Procedure : 2017/0352(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0348/2018

Ingediende teksten :

A8-0348/2018

Debatten :

PV 27/03/2019 - 24
CRE 27/03/2019 - 24

Stemmingen :

PV 16/04/2019 - 8.31

Aangenomen teksten :

P8_TA(2019)0389

VERSLAG     ***I
PDF 1333kWORD 208k
19.10.2018
PE 622.253v04-00 A8-0348/2018

over het gewijzigd voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een kader voor interoperabiliteit tussen de EU‑informatiesystemen (politiële en justitiële samenwerking, asiel en migratie) en tot wijziging van Verordening (EU) 2018/XX [de Eurodac-verordening], Verordening (EU) 2018/XX [de SIS-verordening op het gebied van rechtshandhaving], Verordening (EU) 2018/XX [de ECRIS-TCN-verordening] en Verordening (EU) 2018/XX [de eu‑LISA-verordening]

(COM(2018)0480 – C8-0003/2018 – 2017/0352(COD))

Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken

Rapporteur: Nuno Melo

AMENDEMENTEN
ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 ADVIES van de Begrotingscommissie
 PROCEDURE VAN DE BEVOEGDE COMMISSIE
 HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het gewijzigd voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een kader voor interoperabiliteit tussen de EU‑informatiesystemen (politiële en justitiële samenwerking, asiel en migratie) en tot wijziging van Verordening (EU) 2018/XX [de Eurodac-verordening], Verordening (EU) 2018/XX [de SIS-verordening op het gebied van rechtshandhaving], Verordening (EU) 2018/XX [de ECRIS-TCN-verordening] en Verordening (EU) 2018/XX [de eu‑LISA-verordening]

(COM(2018)0480 – C8-0293/2018 – 2017/0352(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2017)0794), en het gewijzigd voorstel (COM(2018)0480),

–  gezien artikel 294, lid 2, artikel 16, lid 2, artikel 74, artikel 78, lid 2, onder e), artikel 79, lid 2, onder c), artikel 82, lid 1, onder d), artikel 85, lid 1, artikel 87, lid 2, onder a) en artikel 88, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C8‑0293/2018),

–  gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien artikel 59 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken en het advies van de Begrotingscommissie (A8‑0348/2018),

1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.  verzoekt de Commissie om hernieuwde voorlegging aan het Parlement indien zij haar voorstel vervangt, ingrijpend wijzigt of voornemens is het ingrijpend te wijzigen;

3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

Amendement    1

Voorstel voor een verordening

Overweging 8 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(8 bis)  In zijn advies 4/2018 van 16 april 20181 bis heeft de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming benadrukt dat het besluit om grootschalige IT‑systemen interoperabel te maken niet alleen blijvende en vergaande gevolgen zou hebben voor de structuur en de werkwijze van die systemen, maar ook van invloed zou zijn op de wijze waarop juridische beginselen op dit gebied tot dusver zijn geïnterpreteerd, en bijgevolg tot een onomkeerbare situatie zou leiden.

 

_________________

 

1 bis http://edps.europa.eu/sites/edp/files/publication/2018-04-16_interoperability_opinion_en.pdf

Amendement    2

Voorstel voor een verordening

Overweging 8 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(8 ter)  In haar advies van 11 april 20181 bis heeft de Groep gegevensbescherming artikel 29 herhaald dat stappen in de richting van interoperabiliteit van systemen fundamentele vragen opwerpen met betrekking tot het doel, de noodzaak en de evenredigheid van de gegevensverwerking en tot problemen kunnen leiden wat betreft de beginselen van doelbinding en minimale gegevensverwerking, gegevensbewaring en duidelijke identificatie van de verwerkingsverantwoordelijke.

 

_________________

 

1 bis http://ec.europa.eu/newsroom/article29/document.cfm?action=display&doc_id=51517

Amendement    3

Voorstel voor een verordening

Overweging 9

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(9)  Teneinde het beheer van de buitengrenzen te verbeteren, bij te dragen aan het voorkomen en bestrijden van irreguliere migratie en aan een hoog niveau van veiligheid in de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht van de Unie, met inbegrip van handhaving van de openbare orde en veiligheid en de vrijwaring van de veiligheid op het grondgebied van de lidstaten, dient er interoperabiliteit tot stand te worden gebracht tussen een aantal EU-informatiesystemen, namelijk [het inreis-uitreissysteem (EES)], het Visuminformatiesysteem (VIS), [het Europees systeem voor reisinformatie en -autorisatie (ETIAS)], Eurodac, het Schengeninformatiesysteem (SIS) en [het Europees Strafregister Informatiesysteem voor onderdanen van derde landen (ECRIS-TCN)], opdat deze EU-informatiesystemen en de erin opgenomen gegevens elkaar aanvullen. Hiertoe dienen de volgende interoperabiliteitscomponenten tot stand te worden gebracht: een Europees zoekportaal (ESP), een gezamenlijke dienst voor biometrische matching (gezamenlijke BMS), een gemeenschappelijk identiteitenregister (CIR) en een detector van meerdere identiteiten (MID).

(9)  Teneinde het beheer van de buitengrenzen te verbeteren, reguliere grensoverschrijdingen te vergemakkelijken, bij te dragen aan het voorkomen en bestrijden van irreguliere migratie en aan een hoog niveau van veiligheid in de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht van de Unie, met inbegrip van handhaving van de openbare orde en veiligheid en de vrijwaring van de veiligheid op het grondgebied van de lidstaten, de uitvoering van het gemeenschappelijk visumbeleid te verbeteren en bijstand te verlenen bij de behandeling van verzoeken om internationale bescherming, om het vertrouwen te houden van het publiek in het migratie- en asielstelsel van de Unie, de veiligheidsmaatregelen van de Unie en de capaciteit van de Unie om de buitengrens te beheren, dient er interoperabiliteit tot stand te worden gebracht tussen een aantal informatiesystemen van de Unie, namelijk het inreis-uitreissysteem (het EES), het Visuminformatiesysteem (VIS), [het Europees systeem voor reisinformatie en ‑autorisatie (ETIAS)], Eurodac, het Schengeninformatiesysteem (SIS) en [het Europees Strafregister Informatiesysteem voor onderdanen van derde landen (ECRIS-TCN)], opdat deze informatiesystemen van de Unie en de erin opgenomen gegevens elkaar aanvullen, voor zover dat mogelijk is met inachtneming van de grondrechten van het individu, en met name de bescherming van persoonsgegevens. Hiertoe dienen de volgende interoperabiliteitscomponenten tot stand te worden gebracht: een Europees zoekportaal (ESP), een gezamenlijke dienst voor biometrische matching (gezamenlijke BMS), een gemeenschappelijk identiteitenregister (CIR) en een detector van meerdere identiteiten (MID).

Amendement    4

Voorstel voor een verordening

Overweging 10

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(10)  De interoperabiliteit tussen de informatiesystemen van de EU moet deze systemen in staat stellen elkaar aan te vullen teneinde de correcte identificatie van personen te vergemakkelijken, bijdragen tot de bestrijding van identiteitsfraude, vereisten inzake de gegevenskwaliteit van de respectieve Europese informatiesystemen verbeteren en harmoniseren, de technische en operationele implementatie van de bestaande en de toekomstige informatiesystemen van de EU door de lidstaten vergemakkelijken, de waarborgen inzake gegevensbeveiliging en -bescherming die van toepassing zijn op de informatiesystemen van de EU versterken en vereenvoudigen, en de toegang van rechtshandhavingsinstanties tot het EES, het VIS, het [ETIAS] en Eurodac stroomlijnen en de doelen van het EES, het VIS, het [ETIAS], Eurodac, het SIS en het [ECRIS-TCN] ondersteunen.

(10)  De interoperabiliteit tussen de informatiesystemen van de Unie moet deze systemen in staat stellen elkaar aan te vullen teneinde de correcte identificatie van personen, met het oog op de toepassing van internationale bescherming of in verband met het voorkomen, opsporen en onderzoeken van ernstige strafbare feiten, waaronder terroristische misdrijven, te vergemakkelijken, bijdragen tot de bestrijding van identiteitsfraude, vereisten inzake de gegevenskwaliteit van de respectieve informatiesystemen van de Unie verbeteren en harmoniseren, bijdragen tot het waarborgen van het doeltreffend gebruik van de informatiesystemen van de Unie, gegevens van Europol en databases van Interpol, door de toegang daartoe voor autoriteiten te vergemakkelijken, overeenkomstig hun toegangsrechten en de doelstellingen en doeleinden als vastgelegd in de wettelijke instrumenten met betrekking tot de respectievelijke systemen, de waarborgen inzake gegevensbeveiliging en ‑bescherming die van toepassing zijn op de informatiesystemen van de Unie versterken, vereenvoudigen en harmoniseren, met name door alle gegevensbeschermingsvoorschriften van de Unie van toepassing te maken op alle informatiesystemen, en de toegang van aangewezen autoriteiten tot het EES, VIS, [ETIAS] en Eurodac stroomlijnen en vereenvoudigen en de doelen van het EES, VIS, [ETIAS], Eurodac, SIS en [ECRIS-TCN] ondersteunen.

Amendement    5

Voorstel voor een verordening

Overweging 11

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(11)  De interoperabiliteitscomponenten dienen betrekking te hebben op het EES, het VIS, het ETIAS, Eurodac, het SIS en het [ECRIS-TCN]. Voornoemde componenten dienen ook van toepassing te zijn op de gegevens van Europol, in de zin dat zij het mogelijk moeten maken de gegevens van Europol gelijktijdig met de EU-informatiesystemen te doorzoeken.

(11)  De interoperabiliteitscomponenten dienen betrekking te hebben op het EES, het VIS, het ETIAS, Eurodac, het SIS en het [ECRIS-TCN]. Voornoemde componenten dienen ook van toepassing te zijn op de gegevens van Europol, echter uitsluitend in de zin dat zij het mogelijk moeten maken de gegevens van Europol gelijktijdig met de informatiesystemen van de Unie te doorzoeken.

Amendement    6

Voorstel voor een verordening

Overweging 12 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(12 bis)  Kinderen en kwetsbare personen hebben met betrekking tot hun persoonsgegevens recht op specifieke bescherming, aangezien zij zich allicht minder bewust zijn van de betrokken risico's, gevolgen en waarborgen en van hun rechten in verband met de verwerking van persoonsgegevens. De interoperabiliteitscomponenten moeten zodanig zijn opgezet dat bijzondere aandacht wordt besteed aan de bescherming van kinderen en dat hun rechten en hun integriteit volledig worden geëerbiedigd.

Amendement    7

Voorstel voor een verordening

Overweging 13

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(13)  Het Europees zoekportaal (ESP) dient te worden opgericht om het langs technische weg gemakkelijker te maken voor de autoriteiten van de lidstaten en de EU-organen om snel, ononderbroken, efficiënt, systematisch en gecontroleerd toegang te krijgen tot de EU-informatiesystemen, de gegevens van Europol en de databanken van Interpol die zij nodig hebben om hun taken te verrichten, zulks overeenkomstig hun toegangsrechten en ter ondersteuning van de doelstellingen van het EES, het VIS, het [ETIAS], Eurodac, het SIS, het [ECRIS-TCN] en de gegevens van Europol. Door het mogelijk te maken gelijktijdig en parallel te zoeken in alle relevante EU-informatiesystemen, alsook in de gegevens van Europol en de databanken van Interpol, moet het ESP dienstdoen als één loket of “messagebroker” voor het naadloos doorzoeken van verscheidene centrale systemen en opvragen van de nodige informatie, met volledige inachtneming van de voorschriften inzake toegangscontrole en gegevensbescherming van de onderliggende systemen.

(13)  Het ESP dient te worden opgericht om het langs technische weg gemakkelijker te maken voor de autoriteiten van de lidstaten en de agentschappen van de Unie om gecontroleerd toegang te krijgen tot de relevante informatiesystemen van de Unie, gegevens van Europol en de databanken van Interpol voor zover dit nodig is om hun taken te verrichten, zulks overeenkomstig hun toegangsrechten en ter ondersteuning van de doelstellingen van het EES, VIS, [ETIAS], Eurodac, SIS, [ECRIS-TCN] en gegevens van Europol. Door het mogelijk te maken gelijktijdig en parallel te zoeken in alle relevante informatiesystemen van de Unie, alsook in gegevens van Europol en de databanken van Interpol, moet het ESP dienstdoen als één loket of "messagebroker" voor het naadloos doorzoeken van verscheidene centrale systemen en opvragen van de nodige informatie, met volledige inachtneming van de voorschriften inzake toegangscontrole en gegevensbescherming van de onderliggende systemen.

Amendement    8

Voorstel voor een verordening

Overweging 16

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(16)  Om ervoor te zorgen dat alle EU-informatiesystemen snel en systematisch worden gebruikt, dient het Europees zoekportaal (ESP) te worden gebruikt voor het doorzoeken van het gemeenschappelijke identiteitenregister, het EES, het VIS, [het ETIAS], Eurodac en [het ECRIS-TCN] . De nationale verbinding met de verschillende EU-informatiesystemen dient echter te blijven bestaan, bij wijze van technisch vangnet. Het ESP dient ook door organen van de Unie te worden gebruikt om het centrale SIS overeenkomstig hun toegangsrechten te doorzoeken voor het verrichten van hun taken. Het ESP dient een aanvullend middel te zijn voor het doorzoeken van het centrale SIS, de gegevens van Europol en de systemen van Interpol, ter aanvulling van de interfaces die daarvoor al beschikbaar zijn.

(16)  Om ervoor te zorgen dat alle relevante informatiesystemen van de Unie snel en naadloos kunnen worden gebruikt, dient het ESP te worden gebruikt voor het doorzoeken van het gemeenschappelijke identiteitenregister, het EES, VIS, [ETIAS], Eurodac en [ECRIS-TCN]. Er moet een centraal ESP van de Unie als back-up worden ingesteld met alle functionaliteiten van het hoofd-ESP en een vergelijkbaar prestatieniveau als het hoofd-ESP, voor het geval dit uitvalt. De nationale verbinding met de verschillende relevante informatiesystemen van de Unie dient echter te blijven bestaan, bij wijze van technisch vangnet. Het ESP dient ook door agentschappen van de Unie te worden gebruikt om het centrale SIS overeenkomstig hun toegangsrechten te doorzoeken voor het verrichten van hun taken. Het ESP dient een aanvullend middel te zijn voor het doorzoeken van het centrale SIS, gegevens van Europol en de systemen van Interpol, ter aanvulling van de interfaces die daarvoor al beschikbaar zijn.

Amendement    9

Voorstel voor een verordening

Overweging 17

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(17)  Biometrische gegevens zoals vingerafdrukken en gezichtsopnames zijn uniek en derhalve voor de identificatie van een persoon veel betrouwbaarder dan alfanumerieke gegevens. De gezamenlijke dienst voor biometrische matching (gezamenlijke BMS) dient als technisch instrument het werk van de relevante EU-informatiesystemen en andere interoperabiliteitscomponenten te versterken en vereenvoudigen. De gezamenlijke BMS heeft in de eerste plaats ten doel de identificatie te vergemakkelijken van een natuurlijke persoon die wellicht geregistreerd is in verschillende databanken, door biometrische gegevens tussen verschillende systemen te matchen en door te werken met één enkele technologische component in plaats van vijf afzonderlijke componenten in elk van de onderliggende systemen. De gezamenlijke BMS dient de veiligheid te bevorderen alsmede voordelen uit financieel, operationeel en onderhoudsoogpunt op te leveren, door uit te gaan van één enkele technologische component in plaats van meerdere, per onderliggend systeem verschillende componenten. Alle geautomatiseerde vingerafdrukidentificatiesystemen, waaronder de momenteel voor Eurodac, het VIS en het SIS gebruikte toepassingen, maken gebruik van biometrische templates met gegevens die zijn verkregen door specifieke kenmerken te extraheren uit concrete biometrische informatie. De gezamenlijke BMS dient al deze biometrische templates te bundelen en op één locatie op te slaan, zodat systeemoverschrijdende vergelijkingen op basis van biometrische gegevens gemakkelijker worden en schaalvoordelen bij de ontwikkeling en het onderhoud van de centrale EU-systemen kunnen worden behaald.

(17)  Biometrische gegevens, die in het kader van deze verordening uitsluitend vingerafdrukken en gezichtsopnamen omvatten en derhalve geen handpalmafdrukken, zijn uniek en derhalve voor de identificatie van een persoon veel betrouwbaarder dan alfanumerieke gegevens. Biometrische gegevens zijn echter gevoelige persoonsgegevens. Derhalve dient deze verordening de grondslag en de waarborgen vast te stellen voor de verwerking van dergelijke gegevens met het oog op de unieke identificatie van de betrokkenen. De gezamenlijke dienst voor biometrische matching (gezamenlijke BMS) dient als technisch instrument het werk van de relevante informatiesystemen van de Unie, het doeltreffende gebruik van Europol-gegevens en andere interoperabiliteitscomponenten te versterken en vereenvoudigen. De gezamenlijke BMS moet de geautomatiseerde vingerafdrukidentificatiesystemen van respectievelijk EES, VIS, SIS, Eurodac en [ECRIS-TCN] vervangen en moet daarom de opslag van de biometrische date of van de biometrische templates niet dupliceren. De gezamenlijke BMS heeft in de eerste plaats ten doel de identificatie te vergemakkelijken van een natuurlijke persoon die wellicht geregistreerd is in verschillende databanken, door biometrische gegevens tussen verschillende systemen te matchen en door te werken met één enkele technologische component in plaats van vijf afzonderlijke componenten in elk van de onderliggende systemen. De gezamenlijke BMS dient de veiligheid te bevorderen alsmede voordelen uit financieel, operationeel en onderhoudsoogpunt op te leveren, door uit te gaan van één enkele technologische component in plaats van meerdere, per onderliggend systeem verschillende componenten. Alle geautomatiseerde vingerafdrukidentificatiesystemen, waaronder de momenteel voor Eurodac, VIS en SIS gebruikte toepassingen, maken gebruik van biometrische templates met gegevens die zijn verkregen door specifieke kenmerken te extraheren uit concrete biometrische informatie. De gezamenlijke BMS dient al deze biometrische templates, logisch gescheiden per informatiesysteem waaruit de gegevens afkomstig zijn, te bundelen en op één locatie op te slaan, zodat systeemoverschrijdende vergelijkingen op basis van biometrische templates gemakkelijker worden en schaalvoordelen bij de ontwikkeling en het onderhoud van de centrale systemen van de Unie kunnen worden behaald.

Amendement    10

Voorstel voor een verordening

Overweging 17 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(17 bis)  De in de gezamenlijke BMS opgeslagen biometrische templates die zijn samengesteld op basis van gegevens die zijn verkregen door specifieke kenmerken te extraheren uit concrete biometrische informatie moeten op zodanige wijze worden vervaardigd dat het proces niet kan worden omgedraaid. Dat wil zeggen dat de biometrische templates samengesteld moeten worden op basis van biometrische gegevens zonder dat het mogelijk is om dezelfde biometrische gegevens uit de biometrische templates te verkrijgen.

Amendement    11

Voorstel voor een verordening

Overweging 18

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(18)  Biometrische gegevens zijn gevoelige persoonsgegevens. Deze verordening dient de grondslag en de waarborgen vast te stellen voor de verwerking van dergelijke gegevens met het oog op de unieke identificatie van de betrokkenen.

Schrappen

Amendement    12

Voorstel voor een verordening

Overweging 19

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(19)  De systemen die zijn ingesteld bij Verordening (EU) 2017/2226 van het Europees Parlement en de Raad54, Verordening (EG) nr. 767/2008 van het Europees Parlement en de Raad55 en [de ETIAS-verordening] voor het beheer van de grenzen van de Unie, het systeem dat is ingesteld bij [de Eurodac-verordening] voor de identificatie van personen die om internationale bescherming verzoeken en de bestrijding van irreguliere migratie, en het systeem dat is ingesteld bij [de ECRIS-TCN-verordening] kunnen alleen doeltreffend zijn als de onderdanen wier persoonsgegevens daarin worden opgeslagen, accuraat zijn geïdentificeerd.

(19)  De systemen die zijn ingesteld bij Verordening (EU) 2017/2226 van het Europees Parlement en de Raad54, Verordening (EG) nr. 767/2008 van het Europees Parlement en de Raad55 en [de ETIAS-verordening] voor het beheer van de grenzen van de Unie, het systeem dat is ingesteld bij [de Eurodac-verordening] voor de identificatie van personen die om internationale bescherming verzoeken en de bestrijding van irreguliere migratie, en het systeem dat is ingesteld bij [de ECRIS-TCN-verordening] kunnen alleen doeltreffend zijn als de onderdanen van derde landen wier persoonsgegevens daarin worden opgeslagen, accuraat zijn geïdentificeerd.

_________________

_________________

54 Verordening (EU) 2017/2226 van het Europees Parlement en de Raad van 30 november 2017 tot instelling van een inreis-uitreissysteem (EES) voor de registratie van inreis- en uitreisgegevens en van gegevens over weigering van toegang ten aanzien van onderdanen van derde landen die de buitengrenzen overschrijden en tot vaststelling van de voorwaarden voor toegang tot het EES voor rechtshandhavingsdoeleinden en tot wijziging van de overeenkomst ter uitvoering van het te Schengen gesloten akkoord en Verordeningen (EG) nr. 767/2008 en (EU) nr. 1077/2011 (EES-verordening) (PB L 327 van 9.12.2017, blz. 20-82).

54 Verordening (EU) 2017/2226 van het Europees Parlement en de Raad van 30 november 2017 tot instelling van een inreis-uitreissysteem (EES) voor de registratie van inreis- en uitreisgegevens en van gegevens over weigering van toegang ten aanzien van onderdanen van derde landen die de buitengrenzen overschrijden en tot vaststelling van de voorwaarden voor toegang tot het EES voor rechtshandhavingsdoeleinden en tot wijziging van de overeenkomst ter uitvoering van het te Schengen gesloten akkoord en Verordeningen (EG) nr. 767/2008 en (EU) nr. 1077/2011 (EES-verordening) (PB L 327 van 9.12.2017, blz. 20-82).

55 Verordening (EG) nr. 767/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 9 juli 2008 betreffende het Visuminformatiesysteem (VIS) en de uitwisseling tussen de lidstaten van gegevens op het gebied van visa voor kort verblijf (VIS-verordening) (PB L 218 van 13.8.2008, blz. 60).

55 Verordening (EG) nr. 767/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 9 juli 2008 betreffende het Visuminformatiesysteem (VIS) en de uitwisseling tussen de lidstaten van gegevens op het gebied van visa voor kort verblijf (VIS‑verordening) (PB L 218 van 13.8.2008, blz. 60).

Motivering

Technische wijziging.

Amendement    13

Voorstel voor een verordening

Overweging 25

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(25)  Het gemeenschappelijke identiteitenregister (CIR) dient te voorzien in een gedeelde datacontainer voor biometrische en identiteitsgegevens van onderdanen van derde landen die geregistreerd zijn in het EES, het VIS, [het ETIAS], Eurodac en het [ECRIS-TCN], en deze datacontainer moet voor deze systemen fungeren als de gezamenlijke component voor het opslaan en doorzoeken van dergelijke gegevens.

(25)  Het CIR dient te voorzien in een gedeelde datacontainer voor biometrische en identiteitsgegevens van onderdanen van derde landen die geregistreerd zijn in het EES, VIS, [ETIAS], Eurodac en [ECRIS-TCN], en deze datacontainer moet voor deze systemen fungeren als de gezamenlijke component voor het opslaan en doorzoeken van dergelijke gegevens. Er moet een centraal CIR van de Unie als back-up worden ingesteld met alle functionaliteiten van het hoofd-CIR en een vergelijkbaar prestatieniveau als het hoofd-CIR, voor het geval dit uitvalt.

Amendement    14

Voorstel voor een verordening

Overweging 27

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(27)  Om de correcte identificatie van een persoon te waarborgen, dient het de autoriteiten van de lidstaten die bevoegd zijn voor het voorkomen en bestrijden van irreguliere migratie en de bevoegde autoriteiten in de zin van artikel 3, lid 7, van Richtlijn 2016/680 te worden toegestaan om het gemeenschappelijke identiteitenregister (CIR) te doorzoeken aan de hand van de tijdens een identiteitscontrole vastgestelde biometrische gegevens van de betrokkene.

(27)  Om bij te dragen tot de correcte identificatie van die persoon, indien een politiële autoriteit van een lidstaat een persoon niet heeft kunnen identificeren op basis van een raadpleging van de CIR aan de hand van een reisdocument of de door die persoon verstrekte identiteitsgegevens, of wanneer er twijfel bestaat over de authenticiteit van het reisdocument of de identiteit van de houder ervan, of wanneer de betrokkene niet in staat of bereid is medewerking te verlenen, dient het de bevoegde autoriteiten van een lidstaat in de zin van artikel 3, lid 7, van Richtlijn 2016/680, overeenkomstig de in de nationale wetgeving vastgestelde voorschriften en procedures, te worden toegestaan om het CIR te doorzoeken aan de hand van de tijdens een identiteitscontrole vastgestelde biometrische gegevens van de betrokkene, op voorwaarde dat de betrokkene bij die controle fysiek aanwezig is.

Amendement    15

Voorstel voor een verordening

Overweging 28

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(28)  Als de biometrische gegevens van de persoon niet kunnen worden gebruikt of wanneer het zoeken aan de hand van die gegevens geen resultaat oplevert, dient te worden gezocht aan de hand van de identiteitsgegevens van de betrokkene in combinatie met gegevens van reisdocumenten. Als de zoekopdracht uitwijst dat er gegevens over de betrokkene zijn opgeslagen in het gemeenschappelijke identiteitenregister (CIR), dienen de autoriteiten van de lidstaten daartoe toegang te hebben om de in het CIR opgeslagen gegevens van de betrokkene te raadplegen, zonder dat op enige wijze wordt duidelijk gemaakt van welk informatiesysteem van de EU die gegevens deel uitmaken.

Schrappen

Amendement    16

Voorstel voor een verordening

Overweging 30

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(30)  Deze verordening dient het tevens mogelijk te maken om de aangewezen rechtshandhavingsinstanties van de lidstaten alsmede Europol gestroomlijnde toegang te bieden tot andere gegevens dan identiteitsgegevens in het EES, het VIS, [het ETIAS] of Eurodac. De systemen bevatten naast identiteitsgegevens ook andere gegevens die in een specifiek geval noodzakelijk kunnen zijn om terroristische misdrijven of andere ernstige strafbare feiten te voorkomen, op te sporen, te onderzoeken en te vervolgen.

(30)  Deze verordening dient het tevens mogelijk te maken om de aangewezen autoriteiten van de lidstaten alsmede Europol gestroomlijnde toegang te bieden tot andere gegevens dan identiteitsgegevens in het EES, VIS, [ETIAS] of Eurodac. In specifieke gevallen wanneer er gegronde redenen zijn om aan te nemen dat de raadpleging van die gegevens aanzienlijk zal bijdragen tot het voorkomen, opsporen of onderzoeken van terroristische misdrijven of andere ernstige strafbare feiten, bevatten de systemen naast identiteitsgegevens ook andere gegevens die noodzakelijk kunnen zijn om dergelijke strafbare feiten te voorkomen, op te sporen, te onderzoeken en te vervolgen, met name wanneer er een gegrond vermoeden bestaat dat de verdachte, de dader of het slachtoffer van een terroristisch misdrijf of een ander ernstig strafbaar feit behoort tot de categorie van onderdanen van derde landen behoort van wie gegevens worden opgeslagen in het EES, VIS het [ETIAS] en Eurodac. Dergelijke gestroomlijnde toegang moet enkel worden geboden nadat een zoekopdracht in de nationale databanken is verricht en een zoekopdracht in het geautomatiseerde vingerafdrukidentificatiesysteem van andere lidstaten krachtens Besluit 2008/615/JBZ1 bis is gestart.

 

__________________

 

1 bis Besluit 2008/615/JBZ van de Raad van 23 juni 2008 inzake de intensivering van de grensoverschrijdende samenwerking, in het bijzonder ter bestrijding van terrorisme en grensoverschrijdende criminaliteit (PB L 210 van 6.8.2008, blz. 1).

Amendement    17

Voorstel voor een verordening

Overweging 31

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(31)  De volledige toegang tot de nodige gegevens in de informatiesystemen van de EU (andere dan de relevante identiteitsgegevens uit het gemeenschappelijk identiteitenregister (CIR) die zijn verkregen door gebruik te maken van tijdens een identiteitscontrole vastgestelde biometrische gegevens) dient, wanneer die toegang noodzakelijk is met het oog op het voorkomen, opsporen en onderzoeken van terroristische misdrijven of andere ernstige strafbare feiten, onderworpen te blijven aan de bepalingen in de respectieve rechtsinstrumenten. De aangewezen rechtshandhavingsinstanties en Europol weten vooraf niet welke EU-informatiesystemen gegevens bevatten van de personen over wie zij informatie nodig hebben. Dit leidt tot vertragingen en inefficiëntie bij de uitvoering van hun taken. De door de aangewezen instantie gemachtigde eindgebruiker dient derhalve te kunnen zien in welke van de EU-informatiesystemen de gegevens betreffende de ingevoerde zoekopdracht worden geregistreerd. Het betrokken systeem moet dus worden gemarkeerd nadat automatisch is geverifieerd dat het systeem een treffer bevat (treffermarkering).

(31)  De volledige toegang tot de nodige gegevens in de informatiesystemen van de Unie (andere dan de relevante identiteitsgegevens uit het CIR die zijn verkregen door gebruik te maken van tijdens een identiteitscontrole vastgestelde biometrische gegevens) dient, wanneer die toegang noodzakelijk is met het oog op het voorkomen, opsporen en onderzoeken van terroristische misdrijven of andere ernstige strafbare feiten, onderworpen te blijven aan de bepalingen in de respectieve rechtsinstrumenten. De aangewezen autoriteiten en Europol weten vooraf niet welke informatiesystemen van de Unie gegevens bevatten van de personen over wie zij informatie nodig hebben. Dit leidt tot vertragingen en inefficiëntie bij de uitvoering van hun taken. De door de aangewezen instantie gemachtigde eindgebruiker dient derhalve te kunnen zien in welke van de informatiesystemen van de Unie de gegevens betreffende de ingevoerde zoekopdracht worden geregistreerd. Het betrokken systeem moet dus worden gemarkeerd nadat automatisch is geverifieerd dat het systeem een treffer bevat (treffermarkering), na de nodige naspeuringen in nationale databanken te hebben gedaan en na een zoekopdracht in het geautomatiseerde vingerafdrukidentificatiesysteem van andere lidstaten krachtens Besluit 2008/615/JBZ te hebben gestart.

Amendement    18

Voorstel voor een verordening

Overweging 33

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(33)  Wil een zoekopdracht in het gemeenschappelijke identiteitenregister (CIR) door de aangewezen autoriteiten en Europol leiden tot een antwoord met treffermarkering waaruit blijkt dat de gegevens zijn geregistreerd in het EES, het VIS, [het ETIAS] of Eurodac, dan is automatische verwerking van persoonsgegevens vereist. Een treffermarkering dient geen persoonsgegevens te onthullen, maar hoogstens te vermelden dat bepaalde persoonsgegevens van de betrokkene in een van de systemen zijn opgeslagen. De gemachtigde eindgebruiker mag niet louter op grond van een treffermarkering een beslissing nemen die ongunstig is voor de betrokkene. De toegang van een eindgebruiker tot een treffermarkering houdt een zeer beperkte inmenging in het recht op bescherming van de persoonsgegevens van de betrokkene in en is nodig om de aangewezen autoriteit en Europol in staat te stellen hun verzoek om toegang tot persoonsgegevens rechtstreeks te richten tot het systeem dat de gegevens volgens de markering bevat, hetgeen doeltreffender is.

(33)  Wil een zoekopdracht in het CIR door de aangewezen autoriteiten en Europol leiden tot een antwoord met treffermarkering waaruit blijkt dat de gegevens zijn geregistreerd in het EES, het VIS, [het ETIAS] of Eurodac, dan is automatische verwerking van persoonsgegevens vereist. Een treffermarkering mag alleen persoonsgegevens van de betrokkene bevatten anders dan een vermelding dat bepaalde persoonsgegevens van de betrokkene in een van de systemen zijn opgeslagen, op voorwaarde dat de autoriteit die de zoekopdracht verricht, toegang tot het systeem in kwestie heeft. De gemachtigde eindgebruiker mag niet louter op grond van een treffermarkering een beslissing nemen die ongunstig is voor de betrokkene, en de treffermarkering mag door de betrokken autoriteiten alleen worden gebruikt om uit te maken welke databank moet worden doorzocht. De toegang van een eindgebruiker tot een treffermarkering houdt een zeer beperkte inmenging in het recht op bescherming van de persoonsgegevens van de betrokkene in en is nodig om de aangewezen autoriteit en Europol in staat te stellen hun verzoek om toegang tot persoonsgegevens rechtstreeks te richten tot het systeem dat de gegevens volgens de markering bevat, hetgeen doeltreffender is.

Amendement    19

Voorstel voor een verordening

Overweging 34

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(34)  De tweefasenaanpak inzake gegevensraadpleging is met name van belang voor zaken waarin de verdachte, de dader of het mogelijke slachtoffer van een terroristisch misdrijf of ander ernstig strafbaar feit onbekend is. In dergelijke gevallen dient het gemeenschappelijke identiteitenregister (CIR) met een enkele zoekopdracht het informatiesysteem te kunnen identificeren waarin de betrokkene is opgenomen. Door het gebruik van deze nieuwe aanpak inzake de toegang voor rechtshandhavingsdoeleinden in dergelijke gevallen verplicht te stellen, hoeft voordat toegang wordt geboden tot de in het EES, het VIS, [het ETIAS] en Eurodac opgeslagen persoonsgegevens, niet eerst een zoekopdracht te worden verricht in de nationale databanken en een zoekopdracht te worden gestart in het geautomatiseerde vingerafdrukidentificatiesysteem van andere lidstaten krachtens Besluit 2008/615/JBZ. Het beginsel dat eerst in nationale databanken moet worden gezocht, beperkt de mogelijkheden van de autoriteiten van de lidstaten om systemen te raadplegen voor rechtmatige rechtshandhavingsdoeleinden, waardoor kansen om benodigde informatie boven water te krijgen, wellicht onbenut blijven. De vereisten eerst een zoekopdracht te verrichten in de nationale databanken en vervolgens een zoekopdracht te starten in het geautomatiseerde vingerafdrukidentificatiesysteem van andere lidstaten krachtens Besluit 2008/615/JBZ dienen van toepassing te blijven tot de tweefasenaanpak van toegang voor wetshandhavingsdoeleinden via het CIR als alternatieve waarborg volledig operationeel is geworden.

(34)  De tweefasenaanpak inzake gegevensraadpleging is met name van belang voor zaken waarin de verdachte, de dader of het mogelijke slachtoffer van een terroristisch misdrijf of ander ernstig strafbaar feit onbekend is. In dergelijke gevallen dient het CIR de relevante aangewezen autoriteit in staat te stellen met een enkele zoekopdracht het informatiesysteem te kunnen identificeren waarin de betrokkene is opgenomen, na de nodige naspeuringen in nationale databanken te hebben gedaan en na een zoekopdracht in het geautomatiseerde vingerafdrukidentificatiesysteem van andere lidstaten krachtens Besluit 2008/615/JBZ te hebben gestart met het oog op het voorkomen, opsporen en onderzoeken van terroristische misdrijven of andere ernstige strafbare feiten.

Amendement    20

Voorstel voor een verordening

Overweging 36

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(36)  De doelstellingen van de informatiesystemen van de EU kunnen vooralsnog niet worden bereikt, doordat de autoriteiten die deze systemen gebruiken, niet in staat zijn om een voldoende betrouwbare verificatie te verrichten van de identiteit van onderdanen van derde landen van wie gegevens in verschillende systemen worden opgeslagen. Dat zij hiertoe niet in staat zijn, komt doordat de reeks identiteitsgegevens die is opgeslagen in een bepaald systeem frauduleus, onjuist of onvolledig kan zijn en het op dit moment niet mogelijk is dergelijke frauduleuze, onjuiste of onvolledige identiteitsgegevens op te sporen door middel van vergelijking met gegevens die zijn opgeslagen in een ander systeem. Om deze situatie te verhelpen, is op het niveau van de Unie een technisch instrument nodig waarmee onderdanen van derde landen voor deze doeleinden accuraat kunnen worden geïdentificeerd.

(36)  Om de doelstellingen van de informatiesystemen van de EU beter te kunnen verwezenlijken, dienen de autoriteiten die die systemen gebruiken, in staat te zijn om een voldoende betrouwbare verificatie te verrichten van de identiteit van onderdanen van derde landen van wie gegevens in verschillende systemen worden opgeslagen. De reeks identiteitsgegevens die is opgeslagen in een bepaald systeem, kan onjuist, onvolledig of frauduleus zijn en op dit moment is het niet mogelijk onjuiste, onvolledige of frauduleuze identiteitsgegevens op te sporen door middel van vergelijking met gegevens die zijn opgeslagen in een ander systeem. Om deze situatie te verhelpen, is op het niveau van de Unie een technisch instrument nodig waarmee onderdanen van derde landen voor deze doeleinden accuraat kunnen worden geïdentificeerd.

Motivering

De statistieken betreffende frauduleuze gegevens in de EU-informatiesystemen zijn zelf onvolledig. De problemen met onjuiste en onvolledige gegevens zijn echter welbekend, zoals blijkt uit het advies van het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten inzake interoperabiliteit (zie blz. 49).

Amendement    21

Voorstel voor een verordening

Overweging 37

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(37)  De detector van meerdere identiteiten (MID) dient links tussen gegevens in de verschillende EU-informatiesystemen aan te brengen en op te slaan, zodat meerdere identiteiten kunnen worden opgespoord, met als tweeledig doel zowel identiteitscontroles voor bonafide reizigers te vergemakkelijken als identiteitsfraude te bestrijden. De MID dient enkel de links te bevatten tussen natuurlijke personen die in meer dan één EU-informatiesysteem voorkomen en daarbij gaat het nadrukkelijk alleen om de gegevens die nodig zijn om te controleren of een persoon al dan niet rechtmatig in verschillende systemen onder diverse biografische identiteiten geregistreerd staat dan wel om te verduidelijken dat het bij twee personen met vergelijkbare biografische gegevens niet om dezelfde persoon hoeft te gaan. De gegevensverwerking via het Europees zoekportaal (ESP) en de gezamenlijke dienst voor biometrische matching (BMS) voor het aanbrengen van links tussen afzonderlijke bestanden in afzonderlijke systemen dient tot het absolute minimum te worden beperkt en gaat dan ook niet verder dan de opsporing van meerdere identiteiten op het moment dat nieuwe gegevens worden toegevoegd aan een van de informatiesystemen die zijn opgenomen in het gemeenschappelijke identiteitsregister en in het SIS. De MID dient waarborgen te bevatten tegen mogelijke discriminatie of ongunstige beslissingen jegens personen met meerdere rechtmatige identiteiten.

(37)  De MID dient links tussen gegevens in de verschillende informatiesystemen van de Unie aan te brengen en op te slaan, zodat meerdere identiteiten kunnen worden opgespoord, met als tweeledig doel zowel identiteitscontroles voor bonafide reizigers te vergemakkelijken als identiteitsfraude te bestrijden. Het aanbrengen van dergelijke links houdt geautomatiseerde besluitvorming in als bedoeld in Verordening (EU) 2016/679 en Richtlijn (EU) 2016/680 en vereist transparantie ten opzichte van de betrokkenen en de toepassing van de nodige waarborgen in overeenstemming met de gegevensbeschermingsvoorschriften van de Unie. De in de MID opgenomen links dienen enkel links te zijn tussen natuurlijke personen die in meer dan één informatiesysteem van de Unie voorkomen en daarbij gaat het nadrukkelijk alleen om de gegevens die nodig zijn om te controleren of een persoon al dan niet rechtmatig in verschillende systemen onder diverse biografische identiteiten geregistreerd staat dan wel om te verduidelijken dat het bij twee personen met vergelijkbare biografische gegevens niet om dezelfde persoon hoeft te gaan. De gegevensverwerking via het ESP en de gezamenlijke BMS voor het aanbrengen van links tussen afzonderlijke bestanden in afzonderlijke systemen en de database van Europol dient tot het absolute minimum te worden beperkt en gaat dan ook niet verder dan de opsporing van meerdere identiteiten op het moment dat nieuwe gegevens worden toegevoegd aan een van de informatiesystemen van de Unie die zijn opgenomen in het gemeenschappelijke identiteitsregister en in het SIS. De MID dient waarborgen te bevatten tegen mogelijke discriminatie of ongunstige beslissingen jegens personen met meerdere rechtmatige identiteiten.

Amendement    22

Voorstel voor een verordening

Overweging 41

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(41)  De autoriteiten van de lidstaten en de EU-organen die toegang hebben tot ten minste één EU-informatiesysteem dat is opgenomen in het gemeenschappelijke identiteitenregister, of tot het SIS, dienen slechts toegang tot zogeheten rode links te krijgen, wanneer de gelinkte gegevens dezelfde biometrische gegevens maar andere identiteitsgegevens bevatten en er volgens de autoriteit die verantwoordelijk is voor de verificatie van verschillende identiteiten onrechtmatig naar dezelfde persoon wordt verwezen, of wanneer de gelinkte gegevens vergelijkbare identiteitsgegevens bevatten en er volgens de autoriteit die verantwoordelijk is voor de verificatie van meerdere identiteiten, onrechtmatig naar dezelfde persoon wordt verwezen. Wanneer de gelinkte gegevens niet vergelijkbaar zijn, dient een gele link te worden aangebracht en een manuele verificatie plaats te vinden teneinde de kleur van de link te bevestigen dan wel te veranderen.

(41)  De toegang tot het MID voor autoriteiten van de lidstaten en de organen van de Unie die toegang hebben tot ten minste één informatiesysteem van de Unie dat is opgenomen in het CIR, of tot het SIS, dient slechts toegang tot zogeheten rode links te omvatten, wanneer de gelinkte gegevens dezelfde biometrische gegevens maar andere identiteitsgegevens bevatten en er volgens de autoriteit die verantwoordelijk is voor de verificatie van verschillende identiteiten op ongerechtvaardigde wijze naar dezelfde persoon wordt verwezen, of wanneer de gelinkte gegevens vergelijkbare identiteitsgegevens bevatten en er volgens de autoriteit die verantwoordelijk is voor de verificatie van meerdere identiteiten, op ongerechtvaardigde wijze naar dezelfde persoon wordt verwezen. Wanneer de gelinkte gegevens niet vergelijkbaar zijn, dient een gele link te worden aangebracht en een manuele verificatie plaats te vinden teneinde de kleur van de link te bevestigen dan wel te veranderen.

Amendement    23

Voorstel voor een verordening

Overweging 43 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(43 bis)  eu-LISA moet alle interoperabiliteitscomponenten zodanig ontwikkelen en beheren dat een snelle, naadloze, efficiënte en gecontroleerde toegang en volledige beschikbaarheid van dergelijke componenten worden gewaarborgd, met een responstijd die aansluit bij de operationele behoeften van de autoriteiten van de lidstaten.

Amendement    24

Voorstel voor een verordening

Overweging 44

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(44)  eu-LISA dient geautomatiseerde mechanismen voor de controle van gegevenskwaliteit en gemeenschappelijke indicatoren voor gegevenskwaliteit vast te stellen. eu-LISA dient een centrale controlecapaciteit voor gegevenskwaliteit te ontwikkelen en regelmatig verslag uit te brengen over de gegevenskwaliteit, teneinde de controle te verbeteren van de wijze waarop de lidstaten de EU-informatiesystemen implementeren en toepassen. De gemeenschappelijke kwaliteitsindicatoren dienen de minimumkwaliteitsnormen voor gegevensopslag in de EU-informatiesystemen en de interoperabiliteitscomponenten te omvatten. Met behulp van dergelijke gegevenskwaliteitsnormen dienen de EU-informatiesystemen en interoperabiliteitscomponenten kennelijk onjuiste of inconsistente gegevensinvoer automatisch te kunnen herkennen, zodat de lidstaat die de gegevens heeft ingevoerd deze kan verifiëren en zo nodig corrigerende maatregelen kan nemen.

(44)  eu-LISA dient geautomatiseerde mechanismen voor de controle van gegevenskwaliteit en gemeenschappelijke indicatoren voor gegevenskwaliteit vast te stellen. eu‑LISA dient geautomatiseerde onmiddellijke waarschuwingen te versturen aan de autoriteit die gegevens invoert, ingeval niet aan de minimumnormen voor de gegevenskwaliteit wordt voldaan. eu‑LISA dient een centrale controlecapaciteit voor gegevenskwaliteit te ontwikkelen en regelmatig verslag uit te brengen over de gegevenskwaliteit, teneinde de controle te verbeteren van de wijze waarop de lidstaten de informatiesystemen van de Unie implementeren en toepassen. De gemeenschappelijke kwaliteitsindicatoren dienen de minimumkwaliteitsnormen voor gegevensopslag in de informatiesystemen van de Unie en de interoperabiliteitscomponenten te omvatten. Met behulp van dergelijke gegevenskwaliteitsnormen dienen de informatiesystemen van de Unie en interoperabiliteitscomponenten kennelijk onjuiste of inconsistente gegevensinvoer automatisch te kunnen herkennen, zodat de lidstaat die de gegevens heeft ingevoerd deze kan verifiëren en zo nodig corrigerende maatregelen kan nemen.

Amendement    25

Voorstel voor een verordening

Overweging 46

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(46)  Het Universal Message Format (UMF) dient als norm te gelden voor de gestructureerde, grensoverschrijdende informatie-uitwisseling tussen informatiesystemen, autoriteiten en/of organisaties op het gebied van justitie en binnenlandse zaken. In de UMF-norm dienen een gemeenschappelijk vocabularium en logische structuren voor informatie-uitwisseling te worden vastgesteld met als doel de interoperabiliteit te bevorderen door het mogelijk te maken de inhoud van de uitwisseling op een consistente en semantisch gelijkwaardige manier te creëren en te lezen.

(Niet van toepassing op de Nederlandse versie)  

Amendement    26

Voorstel voor een verordening

Overweging 47

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(47)  Er dient een centraal register voor rapportage en statistieken (CRRS) te worden ingesteld om systeemoverschrijdende statistische gegevens en analytische verslagen te genereren voor doeleinden op het gebied van beleid, operationaliteit en gegevenskwaliteit. eu-LISA dient op zijn technische locaties te zorgen voor het opstellen, implementeren en hosten van het CRRS, met daarin anonieme statistische gegevens van voornoemde systemen, het gemeenschappelijke identiteitenregister, de detector van meerdere identiteiten en de gezamenlijke dienst voor biometrische matching. Het mag niet mogelijk zijn om aan de hand van de in het CRRS opgenomen gegevens personen te identificeren. eu-LISA dient de gegevens te anonimiseren en de geanonimiseerde gegevens te registreren in het CRRS. Het anonimiseren van de gegevens dient automatisch te gebeuren en aan het personeel van eu-LISA mag geen directe toegang worden verleend tot persoonsgegevens die zijn opgeslagen in de informatiesystemen van de EU of de interoperabiliteitscomponenten.

(47)  In overeenstemming met de doelstellingen van de onderliggende systemen en hun respectieve rechtsgrondslagen dient een centraal register voor rapportage en statistieken (CRRS) te worden ingesteld om systeemoverschrijdende statistische gegevens en analytische verslagen te genereren voor doeleinden op het gebied van beleid, operationaliteit en gegevenskwaliteit. eu‑LISA dient op zijn technische locaties te zorgen voor het opstellen, implementeren en hosten van het CRRS, met daarin anonieme statistische gegevens van voornoemde systemen, het CIR, de MIR en de gezamenlijke BMS. Het mag niet mogelijk zijn om aan de hand van de in het CRRS opgenomen gegevens personen te identificeren. eu‑LISA dient de gegevens onmiddellijk te anonimiseren en alleen dergelijke geanonimiseerde gegevens te registreren in het CRRS. Het anonimiseren van de gegevens dient automatisch te gebeuren en aan het personeel van eu‑LISA mag geen directe toegang worden verleend tot persoonsgegevens die zijn opgeslagen in de informatiesystemen van de Unie of de interoperabiliteitscomponenten.

Amendement    27

Voorstel voor een verordening

Overweging 48

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(48)  Verordening (EU) 2016/679 dient van toepassing te zijn op de verwerking van persoonsgegevens door de nationale autoriteiten uit hoofde van deze verordening, tenzij de verwerking wordt verricht door de aangewezen autoriteiten of centrale toegangspunten van de lidstaten met het oog op het voorkomen, onderzoeken of opsporen van terroristische misdrijven of andere ernstige strafbare feiten; in die gevallen dient Richtlijn (EU) 2016/680 van het Europees Parlement en de Raad namelijk van toepassing te zijn.

(48)  Verordening (EU) 2016/679 dient van toepassing te zijn op de verwerking van persoonsgegevens door de nationale autoriteiten uit hoofde van deze verordening, tenzij de verwerking wordt verricht door de aangewezen autoriteiten of centrale toegangspunten van de lidstaten met het oog op het voorkomen, onderzoeken of opsporen van terroristische misdrijven of andere ernstige strafbare feiten, in welk geval Richtlijn (EU) 2016/680 van het Europees Parlement en de Raad van toepassing te zijn.

Amendement    28

Voorstel voor een verordening

Overweging 51

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(51)  De krachtens [Verordening (EU) 2016/679] ingestelde nationale toezichthoudende autoriteiten dienen toe te zien op de rechtmatigheid van de verwerking van persoonsgegevens door de lidstaten, terwijl de bij Verordening (EG) nr. 45/2001 ingestelde Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming toezicht dient uit te oefenen op de werkzaamheden van de instellingen en organen van de Unie in verband met de verwerking van persoonsgegevens. De Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming en de toezichthoudende autoriteiten dienen samen te werken bij het toezicht op de verwerking van persoonsgegevens door interoperabiliteitscomponenten.

(51)  De krachtens Verordening (EU) 2016/679 dan wel Richtlijn (EU) 2016/680 ingestelde nationale toezichthoudende autoriteiten dienen toe te zien op de rechtmatigheid van de verwerking van persoonsgegevens door de lidstaten, terwijl de bij Verordening (EG) nr. 45/2001 ingestelde Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming toezicht dient uit te oefenen op de werkzaamheden van de instellingen en organen van de Unie in verband met de verwerking van persoonsgegevens. De Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming en de toezichthoudende autoriteiten dienen samen te werken bij het toezicht op de verwerking van persoonsgegevens. 

Amendement    29

Voorstel voor een verordening

Overweging 52

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(52)  "(...) De Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming is geraadpleegd overeenkomstig artikel 28, lid 2, van Verordening (EG) nr. 45/2001 en heeft op … een advies uitgebracht."

(52)  De Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming is geraadpleegd overeenkomstig artikel 28, lid 2, van Verordening (EG) nr. 45/2001 en heeft op 16 april 2018 advies uitgebracht.

Amendement    30

Voorstel voor een verordening

Overweging 53

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(53)  Wat de vertrouwelijkheid betreft, dienen ambtenaren en andere personeelsleden die werkzaamheden in verband met het SIS verrichten, zich te houden aan de relevante bepalingen van het Statuut van de ambtenaren en de regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Unie.

(53)  Wat de vertrouwelijkheid betreft, dienen ambtenaren en andere personeelsleden die werkzaamheden verrichten in verband met de gegevens waartoe zij via een of meer interoperabiliteitscomponenten toegang hebben, zich te houden aan de relevante bepalingen van het Statuut van de ambtenaren en de regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Unie.

Amendement    31

Voorstel voor een verordening

Overweging 56

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(56)  Om de bevoegde autoriteiten en de EU-organen in staat te stellen zich aan te passen aan de nieuwe vereisten inzake het gebruik van het Europees zoekportaal (ESP), dient er te worden voorzien in een overgangsperiode. Evenzo dienen met het oog op de samenhangende en optimale werking van de detector van meerdere identiteiten (MID) overgangsmaatregelen te worden vastgesteld voor de ingebruikneming ervan.

(56)  Om de bevoegde autoriteiten en de organen van de Unie in staat te stellen zich aan te passen aan de nieuwe vereisten inzake het gebruik van het ESP, dient er te worden voorzien in een overgangsperiode, gedurende welke onder meer opleidingsprogramma's voor eindgebruikers moeten worden georganiseerd om ervoor te zorgen dat het potentieel van de nieuwe instrumenten ten volle wordt benut. Evenzo dienen met het oog op de samenhangende en optimale werking van de MID overgangsmaatregelen te worden vastgesteld voor de ingebruikneming ervan.

Amendement    32

Voorstel voor een verordening

Overweging 57

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(57)  De kosten in verband met het ontwikkelen van de interoperabiliteitscomponenten worden in het huidige meerjarig financieel kader lager geraamd dan het saldo van de begroting die in Verordening (EU) nr. 515/2014 van het Europees Parlement en de Raad is uitgetrokken voor slimme grenzen58. Overeenkomstig artikel 5, lid 5, onder b), van Verordening (EU) nr. 515/2014 dient het bedrag dat thans voor de ontwikkeling van IT-systemen ter beheersing van de migratiestromen over de buitengrenzen is toegewezen, op grond van deze verordening te worden herbestemd.

(57)  Het saldo van de begroting die in Verordening (EU) nr. 515/2014 van het Europees Parlement en de Raad58 is uitgetrokken voor de ontwikkeling van IT‑systemen ter beheersing van de migratiestromen over de buitengrenzen, dient op grond van artikel 5, lid 5, onder b), van Verordening (EU) nr. 515/2014 voor deze verordening te worden herbestemd.

 

Bovendien moet eu‑LISA alles in het werk om de kosten tot een minimum te beperken en de meest kosteneffectieve technische oplossingen te vinden en te implementeren.

_________________

_________________

58 Verordening (EU) nr. 515/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 tot vaststelling, als onderdeel van het Fonds voor interne veiligheid, van het instrument voor financiële steun voor de buitengrenzen en visa en tot intrekking van Beschikking nr. 574/2007/EG (PB L 150 van 20.5.2014, blz. 143).

58 Verordening (EU) nr. 515/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 tot vaststelling, als onderdeel van het Fonds voor interne veiligheid, van het instrument voor financiële steun voor de buitengrenzen en visa en tot intrekking van Beschikking nr. 574/2007/EG (PB L 150 van 20.5.2014, blz. 143).

Motivering

De geraamde kosten geven in vele gevallen niet de werkelijke kosten weer. Op dit moment staat alleen vast dat het uit hoofde van Verordening (EU) nr. 515/2014 beschikbare saldo aan onderhavige verordening dient te worden toegewezen.

Amendement    33

Voorstel voor een verordening

Overweging 57 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(57 bis)  Het is wenselijk dat de Commissie tijdens ontwikkelingsfase van de interoperabiliteitscomponenten beoordeelt of een verdere harmonisatie van de nationale systemen en infrastructuren van de lidstaten aan de buitengrenzen noodzakelijk is, en aanbevelingen doet. De desbetreffende aanbevelingen dienen ook een effectbeoordeling en een raming van de daaraan voor de begroting van de Unie verbonden kosten te omvatten.

Amendement    34

Voorstel voor een verordening

Overweging 58

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(58)  Ter aanvulling van bepaalde gedetailleerde technische aspecten van deze verordening dient de bevoegdheid om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie handelingen vast te stellen, aan de Commissie worden gedelegeerd met betrekking tot de profielen voor de gebruikers van het Europees zoekportaal (ESP) en de inhoud en het format van de ESP-antwoorden. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen plaatsvinden in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 201659. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen, dienen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip te ontvangen als de deskundigen van de lidstaten, en dienen hun deskundigen systematisch toegang te hebben tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

(58)  Ter aanvulling van bepaalde gedetailleerde technische aspecten van deze verordening dient de bevoegdheid om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie handelingen vast te stellen, aan de Commissie te worden gedelegeerd. In het bijzonder dient deze bevoegdheid aan de Commissie te worden gedelegeerd met betrekking tot de profielen voor de gebruikers van het Europees zoekportaal (ESP), de inhoud en het format van de ESP-antwoorden, de procedures aan de hand waarvan moet worden bepaald welke identiteitsgegevens als identiek of vergelijkbaar worden beschouwd, en de regels inzake de werking van het CRRS, met inbegrip van de voor het register geldende specifieke waarborgen voor de verwerking van persoonsgegevens en beveiligingsvoorschriften. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen plaatsvinden in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 201659. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen, dienen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip te ontvangen als de deskundigen van de lidstaten, en dienen hun deskundigen systematisch toegang te hebben tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

_________________

_________________

59 https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=uriserv:OJ.L_.2016.123.01.0001.01.NLD&toc=OJ:L:2016:123:TOC

59 https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=uriserv:OJ.L_.2016.123.01.0001.01.NLD&toc=OJ:L:2016:123:TOC

Motivering

De bijkomende elementen inzake de procedures voor identiteitsgegevens en het CRRS zijn aanvullende, niet-essentiële elementen van deze verordening en dienen daarom in een gedelegeerde handeling te worden geregeld.

Amendement    35

Voorstel voor een verordening

Overweging 59

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(59)  Om ervoor te zorgen dat de omstandigheden waarin deze verordening ten uitvoer wordt gelegd, overal dezelfde zijn, dienen aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden te worden toegekend om gedetailleerde regels vast te stellen inzake: de mechanismen, procedures en indicatoren voor de geautomatiseerde controle van gegevenskwaliteit; de ontwikkeling van de UMF-norm; procedures voor het vaststellen van gevallen waarin identiteiten een gelijkenis vertonen; de werking van het centrale register voor rapportage en statistieken; en de procedure voor samenwerking bij veiligheidsincidenten. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad60.

(59)  Om ervoor te zorgen dat de omstandigheden waarin deze verordening ten uitvoer wordt gelegd, overal dezelfde zijn, dienen aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden te worden toegekend om gedetailleerde regels vast te stellen inzake: de mechanismen, procedures en indicatoren voor de geautomatiseerde controle van gegevenskwaliteit; de ontwikkeling van de UMF-norm; en de procedure voor samenwerking bij veiligheidsincidenten. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad60.

_________________

_________________

60 Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13).

60 Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13).

Motivering

Dit amendement is ingediend omwille van de samenhang met het vorige amendement.

Amendement    36

Voorstel voor een verordening

Overweging 68 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(68 bis)  Aangezien interoperabiliteitscomponenten de verwerking van aanzienlijke hoeveelheden gevoelige persoonsgegevens met zich brengen, moeten personen van wie door middel van die componenten gegevens worden verwerkt, hun in Verordening (EU) 2016/679, Richtlijn (EU) 2016/680 en Verordening (EG) nr. 45/2001 vastgelegde rechten als betrokkenen daadwerkelijk kunnen uitoefenen. Als tegenhanger van het voor de autoriteiten van de lidstaten in te stellen gemeenschappelijke portaal voor het doorzoeken van de EU‑informatiesystemen, moeten de betrokkenen daarom de beschikking krijgen over één enkele webdienst via welke zij hun rechten van inzage in en rectificatie, wissing en beperking van de verwerking van hun persoonsgegevens kunnen uitoefenen. eu‑LISA moet een dergelijke webdienst opzetten en hosten op zijn technische locaties. Aangezien eu‑LISA niet verantwoordelijk is voor het invoeren van persoonsgegevens of de verificatie van identiteiten, dienen desbetreffende verzoeken van betrokkenen via de webdienst te worden doorgestuurd naar de lidstaat die verantwoordelijk is voor de manuele verificatie van meerdere identiteiten, of de lidstaat die verantwoordelijk is voor het invoeren van de gegevens in het onderliggende informatiesysteem.

Amendement    37

Voorstel voor een verordening

Overweging 68 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(68 ter)  Volgens artikel 8, lid 2, van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens moet elke inmenging in de uitoefening van het recht op respect voor het privéleven een legitieme doelstelling nastreven en noodzakelijk en evenredig zijn, behalve wanneer bij de wet in een dergelijke maatregel is voorzien en deze in een democratische samenleving noodzakelijk is in het belang van de nationale veiligheid, de openbare veiligheid of het economisch welzijn van het land, het voorkomen van wanordelijkheden en strafbare feiten, de bescherming van de gezondheid of de goede zeden of voor de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen.

Motivering

Het recht op bescherming van persoonsgegevens en het recht op respect voor het privéleven zijn allebei in het EU-recht verankerd (algemene verordening gegevensbescherming) en behoren tot de belangrijkste mensenrechteninstrumenten van de EU. Aangezien deze verordening betrekking heeft op persoonsgegevens en privacy, is het van essentieel belang dat beide instrumenten hun weerslag vinden in de overwegingen ervan.

Amendement    38

Voorstel voor een verordening

Overweging 68 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(68 quater)  Een van de kernbeginselen van gegevensbescherming is minimale gegevensverwerking, als bepaald in artikel 5, lid 1, onder c), van de Verordening (EU) 2016/679, inhoudende dat de verwerking van persoonsgegevens toereikend moet zijn, ter zake dienend en beperkt tot wat noodzakelijk is voor de doeleinden waarvoor zij worden verwerkt.

 

 

 

 

Motivering

Het recht op bescherming van persoonsgegevens en het recht op respect voor het privéleven zijn allebei in het EU‑recht verankerd (algemene verordening gegevensbescherming) en behoren tot de belangrijkste mensenrechteninstrumenten van de EU. Aangezien deze verordening betrekking heeft op persoonsgegevens en privacy, is het van essentieel belang dat beide instrumenten hun weerslag vinden in de overwegingen ervan.

Amendement    39

Voorstel voor een verordening

Overweging 68 quinquies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(68 quinquies)  Volgens artikel 5, lid 1, onder b), van Verordening (EU) 2016/679 moeten persoonsgegevens voor welbepaalde, uitdrukkelijk omschreven en gerechtvaardigde doeleinden worden verkregen en mogen zij vervolgens niet worden verwerkt op een wijze die onverenigbaar is met die doeleinden. Bovendien moet bij verdere verwerking met het oog op archivering in het algemeen belang, wetenschappelijk of historisch onderzoek of statistische doeleinden het beginsel van doelbinding in acht worden genomen.

Motivering

Het recht op bescherming van persoonsgegevens en het recht op respect voor het privéleven zijn allebei in het EU‑recht verankerd (algemene verordening gegevensbescherming) en behoren tot de belangrijkste mensenrechteninstrumenten van de EU. Aangezien deze verordening betrekking heeft op persoonsgegevens en privacy, is het van essentieel belang dat beide instrumenten hun weerslag vinden in de overwegingen ervan.

Amendement    40

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Bij deze verordening, in combinatie met [Verordening (EU) 2018/xx inzake interoperabiliteit op het gebied van grenzen en visa], wordt een kader vastgesteld dat ervoor moet zorgen dat het inreis-uitreissysteem (EES), het Visuminformatiesysteem (VIS), [het Europees systeem voor reisinformatie en -autorisatie (ETIAS)], Eurodac, het Schengeninformatiesysteem (SIS) en [het Europees Strafregister Informatiesysteem voor onderdanen van derde landen (ECRIS-TCN)] interoperabel zijn en dat deze systemen en de daarin opgenomen gegevens elkaar aanvullen.

1.  Bij deze verordening, in combinatie met [Verordening (EU) 2018/xx inzake interoperabiliteit op het gebied van grenzen en visa], wordt een kader vastgesteld dat ervoor moet zorgen dat het inreis-uitreissysteem (EES), het Visuminformatiesysteem (VIS), [het Europees systeem voor reisinformatie en ‑autorisatie (ETIAS)], Eurodac, het Schengeninformatiesysteem (SIS) en [het Europees Strafregister Informatiesysteem voor onderdanen van derde landen (ECRIS-TCN)] interoperabel zijn.

Amendement    41

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De verordening bevat ook bepalingen inzake de vereisten op het gebied van gegevenskwaliteit, inzake een Universal Message Format (UMF) en inzake een centraal register voor rapportage en statistieken (CRRS), alsook een omschrijving van de verantwoordelijkheden van de lidstaten en van het Europees Agentschap voor het operationeel beheer van grootschalige IT-systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht (eu-LISA) met betrekking tot het ontwerp en de werking van de interoperabiliteitscomponenten.

3.  De verordening bevat ook bepalingen inzake de vereisten op het gebied van gegevenskwaliteit, inzake een Universal Message Format (UMF) en inzake een centraal register voor rapportage en statistieken (CRRS), alsook een omschrijving van de verantwoordelijkheden van de lidstaten en van het Europees Agentschap voor het operationeel beheer van grootschalige IT‑systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht (eu‑LISA) met betrekking tot het ontwerp, de ontwikkeling en de werking van de interoperabiliteitscomponenten.

Amendement    42

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  De verordening behelst tevens een aanpassing van de procedures en voorwaarden waaraan de rechtshandhavingsinstanties van de lidstaten en het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol) zich moeten houden om toegang tot het inreis-uitreissysteem (EES), het Visuminformatiesysteem (VIS), [het Europees systeem voor reisinformatie en -autorisatie (ETIAS)] en Eurodac te krijgen met het oog op het voorkomen, opsporen en onderzoeken van terroristische misdrijven en andere ernstige strafbare feiten die onder hun bevoegdheid vallen.

4.  De verordening behelst tevens een aanpassing van de procedures en voorwaarden waaraan de aangewezen instanties van de lidstaten en het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol) zich moeten houden om toegang tot het EES, VIS, [ETIAS] en Eurodac te krijgen met het oog op het voorkomen, opsporen en onderzoeken van terroristische misdrijven en andere ernstige strafbare feiten.

Amendement    43

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – lid 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4 bis.  In deze richtlijn wordt ook een kader vastgesteld voor het verifiëren van identiteiten van onderdanen van derde landen en voor het identificeren van onderdanen van derde landen.

Amendement    44

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Doelstellingen van de interoperabiliteit

Doelstellingen

Amendement    45

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  verbeteren van het beheer van de buitengrenzen;

(a)  verhogen van de doeltreffendheid en efficiëntie van de grenscontroles aan de buitengrenzen;

Amendement    46

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b)  bijdragen tot het voorkomen en bestrijden van irreguliere migratie;

(b)  bijdragen tot het voorkomen en aanpakken van irreguliere migratie;

Amendement    47

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter e bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(e bis)  bij te dragen tot het voorkomen, opsporen en onderzoeken van terroristische misdrijven of andere ernstige strafbare feiten;

Amendement    48

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter e ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(e ter)  bieden van ondersteuning bij de identificatie van onbekende personen die niet in staat zijn zich te legitimeren, of van niet-geïdentificeerde stoffelijke overschotten bij natuurrampen, ongevallen of terroristische aanslagen.

Amendement    49

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 2 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De met het waarborgen van de interoperabiliteit nagestreefde doelstellingen worden bereikt door:

2.  Die doelstellingen worden bereikt door:

Amendement    50

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 2 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  een correcte identificatie van personen te verzekeren;

(a)  een correcte identificatie van onderdanen van derde landen die geregistreerd zijn in de informatiesystemen van de Unie te vergemakkelijken;

Amendement    51

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 2 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b)  bij te dragen tot de bestrijding van identiteitsfraude;

(Niet van toepassing op de Nederlandse versie)  

Amendement    52

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 2 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(c)  te zorgen voor betere en geharmoniseerde vereisten inzake gegevenskwaliteit voor de respectieve EU-informatiesystemen;

(c)  te zorgen voor gegevens van hogere kwaliteit en geharmoniseerde vereisten inzake de kwaliteit van gegevens die zijn opgeslagen in informatiesystemen van de Unie, met inachtneming van de gegevensbeschermingsvoorschriften waarin de rechtsgrondslagen van de afzonderlijke systemen voorzien, en van de normen en beginselen voor gegevensbescherming;

Amendement    53

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 2 – letter c bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(c bis)  de justitiële samenwerking op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht te verbeteren;

Amendement    54

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 2 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(d)  de technische en operationele implementatie van bestaande en toekomstige EU-informatiesystemen door de lidstaten te vergemakkelijken;

(d)  de technische en operationele implementatie van bestaande informatiesystemen van de EU door de lidstaten te vergemakkelijken;

Amendement    55

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 2 – letter e

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(e)  de voorwaarden inzake gegevensbeveiliging en -bescherming voor de respectieve EU-informatiesystemen strenger, eenvoudiger en uniformer te maken;

(e)  de voorwaarden inzake gegevensbeveiliging en -bescherming voor de respectieve informatiesystemen van de Unie strenger, eenvoudiger en uniformer te maken, zonder afbreuk te doen aan de bijzondere bescherming en waarborgen die op bepaalde categorieën gegevens van toepassing zijn;

Amendement    56

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 2 – letter f

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(f)  de voorwaarden voor de toegang van rechtshandhavingsinstanties tot het EES, het VIS, [het ETIAS] en Eurodac te stroomlijnen;

(f)  de voorwaarden voor de toegang van aangewezen instanties tot het EES, VIS, [ETIAS] en Eurodac te stroomlijnen en te vereenvoudigen, en te zorgen voor de noodzakelijke en evenredige voorwaarden voor de toegang van rechtshandhavingsinstanties;

Amendement    57

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De verordening is van toepassing op personen ten aanzien van wie persoonsgegevens mogen worden verwerkt in de in lid 1 bedoelde EU-informatiesystemen en in de in lid 2 bedoelde gegevens van Europol.

3.  De verordening is van toepassing op personen ten aanzien van wie uitsluitend voor de in de onderliggende rechtsgrondslagen van de informatiesystemen gedefinieerde doelstellingen persoonsgegevens mogen worden verwerkt in de in lid 1 bedoelde informatiesystemen van de EU en in de in lid 2 bedoelde gegevens van Europol.

Motivering

Met betrekking tot het toepassingsgebied moet eraan worden herinnerd dat de verwerking van persoonsgegevens via interoperabiliteit alleen gericht mag zijn op de verwezenlijking van de doelstellingen van de onderliggende systemen.

Amendement    58

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – alinea 1 – punt 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(3)  "grensautoriteit": de grenswachter die overeenkomstig het nationaal recht is aangewezen voor het verrichten van grenscontroles;

(3)  "grensautoriteit": de grenswachter die overeenkomstig het nationaal recht is aangewezen voor het verrichten van grenscontroles als gedefinieerd in artikel 2, lid 11, van Verordening (EU) 2016/399;

Amendement    59

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – alinea 1 – punt 18

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(18)  "EU-informatiesystemen": de door eu-LISA beheerde grootschalige IT-systemen;

(18)  "informatiesystemen van de Unie": de door eu‑LISA operationeel beheerde systemen EES, VIS, [ETIAS], Eurodac, SIS en [ECRIS-TCN];

Amendement    60

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – alinea 1 – punt 19

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(19)  "gegevens van Europol": persoonsgegevens die door Europol zijn verstrekt voor het in artikel 18, lid 2, onder a), van Verordening (EU) 2016/794 bedoelde doel;

(19)  "gegevens van Europol": persoonsgegevens die door Europol worden verwerkt voor de in artikel 18, lid 2, onder a), b) en c), van Verordening (EU) 2016/794 vermelde doelen;

Amendement    61

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – alinea 1 – punt 21

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(21)  "match": een verband dat aan het licht wordt gebracht door het vergelijken van tweemaal of vaker voorkomende persoonsgegevens die in een informatiesysteem of databank zijn of worden geregistreerd;

(21)  "match": een gelijksoortig verband dat aan het licht wordt gebracht door een automatische vergelijking tussen persoonsgegevens die in een informatiesysteem of databank zijn of worden geregistreerd;

Amendement    62

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – alinea 1 – punt 22

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(22)  "treffer": de bevestiging van een of meer matches;

Schrappen

Amendement    63

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – alinea 1 – punt 24

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(24)  "aangewezen autoriteiten": de aangewezen autoriteiten van de lidstaten als bedoeld in artikel 29, lid 1, van Verordening (EU) 2017/2226, artikel 3, lid 1, van Besluit 2008/633/JBZ van de Raad, [artikel 43 van de ETIAS-verordening] en [artikel 6 van de Eurodac-verordening];

(24)  "aangewezen autoriteiten": de aangewezen autoriteiten van de lidstaten als omschreven in in artikel 3, lid 26, van Verordening (EU) 2017/2226, artikel 2, lid 1, onder d), van Besluit 2008/633/JBZ van de Raad, [artikel 3, lid 21, van de ETIAS-verordening] en als bedoeld in [artikel 6 van de Eurodac-verordening];

Amendement    64

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – alinea 1 – punt 25

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(25)  "terroristisch misdrijf": een strafbaar feit naar nationaal recht dat overeenkomt met of gelijkwaardig is aan een van de strafbare feiten bedoeld in Richtlijn (EU) 2017/541;

(25)  "terroristisch misdrijf": een strafbaar feit naar nationaal recht dat overeenkomt met een van de strafbare feiten bedoeld in de artikelen 3 tot en met 14 van Richtlijn (EU) 2017/541, of dat gelijkwaardig is aan een van die strafbare feiten voor de lidstaten die niet gebonden zijn door de richtlijn;

Amendement    65

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – alinea 1 – punt 31

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(31)  "SIS": het Schengeninformatiesysteem als bedoeld [in de SIS-verordening op het gebied van grenscontroles, de SIS-verordening op het gebied van rechtshandhaving en de SIS-verordening op het gebied van de terugkeer van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen];

(31)  "SIS": het Schengeninformatiesysteem als bedoeld [in de SIS‑verordening op het gebied van grenscontroles, de SIS-verordening op het gebied van rechtshandhaving en de SIS‑verordening op het gebied van terugkeer];

 

(Horizontaal amendement dat van toepassing is op de gehele tekst)

Amendement    66

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – alinea 1 – punt 33

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(33)  "ESP": het Europees zoekportaal als bedoeld in artikel 6;

Schrappen

Amendement    67

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – alinea 1 – punt 34

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(34)  "gezamenlijke BMS": de gezamenlijke dienst voor biometrische matching als bedoeld in artikel 15;

Schrappen

Amendement    68

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – alinea 1 – punt 35

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(35)  "CIR": het gemeenschappelijke identiteitenregister als bedoeld in artikel 17;

Schrappen

Amendement    69

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – alinea 1 – punt 36

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(36)  "MID": de detector van meerdere identiteiten als bedoeld in artikel 25;

Schrappen

Amendement    70

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – alinea 1 – punt 37

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(37)  "CRRS": het centrale register voor rapportage en statistieken als bedoeld in artikel 39.

Schrappen

Amendement    71

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Non-discriminatie

Non-discriminatie en grondrechten

Amendement    72

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De verwerking van persoonsgegevens voor de toepassing van deze verordening mag niet leiden tot discriminatie van personen op grond van, onder meer, geslacht, ras of etnische afstamming, godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele geaardheid. Bij de verwerking worden de menselijke waardigheid en integriteit ten volle gerespecteerd. Bijzondere aandacht wordt geschonken aan kinderen, ouderen en personen met een handicap.

De verwerking van persoonsgegevens voor de toepassing van deze verordening mag niet leiden tot discriminatie van personen op grond van, onder meer, geslacht, ras, huidskleur, etnische afstamming of sociale afkomst, genetische kenmerken, taal, godsdienst of overtuiging, politieke of andere denkbeelden, het behoren tot een nationale minderheid, vermogen, geboorte, handicap, leeftijd of seksuele geaardheid. Bij de verwerking worden de menselijke waardigheid, integriteit en grondrechten ten volle gerespecteerd, met inbegrip van het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer en bescherming van persoonsgegevens. Bijzondere aandacht wordt geschonken aan kinderen, ouderen, personen met een handicap en personen die internationale bescherming behoeven. Het belang van het kind komt op de eerste plaats.

Amendement    73

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Een jaar na de inwerkingtreding van deze verordening verricht de Commissie een evaluatie achteraf ter beoordeling van het effect van de interoperabiliteit op het recht op non-discriminatie.

Motivering

Het is thans niet mogelijk om na te gaan of het non-discriminatiebeginsel volledig zal worden toegepast – met name wat betreft de detector van meerdere identiteiten. Zo kan bijvoorbeeld nog steeds niet worden uitgesloten dat het voorstel vrouwen benadeelt ten opzichte van mannen op grond van het feit dat meer vrouwen dan mannen hun achternaam wijzigen.

Amendement    74

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Er wordt een Europees zoekportaal (ESP) ingesteld om ervoor te zorgen dat de autoriteiten van de lidstaten en de EU-organen snel, ononderbroken, efficiënt, systematisch en gecontroleerd toegang hebben tot de EU-informatiesystemen, de gegevens van Europol en de databanken van Interpol die zij nodig hebben om hun taken te verrichten overeenkomstig hun toegangsrechten en ter ondersteuning van de doelstellingen van het EES, het VIS, [het ETIAS], Eurodac, het SIS, [het ECRIS-TCN] en de gegevens van Europol.

1.  Er wordt een Europees zoekportaal (ESP) ingesteld om het voor de autoriteiten van de lidstaten en de agentschappen van de Unie gemakkelijker te maken om gecontroleerd toegang hebben tot de informatiesystemen van de Unie, tot de gegevens van Europol en de databanken van Interpol in het kader van de verrichting van hun taken en overeenkomstig hun toegangsrechten en de doelstellingen en doelen van het EES, VIS, [ETIAS], Eurodac, SIS, [ECRIS-TCN], alsmede in overeenstemming met Verordening (EU) 2016/679, met volledige inachtneming van de beginselen van noodzakelijkheid en evenredigheid.

Amendement    75

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 2 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b)  een beveiligd communicatiekanaal tussen het ESP, de lidstaten en de EU-organen die overeenkomstig het Unierecht gebruik mogen maken van het ESP;

(b)  een beveiligd communicatiekanaal tussen het ESP, de lidstaten en de agentschappen van de Unie die gebruik mogen maken van het ESP;

Amendement    76

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 2 – letter c bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(c bis)  een centraal ESP van de Unie als back‑up met alle functionaliteiten van het hoofd-ESP en een vergelijkbaar prestatieniveau als het hoofd-ESP, voor het geval dit uitvalt.

Amendement    77

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  eu-LISA zorgt voor de ontwikkeling en het technische beheer van het ESP.

3.  eu-LISA zorgt voor de ontwikkeling en het technische beheer van het ESP. Het heeft echter geen toegang tot persoonsgegevens die via het ESP worden verwerkt.

Amendement    78

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Het gebruik van het ESP is voorbehouden aan de autoriteiten van de lidstaten en de EU-organen die overeenkomstig het Unierecht of het desbetreffend nationaal recht toegang hebben tot het EES, [het ETIAS], het VIS, het SIS, Eurodac, [het ECRIS-TCN], het CIR en de MID, alsmede tot de gegevens van Europol en de databanken van Interpol.

1.  Het gebruik van het ESP is voorbehouden aan de autoriteiten van de lidstaten en de agentschappen van de Unie die toegang hebben tot het EES, [ETIAS], VIS, SIS, Eurodac, [ECRIS-TCN], overeenkomstig de wettelijke instrumenten met betrekking tot die informatiesystemen van de Unie, het CIR en de MID, overeenkomstig deze verordening, alsmede tot de gegevens van Europol, overeenkomstig Verordening (EU) 2016/794, en tot de databanken van Interpol, overeenkomstig het Unierecht of het desbetreffend nationaal recht.

 

Deze autoriteiten van de lidstaten en de agentschappen van de Unie mogen het ESP en de door het ESP verstrekte gegevens alleen gebruiken voor de doelstellingen die zijn vastgelegd in de rechtsinstrumenten betreffende die EU‑informatiesystemen en in deze verordening.

Amendement    79

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De in lid 1 bedoelde autoriteiten gebruiken het ESP om overeenkomstig hun toegangsrechten uit hoofde van het Unierecht of het nationaal recht gegevens over personen of hun reisdocumenten te doorzoeken in de centrale systemen van Eurodac en [het ECRIS-TCN]. Zij maken eveneens gebruik van het ESP om overeenkomstig hun toegangsrechten uit hoofde van deze verordening het CIR te doorzoeken voor de doeleinden bedoeld in de artikelen 20, 21 en 22.

2.  De in lid 1 bedoelde autoriteiten gebruiken het ESP om overeenkomstig hun toegangsrechten overeenkomstig de wettelijke instrumenten met betrekking tot die informatiesystemen van de Unie en het nationaal recht gegevens over personen of hun reisdocumenten te doorzoeken in de centrale systemen van Eurodac en [het ECRIS-TCN]. Zij maken eveneens gebruik van het ESP om overeenkomstig hun toegangsrechten uit hoofde van deze verordening het CIR te doorzoeken voor de doeleinden bedoeld in de artikelen 20, 21 en 22.

Amendement    80

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  EU-organen gebruiken het ESP voor het doorzoeken van gegevens over personen of hun reisdocumenten in het centrale SIS.

4.  In gevallen waarin zij daartoe krachtens het Unierecht verplicht zijn, gebruiken de in lid 1 bedoelde agentschappen van de Unie het ESP voor het doorzoeken van gegevens over personen of hun reisdocumenten in het centrale SIS.

Amendement    81

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  De in lid 1 bedoelde autoriteiten kunnen het ESP gebruiken om overeenkomstig hun toegangsrechten uit hoofde van het Unierecht of het nationaal recht gegevens over personen of hun reisdocumenten te doorzoeken in de gegevens van Europol.

5.  In gevallen waarin zij daartoe krachtens het Unierecht of het nationale recht verplicht zijn, kunnen de in lid 1 bedoelde autoriteiten het ESP gebruiken om overeenkomstig hun toegangsrechten uit hoofde van het Unierecht of het nationaal recht gegevens over personen of hun reisdocumenten te doorzoeken in de gegevens van Europol.

Amendement    82

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 1 – letter a bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(a bis)  het doel van de zoekopdracht;

Amendement    83

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b)  de verplicht en facultatief te raadplegen EU-informatiesystemen, gegevens van Europol en databanken van Interpol die de gebruiker van een antwoord zullen voorzien; en

(b)  de informatiesystemen van de Unie, gegevens van Europol en databanken van Interpol en de gegevens in die systemen die doorzocht kunnen worden en die de gebruiker van een antwoord zullen voorzien; een gebruiker die op grond van artikel 22 om gegevens verzoekt, krijgt alleen een treffer/geen treffer-kennisgeving indien de gebruiker gemachtigd is om bij het centrale toegangspunt de gegevens op te vragen van het individuele informatiesysteem van de Unie dat een treffer heeft gemeld overeenkomstig het rechtsinstrument dat op dat systeem van toepassing is;

Amendement    84

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De Commissie stelt overeenkomstig artikel 63 gedelegeerde handelingen vast waarin de in lid 1 bedoelde profielen van de in artikel 7, lid 1, bedoelde ESP-gebruikers technisch worden gespecificeerd in overeenstemming met de respectieve toegangsrechten.

2.  De Commissie stelt overeenkomstig artikel 63 gedelegeerde handelingen vast waarin de in lid 1 bedoelde profielen van de in artikel 7, lid 1, bedoelde ESP-gebruikers technisch worden gespecificeerd in overeenstemming met de respectieve toegangsrechten, als vastgelegd in de rechtsinstrumenten met betrekking tot de informatiesystemen van de Unie en het nationaal recht, waar van toepassing.

Amendement    85

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  De in lid 1 bedoelde profielen worden regelmatig en tenminste eenmaal per jaar geëvalueerd en zo nodig bijgewerkt.

Amendement    86

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De ESP-gebruikers starten een zoekopdracht door gegevens in het ESP in te voeren overeenkomstig hun gebruikersprofiel en toegangsrechten. Zodra een zoekopdracht is gegeven, gebruikt het ESP de door de ESP-gebruiker ingevoerde gegevens om het EES, [het ETIAS], het VIS, het SIS, Eurodac, [het ECRIS-TCN] en het CIR, alsmede de gegevens van Europol en de databanken van Interpol gelijktijdig te doorzoeken.

1.  De ESP-gebruikers starten een zoekopdracht door gegevens in het ESP in te voeren overeenkomstig hun ESP‑gebruikersprofiel, aangemaakt overeenkomstig artikel 8, en toegangsrechten. Zodra een zoekopdracht is gegeven, gebruikt het ESP de door de ESP-gebruiker ingevoerde gegevens om het EES, [ETIAS], VIS, SIS, Eurodac, [ECRIS-TCN] en het CIR, alsmede de gegevens van Europol en de databanken van Interpol gelijktijdig te doorzoeken.

Amendement    87

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  De via het ESP gegeven zoekopdracht heeft tot gevolg dat het EES, [het ETIAS], het VIS, het SIS, Eurodac, [het ECRIS-TCN], het CIR en de MID, alsmede de gegevens van Europol en de databanken van Interpol de gegevens verstrekken die zij bevatten.

4.  De via het ESP gegeven zoekopdracht heeft tot gevolg dat het EES, [ETIAS], VIS, SIS, Eurodac, [ECRIS-TCN], het CIR en de MID, alsmede de gegevens van Europol en de databanken van Interpol de gegevens verstrekken die zij bevatten. Het ESP geeft de gebruiker antwoorden zodra de gegevens beschikbaar zijn in een van de systemen. De antwoorden van het ESP aan de gebruiker zijn uniek en bevatten alle gegevens waartoe de gebruiker overeenkomstig de wettelijke instrumenten met betrekking tot die informatiesystemen van de Unie en het nationaal recht toegang heeft. Onverminderd artikel 20 wordt in het door het ESP verstrekte antwoord vermeld van welk informatiesysteem van de Unie of van welke databank de gegevens deel uitmaken. In het ESP wordt geen informatie verstrekt over gegevens in informatiesystemen waartoe de gebruiker op grond van het Unierecht geen toegang heeft.

Amendement    88

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  Wat het doorzoeken van de databanken van Interpol betreft, wordt het ESP zodanig ontworpen dat de gegevens aan de hand waarvan de ESP-gebruiker een zoekopdracht geeft, niet worden gedeeld met de eigenaars van de gegevens van Interpol.

5.  Wat het doorzoeken van de databanken van Interpol betreft, wordt het ESP zodanig ontworpen dat geen informatie wordt vrijgegeven aan de eigenaar van de Interpol-signalering. De opzet van het ESP waarborgt tevens dat de TDAWN van Interpol niet op systematische wijze wordt doorzocht maar overeenkomstig de toepasselijke Unie- en nationale wetgeving.

Amendement    89

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.  Het antwoord aan de ESP-gebruiker is uniek en bevat alle gegevens waartoe de gebruiker op grond van het Unierecht toegang heeft. In voorkomend geval wordt in het door het ESP verstrekte antwoord vermeld van welk informatiesysteem of van welke databank de gegevens deel uitmaken.

Schrappen

Amendement    90

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Onverminderd [artikel 39 van de Eurodac-verordening], [de artikelen 12 en 18 van de SIS-verordening op het gebied van rechtshandhaving], [artikel 29 van de ECRIS-TCN-verordening] en artikel 40 van Verordening (EU) 2016/794 houdt eu-LISA logbestanden bij van alle gegevensverwerkingsverrichtingen in het ESP. In deze logbestanden wordt met name het volgende vermeld:

Onverminderd [artikel 39 van de Eurodac-verordening], [de artikelen 12 en 18 van de SIS-verordening op het gebied van rechtshandhaving], [artikel 29 van de ECRIS-TCN-verordening] en artikel 40 van Verordening (EU) 2016/794 houdt eu‑LISA logbestanden bij van alle gegevensverwerkingsverrichtingen in het ESP. In deze logbestanden wordt het volgende vermeld:

Amendement    91

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  de autoriteit van de lidstaat en de individuele ESP-gebruiker, met inbegrip van het gebruikte ESP-profiel bedoeld in artikel 8;

(a)  de autoriteit van de lidstaat of het agentschap van de Unie dat de zoekopdracht start;

Amendement    92

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 1 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(c)  de doorzochte EU-informatiesystemen en gegevens van Europol;

(c)  de doorzochte informatiesystemen van de Unie en databanken van Europol en Interpol;

Amendement    93

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 1 – letter c bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(c bis)  het ESP-profiel;

Amendement    94

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 1 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(d)  overeenkomstig de nationale regels of in voorkomend geval Verordening (EU) nr. 45/2001, het identificatiekenmerk van de persoon die de zoekopdracht heeft verricht.

Schrappen

Amendement    95

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 1 – alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Daarnaast houden de lidstaten en de agentschappen van de Unie registers bij van het kenmerk van de functionaris die de zoekopdracht uitvoert.

Amendement    96

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De logbestanden worden uitsluitend gebruikt voor het toezicht op de gegevensbescherming, onder meer door de toelaatbaarheid van een verzoek en de wettigheid van de gegevensverwerking te controleren, en voor het verzekeren van de gegevensbeveiliging in de zin van artikel 42. De logbestanden worden met passende maatregelen tegen ongeoorloofde toegang beschermd en één jaar na het aanleggen ervan gewist, tenzij zij nodig zijn voor reeds aangevangen toezichtprocedures.

2.  De logbestanden worden uitsluitend gebruikt voor het toezicht op de gegevensbescherming, onder meer door de toelaatbaarheid van een verzoek en de wettigheid van de gegevensverwerking te controleren, alsook voor interne monitoring en voor het verzekeren van de correcte werking, de gegevensintegriteit en de gegevensbeveiliging in de zin van artikel 42. Daartoe wordt waar nodig toegang tot die logbestanden verleend aan de in artikel 40 bedoelde verwerkingsverantwoordelijken, de nationale toezichthoudende autoriteiten als bedoeld in artikel 51 van Verordening (EU) 2016/679 en artikel 41 van Richtlijn (EU) 2016/680 en aan de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming. De logbestanden worden met passende maatregelen tegen ongeoorloofde toegang beschermd en twee jaar na het aanleggen ervan gewist, tenzij zij nodig zijn voor reeds aangevangen toezichtprocedures.

Amendement    97

Voorstel voor een verordening

Artikel 11 – lid -1 (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

-1.  Indien het ESP vanwege een technische storing niet kan worden gebruikt, schakelt eu‑LISA over naar de back‑up ESP.

Amendement    98

Voorstel voor een verordening

Artikel 11 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Indien het ESP vanwege een interne technische storing niet kan worden gebruikt om een of meer van de in artikel 9, lid 1, genoemde EU-informatiesystemen of het CIR te doorzoeken, brengt eu-LISA de ESP-gebruikers daarvan op de hoogte.

1.  Indien het ESP vanwege een interne technische storing of een storing in de informatiesystemen van de Unie die worden doorzocht langdurig niet kan worden gebruikt om een of meer van de informatiesystemen van de Unie of het CIR te doorzoeken, brengt eu‑LISA de ESP-gebruikers daarvan onverwijld op de hoogte.

Amendement    99

Voorstel voor een verordening

Artikel 11 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Indien het ESP vanwege een technische storing in de nationale infrastructuur van een lidstaat niet kan worden gebruikt om een of meer van de in artikel 9, lid 1, genoemde EU-informatiesystemen of het CIR te doorzoeken, brengt de bevoegde autoriteit van die lidstaat eu-LISA en de Commissie daarvan op de hoogte.

2.  Indien het ESP vanwege een technische storing in de nationale infrastructuur van een lidstaat niet kan worden gebruikt om een of meer van de informatiesystemen van de Unie of het CIR te doorzoeken, geeft de bevoegde autoriteit van die lidstaat dit onverwijld door aan alle gebruikers en brengt het eu‑LISA en de Commissie ervan op de hoogte.

Amendement    100

Voorstel voor een verordening

Artikel 11 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Tijdens de technische storing is in beide gevallen de in artikel 7, leden 2 en 4, bedoelde verplichting niet van toepassing en kunnen de lidstaten via hun respectieve nationale uniforme interfaces of nationale communicatie-infrastructuur rechtstreeks toegang krijgen tot de in artikel 9, lid 1, bedoelde informatiesystemen of tot het CIR.

3.  Tijdens de technische storing is in beide in lid 1 en 2 van dit artikel bedoelde gevallen de in artikel 7, leden 2 en 4, bedoelde verplichting niet van toepassing en hebben de lidstaten via hun respectieve nationale uniforme interfaces of nationale communicatie-infrastructuur rechtstreeks toegang tot de informatiesystemen van de Unie of tot het CIR, indien zij daartoe krachtens het Unie- of nationale recht gehouden zijn.

Amendement    101

Voorstel voor een verordening

Artikel 11 – lid 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 bis.  Indien het ESP vanwege een technische storing in de infrastructuur van een agentschap van de Unie niet kan worden gebruikt om een of meer van de informatiesystemen van de Unie of het CIR te doorzoeken, brengt dat agentschap eu‑LISA en de Commissie daarvan op de hoogte.

Amendement    102

Voorstel voor een verordening

Artikel 12 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Om het CIR en de MID te ondersteunen en de doelstellingen van het EES, het VIS, Eurodac, het SIS en [het ECRIS-TCN] te bevorderen, wordt een gezamenlijke dienst voor biometrische matching (gezamenlijke BMS) opgezet, die biometrische templates opslaat en het mogelijk maakt om aan de hand van biometrische gegevens zoekopdrachten in meerdere EU-informatiesystemen uit te voeren.

1.  Om het CIR en de MID te ondersteunen en de doelstellingen van het EES, VIS, Eurodac, SIS en [ECRIS-TCN] te bevorderen, wordt een gezamenlijke dienst voor biometrische matching (gezamenlijke BMS) opgezet, die biometrische templates opslaat en het mogelijk maakt om aan de hand van biometrische gegevens zoekopdrachten in informatiesystemen van de Unie die biometrische gegevens bevatten uit te voeren. Overeenkomstig de beginselen van noodzakelijkheid en evenredigheid worden in de gezamenlijke BMS geen DNA-gegevens of handpalmafdrukken opgeslagen.

Amendement    103

Voorstel voor een verordening

Artikel 12 – lid 2 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  een centrale infrastructuur, waarvan een zoekmachine en de opslag voor de in artikel 13 bedoelde gegevens deel uitmaken;

(a)  een centrale infrastructuur die in de plaats komt van de geautomatiseerde vingerafdrukidentificatiesystemen van respectievelijk het EES, VIS, SIS, Eurodac en [ECRIS-TCN], voor zover dit het zoeken met biometrische gegevens als omschreven in artikel 4, lid 12, mogelijk maakt;

Amendement    104

Voorstel voor een verordening

Artikel 12 – lid 2 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b)  een beveiligde communicatie-infrastructuur tussen de gezamenlijke BMS, het centrale SIS en het CIR.

(b)  een beveiligde communicatie-infrastructuur tussen de gezamenlijke BMS, het centrale SIS, het CIR en de informatiesystemen van de Unie.

Amendement    105

Voorstel voor een verordening

Artikel 12 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  eu-LISA zorgt voor de ontwikkeling en het technische beheer van de gezamenlijke BMS.

3.  eu‑LISA zorgt voor de ontwikkeling en het technische beheer van de gezamenlijke BMS. Het heeft echter geen toegang tot persoonsgegevens die via de gezamenlijke BMS worden verwerkt.

Amendement    106

Voorstel voor een verordening

Artikel 13 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Opslag van gegevens in de gemeenschappelijke dienst voor biometrische matching

Opslag van biometrische templates in de gemeenschappelijke dienst voor biometrische matching

Amendement    107

Voorstel voor een verordening

Artikel 13 – lid 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  In de gezamenlijke BMS worden de biometrische templates opgeslagen die de dienst extraheert uit de volgende biometrische gegevens:

1.  In de gezamenlijke BMS worden de biometrische templates, logisch gescheiden per informatiesysteem waaruit de gegevens afkomstig zijn, opgeslagen die de dienst extraheert uit de volgende biometrische gegevens:

Amendement    108

Voorstel voor een verordening

Artikel 13 – lid 1 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(d)  de gegevens bedoeld in artikel 20, lid 3, onder w) en x), van de SIS-verordening op het gebied van rechtshandhaving;

(d)  de gegevens bedoeld in artikel 20, lid 3, onder w) en y), van de [SIS-verordening op het gebied van rechtshandhaving];

Amendement    109

Voorstel voor een verordening

Artikel 13 – lid 1 – letter f

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(f)  [de gegevens bedoeld in artikel 13, onder a), van de Eurodac-verordening;]

(f)  [de gegevens bedoeld in artikel 12, onder a) en b), artikel 13, lid 2, onder a) en b), en artikel 14, lid 2, onder a) en b) van de Eurodac-verordening;]

Amendement    110

Voorstel voor een verordening

Artikel 13 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  De opslag van de in lid 1 bedoelde gegevens moet voldoen aan de in artikel 37, lid 2, bedoelde kwaliteitsnormen.

4.  De opslag van de in lid 1 van dit artikel bedoelde gegevens moet voldoen aan de in artikel 37 bedoelde kwaliteitsnormen.

Amendement    111

Voorstel voor een verordening

Artikel 15 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De termijn voor de opslag van de in artikel 13 bedoelde gegevens in de gezamenlijke BMS stemt overeen met die voor de opslag van de overeenkomstige biometrische gegevens in het CIR of het SIS.

De termijn voor de opslag van de in artikel 13 bedoelde gegevens in de gezamenlijke BMS stemt overeen met die voor de opslag van de overeenkomstige biometrische gegevens in het CIR, overeenkomstig artikel 18 en 19 of in het SIS of als Europolgegevens. Na afloop van deze termijn worden ze automatisch gewist.

Amendement    112

Voorstel voor een verordening

Artikel 15 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De termijn voor de opslag van de in artikel 13 bedoelde gegevens in de gezamenlijke BMS stemt overeen met die voor de opslag van de overeenkomstige biometrische gegevens in het CIR of het SIS.

De termijn voor de opslag van de in artikel 13 bedoelde gegevens in de gezamenlijke BMS stemt overeen met die voor de opslag van de overeenkomstige biometrische gegevens in het CIR, overeenkomstig artikel 19, in het SIS of als Europolgegevens.

Amendement    113

Voorstel voor een verordening

Artikel 16 – lid 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Onverminderd [artikel 39 van de Eurodac-verordening], [de artikelen 12 en 18 van de SIS-verordening op het gebied van rechtshandhaving] en [artikel 29 van de ECRIS-TCN-verordening] houdt eu-LISA logbestanden bij van alle gegevensverwerkingsverrichtingen in de gezamenlijke BMS. In deze logbestanden wordt met name het volgende vermeld:

1.  Onverminderd [artikel 39 van de Eurodac-verordening], [de artikelen 12 en 18 van de SIS-verordening op het gebied van rechtshandhaving] en [artikel 29 van de ECRIS-TCN-verordening] houdt eu‑LISA logbestanden bij van alle gegevensverwerkingsverrichtingen in de gezamenlijke BMS. In deze logbestanden wordt het volgende vermeld:

Amendement    114

Voorstel voor een verordening

Artikel 16 – lid 1 – letter -a (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(-a)  de autoriteit van de lidstaat of het agentschap van de Unie dat de zoekopdracht start;

Amendement    115

Voorstel voor een verordening

Artikel 16 – lid 1 – letter f

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(f)  de resultaten van de zoekopdracht en de datum en het tijdstip van het resultaat;

(f)  de resultaten van de zoekopdracht en de datum en het tijdstip van het resultaat, en het informatiesysteem van de Unie waaruit de gegevens afkomstig zijn;

Amendement    116

Voorstel voor een verordening

Artikel 16 – lid 1 – letter g

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(g)  overeenkomstig de nationale regels of in voorkomend geval Verordening (EU) nr. 45/2001, het identificatiekenmerk van de persoon die de zoekopdracht heeft verricht.

Schrappen

Amendement    117

Voorstel voor een verordening

Artikel 16 – lid 1 – letter g bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(g bis)  het specifieke doel van de zoekopdracht en, in voorkomend geval, het referentienummer van de zaak uit hoofde van artikel 14.

Amendement    118

Voorstel voor een verordening

Artikel 16 – lid 1 – alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Daarnaast houden de lidstaten en de agentschappen van de Unie registers bij van het kenmerk van de functionaris die de zoekopdracht uitvoert.

Amendement    119

Voorstel voor een verordening

Artikel 16 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De logbestanden worden uitsluitend gebruikt voor het toezicht op de gegevensbescherming, onder meer door de toelaatbaarheid van een verzoek en de wettigheid van de gegevensverwerking te controleren, en voor het verzekeren van de gegevensbeveiliging in de zin van artikel 42. De logbestanden worden met passende maatregelen tegen ongeoorloofde toegang beschermd en één jaar na het aanleggen ervan gewist, tenzij zij nodig zijn voor reeds aangevangen toezichtprocedures. De in lid 1, onder a), bedoelde logbestanden worden gewist zodra de gegevens worden gewist.

2.  De logbestanden worden uitsluitend gebruikt voor het toezicht op de gegevensbescherming en op de gevolgen voor de grondrechten, onder meer door de toelaatbaarheid van een verzoek en de wettigheid van de gegevensverwerking te controleren, en voor het verzekeren van de gegevensbeveiliging in de zin van artikel 42. Daartoe wordt waar nodig toegang tot die logbestanden verleend aan de in artikel 40 bedoelde verwerkingsverantwoordelijken, de nationale toezichthoudende autoriteiten als bedoeld in artikel 51 van Verordening (EU) 2016/679 en artikel 41 van Richtlijn (EU) 2016/680 en aan de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming. De logbestanden worden met passende maatregelen tegen ongeoorloofde toegang beschermd en twee jaar na het aanleggen ervan gewist, tenzij zij nodig zijn voor reeds aangevangen toezichtprocedures. De in lid 1, onder a), bedoelde logbestanden worden gewist zodra de gegevens worden gewist.

Amendement    120

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Er wordt een gemeenschappelijk identiteitenregister (CIR) ingesteld, waarin voor elke in het EES, het VIS, [het ETIAS], Eurodac of [het ECRIS-TCN] geregistreerde persoon een afzonderlijk bestand met de in artikel 18 bedoelde gegevens wordt aangelegd, met als doel de correcte identificatie van in het EES, het VIS, [het ETIAS], Eurodac of [het ECRIS-TCN] geregistreerde personen te vergemakkelijken en te bevorderen, de werking van de MID te ondersteunen en de toegang van rechtshandhavingsinstanties tot niet voor rechtshandhaving bedoelde informatiesystemen op EU-niveau te vergemakkelijken en te stroomlijnen wanneer dat nodig is voor de preventie, het onderzoek, de opsporing of de vervolging van ernstige criminaliteit.

1.  Er wordt een gemeenschappelijk identiteitenregister (CIR) ingesteld, waarin voor elke in het EES, VIS, [ETIAS], Eurodac of [ECRIS-TCN] geregistreerde persoon een afzonderlijk bestand met de in artikel 18 bedoelde gegevens wordt aangelegd, met als doel de correcte identificatie van in het EES, VIS, [ETIAS], Eurodac of [ECRIS-TCN] geregistreerde personen te vergemakkelijken en te bevorderen, de werking van de MID te ondersteunen en de toegang van aangewezen autoriteiten tot niet voor rechtshandhaving bedoelde informatiesystemen op Unieniveau te vergemakkelijken en te stroomlijnen wanneer dat nodig is voor de preventie, het onderzoek, de opsporing of de vervolging van ernstige criminaliteit, met volledige inachtneming van de beginselen van noodzakelijkheid en evenredigheid.

Amendement    121

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – lid 2 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b)  een beveiligd communicatiekanaal tussen het CIR, de lidstaten en de EU-organen die overeenkomstig het Unierecht gebruik mogen maken van het ESP;

(b)  een beveiligd communicatiekanaal tussen het CIR, de lidstaten en de agentschappen van de Unie die overeenkomstig het nationale en het Unierecht gebruik mogen maken van het CIR;

Amendement    122

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – lid 2 – letter c bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(c bis)  een centraal CIR van de Unie als back‑up met alle functionaliteiten van het hoofd-CIR en een vergelijkbaar prestatieniveau als het hoofd-CIR, voor het geval dit uitvalt. Het CIR en het back‑up CIR kunnen gelijktijdig functioneren. Het CIR en het back-up CIR worden ondergebracht in de technische locaties van eu‑LISA.

Amendement    123

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – lid 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 bis.  Indien het CIR vanwege een interne technische storing niet kan worden doorzocht met het oog op de identificatie van een persoon uit hoofde van artikel 20, de detectie van meerdere identiteiten uit hoofde van artikel 21 of rechtshandhavingsdoeleinden uit hoofde van artikel 22, brengt eu‑LISA de CIR-gebruikers daarvan onmiddellijk op de hoogte.

Amendement    124

Voorstel voor een verordening

Artikel 18 – lid 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  – (niet van toepassing)

Schrappen

 

(Horizontaal amendement dat van toepassing is op de gehele tekst)

Amendement    125

Voorstel voor een verordening

Artikel 18 – lid 1 – letter e

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(e)  [de in artikel 5, lid 1, onder b), en artikel 5, lid 2, van de ECRIS-TCN-verordening bedoelde gegevens en de volgende in artikel 5, lid 1, onder a), van die verordening bedoelde gegevens: achternaam of familienaam; voornaam/voornamen; geslacht; geboortedatum; plaats en land van geboorte; nationaliteit/nationaliteiten; gender en, indien van toepassing, vroegere namen, pseudoniemen en/of bijnamen.]

(e)  [de in artikel 5, lid 1, onder b), en artikel 5, lid 2, van de ECRIS-TCN-verordening bedoelde gegevens en de volgende in artikel 5, lid 1, onder a), van die verordening bedoelde gegevens: achternaam of familienaam; voornaam/voornamen; geslacht; geboortedatum; plaats en land van geboorte; nationaliteit/nationaliteiten; gender en, indien van toepassing, vroegere namen, pseudoniemen en/of bijnamen, alsook informatie over reisdocumenten.]

Amendement    126

Voorstel voor een verordening

Artikel 18 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  In het CIR wordt voor elke reeks gegevens, als bedoeld in lid 1, een verwijzing opgenomen naar de informatiesystemen waar de gegevens deel van uitmaken.

2.  In het CIR wordt voor elke reeks gegevens, als bedoeld in lid 1, een verwijzing opgenomen naar de informatiesystemen waar de gegevens deel van uitmaken. Een functionaris die het CIR raadpleegt, krijgt uitsluitend gegevens van het in het CIR opgeslagen persoonlijke dossier te zien die afkomstig zijn van de informatiesystemen waarvoor de functionaris gemachtigd is.

Amendement    127

Voorstel voor een verordening

Artikel 19 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Wanneer gegevens worden toegevoegd, gewijzigd of gewist in Eurodac of [het ECRIS-TCN], worden de overeenkomstige in artikel 18 bedoelde gegevens die zijn opgeslagen in het afzonderlijke CIR-bestand, automatisch toegevoegd, gewijzigd of gewist.

1.  Zonder de gegevens van de respectievelijke informatiesystemen van de Unie te dupliceren, worden, wanneer gegevens worden toegevoegd, gewijzigd of gewist in Eurodac of [ECRIS-TCN], de overeenkomstige in artikel 18 bedoelde gegevens die zijn opgeslagen in het afzonderlijke CIR-bestand, automatisch en gelijktijdig toegevoegd, gewijzigd of gewist.

Amendement    128

Voorstel voor een verordening

Artikel 20 – lid 1 – alinea -1 (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

-1  Wanneer een politieautoriteit van een lidstaat een persoon niet kan identificeren vanwege het ontbreken van een reisdocument of ander betrouwbaar document dat de identiteit van de betrokkene aantoont, of wanneer er twijfel bestaat over de gegevens inzake de identiteit geleverd door de betrokkene of over de echtheid van het reisdocument of de identiteit van de houder ervan, of wanneer de betrokkene niet in staat of bereid is medewerking te verlenen, kan de autoriteit het CIR doorzoeken in overeenstemming met de voorschriften van de leden 1 en 2. Dergelijke zoekopdrachten zijn niet toegestaan bij kinderen jonger dan twaalf jaar, tenzij dit in het belang van het kind is.

Amendement    129

Voorstel voor een verordening

Artikel 20 – lid 1 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Een politieautoriteit van een lidstaat kan, mits zij daartoe op grond van nationale wetgevingsmaatregelen als bedoeld in lid 2 is gemachtigd, het CIR doorzoeken aan de hand van de bij een identiteitscontrole genomen biometrische gegevens van een persoon, doch uitsluitend met het oog op de identificatie van die persoon.

Een politieautoriteit van een lidstaat kan, indien de in lid -1 bedoelde situatie zich voordoet tijdens een identiteitscontrole overeenkomstig de in nationale wetgeving vastgelegde voorschriften en procedures en mits zij daartoe op grond van nationale wetgevingsmaatregelen als bedoeld in lid 2 is gemachtigd, het CIR doorzoeken aan de hand van de bij een identiteitscontrole genomen biometrische gegevens van een persoon die fysiek aanwezig is, doch uitsluitend met het oog op de identificatie van die persoon.

Amendement    130

Voorstel voor een verordening

Artikel 20 – lid 1 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Als de zoekopdracht uitwijst dat in het CIR gegevens over die persoon zijn opgeslagen, krijgt de autoriteit van de lidstaat toegang om de in artikel 18, lid 1, bedoelde gegevens te raadplegen.

Als de zoekopdracht uitwijst dat in het CIR gegevens over die persoon zijn opgeslagen, krijgt de politiële autoriteit van de lidstaat toegang om de in artikel 18, lid 1, bedoelde gegevens te raadplegen. Uit de raadpleging mag niet blijken in welk informatiesysteem van de Unie de gegevens zijn opgeslagen.

Amendement    131

Voorstel voor een verordening

Artikel 20 – lid 1 – alinea 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Wanneer de biometrische gegevens van de persoon niet kunnen worden gebruikt of wanneer het zoeken aan de hand van die gegevens geen resultaat oplevert, wordt gezocht aan de hand van de identiteitsgegevens van de persoon in combinatie met gegevens van reisdocumenten, of aan de hand van de door die persoon verstrekte identiteitsgegevens.

Schrappen

Amendement    132

Voorstel voor een verordening

Artikel 20 – lid 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis.  Uitsluitend met het oog op de identificatie van onbekende personen die niet in staat zijn zich te legitimeren, of van niet‑geïdentificeerde stoffelijke overschotten bij rampen of ongevallen, kan een politieautoriteit van een lidstaat het CIR doorzoeken aan de hand van de biometrische gegevens van die personen, mits zij daartoe op grond van nationale wetgevingsmaatregelen als bedoeld in lid 2 is gemachtigd.

Amendement    133

Voorstel voor een verordening

Artikel 20 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Lidstaten die gebruik wensen te maken van de in dit artikel bedoelde mogelijkheid, stellen daartoe nationale wetgevingsmaatregelen vast. In deze wetgevingsmaatregelen wordt bepaald welke specifieke doelstellingen met de identiteitscontroles worden nagestreefd in het kader van de in artikel 2, lid 1, onder b) en c), omschreven doelen. Voorts worden in de wetgevingsmaatregelen de bevoegde politieautoriteiten aangewezen en de procedures, voorwaarden en criteria voor deze controles vastgelegd.

2.  Lidstaten die gebruik wensen te maken van de in dit artikel bedoelde mogelijkheid, stellen daartoe nationale wetgevingsmaatregelen vast. In deze wetgevingsmaatregelen wordt bepaald welke specifieke doelstellingen met de identificatie worden nagestreefd in het kader van de in artikel 2, lid 2, onder b) omschreven doelen en worden de procedures, voorwaarden en criteria voor deze identificatie vastgelegd. De lidstaten wijzen de bevoegde politiële autoriteiten aan. De lidstaten die van deze mogelijkheid gebruikmaken verstrekken de Commissie de tekst van hun nationale wetgevingsmaatregelen. Toegang tot het CIR met het oog op de identificatie van een onderdaan van een derde land teneinde een hoog veiligheidsniveau te garanderen, is uitsluitend toegestaan wanneer er voor dezelfde doelstellingen en onder gelijkwaardige voorwaarden toegang bestaat tot soortgelijke nationale databanken.

Amendement    134

Voorstel voor een verordening

Artikel 22 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De aangewezen autoriteiten van de lidstaten en Europol mogen het CIR raadplegen om terroristische misdrijven of andere ernstige strafbare feiten te voorkomen, op te sporen en te onderzoeken, en om zich ervan te vergewissen of Eurodac gegevens over een bepaalde persoon bevat.

1.  De aangewezen autoriteiten van de lidstaten en Europol mogen het CIR raadplegen wanneer er gegronde redenen zijn om aan te nemen dat raadpleging van de informatiesystemen van de Unie aanmerkelijk zal bijdragen tot het voorkomen, opsporen of onderzoeken van terroristische misdrijven of andere ernstige strafbare feiten, met name wanneer er een gegrond vermoeden bestaat dat de verdachte, de dader of het slachtoffer van een terroristisch misdrijf of een ander ernstig strafbaar feit tot een categorie van onderdanen van derde landen behoort van wie gegevens worden opgeslagen in [EES], VIS, [ETIAS] of Eurodac, en wanneer de nationale databanken reeds zijn doorzocht en er krachtens Besluit 2008/615/JBZ een zoekopdracht is gestart in het geautomatiseerde vingerafdrukidentificatiesysteem van de andere lidstaten, om zich ervan te vergewissen of EES, VIS en [ETIAS] gegevens over een bepaalde persoon bevatten.

Amendement    135

Voorstel voor een verordening

Artikel 22 – lid 3 – alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Het antwoord waarin wordt aangegeven dat in één van de in lid 1 bedoelde informatiesystemen van de Unie gegevens over die persoon aanwezig zijn, mag alleen worden gebruikt voor het indienen van een verzoek om toegang overeenkomstig de voorwaarden en procedures die zijn vastgelegd in de respectieve wetgevingsinstrumenten betreffende die toegang.

Amendement    136

Voorstel voor een verordening

Artikel 22 – lid 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4 bis.  Bij een treffer leggen de aangewezen autoriteiten van de lidstaten en Europol deze voor aan de nationale toezichthoudende autoriteiten, die nagaan of aan de voorwaarden voor toegang tot het CIR is voldaan. Indien uit de onafhankelijke ex-postevaluatie blijkt dat raadpleging van het CIR niet gerechtvaardigd was, wist de rechtshandhavingsinstantie alle gegevens die van het CIR afkomstig zijn.

Amendement    137

Voorstel voor een verordening

Artikel 23 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De in artikel 18, leden 1 en 2, bedoelde gegevens worden gewist in het CIR overeenkomstig de bepalingen over de bewaring van gegevens als vastgesteld in, respectievelijk, [de Eurodac-verordening] en [de ECRIS-TCN-verordening].

De in artikel 18, leden 1 en 2, bedoelde gegevens worden automatisch gewist in het CIR overeenkomstig de bepalingen over de bewaring van gegevens als vastgesteld in, respectievelijk, [de Eurodac-verordening] en [de ECRIS-TCN-verordening].

Amendement    138

Voorstel voor een verordening

Artikel 23 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De termijn voor de opslag van het afzonderlijke bestand in het CIR stemt overeen met die voor de opslag van de overeenkomstige gegevens in ten minste één van de informatiesystemen waaruit de in het CIR aanwezige gegevens afkomstig zijn. Het aanmaken van een link heeft geen gevolgen voor de bewaringstermijn van elk element van de gelinkte gegevens.

2.  De termijn voor de opslag van het afzonderlijke bestand in het CIR stemt overeen met die voor de opslag van de overeenkomstige gegevens in ten minste één van de informatiesystemen van de Unie waaruit de in het CIR aanwezige gegevens afkomstig zijn. Het aanmaken van een link heeft geen gevolgen voor de bewaringstermijn van elk element van de gelinkte gegevens. Zodra alle gegevens waarvoor een link is aangemaakt zijn gewist, wordt deze link ook automatisch verwijderd.

Amendement    139

Voorstel voor een verordening

Artikel 24 – lid 2 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Met betrekking tot de toegang tot het CIR op grond van artikel 20 houdt eu-LISA logbestanden bij van alle gegevensverwerkingsverrichtingen in het CIR. In deze logbestanden wordt met name het volgende vermeld:

2.  Met betrekking tot de toegang tot het CIR op grond van artikel 20 houdt eu‑LISA logbestanden bij van alle gegevensverwerkingsverrichtingen in het CIR. In deze logbestanden wordt het volgende vermeld:

Amendement    140

Voorstel voor een verordening

Artikel 24 – lid 2 – letter -a (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(-a)  de autoriteit van de lidstaat die de zoekopdracht start;

Amendement    141

Voorstel voor een verordening

Artikel 24 – lid 2 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(d)  de resultaten van de zoekopdracht;

(d)  de resultaten van de zoekopdracht en het informatiesysteem van de Unie waaruit de gegevens afkomstig zijn.

Amendement    142

Voorstel voor een verordening

Artikel 24 – lid 2 – letter e

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(e)  overeenkomstig de nationale regels of Verordening (EU) 2016/794 of in voorkomend geval Verordening (EU) nr. 45/2001, het identificatiekenmerk van de persoon die de zoekopdracht heeft verricht.

Schrappen

Amendement    143

Voorstel voor een verordening

Artikel 24 – lid 2 – alinea 1 (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Daarnaast houden de lidstaten registers bij van het kenmerk van de functionaris die de zoekopdracht uitvoert.

Amendement    144

Voorstel voor een verordening

Artikel 24 – lid 3 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  In het kader van toegang tot het CIR op grond van artikel 21 houdt eu-LISA logbestanden bij van alle gegevensverwerkingsverrichtingen in het CIR. In deze logbestanden wordt met name het volgende vermeld:

3.  In het kader van toegang tot het CIR op grond van artikel 21 houdt eu‑LISA logbestanden bij van alle gegevensverwerkingsverrichtingen in het CIR. In deze logbestanden wordt het volgende vermeld:

Amendement    145

Voorstel voor een verordening

Artikel 24 – lid 3 – letter -a (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(-a)  de autoriteit van de lidstaat die de zoekopdracht start;

Amendement    146

Voorstel voor een verordening

Artikel 24 – lid 3 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(c)  in voorkomend geval, de gegevens die zijn gebruikt om de zoekopdracht te starten;

(c)  de gegevens die zijn gebruikt om de zoekopdracht te starten;

Amendement    147

Voorstel voor een verordening

Artikel 24 – lid 3 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(d)  in voorkomend geval, de resultaten van de zoekopdracht;

(d)  de resultaten van de zoekopdracht en het informatiesysteem van de Unie waaruit de gegevens afkomstig zijn.

Amendement    148

Voorstel voor een verordening

Artikel 24 – lid 3 – letter e

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(e)  overeenkomstig de nationale regels of Verordening (EU) 2016/794 of in voorkomend geval Verordening (EU) nr. 45/2001, het identificatiekenmerk van de persoon die de zoekopdracht heeft verricht.

Schrappen

Amendement    149

Voorstel voor een verordening

Artikel 24 – lid 3 – alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Daarnaast houden de lidstaten registers bij van het kenmerk van de functionaris die de zoekopdracht uitvoert.

Amendement    150

Voorstel voor een verordening

Artikel 24 – lid 4 – alinea 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

In het kader van toegang tot het CIR op grond van artikel 22 houdt eu-LISA logbestanden bij van alle gegevensverwerkingsverrichtingen in het CIR. In deze logbestanden wordt met name het volgende vermeld:

In het kader van toegang tot het CIR op grond van artikel 22 houdt eu‑LISA logbestanden bij van alle gegevensverwerkingsverrichtingen in het CIR. In deze logbestanden wordt het volgende vermeld:

Amendement    151

Voorstel voor een verordening

Artikel 24 – lid 4 – alinea 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  het referentiekenmerk van het nationale bestand;

(a)  het doel van de toegang en het referentiekenmerk van het nationale onderzoek of de nationale zaak;

Amendement    152

Voorstel voor een verordening

Artikel 24 – lid 4 – alinea 1 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(c)  het soort gegevens dat is gebruikt om de zoekopdracht te starten;

(c)  de gegevens die zijn gebruik om de zoekopdracht te starten of, in het geval van een zoekopdracht die is gestart met biometrische gegevens, het soort gegevens dat is gebruikt om de zoekopdracht te starten;

Amendement    153

Voorstel voor een verordening

Artikel 24 – lid 4 – alinea 1 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(d)  de resultaten van de zoekopdracht;

(d)  de resultaten van de zoekopdracht en het informatiesysteem van de Unie waaruit de gegevens afkomstig zijn.

Amendement    154

Voorstel voor een verordening

Artikel 24 – lid 4 – alinea 1 – letter f

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(f)  overeenkomstig de nationale regels of Verordening (EU) 2016/794 of in voorkomend geval Verordening (EU) nr. 45/2001, het identificatiekenmerk van de functionaris die de zoekopdracht heeft verricht, en van de functionaris die de zoekopdracht heeft gelast.

Schrappen

Amendement    155

Voorstel voor een verordening

Artikel 24 – lid 4 – alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Daarnaast houden de lidstaten registers bij van het kenmerk van de functionaris die de zoekopdracht uitvoert.

Amendement    156

Voorstel voor een verordening

Artikel 24 – lid 4 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De overeenkomstig artikel 51 van Verordening (EU) 2016/679 of artikel 41 van Richtlijn (EU) 2016/680 ingestelde toezichthoudende autoriteit verifieert de logbestanden over deze toegang regelmatig, met tussenpozen van ten hoogste zes maanden, om na te gaan of de procedures en voorwaarden als bedoeld in artikel 22, leden 1, 2 en 3, in acht zijn genomen.

De overeenkomstig artikel 51 van Verordening (EU) 2016/679 of artikel 41 van Richtlijn (EU) 2016/680 ingestelde toezichthoudende autoriteit verifieert de logbestanden over deze toegang regelmatig, met tussenpozen van ten hoogste zes maanden, om na te gaan of de procedures en voorwaarden als bedoeld in artikel 22, leden 1, 2 en 3, in acht zijn genomen. eu‑LISA stelt de toezichthoudende autoriteiten een praktisch instrument ter beschikking om de verificatie van de registers te vergemakkelijken en zoveel mogelijk te automatiseren.

Amendement    157

Voorstel voor een verordening

Artikel 24 – lid 5 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

5 bis.  Agentschappen van de lidstaten houden logbestanden bij van de zoekopdrachten die zijn uitgevoerd door personeelsleden die naar behoren zijn gemachtigd om het CIR overeenkomstig artikel 22 te gebruiken.

Amendement    158

Voorstel voor een verordening

Artikel 24 – lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.  De in de leden 1 en 5 bedoelde logbestanden worden uitsluitend gebruikt voor het toezicht op de gegevensbescherming, onder meer door de toelaatbaarheid van een verzoek en de wettigheid van de gegevensverwerking te controleren, en voor het verzekeren van de gegevensbeveiliging in de zin van artikel 42. De logbestanden worden met passende maatregelen tegen ongeoorloofde toegang beschermd en één jaar na het aanleggen ervan gewist, tenzij zij nodig zijn voor reeds aangevangen toezichtprocedures.

6.  De in de leden 1, 5 en 5 bis bedoelde logbestanden worden uitsluitend gebruikt voor het toezicht op de gegevensbescherming, onder meer door de toelaatbaarheid van een verzoek en de wettigheid van de gegevensverwerking te controleren, alsook voor interne monitoring en voor het verzekeren van de correcte werking, de gegevensintegriteit en de gegevensbeveiliging in de zin van artikel 42. De logbestanden worden met passende maatregelen tegen ongeoorloofde toegang beschermd en twee jaar na het aanleggen ervan gewist, tenzij zij nodig zijn voor reeds aangevangen toezichtprocedures.

Amendement    159

Voorstel voor een verordening

Artikel 24 – lid 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

7.  eu-LISA bewaart de logbestanden met het relaas van de in een afzonderlijk bestand opgeslagen gegevens, met het oog op de in lid 6 bedoelde doeleinden. De logbestanden met het relaas van de opgeslagen gegevens worden gewist zodra de gegevens worden gewist.

7.  eu‑LISA bewaart de logbestanden met het relaas van de in een afzonderlijk bestand opgeslagen gegevens, met het oog op de in lid 6 bedoelde doeleinden. De logbestanden met het relaas van de opgeslagen gegevens worden automatisch gewist zodra de gegevens worden gewist.

Amendement    160

Voorstel voor een verordening

Artikel 24 – lid 7 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

7 bis.  De bevoegde nationale autoriteiten die zijn belast met het controleren van de rechtmatigheid van toegang, met het monitoren van de rechtmatigheid van de gegevensverwerking, met interne monitoring en met het waarborgen van de goede werking en de gegevensintegriteit en ‑beveiliging, krijgen binnen de grenzen van hun bevoegdheden op verzoek toegang tot de logbestanden met het oog op het vervullen van hun taken.

Amendement    161

Voorstel voor een verordening

Artikel 24 – lid 7 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

7 ter.  Ter uitvoering van de interne monitoring en om een goede werking van het CIR en de integriteit en beveiliging van gegevens te garanderen, heeft eu‑LISA, binnen de grenzen van zijn bevoegdheid, toegang tot de logbestanden.

Amendement    162

Voorstel voor een verordening

Artikel 24 – lid 7 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

7 quater.  De Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming heeft, binnen de grenzen van zijn bevoegdheid en op zijn verzoek, toegang tot die logbestanden met het oog op de vervulling van zijn taken.

Amendement    163

Voorstel voor een verordening

Artikel 25 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Om de werking van het CIR te ondersteunen en de doelstellingen van het EES, het VIS, [het ETIAS], Eurodac, het SIS en [het ECRIS-TCN] te bevorderen, wordt een detector van meerdere identiteiten (MID) ingesteld, die zorgt voor het aanmaken en opslaan van links tussen gegevens in de EU-informatiesystemen die zijn opgenomen in het CIR en het SIS, en op basis daarvan meerdere identiteiten detecteert, met als tweeledig doel de identiteitscontroles te vergemakkelijken en identiteitsfraude te bestrijden.

1.  Om de werking van het CIR te ondersteunen en de doelstellingen van het EES, VIS, [ETIAS], Eurodac, SIS en [ECRIS-TCN] te bevorderen, wordt een detector van meerdere identiteiten (MID) ingesteld, die zorgt voor het aanmaken en opslaan van links tussen gegevens in de informatiesystemen van de Unie die zijn opgenomen in het CIR en het SIS, en op basis daarvan meerdere identiteiten detecteert, met als tweeledig doel de identiteitscontroles te vergemakkelijken en identiteitsfraude te bestrijden, met volledige inachtneming van de beginselen van noodzakelijkheid en evenredigheid.

Amendement    164

Voorstel voor een verordening

Artikel 25 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  eu-LISA zorgt voor de ontwikkeling en het technische beheer van de MID.

3.  eu-LISA zorgt voor de ontwikkeling en het technische beheer van de MID. Het heeft geen toegang tot persoonsgegevens die via het MID worden verwerkt.

Amendement    165

Voorstel voor een verordening

Artikel 25 – lid 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 bis.  eu-LISA volgt (evenals de bevoegde autoriteiten van de lidstaten) passende profileringsprocedures en legt geschikte technische en organisatorische maatregelen ten uitvoer om er met name voor te zorgen dat mogelijke oorzaken van onnauwkeurigheden in persoonsgegevens worden verholpen en dat het risico op fouten tot een minimum wordt beperkt. Bij het beveiligen van persoonsgegevens houdt zij bovendien rekening met de mogelijke gevaren voor de belangen en rechten van de betrokkene, en voorkomt dat natuurlijke personen worden gediscrimineerd op grond van sociale afkomst, ras of etnische afstamming, politieke denkbeelden, godsdienst of overtuiging, lidmaatschap van een vakbond, genetische kenmerken, gezondheidstoestand of seksuele gerichtheid of dat dit leidt tot maatregelen met hetzelfde effect.

Amendement    166

Voorstel voor een verordening

Artikel 26 – lid 1 – letter e

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(e)  het Sirene-bureau van de lidstaat die een signalering creëert [SIS-verordening op het gebied van rechtshandhaving of SIS-verordening op het gebied van de terugkeer van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen];

(e)  het Sirene-bureau van de lidstaat die een [SIS-signalering creëert of actualiseert overeenkomstig de SIS-verordening op het gebied van rechtshandhaving of SIS-verordening op het gebied van de terugkeer van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen];

Amendement    167

Voorstel voor een verordening

Artikel 27 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Wanneer de gegevens in een informatiesysteem als bedoeld in lid 1 biometrische gegevens bevatten, maken het CIR en het centrale SIS voor de detectie van meerdere identiteiten gebruik van de gezamenlijke BMS. De gezamenlijke BMS maakt een vergelijking tussen de uit nieuwe biometrische gegevens verkregen biometrische templates en de reeds in de gezamenlijke BMS opgenomen biometrische templates om na te gaan of over een bepaalde onderdaan van een derde land reeds gegevens zijn opgeslagen in het CIR of het centrale SIS.

2.  Wanneer de gegevens in een informatiesysteem als bedoeld in lid 1 biometrische gegevens bevatten, maken het CIR en het centrale SIS voor de detectie van meerdere identiteiten gebruik van de gezamenlijke BMS. De gezamenlijke BMS maakt een vergelijking tussen de uit nieuwe biometrische gegevens verkregen biometrische templates en de reeds in de gezamenlijke BMS opgenomen biometrische templates om na te gaan of over een persoon reeds gegevens zijn opgeslagen in het CIR of het centrale SIS.

Amendement    168

Voorstel voor een verordening

Artikel 27 – lid 3 – letter h

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(h)  [achternaam (familienaam); voornaam/voornamen; geboortedatum, geboorteplaats, nationaliteit(en) en geslacht als bedoeld in artikel 5, lid 1, onder a), van de ECRIS-TCN-verordening].

(h)  [achternaam (familienaam); voornaam/voornamen; vorige naam/namen; pseudoniem(en) en/of alias(sen); geboortedatum, geboorteplaats, nationaliteit(en) en geslacht als bedoeld in artikel 5, lid 1, onder a), van de ECRIS-TCN-verordening].

Amendement    169

Voorstel voor een verordening

Artikel 27 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  De detectie van meerdere identiteiten wordt alleen gestart om gegevens die in een informatiesysteem beschikbaar zijn, te vergelijken met gegevens die in andere informatiesystemen beschikbaar zijn.

4.  De detectie van meerdere identiteiten wordt alleen gestart om gegevens die in een informatiesysteem van de Unie beschikbaar zijn, te vergelijken met gegevens die in andere informatiesystemen van de Unie beschikbaar zijn.

Amendement    170

Voorstel voor een verordening

Artikel 28 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  De Commissie stelt bij uitvoeringshandeling de procedures vast aan de hand waarvan moet worden bepaald welke identiteitsgegevens als identiek of vergelijkbaar worden beschouwd. Deze uitvoeringshandelingen worden overeenkomstig de in artikel 64, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

5.  De Commissie stelt bij gedelegeerde handeling de procedures vast aan de hand waarvan moet worden bepaald welke identiteitsgegevens als identiek of vergelijkbaar worden beschouwd. Deze gedelegeerde handeling wordt overeenkomstig artikel 63 vastgesteld. De voornoemde handelingen worden zodanig opgesteld dat personen met meerdere rechtmatige identiteiten worden beschermd tegen discriminatie.

Motivering

Vrouwen lopen in dit verband een hoger risico op discriminatie, aangezien de kans groter is dat zij verschillende rechtmatige identiteiten hebben (doordat hun familienaam wijzigt na hun huwelijk).

Amendement    171

Voorstel voor een verordening

Artikel 28 – lid 6 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De Commissie stelt bij uitvoeringshandeling de technische voorschriften vast voor het koppelen van gegevens uit verschillende informatiesystemen. Deze uitvoeringshandelingen worden overeenkomstig de in artikel 64, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure aangenomen.

De Commissie stelt in samenwerking met eu‑LISA bij uitvoeringshandeling de technische voorschriften vast voor het koppelen van gegevens uit verschillende informatiesystemen van de Unie. Deze uitvoeringshandelingen worden overeenkomstig de in artikel 64, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure aangenomen.

Amendement    172

Voorstel voor een verordening

Artikel 29 – lid 1 – alinea 1 – letter e

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(e)  het Sirene-bureau van de lidstaat, voor treffers die zich voordoen bij het creëren van een SIS-signalering overeenkomstig [de SIS-verordening op het gebied van rechtshandhaving of de SIS-verordening op het gebied van de terugkeer van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen];

(e)  het Sirene-bureau van de lidstaat, voor treffers die zich voordoen bij het creëren of bijwerken van een SIS-signalering overeenkomstig [de SIS-verordening op het gebied van rechtshandhaving of de SIS-verordening op het gebied van de terugkeer van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen];

Amendement    173

Voorstel voor een verordening

Artikel 29 – lid 2 – letter f

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(f)  een signalering van onbekende personen die worden gezocht met het oog op identificatie overeenkomstig het nationaal recht en bevraging aan de hand van biometrische gegevens als bedoeld in artikel 40 van [de SIS-verordening op het gebied van rechtshandhaving];

Schrappen

Amendement    174

Voorstel voor een verordening

Artikel 29 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  Wanneer het Sirene-bureau verschillende identiteiten manueel moet verifiëren maar het niet betrokken was bij de toevoeging van de nieuwe identiteitsgegevens die tot een gele link hebben geleid, wordt het hiervan onmiddellijk op de hoogte gebracht door de autoriteit die de nieuwe identiteitsgegevens heeft toegevoegd. Het Sirene-bureau verricht de manuele verificatie van meerdere identiteiten zo spoedig mogelijk.

Amendement    175

Voorstel voor een verordening

Artikel 29 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De autoriteit die verantwoordelijk is voor het verifiëren van meerdere identiteiten, heeft onverminderd lid 4 toegang tot de betrokken gegevens in het desbetreffende identiteitsbevestigingsbestand en tot de gelinkte identiteitsgegevens in het gemeenschappelijke identiteitenregister en, in voorkomend geval, in het SIS, beoordeelt de verschillende identiteiten, actualiseert de link overeenkomstig de artikelen 31, 32 en 33 en voegt deze onverwijld toe aan het identiteitsbevestigingsbestand.

3.  De autoriteit die verantwoordelijk is voor het verifiëren van meerdere identiteiten, heeft onverminderd lid 4 toegang tot de betrokken gegevens in het desbetreffende identiteitsbevestigingsbestand en tot de gelinkte identiteitsgegevens in het gemeenschappelijke identiteitenregister en, in voorkomend geval, in het SIS, beoordeelt de verschillende identiteiten, actualiseert de link overeenkomstig de artikelen 31, 32 en 33 en voegt deze onverwijld toe aan het identiteitsbevestigingsbestand, en in ieder geval binnen 24 uur.

Amendement    176

Voorstel voor een verordening

Artikel 29 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Wanneer de voor het verifiëren van meerdere identiteiten in het identiteitsbevestigingsbestand verantwoordelijke autoriteit de grensautoriteit is die een afzonderlijk bestand in het EES aanlegt of bijwerkt overeenkomstig artikel 14 van de EES-verordening, en er een gele link is verkregen, verricht de grensautoriteit aanvullende verificaties in het kader van een tweedelijnscontrole. Bij deze tweedelijnscontrole hebben de grensautoriteiten toegang tot de daarmee verband houdende gegevens in het identiteitsbevestigingsbestand, beoordelen zij de verschillende identiteiten, werken zij de link bij overeenkomstig de artikelen 31, 32 en 33 en voegen zij deze link onverwijld toe aan het identiteitsbevestigingsbestand.

4.  Wanneer de voor het verifiëren van meerdere identiteiten in het identiteitsbevestigingsbestand verantwoordelijke autoriteit de grensautoriteit is die een afzonderlijk bestand in het EES aanlegt of bijwerkt overeenkomstig artikel 14 van de EES-verordening, en er een gele link is verkregen, verricht de grensautoriteit aanvullende verificaties. Uitsluitend met het oog daarop hebben de grensautoriteiten toegang tot de daarmee verband houdende gegevens in het identiteitsbevestigingsbestand, beoordelen zij de verschillende identiteiten, werken zij de link bij overeenkomstig de artikelen 31, 32 en 33 van deze verordening en voegen zij deze link onverwijld toe aan het identiteitsbevestigingsbestand.

Amendement    177

Voorstel voor een verordening

Artikel 29 – lid 5 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

5 bis.  De verificatie van meerdere identiteiten uit hoofde van dit artikel vindt doorgaans plaats in het bijzijn van de betrokkene, die de kans krijgt om de situatie uit te leggen aan de verantwoordelijke autoriteit. De autoriteit neemt deze toelichtingen in aanmerking. Wanneer de verificatie ertoe leidt dat een rode link wordt aangemaakt, ontvangt de betrokkene hiervoor een schriftelijke motivering.

Amendement    178

Voorstel voor een verordening

Artikel 29 – lid 5 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

5 ter.  De handmatige verificatie van meerdere identiteiten vindt plaats binnen 8 uur na de aanmaak van een gele link overeenkomstig artikel 28, lid 4.

Amendement    179

Voorstel voor een verordening

Artikel 29 – lid 6 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

6 bis.  Alvorens toestemming te krijgen om identiteiten te verifiëren, krijgt het personeel van de in de leden 1 en 2 bedoelde autoriteiten een specifieke opleiding over hoe de verificatie van verschillende identiteiten moet worden uitgevoerd.

Amendement    180

Voorstel voor een verordening

Artikel 30 – lid 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b)  de gelinkte gegevens hebben andere identiteitsgegevens, en de verschillende identiteiten zijn niet manueel gecontroleerd.

(b)  de gelinkte gegevens hebben andere identiteitsgegevens, er zijn geen biometrische gegevens ter vergelijking en de verschillende identiteiten zijn niet manueel gecontroleerd.

Amendement    181

Voorstel voor een verordening

Artikel 30 – lid 1 – letter b bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(b bis)  de gelinkte gegevens hebben dezelfde identiteitsgegevens maar andere biometrische gegevens, en de verschillende identiteiten zijn niet manueel gecontroleerd.

Amendement    182

Voorstel voor een verordening

Artikel 31 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Een link tussen gegevens van twee of meer informatiesystemen wordt als groen ingedeeld als de gelinkte gegevens niet dezelfde biometrische gegevens maar wel vergelijkbare identiteitsgegevens hebben en volgens de autoriteit die verantwoordelijk is voor de verificatie van meerdere identiteiten, verwijzen naar twee verschillende personen.

1.  Een link tussen gegevens van twee of meer informatiesystemen wordt als groen ingedeeld indien:

 

(a)  de gelinkte gegevens niet dezelfde biometrische gegevens maar wel vergelijkbare identiteitsgegevens hebben en volgens de autoriteit die verantwoordelijk is voor de verificatie van meerdere identiteiten, verwijzen naar twee verschillende personen;

 

(b)  de gelinkte gegevens dezelfde biometrische gegevens hebben en volgens de autoriteit die verantwoordelijk is voor de verificatie van meerdere identiteiten naar twee verschillende personen verwijzen;

Amendement    183

Voorstel voor een verordening

Artikel 32 – lid 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  de gelinkte gegevens hebben dezelfde biometrische gegevens maar andere identiteitsgegevens, en verwijzen volgens de autoriteit die verantwoordelijk is voor de verificatie van meerdere identiteiten, onrechtmatig naar dezelfde persoon;

(a)  de gelinkte gegevens hebben dezelfde biometrische gegevens maar andere identiteitsgegevens, en verwijzen volgens de autoriteit die verantwoordelijk is voor de verificatie van meerdere identiteiten, ten onrechte naar dezelfde persoon;

Amendement    184

Voorstel voor een verordening

Artikel 32 – lid 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b)  de gelinkte gegevens hebben vergelijkbare identiteitsgegevens en verwijzen volgens de autoriteit die verantwoordelijk is voor de verificatie van meerdere identiteiten, onrechtmatig naar dezelfde persoon.

(b)  de gelinkte gegevens hebben vergelijkbare identiteitsgegevens en verwijzen volgens de autoriteit die verantwoordelijk is voor de verificatie van meerdere identiteiten, ten onrechte naar dezelfde persoon.

Amendement    185

Voorstel voor een verordening

Artikel 32 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Wanneer het CIR of het SIS wordt doorzocht en er een rode link bestaat tussen twee of meer van de informatiesystemen die deel uitmaken van het CIR of het SIS, vermeldt de MID in zijn antwoord de in artikel 34 bedoelde gegevens. De follow-up van een rode link verloopt overeenkomstig het Unierecht en het nationaal recht.

2.  Wanneer het CIR of het SIS wordt doorzocht en er een rode link bestaat tussen twee of meer van de informatiesystemen die deel uitmaken van het CIR of het SIS, vermeldt de MID in zijn antwoord de in artikel 34 bedoelde gegevens. De follow‑up van een rode link verloopt overeenkomstig het Unierecht en het nationaal recht. Het bestaan van een rode link op zich heeft voor de betrokkene(n) geen rechtsgevolgen.

Amendement    186

Voorstel voor een verordening

Artikel 32 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Onverminderd de bepalingen in verband met de behandeling van signaleringen in het SIS als bedoeld in [de SIS-verordeningen op het gebied van grenscontroles, rechtshandhaving en de terugkeer van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen], en onverminderd de beperkingen die nodig zijn om de veiligheid en de openbare orde te handhaven, criminaliteit te voorkomen en te waarborgen dat een nationaal onderzoek niet in gevaar wordt gebracht, meldt de autoriteit die verantwoordelijk is voor de verificatie van meerdere identiteiten, in het geval van een rode link, aan de betrokken persoon dat meerdere onrechtmatige identiteiten zijn geconstateerd.

4.  Onverminderd de beperkingen die nodig zijn om de veiligheid en de openbare orde te handhaven, criminaliteit te voorkomen en te waarborgen dat een nationaal onderzoek niet in gevaar wordt gebracht, meldt de autoriteit die verantwoordelijk is voor de verificatie van meerdere identiteiten, in het geval van een rode link, in overeenstemming met de artikelen 12, 13 en 14 van Verordening (EU) 2016/679 en artikel 13 van Richtlijn (EU) 2016/680 aan de betrokken persoon dat meerdere onrechtmatige identiteiten zijn geconstateerd.

Amendement    187

Voorstel voor een verordening

Artikel 32 – lid 5 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

5 bis.  Wanneer een autoriteit van een lidstaat of een agentschap van de Unie met toegang tot het CIR of het SIS bewijs vindt dat een in de MID geregistreerde rode link onjuist is of dat de gegevens in de MID, het CIR of het SIS niet in overeenstemming met deze verordening werden verwerkt, corrigeert of verwijdert die autoriteit de link onmiddellijk in de MID – wanneer deze verband houdt met de informatiesystemen van de Unie – of brengt zij het desbetreffende Sirene-bureau van de lidstaat dat de SIS-signalering heeft gecreëerd onmiddellijk op de hoogte – wanneer de link verband houdt met het SIS. Dat Sirene-bureau controleert het door de autoriteit van de lidstaat verstrekte bewijs en corrigeert of verwijdert de link onmiddellijk daarna in de MID.

Amendement    188

Voorstel voor een verordening

Artikel 33 – lid 1 – letter c bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(c bis)  de gelinkte gegevens hebben dezelfde identiteitsgegevens maar verschillende biometrische gegevens en volgens de autoriteit die verantwoordelijk is voor de verificatie van meerdere identiteiten verwijzen de gegevens naar dezelfde persoon maar zijn de biometrische gegevens veranderd ten gevolge van letsel, ziekte of een andere rechtmatige reden.

Amendement    189

Voorstel voor een verordening

Artikel 33 – lid 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4 bis.  Wanneer een autoriteit van een lidstaat beschikt over bewijs dat een in de MID geregistreerde witte link feitelijk onjuist of niet up‑to‑date is, of dat de gegevens in de MID, de informatiesystemen van de Unie of het SIS niet in overeenstemming met deze verordening werden verwerkt, controleert die autoriteit de desbetreffende gegevens die zijn opgeslagen in de informatiesystemen van de Unie en het SIS en corrigeert of verwijdert zij de link, zo nodig, onverwijld in de MID. De autoriteit van de lidstaat brengt de lidstaat die verantwoordelijk is voor de manuele verificatie hiervan onverwijld op de hoogte.

Amendement    190

Voorstel voor een verordening

Artikel 34 – alinea 1 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(d)  in voorkomend geval, de autoriteit die verantwoordelijk is voor de verificatie van meerdere identiteiten.

(d)  de autoriteit die verantwoordelijk is voor de verificatie van meerdere identiteiten.

Amendement    191

Voorstel voor een verordening

Artikel 35 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De termijn voor opslag van de identiteitsbevestigingsbestanden en de desbetreffende gegevens, inclusief links, in de MID is niet langer dan die voor de opslag van de gelinkte gegevens die zijn opgeslagen in twee of meer EU-informatiesystemen.

De termijn voor opslag van de identiteitsbevestigingsbestanden en de desbetreffende gegevens, inclusief links, in de MID is niet langer dan die voor de opslag van de gelinkte gegevens die zijn opgeslagen in twee of meer informatiesystemen van de Unie. Wanneer niet langer aan deze voorwaarde wordt voldaan, worden de identiteitsbevestigingsbestanden en de desbetreffende gegevens, inclusief alle bijbehorende links, automatisch verwijderd.

Amendement    192

Voorstel voor een verordening

Artikel 36 – lid 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  eu-LISA houdt logbestanden bij van alle gegevensverwerkingsverrichtingen in de MID. In deze logbestanden wordt met name het volgende vermeld:

1.  eu-LISA houdt logbestanden bij van alle gegevensverwerkingsverrichtingen in de MID. In deze logbestanden wordt het volgende vermeld:

Amendement    193

Voorstel voor een verordening

Artikel 36 – lid 1 – letter -a (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(-a)  de autoriteit van de lidstaat die de zoekopdracht start;

Amendement    194

Voorstel voor een verordening

Artikel 36 – lid 1 – letter f

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(f)  het identificatiekenmerk van de persoon die de zoekopdracht heeft verricht.

Schrappen

Amendement    195

Voorstel voor een verordening

Artikel 36 – lid 1 – alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Daarnaast houden de lidstaten registers bij van het kenmerk van de functionaris die de zoekopdracht uitvoert.

Amendement    196

Voorstel voor een verordening

Artikel 36 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De logbestanden worden uitsluitend gebruikt voor het toezicht op de gegevensbescherming, onder meer door de toelaatbaarheid van een verzoek en de wettigheid van de gegevensverwerking te controleren, en voor het verzekeren van de gegevensbeveiliging in de zin van artikel 42. De logbestanden worden met passende maatregelen tegen ongeoorloofde toegang beschermd en één jaar na het aanleggen ervan gewist, tenzij zij nodig zijn voor reeds aangevangen toezichtprocedures. De logbestanden met het relaas van identiteitsbevestigingsbestand worden gewist zodra de gegevens in het identiteitsbevestigingsbestand worden gewist.

3.  De logbestanden worden uitsluitend gebruikt voor het toezicht op de gegevensbescherming, onder meer door de toelaatbaarheid van een verzoek en de wettigheid van de gegevensverwerking te controleren, alsook voor interne monitoring en voor het verzekeren van de correcte werking, de gegevensintegriteit en de gegevensbeveiliging in de zin van artikel 42. Daartoe wordt waar nodig toegang tot die logbestanden verleend aan de in artikel 40 bedoelde verwerkingsverantwoordelijken, de nationale toezichthoudende autoriteiten als bedoeld in artikel 51 van Verordening (EU) 2016/679 en artikel 41 van Richtlijn (EU) 2016/680 en aan de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming. De logbestanden worden met passende maatregelen tegen ongeoorloofde toegang beschermd en twee jaar na het aanleggen ervan gewist, tenzij zij nodig zijn voor reeds aangevangen toezichtprocedures. De logbestanden met het relaas van identiteitsbevestigingsbestand worden gewist zodra de gegevens in het identiteitsbevestigingsbestand worden gewist.

Amendement    197

Voorstel voor een verordening

Artikel 37 – lid -1 (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

-1.  De lidstaten zien erop toe dat de kwaliteit van de in het EES, [ETIAS], VIS, SIS, de gezamenlijke BMS, het CIR en de MID opgeslagen gegevens nauwlettend wordt bewaakt om ervoor te zorgen dat zij voldoen aan de algemene vereisten voor de goede werking van de respectieve informatiesystemen van de Unie en de interoperabiliteitscomponenten. De lidstaten zorgen er ook voor dat al het personeel dat gegevens in een van deze informatiesystemen van de Unie invoert, vooraf training over de gegevenskwaliteit heeft gekregen.

Amendement    198

Voorstel voor een verordening

Artikel 37 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  eu-LISA stelt de automatische mechanismen en procedures vast voor het controleren van de kwaliteit van de gegevens die worden opgeslagen in het SIS, Eurodac, [het ECRIS-TCN], de gezamenlijke BMS, het CIR en de MID.

1.  eu-LISA stelt zo snel mogelijk automatische mechanismen en procedures vast voor het controleren van de kwaliteit van de gegevens die worden opgeslagen in het EES, [ETIAS], VIS, SIS, de gezamenlijke BMS en de CIR. Deze automatische mechanismen voor het controleren van de gegevenskwaliteit worden grondig getest voordat de interoperabiliteitscomponenten krachtens artikel 62 in gebruik worden genomen.

Amendement    199

Voorstel voor een verordening

Artikel 37 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  eu-LISA stelt gemeenschappelijke indicatoren voor gegevenskwaliteit vast, alsook de minimumkwaliteitsnormen voor de opslag van gegevens in het SIS, Eurodac, [het ECRIS-TCN], de gezamenlijke BMS, het CIR en de MID.

2.  eu-LISA stelt gemeenschappelijke indicatoren voor gegevenskwaliteit vast, alsook de minimumkwaliteitsnormen voor de opslag van gegevens in het EES, [ETIAS], VIS, het SIS, de gezamenlijke BMS, het CIR en de MID.

 

In het EES, [ETIAS], VIS, SIS, de gezamenlijke BMS, het CIR en de MID mogen alleen gegevens worden ingevoerd die aan de mininumkwaliteitsnormen voldoen.

 

Indien een autoriteit tracht gegevens in te voeren die niet aan de toepasselijke minimumkwaliteitsnormen voldoen, ontvangt zij onmiddellijk een automatische waarschuwing van het relevante informatiesysteem van de Unie dat de gegevens niet kunnen worden ingevoerd, met suggesties voor methoden om aan de minimumkwaliteitsnormen te voldoen.

Amendement    200

Voorstel voor een verordening

Artikel 37 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  eu-LISA brengt regelmatig verslag uit aan de lidstaten over de automatische mechanismen en procedures voor het controleren van de gegevenskwaliteit en over de gemeenschappelijke indicatoren voor gegevenskwaliteit. eu-LISA brengt ook regelmatig verslag uit aan de Commissie over kwesties die zijn geconstateerd en de lidstaten die hierbij zijn betrokken.

3.  eu-LISA brengt regelmatig verslag uit aan de lidstaten over de automatische mechanismen en procedures voor het controleren van de gegevenskwaliteit en over de gemeenschappelijke indicatoren voor gegevenskwaliteit. eu-LISA brengt ook regelmatig verslag uit aan de Commissie over kwesties die zijn geconstateerd en de lidstaten die hierbij zijn betrokken. eu‑LISA legt dat verslag op verzoek ook voor aan het Europees Parlement en de Raad. Geen van de verslagen als bedoeld in dit lid bevat persoonsgegevens.

Amendement    201

Voorstel voor een verordening

Artikel 37 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  Eén jaar na de vaststelling van de automatische mechanismen en procedures voor het controleren van gegevenskwaliteit en de gemeenschappelijke indicatoren voor gegevenskwaliteit, en vervolgens om het jaar, evalueert de Commissie de prestaties van de lidstaten op het gebied van gegevenskwaliteit en doet zij zo nodig aanbevelingen. De lidstaten dienen bij de Commissie een actieplan in om de in het evaluatieverslag geconstateerde gebreken te verhelpen en brengen verslag over de voortgang van het actieplan uit tot dit volledig is uitgevoerd. De Commissie legt het evaluatieverslag voor aan het Europees Parlement, de Raad, de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming en het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten dat is opgericht bij Verordening (EG) nr. 168/2007 van de Raad64.

5.  Eén jaar na de vaststelling van de automatische mechanismen en procedures voor het controleren van gegevenskwaliteit en de gemeenschappelijke indicatoren voor gegevenskwaliteit, en vervolgens om het jaar, evalueert de Commissie de prestaties van de lidstaten op het gebied van gegevenskwaliteit en doet zij zo nodig aanbevelingen. De lidstaten dienen bij de Commissie een actieplan in om de in het evaluatieverslag geconstateerde gebreken te verhelpen, met name problemen met de gegevenskwaliteit die het gevolg zijn van verkeerde historische gegevens in de bestaande EU‑informatiesystemen en het SIS. De Commissie brengt verslag over de voortgang van het actieplan uit tot dit volledig is uitgevoerd. De Commissie legt het evaluatieverslag voor aan het Europees Parlement, de Raad, de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming, het Europees Comité voor gegevensbescherming en het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten, dat is opgericht bij Verordening (EG) nr. 168/2007 van de Raad64.

__________________

__________________

64 Verordening (EG) nr. 168/2007 van de Raad van 15 februari 2007 tot oprichting van een Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten (PB L 53 van 22.2.2007, blz. 1).

64 Verordening (EG) nr. 168/2007 van de Raad van 15 februari 2007 tot oprichting van een Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten (PB L 53 van 22.2.2007, blz. 1).

Amendement    202

Voorstel voor een verordening

Artikel 37 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 37 bis

 

Beschikbaarheid en tijd die nodig is voor raadpleging

 

Alle interoperabiliteitscomponenten worden zodanig ontwikkeld en beheerd dat een snelle, naadloze, efficiënte en gecontroleerde toegang en volledige beschikbaarheid worden gewaarborgd, als bepaald in artikel 53, lid 1, met een responstijd die aansluit bij de operationele behoeften van de autoriteiten van de lidstaten.

Amendement    203

Voorstel voor een verordening

Artikel 38 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Toepassing van de UMF-norm is verplicht bij de ontwikkeling van [Eurodac], [het ECRIS-TCN], het ESP, het CIR, de MID en in voorkomend geval bij de ontwikkeling, door eu-LISA of een ander EU-orgaan, van nieuwe informatie-uitwisselingsmodellen en informatiesystemen op het gebied van justitie en binnenlandse zaken.

2.  Toepassing van de UMF-norm is verplicht bij de ontwikkeling van [Eurodac], [ECRIS-TCN], het ESP, het CIR, de MID en, waar haalbaar en passend, bij de ontwikkeling, door eu‑LISA of een ander agentschap van de Unie, van nieuwe informatie-uitwisselingsmodellen en informatiesystemen van de Unie op het gebied van justitie en binnenlandse zaken.

Amendement    204

Voorstel voor een verordening

Artikel 38 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Toepassing van de UMF-norm is facultatief in het SIS en in bestaande of nieuwe transnationale informatie-uitwisselingsmodellen en informatiesystemen op het gebied van justitie en binnenlandse zaken die worden ontwikkeld door lidstaten of geassocieerde landen.

Schrappen

Amendement    205

Voorstel voor een verordening

Artikel 39 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Er wordt een centraal register voor rapportage en statistieken (CRRS) ingesteld om de doelstellingen van Eurodac, het SIS en [het ECRIS-TCN] te ondersteunen en om systeemoverschrijdende statistische gegevens en analytische verslagen te genereren voor doeleinden op het gebied van beleid, operationaliteit en gegevenskwaliteit.

1.  Er wordt een centraal register voor rapportage en statistieken (CRRS) ingesteld om de doelstellingen van Eurodac, SIS en [ECRIS‑TCN] te ondersteunen en om systeemoverschrijdende statistische gegevens en analytische verslagen te leveren voor doeleinden op het gebied van beleid, operationaliteit en gegevenskwaliteit.

Amendement    206

Voorstel voor een verordening

Artikel 39 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  eu-LISA anonimiseert de gegevens en registreert de geanonimiseerde gegevens in het CRRS. Het anonimiseren van de gegevens gebeurt automatisch.

3.  eu-LISA anonimiseert de gegevens door ervoor te zorgen dat de betrokkene niet identificeerbaar is, en registreert de geanonimiseerde gegevens in het CRRS. Het anonimiseren van de gegevens gebeurt automatisch. Aan het personeel van eu‑LISA mag geen toegang worden verleend tot persoonsgegevens die zijn opgeslagen in de informatiesystemen van de Unie of in de interoperabiliteitscomponenten.

 

Aan de hand van in het CRRS opgenomen gegevens kunnen geen personen worden geïdentificeerd.

Amendement    207

Voorstel voor een verordening

Artikel 39 – lid 4 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  een centrale infrastructuur, bestaande uit een gegevensregister waaruit anonieme gegevens kunnen worden opgevraagd;

(a)  een centrale infrastructuur, bestaande uit een gegevensregister en een mechanisme dat ervoor zorgt dat de gegevens worden geanonimiseerd alvorens ze worden opgeslagen in het CRRS;

Amendement    208

Voorstel voor een verordening

Artikel 39 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  De Commissie stelt bij uitvoeringshandelingen nadere bepalingen vast over de werking van het CRRS, met inbegrip van specifieke waarborgen voor de verwerking van persoonsgegevens overeenkomstig de leden 2 en 3, en veiligheidsvoorschriften voor het register. Deze uitvoeringshandelingen worden overeenkomstig de in artikel 64, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure aangenomen.

5.  De Commissie stelt bij gedelegeerde handelingen nadere bepalingen vast over de werking van het CRRS, met inbegrip van specifieke waarborgen voor de verwerking van persoonsgegevens overeenkomstig de leden 2 en 3, en veiligheidsvoorschriften voor het register, vastgesteld overeenkomstig de in artikel 63 bedoelde procedure.

Motivering

Het CRRS is nog een databank op EU-niveau, hoewel de persoonsgegevens die erin worden opgeslagen, moeten worden geanonimiseerd. De regels in verband met waarborgen voor gegevensbescherming vallen onder de bevoegdheid van de medewetgevers en moeten daarom aan de hand van een gedelegeerde handeling worden vastgesteld.

Amendement    209

Voorstel voor een verordening

Artikel 40 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Met betrekking tot de verwerking van gegevens in de gezamenlijke BMS worden de autoriteiten van de lidstaten die verwerkingsverantwoordelijke zijn voor Eurodac, het SIS en [het ECRIS-TCN] ook als verwerkingsverantwoordelijke in de zin van artikel 4, punt 7, van Verordening (EU) 2016/679 beschouwd met betrekking tot de door hen in de respectieve systemen ingevoerde biometrische templates die worden verkregen uit de in artikel 13 bedoelde gegevens, en zijn deze autoriteiten verantwoordelijk voor de verwerking van de biometrische templates in de gezamenlijke BMS.

1.  Met betrekking tot de verwerking van gegevens in de gezamenlijke BMS worden de autoriteiten van de lidstaten die verwerkingsverantwoordelijke zijn voor Eurodac, het SIS en [het ECRIS-TCN] ook als verwerkingsverantwoordelijke in de zin van artikel 4, punt 7, van Verordening (EU) 2016/679 of artikel 3, lid 8, van Richtlijn (EU) 2016/680 beschouwd met betrekking tot de door hen in de respectieve systemen ingevoerde biometrische templates die worden verkregen uit de in artikel 13 bedoelde gegevens, en zijn deze autoriteiten verantwoordelijk voor de verwerking van de biometrische templates in de gezamenlijke BMS. Met betrekking tot het beheer van de informatiebeveiliging van de gezamenlijke BMS wordt eu‑LISA beschouwd als verwerkingsverantwoordelijke.

Amendement    210

Voorstel voor een verordening

Artikel 40 – lid 3 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  het Europees Grens- en kustwachtagentschap met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens door de centrale ETIAS-eenheid wordt beschouwd als verantwoordelijke voor de verwerking in de zin van artikel 2, punt b), van Verordening (EG) nr. 45/2001.

(a)  het Europees Grens- en kustwachtagentschap met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens door de centrale ETIAS-eenheid wordt beschouwd als verantwoordelijke voor de verwerking in de zin van artikel 2, punt d), van Verordening (EG) nr. 45/2001.

Amendement    211

Voorstel voor een verordening

Artikel 40 – lid 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 bis.  Met betrekking tot het beheer van de informatiebeveiliging van de interoperabiliteitscomponenten wordt eu‑LISA beschouwd als de verantwoordelijke voor de verwerking in de zin van Verordening (EG) nr. 45/2001.

Amendement    212

Voorstel voor een verordening

Artikel 41 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens in het CIR wordt eu-LISA beschouwd als de verwerker in de zin van artikel 2, punt e), van Verordening (EG) nr. 45/2001.

Met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens in het gezamenlijke BMS, het CIR en de MID wordt eu‑LISA beschouwd als de verwerker in de zin van artikel 2, onder e), van Verordening (EG) nr. 45/2001.

Motivering

De twee ontbrekende interoperabiliteitscomponenten waarin de gegevensverwerking plaatsvindt, moeten worden toegevoegd. Het ESP kan worden weggelaten omdat er binnen dat systeem geen verwerking van persoonsgegevens plaatsvindt.

Amendement    213

Voorstel voor een verordening

Artikel 42 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Zowel eu-LISA als de autoriteiten van de lidstaten zorgen voor de beveiliging van de verwerking van persoonsgegevens uit hoofde van deze verordening. eu-LISA, [de centrale ETIAS-eenheid] en de autoriteiten van de lidstaten werken samen aan taken op het gebied van beveiliging.

1.  eu-LISA, de autoriteiten van de lidstaten en Europol zorgen voor de beveiliging van de verwerking van persoonsgegevens uit hoofde van deze verordening. eu-LISA is verantwoordelijk voor de centrale infrastructuur van de interoperabiliteitscomponenten en de lidstaten zijn verantwoordelijk voor de in artikel 54 genoemde onderdelen, en eu‑LISA, [het Europees Grens- en kustwachtagentschap], Europol en de autoriteiten van de lidstaten werken samen aan taken op het gebied van beveiliging.

Amendement    214

Voorstel voor een verordening

Artikel 42 – lid 3 – letter a bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(a bis)  te verhinderen dat onbevoegden toegang krijgen tot gegevensverwerkende apparatuur en de installaties;

Amendement    215

Voorstel voor een verordening

Artikel 42 – lid 3 – letter d bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(d bis)  te verhinderen dat onbevoegden de systemen voor geautomatiseerde gegevensverwerking gebruiken met behulp van datatransmissieapparatuur;

Amendement    216

Voorstel voor een verordening

Artikel 42 – lid 3 – letter h bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(h bis)  ervoor te zorgen dat de normale werking van de gebruikte systemen in geval van storing kan worden hersteld;

Amendement    217

Voorstel voor een verordening

Artikel 42 – lid 3 – letter h ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(h ter)  te zorgen voor betrouwbaarheid door te garanderen dat eventuele functionele storingen in de interoperabiliteitscomponenten correct worden gesignaleerd;

Amendement    218

Voorstel voor een verordening

Artikel 42 – lid 3 – letter i

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(i)  de doelmatigheid van de in dit lid bedoelde beveiligingsmaatregelen te controleren, en met betrekking tot de interne controle de nodige organisatorische maatregelen te nemen om te waarborgen dat deze verordening wordt nageleefd.

(i)  de doelmatigheid van de in dit lid bedoelde beveiligingsmaatregelen te controleren, met betrekking tot de interne controle de nodige organisatorische maatregelen te nemen om te waarborgen dat deze verordening wordt nageleefd en die beveiligingsmaatregelen te beoordelen in het licht van nieuwe technologische ontwikkelingen.

Amendement    219

Voorstel voor een verordening

Artikel 42 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Om de verwerking van persoonsgegevens door autoriteiten met recht op toegang tot een of meer interoperabiliteitscomponenten te beveiligen, nemen de lidstaten maatregelen die gelijkwaardig zijn aan die van lid 3 van dit artikel.

4.  Om de verwerking van persoonsgegevens door autoriteiten met recht op toegang tot een of meer interoperabiliteitscomponenten te beveiligen, nemen de lidstaten, Europol en het Europees Grens- en kustwachtagentschap maatregelen die gelijkwaardig zijn aan die van lid 3 van dit artikel.

Amendement    220

Voorstel voor een verordening

Artikel 43 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Vertrouwelijkheid van de SIS-gegevens

Vertrouwelijkheid van de gegevens

Amendement    221

Voorstel voor een verordening

Artikel 43 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Alle lidstaten passen, in overeenstemming met hun nationaal recht, de voorschriften inzake het beroepsgeheim of een gelijkwaardige geheimhoudingsplicht toe op alle personen en instanties die moeten werken met SIS-gegevens waartoe zij via een of meer interoperabiliteitscomponenten toegang hebben. Deze geheimhoudingsplicht blijft gelden nadat deze personen hun functie of dienstverband hebben beëindigd of de instanties hun werkzaamheden hebben stopgezet.

1.  Alle lidstaten passen, in overeenstemming met hun nationaal recht, de voorschriften inzake het beroepsgeheim of een gelijkwaardige geheimhoudingsplicht toe op alle personen en instanties die moeten werken met gegevens waartoe zij via een of meer interoperabiliteitscomponenten toegang hebben. Deze geheimhoudingsplicht blijft gelden nadat deze personen hun functie of dienstverband hebben beëindigd of de instanties hun werkzaamheden hebben stopgezet.

Amendement    222

Voorstel voor een verordening

Artikel 43 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Onverminderd artikel 17 van het Statuut van de ambtenaren en de regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Unie, past eu-LISA adequate voorschriften inzake het beroepsgeheim of een gelijkwaardige geheimhoudingsplicht toe op alle personen die met SIS-gegevens moeten werken, aan de hand van normen die vergelijkbaar zijn met die van lid 1. Deze geheimhoudingsplicht blijft gelden nadat de personen hun functie of dienstverband hebben beëindigd of hun werkzaamheden hebben stopgezet.

2.  Onverminderd artikel 17 van het Statuut van de ambtenaren en de regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Unie, past eu‑LISA adequate voorschriften inzake het beroepsgeheim of een gelijkwaardige geheimhoudingsplicht toe op alle personen die met gegevens moeten werken, aan de hand van normen die vergelijkbaar zijn met die van lid 1 van dit artikel. Deze geheimhoudingsplicht blijft gelden nadat de personen hun functie of dienstverband hebben beëindigd of hun werkzaamheden hebben stopgezet.

Amendement    223

Voorstel voor een verordening

Artikel 43 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  Indien eu-LISA of een lidstaat bij de uitvoering van taken in verband met de interoperabiliteitscomponenten samenwerkt met een externe contractant, ziet die lidstaat nauwlettend toe op de werkzaamheden van die contractant om de naleving van alle bepalingen van deze verordening te waarborgen, waaronder met name de bepalingen inzake beveiliging, vertrouwelijkheid en gegevensbescherming.

Amendement    224

Voorstel voor een verordening

Artikel 44 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Elke gebeurtenis die gevolgen heeft of kan hebben voor de beveiliging van de interoperabiliteitscomponenten en kan leiden tot beschadiging of verlies van gegevens die in de componenten zijn opgeslagen, wordt beschouwd als een beveiligingsincident, met name wanneer onrechtmatige toegang tot gegevens kan zijn verkregen of wanneer de beschikbaarheid, integriteit of vertrouwelijkheid van gegevens in gevaar is of kan zijn gekomen.

1.  Elke gebeurtenis die gevolgen heeft of kan hebben voor de beveiliging van de interoperabiliteitscomponenten en kan leiden tot ongeoorloofde toegang tot, beschadiging of verlies van gegevens die in de componenten zijn opgeslagen, wordt beschouwd als een beveiligingsincident, met name wanneer onrechtmatige toegang tot gegevens kan zijn verkregen of wanneer de beschikbaarheid, integriteit of vertrouwelijkheid van gegevens in gevaar is of kan zijn gekomen.

Amendement    225

Voorstel voor een verordening

Artikel 44 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Onverminderd de melding en mededeling van een inbreuk in verband met persoonsgegevens uit hoofde van artikel 33 van Verordening (EU) 2016/679, artikel 30 van Richtlijn (EU) 2016/680, of beide, stellen de lidstaten de Commissie, eu-LISA en de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming in kennis van beveiligingsincidenten. eu-LISA stelt de Commissie en de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming in kennis van beveiligingsincidenten in verband met de centrale infrastructuur van de interoperabiliteitscomponenten.

3.  Onverminderd de melding en mededeling van een inbreuk in verband met persoonsgegevens uit hoofde van artikel 33 van Verordening (EU) 2016/679, artikel 30 van Richtlijn (EU) 2016/680, of beide, stellen de lidstaten en Europol de Commissie, eu‑LISA, de bevoegde toezichthoudende autoriteiten en de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming onverwijld in kennis van beveiligingsincidenten. eu‑LISA stelt de Commissie en de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming in kennis van beveiligingsincidenten in verband met de centrale infrastructuur van de interoperabiliteitscomponenten.

Amendement    226

Voorstel voor een verordening

Artikel 44 – lid 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 bis.  De Commissie meldt ernstige incidenten onmiddellijk aan het Europees Parlement en de Raad. Deze verslagen worden overeenkomstig de toepasselijke beveiligingsvoorschriften gerubriceerd als "EU RESTRICTED/RESTREINT UE".

Amendement    227

Voorstel voor een verordening

Artikel 44 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Informatie betreffende een beveiligingsincident dat gevolgen heeft of kan hebben voor de werking van interoperabiliteitscomponenten of voor de beschikbaarheid, integriteit of vertrouwelijkheid van gegevens, wordt aan de lidstaten verstrekt en gerapporteerd in overeenstemming met het door eu-LISA te verstrekken incidentenbeheerplan.

4.  Informatie betreffende een beveiligingsincident dat gevolgen heeft of kan hebben voor de werking van interoperabiliteitscomponenten of voor de beschikbaarheid, integriteit of vertrouwelijkheid van gegevens, wordt onverwijld aan de lidstaten, waar nodig aan de centrale ETIAS-eenheid, en aan Europol verstrekt en gerapporteerd in overeenstemming met het door eu‑LISA te verstrekken incidentenbeheerplan.

Amendement    228

Voorstel voor een verordening

Artikel 44 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  De betrokken lidstaten en eu-LISA werken samen wanneer zich een beveiligingsincident voordoet. De Commissie stelt bij uitvoeringshandelingen de specificaties van deze samenwerkingsprocedure vast. Deze uitvoeringshandelingen worden overeenkomstig de in artikel 64, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure aangenomen.

5.  De betrokken lidstaten, de centrale ETIAS-eenheid, Europol en eu‑LISA werken samen wanneer zich een beveiligingsincident voordoet. De Commissie stelt bij uitvoeringshandelingen de specificaties van deze samenwerkingsprocedure vast. Deze uitvoeringshandelingen worden overeenkomstig de in artikel 64, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure aangenomen.

Amendement    229

Voorstel voor een verordening

Artikel 45 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten en de betrokken EU-organen zorgen ervoor dat elke autoriteit met recht op toegang tot de interoperabiliteitscomponenten de nodige maatregelen treft met het oog op de naleving van deze verordening en, indien nodig, samenwerkt met de toezichthoudende autoriteit.

De lidstaten en de betrokken agentschappen van de Unie zorgen ervoor dat elke autoriteit met recht op toegang tot de interoperabiliteitscomponenten de nodige maatregelen treft met het oog op de naleving van deze verordening en samenwerkt met de toezichthoudende autoriteit.

Amendement    230

Voorstel voor een verordening

Artikel 45 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 45 bis

 

Sancties

 

De lidstaten zorgen ervoor dat misbruik, verwerking of uitwisseling van gegevens in strijd met deze verordening strafbaar wordt gesteld volgens het nationaal recht. De sancties die worden opgelegd, zijn doeltreffend, evenredig en afschrikkend en omvatten de mogelijkheid tot administratieve en strafrechtelijke sancties.

Amendement    231

Voorstel voor een verordening

Artikel 45 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 45 ter

 

Aansprakelijkheid

 

1. Onverminderd het recht op schadevergoeding door en de aansprakelijkheid van de verwerkingsverantwoordelijke of de verwerker uit hoofde van Verordening (EG) nr. 45/2001, Verordening (EU) 2016/679 en Richtlijn (EU) 2016/680, geldt het volgende:

 

(a) iedere persoon of lidstaat die als gevolg van onrechtmatige gegevensverwerking of een andere met deze verordening strijdige handeling vanwege een lidstaat materiële of immateriële schade heeft geleden, is gerechtigd om van die lidstaat schadevergoeding te ontvangen; en

 

(b) iedere persoon of lidstaat die als gevolg van een met deze verordening strijdige handeling vanwege Europol, het Europees Grens- en kustwachtagentschap of eu‑LISA materiële of immateriële schade heeft geleden, is gerechtigd om van het desbetreffende agentschap schadevergoeding te ontvangen.

 

De betreffende lidstaat, Europol, het Europees Grens- en kustwachtagentschap of eu‑LISA worden geheel of gedeeltelijk van de in de eerste alinea bedoelde aansprakelijkheid ontheven indien zij kunnen aantonen niet verantwoordelijk te zijn voor het feit dat de schade heeft veroorzaakt.

 

2. Indien schade aan de interoperabiliteitscomponenten ontstaat doordat een lidstaat zijn verplichtingen uit hoofde van deze verordening niet is nagekomen, is deze lidstaat daarvoor aansprakelijk, tenzij en voor zover eu‑LISA of een andere lidstaat die onder deze verordening valt, heeft nagelaten redelijke stappen te ondernemen om het optreden van de schade te voorkomen of de omvang ervan zo veel mogelijk te beperken.

 

3. Op vorderingen tegen een lidstaat tot vergoeding van de in de leden 1 en 2 bedoelde schade is het nationale recht van de verwerende lidstaat van toepassing. Op vorderingen tegen de verwerkingsverantwoordelijke of eu‑LISA tot vergoeding van de in de leden 1 en 2 bedoelde schade zijn de in de Verdragen bepaalde voorwaarden van toepassing.

Amendement    232

Voorstel voor een verordening

Artikel 46 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Recht op informatie

(Niet van toepassing op de Nederlandse versie)

Amendement    233

Voorstel voor een verordening

Artikel 46 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Onverminderd het recht op informatie als bedoeld in de artikelen 11 en 12 van Verordening (EG) nr. 45/2001 en de artikelen 13 en 14 van Verordening (EU) 2016/679, worden personen van wie gegevens worden opgeslagen in de gezamenlijke BMS, het CIR of de MID, door de autoriteit die hun gegevens verzamelt, ten tijde van de gegevensverzameling in kennis gesteld van de verwerking van persoonsgegevens met het oog op de toepassing van deze verordening, onder meer met betrekking tot de identiteit en de contactgegevens van de verwerkingsverantwoordelijken, de procedures voor het uitoefenen van hun recht op inzage in en rectificatie of wissing van hun gegevens, alsook de contactgegevens van de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming en van de nationale toezichthoudende autoriteit van de lidstaat die verantwoordelijk is voor het verzamelen van de gegevens.

1.  De autoriteit die de gegevens verzamelt van personen van wie gegevens worden opgeslagen in de gezamenlijke BMS, het CIR of de MID, stelt deze personen in kennis van de informatie als vereist in artikel 11 en 12 van Verordening (EG) nr. 45/2001 en artikel 12, 13 en 14 van Verordening (EU) 2016/679, op de wijze als voorgeschreven in artikel 12 en artikel 13 van Richtlijn 2016/680. De autoriteit verstrekt deze informatie op het tijdstip waarop dergelijke persoonsgegevens worden verzameld.

Amendement    234

Voorstel voor een verordening

Artikel 46 – lid 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis.  Alle informatie wordt aan de betrokkenen verstrekt op een wijze en in een taal die zij begrijpen of redelijkerwijs mogen worden geacht te begrijpen. Dit betekent ook dat informatie aan minderjarige betrokkenen wordt verstrekt op een wijze die bij hun leeftijd past.

Amendement    235

Voorstel voor een verordening

Artikel 46 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 46 bis

 

Voorlichtingscampagne

 

 Bij de ingebruikneming van elke interoperabiliteitscomponent organiseert de Commissie, in samenwerking met de toezichthoudende autoriteiten en de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming, een voorlichtingscampagne om het publiek, en in het bijzonder onderdanen van derde landen, te informeren omtrent de doelstellingen en de werking van die componenten, alsook over de autoriteiten die er toegang toe hebben en de toegangsvoorwaarden, en de rechten van betrokkenen. Dergelijke voorlichtingscampagnes moeten onafgebroken worden gehouden.

Amendement    236

Voorstel voor een verordening

Artikel 47 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Recht van inzage, rectificatie en wissing

Recht op inzage, rectificatie, aanvulling en wissing van persoonsgegevens, en op beperking van de verwerking daarvan – webdienst

Amendement    237

Voorstel voor een verordening

Artikel 47 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Voor de uitoefening van hun rechten krachtens de artikelen 13 tot en met 16 van Verordening (EG) nr. 45/2001 en de artikelen 15 tot en met 18 van Verordening (EU) 2016/679 heeft elke persoon het recht om zich te wenden tot de lidstaat die verantwoordelijk is voor de manuele verificatie van meerdere identiteiten of tot een andere lidstaat, die het verzoek zal onderzoeken en beantwoorden.

1.  Voor de uitoefening van hun rechten krachtens de artikelen 13 tot en met 16 van Verordening (EG) nr. 45/2001, de artikelen 15 tot en met 18 van Verordening (EU) 2016/679 en de artikelen 14 en 16 van Richtlijn (EU) 2016/680 wat betreft de verwerking van persoonsgegevens in het CIR, de gezamenlijke BMS en de MID, heeft elke persoon het recht om zich te wenden tot de lidstaat die verantwoordelijk is voor de manuele verificatie van meerdere identiteiten of van enige lidstaat tot enige andere lidstaat, die het verzoek zal onderzoeken en beantwoorden.

Amendement    238

Voorstel voor een verordening

Artikel 47 – lid 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis.  Onverminderd lid 1, en teneinde de doeltreffende uitoefening van de rechten van betrokkenen zoals beschreven in lid 1 – namelijk het recht op toegang tot, rectificatie of wissing van, of beperking van de verwerking van persoonsgegevens in interoperabiliteitscomponenten – te bevorderen en te vergemakkelijken, met name voor onderdanen van derde landen die zich mogelijk niet op het grondgebied van de lidstaten bevinden, richt eu‑LISA een webdienst op, die wordt gehost op zijn technische locatie en die de betrokkenen in staat stelt een verzoek tot toegang tot of rectificatie of wissing van hun persoonsgegevens in te dienen. De webdienst fungeert als één‑loket voor onderdanen van derde landen die zich niet op het grondgebied van de lidstaten bevinden.

 

De webdienst stuurt dit verzoek onmiddellijk door naar de lidstaat die verantwoordelijk is voor de manuele verificatie van meerdere identiteiten in overeenstemming met artikel 29, of, in voorkomend geval, naar de lidstaat die verantwoordelijk is voor het invoeren van de gegevens in het onderliggende informatiesysteem van de Unie waarop het verzoek betrekking heeft.

Amendement    239

Voorstel voor een verordening

Artikel 47 – lid 1 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 ter.  De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast in verband met de nadere bepalingen betreffende de voorwaarden voor de werking van de webdienst en de toepasselijke regels inzake gegevensbescherming en ‑beveiliging. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 64 bedoelde onderzoeksprocedure.

Amendement    240

Voorstel voor een verordening

Artikel 47 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De lidstaat die verantwoordelijk is voor de manuele verificatie van meerdere identiteiten als bedoeld in artikel 29, of de aangezochte lidstaat beantwoordt dergelijke verzoeken binnen 45 dagen na ontvangst van het verzoek.

2.  De lidstaat die verantwoordelijk is voor de manuele verificatie van meerdere identiteiten als bedoeld in artikel 29, of de aangezochte lidstaat, hetzij rechtstreeks door de betrokkene in overeenstemming met lid 1, hetzij via de webdienst in overeenstemming met lid 1 bis, beantwoordt dergelijke verzoeken zonder onnodige vertraging en in ieder geval binnen een maand na ontvangst van het verzoek.

Amendement    241

Voorstel voor een verordening

Artikel 47 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Als er een verzoek om rectificatie of wissing van persoonsgegevens wordt gericht tot een andere dan de verantwoordelijke lidstaat, neemt de aangezochte lidstaat binnen zeven dagen contact op met de autoriteiten van de verantwoordelijke lidstaat, die binnen 30 dagen na dit contact de juistheid van de gegevens en de rechtmatigheid van de gegevensverwerking controleren.

3.  Als er een verzoek om rectificatie of wissing van persoonsgegevens wordt gericht tot een andere dan de verantwoordelijke lidstaat, neemt de aangezochte lidstaat binnen zeven dagen schriftelijk contact op met de autoriteiten van de verantwoordelijke lidstaat, die zonder onnodige vertraging en in ieder geval binnen een maand na dit contact de juistheid van de gegevens en de rechtmatigheid van de gegevensverwerking controleren. De betrokkene wordt er door de lidstaat die contact heeft opgenomen met de autoriteiten van de verantwoordelijke lidstaat van op de hoogte gebracht dat zijn of haar verzoek werd doorgegeven en wat het verdere verloop van de procedure inhoudt.

Amendement    242

Voorstel voor een verordening

Artikel 47 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Wanneer na onderzoek blijkt dat de in de MID opgeslagen gegevens feitelijk onjuist zijn of onrechtmatig zijn geregistreerd, worden deze gegevens gerectificeerd of gewist door de verantwoordelijke lidstaat of, in voorkomend geval, door de aangezochte lidstaat.

4.  Wanneer na onderzoek blijkt dat de in het CIR, de gezamenlijke BMS en de MID opgeslagen gegevens feitelijk onjuist zijn of onrechtmatig zijn geregistreerd, worden deze gegevens onverwijld gerectificeerd of gewist door de verantwoordelijke lidstaat of, in voorkomend geval, door de aangezochte lidstaat. De betrokkene wordt er schriftelijk van op de hoogte gebracht dat zijn of haar gegevens zijn gerectificeerd of gewist.

Amendement    243

Voorstel voor een verordening

Artikel 47 – lid 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4 bis.  Eenieder heeft het recht in overeenstemming met het nationaal recht of het Unierecht klacht in te dienen en rechtsmiddelen aan te wenden in de lidstaat die hem of haar het recht op toegang tot dan wel rectificatie of wissing van zijn of haar persoonsgegevens heeft ontzegd.

Amendement    244

Voorstel voor een verordening

Artikel 47 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  Wanneer de verantwoordelijke lidstaat tijdens de geldigheidsduur gegevens in de MID wijzigt, bepaalt hij aan de hand van de in artikel 27 en, in voorkomend geval, artikel 29 bedoelde verwerking of een link tussen de gewijzigde gegevens moet worden aangemaakt. Wanneer de verwerking geen treffer oplevert, verwijdert de verantwoordelijke lidstaat of, in voorkomend geval, de aangezochte lidstaat de gegevens uit het identiteitsbevestigingsbestand. Indien de automatische verwerking een of meer treffers oplevert, wordt de link dienovereenkomstig door de verantwoordelijke lidstaat aangemaakt of bijgewerkt overeenkomstig de desbetreffende bepalingen van deze verordening.

5.  Wanneer de verantwoordelijke lidstaat tijdens de geldigheidsduur gegevens in het CIR, de gezamenlijke BMS en de MID wijzigt, bepaalt hij aan de hand van de in artikel 27 en, in voorkomend geval, artikel 29 bedoelde verwerking of een link tussen de gewijzigde gegevens moet worden aangemaakt. Wanneer de verwerking geen treffer oplevert, verwijdert de verantwoordelijke lidstaat of, in voorkomend geval, de aangezochte lidstaat de gegevens uit het identiteitsbevestigingsbestand. Indien de automatische verwerking een of meer treffers oplevert, wordt de link dienovereenkomstig door de verantwoordelijke lidstaat aangemaakt of bijgewerkt overeenkomstig de desbetreffende bepalingen van deze verordening.

Amendement    245

Voorstel voor een verordening

Artikel 47 – lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.  Indien de verantwoordelijke lidstaat of, in voorkomend geval, de aangezochte lidstaat niet van oordeel is dat de in de MID opgeslagen gegevens feitelijk onjuist zijn of onrechtmatig zijn geregistreerd, stelt die lidstaat een administratief besluit vast waarbij hij de betrokken persoon onverwijld schriftelijk uitlegt waarom hij niet bereid is de gegevens betreffende die persoon te corrigeren of te wissen.

6.  Indien de verantwoordelijke lidstaat of, in voorkomend geval, de aangezochte lidstaat niet van oordeel is dat de in het CIR, de gezamenlijke BMS en de MID opgeslagen gegevens feitelijk onjuist zijn of onrechtmatig zijn geregistreerd, stelt die lidstaat een administratief besluit vast waarbij hij de betrokken persoon onverwijld schriftelijk uitlegt waarom hij niet bereid is de gegevens betreffende die persoon te corrigeren of te wissen.

Amendement    246

Voorstel voor een verordening

Artikel 47 – lid 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

7.  Dit besluit informeert de betrokkene tevens over de mogelijkheid om de beslissing inzake het in lid 3 bedoelde verzoek aan te vechten en, indien relevant, over de wijze waarop hij een rechtsvordering kan instellen of een klacht kan indienen bij de bevoegde autoriteiten of rechtbanken, alsmede over bijstand, onder meer van de bevoegde nationale toezichthoudende autoriteiten.

7.  Dit besluit informeert de betrokkene tevens over de mogelijkheid om de beslissing inzake het in de leden 1, 2 en 3 bedoelde verzoek aan te vechten en over de wijze waarop hij een rechtsvordering kan instellen of een klacht kan indienen bij de bevoegde autoriteiten of rechtbanken, alsmede over bijstand, onder meer van de bevoegde nationale toezichthoudende autoriteiten, met vermelding van de contactgegevens.

Amendement    247

Voorstel voor een verordening

Artikel 47 – lid 8

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

8.  Elk verzoek krachtens lid 3 bevat de informatie die nodig is om de betrokkene te identificeren. Deze informatie wordt uitsluitend gebruikt om de uitoefening van de in lid 3 bedoelde rechten mogelijk te maken en wordt onmiddellijk nadien gewist.

8.  Elk verzoek krachtens de leden 1, 2 en 3 bevat de informatie die nodig is om de betrokkene te identificeren. Deze informatie wordt uitsluitend gebruikt om de uitoefening van de in lid 3 bedoelde rechten mogelijk te maken en wordt onmiddellijk nadien gewist.

Amendement    248

Voorstel voor een verordening

Artikel 47 – lid 9

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

9.  De verantwoordelijke lidstaat of, in voorkomend geval, de aangezochte lidstaat legt in een schriftelijk document vast dat een in lid 3 bedoeld verzoek is ingediend en op welke wijze dit is behandeld, en stelt dit document onverwijld ter beschikking van de bevoegde nationale toezichthoudende autoriteiten voor gegevensbescherming.

9.  De verantwoordelijke lidstaat of, in voorkomend geval, de aangezochte lidstaat legt in een schriftelijk document vast dat een in de leden 1, 2 en 3 bedoeld verzoek is ingediend en op welke wijze dit is behandeld, en stelt dit document onverwijld ter beschikking van de bevoegde nationale toezichthoudende autoriteiten voor gegevensbescherming.

Amendement    249

Voorstel voor een verordening

Artikel 48 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Persoonsgegevens die worden opgeslagen in de interoperabiliteitscomponenten of waartoe deze componenten toegang hebben, worden niet doorgegeven aan of ter beschikking gesteld van derde landen, internationale organisaties of particuliere partijen.

Onverminderd [artikel 65 van de ETIAS-verordening], artikel 41 van Verordening (EU) 2017/2226, artikel 31 van Verordening (EG) nr. 767/2008, artikel 25 van Verordening (EU) 2016/794 en onverminderd het doorzoeken van de databanken van Interpol door het ESP overeenkomstig artikel 9, lid 5, van deze verordening worden persoonsgegevens die worden opgeslagen of verwerkt in de interoperabiliteitscomponenten of waartoe deze componenten toegang hebben, niet doorgegeven aan of ter beschikking gesteld van derde landen, internationale organisaties of particuliere partijen.

Amendement    250

Voorstel voor een verordening

Artikel 48 – alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Elke inbreuk op het in dit artikel bepaalde wordt beschouwd als een ernstig beveiligingsincident en wordt onmiddellijk gerapporteerd en aangepakt overeenkomstig artikel 44.

Amendement    251

Voorstel voor een verordening

Artikel 49 – lid -1 (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

-1.  Elke lidstaat zorgt ervoor dat de in artikel 51, lid 1, van Verordening (EU) 2016/679 bedoelde toezichthoudende autoriteit onafhankelijk toezicht houdt op de rechtmatigheid van de verwerking van persoonsgegevens uit hoofde van deze verordening door de betrokken lidstaat.

Amendement    252

Voorstel voor een verordening

Artikel 49 – lid -1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

-1 bis.  Elke lidstaat zorgt ervoor dat de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen die overeenkomstig Richtlijn (EU) 2016/680 in het nationale recht zijn vastgesteld, ook van toepassing zijn op de toegang tot de interoperabiliteitscomponenten door politiële autoriteiten en aangewezen autoriteiten, mede met betrekking tot de rechten van de personen tot wier gegevens aldus toegang wordt verkregen.

Amendement    253

Voorstel voor een verordening

Artikel 49 – lid -1 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 ter.  De in artikel 41, lid 1, van Richtlijn (EU) 2016/680 bedoelde toezichthoudende autoriteit oefent toezicht uit op de rechtmatigheid van de toegang tot persoonsgegevens door de politiële autoriteiten en aangewezen autoriteiten van de lidstaten. Artikel 49, leden 2 en 2 bis, van deze verordening zijn van overeenkomstige toepassing.

Amendement    254

Voorstel voor een verordening

Artikel 49 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De krachtens artikel 49 van Verordening 2016/679 aangewezen toezichthoudende autoriteiten zorgen ervoor dat ten minste om de vier jaar een audit van de gegevensverwerkingsverrichtingen van de verantwoordelijke nationale autoriteiten wordt uitgevoerd overeenkomstig de desbetreffende internationale auditnormen.

1.  De in artikel 51, lid 1, van Verordening (EU) 2016/679 bedoelde of krachtens artikel 41 van Richtlijn (EU) 2016/680 aangewezen toezichthoudende autoriteiten zorgen ervoor dat ten minste om de vier jaar een audit van de gegevensverwerkingsverrichtingen van de verantwoordelijke nationale autoriteiten wordt uitgevoerd overeenkomstig de desbetreffende internationale auditnormen. De eerste van deze audits wordt uitgevoerd twee jaar na de datum waarop de laatste interoperabiliteitscomponent in gebruik wordt genomen overeenkomstig artikel 62. De resultaten van de audit kunnen worden meegenomen in de evaluaties in het kader van het mechanisme dat is ingesteld bij Verordening (EU) nr. 1053/2013 van de Raad1 bis. Jaarlijks worden het aantal verzoeken om rectificatie, aanvulling, wissing of beperking van verwerking van gegevens, het daaraan gegeven gevolg en het aantal rectificaties, aanvullingen, wissingen en beperkingen van verwerking dat op verzoek van de betrokkenen is aangebracht, door de in artikel 51, lid 1, van Verordening (EU) 2016/679 en artikel 41, lid 1, van Richtlijn (EU) 2016/680 bedoelde toezichthoudende autoriteit bekendgemaakt.

 

__________________

 

1 bis Verordening (EU) nr. 1053/2013 van de Raad van 7 oktober 2013 betreffende de instelling van een evaluatiemechanisme voor de controle van en het toezicht op de toepassing van het Schengenacquis en houdende intrekking van het Besluit van 16 september 1998 tot oprichting van de Permanente Schengenbeoordelings- en toepassingscommissie (PB L 295 van 6.11.2013, blz. 27).

Amendement    255

Voorstel voor een verordening

Artikel 49 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De lidstaten zorgen ervoor dat hun toezichthoudende autoriteit over voldoende middelen beschikt om haar taken uit hoofde van deze verordening te kunnen vervullen.

2.  De lidstaten zorgen ervoor dat hun toezichthoudende autoriteit over voldoende middelen beschikt, met inbegrip van menselijke en financiële hulpbronnen, om haar taken uit hoofde van deze verordening te kunnen vervullen, en toegang heeft tot advies van personen met voldoende kennis van biometrische gegevens. Onverminderd uit binationale veiligheidsbelangen voortvloeiende beperkingen, verlenen de lidstaten de toezichthoudende autoriteit toegang tot hun logbestanden.

Amendement    256

Voorstel voor een verordening

Artikel 49 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  Lidstaten verstrekken de door een in artikel 51, lid 1, van Verordening (EU) 2016/679 bedoelde toezichthoudende autoriteit gevraagde informatie, en in het bijzonder informatie over de activiteiten die zijn verricht in overeenstemming met hun taken als neergelegd in deze verordening. Lidstaten bieden de in artikel 51, lid 1, van Verordening (EU) 2016/679 bedoelde toezichthoudende autoriteiten toegang tot hun logbestanden en verlenen hen te allen tijde toegang tot al hun gebouwen die gebruikt worden voor activiteiten in verband met interoperabiliteit.

Amendement    257

Voorstel voor een verordening

Artikel 50 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming zorgt ervoor dat ten minste om de vier jaar een audit van de activiteiten van eu-LISA op het gebied van de verwerking van persoonsgegevens wordt uitgevoerd overeenkomstig de desbetreffende internationale auditnormen. Een verslag over deze audit wordt toegezonden aan het Europees Parlement, de Raad, eu-LISA, de Commissie en de lidstaten. Voordat de verslagen worden aangenomen, wordt eu-LISA in de gelegenheid gesteld opmerkingen te maken.

De Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming is verantwoordelijk voor het toezicht op de activiteiten inzake persoonsgegevensverwerking van eu‑LISA, Europol en het Europees Grens- en kustwachtagentschap in het kader van deze verordening en dient ervoor te zorgen dat die activiteiten worden verricht in overeenstemming met Verordening (EG) nr. 45/2001, Verordening (EU) 2016/794 en met deze verordening.

 

Eu‑LISA verstrekt de door de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming gevraagde informatie en verleent hem te allen tijde toegang tot alle documenten en tot zijn in artikel 10, 16, 24 en 36 bedoelde logbestanden, alsook tot al zijn gebouwen en terreinen.

 

De Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming zorgt ervoor dat ten minste om de vier jaar een audit van de activiteiten van eu‑LISA op het gebied van de verwerking van persoonsgegevens wordt uitgevoerd overeenkomstig de desbetreffende internationale auditnormen. De eerste van deze audits wordt uitgevoerd twee jaar na de datum waarop de laatste interoperabiliteitscomponent in gebruik wordt genomen als vastgesteld in artikel 62. Een verslag over deze audit wordt toegezonden aan het Europees Parlement, de Raad, eu‑LISA, de Commissie en de lidstaten. Voordat de verslagen worden aangenomen, wordt eu‑LISA in de gelegenheid gesteld opmerkingen te maken. De Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming beschikt over voldoende aanvullende – zowel personele als financiële – middelen om zijn taken uit hoofde van deze verordening te kunnen vervullen.

Amendement    258

Voorstel voor een verordening

Artikel 51 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming werkt nauw samen met de nationale toezichthoudende autoriteiten in verband met specifieke kwesties waarvoor nationale betrokkenheid vereist is, met name wanneer de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming of een nationale toezichthoudende autoriteit grote verschillen tussen praktijken van de lidstaten constateert of potentieel onrechtmatige gegevensdoorgifte via de communicatiekanalen van de interoperabiliteitscomponenten constateert, dan wel in de context van vragen die door een of meer nationale toezichthoudende autoriteiten worden gesteld ten aanzien van de uitvoering en de uitlegging van deze verordening.

1.  De toezichthoudende autoriteiten en de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming werken, elk binnen hun eigen bevoegdheidsgebieden en binnen het kader van hun eigen verantwoordelijkheden, actief met elkaar samen, en zorgen voor een gecoördineerd toezicht op het gebruik van de interoperabiliteitscomponenten en de toepassing van de andere bepalingen van deze verordening, met name wanneer de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming of een nationale toezichthoudende autoriteit grote verschillen tussen praktijken van de lidstaten constateert of potentieel onrechtmatige gegevensdoorgifte via de communicatiekanalen van de interoperabiliteitscomponenten constateert.

Amendement    259

Voorstel voor een verordening

Artikel 51 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  In de in lid 1 bedoelde gevallen wordt gezorgd voor gecoördineerd toezicht in overeenstemming met artikel 62 van Verordening (EU) 2018/XXXX [herziene Verordening (EG) nr. 45/2001].

2.  De Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming en de toezichthoudende autoriteiten wisselen relevante informatie uit, assisteren elkaar bij de uitvoering van audits en inspecties, behandelen problemen bij de uitlegging of toepassing van deze verordening, beoordelen problemen bij de uitoefening van het onafhankelijk toezicht of bij de uitoefening van de rechten van de personen wier gegevens worden verwerkt, formuleren geharmoniseerde voorstellen voor gemeenschappelijke oplossingen voor problemen, en vestigen zo nodig de aandacht op gegevensbeschermingsrechten.

Amendement    260

Voorstel voor een verordening

Artikel 51 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  Voor de toepassing van lid 2 komen de toezichthoudende autoriteiten en de Europese toezichthouder voor gegevensbescherming elk jaar ten minste tweemaal bijeen in het kader van het bij Verordening (EU) 2016/679 ingestelde Europees Comité voor gegevensbescherming. Deze vergaderingen worden door dat comité georganiseerd en de kosten komen voor zijn rekening. Tijdens de eerste vergadering wordt een reglement van orde vastgesteld. Indien nodig worden in onderling overleg verdere werkmethoden vastgesteld.

Amendement    261

Voorstel voor een verordening

Artikel 51 – lid 2 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 ter.  Twee jaar na de inwerkingtreding van deze verordening en vervolgens om de twee jaar zendt het Europees Comité voor gegevensbescherming een gezamenlijk activiteitenverslag toe aan het Europees Parlement, de Raad, de Commissie, Europol, het Europees Grens- en kustwachtagentschap en eu‑LISA. Het verslag bevat voor elke lidstaat een hoofdstuk dat door de toezichthoudende autoriteit van de betrokken lidstaat wordt opgesteld.

Amendement    262

Voorstel voor een verordening

Artikel 52 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De interoperabiliteitscomponenten worden door eu-LISA gehost op zijn technische locaties en voorzien in de in deze verordening beschreven functies overeenkomstig de voorwaarden inzake beveiliging, beschikbaarheid, kwaliteit en snelheid bedoeld in artikel 53, lid 1.

2.  De interoperabiliteitscomponenten worden door eu‑LISA gehost op zijn technische locaties en voorzien in de in deze verordening beschreven functies overeenkomstig de voorwaarden inzake beveiliging, beschikbaarheid, kwaliteit en snelheid bedoeld in artikel 37, 37 bis en 53, lid 1.

Amendement    263

Voorstel voor een verordening

Artikel 52 – lid 3 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

eu-LISA is verantwoordelijk voor de ontwikkeling van de interoperabiliteitscomponenten en voor alle aanpassingen die nodig zijn met het oog op de interoperabiliteit tussen de centrale systemen van het EES, het VIS, [het ETIAS], het SIS, Eurodac en [ECRIS-TCN], en het ESP, de gezamenlijke BMS, het CIR en de MID.

eu-LISA is verantwoordelijk voor het ontwerp en de ontwikkeling van de interoperabiliteitscomponenten en voor alle aanpassingen die nodig zijn met het oog op de interoperabiliteit tussen de centrale systemen van het EES, VIS, [ETIAS], het SIS, Eurodac en [ECRIS-TCN], en het ESP, de gezamenlijke BMS, het CIR, de MID en het CRRS.

Amendement    264

Voorstel voor een verordening

Artikel 52 – lid 3 – alinea 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De ontwikkeling omvat de uitwerking en implementatie van de technische specificaties, het testen en de algehele projectcoördinatie.

De ontwikkeling omvat de uitwerking en implementatie van de technische specificaties, het testen, het algehele projectmanagement en de algehele projectcoördinatie. eu‑LISA volgt de beginselen na van privacy door ontwerp en door standaardinstellingen in alle fasen van de ontwikkeling van de interoperabiliteitscomponenten.

Amendement    265

Voorstel voor een verordening

Artikel 53 – lid 1 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Na de ingebruikneming van elke interoperabiliteitscomponent is eu-LISA verantwoordelijk voor het technisch beheer van de centrale infrastructuur en de nationale uniforme interfaces. eu-LISA zorgt in samenwerking met de lidstaten te allen tijde voor de beste beschikbare technologie, onder voorbehoud van een kosten-batenanalyse. eu-LISA is ook verantwoordelijk voor het technisch beheer van de communicatie-infrastructuur als bedoeld in de artikelen 6, 12, 17, 25 en 39.

Na de ingebruikneming van elke interoperabiliteitscomponent is eu‑LISA verantwoordelijk voor het technisch en veiligheidsbeheer van de centrale infrastructuur van de interoperabiliteitscomponenten, met inbegrip van onderhoud en technologische ontwikkelingen. eu‑LISA zorgt er in samenwerking met de lidstaten te allen tijde voor dat de beste beschikbare technologie wordt gebruikt, onder voorbehoud van een kosten-batenanalyse. eu‑LISA is ook verantwoordelijk voor het technisch en veiligheidsbeheer van de communicatie-infrastructuur als bedoeld in de artikelen 6, 12, 17, 25 en 39.

Amendement    266

Voorstel voor een verordening

Artikel 53 – lid 1 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Het technisch beheer van de interoperabiliteitscomponenten omvat alle taken die nodig zijn om de interoperabiliteitscomponenten zeven dagen per week en 24 uur per dag overeenkomstig deze verordening te laten functioneren, met name de onderhoudswerkzaamheden en technische ontwikkelingen die nodig zijn voor een bevredigende technische kwaliteit van de interoperabiliteitscomponenten, in het bijzonder wat betreft de tijd die nodig is voor raadpleging van de centrale infrastructuur overeenkomstig de technische specificaties.

(Niet van toepassing op de Nederlandse versie)

Amendement    267

Voorstel voor een verordening

Artikel 53 – lid 1 – alinea 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Het beveiligingsbeheer van de interoperabiliteitscomponenten bestaat uit alle taken die nodig zijn om de integriteit, vertrouwelijkheid en beschikbaarheid van alle interoperabiliteitscomponenten overeenkomstig deze verordening te waarborgen, met name informatiebeveiligingsrisicobeoordelingen en preventieve maatregelen om zowel fysieke als IT‑beveiligingsincidenten te voorkomen en de acties die nodig zijn om daarop te reageren en de gevolgen ervan te herstellen als ze niet kunnen worden vermeden.

Amendement    268

Voorstel voor een verordening

Artikel 54 – lid 1 – letter g bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(g bis)  de volledige naleving van de regels van elk IT‑systeem met het oog op de veiligheid en integriteit van persoonsgegevens;

Amendement    269

Voorstel voor een verordening

Artikel 54 – lid 1 – letter h bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(h bis)  de melding van beveiligingsincidenten met betrekking tot persoonsgegevens aan de Commissie, eu‑LISA, de nationale toezichthoudende autoriteiten en de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming.

Amendement    270

Voorstel voor een verordening

Artikel 54 bis – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Europol verwerkt de opdrachten die het ESP geeft om de gegevens van Europol te doorzoeken, en past zijn Quest-interface ("Querying Europol Systems") aan voor gebruik met gegevens waarop het basisbeschermingsniveau van toepassing is.

1.  Europol verwerkt de opdrachten die het ESP en de gezamenlijke BMS geeft om de gegevens van Europol te doorzoeken, en past zijn Quest-interface ("Querying Europol Systems") aan voor gebruik met gegevens waarop het basisbeschermingsniveau van toepassing is.

Amendement    271

Voorstel voor een verordening

Artikel 54 bis – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  Op alle gegevensverwerking door Europol in het kader van deze verordening is Verordening (EU) 2016/794 van toepassing.

Amendement    272

Voorstel voor een verordening

Artikel 55 quinquies – lid 2

Wijzigingen van Verordening (EU) 2018/XX [de eu-LISA-verordening]

Artikel 9

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

"Artikel 9

Schrappen

Interoperabiliteit

 

Wanneer interoperabiliteit van grootschalige IT-systemen is voorgeschreven in een relevant wetgevingsinstrument, ontwikkelt het agentschap de maatregelen die het krachtens dat wetgevingsinstrument moet nemen om interoperabiliteit mogelijk te maken.".

 

Motivering

Dit amendement is niet nodig – deze bepaling staat reeds in de overeengekomen tekst van de door het EP tijdens de plenaire vergadering van juli goedgekeurde eu-LISA-verordening.

Amendement    273

Voorstel voor een verordening

Artikel -56 (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel -56

 

Toegang door rechtsgebieden van derde landen

 

Onder verwijzing naar artikel 48 van Verordening (EU) 2016/679, Richtlijn (EU) 2016/680 en de artikelen XIV en XIV bis van de Algemene Overeenkomst inzake de handel in diensten worden bedrijven in rechtsgebieden van derde landen waaraan (gerechtelijke) bevelen of dagvaardingen zijn uitgevaardigd door autoriteiten van die derde landen, op grond waarvan deze bedrijven gegevens moeten opvragen uit de interoperabiliteitscomponenten of uit verschillende interoperabel gemaakte informatiesystemen, uitgesloten van het voorbereiden, ontwerpen, ontwikkelen, hosten en beheren van enig deel van een interoperabiliteitscomponent, alsook van het verwerken van persoonsgegevens afkomstig uit deze systemen.

Amendement    274

Voorstel voor een verordening

Artikel 56 – lid 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De naar behoren gemachtigde personeelsleden van de bevoegde autoriteiten van de lidstaten, van de Commissie en van eu-LISA mogen, uitsluitend met het oog op het opstellen van verslagen en statistieken en zonder dat daarbij personen kunnen worden geïdentificeerd, de volgende gegevens inzake het ESP raadplegen:

1.  De naar behoren gemachtigde personeelsleden van de bevoegde autoriteiten van de lidstaten, van de Commissie en van eu‑LISA mogen, uitsluitend met het oog op het opstellen van verslagen en statistieken, de volgende gegevens inzake het ESP raadplegen. Aan de hand van het gebruik van deze gegevens kunnen geen personen worden geïdentificeerd:

Amendement    275

Voorstel voor een verordening

Artikel 56 – lid 2 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De naar behoren gemachtigde personeelsleden van de bevoegde autoriteiten van de lidstaten, van de Commissie en van eu-LISA mogen, uitsluitend met het oog op het opstellen van verslagen en statistieken en zonder dat daarbij personen kunnen worden geïdentificeerd, de volgende gegevens inzake het CIR raadplegen:

2.  De naar behoren gemachtigde personeelsleden van de bevoegde autoriteiten van de lidstaten, van de Commissie en van eu‑LISA mogen, uitsluitend met het oog op het opstellen van verslagen en statistieken, de volgende gegevens inzake het CIR raadplegen. Aan de hand van het gebruik van deze gegevens kunnen geen personen worden geïdentificeerd:

Amendement    276

Voorstel voor een verordening

Artikel 56 – lid 3 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De naar behoren gemachtigde personeelsleden van de bevoegde autoriteiten van de lidstaten, van de Commissie en van eu-LISA mogen, uitsluitend met het oog op het opstellen van verslagen en statistieken en zonder dat daarbij personen kunnen worden geïdentificeerd, de volgende gegevens inzake de MID raadplegen:

3.  De naar behoren gemachtigde personeelsleden van de bevoegde autoriteiten van de lidstaten, van de Commissie en van eu‑LISA mogen, uitsluitend met het oog op het opstellen van verslagen en statistieken, de volgende gegevens inzake de MID raadplegen. Aan de hand van het gebruik van deze gegevens kunnen geen personen worden geïdentificeerd:

Amendement    277

Voorstel voor een verordening

Artikel 56 – lid 3 – letter d bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(d bis)  het aantal koppelingen tussen de verschillende informatiesystemen van de Unie;

Amendement    278

Voorstel voor een verordening

Artikel 56 – lid 3 – letter d ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(d ter)  de periode gedurende welke een gele link in het systeem werd gehandhaafd;

Amendement    279

Voorstel voor een verordening

Artikel 56 – lid 3 – letter d quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(d quater)  de periode gedurende welke een rode link in het systeem werd gehandhaafd.

Amendement    280

Voorstel voor een verordening

Artikel 56 – lid 5 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

5 bis.  Een substantiële samenvatting wordt ter beschikking gesteld van het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten om de gevolgen van deze verordening voor de grondrechten te beoordelen.

Amendement    281

Voorstel voor een verordening

Artikel 59 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Gedurende een periode van één jaar nadat eu-LISA de voltooiing van de test van de MID als bedoeld in artikel 62, lid 1, onder b), heeft gemeld en voordat de MID in gebruik wordt genomen, is de centrale ETIAS-eenheid bedoeld in [artikel 33, onder a), van Verordening (EU) 2016/1624] verantwoordelijk voor het uitvoeren van een detectie van meerdere identiteiten aan de hand van de gegevens die zijn opgeslagen in het VIS, Eurodac en het SIS. Voor de detectie van meerdere identiteiten wordt uitsluitend gebruik gemaakt van biometrische gegevens als bedoeld in artikel 27, lid 2, van deze verordening.

1.  Gedurende een periode van één jaar nadat eu‑LISA de voltooiing van de test van de MID als bedoeld in artikel 62, lid 1, onder b), heeft gemeld en voordat de MID in gebruik wordt genomen, is de centrale ETIAS-eenheid bedoeld in [artikel 33, onder a), van Verordening (EU) 2016/1624] verantwoordelijk voor het uitvoeren van een detectie van meerdere identiteiten aan de hand van de gegevens die zijn opgeslagen in VIS, Eurodac, het EES en SIS. Voor de detectie van meerdere identiteiten wordt uitsluitend gebruik gemaakt van biometrische gegevens als bedoeld in artikel 27, lid 2, van deze verordening.

Amendement    282

Voorstel voor een verordening

Artikel 59 – lid 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis.  Na de in lid 1 bedoelde periode zet de Commissie, in nauwe samenwerking met de centrale ETIAS-eenheid, een netwerk op van verbindingsofficieren die worden gehost in de centrale ETIAS-eenheid of de centrale aanspreekpunten van de bevoegde autoriteiten van de lidstaten voor het vervullen de in dit artikel vastgestelde taken.

Amendement    283

Voorstel voor een verordening

Artikel 59 – lid 5 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

5 bis.  Kennisgeving overeenkomstig artikel 61, lid 3, geschiedt pas wanneer alle gele links zijn geverifieerd en ofwel in een groene of een rode link zijn veranderd.

Amendement    284

Voorstel voor een verordening

Artikel 59 – lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.  Waar nodig helpt eu-LISA de centrale ETIAS-eenheid bij het uitvoeren van de detectie van meerdere identiteiten als bedoeld in dit artikel.

Schrappen

Amendement    285

Voorstel voor een verordening

Artikel 60 – lid 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis.  De kosten in verband met de instelling en de werking van een centraal back-upsysteem op Unieniveau voor elk in lid 1 genoemd systeem komen in voorkomend geval ten laste van de algemene begroting van de Unie.

Amendement    286

Voorstel voor een verordening

Artikel 61 – lid 1 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Binnen drie maanden na de ingebruikneming van elke interoperabiliteitscomponent overeenkomstig artikel 62 wordt een geconsolideerde lijst van deze autoriteiten bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie. Wanneer de lijst wordt gewijzigd, maakt eu-LISA eenmaal per jaar een bijgewerkte geconsolideerde versie bekend.

Binnen drie maanden na de ingebruikneming van elke interoperabiliteitscomponent overeenkomstig artikel 62 wordt een geconsolideerde lijst van deze autoriteiten bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie. Wanneer de lijst wordt gewijzigd, maakt eu‑LISA eenmaal per jaar een bijgewerkte geconsolideerde versie bekend. De lijst omvat voor elke vermelde autoriteit de datum van melding.

Amendement    287

Voorstel voor een verordening

Artikel 62 – lid 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De Commissie stelt de datum vast waarop elke interoperabiliteitscomponent in gebruik wordt genomen, nadat aan de volgende voorwaarden is voldaan:

1.  Uiterlijk drie jaar na de inwerkingtreding van deze verordening neemt de Commissie een besluit tot vaststelling van de datum waarop elke interoperabiliteitscomponent in gebruik wordt genomen, nadat aan de volgende voorwaarden is voldaan:

Amendement    288

Voorstel voor een verordening

Artikel 62 – lid 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b)  eu-LISA heeft verklaard dat een uitgebreide test van de betrokken interoperabiliteitscomponent, die eu-LISA samen met de lidstaten heeft uitgevoerd, met succes is afgesloten;

(b)  eu-LISA heeft verklaard dat een uitgebreide test van de betrokken interoperabiliteitscomponent, die eu‑LISA samen met de lidstaten, de centrale ETIAS-eenheid en Europol heeft uitgevoerd, met succes is afgesloten;

Amendement    289

Voorstel voor een verordening

Artikel 62 – lid 1 – alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

De in de eerste alinea bedoelde datum wordt vastgesteld op binnen 30 dagen na het besluit van de Commissie.

Amendement    290

Voorstel voor een verordening

Artikel 62 – lid 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis.  In afwijking van lid 1 worden de in artikel 37 bedoelde maatregelen van toepassing [één jaar na de inwerkingtreding van deze verordening].

Amendement    291

Voorstel voor een verordening

Artikel 63 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De in artikel 8, lid 2, en artikel 9, lid 7, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van [de datum van inwerkingtreding van deze verordening].

2.  De in artikel 8, lid 2, artikel 9, lid 7, artikel 28, lid 5, en artikel 39, lid 5, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van [de datum van inwerkingtreding van deze verordening].

Amendement    292

Voorstel voor een verordening

Artikel 63 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 8, lid 2, en artikel 9, lid 7, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 8, lid 2, artikel 9, lid 7, artikel 28, lid 5 en artikel 39, lid 5, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

Amendement    293

Voorstel voor een verordening

Artikel 63 – lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.  Een overeenkomstig artikel 8, lid 2, en artikel 9, lid 7, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Op initiatief van het Europees Parlement of de Raad wordt die termijn met [twee maanden] verlengd.

6.  Een overeenkomstig artikel 8, lid 2, artikel 9, lid 7, artikel 28, lid 5 en artikel 39, lid 5, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Op initiatief van het Europees Parlement of de Raad wordt die termijn met [twee maanden] verlengd.

Amendement    294

Voorstel voor een verordening

Artikel 66 – alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

De lidstaten en de agentschappen van de Unie organiseren voor hun personeelsleden die gemachtigd zijn om gegevens uit de interoperabiliteitscomponenten te verwerken een passend opleidingsprogramma over de regels inzake gegevensbeveiliging, ‑kwaliteit en ‑bescherming alsook over de gegevensverwerkingsprocedures.

Amendement    295

Voorstel voor een verordening

Artikel 66 – alinea 1 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Er zullen minstens één keer per jaar op Unieniveau gemeenschappelijke opleidingscursussen worden georganiseerd over de regels inzake gegevensbeveiliging, ‑kwaliteit en ‑bescherming en de gegevensverwerkingsprocedures, ter verbetering van de samenwerking en de uitwisseling van beste praktijken tussen de personeelsleden van de lidstaten en de organen van de Unie die gemachtigd zijn om gegevens uit de interoperabiliteitscomponenten te verwerken.

Amendement    296

Voorstel voor een verordening

Artikel 67 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De Commissie stelt, in nauwe samenwerking met de lidstaten, eu-LISA en andere betrokken agentschappen, een praktische handleiding ter beschikking voor de implementatie en het beheer van de interoperabiliteitscomponenten. De praktische handleiding bevat technische en operationele richtsnoeren, aanbevelingen en beste praktijken. De praktische handleiding wordt door de Commissie in de vorm van een aanbeveling goedgekeurd.

De Commissie werkt, in nauwe samenwerking met de lidstaten, eu-LISA en andere betrokken agentschappen, de aan het EES, VIS, [ETIAS], Eurodac, SIS en [ECRIS-TCN] ter beschikking gestelde praktische handleidingen bij met de nodige informatie en stelt een praktische handleiding ter beschikking voor de implementatie en het beheer van de interoperabiliteitscomponenten. De handleidingen bevatten technische en operationele richtsnoeren, aanbevelingen en beste praktijken. De Commissie stelt de bijwerkingen vast overeenkomstig de regels en in de vorm die in de respectieve rechtsinstrumenten zijn vastgesteld. De handleiding betreffende de interoperabiliteitscomponenten wordt goedgekeurd in de vorm van een aanbeveling.

Amendement    297

Voorstel voor een verordening

Artikel 67 – lid 1 – alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

De praktische handleiding bevat richtsnoeren voor de lidstaten over de manier waarop gele links moeten worden aangepakt die het resultaat zijn van een gebrek aan samenhang met de identiteitsgegevens in ETIAS. Dit mag niet leiden tot een onevenredige belasting voor de personen die, zonder enige intentie de autoriteiten te misleiden, onjuiste of dubbelzinnige gegevens in ETIAS hebben ingevoerd.

Amendement    298

Voorstel voor een verordening

Artikel 68 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  eu-LISA zorgt voor procedures om de ontwikkeling van de interoperabiliteitscomponenten te monitoren in het licht van de doelstellingen op het gebied van planning en kosten, en om de werking van de interoperabiliteitscomponenten te monitoren in het licht van doelstellingen inzake technische resultaten, kosteneffectiviteit, beveiliging en kwaliteit van de dienstverlening.

1.  eu-LISA zorgt voor procedures om de ontwikkeling van de interoperabiliteitscomponenten en de integratie van de bestaande nationale infrastructuur en de aansluiting op de nationale uniforme interfaces te monitoren in het licht van de doelstellingen op het gebied van planning en kosten, en om de werking van de interoperabiliteitscomponenten te monitoren in het licht van doelstellingen inzake technische resultaten, kosteneffectiviteit, beveiliging en kwaliteit van de dienstverlening.

Amendement    299

Voorstel voor een verordening

Artikel 68 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Uiterlijk [zes maanden na de inwerkingtreding van deze verordening – OPOCE: voeg de juiste datum in] en vervolgens om de zes maanden tijdens de fase waarin de interoperabiliteitscomponenten worden ontwikkeld, legt eu-LISA het Europees Parlement en de Raad een verslag voor over de stand van zaken bij de ontwikkeling van de interoperabiliteitscomponenten. Zodra de ontwikkeling is afgerond, wordt bij het Europees Parlement en de Raad een verslag ingediend waarin uitvoerig wordt uiteengezet hoe de doelstellingen, met name op het vlak van planning en kosten, zijn bereikt en waarin eventuele afwijkingen worden gerechtvaardigd.

2.  Uiterlijk [zes maanden na de inwerkingtreding van deze verordening – OPOCE: voeg de juiste datum in] en vervolgens om de zes maanden tijdens de fase waarin de interoperabiliteitscomponenten worden ontwikkeld, legt eu‑LISA het Europees Parlement en de Raad een verslag voor over de stand van zaken bij de ontwikkeling van de interoperabiliteitscomponenten. Dat verslag bevat een overzicht van de actuele kostenontwikkeling en de voortgang van het project, een evaluatie van de financiële gevolgen, alsook informatie over eventuele technische problemen en risico's die gevolgen kunnen hebben voor de totale kosten van het systeem die overeenkomstig artikel 60 ten laste komen van de algemene begroting van de Unie.

Amendement    300

Voorstel voor een verordening

Artikel 68 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  Zes maanden na de ingebruikneming van elke interoperabiliteitscomponent legt eu‑LISA het Europees Parlement en de Raad een verslag voor over de stand van zaken wat betreft de aansluiting van de lidstaten op de communicatie-infrastructuur van het ESP en het CIR en de integratie van de bestaande nationale systemen en infrastructuur met het ESP, de gezamenlijke BMS, de MID en het CIR.

Amendement    301

Voorstel voor een verordening

Artikel 68 – lid 2 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 ter.  Indien het ontwikkelingsproces vertraging oploopt, worden het Europees Parlement en de Raad door eu‑LISA onmiddellijk op de hoogte gesteld van de redenen van de vertraging, de gevolgen voor het tijdschema en de financiële consequenties.

Amendement    302

Voorstel voor een verordening

Artikel 68 – lid 2 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 quater.  Tijdens de fase waarin de interoperabiliteitscomponenten worden ontwikkeld, evalueert de Commissie of verdere harmonisatie van de nationale systemen en infrastructuur van de lidstaten aan de buitengrenzen noodzakelijk is. De Commissie legt het evaluatieverslag voor aan het Europees Parlement en de Raad. Deze evaluatieverslagen bevatten aanbevelingen, een effectbeoordeling en een beoordeling van de kosten voor de begroting van de Unie.

Amendement    303

Voorstel voor een verordening

Artikel 68 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Met het oog op het technisch onderhoud heeft eu-LISA toegang tot de nodige informatie over de in de interoperabiliteitscomponenten uitgevoerde gegevensverwerkingsverrichtingen.

3.  Met het oog op het technisch onderhoud heeft eu‑LISA toegang tot de nodige informatie over de in de interoperabiliteitscomponenten uitgevoerde gegevensverwerkingsverrichtingen, zonder dat het daarbij toegang heeft tot de door deze componenten verwerkte persoonsgegevens. De toegang wordt geregistreerd.

Amendement    304

Voorstel voor een verordening

Artikel 68 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Vier jaar na de ingebruikneming van elke interoperabiliteitscomponent en vervolgens om de vier jaar legt eu-LISA aan het Europees Parlement, de Raad en de Commissie een verslag voor over de technische werking en de beveiliging van de interoperabiliteitscomponenten.

4.  drie jaar na de ingebruikneming van elke interoperabiliteitscomponent en vervolgens om de drie jaar legt eu-LISA aan het Europees Parlement, de Raad en de Commissie een verslag voor over de aansluiting van de lidstaten op de communicatie-infrastructuur van het ESP en het CIR en de integratie van de bestaande nationale systemen en infrastructuur met het ESP, de gezamenlijke BMS, de MID en het CIR, evenals over de technische werking en de beveiliging van de interoperabiliteitscomponenten.

Amendement    305

Voorstel voor een verordening

Artikel 68 – lid 5 – alinea 1 – letter d bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(d bis)  een beoordeling van het gebruik dat de lidstaten van het CIR maken voor identificatiedoeleinden;

Amendement    306

Voorstel voor een verordening

Artikel 68 – lid 5 – alinea 1 – letter d ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(d ter)  een beoordeling om te waarborgen dat de lidstaten hun verplichtingen met betrekking tot elk informatiesysteem van de Unie volledig nakomen;

Amendement    307

Voorstel voor een verordening

Artikel 68 – lid 5 – alinea 1 – letter d quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(d quater)  een beoordeling van de beveiliging van de aansluiting van de lidstaten op de communicatie-infrastructuur van het ESP en het CIR, alsook van de beveiliging van de integratie van de bestaande nationale systemen en infrastructuur met het ESP, de gezamenlijke BMS, de MID en het CIR;

Amendement    308

Voorstel voor een verordening

Artikel 68 – lid 5 – alinea 1 – letter d quinquies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(d quinquies)  een beoordeling van de raadpleging van het CIR voor rechtshandhavingsdoeleinden;

Amendement    309

Voorstel voor een verordening

Artikel 68 – lid 5 – alinea 1 – letter e bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(e bis)  een beoordeling van het doorzoeken van de databanken van Interpol via het ESP, met inbegrip van informatie over het aantal hits dat de databanken van Interpol hebben opgeleverd en informatie over eventueel geconstateerde problemen.

Amendement    310

Voorstel voor een verordening

Artikel 68 – lid 8 – alinea 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Elke lidstaat en Europol stellen met inachtneming van de nationaalrechtelijke bepalingen inzake de bekendmaking van gevoelige informatie jaarlijkse verslagen op over de doeltreffendheid van de toegang tot in het CIR opgeslagen gegevens met het oog op rechtshandhaving, en nemen daarin informatie en statistieken op over:

Elke lidstaat en Europol stellen met inachtneming van de nationaalrechtelijke bepalingen inzake de bekendmaking van gevoelige informatie, waaronder beperkingen die voortvloeien uit kwesties op het gebied van nationale veiligheid jaarlijkse verslagen op over de doeltreffendheid van de toegang tot in het CIR opgeslagen gegevens met het oog op rechtshandhaving, en nemen daarin informatie en statistieken op over:

Amendement    311

Voorstel voor een verordening

Artikel 68 – lid 8 – alinea 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

De Commissie zendt die verslagen toe aan het Europees Parlement, de Raad, de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming en het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten.


TOELICHTING

Achtergrond en inhoud van het voorstel

De Commissie heeft het voorstel tot vaststelling van een kader voor interoperabiliteit tussen de EU-informatiesystemen (grenzen en visa) (COM(2017) 793) en het voorstel tot vaststelling van een kader voor interoperabiliteit tussen de EU‑informatiesystemen (politiële en justitiële samenwerking, asiel en migratie) (COM(2017) 794) op grond van een effectbeoordeling op 12 december 2017 voorgelegd, samen met een financieel memorandum. Het voorstel volgt op de mededeling van de Commissie van 6 april 2016 over krachtigere en slimmere informatiesystemen voor grenzen en veiligheid (COM(2016) 205), waarin wordt gesteld dat de EU haar IT-systemen, gegevensarchitectuur en informatie-uitwisseling op het gebied van grensbeheer, rechtshandhaving en terrorismebestrijding moet versterken en verbeteren, en op het eindverslag van de deskundigengroep op hoog niveau inzake informatiesystemen en interoperabiliteit van 11 mei 2017, waarin werd geconcludeerd dat het noodzakelijk en technisch haalbaar is praktische oplossingen voor interoperabiliteit na te streven, en dat deze in beginsel zowel operationele voordelen kunnen opleveren als met inachtneming van de voorschriften inzake gegevensbescherming kunnen worden vastgesteld.

Het voorstel voorziet in de oprichting van vier interoperabiliteitscomponenten: het Europees zoekportaal (European search portal – ESP); de gezamenlijke dienst voor biometrische matching (biometric matching service – gezamenlijke BMS); het gemeenschappelijk identiteitenregister (common identity repository – CIR); en de detector van meerdere identiteiten (multiple-identity detector – MID), en legt bepalingen vast inzake de doelstellingen van de interoperabiliteitscomponenten, de technische architectuur ervan, de voorschriften voor het gebruik van de componenten, de opslag van logbestanden, de gegevenskwaliteit, de voorschriften inzake gegevensbescherming, het toezicht en de verantwoordelijkheden van de verschillende agentschappen en de lidstaten. Daarnaast omvat het wijzigingen van een aantal andere wetgevingsinstrumenten.

Procedure

Teneinde het voorstel van de Commissie te beoordelen en dit ontwerpverslag op te stellen, hebben de rapporteurs een breed scala bronnen om input verzocht. Met de diensten van de Commissie vond op schaduwniveau een reeks vergaderingen plaats waarin het hele voorstel in detail werd besproken. Daarnaast werden diverse belanghebbenden en deskundigen uitgenodigd om vergaderingen met de schaduwrapporteurs bij te wonen: de Europese agentschappen die betrokken zijn bij de voorstellen of er belang bij hebben (eu‑LISA, Europol, Frontex, FRA) en de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming. Ter aanvulling van deze vergaderingen werd het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten (FRA) om een standpunt verzocht en werd een bezoek aan de technische vestiging van eu‑LISA in Straatsburg georganiseerd.

Standpunt van de rapporteurs

De rapporteurs zijn ingenomen met de voorstellen van de Commissie tot vaststelling van een kader voor interoperabiliteit tussen de EU‑informatiesystemen. De Europese burgers verwachten van de Europese Unie dat zij voor een doeltreffend asiel- en migratiebeheer en een goed beheer van de buitengrenzen zorgt en de voortdurende bedreigingen van de binnenlandse veiligheid aanpakt. De vluchtelingencrisis en de reeks terreuraanslagen van de afgelopen jaren hebben laten zien dat het dringend noodzakelijk is om de informatie-uitwisseling op die gebieden te verbeteren. Op deze gebieden moeten resultaten worden geboekt om het vertrouwen van het publiek in het migratie- en asielstelsel van de Unie, de veiligheidsmaatregelen van de Unie en het vermogen van de Unie om de buitengrenzen te beheren te handhaven.

De rapporteurs zijn het er bovendien met de Commissie over eens dat het juiste evenwicht moet worden gevonden tussen enerzijds de kansen die interoperabiliteitsmaatregelen bieden voor de versterking van de veiligheid en de bescherming van de buitengrens en anderzijds de verplichting te waarborgen dat iedere beperking van de grondrechten die uit de nieuwe interoperabiliteitsomgeving kan voortvloeien, strikt noodzakelijk is om daadwerkelijk te voldoen aan de nagestreefde doelstellingen van algemeen belang, met inachtneming van het evenredigheidsbeginsel. Met de behoefte aan een dergelijk evenwicht wordt zorgvuldig rekening gehouden in de voorgestelde amendementen. De rapporteurs zijn voorts van mening dat de interoperabiliteitscomponenten de mogelijkheid bieden de bescherming van de grondrechten te versterken, bijvoorbeeld door de correcte identificatie van bonafide personen te waarborgen en identiteitsfraude te bestrijden.

Interoperabiliteit zorgt voor een verbetering van het beheer van de buitengrenzen doordat op snelle, eenvoudige en efficiënte wijze toegang tot de EU‑informatiesystemen wordt geboden. Daarom mogen de grenswachten niet nog meer taken worden opgedragen. Daartoe doen de rapporteurs verschillende voorstellen: ten eerste dient niet in de strikte verplichting te worden voorzien dat grenswachten een tweedelijnscontrole moeten uitvoeren in het geval van een gele waarschuwing. Grenswachters moeten dit zelf kunnen bepalen, aangezien zij zijn opgeleid om identiteitsfraude op te sporen. Ten tweede dient het Europees zoekportaal (ESP) grenswachten onmiddellijk van een antwoord te voorzien wanneer onderliggende systemen antwoorden. Het zoekportaal moet niet wachten tot alle antwoorden van de onderliggende systemen binnen zijn voordat deze aan de grenswacht worden doorgegeven. Ten derde moet erop worden gelet dat grenswachters naar behoren worden geschoold in de toepassing van het manuele verificatiesysteem dat in dit voorstel wordt geïntroduceerd.

De rapporteurs hebben een afzonderlijk artikel ingevoegd waarin wordt benadrukt dat alle interoperabiliteitscomponenten een snelle, ononderbroken, efficiënte en gecontroleerde toegang met behulp van de beste beschikbare technologie moeten waarborgen, teneinde voor een responstijd te zorgen die beantwoordt aan de operationele behoeften. De dagelijkse activiteiten van grenswachters, politieagenten, immigratieambtenaren en consulair personeel zullen in vele gevallen afhankelijk zijn van de goede werking van deze interoperabiliteitscomponenten. Daarom is het van essentieel belang de goede werking van de componenten te verzekeren, maar de rapporteurs achten het van even groot belang om vooral voor het gemeenschappelijk identiteitenregister (CIR) en het ESP back‑upsystemen op te zetten. De goede werking van alle componenten en onderliggende systemen is afhankelijk van deze twee componenten, zodat in een back-upstructuur moet worden voorzien.

De rapporteurs zouden willen wijzen op het feit dat de interoperabiliteitscomponenten geen veranderingen van de onderliggende systemen en de desbetreffende voorschriften en procedures met zich brengen. De interoperabiliteitscomponenten zijn bedoeld om de toegang te vergemakkelijken, maar dit voorstel behelst geen wijzigingen van de toegangsrechten. Er zijn verschillende amendementen voorgesteld om dit te verduidelijken. De enige veranderingen met betrekking tot toegangsrechten betreffen de toegang voor rechtshandhavingsdoeleinden waarbij een "treffer/geen treffer"-mechanisme wordt ingevoerd. Hierdoor wordt niet alleen de toegang tot de onderliggende systemen geoptimaliseerd, maar wordt er ook voor gezorgd dat alleen databanken worden doorzocht die relevante gegevens bevatten. De rapporteurs hebben de procedure in het voorstel aangepast om ervoor te zorgen dat alleen rechtshandhavingsambtenaren die over een volledige toegangsbevoegdheid voor de datasystemen beschikken, de systemen kunnen doorzoeken met behulp van de "treffer/geen treffer"-procedure.

Bovendien biedt het voorstel de politieautoriteiten van de lidstaten, mits zij daartoe bij het nationale recht gemachtigd zijn, het CIR te gebruiken voor de identificatie van personen in het kader van identiteitscontroles. Volgens de rapporteurs moet de identificatieprocedure een afspiegeling vormen van de standaardpraktijken in de lidstaten. Daarom zijn amendementen voorgesteld die inhouden dat de betrokkene eerst overeenkomstig de in het nationale recht vastgestelde voorschriften en procedures moet worden geïdentificeerd aan de hand van identiteits- of reisdocumenten, voordat het CIR kan worden geraadpleegd met gebruikmaking van biometrische gegevens van de betrokkene. Het CIR mag alleen worden geraadpleegd voor de identificatie van een persoon indien deze fysiek aanwezig is.

Om de Europese Commissie, de Raad en het Europees Parlement beter in staat te stellen de werking van dit voorstel te volgen en te evalueren, is dit artikel verder gewijzigd. Met name wat betreft het gebruik van de CIR voor identificatiedoeleinden, voor rechtshandhaving en het gebruik van de Interpolgegevensbank via het ESP.


ADVIES van de Begrotingscommissie (20.6.2018)

aan de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken

inzake het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een kader voor interoperabiliteit tussen de EU-informatiesystemen (politiële en justitiële samenwerking, asiel en migratie)

(COM(2017)0794 – C8-0003/2018 – 2017/0352(COD))

Rapporteur voor advies: Bernd Kölmel

BEKNOPTE MOTIVERING

De rapporteur is ingenomen met de twee voorstellen voor een verordening tot vaststelling van een kader voor interoperabiliteit tussen de EU-informatiesystemen, die de Commissie op 12 december 2017 heeft aangenomen. Beide voorstellen hebben tot doel structurele tekortkomingen in de informatiebeheerstructuur van de EU weg te nemen door de informatiesystemen interoperabel te maken, d.w.z. door ervoor te zorgen dat ze onderling gegevens kunnen uitwisselen en informatie kunnen delen. De rapporteur schaart zich volledig achter de doelstellingen ervan, namelijk het waarborgen van snelle toegang tot informatie, onder meer door rechtshandhavingsinstanties, het opsporen van meerdere identiteiten en het bestrijden van identiteitsfraude, het gemakkelijker maken om de identiteit van onderdanen van derde landen te controleren en het bevorderen van preventie, opsporing, onderzoek of vervolging van zware criminaliteit en terrorisme.

Voorliggend advies heeft betrekking op het voorstel betreffende politiële en justitiële samenwerking, asiel en migratie, dat tot doel heeft het regelen van de toegang tot het Scheneninformatiesysteem, zoals momenteel geregeld door Besluit 2007/533/JHA van de Raad, alsmede Eurodac en ECRIS-TCN (Europees Strafregister Informatiesysteem voor onderdanen van derde landen).

De rapporteur is het eens met het voorstel om de volgende vier interoperabiliteitscomponenten tot stand te brengen: een Europees zoekportaal dat het mogelijk maakt alle relevante EU-systemen op het gebied van veiligheid en grens- en migratiebeheer gelijktijdig te doorzoeken, een gezamenlijke dienst voor biometrische matching, een gemeenschappelijk identiteitenregister en een detector van meerdere identiteiten. Daarnaast is hij ingenomen met het voorstel tot invoering van een centraal register voor rapportage en statistieken (CRRS) om anonieme statistische gegevens voor operationele, beleids- en gegevenskwaliteitsdoeleinden samen te stellen.

De totale begroting ter financiering van beide voorstellen over een periode van negen jaar (2019-2027) wordt geraamd op 461 miljoen EUR, en omvat het volgende:

-  261,3 miljoen EUR voor eu-LISA voor de ontwikkeling en het onderhoud van de interoperabiliteitscomponenten (waarvan 23 miljoen EUR in 2019-2020);

-  136,3 miljoen EUR voor de lidstaten ter dekking van de kosten van de veranderingen in hun nationale systemen (vanaf 2021);

-  48,9 miljoen EUR voor Europol, ter dekking van de kosten van de upgrade van zijn IT-systemen (waarvan 9,1 miljoen EUR in 2019-2020);

-  4,8 miljoen EUR voor Frontex voor de voorbereidende fase van de detector van meerdere identiteiten (vanaf 2021);

-  2,0 miljoen EUR voor Cepol voor de opleiding van het operationele personeel (waarvan 100 000 EUR in 2020);

-  7,7 miljoen EUR voor DG HOME voor een beperkte personeelsuitbreiding en de daarmee samenhangende kosten gedurende de ontwikkelingsfase (waarvan 2 miljoen EUR in 2019-2020), ten laste van rubriek 5.

De totale kosten van 32,1 miljoen EUR voor 2019-2020 ten laste van rubriek 3 worden gedragen door het huidige Fonds voor interne veiligheid (ISF) - Grenzen, waar nog voldoende kredieten beschikbaar zijn. De voorgestelde begroting voor de periode na 2020 is illustratief en loopt niet vooruit op de onderhandelingen over het volgende meerjarig financieel kader (MFK), waarover de Commissie op 2 mei 2018 haar voorstel heeft goedgekeurd. De rapporteur stelt met tevredenheid vast dat er geen overlapping is met de verzoeken om begrotingsmiddelen in het kader van andere recente wetgevingsvoorstellen op dit gebied, met name ECRIS-TCN (Europees Strafregisterinformatiesysteem voor onderdanen van een derde land), de herziening van SIS II, EES, Etias, de herschikking van Eurodac en de herziening van de oprichtingsverordening van eu-LISA.

De rapporteur wijst erop dat de eenmalige oprichtingskosten voor de lidstaten worden geraamd op 85,5 miljoen EUR en dat de Commissie voorstelt alle door de lidstaten gemaakte integratiekosten terug te betalen om toezicht te kunnen houden op hun vorderingen inzake de uitvoering van deze verordeningen.

De rapporteur is van mening dat de geraamde kosten voor de EU-begroting gerechtvaardigd en evenredig zijn, en benadrukt dat een betere interoperabiliteit op EU-niveau naar verwachting een kostenbesparing van ongeveer 77,5 miljoen EUR per jaar zal opleveren, voornamelijk voor de IT-afdelingen van de lidstaten en de diensten voor grensbeheer, migratie en rechtshandhaving. Niettemin dringt de rapporteur er bij de Commissie, eu-LISA, Frontex, Europol, Cepol en de lidstaten op aan zowel in de ontwikkelingsfase als in de operationele fase zo kostenefficiënt mogelijk te werken. Met name eu-LISA wordt verzocht alles in het werk te stellen om kostenoverschrijdingen en vertragingen bij de vaststelling en uitvoering van de gekozen technische oplossing te vermijden, en te zorgen voor optimale personele middelen voor dit project door medewerkers in te zetten voor nieuwe taken wanneer eerdere projecten voltooid zijn.

Met betrekking tot de ontvangsten verzoekt de rapporteur de Commissie zo spoedig mogelijk gedetailleerde informatie te verstrekken over de verwachte bijdragen van de geassocieerde Schengenlanden, die moeten worden beschouwd als diverse bestemmingsontvangsten op het begrotingsonderdeel voor eu-LISA (18 02 07).

Tot slot scherpt de rapporteur een aantal bepalingen inzake rapportage en evaluatie aan om ervoor te zorgen dat de begrotingsautoriteit de ontwikkeling en beginwerking van de nieuwe interoperabiliteitscomponenten nauwgezet kan volgen met het oog op toekomstige begrotingsbesluiten, met name in het kader van het MFK voor de periode na 2020.

AMENDEMENTEN

De Begrotingscommissie verzoekt de bevoegde Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken onderstaande amendementen in aanmerking te nemen:

Amendement    1

Voorstel voor een verordening

Artikel 60 – lid 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis.  De kosten in verband met de instelling en de werking van een centraal back-upsysteem op EU-niveau voor elk in lid 1 genoemd systeem komen in voorkomend geval ten laste van de algemene begroting van de Unie.

Amendement    2

Voorstel voor een verordening

Artikel 60 – lid 2 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De kosten in verband met de integratie van de bestaande nationale infrastructuur, de aansluiting van die infrastructuur op de nationale uniforme interfaces en het hosten van de nationale uniforme interfaces komen ten laste van de algemene begroting van de Unie.

De kosten in verband met de integratie van de bestaande nationale infrastructuur, de aansluiting van die infrastructuur op de nationale uniforme interfaces en het hosten en verder ontwikkelen van de nationale uniforme interfaces komen ten laste van de algemene begroting van de Unie.

Amendement    3

Voorstel voor een verordening

Artikel 60 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.   De jaarlijkse kredieten worden door het Europees Parlement en de Raad toegestaan binnen de grenzen van het meerjarig financieel kader en binnen het kader van de jaarlijkse begrotingsprocedure.

Amendement    4

Voorstel voor een verordening

Artikel 68 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Uiterlijk [zes maanden na de inwerkingtreding van deze verordening – OPOCE: voeg de juiste datum in] en vervolgens om de zes maanden tijdens de fase waarin de interoperabiliteitscomponenten worden ontwikkeld, legt eu-LISA het Europees Parlement en de Raad een verslag voor over de stand van zaken bij de ontwikkeling van de interoperabiliteitscomponenten. Zodra de ontwikkeling is afgerond, wordt bij het Europees Parlement en de Raad een verslag ingediend waarin uitvoerig wordt uiteengezet hoe de doelstellingen, met name op het vlak van planning en kosten, zijn bereikt en waarin eventuele afwijkingen worden gerechtvaardigd.

2.  Uiterlijk [zes maanden na de inwerkingtreding van deze verordening – OPOCE: voeg de juiste datum in] en vervolgens om de zes maanden tijdens de fase waarin de interoperabiliteitscomponenten worden ontwikkeld, legt eu-LISA het Europees Parlement en de Raad een verslag voor over de stand van zaken bij de ontwikkeling van de interoperabiliteitscomponenten. Dat verslag bevat een overzicht van de actuele kostenontwikkeling en de voortgang van het project, een evaluatie van de financiële gevolgen, alsook informatie over eventuele technische problemen en risico's die gevolgen kunnen hebben voor de totale kosten van het systeem die overeenkomstig artikel 60 ten laste komen van de algemene begroting van de Unie.

Amendement    5

Voorstel voor een verordening

Artikel 68 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  Indien het ontwikkelingsproces vertraging oploopt, worden het Europees Parlement en de Raad onmiddellijk op de hoogte gesteld van de redenen van de vertraging, de gevolgen voor het tijdschema en de financiële consequenties.

Amendement    6

Voorstel voor een verordening

Artikel 68 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Vier jaar na de ingebruikneming van elke interoperabiliteitscomponent en vervolgens om de vier jaar legt eu-LISA aan het Europees Parlement, de Raad en de Commissie een verslag voor over de technische werking en de beveiliging van de interoperabiliteitscomponenten.

4.  Twee jaar na de ingebruikneming van elke interoperabiliteitscomponent en vervolgens om de twee jaar legt eu-LISA aan het Europees Parlement, de Raad en de Commissie een verslag voor over de technische werking en de beveiliging en de kosten van de interoperabiliteitscomponenten.

Amendement    7

Voorstel voor een verordening

Artikel 68 – lid 5 – alinea 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Eén jaar na elk verslag van eu-LISA stelt de Commissie een algemene evaluatie van de componenten op, met inbegrip van:

Zes maanden na elk verslag van eu-LISA stelt de Commissie een algemene evaluatie van de componenten op, met inbegrip van:

Amendement    8

Voorstel voor een verordening

Artikel 68 – lid 5 – alinea 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b)  een toetsing van de bereikte resultaten aan de doelstellingen, en een beoordeling van de gevolgen voor de grondrechten;

(b)  een toetsing van de bereikte resultaten aan de doelstellingen, en een beoordeling van de gevolgen voor de grondrechten en van de daarmee gepaard gaande kosten;

Amendement    9

Voorstel voor een verordening

Artikel 68 – lid 5 – alinea 1 – letter e

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(e)  een beoordeling van alle mogelijke gevolgen, met inbegrip van disproportionele gevolgen voor de verkeersstroom aan grensdoorlaatposten en gevolgen voor de begroting van de Unie.

(e)  een beoordeling van alle mogelijke gevolgen, met inbegrip van gevolgen voor de verkeersstroom aan grensdoorlaatposten en gevolgen voor de begroting van de Unie.

PROCEDURE VAN DE ADVISERENDE COMMISSIE

Titel

Interoperabiliteit tussen EU-informatiesystemen (politiële en justitiële samenwerking, asiel en migratie)

Document- en procedurenummers

COM(2017)0794 – C8-0003/2018 – 2017/0352(COD)

Bevoegde commissie

       Datum bekendmaking

LIBE

28.2.2018

 

 

 

Advies uitgebracht door

       Datum bekendmaking

BUDG

28.2.2018

Rapporteur voor advies

       Datum benoeming

Bernd Kölmel

25.1.2018

Behandeling in de commissie

17.5.2018

 

 

 

Datum goedkeuring

19.6.2018

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

30

3

3

Bij de eindstemming aanwezige leden

Nedzhmi Ali, Jean Arthuis, Richard Ashworth, Gérard Deprez, Manuel dos Santos, José Manuel Fernandes, Eider Gardiazabal Rubial, Jens Geier, Iris Hoffmann, Monika Hohlmeier, John Howarth, Bernd Kölmel, Zbigniew Kuźmiuk, Vladimír Maňka, Siegfried Mureşan, Jan Olbrycht, Răzvan Popa, Petri Sarvamaa, Jordi Solé, Patricija Šulin, Isabelle Thomas, Inese Vaidere, Monika Vana, Tiemo Wölken, Marco Zanni

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Anneli Jäätteenmäki, Alain Lamassoure, Janusz Lewandowski, Verónica Lope Fontagné, Andrey Novakov, Pavel Poc, Ivan Štefanec, Claudia Țapardel

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

John Stuart Agnew, Martina Anderson, Auke Zijlstra

HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE ADVISERENDE COMMISSIE

30

+

ALDE

Nedzhmi Ali, Jean Arthuis, Gérard Deprez, Anneli Jäätteenmäki

ECR

Bernd Kölmel, Zbigniew Kuźmiuk

PPE

Richard Ashworth, José Manuel Fernandes, Monika Hohlmeier, Alain Lamassoure, Janusz Lewandowski, Verónica Lope Fontagné, Siegfried Mureşan, Andrey Novakov, Jan Olbrycht, Petri Sarvamaa, Ivan Štefanec, Patricija Šulin, Inese Vaidere

S&D

Eider Gardiazabal Rubial, Jens Geier, Iris Hoffmann, John Howarth, Vladimír Maňka, Pavel Poc, Răzvan Popa, Manuel dos Santos, Claudia Țapardel, Isabelle Thomas, Tiemo Wölken

3

-

EFDD

John Stuart Agnew

ENF

Auke Zijlstra

GUE/NGL

Martina Anderson

3

0

ENF

Marco Zanni

Verts/ALE

Jordi Solé, Monika Vana

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding


PROCEDURE VAN DE BEVOEGDE COMMISSIE

Titel

Interoperabiliteit tussen de EU-informatiesystemen (politiële en justitiële samenwerking, asiel en migratie)

Document- en procedurenummers

COM(2018)0480 – C8-0293/2018 – COM(2017)0794 – C8-0003/2018 – 2017/0352(COD)

Datum indiening bij EP

13.6.2018

 

 

 

Bevoegde commissie

       Datum bekendmaking

LIBE

28.2.2018

 

 

 

Adviserende commissies

       Datum bekendmaking

AFET

28.2.2018

BUDG

28.2.2018

 

 

Geen advies

       Datum besluit

AFET

22.2.2018

 

 

 

Rapporteurs

       Datum benoeming

Nuno Melo

1.2.2018

 

 

 

Behandeling in de commissie

11.6.2018

3.9.2018

15.10.2018

 

Datum goedkeuring

15.10.2018

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

45

9

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Asim Ademov, Heinz K. Becker, Malin Björk, Rachida Dati, Agustín Díaz de Mera García Consuegra, Cornelia Ernst, Tanja Fajon, Laura Ferrara, Kinga Gál, Ana Gomes, Eva Joly, Dietmar Köster, Barbara Kudrycka, Juan Fernando López Aguilar, Monica Macovei, Roberta Metsola, Louis Michel, Claude Moraes, Péter Niedermüller, Giancarlo Scottà, Helga Stevens, Traian Ungureanu, Bodil Valero, Marie-Christine Vergiat, Harald Vilimsky, Josef Weidenholzer, Kristina Winberg, Auke Zijlstra

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Miriam Dalli, Gérard Deprez, Anna Hedh, Lívia Járóka, Sylvia-Yvonne Kaufmann, Ska Keller, Miltiadis Kyrkos, Jean Lambert, Jeroen Lenaers, Nuno Melo, Maite Pagazaurtundúa Ruiz, Barbara Spinelli, Axel Voss

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Pervenche Berès, Luis de Grandes Pascual, Esther de Lange, Raffaele Fitto, John Flack, Arne Gericke, Karine Gloanec Maurin, Gesine Meissner, Francisco José Millán Mon, Marijana Petir, Ulrike Rodust, Massimiliano Salini, Tibor Szanyi

Datum indiening

19.10.2018


HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

45

+

ALDE

Gérard Deprez, Gesine Meissner, Louis Michel, Maite Pagazaurtundúa Ruiz

ECR

Raffaele Fitto, John Flack, Arne Gericke, Monica Macovei, Helga Stevens, Kristina Winberg

EFDD

Laura Ferrara

ENF

Giancarlo Scottà, Harald Vilimsky

PPE

Asim Ademov, Heinz K. Becker, Rachida Dati, Agustín Díaz de Mera García Consuegra, Kinga Gál, Luis de Grandes Pascual, Lívia Járóka, Barbara Kudrycka, Esther de Lange, Jeroen Lenaers, Nuno Melo, Roberta Metsola, Francisco José Millán Mon, Marijana Petir, Massimiliano Salini, Traian Ungureanu, Axel Voss

S&D

Pervenche Berès, Miriam Dalli, Tanja Fajon, Karine Gloanec Maurin, Ana Gomes, Anna Hedh, Sylvia-Yvonne Kaufmann, Dietmar Köster, Miltiadis Kyrkos, Juan Fernando López Aguilar, Claude Moraes, Péter Niedermüller, Ulrike Rodust, Tibor Szanyi, Josef Weidenholzer

9

-

ENF

Auke Zijlstra

GUE/NGL

Malin Björk, Cornelia Ernst, Barbara Spinelli, Marie-Christine Vergiat

Verts/ALE

Eva Joly, Ska Keller, Jean Lambert, Bodil Valero

0

0

 

 

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding

Laatst bijgewerkt op: 13 november 2018Juridische mededeling