Procedure : 2017/0237(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0340/2018

Ingediende teksten :

A8-0340/2018

Debatten :

PV 14/11/2018 - 22
CRE 14/11/2018 - 22

Stemmingen :

PV 15/11/2018 - 5.5
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0462

VERSLAG     ***I
PDF 1147kWORD 212k
18.10.2018
PE 618.100v02-00 A8-0340/2018

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de rechten en verplichtingen van reizigers in het treinverkeer (herschikking)

(COM(2017)0548 – C8-0324/2017 – 2017/0237(COD))

Commissie vervoer en toerisme

Rapporteur: Bogusław Liberadzki

(Herschikking – artikel 104 van het Reglement)

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 BIJLAGE: BRIEF VAN DE COMMISSIE JURIDISCHE ZAKEN
 BIJLAGE: ADVIES VAN DE ADVIESGROEP VAN DE JURIDISCHE DIENSTEN VAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD EN DE COMMISSIE
 BIJLAGE: LIJST VAN ENTITEITEN OF PERSONENWAARVAN / VAN WIE DE RAPPORTEUR INFORMATIE HEEFT ONTVANGEN
 ADVIES van de Commissie interne markt en consumentenbescherming
 PROCEDURE VAN DE BEVOEGDE COMMISSIE
 HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de rechten en verplichtingen van reizigers in het treinverkeer (herschikking)

(COM(2017)0548 – C8-0324/2017 – 2017/0237(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure – herschikking)

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2017)0548),

–  gezien artikel 294, lid 2, en artikel 91, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C8-0324/2017),

–  gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 18 januari 2018(1),

–  na raadpleging van het Comité van de Regio's,

–  gezien het Interinstitutioneel akkoord van 28 november 2001 over een systematischer gebruik van de herschikking van besluiten(2),

–  gezien de brief van 24 juli 2017 van de Commissie juridische zaken aan de Commissie vervoer en toerisme, conform artikel 104, lid 3, van zijn Reglement,

–  gezien de artikelen 104 en 59 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie vervoer en toerisme en het advies van de Commissie interne markt en consumentenbescherming (A8-0340/2018),

A.  overwegende dat het voorstel van de Commissie volgens de adviesgroep van de juridische diensten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie geen andere inhoudelijke wijzigingen bevat dan die welke als zodanig in het voorstel worden vermeld en dat met betrekking tot de codificatie van de ongewijzigde bepalingen van de eerdere handelingen met die wijzigingen kan worden geconstateerd dat het voorstel louter een codificatie van de bestaande handelingen behelst, zonder inhoudelijke wijzigingen;

1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast, rekening houdend met de aanbevelingen van de adviesgroep van de juridische diensten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie;

2.  verzoekt de Commissie om hernieuwde voorlegging aan het Parlement indien zij haar voorstel vervangt, ingrijpend wijzigt of voornemens is het ingrijpend te wijzigen;

3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad, de Commissie en de nationale parlementen.

Amendement    1

Voorstel voor een verordening

Overweging 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(1)  Er dienen een aantal wijzigingen te worden aangebracht in Verordening (EG) nr. 1371/2007 van het Europees Parlement en de Raad24. In het belang van de duidelijkheid moet die verordening worden herschikt.

(1)  Er dienen een aantal wijzigingen te worden aangebracht in Verordening (EG) nr. 1371/2007 van het Europees Parlement en de Raad24 om voor een betere bescherming van reizigers te zorgen en het reizen per trein te bevorderen, met inachtneming van met name de artikelen 11, 12 en 14 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. Gezien deze wijzigingen en in het belang van de duidelijkheid moet Verordening (EG) nr. 1371/2007 bijgevolg worden herschikt.

_________________

_________________

24 Verordening (EG) nr. 1371/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2007 betreffende de rechten en verplichtingen van reizigers in het treinverkeer (PB L 315 van 3.12.2007, blz. 14).

24 Verordening (EG) nr. 1371/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2007 betreffende de rechten en verplichtingen van reizigers in het treinverkeer (PB L 315 van 3.12.2007, blz. 14).

Amendement    2

Voorstel voor een verordening

Overweging 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(3)  Ondanks het feit dat al aanzienlijke vooruitgang is geboekt op het gebied van de bescherming van consumenten in de Unie, moet de bescherming van de rechten van reizigers in het treinverkeer nog verder worden verbeterd.

(3)  Ondanks het feit dat al aanzienlijke vooruitgang is geboekt op het gebied van de bescherming van consumenten in de Unie, moet de bescherming van de rechten van reizigers in het treinverkeer nog verder worden verbeterd en moet ervoor worden gezorgd dat zij worden vergoed voor vertraging, annulering of materiële schade.

Amendement    3

Voorstel voor een verordening

Overweging 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(5)  Door treinreizigers op internationale diensten en binnenlandse diensten dezelfde rechten te verlenen, zal het niveau van consumentenbescherming in de Unie stijgen en wordt gezorgd voor een gelijk speelveld voor spoorwegondernemingen en een uniform niveau van passagiersrechten.

(5)  Door treinreizigers op internationale diensten en binnenlandse diensten dezelfde rechten te verlenen, zal het niveau van passagiersrechten in de Unie stijgen, met name wat betreft hun recht op informatie en vergoeding voor vertraging of annulering. Reizigers moeten zo nauwkeurig mogelijke informatie krijgen over hun rechten.

Amendement    4

Voorstel voor een verordening

Overweging 5 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(5 bis)  Deze verordening laat de vrijheid van de lidstaten of de bevoegde autoriteiten om sociale tarieven voor door een openbaredienstverplichting geregelde diensten alsook voor commerciële diensten vast te stellen onverlet.

Amendement    5

Voorstel voor een verordening

Overweging 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(6)  Stads-, voorstads- en regionale passagiersdiensten hebben een ander karakter dan langeafstandsdiensten. De lidstaten moeten dan ook toestemming krijgen om stads-, voorstads- en regionale passagiersdiensten die binnen de EU geen grenzen overschrijden, vrij te stellen van sommige bepalingen inzake passagiersrechten.

(6)  Stads- en voorstadspassagiersdiensten hebben een ander karakter dan langeafstandsdiensten. De lidstaten moeten dan ook toestemming krijgen om stads- en voorstadspassagiersdiensten vrij te stellen van sommige bepalingen inzake passagiersrechten.

Amendement    6

Voorstel voor een verordening

Overweging 8

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(8)  De vrijstellingen mogen echter niet van toepassing zijn op de bepalingen van deze verordening die ervoor zorgen dat personen met een handicap of personen met beperkte mobiliteit gemakkelijker gebruik kunnen maken van spoordiensten. Bovendien mogen de vrijstellingen niet van toepassing zijn op de rechten van personen die vervoersbewijzen voor treinreizen willen kopen, om dit zonder nodeloze moeilijkheden te kunnen doen, op de bepalingen inzake de aansprakelijkheid van spoorwegondernemingen voor passagiers en hun bagage, op de eis dat spoorwegondernemingen op passende wijze verzekerd moeten zijn, en op de eis dat zij passende maatregelen moeten nemen om de persoonlijke veiligheid van passagiers in treinstations en op treinen te garanderen en om risico's te beheren.

Schrappen

Amendement    7

Voorstel voor een verordening

Overweging 9

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(9)  De gebruikersrechten inzake spoorwegdiensten omvatten het ontvangen van informatie betreffende de dienst voor en gedurende de reis. Voor zover mogelijk dienen spoorwegondernemingen en verkopers van vervoersbewijzen die informatie van tevoren en zo spoedig mogelijk te verstrekken. Die informatie moet worden verstrekt in een formaat dat toegankelijk is voor personen met een handicap of personen met beperkte mobiliteit.

(9)  De gebruikersrechten inzake spoorwegdiensten omvatten het ontvangen van informatie betreffende die diensten en aanverwante aangelegenheden voor, gedurende en na de reis. Spoorwegondernemingen en verkopers van vervoersbewijzen moeten die informatie zo spoedig mogelijk van tevoren, of uiterlijk bij het begin van de reis verstrekken. Die informatie moet worden verstrekt in een formaat dat toegankelijk is voor personen met een handicap of personen met beperkte mobiliteit en moet openbaar worden gemaakt. Spoorwegondernemingen moeten die informatie verstrekken aan verkopers van vervoersbewijzen en andere spoorwegondernemingen die hun diensten verkopen.

Amendement    8

Voorstel voor een verordening

Overweging 9 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(9 bis)  Door op niet-discriminerende en behoorlijke voorwaarden toegang te verlenen tot alle operationele gegevens en tarieven in real time worden treinreizen toegankelijker voor nieuwe klanten en wordt hun een groter aantal reismogelijkheden en tarieven geboden waaruit zij kunnen kiezen. Spoorwegondernemingen moeten verkopers van vervoersbewijzen de nodige operationele gegevens en tariefinformatie verstrekken om het reizen per trein te vergemakkelijken. Er moet naar worden gestreefd reizigers de mogelijkheid te bieden om rechtstreekse vervoersbewijzen en één enkele optimale spoorverbinding te boeken.

Amendement    9

Voorstel voor een verordening

Overweging 9 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(9 ter)  Een doorgedreven multimodaal personenvervoer zal bijdragen tot het behalen van de klimaatdoelstellingen. Daarom moeten spoorwegondernemingen ook combinaties met andere transportmodi afficheren zodat treinreizigers zich hiervan bewust zijn alvorens hun reis te boeken.

Amendement    10

Voorstel voor een verordening

Overweging 9 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(9 quater)  Een goed ontwikkeld systeem voor multimodaal personenvervoer zal bijdragen tot het behalen van de klimaatdoelstellingen. Daarom moeten spoorwegondernemingen ook combinaties met andere transportmodi afficheren zodat treingebruikers zich hiervan bewust zijn alvorens hun reis te boeken.

Amendement    11

Voorstel voor een verordening

Overweging 12

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(12)  In de context van de verkoop van vervoersbewijzen voor het vervoer van passagiers moeten de lidstaten alle nodige maatregelen nemen om discriminatie op basis van nationaliteit of verblijfplaats te voorkomen, ongeacht of de betrokken passagier, zich permanent of tijdelijk in een andere lidstaat bevindt. Die maatregelen moeten betrekking hebben op alle verborgen vormen van discriminatie die, door toepassing van andere criteria zoals verblijfplaats, fysieke of digitale locatie, hetzelfde effect kunnen hebben. In het licht van de ontwikkeling van online-platforms voor de verkoop van vervoersbewijzen aan passagiers, moeten de lidstaten er met name op toezien dat discriminatie zich niet voordoet bij de toegang tot online-interfaces of bij de aankoop van vervoersbewijzen. Vervoersregelingen met sociale tarieven mogen niet automatisch worden uitgesloten, voor zover ze evenredig zijn en onafhankelijk zijn van de nationaliteit van de betrokken personen.

(12)  In de context van de verkoop van vervoersbewijzen voor het vervoer van passagiers moeten de lidstaten alle nodige maatregelen nemen om discriminatie op basis van nationaliteit of verblijfplaats te voorkomen, ongeacht of de betrokken passagier zich permanent of tijdelijk in een andere lidstaat bevindt. Die maatregelen moeten betrekking hebben op alle verborgen vormen van discriminatie die, door toepassing van andere criteria zoals verblijfplaats, fysieke of digitale locatie, hetzelfde effect kunnen hebben. In het licht van de ontwikkeling van online-platforms voor de verkoop van vervoersbewijzen aan passagiers, moeten de lidstaten er met name op toezien dat discriminatie zich niet voordoet bij de toegang tot online-interfaces of bij de aankoop van vervoersbewijzen. Vervoersregelingen met sociale tarieven mogen niet worden uitgesloten, voor zover ze onafhankelijk zijn van de nationaliteit van de betrokken personen.

Amendement    12

Voorstel voor een verordening

Overweging 13

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(13)  De toenemende populariteit van fietsen in de hele Unie heeft gevolgen voor de algemene mobiliteit en het toerisme. Het toenemend gebruik van de combinatie trein+fiets maakt het vervoer milieuvriendelijker. Spoorwegondernemingen moeten dan ook de combinatie van trein en fiets zoveel mogelijk aanmoedigen, met name door het vervoer van fietsen aan boord van treinen toe te staan.

(13)  De toenemende populariteit van fietsen in de hele Unie heeft gevolgen voor de algemene mobiliteit en het toerisme. Het toenemend gebruik van de combinatie trein+fiets maakt het vervoer milieuvriendelijker. Spoorwegondernemingen moeten dan ook de combinatie van trein en fiets zoveel mogelijk aanmoedigen, met name door te voorzien in een voldoende aantal fietsrekken voor het vervoer van geassembleerde fietsen in hiertoe bestemde ruimten aan boord van alle soorten treinen, inclusief hogesnelheids-, langeafstands-, grensoverschrijdende en lokale treinen. De reizigers moeten worden geïnformeerd over de beschikbare ruimte voor fietsen. Deze vereisten moeten vanaf [twee jaar na de inwerkingtreding van de verordening] van toepassing zijn op alle spoorwegondernemingen.

Amendement    13

Voorstel voor een verordening

Overweging 14

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(14)  De spoorwegondernemingen moeten de overstap van reizigers in het treinverkeer van de ene exploitant op de andere vergemakkelijken door, telkens als dit mogelijk is, rechtstreekse vervoersbewijzen aan te bieden.

(14)  De spoorwegondernemingen moeten de overstap van reizigers in het treinverkeer van de ene exploitant op de andere vergemakkelijken door rechtstreekse vervoersbewijzen aan te bieden.

Amendement    14

Voorstel voor een verordening

Overweging 15

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(15)  In het licht van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de rechten van personen met een handicap, en teneinde personen met een handicap en personen met beperkte mobiliteit de mogelijkheid te bieden zich met de trein te verplaatsen zoals andere burgers, moeten regels inzake non-discriminatie en bijstand tijdens hun reis worden vastgesteld. Personen met een handicap en personen met beperkte mobiliteit, ongeacht of deze veroorzaakt wordt door een functiebeperking, leeftijd of enige andere factor, hebben hetzelfde recht als alle andere burgers op vrij verkeer, en non-discriminatie. Onder meer moet er bijzondere aandacht worden besteed aan het verstrekken van informatie aan personen met een handicap en personen met beperkte mobiliteit over de toegankelijkheid van spoordiensten, de voorwaarden betreffende de toegang tot het rollend materieel en de faciliteiten aan boord. Om reizigers met zintuiglijke beperkingen zo goed mogelijk over vertragingen in te lichten dienen, voor zover passend, visuele en auditieve systemen te worden gebruikt. Personen met een handicap en personen met beperkte mobiliteit moeten zonder extra kosten hun vervoersbewijs in de trein kunnen kopen. Het personeel moet op passende wijze worden opgeleid om tegemoet te komen aan de behoeften van personen met een handicap en personen met beperkte mobiliteit, met name tijdens het verlenen van bijstand. Om gelijke reisvoorwaarden te garanderen, moeten dergelijke personen, op alle tijdstippen waarop treinen rijden en niet alleen op bepaalde ogenblikken van de dag, bijstand krijgen in stations en aan boord van treinen.

(15)  In het licht van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de rechten van personen met een handicap, en teneinde personen met een handicap en personen met beperkte mobiliteit de mogelijkheid te bieden zich met de trein te verplaatsen zoals andere burgers, moeten regels inzake non-discriminatie en bijstand tijdens hun reis worden vastgesteld. Personen met een handicap en personen met beperkte mobiliteit, ongeacht of deze veroorzaakt wordt door een functiebeperking, leeftijd of enige andere factor, hebben hetzelfde recht als alle andere burgers op vrij verkeer en non-discriminatie. Onder meer moet er bijzondere aandacht worden besteed aan het verstrekken van toegankelijke informatie aan personen met een handicap en personen met beperkte mobiliteit over de toegankelijkheid van spoordiensten, de voorwaarden betreffende de toegang tot het rollend materieel en de faciliteiten aan boord. Om reizigers met zintuiglijke beperkingen zo goed mogelijk over vertragingen in te lichten moeten, voor zover passend, voor hen geschikte en begrijpelijke visuele en auditieve systemen worden gebruikt. Het personeel moet op passende wijze worden opgeleid om tegemoet te komen aan de behoeften van personen met een handicap en personen met beperkte mobiliteit, met name tijdens het verlenen van bijstand. Om gelijke reisvoorwaarden te garanderen, moeten dergelijke personen gratis bijstand krijgen bij het in- en uitstappen.

Amendement    15

Voorstel voor een verordening

Overweging 15 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(15 bis)  Indien op het station geen toegankelijke voorzieningen voor de verkoop van vervoersbewijzen beschikbaar zijn, moeten personen met een handicap en personen met beperkte mobiliteit hun vervoersbewijs in de trein kunnen kopen.

Amendement    16

Voorstel voor een verordening

Overweging 16

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(16)  Spoorwegondernemingen en stationbeheerders moeten rekening houden met de behoeften van personen met een handicap of personen met beperkte mobiliteit, door middel van de naleving van de TSI voor personen met beperkte mobiliteit. Bovendien, overeenkomstig de bestaande voorschriften inzake overheidsopdrachten van de Unie, met name Richtlijn 2014/24/EU van het Europees Parlement en de Raad26, moeten alle gebouwen en al het rollend materieel in geval van aankopen van nieuw materiaal of nieuwe constructies en bij belangrijke verbouwingen toegankelijk gemaakt door geleidelijk de fysieke obstakels en functionele belemmeringen uit de weg te ruimen.

(16)  Spoorwegondernemingen en stationbeheerders moeten rekening houden met de behoeften van personen met een handicap of personen met beperkte mobiliteit, door naleving van Verordening (EU) nr. 1300/2014 van de Commissie (TSI-verordening)25 bis en van Richtlijn XXX waar deze een aanvulling vormt op de TSI. Bovendien moeten, overeenkomstig de bestaande voorschriften inzake overheidsopdrachten van de Unie, met name Richtlijn 2014/24/EU van het Europees Parlement en de Raad26, alle gebouwen en al het rollend materieel in geval van aankopen van nieuw materiaal of nieuwe constructies en bij belangrijke verbouwingen toegankelijk worden gemaakt door geleidelijk de fysieke obstakels en functionele belemmeringen uit de weg te ruimen.

__________________

__________________

 

25 bis Verordening (EU) nr. 1300/2014 van de Commissie van 18 november 2014 betreffende de technische specificatie inzake interoperabiliteit betreffende de toegankelijkheid van het spoorwegsysteem in de Unie voor gehandicapten en personen met beperkte mobiliteit (PB L 356 van 12.12.2014, blz. 110).

26 Richtlijn 2014/24/EU van het Europees Parlement de Raad van 26 februari 2014 betreffende het plaatsen van overheidsopdrachten en tot intrekking van Richtlijn 2004/18/EG (PB L 94 van 28.3.2014, blz. 65).

26 Richtlijn 2014/24/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende het plaatsen van overheidsopdrachten en tot intrekking van Richtlijn 2004/18/EG (PB L 94 van 28.3.2014, blz. 65).

Amendement    17

Voorstel voor een verordening

Overweging 17

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(17)  Het is wenselijk dat met deze verordening een vergoedingenstelsel voor de reizigers wordt ingesteld in het geval van vertragingen die samenhangen met de aansprakelijkheid van de spoorwegonderneming, op dezelfde grondslag als het internationale stelsel waarin het COTIF, en met name de Uniforme Regelen betreffende reizigersrechten (CIV), voorziet. In het geval van vertraging van een passagiersdienst moeten de spoorwegondernemingen de passagiers een vergoeding betalen op basis van een percentage van de prijs van het vervoersbewijs.

(17)  Het is wenselijk dat met deze verordening een vergoedingenstelsel voor de reizigers wordt ingesteld in het geval van vertragingen die samenhangen met de aansprakelijkheid van de spoorwegonderneming, op dezelfde grondslag als het internationale stelsel waarin het COTIF, en met name de Uniforme Regelen betreffende reizigersrechten (CIV), voorziet. Aangekochte vervoersbewijzen moeten volledig terugbetaalbaar zijn. In het geval van vertraging van een passagiersdienst moeten de spoorwegondernemingen de passagiers een vergoeding betalen op basis van een percentage van de prijs van het vervoersbewijs met een maximum van 100 %.

Amendement    18

Voorstel voor een verordening

Overweging 18

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(18)  Spoorwegondernemingen moeten zich verplicht verzekeren, of gelijkwaardige voorzieningen treffen, voor hun aansprakelijkheid ten aanzien van treinreizigers bij ongevallen. Wanneer lidstaten een maximumbedrag vaststellen voor de vergoedingen in het geval van overlijden of ernstige letsels van passagiers, dan moet dat bedrag minstens gelijkwaardig zijn aan het bedrag dat is vastgesteld in de uniforme regels van de CIV.

(18)  Spoorwegondernemingen moeten zich verplicht verzekeren, of gelijkwaardige voorzieningen treffen, voor hun aansprakelijkheid ten aanzien van treinreizigers bij ongevallen. Wanneer lidstaten een maximumbedrag vaststellen voor de vergoedingen in het geval van overlijden of ernstige letsels van passagiers, dan moet dat bedrag minstens gelijkwaardig zijn aan het bedrag dat is vastgesteld in de uniforme regels van de CIV. De lidstaten moeten de mogelijkheid hebben om het bedrag voor de vergoedingen in het geval van overlijden of ernstige letsels van passagiers te allen tijde te verhogen.

Amendement    19

Voorstel voor een verordening

Overweging 20

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(20)  In het geval van vertragingen moeten passagiers de optie krijgen hun reis voort te zetten, eventueel langs een andere route, onder vergelijkbare vervoersvoorwaarden. In dat geval moet rekening worden gehouden met de behoeften van personen met een handicap of personen met beperkte mobiliteit.

(20)  In het geval van vertragingen moeten passagiers de optie krijgen hun reis voort te zetten, eventueel langs een andere route, onder vergelijkbare vervoersvoorwaarden. In dat geval moet met name rekening worden gehouden met de behoeften van personen met een handicap of personen met beperkte mobiliteit en moet hen passende informatie worden verstrekt.

Amendement    20

Voorstel voor een verordening

Overweging 21

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(21)  Een spoorwegonderneming mag echter niet worden verplicht een vergoeding te betalen als zij kan aantonen dat de vertraging te wijten was aan extreme weersomstandigheden of grote natuurrampen die de veilige exploitatie van de dienst in gevaar brachten. Het dient te gaan om uitzonderlijke natuurrampen en niet om normale seizoensgebonden weersomstandigheden, zoals herfststormen of regelmatige overstromingen in stedelijke gebieden ten gevolge van getijdewerking of smeltende sneeuw. Spoorwegondernemingen moeten aantonen dat zij de vertraging niet konden voorspellen of voorkomen, zelfs niet indien alle redelijke maatregelen waren genomen.

Schrappen

Amendement    21

Voorstel voor een verordening

Overweging 22

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(22)  In samenwerking met infrastructuurbeheerders en spoorwegondernemingen moeten stationbeheerders noodplannen opstellen om de gevolgen van grote verstoringen tot een minimum te beperken door gestrande passagiers passende informatie en zorg te verstrekken.

(22)  In samenwerking met infrastructuurbeheerders en spoorwegondernemingen moeten stationbeheerders noodplannen opstellen en openbaar maken om de gevolgen van grote verstoringen tot een minimum te beperken door gestrande passagiers passende informatie en zorg te verstrekken.

Amendement    22

Voorstel voor een verordening

Overweging 23

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(23)  Deze verordening mag de rechten van spoorwegondernemingen om overeenkomstig de toepasselijke nationale wetgeving een vergoeding te vragen van om het even welke persoon, inclusief derden, niet beperken.

(23)  Deze verordening mag de rechten van spoorwegondernemingen, verkopers van vervoersbewijzen, stationbeheerders en infrastructuurbeheerders om, in voorkomend geval, een vergoeding te vragen van om het even welke persoon, inclusief derden, voor het nakomen van hun verplichtingen ten opzichte van reizigers uit hoofde van deze verordening, niet beperken.

Amendement    23

Voorstel voor een verordening

Overweging 27

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(27)  Treinreizigers moeten bij elke spoorwegonderneming een klacht kunnen indienen met betrekking tot de rechten en verplichtingen waarin deze verordening voorziet, en zij moeten binnen een redelijke termijn hierop een antwoord krijgen.

(27)  Treinreizigers moeten bij elke betrokken spoorwegonderneming, verkoper van vervoersbewijzen, stationbeheerder of infrastructuurbeheerder een klacht kunnen indienen met betrekking tot de rechten en verplichtingen waarin deze verordening voorziet, en zij moeten binnen een redelijke termijn hierop een antwoord krijgen.

Amendement    24

Voorstel voor een verordening

Overweging 28

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(28)  Spoorwegondernemingen en stationbeheerders moeten kwaliteitsnormen voor de passagiersvervoerdiensten per spoor uitwerken, openbaar maken, beheren en er toezicht op houden.

(28)  Spoorwegondernemingen en stationbeheerders moeten kwaliteitsnormen voor de passagiersvervoerdiensten per spoor, met inbegrip van desbetreffende normen inzake personen met een handicap of personen met beperkte mobiliteit, uitwerken, openbaar maken, beheren en er toezicht op houden.

Amendement    25

Voorstel voor een verordening

Overweging 29

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(29)  Om een hoog niveau van consumentenbescherming in het spoorvervoer te behouden, moeten de lidstaten worden verplicht om nationale handhavingsinstanties aan te wijzen om van nabij toezicht te houden op deze verordening en ze op nationaal niveau te handhaven. Die instanties moeten verschillende handhavingsmaatregelen kunnen nemen. Passagiers moeten bij deze instanties een klacht kunnen indienen over vermeende inbreuken tegen de verordening. Om te garanderen dat dergelijke klachten correct worden behandeld, moeten de instanties ook met elkaar samenwerken.

(29)  Om een hoog niveau van consumentenbescherming in het spoorvervoer te behouden, moeten de lidstaten worden verplicht om nationale handhavingsinstanties aan te wijzen om van nabij toezicht te houden op deze verordening en ze op nationaal niveau te handhaven. Die instanties moeten verschillende handhavingsmaatregelen kunnen nemen en moeten kunnen voorzien in de mogelijkheid dat reizigers zich overeenkomstig Richtlijn 2013/11/EU1 bis richten tot een orgaan voor bindende alternatieve geschillenbeslechting. Reizigers moeten bij deze instanties een klacht kunnen indienen over vermeende inbreuken tegen de verordening en, voor zover dit is overeengekomen, gebruik kunnen maken van onlinegeschillenbeslechting zoals ingesteld overeenkomstig Verordening (EU) nr. 524/20131 ter. Tevens moet worden bepaald dat klachten kunnen worden ingediend door organisaties die groepen reizigers vertegenwoordigen. Om te garanderen dat dergelijke klachten correct worden behandeld, moeten de instanties ook met elkaar samenwerken en moet de vermelding van deze verordening in de bijlage bij Verordening (EU) 2017/2394 van het Europees Parlement en de Raad1 quater worden gehandhaafd. De nationale handhavingsinstanties moeten jaarlijks verslagen op hun website publiceren waarin nadere gegevens zijn opgenomen over het aantal en het type klachten dat zij hebben ontvangen, en over de resultaten van hun handhavingsmaatregelen. Deze verslagen moeten bovendien op de website van het Spoorwegbureau van de Europese Unie ter beschikking worden gesteld.

 

__________________

 

1 bis  Richtlijn 2013/11/EU van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2013 betreffende alternatieve beslechting van consumentengeschillen en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2006/2004 en Richtlijn 2009/22/EG (PB L 165 van 18.6.2013, blz. 63).

 

1 ter  Verordening (EU) nr. 524/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2013 betreffende onlinebeslechting van consumentengeschillen en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2006/2004 en Richtlijn 2009/22/EG (PB L 165 van 18.6.2013, blz. 1).

 

1 quater  Verordening (EU) 2017/2394 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2017 betreffende samenwerking tussen de nationale autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor handhaving van de wetgeving inzake consumentenbescherming en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 2006/2004 (PB L 345 van 27.12.2017, blz. 1).

Amendement    26

Voorstel voor een verordening

Overweging 31

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(31)  De lidstaten dienen sancties vast te stellen voor overtredingen van deze verordening, en ervoor te zorgen dat deze sancties worden toegepast. De sancties, die ook het betalen van een schadevergoeding aan de persoon in kwestie kunnen omvatten, moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn.

(31)  De lidstaten dienen sancties vast te stellen voor overtredingen van deze verordening, en ervoor te zorgen dat deze sancties worden toegepast. De sancties, die ook het betalen van een schadevergoeding aan de persoon in kwestie kunnen omvatten, moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn en moeten onder meer bestaan in, maar niet beperkt zijn tot, een minimumboete of een percentage van de jaarlijkse omzet van de betrokken onderneming of organisatie, al naargelang welk bedrag het hoogste is.

Amendement    27

Voorstel voor een verordening

Overweging 33 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(33 bis)  Om eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van deze verordening te waarborgen, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend tot vaststelling van een gestandaardiseerd EU-klachtenformulier dat reizigers kunnen gebruiken om overeenkomstig deze verordening een vergoeding aan te vragen. Die bevoegdheid moet worden uitgeoefend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren1 bis.

 

_________________

 

1 bis  PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13.

Amendement    28

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Onderwerp

Onderwerp en doelstellingen

Amendement    29

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Bij deze verordening worden voorschriften voor het spoorvervoer ingesteld met betrekking tot het volgende:

Bij deze verordening worden voorschriften voor het spoorvervoer ingesteld met het oog op een doeltreffende reizigersbescherming en de bevordering van het reizen per spoor met betrekking tot het volgende:

Amendement    30

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  non-discriminatie tussen passagiers met betrekking tot vervoersvoorwaarden;

a)  non-discriminatie tussen passagiers met betrekking tot voorwaarden voor vervoer en voor de verkoop van vervoersbewijzen;

Amendement    31

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

d)  passagiersrechten in het geval annulering of vertraging;

d)  passagiersrechten en ‑vergoedingen in het geval van storingen, zoals annulering of vertraging;

Amendement    32

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – letter e

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

e)  minimum informatie die aan passagiers moet worden verstrekt;

e)  minimale, nauwkeurige en tijdige informatie die in een toegankelijk formaat aan passagiers moet worden verstrekt, met inbegrip van het sluiten van een vervoersovereenkomst en de afgifte van vervoersbewijzen;

Amendement    33

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – letter f

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

f)  niet-discriminatie van, en verplichte bijstand aan personen met een handicap en personen met beperkte mobiliteit;

f)  niet-discriminatie van en verplichte bijstand door opgeleid personeel aan personen met een handicap en personen met beperkte mobiliteit;

Amendement    34

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – letter h

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

h)  de behandeling van klachten;

h)  adequate procedures voor de indiening en behandeling van klachten;

Amendement    35

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 2 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  stads-, voorstads- en regionaal passagiersvervoer per spoor, zoals bedoeld in Richtlijn 2012/34/EU, met uitzondering van grensoverschrijdende diensten in de Unie;

(a)  stads- en voorstadspassagiersvervoer per spoor, zoals bedoeld in Richtlijn 2012/34/EU, met uitzondering van grensoverschrijdende diensten in de Unie;

Amendement    36

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 2 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b)  internationaal passagiersvervoer per spoor waarvan een aanzienlijk gedeelte, met inbegrip van minstens één geplande stop in een station, wordt geëxploiteerd buiten de Unie, voor zover de passagiersrechten op het grondgebied van de lidstaat die de vrijstelling toekent op passende wijze zijn gegarandeerd krachtens relevante nationale wetgeving van die lidstaat.

(b)  internationaal passagiersvervoer per spoor waarvan een aanzienlijk gedeelte, met inbegrip van minstens één geplande stop in een station, wordt geëxploiteerd buiten de Unie;

Amendement    37

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 2 – letter b bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(b bis)  binnenlandse spoorwegdiensten voor reizigers waarvoor lidstaten uit hoofde van Verordening (EG) nr. 1371/2007 een vrijstelling hebben verleend voor ten hoogste 12 maanden na [datum van inwerkingtreding van deze verordening invullen].

Amendement    38

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De lidstaten stellen de Commissie in kennis van vrijstellingen die zijn toegekend krachtens de punten a) en b) van lid 2, en van de geschiktheid van hun nationale wetgeving op hun grondgebied met het oog op punt b) van lid 2.

3.  De lidstaten stellen de Commissie in kennis van de vrijstellingen die zijn toegekend krachtens de punten a), b) en b bis) van lid 2.

Amendement    39

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  De artikelen 5, 10, 11 en 25 en Hoofdstuk V zijn van toepassing op alle in lid 1 bedoelde passagiersdiensten per spoor, met inbegrip van diensten die zijn vrijgesteld overeenkomstig de punten a) en b) van lid 2.

4.  De artikelen 5, 6, 11, 12 en 17 en hoofdstuk V zijn van toepassing op alle in lid 1 bedoelde passagiersdiensten per spoor, met inbegrip van diensten die zijn vrijgesteld overeenkomstig punt a) van lid 2.

Amendement    40

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4 bis.  Deze verordening is niet van toepassing op diensten die uitsluitend geëxploiteerd worden met het oog op de instandhouding van het historisch erfgoed.

Amendement    41

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – punt 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(1 bis)  "vervoerder": de contractuele spoorwegonderneming waarmee de reiziger de vervoersovereenkomst heeft gesloten, dan wel een reeks van opeenvolgende spoorwegondernemingen die aansprakelijk zijn op basis van die overeenkomst;

Amendement    42

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – punt 1 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(1 ter)  "ondervervoerder": een spoorwegonderneming die geen vervoersovereenkomst met de reiziger heeft gesloten, maar waaraan de spoorwegonderneming die partij is bij de overeenkomst, de uitvoering van het vervoer per spoor geheel of gedeeltelijk heeft opgedragen;

Amendement    43

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – punt 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(4)  "touroperator": een organisator of doorverkoper anders dan een spoorwegonderneming, in de zin van artikel 3 8 en 9 van Richtlijn (EU) 2015/2302 van het Europees Parlement en de Raad30;

(4)  "touroperator": een organisator anders dan een spoorwegonderneming, in de zin van artikel 3, punt 8, van Richtlijn (EU) 2015/2302 van het Europees Parlement en de Raad30;

__________________

__________________

30 Richtlijn (EU) 2015/2302 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2015 betreffende pakketreizen en gekoppelde reisarrangementen, houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 2006/2004 en van Richtlijn 2011/83/EU van het Europees Parlement en de Raad, en tot intrekking van Richtlijn 90/314/EEG van de Raad (PB L 326 van 11.12.2015, blz. 1).

30 Richtlijn (EU) 2015/2302 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2015 betreffende pakketreizen en gekoppelde reisarrangementen, houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 2006/2004 en van Richtlijn 2011/83/EU van het Europees Parlement en de Raad, en tot intrekking van Richtlijn 90/314/EEG van de Raad (PB L 326 van 11.12.2015, blz. 1).

Amendement    44

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – punt 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(5)  "verkoper van vervoersbewijzen": wederverkoper van spoorwegvervoerdiensten die namens de spoorwegonderneming of voor eigen rekening overeenkomsten sluit en vervoersbewijzen verkoopt;

(5)  "verkoper van vervoersbewijzen": wederverkoper van spoorwegvervoerdiensten die namens een of meer spoorwegondernemingen of voor eigen rekening overeenkomsten sluit en vervoersbewijzen, rechtstreekse vervoersbewijzen of gecombineerde vervoersbewijzen verkoopt;

Amendement    45

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – punt 5 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(5 bis)  "distributeur": een detailhandelaar van spoorwegvervoerdiensten die namens een spoorwegonderneming vervoersbewijzen verkoopt en die geen verplichtingen heeft in de tussen de reiziger en de spoorwegonderneming gesloten overeenkomst;

Amendement    46

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – punt 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(6)  "vervoersovereenkomst": een vervoersovereenkomst onder bezwarende titel of om niet tussen een spoorwegonderneming of een verkoper van vervoersbewijzen en de reiziger voor de levering van een of meer vervoersdiensten;

(6)  "vervoersovereenkomst": een vervoersovereenkomst onder bezwarende titel of om niet tussen een spoorwegonderneming en de reiziger voor de levering van een of meer vervoersdiensten;

Amendement    47

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – punt 6 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(6 bis)  "vervoersbewijs": een geldig bewijs dat de reiziger het recht geeft op spoorvervoer, ongeacht de vorm ervan (papier, elektronisch, smartcard, reiskaart);

Amendement    48

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – punt 6 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(6 ter)  "gecombineerd vervoersbewijs": een of meer vervoersbewijzen die meer dan één vervoersovereenkomst vertegenwoordigen die is gesloten met het oog op het gebruik van opeenvolgende spoorwegdiensten die door een of meer spoorwegondernemingen worden geëxploiteerd;

Amendement    49

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – punt 8

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(8)  "rechtstreeks vervoersbewijs": een vervoersbewijs of vervoersbewijzen die één vervoersovereenkomst vertegenwoordigen die is gesloten met het oog op het gebruik van opeenvolgende spoorwegdiensten die door één of meer spoorwegondernemingen worden geëxploiteerd;

(8)  "rechtstreeks vervoersbewijs": een vervoersbewijs of aparte vervoersbewijzen die een of meer vervoersovereenkomsten vertegenwoordigen voor opeenvolgende spoorwegdiensten die door een of meer spoorwegondernemingen worden geëxploiteerd, dat voor een totale reis is gekocht van dezelfde verkoper van vervoersbewijzen, touroperator of spoorwegonderneming;

Amendement    50

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – punt 10

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(10)  "reis": het vervoer van een passagier tussen een station van vertrek en een station van aankomst op basis van één vervoersovereenkomst;

(10)  "reis": het vervoer van een passagier tussen een station van vertrek en een station van aankomst;

Amendement    51

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – punt 13 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(13 bis)  "aankomst": het moment waarop, op het perron van bestemming, de deuren van de trein geopend zijn en uitstappen is toegelaten;

Amendement    52

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – punt 15

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(15)  "gemiste aansluiting": een situatie waarin een passagier één of meer diensten mist in de loop van een reis, ten gevolge van een vertraging of annulering van een of meer voorgaande diensten;

(15)  "gemiste aansluiting": een situatie waarin een passagier op basis van één vervoersovereenkomst één of meer diensten mist in de loop van een reis, ten gevolge van een vertraging of annulering van een of meer voorgaande diensten;

Amendement    53

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – punt 16

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(16)  "persoon met een handicap" en "persoon met beperkte mobiliteit": personen die een permanente of tijdelijke lichamelijke, mentale, intellectuele of sensoriële stoornis hebben, die hen, samen met diverse belemmeringen, kan belemmeren op voet van gelijkheid met andere passagiers gebruik te maken van vervoer, of wier mobiliteit bij het gebruik van vervoer beperkt is ten gevolge van hun leeftijd;

(16)  "persoon met een handicap" en "persoon met beperkte mobiliteit": personen die een permanente of tijdelijke lichamelijke, mentale, intellectuele of sensoriële stoornis hebben, die hen, samen met diverse belemmeringen, kan belemmeren op voet van gelijkheid met andere passagiers gebruik te maken van vervoer, of wier mobiliteit bij het gebruik van vervoer beperkt is;

Amendement    54

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – punt 19 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(19 bis)  "buitengewone omstandigheden": omstandigheden waarover de spoorwegonderneming geen controle heeft bij de normale uitoefening van haar activiteit en die buiten de verplichtingen vallen die voortvloeien uit de na te leven veiligheidsregels.

Amendement    55

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Onverminderd sociale tarieven, bieden spoorwegondernemingen of verkopers van vervoersbewijzen contractvoorwaarden en tarieven aan het grote publiek aan zonder rechtstreekse of onrechtstreekse discriminatie op basis van de nationaliteit of verblijfplaats van de uiteindelijke klant, of de plaats van vestiging van de spoorwegonderneming of verkoper van vervoersbewijzen in de Unie.

Onverminderd sociale tarieven, bieden spoorwegondernemingen, touroperators of verkopers van vervoersbewijzen vervoersovereenkomst- en vervoersbewijsverkoopvoorwaarden en tarieven aan het grote publiek aan, en verkopen zij vervoersbewijzen en rechtstreekse vervoersbewijzen en verstrekken zij reserveringen aan reizigers overeenkomstig artikel 10 van deze verordening, zonder rechtstreekse of onrechtstreekse discriminatie op basis van de nationaliteit of verblijfplaats van de uiteindelijke reiziger, of de plaats van vestiging van de spoorwegonderneming, touroperator of verkoper van vervoersbewijzen in de Unie of de manier waarop reizigers het vervoersbewijs hebben gekocht.

Amendement    56

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Reizigers hebben het recht om, in voorkomend geval tegen een redelijke vergoeding fietsen aan boord van de trein mee te nemen. Zij houden tijdens de reis toezicht op hun fiets en zorgen ervoor dat de andere passagiers, mobiliteitshulpmiddelen, bagage of spoorwegactiviteiten hier geen ongemak of schade door ondervinden. Het vervoer van fietsen kan worden geweigerd of beperkt om veiligheids- of operationele redenen, voor zover de spoorwegondernemingen, verkopers van vervoersbewijzen, touroperators en, voor zover van toepassing, stationbeheerders, de passagiers op de hoogte brengen van de voorwaarden voor een dergelijke weigering of beperking overeenkomstig Verordening (EU) nr. 454/2011.

Reizigers hebben het recht om fietsen aan boord van de trein mee te nemen, inclusief hogesnelheids-, langeafstands-, grensoverschrijdende en lokale treinen. Alle nieuwe of opgeknapte reizigerstreinen beschikken uiterlijk twee jaar na de inwerkingtreding van deze verordening over een goed aangeduide ruimte voor het vervoer van geassembleerde fietsen met plaats voor ten minste acht fietsen. De spoorwegondernemingen, verkopers van vervoersbewijzen, touroperators en, voor zover van toepassing, stationbeheerders, brengen de reizigers uiterlijk bij de aankoop van het vervoersbewijs op de hoogte van de voorwaarden voor fietsvervoer voor alle diensten overeenkomstig Verordening (EU) nr. 454/2011.

Amendement    57

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Verplichtingen jegens reizigers ingevolge deze verordening mogen niet worden beperkt of er mag geen afstand van worden gedaan door met name een afwijking of restrictieve clausule in de vervoersovereenkomst.

1.  Verplichtingen jegens reizigers ingevolge deze verordening mogen niet worden beperkt of er mag geen afstand van worden gedaan door met name een afwijking of restrictieve clausule in de vervoersovereenkomst. Alle contractuele voorwaarden die direct of indirect voorzien in afstand, afwijking of beperking van de uit deze verordening voortvloeiende rechten zijn niet bindend voor de passagier.

Amendement    58

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Spoorwegondernemingen mogen contractuele voorwaarden aanbieden die voor de reiziger gunstiger zijn dan de in deze verordening neergelegde voorwaarden.

2.  Spoorwegondernemingen, touroperators of verkopers van vervoersbewijzen mogen contractuele voorwaarden aanbieden die voor de reiziger gunstiger zijn dan de in deze verordening neergelegde voorwaarden.

Amendement    59

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De spoorwegondernemingen of in voorkomend geval de bevoegde autoriteiten die voor een openbaredienstcontract voor een spoorwegdienst verantwoordelijk zijn, maken met passende middelen en vóór de inwerkingtreding ervan de besluiten bekend dat zij diensten permanent of tijdelijk stopzetten. Zij doen dit in een formaat dat toegankelijk is voor personen met een handicap, overeenkomstig de toegankelijkheidseisen die zijn vastgesteld in Richtlijn XXX31.

De spoorwegondernemingen of in voorkomend geval de bevoegde autoriteiten die voor een openbaredienstcontract voor een spoorwegdienst verantwoordelijk zijn, maken met passende middelen, onverwijld en tijdig vóór de inwerkingtreding de voorstellen bekend dat zij diensten permanent of tijdelijk stopzetten of sterk verminderen, en zorgen ervoor dat deze voorstellen worden onderworpen aan zinvol en goed overleg met de belanghebbende partijen vóórdat ze worden uitgevoerd. Zij doen dit in een formaat dat toegankelijk is voor personen met een handicap, overeenkomstig de toegankelijkheidseisen die zijn vastgesteld in Richtlijn XXX31 en in Verordening (EU) nr. 1300/2014 van de Commissie.

__________________

__________________

31  Richtlijn XXX betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten inzake de toegankelijkheidseisen voor producten en diensten (Europese Toegankelijkheidswet) (PB L X van X.X.XXXX, blz. X).

31  Richtlijn XXX betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten inzake de toegankelijkheidseisen voor producten en diensten (Europese Toegankelijkheidswet) (PB L X van X.X.XXXX, blz. X).

Amendement    60

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.   Spoorwegondernemingen en verkopers van vervoersbewijzen die namens een of meer spoorwegondernemingen vervoersovereenkomsten aanbieden, verstrekken de reiziger op verzoek ten minste de in bijlage II, deel I, vermelde informatie over de reizen waarvoor door de betrokken spoorwegonderneming een vervoersovereenkomst wordt aangeboden. Verkopers van vervoersbewijzen die voor eigen rekening vervoersovereenkomsten aanbieden, en touroperators, verstrekken die informatie voor zover deze beschikbaar is.

1.  Spoorwegondernemingen, touroperators en verkopers van vervoersbewijzen die in eigen naam of namens een of meer spoorwegondernemingen vervoersovereenkomsten aanbieden, verstrekken de reiziger op verzoek ten minste de in bijlage II, deel I, vermelde informatie over de reizen waarvoor door de betrokken spoorwegonderneming vervoersovereenkomsten worden aangeboden. Verkopers van vervoersbewijzen die voor eigen rekening vervoersovereenkomsten aanbieden, en touroperators, verstrekken die informatie. Om ervoor te zorgen dat deze verordening wordt nageleefd, verstrekken de spoorwegondernemingen deze informatie aan verkopers van vervoersbewijzen en andere spoorwegondernemingen die hun diensten verkopen.

Amendement    61

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.   Spoorwegondernemingen en, voor zover mogelijk, de verkopers van vervoersbewijzen, verstrekken tijdens de reis en in overstapstations tenminste de in bijlage II, deel II, bedoelde informatie aan de reiziger.

2.  Spoorwegondernemingen en, indien van toepassing, de verkopers van vervoersbewijzen, verstrekken tijdens de reis en in overstapstations ten minste de in bijlage II, deel II, bedoelde informatie aan de reiziger. Om ervoor te zorgen dat deze verordening wordt nageleefd, verstrekken de spoorwegondernemingen deze informatie aan verkopers van vervoersbewijzen en andere spoorwegondernemingen die hun diensten verkopen.

Amendement    62

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3. De in de leden 1 en 2 bedoelde informatie wordt verstrekt in de meest geschikte vorm, onder meer door gebruik te maken van up-to-date communicatietechnologie. Er wordt met name voor gezorgd dat deze informatie toegankelijk is voor personen met een handicap, overeenkomstig de toegankelijkheidseisen van Richtlijn XXX en Verordening 454/2011.

3.  De in de leden 1 en 2 bedoelde informatie wordt door de spoorwegondernemingen, touroperators en verkopers van vervoersbewijzen aan de reizigers verstrekt in een gemakkelijk toegankelijke, algemeen gebruikte vorm, en wat lid 2 betreft in realtime, met gebruikmaking van up-to-date communicatietechnologie, en indien mogelijk schriftelijk, teneinde reizigers alle uit hoofde van bijlage II van deze verordening vereiste informatie te verstrekken. Er wordt met name voor gezorgd dat deze informatie toegankelijk is voor personen met een handicap, overeenkomstig de toegankelijkheidseisen van Richtlijn XXX, Verordening (EU) nr. 454/2011 en Verordening (EU) nr. 1300/2014 van de Commissie. De beschikbaarheid van formaten die toegankelijk zijn voor personen met beperkte mobiliteit wordt duidelijk vermeld.

Amendement    63

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4. Stationbeheerders en infrastructuurbeheerders stellen realtime-informatie over treinen, ook als deze door andere spoorwegondernemingen worden geëxploiteerd, op niet-discriminerende wijze ter beschikking van spoorwegondernemingen en verkopers van vervoersbewijzen.

4.  Spoorwegondernemingen, stationbeheerders en infrastructuurbeheerders stellen informatie over treinen, ook als deze door andere spoorwegondernemingen worden geëxploiteerd, in realtime ter beschikking van het publiek om elke discriminatie tussen reizigers te voorkomen.

Amendement    64

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4 bis.  Spoorwegondernemingen geven in samenwerking met stationbeheerders en infrastructuurbeheerders aan de hand van dienstregelingen informatie over toegankelijke treinverbindingen en treinstations.

Amendement    65

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De spoorwegondernemingen en verkopers van vervoersbewijzen bieden vervoersbewijzen en, indien beschikbaar, rechtstreekse vervoersbewijzen en boekingen aan. Zij doen al het mogelijke om rechtstreekse vervoersbewijzen aan te bieden, ook voor grensoverschrijdende reizen en reizen met meer dan één spoorwegonderneming.

1.  De spoorwegondernemingen en verkopers van vervoersbewijzen bieden vervoersbewijzen, rechtstreekse vervoersbewijzen en boekingen aan, ook voor grensoverschrijdende reizen of reizen per nachttrein en reizen met meer dan één spoorwegonderneming.

Amendement    66

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 2 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten kunnen van spoorwegondernemingen verlangen dat zij vervoersbewijzen verstrekken voor diensten in het kader van openbaredienstcontracten via meer dan een verkoopkanaal.

Bevoegde autoriteiten als bedoeld in Verordening (EG) nr. 1370/2007 kunnen van spoorwegondernemingen verlangen dat zij vervoersbewijzen verstrekken voor diensten in het kader van openbaredienstcontracten via meer dan één verkoopkanaal.

Amendement    67

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De spoorwegondernemingen bieden de mogelijkheid om in de trein vervoersbewijzen voor de gewenste dienst te verkrijgen, tenzij dit beperkt of onmogelijk is in het kader van beveiligings- of fraudebestrijdingsbeleid, dan wel wegens verplichte boeking van een treinreis of op redelijke commerciële gronden.

3.  De spoorwegondernemingen bieden de mogelijkheid om in de trein vervoersbewijzen voor de gewenste dienst te verkrijgen, tenzij dit om gegronde redenen beperkt of onmogelijk is in het kader van beveiligings- of fraudebestrijdingsbeleid, dan wel wegens verplichte boeking van een treinreis of op redelijke commerciële gronden, met inbegrip van beperkte beschikbaarheid van ruimte of plaats.

Amendement    68

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  Als er in het station van vertrek geen loket of toegankelijke automaat is, mogen personen met een handicap en personen met beperkte mobiliteit zonder extra kosten vervoersbewijzen aan boord van de trein kopen.

5.  Als er in het station van vertrek geen loket of toegankelijke automaat is of geen enkele andere mogelijkheid bestaat om vervoersbewijzen van tevoren te kopen, mogen reizigers zonder extra kosten vervoersbewijzen aan boord van de trein kopen.

Amendement    69

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.  Als een passagier afzonderlijke vervoersbewijzen ontvangt voor één reis die bestaat uit opeenvolgende spoorwegdiensten die door een of meer spoorwegondernemingen worden geëxploiteerd, heeft hij dezelfde rechten op informatie, bijstand, zorg en vergoeding als in het kader van een rechtstreeks vervoersbewijs. Deze rechten gelden voor de volledige reis, van vertrek tot eindbestemming, tenzij de passagier er uitdrukkelijk en schriftelijk van in kennis wordt gesteld dat dit niet het geval is. In deze kennisgeving moet met name worden vermeld dat, wanneer de passagier een aansluiting mist, hij of zij geen recht heeft op bijstand of vergoeding op basis van de totale lengte van de reis. Het is aan de spoorwegonderneming, haar agent, touroperator of verkoper van vervoersbewijzen om aan te tonen dat die informatie werd verstrekt.

6.  Als een passagier van één entiteit, en ten aanzien van één handelstransactie, afzonderlijke vervoersbewijzen ontvangt voor één reis die bestaat uit opeenvolgende spoorwegdiensten die door een of meer spoorwegondernemingen worden geëxploiteerd, heeft hij dezelfde rechten op informatie, bijstand, zorg en vergoeding als in het kader van een rechtstreeks vervoersbewijs. Deze rechten gelden voor de volledige reis, van vertrek tot eindbestemming.

Amendement    70

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 10 bis

 

Verstrekking van reisinformatie via applicatieprogramma-interfaces

 

1.   Spoorwegondernemingen verstrekken niet-discriminerende toegang tot alle reisinformatie, inclusief realtime operationele informatie over dienstregelingen en tarieven, zoals vermeld in artikel 9, via applicatieprogramma-interfaces (API's).

 

2.   Spoorwegondernemingen verstrekken touroperators, verkopers van vervoersbewijzen en andere spoorwegondernemingen die hun diensten verkopen via API's niet-discriminerende toegang tot boekingssystemen, zodat zij vervoersovereenkomsten kunnen sluiten en vervoersbewijzen, rechtstreekse vervoerbewijzen en boekingen kunnen afgeven op een wijze die in de meest optimale en kosteneffectieve reis, met inbegrip van grensoverschrijdende reizen, voorziet.

 

3.   Spoorwegondernemingen zorgen ervoor dat de technische specificaties van de API's goed gedocumenteerd, gratis en vrij toegankelijk zijn. De API's maken met het oog op interoperabiliteit gebruik van open standaarden, algemeen gebruikte protocollen en machineleesbare formaten.

 

4.   Spoorwegondernemingen zorgen ervoor dat, behalve in noodsituaties, elke wijziging aan de technische specificatie van hun API's van tevoren, zo snel mogelijk en ten minste drie maanden voordat een wijziging wordt doorgevoerd, ter beschikking wordt gesteld van touroperators en verkopers van vervoersbewijzen. Noodsituaties worden gedocumenteerd en de documentatie wordt op verzoek aan de bevoegde autoriteiten beschikbaar gemaakt.

 

5.   Spoorwegondernemingen zorgen ervoor dat de toegang tot de API's op een niet-discriminerende wijze wordt verstrekt, met hetzelfde niveau van beschikbaarheid en prestatie, met inbegrip van ondersteuning, toegang tot alle documentatie, standaarden, protocollen en formaten. Touroperators en verkopers van vervoersbewijzen worden niet benadeeld in vergelijking met de spoorwegondernemingen zelf.

 

6.   De API's worden vastgesteld overeenkomstig Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 2017/1926 van de Commissie van 31 mei 2017.

Amendement    71

Voorstel voor een verordening

Artikel 16 – lid 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Indien bij vertrek of in het geval van een gemiste aansluiting tijdens een reis met een rechtstreeks vervoersbewijs redelijkerwijs verwacht kan worden dat de vertraging bij aankomst op de eindbestemming krachtens de vervoersovereenkomst meer dan 60 minuten zal bedragen, krijgt de reiziger onmiddellijk de keuze tussen één van de volgende:

1.  Indien bij vertrek of in het geval van een gemiste aansluiting tijdens een reis verwacht kan worden dat de vertraging bij aankomst op de eindbestemming krachtens de vervoersovereenkomsten meer dan 60 minuten zal bedragen of dat er sprake is van annulering, krijgt de reiziger onmiddellijk de keuze tussen één van de volgende:

Amendement    72

Voorstel voor een verordening

Artikel 16 – lid 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b)  voortzetting van de reis langs de gebruikelijke of langs een andere route, onder vergelijkbare vervoersomstandigheden, naar de eindbestemming bij de vroegste gelegenheid;

(b)  voortzetting van de reis langs de gebruikelijke of langs een andere route, onder vergelijkbare vervoersomstandigheden en zonder extra kosten, naar de eindbestemming bij de vroegste gelegenheid, ook bij een gemiste aansluiting wegens vertraging of annulering van een trein in een eerder traject van de reis. In dit geval wordt de passagier toegelaten tot de volgende beschikbare dienst naar de eindbestemming, ook al is er geen specifieke boeking of wordt de volgende trein geëxploiteerd door een andere spoorwegonderneming;

Amendement    73

Voorstel voor een verordening

Artikel 16 – lid 1 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(c)  voortzetting van de reis langs de gebruikelijke of langs een andere route, onder vergelijkbare vervoersvoorwaarden, naar de eindbestemming op een latere datum wanneer het de reiziger schikt.

(c)  voortzetting van de reis langs de gebruikelijke of langs een andere route, onder vergelijkbare vervoersvoorwaarden, naar de eindbestemming op een latere datum wanneer het de reiziger schikt, weliswaar uiterlijk één maand na de hervatting van de dienst.

Amendement    74

Voorstel voor een verordening

Artikel 16 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Met het oog op de toepassing van lid 1, onder b), mag het vergelijkbaar vervoer langs een andere route worden geëxploiteerd door om het even welke spoorwegonderneming en mag hierbij gebruik worden gemaakt van vervoer in een hogere klasse en van alternatieve vervoerswijzen, zonder dat dit extra kosten met zich meebrengt voor de passagier. Spoorwegondernemingen moeten redelijke inspanningen leveren om extra overstappen te vermijden. De totale reistijd bij gebruik van een alternatieve vervoerswijze voor het gedeelte van de reis dat niet volgens plan is afgelegd, moet vergelijkbaar zijn met de geplande reistijd van de oorspronkelijke reis. Passagiers mogen niet in een lagere vervoersklasse worden vervoerd, tenzij dergelijke faciliteiten de enige beschikbare alternatieve reismogelijkheid vormen.

2.  Met het oog op de toepassing van lid 1, onder b), mag het vergelijkbaar vervoer langs een andere route worden geëxploiteerd door om het even welke spoorwegonderneming en mag hierbij gebruik worden gemaakt van vervoer in een hogere klasse en van alternatieve vervoerswijzen over land, zonder dat dit extra kosten met zich meebrengt voor de passagier. Spoorwegondernemingen moeten redelijke inspanningen leveren om extra overstappen te vermijden. De totale reistijd bij gebruik van een alternatieve vervoerswijze voor het gedeelte van de reis dat niet volgens plan is afgelegd, moet vergelijkbaar zijn met de geplande reistijd van de oorspronkelijke reis. Passagiers mogen niet in een lagere vervoersklasse worden vervoerd, tenzij dergelijke faciliteiten de enige beschikbare alternatieve reismogelijkheid vormen.

Amendement    75

Voorstel voor een verordening

Artikel 16 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Verleners van alternatieve vervoerdiensten zien er met name op toe dat personen met een handicap en personen met beperkte mobiliteit een vergelijkbaar niveau van toegang tot de alternatieve dienst krijgen.

3.  Verleners van alternatieve vervoersdiensten bieden personen met een handicap en personen met beperkte mobiliteit een vergelijkbaar niveau van bijstand en toegang tot de aangeboden alternatieve dienst. Deze alternatieve dienst kan dezelfde zijn voor alle reizigers of kan, bij besluit van de vervoerder, een individuele vervoerswijze zijn die is afgestemd op de specifieke behoeften van bepaalde personen met een handicap of met beperkte mobiliteit.

Amendement    76

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Zonder het recht op vervoer te verliezen kan een reiziger de spoorwegonderneming om schadevergoeding voor een vertraging verzoeken indien hij tussen de in de vervoersovereenkomst vermelde punten van vertrek en van bestemming geconfronteerd wordt met een vertraging waarvoor de kostprijs van het vervoersbewijs niet overeenkomstig artikel 16 is terugbetaald. De minimumvergoedingen voor vertragingen zijn als volgt:

1.  Met behoud van het recht op vervoer kan een reiziger de spoorwegonderneming om schadevergoeding voor een vertraging verzoeken indien hij tussen de op het vervoersbewijs of de vervoersbewijzen die één of meerdere vervoersovereenkomsten vertegenwoordigen vermelde punten van vertrek en van bestemming geconfronteerd wordt met een vertraging waarvoor de kostprijs niet overeenkomstig artikel 16 is terugbetaald. De minimumvergoedingen voor vertragingen zijn als volgt:

(a) 25 % van de prijs van het vervoersbewijs bij een vertraging van 60 tot en met 119 minuten,

(a) 50 % van de prijs van het vervoersbewijs bij een vertraging van 60 tot en met 90 minuten,

(b) 50 % van de prijs van het vervoersbewijs bij een vertraging van 120 minuten of meer.

(b) 75 % van de prijs van het vervoersbewijs bij een vertraging van 91 tot en met 120 minuten,

 

(b bis) 100 % van de prijs van het vervoersbewijs bij een vertraging van 121 minuten of meer.

Amendement    77

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Lid 1 is ook van toepassing op reizigers die in het bezit zijn van een reispas of een abonnement. Als zij herhaaldelijk geconfronteerd worden met vertragingen of annuleringen gedurende de looptijd van de reispas of het abonnement, kunnen zij om passende schadevergoeding verzoeken overeenkomstig de regelingen inzake schadevergoedingen van de spoorwegonderneming. In deze regelingen worden de criteria inzake vertragingen voor de berekening van de schadevergoeding vastgesteld. Indien gedurende de looptijd van de reispas of het abonnement herhaaldelijk vertragingen van minder dan 60 minuten voorkomen, worden deze vertragingen samengeteld en worden de passagiers vergoed overeenkomstig de regelingen inzake schadevergoedingen van de spoorwegonderneming.

2.  Lid 1 is ook van toepassing op reizigers die in het bezit zijn van een reispas of een abonnement. Als zij herhaaldelijk geconfronteerd worden met vertragingen of annuleringen gedurende de looptijd van de reispas, de reductiekaart of het abonnement, kunnen zij om passende schadevergoeding verzoeken overeenkomstig de in lid 1, onder a), b) en b bis), vastgestelde regelingen.

Amendement    78

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De schadevergoeding voor vertraging wordt berekend in verhouding tot de volledige prijs die de reiziger effectief betaalde voor de vertraagde dienst. In geval van een vervoersovereenkomst voor een heen- en terugreis wordt de schadevergoeding voor vertraging tijdens hetzij de heen- hetzij de terugreis berekend op basis van de helft van de prijs die voor het vervoersbewijs is betaald. Op dezelfde manier wordt de prijs voor een vertraagde dienst in het kader van enige andere vorm van vervoersovereenkomst uit hoofde waarvan er over meerdere opeenvolgende deeltrajecten kan worden gereisd, berekend in verhouding tot de volledige prijs.

3.  De schadevergoeding voor annulering of vertraging wordt berekend in verhouding tot de volledige prijs die de reiziger effectief betaalde voor de geannuleerde of vertraagde dienst. In geval van een vervoersovereenkomst voor een heen- en terugreis wordt de schadevergoeding voor annulering of vertraging tijdens hetzij de heen- hetzij de terugreis berekend op basis van de helft van de prijs die voor het vervoersbewijs is betaald. Op dezelfde manier wordt de prijs voor een geannuleerde of vertraagde dienst in het kader van enige andere vorm van vervoersovereenkomst uit hoofde waarvan er over meerdere opeenvolgende deeltrajecten kan worden gereisd, berekend in verhouding tot de volledige prijs.

Amendement    79

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.  De vergoeding van de prijs van het vervoersbewijs wordt niet verminderd met financiële transactiekosten zoals vergoedingen, telefoonkosten of zegels. De spoorwegondernemingen kunnen een minimumdrempel invoeren waaronder geen schadevergoeding wordt uitbetaald. Deze drempel bedraagt niet meer dan 4 EUR per vervoersbewijs.

6.  De vergoeding van de prijs van het vervoersbewijs wordt niet verminderd met financiële transactiekosten zoals vergoedingen, telefoonkosten of zegels. De spoorwegondernemingen kunnen een minimumdrempel invoeren waaronder geen schadevergoeding wordt uitbetaald. Deze drempel bedraagt niet meer dan 5 EUR per vervoersbewijs.

Amendement    80

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – lid 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

7.  De reiziger heeft geen recht op schadevergoeding indien hij alvorens het vervoersbewijs te kopen op de hoogte is gesteld van de vertraging, of indien de aankomsttijd door voortzetting met een andere dienst of langs een andere route minder dan 60 minuten werd vertraagd.

(Niet van toepassing op de Nederlandse versie)  

Amendement    81

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – lid 8

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

8.  Een spoorwegonderneming is niet verplicht een vergoeding te betalen als zij kan aantonen dat de vertraging werd veroorzaakt door extreme weersomstandigheden of ernstige natuurrampen die de veilige exploitatie van de dienst in gevaar brachten en niet konden worden voorzien of voorkomen, zelfs niet indien alle redelijke maatregelen waren genomen.

Schrappen

Amendement    82

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – lid 8 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

8 bis.  Indien de spoorwegonderneming niet schriftelijk aantoont dat er sprake is van buitengewone omstandigheden, betaalt zij de in artikel 17, lid 1, bedoelde vergoeding.

Amendement    83

Voorstel voor een verordening

Artikel 18 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  In geval van vertraging bij aankomst of vertrek worden de reizigers door de spoorwegonderneming, verkoper van vervoersbewijzen of stationbeheerder op de hoogte gehouden van de situatie en van de verwachte vertrektijd en de verwachte aankomsttijd, zodra die informatie beschikbaar is.

1.  In geval van vertraging bij aankomst of vertrek worden de reizigers overeenkomstig artikel 9 door de spoorwegonderneming, verkoper van vervoersbewijzen of stationbeheerder op de hoogte gehouden van de situatie en van de verwachte vertrektijd en de verwachte aankomsttijd, zodra die informatie beschikbaar is.

Amendement    84

Voorstel voor een verordening

Artikel 18 – lid 2 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b)  hotel- of ander verblijf en vervoer tussen het spoorwegstation en de plaats van het verblijf in gevallen waarin een verblijf van een of meer nachten noodzakelijk wordt of een bijkomend verblijf noodzakelijk wordt, voor zover en indien zulks fysiek mogelijk is;

(b)  hotel- of ander verblijf en vervoer tussen het spoorwegstation en de plaats van het verblijf in gevallen waarin een verblijf van een of meer nachten noodzakelijk wordt of een bijkomend verblijf noodzakelijk wordt, voor zover en indien zulks fysiek mogelijk is, waarbij rekening wordt gehouden met de toegankelijkheidseisen van personen met een handicap of personen met beperkte mobiliteit en met de behoeften van gecertificeerde assistentiedieren;

Amendement    85

Voorstel voor een verordening

Artikel 18 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  De spoorwegondernemingen certificeren, op verzoek van de reiziger, op het vervoersbewijs of met andere middelen dat de spoorwegdienst, naar gelang van het geval, vertraging heeft opgelopen, geleid heeft tot een gemiste aansluiting of is uitgevallen.

4.  Ten aanzien van de getroffen reizigers bieden de spoorwegondernemingen aan om op hun vervoersbewijs of met andere middelen te certificeren dat de spoorwegdienst, naargelang van het geval, vertraging heeft opgelopen, geleid heeft tot een gemiste aansluiting of is uitgevallen. Deze certificering geldt voor de bepalingen van artikel 17, waarbij de reiziger die in het bezit is van een reispas of een abonnement moet aantonen dat hij onderweg was met de betrokken dienst.

Amendement    86

Voorstel voor een verordening

Artikel 18 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  Bij de toepassing van de leden 1, 2, 3 en 4 besteedt de exploiterende spoorwegonderneming bijzondere aandacht aan de behoeften van personen met een handicap en personen met beperkte mobiliteit en begeleidende personen.  

5.  Bij de toepassing van de leden 1, 2, 3 en 4 besteedt de exploiterende spoorwegonderneming bijzondere aandacht aan de behoeften van personen met een handicap, personen met beperkte mobiliteit, begeleidende personen en gecertificeerde assistentiedieren.  

Amendement    87

Voorstel voor een verordening

Artikel 18 – lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.  Beheerders van een spoorwegstation met gemiddeld minstens 10 000 passagiers per dag gedurende een jaar moeten niet alleen de verplichtingen voor spoorwegondernemingen uit hoofde van artikel 13 bis, lid 3, van Richtlijn 2012/34/EU, naleven, maar moeten er ook op toezien dat de activiteiten van het station, de spoorwegondernemingen en de infrastructuurbeheerder worden gecoördineerd via een passend noodplan, zodat men zich kan voorbereiden op de mogelijkheid van ernstige verstoringen en langdurige vertragingen met een aanzienlijk aantal gestrande passagiers in het station tot gevolg. Het plan moet ervoor zorgen dat de gestrande passagiers passende bijstand en informatie krijgen, in een toegankelijk formaat, overeenkomstig de toegankelijkheidseisen van Richtlijn XXX. Op verzoek stelt de stationbeheerder het plan en de eventuele wijzigingen ervan ter beschikking van de nationale handhavingsinstantie of van een andere door een lidstaat aangewezen instantie. Beheerders van spoorwegstations met gemiddeld minder dan 10 000 passagiers per dag gedurende een jaar moeten alle redelijke inspanningen leveren om de gebruikers van het station te coördineren en bijstand en informatie te verstrekken aan gestrande passagiers in de hierboven bedoelde situaties.

6.  Naast de naleving van de verplichtingen voor spoorwegondernemingen uit hoofde van artikel 13 bis, lid 3, van Richtlijn 2012/34/EU, moeten de lidstaten, de spoorwegondernemingen, de stationbeheerders en de infrastructuurbeheerders samenwerken om ervoor te zorgen dat de in artikel 13 bis, lid 3, van Richtlijn 2012/34/EU bedoelde noodplannen vereisten bevatten voor de toegankelijkheid van alarm- en informatiesystemen.

Amendement    88

Voorstel voor een verordening

Artikel 19 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Als een spoorwegonderneming een vergoeding betaalt of haar andere verplichtingen nakomt overeenkomstig deze verordening, kan geen enkele bepaling van deze verordening of de nationale wetgeving worden geïnterpreteerd als een beperking van haar recht om een kostenvergoeding te eisen van om het even welke persoon, met inbegrip van derde partijen, overeenkomstig de toepasselijke wetgeving. Deze verordening beperkt met name op geen enkele wijze het recht van de spoorwegonderneming om terugbetaling te eisen van een derde partij waarmee zij een overeenkomst heeft en die heeft bijgedragen tot de gebeurtenis die aan de basis lag van de vergoeding of andere verplichtingen. Geen enkele bepaling van deze verordening mag worden geïnterpreteerd als een beperking van het recht van een andere derde partij dan een passagier, waarmee de spoorwegonderneming een overeenkomst heeft, om terugbetaling of vergoeding te eisen van de spoorwegonderneming overeenkomstig de toepasselijke relevante wetgeving.

Schrappen

Amendement    89

Voorstel voor een verordening

Artikel 20 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Spoorwegondernemingen en stationbeheerders stellen, tenzij zij reeds dergelijke regels hebben vastgesteld, met de actieve betrokkenheid van representatieve organisaties van personen met een handicap en personen met beperkte mobiliteit, niet-discriminerende toegangsregels voor het vervoer van personen met een handicap en personen met beperkte mobiliteit, met inbegrip van hun persoonlijke assistenten, vast. De regels staan toe dat de passagier wordt vergezeld door een assistentiehond, overeenkomstig de relevante nationale regels.

1.  Spoorwegondernemingen en stationbeheerders stellen, tenzij zij reeds dergelijke regels hebben vastgesteld, met de actieve betrokkenheid van representatieve organisaties van personen met een handicap en personen met beperkte mobiliteit, niet-discriminerende toegangsregels voor het vervoer van personen met een handicap en personen met beperkte mobiliteit, met inbegrip van hun persoonlijke assistenten, vast. De regels staan toe dat, indien zelfstandige mobiliteit niet mogelijk is, de passagier gratis wordt vergezeld door een gecertificeerd assistentiedier of een begeleider, overeenkomstig de relevante nationale regels, en zorgen ervoor dat personen met een handicap en personen met beperkte mobiliteit zich zo veel mogelijk onmiddellijk per spoor kunnen verplaatsen.

Amendement    90

Voorstel voor een verordening

Artikel 20 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 20 bis

 

Spoorwegondernemingen en stationbeheerders zorgen er bij de naleving van de TSI voor personen met beperkte mobiliteit ook voor dat de toegankelijkheid van stations, perrons, rollend materieel en andere voorzieningen voor personen met een handicap en personen met beperkte mobiliteit gewaarborgd is.

Amendement    91

Voorstel voor een verordening

Artikel 21 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Op verzoek verstrekken de spoorwegonderneming, de stationbeheerder de verkoper van vervoersbewijzen of de touroperator personen met een handicap en personen met beperkte mobiliteit in een toegankelijk formaat, overeenkomstig de toegankelijkheidseisen die zijn vastgesteld in Verordening (EU) nr. 454/2011 en Richtlijn XXX, informatie over de toegankelijkheid van het station en de bijbehorende faciliteiten, spoorwegdiensten en over de voorwaarden voor de toegang tot het rollend materieel overeenkomstig de toegangsregels in de zin van artikel 20, lid 1 en informeren zij personen met een handicap en personen met beperkte mobiliteit over de faciliteiten aan boord.

1.  Op verzoek verstrekken de spoorwegonderneming, de stationbeheerder, de verkoper van vervoersbewijzen of de touroperator personen met een handicap en personen met beperkte mobiliteit in een toegankelijk formaat, overeenkomstig de toegankelijkheidseisen die zijn vastgesteld in Verordening (EU) nr. 454/2011, Richtlijn XXX en Verordening (EU) nr. 1300/2014, informatie over de toegankelijkheid van het station en de bijbehorende faciliteiten, en spoorwegdiensten en over de voorwaarden voor de toegang tot het rollend materieel overeenkomstig de toegangsregels in de zin van artikel 20, lid 1, en informeren zij personen met een handicap en personen met beperkte mobiliteit over de faciliteiten aan boord.

Amendement    92

Voorstel voor een verordening

Artikel 21 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Wanneer een spoorwegonderneming, een verkoper van vervoersbewijzen of touroperator gebruik maakt van de afwijking uit hoofde van artikel 20, lid 2, stelt zij of hij op verzoek de betrokken persoon met een handicap of persoon met beperkte mobiliteit binnen vijf werkdagen na de weigering van de boeking of het vervoersbewijs, dan wel het opleggen van de voorwaarde van begeleiding, schriftelijk in kennis van de redenen daarvoor. De spoorwegonderneming, verkoper van vervoersbewijzen of touroperator doet redelijke inspanningen om een alternatieve vervoersoptie voor te stellen aan de persoon in kwestie, rekening houdende met zijn of haar behoeften inzake toegankelijkheid.

2.  Wanneer een spoorwegonderneming, een verkoper van vervoersbewijzen of touroperator gebruik maakt van de afwijking uit hoofde van artikel 20, lid 2, stelt zij of hij op verzoek de betrokken persoon met een handicap of persoon met beperkte mobiliteit binnen vijf werkdagen na de weigering van de boeking of het vervoersbewijs, dan wel het opleggen van de voorwaarde van begeleiding, schriftelijk in kennis van de redenen daarvoor. De spoorwegonderneming, verkoper van vervoersbewijzen of touroperator stelt een alternatieve vervoersoptie voor aan de persoon in kwestie, rekening houdende met zijn of haar behoeften inzake toegankelijkheid.

Amendement    93

Voorstel voor een verordening

Artikel 22 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Bij vertrek, overstap of aankomst op een bemand spoorwegstation van een persoon met een handicap of persoon met beperkte mobiliteit verleent de stationbeheerder of de spoorwegonderneming of beide gratis bijstand op zodanige wijze dat de persoon, onverminderd de toegangsregels die zijn vastgelegd in artikel 20, lid 1, kan instappen of uitstappen van de dienst waarvoor hij een vervoersbewijs heeft gekocht.

1.  Bij vertrek, overstap of aankomst op een bemand spoorwegstation van een persoon met een handicap of persoon met beperkte mobiliteit verleent de stationbeheerder of de spoorwegonderneming of beide gratis bijstand op zodanige wijze dat de persoon, onverminderd de toegangsregels die zijn vastgelegd in artikel 20, lid 1, kan instappen of uitstappen van de dienst waarvoor hij een vervoersbewijs heeft gekocht. Voor de boeking van bijstand mogen nooit extra kosten worden aangerekend, ongeacht het gebruikte communicatiekanaal.

Amendement    94

Voorstel voor een verordening

Artikel 22 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Wanneer er geen personeel in het station is, leveren spoorwegondernemingen en stationbeheerders alle redelijke inspanningen opdat gehandicapte personen en personen met beperkte mobiliteit met de trein kunnen reizen.

2.  Wanneer er geen treinpersoneel aan boord is of er geen personeel in het station is, leveren spoorwegondernemingen en stationbeheerders alle redelijke inspanningen opdat personen met een handicap en personen met beperkte mobiliteit met de trein kunnen reizen, overeenkomstig de toegankelijkheidseisen van Richtlijn XXX [Europese Toegankelijkheidswet] en Verordening (EU) nr. 454/2011.

Amendement    95

Voorstel voor een verordening

Artikel 22 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  In onbemande station zorgen de spoorwegonderneming en de stationbeheerder ervoor dat gemakkelijk beschikbare informatie, in toegankelijke formaten, overeenkomstig de toegankelijkheidseisen van Richtlijn XXX, met betrekking tot de dichtstbijzijnde bemande stations en direct beschikbare bijstand ten behoeve van personen met een handicap en personen met een beperkte mobiliteit beschikbaar wordt gesteld overeenkomstig de in artikel 20, lid 1, bedoelde toegangsregels.

3.  In onbemande stations zorgen de spoorwegonderneming en de stationbeheerder ervoor dat gemakkelijk beschikbare informatie, in toegankelijke formaten, overeenkomstig de toegankelijkheidseisen van Richtlijn XXX en Verordening (EU) nr. 1300/2014, met betrekking tot de dichtstbijzijnde bemande stations en direct beschikbare bijstand ten behoeve van personen met een handicap en personen met een beperkte mobiliteit beschikbaar wordt gesteld overeenkomstig de in artikel 20, lid 1, bedoelde toegangsregels.

Amendement    96

Voorstel voor een verordening

Artikel 22 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Te allen tijde wanneer spoordiensten worden geëxploiteerd, moet bijstand beschikbaar zijn in stations.

Schrappen

Amendement    97

Voorstel voor een verordening

Artikel 23 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(2)  Indien zich geen begeleidend personeel aan boord van een trein bevindt, doen spoorwegondernemingen redelijke inspanningen om personen met een handicap of personen met beperkte mobiliteit de mogelijkheid te bieden de trein te nemen.

(2)  Indien zich geen begeleidend personeel aan boord van een trein bevindt, bieden spoorwegondernemingen personen met een handicap of personen met beperkte mobiliteit niettemin de mogelijkheid de trein te nemen.

Amendement    98

Voorstel voor een verordening

Artikel 23 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(3)  Voor de toepassing van dit artikel wordt onder bijstand aan boord verstaan alle redelijke inspanningen om bijstand te verlenen aan een persoon met een handicap of persoon met beperkte mobiliteit om die persoon in staat te stellen toegang tot dezelfde diensten in de trein te hebben als de andere reizigers, indien de mate van de handicap of de beperkte mobiliteit van de persoon hem belet onafhankelijk en veilig toegang tot die diensten te hebben.

(3)  Aan een persoon met een handicap of persoon met beperkte mobiliteit moet bijstand worden verleend om die persoon in staat te stellen toegang tot dezelfde diensten in de trein te hebben als de andere reizigers, indien de mate van de handicap of de beperkte mobiliteit van de persoon hem belet onafhankelijk en veilig toegang tot die diensten te hebben.

Amendement    99

Voorstel voor een verordening

Artikel 23 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Te allen tijde wanneer spoordiensten worden geëxploiteerd, moet bijstand beschikbaar zijn aan boord van treinen.

Schrappen

Amendement    100

Voorstel voor een verordening

Artikel 24 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Spoorwegondernemingen, stationbeheerders, verkopers van vervoersbewijzen en touroperators werken samen om bijstand te verlenen aan personen met een handicap en personen met beperkte mobiliteit overeenkomstig de artikelen 20 en 21 alsmede de volgende punten:

Spoorwegondernemingen, stationbeheerders, verkopers van vervoersbewijzen en touroperators werken samen om kosteloos bijstand te verlenen aan personen met een handicap en personen met beperkte mobiliteit overeenkomstig de artikelen 20 en 21 alsmede de volgende punten:

Amendement    101

Voorstel voor een verordening

Artikel 24 – alinea 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  de bijstand wordt verleend op voorwaarde dat de spoorwegonderneming, de stationbeheerder, de verkoper van vervoersbewijzen of de touroperator waarbij het vervoersbewijs is gekocht, ten minste 48 uur voordat de bijstand nodig is, in kennis wordt gesteld van de behoefte van de persoon aan deze bijstand. Wanneer een vervoersbewijs of abonnement recht geeft op meerdere reizen is één kennisgeving voldoende, mits er adequate informatie over de tijdstippen van de vervolgreizen wordt verstrekt. Dergelijke kennisgevingen worden doorgestuurd naar alle andere spoorwegondernemingen en stationbeheerders die betrokken zijn bij de reis van de persoon in kwestie;

(a)  de bijstand in stations wordt verleend gedurende de werktijden van de spoorwegdiensten op voorwaarde dat de spoorwegonderneming, de stationbeheerder, de verkoper van vervoersbewijzen of de touroperator waarbij het vervoersbewijs is gekocht, ten minste 12 uur voordat de bijstand nodig is, in kennis wordt gesteld van de behoefte van de persoon aan deze bijstand. Voor stations die dagelijks meer dan 10 000 reizigers ontvangen is geen voorafgaande kennisgeving vereist; de persoon die bijstand nodig heeft moet evenwel minstens 30 minuten vóór het vertrek van de trein op het betreffende station aanwezig zijn. Voor stations die dagelijks tussen 2 000 en 10 000 reizigers ontvangen, wordt de termijn voor deze kennisgeving herleid tot maximaal 3 uur. Wanneer een vervoersbewijs of abonnement recht geeft op meerdere reizen is één kennisgeving voldoende, mits er adequate informatie over de tijdstippen van de vervolgreizen wordt verstrekt. Dergelijke kennisgevingen worden doorgestuurd naar alle andere spoorwegondernemingen en stationbeheerders die betrokken zijn bij de reis van de persoon in kwestie;

Amendement    102

Voorstel voor een verordening

Artikel 24 – alinea 1 – letter e

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(e)  er wordt bijstand verleend op voorwaarde dat de persoon met een handicap of de persoon met beperkte mobiliteit zich meldt bij het aangewezen punt op een door de dergelijke bijstand verlenende spoorwegonderneming of stationbeheerder meegedeeld tijdstip. Het meegedeelde tijdstip mag niet eerder zijn dan 60 minuten voor de bekendgemaakte vertrektijd dan wel het tijdstip waarop alle reizigers worden verzocht aan boord te gaan.Indien geen tijdstip is meegedeeld waarop de persoon met een handicap of de persoon met beperkte mobiliteit zich moet melden, meldt de persoon zich op het aangewezen punt, uiterlijk 30 minuten voor de bekendgemaakte vertrektijd dan wel het tijdstip waarop alle reizigers worden verzocht aan boord te gaan.

(e)  er wordt bijstand verleend op voorwaarde dat de persoon met een handicap of de persoon met beperkte mobiliteit zich meldt bij het aangewezen punt op een door de dergelijke bijstand verlenende spoorwegonderneming of stationbeheerder meegedeeld tijdstip. Het meegedeelde tijdstip mag niet eerder zijn dan 60 minuten voor de bekendgemaakte vertrektijd dan wel het tijdstip waarop alle reizigers worden verzocht aan boord te gaan.

Amendement    103

Voorstel voor een verordening

Artikel 25 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Wanneer spoorwegondernemingen en stationbeheerders verlies of beschadiging van rolstoelen, andere mobiliteitsapparatuur of hulpmiddelen en assistentiehonden van personen met een handicap en personen met beperkte mobiliteit veroorzaken, zijn zij aansprakelijk voor dat verlies of die beschadiging en moeten zij daar een vergoeding voor betalen.

1.  Wanneer spoorwegondernemingen en stationbeheerders verlies of beschadiging van rolstoelen, andere mobiliteitsapparatuur of hulpmiddelen en gecertificeerde assistentiedieren van personen met een handicap en personen met beperkte mobiliteit veroorzaken, zijn zij aansprakelijk voor dat verlies of die beschadiging en moeten zij daar zo spoedig mogelijk een vergoeding voor betalen.

Amendement    104

Voorstel voor een verordening

Artikel 25 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De in lid 1 vermelde vergoeding is gelijk aan de kosten van de vervanging of herstelling van de verloren of beschadigde apparatuur of hulpmiddelen.

2.  De in lid 1 vermelde vergoeding wordt spoedig betaald en is gelijk aan de volledige kosten van de vervanging volgens de huidige waarde of de volledige kosten van herstelling van de rolstoel of de verloren of beschadigde apparatuur of hulpmiddelen, of van het verlies of de verwonding van het gecertificeerde assistentiedier. De vergoeding dekt tevens de kosten voor tijdelijke vervanging in geval van herstelling, wanneer die kosten door de reiziger worden gedragen.

Amendement    105

Voorstel voor een verordening

Artikel 26 – alinea 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  ervoor zorgen dat alle personeelsleden, met inbegrip van het personeel dat in dienst is bij een andere dienstverlenende partij die rechtstreeks bijstand verleent aan personen met een handicap en personen met beperkte mobiliteit, weten hoe zij moeten voldoen aan de behoeften van personen met een handicap en personen met beperkte mobiliteit, met inbegrip van personen met een mentale of intellectuele beperking;

(a)  ervoor zorgen dat alle personeelsleden, met inbegrip van het personeel dat in dienst is bij een andere dienstverlenende partij die rechtstreeks bijstand verleent aan personen met een handicap en personen met beperkte mobiliteit, een handicapgerelateerde opleiding krijgen zodat zij weten hoe zij moeten voldoen aan de behoeften van personen met een handicap en personen met beperkte mobiliteit, met inbegrip van personen met een mentale of intellectuele beperking;

Amendement    106

Voorstel voor een verordening

Artikel 26 – alinea 1 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(c)  ervoor zorgen dat alle nieuwe werknemers bij de indienstname een handicapgerelateerde opleiding krijgen en dat hun personeelsleden regelmatig opfriscursussen volgen;

(c)  ervoor zorgen dat alle nieuwe werknemers die rechtstreeks met reizigers zullen omgaan, bij de indienstname een introductie krijgen over handicapgerelateerde problemen voor reizigers en de spoorwegonderneming, en dat de werknemers die rechtstreekse bijstand verlenen aan reizigers met beperkte mobiliteit, een handicapgerelateerde opleiding krijgen en regelmatig opfriscursussen volgen;

Amendement    107

Voorstel voor een verordening

Artikel 26 – alinea 1 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(d)  de verzoeken van werknemers met een handicap, reizigers met een handicap, reizigers met beperkte mobiliteit en/of organisaties die deze personen vertegenwoordigen, om deel te nemen aan de opleidingen, aanvaarden.

(d)  de deelname aan de opleidingen van werknemers met een handicap kunnen aanvaarden, en de deelname van reizigers met een handicap en reizigers met beperkte mobiliteit en/of van organisaties die deze personen vertegenwoordigen, overwegen.

Amendement    108

Voorstel voor een verordening

Artikel 28 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Alle spoorwegondernemingen, verkopers van vervoersbewijzen, stationbeheerders en infrastructuurbeheerders van stations met gemiddeld meer dan 10 000 passagiers per dag gedurende een jaar zetten elk voor hun respectief verantwoordelijkheidsgebied een klachtenbehandelingsmechanisme op voor de onder deze verordening vallende rechten en verplichtingen. Zij maken hun contactgegevens en werktaal/talen op grote schaal bekend aan de reizigers.

1.  Alle spoorwegondernemingen, verkopers van vervoersbewijzen en stationbeheerders zetten voor hun respectief verantwoordelijkheidsgebied een klachtenbehandelingsmechanisme op voor de onder deze verordening vallende rechten en verplichtingen. Zij maken hun contactgegevens en werktaal/talen op grote schaal bekend aan de reizigers. Reizigers moeten een klacht kunnen indienen in de officiële taal of talen van de lidstaat waar de betrokken spoorwegonderneming, de verkoper van vervoersbewijzen en de stationbeheerder zijn gevestigd, en in ieder geval in het Engels.

Amendement    109

Voorstel voor een verordening

Artikel 28 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Reizigers kunnen een klacht indienen bij elke van de betrokken spoorwegondernemingen, verkoper van vervoersbewijzen, stationsbeheerders of infrastructuurbeheerders. Een klacht moeten worden ingediend binnen zes maanden na het incident dat het voorwerp vormt van de klacht. Degene aan wie de klacht is gericht, geeft binnen één maand na ontvangst van de klacht een gemotiveerd antwoord of deelt, in gerechtvaardigde gevallen, de reiziger mee op welke datum binnen een termijn van minder dan drie maanden na ontvangst van de klacht uiterlijk een antwoord kan worden verwacht. Spoorwegondernemingen, verkopers van vervoersbewijzen, stationbeheerders en infrastructuurbeheerders houden de gegevens over het incident die nodig zijn om de klacht te beoordelen, twee jaar bij en stellen ze op verzoek ter beschikking van de nationale handhavingsinstanties.

2.  Reizigers kunnen een klacht indienen bij elk van de betrokken spoorwegondernemingen, verkopers van vervoersbewijzen of stationbeheerders. Een klacht moet worden ingediend binnen zes maanden na het incident dat het voorwerp vormt van de klacht. Degene aan wie de klacht is gericht, geeft binnen één maand na ontvangst van de klacht een gemotiveerd antwoord of deelt, in gerechtvaardigde gevallen, de reiziger mee dat hij binnen een termijn van minder dan drie maanden na ontvangst van de klacht een antwoord zal ontvangen.

Amendement    110

Voorstel voor een verordening

Artikel 28 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Nadere informatie over de procedure voor de behandeling van klachten moet toegankelijk zijn voor personen met een handicap en personen met beperkte mobiliteit.

3.  Nadere informatie over de procedure voor de behandeling van klachten moet gemakkelijk beschikbaar zijn voor de reizigers en toegankelijk zijn voor personen met een handicap en personen met beperkte mobiliteit. Deze informatie wordt op verzoek beschikbaar gesteld in de officiële taal of talen van de lidstaat waar de spoorwegonderneming gevestigd is.

Amendement    111

Voorstel voor een verordening

Artikel 28 – lid 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4 bis.  De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast voor de opstelling van een gestandaardiseerd EU‑klachtenformulier dat reizigers kunnen gebruiken om overeenkomstig deze verordening een vergoeding aan te vragen. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 37 bis, lid 2, bedoelde raadplegingsprocedure.

Amendement    112

Voorstel voor een verordening

Artikel 29 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  Spoorwegondernemingen en stationbeheerders werken actief samen met organisaties die personen met een handicap vertegenwoordigen om vervoersdiensten toegankelijker te maken.

Amendement    113

Voorstel voor een verordening

Artikel 30 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Bij de verkoop van vervoersbewijzen voor treinreizen brengen de spoorwegondernemingen, stationbeheerders, verkopers van vervoersbewijzen en touroperators de reizigers op de hoogte van de rechten en verplichtingen die zij hebben krachtens deze verordening. Teneinde aan deze informatievereiste te voldoen kunnen zij gebruikmaken van een door de Commissie in alle officiële talen van de Unie voorbereide samenvatting van deze verordening die hen ter beschikking wordt gesteld. Bovendien vermelden zij op het vervoersbewijs, op papier of in elektronisch formaat of aan de hand van andere middelen, met inbegrip van toegankelijke formaten voor personen met een handicap en personen met beperkte mobiliteit overeenkomstig de eisen die zijn vastgesteld in Richtlijn XXX. In deze vermelding is aangegeven waar dergelijke informatie kan worden verkregen in het geval van annulering, gemiste aansluiting of langdurige vertraging.

1.  Bij de verkoop van vervoersbewijzen voor treinreizen brengen de spoorwegondernemingen, stationbeheerders, verkopers van vervoersbewijzen en touroperators de reizigers op de hoogte van de rechten en verplichtingen die zij hebben krachtens deze verordening. Teneinde aan deze informatievereiste te voldoen kunnen zij gebruikmaken van een door de Commissie in alle officiële talen van de Unie voorbereide samenvatting van deze verordening die hen ter beschikking wordt gesteld. Bovendien verstrekken zij informatie, op papier of in elektronisch formaat of aan de hand van andere middelen, met inbegrip van toegankelijke formaten voor personen met een handicap en personen met beperkte mobiliteit overeenkomstig de eisen die zijn vastgesteld in Verordening (EU) nr. 1300/2014 waarin is bepaald waar dergelijke informatie kan worden verkregen in het geval van annulering, gemiste aansluiting of langdurige vertraging.

Amendement    114

Voorstel voor een verordening

Artikel 30 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Spoorwegondernemingen en stationbeheerders zorgen ervoor dat de reizigers op aangepaste wijze, met inbegrip van toegankelijke formaten overeenkomstig de toegankelijkheidseisen van Richtlijn XXX, in het station en in de trein informatie krijgen over hun rechten en plichten uit hoofde van deze verordening en over de contactgegevens van de krachtens artikel 31 door de lidstaten aangewezen instantie of instanties.

2.  Spoorwegondernemingen en stationbeheerders zorgen ervoor dat de reizigers op aangepaste wijze, met inbegrip van toegankelijke formaten overeenkomstig de toegankelijkheidseisen van Verordening (EU) nr. 1300/2014, in het station, in de trein en op hun website informatie krijgen over hun rechten en plichten uit hoofde van deze verordening en over de contactgegevens van de krachtens artikel 31 door de lidstaten aangewezen instantie of instanties.

Amendement    115

Voorstel voor een verordening

Artikel 31 – alinea 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten stellen de Commissie in kennis van de in overeenstemming met dit artikel aangestelde instantie(s) alsook van haar/hun respectieve verantwoordelijkheden.

De lidstaten stellen de Commissie in kennis van de in overeenstemming met dit artikel aangestelde instantie(s) alsook van haar/hun respectieve verantwoordelijkheden, en publiceren deze informatie op een daarvoor geschikte plaats op hun websites.

Amendement    116

Voorstel voor een verordening

Artikel 32 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De nationale handhavingsinstanties houden nauwgezet toezicht op de naleving van deze verordening en nemen de nodige maatregelen om te garanderen dat de rechten van passagiers worden gerespecteerd. Daartoe verstrekken spoorwegondernemingen, stationbeheerders en infrastructuurbeheerders de instanties op verzoek relevante documenten en informatie. Bij het uitvoeren van hun taken houden de instanties rekening met de informatie die bij hen wordt ingediend door het orgaan dat uit hoofde van artikel 33 is aangewezen om klachten te behandelen, als dit een ander orgaan is. Zij kunnen ook beslissen handhavingsmaatregelen te nemen op basis van individuele klachten die door dit orgaan worden doorgestuurd.

1.  De nationale handhavingsinstanties houden nauwgezet toezicht op de naleving van deze verordening en nemen de nodige maatregelen om te garanderen dat de rechten van passagiers worden gerespecteerd. Daartoe verstrekken spoorwegondernemingen, stationbeheerders en infrastructuurbeheerders onverwijld en in elk geval binnen een maand de instanties op verzoek relevante documenten en informatie. Bij het uitvoeren van hun taken houden de instanties rekening met de informatie die bij hen wordt ingediend door het orgaan dat uit hoofde van artikel 33 is aangewezen om klachten te behandelen, als dit een ander orgaan is. De lidstaten zorgen ervoor dat de nationale handhavings- en klachtenbehandelingsinstanties over voldoende bevoegdheden en middelen beschikken om op passende en doeltreffende wijze de individuele klachten van reizigers uit hoofde van deze verordening te handhaven.

Amendement    117

Voorstel voor een verordening

Artikel 32 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De nationale handhavingsinstanties publiceren elk jaar, uiterlijk eind april van het volgende kalenderjaar, statistieken over hun activiteiten, met inbegrip van de opgelegde sancties.

2.  De nationale handhavingsinstanties publiceren elk jaar verslagen met gedetailleerde gegevens op hun website over het aantal en het type klachten dat zij hebben ontvangen en de resultaten van hun handhavingsmaatregelen, met inbegrip van de door hen opgelegde sancties. Dit gebeurt elk jaar uiterlijk op 1 april van het daaropvolgende jaar. Deze verslagen worden bovendien op de website van het Spoorwegbureau van de Europese Unie ter beschikking gesteld.

Amendement    118

Voorstel voor een verordening

Artikel 32 – lid 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 bis.  De nationale handhavingsinstanties voeren, in samenwerking met organisaties van personen met een handicap en personen met beperkte mobiliteit, regelmatig audits uit van de in overeenstemming met deze verordening verleende bijstandsdiensten en publiceren de resultaten in toegankelijke en algemeen gebruikte formaten.

Amendement    119

Voorstel voor een verordening

Artikel 33 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Onverminderd de rechten van consumenten om een beroep te doen op alternatieve geschillenbeslechtingsmechanismen overeenkomstig Richtlijn 2013/11/EU van het Europees Parlement en de Raad32, kan de passagier, na zonder succes een klacht te hebben ingediend bij de spoorwegonderneming, verkoper van vervoersbewijzen, stationbeheerder of infrastructuurbeheerder overeenkomstig artikel 28, een klacht indienen bij een handhavingsinstantie. De handhavingsinstanties delen de klagers mee dat zij het recht hebben klacht in te dienen bij een orgaan voor alternatieve geschillenbeslechting, teneinde individueel verhaal te halen.

1.  Onverminderd de rechten van consumenten om een beroep te doen op alternatieve geschillenbeslechtingsmechanismen overeenkomstig Richtlijn 2013/11/EU van het Europees Parlement en de Raad32, kan de passagier, na zonder succes een klacht te hebben ingediend bij de spoorwegonderneming, stationbeheerder of infrastructuurbeheerder overeenkomstig artikel 28 een klacht indienen bij een handhavingsinstantie. De handhavingsinstanties delen de klagers mee dat zij het recht hebben een klacht in te dienen bij een orgaan voor alternatieve geschillenbeslechting, teneinde individueel verhaal te halen. De lidstaten zorgen ervoor dat handhavings- of klachtenbehandelingsinstanties zijn erkend voor alternatieve geschillenbeslechting overeenkomstig Richtlijn 2013/11/EU, en dat wanneer reizigers een beroep wensen te doen op alternatieve geschillenbeslechtingsmechanismen, de betrokken spoorwegonderneming, verkoper van vervoersbewijzen, stationbeheerder of infrastructuurbeheerder verplicht moet deelnemen en het resultaat voor hem bindend en daadwerkelijk afdwingbaar is.

_________________

_________________

32 Richtlijn 2013/11/EU van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2013 betreffende alternatieve beslechting van consumentengeschillen en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2006/2004 en Richtlijn 2009/22/EG (PB L 165 van 18.6.2013, blz. 63).

32 Richtlijn 2013/11/EU van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2013 betreffende alternatieve beslechting van consumentengeschillen en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2006/2004 en Richtlijn 2009/22/EG (PB L 165 van 18.6.2013, blz. 63).

Amendement    120

Voorstel voor een verordening

Artikel 33 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Elke passagier kan bij de nationale handhavingsinstantie of elk ander orgaan dat daartoe door een lidstaat is aangewezen klacht indienen over een vermeende inbreuk tegen deze verordening.

2.  Elke passagier kan bij de nationale handhavingsinstantie of elk ander orgaan dat daartoe door een lidstaat is aangewezen klacht indienen over een vermeende inbreuk tegen deze verordening. Ook organisaties die bepaalde groepen passagiers vertegenwoordigen, kunnen een klacht indienen.

Amendement    121

Voorstel voor een verordening

Artikel 33 – lid 3 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Het orgaan bevestigt de ontvangst van de klacht binnen twee weken na ontvangst ervan. De procedure voor de behandeling van klachten duurt maximum drie maanden. In complexe gevallen kan het orgaan, naar eigen oordeel, deze periode verlengen tot zes maanden. In dat geval stelt het de passagier in kennis van de redenen voor de verlenging en van de tijd die naar verwachting nodig zal zijn om de procedure af te ronden. Alleen gevallen die juridische procedures inhouden, mogen langer dan zes maanden duren. Als het orgaan ook een orgaan voor alternatieve geschillenbeslechting is in de zin van Richtlijn 2013/11/EU, gelden de in die richtlijn vastgestelde termijnen.

Het orgaan bevestigt de ontvangst van de klacht binnen twee weken na ontvangst ervan. De procedure voor de behandeling van klachten duurt maximum drie maanden. In complexe gevallen kan het orgaan, naar eigen oordeel, deze periode verlengen tot zes maanden. In dat geval stelt het de passagier of de organisatie die de passagiers vertegenwoordigt, in kennis van de redenen voor de verlenging en van de tijd die naar verwachting nodig zal zijn om de procedure af te ronden. Alleen gevallen die juridische procedures inhouden, mogen langer dan zes maanden duren. Als het orgaan ook een orgaan voor alternatieve geschillenbeslechting is in de zin van Richtlijn 2013/11/EU, gelden de in die richtlijn vastgestelde termijnen en kan, indien alle betrokken partijen akkoord gaan, onlinegeschillenbeslechting in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 524/2013/EU1 bis ter beschikking worden gesteld.

 

_________________

 

1 bis Verordening (EU) nr. 524/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2013 betreffende onlinebeslechting van consumentengeschillen en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2006/2004 en Richtlijn 2009/22/EG (PB L 165 van 18.6.2013, blz. 1).

Amendement    122

Voorstel voor een verordening

Artikel 33 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 33 bis

 

Onafhankelijke bemiddelingsorganen

 

De lidstaten zetten goed uitgeruste onafhankelijke bemiddelingsorganen op die gemakkelijk toegankelijk en betaalbaar zijn voor reizigers in geval van conflicten met spoorwegondernemingen en verkopers van vervoersbewijzen over de handhaving van hun rechten.

Amendement    123

Voorstel voor een verordening

Artikel 35 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De lidstaten stellen de regels vast betreffende de sancties die van toepassing zijn op schendingen van deze verordening en nemen alle maatregelen die nodig zijn om ervoor te zorgen dat de bepalingen worden uitgevoerd. De vastgestelde sancties moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn. De lidstaten doen van deze bepalingen kennisgeving aan de Commissie en stellen de Commissie onverwijld in kennis van elke daaropvolgende wijziging die op deze bepalingen van invloed is.

1.  De lidstaten stellen de regels vast betreffende de sancties die van toepassing zijn op schendingen van deze verordening en nemen alle maatregelen die nodig zijn om ervoor te zorgen dat de bepalingen worden uitgevoerd. De vastgestelde sancties moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn en moeten onder meer minstens een minimumboete of een percentage van de jaaromzet van de betreffende onderneming of organisatie omvatten, afhankelijk van wat het hoogste is. De lidstaten doen van deze bepalingen kennisgeving aan de Commissie en stellen de Commissie onverwijld in kennis van elke daaropvolgende wijziging die op deze bepalingen van invloed is.

Amendement    124

Voorstel voor een verordening

Artikel 37 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 37 bis

 

Comitéprocedure

 

1.  De Commissie wordt bijgestaan door een comité. Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.

 

2.  Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 4 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.

Amendement    125

Voorstel voor een verordening

Bijlage II – deel I – streepje 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

-  Dienstregelingen en voorwaarden betreffende de laagste tarieven

-  Dienstregelingen en voorwaarden betreffende alle beschikbare tarieven, inclusief de laagste tarieven

Amendement    126

Voorstel voor een verordening

Bijlage II – deel I – streepje 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

-  Toegangsvoorwaarden voor fietsen

-  Toegangsregelingen voor fietsen

Amendement    127

Voorstel voor een verordening

Bijlage II – deel I – streepje 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

-  Beschikbaarheid van zitplaatsen in rook- en niet-rokerscoupés, eerste en tweede klas en couchettes en slaapwagens

-  Beschikbaarheid van zitplaatsen voor alle toepasselijke tarieven in niet-rokerscoupés (en, indien van toepassing, rokerscoupés), eerste en tweede klas en couchettes en slaapwagens

Amendement    128

Voorstel voor een verordening

Bijlage II – deel I – streepje 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

-  Activiteiten die de diensten kunnen verstoren of vertragen

-  Storingen en vertragingen (gepland en in realtime)

Amendement    129

Voorstel voor een verordening

Bijlage II – deel I – streepje 8

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

-  Beschikbaarheid van diensten aan boord

-  Beschikbaarheid van diensten aan boord, met inbegrip van wifi en toiletten

Amendement    130

Voorstel voor een verordening

Bijlage II – deel II – streepje 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

-  Diensten aan boord

-  Diensten aan boord, met inbegrip van wifi

Amendement    131

Voorstel voor een verordening

Bijlage II – deel II – streepje 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

-  Vertragingen

-  Storingen en vertragingen (gepland en in realtime)

Amendement    132

Voorstel voor een verordening

Bijlage III – deel I – paragraaf 2 – punt 1 – letter a – punt iii – streepje 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

-  percentage vertragingen tussen 60 en 119 minuten;

-  percentage vertragingen tussen 91 en 120 minuten;

Amendement    133

Voorstel voor een verordening

Bijlage III – deel I – paragraaf 2 – punt 2 – streepje 1 – punt vii

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(vii)  verstrekking van nuttige informatie tijdens de volledige reis;

(vii)  verstrekking van nuttige informatie tijdens de volledige reis, met inbegrip van informatie over wifi en andere diensten aan boord;

Amendement    134

Voorstel voor een verordening

Bijlage III – deel II – paragraaf 1 – punt 4 – streepje 1 – punt vii

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(vii)  toegankelijkheid van het station en de stationsfaciliteiten.

(vii)  toegankelijkheid van het station en de stationsfaciliteiten, met inbegrip van traploze toegangen voor personen en bagage, roltrappen en liften;

Amendement    135

Voorstel voor een verordening

Bijlage IV – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

In complexe gevallen, bijvoorbeeld in het geval van meerdere claims of exploitanten, grensoverschrijdende reizen of ongevallen op het grondgebied van een andere lidstaat dan die welke de vergunning van de onderneming heeft afgegeven, werken de nationale handhavingsinstanties samen om een "leidende" instantie aan te wijzen, die optreedt als enig contactpunt voor de passagiers, met name als het onduidelijk is welke nationale handhavingsinstantie bevoegd is of als dit de oplossing voor de klacht vergemakkelijkt of bespoedigt. Alle betrokken nationale handhavingsinstanties werken samen om een oplossing voor de klacht te faciliteren (ook door informatie uit te wisselen, te helpen met de vertaling van documenten en informatie over de omstandigheden van incidenten te verstrekken). Aan de passagiers wordt meegedeeld welke instantie optreedt als "leidende" instantie.

In complexe gevallen, bijvoorbeeld in het geval van meerdere claims of exploitanten, grensoverschrijdende reizen of ongevallen op het grondgebied van een andere lidstaat dan die welke de vergunning van de onderneming heeft afgegeven, werken de nationale handhavingsinstanties samen om een "leidende" instantie aan te wijzen, die optreedt als enig contactpunt voor de passagiers, met name als het onduidelijk is welke nationale handhavingsinstantie bevoegd is of als dit de oplossing voor de klacht vergemakkelijkt of bespoedigt. Alle betrokken nationale handhavingsinstanties werken samen om een oplossing voor de klacht te faciliteren (ook door informatie uit te wisselen, te helpen met de vertaling van documenten en informatie over de omstandigheden van incidenten te verstrekken). Aan de passagiers wordt meegedeeld welke instantie optreedt als "leidende" instantie. Daarnaast waarborgen de nationale handhavingsinstanties in alle gevallen naleving van Verordening (EU) 2017/23941 bis van het Europees Parlement en de Raad.

 

_________________

 

1 bis Verordening (EU) 2017/2394 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2017 betreffende samenwerking tussen de nationale autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor handhaving van de wetgeving inzake consumentenbescherming en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 2006/2004 (PB L 345 van 27.12.2017, blz. 1).

(1)

PB C 197 van 8.6.2018, blz. 66.

(2)

PB C 77 van 28.3.2002, blz. 1.


TOELICHTING

Inleiding

De spoorwegsector heeft sinds 1991 grote veranderingen doorgemaakt, toen het eerste wetgevingsvoorstel op EU-niveau werd gepubliceerd(1). Sindsdien zijn we getuige geweest van de volledige herstructurering van de zogenaamde gevestigde exploitanten, de opkomst van nieuwe marktdeelnemers en de gedeeltelijke tenuitvoerlegging van een echte gezamenlijke EU-spoorwegruimte, gebaseerd op gemeenschappelijke technische en administratieve normen. Een groot aantal zaken dient echter nog steeds te worden voltooid, waaronder de migratie van nieuwe technologieën zoals het Europees beheersysteem voor het spoorverkeer (ERTMS).

Een van de belangrijkste verwezenlijkingen in de spoorwegsector is de oprichting van een rechtskader voor de bescherming van de rechten van reizigers, als onderdeel van een breder EU-beleid ten aanzien van consumentenrechten. In haar uitvoeringsverslag(2) erkende de Commissie dat Verordening (EG) nr. 1371/2007 betreffende de rechten en verplichtingen van reizigers in het treinverkeer door de sector correct is toegepast. Verschillende lidstaten verlenen echter, in volledige overeenstemming met deze verordening, vrijstellingen voor sommige artikelen van de verordening vanwege een gebrek aan financiële middelen om verwaarloosde spoorweginfrastructuur of verouderd rollend materieel te moderniseren. Dergelijke vrijstellingen zouden echter vanaf december 2024 niet meer mogelijk zijn. De rechten van reizigers in het treinverkeer zullen daarom weldra in alle EU-lidstaten op gelijke wijze worden gewaarborgd.

Ondanks enkele vereiste en voortdurende verbeteringen zou moeten worden benadrukt dat het EU-spoorwegsysteem, vergeleken met tal van andere landen in de wereld, tot de meest efficiënte, moderne en consumentvriendelijke behoort. Uw rapporteur is desalniettemin van mening dat de spoorwegsector zou moeten blijven streven naar verbeteringen en modernisering, ook ter bescherming van reizigers in het treinverkeer.

Deze herschikking biedt een impuls om het EU-spoorwegsysteem verder te verbeteren en een nog duidelijker kader te scheppen voor de relatie tussen vervoerders en klanten.

Uw rapporteur is daarom ingenomen met het voorstel van de Commissie, in het bijzonder ten aanzien van de verlening van bijstand aan personen met beperkte mobiliteit of met een handicap en van vergoeding in geval van reisonderbrekingen.

Uw rapporteur is van mening dat het essentieel is een kader met afdwingbare rechten tot stand te brengen dat enerzijds meer lidstaten aanmoedigt om bestaande EU-wetgeving ten uitvoer te leggen en anderzijds klanten op een meer samenhangende wijze beschermt, waarbij rekening wordt gehouden met het feit dat reizen met de trein betaalbaar zou moeten blijven en steeds toegankelijker zou moeten worden voor personen met beperkte mobiliteit.

Uw rapporteur wijst erop dat de spoorwegsector, om concurrerend te zijn, uitstekende en moderne diensten dient te verlenen aan klanten tegen een betaalbare prijs. Het is namelijk van cruciaal belang, met het oog op het waarborgen van de duurzaamheid van vervoer en sociale cohesie, dat nieuwe reizigers tot spoorvervoer worden aangetrokken. In deze context is het nodig dat spoorwegen op gelijke voet met andere vervoerswijzen opereren. Er zou sprake moeten zijn van eerlijke concurrentie! Daarom zou de fundamentele prioriteit van het vergroten van de bescherming van EU-burgers tijdens het reizen met de trein hand in hand moeten gaan met de noodzaak de administratieve last voor de spoorwegsector zo laag mogelijk te houden. Deze herschikking zou dan ook maatregelen moeten vermijden die overlappen met bestaande EU-wetgeving.

Belangrijkste punten van zorg

Toepassingsgebied

In het algemeen schaart uw rapporteur zich achter het voorstel van de Europese Commissie om de mogelijkheid voor lidstaten om vrijstellingen toe te kennen zoveel mogelijk te beperken. Internationaal passagiersvervoer per spoor tussen niet-EU-landen en EU-landen zou echter van het toepassingsgebied van deze herschikking moeten worden uitgesloten, aangezien EU-spoorwegondernemingen niet aansprakelijk zouden moeten zijn voor de staat van de spoorweginfrastructuur in niet-EU-landen of voor de prestaties van niet-EU-vervoerders waarvoor zij tractiediensten verlenen.

Wat binnenlandse langeafstandsdiensten betreft, zouden de lidstaten deze diensten na 2024 niet meer mogen vrijstellen, zoals bepaald in de bestaande verordening. Een eerdere stopzetting zou moeten worden vermeden teneinde rekening te houden met de financiering van het spoorwegsysteem in Midden- en Oost-Europa. Hier zijn de langeafstandsdiensten (afgezien van het Verenigd Koninkrijk) nog steeds deels vrijgesteld.

Bovendien wijst uw rapporteur erop dat wetgeving inzake consumentenrechten gericht zou moeten zijn op de relatie tussen de klant en de dienstverlener. In het geval van deze herschikking is dat de spoorwegonderneming, met andere woorden de vervoerder. Relaties tussen bedrijven onderling zouden door andere wetgeving, zoals de spoorwegpakketten, moeten worden aangepakt. De rapporteur nam dienovereenkomstig de termen "vereisten voor gegevensuitwisseling" (artikel 9, lid 4), de zogenaamde "noodplanning" (artikel 18, lid 6) en het "recht op verhaal" (artikel 19) over.

Toegankelijkheid

Uw rapporteur dringt ten zeerste aan op de noodzaak de toegang van het spoorvervoer voor personen met een handicap of met beperkte mobiliteit te vergemakkelijken. Treinen zouden op gelijke basis gemakkelijk toegankelijk moeten zijn voor alle EU-burgers. In dit opzicht herinnert uw rapporteur eraan dat het vierde spoorwegpakket het rechtskader heeft vastgesteld om de spoorweginfrastructuur aan personen met beperkte mobiliteit aan te passen teneinde hun de mogelijkheid te geven volledig onafhankelijk te zijn. Er zij op gewezen dat in een vergrijzende samenleving toegankelijkheid een steeds belangrijkere uitdaging voor de vervoerssector zal worden.

Uw rapporteur is daarom van mening dat de spoorwegsector alles in het werk zou moeten stellen om toegankelijke treinstations en treinen te bieden. Daarom stelt uw rapporteur voor om de toegang van personen met beperkte mobiliteit tot het volledige EU-spoorwegsysteem te waarborgen aan de hand van een zo kort mogelijke kennisgeving op voorhand van niet meer dan 24 uur. Bijstand dient, wanneer nodig, te worden verleend wanneer spoordiensten worden geëxploiteerd. Deze zou gratis moeten zijn. Nationale handhavingsinstanties dienen de kwaliteit van de toegankelijkheid van het spoorwegsysteem te auditeren teneinde gerichte verbeteringen mogelijk te maken.

Uw rapporteur erkent dat mobiliteitsapparatuur zoals rolstoelen of hulpmiddelen niet alleen essentieel zijn voor personen met beperkte mobiliteit maar ook op maat zijn gemaakt en vaak duur zijn. Daarom is het van belang dat vergoeding voor verlies of beschadiging tijdig wordt betaald en dat de volledige kosten van de vervanging gebaseerd op de werkelijke waarde in aanmerking worden genomen.

Uw rapporteur is van mening dat de opleiding van personeel cruciaal is om adequate en hoogwaardige bijstand aan personen met beperkte mobiliteit te verstrekken. Daarom stelt uw rapporteur voor dat middelen voor personeelsopleiding worden besteed aan werknemers die direct contact hebben met personen met beperkte mobiliteit of die diensten met betrekking tot personen met beperkte mobiliteit moeten verlenen. Hierdoor wordt een betere en meer gerichte opleiding mogelijk gemaakt.

Vervoersbewijzen

De toegang tot het spoorvervoer zo aantrekkelijk mogelijk maken om de verschuiving naar deze vervoerswijze te ondersteunen, zoals benadrukt in het witboek Vervoer(3), is een essentiële doelstelling voor uw rapporteur. Rechtstreekse vervoersbewijzen worden uitermate gewaardeerd door treinreizigers. De beschikbaarheid ervan is een cruciaal element om de aantrekkelijkheid van het reizen met de trein te vergroten. Uw rapporteur meent echter dat het niet aan de wetgever is om in een kader van openstelling van de markt verplichte samenwerking tussen bedrijven op het gebied van de verkoop van vervoersbewijzen op te leggen. De spoorwegsector zou op dezelfde manier als andere vervoerswijzen moeten worden behandeld. Op dezelfde wijze als de luchtvaartsector, waar geen verplichte "co‑sharing" wordt opgelegd, zouden spoorwegondernemingen vrij mogen kiezen met welke marktdeelnemers zij samenwerken, ook om intermodale concurrentie aan te zwengelen, al decennia lang een van de belangrijkste elementen van het EU-beleid.

In deze context vloeien de eerste concrete resultaten al voort uit de tenuitvoerlegging van een sectorinitiatief van spoorwegen en verkopers van vervoersbewijzen, het zogeheten "model voor volledige dienstverlening" ("full-service model"). Op www.bahn.com kan men nu bijvoorbeeld het volledige gamma van binnenlandse en internationale vervoersbewijzen van Trenitalia en ÖBB boeken, zodat reizigers een vervoersbewijs voor reizen met meerdere vervoerders van bijv. Noord-Duitsland via Oostenrijk naar Zuid-Italië in één keer kunnen boeken, betalen en ontvangen.

Uw rapporteur meent desalniettemin dat de wetgever een belangrijke rol zou moeten blijven vervullen in het waarborgen van een adequaat niveau van bescherming voor treinreizigers, met name door ervoor te zorgen dat treinreizigers naar behoren worden geïnformeerd bij de aankoop van allerlei soorten vervoersbewijzen – en aldus profijt trekken uit de in deze verordening vastgelegde vergoedings- en bijstandsregeling.

Het spoorwegsysteem is uitermate complex, niet alleen vanuit technisch oogpunt maar ook wat betreft de beveiliging en veiligheid van reizigers. Tegelijkertijd zijn spoorwegondernemingen aan het innoveren en is automatisering reeds een realiteit. Daarom zouden maatregelen die de verkoop van vervoersbewijzen via specifieke kanalen vereisen flexibel moeten zijn, bijv. door te erkennen dat de verkoop aan boord van treinen niet altijd mogelijk is, zoals reeds vermeld in artikel 9, lid 4, van de huidige verordening zelf. Daarnaast is het van cruciaal belang dat spoorwegondernemingen mogelijkheden om vervoersbewijzen via alternatieve toegankelijke kanalen te kopen, blijven aanbieden en uitbreiden.

Rol van verkopers van vervoersbewijzen en doorverkopers

Uw rapporteur acht het cruciaal onduidelijke bevoegdheden in deze verordening te vermijden en juridische duidelijkheid te waarborgen. Sommige definities in artikel 3 zijn daarom gewijzigd. De definitie van de term "touroperator" is bijvoorbeeld door uw rapporteur in overeenstemming gebracht met reeds bestaande wetgeving(4).

De kernactiviteit van verkopers van vervoersbewijzen als doorverkoper van spoorwegvervoerdiensten is de verkoop van vervoersbewijzen namens spoorwegondernemingen. In deze context heeft uw rapporteur artikel 9, lid 2, gewijzigd door verkopers van vervoersbewijzen te ontheffen van de wettelijke verplichting om voortdurend reisinformatie aan reizigers te verstrekken.

Overmacht

Sinds 2013 worden middels een arrest van het Europees Hof van Justitie spoorwegondernemingen niet vrijgesteld van hun verplichtingen om een vergoeding aan te bieden voor vertragingen die door buitengewone omstandigheden worden veroorzaakt. Uw rapporteur is van mening dat alle vervoerswijzen met buitengewone omstandigheden te maken hebben. Dit is nog belangrijker als we kijken naar multimodaliteit, waar een minimale basisreeks van beginselen voor alle vervoerswijzen zou moeten gelden, ook om een ontwrichting van de intermodale concurrentie te vermijden. In de herschikking van de Commissie wordt hier rekening mee gehouden. Buitengewone omstandigheden worden echter beperkt tot zeer slechte weersomstandigheden en grote natuurrampen, terwijl andere omstandigheden over het hoofd worden gezien die geen verband houden met de exploitatie van spoorwegen maar ernstige gevolgen kunnen hebben voor de werking van het systeem, zoals terroristische aanvallen. In artikel 17, lid 8, stelt uw rapporteur voor om de definitie van overmacht in te voeren zoals uiteengezet in artikel 32, lid 2, van bijlage I (uniforme regelen van de CIV) waaronder alle onverwachte omstandigheden vallen waarop de spoorwegondernemingen geen vat hebben.

(1)

Richtlijn 91/440 (EG)

(2)

Verslag over de toepassing van Verordening (EG) nr. 1371/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2007 betreffende de rechten en verplichtingen van reizigers in het treinverkeer, COM(2013) 587 final, 14 augustus 2013.

(3)

Witboek Vervoer 2011

(4)

Richtlijn (EU) 2015/2302 betreffende pakketreizen en gekoppelde reisarrangementen.


BIJLAGE: BRIEF VAN DE COMMISSIE JURIDISCHE ZAKEN

D(2018)14313

Karima Delli

Voorzitter van de Commissie vervoer en toerisme

ASP 04F155

Brussel

Betreft:  Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de rechten en verplichtingen van reizigers in het treinverkeer (herschikking)

COM(2017)0548 – C8-0324/2017 – 2017/0237(COD))

Geachte voorzitter,

De Commissie juridische zaken heeft bovengenoemd voorstel bestudeerd, overeenkomstig artikel 104 inzake herschikking, zoals opgenomen in het Reglement van het Europees Parlement.

Lid 3 van dat artikel luidt als volgt:

"Als de voor juridische zaken bevoegde commissie van oordeel is dat het ontwerp geen andere inhoudelijke wijzigingen bevat dan die welke als zodanig zijn aangegeven, stelt zij de bevoegde commissie hiervan in kennis.

In dat geval en onverminderd de in de artikelen 169 en 170 vastgelegde voorwaarden zijn amendementen in de ter zake bevoegde commissie alleen ontvankelijk als zij betrekking hebben op onderdelen van het ontwerp die wijzigingen bevatten.

Amendementen op ongewijzigd gebleven onderdelen van het ontwerp kunnen evenwel in uitzonderlijke en individuele gevallen door de voorzitter van de ter zake bevoegde commissie worden aanvaard indien hij van oordeel is dat dit noodzakelijk is om dwingende redenen die verband houden met de interne logica van de tekst of omdat de amendementen onlosmakelijk verbonden zijn met andere ontvankelijke amendementen. Deze redenen dienen in een schriftelijke motivering bij de amendementen te worden vermeld."

Op grond van het advies van de Adviesgroep, bestaande uit vertegenwoordigers van de juridische diensten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie, die het voorstel tot herschikking heeft onderzocht en overeenkomstig de aanbevelingen van de rapporteur voor advies, is de Commissie juridische zaken van oordeel dat het voorstel geen andere inhoudelijke wijzigingen bevat dan die welke als zodanig in het voorstel worden aangegeven en dat met betrekking tot de codificatie van de ongewijzigde bepalingen van de eerdere besluiten met die inhoudelijke wijzigingen kan worden geconstateerd dat het voorstel een loutere codificatie van de bestaande teksten behelst, zonder inhoudelijke wijzigingen.

Daarom heeft de Commissie juridische zaken tijdens haar vergadering van 27 maart 2018 met 19 stemmen voor en 0 stemmen tegen, bij 2 onthoudingen(1), besloten de bevoegde Commissie vervoer en toerisme aan te bevelen dit voorstel overeenkomstig artikel 104 te behandelen.

Hoogachtend,

Pavel Svoboda

Bijlage: Advies van de adviesgroep

(1)

Bij de stemming aanwezige leden: Max Andersson, Joëlle Bergeron, Marie-Christine Boutonnet, Kostas Chrysogonos, Pascal Durand, Rosa Estaràs Ferragut, Enrico Gasbarra, Evelyne Gebhardt, Lidia Joanna Geringer de Oedenberg, Heidi Hautala, Sylvia-Yvonne Kaufmann, António Marinho e Pinto, Emil Radev, Julia Reda, Evelyn Regner, Virginie Rozière, Pavel Svoboda, Mylène Troszczynski, Axel Voss, Rainer Wieland, Francis Zammit Dimech, Tadeusz Zwiefka, Luis de Grandes Pascual.


BIJLAGE: ADVIES VAN DE ADVIESGROEP VAN DE JURIDISCHE DIENSTEN VAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD EN DE COMMISSIE

 

 

 

 

ADVIESGROEP VAN DE

JURIDISCHE DIENSTEN

 

  Brussels 19 februari 2018

ADVIES

      AAN    HET EUROPEES PARLEMENT

          DE RAAD

          DE COMMISSIE

Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de rechten en verplichtingen van reizigers in het treinverkeer (herschikking)

COM(2017) 548 final van 27.9.2017 – 2017/0237(COD)

Gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 28 november 2001 over een systematischer gebruik van de herschikking van besluiten, en met name punt 9 daarvan, is de uit de juridische diensten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie bestaande adviesgroep op 27 oktober en 14 december 2017 en 18 januari 2018 bijeengekomen om o.a. bovengenoemd voorstel van de Commissie te behandelen.

Tijdens deze bijeenkomsten(1) heeft de adviesgroep, na bestudering van het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad voor een herschikking van Verordening (EG) nr. 1371/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2007 betreffende de rechten en verplichtingen van reizigers in het treinverkeer in onderlinge overeenstemming het volgende vastgesteld.

1. De volgende tekstdelen hadden gemarkeerd moeten worden met de grijze achtergrond die gewoonlijk wordt gebruikt om materiële wijzigingen aan te geven:

–  in overweging 10, de vervanging van de huidige verwijzing naar 'Richtlijn 2001/16/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 maart 2001 betreffende de interoperabiliteit van het conventionele trans-Europese spoorwegsysteem' door een verwijzing naar 'Verordening (EU) nr. 454/2011 van de Commissie';

–  in overweging 14, de schrapping van de woorden 'samenwerken om';

–  in overweging 15, de schrapping van het woord 'keuzevrijheid';

–  in overweging 16, de vervanging van de woorden 'teneinde ervoor te zorgen dat' door het woord 'Bovendien';

–  in punt 17 van artikel 3, de vervanging van het woord 'vervoerder' door het woord 'spoorwegonderneming';

–  de gehele tekst van artikel 6;

–  in artikel 9, lid 1, de schrapping van de initiële woorden 'Onverminderd artikel 10';

–  in artikel 9, lid 3, de schrapping van de woorden 'de behoeften van slechthorenden en/of slechtzienden';

–  in artikel 10, lid 1, de schrapping van de woorden 'voor zover beschikbaar' vóór het woord 'vervoersbewijzen', en de toevoeging van de woorden 'en, indien beschikbaar' vóór de woorden 'rechtstreekse vervoersbewijzen';

–  in artikel 10, lid 2, eerste alinea, de toevoeging van de woorden 'en 4';

–  de volledige tekst van artikel 10, lid 2, tweede alinea;

–  in artikel 17, lid 2, de toevoeging van de initiële woorden 'Lid 1 is ook van toepassing op';

–  in artikel 25, lid 1, de schrapping van de woorden 'geldt er geen financiële limiet';

–  in bijlage III, de schrapping van de huidige tekst van bijlage III van Verordening (EG) nr. 1371/2007.

2. In overweging 32 moeten de woorden 'betreffende de Europese Unie' worden toegevoegd aan het woord 'Verdrag'.

De adviesgroep heeft na bestudering van het voorstel eensgezind geconstateerd dat het voorstel geen andere inhoudelijke wijzigingen bevat dan die welke als zodanig zijn aangemerkt. Voorts heeft de adviesgroep met betrekking tot de codificatie van de ongewijzigde bepalingen van de eerdere rechtshandeling met die inhoudelijke wijzigingen geconstateerd dat het voorstel louter een codificatie van de bestaande wettekst behelst, zonder inhoudelijke wijzigingen.

F. DREXLER      H. LEGAL      L. ROMERO REQUENA

Juridisch adviseur    Juridisch adviseur    Directeur-generaal

(1)

  De adviesgroep heeft gewerkt op basis van de Engelse versie, aangezien de tekst in kwestie oorspronkelijk in deze taal gesteld was.


BIJLAGE: LIJST VAN ENTITEITEN OF PERSONENWAARVAN / VAN WIE DE RAPPORTEUR INFORMATIE HEEFT ONTVANGEN

De volgende lijst wordt op zuiver vrijwillige basis opgesteld onder de exclusieve bevoegdheid van de rapporteur. De rapporteur heeft bij de opstelling van het verslag tot het moment van goedkeuring in de commissie informatie ontvangen van de volgende entiteiten of personen:

Entity and/or person

Allianz Pro Schiene (ApS)

Allrail/Trainline

Community of European Railway (CER)

Blogger Mark SMITH (Seat61)

Deutsche Bahn (DB)

Deutscher Reiseverband

European Cyclists' Federation (ECF)

European Commission - DG MOVE

European Disability Forum (EDF)

European Passengers' Federation (EPF)

European Rail Infrastructure Managers (EIM)

Eurostar

Eurotunnel

Fahrgastverband Pro Bahn

Fédération nationale des associations d'usagers des transports (FNAUT)

International Association of Public Transport (UITP)

Société nationale des chemins de fer français (SNCF)

Polskie Koleje Państwowe SA (PKP)

The European Travel Agents’ and Tour Operators’ Associations (ECTAA)

Trenitalia

Verband Deutscher Verkehrsunternehmen (VDV)

Verbraucherzentrale Bundesverband


ADVIES van de Commissie interne markt en consumentenbescherming (5.6.2018)

aan de Commissie vervoer en toerisme

inzake het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de rechten en verplichtingen van reizigers in het treinverkeer (herschikking)

(COM(2017)0548 – C8-0324/2017 – 2017/0237(COD))

Rapporteur voor advies: Dennis de Jong

BEKNOPTE MOTIVERING

In september 2017 presenteerde de Europese Commissie haar voorstel voor een herschikking van de Europese verordening betreffende de rechten en verplichtingen van reizigers in het treinverkeer (Verordening (EG) nr. 1371/2007). De rapporteur is van mening dat het reizen per spoor aantrekkelijker moet worden gemaakt voor consumenten, door de informatievoorschriften voor spoorwegondernemingen aan te scherpen, door te zorgen voor meer rechtszekerheid voor reizigers in het treinverkeer en door het reizen per spoor toegankelijker te maken voor personen met een handicap of beperkte mobiliteit. Hoewel het voorstel van de Commissie een aantal belangrijke verbeteringen bevat, is de rapporteur van oordeel dat voor sommige onderdelen van de herschikking meer ambitie nodig is om ervoor te zorgen dat reizigers in het treinverkeer beter worden beschermd en geïnformeerd voor, tijdens en na hun reis.

Overmacht en compensatie

Na invoering van de bepaling betreffende overmacht in de verordening inzake luchtvaartpassagiersrechten stelt de Commissie voor een specifieke bepaling in te voeren in de verordening betreffende de rechten van reizigers in het treinverkeer. Hierin wordt bepaald dat spoorwegondernemingen niet verplicht moeten zijn om vergoedingen te betalen in het geval van extreme weersomstandigheden of grote natuurrampen. Lucht- en treinverkeer kunnen echter niet met elkaar worden vergeleken. Bovendien is een dergelijke bepaling onvoldoende specifiek om toekomstige geschillen te voorkomen. De rapporteur stelt daarom voor deze bepaling te schrappen. Daarnaast stelt de rapporteur voor de regels inzake de vergoeding van de prijs van het vervoersbewijs uit te breiden door een vergoedingsregeling voor te stellen voor hogesnelheidstreinen die reizigers het recht geeft om vergoeding te eisen wanneer zij meer dan 45 minuten vertraging hebben.

Informatie, diensten en bijstand

Reizigers krijgen te vaak te maken met onduidelijke voorwaarden wanneer zij een treinkaartje kopen. Met name wanneer met meerdere exploitanten wordt gereisd, worden reizigers geconfronteerd met verschillen in prijzen van vervoersbewijzen, de bewaking van de aansluiting en bijstand. Dit advies bevat derhalve een duidelijker definitie van rechtstreeks vervoersbewijs en een voorstel voor de oprichting van applicatieprogramma-interfaces (API's) waarmee spoorwegondernemingen voor niet-discriminerende toegang zorgen tot alle reisinformatie, waaronder 'real time' operationele gegevens, dienstregelingen en tarieven. Om passagiers die een vervoersbewijs willen kopen in staat te stellen een weloverwogen besluit te nemen, moeten verkopers van vervoersbewijzen en spoorwegondernemingen worden verplicht passagiers te informeren wanneer de prijs van een zogenaamd rechtstreeks vervoersbewijs afwijkt van de opgetelde prijs die zou worden betaald wanneer de vervoersbewijzen afzonderlijk zouden worden gekocht bij verschillende exploitanten.

Personen met een handicap en personen met beperkte mobiliteit

Het voorstel van de Commissie bevat een aantal verbeteringen om de doelstelling te behalen om het Europese treinverkeer toegankelijker te maken voor personen met een handicap en personen met beperkte mobiliteit. Het belangrijkste probleem waarmee deze mensen te maken krijgen, namelijk de procedure van kennisgeving 48 uur voor de reis om de benodigde bijstand te boeken, wordt echter niet opgelost. Deze procedure beperkt de mobiliteit en vrijheid van personen met een handicap of beperkte mobiliteit aanzienlijk en is niet in overeenstemming met artikel 9 van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de rechten van personen met een handicap (UNCRPD), waarin is bepaald dat moet worden voorzien in de mogelijkheid om onafhankelijk, spontaan en zonder bijstand te reizen. Een aantal lidstaten heeft reeds een goed werkend systeem dat een veel kortere periode van kennisgeving vereist. Rapporteur stelt derhalve voor het voorstel van de Commissie te wijzigen van 48 naar 24 uur op kleine spoorwegstations, alsook een 'turn up and go'-systeem voor grotere, bemande spoorwegstations. Andere voorstellen om het treinverkeer toegankelijker te maken betreffen onder meer het gemakkelijker beschikbaar maken van informatie middels het internet of door het personeel beheerde kanalen voor de verspreiding hiervan, en de verplichting voor spoorwegondernemingen om informatie over de beëindiging van diensten direct beschikbaar te maken in toegankelijke formaten.

AMENDEMENTEN

De Commissie interne markt en consumentenbescherming verzoekt de ten principale bevoegde Commissie vervoer en toerisme onderstaande amendementen in aanmerking te nemen:

Amendement    1

Voorstel voor een verordening

Overweging 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(3)  Ondanks het feit dat al aanzienlijke vooruitgang is geboekt op het gebied van de bescherming van consumenten in de Unie, moet de bescherming van de rechten van reizigers in het treinverkeer nog verder worden verbeterd.

(3)  Ondanks het feit dat al aanzienlijke vooruitgang is geboekt op het gebied van de bescherming van consumenten in de Unie, moet de bescherming van de rechten van reizigers in het treinverkeer nog verder worden verbeterd, met name wat betreft vergoeding voor vertraging, annulering of materiële schade.

Amendement    2

Voorstel voor een verordening

Overweging 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(5)  Door treinreizigers op internationale diensten en binnenlandse diensten dezelfde rechten te verlenen, zal het niveau van consumentenbescherming in de Unie stijgen en wordt gezorgd voor een gelijk speelveld voor spoorwegondernemingen en een uniform niveau van passagiersrechten.

(5)  Door treinreizigers op internationale diensten en binnenlandse diensten dezelfde rechten te verlenen, zal het niveau van passagiersrechten in de Unie stijgen, met name wat betreft hun recht op informatie en vergoeding voor vertraging of annulering. Reizigers moeten zo nauwkeurig mogelijke informatie krijgen over hun rechten.

Amendement    3

Voorstel voor een verordening

Overweging 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(6)  Stads-, voorstads- en regionale passagiersdiensten hebben een ander karakter dan langeafstandsdiensten. De lidstaten moeten dan ook toestemming krijgen om stads-, voorstads- en regionale passagiersdiensten die binnen de EU geen grenzen overschrijden, vrij te stellen van sommige bepalingen inzake passagiersrechten.

(6)  Metro's, trams en andere lightrailpassagiersdiensten hebben een ander karakter dan langeafstandsdiensten. De lidstaten moeten dan ook toestemming krijgen om metro's, trams en andere lightrailpassagiersdiensten die binnen de EU geen grenzen overschrijden, vrij te stellen van sommige bepalingen inzake passagiersrechten.

Amendement    4

Voorstel voor een verordening

Overweging 9

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(9)  De gebruikersrechten inzake spoorwegdiensten omvatten het ontvangen van informatie betreffende de dienst voor en gedurende de reis. Voor zover mogelijk dienen spoorwegondernemingen en verkopers van vervoersbewijzen die informatie van tevoren en zo spoedig mogelijk te verstrekken. Die informatie moet worden verstrekt in een formaat dat toegankelijk is voor personen met een handicap of personen met beperkte mobiliteit.

(9)  De consumentenrechten inzake spoorwegdiensten omvatten het ontvangen van informatie betreffende alle beschikbare spoorwegopties en de dienst voor, gedurende en na de reis. Spoorwegondernemingen, verkopers van vervoersbewijzen en touroperators dienen die informatie van tevoren en in real time te verstrekken. Die informatie moet worden verstrekt in een formaat dat toegankelijk is voor personen met een handicap en personen met beperkte mobiliteit en moet openbaar worden gemaakt.

Motivering

Dit amendement verwijst naar artikel 9, lid 2, dat deel uitmaakt van de herschikking.

Amendement    5

Voorstel voor een verordening

Overweging 9 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(9 bis)  Een goed ontwikkeld systeem voor multimodaal personenvervoer zal bijdragen tot het behalen van de klimaatdoelstellingen. Daarom moeten spoorwegondernemingen ook combinaties met andere transportmodi afficheren zodat treinreizigers zich hiervan bewijst zijn alvorens hun reis te boeken.

Motivering

Dit amendement verwijst naar artikel 9, lid 2, dat deel uitmaakt van de herschikking.

Amendement    6

Voorstel voor een verordening

Overweging 12 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(12 bis)  Het vereiste om op niet-discriminerende wijze toegang te bieden tot reisinformatie omvat operationele informatie in real time over dienstregelingen of tijdschema's, intermodale verbindingen, beschikbare zitplaatsen, toepasselijke tarieven, verplichte boekingen en eventueel toepasselijke speciale voorwaarden. Spoorwegondernemingen moeten alle touroperators en verkopers van vervoersbewijzen in staat stellen met succes vervoersovereenkomsten te sluiten, resulterend in de afgifte van vervoersbewijzen, rechtstreekse vervoersbewijzen, boekingen en daaraan gerelateerde commerciële aanbiedingen, zoals, in voorkomend geval, vervoersbewijzen voor een fiets of volumineuze bagage. Dit moet reizen toegankelijker maken en reizigers een grotere keuze aan reismogelijkheden en tarieven bieden.

Motivering

Dit amendement is verbonden met overweging 12, dat deel uitmaakt van de herschikking.

Amendement    7

Voorstel voor een verordening

Overweging 12 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(12 ter)  Bij het bieden van toegang tot reisinformatie of boekingssystemen middels applicatieprogramma-interfaces (API's) moeten spoorwegondernemingen ervoor zorgen dat de API's gebruik maken van open standaarden, algemeen gebruikte protocollen en machineleesbare formaten. Wanneer dat soort standaarden, protocollen of formaten niet bestaan, moeten spoorwegondernemingen bij het aanmaken van standaarden, protocollen of formaten gebruik maken van open documentatie-, ontwikkelings- en standaardiseringsprocessen. Spoorwegondernemingen moeten ze gratis toegankelijk maken.

Motivering

Dit amendement is verbonden met overweging 12, dat deel uitmaakt van de herschikking.

Amendement    8

Voorstel voor een verordening

Overweging 12 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(12 quater)  Het invoeren van technische maatregelen die partijen verhinderen of benadelen bij het opzoeken van reisinformatie van andere openbaar toegankelijke bronnen dan de applicatieprogramma-interfaces, zoals de websites van spoorwegondernemingen, wordt als discriminatie beschouwd.

Motivering

Dit amendement is verbonden met overweging 12, dat deel uitmaakt van de herschikking.

Amendement    9

Voorstel voor een verordening

Overweging 13

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(13)  De toenemende populariteit van fietsen in de hele Unie heeft gevolgen voor de algemene mobiliteit en het toerisme. Het toenemend gebruik van de combinatie trein+fiets maakt het vervoer milieuvriendelijker. Spoorwegondernemingen moeten dan ook de combinatie van trein en fiets zoveel mogelijk aanmoedigen, met name door het vervoer van fietsen aan boord van treinen toe te staan.

(13)  De toenemende populariteit van fietsen in de hele Unie heeft gevolgen voor de algemene mobiliteit en het toerisme. Het toenemend gebruik van de combinatie trein+fiets maakt het vervoer milieuvriendelijker. Spoorwegondernemingen moeten dan ook de combinatie van trein en fiets zoveel mogelijk aanmoedigen, met name door in voldoende capaciteit voor het veilige vervoer van fietsen aan boord van alle soorten treinen, waaronder op langeafstands- en grensoverschrijdende reizen, te voorzien.

Amendement    10

Voorstel voor een verordening

Overweging 13 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(13 bis)  Het vervoer van fietsen aan boord van treinen mag uitsluitend op grond van naar behoren gerechtvaardigde veiligheidsredenen worden geweigerd. Deze redenen moeten verband houden met de veiligheid van reizigers, in het bijzonder het vrijhouden van de uitgangen en het voorkomen van lichamelijk letsel aan reizigers.

Motivering

Dit amendement is verbonden met overweging 13, dat deel uitmaakt van de herschikking.

Amendement    11

Voorstel voor een verordening

Overweging 14

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(14)  De spoorwegondernemingen moeten de overstap van reizigers in het treinverkeer van de ene exploitant op de andere vergemakkelijken door, telkens als dit mogelijk is, rechtstreekse vervoersbewijzen aan te bieden.

(14)  De spoorwegondernemingen, verkopers van vervoersbewijzen en touroperators moeten de overstap van reizigers in het treinverkeer van de ene exploitant op de andere vergemakkelijken door rechtstreekse vervoersbewijzen aan te bieden. Zij moeten duidelijk aangeven wanneer de prijzen van rechtstreekse vervoersbewijzen afwijken van de prijzen van vervoersbewijzen die afzonderlijk worden gekocht. Bij de afgifte van rechtstreekse vervoersbewijzen moeten zij er rekening mee houden dat de reiziger voldoende tijd moet hebben om van de ene dienst op de andere over te stappen.

Motivering

Dit amendement houdt verband met het amendement op artikel 17, lid 8, dat deel uitmaakt van de herschikking.

Amendement    12

Voorstel voor een verordening

Overweging 15

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(15)  In het licht van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de rechten van personen met een handicap, en teneinde personen met een handicap en personen met beperkte mobiliteit de mogelijkheid te bieden zich met de trein te verplaatsen zoals andere burgers, moeten regels inzake non-discriminatie en bijstand tijdens hun reis worden vastgesteld. Personen met een handicap en personen met beperkte mobiliteit, ongeacht of deze veroorzaakt wordt door een functiebeperking, leeftijd of enige andere factor, hebben hetzelfde recht als alle andere burgers op vrij verkeer, en non-discriminatie. Onder meer moet er bijzondere aandacht worden besteed aan het verstrekken van informatie aan personen met een handicap en personen met beperkte mobiliteit over de toegankelijkheid van spoordiensten, de voorwaarden betreffende de toegang tot het rollend materieel en de faciliteiten aan boord. Om reizigers met zintuiglijke beperkingen zo goed mogelijk over vertragingen in te lichten dienen, voor zover passend, visuele en auditieve systemen te worden gebruikt. Personen met een handicap en personen met beperkte mobiliteit moeten zonder extra kosten hun vervoersbewijs in de trein kunnen kopen. Het personeel moet op passende wijze worden opgeleid om tegemoet te komen aan de behoeften van personen met een handicap en personen met beperkte mobiliteit, met name tijdens het verlenen van bijstand. Om gelijke reisvoorwaarden te garanderen, moeten dergelijke personen, op alle tijdstippen waarop treinen rijden en niet alleen op bepaalde ogenblikken van de dag, bijstand krijgen in stations en aan boord van treinen.

(15)  In het licht van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de rechten van personen met een handicap, en teneinde personen met een handicap en personen met beperkte mobiliteit de mogelijkheid te bieden zich met de trein te verplaatsen zoals andere burgers, moeten regels inzake non-discriminatie en bijstand voor en tijdens hun reis worden vastgesteld. Personen met een handicap en personen met beperkte mobiliteit, ongeacht of deze veroorzaakt wordt door een functiebeperking, leeftijd of enige andere factor, hebben hetzelfde recht als alle andere burgers op vrij verkeer, en non-discriminatie. Onder meer moet er bijzondere aandacht worden besteed aan het verstrekken van informatie aan personen met een handicap en personen met beperkte mobiliteit over de toegankelijkheid van spoordiensten, de voorwaarden betreffende de toegang tot het rollend materieel en de faciliteiten aan boord. Om reizigers met zintuiglijke beperkingen zo goed mogelijk over vertragingen in te lichten dienen, voor zover passend, visuele en auditieve systemen te worden gebruikt. Personen met een handicap en personen met beperkte mobiliteit moeten zonder extra kosten hun vervoersbewijs in de trein kunnen kopen als geen andere mogelijkheid bestaat om vervoersbewijzen van tevoren te kopen. Het personeel moet op passende wijze worden opgeleid om tegemoet te komen aan de behoeften van personen met een handicap en personen met beperkte mobiliteit, met name tijdens het verlenen van bijstand. Om gelijke reisvoorwaarden te garanderen, moeten dergelijke personen, op alle tijdstippen waarop treinen rijden en niet alleen op bepaalde ogenblikken van de dag, gratis bijstand krijgen in stations en aan boord van treinen.

Motivering

Het is niet altijd mogelijk een vervoersbewijs in de trein te kopen. Niet alle treinen beschikken over personeel dat vervoersbewijzen kan verkopen. Deze mogelijkheid moet dan ook maximaal worden omlijnd. Dit amendement is verbonden met artikel 10, lid 5, dat deel uitmaakt van de herschikking.

Amendement    13

Voorstel voor een verordening

Overweging 16

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(16)  Spoorwegondernemingen en stationbeheerders moeten rekening houden met de behoeften van personen met een handicap of personen met beperkte mobiliteit, door middel van de naleving van de TSI voor personen met beperkte mobiliteit. Bovendien, overeenkomstig de bestaande voorschriften inzake overheidsopdrachten van de Unie, met name Richtlijn 2014/24/EU van het Europees Parlement en de Raad26, moeten alle gebouwen en al het rollend materieel in geval van aankopen van nieuw materiaal of nieuwe constructies en bij belangrijke verbouwingen toegankelijk gemaakt door geleidelijk de fysieke obstakels en functionele belemmeringen uit de weg te ruimen.

(16)  Spoorwegondernemingen en stationbeheerders moeten rekening houden met de behoeften van personen met een handicap of personen met beperkte mobiliteit, door middel van de naleving van de TSI voor personen met beperkte mobiliteit en van Richtlijn XXX waar deze een aanvulling vormt op de TSI. Bovendien, overeenkomstig de bestaande voorschriften inzake overheidsopdrachten van de Unie, met name Richtlijn 2014/24/EU van het Europees Parlement en de Raad26, moeten alle gebouwen en al het rollend materieel in geval van aankopen van nieuw materiaal of nieuwe constructies en bij belangrijke verbouwingen toegankelijk gemaakt door geleidelijk de fysieke obstakels en functionele belemmeringen uit de weg te ruimen.

__________________

__________________

26 Richtlijn 2014/24/EU van het Europees Parlement de Raad van 26 februari 2014 betreffende het plaatsen van overheidsopdrachten en tot intrekking van Richtlijn 2004/18/EG (PB L 94 van 28.3.2014, blz. 65).

26 Richtlijn 2014/24/EU van het Europees Parlement de Raad van 26 februari 2014 betreffende het plaatsen van overheidsopdrachten en tot intrekking van Richtlijn 2004/18/EG (PB L 94 van 28.3.2014, blz. 65).

Motivering

Wanneer de toegankelijkheidsvereisten niet zijn opgenomen in wetshandelingen met TSI, moet de Europese toegankelijkheidswet (Richtlijn XXX) van toepassing zijn. Richtlijn XXX is bedoeld als aanvulling op de bestaande sectorale Uniewetgeving en heeft betrekking op aspecten die nog niet door die wetgeving zijn geregeld.

Amendement    14

Voorstel voor een verordening

Overweging 17

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(17)  Het is wenselijk dat met deze verordening een vergoedingenstelsel voor de reizigers wordt ingesteld in het geval van vertragingen die samenhangen met de aansprakelijkheid van de spoorwegonderneming, op dezelfde grondslag als het internationale stelsel waarin het COTIF, en met name de Uniforme Regelen betreffende reizigersrechten (CIV), voorziet. In het geval van vertraging van een passagiersdienst moeten de spoorwegondernemingen de passagiers een vergoeding betalen op basis van een percentage van de prijs van het vervoersbewijs.

(17)  Het is wenselijk dat met deze verordening een vergoedingenstelsel voor de reizigers wordt ingesteld in het geval van vertragingen die samenhangen met de aansprakelijkheid van de spoorwegonderneming, op dezelfde grondslag als het internationale stelsel waarin het COTIF, en met name de Uniforme Regelen betreffende reizigersrechten (CIV), voorziet. Aangekochte vervoersbewijzen moeten volledig terugbetaalbaar zijn. In het geval van vertraging van een passagiersdienst moeten de spoorwegondernemingen de passagiers een vergoeding betalen op basis van een percentage van de prijs van het vervoersbewijs met een maximum van 100 %.

Amendement    15

Voorstel voor een verordening

Overweging 18

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(18)  Spoorwegondernemingen moeten zich verplicht verzekeren, of gelijkwaardige voorzieningen treffen, voor hun aansprakelijkheid ten aanzien van treinreizigers bij ongevallen. Wanneer lidstaten een maximumbedrag vaststellen voor de vergoedingen in het geval van overlijden of ernstige letsels van passagiers, dan moet dat bedrag minstens gelijkwaardig zijn aan het bedrag dat is vastgesteld in de uniforme regels van de CIV.

(18)  Spoorwegondernemingen moeten zich verplicht verzekeren, of gelijkwaardige voorzieningen treffen, voor hun aansprakelijkheid ten aanzien van treinreizigers bij ongevallen. Wanneer lidstaten een maximumbedrag vaststellen voor de vergoedingen in het geval van overlijden of ernstige letsels van passagiers, dan moet dat bedrag minstens gelijkwaardig zijn aan het bedrag dat is vastgesteld in de uniforme regels van de CIV. De lidstaten moeten de mogelijkheid hebben om het bedrag voor de vergoedingen in het geval van overlijden of ernstige letsels van passagiers te allen tijde te verhogen.

Amendement    16

Voorstel voor een verordening

Overweging 18 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(18 bis)  Aantastingen van de gezondheid van reizigers die zijn veroorzaakt als gevolg van overbezetting van coupés van personentreinen moeten ook worden aangemerkt als ongevallen in de zin van deze verordening, tenzij deze personentreinen personen vervoeren overeenkomstig artikel 16, lid 2 van deze verordening. Aantastingen van de gezondheid van reizigers die ontstaan als gevolg van het ontbreken, niet-gebruik of uitval van airconditioningsystemen en de daarmee samenhangende, voor reizigers onaanvaardbare temperatuur- of luchtvochtigheidsomstandigheden in de coupés moeten eveneens als ongevallen worden aangemerkt.

Motivering

Ter voorkoming van lacunes in de wet ten nadele van de reiziger en met name, maar niet uitsluitend, in de zin van de overwegingen 3 en 5 van de verordening, moeten redelijkerwijs ook andere aantastingen van de gezondheid van reizigers worden gereguleerd die zijn veroorzaakt door schuld van de vervoerder en die in bredere zin gelijkgesteld kunnen worden aan een ongeval.

Amendement    17

Voorstel voor een verordening

Overweging 20

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(20)  In het geval van vertragingen moeten passagiers de optie krijgen hun reis voort te zetten, eventueel langs een andere route, onder vergelijkbare vervoersvoorwaarden. In dat geval moet rekening worden gehouden met de behoeften van personen met een handicap of personen met beperkte mobiliteit.

(20)  In het geval van vertragingen moeten passagiers de optie krijgen hun reis voort te zetten, eventueel langs een andere route, onder vergelijkbare vervoersvoorwaarden. In dat geval moet in het bijzonder rekening worden gehouden met de behoeften van personen met een handicap of personen met beperkte mobiliteit.

Amendement    18

Voorstel voor een verordening

Overweging 21

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(21)  Een spoorwegonderneming mag echter niet worden verplicht een vergoeding te betalen als zij kan aantonen dat de vertraging te wijten was aan extreme weersomstandigheden of grote natuurrampen die de veilige exploitatie van de dienst in gevaar brachten. Het dient te gaan om uitzonderlijke natuurrampen en niet om normale seizoensgebonden weersomstandigheden, zoals herfststormen of regelmatige overstromingen in stedelijke gebieden ten gevolge van getijdewerking of smeltende sneeuw. Spoorwegondernemingen moeten aantonen dat zij de vertraging niet konden voorspellen of voorkomen, zelfs niet indien alle redelijke maatregelen waren genomen.

Schrappen

Amendement    19

Voorstel voor een verordening

Overweging 22

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(22)  In samenwerking met infrastructuurbeheerders en spoorwegondernemingen moeten stationbeheerders noodplannen opstellen om de gevolgen van grote verstoringen tot een minimum te beperken door gestrande passagiers passende informatie en zorg te verstrekken.

(22)  In samenwerking met infrastructuurbeheerders en spoorwegondernemingen moeten stationbeheerders noodplannen opstellen en openbaar maken om de gevolgen van grote verstoringen tot een minimum te beperken door gestrande passagiers passende informatie en zorg te verstrekken.

Amendement    20

Voorstel voor een verordening

Overweging 23

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(23)  Deze verordening mag de rechten van spoorwegondernemingen om overeenkomstig de toepasselijke nationale wetgeving een vergoeding te vragen van om het even welke persoon, inclusief derden, niet beperken.

(23)  Deze verordening mag de rechten van spoorwegondernemingen, verkopers van vervoersbewijzen, stationbeheerders en infrastructuurbeheerders om, in voorkomend geval, een vergoeding te vragen van om het even welke persoon, inclusief derden, voor het nakomen van hun verplichtingen ten opzichte van reizigers uit hoofde van deze verordening, niet beperken.

Amendement    21

Voorstel voor een verordening

Overweging 27

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(27)  Treinreizigers moeten bij elke spoorwegonderneming een klacht kunnen indienen met betrekking tot de rechten en verplichtingen waarin deze verordening voorziet, en zij moeten binnen een redelijke termijn hierop een antwoord krijgen.

(27)  Treinreizigers moeten bij elke spoorwegonderneming, verkoper van vervoersbewijzen, stationbeheerder of infrastructuurbeheerder een klacht kunnen indienen met betrekking tot de rechten en verplichtingen waarin deze verordening voorziet, en zij moeten binnen een redelijke termijn hierop een antwoord krijgen.

Motivering

Krachtens artikel 28, lid 2, kunnen reizigers een klacht indienen bij elke betrokken spoorwegonderneming, verkoper van vervoersbewijzen, stationbeheerder of infrastructuurbeheerder.

Amendement    22

Voorstel voor een verordening

Overweging 28

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(28)  Spoorwegondernemingen en stationbeheerders moeten kwaliteitsnormen voor de passagiersvervoerdiensten per spoor uitwerken, openbaar maken, beheren en er toezicht op houden.

(28)  Spoorwegondernemingen en stationbeheerders moeten kwaliteitsnormen voor de passagiersvervoerdiensten per spoor, met inbegrip van desbetreffende normen voor personen met een handicap en personen met beperkte mobiliteit, uitwerken, openbaar maken, beheren en er toezicht op houden.

Motivering

Dit amendement houdt verband met overweging 15 inzake UNCRPD. Kwaliteitsnormen voor de passagiersvervoerdiensten moeten ook betrekking hebben op personen met een handicap en personen met beperkte mobiliteit.

Amendement    23

Voorstel voor een verordening

Overweging 29

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(29)  Om een hoog niveau van consumentenbescherming in het spoorvervoer te behouden, moeten de lidstaten worden verplicht om nationale handhavingsinstanties aan te wijzen om van nabij toezicht te houden op deze verordening en ze op nationaal niveau te handhaven. Die instanties moeten verschillende handhavingsmaatregelen kunnen nemen. Passagiers moeten bij deze instanties een klacht kunnen indienen over vermeende inbreuken tegen de verordening. Om te garanderen dat dergelijke klachten correct worden behandeld, moeten de instanties ook met elkaar samenwerken.

(29)  Om een hoog niveau van consumentenbescherming in het spoorvervoer te behouden, moeten de lidstaten worden verplicht om nationale handhavingsinstanties aan te wijzen om van nabij toezicht te houden op deze verordening en ze op nationaal niveau te handhaven. Die instanties moeten verschillende handhavingsmaatregelen kunnen nemen, en voorzien in de mogelijkheid dat reizigers zich overeenkomstig Richtlijn 2013/11/EU1 bis kunnen wenden tot een orgaan voor alternatieve geschillenbeslechting. Passagiers moeten bij die instanties een klacht kunnen indienen over vermeende inbreuken tegen de verordening en, voor zover zulks is overeengekomen, een beroep kunnen doen op een orgaan voor alternatieve geschillenbeslechting dat is ingesteld overeenkomstig Verordening (EU) nr. 524/2013/EU1 ter. Tevens moet worden bepaald dat klachten kunnen worden ingediend door organisaties die groepen reizigers vertegenwoordigen. Om te garanderen dat dergelijke klachten correct worden behandeld, moeten de instanties ook met elkaar samenwerken en moet de vermelding van deze verordening in de bijlage bij Verordening (EU) 2017/2394 van het Europees Parlement en de Raad1 quater worden gehandhaafd. De nationale handhavingsinstanties publiceren jaarlijks verslagen op hun website waarin nadere gegevens zijn opgenomen over het aantal en het type klachten dat zij hebben ontvangen, en over de resultaten van hun handhavingsmaatregelen. Deze verslagen worden bovendien op de website van het Europees Spoorwegbureau ter beschikking gesteld.

 

__________________

 

1 bis Richtlijn 2013/11/EU van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2013 betreffende alternatieve beslechting van consumentengeschillen en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2006/2004 en Richtlijn 2009/22/EG (PB L 165 van 18.6.2013, blz. 14).

 

1 ter Verordening (EU) nr. 524/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2013 betreffende onlinebeslechting van consumentengeschillen en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2006/2004 en Richtlijn 2009/22/EG (PB L 165 van 18.6.2013, blz. 1).

 

1 quater Verordening (EU) 2017/2394 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2017 betreffende samenwerking tussen de nationale autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor handhaving van de wetgeving inzake consumentenbescherming en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 2006/2004 (PB L 345 van 27.12.2017, blz. 1).

Amendement    24

Voorstel voor een verordening

Overweging 31

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(31)  De lidstaten dienen sancties vast te stellen voor overtredingen van deze verordening, en ervoor te zorgen dat deze sancties worden toegepast. De sancties, die ook het betalen van een schadevergoeding aan de persoon in kwestie kunnen omvatten, moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn.

(31)  De lidstaten dienen sancties vast te stellen voor overtredingen van deze verordening, en ervoor te zorgen dat deze sancties worden toegepast. De sancties, die ook het betalen van een schadevergoeding aan de persoon in kwestie kunnen omvatten, moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn en dienen onder meer te bestaan in, maar niet beperkt te zijn tot, een minimumboete of een percentage van de jaarlijkse omzet van de betrokken onderneming of organisatie, al naargelang welk bedrag het hoogste is.

Motivering

Het gebrek aan passende handhavingsbepalingen was een van de belangrijkste redenen voor de herschikking van deze verordening. Het is daarom van het allergrootste belang ervoor te zorgen dat de sancties afschrikkend zijn, zodat ondernemingen ervan worden weerhouden de bepalingen van de verordening te omzeilen. Dit amendement houdt ook onlosmakelijk verband met andere amendementen op handhavingsbepalingen in hoofdstuk VII, met inbegrip van bepalingen betreffende de verbetering van de capaciteiten en de effectiviteit van handhavingsinstanties en de ondersteuning van reizigers bij het indienen van klachten.

Amendement    25

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Onderwerp

Onderwerp en doelstellingen

Motivering

Bij de herschikking van de verordening is ernaar gestreefd een evenwicht te vinden tussen de versterking van de passagiersrechten en het algemeen belang om het spoorvervoer als vervoerswijze te steunen. De doelstellingen worden in dit artikel vermeld en moeten daarom in de titel worden opgenomen. Dit amendement is onlosmakelijk verbonden met andere wijzigingen in de tekst en weerspiegelt daarnaast een goede wetgevingspraktijk.

Amendement    26

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Bij deze verordening worden voorschriften voor het spoorvervoer ingesteld met betrekking tot het volgende:

Bij deze verordening worden voorschriften voor het spoorvervoer ingesteld met het oog op een doeltreffende passagiersbescherming en de bevordering van het reizen per spoor met betrekking tot het volgende:

Motivering

Wij verwijzen naar de motivering van het vorige amendement.

Amendement    27

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

d)  passagiersrechten in het geval annulering of vertraging;

d)  passagiersrechten en vergoedingen in het geval van storingen, zoals annulering of vertraging;

Amendement    28

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – letter e

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

e)  minimum informatie die aan passagiers moet worden verstrekt;

e)  minimum informatie die door spoorwegondernemingen, verkopers van vervoersbewijzen en touroperators op accurate wijze, tijdig en in een toegankelijk formaat aan passagiers moet worden verstrekt;

Motivering

Dit amendement is met name onlosmakelijk verbonden met hoofdstuk II.

Amendement    29

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – letter h

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

h)  de behandeling van klachten;

h)  adequate procedures voor de behandeling van klachten;

Motivering

Om tegemoet te komen aan het doel van verbeterde handhaving in de herschikte verordening, moeten zowel consumenten als nationale handhavingsinstanties kunnen steunen op solide procedures die een gemakkelijkere en snellere verwerking van klachten mogelijk maken. Dit is met name onlosmakelijk verbonden met de amendementen op hoofdstuk VII.

Amendement    30

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 2 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  stads-, voorstads- en regionaal passagiersvervoer per spoor, zoals bedoeld in Richtlijn 2012/34/EU, met uitzondering van grensoverschrijdende diensten in de Unie;

(a)  metro's, trams en ander lightrailpassagiersvervoer, zoals bedoeld in Richtlijn 2012/34/EU, en nader omschreven in Richtlijn 2016/797/EU;

Amendement    31

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 2 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b)  internationaal passagiersvervoer per spoor waarvan een aanzienlijk gedeelte, met inbegrip van minstens één geplande stop in een station, wordt geëxploiteerd buiten de Unie, voor zover de passagiersrechten op het grondgebied van de lidstaat die de vrijstelling toekent op passende wijze zijn gegarandeerd krachtens relevante nationale wetgeving van die lidstaat.

(b)  internationaal passagiersvervoer per spoor waarvan een aanzienlijk gedeelte, met inbegrip van minstens één geplande stop in een station, wordt geëxploiteerd buiten de Unie, uitsluitend voor het gedeelte dat niet op het grondgebied van de lidstaat die de vrijstelling toekent wordt geëxploiteerd.

Amendement    32

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 2 – letter b bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(b bis)  passagiersdiensten per spoor waarbij gebruik wordt gemaakt van voertuigen die voor strikt historisch of toeristisch gebruik bestemd zijn.

Amendement    33

Voorstel voor een verordening

Artikel 2– lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De lidstaten stellen de Commissie in kennis van vrijstellingen die zijn toegekend krachtens de punten a) en b) van lid 2, en van de geschiktheid van hun nationale wetgeving op hun grondgebied met het oog op punt b) van lid 2.

3.  De lidstaten stellen de Commissie in kennis van de vrijstellingen die zijn toegekend krachtens de punten a), b) en b bis) van lid 2.

Amendement    34

Voorstel voor een verordening

Artikel 2– lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  De artikelen 5, 10, 11 en 25 en Hoofdstuk V zijn van toepassing op alle in lid 1 bedoelde passagiersdiensten per spoor, met inbegrip van diensten die zijn vrijgesteld overeenkomstig de punten a) en b) van lid 2.

4.  De artikelen 4, 5, 6, 7, 11 en 12 en hoofdstuk V zijn van toepassing op alle in lid 1 van dit artikel bedoelde passagiersdiensten per spoor, met inbegrip van diensten die zijn vrijgesteld overeenkomstig de punten a) en b) van lid 2 van dit artikel. De artikelen 10 en 17 zijn van toepassing op alle in lid 1 van dit artikel bedoelde passagiersdiensten per spoor, met inbegrip van diensten die zijn vrijgesteld overeenkomstig punt b) van lid 2 van dit artikel.

Amendement    35

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – punt 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(5)  „verkoper van vervoersbewijzen”: wederverkoper van spoorwegvervoerdiensten die namens de spoorwegonderneming of voor eigen rekening overeenkomsten sluit en vervoersbewijzen verkoopt;

(5)  "verkoper van vervoersbewijzen": wederverkoper van spoorwegvervoerdiensten die namens een of meer spoorwegondernemingen of voor eigen rekening overeenkomsten sluit en vervoersbewijzen en rechtstreekse vervoersbewijzen verkoopt;

Motivering

Dit amendement is verbonden met artikel 10, de leden 1 en 6, dat deel uitmaakt van de herschikking.

Amendement    36

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – punt 6 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(6 bis)  "vervoersbewijs": een geldig bewijs dat de passagier het recht geeft op spoorvervoer, ongeacht de vorm ervan, zoals papier, elektronisch, smartcard of reiskaart;

Motivering

Vervoersbewijzen kunnen in veel vormen bestaan, vooral gezien de ontwikkeling van onlineplatforms. Daarom moet het duidelijk zijn dat het gaat om een geldig bewijs dat de passagier het recht geeft op spoorvervoer, ongeacht de vorm.

Amendement    37

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – punt 8

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(8)  „rechtstreeks vervoersbewijs”: een vervoersbewijs of vervoersbewijzen die één vervoersovereenkomst vertegenwoordigen die is gesloten met het oog op het gebruik van opeenvolgende spoorwegdiensten die door één of meer spoorwegondernemingen worden geëxploiteerd;

(8)  "rechtstreeks vervoersbewijs": een vervoersbewijs of aparte vervoersbewijzen die opeenvolgende spoorwegdiensten vertegenwoordigen die door een of meer spoorwegondernemingen worden geëxploiteerd, gekocht van dezelfde verkoper van vervoersbewijzen, touroperator of spoorwegonderneming die deel uitmaken van een totale reis;

Motivering

Dit amendement is verbonden met artikel 10, de leden 1 en 6, dat deel uitmaakt van de herschikking.

Amendement    38

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – punt 10

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(10)  „reis”: het vervoer van een passagier tussen een station van vertrek en een station van aankomst op basis van één vervoersovereenkomst;

(10)  "reis": het vervoer van een passagier tussen een station van vertrek en een station van aankomst;

Amendement    39

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – punt 10 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(10 bis)  "optimale enkele treinreis": de meest optimale (bijv. de goedkoopste, snelste of meest geschikte) enkele treinreis tussen twee treinstations (beide gelegen in een lidstaat en over de binnengrenzen van de Unie heen), die een, twee of meer opeenvolgende spoorwegdiensten kan inhouden en minimale standaardaansluitingstijden in acht neemt zoals bepaald door officiële spoorvervoerplanners, en die uit meer dan één opeenvolgend vervoersbewijs of vervoercontract kan bestaan, afhankelijk van welke oplossing de reiziger het best past.

Motivering

Met de huidige technologie kunnen passagiers opeenvolgende treinreizen boeken en de beste oplossing voor hun reis kiezen (bijv. de goedkoopste, snelste of meest geschikte) ongeacht het aantal (enkele of afzonderlijke opeenvolgende) vervoersbewijzen. Met de definitie wordt artikel 3, lid 8, verduidelijkt en wordt er gezorgd voor juridische samenhang in de verordening. Dit amendement brengt deze verordening in overeenstemming met de verordeningen waarin passagiersrechten in andere vervoerswijzen worden geregeld (bijv. luchtvervoer). De term "optimale enkele treinreis" stelt de passagier in staat de meest geschikte reismogelijkheid te kiezen en is naar behoren gerechtvaardigd met het oog op de ontwikkeling van nieuwe technologieën.

Amendement    40

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – punt 16

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(16)  "persoon met een handicap " en "persoon met beperkte mobiliteit": personen die een permanente of tijdelijke lichamelijke , mentale, intellectuele of sensoriële stoornis hebben , die hen, samen met diverse belemmeringen, kan belemmeren op voet van gelijkheid met andere passagiers gebruik te maken van vervoer, of wier mobiliteit bij het gebruik van vervoer beperkt is ten gevolge van hun leeftijd;

(16)  "persoon met een handicap" en "persoon met beperkte mobiliteit": personen die een permanente of tijdelijke lichamelijke, mentale, intellectuele of sensoriële stoornis hebben die hen, samen met diverse belemmeringen, kan belemmeren op voet van gelijkheid met andere passagiers gebruik te maken van vervoer, of wier mobiliteit bij het gebruik van vervoer beperkt is;

Amendement    41

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – punt 18 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(18 bis)  "lightrailpassagiersdienst": een door een spoorvervoerssysteem voor stedelijk en/of voorstedelijk vervoer uitgevoerde dienst met een botsbestendigheid van C-III of C-IV (volgens EN 15227:2011) en een maximale voertuigstevigheid van 800 kN (langsdrukkracht in de koppelingszone); lightrailvoertuigen rijden op een eigen bedding of delen deze met het wegverkeer en kunnen gewoonlijk niet rijtuigen voor passagiersvervoer over lange afstand en goederenwagons vervangen;

Motivering

Dit amendement is verbonden met artikel 2, lid 2, dat deel uitmaakt van de herschikking.

Amendement    42

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – punt 19 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(19 bis)  "applicatieprogramma-interface": een elektronische interface voor het opzoeken van informatie over dienstregelingen en tijdschema's, intermodale verbindingen, met inbegrip van realtime-informatie over mogelijke vertragingen, beschikbare zitplaatsen, toepasselijke tarieven, verplichte boekingen en speciale voorwaarden, de toegankelijkheid van vervoerdiensten, waar men ook vervoersbewijzen, rechtstreekse vervoersbewijzen en boekingen kan aankopen.

Motivering

Deze nieuwe definitie is nodig bij de invoering van de nieuwe bepalingen in artikel 10 bis (nieuw).

Amendement    43

Voorstel voor een verordening

Artikel 5– alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Onverminderd sociale tarieven, bieden spoorwegondernemingen of verkopers van vervoersbewijzen contractvoorwaarden en tarieven aan het grote publiek aan zonder rechtstreekse of onrechtstreekse discriminatie op basis van de nationaliteit of verblijfplaats van de uiteindelijke klant, of de plaats van vestiging van de spoorwegonderneming of verkoper van vervoersbewijzen in de Unie.

Onverminderd sociale tarieven, bieden spoorwegondernemingen, verkopers van vervoersbewijzen en touroperators contractvoorwaarden en tarieven aan het grote publiek aan en verkopen zij vervoersbewijzen en rechtstreekse vervoersbewijzen aan het grote publiek en verstrekken zij reserveringen aan reizigers zonder rechtstreekse of onrechtstreekse discriminatie, in het bijzonder op basis van de nationaliteit, herkomst of verblijfplaats van de uiteindelijke reiziger, of de plaats van vestiging van de spoorwegonderneming of verkoper van vervoersbewijzen in de Unie. Daarnaast passen spoorwegondernemingen, verkopers van vervoersbewijzen en touroperators, binnen het scala aan door hen aanvaarde betaalmiddelen, voor een betalingstransactie geen verschillende voorwaarden toe om redenen die verband houden met de nationaliteit van de reiziger, de verblijfplaats, de plaats van de betaalrekening, de plaats van vestiging van de betalingsdienstaanbieder of de plaats van afgifte van het betaalinstrument binnen de Unie, wanneer:

 

(a) de betalingstransactie plaatsvindt door middel van een elektronische transactie door overmaking, automatische afschrijving of een op kaarten gebaseerd betaalinstrument binnen hetzelfde betaalmerk en dezelfde categorie;

 

(b) is voldaan aan de authenticatievoorschriften op grond van Richtlijn (EU) 2015/2366 ; en

 

(c) de betalingstransacties in een munteenheid luiden die de spoorwegonderneming, de verkoper van vervoersbewijzen of de touroperator accepteert.

Amendement    44

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Reizigers hebben het recht om, in voorkomend geval tegen een redelijke vergoeding fietsen aan boord van de trein mee te nemen. Zij houden tijdens de reis toezicht op hun fiets en zorgen ervoor dat de andere passagiers, mobiliteitshulpmiddelen, bagage of spoorwegactiviteiten hier geen ongemak of schade door ondervinden. Het vervoer van fietsen kan worden geweigerd of beperkt om veiligheids- of operationele redenen, voor zover de spoorwegondernemingen, verkopers van vervoersbewijzen, touroperators en, voor zover van toepassing, stationbeheerders, de passagiers op de hoogte brengen van de voorwaarden voor een dergelijke weigering of beperking overeenkomstig Verordening (EU) nr. 454/2011.

Reizigers hebben het recht om fietsen, geassembleerd of niet, aan boord van de trein mee te nemen, inclusief hogesnelheids-, langeafstands- en grensoverschrijdende treinen. Deze dienst wordt gratis aangeboden of, in uitzonderlijke gevallen, tegen een redelijke vergoeding. Al het nieuwe of gerenoveerde rollend materieel heeft voldoende, goed-geafficheerde, speciale ruimten voor het vervoer van geassembleerde fietsen. Het vervoer van fietsen kan uitsluitend worden geweigerd of beperkt om naar behoren gerechtvaardigde veiligheidsredenen, voor zover de spoorwegondernemingen, verkopers van vervoersbewijzen, touroperators en, voor zover van toepassing, stationbeheerders, de passagiers uiterlijk op het moment van aankoop van het vervoersbewijs op de hoogte brengen van de voorwaarden voor het op alle diensten meenemen van fietsen overeenkomstig Verordening (EU) nr. 454/2011.

Amendement    45

Voorstel voor een verordening

Artikel 7– lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Spoorwegondernemingen mogen contractuele voorwaarden aanbieden die voor de reiziger gunstiger zijn dan de in deze verordening neergelegde voorwaarden.

2.  Spoorwegondernemingen, touroperators of verkopers van vervoersbewijzen mogen contractuele voorwaarden aanbieden die voor de reiziger gunstiger zijn dan de in deze verordening neergelegde voorwaarden.

Motivering

Dit geeft aan dat niet alleen spoorwegondernemingen vervoersbewijzen aanbieden en dit heeft geen invloed op de b2b-relatie/contractvrijheid tussen de spoorwegondernemingen en touroperators/verkopers van vervoersbewijzen, en sluit aan bij de tekst van de Commissie in hoofdstuk II.

Amendement    46

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Verplichting tot het verstrekken van informatie over de beëindiging van diensten

Verplichting tot het verstrekken van informatie en advies over de beëindiging of aanzienlijke vermindering van diensten

Motivering

Gelet op de intentie van deze verordening en de wijzigingsvoorstellen van de Commissie, namelijk om de rechten van personen met een handicap en personen met beperkte mobiliteit te versterken, en om de algemene passagiersrechten te verbeteren, is het belangrijk om ervoor te zorgen dat passagiers eerlijk worden behandeld door spoorwegondernemingen. Dit amendement is daarom onlosmakelijk verbonden met andere voorstellen, waaronder de amendementen inzake de door ondernemingen te verstrekken informatie en inzake non-discriminatie jegens passagiers in artikel 1 en daarmee verband houdende hoofdstukken en alle toegankelijkheidsbepalingen in hoofdstuk V.

Amendement    47

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De spoorwegondernemingen of in voorkomend geval de bevoegde autoriteiten die voor een openbaredienstcontract voor een spoorwegdienst verantwoordelijk zijn, maken met passende middelen en vóór de inwerkingtreding ervan de besluiten bekend dat zij diensten permanent of tijdelijk stopzetten . Zij doen dit in een formaat dat toegankelijk is voor personen met een handicap, overeenkomstig de toegankelijkheidseisen die zijn vastgesteld in Richtlijn XXX31.

De spoorwegondernemingen of in voorkomend geval de bevoegde autoriteiten die voor een openbaredienstcontract voor een spoorwegdienst verantwoordelijk zijn, maken met passende middelen, onverwijld en tijdig vóór de inwerkingtreding de voorstellen bekend dat zij diensten permanent of tijdelijk stopzetten of sterk verminderen, en zorgen ervoor dat deze voorstellen worden onderworpen aan zinvol en goed overleg met de belanghebbende partijen vóórdat ze worden uitgevoerd. Zij doen dit in een formaat dat toegankelijk is voor personen met een handicap, overeenkomstig de toegankelijkheidseisen die zijn vastgesteld in Richtlijn XXX31.

__________________

__________________

31 Richtlijn XXX betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten inzake de toegankelijkheidseisen voor producten en diensten (Europese Toegankelijkheidswet) (PB L X van X.X.XXXX, blz. X).

31 Richtlijn XXX betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten inzake de toegankelijkheidseisen voor producten en diensten (Europese Toegankelijkheidswet) (PB L X van X.X.XXXX, blz. X).

Amendement    48

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Spoorwegondernemingen en verkopers van vervoersbewijzen die namens een of meer spoorwegondernemingen vervoersovereenkomsten aanbieden, verstrekken de reiziger op verzoek ten minste de in bijlage II, deel I, vermelde informatie over de reizen waarvoor door de betrokken spoorwegonderneming een vervoersovereenkomst wordt aangeboden. Verkopers van vervoersbewijzen die voor eigen rekening vervoersovereenkomsten aanbieden, en touroperators, verstrekken die informatie voor zover deze beschikbaar is.

1.  Spoorwegondernemingen, touroperators en verkopers van vervoersbewijzen die in eigen naam of namens een of meer spoorwegondernemingen vervoersovereenkomsten aanbieden, verstrekken de reiziger ten minste de in bijlage II, deel I, vermelde informatie over de reizen waarvoor door de betrokken spoorwegonderneming een vervoersovereenkomst wordt aangeboden.

Motivering

Omwille van de interne logica en de doelstellingen van de verordening, is het belangrijk om ervoor te zorgen dat klanten accurate en tijdige informatie ontvangen over hun reis van de betreffende verkoper van hun vervoersbewijs. Dit is onlosmakelijk verbonden met de bepalingen inzake informatie, waaronder bijlage II in zijn geheel.

Amendement    49

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Spoorwegondernemingen en, voor zover mogelijk, de verkopers van vervoersbewijzen, verstrekken tijdens de reis en in overstapstations tenminste de in bijlage II, deel II , bedoelde informatie aan de reiziger.

2.  Spoorwegondernemingen en, voor zover mogelijk, touroperators en de verkopers van vervoersbewijzen, verstrekken tijdens de reis en in overstapstations ten minste de in bijlage II, deel II, bedoelde informatie aan de reiziger.

Amendement    50

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De in de leden 1 en 2 bedoelde informatie wordt verstrekt in de meest geschikte vorm, onder meer door gebruik te maken van up-to-date communicatietechnologie. Er wordt met name voor gezorgd dat deze informatie toegankelijk is voor personen met een handicap, overeenkomstig de toegankelijkheidseisen van Richtlijn XXX en Verordening 454/2011.

3.  De in de leden 1 en 2 bedoelde informatie wordt verstrekt door gebruik te maken van gemakkelijk toegankelijke, courant gebruikte, up-to-date communicatietechnologie in real time, en, indien mogelijk, schriftelijk. Er wordt met name voor gezorgd dat deze informatie toegankelijk is voor personen met een handicap, overeenkomstig de toegankelijkheidseisen van Richtlijn XXX en Verordening nr. 454/2011. De beschikbaarheid van toegankelijke formaten wordt duidelijk vermeld.

Amendement    51

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Stationbeheerders en infrastructuurbeheerders stellen realtime-informatie over treinen, ook als deze door andere spoorwegondernemingen worden geëxploiteerd, op niet-discriminerende wijze ter beschikking van spoorwegondernemingen en verkopers van vervoersbewijzen.

4.  Stationbeheerders, infrastructuurbeheerders en spoorwegondernemingen stellen realtime-informatie over treinen, ook als deze door andere spoorwegondernemingen worden geëxploiteerd, op niet-discriminerende wijze ter beschikking van spoorwegondernemingen en verkopers van vervoersbewijzen, in de meest geschikte vorm, in een interoperabele technische interface met gebruikmaking van de meest recente communicatietechnologieën, teneinde passagiers alle uit hoofde van deze verordening vereiste informatie te verstrekken.

Amendement    52

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4 bis.  Spoorwegondernemingen en verkopers van vervoersbewijzen die namens één of meer spoorwegondernemingen vervoersovereenkomsten aanbieden, verstrekken de reizigers informatie over eventuele verbindingen met andere transportmodi.

Motivering

Dit amendement is onlosmakelijk verbonden met de artikelen 9 en 14.

Amendement    53

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 4 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4 ter.  Spoorwegondernemingen geven in samenwerking met stationbeheerders en infrastructuurbeheerders aan de hand van dienstregelingen informatie over toegankelijke treinverbindingen en treinstations.

Motivering

Dit amendement houdt verband met artikel 1. Deze informatie moet het reizen per trein vergemakkelijken voor personen met een handicap en personen met beperkte mobiliteit.

Amendement    54

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De spoorwegondernemingen en verkopers van vervoersbewijzen bieden vervoersbewijzen en, indien beschikbaar, rechtstreekse vervoersbewijzen en boekingen aan. Zij doen al het mogelijke om rechtstreekse vervoersbewijzen aan te bieden, ook voor grensoverschrijdende reizen en reizen met meer dan één spoorwegonderneming.

1.  De spoorwegondernemingen, verkopers van vervoersbewijzen en touroperators bieden vervoersbewijzen, rechtstreekse vervoersbewijzen en boekingen aan, ook voor grensoverschrijdende reizen of reizen per nachttrein en reizen met meer dan één spoorwegonderneming. Het boeken van deze vervoersbewijzen moet toegankelijk en niet-discriminerend zijn, ook voor personen met een handicap en personen met beperkte mobiliteit. De spoorwegondernemingen, verkopers van vervoersbewijzen en touroperators ontwikkelen geschikte computerinterfaces en gegevensformaten die de uitwisseling van informatie tussen netwerken en over regio- en landsgrenzen heen, alsmede het boeken van vervoersbewijzen via het internet, mogelijk maken.

Amendement    55

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Onverminderd leden 3 en 4 verstrekken de spoorwegondernemingen en verkopers van vervoersbewijzen de vervoersbewijzen aan de reizigers via ten minste een van de volgende verkooppunten:

2.  Onverminderd leden 3 en 4 verstrekken de spoorwegondernemingen, verkopers van vervoersbewijzen en touroperators de vervoersbewijzen, de rechtstreekse vervoersbewijzen en de boekingen aan de reizigers via het internet en via ten minste een van de volgende verkooppunten:

(a)  loketten of automaten;

(a)  loketten of automaten;

(b)  telefoon, internet of enige andere op grote schaal beschikbare informatietechnologie;

(b)  telefoon of enige andere op grote schaal beschikbare informatietechnologie;

(c)  in de treinen.

(c)  in de treinen.

De lidstaten kunnen van spoorwegondernemingen verlangen dat zij vervoersbewijzen verstrekken voor diensten in het kader van openbaredienstcontracten via meer dan een verkoopkanaal.

 

Amendement    56

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De spoorwegondernemingen bieden de mogelijkheid om in de trein vervoersbewijzen voor de gewenste dienst te verkrijgen, tenzij dit beperkt of onmogelijk is in het kader van beveiligings- of fraudebestrijdingsbeleid, dan wel wegens verplichte boeking van een treinreis of op redelijke commerciële gronden.

3.  De spoorwegondernemingen bieden de mogelijkheid om in de trein vervoersbewijzen voor de gewenste dienst te verkrijgen, tenzij dit beperkt of onmogelijk is op redelijke en te rechtvaardigen gronden in het kader van beveiligings- of fraudebestrijdingsbeleid of beschikbaarheid van ruimte of plaats.

Motivering

Om ervoor te zorgen dat meer mensen in Europa gebruikmaken van de trein, zijn er duidelijke en versterkte passagiersrechten nodig, overeenkomstig het doel van de verordening. Elke beperking van de mogelijkheid van een passagier om vervoersbewijzen aan boord van een trein te kopen, moet op redelijke en gegronde redenen berusten. Beveiligings-/fraudebestrijdingsbeleid en beschikbaarheid van ruimte zijn beide legitieme redenen om dit te beperken, terwijl "op redelijke commerciële gronden" te vaag is. Dit amendement is derhalve absoluut noodzakelijk omwille van de interne logica en omdat het onlosmakelijk verbonden is met artikel 1 en de in de effectbeoordelingen en toelichtingen vermelde algemene doelen.

Amendement    57

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 4 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Indien geen loket of automaat in het spoorwegstation van vertrek aanwezig is, worden de reizigers op het spoorwegstation geïnformeerd:

4.  Vervoersbewijzen worden op verzoek opnieuw uitgeprint voor passagiers op de dag van reizen, ofwel bij het loket of via een automaat. Indien geen loket of automaat in het spoorwegstation van vertrek aanwezig is, of wanneer het loket of de automaat niet volledig toegankelijk is, worden de reizigers op het spoorwegstation geïnformeerd:

Motivering

Uitgeprinte vervoersbewijzen zijn vaak nodig voor terugbetaling door de werkgever van de reiskosten. Wanneer het niet mogelijk is voor een station om deze uit te printen, moeten passagiers hiervan op de hoogte worden gesteld op het station. Dit amendement is noodzakelijk, aangezien het onlosmakelijk is verbonden met de bepalingen inzake toegankelijkheid en andere wijzigingen van de Commissie aan artikel 10.

Amendement    58

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  Als er in het station van vertrek geen loket of toegankelijke automaat is, mogen personen met een handicap en personen met beperkte mobiliteit zonder extra kosten vervoersbewijzen aan boord van de trein kopen.

5.  Als er in het station van vertrek geen geopend loket of goed-functionerende automaat is, mogen passagiers zonder extra kosten vervoersbewijzen aan boord van de trein kopen. Vervoersbewijzen die aan boord van de trein worden gekocht, zijn niet duurder dan het betreffende standaardtarief voor de reis in kwestie met eventuele kortingen.

Amendement    59

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.  Als een passagier afzonderlijke vervoersbewijzen ontvangt voor één reis die bestaat uit opeenvolgende spoorwegdiensten die door een of meer spoorwegondernemingen worden geëxploiteerd, heeft hij dezelfde rechten op informatie, bijstand, zorg en vergoeding als in het kader van een rechtstreeks vervoersbewijs. Deze rechten gelden voor de volledige reis, van vertrek tot eindbestemming, tenzij de passagier er uitdrukkelijk en schriftelijk van in kennis wordt gesteld dat dit niet het geval is. In deze kennisgeving moet met name worden vermeld dat, wanneer de passagier een aansluiting mist, hij of zij geen recht heeft op bijstand of vergoeding op basis van de totale lengte van de reis. Het is aan de spoorwegonderneming, haar agent, touroperator of verkoper van vervoersbewijzen om aan te tonen dat die informatie werd verstrekt.

6.  Als passagiers afzonderlijke vervoersbewijzen ontvangen voor één reis die bestaat uit opeenvolgende spoorwegdiensten die door een of meer spoorwegondernemingen worden geëxploiteerd, hebben zij dezelfde rechten op informatie, bijstand, zorg en vergoeding als in het kader van een rechtstreeks vervoersbewijs, en deze rechten gelden voor de volledige reis, van vertrek tot eindbestemming.

Amendement    60

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 10 bis

 

Verstrekking van reisinformatie via applicatieprogramma-interfaces

 

1.   Spoorwegondernemingen verstrekken niet-discriminerende toegang tot alle reisinformatie, inclusief real time operationele informatie over dienstregelingen en tarieven, zoals vermeld in artikel 9, via applicatieprogramma-interfaces (API's).

 

2.   Spoorwegondernemingen verstrekken touroperators, verkopers van vervoersbewijzen en andere spoorwegondernemingen die hun diensten verkopen via API's niet-discriminerende toegang tot boekingssystemen, zodat zij vervoercontracten kunnen sluiten en vervoersbewijzen, rechtstreekse vervoerbewijzen en boekingen kunnen afgeven op een wijze die in de meest optimale en kosteneffectieve reis, met inbegrip van grensoverschrijdende reizen, voorziet.

 

3.   Spoorwegondernemingen zorgen ervoor dat de technische specificaties van de API's goed gedocumenteerd, gratis en vrij toegankelijk zijn. De API's maken met het oog op interoperabiliteit gebruik van open standaarden, algemeen gebruikte protocollen en machineleesbare formaten.

 

4.   Spoorwegondernemingen zorgen ervoor dat, behalve in noodsituaties, elke wijziging aan de technische specificatie van hun API's van tevoren, zo snel mogelijk en ten minste drie maanden voordat een wijziging wordt doorgevoerd, ter beschikking wordt gesteld van touroperators en verkopers van vervoersbewijzen. Noodsituaties worden gedocumenteerd en de documentatie wordt op verzoek aan de bevoegde autoriteiten beschikbaar gemaakt.

 

5.   Spoorwegondernemingen zorgen ervoor dat de toegang tot de API's op een niet-discriminerende wijze wordt verstrekt, met hetzelfde niveau van beschikbaarheid en prestatie, met inbegrip van ondersteuning, toegang tot alle documentatie, standaarden, protocollen en formaten. Touroperators en verkopers van vervoersbewijzen worden niet benadeeld in vergelijking met de spoorwegondernemingen zelf.

 

6.   De API's worden vastgesteld overeenkomstig Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/1926 van de Commissie van 31 mei 2017.

Motivering

Dit amendement is verbonden met artikel 10, lid 1, dat deel uitmaakt van de herschikking.

Amendement    61

Voorstel voor een verordening

Artikel 16 – lid 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Indien bij vertrek of in het geval van een gemiste aansluiting tijdens een reis met een rechtstreeks vervoersbewijs redelijkerwijs verwacht kan worden dat de vertraging bij aankomst op de eindbestemming krachtens de vervoersovereenkomst meer dan 60 minuten zal bedragen, krijgt de reiziger onmiddellijk de keuze tussen één van de volgende:

1.  Indien bij vertrek of in het geval van een gemiste aansluiting tijdens een reis redelijkerwijs verwacht kan worden dat de vertraging bij aankomst op de eindbestemming meer dan 45 minuten zal bedragen, krijgt de reiziger onmiddellijk de keuze tussen één van de volgende:

Motivering

Passagiers moeten recht hebben op de keuze ongeacht of ze gebruikmaken van een rechtstreeks vervoersbewijs, een enkele reis, een retour of een gecombineerde reis. Het woord "vervoersovereenkomst" is verwijderd omwille van de juridische duidelijkheid, aangezien er sprake kan zijn van meer dan één overeenkomst. Dit sluit aan bij onze andere amendementen binnen hoofdstuk IV.

Amendement    62

Voorstel voor een verordening

Artikel 16 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Met het oog op de toepassing van lid 1, onder b), mag het vergelijkbaar vervoer langs een andere route worden geëxploiteerd door om het even welke spoorwegonderneming en mag hierbij gebruik worden gemaakt van vervoer in een hogere klasse en van alternatieve vervoerswijzen, zonder dat dit extra kosten met zich meebrengt voor de passagier. Spoorwegondernemingen moeten redelijke inspanningen leveren om extra overstappen te vermijden. De totale reistijd bij gebruik van een alternatieve vervoerswijze voor het gedeelte van de reis dat niet volgens plan is afgelegd, moet vergelijkbaar zijn met de geplande reistijd van de oorspronkelijke reis. Passagiers mogen niet in een lagere vervoersklasse worden vervoerd, tenzij dergelijke faciliteiten de enige beschikbare alternatieve reismogelijkheid vormen.

2.  Met het oog op de toepassing van lid 1, onder b), mag een passagier, indien hij tijdens een eerder gedeelte van zijn reis een aansluiting heeft gemist ten gevolge van een vertraging of annulering, met de volgende beschikbare dienst naar zijn geplande eindbestemming reizen. Het vergelijkbaar vervoer mag langs een andere route worden geëxploiteerd door om het even welke spoorwegonderneming en er mag hierbij gebruik worden gemaakt van vervoer in een hogere klasse en van alternatieve vervoerswijzen, zonder dat dit extra kosten met zich meebrengt voor de passagier. Spoorwegondernemingen moeten redelijke inspanningen leveren om extra overstappen te vermijden. De totale reistijd bij gebruik van een alternatieve vervoerswijze voor het gedeelte van de reis dat niet volgens plan is afgelegd, moet vergelijkbaar zijn met de geplande reistijd van de oorspronkelijke reis. Passagiers mogen niet in een lagere vervoersklasse worden vervoerd, tenzij dergelijke faciliteiten de enige beschikbare alternatieve reismogelijkheid vormen.

Amendement    63

Voorstel voor een verordening

Artikel 16 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Verleners van alternatieve vervoerdiensten zien er met name op toe dat personen met een handicap en personen met beperkte mobiliteit een vergelijkbaar niveau van toegang tot de alternatieve dienst krijgen.

3.  Verleners van alternatieve vervoersdiensten bieden personen met een handicap en personen met beperkte mobiliteit een vergelijkbaar niveau van bijstand en toegang tot de alternatieve dienst.

Amendement    64

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – lid 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Zonder het recht op vervoer te verliezen kan een reiziger de spoorwegonderneming om schadevergoeding voor een vertraging verzoeken indien hij tussen de in de vervoersovereenkomst vermelde punten van vertrek en van bestemming geconfronteerd wordt met een vertraging waarvoor de kostprijs van het vervoersbewijs niet overeenkomstig artikel 16 is terugbetaald. De minimumvergoedingen voor vertragingen zijn als volgt:

1.  Zonder het recht op vervoer voor de reis te verliezen heeft een reiziger recht op schadevergoeding van de spoorwegonderneming voor een vertraging indien hij tussen de op het vervoersbewijs en in de vervoersovereenkomst vermelde punten van vertrek en van bestemming geconfronteerd wordt met een vertraging waarvoor de kostprijs van het vervoersbewijs niet overeenkomstig artikel 16 is terugbetaald. De minimumvergoedingen voor vertragingen zijn als volgt:

Motivering

De precieze vergoedingsregeling is een belangrijk aspect van de algemene doeltreffendheid van de verordening en is daarom onlosmakelijk verbonden met de onderliggende doelstellingen ervan, en met name met de hoofdstukken VI en VII.

Amendement    65

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – lid 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  25 % van de prijs van het vervoersbewijs bij een vertraging van 60 tot en met 119 minuten,

(a)  50 % van de prijs van het vervoersbewijs bij een vertraging van 45 tot en met 89 minuten;

Motivering

De precieze vergoedingsregeling is een belangrijk aspect van de algemene doeltreffendheid van de verordening en is daarom onlosmakelijk verbonden met de onderliggende doelstellingen ervan, en met name met de hoofdstukken VI en VII.

Amendement    66

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – lid 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b)  50 % van de prijs van het vervoersbewijs bij een vertraging van 120 minuten of meer.

(b)  75 % van de prijs van het vervoersbewijs bij een vertraging van 90 tot en met 119 minuten of meer,

Motivering

De precieze vergoedingsregeling is een belangrijk aspect van de algemene doeltreffendheid van de verordening en is daarom onlosmakelijk verbonden met de onderliggende doelstellingen ervan, en met name met de hoofdstukken VI en VII.

Amendement    67

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – lid 1 – letter b bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(b bis)  100 % van de prijs van het vervoersbewijs bij een vertraging van 120 minuten of meer.

Motivering

De precieze vergoedingsregeling is een belangrijk aspect van de algemene doeltreffendheid van de verordening en is daarom onlosmakelijk verbonden met de onderliggende doelstellingen ervan, en met name met de hoofdstukken VI en VII.

Amendement    68

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Lid 1 is ook van toepassing op reizigers die in het bezit zijn van een reispas of een abonnement. Als zij herhaaldelijk geconfronteerd worden met vertragingen of annuleringen gedurende de looptijd van de reispas of het abonnement, kunnen zij om passende schadevergoeding verzoeken overeenkomstig de regelingen inzake schadevergoedingen van de spoorwegonderneming. In deze regelingen worden de criteria inzake vertragingen voor de berekening van de schadevergoeding vastgesteld. Indien gedurende de looptijd van de reispas of het abonnement herhaaldelijk vertragingen van minder dan 60 minuten voorkomen, worden deze vertragingen samengeteld en worden de passagiers vergoed overeenkomstig de regelingen inzake schadevergoedingen van de spoorwegonderneming.

2.  Lid 1 is ook van toepassing op reizigers die in het bezit zijn van een reispas of een abonnement. Als zij herhaaldelijk geconfronteerd worden met vertragingen of annuleringen gedurende de looptijd van de reispas of het abonnement, hebben zij recht op passende schadevergoeding overeenkomstig de regelingen inzake schadevergoedingen van de spoorwegonderneming. In deze regelingen worden de criteria inzake vertragingen voor de berekening van de evenredige schadevergoeding op basis van de grondslag overeenkomstig lid 1 vastgesteld. Indien gedurende de looptijd van de reispas of het abonnement herhaaldelijk vertragingen van minder dan 45 minuten voorkomen, worden deze vertragingen samengeteld en worden de passagiers vergoed overeenkomstig de regelingen inzake schadevergoedingen van de spoorwegonderneming.

Amendement    69

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  De vergoeding van de prijs van het vervoersbewijs wordt betaald binnen een maand na de indiening van het verzoek om schadevergoeding. De schadevergoeding kan in bonnen en/of andere diensten worden uitbetaald indien de voorwaarden soepel zijn (met name wat betreft de geldigheidsduur en de bestemming). De schadevergoeding wordt op verzoek van de reiziger uitbetaald in geld.

5.  De vergoeding van de prijs van het vervoersbewijs wordt betaald binnen een maand na de indiening van het verzoek om schadevergoeding bij de spoorwegonderneming, touroperator of verkoper van vervoersbewijzen. De schadevergoeding kan in bonnen en/of andere diensten worden uitbetaald, of via een bestaand automatisch vergoedingssysteem, indien de voorwaarden soepel zijn (met name wat betreft de geldigheidsduur en de bestemming). De schadevergoeding wordt op verzoek van de reiziger uitbetaald in geld binnen hetzelfde betalingssysteem als waarin het vervoersbewijs werd aangekocht. De passagier wordt op begrijpelijke wijze geïnformeerd over alle vergoedingsmogelijkheden, met inbegrip van financiële vergoedingen, waaruit hij of zij kan kiezen. De reiziger wordt op geen enkele wijze ontmoedigd om een vergoeding aan te vragen.

Amendement    70

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – lid 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

7.  De reiziger heeft geen recht op schadevergoeding indien hij alvorens het vervoersbewijs te kopen op de hoogte is gesteld van de vertraging, of indien de aankomsttijd door voortzetting met een andere dienst of langs een andere route minder dan 60 minuten werd vertraagd.

7.  Reizigers hebben geen recht op schadevergoeding indien zij alvorens het vervoerbewijs te kopen op de hoogte zijn gesteld van de vertraging, tenzij de daadwerkelijke vertraging in vergelijking met de aangegeven vertraging meer dan 45 minuten bedraagt, of indien de aankomsttijd door voortzetting met een andere dienst of langs een andere route minder dan 45 minuten werd vertraagd.

Motivering

Dit amendement is verbonden met artikel 17, lid 2, dat deel uitmaakt van de herschikking.

Amendement    71

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – lid 8

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

8.  Een spoorwegonderneming is niet verplicht een vergoeding te betalen als zij kan aantonen dat de vertraging werd veroorzaakt door extreme weersomstandigheden of ernstige natuurrampen die de veilige exploitatie van de dienst in gevaar brachten en niet konden worden voorzien of voorkomen, zelfs niet indien alle redelijke maatregelen waren genomen.

Schrappen

Amendement    72

Voorstel voor een verordening

Artikel 18 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  In geval van vertraging bij aankomst of vertrek worden de reizigers door de spoorwegonderneming, verkoper van vervoersbewijzen of stationbeheerder op de hoogte gehouden van de situatie en van de verwachte vertrektijd en de verwachte aankomsttijd, zodra die informatie beschikbaar is.

1.  In geval van vertraging bij aankomst of vertrek worden de reizigers door de spoorwegonderneming, touroperator, verkoper van vervoersbewijzen of stationbeheerder op de hoogte gehouden van de situatie en van de verwachte vertrektijd en de verwachte aankomsttijd, zodra die informatie beschikbaar is. Stationbeheerders, infrastructuurbeheerders en spoorwegondernemingen voorzien verkopers van vervoersbewijzen van informatie in realtime en in het geëigende formaat.

Motivering

Een behoorlijke, interoperabele gegevensuitwisseling in realtime tussen verkopers van vervoersbewijzen en spoorwegondernemingen is voor de consument van essentieel belang, als we willen waarborgen dat de consument in realtime de beste informatie wordt geboden – met inbegrip van alle vormen van vervoersbewijzen en mogelijke prijzen voor de desbetreffende reis – alsmede de mogelijkheid om het gekozen soort vervoersbewijs bij de verkoper van vervoersbewijzen te kopen.

Amendement    73

Voorstel voor een verordening

Artikel 18 – lid 2 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  In geval van vertraging als bedoeld in lid 1 van meer dan 60 minuten worden tevens aan de reizigers gratis aangeboden:

2.  In geval van vertraging als bedoeld in lid 1 van meer dan 45 minuten worden tevens aan de reizigers gratis aangeboden:

Motivering

Dit amendement is nodig omdat het onlosmakelijk verbonden is met onze andere amendementen inzake de duur van vertragingen, op artikel 17.

Amendement    74

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 2 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  maaltijden en verfrissingen die in een redelijke verhouding staan tot de wachttijd, indien ze in de trein of in het station beschikbaar zijn of redelijkerwijs kunnen worden aangeleverd, rekening houdende met criteria zoals de afstand tot de leverancier, de benodigde tijd voor de levering en de kostprijs;

(a)  maaltijden en verfrissingen die in een redelijke verhouding staan tot de wachttijd, indien ze in de trein of in het station beschikbaar zijn of redelijkerwijs kunnen worden aangeleverd;

Motivering

De als voorbeeld gegeven opsomming van criteria in de wetstekst, met name de kosten, helpen niet bij het bepalen van de redelijkheid van de leverbaarheid van verfrissingen en maaltijden.

Amendement    75

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 2 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(c)  indien de trein geblokkeerd wordt op het spoor, vervoer van de trein naar het spoorwegstation, naar het alternatieve vertrekpunt of naar de eindbestemming van de dienst, voor zover en indien zulks fysiek mogelijk is.

(c)  indien de trein geblokkeerd wordt op het spoor, toegankelijk vervoer van de trein naar het spoorwegstation, naar het alternatieve vertrekpunt of naar de eindbestemming van de dienst, voor zover en indien zulks fysiek mogelijk is.

Motivering

Overeenkomstig de intentie van deze verordening om de rechten van personen met een handicap en personen met beperkte mobiliteit te versterken, en met name de bepalingen van hoofdstuk V, moeten alle alternatieve vervoersopties vanaf de trein en voor de verdere reis voor alle reizigers toegankelijk zijn. Er moet duidelijk worden vastgesteld dat rekening moet worden gehouden met de behoeften van deze reizigers, aangezien zij extra bijstand nodig kunnen hebben, bijvoorbeeld bij een evacuatie.

Amendement    76

Voorstel voor een verordening

Artikel 18 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Indien de spoorwegdienst niet meer kan worden voortgezet, organiseren de spoorwegondernemingen zo spoedig mogelijk alternatieve vervoerdiensten voor de reizigers.

3.  Indien de spoorwegdienst niet meer kan worden voortgezet, organiseren de spoorwegondernemingen zo spoedig mogelijk toegankelijke alternatieve vervoerdiensten voor de reizigers.

Motivering

Dit amendement houdt verband met de bepalingen inzake toegankelijkheid, die deel uitmaken van de herschikking.

Amendement    77

Voorstel voor een verordening

Artikel 18 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  De spoorwegondernemingen certificeren, op verzoek van de reiziger, op het vervoersbewijs of met andere middelen dat de spoorwegdienst, naar gelang van het geval, vertraging heeft opgelopen, geleid heeft tot een gemiste aansluiting of is uitgevallen .

4.  De spoorwegondernemingen bieden de getroffen reizigers de mogelijkheid om op hun vervoersbewijs schriftelijk of met andere middelen te laten certificeren dat de spoorwegdienst, naar gelang van het geval, vertraging heeft opgelopen, geleid heeft tot een gemiste aansluiting of is uitgevallen.

Amendement    78

Voorstel voor een verordening

Artikel 18 – lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.  Beheerders van een spoorwegstation met gemiddeld minstens 10 000 passagiers per dag gedurende een jaar moeten niet alleen de verplichtingen voor spoorwegondernemingen uit hoofde van artikel 13 bis, lid 3, van Richtlijn 2012/34/EU, naleven, maar moeten er ook op toezien dat de activiteiten van het station, de spoorwegondernemingen en de infrastructuurbeheerder worden gecoördineerd via een passend noodplan, zodat men zich kan voorbereiden op de mogelijkheid van ernstige verstoringen en langdurige vertragingen met een aanzienlijk aantal gestrande passagiers in het station tot gevolg. Het plan moet ervoor zorgen dat de gestrande passagiers passende bijstand en informatie krijgen, in een toegankelijk formaat, overeenkomstig de toegankelijkheidseisen van Richtlijn XXX. Op verzoek stelt de stationbeheerder het plan en de eventuele wijzigingen ervan ter beschikking van de nationale handhavingsinstantie of van een andere door een lidstaat aangewezen instantie. Beheerders van spoorwegstations met gemiddeld minder dan 10 000 passagiers per dag gedurende een jaar moeten alle redelijke inspanningen leveren om de gebruikers van het station te coördineren en bijstand en informatie te verstrekken aan gestrande passagiers in de hierboven bedoelde situaties.

6.  Beheerders van een spoorwegstation met gemiddeld minstens 10 000 passagiers per dag gedurende een jaar moeten niet alleen de verplichtingen voor spoorwegondernemingen uit hoofde van artikel 13 bis, lid 3, van Richtlijn 2012/34/EU, naleven, maar moeten er ook op toezien dat de activiteiten van het station, de spoorwegondernemingen en de infrastructuurbeheerder worden gecoördineerd via een passend noodplan, zodat men zich kan voorbereiden op de mogelijkheid van ernstige verstoringen en langdurige vertragingen met een aanzienlijk aantal gestrande passagiers in het station tot gevolg. Het plan moet bijzondere aandacht besteden aan de behoeften van personen met een handicap en personen met beperkte mobiliteit en ervoor zorgen dat de gestrande passagiers passende bijstand en informatie krijgen, in een toegankelijk formaat, overeenkomstig de toegankelijkheidseisen van Richtlijn XXX. Het plan bevat ook eisen inzake de toegankelijkheid van waarschuwings- en informatiesystemen. De stationbeheerder maakt het plan en de eventuele wijzigingen ervan openbaar, waaronder op de website van het station. Beheerders van spoorwegstations met gemiddeld minder dan 10 000 passagiers per dag gedurende een jaar moeten alle redelijke inspanningen leveren om de gebruikers van het station te coördineren en bijstand en informatie te verstrekken aan gestrande passagiers in de hierboven bedoelde situaties.

Amendement    79

Voorstel voor een verordening

Artikel 20 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Spoorwegondernemingen en stationbeheerders stellen , tenzij zij reeds dergelijke regels hebben vastgesteld, met de actieve betrokkenheid van representatieve organisaties van personen met een handicap en personen met beperkte mobiliteit, niet-discriminerende toegangsregels voor het vervoer van personen met een handicap en personen met beperkte mobiliteit , met inbegrip van hun persoonlijke assistenten, vast. De regels staan toe dat de passagier wordt vergezeld door een assistentiehond, overeenkomstig de relevante nationale regels.

1.  Spoorwegondernemingen en stationbeheerders stellen, tenzij zij reeds dergelijke regels hebben vastgesteld, met de actieve betrokkenheid van representatieve organisaties van personen met een handicap en personen met beperkte mobiliteit, niet-discriminerende regels voor onbelemmerde en onafhankelijke toegang voor het vervoer van personen met een handicap en personen met beperkte mobiliteit, met inbegrip van hun persoonlijke assistenten, vast. De regels staan toe dat de passagier wordt vergezeld door een gecertificeerd assistentiedier of een begeleider, beide gratis, overeenkomstig de relevante nationale regels, en moeten ervoor zorgen dat personen met een handicap en personen met beperkte mobiliteit ook onverwachts en zonder tijdrovende planning met de trein kunnen reizen.

Amendement    80

Voorstel voor een verordening

Artikel 21 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Op verzoek verstrekken de spoorwegonderneming, de stationbeheerder de verkoper van vervoersbewijzen of de touroperator personen met een handicap en personen met beperkte mobiliteit in een toegankelijk formaat, overeenkomstig de toegankelijkheidseisen die zijn vastgesteld in Verordening (EU) nr. 454/2011 en Richtlijn XXX, informatie over de toegankelijkheid van het station en de bijbehorende faciliteiten, spoorwegdiensten en over de voorwaarden voor de toegang tot het rollend materieel overeenkomstig de toegangsregels in de zin van artikel 20, lid 1 en informeren zij personen met een handicap en personen met beperkte mobiliteit over de faciliteiten aan boord.

1.  Op verzoek verstrekken de spoorwegonderneming, de stationbeheerder, de verkopers van vervoersbewijzen of de touroperator personen met een handicap en personen met beperkte mobiliteit in een toegankelijk formaat, overeenkomstig de toegankelijkheidseisen die zijn vastgesteld in Verordening (EU) nr. 454/2011 en Richtlijn XXX, informatie over de toegankelijkheid van het station en de bijbehorende faciliteiten, spoorwegdiensten en over de voorwaarden voor de toegang tot het rollend materieel overeenkomstig de toegangsregels in de zin van artikel 20, lid 1, en informeren zij personen met een handicap en personen met beperkte mobiliteit over de faciliteiten aan boord. Deze informatie wordt ook op de website van de stationbeheerder of de spoorwegonderneming toegankelijk gemaakt.

Amendement    81

Voorstel voor een verordening

Artikel 21 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Wanneer een spoorwegonderneming, een verkoper van vervoersbewijzen of touroperator gebruik maakt van de afwijking uit hoofde van artikel 20, lid 2, stelt zij of hij op verzoek de betrokken persoon met een handicap of persoon met beperkte mobiliteit binnen vijf werkdagen na de weigering van de boeking of het vervoersbewijs, dan wel het opleggen van de voorwaarde van begeleiding, schriftelijk in kennis van de redenen daarvoor. De spoorwegonderneming, verkoper van vervoersbewijzen of touroperator doet redelijke inspanningen om een alternatieve vervoersoptie voor te stellen aan de persoon in kwestie, rekening houdende met zijn of haar behoeften inzake toegankelijkheid.

2.  Wanneer een spoorwegonderneming, een verkoper van vervoersbewijzen of touroperator gebruik maakt van de afwijking uit hoofde van artikel 20, lid 2, stelt zij of hij op verzoek de betrokken persoon met een handicap of persoon met beperkte mobiliteit binnen vijf werkdagen na de weigering van de boeking of het vervoersbewijs, dan wel het opleggen van de voorwaarde van begeleiding, schriftelijk in kennis van de redenen daarvoor. De spoorwegonderneming, verkoper van vervoersbewijzen of touroperator stelt een alternatieve vervoersoptie voor aan de persoon in kwestie, rekening houdende met zijn of haar behoeften inzake toegankelijkheid.

Amendement    82

Voorstel voor een verordening

Artikel 22 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Bij vertrek, overstap of aankomst op een bemand spoorwegstation van een persoon met een handicap of persoon met beperkte mobiliteit verleent de stationbeheerder of de spoorwegonderneming of beide gratis bijstand op zodanige wijze dat de persoon, onverminderd de toegangsregels die zijn vastgelegd in artikel 20, lid 1, kan instappen of uitstappen van de dienst waarvoor hij een vervoersbewijs heeft gekocht.

1.  Bij vertrek, overstap of aankomst op een bemand spoorwegstation van een persoon met een handicap of persoon met beperkte mobiliteit verleent de stationbeheerder of de spoorwegonderneming of beide gratis bijstand op zodanige wijze dat de persoon, onverminderd de toegangsregels die zijn vastgelegd in artikel 20, lid 1, kan instappen of uitstappen van de dienst waarvoor hij een vervoersbewijs heeft gekocht. De boeking van bijstand is altijd gratis, ongeacht de gebruikte communicatiemethode.

Motivering

Hoewel het duidelijk is dat de bijstandsverlening voor de reiziger kosteloos moet zijn, staat niet uitdrukkelijk in de verordening vermeld dat het boeken van bijstand eveneens kosteloos moet zijn, en sommige spoorwegondernemingen brengen dit reizigers momenteel in rekening. De herschikte verordening heeft tot doel de rechten van treinreizigers te versterken, met name voor personen met een handicap, en dit amendement volgt de interne logica van hoofdstuk V en onze andere amendementen over dit onderwerp.

Amendement    83

Voorstel voor een verordening

Artikel 22 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  De lidstaten kunnen voorzien in een afwijking van lid 1 in geval van personen die reizen op diensten waarvoor een openbaredienstcontract geldt dat overeenkomstig de van kracht zijnde EU-wetgeving is gegund, op voorwaarde dat de bevoegde autoriteit alternatieve faciliteiten of regelingen heeft ingesteld die een gelijkwaardige of hogere mate van toegankelijkheid van vervoersdiensten waarborgen.

Motivering

Dit amendement is onlosmakelijk verbonden met artikel 22, lid 2. Er is geen enkele reden om alternatieve regelingen die een gelijkwaardige of hogere mate van toegankelijkheid van vervoersdiensten waarborgen niet toe te staan.

Amendement    84

Voorstel voor een verordening

Artikel 22 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  In onbemande station zorgen de spoorwegonderneming en de stationbeheerder ervoor dat gemakkelijk beschikbare informatie , in toegankelijke formaten, overeenkomstig de toegankelijkheidseisen van Richtlijn XXX, met betrekking tot de dichtstbijzijnde bemande stations en direct beschikbare bijstand ten behoeve van personen met een handicap en personen met een beperkte mobiliteit beschikbaar wordt gesteld overeenkomstig de in artikel 20, lid 1, bedoelde toegangsregels.

3.  In onbemande station zorgen de spoorwegonderneming en de stationbeheerder ervoor dat gemakkelijk beschikbare informatie, in toegankelijke formaten, overeenkomstig de toegankelijkheidseisen van Verordening (EU) nr. 1300/2014, met betrekking tot de dichtstbijzijnde bemande stations en direct beschikbare bijstand ten behoeve van personen met een handicap en personen met een beperkte mobiliteit beschikbaar wordt gesteld overeenkomstig de in artikel 20, lid 1, bedoelde toegangsregels.

Amendement    85

Voorstel voor een verordening

Artikel 22 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Te allen tijde wanneer spoordiensten worden geëxploiteerd, moet bijstand beschikbaar zijn in stations.

4.  Te allen tijde wanneer spoordiensten worden geëxploiteerd, moet onverminderd lid 3 van dit artikel bijstand beschikbaar zijn in stations.

Amendement    86

Voorstel voor een verordening

Artikel 24 – lid 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Spoorwegondernemingen, stationbeheerders, verkopers van vervoersbewijzen en touroperators werken samen om bijstand te verlenen aan personen met een handicap en personen met beperkte mobiliteit overeenkomstig de artikelen 20 en 21 alsmede de volgende punten:

Spoorwegondernemingen, stationbeheerders, verkopers van vervoersbewijzen en touroperators werken samen om kosteloos bijstand te verlenen aan personen met een handicap en personen met beperkte mobiliteit overeenkomstig de artikelen 20 en 21 alsmede de volgende punten:

Motivering

Dit amendement is onlosmakelijk verbonden met artikel 1, onder a). Aangezien de Commissie voorstelt dat er op het gebied van vervoersvoorwaarden geen passagiers mogen worden gediscrimineerd, zorgt dit amendement ervoor dat het verlenen van bijstand aan personen met een handicap en personen met beperkte mobiliteit voor de passagier kosteloos moet zijn.

Amendement    87

Voorstel voor een verordening

Artikel 24 – alinea 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  de bijstand wordt verleend op voorwaarde dat de spoorwegonderneming, de stationbeheerder, de verkoper van vervoersbewijzen of de touroperator waarbij het vervoersbewijs is gekocht, ten minste 48 uur voordat de bijstand nodig is, in kennis wordt gesteld van de behoefte van de persoon aan deze bijstand. Wanneer een vervoersbewijs of abonnement recht geeft op meerdere reizen is één kennisgeving voldoende, mits er adequate informatie over de tijdstippen van de vervolgreizen wordt verstrekt. Dergelijke kennisgevingen worden doorgestuurd naar alle andere spoorwegondernemingen en stationbeheerders die betrokken zijn bij de reis van de persoon in kwestie;

(a)  de bijstand wordt verleend op voorwaarde dat de spoorwegonderneming, de stationbeheerder, de verkoper van vervoersbewijzen of de touroperator waarbij het vervoersbewijs is gekocht, bij de boeking van het vervoersbewijs of bij aankomst in het bemande station of, in het geval van onbemande stations, ten minste 3 uur voordat de bijstand nodig is, in kennis wordt gesteld van de behoefte van de persoon aan deze bijstand. Een uitzondering geldt voor spoorwegstations met minder dan 10 000 passagiers per dag, die voor bijstand moeten zorgen op voorwaarde dat ze ten minste 24 uur van tevoren in kennis zijn gesteld van de behoefte hieraan. De boeking van deze bijstand is voor de passagier gratis. Wanneer een vervoersbewijs of abonnement recht geeft op meerdere reizen is één kennisgeving voldoende, mits er adequate informatie over de tijdstippen van de vervolgreizen wordt verstrekt. Dergelijke kennisgevingen worden doorgestuurd naar alle andere spoorwegondernemingen en stationbeheerders die betrokken zijn bij de reis van de persoon in kwestie;

Motivering

Dit amendement is onlosmakelijk verbonden met artikel 1, onder a). Aangezien de Commissie voorstelt dat er op het gebied van vervoersvoorwaarden geen passagiers mogen worden gediscrimineerd, zorgt dit amendement ervoor dat het verlenen van bijstand aan personen met een handicap en personen met beperkte mobiliteit voor de passagier kosteloos moet zijn. Een verplichte kennisgeving van 48 uur zal de mobiliteit van personen met een handicap sterk beperken, waardoor ze minder goed in de samenleving kunnen integreren. Er is een uitzondering nodig voor kleine spoorwegstations (met minder dan 10 000 passagiers per dag), om voor de juiste soort bijstand te zorgen en spoorwegexploitanten in staat te stellen invulling te geven aan hun verplichtingen ten opzichte van passagiers met een handicap.

Amendement    88

Voorstel voor een verordening

Artikel 24 – alinea 1 – letter e bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(e bis)  bijstand wordt bovendien verleend als daarvoor opgeleid personeel van de spoorwegonderneming of de stationbeheerder in kennis wordt gesteld van de behoefte aan bijstand en deze daadwerkelijk de mogelijkheid heeft bijstand te verlenen.

Motivering

Om de wetstekst in de zin van een servicegeoriënteerd aanbod nader te omschrijven, als uitdrukking van de wederzijdse bereidheid om hulp te verlenen in de samenleving en gezien het doel van de verordening, met name op grond van de overwegingen 3 en 5 van de verordening, moet bijstand altijd op niet-bureaucratische wijze worden verleend als dat gepast en mogelijk is.

Amendement    89

Voorstel voor een verordening

Artikel 25 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Wanneer spoorwegondernemingen en stationbeheerders verlies of beschadiging van rolstoelen, andere mobiliteits apparatuur of hulpmiddelen en assistentiehonden van personen met een handicap en personen met beperkte mobiliteit veroorzaken, zijn zij aansprakelijk voor dat verlies of die beschadiging en moeten zij daar een vergoeding voor betalen .

1.  Wanneer spoorwegondernemingen en stationbeheerders verlies of beschadiging van rolstoelen, andere mobiliteitsapparatuur of hulpmiddelen en hulpdieren van personen met een handicap en personen met beperkte mobiliteit veroorzaken, zijn zij aansprakelijk voor dat verlies of die beschadiging en moeten zij daar een vergoeding voor betalen.

Amendement    90

Voorstel voor een verordening

Artikel 25 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De in lid 1 vermelde vergoeding is gelijk aan de kosten van de vervanging of herstelling van de verloren of beschadigde apparatuur of hulpmiddelen.

2.  De in lid 1 vermelde vergoeding voor verlies of beschadiging wordt binnen een maand na indiening van de desbetreffende aanvraag betaald en is gelijk aan de kosten van de vervanging gebaseerd op de werkelijke waarde of de volledige kosten van de herstelling van de verloren of beschadigde rolstoel, andere mobiliteitsapparatuur of hulpmiddelen, of het verlies of letsel van het hulpdier. De vergoeding bevat tevens de kosten voor tijdelijke vervanging in geval van herstelling, wanneer die kosten door de reiziger worden gedragen.

Motivering

De vergoeding voor verlies of schade moet onmiddellijk en zonder onnodig uitstel aan personen met een handicap worden betaald. Dit voorkomt extra discriminatie en belemmeringen voor de mobiliteit van dergelijke reizigers.

Amendement    91

Voorstel voor een verordening

Artikel 25 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Indien nodig doen spoorwegondernemingen en stationbeheerders alle redelijke inspanningen om snel te zorgen voor een tijdelijke vervanging van specifieke apparatuur of hulpmiddelen, voor zover mogelijk met technische en functionele kenmerken die gelijkwaardig zijn aan die van de verloren of beschadigde apparatuur of hulpmiddelen. De persoon met een handicap of de persoon met beperkte mobiliteit mag de tijdelijke vervangapparatuur of -hulpmiddelen houden tot de in de leden 1 en 2 bedoelde vergoeding is betaald.

3.  Indien nodig zorgen de spoorwegondernemingen en stationbeheerders op hun kosten onmiddellijk voor een tijdelijke vervanging van specifieke apparatuur of hulpmiddelen, voor zover mogelijk met technische en functionele kenmerken die gelijkwaardig zijn aan die van de verloren of beschadigde apparatuur of hulpmiddelen. De persoon met een handicap of de persoon met beperkte mobiliteit mag, voor zover mogelijk en als hij of zij dit wenst, de tijdelijke vervangapparatuur of -hulpmiddelen houden tot de in de leden 1 en 2 bedoelde vergoeding is betaald.

Amendement    92

Voorstel voor een verordening

Artikel 26 – alinea 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  ervoor zorgen dat alle personeelsleden, met inbegrip van het personeel dat in dienst is bij een andere dienstverlenende partij die rechtstreeks bijstand verleent aan personen met een handicap en personen met beperkte mobiliteit, weten hoe zij moeten voldoen aan de behoeften van personen met een handicap en personen met beperkte mobiliteit, met inbegrip van personen met een mentale of intellectuele beperking;

(a)  ervoor zorgen dat alle personeelsleden, met inbegrip van het personeel dat in dienst is bij een andere dienstverlenende partij, een handicapgerelateerde opleiding krijgen zodat zij weten hoe zij moeten voldoen aan de behoeften van personen met een handicap en personen met beperkte mobiliteit, met inbegrip van personen met een mentale of intellectuele beperking;

Amendement    93

Voorstel voor een verordening

Artikel 26 – alinea 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b)  opleiding verstrekken om al hun personeelsleden die in het station werken of rechtstreeks omgaan met reizigers, bewust te maken van de behoeften van personen met een handicap;

(b)  opleiding waarborgen voor al hun personeelsleden die in het station werken of rechtstreeks omgaan met reizigers, om ze bewust te maken van de behoeften van personen met een handicap;

Amendement    94

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(c)  ervoor zorgen dat alle nieuwe werknemers bij de indienstname een handicapgerelateerde opleiding krijgen en dat hun personeelsleden regelmatig opfriscursussen volgen;

(c)  ervoor zorgen dat alle nieuwe werknemers bij de indienstname, en werknemers die vanwege de aard van hun werkzaamheden mogelijk rechtstreeks bijstand moeten verlenen aan reizigers met een handicap en reizigers met beperkte mobiliteit, een handicapgerelateerde opleiding krijgen en dat hun personeelsleden regelmatig opfriscursussen volgen;

Motivering

De werknemers die in direct contact staan met de reizigers, moeten te allen tijde passende hulp en bijstand kunnen bieden aan reizigers die dit nodig hebben.

Amendement    95

Voorstel voor een verordening

Artikel 26 – alinea 1 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(d)  de verzoeken van werknemers met een handicap, reizigers met een handicap, reizigers met beperkte mobiliteit en/of organisaties die deze personen vertegenwoordigen, om deel te nemen aan de opleidingen, aanvaarden.

(d)  personeelsleden met een handicap, alsmede reizigers met een handicap, reizigers met beperkte mobiliteit en organisaties die deze personen vertegenwoordigen, actief aanmoedigen om deel te nemen aan de opleidingen;

Amendement    96

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – letter d bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(d bis)  organisaties die personen met een handicap en met beperkte mobiliteit vertegenwoordigen, betrekken bij het ontwerp en de uitvoering van handicapgerelateerde opleidingen.

Amendement    97

Voorstel voor een verordening

Artikel 28 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Alle spoorwegondernemingen, verkopers van vervoersbewijzen, stationbeheerders en infrastructuurbeheerders van stations met gemiddeld meer dan 10 000 passagiers per dag gedurende een jaar zetten elk voor hun respectief verantwoordelijkheidsgebied een klachtenbehandelingsmechanisme op voor de onder deze verordening vallende rechten en verplichtingen. Zij maken hun contactgegevens en werktaal/talen op grote schaal bekend aan de reizigers.

1.  Alle spoorwegondernemingen, verkopers van vervoersbewijzen en touroperators, stationbeheerders en infrastructuurbeheerders van stations zetten elk voor hun respectief verantwoordelijkheidsgebied een klachtenbehandelingsmechanisme op voor de onder deze verordening vallende rechten en verplichtingen. Zij maken nadere informatie over hun procedure voor de behandeling van klachten, hun contactgegevens en werktaal/talen op grote schaal bekend aan de reizigers. Het klachtenformulier wordt aan de reizigers beschikbaar gesteld in één of meer talen die de meeste van hen begrijpen.

Amendement    98

Voorstel voor een verordening

Artikel 28 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Reizigers kunnen een klacht indienen bij elke van de betrokken spoorwegondernemingen, verkoper van vervoersbewijzen, stationbeheerders of infrastructuurbeheerders. Een klacht moeten worden ingediend binnen zes maanden na het incident dat het voorwerp vormt van de klacht. Degene aan wie de klacht is gericht, geeft binnen één maand na ontvangst van de klacht een gemotiveerd antwoord of deelt, in gerechtvaardigde gevallen, de reiziger mee op welke datum binnen een termijn van minder dan drie maanden na ontvangst van de klacht uiterlijk een antwoord kan worden verwacht. Spoorwegondernemingen, verkopers van vervoersbewijzen, stationbeheerders en infrastructuurbeheerders houden de gegevens over het incident die nodig zijn om de klacht te beoordelen, twee jaar bij en stellen ze op verzoek ter beschikking van de nationale handhavingsinstanties.

2.  Reizigers kunnen een klacht indienen bij elke van de betrokken spoorwegondernemingen, verkoper van vervoersbewijzen, stationbeheerders of infrastructuurbeheerders. Reizigers hebben het recht klachten op dezelfde manier in te dienen als zij hun vervoersbewijs hebben gekregen. Een klacht moeten worden ingediend binnen zes maanden na het incident dat het voorwerp vormt van de klacht. Degene aan wie de klacht is gericht, geeft binnen één maand na het indienen van de klacht een gemotiveerd antwoord of deelt, in gerechtvaardigde gevallen, de reiziger mee op welke datum binnen een termijn van minder dan drie maanden na ontvangst van de klacht uiterlijk een antwoord kan worden verwacht. Spoorwegondernemingen, verkopers van vervoersbewijzen, stationbeheerders en infrastructuurbeheerders houden de gegevens over het incident die nodig zijn om de klacht te beoordelen, twee jaar bij en stellen ze op verzoek ter beschikking van de nationale handhavingsinstanties.

Amendement    99

Voorstel voor een verordening

Artikel 28 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Nadere informatie over de procedure voor de behandeling van klachten moet toegankelijk zijn voor personen met een handicap en personen met beperkte mobiliteit.

3.  Nadere informatie over de procedure voor de behandeling van klachten moet gemakkelijk beschikbaar zijn voor de passagiers en toegankelijk zijn voor personen met een handicap en personen met beperkte mobiliteit. Deze informatie wordt op verzoek zonder enige kosten schriftelijk ter beschikking gesteld in de landstaal van de spoorwegonderneming.

Amendement    100

Voorstel voor een verordening

Artikel 28 – lid 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4 bis.  De Commissie stelt een gestandaardiseerd EU-klachtenformulier vast dat passagiers kunnen gebruiken om overeenkomstig deze verordening een vergoeding aan te vragen.

Motivering

In de geest van het non-discriminatiebeginsel als bedoeld in artikel 5 en in het licht van overweging 12 moeten passagiers een klacht kunnen indienen, ongeacht de taal. De passagier kan desgewenst besluiten niet het door de betrokken spoorwegonderneming, verkoper van vervoerbewijzen, stationbeheerder of infrastructuurbeheerder verstrekte formulier te gebruiken maar in plaats daarvan gebruik te maken van het gestandaardiseerde EU-klachtenformulier, dat evenzeer geldig is. Vooral voor passagiers die buiten hun eigen lidstaat reizen, kan het gemakkelijker zijn om een klacht in te dienen aan de hand van een EU-klachtenformulier.

Amendement    101

Voorstel voor een verordening

Artikel 29 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  Spoorwegondernemingen en stationbeheerders werken actief samen met organisaties die personen met een handicap vertegenwoordigen om vervoersdiensten toegankelijker te maken.

Motivering

Er bestaat een interne logica tussen artikel 26 en artikel 29, aangezien de Commissie voorstelt personeel op te leiden en zij kwaliteitsnormen voor de dienstverlening eist. Dit amendement zou het gebruik van spoorwegdiensten voor personen met een handicap kunnen vergemakkelijken en de kwaliteit van de aan hen aangeboden diensten kunnen verbeteren.

Amendement    102

Voorstel voor een verordening

Artikel 30 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Spoorwegondernemingen en stationbeheerders zorgen ervoor dat de reizigers op aangepaste wijze , met inbegrip van toegankelijke formaten overeenkomstig de toegankelijkheidseisen van Richtlijn XXX, in het station en in de trein informatie krijgen over hun rechten en plichten uit hoofde van deze verordening en over de contactgegevens van de krachtens artikel 31 door de lidstaten aangewezen instantie of instanties.

2.  Spoorwegondernemingen en stationbeheerders zorgen ervoor dat de reizigers op aangepaste wijze, met inbegrip van toegankelijke formaten overeenkomstig de toegankelijkheidseisen van Richtlijn XXX, in het station, in de trein en op hun website informatie krijgen over hun rechten en plichten uit hoofde van deze verordening en over de contactgegevens van de krachtens artikel 31 door de lidstaten aangewezen instantie of instanties.

Amendement    103

Voorstel voor een verordening

Artikel 31 – alinea 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten stellen de Commissie in kennis van de in overeenstemming met dit artikel aangestelde instantie(s) alsook van haar/hun respectieve verantwoordelijkheden.

De lidstaten stellen de Commissie in kennis van de in overeenstemming met dit artikel aangestelde instantie(s) alsook van haar/hun respectieve verantwoordelijkheden en publiceren deze op een daarvoor geschikte plaats op hun websites.

Motivering

Publicatie op internet zorgt voor meer transparantie voor reizigers en hierdoor wordt tegelijkertijd rekening gehouden met het doel van de Europese Unie om een digitale interne markt te creëren. Toen de oorspronkelijke verordening over de rechten van reizigers werd gepubliceerd was de digitale internemarktstrategie nog niet in werking getreden.

Amendement    104

Voorstel voor een verordening

Artikel 32 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De nationale handhavingsinstanties houden nauwgezet toezicht op de naleving van deze verordening en nemen de nodige maatregelen om te garanderen dat de rechten van passagiers worden gerespecteerd. Daartoe verstrekken spoorwegondernemingen, stationbeheerders en infrastructuurbeheerders de instanties op verzoek relevante documenten en informatie. Bij het uitvoeren van hun taken houden de instanties rekening met de informatie die bij hen wordt ingediend door het orgaan dat uit hoofde van artikel 33 is aangewezen om klachten te behandelen, als dit een ander orgaan is. Zij kunnen ook beslissen handhavingsmaatregelen te nemen op basis van individuele klachten die door dit orgaan worden doorgestuurd.

1.  De nationale handhavingsinstanties houden nauwgezet toezicht op de naleving van deze verordening en nemen de nodige maatregelen om te garanderen dat de rechten van passagiers worden gerespecteerd. Daartoe verstrekken spoorwegondernemingen, stationbeheerders en infrastructuurbeheerders onverwijld en in elk geval binnen een maand de instanties op verzoek relevante documenten en informatie. Bij het uitvoeren van hun taken houden de instanties rekening met de informatie die bij hen wordt ingediend door het orgaan dat uit hoofde van artikel 33 is aangewezen om klachten te behandelen, als dit een ander orgaan is. De lidstaten zorgen ervoor dat de nationale handhavings- en klachtenbehandelingsinstanties over voldoende bevoegdheden en middelen beschikken om op passende en doeltreffende wijze de individuele klachten van passagiers uit hoofde van deze verordening te handhaven.

Amendement    105

Voorstel voor een verordening

Artikel 32 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De nationale handhavingsinstanties publiceren elk jaar, uiterlijk eind april van het volgende kalenderjaar, statistieken over hun activiteiten, met inbegrip van de opgelegde sancties.

2.  De nationale handhavingsinstanties publiceren elk jaar verslagen met statistieken op hun website over het aantal en het type klachten dat zij hebben ontvangen en de resultaten van hun handhavingsmaatregelen, met inbegrip van de door hen opgelegde sancties. Dit geschiedt voor elk jaar uiterlijk op 1 april van het daaropvolgende jaar. Deze verslagen worden bovendien op de website van het Europees Spoorwegbureau ter beschikking gesteld.

Amendement    106

Voorstel voor een verordening

Artikel 32 – lid 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 bis.  De nationale handhavingsinstanties voeren, in samenwerking met organisaties van personen met een handicap en personen met beperkte mobiliteit, regelmatig audits uit van de in overeenstemming met deze verordening verleende bijstandsdiensten en publiceren de resultaten in toegankelijke en algemeen gebruikte formaten.

Amendement    107

Voorstel voor een verordening

Artikel 33 – lid 3 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Het orgaan bevestigt de ontvangst van de klacht binnen twee weken na ontvangst ervan. De procedure voor de behandeling van klachten duurt maximum drie maanden. In complexe gevallen kan het orgaan, naar eigen oordeel, deze periode verlengen tot zes maanden. In dat geval stelt het de passagier in kennis van de redenen voor de verlenging en van de tijd die naar verwachting nodig zal zijn om de procedure af te ronden. Alleen gevallen die juridische procedures inhouden, mogen langer dan zes maanden duren. Als het orgaan ook een orgaan voor alternatieve geschillenbeslechting is in de zin van Richtlijn 2013/11/EU, gelden de in die richtlijn vastgestelde termijnen.

Het orgaan bevestigt de ontvangst van de klacht binnen twee weken na ontvangst ervan. De procedure voor de behandeling van klachten duurt maximum drie maanden. In complexe gevallen kan het orgaan, naar eigen oordeel, deze periode verlengen tot zes maanden. In dat geval stelt het de passagier of de organisatie die de passagiers vertegenwoordigt, in kennis van de redenen voor de verlenging en van de tijd die naar verwachting nodig zal zijn om de procedure af te ronden. Alleen gevallen die juridische procedures inhouden, mogen langer dan zes maanden duren. Als het orgaan ook een orgaan voor alternatieve geschillenbeslechting is in de zin van Richtlijn 2013/11/EU, gelden de in die richtlijn vastgestelde termijnen en kan, indien alle betrokken partijen akkoord gaan, onlinegeschillenbeslechting in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 524/2013/EU ter beschikking worden gesteld.

Amendement    108

Voorstel voor een verordening

Bijlage II – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

DOOR SPOORWEGONDERNEMINGEN EN VERKOPERS VAN VERVOERBEWIJZEN TE VERSTREKKEN MINIMUMINFORMATIE

DOOR SPOORWEGONDERNEMINGEN, TOUROPERATORS EN VERKOPERS VAN VERVOERSBEWIJZEN TE VERSTREKKEN MINIMUMINFORMATIE

Motivering

Dit amendement is noodzakelijk omdat het onlosmakelijk is verbonden met onze andere amendementen betreffende de informatieverstrekking door de verschillende detailhandelaars van de betrokken treinreizen, met name de "touroperators" in de artikelen 5, 7, 9 en 10.

Amendement    109

Voorstel voor een verordening

Bijlage II – deel I – streepje 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

–  Algemene voorwaarden die op de overeenkomst van toepassing zijn

–  Algemene voorwaarden die op de overeenkomst of overeenkomsten die deel uitmaken van de reis of gecombineerde reis, van toepassing zijn

Motivering

Omwille van de juridische duidelijkheid in de gehele verordening is het belangrijk op te merken dat voor gecombineerde reizen meer dan een overeenkomst nodig is. Dit houdt verband met onze amendementen op hoofdstuk II.

Amendement    110

Voorstel voor een verordening

Bijlage II – deel I – streepje 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

–  Dienstregelingen en voorwaarden betreffende de snelste reisweg

–  Dienstregelingen en voorwaarden betreffende de snelste reisweg en de beste aansluitingen

Motivering

Aangezien gecombineerde reizen een veel breder scala aan spoorwegopties vertegenwoordigen dan het beperkte aanbod aan rechtstreekse vervoersbewijzen en gecombineerde reizen met verschillende vervoersbewijzen reeds technisch mogelijk zijn, is het zinvol voor ondernemingen om passagiers informatie te verstrekken over de beste manier om de reis af te leggen. Dit houdt onlosmakelijk verband met onze amendementen op dit gebied op hoofdstuk II.

Amendement    111

Voorstel voor een verordening

Bijlage II – deel I – streepje 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

–  Dienstregelingen en voorwaarden betreffende de laagste tarieven

–  Dienstregelingen en voorwaarden betreffende de laagste en alle beschikbare tarieven

Motivering

Aangezien gecombineerde reizen een veel breder scala aan spoorwegopties vertegenwoordigen dan het beperkte aanbod aan rechtstreekse vervoersbewijzen en gecombineerde reizen met verschillende vervoersbewijzen reeds technisch mogelijk zijn, is het zinvol voor ondernemingen om passagiers informatie te verstrekken over de beste manier om de reis af te leggen. Dit houdt onlosmakelijk verband met onze amendementen op dit gebied op hoofdstuk II.

Amendement    112

Voorstel voor een verordening

Bijlage II – deel I – streepje 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

–  Toegangsvoorwaarden voor fietsen

–  Toegangsregelingen voor fietsen

Motivering

Dit houdt onlosmakelijk verband met onze amendementen hierover op artikel 6.

Amendement    113

Voorstel voor een verordening

Bijlage II – deel I – streepje 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

–  Beschikbaarheid van zitplaatsen in rook- en niet-rokerscoupés, eerste en tweede klas en couchettes en slaapwagens

–  Beschikbaarheid van zitplaatsen voor alle toepasselijke tarieven in niet-rokerscoupés (en, indien van toepassing, rokerscoupés), eerste en tweede klas en couchettes en slaapwagens

Motivering

Dit amendement is noodzakelijk om dwingende redenen ten aanzien van de logica en de nadruk van de tekst. In het algemeen is roken in treinen in de meeste lidstaten tegenwoordig niet toegestaan, dus de tekst mag niet op misleidende wijze worden opgesteld en volgt de interne logica van hoofdstuk II.

Amendement    114

Voorstel voor een verordening

Bijlage II – deel I – streepje 8

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

–  Beschikbaarheid van diensten aan boord

–  Beschikbaarheid van diensten aan boord, met inbegrip van wifi en toiletten

Motivering

In overeenstemming met de verordening in haar geheel en de nadruk op het verbeteren van de rechten van passagiers is het belangrijk dat bepaalde elementaire aspecten van menselijke waardigheid worden erkend en dat er aan boord van treinen voor toiletten wordt gezorgd. Dit kan in het bijzonder belangrijk zijn voor personen met een handicap of verminderde mobiliteit. Het wifi-element is belangrijk omdat het aansluit bij de toenemende digitalisering en passagiers zal helpen om snel het vervolg van de reis te boeken wanneer een boekingskantoor is gesloten of een kaartautomaat niet werkt. Dit is onlosmakelijk verbonden met de doelstellingen van de verordening en de informatiebepalingen, met name in hoofdstuk II, en de toegankelijkheidsbepalingen in hoofdstuk V.

Amendement    115

Voorstel voor een verordening

Bijlage II – deel II – streepje 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

–  Diensten aan boord

–  Diensten aan boord, met inbegrip van wifi

Motivering

In overeenstemming met de verordening in haar geheel is het wifi-element belangrijk, omdat het aansluit bij de toenemende digitalisering en passagiers zal helpen om snel het vervolg van de reis te boeken wanneer een boekingskantoor is gesloten of een kaartautomaat niet werkt. Dit is onlosmakelijk verbonden met de doelstellingen van de verordening en de informatiebepalingen, met name in hoofdstuk II, en de toegankelijkheidsbepalingen in hoofdstuk V.

Amendement    116

Voorstel voor een verordening

Bijlage III – deel I – alinea 2 – punt 1 – letter a – sub iii – streepje 1 (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

–  percentage vertragingen van minder dan 60 minuten;

–  percentage vertragingen van minder dan 45 minuten;

Amendement    117

Voorstel voor een verordening

Bijlage III – deel II – alinea 1 – punt 4 – alinea 1 – sub vii

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(vii)  toegankelijkheid van het station en de stationsfaciliteiten.

(vii)  toegankelijkheid van het station en de stationsfaciliteiten, met inbegrip van traploze toegangen, roltrappen, liften en bagagebanden;

Amendement    118

Voorstel voor een verordening

Bijlage IV – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

In complexe gevallen, bijvoorbeeld in het geval van meerdere claims of exploitanten, grensoverschrijdende reizen of ongevallen op het grondgebied van een andere lidstaat dan die welke de vergunning van de onderneming heeft afgegeven, werken de nationale handhavingsinstanties samen om een "leidende" instantie aan te wijzen, die optreedt als enig contactpunt voor de passagiers, met name als het onduidelijk is welke nationale handhavingsinstantie bevoegd is of als dit de oplossing voor de klacht vergemakkelijkt of bespoedigt. Alle betrokken nationale handhavingsinstanties werken samen om een oplossing voor de klacht te faciliteren (ook door informatie uit te wisselen, te helpen met de vertaling van documenten en informatie over de omstandigheden van incidenten te verstrekken). Aan de passagiers wordt meegedeeld welke instantie optreedt als "leidende" instantie.

In complexe gevallen, bijvoorbeeld in het geval van meerdere claims of exploitanten, grensoverschrijdende reizen of ongevallen op het grondgebied van een andere lidstaat dan die welke de vergunning van de onderneming heeft afgegeven, werken de nationale handhavingsinstanties samen om een "leidende" instantie aan te wijzen, die optreedt als enig contactpunt voor de passagiers, met name als het onduidelijk is welke nationale handhavingsinstantie bevoegd is of als dit de oplossing voor de klacht vergemakkelijkt of bespoedigt. Alle betrokken nationale handhavingsinstanties werken samen om een oplossing voor de klacht te faciliteren (ook door informatie uit te wisselen, te helpen met de vertaling van documenten en informatie over de omstandigheden van incidenten te verstrekken). Aan de passagiers wordt meegedeeld welke instantie optreedt als "leidende" instantie. Daarnaast waarborgen de nationale handhavingsinstanties in alle gevallen naleving van Verordening (EU) 2017/2394.

PROCEDURE VAN DE ADVISERENDE COMMISSIE

Titel

Rechten en verplichtingen van reizigers in het treinverkeer (herschikking)

Document- en procedurenummers

COM(2017)0548 – C8-0324/2017 – 2017/0237(COD)

Bevoegde commissie

       Datum bekendmaking

TRAN

5.10.2017

 

 

 

Advies uitgebracht door

       Datum bekendmaking

IMCO

26.10.2017

Rapporteur voor advies

       Datum benoeming

Dennis de Jong

4.12.2017

Behandeling in de commissie

21.2.2018

21.3.2018

16.5.2018

 

Datum goedkeuring

4.6.2018

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

29

1

1

Bij de eindstemming aanwezige leden

John Stuart Agnew, Pascal Arimont, Carlos Coelho, Sergio Gaetano Cofferati, Daniel Dalton, Nicola Danti, Dennis de Jong, Pascal Durand, Liisa Jaakonsaari, Philippe Juvin, Nosheena Mobarik, Jiří Pospíšil, Virginie Rozière, Christel Schaldemose, Olga Sehnalová, Jasenko Selimovic, Mylène Troszczynski, Anneleen Van Bossuyt, Marco Zullo

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Cristian-Silviu Buşoi, Birgit Collin-Langen, Roberta Metsola, Marc Tarabella, Sabine Verheyen

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Asim Ademov, Clara Eugenia Aguilera García, Klaus Buchner, Peter Liese, Emilian Pavel, Annie Schreijer-Pierik, Tomáš Zdechovský

HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE ADVISERENDE COMMISSIE

29

+

ALDE

Jasenko Selimovic

ECR

Daniel Dalton, Nosheena Mobarik, Anneleen Van Bossuyt

ENF

Mylène Troszczynski

GUE/NGL

Dennis de Jong

PPE

Asim Ademov, Pascal Arimont, Cristian-Silviu Buşoi, Carlos Coelho, Birgit Collin-Langen, Philippe Juvin, Peter Liese, Roberta Metsola, Jiří Pospíšil, Annie Schreijer-Pierik, Sabine Verheyen, Tomáš Zdechovský

S&D

Clara Eugenia Aguilera García, Sergio Gaetano Cofferati, Nicola Danti, Liisa Jaakonsaari, Emilian Pavel, Virginie Rozière, Christel Schaldemose, Olga Sehnalová, Marc Tarabella

Verts/ALE

Klaus Buchner, Pascal Durand

1

-

EFDD

John Stuart Agnew

1

0

EFDD

Marco Zullo

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding


PROCEDURE VAN DE BEVOEGDE COMMISSIE

Titel

Rechten en verplichtingen van reizigers in het treinverkeer (herschikking)

Document- en procedurenummers

COM(2017)0548 – C8-0324/2017 – 2017/0237(COD)

Datum indiening bij EP

27.9.2017

 

 

 

Bevoegde commissie

       Datum bekendmaking

TRAN

5.10.2017

 

 

 

Adviserende commissies

       Datum bekendmaking

IMCO

26.10.2017

 

 

 

Rapporteurs

       Datum benoeming

Bogusław Liberadzki

25.10.2017

 

 

 

Behandeling in de commissie

19.3.2018

25.4.2018

 

 

Datum goedkeuring

9.10.2018

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

39

2

6

Bij de eindstemming aanwezige leden

Daniela Aiuto, Marie-Christine Arnautu, Inés Ayala Sender, Georges Bach, Izaskun Bilbao Barandica, Deirdre Clune, Michael Cramer, Luis de Grandes Pascual, Andor Deli, Isabella De Monte, Ismail Ertug, Jacqueline Foster, Tania González Peñas, Dieter-Lebrecht Koch, Merja Kyllönen, Innocenzo Leontini, Bogusław Liberadzki, Peter Lundgren, Elżbieta Katarzyna Łukacijewska, Marian-Jean Marinescu, Georg Mayer, Gesine Meissner, Renaud Muselier, Markus Pieper, Gabriele Preuß, Christine Revault d’Allonnes Bonnefoy, Dominique Riquet, Massimiliano Salini, Claudia Schmidt, Jill Seymour, Claudia Țapardel, Keith Taylor, Pavel Telička, Peter van Dalen, Wim van de Camp, Marie-Pierre Vieu, Elissavet Vozemberg-Vrionidi, Janusz Zemke, Kosma Złotowski

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Michael Detjen, Jill Evans, Maria Grapini, Ryszard Antoni Legutko, Marek Plura

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Angel Dzhambazki, John Howarth, Clare Moody

Datum indiening

18.10.2018


HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

39

+

ALDE

Izaskun Bilbao Barandica, Gesine Meissner, Dominique Riquet, Pavel Telička

ECR

Angel Dzhambazki, Ryszard Antoni Legutko, Peter Lundgren, Kosma Złotowski, Peter van Dalen

EFDD

Daniela Aiuto

GUE/NGL

Tania González Peñas, Merja Kyllönen, Marie-Pierre Vieu

PPE

Georges Bach, Deirdre Clune, Andor Deli, Dieter-Lebrecht Koch, Innocenzo Leontini, Elżbieta Katarzyna Łukacijewska, Marian-Jean Marinescu, Renaud Muselier, Marek Plura, Massimiliano Salini, Claudia Schmidt, Elissavet Vozemberg-Vrionidi, Luis de Grandes Pascual, Wim van de Camp

S&D

Inés Ayala Sender, Isabella De Monte, Michael Detjen, Maria Grapini, Bogusław Liberadzki, Gabriele Preuß, Christine Revault d'Allonnes Bonnefoy, Claudia Țapardel, Janusz Zemke

Verts/ALE

Michael Cramer, Jill Evans, Keith Taylor

2

-

ECR

Jacqueline Foster

EFDD

John Stuart Agnew

6

0

ENF

Marie-Christine Arnautu, Georg Mayer

EPP

Markus Pieper

S&D

Ismail Ertug, John Howarth, Clare Moody

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding

Laatst bijgewerkt op: 7 november 2018Juridische mededeling