijks in de oceanen terecht.

Als we niets doen, zal er tegen 2050 meer kunststof dan vis in onze zee zitten. Alle mariene fauna wordt hierdoor getroffen: schildpadden, vogels, walvisachtigen, vissen, schaaldieren. Zij slikken kunststof in, met nadelige gevolgen voor hun overleven en nog onduidelijke gevolgen voor de menselijke gezondheid.

De Commissie speelt een leidersrol

Deze vaststelling wordt, in tegenstelling tot de klimaatverandering, door niemand ontkend, en heeft ertoe geleid dat de Commissie op 28 mei dit jaar haar wetgevingsvoorstel over kunststofproducten voor eenmalig gebruik heeft gepubliceerd.

Er wordt een lange reeks maatregelen vastgesteld die zijn gebaseerd op de initiatieven van bepaalde lidstaten en regio's, die worden aangevuld, overtroffen en geharmoniseerd door ze in te passen in een algemeen, communautair kader. Dit kader bestaat uit Richtlijn (EU) 2015/720 betreffende de vermindering van het verbruik van lichte plastic draagtassen, de kunststoffenstrategie, het actieplan voor de circulaire economie en de herziene afvalwetgeving.

De Commissie richt zich op de tien belangrijkste bronnen van macroplastics die worden aangetroffen in de Europese zeeën en op de Europese stranden. Deze zijn goed voor 70 % van het marien zwerfvuil.

Een mondiale uitdaging die ambitieuze en stapsgewijze maatregelen vereist 

Kunststofproducten voor eenmalig gebruik op EU-niveau verbieden wanneer er alternatieven bestaan. Dit gaat over negen producten: bestek (vorken, messen, lepels, eetstokjes) en borden, wattenstaafjes, rietjes, roerstraafjes voor dranken en stokjes ter ondersteuning van ballonnen (art. 5).

– De lidstaten laten beslissen welke instrumenten zij wensen te hanteren om de consumptie van kunststofproducten voor eenmalig gebruik waarvoor alternatieven worden ontwikkeld aanzienlijk te verminderen: voedselverpakkingen en bekers voor dranken (art. 4). Een systeem dat zijn deugdelijkheid heeft bewezen met het geplande verbod op lichte plastic draagtassen met een wanddikte van minder dan 50 micron.(4)

– Ervoor zorgen dat tegen 2025 ten minste 90 % van de drankflessen wordt ingezameld (art. 9).

– De regeling voor producentenverantwoordelijkheid uitbreiden (art. 8) tot alle productcategorieën die worden opgenomen in het toepassingsgebied, met uitzondering van maandverband, tampons en tamponapplicators. Deze uitgebreide producentenverantwoordelijkheid zal de financiële kosten dekken van de inzameling en de opruiming van het afval, evenals de bewustmakingsmaatregelen (art. 10).

– Voorzien in markerings- en etiketteringsvoorschriften voor drie categorieën producten: maandverband en tampons, vochtige doekjes en ballonnen gemaakt van kunststof (art. 7).

Volgens ramingen van de Commissie zal de richtlijn zowel voor het milieu als voor de economie voordelen opleveren. Dankzij deze richtlijn zal milieuschade, die tegen 2030 zou oplopen tot 22 miljard EUR(5), kunnen worden vermeden en zullen de consumenten tot 6,5 miljard EUR kunnen besparen(6), tegen een aanpassingskost van naar schatting 3,2 miljard EUR(7) voor de producenten. Alleen het voorzichtige scenario (optie 2a), dat is beperkt tot vrijwillige acties van de sector en informatiecampagnes, leidt tot banenverlies(8). Anderzijds zouden er volgens de andere geplande scenario's, die gunstiger zijn voor de innovatie, 30 000 tot 50 000 bannen kunnen worden gecreëerd(9).

De prioriteiten van de rapporteur

De rapporteur is zeer ingenomen met dit ambitieuze voorstel van de Commissie, dat helemaal aansluit op de publieke opinie: 95 % van de Europeanen is van mening dat het nodig en zelfs dringend is om maatregelen te nemen op het gebied van kunststofproducten voor eenmalig gebruik(10).

De rapporteur had echter graag gezien dat de Commissie verder zou zijn gegaan in de opvolging van de informatie van haar eigen effectbeoordeling. Zij wenst dan ook dat de door het adviesbureau Eunomia opgestelde studie, waarop deze effectbeoordeling is gebaseerd, openbaar wordt gemaakt.

1.  Op termijn kwantitatieve consumptieverminderingsstreefwaarden vastleggen voor voedselverpakkingen en bekers voor dranken. Dit zijn twee producten waarvoor er reeds alternatieven op de markt zijn. Maar bij gebrek aan relevante gegevens van de lidstaten geeft de rapporteur de voorkeur aan een aangepast tijdsschema. Als referentie dient de richtlijn betreffende lichte plastic draagtassen uit 2015, die voorziet in geharmoniseerde verminderingsmaatregelen in een tijdvak van twee tot drie jaar na de omzetting in nationale wetgeving.

De rapporteur is van mening dat in dit dossier een periode van vier jaar voor de lidstaten voldoende is om voor hun grondgebied precieze verminderingsstreefwaarden vast te stellen voor de in artikel 4 omschreven producten.

2.  Gescheiden inzameling van plastic flessen

De rapporteur is niet volledig tevreden met de formulering van artikel 9, dat is gericht op de gescheiden inzameling van plastic flessen. Deze zijn, met inbegrip van de doppen, de belangrijkste categorie van kunststofproducten voor eenmalig gebruik die op zee worden gevonden (één vijfde van alle kunststofproducten voor eenmalig gebruik).

In een aantal lidstaten woedt een steeds heftiger debat over de vaststelling van een algemene statiegeldregeling voor plastic flessen, maar de rapporteur wenst hier flexibiliteit te bieden. De lidstaten moeten het meest doeltreffende systeem kunnen kiezen om ervoor te zorgen dat deze flessen marktwaarde krijgen en de consumenten ertoe aanzetten ze terug te brengen of thuis te sorteren.

Dit is eveneens een zeer recyclebaar product, waarvoor de Commissie een streefwaarde voor recycling van 90 % tegen 2025 heeft vastgesteld. De rapporteur stelt voor om aan de vereiste van artikel 6 in verband met aan verpakkingen bevestigde doppen en deksels een maatregel toe te voegen dat plastic flessen tegen 2025 ten minste 25 % gerecycled materiaal dienen te bevatten, zoals ook afgesproken binnen de sector.

3.  Opvolgen van de aanbevelingen van de WGO betreffende sigaretten met kunststoffen filters

De kunststoffen filters van sigaretten zijn voor de rapporteur eveneens een punt van zorg. Deze filters nemen de tweede plaats in op de lijst van kunststofproducten die het meest als zwerfvuil worden achtergelaten op de Europese stranden. De rapporteur stelt voor om een nieuw artikel 4 bis toe te voegen: "Vermindering van afval van tabaksproducten na gebruik".

In dit artikel wordt bepaald dat, bovenop de toepassing van de regeling voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voor de producenten van tabak, de lidstaten verminderingsstreefwaarden moeten vaststellen voor kunststoffen sigarettenfilters van 50 % tegen 2025 en 80 % tegen 2030(11).

De lidstaten zouden zich er eveneens toe moeten verbinden om een inzamelingsregeling vast te stellen voor sigarettenpeuken. En daarna zouden zij zich moeten laten inspireren door het Italiaanse model en ontradende boetes vaststellen voor rokers die hun sigarettenpeuken op de grond of in de riool gooien.

4.  Anderzijds is de rapporteur van mening dat de Commissie te ver gaat op het gebied van de in artikel 8 vermelde "uitgebreide producentenverantwoordelijkheid".

De rapporteur erkent dat dit een belangrijk instrument is voor het milieubeleid en deelt de ambitie van de Commissie om de reeds bestaande maatregelen in de afvalwetgeving aan te vullen. Anderzijds stelt ze, verwijzend naar artikel 8, lid 1, van Richtlijn 2008/98/EG (kaderrichtlijn afval), vast dat deze verantwoordelijkheid zich in geen enkel geval uitstrekt tot het opruimen van zeeën en stranden. Richtlijn (EU) 2018/852 betreffende verpakking en verpakkingsafval schrijft voor dat er voor verpakkingen regelingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid moeten worden ingesteld tegen 31 december 2024, drie jaar later dan de in dit voorstel vastgelegde datum. Dit zijn allemaal elementen die vragen oproepen bij de rapporteur, die meent dat de regeling voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid proportioneel moet blijven.

5.  Opname van zeer lichte plastic draagtassen

Uw rapporteur stelt voor om aan de lijst van artikel 5, producten waarvoor beperkingen gelden, plastic draagtassen van minder dan 15 micron toe te voegen, die niet onder Richtlijn (EU) 2015/720 betreffende de vermindering van het verbruik van lichte plastic draagtassen vallen.

Gezien de snelle gedragsverandering bij consumenten in de meeste lidstaten waar voortaan voor plastic draagtassen bij het verkooppunt moet worden betaald, meent de rapporteur dat er een duidelijk signaal moet komen in de vorm van een verbod voor de categorie zeer lichte plastic draagtassen, behalve voor de tassen die een hygiënische functie vervullen.

6.  Vistuig is eveneens een thema waarvoor de rapporteur wijzigingen wenst aan te brengen. Zij stelt vast dat er reeds bepaalde EU-instrumenten(12) bestaan voor de aanpak van vervuiling door op zee achtergelaten of verloren netten en ander vistuig, maar dat het gebrek aan doeltreffende controles op EU-niveau van verloren vistuig ertoe leidt dat dit probleem blijft bestaan. Meer dan 30 % van het afval dat afkomstig is van vissersboten en pleziervaartuigen, dat naar de havens zou moeten worden gebracht, komt nooit aan op zijn bestemming en eindigt waarschijnlijk in zee(13). De rapporteur vindt het logisch dat de regeling voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid wordt toegepast op de producenten van vistuig.

Zij voegt aan artikel 8, lid 3, een recyclingstreefwaarde van 15 % toe, aangezien vistuig, zoals alle stevige materialen, veel potentieel heeft om opnieuw te worden gebruik en dus naar de haven moet worden teruggebracht. Dit is een realistische doelstelling, gelet op de beste praktijken, bijvoorbeeld die van IJsland: 45 % recycling vastgelegd sinds 2006, tegenwoordig bijgesteld naar 85 % terugwinning van netten en draden.(14)

De globale ambitie van de rapporteur sluit aan op de standpunten van de wetenschappers en ministers die zij heeft ontmoet tijdens de voorbereiding van haar verslag: kunststof heeft, als wonderproduct dat te vervuilend is geworden, een toekomst, en die toekomst bevindt zich veraf van de zeeën en oceanen.

(1)

R. Geyer, J. Jambeck, K. Lavender, University study, "Production, use, and fate of all plastics ever made", Science Advances, Vol.3, n°7, 2017.

(2)

Europese Commissie, Impact Assessment - Reducing Marine Litter: action on single use plastics and fishing gear, SWD(2018) 254 final, 28 mei 2018, deel 1 blz.10.

(3)

ibid., deel 1 blz. 10.

(4)

Artikel 4, lid 1 bis, onder b), van Richtlijn 94/62/EG, zoals gewijzigd door Richtlijn (EU) 2015/720 van 19 april 2015, betreffende de vermindering van het verbruik van lichte plastic draagtassen: "uiterlijk op 31 december 2018 [worden er] geen gratis lichte plastic draagtassen meer [...] verstrekt op de plaats van verkoop van goederen of producten, tenzij er even doeltreffende instrumenten worden toegepast." "

(5)

Europese Commissie, Kunststof voor eenmalig gebruik: nieuwe EU-regels om zwerfvuil op zee terug te dringen, persbericht, 28 mei 2018.

(6)

Effectbeoordeling, op. cit., deel 1, blz. 60.

(7)

ibid., deel 1 blz. 60.

(8)

ibid., deel 1 blz. 60.

(9)

ibid., deel 1 blz. 60.

(10)

ibid., deel 1 blz. 6.

(11)

Verslag van de WGO over "tabak en zijn milieugevolgen:

(12)

Artikel 48 van de verordening van 20 november 2009 tot vaststelling van een communautaire controleregeling voor de visserij, bepaalt dat de kapitein van een vissersvaartuig verloren vistuig binnen de 24 uur moet melden bij de bevoegde autoriteit van de lidstaat waarvan hij de vlag voert.

(13)

Effectbeoordeling, op. cit., blz. 12.

(14)

http://iswa2015.org/assets/files/downloads/marine_litter3.pdf


BIJLAGE: LIJST VAN ENTITEITEN OF PERSONEN VAN WIE DE RAPPORTEUR INPUT HEEFT ONTVANGEN

De volgende lijst is op zuiver vrijwillige basis en onder exclusieve verantwoordelijkheid van de rapporteur opgesteld. De rapporteur heeft bij het voorbereiden van [het ontwerpverslag / het verslag, tot aan de goedkeuring ervan in de commissie] input ontvangen van de volgende entiteiten of personen:

Entiteit en/of persoon

Europees Milieubureau

ClientEarth

Edana

Essenscia

EurEau

European Plastics Converters (EuPC)

Extended Producer Responsibility Alliance (EXPRA)

FoodDrinkEurope

Fostplus

Frans Timmermans, eerste vicevoorzitter van de Europese Commissie voor Betere Regelgeving, Interinstitutionele Betrekkingen, Rechtsstatelijkheid en het Handvest van de grondrechten

Friends of the Earth Europe

Go4Circle

Belgisch Verpakkingsinstituut

Jyrki Katainen, vicevoorzitter van de Europese Commissie

voor Banen, Groei, Investeringen en Concurrentievermogen

Karmenu Vella, commissaris voor Milieu, Maritieme Zaken en Visserij

Nestlé S.A.

Pack2Go Europe

Petcore Europe

Philippe De Backer, staatssecretaris voor Bestrijding van de sociale fraude, Privacy en Noordzee, toegevoegd aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid

Plastics Europe

Plastics Recyclers Europe

Permanente Vertegenwoordiging van Oostenrijk bij de Europese Unie

Rethink Plastic Alliance

Seas at risk

Sky

Suez S.A.

Surfrider Foundation Europe

Tetra Pack International S.A.

Zero Waste Europe


ADVIES van de Commissie economische en monetaire zaken (26.9.2018)

aan de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid

inzake het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de vermindering van de effecten van bepaalde kunststofproducten op het milieu

(COM(2018)0340 – C8-0218/2018 – 2018/0172(COD))

Rapporteur voor advies: Barbara Kappel

BEKNOPTE MOTIVERING

Het initiatief met betrekking tot kunststofproducten voor eenmalig gebruik maakt deel uit van de bredere agenda van de EU inzake de circulaire economie. Het betreft economische stimuleringsmaatregelen om het zwerfvuil op zee te verminderen. Hierbij gaat het met name om de negatieve externaliteiten van kunststofproducten voor eenmalig gebruik. Externaliteiten zijn de niet‑gecompenseerde gevolgen van economische beslissingen voor derden. Deze maken geen onderdeel uit van het besluitvormingsproces van de veroorzaker. Vanuit economisch oogpunt vertegenwoordigen ze een vorm van marktfalen, waardoor ingrijpen door de staat nodig kan zijn.

Het voorkomen en verminderen van kunststofzwerfvuil op zee bestaande uit kunststofproducten voor eenmalig gebruik (SUP) en vistuig dat kunststoffen bevat, vormt een aanvulling op specifieke maatregelen die al voorzien zijn in het kader van de EU-kunststoffenstrategie. Na het aanpakken van plastic tassen in 2015 is vastgesteld dat tien SUP‑producten en vistuig (de zogenaamde microplastics) 70 % van het zwerfvuil op zee uitmaken. Het is belangrijk dat de EU en de lidstaten passend reageren om de milieuaspecten van zwerfvuil op zee aan te pakken door de hoeveelheid plastics in de oceanen en op stranden te reduceren, en dat – tegelijkertijd – een grotere nadruk komt te liggen op de bredere context van de overstap van plastics naar een circulaire economie.

Zwerfvuil op zee is een mondiaal probleem, dat de grenzen van de EU ver overschrijdt, en waarvoor alleen mondiale overeenstemming zal volstaan om deze uitdaging voor onze planeet aan te pakken. Uit studies blijkt dat 80 % van het zwerfvuil op zee afkomstig is uit 20 landen, en dat geen van die landen een EU‑lidstaat is. De rapporteur dringt dan ook aan op een mondiale benadering voor het aanpakken van verontreiniging door plastics, en hamert op het belang van maatregelen op het niveau van de G7 en de G20, alsook op de verwezenlijking van de doelstellingen voor duurzame ontwikkeling van de VN.

De financiële sector moet bedrijven helpen meer te investeren in duurzame oplossingen alvorens overheden overgaan tot beleidsmaatregelen. De rapporteur spreekt de voorkeur uit voor een benadering op basis van hogere normen, waarmee bepaalde verontreinigende producten uit de markt worden gedrukt en tegelijkertijd O&O naar en innovatie met betrekking tot op kostenefficiëntere wijze te recycleren, biologisch afbreekbare of niet‑verontreinigende producten worden bevorderd. Deze nieuwe normen moeten binnen een redelijke termijn worden geïmplementeerd om ervoor te zorgen dat kmo's hun bedrijfsmodel kunnen aanpassen (in de wetenschap dat de overgrote meerderheid van de 50 000 plasticconverterende bedrijven in de EU kmo's zijn).

Uit een analyse van de Commissie blijkt dat de door haar voorgestelde opties, uiteenlopend van een verbod op bepaalde SUP-plastics en reductiedoelstellingen, uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (EPR), maatregelen op het gebied van het productontwerp, en stimulansen voor het terugbrengen van vistuig voor vissers, een besparing van 2,6 miljoen ton CO2-equivalent zou kunnen opleveren en milieuschade ten belope van 11 miljard EUR zou kunnen helpen vermijden. De nalevingskosten voor het bedrijfsleven bedragen 2 miljard EUR en de kosten voor afvalbeheer 510 miljoen EUR. De consumenten zouden ongeveer 6,5 miljard EUR besparen, terwijl een depositofonds of een equivalent systeem de consumenten 1,4 miljard EUR extra zou kosten. De Commissie raamt dat de extra kosten voor de visserijsector in het beste scenario 0,16 % van de inkomsten zullen bedragen. De Commissie levert evenwel geen gegevens betreffende de implementatiekosten van volledig aan de eindverbruiker doorberekende EPR.

De aanpak van zwerfvuil op zee kan economische kansen creëren. Bedrijven kunnen hun concurrentievermogen vergroten met innovatie en O&O door een bijdrage te leveren aan een hulpbronnenefficiënte, koolstofvrije economie. Investeringen in de preventie van zwerfvuil op zee, en in duurzame alternatieve materialen, producten en bedrijfsmodellen kunnen helpen bij het creëren van nieuwe banen, en een positieve uitwerking hebben op technische en wetenschappelijke vaardigheden. Hoewel het initiatief ter vermindering van SUP-plastics wordt toegejuicht, is een evenwichtige benadering nodig die evenredigheid waarborgt.

AMENDEMENTEN

De Commissie economische en monetaire zaken verzoekt de bevoegde Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid onderstaande amendementen in aanmerking te nemen:

Amendement    1

Voorstel voor een richtlijn

Overweging -1 (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(-1)  Economische welvaart van de Unie is onlosmakelijk verbonden met de milieuduurzaamheid op de lange termijn. Verhoging van de duurzaamheid van economische modellen van de lidstaten kan nieuwe mogelijkheden bieden voor innovatie, het concurrentievermogen en het creëren van nieuwe banen.

Amendement    2

Voorstel voor een richtlijn

Overweging -1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(-1 bis)   Uitdagingen die zijn verbonden aan de behandeling van kunststofafval kunnen worden omgezet in een kans voor de Europese industrie om wereldwijd leider te worden als het gaat om het voorzien in oplossingen voor de overgang naar een circulaire economie.

Amendement    3

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(3)  Zwerfvuil op zee is grensoverschrijdend en wordt erkend als een wereldwijd probleem. Het zwerfvuil op zee verminderen, is van essentieel belang voor het bereiken van duurzame-ontwikkelingsdoelstelling nr. 14 van de Verenigde Naties, waarin wordt opgeroepen tot het behoud en duurzame gebruik van de oceanen, zeeën en mariene resources met het oog op duurzame ontwikkeling36. De Unie moet haar bijdrage leveren aan het aanpakken van zwerfvuil op zee en zou als voorbeeld voor de rest van de wereld moeten kunnen dienen. In deze context werkt de Unie samen met partners in een aantal internationale fora zoals G20, G7 en de Verenigde Naties ter bevordering van gecoördineerde actie. Dit initiatief maakt deel uit van de inspanningen van de Unie op dit gebied.

(3)  Zwerfvuil op zee is grensoverschrijdend en wordt erkend als een wereldwijd probleem. Preventie en beheer van kunststofafval zijn het meest succesvol en doelmatig indien er internationaal wordt samengewerkt en wanneer er gebruik wordt gemaakt van een wetenschappelijke, empirisch onderbouwde aanpak. Het zwerfvuil op zee verminderen, is van essentieel belang voor het bereiken van duurzame-ontwikkelingsdoelstelling nr. 14 van de Verenigde Naties, waarin wordt opgeroepen tot het behoud en duurzame gebruik van de oceanen, zeeën en mariene resources met het oog op duurzame ontwikkeling36. De Unie moet haar bijdrage leveren aan het aanpakken van zwerfvuil op zee en zou als voorbeeld voor de rest van de wereld moeten kunnen dienen. In deze context moet de Unie haar samenwerking versterken, in het bijzonder met de meest vervuilende landen, en samen met partners op internationale niveau, zoals G20, G7 en de Verenigde Naties, gecoördineerde actie bevorderen. Dit initiatief maakt deel uit van de inspanningen van de Unie voor de vermindering van afval ten behoeve van een duurzame en circulaire economie.

__________________

__________________

36 De op 25 september 2015 door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties aangenomen Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling.

36 De op 25 september 2015 door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties aangenomen Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling.

Amendement    4

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(7)  Om de inspanningen te concentreren op de gebieden waar zij het hardst nodig zijn, zou deze richtlijn alleen van toepassing moeten zijn op de vaakst aangetroffen kunststofproducten voor eenmalig gebruik, die in aantal stuks naar schatting ongeveer 86 % vertegenwoordigen van alle kunststofproducten voor eenmalig gebruik die op de stranden van de Unie wordt aangetroffen.

(7)  Om de inspanningen te concentreren op de gebieden waar zij het hardst nodig zijn, zou deze richtlijn van toepassing moeten zijn op de meest frequent aangetroffen kunststofproducten voor eenmalig gebruik, die in aantal stuks naar schatting ongeveer 86 % vertegenwoordigen van alle kunststofproducten voor eenmalig gebruik die op de stranden van de Unie wordt aangetroffen, alsmede op vistuig. De overgang naar een circulaire economie vereist een vermindering van het algehele gebruik van het aantal kunststofproducten voor eenmalig gebruik.

Amendement    5

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 7 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(7 bis)  Deze richtlijn geldt onverminderd de bepalingen van Richtlijn 94/62/EG betreffende kunststofproducten voor eenmalig gebruik die worden beschouwd als verpakkingsartikelen als gedefinieerd in artikel 3, lid 1, van die richtlijn.

Motivering

Er is enige verduidelijking nodig ten aanzien van kunststofproducten voor eenmalig gebruik die onder Richtlijn 94/62/EG vallen.

Amendement    6

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 8

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(8)  Kunststofproducten voor eenmalig gebruik kunnen van een grote verscheidenheid aan kunststoffen worden gemaakt. Kunststoffen worden doorgaans gedefinieerd als polymere materialen waaraan eventueel additieven zijn toegevoegd. Sommige natuurlijke polymeren zouden echter ook onder deze definitie kunnen vallen. Niet-gemodificeerde natuurlijke polymeren dienen er niet onder te vallen, aangezien zij van nature in het milieu voorkomen. Daarom zou de definitie van polymeer in artikel 3, lid 5, van Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad43 moeten worden aangepast en zou voor deze richtlijn een aparte definitie voor kunststoffen moeten worden ingevoerd. Kunststoffen die met gemodificeerde natuurlijke polymeren worden geproduceerd of kunststoffen die op basis van biologische, fossiele of synthetische basisstoffen worden geproduceerd, komen niet in de natuur voor en moeten dan ook binnen de werkingssfeer van deze richtlijn vallen. De aangepaste definitie van kunststoffen moet daarom ook op polymeren gebaseerde rubberen producten en biologische en biologisch afbreekbare kunststoffen omvatten, ongeacht of zij al dan niet van biomassa zijn afgeleid en/of bedoeld zijn om na verloop van tijd biologisch af te breken. Sommige polymere materialen zoals polymere coatings, verven, inkten en lijmen kunnen niet fungeren als structureel hoofdbestanddeel van eindmaterialen en eindproducten. Het is niet nodig dat die materialen in deze richtlijn aan de orde komen en zij moeten ook niet onder de definitie vallen.

(8)  Kunststofproducten voor eenmalig gebruik kunnen van een grote verscheidenheid aan kunststoffen worden gemaakt. Kunststoffen worden doorgaans gedefinieerd als polymere materialen waaraan eventueel additieven zijn toegevoegd. Sommige natuurlijke polymeren zouden echter ook onder deze definitie kunnen vallen. Niet-gemodificeerde natuurlijke polymeren dienen er niet onder te vallen, aangezien zij van nature in het milieu voorkomen. Daarom zou de definitie van polymeer in artikel 3, lid 5, van Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad43 moeten worden aangepast en zou voor deze richtlijn een aparte definitie voor kunststoffen moeten worden ingevoerd. Kunststoffen die met gemodificeerde natuurlijke polymeren worden geproduceerd of kunststoffen die op basis van biologische, fossiele of synthetische basisstoffen worden geproduceerd, komen niet in de natuur voor en moeten dan ook binnen de werkingssfeer van deze richtlijn vallen. De aangepaste definitie van kunststoffen moet daarom ook op polymeren gebaseerde rubberen producten en biologische en biologisch afbreekbare kunststoffen omvatten, ongeacht of zij al dan niet van biomassa zijn afgeleid en/of bedoeld zijn om na verloop van tijd biologisch af te breken. Sommige polymere materialen zoals polymere coatings, bekledingsmaterialen of lagen, verven, inkten en lijmen kunnen niet fungeren als structureel hoofdbestanddeel van eindmaterialen en eindproducten. Het is niet nodig dat die materialen in deze richtlijn aan de orde komen en zij moeten ook niet onder de definitie vallen.

_________________

_________________

43 Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH), tot oprichting van een Europees Agentschap voor chemische stoffen, houdende wijziging van Richtlijn 1999/45/EG en houdende intrekking van Verordening (EEG) nr. 793/93 van de Raad en Verordening (EG) nr. 1488/94 van de Commissie alsmede Richtlijn 76/769/EEG van de Raad en de Richtlijnen 91/155/EEG, 93/67/EEG, 93/105/EG en 2000/21/EG van de Commissie (PB L 396 van 30.12.2006, blz. 1).

43 Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH), tot oprichting van een Europees Agentschap voor chemische stoffen, houdende wijziging van Richtlijn 1999/45/EG en houdende intrekking van Verordening (EEG) nr. 793/93 van de Raad en Verordening (EG) nr. 1488/94 van de Commissie alsmede Richtlijn 76/769/EEG van de Raad en de Richtlijnen 91/155/EEG, 93/67/EEG, 93/105/EG en 2000/21/EG van de Commissie (PB L 396 van 30.12.2006, blz. 1).

Amendement    7

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 11

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(11)  Voor sommige kunststofproducten voor eenmalig gebruik zijn nog geen geschikte en duurzamere alternatieven algemeen beschikbaar; naar verwachting zal de consumptie van dergelijke kunststofproducten voor eenmalig gebruik toenemen. Om die trend te keren en inspanningen voor duurzamere oplossingen te bevorderen, zouden de lidstaten verplicht moeten worden om de nodige maatregelen te nemen zodat zij de consumptie van die producten aanzienlijk kunnen verminderen, zonder daarbij afbreuk te doen aan de hygiëne en veiligheid van de levensmiddelen, goede hygiënische praktijken, goede productiepraktijken, de informatieverlening aan de consument of de in de voedingsmiddelenwetgeving van de Unie44 vastgestelde traceerbaarheidseisen.

(11)  Voor sommige kunststofproducten voor eenmalig gebruik zijn nog geen geschikte en duurzamere alternatieven algemeen beschikbaar; naar verwachting zal de consumptie van dergelijke kunststofproducten voor eenmalig gebruik toenemen. Om inspanningen voor duurzamere oplossingen te bevorderen, zouden de lidstaten verplicht moeten worden om de nodige maatregelen te nemen zodat zij de consumptie van die producten aanzienlijk kunnen verminderen, zoals voor plastic zakken het geval is krachtens Richtlijn 94/62/EG, en onverminderd artikel 18 van Richtlijn 94/62/EG, zonder daarbij afbreuk te doen aan de hygiëne en veiligheid van de levensmiddelen, goede hygiënische praktijken, goede productiepraktijken, de informatieverlening aan de consument of de in de voedingsmiddelenwetgeving van de Unie44 vastgestelde traceerbaarheidseisen. De lidstaten moeten het gebruik aanmoedigen van herbruikbare producten die geschikt zijn voor een circulaire economie, zonder het vrije verkeer van goederen op de interne markt in gevaar te brengen en zonder de concurrentie tussen EU-producenten en producenten buiten de EU te verstoren. Alle maatregelen die een aanzienlijke vermindering van het verbruik van kunststofproducten voor eenmalig gebruik beogen, moeten in verhouding staan tot de doelstellingen van deze richtlijn. Bij die maatregelen moet rekening worden gehouden met de effecten van producten gedurende hun volledige levenscyclus.

__________________

__________________

 

43 bis Richtlijn 94/62/EEG van de Raad van 20 december 1994 inzake de behandeling van stedelijk afvalwater (PB L 365 van 31.12.1994, blz. 10).

44 Verordening (EG) 178/2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving (PB L 31 van 1.2.2002, blz. 1-24), Verordening (EG) nr. 852/2004 inzake levensmiddelenhygiëne (PB L 139 van 30.4.2004, blz. 1-54), Verordening (EG) nr. 1935/2004 inzake materialen en voorwerpen bestemd om met levensmiddelen in contact te komen en andere relevante wetgeving met betrekking tot voedselveiligheid, hygiëne en etikettering (PB L 338 van 13.11.2004, blz. 4-17).

44 Verordening (EG) 178/2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving (PB L 31 van 1.2.2002, blz. 1-24), Verordening (EG) nr. 852/2004 inzake levensmiddelenhygiëne (PB L 139 van 30.4.2004, blz. 1-54), Verordening (EG) nr. 1935/2004 inzake materialen en voorwerpen bestemd om met levensmiddelen in contact te komen en andere relevante wetgeving met betrekking tot voedselveiligheid, hygiëne en etikettering (PB L 338 van 13.11.2004, blz. 4-17).

Amendement    8

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 11 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(11 bis)  De lidstaten moeten in overeenstemming met Richtlijn 94/62/EG worden verplicht de Commissie in kennis te stellen van ontwerpmaatregelen met betrekking tot verpakkingen voordat zij deze goedkeuren, zodat kan worden nagegaan of die maatregelen de werking van de interne markt mogelijk zullen belemmeren.

Motivering

Het is belangrijk te zorgen voor samenhang tussen Richtlijn 94/62/EG, met name artikel 16 (Kennisgeving) en artikel 18 (Vrij in de handel brengen), en deze richtlijn wanneer het over kunststofverpakking voor eenmalig gebruik gaat en om de interne markt voor verpakkingen veilig te stellen.

Amendement    9

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 14

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(14)  Sommige kunststofproducten voor eenmalig gebruik komen in het milieu terecht door een ongepaste verwijdering via rioleringen of een andere ongepaste lozing in het milieu. Daarom moeten kunststofproducten voor eenmalig gebruik die vaak via rioleringen of op andere ongepaste manieren worden afgevoerd, onderworpen worden aan markeringsvoorschriften. De markering moet de consumenten informeren over passende manieren afval te verwijderen en/of over verwijderingsmogelijkheden die vermeden moeten worden en/of over de negatieve gevolgen van zwerfvuil op het milieu als gevolg van verkeerde verwijdering. De Commissie moet gemachtigd worden een geharmoniseerd formaat voor de markering vast te stellen en dient deze voor te leggen aan representatieve groepen consumenten, om te verifiëren of de voorgestelde markering duidelijk genoeg is en het juiste effect heeft.

(14)  Sommige kunststofproducten voor eenmalig gebruik komen in het milieu terecht door een ongepaste verwijdering via rioleringen of een andere ongepaste lozing in het milieu. Daarom moeten kunststofproducten voor eenmalig gebruik die vaak via rioleringen of op andere ongepaste manieren worden afgevoerd, onderworpen worden aan markeringsvoorschriften. De markering moet de consumenten informeren over passende manieren afval te verwijderen en/of over verwijderingsmogelijkheden die vermeden moeten worden en/of over de negatieve gevolgen van zwerfvuil op het milieu als gevolg van verkeerde verwijdering. De Commissie moet gemachtigd worden een geharmoniseerd formaat voor de markering, bijvoorbeeld een logo, vast te stellen en dient deze voor te leggen aan representatieve groepen consumenten, om te verifiëren of de voorgestelde markering duidelijk genoeg is en het juiste effect heeft. Daarbij moet de Commissie rekening houden met de bestaande sectorale vrijwillige overeenkomsten die daartoe zijn gesloten. Voorts kunnen de lidstaten regels vaststellen inzake afschrikkende boetes en sancties voor degenen die ervoor verantwoordelijk zijn dat zwerfafval in het milieu terechtkomt.

Amendement    10

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 15

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(15)  Voor kunststofproducten voor eenmalig gebruik waarvoor geen geschikte en duurzamere alternatieven algemeen beschikbaar zijn, moeten de lidstaten, volgens het beginsel dat de vervuiler betaalt, ook regelingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid invoeren, ter dekking van de kosten van het afvalbeheer, het opruimen van het zwerfvuil en de bewustmakingsmaatregelen ter preventie en vermindering van dergelijk zwerfvuil.

(15)  Voor kunststofproducten voor eenmalig gebruik waarvoor geen geschikte en duurzamere alternatieven algemeen beschikbaar zijn, moeten de lidstaten, volgens het beginsel dat de vervuiler betaalt, ook regelingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid invoeren, ter dekking van de noodzakelijke kosten van het afvalbeheer in overeenstemming met de artikelen 8 en 8 bis van Richtlijn 2008/98/EG en artikel 7 van Richtlijn 94/62/EG, en de kosten van bewustmakingsmaatregelen ter preventie en vermindering van zwerfvuil.

Motivering

De bestrijding van zwerfvuil moet een inspanning zijn van bevoegde autoriteiten, producenten en consumenten. Het zwerfvuilprobleem wordt niet opgelost door de producenten de kosten voor de opruiming te laten betalen, maar door het gedrag van de consument te veranderen door middel van voorlichting en handhaving van de bestaande wetgeving. Zwerfvuil voorkomen is veel doeltreffender.

Amendement    11

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 15 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(15 bis)  Er moet worden gezorgd voor een uniforme tenuitvoerlegging van de maatregelen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid teneinde concurrentieverstoring op de interne markt te vermijden.

Amendement    12

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 15 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(15 ter)  Economische stimuleringsmaatregelen kunnen de keuzes van consumenten beïnvloeden, bepaalde consumentengewoontes aan- of ontmoedigen en aldus worden gebruikt als doelmatig hulpmiddel aan de bron om het effect van bepaalde kunststoffen op het milieu te verminderen.

Amendement    13

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 16

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(16)  Het feit dat achtergelaten, verloren en weggegooid vistuig dat kunststoffen bevat zo'n groot aandeel vormt van het zwerfvuil op zee geeft aan dat de bestaande wettelijke voorschriften46 onvoldoende stimulansen bieden om dergelijk vistuig naar de kust terug te brengen om daar ingezameld en verwerkt te worden. Het systeem voor indirecte bijdragen voor het afgeven van afval zoals voorzien in de EU-wet inzake havenontvangstvoorzieningen maakt het minder aantrekkelijk voor schepen om hun afval op zee lozen en verzekert een recht van afgifte. Dat systeem zou echter moeten worden aangevuld met andere manieren om vissers financieel te stimuleren hun afgedankte vistuig naar de kust terug te brengen en zo een mogelijke verhoging van de te betalen indirecte afvalbijdrage te vermijden. Aangezien kunststoffen bestanddelen van vistuig een hoog recyclagepotentieel hebben, moeten de lidstaten, volgens het beginsel dat de vervuiler betaalt, een uitgebreide producentenverantwoordelijkheid invoeren voor vistuig dat kunststoffen bevat, om een gescheiden inzameling van afgedankt vistuig mogelijk te maken en ter financiering van een degelijk afvalbeheer van dergelijk vistuig, in het bijzonder de recyclage ervan.

(16)  Het feit dat achtergelaten, verloren en weggegooid vistuig dat kunststoffen bevat zo'n groot aandeel vormt van het zwerfvuil op zee geeft aan dat de bestaande wettelijke voorschriften46 onvoldoende stimulansen bieden om dergelijk vistuig naar de kust terug te brengen om daar ingezameld en verwerkt te worden. Het systeem voor indirecte bijdragen voor het afgeven van afval zoals voorzien in de EU-wet inzake havenontvangstvoorzieningen maakt het minder aantrekkelijk voor schepen om hun afval op zee lozen en verzekert een recht van afgifte. Dat systeem is echter niet effectief genoeg om vissers te stimuleren om hun afgedankte vistuig naar de kust terug te brengen. Aangezien kunststoffen bestanddelen van vistuig een hoog recyclagepotentieel hebben, moeten de lidstaten, volgens het beginsel dat de vervuiler betaalt, een uitgebreide producentenverantwoordelijkheid invoeren voor vistuig dat kunststoffen bevat, ter financiering van een degelijk afvalbeheer van dergelijk vistuig, in het bijzonder de recyclage ervan. Bovendien moeten de Commissie en de lidstaten samenwerken om mechanismen te creëren om de hoeveelheid afgedankt vistuig te verminderen en om een gescheiden inzameling van afgedankt vistuig te vergemakkelijken.

__________________

__________________

46 Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad, Richtlijn 2000/59/EG en Richtlijn 2008/98/EG.

46 Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad, Richtlijn 2000/59/EG en Richtlijn 2008/98/EG.

Amendement    14

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 18

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(18)  Om ongepaste vormen van verwijdering, die leiden tot kunststofbevattend zwerfvuil op zee, te voorkomen, moeten de consumenten correct worden geïnformeerd over de beste beschikbare manieren om afval te verwijderen en/of over verwijderingsmethoden die vermeden moeten worden, over de beste afvalverwijderingspraktijken en de milieueffecten van slechte verwijderingspraktijken, en over het kunststofgehalte van bepaalde kunststofproducten voor eenmalig gebruik en vistuig. Daarom zouden de lidstaten verplicht moeten worden de nodige bewustmakingsmaatregelen te nemen om te verzekeren dat dit soort informatie aan de consumenten wordt gegeven. De informatie mag geen promotionele inhoud bevatten die aanspoort tot gebruik van kunststofproducten voor eenmalig gebruik. De lidstaten moeten in de gelegenheid gesteld worden maatregelen te kiezen die het best passen bij de aard van het product of het gebruik ervan. Producenten van kunststofproducten voor eenmalig gebruik en vistuig dat kunststoffen bevat, zouden de kosten voor de bewustmakingsmaatregelen via hun verplichte uitgebreide producentenverantwoordelijkheid moeten dekken.

(18)  Om ongepaste vormen van verwijdering, die leiden tot kunststofbevattend zwerfvuil op zee, te voorkomen, moeten de consumenten correct worden geïnformeerd over de beste beschikbare manieren om afval te verwijderen en/of over verwijderingsmethoden die vermeden moeten worden, over de beste afvalverwijderingspraktijken en de milieueffecten van slechte verwijderingspraktijken, en over het kunststofgehalte van bepaalde kunststofproducten voor eenmalig gebruik en vistuig. Daarom zouden de lidstaten verplicht moeten worden de nodige bewustmakingsmaatregelen te nemen, onder meer educatieve campagnes op school, om te verzekeren dat dit soort informatie aan de consumenten wordt gegeven zodat ze ertoe worden aangemoedigd hun gedrag te veranderen en zich actiever in te zetten voor de preventie van zwerfvuil. De lidstaten moeten in de gelegenheid gesteld worden maatregelen te kiezen die het best passen bij de regionale omstandigheden, de aard van het product of het gebruik ervan. Er moet op worden gelet dat er geen concurrentieverstoring optreedt tussen EU-producenten van kunststofproducten voor eenmalig gebruik en vistuig dat kunststoffen bevat, en concurrenten buiten de EU die hun producten op de interne markt mogen verkopen. Producenten van kunststofproducten voor eenmalig gebruik en vistuig dat kunststoffen bevat, moeten in het kader van hun verantwoordelijkheid deel uitmaken van de bewustmakingsmaatregelen. De producenten mogen niet worden verplicht de kosten van deze bewustmakingscampagnes te dekken. De bestrijding van zwerfafval moet een gedeelde inspanning zijn van bevoegde autoriteiten, producenten en consumenten.

Amendement    15

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 22

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(22)  Krachtens paragraaf 22 van het Interinstitutioneel akkoord tussen het Europees Parlement, de Raad van de Europese Unie en de Europese Commissie over beter wetgeven van 13 april 201648 moet de Commissie deze richtlijn evalueren. Deze evaluatie moet gebaseerd zijn op ervaringen die verworven en gegevens die verzameld zijn tijdens de uitvoering van deze richtlijn, en gegevens die verzameld zijn in het kader van Richtlijn 2008/56/EG of Richtlijn 2008/98/EG. De evaluatie zou de basis moeten zijn voor een beoordeling van mogelijke verdere maatregelen en een beoordeling of, met het oog op de monitoring van zwerfvuil op zee in de Europese Unie, de bijlage waarin de kunststofproducten voor eenmalig gebruik zijn opgenomen al dan niet moet worden herzien. Tijdens de evaluatie moet ook worden bekeken of wetenschappelijke en technische ontwikkelingen die zich in de tussentijd hebben voorgedaan, met inbegrip van de ontwikkeling van biologisch afbreekbare materialen en de uitwerking van criteria of een norm voor de biologische afbreekbaarheid van kunststoffen in het mariene milieu, zoals in de Europese kunststoffenstrategie voorzien, al dan niet de mogelijkheid bieden om een norm voor biologische afbreekbaarheid van bepaalde kunststofproducten voor eenmalig gebruik in het mariene milieu vast te stellen. Die norm zou een norm omvatten om te testen of kunststoffen, als gevolg van hun fysische of biologische afbraak in het mariene milieu, volledig en snel genoeg zouden afbreken tot koolstofdioxide (CO2), biomassa en water dat de kunststoffen niet schadelijk zijn voor het mariene leven en niet leiden tot een ophoping van kunststoffen in het milieu. Als dat het geval is, kunnen kunststofproducten voor eenmalig gebruik die aan een dergelijke norm voldoen, vrijgesteld worden van het verbod op het in de handel brengen ervan. Terwijl de Europese kunststoffenstrategie al de nodige actie voorziet op dit vlak, erkent zij ook dat het opzetten van een regelgevend kader voor kunststoffen met biologisch afbreekbare eigenschappen een uitdaging zal zijn, vanwege de verschillende mariene omstandigheden die zich in diverse zeeën kunnen voordoen.

(22)  Krachtens paragraaf 22 van het Interinstitutioneel akkoord tussen het Europees Parlement, de Raad van de Europese Unie en de Europese Commissie over beter wetgeven van 13 april 201648 moet de Commissie deze richtlijn evalueren. Deze evaluatie moet gebaseerd zijn op ervaringen die verworven en gegevens die verzameld zijn tijdens de uitvoering van deze richtlijn, en gegevens die verzameld zijn in het kader van Richtlijn 2008/56/EG of Richtlijn 2008/98/EG. De evaluatie zou de basis moeten zijn voor een beoordeling van mogelijke verdere maatregelen en een beoordeling of, met het oog op de monitoring van zwerfvuil op zee in de Europese Unie, de bijlage waarin de kunststofproducten voor eenmalig gebruik zijn opgenomen al dan niet moet worden herzien. Tijdens de evaluatie moet ook worden bekeken of wetenschappelijke en technische ontwikkelingen die zich in de tussentijd hebben voorgedaan, met inbegrip van de ontwikkeling van biologisch afbreekbare materialen en de uitwerking van criteria of een norm voor de biologische afbreekbaarheid van kunststoffen in het mariene milieu, zoals in de Europese kunststoffenstrategie voorzien, al dan niet de mogelijkheid bieden om een norm voor biologische afbreekbaarheid van bepaalde kunststofproducten voor eenmalig gebruik in het mariene milieu vast te stellen. Die norm zou een norm omvatten om te testen of kunststoffen, als gevolg van hun fysische of biologische afbraak in het mariene milieu, volledig en snel genoeg zouden afbreken tot koolstofdioxide (CO2), biomassa en water dat de kunststoffen niet schadelijk zijn voor het mariene leven en niet leiden tot een ophoping van kunststoffen in het milieu. Als dat het geval is, kunnen kunststofproducten voor eenmalig gebruik die aan een dergelijke norm voldoen, vrijgesteld worden van het verbod op het in de handel brengen ervan. Terwijl de Europese kunststoffenstrategie al de nodige actie voorziet op dit vlak, erkent zij ook dat het opzetten van een regelgevend kader voor kunststoffen met biologisch afbreekbare eigenschappen een uitdaging zal zijn, vanwege de verschillende mariene omstandigheden die zich in diverse zeeën kunnen voordoen. Bij de evaluatie moet ook worden beoordeeld wat het economisch effect is op de sectoren die het meest met deze richtlijn te maken hebben, met inbegrip van de nalevingskosten.

__________________

__________________

48 PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.

48 PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.

Amendement    16

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Deze richtlijn heeft tot doel de effecten van bepaalde kunststofproducten op het milieu, in het bijzonder op het aquatisch milieu, en op de menselijke gezondheid te voorkomen en te verminderen, en de overgang naar een circulaire economie met vernieuwende bedrijfsmodellen, producten en materialen te bevorderen, en zo ook bij te dragen tot de efficiënte werking van de interne markt.

Deze richtlijn heeft tot doel de effecten van bepaalde kunststofproducten op het milieu, in het bijzonder op het aquatisch milieu, en op de menselijke gezondheid te voorkomen en aanzienlijk te verminderen, en de leidende rol van de EU bij het bevorderen van de overgang naar een circulaire economie met vernieuwende en duurzame bedrijfsmodellen, producten en niet-toxische materialen te versterken, en zo ook bij te dragen tot de efficiënte werking van de interne markt.

Amendement    17

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 – lid 1 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten treffen de maatregelen die nodig zijn om op hun grondgebied tegen … [zes jaar na de einddatum voor omzetting van deze richtlijn] een aanzienlijke vermindering te realiseren van de consumptie van de in deel A van de bijlage opgenomen kunststofproducten voor eenmalig gebruik.

Onverminderd artikel 18 van Richtlijn 94/62/EG treffen de lidstaten de maatregelen die nodig zijn om op hun grondgebied tegen … [vier jaar na de einddatum voor omzetting van deze richtlijn] een aanzienlijke vermindering te realiseren van de consumptie van de in deel A van de bijlage opgenomen kunststofproducten voor eenmalig gebruik.

Amendement    18

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 8 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De lidstaten zorgen ervoor dat regelingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid worden opgesteld voor alle in deel C van de bijlage opgenomen kunststofproducten voor eenmalig gebruik die op de EU-markt in de handel worden gebracht, in overeenstemming met bepalingen inzake uitgebreide producentenverantwoordelijkheid van Richtlijn 2008/98/EG.

1.  De lidstaten stellen regelingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid op voor alle in deel C van de bijlage opgenomen kunststofproducten voor eenmalig gebruik die op de EU-markt in de handel worden gebracht, mits er geen concurrentieverstoring optreedt en mits geïmporteerde producten en in de EU geproduceerde producten worden behandeld met hetzelfde effect op de marktprijzen. Tevens wordt ervoor gezorgd dat de bepalingen inzake uitgebreide producentenverantwoordelijkheid van Richtlijn 2008/98/EG worden nageleefd.

Amendement    19

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 8 – lid 2 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Wat de regelingen betreft die krachtens lid 1 worden opgesteld, zorgen de lidstaten ervoor dat de kosten voor de inzameling van afval bestaande uit van de in deel E van de bijlage opgenomen kunststofproducten voor eenmalig gebruik en voor het vervoer en de verwerking ervan achteraf, met inbegrip van de kosten voor de opruiming van zwerfvuil en de kosten voor de in artikel 10 bedoelde bewustmakingsmaatregelen met betrekking tot die producten, voor rekening komt van de producenten van die producten.

Wat de regelingen betreft die krachtens lid 1 worden opgesteld, zorgen de lidstaten ervoor dat de noodzakelijke kosten voor de inzameling van afval bestaande uit van de in deel E van de bijlage opgenomen kunststofproducten voor eenmalig gebruik en voor het vervoer en de verwerking ervan achteraf, als gedefinieerd in de artikelen 8 en 8 bis van Richtlijn 2008/98/EG, met inbegrip van de kosten voor de opruiming van zwerfvuil en de kosten voor de in artikel 10 bedoelde bewustmakingsmaatregelen met betrekking tot die producten, voor rekening komt van de producenten van die producten.

Motivering

De bestrijding van zwerfvuil moet een inspanning zijn van bevoegde autoriteiten, producenten en consumenten. Het zwerfvuilprobleem wordt niet opgelost door de producenten de kosten voor de opruiming te laten betalen, maar door het gedrag van de consument te veranderen door middel van voorlichting en handhaving van de bestaande wetgeving. Zwerfvuil voorkomen is veel doeltreffender.

Amendement    20

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 8 – lid 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4 bis.  De Commissie publiceert overeenkomstig dit artikel richtsnoeren voor de uitvoering van alle eventuele maatregelen met betrekking tot de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid, met inbegrip van de verdeling van de kosten.

Amendement    21

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 8 – lid 4 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4 ter.  De bevoegde autoriteit zorgt ervoor dat de kosten voor de producenten met betrekking tot de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid evenredig zijn en regelmatig op toegankelijke en transparante wijze aan de betrokken entiteiten worden meegedeeld.

Amendement    22

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 9 – alinea 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  streefwaarden voor gescheiden inzameling vaststellen voor relevante regelingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid.

b)  streefwaarden voor gescheiden inzameling vaststellen voor relevante regelingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid, of

Amendement    23

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 9 – alinea 1 – letter b bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

b bis) afvalinzamelingssystemen opzetten die effectief zijn gebleken en die zij passend achten om de doelstellingen te verwezenlijken.

Amendement    24

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 10 – alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

De lidstaten kunnen, waar nodig, onder meer bewustmakingsmaatregelen invoeren. Deze bewustmakingsmaatregelen kunnen bijvoorbeeld plaatsvinden in scholen of bedrijven.

Amendement    25

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 11 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Coördinatie van maatregelen

Coördinatie van maatregelen tussen de lidstaten

Amendement    26

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 11 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 11 bis

 

Coördinatie van maatregelen op internationaal niveau

 

De Commissie streeft er samen met de lidstaten naar om maatregelen te coördineren waarmee het effect van bepaalde kunststofproducten op het milieu wordt verminderd en de overgang naar duurzame economische modellen op internationaal niveau wordt ondersteund.

Amendement    27

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 15 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De Commissie evalueert deze richtlijn tegen … [zes jaar na de einddatum voor omzetting van deze richtlijn]. De evaluatie vindt plaats op basis van de beschikbare informatie in overeenstemming met artikel 13. De lidstaten verstrekken de Commissie alle bijkomende informatie die nodig is voor de evaluatie en voor de voorbereiding van het in lid 2 bedoelde verslag.

1.  De Commissie evalueert deze richtlijn tegen … [vijf jaar na de einddatum voor omzetting van deze richtlijn]. De evaluatie vindt plaats op basis van de beschikbare informatie in overeenstemming met artikel 13. De lidstaten verstrekken de Commissie alle bijkomende informatie die nodig is voor de evaluatie en voor de voorbereiding van het in lid 2 bedoelde verslag.

Amendement    28

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 15 – lid 3 – letter c bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

c bis)  wat het economisch effect is op de sectoren die het meest met deze richtlijn te maken hebben, en of het economisch effect en de nalevingskosten overeenstemmen met de voorspellingen in de effectbeoordeling van de Commissie.

Amendement    29

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 15 – lid 3 – letter c ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

c ter)  de tenuitvoerlegging van deze richtlijn op enigerlei wijze een negatief effect heeft gehad op het concurrentievermogen van de sectoren die het meest met dit voorstel te maken hebben, in vergelijking met hun concurrenten buiten de EU.

Amendement    30

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage I – Deel D – streepje 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

-  vochtige doekjes, m.a.w. vooraf bevochtigde doekjes voor persoonlijke hygiëne, en voor huishoudelijk en industrieel gebruik,

-  vochtige doekjes, m.a.w. vooraf bevochtigde doekjes voor persoonlijke hygiëne, en voor huishoudelijk en industrieel gebruik en vooraf bevochtigd toiletpapier,

Amendement    31

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage I – Deel D – streepje 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

-  tabaksproducten met filter, en filters die verkocht worden voor gebruik in combinatie met tabaksproducten,

Motivering

Sigarettenfilters vormen het op één na meest aangetroffen voorwerp op stranden en één filter vervuilt minstens 500 liter water. Daarom is het zeer belangrijk dat consumenten zich bewust zijn van de gevolgen wanneer zij sigaretten op straat werpen.

PROCEDURE VAN DE ADVISERENDE COMMISSIE

Titel

Vermindering van de effecten van bepaalde kunststofproducten op het milieu

Document‑ en procedurenummers

COM(2018)0340 – C8-0218/2018 – 2018/0172(COD)

Bevoegde commissie

       Datum bekendmaking

ENVI

11.6.2018

 

 

 

Advies uitgebracht door

       Datum bekendmaking

ECON

5.7.2018

Rapporteur voor advies

       Datum benoeming

Barbara Kappel

20.6.2018

Behandeling in de commissie

3.9.2018

24.9.2018

 

 

Datum goedkeuring

24.9.2018

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

25

19

1

Bij de eindstemming aanwezige leden

Pervenche Berès, Markus Ferber, Jonás Fernández, Giuseppe Ferrandino, Sven Giegold, Roberto Gualtieri, Brian Hayes, Gunnar Hökmark, Barbara Kappel, Philippe Lamberts, Werner Langen, Sander Loones, Bernd Lucke, Olle Ludvigsson, Ivana Maletić, Marisa Matias, Gabriel Mato, Bernard Monot, Luděk Niedermayer, Stanisław Ożóg, Pirkko Ruohonen-Lerner, Anne Sander, Martin Schirdewan, Molly Scott Cato, Pedro Silva Pereira, Ernest Urtasun, Marco Valli, Tom Vandenkendelaere, Miguel Viegas, Steven Woolfe, Marco Zanni, Esther de Lange

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Doru-Claudian Frunzulică, Ramón Jáuregui Atondo, Rina Ronja Kari, Jeppe Kofod, Marcus Pretzell, Romana Tomc, Lieve Wierinck, Roberts Zīle, Sophia in ‘t Veld

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Jo Leinen, Julia Pitera, Virginie Rozière, Sabine Verheyen

HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE ADVISERENDE COMMISSIE

25

+

ALDE

Sophia in 't Veld, Lieve Wierinck

ECR

Sander Loones, Bernd Lucke, Stanisław Ożóg, Roberts Zīle

EFDD

Bernard Monot, Marco Valli

ENF

Barbara Kappel, Marcus Pretzell, Marco Zanni

NI

Steven Woolfe

PPE

Markus Ferber, Brian Hayes, Gunnar Hökmark, Esther de Lange, Werner Langen, Ivana Maletić, Gabriel Mato, Luděk Niedermayer, Julia Pitera, Anne Sander, Romana Tomc, Tom Vandenkendelaere, Sabine Verheyen

19

-

ECR

Pirkko Ruohonen-Lerner

GUE/NGL

Rina Ronja Kari, Marisa Matias, Martin Schirdewan, Miguel Viegas

S&D

Pervenche Berès, Jonás Fernández, Giuseppe Ferrandino, Doru-Claudian Frunzulică, Roberto Gualtieri, Ramón Jáuregui Atondo, Jeppe Kofod, Jo Leinen, Olle Ludvigsson, Virginie Rozière, Pedro Silva Pereira

VERTS/ALE

Sven Giegold, Philippe Lamberts, Molly Scott Cato

1

0

VERTS/ALE

Ernest Urtasun

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding


ADVIES van de Commissie industrie, onderzoek en energie (27.9.2018)

aan de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid

inzake het voorstel voor een Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de vermindering van de effecten van bepaalde kunststofproducten op het milieu

(COM(2018)0340 – C8-0218/2018 – 2018/0172(COD))

Rapporteur voor advies: Barbara Kappel

BEKNOPTE MOTIVERING

Het voorkomen en verminderen van kunststofzwerfvuil op zee bestaande uit kunststofproducten voor eenmalig gebruik (SUP) en vistuig dat kunststoffen bevat, vormt een aanvulling op specifieke maatregelen die al voorzien zijn in het kader van de EU-kunststoffenstrategie. Na het aanpakken van plastic tassen in 2015 is vastgesteld dat 10 SUP-producten en vistuig (de zogenaamde microplastics) 70 % van het zwerfvuil op zee uitmaken. Het is belangrijk dat de EU passende maatregelen treft om de milieu-aspecten van zwerfvuil op zee aan te pakken door de hoeveelheid kunststoffen in de oceanen en op stranden te reduceren, en dat - tegelijkertijd - een grotere nadruk komt te liggen op de bredere context van de overstap van kunststoffen naar een circulaire economie.

Zwerfvuil op zee is een mondiaal probleem, dat de grenzen van de EU ver overschrijdt, en waarvoor alleen mondiale overeenstemming zal volstaan om deze uitdaging voor onze planeet aan te pakken. Uit studies blijkt dat 80 % van het zwerfvuil op zee afkomstig is uit 20 landen, en dat geen van die landen EU-lidstaat is. Rapporteur dringt dan ook aan op een mondiale benadering voor het aanpakken van de verontreiniging met kunststoffen, en hamert op het belang van maatregelen op het niveau van de G7 en de G20, alsook op de verwezenlijking van de doelstellingen voor duurzame ontwikkeling van de VN. Daarnaast zouden multinationale leningverstrekkers en internationale financiers hun inzet moeten richten op maatregelen voor het verminderen van zwerfvuil op zee middels afvalbeheerprogramma's in het kader van de circulaire economie.

Verder is consumentenbewustzijn een cruciaal element voor het succesvol terugdringen van SUP-producten. Rapporteur is ervan overtuigd dat op het brede publiek gerichte bewustmakingscampagnes en voorlichting kunnen bijdragen tot duurzame resultaten wat betreft aan de lidstaten en de industrie opgelegde maatregelen.

Uit een analyse van de Commissie blijkt dat de door haar voorgestelde opties, uiteenlopend van een verbod op bepaalde SUP-kunststoffen en reductiedoelstellingen, uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (EPR), maatregelen op het gebied van het productontwerp, en stimulansen voor het terugbrengen van vistuig voor vissers, een besparing van 2,6 miljoen ton CO2-equivalent zou kunnen opleveren en milieuschade ten belope van EUR 11 miljard zou kunnen helpen vermijden. De nalevingskosten voor het bedrijfsleven bedragen 2 miljard EUR en de kosten voor afvalbeheer 510 miljoen EUR. De consumenten zouden ongeveer 6,5 miljard EUR besparen, terwijl een depositofonds of een equivalent systeem de consumenten nog eens 1,4 miljard EUR zou kosten. De Commissie raamt dat de bijkomende kosten voor de visserij-industrie in het beste scenario 0,16 % van de inkomsten zullen bedragen. De Commissie levert evenwel geen gegevens betreffende de implementatiekosten van volledig aan de eindverbruiker doorberekende EPR.

Rapporteur hecht eraan te benadrukken dat de keuze van het "verbieden" van bepaalde producten in principe een laatste redmiddel moet zijn. Het verdient de voorkeur uit te komen op een benadering op basis van hogere normen, waarmee bepaalde verontreinigende producten uit de markt worden gedrukt en tegelijkertijd O&O naar en innovatie met betrekking tot op kostenefficiëntere wijze te recycleren, biologisch afbreekbare of niet-verontreinigende producten worden bevorderd. Deze nieuwe normen moeten binnen een redelijke termijn worden geïmplementeerd om ervoor te zorgen dat kmo's hun bedrijfsmodel kunnen aanpassen (in de wetenschap dat de overgrote meerderheid van de 50 000 plasticconverterende bedrijven in de EU kmo's zijn).

De aanpak van zwerfvuil op zee kan economische kansen creëren. Bedrijven kunnen hun concurrentievermogen vergroten met innovatie en O&O door een bijdrage te leveren aan een hulpbronnenefficiënte, koolstofvrije economie. Investeringen in de preventie van zwerfvuil op zee, en in duurzame alternatieve materialen, producten en bedrijfsmodellen kunnen helpen bij het creëren van nieuwe banen, en een positieve uitwerking hebben op technische en wetenschappelijke vaardigheden. Hoewel het initiatief voor het reduceren van SUP-kunststoffen wordt toegejuicht, is een evenwichtige benadering nodig die evenredigheid waarborgt.

AMENDEMENTEN

De Commissie industrie, onderzoek en energie verzoekt de bevoegde Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid onderstaande amendementen in aanmerking te nemen:

Amendement    1

Voorstel voor een richtlijn

Visum 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 192, lid 1,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 192, lid 1, en artikel 114, voor zover dit betrekking heeft op verpakking, zoals gedefinieerd in artikel 3, lid 1, van Richtlijn 94/62/EG,

Amendement    2

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(1)  De brede bruikbaarheid en relatief lage kostprijs van kunststoffen betekent dat dit materiaal steeds meer voorkomt in het dagelijkse leven. Het toenemende gebruik van kunststoffen in toepassingen met een korte levensduur, die niet met het oog op hergebruik of kostenefficiënte recyclage zijn ontworpen, betekent dat de desbetreffende productie- en consumptiepatronen steeds minder efficiënt en meer lineair zijn geworden. Om die reden heeft de Commissie, binnen de context van het actieplan voor de circulaire economie32, in de Europese kunststoffenstrategie33 besloten dat de gestaag toenemende productie van kunststofafval en het feit dat dit afval in ons milieu terechtkomt, in het bijzonder in het mariene milieu, moeten worden aangepakt om tot een echt circulaire levenscyclus voor kunststoffen te kunnen komen.

(1)  De brede bruikbaarheid en relatief lage kostprijs van kunststoffen betekent dat dit materiaal steeds meer voorkomt in het dagelijkse leven. Het toenemende gebruik van kunststoffen in toepassingen met een korte levensduur, die niet met het oog op hergebruik of kostenefficiënte recyclage zijn ontworpen, betekent dat de desbetreffende productie- en consumptiepatronen steeds minder efficiënt en meer lineair zijn geworden. Om die reden heeft de Commissie, binnen de context van het actieplan voor de circulaire economie32, in de Europese kunststoffenstrategie33 besloten dat de gestaag toenemende productie van kunststofafval en het feit dat dit afval in ons milieu terechtkomt, in het bijzonder in het mariene milieu, moeten worden aangepakt om tot een echt circulaire levenscyclus voor kunststoffen te kunnen komen. Eventuele aanvullende inspanningen op het gebied van kunststoffen moeten zijn gebaseerd op en volledig in overeenstemming zijn met de recentelijk aangenomen EU-wetgeving inzake de circulaire economie en passen binnen het systeem dat daarmee tot stand is gebracht.

__________________

__________________

32 Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's: "Maak de cirkel rond - Een EU-actieplan voor de circulaire economie" (COM(2015) 0614 final).

32 Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's: "Maak de cirkel rond - Een EU-actieplan voor de circulaire economie" (COM(2015) 0614 final).

33 Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's: "Een Europese strategie voor kunststoffen in een circulaire economie" (COM(2018) 28 final).

33 Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's: "Een Europese strategie voor kunststoffen in een circulaire economie" (COM(2018) 28 final).

Amendement    3

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(1 bis)  De recentelijk aangenomen EU-wetgeving inzake afval, met name Richtlijn 2008/98/EU, Richtlijn 94/62/EU en Richtlijn 1999/31/EU, heeft geleid tot de totstandkoming van een complex systeem van afvalinzameling en recycling, duidelijke doelstellingen voor recycling van bepaalde afvalstromen waaronder kunststoffen, en een afvalhiërarchie. Verder zijn daarin stimulerende maatregelen opgenomen voor een transitie naar een meer circulaire economie, breder gebruik van gerecyclede materialen, en vaste verplichtingen voor producenten op grond van de minimum vereisten voor uitgebreide verantwoordelijkheid van producenten. Het doel van deze richtlijn is niet het vervangen van deze regelingen, maar het aanvullen ervan door middel van maatregelen voor de aanpak van het specifieke probleem van zwerfvuil op zee.

Amendement    4

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 1 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(1 ter)  Economische welvaart van de Unie is onlosmakelijk verbonden met milieuduurzaamheid op de lange termijn. Verhoging van de duurzaamheid van economische modellen van de lidstaten kan nieuwe mogelijkheden bieden voor innovatie, het concurrentievermogen en de schepping van nieuwe banen.

Amendement    5

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 1 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(1 quater)  Uitdagingen die zijn verbonden aan de behandeling van kunststofafval kunnen worden omgezet in een kans voor de Europese industrie om wereldwijd leider te worden als het gaat om het voorzien in oplossingen voor de overgang naar een circulaire economie.

Amendement    6

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(2)  Circulaire benaderingen die prioriteit geven aan herbruikbare producten en systemen voor hergebruik zullen leiden tot een vermindering van het gegenereerde afval, en preventie staat aan de top van de afvalhiërarchie zoals vastgesteld in artikel 4 van Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad34.Dergelijke benaderingen sluiten ook aan bij duurzame-ontwikkelingsdoelstelling nr. 1235 van de Verenigde Naties over duurzame consumptie- en productiepatronen.

(2)  Circulaire benaderingen die prioriteit geven aan herbruikbare producten en systemen voor hergebruik, evenals de recyclebaarheid van de producten zullen leiden tot een vermindering van het gegenereerde afval, en preventie staat aan de top van de afvalhiërarchie zoals vastgesteld in artikel 4 van Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad34. Dergelijke benaderingen sluiten ook aan bij duurzame-ontwikkelingsdoelstelling nr. 1235 van de Verenigde Naties over duurzame consumptie- en productiepatronen.

_________________

_________________

34 Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 november 2008 betreffende afvalstoffen en tot intrekking van een aantal richtlijnen (PB L 312 van 22.11.2008, blz. 3).

34 Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 november 2008 betreffende afvalstoffen en tot intrekking van een aantal richtlijnen (PB L 312 van 22.11.2008, blz. 3).

35 De op 25 september 2015 door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties aangenomen Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling.

35 De op 25 september 2015 door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties aangenomen Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling.

Amendement    7

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(3)  Zwerfvuil op zee is grensoverschrijdend en wordt erkend als een wereldwijd probleem. Het zwerfvuil op zee verminderen, is van essentieel belang voor het bereiken van duurzame-ontwikkelingsdoelstelling nr. 14 van de Verenigde Naties, waarin wordt opgeroepen tot het behoud en duurzame gebruik van de oceanen, zeeën en mariene resources met het oog op duurzame ontwikkeling36. De Unie moet haar bijdrage leveren aan het aanpakken van zwerfvuil op zee en zou als voorbeeld voor de rest van de wereld moeten kunnen dienen. In deze context werkt de Unie samen met partners in een aantal internationale fora zoals G20, G7 en de Verenigde Naties ter bevordering van gecoördineerde actie. Dit initiatief maakt deel uit van de inspanningen van de Unie op dit gebied.

(3)  150 miljoen ton kunststoffen en microkunststoffen hebben zich opgehoopt in 's werelds oceanen en zeeën, en dit heeft ernstige schade veroorzaakt aan de mariene fauna en flora, het klimaat en de mondiale biodiversiteit. Zwerfvuil op zee is grensoverschrijdend en wordt erkend als een wereldwijd probleem. Het zwerfvuil op zee verminderen, is van essentieel belang voor het bereiken van duurzame-ontwikkelingsdoelstelling nr. 14 van de Verenigde Naties, waarin wordt opgeroepen tot het behoud en duurzame gebruik van de oceanen, zeeën en mariene resources met het oog op duurzame ontwikkeling36. De Unie moet haar bijdrage leveren aan het aanpakken van zwerfvuil op zee en zou als voorbeeld voor de rest van de wereld moeten kunnen dienen, waarbij een fair mededingingsklimaat voor haar industrie wordt behouden. In deze context moet de Unie trachten toezeggingen te verkrijgen van partners in fora op internationaal niveau, zoals de G20, de G7 en de Verenigde Naties ter bevordering van gecoördineerde actie. Dit initiatief maakt deel uit van de inspanningen van de Unie op dit gebied voor het terugdringen van afval voor een duurzame economie.

__________________

__________________

36 De op 25 september 2015 door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties aangenomen Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling.

36 De op 25 september 2015 door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties aangenomen Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling.

Amendement    8

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(3 bis)  Ondanks de inspanningen van de EU op het gebied van klimaatdiplomatie en internationale samenwerking is de situatie in bepaalde derde landen nog altijd verontrustend. De EU moet zich nog meer inspannen voor internationale samenwerking op het gebied van milieubescherming. De EU heeft een rol te vervullen als facilitator en pionier op het gebied van milieubeleid en afvalbeheer. De EU moet streven naar overdracht van ervaring, verspreiding van kennis en technologie met betrekking tot de aanpak van kunststofvervuiling en uitwisseling van aanbevolen werkwijzen op het gebied van bescherming van het aquatisch milieu en het opruimen en voorkomen van kunststofvervuiling.

Amendement    9

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(5)  Gemeten in aantal stuks bestaat 80 tot 85 % van het mariene zwerfvuil dat op stranden van de EU wordt aangetroffen uit kunststoffen: 50 % betreft kunststofproducten voor eenmalig gebruik, en 27 % producten die te maken hebben met de visserij. Kunststofproducten voor eenmalig gebruik omvatten een grote verscheidenheid aan veelgebruikte en snel evoluerende consumptieartikelen die al na één keer te zijn gebruikt zoals voorzien, worden weggegooid, zelden worden gerecycleerd, en vaak als zwerfvuil eindigen. Een groot deel van het vistuig dat in de handel wordt gebracht, wordt niet voor afvalverwerking ingezameld. Kunststofproducten voor eenmalig gebruik en vistuig dat kunststoffen bevat, vormen dan ook een zeer ernstig probleem binnen de context van zwerfvuil op zee, en een ernstig risico voor de mariene ecosystemen, de biodiversiteit en mogelijk ook voor de menselijke gezondheid. Verder kunnen zij ook nadelig zijn voor activiteiten als toerisme, visvangst en scheepvaart.

(5)  Gemeten in aantal stuks bestaat 80 tot 85 % van het mariene zwerfvuil dat op stranden van de EU wordt aangetroffen uit kunststoffen: 50 % betreft kunststofproducten voor eenmalig gebruik, en 27 % producten die te maken hebben met de visserij. Kunststofproducten voor eenmalig gebruik omvatten een grote verscheidenheid aan veelgebruikte en snel evoluerende consumptieartikelen die al na één keer te zijn gebruikt zoals voorzien, worden weggegooid, zelden worden gerecycleerd, en vaak als zwerfvuil eindigen. Een groot deel van het vistuig dat in de handel wordt gebracht, wordt niet voor afvalverwerking ingezameld. Kunststofproducten voor eenmalig gebruik en vistuig dat kunststoffen bevat, vormen dan ook een zeer ernstig probleem binnen de context van zwerfvuil op zee, en een ernstig risico voor de mariene ecosystemen, de biodiversiteit en mogelijk ook voor de gezondheid van mens en dier. Verder kunnen zij ook nadelig zijn voor activiteiten als toerisme, visvangst en scheepvaart, in het bijzonder in kustgebieden en eilanden.

Amendement    10

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(6)  In de bestaande Europese wetgeving40 en beleidsinstrumenten worden enkele regelgevende oplossingen aangeboden om het probleem van zwerfvuil op zee aan te pakken. Kunststofafval is in het bijzonder onderworpen aan algemene Europese maatregelen en doelstellingen inzake afvalbeheer zoals de streefwaarde voor recyclage voor kunststoffen verpakkingsafval41 en de recentelijk goedgekeurde doelstelling in de kunststoffenstrategie42 die ervoor moet zorgen dat al het kunststoffen verpakkingsmateriaal tegen 2030 recycleerbaar is. De gevolgen van die wetgeving voor het zwerfvuil op zee is echter ontoereikend, en de nationale maatregelen ter preventie en vermindering van zwerfvuil op zee verschillen in reikwijdte en ambitieniveau. Bovendien kunnen sommige van die maatregelen, met name de marketingbeperkingen voor kunststofproducten voor eenmalig gebruik, de handel in de Unie belemmeren en het concurrentievermogen vervalsen.

(6)  In de bestaande Europese wetgeving40 en beleidsinstrumenten worden enkele regelgevende oplossingen aangeboden om het probleem van zwerfvuil op zee aan te pakken. Kunststofafval is in het bijzonder onderworpen aan algemene Europese maatregelen en doelstellingen inzake afvalbeheer zoals de streefwaarde voor recyclage voor kunststoffen verpakkingsafval41 en de recentelijk goedgekeurde doelstelling in de kunststoffenstrategie42 die ervoor moet zorgen dat al het kunststoffen verpakkingsmateriaal tegen 2030 recycleerbaar is.

_________________

_________________

40 Richtlijn 2008/98/EG, Richtlijn 2000/59/EG, Richtlijn 2000/60/EG, Richtlijn 2008/56/EG en Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad van 20 november 2009 tot vaststelling van een communautaire controleregeling die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid moet garanderen, tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 847/96, (EG) nr. 2371/2002, (EG) nr. 811/2004, (EG) nr. 768/2005, (EG) nr. 2115/2005, (EG) nr. 2166/2005, (EG) nr. 388/2006, (EG) nr. 509/2007, (EG) nr. 676/2007, (EG) nr. 1098/2007, (EG) nr. 1300/2008, (EG) nr. 1342/2008 en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 2847/93, (EG) nr. 1627/94 en (EG) nr. 1966/2006 (PB L 343 van 22.12.2009, blz. 1).

40 Richtlijn 2008/98/EG, Richtlijn 2000/59/EG, Richtlijn 2000/60/EG, Richtlijn 2008/56/EG en Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad van 20 november 2009 tot vaststelling van een communautaire controleregeling die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid moet garanderen, tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 847/96, (EG) nr. 2371/2002, (EG) nr. 811/2004, (EG) nr. 768/2005, (EG) nr. 2115/2005, (EG) nr. 2166/2005, (EG) nr. 388/2006, (EG) nr. 509/2007, (EG) nr. 676/2007, (EG) nr. 1098/2007, (EG) nr. 1300/2008, (EG) nr. 1342/2008 en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 2847/93, (EG) nr. 1627/94 en (EG) nr. 1966/2006 (PB L 343 van 22.12.2009, blz. 1).

41 Richtlijn 94/62/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 1994 betreffende verpakking en verpakkingsafval (PB L 365 van 31.12.1994, blz. 10).

41 Richtlijn 94/62/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 1994 betreffende verpakking en verpakkingsafval (PB L 365 van 31.12.1994, blz. 10).

42 Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's: "Een Europese strategie voor kunststoffen in een circulaire economie" (COM(2018) 28 final).

42 Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's: "Een Europese strategie voor kunststoffen in een circulaire economie" (COM(2018) 28 final).

Amendement    11

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(7)  Om de inspanningen te concentreren op de gebieden waar zij het hardst nodig zijn, zou deze richtlijn alleen van toepassing moeten zijn op de vaakst aangetroffen kunststofproducten voor eenmalig gebruik, die in aantal stuks naar schatting ongeveer 86 % vertegenwoordigen van alle kunststofproducten voor eenmalig gebruik die op de stranden van de Unie wordt aangetroffen.

(7)  Om de inspanningen te concentreren op de gebieden waar zij het hardst nodig zijn, zou deze richtlijn van toepassing moeten zijn op de vaakst aangetroffen kunststofproducten voor eenmalig gebruik, die in aantal stuks naar schatting ongeveer 86 % vertegenwoordigen van alle kunststofproducten voor eenmalig gebruik die op de stranden van de Unie wordt aangetroffen, en op vistuig dat aanzienlijke schade, zoals vervuiling van de zee veroorzaakt. Verder moeten de lidstaten in de context van de overgang naar een circulaire economie streven naar een algemene verlaging van het gebruik van alle producten en verpakkingen voor eenmalig gebruik. Daarbij moet elke vorm van discriminatie worden vermeden.

Amendement    12

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 8

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(8)  Kunststofproducten voor eenmalig gebruik kunnen van een grote verscheidenheid aan kunststoffen worden gemaakt. Kunststoffen worden doorgaans gedefinieerd als polymere materialen waaraan eventueel additieven zijn toegevoegd. Sommige natuurlijke polymeren zouden echter ook onder deze definitie kunnen vallen. Niet-gemodificeerde natuurlijke polymeren dienen er niet onder te vallen, aangezien zij van nature in het milieu voorkomen. Daarom zou de definitie van polymeer in artikel 3, lid 5, van Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad43 moeten worden aangepast en zou voor deze richtlijn een aparte definitie voor kunststoffen moeten worden ingevoerd. Kunststoffen die met gemodificeerde natuurlijke polymeren worden geproduceerd of kunststoffen die op basis van biologische, fossiele of synthetische basisstoffen worden geproduceerd, komen niet in de natuur voor en moeten dan ook binnen de werkingssfeer van deze richtlijn vallen. De aangepaste definitie van kunststoffen moet daarom ook op polymeren gebaseerde rubberen producten en biologische en biologisch afbreekbare kunststoffen omvatten, ongeacht of zij al dan niet van biomassa zijn afgeleid en/of bedoeld zijn om na verloop van tijd biologisch af te breken. Sommige polymere materialen zoals polymere coatings, verven, inkten en lijmen kunnen niet fungeren als structureel hoofdbestanddeel van eindmaterialen en eindproducten. Het is niet nodig dat die materialen in deze richtlijn aan de orde komen en zij moeten ook niet onder de definitie vallen.

(Niet van toepassing op de Nederlandse versie)  

__________________

43 Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH), tot oprichting van een Europees Agentschap voor chemische stoffen, houdende wijziging van Richtlijn 1999/45/EG en houdende intrekking van Verordening (EEG) nr. 793/93 van de Raad en Verordening (EG) nr. 1488/94 van de Commissie alsmede Richtlijn 76/769/EEG van de Raad en de Richtlijnen 91/155/EEG, 93/67/EEG, 93/105/EG en 2000/21/EG van de Commissie (PB L 396 van 30.12.2006, blz. 1).

Amendement    13

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 8 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(8 bis)  Er moet een gemeenschappelijke definitie van biologisch afbreekbare en composteerbare kunststof worden vastgesteld.

Amendement    14

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 8 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(8 ter)  Bij de fabricage van kunststofproducten moet rekening worden gehouden met de volledige bestaansduur ervan. Tijdens het ecologisch ontwerp van kunststofproducten moet worden gekeken naar de productiefase, de mogelijkheden voor recycling en misschien ook het hergebruik van het product. Producenten moeten worden gestimuleerd, waar mogelijk, gebruik te maken van enkelvoudige of compatibele polymeren tijdens de fabricage van hun producten om het sorteren te vereenvoudigen en de mogelijkheden voor recycling te vergroten, in het bijzonder in het geval van kunststofverpakkingen.

Amendement    15

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 10

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(10)  Voor de kunststofproducten voor eenmalig gebruik moeten een of meer maatregelen worden vastgesteld, naargelang van diverse factoren zoals de beschikbaarheid van geschikte en duurzamere alternatieven, de haalbaarheid van het veranderen van consumptiepatronen en de mate waarin de producten al vallen onder bestaande wetgeving van de Europese Unie.

(10)  Voor de kunststofproducten voor eenmalig gebruik moeten een of meer maatregelen worden vastgesteld, naargelang van diverse factoren zoals de beschikbaarheid van geschikte en duurzamere en economisch beter haalbare alternatieven, de haalbaarheid van het veranderen van consumptiepatronen en de mate waarin de producten al vallen onder bestaande wetgeving van de Europese Unie. Bij de voorgestelde maatregelen moet altijd rekening worden gehouden met de levenscyclusanalyse (LCA) om kortzichtige oplossingen die een nog negatievere impact op een ander aspect van het milieu of de economie hebben te vermijden, zoals het vervangen van kunststoffen door vergelijkbare materialen die zijn gemaakt van biomateriaal zonder een duidelijk beeld te hebben van de biologische afbreekbaarheid van dergelijke materialen, met inbegrip van de biologische afbreekbaarheid in een aquatisch milieu. Naast deze richtlijn blijven de bepalingen vastgelegd in Richtlijn 94/62/EG betreffende kunststofproducten voor eenmalig gebruik die worden beschouwd als verpakkingen in overeenstemming met de definitie in Artikel 3, lid 1 daarvan, onverminderd van kracht.

Amendement    16

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 10 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(10 bis)  Merkt op dat voor de overgang van een economie gebaseerd op fossiele grondstoffen en vanuit klimaatperspectief, kunststoffen uit biologische grondstoffen een duurzamer alternatief zijn voor kunststoffen uit fossiele grondstoffen. Derhalve moeten stimulerende maatregelen die erop zijn gericht materialen uit fossiele grondstoffen te vervangen door materialen uit biologische grondstoffen, worden aangemoedigd. Dit is in lijn met de doelstellingen van de circulaire economie, de strategie voor de bio-economie en de kunststoffenstrategie. De Commissie moet overwegen om in een toekomstig beleidsvoorstel stimulerende maatregelen voor vervanging op te nemen en bijvoorbeeld in een herziening van de richtlijn inzake overheidsopdrachten (Richtlijn 2014/24/EU) criteria op te nemen voor kunststoffen op basis van hun samenstelling, de mate van geschiktheid voor recycling, en het gevaar ervan voor het milieu.

Motivering

De richtlijn in de huidige vorm is nog steeds vaag wat betreft kunststoffen uit biologische grondstoffen. Het voordeel van materiaal uit biologische grondstoffen voor de productie van kunststoffen dient te worden erkend en gepromoot, in het bijzonder gelet op de positieve effecten ervan als duurzamer alternatief voor kunststoffen uit polymeren en de bijdrage ervan tot verminderde afhankelijkheid van fossiele grondstoffen.

Amendement    17

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 11

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(11)  Voor sommige kunststofproducten voor eenmalig gebruik zijn nog geen geschikte en duurzamere alternatieven algemeen beschikbaar; naar verwachting zal de consumptie van dergelijke kunststofproducten voor eenmalig gebruik toenemen. Om die trend te keren en inspanningen voor duurzamere oplossingen te bevorderen, zouden de lidstaten verplicht moeten worden om de nodige maatregelen te nemen zodat zij de consumptie van die producten aanzienlijk kunnen verminderen, zonder daarbij afbreuk te doen aan de hygiëne en veiligheid van de levensmiddelen, goede hygiënische praktijken, goede productiepraktijken, de informatieverlening aan de consument of de in de voedingsmiddelenwetgeving van de Unie44 vastgestelde traceerbaarheidseisen.

(11)  Voor sommige kunststofproducten voor eenmalig gebruik zijn nog geen geschikte en duurzamere alternatieven algemeen beschikbaar; naar verwachting zal de consumptie van dergelijke kunststofproducten voor eenmalig gebruik toenemen. Om die trend te keren en over te stappen op duurzamere oplossingen, zouden de lidstaten verplicht moeten worden om de nodige maatregelen te nemen zodat zij de consumptie van die producten aanzienlijk kunnen verminderen, zonder daarbij afbreuk te doen aan de hygiëne en veiligheid van de levensmiddelen, goede hygiënische praktijken, goede productiepraktijken, de informatieverlening aan de consument of de in de voedingsmiddelenwetgeving van de Unie44 vastgestelde traceerbaarheidseisen. Een algehele verlaging van het gebruik van producten voor eenmalig gebruik is essentieel voor de overgang naar een circulaire economie.

_________________

_________________

44 Verordening (EG) 178/2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving (PB L 31 van 1.2.2002, blz. 1-24), Verordening (EG) nr. 852/2004 inzake levensmiddelenhygiëne (PB L 139 van 30.4.2004, blz. 1-54), Verordening (EG) nr. 1935/2004 inzake materialen en voorwerpen bestemd om met levensmiddelen in contact te komen en andere relevante wetgeving met betrekking tot voedselveiligheid, hygiëne en etikettering (PB L 338 van 13.11.2004, blz. 4-17).

44 Verordening (EG) 178/2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving (PB L 31 van 1.2.2002, blz. 1-24), Verordening (EG) nr. 852/2004 inzake levensmiddelenhygiëne (PB L 139 van 30.4.2004, blz. 1-54), Verordening (EG) nr. 1935/2004 inzake materialen en voorwerpen bestemd om met levensmiddelen in contact te komen en andere relevante wetgeving met betrekking tot voedselveiligheid, hygiëne en etikettering (PB L 338 van 13.11.2004, blz. 4-17).

Amendement    18

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 12

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(12)  Voor andere kunststofproducten voor eenmalig gebruik zijn wel geschikte, duurzamere en betaalbare alternatieven algemeen beschikbaar. Om de nadelige gevolgen van dergelijke producten op het milieu te beperken, zouden de lidstaten verplicht moeten worden het binnen de Europese Unie in de handel brengen ervan te verbieden. Op die manier zouden het gebruik van die algemeen beschikbare en duurzamere alternatieven, en innovatieve oplossingen voor duurzamere bedrijfsmodellen, alternatieven voor hergebruik en vervanging van materialen bevorderd worden.

(12)  Voor andere kunststofproducten voor eenmalig gebruik zijn wel geschikte, duurzamere en betaalbare alternatieven algemeen beschikbaar. Om de nadelige gevolgen van dergelijke producten op het milieu te beperken, zouden de lidstaten verplicht moeten worden het binnen de Europese Unie in de handel brengen van producten die stoffen en materialen bevatten waarvoor duurzame en beschikbare alternatieven bestaan te verbieden of te beperken, tenzij deze voldoen aan de normen voor biologische afbreekbaarheid in zee die zijn vastgesteld op EU-niveau na het evaluatierapport van de Commissie, zoals genoemd in artikel 15, lid 3, onder c), van onderhavige richtlijn. Op die manier zouden het gebruik van die algemeen beschikbare en duurzamere alternatieven, en innovatieve oplossingen voor duurzamere bedrijfsmodellen, alternatieven voor hergebruik en vervanging van materialen bevorderd worden. Er moeten specifieke criteria worden vastgesteld om de levenscyclus van dergelijke alternatieven te beoordelen en na te gaan of deze voldoen aan de eisen die momenteel worden gesteld aan kunststofproducten voor eenmalig gebruik, alsook of deze aan de afvalwetgeving van de EU voldoen en duurzamer zijn.

Amendement    19

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 12 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(12 bis)  In Richtlijn 94/62/EG, zoals gewijzigd bij Richtlijn (EU) 2015/720, is vastgelegd dat de Commissie tegen mei 2017 een evaluatie van de wetgeving diende uit te voeren met betrekking tot de maatregelen om op basis van levenscycluseffecten het verbruik van zeer lichte plastic draagtassen te verminderen. De Commissie heeft deze evaluatie tot op heden nog niet uitgevoerd. Aangezien de kans erg groot is dat dergelijke plastic draagtassen uiteindelijk zwerfvuil worden, is het gepast om maatregelen in te voeren om het op de markt brengen ervan te beperken, behalve voor strikt noodzakelijke toepassingen. Zeer lichte plastic draagtassen mogen niet op de markt worden gebracht als verpakking voor losse levensmiddelen, tenzij dit is vereist met het oog op hygiëne, bijvoorbeeld voor het verpakken van vochtige levensmiddelen (zoals rauw vlees, vis of zuivel), en in dat geval mogen alleen biologisch afbreekbare en composteerbare draagtassen worden gebruikt. Voor de zeer lichte plastic draagtassen die niet onder deze beperking op het op de markt brengen vallen, blijven de bestaande, door Richtlijn (EU) 2015/720 ingevoerde bepalingen van toepassing.

Amendement    20

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 12 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(12 ter)  Overeenkomstig hun afvalbeheerstrategie moeten de lidstaten maatregelen nemen om het gebruik van herbruikbare alternatieven voor kunststoffen voor eenmalig gebruik te stimuleren, onder andere door doelen vast te stellen, economische stimuleringsmaatregelen te nemen, het bewustzijn te verhogen en ervoor te zorgen dat herbruikbare alternatieven ruimschoots beschikbaar zijn.

Amendement    21

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 13 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(13 bis)  Met betrekking tot het UNEP-rapport van 2016 zal de Commissie de Europese normalisatieorganisaties vragen om een norm te ontwikkelen met betrekking tot mariene biologische afbreekbaarheid. 

Amendement    22

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 14

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(14)  Sommige kunststofproducten voor eenmalig gebruik komen in het milieu terecht door een ongepaste verwijdering via rioleringen of een andere ongepaste lozing in het milieu. Daarom moeten kunststofproducten voor eenmalig gebruik die vaak via rioleringen of op andere ongepaste manieren worden afgevoerd, onderworpen worden aan markeringsvoorschriften. De markering moet de consumenten informeren over passende manieren afval te verwijderen en/of over verwijderingsmogelijkheden die vermeden moeten worden en/of over de negatieve gevolgen van zwerfvuil op het milieu als gevolg van verkeerde verwijdering. De Commissie moet gemachtigd worden een geharmoniseerd formaat voor de markering vast te stellen en dient deze voor te leggen aan representatieve groepen consumenten, om te verifiëren of de voorgestelde markering duidelijk genoeg is en het juiste effect heeft.

(14)  Sommige kunststofproducten voor eenmalig gebruik komen in het milieu terecht door een ongepaste verwijdering via rioleringen of een andere ongepaste lozing in het milieu. Daarom moeten kunststofproducten voor eenmalig gebruik die vaak via rioleringen of op andere ongepaste manieren worden afgevoerd, onderworpen worden aan markeringsvoorschriften. De markering moet de consumenten informeren over passende manieren afval te verwijderen en/of over verwijderingsmogelijkheden die vermeden moeten worden en/of over de negatieve gevolgen van zwerfvuil op het milieu als gevolg van verkeerde verwijdering. De Commissie moet, in samenwerking met de lidstaten, rekening houden met vrijwillige sectorale overeenkomsten inzake duidelijke etiketteringsregels om consumenten er, bijvoorbeeld met een logo, over te informeren of het product al dan niet recyclebaar is. De Commissie moet gemachtigd worden een geharmoniseerd formaat voor de markering vast te stellen en dient deze, indien passend en rekening houdend met de specifieke omstandigheid in elk van de lidstaten, voor te leggen aan representatieve groepen consumenten, om te verifiëren of de voorgestelde markering duidelijk genoeg is en het juiste effect heeft. De markering dient zichtbaar te zijn aangebracht op de verpakking van de producten waarin deze worden verkocht aan de eindgebruiker.

Amendement    23

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 15

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(15)  Voor kunststofproducten voor eenmalig gebruik waarvoor geen geschikte en duurzamere alternatieven algemeen beschikbaar zijn, moeten de lidstaten, volgens het beginsel dat de vervuiler betaalt, ook regelingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid invoeren, ter dekking van de kosten van het afvalbeheer, het opruimen van het zwerfvuil en de bewustmakingsmaatregelen ter preventie en vermindering van dergelijk zwerfvuil.

(15)  Voor kunststofproducten voor eenmalig gebruik waarvoor geen geschikte en duurzamere alternatieven algemeen beschikbaar zijn, moeten de lidstaten, volgens het beginsel dat de vervuiler betaalt, ook regelingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid invoeren, ter dekking van de kosten van het afvalbeheer, het opruimen van het zwerfvuil en de bewustmakingsmaatregelen ter preventie en vermindering van dergelijk zwerfvuil. Voor kunststofproducten voor eenmalig gebruik waarvoor geen geschikte en duurzamere alternatieven algemeen beschikbaar zijn, moeten de lidstaten, volgens het beginsel dat de vervuiler betaalt, ook regelingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid invoeren, ter dekking van de kosten van het afvalbeheer, overeenkomstig artikel 8 en 8 bis van Richtlijn 2008/98/EG en artikel 7 van Richtlijn 94/62/EG, en het opruimen van het zwerfvuil, evenals de kosten van de bewustmakingsmaatregelen ter preventie en vermindering van dergelijk zwerfvuil. Hierbij moet worden gekeken naar de volledige consumentenketen, en producenten kunnen niet verantwoordelijk worden gehouden voor wangedrag van consumenten. Er moet gedeelde verantwoordelijkheid zijn.

Amendement    24

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 15 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(15 bis)  Op het niveau van de Unie bestaat er momenteel geen geaccepteerde wetenschappelijke norm inzake mariene biologische afbreekbaarheid, hetgeen laat zien hoe urgent het is dat de Commissie het Europees Comité voor Normalisatie verzoekt hiervoor een aparte norm te ontwikkelen.

Amendement    25

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 18 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(18 bis)  In overeenstemming met de hiërarchie voor afvalbeheer, moeten de lidstaten de nadruk leggen op het geven van informatie over herbruikbare alternatieven voor kunststoffen voor eenmalig gebruik.

Amendement    26

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 19

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(19)  Richtlijn 2008/98/EG bepaalt algemene minimumvoorschriften voor regelingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid. Die voorschriften zouden van toepassing moeten zijn op de in het kader van deze richtlijn vastgestelde regelingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid. Maar in deze richtlijn staan aanvullende voorschriften inzake uitgebreide producentenverantwoordelijkheid, bijvoorbeeld de eis dat de kosten voor de opruiming van zwerfvuil voor rekening komt van producenten van bepaalde kunststofproducten voor eenmalig gebruik.

(19)  Richtlijn 2008/98/EG bepaalt algemene minimumvoorschriften voor regelingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid. Die voorschriften zouden van toepassing moeten zijn op de in het kader van deze richtlijn vastgestelde regelingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid. Maar in deze richtlijn staan aanvullende voorschriften inzake uitgebreide producentenverantwoordelijkheid, bijvoorbeeld de eis dat de kosten van bewustmakingsmaatregelen en het informeren van consumenten over passende verwijderingsmethoden en de impact van zwerfvuil op het milieu voor rekening komt van producenten van bepaalde kunststofproducten voor eenmalig gebruik. Het beginsel van gedeelde verantwoordelijkheid moet van toepassing zijn en er dient beter te worden samengewerkt door alle relevante sectoren, met inbegrip van producenten, consumenten en het publiek.

Amendement    27

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 20

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(20)  Drankflessen die als kunststofproducten voor eenmalig gebruik ingedeeld zijn, zijn een van de meest op de stranden van de Europese Unie aangetroffen stukken marien zwerfvuil. Dat is het gevolg van de inefficiëntie van de systemen voor gescheiden inzameling en van het feit dat consumenten weinig gebruikmaken van deze systemen. Het is dan ook noodzakelijk om efficiëntere systemen voor gescheiden inzameling te bevorderen en daartoe zou een minimumstreefwaarde voor gescheiden inzameling moeten worden vastgesteld voor kunststoffen drankverpakkingen voor eenmalig gebruik. De lidstaten zouden die minimumstreefwaarde moeten kunnen halen door streefwaarden voor gescheiden inzameling vast te stellen voor kunststoffen drankflessen voor eenmalig gebruik in het kader van de regelingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid of door statiegeldregelingen of enige andere maatregel die zij gepast vinden, vast te stellen. Dat zal een directe, positieve uitwerking hebben op de inzamelingspercentages, de kwaliteit van het ingezamelde materiaal en de kwaliteit van het recyclaat, wat dan weer kansen oplevert voor de recyclagesector en voor de recyclaatmarkt.

(20)  Drankflessen die als kunststofproducten voor eenmalig gebruik ingedeeld zijn, zijn een van de meest op de stranden van de Europese Unie aangetroffen stukken marien zwerfvuil. Dat is het gevolg van de inefficiëntie van de systemen voor gescheiden inzameling en van het feit dat consumenten weinig gebruikmaken van deze systemen. Het is dan ook noodzakelijk om efficiëntere systemen voor gescheiden inzameling te bevorderen en het is aan de lidstaten om de meest efficiënte en geschikte vorm van inzameling te bepalen voor het bereiken van de doelstellingen die zijn vastgesteld in Richtlijn 2008/98/EG en Richtlijn 94/62/EU. Betere inzameling en hogere recyclingpercentages kunnen worden ondersteund door maatregelen betreffende ecologisch ontwerp, bijvoorbeeld door producenten te stimuleren enkelvoudige of compatibele polymeren te gebruiken, of andere maatregelen te nemen die het gebruik van duurzame materialen door producenten stimuleren. Dat zal een positieve uitwerking hebben op de inzamelingspercentages, de kwaliteit van het ingezamelde materiaal en de kwaliteit van het recyclaat, wat dan weer kansen oplevert voor de recyclagesector en voor de recyclaatmarkt.

Amendement    28

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 20 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(20 bis)  Lidstaten moeten overwegen het gebruik van een verplichte hoeveelheid gerecycled materiaal in bepaalde kunststofproducten voor te schrijven om het recyclingpercentage te verhogen en de markt voor gerecyclede materialen te stimuleren. In dit opzicht moeten industriële synergiën worden ondersteund, zodat afval uit de ene sector een waardevolle bron kan zijn voor een andere sector. Lidstaten moeten een rol vervullen in de ondersteuning van dergelijke synergiën en stimulering van vrijwillige activiteiten van producenten op het gebied van afvalpreventie, verbetering van het afvalbeheer en aanpak van de vervuiling.

Amendement    29

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 22

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(22)  Krachtens paragraaf 22 van het Interinstitutioneel akkoord tussen het Europees Parlement, de Raad van de Europese Unie en de Europese Commissie over beter wetgeven van 13 april 201648 moet de Commissie deze richtlijn evalueren. Deze evaluatie moet gebaseerd zijn op ervaringen die verworven en gegevens die verzameld zijn tijdens de uitvoering van deze richtlijn, en gegevens die verzameld zijn in het kader van Richtlijn 2008/56/EG of Richtlijn 2008/98/EG. De evaluatie zou de basis moeten zijn voor een beoordeling van mogelijke verdere maatregelen en een beoordeling of, met het oog op de monitoring van zwerfvuil op zee in de Europese Unie, de bijlage waarin de kunststofproducten voor eenmalig gebruik zijn opgenomen al dan niet moet worden herzien. Tijdens de evaluatie moet ook worden bekeken of wetenschappelijke en technische ontwikkelingen die zich in de tussentijd hebben voorgedaan, met inbegrip van de ontwikkeling van biologisch afbreekbare materialen en de uitwerking van criteria of een norm voor de biologische afbreekbaarheid van kunststoffen in het mariene milieu, zoals in de Europese kunststoffenstrategie voorzien, al dan niet de mogelijkheid bieden om een norm voor biologische afbreekbaarheid van bepaalde kunststofproducten voor eenmalig gebruik in het mariene milieu vast te stellen. Die norm zou een norm omvatten om te testen of kunststoffen, als gevolg van hun fysische of biologische afbraak in het mariene milieu, volledig en snel genoeg zouden afbreken tot koolstofdioxide (CO2), biomassa en water dat de kunststoffen niet schadelijk zijn voor het mariene leven en niet leiden tot een ophoping van kunststoffen in het milieu. Als dat het geval is, kunnen kunststofproducten voor eenmalig gebruik die aan een dergelijke norm voldoen, vrijgesteld worden van het verbod op het in de handel brengen ervan. Terwijl de Europese kunststoffenstrategie al de nodige actie voorziet op dit vlak, erkent zij ook dat het opzetten van een regelgevend kader voor kunststoffen met biologisch afbreekbare eigenschappen een uitdaging zal zijn, vanwege de verschillende mariene omstandigheden die zich in diverse zeeën kunnen voordoen.

(22)  Krachtens paragraaf 22 van het Interinstitutioneel akkoord tussen het Europees Parlement, de Raad van de Europese Unie en de Europese Commissie over beter wetgeven van 13 april 201648 moet de Commissie deze richtlijn evalueren. Deze evaluatie moet gebaseerd zijn op ervaringen die verworven en gegevens die verzameld zijn tijdens de uitvoering van deze richtlijn, en gegevens die verzameld zijn in het kader van Richtlijn 2008/56/EG of Richtlijn 2008/98/EG. De evaluatie zou de basis moeten zijn voor een beoordeling van mogelijke verdere maatregelen en een beoordeling of, met het oog op de monitoring van zwerfvuil op zee in de Europese Unie, de bijlage waarin de kunststofproducten voor eenmalig gebruik zijn opgenomen al dan niet moet worden herzien. Tijdens de evaluatie moet ook worden bekeken of wetenschappelijke en technische ontwikkelingen die zich in de tussentijd hebben voorgedaan, met inbegrip van de ontwikkeling van biologisch afbreekbare materialen en de uitwerking van criteria of een norm voor de biologische afbreekbaarheid van kunststoffen in het mariene milieu, zoals in de Europese kunststoffenstrategie voorzien, al dan niet de mogelijkheid bieden om een norm voor biologische afbreekbaarheid van bepaalde kunststofproducten voor eenmalig gebruik en vistuig in het mariene milieu vast te stellen. Die norm zou een norm omvatten om te testen of kunststoffen, als gevolg van hun fysische of biologische afbraak in het mariene milieu, volledig en snel genoeg zouden afbreken tot koolstofdioxide (CO2), biomassa en water dat de kunststoffen niet schadelijk zijn voor het mariene leven en niet leiden tot een ophoping van kunststoffen in het milieu. Als dat het geval is, kunnen kunststofproducten voor eenmalig gebruik en vistuig die aan een dergelijke norm voldoen, vrijgesteld worden van het verbod op het in de handel brengen ervan. Terwijl de Europese kunststoffenstrategie al de nodige actie voorziet op dit vlak, erkent zij ook dat het opzetten van een regelgevend kader voor kunststoffen met biologisch afbreekbare eigenschappen een uitdaging zal zijn, vanwege de verschillende mariene omstandigheden die zich in diverse zeeën kunnen voordoen.

_________________

_________________

48 PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.

48 PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.

Motivering

Teneinde alle benodigde stappen te kunnen nemen om zwerfvuil op zee te voorkomen, bestaat nog steeds behoefte aan een uitgebreide evaluatie van de technische en wetenschappelijke vooruitgang met betrekking tot alle producten die in het mariene milieu kunnen terechtkomen.

Amendement    30

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 23

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(23)  De lidstaten moeten regels vaststellen inzake de sancties die van toepassing zijn op overtredingen van deze richtlijn, en erop toezien dat deze worden toegepast. De sancties dienen doeltreffend, evenredig en afschrikkend te zijn.

(23)  De lidstaten moeten regels vaststellen inzake de sancties die van toepassing zijn op overtredingen van deze richtlijn, en erop toezien dat deze worden toegepast. De sancties dienen doeltreffend, evenredig en afschrikkend te zijn. Daarnaast moeten consumenten worden beloond of bestraft voor hun gedrag.

Amendement    31

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 25 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(25 bis)  Door onderzoek en innovatie te steunen, ook in het kader van het programma Horizon Europa, moeten investeringen worden gestimuleerd in grondstofefficiënte en circulaire oplossingen, zoals preventie- en ontwerpmogelijkheden, diversificatie van grondstoffen en innovatieve recyclingtechnologieën waaronder moleculaire en chemische recycling, evenals betere mechanische recycling. In dit verband moet worden gewezen op het innovatiepotentieel van startende ondernemingen. Er moet een strategisch programma voor onderzoek en innovatie inzake de circulaire eigenschappen van materialen worden ingevoerd, met bijzondere aandacht voor kunststof, materialen die kunststof bevatten, en verpakkingen. Er is toereikende financiering nodig om tot particuliere investeringen aan te zetten. Publiek-private partnerschappen kunnen de overgang naar een circulaire economie versnellen.

Amendement    32

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 25 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(25 ter)  De bevordering van onderzoek en innovatie is een noodzakelijk hulpmiddel en een voorwaarde voor het realiseren van een duurzamere waardeketen binnen de verpakkingssector. Om deze reden lijkt het wenselijk de financieringsmechanismen binnen de context van de Europese programma's voor onderzoek en ontwikkeling, zoals het EU-kaderprogramma voor onderzoek en ontwikkeling (Horizon 2020), te versterken, in het licht van de aankomende strategische agenda voor onderzoek en innovatie op het gebied van kunststoffen.

 

(Dit amendement dient te worden toegevoegd als nieuwe overweging; de exacte plaatsing ervan is niet belangrijk.)

Motivering

Onderzoek en innovatie vormen de hoeksteen van duurzaamheid. In verband hiermee is het noodzakelijk adequate ondersteuning en middelen toe te wijzen voor onderzoek en innovatie in de verpakkingssector om de betrokken sectoren bij te staan in hun taak om de doelstellingen beschreven in de kunststoffenstrategie te verwezenlijken.

Amendement    33

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Deze richtlijn heeft tot doel de effecten van bepaalde kunststofproducten op het milieu, in het bijzonder op het aquatisch milieu, en op de menselijke gezondheid te voorkomen en te verminderen, en de overgang naar een circulaire economie met vernieuwende bedrijfsmodellen, producten en materialen te bevorderen, en zo ook bij te dragen tot de efficiënte werking van de interne markt.

Deze richtlijn heeft tot doel de vooraanstaande rol van de Unie bij het voorkomen en aanzienlijk verminderen van de effecten van bepaalde kunststofproducten op het milieu, in het bijzonder op het aquatisch milieu, en op de menselijke gezondheid te versterken, en de overgang naar een circulaire economie te bevorderen door het gebruik van producten voor eenmalig gebruik te verminderen en duurzame en vernieuwende bedrijfsmodellen, producten en materialen te bevorderen, en zo ook bij te dragen tot de efficiënte werking van de interne markt.

Amendement    34

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – alinea 1 – punt 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(1)  "kunststof": een materiaal bestaande uit een polymeer zoals bedoeld in artikel 3, lid 5, van Verordening (EG) nr. 1907/2006, waaraan mogelijk additieven of andere stoffen zijn toegevoegd, en dat als een structureel hoofdbestanddeel van eindproducten kan worden gebruikt, met uitzondering van natuurlijke polymeren die niet chemisch gemodificeerd zijn;

(1)  "kunststof": een materiaal bestaande uit een polymeer zoals bedoeld in artikel 3, lid 5, van Verordening (EG) nr. 1907/2006, waaraan mogelijk additieven of andere stoffen zijn toegevoegd, en dat als structureel hoofdbestanddeel van eindproducten wordt gebruikt, met uitzondering van natuurlijke polymeren die niet chemisch gemodificeerd zijn en polymere coatings, verven, inkten en lijmen, die niet kunnen worden gebruikt als structureel hoofdbestanddeel van eindproducten en producten;

Amendement    35

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – alinea 1 – punt 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(1 bis)  biologisch afbreekbare en composteerbare kunststoffen en kunststoffen met een hoog gehalte aan hernieuwbare grondstoffen, overeenkomstig de Europese norm UNI EN 13432 en Richtlijn 94/62/EG betreffende verpakking en verpakkingsafval, die toelaten het beheer van organisch afval te optimaliseren, de impact op het milieu te verkleinen en bij te dragen tot de ontwikkeling van degelijke systemen die in de hele cyclus van produceren, consumeren en verwijderen aanzienlijke langetermijnvoordelen opleveren;

Motivering

Materialen die het resultaat zijn van diverse technologieën op het gebied van amiden, celluloses, plantaardige oliën en hun combinaties, moeten worden geproduceerd in een geïntegreerd productieproces waarbij een bio-economisch model voor territoriale regeneratie en innovatie in industriële installaties in acht wordt genomen.

Amendement    36

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – alinea 1 – punt 1 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(1 ter)  "coatings": een of meer niet-zelfondersteunende lagen, gefabriceerd met kunststof, zoals gedefinieerd in artikel 3, eerste alinea, punt 1, van deze wetgeving, aangebracht op een materiaal of product om dit speciale eigenschappen te geven of om het technisch functioneren ervan te verbeteren;

Motivering

Voor toepassing van deze richtlijn en om een gemeenschappelijke interpretatie door de lidstaten en een goed functioneren van de interne markt van de EU te waarborgen, dient de betekenis van "coating" duidelijk te worden gedefinieerd op basis van de definitie in Richtlijn (EU) 2018/213 van de Commissie ter wijziging van Verordening (EU) nr. 10/2011 betreffende kunststoffen.

Amendement    37

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – alinea 1 – punt 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(2 bis)  "zeer lichte plastic draagtassen": lichte plastic draagtassen met een wanddikte van minder dan 15 micron;

Motivering

Zeer lichte plastic draagtassen moeten uitsluitend op basis van hun dikte worden gedefinieerd. Er zijn al alternatieven beschikbaar voor losse levensmiddelen. Het is daarom niet juist dat zeer lichte zakken vereist zijn voor hygiënedoeleinden of verpakking van losse levensmiddelen. Verwijzen naar de definitie in artikel 3 van Richtlijn 94/62/EG is derhalve niet gepast.

Amendement    38

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 – lid 1 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten treffen de maatregelen die nodig zijn om op hun grondgebied tegen … [zes jaar na de einddatum voor omzetting van deze richtlijn] een aanzienlijke vermindering te realiseren van de consumptie van de in deel A van de bijlage opgenomen kunststofproducten voor eenmalig gebruik.

De lidstaten treffen de maatregelen die nodig zijn om op hun grondgebied tegen … [zes jaar na de einddatum voor omzetting van deze richtlijn] een aanzienlijke vermindering te realiseren van de consumptie van de in deel A van de bijlage opgenomen kunststofproducten voor eenmalig gebruik. De lidstaten evalueren de maatschappelijke, economische en milieueffecten om nationale plannen goed te keuren om deze vermindering te realiseren, met inbegrip van specifieke, kwantitatieve verminderingsstreefwaarden, specifieke stimulerende maatregelen voor de betrokken sectoren en de genomen maatregelen. De nationale plannen worden voorgelegd aan de Commissie en zullen indien nodig worden bijgewerkt. De Commissie kan op basis van de goedgekeurde plannen aanbevelingen doen.

Amendement    39

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 – lid 1 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Deze maatregelen kunnen de vorm aannemen van nationale streefwaarden voor consumptievermindering, maatregelen om ervoor te zorgen dat herbruikbare alternatieven voor de bewuste producten bij de verkooppunten aan de eindconsument aangeboden worden, en economische instrumenten zoals ervoor zorgen dat kunststofproducten voor eenmalig gebruik niet gratis bij de verkooppunten aan de eindconsument worden aangeboden. Welke maatregel wordt toegepast, zal afhangen van de effecten op het milieu van de in de eerste alinea genoemde producten.

Deze maatregelen kunnen de vorm aannemen van nationale streefwaarden voor consumptievermindering, maatregelen om ervoor te zorgen dat herbruikbare alternatieven voor de bewuste producten bij de verkooppunten aan de eindconsument aangeboden worden, met inbegrip van financiering van onderzoek naar circulaire oplossingen en synergiën met EU-fondsen voor onderzoek en investeringen, en economische instrumenten zoals ervoor zorgen dat kunststofproducten voor eenmalig gebruik niet gratis bij de verkooppunten aan de eindconsument worden aangeboden. Welke maatregel wordt toegepast, zal afhangen van de specifieke nationale aspecten en de effecten op het milieu van de in de eerste alinea genoemde producten. Vrijwillig door bedrijven genomen maatregelen zijn gewenst en moeten prioriteit krijgen en worden bevorderd.

Amendement    40

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 7 – lid 1 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(c)  de aanwezigheid van kunststoffen in het product.

Schrappen

Motivering

De aanwezigheid van kunststoffen als zodanig geeft geen relevante informatie. Kunststoffen als zodanig hoeven niet te worden verboden of afgeraden.

Amendement    41

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 7 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  Drankverpakkingen met koolzuurhoudende dranken zijn van het toepassingsgebied van dit artikel uitgesloten.

Amendement    42

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 8 – lid 2 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Wat de regelingen betreft die krachtens lid 1 worden opgesteld, zorgen de lidstaten ervoor dat de kosten voor de inzameling van afval bestaande uit van de in deel E van de bijlage opgenomen kunststofproducten voor eenmalig gebruik en voor het vervoer en de verwerking ervan achteraf, met inbegrip van de kosten voor de opruiming van zwerfvuil en de kosten voor de in artikel 10 bedoelde bewustmakingsmaatregelen met betrekking tot die producten, voor rekening komt van de producenten van die producten.

Wat de regelingen betreft die krachtens lid 1 worden opgesteld, zorgen de lidstaten ervoor dat de kosten voor de inzameling van afval bestaande uit van de in deel E van de bijlage opgenomen kunststofproducten voor eenmalig gebruik en voor het vervoer en de verwerking ervan achteraf, zoals gedefinieerd in de artikelen 8 en 8 bis van Richtlijn 2008/98/EG, met inbegrip van de kosten voor de in artikel 10 bedoelde bewustmakingsmaatregelen met betrekking tot die producten, voor rekening komen van de producenten van die producten.

Amendement    43

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 8 – lid 2 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Voor kunststoffen verpakkingsproducten voor eenmalig gebruik vormen de vereisten van dit lid een aanvulling op de voorschriften van Richtlijn 94/62/EEG en Richtlijn 2008/98/EG met betrekking tot regelingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid.

Voor kunststoffen verpakkingsproducten voor eenmalig gebruik laten de vereisten van dit lid de voorschriften van Richtlijn 94/62/EEG en Richtlijn 2008/98/EG met betrekking tot regelingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid onverlet.

Amendement    44

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 8 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  De Commissie stelt binnen 18 maanden na de aanpassing van deze richtlijn overeenkomstig artikel [XXX] gedelegeerde handelingen vast om de belangrijkste elementen van de in de leden 1 en 2 van dit artikel bedoelde regelingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid per product te definiëren. De belangrijkste elementen zijn onder meer de methoden voor de verdeling van de verantwoordelijkheid, de berekening van de kosten en de vaststelling van andere specifieke elementen overeenkomstig de minimumeisen van Richtlijn 2008/98/EG. In voorkomend geval moet ook rekening worden gehouden met de eisen van Richtlijn 94/62/EEG.

Amendement    45

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 8 – lid 2 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 ter.  De lidstaten stellen de onder de leden 1 en 2 van dit artikel vallende regelingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid vast binnen [18 maanden] na de vaststelling van de in lid 2 bis van dit artikel bedoelde gedelegeerde handeling van de Commissie.

Amendement    46

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 8 – lid 4 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Wat de krachtens lid 3 ingevoerde regelingen betreft, zorgen de lidstaten ervoor dat de producenten van vistuig dat kunststoffen bevat de kosten dekken voor de inzameling van afgedankt vistuig dat kunststoffen bevat en dat bij de correcte havenontvangstvoorzieningen is afgeleverd in overeenstemming met de EU-wet inzake havenontvangstvoorzieningen of bij andere gelijkwaardige inzamelsystemen die buiten het toepassingsgebied van de EU-wet inzake havenontvangstvoorzieningen vallen, en voor het vervoer en de behandeling ervan achteraf. Ook de kosten van de in artikel 10 bedoelde bewustmakingsmaatregelen met betrekking tot vistuig dat kunststoffen bevat, is voor rekening van de producenten.

Wat de krachtens lid 3 ingevoerde regelingen betreft, zorgen de lidstaten ervoor dat de producenten van vistuig dat kunststoffen bevat de extra kosten dekken voor de inzameling van afgedankt vistuig dat kunststoffen bevat en dat bij de correcte havenontvangstvoorzieningen is afgeleverd in overeenstemming met de EU-wet inzake havenontvangstvoorzieningen of bij andere gelijkwaardige inzamelsystemen die buiten het toepassingsgebied van de EU-wet inzake havenontvangstvoorzieningen vallen, en voor het vervoer en de behandeling ervan achteraf. Ook de kosten van de in artikel 10 bedoelde bewustmakingsmaatregelen met betrekking tot vistuig dat kunststoffen bevat, is voor rekening van de producenten.

Amendement    47

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 8 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 8 bis

 

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

 

1. De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

 

2. De in artikelen [XXX] bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor een termijn van [vijf jaar] met ingang van de inwerkingtreding van deze richtlijn. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen een dergelijke verlenging verzet.

 

3. De in artikelen [XXX] bedoelde bevoegdheidsdelegatie kan te allen tijde door het Europees Parlement of door de Raad worden ingetrokken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

 

4. Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

 

5. Een overeenkomstig artikelen [XXX] vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van die handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

Amendement    48

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 9 – alinea 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten treffen de maatregelen die nodig zijn om ervoor te zorgen dat tegen 2025 90 % (op gewichtsbasis) van de in deel van de bijlage opgenomen kunststofproducten voor eenmalig gebruik die in een bepaald jaar in de handel zijn gebracht, gescheiden ingezameld wordt. Om deze doelstelling te halen, kunnen de lidstaten onder andere:

De lidstaten treffen de maatregelen die nodig zijn om de doelstellingen voor de inzameling van kunststoffen en kunststofverpakkingen, zoals vastgesteld bij Richtlijn 2008/98/EU, Richtlijn 94/62/EU, te verwezenlijken. Om deze doelstelling te halen, kunnen de lidstaten onder andere:

Amendement    49

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 9 – alinea 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  statiegeldregelingen invoeren, of

a)  statiegeldregelingen of systemen voor geautomatiseerde inzameling waarin rekening wordt gehouden met de lokale en regionale omstandigheden invoeren, of

Amendement    50

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 9 – alinea 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  streefwaarden voor gescheiden inzameling vaststellen voor relevante regelingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid.

b)  streefwaarden voor gescheiden inzameling vaststellen voor relevante regelingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid, of

Amendement    51

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 9 – alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

c bis) nieuw: elke andere door hen passend geachte maatregel nemen, bijvoorbeeld een van de maatregelen zoals opgenomen in de bijlage bij Richtlijn 2008/98/EU.

Amendement    52

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 9 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 9 bis

 

De Europese Commissie stelt richtsnoeren op met minimumeisen voor de invoering van statiegeldregelingen.

Amendement    53

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 10 – alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

De lidstaten nemen maatregelen om de consumenten van de in deel B van de bijlage opgenomen kunststofproducten voor eenmalig gebruik te informeren over de redenen waarom het in de handel brengen ervan wordt beperkt, voordat die beperkingen van kracht worden.

Amendement    54

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 10 – lid 1 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

De lidstaten wordt geadviseerd een regeling in te stellen om consumenten te stimuleren en te straffen voor hun wangedrag.

Amendement    55

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 11 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Coördinatie van maatregelen

Coördinatie van maatregelen tussen de lidstaten

Amendement    56

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 11 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 11 bis

 

Coördinatie van maatregelen op internationaal niveau

 

De Commissie streeft er samen met de lidstaten naar maatregelen te coördineren waarmee de effecten van bepaalde kunststofproducten op het milieu worden teruggedrongen en de overgang naar duurzame economische modellen op internationaal niveau wordt ondersteund.

Amendement    57

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 15 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De Commissie evalueert deze richtlijn tegen … [zes jaar na de einddatum voor omzetting van deze richtlijn]. De evaluatie vindt plaats op basis van de beschikbare informatie in overeenstemming met artikel 13. De lidstaten verstrekken de Commissie alle bijkomende informatie die nodig is voor de evaluatie en voor de voorbereiding van het in lid 2 bedoelde verslag.

1.  De Commissie evalueert deze richtlijn tegen … [vier jaar na de einddatum voor omzetting van deze richtlijn]. De evaluatie vindt plaats op basis van de beschikbare informatie in overeenstemming met artikel 13. De lidstaten verstrekken de Commissie alle bijkomende informatie die nodig is voor de evaluatie en voor de voorbereiding van het in lid 2 bedoelde verslag.

Amendement    58

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 15 – lid 3 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)  er voldoende wetenschappelijke en technische vorderingen zijn gemaakt, en er criteria of een norm voor biologische afbreekbaarheid in het mariene milieu is/zijn ontwikkeld die van toepassing is/zijn op kunststofproducten voor eenmalig gebruik die vallen onder de werkingssfeer van deze richtlijn en hun vervangingsproducten voor eenmalig gebruik, om te bepalen welke producten niet langer onderworpen hoeven worden aan beperkingen voor het in de handel brengen, in voorkomend geval.

c)  er voldoende wetenschappelijke en technische vorderingen zijn gemaakt, en er criteria of een Europese norm voor biologische afbreekbaarheid in het mariene milieu is/zijn ontwikkeld die van toepassing is/zijn op kunststofproducten voor eenmalig gebruik die vallen onder de werkingssfeer van deze richtlijn en hun vervangingsproducten voor eenmalig gebruik, om te bepalen welke producten niet langer onderworpen hoeven worden aan consumptievermindering.

Amendement    59

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 17 – lid 1 – alinea 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Voor kleine, middelgrote en micro-ondernemingen als omschreven in de op het tijdstip van inwerkingtreding van kracht zijnde, door de Commissie vastgestelde definitie van kmo's, treffen de lidstaten de maatregelen die nodig zijn om aan artikel 5 en artikel 7, lid 1, te voldoen echter met ingang van ... [3 jaar na inwerkingtreding van deze richtlijn] en de maatregelen die nodig zijn om aan artikel 6, lid 1, te voldoen met ingang van ... [4 jaar na inwerkingtreding van de geharmoniseerde norm als bedoeld in artikel 6, lid 3, van deze richtlijn].

Amendement    60

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 17 – lid 1 – alinea 2 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

De lidstaten stellen de EPR-regelingen vast die nodig zijn om te voldoen aan artikel 8, leden 1 en 2, overeenkomstig de bepalingen van dat artikel.

Amendement    61

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage I – Deel A – subtitel 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

vochtige doekjes, d.w.z. vooraf bevochtigde doekjes voor persoonlijke hygiëne, en voor huishoudelijk en industrieel gebruik,

Amendement    62

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage I – Deel A – streepje 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

–  drankflessen.

Amendement    63

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage I - Deel B

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Kunststofproducten voor eenmalig gebruik die vallen onder artikel 5 (Beperkingen op het in de handel brengen)

Schrappen

  Wattenstaafjes, met uitzondering van uitstrijkstaafjes bedoeld en gebruikt voor medische doeleinden,

 

  bestek (vorken, messen, lepels, eetstokjes),

 

  borden,

 

  rietjes, met uitzondering van rietjes bedoeld en gebruikt voor medische doeleinden,

 

  roerstaafjes voor dranken,

 

  stokjes bedoeld om te worden bevestigd aan en ter ondersteuning van ballonnen, met uitzondering van ballonnen voor industriële of andere professionele toepassingen die niet aan consumenten worden verdeeld, inclusief de mechanismen van dergelijke stokjes.

 

Motivering

Om in overeenstemming te zijn met het evenredigheidsbeginsel, mogen beperkingen alleen als laatste uitweg worden toegepast. Wat betreft het vastleggen van de meest geschikte manieren voor het voorkomen van afval, moet de Commissie voorrang geven aan de inzameling en het juiste beheer van afval. Bovendien waren de hier ingevoerde beperkingen niet opgenomen in het IIA, noch was hiermee tijdens openbare raadplegingen rekening gehouden.

Amendement    64

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage I – Deel D – streepje 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

  ballonnen, met uitzondering van ballonnen voor industriële of andere professionele toepassingen die niet aan consumenten worden verdeeld.

Schrappen

Motivering

Zie artikel 7.

Amendement    65

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage I – Deel D – streepje 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

  wegwerpluiers.

Amendement    66

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage I – Deel F – streepje 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

  wegwerpluiers.

PROCEDURE VAN DE ADVISERENDE COMMISSIE

Titel

Vermindering van de effecten van bepaalde kunststofproducten op het milieu

Document‑ en procedurenummers

COM(2018)0340 – C8-0218/2018 – 2018/0172(COD)

Bevoegde commissie

       Datum bekendmaking

ENVI

11.6.2018

 

 

 

Advies uitgebracht door

       Datum bekendmaking

ITRE

11.6.2018

Rapporteur voor advies

       Datum benoeming

Barbara Kappel

25.6.2018

Behandeling in de commissie

3.9.2018

 

 

 

Datum goedkeuring

24.9.2018

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

27

12

6

Bij de eindstemming aanwezige leden

Bendt Bendtsen, Jonathan Bullock, Jerzy Buzek, Cristian-Silviu Buşoi, Angelo Ciocca, Jakop Dalunde, Christian Ehler, Igor Gräzin, Rebecca Harms, Barbara Kappel, Jeppe Kofod, Zdzisław Krasnodębski, Christelle Lechevalier, Janusz Lewandowski, Paloma López Bermejo, Tilly Metz, Nadine Morano, Morten Helveg Petersen, Carolina Punset, Julia Reda, Paul Rübig, Massimiliano Salini, Sven Schulze, Neoklis Sylikiotis, Dario Tamburrano, Evžen Tošenovský, Vladimir Urutchev, Henna Virkkunen, Lieve Wierinck, Hermann Winkler, Flavio Zanonato, Carlos Zorrinho, Anna Záborská, Pilar del Castillo Vera

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Amjad Bashir, Michał Boni, Françoise Grossetête, Gunnar Hökmark, Benedek Jávor, Werner Langen, Olle Ludvigsson, Marisa Matias, Markus Pieper, Pavel Telička

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Bernd Kölmel

HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE ADVISERENDE COMMISSIE

27

+

ALDE

Igor Gräzin, Morten Helveg Petersen, Carolina Punset, Pavel Telička, Lieve Wierinck

ECR

Amjad Bashir, Zdzisław Krasnodębski, Evžen Tošenovský

ENF

Angelo Ciocca, Barbara Kappel

PPE

Bendt Bendtsen, Michał Boni, Cristian-Silviu Buşoi, Jerzy Buzek, Pilar del Castillo Vera, Christian Ehler, Gunnar Hökmark, Werner Langen, Janusz Lewandowski, Nadine Morano, Markus Pieper, Paul Rübig, Sven Schulze, Vladimir Urutchev, Henna Virkkunen, Hermann Winkler, Anna Záborská

12

-

ECR

Bernd Kölmel

EFDD

Dario Tamburrano

ENF

Christelle Lechevalier

GUE/NGL

Paloma López Bermejo, Marisa Matias, Neoklis Sylikiotis

PPE

Françoise Grossetête

VERTS/ALE

Jakop Dalunde, Rebecca Harms, Benedek Jávor, Tilly Metz, Julia Reda

6

0

EFDD

Jonathan Bullock

PPE

Massimiliano Salini

S&D

Jeppe Kofod, Olle Ludvigsson, Flavio Zanonato, Carlos Zorrinho

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding


ADVIES van de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling (3.10.2018)

aan de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid

inzake het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de vermindering van de effecten van bepaalde kunststofproducten op het milieu

(COM(2018)0340 – C8-0218/2018 – 2018/0172(COD))

Rapporteur voor advies: Bronis Ropė

BEKNOPTE MOTIVERING

De richtlijn heeft, zoals vermeld in artikel 1, tot doel "de effecten van bepaalde kunststofproducten op het milieu, in het bijzonder op het aquatisch milieu, en op de menselijke gezondheid [...] te verminderen".

Daarom vonden wij het belangrijk om in het advies van de Commissie landbouw de soorten aan landbouw gerelateerde kunststofvervuiling te benadrukken, ook als het lokaal of regionaal dringender is. Het voorstel van de Commissie ter bestrijding van vervuiling door kunststofproducten voor eenmalig gebruik is gestoeld op een effectbeoordeling waarin wordt uitgegaan van de belangrijkste categorieën groot kunststofzwerfvuil dat op zee belandt op een gemiddeld EU-niveau; in haar ontwerpbenadering wordt hier bijzondere aandacht aan besteed.

Ten eerste zou moeten worden verduidelijkt dat kunststoffen die op de velden of in het agro-ecosysteem terechtkomen door dieren kunnen worden opgenomen of in aquatische ecosystemen kunnen terechtkomen om vervolgens in zee te belanden. Evenzo zal hetgeen in de bodem terechtkomt uiteindelijk fragmenteren of door het bodemleven worden afgebroken in kleinere stukjes, zoals microplastics; deze zullen in het grondwater eindigen en kunnen zo weer in aquatische zoetwaterecosystemen en vervolgens in mariene systemen terechtkomen. Dit tweede traject wordt niet in aanmerking genomen door de op zwerfvuil op zee gebaseerde benadering van de effectbeoordeling, die op grotere producten is gericht.

Ten tweede zijn er bepaalde soorten kunststofvervuiling die regionaal of lokaal domineren en zijn gerelateerd aan specifiek landgebruik waarbij kunststoffen voor landbouwdoeleinden worden gebruikt. Deze kunnen worden verergerd door lokale praktijken of infrastructuur – bijvoorbeeld de problemen die tal van landbouwers of producenten ondervinden bij de recyclage van gebruikte kunststof mulchfolie of de weigering om vuile kunststof dekzeilen te aanvaarden.

Tot slot moet worden vermeld dat de benadering van het ontwerpvoorstel van de Commissie voorziet in bewustmakingsmaatregelen voor consumenten – in dit geval gebruikers zoals landbouwers – die de vorm kunnen aannemen van voorlichting over verwijdering en recyclage van kunststoffen voor landbouwdoeleinden, markeringsvoorschriften, uitgebreide verantwoordelijkheid voor producenten van kunststofproducten enz. Daarom houden dergelijke maatregelen niet per se extra onredelijke of kostbare lasten voor landbouwers in.

AMENDEMENTEN

De Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling verzoekt de ten principale bevoegde Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid onderstaande amendementen in aanmerking te nemen:

Amendement    1

Voorstel voor een richtlijn

Visum 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Gezien de mededeling van de Commissie van 16 januari 2018 over een Europese strategie voor kunststoffen in een circulaire economie (COM(2018) 28),

Amendement    2

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(1)  De brede bruikbaarheid en relatief lage kostprijs van kunststoffen betekent dat dit materiaal steeds meer voorkomt in het dagelijkse leven. Het toenemende gebruik van kunststoffen in toepassingen met een korte levensduur, die niet met het oog op hergebruik of kostenefficiënte recyclage zijn ontworpen, betekent dat de desbetreffende productie- en consumptiepatronen steeds minder efficiënt en meer lineair zijn geworden. Om die reden heeft de Commissie, binnen de context van het actieplan voor de circulaire economie32, in de Europese kunststoffenstrategie33 besloten dat de gestaag toenemende productie van kunststofafval en het feit dat dit afval in ons milieu terechtkomt, in het bijzonder in het mariene milieu, moeten worden aangepakt om tot een echt circulaire levenscyclus voor kunststoffen te kunnen komen.

(1)  De ingeburgerde brede beschikbaarheid en relatief lage kostprijs van kunststoffen betekent dat dit materiaal steeds meer voorkomt in het dagelijkse leven. Het toenemende gebruik van kunststoffen in toepassingen met een korte levensduur, die niet met het oog op hergebruik of kostenefficiënte recyclage zijn ontworpen, betekent dat de desbetreffende productie- en consumptiepatronen steeds minder efficiënt en meer lineair zijn geworden. Om die reden heeft de Commissie, binnen de context van het actieplan voor de circulaire economie32, in de Europese kunststoffenstrategie33 besloten dat de gestaag toenemende productie van kunststofafval en het feit dat dit afval in ons milieu terechtkomt, in het bijzonder afval dat negatieve gevolgen heeft voor het mariene milieu, ook al wordt het niet in de buurt van de zee geproduceerd, moeten worden aangepakt om tot een echt circulaire levenscyclus voor kunststoffen te kunnen komen.

__________________

__________________

32 Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's: "Maak de cirkel rond - Een EU-actieplan voor de circulaire economie" (COM(2015) 0614 final).

32 Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's: "Maak de cirkel rond - Een EU-actieplan voor de circulaire economie" (COM(2015) 0614 final).

33 Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's: "Een Europese strategie voor kunststoffen in een circulaire economie" (COM(2018) 28 final).

33 Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's: "Een Europese strategie voor kunststoffen in een circulaire economie" (COM(2018) 28 final).

Amendement    3

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(3)  Zwerfvuil op zee is grensoverschrijdend en wordt erkend als een wereldwijd probleem. Het zwerfvuil op zee verminderen, is van essentieel belang voor het bereiken van duurzame-ontwikkelingsdoelstelling nr. 14 van de Verenigde Naties, waarin wordt opgeroepen tot het behoud en duurzame gebruik van de oceanen, zeeën en mariene resources met het oog op duurzame ontwikkeling36.De Unie moet haar bijdrage leveren aan het aanpakken van zwerfvuil op zee en zou als voorbeeld voor de rest van de wereld moeten kunnen dienen. In deze context werkt de Unie samen met partners in een aantal internationale fora zoals G20, G7 en de Verenigde Naties ter bevordering van gecoördineerde actie. Dit initiatief maakt deel uit van de inspanningen van de Unie op dit gebied.

(3)  Zwerfvuil op zee is grensoverschrijdend en wordt erkend als een wereldwijd probleem. Overal ter wereld komt steeds meer afval terecht in de oceanen, hetgeen schadelijk is voor de gezondheid van ecosystemen en leidt tot sterfte bij dieren. Het zwerfvuil op zee verminderen, is van essentieel belang voor het bereiken van duurzame-ontwikkelingsdoelstelling nr. 14 van de Verenigde Naties, die gericht is op het behoud en duurzame gebruik van de oceanen, zeeën en mariene resources met het oog op duurzame ontwikkeling36. De Unie moet haar bijdrage leveren aan het aanpakken van zwerfvuil op zee en aan het voorkomen van de productie en het doeltreffender beheer ervan en zou als voorbeeld voor de rest van de wereld moeten kunnen dienen. In deze context werkt de Unie samen met partners in een aantal internationale fora zoals de G20, G7 en de Verenigde Naties ter bevordering van gecoördineerde actie. Dit initiatief maakt deel uit van de inspanningen van de Unie op dit gebied.

_________________

_________________

36 De op 25 september 2015 door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties aangenomen Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling.

36 De op 25 september 2015 door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties aangenomen Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling.

Amendement    4

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(4)  In overeenstemming met multilaterale overeenkomsten37 en de afvalwetgeving van de Europese Unie38 zijn de lidstaten verplicht te zorgen voor een degelijk afvalbeheer teneinde de hoeveelheid zwerfvuil op zee die zowel van bronnen op zee als op land afkomstig is, te voorkomen en te verminderen. In overeenstemming met de waterwetgeving van de Europese Unie39 zijn de lidstaten ook verplicht zwerfvuil op zee aan te pakken wanneer het een gevaar vormt voor het bereiken van een goede milieutoestand van hun maritieme wateren, onder andere ook als bijdrage aan duurzame-ontwikkelingsdoelstelling nr. 14 van de Verenigde Naties.

(4)  In overeenstemming met multilaterale overeenkomsten37 en de afvalwetgeving van de Europese Unie38 zijn de lidstaten verplicht te zorgen voor een degelijk afvalbeheer teneinde de hoeveelheid zwerfvuil op zee die zowel van bronnen op zee als op land afkomstig is, te voorkomen en te verminderen. In overeenstemming met de waterwetgeving van de Europese Unie39 zijn de lidstaten ook verplicht zwerfvuil op zee aan te pakken om ervoor te zorgen dat de eigenschappen en de hoeveelheid ervan geen schade veroorzaken aan de maritieme wateren, onder andere ook als bijdrage aan duurzame-ontwikkelingsdoelstelling nr. 14 van de Verenigde Naties.

__________________

__________________

37 Het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee (UNCLOS), het Verdrag ter voorkoming van verontreiniging van de zee ten gevolg van het storten van afval en andere stoffen uit 1972 (Verdrag van Londen) en het bijbehorende Protocol van 1996 (Protocol van Londen), bijlage V bij het Internationaal Verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen (MARPOL), het Verdrag van Bazel inzake de beheersing van de grensoverschrijdende overbrenging van gevaarlijke afvalstoffen en de verwijdering ervan.

37 Het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee (UNCLOS), het Verdrag ter voorkoming van verontreiniging van de zee ten gevolg van het storten van afval en andere stoffen uit 1972 (Verdrag van Londen) en het bijbehorende Protocol van 1996 (Protocol van Londen), bijlage V bij het Internationaal Verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen (MARPOL), het Verdrag van Bazel inzake de beheersing van de grensoverschrijdende overbrenging van gevaarlijke afvalstoffen en de verwijdering ervan.

38 Richtlijn 2008/98/EG en Richtlijn 2000/59/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2000 betreffende havenontvangstvoorzieningen voor scheepsafval en ladingresiduen (PB L 332 van 28.12.2000, blz. 81).

38 Richtlijn 2008/98/EG en Richtlijn 2000/59/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2000 betreffende havenontvangstvoorzieningen voor scheepsafval en ladingresiduen (PB L 332 van 28.12.2000, blz. 81).

39 Richtlijn 2000/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2000 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid (PB L 327 van 22.12.2000, blz. 1) en Richtlijn 2008/56/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het beleid ten aanzien van het mariene milieu (kaderrichtlijn mariene strategie) (PB L 164 van 25.6.2008, blz. 19).

39 Richtlijn 2000/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2000 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid (PB L 327 van 22.12.2000, blz. 1) en Richtlijn 2008/56/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het beleid ten aanzien van het mariene milieu (kaderrichtlijn mariene strategie) (PB L 164 van 25.6.2008, blz. 19).

Amendement    5

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(5)  Gemeten in aantal stuks bestaat 80 tot 85 % van het mariene zwerfvuil dat op stranden van de EU wordt aangetroffen uit kunststoffen: 50 % betreft kunststofproducten voor eenmalig gebruik, en 27 % producten die te maken hebben met de visserij. Kunststofproducten voor eenmalig gebruik omvatten een grote verscheidenheid aan veelgebruikte en snel evoluerende consumptieartikelen die al na één keer te zijn gebruikt zoals voorzien, worden weggegooid, zelden worden gerecycleerd, en vaak als zwerfvuil eindigen. Een groot deel van het vistuig dat in de handel wordt gebracht, wordt niet voor afvalverwerking ingezameld. Kunststofproducten voor eenmalig gebruik en vistuig dat kunststoffen bevat, vormen dan ook een zeer ernstig probleem binnen de context van zwerfvuil op zee, en een ernstig risico voor de mariene ecosystemen, de biodiversiteit en mogelijk ook voor de menselijke gezondheid. Verder kunnen zij ook nadelig zijn voor activiteiten als toerisme, visvangst en scheepvaart.

(5)  Gemeten in aantal stuks bestaat 80 tot 85 % van het mariene zwerfvuil dat op stranden van de EU wordt aangetroffen uit kunststoffen: 50 % betreft kunststofproducten voor eenmalig gebruik, en 27 % producten die te maken hebben met de visserij. Kunststofproducten voor eenmalig gebruik omvatten een grote verscheidenheid aan veelgebruikte en snel evoluerende consumptieartikelen die al na één keer te zijn gebruikt zoals voorzien, worden weggegooid, zelden correct worden verwijderd bij gebrek aan functionele systemen voor hergebruik of recycling, en daardoor zwerfvuil veroorzaken. Een groot deel van het vistuig dat in de handel wordt gebracht, wordt niet voor afvalverwerking ingezameld. Kunststofproducten voor eenmalig gebruik en vistuig dat kunststoffen bevat, vormen dan ook een zeer ernstig probleem. Deze producten dragen bij aan zwerfvuil op zee en vormen een ernstig risico voor de diergezondheid en dus voor de mariene ecosystemen op wereldwijde schaal, alsook voor de biodiversiteit van hun residente soorten wanneer er sprake is van een potentieel toxisch effect op organismen. Zij kunnen ook fungeren als substraat voor pathogenen en zo ziekten verspreiden. Ze zijn potentieel ook schadelijk voor de menselijke gezondheid en kunnen nadelig zijn voor activiteiten als toerisme, visvangst en scheepvaart, ondanks de bestaande EU-wetgeving betreffende het gebruik van kunststoffen in houders voor voedingsmiddelen.

Amendement    6

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 5 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(5 bis)  De EU moet een alomvattende benadering van het probleem van microplastics hanteren en alle producenten aanmoedigen het gebruik van primaire microplastics in hun productsamenstellingen te beperken en ervoor te zorgen dat producten die secundaire microplastics vormen zo weinig mogelijk terechtkomen in de bodem en in zoetwater, en dus in mariene aquatische ecosystemen.

Amendement    7

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(7)  Om de inspanningen te concentreren op de gebieden waar zij het hardst nodig zijn, zou deze richtlijn alleen van toepassing moeten zijn op de vaakst aangetroffen kunststofproducten voor eenmalig gebruik, die in aantal stuks naar schatting ongeveer 86 % vertegenwoordigen van alle kunststofproducten voor eenmalig gebruik die op de stranden van de Unie wordt aangetroffen.

(7)  Om de inspanningen te concentreren op de gebieden waar zij het hardst nodig zijn, zou deze richtlijn alleen van toepassing moeten zijn op de categorieën van de vaakst aangetroffen kunststofproducten voor eenmalig gebruik als vermeld in de bijlage, die in aantal stuks naar schatting ongeveer 86 % vertegenwoordigen van alle kunststofproducten voor eenmalig gebruik die op de stranden en in de kustwateren worden aangetroffen, op vistuig dat aanzienlijke schade veroorzaakt als vervuiling van de zee, en op de kunststofproducten voor landbouwdoeleinden die in de Unie het meest worden gebruikt.

Amendement    8

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 7 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(7 bis)  De bronnen van kunststofvervuiling zijn bijzonder heterogeen van regio tot regio. In bepaalde regio's zijn er andere kunststofproducten die aanzienlijk bijdragen aan zwerfvuil op zee, zoals aangetoond middels monitoring in het kader van de kaderrichtlijn mariene strategie en door het maatschappelijk middenveld. In zulke gebieden moeten de lidstaten worden verplicht specifieke maatregelen te nemen om andere nationaal of lokaal dominerende bronnen van kunststofvervuiling aan te pakken. Zo is er ook een verband tussen kunststoffen die worden gebruikt in de landbouw, de visserij en andere economische activiteiten, en de problemen van landvervuiling, lage recyclagepercentages en ongepaste verwijdering. In het bijzonder kan er sprake zijn van lokale factoren – van economische aard of met betrekking tot de bestaande infrastructuur – die de inzameling en het recycleren van deze kunststoffen in de weg staan. Deze kunststoffen, en dan vooral die voor landbouwdoeleinden, moeten zonder onnodige belemmeringen worden aanvaard door recycling- of verwijderingsinstallaties, en deze materialen moeten in hun ontwerp beter worden afgestemd op eenvoudigere recycling of verwijdering. De lidstaten moeten goede praktijken uitwisselen om systemen voor het recycleren van kunststoffen efficiënter en doeltreffender te maken en in de eerste plaats de hoeveelheid afval te verminderen, hetgeen momenteel extra kosten veroorzaakt voor landbouwers.

Amendement    9

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 7 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(7 ter)   Bovendien kunnen grotere kunststoffen voorwerpen en de daarvan afkomstige fragmenten of microplastics op lokale of regionale schaal aanzienlijke landvervuiling en bodemverontreiniging veroorzaken. Op lokale schaal kan dit te wijten zijn aan het intensief gebruik van kunststoffen in de landbouw. Om de effecten van kunststofafval op het milieu en de gezondheid van mens en dier te verminderen, moet grondig worden onderzocht hoe het is gesteld met de kunststofvervuiling die afkomstig is van landbouwgronden.

Amendement    10

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 7 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(7 quater)  Kunststofproducten voor landbouwdoeleinden maken een laag percentage uit van de totale hoeveelheid gebruikte kunststof en gegenereerd kunststofafval, maar het gebruik ervan is geografisch geconcentreerd. Bovendien hebben bepaalde categorieën van kunststofproducten voor landbouwdoeleinden een zeer homogene samenstelling, waardoor de afvalstroom zeer waardevol is voor recyclingbedrijven. Momenteel wordt een groot deel van de kunststoffen voor landbouwdoeleinden begraven in de grond, verbrand of weggegooid op het land, of anders eindigt het op een stortplaats. Dit veroorzaakt een imminent gevaar voor onomkeerbare bodemverontreiniging en achteruitgang van de bodemkwaliteit en potentieel ook voor de voedselveiligheid. Bij verbranding komen schadelijke stoffen vrij, waaronder stoffen die het hormonale systeem ontregelen of kankerverwekkend zijn. Daarom moet deze richtlijn van toepassing zijn op de meeste kunststofproducten voor landbouwdoeleinden voor eenmalig gebruik in de respectieve lidstaten.

Amendement    11

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 8

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(8)  Kunststofproducten voor eenmalig gebruik kunnen van een grote verscheidenheid aan kunststoffen worden gemaakt. Kunststoffen worden doorgaans gedefinieerd als polymere materialen waaraan eventueel additieven zijn toegevoegd. Sommige natuurlijke polymeren zouden echter ook onder deze definitie kunnen vallen. Niet-gemodificeerde natuurlijke polymeren dienen er niet onder te vallen, aangezien zij van nature in het milieu voorkomen. Daarom zou de definitie van polymeer in artikel 3, lid 5, van Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad43 moeten worden aangepast en zou voor deze richtlijn een aparte definitie voor kunststoffen moeten worden ingevoerd. Kunststoffen die met gemodificeerde natuurlijke polymeren worden geproduceerd of kunststoffen die op basis van biologische, fossiele of synthetische basisstoffen worden geproduceerd, komen niet in de natuur voor en moeten dan ook binnen de werkingssfeer van deze richtlijn vallen. De aangepaste definitie van kunststoffen moet daarom ook op polymeren gebaseerde rubberen producten en biologische en biologisch afbreekbare kunststoffen omvatten, ongeacht of zij al dan niet van biomassa zijn afgeleid en/of bedoeld zijn om na verloop van tijd biologisch af te breken. Sommige polymere materialen zoals polymere coatings, verven, inkten en lijmen kunnen niet fungeren als structureel hoofdbestanddeel van eindmaterialen en eindproducten. Het is niet nodig dat die materialen in deze richtlijn aan de orde komen en zij moeten ook niet onder de definitie vallen.

(8)  Kunststofproducten voor eenmalig gebruik kunnen van een grote verscheidenheid aan kunststoffen worden gemaakt. Kunststoffen worden doorgaans gedefinieerd als polymere materialen waaraan eventueel additieven zijn toegevoegd. Sommige natuurlijke polymeren zouden echter ook onder deze definitie kunnen vallen. Niet-gemodificeerde natuurlijke polymeren dienen er niet onder te vallen, aangezien zij van nature in het milieu voorkomen. Daarom zou de definitie van polymeer in artikel 3, lid 5, van Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad43 moeten worden aangepast en zou voor deze richtlijn een aparte definitie voor kunststoffen moeten worden ingevoerd. Kunststoffen die met gemodificeerde natuurlijke polymeren worden geproduceerd of kunststoffen die op basis van biologische, fossiele of synthetische basisstoffen worden geproduceerd, komen niet in de natuur voor en moeten dan ook binnen de werkingssfeer van deze richtlijn vallen. De aangepaste definitie van kunststoffen moet daarom ook op polymeren gebaseerde rubberen producten en biologische en biologisch afbreekbare kunststoffen omvatten, ongeacht of zij al dan niet van biomassa zijn afgeleid en/of bedoeld zijn om na verloop van tijd biologisch af te breken. Sommige polymere materialen zoals polymere coatings, voeringen of lagen, verven, inkten en lijmen kunnen niet fungeren als structureel hoofdbestanddeel van eindmaterialen en eindproducten. Het is niet nodig dat die materialen in deze richtlijn aan de orde komen en zij moeten ook niet onder de definitie vallen.

_________________

_________________

43 Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH), tot oprichting van een Europees Agentschap voor chemische stoffen, houdende wijziging van Richtlijn 1999/45/EG en houdende intrekking van Verordening (EEG) nr. 793/93 van de Raad en Verordening (EG) nr. 1488/94 van de Commissie alsmede Richtlijn 76/769/EEG van de Raad en de Richtlijnen 91/155/EEG, 93/67/EEG, 93/105/EG en 2000/21/EG van de Commissie (PB L 396 van 30.12.2006, blz. 1).

43 Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH), tot oprichting van een Europees Agentschap voor chemische stoffen, houdende wijziging van Richtlijn 1999/45/EG en houdende intrekking van Verordening (EEG) nr. 793/93 van de Raad en Verordening (EG) nr. 1488/94 van de Commissie alsmede Richtlijn 76/769/EEG van de Raad en de Richtlijnen 91/155/EEG, 93/67/EEG, 93/105/EG en 2000/21/EG van de Commissie (PB L 396 van 30.12.2006, blz. 1).

Motivering

Polymere coatings, voeringen en lagen zijn functioneel voor de hygiëne en de voedselveiligheid in voorwerpen die uit meerdere materialen en meerdere lagen bestaan, en kunnen zelf niet de structurele hoofdbestanddelen van eindmaterialen of -voorwerpen zijn en kunnen niet worden gebruikt wanneer andere materialen ontbreken die fungeren als structureel hoofdbestanddeel. De uitlegging van de definitie van kunststoffen in deze richtlijn moet worden afgestemd op de definitie van Verordening (EU) nr. 10/2011.

Amendement    12

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 8 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(8 bis)  Merkt op dat kunststoffen op basis van biologische grondstoffen, met het oog op de transitie naar een economie die niet op fossiele grondstoffen is gebaseerd en vanuit klimaatperspectief, een duurzamer alternatief zijn voor kunststoffen op basis van fossiele grondstoffen. Dit is ook in overeenstemming met de doelstellingen van de circulaire economie, de strategie voor de bio-economie en de kunststoffenstrategie. Daarom moeten stimulansen om op fossiele grondstoffen gebaseerde materialen te vervangen door op biologische grondstoffen gebaseerde materialen worden bevorderd. De Commissie moet overwegen om in toekomstige beleidsvoorstellen stimulansen op te nemen voor vervanging en moet bijvoorbeeld bij een herziening van de richtlijn overheidsopdrachten (Richtlijn 2014/24/EU) criteria voor kunststoffen toevoegen op basis van de samenstelling, de mate van recycleerbaarheid en de gevaarlijkheid.

Motivering

De verordening blijft voorlopig vaag wat de situatie van kunststoffen op basis van biologische grondstoffen betreft. De voordelen van biomaterialen voor de productie van kunststoffen moeten worden erkend en aangemoedigd, met name de positieve effecten ervan als duurzamer alternatief voor op polymeren gebaseerde kunststoffen en de rol die ze kunnen spelen om minder afhankelijk te worden van fossiele grondstoffen.

Amendement    13

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 9

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(9)  Om de werkingssfeer van deze richtlijn duidelijk te definiëren, moet de term kunststofproduct voor eenmalig gebruik worden gedefinieerd. De definitie moet kunststofproducten uitsluiten die bedacht, ontworpen en in de handel gebracht worden om binnen hun levensduur meerdere omlopen te maken door opnieuw gevuld of opnieuw gebruikt te worden voor hetzelfde doel als waarvoor zij ontworpen zijn.

(9)  Om de werkingssfeer van deze richtlijn duidelijk te definiëren, moet de term kunststofproduct voor eenmalig gebruik worden gedefinieerd als een product dat is bedacht en in de handel is gebracht om slechts eenmaal en kortstondig te worden gebruikt. De definitie moet kunststofproducten uitsluiten die bedacht, ontworpen en in de handel gebracht worden om binnen hun levensduur meerdere omlopen te maken door opnieuw gevuld of opnieuw gebruikt te worden voor hetzelfde doel als waarvoor zij ontworpen zijn.

Amendement    14

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 9 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(9 bis)  Door de waarde van producten en materialen zo lang mogelijk in stand te houden en minder afval te produceren, kan de EU-economie concurrerender en veerkrachtiger worden, terwijl de druk op kostbare hulpbronnen en het milieu afneemt.

Amendement    15

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 10

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(10)  Voor de kunststofproducten voor eenmalig gebruik moeten een of meer maatregelen worden vastgesteld, naargelang van diverse factoren zoals de beschikbaarheid van geschikte en duurzamere alternatieven, de haalbaarheid van het veranderen van consumptiepatronen en de mate waarin de producten al vallen onder bestaande wetgeving van de Europese Unie.

(10)  Voor de kunststofproducten voor eenmalig gebruik moeten een of meer maatregelen worden vastgesteld, naargelang van diverse factoren zoals de beschikbaarheid van geschikte en duurzamere alternatieven, de haalbaarheid van het veranderen van consumptiepatronen en de mate waarin de producten al vallen onder bestaande wetgeving van de Europese Unie, waarbij onder meer ook rekening wordt gehouden met de economische en milieueffecten van de gekozen alternatieve materialen, met name in de landbouw.

Motivering

Dit amendement is bedoeld om te wijzen op de mogelijke effecten van het gebruik van biologisch afbreekbare landbouwproducten als alternatieve grondstof.

Amendement    16

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 12

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(12)  Voor andere kunststofproducten voor eenmalig gebruik zijn wel geschikte, duurzamere en betaalbare alternatieven algemeen beschikbaar. Om de nadelige gevolgen van dergelijke producten op het milieu te beperken, zouden de lidstaten verplicht moeten worden het binnen de Europese Unie in de handel brengen ervan te verbieden. Op die manier zouden het gebruik van die algemeen beschikbare en duurzamere alternatieven, en innovatieve oplossingen voor duurzamere bedrijfsmodellen, alternatieven voor hergebruik en vervanging van materialen bevorderd worden.

(12)  Voor andere kunststofproducten voor eenmalig gebruik zijn wel geschikte, duurzamere en betaalbare alternatieven algemeen beschikbaar. Om de nadelige gevolgen van dergelijke producten op het milieu te beperken, zouden de lidstaten verplicht moeten worden het binnen de Europese Unie in de handel brengen ervan te verbieden. Naast andere specifieke soorten kunststoffen moet dit bijvoorbeeld gelden voor alle onder invloed van zuurstof afbreekbare kunststoffen die niet op een veilige manier biologisch worden afgebroken en derhalve geen milieuvoordelen bieden. Op die manier zouden zowel het gebruik van die algemeen beschikbare en duurzamere alternatieven, als innovatieve oplossingen voor duurzamere bedrijfsmodellen, alternatieven voor hergebruik en composteerbaarheid en vervanging van materialen bevorderd worden.

Motivering

Vanuit het standpunt van het landbouwareaal zijn er bijvoorbeeld mulchfolies die onder invloed van zuurstof afbreekbaar kunnen zijn, maar daarbij de bodem verontreinigen terwijl wordt geclaimd dat ze veilig afbreken.

Amendement    17

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 12 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(12 bis)  In artikel 20 bis, lid 3, van Richtlijn 94/62/EG, zoals gewijzigd bij Richtlijn (EU) 2015/720, wordt bepaald dat de Commissie tegen mei 2017 de levenscycluseffecten beoordeelt van de verschillende mogelijkheden om het verbruik van zeer lichte plastic draagtassen te verminderen, en desgevallend met een wetgevingsvoorstel komt. De Commissie heeft deze beoordeling nog niet verricht. Aangezien zeer lichte plastic draagtassen vaak als zwerfvuil eindigen, moeten er maatregelen worden genomen om het in de handel brengen ervan te beperken op [één jaar na de inwerkingtreding van deze richtlijn].

Motivering

Krachtens artikel 20 bis, lid 3, van Richtlijn (EU) 2015/720 moet de Commissie uiterlijk op 27 mei 2017 de levenscycluseffecten beoordelen van de verschillende mogelijkheden om het verbruik van zeer lichte plastic draagtassen te verminderen, en desgevallend met een wetgevingsvoorstel komen. De Commissie heeft deze uiterste termijn echter niet gehaald. Gezien het bovenstaande en om niet nog meer kostbare tijd te verliezen, moeten ook zeer lichte plastic draagtassen aan bod komen in de nieuwe richtlijn, met een verbod om deze draagtassen in de handel te brengen.

Amendement    18

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 12 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(12 ter)  De vervanging of beperking van kunststofproducten die onder deze richtlijn vallen, moet plaatsvinden binnen een redelijke overgangsperiode, zodat de economische, sociale en ecologische duurzaamheid van de productie en van het in de handel brengen van het nieuwe, als alternatief aangewezen product niet in gevaar wordt gebracht, met name wanneer dit waarschijnlijk negatieve gevolgen zal hebben voor het selecteren en verbouwen van de benodigde grondstoffen voor de productie ervan.

Motivering

Dit amendement is bedoeld om te wijzen op de mogelijke effecten van het gebruik van biologisch afbreekbare landbouwproducten als alternatieve grondstof.

Amendement    19

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 12 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(12 quater)  De Commissie stelt uiterlijk op 31 december 2019 een catalogus op met specifieke criteria die helpen bepalen of genoemde alternatieven voldoen aan de vereisten waar kunststoffen voor eenmalig gebruik momenteel aan voldoen, of ze in overeenstemming zijn met de huidige afvalwetgeving en of ze inderdaad duurzamer zijn.

Motivering

Van de genoemde alternatieven moet worden gecontroleerd of ze inderdaad voldoen aan alle vereisten die vandaag worden gesteld aan kunststofproducten voor eenmalig gebruik – met name die welke in contact komen met voedsel en drank – en of ze nog steeds duurzamer zijn. Die alternatieven moeten niet alleen worden geëvalueerd aan de hand van specifieke criteria, maar ook rekening houdend met de desbetreffende wetgeving, bijvoorbeeld op het gebied van de goedkeuring om in contact te komen met voedsel, Reach en recycleerbaarheid (kaderrichtlijn afvalstoffen / richtlijn betreffende verpakking en verpakkingsafval).

Amendement    20

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 14

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(14)  Sommige kunststofproducten voor eenmalig gebruik komen in het milieu terecht door een ongepaste verwijdering via rioleringen of een andere ongepaste lozing in het milieu. Daarom moeten kunststofproducten voor eenmalig gebruik die vaak via rioleringen of op andere ongepaste manieren worden afgevoerd, onderworpen worden aan markeringsvoorschriften. De markering moet de consumenten informeren over passende manieren afval te verwijderen en/of over verwijderingsmogelijkheden die vermeden moeten worden en/of over de negatieve gevolgen van zwerfvuil op het milieu als gevolg van verkeerde verwijdering. De Commissie moet gemachtigd worden een geharmoniseerd formaat voor de markering vast te stellen en dient deze voor te leggen aan representatieve groepen consumenten, om te verifiëren of de voorgestelde markering duidelijk genoeg is en het juiste effect heeft.

(14)  Sommige kunststofproducten voor eenmalig gebruik komen in het milieu terecht door een ongepaste verwijdering via rioleringen of een andere ongepaste lozing in het milieu. Daarom moeten kunststofproducten voor eenmalig gebruik die vaak via rioleringen of op andere ongepaste manieren worden afgevoerd, onderworpen worden aan markeringsvoorschriften. De markering moet de consumenten informeren over passende manieren om afval te verwijderen en/of over verwijderingsmogelijkheden die vermeden moeten worden en/of over de negatieve gevolgen van zwerfvuil op het milieu als gevolg van verkeerde verwijdering. Tegelijkertijd moet de informatie op de etiketten de consument bewuster maken van de milieugevaren van kunststofafval. De Commissie moet gemachtigd worden een geharmoniseerd formaat voor de markering vast te stellen en dient deze voor te leggen aan representatieve groepen consumenten, om te verifiëren of de voorgestelde markering duidelijk genoeg is en het juiste effect heeft.

Amendement    21

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 17 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(17 bis)  Aangezien de ultraperifere regio's meer gevolgen ondervinden van zwerfvuil op zee, met name van kunststofafval, en gezien de gebrekkige recyclingmogelijkheden voor de enorme hoeveelheden kunststof uit zee en van de eigen consumptie waarmee zij worden geconfronteerd, moet er een Europees fonds worden opgericht om deze regio's te helpen hun maritieme zone op te ruimen en om in te zetten op de preventie van het kunststofgebruik.

Amendement    22

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 17 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(17 ter)  De lidstaten moeten zorgen voor een betere naleving van de verplichting om afval gescheiden in te zamelen, met inbegrip van kunststofafval van de landbouw. Ook moeten zij overwegen om in bijlage III bij de verordening [Verordening strategische GLB-plannen] conditionaliteit in te voeren met betrekking tot de verwerking van kunststofafval.

Motivering

Een vergelijkbare vereiste is opgenomen in de regelgeving inzake afvalbeheer 2006 (voor Engeland en Wales, 2005 voor Schotland). Daarbij werden controles inzake afvalbeheer uitgebreid naar de landbouw. Een van de grote veranderingen was dat een einde werd gemaakt aan het verbranden of begraven van kunststoffen voor landbouwdoeleinden, met inbegrip van bindtouw, afdekplastic voor kuilvoeder, spuitbussen en kunstmest- en zaadzakken. Ook werden landbouwers verplicht om een erkend afvalverwerkingsbedrijf met een goede reputatie in te schakelen voor de inzameling en het recycleren van kunststof- en ander afval.

Amendement    23

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 17 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(17 quater)  In de strategische GLB-plannen moet het probleem van kunststofafval van de landbouw aan de orde worden gesteld en de Commissie moet in voorkomend geval bij de tussentijdse evaluatie in 2023 een norm voor een goede landbouw- en milieuconditie van grond met betrekking tot kunststofafval invoeren als nieuw aspect van aangescherpte conditionaliteit. Landbouwers zouden uit hoofde van de nieuwe randvoorwaarde verplicht zijn om een erkend afvalverwerkingsbedrijf in te schakelen voor de inzameling en het recycleren van kunststof en om bewijs te bewaren waaruit blijkt dat het kunststofafval correct is verwerkt.

Motivering

Een vergelijkbare vereiste is opgenomen in de regelgeving inzake afvalbeheer 2006 (voor Engeland en Wales, 2005 voor Schotland). Daarbij werden controles inzake afvalbeheer uitgebreid naar de landbouw. Een van de grote veranderingen was dat een einde werd gemaakt aan het verbranden of begraven van kunststoffen voor landbouwdoeleinden, met inbegrip van bindtouw, afdekplastic voor kuilvoeder, spuitbussen en kunstmest- en zaadzakken. Ook werden landbouwers verplicht om een erkend afvalverwerkingsbedrijf met een goede reputatie in te schakelen voor de inzameling en het recycleren van kunststof- en ander afval.

Amendement    24

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 20

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(20)  Drankflessen die als kunststofproducten voor eenmalig gebruik ingedeeld zijn, zijn een van de meest op de stranden van de Europese Unie aangetroffen stukken marien zwerfvuil. Dat is het gevolg van de inefficiëntie van de systemen voor gescheiden inzameling en van het feit dat consumenten weinig gebruikmaken van deze systemen. Het is dan ook noodzakelijk om efficiëntere systemen voor gescheiden inzameling te bevorderen en daartoe zou een minimumstreefwaarde voor gescheiden inzameling moeten worden vastgesteld voor kunststoffen drankverpakkingen voor eenmalig gebruik. De lidstaten zouden die minimumstreefwaarde moeten kunnen halen door streefwaarden voor gescheiden inzameling vast te stellen voor kunststoffen drankflessen voor eenmalig gebruik in het kader van de regelingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid of door statiegeldregelingen of enige andere maatregel die zij gepast vinden, vast te stellen. Dat zal een directe, positieve uitwerking hebben op de inzamelingspercentages, de kwaliteit van het ingezamelde materiaal en de kwaliteit van het recyclaat, wat dan weer kansen oplevert voor de recyclagesector en voor de recyclaatmarkt.

(20)  Drankflessen die als kunststofproducten voor eenmalig gebruik ingedeeld zijn, zijn een van de meest op de stranden van de Europese Unie aangetroffen stukken marien zwerfvuil. Dat is het gevolg van de inefficiëntie van de systemen voor gescheiden inzameling, van het feit dat consumenten weinig gebruikmaken van deze systemen en ook van de fysische en chemische eigenschappen van kunststoffen waardoor zij resistent zijn tegen afbraak en bijgevolg decennia of eeuwen nadat zij hun doel hebben vervuld in het milieu aanwezig blijven. Het is dan ook noodzakelijk om efficiëntere systemen voor gescheiden inzameling te bevorderen en daartoe zou een minimumstreefwaarde voor gescheiden inzameling moeten worden vastgesteld voor kunststoffen drankverpakkingen voor eenmalig gebruik. De lidstaten zouden die minimumstreefwaarde moeten kunnen halen door streefwaarden voor gescheiden inzameling vast te stellen voor kunststoffen drankflessen voor eenmalig gebruik in het kader van de regelingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid of door statiegeldregelingen of enige andere maatregel die zij gepast vinden, vast te stellen. Dat zal een directe, positieve uitwerking hebben op de inzamelingspercentages, de kwaliteit van het ingezamelde materiaal en de kwaliteit van het recyclaat, wat dan weer kansen oplevert voor de recyclagesector en voor de recyclaatmarkt.

Motivering

Niet uit kunststof vervaardigde producten die niet in een inzamelingssysteem terechtkomen, zijn minder persistent en meestal beter afbreekbaar, en zullen zich daarom minder waarschijnlijk ophopen in de vorm van zwerfvuil op stranden of op zee.

Amendement    25

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 20 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(20 bis)  In dit verband is het van essentieel belang samen te werken en de systemen voor het recycleren van afval verder te harmoniseren onder de lidstaten, om te voorkomen dat grensoverschrijdende handel schade toebrengt aan het milieu.

Amendement    26

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 22 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(22 bis)  Niettemin moet absoluut worden benadrukt dat biologische afbraak geen vrij te kiezen optie voor het eind van de levensduur kan zijn. In de praktijk blijkt echter dat bepaalde kunststofproducten onvermijdelijk terechtkomen in het milieu en dat het voor sommige toepassingen beter is om producten te gebruiken die in korte tijd biologisch afbreken door de werking van micro-organismen dan producten die eeuwenlang in het milieu blijven zonder af te breken. Dit laat alle vereiste inspanningen op het gebied van systemen voor hergebruik en recycling onverlet. 

Amendement    27

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 23

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(23)  De lidstaten moeten regels vaststellen inzake de sancties die van toepassing zijn op overtredingen van deze richtlijn, en erop toezien dat deze worden toegepast. De sancties dienen doeltreffend, evenredig en afschrikkend te zijn.

(23)  De lidstaten moeten regels vaststellen inzake de sancties die van toepassing zijn op overtredingen van deze richtlijn, en erop toezien dat deze doeltreffend onder de aandacht van de producenten worden gebracht en worden toegepast. De sancties dienen doeltreffend, evenredig en afschrikkend te zijn.

Amendement    28

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 24 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(24 bis)  Voorts is het ook wenselijk dat de Commissie naast de informatie die het Europees Milieuagentschap moet verstrekken ook rekening houdt met de resultaten van de door het Europees Comité voor Normalisatie (CEN) uitgevoerde studie naar een op Europees niveau wetenschappelijk aanvaarde norm voor de biologische afbreekbaarheid in het mariene milieu, die zowel betrekking heeft op de in de bijlage bij de richtlijn vermelde producten als op de voorgestelde vervangingsproducten, zoals bedoeld in artikel 15.

Motivering

Voorlopig zijn er geen afgesproken normen inzake de mate van biologische afbreekbaarheid in het mariene milieu van de onder de richtlijn vallende producten en van de vervangingsproducten die worden besproken, maar die niet uitdrukkelijk worden genoemd in de bepaling. Het is noodzakelijk te vertrekken vanuit afgesproken normen inzake de biologische afbreekbaarheid van producten om gemeenschappelijke vervangingsproducten te kunnen overwegen, en het Milieuagentschap moet deze gegevens kunnen gebruiken voor zijn samenvattingen.

Amendement    29

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 25

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(25)  Daar de doelstellingen van deze richtlijn, namelijk het voorkomen en verminderen van de effecten op het milieu van bepaalde kunststofproducten voor eenmalig gebruik en vistuig dat kunststoffen bevat, het bevorderen van de overgang naar een circulaire economie, met inbegrip van de bevordering van vernieuwende bedrijfsmodellen, producten en materialen, waarmee ook een bijdrage wordt geleverd aan de efficiënte werking van de interne markt, niet voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt, maar eerder vanwege de omvang en gevolgen van de actie beter op het niveau van de Unie kunnen worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze richtlijn niet verder dan nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken,

(25)  Daar de doelstellingen van deze richtlijn, namelijk het voorkomen en verminderen van de effecten op het milieu en op de menselijke gezondheid van bepaalde kunststofproducten voor eenmalig gebruik en vistuig dat kunststoffen bevat, het bevorderen van de overgang naar een circulaire economie, met inbegrip van de bevordering van vernieuwende bedrijfsmodellen, producten en materialen, waarmee ook een bijdrage wordt geleverd aan de efficiënte werking van de interne markt, niet voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt, maar eerder vanwege de omvang en gevolgen van de actie beter op het niveau van de Unie kunnen worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze richtlijn niet verder dan nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken,

Motivering

Dit amendement is in overeenstemming met artikel 1, waarin reeds wordt erkend dat de effecten op de gezondheid zorgwekkend zijn.

Amendement    30

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. Deze richtlijn heeft tot doel de effecten van bepaalde kunststofproducten op het milieu, in het bijzonder op het aquatisch milieu, en op de menselijke gezondheid te voorkomen en te verminderen, en de overgang naar een circulaire economie met vernieuwende bedrijfsmodellen, producten en materialen te bevorderen, en zo ook bij te dragen tot de efficiënte werking van de interne markt.

1. Deze richtlijn heeft tot doel de effecten en de aanwezigheid van kunststoffen, waaronder microplastics, op en in het milieu, in het bijzonder het aquatisch milieu en ecosystemen op het land, en de effecten op de menselijke en dierlijke gezondheid te voorkomen en te verminderen, en de overgang naar een circulaire niet-toxische economie met vernieuwende bedrijfsmodellen, niet-toxische producten en materialen te bevorderen, waarbij goede praktijken ter beperking van kunststofafval worden gestimuleerd en wordt bijgedragen tot de efficiënte werking van de interne markt.

Amendement    31

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Deze richtlijn is van toepassing op de in de bijlage opgenomen kunststofproducten voor eenmalig gebruik en op vistuig dat kunststoffen bevat.

Deze richtlijn is met name van toepassing op de in de bijlage opgenomen kunststofproducten voor eenmalig gebruik en op vistuig dat een aanzienlijk percentage kunststoffen bevat.

Amendement    32

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – alinea 1 – punt 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(1)  "kunststof": een materiaal bestaande uit een polymeer zoals bedoeld in artikel 3, lid 5, van Verordening (EG) nr. 1907/2006, waaraan mogelijk additieven of andere stoffen zijn toegevoegd, en dat als een structureel hoofdbestanddeel van eindproducten kan worden gebruikt, met uitzondering van natuurlijke polymeren die niet chemisch gemodificeerd zijn;

(1)  "kunststof": een materiaal bestaande uit een polymeer zoals bedoeld in artikel 3, lid 5, van Verordening (EG) nr. 1907/2006, waaraan mogelijk additieven of andere stoffen zijn toegevoegd, en dat als het structureel hoofdbestanddeel van eindproducten wordt gebruikt, met uitzondering van natuurlijke polymeren die niet chemisch gemodificeerd zijn en van polymere coatings, verven, inkten en lijmen die niet kunnen worden gebruikt als structureel hoofdbestanddeel van eindvoorwerpen en -producten;

Motivering

Voor de toepassing van deze richtlijn en met het oog op een gemeenschappelijke uitlegging door de lidstaten en de goede werking van de interne markt van de EU, moet het toepassingsgebied van "kunststof" in deze richtlijn duidelijk worden omschreven zodat verschillende interpretaties niet mogelijk zijn.

Amendement    33

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – alinea 1 – punt 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(1 bis)  "coatings": een of meer niet-zelfondersteunende lagen die vervaardigd zijn met kunststof, zoals gedefinieerd in artikel 3, lid 1, van deze richtlijn, en die worden aangebracht op een materiaal of voorwerp om daar speciale eigenschappen aan te verlenen of om de technische prestatie ervan te verbeteren;

Motivering

Voor de toepassing van deze richtlijn en met het oog op een gemeenschappelijke uitlegging door de lidstaten en de goede werking van de interne markt van de EU, moet de term "coatings" in deze richtlijn duidelijk worden omschreven op basis van een reeds bestaande definitie in Verordening (EU) 2018/213 van de Commissie houdende wijziging van Verordening (EU) nr. 10/2011 betreffende kunststoffen.

Amendement    34

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – alinea 1 – punt 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(2)  "kunststofproduct voor eenmalig gebruik": een product dat geheel of gedeeltelijk van kunststoffen is gemaakt en niet werd bedacht, ontworpen of in de handel gebracht om binnen zijn levensduur meerdere omlopen te maken door te worden teruggestuurd naar de producent om opnieuw gevuld te worden of opnieuw gebruikt te worden voor hetzelfde doel als waarvoor het ontworpen was;

(2)  "eenmalig gebruik": bedacht, ontworpen of in de handel gebracht om één keer kortstondig te worden gebruikt en waarvan, op basis van geharmoniseerde methoden, is vastgesteld dat het een aanzienlijk deel van het mariene zwerfvuil in de EU vormt;

Motivering

Het is belangrijk dat de term "eenmalig gebruik" wordt gedefinieerd om verwarring bij de tenuitvoerlegging van de richtlijn te voorkomen. Het is tevens belangrijk om de definitie van "eenmalig gebruik" te koppelen aan marien zwerfvuil, zodat hiermee de voorwerpen worden aangegeven die het grootste aandeel hebben in het zwerfvuil. Geharmoniseerde methoden voor de inventarisering van de voorwerpen die in het milieu worden gevonden, zijn dan ook essentieel om in de hele EU een gelijk speelveld te waarborgen.

Amendement    35

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – alinea 1 – punt 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(2 bis)  "kunststofproduct": een product dat hoofdzakelijk van kunststoffen is gemaakt;

Amendement    36

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – alinea 1 – punt 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(2 bis)  "kunststofproduct voor landbouwdoeleinden": elk stuk kunststofmateriaal of kunststofuitrusting en elke kunststofverpakking van een product die worden gebruikt om de productiviteit van het landbouwareaal1 bis te verbeteren;

 

_________________

 

1 bis Landbouwareaal als gedefinieerd in Verordening (EU) nr. 1307/2013 of Verordening [Verordening strategische GLB-plannen]).

Amendement    37

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 – lid 1 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten treffen de maatregelen die nodig zijn om op hun grondgebied tegen … [zes jaar na de einddatum voor omzetting van deze richtlijn] een aanzienlijke vermindering te realiseren van de consumptie van de in deel A van de bijlage opgenomen kunststofproducten voor eenmalig gebruik.

De lidstaten treffen de maatregelen die nodig zijn om op hun grondgebied tegen … [drie jaar na de einddatum voor omzetting van deze richtlijn] een daadwerkelijke vermindering te realiseren van het aanbod en de consumptie van de in deel A van de bijlage opgenomen kunststofproducten voor eenmalig gebruik.

Amendement    38

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 – lid 1 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Deze maatregelen kunnen de vorm aannemen van nationale streefwaarden voor consumptievermindering, maatregelen om ervoor te zorgen dat herbruikbare alternatieven voor de bewuste producten bij de verkooppunten aan de eindconsument aangeboden worden, en economische instrumenten zoals ervoor zorgen dat kunststofproducten voor eenmalig gebruik niet gratis bij de verkooppunten aan de eindconsument worden aangeboden. Welke maatregel wordt toegepast, zal afhangen van de effecten op het milieu van de in de eerste alinea genoemde producten.

Deze maatregelen nemen de vorm aan van nationale streefwaarden voor consumptievermindering, maatregelen om ervoor te zorgen dat herbruikbare alternatieven voor de bewuste producten, zoals retourneerbare en herbruikbare glazen of houten exemplaren, bij de verkooppunten aan de eindconsument aangeboden worden, en economische instrumenten zoals ervoor zorgen dat kunststofproducten voor eenmalig gebruik niet gratis bij de verkooppunten aan de eindconsument worden aangeboden of beperkingen op het in de handel brengen ervan, en maatregelen om bij de consument het bewustzijn te vergroten over het recycleren van kunststofverpakkingen en hen hiertoe in staat te stellen. Welke maatregel wordt toegepast, zal afhangen van de effecten op het milieu van de in de eerste alinea genoemde producten en van de vraag of de inzameling en recycling ervan kan worden gewaarborgd.

Amendement    39

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. De Commissie kan een uitvoeringshandeling vaststellen waarin de methodes worden vastgesteld voor de berekening en verificatie van de aanzienlijke vermindering in consumptie van de kunststofproducten voor eenmalig gebruik waarnaar in lid 1 wordt verwezen. Die uitvoeringshandeling wordt vastgesteld volgens de in artikel 16, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

2. De Commissie stelt een uitvoeringshandeling vast waarin de methodes worden vastgesteld voor de berekening en verificatie van de aanzienlijke vermindering in het aanbod en de consumptie van de kunststofproducten voor eenmalig gebruik waarnaar in lid 1 wordt verwezen. Die uitvoeringshandeling wordt binnen twee jaar na de inwerkingtreding van deze richtlijn vastgesteld volgens de in artikel 16, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

Amendement    40

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 5 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten verbieden dat de in deel B van de bijlage opgenomen kunststofproducten voor eenmalig gebruik in de handel worden gebracht.

De lidstaten verbieden dat de in deel B van de bijlage opgenomen kunststofproducten voor eenmalig gebruik in de handel worden gebracht, met bijzondere aandacht voor grootschalige catering in overheidsinstellingen, waarbij ze beschikbare duurzame alternatieven naar voren schuiven en helpen bij de ontwikkeling van bijkomende alternatieven door middel van onderzoek.

Amendement    41

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 6 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. De lidstaten zorgen ervoor dat de in deel C van de bijlage opgenomen kunststofproducten voor eenmalig gebruik met doppen en deksels waarvan een aanzienlijk deel van kunststoffen is gemaakt, alleen in de handel mogen worden gebracht als de doppen en deksels tijdens de fase van beoogd gebruik van het product aan de verpakking bevestigd blijven.

1. De lidstaten zorgen ervoor dat de in deel C van de bijlage opgenomen kunststofproducten voor eenmalig gebruik met doppen en deksels waarvan een aanzienlijk deel van kunststoffen is gemaakt, alleen in de handel mogen worden gebracht als de doppen en deksels tijdens de fase van beoogd gebruik van het product aan de verpakking bevestigd blijven, tenzij naar behoren wordt gemotiveerd dat dit negatieve gevolgen heeft voor de voedselveiligheid en de hygiëne van het voedingsmiddel dat zich in de verpakking bevindt.

Amendement    42

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 6 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Voor wat betreft de toepassing van dit artikel wordt verondersteld dat metalen doppen met kunststofverzegeling niet voor een aanzienlijk deel van kunststoffen zijn gemaakt.

Schrappen

Amendement    43

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 7 – lid -1 (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

-1.   In het licht van het gebruik en de aard van de in deel D van de bijlage opgenomen producten, moeten deze een markering krijgen om een niet-correcte verwijdering en lozing ervan in overstorten te ontmoedigen.

Amendement    44

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 7 – lid 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De lidstaten zorgen ervoor dat de in deel D van de bijlage opgenomen kunststofproducten voor eenmalig gebruik die in de handel worden gebracht, worden voorzien van een opvallende, duidelijk leesbare en onuitwisbare markering met informatie voor de consument over een of meer van de volgende zaken:

1.  De lidstaten zorgen ervoor dat de in deel D van de bijlage opgenomen kunststofproducten voor eenmalig gebruik die in de handel worden gebracht, worden voorzien van een opvallende, duidelijk leesbare en onuitwisbare markering met informatie voor de consument over de volgende zaken:

 

Amendement    45

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 7 – lid 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b) de negatieve effecten op het milieu van ongepaste afvalverwijdering van de producten, of

(b) de negatieve effecten op het milieu van ongepaste afvalverwijdering van de producten voor eenmalig gebruik, en

Amendement    46

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 7 – lid 1 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(c) de aanwezigheid van kunststoffen in het product.

(c) het feit dat een product kunststoffen bevat.

Amendement    47

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 8 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De lidstaten zorgen ervoor dat regelingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid worden opgesteld voor alle in deel C van de bijlage opgenomen kunststofproducten voor eenmalig gebruik die op de EU-markt in de handel worden gebracht, in overeenstemming met bepalingen inzake uitgebreide producentenverantwoordelijkheid van Richtlijn 2008/98/EG.

1.  De lidstaten zorgen ervoor dat er regelingen of maatregelen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid worden opgesteld voor alle in deel C van de bijlage opgenomen kunststofproducten voor eenmalig gebruik die op de EU-markt in de handel worden gebracht, in overeenstemming met bepalingen inzake uitgebreide producentenverantwoordelijkheid van Richtlijn 2008/98/EG.

Amendement    48

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 8 – lid 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis.  De vaststelling van deze regelingen gebeurt op transparante wijze en de kosten worden gezamenlijk gedragen door de betrokken belanghebbenden, waarbij de producenten een bijdrage leveren aan maatregelen om het bewustzijn te vergroten, onderzoek naar vervangproducten te ondersteunen en de levensduur van producten te verlengen. De Commissie publiceert, in overleg met de lidstaten, richtsnoeren over wat er moet gebeuren met de kosten voor de verwijdering van afval dat onder dit artikel valt, volgens het beginsel van evenredigheid.

Amendement    49

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 8 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Wat de regelingen betreft die krachtens lid 1 worden opgesteld, zorgen de lidstaten ervoor dat de kosten voor de inzameling van afval bestaande uit van de in deel E van de bijlage opgenomen kunststofproducten voor eenmalig gebruik en voor het vervoer en de verwerking ervan achteraf, met inbegrip van de kosten voor de opruiming van zwerfvuil en de kosten voor de in artikel 10 bedoelde bewustmakingsmaatregelen met betrekking tot die producten, voor rekening komt van de producenten van die producten.

2.   Wat de regelingen betreft die krachtens lid 1 worden opgesteld, zorgen de lidstaten ervoor dat de totale kosten die verband houden met de inzameling van afval bestaande uit van de in deel E van de bijlage opgenomen kunststofproducten voor eenmalig gebruik en voor het vervoer en de verwerking ervan achteraf, met inbegrip van de kosten voor de opruiming van zwerfvuil en de kosten voor de in artikel 10 bedoelde bewustmakingsmaatregelen met betrekking tot die producten, voor rekening komt van de producenten van die producten.

Amendement    50

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 9 – alinea 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten treffen de maatregelen die nodig zijn om ervoor te zorgen dat tegen 2025 90 % (op gewichtsbasis) van de in deel F van de bijlage opgenomen kunststofproducten voor eenmalig gebruik die in een bepaald jaar in de handel zijn gebracht, gescheiden ingezameld wordt. Om deze doelstelling te halen, kunnen de lidstaten onder andere:

De lidstaten treffen de maatregelen die nodig zijn om ervoor te zorgen dat tegen 2025 90 % (op gewichtsbasis) van de in deel F van de bijlage opgenomen kunststofproducten voor eenmalig gebruik die in een bepaald jaar in de handel zijn gebracht, gescheiden ingezameld wordt. Om deze doelstelling te halen, moeten de lidstaten onder andere:

Amendement    51

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 9 – alinea 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  statiegeldregelingen invoeren, of

a)  statiegeldregelingen invoeren, en

Amendement    52

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 9 – alinea 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b) streefwaarden voor gescheiden inzameling vaststellen voor relevante regelingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid.

b) streefwaarden voor gescheiden inzameling vaststellen voor relevante regelingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid. Dit moet onder meer inhouden dat er punten voor gescheiden inzameling worden ingericht voor de meest gebruikte klassen en materialen van geografisch en/of afhankelijk van het seizoen geconcentreerd kunststofafval, met name kunststofproducten voor landbouwdoeleinden. De streefwaarden moeten worden berekend in verhouding tot de gebruiksduur van de producten.

Amendement    53

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 10 – alinea 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten nemen maatregelen om consumenten van de in deel G van de bijlage opgenomen kunststofproducten voor eenmalig gebruik en vistuig dat kunststoffen bevat te informeren over:

De lidstaten nemen maatregelen om consumenten van de onder deze richtlijn vallende kunststofproducten voor eenmalig gebruik en vistuig dat kunststoffen bevat te informeren over:

Amendement    54

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 10 – alinea 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  de effecten op het milieu, en in het bijzonder op het mariene milieu, van zwerfvuil en andere ongepaste vormen van afvalverwijdering van de vermelde producten en vistuig dat kunststoffen bevat.

b)  de effecten van kunststoffen – met inbegrip van microplastics – op het milieu en op de menselijke en dierlijke gezondheid, en in het bijzonder op het mariene milieu en de zeebodem, veroorzaakt door zwerfvuil en andere ongepaste vormen van afvalverwijdering van de vermelde producten en vistuig dat kunststoffen bevat;

Amendement    55

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 10 – alinea 1 – letter b bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

b bis)  er wordt prioriteit gegeven aan bewustmakingsmaatregelen ter vermindering van het gebruik van kunststoffen en van producten die microplastics bevatten;

Amendement    56

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 10 – alinea 1 – letter b ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

b ter)  de lidstaten nemen ook maatregelen om een korte levensduur of het vroegtijdig verwijderen van producten niet aan te moedigen, door te voorzien in stimulansen voor de ontwikkeling van beter recycleerbare kunststoffen, door recyclingprocessen efficiënter te maken en door gevaarlijke en verontreinigende stoffen op te sporen en te verwijderen uit gerecycleerde kunststoffen;

Amendement    57

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 10 – alinea 1 – letter b quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

b quater)  de Commissie en de lidstaten bieden lokale overheden, ondernemingen en verenigingen ondersteuning bij het voeren van bewustmakingscampagnes voor consumenten over het verlengen van de levensduur van producten, met advies over verantwoorde verwijdering, in overeenstemming met de resolutie van het Europees Parlement van 4 juli 2017 over een langere levensduur voor producten.

Amendement    58

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 12 – lid 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De lidstaten zorgen ervoor dat natuurlijke of rechtspersonen of hun verenigingen, organisaties of groepen, in overeenstemming met de nationale wetgeving of praktijk, in beroep kunnen gaan bij een rechtbank of een ander bij wet ingesteld onafhankelijk en onpartijdig orgaan om de materiële of formele rechtmatigheid van enig besluit, handelen of nalaten met betrekking tot de uitvoering van de artikelen 5, 6, 7 en 8 aan te vechten, indien aan een van de volgende voorwaarden is voldaan:

1.  De lidstaten zorgen ervoor dat natuurlijke of rechtspersonen of hun verenigingen, organisaties of groepen, in overeenstemming met de nationale wetgeving of praktijk, in beroep kunnen gaan bij een rechtbank of een ander bij wet ingesteld onafhankelijk en onpartijdig orgaan om de materiële of formele rechtmatigheid van enig besluit, handelen of nalaten met betrekking tot de uitvoering van de artikelen 4, 5, 6, 7, 8 en 9 aan te vechten en indien aan een van de volgende voorwaarden is voldaan:

Amendement    59

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 13 – lid 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a) de gegevens over de in deel A van de bijlage opgenomen kunststofproducten voor eenmalig gebruik die elk jaar op de EU-markt in de handel zijn gebracht, in het kader van het staven van de consumptievermindering in overeenstemming met artikel 4, lid 1;

a) de gegevens over de in deel A en B van de bijlage opgenomen kunststofproducten voor eenmalig gebruik die elk jaar op de EU-markt in de handel zijn gebracht, in het kader van het staven van de consumptievermindering in overeenstemming met artikel 4, lid 1;

Amendement    60

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 13 – lid 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b) informatie over de maatregelen die voor de doeleinden van artikel 4, lid 1, door de lidstaten zijn getroffen.

b) informatie over de maatregelen die voor de doeleinden van artikel 4, lid 1, en artikel 5 door de lidstaten zijn getroffen.

Amendement    61

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 13 – lid 1 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De onder a) van het eerste lid bedoelde gegevens worden jaarlijks bijgewerkt, binnen 12 maanden na het einde van het referentiejaar waarvoor zij zijn verzameld. Waar mogelijk wordt voor de presentatie van de datasets gebruik gemaakt van diensten met betrekking tot ruimtelijke gegevens zoals gedefinieerd in artikel 3, lid 4, van Richtlijn 2007/2/EG.

(Niet van toepassing op de Nederlandse versie)

Amendement    62

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 13 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Het Europese Milieuagentschap publiceert een overzicht van de Unie als geheel en werkt deze regelmatig bij op basis van de gegevens die door de lidstaten worden verzameld. Het overzicht omvat in voorkomend geval indicatoren voor de outputs, resultaten en effecten van deze richtlijn, overzichtskaarten voor de hele EU en samenvattende verslagen van de lidstaten.

3.  Het Europese Milieuagentschap publiceert een overzicht van de Unie als geheel en werkt deze regelmatig bij op basis van de gegevens die door de lidstaten worden verzameld. Het overzicht omvat in voorkomend geval indicatoren voor de outputs voor elke lidstaat, de resultaten en de effecten van deze richtlijn, overzichtskaarten voor de hele EU en samenvattende verslagen van de lidstaten.

Amendement    63

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 15 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De Commissie evalueert deze richtlijn tegen … [zes jaar na de einddatum voor omzetting van deze richtlijn]. De evaluatie vindt plaats op basis van de beschikbare informatie in overeenstemming met artikel 13. De lidstaten verstrekken de Commissie alle bijkomende informatie die nodig is voor de evaluatie en voor de voorbereiding van het in lid 2 bedoelde verslag.

1.  De Commissie evalueert deze richtlijn tegen … [drie jaar na de einddatum voor omzetting van deze richtlijn]. De evaluatie vindt plaats op basis van de beschikbare informatie in overeenstemming met artikel 13. De lidstaten verstrekken de Commissie alle bijkomende informatie die nodig is voor de evaluatie en voor de voorbereiding van het in lid 2 bedoelde verslag.

Amendement    64

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 15 – lid 3 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)  er voldoende wetenschappelijke en technische vorderingen zijn gemaakt, en er criteria of een norm voor biologische afbreekbaarheid in het mariene milieu is/zijn ontwikkeld die van toepassing is/zijn op kunststofproducten voor eenmalig gebruik die vallen onder de werkingssfeer van deze richtlijn en hun vervangingsproducten voor eenmalig gebruik, om te bepalen welke producten niet langer onderworpen hoeven worden aan beperkingen voor het in de handel brengen, in voorkomend geval.

c)  er voldoende wetenschappelijke en technische vorderingen zijn gemaakt, en er criteria of een Europese norm voor biologische afbreekbaarheid in het mariene milieu is/zijn ontwikkeld die van toepassing is/zijn op kunststofproducten voor eenmalig gebruik die vallen onder de werkingssfeer van deze richtlijn en hun vervangingsproducten voor eenmalig gebruik, om te bepalen welke producten niet langer onderworpen hoeven worden aan beperkingen voor het in de handel brengen of de consumptie, in voorkomend geval.

Amendement    65

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage I – deel A – streepje 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

—  Voedselverpakkingen, dat wil zeggen recipiënten zoals dozen, met of zonder deksel, die worden gebruikt voor voedingsmiddelen die bestemd zijn om ter plaatse of na afhaling direct, zonder enige verdere bereiding, uit de recipiënt geconsumeerd te worden, zoals voedselverpakkingen voor fastfood, maar met uitzondering van drankverpakkingen, borden en zakjes en wikkels die voedingsmiddelen bevatten,

—  Voedselverpakkingen, dat wil zeggen recipiënten zoals dozen, met of zonder deksel, die worden gebruikt voor voedingsmiddelen die bestemd zijn om ter plaatse of na afhaling direct, zonder enige verdere bereiding, uit de recipiënt geconsumeerd te worden, zoals voedselverpakkingen voor fastfood, maar met uitzondering van drankverpakkingen, borden en zakjes en wikkels die voedingsmiddelen voor huishoudelijk gebruik bevatten, met inbegrip van vlees indien er geen veilige alternatieven bestaan,

Amendement    66

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage I – deel A – streepje 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

—  bekers voor dranken,

—  bekers voor dranken, met inbegrip van deksels,

Amendement    67

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage I – deel A – streepje 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

  kunststofkratten voor eenmalig gebruik bestemd voor de verpakking en het vervoer van landbouw- en visserijproducten,

Amendement    68

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage I – deel A – streepje 2 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

  drankflessen.

Amendement    69

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage I – deel B – streepje 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

—  bestek (vorken, messen, lepels, eetstokjes),

—  bestek (vorken, messen, lepels, eetstokjes), tenzij in gesloten systemen waar inzameling, hergebruik en/of recycling volledig is gewaarborgd,

Amendement    70

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage I – deel B – streepje 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

—  borden,

—  borden, tenzij in gesloten systemen waar inzameling, hergebruik en/of recycling volledig is gewaarborgd,

Amendement    71

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage I – deel B – streepje 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

—  rietjes, met uitzondering van rietjes bedoeld en gebruikt voor medische doeleinden,

—  rietjes, met uitzondering van rietjes bedoeld en gebruikt voor medische doeleinden, alsook rietjes die zijn ingebouwd in de drankverpakking en hieraan bevestigd zijn,

Amendement    72

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage I – deel B – streepje 6 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

-  polystyreen in alle toepassingen, behalve wanneer voor een specifieke toepassing kan worden aangetoond dat het materiaal de grootste milieu- en maatschappelijke voordelen oplevert voor die toepassing en wordt ingezameld voor afvalverwerking,

Amendement    73

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage I – deel B – streepje 6 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

-  onder invloed van zuurstof afbreekbare kunststoffen in alle toepassingen,

Amendement    74

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage I – deel B – streepje 6 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

-  kunststoffen bevattende levensmiddelenverpakkingen of contactmaterialen die bijdragen aan belasting van de bodem door microplastics bij compostering of biogasvergisting, zoals uit kunststof vervaardigde of met kunststof geïmpregneerde theezakjes,

Amendement    75

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage I – deel B – streepje 6 quinquies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

-  zeer lichte plastic draagtassen volgens de definitie van Richtlijn (EU) 2015/720, met uitzondering van deze voor vlees, vis en zuivelproducten, om hygiënische redenen,

Amendement    76

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage I – deel B – streepje 6 sexies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

-  primaire verpakking van individueel verpakt snoep en gebak,

Amendement    77

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage I – deel B – streepje 6 septies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

-  suikerstokken en lolly's,

Amendement    78

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage I – deel B – streepje 6 octies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

-  primaire verpakking van groente en fruit die niet noodzakelijk is om het product te bewaren,

Amendement    79

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage I – deel C – streepje 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

—  Drankverpakkingen, dat wil zeggen recipiënten voor het houden van dranken zoals drankflessen, met inbegrip van de bijbehorende doppen of deksels.

—  Drankverpakkingen, dat wil zeggen recipiënten voor het houden van dranken zoals drankflessen, met inbegrip van de bijbehorende etiketten, doppen of deksels, alsook kunststoffen recipiënten met een deksel voor eenmalig gebruik voor salades, yoghurt en fruit.

Amendement    80

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage I – deel D – streepje 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

—  vochtige doekjes, m.a.w. vooraf bevochtigde doekjes voor persoonlijke hygiëne, en voor huishoudelijk en industrieel gebruik,

—  vochtige doekjes, m.a.w. vooraf bevochtigde doekjes voor persoonlijke hygiëne, en voor huishoudelijk en industrieel gebruik, die kunststoffen bevatten,

Amendement    81

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage I – deel D – streepje 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

-  kunststoffen voor landbouwdoeleinden, indien is vastgesteld dat zij lokaal of nationaal aanzienlijk bijdragen aan kunststofvervuiling in het milieu en indien de inzamelingspercentages minder dan 90 % bedragen.

Amendement    82

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage I – deel E – streepje 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

—  Voedselverpakkingen, dat wil zeggen recipiënten zoals dozen, met of zonder deksel, die worden gebruikt voor voedingsmiddelen die bestemd zijn om ter plaatse of na afhaling direct, zonder enige verdere bereiding, uit de recipiënt geconsumeerd te worden, zoals voedselverpakkingen voor fastfood, maar met uitzondering van drankverpakkingen, borden en zakjes en wikkels die voedingsmiddelen bevatten,

– Voedselverpakkingen, dat wil zeggen recipiënten zoals dozen, met of zonder deksel, die zijn ontworpen en bestemd om aan het verkooppunt te worden gevuld, of die worden gebruikt voor voedingsmiddelen die bestemd zijn om ter plaatse of na afhaling direct, zonder enige verdere bereiding, uit de recipiënt geconsumeerd te worden, zoals voedselverpakkingen voor fastfood, maar met uitzondering van drankverpakkingen, borden en zakjes en wikkels die voedingsmiddelen bevatten,

Amendement    83

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage I – deel E – streepje 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

—  drankverpakkingen, dat wil zeggen recipiënten voor het houden van dranken zoals drankflessen, met inbegrip van de bijbehorende doppen of deksels,

—  drankverpakkingen, dat wil zeggen recipiënten voor het houden van dranken zoals drankflessen, met inbegrip van de bijbehorende etiketten, doppen of deksels,

Amendement    84

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage I – deel E – streepje 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

-  doppen en deksels die kunststoffen bevatten,

Amendement    85

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage I – deel E – streepje 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

—  vochtige doekjes, m.a.w. vooraf bevochtigde doekjes voor persoonlijke hygiëne, en voor huishoudelijk en industrieel gebruik,

—  vochtige doekjes, m.a.w. vooraf bevochtigde doekjes voor persoonlijke hygiëne, en voor huishoudelijk en industrieel gebruik, die kunststoffen bevatten,

Amendement    86

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage I – deel E – streepje 8 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

-  kunststoffen voor landbouwdoeleinden, bv. folie voor beschermde teelt, afdekplastic voor mulch en kuilvoeder, irrigatie- en afwateringsbuizen, zakken en verpakkingen van productiemiddelen, indien is vastgesteld dat zij lokaal of nationaal aanzienlijk bijdragen aan kunststofvervuiling in het milieu,

Amendement    87

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage I – deel E – streepje 8 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

-  kunststofkratten voor eenmalig gebruik bestemd voor de verpakking en het vervoer van landbouw- en visserijproducten.

Amendement    88

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage I – deel F – streepje 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

-  kunststoffen voor landbouwdoeleinden, indien is vastgesteld dat zij lokaal of nationaal aanzienlijk bijdragen aan kunststofvervuiling in het milieu, waaronder afvalmateriaal als zeilen of folie voor beschermde teelt, voor mulch en kuilvoeder, hagelnetten of beschermingsnetten tegen plagen, irrigatie- en afwateringsbuizen, zakken en verpakkingen van productiemiddelen, bindtouw, verpakkingen van meststoffen en agrochemische producten.

Amendement    89

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage I – deel G – streepje 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

—  drankverpakkingen, dat wil zeggen recipiënten voor het houden van dranken zoals drankflessen, met inbegrip van de bijbehorende doppen of deksels,

—  drankverpakkingen, dat wil zeggen recipiënten voor het houden van dranken zoals drankflessen, met inbegrip van de bijbehorende etiketten, doppen of deksels,

Amendement    90

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage I – deel G – streepje 9 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

-  kunststoffen voor landbouwdoeleinden, indien is vastgesteld dat zij lokaal of nationaal aanzienlijk bijdragen aan kunststofvervuiling in het milieu.

PROCEDURE VAN DE ADVISERENDE COMMISSIE

Titel

Vermindering van de effecten van bepaalde kunststofproducten op het milieu

Document- en procedurenummers

COM(2018)0340 – C8-0218/2018 – 2018/0172(COD)

Bevoegde commissie

       Datum bekendmaking

ENVI

11.6.2018

 

 

 

Advies uitgebracht door

       Datum bekendmaking

AGRI

5.7.2018

Rapporteur voor advies

       Datum benoeming

Bronis Ropė

10.7.2018

Datum goedkeuring

1.10.2018

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

37

3

3

Bij de eindstemming aanwezige leden

John Stuart Agnew, Clara Eugenia Aguilera García, Eric Andrieu, Richard Ashworth, Daniel Buda, Nicola Caputo, Matt Carthy, Jacques Colombier, Michel Dantin, Paolo De Castro, Albert Deß, Diane Dodds, Jørn Dohrmann, Herbert Dorfmann, Norbert Erdős, Luke Ming Flanagan, Karine Gloanec Maurin, Esther Herranz García, Jan Huitema, Martin Häusling, Peter Jahr, Ivan Jakovčić, Jarosław Kalinowski, Philippe Loiseau, Mairead McGuinness, Nuno Melo, Giulia Moi, Ulrike Müller, James Nicholson, Maria Noichl, Marijana Petir, Bronis Ropė, Maria Lidia Senra Rodríguez, Czesław Adam Siekierski, Tibor Szanyi, Marco Zullo

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Franc Bogovič, Michela Giuffrida, Elsi Katainen, Anthea McIntyre, Momchil Nekov, Molly Scott Cato, Vladimir Urutchev, Thomas Waitz

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Renata Briano

HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE ADVISERENDE COMMISSIE

37

+

ALDE

Jan Huitema, Ivan Jakovčić, Elsi Katainen, Ulrike Müller

ECR

Zbigniew Kuźmiuk, Anthea McIntyre, James Nicholson

GUE/NGL

Matt Carthy, Luke Ming Flanagan, Maria Lidia Senra Rodríguez

NI

Diane Dodds

PPE

Richard Ashworth, Franc Bogovič, Daniel Buda, Michel Dantin, Albert Deß, Herbert Dorfmann, Norbert Erdős, Esther Herranz García, Peter Jahr, Jarosław Kalinowski, Nuno Melo, Marijana Petir, Czesław Adam Siekierski, Vladimir Urutchev

S&D

Clara Eugenia Aguilera García, Eric Andrieu, Nicola Caputo, Paolo De Castro, Michela Giuffrida, Karine Gloanec Maurin, Momchil Nekov, Maria Noichl, Tibor Szanyi

Verts/ALE

Bronis Ropė, Molly Scott Cato, Thomas Waitz

3

-

EFDD

John Stuart Agnew

ENF

Jacques Colombier, Philippe Loiseau

3

0

ECR

Jørn Dohrmann

EFDD

Giulia Moi, Marco Zullo

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding


ADVIES van de Commissie visserij (25.9.2018)

aan de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid

inzake het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de vermindering van de effecten van bepaalde kunststofproducten op het milieu

(COM(2018)0340 – C8-0218/2018 – 2018/0172(COD))

Rapporteur voor advies: Renata Briano

BEKNOPTE MOTIVERING

Met het voorstel van de Commissie wordt beoogd de negatieve effecten van bepaalde kunststofproducten op het milieu, met name het mariene milieu, te voorkomen en te verminderen. Deze doelstelling komt overeen met de EU-strategie voor kunststoffen en moet gezien worden in de ruimere context van de overgang naar een circulaire economie. Het kunststofzwerfvuil in zee is een mondiaal probleem. Om dit probleem aan te pakken moet er dus op meerdere niveaus worden ingegrepen en moeten de internationale inspanningen beter op elkaar worden afgestemd.

Het initiatief richt zich op tien kunststofproducten voor eenmalig gebruik en op vistuig dat kunststoffen bevat. Deze producten zijn gekozen op basis van tellingen van aantallen gevonden stuks afval op stranden, waarvoor ook de gegevens zijn gebruikt die voor de kaderrichtlijn mariene strategie waren verzameld. Er werden 276 Europese stranden gemonitord, waarbij er in totaal 679 controles ter plaatse zijn verricht en 355 671 voorwerpen zijn aangetroffen. Uit de tellingen is gebleken dat ongeveer de helft van al het gevonden zwerfvuil op de stranden bestaat uit kunststofproducten voor eenmalig gebruik en 27 % uit vistuig.

De verspreiding van kunststoffen in zee is schadelijk voor de biologische rijkdommen van de zee, vooral de meest kwetsbare, en voor hun leefomgeving. Bijgevolg zijn er ook nadelige gevolgen voor de visvangst: er wordt geschat dat de Europese vloot hierdoor jaarlijks een nettoverlies van tussen de 70 en 350 miljoen EUR lijdt. Bovendien leveren de kunststoffen ook risico's op voor de menselijke gezondheid, aangezien het kunststofzwerfvuil in deeltjes uiteenvalt, in de voedselketen terechtkomt en dus uiteindelijk ook op ons bord.

De rapporteur voor advies wil in de eerste plaats benadrukken dat de vissers een fundamentele rol spelen bij het aanpakken van het kunststofzwerfvuil op zee. De "fishing for litter"-initiatieven, onder andere gesteund door het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij (EFMZV), leveren een nieuw model op, waarin vissers deel van de oplossing zijn en niet langer deel van het probleem. Acties waarbij de rol van vissers als "bewakers van de zee" wordt erkend en op waarde geschat, dienen dus aangemoedigd te worden.

Met betrekking tot vistuig bevat het voorstel regelingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid en bewustmakingsmaatregelen. De regelingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid zullen zorgen voor een beter beheer van afgedankt vistuig, omdat hiermee de kosten van zowel de verwerking van dit soort afval als de bewustmakingsmaatregelen worden gedekt. De rapporteur voor advies is van mening dat deze regelingen vergezeld moeten gaan van een gedifferentieerde vergoeding, waarmee het aantrekkelijk wordt om vistuig in de handel te brengen dat is ontworpen om duurzaam, herbruikbaar en recycleerbaar te zijn, in overeenstemming met de afvalwetgeving van de Unie. De kunststofelementen van vistuig zijn namelijk uiterst geschikt voor recyclage, hoewel dat potentieel op dit moment niet wordt benut.

In de regelingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voor vistuig zijn de in het voorstel inzake havenontvangstvoorzieningen voor afval (COM (2018)33) voorgestelde maatregelen opgenomen, die voorzien in lagere financiële lasten voor de havens, en bijgevolg voor de visserijbedrijven. Het is dus van fundamenteel belang dat de samenhang tussen deze twee richtlijnen wordt gegarandeerd. Hiervoor is het in de eerste plaats nodig dat de terminologie geharmoniseerd wordt, aangezien dit voorstel een definitie van afgedankt vistuig bevat, terwijl in het voorstel inzake havenontvangstvoorzieningen in sommige talen andere termen worden gebruikt om vistuig dat niet meer wordt gebruikt aan te duiden, zonder hierbij echter een definitie te geven. Bovendien moeten alle havens waar vissersboten mogen aanleggen, voorzien zijn van de juiste voorzieningen om te zorgen voor de inzameling en verwerking van het afval dat passief is opgevist tijdens de visserijactiviteiten, en mogen de visserijbedrijven, conform het beginsel dat de vervuiler betaalt, niet worden geconfronteerd met aanvullende kosten ten gevolge van dergelijke verrichtingen. Op deze manier zullen de vissers een extra stimulans hebben om het afgedankte vistuig en het passief opgeviste afval naar de kust terug te brengen. Ten slotte zullen de regelingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid ook de kosten van de verwerking van het afval dat afkomstig is uit voor de aquacultuur gebruikte kunststofmaterialen dekken. Dergelijk afval is echter niet opgenomen, althans niet volledig, in de voorgestelde maatregelen voor de havenvoorzieningen. De rapporteur is van mening dat de samenhang tussen de twee voorstellen ook op dit punt moet worden gewaarborgd.

Het voorstel van de Commissie bevat ook een verwijzing naar Verordening (EG) nr. 1224/2009, waarmee een controleregeling van de Unie voor de visserij is vastgesteld en enkele preventieve en corrigerende maatregelen zijn ingevoerd om de effecten van het in zee verloren vistuig te verminderen. Deze verordening over de controleregeling wordt momenteel herzien, waarbij rekening moet worden gehouden met de doelstellingen van het onderhavige initiatief.

Ten slotte is de rapporteur voor advies van oordeel dat de Europese Unie met betrekking tot innovatie en onderzoek naar alternatieve materialen een duidelijke definitie van zowel biologisch afbreekbaar kunststof als biokunststof, alsook geharmoniseerde normen over biologische afbreekbaarheid, met name in het mariene milieu, en composteerbaarheid moet vaststellen, met het doel een duidelijk en eenvormig wettelijk kader vast te stellen.

AMENDEMENTEN

De Commissie visserij verzoekt de bevoegde Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid onderstaande amendementen in aanmerking te nemen:

Amendement    1

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(1 bis)  Een correcte aanpak van de strijd tegen kunststofafval op zee, moet ook kunststofafval op de zeebodem en in het aquatisch milieu in het algemeen omvatten, evenals microplastics.

Amendement    2

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(3 bis)  De lidstaten hebben het Internationaal Verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen (Marpol) ondertekend en moeten streven naar de volledige tenuitvoerlegging van de bepalingen ervan.

Amendement    3

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 3 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(3 ter)  Volgens ramingen bestaat 80 % van het zwerfvuil op zee uit plastic en microplastics en houdt 20 % tot 40 % van het plastic zwerfvuil op zee deels verband met menselijke activiteiten op zee, waaronder koopvaardij en cruises, terwijl de rest afkomstig is van het vasteland. Tevens is volgens een recente studie van de FAO ongeveer 10 % van dat zwerfvuil afkomstig van verloren en achtergelaten vistuig. Een deel van het plastic zwerfvuil op zee bestaat uit verloren en achtergelaten vistuig en naar schatting 94 % van het plastic dat in de oceaan terechtkomt, belandt op de zeebodem. Daarom kan het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij (EFMZV) worden gebruikt om vissers ertoe aan te zetten deel te nemen aan regelingen voor het bergen van afval op zee, door hen bijvoorbeeld financiële of materiële stimulansen te bieden. De enorme hoeveelheid kunststof die wordt achtergelaten op zee heeft naast negatieve effecten voor de duurzame visbestanden en de in zee levende organismen, met name de kwetsbare soorten, en hun leefomgevingen, ook gevolgen voor de visserijactiviteiten, onder meer omdat er hogere kosten zijn verbonden aan het schoonmaken van de netten en het verwerken van het ingezamelde afval. Voor de ambachtelijke visserij zijn de gevolgen en financiële lasten zelfs nog zwaarder. Aangezien zwerfvuil op zee een grensoverschrijdend effect heeft, moet de Commissie in samenwerking met derde landen extra inspanningen leveren om te voorkomen dat dergelijk afval wordt geproduceerd en om goed afvalbeheer te stimuleren.

Amendement    4

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(4 bis)  In resolutie nr. 11 van de VN-milieuvergadering voor het VN-milieuprogramma van 23-27 mei 2016 wordt erkend dat de aanwezigheid van plastic zwerfvuil en microplastics in het mariene milieu een snelgroeiend en zeer ernstig wereldwijd probleem is waarop zo snel mogelijk een wereldwijde reactie moet komen, met inachtneming van de productlevenscyclusbenadering. Het verband tussen microplastics en kunststoffen voor eenmalig gebruik en vistuig moet in acht worden genomen, aangezien deze kunststoffen kunnen worden afgebroken tot microplastics en schade kunnen veroorzaken. Uit onderzoek is gebleken dat de aanwezigheid van microplastics in het mariene milieu aanzienlijk kan zijn en er is bewijs dat deze microplastics kunnen worden opgenomen door zeedieren en als gevolg hiervan in de voedselketen terecht kunnen komen1. De maatregelen die in deze richtlijn zijn opgenomen om de impact van bepaalde kunststoffen te verminderen, hebben daarom belangrijke voordelen voor het milieu en de volksgezondheid. De EU moet ten aanzien van het probleem van microplastics een alomvattende aanpak hanteren en dient alle producenten aan te moedigen om het aantal microplastics in hun formuleringen strikt te beperken, waarbij specifieke aandacht dient te worden besteed aan de fabrikanten van textiel en banden, aangezien synthetische kledij en banden goed zijn voor 63 % van de microplastics die rechtstreeks in het mariene milieu terechtkomen.

 

_________________

 

1 Contam-panel van de EFSA (EFSA-panel voor contaminanten in de voedselketen), 2016. "Statement on the presence of microplastics and nanoplastics in food, with particular focus on seafood" (Verklaring over de aanwezigheid van micro- en nanoplastics in levensmiddelen, met speciale aandacht voor visserijproducten).

Amendement    5

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(5)  Gemeten in aantal stuks bestaat 80 tot 85 % van het mariene zwerfvuil dat op stranden van de EU wordt aangetroffen uit kunststoffen: 50 % betreft kunststofproducten voor eenmalig gebruik, en 27 % producten die te maken hebben met de visserij. Kunststofproducten voor eenmalig gebruik omvatten een grote verscheidenheid aan veelgebruikte en snel evoluerende consumptieartikelen die al na één keer te zijn gebruikt zoals voorzien, worden weggegooid, zelden worden gerecycleerd, en vaak als zwerfvuil eindigen. Een groot deel van het vistuig dat in de handel wordt gebracht, wordt niet voor afvalverwerking ingezameld. Kunststofproducten voor eenmalig gebruik en vistuig dat kunststoffen bevat, vormen dan ook een zeer ernstig probleem binnen de context van zwerfvuil op zee, en een ernstig risico voor de mariene ecosystemen, de biodiversiteit en mogelijk ook voor de menselijke gezondheid. Verder kunnen zij ook nadelig zijn voor activiteiten als toerisme, visvangst en scheepvaart.

(5)  Gemeten in aantal stuks bestaat 80 tot 85 % van het mariene zwerfvuil dat op stranden van de EU wordt aangetroffen uit kunststoffen: 50 % betreft kunststofproducten voor eenmalig gebruik, en 27 % producten die te maken hebben met de visserij. Kunststofproducten voor eenmalig gebruik omvatten een grote verscheidenheid aan veelgebruikte en snel evoluerende consumptieartikelen die al na één keer te zijn gebruikt zoals voorzien, worden weggegooid, zelden worden gerecycled, en als zwerfvuil eindigen. Een groot deel van het vistuig dat in de handel wordt gebracht, wordt niet voor afvalverwerking ingezameld. Kunststofproducten voor eenmalig gebruik, vistuig dat kunststoffen bevat en microplastics vormen dan ook een zeer ernstig probleem binnen de context van zwerfvuil op zee, en een ernstig risico voor de mariene ecosystemen, de duurzame visbestanden, de biodiversiteit en mogelijk ook voor de menselijke gezondheid. Verder kunnen zij ook nadelig zijn voor activiteiten als toerisme, professionele en recreatieve visserij en scheepvaart, met name in de ultraperifere gebieden en kustgebieden.

Amendement    6

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 6 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(6 bis)  Er is sprake van spookvisserij als zeedieren gevangen of verstrikt raken in verloren of afgedankte, niet biologisch afbreekbare visnetten, vallen en vislijnen en deze dieren daardoor gewond raken, verhongeren of sterven. Het verschijnsel spookvisserij wordt veroorzaakt door verloren en afgedankt vistuig. Krachtens Verordening (EG) nr. 1224/2009 is het verplicht vistuig te markeren en melding te maken van verloren vistuig en dit terug te halen. Sommige vissers brengen daarom uit eigen beweging uit zee opgeviste verloren visnetten mee naar de haven.

Amendement    7

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(7)  Om de inspanningen te concentreren op de gebieden waar zij het hardst nodig zijn, zou deze richtlijn alleen van toepassing moeten zijn op de vaakst aangetroffen kunststofproducten voor eenmalig gebruik, die in aantal stuks naar schatting ongeveer 86 % vertegenwoordigen van alle kunststofproducten voor eenmalig gebruik die op de stranden van de Unie wordt aangetroffen.

(7)  Om de inspanningen te concentreren op de gebieden waar zij het hardst nodig zijn, zou deze richtlijn van toepassing moeten zijn op de vaakst aangetroffen kunststofproducten voor eenmalig gebruik, die in aantal stuks naar schatting ongeveer 86 % vertegenwoordigen van alle kunststofproducten voor eenmalig gebruik die op de stranden van de Unie wordt aangetroffen, en ook op vistuig. Voor de transitie naar een circulaire economie is een vermindering van het totale gebruik van kunststoffen voor eenmalig gebruik noodzakelijk.

Amendement    8

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 8

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(8)  Kunststofproducten voor eenmalig gebruik kunnen van een grote verscheidenheid aan kunststoffen worden gemaakt. Kunststoffen worden doorgaans gedefinieerd als polymere materialen waaraan eventueel additieven zijn toegevoegd. Sommige natuurlijke polymeren zouden echter ook onder deze definitie kunnen vallen. Niet-gemodificeerde natuurlijke polymeren dienen er niet onder te vallen, aangezien zij van nature in het milieu voorkomen. Daarom zou de definitie van polymeer in artikel 3, lid 5, van Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad43 moeten worden aangepast en zou voor deze richtlijn een aparte definitie voor kunststoffen moeten worden ingevoerd. Kunststoffen die met gemodificeerde natuurlijke polymeren worden geproduceerd of kunststoffen die op basis van biologische, fossiele of synthetische basisstoffen worden geproduceerd, komen niet in de natuur voor en moeten dan ook binnen de werkingssfeer van deze richtlijn vallen. De aangepaste definitie van kunststoffen moet daarom ook op polymeren gebaseerde rubberen producten en biologische en biologisch afbreekbare kunststoffen omvatten, ongeacht of zij al dan niet van biomassa zijn afgeleid en/of bedoeld zijn om na verloop van tijd biologisch af te breken. Sommige polymere materialen zoals polymere coatings, verven, inkten en lijmen kunnen niet fungeren als structureel hoofdbestanddeel van eindmaterialen en eindproducten. Het is niet nodig dat die materialen in deze richtlijn aan de orde komen en zij moeten ook niet onder de definitie vallen.

(8)  Kunststofproducten voor eenmalig gebruik kunnen van een grote verscheidenheid aan kunststoffen worden gemaakt. Kunststoffen worden doorgaans gedefinieerd als polymere materialen waaraan eventueel additieven zijn toegevoegd. Sommige natuurlijke polymeren zouden echter ook onder deze definitie kunnen vallen. Niet-gemodificeerde natuurlijke polymeren dienen er niet onder te vallen, aangezien zij van nature in het milieu voorkomen. Daarom zou de definitie van polymeer in artikel 3, lid 5, van Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad43 moeten worden aangepast en zou voor deze richtlijn een aparte definitie voor kunststoffen moeten worden ingevoerd. Kunststoffen die met gemodificeerde natuurlijke polymeren worden geproduceerd of kunststoffen die op basis van biologische, fossiele of synthetische basisstoffen worden geproduceerd, komen niet in de natuur voor en moeten dan ook binnen de werkingssfeer van deze richtlijn vallen. De aangepaste definitie van kunststoffen moet daarom ook op polymeren gebaseerde rubberen producten en biologische en biologisch afbreekbare kunststoffen omvatten, ongeacht of zij al dan niet van biomassa zijn afgeleid en/of bedoeld zijn om na verloop van tijd biologisch af te breken. Sommige polymere materialen zoals polymere coatings, bekledingen of lagen, verven, inkten en lijmen kunnen niet fungeren als structureel hoofdbestanddeel van eindmaterialen en eindproducten. Het is niet nodig dat die materialen in deze richtlijn aan de orde komen en zij moeten ook niet onder de definitie vallen.

_________________

_________________

43 Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH), tot oprichting van een Europees Agentschap voor chemische stoffen, houdende wijziging van Richtlijn 1999/45/EG en houdende intrekking van Verordening (EEG) nr. 793/93 van de Raad en Verordening (EG) nr. 1488/94 van de Commissie alsmede Richtlijn 76/769/EEG van de Raad en de Richtlijnen 91/155/EEG, 93/67/EEG, 93/105/EG en 2000/21/EG van de Commissie (PB L 396 van 30.12.2006, blz. 1).

43 Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH), tot oprichting van een Europees Agentschap voor chemische stoffen, houdende wijziging van Richtlijn 1999/45/EG en houdende intrekking van Verordening (EEG) nr. 793/93 van de Raad en Verordening (EG) nr. 1488/94 van de Commissie alsmede Richtlijn 76/769/EEG van de Raad en de Richtlijnen 91/155/EEG, 93/67/EEG, 93/105/EG en 2000/21/EG van de Commissie (PB L 396 van 30.12.2006, blz. 1).

Amendement    9

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 11

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(11)  Voor sommige kunststofproducten voor eenmalig gebruik zijn nog geen geschikte en duurzamere alternatieven algemeen beschikbaar; naar verwachting zal de consumptie van dergelijke kunststofproducten voor eenmalig gebruik toenemen. Om die trend te keren en inspanningen voor duurzamere oplossingen te bevorderen, zouden de lidstaten verplicht moeten worden om de nodige maatregelen te nemen zodat zij de consumptie van die producten aanzienlijk kunnen verminderen, zonder daarbij afbreuk te doen aan de hygiëne en veiligheid van de levensmiddelen, goede hygiënische praktijken, goede productiepraktijken, de informatieverlening aan de consument of de in de voedingsmiddelenwetgeving van de Unie44 vastgestelde traceerbaarheidseisen.

(11)  Voor sommige kunststofproducten voor eenmalig gebruik zijn nog geen geschikte en duurzamere alternatieven algemeen beschikbaar; naar verwachting zal de consumptie van dergelijke kunststofproducten voor eenmalig gebruik toenemen. Om die trend te keren en inspanningen voor duurzamere oplossingen te bevorderen, zouden de lidstaten verplicht moeten worden om de nodige maatregelen te nemen zodat zij de consumptie van die producten aanzienlijk kunnen verminderen, zonder daarbij afbreuk te doen aan de hygiëne en veiligheid van de levensmiddelen, goede hygiënische praktijken, goede productiepraktijken, de informatieverlening aan de consument of de in de voedingsmiddelenwetgeving van de Unie44 vastgestelde traceerbaarheidseisen. De lidstaten moeten streven naar een zo hoog mogelijk ambitieniveau bij deze maatregelen, die evenredig moeten zijn met de ernst van het risico dat zwerfvuil op zee ontstaat dat afkomstig is van de uiteenlopende producten waarvoor de algemene verminderingsstreefwaarde geldt, en van het gebruik daarvan.

_________________

_________________

44 Verordening (EG) 178/2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving (PB L 31 van 1.2.2002, blz. 1-24), Verordening (EG) nr. 852/2004 inzake levensmiddelenhygiëne (PB L 139 van 30.4.2004, blz. 1-54), Verordening (EG) nr. 1935/2004 inzake materialen en voorwerpen bestemd om met levensmiddelen in contact te komen en andere relevante wetgeving met betrekking tot voedselveiligheid, hygiëne en etikettering (PB L 338 van 13.11.2004, blz. 4-17).

44 Verordening (EG) 178/2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving (PB L 31 van 1.2.2002, blz. 1), Verordening (EG) nr. 852/2004 inzake levensmiddelenhygiëne (PB L 139 van 30.4.2004, blz. 1), Verordening (EG) nr. 1935/2004 inzake materialen en voorwerpen bestemd om met levensmiddelen in contact te komen en andere relevante wetgeving met betrekking tot voedselveiligheid, hygiëne en etikettering (PB L 338 van 13.11.2004, blz. 4).

Motivering

Het moet worden beklemtoond dat de lidstaten de facto vrij kiezen waarop zij hun maatregelen willen richten, dat deze maatregelen evenredig moeten zijn met de ernst van het risico dat er zwerfvuil op zee ontstaat en dat de ernstigste zaken prioriteit moeten krijgen.

Amendement    10

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 12

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(12)  Voor andere kunststofproducten voor eenmalig gebruik zijn wel geschikte, duurzamere en betaalbare alternatieven algemeen beschikbaar. Om de nadelige gevolgen van dergelijke producten op het milieu te beperken, zouden de lidstaten verplicht moeten worden het binnen de Europese Unie in de handel brengen ervan te verbieden. Op die manier zouden het gebruik van die algemeen beschikbare en duurzamere alternatieven, en innovatieve oplossingen voor duurzamere bedrijfsmodellen, alternatieven voor hergebruik en vervanging van materialen bevorderd worden.

(12)  Voor andere kunststofproducten voor eenmalig gebruik zijn wel geschikte, duurzamere en betaalbare alternatieven algemeen beschikbaar. Om de nadelige gevolgen van dergelijke producten op het milieu, in het bijzonder het mariene milieu, te beperken, zouden de lidstaten verplicht moeten worden het binnen de Europese Unie in de handel brengen ervan te verbieden. Op die manier zouden het gebruik van die algemeen beschikbare en duurzamere alternatieven, en innovatieve oplossingen voor duurzamere bedrijfsmodellen, alternatieven voor hergebruik en vervanging van materialen bevorderd worden. Er moeten specifieke criteria worden vastgesteld om te bepalen of dergelijke alternatieven voldoen aan de eisen die momenteel gesteld worden aan de kunststofproducten voor eenmalig gebruik, overeenstemmen met de afvalwetgeving van de Unie en duurzamer zijn.

Amendement    11

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 12 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(12 bis)  Er dient een duidelijke definitie te worden vastgesteld van zowel biologisch afbreekbare kunststof als biogebaseerde kunststof, alsook geharmoniseerde normen voor biologische inhoud, biologische afbreekbaarheid (vooral mariene afbreekbaarheid) en composteerbaarheid, opdat de bestaande misverstanden en onduidelijkheden op dit gebied worden opgehelderd.

Amendement    12

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 14

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(14)  Sommige kunststofproducten voor eenmalig gebruik komen in het milieu terecht door een ongepaste verwijdering via rioleringen of een andere ongepaste lozing in het milieu. Daarom moeten kunststofproducten voor eenmalig gebruik die vaak via rioleringen of op andere ongepaste manieren worden afgevoerd, onderworpen worden aan markeringsvoorschriften. De markering moet de consumenten informeren over passende manieren afval te verwijderen en/of over verwijderingsmogelijkheden die vermeden moeten worden en/of over de negatieve gevolgen van zwerfvuil op het milieu als gevolg van verkeerde verwijdering. De Commissie moet gemachtigd worden een geharmoniseerd formaat voor de markering vast te stellen en dient deze voor te leggen aan representatieve groepen consumenten, om te verifiëren of de voorgestelde markering duidelijk genoeg is en het juiste effect heeft.

(14)  Sommige kunststofproducten voor eenmalig gebruik komen in het milieu terecht door een ongepaste verwijdering via rioleringen of een andere ongepaste lozing in het milieu. Daarom moeten kunststofproducten voor eenmalig gebruik die vaak via rioleringen of op andere ongepaste manieren worden afgevoerd, onderworpen worden aan markeringsvoorschriften. De markering moet de consumenten informeren over passende manieren om afval te verwijderen en/of over verwijderingsmogelijkheden die vermeden moeten worden en/of over de negatieve gevolgen van zwerfvuil op het milieu als gevolg van verkeerde verwijdering. De Commissie moet gemachtigd worden een geharmoniseerd formaat voor de markering vast te stellen en dient deze voor te leggen aan representatieve groepen consumenten, om te verifiëren of de voorgestelde markering duidelijk genoeg is en het juiste effect heeft. Op vistuig zijn de op grond van Verordening (EG) nr. 1224/2009 aangenomen markeringsvoorschriften van toepassing. De lidstaten moeten de vrijwillige FAO-richtsnoeren voor het markeren van vistuig ten uitvoer leggen.

Amendement    13

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 15

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(15)  Voor kunststofproducten voor eenmalig gebruik waarvoor geen geschikte en duurzamere alternatieven algemeen beschikbaar zijn, moeten de lidstaten, volgens het beginsel dat de vervuiler betaalt, ook regelingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid invoeren, ter dekking van de kosten van het afvalbeheer, het opruimen van het zwerfvuil en de bewustmakingsmaatregelen ter preventie en vermindering van dergelijk zwerfvuil.

(15)  Voor kunststofproducten voor eenmalig gebruik waarvoor momenteel geen geschikte en duurzamere alternatieven algemeen beschikbaar zijn, moeten de lidstaten, volgens het beginsel dat de vervuiler betaalt, ook regelingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid invoeren, ter dekking van de kosten van het afvalbeheer, het opruimen van het zwerfvuil en de bewustmakingsmaatregelen ter preventie en vermindering van dergelijk zwerfvuil. Opbrengsten van statiegeldregelingen en beschikbare EFMZV-fondsen moeten worden gebruikt om initiatieven voor het vissen naar zwerfvuil en de terugwinning van verloren, weggegooid en achtergelaten vistuig te ondersteunen.

Amendement    14

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 15 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(15 bis)  Elke dag belandt een grote hoeveelheid afval op zee, afkomstig van land of weggegooid vanaf boten, en dit afval bestaat voor een heel groot deel uit kunststof (onder andere flessen, zakken enz.).

Amendement    15

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 16

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(16)  Het feit dat achtergelaten, verloren en weggegooid vistuig dat kunststoffen bevat zo'n groot aandeel vormt van het zwerfvuil op zee geeft aan dat de bestaande wettelijke voorschriften1 onvoldoende stimulansen bieden om dergelijk vistuig naar de kust terug te brengen om daar ingezameld en verwerkt te worden. Het systeem voor indirecte bijdragen voor het afgeven van afval zoals voorzien in de EU-wet inzake havenontvangstvoorzieningen maakt het minder aantrekkelijk voor schepen om hun afval op zee lozen en verzekert een recht van afgifte. Dat systeem zou echter moeten worden aangevuld met andere manieren om vissers financieel te stimuleren hun afgedankte vistuig naar de kust terug te brengen en zo een mogelijke verhoging van de te betalen indirecte afvalbijdrage te vermijden. Aangezien kunststoffen bestanddelen van vistuig een hoog recyclagepotentieel hebben, moeten de lidstaten, volgens het beginsel dat de vervuiler betaalt, een uitgebreide producentenverantwoordelijkheid invoeren voor vistuig dat kunststoffen bevat, om een gescheiden inzameling van afgedankt vistuig mogelijk te maken en ter financiering van een degelijk afvalbeheer van dergelijk vistuig, in het bijzonder de recyclage ervan.

(16)  Het feit dat achtergelaten, verloren en weggegooid vistuig dat kunststoffen bevat zo'n groot aandeel vormt van het zwerfvuil op zee en het passief opgeviste afval dat bij normale visserijactiviteiten wordt opgehaald, geeft aan dat de bestaande wettelijke voorschriften1 onvoldoende stimulansen bieden om dergelijk vistuig en dergelijk passief opgevist afval naar de kust terug te brengen om daar ingezameld en verwerkt te worden. Op grond van Verordening (EG) nr. 1224/2009 brengt de kapitein van het vissersvaartuig de bevoegde autoriteit van de lidstaat waarvan hij de vlag voert op de hoogte als het verloren vistuig niet kan worden teruggehaald. Verordening (EG) nr. 1224/2009 bevat echter geen bepalingen om dergelijk verlies van vistuig consequent op te volgen en de tenuitvoerlegging van de rapportageverplichtingen blijft gebrekkig. Daarom moeten bij de herziening van de controleverordening verdere maatregelen worden vastgesteld om het vermogen om verloren vistuig terug te halen te vergroten en de rapportage te verbeteren en moet met name worden vastgesteld dat de lidstaten gegevens inzake verloren vistuig moeten verzamelen en registreren en deze jaarlijks naar de Commissie moeten doorsturen. Het systeem voor indirecte bijdragen voor het afgeven van afval zoals voorzien in de EU-wetgeving inzake havenontvangstvoorzieningen maakt het bovendien minder aantrekkelijk voor schepen om hun afval op zee lozen en verzekert een recht van afgifte. Dat systeem zou echter moeten worden aangevuld met andere manieren om vissers financieel te stimuleren hun afgedankte vistuig, het passief opgeviste afval en verloren of weggegooid vistuig naar de kust terug te brengen om zo een mogelijke verhoging van de te betalen indirecte afvalbijdrage te vermijden. De afgifte van passief opgevist afval mag niet tot extra kosten voor de vissers leiden. Aangezien kunststoffen bestanddelen van vistuig een hoog recyclingpotentieel hebben, moeten de lidstaten, volgens het beginsel dat de vervuiler betaalt, een uitgebreide producentenverantwoordelijkheid invoeren voor vistuig dat kunststoffen bevat, om een gescheiden inzameling van afgedankt vistuig mogelijk te maken en ter financiering van een degelijk afvalbeheer van dergelijk vistuig, in het bijzonder de recycling en de terugwinning van verloren, achtergelaten en weggegooid vistuig. Dergelijke systemen moeten voorzien in gedifferentieerde financiële bijdragen voor vistuig dat is ontworpen met het oog op hergebruik en recycling, overeenkomstig de vereisten van Richtlijn 2008/98/EG, en moeten worden aangevuld met een inzamelingsstreefcijfer voor afgedankt vistuig. In aanvulling op dergelijke initiatieven moeten de lidstaten activiteiten ondernemen om de ontwikkeling te bevorderen van vistuig dat is gemaakt van duurzamere en milieuvriendelijkere materialen.

_________________

_________________

1 Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad, Richtlijn 2000/59/EG en Richtlijn 2008/98/EG.

1 Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad, Richtlijn 2000/59/EG en Richtlijn 2008/98/EG.

Amendement    16

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 17 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(17 bis)  Hoewel de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid niet van toepassing moet zijn op de vissers zelf of de ambachtelijke producenten van vistuig dat kunststoffen bevat, moet wel worden overwogen de invoering van duurzaam en zonder kunststof vervaardigd vistuig als alternatief te ondersteunen.

Amendement    17

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 18

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(18)  Om ongepaste vormen van verwijdering, die leiden tot kunststofbevattend zwerfvuil op zee, te voorkomen, moeten de consumenten correct worden geïnformeerd over de beste beschikbare manieren om afval te verwijderen en/of over verwijderingsmethoden die vermeden moeten worden, over de beste afvalverwijderingspraktijken en de milieueffecten van slechte verwijderingspraktijken, en over het kunststofgehalte van bepaalde kunststofproducten voor eenmalig gebruik en vistuig. Daarom zouden de lidstaten verplicht moeten worden de nodige bewustmakingsmaatregelen te nemen om te verzekeren dat dit soort informatie aan de consumenten wordt gegeven. De informatie mag geen promotionele inhoud bevatten die aanspoort tot gebruik van kunststofproducten voor eenmalig gebruik. De lidstaten moeten in de gelegenheid gesteld worden maatregelen te kiezen die het best passen bij de aard van het product of het gebruik ervan. Producenten van kunststofproducten voor eenmalig gebruik en vistuig dat kunststoffen bevat, zouden de kosten voor de bewustmakingsmaatregelen via hun verplichte uitgebreide producentenverantwoordelijkheid moeten dekken.

(18)  Om ongepaste vormen van verwijdering, die leiden tot kunststofbevattend zwerfvuil op zee, te voorkomen, moeten de consumenten correct worden geïnformeerd over de beste beschikbare manieren om afval te verwijderen en/of over verwijderingsmethoden die vermeden moeten worden, over de beste afvalverwijderingspraktijken en de milieueffecten van slechte verwijderingspraktijken, en over het kunststofgehalte van bepaalde kunststofproducten voor eenmalig gebruik en vistuig, en de beschikbare alternatieven die reeds op de markt zijn. Daarom zouden de lidstaten verplicht moeten worden de nodige bewustmakingsmaatregelen te nemen om te verzekeren dat dit soort informatie aan de consumenten wordt gegeven. De informatie mag geen promotionele inhoud bevatten die aanspoort tot gebruik van kunststofproducten voor eenmalig gebruik. De lidstaten moeten in de gelegenheid gesteld worden maatregelen te kiezen die het best passen bij de aard van het product of het gebruik ervan. Producenten van kunststofproducten voor eenmalig gebruik en vistuig dat kunststoffen bevat, zouden de kosten voor de bewustmakingsmaatregelen via hun verplichte uitgebreide producentenverantwoordelijkheid moeten dekken.

Amendement    18

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 18 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(18 bis)  De Commissie verbindt zich ertoe, conform de Uniewetgeving, de lidstaten te ondersteunen bij de uitwerking van strategieën en plannen om de verspreiding van vistuig op zee terug te dringen, ook via subsidies van het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij (EFMZV). De inspanningen kunnen onder meer de vorm aannemen van bewustmakingscampagnes en ‑programma's over de effecten van dit soort afval op de mariene ecosystemen, onderzoek naar de mogelijkheid van biologisch afbreekbaar/composteerbaar vistuig, scholingsprojecten voor de vissers en specifieke overheidsprogramma's voor het verwijderen van kunststof en andere voorwerpen uit het mariene milieu.

Amendement    19

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 19

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(19)  Richtlijn 2008/98/EG bepaalt algemene minimumvoorschriften voor regelingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid. Die voorschriften zouden van toepassing moeten zijn op de in het kader van deze richtlijn vastgestelde regelingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid. Maar in deze richtlijn staan aanvullende voorschriften inzake uitgebreide producentenverantwoordelijkheid, bijvoorbeeld de eis dat de kosten voor de opruiming van zwerfvuil voor rekening komt van producenten van bepaalde kunststofproducten voor eenmalig gebruik.

(19)  Richtlijn 2008/98/EG bepaalt algemene minimumvoorschriften voor regelingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid. Die voorschriften zouden van toepassing moeten zijn op de in het kader van deze richtlijn vastgestelde regelingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid. Maar in deze richtlijn staan aanvullende voorschriften inzake uitgebreide producentenverantwoordelijkheid, bijvoorbeeld de eis dat de kosten voor de opruiming van zwerfvuil voor rekening komt van producenten van bepaalde kunststofproducten voor eenmalig gebruik. De lidstaten moeten met betrekking tot vistuig de nodige maatregelen nemen om te verzekeren dat de financiële bijdragen, waartoe de producenten van vistuig dat kunststoffen bevat op grond van hun producentenverantwoordelijkheid worden verplicht, worden gedifferentieerd, met name door rekening te houden met duurzaamheid, repareerbaarheid, herbruikbaarheid en recycleerbaarheid van het in de handel gebrachte vistuig.

Amendement    20

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 20 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(20 bis)  Als essentieel element van de EU-strategie voor kunststoffen moet het bewustzijn worden vergroot rondom het afval dat wordt veroorzaakt door kunststoffen voor eenmalig gebruik en vistuig en de aanzienlijke gevolgen ervan voor het milieu, aangezien dit burgers zal motiveren een bijdrage te leveren aan de vermindering van kunststofafval. De lidstaten moeten maatregelen nemen om bewustzijn te kweken omtrent dit probleem en omtrent de financiële steun die beschikbaar is om er iets aan te doen en de uitwisseling van beste praktijken tussen gemeenschappen en netwerken vergemakkelijken.

Amendement    21

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 22

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(22)  Krachtens paragraaf 22 van het Interinstitutioneel akkoord tussen het Europees Parlement, de Raad van de Europese Unie en de Europese Commissie over beter wetgeven van 13 april 20161 moet de Commissie deze richtlijn evalueren. Deze evaluatie moet gebaseerd zijn op ervaringen die verworven en gegevens die verzameld zijn tijdens de uitvoering van deze richtlijn, en gegevens die verzameld zijn in het kader van Richtlijn 2008/56/EG of Richtlijn 2008/98/EG. De evaluatie zou de basis moeten zijn voor een beoordeling van mogelijke verdere maatregelen en een beoordeling of, met het oog op de monitoring van zwerfvuil op zee in de Europese Unie, de bijlage waarin de kunststofproducten voor eenmalig gebruik zijn opgenomen al dan niet moet worden herzien. Tijdens de evaluatie moet ook worden bekeken of wetenschappelijke en technische ontwikkelingen die zich in de tussentijd hebben voorgedaan, met inbegrip van de ontwikkeling van biologisch afbreekbare materialen en de uitwerking van criteria of een norm voor de biologische afbreekbaarheid van kunststoffen in het mariene milieu, zoals in de Europese kunststoffenstrategie voorzien, al dan niet de mogelijkheid bieden om een norm voor biologische afbreekbaarheid van bepaalde kunststofproducten voor eenmalig gebruik in het mariene milieu vast te stellen. Die norm zou een norm omvatten om te testen of kunststoffen, als gevolg van hun fysische of biologische afbraak in het mariene milieu, volledig en snel genoeg zouden afbreken tot koolstofdioxide (CO2), biomassa en water dat de kunststoffen niet schadelijk zijn voor het mariene leven en niet leiden tot een ophoping van kunststoffen in het milieu. Als dat het geval is, kunnen kunststofproducten voor eenmalig gebruik die aan een dergelijke norm voldoen, vrijgesteld worden van het verbod op het in de handel brengen ervan. Terwijl de Europese kunststoffenstrategie al de nodige actie voorziet op dit vlak, erkent zij ook dat het opzetten van een regelgevend kader voor kunststoffen met biologisch afbreekbare eigenschappen een uitdaging zal zijn, vanwege de verschillende mariene omstandigheden die zich in diverse zeeën kunnen voordoen.

(22)  Krachtens paragraaf 22 van het Interinstitutioneel akkoord tussen het Europees Parlement, de Raad van de Europese Unie en de Europese Commissie over beter wetgeven van 13 april 20161 moet de Commissie deze richtlijn evalueren. Deze evaluatie moet gebaseerd zijn op ervaringen die verworven en gegevens die verzameld zijn tijdens de uitvoering van deze richtlijn, en gegevens die verzameld zijn in het kader van Richtlijn 2008/56/EG of Richtlijn 2008/98/EG. De evaluatie zou de basis moeten zijn voor een beoordeling van mogelijke verdere maatregelen en een beoordeling of, met het oog op de monitoring van zwerfvuil op zee in de Europese Unie, de bijlage waarin de kunststofproducten voor eenmalig gebruik zijn opgenomen al dan niet moet worden herzien. Tijdens de evaluatie moet ook worden bekeken of wetenschappelijke en technische ontwikkelingen die zich in de tussentijd hebben voorgedaan, met inbegrip van de ontwikkeling van biologisch afbreekbare materialen en de uitwerking van criteria of een norm voor de biologische afbreekbaarheid van kunststoffen in het mariene milieu, zoals in de Europese kunststoffenstrategie voorzien, al dan niet de mogelijkheid bieden om een norm voor biologische afbreekbaarheid van bepaalde kunststofproducten voor eenmalig gebruik of van vistuig dat kunststoffen bevat in het mariene milieu vast te stellen. Die norm zou een norm omvatten om te testen of kunststoffen, als gevolg van de omstandigheden voor hun fysische of biologische afbraak die zich voordoen in het mariene milieu, volledig en snel genoeg zouden afbreken tot koolstofdioxide (CO2), biomassa en water dat de kunststoffen niet schadelijk zijn voor het mariene leven en niet leiden tot een ophoping van kunststoffen in het milieu. Als dat het geval is, kunnen kunststofproducten voor eenmalig gebruik die aan een dergelijke norm voldoen, vrijgesteld worden van het verbod op het in de handel brengen ervan. Terwijl de Europese kunststoffenstrategie al de nodige actie voorziet op dit vlak, erkent zij ook dat het opzetten van een regelgevend kader voor kunststoffen met biologisch afbreekbare eigenschappen een uitdaging zal zijn, vanwege de verschillende mariene omstandigheden die zich in diverse zeeën kunnen voordoen.

_________________

_________________

1 PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.

1 PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.

Amendement    22

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 25 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(25 bis)  Conform de afvalwetgeving van de Unie, verbinden de Commissie en de lidstaten zich ertoe om plannen te steunen voor afvalinzameling op zee waarbij waar mogelijk vissersvaartuigen worden betrokken, en om de geschiktheid van de havenvoorzieningen te verzekeren voor de ontvangst en verwerking van dergelijk afval, met name de recycling. De stimuleringsmaatregelen die gelden voor het terugbrengen van vistuig zouden eveneens van toepassing moeten zijn op afval dat passief wordt opgevist en het afval dat wordt geborgen in het kader van initiatieven voor het vissen naar zwerfvuil. De eisen die worden gesteld aan havenvoorzieningen moeten evenredig zijn en niet tot een buitensporige administratieve last leiden voor kleine, onbemande of afgelegen havens, met name die op afgelegen eilanden.

Amendement    23

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Deze richtlijn heeft tot doel de effecten van bepaalde kunststofproducten op het milieu, in het bijzonder op het aquatisch milieu, en op de menselijke gezondheid te voorkomen en te verminderen, en de overgang naar een circulaire economie met vernieuwende bedrijfsmodellen, producten en materialen te bevorderen, en zo ook bij te dragen tot de efficiënte werking van de interne markt.

Deze richtlijn heeft tot doel ervoor te zorgen dat de Unie haar rol vervult bij het oplossen van het mondiale probleem van kunststofzwerfvuil op zee, door de effecten van bepaalde kunststofproducten op het milieu, in het bijzonder op het aquatisch milieu, en op de menselijke gezondheid te voorkomen en te verminderen, en door de overgang naar een circulaire economie met vernieuwende bedrijfsmodellen, producten en materialen te bevorderen, en zo ook bij te dragen tot een efficiëntere en duurzamere werking van de interne markt.

Motivering

Het doel van het voorstel moet zichtbaarder zijn: op wereldniveau is het aandeel van de Europese Unie in het veroorzaken van marien zwerfvuil relatief klein, aangezien in de EU ongeveer 16 % van de mondiale kunststofproducten voor eenmalig gebruik wordt verbruikt. De EU kan echter een belangrijke rol spelen in het komen tot een oplossing en kan door het goede voorbeeld te geven een positieve spiraal in gang zetten.

Amendement    24

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – alinea 1 – punt 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(3)  "vistuig": elk voorwerp of werktuig dat wordt gebruikt in de visserij en de aquacultuur om in zee levende organismen af te zonderen of te vangen, of dat op het zeeoppervlak drijft en wordt uitgezet met als doel dergelijke in zee levende organismen aan te trekken en te vangen;

(3)  "vistuig": elk voorwerp of werktuig dat wordt gebruikt in de visserij en de aquacultuur om in zee levende organismen af te zonderen, te vangen of vast te houden voor de kweek, of dat op het zeeoppervlak drijft en wordt uitgezet met als doel dergelijke in zee levende organismen aan te trekken, te vangen of vast te houden;

Amendement    25

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – alinea 1 – punt 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(4)  "afgedankt vistuig": elk vistuig dat valt onder de definitie van afvalstoffen van Richtlijn 2008/98/EG, met inbegrip van alle afzonderlijke bestanddelen, stoffen of materialen die deel uitmaakten of bevestigd waren aan dergelijk vistuig toen het werd achtergelaten;

(4)  "afgedankt vistuig": elk vistuig dat valt onder de definitie van afvalstoffen van Richtlijn 2008/98/EG, met inbegrip van alle afzonderlijke bestanddelen, stoffen of materialen die deel uitmaakten of bevestigd waren aan dergelijk vistuig toen het werd achtergelaten of verloren;

Amendement    26

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – alinea 1 – punt 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(4 bis)  "passief opgevist afval": afval dat tijdens visserijactiviteiten in netten terechtkomt;

Amendement    27

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – alinea 1 – punt 10

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(10)  "producent": elke natuurlijke of rechtspersoon die, ongeacht de gebruikte verkooptechniek, met inbegrip van op afstand gesloten overeenkomsten zoals bedoeld in Richtlijn 2011/83/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 201150, kunststofproducten voor eenmalig gebruik en vistuig dat kunststoffen bevat in de handel brengt, met uitzondering van personen die visserijactiviteiten uitvoeren zoals gedefinieerd in artikel 4, lid 28, van Verordening (EG) nr. 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad51;

(10)  "producent": elke natuurlijke of rechtspersoon die, ongeacht de gebruikte verkooptechniek, met inbegrip van op afstand gesloten overeenkomsten zoals bedoeld in Richtlijn 2011/83/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 201150, kunststofproducten voor eenmalig gebruik en vistuig dat kunststoffen bevat in de handel brengt, met uitzondering van personen die aquacultuur bedrijven of visserijactiviteiten uitvoeren zoals gedefinieerd in artikel 4, leden 25 en 28, van Verordening (EG) nr. 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad51;

_________________

_________________

50 Richtlijn 2011/83/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2011 betreffende consumentenrechten, tot wijziging van Richtlijn 93/13/EEG van de Raad en van Richtlijn 1999/44/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 85/577/EEG van de Raad en van Richtlijn 97/7/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 304 van 22.11.2011, blz. 64).

50 Richtlijn 2011/83/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2011 betreffende consumentenrechten, tot wijziging van Richtlijn 93/13/EEG van de Raad en van Richtlijn 1999/44/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 85/577/EEG van de Raad en van Richtlijn 97/7/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 304 van 22.11.2011, blz. 64).

51 Verordening (EU) nr. 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 inzake het gemeenschappelijk visserijbeleid, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1954/2003 en (EG) nr. 1224/2009 van de Raad en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 2371/2002 en (EG) nr. 639/2004 van de Raad en Besluit 2004/585/EG van de Raad (PB L 354 van 28.12.2013, blz. 22).

51 Verordening (EU) nr. 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 inzake het gemeenschappelijk visserijbeleid, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1954/2003 en (EG) nr. 1224/2009 van de Raad en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 2371/2002 en (EG) nr. 639/2004 van de Raad en Besluit 2004/585/EG van de Raad (PB L 354 van 28.12.2013, blz. 22).

Amendement    28

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De lidstaten zorgen ervoor dat de in deel D van de bijlage opgenomen kunststofproducten voor eenmalig gebruik die in de handel worden gebracht, worden voorzien van een opvallende, duidelijk leesbare en onuitwisbare markering met informatie voor de consument over een of meer van de volgende zaken:

1.  De lidstaten zorgen ervoor dat de in deel D van de bijlage opgenomen kunststofproducten voor eenmalig gebruik die in de handel worden gebracht en vistuig dat kunststoffen bevat en in de handel wordt gebracht, worden voorzien van een opvallende, duidelijk leesbare en onuitwisbare markering met informatie voor de consument over de volgende zaken:

(a)  passende manieren om het product te verwijderen of en verwijderingsmethoden die voor dit product vermeden moeten worden,

(a)  passende manieren om het product te verwijderen of en verwijderingsmethoden die voor dit product vermeden moeten worden,

(b)  de negatieve effecten op het milieu van ongepaste afvalverwijdering van de producten, of

(b)  de negatieve effecten op het milieu van ongepaste afvalverwijdering van de producten, en

(c)  de aanwezigheid van kunststoffen in het product.

(c)  de aanwezigheid van kunststoffen in het product en, indien van toepassing, de beschikbaarheid van alternatieve producten met vergelijkbare operationele kenmerken.

2.  De Commissie stelt tegen … [12 maanden vóór de einddatum voor omzetting van deze richtlijn] een uitvoeringshandeling vast met daarin de specificaties voor de markering van lid 1. Die uitvoeringshandeling wordt vastgesteld volgens de in artikel 16, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

2.  De Commissie stelt tegen … [12 maanden vóór de einddatum voor omzetting van deze richtlijn] een uitvoeringshandeling vast met daarin de specificaties voor de markering van lid 1. Die uitvoeringshandeling wordt vastgesteld volgens de in artikel 16, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

 

3.  Onverminderd lid 1 zijn op vistuig de overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1224/2009 aangenomen markeringsvoorschriften van toepassing.

Amendement    29

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 8 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De lidstaten zorgen voor de invoering van regelingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voor vistuig dat kunststoffen bevat en op de EU-markt in de handel wordt gebracht, in overeenstemming met de voorschriften van Richtlijn 2008/98/EG met betrekking tot uitgebreide producentenverantwoordelijkheid.

3.  De lidstaten zorgen voor de invoering van regelingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voor vistuig dat kunststoffen bevat en op de EU-markt in de handel wordt gebracht, in overeenstemming met de voorschriften van Richtlijn 2008/98/EG met betrekking tot uitgebreide producentenverantwoordelijkheid. De lidstaten zorgen ervoor dat dergelijke regelingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid leiden tot een verbetering van de inzameling en het recyclingniveau van vistuig. Om dat te garanderen, eisen de lidstaten dat de regelingen onder meer het volgende omvatten:

 

a)  regelingen voor monitoring, tracering en rapportage;

 

b)  terughaalacties.

Amendement    30

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 8 – lid 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 bis.  Om de terugbrenging van oud, afgedankt of gebrekkig vistuig te bevorderen, kunnen de lidstaten ook statiegeldregelingen instellen, waarbij wordt gedifferentieerd naargelang het risico op toevallig verlies van het vistuig of delen daarvan.

Amendement    31

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 8 – lid 3 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 ter.  De lidstaten nemen de nodige maatregelen om te verzekeren dat de financiële bijdragen, waartoe de producenten van vistuig dat kunststoffen bevat op grond van hun producentenverantwoordelijkheid worden verplicht, worden gedifferentieerd, met name door rekening te houden met duurzaamheid, repareerbaarheid, herbruikbaarheid en recycleerbaarheid van het in de handel gebrachte vistuig.

Amendement    32

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 8 – lid 3 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 quater.  De lidstaten voeren voorts aanvullende financiële stimuleringsmaatregelen in om vissers aan te moedigen afgedankt vistuig, evenals ander kunststofafval dat zij op zee inzamelen, aan land te brengen. De lidstaten nemen voor zover mogelijk alle onnodige juridische en financiële bureaucratische lasten en obstakels weg die belemmeren dat vissers afgedankt vistuig en kunststofafval inzamelen en aan land brengen.

Amendement    33

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 9 – alinea 1 – letter b bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

b bis)  de creatie van een specifiek openbaar programma stimuleren om kunststoffen en andere voorwerpen van de zeebodem te verwijderen;

Amendement    34

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 9 – alinea 1 – letter b ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

b ter)  een EU-breed, verplicht digitaal rapportagesysteem opzetten voor individuele vissersvaartuigen om het verlies van vistuig op zee te melden, ter ondersteuning van bergingsacties.

Amendement    35

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 9 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 9 bis

 

Stimuleringsregelingen

 

1.  De lidstaten nemen in hun operationele programma's die worden gefinancierd door het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij (EFMZV), financiële steun voor de uitwerking van een actieplan op, in samenwerking met de producentenorganisaties, associaties van reders, overheidsinstanties, milieuorganisaties en de hele sector. De lidstaten nemen onder andere maatregelen op met betrekking tot de terugwinning van afval en vistuig en de verbetering van de infrastructuur en procedures voor afvalbeheer in vaartuigen en havens.

 

2.  De lidstaten voeren in de havens een regeling voor de waarborg, terugwinning en terugbrenging van visnetten in die wordt opgenomen in het overeenkomstig lid 1 vastgestelde actieplan.

 

3.  De lidstaten voeren in de havens een controle- en registratiesysteem van de netten in dat wordt opgenomen in het overeenkomstig lid 1 vastgestelde actieplan.

 

4.  De lidstaten ontwerpen steunmechanismen voor O&O in de vorm van stimulansen voor producenten van vistuig voor de ontwikkeling van beter traceerbare en minder vervuilende netten. Deze hebben onder meer betrekking op de ontwikkeling van nieuwe materialen met minder gevolgen voor het milieu.

Motivering

Zoals in overweging 16 is vastgesteld, zijn stimulansen nodig voor exploitanten om een cultuur van bescherming van het mariene milieu te bevorderen, zwerfvuil op zee geleidelijk te verminderen en het verlies van netten op zee uit te bannen.

Amendement    36

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 9 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 9 bis

 

Passief opgevist afval

 

1.  De lidstaten stellen een evenredig nationaal plan vast om ervoor te zorgen dat alle havens waar vissersvaartuigen mogen aanleggen, met uitzondering van kleine, onbemande havens en afgelegen havens, in het bijzonder die op afgelegen eilanden, in staat zijn het passief opgeviste afval dat bij normale visserijactiviteiten wordt opgehaald in te zamelen en nadien te verwerken, om zo gescheiden inzameling, hergebruik en recycling te bevorderen.

 

2.  Deze plannen worden opgezet aan de hand van de richtsnoeren in de aanbeveling van de Ospar-commissie 2016/01 over het verminderen van afval op zee via de uitvoering van initiatieven voor het vissen naar zwerfvuil.

 

3.  Naast de middelen die via het EFMZV ter beschikking worden gesteld, kunnen de lidstaten een nationaal fonds oprichten en handhaven om het inzamelen van afval dat passief is opgevist door vissersvaartuigen te ondersteunen. Dit fonds kan worden gebruikt om de werking van de initiatieven voor het vissen naar zwerfvuil te waarborgen, met inbegrip van de beschikbaarstelling van specifieke voorzieningen voor afvalopslag aan boord, toezicht op passief opgevist afval, scholing en bevordering van vrijwillige deelname aan het initiatief, de kosten van afvalverwerking en dekking van de kosten van het personeel dat voor het functioneren van dergelijke regelingen nodig is.

Amendement    37

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 10 – alinea 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten nemen maatregelen om consumenten van de in deel G van de bijlage opgenomen kunststofproducten voor eenmalig gebruik en vistuig dat kunststoffen bevat te informeren over:

De lidstaten nemen maatregelen om alle relevante actoren, met name consumenten, de visserijsector en de vissersgemeenschappen, met betrekking tot de in deel G van de bijlage opgenomen kunststofproducten voor eenmalig gebruik en vistuig dat kunststoffen bevat te informeren over:

Amendement    38

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 10 – alinea 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  de beschikbare systemen voor hergebruik van de vermelde producten en van vistuig dat kunststoffen bevat, de mogelijkheden voor afvalbeheer daarvan, en de beste praktijken voor een degelijk afvalbeheer in overeenstemming met artikel 13 van Richtlijn 2008/98/EG;

a)  de beschikbaarheid van herbruikbare alternatieven, systemen voor hergebruik van de vermelde producten en van vistuig dat kunststoffen bevat, de mogelijkheden voor afvalbeheer daarvan, en de beste praktijken voor een degelijk afvalbeheer in overeenstemming met artikel 13 van Richtlijn 2008/98/EG;

Amendement    39

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 10 – alinea 1 – letter b bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

b bis)  de bevordering van bewustmakingsprogramma's over de gevolgen van kunststofafval en microplastics voor het mariene milieu, om te voorkomen dat ze de zee bereiken.

Amendement    40

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 10 – alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

De lidstaten zorgen ervoor dat richtsnoeren ter beschikking worden gesteld van alle relevante actoren, met name in de visserijsector, zodat zij de vereiste maatregelen kunnen treffen om het afval te verminderen dat afkomstig is van vistuig dat kunststoffen bevat.

Amendement    41

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 13 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Informatie over toezicht op de uitvoering

Informatie over toezicht op de uitvoering en rapportageverplichtingen

Amendement    42

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 13 – lid 1 – alinea 1 – letter a bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

a bis)  schattingen van de hoeveelheden zwerfvuil op zee dat afkomstig is van producten die onder deze richtlijn vallen, om de effecten van de genomen maatregelen op te volgen;

Amendement    43

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 13 – lid 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 bis.  De lidstaten overhandigen de Commissie voor elk kalenderjaar de gegevens over het in de handel gebrachte vistuig dat kunststoffen bevat en het ingezamelde en verwerkte afgedankte vistuig. De lidstaten rapporteren deze gegevens in het formaat dat door de Commissie overeenkomstig lid 4 is vastgesteld.

 

De eerste rapportageperiode vangt aan in het eerste volledige kalenderjaar na de vaststelling van de uitvoeringshandeling waarin overeenkomstig lid 4 het formaat voor de rapportage is vastgesteld.

Amendement    44

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 13 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  De Commissie kan uitvoeringshandelingen vaststellen over het formaat voor de in lid 1 bedoelde dataset, informatie en gegevens. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 16, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

4.  De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast over het formaat voor de in de leden 1 en 3 bis bedoelde dataset, informatie en gegevens. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 16, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

Amendement    45

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 15 – lid 3 – letter b bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

b bis)  het recyclingniveau van vistuig voldoende is verbeterd en of de invoering van kwantitatieve streefwaarden nodig is om voldoende vorderingen in de toekomst te waarborgen;

Amendement    46

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 15 – lid 3 – letter b ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

b ter)  het mogelijk is bindende, kwantitatieve streefwaarden op EU-niveau vast te stellen voor de recycling van vistuig dat kunststoffen bevat;

Amendement    47

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 15 – lid 3 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)  er voldoende wetenschappelijke en technische vorderingen zijn gemaakt, en er criteria of een norm voor biologische afbreekbaarheid in het mariene milieu is/zijn ontwikkeld die van toepassing is/zijn op kunststofproducten voor eenmalig gebruik die vallen onder de werkingssfeer van deze richtlijn en hun vervangingsproducten voor eenmalig gebruik, om te bepalen welke producten niet langer onderworpen hoeven worden aan beperkingen voor het in de handel brengen, in voorkomend geval.

c)  er voldoende wetenschappelijke en technische vorderingen zijn gemaakt, en er criteria of een norm voor biologische afbreekbaarheid in het mariene milieu is/zijn ontwikkeld die van toepassing is/zijn op vistuig dat kunststoffen bevat of kunststofproducten voor eenmalig gebruik die vallen onder de werkingssfeer van deze richtlijn en hun vervangingsproducten, om te bepalen welke producten niet langer onderworpen hoeven worden aan beperkingen voor het in de handel brengen, in voorkomend geval.

PROCEDURE VAN DE ADVISERENDE COMMISSIE

Titel

Vermindering van de effecten van bepaalde kunststofproducten op het milieu

Document- en procedurenummers

COM(2018)0340 – C8-0218/2018 – 2018/0172(COD)

Bevoegde commissie

       Datum bekendmaking

ENVI

11.6.2018

 

 

 

Advies uitgebracht door

       Datum bekendmaking

PECH

11.6.2018

Rapporteur voor advies

       Datum benoeming

Renata Briano

14.6.2018

Behandeling in de commissie

20.6.2018

29.8.2018

 

 

Datum goedkeuring

24.9.2018

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

15

0

3

Bij de eindstemming aanwezige leden

Marco Affronte, Clara Eugenia Aguilera García, David Coburn, Linnéa Engström, Sylvie Goddyn, Mike Hookem, Carlos Iturgaiz, Werner Kuhn, Gabriel Mato, Norica Nicolai, Ricardo Serrão Santos, Ruža Tomašić, Peter van Dalen

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Ole Christensen, Rosa D’Amato, Norbert Erdős, John Flack, Francisco José Millán Mon, Nils Torvalds

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

John Howarth

HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE ADVISERENDE COMMISSIE

15

+

ALDE

António Marinho e Pinto, Norica Nicolai

ECR

Peter van Dalen, John Flack, Ruža Tomašić

PPE

Norbert Erdős, Werner Kuhn, Gabriel Mato, Francisco José Millán Mon

S&D

Clara Eugenia Aguilera García, Ole Christensen, John Howarth, Ricardo Serrão Santos

VERTS/ALE

Marco Affronte, Linnéa Engström

0

-

 

 

3

0

EFDD

David Coburn, Mike Hookem

ENF

Sylvie Goddyn

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding


PROCEDURE VAN DE BEVOEGDE COMMISSIE

Titel

Vermindering van de effecten van bepaalde kunststofproducten op het milieu

Document- en procedurenummers

COM(2018)0340 – C8-0218/2018 – 2018/0172(COD)

Datum indiening bij EP

28.5.2018

 

 

 

Bevoegde commissie

       Datum bekendmaking

ENVI

11.6.2018

 

 

 

Medeadviserende commissies

       Datum bekendmaking

ECON

5.7.2018

ITRE

11.6.2018

AGRI

5.7.2018

PECH

11.6.2018

 

JURI

11.6.2018