Procedure : 2018/0158(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0361/2018

Ingediende teksten :

A8-0361/2018

Debatten :

Stemmingen :

PV 16/01/2019 - 12.9

Aangenomen teksten :

P8_TA(2019)0022

VERSLAG     ***I
PDF 598kWORD 99k
8.11.2018
PE 627.022v02-00 A8-0361/2018

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake de verdeling van de in de WTO-lijst van de Unie opgenomen tariefcontingenten na de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Unie en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 32/2000 van de Raad

(COM(2018)0312 – C8-0202/2018– 2018/0158(COD))

Commissie internationale handel

Rapporteur: Godelieve Quisthoudt-Rowohl

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 ADVIES van de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling
 PROCEDURE VAN DE BEVOEGDE COMMISSIE
 HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake de verdeling van de in de WTO-lijst van de Unie opgenomen tariefcontingenten na de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Unie en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 32/2000 van de Raad

(COM(2018)0312 – C8-0202/2018– 2018/0158(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2018)0312),

–  gezien artikel 294, lid 2, en artikel 207, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C8-0202/2018),

–  gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien artikel 59 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie internationale handel en het advies van de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling (A8-0361/2018),

1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.  verzoekt de Commissie om hernieuwde voorlegging aan het Parlement indien zij haar voorstel vervangt, ingrijpend wijzigt of voornemens is het ingrijpend te wijzigen;

3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

Amendement    1

Voorstel voor een verordening

Overweging 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(2)  De terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Unie zal gevolgen hebben voor de betrekkingen van het Verenigd Koninkrijk en de Unie met derde partijen, met name in de context van de Wereldhandelsorganisatie (WTO), waarvan beide oorspronkelijke leden zijn.

(2)  De terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Unie zal gevolgen hebben voor de betrekkingen van het Verenigd Koninkrijk en de Unie met derde partijen, met name in de context van de Wereldhandelsorganisatie (WTO), waarvan beide oorspronkelijke leden zijn. Aangezien dit proces zal plaatsvinden op hetzelfde moment als de onderhandelingen over het meerjarig financieel kader (MFK) en rekening houdend met het aandeel van de landbouwsector in het MFK, kan die sector hierdoor in grote mate kwetsbaar worden, zodat een zekere mate van voorzichtigheid tijdens die onderhandelingen vereist is.

Amendement    2

Voorstel voor een verordening

Overweging 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(4)   Overeenkomstig de WTO-regels moet een dergelijke verdeling van tariefcontingenten die deel uitmaken van de lijst van de Unie van concessies en verbintenissen geschieden overeenkomstig artikel XXVIII van de Algemene Overeenkomst betreffende tarieven en handel 1994 ("GATT 1994"). De Unie zal derhalve, nadat de preliminaire contacten zijn afgerond, in onderhandeling treden met WTO-leden die voornaamste leverancier zijn of een aanmerkelijk belang als leverancier of een oorspronkelijk onderhandelingsrecht hebben met betrekking tot elk van deze tariefcontingenten.

(4)   Overeenkomstig de WTO-regels moet een dergelijke verdeling van tariefcontingenten die deel uitmaken van de lijst van de Unie van concessies en verbintenissen geschieden overeenkomstig artikel XXVIII van de Algemene Overeenkomst betreffende tarieven en handel 1994 ("GATT 1994"). De Unie zal derhalve, nadat de preliminaire contacten zijn afgerond, in onderhandeling treden met WTO-leden die voornaamste leverancier zijn of een aanmerkelijk belang als leverancier of een oorspronkelijk onderhandelingsrecht hebben met betrekking tot elk van deze tariefcontingenten. De reikwijdte van de onderhandelingen moet beperkt blijven en mag geenszins worden uitgebreid tot nieuwe onderhandelingen over de algemene voorwaarden voor of de mate van toegang van producten tot de markt van de Unie.

Amendement    3

Voorstel voor een verordening

Overweging 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(6)  Daarom moet de volgende methode worden gebruikt: als eerste stap moet het gebruiksaandeel van het Verenigd Koninkrijk voor elk afzonderlijk tariefcontingent worden vastgesteld. Het gebruiksaandeel, dat als percentage wordt uitgedrukt, is het aandeel van het Verenigd Koninkrijk in de totale invoer van de Unie in het kader van het tariefcontingent over een recente representatieve periode van drie jaar. Dit gebruiksaandeel moet vervolgens worden toegepast op het volledige in de lijst opgenomen tariefcontingentvolume om tot het aandeel van het Verenigd Koninkrijk in een bepaald tariefcontingent te komen. Het aandeel van de Unie is wat overblijft van het tariefcontingent in kwestie. Dit wil zeggen dat het totale volume van een bepaald tariefcontingent niet wordt gewijzigd (i.e. volume EU-27 = huidig volume EU-28 – volume Verenigd Koninkrijk). De achterliggende gegevens moeten uit de relevante databanken van de Commissie worden gehaald.

(6)  Daarom moet de volgende methode worden gebruikt: als eerste stap moet het gebruiksaandeel van het Verenigd Koninkrijk voor elk afzonderlijk tariefcontingent worden vastgesteld. Het gebruiksaandeel, dat als percentage wordt uitgedrukt, is het aandeel van het Verenigd Koninkrijk in de totale invoer van de Unie in het kader van het tariefcontingent over een recente representatieve periode van drie jaar. Dit gebruiksaandeel moet vervolgens worden toegepast op het volledige in de lijst opgenomen tariefcontingentvolume, waarbij elke onvolledige benutting in aanmerking wordt genomen, om tot het aandeel van het Verenigd Koninkrijk in een bepaald tariefcontingent te komen. Het aandeel van de Unie is wat overblijft van het tariefcontingent in kwestie. Dit wil zeggen dat het totale volume van een bepaald tariefcontingent niet wordt gewijzigd (i.e. volume EU-27 = huidig volume EU-28 – volume Verenigd Koninkrijk). De achterliggende gegevens moeten uit de relevante databanken van de Commissie worden gehaald.

Amendement    4

Voorstel voor een verordening

Overweging 6 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(6 bis)  De methode voor het gebruiksaandeel van elk afzonderlijk tariefcontingent is door de Unie en het Verenigd Koninkrijk vastgesteld en overeengekomen met inachtneming van de voorschriften van artikel XXVIII van de GATT 1994, en daarom moet deze methode volledig worden gehandhaafd om een consistente toepassing ervan te garanderen.

Amendement    5

Voorstel voor een verordening

Overweging 8

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(8)  Voor de betrokken landbouwtariefcontingenten bieden de artikelen 184 tot en met 188 van Verordening (EU) nr. 1308/20131 de nodige rechtsgrondslag voor het beheer van de tariefcontingenten zodra die bij de onderhavige verordening zijn verdeeld. Voor de tariefcontingenten voor visserij-, industrie- en bepaalde verwerkte landbouwproducten wordt het beheer verricht overeenkomstig Verordening (EG) nr. 32/20002. De betrokken tariefcontingenthoeveelheden zijn vastgesteld in bijlage I bij die verordening, die derhalve moet worden vervangen door de in deel B van de bijlage bij de onderhavige verordening vastgestelde hoeveelheden.

(8)  Voor de betrokken landbouwtariefcontingenten bieden de artikelen 184 tot en met 188 van Verordening (EU) nr. 1308/20131 de nodige rechtsgrondslag voor het beheer van de tariefcontingenten zodra die bij de onderhavige verordening zijn verdeeld.  Bij dat beheer moet bijgevolg het landbouwmodel van de Unie geëerbiedigd worden, dat gebaseerd is op de multifunctionaliteit van landbouwactiviteiten, waarbij tevens aangedrongen wordt op de uitdrukkelijke erkenning van niet-commerciële overwegingen en benadrukt wordt dat rekening moet worden gehouden met de behoeften van de burgers op het gebied van voedselveiligheid, milieubescherming, voedselkwaliteit en dierenwelzijn. Voor de tariefcontingenten voor visserij-, industrie- en bepaalde verwerkte landbouwproducten wordt het beheer verricht overeenkomstig Verordening (EG) nr. 32/20002. De betrokken tariefcontingenthoeveelheden zijn vastgesteld in bijlage I bij die verordening, die derhalve moet worden vervangen door de in deel B van de bijlage bij de onderhavige verordening vastgestelde hoeveelheden.

_________________

_________________

1 Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 671).

1 Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 671).

2 Verordening (EG) nr. 32/2000 van de Raad van 17 december 1999 betreffende de opening en het beheer van de in de GATT geconsolideerde communautaire tariefcontingenten en van enkele andere communautaire tariefcontingenten alsmede tot vaststelling van de voorwaarden voor de wijziging of aanpassing van die contingenten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1808/95 van de Raad (PB L 5 van 8.1.2000, blz. 1).

2 Verordening (EG) nr. 32/2000 van de Raad van 17 december 1999 betreffende de opening en het beheer van de in de GATT geconsolideerde communautaire tariefcontingenten en van enkele andere communautaire tariefcontingenten alsmede tot vaststelling van de voorwaarden voor de wijziging of aanpassing van die contingenten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1808/95 van de Raad (PB L 5 van 8.1.2000, blz. 1).

Motivering

Bedoeling met dit amendement is te herinneren aan de basisprincipes van het landbouwakkoord in het kader van de GATT, om ervoor te zorgen dat deze ook worden toegepast bij het ontwerp en de toepassing van de onderhavige verdeling van de tariefcontingenten.

Amendement    6

Voorstel voor een verordening

Overweging 9

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(9)  Rekening houdend met het feit dat de onderhandelingen met de betrokken WTO-leden gelijktijdig met de gewone wetgevingsprocedure voor de vaststelling van deze verordening zullen plaatsvinden, moet de bevoegdheid om handelingen vast te stellen overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie aan de Commissie worden overgedragen om de bijlage bij deze verordening en bijlage I bij Verordening (EG) nr. 32/2000 te wijzigen wat betreft de hoeveelheden van de verdeelde tariefcontingenten die daarin zijn opgenomen, teneinde rekening te houden met overeenkomsten die worden gesloten of relevante informatie die zij ontvangt in de context van deze onderhandelingen waaruit zou blijken dat specifieke factoren die voorheen niet bekend waren tot een aanpassing van de verdeling van de tariefcontingenten tussen de Unie en het Verenigd Koninkrijk noodzaken. Er moet in dezelfde mogelijkheid worden voorzien voor gevallen waarin zulke informatie buiten het kader van dergelijke onderhandelingen beschikbaar wordt.

(9)  Rekening houdend met het feit dat de onderhandelingen met betrokken WTO-leden gelijktijdig met de gewone wetgevingsprocedure voor de vaststelling van deze verordening zullen plaatsvinden, moet de bevoegdheid om handelingen vast te stellen overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie aan de Commissie worden overgedragen om de bijlage bij deze verordening en bijlage I bij Verordening (EG) nr. 32/2000 te wijzigen wat betreft de hoeveelheden van de verdeelde tariefcontingenten die daarin zijn opgenomen. Deze bijlagen dienen alleen te worden gewijzigd om rekening te houden met internationale overeenkomsten die worden gesloten of relevante informatie die de Commissie ontvangt, al dan niet in de context van deze onderhandelingen, waaruit zou blijken dat specifieke factoren die voorheen niet bekend waren tot een aanpassing van de verdeling van de tariefcontingenten tussen de Unie en het Verenigd Koninkrijk noodzaken.

Amendement    7

Voorstel voor een verordening

Overweging 9 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(9 bis)  Bij Verordening (EG) nr. 32/2000 van de Raad zijn aan de Commissie bevoegdheden toegekend om enkele bepalingen van die verordening uit te voeren. Na de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon is het aangewezen die bevoegdheden in overeenstemming te brengen met de artikelen 290 en 291 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU). Dit moet waar passend geschieden door toekenning van gedelegeerde bevoegdheden aan de Commissie en door toepassing van bepaalde procedures die worden vermeld in Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad. Derhalve moeten de bij die verordening aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden worden vervangen door de bevoegdheid om gedelegeerde handelingen en uitvoeringshandelingen vast te stellen.

Amendement    8

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 1 bis

 

Het in artikel 1 bedoelde aandeel van de Unie in de tariefcontingenten wordt bepaald aan de hand van de volgende procedure:

 

(1)   het gebruiksaandeel van de Unie in de invoer, als percentage uitgedrukt, wordt voor elk tariefcontingent vastgesteld over een recente representatieve periode van drie jaar;

 

(2)   het gebruiksaandeel van de Unie, als percentage uitgedrukt, wordt toegepast op het volledige tariefcontingentvolume om tot het aandeel van de Unie in een bepaald tariefcontingent te komen;

 

(3)   voor individuele tariefcontingenten waarvoor gedurende de in punt 1 bepaalde representatieve periode geen handel heeft plaatsgevonden, wordt het aandeel van de Unie in plaats daarvan vastgesteld volgens de procedure van punt 2, op basis van het gebruiksaandeel van de Unie in de invoer, als percentage uitgedrukt, voor een ander tariefcontingent met dezelfde productdefinitie of in de overeenkomstige tarieflijnen buiten het contingent.

Amendement    9

Voorstel voor een verordening

Artikel 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Artikel 2

Schrappen

Bijlage I bij Verordening (EG) nr. 32/2000 van de Raad wordt vervangen door de tekst in deel B van de bijlage bij deze verordening.

 

Amendement    10

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De Commissie is bevoegd gedelegeerde handelingen vast te stellen overeenkomstig artikel 4 om de bijlage bij deze verordening en bijlage I bij Verordening (EG) nr. 32/2000 te wijzigen teneinde rekening te houden met het volgende:

De Commissie is bevoegd gedelegeerde handelingen vast te stellen overeenkomstig artikel 4 om deel A van de bijlage bij deze verordening te wijzigen teneinde rekening te houden met de onderstaande punten, waarbij wordt gezorgd voor samenhang met de gemeenschappelijke methode die met het Verenigd Koninkrijk is overeengekomen en met name wordt verzekerd dat de toegang tot de markt van de Unie zoals die eruitziet na de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk niet verder gaat dan hetgeen wordt uitgedrukt in het aandeel van de handelsstromen gedurende een representatieve periode:

Amendement    11

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b)  relevante informatie die zij ontvangt hetzij in de context van de onderhandelingen in het kader van artikel XXVIII van de Algemene Overeenkomst betreffende tarieven en handel 1994 of anderszins.

(b)  relevante informatie die zij ontvangt hetzij in de context van de onderhandelingen in het kader van artikel XXVIII van de Algemene Overeenkomst betreffende tarieven en handel 1994 of uit andere bronnen die een belang in een specifiek tariefcontingent hebben.

Amendement    12

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 3 bis

 

Verordening (EG) nr. 32/2000 van de Raad wordt als volgt gewijzigd:

 

(1)   In artikel 6 wordt lid 2 vervangen door:

 

"2. De in lid 1 bedoelde tijdelijke, gehele of gedeeltelijke intrekking van het recht om voor de tariefcontingenten in aanmerking te komen wordt vastgesteld door middel van uitvoeringshandelingen, na voorafgaand passend overleg tussen de Commissie en het betrokken begunstigde land. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 10, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld."

 

(2)   In artikel 9 wordt lid 1 vervangen door:

 

"1. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 10 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om de bijlagen I tot en met VII te wijzigen:

 

a)   indien technische wijzigingen en aanpassingen nodig zijn ten gevolge van wijzigingen van de gecombineerde nomenclatuur of van de Taric-codes;

 

b)   indien aanpassingen nodig zijn ten gevolge van:

 

—overeenkomsten (ook in de vorm van een briefwisseling) die de Raad in het kader van de GATT heeft gesloten, of verbintenissen die de Unie in het kader van de GATT ten aanzien van bepaalde landen is aangegaan, of

 

—een verlenging van het schema van algemene preferenties, wat jute- en kokosproducten betreft;

 

c)  om een ontwikkelingsland toe te voegen aan de lijsten in de bijlagen IV en V, op officieel verzoek van het betrokken land indien dit de nodige garanties biedt wat de controle op de echtheid van de betrokken producten betreft;

 

d)  indien wijzigingen en aanpassingen nodig zijn van de definities voor met de hand vervaardigde producten en op handweefgetouwen vervaardigde producten en van de modellen van de certificaten van echtheid;

 

1 bis.  De in lid 1 bedoelde wijzigingen van bijlage I die voortvloeien uit de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Unie:

 

a)  worden doorgevoerd in samenhang met de gemeenschappelijke methode die met het Verenigd Koninkrijk is overeengekomen, waarbij met name wordt verzekerd dat de toegang tot de markt van de Unie zoals die eruitziet na de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk niet verder gaat dan hetgeen wordt uitgedrukt in het aandeel van de handelsstromen gedurende een representatieve periode; en

 

b)  kunnen tevens worden vastgesteld om rekening te houden met relevante informatie die de Commissie ontvangt hetzij in de context van de onderhandelingen in het kader van artikel XXVIII van de Algemene Overeenkomst betreffende tarieven en handel 1994 of uit andere bronnen die een belang in een specifiek tariefcontingent hebben."

 

(3)  Artikel 10 wordt vervangen door:

 

"1. De Commissie wordt bijgestaan door het bij artikel 285 van Verordening (EU) nr. 952/2013 ingestelde Comité Douanewetboek.

 

2. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing."

 

(4)  Het volgende artikel wordt ingevoegd:

 

"Artikel 10 bis

 

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

 

2.  De in artikel 9 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor een termijn van vijf jaar met ingang van … [datum van inwerkingtreding van deze wijzigingsverordening]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen een dergelijke verlenging verzet.

 

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 9 bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het besluit laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

 

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven.

 

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

 

6.  Een overeenkomstig artikel 9 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad daartegen bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd."

 

(5)  Bijlage I wordt vervangen door deel B van de bijlage bij deze verordening.

Amendement    13

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(2)  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen als bedoeld in bijlage 3 wordt aan de Commissie toegekend voor een periode van [vier] jaar met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze verordening.

(2)  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen als bedoeld in bijlage 3 wordt aan de Commissie toegekend voor een periode van vijf jaar met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze verordening. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen een dergelijke verlenging verzet.

Amendement    14

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(4)  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016.

(4)  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven. Om te zorgen voor gelijke toegang tot alle informatie ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten.

Amendement    15

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(6)  Een overeenkomstig artikel 3 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van [twee maanden] na de kennisgeving van die handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad vóór het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met [een maand] verlengd.

(6)  Een overeenkomstig artikel 3 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van [twee maanden] na de kennisgeving van die handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad vóór het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met [twee maanden] verlengd.

Amendement    16

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De artikelen 1 en 2 zijn van toepassing met ingang van de datum waarop het recht van de Unie niet meer op het Verenigd Koninkrijk van toepassing is overeenkomstig een door de Unie en het Verenigd Koninkrijk krachtens artikel 50 van het Verdrag betreffende de Europese Unie gesloten overeenkomst, of bij ontstentenis van een dergelijke overeenkomst, met ingang van 30 maart 2019.

Artikel 1 en het nieuwe artikel 3 bis, lid 5, zijn van toepassing met ingang van de datum waarop het recht van de Unie niet meer op het Verenigd Koninkrijk van toepassing is overeenkomstig een door de Unie en het Verenigd Koninkrijk krachtens artikel 50 van het Verdrag betreffende de Europese Unie gesloten overeenkomst, of bij ontstentenis van een dergelijke overeenkomst, met ingang van 30 maart 2019.

(De nummering in het Commissievoorstel is niet correct. Er zijn twee artikelen met het nummer 4.)


TOELICHTING

Op 29 maart 2017 heeft de regering van het Verenigd Koninkrijk (VK) de Europese Raad kennisgegeven van zijn voornemen om zich terug te trekken uit de Europese Unie (EU), waarvan het momenteel een lidstaat is. Verwacht wordt dat het VK met ingang van 30 maart 2019 geen lidstaat van de EU meer zal zijn. Het is daarom noodzakelijk om een besluit te nemen over de verdeling van de respectieve tariefcontingenten van het EU en het VK in de WTO-lijst van de EU van concessies en verbintenissen die aan de GATT 1994 is gehecht.

Overeenkomstig artikel XXVIII van de GATT 1994 voert de EU momenteel onderhandelingen met derde landen om de WTO-lijst van de EU te wijzigen waar deze tariefcontingentvolumes bevat. Het is echter niet zeker dat al deze onderhandelingen tijdig met een overeenkomst zullen zijn afgesloten voordat het VK niet meer onder de WTO-lijst van de EU valt. Daarom moet worden gewaarborgd dat, bij ontstentenis van dergelijke overeenkomsten, de EU toch kan beginnen met de verdeling van de tariefcontingenten door de WTO-tariefconcessies te wijzigen en dat aan de Commissie de nodige bevoegdheden worden toegekend om de relevante EU-bepalingen inzake de opening en de toepassing van de tariefcontingenten dienovereenkomstig te wijzigen.

Het voorstel bepaalt hoe de tariefcontingenten die in de WTO-lijst van de EU van concessies en verbintenissen zijn opgenomen, tussen de EU en het VK zullen worden verdeeld. Het geeft de Commissie ook de bevoegdheid om deze verdeling via gedelegeerde handelingen te wijzigen, indien dat nodig mocht zijn naar aanleiding van later gesloten overeenkomsten met derde landen. Het gaat hierbij om tariefcontingenten voor landbouwproducten en niet-landbouwproducten.

De rapporteur stemt in met de algemene geest en de doelstellingen van het voorstel, omdat de EU moet beschikken over alle nodige instrumenten om te voorkomen dat de handel met derde landen na het vertrek van het VK uit de Unie wordt verstoord, en voor het geval dat het niet mogelijk is tijdig passende overeenkomsten met derde landen te sluiten. De rapporteur stelt niettemin enkele amendementen voor, die hierna worden beschreven.

Om de rechtszekerheid te waarborgen is het in de eerste plaats noodzakelijk om de methodologie die ten grondslag ligt aan de verdeling van de bestaande tariefcontingenten tussen de EU en het VK niet alleen in de overwegingen, maar ook in de bepalingen van de verordening op te nemen.

Ten tweede moet het toepassingsgebied van de bevoegdheidsdelegatie aan de Commissie in artikel 3 nader worden gepreciseerd.

Tot slot wordt in dit ontwerpverslag een kwestie behandeld die de Commissie volgens de rapporteur in het voorstel had moeten opnemen. Het voorstel bevat immers een bevoegdheidsdelegatie die tot gevolg zou hebben dat bijlage I bij Verordening (EG) nr. 32/2000 wordt gewijzigd(1). Op grond van artikel 290 VWEU kan een bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen krachtens één wetgevingshandeling niet leiden tot de wijziging van een andere rechtshandeling (dat wil zeggen: om een andere wetgevingshandeling te wijzigen, moet de bevoegdheidsdelegatie in die handeling zijn opgenomen). De rapporteur wijst erop dat Verordening (EG) nr. 32/2000, ondanks recente toezeggingen, met name in paragraaf 27 van het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016(2), niet in overeenstemming is gebracht met de bepalingen van de artikelen 290 en 291 VWEU. In dit verband dient erop te worden gewezen dat alle belangrijke wetgevingshandelingen op het gebied van het handelsbeleid in 2014 aan gedelegeerde en uitvoeringshandelingen zijn aangepast in het kader van de algemene handelswetten I(3) en II(4). De rapporteur ziet dan ook geen andere mogelijkheid dan de aanpassing aan gedelegeerde en uitvoeringshandelingen van Verordening (EG) nr. 32/2000 in de onderhavige verordening op te nemen.

Gezien de algemene onzekerheid over het proces van terugtrekking van het VK uit de Unie, moet de bevoegdheidsdelegatie, zoals gebruikelijk is, kunnen worden verlengd.

(1)

Verordening (EG) nr. 32/2000 van de Raad van 17 december 1999 betreffende de opening en het beheer van de in de GATT geconsolideerde communautaire tariefcontingenten en van enkele andere communautaire tariefcontingenten alsmede tot vaststelling van de voorwaarden voor de wijziging of aanpassing van die contingenten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1808/95 van de Raad (PB L 5 van 8.1.2000, blz. 1).

(2)

Interinstitutioneel Akkoord tussen het Europees Parlement, de Raad van de Europese Unie en de Europese Commissie over beter wetgeven (PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1-14).

(3)

Verordening (EU) nr. 37/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 januari 2014 tot wijziging van bepaalde verordeningen op het gebied van de gemeenschappelijke handelspolitiek voor wat de procedures tot het nemen van bepaalde maatregelen betreft (PB L 18 van 21.1.2014, blz. 1-51).

(4)

Verordening (EU) nr. 38/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 januari 2014 tot wijziging van bepaalde verordeningen in verband met het gemeenschappelijke handelsbeleid wat betreft de verlening van gedelegeerde bevoegdheden en uitvoeringsbevoegdheden voor de vaststelling van bepaalde maatregelen (PB L 18 van 21.1.2014, blz. 52-69).


ADVIES van de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling (24.10.2018)

aan de Commissie internationale handel

inzake het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake de verdeling van de in de WTO-lijst van de Unie opgenomen tariefcontingenten na de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Unie en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 32/2000 van de Raad

(COM(2018) 312 final – C8-0202/2018 – 2018/0158(COD))

Rapporteur voor advies: Matt Carty

BEKNOPTE MOTIVERING

Het tariefcontingent is een belangrijk instrument voor het beheer en de controle van buitenlandse concurrentie met de agrovoedingssector in de Europese Unie. Door de invoer te beperken tot vooraf vastgestelde contingenten, gecombineerd met onaantrekkelijke tarieven buiten de contingenten, worden gevoelige of kwetsbare binnenlandse sectoren beschermd tegen oneerlijke concurrentie. Dit instrument wordt algemeen gebruikt in zowel het multilaterale kader van de WTO als het bilaterale kader van vrijhandelsakkoorden.

In de loop der jaren is het aantal tariefcontingenten van de Europese Unie in de WTO vooral toegenomen als weerspiegeling van in samenhang met uitbreidingen van de EU gegeven compensatie of bij de schikking van handelsgeschillen (bijv. hormonen in rundvlees, bevroren delen van kippen zonder been). De aanstaande uittreding van het Verenigd Koninkrijk (VK) uit de EU maakt een herverdeling nodig van de gehele lijst van WTO-contingenten tussen de EU en het VK, teneinde rekening te houden met het feitelijke gebruik door beide partijen van tariefcontingenten. Als daar geen duidelijke en objectieve methodologie voor wordt gebruikt, kan dit ertoe leiden dat markten worden overspoeld, verlegging van het handelsverkeer van binnenlandse producten plaatsvindt, en dat uiteindelijk de prijs wordt beïnvloed die primaire producenten voor hun producten ontvangen.

Het is niet verwonderlijk dat landbouwproducten de lijst van de EU met 87 tariefcontingenten overheersen. De drie grootste tariefcontingenten betreffen vlees, granen en zuivelproducten. Dit laat zien dat deze en andere landbouwsectoren concurrentiegevoelig zijn en dat het nodig is dat de herverdelingsoperatie in het kader van de huidige verordening eerlijk en nauwgezet wordt uitgevoerd.

Wat betreft de verdeling volgt het voorstel van de Europese Commissie de methodologie die de EU met het VK is overeengekomen over hoe naar het gebruiksaandeel van elk gegeven contingent zal worden gekeken. De rapporteur onderschrijft dat de op een berekening van het aandeel van elke partij in de invoer gedurende een als representatief aan te merken periode van 2013 tot en met 2015 gebaseerde verdeling van tariefcontingenten een logische en objectief eerlijke manier is om de huidige situatie te hanteren. Zonder aanzienlijke veranderingen in de methodologie aan te brengen stelt de rapporteur een amendement voor waarin wordt benadrukt dat de toepassing van het gebruiksaandeel het gehele tariefcontingentvolume betreft, ongeacht mogelijke "underfill".

Voor de toepassing van deze methodologie stelt de Commissie voor een procedure te starten in het kader van artikel XXVIII van de Algemene Overeenkomst betreffende tarieven en handel 1994 om in contact te treden met WTO-leden die voornaamste leverancier zijn, een aanmerkelijk belang bij onderhandelingen hebben of een oorspronkelijk onderhandelingsrecht hebben. De rapporteur is van mening dat het voor dit proces essentieel is om te benadrukken dat het onderhandelingsmandaat zich op geen enkele wijze uitstrekt tot een heronderhandeling van de algemene voorwaarden, noch tot enige toename van de algehele volumes. Dit moet natuurlijk ook de noodzaak inhouden om het huidige evenwicht te handhaven, bijvoorbeeld waar beperkte overdraagbaarheid is toegestaan tussen de regeling inzake rund- en kalfsvlees van hoge kwaliteit en het autonoom rundvleescontingent.

Uw rapporteur erkent dat de aard van deze onderhandelingen en onzekerheid over de werkelijke datum en de voorwaarden van de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk betekenen dat het nodig kan zijn om de verdeling van de in de bijlage opgenomen concessies te wijzigen.

In sommige gevallen is dit natuurlijk noodzakelijk. Bij afwezigheid van enige andere oplossing voor het streven om een harde grens op het Ierse eiland te voorkomen, zijn het VK en de EU overeengekomen dat Noord-Ierland in volledige overeenstemming blijft met de eengemaakte markt en douane-unie van de Europese Unie, de zogenaamde terugvaloptie. In dit mogelijke geval zal een volledige herverdeling nodig zijn van de tariefcontingenten die in de bijlage van de verordening zijn opgenomen om de in Noord-Ierland toegelaten of ingevoerde goederen in aanmerking te nemen.

Op basis van bijvoorbeeld SPS-maatregelen in de referentieperiode 2013-2015 die de handel met een bepaalde WTO-partner hebben verstoord, wat betekent dat de informatie de werkelijkheid dus niet goed weergaf, kan het nodig zijn om naar een nieuwe gegevensreeks voor de herverdeling te zoeken.

Ten slotte zal in sommige gevallen, waarin het gebruiksaandeel van het tariefcontingent van het VK heel gering is, de verdeling van contingenten volgens de voorgestelde methodologie in een kleiner tariefcontingent resulteren waarvan WTO-partners kunnen stellen dat het te klein is om een afzonderlijke zending te rechtvaardigen.

De rapporteur is van mening dat de amendementen in verband met alle hierboven genoemde gevallen politieke beslissingen vereisen die mogelijk gevolgen hebben voor zeer gevoelige landbouwsectoren.

Daarom moet de Europese Commissie geen onbeperkte discretionaire bevoegdheden hebben om de verdeling van tariefcontingenten te wijzigen zonder daarvoor de in de Verdragen voorziene toestemming van het Parlement te krijgen. Aan de voorwaarden van volledige transparantie en toetsing door de wetgever moet in deze gevallen worden voldaan. De Commissie zou alleen de bevoegdheid moeten hebben om gedelegeerde handelingen goed te keuren als een internationale overeenkomst is gesloten, omdat daarvoor in elk geval de toestemming van het Parlement nodig is. Met betrekking tot alle andere veranderingen van verdelingen dringt de rapporteur erop aan dat de Commissie volgens de door de Verdragen voorgeschreven procedure een wetgevingsvoorstel indient bij het Europees Parlement en de Raad.

AMENDEMENTEN

De Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling verzoekt de bevoegde Commissie internationale handel onderstaande amendementen in aanmerking te nemen:

Amendement    1

Voorstel voor een verordening

Overweging 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(2)  De terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Unie zal gevolgen hebben voor de betrekkingen van het Verenigd Koninkrijk en de Unie met derde partijen, met name in de context van de Wereldhandelsorganisatie (WTO), waarvan beide oorspronkelijke leden zijn.

(2)  De terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Unie zal gevolgen hebben voor de betrekkingen van het Verenigd Koninkrijk en de Unie met derde partijen, met name in de context van de Wereldhandelsorganisatie (WTO), waarvan beide oorspronkelijke leden zijn. Aangezien dit proces aan de gang zal zijn op hetzelfde moment als de onderhandelingen over het MFK en rekening houdend met het aandeel van de landbouwsector in het MFK, kan die sector hierdoor in grote mate kwetsbaar worden, zodat een zekere mate van voorzichtigheid tijdens die onderhandelingen vereist is.

Amendement    2

Voorstel voor een verordening

Overweging 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(3 bis)  Het is wenselijk eraan te herinneren dat de Europese Unie en haar lidstaten in het kader van aangelegenheden die verband houden met de in 1947 in Genève ondertekende Algemene Overeenkomst betreffende tarieven en handel (GATT) en de in 1994 in Marrakesh ondertekende Overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) handelen overeenkomstig artikel 207 (gemeenschappelijke handelspolitiek) en de artikelen 217 en 218 (internationale overeenkomsten) van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (5.2.2).

Amendement    3

Voorstel voor een verordening

Overweging 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(4)   Overeenkomstig de WTO-regels moet een dergelijke verdeling van tariefcontingenten die deel uitmaken van de lijst van de Unie van concessies en verbintenissen geschieden overeenkomstig artikel XXVIII van de Algemene Overeenkomst betreffende tarieven en handel 1994 ("GATT 1994"). De Unie zal derhalve, nadat de preliminaire contacten zijn afgerond, in onderhandeling treden met WTO-leden die voornaamste leverancier zijn of een aanmerkelijk belang als leverancier of een oorspronkelijk onderhandelingsrecht hebben met betrekking tot elk van deze tariefcontingenten.

(4)   Overeenkomstig de WTO-regels moet een dergelijke verdeling van tariefcontingenten die deel uitmaken van de lijst van de Unie van concessies en verbintenissen geschieden overeenkomstig artikel XXVIII van de Algemene Overeenkomst betreffende tarieven en handel 1994 ("GATT 1994"). De Unie zal derhalve, nadat de preliminaire contacten zijn afgerond, in onderhandeling treden met WTO-leden die voornaamste leverancier zijn of een aanmerkelijk belang als leverancier of een oorspronkelijk onderhandelingsrecht hebben met betrekking tot elk van deze tariefcontingenten. De reikwijdte van de onderhandelingen moet beperkt blijven en mag geenszins worden uitgebreid tot nieuwe onderhandelingen over de algemene voorwaarden voor de toegang, noch over de mate van toegang voor producten tot de markt van de Unie.

Amendement    4

Voorstel voor een verordening

Overweging 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(5)  Gezien de termijnen die door de onderhandelingen over de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Unie aan dit proces worden gesteld, is het echter mogelijk dat niet met alle WTO-leden overeenkomsten in verband met alle tariefcontingenten zullen zijn gesloten op de datum waarop de WTO-lijst van de Unie van concessies en verbintenissen inzake de handel in goederen niet meer op het Verenigd Koninkrijk van toepassing is. Gezien de noodzaak om rechtszekerheid en het ononderbroken vlotte verloop van de invoer in het kader van de tariefcontingenten naar de Unie en het Verenigd Koninkrijk te waarborgen, moet de Unie in staat zijn de verdeling van de tariefcontingenten unilateraal aan te vatten. De gebruikte methode moet in overeenstemming zijn met de vereisten van artikel XXVIII van de GATT 1994.

(5)  Gezien de termijnen die door de onderhandelingen over de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Unie aan dit proces worden gesteld en het tot dusver onduidelijke resultaat van de onderhandelingen, is het echter mogelijk dat niet met alle betrokken WTO-leden overeenkomsten in verband met alle tariefcontingenten zullen zijn gesloten op de datum waarop de WTO-lijst van de Unie van concessies en verbintenissen inzake de handel in goederen niet meer op het Verenigd Koninkrijk van toepassing is. Gezien de noodzaak om rechtszekerheid, met name wat de bescherming van de consumenten en het welzijn van landbouwers betreft, en het ononderbroken vlotte verloop van de invoer in het kader van de tariefcontingenten naar de Unie en het Verenigd Koninkrijk te waarborgen, moet de Unie in staat zijn de verdeling van de tariefcontingenten unilateraal aan te vatten. De gebruikte methode moet in overeenstemming zijn met de vereisten van artikel XXVIII van de GATT 1994. Met name voor het onderdeel betreffende het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) zal de maatregel in kwestie, als over de vastgestelde verdeling een geschil ontstaat, worden onderworpen aan een onderzoek door het Orgaan voor geschillenbeslechting (DSB) van de WTO, om te garanderen dat de ondertekenende staten de nieuwe multilaterale regels naleven, zonder dat evenwel de toepassing wordt belemmerd van het tariefcontingent dat intussen unilateraal door de Unie is vastgesteld.

Amendement    5

Voorstel voor een verordening

Overweging 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(6)  Daarom moet de volgende methode worden gebruikt: als eerste stap moet het gebruiksaandeel van het Verenigd Koninkrijk voor elk afzonderlijk tariefcontingent worden vastgesteld. Het gebruiksaandeel, dat als percentage wordt uitgedrukt, is het aandeel van het Verenigd Koninkrijk in de totale invoer van de Unie in het kader van het tariefcontingent over een recente representatieve periode van drie jaar. Dit gebruiksaandeel moet vervolgens worden toegepast op het volledige in de lijst opgenomen tariefcontingentvolume om tot het aandeel van het Verenigd Koninkrijk in een bepaald tariefcontingent te komen. Het aandeel van de Unie is wat overblijft van het tariefcontingent in kwestie. Dit wil zeggen dat het totale volume van een bepaald tariefcontingent niet wordt gewijzigd (i.e. volume EU-27 = huidig volume EU-28 – volume Verenigd Koninkrijk). De achterliggende gegevens moeten uit de relevante databanken van de Commissie worden gehaald.

(6)  Daarom moet de volgende methode worden gebruikt: als eerste stap moet het gebruiksaandeel van het Verenigd Koninkrijk voor elk afzonderlijk tariefcontingent worden vastgesteld. Het gebruiksaandeel, dat als percentage wordt uitgedrukt, is het aandeel van het Verenigd Koninkrijk in de totale invoer van de Unie in het kader van het tariefcontingent over een recente representatieve periode van drie jaar. Dit gebruiksaandeel moet vervolgens worden toegepast op het volledige in de lijst opgenomen tariefcontingentvolume, waarbij elke onvolledige benutting in aanmerking wordt genomen, om tot het aandeel van het Verenigd Koninkrijk in een bepaald tariefcontingent te komen. Het aandeel van de Unie is wat overblijft van het tariefcontingent in kwestie. Dit wil zeggen dat het totale volume van een bepaald tariefcontingent niet wordt gewijzigd (i.e. volume EU-27 = huidig volume EU-28 – volume Verenigd Koninkrijk). De achterliggende gegevens moeten uit de relevante databanken van de Commissie worden gehaald.

Amendement    6

Voorstel voor een verordening

Overweging 6 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(6 bis)  De methode voor het gebruiksaandeel van elk afzonderlijk tariefcontingent is door de Unie en het Verenigd Koninkrijk vastgesteld en overeengekomen met inachtneming van de voorschriften van artikel XXVIII van de GATT 1994, en daarom moet de vastgestelde en overeengekomen methode volledig worden gehandhaafd om een consistente toepassing daarvan te garanderen.

Amendement    7

Voorstel voor een verordening

Overweging 8

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(8)  Voor de betrokken landbouwtariefcontingenten bieden de artikelen 184 tot en met 188 van Verordening (EU) nr. 1308/20131 de nodige rechtsgrondslag voor het beheer van de tariefcontingenten zodra die bij de onderhavige verordening zijn verdeeld. Voor de tariefcontingenten voor visserij-, industrie- en bepaalde verwerkte landbouwproducten wordt het beheer verricht overeenkomstig Verordening (EG) nr. 32/20002. De betrokken tariefcontingenthoeveelheden zijn vastgesteld in bijlage I bij die verordening, die derhalve moet worden vervangen door de in deel B van de bijlage bij de onderhavige verordening vastgestelde hoeveelheden.

(8)  Voor de betrokken landbouwtariefcontingenten bieden de artikelen 184 tot en met 188 van Verordening (EU) nr. 1308/20131 de nodige rechtsgrondslag voor het beheer van de tariefcontingenten zodra die bij de onderhavige verordening zijn verdeeld.  Bij dat beheer moet bijgevolg het Europese landbouwmodel geëerbiedigd worden, dat gebaseerd is op de multifunctionaliteit van landbouwactiviteiten, waarbij tevens aangedrongen wordt op de uitdrukkelijke erkenning van niet-commerciële overwegingen en benadrukt wordt dat rekening moet worden gehouden met de behoeften van de burgers op het gebied van voedselveiligheid, milieubescherming, voedselkwaliteit en dierenwelzijn. Voor de tariefcontingenten voor visserij-, industrie- en bepaalde verwerkte landbouwproducten wordt het beheer verricht overeenkomstig Verordening (EG) nr. 32/20002. De betrokken tariefcontingenthoeveelheden zijn vastgesteld in bijlage I bij die verordening, die derhalve moeten worden vervangen door de in deel B van de bijlage bij de onderhavige verordening vastgestelde hoeveelheden.

_________________

_________________

1 Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 671).

1 Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 671).

2 Verordening (EG) nr. 32/2000 van de Raad van 17 december 1999 betreffende de opening en het beheer van de in de GATT geconsolideerde communautaire tariefcontingenten en van enkele andere communautaire tariefcontingenten alsmede tot vaststelling van de voorwaarden voor de wijziging of aanpassing van die contingenten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1808/95 van de Raad (PB L 5 van 8.1.2000, blz. 1).

2 Verordening (EG) nr. 32/2000 van de Raad van 17 december 1999 betreffende de opening en het beheer van de in de GATT geconsolideerde communautaire tariefcontingenten en van enkele andere communautaire tariefcontingenten alsmede tot vaststelling van de voorwaarden voor de wijziging of aanpassing van die contingenten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1808/95 van de Raad (PB L 5 van 8.1.2000, blz. 1).

Motivering

Bedoeling van dit amendement is te herinneren aan de basisbeginselen van de Overeenkomst inzake landbouw in het kader van GATT, om ervoor te zorgen dat deze ook worden toegepast bij het ontwerp en de toepassing van de onderhavige verdeling van tariefcontingenten.

Amendement    8

Voorstel voor een verordening

Overweging 9

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(9)  Rekening houdend met het feit dat de onderhandelingen met de betrokken WTO-leden gelijktijdig met de gewone wetgevingsprocedure voor de vaststelling van deze verordening zullen plaatsvinden, moet de bevoegdheid om handelingen vast te stellen overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie aan de Commissie worden overgedragen om de bijlage bij deze verordening en bijlage I bij Verordening (EG) nr. 32/2000 te wijzigen wat betreft de hoeveelheden van de verdeelde tariefcontingenten die daarin zijn opgenomen, teneinde rekening te houden met overeenkomsten die worden gesloten of relevante informatie die zij ontvangt in de context van deze onderhandelingen waaruit zou blijken dat specifieke factoren die voorheen niet bekend waren tot een aanpassing van de verdeling van de tariefcontingenten tussen de Unie en het Verenigd Koninkrijk noodzaken. Er moet in dezelfde mogelijkheid worden voorzien voor gevallen waarin zulke informatie buiten het kader van dergelijke onderhandelingen beschikbaar wordt.

(9)  Rekening houdend met het feit dat de onderhandelingen met de betrokken WTO-leden gelijktijdig met de gewone wetgevingsprocedure voor de vaststelling van deze verordening zullen plaatsvinden, moet de bevoegdheid om handelingen vast te stellen overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie aan de Commissie worden overgedragen om de bijlage bij deze verordening en bijlage I bij Verordening (EG) nr. 32/2000 te wijzigen wat betreft de hoeveelheden van de verdeelde tariefcontingenten die daarin zijn opgenomen. Het enige doel hiervan is rekening te kunnen houden met internationale overeenkomsten die worden gesloten of relevante informatie die de Commissie ontvangt, al dan niet in de context van deze onderhandelingen, waaruit zou blijken dat specifieke factoren die voorheen niet bekend waren tot een aanpassing van de verdeling van de tariefcontingenten tussen de Unie en het Verenigd Koninkrijk noodzaken.

Amendement    9

Voorstel voor een verordening

Overweging 9 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(9 bis)   Als in de loop van de onderhandelingen relevante informatie is ontvangen op basis waarvan een aanpassing van de tariefcontingenten nodig is, afgezien van de sluiting van een internationale overeenkomst, moet de Commissie de procedures eerbiedigen als bedoeld in artikel 207, lid 4, en artikel 218, lid 6, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

Amendement    10

Voorstel voor een verordening

Overweging 10 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(10 bis)  De terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Unie zal gevolgen hebben voor de betrekkingen van het Verenigd Koninkrijk en de Unie met derde landen die momenteel partij zijn bij een bilaterale vrijhandelsovereenkomst met de Europese Unie met 28 leden. De Commissie moet ook deze kwestie behandelen, om rechtszekerheid voor marktdeelnemers te garanderen en te grote tariefcontingenten te voorkomen die de markt van de EU-27 kunnen ontwrichten,

Amendement    11

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De Commissie is bevoegd gedelegeerde handelingen vast te stellen overeenkomstig artikel 4 om de bijlage bij deze verordening en bijlage I bij Verordening (EG) nr. 32/2000 te wijzigen teneinde rekening te houden met het volgende:

De Commissie is bevoegd gedelegeerde handelingen vast te stellen overeenkomstig artikel 4 om de bijlage bij deze verordening en bijlage I bij Verordening (EG) nr. 32/2000 te wijzigen — waarbij zij erop moet toezien het bestaande niveau van markttoegang niet te verhogen — teneinde rekening te houden met het volgende:

Amendement    12

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(2)  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen als bedoeld in bijlage 3 wordt aan de Commissie toegekend voor een periode van [vier] jaar met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze verordening.

(2)  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen als bedoeld in artikel 3 wordt aan de Commissie toegekend voor een periode van [twee] jaar met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze verordening.

Amendement    13

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(4)  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016.

(4)  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Om te zorgen voor gelijke toegang tot alle informatie ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten.

Amendement    14

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(6)  Een overeenkomstig artikel 3 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van [twee maanden] na de kennisgeving van die handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad vóór het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met [een maand] verlengd.

(6)  Een overeenkomstig artikel 3 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van [twee maanden] na de kennisgeving van die handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad vóór het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met [een maand/of de gevraagde periode, maar niet meer dan 40 werkdagen] verlengd.

PROCEDURE VAN DE ADVISERENDE COMMISSIE

Titel

Verdeling van de in de WTO-lijst van de Unie opgenomen tariefcontingenten na de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Unie en wijziging van Verordening (EG) nr. 32/2000 van de Raad

Document- en procedurenummers

COM(2018) 312 final – C8-0202/2018 – 2018/0158(COD)

Bevoegde commissie

       Datum bekendmaking

INTA

31.5.2018

 

 

 

Advies uitgebracht door

       Datum bekendmaking

AGRI

31.5.2018

Rapporteur voor advies

       Datum benoeming

Matt Carthy

4.7.2018

Datum goedkeuring

22.10.2018

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

36

5

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

John Stuart Agnew, Clara Eugenia Aguilera García, Eric Andrieu, Daniel Buda, Nicola Caputo, Matt Carthy, Paolo De Castro, Albert Deß, Jørn Dohrmann, Herbert Dorfmann, Norbert Erdős, Luke Ming Flanagan, Karine Gloanec Maurin, Martin Häusling, Anja Hazekamp, Esther Herranz García, Peter Jahr, Jarosław Kalinowski, Zbigniew Kuźmiuk, Norbert Lins, Philippe Loiseau, Mairead McGuinness, Nuno Melo, Giulia Moi, James Nicholson, Maria Noichl, Marijana Petir, Bronis Ropė, Maria Lidia Senra Rodríguez, Ricardo Serrão Santos, Czesław Adam Siekierski, Marc Tarabella, Maria Gabriela Zoană, Marco Zullo

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Franc Bogovič, Elsi Katainen, Anthea McIntyre, Momchil Nekov, Sofia Ribeiro, Molly Scott Cato

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

John Flack

HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE ADVISERENDE COMMISSIE

36

+

ALDE

Elsi Katainen

ECR

Zbigniew Kuźmiuk

EFDD

Giulia Moi, Marco Zullo

ENF

Philippe Loiseau

GUE/NGL

Matt Carthy, Luke Ming Flanagan, Anja Hazekamp, Maria Lidia Senra Rodríguez

PPE

Franc Bogovič, Daniel Buda, Albert Deß, Herbert Dorfmann, Norbert Erdős, Esther Herranz García, Peter Jahr, Jarosław Kalinowski, Norbert Lins, Mairead McGuinness, Nuno Melo, Marijana Petir, Sofia Ribeiro, Czesław Adam Siekierski

S&D

Clara Eugenia Aguilera García, Eric Andrieu, Nicola Caputo, Paolo De Castro, Karine Gloanec Maurin, Karin Kadenbach, Momchil Nekov, Maria Noichl, Ricardo Serrão Santos, Marc Tarabella

VERTS/ALE

Martin Häusling, Bronis Ropė, Molly Scott Cato

5

-

ECR

Jørn Dohrmann, John Flack, Anthea McIntyre, James Nicholson

EFDD

John Stuart Agnew

0

0

-

-

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding


PROCEDURE VAN DE BEVOEGDE COMMISSIE

Titel

Verdeling van de in de WTO-lijst van de Unie opgenomen tariefcontingenten na de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Unie en wijziging van Verordening (EG) nr. 32/2000 van de Raad

Document- en procedurenummers

COM(2018)0312 – C8-0202/2018 – 2018/0158(COD)

Datum indiening bij EP

22.5.2018

 

 

 

Bevoegde commissie

       Datum bekendmaking

INTA

31.5.2018

 

 

 

Medeadviserende commissies

       Datum bekendmaking

ITRE

31.5.2018

AGRI

31.5.2018

PECH

31.5.2018

 

Geen advies

       Datum besluit

ITRE

19.6.2018

PECH

20.6.2018

 

 

Rapporteurs

       Datum benoeming

Godelieve Quisthoudt-Rowohl

20.6.2018

 

 

 

Behandeling in de commissie

10.7.2018

27.9.2018

 

 

Datum goedkeuring

5.11.2018

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

32

0

5

Bij de eindstemming aanwezige leden

Maria Arena, Tiziana Beghin, David Borrelli, Salvatore Cicu, Christofer Fjellner, Eleonora Forenza, Karoline Graswander-Hainz, Christophe Hansen, Heidi Hautala, Nadja Hirsch, Yannick Jadot, France Jamet, Jude Kirton-Darling, Patricia Lalonde, Bernd Lange, David Martin, Emmanuel Maurel, Anne-Marie Mineur, Sorin Moisă, Alessia Maria Mosca, Franck Proust, Godelieve Quisthoudt-Rowohl, Inmaculada Rodríguez-Piñero Fernández, Tokia Saïfi, Helmut Scholz, Joachim Schuster, Adam Szejnfeld, Iuliu Winkler

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Syed Kamall, Sajjad Karim, Sander Loones, José Ignacio Salafranca Sánchez-Neyra, Ramon Tremosa i Balcells, Jarosław Wałęsa

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Georges Bach, John Flack, Norbert Lins

Datum indiening

8.11.2018


HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE BEVOEGDE COMMISSIE

32

+

ALDE

Nadja Hirsch, Patricia Lalonde, Ramon Tremosa i Balcells

EFDD

Tiziana Beghin

GUE/NGL

Eleonora Forenza, Anne-Marie Mineur, Helmut Scholz

NI

David Borrelli, Emmanuel Maurel

PPE

Georges Bach, Salvatore Cicu, Christofer Fjellner, Christophe Hansen, Norbert Lins, Sorin Moisă, Franck Proust, Godelieve Quisthoudt-Rowohl, Tokia Saïfi, José Ignacio Salafranca Sánchez-Neyra, Adam Szejnfeld, Jarosław Wałęsa, Iuliu Winkler

S&D

Maria Arena, Karoline Graswander-Hainz, Jude Kirton-Darling, Bernd Lange, David Martin, Alessia Maria Mosca, Inmaculada Rodríguez-Piñero Fernández, Joachim Schuster

VERTS/ALE

Heidi Hautala, Yannick Jadot

0

-

 

 

5

0

ECR

John Flack, Syed Kamall, Sajjad Karim, Sander Loones

ENF

France Jamet

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding

Laatst bijgewerkt op: 23 november 2018Juridische mededeling