Procedure : 2018/0179(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0363/2018

Ingediende teksten :

A8-0363/2018

Debatten :

PV 18/04/2019 - 5
CRE 18/04/2019 - 5

Stemmingen :

PV 18/04/2019 - 10.15
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2019)0435

VERSLAG     ***I
PDF 851kWORD 129k
9.11.2018
PE 626.716v02-00 A8-0363/2018

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende informatieverschaffing in verband met duurzame beleggingen en duurzaamheidsrisico's en tot wijziging van Richtlijn (EU) 2016/2341

(COM(2018)0354 – C8-0208/2018 – 2018/0179(COD))

Commissie economische en monetaire zaken

Rapporteur: Paul Tang

AMENDEMENTEN
ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 ADVIES van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid
 PROCEDURE VAN DE BEVOEGDE COMMISSIE
 HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende informatieverschaffing in verband met duurzame beleggingen en duurzaamheidsrisico's en tot wijziging van Richtlijn (EU) 2016/2341

(COM(2018)0354 – C8-0208/2018 – 2018/0179(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Parlement en de Raad (COM(2018)0354),

–  gezien artikel 294, lid 2, en artikel 114 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C8-0208/2018),

–  gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van [datum van het advies](1),

–  gezien artikel 59 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie economische en monetaire zaken en het advies van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid (A8-0363/2018),

1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.  verzoekt de Commissie om hernieuwde voorlegging aan het Parlement indien zij haar voorstel vervangt, ingrijpend wijzigt of voornemens is het ingrijpend te wijzigen;

3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

Amendement    1

AMENDEMENTEN VAN HET EUROPEES PARLEMENT(2)*

op het voorstel van de Commissie

---------------------------------------------------------

Voorstel voor een

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

betreffende informatieverschaffing in verband met ▌duurzaamheidsrisico's en duurzaamheidsprestaties van beleggingen, en tot wijziging van Richtlijn (EU) 2016/2341

(Voor de EER relevante tekst)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 114,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van de Europese Centrale Bank(3),

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité(4),

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure,

Overwegende hetgeen volgt:

1)  De overgang naar een meer duurzame, koolstofarme, hulpbronnenefficiënte en circulaire economie is van cruciaal belang voor het concurrentievermogen op de lange termijn van de economie van de Unie. De klimaatovereenkomst van Parijs (COP21), die op 5 oktober 2016 door de Unie is geratificeerd(5) en op 4 november 2016 in werking is getreden, heeft tot doel de reactie op de klimaatverandering te versterken, onder meer door de financieringsstromen in overeenstemming te brengen met een traject naar lage broeikasgasemissies en een klimaatbestendige ontwikkeling.

1 bis)  De inachtneming van milieu-, sociale en governancefactoren bij het nemen van beleggingsbeslissingen kan leiden tot voordelen die verder gaan dan de financiële markten. Het is dan ook van cruciaal belang dat financiëlemarktdeelnemers de noodzakelijke informatie verstrekken om het vergelijken van beleggingen en weloverwogen beleggingsbeslissingen mogelijk te maken. Om aan de zorgvuldigheidsverplichtingen met betrekking tot de duurzaamheidseffecten en -risico's te voldoen en eindbeleggers zinvolle informatie te verschaffen, hebben de financiëlemarktdeelnemers verder behoefte aan betrouwbare, vergelijkbare en geharmoniseerde informatieverstrekking door ondernemingen waarin wordt belegd. Dit proces kan slechts slagen wanneer wordt voorzien in wettelijk overeengekomen definities.

2)  Een gemeenschappelijke doelstelling van Richtlijn 2009/65/EG van het Europees Parlement en de Raad(6), Richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad(7), Richtlijn 2011/61/EU van het Europees Parlement en de Raad(8), Richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad(9), Richtlijn (EU) 2016/97 van het Europees Parlement en de Raad(10), Richtlijn (EU) 2016/2341 van het Europees Parlement en de Raad(11), Verordening (EU) nr. 345/2013 van het Europees Parlement en de Raad(12) en Verordening (EU) nr. 346/2013 van het Europees Parlement en de Raad(13) is de vergemakkelijking van de toegang tot en de uitoefening van de werkzaamheden van instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe's), beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen (abi-beheerders), verzekeringsondernemingen, beleggingsondernemingen, verzekeringstussenpersonen, instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening (IBPV's), beheerders van in aanmerking komende durfkapitaalfondsen (EuVECA-beheerders) en beheerders van in aanmerking komende sociaalondernemerschapsfondsen (EuSEF-beheerders). Deze richtlijnen en verordeningen zorgen voor een uniformere bescherming van eindbeleggers en maken het voor hen gemakkelijker te profiteren van een breed scala aan financiële producten en diensten, en voorzien terzelfder tijd in regels die beleggers in staat stellen weloverwogen beleggingsbeslissingen te nemen. Hoewel deze doelstellingen grotendeels zijn verwezenlijkt, is informatieverschaffing aan eindbeleggers en beleggers over de integratie van duurzaamheidsrisico's, duurzaamheidsprestaties en duurzame beleggingsdoelstellingen in de beleggingsbeslissingen door icbe-beheermaatschappijen, abi-beheerders, verzekeringsondernemingen, beleggingsondernemingen die vermogensbeheer verrichten, IBPV's, pensioenaanbieders, kredietinstellingen, EuVECA-beheerders en EuSEF-beheerders (financiëlemarktdeelnemers) en informatieverschaffing aan eindbeleggers en beleggers over de integratie van duurzaamheidsrisico's en duurzaamheidsprestaties in adviesprocessen door verzekeringstussenpersonen die verzekeringsadvies aanbieden met betrekking tot verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten (IBIP's) en beleggingsondernemingen die beleggingsadvies aanbieden (financiële adviseurs) onvoldoende ontwikkeld omdat dergelijke informatieverschaffing en de inachtneming van duurzaamheidsrisico's bij het nemen van beleggingsbeslissingen nog niet aan geharmoniseerde indicatoren en vereisten voor duurzaamheidsprestaties onderworpen zijn. Teneinde aan hun zorgvuldigheidsverplichtingen te voldoen door wezenlijke duurzaamheidsrisico's in aanmerking te nemen en indicatoren voor duurzaamheidsprestaties op te nemen, hebben de financiëlemarktdeelnemers zelf behoefte aan betrouwbare, vergelijkbare en geharmoniseerde informatieverstrekking door ondernemingen waarin wordt belegd en aan geharmoniseerde boekhoudnormen met betrekking tot duurzaamheidsindicatoren.

2 bis)  De verordening heeft betrekking op informatieverschaffingsregels voor financiëlemarktdeelnemers met betrekking tot financiële producten of diensten en beleggingsadvies. Teneinde een gelijk speelveld voor financiëlemarktdeelnemers te waarborgen en de vergelijkbaarheid van financiële producten mogelijk te maken, is het van belang om een geharmoniseerd kader in te stellen voor de informatieverschaffing over duurzaamheidsrisico's en -prestaties in de zorgvuldigheidsprocessen en de procedures voor beleggings- en risicobeheer van financiëlemarktdeelnemers. De informatieverschaffingsverplichting moet evenredig zijn met de omvang en de systeemrelevantie van de entiteit, en de bescherming garanderen van niet‑openbaar gemaakte knowhow en bedrijfsinformatie (handelsgeheimen).

2 ter)  De EBA moet de haalbaarheid en geschiktheid onderzoeken van de invoering van technische criteria voor de procedure voor toetsing en evaluatie door de toezichthouder van risico's die verband houden met blootstellingen aan activiteiten die in grote mate gerelateerd zijn aan milieu-, sociale en governancedoelstellingen (MSG), teneinde onder meer de mogelijke bronnen en gevolgen van dergelijke risico's voor instellingen te beoordelen, rekening houdend met de huidige duurzaamheidsverslaglegging door instellingen.

3)  Door het ontbreken van geharmoniseerde Unieregels voor informatieverschaffing door beleggers en ondernemingen waarin wordt belegd aan beleggers en eindbeleggers over duurzaamheid zullen op nationaal niveau waarschijnlijk nog steeds afwijkende maatregelen worden genomen en kunnen verschillende benaderingen in de verschillende financiëledienstensectoren blijven bestaan. Dergelijke divergerende maatregelen en benaderingen zouden blijven leiden tot significante concurrentieverstoringen als gevolg van significante verschillen in de standaarden voor informatieverschaffing. Bovendien leidt een parallelle ontwikkeling van marktgebaseerde praktijken, gebaseerd op commercieel gestuurde prioriteiten die divergerende resultaten opleveren, momenteel tot verdere marktfragmentatie en zou deze de werking van de interne markt in de toekomst nog verder kunnen verslechteren. Divergerende standaarden voor informatieverschaffing en marktgebaseerde praktijken en een gebrek aan een geharmoniseerde reeks indicatoren voor duurzaamheidsprestaties maken het zeer moeilijk om verschillende financiële producten en diensten met elkaar te vergelijken en creëren een ongelijk speelveld tussen deze producten en diensten en tussen distributiekanalen, en werpen extra belemmeringen op voor de interne markt. Dergelijke divergenties kunnen ook verwarrend zijn voor eindbeleggers en hun beleggingsbeslissingen verstoren. Bij het waarborgen van de naleving van het klimaatakkoord van Parijs bestaat het risico dat de lidstaten divergente nationale maatregelen zullen nemen die belemmeringen voor de goede werking van de interne markt zouden kunnen opwerpen en schadelijk zouden kunnen zijn voor financiëlemarktdeelnemers en financiële adviseurs. Bovendien maakt het gebrek aan geharmoniseerde regels en indicatoren voor duurzaamheidsprestaties in verband met transparantie het voor eindbeleggers moeilijk om verschillende financiële producten en diensten in verschillende lidstaten effectief te vergelijken op het punt van hun milieu-, sociale en governancerisico's, duurzaamheidsprestaties en doelstellingen voor duurzame beleggingen van financiële producten en onderliggende ondernemingen. Bijgevolg moet worden gekeken naar de werking van de interne markt en moeten financiële producten met elkaar kunnen worden vergeleken om mogelijke toekomstige belemmeringen te voorkomen.

4)  Om ervoor te zorgen dat deze verordening coherent wordt toegepast en dat de in deze verordening neergelegde informatieverschaffingsverplichtingen door de financiëlemarktdeelnemers duidelijk en consistent worden toegepast, is het noodzakelijk een duidelijke en geharmoniseerde definitie van "duurzame beleggingen" en "duurzaamheidsrisico's" vast te stellen, waarmee overlappingen worden voorkomen in regelgeving die niet in overeenstemming is met de beginselen van betere regelgeving en evenredigheid. De definitie van duurzame investeringen garandeert een minimumniveau van consistentie tussen financiële producten en diensten en garandeert tevens dat zulke investeringen een positieve netto-impact hebben op het vlak van duurzaamheidsprestaties. Vanwege de vele facetten van duurzaamheid – in de zin van de drie dimensies milieu, sociale aspecten en governance – gaan positieve effecten bij de ene dimensie niet altijd gepaard met positieve effecten bij een andere dimensie, maar de nettoduurzaamheidsprestaties die worden gemeten met behulp van geharmoniseerde duurzaamheidsindicatoren moeten altijd overwegend positief zijn. De definitie van duurzaamheidsrisico's moet zorgen voor een minimumniveau van consistentie bij regelgevingsresultaten, maar is ook bedoeld als evoluerend en dynamisch instrument om opkomende risico's te kunnen integreren en mogelijke en feitelijke ongunstige effecten in kaart te brengen. De definitie omvat de financiële en niet-financiële impact van het negeren van milieu-, sociale en governancerisico's. De definitie moet toekomstgericht zijn en risico's omvatten die zich hebben voorgedaan of zich naar verwachting op de korte, middellange en lange termijn zullen voordoen. Financiëlemarktdeelnemers moeten de signalering, de voorkoming en beperking van duurzaamheidsrisico's integreren en de ongunstige effecten daarvan in kaart brengen in hun zorgvuldigheidsprocessen, waarbij ze de in bijlage I bis opgesomde duurzaamheidsrisico's in aanmerking moeten nemen. Duurzaamheidsprestaties moeten worden gemeten aan de hand van geharmoniseerde duurzaamheidsindicatoren die dringend moeten worden vastgesteld door de Europese Commissie en door te putten uit de ervaring van bestaande Europese en internationale ondernemingen. Mede dankzij een reeks geharmoniseerde indicatoren zullen financiëlemarktdeelnemers gemotiveerd zijn om via grotere transparantie geleidelijke en evenredige stappen naar een duurzame overgang te ondernemen, en tegelijkertijd coherentie tussen andere voorstellen voor duurzame financiën te waarborgen, waaronder [PB: Verwijzing invoegen naar de verordening tot vaststelling van een kader ter bevordering van duurzame beleggingen] en [PB: Verwijzing invoegen naar de verordening inzake koolstofarme benchmarks en benchmarks met een positieve koolstofbalans].

5)  Het beloningsbeleid van financiëlemarktdeelnemers en financiële adviseurs moet consistent zijn met de integratie van duurzaamheidsrisico's en, indien relevant, doelstellingen inzake duurzame beleggingen, en moet zodanig zijn vormgegeven dat het bijdraagt tot duurzame groei op lange termijn. Precontractuele informatieverschaffing dient derhalve informatie te omvatten over de wijze waarop het beloningsbeleid van deze entiteiten consistent is met de integratie van duurzaamheidsrisico's en met Richtlijn (EU) 2017/828, de milieu-, sociale en governancecriteria voor de interne operationele prestaties van de financiëlemarktdeelnemers naleeft, maar tegelijkertijd de relevante doelstellingen voor groei op de lange termijn verwezenlijkt, en, indien relevant, overeenkomt met de doelstellingen inzake duurzaam beleggen met betrekking tot de financiële producten en diensten die de financiëlemarktdeelnemers beschikbaar stellen of waarover financiële adviseurs adviseren.

6)  Aangezien duurzaamheidsbenchmarks de standaardreferentiepunten zijn aan de hand waarvan duurzame beleggingen worden beoordeeld, moeten eindbeleggers door middel van precontractuele informatieverschaffing worden geïnformeerd over de geschiktheid van de aangewezen index, namelijk de afstemming van die index op de doelstelling inzake duurzame beleggingen. Financiëlemarktdeelnemers moeten ook informatie verstrekken over de redenen voor het verschil in weging en bestanddelen van de aangewezen index ten opzichte van een brede marktindex, waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen een product dat een index repliceert en een product dat een index gebruikt om de prestaties te meten of te vergelijken. Om de transparantie verder te bevorderen, moeten financiëlemarktdeelnemers ook aangeven waar de methode voor de berekening van de aangewezen index en de brede marktindex te vinden is, zodat eindbeleggers over de nodige informatie beschikken over de wijze waarop de onderliggende activa van de indexen zijn geselecteerd en gewogen, welke activa zijn uitgesloten en om welke reden, hoe de duurzaamheidsgerelateerde effecten van de onderliggende activa zijn gemeten, of welke gegevensbronnen zijn gebruikt. Indien een financieel product uitdrukkelijk gericht is op afstemming met het Akkoord van Parijs over klimaatverandering of streeft naar een vermindering van koolstofemissies, moeten aanbieders van benchmarks ook informatie verschaffen over de wetenschappelijk onderbouwde mate van afstemming met het Akkoord van Parijs. Deze informatieverschaffing moet gebaseerd zijn op een geharmoniseerde reeks prestatie-indicatoren die een doeltreffende vergelijking mogelijk maken en bijdragen tot een correct beeld van duurzaamheidsrisico's, duurzaamheidsprestaties en duurzaam beleggen. Indien geen index als referentiebenchmark is aangewezen, dienen financiëlemarktdeelnemers aan te geven hoe de doelstelling op het gebied van duurzaam beleggen wordt gerealiseerd of hoe duurzaamheidsrisico's en indicatoren voor duurzaamheidsprestaties daarin zijn geïntegreerd.

7)  Indien een financieel product of een financiële dienst gericht is op vermindering van de koolstofemissies, moet in de precontractuele informatieverschaffing de nagestreefde blootstelling aan lage koolstofemissies worden opgenomen, met inbegrip van informatie over de afstemming daarvan op het Akkoord van Parijs en op de desbetreffende EU-doelstellingen.

8)  Om de transparantie te vergroten en de beleggers en eindbeleggers te informeren, moet de toegang tot informatie over de wijze waarop rekening wordt gehouden met duurzaamheidsprestaties en de wijze waarop duurzaamheidsrisico's die zich hebben voorgedaan of zich waarschijnlijk zullen voordoen, met inbegrip van organisatorische aspecten en aspecten op het vlak van risicobeheer en governance, door financiëlemarktdeelnemers zijn opgenomen in de beleggingsbeslissingsprocessen en door financiële adviseurs in de adviesprocessen en door de onderliggende ondernemingen waarin wordt belegd zijn opgenomen in hun strategie en werkzaamheden, worden geregeld door financiëlemarktdeelnemers te verplichten een korte samenvatting van dit beleid op hun website te publiceren.

9)  De huidige informatieverschaffingsvereisten in de Uniewetgeving bepalen niet dat alle informatie die nodig is om eindbeleggers naar behoren te informeren over het duurzaamheidsgerelateerde effect van hun beleggingen moet worden verschaft. Er dienen dan ook specifiekere, gestandaardiseerde informatieverschaffingsvereisten ten aanzien van duurzame beleggingen te worden vastgesteld zodat deze met elkaar kunnen worden vergeleken. Zo moeten de algemene duurzaamheidsgerelateerde prestaties van financiële producten regelmatig op gestandaardiseerde wijze worden gerapporteerd aan de hand van een geharmoniseerde reeks indicatoren die relevant zijn voor het meten en vergelijken van duurzaamheidsprestaties. Indien een passende index als referentiebenchmark is aangewezen, moet die informatie ook worden verstrekt voor de aangewezen index en voor een brede marktindex om vergelijking mogelijk te maken, waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen een product dat een index repliceert en een product dat een index gebruikt om de prestaties te meten of te vergelijken. Ook moet informatie worden verstrekt over de bestanddelen van de aangewezen index en van de brede marktindex, samen met de wegingen ervan, om nadere vergelijkbare informatie te verstrekken over de wijze waarop de doelstellingen op het gebied van duurzaam beleggen worden bereikt. Indien EuSEF-beheerders informatie beschikbaar stellen over het positieve sociale effect dat door een bepaald fonds wordt beoogd, het algemene sociale resultaat en de gerelateerde methoden die worden gebruikt in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 346/2013, mogen zij deze informatie, in voorkomend geval, gebruiken ten behoeve van de informatieverschaffing krachtens deze verordening.

10)  Richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en de Raad(14) legt transparantieverplichtingen op ten aanzien van sociale, milieu- en corporate governance-aspecten in niet-financiële rapportage. De bij deze richtlijnen voorgeschreven vorm en presentatie zijn echter niet geschikt om rechtstreeks door financiëlemarktdeelnemers en financiële adviseurs te worden gebruikt in hun betrekkingen met eindbeleggers. De financiëlemarktdeelnemers en financiële adviseurs moeten de mogelijkheid hebben om voor de toepassing van deze verordening in voorkomend geval gebruik te maken van informatie in managementrapporten en niet-financiële overzichten overeenkomstig Richtlijn 2013/34/EU. Om te garanderen dat er kwalitatief hoogwaardige, vergelijkbare gegevens aan beleggers worden verstrekt, moeten de transparantieverplichtingen van Richtlijn 2013/34/EU worden bijgewerkt om hierin wezenlijke duurzaamheidsrisico's en duurzaamheidsprestaties op basis van geharmoniseerde indicatoren op te nemen, en moet hierover worden gerapporteerd door middel van geïntegreerde periodieke overzichten waarin zowel financiële als niet-financiële informatie is opgenomen.

11)  Om de betrouwbaarheid van de op de websites van financiëlemarktdeelnemers en financiële adviseurs gepubliceerde informatie te garanderen, moet deze informatie actueel worden gehouden en moet elke herziening of wijziging duidelijk worden toegelicht.

12)  Om te specificeren hoe IBPV's beleggingsbeslissingen nemen en risico's inschatten teneinde rekening te houden met milieu-, sociale en governancerisico's, moet de bevoegdheid om handelingen vast te stellen overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie aan de Commissie worden gedelegeerd in Richtlijn (EU) 2016/2341. De regels inzake governance en risicobeheer zijn reeds van toepassing op de beleggingsbeslissingen en de risicobeoordelingen om de continuïteit en regelmatigheid bij de uitvoering van de IBPV-activiteiten te waarborgen. De beleggingsbeslissingen en de beoordeling van relevante risico's, met inbegrip van milieu-, sociale en governancerisico's, moeten op zodanige wijze worden genomen dat de belangen van deelnemers en begunstigden worden gehonoreerd. De activiteiten en onderliggende processen van IBPV's moeten verzekeren dat het doel van de gedelegeerde handelingen wordt bereikt. De gedelegeerde handelingen moeten zorgen voor samenhang, in voorkomend geval, met de gedelegeerde handelingen die zijn vastgesteld op grond van Richtlijn 2009/65/EG, Richtlijn 2009/138/EG en Richtlijn 2011/61/EU. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende openbare raadpleging overgaat, ▌en dat die raadplegingen plaatsvinden in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Om met name te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen, dienen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde moment te ontvangen als de deskundigen van de lidstaten, en dienen hun deskundigen stelselmatig toegang te hebben tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van gedelegeerde handelingen.

13)   De Europese Bankautoriteit ("EBA"), de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen (" EIOPA") en de Europese Autoriteit voor effecten en markten ("ESMA") (tezamen "ETA's" genoemd), opgericht bij respectievelijk Verordening (EU) nr. 1093/2010 van het Europees Parlement en de Raad(15), Verordening (EU) nr. 1094/2010 van het Europees Parlement en de Raad(16) en Verordening (EU) nr. 1095/2010 van het Europees Parlement en de Raad(17), moeten via het Gemengd Comité technische reguleringsnormen ontwikkelen waarin nadere regels worden vastgesteld voor de presentatie en inhoud van de informatie over de duurzaamheidsprestaties en -risico's die overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1093/2010, Verordening (EU) nr. 1094/2010 en Verordening (EU) nr. 1095/2010 in precontractuele documenten, ten minste jaarlijks gepubliceerde periodieke verslagen en op websites van financiëlemarktdeelnemers moet worden bekendgemaakt. De Commissie moet de bevoegdheid worden verleend deze technische reguleringsnormen vast te stellen.

14)  De Commissie dient de bevoegdheid te krijgen om technische uitvoeringsnormen vast te stellen die ontwikkeld zijn door de ETA's via het Gemengd Comité, door middel van uitvoeringshandelingen ingevolge artikel 291 VWEU en overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1093/2010, artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1094/2010 en artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1095/2010, om de standaardpresentatie van duurzame investeringen met betrekking tot publicitaire mededelingen vast te stellen.

15)  Aangezien in periodieke verslagen de bedrijfsresultaten in principe voor een volledig kalenderjaar worden samengevat, dient de toepassing van de bepalingen inzake transparantievereisten in periodieke verslagen te worden uitgesteld tot [PO: 1 januari van het jaar volgende op de datum waarvan sprake is in artikel 12, tweede alinea invoegen]

16)  De in deze verordening vervatte informatieverschaffingsregels moeten een aanvulling vormen op en van toepassing zijn naast de bepalingen van Richtlijn 2009/65/EG, Richtlijn 2009/138/EG, Richtlijn 2011/61/EU, Richtlijn (EU) 2016/2341 van het Europees Parlement en de Raad(18), Verordening (EU) nr. 345/2013 en Verordening (EU) nr. 346/2013.

16 bis)  De in deze verordening uiteengezette regels inzake informatieverschaffing vormen een aanvulling op de invoering van een volledig overkoepelend, bindend zorgvuldigheidskader voor alle financiëlemarktdeelnemers, met inbegrip van een zorgplichtcomponent, dat binnen een overgangsperiode geleidelijk moet worden ingevoerd, rekening houdend met het evenredigheidsbeginsel, met bijzondere inachtneming van de evenredigheid wat betreft de omvang en de systeemrelevantie van de entiteit, en garanderen de bescherming van niet‑openbaar gemaakte knowhow en bedrijfsinformatie (handelsgeheimen). Een zorgvuldigheidsonderzoek houdt in: het nauwgezet onderzoeken van milieu-, sociale en governancerisico's (MSG-risico's) aan de hand van MSG-indicatoren. Dankzij een zorgvuldigheidsonderzoek zijn beleggers niet alleen in staat om negatieve effecten van hun beleggingen op de samenleving en het milieu te voorkomen, maar ook om financiële en reputatierisico's te voorkomen, aan de verwachtingen van hun klanten en begunstigden te voldoen, en bij te dragen aan mondiale klimaat- en duurzameontwikkelingsdoelstellingen. Daarbij zullen financiëlemarktdeelnemers worden verplicht verder te gaan dan een louter financieel besef van hun plichten als belegger. Het kader borduurt daarnaast voort op het verzoek om een bindend zorgvuldigheidskader dat het Europees Parlement in zijn initiatiefverslag over duurzame financiering (2018/2007(INI)) uitte, op de richtsnoeren van de OESO, getiteld “Responsible business conduct for institutional investors: Key considerations for due diligence under the OECD Guidelines for Multinational Enterprises” (2017) en op de Franse wet van 27 maart 2017 inzake toezichtsverplichtingen van bedrijven, in het bijzonder de artikelen 1 en 2.

17)  Deze verordening eerbiedigt de grondrechten en neemt de beginselen in acht die met name in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie zijn erkend.

18)  Daar de doelstellingen van deze verordening, namelijk een betere bescherming van eindbeleggers, betere informatie voor beleggers, een betere informatieverschaffing en beleggingskeuze, alsook het helpen van financiëlemarktdeelnemers, beleggingsadviseurs en beursgenoteerde ondernemingen om milieu-, sociale en governancerisico's in hun beleggingsbeslissingen op te nemen, niet voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt, maar beter op Unieniveau kunnen worden verwezenlijkt omdat uniforme informatievereisten op Unieniveau moeten worden vastgesteld, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel en na een overgangsperiode om marktdeelnemers voldoende tijd te geven om zich aan te passen, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in datzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is om die doelstellingen te verwezenlijken,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1Onderwerp

Deze verordening stelt geharmoniseerde regels vast voor de transparantie die moet worden toegepast door financiëlemarktdeelnemers, verzekeringstussenpersonen die verzekeringsadvies aanbieden met betrekking tot IBIP's, beleggingsondernemingen die beleggingsadvies aanbieden en ondernemingen waarin wordt belegd met betrekking tot de integratie van duurzaamheidsrisico's en -prestaties in het besluitvormingsproces of het adviesproces op beleggingsgebied en de transparantie van financiële producten of diensten, ongeacht of die een gerichte duurzame impact hebben of niet.

Artikel 2Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

(a)  ‘financiëlemarktdeelnemer’: een van de volgende soorten deelnemers:

i)  een verzekeringsonderneming▐, een abi-beheerder, een beleggingsonderneming die vermogensbeheer aanbiedt, een IBPV of een aanbieder van een pensioenproduct;

ii)  een beheerder van een in aanmerking komend durfkapitaalfonds dat overeenkomstig artikel 14 van Verordening (EU) nr. 345/2013 is geregistreerd;

iii)  een beheerder van een in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds dat overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) nr. 346/2013 is geregistreerd;

iv)  een icbe-beheermaatschappij;

iv bis)  een kredietinstelling als omschreven in artikel 4, lid 1, punt 1, van Verordening (EU) nr. 575/2013, die processen voor beleggings- en kredietrisicobeheer aanbiedt, met uitzondering van kleine en niet-complexe instellingen in de zin van [PO: Verwijzing invoegen naar het desbetreffende artikel van Verordening (EU) nr. 575/2013];

(b)  ‘verzekeringsonderneming’: een verzekeringsonderneming waaraan overeenkomstig artikel 18 van Richtlijn 2009/138/EG vergunning is verleend;

(b bis)  ‘onderneming waarin wordt belegd’: een beursgenoteerde of niet-beursgenoteerde onderneming in de zin van artikel 1 van Richtlijn 2013/34/EU;

(b ter)  ‘duurzaamheidsprestaties’: de consistentie van het financiële product of de financiële dienst met MSG-risico's en -factoren die de impact van geharmoniseerde duurzaamheidsindicatoren weerspiegelen;

(c)  ‘IBIP’: een van de volgende soorten producten:

i)  een verzekeringsgebaseerd beleggingsproduct in de zin van artikel 4, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1286/2014 van het Europees Parlement en de Raad(19);

ii)  een aan een professionele belegger ter beschikking gesteld verzekeringsproduct, waarmee een waarde op vervaldag of een afkoopwaarde wordt aangeboden, waarbij die waarde op vervaldag of afkoopwaarde geheel of gedeeltelijk is blootgesteld, direct of indirect, aan marktfluctuaties;

(d)  ‘abi-beheerder’: een abi-beheerder in de zin van artikel 4, lid 1, onder b), van Richtlijn 2011/61/EU;

(e)  ‘beleggingsonderneming’: een beleggingsonderneming in de zin van artikel 4, lid 1, punt 1, van Richtlijn 2014/65/EU, met uitzondering van kleine en niet onderling verbonden beleggingsondernemingen in de zin van artikel 12 van Verordening [PO: Verwijzing invoegen naar de verordening betreffende de prudentiële voorschriften voor beleggingsondernemingen];

(f)  ‘vermogensbeheer’: vermogensbeheer in de zin van artikel 4, lid 1, punt 8, van Richtlijn 2014/65/EU;

(g)  ‘IBPV’: een instelling voor bedrijfspensioenvoorziening die overeenkomstig artikel 9 van Richtlijn (EU) 2016/2341 over een vergunning beschikt of in een register is ingeschreven;

(h)  ‘pensioenproduct’: een van de volgende soorten producten:

i)  een pensioenproduct waarvan sprake is in artikel 2, lid 2, onder e), van Verordening (EU) nr. 1286/2014;

ii)  een individueel pensioenproduct waarvan sprake is in artikel 2, lid 2, onder g), van Verordening (EU) nr. 1286/2014;

ii bis)  een “pan-Europees persoonlijk pensioenproduct (PEPP)” in de zin van artikel 2, lid 2, van [PO: Verwijzing invoegen naar de verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake een pan-Europees persoonlijk pensioenproduct (PEPP)];

(i)  ‘icbe-beheermaatschappij’: een beheermaatschappij in de zin van artikel 2, lid 1, onder b), van Richtlijn 2009/65/EG of een beleggingsmaatschappij in de zin van artikel 1, lid 2, van die richtlijn;

(j)  ‘financieel product of financiële dienst’: vermogensbeheer, een abi, een IBIP, een pensioenproduct, een pensioenregeling of een icbe;

(k)  ‘abi’: een abi in de zin van artikel 4, lid 1, onder a), van Richtlijn 2011/61/EU;

(l)  ‘pensioenregeling’: een pensioenregeling in de zin van artikel 6, lid 2, van Richtlijn (EU) 2016/2341;

(m)  ‘icbe’: een instelling voor collectieve belegging in effecten overeenkomstig artikel 5 van Richtlijn 2009/65/EG;

(n)  ‘beleggingsadvies’: beleggingsadvies in de zin van artikel 4, lid 1, punt 4, van Richtlijn 2014/65/EU;

(n bis)  ‘relevante bevoegde autoriteiten’: de autoriteiten die bevoegd zijn of aangewezen zijn om toezicht te houden op financiëlemarktdeelnemers als bedoeld onder (a) van dit artikel;

(o)  ‘duurzame beleggingen’: producten die verband houden met strategieën die gericht zijn op het bereiken van milieu-, sociale en governancegerelateerde prestaties, bestaand uit een van de volgende vormen of een combinatie van een van de volgende vormen van beleggingen:

i)  beleggingen in een economische activiteit die in grote mate bijdraagt tot het bereiken van een milieudoelstelling, met inbegrip van belangrijke indicatoren van hulpbronnenefficiëntie, zoals het gebruik van energie, het gebruik van hernieuwbare energie, het gebruik van grondstoffen, de productie van afval, emissies, CO2-emissies, het gebruik van water, landgebruik en de impact op de biodiversiteit, zoals uiteengezet in het monitoringkader voor de circulaire economie van de Europese Commissie. Deze doelstellingen mogen geen ernstige afbreuk doen aan de beleggingsdoelstellingen als bedoeld in de punten ii) en iii);

(ii)  beleggingen in een economische activiteit die aanzienlijk bijdraagt tot de verwezenlijking van een sociale doelstelling, met name een belegging die bijdraagt tot de aanpak van ongelijkheid, een belegging die de sociale samenhang, de sociale integratie en de arbeidsverhoudingen bevordert, of een belegging in menselijk kapitaal of in economisch of sociaal achtergestelde gemeenschappen, en die geen ernstige afbreuk doet aan de beleggingsdoelstellingen als bedoeld in de punten ii en iii;

iii)  beleggingen die praktijken op het gebied van goed bestuur bevorderen of ondersteunen in ondernemingen▐, met name ondernemingen met goede en transparante managementstructuren en zorgvuldigheidsprocedures, die goede betrekkingen onderhouden met hun werknemers, het betrokken personeel belonen via een transparant beloningsbeleid, de belastingwetgeving goed naleven en geen ernstige afbreuk doet aan de beleggingsdoelstellingen als bedoeld in de punten ii en iii;

(o bis)  ‘duurzame beleggingsbenadering’: beleggingsbenadering of -strategie waarmee producten en diensten ondersteund worden die gericht zijn op het bereiken van MSG-prestaties;

(p)  ‘retailbelegger’: een belegger die geen professionele belegger is;

(p bis)  ‘zorgvuldigheidsproces’: het doorlopende proces van nauwgezet onderzoek waarbij een belegger of aanbieder van beleggingsdiensten feitelijke en potentiële ongunstige MSG-factoren en duurzaamheidsrisico's signaleert, voorkomt of beperkt, daarover verantwoording aflegt en communiceert, voorafgaand aan een belegging en tot aan de verkoop of de afloop van de looptijd van de belegging;

(p ter)  ‘MSG-voorkeuren’: de voorkeuren van een klant of potentiële klant voor in milieuopzicht duurzame beleggingen, sociale beleggingen of beleggingen in goed bestuur;

(q)  ‘professionele belegger’: een cliënt die voldoet aan de criteria van bijlage II bij Richtlijn 2014/65/EU;

(r)  ‘verzekeringstussenpersoon’: een verzekeringstussenpersoon in de zin van artikel 2, lid 1, punt 3, van Richtlijn (EU) 2016/97;

(s)  ‘verzekeringsadvies’: een advies in de zin van artikel 2, lid 1, punt 15, van Richtlijn (EU) 2016/97.

(s bis)  ‘duurzaamheidsrisico's’: financiële of niet-financiële risico's die zich hebben voorgedaan of zich waarschijnlijk zullen voordoen, die verband houden met milieu-, sociale en governancerisico's en -factoren, voor zover deze wezenlijk zijn voor een bepaalde beleggingsbenadering;

‘duurzaamheidsrisico's’ omvatten:

a)  risico's op de korte en/of lange termijn voor het rendement van een financieel of pensioenproduct die voortvloeien uit de blootstelling ervan aan economische activiteiten die negatieve milieu- en sociale effecten kunnen hebben, of uit de blootstelling van het product aan entiteiten waarin wordt belegd die slechte governancepraktijken tentoonspreiden;

b)  de risico's op de korte en/of lange termijn dat de economische activiteiten waaraan een financieel of pensioenproduct wordt blootgesteld, negatieve effecten hebben op het natuurlijke milieu, de beroepsbevolking en gemeenschappen of op het bestuur van de entiteiten waarin wordt belegd, waaronder, maar niet uitsluitend indien deze verband houden met het in punt a) bedoelde financiële risico;

Financiëlemarktdeelnemers moeten rekening houden met de milieu-, sociale en governancefactoren en -indicatoren die staan vermeld in bijlage I bis van deze verordening.

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 9 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot nadere omschrijving van de in de punten (b ter), (o), (p ter) en (s bis), van de eerste alinea van dit artikel vastgelegde definities, om rekening te houden met marktontwikkelingen, ervaring met de toepassing van de regels inzake informatieverschaffing en nieuwe of gewijzigde definities op Europees niveau.

De Commissie houdt bij het opstellen van de in de tweede alinea genoemde gedelegeerde handelingen rekening met de in bijlage II bis vermelde beginselen.

Artikel 3Transparantie van de gedragslijnen inzake duurzaamheidsrisico's

1.  Financiëlemarktdeelnemers beschikken over zorgvuldigheidsgedragslijnen voor de beoordeling van duurzaamheidsrisico's en brengen hierover jaarlijks verslag uit aan de bevoegde autoriteiten, met inachtneming van het evenredigheidsbeginsel. Deze gedragslijnen betreffen ten minste de opname van duurzaamheidsrisico's die zich hebben voorgedaan of zich waarschijnlijk zullen voordoen en de prestaties op basis van duurzaamheidsindicatoren op het vlak van governance, uitvoeringsvoorwaarden, in het bijzonder de beleggingsstrategie en allocatie van activa, organisatorische vereisten voor bedrijven, waaronder procedures voor risicobeheer, de uitoefening van het stemrecht van aandeelhouders en verbintenissen met bedrijven. Een korte samenvatting van deze gedragslijnen wordt openbaar gemaakt, waarbij de vertrouwelijkheid en de bescherming van niet‑openbaar gemaakte knowhow en bedrijfsinformatie (handelsgeheimen) in de zin van Richtlijn (EU) 2016/943 wordt gegarandeerd.

2.  Verzekeringstussenpersonen die verzekeringsadvies aanbieden met betrekking tot IBIP's en beleggingsondernemingen die beleggingsadvies aanbieden, beschikken over schriftelijke zorgvuldigheidsgedragslijnen voor de beoordeling van duurzaamheidsrisico's en brengen hierover jaarlijks verslag uit aan de bevoegde autoriteiten, met inachtneming van het evenredigheidsbeginsel. Deze gedragslijnen betreffen ten minste de opname van duurzaamheidsrisico's die zich hebben voorgedaan of zich waarschijnlijk zullen voordoen en de prestaties op basis van duurzaamheidsindicatoren op het vlak van governance, allocatie van activa, beleggingsadvies, risicobeheer, de uitoefening van het stemrecht van aandeelhouders en verbintenissen met bedrijven. Een korte samenvatting van deze gedragslijnen wordt openbaar gemaakt, waarbij de vertrouwelijkheid en de bescherming van niet‑openbaar gemaakte knowhow en bedrijfsinformatie (handelsgeheimen) in de zin van Richtlijn (EU) 2016/943 wordt gegarandeerd.

2 bis.  Kredietinstellingen en verzekeringsondernemingen beschikken over gedragslijnen voor de integratie van duurzaamheidsrisico's in hun procedures voor beleggings- en kredietrisicobeheer. Een korte samenvatting van deze gedragslijnen wordt openbaar gemaakt, waarbij de vertrouwelijkheid en de bescherming van niet‑openbaar gemaakte knowhow en bedrijfsinformatie (handelsgeheimen) in de zin van Richtlijn (EU) 2016/943 wordt gegarandeerd.

2 ter.  Financiëlemarktdeelnemers en verzekeringstussenpersonen zien erop toe dat de signalering en het beheer van duurzaamheidsrisico's voldoende geïntegreerd zijn in hun zorgvuldigheidsprocessen en beleggingsbeslissingen, zodat beleggers MSG-factoren moeten voorkomen, beperken en verantwoorden en deze schriftelijk op hun website moeten publiceren.

2 quater.  De Commissie stelt overeenkomstig artikel 9 bis gedelegeerde handelingen vast ter nadere bepaling van:

(a)  een overkoepelend en bindend kader met minimumnormen voor de schriftelijke gedragslijnen en de zorgvuldigheidsprocessen die financiëlemarktdeelnemers en verzekeringstussenpersonen invoeren om ervoor te zorgen dat door de financiëlemarktdeelnemer gecreëerde negatieve duurzaamheidsrisico's worden geïntegreerd in de beleggingsbeslissingen, met inbegrip van de opname van een volledige reeks MSG-indicatoren;

(b)  richtsnoeren voor de in de leden 1 en 2 van dit artikel bedoelde informatievereisten.

(c)  richtsnoeren over hoe het in de leden 1 en 2 van dit artikel bedoelde evenredigheidsbeginsel moet worden toegepast, met bijzondere inachtneming van de evenredigheid wat betreft de omvang en de systeemrelevantie van de entiteit.

2 quinquies.  De Commissie houdt bij het opstellen van de in lid 2 quater genoemde gedelegeerde handelingen rekening met de in bijlage II bis vermelde beginselen.

Artikel 4

Transparantie van de integratie van duurzaamheidsrisico's en duurzaamheidsprestaties

1.  Financiëlemarktdeelnemers nemen bij de precontractuele informatieverschaffing beschrijvingen op van het volgende, waarbij ze de vertrouwelijkheid en de bescherming van niet‑openbaar gemaakte knowhow en bedrijfsinformatie (handelsgeheimen) in de zin van Richtlijn (EU) 2016/943 garanderen:

(a)  de zorgvuldigheidsprocedures en voorwaarden die worden toegepast om duurzaamheidsrisico's die zich hebben voorgedaan of zich waarschijnlijk zullen voordoen op te nemen in het besluitvormingsproces voor beleggingen in dat specifieke product, en de wijze van toepassing; en de procedures om duurzaamheidsprestaties te meten;

(b)  de mate waarin duurzaamheidsrisico's naar verwachting een relevante impact zullen hebben op ter beschikking gestelde financiële producten of diensten en in welk deel van de portefeuille deze duurzaamheidsrisico's zijn gesignaleerd;

(c)  de wijze waarop het beloningsbeleid van financiëlemarktdeelnemers consistent is met Richtlijn (EU) 2017/828 en de integratie van duurzaamheidsrisico's, de interne en operationele MSG-prestatiecriteria volgt en tegelijkertijd haalbare groeidoelstellingen voor de langere termijn verwezenlijkt; en, indien relevant, aansluit bij de doelstelling inzake duurzaam beleggen van het financiële product of de financiële dienst.

(c bis)  wat betreft stemmingen van aandeelhouders met betrekking tot duurzaamheidsprestaties en de beperking van duurzaamheidsrisico's: de steminstructies en de beweegredenen achter stemmen tegen het management, stemonthoudingen en omstreden stemmen.

De in punt c bis genoemde informatieverschaffing is consistent met Richtlijn (EU) 2017/828.

2.  Verzekeringstussenpersonen die verzekeringsadvies aanbieden met betrekking tot IBIP's en beleggingsondernemingen die beleggingsadvies aanbieden, nemen in de precontractuele informatieverschaffing een beschrijving op van het volgende:

(a)  de zorgvuldigheidsprocedures en voorwaarden die worden toegepast om duurzaamheidsrisico's die zich hebben voorgedaan of zich waarschijnlijk zullen voordoen te integreren in beleggingsadvies of verzekeringsadvies en de procedures om duurzaamheidsprestaties te meten;

(b)  de mate waarin duurzaamheidsrisico's naar verwachting een relevante impact zullen hebben op ter beschikking gestelde financiële producten of diensten en in welk deel van de portefeuille deze duurzaamheidsrisico's zijn gesignaleerd;

(c)  de wijze waarop het beloningsbeleid van beleggingsondernemingen die beleggingsadvies aanbieden en verzekeringstussenpersonen die verzekeringsadvies aanbieden met betrekking tot IBIP's consistent is met Richtlijn (EU) 2017/828, de integratie van duurzaamheidsrisico's weerspiegelt, de interne en operationele MSG-prestatiecriteria volgt en tegelijkertijd haalbare groeidoelstellingen voor de langere termijn verwezenlijkt en, indien relevant, in overeenstemming is met de doelstelling inzake duurzaam beleggen van het financiële product of de financiële dienst waarover advies wordt aangeboden.

(c bis)  wat betreft stemmingen van aandeelhouders met betrekking tot duurzaamheidsprestaties en de beperking van duurzaamheidsrisico's: de steminstructies en de beweegredenen achter stemmen tegen het management, stemonthoudingen en omstreden stemmen;

De in lid 2 c bis genoemde informatieverschaffing is consistent met Richtlijn (EU) 2017/828.

3.  Verwijzingen naar de informatieverschaffing waarvan sprake is in lid 1 en lid 2 dienen als volgt te worden ingevoegd:

(a)  voor abi-beheerders, bij de informatieverschaffing aan beleggers waarvan sprake is in artikel 23, lid 1, van Richtlijn 2011/61/EU;

(b)  voor verzekeringsondernemingen, bij de informatieverschaffing waarvan sprake is in artikel 185, lid 2, van Richtlijn 2009/138/EU;

(c)  voor IBPV's, bij de informatieverschaffing waarvan sprake is in artikel 41 van Richtlijn (EU) 2016/2341;

(d)  voor beheerders van in aanmerking komende durfkapitaalfondsen, bij de informatieverschaffing waarvan sprake is in artikel 13, lid 1, van Verordening (EU) nr. 345/2013;

(e)  voor beheerders van in aanmerking komende sociaalondernemerschapsfondsen, bij de informatieverschaffing waarvan sprake is in artikel 14, lid 1, van Verordening (EU) nr. 346/2013;

(f)  voor aanbieders van pensioenproducten, tijdig schriftelijk voordat een retailbelegger gebonden is aan een overeenkomst met betrekking tot een pensioenproduct;

(g)  voor icbe-beheermaatschappijen, in het prospectus waarvan sprake is in artikel 69 van Richtlijn 2009/65/EG;

(h)  voor beleggingsondernemingen die vermogensbeheer of beleggingsadvies aanbieden, overeenkomstig artikel 24, lid 4, van Richtlijn 2014/65/EU kan die informatie worden verschaft in een gestandaardiseerd formaat, als beschreven in artikel 24, lid 5, van Richtlijn 2014/65/EU;

(i)  voor verzekeringstussenpersonen die verzekeringsadvies aanbieden met betrekking tot IBIP's, overeenkomstig artikel 29, lid 1, van Richtlijn (EU) 2016/97.

3 bis.  De Europese Bankautoriteit (EBA), de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen (EIOPA) en de Europese Autoriteit voor effecten en markten (ESMA) ontwikkelen via het Gemengd Comité van de Europese toezichthoudende autoriteiten ("Gemengd Comité") ontwerpen van technische reguleringsnormen om de afstemming van de bepalingen waarnaar in lid 3 wordt verwezen op de eisen in lid 1 en 2 met betrekking tot de details van de presentatie en inhoud van de informatie die op grond van dit artikel moet worden verschaft, verder te specificeren.

EBA, EIOPA en ESMA dienen die ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk bij de Commissie in op [12 maanden na de datum van inwerkingtreding].

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1093/2010, Verordening (EU) nr. 1094/2010 en Verordening (EU) nr. 1095/2010.

Artikel 5

Transparantie van duurzaamheidsrisico's en -prestaties van beleggingen in precontractuele informatieverschaffing

1.  Indien een financieel product of financiële dienst op de markt wordt gebracht en een index als referentiebenchmark is aangewezen, gaat de overeenkomstig artikel 4, lid 1, te verschaffen informatie vergezeld van het volgende:

(a)  een beschrijving van de doelstelling inzake duurzame beleggingen en informatie over de wijze waarop de aangewezen index is afgestemd op die doelstelling;

(a bis)  een toelichting van de manier waarop de in artikel 2, lid 1, genoemde indicatoren in acht worden genomen bij de methodiek van de index;

(b)  een toelichting waarom de weging en de bestanddelen van de aangewezen index die op die doelstelling is afgestemd, verschillen van een brede marktindex.

Hier moet een onderscheid worden gemaakt tussen een product dat een index repliceert en een index die wordt gebruikt om de prestaties van het product te meten of te vergelijken.

2.  Indien er voor een financieel product of financiële dienst▐ geen index als referentiebenchmark is aangewezen, omvat de informatie waarvan sprake is in artikel 4, lid 1, een beschrijving van het duurzaamheidseffect ervan op basis van de in artikel 2 omschreven indicatoren van het duurzaamheidsrisico.

3.  Indien een financieel product of financiële dienst uitdrukkelijk gericht is op afstemming met het Akkoord van Parijs over klimaatverandering of streeft naar een vermindering van koolstofemissies, omvat de overeenkomstig artikel 4, lid 1, te verschaffen gestandaardiseerde informatie de beoogde, wetenschappelijk onderbouwde mate van afstemming met het Akkoord van Parijs of de beoogde lage koolstofemissieblootstelling.

In afwijking van lid 2 omvat de informatie waarvan sprake is in artikel 4, indien geen [Europese lagekoolstofbenchmark] of [positieve koolstofimpactbenchmark] overeenkomstig Verordening (EU) 2016/1011 beschikbaar is, een gedetailleerde toelichting van de wijze waarop het bereiken van de doelstelling van vermindering van de koolstofemissies en/of de verwezenlijking van de doelstellingen van het Akkoord van Parijs, wordt gewaarborgd.

4.  Financiëlemarktdeelnemers nemen in de ingevolge artikel 4, lid 1, te verschaffen informatie een indicatie op van de plaats waar de methode ten behoeve van de berekening van de indexen waarvan sprake is in lid 1 van dit artikel en de benchmarks waarvan sprake is in de tweede alinea van lid 3 van dit artikel te vinden is.

5.  De Europese Bankautoriteit (EBA), de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen (EIOPA) en de Europese Autoriteit voor effecten en markten (ESMA) ontwikkelen via het Gemengd Comité van de Europese toezichthoudende autoriteiten ("Gemengd Comité") ontwerpen van technische reguleringsnormen om nadere regels vast te stellen voor de presentatie en inhoud van de informatie die ingevolge dit artikel moet worden verschaft.

6.  EBA, EIOPA en ESMA dienen die ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk bij de Commissie in op [PO: De datum 18 maanden na de datum van inwerkingtreding invoegen].

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd om de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1093/2010, Verordening (EU) nr. 1094/2010 en Verordening (EU) nr. 1095/2010.

Artikel 6

Transparantie van duurzaamheidsrisico's en -prestaties van beleggingen op websites

1.  Financiëlemarktdeelnemers publiceren en onderhouden op hun website voor elk financieel product of elke financiële dienst waarvan sprake is in artikel 5, leden 1, 2 en 3, het volgende:

(a)  een beschrijving van de doelstelling inzake duurzame beleggingen;

(b)  informatie over de methoden die worden gebruikt om de duurzaamheidsprestaties van de voor het financiële product of de financiële dienst geselecteerde beleggingen te beoordelen, te meten en te monitoren, met inbegrip van de gegevensbronnen, de criteria voor de screening van de onderliggende activa en de relevante duurzaamheidsindicatoren die worden gebruikt om de algemene duurzame impact van het financiële product of de financiële dienst te meten;

(c)  de informatie waarvan sprake is in artikel 5;

(d)  de informatie waarvan sprake is in artikel 7;

De ingevolge de eerste alinea te verschaffen informatie is duidelijk, bondig en begrijpelijk voor retailbeleggers en het grote publiek. Die informatie wordt op duidelijke wijze en op een prominente plaats van de website bekendgemaakt, is goed toegankelijk en begrijpelijk dankzij duidelijk en eenvoudig taalgebruik. De website voorziet tevens in nadere informatie voor professionele beleggers en andere deskundigen.

2.  EBA, EIOPA en ESMA ontwikkelen via het Gemengd Comité ontwerpen van technische reguleringsnormen om nadere regels vast te stellen voor de inhoud en presentatie van de informatie waarvan sprake is in lid 1 ▌, waarbij nader wordt ingegaan op de afstemming van de in lid 2 bedoelde bepalingen op de in lid 1 bedoelde vereisten die verband houden met de details van de in dit lid bedoelde inhoud en presentatie van de informatie.

EBA, EIOPA en ESMA houden rekening met nieuwe of gewijzigde definities op Europees niveau.

EBA, EIOPA en ESMA dienen die ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk bij de Commissie in op [PO: De datum 12 maanden na de datum van inwerkingtreding invoegen].

▌De Commissie stelt gedelegeerde handelingen vast overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van respectievelijk Verordening (EU) nr. 1093/2010, Verordening (EU) nr. 1094/2010 en Verordening (EU) nr. 1095/2010 inzake de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen.

Artikel 7

Transparantie van duurzaamheidsrisico's en -prestaties van beleggingen in periodieke rapportages

1.  Indien financiëlemarktdeelnemers een financieel product of financiële dienst beschikbaar stellen waarvan sprake is in artikel 5, leden 1, 2 en 3, nemen zij ten minste eenmaal per jaar in periodieke, gecontroleerde en geïntegreerde verslagen, die zowel financiële als niet-financiële informatie bevatten, een beschrijving op van het volgende:

(a)  de algemene duurzaamheidsgerelateerde impact en prestaties van het financiële product of de financiële dienst aan de hand van geharmoniseerde en vergelijkbare indicatoren inzake duurzaamheidsrisico's;

(b)  indien een index als referentiebenchmark is aangewezen, een vergelijking tussen de algemene impact van het financieel product of de financiële dienst met de aangewezen index en een brede marktindex in termen van weging, bestanddelen en duurzaamheidsindicatoren;

(b bis)  Beursgenoteerde ondernemingen nemen in de in Richtlijn 2013/34/EU bedoelde jaarlijkse financiële overzichten en geconsolideerde financiële overzichten een beschrijving op van de wijze waarop de duurzaamheidsprestaties en -risico's in de beheerprocessen en de beleggingsstrategie zijn geïntegreerd.

2.  De informatieverschaffing waarvan sprake is in lid 1 gebeurt als volgt:

(a)  voor abi-beheerders in het in artikel 22 van Richtlijn 2011/61/EU bedoelde jaarverslag;

(b)  voor verzekeringsondernemingen, jaarlijks schriftelijk overeenkomstig artikel 185, lid 6, van Richtlijn 2009/138/EG;

(c)  voor IBPV's, in het pensioenuitkeringsoverzicht waarvan sprake is in artikel 38 van Richtlijn (EU) 2016/2341 en bij de informatieverschaffing waarvan sprake is in artikel 43 van Richtlijn (EU) 2016/2341;

(d)  voor beheerders van in aanmerking komende durfkapitaalfondsen, in het jaarverslag waarvan sprake is in artikel 12 van Verordening (EU) nr. 345/2013;

(e)  voor beheerders van in aanmerking komende sociaalondernemerschapsfondsen, in het jaarverslag waarvan sprake is in artikel 13 van Verordening (EU) nr. 346/2013;

(f)  voor aanbieders van pensioenproducten, schriftelijk, ten minste in jaarverslagen of in verslagen overeenkomstig de nationale wetgeving;

(g)  voor icbe-beheermaatschappijen of icbe-beleggingsmaatschappijen in hun in artikel 69 van Richtlijn 2009/65/EG bedoelde halfjaarlijkse verslagen en jaarverslagen;

(h)  voor beleggingsondernemingen die vermogensbeheer aanbieden, in de in artikel 25, lid 6, van Richtlijn 2014/65/EU bedoelde periodieke verslagen;

(h bis)  voor beursgenoteerde en niet-beursgenoteerde ondernemingen, overeenkomstig de in artikelen 19 bis en 29 bis van Richtlijn 2013/34/EU bedoelde periodieke overzichten.

3.  Voor de toepassing van lid 1 gebruiken financiëlemarktdeelnemers in voorkomend geval de informatie in managementverslagen overeenkomstig artikel 19 of de informatie in niet-financiële overzichten overeenkomstig artikel 19 bis van Richtlijn 2013/34/EU, waarbij zij erop toezien dat de informatie op duidelijke, begrijpelijke en toegankelijke wijze aan de eindbeleggers wordt verstrekt.

4.  EBA, EIOPA en ESMA ontwikkelen via het Gemengd Comité ontwerpen van technische reguleringsnormen om nadere regels vast te stellen voor de inhoud en presentatie van de informatie waarvan sprake is in lid 1, waarbij nader wordt ingegaan op de afstemming van de in lid 2 bedoelde bepalingen op de in lid 1 bedoelde vereisten die verband houden met de details van de in dit lid bedoelde inhoud en presentatie van de informatie.

EBA, EIOPA en ESMA houden rekening met nieuwe of gewijzigde definities op Europees niveau.

EBA, EIOPA en ESMA dienen die ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk bij de Commissie in op [PO: De datum 12 maanden na de datum van inwerkingtreding invoegen].

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd om de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1093/2010, Verordening (EU) nr. 1094/2010 en Verordening (EU) nr. 1095/2010.

Artikel 8Herziening van informatie

1.  Financiëlemarktdeelnemers dragen er zorg voor dat alle overeenkomstig artikel 3 of artikel 6 bekendgemaakte informatie actueel wordt gehouden. Indien een financiëlemarktdeelnemer dergelijke informatie wijzigt, wordt op dezelfde website een duidelijke toelichting op die wijziging gepubliceerd.

2.  Lid 1 is van overeenkomstige toepassing op verzekeringstussenpersonen die verzekeringsadvies aanbieden met betrekking tot IBIP's, en beleggingsondernemingen die beleggingsadvies aanbieden met betrekking tot alle overeenkomstig artikel 3 bekendgemaakte informatie.

Artikel 9Publicitaire mededelingen

1.  Onverminderd strengere sectorale wetgeving, met name Richtlijn 2009/65/EG, Richtlijn 2014/65/EU, Richtlijn (EU) 2016/97 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (EU) nr. 1286/2014, zorgen financiëlemarktdeelnemers, verzekeringstussenpersonen die verzekeringsadvies aanbieden met betrekking tot IBIP's en beleggingsondernemingen die beleggingsadvies aanbieden, ervoor dat hun publicitaire mededelingen niet in strijd zijn met de overeenkomstig deze verordening openbaar gemaakte informatie.

2.  EBA, EIOPA en ESMA kunnen via het Gemengd Comité ontwerpen van technische uitvoeringsnormen opstellen om de standaardpresentatie van informatie over duurzame investeringen te bepalen.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid verleend om de technische uitvoeringsnormen vast te stellen overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1093/2010, van Verordening (EU) nr. 1094/2010 en van Verordening (EU) nr. 1095/2010.

Artikel 9 bis

Uitoefening van de delegatie

1.  De Commissie stelt gedelegeerde handelingen vast onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 3 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor een termijn van vijf jaar. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden vóór het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet.

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 3 bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

5.  Een overeenkomstig artikel 2 (...) en artikel 3, lid 2, ter, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad daartegen bezwaar heeft gemaakt of indien het Europees Parlement en de Raad vóór het verstrijken van deze termijn de Commissie ervan in kennis hebben gesteld dat zij geen bezwaar wensen te maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

Artikel 10 bisWijzigingen van Richtlijn (EU) 2013/34

Richtlijn (EU) 2013/34 wordt als volgt gewijzigd:

1)  aan artikel 19 bis, lid 1, en artikel 29 bis, lid 1, worden de volgende punten toegevoegd:

"f)  de duurzaamheidsrisico's die van toepassing zijn op de specifieke activiteiten als bepaald in artikel 2, onder (a), van [PO: Verwijzing invoegen naar de verordening betreffende informatieverschaffing in verband met duurzame beleggingen en duurzaamheidsrisico's en tot wijziging van Richtlijn (EU) 2016/2341 en Richtlijn 2013/34/EU], als gevolg waarvan financiëlemarktdeelnemers als bedoeld in artikel 2, onder (s bis), van die verordening, in staat zijn te voldoen aan de informatieverschaffingsverplichtingen inzake duurzaamheidsrisico's, alsook aan de verplichte risicobeperkende maatregelen als bedoeld in artikelen 4 en 5 van die verordening;

g)  de prestaties die worden gemeten aan de hand van duurzaamheidsindicatoren die betrekking hebben op de desbetreffende activiteiten en bedrijfstakken, op basis van een lijst van geharmoniseerde duurzaamheidsindicatoren die door de Europese Commissie zal worden opgesteld en geactualiseerd in overeenstemming met [PO: Verwijzing invoegen naar de verordening tot vaststelling van een kader ter bevordering van duurzame beleggingen];".

Artikel 10Wijzigingen van Richtlijn (EU) 2016/2341

Richtlijn (EU) 2016/2341 wordt als volgt gewijzigd:

1)  Aan artikel 19 wordt het volgende lid 9 toegevoegd:

"9. De Commissie is bevoegd om door middel van gedelegeerde handelingen overeenkomstig artikel 60 bis maatregelen vast te stellen die ervoor zorgen dat:

a)  er wordt rekening gehouden met de "prudent person"-regel met betrekking tot de inaanmerkingneming van milieu-, sociale en governancerisico's;

b)  milieu-, sociale en governancefactoren bij interne beleggingsbeslissingen en risicobeheerprocessen worden in aanmerking genomen.

In deze gedelegeerde handelingen wordt rekening gehouden met de omvang, de aard, de schaal en de complexiteit van de activiteiten van de IBPV's en met de risico's die inherent zijn aan deze activiteiten, en wordt gezorgd voor consistentie met artikel 14 van Richtlijn 2009/65/EG, artikel 132 van Richtlijn 2009/138/EG en artikel 12 van Richtlijn 2011/61/EU.’;

2)  het volgende artikel 60 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 60 bis

Uitoefening van de delegatie

1. De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2. De bevoegdheid om de in artikel 19, lid 9, bedoelde gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt de Commissie met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze verordening voor onbepaalde tijd verleend.

3. Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 19, lid 9, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4. Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

5. Een overeenkomstig artikel 19, lid 9, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad binnen een termijn van drie maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad daartegen bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met drie maanden verlengd.”.

Artikel 11

Evaluatie

Tegen [PO: Datum invoegen die 36 maanden na de datum van inwerkingtreding ligt], evalueert de Commissie de toepassing van deze verordening, met name met betrekking tot sociale en governancefactoren en -indicatoren, de integratie ervan in beleggingsbeslissingen en precontractuele informatieverschaffing. Deze evaluatie bevat een beoordeling van het effect van de beschikbaarheid en kwaliteit van de gegevens van de emittent op de mate waarin financiëlemarktdeelnemers in staat zijn duurzaamheidsrisico's te integreren in informatieverschaffing over producten en in beleggingsbeslissingen.

De Commissie overweegt de herziening van Richtlijn 2013/34/EU met als doel de verslaglegging over duurzaamheidsrisico's bij bedrijven te verbeteren.

Artikel 12Inwerkingtreding en t

oepassing

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing vanaf [PO: datum die ligt 12 maanden na de datum van bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie invoegen]. Elke toekomstige herziening of bijwerking van deze verordening wordt voorafgegaan door een effectbeoordeling waarin de haalbaarheid ervan wordt vastgesteld.

Artikel 5, lid 5, artikel 6, lid 2, artikel 7, lid 4, artikel 9, lid 2, en artikel 10 zijn evenwel van toepassing met ingang van [PO: Datum van inwerkingtreding invoegen] en artikel 7, leden 1 tot en met 3, is van toepassing met ingang van [PO: 1 januari van het jaar volgende op de datum waarvan sprake is in de tweede alinea invoegen].

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel,

Voor het Europees Parlement  Voor de Raad

De voorzitter  De voorzitter

BIJLAGE I bis

Op basis van de belangrijkste definities in het verslagleggingskader van de door de VN ondersteunde beginselen voor verantwoord beleggen voor 2018 (november 2017) en het monitoringkader voor de circulaire economie van de Europese Commissie, kunnen duurzaamheidsrisico's de volgende milieu-, sociale en governancefactoren en -indicatoren omvatten:

i)  kwesties in verband met de kwaliteit en werking van het natuurlijke milieu en natuurlijke systemen. Daarbij gaat het onder meer om: verlies van biodiversiteit; uitstoot van broeikasgassen (BKG), klimaatverandering, hernieuwbare energie, energie-efficiëntie, verontreiniging van lucht, water of hulpbronnen of de uitputting daarvan, afvalbeheer, aantasting van ozon in de stratosfeer, veranderingen in landgebruik;

ii)  kwesties die verband houden met de rechten, het welzijn en de belangen van mensen en gemeenschappen. Daarbij gaat het onder meer om: mensenrechten, arbeidsnormen in de toeleveringsketen, kinderarbeid, slavenarbeid en dwangarbeid, gezondheid en veiligheid op het werk, de vrijheid van vereniging en de vrijheid van meningsuiting, een vrij en onafhankelijk maatschappelijk middenveld, de mogelijkheid van mensenrechtenverdedigers om hun activiteiten uit te voeren, het beheer van menselijk kapitaal en betrekkingen met werknemers; diversiteit; betrekkingen met lokale gemeenschappen, met inbegrip van vrijwillige, voorafgaande en geïnformeerde toestemming, activiteiten in conflictgebieden, gezondheid en toegang tot geneesmiddelen, hiv/aids en consumentenbescherming; en controversiële wapens; alsmede

iii)  kwesties met betrekking tot het bestuur van bedrijven en andere entiteiten waarin wordt belegd. In de context van beursgenoteerde aandelen omvatten deze onder andere: bestuursstructuur, omvang, diversiteit, vaardigheden en onafhankelijkheid, beloning van het management, rechten van aandeelhouders, interactie met belanghebbenden, informatieverschaffing, bedrijfsethiek, omkoping en corruptie, belastingwetgeving, privacy- en gegevensbescherming, interne controles en risicobeheer, en, in het algemeen, kwesties die betrekking hebben op de betrekkingen tussen het management van een onderneming, haar raad van bestuur, haar aandeelhouders en andere belanghebbenden. Deze categorie kan ook zaken omvatten met betrekking tot de bedrijfsstrategie, waaronder zowel de gevolgen van de bedrijfsstrategie voor milieu- en sociale kwesties als de wijze waarop de strategie ten uitvoer moet worden gelegd. In de niet-beursgenoteerde activaklassen omvat governance ook aspecten op het gebied van fondsbeheer, zoals de bevoegdheden van adviescomités, waarderingskwesties, vergoedingsstructuren, enz.;

BIJLAGE II bis

Internationale beginselen

1.

VN

Beginselen voor verantwoord beleggen - Verslagleggingskader - https://www.unpri.org/

2.

OESO

Richtsnoeren van de OESO - Responsible business conduct for institutional investors - Key considerations for due diligence under the OECD Guidelines for Multinational Enterprises" (2017) - https://mneguidelines.oecd.org/RBC-for-Institutional-Investors.pdf

(1)

PB ....

(2)

* Amendementen: nieuwe of vervangende tekst staat in vet en cursief, schrappingen zijn met het symbool ▐ aangegeven.

(3)

  PB C van , blz. .

(4)

  PB C van , blz. .

(5)

  Besluit (EU) 2016/1841 van de Raad van 5 oktober 2016 betreffende de ondertekening namens de Europese Unie van de Overeenkomst van Parijs, die is aangenomen in het kader van het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering (PB L 282 van 19.10.2016, blz. 1).

(6)

  Richtlijn 2009/65/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende bepaalde instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe's) (PB L 302 van 17.11.2009, blz. 32).

(7)

  Richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (Solvabiliteit II) (PB L 335 van 17.12.2009, blz. 1).

(8)

  Richtlijn 2011/61/EU van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2011 inzake beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen en tot wijziging van de Richtlijnen 2003/41/EG en 2009/65/EG en van de Verordeningen (EG) nr. 1060/2009 en (EU) nr. 1095/2010 (PB L 174 van 1.7.2011, blz. 1).

(9)

  Richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende markten voor financiële instrumenten en tot wijziging van Richtlijn 2002/92/EG en Richtlijn 2011/61/EU (PB L 173 van 12.6.2014, blz. 349).

(10)

  Richtlijn (EU) 2016/97 van het Europees Parlement en de Raad van 20 januari 2016 betreffende verzekeringsdistributie (PB L 26 van 2.2.2016, blz. 19).

(11)

  Richtlijn (EU) 2016/2341 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2016 betreffende de werkzaamheden van en het toezicht op instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening (IBPV's) (PB L 354 van 23.12.2016, blz. 37).

(12)

  Verordening (EU) nr. 345/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2013 betreffende Europese durfkapitaalfondsen (PB L 115 van 25.4.2013, blz. 1).

(13)

  Verordening (EU) nr. 346/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2013 inzake Europese sociaalondernemerschapsfondsen (PB L 115 van 25.4.2013, blz. 18).

(14)

  Richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende de jaarlijkse financiële overzichten, geconsolideerde financiële overzichten en aanverwante verslagen van bepaalde ondernemingsvormen, tot wijziging van Richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad (PB L 182 van 29.6.2013, blz. 19).

(15)

  Verordening (EU) nr. 1093/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Bankautoriteit), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/78/EG van de Commissie (PB L 331 van 15.12.2010, blz. 12).

(16)

  Verordening (EU) nr. 1094/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/79/EG van de Commissie (PB L 331 van 15.12.2010, blz. 48).

(17)

  Verordening (EU) nr. 1095/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor effecten en markten), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/77/EG van de Commissie (PB L 331 van 15.12.2010, blz. 84).

(18)

  Richtlijn (EU) 2016/2341 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2016 betreffende de werkzaamheden van en het toezicht op instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening (IBPV's) (PB L 354 van 23.12.2016, blz. 37).

(19)

  Verordening (EU) nr. 1286/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 26 november 2014 over essentiële-informatiedocumenten voor verpakte retailbeleggingsproducten en verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten (PRIIP's) (PB L 352 van 9.12.2014, blz. 1).


ADVIES van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid (11.10.2018)

aan de Commissie economische en monetaire zaken

inzake het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende informatieverschaffing in verband met duurzame beleggingen en duurzaamheidsrisico's en tot wijziging van Richtlijn (EU) 2016/2341

(COM(2018)0354 – C8-0208/2018 – 2018/0179(COD))

Rapporteur voor advies: Adina-Ioana Vălean

AMENDEMENTEN

De Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid verzoekt de bevoegde Commissie economische en monetaire zaken onderstaande amendementen in aanmerking te nemen:

Amendement    1

Voorstel voor een verordening

Titel 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Voorstel voor een

Voorstel voor een

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

betreffende informatieverschaffing in verband met duurzame beleggingen en duurzaamheidsrisico's en tot wijziging van Richtlijn (EU) 2016/2341

betreffende informatieverschaffing in verband met de duurzaamheidseffecten en -risico's van beleggingen en tot wijziging van Richtlijn (EU) 2016/2341

(Voor de EER relevante tekst)

(Voor de EER relevante tekst)

Amendement    2

Voorstel voor een verordening

Overweging 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2)  Een gemeenschappelijke doelstelling van Richtlijn 2009/65/EG van het Europees Parlement en de Raad32, Richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad33, Richtlijn 2011/61/EU van het Europees Parlement en de Raad34, Richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad35, Richtlijn (EU) 2016/97 van het Europees Parlement en de Raad36, Richtlijn (EU) 2016/2341 van het Europees Parlement en de Raad37, Verordening (EU) nr. 345/2013 van het Europees Parlement en de Raad38 en Verordening (EU) nr. 346/2013 van het Europees Parlement en de Raad39 is de vergemakkelijking van de toegang tot en de uitoefening van de werkzaamheden van instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe's), beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen (abi-beheerders), verzekeringsondernemingen, beleggingsondernemingen, verzekeringstussenpersonen, instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening (IBPV's), beheerders van in aanmerking komende durfkapitaalfondsen (EuVECA-beheerders) en beheerders van in aanmerking komende sociaalondernemerschapsfondsen (EuSEF-beheerders). Deze richtlijnen en verordeningen zorgen voor een uniformere bescherming van eindbeleggers en maken het voor hen gemakkelijker te profiteren van een breed scala aan financiële producten en diensten, en voorzien terzelfder tijd in regels die beleggers in staat stellen weloverwogen beleggingsbeslissingen te nemen. Hoewel deze doelstellingen grotendeels zijn verwezenlijkt, is informatieverschaffing aan eindbeleggers over de integratie van duurzaamheidsrisico's en duurzame beleggingsdoelstellingen in de beleggingsbeslissingen door icbe-beheermaatschappijen, abi-beheerders, verzekeringsondernemingen, beleggingsondernemingen die vermogensbeheer verrichten, IBPV's, pensioenaanbieders, EuVECA-beheerders en EuSEF-beheerders (financiëlemarktdeelnemers) en informatieverschaffing aan eindbeleggers over de integratie van duurzaamheidsrisico's in adviesprocessen door verzekeringstussenpersonen die verzekeringsadvies aanbieden met betrekking tot verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten (IBIP's) en beleggingsondernemingen die beleggingsadvies aanbieden (financiële adviseurs) onvoldoende ontwikkeld omdat dergelijke informatieverschaffing nog niet aan geharmoniseerde vereisten onderworpen is.

2)  Een gemeenschappelijke doelstelling van Richtlijn 2009/65/EG van het Europees Parlement en de Raad32, Richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad33, Richtlijn 2011/61/EU van het Europees Parlement en de Raad34, Richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad35, Richtlijn (EU) 2016/97 van het Europees Parlement en de Raad36, Richtlijn (EU) 2016/2341 van het Europees Parlement en de Raad37, Verordening (EU) nr. 345/2013 van het Europees Parlement en de Raad38 en Verordening (EU) nr. 346/2013 van het Europees Parlement en de Raad39 is de vergemakkelijking van de toegang tot en de uitoefening van de werkzaamheden van instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe's), beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen (abi-beheerders), verzekeringsondernemingen, beleggingsondernemingen, verzekeringstussenpersonen, instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening (IBPV's), beheerders van in aanmerking komende durfkapitaalfondsen (EuVECA-beheerders) en beheerders van in aanmerking komende sociaalondernemerschapsfondsen (EuSEF-beheerders). Deze richtlijnen en verordeningen zorgen voor een uniformere bescherming van eindbeleggers en maken het voor hen gemakkelijker te profiteren van een breed scala aan financiële producten en diensten, en voorzien terzelfder tijd in regels die beleggers in staat stellen weloverwogen beleggingsbeslissingen te nemen. Hoewel deze doelstellingen grotendeels zijn verwezenlijkt, is informatieverschaffing over de duurzaamheidseffecten alsook de integratie van duurzaamheidsrisico's en duurzame beleggingsdoelstellingen in de beleggingsbeslissingen door icbe-beheermaatschappijen, abi-beheerders, verzekeringsondernemingen, beleggingsondernemingen die vermogensbeheer verrichten, IBPV's, pensioenaanbieders, EuVECA-beheerders en EuSEF-beheerders (financiëlemarktdeelnemers) en informatieverschaffing aan eindbeleggers over de integratie van duurzaamheidsrisico's in adviesprocessen door verzekeringstussenpersonen die verzekeringsadvies aanbieden met betrekking tot verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten (IBIP's) en beleggingsondernemingen die beleggingsadvies aanbieden (financiële adviseurs) onvoldoende ontwikkeld omdat dergelijke informatieverschaffing nog niet aan geharmoniseerde indicatoren en vereisten onderworpen is. Om aan hun zorgvuldigheidsverplichtingen met betrekking tot de duurzaamheidseffecten en -risico's te kunnen voldoen, hebben de financiëlemarktdeelnemers zelf behoefte aan betrouwbare, vergelijkbare en geharmoniseerde informatieverstrekking door ondernemingen waarin wordt belegd. Richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en de Raad39 bis bevat verplichtingen met betrekking tot de boekhoudkundige en rapportagevereisten van ondernemingen. Daarom moet in de richtlijn geïntegreerde, gecontroleerde rapportage over duurzaamheidseffecten en -risico's worden opgenomen, teneinde in te spelen op de toenemende behoefte om duurzaamheidsoverwegingen in de strategie en het risicobeheer van ondernemingen te integreren.

__________________

__________________

32 Richtlijn 2009/65/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende bepaalde instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe's) (PB L 302 van 17.11.2009, blz. 32).

32 Richtlijn 2009/65/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende bepaalde instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe's) (PB L 302 van 17.11.2009, blz. 32).

33 Richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (Solvabiliteit II) (PB L 335 van 17.12.2009, blz. 1).

33 Richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (Solvabiliteit II) (PB L 335 van 17.12.2009, blz. 1).

34 Richtlijn 2011/61/EU van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2011 inzake beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen (PB L 174 van 1.7.2011, blz. 1).

34 Richtlijn 2011/61/EU van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2011 inzake beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen en tot wijziging van de Richtlijnen 2003/41/EG en 2009/65/EG en van de Verordeningen (EG) nr. 1060/2009 en (EU) nr. 1095/2010 (PB L 174 van 1.7.2011, blz. 1).

35 Richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende markten voor financiële instrumenten en tot wijziging van Richtlijn 2002/92/EG en Richtlijn 2011/61/EU (PB L 173 van 12.6.2014, blz. 349).

35 Richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende markten voor financiële instrumenten en tot wijziging van Richtlijn 2002/92/EG en Richtlijn 2011/61/EU (PB L 173 van 12.6.2014, blz. 349).

36 Richtlijn (EU) 2016/97 van het Europees Parlement en de Raad van 20 januari 2016 betreffende verzekeringsdistributie (PB L 26 van 2.2.2016, blz. 19).

36 Richtlijn (EU) 2016/97 van het Europees Parlement en de Raad van 20 januari 2016 betreffende verzekeringsdistributie (PB L 26 van 2.2.2016, blz. 19).

37 Richtlijn (EU) 2016/2341 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2016 betreffende de werkzaamheden van en het toezicht op instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening (IBPV's) (PB L 354 van 23.12.2016, blz. 37).

37 Richtlijn (EU) 2016/2341 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2016 betreffende de werkzaamheden van en het toezicht op instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening (IBPV's) (PB L 354 van 23.12.2016, blz. 37).

38 Verordening (EU) nr. 345/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2013 betreffende Europese durfkapitaalfondsen (PB L 115 van 25.4.2013, blz. 1).

38 Verordening (EU) nr. 345/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2013 betreffende Europese durfkapitaalfondsen (PB L 115 van 25.4.2013, blz. 1).

39 Verordening (EU) nr. 346/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2013 inzake Europese sociaalondernemerschapsfondsen (PB L 115 van 25.4.2013, blz. 18).

39 Verordening (EU) nr. 346/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2013 inzake Europese sociaalondernemerschapsfondsen (PB L 115 van 25.4.2013, blz. 18).

 

39 bis Richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende de jaarlijkse financiële overzichten, geconsolideerde financiële overzichten en aanverwante verslagen van bepaalde ondernemingsvormen, tot wijziging van Richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad (PB L 182 van 29.6.2013, blz. 19).

Amendement    3

Voorstel voor een verordening

Overweging 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3)  Door het ontbreken van geharmoniseerde Unieregels voor informatieverschaffing aan eindbeleggers over duurzaamheid zullen op nationaal niveau waarschijnlijk nog steeds afwijkende maatregelen worden genomen en kunnen verschillende benaderingen in de verschillende financiëledienstensectoren blijven bestaan. Dergelijke divergerende maatregelen en benaderingen zouden blijven leiden tot significante concurrentieverstoringen als gevolg van significante verschillen in de standaarden voor informatieverschaffing. Bovendien leidt een parallelle ontwikkeling van marktgebaseerde praktijken, gebaseerd op commercieel gestuurde prioriteiten die divergerende resultaten opleveren, momenteel tot verdere marktfragmentatie en zou deze de werking van de interne markt in de toekomst nog verder kunnen verslechteren. Divergerende standaarden voor informatieverschaffing en marktgebaseerde praktijken maken het zeer moeilijk om verschillende financiële producten en diensten met elkaar te vergelijken en creëren een ongelijk speelveld tussen deze producten en diensten en tussen distributiekanalen, en werpen extra belemmeringen op voor de interne markt. Dergelijke divergenties kunnen ook verwarrend zijn voor eindbeleggers en hun beleggingsbeslissingen verstoren. Bij het waarborgen van de naleving van het klimaatakkoord van Parijs zullen de lidstaten waarschijnlijk divergente nationale maatregelen nemen die belemmeringen voor de goede werking van de interne markt zouden kunnen opwerpen en schadelijk zouden kunnen zijn voor financiëlemarktdeelnemers en financiële adviseurs. Bovendien maakt het gebrek aan geharmoniseerde transparantieregels het voor eindbeleggers moeilijk om verschillende financiële producten en diensten in verschillende lidstaten effectief te vergelijken op het punt van hun milieu-, sociale en governancerisico's en doelstellingen voor duurzame beleggingen. Bijgevolg moeten bestaande belemmeringen voor de werking van de interne markt worden aangepakt en moeten mogelijke toekomstige belemmeringen worden voorkomen.

3)  Door het ontbreken van geharmoniseerde Unieregels voor informatieverschaffing door emittenten en beleggers over duurzaamheid zullen op nationaal niveau waarschijnlijk nog steeds afwijkende maatregelen worden genomen en kunnen verschillende benaderingen in de verschillende financiëledienstensectoren blijven bestaan. Dergelijke divergerende maatregelen en benaderingen zouden blijven leiden tot significante concurrentieverstoringen als gevolg van significante verschillen in de standaarden voor informatieverschaffing. Bovendien leidt een parallelle ontwikkeling van marktgebaseerde praktijken, gebaseerd op commercieel gestuurde prioriteiten die divergerende resultaten opleveren, momenteel tot verdere marktfragmentatie en zou deze de werking van de interne markt in de toekomst nog verder kunnen verslechteren. Divergerende standaarden voor informatieverschaffing en marktgebaseerde praktijken evenals het gebrek aan een geharmoniseerde reeks indicatoren maken het zeer moeilijk om verschillende financiële producten en diensten met elkaar te vergelijken en creëren een ongelijk speelveld tussen deze producten en diensten en tussen distributiekanalen, en werpen extra belemmeringen op voor de interne markt. Dergelijke divergenties kunnen ook verwarrend zijn voor eindbeleggers en hun beleggingsbeslissingen verstoren. Bij het waarborgen van de naleving van het klimaatakkoord van Parijs zullen de lidstaten waarschijnlijk divergente nationale maatregelen nemen die belemmeringen voor de goede werking van de interne markt zouden kunnen opwerpen en schadelijk zouden kunnen zijn voor financiëlemarktdeelnemers en financiële adviseurs. Bovendien maakt het gebrek aan geharmoniseerde transparantieregels en -indicatoren het voor beleggers moeilijk om onderliggende ondernemingen waarin wordt belegd en verschillende financiële producten en diensten in verschillende lidstaten effectief te vergelijken op het punt van hun milieu-, sociale en governancerisico's en -effecten en doelstellingen voor duurzame beleggingen. Bijgevolg moeten bestaande belemmeringen voor de werking van de interne markt worden aangepakt en moeten mogelijke toekomstige belemmeringen worden voorkomen.

Amendement    4

Voorstel voor een verordening

Overweging 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4)  Om ervoor te zorgen dat deze verordening coherent wordt toegepast en dat de in deze verordening neergelegde informatieverschaffingsverplichtingen door de financiëlemarktdeelnemers duidelijk en consistent worden toegepast, is het noodzakelijk een geharmoniseerde definitie van "duurzame beleggingen" vast te stellen.

4)  Om ervoor te zorgen dat deze verordening coherent wordt toegepast en dat de in deze verordening neergelegde informatieverschaffingsverplichtingen door de financiëlemarktdeelnemers duidelijk en consistent worden toegepast, is het noodzakelijk geharmoniseerde definities van "duurzame beleggingen" en "duurzaamheidsrisico's" vast te stellen op basis van een geharmoniseerde reeks indicatoren. Hoewel de nadruk op materiële risico's zal liggen, moeten de definities toekomstgericht zijn, zodat rekening kan worden gehouden met nieuwe risico's.

Motivering

Er zijn duidelijke definities en geharmoniseerde indicatoren nodig om rechtszekerheid en een minimumniveau van consistentie tussen nationale autoriteiten en marktdeelnemers te waarborgen en fragmentatie van de markt te voorkomen.

Amendement    5

Voorstel voor een verordening

Overweging 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6)  Aangezien duurzaamheidsbenchmarks de standaardreferentiepunten zijn aan de hand waarvan duurzame beleggingen worden beoordeeld, moeten eindbeleggers door middel van precontractuele informatieverschaffing worden geïnformeerd over de geschiktheid van de aangewezen index, namelijk de afstemming van die index op de doelstelling inzake duurzame beleggingen. Financiëlemarktdeelnemers moeten ook informatie verstrekken over de redenen voor het verschil in weging en bestanddelen van de aangewezen index ten opzichte van een brede marktindex. Om de transparantie verder te bevorderen, moeten financiëlemarktdeelnemers ook aangeven waar de methode voor de berekening van de aangewezen index en de brede marktindex te vinden is, zodat eindbeleggers over de nodige informatie beschikken over de wijze waarop de onderliggende activa van de indexen zijn geselecteerd en gewogen, welke activa zijn uitgesloten en om welke reden, hoe de duurzaamheidsgerelateerde effecten van de onderliggende activa zijn gemeten, of welke gegevensbronnen zijn gebruikt. Deze informatieverschaffing moet een doeltreffende vergelijking mogelijk maken en bijdragen tot een correct beeld van duurzaam beleggen. Indien geen index als referentiebenchmark is aangewezen, dienen financiëlemarktdeelnemers aan te geven hoe de doelstelling op het gebied van duurzaam beleggen wordt gerealiseerd.

6)  Aangezien duurzaamheidsbenchmarks de standaardreferentiepunten zijn aan de hand waarvan duurzame beleggingen worden beoordeeld, moeten eindbeleggers door middel van precontractuele informatieverschaffing worden geïnformeerd over de geschiktheid van de aangewezen index, namelijk de afstemming van die index op de doelstelling inzake duurzame beleggingen. Financiëlemarktdeelnemers moeten ook informatie verstrekken over de redenen voor het verschil in weging en bestanddelen van de aangewezen index ten opzichte van een brede marktindex. Om de transparantie verder te bevorderen, moeten financiëlemarktdeelnemers ook aangeven waar de methode voor de berekening van de aangewezen index en de brede marktindex te vinden is, zodat eindbeleggers over de nodige informatie beschikken over de wijze waarop de onderliggende activa van de indexen zijn geselecteerd en gewogen, welke activa zijn uitgesloten en om welke reden, hoe de duurzaamheidsgerelateerde effecten van de onderliggende activa zijn gemeten, of welke gegevensbronnen zijn gebruikt. Deze informatieverschaffing, die gebaseerd is op een geharmoniseerde reeks indicatoren, moet een doeltreffende vergelijking mogelijk maken en bijdragen tot een correct beeld van duurzaam beleggen. Indien geen index als referentiebenchmark is aangewezen, dienen financiëlemarktdeelnemers aan te geven hoe de doelstelling op het gebied van duurzaam beleggen wordt gerealiseerd.

Amendement    6

Voorstel voor een verordening

Overweging 7 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

7 bis)  Indien een financieel product of financiële dienst bestaat uit schuldbewijzen, obligaties, contracts for differences (CFD's), derivaten of andere instrumenten die op de waarde van de onderliggende activa gebaseerd zijn, moet bij de informatieverschaffing in detail worden ingegaan op het verband tussen de verwezenlijking van de duurzaamheidsdoelstellingen en de waarde van de activa.

Amendement    7

Voorstel voor een verordening

Overweging 8

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

8)  Om de transparantie te vergroten en de eindbeleggers te informeren, moet de toegang tot informatie over de wijze waarop duurzaamheidsrisico's door financiëlemarktdeelnemers in de beleggingsbeslissingsprocessen en door financiële adviseurs in de adviesprocessen zijn geïntegreerd, worden geregeld door deze entiteiten te verplichten deze informatie op hun website te plaatsen.

8)  Om de transparantie en vergelijkbaarheid te vergroten, en de beleggers te informeren, moet de toegang tot informatie over de wijze waarop rekening wordt gehouden met duurzaamheidseffecten en waarop duurzaamheidsrisico's door financiëlemarktdeelnemers in de beleggingsbeslissingsprocessen en door financiële adviseurs in de adviesprocessen zijn geïntegreerd, worden geregeld door deze entiteiten te verplichten deze informatie op hun website te plaatsen.

Amendement    8

Voorstel voor een verordening

Overweging 9

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

9)  De huidige informatieverschaffingsvereisten in de Uniewetgeving bepalen niet dat alle informatie die nodig is om eindbeleggers naar behoren te informeren over het duurzaamheidsgerelateerde effect van hun beleggingen moet worden verschaft. Er dienen dan ook specifiekere informatieverschaffingsvereisten ten aanzien van duurzame beleggingen te worden vastgesteld. Zo moet het algemene duurzaamheidsgerelateerde effect van financiële producten regelmatig worden gerapporteerd aan de hand van indicatoren die relevant zijn voor de gekozen doelstelling voor duurzaam beleggen. Indien een passende index als referentiebenchmark is aangewezen, moet die informatie ook worden verstrekt voor de aangewezen index en voor een brede marktindex om vergelijking mogelijk te maken. Ook moet informatie worden verstrekt over de bestanddelen van de aangewezen index en van de brede marktindex, samen met de wegingen ervan, om nadere informatie te verstrekken over de wijze waarop de doelstellingen op het gebied van duurzaam beleggen worden bereikt. Indien EuSEF-beheerders informatie beschikbaar stellen over het positieve sociale effect dat door een bepaald fonds wordt beoogd, het algemene sociale resultaat en de gerelateerde methoden die worden gebruikt in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 346/2013, mogen zij deze informatie, in voorkomend geval, gebruiken ten behoeve van de informatieverschaffing krachtens deze verordening.

9)  De huidige informatieverschaffingsvereisten in de Uniewetgeving bepalen niet dat alle informatie die nodig is om eindbeleggers naar behoren te informeren over het duurzaamheidsgerelateerde effect van hun beleggingen moet worden verschaft. Er dienen dan ook specifiekere informatieverschaffingsvereisten ten aanzien van duurzame beleggingen te worden vastgesteld. Zo moet het algemene duurzaamheidsgerelateerde effect van financiële producten regelmatig worden gerapporteerd aan de hand van een geharmoniseerde reeks indicatoren die relevant zijn voor de gekozen doelstelling voor duurzaam beleggen. Indien een passende index als referentiebenchmark is aangewezen, moet die informatie ook worden verstrekt voor de aangewezen index en voor een brede marktindex om vergelijking mogelijk te maken. Ook moet informatie worden verstrekt over de bestanddelen van de aangewezen index en van de brede marktindex, samen met de wegingen ervan, om nadere informatie te verstrekken over de wijze waarop de doelstellingen op het gebied van duurzaam beleggen worden bereikt. Indien EuSEF-beheerders informatie beschikbaar stellen over het positieve sociale effect dat door een bepaald fonds wordt beoogd, het algemene sociale resultaat en de gerelateerde methoden die worden gebruikt in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 346/2013, mogen zij deze informatie, in voorkomend geval, gebruiken ten behoeve van de informatieverschaffing krachtens deze verordening.

Amendement    9

Voorstel voor een verordening

Overweging 10

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

10)  Richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en de Raad40 legt transparantieverplichtingen op ten aanzien van sociale, milieu- en corporate governance-aspecten in niet-financiële rapportage. De bij deze richtlijnen voorgeschreven vorm en presentatie zijn echter niet geschikt om rechtstreeks door financiëlemarktdeelnemers en financiële adviseurs te worden gebruikt in hun betrekkingen met eindbeleggers. De financiëlemarktdeelnemers en financiële adviseurs moeten de mogelijkheid hebben om voor de toepassing van deze verordening in voorkomend geval gebruik te maken van informatie in managementrapporten en niet-financiële overzichten overeenkomstig Richtlijn 2013/34/EU.

10)  Richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en de Raad40 legt transparantieverplichtingen op ten aanzien van sociale, milieu- en corporate governance-aspecten in niet-financiële rapportage. De bij deze richtlijnen voorgeschreven vorm en presentatie zijn echter niet geschikt om rechtstreeks door financiëlemarktdeelnemers en financiële adviseurs te worden gebruikt in hun betrekkingen met eindbeleggers. De financiëlemarktdeelnemers, financiële adviseurs en beursgenoteerde ondernemingen moeten voor de toepassing van deze verordening informatie verstrekken over de milieu-, sociale en corporate governancerisico's en -effecten in jaarlijkse managementrapporten en niet-financiële overzichten overeenkomstig Richtlijn 2013/34/EU.

__________________

__________________

40 Richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende de jaarlijkse financiële overzichten, geconsolideerde financiële overzichten en aanverwante verslagen van bepaalde ondernemingsvormen, tot wijziging van Richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad (PB L 182 van 29.6.2013, blz. 19).

40 Richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende de jaarlijkse financiële overzichten, geconsolideerde financiële overzichten en aanverwante verslagen van bepaalde ondernemingsvormen, tot wijziging van Richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad (PB L 182 van 29.6.2013, blz. 19).

Amendement    10

Voorstel voor een verordening

Overweging 13

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

13)  De Europese Bankautoriteit ("EBA"), de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen (" EIOPA") en de Europese Autoriteit voor effecten en markten ("ESMA") (tezamen "ETA's" genoemd), opgericht bij respectievelijk Verordening (EU) nr. 1093/2010 van het Europees Parlement en de Raad41, Verordening (EU) nr. 1094/2010 van het Europees Parlement en de Raad42 en Verordening (EU) nr. 1095/2010 van het Europees Parlement en de Raad43, moeten via het Gemengd Comité technische reguleringsnormen ontwikkelen waarin nadere regels worden vastgesteld voor de presentatie en inhoud van de informatie over doelstellingen voor duurzaamheidsbeleggingen die overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1093/2010, Verordening (EU) nr. 1094/2010 en Verordening (EU) nr. 1095/2010 in precontractuele documenten, periodieke verslagen en op websites van financiëlemarktdeelnemers moet worden bekendgemaakt. De Commissie moet de bevoegdheid worden verleend deze technische reguleringsnormen vast te stellen.

13)  De Europese Bankautoriteit ("EBA"), de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen ("Eiopa") en de Europese Autoriteit voor effecten en markten ("ESMA") (tezamen "ETA's" genoemd), opgericht bij respectievelijk Verordening (EU) nr. 1093/2010 van het Europees Parlement en de Raad41, Verordening (EU) nr. 1094/2010 van het Europees Parlement en de Raad42 en Verordening (EU) nr. 1095/2010 van het Europees Parlement en de Raad43, moeten via het Gemengd Comité technische reguleringsnormen ontwikkelen waarin nadere regels worden vastgesteld voor de presentatie en inhoud van de informatie over de duurzaamheidseffecten en -risico's van beleggingen die overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1093/2010, Verordening (EU) nr. 1094/2010 en Verordening (EU) nr. 1095/2010 in precontractuele documenten, periodieke en jaarlijkse geïntegreerde verslagen en op websites van financiëlemarktdeelnemers moet worden bekendgemaakt. De Commissie moet de bevoegdheid worden verleend deze technische reguleringsnormen vast te stellen.

__________________

__________________

41 Verordening (EU) nr. 1093/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Bankautoriteit), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/78/EG van de Commissie (PB L 331 van 15.12.2010, blz. 12).

41 Verordening (EU) nr. 1093/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Bankautoriteit), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/78/EG van de Commissie (PB L 331 van 15.12.2010, blz. 12).

42 Verordening (EU) nr. 1094/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/79/EG van de Commissie (PB L 331 van 15.12.2010, blz. 48).

42 Verordening (EU) nr. 1094/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/79/EG van de Commissie (PB L 331 van 15.12.2010, blz. 48).

43 Verordening (EU) nr. 1095/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor effecten en markten), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/77/EG van de Commissie (PB L 331 van 15.12.2010, blz. 84).

43 Verordening (EU) nr. 1095/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor effecten en markten), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/77/EG van de Commissie (PB L 331 van 15.12.2010, blz. 84).

Amendement    11

Voorstel voor een verordening

Overweging 16 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

16 bis)  De in deze verordening uiteengezette regels inzake informatieverschaffing vormen een aanvulling op de invoering van een volledig overkoepelend, bindend zorgvuldigheidskader voor alle marktdeelnemers, zowel voor beleggers als voor ondernemingen waarin wordt belegd, met inbegrip van een zorgplichtcomponent, dat binnen een overgangsperiode volledig moet worden ingevoerd met inachtneming van het evenredigheidsbeginsel, in overeenstemming met de richtsnoeren van de OESO inzake zorgvuldigheid en voortbouwend op de resolutie van het Europees Parlement van 29 mei 2018 over duurzame financiering, waarin wordt gepleit voor een bindend zorgvuldigheidskader.

Motivering

Het versterken van het zorgvuldigheidskader voor financiëlemarktdeelnemers helpt beleggers om de mogelijke negatieve effecten van hun beleggingen voor de samenleving en het milieu te voorkomen, financiële en reputatierisico's te vermijden, in te spelen op de verwachtingen van hun cliënten en begunstigden en risico's in overweging te nemen die verder gaan dan een financieel besef van hun plichten als beleggers.

Amendement    12

Voorstel voor een verordening

Overweging 18

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

18)  Daar de doelstellingen van deze verordening, namelijk een betere bescherming van eindbeleggers en een betere informatieverschaffing aan hen, ook bij grensoverschrijdende aankopen van eindbeleggers, niet voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt, maar beter op Unieniveau kunnen worden verwezenlijkt omdat uniforme informatievereisten op Unieniveau moeten worden vastgesteld, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in datzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is om die doelstellingen te verwezenlijken,

18)  Daar de doelstellingen van deze verordening, namelijk het bevorderen van de informatieverstrekking aan beleggers en het verwezenlijken van een betere informatieverschaffing aan hen, alsook het helpen van financiëlemarktdeelnemers, beleggingsadviseurs en beursgenoteerde ondernemingen om milieu-, sociale en governancerisico's in hun beleggingsstrategieën en beslissingen van de raad van bestuur van ondernemingen op te nemen, niet voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt, maar beter op Unieniveau kunnen worden verwezenlijkt omdat uniforme informatievereisten op Unieniveau moeten worden vastgesteld, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in datzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is om die doelstellingen te verwezenlijken,

Amendement    13

Voorstel voor een verordening

Overweging 18 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

18 bis)  Om aan de zorgvuldigheidsverplichtingen met betrekking tot de duurzaamheidseffecten en -risico's te kunnen voldoen, hebben de financiëlemarktdeelnemers behoefte aan betrouwbare, vergelijkbare en geharmoniseerde informatieverstrekking door ondernemingen waarin wordt belegd. Daarom moeten de in deze verordening vastgestelde informatievereisten voor beursgenoteerde ondernemingen gelden na een overgangsperiode van 18 maanden na de inwerkingtreding van deze verordening. De Commissie moet dienovereenkomstig onderzoeken of het passend is overeenkomstige wijzigingen in Richtlijn 2013/34/EU voor te stellen.

Amendement    14

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Deze verordening stelt geharmoniseerde regels vast voor de transparantie die moet worden toegepast door financiëlemarktdeelnemers, verzekeringstussenpersonen die verzekeringsadvies aanbieden met betrekking tot IBIP's en beleggingsondernemingen die beleggingsadvies aanbieden met betrekking tot de integratie van duurzaamheidsrisico's in het besluitvormingsproces of het adviesproces op beleggingsgebied en de transparantie van financiële producten die gericht zijn op duurzame investeringen, met inbegrip van de vermindering van koolstofemissies.

Deze verordening stelt geharmoniseerde regels vast voor de transparantie die moet worden toegepast door financiëlemarktdeelnemers, verzekeringstussenpersonen die verzekeringsadvies aanbieden met betrekking tot IBIP's, beleggingsondernemingen die beleggingsadvies aanbieden en beursgenoteerde ondernemingen, met betrekking tot de wijze waarop duurzaamheidsrisico's en -effecten worden opgenomen in het besluitvormingsproces of het adviesproces op beleggingsgebied, en de transparantie van de duurzaamheidseffecten en -risico's van beleggingsproducten, voor zover relevant en passend.

Motivering

Uit de wettekst moet duidelijk blijken dat de in de verordening bedoelde transparantievereisten van toepassing zijn op alle financiële producten.

Amendement    15

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – alinea 1 – letter b bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(b bis)  'beursgenoteerde onderneming': een onderneming die binnen het toepassingsgebied van Richtlijn 2013/34/EU valt;

Amendement    16

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter h – punt ii bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

ii bis)  een pan-Europees persoonlijk pensioenproduct (PEPP), zoals voorgesteld in Verordening 201X/XXX1 bis van het Europees Parlement en de Raad;

 

__________________

 

1 bis Verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende een pan-Europees persoonlijk pensioenproduct (PEPP) (2017/0143 (COD)).

Amendement    17

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – alinea 1 – letter o – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(o)  'duurzame beleggingen': een van de volgende vormen of een combinatie van een van de volgende vormen van beleggingen:

(o)  'duurzame beleggingen': producten die verband houden met strategieën die gericht zijn op het bereiken van milieu-, sociale en governancegerelateerde effecten, met inbegrip van alle mogelijke combinaties van de volgende elementen, voor zover de doelstellingen van een bepaalde categorie in overeenstemming zijn met de doelstellingen van de overige genoemde categorieën en daaraan geen ernstige afbreuk doen:

Amendement    18

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – alinea 1 – letter o – punt i

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

i)  beleggingen in een economische activiteit die bijdraagt tot het bereiken van een milieudoelstelling, met inbegrip van een uit milieuoogpunt duurzame belegging in de zin van artikel 2 van [PO: Verwijzing invoegen naar de verordening tot vaststelling van een kader ter bevordering van duurzame beleggingen];

i)  beleggingen in een economische activiteit die bijdraagt tot het bereiken van een milieudoelstelling, met inbegrip van een uit milieuoogpunt duurzame belegging in de zin van artikel 2 van [PO: Verwijzing invoegen naar de verordening tot vaststelling van een kader ter bevordering van duurzame beleggingen], en gebaseerd is op belangrijke indicatoren op het gebied van hulpbronnenefficiëntie, zoals het gebruik van energie, het gebruik van hernieuwbare energie, het gebruik van grondstoffen, de productie van afval, emissies, CO2-emissies, het gebruik van water, het gebruik van land en de gevolgen voor de biodiversiteit;

Amendement    19

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – alinea 1 – letter o – punt iii

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

iii)  beleggingen in ondernemingen die praktijken op het gebied van goed bestuur volgen, met name ondernemingen met goede managementstructuren, die goede betrekkingen onderhouden met hun werknemers, het betrokken personeel goed belonen en de belastingwetgeving goed naleven;

iii)  beleggingen in ondernemingen die praktijken op het gebied van goed bestuur volgen, met name ondernemingen met goede management- en zorgvuldigheidsstructuren, die goede betrekkingen onderhouden met hun werknemers, het betrokken personeel goed belonen en de belastingwetgeving goed naleven;

Amendement    20

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – alinea 1 – letter s bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(s bis)  'duurzaamheidsrisico's': financiële of niet-financiële risico's die zich hebben voorgedaan of zich naar verwachting op de lange termijn zullen voordoen en die verband houden met milieu-, sociale en governancefactoren, voor zover relevant voor een bepaalde beleggingsaanpak.

Amendement    21

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Transparantie van de gedragslijnen inzake duurzaamheidsrisico's

Transparantie van de gedragslijnen inzake duurzaamheidsrisico's en duurzaamheidseffecten

Amendement    22

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Financiëlemarktdeelnemers publiceren op hun website schriftelijke gedragslijnen inzake de integratie van duurzaamheidsrisico's in het beleggingsbeslissingsproces.

1.  Financiëlemarktdeelnemers leggen schriftelijke gedragslijnen inzake de integratie van duurzaamheidsrisico's en -effecten in het beleggingsbeslissingsproces vast, waaronder op het gebied van governance, toewijzing van activa, beleggingsstrategie, risicobeheer, en betrokkenheid bij ondernemingen waarin is belegd en het stembeleid voor aandeelhouders van deze ondernemingen, en publiceren op hun website een samenvatting van deze schriftelijke gedragslijnen.

Amendement    23

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Verzekeringstussenpersonen die verzekeringsadvies aanbieden met betrekking tot IBIP's en beleggingsondernemingen die beleggingsadvies aanbieden, publiceren op hun website schriftelijke gedragslijnen inzake de integratie van duurzaamheidsrisico's in beleggingsadvies of verzekeringsadvies.

2.  Verzekeringstussenpersonen die verzekeringsadvies aanbieden met betrekking tot IBIP's en beleggingsondernemingen die beleggingsadvies aanbieden, leggen schriftelijke gedragslijnen inzake de integratie van duurzaamheidsrisico's en -effecten in beleggingsadvies of verzekeringsadvies vast, waaronder op het gebied van governance, toewijzing van activa, beleggingsstrategie, risicobeheer, en betrokkenheid bij ondernemingen waarin is belegd en het stembeleid voor aandeelhouders van deze ondernemingen, en publiceren op hun website een samenvatting van deze schriftelijke gedragslijnen.

Amendement    24

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  Financiëlemarktdeelnemers en verzekeringstussenpersonen leggen zorgvuldigheidsprocessen vast die ervoor zorgen dat de signalering en het beheer van duurzaamheidsrisico's voldoende geïntegreerd zijn in de beleggingsbeslissingen, zodat beleggers ESG-factoren moeten signaleren, voorkomen, beperken en in aanmerking moeten nemen, en daarbij rekening moeten houden met de richtsnoeren van de OESO van 2017, getiteld "Responsible business conduct for institutional investors: Key considerations for due diligence under the OECD Guidelines for Multinational Enterprises", en publiceren deze schriftelijk op hun website.

 

 

 

 

Amendement    25

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 2 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 ter.  De in de leden 1 en 2 bedoelde schriftelijke gedragslijnen omvatten onder meer:

 

(a)  de integratie van de risico's die verband houden met de gevolgen van klimaatverandering, met inbegrip van zowel acute als chronische risico's voor beleggingen;

 

(b)  de integratie van risico's en kansen in verband met de overgang naar een koolstofarme economie, met inbegrip van wettelijk voorgeschreven limieten voor broeikasgasemissies, koolstofbeprijzing, risico's met betrekking tot geschillen, reputatierisico's, en risico's op het gebied van technologie en de markt.

Motivering

Het Europees Comité voor systeemrisico's, De Nederlandsche Bank, de Bank of England, evenals vele andere financiële instellingen en adviesorganen onderkennen het systeemrisico van klimaatverandering voor het financiële systeem en de economie. De geïntegreerde duurzaamheidsrisico's moeten daarom ook duidelijk de risico's van klimaatverandering dekken.

Amendement    26

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 2 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 quater.  De in de leden 1 en 2 bedoelde schriftelijke gedragslijnen omvatten onder meer informatie over het proces van vaststelling van duurzaamheidsrisico's, de methodologie en maatstaven die worden gebruikt om duurzaamheidsrisico's te beoordelen, het toezicht door het bestuur op de vaststelling en het beheer van duurzaamheidsrisico's, en een overzicht van de door de organisatie vastgestelde duurzaamheidsrisico's.

Amendement    27

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 2 quinquies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 quinquies.  De Commissie stelt ter aanvulling van de verordening, overeenkomstig artikel [...], uiterlijk op 30 juni 2019 gedelegeerde handelingen vast, waarin de vereisten voor de schriftelijke gedragslijnen en de zorgvuldigheidsprocessen voor de evaluatie van de tenuitvoerlegging ervan nader worden gespecificeerd.

Amendement    28

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Transparantie van de integratie van duurzaamheidsrisico's

Transparantie van de integratie van duurzaamheidsrisico's en -effecten

Amendement    29

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  de procedures en voorwaarden die worden toegepast om duurzaamheidsrisico's te integreren in beleggingsbeslissingen;

(a)  de zorgvuldigheidsprocedures en -voorwaarden die worden toegepast om duurzaamheidsrisico's, waaronder risico's die verband houden met de gevolgen van klimaatverandering en risico's en kansen met betrekking tot de overgang naar een koolstofarme economie, te integreren in beleggingsbeslissingen;

Amendement    30

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – alinea 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b)  de mate waarin duurzaamheidsrisico's naar verwachting een relevante impact zullen hebben op het rendement van ter beschikking gestelde financiële producten;

(b)  de mate waarin duurzaamheidsrisico's, waaronder risico's die verband houden met de gevolgen van klimaatverandering en risico's en kansen met betrekking tot de overgang naar een koolstofarme economie, naar verwachting een relevante impact zullen hebben op milieu-, sociale en governancekwesties, alsook op het rendement van ter beschikking gestelde financiële producten;

Motivering

Het Europees Comité voor systeemrisico's, De Nederlandsche Bank, de Bank of England, evenals vele andere financiële instellingen en adviesorganen onderkennen het systeemrisico van klimaatverandering voor het financiële systeem en de economie. De geïntegreerde duurzaamheidsrisico's moeten daarom ook duidelijk de risico's van klimaatverandering dekken.

Amendement    31

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 1 – letter b bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(b bis)  scenario's en geraamde kosten met betrekking tot koolstofbeprijzing, voortvloeiend uit de handel in emissierechten, belastingen of andere relevante wettelijke vereisten, waarmee rekening is gehouden bij de beoordeling van de duurzaamheidsrisico's;

Motivering

Koolstofbeprijzing, bijvoorbeeld via de EU-regeling voor de emissiehandel of de nationale regeling voor de emissiehandel van China, vormt een duidelijk vastgestelde kostenpost. Beleggers, kredietverstrekkers, verzekeraars en andere belanghebbenden beschikken echter niet altijd over duidelijke informatie met betrekking tot de mogelijke koolstofkosten die samenhangen met investeringen. Aangezien de omvang en mate van koolstofbeprijzing aanzienlijk kan veranderen als gevolg van de overgang naar een koolstofarme economie, zou meer transparantie over koolstofkosten kunnen bijdragen aan de beperking van systeemrisico's.

Amendement    32

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – alinea 1 – letter b ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(b ter)  de resultaten van een klimaatstresstest, aan de hand van een scenarioanalyse voor de beoordeling van een aantal mogelijke toekomstige ontwikkelingen, waaronder de volgende scenario's:

 

i)  een scenario van "snelle decarbonisatie", waarin alle economische sectoren binnen een mondiale overgangsperiode van 15 jaar naar een broeikasgasneutrale economie moeten;

 

ii)  een scenario van "ongecontroleerde opwarming", met de gevolgen van een wereldwijde temperatuurstijging van 4 graden Celsius ten opzichte van het pre-industriële niveau;

Amendement    33

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 1 – letter c bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(c bis)  op het gebied van stembeleid voor aandeelhouders met betrekking tot duurzame beleggingen en beperking van duurzaamheidsrisico's, steminstructies en de beweegredenen voor stemmen tegen het management, stemonthouding en omstreden stemmen.

Amendement    34

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 2 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  de procedures en voorwaarden die worden toegepast om duurzaamheidsrisico's te integreren in beleggingsadvies of verzekeringsadvies;

(a)  de procedures en voorwaarden die worden toegepast om duurzaamheidsrisico's, waaronder risico's die verband houden met de gevolgen van klimaatverandering en risico's en kansen met betrekking tot de overgang naar een koolstofarme economie, te integreren in beleggingsadvies of verzekeringsadvies;

Amendement    35

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 2 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b)  de mate waarin duurzaamheidsrisico's naar verwachting een relevante impact zullen hebben op het rendement van de financiële producten waarover advies wordt aangeboden;

(b)  de mate waarin duurzaamheidsrisico's, waaronder risico's die verband houden met de gevolgen van klimaatverandering en risico's en kansen met betrekking tot de overgang naar een koolstofarme economie, naar verwachting een relevante impact zullen hebben op milieu-, sociale en governancekwesties, alsook op het rendement van de financiële producten waarover advies wordt aangeboden;

Amendement    36

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 2 – letter b bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(b bis)  scenario's en geraamde kosten met betrekking tot koolstofbeprijzing, voortvloeiend uit de handel in emissierechten, belastingen of andere relevante wettelijke vereisten, waarmee rekening is gehouden bij de kwantitatieve beoordeling van de duurzaamheidsrisico's;

Amendement    37

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 2 – letter b ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(b ter)  de resultaten van een klimaatstresstest, aan de hand van een scenarioanalyse voor de beoordeling van een aantal mogelijke toekomstige ontwikkelingen, waaronder de volgende scenario's:

 

i)  een scenario van "snelle decarbonisatie", waarin alle economische sectoren binnen een mondiale overgangsperiode van 15 jaar naar een broeikasgasneutrale economie moeten;

 

ii)  een scenario van "ongecontroleerde opwarming", met de gevolgen van een wereldwijde temperatuurstijging van 4 graden Celsius ten opzichte van het pre-industriële niveau;

Amendement    38

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 3 – letter i bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(i bis)  voor beursgenoteerde ondernemingen, overeenkomstig Richtlijn 2013/34/EU.

Amendement    39

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 bis.  De in de leden 1 en 2 bedoelde informatie bevat alle informatie die van belang is voor de beleggingsbeslissing van een belegger. Deze informatie geeft een getrouw beeld, is niet misleidend of bedrieglijk en laat geen wezenlijke informatie weg.

Amendement    40

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Transparantie van duurzame beleggingen in precontractuele informatieverschaffing

Transparantie van duurzaamheidseffecten en -risico's van beleggingen in precontractuele informatieverschaffing

Amendement    41

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 1 – alinea 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b)  informatie over de methoden die worden gebruikt om de impact van de voor het financiële product geselecteerde duurzame beleggingen te beoordelen, te meten en te monitoren, met inbegrip van de gegevensbronnen, de criteria voor de screening van de onderliggende activa en de relevante duurzaamheidsindicatoren die worden gebruikt om de algemene duurzame impact van het financiële product te meten;

(b)  informatie over de methoden die worden gebruikt om de duurzaamheidseffecten van de voor het financiële product geselecteerde beleggingen te beoordelen, te meten en te monitoren, met inbegrip van de gegevensbronnen, de criteria voor de screening van de onderliggende activa en de relevante duurzaamheidsindicatoren die worden gebruikt om de algemene duurzame impact van het financiële product te meten;

Amendement    42

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 1 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De ingevolge de eerste alinea te verschaffen informatie wordt op duidelijke wijze en op een prominente plaats van de website bekendgemaakt.

De ingevolge de eerste alinea te verschaffen informatie wordt op duidelijke wijze en op een prominente plaats van de website bekendgemaakt, zodat deze begrijpelijk is voor verschillende belanghebbenden, ook voor een niet-gespecialiseerd publiek met uiteenlopende financiële kennis.

Amendement    43

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – lid 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Indien financiëlemarktdeelnemers een financieel product beschikbaar stellen waarvan sprake in artikel 5, leden 1, 2 en 3, nemen zij in periodieke verslagen een beschrijving op van het volgende:

1.  Indien financiëlemarktdeelnemers een financieel product beschikbaar stellen waarvan sprake is in artikel 5, leden 1, 2 en 3, nemen zij ten minste eenmaal per jaar in periodieke, gecontroleerde en geïntegreerde verslagen een beschrijving op van het volgende:

Amendement    44

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – lid 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  de algemene duurzaamheidsgerelateerde impact van het financiële product aan de hand van relevante duurzaamheidsindicatoren;

(a)  de algemene duurzaamheidsgerelateerde impact van het financiële product aan de hand van geharmoniseerde en vergelijkbare duurzaamheidsindicatoren;

Amendement    45

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – lid 1 – letter b bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(b bis)  beursgenoteerde ondernemingen nemen in de in Richtlijn 2013/34/EU bedoelde jaarlijkse en geconsolideerde financiële overzichten een beschrijving op van de wijze waarop de duurzaamheidseffecten en -risico's in de beheerprocessen en de beleggingsstrategie zijn geïntegreerd.

Amendement    46

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – lid 2 – letter h bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(h bis)  voor beursgenoteerde ondernemingen, overeenkomstig de in Richtlijn 2013/34/EU bedoelde periodieke overzichten.

Amendement    47

Voorstel voor een verordening

Artikel 11 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Tegen [PO: Datum invoegen die 60 maanden na de datum van inwerkingtreding ligt], evalueert de Commissie de toepassing van deze verordening.

Tegen [PO: Datum invoegen die 24 maanden na de datum van inwerkingtreding ligt], evalueert de Commissie de toepassing van deze verordening.

Motivering

Aangezien dit beleid nieuw is en de ontwikkelingen op het gebied van duurzame financiering elkaar in rap tempo opvolgen, is een evaluatie na 24 maanden passender.

PROCEDURE VAN DE ADVISERENDE COMMISSIE

Titel

Informatieverschaffing in verband met duurzame beleggingen en duurzaamheidsrisico's

Document‑ en procedurenummers

COM(2018)0354 – C8-0208/2018 – 2018/0179(COD)

Bevoegde commissie

       Datum bekendmaking

ECON

5.7.2018

 

 

 

Advies uitgebracht door

       Datum bekendmaking

ENVI

5.7.2018

Rapporteur voor advies

       Datum benoeming

Adina-Ioana Vălean

21.6.2018

Datum goedkeuring

10.10.2018

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

58

4

1

Bij de eindstemming aanwezige leden

Marco Affronte, Margrete Auken, Pilar Ayuso, Catherine Bearder, Ivo Belet, Biljana Borzan, Lynn Boylan, Paul Brannen, Soledad Cabezón Ruiz, Miriam Dalli, Seb Dance, Angélique Delahaye, Mark Demesmaeker, José Inácio Faria, Karl-Heinz Florenz, Francesc Gambús, Elisabetta Gardini, Arne Gericke, Jens Gieseke, Julie Girling, Sylvie Goddyn, Françoise Grossetête, Andrzej Grzyb, Jytte Guteland, György Hölvényi, Anneli Jäätteenmäki, Karin Kadenbach, Kateřina Konečná, Urszula Krupa, Giovanni La Via, Jo Leinen, Peter Liese, Jiří Maštálka, Valentinas Mazuronis, Joëlle Mélin, Susanne Melior, Miroslav Mikolášik, Rory Palmer, Piernicola Pedicini, Bolesław G. Piecha, Pavel Poc, Julia Reid, Frédérique Ries, Michèle Rivasi, Annie Schreijer-Pierik, Renate Sommer, Claudiu Ciprian Tănăsescu, Nils Torvalds, Adina-Ioana Vălean

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Cristian-Silviu Buşoi, Nicola Caputo, Jørn Dohrmann, Christofer Fjellner, Christophe Hansen, Danilo Oscar Lancini, Tilly Metz, Younous Omarjee, Aldo Patriciello, Carolina Punset, Christel Schaldemose, Bart Staes, Carlos Zorrinho

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Kati Piri

HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE ADVISERENDE COMMISSIE

58

+

ALDE

Catherine Bearder, Anneli Jäätteenmäki, Valentinas Mazuronis, Carolina Punset, Frédérique Ries, Nils Torvalds

ECR

Mark Demesmaeker

EFDD

Piernicola Pedicini

ENF

Sylvie Goddyn, Danilo Oscar Lancini Joëlle Mélin

GUE/NGL

Lynn Boylan, Kateřina Konečná, Jiří Maštálka, Younous Omarjee

PPE

Pilar Ayuso, Ivo Belet, Cristian-Silviu Buşoi, Angélique Delahaye, José Inácio Faria, Christofer Fjellner, Karl-Heinz Florenz, Francesc Gambús, Elisabetta Gardini, Jens Gieseke, Julie Girling, Françoise Grossetête, Andrzej Grzyb, Christophe Hansen, György Hölvényi, Giovanni La Via, Peter Liese, Miroslav Mikolášik, Aldo Patriciello, Annie Schreijer-Pierik, Renate Sommer Adina-Ioana Vălean

S&D

Biljana Borzan, Paul Brannen, Soledad Cabezón Ruiz, Nicola Caputo, Miriam Dalli, Seb Dance, Jytte Guteland, Karin Kadenbach, Jo Leinen, Susanne Melior, Rory Palmer, Kati Piri, Pavel Poc, Christel Schaldemose, Claudiu Ciprian Tănăsescu, Carlos Zorrinho

VERTS/ALE

Marco Affronte, Margrete Auken, Tilly Metz, Michèle Rivasi, Bart Staes

4

-

ECR

Jørn Dohrmann, Arne Gericke, Urszula Krupa, Bolesław G. Piecha

1

0

EFDD

Julia Reid

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding


PROCEDURE VAN DE BEVOEGDE COMMISSIE

Titel

Informatieverschaffing in verband met duurzame beleggingen en duurzaamheidsrisico’s

Document- en procedurenummers

COM(2018)0354 – C8-0208/2018 – 2018/0179(COD)

Datum indiening bij EP

24.5.2018

 

 

 

Bevoegde commissie

       Datum bekendmaking

ECON

5.7.2018

 

 

 

Medeadviserende commissies

       Datum bekendmaking

EMPL

5.7.2018

ENVI

5.7.2018

FEMM

5.7.2018

 

Geen advies

       Datum besluit

EMPL

31.5.2018

FEMM

20.6.2018

 

 

Rapporteurs

       Datum benoeming

Paul Tang

31.5.2018

 

 

 

Behandeling in de commissie

3.9.2018

18.10.2018

 

 

Datum goedkeuring

5.11.2018

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

41

2

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Pervenche Berès, David Coburn, Esther de Lange, Markus Ferber, Jonás Fernández, Stefan Gehrold, Roberto Gualtieri, Gunnar Hökmark, Danuta Maria Hübner, Petr Ježek, Philippe Lamberts, Bernd Lucke, Ivana Maletić, Marisa Matias, Gabriel Mato, Caroline Nagtegaal, Luděk Niedermayer, Sirpa Pietikäinen, Anne Sander, Martin Schirdewan, Kay Swinburne, Paul Tang, Ramon Tremosa i Balcells, Marco Valli, Tom Vandenkendelaere, Jakob von Weizsäcker, Steven Woolfe

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Richard Corbett, Mady Delvaux, Bas Eickhout, Ashley Fox, Eva Joly, Syed Kamall, Thomas Mann, Eva Maydell, Luigi Morgano, Lieve Wierinck, Roberts Zīle

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

John Flack, Aleksander Gabelic, Anna Hedh, Agnes Jongerius, Ricardo Serrão Santos

Datum indiening

9.11.2018


HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

41

+

ALDE

Petr Ježek, Ramon Tremosa i Balcells, Lieve Wierinck

ECR

John Flack, Ashley Fox, Syed Kamall, Bernd Lucke, Kay Swinburne, Roberts Zīle

EFDD

Marco Valli

GUE/NGL

Marisa Matias, Martin Schirdewan

NI

Steven Woolfe

PPE

Markus Ferber, Stefan Gehrold, Gunnar Hökmark, Danuta Maria Hübner, Esther de Lange, Ivana Maletić, Thomas Mann, Gabriel Mato, Eva Maydell, Luděk Niedermayer, Sirpa Pietikäinen, Anne Sander, Tom Vandenkendelaere

S&D

Pervenche Berès, Richard Corbett, Mady Delvaux, Jonás Fernández, Aleksander Gabelic, Roberto Gualtieri, Anna Hedh, Agnes Jongerius, Luigi Morgano, Ricardo Serrão Santos, Paul Tang, Jakob von Weizsäcker

VERTS/ALE

Bas Eickhout, Eva Joly, Philippe Lamberts

2

-

ALDE

Caroline Nagtegaal

EFDD

David Coburn

0

0

 

 

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding

Laatst bijgewerkt op: 21 november 2018Juridische mededeling