Procedure : 2018/2098(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0373/2018

Ingediende teksten :

A8-0373/2018

Debatten :

PV 11/12/2018 - 17
CRE 11/12/2018 - 17

Stemmingen :

PV 12/12/2018 - 12.17
CRE 12/12/2018 - 12.17
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0515

VERSLAG     
PDF 1117kWORD 120k
21.11.2018
PE 623.832v02-00 A8-0373/2018

over het jaarverslag 2017 over mensenrechten en democratie in de wereld en het beleid van de Europese Unie ter zake

(2018/2098(INI))

Commissie buitenlandse zaken

Rapporteur: Petras Auštrevičius

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 ANNEX I: INDIVIDUAL CASES RAISED BY THE EUROPEAN PARLIAMENT
 ANNEX II: LIST OF RESOLUTIONS
 ADVIES van de Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid
 INFORMATIE OVER DE GOEDKEURINGIN DE BEVOEGDE COMMISSIE
 HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het jaarverslag 2017 over mensenrechten en democratie in de wereld en het beleid van de Europese Unie ter zake

(2018/2098(INI))

Het Europees Parlement,

–  gezien de Universele Verklaring van de rechten van de mens en andere mensenrechtenverdragen en -instrumenten van de VN, en met name het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (IVBPR) en het Internationaal Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten die beide op 16 december 1966 door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties in New York zijn aangenomen,

–  gezien het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens,

–  gezien het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie,

–  gezien de Conventie van de Verenigde Naties inzake de rechten van het kind (UNCRC),

–  gezien de artikelen 2, 3, 8, 21 en 23 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU),

–  gezien artikel 207 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU),

–  gezien het actieplan inzake mensenrechten en democratie 2015-2019, aangenomen door de Raad op 20 juli 2015, en de tussentijdse evaluatie daarvan uit juni 2017,

–  gezien de 17 doelstellingen voor duurzame ontwikkeling (SDG's) van de VN en de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling,

–  gezien de leidende beginselen van de VN inzake bedrijfsleven en mensenrechten,

–  gezien de OESO-richtsnoeren voor multinationale ondernemingen, aangenomen in 1976 en herzien in 2011,

–  gezien het Verdrag van de Raad van Europa inzake het voorkomen en bestrijden van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld van 11 mei 2011 (Verdrag van Istanboel), dat op 13 juni 2017 door de EU is ondertekend,

–  gezien het VN-verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen (CEDAW) van 18 december 1979,

–  gezien het Facultatief Protocol inzake de verkoop van kinderen, kinderprostitutie en kinderpornografie bij het Verdrag inzake de rechten van het kind,

–  gezien het gezamenlijke werkdocument van de Commissie en de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid getiteld "Gendergelijkheid en empowerment van vrouwen: het leven van meisjes en vrouwen via de externe betrekkingen van de EU veranderen (2016-2020)", dat in 2015 is aangenomen (SWD(2015)0182),

–  gezien het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de rechten van personen met een handicap (CRPD),

–  gezien resoluties 1325 (2000), 1820 (2008), 1888 (2009), 1889 (2009), 1960 (2010), 2106 (2013), 2122 (2013) en 2242 (2015) van de VN-Veiligheidsraad over vrouwen, vrede en veiligheid,

–  gezien resolutie 2250 (2015) en resolutie 2419 (2018) van de VN-Veiligheidsraad over jongeren, vrede en veiligheid,

–  gezien het VN-Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van rassendiscriminatie,

–  gezien resolutie 1820 (2008) van de VN-Veiligheidsraad over vrouwen, vrede en veiligheid, waarin seksueel geweld als oorlogsmisdaad behandeld wordt,

–  gezien de integrale strategie voor het buitenlands en veiligheidsbeleid van de Europese Unie, die op 28 juni 2016 werd gepresenteerd door Federica Mogherini, vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (VV/HV), alsook het eerste, in 2017 gepubliceerde verslag over de uitvoering ervan, getiteld "From Shared Vision to Common Action: Implementing the EU Global Strategy",

–  gezien de conclusies van de Raad van 15 mei 2017 over inheemse volkeren,

–  gezien Besluit nr. 2011/168/GBVB van de Raad van 21 maart 2011 betreffende het Internationaal Strafhof en tot intrekking van Gemeenschappelijk Standpunt 2003/444/CFSP(1),

–  gezien de Verklaring van de Verenigde Naties over de rechten van inheemse volkeren en het slotdocument van 25 september 2014 van de plenaire zitting op hoog niveau van de Algemene Vergadering, de zogeheten Wereldconferentie over inheemse volkeren,

–  gezien de tijdens de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties op 19 september 2016 aangenomen Verklaring van New York voor Vluchtelingen en Migranten,

–  gezien Resolutie 69/167 van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties van 18 december 2014, waarin opnieuw wordt gewezen op de noodzaak om de mensenrechten en de fundamentele vrijheden van alle migranten te beschermen en te bevorderen, ongeacht hun migratiestatus, en het Internationaal Verdrag inzake de bescherming van de rechten van alle migrerende werknemers en hun gezinsleden uit 1990;

–  gezien resolutie 67/139 van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties van 20 december 2012, waarmee de open werkgroep over vergrijzing werd opgericht, met een mandaat om voorstellen te doen voor een internationaal wetgevingsinstrument om de rechten en de waardigheid van ouderen te bevorderen en te beschermen,

–  gezien het verslag van de onafhankelijke deskundige over het genot van alle mensenrechten door ouderen aan de 33e vergadering van de VN-Mensenrechtenraad van 8 juli 2016,(2)

–  gezien het verslag van de open werkgroep over vergrijzing van de VN op zijn achtste vergadering van 28 juli 2017,(3)

–  gezien de ministeriële verklaring van Lissabon van 2017 met als titel "A Sustainable Society for All Ages: Realizing the potential of living longer", aangenomen op de vierde ministeriële conferentie over vergrijzing van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties op 22 september 2017,

–  gezien de Europese migratieagenda van 13 mei 2015 (COM(2015)0240) en de mededeling van de Commissie van 7 juni 2016 over een nieuw partnerschapskader met derde landen in het kader van de Europese migratieagenda (COM(2016)0385),

–  gezien het geheel van thematische richtsnoeren van de EU met betrekking tot mensenrechten, met inbegrip van de richtsnoeren inzake mensenrechtenverdedigers,

–  gezien de EU-mensenrechtenrichtsnoeren inzake de vrijheid van meningsuiting online en offline, vastgesteld door de Raad in 2014,

–  gezien de EU-richtsnoeren inzake de bevordering van de naleving van het internationale humanitaire recht, aangenomen in 2005 en herzien in 2009(4),

–  gezien de leidende beginselen van de VN inzake bedrijfsleven en mensenrechten,

–  gezien de richtsnoeren van de EU ter bevordering en bescherming van de rechten van het kind, als aangenomen in 2007 en herzien in 2017, en gezien de EU-UNICEF-toolkit "kinderrechten integreren in ontwikkelingssamenwerking",

–  gezien de EU-richtsnoeren ter bevordering en bescherming van de uitoefening van alle mensenrechten door lesbische, homoseksuele, biseksuele, transgender en interseksuele mensen (LGBTI), die de Raad in 2013 heeft aangenomen,

–  gezien de beginselen van Yogyakarta (beginselen en staatsverplichtingen betreffende de toepassing van het internationaal humanitair recht met betrekking tot seksuele gerichtheid, genderidentiteit, genderexpressie en geslachtskenmerken), aangenomen in november 2006 en de tien bijbehorende aanvullende beginselen ("plus 10"), aangenomen op 10 november 2017,

–  gezien de in 2013 door de Raad aangenomen richtsnoeren van de EU tot bevordering en bescherming van de vrijheid van godsdienst en overtuiging,

–  gezien de gemeenschappelijke verklaring van de Raad en de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, het Europees Parlement en de Commissie, getiteld "De nieuwe Europese consensus over ontwikkeling – Onze wereld, onze waardigheid, onze toekomst", die op 7 juni 2017 door de Raad, het Parlement en de Commissie werd aangenomen,

–  gezien de EU-richtsnoeren inzake de doodstraf, die de Raad in 2013 heeft goedgekeurd,

–  gezien de EU-richtsnoeren voor het EU-beleid ten aanzien van derde landen inzake foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing, die zijn aangenomen in 2001 en herzien in 2012,

–  gezien zijn resolutie van 4 juli 2018 getiteld "Naar een externe EU-strategie tegen huwelijken op jonge leeftijd en gedwongen huwelijken – volgende stadia"(5),

–  gezien de mededeling van de Commissie of 4 december 2017 over de follow-up van de EU-strategie betreffende mensenhandel (COM(2017)0728),

–  gezien zijn resolutie van 3 mei 2018 over de bescherming van migrerende kinderen(6),

–  gezien de VN-Verklaring betreffende het recht en de verantwoordelijkheid van personen, groeperingen en maatschappelijke instanties voor de bevordering en bescherming van universeel erkende mensenrechten en fundamentele vrijheden (mensenrechtenverdedigers) van december 1998,

–  gezien Verordening (EU) 2017/821 van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2017 tot vaststelling van verplichtingen inzake passende zorgvuldigheid in de toeleveringsketen voor Unie-importeurs van tin, tantaal en wolfraam, de overeenkomstige ertsen, en goud uit conflict- en hoogrisicogebieden(7),

–  gezien Verdrag nr. 169 van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) betreffende inheemse en in stamverband levende volkeren, dat op 27 juni 1989 is aangenomen,

–  gezien zijn resolutie van 4 juli 2013 over wapenuitvoer: uitvoering van Gemeenschappelijk Standpunt 2008/944/GBVB van de Raad(8),

–  gezien zijn resolutie van 10 oktober 2013 over discriminatie op grond van kaste(9), het verslag van 28 januari 2016 over minderheden en discriminatie op grond van kaste van de speciale VN-rapporteur voor minderhedenkwesties en het oriënterende instrument van de VN met betrekking tot discriminatie op grond van afkomst,

–  gezien het jaarverslag van de EU over mensenrechten en democratie in de wereld (2017),

–  gezien zijn resolutie van 13 december 2017 over het jaarverslag over mensenrechten en democratie in de wereld 2016 en het beleid van de Europese Unie ter zake(10), en zijn eerdere resoluties over voorgaande jaarverslagen,

–  gezien zijn resoluties over gevallen van schendingen van de mensenrechten, de democratie en de rechtsstaat in 2017,

–  gezien zijn Sacharovprijs voor de vrijheid van denken, die in 2017 werd toegekend aan de democratische oppositie in Venezuela: de Nationale Vergadering (Julio Borges) en alle politieke gevangenen op de lijst van Foro Penal Venezolano, vertegenwoordigd door Leopoldo López, Antonio Ledezma, Daniel Ceballos, Yon Goicoechea, Lorent Saleh, Alfredo Ramos en Andrea González,

–  gezien Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (Algemene verordening gegevensbescherming)(11),

–  gezien Richtlijn 2017/541 van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2017 inzake terrorismebestrijding en ter vervanging van Kaderbesluit 2002/475/JBZ van de Raad en tot wijziging van Besluit 2005/671/JBZ van de Raad(12); gezien de werkzaamheden van de Bijzondere Commissie terrorisme (TERR), die volgens besluit van het Europees Parlement werd opgericht op 6 juli 2017 en die op 14 september 2017 werd aangesteld,

–  gezien artikel 52 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie buitenlandse zaken en het advies van de Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid (A8-0373/2018),

A.  overwegende dat de eerbiediging, de bevordering, de ondeelbaarheid en de waarborging van de universaliteit van de mensenrechten, evenals de bevordering van democratische beginselen en waarden, waaronder de rechtsstaat, respect voor de menselijke waardigheid en het gelijkheids- en solidariteitsbeginsel, de hoekstenen vormen van het ethische en juridische acquis van de EU en haar gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid (GBVB), evenals van al haar externe acties; overwegende dat de EU ernaar moet blijven streven de toonaangevende wereldwijde speler te zijn bij de universele bevordering en bescherming van de mensenrechten, waaronder op multilateraal niveau, met name door een actief en constructief optreden in verschillende organen van de VN en met inachtneming van het Handvest van de Verenigde Naties, het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en het internationaal recht, evenals de verplichtingen op het gebied van de mensenrechten, en van de toezeggingen die zijn gedaan in de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling en de doelstellingen voor duurzame ontwikkeling;

B.  overwegende dat het maatschappelijk middenveld een centrale rol speelt bij de opbouw en versterking van de democratie, bij de controle op de macht van de staat en bij de bevordering van goed bestuur, transparantie en verantwoording; overwegende dat organisaties uit het maatschappelijk middenveld een wezenlijk rol spelen dankzij de vitale kracht die zij in de samenleving tentoonspreiden; overwegende dat er een verband bestaat tussen een verzwakt maatschappelijk middenveld, een beperkte politieke en maatschappelijke ruimte, toenemende corruptie, sociale en genderongelijkheid, een laag niveau van menselijke, sociale en economische ontwikkeling en sociale conflicten; overwegende dat passende middelen beschikbaar moeten worden gesteld en dat deze middelen op de efficiëntste manier moeten worden aangewend om mensenrechten en democratie in derde landen beter te kunnen bevorderen, en dat het maatschappelijk middenveld niet moet worden tegengewerkt door restrictieve wetgeving, financieringsplafonds, beperkende vergunningsprocedures of prohibitieve belastingen;

C.  overwegende dat veel landen wereldwijd te kampen hebben met straffeloosheid en onrechtvaardigheid, en onvoldoende doeltreffende behandeling, diensten voor steun aan slachtoffers en financiële hulp bieden voor slachtoffers van terrorisme, vooral de landen waar een groot deel van de burgers met terrorisme is geconfronteerd;

D.  overwegende dat in 2017 een zeer groot aantal spelers uit het maatschappelijk middenveld, waaronder advocaten, intellectuelen, journalisten, religieuze leiders en mensenrechtenverdedigers, met inbegrip van milieuactivisten, overal ter wereld geconfronteerd zijn met de inkrimping van de ruimte voor het maatschappelijk middenveld en het onderwerp zijn geweest van toenemende aanvallen, vervolging, pesterijen, willekeurige arrestatie of opsluiting en zelfs moordpartijen; overwegende dat ProtectDefenders.eu, het EU-mechanisme voor ondersteuning van mensenrechtenverdedigers, doeltreffend bijstand heeft verleend aan honderden activisten, maar nu wordt geconfronteerd met grotere behoeften; overwegende dat de EU en haar lidstaten meer middelen moeten besteden aan een grotere deelname van het maatschappelijk middenveld en zich sterker moeten inspannen voor de bescherming en ondersteuning van mensenrechtenverdedigers;

E.  overwegende dat beleidsmaatregelen ter ondersteuning van mensenrechten en democratie moeten worden geïntegreerd in alle EU-beleidslijnen met een externe dimensie, zoals ontwikkeling, migratie, veiligheid, terrorismebestrijding, rechten van vrouwen en gendergelijkheid, uitbreiding en handel, in het bijzonder door de voorwaarden inzake de mensenrechten toe te passen; overwegende dat een betere samenhang tussen het binnenlands en buitenlands beleid van de EU, evenals van het buitenlands beleid zelf, een absolute vereiste is voor een succesvol en doeltreffend EU-beleid op het gebied van de mensenrechten;

F.  overwegende dat de illegale bezetting van grondgebied of van een deel ervan een aanhoudende schending van het internationale recht vormt, die de bezettende macht uit hoofde van het internationale humanitaire recht verantwoordelijk stelt tegenover de burgerbevolking;

Algemene overwegingen

1.  toont zich diep bezorgd over de wereldwijde beknotting van de democratie, de mensenrechten en de rechtsstaat in 2017, en dringt er bij de EU en haar lidstaten op aan onvoorwaardelijk te streven naar de integratie van Europese en internationale normen betreffende mensenrechten, de rechtsstaat, democratie en de rechten van minderheden waartoe zij gebonden zijn, en te zorgen voor een grotere samenhang tussen het interne en externe mensenrechtenbeleid van de EU en meer coördinatie tussen het externe beleid van de lidstaten, op gebieden als migratie, terrorismebestrijding en handel, aangezien de invloed van de EU als geloofwaardige en legitieme internationale speler in belangrijke mate bepaald wordt door haar vermogen om de eerbiediging van de mensenrechten en de democratie te bevorderen, zowel intern als extern;

2.  bevestigt nogmaals dat staten de uiteindelijke verantwoordelijkheid dragen voor het waarborgen van alle mensenrechten door middel van het opstellen en uitvoeren van internationale mensenrechtenverdragen, het monitoren van mensenrechtenschendingen en het garanderen van effectieve voorziening in rechte voor slachtoffers; benadrukt dat vrede, veiligheid en ontwikkeling elkaar onderling versterken en afhankelijk zijn van het vermogen om misbruik, misdaden tegen de menselijkheid, oorlogsmisdaden en genocide te bestrijden; waarschuwt voor beperkingen van vrij verkeer, de vrijheid van vergadering en de vrijheid van meningsuiting;

3.  herinnert eraan dat de gelijkheid van mannen en vrouwen een kernbeginsel is van de EU en de lidstaten, zoals opgenomen in artikel 3, lid 3, VEU, en dat de bevordering ervan door middel van gendermainstreaming, ook in andere landen in de wereld door middel van haar buitenlands beleid, een van de voornaamste doelstellingen van de EU is;

4.  benadrukt dat de EU zich inzet om gendergelijkheid te bevorderen en gendermainstreaming binnen al haar acties te waarborgen, zoals vereist uit hoofde van de Verdragen, zodat gendergelijkheid een centrale prioriteit wordt binnen alle richtsnoeren, werkrelaties, beleidsgebieden en acties, waaronder externe acties, van de EU; ondersteunt bijgevolg de hieruit voortvloeiende gecoördineerde inspanningen in het kader van de multilaterale dialogen en activiteiten van de EU‑delegaties, zoals verkiezingswaarnemingsmissies; onderstreept de noodzaak om het werk in derde landen van de hoofdadviseur gender van de EDEO, dat gericht is op het bevorderen van vrede, veiligheid en fundamentele vrijheden, te versterken, door voor het desbetreffende bevoegdheidsgebied in een specifieke begroting te voorzien;

5.  is van mening dat een werkelijk onafhankelijk, pluralistisch en dynamisch maatschappelijk middenveld bijdraagt aan ontwikkeling en stabiliteit, de consolidatie van de democratie waarborgt, waaronder de scheiding der machten, sociale rechtvaardigheid en eerbiediging van de mensenrechten, en transparantie, verantwoordingsplicht en goed bestuur bevordert, in het bijzonder door maatregelen voor de bestrijding van corruptie en extremisme; benadrukt de vitale en centrale rol die mensenrechtenverdedigers en ngo's spelen bij de bevordering en ondersteuning van de toepassing van de rechten die verankerd zijn in de belangrijkste internationale mensenrechtenverdragen, onder meer aan de hand van educatieve programma's en bewustmaking van de activiteiten die internationale organisaties verrichten; onderstreept het belang van de tenuitvoerlegging van de EU-richtsnoeren inzake mensenrechtenactivisten en de capaciteit van de EU om door middel van het Europees instrument voor democratie en mensenrechten (EIDHR) mensenrechtenverdedigers en ngo's voldoende te blijven ondersteunen in situaties waarin zij het meeste risico lopen, met name door te zorgen voor een versterkte capaciteit van het mechanisme ProtectDefenders.eu;

6.  merkt op hoe belangrijk het is om noodsteun aan mensenrechtenverdedigers te verlenen en dat de behandeling van alle gevangenen aan internationale normen moet voldoen; onderstreept hoezeer het begaan is met de veiligheid van mensenrechtenverdedigers en dat daders voor het gerecht moeten worden gebracht; verwelkomt de voortdurende inspanningen van het Europees Fonds voor Democratie ter bevordering van democratie en eerbiediging van de fundamentele rechten en vrijheden in de oostelijke en zuidelijke buurlanden van de EU; erkent de risico's die mensenrechtenverdedigers lopen, waaronder vrouwelijke mensenrechtenverdedigers die worden geconfronteerd met genderspecifieke risico's en bedreigingen, evenals milieuactivisten, en vraagt de EDEO en de lidstaten om in de EU-richtsnoeren voor mensenrechtenverdedigers in het bijzonder rekening met hen te houden; benadrukt de noodzaak van een sterke coördinatie op EU-niveau van de samenwerking met overheden van derde landen betreffende mensenrechtenverdedigers en het maatschappelijk middenveld, en prijst de individuele initiatieven van de lidstaten als aanvulling op maatregelen van de EU;

7.  is ingenomen met de actieve deelname van de EU aan de Mensenrechtenraad van de VN (UNHRC), in het kader waarvan zij resoluties heeft ingediend of de indiening daarvan heeft ondersteund, verklaringen heeft afgelegd, heeft deelgenomen aan interactieve dialogen en debatten, en heeft opgeroepen tot het houden van bijzondere zittingen over mensenrechtensituaties; erkent de toezeggingen van de EU om situaties in bepaalde landen te bespreken in de UNHRC; onderstreept het belang van de inzet van de EU op het gebied van overleg en samenwerking inzake de mensenrechten op een multilateraal niveau; steunt de activiteiten en inzet van de UNHCR voor de wereldwijde verdediging van de mensenrechten volledig; prijst het werk van het Bureau van de Hoge Commissaris voor de mensenrechten van de VN onder de leiding van Zeid al-Hussein; kijkt uit naar een nauwe dialoog en actieve samenwerking met de nieuw aangestelde Hoge Commissaris, Michelle Bachelet; roept de Commissie en de lidstaten op meer steun te verlenen aan de werking van het OHCHR en de speciale procedures;

8.  spreekt zijn waardering uit voor het werk dat wordt verricht door de mensenrechtendiensten van de Commissie en de EDEO bij hoofdkwartieren en in EU-delegaties, en van de speciale vertegenwoordiger van de EU voor de mensenrechten (SVEU), Stavros Lambrinidis, om de doeltreffendheid, samenhang en zichtbaarheid van de mensenrechten in het buitenlands beleid van de EU te vergroten, en herinnert aan het verzoek van het Parlement om dit mandaat permanent te maken en de bijbehorende verantwoordingsplicht te vergroten; is ingenomen met de recente benadering die naar voren komt in het EU-initiatief "Good Human Rights Stories", dat aandacht schenkt aan de beste praktijken die door verschillende landen worden gehanteerd; roept nogmaals op tot een herziening van het mandaat om de SVEU initiatiefbevoegdheden te geven, alsook gepaste middelen en de mogelijkheid om in het openbaar te spreken om verslag uit te brengen over verwezenlijkingen van bezoeken aan derde landen en om de standpunten van de EU over mensenrechtenkwesties mee te delen;

9.  is ingenomen met het jaarverslag van de EU over mensenrechten en democratie in de wereld (2017) en merkt op dat het dit jaar veel eerder werd aangenomen, overeenkomstig de verzoeken van het Parlement die het in zijn vorige verslagen had uitgedrukt; verzoekt de Raad om zich te blijven inspannen om deze jaarverslagen eerder in het jaar af te ronden; spoort de Raad aan om ervoor te zorgen dat de vaststelling van het volgende jaarverslag gebaseerd is op een gepast raadplegingsproces; meent dat het jaarverslag een onmisbaar instrument is voor een kritische blik op het EU-beleid inzake mensenrechten en democratie in de wereld, alsook voor de communicatie en het debat over dit beleid, en vraagt om de openbare verspreiding ervan overal ter wereld;

10.  onderkent de vooruitgang die is geboekt op het gebied van de procedure en het formaat van het verslag, maar verwacht dat de Raad en de VV/HV nog meer rekening zullen houden met de standpunten in de relevante resoluties en/of aanbevelingen van het Parlement teneinde een verdergaande en effectievere interactie tussen de EU-instellingen te waarborgen met betrekking tot mensenrechtenkwesties;

11.  wijst opnieuw op het belang van een overzicht van de belangrijkste positieve en negatieve trends om de doeltreffendheid van het EU-optreden te evalueren; meent in dit verband dat een meer gedetailleerde openbare verslaglegging, waar gepast in het bijzonder op basis van de prioriteiten en indicatoren die zijn geïdentificeerd in de landenstrategieën inzake mensenrechten van de EU, onder meer kan leiden tot meer samenhang bij de tenuitvoerlegging van de bepalingen betreffende voorwaarden inzake de mensenrechten en een consistentere beoordeling en bijstelling van de impact van het EU-beleid op de mensenrechten; benadrukt de noodzaak om de bestaande EU-richtsnoeren te monitoren en volledig ten uitvoer te leggen;

12.  erkent dat de mensenrechtendialogen van de EU een waardevol instrument van gemengde diplomatie vormen voor de bevordering van de mensenrechten en de democratie in de bilaterale betrekkingen met derde landen; wijst echter op de aanhoudende belemmeringen voor het bereiken van concrete resultaten via deze dialogen, zoals de prevalentie van dubbele standaarden, en roept in dit verband op tot een samenhangender standpunt van de lidstaten; verzoekt de Commissie en de EDEO om manieren te vinden om de mensenrechtendialogen doeltreffender en zinvoller te maken en snel te reageren en deze aan te vullen als zij niet constructief zijn door middel van politiek overleg en openbare diplomatie; moedigt de Commissie en de EDEO aan om de transparantie in dialogen te vergroten, ook door middel van de grotere deelname van spelers uit het maatschappelijk middenveld, en om duidelijke maatstaven te hanteren om het succes van iedere dialoog te evalueren; benadrukt dat het belangrijk is dat de EU in de mensenrechtendialogen de gevallen aanhaalt van individuele mensenrechtenverdedigers die gevaar lopen, waarbij zij aandringt op de vrijlating van opgesloten verdedigers en op de bescherming van degenen die worden bedreigd; adviseert de EU-instellingen bovendien om de ambtenaren en functionarissen op alle niveaus bij de EU-delegaties gepaste middelen en opleidingen op het gebied van mensenrechten en democratie te bieden;

13.  wijst er opnieuw op dat het Actieplan inzake mensenrechten en democratie 2015-2019 en de tussentijdse evaluatie daarvan uit 2017 de bepalende instrumenten moeten vormen voor actie op het gebied van de mensenrechten, en benadrukt, in dit verband, de noodzaak om voldoende middelen en deskundigheid in te plannen om de voornaamste prioriteiten van de EU naar behoren ten uitvoer te leggen; verzoekt de EU-instellingen en de lidstaten ervoor te zorgen dat het huidige actieplan op een doeltreffende en samenhangende manier ten uitvoer wordt gelegd, onder meer door middel van daadwerkelijke samenwerking met maatschappelijke organisaties;

14.  vraagt de EU haar instrumenten en beleid betreffende institutionele ontwikkeling en de rechtsstaat te versterken en hier maatstaven in op te nemen om verantwoordingsplicht te waarborgen en straffeloosheid voor mensenrechtenschendingen te voorkomen; vraagt de passende middelen op doeltreffende wijze aan te wenden om de mensenrechten en de democratie verder te bevorderen;

15.  herinnert in dit verband aan de cruciale steun die het EIDHR heeft geboden bij de tenuitvoerlegging van het strategisch kader en het actieplan van de EU inzake mensenrechten en democratie, de EU-richtsnoeren inzake mensenrechten en de landenstrategieën, wat de EU in staat heeft gesteld om strategischer op dit gebied op te treden en heeft gezorgd voor verantwoording, zichtbaarheid en doeltreffendheid; roept met klem op tot de opname van het EIDHR als een afzonderlijk en onafhankelijk instrument in het meerjarig financieel kader voor de periode 2021-2027, om de duidelijke diversiteit ervan niet te doen opgaan in een breder fonds voor extern optreden; moedigt ten sterkste samenwerking aan tussen de externe financieringsinstrumenten van de EU, om doublures en overlappingen te voorkomen en mogelijke leemten en financieringsbehoeften aan te kunnen wijzen;

16.  herinnert eraan dat de ervaring die is opgedaan met de overgang naar democratie in het kader van het uitbreidings- en nabuurschapsbeleid op een positieve manier kan bijdragen tot de vaststelling van beste praktijken die kunnen worden gebruikt voor de ondersteuning en consolidering van andere democratiseringsprocessen overal ter wereld; is ervan overtuigd dat het herziene Europese nabuurschapsbeleid economische, sociale en politieke hervormingen moet ondersteunen, de mensenrechten moet beschermen en moet helpen bij de invoering van de rechtsstaat terwijl de toezeggingen van de EU aan haar partners behouden moeten blijven; wijst er nogmaals op dat de bevordering van mensenrechten en democratische beginselen in het belang van zowel partnerlanden als de EU is; wijst er nogmaals op dat er interparlementaire betrekkingen moeten worden opgezet tussen de Unie en haar partners, in het kader van een open dialoog op basis van wederzijds begrip en vertrouwen, teneinde de mensenrechten op doeltreffende wijze te bevorderen;

17.  wijst op de werkzaamheden van zijn Subcommissie mensenrechten (DROI), die nauw samenwerkt met andere EU-instellingen, de SVEU, de EDEO, het maatschappelijk middenveld, waaronder ngo's, en multilaterale mensenrechtenorganisaties; merkt op dat de Subcommissie mensenrechten in 2017 drie verslagen opstelde, die als resoluties werden aangenomen door de plenaire vergadering, te weten over staatloosheid in Zuid- en Zuidoost-Azië(13), over de bestrijding van mensenrechtenschendingen in de context van oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid, met inbegrip van genocide(14), en over corruptie en het effect op de mensenrechten in derde landen(15);

18.  stelt voor om in het eerste trimester van 2019 een interne taskforce op te richten voor de evaluatie van de bevordering en integratie van mensenrechten door zijn commissies met een extern mandaat en door zijn delegaties voor betrekkingen met derde landen tijdens de periode 2014-2019; is van plan naar aanleiding van deze evaluatie aanbevelingen op te stellen voor ruimere parlementaire actie op het gebied van mensenrechten in de volgende zittingsperiode, ook met betrekking tot het toezicht op de activiteiten van de EDEO en de Commissie, de interne institutionele opzet, en de integratie van mensenrechten binnen zijn instanties;

19.  is van mening dat de functie van spoedresoluties op basis van artikel 135 van het Reglement, verder kan worden uitgewerkt om mensenrechten en democratie te versterken door meer tijdige beschouwingen, gerichtheid en doeltreffendheid;

Specifieke uitdagingen op het gebied van de mensenrechten

20.  spreekt zijn diepe bezorgdheid uit over de geleidelijke afname van de ruimte voor het maatschappelijk middenveld in 2017, en betreurt het feit dat mensenrechtenverdedigers, journalisten en ngo's te vaak het doelwit zijn van pesterijen, intimidatie en geweld, met inbegrip van moordpartijen; maakt zich zorgen over de voortzetting van de oplegging van reisverboden aan mensenrechtenactivisten die zittingen van de Mensenrechtenraad van de VN in Genève en andere internationale instellingen willen bijwonen, veroordeelt met klem deze verboden, en roept de betrokken regeringen op om ze op te heffen; beklemtoont dat het onacceptabel is dat vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld en de media ervan worden weerhouden om deel te nemen aan de werkzaamheden van internationale instanties en dringt aan op eerbiediging van de fundamentele politieke en mensenrechten van de vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld; is bezorgd over het feit dat sommige mensenrechtenactivisten bij terugkeer in hun herkomstland zijn vastgezet na te zijn gehoord in internationale instellingen;

21.  betreurt dat het in omvang toenemende wereldwijde fenomeen van inperking van de ruimte voor het maatschappelijk middenveld ook in gevestigde democratieën en landen met een hoog of middelhoog inkomen kan voorkomen; roept de EU en haar lidstaten op het goede voorbeeld te geven; veroordeelt wetgeving die de activiteiten van sociale bewegingen beperkt, onder meer door de sluiting van ngo's of de bevriezing van hun activa; vraagt om de intrekking van wetgeving waarmee willekeurige of indringende eisen aan de werking van ngo's worden opgelegd, waaronder bepalingen die buitenlandse financiering beperken; veroordeelt de verspreiding van openbare verhalen die de rol van maatschappelijke organisaties in toenemende mate ondermijnen; moedigt de EU-delegaties en de diplomatieke vertegenwoordigingen van de lidstaten aan gevallen van schendingen van de vrijheid van vergadering en vereniging te blijven monitoren en aan de orde te blijven stellen, waaronder de verscheidene vormen van verboden op en beperkingen van maatschappelijke organisaties en hun activiteiten of het bevorderen van door sommige regeringen gesponsorde nep-ngo's; moedigt hen aan mensenrechtenverdedigers actief te blijven steunen, door op stelselmatige wijze toe te zien op processen, opgesloten activisten te bezoeken en in voorkomend geval verklaringen af te leggen over individuele zaken;

22.  veroordeelt het feit dat de mediavrijheid in 2017 sterk is bedreigd en dat de aanvallen tegen de pers volgens de jaarbalans van Verslaggevers Zonder Grenzen in 2017 een nieuw record hebben bereikt; benadrukt dat de beginselen van vrijheid van mening en meningsuiting, zoals opgenomen in artikel 19 van de Universele Verklaring van de rechten van de mens, moeten worden geëerbiedigd; benadrukt het belang van de vrijheid van meningsuiting, zowel online als offline, als voorwaarde voor de juiste werking van democratische gemeenschappen, aangezien deze bijdraagt aan een pluralistische cultuur die het maatschappelijk middenveld en de burgers in staat stelt om hun eigen regeringen en besluitvormers verantwoordelijk te stellen en aangezien deze de eerbiediging van de rechtsstaat versterkt; veroordeelt met klem bedreigingen, intimidatie en aanvallen gericht tegen journalisten, onafhankelijke media, bloggers en klokkenluiders, evenals haatzaaiende uitlatingen, lasterwetgeving en pogingen om tot geweld aan te zetten, aangezien deze een bedreiging vormen voor de rechtsstaat en de waarden die door de mensenrechten worden belichaamd; onderstreept dat in 2017 honderden vreedzame manifestanten en journalisten zijn gearresteerd, van wie er velen werden mishandeld of aan willekeurige detentie werden onderworpen en zware boetes moesten betalen tijdens rechtszaken waarin de minimale procedurenormen niet werden gegarandeerd; verzoekt de EU meer inspanningen te leveren om het recht op vrijheid van mening en van meningsuiting te beschermen in alle betrekkingen met derde landen; benadrukt dat het belangrijk is om de daadwerkelijke en systematische uitvoering van de EU-richtsnoeren inzake vrijheid van meningsuiting online en offline te verzekeren en de effecten ervan regelmatig te monitoren;

23.  benadrukt het essentiële belang van de academische vrijheid, als een mensenrecht dat wordt beschermd door internationale verdragen; veroordeelt ten stelligste elke aanval op de academische vrijheid zoals moorden, gedwongen verdwijningen, geweld, opsluiting, beëindiging van het dienstverband, aanvallen op de reputatie en onrechtmatige vervolging; benadrukt de ernst van elke aanval op de academische vrijheid, aangezien deze essentieel is bij de totstandbrenging van een pluralistische en democratische samenleving;

24.  veroordeelt ten stelligste het feit dat zoveel mensenrechtenverdedigers in 2017 te maken kregen met digitale bedreigingen, met inbegrip van gecompromitteerde gegevens als gevolg van in beslag genomen apparatuur, bewaking op afstand en datalekken; veroordeelt de praktijk van online-bewaking en hacking voor het vergaren van informatie die kan worden gebruikt voor rechtszaken of lastercampagnes; is ernstig bezorgd over het feit dat bepaalde technologieën voor cybertoezicht voor tweeërlei gebruik steeds vaker worden gebruikt tegen politici, activisten, bloggers en journalisten; roept in dit opzicht de EU-instellingen met klem op om de verordening inzake de controles op de uitvoer van producten voor tweeërlei gebruik dringend en op doeltreffende wijze te actualiseren;

25.  stelt opnieuw dat de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht en de volledige transparantie van een systeem voor rechtsbedeling waarin alle betrokkenen hun rol op een onafhankelijke en eerlijke manier moeten vervullen, essentiële voorwaarden zijn voor de ontwikkeling van een democratische staat en de juridische bescherming van de mensenrechten; veroordeelt ondubbelzinnig alle pogingen om de vrijheid van rechters, openbare aanklagers en advocaten te beknotten evenals alle vormen van direct en indirect geweld tegen hen; verzoekt de EU om in het kader van haar diplomatieke betrekkingen met derde landen dit punt altijd maximaal voor ogen te houden;

26.  erkent dat het open karakter van het internet en de technologische vooruitgang het mogelijk hebben gemaakt om mensenrechtenschendingen sneller aan de kaak te stellen; hekelt de pogingen van bepaalde regeringen om massacommunicatiemiddelen, waaronder het internet, te beheersen; is bezorgd over de prevalentie van nepnieuws en desinformatie die in 2017 door statelijke en niet-statelijke actoren werden gegenereerd, die hebben bijgedragen aan de verspreiding van verhalen die tegen de mensenrechten indruisen, de toegang tot vrije, accurate en onpartijdige informatie hebben beperkt, hebben aangezet tot geweld, haat of discriminatie jegens bepaalde groepen of personen, en de uitslag van verkiezingen hebben beïnvloed, waardoor democratieën werden ondermijnd; benadrukt in dit verband dat de EU een sterker positief verhaal over mensenrechten moet ontwikkelen, om een duidelijk standpunt in te nemen tegenover regeringen die desinformatie aanmoedigen of de universaliteit en ondeelbaarheid van mensenrechten uitdagen, en meer inspanningen moet leveren om vrije en onafhankelijke media wereldwijd te ondersteunen; benadrukt het cruciale belang van onderwijs, cultuur, kennis en kritisch denken bij de bestrijding van nepnieuws en de verspreiding ervan;

27.  roept de VV/HV op een EU-cybervertegenwoordiger aan te stellen die de diplomatieke inspanningen van de EU moet coördineren om, in haar buitenlands beleid, aan te sturen op een open, interoperabel, veilig en betrouwbaar internet, waarop de mensenrechten worden geëerbiedigd en normen voor verantwoord staatsgedrag online worden bevorderd;

28.  stelt opnieuw dat vrijheid van denken, geweten, godsdienst en overtuiging, met inbegrip van de vrijheid om te geloven of niet te geloven, om al dan niet uiting te geven aan een godsdienst naar keuze, om afstand te nemen van een godsdienst of op een andere godsdienst over te stappen, en het recht op geloofsafval en het recht om atheïstische standpunten te huldigen, onvoorwaardelijk moeten worden bevorderd door middel van interreligieuze en interculturele dialoog; veroordeelt discriminatie op grond van denkbeelden, geweten, godsdienst of overtuiging, en de vervolging van en aanvallen op alle etnische en religieuze groepen in 2017; wenst dat de instrumentalisering van godsdienst voor politieke doeleinden wordt vermeden; betreurt de pogingen van statelijke en niet-statelijke actoren om de vrijheid van denken, geweten, godsdienst en overtuiging, de vrijheid van vergadering en de vrijheid van meningsuiting te beperken door onder meer wetten tegen godslastering aan te nemen en ten uitvoer te leggen; vraagt om verdere maatregelen ter bescherming van religieuze minderheden, ongelovigen en atheïsten, met inbegrip van de slachtoffers van wetten tegen godslastering; verzoekt de EU en haar lidstaten om actiever deel te nemen aan politieke discussies over de afschaffing van dergelijke wetten, om meer inspanningen te leveren om de eerbiediging van de vrijheid van denken, geweten, godsdienst en overtuiging te verbeteren en om de interreligieuze dialoog en de dialoog tussen aanhangers van verschillende overtuigingen te bevorderen wanneer ze met derde landen samenwerken; verzoekt de Commissie en de EDEO om actief bij te dragen aan de veilige terugkeer naar eigen land, op vrijwillige basis, van personen die huis en haard hebben moeten verlaten vanwege vervolging op grond van godsdienst of overtuiging; vraagt om concrete maatregelen voor de effectieve tenuitvoerlegging van de EU-richtsnoeren tot bevordering en bescherming van de vrijheid van godsdienst en overtuiging; ondersteunt de EU-praktijk om het voortouw te nemen bij thematische resoluties inzake vrijheid van denken, geweten, godsdienst en overtuiging in de VN-Raad voor de Mensenrechten (UNHRC) en de Algemene Vergadering van de VN (AVVN); ondersteunt het werk van Ján Figel, de speciale EU-vertegenwoordiger voor de bevordering van de vrijheid van godsdienst en overtuiging buiten de EU;

29.  acht het buitengewoon betreurenswaardig dat in vele landen in de hele wereld nog altijd foltering, onmenselijke en onterende behandeling en de doodstraf worden toegepast, en roept de EU op om zich harder in te spannen om deze praktijken uit te bannen; vindt de detentieomstandigheden, met inbegrip van de toegang tot zorg en geneesmiddelen, en de staat van de gevangenissen in een aantal landen zeer zorgwekkend; is verheugd over de formele lancering op 18 september 2017 van de Alliantie voor handel zonder foltering en de oprichting van de EU-coördinatiegroep voor de bestrijding van foltering, die de opdracht heeft gekregen de tenuitvoerlegging daarvan te volgen; is in dit opzicht ingenomen met aanpassingen van de EU-wetgeving inzake de handel in bepaalde goederen die gebruikt kunnen worden voor de doodstraf, marteling of andere onmenselijke behandelingen of straffen; constateert dat het aantal executies dat in 2017 wereldwijd werd uitgevoerd met 4 % is gedaald ten opzichte van het voorgaande jaar; roept landen die dit nog niet hebben gedaan op om onmiddellijk een moratorium op de uitvoering van de doodstraf in te stellen als een stap naar de afschaffing daarvan; acht het van essentieel belang dat alle vormen van foltering en mishandeling, waaronder psychische foltering, van gevangenen worden bestreden en dat meer wordt gedaan om ervoor te zorgen dat het internationaal recht ter zake wordt nageleefd en slachtoffers schadevergoeding krijgen;

30.  veroordeelt ten stelligste de gruwelijke misdaden en mensenrechtenschendingen die zijn gepleegd door statelijke en niet-statelijke actoren, ook tegen burgers die op vreedzame wijze hun mensenrechten uitoefenden; is geschokt door het brede scala aan begane misdaden, waaronder moord, foltering, verkrachting, slavernij en seksuele slavernij, het ronselen van kindsoldaten, gedwongen bekeringen en de systematische moord op leden van religieuze en etnische minderheden; dringt er bij de EU en haar lidstaten op aan genocide, misdaden tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden te bestrijden en ervoor te zorgen dat de daders ervan worden berecht; roept de EU op steun te verlenen aan organisaties en de VN-onderzoeksteams die – op digitale wijze of anderszins – bewijs verzamelen, bewaren en beschermen van de misdaden die door partijen bij deze conflicten worden begaan, teneinde hun vervolging op internationaal niveau te vergemakkelijken; merkt op dat internetplatforms videomateriaal dat verband houdt met mogelijke oorlogsmisdaden hebben gewist in het kader van hun inspanningen om terroristische inhoud en propaganda te verwijderen;

31.  steunt de belangrijke rol van het Internationaal Strafhof (ICC) in de gevallen waarin de betrokken staten niet in staat of bereid zijn hun rechtsmacht uit te oefenen; roept de EU en haar lidstaten op het ICC diplomatieke en financiële steun te verlenen; roept de EU en haar lidstaten op om alle lidstaten van de VN aan te sporen het Statuut van Rome inzake het ICC te ratificeren en toe te passen, en is ontzet over de terugtrekkingen uit het statuut en de dreigingen om dit te doen; roept bovendien de partijen die het Statuut van Rome hebben ondertekend op om met het ICC te overleggen en samen te werken; doet een beroep op alle lidstaten om de Kampala-amendementen over het misdrijf agressie te ratificeren en "gruweldaden" toe te voegen aan de lijst van misdrijven waarvoor de EU bevoegd is; herhaalt het belang van andere sleutelmechanismen die bedoeld zijn om een einde te maken aan straffeloosheid, met inbegrip van het gebruik van universele rechtsmacht, en roept de lidstaten op de nodige wetgeving aan te nemen; herhaalt in dit verband dat de rechten van slachtoffers de kern van elke actie moeten vormen; doet opnieuw een beroep op de VV/HV om een speciale vertegenwoordigers van de EU voor internationaal humanitair recht en internationale rechtspraak te benoemen die wordt belast met de bevordering, mainstreaming en vertegenwoordiging van de steun die de EU biedt aan de bestrijding van straffeloosheid;

32.  is ingenomen met de inspanningen van de EU om het internationaal, onpartijdig en onafhankelijk mechanisme (IIIM) te ondersteunen, dat door de VN in Syrië is opgezet ter ondersteuning van het onderzoek naar ernstige misdrijven; benadrukt dat in andere landen een soortgelijk onafhankelijk mechanisme moet worden opgezet; verzoekt de EU en de EU-lidstaten die dat nog niet hebben gedaan, financieel aan het IIIM bij te dragen;

33.  herhaalt dat staten andere staten voor het Internationaal Gerechtshof kunnen dagen wegens schending van internationale verdragen, zoals het Verdrag van de Verenigde Naties tegen foltering, met het oog op de vaststelling van aansprakelijkheid van de staat als indirect middel voor de vaststelling door de rechter van individuele strafrechtelijke verantwoordelijkheid in een later stadium;

34.  betreurt ten zeerste de gebrekkige eerbiediging van het internationale humanitaire recht en veroordeelt ten stelligste de dodelijke aanvallen die in 2017 met zorgwekkende regelmaat werden uitgevoerd op ziekenhuizen, scholen en andere burgerdoelwitten in gewapende conflicten wereldwijd; is van mening dat de internationale veroordeling van dergelijke aanvallen moet worden gestaafd door onafhankelijk onderzoek en daadwerkelijke rekenschap; prijst het werk dat hulpverleners hebben verricht bij het verlenen van humanitaire hulp; roept de lidstaten, de EU-instellingen en de VV/HV op om te waarborgen dat het beleid en de acties van de EU op het gebied van internationaal humanitair recht op samenhangende wijze en doeltreffend worden uitgevoerd, en om alle instrumenten te gebruiken die tot hun beschikking staan om deze kwestie aan te pakken; concludeert dat er uitgebreidere verslaglegging beschikbaar had moeten worden gesteld door de EU en haar lidstaten over de tenuitvoerlegging in specifieke conflictsituaties van de richtsnoeren inzake de bevordering van de naleving van het internationale humanitaire recht, met inbegrip van en niet in de laatste plaats het jaarverslag van de EU over mensenrechten en democratie; roept de internationale gemeenschap op om instrumenten op te zetten die de kloof tussen waarschuwing en respons kunnen verkleinen om het ontstaan, het opnieuw oplaaien en de escalatie van gewelddadige conflicten te voorkomen, zoals het systeem voor vroegtijdige waarschuwing van de EU; vraagt de EU en haar lidstaten hun financiële bijdrage voor humanitaire hulp en ontwikkelingshulp te verhogen; wijst op de verlaging met 2,4 % van de officiële ontwikkelingshulp (ODA) in 2017 ten opzichte van 2016 en op het feit dat het doel om 0,7 % van het BNI aan ODA te besteden niet wordt gehaald;

35.  herinnert aan zijn resolutie van 27 februari 2014 over de inzet van gewapende drones(16); geeft uiting aan zijn ernstige bezorgdheid over de inzet van gewapende drones buiten het internationale rechtskader; verzoekt de EU nogmaals onverwijld een juridisch bindend kader te ontwikkelen voor de inzet van gewapende drones om ervoor te zorgen dat de lidstaten, overeenkomstig hun wettelijke verplichtingen, zich niet bezondigen aan onwettig doelgericht doden of het andere landen gemakkelijker maken dit te doen; verzoekt de Commissie om het Parlement naar behoren op de hoogte te houden van het gebruik van EU-middelen voor alle onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten in verband met de bouw van drones; verzoekt om beoordelingen van het effect op de mensenrechten van verdere ontwikkelingsprojecten van drones;

36.  roept de VV/HV en de lidstaten op om het EU-regime voor beperkende maatregelen uit te breiden met een EU-sanctieregime voor mensenrechten op grond waarvan GBVB-sanctiebeslissingen op ernstige mensenrechtenschendingen kunnen worden gebaseerd, naar het voorbeeld van de Magnitski-wet;

37.  dringt er bij de VV/HV en de lidstaten op aan stappen te zetten op weg naar een internationaal verbod op wapensystemen met te weinig menselijke controle op het gebruik van geweld, waar het Parlement meermaals om heeft verzocht, en in voorbereiding op desbetreffende bijeenkomsten op VN-niveau dringend een gemeenschappelijk standpunt over autonome wapensystemen te ontwikkelen en vast te stellen, op desbetreffende fora met één stem te spreken en hiernaar te handelen;

38.  benadrukt dat corruptie de rechtsstaat, de democratie en het concurrentievermogen van economieën ondergraaft en mensenrechten in gevaar brengt; benadrukt dat mensenrechtenverdedigers en klokkenluiders die strijden tegen corruptie moeten worden ondersteund; dringt aan op verbetering van de mechanismen en praktijken voor de bestrijding van corruptie, zoals het opleggen van sancties aan personen en landen die ernstige corruptiemisdrijven begaan; vraagt de EDEO en de Commissie gezamenlijke programma's voor mensenrechten en corruptiebestrijding op te zetten, met name initiatieven voor de bevordering van transparantie, de bestrijding van straffeloosheid, de versterking van corruptiebestrijdingsinstanties en initiatieven om te zorgen voor grotere transparantie en betere traceerbaarheid van het gebruik van EU-middelen; verzoekt de Commissie om te onderhandelen over anticorruptiebepalingen in toekomstige handelsovereenkomsten; herhaalt de aanbevelingen over corruptie en mensenrechten die het deed in zijn resolutie van 13 september 2017 over corruptie en het effect op de mensenrechten in derde landen(17) en vraagt de EU-instellingen en lidstaten om een follow-up;

39.  uit zijn bezorgdheid over de vernietiging en de illegale plundering van en vandalistische aanvallen op erfgoedlocaties, en is sterke voorstander van initiatieven voor de vaststelling van de feiten en erfgoedbescherming en redding;

40.  benadrukt het belang van vrije en eerlijke verkiezingen voor democratische processen en is bezorgd over het toenemende aantal onwettige verkiezingen wereldwijd; herinnert eraan dat onafhankelijke media en diversiteit aan meningen essentieel zijn voor de waarborging van vrije en eerlijke verkiezingen; roept de EU op de resultaten van frauduleuze of vervalste verkiezingen niet te erkennen en alle diplomatieke, economische en beleidsmiddelen waarover zij beschikt in te zetten om de geloofwaardigheid van verkiezingen wereldwijd hoog te houden en landen ertoe te dwingen te voldoen aan de criteria voor vrije en eerlijke verkiezingen; is van mening dat de steun die de EU verleent aan verkiezingsprocessen en democratie overal ter wereld – haar verkiezingsmissies en de opvolging die daaraan wordt gegeven, verkiezingsondersteuning en met name de actieve rol van het Parlement in dit verband – van het grootste belang is; benadrukt het belang van verkiezingswaarneming in de context van vreedzame democratische transities, van de versterking van de rechtsstaat, van politiek pluralisme en de toenemende participatie van vrouwen in verkiezingsprocessen, en van transparantie en de eerbiediging van de mensenrechten; herinnert eraan hoe belangrijk het is lokale maatschappelijke organisaties te betrekken bij het verkiezingswaarnemingsproces en bij de tenuitvoerlegging van de aanbevelingen van de verkiezingswaarnemingsmissies; is van mening dat inmenging in de verkiezingen van andere landen via cyberoperaties een schending vormt van het recht van mensen om in vrijheid hun vertegenwoordigers te kiezen;

41.  is verheugd over de ondertekening door de EU van het Verdrag van Istanboel en benadrukt de noodzaak om geweld tegen vrouwen, waaronder huiselijk geweld, met alle middelen te voorkomen en te bestrijden; vraagt de lidstaten die dit nog niet gedaan hebben dit verdrag zo spoedig mogelijk te ratificeren en ten uitvoer te leggen; steunt in dit verband het gezamenlijke Spotlight-initiatief van de EU en de VN; spoort landen aan om hun wetgeving aan te scherpen om gendergerelateerd geweld, genitale verminking van vrouwen en seksueel geweld in een zo vroeg mogelijk stadium aan te pakken; herinnert eraan dat geweld tegen vrouwen diepgeworteld is in genderongelijkheid en dus ook op omvattende wijze moet worden aangepakt, en benadrukt het belang van sociale diensten en bescherming; benadrukt dat betrouwbare statistieken over het bestaan, de oorzaken en de gevolgen van alle soorten geweld tegen vrouwen van essentieel belang zijn om effectieve wetgeving en strategieën uit te werken om gendergerelateerd geweld te bestrijden; roept de EU dan ook op landen te helpen bij het verbeteren van de gegevensvergaring op dit gebied en het voldoen aan internationale wettelijke verplichtingen; vraagt de EU samen te werken met andere landen om in meer financiering en programmering te voorzien om seksueel en gendergerelateerd geweld wereldwijd te voorkomen en hierop een antwoord te bieden; veroordeelt alle andere vormen van fysieke, seksuele en psychologische geweldpleging en uitbuiting, massaverkrachtingen, mensenhandel en de schending van de seksuele en reproductieve rechten van vrouwen; benadrukt dat adequate en betaalbare gezondheidszorg en de universele eerbiediging van en toegang tot seksuele en reproductieve rechten en onderwijs voor alle vrouwen moeten worden gegarandeerd en dat zij vrij en verantwoordelijk moeten kunnen beslissen over hun gezondheid, hun lichaam en hun seksuele en reproductieve rechten; herinnert eraan dat onderwijs een wezenlijk instrument is in de strijd tegen discriminatie en geweld tegen vrouwen en kinderen; veroordeelt de herinvoering van het Mexico City-beleid (de zogenaamde "global gag rule");

42.  benadrukt dat de EU zich moet blijven inzetten voor de volledige naleving van de verplichtingen en verbintenissen voor vrouwenrechten die zijn aangegaan in het CEDAW, het actieprogramma van Peking en het actieprogramma van de Internationale Conferentie over Bevolking en Ontwikkeling, en de resultaten van de toetsingsconferenties van die programma's moet eerbiedigen;

43.  herinnert aan de publicatie van het eerste jaarlijkse uitvoeringsverslag voor 2016 over het EU-genderactieplan 2016-2020 (GAP II) in augustus 2017, waarin een aantal positieve trends worden benadrukt ten aanzien van de verandering van de levens van meisjes en vrouwen door de waarborging van hun fysieke en psychologische integriteit, de bevordering van hun economische en sociale rechten en de versterking van hun stem en deelname; is van mening dat de EU steun voor vrouwen moet blijven integreren in operaties van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid (GVDB), conflictpreventie en wederopbouw na conflicten; onderstreept wederom het belang van resolutie 1325 van de VN-Veiligheidsraad over vrouwen, vrede en veiligheid; beklemtoont dat een grotere betrokkenheid van de openbare en particuliere sector essentieel is om de rechten van vrouwen evenals hun deelname aan openbare en particuliere instellingen, beleidsvorming, het economische leven en vredesprocessen te ondersteunen; beklemtoont dat de bedrijfswereld een belangrijke rol moet vervullen bij de versterking van de vrouwenrechten; dringt er bij de Commissie op aan het voortouw te nemen bij de bestrijding van seksuele uitbuiting en seksueel misbruik in de humanitaire sector en de ontwikkelingshulpsector, aangezien in deze sectoren de hoogste normen van verantwoordelijkheid en verantwoording voor werkzaamheden moeten gelden; benadrukt het belang van de herziening en de versterking van beschermingsprocedures en regels voor inzet;

44.  verzoekt de EDEO ervoor te zorgen dat de conclusies van de 62e bijeenkomst van de Commissie voor de status van de vrouw (CSW) worden geïntegreerd in het beleid en een nieuwe impuls geven aan de inspanningen voor gendergelijkheid en de empowerment van vrouwen en meisjes op het platteland;

45.  benadrukt dat onderwijs en opleidingen in STEM-vakken en de geesteswetenschappen toegankelijk moeten worden gemaakt voor vrouwen en meisjes, waarbij vooral nadruk moet worden gelegd op het ontwikkelen van hun talenten en vaardigheden en het doen toenemen van hun aanwezigheid in de STEM-sectoren;

46.  verzoekt de Commissie manieren en middelen te onderzoeken opdat de EU eenzijdig toetreedt tot het VN-Verdrag inzake de rechten van het kind (UNCRC), aangezien alle lidstaten het hebben geratificeerd en primaire en secundaire EU-wetgeving inhoudelijke bepalingen bevat over de bescherming van de rechten van het kind; roept alle landen die het UNCRC nog niet hebben geratificeerd op dit zo snel mogelijk te doen; is verheugd over de vaststelling van de herziene EU-richtsnoeren ter bevordering en bescherming van de rechten van het kind en benadrukt de noodzaak om ervoor te zorgen dat alle kinderen worden bereikt, ook de meest gemarginaliseerde kinderen en kinderen in kwetsbare situaties; onderstreept het feit dat kinderen vaak het slachtoffer zijn van specifieke vormen van misbruik, zoals kinderhuwelijken, kinderprostitutie, het gebruik van kindsoldaten, genitale verminking, kinderarbeid en kinderhandel, met name tijdens humanitaire crises en gewapende conflicten, en daarom aanvullende bescherming nodig hebben; roept de EU op om met derde landen samen te werken om een einde te maken aan kinderhuwelijken en gedwongen huwelijken door vast te stellen dat 18 jaar de wettelijke minimumleeftijd is voor een huwelijk, te eisen dat de leeftijd van beide echtgenoten wordt gecontroleerd en dat wordt nagegaan of zij volledig en vrij instemmen, verplichte registratie van huwelijken in te voeren, en ervoor te zorgen dat deze regels worden nageleefd; benadrukt de noodzaak om de inspanningen van de EU voor de bescherming van kinderen, in het bijzonder niet-begeleide minderjarigen, op te voeren en speciale aandacht te besteden aan onderwijs en psychosociale bijstand; roept op tot de effectieve tenuitvoerlegging van de richtsnoeren voor de bescherming van scholen en universiteiten tegen militair gebruik tijdens gewapende conflicten; dringt aan op een snelle oplossing voor de kwestie van staatloze kinderen, zowel binnen als buiten de EU, en met name kinderen die buiten het land van herkomst van hun ouders worden geboren en migrantenkinderen, in overeenstemming met het internationale recht; dringt er bij de EU en haar lidstaten op aan een actieplan te ontwikkelen om een einde te maken aan het vasthouden van kinderen als gevolg van hun migratiestatus, overeenkomstig de Verklaring van New York voor vluchtelingen en migranten; herinnert aan het recht op bijzondere bescherming in het beste belang van het kind;

47.  verzoekt de EU en haar lidstaten volledige transparantie aan de dag te leggen en volledige monitoring in te stellen met betrekking tot de middelen die aan derde landen worden toegekend voor de samenwerking op het gebied van migratie, en ervoor te zorgen dat veiligheidsdiensten, politiediensten en rechtsstelsels die betrokken zijn bij mensenrechtenschendingen in dit verband niet direct of indirect voordeel halen uit een dergelijke samenwerking; benadrukt de mogelijkheid om ontwikkelingssamenwerking te scheiden van samenwerking op het gebied van overname- en migratiebeheer; is bezorgd over de mogelijke instrumentalisering van het buitenlands beleid van de EU als "migratiebeheer", en benadrukt dat alle pogingen om samen te werken met derde landen, met inbegrip van landen van herkomst en doorreis, op het gebied van migratie hand in hand moeten gaan met de verbetering van de mensenrechtenomstandigheden in deze landen en dat hierbij de internationale mensenrechten en het internationale vluchtelingenrecht moeten worden nageleefd; betuigt zijn diepe bezorgdheid over en solidariteit met het grote aantal vluchtelingen, migranten en intern ontheemden dat gebukt gaat onder ernstige mensenrechtenschendingen als slachtoffers van conflicten, vervolging, bestuurlijk onvermogen en mensenhandel- en mensensmokkelnetwerken; beklemtoont de dringende noodzaak om de onderliggende oorzaken van migratiestromen aan te pakken en derhalve de externe dimensie van het migratiefenomeen aan te pakken, onder meer door duurzame oplossingen te vinden voor conflicten en economische onderontwikkeling, in ons nabuurschap en de rest van de wereld, door samenwerking en partnerschappen met de betrokken derde landen te ontwikkelen die stroken met het internationale recht, de eerbiediging van de mensenrechten waarborgen en de geloofwaardigheid van de EU hooghouden zowel binnen als buiten de EU; dringt erop aan dat de EU en haar lidstaten humanitaire bijstand bieden op het gebied van onderwijs, huisvesting, gezondheid en andere gebieden waarop migranten en vluchtelingen steun nodig hebben, en dat het terugkeerbeleid naar behoren wordt uitgevoerd; herinnert eraan dat het belangrijk is dat de EU de betrokken landen aanmoedigt om het protocol tegen de smokkel van migranten over land, over zee en door de lucht te ondertekenen; merkt op dat volgens de VN in 2017 ongeveer 258 miljoen mensen in een ander land dan hun geboorteland woonden; dringt er bij de Commissie op aan de bescherming en de bevordering van de rechten van migranten en vluchtelingen als een prioriteit van haar beleid te blijven aanmerken; benadrukt de noodzaak om de kaders voor de bescherming van migranten en vluchtelingen verder uit te werken en beter ten uitvoer te leggen, in het bijzonder door veilige en wettelijke migratieroutes en door humanitaire visa te verlenen; wenst dat het Parlement toezicht houdt op migratieovereenkomsten; betreurt elke poging om humanitaire hulp te belemmeren, aan te tasten of zelfs te criminaliseren, en benadrukt de behoefte aan grotere opsporings- en reddingscapaciteiten voor mensen in nood op zee en aan land om de primaire verplichtingen van het internationaal recht na te komen; onderstreept dat het aantal mensen met burgerschap van een niet-lidstaat dat in een lidstaat verblijft op 1 januari 2017 21,6 miljoen bedroeg, hetgeen overeenkomt met 4,2 % van de bevolking van de EU-28; roept de lidstaten op een ernstige dialoog te beginnen om te komen tot gezamenlijk, inclusief begrip, gedeelde verantwoordelijkheden en één doelstelling met betrekking tot migratie; is verheugd over het VN-initiatief over het mondiaal pact voor veilige, ordelijke en reguliere migratie, het mondiaal pact inzake vluchtelingen van het UNHCR en de cruciale rol die mensenrechten in deze pacten hebben;

48.  betreurt het voortbestaan van mensenhandel; benadrukt dat mensenhandel mensen tot handelswaar maakt en een van de ernstigste vormen van mensenrechtenschendingen vormt; onderstreept in dit verband het belang van een consistente aanpak van de interne en externe aspecten van het EU-beleid ter bestrijding van mensenhandel op alle niveaus; roept de EU en haar lidstaten op om de samenwerking met derde landen op te voeren om alle fasen van mensenhandel in kaart te brengen, met inbegrip van alle vormen van uitbuiting van personen, in het bijzonder vrouwen en kinderen, zoals de handel in organen, dwangarbeid en seksuele uitbuiting, en om met de VN en de maatschappelijke organisaties op dit gebied samen te werken; roept op tot duidelijke beginselen en wetgevingsinstrumenten die gericht zijn op mensenrechtenschendingen met betrekking tot draagmoederschap; geeft aan zich grote zorgen te maken over de grote kwetsbaarheid van migranten en vluchtelingen, in het bijzonder vrouwen en kinderen, met betrekking tot uitbuiting, mensensmokkel en mensenhandel, ook in migratiehotspots; onderstreept de noodzaak om op slachtoffers gericht beleid te bevorderen, dit type misdrijf te voorkomen en te beperken, en op te treden tegen winst uit mensenhandel;

49.  moedigt alle landen, met inbegrip van de lidstaten en de EU, aan onderhandelingen aan te gaan over de vaststelling van een juridisch bindend internationaal mensenrechteninstrument voor transnationale ondernemingen en andere bedrijven door actief deel te nemen aan de door de VN opgerichte open intergouvernementele werkgroep; dringt nogmaals aan op de noodzaak van de snelle tenuitvoerlegging van de leidende beginselen van de VN inzake bedrijfsleven en mensenrechten (UNGP's), in het bijzonder met betrekking tot de derde pijler inzake toegang tot rechtsmiddelen; erkent het grote belang van het Global Compact van de VN en de nationale actieplannen inzake bedrijfsleven en mensenrechten; benadrukt het belang van een EU-actieplan inzake bedrijfsleven en mensenrechten, en dringt er bij de Commissie op aan de ontwikkeling ervan te versnellen met het oog op de volledige tenuitvoerlegging van de UNGP's; spoort alle bedrijven, waaronder in de EU gevestigde bedrijven, aan om zorgvuldigheidseisen in acht te nemen, en bevestigt dat het van belang is maatschappelijk verantwoord ondernemen te bevorderen, en dat Europese bedrijven de leiding nemen bij de bevordering van internationale normen inzake bedrijfsleven en mensenrechten; roept alle landen op om de UNGP's effectief en onverwijld toe te passen en ervoor te zorgen dat bedrijven de mensenrechten en de sociale arbeidsnormen in acht nemen in hun rechtsgebied; spoort alle landen aan om bedrijven aan te pakken die grondstoffen of andere basisproducten gebruiken die afkomstig zijn uit conflictgebieden; herhaalt zijn oproep om regels over de aansprakelijkheid van bedrijven voor mensenrechtenschendingen in overeenkomsten tussen de EU en derde landen op te nemen; benadrukt dat aan de slachtoffers van bedrijfsgerelateerde mensenrechtenschendingen passende en doeltreffende toegang tot rechtsmiddelen moet worden gegarandeerd; bevestigt opnieuw de dringende noodzaak om schendingen van de mensenrechten en corruptie door bedrijven aan te pakken wanneer deze zich voordoen, en om ervoor te zorgen dat bedrijven aansprakelijk kunnen worden gesteld; betreurt dat de Commissie niet heeft gehandeld naar aanleiding van de oproepen die het Parlement heeft gedaan in zijn resolutie van 25 oktober 2016 over strafrechtelijke aansprakelijkheid van bedrijven voor ernstige schendingen van de mensenrechten in derde landen(18); dringt aan op maatregelen die de industrie binden aan het uitbannen van kinderarbeid en het voorkomen van mensenrechtenschendingen; verzoekt de Commissie een interinstitutionele taskforce inzake bedrijfsleven en mensenrechten in te stellen en een initiatief inzake zorgplicht op EU-niveau te onderzoeken;

50.  herinnert aan de inzet van de EU om mensenrechten en democratie centraal te stellen in haar betrekkingen met derde landen; benadrukt daarom dat de bevordering van de mensenrechten en de democratische beginselen, met inbegrip van conditionaliteitsclausules inzake de mensenrechten in internationale overeenkomsten, door alle EU-beleidsdomeinen met een externe dimensie moet worden ondersteund, met inbegrip van handelsbeleid; benadrukt de rol die handelsbetrekkingen kunnen vervullen bij de bevordering van groei in ontwikkelingslanden en het behoud van hun lokale markten; merkt op dat steun voor democratische stelsels en het streven naar vrijheid van de volkeren de leidende beginselen moeten blijven voor de economische belangen van de EU; herinnert eraan dat een samenhangend beleid van essentieel belang is voor ontwikkeling, en benadrukt dat het belangrijk is de mensenrechten in het handels- en ontwikkelingsbeleid te integreren in alle fasen ervan; roept de EU op ervoor te zorgen dat goederen die op haar grondgebied worden verhandeld volgens regelingen voor ethische certificering geen banden hebben met gedwongen arbeid en kinderarbeid; vraagt om de invoering van een instrument dat specifiek bedoeld is voor de monitoring en versterking van het genderbeleid in handelsovereenkomsten; is verheugd over de programma's, projecten en financiering van de EU in derde landen en benadrukt de noodzaak om schendingen te beoordelen en te voorkomen door een klachtenmechanisme in te voeren voor personen en groepen;

51.  beschouwt de SAP+-handelsregelingen een van de voornaamste instrumenten van het handelsbeleid van de EU voor de bevordering van de democratie, mensenrechten, duurzame ontwikkeling en milieunormen met betrekking tot derde landen; verzoekt de Commissie om de SAP+-regelingen te evalueren en hierop beter toezicht te houden om ervoor te zorgen dat de mensenrechtennormen door de begunstigde landen worden nageleefd; benadrukt dat de Commissie in het kader van een herzien SAP+ ernaar moet streven de transparantie en verantwoordingsplicht van dit mechanisme te vergroten, duidelijke procedures voor een zinvolle en versterkte deelname van maatschappelijke organisaties moet opzetten, en doeltreffende mensenrechteneffectbeoordelingen moet uitvoeren voordat handelspreferenties worden toegekend en tijdens de tenuitvoerlegging; roept op tot de mogelijke toevoeging van het Statuut van Rome van het ICC aan de lijst van verdragen die vereist zijn voor de GSP+-status; dringt er bij de Commissie op aan initiatieven van het maatschappelijk middenveld die toezicht houden op de uitvoering van deze regeling te blijven financieren; benadrukt hoe belangrijk nieuwe vormen van samenwerking zijn om de economische en sociale ontwikkeling van derde landen te bevorderen, waarbij in het bijzonder rekening wordt gehouden met de behoeften van de bevolking;

52.  verzoekt alle lidstaten de EU-gedragscode betreffende wapenuitvoer strikt in acht te nemen, en met name alle leveringen stop te zetten van wapens en bewakings- en inlichtingenapparatuur en -materiaal die door regeringen zouden kunnen worden gebruikt voor de onderdrukking van de mensenrechten en om burgers aan te vallen; wijst erop dat de wereldwijde handel in wapens en oorlogsmateriaal bijdraagt tot het gebruik ervan in tal van conflicten in derde landen; merkt op dat de EU-lidstaten tot de grootste wapenexporteurs ter wereld behoren en acht de wereldwijde toepassing en versterking van internationale normen inzake de verkoop van wapens van cruciaal belang;

53.  veroordeelt met klem alle vormen van discriminatie, waaronder die op grond van ras, godsdienst, kaste of soortgelijke stelsels van geërfde status, seksuele geaardheid en genderidentiteit, handicap of elke andere status; is verontrust over het grote aantal uitingen van racisme, vreemdelingenhaat en andere vormen van onverdraagzaamheid en het gebrek aan politieke vertegenwoordiging van de kwetsbaarste groepen, zoals etnische, taalkundige en religieuze minderheden, mensen met een handicap, de LGBTI-gemeenschap, vrouwen en kinderen; roept de EU op om grotere inspanningen te verrichten om alle vormen van discriminatie, zonder enig onderscheid, uit te bannen en bewustwording, een cultuur van verdraagzaamheid en inclusie te bevorderen, alsook bijzondere bescherming voor de meest kwetsbare groepen door middel van mensenrechten en politieke dialoog, de werkzaamheden van de EU-delegaties en publieke diplomatie; roept alle landen op ervoor te zorgen dat hun respectieve instellingen binnen hun rechtsgebied doeltreffende rechtsbescherming bieden; benadrukt het belang van het ontwikkelen van onderwijsstrategieën op scholen om onder kinderen bewustzijn te creëren en hen de instrumenten te bieden die ze nodig hebben om alle vormen van discriminatie te identificeren;

54.  benadrukt dat het beginsel van universele toegankelijkheid en de rechten van personen met een handicap op geloofwaardige wijze in alle relevante EU-beleidsdomeinen moeten worden geïntegreerd, met inbegrip van ontwikkelingssamenwerking, en onderstreept daarbij het prescriptieve en horizontale karakter van dit vraagstuk; roept de EU op om de bestrijding van discriminatie op grond van handicap in haar externe optreden en ontwikkelingshulpbeleid op te nemen; verzoekt de regeringen van derde landen alle wetgeving te herzien met het oog op harmonisatie in overeenstemming met het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de rechten van personen met een handicap (CRPD); roept alle landen op om het CRDP te ratificeren en herhaalt het belang van de doeltreffende uitvoering ervan;

55.  is verheugd over de deelname van de EU en haar lidstaten aan de achtste zitting van de Open Werkgroep van de VN inzake vergrijzing, en in het bijzonder over hun gezamenlijke indieningen en verklaringen inzake gelijkheid, non-discriminatie, geweld, misbruik en verwaarlozing van ouderen; blijft bezorgd over de prevalentie van leeftijdsdiscriminatie en andere belemmeringen voor de naleving van de mensenrechten van ouderen; roept de EU en de lidstaten op om het proces van deze werkgroep ten volle te ondersteunen, onder meer door toewijzing en/of ondersteuning van de toewijzing van voldoende middelen voor de werking ervan, en ook om te reageren op komende oproepen tot inbreng en ouderen te raadplegen en te betrekken bij de voorbereiding daarvan, en ouderen in de respectieve delegaties op te nemen;

56.  is verheugd over de actieve deelname van de EU aan de bijeenkomst voor de herziening van de regionale uitvoeringsstrategie voor Europa van het Internationale Actieplan van Madrid inzake vergrijzing (MIPAA) die in 2017 in Lissabon plaatsvond; benadrukt dat het MIPAA aanzienlijk kan bijdragen aan een betere verwezenlijking van de rechten van ouderen;

57.  veroordeelt het willekeurig opsluiten, folteren, vervolgen en vermoorden van LGBTI-mensen; erkent dat seksuele geaardheid en genderidentiteit het risico op discriminatie, geweld en vervolging kunnen vergroten; merkt op dat in een aantal landen ter wereld LGBTI-mensen nog steeds te kampen hebben met vervolging en geweld op grond van hun seksuele geaardheid; veroordeelt schendingen gericht tegen vrouwen en minderheden die een inbreuk vormen op het grondrecht op lichamelijke integriteit en identiteit, zoals vrouwelijke genitale verminking en genitale verminking bij interseksuelen; merkt op dat in 72 landen relaties tussen mensen van hetzelfde geslacht nog steeds strafbaar zijn en dat in 13 daarvan hiervoor de doodstraf geldt; doet een dringend beroep op deze staten om hun wetgeving onmiddellijk aan te passen; is ingenomen met de inspanningen van de EU om de rechten en wettelijke bescherming van LGBTI-mensen te versterken; dringt er bij de EU-delegaties en de ambassades van de lidstaten op aan de LGBTI-richtsnoeren van de EU volledig ten uitvoer te leggen; roept de Commissie op om jaarlijks verslag te doen van de toepassing van de conclusies van de Raad in dit verband; merkt op dat, volgens de beoordeling van het eerste jaar van het Genderactieplan 2016-2020 (GAP II), een derde van de delegaties LGBTI-rechten bevorderde;

58.  veroordeelt de aanhoudende schendingen van de mensenrechten van personen die het slachtoffer zijn van kastenhiërarchieën en van discriminatie op grond van kaste, segregatie en op kaste gebaseerde belemmeringen, zoals de weigering van de toegang tot werk, justitie en andere fundamentele mensenrechten; maakt zich ernstig zorgen over de hieruit voortvloeiende geïnstitutionaliseerde discriminatie en over de zorgwekkende regelmaat van gewelddadige aanvallen op grond van kaste; roept de EU en haar lidstaten op hun inspanningen en steuninitiatieven op het niveau van de VN en delegaties te intensiveren om discriminatie op grond van kaste uit te bannen;

59.  beklemtoont dat het belangrijk is te streven naar een gelijkheidsbeleid dat alle nationale, etnische, religieuze en taalkundige minderheden, evenals inheemse volkeren, in staat stelt hun grondrechten uit te oefenen; is verheugd over de resolutie van de Algemene Vergadering van de VN over de rechten van inheemse volkeren (nr. 71/178), waarin 2019 wordt uitgeroepen tot het internationale jaar van de inheemse talen; herinnert eraan dat volgens de speciale rapporteur voor de rechten van inheemse volkeren, het aantal gevallen van discriminatie, bedreiging en aanvallen tegen inheemse volkeren en van criminalisering van en moordpartijen op diegenen die hun land, grondgebied en hulpbronnen verdedigen, in het bijzonder vrouwen, de afgelopen jaren schrikbarend is toegenomen; benadrukt dat de EU moet waarborgen dat deze verdedigers worden beschermd en dat alle misdaden worden onderzocht en hier verantwoording voor wordt afgelegd; verzoekt de EU en haar lidstaten met aandrang om op te treden ten behoeve van de volledige erkenning, bescherming en bevordering van de rechten van inheemse volkeren; roept landen op om de bepalingen van IAO-verdrag nr. 169 betreffende inheemse en in stamverband levende volken te ratificeren;

60.  neemt nota van de talloze voordelen die door het internet worden geboden; maakt zich echter zorgen over de grote commerciële exploitanten die voor marketingdoeleinden op grote schaal de persoonsgegevens van gebruikers verzamelen, zonder dat zij hiervan volledig op de hoogte zijn en/of zonder hun toestemming, welke vervolgens op potentieel schadelijke wijze kunnen worden gebruikt, bijvoorbeeld om de activiteiten van mensenrechtenverdedigers te onderdrukken, hun vrijheid van meningsuiting te ondermijnen en de uitkomst van verkiezingen en politieke besluitvorming te beïnvloeden; roept gegevensbedrijven op om mensenrechtenbeoordelingen uit te voeren; betreurt ondernemingsmodellen die gebaseerd zijn op mensenrechtenschendingen, en dringt erop aan dat de verzameling van persoonsgegevens overeenkomstig de regels inzake gegevensbescherming en de mensenrechten plaatsvindt; roept de internationale gemeenschap, met inbegrip van de EU en haar lidstaten, op om dringend doeltreffende wetgeving op dit gebied aan te scherpen en uit te voeren;

61.  erkent dat terrorisme en radicalisering een acute bedreiging vormen voor de democratie en de mensenrechten en daardoor de samenleving schade berokkenen, en betreurt het feit dat de in 2017 gepleegde aanslagen vaak gericht waren tegen de personen of groepen die deze waarden juist belichamen; veroordeelt ten sterkste dat er in 2017 wereldwijd meer dan 1 000 terroristische aanslagen hebben plaatsgevonden die hebben geleid tot ongeveer 6 123 doden; steunt de inspanningen van de EU om terrorisme en radicalisering te voorkomen en te bestrijden, met inbegrip van EU-brede initiatieven en netwerken zoals het netwerk voor voorlichting over radicalisering, maar herhaalt dat alle maatregelen moeten voldoen aan de internationale wetgeving inzake mensenrechten; wijst erop dat onderwijs het beste instrument is om radicalisering aan te pakken; benadrukt de noodzaak om speciale aandacht en steun te geven aan slachtoffers van terrorisme, waaronder psychologische ondersteuning, individuele beoordeling van elk slachtoffer, rechtsbijstand, toegang tot de rechter, vertaling en vertolking, en algemene effectieve slachtofferhulpdiensten; benadrukt dat terrorismebestrijdingsstrategieën in overeenstemming moeten zijn met de rechtsstaat en de eerbiediging van de mensenrechten moeten waarborgen; beveelt aan dat bij samenwerking met derde landen op het gebied van terrorismebestrijding wordt voorzien in een grondige beoordeling van de risico's voor de fundamentele vrijheden en de mensenrechten, evenals in waarborgen in geval van schendingen; verzoekt de Commissie om de uitwisseling en coördinatie van informatie via haar kanalen en instanties te verbeteren om snel terroristische dreigingen te voorkomen en te identificeren en de verantwoordelijken ervoor te berechten;

62.  herinnert eraan dat sancties een essentieel instrument zijn van het GBVB; vraagt de Raad met klem om te besluiten tot de in de EU-wetgeving voorziene sancties, indien dit nodig wordt geacht om de doelstellingen van het GBVB te verwezenlijken, in het bijzonder om de mensenrechten te beschermen en de democratie te consolideren en te ondersteunen, en daarbij ervoor te zorgen dat de sancties geen gevolgen voor de burgerbevolking hebben; vraagt deze sancties te richten tegen ambtenaren die zijn aangewezen als verantwoordelijk voor mensenrechtenschendingen om hen te straffen voor de door hen begane misdaden en schendingen;

63.  is van mening dat sport een positieve rol kan spelen bij de bevordering van de mensenrechten; betreurt echter dat er een specifieke correlatie bestaat tussen bepaalde mensenrechtenschendingen en grote sportevenementen in organiserende landen of landen die hier kandidaat voor zijn; herinnert eraan dat het hier onder andere gaat om uitzettingen, het monddood maken van het maatschappelijk middenveld en mensenrechtenverdedigers, en de exploitatie van arbeiders bij de aanleg van grootschalige sportvoorzieningen; roept de EU op om een beleidskader op het niveau van de Unie voor sport en mensenrechten te ontwikkelen en banden aan te gaan met nationale sportfederaties, bedrijfsactoren en maatschappelijke organisaties inzake de modaliteiten van hun deelname aan dergelijke evenementen; roept internationale en nationale sportorganen en -organisaties en de organiserende landen van grote evenementen op zich te verbinden tot behoorlijk bestuur en de bescherming van de mensenrechten, waaronder arbeidsrechten, mediavrijheid en milieubescherming, anticorruptiemaatregelen uit te voeren in de aanloop naar en tijdens grote sportevenementen, en rechtsmiddelen te verschaffen voor alle mensenrechtenschendingen; is verheugd over het in november 2017 door de Internationale Arbeidsorganisatie genomen besluit om een zaak te sluiten over de behandeling van migrerende werknemers in het kader van de voorbereiding voor het FIFA Wereldkampioenschap van 2022; wijst op de overeenstemming over hervormingen die, indien ze effectief worden uitgevoerd, tot betere bescherming van werknemers zullen leiden;

64.  dringt er bij de EU op aan doeltreffend en duurzaam beleid in te voeren om de wereldwijde klimaatverandering tegen te gaan; benadrukt dat klimaatverandering een van de belangrijkste oorzaken van de toenemende interne verplaatsingen en gedwongen migratie is; roept de internationale gemeenschap op met maatregelen te komen om klimaatverandering te bestrijden en de slachtoffers ervan te beschermen; merkt op dat in het kader van het buitenlands beleid van de EU capaciteiten moeten worden ontwikkeld om risico's op te volgen in verband met de klimaatverandering, waaronder crisispreventie en conflictgevoeligheid; is van mening dat consequente en snelle klimaatactie wezenlijk bijdraagt aan het voorkomen van sociale en economische risico's, maar ook veiligheidsrisico's, conflicten en instabiliteit, en uiteindelijk van hoge politieke, sociale en economische kosten; benadrukt daarom het belang van integratie van de klimaatdiplomatie in het EU-conflictpreventiebeleid, en van verbreding en aanpassing van de reikwijdte van EU-missies en -programma's in derde landen en conflictgebieden; benadrukt dan ook dat er snel beleidsmaatregelen ten uitvoer moeten worden gelegd waarmee de impact van de klimaatverandering overeenkomstig de Overeenkomst van Parijs kan worden beperkt;

°

°  °

65.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de speciale vertegenwoordiger van de EU voor de mensenrechten, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties, de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, de voorzitter van de 70e Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, de voorzitter van de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties, de hoge commissaris van de Verenigde Naties voor de mensenrechten en de hoofden van de EU‑delegaties.

(1)

PB L 76 van 22.3.2011, blz. 56.

(2)

A/HRC/33/44.

(3)

A/AC.278/2017/2.

(4)

PB C 303 van 15.12.2009, blz. 12.

(5)

Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0292.

(6)

Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0201.

(7)

PB L 130 van 19.5.2017, blz. 1.

(8)

PB C 75 van 26.2.2016, blz. 111.

(9)

PB C 181 van 19.5.2016, blz. 69.

(10)

Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0494.

(11)

PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1.

(12)

PB L 88 van 31.3.2017, blz. 6.

(13)

Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0247.

(14)

Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0288.

(15)

Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0346.

(16)

PB C 285 van 29.8.2017, blz. 110.

(17)

Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0346.

(18)

Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0405.


TOELICHTING

Uw rapporteur stelt de rol van het Parlement bij het controleren van de uitvoerende macht in dit verslag centraal. De parlementaire controle moet serieus worden genomen. De commissies werken voortdurend aan de ontwikkeling en versterking van hun activiteiten om het Parlement in staat te stellen toezicht uit te oefenen op de andere instellingen, om de goede besteding van de EU-begroting te monitoren en de correcte tenuitvoerlegging van het EU-recht te waarborgen. In dit verslag wordt aandacht besteed aan het mainstreamen van de mensenrechten in het externe beleid van de EU en wordt ingegaan op in welke mate dit in het jaar 2017 is bereikt als onderdeel van de parlementaire controle op het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid.

Met het verslag wordt beoogd

–  het beleid en de acties van de Europese Unie op het gebied van de mensenrechten in 2017 kritisch te bekijken en van commentaar te voorzien, op basis van het jaarverslag dat op 28 mei 2018 door de Raad werd goedgekeurd, alsook van de documenten die daaraan ten grondslag liggen, te weten het strategisch kader van de EU voor mensenrechten en democratie (2012-2022) en het huidige actieplan (2015-2019);

–  een overzicht te bieden van de acties van het Europees Parlement op het gebied van de mensenrechten, waaronder de toekenning van de Sacharovprijs voor 2017 en de aangenomen spoedresoluties.

Het extern optreden van de Europese Unie en de mensenrechten

De Europese Unie is gegrondvest op een sterke toewijding aan de bevordering en bescherming van de mensenrechten, de democratie en de rechtsstaat wereldwijd. Duurzame vrede, ontwikkeling en welvaart kunnen niet bestaan zonder eerbiediging van de mensenrechten. Deze overtuiging ligt aan de basis van al het interne en externe beleid van de Europese Unie. De Europese Unie bevordert en verdedigt de universele mensenrechten op actieve wijze, zowel binnen haar grenzen als in haar betrekkingen met derde landen. In de loop der jaren heeft de EU belangrijke referentiedocumenten voor de bevordering en bescherming van de mensenrechten aangenomen en een reeks diplomatieke en samenwerkingsinstrumenten ontwikkeld om de wereldwijde bevordering van de mensenrechten te ondersteunen.

In het Verdrag van Lissabon worden de mensenrechten en democratie centraal gesteld in de externe betrekkingen van de Europese Unie, doordat hierin het volgende wordt gesteld:

"Het internationaal optreden van de Unie berust en is gericht op de wereldwijde verspreiding van de beginselen die aan de oprichting, de ontwikkeling en de uitbreiding van de Unie ten grondslag liggen: de democratie, de rechtsstaat, de universaliteit en de ondeelbaarheid van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden, de eerbiediging van de menselijke waardigheid, de beginselen van gelijkheid en solidariteit en de naleving van de beginselen van het Handvest van de Verenigde Naties en het internationaal recht. De Unie streeft ernaar betrekkingen te ontwikkelen en partnerschappen aan te gaan met derde landen en met de mondiale, internationale en regionale organisaties die de in de eerste alinea bedoelde beginselen delen. Zij bevordert multilaterale oplossingen voor gemeenschappelijke problemen, met name in het kader van de Verenigde Naties". (Artikel 21, lid 1, VEU)

Sinds de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon worden de externe betrekkingen van de EU hoofdzakelijk ontwikkeld en ten uitvoer gelegd door de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, die tegelijkertijd optreedt als vicevoorzitter van de Commissie. Zij wordt daarin bijgestaan door de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO).

In juni 2012 keurde de Raad een strategisch kader voor mensenrechten en democratie goed. In dit kader worden de algemene doelstellingen van de EU op het gebied van de mensenrechten uiteengezet. In het kader worden de beginselen, doelstellingen en prioriteiten geschetst ter verbetering van de doeltreffendheid en de samenhang van het EU-beleid voor de tienjarige periode 2012-2021. Tot deze beginselen behoort ook het mainstreamen van de mensenrechten in al het beleid van de EU.

Dit kader wordt praktisch vertaald in het periodieke actieplan waarvan het kader vergezeld gaat. In dit actieplan staan concrete doelstellingen geformuleerd met de bijbehorende termijnen en worden relevante belanghebbenden aangewezen. Het eerste actieplan werd vastgesteld voor de periode 2012-2014; dit werd gevolgd door een twee actieplan voor de periode 2015-2019. Met het plan wordt voortgebouwd op het bestaande EU-beleid voor de ondersteuning van de mensenrechten en de democratie op het gebied van extern optreden, met name richtsnoeren, toolkits en andere gemeenschappelijke standpunten van de EU, alsook diverse externe financieringsinstrumenten. Het huidige actieplan bevat 34 soorten acties, die stroken met de volgende bredere doelstellingen: vergroting van de inbreng van lokale actoren, aanpakken van belangrijke problemen in verband met de mensenrechten, ervoor zorgen dat rekening wordt gehouden met mensenrechtenvraagstukken bij conflicten en crises, het bevorderen van meer samenhang en consistentie, en een doeltreffender ondersteuningsbeleid van de EU op het gebied van mensenrechten en democratie. In 2017 werd er een tussentijdse evaluatie van het actieplan goedgekeurd.


ANNEX I: INDIVIDUAL CASES RAISED BY THE EUROPEAN PARLIAMENT

(JANUARY - DECEMBER 2017)

COUNTRY

Individual

BACKGROUND

ACTION TAKEN BY THE PARLIAMENT

AZERBAIJAN

Afgan Mukhtarli

On May 29, 2017, Afgan Mukhtarli, an Azerbaijani exiled journalist, was abducted in Tbilisi.

He fled to Georgia from Azerbaijan in 2014. Prior to his departure, Mukhtarli had received threats in relation to his investigative reporting on alleged corruption in the Azerbaijani Defense Ministry and was investigating the assets of the first family of Azerbaijan in Georgia.

On 12 January 2017 he was sentenced to 6 year imprisonment for illegally crossing the border with 10,000 of undeclared euros and assaulting a border guard. He denies all the charges.

 

In its resolution of 15 June 2017, the European Parliament:

- Strongly condemns the abduction of Afgan Mukhtarli in Tbilisi and his subsequent arbitrary detention in Baku;

- Calls on the Azerbaijani authorities to immediately and unconditionally drop all charges against and release Afgan Mukhtarli, as well as all those incarcerated as a result of the exercise of their fundamental rights, including freedom of expression;

- Reiterates its urgent call on the Azerbaijani authorities to end the practices of selective criminal prosecution and imprisonment of journalists, human rights defenders and others who criticise the government, and to ensure that all persons detained, including journalists and political and civil society activists, enjoy full due process rights and are covered by fair trial norms;

BAHRAIN

Mohamed Ramadan

Ali Moosa

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Nabeel Rajab

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Abdulhadi al-Khawaja

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Khalil Al Halwachi

Mohammed Ramadan, a 32-year-old airport security guard, was arrested by the Bahraini authorities for allegedly taking part in a bombing in Al Dair on 14 February 2014, together with Ali Moosa, that killed a security officer and wounded several others.

A Bahraini court sentenced Ramadan and Moosa to death. However, both retracted their confession, claiming that they confessed after being tortured in the custody of the Criminal Investigations Directorate (CID). This sentence was upheld by the Court of Cassation, Bahrain’s highest court of appeal, in late 2015. A final date for the execution is still to be cleared.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Nabeel Rajab is a prominent Bahraini human rights defender who was sentenced to two years in prison for discussing Bahrain’s restrictions on freedom of expression and for addressing Bahrain’s poor human rights record in TV interviews. On 21st February 2018 he has been sentenced to additional 5 years in prison on charges of “spreading false rumors in time of war” “insulting public authorities”, and “insulting a foreign country”. Poor prison conditions have brought him to hospital in numerous occasions.

 

 

Abdulhadi Al-Khawaja is a Bahraini/Danish human rights activist who was heavily involved in the 2011 pro-democratic uprisings. He was arrested by the authorities along with other 13 activists (known as the Bahrain 13). In June 2011 he was sentenced to life in prison for politically motivated charges, notably his peaceful role in the protests.

 

Khalil al-Halwachi is a 57-year-old Bahraini scholar, former political activist held in the kingdom’s Jau Prison. He was convicted to 10 years in prison in an unfair, politically motivated trial. He has been subjected to ill treatment, including denial of medical care, by detaining authorities.

In its resolution of 16 February 2017, the European Parliament:

- Deeply deplores the decision of Kuwait and Bahrain to return to the practice of capital punishment; reiterates its condemnation of the use of the death penalty, and strongly supports the introduction of a moratorium on the death penalty as a step towards its abolition;

- Calls on His Majesty Sheikh Hamad bin Isa Al Khalifa of Bahrain to halt the executions of Mohamed Ramadan and Hussein Moosa, and on the Bahraini authorities to ensure a re-trial in compliance with international standards; recalls that all allegations of human rights violations committed during the proceedings must be duly investigated;

- Recalls that the EU opposes capital punishment and considers it to be a cruel and inhuman punishment which fails to act as a deterrent to criminal behaviour and is irreversible in the event of error;

 

- Urges the EEAS and the Member States to intervene with the Bahraini Government in order to appeal for the release of Nabeel Rajab and of all those held solely on the basis of their peaceful exercise of freedom of expression and assembly, and to urge the Bahraini Government to stop the excessive use of force against demonstrators or the practice of arbitrary revocation of citizenship;

 

 

 

 

 

- Calls for the release of Abdulhadi al-Khawaja and Khalil Al Halwachi;

BELARUS

Mikalay Statkevich

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Sergei Kulinich

Sergei Kuntsevich

Uladzimir Nyaklyayev

Pavel Seviarynets

Vitali Rymashevski

Anatol Liabedzka

Yuri Hubarevich

March Ales Lahvinets

 

 

 

 

 

Oleg Volchek

Anatoli Poplavni

Leonid Sudalenka

Mikalay Statkevich, prominent Belarusian opposition leader and former presidential candidate, was expected to lead the demonstration in Minsk on 15 November 2017 against a so-called “social parasites tax” on the under-employed. He was arrested and kept in a KGB detention centre for three days, with no information as to his whereabouts. He has been detained several times since January 2017, and has spent about 35 days in jail in the same year.

On 5th November, 2017, he has been released from jail after serving a five-day term following a court ruling that he took part in an unsanctioned rally.

After his release Statkevich told journalists that police warned him of unspecified consequences if he continues “violating the law on public gatherings.”

 

On 25 March 2017, police in Belarus have arrested hundreds of people during the above-mentioned protests. Thousands defied a ban to protest, taking to the streets of Minsk and other cities. Demonstrators tried to march down one of the major streets in Minsk, but were blocked by police who began arresting them, along with journalists covering the protest. The authorities had already jailed more than 100 opposition supporters for terms of between three and 15 days in the lead-up to the demonstration, reports said.

 

On the same day, police raided the offices of human rights group Vesna preventatively arresting at least 57 persons involved in the monitoring of ongoing peaceful protests. Prior to this, other human rights defenders, such as Oleg Volchek, Anatoli Poplavn and Leonid Sudalenka were detained and sentenced to short terms of imprisonment.

In its resolution, adopted on 6 April 2017, the European Parliament:

- Condemns the undue restrictions on the right of peaceful assembly, freedom of expression and freedom of association, including on those expressing opinions about social and other public issues, and, most particularly, the harassment and detention of independent journalists, opposition members, human rights activists and other protesters;

 

 

 

 

 

 

 

- Condemns the crackdown on peaceful protesters and the repressions in the run-up to and during the demonstrations of 25 March 2017; stresses that despite the international community’s calls for restraint, the response by the security services was indiscriminate and inappropriate; expresses its concern over the latest developments in Belarus and highlights a clear need for a broader democratisation process in the country;

 

 

- Calls on the Belarusian authorities to immediately and unconditionally release and drop all judicial charges against all peaceful protesters, journalists, human rights defenders, civil society activists and opposition members who have been detained in connection with the current wave of demonstrations; considers the practice of preventive arrests totally unacceptable; urges the authorities to immediately disclose information about all those arrested to their families and the wider public;

 

CAMBODIA

Khem Sokha

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Sam Rainsy

Um Sam An

Hong Sok Hour

Tep Vanny

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

CNRP

Khem Sokha is a Cambodian former politician and activist who most recently served as the President of the Cambodia National Rescue Party (CNRP). In September 2017, the Phnom Penh Municipal Court charged Sokha with “treason and espionage”, and for allegedly orchestrating the 2014 Veng Sreng street protests. He was arrested at his home on September 3, 2017. Hun Sen and other Cambodian government officials alleged that Sokha was conspiring with unnamed foreigners.

 

 

 

 

 

 

 

Opposition leader Sam Rainsy remains in self-imposed exile and faces trial in absentia after 2 arrest warrant were issued against him. Other activist and opposition leaders, including Um Sam An, Hong Sok Hour and Tep Vanny were convicted and imprisoned.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

On 17 November 2017, the Supreme Court ruled to dissolve the Cambodia National Rescue Party, removing the only existing electoral threat to Prime Minister Hun Sen. The case relied on the narrative that the CNRP was attempting to overthrow the government through a so-called “colour revolution” aided by the United States.

In its resolution of 14 September 2017, the European Parliament:

- Strongly condemns the arrest of CNRP President Kem Sokha on a number of charges that appear to be politically motivated; calls for the immediate and unconditional release of Kem Sokha, for all charges against him to be dropped, and for an end to threats of arrest against other opposition lawmakers;

- Expresses its deep concerns about the worsening climate for opposition politicians and human rights activists in Cambodia, and condemns all acts of violence, politically motivated charges, arbitrary detention, questioning, sentences and convictions in respect of these individuals;

 

 

- Urges the Cambodian authorities to revoke the arrest warrant for, and drop all charges against, opposition leader and lawmaker Sam Rainsy, and to release and drop charges against other opposition officials and human rights defenders who have been convicted, charged, and imprisoned, notably National Assembly Member Um Sam An, Senator Hong Sok Hour and land rights activist Tep Vanny;

- Urges the Cambodian Government to ensure due process in all measures taken, including the right to appeal, and to respect the rights to freedom of association and expression;

 

 

 

In its resolution of 14 December 2017, the European Parliament:

- Expresses its serious concerns at the dissolution of the CNRP; deeply regrets the prohibition of the party, which is evidence of further autocratic action by Prime Minister Hun Sen; urges the government to reverse the decision to dissolve the CNRP, to restore the elected members of the national parliament and commune council to their positions, to allow the full participation of opposition parties in public life and to ensure free space for action for media and civil society organisations and to put an end to the climate of fear and intimidation, as these are all preconditions for free, inclusive and transparent elections;

- Expresses grave concerns about the conduct of credible and transparent elections in Cambodia in 2018 following the decision by the Supreme Court to dissolve the CNRP; stresses that an electoral process from which the main opposition party has been arbitrarily excluded is not legitimate, and that a transparent and competitive election is a key instrument in guaranteeing peace and stability in the country and the entire region;

CHINA

Liu Xiaobo

Lee Ming-che

Liu Xiaobo, the prominent Chinese writer and human rights activist has been formally detained in prison four times over the course of the last 30 years; whereas Liu Xiaobo was jailed for 11 years in 2009 for ‘inciting subversion of state power’ after he helped to write a manifesto known as ‘Charter 08’; whereas the formal procedures followed in Liu Xiaobo’s prosecution have not allowed for him to be represented or be present himself at formal proceedings, and diplomats from over a dozen states, including several Member States, were denied access to the court for the duration of the trial;

Liu Xiaobo’s wife, Liu Xia, although never charged with any offence, has been under house arrest since he was awarded the Peace Prize in 2010, and has, since then, been denied almost all human contact, except with close family and a few friends;

In its resolution of 6 July 2017, the European Parliament:

- Calls on the Chinese Government to release, immediately and unconditionally, the 2010 Nobel Peace Prize winner Liu Xiaobo and his wife Liu Xia from house arrest and allow him to obtain medical treatment wherever they wish;

- Urges the Chinese authorities to allow Lui Xiaobo unrestricted access to family, friends, and legal counsel;

- Calls on the Chinese authorities to release Lee Ming-che immediately, as no credible evidence related to his case has been provided, to disclose information about his exact whereabouts, and to ensure, in the meantime, that Lee Ming-che is protected from torture and other ill-treatment, and that he is allowed access to his family, a lawyer of his choice and adequate medical care;

ERITREA

Abune Antonios

Dawit Isaak

 

Abune Antonios, the Patriarch of the Eritrean Orthodox Church, the nation’s largest religious community, has been in detention since 2007, having refused to excommunicate 3 000 parishioners who opposed the government; whereas since then, he has been held in an unknown location where he has been denied medical care;

Dawit Isaak, a dual citizen of Eritrea and Sweden, was arrested on 23 September 2001, after the Eritrean Government outlawed privately owned media; whereas he was last heard from in 2005; whereas Dawit Isaak’s incarceration has become an international symbol for the struggle for freedom of the press in Eritrea, most recently acknowledged by an independent international jury of media professionals awarding him the UNESCO/Guillermo Cano World Press Freedom Prize 2017 in recognition of his courage, resistance and commitment to freedom of expression;

In the September 2001 crackdown, 11 politicians – all former members of the Central Council of the ruling People’s Front for Democracy and Justice (PFDJ), including former Foreign Minister Petros Solomon – were arrested after they published an open letter to the government and President Isaias Afwerki calling for reform and ‘democratic dialogue’; whereas 10 journalists, including Isaak, were arrested over the following week;

In its resolution of 9 July 2017, the European Parliament:

- Condemns in the strongest terms Eritrea’s systematic, widespread and gross human rights violations; calls on the Eritrean Government to put an end to detention of the opposition, journalists, religious leaders and innocent civilians; demands that all prisoners of conscience in Eritrea be immediately and unconditionally released, notably Dawit Isaak and the other journalists detained since September 2001, and Abune Antonios; demands that the Eritrean Government provide detailed information on the fate and whereabouts of all those deprived of physical liberty;

- Recalls the decision of the African Commission on Human and Peoples’ Rights of May 2017, and demands that Eritrea immediately confirm the well-being of Dawit Isaak, release him, let him meet family and legal representatives and award him the necessary compensation for his years of imprisonment; further calls on Eritrea to lift the ban on independent media, as also ruled by the African Commission;

- Calls on the Eritrean Government to release Abune Antonios, allow him to return to his position as Patriarch, and cease its interference in peaceful religious practices in the country; recalls that freedom of religion is a fundamental right, and strongly condemns any violence or discrimination on grounds of religion;

ETHIOPIA

Dr Merera Gudina

Dr Fikru Maru

Berhanu Nega

Jawar Mohammed

On 30 November 2016, Ethiopian security forces arrested Dr Merera Gudina, the Chairman of the Ethiopian Oromo Federalist Congress opposition party in Addis Ababa, following his visit to the European Parliament on 9 November 2016, where he shared a panel with other opposition leaders and allegedly violated the law implementing the state of emergency by ‘creating pressure against the government’, ‘threatening society through the means of violence’ and attempting to ‘disrupt constitutional order’; whereas his bail request has been denied and he is still being held in custody awaiting the verdict; whereas on 24 February 2017, Dr Gudina and two co-defendants, Berhanu Nega and Jawar Mohammed were charged with four separate counts of non-compliance with the Ethiopian criminal code;

In its resolution of 18 May 2017, the European Parliament:

- Calls on the Ethiopian Government to immediately release on bail and drop all charges against Dr Merera Gudina, Dr Fikru Maru and all other political prisoners, and drop the cases against Berhanu Nega and Jawar Mohammed, who were charged in absentia and are currently in exile; stresses that for any dialogue with the opposition to be seen as credible, leading opposition politicians, such as Dr Merera Gudina, have to be released; calls on the EU High Representative to mobilise EU Member States to urgently pursue the establishment of a UN-led international inquiry for a credible, transparent and independent investigation into the killings of protesters and to put pressure on the Ethiopian government to grant its consent;

GUATEMALA

Laura Leonor Vásquez Pineda

Sebastián Alonzo Juan

Victor Valdés Cardona

Diego Esteban Gaspar

Roberto Salazar Barahona

Winston Leonardo Túnchez Cano

Fourteen murders and seven attempted murders of human rights defenders in Guatemala were registered between January and November 2016 by the Unit for the Protection of Human Rights Defenders of Guatemala (UDEFEGUA); whereas, according to the same sources, in 2016 there were 223 aggressions overall against human rights defenders, including 68 new legal cases launched against human rights defenders; whereas environmental and land rights defenders and those working on justice and impunity were the most frequently targeted categories of human rights defenders;

2017 has already seen the killing of human rights defenders Laura Leonor Vásquez Pineda and Sebastián Alonzo Juan, in addition to the journalists reported to have been killed in 2016 – Victor Valdés Cardona, Diego Esteban Gaspar, Roberto Salazar Barahona and Winston Leonardo Túnchez Cano;

In its resolution of 16 February 2017, the European Parliament:

- Condemns in the strongest terms the recent murders of Laura Leonor Vásquez Pineda, Sebastian Alonzo Juan and the journalists Victor Valdés Cardona, Diego Esteban Gaspar, Roberto Salazar Barahona and Winston Leonardo Túnchez Cano, as well as each of the 14 assassinations of other human rights defenders in Guatemala carried out in 2016; extends its sincere condolences to the families and friends of all of those human rights defenders;

- Calls for the urgent and mandatory implementation of the precautionary measures recommended by the IACHR and calls on the authorities to reverse the decision that unilaterally removes national precautionary measures benefitting human rights defenders;

 

INDONESIA

Hosea Yeimo

Ismael Alua

On 19 December 2016 Hosea Yeimo and Ismael Alua, two Papuan political activists, were detained and charged with ‘rebellion’ under the Indonesian Criminal Code, following peaceful political activities; whereas Hosea Yeimo and Ismael Alua were released on bail on 11 January 2017; whereas legal proceedings of the case continue; whereas, if convicted, they can face up to life imprisonment;

In its resolution of 19 January 2017, the European Parliament:

- Welcomes the release on bail of Hosea Yeimo and Ismael Alua on 11 January 2017; notes that the legal proceedings of the case will continue; calls on the Delegation of the EU to Indonesia to follow these legal proceedings;

- Asks the Indonesian authorities to consider dropping the charges against Hosea Yeimo, Ismael Alua and other prisoners of conscience against whom charges have been brought for peacefully exercising their right of freedom of expression;

LAOS

Somphone Phimmasone

Soukane Chaithad

Lod Thammavong,

March 2017 three Lao workers, Mr Somphone Phimmasone, Mr Soukane Chaithad and Ms Lod Thammavong, were sentenced to prison terms of between 12 and 20 years and the equivalent of tens of thousands of euros in fines for criticising the government on social media in relation to alleged corruption, deforestation, and human rights violations, while working in Thailand; whereas the three also stood accused of participating in an anti-government demonstration outside the Lao Embassy in Thailand in December 2015;

In its resolution of 14 September 2017, the European Parliament:

- Strongly condemns the prison sentences against Somphone Phimmasone, Soukane Chaithad and Lod Thammavong, and calls for their immediate release;

- Calls on the Vice-President of the Commission / High Representative of the Union for Foreign Affairs and Security Policy to urgently raise the case of Somphone Phimmasone, Lod Thammavong and Soukane Chaithad with the Government of Laos; calls on the EU Delegation to Laos to closely monitor the human rights situation in the country and, specifically, to be present at any proceedings held against Phimmasone, Thammavong and Chaithad, and to continue to raise the cases of jailed and missing individuals with the Lao authorities;

NICARAGUA

Francisca Ramirez

Francisca Ramirez, Coordinator of the National Council for the Defence of Land, Lake and Sovereignty, presented a formal complaint in December 2016 regarding acts of repression and aggressions experienced in Nueva Guinea; whereas Francisca Ramirez has been intimidated and arbitrarily detained and her family members have been violently attacked in retaliation to her activism;

Journalists in Nicaragua face harassment, intimidation and detention, and have received death threats;

In its resolution of 16 February 2017, the European Parliament:

- Urges the government to refrain from harassing and using acts of reprisal against Francisca Ramirez and other human rights defenders for carrying out their legitimate work; calls on the Nicaraguan authorities to end the impunity of perpetrators of crimes against human rights defenders; supports the right of environmental and human rights defenders to express their protest without retaliation; calls on Nicaragua to effectively launch an independent environmental impact assessment before engaging in further steps and to make the whole process public;

PAKISTAN

Asia Bibi

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Shahbaz Bhatti

Salmaan Taseer

 

 

 

 

 

 

Taimoor Raza

The case of Aasiya Noreen, better known as Asia Bibi, continues to be a matter of grave importance for human rights concerns in Pakistan; whereas Asia Bibi, a Pakistani Christian woman, was convicted of blasphemy by a Pakistani court and sentenced to death by hanging in 2010; whereas should the sentence be carried out Asia Bibi would be the first woman to be lawfully executed in Pakistan for blasphemy; whereas various international petitions have called for her release on the grounds that she was being persecuted for her religion;

Christian minority minister Shahbaz Bhatti and Muslim politician Salmaan Taseer were murdered by vigilantes for advocating on her behalf and speaking out against the ‘blasphemy laws’; whereas, despite the temporary suspension of Asia Bibi’s death sentence, she remains incarcerated to the present day and her family remains in hiding;

On 10 June 2017 a Pakistani counter-terrorism court sentenced Taimoor Raza to death for allegedly committing ‘blasphemy’ on Facebook; whereas the activist Baba Jan and 12 other demonstrators have been sentenced to life imprisonment, the most severe sentence ever to have been handed down for demonstrating;

In its resolution of 15 June 2017, the European Parliament:

- Calls on the Pakistani Government to take urgent action to protect the lives and rights of journalists and bloggers; expresses its concern at the request made by the Pakistani authorities to Twitter and Facebook to disclose information about their users in order to identify individuals suspected of ‘blasphemy’; calls on the Government and Parliament of Pakistan to amend the Prevention of Electronic Crimes Act 2016 and to remove the overly wide-ranging provisions for monitoring and retaining data and shutting down websites on the basis of vague criteria; calls also for all death sentences handed down on charges of ‘blasphemy’ or political dissent to be commuted, including the sentence against Taimoor Raza; calls in this context on the President of Pakistan to make use of his power of clemency;

- Urges the Government of Pakistan to resolve, in as positive and swift a manner as possible, the ongoing case of Asia Bibi; recommends that steps be taken to ensure the safety of Ms Bibi and her family in the light of the historic treatment of victims of blasphemy allegations by vigilantes and non-judicial actors;

PHILIPPINES

Leila M. De Lima

Senator De Lima is a human rights advocate and the highest profile critic of Philippine President Rodrigo Duterte’s anti-drug campaign;

On 23 February 2017, an arrest warrant was issued against Senator Leila M. De Lima of the Philippines from the opposition Liberal Party on charges of alleged drug-related offences; she was arrested and detained; if convicted, she could face a sentence from 12 years up to life in prison and be expelled from the Senate; there are numerous claims of torture in places of detention that are not giving rise to inquiries;

Senator De Lima led the investigation into the alleged extrajudicial killings of an estimated 1 000 or more drug suspects in Davao, while President Duterte was mayor of the city; whereas following the hearings, Senator De Lima was exposed to a torrent of harassment and intimidation from the authorities, and these attacks have intensified over the last eight months;

Human rights defenders face regular threats, harassment, intimidation and cyber bullying; whereas those violating the rights of these groups are not being held to account owing to the fact that proper investigations are not being conducted;

In its resolution of 15 March 2017, the European Parliament:

- Calls for the immediate release of Senator Leila M. De Lima and for her to be provided with adequate security whilst in detention; calls on the authorities of the Philippines to ensure a fair trial, recalling the right to the presumption of innocence, to drop all politically motivated charges against her and to end any further acts of harassment against her;

- Strongly condemns the high number of extrajudicial killings by the armed forces and vigilante groups related to the anti-drug campaign; expresses its condolences to the families of the victims; expresses grave concern over credible reports to the effect that the Philippine police force is falsifying evidence to justify extrajudicial killings, and that overwhelmingly the urban poor are those being targeted; calls on the authorities of the Philippines to immediately carry out impartial and meaningful investigations into these extrajudicial killings and to prosecute and bring all perpetrators to justice; calls on the EU to support such investigations; calls on the authorities of the Philippines to adopt all necessary measures to prevent further killings;

- Calls for the EU to closely monitor the case against Senator De Lima;

RUSSIA

Alexei Navalny and other protestors

Following the protests across Russia 26 March 2017, opposition politician Alexei Navalny was detained and fined USD 350 for organising banned protests and sentenced to 15 days in jail;

The verdict of the Leninsky Court in Kirov (8 February 2017) against Russian opposition politician Alexei Navalny on charges of embezzlement attempts served to silence yet another independent political voice in the Russian Federation; whereas the European Court of Human Rights has ruled that Navalny was denied the right to a fair trial in his prosecution in 2013 on the same charges;

whereas the Russian Government has opened a criminal investigation against unidentified people who called on internet for a demonstration in Moscow on 2 April 2017 demanding the resignation of Prime Minister Dmitry Medvedev, an end to Russian military operations in Ukraine and Syria, the release of Navalny and payment of compensation to activists detained during a Moscow protest on 26 March; whereas on 2 April at least 31 people were arrested during opposition protests in Moscow and thereafter detained for ‘breaches of public order’;

In its resolution of 6 April 2017, the European Parliament:

- Condemns the police operations in the Russian Federation attempting to prevent and disperse peaceful anti-corruption demonstrations, and detaining hundreds of citizens, including Alexei Navalny, whose organisation initiated the demonstrations;

- Expresses strong concern that the detaining of Alexei Navalny demonstrates a case of the Russian authorities using the law on public assemblies to fast-track peaceful protesters to prison and commit subsequent systemic abuse;

- Condemns the constant efforts to silence Alexey Navalny, and expresses support for his organisation’s efforts to raise awareness of, and combat, corruption in public institutions and among political representatives and public office holders; regards with deep concern the Court decision of February 2017, which effectively excludes Alexey Navalny from the political arena, further constrains political pluralism in Russia and raises serious questions as to the fairness of democratic processes in Russia;

UKRAINE

The cases of Crimean Tatars

Ilmi Umerov, Crimean Tatar Leader and Deputy Chair of the Mejlis, was sentenced to a period of two years in prison for voicing dissent against the illegal annexation of the Crimean peninsula under Article 280.1 of the Russian criminal code on ‘public calls to action aimed at violating Russia’s territorial integrity’;

Akhtem Chiygoz, Deputy Chair of the Mejlis, was sentenced to eight years of imprisonment for ‘organising mass disturbances’ on 26 February 2014;

Journalist Mykola Semena received a suspended prison sentence for a period of two-and-a-half years and a three-year ban on conducting journalistic work on the basis of Article 280.1 of the Russian criminal code on ‘public calls to action aimed at violating Russia’s territorial integrity’;

In its resolution of 5 October 2017, the European Parliament:

- Condemns the sentencing of Ilmi Umerov, Crimean Tatar Leader and Deputy Chair of the Mejlis, Akhtem Chiygoz, Deputy Chair of the Mejlis, and journalist Mykola Semena; demands that these convictions be reversed and that Mr Umerov and Mr Chiygoz are immediately and unconditionally released and all charges against Mr Semena are immediately and unconditionally dropped;

- Condemns the discriminatory policies imposed by the so-called authorities against, in particular, the indigenous Crimean Tatar community, the infringement of their property rights, the increasing intimidation in political, social and economic life of this community and of all those who oppose the Russian annexation;

SUDAN

Mohamed Zine al-Abidine

The Sudanese National Intelligence and Security Service (NISS) filed charges against Mohamed Zine al-Abidine and his editor-in-chief, Osman Mirgani;

23 October 2017 a Sudanese court sentenced Mohamed Zine al-Abidine to a suspended jail term with a five-year probation period on charges of having violated the journalism code of ethics;

The editor-in-chief of Al-Tayar, Osman Mirgani, was sentenced to pay a fine of 10 000 Sudanese pounds or serve a six-month prison sentence on the same charges, and was released after the fine was paid by the Sudanese Journalists Union;

The lawyer representing both Mohamed Zine al-Abidine and Osman Mirgani has stated his intention to appeal the verdict against them;

It has been reported that the NISS questions and detains journalists and has filed multiple lawsuits against Sudanese journalists and arbitrarily confiscated entire issues of newspapers.

In 2016 there were at least 44 cases of confiscated publications affecting 12 newspapers, including five issues of Al-Jareeda in a single week;

In its resolution of 16 November 2017, the European Parliament:

- Expresses its deep concern at the sentencing of Mohamed Zine al-Abidine by the Press Court in Khartoum on 23 October 2017 to a suspended jail term with a five-year probation period, and calls on the Sudanese authorities to immediately review all charges against him;

- Urges the Sudanese authorities to put an immediate end to all forms of harassment, intimidation and attacks against journalists and defenders of freedom of online and offline expression, and to undertake democratic reforms as a means to ensure the protection and promotion of human rights in the country, including freedom of expression, in accordance with its obligations under the Interim National Constitution of Sudan and its international commitments, including the Cotonou Agreement;

Calls for the EU and its Member States to provide support to civil society organisations by means of technical assistance and capacity-building programmes, so as to improve their human rights advocacy and rule-of-law capabilities and enable them to contribute more effectively to the improvement of human rights in Sudan;

VIETNAM

Nguyen Van Hoa

22-year-old videographer and blogger Nguyen Van Hoa was initially arrested under Article 258 of the Vietnamese Penal Code and charged with ‘abusing democratic freedoms to infringe upon the interests of the state’;

April 2017, these charges were upgraded to a violation of Article 88; whereas Article 88 of the Penal Code has been widely used against human rights defenders (HRDs) who have highlighted abuses in Vietnam.

On 27 November 2017, Nguyen Van Hoa was sentenced to seven years’ imprisonment for having disseminated online information, including videos, on the environmental disaster in Ha Tinh Province that took place in April 2016, when Formosa Ha Tinh, a Taiwanese steel company, caused an illegal discharge of toxic industrial waste into the ocean, which had devastating environmental effects along 200 km of coastline, killing marine life and making people ill;

In its resolution of 14 December 2017, the European Parliament:

- Condemns the sentencing of Nguyen Van Hoa to seven years in prison; underlines that Nguyen Van Hoa has exercised his right to freedom of expression; urges the Vietnamese authorities to release Nguyen Van Hoa immediately and unconditionally;

- Calls on the Vietnamese authorities to release all citizens detained for peacefully exercising their freedom of expression;

- Calls on the Vietnamese authorities to address the environmental disaster in the Ha Tinh Province, which caused mass fish deaths in the region and affected the lives of thousands of people, through legislative measures aimed at restoring and rehabilitating the local economy;

 

ZAMBIA

Hakainde Hichilema

11 May 2017 marked one month since the incarceration of the UPND leader Hakainde Hichilema, who was arrested together with five of his employees by heavily armed police officers in a raid on his house on 11 April;

Hichilema was accused of endangering the President’s life by allegedly obstructing the presidential motorcade in Mongu on 9 April 2017, and was immediately charged with treason, a non-bailable offence in Zambia, as well as with disobeying statutory duty, disobeying lawful orders and using insulting language; whereas he rejected all these allegations;

Hichilema’s lawyers called the case baseless and requested that the Lusaka Magistrate Court drop the charges; whereas the Court upheld the charges on the ground that only the High Court was competent for treason cases;

Hichilema is currently held at the Lusaka Central Correctional Facility, where access to private media, lawyers, supporters and friends is limited; whereas acts of degrading treatment under detention have been reported by Hichilema and his lawyers;

In its resolution of 18 May 2017, the European Parliament:

- Expresses its concern at the arrest and incarceration of Hakainde Hichilema and insists on the need to ensure fairness, diligence and transparency at all times in the application of the law and all along the justice process; notes with concern reports of political motivation in relation to the charges, and therefore reminds the Zambian Government of its obligation to guarantee fundamental rights and the rule of law, including access to justice and the right to a fair trial, as provided for in the African Charter and in other international and regional human rights instruments;

- Calls on the Zambian authorities to conduct a prompt, impartial and thorough investigation into the alleged ill-treatment suffered by Hichilema during his detention and to hold those responsible to account;

ZIMBABWE

Pastor Evan Mawarire and other cases of restriction of freedom of expression

On 1 February 2017 Pastor Evan Mawarire was arrested at Harare airport on his return to Zimbabwe; whereas he was initially charged with ‘subverting a constitutional government’ under Section 22 of the Criminal Procedure Act, an offence which is punishable with imprisonment for up to 20 years; whereas on 2 February 2017 another charge was added, that of insulting the flag under Section 6 of the Flag of Zimbabwe Act; whereas Pastor Mawarire was only released on bail after having spent nine days in custody;

In a public statement, the Zimbabwean Human Rights Commission expressed deep concern about the brutality and violent conduct of the police, stating that the fundamental rights of demonstrators were violated, and called on the Zimbabwean authorities to investigate and bring the perpetrators to justice;

Itai Dzamara, a journalist and political activist, was abducted on 9 March 2015 by five unidentified men at a barbershop in Harare; whereas the High Court ordered the government to search for Dzamara and report on progress to the Court every fortnight until his whereabouts had been determined; whereas the fate of Mr Dzamara remains unknown;

In its resolution of 18 March 2017, the European Parliament:

- Deplores the arrest of Pastor Evan Mawarire; stresses that his release on bail is not sufficient and that the politically motivated charges against him must be completely withdrawn;

- Calls on the Zimbabwean authorities to ensure that the criminal justice system is not misused to target, harass or intimidate human rights defenders such as Pastor Evan Mawarire;

- Calls on the Zimbabwean authorities to ascertain Mr Dzamara’s whereabouts and to ensure that those who are responsible for his abduction face justice; notes that expressing opinion in a non-violent way is a constitutional right for all Zimbabwean citizens and it is the obligation of the authorities to protect the rights of all citizens;


ANNEX II: LIST OF RESOLUTIONS

List of resolutions adopted by the European Parliament during the year 2017 and relating directly or indirectly to human rights violations in the world

Country

Date of adoption in plenary

Title

Africa

Central African Republic +

19.01.2017

Central African Republic

Burundi +

19.01.2017

Situation in Burundi

DCR and Gabon *

02.02.2017

Rule of law crisis in the Democratic Republic of the Congo and in Gabon

Zimbabwe +

16.03.2017

Zimbabwe, the case of Pastor Evan Mawarire

South Sudan +

18.05.2017

South Sudan

Zambia +

18.05.2017

Zambia, particularly the case of Hakainde Hichilema

Ethiopia +

18.05.2017

Ethiopia, notably the case of Dr Merera Gudina

Kenya *

18.05 2017

Dadaab refugee camp

DRC *

14.06.2017

Situation in the Democratic Republic of the Congo

Eritrea +

06.07.2017

Eritrea, notably the cases of Abune Antonios and Dawit Isaak

Burundi +

06.07.2017

Burundi

Gabon +

14.09.2017

Gabon, repression of the opposition

Malawi +

5.10.2017

Situation of people with albinism in Malawi and other African countries

Madagascar +

16.11.2017

Madagascar

Sudan +

16.11.2017

Freedom of expression in Sudan, notably the case of Mohamed Zine al -Abidine

Somalia +

16.11.2017

Terrorist attacks in Somalia

Americas

Nicaragua +

16.02.2017

Situation of human rights and democracy in Nicaragua, the case of Francisca Ramirez

Guatemala +

16.02.2017

Guatemala, notably the situation of human rights defenders

Venezuela *

27.04.2017

Situation in Venezuela

El Salvador +

14.12.2017

The cases of women prosecuted for miscarriage

Asia

Indonesia +

19.01.2017

Indonesia, notably the cases of Hosea Yeimo, Ismael Alua and the Governor of Jakarta

Philippines +

16.03.2017

Philippines – the case of Senator Leila M. De Lima

Bangladesh +

06.04.2017

Bangladesh, including child marriages

South and South East Asia *

13.06.2017

Statelessness in South and South East Asia

Azerbaijan +

15.06.2017

The case of Afgan Mukhtarli and situation of media in Azerbaijan

Pakistan +

15.06.2017

Pakistan, notably the situation of human rights defenders and the death penalty

Indonesia +

15.06.2017

Human rights situation in Indonesia

China / Taiwan +

06.07.2017

The cases of Nobel laureate Liu Xiaobo and Lee Ming-che

Cambodia +

14.09.2017

Cambodia, notably the case of Kem Sokha

Laos +

14.09.2017

Laos, notably the cases of Somphone Phimmasone, Lod Thammavong and Soukane Chaithad

Myanmar +

14.09.2017

Myanmar, in particular the situation of Rohingyas

Maldives +

5.10.2017

Situation in Maldives

Vietnam +

14.12.2017

Freedom of expression in Vietnam, notably the case of Nguyen Van Hoa

Cambodia +

14.12.2017

Cambodia: notably the dissolution of CNRP Party

Afghanistan *

14.12.2017

Situation in Afghanistan

Myanmar *

14.12.2017

Situation of the Rohingya people

Europe

Ukraine +

16.03.2017

Ukrainian prisoners in Russia and the situation in Crimea

Russia +

06.04.2017

Russia, the arrest of Alexei Navalny and other protestors

Belarus +

06.04.2017

Belarus

Ukraine +

5.10.2017

The cases of Crimean Tatar leaders Akhtem Chiygoz, Ilmi Umerov and the journalist Mykola Semena

Middle East

Kuwait and Bahrain +

16.02.2017

Executions in Kuwait and Bahrain

Middle East *

18.05.2017

Achieving the two-state solution in the Middle East

Syria *

18.05.2017

EU Strategy on Syria

Yemen *

15.06.2017

Humanitarian situation in Yemen

Yemen *

30.11.2017

Situation in Yemen

Cross-cutting issues

UNHRC sessions *

16.03.2017

EU priorities for the UN Human Rights Council sessions in 2017

Gender equality *

14.03.2017

Equality between women and men in the EU in 2014-2015

Gender equality *

14.03.2017

Equal treatment between men and women in the access to and supply of goods and services

Gender equality *

14.03.2017

EU funds for gender equality

Women *

04.04.2017

Women and their roles in rural areas

Migration *

05.04.2017

Addressing refugee and migrant movements: the role of EU external action

Business and human rights *

27.04.2017

EU flagship initiative on the garment sector

Vulnerable adults *

01.06.2017

Protection of vulnerable adults

Anti-Semitism *

01.06.2017

Combating anti-semitism

War crimes *

04.07.2017

Addressing human rights violations in the context of war crimes, and crimes against humanity, including genocide

Women *

12.09.2017

EU accession to the Council of Europe Convention on preventing and combating violence against women and domestic violence

Corruption and human rights *

13.09.2017

Corruption and human rights in third countries

Women *

3.10.2017

Women’s economic empowerment in the private and public sectors in the EU

Civil society *

3.10.2017

Addressing shrinking civil society space in developing countries

Child marriage

4.10.2017

Ending child marriage

Prison systems and conditions *

5.10.2017

Prison systems and conditions

Roma *

25.10.2017

Fundamental rights aspects in Roma integration in the EU: fighting anti-Gypsyism

Women

26.10.2017

Combating sexual harassment and abuse in the EU

Children *

14.12.2017

Implementation of the directive on combating the sexual abuse and sexual exploitation of children and child pornography

___________________________

+ - urgency resolution according to rule 135, EP RoP

* - resolutions with human rights-related issues


ADVIES van de Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid (5.11.2018)

aan de Commissie buitenlandse zaken

inzake het jaarverslag 2017 over mensenrechten en democratie in de wereld en het beleid van de Europese Unie ter zake

(2018/2098(INI))

Rapporteur voor advies: José Inácio Faria

SUGGESTIES

De Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid verzoekt de bevoegde Commissie buitenlandse zaken onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

A.  overwegende dat krachtens artikel 8 VWEU de EU zich ertoe heeft verbonden gendergelijkheid te bevorderen en voor gendermainstreaming te zorgen in al haar activiteiten en beleidsmaatregelen; overwegende dat de gelijkheid van vrouwen en mannen in het kader van de EU-strategie integraal deel moet uitmaken van het handelsbeleid en het buitenlands beleid van de EU;

B.  overwegende dat geweld tegen vrouwen en meisjes wereldwijd een van de meest voorkomende schendingen van de mensenrechten is, alle lagen van de bevolking treft, ongeacht leeftijd, opleidingsniveau, inkomen, maatschappelijke positie en land van herkomst of verblijf, en een van de belangrijkste obstakels voor het bereiken van gendergelijkheid is; overwegende dat op plaatsen waar een gewapend conflict heerst vrouwen en kinderen, waaronder vrouwen en kinderen die vluchteling zijn, tot de meest kwetsbare groepen van de maatschappij behoren;

C.  overwegende dat seksuele en reproductieve gezondheid en rechten op fundamentele mensenrechten gebaseerd zijn en essentiële elementen van de menselijke waardigheid vormen; overwegende dat deze rechten in bepaalde delen van de wereld, waaronder bepaalde delen van de EU, nog niet gewaarborgd zijn;

1.  onderstreept dat de EU zich, in lijn met de duurzameontwikkelingsdoelstellingen (SDG's) voor de agenda 2030, de Europese consensus inzake ontwikkeling en het actieplan gendergelijkheid 2016-2020 (GAP II), moet blijven inzetten voor de totstandbrenging van samenlevingen die vrij zijn van elke vorm van discriminatie en geweld en voor een gendergelijke, veilige, welvarende en duurzame wereld;

2.  herinnert eraan dat de gelijkheid van mannen en vrouwen een kernbeginsel is van de EU en de lidstaten, zoals opgenomen in artikel 3, lid 3, VEU, en de bevordering ervan door middel van gendermainstreaming, ook in andere landen in de wereld door middel van haar buitenlands beleid, een van de voornaamste doelstellingen van de EU is;

3.  herinnert eraan dat het GAP II een van de fundamentele middelen is waarover de EU beschikt om de gendergelijkheid in derde landen te verbeteren; verzoekt de Commissie om rekening te houden met de resolutie van het Europees Parlement van 8 oktober 2015 over de vernieuwing van het EU-actieplan voor gendergelijkheid en empowerment van vrouwen in het kader van ontwikkeling(1) en zijn resolutie van 31 mei 2018 over de tenuitvoerlegging van het gezamenlijk werkdocument (SWD(2015)0182) – Gendergelijkheid en de empowerment van vrouwen: Het leven van meisjes en vrouwen veranderen via de externe betrekkingen van de EU 2016-2020(2);

4.  benadrukt dat de EU zich moet blijven inzetten voor de volledige naleving van de verplichtingen en verbintenissen met betrekking tot vrouwenrechten die zij op zich heeft genomen in het kader van het Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen (CEDAW), het Actieprogramma van Peking en het actieprogramma van de Internationale Conferentie over Bevolking en Ontwikkeling, en de uitkomsten van de toetsingsconferenties van die programma's moet eerbiedigen;

5.  benadrukt dat vrijheid van denken, levensovertuiging en religie moet worden gewaarborgd, in het bijzonder voor vrouwen in geloofsgemeenschappen, die bijzonder kwetsbaar zijn;

6.  merkt op dat het neoliberale kader in werkelijkheid schadelijk is voor duurzame ontwikkeling en de mensenrechten, met inbegrip van vrouwenrechten, die inherent deel uitmaken van de mensenrechten;

7.  benadrukt dat gendergelijkheid een fundamenteel mensenrecht is en wijst op de woorden van de secretaris-generaal van de Verenigde Naties António Guterres, die bevestigt dat het onmiskenbaar bewezen is dat investeren in vrouwen de meest effectieve manier is om gemeenschappen, bedrijven en landen vooruit te helpen en dat met de deelname van vrouwen vredesakkoorden krachtiger, samenlevingen veerkrachtiger en economieën sterker worden;

8.  uit tegelijkertijd zijn bezorgdheid over de huidige aantasting van de vrouwenrechten en seksuele en reproductieve gezondheid en rechten, en over fundamentele wetgeving in vele delen van de wereld waarmee deze rechten worden beperkt;

9.  benadrukt de noodzaak om universele toegang tot het volledige aanbod aan kwalitatief hoogstaande en betaalbare seksuele en reproductieve gezondheidszorg te waarborgen, met inbegrip van volledige seksuele en reproductieve gezondheidsinformatie en onderwijs over seksualiteit en relaties, gezinsplanning en moderne voorbehoedsmiddelen, veilige en legale abortus, en de aanbevolen zwangerschaps- en geboortezorg om kinder- en moedersterfte te voorkomen; wijst erop dat de nadruk op gendergelijkheid en empowerment van vrouwen expliciet in alle SDG's is opgenomen, en dat meer inspanningen moeten worden geleverd om ervoor te zorgen dat vrouwenrechten volledig worden geëerbiedigd en dat beleid ter bevordering van empowerment van vrouwen en de participatie van vrouwen in de besluitvorming daadwerkelijk wordt uitgevoerd;

10.  benadrukt dat toegang tot gezondheidszorg als mensenrecht moet worden beschouwd; benadrukt dat vrouwen toegang moeten hebben tot seksuele en reproductieve gezondheid en rechten, waaronder maatregelen om ervoor te zorgen dat vrouwen vrijelijk beschikken over hun lichaam en leven, toegang hebben tot gezinsplanning en tot geschikte vrouwelijke hygiëneproducten, en de nodige geboortezorg ontvangen om kinder- en moedersterfte te voorkomen; benadrukt dat zorgverlening voor veilige abortus van groot belang is om vrouwenlevens te redden, risicovolle geboortes te helpen vermijden en zuigelingen- en kindersterfte te helpen terugdringen; benadrukt het belang van toegang tot passende genderbewuste geestelijke gezondheidsdiensten, in het bijzonder in conflictsituaties en in de nasleep van conflicten;

11.  veroordeelt de herinvoering en uitbreiding van het Mexico City-beleid ten zeerste en betreurt de gevolgen van het beleid voor de gezondheid en de rechten van vrouwen en meisjes overal ter wereld; herhaalt zijn oproep aan de EU en de lidstaten om het financieringstekort dat is veroorzaakt door de VS op dat gebied aan te vullen en daarvoor zowel nationale middelen als EU-financiering voor ontwikkelingshulp te gebruiken;

12.  vindt het onaanvaardbaar dat de lichamen van vrouwen en meisjes, met name ten aanzien van hun seksuele en reproductieve gezondheid en rechten, nog altijd een ideologisch strijdpunt zijn; verzoekt de EU en de lidstaten de onvervreemdbare rechten van vrouwen en meisjes op lichamelijke integriteit en autonome besluitvorming te erkennen en veroordeelt de frequente schendingen van hun seksuele en reproductieve gezondheid en rechten, waaronder het ontzeggen van de toegang tot diensten voor gezinsplanning, betaalbare voorbehoedsmiddelen en zorgverlening voor veilige en legale abortus;

13.  verzoekt de lidstaten om beleid ter versterking van de positie van meisjes en vrouwen nadrukkelijker ten uitvoer te leggen, armoede en sociale uitsluiting te bestrijden en zich in het kader van SDG 5 en het "Women at Work"-initiatief van de IAO uit 2018 te richten op gelijke toegang voor vrouwen en meisjes tot basis- en hoger onderwijs en opleidingen, een leven lang leren, waardig werk en gelijk loon, financiële diensten en vertegenwoordiging in economische en politieke besluitvormingsprocessen;

14.  merkt op dat vrouwenrechtenorganisaties en -verdedigers doelbewust in het vizier worden genomen en vooral lijden onder de krimpende maatschappelijke ruimte; benadrukt dat de EU onafhankelijke maatschappelijke organisaties die de rechten van vrouwen en meisjes op alle gebieden bevorderen, politiek moet ondersteunen, beter moet beschermen en meer financiële middelen moet toekennen; wijst op de noodzaak om bescherming te garanderen voor vrouwelijke mensenrechtenverdedigers, die steeds vaker te maken krijgen met bedreigingen en geweld en zelfs moord als rechtstreeks gevolg van hun activisme; dringt er bij de EU op aan om rekening te houden met de specifieke beschermingsbehoeften van vrouwelijke mensenrechtenverdedigers, en bij alle lidstaten om de VN-Verklaring over mensenrechtenverdedigers te eerbiedigen;

15.  verzoekt de EDEO ervoor te zorgen dat de conclusies van de 62e bijeenkomst van de Commissie voor de status van de vrouw (CSW) worden geïntegreerd in het beleid en een nieuwe impuls geven aan de inspanningen voor gendergelijkheid en de empowerment van vrouwen en meisjes op het platteland;

16.  benadrukt dat onderwijs en opleidingen in de STEM-vakken en de geesteswetenschappen toegankelijk moeten worden gemaakt voor vrouwen en meisjes, waarbij vooral nadruk moet worden gelegd op het versterken van hun talenten en vaardigheden en het doen toenemen van hun aanwezigheid in de STEM-sectoren;

17.  herinnert eraan dat geschikte maatregelen moeten worden uitgewerkt in het kader van het onderwijs ter ondersteuning van onderwijsprogramma's die vrij zijn van stereotypen en waarin burgerparticipatie, mensenrechten, gendergelijkheid en de bevordering van intercultureel bewustzijn en inzicht zijn opgenomen, teneinde leerlingen beter voor te bereiden op het burgerschap;

18.  veroordeelt elke vorm van geweld, zoals huiselijk geweld, psychologische intimidatie, seksuele uitbuiting, mensenhandel, kindhuwelijken en gedwongen huwelijken, tegen vrouwen en meisjes in en buiten Europa, en beschouwt deze als ernstige mensenrechtenschendingen;

19.  is ingenomen met de gezamenlijke inspanningen en investeringen van de EU die, samen met de VN, het Spotlight-nitiatief heeft opgezet, dat gericht is op het uitbannen van alle vormen van geweld tegen vrouwen en meisjes en waarmee nogmaals wordt benadrukt dat geweld tegen vrouwen en meisjes behoort tot de meest wijdverspreide, blijvende en vernietigende mensenrechtenschendingen; wijst erop dat vrouwen en meisjes over de hele wereld het kwetsbaarst blijven voor gendergerelateerd en seksueel geweld, seksuele intimidatie, seksuele mishandeling en uitbuiting, en dat dit soort misbruik ook politieke en economische discriminatie, huiselijk geweld, pesterijen, seksuele uitbuiting, eergerelateerde misdrijven, mensenhandel, kindhuwelijken en gedwongen huwelijken, genitale verminking van vrouwen en verkrachting als oorlogswapen omvat; veroordeelt bijgevolg alle vormen van geweld tegen vrouwen en meisjes; dringt er voorts bij de EU en de lidstaten op aan de strijd tegen vrouwelijke genitale verminking wereldwijd en binnen de EU op te voeren, aangezien volgens schattingen van 2017 van het Europees Instituut voor gendergelijkheid (EIGE) ten minste 500 000 vrouwen die in de EU wonen genitale verminking hebben ondergaan en nog eens 180 000 meisjes en vrouwen nog steeds een risicogroep vormen;

20.  betreurt ten zeerste dat de genderdimensie in de huidige programmering in crisissituaties of bij lastige conflicten op de achtergrond lijkt te verdwijnen, zoals wordt aangehaald in de studie van het Europees Parlement over de tenuitvoerlegging van het GAP II; betreurt tevens dat dit, onder meer, tot gevolg heeft dat meisjes en vrouwen die tijdens een oorlog slachtoffer zijn geworden van verkrachting als oorlogswapen geen toegang hebben tot niet-discriminerende zorg, met name alomvattende medische zorg, met inbegrip van abortus, ondanks het feit dat het GAP II erop gericht is vrouwen in staat te stellen om hun eigen seksuele en reproductieve leven in handen te nemen;

21.  spoort de Commissie en de lidstaten met klem aan mensenhandel doeltreffend en efficiënt te bestrijden; wijst erop dat uit verschillende studies blijkt dat het bij mensenhandel voornamelijk om vrouwen en meisjes gaat die zich, nadat zij in Europa zijn aangekomen, in de lidstaten gedwongen moeten prostitueren;

22.  verzoekt de Commissie en de EDEO in het bijzonder aandacht te besteden aan de eerbiediging van de mensenrechten van vrouwen en meisjes in alle handels- en partnerschapsovereenkomsten met derde landen;

23.  onderstreept dat pesterijen en seksuele intimidatie op het werk ook schendingen van de mensenrechten vormen;

24.  dringt er bij de lidstaten die dit nog niet hebben gedaan en de EU op aan om de ratificering en tenuitvoerlegging van het Verdrag van Istanbul, het eerste juridisch bindende internationale instrument om geweld tegen vrouwen te voorkomen en te bestrijden, in al zijn onderdelen te bespoedigen, teneinde samenhang tussen het interne en externe optreden van de EU op dit gebied te verzekeren; roept op tot volledige eerbiediging van het Verdrag van Istanbul; onderstreept dat religieuze, culturele of traditionele verschillen, of gelijk welke andere omstandigheden, nooit een rechtvaardiging kunnen zijn voor discriminatie of enige vorm van geweld;

25.  ziet in dat de bijzondere situatie van vrouwen die kampen met verschillende vormen van discriminatie, bijvoorbeeld op basis van genderidentiteit, ras, klasse, het al dan niet hebben van een handicap of migratiestatus, moet worden aangepakt; roept de EDEO en de lidstaten op om buitenlands beleid vanuit een genderbewust en intersectioneel perspectief te ontwikkelen en te evalueren;

26.  verzoekt de Commissie en de lidstaten hun inspanningen te verdubbelen om alle vormen van gendergerelateerd geweld, met inbegrip van kindhuwelijken, huwelijken op jonge leeftijd en gedwongen huwelijken, gendercide, gedwongen sterilisatie en verkrachting binnen het huwelijk, uit te bannen;

27.  benadrukt dat de EU zich inzet om gendergelijkheid te bevorderen en gendermainstreaming binnen al haar acties te waarborgen, zoals vereist uit hoofde van de Verdragen, zodat gendergelijkheid een centrale prioriteit wordt binnen alle richtsnoeren, werkrelaties, beleidsgebieden en acties, waaronder externe acties, van de EU; ondersteunt bijgevolg de hieruit voortvloeiende gecoördineerde inspanningen in het kader van de multilaterale dialogen en activiteiten van de EU-delegaties, zoals verkiezingswaarnemingsmissies; onderstreept de noodzaak om het werk van de hoofdadviseur gender van de EDEO in derde landen, dat gericht is op het bevorderen van vrede, veiligheid en fundamentele vrijheden, te versterken door voor het desbetreffende bevoegdheidsgebied in een specifieke begroting te voorzien;

28.  verzoekt de Commissie om in vrijhandelsovereenkomsten met derde landen een genderhoofdstuk op te nemen, evenals bepalingen waarin deze landen ertoe worden opgeroepen de 27 internationale verdragen (betreffende mensen- en arbeidsrechten, milieubescherming en goed bestuur) zoals opgenomen in het stelsel van algemene preferenties (SAP) en SAP +, te ratificeren en ten uitvoer te leggen; onderstreept dat het van cruciaal belang is toezicht te houden op de tenuitvoerlegging ervan, zo nodig maatregelen te nemen en bijzondere aandacht te besteden aan gendergelijkheid; benadrukt dat het CEDAW een van de relevante overeenkomsten in het kader van SAP + is;

29.  betreurt dat volgens gegevens uit 2016, slechts 21,9 % van de hoofden van EU-delegaties, vrouw is(3); betreurt dat slechts een op de acht speciale vertegenwoordigers van de EU vrouw is; betreurt dat slechts circa 25 % van het personeel van civiele missies in het kader van het GVDB vrouw is; betreurt dat er geen uitvoerige gegevens beschikbaar zijn over de deelname van vrouwen aan militaire GVDB-missies en -operaties;

30.  merkt op dat passende financiering voor gendergelijkheid in externe betrekkingen noodzakelijk zal zijn om het politieke engagement ten aanzien van dit doel in stand te houden; beklemtoont dat de huidige financiering voor maatregelen inzake gendergelijkheid en de empowerment van vrouwen ontoereikend blijft en eist dat deze situatie in het volgende MFK wordt rechtgezet;

31.  is ingenomen met de aanpak waarbij het genderperspectief integraal deel uitmaakt van de activiteiten van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid van de EU en benadrukt dat aan medewerkers in de gezondheidszorg en humanitaire hulpverleners, waaronder noodhulpverleners, gepaste opleidingen inzake genderbewustzijn moet worden gegeven;

32.  benadrukt hoe belangrijk het is vrouwen, jongeren en LGBTQI's te betrekken bij vredes- en verzoeningsprocessen, en onderstreept de belangrijke rol van kunst en interculturele dialoog in dit verband zoals beschreven in de gezamenlijke mededeling van de Europese Commissie en de hoge vertegenwoordiger voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid getiteld "Naar een EU-strategie voor internationale culturele betrekkingen" (JOIN(2016)0029);

33.  benadrukt hoe belangrijk het is om rekening te houden met de specifieke behoeften van weduwen van alle leeftijden in (voormalige) conflictgebieden, in het bijzonder hun behoefte aan financiële en psychologische ondersteuning, en beseft dat zij een belangrijke rol moeten spelen bij vredes- en verzoeningsprocessen;

34.  onderstreept dat religieuze, culturele en traditionele verschillen nooit een rechtvaardiging mogen zijn van discriminatie of enige vorm van geweld; ondersteunt het initiatief van de EU getiteld "Preventing Violent Extremism: A Gender-Sensitive Approach" (het voorkomen van gewelddadig extremisme: een genderbewuste aanpak) en dringt aan op de bevordering van genderbewuste projecten die de rol van vrouwen en meisjes in vredesopbouw, conflict- en terrorismepreventie en humanitaire hulp versterken;

35.  verzoekt de EDEO de rol van vrouwen bij de preventie van terrorisme te bevorderen; wijst erop dat uit een aantal studies blijkt dat vrouwen, in hun rol van moeders, de mogelijkheid hebben om, met vele gesprekken en door de emotionele band die hen met hun kinderen verbindt, hun kinderen weg te houden van vormen van radicalisering waarmee zij te maken kunnen krijgen en te beschermen tegen het risico dat hun ideeën beïnvloed raken door extremistische groepen; wijst er verder op dat vrouwen, juist omdat zij het contact onderhouden tussen de gemeenschap en hun gezin, de rol kunnen spelen van "poortwachters" door cruciale informatie te delen die vreedzame acties kan bevorderen om eventuele terroristische acties te voorkomen;

36.  dringt er bij de EU op aan gendergerelateerd geweld naar beste vermogen te bestrijden in haar activiteiten met derde landen en binnen de lidstaten en daarbij gebruik te maken van alle beschikbare instrumenten;

37.  veroordeelt de wreedheden die begaan worden tegen ontheemde personen zoals vluchtelingen, migranten en asielzoekers, vooral tegen vrouwen en meisjes; veroordeelt het feit dat homoseksualiteit in sommige derde landen nog altijd strafbaar is; veroordeelt alle vormen van discriminatie en geweld ten aanzien van LGBTQI's; veroordeelt de voortdurende situatie waarin vrouwen en LGBTQI's die in de EU asiel willen aanvragen zichzelf onderweg en in opvangcentra blootstellen aan een ernstig risico op seksueel en gendergerelateerd geweld; benadrukt dat vrouwen, meisjes en LGBTQI's met een gegronde vrees voor gendergerelateerde vervolging op een veilige manier een humanitair visum moeten kunnen aanvragen; roept de lidstaten op alles in het werk te stellen om te zorgen voor bescherming van vrouwelijke migranten, vluchtelingen en asielzoekers, bijvoorbeeld via het bieden van juridisch advies, toegang tot gezondheidsdiensten, veilige ruimtes voor vrouwen en kinderen en toegang tot seksuele en reproductieve gezondheid en rechten, met inbegrip van veilige abortus;

38.  benadrukt dat gendergerelateerde vormen van geweld en discriminatie, met inbegrip van maar niet beperkt tot verkrachting en seksueel geweld, vrouwelijke genitale verminking, gedwongen huwelijken, huiselijk geweld, zogenaamde eergerelateerde misdrijven en door de staat gedoogde genderdiscriminatie, neerkomen op vervolging en in aanmerking moeten komen als geldige reden om asiel of humanitaire bescherming aan te vragen en dat dit moet worden weerspiegeld in het nieuwe instrument; verzoekt de Commissie daarom gendergerelateerde vervolging te erkennen als een geldige reden om te verzoeken om internationale bescherming en ervoor te zorgen dat het genderperspectief in alle fasen van de asielprocedure wordt toegepast, door te voldoen aan de UNHCR-richtsnoeren inzake internationale bescherming en gendergerelateerde vervolging van 2002;

39.  verzoekt de Commissie en de lidstaten om vaker een genderbewuste aanpak te volgen om in te spelen op de bijzondere behoeftes van vrouwen en meisjes die internationale bescherming nodig hebben, met een bijzondere nadruk op hulpverlening aan meisjes en vrouwen die het slachtoffer zijn geweest van gendergerelateerd geweld in hun herkomstlanden en langs migratieroutes;

40.  veroordeelt alle vormen van discriminatie en geweld ten aanzien van LGBTQI's; verzoekt de EDEO om wereldwijd het bewustzijn van LGBTQI-rechten te vergroten en te bevorderen door middel van het externe optreden van de EU om een einde te maken aan de discriminatie waarmee LGBTQI's dagelijks kampen, overeenkomstig zijn richtsnoeren ter bevordering en bescherming van de uitoefening van alle mensenrechten door LGBTI's;

41.  veroordeelt het feit dat vrouwen in sommige landen nog altijd beperkte toegang tot besluitvormingsprocessen hebben waardoor zij hun fundamentele burgerrechten niet kunnen uitoefenen.

INFORMATIE OVER DE GOEDKEURING IN DE ADVISERENDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

22.10.2018

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

18

5

1

Bij de eindstemming aanwezige leden

Daniela Aiuto, Maria Arena, Beatriz Becerra Basterrechea, Heinz K. Becker, Vilija Blinkevičiūtė, Arne Gericke, Anna Hedh, Agnieszka Kozłowska-Rajewicz, Florent Marcellesi, Barbara Matera, Angelika Mlinar, Maria Noichl, Marijana Petir, Pina Picierno, João Pimenta Lopes, Liliana Rodrigues, Ernest Urtasun, Ángela Vallina, Anna Záborská, Jana Žitňanská

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

José Inácio Faria, Eleonora Forenza, Jordi Solé, Julie Ward

HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE ADVISERENDE COMMISSIE

18

+

ALDE

Beatriz Becerra Basterrechea, Angelika Mlinar

EFDD

Daniela Aiuto

GUE/NGL

Eleonora Forenza, Ángela Vallina

PPE

José Inácio Faria, Agnieszka Kozłowska-Rajewicz, Barbara Matera

S&D

Maria Arena, Vilija Blinkevičiūtė, Anna Hedh, Maria Noichl, Pina Picierno, Liliana Rodrigues, Julie Ward

Verts/ALE

Florent Marcellesi, Jordi Solé, Ernest Urtasun

5

-

ECR

Arne Gericke, Jana Žitňanská

PPE

Heinz K. Becker, Marijana Petir, Anna Záborská

1

0

GUE/NGL

João Pimenta Lopes

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding

(1)

PB C 349 van 17.10.2017, blz. 50.

(2)

Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0239.

(3)

"EEAS Human Resources Report 2017" (Jaarverslag personeelsformatie van de EDEO), gepubliceerd op 16 mei 2018.


INFORMATIE OVER DE GOEDKEURINGIN DE BEVOEGDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

12.11.2018

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

41

6

8

Bij de eindstemming aanwezige leden

Michèle Alliot-Marie, Petras Auštrevičius, Bas Belder, James Carver, Lorenzo Cesa, Aymeric Chauprade, Javier Couso Permuy, Arnaud Danjean, Georgios Epitideios, Knut Fleckenstein, Eugen Freund, Michael Gahler, Tunne Kelam, Wajid Khan, Eduard Kukan, Arne Lietz, Barbara Lochbihler, Sabine Lösing, Andrejs Mamikins, Ramona Nicole Mănescu, David McAllister, Francisco José Millán Mon, Clare Moody, Pier Antonio Panzeri, Ioan Mircea Paşcu, Alojz Peterle, Tonino Picula, Julia Pitera, Cristian Dan Preda, Jozo Radoš, Michel Reimon, Jean-Luc Schaffhauser, Anders Sellström, Alyn Smith, Jordi Solé, Dobromir Sośnierz, Jaromír Štětina, Charles Tannock, Miguel Urbán Crespo, Ivo Vajgl

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Andrea Bocskor, Neena Gill, Rebecca Harms, Marek Jurek, Juan Fernando López Aguilar, Antonio López-Istúriz White, Urmas Paet, Bodil Valero, Mirja Vehkaperä, Marie-Christine Vergiat

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Eleonora Evi, Rupert Matthews, Miroslav Mikolášik, Liliana Rodrigues, Flavio Zanonato


HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE BEVOEGDE COMMISSIE

41

+

ALDE

Petras Auštrevičius, Urmas Paet, Jozo Radoš, Ivo Vajgl, Mirja Vehkaperä

EFDD

Aymeric Chauprade, Eleonora Evi

PPE

Michèle Alliot-Marie, Lorenzo Cesa, Arnaud Danjean, Michael Gahler, Tunne Kelam, Eduard Kukan, Antonio López-Istúriz White, David McAllister, Ramona Nicole Mănescu, Francisco José Millán Mon, Alojz Peterle, Julia Pitera, Cristian Dan Preda, Anders Sellström, Jaromír Štětina

S&D

Knut Fleckenstein, Eugen Freund, Neena Gill, Wajid Khan, Arne Lietz, Juan Fernando López Aguilar, Andrejs Mamikins, Clare Moody, Pier Antonio Panzeri, Ioan Mircea Paşcu, Tonino Picula, Liliana Rodrigues, Flavio Zanonato

VERTS/ALE

Rebecca Harms, Barbara Lochbihler, Michel Reimon, Alyn Smith, Jordi Solé, Bodil Valero

6

-

ECR

Bas Belder, Marek Jurek

ENF

Jean-Luc Schaffhauser

NI

James Carver, Georgios Epitideios, Dobromir Sośnierz

8

0

ECR

Rupert Matthews, Charles Tannock

GUE/NGL

Javier Couso Permuy, Sabine Lösing, Miguel Urbán Crespo, Marie-Christine Vergiat

PPE

Andrea Bocskor, Miroslav Mikolášik

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding

Laatst bijgewerkt op: 6 december 2018Juridische mededeling