Procedure : 2017/0043(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0337/2018

Ingediende teksten :

A8-0337/2018

Debatten :

PV 12/11/2018 - 15
CRE 12/11/2018 - 15

Stemmingen :

PV 13/11/2018 - 4.6
CRE 13/11/2018 - 4.6
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0445

VERSLAG     ***I
PDF 915kWORD 108k
16.10.2018
PE 602.914v02-00 A8-0337/2018

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een meerjarenplan voor de kleine pelagische bestanden in de Adriatische Zee en de visserijen die deze bestanden exploiteren

(COM(2017)0097 – C8-0095/2017 – 2017/0043(COD))

Commissie visserij

Rapporteur: Ruža Tomašić

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 STANDPUNT IN DE VORM VAN AMENDEMENTENvan de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid
 PROCEDURE VAN DE BEVOEGDE COMMISSIE
 HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een meerjarenplan voor de kleine pelagische bestanden in de Adriatische Zee en de visserijen die deze bestanden exploiteren

(COM(2017)0097 – C8-00950095/2017 – 2017/0043(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2017)0097),

–  gezien artikel 294, lid 2, en artikel 43, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C8-0095/2017),

–  gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 31 mei 2017(1),

–  gezien artikel 59 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie visserij en het standpunt in de vorm van amendementen van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid (A8-0337/2018),

1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.  verzoekt de Commissie om hernieuwde voorlegging aan het Parlement indien zij haar voorstel vervangt, ingrijpend wijzigt of voornemens is het ingrijpend te wijzigen;

3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

Amendement    1

Voorstel voor een verordening

Overweging 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(1)  Het gemeenschappelijk visserijbeleid (GVB) dient bij te dragen tot de bescherming van het mariene milieu, tot het duurzame beheer van alle commercieel geëxploiteerde soorten en in het bijzonder tot het bereiken, uiterlijk in 2020, van een goede milieutoestand van het mariene milieu overeenkomstig artikel 1, lid 1, van Richtlijn 2008/56/EG van het Europees Parlement en de Raad40.

(1)  Het gemeenschappelijk visserijbeleid (GVB) dient bij te dragen tot de bescherming van het mariene milieu, tot het duurzame beheer van alle commercieel geëxploiteerde soorten en in het bijzonder tot het bereiken, uiterlijk in 2020, van een goede milieutoestand van het mariene milieu overeenkomstig artikel 1, lid 1, van Richtlijn 2008/56/EG van het Europees Parlement en de Raad40, en een gunstige staat van instandhouding voor soorten en habitats overeenkomstig Richtlijn 92/43/EEG van de Raad40 bis en Richtlijn 2009/147/EG van het Europees Parlement en de Raad40 ter.

_________________

_________________

40 Richtlijn 2008/56/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het beleid ten aanzien van het mariene milieu (Kaderrichtlijn mariene strategie) (PB L 164 van 25.6.2008, blz. 19).

40 Richtlijn 2008/56/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het beleid ten aanzien van het mariene milieu (Kaderrichtlijn mariene strategie) (PB L 164 van 25.6.2008, blz. 19).

 

40 bis Richtlijn 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna (PB L 206 van 22.7.1992, blz. 7).

 

40 ter Richtlijn 2009/147/EG van het Europees Parlement en de Raad van 30 november 2009 inzake het behoud van de vogelstand (PB L 20 van 26.1.2010, blz. 7).

Amendement    2

Voorstel voor een verordening

Overweging 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(1 bis)  Tijdens de Wereldtop inzake duurzame ontwikkeling in 2015 in New York hebben de Unie en haar lidstaten zich ertoe verplicht tegen 2020 het vangen van vis doeltreffend te reglementeren, een einde te maken aan overbevissing, aan illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserij en aan destructieve visserijpraktijken, en wetenschappelijk gefundeerde beheersplannen uit te voeren teneinde de visbestanden in zo kort mogelijke tijd op zijn minst te herstellen op het niveau dat de door hun biologische kenmerken bepaalde maximale duurzame opbrengst kan opleveren.

Amendement    3

Voorstel voor een verordening

Overweging 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(2)  Bij Verordening (EU) nr. 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad41 zijn de regels van het GVB vastgesteld in overeenstemming met de internationale verplichtingen van de Unie. Het GVB heeft onder meer ten doel te garanderen dat visserij- en aquacultuuractiviteiten uit ecologisch oogpunt duurzaam zijn op de lange termijn, het voorzorgsbeginsel toe te passen bij het visserijbeheer en een ecosysteemgerichte benadering van het visserijbeheer ten uitvoer te leggen.

(2)  Bij Verordening (EU) nr. 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad41 zijn de regels van het GVB vastgesteld in overeenstemming met de internationale verplichtingen van de Unie. Het GVB heeft onder meer ten doel te garanderen dat visserij- en aquacultuuractiviteiten uit ecologisch, economisch en sociaal oogpunt duurzaam zijn op de lange termijn, het voorzorgsbeginsel toe te passen bij het visserijbeheer en een ecosysteemgerichte benadering van het visserijbeheer ten uitvoer te leggen.

__________________

__________________

41 Verordening (EU) nr. 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 inzake het gemeenschappelijk visserijbeleid, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1954/2003 en (EG) nr. 1224/2009 van de Raad en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 2371/2002 en (EG) nr. 639/2004 van de Raad en Besluit 2004/585/EG van de Raad (PB L 354 van 28.12.2013, blz. 22).

41 Verordening (EU) nr. 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 inzake het gemeenschappelijk visserijbeleid, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1954/2003 en (EG) nr. 1224/2009 van de Raad en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 2371/2002 en (EG) nr. 639/2004 van de Raad en Besluit 2004/585/EG van de Raad (PB L 354 van 28.12.2013, blz. 22).

Amendement    4

Voorstel voor een verordening

Overweging 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(2 bis)  Overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1380/2013 zijn om de visserij op basis van het beste beschikbare wetenschappelijk advies te kunnen beheren, geharmoniseerde, degelijke en accurate datareeksen nodig.

Amendement    5

Voorstel voor een verordening

Overweging 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(3 bis)  De Adriatische Zee is een belangrijk deelgebied van het Middellandse Zeegebied, dat goed is voor ongeveer een derde van de totale aanlandingswaarde.

Amendement    6

Voorstel voor een verordening

Overweging 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(4 bis)  De ten uitvoer gelegde beheersplannen en de in 2016 ingevoerde technische maatregelen zullen naar verwachting gevolgen hebben voor de visbestanden en moeten worden geanalyseerd en in aanmerking worden genomen bij het vaststellen van het meerjarenplan voor de pelagische bestanden in de regio.

Amendement    7

Voorstel voor een verordening

Overweging 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(5)  De huidige beheersmaatregelen voor de kleine pelagische bestanden in de Adriatische Zee hebben betrekking op de toegang tot de wateren, de controle op de visserijinspanning en technische maatregelen om het gebruik van vistuig te regelen. Uit wetenschappelijk advies blijkt dat de controle van de vangsten het meest geschikte middel is om de visserijsterfte aan te passen, en een doeltreffender beheersinstrument is voor kleine pelagische bestanden43.

(5)  De huidige beheersmaatregelen voor de kleine pelagische bestanden in de Adriatische Zee hebben betrekking op de toegang tot de wateren, de controle op de visserijinspanning en technische maatregelen om het gebruik van vistuig te regelen.

__________________

 

43 Wetenschappelijk, Technisch en Economisch Comité voor de visserij (WTECV) – Beoordeling van bestanden in de Middellandse Zee – deel 2 (STECF-11-14)

 

Motivering

Er wordt voorgesteld om deze stelling te schrappen, rekening houdend met het meest recente verslag van het WTECV (STECF 16-14), waarin, aan de hand van de analyse van de positieve en negatieve effecten van diverse beheerprincipes, wordt geconcludeerd dat de aanpak waarbij verschillende beheersmaatregelen worden gecombineerd (vangst, inspanning, capaciteitsmaxima) de beste effecten sorteert en dat de individuele benadering van elke maatregel ook negatieve effecten met zich meebrengt.

Amendement    8

Voorstel voor een verordening

Overweging 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(6)  Met het oog op de verwezenlijking van de GVB-doelstellingen moeten instandhoudingsmaatregelen als meerjarenplannen, technische maatregelen en vangstmogelijkheden (vaststelling en toewijzing), zo nodig met elkaar gecombineerd, worden vastgesteld.

(6)  Met het oog op de verwezenlijking van de GVB-doelstellingen moeten instandhoudingsmaatregelen als meerjarenplannen en technische maatregelen, zo nodig met elkaar gecombineerd, worden vastgesteld.

Amendement    9

Voorstel voor een verordening

Overweging 6 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(6 bis)  De kleine pelagische visserij in de Adriatische Zee, met name in de geografische deelgebieden 17 en 18, hebben belangrijke sociaal-economische gevolgen voor het levensonderhoud en de toekomst van de kustgemeenschappen van de lidstaten.

Amendement    10

Voorstel voor een verordening

Overweging 6 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(6 ter)  Overeenkomstig de beginselen en doelstellingen van het GVB en overeenkomstig artikel 18 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 moet gebruik worden gemaakt van regionalisering om maatregelen vast te stellen en uit te voeren die rekening houden met de specifieke kenmerken van elk visserijgebied en die de milieuomstandigheden in elk van die gebieden beschermen.

Amendement    11

Voorstel voor een verordening

Overweging 6 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(6 quater)  Vangstmogelijkheden moeten worden toegekend overeenkomstig de beginselen van artikel 17 van Verordening (EU) nr. 1380/2013, waarbij gebruik moet worden gemaakt van transparante en objectieve criteria, onder meer die van ecologische, sociale en economische aard. De vangstmogelijkheden moeten ook eerlijk worden verdeeld over de verschillende takken van de visserij, met inbegrip van de traditionele en kleinschalige visserij. Voorts moeten de lidstaten voorzien in stimuleringsmaatregelen voor vissersvaartuigen die zijn uitgerust met selectief vistuig of die gebruik maken van minder milieubelastende visserijtechnieken.

Amendement    12

Voorstel voor een verordening

Overweging 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(7)  Overeenkomstig de artikelen 9 en 10 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 moeten meerjarenplannen gebaseerd zijn op wetenschappelijke, technische en economische adviezen en moeten zij doelstellingen, kwantificeerbare streefdoelen met duidelijke tijdschema's, instandhoudingsreferentiepunten en vrijwaringsmaatregelen bevatten.

(7)  Overeenkomstig de artikelen 9 en 10 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 moeten meerjarenplannen gebaseerd zijn op wetenschappelijke, technische en economische adviezen en moeten zij doelstellingen, kwantificeerbare streefdoelen met duidelijke tijdschema's, instandhoudingsreferentiepunten, instandhoudingsdoelstellingen,technische maatregelen voor de tenuitvoerlegging van de aanlandingsverplichting, maatregelen die beogen ongewenste vangsten zo veel mogelijk te voorkomen en te beperken en vrijwaringsmaatregelen bevatten.

Amendement    13

Voorstel voor een verordening

Overweging 8

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(8)  Het meerjarenplan moet ten doel hebben bij te dragen aan de doelstellingen van het GVB, in het bijzonder de MSY voor de betrokken bestanden bereiken en behouden, zorgen voor een duurzame visserijsector en voorzien in een doeltreffend beheerskader.

(8)  Het meerjarenplan moet ten doel hebben bij te dragen aan de doelstellingen van het GVB, in het bijzonder het herstellen en behouden van de visbestanden boven een biomassaniveau dat de MSY kan opleveren, de aanlandingsverplichting uitvoeren, zorgen voor een duurzame en winstgevende visserijsector en voorzien in een doeltreffend beheerskader.

Amendement    14

Voorstel voor een verordening

Overweging 8 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(8 bis)  Tenzij anders bepaald mag deze verordening niet als precedent worden beschouwd voor andere meerjarenplannen met betrekking tot de Middellandse Zee.

Motivering

Het aannemen van dit voorstel voor de Adriatische Zee in zijn huidige vorm zou een gevaarlijk precedent scheppen aangezien het ook als model voor andere Middellandse Zeegebieden zou kunnen worden gebruikt met nog grotere negatieve gevolgen op sociaal en economisch vlak. Iedere zeeregio kent zijn eigen oceanische kenmerken en unieke omstandigheden.

Amendement    15

Voorstel voor een verordening

Overweging 8 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(8 ter)  Een meerjarenplan moet altijd een evenwicht vinden tussen het haalbare resultaat, rekening houdend met het tijdpad, en de sociaal-economische gevolgen.

 

 

Amendement    16

Voorstel voor een verordening

Overweging 10

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(10)  Overeenkomstig de ecosysteemgerichte benadering en in aanvulling op het visserijgerelateerde beschrijvende element van Richtlijn 2008/56/EG dient in het kader van het visserijbeheer rekening te worden gehouden met de in bijlage I bij die richtlijn opgenomen kwalitatief beschrijvende elementen 1, 4 en 6.

(10)  Overeenkomstig de ecosysteemgerichte benadering moet dit plan tevens bijdragen tot het bereiken van een goede milieutoestand als bedoeld in Richtlijn 2008/56/EG, en dient in het kader van het visserijbeheer rekening te worden gehouden met de in bijlage I bij die richtlijn opgenomen kwalitatief beschrijvende elementen 1, 4 en 6. Dit plan dient voorts bij te dragen tot de verwezenlijking van een gunstige staat van instandhouding van habitats en soorten respectievelijk overeenkomstig Richtlijn 2009/147/EG van het Europees Parlement en de Raad1 bis en Richtlijn 92/43/EEG van de Raad1 ter.

 

_________________

 

1 bis Richtlijn 2009/147/EG van het Europees Parlement en de Raad van 30 november 2009 inzake het behoud van de vogelstand (PB L 20 van 26.1.2010, blz. 7);

 

1 ter Richtlijn 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna (PB L 206 van 22.7.1992, blz. 7);

Amendement    17

Voorstel voor een verordening

Overweging 11

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(11)  Krachtens artikel 16, lid 4, van Verordening (EU) nr. 1380/2013 moeten de vangstmogelijkheden worden vastgesteld overeenkomstig de in de meerjarenplannen bepaalde streefdoelen.

Schrappen

Amendement    18

Voorstel voor een verordening

Overweging 12

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(12)  Het is passend dat het met de doelstelling inzake het bereiken en behouden van de MSY overeenkomende streefdoel voor de visserijsterfte (target fishing mortality - F) wordt vastgesteld als bandbreedtes van waarden die in samenhang zijn met het bereiken van de maximale duurzame opbrengst (FMSY). Deze op wetenschappelijk advies gebaseerde bandbreedtes zijn noodzakelijk om de flexibiliteit te bieden die nodig is om rekening te houden met ontwikkelingen in het wetenschappelijk advies, om bij te dragen aan de uitvoering van de aanlandingsverplichting en om rekening te houden met de kenmerken van gemengde visserij. De FMSY-bandbreedtes zijn berekend door het WTECV en zijn zo bepaald dat bij toepassing ervan de langetermijnopbrengst ten hoogste 5 % lager is dan MSY45. Bovendien is de bovengrens van de bandbreedte geplafonneerd, zodat de waarschijnlijkheid dat het bestand onder Blim terechtkomt, niet meer dan 5 % bedraagt.

(12)  Het is passend dat het met de doelstelling inzake het bereiken en behouden van de MSY overeenkomende streefdoel voor de visserijsterfte (target fishing mortality - F) wordt vastgesteld als bandbreedtes van waarden die in samenhang zijn met het bereiken van de maximale duurzame opbrengst (FMSY). Deze op het beste beschikbare wetenschappelijk advies gebaseerde bandbreedtes zijn noodzakelijk om de flexibiliteit te bieden die nodig is om rekening te houden met ontwikkelingen in het wetenschappelijk advies, om bij te dragen aan de uitvoering van de aanlandingsverplichting en om rekening te houden met de kenmerken van gemengde visserij. De FMSY-bandbreedtes zijn berekend door het WTECV45 bis. Op basis van dit plan zijn zij zo bepaald dat bij toepassing ervan de langetermijnopbrengst ten hoogste 5 % lager is dan MSY. Bovendien is de bovengrens van de bandbreedte geplafonneerd, zodat de waarschijnlijkheid dat het bestand onder Blim terechtkomt, niet meer dan 5 % bedraagt.

_________________

_________________

45 Wetenschappelijk, Technisch en Economisch Comité voor de visserij – Kleine pelagische bestanden in de Adriatische Zee. Beoordelingen met betrekking tot de Middellandse Zee, deel 1 (STECF-15-14). 2015. [Bureau voor publicaties van de Europese Unie, Luxemburg, EUR 27492 EN, JRC 97707, 52 blz.] [The second part of this reference seems to be mistaken. OPOCE, please check.]

 

 

45 Wetenschappelijk, Technisch en Economisch Comité voor de visserij – Kleine pelagische bestanden in de Adriatische Zee. Beoordelingen met betrekking tot de Middellandse Zee, deel 1 (STECF-15-14). 2015. [Bureau voor publicaties van de Europese Unie, Luxemburg, EUR 27492 EN, JRC 97707, 52 blz.] [The second part of this reference seems to be mistaken. OPOCE, please check.]

Amendement    19

Voorstel voor een verordening

Overweging 13

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(13)  Met het oog op de vaststelling van de vangstmogelijkheden moet er een drempel komen voor FMSY-brandbreedtes bij normaal gebruik en, mits het betrokken bestand als in goede staat verkerend wordt beschouwd, een hogere grens voor bepaalde gevallen. De vangstmogelijkheden mogen alleen op de hogere grens worden vastgesteld indien dat op grond van wetenschappelijk advies of bewijs noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de doelstellingen van deze verordening in het geval van gemengde visserijen of noodzakelijk is om schade aan een bestand als gevolg van wisselwerkingen binnen of tussen soorten te voorkomen, of indien dat tot doel heeft de jaarlijkse schommelingen op het gebied van de vangstmogelijkheden te beperken.

(13)  Met het oog op het realiseren van de doelstellingen van het meerjarenplan moet het streefdoel voor elke soort SSBpa zijn. Er mag alleen een hoger streefdoel worden vastgesteld indien dat op grond van wetenschappelijk advies of bewijs noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de doelstellingen van deze verordening in het geval van gemengde visserijen of noodzakelijk is om schade aan een bestand als gevolg van wisselwerkingen binnen of tussen soorten te voorkomen, of wanneer een van de kleine pelagische bestanden onder SSBlim ligt.

Motivering

Biomassa alleen is een geschiktere en zekerdere waarde voor het beheer van kleine pelagische soorten, die afhankelijker zijn van milieuomstandigheden dan van exploitatie. Dat geldt minstens tot er betere wetenschappelijke beoordelingen beschikbaar zijn.

Amendement    20

Voorstel voor een verordening

Overweging 15

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(15)  In het licht van de toepassing van vrijwaringsmaatregelen moeten, voor bestanden waarvoor zij beschikbaar zijn, instandhoudingsreferentiepunten worden vastgesteld, uitgedrukt als MSY Btrigger en Blim voor ansjovis- en sardinebestanden. Indien de bestanden onder MSY Btrigger terechtkomen, moet de visserijsterfte worden teruggebracht tot onder FMSY.

(15)  In het licht van de toepassing van vrijwaringsmaatregelen moeten instandhoudingsreferentiepunten worden vastgesteld, uitgedrukt als SSBlim en SSBpa voor kleine pelagische bestanden. Indien de bestanden onder SSBlim terechtkomen, moeten passende herstelmaatregelen worden vastgesteld om bij te dragen tot de snelle terugkeer van het betrokken bestand tot een niveau boven SSBpa.

Motivering

Biomassa alleen is een geschiktere en zekerdere waarde voor het beheer van kleine pelagische soorten, die afhankelijker zijn van milieuomstandigheden dan van exploitatie. Dat geldt minstens tot er betere wetenschappelijke beoordelingen beschikbaar zijn.

Amendement    21

Voorstel voor een verordening

Overweging 16

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(16)  Wanneer de bestandsomvang onder het Blim-referentiepunt terechtkomt, dienen verdere vrijwaringsmaatregelen te worden ingevoerd. Vrijwaringsmaatregelen dienen onder meer in te houden dat de vangstmogelijkheden worden gereduceerd en dat er specifieke instandhoudingsmaatregelen worden genomen wanneer een bestand luidens wetenschappelijk advies gevaar loopt. Zo nodig moeten die maatregelen worden aangevuld met andere maatregelen, zoals maatregelen van de Commissie overeenkomstig artikel 12 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 of maatregelen van de lidstaten overeenkomstig artikel 13 van Verordening (EU) nr. 1380/2013.

Schrappen

Amendement    22

Voorstel voor een verordening

Overweging 17

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(17)  Voor bestanden waarvoor geen referentiepunten beschikbaar zijn, dient het voorzorgsbeginsel te worden toegepast. In het specifieke geval van de als bijvangst gevangen bestanden dienen, bij ontstentenis van wetenschappelijk advies over het minimale paaibiomassaniveau van die bestanden, specifieke instandhoudingsmaatregelen te worden vastgesteld wanneer luidens wetenschappelijk advies herstelmaatregelen nodig zijn.

(17)  Voor bestanden waarvoor geen referentiepunten beschikbaar zijn, dient het voorzorgsbeginsel te worden toegepast.

Amendement    23

Voorstel voor een verordening

Overweging 18

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(18)  Om de uitvoering van de bij artikel 15, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1380/2013 ingestelde aanlandingsverplichting mogelijk te maken, dient het plan te voorzien in aanvullende beheersmaatregelen. Dergelijke maatregelen dienen te worden vastgesteld door middel van gedelegeerde handelingen.

(18)  Om de uitvoering van de bij artikel 15, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1380/2013 ingestelde aanlandingsverplichting mogelijk te maken, dient het plan te voorzien in aanvullende beheersmaatregelen, met name maatregelen voor het geleidelijk uitbannen van teruggooi, het tellen van vis die kleiner is dan de minimuminstandhoudingsreferentiegrootte en het beperken, en zo mogelijk uitbannen, van de negatieve gevolgen van visserijactiviteiten voor het mariene milieu. Dergelijke maatregelen dienen te worden vastgesteld door middel van gedelegeerde handelingen.

Amendement    24

Voorstel voor een verordening

Overweging 18 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(18 bis)  Een gezamenlijke aanbeveling van Kroatië, Italië en Slovenië (Adriatica-groep op hoog niveau) en een studie over de technische kenmerken van ringzegens en de impact hiervan op bodempopulaties werden ingediend bij en getoetst door onafhankelijke deskundigen en het WTECV. Daarom is het passend te voorzien in een afwijking van de tweede alinea van artikel 13, lid 3, van en punt 2 van bijlage II bij Verordening (EG) nr. 1967/2006.

Amendement    25

Voorstel voor een verordening

Overweging 19 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(19 bis)  Wanneer uit wetenschappelijk advies blijkt dat de recreatievisserij een aanzienlijke invloed heeft op de visserijsterfte van een bepaald bestand, moet de Raad ook deze vorm van visserij in aanmerking nemen. Hiertoe moet de Raad gemachtigd zijn een TAC vast te stellen voor commerciële vangsten waarbij rekening wordt gehouden met de omvang van de recreatievangsten, en/of andere maatregelen vast te stellen om de recreatievisserij te beperken, met inbegrip van meeneemlimieten en sluitingsperioden.

Amendement    26

Voorstel voor een verordening

Overweging 20

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(20)  Het plan moet voorts voorzien in de vaststelling, door middel van gedelegeerde handelingen, van bepaalde begeleidende technische maatregelen die tot het verwezenlijken van de doelstellingen van het plan, met name inzake de bescherming van jonge vis, moeten bijdragen of de selectiviteit moeten verbeteren.

(20)  Het plan moet voorts voorzien in de vaststelling, door middel van gedelegeerde handelingen, van bepaalde begeleidende technische maatregelen, alsook gebieds- en tijdsgebonden maatregelen, die op basis van het beste beschikbare wetenschappelijk advies tot het verwezenlijken van de doelstellingen van het plan, met name inzake de bescherming van jonge vis, moeten bijdragen of de selectiviteit moeten verbeteren.

Amendement    27

Voorstel voor een verordening

Overweging 20 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(20 bis)  Bij het vaststellen van technische maatregelen die voortvloeien uit het meerjarenplan of overeenkomstig het plan vastgestelde gedelegeerde handelingen moet het gebruik van ambachtelijk vistuig dat gebaseerd is op van oudsher in visserijgemeenschappen toegepaste praktijken, worden gewaarborgd.

Amendement    28

Voorstel voor een verordening

Overweging 21 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(21 bis)  Om ervoor te zorgen dat de sector de maatregelen ter vermindering van de visserijinspanning en de daaruit voortvloeiende daling van de inkomsten voor bedrijven en zeevarenden aankan, moeten er regelingen zijn voor prioritaire toegang tot passende steun uit het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij (EFMZV) overeenkomstig Verordening (EU) nr. 508/2014 van het Europees Parlement en de Raad1 bis.

 

_____________

 

1 bis Verordening (EU) nr. 508/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 inzake het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 2328/2003, (EG) nr. 861/2006, (EG) nr. 1198/2006 en (EG) nr. 791/2007 van de Raad en Verordening (EU) nr. 1255/2011 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 149 van 20.5.2014, blz. 1).

Amendement    29

Voorstel voor een verordening

Overweging 21 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(21 ter)  Om bij de toepassing rekening te houden met de sociaal-economische effecten is het daarom wenselijk om enerzijds afwijkingen toe te staan van de maximale duur van de tijdelijke stopzetting als bedoeld in artikel 33 van Verordening (EU) nr. 508/2014, waarbij die stopzetting uitsluitend wordt uitgebreid naar de vaartuigen die vallen onder dit meerjarenplan, en anderzijds mogelijk te maken dat de definitieve beëindiging als bedoeld in artikel 34 van Verordening (EU) nr. 508/2014 weer wordt opengesteld en dat de bedoelde vissersvaartuigen er toegang toe krijgen.

Amendement    30

Voorstel voor een verordening

Overweging 22

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(22)  Omdat vaartuigen die in de Adriatische Zee op kleine pelagische bestanden vissen, veelal korte visreizen maken, dient het in artikel 17 van Verordening (EG) nr. 1224/2009 voorgeschreven gebruik van de voorafgaande kennisgeving te worden aangepast zodat de voorafgaande kennisgeving ten minste anderhalf uur voor het geraamde tijdstip van aankomst in de haven wordt gedaan. Echter, rekening houdend met het beperkte effect op de betrokken bestanden van visreizen waarmee zeer kleine hoeveelheden vis zijn gemoeid, is het passend een drempelwaarde voor dergelijke voorafgaande kennisgevingen vast te stellen, namelijk dat vaartuigen ten minste één ton ansjovis of sardine aan boord hebben.

(22)  Omdat vaartuigen die in de Adriatische Zee op kleine pelagische bestanden vissen, veelal korte visreizen maken, dient het in artikel 17 van Verordening (EG) nr. 1224/2009 voorgeschreven gebruik van de voorafgaande kennisgeving te worden aangepast zodat de voorafgaande kennisgeving ten minste een half uur voor het geraamde tijdstip van aankomst in de haven wordt gedaan. Echter, rekening houdend met het beperkte effect op de betrokken bestanden van visreizen waarmee zeer kleine hoeveelheden vis zijn gemoeid, is het passend een drempelwaarde voor dergelijke voorafgaande kennisgevingen vast te stellen, namelijk dat vaartuigen ten minste één ton kleine pelagische soorten aan boord hebben.

Motivering

Gezien de specifieke kust en het feit dat de visgronden zich relatief dicht bij de havens bevinden, is het noodzakelijk te voorzien in een kortere tijd voor voorafgaande kennisgeving.

Amendement    31

Voorstel voor een verordening

Overweging 24

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(24)  Overeenkomstig artikel 43 van Verordening (EG) nr. 1224/2009 moet worden vastgesteld boven welke drempelwaarde een vissersvaartuig zijn vangsten ansjovis en sardine in een aangewezen haven of op een plaats dicht bij de kust moet aanlanden. Bovendien moeten de lidstaten bij de aanwijzing van die havens of plaatsen dicht bij de kust de criteria van artikel 43, lid 5, van die verordening op zodanige wijze toepassen dat een doeltreffende controle gewaarborgd is.

(24)  Overeenkomstig artikel 43 van Verordening (EG) nr. 1224/2009 moet worden vastgesteld boven welke drempelwaarde een vissersvaartuig zijn vangsten kleine pelagische soorten in een aangewezen haven of op een plaats dicht bij de kust moet aanlanden. Bovendien moeten de lidstaten bij de aanwijzing van die havens of plaatsen dicht bij de kust de criteria van artikel 43, lid 5, van die verordening op zodanige wijze toepassen dat een doeltreffende controle gewaarborgd is.

Motivering

Er wordt voorgesteld de definitie "kleine pelagische soorten" te gebruiken van het huidige beheersplan van de GFCM. Deze definitie impliceert dat beide soorten samen worden beheerd. Beide soorten worden samen gevangen, en aangezien het in de visserij op deze soorten niet mogelijk is slechts één ervan te bevissen, moeten de beheersmaatregelen voor beide gelden. Bovendien verschillen de twee soorten qua aard en zijn ze in hoge mate afhankelijk van de milieuomstandigheden. Om die reden moet de exploitatie van deze soorten gezamenlijk worden gecontroleerd en beheerd, zoals dat reeds in het huidige GFCM-kader wordt erkend.

Amendement    32

Voorstel voor een verordening

Overweging 25

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(25)  Met het oog op een tijdige en evenredige aanpassing aan technische en wetenschappelijke vooruitgang, om flexibiliteit te waarborgen en om de ontwikkeling van bepaalde maatregelen mogelijk te maken, moet de bevoegdheid aan de Commissie worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie handelingen vast te stellen die deze verordening aanvullen op het stuk van herstelmaatregelen voor de instandhouding van makreel en horsmakreel, de uitvoering van de aanlandingsverplichting en technische maatregelen. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen moeten het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten ontvangen, en moeten hun deskundigen systematisch toegang hebben tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

(25)  Met het oog op een tijdige en evenredige aanpassing aan technische en wetenschappelijke vooruitgang, om flexibiliteit te waarborgen en om de ontwikkeling van bepaalde maatregelen mogelijk te maken, moet de bevoegdheid aan de Commissie worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie handelingen vast te stellen die deze verordening aanvullen op het stuk van de uitvoering van de aanlandingsverplichting en technische maatregelen. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen moeten het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten ontvangen, en moeten hun deskundigen systematisch toegang hebben tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Motivering

Bepalingen van het meerjarenplan dienen alleen van toepassing te zijn op sardine en ansjovis, aangezien er voor andere soorten (makreel (Scomber ssp.) en horsmakreel (Trachurus ssp.)) een ernstig gebrek is aan gegevens en wetenschappelijke beoordelingen. Deze soorten moeten onder de meerjarenplannen vallen vanwege de aanlandingsverplichting, wat ook het hoofdargument van de Commissie was, maar dit moet duidelijk afzonderlijk worden genoemd in het toepassingsgebied van het meerjarenplan.

Amendement    33

Voorstel voor een verordening

Overweging 26

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(26)  Overeenkomstig artikel 10, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1380/2013 dienen bepalingen te worden vastgesteld inzake de periodieke beoordeling door de Commissie van de toereikendheid en doeltreffendheid van de toepassing van deze verordening. Voorafgaand aan deze beoordeling dient het plan op basis van wetenschappelijk advies periodiek te worden geëvalueerd. Die evaluatie moet om de vijf jaar plaatsvinden. Een dergelijke periode biedt voldoende ruimte om de aanlandingsverplichting volledig uit te voeren, om geregionaliseerde maatregelen vast te stellen en uit te voeren en om zicht te krijgen op de gevolgen voor de bestanden en de visserij. Een kortere periode zou bovendien onwerkbaar zijn voor de wetenschappelijke instanties.

(26)  Overeenkomstig artikel 10, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1380/2013 dienen bepalingen te worden vastgesteld inzake de periodieke beoordeling door de Commissie van de toereikendheid en doeltreffendheid van de toepassing van deze verordening. Voorafgaand aan deze beoordeling dient het plan op basis van wetenschappelijk advies periodiek te worden geëvalueerd. Die evaluatie moet plaatsvinden binnen drie jaar na inwerkingtreding van deze verordening en daarna om de vijf jaar. Een dergelijke periode biedt voldoende ruimte om de aanlandingsverplichting volledig uit te voeren, om geregionaliseerde maatregelen vast te stellen en uit te voeren en om zicht te krijgen op de gevolgen voor de bestanden en de visserij. Een kortere periode zou bovendien onwerkbaar zijn voor de wetenschappelijke instanties.

Amendement    34

Voorstel voor een verordening

Overweging 27 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(27 bis)  Om de vissers te ondersteunen bij de tenuitvoerlegging van de bij deze verordening vastgestelde maatregelen moeten de lidstaten zo ruim mogelijk gebruik maken van de bij Verordening (EU) nr. 508/2014 vastgestelde maatregelen. Er moet worden verduidelijkt dat maatregelen voor tijdelijke stopzetting die zijn vastgesteld om de doelstellingen van deze verordening te verwezenlijken, in aanmerking kunnen komen voor steun krachtens Verordening (EU) nr. 508/2014 om rekening te houden met de sociaal-economische aspecten van deze verordening. Voorts moet voor de vaartuigen waarop dit meerjarenplan betrekking heeft, een afwijking worden toegestaan met betrekking tot de perioden tijdens welke steun mag worden verleend en met betrekking tot de maximale bijdrage van het EFMZV voor tijdelijke stopzetting als bedoeld in Verordening (EU) nr. 508/2014.

Amendement    35

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Deze verordening is van toepassing op de bestanden ansjovis (Engraulis encrasicolus) en sardine (Sardina pilchardus) in de Adriatische Zee (hierna "de betrokken bestanden" genoemd) en op de visserijen die deze bestanden exploiteren. Zij is eveneens van toepassing op de bijvangsten van makreel (Scomber spp.) en horsmakreel (Trachurus spp.) in de Adriatische Zee die bij de visserij op een van de betrokken bestanden of op de beide betrokken bestanden worden gevangen.

2.  Deze verordening is van toepassing op de bestanden ansjovis (Engraulis encrasicolus) en sardine (Sardina pilchardus) in de Adriatische Zee (hierna "kleine pelagische soorten" genoemd) en op de visserijen die deze bestanden bevissen. Met het oog op de uitvoering van de aanlandingsverplichting, zoals vastgesteld in artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1380/2013, is deze verordening eveneens van toepassing op de bijvangsten van makreel (Scomber spp.) en horsmakreel (Trachurus spp.) in de Adriatische Zee die bij de visserij op kleine pelagische soorten worden gevangen.

Motivering

Bepalingen van het meerjarenprogramma dienen alleen van toepassing te zijn op sardine en ansjovis, aangezien er voor andere soorten een ernstig gebrek is aan gegevens en wetenschappelijke beoordelingen. Deze soorten moeten onder de meerjarenplannen vallen vanwege de aanlandingsverplichting, wat ook het hoofdargument van de Commissie was, maar dit moet duidelijk afzonderlijk worden genoemd in het toepassingsgebied van het meerjarenplan.

Amendement    36

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 2 – letter a ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

a ter)  "beste beschikbare wetenschappelijke advies": openbaar beschikbaar wetenschappelijk advies dat geschraagd wordt door de meest actuele wetenschappelijke gegevens en methoden en dat is uitgebracht of getoetst door een onafhankelijk wetenschappelijk orgaan dat erkend is op het niveau van de Unie of op internationaal niveau.

Amendement    37

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 2 – letter b bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

b bis)  "gericht vissen": een visserijactiviteit waarbij sardine of ansjovis ten minste 50 % van de vangst in levend gewicht uitmaakt;

Motivering

Een definitie van gericht vissen is belangrijk voor het beheer op het vlak van de visdagen.

Amendement    38

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 2 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)  "kleine pelagische bestanden": de in artikel 1, lid 2, van deze verordening vermelde bestanden of een combinatie van daar vermelde bestanden;

c)  "kleine pelagische soorten": de bestanden ansjovis (Engraulis encrasicolus) en sardine (Sardina pilchardus).

Motivering

Er wordt voorgesteld de definitie "kleine pelagische soorten" te gebruiken van het huidige beheersplan van de GFCM. Deze definitie impliceert dat beide soorten samen worden beheerd. Beide soorten worden samen gevangen, en aangezien het in de visserij op deze soorten niet mogelijk is slechts één ervan te bevissen, moeten de beheersmaatregelen voor beide gelden. Bovendien verschillen de twee soorten qua aard en zijn ze in hoge mate afhankelijk van de milieuomstandigheden. Om die reden moet de exploitatie van deze soorten gezamenlijk worden gecontroleerd en beheerd, zoals dat reeds in het huidige GFCM-kader wordt erkend.

Amendement    39

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 2 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

d)  "FMSY-bandbreedte": een bandbreedte van waarden waarin alle niveaus van visserijsterfte binnen de wetenschappelijk aangegeven grenswaarden van die bandbreedte bij gemengde visserij volgens wetenschappelijk advies een maximale duurzame opbrengst (maximum sustainable yield – MSY) op lange termijn opleveren bij bestaande gemiddelde milieuomstandigheden zonder beduidende nadelige gevolgen voor het reproductieproces voor de betrokken bestanden;

Schrappen

Amendement    40

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 2 – letter d bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

d bis)  "visdag": elke aaneengesloten periode van 24 uur, of elk deel daarvan, waarin een visserijvaartuig visserijactiviteit verricht, bijvoorbeeld het zoeken naar vis, het te water laten, uitzetten, slepen en ophalen van vistuig, het aan boord halen van de vangst, het overladen, het aan boord houden, het verwerken aan boord, het overbrengen, het kooien, het vetmesten en het aanlanden van vis en visserijproducten, zoals gedefinieerd in artikel 28, lid 1, punt 4, van Verordening (EU) nr. 1380/2013;

Amendement    41

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 2 – letter d ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

d ter)  "SSBlim": het referentiepunt voor paaibiomassa waaronder corrigerende beheersmaatregelen moeten worden genomen om ervoor te zorgen dat de bestanden worden teruggebracht tot een niveau dat boven de biologisch veilige grens ligt;

Motivering

Biomassa alleen is een geschiktere en zekerdere waarde voor het beheer van kleine pelagische soorten, die afhankelijker zijn van milieuomstandigheden dan van exploitatie. Dat geldt minstens tot er betere wetenschappelijke beoordelingen beschikbaar zijn.

Amendement    42

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 2 – letter d quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

d quater)  "SSBpa": het voorzorgsreferentiepunt voor paaibiomassa waaronder beheersmaatregelen moeten worden genomen om ervoor te zorgen dat de bestanden worden teruggebracht tot een niveau dat boven de biologisch veilige grens ligt;

Motivering

Biomassa alleen is een geschiktere en zekerdere waarde voor het beheer van kleine pelagische soorten, die afhankelijker zijn van milieuomstandigheden dan van exploitatie. Dat geldt minstens tot er betere wetenschappelijke beoordelingen beschikbaar zijn.

Amendement    43

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 2 – letter e

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

e)  "MSY Btrigger": het referentiepunt voor paaibiomassa waaronder specifieke en passende beheersmaatregelen moeten worden genomen om ervoor te zorgen dat de exploitatieniveaus in combinatie met natuurlijke variaties de bestanden herstellen boven een niveau dat op de lange termijn MSY kan opleveren;

Schrappen

Amendement    44

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 2 – letter f

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

f)  "vangstmogelijkheid": een gekwantificeerd legaal recht om te vissen, in termen van vangsten en/of visserijinspanning.

Schrappen

Amendement    45

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Het meerjarenplan draagt bij tot de verwezenlijking van de in artikel 2 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 genoemde doelstellingen van het gemeenschappelijk visserijbeleid, met name door bij het visserijbeheer de voorzorgsbenadering toe te passen, en beoogt ervoor te zorgen dat de mariene biologische rijkdommen zodanig worden geëxploiteerd dat de populaties van de beviste soorten boven een niveau worden gebracht en behouden dat MSY kan opleveren.

1.  Het meerjarenplan draagt bij tot de verwezenlijking van de in artikel 2 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 genoemde doelstellingen van het gemeenschappelijk visserijbeleid.

Motivering

De doelstellingen zijn vastgesteld in Verordening (EU) nr. 1380/2013 en hoeven hier niet te worden herhaald. De doelstellingen van het GVB zijn alle even belangrijk en het bereiken van MSY mag niet belangrijker zijn dan andere doelstellingen, zoals de sociale stabiliteit van het betrokken visserijsegment.

Amendement    46

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Het meerjarenplan voorziet in een doeltreffend, eenvoudig en stabiel beheerskader voor de exploitatie van de kleine pelagische bestanden in de Adriatische Zee.

2.  Het meerjarenplan voorziet in een doeltreffend, eenvoudig en stabiel beheerskader voor de exploitatie van de kleine pelagische soorten in de Adriatische Zee.

Amendement    47

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  Bij de ontwikkeling of wijziging van het meerjarenplan wordt overeenkomstig artikel 2, lid 5, van Verordening (EU) nr. 1380/2013, rekening gehouden met de sociaal-economische aspecten.

Amendement    48

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Het meerjarenplan draagt bij tot het uitbannen van teruggooi door ongewenste vangsten zo veel mogelijk te voorkomen en te beperken, alsook tot de uitvoering van de bij artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 ingestelde aanlandingsverplichting voor de daaronder vallende soorten waarop de onderhavige verordening van toepassing is.

3.  Het meerjarenplan draagt bij tot het verminderen van teruggooi door ongewenste vangsten zo veel mogelijk te voorkomen en te beperken, alsook tot de uitvoering van de bij artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 ingestelde aanlandingsverplichting voor de daaronder vallende soorten waarop de onderhavige verordening van toepassing is.

Motivering

De uitbanning van teruggooi is in de praktijk onmogelijk, ook omdat de basisverordening voorziet in de mogelijkheid van een minimumdrempel.

Amendement    49

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Het meerjarenplan past de ecosysteemgerichte benadering toe op het visserijbeheer om ervoor te zorgen dat de negatieve gevolgen van visserijactiviteiten voor het mariene ecosysteem tot een minimum worden beperkt. Het is coherent met de milieuwetgeving van de Unie, met name met de doelstelling van artikel 1, lid 1, van Richtlijn 2008/56/EG om uiterlijk in 2020 een goede milieutoestand te bereiken.

4.  Het meerjarenplan past de ecosysteemgerichte benadering toe op het visserijbeheer om ervoor te zorgen dat de negatieve gevolgen van visserijactiviteiten voor het mariene ecosysteem, in het bijzonder voor bedreigde habitats en beschermde soorten, waaronder zeezoogdieren, zeevogels en reptielen, tot een minimum worden beperkt en zo mogelijk uitgebannen. Het is coherent met de milieuwetgeving van de Unie, met name met de doelstelling van artikel 1, lid 1, van Richtlijn 2008/56/EG om uiterlijk in 2020 een goede milieutoestand te bereiken, alsook met de streefdoelen en voorschriften zoals vastgelegd in Richtlijn 2009/147/EG en Richtlijn 92/43/EEG.

Amendement    50

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 5 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

5 bis.  Maatregelen in het kader van het plan worden genomen op basis van het beste beschikbare wetenschappelijk advies.

Amendement    51

Voorstel voor een verordening

Hoofdstuk 2 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

STREEFDOELEN, VRIJWARINGSMAATREGELEN EN SPECIFIEKE MAATREGELEN

SOCIAAL-ECONOMISCHE STREEFDOELEN, VRIJWARINGSMAATREGELEN EN SPECIFIEKE MAATREGELEN

Motivering

De invoeging van "sociaal-economische" hangt samen met het amendement tot invoeging van het volgende artikel 4 bis ("Sociaal-economische doelstellingen") en de toegevoegde overwegingen 21 bis en 24 bis.

Amendement    52

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – kopje

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Streefdoelen voor ansjovis en sardine

Streefdoelen voor kleine pelagische soorten

Motivering

Deze definitie impliceert dat beide soorten samen worden beheerd.

Amendement    53

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Het streefdoel voor visserijsterfte wordt voor de betrokken bestanden zo spoedig mogelijk en, geleidelijk toenemend, uiterlijk in 2020 verwezenlijkt en wordt van dan af gehandhaafd binnen de in bijlage I vermelde bandbreedtes en overeenkomstig de in artikel 3, lid 1, neergelegde doelstellingen.

1.  De nagestreefde referentiepunten voor de kleine pelagische soorten worden zo spoedig mogelijk verwezenlijkt en wordt van dan af gehandhaafd boven de in bijlage I vermelde waarden en overeenkomstig de in artikel 3, lid 1, neergelegde doelstellingen.

Motivering

Hiermee worden de bepalingen van artikel 4 aangepast aan het voorstel voor op biomassa gebaseerde referentiepunten.

Amendement    54

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De vangstmogelijkheden zijn in overeenstemming met de streefbandbreedtes voor de visserijsterfte die zijn opgenomen in kolom A van bijlage I bij deze verordening.

2.  De beheersmaatregelen voor kleine pelagische soorten zijn in overeenstemming met de nagestreefdereferentiepunten die zijn opgenomen in kolom A van bijlage I bij deze verordening.

Motivering

Hiermee worden de bepalingen van artikel 4 aangepast aan het voorstel voor op biomassa gebaseerde referentiepunten. Er wordt voorgesteld de term "vangstmogelijkheden" te vervangen door de term "beheersmaatregelen". Vangstmogelijkheden wijzen met name op het TAC-systeem en dit voorstel vervangt dit door de term "beheersmaatregelen", die beter past bij een beheerssysteem op basis van inspanning.

Amendement    55

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Onverminderd de leden 1 en 2 kunnen de vangstmogelijkheden worden vastgesteld op niveaus die overeenkomen met lagere visserijsterfteniveaus dan die welke in kolom A van bijlage I zijn opgenomen.

3.  Onverminderd de leden 1 en 2 kunnen de beheersmaatregelen gericht zijn op niveaus die overeenkomen met hogere waarden dan die welke in kolom A van bijlage I zijn opgenomen:

 

a)  indien dat op grond van wetenschappelijk advies of bewijs noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de doelstellingen van artikel 3 in het geval van gemengde visserij;

 

b)  indien dat op grond van wetenschappelijk advies of bewijs noodzakelijk is om ernstige schade aan een bestand als gevolg van wisselwerkingen binnen of tussen soorten te voorkomen; of

 

c)  indien een van de bestanden van kleine pelagische soorten zich onder het in kolom B van bijlage I vermelde referentiepunt bevindt.

Motivering

Hiermee worden de bepalingen van artikel 4 aangepast aan het voorstel voor op biomassa gebaseerde referentiepunten. Vangstmogelijkheden wijzen met name op het TAC-systeem en dit voorstel vervangt dit door de term "beheersmaatregelen", die beter past bij een beheerssysteem op basis van inspanning.

Amendement    56

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Onverminderd de leden 2 en 3 kunnen de vangstmogelijkheden voor een bestand worden vastgesteld in overeenstemming met de bandbreedtes voor de visserijsterfte als opgenomen in kolom B van bijlage I, mits het betrokken bestand zich bevindt boven het in kolom A van bijlage II opgenomen referentiepunt voor minimale paaibiomassa:

Schrappen

a) indien dat op grond van wetenschappelijk advies of bewijs noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de doelstellingen van artikel 3 in het geval van gemengde visserij,

 

b) indien dat op grond van wetenschappelijk advies of bewijs noodzakelijk is om ernstige schade aan een bestand als gevolg van wisselwerkingen binnen of tussen soorten te beperken, of

 

c) om schommelingen in de vangstmogelijkheden tussen opeenvolgende jaren tot ten hoogste 20 % te beperken.

 

Amendement    57

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4 bis.  Wanneer uit wetenschappelijk advies blijkt dat de recreatievisserij een aanzienlijke invloed heeft op de visserijsterfte van een bepaald bestand, neemt de Raad ook deze vorm van visserij in aanmerking en kan hij bij het vaststellen van de vangstmogelijkheden besluiten tot beperking van de recreatievisserij teneinde te voorkomen dat het algehele streefdoel voor visserijsterfte wordt overschreden.

 

 

Amendement    58

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 4 bis

 

Sociaal-economische doelstellingen

 

Om rekening te houden met de sociaal-economische doelstellingen als bedoeld in artikel 2, lid 5, onder f), van Verordening (EU) nr. 1380/2013, maken de lidstaten bij de tenuitvoerlegging van de technische en instandhoudingsmaatregelen waarin in deze verordening is voorzien, ruim gebruik van de desbetreffende maatregelen uit hoofde van Verordening (EU) nr. 508/2014.

Motivering

Met dit amendement wordt beoogd de basis te leggen om de lidstaten in staat te stellen vissers die zijn onderworpen aan technische en/of instandhoudingsmaatregelen met een grote impact en met negatieve gevolgen voor de bedrijven en de werknemers, toegang te bieden tot de financiële steuninstrumenten van het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij (EFMZV).

Amendement    59

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De instandhoudingsreferentiepunten, uitgedrukt als minimumniveau en grensniveau voor de paaibiomassa van een bestand, die moeten worden toegepast om de volledige reproductiecapaciteit van het betrokken bestand niet aan te tasten, zijn opgenomen in bijlage II.

1.  De instandhoudingsreferentiepunten, uitgedrukt als minimumniveau en grensniveau voor de paaibiomassa van een bestand, worden toegepast om de volledige reproductiecapaciteit van het betrokken bestand niet aan te tasten.

Amendement    60

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – lid 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis.  Drie jaar na de datum van toepassing van de in artikel 6, lid 1 bis, bedoelde beheersmaatregelen wordt middels wetenschappelijk onderzoek beoordeeld of de genomen maatregelen doeltreffend zijn, met name voor de bestanden waarop deze verordening van toepassing is en de visserijen die deze bestanden exploiteren.

Motivering

Dit amendement is nodig om de doeltreffendheid van de in artikel 4 bis voorgestelde maatregelen te beoordelen.

Amendement    61

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Wanneer luidens wetenschappelijk advies de paaibiomassa van een van de beide betrokken bestanden lager is dan het in kolom A van bijlage II bij deze verordening vermelde referentiepunt voor minimale paaibiomassa, worden alle passende herstelmaatregelen vastgesteld om een snelle terugkeer van het betrokken bestand boven een niveau dat MSY kan opleveren, te waarborgen. In het bijzonder worden de vangstmogelijkheden voor de betrokken bestanden in afwijking van artikel 4, leden 2 en 4, van deze verordening vastgesteld op een niveau dat overeenkomt met een visserijsterfte die op een waarde onder de in kolom A van bijlage I bij deze verordening vermelde bandbreedte is teruggebracht, rekening houdend met de afname van de biomassa van dat bestand.

2.  Wanneer luidens wetenschappelijk advies de paaibiomassa van een van de beide kleine pelagische soorten lager is dan het in kolom B van bijlage I bij deze verordening vermelde referentiepunt voor minimale paaibiomassa, worden alle passende herstelmaatregelen vastgesteld om bij te dragen tot een snelle terugkeer van de kleine pelagische soorten boven het in kolom A van bijlage I vermelde referentiepunt. In het bijzonder worden de beheersmaatregelen in afwijking van artikel 4, lid  2, en overeenkomstig artikel 4, lid 3, van deze verordening aangepast, rekening houdend met de afname van de biomassa van dat bestand.

Motivering

De voorgestelde wijzigingen zijn in overeenstemming met andere voorstellen die gebaseerd zijn op biomassa als enige en zekerdere waarde.

Amendement    62

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Wanneer luidens wetenschappelijk advies de paaibiomassa van een van de beide betrokken bestanden lager is dan het in kolom B van bijlage II bij deze verordening vermelde referentiepunt voor de grenspaaibiomassa (Blim), worden verdere herstelmaatregelen genomen om een snelle terugkeer van het betrokken bestand boven een niveau dat MSY kan opleveren, te waarborgen. In het bijzonder kunnen die herstelmaatregelen, in afwijking van artikel 4, leden 2 en 4, inhouden dat de gerichte visserij op het betrokken bestand wordt geschorst en de vangstmogelijkheden op passende wijze worden verlaagd.

3.  Wanneer luidens wetenschappelijk advies de paaibiomassa van beide kleine pelagische soorten lager is dan het in kolom B van bijlage I bij deze verordening vermelde referentiepunt voor grenspaaibiomassa (SSBlim), worden verdere herstelmaatregelen genomen om bij te dragen tot een snelle terugkeer van beide bestanden boven het in kolom A van bijlage I vermelde referentiepunt. In het bijzonder kunnen die herstelmaatregelen, in afwijking van artikel 4, lid 2, inhouden dat de gerichte visserij op het betrokken bestand wordt geschorst en dat er andere passende beheersmaatregelen worden genomen.

Motivering

De voorgestelde wijzigingen zijn in overeenstemming met andere voorstellen die gebaseerd zijn op biomassa als enige en zekerdere waarde.

Amendement    63

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – alinea 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Wanneer luidens wetenschappelijk advies herstelmaatregelen nodig zijn voor de instandhouding van de in artikel 1, lid 2, van deze verordening bedoelde kleine pelagische bestanden of, in het geval van ansjovis en sardine, wanneer de paaibiomassa van een van die beide bestanden voor een bepaald jaar lager is dan de in kolom A van bijlage II bij de onderhavige verordening opgenomen instandhoudingsreferentiepunten, is de Commissie bevoegd om overeenkomstig artikel 16 van de onderhavige verordening en artikel 18 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot:

1.   Wanneer luidens wetenschappelijk advies herstelmaatregelen nodig zijn voor de instandhouding van de kleine pelagische soorten of wanneer de paaibiomassa van een van die beide bestanden voor een bepaald jaar lager is dan de in kolom B van bijlage I bij deze verordening opgenomen instandhoudingsreferentiepunten, is de Commissie bevoegd om overeenkomstig artikel 16 van deze verordening en artikel 18 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 gedelegeerde handelingen vast te stellen.

Motivering

De voorgestelde wijzigingen zijn in overeenstemming met andere voorstellen die gebaseerd zijn op biomassa als enige en zekerdere waarde.

Amendement    64

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – alinea 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  de kenmerken van het vistuig, met name de maaswijdte, de constructie van het vistuig en de afmetingen van het vistuig of het gebruik van voorzieningen voor selectiviteit, om te zorgen voor selectiviteit of deze te verbeteren;

Schrappen

Amendement    65

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – alinea 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  het gebruik van het vistuig en de diepte waarop het vistuig wordt ingezet, om te zorgen voor selectiviteit of deze te verbeteren;

Schrappen

Amendement    66

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – alinea 1 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)  een verbod op of beperking van het vissen in specifieke gebieden, om paaiende en jonge vis of vis die kleiner is dan de minimuminstandhoudingsreferentiegrootte of andere soorten dan de doelvissoorten te beschermen;

Schrappen

Amendement    67

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – alinea 1 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

d)  een verbod op of beperking van het vissen of het gebruik van bepaalde soorten vistuig gedurende specifieke perioden, om paaiende vis of vis die kleiner is dan de minimuminstandhoudingsreferentiegrootte of andere niet-doelvissoorten te beschermen;

Schrappen

Amendement    68

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – alinea 1 – letter e

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

e)  minimuminstandhoudingsreferentiegrootten, om jonge exemplaren van mariene organismen te beschermen;

Schrappen

Amendement    69

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – alinea 1 – letter f

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

f)  andere kenmerken gerelateerd aan selectiviteit.

Schrappen

Motivering

De algemene formulering van letter f) – die voorwerp is van gedelegeerde handelingen – is mogelijk in strijd met de inhoudelijke afbakening als bedoeld in artikel 290 VWEU. Schrappen is beter.

Amendement    70

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis.   Onverminderd de eerste alinea zijn de volgende maatregelen van toepassing voor de jaren 2019-2022 om de in artikel 4 vastgestelde streefdoelen te bereiken:

 

a)   in 2019 wordt de vangstbeperking voor kleine pelagische soorten vastgesteld op het niveau van 2014; met ingang van 2020 wordt de vangstbeperking voor kleine pelagische soorten voor de lidstaat in kwestie tot 2022 elk jaar geleidelijk verlaagd met 4 % ten opzichte van het voorgaande jaar; de verlaging is evenwel niet van toepassing wanneer de totale vangst voor elke betrokken lidstaat 2 % lager ligt dan de vangst van 2014;

 

b)   de visserijinspanning van vissersvaartuigen die gericht vissen op kleine pelagische soorten bedraagt ten hoogste 180 visdagen per jaar en 20 visdagen per maand, met maximaal 144 visdagen per jaar voor gericht vissen op sardines en maximaal 144 visdagen voor gericht vissen op ansjovis;

 

c)   elk jaar worden gebieds- of tijdsgebonden sluitingen toegepast om broed- en paaiplaatsen te beschermen; deze sluitingen voor diverse soorten vistuig gelden voor het gehele verspreidingsgebied van kleine pelagische soorten in de Adriatische Zee, voor perioden van niet minder dan 15 opeenvolgende dagen en tot 30 opeenvolgende dagen; deze sluitingen vinden plaats in de volgende perioden:

 

i)   voor sardine, van 1 oktober tot en met 31 maart, en

 

ii)   voor ansjovis, van 1 april tot en met 30 september;

 

d)   extra sluitingen voor vaartuigen van meer dan 12 meter lengte over alles, voor elke soort vistuig afzonderlijk, worden toegepast gedurende minimaal zes maanden; deze sluitingen betreffen ten minste 30 % van het gebied dat als broed- en paaigebied is aangemerkt of als gebied dat van belang is voor de bescherming van jonge leeftijdsklassen van vis (in de territoriale en de binnenzee);

 

e)   de totale vlootcapaciteit van trawlers en ringzegenvaartuigen die actief vissen op kleine pelagische soorten is niet hoger dan de geregistreerde vlootcapaciteit van de actieve vloot in 2014 wat betreft brutotonnage (BT) en/of brutoregisterton (BRT), motorvermogen (kW) en aantal vaartuigen.

Amendement    71

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – alinea 1 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 ter.   Onverminderd lid 1 bis varieert de duur van de onder c) en d) van dat lid bedoelde sluitingen niet meer dan 10 % tussen opeenvolgende jaren, om de stabiliteit te waarborgen en om variaties in beheersmaatregelen te beperken.

Motivering

De voorgestelde maatregelen zijn vanaf 2017 en gedeeltelijk vanaf 2015 volledig ten uitvoer gelegd. Zij zijn in overeenstemming met het GFCM-beheersplan en het is van essentieel belang om dezelfde beheersaanpak en maatregelen te handhaven, opdat de gevolgen ervan naar behoren kunnen worden beoordeeld. Daarnaast wordt voorgesteld voor dezelfde periode de vangstlimiet geleidelijk te verlagen.

Amendement    72

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 6 bis

 

Technische maatregelen

 

1.   Voor de toepassing van deze verordening zijn de tweede alinea van artikel 13, lid 3, van en punt 2 van bijlage II bij Verordening (EG) nr. 1967/2006 niet van toepassing.

 

2.   Voor de toepassing van deze verordening wordt de maximale lengte van omsluitingsnetten (ringzegens en zegens zonder sluitlijn) beperkt tot 600 meter met een netdiepte van ten hoogste een derde van de lengte.

Motivering

Voor de uitvoering van elk beheersplan is het essentieel om deze bepalingen in het meerjarenplan op te nemen. Dat was ook een van de maatregelen waarom al werd gevraagd in de gezamenlijke aanbeveling van de Adriatische lidstaten en die werd uitgewerkt in de studie over de technische kenmerken van ringzegens en de impact ervan op bodempopulaties. De studie en de aanbeveling zijn ook getoetst door onafhankelijke deskundigen en het WTECV, die de conclusies hebben bevestigd. De studie en de aanbeveling zijn ook getoetst door onafhankelijke deskundigen en het WTECV, die de conclusies hebben bevestigd.

Amendement    73

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – alinea 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 15 van deze verordening en artikel 18 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot:

De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 18 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot:

Motivering

De regels van Verordening (EU) nr. 1308/2013 betreffende de aanlandingsverplichting en regionalisering volstaan. Verdere actie van de Commissie door middel van gedelegeerde handelingen is daarom niet nodig.

Amendement    74

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – alinea 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  vrijstellingen van de toepassing van de aanlandingsverplichting voor soorten waarvan wetenschappelijk vaststaat dat zij een hoge overlevingskans hebben, rekening houdend met de kenmerken van het vistuig, de visserijpraktijken en het ecosysteem, om de uitvoering van de aanlandingsverplichting te faciliteren; en

a)  vrijstellingen van de toepassing van de aanlandingsverplichting voor soorten waarvan op basis van het beste beschikbare wetenschappelijk advies vaststaat dat zij een hoge overlevingskans hebben, rekening houdend met de kenmerken van het vistuig, de visserijpraktijken en het ecosysteem, om de uitvoering van de aanlandingsverplichting te faciliteren; en

Amendement    75

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – alinea 1 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

d)  het vaststellen van minimuminstandhoudingsreferentiegrootten, om jonge exemplaren van mariene organismen te beschermen.

Schrappen

Motivering

Voorgesteld wordt om letter d) te schrappen, omdat artikel 6 hier al in voorziet en herhaling overbodig is.

Amendement    76

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  In afwijking van artikel 17, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1224/2009 wordt de in dat artikel bedoelde voorafgaande kennisgeving ten minste anderhalf uur vóór het geplande tijdstip van aankomst in de haven gedaan. De bevoegde autoriteiten van de kustlidstaten kunnen per geval toestemming geven om de haven op een vroeger tijdstip binnen te varen.

1.  In afwijking van artikel 17, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1224/2009 wordt de in dat artikel bedoelde voorafgaande kennisgeving ten minste een half uur vóór het geplande tijdstip van aankomst in de haven gedaan. De bevoegde autoriteiten van de kustlidstaten kunnen per geval toestemming geven om de haven op een vroeger tijdstip binnen te varen.

Motivering

In veel delen van de Adriatische Zee wordt de uitrusting tot enkele minuten voor de terugkeer in de haven gebruikt om de sortering van de vangst in kisten af te ronden. Gelet hierop is de kennisgeving vóór aankomst in de haven, die de kapiteins van vaartuigen ertoe verplicht om de bevoegde autoriteiten van hun vlaggenlidstaat ruim van tevoren bepaalde informatie te verstrekken over het vaartuig en de vangsten, nogal belastend.

Amendement    77

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De verplichting tot voorafgaande kennisgeving geldt voor kapiteins van Unievissersvaartuigen die ten minste één ton ansjovis of één ton sardine aan boord hebben.

2.  De verplichting tot voorafgaande kennisgeving geldt voor kapiteins van Unievissersvaartuigen die ten minste twee ton ansjovis of twee ton sardine aan boord hebben. Deze hoeveelheden worden berekend na aftrek van de vangsten als bedoeld in artikel 15, lid 11, van Verordening (EU) nr. 1380/2013.

Motivering

Deze verduidelijking is nodig gelet op de aanlandingsverplichting, die inhoudt dat vissen die kleiner zijn dan de minimuminstandhoudingsreferentiegrootte moeten worden aangeland en moeten worden bestemd voor andere vormen van consumptie dan directe menselijke consumptie. De hoeveelheden verwijzen naar die welke worden genoemd in artikel 13, onder a) en b), van dit voorstel voor een verordening.

Amendement    78

Voorstel voor een verordening

Artikel 12 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  In afwijking van artikel 15, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1224/2009 zenden de kapiteins van vissersvaartuigen van de Unie met een lengte over alles van 12 meter of meer de informatie als bedoeld in artikel 14 van deze verordening door vóór de start van de aanlandingswerkzaamheden.

 

 

Motivering

Vaartuigen waarop de verplichtingen van dit beheersplan van toepassing zijn en die vissen op talrijke soorten, moeten de mogelijkheid hebben om het visserijlogboek te sluiten voor aanvang van de aanlandingswerkzaamheden. Indiening van het logboek vóór aankomst in de haven, zoals de algemene regel voorschrijft, is namelijk erg moeilijk en soms gevaarlijk, gelet op de lastige manoeuvres bij terugkeer in het dok en de grote hoeveelheid vis die in kisten moet worden geselecteerd.

Amendement    79

Voorstel voor een verordening

Artikel 13 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De in levend gewicht uitgedrukte drempel voor de desbetreffende bestanden die onder het meerjarenplan vallen, bij overschrijding waarvan een vissersvaartuig zijn vangsten overeenkomstig artikel 43 van Verordening (EG) nr. 1224/2009 in een aangewezen haven of op een plaats dicht bij de kust moet aanlanden, bedraagt:

De in levend gewicht uitgedrukte drempel voor kleine pelagische soorten, bij overschrijding waarvan een vissersvaartuig zijn vangsten overeenkomstig artikel 43 van Verordening (EG) nr. 1224/2009 in een aangewezen haven of op een plaats dicht bij de kust moet aanlanden, bedraagt 4 ton.

a) 2 000 kg ansjovis;

 

b) 2 000 kg sardine.

 

Amendement    80

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Vijf jaar na de inwerkingtreding van deze verordening en daarna om de vijf jaar ziet de Commissie erop toe dat een evaluatie plaatsvindt van de gevolgen van het meerjarenplan voor de onder deze verordening vallende bestanden en voor de visserijen die deze bestanden exploiteren. De Commissie deelt de resultaten van die evaluatie mee aan het Europees Parlement en de Raad.

Drie jaar na de inwerkingtreding van deze verordening en daarna om de vijf jaar ziet de Commissie erop toe dat een evaluatie plaatsvindt van de gevolgen van het meerjarenplan voor de onder deze verordening vallende bestanden en voor de visserijen die deze bestanden exploiteren. De Commissie deelt de resultaten van die evaluatie mee aan het Europees Parlement en de Raad en dient, indien nodig, een voorstel in tot wijziging van deze verordening.

Amendement    81

Voorstel voor een verordening

Artikel 15 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen wordt aan de Commissie toegekend onder de in artikel 18 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 neergelegde voorwaarden.

Amendement    82

Voorstel voor een verordening

Artikel 15 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 15 bis

 

Steun uit het EFMZV

 

1. Maatregelen voor tijdelijke stopzetting die zijn vastgesteld om de doelstellingen van het meerjarenplan te verwezenlijken, worden voor de toepassing van artikel 33, lid 1, onder a) en c), van Verordening (EU) nr. 508/2014 beschouwd als tijdelijke stopzetting van visserijactiviteiten.

 

2. In afwijking van artikel 33, lid 2, van Verordening (EG) nr. 508/2014 bedraagt de maximale duur van de steun krachtens die verordening negen maanden voor vaartuigen waarop de in deze verordening bedoelde gebieds- en tijdsgebonden sluitingen van toepassing zijn.

 

3. Om de uitvoering van lid 2 van dit artikel te garanderen is het in afwijking van artikel 25, lid 3, van Verordening (EU) nr. 508/2014 mogelijk de totale financiële bijdrage uit het EFMZV te verhogen tot boven de in dat artikel vermelde bovengrens van 15 %.

 

4. Bij de tenuitvoerlegging van de acties in artikel 30 van Verordening (EU) nr. 508/2014 wordt prioriteit verleend aan vissers die gevolgen ondervinden van de tenuitvoerlegging van de maatregelen in dit meerjarenplan.

 

5. Tot en met 31 december 2020 en in afwijking van de tijdslimiet in artikel 34, lid 4, van Verordening (EU) nr. 508/2014, komen vaartuigen die alle visserijactiviteit hebben stopgezet als gevolg van de in deze verordening opgenomen maatregelen om de visserijinspanning te beperken, in aanmerking voor de steun voor definitieve beëindiging als bedoeld in artikel 34 van Verordening (EU) nr. 508/2014.

 

 

 

 

Amendement    83

Voorstel voor een verordening

Bijlage I

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

[...]

Schrappen

Amendement    84

Voorstel voor een verordening

Bijlage II

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

[...]

Schrappen

(1)

PB C 288 van 31.8.2017, blz. 68.


TOELICHTING

1) Achtergrond van het voorstel

Het meerjarenplan voor de kleine pelagische bestanden in de Adriatische Zee en de visserijen die deze bestanden exploiteren (hierna: "meerjarenplan voor de Adriatische Zee") wordt vastgesteld overeenkomstig de basisverordening. Meerjarenplannen worden als prioriteit vastgesteld, op basis van wetenschappelijk, technisch en economisch advies, en moeten instandhoudingsmaatregelen omvatten om visbestanden te herstellen en in stand te houden boven niveaus die de maximale duurzame opbrengst kunnen opleveren. In de basisverordening is bovendien bepaald dat maatregelen niet in de meerjarenplannen kunnen worden opgenomen wanneer geen rekening is gehouden met hun economische en sociale effecten.

Het meerjarenplan voor de Adriatische Zee, het eerste in zijn soort in het Middellandse Zeegebied, zal waarschijnlijk een grote impact hebben op het visserijbeheer in de Middellandse Zee in zijn geheel.

De Adriatische Zee is een belangrijk deelgebied van de Middellandse Zee en is goed voor ongeveer een derde van de totale aanlandingswaarde. Sardine en ansjovis vormen het grootste deel van de vangsten van kleine pelagische soorten. De grootste hoeveelheden worden gevangen door Italië en Kroatië. Een derde lidstaat, Slovenië, vangt minder dan 1 % en Albanië en Montenegro vangen vergelijkbare kleine hoeveelheden. Kleine pelagische visserijen worden momenteel op nationaal, EU- en internationaal niveau gereguleerd. De Algemene Visserijcommissie voor de Middellandse Zee is het internationale orgaan dat dit soort visserijen op dit moment reguleert.

Het uiteindelijke doel van het voorstel is het tot stand brengen van de maximale duurzame opbrengst (maximum sustainable yield of MSY) voor 2020, zoals vereist uit hoofde van het gemeenschappelijk visserijbeleid. In haar toelichting bij het voorstel stelt de Commissie dat de voornaamste doelstelling van het meerjarenplan voor de Adriatische Zee erin bestaat de bestanden en de visserijsector in een gezonde toestand te brengen door te zorgen voor een duurzame visserij.

2) Strekking van het voorstel

De Commissie diende op 24 februari 2017 een voorstel in voor een meerjarenplan voor de kleine pelagische bestanden in de Adriatische Zee en de visserijen die deze bestanden exploiteren. Het meerjarenplan voor de Adriatische Zee kan worden toegepast op bestanden ansjovis, sardine, makreel en horsmakreel. De fundamentele doelstelling van het meerjarenplan is het bereiken en behouden van de maximale duurzame opbrengst (MSY) voor de desbetreffende bestanden, het zorgen voor een duurzame visserijsector en het voorzien in een doeltreffend beheerskader.

In het kader van het meerjarenplan voor de Adriatische Zee worden de voorgestelde streefdoelen uitgedrukt als streefbandbreedtes voor de visserijsterfte rond FMSY conform de aanbevelingen van het WTECV, met 2020 als uiterste termijn. Er zijn streefdoelen opgenomen voor ansjovis en sardine en de bandbreedtes zijn gebaseerd op de aanbevelingen van het WTECV. Volgens de toelichting van de Commissie zullen deze bandbreedtes het mogelijk maken de desbetreffende bestanden te beheren op basis van de MSY en waarschijnlijk ruimte bieden voor een aanpassing in het geval van wijzigingen in het wetenschappelijke advies. Waar gegevens voor de visbestanden beschikbaar zijn, worden die referentiepunten uitgedrukt als paaibiomassa.

Het voorstel omvat bepalingen in verband met de aanlandingsverplichting die moeten worden aangenomen met het oog op regionalisering.  

3) Standpunt van de rapporteur

De rapporteur is verheugd over het meerjarenplan voor de Adriatische Zee, aangezien dit zal voorzien in een instrument voor het meerjarige beheer van biologische mariene hulpbronnen om bij te dragen tot het herstellen van bestanden en het weer duurzaam maken van de visserijsector. Volgens wetenschappelijke beoordelingen van de toestand van bestanden sardine en ansjovis is er momenteel sprake van overexploitatie in de Adriatische Zee. De rapporteur steunt de maatregelen die gericht zijn op het verbeteren van de toestand van de bestanden, met een bijzondere nadruk op de ruimtelijke bescherming van gebieden waarin jonge vis moet worden beschermd en het beschermen van een bestand tijdens het paaien.

Rekening houdend met de toestand van de bestanden, de specifieke aard van de visserij en de complexe sociaaleconomische situatie in het gebied rond de Adriatische Zee, en met het oog op het waarborgen van een doeltreffend beheer en het verduidelijken en vereenvoudigen van de afzonderlijke bepalingen van het voorstel, stelt de rapporteur voor de volgende wijzigingen aan te brengen:

Gezamenlijk beheer van sardine en ansjovis

De rapporteur is het niet eens met het voorstel van de Commissie om sardine en ansjovis gescheiden te beheren en stelt in plaats daarvan voor deze twee soorten gezamenlijk te beheren. Kleine pelagische biomassa kan van jaar tot jaar sterk variëren, ongeacht de visserijsterfte, aangezien kleine pelagische soorten sterk afhankelijk zijn van milieuomstandigheden. Gezien het feit dat het bij de visserij niet volledig mogelijk is om uitsluitend op een van de twee bovengenoemde soorten te vissen, is de rapporteur van mening dat deze gezamenlijk moeten worden beheerd. Bovendien hebben de twee soorten, sardine en ansjovis, dezelfde ecologische niche en veroudert hun biomassa. In het voorstel voert de rapporteur de term "kleine pelagische soorten" in, die ook wordt gebruikt in het regionale plan dat werd opgesteld door de Algemene Visserijcommissie voor de Middellandse Zee.

Instandhouding van het beginsel van een regime op basis van het beheer van de visserijinspanning

De rapporteur verzet zich sterk tegen de pogingen van de Commissie om ervoor te zorgen dat de visserij wordt gereguleerd aan de hand van de vaststelling van totale vangstvolumes en een quotasysteem. Op dit moment is op het gehele Adriatische gebied (GSA 17 en GSA 18) het beheersplan van toepassing dat is opgesteld door de Algemene Visserijcommissie voor de Middellandse Zee (GFCM) en dat is gebaseerd op de regulering van de visserijinspanning en -capaciteit door middel van ruimtelijk-temporele regulering en maxima voor het aantal visdagen per vaartuig, maar dat de veilige vangstbeperking in eerste instantie vaststelt op het vangstniveau van 2014. De nu geldende aanbeveling van de GFCM (GFCM/40/2016/2) werd in 2016 uitgebracht. De rapporteur is van mening dat de huidige aanbeveling bijzonder belangrijk is, omdat deze zorgt voor relatieve stabiliteit voor de sector. Het pakket maatregelen wordt in 2017 en 2018 uitgevoerd en gedurende die tijd moet duidelijk worden of die maatregelen, die sinds 2015 volledig van toepassing zijn, doeltreffend zijn en resultaten opleveren.

In het Middellandse Zeegebied als geheel wordt het beheersregime zoals hierboven beschreven uitgevoerd en zal een duidelijke wijziging in het beheer in een klein deel de EU-markt waarschijnlijk verstoren, ruimte vrijmaken voor meer invoer vanuit landen buiten de EU en de visserijsector in een ongelijke marktpositie brengen.

Aangezien het voorstel van de rapporteur gebaseerd is op het beheer van de visserijinspanning, stelt zij voor de beheersregeling in verband met "mogelijkheden" te vervangen door "beheersmaatregelen".

De rapporteur wil erop wijzen dat de wetenschappelijke beoordelingen en aanbevelingen kunnen veranderen en is van mening dat dit nog een reden is om af te zien van quotasystemen. Het moet worden benadrukt dat met dezelfde gegevens die door de werkgroepen van de GFCM en het WTECV werden geproduceerd verschillende resultaten zijn behaald. De onzekerheid die deze beoordelingen met zich meebrengen zorgt voor aanvullende twijfels bij het nemen van verreikende belangrijke besluiten op basis van wetenschappelijke aanbevelingen die zo sterk kunnen variëren.

Wetenschappelijke beoordelingen en het gebruik hiervan in het voorgestelde plan

Een van de belangrijkste bepalingen van het voorstel houdt verband met biologische referentiepunten. In het voorstel worden deze referentiepunten gebaseerd op de visserijsterftewaarde (F), die in samenhang is met het exploiteren van hulpbronnen in overeenstemming met de maximale duurzame opbrengst (FMSY). Deze waarde is het streefniveau dat volgens de basisverordening voor 2020 moet worden bereikt. De samenhang van de visserijsterftewaarde met de theoretische waarde van de exploitatie in overeenstemming met de maximale duurzame opbrengst is echter afhankelijk van een aantal aannames die zijn ingesloten in de procedure voor de wetenschappelijke beoordeling van de toestand van bestanden en kan dus sterk uiteenlopen. In 2016 was het WTECV bijvoorbeeld van mening dat de FMSY-waarde voor sardine 0,08 was, terwijl de GFCM deze waarde tegelijkertijd op 0,7 vaststelde, bijna tien keer hoger. Tijdens de laatste plenaire vergadering van het WTECV (17 januari) werd een aanbeveling uitgebracht waarin werd gesteld dat de waarde die moest worden gebruikt voor het streefniveau van de maximale duurzame opbrengst niet FMSY moest zijn, maar een theoretische conversie waarin de exploitatie werd meegerekend (verhouding tussen de visserijsterfte en de totale sterfte, E=0,4), die ook kon worden uitgedrukt als de visserijsterftewaarde F. Gezien het feit dat zelfs het wetenschappelijke adviesorgaan van de Commissie (het WTECV) concludeerde dat sprake is van een aantal onzekerheden bij deze beoordelingen, stelt de rapporteur voor dat het referentiepunt dat moet worden gebruikt in het meerjarenplan voor de Adriatische Zee de biomassa van het bestand moet zijn in plaats van de visserijsterfte. Het is met name van belang dat, op een moment waarop deze kwestie aanleiding geeft tot controverses binnen de wetenschappelijke gemeenschap, het niet mogelijk moet zijn om een quotasysteem in te voeren waarbij de totale vangst zou worden bepaald door deze juist op die referentiepunten te richten. Gezien de variatie in de referentiepunten kunnen deze niet worden gebruikt om de totale toegestane vangst te bepalen; de regeling die moet worden toegepast, moet worden gebaseerd op de regulering van de visserijinspanning om het voortbestaan van een afzonderlijke soort te waarborgen in voldoende hoeveelheden wat de biomassa betreft.

De technische kenmerken bepalen van ringzegens voor het vissen op kleine pelagische soorten in de Adriatische Zee

De rapporteur stelt voor dat het voorstel voor een plan voorziet in een vrijstelling van de bepaling van de Middellandse Zeeverordening inzake het laten zakken van een ringzegen en de verhouding tussen diepte en netdiepte. Er moet worden benadrukt dat het plan wordt opgesteld in overeenstemming met de regionale kenmerken en moet worden afgestemd op de visserijen van het gebied waarvoor het ontworpen is; in het plan moeten bovendien vanaf het begin de specifieke kenmerken van het vistuig worden erkend dat in de Adriatische Zee wordt gebruikt en moet dit gebruik worden toegestaan.

De landen aan de Adriatische Zee, bijeengebracht binnen AdriaMed (een subregionaal initiatief in de vorm van een FAO-project), hebben een wetenschappelijke studie verricht om de technische kenmerken te beschrijven van ringzegens in de Adriatische Zee, de mogelijke gevolgen hiervan voor de zeebodem en hun visserijgedrag. Uit de studie bleek dat Italië, Kroatië en Slovenië terecht vragen om de zodanige vaststelling van de afmetingen van een ringzegen in het kader van het plan dat de maximale lengte 600 m bedraagt en de hoogte niet meer dan een derde van de lengte. Gezien het feit dat dit de voorgestelde afmetingen zijn, is het essentieel om afstand te doen van de bepaling van de Middellandse Zeeverordening die het gebruik van ringzegens beperkt in gebieden met een diepte van minder dan 70 % ten opzichte van de netdiepte; vanwege de samenstelling van de bodem van de Adriatische Zee, kan dit niet worden gehandhaafd.

Sociaaleconomische gevolgen van het voorgestelde plan

In de basisverordening is onder meer bepaald dat maatregelen niet in de meerjarenplannen kunnen worden opgenomen wanneer geen rekening is gehouden met hun economische en sociale effecten.

De rapporteur wil erop wijzen dat in het Commissievoorstel geen gedetailleerde beoordeling is opgenomen van de sociaaleconomische gevolgen. Ze maakt zich in het bijzonder zorgen omdat de visserijsector in het Middellandse Zeegebied zich al meer dan twintig jaar in een crisis bevindt en nieuwe bepalingen die niet goed doordacht zijn aanzienlijke gevolgen kunnen hebben en de gehele sector kapot kunnen maken. Bovendien zijn er geen maatregelen voor financiële ondersteuning en/of omschakeling voor ondernemingen en werknemers in verband met het voorstel om de vangst van sardine en ansjovis te beperken, hoewel deze een belangrijke economische hulpbron vormt voor kleine lokale gemeenschappen, en met name eilandgemeenschappen, en industrieën.


STANDPUNT IN DE VORM VAN AMENDEMENTENvan de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid (14.9.2017)

aan de Commissie visserij

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een meerjarenplan voor de kleine pelagische bestanden in de Adriatische Zee en de visserijen die deze bestanden exploiteren

(COM(2017)0097 – C8-0095/2017 – 2017/0043(COD))

AMENDEMENTEN

De Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid verzoekt de bevoegde Commissie visserij onderstaande amendementen in aanmerking te nemen:

Amendement    1

Voorstel voor een verordening

Overweging 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(1)  Het gemeenschappelijk visserijbeleid (GVB) dient bij te dragen tot de bescherming van het mariene milieu, tot het duurzame beheer van alle commercieel geëxploiteerde soorten en in het bijzonder tot het bereiken, uiterlijk in 2020, van een goede milieutoestand van het mariene milieu overeenkomstig artikel 1, lid 1, van Richtlijn 2008/56/EG van het Europees Parlement en de Raad40.

(1)  Het gemeenschappelijk visserijbeleid (GVB) moet zorgen voor de bescherming van het mariene milieu en het duurzame beheer van alle commercieel geëxploiteerde soorten en bijdragen tot het bereiken, uiterlijk in 2020, van een goede milieutoestand van het mariene milieu overeenkomstig artikel 1, lid 1, van Richtlijn 2008/56/EG van het Europees Parlement en de Raad40.

__________________

__________________

40 Richtlijn 2008/56/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het beleid ten aanzien van het mariene milieu (Kaderrichtlijn mariene strategie) (PB L 164 van 25.6.2008, blz. 19).

40 Richtlijn 2008/56/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het beleid ten aanzien van het mariene milieu (Kaderrichtlijn mariene strategie) (PB L 164 van 25.6.2008, blz. 19).

Amendement    2

Voorstel voor een verordening

Overweging 6 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(6 bis)  Er moet gebruik worden gemaakt van regionalisering om op maat gesneden maatregelen te treffen die rekening houden met de specifieke kenmerken van elk visserijgebied en de milieusituatie in elk van die gebieden in stand houden.

Amendement    3

Voorstel voor een verordening

Overweging 6 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(6 ter)  Vangstmogelijkheden moeten worden toegekend overeenkomstig de beginselen van artikel 17 van Verordening (EU) nr. 1380/2013, waarbij gebruik moet worden gemaakt van transparante en objectieve criteria, onder meer van ecologische, sociale en economische aard. De vangstmogelijkheden moeten ook eerlijk worden verdeeld over de verschillende takken van de visserij, met inbegrip van de traditionele en ambachtelijke visserij. Voorts moeten de lidstaten voorzien in stimuleringsmaatregelen voor vissersvaartuigen die zijn uitgerust met selectief vistuig of die gebruikmaken van minder milieubelastende visserijtechnieken.

Amendement    4

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – lid 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 bis.  Die herstelmaatregelen kunnen, indien passend, ook de indiening van wetsvoorstellen door de Commissie omvatten, alsook noodmaatregelen die krachtens artikel 12 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 door de Commissie worden vastgesteld.

Amendement    5

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Vijf jaar na de inwerkingtreding van deze verordening en daarna om de vijf jaar ziet de Commissie erop toe dat een evaluatie plaatsvindt van de gevolgen van het meerjarenplan voor de onder deze verordening vallende bestanden en voor de visserijen die deze bestanden exploiteren. De Commissie deelt de resultaten van die evaluatie mee aan het Europees Parlement en de Raad.

Drie jaar na de inwerkingtreding van deze verordening en daarna om de vijf jaar ziet de Commissie erop toe dat een evaluatie plaatsvindt van de gevolgen van het meerjarenplan voor de onder deze verordening vallende bestanden en voor de visserijen die deze bestanden exploiteren, met name met betrekking tot de vooruitgang die gerealiseerd is bij het herstellen en houden van de visbestanden boven een niveau dat de maximale duurzame opbrengst kan opleveren. De Commissie deelt de resultaten van die evaluatie mee aan het Europees Parlement en de Raad en kan indien nodig, rekening houdend met het meest recente wetenschappelijk advies, aanpassingen in het meerjarenplan voorstellen of wijzigingen in de gedelegeerde handelingen initiëren.

PROCEDURE VAN DE ADVISERENDE COMMISSIE

Titel

Vaststelling van een meerjarenplan voor de kleine pelagische bestanden in de Adriatische Zee en de visserijen die deze bestanden exploiteren

Document‑ en procedurenummers

COM(2017)0097 – C8-0095/2017 – 2017/0043(COD)

Bevoegde commissie

       Datum bekendmaking

PECH

1.3.2017

 

 

 

Advies uitgebracht door

       Datum bekendmaking

ENVI

1.3.2017

Datum goedkeuring

7.9.2017

 

 

 


PROCEDURE VAN DE BEVOEGDE COMMISSIE

Titel

Meerjarenplan voor de kleine pelagische bestanden in de Adriatische Zee en de visserijen die deze bestanden exploiteren

Document- en procedurenummers

COM(2017)0097 – C8-0095/2017 – 2017/0043(COD)

Datum indiening bij EP

24.2.2017

 

 

 

Bevoegde commissie

       Datum bekendmaking

PECH

1.3.2017

 

 

 

Medeadviserende commissies

       Datum bekendmaking

ENVI

1.3.2017

 

 

 

Rapporteurs

       Datum benoeming

Ruža Tomašić

22.3.2017

 

 

 

Behandeling in de commissie

25.4.2017

21.6.2017

21.11.2017

21.3.2018

Datum goedkeuring

9.10.2018

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

14

11

1

Bij de eindstemming aanwezige leden

Marco Affronte, Clara Eugenia Aguilera García, Renata Briano, Alain Cadec, Linnéa Engström, Sylvie Goddyn, Carlos Iturgaiz, Werner Kuhn, António Marinho e Pinto, Gabriel Mato, Norica Nicolai, Ulrike Rodust, Remo Sernagiotto, Ricardo Serrão Santos, Ruža Tomašić

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Nicola Caputo, Rosa D’Amato, Giuseppe Ferrandino, Elisabetta Gardini, Anja Hazekamp, Francisco José Millán Mon, Nosheena Mobarik

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

David Borrelli, Klaus Buchner, Fabio Massimo Castaldo, Tadeusz Zwiefka

Datum indiening

16.10.2018


HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE BEVOEGDE COMMISSIE

14

+

ECR

Nosheena Mobarik, Remo Sernagiotto, Ruža Tomašić

EFDD

Fabio Massimo Castaldo, Rosa D'Amato

NI

David Borrelli

PPE

Alain Cadec, Elisabetta Gardini, Carlos Iturgaiz, Werner Kuhn, Gabriel Mato, Francisco José Millán Mon, Tadeusz Zwiefka

S&D

Renata Briano

11

-

ALDE

António Marinho e Pinto, Norica Nicolai

GUE/NGL

Anja Hazekamp

S&D

Clara Eugenia Aguilera García, Nicola Caputo, Giuseppe Ferrandino, Ulrike Rodust, Ricardo Serrão Santos

VERTS/ALE

Marco Affronte, Klaus Buchner, Linnéa Engström

1

0

ENF

Sylvie Goddyn

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding

Laatst bijgewerkt op: 29 oktober 2018Juridische mededeling