Procedure : 2018/0043(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0390/2018

Ingediende teksten :

A8-0390/2018

Debatten :

PV 17/04/2019 - 24
CRE 17/04/2019 - 24

Stemmingen :

PV 18/04/2019 - 10.12

Aangenomen teksten :

P8_TA(2019)0432

VERSLAG     ***I
PDF 606kWORD 105k
26.11.2018
PE 626.780v02-00 A8-0390/2018

over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de uitgifte van gedekte obligaties en het overheidstoezicht op gedekte obligaties en tot wijziging van Richtlijn 2009/65/EG en Richtlijn 2014/59/EU

(COM(2018)0094 – C8-0113/2018 – 2018/0043(COD))

Commissie economische en monetaire zaken

Rapporteur: Bernd Lucke

AMENDEMENTEN
ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 PROCEDURE VAN DE BEVOEGDE COMMISSIE
 HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de uitgifte van gedekte obligaties en het overheidstoezicht op gedekte obligaties en tot wijziging van Richtlijn 2009/65/EG en Richtlijn 2014/59/EU

(COM(2018)0094 – C8-0113/2018 – 2018/0043(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2018)0094),

–  gezien artikel 294, lid 2, en de artikelen 53 en 114 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C8-0113/2018),

–  gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien het advies van de Europese Centrale Bank van 22 augustus 2018(1),

–  gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 11 juli 2018(2),

–  gezien artikel 59 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie economische en monetaire zaken (A8-0390/2018),

1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.  verzoekt de Commissie om hernieuwde voorlegging aan het Parlement indien zij haar voorstel vervangt, ingrijpend wijzigt of voornemens is het ingrijpend te wijzigen;

3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

Amendement    1

AMENDEMENTEN VAN HET EUROPEES PARLEMENT(3)*

op het voorstel van de Commissie

---------------------------------------------------------

Voorstel voor een

RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

betreffende de uitgifte van gedekte obligaties en het overheidstoezicht op gedekte obligaties en tot wijziging van Richtlijn 2009/65/EG en Richtlijn 2014/59/EU

(Voor de EER relevante tekst)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name de artikelen 53 en 114,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van de Europese Centrale Bank(4),

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité(5),

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)  In artikel 52, lid 4, van Richtlijn 2009/65/EG van het Europees Parlement en de Raad(6) worden zeer algemene voorwaarden vastgesteld voor de structurele elementen van gedekte obligaties. Die voorwaarden blijven beperkt tot de eis dat gedekte obligaties worden uitgegeven door een kredietinstelling waarvan de statutaire zetel in een lidstaat gevestigd is en die is onderworpen aan speciaal overheidstoezicht en aan een mechanisme met dubbele zekerheidsrechten (dual recourse). Nationale raamwerken voor gedekte obligaties gaan nader in op deze punten en regelen die ook veel meer in detail. Die nationale raamwerken bevatten ook andere structurele bepalingen, met name regels met betrekking tot de samenstelling van de dekkingspool (cover pool), de criteria voor de beleenbaarheid van activa, de mogelijkheid om activa te poolen, de transparantie- en rapportageverplichtingen, en de regels inzake het limiteren van liquiditeitsrisico's. Ook zijn er in de benadering van de lidstaten ten aanzien van regulering inhoudelijke verschillen. In diverse lidstaten bestaat er geen specifieke nationaal raamwerk voor gedekte obligaties. Daardoor zijn de essentiële structurele elementen waaraan in de Unie uitgegeven gedekte obligaties moeten voldoen, nog niet vastgelegd in Unierecht.

(2)  Met artikel 129 van Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad(7) zijn verdere voorwaarden toegevoegd aan de voorwaarden in artikel 52, lid 4, van Richtlijn 2009/65/EG om ten aanzien van kapitaalvereisten een preferentiële prudentiële behandeling te krijgen, waardoor kredietinstellingen die in gedekte obligaties beleggen, minder kapitaal hoeven aan te houden dan wanneer zij in andere activa beleggen. Hoewel met die aanvullende voorwaarden het niveau van de harmonisatie van gedekte obligaties binnen de Unie wordt verhoogd, zijn zij specifiek bedoeld om de voorwaarden vast te stellen waarop beleggers een dergelijke preferentiële behandeling kunnen krijgen, en zijn zij niet van toepassing buiten het kader van Verordening (EU) nr. 575/2013.

(3)  Ook in andere instrumenten van Unierecht, zoals Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61 van de Commissie(8), Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35 van de Commissie(9) en Richtlijn 2014/59/EU van het Europees Parlement en de Raad(10), wordt naar de definitie in Richtlijn 2009/65/EG verwezen als het ijkpunt om te bepalen welke gedekte obligaties de in die handelingen voor beleggers in gedekte obligaties uitgewerkte preferentiële behandeling kunnen krijgen. Toch verschilt de formulering van die handelingen afhankelijk van de doelstelling en het onderwerp ervan en wordt het begrip "gedekte obligaties" dus niet coherent gebruikt.

(4)  De behandeling van gedekte obligaties kan al bij al als geharmoniseerd gelden waar het gaat om de voorwaarden voor het beleggen in gedekte obligaties. Er is evenwel een gebrek aan harmonisatie in de Unie wat betreft de voorwaarden voor de uitgifte van gedekte obligaties en dit heeft ten minste twee gevolgen. In de eerste plaats wordt preferentiële behandeling gelijkelijk toegekend aan instrumenten die kunnen verschillen van aard en van niveau van risico en beleggersbescherming. In de tweede plaats ▌kunnen de verschillen in ▌garanties die nationale voorschriften bieden, een risico voor ▌ financiële stabiliteit doen ontstaan wanneer gedekte obligaties met een uiteenlopend niveau van beleggersbescherming als zodanig in de hele Unie kunnen worden gekocht en op grond van Verordening (EU) nr. 575/2013 en andere Uniewetgeving een preferentiële prudentiële behandeling kunnen krijgen.

(5)  De harmonisatie van bepaalde aspecten van nationale regelingen volgens vastgestelde beste praktijken zal zorgen voor een soepele en voortdurende ontwikkeling van goed functionerende markten voor gedekte obligaties in de Unie en voor een beperking van eventuele risico's en kwetsbare punten wat betreft financiële stabiliteit. Deze op beginselen gebaseerde harmonisatie moet voor een gemeenschappelijke uitgangssituatie zorgen bij de uitgifte van alle gedekte obligaties in de Unie. Harmonisatie vereist dat alle lidstaten raamwerken voor gedekte obligaties vaststellen, die ook moeten helpen om markten voor gedekte obligaties uit te bouwen in lidstaten waar dit soort markt momenteel nog niet bestaat. Een dergelijke markt kan een stabiele financieringsbron vormen voor kredietinstellingen die op basis daarvan meer mogelijkheden zouden hebben om betaalbare hypotheekleningen te verstrekken aan consumenten en bedrijven en die veiligere beleggingen beschikbaar zouden kunnen stellen aan beleggers.

(6)  Het Europees Comité voor systeemrisico's (hierna "ESRB" genoemd) heeft een aanbeveling(11) uitgebracht waarin het nationale bevoegde autoriteiten en de Europese Bankautoriteit (hierna "EBA" genoemd) uitnodigt om goede praktijken met betrekking tot gedekte obligaties te identificeren en de harmonisatie van nationale kaders aan te moedigen. Ook deed het de aanbeveling dat EBA het optreden van nationale toezichthouders zou coördineren, en met name met betrekking tot de kwaliteit en de afzondering van de dekkingspools, bescherming van gedekte obligaties tegen faillissement, de aan activa en verplichtingen verbonden risico's die van invloed zijn op dekkingspools, en de openbaarmaking van de samenstelling van dekkingspools. Voorts wordt EBA in de aanbeveling opgeroepen om het functioneren van de markt voor gedekte obligaties gedurende een periode van twee jaar te monitoren aan de hand van de door EBA onderscheiden goede praktijken, om na te gaan of er wetgevingsinitiatieven nodig zijn en om aan ESRB en de Commissie verslag te doen over die noodzaak.

(7)  De Commissie heeft, in overeenstemming met artikel 503, lid 1, van Verordening (EU) nr. 575/2013, in december 2013 een call for advice aan EBA gericht.

(8)  In reactie op zowel de ESRB-aanbeveling van 20 december 2012 als de call for advice van de Commissie van december 2013 heeft EBA op 1 juli 2014 een rapport gepubliceerd(12). In dat rapport wordt grotere convergentie aanbevolen van nationale wetgevings-, regulerings- en toezichtsraamwerken voor gedekte obligaties, als verdere ondersteuning voor het bestaan van één preferentiële behandeling van de risicoweging voor gedekte obligaties in de Unie.

(9)  Zoals ESRB voor ogen stond, heeft EBA het functioneren van de markt voor gedekte obligaties gedurende twee jaar gemonitord aan de hand van de in die aanbeveling beschreven goede praktijken. Op basis daarvan heeft EBA op 20 december 2016 een tweede rapport over gedekte obligaties doen toekomen aan ESRB, de Raad en de Commissie(13). De conclusie van dat rapport was dat verdere harmonisatie noodzakelijk was met het oog op meer coherentie in de definities van en de behandeling door het toezicht van gedekte obligaties in de Unie. Voorts is in het rapport geconcludeerd dat harmonisatie diende voort te bouwen op goed functionerende markten zoals die vandaag in sommige lidstaten bestaan.

(10)  Gedekte obligaties worden traditioneel uitgegeven door kredietinstellingen. Het inherente karakter van het instrument is te zorgen voor financiering voor leningen en een van de kernactiviteiten van kredietinstellingen is het op grote schaal verstrekken van leningen. Bijgevolg wordt door Uniewetgeving waarmee een preferentiële behandeling aan gedekte obligaties wordt toegekend, verlangd dat deze gedekte obligaties door kredietinstellingen worden uitgegeven.

(11)  Het feit dat de uitgifte van gedekte obligaties aan kredietinstellingen is voorbehouden, garandeert dat de emittent over de nodige kennis beschikt om het kredietrisico met betrekking tot de leningen in de dekkingspool te beheren. Voorts is dit een garantie dat voor de emittent kapitaalvereisten gelden die de basis vormen voor de beleggersbescherming van het mechanisme met dubbele zekerheidsrechten, waardoor de belegger zowel op de emittent van de gedekte obligaties als op de activa in de dekkingspool een vordering heeft. Door de uitgifte van gedekte obligaties te beperken tot kredietinstellingen, wordt ervoor gezorgd dat gedekte obligaties een veilig en doeltreffend financieringsinstrument blijven, hetgeen bijdraagt tot beleggersbescherming en financiële stabiliteit, twee belangrijke beleidsdoelstellingen van algemeen belang. Een en ander zou ook aansluiten bij de benadering van goed functionerende nationale markten waar alleen kredietinstellingen gedekte obligaties mogen uitgeven.

(12)  Daarom is het passend dat alleen kredietinstellingen in de zin van artikel 4, lid 1, punt 1, van Verordening (EU) nr. 575/2013 gedekte obligaties kunnen uitgeven op grond van Unierecht. Het hoofddoel van deze richtlijn is de voorwaarden te regelen waarop die kredietinstellingen gedekte obligaties mogen uitgeven als financieringsinstrument, door de productvereisten en het specifieke producttoezicht vast te stellen waaraan zij onderworpen zijn, om zodoende een hoog niveau aan beleggersbescherming te verzekeren. Het bestaan van een mechanisme met dubbele zekerheidsrechten is een essentieel concept en onderdeel van talrijke bestaande nationale raamwerken voor gedekte obligaties.

(13)  Het is ook een kernelement van gedekte obligaties als bedoeld in artikel 52, lid 4, van Richtlijn 2009/65/EG. Daarom dient dat concept nader te worden uitgewerkt zodat beleggers in de hele Unie op geharmoniseerde voorwaarden zowel op de emittent van de gedekte obligaties als op de activa in de dekkingspool een vordering hebben.

(14)  Vrijwaring van faillissement dient ook een essentieel aspect van gedekte obligaties te zijn, om ervoor te zorgen dat de beleggers in gedekte obligaties op de vervaldag van de obligatie worden terugbetaald. Automatische versnelling van terugbetaling bij wanbetaling van de emittent kan de rangorde verstoren van de partijen die in gedekte obligaties hebben belegd, en daarom is het belangrijk ervoor te zorgen dat beleggers in gedekte obligaties worden terugbetaald in overeenstemming met het contractuele aflossingsschema, ook in het geval van wanbetaling. Vrijwaring van faillissement houdt dus rechtstreeks verband met het mechanisme met dubbele zekerheidsrechten en dient daarom ook een van de hoekstenen van het raamwerk voor gedekte obligaties te zijn.

(15)  Een andere hoeksteen van bestaande nationale raamwerken voor gedekte obligaties is het feit dat activa die als zekerheid dienen, van zeer hoge kwaliteit dienen te zijn, om zeker te zijn dat de waarde van de dekkingspool volstaat om de aflossingsverplichtingen van uitstaande obligaties te dekken. Dergelijke dekkingspools kunnen bestaan uit blootstellingen aan autoriteiten met belastingbevoegdheden of vorderingen die worden gedekt door materiële activa van hoge kwaliteit. Activa van hoge kwaliteit hebben specifieke kenmerken die verband houden met het feit dat de vordering door zekerheden wordt gedekt en met ter dekking gebruikte zekerheidsactiva. Derhalve is het passend om de algemene kwaliteitskenmerken van dekkingspools en hun tot zekerheid strekkende activa te bepalen. De in artikel 129, lid 1, punt a) tot en met g), van Verordening (EU) nr. 575/2013 genoemde activa dienen, binnen een raamwerk voor gedekte obligaties, te worden beschouwd als in aanmerking komend om als zekerheid te dienen in de dekkingspool, evenals leningen aan openbare bedrijven die opereren onder overheidstoezicht of beschikken over een "investment grade"-rating van een aangewezen EKBI. Andere dekkingsactiva van een vergelijkbare hoge kwaliteit kunnen ook worden beschouwd als in aanmerking komend, op voorwaarde dat zij voldoen aan de vereisten van deze richtlijn, met inbegrip van de vereisten betreffende zekerheden ter dekking van de betalingsvordering. De lidstaten dienen ook de vrijheid te hebben om activa in hun nationale raamwerken uit te sluiten.

(15 bis)  Schuldinstrumenten die worden gedekt door strategische activa van belang voor groei, innovatie en duurzaamheid en die risicovoller zijn dan staatsobligaties en hypotheken, en die niet onder deze richtlijn vallen, moeten in aanmerking kunnen komen voor een nieuwe klasse financiële instrumenten onder de naam "European Secured Notes" (ESN's). Het is eveneens noodzakelijk een dergelijk kader tot stand te brengen om rekening te kunnen houden met de specifieke kenmerken van financiering voor kmo's in de economie van de Unie. ESN's kunnen voor banken mogelijk een nuttig aanvullend instrument zijn om de reële economie te financieren.

(16)  Gedekte obligaties hebben specifieke structurele kenmerken die beleggers te allen tijde moeten beschermen. Een van die kenmerken is de voorwaarde dat beleggers in gedekte obligaties niet alleen op de emittent een vordering hebben, maar ook op de activa in een specifieke dekkingspool. Om ervoor te zorgen dat die activa van hoge kwaliteit zijn, dienen specifieke vereisten te worden vastgesteld voor de kwaliteit van activa die in de pool kunnen worden opgenomen. Deze structurele productvereisten verschillen van de prudentiële vereisten die gelden voor een kredietinstelling die gedekte obligaties uitgeeft. Bij die eerste vereisten dient de nadruk niet te liggen op het verzekeren van de prudentiële gezondheid van de uitgevende instelling, maar dient juist te worden ingezet op het beschermen van beleggers door specifieke eisen op te leggen voor de gedekte obligatie zelf. Naast de specifieke eis om in de dekkingspool activa van hoge kwaliteit te gebruiken, dienen ook de algemene vereisten voor de kenmerken van de dekkingspool te worden geregeld, met het oog op een verdere versterking van de bescherming van beleggers. Die vereisten dienen specifieke regels te omvatten die de dekkingspool moeten beschermen, zoals regels inzake de afzondering (onder meer door middel van een Special Purpose Vehicle (SPV)) en de locatie van de activa in de dekkingspool, zodat een bepaald niveau van homogeniteit verzekerd is dat voldoende risicospreiding mogelijk maakt binnen de grenzen van deze homogeniteit, en zodat de belegger een correcte risico-inschatting kan maken. Daarom moeten dekkingspools eenvoudig en transparant zijn. Voorts dienen in deze richtlijn vereisten voor risicobeperking te worden vastgesteld, onverminderd het recht van de lidstaten om deze aan te vullen met andere middelen ▌. Ook de berekening van de dekking en de voorwaarden waarop derivatencontracten in de dekkingspool kunnen worden opgenomen, dienen te worden vastgesteld, zodat voor dekkingspools in de hele Unie gemeenschappelijke hoogkwalitatieve normen gelden.

(17)  Een aantal lidstaten eist nu reeds dat een cover pool monitor specifieke taken uitoefent met betrekking tot de kwaliteit van beleenbare activa en zorgt voor de inachtneming van de nationale dekkingsvereisten. Daarom is het, met het oog op de harmonisatie van de behandeling van gedekte obligaties in de hele Unie, van belang dat, wanneer het nationale raamwerk een cover pool monitor eist, zijn taken en verantwoordelijkheden duidelijk worden omschreven. Of er al dan niet een cover pool monitor is, zou niet mogen afdoen aan de verantwoordelijkheid van de bevoegde autoriteiten wat betreft het speciale overheidstoezicht.

(18)  Kleine kredietinstellingen ondervinden problemen wanneer zij gedekte obligaties uitgeven, omdat het creëren van programma's van gedekte obligaties vaak hoge aanloopkosten met zich meebrengt. Ook liquiditeit is van bijzonder belang op markten voor gedekte obligaties en wordt grotendeels bepaald door het volume uitstaande obligaties. Daarom dient de mogelijkheid te worden geboden van gezamenlijke financiering door twee of meer kredietinstellingen, zodat kleinere kredietinstellingen gedekte obligaties kunnen uitgeven. Hiermee zouden meerdere kredietinstellingen activa kunnen poolen als zekerheid voor gedekte obligaties die worden uitgegeven door één kredietinstelling en zou de uitgifte van gedekte obligaties in die lidstaten waar momenteel nog geen goed ontwikkelde markten zijn, kunnen worden bevorderd. Het is van belang dat de voorwaarden voor het gebruik van overeenkomsten voor gezamenlijke financiering ervoor zorgen dat activa die aan de uitgevende kredietinstellingen worden verkocht of overgedragen via een financiëlezekerheidsovereenkomst als bedoeld in Richtlijn 2002/47/EG, voldoen aan de beleenbaarheidsvoorwaarden voor activa en de voorwaarden inzake de afzondering van de dekkingsactiva op grond van Unierecht.

(20)  Transparantie over de dekkingspool die de gedekte obligatie afdekt, is een essentieel onderdeel van dit type financieel instrument, omdat dit de vergelijkbaarheid verbetert en beleggers in staat stelt de nodige risicobeoordeling te maken. Richtlijn 2003/71/EG van het Europees Parlement en de Raad(14) bevat eisen voor de opstelling, de goedkeuring en de verspreiding van het prospectus dat moet worden gepubliceerd wanneer effecten worden aangeboden aan het publiek of toegelaten tot de handel op een in een lidstaat gelegen of functionerende gereglementeerde markt. Nationale wetgevers en marktdeelnemers hebben over de jaren diverse initiatieven ontplooid om Richtlijn 2003/71/EG aan te vullen met betrekking tot de aan beleggers in gedekte obligaties openbaar te maken informatie. Niettemin dient op Unieniveau nader te worden bepaald tot welk gemeenschappelijk minimumniveau aan informatie beleggers toegang moeten hebben vóór of bij de aankoop van gedekte obligaties. De lidstaten dienen de mogelijkheid te hebben om deze minimale vereisten aan te vullen met verdere bepalingen.

(21)  Een cruciaal aspect van de bescherming van beleggers in gedekte obligaties is dat het liquiditeitsrisico van het instrument wordt gelimiteerd. Dit is van cruciaal belang om ervoor te zorgen dat aan de gedekte obligatie verbonden verplichtingen op tijd worden afgelost. Daarom dient voor dekkingspools een liquiditeitsbuffer te worden ingevoerd als antwoord op risico's van liquiditeitstekorten, zoals mismatches in looptijden en rentevoeten, onderbrekingen van betalingen, risico's van vermenging (commingling), derivaten en andere operationele verplichtingen die binnen het programma van gedekte obligaties moeten worden voldaan. De liquiditeitsbuffer van de dekkingspool verschilt van de algemene liquiditeitsvereisten die aan kredietinstellingen worden opgelegd in overeenstemming met andere handelingen van Unierecht, omdat deze specifieke buffer direct gerelateerd is aan de dekkingspool en de specifieke liquiditeitsrisico's daarvan probeert te beperken. Om de regeldruk zoveel mogelijk te beperken, dienen lidstaten de mogelijkheid te krijgen om een passende interactie toe te laten met de liquiditeitsvereisten die zijn vastgesteld in andere handelingen van Unierecht of nationaal recht en die andere doelstellingen dienen dan die van de liquiditeitsbuffer van de dekkingspool. Daarom moeten lidstaten kunnen beslissen dat de verplichting van een liquiditeitsbuffer voor een dekkingspool alleen dient te gelden indien aan de kredietinstelling geen ander liquiditeitsvereiste wordt opgelegd op grond van Unierecht of nationaal recht tijdens de periode waarvoor die andere vereisten gelden.

(22)  In een aantal lidstaten zijn innovatieve structuren voor looptijdprofielen ontwikkeld die een antwoord moeten bieden op potentiële liquiditeitsrisico's, met inbegrip van looptijdmismatches. Die structuren bieden ook de mogelijkheid om de geplande looptijd van de gedekte obligatie voor een bepaalde termijn te verlengen zodat de kasstromen van de activa in de dekkingspool rechtstreeks naar de houders van de gedekte obligaties overgaan. Wanneer verlenging van de looptijd een alternatief voor insolventie of afwikkeling biedt, stelt dit kredietinstellingen in staat om paniekverkopen te beperken en beleggers een betere bescherming te bieden. Niettemin is het ▌van belang dat de voorwaarden worden bepaald waarop lidstaten deze structuren kunnen toestaan, zodat deze niet te complex zijn. Tevens moet ervoor worden gezorgd dat kredietinstellingen de looptijd niet naar eigen goeddunken kan verlengen. De looptijd behoort alleen te worden verlengd wanneer zich bepaalde objectieve en welomschreven triggergebeurtenissen voordoen.

(23)  Het bestaan van een raamwerk voor speciaal overheidstoezicht is volgens artikel 54, lid 2, van Richtlijn 2009/65/EG een van de bepalende elementen van gedekte obligaties. Die richtlijn legt echter niet de aard, de inhoud en de met de uitvoering van dit toezicht te belasten autoriteiten vast. Daarom is het van essentieel belang dat de bepalende onderdelen van dit overheidstoezicht op gedekte obligaties wordt geharmoniseerd en dat de taken en verantwoordelijkheden van de nationale bevoegde autoriteiten die dat toezicht uitvoeren, duidelijk worden beschreven.

(24)  Aangezien het overheidstoezicht op gedekte obligaties moet worden onderscheiden van het toezicht op kredietinstellingen in de Unie, dienen lidstaten de mogelijkheid te hebben om voor deze verschillende toezichtstaken andere nationale bevoegde autoriteiten aan te stellen dan de autoriteit die het algemene toezicht op de kredietinstelling uitoefent. Met het oog echter op coherentie in de toepassing van het overheidstoezicht op gedekte obligaties in de hele Unie dient te worden verlangd dat de bevoegde autoriteiten die het overheidstoezicht op gedekte obligaties uitoefenen, nauw samenwerken met de bevoegde autoriteit die het algemene toezicht op kredietinstellingen uitoefent.

(25)  Het overheidstoezicht op gedekte obligaties dient het verlenen van toestemming voor het uitgeven van gedekte obligaties te omvatten. Omdat alleen kredietinstellingen de toestemming mogen verkrijgen om gedekte obligaties uit te geven, dient een vergunning als kredietinstelling een voorafgaande voorwaarde te zijn voor die toestemming. Deze richtlijn dient bepalingen te bevatten met betrekking tot de voorwaarden waarop op grond van het Unierecht vergunninghoudende kredietinstellingen toestemming kunnen verkrijgen om de activiteit uit te oefenen van het uitgeven van gedekte obligaties in het kader van een programma van gedekte obligaties.

(26)  Wat de reikwijdte van die toestemming betreft, bestaat een programma van gedekte obligaties normaal uit een dekkingspool die de uitgifte van gedekte obligaties waarborgt. Verschillende uitgiften (met verschillende International Securities Identification Numbers (ISIN's)).

(27)  Om de inachtneming te verzekeren van de verplichtingen die worden opgelegd aan kredietinstellingen die gedekte obligaties uitgeven, en om een vergelijkbare behandeling en inachtneming in de hele Unie te verzekeren, dient van de lidstaten te worden verlangd dat zij voorzien in administratieve sancties en andere administratieve maatregelen die doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn.

(30)  Om eventuele inbreuken op de voorwaarden met betrekking tot de uitgifte en het verhandelen van gedekte obligaties op het spoor te komen, dienen met het overheidstoezicht op gedekte obligaties belaste bevoegde autoriteiten te beschikken over de nodige onderzoeksbevoegdheden en doeltreffende mechanismen om de melding van potentiële of daadwerkelijke inbreuken aan te moedigen. Die mechanismen dienen de rechten van verdediging van personen of entiteiten die door de toepassing van die bevoegdheden en mechanismen worden geraakt, onverlet te laten.

(31)  Bevoegde autoriteiten die overheidstoezicht uitoefenen op gedekte obligaties, dienen ook de bevoegdheid te hebben om administratieve sancties en andere administratieve maatregelen op te leggen, zodat zo veel mogelijk ruimte wordt gecreëerd voor optreden nadat een inbreuk heeft plaatsgevonden, en om verdere inbreuken te helpen voorkomen, ongeacht of deze in nationaal recht als een administratieve sanctie dan wel als een andere administratieve maatregel worden aangemerkt. De lidstaten dienen de mogelijkheid te hebben om te voorzien in aanvullende sancties, en in hogere administratieve geldboeten, naast die waarin door deze richtlijn wordt voorzien.

(32)  Bestaande nationale wetgeving over gedekte obligaties wordt gekenmerkt door het feit dat deze instrumenten onderworpen zijn aan gedetailleerde regelgeving op nationaal niveau en een toezicht op de uitgiften en programma's van gedekte obligaties dat moet garanderen dat de rechten van de beleggers ten aanzien van de uitgifte van gedekte obligaties te allen tijde zijn veilig gesteld. Dat toezicht omvat de doorlopende monitoring van de kenmerken van het programma, de dekkingsvereisten en de kwaliteit van de dekkingspool. Een passend niveau aan informatie voor beleggers over het reguleringsraamwerk voor de uitgifte van gedekte obligaties is een wezenlijk onderdeel van de beleggersbescherming. Daarom dient ervoor te worden gezorgd dat bevoegde autoriteiten op gezette tijdstippen informatie bekendmaken over hun nationale maatregelen tot omzetting van deze richtlijn en over de wijze waarop zij hun overheidstoezicht op gedekte obligaties uitoefenen.

(33)  Gedekte obligaties worden momenteel in de Unie op de markt gebracht onder nationale benamingen en labels, die soms een lange traditie hebben, maar soms ook niet. ▌Daarom lijkt het verstandig om kredietinstellingen die in de Unie gedekte obligaties uitgeven, toe te staan een specifiek label "Europese gedekte obligatie" te gebruiken wanneer zij gedekte obligaties verkopen aan beleggers in zowel de Unie als in derde landen, op voorwaarde dat die gedekte obligaties voldoen aan de in deze richtlijn vastgestelde voorwaarden. Als gedekte obligaties ook voldoen aan de vereisten uit hoofde van artikel 129 van Verordening (EU) nr. 575/2013, moet het kredietinstellingen toegestaan worden het label "Europese gedekte obligatie (premium)" te gebruiken. Dat label, dat een aanduiding is van een bijzonder hoge en duidelijke kwaliteit, kan zelfs aantrekkelijk zijn in lidstaten met een lange traditie van nationale labels. De twee labels "Europese gedekte obligatie" maken het voor beleggers eenvoudiger om de kwaliteit van de gedekte obligaties te beoordelen en deze instrumenten zodoende voor hen aantrekkelijker te maken als beleggingsvehikel zowel binnen als buiten de Unie. Het gebruik van deze labels dient evenwel facultatief te zijn en het dient voor lidstaten mogelijk te zijn hun eigen bestaande nationale benamingen en labellingraamwerk te blijven gebruiken naast de labels "Europese gedekte obligatie".

(34)  Om de toepassing van deze richtlijn te beoordelen, dient de Commissie, in nauwe samenwerking met EBA, de ontwikkeling van gedekte obligaties in de Unie te monitoren en verslag te doen aan het Europees Parlement en de Raad over het niveau van beleggersbescherming en de ontwikkeling van de markten voor gedekte obligaties. Ook dient het verslag te kijken naar de ontwikkelingen met betrekking tot de voor uitgifte van gedekte obligaties als zekerheid gestelde activa, met inbegrip van de mogelijkheid voor lidstaten om toe te staan dat gedekte obligaties worden uitgegeven om leningen te financieren aan openbare bedrijven.

(35)  Het Europees Parlement benadrukt in zijn resolutie van 4 juli 2017 getiteld: "Naar een pan-Europees kader voor gedekte obligaties", dat de obstakels voor markttoegang voor emittenten op nieuwe markten voor gedekte obligaties buiten de EER geëlimineerd moeten worden door gedekte obligaties van emittenten in derde landen gelijk te behandelen, op voorwaarde dat hun wetgeving, instellingen en toezicht een grondige gelijkwaardigheidsbeoordeling door een bevoegde Unie-instelling goed doorstaan. De hoofdbeginselen van de Uniewetgeving moeten op mondiaal niveau een potentiële benchmark vormen voor de markt van gedekte obligaties. Aangezien de markten voor gedekte obligaties zich in snel tempo ontwikkelen in verschillende derde landen, is het belangrijk zo snel mogelijk een gelijkwaardigheidsregeling in te voeren voor derde landen. Door de obstakels voor toegang tot de markt voor emittenten van gedekte obligaties uit derde landen te elimineren, zullen de keuze voor investeerders en hun toegang tot langetermijnfinanciering in de Unie toenemen, en zullen grensoverschrijdende investeringen gestimuleerd worden.▌

(36)  Kenmerkend voor gedekte obligaties is dat zij een vastgestelde looptijd van meerdere jaren hebben. Daarom dienen overgangsmaatregelen te worden opgenomen, zodat gedekte obligaties die op ... [OP: Please insert the date laid down in the second subparagraph of Article 32(1) of this Directive] reeds zijn uitgeven, niet worden getroffen.

(37)  Doordat een eenvormig raamwerk voor gedekte obligaties wordt vastgelegd, dient de beschrijving van gedekte obligaties in artikel 52, lid 4, van Richtlijn 2009/65/EG te worden gewijzigd. In Richtlijn 2014/59/EU worden gedekte obligaties omschreven onder verwijzing naar artikel 52, lid 4, van Richtlijn 2009/65/EG en aangezien die beschrijving wordt gewijzigd, dient ook Richtlijn 2014/59/EU te worden gewijzigd. Om voorts te vermijden dat vóór ... [OP: Please insert the date laid down in the second subparagraph of Article 32(1) of this Directive] in overeenstemming met artikel 52, lid 4, van Richtlijn 2009/65/EG uitgegeven gedekte obligaties worden geraakt, dienen die gedekte obligaties tot hun vervaldag verder gedekte obligaties te worden genoemd of als zodanig te worden omschreven. De Richtlijnen 2009/65/EG en 2014/59/EU dienen derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(38)  Overeenkomstig de gezamenlijke politieke verklaring van 28 september 2011 van de lidstaten en de Commissie over toelichtende stukken(15) hebben de lidstaten zich ertoe verbonden om in gerechtvaardigde gevallen de kennisgeving van hun omzettingsmaatregelen vergezeld te doen gaan van één of meer stukken waarin het verband tussen de onderdelen van een richtlijn en de overeenkomstige delen van de nationale omzettingsinstrumenten wordt toegelicht. Met betrekking tot deze richtlijn acht de wetgever de toezending van die stukken gerechtvaardigd,

(39)  Daar de doelstellingen van deze richtlijn ▌niet voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt, maar vanwege de noodzaak om in de hele Unie markten voor gedekte obligaties verder te ontwikkelen en grensoverschrijdende beleggingen te ondersteunen, beter door de Unie kunnen worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze richtlijn niet verder dan nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken.

(40)  De Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming is geraadpleegd overeenkomstig artikel 28, lid 2, van Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad(16) en heeft op ... advies uitgebracht(17),

HEBBEN DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:

TITEL IONDERWERP, WERKINGSSFEER EN DEFINITIES

Artikel 1Onderwerp

In deze richtlijn worden de volgende regels inzake beleggersbescherming vastgesteld met betrekking tot:

(1)  voorwaarden voor het uitgeven van gedekte obligaties;

(2)  de structurele kenmerken van gedekte obligaties;

(3)  overheidstoezicht op gedekte obligaties;

(4)  bekendmakingsvereisten ▌inzake gedekte obligaties ▌.

Artikel 2Werkingssfeer

Deze richtlijn is van toepassing op gedekte obligaties uitgegeven door in de Unie gevestigde kredietinstellingen.

Artikel 3Definities

Voor de toepassing van deze richtlijn wordt verstaan onder:

(1)  "gedekte obligatie": een schuldverplichting die onder toezicht overeenkomstig artikel 18 wordt uitgegeven door een kredietinstelling of een gespecialiseerde hypotheekbank en die een instrument met dubbele zekerheidsrechten vormt in overeenstemming met artikel 4, gevrijwaard is van faillissement overeenkomstig artikel 5, waarvan de activa in de dekkingspool zijn afgezonderd in overeenstemming met artikel 12, en die is zekergesteld door beleenbare activa in overeenstemming met artikel 6 of artikel 6 bis;

(2)  "programma van gedekte obligaties": de activa en verplichtingen als bedoeld in artikel 15, alsmede activiteiten van de kredietinstelling met betrekking tot de uitgifte van gedekte obligaties op grond van ▌in overeenstemming met artikel 19 verleende toestemming;

(3)  "dekkingspool": een duidelijk gedefinieerde reeks identificeerbare activa die de aflossingsverplichtingen van de emittent van de gedekte obligatie waarborgen tot vervaldag van de gedekte obligatie, volgens juridische regelingen, waardoor verzekerd wordt dat deze activa worden afgezonderd van andere activa die worden gehouden door de kredietinstelling die gedekte obligaties uitgeeft, ten laatste wanneer de afwikkelings- of insolventieprocedure betreffende de emittent van de gedekte obligatie is geopend;

(4)  "kredietinstelling": een kredietinstelling in de zin van artikel 4, lid 1, punt 1, van Verordening (EU) nr. 575/2013;

(5)  "gespecialiseerde hypotheekbank": een kredietinstelling die:

a)  verstrekte leningen en/of overgenomen vorderingen via de uitgifte van gedekte obligaties financiert,

b)  bij wet toestemming heeft verkregen om alleen hypotheekleningen en leningen aan overheden te verstrekken, en

c)  geen deposito's, maar wel andere terugbetaalbare gelden mag aantrekken,

onverminderd eventuele beperkingen op specifieke neven- of aanvullende activiteiten waarin de wetgeving van de lidstaten voorziet.

(6)  "versnelling van een gedekte obligatie": een situatie waarin een gedekte obligatie in het geval van insolventie of afwikkeling van de kredietinstelling die de gedekte obligatie uitgeeft, direct opeisbaar wordt gesteld en ten aanzien waarvan de betalingen aan de beleggers in de gedekte obligatie een uitvoerbare schuldvordering hebben die vóór de oorspronkelijke vervaldatum moet worden voldaan;

(7)  "marktwaarde": met betrekking tot onroerend goed, de marktwaarde in de zin van artikel 4, lid 1, punt 76, van Verordening (EU) nr. 575/2013;

(8)  "hypotheekwaarde": met betrekking tot onroerend goed, de hypotheekwaarde in de zin van artikel 4, lid 1, punt 74, van Verordening (EU) nr. 575/2013;

▌ (10)  "primair activum": een overheersend activum in de dekkingspool dat bepalend is voor de aard van de dekkingspool;

(11)  "vervangend activum": een activum dat bijdraagt aan de dekkingsvereisten, niet zijnde primaire activa;

(12)  "overcollateralisatie": het totale wettelijke, vrijwillige of contractuele geboden niveau aan zekerheden dat hoger uitkomt dan het dekkingsvereiste als bepaald in artikel 15, met uitzondering van eventuele andere bestaande of toekomstige aanvullende garanties die overeenkomstig nationale wet- of regelgeving worden geboden en die gedurende de looptijd kunnen variëren;

(13)  "vereiste matchingfinanciering": regels op grond waarvan de kasstromen tussen vervallende verplichtingen en activa moeten worden gematcht, door ervoor te zorgen dat betalingen van kredietnemers worden ontvangen voordat betalingen aan beleggers in gedekte obligaties plaatsvinden en dat de van de kredietnemers ontvangen bedragen ten minste gelijk in waarde zijn aan de betalingen verschuldigd aan de beleggers in gedekte obligaties;

(14)  "nettoliquiditeitsuitstroom": alle in een bepaalde periode gedane aflossingen, daaronder begrepen aflossingen van de hoofdsom en rentebetalingen en betalingen op grond van derivatencontracten van het programma van gedekte obligaties, vrij van alle in dezelfde periode ontvangen betalingen voor vorderingen in verband met de activa in de dekkingspool;

(15)  "verlengbare looptijdstructuur": een mechanisme dat de mogelijkheid biedt om de voorziene looptijd van gedekte obligaties voor een bepaalde termijn te verlengen en ingeval een specifieke trigger zich voordoet;

(16)  "overheidstoezicht op gedekte obligaties": het toezicht op programma's van gedekte obligaties dat ervoor zorgt dat de voorwaarden voor de uitgifte van gedekte obligaties in acht worden genomen en gehandhaafd;

(17)  "bijzonder bewindvoerder": de persoon of entiteit aangesteld om het bewind te voeren over een programma van gedekte obligaties in het geval van insolventie van de kredietinstelling die in het kader van dat programma gedekte obligaties uitgeeft;

(17 bis)  "afwikkeling": saneringsmaatregelen in de zin van artikel 2, zevende streepje, van Richtlijn 2001/24/EG.

TITEL IISTRUCTURELE KENMERKEN VAN GEDEKTE OBLIGATIES

Hoofdstuk 1Dubbele zekerheidsrechten en vrijwaring van faillissement

Artikel 4Dubbele zekerheidsrechten

1.  De lidstaten stellen regels vast die de beleggers in gedekte obligaties het recht geven op de volgende vorderingen:

a)  een vordering op de kredietinstelling die gedekte obligaties uitgeeft;

b)  in het geval van insolventie of afwikkeling van de kredietinstelling die gedekte obligaties uitgeeft, een prioritaire vordering op de hoofdsom en opgelopen rente van activa opgenomen in de dekkingspool;

c)  in het geval van insolventie van de kredietinstelling die gedekte obligaties uitgeeft en ingeval de prioritaire vordering als bedoeld in punt b) niet volledig kan worden voldaan, een vordering op de insolvente boedel van die kredietinstelling, die een gelijke rang heeft (pari passu) als de vorderingen van de ongedekte senior crediteuren van de kredietinstelling vastgesteld in overeenstemming met de nationale wetgeving inzake de rangorde in normale insolventieprocedures.

2.  De in lid 1 bedoelde vorderingen blijven beperkt tot de volledige betaling van de aan de gedekte obligaties verbonden verplichtingen.

3.  Voor de toepassing van punt c) van lid 1 kunnen de lidstaten, in het geval van insolventie van een gespecialiseerde hypotheekbank, regels vaststellen waarbij de beleggers in gedekte obligaties een vordering krijgen met een hogere rang dan de vordering van de concurrente crediteuren van die gespecialiseerde hypotheekbank vastgesteld in overeenstemming met de nationale wetgeving inzake de rangorde in normale insolventieprocedures, maar met een lagere rang dan andere preferente crediteuren.

Artikel 5Vrijwaring van gedekte obligaties van faillissement

De lidstaten zorgen ervoor dat op de aan gedekte obligaties verbonden betalingsverplichtingen niet automatisch een versnelling van toepassing is bij de insolventie of afwikkeling van de kredietinstelling die de gedekte obligaties uitgeeft.

Hoofdstuk 2Dekkingspool en dekking

Afdeling IBeleenbare activa

Artikel 6

Dekkingsactiva voor gedekte obligaties (premium)

De lidstaten eisen dat gedekte obligaties (premium) te allen tijde zijn gedekt door hoogkwalitatieve dekkingsactiva. Deze activa omvatten alle activa die worden aangeduid als in aanmerking komend in artikel 129, lid 1, onder a) tot en met g) van Verordening (EU) nr. 575/2013. ▌

Artikel 6 bisDekkingsactiva voor gewone gedekte obligaties

1.  De lidstaten kunnen toestaan dat gedekte obligaties worden uitgegeven die worden gedekt door hoogkwalitatieve dekkingsactiva die niet opgenomen zijn als in aanmerking komend in artikel 129, lid 1, punt a) tot en met g), van Verordening (EU) nr. 575/2013. In dat geval eisen de lidstaten dat de dekkingsactiva voor de kredietinstelling die de gedekte obligaties uitgeeft, voorzien in vorderingen voor de betaling van een duidelijk vastgesteld geldbedrag, als bedoeld in lid 2 van dit artikel, gedekt door zekerheidsactiva, als bedoeld in lid 3. De lidstaten eisen ook dat de keuze van de dekkingsactiva het dekkingspoolrisico, als bepaald in lid 4, beperkt.

2.  De lidstaten stellen regels vast om te waarborgen dat de vordering waarnaar wordt verwezen in lid 1 voldoen aan de volgende wettelijke vereisten:

a)  elke vordering wordt zekergesteld door activa, waarover in een publiek register het eigendom en de zakelijke zekerheden worden bijgehouden, of is een lening aan een openbaar bedrijf als gedefinieerd in artikel 2, onder b), van Richtlijn 2006/111/EG van de Commissie;

b)  elke vordering die niet een lening is aan een openbaar bedrijf, zoals beschreven in artikel 2, onder b) van Richtlijn 2006/111/EG van de Commissie, wordt gedekt door een wettelijk tot stand gekomen hypotheek, pandrecht, retentierecht of een andere garantie, die elk afdwingbaar zijn;

c)  de hypotheek, het pandrecht, het retentierecht of de garantie waarnaar wordt verwezen in punt b) stelt de kredietinstelling die gedekte obligaties uitgeeft in staat de aflossing van de betaling tijdig en tegen een redelijke kostprijs te ontvangen.

Voor de toepassing van de punten a) en b) stellen de lidstaten regels vast waardoor hypotheken, pandrechten, retentierechten of garanties op vorderingen in de dekkingspool snel kunnen worden aangevraagd en geregistreerd.

Voor de toepassing van de punten b) en c) zorgen de lidstaten ervoor dat kredietinstellingen die gedekte obligaties uitgeven, beoordelen in hoeverre de betalingen afdwingbaar zijn en hoelang het in rechte optreden zou duren, voordat zij dergelijke activa in de dekkingspool opnemen.

3.  De lidstaten stellen regels vast om te waarborgen dat de zekerheidsactiva waarnaar wordt verwezen in lid 1 voldoen aan een van volgende vereisten:

a)  voor materiële activa kan ofwel de marktwaarde ofwel de hypotheekwaarde worden bepaald, en als dat niet mogelijk is, kan de waarde van de activa bepaald worden aan de hand van door de lidstaten vastgestelde regels;

b)  in het geval van leningen aan een openbare onderneming staat die onderneming onder overheidstoezicht, of de blootstelling of de tegenpartij wordt door een aangewezen EKBI beoordeeld als "investeringswaardig" (investment grade).

Voor de doeleinden van de onder a) bedoelde regels voor bepaling van de waarde van activa, eisen de lidstaten dat de waarde van de tot zekerheid strekkende materiële activa bepaald wordt door een onafhankelijke taxateur die over de vereiste kwalificaties, het vermogen en de ervaring beschikt om de schatting uit te voeren. Bovendien leggen de lidstaten een schattingsmethode en -procedure vast, ontworpen om waarden op te leveren die gelijk aan of lager zijn dan de onbekende marktwaarde of hypotheekwaarde van een activum op het moment van opneming in de dekkingspool.

4.  De lidstaten zien toe op de risicobeperking waarnaar wordt verwezen in lid 1 door de volgende vereisten op te leggen:

a)  alle zekerheden voor activa in de dekkingspool worden goed verzekerd tegen het risico op verlies of schade, en de vordering uit de verzekering is een onderdeel van de vervangende activa van de dekkingspool;

b)  de in lid 3, onder a), bedoelde materiële activa dienen voor ten minste 70 % van hun waarde als zekerheid voor dekkingspoolvorderingen; Voor de in de punten d tot en met g van artikel 129, lid 1, van Verordening (EU) nr. 575/2013 bedoelde materiële activa, kan het percentage van de waarde hoger zijn, maar niet hoger dan het maximumpercentage dat overeenkomstig die verordening van toepassing is op dat soort activa. De waarde wordt vastgesteld in overeenstemming met de in lid 3 van dit artikel vermelde toepasselijke regels op het moment van financiering van de leningen met gedekte obligaties;

c)  de in lid 3, onder b), vermelde leningen aan openbare ondernemingen komen in aanmerking voor een dekkingspool aan een disconteringsvoet die van toepassing is op hun nominale bedrag en niet meer bedraagt dan:

- 80 % van de blootstelling wanneer de tegenpartij onder overheidstoezicht staat;

- 60 % van de blootstelling wanneer de tegenpartij een kredietbeoordeling van een EKBI heeft ontvangen die niet lager is dan de eigen drempel voor investeringswaardige kwaliteit;

d)  de dekkingspoolactiva zijn voldoende opgesplitst om risicospreiding mogelijk te maken;

e)  de dekkingspool is vrij van materiële concentratie.

De EBA stelt ontwerpen van technische reguleringsnormen op voor iedere klasse van primaire activa van een dekkingspool waarin het volgende wordt gespecificeerd:

a)  het minimumaantal afzonderlijke dekkingspoolactiva dat voldoende opsplitsing waarborgt, als bedoeld in de eerste alinea onder d);

b)  het ontbreken van materiële concentratie als bedoeld in de eerste alinea onder e), als een percentage van geaggregeerde blootstelling dat niet mag worden overschreden door blootstelling aan één enkele debiteur.

De EBA legt deze ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk ...[een jaar na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn] voor.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om deze richtlijn aan te vullen door de in de tweede alinea van dit lid bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1093/2010.

Artikel 7Buiten de Unie gelegen activa

1.  Onverminderd het bepaalde in lid 2 kunnen de lidstaten kredietinstellingen die gedekte obligaties uitgeven, toestaan om buiten de Unie gelegen activa in de dekkingspool op te nemen.

2.  Wanneer de lidstaten de in lid 1 bedoelde opname toestaan, verzekeren zij beleggersbescherming door na te gaan of de buiten de Unie gelegen activa voldoen aan alle vereisten van artikel 6 of artikel 6 bis. Lidstaten zien erop toe dat de zekerheid een vergelijkbaar niveau van bescherming biedt als een zekerheid die zich binnen de Unie bevindt, en dat de realisatie van die activa juridisch op dezelfde wijze afdwingbaar is als voor binnen de Unie gelegen activa.

2 bis.  Lidstaten staan de opname in dekkingspools van activa die zich niet in de Unie bevinden, maar wel in de Europese Economische Ruimte, toe, op voorwaarde dat zij voldoen aan de vereisten uit hoofde van artikel 6 en artikel 6 bis van deze richtlijn.

Artikel 8Structuren voor intragroepspooling van gedekte obligaties

De lidstaten kunnen regels vaststellen met betrekking tot het gebruik, bij wege van een intragroepstransactie, van gedekte obligaties uitgegeven door een van een groep deel uitmakende kredietinstelling ("intern uitgegeven gedekte obligaties") als dekkingsactiva voor de externe uitgifte van gedekte obligaties door een andere tot dezelfde groep behorende kredietinstelling ("extern uitgegeven gedekte obligaties"). De lidstaten zorgen voor beleggersbescherming door in die regels ten minste de volgende vereisten op te nemen:

-a)  de intern uitgegeven gedekte obligaties voldoen aan deze richtlijn;

a)  de intern uitgegeven gedekte obligaties worden verkocht aan de kredietinstelling die de extern uitgegeven gedekte obligaties uitgeeft;

b)  de intern uitgegeven gedekte obligaties worden geboekt op de balans van de kredietinstelling die de extern uitgegeven gedekte obligaties uitgeeft; ▌;

b bis)  de dekkingspools bevatten geen intern uitgegeven gedekte obligaties van verschillende uitgevende entiteiten;

c)  de extern uitgegeven gedekte obligaties worden verkocht aan beleggers in gedekte obligaties die buiten de groep staan;

c bis)  beleggers in gedekte obligaties die extern uitgegeven gedekte obligaties willen kopen hebben volledige toegang tot de in artikel 14 van deze richtlijn vastgelegde beleggersinformatie voor alle intern uitgegeven gedekte obligaties van de groep;

d)  zowel de intern als de extern uitgegeven gedekte obligaties komen in aanmerking voor kredietkwaliteitscategorie 1 als genoemd in deel drie, titel II, hoofdstuk 2, van Verordening (EU) nr. 575/2013 en zijn beleenbare activa als bedoeld in artikel 6 en artikel 6 bis.

Artikel 9Gezamenlijke financiering

1.  ▌De lidstaten staan de gezamenlijke financiering van gedekte obligaties door verschillende kredietinstellingen toe, op voorwaarde dat de gezamenlijk gefinancierde gedekte obligatie uitgegeven wordt door één enkele kredietinstelling (de "leidende instelling").

De lidstaten zorgen voor beleggersbescherming door regels vast te stellen tot regeling van de verkoop of overdracht door middel van een financiële zekerheidsregeling op grond van Richtlijn 2002/47/EG van leningen en hypotheken, pandrechten, retentierechten of andere vergelijkbare zekerheidsrechten van de kredietinstelling die deze heeft afgegeven, aan de kredietinstelling die de gedekte obligaties uitgeeft. ▌

2.  De lidstaten stellen regels vast om de gezamenlijke financiering te beperken tot het gebruik van de in artikel 6 en artikel 6 bis bedoelde in aanmerking komende dekkingsactiva als dekkingsactiva in de dekkingspool voor de uitgifte van gedekte obligaties door de leidende instelling. De lidstaten zorgen ervoor dat alle obligatiehouders, in het geval van insolventie of afwikkeling van de leidende instelling, rechtstreeks verhaal kunnen nemen op alle dekkingspoolactiva als bepaald in artikel 4, lid 1, onder b), en een restvordering tegen de leidende instelling als bepaald onder c) van datzelfde lid. De lidstaten stellen regels vast tot regeling van de resterende vorderingen van obligatiehouders tegen de kredietinstellingen die hebben bijgedragen tot de gezamenlijke financiering van de dekkingspool als de insolvente boedel van de leidende instelling onvoldoende is.

2 bis.  De lidstaten zorgen ervoor dat gezamenlijk gefinancierde gedekte obligaties onderworpen worden aan alle toepasselijke regels voor gedekte obligaties en overheidstoezicht op gedekte obligaties.

Artikel 10Samenstelling van de dekkingspool

1.  De lidstaten stellen regels vast om te voorzien in een voldoende mate van homogeniteit van de activa in de dekkingspool zodat deze vergelijkbaar van aard zijn in termen van de soort zekerheid die de vorderingen in de dekkingspool dekt. Met betrekking tot de in artikel 6 bedoelde activa wordt een dekkingspool als voldoende homogeen beschouwd wanneer alle bijbehorende primaire activa in een van de volgende drie groepen vallen:

- activa die voldoen aan de punten a) tot en met c) van artikel 129, lid 1, van Verordening (EU) nr. 575/2013;

- activa die voldoen aan de punten d) tot en met f) van artikel 129, lid 1, van Verordening (EU) nr. 575/2013;

- activa die voldoen aan punt g) van artikel 129, lid 1, van Verordening (EU) nr. 575/2013;

Lidstaten staan meerdere afzonderlijke homogene dekkingspools met betrekking tot een klasse van primaire activa toe. Dit artikel is niet van toepassing op publieke kredietactiva, derivatencontracten of vervangende activa die deel uitmaken van de dekkingspool.

2.  De EBA monitort de in lid 1 van dit artikel genoemde praktijken, en vaardigt overeenkomstig artikel 16 van Verordening (EU) nr. 1093/2010 richtsnoeren uit ten aanzien van de toepassing van dit artikel.

Artikel 11Derivatencontracten in de dekkingspool

1.  De lidstaten zorgen ervoor dat derivatencontracten in de dekkingspool kunnen worden opgenomen. Zij zien er tevens op toe dat, wanneer derivaten deel uitmaken van de dekkingspool, ten minste aan de volgende vereisten is voldaan:

a)  de derivatencontracten worden uitsluitend met het oog op risicoafdekking in de dekkingspool opgenomen; de waarde ervan wordt bepaald op basis van de nettokasstroom;

b)  de derivatencontracten zijn voldoende gedocumenteerd;

c)  de derivatencontracten zijn in overeenstemming met artikel 12 afgezonderd;

d)  de derivatencontracten kunnen niet worden beëindigd bij de insolventie of afwikkeling van de kredietinstelling die gedekte obligaties uitgeeft;

e)  de derivatencontracten voldoen aan de in overeenstemming met lid 2 vastgestelde regels.

2.  Om de inachtneming te garanderen van de in lid 1 genoemde vereisten, stellen de lidstaten voor derivatencontracten voor dekkingspools regels vast die ten minste het volgende bevatten:

a)  de criteria op grond waarvan hedgingtegenpartijen in aanmerking komen;

c)  de met betrekking tot derivatencontracten te verstrekken noodzakelijke documentatie.

Artikel 12Afzondering van activa in de dekkingspool

De lidstaten stellen regels vast tot regulering van de afzondering van activa in de dekkingspool. Deze regels omvatten de volgende vereisten:

a)  alle activa in de dekkingspool kunnen te allen tijde worden geïdentificeerd door de kredietinstelling die gedekte obligaties uitgeeft;

b)  de afzondering van alle activa in de dekkingspool wordt afgedwongen ten laatste onmiddellijk na de insolventie of afwikkeling van de kredietinstelling die gedekte obligaties uitgeeft;

c)  alle activa in de dekkingspool zijn beschermd tegen vorderingen van derden en maken geen deel uit van de insolvente boedel van de kredietinstelling die gedekte obligaties uitgeeft totdat is voldaan aan de prioritaire vordering als bedoeld in artikel 4, lid 1, onder b).

Voor de toepassing van de eerste alinea omvatten de activa in de dekkingspool alle zekerheden die zijn ontvangen met betrekking tot posities in derivatencontracten.

Artikel 13Cover pool monitor

1.  De lidstaten kunnen verlangen dat een kredietinstelling die gedekte obligaties uitgeeft, een cover pool monitor aanstelt die de dekkingspool doorlopend monitort met betrekking tot de vereisten uiteengezet in de artikelen 6 tot en met 12 en de artikelen 14 tot en met 17.

2.  Wanneer lidstaten van de in lid 1 geboden mogelijkheid gebruikmaken, stellen zij ten minste over de volgende aspecten regels vast:

a)  de aanstelling en het ontslag van de cover pool monitor;

b)  de criteria om als cover pool monitor in aanmerking te komen;

c)  de rol en de taken van de cover pool monitor, ook in het geval van insolventie of afwikkeling van de kredietinstelling die gedekte obligaties uitgeeft;

d)  de verplichting om verslag te doen aan de in overeenstemming met artikel 18, lid 2, aangewezen bevoegde autoriteit;

e)  het recht op toegang tot de informatie die nodig is om de taken als cover pool monitor uit te kunnen voeren.

3.  De cover pool monitor heeft geen banden met en is onafhankelijk van de kredietinstelling die gedekte obligaties uitgeeft en van de externe accountant van die kredietinstelling. De in overeenstemming met artikel 18, lid 2, aangewezen bevoegde autoriteit kan de kredietinstelling die gedekte obligaties uitgeeft evenwel per geval toestaan om haar dekkingspool te monitoren.

4.  Wanneer lidstaten van de in lid 1 geboden mogelijkheid gebruikmaken, stellen zij EBA daarvan in kennis.

Artikel 14Beleggersinformatie

1.  De lidstaten zorgen ervoor dat de kredietinstelling die gedekte obligaties uitgeeft, informatie over programma's van gedekte obligaties verschaft die voldoende gedetailleerd is om beleggers in staat te stellen het profiel en de risico's van dat programma in te schatten en hun eigen due-diligenceonderzoek te kunnen voeren.

2.  Voor de toepassing van lid 1 zorgen de lidstaten ervoor dat de informatie ten minste halfjaarlijks aan beleggers wordt verschaft en ten minste de volgende portfolio-informatie bevat:

a)  de waarde van de dekkingspool en de uitstaande gedekte obligaties;

b)  de geografische spreiding en het soort activa in de dekkingspool, de omvang van de leningen in de pool en de waarderingsmethode;

c)  nadere gegevens over rente-, valuta-, krediet-, markt- en liquiditeitsrisico's;

d)  de looptijdstructuur van activa in de dekkingspool en van de gedekte obligaties, met inbegrip van een overzicht van de triggers voor looptijdverlenging, indien van toepassing;

e)  de hoogte van de vereiste en beschikbare dekking, waaronder de wettelijk verplichte, de contractuele en de vrijwillige overcollateralisatie;

f)  het percentage leningen met betalingsachterstanden van meer dan negentig dagen.

De lidstaten zorgen ervoor dat de informatie op geaggregeerde basis aan beleggers wordt verschaft. ▌

3.  De lidstaten zorgen voor beleggersbescherming door te verlangen dat kredietinstellingen die gedekte obligaties uitgeven, op hun website de informatie bekendmaken die in overeenstemming met de leden 1 en 2 aan beleggers beschikbaar is gesteld. De lidstaten bepalen dat elektronische toegang tot deze informatie volstaat voor de doeleinden van dit artikel.

Afdeling IIDekkings- en liquiditeitsvereisten

Artikel 15Dekkingsvereisten

1.  De lidstaten zorgen voor beleggersbescherming door te verlangen dat programma's van gedekte obligaties te allen tijde ten minste aan de volgende dekkingsvereisten voldoen:

a)  de som van alle betalingsvorderingen op de activa in de dekkingspool moet te allen tijde ten minste gelijk zijn aan de som van alle betalingsverplichtingen die verbonden zijn aan de overeenkomstige gedekte obligaties, daaronder begrepen aflossingsverplichtingen van de hoofdsom en rentebetalingen van uitstaande gedekte obligaties en kosten met betrekking tot het onderhoud en beheer van een programma van gedekte obligaties;

b)  de vereiste dekkingsgraad wordt zodanig berekend dat:

i)  het totale nominale bedrag van alle activa in de dekkingspool, met uitzondering van de activa die derivaten zijn, ten minste dezelfde waarde heeft als het totale nominale bedrag van de uitstaande gedekte obligaties ("nominaal beginsel"); en

ii)  activa en passiva die voortvloeien uit derivaten, worden gewaardeerd tegen marktwaarde;

c)  de volgende activa in de dekkingspool dragen bij aan het dekkingsvereiste:

i)  primaire activa;

ii)  vervangende activa;

iii)  liquide activa gehouden in overeenstemming met artikel 16;

iv)  contante betalingen die zijn ontvangen uit derivatencontracten in de dekkingspool;

v)  wettelijk verplichte overcollateralisatie;

d)  niet door zekerheden gedekte vorderingen waarbij wanbetaling geacht wordt zich te hebben voorgedaan overeenkomstig artikel 178 van Verordening (EU) nr. 575/2013, dragen niet bij aan de dekking.

Voor de toepassing van punt a) van de eerste alinea kunnen de lidstaten toestaan dat een forfaitair bedrag wordt berekend voor de kosten in verband met het onderhoud en de administratie van een programma van gedekte obligaties.

Voor de toepassing van punt b) van de eerste alinea kunnen lidstaten andere berekeningsbeginselen toestaan, op voorwaarde dat deze niet resulteren in een hogere berekening van de dekking dan het niveau berekend volgens het nominale beginsel.

2.  De lidstaten zorgen ervoor dat de berekening van de dekking en de berekening van de verplichtingen op dezelfde methodiek zijn gebaseerd.

Artikel 16Verplichting van een liquiditeitsbuffer voor een dekkingspool

1.  De lidstaten zorgen voor beleggersbescherming door te verlangen dat de dekkingspool te allen tijde een uit liquide activa samengestelde liquiditeitsbuffer bevat die beschikbaar is om de nettoliquiditeitsuitstroom van het programma van gedekte obligaties te dekken.

2.  De liquiditeitsbuffer van de dekkingspool dekt de nettoliquiditeitsuitstroom voor 180 kalenderdagen, behalve in stressperioden als gedefinieerd in artikel 3, punt 11, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61.

3.  De lidstaten zorgen ervoor dat de in lid 1 bedoelde liquiditeitsbuffer van de dekkingspool de volgende soorten activa omvat:

a)  activa die in overeenstemming met de artikelen 10, 11 en 12 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61 kwalificeren als activa van niveau 1, niveau 2A en niveau 2B, gewaardeerd in overeenstemming met artikel 9 van die gedelegeerde verordening en afgezonderd in overeenstemming met artikel 12 van deze richtlijn;

b)  blootstellingen aan kredietinstellingen ▌in overeenstemming met artikel 129, lid 1, onder c), van Verordening (EU) nr. 575/2013.

Voor de toepassing van punt a) van de eerste alinea zorgen de lidstaten ervoor dat zelf uitgegeven gedekte obligaties niet kunnen bijdragen aan de liquiditeitsbuffer van de dekkingspool.

Voor de toepassing van punt b) van de eerste alinea verzekeren de lidstaten dat niet door zekerheden gedekte vorderingen uit blootstellingen in wanbetaling in de zin van artikel 178 van Verordening (EU) nr. 575/2013 niet kunnen bijdragen aan de liquiditeitsbuffer van de dekkingspool.

3 bis.  Liquide activa in de liquiditeitsbuffer van de dekkingspool dragen niet bij tot de liquiditeitsvereisten van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61.

4.  In afwijking van lid 3 bis kunnen lidstaten besluiten dat de in lid 3, onder a), bedoelde liquide activa in de liquiditeitsbuffer van de dekkingspool kunnen bijdragen tot de in Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61 vastgestelde liquiditeitsvereisten, maar alleen tot het bedrag van de nettoliquiditeitsuitstroom van het programma van gedekte obligaties. Deze mogelijkheid laat evenwel de vereiste onverlet dat die liquide activa in de liquiditeitsbuffer van de dekkingspool afzonderlijk worden aangehouden in het kader van het programma van gedekte obligaties en, in het geval van afwikkeling of insolventie van de emittent, worden afgezonderd van de liquide activa die worden aangehouden met het oog op de in Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61 vastgestelde liquiditeitsvereisten.

5.  Voor verlengbare looptijdstructuren verzekeren de lidstaten dat de liquiditeitsvereisten voor de aflossing van de hoofdsom geactualiseerd worden na een eventuele verlenging van de looptijd, zodat deze altijd beantwoorden aan de aflossingsbehoeften tot het moment dat de hoofdsom verschuldigd is.

6.  De lidstaten zorgen ervoor dat de in lid 1 bepaalde vereisten niet gelden voor gedekte obligaties waarvoor matchingfinancieringsvereisten gelden.

Artikel 17Voorwaarden voor verlengbare looptijdstructuren

1.  De lidstaten kunnen de uitgifte van gedekte obligaties met verlengbare looptijdstructuren toestaan wanneer beleggersbescherming ten minste met de volgende middelen wordt verzekerd:

a)  de triggers voor de looptijdverlenging zijn contractueel of wettelijk nader bepaald;

b)  de looptijd kan uitsluitend worden verlengd in het geval van insolventie of afwikkeling van de emittent, en met goedkeuring van de bevoegde toezichthoudende autoriteit of middels bij nationaal recht vastgestelde objectieve financiële triggers;

c)  de aan de belegger verschafte informatie over de looptijdstructuur is afdoende om hem in staat te stellen het risico van de gedekte obligatie te bepalen, en omvat een nadere beschrijving van:

i)  de trigger voor de looptijdverlengingen;

ii)  de gevolgen voor de looptijdverlengingen in het geval van insolventie of afwikkeling van de kredietinstelling die gedekte obligaties uitgeeft;

iii)  de rol van de overeenkomstig artikel 18, lid 2, aangewezen bevoegde autoriteit en, in voorkomend geval, van de bijzondere bewindvoerder ten aanzien van de looptijdverlenging;

d)  de eindvervaldag van de gedekte obligatie kan te allen tijde worden bepaald;

e)  de looptijdverlenging is niet van invloed op de rangorde van beleggers in gedekte obligaties;

f)  de looptijdverlenging verandert de structurele kenmerken van de gedekte obligaties niet wat betreft de in artikel 4 bedoelde dubbele zekerheidsrechten en de in artikel 5 bedoelde vrijwaring van faillissement.

1 bis.  De EBA stelt ontwerpen van technische reguleringsnormen op ter nadere specificatie van de in lid 1, onder b), genoemde objectieve financiële triggers, met inbegrip van objectieve tests voor dergelijke triggers. De EBA legt deze ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk ...[een jaar na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn] voor.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om deze richtlijn aan te vullen door de in de derde alinea van dit lid bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1093/2010.

2.  De lidstaten die de uitgifte van gedekte obligaties met verlengbare looptijdstructuren toestaan, stellen EBA in kennis van hun besluit.

TITEL IIIOVERHEIDSTOEZICHT OP GEDEKTE OBLIGATIES

Artikel 18Overheidstoezicht op gedekte obligaties

1.  De lidstaten zorgen voor beleggersbescherming door te bepalen dat de uitgifte van gedekte obligaties onderworpen is aan overheidstoezicht op gedekte obligaties.

2.  Voor de toepassing van het in lid 1 bedoelde overheidstoezicht op gedekte obligaties wijzen lidstaten één of meer bevoegde autoriteiten aan. Zij stellen de Commissie en EBA in kennis van die aangewezen autoriteiten en vermelden eventuele functie- of taakverdeling.

3.  De lidstaten zorgen ervoor dat de in overeenstemming met lid 2 aangewezen bevoegde autoriteiten de uitgifte van gedekte obligaties monitoren om te kunnen nagaan of de in de nationale bepalingen tot omzetting van deze richtlijn vastgestelde vereisten worden nagekomen.

4.  De lidstaten zorgen ervoor dat kredietinstellingen die gedekte obligaties uitgeven, al hun transacties met betrekking tot het programma van gedekte obligaties registreren en beschikken over adequate en passende documentatiesystemen en -processen.

5.  De lidstaten zorgen er daarnaast voor dat passende maatregelen voorhanden zijn waarmee de in overeenstemming met lid 2 aangewezen bevoegde autoriteiten de informatie kunnen verkrijgen die nodig is om na te gaan of de in de nationale bepalingen tot omzetting van deze richtlijn vastgestelde vereisten worden nagekomen, om de eventuele inbreuken op die vereisten te onderzoeken en om administratieve sancties en remediërende maatregelen op te leggen in overeenstemming met de nationale bepalingen tot omzetting van artikel 23.

6.  De lidstaten zorgen ervoor dat de in overeenstemming met lid 2 aangewezen bevoegde autoriteiten over de deskundigheid, de middelen, de operationele capaciteit, de bevoegdheden en de onafhankelijkheid beschikken die noodzakelijk zijn om de taken met betrekking tot overheidstoezicht op gedekte obligaties uit te kunnen oefenen.

Artikel 19Toestemming voor programma's van gedekte obligaties

1.  De lidstaten zorgen voor beleggersbescherming door te verlangen dat toestemming voor een programma van gedekte obligaties wordt verkregen voordat in het kader van dat programma gedekte obligaties worden uitgegeven. De lidstaten verlenen de bevoegdheid om die toestemming te geven, aan de in overeenstemming met artikel 18, lid 2, aangewezen bevoegde autoriteiten.

2.  De lidstaten leggen de vereisten voor de in lid 1 bedoelde toestemming vast, die ten minste de volgende elementen bevatten:

a)  een adequaat programma van werkzaamheden waarin de uitgifte van gedekte obligaties wordt beschreven;

b)  adequate beleidslijnen, processen en methodieken gericht op beleggersbescherming wat betreft de goedkeuring, wijziging, verlenging en herfinanciering van in de dekkingspool opgenomen leningen;

c)  leidinggevenden en personeelsleden belast met het programma van gedekte obligaties die over adequate kwalificaties en kennis beschikken met betrekking tot de uitgifte van gedekte obligaties en het beheer van het programma van gedekte obligaties;

d)  een administratieve structuur van de dekkingspool die voldoet aan de in de nationale bepalingen tot omzetting van deze richtlijn ter zake vastgestelde vereisten.

Artikel 20Overheidstoezicht op gedekte obligaties bij insolventie of afwikkeling

1.  De in overeenstemming met artikel 18, lid 2, aangewezen bevoegde autoriteiten werken met de afwikkelingsautoriteit samen in het geval van de afwikkeling van een kredietinstelling die gedekte obligaties uitgeeft, om zodoende de rechten en belangen van de beleggers in gedekte obligaties te verzekeren, door ten minste ook het doorlopende en competente beheer van het programma van gedekte obligaties na te gaan voor de duur van het afwikkelingsproces.

2.  De lidstaten kunnen voorzien in de aanstelling van een bijzondere bewindvoerder in het geval van de insolventie van een kredietinstelling die gedekte obligaties uitgeeft, om zodoende de rechten en belangen van de beleggers in gedekte obligaties te verzekeren, door ten minste ook het doorlopende en competente beheer van het programma van gedekte obligaties na te gaan voor de duur van het insolventieproces.

Wanneer lidstaten van die mogelijkheid gebruikmaken, verlangen zij dat de in overeenstemming met artikel 18, lid 2, aangewezen bevoegde autoriteiten hun goedkeuring moeten hechten aan de aanstelling en het ontslag van de bijzondere bewindvoerder.

3.  Wanneer lidstaten voorzien in de aanstelling van een bijzondere bewindvoerder overeenkomstig lid 2, stellen zij regels vast waarin de taken en verantwoordelijkheden van die bijzondere bewindvoerder worden vastgesteld ten minste met betrekking tot:

a)  het voldoen van de aan de gedekte obligaties verbonden verplichtingen;

b)  het beheer en het realiseren van activa in de dekkingspool, met inbegrip van de overdracht ervan samen met de aan de gedekte obligatie verbonden verplichtingen aan een andere kredietinstelling die gedekte obligaties uitgeeft;

c)  het uitvoeren van juridische transacties die nodig zijn om de dekkingspool correct te beheren, om doorlopend de dekking van de aan de gedekte obligaties verbonden verplichtingen te monitoren, om procedures in te leiden om de waarde van activa in de dekkingspool terug te eisen en om de activa die overblijven nadat alle aan de gedekte obligatie verbonden verplichtingen zijn voldaan, over te dragen naar de insolvente boedel van de kredietinstelling die de gedekte obligaties uitgaf.

4.  De lidstaten zorgen ten behoeve van de insolventie- of afwikkelingsprocedure voor de coördinatie en uitwisseling van informatie tussen de in overeenstemming met artikel 18, lid 2, aangewezen bevoegde autoriteiten, de bijzondere bewindvoerder (wanneer een dergelijke bewindvoerder is aangesteld) en de afwikkelingsautoriteit.

Artikel 21Rapportage aan de bevoegde autoriteiten

1.  De lidstaten zorgen voor beleggersbescherming door te verlangen dat kredietinstellingen die gedekte obligaties uitgeven, de in lid 2 genoemde informatie over programma's van gedekte obligaties rapporteren aan de in overeenstemming met artikel 18, lid 2, aangewezen bevoegde autoriteiten. De rapportage vindt op regelmatige basis en op verzoek van de bevoegde autoriteiten plaats. De lidstaten stellen regels vast met betrekking tot de frequentie van de rapportage op regelmatige basis.

2.  In de in overeenstemming met lid 1 vast te stellen rapportageverplichtingen wordt geëist dat ten minste over de volgende vereisten van het programma's van gedekte obligaties informatie wordt verschaft:

a)  dubbele zekerheidsrechten overeenkomstig artikel 4;

b)  vrijwaring van faillissement van de gedekte obligatie overeenkomstig artikel 5;

c)  de beleenbaarheidscriteria voor activa en de vereisten voor dekkingspools overeenkomstig de artikelen 6 tot en met 11;

d)  de afzondering van activa in de dekkingspool overeenkomstig artikel 12;

e)  het functioneren van de cover pool monitor overeenkomstig artikel 13;

f)  de vereisten inzake beleggersinformatie overeenkomstig artikel 14;

g)  de dekkingsvereisten overeenkomstig artikel 15;

h)  de liquiditeitsbuffer van de dekkingspool overeenkomstig artikel 16;

i)  de voorwaarden voor verlengbare looptijdstructuren overeenkomstig artikel 17.

3.  De lidstaten voorzien in regels betreffende de rapportage over de in lid 2 vastgestelde vereisten door de kredietinstellingen die gedekte obligaties uitgeven, aan de in overeenstemming met artikel 18, lid 2, aangewezen bevoegde autoriteiten in het geval van insolventie of afwikkeling van een kredietinstelling die gedekte obligaties uitgeeft.

Artikel 22Bevoegdheden van voor het overheidstoezicht op gedekte obligaties bevoegde autoriteiten

1.  De lidstaten zorgen voor beleggersbescherming door de in overeenstemming met artikel 18, lid 2, aangewezen bevoegde autoriteiten alle toezichts-, onderzoeks- en sanctiebevoegdheden te verlenen die nodig zijn om de taak van overheidstoezicht op gedekte obligaties uit te kunnen oefenen.

2.  De in lid 1 bedoelde bevoegdheden omvatten de volgende bevoegdheden:

a)  de bevoegdheid om toestemmingen te verlenen of te weigeren in overeenstemming met artikel 19;

b)  de bevoegdheid om het programma van gedekte obligaties op geregelde tijdstippen door te lichten, om de inachtneming van deze richtlijn te beoordelen;

c)  de bevoegdheid om inspecties ter plaatse en op afstand uit te voeren;

d)  de bevoegdheid om administratieve sancties of geldboeten en remediërende maatregelen op te leggen in overeenstemming met de nationale bepalingen tot omzetting van artikel 23;

e)  de bevoegdheid om toezichtsrichtsnoeren aan te nemen en toe te passen met betrekking tot de uitgifte van gedekte obligaties.

Artikel 23Administratieve sancties en

andere administratieve maatregelen

1.  De lidstaten stellen regels vast voor het bepalen van administratieve sancties en andere administratieve maatregelen die ten minste in de volgende situaties van toepassing zijn:

a)  een kredietinstelling heeft door valse verklaringen of op een andere onregelmatige wijze toestemming verkregen om gedekte obligaties uit te geven;

b)  een kredietinstelling voldoet niet langer aan de voorwaarden op grond waarvan zij toestemming heeft verkregen;

c)  een kredietinstelling geeft gedekte obligaties uit zonder in overeenstemming met de bepalingen tot omzetting van artikel 19 toestemming te hebben verkregen;

d)  een kredietinstelling die gedekte obligaties uitgeeft, voldoet niet aan de vereisten uiteengezet in de bepalingen tot omzetting van artikel 4;

e)  een kredietinstelling die gedekte obligaties uitgeeft, geeft gedekte obligaties uit zonder te voldoen aan de vereisten uiteengezet in de bepalingen tot omzetting van artikel 5;

f)  een kredietinstelling die gedekte obligaties uitgeeft, geeft gedekte obligaties uit die niet worden zekergesteld in overeenstemming met de bepalingen tot omzetting van artikel 6 en artikel 6 bis;

g)  een kredietinstelling die gedekte obligaties uitgeeft, geeft gedekte obligaties uit die, in strijd met de in de bepalingen tot omzetting van artikel 7 vastgestelde voorwaarden, worden zekergesteld door buiten de Unie gelegen activa;

h)  een kredietinstelling die gedekte obligaties uitgeeft, stelt gedekte obligaties zeker in een structuur voor intragroepspooling van gedekte obligaties in strijd met de in de bepalingen tot omzetting van artikel 8 vastgestelde vereisten;

i)  een kredietinstelling die gedekte obligaties uitgeeft, voldoet niet aan de vereisten voor gezamenlijke financiering uiteengezet in de bepalingen tot omzetting van artikel 9;

j)  een kredietinstelling die gedekte obligaties uitgeeft, voldoet niet aan de vereisten voor de samenstelling van de dekkingspool vastgesteld in de bepalingen tot omzetting van artikel 10;

k)  een kredietinstelling die gedekte obligaties uitgeeft, neemt in de dekkingspool derivatencontracten op voor andere dan hedgingdoeleinden of voldoet niet aan de in de bepalingen tot omzetting van artikel 11 vastgestelde vereisten;

l)  de kredietinstelling die gedekte obligaties uitgeeft, voldoet niet aan de vereisten inzake de afzondering van activa in de dekkingspool overeenkomstig de bepalingen tot omzetting van artikel 12;

m)  een kredietinstelling die gedekte obligaties uitgeeft, rapporteert geen informatie of verschaft onvolledige of onjuiste informatie in strijd met de bepalingen tot omzetting van artikel 14;

n)  een kredietinstelling die gedekte obligaties uitgeeft, houdt bij herhaling of voortduring geen liquiditeitsbuffer voor de dekkingspool aan, in strijd met de bepalingen tot omzetting van artikel 16;

o)  een kredietinstelling die gedekte obligaties met verlengbare looptijdstructuren uitgeeft, voldoet niet aan de vereisten voor verlengbare looptijdstructuren vastgesteld in de bepalingen tot omzetting van artikel 17;

p)  een kredietinstelling die gedekte obligaties uitgeeft, rapporteert geen informatie of verschaft onvolledige of onjuiste informatie over de verplichtingen, in strijd met de bepalingen tot omzetting van artikel 21, lid 2, punt a) tot en met i).

De lidstaten kunnen besluiten geen regels inzake administratieve sancties of andere administratieve maatregelen vast te stellen met betrekking tot inbreuken waarvoor krachtens hun nationale recht reeds strafrechtelijke sancties gelden. In dergelijke gevallen delen de lidstaten de Commissie de toepasselijke strafrechtelijke bepalingen mede.

2.  De in lid 1 bedoelde administratieve sancties en andere administratieve maatregelen moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn.▌

3.  De lidstaten zorgen er ook voor dat de administratieve sancties en/of remediërende maatregelen daadwerkelijk ten uitvoer worden gelegd.

Artikel 25Verplichtingen tot samenwerking

1.  De lidstaten zorgen ervoor dat in overeenstemming met artikel 18, lid 2, aangewezen bevoegde autoriteiten nauw samenwerken met de bevoegde autoriteit die het algemene toezicht op kredietinstellingen uitoefent in overeenstemming met het desbetreffende op die instellingen toepasselijke Unierecht.

2.  Voorts zorgen de lidstaten ervoor dat in overeenstemming met artikel 18, lid 2, aangewezen bevoegde autoriteiten onderling nauw samenwerken. Die samenwerking houdt onder meer in dat zij elkaar alle informatie verschaffen die relevant is voor de uitoefening van de toezichttaken van de andere autoriteiten in het kader van de nationale bepalingen tot omzetting van deze richtlijn.

3.  Met het oog op de toepassing van de tweede zin van lid 2 zorgen de lidstaten ervoor dat de in overeenstemming met artikel 18, lid 2, aangewezen bevoegde autoriteiten het volgende doen:

a)  op verzoek alle relevante informatie van een andere dergelijke bevoegde autoriteit meedelen;

b)  op eigen initiatief alle informatie meedelen die van essentieel belang is voor andere bevoegde autoriteiten in andere lidstaten.

4.  De lidstaten zorgen er ook voor dat de in lid 1 bedoelde bevoegde autoriteiten voor de toepassing van deze richtlijn nauw samenwerken met EBA.

5.  Voor de toepassing van dit artikel geldt informatie als zijnde van essentieel belang indien deze de beoordeling in een andere lidstaat van de uitgifte van gedekte obligaties wezenlijk zou kunnen beïnvloeden.

Artikel 26Openbaarmakingsvereisten

1.  De lidstaten zorgen ervoor dat de in overeenstemming met artikel 18, lid 2, aangewezen bevoegde autoriteiten de volgende informatie op hun website bekendmaken:

a)  de teksten van hun nationale wetgeving, regelgeving, bestuursrechtelijke voorschriften en algemene richtsnoeren op het gebied van de uitgifte van gedekte obligaties;

b)  de lijst van kredietinstellingen die toestemming hebben om gedekte obligaties uit te geven;

c)  de lijst van gedekte obligaties die het label "Europese gedekte obligatie" mogen gebruiken en de lijst van obligaties die het label "Europese gedekte obligatie (premium)" mogen gebruiken.

2.  De in overeenstemming met lid 1 bekendgemaakte informatie is toereikend om een zinvolle vergelijking mogelijk te maken tussen de benaderingen die de bevoegde autoriteiten in de verschillende lidstaten hanteren. Die informatie wordt geactualiseerd om rekening te houden met eventuele wijzigingen.

3.  Voor de toepassing van de punten b) en c) van lid 1 geven in overeenstemming met artikel 18, lid 2, aangewezen bevoegde autoriteiten op jaarbasis aan EBA kennis van de lijst met kredietinstellingen en gedekte obligaties.

TITEL IVLabelling

Artikel 27Labelling

De lidstaten verzekeren dat het label "Europese gedekte obligatie" en de vertaling in alle officiële talen van de Unie enkel gebruikt worden voor gedekte obligaties die aan de in de bepalingen tot omzetting van deze richtlijn vastgestelde voorwaarden voldoen.

De lidstaten verzekeren dat het label "Europese gedekte obligatie (premium)" en de vertaling in alle officiële talen van de Unie enkel gebruikt worden voor gedekte obligaties die aan de in de bepalingen tot omzetting van deze richtlijn vastgestelde voorwaarden voldoen, alsook aan de vereisten uit hoofde van artikel 129, lid 1, van Verordening (EU) nr. 575/2013.

TITEL VWIJZIGINGEN IN ANDERE RICHTLIJNEN

Artikel 28Wijziging van Richtlijn 2009/65/EG

Artikel 52, lid 4, van Richtlijn 2009/65/EEG wordt als volgt gewijzigd:

1)  de eerste alinea wordt vervangen door:

"De lidstaten mogen de in de eerste alinea van lid 1 gestelde begrenzing van 5 % tot ten hoogste 25 % verhogen wanneer obligaties zijn uitgegeven vóór [OP: please insert the date laid down in the second subparagraph of Article 32(1) of this Directive + 1 day] en voldoen aan de in dit lid uiteengezette vereisten, in de versie zoals die van toepassing is op de datum van de uitgifte ervan, of wanneer obligaties vallen onder de definitie van gedekte obligaties overeenkomstig artikel 3, punt 1, van Richtlijn (EU) 20XX/XX van het Europees Parlement en de Raad*.

____________________________

*  [OP: Please insert reference to Directive (EU) …/… of the European Parliament and of the Council of … on the issue of covered bonds and covered bond public supervision and amending Directive 2009/65/EU and Directive 2014/59/EU (OJ C […], […], p. […])].";

2)  de derde alinea wordt geschrapt.

Artikel 29Wijziging van Richtlijn 2014/59/EU

In artikel 2, lid 1, van Richtlijn 2014/59/EU wordt punt 96 vervangen door:

"(96)  "gedekte obligatie": een instrument als bedoeld in artikel 52, lid 4, van Richtlijn 2009/65/EG van het Europees Parlement en de Raad*, in de versie zoals die van toepassing is op de datum van de uitgifte ervan, en dat is uitgegeven vóór [OP: please insert the date laid down in the second subparagraph of Article 32(1) of this Directive + 1 day] of een gedekte obligatie in de zin van artikel 3, punt 1, van Richtlijn (EU) 20XX/XX van het Europees Parlement en de Raad**;

__________________________________

*  Richtlijn 2009/65/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende bepaalde instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe's) (PB L 302 van 17.11.2009, blz. 32).

**  [OP: Please insert reference to Directive (EU) …/… of the European Parliament and of the Council of … on the issue of covered bonds and covered bond public supervision and amending Directive 2009/65/EU and Directive 2014/59/EU (OJ C […], […], p. […])].".

TITEL VISLOTBEPALINGEN

Artikel 30Overgangsmaatregelen

De lidstaten zorgen ervoor dat gedekte obligaties die zijn uitgegeven vóór [OP: please insert the date laid down in the second subparagraph of Article 32(1) of this Directive + 1 day] en voldoen aan de vereisten vastgesteld in artikel 52, lid 4, van Richtlijn 2009/65/EG, in de versie zoals die van toepassing is op de datum van de uitgifte ervan, niet onderworpen zijn aan de vereisten uiteengezet in de artikelen 5 tot en met 12 en de artikelen 15, 16, 17 en artikel 19 van deze richtlijn, maar tot hun vervaldag gedekte obligaties kunnen blijven worden genoemd in overeenstemming met deze richtlijn.

Het eerste lid van dit artikel is ook van toepassing op nieuwe tranches of doorlopende uitgiften van een reeks gedekte obligaties waarvan de eerste uitgiftedatum voorafgaat aan [OP: please insert the date laid down in the second subparagraph of Article 32(1) of this Directive + 1 day].

Artikel 31

Gelijkwaardigheid

1.  De Commissie is gemachtigd gedelegeerde handelingen vast te stellen om deze richtlijn aan te vullen door te bepalen dat het rechts-, toezichts- en handhavingskader in een derde land:

a)  voldoet aan de in titel II bepaalde vereisten en de in titel III bepaalde toezichtbevoegdheden en sancties; en

b)  daadwerkelijk op een billijke en niet-verstorende wijze wordt toegepast en gehandhaafd, zodat effectief toezicht en effectieve handhaving in dat derde land zijn gewaarborgd.

2.  Wanneer de Commissie een gedelegeerde handeling vaststelt inzake gelijkwaardigheid met betrekking tot een derde land, als bedoeld in lid 1 van dit artikel, wordt een gedekte obligatie geacht te voldoen aan de in titel II bepaalde vereisten, indien de uitgevende instelling gevestigd is in dat derde land.

3.  De Commissie monitort, in samenwerking met de EBA, de effectiviteit van de vereisten die gelijkwaardig zijn aan de in titel II bepaalde vereisten en die zijn vastgesteld door derde landen, ten aanzien waarvan een gedelegeerde handeling is aangenomen, en brengt daarover regelmatig verslag uit aan het Europees Parlement en de Raad. Indien uit het verslag blijkt dat de autoriteiten van een derde land de gelijkwaardige vereisten op ontoereikende of inconsistente wijze toepassen, of dat de regelgeving van het derde land aanzienlijk afwijkt, gaat de Commissie na of de erkenning van het als gelijkwaardig aangemerkte juridisch kader van het derde land in kwestie moet worden ingetrokken. Indien de Commissie stappen onderneemt om gelijkwaardigheidsbesluiten in te trekken of op te schorten, stelt zij een transparante procedure vast voor de terugtrekking of opschorting van gelijkwaardigheidsbesluiten, om zekerheid voor de markt te creëren en de financiële stabiliteit te ondersteunen.

Artikel 31 bisEvaluaties en verslagen

1.  Uiterlijk op ... [OP: please insert the date laid down in the second subparagraph of Article 32(1) of this Directive + 3 years] dient de Commissie, in nauwe samenwerking met EBA, een verslag in bij het Europees Parlement en de Raad over de toepassing van deze richtlijn met betrekking tot het niveau van beleggersbescherming en de ontwikkelingen met betrekking tot de uitgifte van gedekte obligaties in de Unie, waarin onder meer aan bod komen:

a)  ontwikkelingen met betrekking tot het aantal toestemmingen om gedekte obligaties uit te geven;

b)  ontwikkelingen met betrekking tot het aantal gedekte obligaties uitgegeven in overeenstemming met de bepalingen tot omzetting van deze richtlijn en met artikel 129 van Verordening (EU) nr. 575/2013;

c)  ontwikkelingen met betrekking tot voor de uitgifte van gedekte obligaties als zekerheid gestelde activa;

d)  ontwikkelingen met betrekking tot het percentage van overcollateralisatie;

e)  grensoverschrijdende beleggingen in gedekte obligaties, met inbegrip van inkomende en uitgaande beleggingen vanuit en naar derde landen;

f)  ontwikkelingen met betrekking tot de uitgifte van gedekte obligaties met verlengbare looptijdstructuren.

g)  een beoordeling van de functionering van de markten voor gedekte obligaties en aanbevelingen voor nader optreden.

2.  Uiterlijk op ... [twee jaar na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn] stelt de Commissie, na opdracht te hebben gegeven tot een studie over het onderwerp en deze te hebben ontvangen en na raadpleging van de EBA en de ECB, een verslag vast waarin de risico's worden beoordeeld die voortvloeien uit verlengde looptijden van gedekte obligaties met dergelijke structuren. Er wordt bijzondere aandacht besteed aan de risico's voor beleggers die dergelijke obligaties bezitten in tijden van crisis. De Commissie legt de desbetreffende studie en het desbetreffende verslag voor aan het Europees Parlement en de Raad, in voorkomend geval vergezeld van een voorstel.

3.  Uiterlijk op ... [twee jaar na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn] stelt de Commissie, na opdracht te hebben gegeven tot een studie over het onderwerp en deze te hebben ontvangen en na raadpleging van de EBA en de ECB, een verslag vast over de mogelijkheid om onder de benaming "European Secured Note" een instrument met dubbele zekerheidsrechten in te voeren. De Commissie legt de desbetreffende studie en het desbetreffende verslag voor aan het Europees Parlement en de Raad, in voorkomend geval vergezeld van een voorstel.

4.  Voor de toepassing van lid 2 doen de lidstaten uiterlijk [OP: please insert the date laid down in the second subparagraph of Article 32(1) of this Directive + 2 years] informatie over de punten a) tot en met f) aan de Commissie toekomen.

Artikel 32Omzetting

1.  De lidstaten zorgen ervoor dat de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen die nodig zijn om aan deze richtlijn te voldoen uiterlijk [twee jaar na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn] worden vastgesteld en bekendgemaakt. Zij delen de Commissie de tekst van die bepalingen onverwijld mede.

Zij passen die bepalingen toe met ingang van ... [twee jaar en een dag na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn].

Wanneer de lidstaten die bepalingen aannemen, wordt in die bepalingen zelf of bij de officiële bekendmaking daarvan naar deze richtlijn verwezen. De regels voor deze verwijzing worden vastgesteld door de lidstaten.

2.  De lidstaten delen de Commissie de tekst van de belangrijkste bepalingen van nationaal recht mee die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen.

Artikel 33Inwerkingtreding

Deze richtlijn treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 34Adressaten

Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel,

Voor het Europees Parlement  Voor de Raad

De voorzitter  De voorzitter

(1)

PB C 382 van 23.10.2018, blz. 2.

(2)

PB C 367 van 10.10.2018, blz. 56.

(3)

* Amendementen: nieuwe of vervangende tekst staat in vet en cursief, schrappingen zijn met het symbool ▐ aangegeven.

(4)

  PB C 382 van 23.10.2018, blz. 2.

(5)

  PB C 367 van 10.10.2018, blz. 56.

(6)

  Richtlijn 2009/65/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende bepaalde instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe's) (PB L 302 van 17.11.2009, blz. 32).

(7)

  Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende prudentiële vereisten voor kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 (PB L 176 van 27.6.2013, blz. 1).

(8)

  Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61 van de Commissie van 10 oktober 2014 ter aanvulling van Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot het liquiditeitsdekkingsvereiste voor kredietinstellingen (PB L 11 van 17.1.2015, blz. 1).

(9)

  Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35 van de Commissie van 10 oktober 2014 tot aanvulling van Richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de toegang tot en de uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (Solvabiliteit II) (PB L 12 van 17.1.2015, blz. 1);

(10)

  Richtlijn 2014/59/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende de totstandbrenging van een kader voor het herstel en de afwikkeling van kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Richtlijn 82/891/EEG van de Raad en de Richtlijnen 2001/24/EG, 2002/47/EG, 2004/25/EG, 2005/56/EG, 2007/36/EG, 2011/35/EU, 2012/30/EU en 2013/36/EU en de Verordeningen (EU) nr. 1093/2010 en (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 173 van 12.6.2014, blz. 190).

(11)

  Aanbeveling van het Europees Comité voor systeemrisico’s van 20 december 2012 inzake de financiering van kredietinstellingen (ECSR/2012/2) (PB C 119 van 25.4.2013, blz. 1).

(12)

  EBA Report on EU covered bond frameworks and capital treatment (2014).

(13)

  EBA Report on covered bonds - Recommendations on harmonisation of covered bond frameworks in the EU (2016), EBA-Op-2016-23.

(14)

  Richtlijn 2003/71/EG van het Europees Parlement en de Raad van 4 november 2003 betreffende het prospectus dat gepubliceerd moet worden wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel worden toegelaten en tot wijziging van Richtlijn 2001/34/EG (PB L 345 van 31.12.2003, blz. 64).

(15)

  PB C 369 van 17.12.2011, blz. 14.

(16)

  Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2000 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de communautaire instellingen en organen en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (PB L 8 van 12.1.2001, blz. 1).

(17)

  [PB C … van xx.xx.20xx, blz. xx.]


PROCEDURE VAN DE BEVOEGDE COMMISSIE

Titel

Gedekte obligaties en overheidstoezicht op gedekte obligaties

Document- en procedurenummers

COM(2018)0094 – C8-0113/2018 – 2018/0043(COD)

Datum indiening bij EP

7.3.2018

 

 

 

Bevoegde commissie

       Datum bekendmaking

ECON

16.4.2018

 

 

 

Medeadviserende commissies

       Datum bekendmaking

JURI

16.4.2018

 

 

 

Geen advies

       Datum besluit

JURI

27.3.2018

 

 

 

Rapporteurs

       Datum benoeming

Bernd Lucke

31.5.2018

 

 

 

Behandeling in de commissie

10.9.2018

18.10.2018

 

 

Datum goedkeuring

20.11.2018

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

34

16

1

Bij de eindstemming aanwezige leden

Hugues Bayet, Pervenche Berès, David Coburn, Thierry Cornillet, Esther de Lange, Markus Ferber, Jonás Fernández, Giuseppe Ferrandino, Stefan Gehrold, Sven Giegold, Roberto Gualtieri, Brian Hayes, Gunnar Hökmark, Danuta Maria Hübner, Petr Ježek, Barbara Kappel, Wolf Klinz, Georgios Kyrtsos, Philippe Lamberts, Werner Langen, Bernd Lucke, Olle Ludvigsson, Ivana Maletić, Marisa Matias, Costas Mavrides, Alex Mayer, Luděk Niedermayer, Stanisław Ożóg, Dimitrios Papadimoulis, Sirpa Pietikäinen, Dariusz Rosati, Pirkko Ruohonen-Lerner, Anne Sander, Alfred Sant, Pedro Silva Pereira, Paul Tang, Ramon Tremosa i Balcells, Ernest Urtasun, Marco Valli, Tom Vandenkendelaere, Miguel Viegas, Jakob von Weizsäcker

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Andrea Cozzolino, Ashley Fox, Jeppe Kofod, Paloma López Bermejo, Michel Reimon, Joachim Starbatty, Lieve Wierinck

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Pilar Ayuso, Helga Stevens

Datum indiening

26.11.2018


HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE BEVOEGDE COMMISSIE

34

+

ALDE

Thierry Cornillet, Petr Ježek, Wolf Klinz, Ramon Tremosa i Balcells, Lieve Wierinck

ECR

Ashley Fox, Bernd Lucke, Stanisław Ożóg, Pirkko Ruohonen-Lerner, Joachim Starbatty, Helga Stevens

ENF

Barbara Kappel

PPE

Pilar Ayuso, Markus Ferber, Stefan Gehrold, Brian Hayes, Gunnar Hökmark, Danuta Maria Hübner, Georgios Kyrtsos, Esther de Lange, Werner Langen, Ivana Maletić, Luděk Niedermayer, Sirpa Pietikäinen, Dariusz Rosati, Anne Sander, Tom Vandenkendelaere

S&D

Jeppe Kofod, Alex Mayer, Jakob von Weizsäcker

VERTS/ALE

Sven Giegold, Philippe Lamberts, Michel Reimon, Ernest Urtasun

16

-

EFDD

David Coburn

GUE/NGL

Paloma López Bermejo, Marisa Matias, Dimitrios Papadimoulis, Miguel Viegas

S&D

Hugues Bayet, Pervenche Berès, Andrea Cozzolino, Jonás Fernández, Giuseppe Ferrandino, Roberto Gualtieri, Olle Ludvigsson, Costas Mavrides, Alfred Sant, Pedro Silva Pereira, Paul Tang

1

0

EFDD

Marco Valli

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding

Laatst bijgewerkt op: 6 december 2018Juridische mededeling