Procedure : 2018/2086(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0378/2018

Ingediende teksten :

A8-0378/2018

Debatten :

PV 14/01/2019 - 20
CRE 14/01/2019 - 20

Stemmingen :

PV 15/01/2019 - 8.12
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2019)0012

VERSLAG     
PDF 362kWORD 49k
22.11.2018
PE 623.760v02-00 A8-0378/2018

over de evaluatie van de benutting van de EU-begroting voor de hervorming van de publieke sector

(2018/2086(INI))

Commissie begrotingscontrole

Rapporteur: Brian Hayes

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 ADVIES van de Commissie regionale ontwikkeling
 INFORMATIE OVER DE GOEDKEURINGIN DE BEVOEGDE COMMISSIE
 HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over de evaluatie van de benutting van de EU-begroting voor de hervorming van de publieke sector

(2018/2086(INI))

Het Europees Parlement,

–  gezien de studie "Public Sector Reform: How the EU budget is used to encourage it", die zijn directoraat-generaal Intern Beleid in 2016 heeft gepubliceerd(1),

–  gezien de Europa 2020-strategie,

–  gezien de huidige financieringsperiode van de EU (2014-2020) en het voorstel van de Commissie voor het nieuwe meerjarig financieel kader (2021-2028),

–  gezien het akkoord dat de medewetgevers in juli 2018 hebben bereikt over een verhoging van de begroting van het steunprogramma voor structurele hervormingen (SRSP),

–  gezien artikel 197 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU),

–  gezien artikel 52 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie regionale ontwikkeling (A8-0378/2018),

A.  overwegende dat het openbaar bestuur in de lidstaten fundamenteel is voor de uitvoering van de EU-begroting en dat een goede werking ervan kan helpen om moderne systemen te creëren die de welvaart en het welzijn in de EU vergroten;

B.  overwegende dat het voorstel voor het nieuwe meerjarig financieel kader (MFK) in zijn huidige vorm geen specifieke doelstelling voor openbaar bestuur bevat;

1.  merkt op dat de bevoegdheden inzake openbaar bestuur over verschillende diensten van de Commissie zijn verspreid en dat dit een effectieve coördinatie van bevoegde diensten, door de EU gefinancierde programma's en initiatieven bemoeilijkt; pleit voor meer coördinatie van alle programma's voor technische bijstand teneinde overlapping te voorkomen en ervoor te zorgen dat de maatregelen niet zo ondoeltreffend zijn dat alle inspanningen van de Commissie ter bevordering van de combinatie van fondsen met het oog op synergieën teniet worden gedaan; vraagt de Commissie de systemen voor de uitwisseling van good practices te verbeteren om de lidstaten te helpen om best practices toe te passen, zonder hierbij beleid op te leggen dat loondevaluatie of sociaal onhoudbare hervormingen tot doel heeft;

2.  vraagt de volgende voorzitter van de Commissie de verantwoordelijkheid voor kwesties in verband met beter openbaar bestuur en betere governance aan één commissaris toe te wijzen;

3.  is van mening dat een doeltreffende hervorming van de overheidssector van essentieel belang is om de lidstaten te helpen om zich aan te passen aan veranderende omstandigheden, de veerkracht te vergroten om toekomstige crises te voorkomen, e-overheid uit te breiden en de dienstverlening in de hele EU te verbeteren, in het bijzonder wat nieuwe technologie en IT-systemen betreft, en enorm zou helpen om verspilling, blootstelling aan verspilling, verlies of frauduleus gebruik van EU-middelen te verminderen; vraagt daarom dat ook in toekomstige programmeringsperiodes financiering wordt uitgetrokken voor acties om e-overheid uit te rollen, met inachtneming van de in het EU-actieplan inzake e-overheid vermelde beginselen en prioriteiten;

4.  wijst erop dat het, vooral voor regio's met een achterstand, vaak moeilijk is om toegang te krijgen tot financiering of deze te gebruiken, als gevolg van administratieve rompslomp, beperkte administratieve capaciteit of onregelmatigheden; hoopt daarom dat de lidstaten interne hervormingen zullen doorvoeren om het beginsel van behoorlijk bestuur voelbaarder te maken en de gerechtelijke procedures te bespoedigen;

5.  merkt op dat de EU-begroting ongeveer 9 miljard EUR aan steun aan de EU-lidstaten verstrekt voor de hervorming van het openbaar bestuur; moedigt de Commissie aan om deze financiële steun te koppelen aan de gerichte uitwisseling van kennis, ervaring en good practices tussen de lidstaten;

6.  verzoekt de Commissie de samenwerking met de lidstaten te intensiveren om regio's met een achterstand te ondersteunen door de administratieve capaciteit en governance te verbeteren;

7.  vraagt om maatregelen om de uitvoering te bevorderen van programma's voor de ontwikkeling en uitvoering van humanresourcesstrategieën, bijvoorbeeld door de uitwisseling van best practices tussen de lidstaten, waarbij ook leiders en andere hooggeplaatsten betrokken moet worden;

8.  benadrukt dat er vaak tal van overlappingen worden vastgesteld tussen de specifieke operationele programma's en andere financieringsbronnen van de EU, en vraagt dat er voorstellen worden gedaan; hoopt dan ook dat de bijstand zal worden verbeterd om coördinatie, complementariteit en vereenvoudiging te bevorderen;

9.  onderstreept dat het belangrijk is ervoor te zorgen dat de operationele programma's op een zo doeltreffend en gebruiksvriendelijk mogelijke wijze worden uitgevoerd; acht het van essentieel belang dat de lidstaten geen extra regels opleggen die het voor de begunstigde moeilijker maken om de middelen te gebruiken;

10.  merkt op dat de Commissie noch over een gestandaardiseerd en gemeenschappelijk kader voor de beoordeling van het openbaar bestuur, noch over een methode voor systematische gegevensverzameling beschikt; merkt met bezorgdheid op dat de Commissie door het ontbreken van deze instrumenten onvolledige analyses van kwesties in de lidstaten maakt; stelt voor om in de jaarlijkse groeianalyse opnieuw een hoofdstuk over openbaar bestuur en governance op te nemen;

11.  vraagt de Commissie om vooraf de administratieve capaciteit van de voor de uitvoering van het ontwikkelingsbeleid bevoegde structuren te beoordelen en voor projecten van bijzonder strategisch belang de voorkeur te geven aan nationale structuren en agentschappen die de uitvoering van programma's en afzonderlijke acties kunnen verbeteren en bespoedigen;

12.  is van mening dat het MFK moet worden gebruikt ter stimulering van programma's die beter openbaar bestuur en betere governance opleveren, met name om de lidstaten te helpen in tijden van economische neergang, en erkent dat de getroffen lidstaten in dergelijke omstandigheden gebaat zijn bij hervormingen van het overheidsapparaat;

13.  is verheugd over het feit dat in het volgende MFK voorstellen worden gedaan om overlappingen van programma's te voorkomen en verdere vereenvoudiging aan te moedigen;

14.  moedigt de Commissie aan om in samenwerking met de lidstaten een specifiek beoordelingskader te ontwikkelen dat de kwantitatieve en kwalitatieve aspecten van openbaar bestuur van hoge kwaliteit omvat, en om haar eigen analysecapaciteit op te bouwen; benadrukt dat de zwakken punten van elke lidstaat moeten worden vastgesteld en dat met behulp van de beschikbare middelen maatregelen moeten worden bevorderd om problemen te boven te komen door het criterium van de ex-antevoorwaarden te verscherpen en doelen te stellen;

15.  stelt voor dat de Commissie de beleidsdialoog met de lidstaten versterkt door te zorgen voor de oprichting van een daartoe bestemd forum;

16.  stelt voor om in zijn parlementaire agenda tijd te reserveren voor een gestructureerde dialoog met de nationale parlementen over kwesties in verband met de verbetering van het openbaar bestuur in de EU; vraagt de EU het toezicht op en de evaluatie van de Europese structuur- en investeringsfondsen (ESI-fondsen) ten aanzien van thematische doelstelling 11 te verbeteren door specifieke indicatoren op te nemen voor het beoordelen van de vooruitgang met betrekking tot de doelstellingen en prioriteiten van de Unie voor de hervorming van het openbaar bestuur;

17.  is verheugd dat er een benchmark is ontwikkeld om te beoordelen of kandidaat-EU-lidstaten de bestuurlijke capaciteit hebben om de verantwoordelijkheden van EU-lidmaatschap aan te kunnen; hoopt dat binnen de lidstaten interne hervormingen zullen doorvoeren om het beginsel van behoorlijk bestuur nog meer voelbaar te maken;

18.  merkt op dat de European Public Sector Award (EPSA) door de Commissie en een aantal lidstaten wordt medegefinancierd en de beste, meest innovatieve en meest efficiënt presterende actoren in de Europese publieke sector bijeenbrengt; is van mening dat de Commissie voor meer uitwisseling van kennis en informatie moet zorgen en een groter bereik in heel Europa moet beogen;

19.  is van mening dat binnen de overheidsdiensten innovatieve processen ter bevordering van een betere connectiviteit, digitalisering en digitale diensten van hoge kwaliteit voor burgers, bedrijven en overheden moeten worden bevorderd, en dat daarbij gelijke tred moet worden gehouden met de snelle ontwikkeling van nieuwe technologieën op de betreffende gebieden; is verheugd over het feit dat in het nieuwe voorstel voor een verordening gemeenschappelijke bepalingen (VGB) wordt bepaald dat toekomstige begunstigden de nodige informatie krijgen om de systemen zo spoedig mogelijk te kunnen gebruiken;

20.  erkent dat participatie van lokale overheden een voorwaarde is voor de verwezenlijking van de EU-doelstellingen op dit gebied; wijst erop dat in de Verklaring van Tallinn wordt voorgesteld om op nationaal niveau "de gezamenlijke governancestructuren met de lokale en regionale overheden te versterken"(2);

21.  is ingenomen met de bestaande netwerken(3) waarin vertegenwoordigers van de lidstaten – met name die welke EU-financiering ontvangen – samenkomen om het openbaar bestuur te verbeteren door de uitwisseling van best practices en wederzijds leren;

22.  is van mening dat de bestaande netwerken aanzienlijk beter zouden kunnen presteren door ambitieuzere doelstellingen vast te stellen en meer proactieve benaderingen te ontwikkelen, zoals benchlearning, waarbij zelfevaluatie door de lidstaten wordt gecombineerd met een verbeterd systeem van peerreview;

23.  is van mening dat openbaar bestuur van hoge kwaliteit een essentiële voorwaarde is voor de verwezenlijking van de EU-beleidsdoelstellingen in het kader van het MFK en op andere gebieden; benadrukt hoe belangrijk goede communicatie en politiek bewustzijn zijn om vertrouwen te wekken en positieve hervormingsmaatregelen en -programma's te stimuleren;

24.  is van mening dat continu moet worden beoordeeld of de beginselen van additionaliteit en complementariteit van het cohesiebeleid ten aanzien van met gewone middelen gefinancierde acties worden nageleefd, en dat vooral moet worden voorkomen dat het cohesiebeleid gewone nationale middelen gaat vervangen;

25.  wijst erop dat de middelen van de ESI-fondsen voor het regionaal uitvoeringsplan in de laatste programmeringsperiode weliswaar kwantitatief zijn gestegen, maar dat het toezicht kan worden verbeterd om te beoordelen welk effect deze financiering heeft op het regionaal uitvoeringsplan;

26.  dringt aan op de voortzetting van de werkzaamheden van de werkgroepen van de Commissie die tot taak hebben de nationale autoriteiten in de lidstaten te helpen om de middelen van het cohesiebeleid beter in te zetten in de lidstaten die achterlopen met de absorptie van middelen uit de ESI-fondsen;

27.  benadrukt het belang van het steunprogramma voor hervormingen en hoopt dat het in de volgende programmeringsperiode zal worden versterkt door zijn faciliterende rol (veeleer dan technische bijstand) duidelijk te omschrijven, en dat het ook zal wordt verbeterd op het vlak van effectiviteit en efficiëntie, zonder dat de cohesiebegroting wordt verlaagd met de bedragen die momenteel door de Commissie worden voorgesteld voor het MFK 2021-2027;

28.  merkt op dat de EU weliswaar niet rechtstreeks bevoegd is voor de administratieve sector, maar toch een positieve invloed op het openbaar bestuur van de lidstaten heeft en meer bepaald onrechtstreeks een rol speelt door de vaststelling van administratieve normen in het acquis communautaire, zodat best practices in de hele Unie kunnen worden uitgewisseld, alsook via begrotingsinstrumenten om de hervorming van het overheidsapparaat te steunen en aan te moedigen door de capaciteit en de efficiëntie van overheidsdiensten te vergroten en innovatie in de openbare sector te bevorderen;

29.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

(1)

Studie "Public Sector Reform: How the EU budget is used to encourage it", Europees Parlement, directoraat-generaal Intern Beleid, beleidsondersteunende afdeling D: begrotingszaken, 2016.

(2)

https://ec.europa.eu/digital-single-market/en/news/ministerial-declaration-egovernment-tallinn-declaration

(3)

Het Netwerk van Europese overheidsdiensten (EUPAN), het Thematisch Netwerk openbaar bestuur en governance (PAG) en andere platforms en netwerken met een specifieke focus op justitie, corruptiebestrijding, digitalisering, overheidsopdrachten enz.


TOELICHTING

Het verslag is gebaseerd op een studie van DG IPOL die in augustus 2016 is gepubliceerd, met als titel "Public Sector Reform: How the EU budget is used to encourage it". Deze studie is door de Commissie begrotingscontrole (CONT) besproken in een openbare hoorzitting.

In de studie wordt benadrukt dat de EU-begroting sinds 2007 een grotere rol speelt bij het ondersteunen van administratieve hervormingen. De initiatieven en begrotingsinstrumenten van de EU om de hervorming van het openbaar bestuur te ontwikkelen en te verbeteren, zijn echter versnipperd en missen samenhang.

Uit de studie blijkt dat de EU-begroting weliswaar een positief effect heeft gehad op de hervorming van het openbaar bestuur in verschillende lidstaten, maar dat er op dit gebied veel potentieel is om de EU-begroting beter te benutten. In de studie wordt aangetoond dat het potentieel van e-overheidsoplossingen een belangrijk aandachtspunt zou kunnen zijn van hervormingen van het openbaar bestuur die door de EU worden bevorderd, aangezien ze de burger een vlottere toegang tot openbare diensten bieden.

De op beginselen gebaseerde aanpak van de hervorming van het openbaar bestuur vertoont een aantal tekortkomingen. In de landspecifieke aanbevelingen (CSR's) wordt niet consequent op slecht presterende overheidsdiensten of bijzonder problematische zwakke punten in overheidsdiensten gewezen. Dit kan worden verbeterd.

Andere aanbevelingen in de studie zijn onder meer:

–  betere evaluatie van en prestatie-indicatoren voor de structuurfondsen;

–  afstemming van het Justitieprogramma van de EU op de CSR's;

–  ontwikkeling van synergieën en complementariteit op het gebied van e-overheid en technische bijstand;

–  bevordering van peer-to-peeruitwisseling van informatie over hervormingen van het openbaar bestuur;

–  benutting van het volledige potentieel van de Ondersteuningsdienst voor structurele hervormingen (SRSS).

Het gaat om een studie van 114 bladzijden die in opdracht van het Europees Parlement en op verzoek van de commissie CONT is uitgevoerd. Het is niet meer dan juist dat CONT deze studie follow-up geeft met haar eigen reeks politieke aanbevelingen in de vorm van een INI-verslag.

Dit voorstel heeft absoluut niets te maken met de privatisering van openbare diensten; het gaat erom het openbaar bestuur van de lidstaten efficiënter te maken met behulp van de EU-begroting. Er is nog veel ruimte voor de lidstaten om samen te werken en best practices uit te wisselen, en nog veel potentieel voor de EU om de hervormingen van het openbaar bestuur te coördineren.


ADVIES van de Commissie regionale ontwikkeling (26.10.2018)

aan de Commissie begrotingscontrole

inzake de evaluatie van de benutting van de EU-begroting voor de hervorming van de publieke sector

(2018/2086(INI))

Rapporteur voor advies: Raffaele Fitto

SUGGESTIES

De Commissie regionale ontwikkeling verzoekt de bevoegde Commissie begrotingscontrole onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

1.  merkt op dat hoewel de EU niet rechtstreeks bevoegd is voor de administratieve sector, ze toch een positieve invloed uitoefent op het openbaar bestuur van de lidstaten en meer bepaald onrechtstreeks een rol speelt door middel van de definitie van administratieve normen in het acquis communautaire, de uitwisseling van beste praktijken in de hele Unie, alsook via begrotingsinstrumenten ter ondersteuning en intensivering van de hervorming van het openbaar bestuur door de capaciteit en de efficiëntie van de administratie te versterken en de innovatie in de openbare sector aan te moedigen;

2.  wijst erop dat hoewel de middelen van de ESI-fondsen voor het regionaal uitvoeringsplan de laatste programmeringsperiode kwantitatief zijn gestegen, het toezicht kan worden verbeterd om de effecten van deze financiering op het regionaal uitvoeringsplan te evalueren;

3.  is verheugd over het feit dat in het komende MFK voorstellen worden gedaan om overlappingen van programma's te voorkomen en verdere vereenvoudiging aan te moedigen;

4.  benadrukt dat er vaak vele overlappingen worden vastgesteld tussen de specifieke operationele programma's en andere financieringsbronnen van de EU en vraagt dat voorstellen worden ingediend; verwacht op dit vlak een verbetering van de acties die gericht zijn op de bevordering van coördinatie, complementariteit en vereenvoudiging;

5.  onderstreept het feit dat het belangrijk is ervoor te zorgen dat de operationele programma's op zo doeltreffend en gebruiksvriendelijk mogelijke wijze worden uitgevoerd; acht het van essentieel belang dat de lidstaten zich onthouden van het opleggen van regels die het gebruik van middelen voor de begunstigde bemoeilijken;

6.  is van mening dat continu beoordeeld moet worden of de beginselen van additionaliteit en complementariteit van het cohesiebeleid ten aanzien van de met gewone middelen gefinancierde acties nageleefd worden om zeker te vermijden dat het cohesiebeleid gewone nationale middelen vervangt;

7.  pleit voor meer coördinatie van alle programma's voor technische bijstand teneinde overlappingen en gebrekkige efficiëntie te vermijden, waardoor de inspanningen van de Commissie ter bevordering van de combinatie van fondsen met het oog op synergieën effectiever zullen zijn;

8.  benadrukt dat voor elke lidstaat de kritische punten moeten worden beoordeeld en dat binnen de voorziene middelen maatregelen moeten worden bevorderd om de autoriteiten te ondersteunen die de verantwoordelijkheid hebben om deze kritische punten te boven te komen door het criterium van de randvoorwaarden te versterken en de gestelde doelen te halen;

9.  vraagt de Commissie om op voorhand de administratieve capaciteit van de voor de uitvoering van het ontwikkelingsbeleid bevoegde structuren te beoordelen en voor projecten van bijzonder strategisch belang de voorkeur te geven aan nationale structuren en agentschappen die de verwezenlijking van programma's en individuele activiteiten kunnen kwalificeren en versnellen;

10.  wijst erop dat het, vooral voor regio's met een ontwikkelingsachterstand, vaak moeilijk is om toegang te vinden tot financiering of deze te gebruiken, ten gevolge van problemen van administratief-bureaucratische aard, een beperkte administratieve capaciteit of onregelmatigheden; hoopt in dit verband dat binnen de lidstaten hervormingen worden bevorderd die de toepassing van het beginsel van behoorlijk bestuur concreet maken en de snelheid van gerechtelijke procedures bevorderen;

11.  verzoekt de Commissie de samenwerking met de lidstaten te intensiveren om regio's met een ontwikkelingsachterstand te ondersteunen, door de administratieve capaciteiten en governance te verbeteren;

12.  is van mening dat binnen de overheidsdiensten innovatieve processen ter bevordering van een betere connectiviteit, digitalisering en digitale diensten van hoge kwaliteit voor burgers, bedrijven en overheden moeten worden gepromoot, maar daarbij wel gelijke tred moet worden gehouden met de snelle ontwikkelingen van nieuwe technologieën op de terreinen in kwestie; is ingenomen met het feit dat het nieuwe GBV-voorstel voorziet in de financiering van acties in toekomstige programmering voor de verspreiding van e-overheid in samenhang met de in het EU-actieplan inzake e-overheid vermelde beginselen en prioriteiten, en dat tegelijkertijd toekomstige begunstigden worden voorzien van de informatie die ze nodig hebben om de systemen zo snel mogelijk te kunnen gebruiken;

13.  acht het nuttig de uitvoering te bevorderen van programma's voor de ontwikkeling en tenuitvoerlegging van politieke strategieën met betrekking tot menselijke hulpbronnen, onder meer door de uitwisseling van beste praktijken tussen de lidstaten, waarbij ook leidinggevenden en personen aan de top betrokken moet worden;

14.  dringt aan op de voortzetting van de werkzaamheden van de werkgroepen van de Commissie, die belast zijn met de steun aan nationale autoriteiten in de lidstaten om de middelen van het cohesiebeleid beter te kunnen inzetten in de lidstaten die achterlopen met de opname van middelen uit de ESI-fondsen;

15.  benadrukt het belang van het programma ter ondersteuning van hervormingen en hoopt dat het in de volgende programmeringsperiode zal worden versterkt door zijn faciliterende rol (veeleer dan de rol van technische bijstand) goed te definiëren, en dat het wordt verbeterd op het vlak van effectiviteit en efficiëntie, zonder de cohesiebegroting te verlagen met de bedragen die momenteel door de Commissie voorgesteld worden voor het MFK 2021-2027.

INFORMATIE OVER DE GOEDKEURINGIN DE ADVISERENDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

25.10.2018

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

35

1

2

Bij de eindstemming aanwezige leden

Pascal Arimont, Franc Bogovič, Victor Boştinaru, Mercedes Bresso, Andrea Cozzolino, Rosa D’Amato, Tamás Deutsch, Aleksander Gabelic, Iratxe García Pérez, Michela Giuffrida, Ivan Jakovčić, Marc Joulaud, Constanze Krehl, Louis-Joseph Manscour, Martina Michels, Iskra Mihaylova, Andrey Novakov, Younous Omarjee, Konstantinos Papadakis, Mirosław Piotrowski, Stanislav Polčák, Liliana Rodrigues, Fernando Ruas, Monika Smolková, Ruža Tomašić, Ramón Luis Valcárcel Siso, Ángela Vallina, Monika Vana, Matthijs van Miltenburg, Lambert van Nistelrooij, Derek Vaughan, Kerstin Westphal

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Daniel Buda, Raffaele Fitto, Elsi Katainen, Ivana Maletić, Bronis Ropė, Milan Zver

HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE ADVISERENDE COMMISSIE

35

+

ALDE

Ivan Jakovčić, Elsi Katainen, Iskra Mihaylova, Matthijs van Miltenburg

ECR

Raffaele Fitto, Mirosław Piotrowski, Ruža Tomašić

EFDD

Rosa D’Amato

GUE/NGL

Martina Michels, Younous Omarjee, Ángela Vallina

PPE

Pascal Arimont, Franc Bogovič, Daniel Buda, Tamás Deutsch, Marc Joulaud, Ivana Maletić, Andrey Novakov, Stanislav Polčák, Fernando Ruas, Ramón Luis Valcárcel Siso, Milan Zver, Lambert van Nistelrooij

S&D

Victor Boştinaru, Mercedes Bresso, Andrea Cozzolino, Aleksander Gabelic, Iratxe García Pérez, Michela Giuffrida, Constanze Krehl, Louis-Joseph Manscour, Liliana Rodrigues, Monika Smolková, Derek Vaughan, Kerstin Westphal

1

-

NI

Konstantinos Papadakis

2

0

VERTS/ALE

Bronis Ropė, Monika Vana

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding


INFORMATIE OVER DE GOEDKEURINGIN DE BEVOEGDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

20.11.2018

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

16

0

1

Bij de eindstemming aanwezige leden

Nedzhmi Ali, Inés Ayala Sender, Zigmantas Balčytis, Tamás Deutsch, Luke Ming Flanagan, Ingeborg Gräßle, Wolf Klinz, Bogusław Liberadzki, José Ignacio Salafranca Sánchez-Neyra, Bart Staes, Tomáš Zdechovský

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Richard Ashworth, Caterina Chinnici, Julia Pitera, Miroslav Poche

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

John Howarth, Tiemo Wölken


HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE BEVOEGDE COMMISSIE

16

+

ALDE

Nedzhmi Ali, Wolf Klinz

PPE

Richard Ashworth, Tamás Deutsch, Ingeborg Gräßle, Julia Pitera, José Ignacio Salafranca Sánchez-Neyra, Tomáš Zdechovský

S&D

Inés Ayala Sender, Zigmantas Balčytis, Caterina Chinnici, John Howarth, Bogusław Liberadzki, Miroslav Poche, Tiemo Wölken

VERTS/ALE

Bart Staes

0

-

 

 

1

0

GUE/NGL

Luke Ming Flanagan

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding

Laatst bijgewerkt op: 3 januari 2019Juridische mededeling