Procedure : 2018/2105(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0411/2018

Ingediende teksten :

A8-0411/2018

Debatten :

PV 12/12/2018 - 25
CRE 12/12/2018 - 25

Stemmingen :

PV 13/12/2018 - 9.14
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0531

VERSLAG     
PDF 443kWORD 66k
28.11.2018
PE 625.381v02-00 A8-0411/2018

over het jaarverslag over de werkzaamheden van de Europese Ombudsman in 2017

(2018/2105(INI))

Commissie verzoekschriften

Rapporteur: Eleonora Evi

AMENDEMENTEN
ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 INFORMATIE OVER DE GOEDKEURING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE
 HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het jaarverslag over de werkzaamheden van de Europese Ombudsman in 2017

(2018/2105(INI))

Het Europees Parlement,

  gezien het Jaarverslag over de werkzaamheden van de Europese Ombudsman in 2017,

  gezien de artikelen 9, 11, 15, 24 en 228 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU),

–  gezien de artikelen 11, 35, 37, 41, 42 en 43 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie,

  gezien het aan de Verdragen gehechte Protocol nr. 1 betreffende de rol van de nationale parlementen in de Europese Unie,

  gezien het aan de Verdragen gehechte Protocol nr. 2 over de toepassing van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid,

–  gezien het Verdrag van de Verenigde Naties betreffende de rechten van personen met een handicap (UNCRPD),

–  gezien Besluit 94/262/EGKS, EG, Euratom van het Europees Parlement van 9 maart 1994 inzake het statuut van de Europese ombudsman en de algemene voorwaarden voor de uitoefening van zijn ambt(1),

–  gezien de Europese Code van Goed Administratief gedrag, zoals door het Parlement op 6 september 2001 goedgekeurd,

–  gezien de raamovereenkomst over samenwerking die op 15 maart 2006 is gesloten tussen het Parlement en de Europese Ombudsman, en die op 1 april 2006 in werking is getreden,

–  gezien zijn eerdere resoluties over de werkzaamheden van de Europese Ombudsman,

–  gezien artikel 52 en artikel 220, lid 1, van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie verzoekschriften (A8‑0411/2018),

A.  overwegende dat het Jaarverslag over de werkzaamheden van de Europese Ombudsman in 2017 op 22 mei 2018 officieel werd aangeboden aan de Voorzitter van het Parlement en dat de Ombudsman, Emily O'Reilly, het op 16 mei 2018 in Brussel aan de Commissie verzoekschriften heeft voorgelegd;

B.  overwegende dat de artikelen 24 en 228 van het VWEU de Europese Ombudsman in staat stellen klachten te ontvangen betreffende gevallen van wanbeheer in de werkzaamheden van de instellingen, organen en instanties van de Unie, met uitzondering van het Hof van Justitie van de Europese Unie bij de uitoefening van zijn gerechtelijke taak;

C.  overwegende dat artikel 10, lid 3, van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) bepaalt dat iedere burger het recht heeft om aan het democratisch bestel van de Unie deel te nemen, en dat de besluitvorming plaatsvindt op een zo open mogelijke wijze en zo dicht bij de burgers als mogelijk is;

D.  overwegende dat in artikel 15 VWEU staat dat om goed bestuur te bevorderen en de deelneming van het maatschappelijk middenveld te waarborgen, de instellingen, organen en instanties van de Unie in een zo groot mogelijke openheid werken en dat iedere burger van de Unie en iedere natuurlijke of rechtspersoon met verblijfplaats of statutaire zetel in een lidstaat recht heeft op toegang tot documenten van de instellingen, organen en instanties van de Unie;

E.  overwegende dat in artikel 41 van het Handvest van de grondrechten, wat betreft het recht op behoorlijk bestuur, staat dat eenieder er recht op heeft dat zijn zaken onpartijdig, billijk en binnen een redelijke termijn door de instellingen, organen en instanties van de Unie worden behandeld;

F.  overwegende dat in artikel 43 van het Handvest van de grondrechten staat dat iedere burger van de Unie en iedere natuurlijke of rechtspersoon met verblijfplaats of statutaire zetel in een lidstaat het recht heeft zich tot de Europese Ombudsman te wenden in verband met gevallen van wanbeheer in het optreden van de instellingen, organen en instanties van de Unie, met uitzondering van het Hof van Justitie van de Europese Unie bij de uitoefening van zijn gerechtelijke taak;

G.  overwegende dat overeenkomstig artikel 298, lid 1, VWEU de instellingen, organen en instanties van de Unie bij de vervulling van hun taken op een open, doeltreffend en onafhankelijk Europees ambtenarenapparaat steunen;

H.  overwegende dat de Ombudsman in 2017 447 onderzoeken opende, waarvan 433 uitgingen van een klacht en 14 werden verricht op eigen initiatief, terwijl 363 onderzoeken werden afgesloten (waarvan 348 op basis van een klacht en 15 op eigen initiatief); overwegende dat de meeste onderzoeken betrekking hadden op de Commissie (256 onderzoeken of 57,3 %), gevolgd door de EU‑agentschappen (35 onderzoeken of 7,8 %), het Europees Bureau voor personeelsselectie (EPSO) (34 onderzoeken of 7,6 %), het Parlement (22 onderzoeken of 4,9 %), de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO) (17 onderzoeken of 3,8 %), het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) (16 onderzoeken of 3,6 %) en overige instellingen (67 onderzoeken of 15 %);

I.  overwegende dat de drie belangrijkste punten van zorg in de door de Ombudsman in 2017 afgesloten onderzoeken betrekking hadden op: transparantie, verantwoordingsplicht en publieke toegang tot informatie en documenten (20,6 %); de cultuur van dienstverlening (16,8 %) en eerbiediging van procedurele rechten (16,5 %); overwegende dat andere kwesties onder meer ethische kwesties, inspraak van het publiek in het EU‑besluitvormingsproces, het juiste gebruik van beoordelingsbevoegdheid, met inbegrip van inbreukprocedures, gezond financieel beheer van EU‑aanbestedingen, ‑subsidies en ‑contracten, aanwerving en goed beheer van kwesties met betrekking tot EU‑personeel betroffen;

J.  overwegende dat het bureau van de Ombudsman in 2017 in het kader van de strategische werkzaamheden vier strategische onderzoeken heeft afgesloten en vier nieuwe onderzoeken heeft geopend inzake de transparantie van de Raad; de draaideurkwestie met betrekking tot voormalige Europese commissarissen, de toegankelijkheid van de websites van de Commissie voor personen met een handicap en de activiteiten voorafgaand aan de indiening van een verzoek in verband met de beoordeling van geneesmiddelen door het Europees Geneesmiddelenbureau (EMA); overwegende dat de Ombudsman in 2017 acht strategische onderzoeken heeft geopend over onder meer de transparantie ten aanzien van lobbyactiviteiten in de Europese Raad, de verbetering van het Europees burgerinitiatief (EBI) en de regels inzake draaideurconstructies bij verschillende EU‑instellingen en ‑organen, en zes strategische onderzoeken heeft afgesloten;

K.  overwegende dat de EU nog steeds kampt met de grootste economische, sociale en politieke crisis sinds haar oprichting; overwegende dat de door de EU‑instellingen gevolgde ondoeltreffende aanpak van het gebrek aan transparantie in zowel het EU‑besluitvormingsproces als de lobbyactiviteiten, naast andere belangrijke ethische kwesties binnen de instellingen, het imago van de EU verder ondermijnt;

L.  overwegende dat het grootste deel van de onderzoeken van de Europese Ombudsman ook in 2017 weer de weigering van toegang tot EU‑documenten en daarmee verband houdende transparantiekwesties betrof;

M.  overwegende dat de Ombudsman vanwege het vaak tijdgevoelige karakter van verzoeken om toegang tot documenten met een proeffase voor een versnelde procedure is gestart;

N.  overwegende dat de Ombudsman een cruciale rol te vervullen heeft bij het waarborgen van verantwoordingsplicht van de EU‑instellingen en de volledige transparantie en onpartijdigheid van het besluitvormingsproces en het bestuur van de EU, teneinde de rechten van de burgers met succes te beschermen en daarmee hun vertrouwen in, hun betrokkenheid bij en deelname aan het democratisch leven van de Unie te vergroten;

O.  overwegende dat het Hof van Justitie heeft bepaald dat de beginselen van openbaarheid en transparantie inherent zijn aan het wetgevingsproces van de EU en dat de doeltreffendheid en integriteit van het wetgevingsproces geen afbreuk mogen doen aan de beginselen van openbaarheid en transparantie die aan dat proces ten grondslag liggen; overwegende dat het Hof van Justitie duidelijke richtsnoeren heeft verstrekt met betrekking tot deze kwestie, zoals in zijn arrest van 22 maart 2018 in zaak T‑540/15;

P.  overwegende dat de Ombudsman naar aanleiding van een klacht een jaar lang onderzoek heeft gedaan naar het lidmaatschap van de president van de ECB van de Groep van 30 (G30), een particuliere organisatie waarbij vertegenwoordigers van banken zijn aangesloten die onder direct of indirect toezicht van de ECB staan; overwegende dat de Ombudsman de president van de ECB heeft aanbevolen zijn lidmaatschap van de G30 op te zeggen;

Q.  overwegende dat de Ombudsman onderzoek heeft gedaan naar klachten over het beheer door de Commissie van de werkzaamheden van voormalige commissarissen na afloop van hun ambtstermijn; overwegende dat de Ombudsman reeds had vastgesteld dat het uitblijven van een specifiek besluit van de Commissie in het geval van voormalig voorzitter van de Commissie Barroso wanbeheer vormde; overwegende dat de ethische commissie in de zaak-Barroso concludeerde dat er onvoldoende bewijs was om een schending van de wettelijke verplichtingen vast te stellen, rekening houdend met de schriftelijke verklaring van de voormalig voorzitter dat hij niet namens Goldman Sachs had gelobbyd en dit ook niet van plan was;

R.  overwegende dat de financiële crisis heeft geleid tot een economische en sociale crisis als gevolg waarvan vraagtekens worden gesteld bij de Europese instellingen;

S.  overwegende dat er op 25 oktober 2017 een bijeenkomst plaatsvond tussen voormalig voorzitter van de Commissie Barroso en een huidige vicevoorzitter van de Commissie, die werd geregistreerd als een officiële bijeenkomst met Goldman Sachs; overwegende dat de Ombudsman erop heeft gewezen dat de precieze aard van deze bijeenkomst niet duidelijk was; overwegende dat de Ombudsman heeft benadrukt dat begrijpelijkerwijs wordt gevreesd dat de voormalig voorzitter zijn vorige status en zijn contacten met voormalige collega's gebruikt om invloed uit te oefenen en informatie te verkrijgen; overwegende dat deze zaak systematische vragen oproept over de algemene aanpak van de Commissie bij de behandeling van dergelijke zaken en de mate van onafhankelijkheid van de ethische commissie; wijst daarom op de noodzaak van strengere regels op EU‑niveau om alle belangenconflicten bij de instellingen in de instellingen en agentschappen van de EU te voorkomen en te bestraffen;

T.  overwegende dat de Ombudsman in maart 2017 een strategisch onderzoek heeft ingesteld naar de openheid en verantwoordingsplicht van de Raad; overwegende dat de Ombudsman het feit dat de Raad de identiteit van de lidstaten die in een bepaalde wetgevingsprocedure een standpunt innemen niet registreert, alsook het gebrek aan transparantie bij de Raad met betrekking tot de toegang van het publiek tot zijn wetgevingsdocumenten, zoals de praktijk om documenten onevenredig vaak te markeren als "LIMITE", d.w.z. niet voor verspreiding, heeft aangemerkt als wanbeheer; overwegende dat de Ombudsman op 17 mei 2018 een speciaal verslag heeft ingediend bij het Europees Parlement over zijn strategische onderzoek naar de verantwoording voor en de transparantie van de wetgevende werkzaamheden van de Raad;

U.  overwegende dat meer openheid over de standpunten die worden ingenomen door nationale regeringen ertoe kan bijdragen dat Brussel niet meer overal de schuld van krijgt, een fenomeen dat een verkeerd beeld geeft van hoe Europese regelgeving tot stand komt en euroscepticisme en anti‑Europese gevoelens in de hand werkt;

V.  overwegende dat de Ombudsman onderzoek heeft gedaan naar de mate waarin het transparantiebeleid van de EIB inzake de toegang tot documenten niet voldoet aan de EU- en internationale regels;

W.  overwegende dat het adequaat voorkomen van belangenconflicten binnen de instellingen, agentschappen en organen van de EU van essentieel belang is om goed bestuur te waarborgen en het vertrouwen van de burgers in de besluitvorming van de Unie te vergroten; overwegende dat de Ombudsman een strategisch onderzoek heeft ingesteld naar de manier waarop de Commissie beoordelingen verricht van belangenconflicten van haar speciale adviseurs, die dikwijls tegelijkertijd voor de particuliere sector werken;

X.  overwegende dat de Ombudsman onderzoek heeft gedaan naar klachten van burgers die stellen dat de Commissie geen tijdig besluit heeft genomen in inbreukzaken betreffende misbruik van arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd; overwegende dat het aantal atypische en tijdelijke arbeidsovereenkomsten in de loop der jaren aanzienlijk is toegenomen in diverse lidstaten, hetgeen de tenuitvoerlegging van het Europese arbeidsrecht en de jurisprudentie van het Hof van Justitie heeft bemoeilijkt;

Y.  overwegende dat de instellingen, organen en instanties van de EU bij het nemen van besluiten over de bescherming van de menselijke gezondheid en de veiligheid van mensen, dieren en planten een aanpak moeten volgen die met name gericht is op de burger en waarin dienstverlening centraal staat en adequaat moeten inspelen op de bezorgdheid van het publiek met betrekking tot volledige transparantie, onafhankelijkheid en accuraatheid bij het verzamelen en evalueren van wetenschappelijk bewijsmateriaal; overwegende dat de op EU-niveau gebruikte wetenschappelijke gegevens en procedures die hebben geleid tot de toelating van onder meer genetisch gemodificeerde organismen, pesticiden en glyfosaat, aanzienlijke kritiek hebben uitgelokt en een brede maatschappelijke discussie op gang hebben gebracht;

Z.  overwegende dat de Commissie de aanbevelingen van de Ombudsman over haar betrekkingen met de tabaksindustrie nog niet heeft toegepast en dus niet zorgt voor volledige transparantie overeenkomstig haar verplichtingen uit hoofde van het Kaderverdrag van de Wereldgezondheidsorganisatie voor de bestrijding van tabaksgebruik (WHO FCTC);

AA.  overwegende dat de Ombudsman duidelijke en praktische aanbevelingen heeft gepubliceerd over de wijze waarop overheidsfunctionarissen moeten omgaan met lobbyisten, en zich heeft ingespannen om deze aanbevelingen binnen de Raad en de Commissie onder de aandacht te brengen;

AB.  overwegende dat de Ombudsman deel uitmaakt van het EU‑kader voor het VN‑verdrag over de rechten van personen met een handicap (UNCPRD), dat de tenuitvoerlegging van het verdrag in kwestie op het niveau van de EU‑instellingen moet beschermen, bevorderen en bewaken;

AC.  overwegende dat de Ombudsman heeft onderzocht hoe Martin Selmayr, de toenmalige kabinetschef van de voorzitter van de Europese Commissie, werd benoemd tot secretaris-generaal van de Commissie; overwegende dat de Ombudsman heeft aangegeven dat de Commissie een kunstmatig gevoel van urgentie had gecreëerd rond de benoeming van een secretaris-generaal om het feit te rechtvaardigen dat zij geen kennisgeving van vacature had gepubliceerd en een selectieprocedure voor een adjunct-secretaris-generaal had georganiseerd, niet om die functie in te vullen, maar om de heer Selmayr secretaris-generaal te maken via een snelle benoeming in twee stappen; overwegende dat de Ombudsman bij de benoeming van de heer Selmayr vier gevallen van wanbeheer heeft vastgesteld, waarbij de Commissie de desbetreffende regels niet correct had gevolgd, niet naar de letter en niet naar de geest;

AD.  overwegende dat het werk van de Europese Ombudsman een perfecte aanvulling vormt op het werk van zijn nationale en regionale tegenhangers; overwegende dat de uitwisseling en coördinatie van hun respectieve werkzaamheden binnen het Europese netwerk van ombudsmannen onder leiding van de Europese Ombudsman een bijzonder goede zaak is om het recht op goed bestuur op alle niveaus te verzekeren voor alle burgers en inwoners van de Unie;

AE.  overwegende dat het huidige statuut van de Europese Ombudsman het laatst is bijgewerkt vóór de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon; overwegende dat er bij de EU‑burgers nieuwe verwachtingen zijn gerezen ten aanzien van goed bestuur en de rol van de Ombudsman in het verzekeren ervan, in het bijzonder met betrekking tot de toegang tot documenten, klokkenluiders en intimidatie, en het verzekeren van een eerlijke en onpartijdige behandeling van de ontvankelijkheid Europese burgerinitiatieven door de Commissie;

1.  hecht zijn goedkeuring aan het jaarverslag over 2017 dat de Europese Ombudsman heeft overgelegd; neemt nota van zijn heldere en gemakkelijk leesbare presentatie waarin de belangrijkste feiten en cijfers over de werkzaamheden van de Ombudsman in 2017 zijn uiteengezet;

2.  feliciteert Emily O'Reilly met haar uitstekende werk en constructieve inspanningen ter verbetering van de kwaliteit van het bestuur van de EU en de toegankelijkheid en kwaliteit van de diensten die zij de burgers biedt; spreekt nogmaals zijn duidelijke steun uit voor de inspanningen van de Europese Ombudsman voor de burgers en de Europese democratie;

3.  is ingenomen met de vijfjarenstrategie van de Ombudsman "Op weg naar 2019", die de impact en de zichtbaarheid van het ambt van de Ombudsman moet vergroten en sterke banden met de instellingen, agentschappen en organisaties van de EU moet helpen smeden, ten gunste van de burgers;

4.  merkt bezorgd op dat het grootste deel van de door de Ombudsman behandelde gevallen ook in 2017 weer onderzoeken in verband met transparantie en verantwoordingsplicht betrof, onder meer met betrekking tot de toegang tot informatie en documenten, gevolgd door klachten over EU‑agentschappen en andere organen;

5.  is ingenomen met de inspanningen van de Ombudsman om de prijs voor goed bestuur 2017 aan het personeel van de EU‑instellingen uit te reiken, met name het personeel van het DG Gezondheid en Voedselveiligheid van de Europese Commissie voor de inspanningen voor patiënten met zeldzame ziekten;

6.  benadrukt het belang van maximale transparantie en maximale toegang van het publiek tot de documenten die in het bezit zijn van de EU‑instellingen; wijst op de structurele werkzaamheden van de Ombudsman om gevallen van wanbeheer aan het licht te brengen door per geval een benadering te volgen en steeds vaker op eigen initiatief onderzoeken in te stellen;

7.  spreekt zijn dank uit voor de goede samenwerking van de Ombudsman en zijn team met de Commissie verzoekschriften, die in het teken staat van waardering en inhoudelijke nauwgezetheid;

8.  benadrukt het feit dat de EU-wetgeving inzake de toegang tot documenten moet worden bijgewerkt; vraagt nogmaals om een herziening van Verordening (EG) nr. 1049/2001 om ook de toetsingswerkzaamheden van de Ombudsman in verband met de verlening van toegang tot documenten door het Parlement, de Raad en de Commissie te vergemakkelijken; is ingenomen met de invoering door de Ombudsman van de versnelde klachtenprocedure voor de behandeling van onderzoeken inzake de toegang tot documenten;

9.  benadrukt dat de burgers meer rechtstreeks moeten kunnen deelnemen aan het democratisch bestel van de EU en besluitvormingsproces binnen de EU‑instellingen in detail moeten kunnen volgen, en toegang moeten hebben tot alle relevante informatie om hun democratische rechten ten volle te kunnen uitoefenen;

10.  benadrukt de rol van de Ombudsman in het vergroten van de transparantie en verantwoording in het wetgevingsproces van de EU om het vertrouwen van de burgers te vergroten, niet alleen ten aanzien van de rechtmatigheid van een op zichzelf staande handeling, maar ook ten aanzien van de legitimiteit van het besluitvormingsproces als geheel;

11.  verzoekt om herziening van de interne richtsnoeren van de Raad inzake LIMITE-documenten, die geen solide rechtsgrondslag hebben, teneinde het beginsel te handhaven dat de status van LIMITE alleen kan worden verleend aan een voorontwerp dat nog geen auteur heeft en geen invloed heeft op de wetgevingsprocedure;

12.  erkent dat er behoefte is aan maximale transparantie in het EU‑besluitvormingsproces en is verheugd over het onderzoek van de Ombudsman naar de gebruikelijke praktijk van informele onderhandelingen tussen de drie belangrijkste EU‑instellingen ("trialogen"); steunt de publicatie van alle trialoogdocumenten in overeenstemming met de arresten van het Hof van Justitie;

13.  is er ten zeerste van overtuigd dat de aanbevelingen van de Ombudsman over het transparantiebeleid van de EIB onverwijld moeten worden uitgevoerd; verzoekt de EIB onmiddellijk te beginnen met het wegnemen van het vermoeden van niet-openbaarmaking van gegevens en documenten die zijn verzameld tijdens audits, inspecties en onderzoeken, met inbegrip van die welke tijdens en na fraude- en corruptiezaken zijn gestart;

14.  verzoekt de EIB-groep in haar openbaarmakingsbeleid te zorgen voor een steeds grotere mate van transparantie met betrekking tot de beginselen van haar prijsbeleid en bestuursorganen; roept op tot publicatie van de notulen van de vergaderingen van de directie van de EIB-groep;

15.  benadrukt dat de standpunten die de lidstaten tijdens het EU-wetgevingsproces innemen binnen de Raad, moeten worden geregistreerd en tijdig en op toegankelijke wijze openbaar moeten worden gemaakt, aangezien de medewetgevers, zoals in elk stelsel dat gebaseerd is op het beginsel van democratische legitimiteit, zich jegens het publiek moeten verantwoorden voor hun handelingen; is van mening dat een grotere verantwoordingsplicht in de Raad over de standpunten van de nationale regeringen met betrekking tot EU‑wetgeving, met inbegrip van het proactief toegankelijk maken van wetgevingsdocumenten voor het publiek terwijl het wetgevingsproces nog gaande is, ertoe zou bijdragen het gebrek aan transparantie in de besluitvorming aan te pakken en het gebruik om Brussel de schuld te geven voor besluiten die uiteindelijk door de nationale regeringen zelf worden genomen, de wind uit de zeilen te halen; eist dat de Raad overeenkomstig artikel 15, lid 3, VWEU zijn vertrouwelijkheidsbeleid herziet om voor een zo groot mogelijke transparantie van zijn werkzaamheden te zorgen;

16.  verzoekt de Commissie te zorgen voor maximale transparantie en toegang tot documenten en informatie met betrekking tot de EU‑pilotprocedures, in ieder geval in verband met ontvangen verzoekschriften, en voor volledige transparantie en volledige toegang met betrekking tot de EU-pilot- en inbreukprocedures die reeds zijn beëindigd;

17.  dringt er bij de Ombudsman op aan de uitvoering van de hervorming van het systeem van deskundigengroepen door de Commissie te blijven monitoren, teneinde de volledige naleving van wettelijk bindende regels en maximale transparantie bij de uitvoering van de activiteiten van alle deskundigengroepen te waarborgen, en mogelijke belangenconflicten te onderzoeken en te melden; is van mening dat een zorgvuldige beoordeling van en informatie over alle deskundigengroepen noodzakelijk is om inzicht te krijgen in hun onafhankelijkheid, teneinde het openbaar belang te dienen en meerwaarde te creëren in het beleidsvormingsproces van de EU; is van mening dat alle leden van deskundigengroepen in het transparantieregister moeten worden geregistreerd;

18.  herhaalt zijn verzoek om een centrale transparantiehub voor alle EU-instellingen en ‑agentschappen;

19.  steunt de inspanningen van de Ombudsman ter verbetering van de transparantie van lobbyactiviteiten op EU-niveau; benadrukt het belang een passende wetgevingshandeling aan te nemen om het transparantieregister van de EU verplicht te stellen en juridisch bindend te maken voor alle instellingen en agentschappen van de EU en belangenvertegenwoordigers, om te zorgen voor volledige transparantie van lobbyactiviteiten;

20.  benadrukt het belang van regelmatige actualisering en aanzienlijke verbetering van de nauwkeurigheid van de gegevens betreffende het transparantieregister van de EU, met inbegrip van de verplichting voor advocatenkantoren die lobbywerk verrichten om al hun cliënten aan te geven; benadrukt dat alle informatie over de invloed van lobbyisten kosteloos, volledig begrijpelijk en gemakkelijk toegankelijk voor het publiek moet zijn; is van mening dat moet worden gezorgd voor volledige transparantie van de financiering van alle belangenvertegenwoordigers; dringt erop aan dat elke organisatie die de regels inzake draaideurconstructies overtreedt, wordt geschorst van het transparantieregister;

21.  wijst op de bevindingen van de Ombudsman waarin de voortzetting van het G30-lidmaatschap van de president van de ECB als wanbeheer is aangemerkt aangezien dit aanleiding gaf tot een publieke perceptie dat de onafhankelijkheid van de ECB van particuliere financiële belangen in het gedrang kan komen; benadrukt dat de leden van de raad van bestuur van het ECB niet tegelijk lid mogen zijn van fora of andere organisaties waarin ook bestuurders van door de ECB gecontroleerde banken zitting hebben; neemt kennis van de aanbevelingen van de Ombudsman van 15 januari 2018 over de betrokkenheid van de president van de ECB en leden van haar besluitvormende organen bij de G30 en dringt er bij de ECB op aan de relevante regels te wijzigen om ervoor te zorgen dat de hoogste normen op het gebied van ethiek en verantwoordingsplicht concreet worden uitgevoerd;

22.  is van mening dat de Commissie in de procedure om Martin Selmayr tot haar nieuwe secretaris-generaal te benoemen de beginselen van transparantie, ethiek en de rechtsstaat niet heeft geëerbiedigd; betreurt het besluit van de Commissie om de heer Selmayr toch aan te stellen als haar nieuwe secretaris-generaal, ondanks de ernstige, wijdverbreide kritiek van EU-burgers en de reputatieschade voor de gehele EU; onderstreept dat de heer Selmayr moet aftreden als secretaris-generaal van de Commissie en verzoekt de Commissie om voor de benoeming van haar secretaris-generaal een nieuwe procedure vast te stellen, die waarborgt dat de hoogste normen van transparantie, ethiek en de rechtsstaat worden toegepast;

23.  verzoekt de Ombudsman zich ervoor te blijven inzetten dat de ethische regels binnen de EU‑instellingen worden versterkt teneinde draaideurkwesties op te lossen en volledige transparantie over alle hiermee samenhangende informatie te waarborgen, waaronder de snelle bekendmaking van de namen van alle betrokken hooggeplaatste EU‑ambtenaren; ziet uit naar de analyse van de Ombudsman over de wijze waarop de Commissie haar richtsnoeren ten uitvoer legt en naar voorstellen om de aanpak van draaideurgevallen te verbeteren, onder meer door te voorzien in de mogelijkheid om wettelijke voorschriften aan te nemen teneinde dergelijke situaties en mogelijk misbruik te voorkomen en te bestraffen;

24.  is er van overtuigd dat in alle EU‑instellingen, ‑agentschappen en ‑organen strengere, duidelijkere en gemakkelijk toepasbare morele en ethische regels en normen moeten worden toegepast om ervoor te zorgen dat de plicht om eerlijkheid en kiesheid te betrachten wordt geëerbiedigd en belangenconflicten met de particuliere sector worden vermeden; is van mening dat die regels en normen gebaseerd moeten zijn op een wetgevingshandeling; neemt kennis van de bijgewerkte gedragscode voor leden van de Commissie die in februari 2018 van kracht is geworden en waarbij striktere afkoelingsperiodes zijn ingevoerd; is echter van mening dat de kennisgevingsperiodes na afloop van de ambtstermijn moeten worden verlengd;

25.  wijst op de dringende noodzaak van een effectieve opwaardering van de huidige code van goed administratief gedrag door een bindende verordening hierover vast te stellen;

26.  is van mening dat de bijeenkomst tussen voormalig voorzitter van de Commissie Barroso en een huidige vicevoorzitter van de Commissie, die als officiële bijeenkomst met Goldman Sachs werd geregistreerd, verder heeft aangetoond dat de huidige regels en praktijken dringend moeten worden herzien om de integriteitsvereisten voor commissarissen zowel tijdens als na hun mandaat te versterken;

27.  herhaalt zijn verzoek aan de Commissie om te zorgen voor proactieve publicatie en volledige transparantie met betrekking tot de werkzaamheden van voormalige leden van de Commissie na hun ambtstermijn; verzoekt de Commissie ervoor te zorgen dat de ethische commissie geheel onafhankelijk is en volledige rekenschap aflegt en moedigt de Ombudsman aan door te gaan met de beoordeling van en verslaggeving over mogelijke belangenconflicten van de leden van de ethische commissie;

28.  feliciteert de Ombudsman met zijn strategisch onderzoek naar de transparantie van het wetgevingsproces in de Raad (OI/2/2017/TE) en betreurt het dat de Raad niet binnen de gestelde termijn op de bevindingen heeft gereageerd; merkt op dat dit helaas een terugkerend thema is dat voortdurend onder de aandacht wordt gebracht in bij de Ombudsman ingediende klachten; is voorts van mening dat deze aangelegenheid als erg belangrijk moet worden beschouwd voor het democratisch bestel van de Unie en de effectieve deelname van burgers op het gehele continent, aangezien de naleving van de constitutionele verdragen en het Handvest van de grondrechten hierdoor wordt belemmerd; neemt kennis in dit verband van de bevindingen van de Ombudsman in een recente zaak (1272/2017/LP – de weigering van de Raad om het publiek toegang te geven tot het advies van de Juridische Dienst inzake een interinstitutioneel akkoord over het transparantieregister) waarin wordt gesuggereerd dat de kwestie een bedreiging vormt voor het beginsel van institutioneel evenwicht en de essentiële praktijk van de wederzijdse loyale samenwerking in het gedrang brengt; wijst erop dat het onmogelijk is om na de afwijzing van een verzoek achteraf en op ad‑hocbasis een controle uit te voeren;

29.  onderstreept dat er belangrijke verbeteringen moeten worden aangebracht in de regels inzake belangenconflicten voor speciale adviseurs; verzoekt de Commissie met name om de aanbevelingen in de verband van de Ombudsman volledig uit te voeren door maximale transparantie te betrachten en een proactieve aanpak te volgen bij de beoordeling van mogelijke belangenconflicten vóór en na de benoeming van speciale adviseurs, en ervoor te zorgen dat burgers volledige toegang hebben tot alle relevante informatie;

30.  looft de niet‑aflatende interesse van de Ombudsman voor kwesties die het personeel van de instellingen aanbelangen en onderstreept dat de discriminatie die kan voortvloeien uit een gedifferentieerd statuut moet worden beperkt; wijst nogmaals op het belang van de bevindingen van de Ombudsman inzake onbezoldigde stagiairs in EU-delegaties van de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO) (zaak 454/2014/PMC) en de aanbeveling dat de EDEO zijn stagiairs een passende vergoeding moet betalen op basis van het beginsel van non‑discriminatie; betreurt het dat de andere instellingen van de EU dezelfde wanpraktijk van onbetaalde stages volgen waardoor jongeren geen eerlijke kansen krijgen of banen die gelijk zijn aan die van een werknemer, als gevolg waarvan jonge vakmensen niet over voldoende financiële middelen beschikken om zichzelf te onderhouden en onvoldoende betaald krijgen voor hun diensten; merkt op dat ook in andere gebieden tekortkomingen in het statuut van stagiairs worden gesignaleerd, zoals het ontbreken van mechanismen om seksuele intimidatie te melden in de agentschappen van de Unie; verzoekt de Ombudsman derhalve om een algemeen strategisch onderzoek te starten naar het statuut van stagiairs;

31.  verzoekt de Commissie met klem haar werkzaamheden volledig transparant te maken door online gegevens te publiceren over al haar bijeenkomsten met tabakslobbyisten of hun wettelijke vertegenwoordigers en alle notulen van die bijeenkomsten, zulks overeenkomstig de verplichtingen uit hoofde van het Kaderverdrag van de WHO voor de bestrijding van tabaksgebruik;

32.  dringt er bij de Ombudsman op aan toezicht te houden op de uitvoering van de aanbevelingen voor EU‑ambtenaren over hun contacten met belangenvertegenwoordigers, en deze aanbevelingen onder de aandacht te blijven brengen bij het EU‑personeel van alle EU‑instellingen via opleidingen, seminars en aanverwante ondersteunende maatregelen;

33.  betreurt ten zeerste de vertraging die de Commissie heeft opgelopen in verband met inbreukprocedures inzake misbruik van arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd in de particuliere en de publieke sector, waardoor het misbruik en de schending van de rechten van werknemers in de lidstaten zijn blijven voortduren; verzoekt de Ombudsman deze kwestie te volgen teneinde de rechten van de burgers doeltreffend te beschermen;

34.  steunt de rol van de Ombudsman in de vormgeving van een proactief en transparant beleid bij alle EU‑agentschappen; dringt er bij de Ombudsman op aan toezicht te blijven houden op alle EU‑agentschappen om ervoor te zorgen dat zij voldoen aan de hoogste normen op het gebied van transparantie en het publiek toegang tot documenten en informatie verschaffen, met bijzondere aandacht voor procedures en activiteiten met betrekking tot de bescherming van de menselijke gezondheid;

35.  dringt er bij de Ombudsman op aan een strategisch onderzoek in te stellen om na te gaan of de instellingen, organen en instanties van de EU, zoals het Europees Agentschap voor chemische stoffen (ECHA), de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) en het EMA, ervoor zorgen dat het verzamelen, onderzoeken en publiceren van wetenschappelijk bewijs op volledig onafhankelijke, transparante, onpartijdige en accurate wijze en zonder belangenconflicten verloopt, en of het juiste beleid en de juiste procedurele waarborgen zijn ingevoerd, met name wanneer het gaat om ggo's, glyfosaat, pesticiden, fytosanitaire producten, biociden en geneesmiddelen; stelt in dat verband voor de samenstelling en selectieprocedures van de wetenschappelijke comités en panels van deze agentschappen nader te onderzoeken teneinde hun volledige onafhankelijkheid te waarborgen en te voorzien in de meest strikte mechanismen om mogelijke belangenconflicten te voorkomen;

36.  is ingenomen met het strategisch onderzoek van de Ombudsman naar de behandeling van personen met een handicap in het kader van het Gemeenschappelijk stelsel van ziektekostenverzekering van de Commissie en naar de toegankelijkheid van de webpagina's en online-instrumenten van de Commissie voor personen met een handicap; moedigt de Ombudsman aan alles in het werk te stellen om te zorgen voor de volledige en consequente tenuitvoerlegging van het VN‑Verdrag betreffende de rechten van personen met een handicap door de EU‑administratie;

37.  is ingenomen met de inzet van de Ombudsman voor openheid en transparantie gedurende de brexitonderhandelingen; wijst op de positieve reactie die de Europese Ombudsman heeft ontvangen van zowel de Raad als de Commissie, die het belang van transparantie erkennen; verzoekt de Britse regering om dezelfde inzet te tonen;

38.  moedigt de Ombudsman aan de samenwerking met de nationale ombudsmannen via het Europees Netwerk van ombudsmannen voort te zetten;

39.  verzoekt het Europees Netwerk van nationale ombudsmannen meer waakzaamheid aan de dag te leggen bij het monitoren in hoeverre overheidsinstanties onmiddellijk handelen in gevallen van politiegeweld, racisme en antisemitisme en de mensenrechten en het democratisch bestuur in acht nemen;

40.  verzoekt om meer financiële en personele middelen beschikbaar te stellen aan het bureau van de Ombudsman zodat deze beter het hoofd kan bieden aan de huidige en toekomstige werklast in verband met zijn cruciale taak om goede administratieve praktijken binnen de EU te bevorderen, een dienst die van vitaal belang is voor de burgers van de Unie;

41.  is ingenomen met de jaarlijkse conferentie van het Europese netwerk van ombudsmannen in juni 2017, die gewijd was aan de gevolgen van de brexit en van het toenemende "populisme" in Europa voor de burgerrechten;

42.  is ingenomen met de prijs voor goed bestuur van de Ombudsman, die de inspanningen erkent van het Europese ambtenarenapparaat om innovatieve manieren voor het voeren van een burgervriendelijk beleid te vinden;

43.  toont zich nogmaals bereid om het statuut van de Europese Ombudsman(2) en alle verwante delen van het acquis bij te werken, teneinde de rol van de Ombudsman aan te passen aan de huidige behoeften en verwachtingen van de EU-burgers ten aanzien van goed bestuur;

44.  benadrukt dat het noodzakelijk is de sociale dialoog te versterken;

45.  benadrukt dat in het licht van de huidige moeilijke economische situatie het van het allergrootste belang is dat de burgers vertrouwen hebben in de instellingen;

46.  benadrukt dat de Ombudsman het belangenconflict moet onderzoeken tussen de rol van de Commissie in de Trojka en haar verantwoordelijkheid als hoedster van de Verdragen en het acquis;

47.  vraagt de Ombudsman ervoor te zorgen dat de Commissie helpt bij het tot stand brengen van een infrastructuur voor het EBI, dat voorziet in juridisch advies en een juridisch kader ter bescherming de deelnemers;

48.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie en het verslag van de Commissie verzoekschriften te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de Europese Ombudsman, de regeringen en parlementen van de lidstaten en de ombudsmannen of soortgelijke organen in de lidstaten.

(1)

PB L 113 van 4.5.1994, blz. 15.

(2)

Ontwerpbesluit van het Europees Parlement aangenomen op 22 april 2008 tot wijziging van zijn Besluit 94/262/EGKS, EG, Euratom van 9 maart 1994 inzake het statuut van de Europese ombudsman en de algemene voorwaarden voor de uitoefening van zijn ambt (PB C 259 E van 29.10.2009, blz. 116).


TOELICHTING

Het jaarverslag over de werkzaamheden van de Europese Ombudsman in 2017 werd officieel aangeboden aan de Voorzitter van het Europees Parlement op 22 mei 2018 en de Ombudsman, Emily O'Reilly, heeft het verslag op 16 mei 2018 te Brussel voorgelegd aan de Commissie verzoekschriften.

Het mandaat van de Ombudsman is verankerd in de artikelen 24 en 228 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU).

Artikel 24 VWEU en artikel 43 van het Handvest van de grondrechten van de EU voorzien in het recht om een klacht in te dienen bij de Europese Ombudsman.

Overeenkomstig artikel 228 VWEU is de Europese Ombudsman, die door het Europees Parlement wordt benoemd, bevoegd om kennis te nemen van klachten van burgers van de Unie, of van natuurlijke of rechtspersonen met verblijfplaats of statutaire zetel in een lidstaat, over gevallen van wanbeheer bij het optreden van de instellingen, organen en instanties van de Unie, met uitzondering van het Hof van Justitie van de Europese Unie bij de uitoefening van zijn gerechtelijke taak.

Wanbeheer betekent slecht of falend bestuur. Hiervan is sprake als een instelling zich niet aan de wet houdt, de beginselen van behoorlijk bestuur niet eerbiedigt of de mensenrechten schendt.

Een belangrijk aspect van de huidige versie van de Verdragen, dat strikt verband houdt met de activiteiten van de Ombudsman, is opgenomen in artikel 15 VWEU. In artikel 15 VWEU staat namelijk dat de instellingen, organen en instanties van de Unie in een zo groot mogelijke openheid moeten werken om goed bestuur te bevorderen en de deelname van het maatschappelijk middenveld te waarborgen. Daarnaast bepaalt het dat iedere burger van de Unie en iedere natuurlijke of rechtspersoon met verblijfplaats of statutaire zetel in een lidstaat een recht van toegang moet hebben tot documenten van de instellingen, organen en instanties van de Unie.

Een andere hoeksteen, die in het bijzonder verband houdt met de rol van de Ombudsman, is artikel 41, lid 1, van het Handvest van de grondrechten van de EU, waarin wordt onderstreept dat "eenieder [...] er recht op [heeft] dat zijn zaken onpartijdig, billijk en binnen een redelijke termijn door de instellingen, organen en instanties van de Unie worden behandeld".

In 2017 hebben 15 837 burgers de diensten van de Ombudsman om hulp gevraagd, van wie 12 521 advies hebben gekregen middels de interactieve gids op de website van de Ombudsman. Van de resterende gevallen zijn 1 135 naar elders doorgestuurd voor nadere informatie en 2 181 door de Ombudsman behandeld als klacht.

Van de totale hoeveelheid van 2 181 klachten die de Ombudsman in 2017 heeft verwerkt, vielen 751 binnen het bereik van de taakomschrijving van de Ombudsman en 1 430 daarbuiten.

In 2017 opende de Ombudsman 447 onderzoeken, waarvan 433 uitgingen van een klacht en 14 werden verricht op eigen initiatief. Er werden 363 onderzoeken afgesloten (waarvan 348 op basis van een klacht en 15 op eigen initiatief). De meeste klachten hadden betrekking hadden op de Commissie (256 onderzoeken of 57,3 %), gevolgd door de EU-agentschappen (35 onderzoeken of 7,8 %), het Europees Bureau voor personeelsselectie (EPSO) (34 onderzoeken of 7,6 %), het Europees Parlement (22 onderzoeken of 4,9 %), de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO) (17 onderzoeken of 3,8 %), het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) (16 onderzoeken of 3,6 %) en overige instellingen (67 onderzoeken of 15,0 %).

De top drie van zorgen in de door de Ombudsman in 2017 afgesloten onderzoeken had betrekking op: transparantie, verantwoordingsplicht en publieke toegang tot informatie en documenten (20,6 %), de cultuur van dienstverlening (16,8 %) en eerbiediging van procedurele rechten (16,5 %). Overige kwesties zijn onder meer ethische kwesties, inspraak van het publiek in het EU-besluitvormingsproces, eerbiediging van de grondrechten, het juiste gebruik van beoordelingsbevoegdheid met inbegrip van inbreukprocedures, gezond financieel beheer van EU-aanbestedingen, -subsidies en -contracten, aanwerving en goed beheer van kwesties met betrekking tot EU-personeel.

De rapporteur waardeert het dat de door de Ombudsman gevolgde strategie, gericht op een betere zichtbaarheid van haar ambt, geleid heeft tot een toename van het totale aantal in 2017 behandelde klachten, van 1 880 tot 2 184, en een toename van het aantal binnen het mandaat van de Ombudsman ontvangen klachten, van 711 tot 751.

De diensten van de Ombudsman hebben middels strategische werkzaamheden in 2017 vier strategische onderzoeken afgesloten en vier nieuwe onderzoeken geopend over de transparantie van de Raad, draaideurconstructies met betrekking tot voormalige Europese commissarissen, de toegankelijkheid van de websites van de Commissie voor personen met een handicap en de activiteiten voorafgaand aan de indiening van een verzoek in verband met de beoordeling van geneesmiddelen door het EMA. De Ombudsman heeft eveneens acht strategische onderzoeken geopend over onder meer de transparantie ten aanzien van lobbyactiviteiten in de Europese Raad, de verbetering van het EBI en de regels inzake draaideurconstructies bij verschillende EU-instellingen en -organen, en zes strategische onderzoeken afgesloten.

De rapporteur merkt bezorgd op dat het grootste deel van de door de Ombudsman behandelde gevallen ook in 2017 weer onderzoeken in verband met transparantie en verantwoordingsplicht betrof, met inbegrip van onderzoeken betreffende de toegang tot informatie en documenten.

De rapporteur benadrukt dat de EU nog altijd kampt met de grootste economische, sociale en politieke crisis sinds haar oprichting. Alle instellingen, organen en instanties van de EU zouden zich verplicht moeten voelen volledige transparantie en de hoogste normen op het gebied van ethiek en verantwoordingsplicht te waarborgen.

Volgens de rapporteur draagt de tot nu toe door de EU-instellingen gevolgde ondoeltreffende aanpak van het gebrek aan transparantie in zowel het EU-besluitvormingsproces als de lobbyactiviteiten en andere belangrijke ethische kwesties binnen de instellingen er helaas toe bij dat het imago van de EU verder wordt ondermijnd en de teleurstelling en ontevredenheid van de burgers toenemen.

In dit verband herinnert de rapporteur eraan dat de EU er nog steeds niet in is geslaagd een verplicht en juridisch bindend EU-transparantieregister op te stellen om te zorgen voor volledige transparantie van de lobbyactiviteiten voor alle instellingen en agentschappen van de EU en derde partijen. Daarnaast benadrukt de rapporteur dat de EU-wetgeving inzake de toegang tot documenten ernstig verouderd is. Verordening (EG) nr. 1049/2001 sluit in feite niet meer aan bij de huidige juridische situatie en de institutionele praktijken die door de instellingen, organen en instanties van de EU ten uitvoer worden gelegd.

De rapporteur acht het ook passend om twee van de opvallendste ethische kwesties te noemen die in 2017 speelden.

De eerste is de bijeenkomst op 25 oktober 2017 tussen voormalig voorzitter van de Commissie Barroso en een huidige vicevoorzitter van de Commissie, die werd geregistreerd als officiële bijeenkomst met Goldman Sachs, waarover de Ombudsman opmerkte dat de precieze aard ervan niet duidelijk was en dat begrijpelijkerwijs wordt gevreesd dat de voormalig voorzitter zijn vorige status en zijn contacten met voormalige collega's gebruikt om invloed uit te oefenen en informatie te verkrijgen.

De tweede is het voortgezette lidmaatschap van de president van de ECB van de Groep van 30 (G30), een particuliere organisatie waarbij vertegenwoordigers van banken zijn aangesloten die onder direct of indirect toezicht van de ECB staan, ondanks de aanbeveling van de Ombudsman om zijn lidmaatschap op te zeggen.

De rapporteur benadrukt dat zowel de "zaak-Barroso" als het voortgezette G30-lidmaatschap van de president van de ECB verder hebben aangetoond dat in alle EU-instellingen dringend strengere morele en ethische regels en normen moeten worden toegepast om ervoor te zorgen dat de plicht om eerlijkheid en kiesheid te betrachten en de volledige onafhankelijkheid ten opzichte van de particuliere sector worden geëerbiedigd.

De rapporteur wil er tevens nogmaals op wijzen dat de Ombudsman het feit dat de Raad de identiteit van de lidstaten die in een bepaalde wetgevingsprocedure een standpunt innemen niet registreert, alsook het gebrek aan transparantie bij de Raad met betrekking tot de toegang van het publiek tot zijn wetgevingsdocumenten, heeft aangemerkt als wanbeheer.

De rapporteur herinnert eraan dat het Hof van Justitie van de EU (HvJ) heeft bepaald dat de beginselen van openbaarheid en transparantie inherent zijn aan het EU-wetgevingsproces en dat de burgers het besluitvormingsproces binnen de EU-instellingen in detail moeten kunnen volgen en toegang moeten hebben tot alle relevante informatie om hun democratische rechten ten volle te kunnen uitoefenen.

De rapporteur onderstreept daarom de noodzaak van volledige transparantie van het EU‑besluitvormingsproces, aangezien in een stelsel dat gebaseerd is op het beginsel van democratische legitimiteit alle instellingen zich jegens het publiek volledig moeten verantwoorden voor hun handelingen.

De rapporteur is van mening dat de Ombudsman een cruciale rol vervult bij het waarborgen van volledige transparantie en onpartijdigheid van de besluitvormingsprocessen en het bestuur van de EU, teneinde de rechten van de burgers effectief te beschermen, en is verheugd over het onderzoek van de Ombudsman naar de informele onderhandelingen tussen de drie belangrijkste EU-instellingen ("trialogen").

In de loop van 2017 benadrukte de Ombudsman in een specifiek geval dat zij kan nagaan of wetenschappelijke organen van de EU over de nodige procedurele waarborgen beschikken om ervoor te zorgen dat de verstrekte wetenschappelijke adviezen zo volledig en onafhankelijk mogelijk zijn en of deze waarborgen in een bepaalde procedure correct zijn toegepast.

In dit verband herinnert de rapporteur eraan dat de op EU-niveau gebruikte wetenschappelijke gegevens en procedures die hebben geleid tot de toelating van onder meer genetisch gemodificeerde organismen, pesticiden en glyfosaat, aanzienlijke kritiek en een brede maatschappelijke discussie hebben uitgelokt. De rapporteur verzoekt de Ombudsman daarom een strategisch onderzoek in te stellen om na te gaan of de instellingen, organen en instanties van de EU, zoals het ECHA, de EFSA en het EMA, ervoor zorgen dat het verzamelen en onderzoeken van wetenschappelijk bewijs op volledig onafhankelijke, transparante en accurate wijze en zonder belangenconflicten verloopt, en of het juiste beleid en de juiste procedurele waarborgen zijn ingevoerd.


INFORMATIE OVER DE GOEDKEURING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

21.11.2018

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

26

0

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Margrete Auken, Beatriz Becerra Basterrechea, Andrea Cozzolino, Pál Csáky, Miriam Dalli, Rosa Estaràs Ferragut, Eleonora Evi, Takis Hadjigeorgiou, Peter Jahr, Rikke-Louise Karlsson, Svetoslav Hristov Malinov, Lukas Mandl, Notis Marias, Ana Miranda, Miroslavs Mitrofanovs, Gabriele Preuß, Eleni Theocharous, Cecilia Wikström

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Rosa D’Amato, Urszula Krupa, Kostadinka Kuneva, Julia Pitera, Ángela Vallina

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Asim Ademov, Adam Szejnfeld, Mihai Ţurcanu


HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

26

+

ALDE

ECR

EFDD

GUE/NGL

NI

PPE

S&D

Verts/ALE

Beatriz Becerra Basterrechea, Cecilia Wikström

Urszula Krupa, Notis Marias, Eleni Theocharous

Rosa D'Amato, Eleonora Evi

Takis Hadjigeorgiou, Kostadinka Kuneva, Ángela Vallina

Rikke-Louise Karlsson

Asim Ademov, Pál Csáky, Rosa Estaràs Ferragut, Peter Jahr, Svetoslav Hristov Malinov, Lukas Mandl, Julia Pitera, Adam Szejnfeld, Mihai Ţurcanu

Andrea Cozzolino, Miriam Dalli, Gabriele Preuß

Margrete Auken, Ana Miranda, Miroslavs Mitrofanovs

0

-

0

0

0

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding

Laatst bijgewerkt op: 6 december 2018Juridische mededeling