Procedure : 2018/0070(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0336/2018

Ingediende teksten :

A8-0336/2018

Debatten :

PV 14/11/2018 - 23
CRE 14/11/2018 - 23

Stemmingen :

PV 15/11/2018 - 5.6
CRE 15/11/2018 - 5.6
PV 18/04/2019 - 10.16

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0463
P8_TA(2019)0436

VERSLAG     ***I
PDF 731kWORD 110k
16.10.2018
PE 622.205v02-00 A8-0336/2018

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende persistente organische verontreinigende stoffen (herschikking)

(COM(2018)0144 – C8-0124/2018 – 2018/0070(COD))

Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid

Rapporteur: Julie Girling

(Herschikking – artikel 104 van het Reglement)

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 BIJLAGE: BRIEF VAN DE COMMISSIE JURIDISCHE ZAKEN
 BIJLAGE: ADVIES VAN DE ADVIESGROEP VAN DE JURIDISCHE DIENSTEN VAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD EN DE COMMISSIE
 PROCEDURE VAN DE BEVOEGDE COMMISSIE
 HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende persistente organische verontreinigende stoffen (herschikking)

(COM(2018)0144 – C8-0124/2018 – 2018/0070(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure – herschikking)

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2018)0144),

–  gezien artikel 294, lid 2, en artikel 192, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C8-0124/2018),

–  gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 12 juli 2018(1),

–  na raadpleging van het Comité van de Regio's,

–  gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 28 november 2001 over een systematischer gebruik van de herschikking van besluiten(2),

–  gezien de brief d.d. 10 september 2018 van de Commissie juridische zaken aan de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid overeenkomstig artikel 104, lid 3, van zijn Reglement,

–  gezien de artikelen 104 en 59 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid (A8-0336/2018),

A.  overwegende dat het voorstel van de Commissie volgens de adviesgroep van de juridische diensten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie geen andere inhoudelijke wijzigingen bevat dan die welke als zodanig in het voorstel worden vermeld en dat met betrekking tot de codificatie van de ongewijzigde bepalingen van de eerdere besluiten met die wijzigingen kan worden geconstateerd dat het voorstel louter een codificatie van de bestaande besluiten behelst, zonder inhoudelijke wijzigingen;

1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast, rekening houdend met de aanbevelingen van de adviesgroep van de juridische diensten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie;

2.  verzoekt de Commissie om hernieuwde voorlegging aan het Parlement indien zij haar voorstel vervangt, ingrijpend wijzigt of voornemens is het ingrijpend te wijzigen;

3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

Amendement    1

Voorstel voor een verordening

Overweging 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(5)  Bij de uitvoering op Unieniveau van de bepalingen van het verdrag moet worden gezorgd voor coördinatie en samenhang met de bepalingen van het Verdrag van Rotterdam inzake de procedure met betrekking tot voorafgaande geïnformeerde toestemming ten aanzien van bepaalde gevaarlijke chemische stoffen en pesticiden in de internationale handel, dat op 19 december 2002 door de Unie is goedgekeurd17 en het Verdrag van Bazel inzake de beheersing van de grensoverschrijdende overbrenging van gevaarlijke afvalstoffen en de verwijdering ervan, dat op 1 februari 1993 door de Unie is goedgekeurd18. Deze coördinatie en samenhang moet tevens worden behouden bij de deelname aan de uitvoering en verdere ontwikkeling van de SAICM (Strategic Approach to International Chemicals Management, strategische aanpak van het internationale beheer van chemicaliën), die op 6 februari 2006 is goedgekeurd tijdens de eerste Internationale Conferentie inzake het beheer van chemische stoffen in Dubai in het kader van de Verenigde Naties.

(5)  Bij de uitvoering op Unieniveau van de bepalingen van het verdrag moet worden gezorgd voor coördinatie en samenhang met de bepalingen van het Verdrag van Rotterdam inzake de procedure met betrekking tot voorafgaande geïnformeerde toestemming ten aanzien van bepaalde gevaarlijke chemische stoffen en pesticiden in de internationale handel, dat op 19 december 2002 door de Unie is goedgekeurd17; het Verdrag van Bazel inzake de beheersing van de grensoverschrijdende overbrenging van gevaarlijke afvalstoffen en de verwijdering ervan, dat op 1 februari 1993 door de Unie is goedgekeurd18; en het Verdrag van Minamata inzake kwik, dat op 11 mei 2017 door de Unie is goedgekeurd18 bis. Deze coördinatie en samenhang moet tevens worden behouden bij de deelname aan de uitvoering en verdere ontwikkeling van de SAICM (Strategic Approach to International Chemicals Management, strategische aanpak van het internationale beheer van chemicaliën), die op 6 februari 2006 is goedgekeurd tijdens de eerste Internationale Conferentie inzake het beheer van chemische stoffen in Dubai in het kader van de Verenigde Naties.

_________________

_________________

17 PB L 63 van 6.3.2003, blz. 29.

17 PB L 63 van 6.3.2003, blz. 29.

18 PB L 39 van 16.2.1993, blz. 3.

18 PB L 39 van 16.2.1993, blz. 3.

 

18 bis PB L 142 van 2.6.2017, blz. 4.

Motivering

De bepalingen in het Verdrag van Minamata zijn bijzonder relevant voor de POP-verordening. Het is bijgevolg aangewezen en belangrijk om in de overwegingen naar dit verdrag te verwijzen.

Amendement    2

Voorstel voor een verordening

Overweging 10

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(10)  Verouderde of onzorgvuldig beheerde voorraden POP's kunnen ernstige gevaren voor het milieu en de gezondheid van de mens opleveren, bijvoorbeeld door verontreiniging van de bodem en het grondwater. Daarom moeten regels betreffende het beheer van dergelijke voorraden worden vastgesteld die strenger zijn dan de in het verdrag vastgestelde regels . Voorraden van verboden stoffen moeten als afval worden behandeld, terwijl voorraden van stoffen waarvan de vervaardiging of het gebruik nog wordt toegelaten, bij de instanties moeten worden aangemeld en onder afdoende toezicht moeten staan. Met name aanwezige voorraden van verboden POP's of voorraden die dergelijke stoffen bevatten, moeten zo spoedig mogelijk als afval worden behandeld.

(10)  Verouderde of onzorgvuldig beheerde voorraden POP's kunnen ernstige gevaren voor het milieu en de gezondheid van de mens opleveren, bijvoorbeeld door verontreiniging van de bodem en het grondwater. Daarom moeten regels betreffende het beheer van dergelijke voorraden worden vastgesteld die strenger zijn dan de in het verdrag vastgestelde regels . Voorraden van verboden stoffen moeten als afval worden behandeld, terwijl voorraden van stoffen waarvan de vervaardiging of het gebruik nog wordt toegelaten, bij de instanties moeten worden aangemeld en onder afdoende toezicht moeten staan. Met name aanwezige voorraden van verboden POP's of voorraden die dergelijke stoffen bevatten, moeten zo spoedig mogelijk als afval worden behandeld. Indien in de toekomst andere stoffen worden verboden, moeten de voorraden daarvan eveneens onmiddellijk worden vernietigd en mogen geen voorraden daarvan worden opgebouwd. Gezien de specifieke problemen van bepaalde lidstaten, moet er via de bestaande financiële instrumenten van de Unie voor gepaste financiële en technische ondersteuning worden gezorgd.

Motivering

Oorspronkelijke tekst wordt behouden, met kleine aanpassingen.

Amendement    3

Voorstel voor een verordening

Overweging 11

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(11)  Overeenkomstig het protocol en het verdrag moet de vrijkoming van POP's die als onopzettelijk bijproduct van industriële processen ontstaan, zo spoedig mogelijk worden vastgesteld en beperkt met als uiteindelijk doel beëindiging daarvan, waar dit mogelijk is. Er moeten afdoende nationale actieplannen worden uitgevoerd en ontwikkeld voor alle bronnen en maatregelen, ook degene waarvoor al bepalingen in de bestaande wetgeving van de Unie zijn opgenomen, om die vrijkoming continu en op een kosteneffectieve manier terug te dringen. Hiertoe moeten in het kader van het verdrag toereikende instrumenten worden ontwikkeld.

(11)  Overeenkomstig het protocol en het verdrag moet de vrijkoming van POP's die als onopzettelijk bijproduct van industriële processen ontstaan, zo spoedig mogelijk worden vastgesteld en beperkt met als uiteindelijk doel beëindiging daarvan, waar dit mogelijk is. Er moeten zo snel mogelijk afdoende nationale actieplannen worden uitgevoerd en ontwikkeld voor alle bronnen en maatregelen, ook degene waarvoor al bepalingen in de bestaande wetgeving van de Unie zijn opgenomen, om die vrijkoming continu en op een kosteneffectieve manier terug te dringen. Hiertoe moeten in het kader van het verdrag toereikende instrumenten worden ontwikkeld.

Motivering

In het Commissievoorstel is de zinsnede 'zo snel mogelijk' geschrapt, maar met deze wijziging wordt de tekst opnieuw in overeenstemming gebracht met de huidige tekst.

Amendement    4

Voorstel voor een verordening

Overweging 15

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(15)  De technische en administratieve aspecten van deze verordening moeten op Unieniveau doeltreffend worden gecoördineerd en beheerd. Het bij Verordening (EG) nr. 1907/2006 opgerichte Europees Agentschap voor chemische stoffen ("het Agentschap") heeft de bekwaamheid en ervaring voor het uitvoeren van wetgeving van de Unie inzake chemische stoffen en internationale overeenkomsten inzake chemische stoffen. De lidstaten en het Agentschap moeten daarom taken verrichten met betrekking tot de administratieve, technische en wetenschappelijke aspecten van de uitvoering van deze verordening en de uitwisseling van informatie. De rol van het Agentschap moet onder meer bestaan uit het voorbereiden en onderzoeken van technische dossiers, met inbegrip van de raadpleging van belanghebbenden, evenals uit het opstellen van adviezen die de Commissie kan gebruiken bij de overweging al dan niet een voorstel in te dienen om een stof als een POP in het verdrag of het protocol op te nemen. Daarnaast moeten de Commissie, de lidstaten en het Agentschap samenwerken om de internationale verplichtingen van de Unie uit hoofde van het verdrag effectief uit te voeren.

(15)  De technische en administratieve aspecten van deze verordening moeten op Unieniveau doeltreffend worden gecoördineerd en beheerd. Het bij Verordening (EG) nr. 1907/2006 opgerichte Europees Agentschap voor chemische stoffen ("het Agentschap") heeft de bekwaamheid en ervaring voor het uitvoeren van wetgeving van de Unie inzake chemische stoffen en internationale overeenkomsten inzake chemische stoffen. De lidstaten en het Agentschap moeten daarom taken verrichten met betrekking tot de administratieve, technische en wetenschappelijke aspecten van de uitvoering van deze verordening en de uitwisseling van informatie. De rol van het Agentschap moet bestaan uit het voorbereiden en onderzoeken van technische dossiers, met inbegrip van de raadpleging van belanghebbenden, evenals uit het opstellen van adviezen die de Commissie moet gebruiken bij de overweging al dan niet een voorstel in te dienen om een stof als een POP in het verdrag of het protocol op te nemen. Daarnaast moeten de Commissie, de lidstaten en het Agentschap samenwerken om de internationale verplichtingen van de Unie uit hoofde van het verdrag effectief uit te voeren.

Motivering

Om de Commissie en de Raad op gepaste wijze te ondersteunen bij eventuele voordrachten is het belangrijk ervoor te zorgen dat ECHA de volledige bevoegdheid heeft om op gedetailleerde wijze te kunnen beoordelen of opneming van een bepaalde stof in het kader van het Verdrag van Stockholm de beste maatregel voor risicobeheer is.

Amendement    5

Voorstel voor een verordening

Overweging 16

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(16)  In het verdrag is bepaald dat elke partij een plan voor de uitvoering van haar verplichtingen uit hoofde van het verdrag moet opstellen en de uitvoering ervan moet nastreven, naargelang het geval. De lidstaten moeten het publiek de gelegenheid bieden deel te nemen aan het opstellen, uitvoeren en actualiseren van hun uitvoeringsplannen. Aangezien de bevoegdheid dienaangaande door de Unie en de lidstaten wordt gedeeld, moeten zowel op nationaal als op Unieniveau uitvoeringsplannen worden opgesteld. Samenwerking en informatie-uitwisseling tussen de Commissie, het Agentschap en de instanties van de lidstaten moeten worden bevorderd.

(16)  In het verdrag is bepaald dat elke partij een plan voor de uitvoering van haar verplichtingen uit hoofde van het verdrag moet opstellen en de uitvoering ervan moet nastreven, naargelang het geval, en dit plan zo snel mogelijk en ten laatste op ... [twee jaar na de inwerkingtreding van deze verordening] moet doen toekomen aan Conferentie van de partijen. De lidstaten moeten het publiek de gelegenheid bieden deel te nemen aan het opstellen, uitvoeren en actualiseren van hun uitvoeringsplannen. Aangezien de bevoegdheid dienaangaande door de Unie en de lidstaten wordt gedeeld, moeten zowel op nationaal als op Unieniveau uitvoeringsplannen worden opgesteld. Samenwerking en informatie-uitwisseling tussen de Commissie, het Agentschap en de instanties van de lidstaten moeten worden bevorderd.

Motivering

In het Verdrag van Stockholm, artikel 7, staat dat elke partij haar uitvoeringsplan binnen twee jaar te rekenen vanaf de datum waarop het verdrag in werking treedt, aan de Conferentie van de Partijen moet doen toekomen.

Amendement    6

Voorstel voor een verordening

Overweging 17

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(17)  De in deel A van bijlage I of deel A van bijlage II bij deze verordening opgenomen stoffen mogen alleen toelating krijgen om als tussenproduct in een tot de locatie beperkt gesloten systeem te worden vervaardigd en gebruikt indien daartoe uitdrukkelijk in die bijlage een aantekening is opgenomen en de fabrikant de betrokken lidstaat bevestigt dat de stof alleen onder strikt gecontroleerde voorwaarden wordt vervaardigd en gebruikt.

(17)  De in deel A van bijlage I of deel A van bijlage II bij deze verordening opgenomen stoffen mogen alleen toelating krijgen om als tussenproduct in een tot de locatie beperkt gesloten systeem te worden vervaardigd en gebruikt indien daartoe uitdrukkelijk in die bijlage een aantekening is opgenomen en de fabrikant de betrokken lidstaat bevestigt dat de stof alleen onder strikt gecontroleerde voorwaarden wordt vervaardigd en gebruikt, met name zonder dat hierdoor wezenlijke risico's ontstaan voor de gezondheid van milieu of mens, en alleen bij gebrek aan een technisch haalbaar alternatief.

Motivering

Met deze wijziging wordt de overweging in overeenstemming gebracht met de amendementen die zijn ingediend op artikel 4, lid 3, onder b, en artikel 4, lid 3, onder d.

Amendement    7

Voorstel voor een verordening

Overweging 18

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(18)  Overeenkomstig het verdrag en het protocol moet informatie over POP's aan de andere partijen bij die overeenkomsten worden verstrekt. Ook de informatie-uitwisseling met derde landen die geen partij bij deze overeenkomsten zijn, moet worden bevorderd.

(18)  Overeenkomstig het verdrag en het protocol moet informatie over POP's aan de andere partijen bij die overeenkomsten worden verstrekt. Ook de informatie-uitwisseling met derde landen die geen partij bij deze overeenkomsten zijn, moet worden bevorderd. Krachtens het verdrag moet elke partij eveneens gepaste strategieën uitwerken om met POP's verontreinigde locaties te identificeren, en uit hoofde van het zevende milieuactieprogramma van de Unie, dat loopt tot 2020, zijn de Unie en haar lidstaten ertoe verplicht hun inspanningen om verontreinigde locaties te saneren, op te drijven.

Motivering

Met deze wijziging wordt de overweging in overeenstemming gebracht met de amendementen op artikel 11, lid 2, en artikel 11, lid 3.

Amendement    8

Voorstel voor een verordening

Overweging 19

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(19)  Aangezien het publiek zich vaak niet bewust is van het gevaar dat POP's inhouden voor de gezondheid van deze en komende generaties en voor het milieu, met name in ontwikkelingslanden, is voorlichting op grote schaal nodig om meer voorzichtigheid aan de dag te leggen en het publiek meer inzicht te verschaffen in de redenering achter beperkingen en verboden. In overeenstemming met het verdrag moeten bewustmakingsprogramma's over POP's voor het publiek, met name voor de meest kwetsbare groepen, alsmede scholing voor arbeiders, wetenschappers, onderwijzend, technisch en leidinggevend personeel waar mogelijk worden bevorderd en vergemakkelijkt.

(19)  Aangezien het publiek zich vaak niet bewust is van het gevaar dat POP's inhouden voor de gezondheid van deze en komende generaties en voor het milieu, met name in ontwikkelingslanden, is voorlichting op grote schaal nodig om meer voorzichtigheid aan de dag te leggen en het publiek meer inzicht te verschaffen in de redenering achter beperkingen en verboden. In overeenstemming met het verdrag moeten bewustmakingsprogramma's over de impact van POP's op de menselijke gezondheid en het milieu voor het publiek, met name voor de meest kwetsbare groepen, alsmede scholing voor arbeiders, wetenschappers, onderwijzend, technisch en leidinggevend personeel waar mogelijk worden bevorderd en vergemakkelijkt. De Unie moet de toegang tot informatie en inspraak bij besluitvorming garanderen, in uitvoering van het Verdrag van de VN/ECE betreffende toegang tot informatie, inspraak bij besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden (het Verdrag van Aarhus), dat de Unie op 17 februari 2005 heeft goedgekeurd 1 bis.

 

_________________

 

1 bis PB L 124 van 17.5.2005, blz. 1.

Motivering

Het Verdrag van Aarhus over de toegang van de bevolking tot milieu-informatie en over de inspraak van de bevolking moet worden geëerbiedigd en toegepast. Zo kan er voor meer publiek bewustzijn en meer publieke participatie worden gezorgd, conform artikel 10 van het Verdrag van Stockholm over het informeren, bewustmaken en voorlichten van de bevolking. In artikel 10 van het Verdrag van Stockholm wordt eveneens verwezen naar bewustmakingsprogramma's over de gevolgen van POP's voor de menselijke gezondheid en voor het milieu en over alternatieven voor POP's.

Amendement    9

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – alinea 1 – letter j

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

j)  "tussenproduct in een tot de locatie beperkt gesloten systeem": een stof die wordt vervaardigd in en verbruikt bij of gebruikt voor chemische verwerking om in een of meer stoffen te worden omgezet, waarbij de vervaardiging van het tussenproduct en de omzetting ervan in een of meer andere stoffen op dezelfde locatie plaatsvinden onder strikt gecontroleerde voorwaarden wat inhoudt dat zij gedurende haar hele levenscyclus met technische middelen strikt wordt ingeperkt.

j)  "tussenproduct in een tot de locatie beperkt gesloten systeem": een stof die wordt vervaardigd in en verbruikt bij of gebruikt voor chemische verwerking om in een andere stof, hierna "synthese" genoemd, te worden omgezet, waarbij de vervaardiging van het tussenproduct en de omzetting ervan, middels synthese, in een of meer andere stoffen op dezelfde locatie, met inbegrip van een door een of meer rechtspersonen geëxploiteerde locatie, plaatsvinden onder strikt gecontroleerde voorwaarden wat inhoudt dat zij gedurende haar hele levenscyclus met technische middelen strikt wordt ingeperkt.

Motivering

Consistentie met artikel 3, lid 15, van de REACH-verordening waarin een "tussenproduct" wordt gedefinieerd als: "een stof die vervaardigd wordt voor en verbruikt wordt in of gebruikt wordt voor een chemische reactie, om omgezet te worden in een andere stof (hierna "synthese" genoemd)".

Amendement    10

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 3 – alinea 2 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  de fabrikant toont aan dat de stof tijdens het fabricageproces zal worden omgezet in een of meer andere stoffen die niet de kenmerken van een POP vertonen;

b)  de fabrikant toont aan dat de stof tijdens het fabricageproces zal worden omgezet in een of meer andere stoffen die niet de kenmerken van een POP vertonen, dat het niet te verwachten is dat mensen of het milieu gedurende de productie en het gebruik van de stof aan significante hoeveelheden van die stof zullen worden blootgesteld, zoals aangetoond door middel van een beoordeling van het gesloten systeem in overeenstemming met Verordening (EG) 1272/2008 van het Europees Parlement en de Raad1 bis, en dat er geen technisch haalbare alternatieven bestaan voor het gebruik van een in deel A van bijlage I of in deel A van bijlage II bij deze verordening opgenomen stof;

 

_________________

 

1 bis Verordening (EG) nr. 1272/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 betreffende de indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels tot wijziging en intrekking van de Richtlijnen 67/548/EEG en 1999/45/EG en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1907/2006 (PB L 353 van 31.12.2008, blz. 1).

Motivering

In het Verdrag van Stockholm staat dat fabrikanten van POP's de verantwoordelijkheid moeten nemen voor het verminderen van de negatieve gevolgen van hun producten voor de menselijke gezondheid of het milieu, en ook verantwoordelijk zijn voor het verstrekken van informatie over de gevaarlijke eigenschappen van deze producten aan gebruikers, overheden en de bevolking. Dat uitgangspunt moet worden uitgebreid tot de gebruikers van POP's. Het amendement is in overeenstemming met artikel 4 van Verordening 2017/852 over kwik. De POP-verordening moet worden afgestemd op het Verdrag van Stockholm en op de recentste EU-wetgeving.

Amendement    11

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – lid 2 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De houder beheert de voorraad op een veilige, doeltreffende en milieuverantwoorde wijze.

De houder beheert de voorraad op een veilige, doeltreffende en milieuverantwoorde wijze, overeenkomstig de drempelwaarden en voorschriften die zijn vastgelegd in Richtlijn 2012/18/EU van het Europees Parlement en de Raad1 bis en Richtlijn 2010/75/EU van het Europees Parlement en de Raad1 ter, indien toepasselijk.

 

_________________

 

1 bis Richtlijn 2012/18/EU van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken, houdende wijziging en vervolgens intrekking van Richtlijn 96/82/EG van de Raad (PB L 197 van 24.7.2012, blz. 1),

 

1 ter Richtlijn 2010/75/EU van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 inzake industriële emissies (geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging) (PB L 334 van 17.12.2010, blz. 17).

Motivering

Richtlijn 2012/18/EU is eveneens van toepassing op gevaarlijke stoffen die binnen het toepassingsgebied van de POP-verordening vallen. Bijgevolg moet er in dit voorstel voor een verordening worden verwezen naar de bepalingen van de richtlijn.

Amendement    12

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – lid 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 bis.  De in dit artikel bedoelde informatie wordt weergegeven aan de hand van de in Verordening (EG) nr. 2150/2002 van het Europees Parlement en de Raad bepaalde codes1 bis.

 

_________________

 

1 bis Verordening (EG) nr. 2150/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2002 betreffende afvalstoffenstatistieken (PB L 332 van 9.12.2002, blz. 1).

Motivering

Aangezien POP-voorraden moeten worden beheerd als afval, en conform artikel 7 van het voorstel voor een verordening inzake afvalbeheer, kan het nuttig zijn om voor wat de regelingen voor het indienen van de in dit artikel gevraagde informatie betreft naar Verordening (EG) nr. 2150/2002 betreffende afvalstoffenstatistieken te verwijzen.

Amendement    13

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Bij het bestuderen van voorstellen voor de bouw van nieuwe installaties of ingrijpende wijziging van bestaande installaties waarbij processen worden gebruikt waarbij in bijlage III vermelde chemische stoffen vrijkomen, schenken de lidstaten, onverminderd de bepalingen van Richtlijn 2010/75/EU van het Europees Parlement en de Raad30, bij voorrang aandacht aan alternatieve processen, technieken of methodes die even nuttig zijn, maar waarbij de in bijlage III vermelde chemische stoffen niet worden gevormd en vrijkomen.

3.  Bij het bestuderen van voorstellen voor de bouw van nieuwe installaties of ingrijpende wijziging van bestaande installaties waarbij processen worden gebruikt waarbij in bijlage III vermelde chemische stoffen vrijkomen, schenken de lidstaten, onverminderd de bepalingen van Richtlijn 2010/75/EU van het Europees Parlement en de Raad30, bij voorrang aandacht aan alternatieve processen, technieken of methodes29 bis die even nuttig zijn, maar waarbij de in bijlage III vermelde chemische stoffen niet worden gevormd en vrijkomen.

_________________

_________________

 

29 bis Verdrag van Stockholm over POP's (2008). Guidelines on Best Available Techniques and Provisional Guidance on Best Environmental Practices Relevant to Article 5 and Annex C of the Stockholm Convention on Persistent Organic Pollutants. Genève, secretariaat van het Verdrag van Stockholm over POP's. http://www.pops.int/Implementation/BATandBEP/BATBEPGuidelinesArticle5/tabid/187/Default.aspx

30 Richtlijn 2010/75/EU van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 inzake industriële emissies (geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging) (PB L 334 van 17.12.2010, blz. 17).

30 Richtlijn 2010/75/EU van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 inzake industriële emissies (geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging) (PB L 334 van 17.12.2010, blz. 17).

Motivering

In lid 3 moet er een verwijzing worden ingevoegd naar de richtsnoeren van het Verdrag van Stockholm betreffende de beste beschikbare technieken en beste beschikbare praktijken. Deze richtsnoeren bieden alternatieven voor het verbranden van afval dat POP's bevat, dat namelijk tot het ontstaan van dioxines leidt. Deze alternatieven staan in geen enkel EU-document beschreven. Doel van de verwijzing is een betere uitvoering en een verduidelijking van de verplichtingen uit hoofde van het Verdrag van Stockholm.

Amendement    14

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.  De Commissie kan, in voorkomende gevallen en met inachtneming van technische ontwikkelingen en relevante internationale richtlijnen en besluiten en eventuele vergunningen verleend door een lidstaat of door de door die lidstaat overeenkomstig lid 4 en bijlage V aangewezen instantie, middels uitvoeringshandelingen aanvullende maatregelen vaststellen met betrekking tot de uitvoering van dit artikel. De Commissie kan met name de door de lidstaten overeenkomstig lid 4, onder b), iii), in te dienen informatie specificeren. Dergelijke maatregelen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 20, lid 2, vastgestelde raadplegingsprocedure.

6.  De Commissie kan, in voorkomende gevallen en met inachtneming van technische ontwikkelingen en relevante internationale richtlijnen en besluiten en eventuele vergunningen verleend door een lidstaat of de door die lidstaat overeenkomstig lid 4 en bijlage V aangewezen instantie, uitvoeringshandelingen vaststellen waarin het formaat wordt bepaald van de door de lidstaten overeenkomstig artikel 4, onder b, iii), in te dienen informatie. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 20, lid 2, vastgestelde raadplegingsprocedure.

Motivering

Dit amendement heeft tot doel om, in overeenstemming met de rechtspraak van het Hof van Justitie, duidelijk en precies aan te geven waarop de aan de Commissie toegekende uitvoeringsbevoegdheden betrekking hebben.

Amendement    15

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 1 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)  de Commissie op verzoek technische en wetenschappelijke ondersteuning en input verlenen voor stoffen die mogelijk aan de criteria om te worden opgenomen in het verdrag of het protocol voldoen;

c)  de Commissie op verzoek solide technische en wetenschappelijke ondersteuning en input verlenen voor stoffen die mogelijk aan de criteria om te worden opgenomen in het verdrag of het protocol voldoen, onder meer met betrekking tot het verhinderen van de productie en het gebruik van nieuwe POP's en met betrekking tot de beoordeling van pesticiden en industriële chemische stoffen die momenteel in gebruik zijn;

Motivering

Verwijzing naar artikel 3, leden 3 en 4, van het Verdrag van Stockholm. Het is cruciaal dat de benoemingsprocedure uitsluitend op wetenschappelijk bewijsmateriaal stoelt, overeenkomstig de uit hoofde van het verdrag vastgestelde procedure. Andere overwegingen, zoals sociaal-economische analyses, dreigen het wetenschappelijk draagvlak aan te tasten en mogen in het kader van dit artikel niet in aanmerking komen. Bovendien houdt het deskundigenorgaan van het verdrag (de Toetsingscommissie persistente organische verontreinigende stoffen - POPRC) hier al rekening mee bij zijn evaluatie.

Amendement    16

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 1 – letter f

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

f)  alle ontvangen of beschikbare informatie overeenkomstig artikel 4, leden 2 en 3, artikel 7, lid 4, onder b), iii), artikel 9, lid 2, en artikel 13, lid 1, verzamelen, registreren en verwerken en beschikbaar stellen aan de Commissie en de bevoegde instanties van de lidstaten. Het Agentschap maakt de niet-vertrouwelijke informatie openbaar op zijn website en bevordert de uitwisseling van die informatie met relevante informatieplatformen zoals die welke bedoeld zijn in artikel 13, lid 2;

f)  alle ontvangen of beschikbare informatie overeenkomstig artikel 4, leden 2 en 3, artikel 5, artikel 7, lid 4, onder b), iii), artikel 9, lid 2, en artikel 13, lid 1, verzamelen, registreren en verwerken en beschikbaar stellen aan de Commissie en de bevoegde instanties van de lidstaten. Het Agentschap maakt de niet-vertrouwelijke informatie openbaar op zijn website en bevordert de uitwisseling van die informatie met relevante informatieplatformen zoals die welke bedoeld zijn in artikel 13, lid 2;

Motivering

De in artikel 5 genoemde informatie moet uitdrukkelijk worden opgenomen in de informatie waarvoor het ECHA een register zal moeten opstellen. Bovendien moet al deze informatie openbaar beschikbaar worden gemaakt. Dit komt echter niet duidelijk tot uiting in de Italiaanse versie van de door de Commissie voorgestelde tekst.

Amendement    17

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis.  Het Agentschap begint uiterlijk met het verstrekken van de in artikel 8, lid 1, onder a), bedoelde bijstand en de technische en wetenschappelijke richtsnoeren vóór ... [één jaar na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn].

Motivering

Er dient overeenstemming te worden bereikt over een uiterlijke termijn voor de verstrekking van de voorgestelde richtsnoeren opdat alle lidstaten binnen een kort mogelijk tijdbestek hieraan kunnen voldoen.

Amendement    18

Voorstel voor een verordening

Artikel 11 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  De Commissie organiseert een uitwisseling van informatie met de lidstaten inzake de maatregelen die op nationaal niveau zijn genomen voor het identificeren en beoordelen van locaties die verontreinigd zijn met POP's en voor de aanpak van de significante risico's die deze verontreiniging kan inhouden voor de volksgezondheid en het milieu.

Motivering

In artikel 6, lid 1, van het verdrag staat dat elke partij gepaste strategieën moet ontwikkelen om voorraden die bestaan uit chemische stoffen of chemische stoffen bevatten, te identificeren. Uit hoofde van het zevende milieuactieprogramma moet de EU verontreinigde locaties saneren. Deze identificatie en sanering moeten in verscheidene lidstaten echter nog altijd gebeuren. Het amendement is in overeenstemming met artikel 15 van Verordening 2017/852 over kwik. Ook de onderhavige verordening moet worden afgestemd op het Verdrag van Stockholm en op de recentste EU-wetgeving.

Amendement    19

Voorstel voor een verordening

Artikel 11 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Onverminderd Richtlijn 2003/4/EG van het Europees Parlement en de Raad32 wordt de in de leden 1 en 2 bedoelde informatie niet als vertrouwelijk beschouwd. Overeenkomstig de wetgeving van de Unie beschermen de Commissie , het Agentschap en de lidstaten die informatie met een derde land uitwisselen, eventuele vertrouwelijke informatie.

3.  Onverminderd Richtlijn 2003/4/EG van het Europees Parlement en de Raad32 wordt informatie over de gezondheid en veiligheid van mens en milieu niet als vertrouwelijk beschouwd. Overeenkomstig de wetgeving van de Unie beschermen de Commissie, het Agentschap en de lidstaten die andere informatie met een derde land uitwisselen, eventuele vertrouwelijke informatie.

_________________

_________________

32 Richtlijn 2003/4/EG van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2003 inzake de toegang van het publiek tot milieu-informatie en tot intrekking van Richtlijn 90/313/EEG van de Raad (PB L 41 van 14.2.2003, blz. 26).

32 Richtlijn 2003/4/EG van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2003 inzake de toegang van het publiek tot milieu-informatie en tot intrekking van Richtlijn 90/313/EEG van de Raad (PB L 41 van 14.2.2003, blz. 26).

Amendement    20

Voorstel voor een verordening

Artikel 13 – lid 1 – alinea 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

De Unie ziet toe op de tenuitvoerlegging en garandeert hierbij de toegang tot informatie en inspraak bij de besluitvorming.

Amendement    21

Voorstel voor een verordening

Artikel 13 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  De Commissie kan uitvoeringshandelingen vaststellen waarin de minimaal te verstrekken informatie overeenkomstig lid 1, alsook de definitie van de in lid 1, onder f), bedoelde indicatoren, kaarten en overzichten van de lidstaten wordt bepaald. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 20, lid 2, vastgestelde raadplegingsprocedure.

5.  De Commissie kan uitvoeringshandelingen vaststellen waarin het formaat van de te verstrekken informatie overeenkomstig lid 1, alsook de definitie van de in lid 1, onder f), bedoelde indicatoren, kaarten en overzichten van de lidstaten wordt bepaald. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 20, lid 2, vastgestelde raadplegingsprocedure.

Motivering

Dit amendement heeft tot doel te verduidelijken dat de inhoud van de informatie in de basishandeling wordt vastgesteld en dat aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden zijn toegekend om te verzekeren dat het in artikel 13, lid 1, bedoelde verslag op uniforme wijze door de lidstaten wordt opgesteld.

Amendement    22

Voorstel voor een verordening

Artikel 18 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De in artikel 4, lid 3, artikel 7, lid 5, en artikel 15 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van [...].

2.  De in artikel 4, lid 3, artikel 7, lid 5, en artikel 15 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor een periode van vijf jaar met ingang van … [datum van inwerkingtreding van deze verordening]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden vóór het einde van deze vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met periodes van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden vóór het einde van elke periode tegen de verlenging verzet.

Motivering

De aan de Commissie toegekende bevoegdheidsdelegatie kan niet voor onbepaalde tijd worden toegekend. Het Europees Parlement en de Raad moeten politieke controle kunnen uitoefenen op alle aan de Commissie toegekende bevoegdheidsdelegaties.

Amendement    23

Voorstel voor een verordening

Artikel 20 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De Commissie wordt ten aanzien van alle aangelegenheden die onder het toepassingsgebied van deze verordening vallen, bijgestaan door het bij artikel 133 van Verordening (EG) nr. 1907/2006 ingestelde comité.

1.  De Commissie wordt bijgestaan door:

 

a)  het bij artikel 133 van Verordening (EG) nr. 1907/2006 ingestelde comité, voor wat de uitvoering betreft van de in artikel 13, lid 5, genoemde kwesties, tenzij het om uitvoeringshandelingen gaat waarmee het formaat van de in artikel 13, lid 1, onder a), genoemde informatie met betrekking tot de toepassing van artikel 7, en de in artikel 13, lid 1, onder b) genoemde informatie wordt vastgelegd, en tenzij het gaat om informatie die is ontvangen uit hoofde van artikel 5, lid 2, en artikel 7, lid 4, onder b), punt iii); alsmede

 

b)  het bij artikel 39 van Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad1 bis ingestelde comité, voor wat de uitvoering betreft van de in artikel 7, lid 6, en artikel 13, lid 5, genoemde kwesties, wanneer het om uitvoeringshandelingen gaat waarmee het formaat van de in artikel 13, lid 1, onder a), genoemde informatie met betrekking tot de toepassing van artikel 7, en de in artikel 13, lid 1, onder b) genoemde informatie wordt vastgelegd, en wanneer het gaat om informatie die is ontvangen uit hoofde van artikel 5, lid 2, en artikel 7, lid 4, onder b), punt iii);

 

_________________

 

1 bis Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 november 2008 betreffende afvalstoffen en tot intrekking van een aantal richtlijnen (PB L 312 van 22.11.2008, blz. 3).

Motivering

De bevoegdheden van het afvalcomité en het REACH-comité moeten gescheiden blijven.

Amendement    24

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – Deel A – tabel – rij 17

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

polychloorbifenylen (pcb's)

1336-36-3 en andere

215-648-1 en andere

Onverminderd Richtlijn 96/59/EG mogen artikelen die ten tijde van de inwerkingtreding van deze verordening al in gebruik zijn, worden gebruikt.

 

 

 

De lidstaten moeten apparatuur (bijv. transformatoren, condensatoren of andere apparatuur die vloeistoffen bevatten) die meer dan 0,005 % PCB's bevatten en een volume van meer dan 0,05 dm3, zo spoedig mogelijk maar uiterlijk op 31 december 2025 identificeren en buiten gebruik stellen.

Amendement

polychloorbifenylen (pcb's)

1336-36-3 en andere

215-648-1 en andere

Onverminderd Richtlijn 96/59/EG mogen artikelen die ten tijde van de inwerkingtreding van deze verordening al in gebruik zijn, worden gebruikt.

 

 

 

De lidstaten moeten ernaar streven om apparatuur (bijv. transformatoren, condensatoren of andere apparatuur die vloeistoffen bevatten) die meer dan 0,005 % PCB's bevatten en een volume van meer dan 0,05 dm3, zo spoedig mogelijk en uiterlijk op 31 december 2025 te identificeren en buiten gebruik te stellen.

Motivering

Met dit amendement wordt de tekst afgestemd op die van het Verdrag van Stockholm.

Amendement    25

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – deel A – tabel – rij 24 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

 

Amendement

Stof

CAS-nr.

EG-nr.

Specifieke vrijstelling voor gebruik als tussenproduct of andere specificatie

Bis(pentabroomfenyl)ether (decabroomdifenylether; decaBDE)

1163-19-5

214-604-9

1.  In verband met deze vermelding is artikel 4, lid 1, onder b), van toepassing op concentraties decaBDE van ten hoogste 10 mg/kg (0,001 massaprocent) wanneer de stof voorkomt in stoffen, mengsels, artikelen of als bestanddeel van de brandvertraagde delen van artikelen.

 

 

 

2.  In afwijking hiervan zijn de vervaardiging, het op de markt brengen en het gebruik van decaBDE toegestaan:

 

 

 

a)   bij de productie van een luchtvaartuig vóór 2 maart 2027, waarvoor vóór de inwerkingtreding typegoedkeuring werd aangevraagd en vóór december 2022 werd verkregen;

 

 

 

b)  bij de productie van reserveonderdelen voor:

 

 

 

i)  een luchtvaartuig waarvoor typegoedkeuring vóór de inwerkingtreding werd aangevraagd en vóór december 2022 werd verkregen en dat vóór 2 maart 2027 werd geproduceerd tot het eind van de levensduur van dat luchtvaartuig;

 

 

 

ii)  binnen de werkingssfeer van Richtlijn 2007/46/EG van het Europees Parlement en de Raad vallende motorvoertuigen, die zijn geproduceerd vóór [datum van inwerkingtreding van deze verordening], of tot 2036, of tot het einde van de levensduur van die motorvoertuigen, indien dat vroeger valt.

 

 

 

3.  De specifieke uitzonderingen voor onderdelen voor gebruik in de onder lid 2, onder b), punt ii), bedoelde motorvoertuigen zijn van toepassing op de productie en het gebruik van commercieel decaBDE dat valt onder een of meer van de volgende categorieën:

 

 

 

i)  aandrijflijn en voorzieningen onder de motorkap, zoals massakabels van de accu, interconnectiekabels van de accu, buizen van de klimaatregelingsapparatuur, aandrijflijn, bussen van het uitlaatspruitstuk, isolatie onder de motorkap, kabels en kabelboom onder de motorkap (bekabeling van de motor enz.), snelheidssensoren, slangen, ventilatormodules en klopsensoren;

 

 

 

ii)  voorzieningen van het brandstofsysteem zoals brandstofslangen en al dan niet aan de onderzijde van de carrosserie bevestigde brandstoftanks;

 

 

 

iii)  pyrotechnische voorzieningen en voorzieningen die daardoor worden beïnvloed, zoals ontstekingskabels van de airbags, stoelhoezen/-bekleding (alleen voor zover relevant met het oog op de airbags) en airbags (frontaal en lateraal);

 

 

 

iv)  ophanging en interieurtoepassingen zoals sierelementen, akoestisch materiaal en veiligheidsgordels;

 

 

 

v)  versterkte kunststoffen (dashboards en binnenbekleding);

 

 

 

vi)  onder de motorkap of het dashboard (aansluitblokken/zekeringsblokken, bedrading voor hoge stroomsterkte en kabelbekleding (bougiedraden));

 

 

 

vii)  elektrische en elektronische apparatuur (accuhouders en accubakken, elektrische connectoren voor de motorsturing, onderdelen van radiodisks, systemen voor satellietnavigatie, gps- en computersystemen);

 

 

 

viii)  weefsels zoals hoedenplanken, bekleding, hemelbekleding, autozittingen, hoofdsteunen, zonnekleppen, interieurpanelen en vloerbekleding.

 

 

 

3.  Het is toegestaan decaBDE te vervaardigen en te gebruiken bij de productie en het in de handel brengen van de volgende artikelen:

 

 

 

a)  artikelen die in de handel zijn gebracht vóór... [datum van inwerkingtreding van deze verordening];

 

 

 

b)  luchtvaartuigen die overeenkomstig lid 2, onder a), worden geproduceerd;

 

 

 

c)  onderdelen van luchtvaartuigen die overeenkomstig lid 2, onder b), worden geproduceerd;

 

 

 

d)  elektrische en elektronische apparatuur die onder het toepassingsgebied van Richtlijn 2011/65/EG van het Europees Parlement en de Raad valt.

 

 

 

4.  Voor de toepassing van deze vermelding wordt onder "luchtvaartuig" verstaan:

 

 

 

a)  een burgerluchtvaartuig dat is geproduceerd overeenkomstig een typecertificaat afgegeven krachtens Verordening (EU) nr. 2018/1139 van het Europees Parlement en de Raad1 quater, of overeenkomstig de goedkeuring van een ontwerp die is afgegeven krachtens de nationale regelgeving van een verdragsluitende staat van de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie (ICAO), of waarvoor een bewijs van luchtwaardigheid is afgegeven door een verdragsluitende staat van de ICAO krachtens bijlage 8 bij het Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart;

 

 

 

b)  een militair luchtvaartuig.

 

 

 

___________

 

 

 

1 bis Richtlijn 2007/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 5 september 2007 tot vaststelling van een kader voor de goedkeuring van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan en van systemen, onderdelen en technische eenheden die voor dergelijke voertuigen zijn bestemd (Kaderrichtlijn) (PB L 263 van 9.10.2007, blz. 1).

 

 

 

1 ter Richtlijn 2011/65/EU van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2011 betreffende beperking van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen in elektrische en elektronische apparatuur (PB L 174 van 1.7.2011, blz. 88).

 

 

 

1 quater Verordening (EU) 2018/1139 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2018 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels op het gebied van burgerluchtvaart en tot oprichting van een Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart, tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 2111/2005, (EG) nr. 1008/2008, (EU) nr. 996/2010, (EU) nr. 376/2014 en Richtlijnen 2014/30/EU en 2014/53/EU van het Europees Parlement en de Raad, en houdende intrekking van Verordeningen (EG) nr. 552/2004 en (EG) nr. 216/2008 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (EEG) nr. 3922/91 van de Raad (PB L 212 van 22.8.2018, blz. 1).

Motivering

Dit amendement is noodzakelijk om de huidige herschikking aan te passen aan de recentste besluiten van de Conferentie van de Partijen bij het Verdrag van Stockholm.

Amendement    26

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – deel A – tabel – rij 24 ter (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

 

Amendement

Stof

CAS-nr.

EG-nr.

Specifieke vrijstelling voor gebruik als tussenproduct of andere specificatie

Alkanen, C10-C13, chloor (gechloreerde paraffinen met een korte keten) (SCCP's)

85535-84-8

287-476-5

1.  In afwijking hiervan zijn de vervaardiging, het op de markt brengen en het gebruik van stoffen of bereidingen met SCCP's als bestanddeel in concentraties van minder dan 1 gewichtspercent of artikelen in concentraties van minder dan 0,15 gewichtspercent toegestaan.

 

 

 

2.  Het gebruik van:

 

 

 

a)  transportbanden in de mijnbouwindustrie en afdichtingsrubbers van waterkeringen met SCCP's als bestanddeel die vóór of op 4 december 2015 al in gebruik waren; alsmede

 

 

 

b)  andere dan de onder a) bedoelde artikelen met SCCP's als bestanddeel die vóór of op 10 juli 2012 al in gebruik waren, wordt toegestaan.

 

 

 

3.  Artikel 4, lid 2, derde en vierde alinea, is van toepassing op de in de lid 2 bedoelde artikelen.

Motivering

Dit amendement is noodzakelijk om de huidige herschikking aan te passen aan de recentste besluiten van de Conferentie van de Partijen bij het Verdrag van Stockholm.

Amendement    27

Voorstel voor een verordening

Bijlage I - Deel B

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Stof

CAS-nr.

EG-nr.

Specifieke vrijstelling voor gebruik als tussenproduct of andere specificatie

4

4

4

4

4

 

 

4

5 Alkanen, C10-C13, chloor (gechloreerde paraffinen met een korte keten) (SCCP's)

5 85535-84-8

5 287-476-5

5 1.  In afwijking hiervan zijn de productie, het op de markt brengen en het gebruik van stoffen of mengsels met SCCP's als bestanddeel in concentraties van minder dan 1 gewichtspercent of artikelen in concentraties van minder dan 0,15 gewichtspercent toegestaan.

 

 

 

2.  Het gebruik van:

 

 

 

a)  transportbanden in de mijnbouwindustrie en afdichtingsrubbers van waterkeringen met SCCP's als bestanddeel die vóór of op 4 december 2015 al in gebruik waren; alsmede

 

 

 

b)  andere dan de onder a) bedoelde artikelen met SCCP's als bestanddeel die vóór of op 10 juli 2012 al in gebruik waren, wordt toegestaan.

 

 

 

3.  Artikel 4, lid 2, derde en vierde alinea, is van toepassing op de in de lid 2 bedoelde artikelen.

Amendement

Schrappen

Motivering

Dit amendement is noodzakelijk om de huidige herschikking aan te passen aan de recentste besluiten van de Conferentie van de Partijen bij het Verdrag van Stockholm.

Amendement    28

Voorstel voor een verordening

Bijlage III

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

LIJST VAN STOFFEN WAARVOOR BEPALINGEN INZAKE BEPERKING VAN DE VRIJKOMING GELDEN

LIJST VAN STOFFEN WAARVOOR BEPALINGEN INZAKE BEPERKING VAN DE VRIJKOMING GELDEN

Stof (CAS-nr.)

Stof (CAS-nr.)

Polychloordibenzo-p-dioxinen en –dibenzofuranen (PCDD's/PCDF's)

Polychloordibenzo-p-dioxinen en –dibenzofuranen (PCDD's/PCDF's)

Hexachloorbenzeen (HCB) (CAS-nr.: 118-74-1)

Hexachloorbenzeen (HCB) (CAS-nr.: 118-74-1)

Polychloorbifenylen (pcb's)

Polychloorbifenylen (pcb's)

Polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK's)37

Polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK's)37

37.

Ten behoeve van de emissie-inventarissen worden de volgende vier compound-indicators gebruikt: benzo[a]pyreen, benzo[b]fluorantheen, benzo[k]fluorantheen en indeno[1,2,3-cd]pyreen.

37.

Ten behoeve van de emissie-inventarissen worden de volgende vier compound-indicators gebruikt: benzo[a]pyreen, benzo[b]fluorantheen, benzo[k]fluorantheen en indeno[1,2,3-cd]pyreen.

Pentachloorbenzeen (CAS-nr. 608-93-5)

Pentachloorbenzeen (CAS-nr. 608-93-5)

 

Polychloornaftalenen(1)

 

(1) Polychloornaftalenen zijn op het naftaleenringsysteem gebaseerde chemische verbindingen, waarbij een of meer waterstofatomen zijn vervangen door chlooratomen.

 

Hexachloorbutadieen (CAS-nr. 87-68-3)

Motivering

Dit amendement is noodzakelijk om de huidige herschikking aan te passen aan de recentste besluiten van de Conferentie van de Partijen bij het Verdrag van Stockholm.

Amendement    29

Voorstel voor een verordening

Bijlage IV – tabel 1 – kolom 4 – rij 10 – voetnoot 7

PCDD

TEF

PCDF

TEF

PCDD

TEF

2,3,7,8-TeCDD

1

1,2,3,7,8-PeCDD

1

1,2,3,4,7,8-HxCDD

0,1

1,2,3,6,7,8-HxCDD

0,1

1,2,3,7,8,9-HxCDD

0,1

1,2,3,4,6,7,8-HpCDD

0,01

OCDD

0,0003

2,3,7,8-TeCDF

0,1

1,2,3,7,8-PeCDF

0,03

2,3,4,7,8-PeCDF

0,3

1,2,3,4,7,8-HxCDF

0,1

1,2,3,6,7,8-HxCDF

0,1

1,2,3,7,8,9-HxCDF

0,1

2,3,4,6,7,8-HxCDF

0,1

1,2,3,4,6,7,8-HpCDF

0,01

1,2,3,4,7,8,9-HpCDF

0,01

OCDF

0,0003

Amendement

7.   De grenswaarde wordt berekend als PCDD’s en PCDF’s onder gebruikmaking van de volgende toxische-equivalentiefactoren (TEF’s):

PCDD

TEF

2,3,7,8-TeCDD

1

1,2,3,7,8-PeCDD

1

1,2,3,4,7,8-HxCDD

0,1

1,2,3,6,7,8-HxCDD

0,1

1,2,3,7,8,9-HxCDD

0,1

1,2,3,4,6,7,8-HpCDD

0,01

OCDD

0,0003

PCDF

TEF

2,3,7,8-TeCDF

0,1

1,2,3,7,8-PeCDF

0,03

2,3,4,7,8-PeCDF

0,3

1,2,3,4,7,8-HxCDF

0,1

PCDD

TEF

1,2,3,6,7,8-HxCDF

0,1

1,2,3,7,8,9-HxCDF

0,1

2,3,4,6,7,8-HxCDF

0,1

1,2,3,4,6,7,8-HpCDF

0,01

1,2,3,4,7,8,9-HpCDF

0,01

OCDF

0,0003

Motivering

Dit amendement is noodzakelijk om de technische tekortkomingen bij enkele titels van het in voetnoot 7 van bijlage IV opgenomen schema te verhelpen.

(1)

Nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad.

(2)

PB C 77 van 28.3.2002, blz. 1.


TOELICHTING

De herschikking van de POP-verordening is de meest recente bijwerking van het eerste verslag, dat in 2004 werd aangenomen. Hiermee worden de bijlagen bijgewerkt en aangepast aan de besluiten van de Conferentie van de Partijen bij het Verdrag van Stockholm uit 2015 en 2017. In de bijwerking wordt ook uiteengezet welke nieuwe rol het Europees Agentschap voor chemische stoffen (ECHA) kan spelen bij het ondersteunen van het werk van de Commissie voor de voorbereiding van de dossiers over stoffen.

Onderstaande amendementen hebben tot doel de tekst aan te passen aan de REACH-verordening en alle actoren, met inbegrip van de burgers en het bedrijfsleven die in hun activiteiten door deze herschikking worden beïnvloed, een heldere en samenhangende tekst te bieden. De nieuwe bijlage V bis is overgenomen uit de REACH-verordening. Het gebruik van effectbeoordelingen om in voorkomend geval POP-voorstellen te kunnen evalueren strookt eveneens met de richtsnoeren inzake betere regelgeving.

De EU is met haar baanbrekende REACH-verordening wereldleider op het gebied van regulering van chemische stoffen en daarom hebben haar besluiten over de veiligheid van chemische stoffen verreikende gevolgen. De rapporteur neemt deze verantwoordelijkheid zeer serieus en is van mening dat niet alleen naar de technische en wetenschappelijke aspecten van nieuwe voorstellen moet worden gekeken, maar ook de sociaal-economische gevolgen van de opneming van POP's in het verdrag. Het is absoluut noodzakelijk alles in het werk te stellen om ervoor te zorgen dat de besluiten wetenschappelijk onderbouwd zijn.

De amendementen hebben ook toe doel de nieuwe rol van ECHA, waarvan voor het eerst gewag werd gemaakt in het ontwerpvoorstel van de Commissie, te verduidelijken en op sommige plekken te versterken. Het doel is de deskundigheid van ECHA volledig te gebruiken bij de toekomstige besluitvorming over voorstellen voor POP's. Om steun te kunnen geven aan de nieuwe rol voor ECHA moet worden verzekerd dat zijn bevindingen in elk besluitvormingsproces worden meegenomen en zijn activiteiten naar behoren worden gefinancierd.

De Commissie moet bovendien meer duidelijkheid verschaffen over het gebruik van uitvoeringshandelingen en over het formaat van de op grond van lid 1 te verschaffen informatie. Om namelijk een gestroomlijnde verwerking van die informatie te kunnen verzekeren, is het noodzakelijk dat het in artikel 13, lid 1, bedoelde verslag door de lidstaten op uniforme wijze wordt opgesteld.


BIJLAGE: BRIEF VAN DE COMMISSIE JURIDISCHE ZAKEN

D(2018)33866

Mevr. Adina-Ioana VĂLEAN

Voorzitter, Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid

ASP 13E102

Brussel

Betreft:  Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende persistente organische verontreinigende stoffen (herschikking)

COM(2018)0144 - C8-0124/2018 - 2018/0070(COD)

Geachte voorzitter,

De Commissie juridische zaken heeft bovengenoemd voorstel bestudeerd, overeenkomstig artikel 104 inzake herschikking, zoals opgenomen in het Reglement van het Europees Parlement.

Lid 3 van dat artikel luidt als volgt:

"Als de voor juridische zaken bevoegde commissie van oordeel is dat het ontwerp geen andere inhoudelijke wijzigingen bevat dan die welke als zodanig zijn aangegeven, stelt zij de bevoegde commissie hiervan in kennis.

In dat geval en onverminderd de in de artikelen 169 en 170 vastgelegde voorwaarden zijn amendementen in de ter zake bevoegde commissie alleen ontvankelijk als zij betrekking hebben op onderdelen van het ontwerp die wijzigingen bevatten.

Amendementen op ongewijzigd gebleven onderdelen van het ontwerp kunnen evenwel in uitzonderlijke en individuele gevallen door de voorzitter van de ter zake bevoegde commissie worden aanvaard indien hij van oordeel is dat dit noodzakelijk is om dwingende redenen die verband houden met de interne logica van de tekst of omdat de amendementen onlosmakelijk verbonden zijn met andere ontvankelijke amendementen. Deze redenen dienen in een schriftelijke motivering bij de amendementen te worden vermeld."

Op grond van het advies van de Adviesgroep, bestaande uit vertegenwoordigers van de juridische diensten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie, die het voorstel tot herschikking heeft onderzocht en overeenkomstig de aanbevelingen van de rapporteur voor advies, is de Commissie juridische zaken van oordeel dat het voorstel geen andere inhoudelijke wijzigingen bevat dan die welke als zodanig worden aangegeven en dat met betrekking tot de codificatie van de ongewijzigde bepalingen van de eerdere besluiten met die inhoudelijke wijzigingen kan worden geconstateerd dat het voorstel een loutere codificatie van de bestaande teksten behelst, zonder inhoudelijke wijzigingen.

Samenvattend doet de Commissie juridische zaken na haar vergadering van 3 september 2018 met algemene stemmen(1) de aanbeveling dat de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid als bevoegde commissie bovengenoemd voorstel overeenkomstig artikel 104 in behandeling kan nemen.

Met de meeste hoogachting,

Pavel Svoboda

Bijlage: Advies van de adviesgroep

(1)

De volgende leden waren aanwezig: Marie Christine Boutonnet, Jean Marie Cavada, Mady Delvaux, Pascal Durand, Angel Dzhambazki, Rosa Estaràs Ferragut, Laura Ferrara, Jytte Guteland, Gilles Lebreton, Jiří Maštálka, Angelika Niebler, Răzvan Popa, Emil Radev, Julia Reda, Evelyn Regner, Pavel Svoboda, Francis Zammit Dimech, Tadeusz Zwiefka, Luis de Grandes Pascual.


BIJLAGE: ADVIES VAN DE ADVIESGROEP VAN DE JURIDISCHE DIENSTEN VAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD EN DE COMMISSIE

 

 

 

 

ADVIESGROEP VAN DE

JURIDISCHE DIENSTEN

Brussel, 23 mei 2018

ADVIES

  AAN  HET EUROPEES PARLEMENT

    DE RAAD

    DE COMMISSIE

Bijlagen bij het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende persistente organische verontreinigende stoffen (herschikking)

COM(2018)0144 van 23.5.2018 – 2018/0070(COD)

Gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 28 november 2001 over een systematischer gebruik van de herschikking van besluiten, en in het bijzonder punt 9, is de adviesgroep bestaande uit de juridische diensten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie op 13 en 20 april 2018 bijeengekomen om onder meer bovengenoemd voorstel van de Commissie te behandelen.

Tijdens deze bijeenkomsten(1) heeft de adviesgroep, na bestudering van het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad voor een herschikking van Verordening (EG) nr. 850/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende persistente organische verontreinigende stoffen en tot wijziging van Richtlijn 79/117/EEG in onderlinge overeenstemming het volgende vastgesteld.

1. De volgende tekstdelen hadden gemarkeerd moeten worden met de grijze achtergrond die gewoonlijk wordt gebruikt om materiële wijzigingen aan te geven:

- in artikel 4, lid 3, vierde alinea, de toevoeging van "in an annotation" en de vervanging van "first" door "second";

- in artikel 7, lid 5, de vervanging van de huidige verwijzingen naar "paragraph 4(b)" door verwijzingen naar "paragraph 4";

- in artikel 9, lid 2, de toevoeging van "its publication";

- in artikel 13, lid 1, onder a), de schrapping van de woorden "forward to the Commission";

- in artikel 13, lid 1, onder f), de schrapping van de woorden "provide the Commission" en "with";

2. In de derde alinea van artikel 9, lid 4, had de toevoeging van het woord "that" aangeduid moeten worden met pijltjes en had het woord "plan" niet tussen pijltjes mogen staan.

3. In bijlage IV moet voetnoot nr. 7 worden aangepast zodat de formulering overeenstemt met die in het bijgevoegde document.

De adviesgroep heeft na deze bestudering van het voorstel eensgezind geconstateerd dat het voorstel geen andere inhoudelijke wijzigingen bevat dan die welke als zodanig in het voorstel worden vermeld. Voorts heeft de adviesgroep met betrekking tot de codificatie van de ongewijzigde bepalingen van de eerdere rechtshandeling met die inhoudelijke wijzigingen geconstateerd dat het voorstel louter een codificatie van de bestaande tekst behelst, zonder inhoudelijke wijzigingen.

F. DREXLER      H. LEGAL      L. ROMERO REQUENA

Juridisch adviseur      Juridisch adviseur      Directeur-generaal

Tekst van voetnoot nr. 7 in bijlage IV

De grenswaarde wordt berekend als PCDD’s en PCDF’s onder gebruikmaking van de volgende toxische-equivalentiefactoren (TEF’s):

PCDD

TEF

2,3,7,8-TeCDD

1

1,2,3,7,8-PeCDD

1

1,2,3,4,7,8-HxCDD

0,1

1,2,3,6,7,8-HxCDD

0,1

1,2,3,7,8,9-HxCDD

0,1

1,2,3,4,6,7,8-HpCDD

0,01

OCDD

0,0003

PCDF

TEF

2,3,7,8-TeCDF

0,1

1,2,3,7,8-PeCDF

0,03

2,3,4,7,8-PeCDF

0,3

1,2,3,4,7,8-HxCDF

0,1

PCDD

TEF

1,2,3,6,7,8-HxCDF

0,1

1,2,3,7,8,9-HxCDF

0,1

2,3,4,6,7,8-HxCDF

0,1

1,2,3,4,6,7,8-HpCDF

0,01

1,2,3,4,7,8,9-HpCDF

0,01

OCDF

0,0003

(1)

  De adviesgroep heeft haar beoordeling uitgevoerd op basis van de Engelse versie van het voorstel, aangezien de tekst in kwestie oorspronkelijk in deze taal gesteld was.


PROCEDURE VAN DE BEVOEGDE COMMISSIE

Titel

Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende persistente organische verontreinigende stoffen (herschikking)

Document- en procedurenummers

COM(2018)0144 – C8-0124/2018 – 2018/0070(COD)

Datum indiening bij EP

22.3.2018

 

 

 

Bevoegde commissie

       Datum bekendmaking

ENVI

16.4.2018

 

 

 

Medeadviserende commissies

       Datum bekendmaking

ITRE

16.4.2018

 

 

 

Geen advies

       Datum besluit

ITRE

24.4.2018

 

 

 

Rapporteurs

       Datum benoeming

Julie Girling

6.4.2018

 

 

 

Behandeling in de commissie

20.6.2018

 

 

 

Datum goedkeuring

10.10.2018

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

52

3

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Marco Affronte, Pilar Ayuso, Ivo Belet, Biljana Borzan, Lynn Boylan, Paul Brannen, Soledad Cabezón Ruiz, Birgit Collin-Langen, Miriam Dalli, Seb Dance, José Inácio Faria, Francesc Gambús, Jens Gieseke, Julie Girling, Sylvie Goddyn, Françoise Grossetête, Andrzej Grzyb, Jytte Guteland, György Hölvényi, Benedek Jávor, Karin Kadenbach, Kateřina Konečná, Urszula Krupa, Giovanni La Via, Jo Leinen, Peter Liese, Valentinas Mazuronis, Joëlle Mélin, Susanne Melior, Miroslav Mikolášik, Rory Palmer, Bolesław G. Piecha, Pavel Poc, Julia Reid, Frédérique Ries, Michèle Rivasi, Annie Schreijer-Pierik, Renate Sommer, Nils Torvalds, Adina-Ioana Vălean

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Cristian-Silviu Buşoi, Jørn Dohrmann, Linnéa Engström, Eleonora Evi, Fredrick Federley, Christophe Hansen, Jan Huitema, Norbert Lins, Rupert Matthews, Tilly Metz, Younous Omarjee, Gabriele Preuß, Bart Staes

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Anthea McIntyre, Kati Piri

Datum indiening

16.10.2018


HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE BEVOEGDE COMMISSIE

52

+

ALDE

Fredrick Federley, Jan Huitema, Valentinas Mazuronis, Frédérique Ries, Nils Torvalds

ECR

Jørn Dohrmann, Urszula Krupa, Rupert Matthews, Anthea McIntyre, Bolesław G. Piecha

EFDD

Eleonora Evi

GUE/NGL

Lynn Boylan, Kateřina Konečná, Younous Omarjee

PPE

Pilar Ayuso, Ivo Belet, Cristian-Silviu Buşoi, Birgit Collin-Langen, José Inácio Faria, Francesc Gambús, Jens Gieseke, Julie Girling, Françoise Grossetête, Andrzej Grzyb, Christophe Hansen, György Hölvényi, Giovanni La Via, Peter Liese, Norbert Lins, Miroslav Mikolášik, Annie Schreijer-Pierik, Renate Sommer, Adina-Ioana Vălean

S&D

Biljana Borzan, Paul Brannen, Soledad Cabezón Ruiz, Miriam Dalli, Seb Dance, Jytte Guteland, Karin Kadenbach, Jo Leinen, Susanne Melior, Rory Palmer, Kati Piri, Pavel Poc, Gabriele Preuß

Verts/ALE

Marco Affronte, Linnéa Engström, Benedek Jávor, Tilly Metz, Michèle Rivasi, Bart Staes

3

-

EFDD

Julia Reid

ENF

Sylvie Goddyn, Joëlle Mélin

0

0

 

 

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding

Laatst bijgewerkt op: 30 oktober 2018Juridische mededeling