Procedure : 2018/0254(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0412/2018

Ingediende teksten :

A8-0412/2018

Debatten :

PV 11/12/2018 - 22
CRE 11/12/2018 - 22
PV 17/04/2019 - 23
CRE 17/04/2019 - 23

Stemmingen :

PV 12/12/2018 - 19.1
CRE 12/12/2018 - 19.1
PV 18/04/2019 - 10.10
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0516
P8_TA(2019)0430

VERSLAG     ***I
PDF 1236kWORD 214k
28.11.2018
PE 625.510v02-00 A8-0412/2018

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot oprichting van het Europees Defensiefonds

(COM(2018)0476 – C8-0268/2018 – 2018/0254(COD))

Commissie industrie, onderzoek en energie

Rapporteur: Zdzisław Krasnodębski

Rapporteur voor advies (*):

David McAllister, Commissie buitenlandse zaken

(*) Procedure met medeverantwoordelijke commissies – Artikel 54 van het Reglement

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot oprichting van het Europees Defensiefonds

(COM(2018)0476 – C8-0268/2018 – 2018/0254(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2018)0476),

–  gezien artikel 294, lid 2, artikel 173, lid 3, artikel 182, lid 4, artikel 183 en artikel 188, tweede alinea, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C8-0268/2018),

–  gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien artikel 59 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie industrie, onderzoek en energie en de adviezen van de Commissie buitenlandse zaken, de Begrotingscommissie en de Commissie interne markt en consumentenbescherming (A8-0412/2018),

1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.  verzoekt de Commissie om hernieuwde voorlegging aan het Parlement indien zij haar voorstel vervangt, ingrijpend wijzigt of voornemens is het ingrijpend te wijzigen;

3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

Amendement    1

AMENDEMENTEN VAN HET EUROPEES PARLEMENT(1)*

op het voorstel van de Commissie

---------------------------------------------------------

xx

2018/0254 (COD)

Voorstel voor een

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

tot oprichting van het Europees Defensiefonds

(Voor de EER relevante tekst)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 173, lid 3, artikel 182, lid 4, artikel 183 en artikel 188, tweede alinea,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité,

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure,

Overwegende hetgeen volgt:

(-1 bis)  Defensie is een duidelijk voorbeeld van hoe meer effectiviteit kan worden bereikt door een aantal momenteel door de lidstaten uitgeoefende bevoegdheden en uitgevoerde acties en de daarmee corresponderende kredieten naar het Europese niveau over te hevelen, resulterend in een demonstratie van de Europese meerwaarde en in een beperking van de algehele last van overheidsuitgaven in de Unie.

(-1 ter)  De geopolitieke context van de Unie is de voorbije tien jaar drastisch veranderd. De situatie in de aangrenzende regio’s van Europa is instabiel en de Unie wordt geconfronteerd met een complexe en veeleisende omgeving waarin nieuwe dreigingen, zoals hybride en cyberaanvallen, in opmars zijn en traditioneler uitdagingen weer de kop opsteken. In deze context zijn de Europese burgers en hun politieke leiders het erover eens dat er meer gezamenlijk moet worden ondernomen op het gebied van defensie. 75 % van de Europeanen steunt een gemeenschappelijk defensie- en veiligheidsbeleid. In de Verklaring van Rome van 25 maart 2017 hebben de leiders van 27 lidstaten en van de Europese Raad, het Europees Parlement en de Commissie aangekondigd dat de Unie voornemens is haar gemeenschappelijke veiligheid en defensie te versterken en een meer concurrerende en geïntegreerde defensie-industrie te bevorderen.

(1)  In haar mededeling van 30 november 2016 over het op 30 november 2016 vastgestelde Europees defensieactieplan heeft de Commissie zich ertoe verbonden de gezamenlijke inspanningen van de lidstaten bij de ontwikkeling van technologische en industriële defensievermogens aan te vullen, te bevorderen en te consolideren om een antwoord te bieden op uitdagingen inzake veiligheid en om het concurrentievermogen, de innovatieve capaciteit en de efficiëntie van de Europese defensie-industrie te ondersteunen en een meer geïntegreerde defensiemarkt in Europa tot stand te brengen. Zij stelde met name voor een Europees Defensiefonds (het "fonds") op te richten om investeringen in gezamenlijk onderzoek en de gezamenlijke ontwikkeling van defensieproducten en -technologieën te ondersteunen en zo synergieën en kosteneffectiviteit te bevorderen, en om de gezamenlijke aankoop en het gezamenlijke onderhoud van defensie-uitrusting door de lidstaten te bevorderen. Het fonds zou een aanvulling vormen op de nationale financiering die reeds daartoe wordt gebruikt en moet lidstaten stimuleren om grensoverschrijdend samen te werken en meer te investeren in defensie. Uit het fonds zou steun worden verleend voor samenwerking tijdens de gehele cyclus van defensieproducten en -technologieën.

(1 bis)  De Commissie heeft op 7 juni 2017 een mededeling aangenomen tot oprichting van het Europees Defensiefonds. Hierin werd een aanpak in twee fasen voorgesteld: allereerst zijn er, voor het testen van de aanpak, initiële middelen voor zowel onderzoek als ontwikkeling beschikbaar gesteld in het kader van het meerjarig financieel kader 2014-2020 ("het MFK") met de aanneming van Verordening (EU) nr. 2018/1092 van het Europees Parlement en de Raad2; ten tweede zou er, in het kader van het MFK 2021-2027, een specifiek fonds worden opgezet met meer financiering voor gezamenlijk onderzoek naar innovatieve defensieproducten en -technologieën en voor de volgende fasen in de ontwikkelingscyclus, waaronder de ontwikkeling van prototypen. Er moet een consequente en samenhangende aanpak tussen die twee stappen bestaan.

(1 ter)  De defensiesector gekenmerkt zich door toenemende kosten van defensiematerieel en door hoge kosten van onderzoek en ontwikkeling (O&O), die de opzet van nieuwe defensieprogramma's belemmeren en rechtstreekse gevolgen hebben voor het concurrentie- en innovatievermogen van de industrie van de Unie. Vanwege de kostenstijgingen, de omvang van de eenmalige O&O-uitgaven en de kleine series die op nationaal niveau kunnen worden aangekocht, bevindt de ontwikkeling van een nieuwe generatie grote defensiesystemen en van nieuwe defensietechnologieën zich steeds verder buiten het bereik van de afzonderlijke lidstaten.

(1 quater)  In zijn resolutie van 14 maart 2018 over "Het volgende MFK: voorbereiding van het standpunt van het Parlement ten aanzien van het MFK voor de periode na 2020" herhaalt het Europees Parlement zijn steun voor de oprichting van een Europese defensie-unie, met een specifiek onderzoeksprogramma op het gebied van defensie op Unie-niveau en een programma voor industriële ontwikkeling, met investeringen van de lidstaten, om overlappingen te vermijden en de strategische autonomie, alsook de efficiëntie, van de Europese defensie-industrie te vergroten. Er wordt ook herhaald dat een sterker en ambitieuzer Europa alleen kan worden verwezenlijkt als er meer financiële middelen voor worden vrijgemaakt, en aangedrongen op i) voortdurende ondersteuning in het kader van bestaand beleid, ii) verhoging van de middelen voor de vlaggenschipprogramma's van de Unie, en iii) terbeschikkingstelling van extra financiële middelen voor de bijkomende verantwoordelijkheden.(1 quinquies)  De situatie van de defensiesector is nog verder verslechterd door aanzienlijke besparingen in de defensiebegrotingen in heel Europa gedurende de afgelopen tien jaar, wat met name gevolgen heeft gehad voor de uitgaven voor O&O en materieel. Tussen 2006 en 2013 daalde het werkelijke niveau van defensie-uitgaven in de aan het EDA deelnemende lidstaten met 12 %. Overwegende dat defensiegerelateerde O&O de basis vormt van de ontwikkeling van de toekomstige geavanceerde defensietechnologieën zijn dergelijke tendensen bijzonder zorgwekkend en vormen zij een ernstige uitdaging met betrekking tot het vermogen om het concurrentievermogen van de defensie-industrie van de Unie op de lange termijn op peil te houden.

(1 sexies)  Ondanks de wisselwerking tussen de toenemende kosten en de afnemende uitgaven zijn de defensiegerelateerde planning en de uitgaven aan O&O en de aanbesteding van materiaal grotendeels op nationaal niveau gebleven, met een zeer beperkte samenwerking tussen de lidstaten voor wat betreft investeringen in defensiematerieel. Bovendien zien we dat, indien geïmplementeerd, slechts een klein aantal programma's daadwerkelijk bij de prioriteiten van de Unie op het vlak van capaciteit aansluit; in 2015 is amper 16 % van het materieel via gezamenlijke Europese overheidsopdrachten aangekocht, wat ver onder de gezamenlijke benchmark van 35 % ligt.

(2)  Het fonds zou bijdragen tot de totstandbrenging van een sterke, concurrerende en innovatieve industriële en technologische defensiebasis en hand in hand gaan met de initiatieven van de Unie met het oog op een meer geïntegreerde defensiemarkt, met name de twee in 2009 vastgestelde richtlijnen(2) betreffende overheidsopdrachten en overdrachten in de defensiesector binnen de EU. Het is daarom essentieel dat aan de belangrijkste wet- en regelgeving wordt voldaan, en met name dat de desbetreffende richtlijnen volledig ten uitvoer worden gelegd. Het fonds vormt de hoeksteen van een gezond beleid voor de Europese defensie-industrie.

(3)  Aan de hand van een geïntegreerde aanpak en om bij te dragen aan het versterken van het concurrentievermogen en de innovatiecapaciteit van de defensie-industrie van de Unie, moet een Europees Defensiefonds (hierna "het fonds") worden opgericht. Het fonds moet gericht zijn op het vergroten van het concurrentievermogen, de innovatie, de efficiëntie en de technologische en industriële autonomie van de defensie-industrie van de Unie; op die manier moet het bijdragen tot de strategische autonomie van de Unie door zowel in de onderzoeksfase als in de ontwikkelingsfase van defensieproducten en -technologieën de grensoverschrijdende samenwerking tussen lidstaten en tussen ondernemingen, onderzoekscentra, nationale overheden, internationale organisaties en universiteiten in heel de Unie te ondersteunen. Om tot meer innovatieve oplossingen en een open interne markt te komen, moet het fonds ondersteuning bieden aan de grensoverschrijdende deelname van kleine en middelgrote ondernemingen (kmo's) en middelgrote beursgenoteerde ondernemingen (midcaps) in de defensiesector. Om een open interne markt te bevorderen, moet het fonds bijdragen aan de intensivering van grensoverschrijdende samenwerking tussen juridische entiteiten, in het bijzonder de grensoverschrijdende deelname van kmo's en midcaps.

(3 bis)  De Europese veiligheid staat of valt met sterke en robuuste betrekkingen met strategische partners in heel de wereld en het programma moet het concurrentievermogen van de Europese defensie-industrie vergroten door het verder versterken van partnerschappen middels O&O, hetgeen goed is voor Europa's strategische capaciteit en vermogens.

(4)  De onderzoeksfase is een cruciaal onderdeel aangezien zij bepalend is voor zowel het vermogen als de autonomie van de Europese industrie om producten te ontwikkelen evenals voor de onafhankelijkheid van lidstaten als eindgebruikers van defensietoepassingen. De onderzoeksfase in het kader van de ontwikkeling van defensievermogens kan significante risico's inhouden, met name in geval van lage maturiteit en disruptie van technologieën. Ook aan de ontwikkelingsfase, die volgt op de onderzoeksfase en de technologische fase, zijn aanzienlijke risico's en kosten verbonden die de verdere benutting van onderzoeksresultaten belemmeren en het concurrentievermogen en de innovatie van de defensie-industrie van de Unie aantasten. Het fonds dient het verband tussen de O&O-fasen van defensieproducten en ‑technologieën te versterken om de "vallei des doods" te overbruggen.

(5)  Het fonds mag geen ondersteuning bieden aan zuiver fundamenteel onderzoek, dat in plaats daarvan uit andere stelsels moet worden gefinancierd, maar kan worden aangewend voor defensiegericht fundamenteel onderzoek dat mogelijk als basis kan dienen voor het oplossen van erkende of verwachte problemen of mogelijkheden.

(6)  Het fonds kan zowel ondersteuning bieden aan acties gericht op nieuwe producten en technologieën als aan acties voor de modernisering van bestaande producten en technologieën, voor zover het gebruik van reeds bestaande informatie die nodig is om de actie voor de modernisering te kunnen uitvoeren, niet is onderworpen aan beperkingen door niet-geassocieerde derde landen of entiteiten uit niet-geassocieerde derde landen. Wanneer juridische entiteiten een aanvraag tot Uniefinanciering indienen, moeten zij worden verplicht informatie te verstrekken waaruit blijkt dat er geen sprake is van beperkingen. Indien dergelijke informatie ontbreekt, mag geen Uniefinanciering worden verstrekt.

(6 bis)  Het fonds moet adequate steun bieden voor O&O-acties op het gebied van disruptieve technologieën voor defensie. Aangezien disruptieve technologieën gebaseerd kunnen zijn op concepten of ideeën die afkomstig zijn van niet-traditionele actoren op het gebied van defensie-O&O dient het fonds voldoende flexibiliteit te bieden bij het raadplegen van belanghebbenden, alsook bij de financiering en het beheer van acties.

(7)  Opdat bij de uitvoering van deze verordening de internationale verbintenissen van de Unie en haar lidstaten worden geëerbiedigd, mag het fonds geen financiering verstrekken aan acties met betrekking tot producten of technologieën waarvan het gebruik, de ontwikkeling of de productie krachtens het internationaal recht verboden is. In dit verband dient de subsidiabiliteit van acties met het oog op nieuwe defensieproducten of -technologieën, zoals die welke specifiek zijn ontworpen om dodelijke aanvallen uit te voeren zonder menselijke controle over het besluit om tot de aanval over te gaan, eveneens te worden onderworpen aan ontwikkelingen in het internationaal recht.

(7 bis)  Met betrekking tot de uitvoer van producten die het resultaat zouden zijn van O&O-acties van het programma dient bijzondere aandacht te worden besteed aan artikel 7, lid 1, van het VN-wapenhandelsverdrag van 2013, waarin wordt bepaald dat, ook als de uitvoer niet verboden is, elke uitvoerende staat die partij bij het verdrag is op neutrale en niet-discriminerende wijze, rekening houdend met relevante factoren, moet vaststellen in hoeverre de conventionele wapens of producten: a) zou kunnen bijdragen aan of ten koste kunnen gaan van de vrede en veiligheid, of b) zou kunnen worden gebruikt om i) een ernstige schending van het internationaal humanitair recht te plegen of bevorderen, ii) een ernstige schending van het internationaal recht van de rechten van de mens te plegen of bevorderen, iii) een daad te plegen of bevorderen die een misdrijf vormt als bedoeld in internationale verdragen of protocollen inzake terrorisme waar de uitvoerende staat partij bij is, of iv) een daad te plegen of bevorderen die een misdrijf vormt als bedoeld in internationale verdragen of protocollen inzake internationale georganiseerde misdaad waar de uitvoerende staat partij bij is.

(8)  De moeilijkheden bij het overeenkomen van geconsolideerde defensievermogensvereisten en gemeenschappelijke technische specificaties of normen belemmeren de samenwerking tussen lidstaten en tussen juridische entiteiten in verschillende lidstaten. Het ontbreken van dergelijke vereisten, specificaties en normen heeft geleid tot meer versnippering van de defensiesector, technische complexiteit, vertragingen, ▌hogere kosten, het onnodig dupliceren van capaciteiten, evenals een verminderde interoperabiliteit. Een akkoord over gemeenschappelijke technische specificaties moet een voorwaarde zijn voor acties die een hogere mate van technologische paraatheid vereisen. Activiteiten van lidstaten die gericht zijn op de bevordering van interoperabiliteit en die leiden tot de vaststelling van gemeenschappelijke defensievermogensvereisten en ondersteuning bieden aan de uitvoering van studies en acties die de vaststelling van gemeenschappelijke technische specificaties of normen ondersteunen, moeten eveneens in aanmerking komen voor financiering uit het fonds, met als doel te verhinderen dat verschillen in specificaties en normen de interoperabiliteit ondermijnen.

(9)  Aangezien het fonds het concurrentievermogen, de efficiëntie, de industriële autonomie en de innovatie van de defensie-industrie van de Unie beoogt te ondersteunen door gezamenlijk defensieonderzoek en gezamenlijke technologische activiteiten te bevorderen en aan te vullen en de risico's van de ontwikkelingsfase van samenwerkingsprojecten te ondervangen, moeten acties met het oog op O&O van een defensieproduct of -technologie in aanmerking moeten komen voor steun uit het fonds. Hetzelfde geldt voor het moderniseren van bestaande defensieproducten en -technologieën, met inbegrip van de interoperabiliteit daarvan.

(10)  Aangezien het fonds met name gericht is op sterkere samenwerking tussen juridische entiteiten en lidstaten in heel Europa, kunnen acties alleen in aanmerking komen voor financiering mits zij worden uitgevoerd door een samenwerkingsverband binnen een consortium van ten minste drie juridische entiteiten die zijn gevestigd in ten minste drie verschillende lidstaten. Elke bijkomende juridische entiteit die in het consortium participeert, mag in een geassocieerd land gevestigd zijn. Bij elk soort samenwerking geldt dat de in lidstaten gevestigde juridische entiteiten binnen het consortium de meerderheid moeten vormen. Ten minste drie van die subsidiabele juridische entiteiten die gevestigd zijn in ten minste twee verschillende lidstaten en/of geassocieerde landen, mogen niet direct of indirect onder ▌zeggenschap van dezelfde entiteit staan, noch mogen zij onder zeggenschap van elkaar staan. Om de samenwerking tussen de lidstaten te stimuleren, kan het fonds gezamenlijke precommerciële inkoop ondersteunen.

(11)  Krachtens [verwijzing indien nodig actualiseren op basis van een nieuw besluit over de LGO's: artikel 94 van Besluit 2013/755/EU van de Raad(3)] dienen in landen en gebieden overzee (LGO's) gevestigde entiteiten in aanmerking te komen voor financiering, overeenkomstig de voorschriften en doelstellingen van het fonds en eventuele regelingen die van toepassing zijn op de lidstaat waarmee de LGO banden heeft.

(12)  Aangezien het fonds tot doel heeft het concurrentievermogen, de efficiëntie en de autonomie van de defensie-industrie van de Unie te versterken, mogen in beginsel alleen in de Unie of geassocieerde landen gevestigde entiteiten die niet onder zeggenschap van niet-geassocieerde derde landen of entiteiten uit niet-geassocieerde derde landen staan, voor steun in aanmerking komen. Bovendien moeten de infrastructuur, faciliteiten, activa en middelen die ontvangers en hun subcontractanten voor uit het fonds gefinancierde acties gebruiken, zich ▌op het grondgebied van de Unie of van geassocieerde derde landen bevinden, teneinde de bescherming van de wezenlijke veiligheids- en defensiebelangen van de Unie en de lidstaten te waarborgen.

(13)  Voor zover dit nodig is om de doelstellingen van de actie te bereiken, moet in bepaalde omstandigheden kunnen worden afgeweken van het beginsel dat ontvangers en hun subcontractanten niet onder zeggenschap van niet-geassocieerde derde landen of entiteiten uit niet-geassocieerde derde landen mogen staan. Zo kunnen in de Unie gevestigde juridische entiteiten die onder zeggenschap van een niet-geassocieerd derde land of een entiteit uit een niet-geassocieerd derde land staan, voor financiering in aanmerking komen indien aan relevante en strenge voorwaarden met betrekking tot de veiligheids- en defensiebelangen van de Unie en haar lidstaten is voldaan. De deelname van dergelijke entiteiten mag niet in strijd zijn met de doelstellingen van het fonds. Aanvragers moeten alle relevante informatie over bij de actie te gebruiken infrastructuur, faciliteiten, activa en middelen verstrekken. Er mag in geen geval ontheffing worden verleend aan aanvragers of entiteiten uit niet-geassocieerde derde landen waarvoor beperkende maatregelen van de Unie gelden.

(14)  Indien een consortium wenst deel te nemen aan een actie die in aanmerking komt voor financiering en de financiële bijstand van de Unie in de vorm van een subsidie zal worden verstrekt, dient het consortium een van zijn leden te benoemen tot coördinator die zal optreden als voornaamste contactpersoon.

(15)  Indien een door het fonds gesteunde ontwikkelingsactie wordt beheerd door een door de lidstaten of geassocieerde landen benoemde projectbeheerder, moet de Commissie de projectbeheerder eerst raadplegen voordat zij overgaat tot betaling aan de ontvanger, zodat de projectbeheerder kan waarborgen dat de ontvangers zich aan de desbetreffende termijnen houden. ▌De projectbeheerder moet de Commissie zijn opmerkingen over de voortgang van de actie meedelen zodat de Commissie kan bevestigen of aan de voorwaarden om tot betaling over te gaan, is voldaan.

(16)  Om te waarborgen dat de gefinancierde acties financieel levensvatbaar zijn, moeten de begunstigden aantonen dat de kosten van de actie die niet in aanmerking komen voor Uniefinanciering, door andere financieringsmiddelen worden gedekt.

(17)  De lidstaten moeten verschillende soorten financiële regelingen tot hun beschikking hebben voor de gezamenlijke ontwikkeling en verwerving van defensievermogens. Het door de Commissie ontwikkelde financieel instrumentarium moet voorzien in verschillende soorten regelingen die lidstaten kunnen gebruiken om het hoofd te bieden aan uitdagingen voor gezamenlijke ontwikkeling en aanbesteding vanuit financieringsoogpunt. De toepassing van dergelijke financiële regelingen kan verder bijdragen tot het opzetten van gezamenlijke en grensoverschrijdende defensieprojecten, overlappingen helpen voorkomen en de efficiëntie van defensie-uitgaven verhogen, onder meer voor projecten die door het Europees Defensiefonds worden ondersteund.

(18)  De specifieke kenmerken van de defensie-industrie, waar de vraag nagenoeg uitsluitend afkomstig is van de lidstaten en geassocieerde landen, die ook de zeggenschap hebben over alle aankopen van defensiegerelateerde producten en technologieën, met inbegrip van de uitvoer, maken dat de werking van de defensiesector uniek is en niet onderworpen is aan de gebruikelijke regels en bedrijfsmodellen van traditionelere markten. De industrie kan bijgevolg geen zelfgefinancierde O&O-projecten opzetten, en doorgaans worden alle O&O-kosten volledig door de lidstaten en geassocieerde landen gefinancierd. Ter verwezenlijking van de doelstellingen van het fonds, met name het stimuleren van de samenwerking tussen ondernemingen uit verschillende lidstaten en geassocieerde landen, en rekening houdend met de specifieke kenmerken van de defensiesector, moeten alle subsidiabele kosten voor acties die vóór de ontwikkelings- of prototypefase plaatsvinden volledig worden gedekt.

(19)  De prototypefase is een cruciale fase waarin de lidstaten of geassocieerde landen doorgaans over hun geconsolideerde investering beslissen en het proces voor de aankoop van hun toekomstige defensieproducten of -technologieën opstarten. Om die reden is het in die specifieke fase dat lidstaten en geassocieerde landen afspraken maken over de nodige toezeggingen, onder meer aangaande de kostendeling en het eigenaarschap van het project. Om de geloofwaardigheid van hun toezegging te waarborgen, mag de financiële bijstand van de Unie uit hoofde van het fonds normaal gezien niet meer dan 20 % van de subsidiabele kosten bedragen.

(20)  Voor acties na de prototypefase moet in financiering tot 80 % worden voorzien. Dergelijke acties, die dichter bij de voltooiing van het product en de technologie plaatsvinden, kunnen nog steeds aanzienlijke kosten inhouden.

(21)  Belanghebbenden in de defensiesector worden geconfronteerd met specifieke indirecte kosten, zoals kosten voor beveiliging. Daarnaast werken belanghebbenden in een specifieke markt waar ze, indien er geen vraag is aan de afnemerszijde, de kosten voor O&O niet kunnen recupereren zoals het geval is in de civiele sector. Daarom is het gerechtvaardigd te voorzien in een vast percentage van 25 %, net als in de mogelijkheid om ▌indirecte kosten in rekening te brengen die overeenkomstig de gebruikelijke kostenberekeningsmethoden van begunstigden zijn berekend, als die methoden door hun nationale autoriteiten onder vergelijkbare financieringsstelsels zijn aanvaard en aan de Commissie zijn meegedeeld. ▌

(21 bis)  Projecten met de grensoverschrijdende deelname van kmo's en midcaps dragen bij aan het openstellen van de toeleveringsketens en de verwezenlijking van de doelstellingen van het fonds. Dergelijke acties dienen daarom in aanmerking te komen voor een hoger financieringspercentage dat ten goede komt aan alle entiteiten die aan het consortium deelnemen.

(22)  Om ervoor te zorgen dat de gefinancierde acties zullen bijdragen tot het concurrentievermogen en de efficiëntie van de Europese defensie-industrie, is het van belang dat de lidstaten reeds voornemens zijn het eindproduct gezamenlijk aan te schaffen of de technologie gezamenlijk te gebruiken, met name via gezamenlijke grensoverschrijdende aanbestedingen, waarbij lidstaten hun aanbestedingsprocedures gezamenlijk opzetten, met name door gebruik te maken van een aankoopcentrale. Aangezien de ministeries van defensie van de lidstaten de enige klanten zijn en de defensie-industrieën de enige leveranciers van defensieproducten moeten de ministeries van defensie van de lidstaten, teneinde de aanbestedingen te vergemakkelijken, bij het project worden betrokken vanaf de vaststelling van de technische specificaties tot de afronding ervan.

(22 bis)  Teneinde het hoofd te bieden aan de toegenomen instabiliteit en conflicten in de buurlanden, alsook aan nieuwe veiligheids- en geopolitieke dreigingen, moeten de lidstaten en de Unie hun investeringsbeslissingen op elkaar afstemmen, wat de gemeenschappelijke vaststelling van dreigingen, behoeften en prioriteiten vergt, waaronder de verwachte militaire capaciteitsbehoeften, die vastgesteld kunnen worden door middel van procedures als het vermogensontwikkelingsplan (CDP).

(23)  De bevordering van innovatie en technologische ontwikkeling in de defensie-industrie van de Unie moet stroken met de veiligheids- en defensiebelangen van de Unie. Dienovereenkomstig moet de bijdrage die een actie levert aan die belangen en aan de onderzoeks- en vermogensprioriteiten op defensiegebied die gemeenschappelijk door de lidstaten zijn overeengekomen, een toekenningscriterium zijn voor financiering. Binnen de Unie worden tekortkomingen in gemeenschappelijk defensieonderzoek en ‑vermogen geïdentificeerd in het kader van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid (GVDB), met name via de overkoepelende strategische onderzoeksagenda en het CDP, waaronder de "strategic context cases" van het CDP. Andere Unieprocedures, zoals de gecoördineerde jaarlijkse evaluatie inzake defensie en de permanente gestructureerde samenwerking, zullen de uitvoering van relevante prioriteiten ondersteunen door kansen voor versterkte samenwerking te identificeren en te benutten teneinde het ambitieniveau van de EU inzake veiligheid en defensie te realiseren. In voorkomend geval moeten ook regionale en internationale prioriteiten, onder meer in de context van de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie, in aanmerking worden genomen, indien zij in overeenstemming zijn met de prioriteiten van de Unie en geen lidstaat of geassocieerd land beletten om deel te nemen, daarbij tevens voor ogen houdend dat onnodige overlappingen moeten worden vermeden.

(24)  Subsidiabele acties die worden ontwikkeld in het institutionele kader van de permanente gestructureerde samenwerking (PESCO) in de Unie, moeten continu zorgen voor een betere samenwerking tussen juridische entiteiten in verschillende lidstaten en derhalve rechtstreeks bijdragen aan de doelstellingen van het fonds. Na selectie moeten die acties dus in aanmerking komen voor een verhoogd financieringspercentage.

(24 bis)  Binnen het fonds moet rekening worden gehouden met het actieplan voor militaire mobiliteit in het kader van de financieringsfaciliteit voor Europese verbindingen, de Europese vredesfaciliteit ter ondersteuning van, onder andere, de GBVB/GVDB-missies, en de inspanningen om hybride dreigingen tegen te gaan, die samen met het CDP, de CARD en de PESCO helpen om de vermogensplanning, productontwikkeling, aanbestedingen en operaties te coördineren.

(25)  De Commissie zal rekening houden met de andere uit hoofde van het kaderprogramma Horizon Europa gefinancierde activiteiten om onnodige overlappingen te vermijden, kruisbestuiving en synergie tussen civiel en defensieonderzoek te waarborgen, en ervoor te zorgen dat Horizon Europa een louter civiel onderzoeksprogramma blijft.

(26)  Cyberbeveiliging en cyberdefensie vormen alsmaar grotere uitdagingen en de Commissie en de hoge vertegenwoordiger hebben de noodzaak erkend om synergieën tot stand te brengen tussen cyberdefensieacties binnen het toepassingsgebied van het fonds en initiatieven van de Unie op het gebied van cyberbeveiliging, zoals aangekondigd in de gezamenlijke mededeling over cyberbeveiliging. Met name het op te richten Europees onderzoeks- en kenniscentrum voor cyberbeveiliging moet zoeken naar synergieën tussen de civiele en defensiegerelateerde aspecten van cyberbeveiliging. Het zou actieve ondersteuning kunnen bieden aan de lidstaten en andere relevante actoren door advies te verlenen, deskundigheid te delen en samenwerking te bevorderen met betrekking tot projecten en acties, evenals op verzoek van lidstaten optreden als projectbeheerder in het kader van het Europees Defensiefonds.

(27)  Er moet voor een geïntegreerde aanpak worden gezorgd door het samenvoegen van activiteiten uit hoofde van de door de Commissie opgezette voorbereidende actie inzake defensieonderzoek in de zin van artikel [58, lid 2, onder b),] van Verordening (EU, Euratom) 2018/… van het Europees Parlement en de Raad (het Financieel Reglement) en het industrieel ontwikkelingsprogramma voor de Europese defensie, dat is opgericht bij Verordening (EG) nr. … van het Europees Parlement en de Raad, om de voorwaarden voor deelname te harmoniseren, om een meer coherente reeks instrumenten te creëren, om innovatie, samenwerking en economische voordelen te stimuleren, en daarbij onnodige overlappingen en versnippering te vermijden. Met deze geïntegreerde aanpak zou het fonds ook bijdragen tot een betere exploitatie van de resultaten van defensieonderzoek en zo de kloof tussen O&O overbruggen, rekening houdend met de eigenheden van de defensiesector, en alle vormen van innovatie bevorderen, en in de mate waarin eventuele positieve overloopeffecten in de civiele wereld te verwachten vallen, zo ook disruptieve innovatie, waar eventuele mislukkingen moeten worden aanvaard.

(28)  De beleidsdoelstellingen van dit fonds worden ook nagestreefd aan de hand van financiële instrumenten en begrotingsgaranties in het kader van het of de beleidsonderdelen [...] van het InvestEU-fonds.

(29)  De financiële steun moet worden gebruikt om op evenredige wijze marktfalen of suboptimale investeringssituaties aan te pakken, en de acties mogen particuliere financiering niet overlappen of verdringen noch de mededinging op de interne markt verstoren. De acties moeten een duidelijke Europese toegevoegde waarde hebben.

(30)  De soorten financiering en de uitvoeringsmethoden in het kader van deze verordening moeten worden gekozen op basis van de mogelijkheden die zij bieden voor het verwezenlijken van de specifieke doelstellingen van de acties en voor het behalen van resultaten, met name rekening houdend met de kosten van controles, de administratieve lasten en het verwachte risico van niet-naleving. Daarbij moet het gebruik van vaste bedragen, vaste percentages en eenheidskosten worden overwogen, evenals van financiering die niet gekoppeld is aan kosten, zoals bedoeld in artikel [125, lid 1,] van het Financieel Reglement.

(31)  De Commissie moet jaarlijkse of meerjarige werkprogramma's opstellen die aansluiten op de doelstellingen van het fonds. De werkprogramma's moeten rekening houden met de eerste ervaringen die zijn opgedaan bij de uitvoering van het industrieel ontwikkelingsprogramma voor de Europese defensie, het proefproject en de voorbereidende actie inzake defensie-onderzoek.

(32)  Teneinde uniforme voorwaarden voor de uitvoering van de onderhavige verordening te waarborgen, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend met betrekking tot de vaststelling van het werkprogramma en voor het toekennen van de financiering aan de geselecteerde ontwikkelingsacties. In het bijzonder moet bij de uitvoering van ontwikkelingsacties rekening worden gehouden met de specifieke kenmerken van de defensiesector, met name het feit dat de lidstaten en/of geassocieerde landen verantwoordelijk zijn voor het plannings- en aankoopproces. Die uitvoeringsbevoegdheden moeten worden uitgeoefend overeenkomstig Verordening (EU) [nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad](4).

(33)  Ter ondersteuning van een open interne markt moet de grensoverschrijdende deelname van kmo's en midcaps, hetzij als leden van een consortium, hetzij als subcontractanten, eveneens worden aangemoedigd. Het werkprogramma moet waarborgen dat een geloofwaardig aandeel van het totale budget wordt toegewezen aan acties die grensoverschrijdende participatie van kmo's en midcaps mogelijk maken.

(34)  De Commissie moet ernaar streven de dialoog met het Europees Parlement, de lidstaten en de industrie op gang te houden om het welslagen van het fonds te waarborgen door middel van de impact ervan op de defensie-industrie.

(35)  In deze verordening worden voor het Europees Defensiefonds de financiële middelen vastgelegd die voor het Europees Parlement en de Raad in de loop van de jaarlijkse begrotingsprocedure het voornaamste referentiebedrag vormen in de zin van [het nieuwe interinstitutioneel akkoord] tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer(5). De Commissie moet ervoor zorgen dat de administratieve procedures zo eenvoudig mogelijk worden gehouden en minimale aanvullende kosten met zich meebrengen.

(36)  Tenzij anders aangegeven, is het Financieel Reglement op dit fonds van toepassing. Zij bevat regels voor de uitvoering van de Uniebegroting, daaronder begrepen regels voor subsidies, prijzen, aanbestedingen, financiële bijstand, financieringsinstrumenten en begrotingsgaranties.

(37)  De horizontale financiële regels die het Europees Parlement en de Raad op grond van artikel 322 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie hebben vastgesteld, zijn op deze verordening van toepassing. Deze regels zijn neergelegd in het Financieel Reglement en bepalen met name de procedure voor het opstellen en uitvoeren van de begroting door middel van subsidies, aanbestedingen, prijzen, indirecte uitvoering, en voorzien in controles op de verantwoordelijkheid van financiële actoren. De op basis van artikel 322 VWEU vastgestelde regels hebben ook betrekking op de bescherming van de begroting van de Unie in geval van algemene tekortkomingen ten aanzien van de rechtsstaat in de lidstaten, aangezien de eerbiediging van de rechtsstaat een essentiële basisvoorwaarde is voor een goed financieel beheer en effectieve EU-financiering.

(38)  Overeenkomstig het Financieel Reglement, Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad(6), Verordening (EG, Euratom) nr. 2988/95 van de Raad(7), Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de Raad(8) en Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad(9) moeten de financiële belangen van de Unie worden beschermd door evenredige maatregelen, daaronder begrepen voorkoming, opsporing, correctie en onderzoek van onregelmatigheden en fraude, terugvordering van verloren gegane, onverschuldigd betaalde of onjuist bestede financiële middelen alsmede, in voorkomend geval, oplegging van administratieve sancties. In het bijzonder kan het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) overeenkomstig Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 en Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 administratieve onderzoeken, daaronder begrepen controles en verificaties ter plaatse, uitvoeren om vast te stellen of er sprake is van fraude, corruptie of andere onwettige activiteiten waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad. Overeenkomstig Verordening (EU) 2017/1939 kan het Europees Openbaar Ministerie (EOM) overgaan tot onderzoek en vervolging van fraude en andere strafbare feiten waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad in de zin van Richtlijn (EU) 2017/1371 van het Europees Parlement en de Raad(10). Personen of entiteiten die middelen van de Unie ontvangen, moeten overeenkomstig het Financieel Reglement ten volle meewerken aan de bescherming van de financiële belangen van de Unie, de nodige rechten en toegang verlenen aan de Commissie, OLAF, het EOM en de Europese Rekenkamer alsmede ervoor zorgen dat derden die betrokken zijn bij de uitvoering van middelen van de Unie gelijkwaardige rechten verlenen.

(39)  Derde landen die lidstaat zijn van de Europese Economische Ruimte (EER) kunnen deelnemen aan Unieprogramma's in het kader van de samenwerking binnen de EER-overeenkomst, die in de uitvoering van programma's bij een besluit uit hoofde van die overeenkomst voorziet. Er moet een specifieke bepaling in deze verordening worden opgenomen ter verlening van de nodige rechten en toegang aan de bevoegde ordonnateur, het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) en de Europese Rekenkamer zodat zij hun respectieve bevoegdheden ten volle kunnen uitoefenen.

(40)  Overeenkomstig de punten 22 en 23 van het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven moet deze verordening worden geëvalueerd op basis van via specifieke monitoringvoorschriften verzamelde informatie, met vermijding van overregulering en administratieve lasten, in het bijzonder voor de lidstaten. Deze voorschriften kunnen indien noodzakelijk meetbare indicatoren inhouden als basis om de effecten van de verordening op het terrein te evalueren. De Commissie moet uiterlijk vier jaar nadat met de uitvoering van het fonds is begonnen alsmede aan het einde van de uitvoeringsperiode van het fonds respectievelijk een tussentijdse evaluatie en eindevaluatie uitvoeren waarin zij de financiële activiteiten vanuit het oogpunt van de resultaten van de financiële uitvoering en, voor zover op dat moment mogelijk, de resultaten en het effect onderzoekt. In die verslagen moet eveneens een analyse worden verricht van de grensoverschrijdende deelname van kmo's en midcaps aan projecten die door het fonds worden ondersteund, alsmede van de deelname van kmo's en midcaps aan de mondiale waardeketen, en moet eveneens informatie worden opgenomen over de landen van herkomst van de begunstigden, over het aantal bij afzonderlijke projecten betrokken landen en, waar mogelijk, over de verdeling van de gegenereerde intellectuele-eigendomsrechten. De Commissie kan ook wijzigingen van deze verordening voorstellen om te reageren op mogelijke ontwikkelingen tijdens de uitvoering van het fonds.

(41)  Gezien het belang van de strijd tegen klimaatverandering en in overeenstemming met de toezeggingen van de Unie om de Overeenkomst van Parijs en de duurzameontwikkelingsdoelstellingen van de Verenigde Naties uit te voeren, zal dit fonds bijdragen aan de mainstreaming van klimaatactie in de beleidsdomeinen van de Unie en aan het algemene streven dat 25 % van de EU-begrotingsuitgaven klimaatdoelstellingen ondersteunen. Bij de voorbereiding en de uitvoering van het fonds zullen relevante acties worden vastgesteld en bij de tussentijdse evaluatie zullen deze opnieuw worden beoordeeld.

(42)  Aangezien het fonds enkel de O&O-fasen van defensieproducten en -technologieën ondersteunt, mag de Unie ▌niet over eigendomsrechten of intellectuele-eigendomsrechten beschikken op producten of technologieën die uit de gefinancierde acties voortkomen, tenzij de bijstand van de Unie wordt verstrekt via een overheidsopdracht. In het geval van onderzoeksacties moeten belanghebbende lidstaten en geassocieerde landen echter de mogelijkheid hebben om de resultaten van gefinancierde actie te gebruiken en deel te nemen in verdere gezamenlijke ontwikkeling, en om die reden moeten afwijkingen van dat beginsel worden toegestaan.

(43)  De financiële steun van de Unie moet hand in hand gaan met de volledige en correcte tenuitvoerlegging van Richtlijn 2009/43/EG van het Europees Parlement en de Raad(11) voor wat betreft de overdracht van defensiegerelateerde producten binnen de Unie, en mag geen invloed hebben op de uitvoer van producten, apparatuur of technologieën.

(44)  Het gebruik van gevoelige achtergrondinformatie of toegang door onbevoegden tot gevoelige resultaten die door onderzoeksprojecten zijn gegenereerd, kunnen een negatief effect hebben op de belangen van de Unie of van één of meer van haar lidstaten. De behandeling van vertrouwelijke gegevens en gerubriceerde informatie moet dus worden onderworpen aan het relevante Unierecht, inclusief de interne regels van de instellingen, zoals Besluit (EU, Euratom) 2015/444 van de Commissie(12).

(45)  Om deze verordening te kunnen aanvullen of wijzigen, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie handelingen vast te stellen met betrekking tot de toekenning van financiering aan ontwikkelingsacties, en de vaststelling van de werkprogramma's en de indicatoren van de effecttrajecten. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen worden verricht overeenkomstig de beginselen die zijn vastgelegd in het interinstitutioneel akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

(46)  De Commissie moet het fonds beheren met inachtneming van de vereisten inzake geheimhouding en beveiliging, met name inzake gerubriceerde informatie en gevoelige informatie.

(46 bis)  Ondernemingen moeten zich, wanneer zij voorstellen doen voor nieuwe defensieproducten of -technologieën, of voorstellen om bestaande defensieproducten of -technologieën op andere wijze in te zetten, aan de toepasselijke wetgeving houden. Indien er geen toepasselijke wetgeving voorhanden is, moeten zij zich ertoe verbinden om een reeks universele ethische beginselen eerbiedigen met betrekking tot de grondrechten, het welzijn van de mens, de bescherming van het menselijk genoom, de behandeling van dieren, het behoud van de natuur, de bescherming van cultureel erfgoed, en gelijke toegang tot gemeenschappelijke natuurlijke rijkdommen, met inbegrip van de ruimte en cyberspace. De Commissie moet ervoor zorgen dat voorstellen systematisch worden gescreend om na te gaan welke acties aanleiding geven tot ernstige ethische kwesties en om deze aan een ethische beoordeling te onderwerpen. Voor acties die ethisch niet aanvaardbaar zijn, mag geen EU-financiering worden verstrekt.

(46 ter)   De Raad moet ernaar streven vóór [31 december 2020] een besluit vast te stellen betreffende het gebruik van gewapende onbemande luchtvaartuigen. Zolang dat besluit nog niet in werking is getreden, wordt geen financiering verstrekt voor de ontwikkeling van gewapende onbemande luchtvaartuigen.

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

TITEL IGEMEENSCHAPPELIJKE BEPALINGEN

VAN TOEPASSING OP ONDERZOEK EN ONTWIKKELING

HOOFDSTUK I

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1

Onderwerp

Bij deze verordening wordt het Europees Defensiefonds ("het fonds") vastgesteld.

In deze verordening worden de doelstellingen van het fonds, de begroting voor de periode 2021-2027, de vormen van financiering door de Unie en de regels voor het verstrekken van die financiering vastgelegd.

Artikel 2

Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

2)  "zeggenschap": het vermogen om via een of meer intermediaire juridische entiteiten direct of indirect beslissende invloed op een juridische entiteit uit te oefenen;

3)  "ontwikkelingsactie": elke actie die voornamelijk bestaat uit defensiegerichte activiteiten in de ontwikkelingsfase, met betrekking tot nieuwe producten of technologieën of het moderniseren van bestaande producten en technologieën, met uitzondering van de productie of het gebruik van wapens;

4)  "disruptieve technologie voor defensie": een technologie waarvan de toepassing de concepten en de uitvoering van defensieactiviteiten ingrijpend kan veranderen;

5)  "uitvoerende bestuursstructuren": elk overeenkomstig nationaal recht aangewezen orgaan dat gemachtigd is de strategie, doelstellingen en algemene richting van de juridische entiteit vast te stellen, en dat belast is met het toezicht op en de monitoring van de bestuurlijke besluitvorming;

6)  "juridische entiteit":elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die is opgericht krachtens en als dusdanig wordt erkend in het nationale recht, het recht van de Unie of het internationale recht, die rechtspersoonlijkheid bezit en die, in eigen naam handelend, rechten en verplichtingen kan hebben, dan wel een entiteit zonder rechtspersoonlijkheid als bedoeld in artikel [197, lid 2, onder c),] van het Financieel Reglement;

7)  "midcap-onderneming": onderneming die geen kleine, middelgrote of micro-onderneming ("kmo") is zoals gedefinieerd in Aanbeveling 2003/361/EG van de Commissie(13) en die ten hoogste 3 000 werknemers telt, waarvan het aantal werkzame personen wordt berekend volgens de bijlage, titel I, artikelen 3 tot en met 6, bij die aanbeveling;

8)  "precommerciële inkoop": de inkoop van onderzoeks- en ontwikkelingsdiensten waarbij op basis van de marktvoorwaarden sprake is van een deling van de risico's en voordelen, van een competitieve ontwikkeling in fasen en van een duidelijke scheiding tussen de ingekochte onderzoeks- en ontwikkelingsdiensten en het gebruik van commerciële hoeveelheden eindproducten;

9)  "projectbeheerder": elke aanbestedende dienst die in een lidstaat of een geassocieerd land is gevestigd en door een lidstaat of een geassocieerd land of door een groep lidstaten en/of geassocieerde landen is opgericht om permanent of op ad-hocbasis multinationale bewapeningsprojecten te beheren;

10)  "ontvanger": elke juridische entiteit die uit dit fonds financiering ontvangt;

11)  "onderzoeksactie" elke actie bestaande uit onderzoeksactiviteiten die uitsluitend op defensietoepassingen zijn gericht; "resultaten":

12)  "resultaten": alle materiële of immateriële effecten van de actie, bijvoorbeeld gegevens, knowhow of informatie in welke vorm en van welke aard dan ook en ongeacht of deze kunnen worden beschermd, alsook alle daaraan verbonden rechten, met inbegrip van intellectuele-eigendomsrechten;

13)  "speciaal verslag": een specifieke prestatie in het kader van een onderzoeksactie, waarin de resultaten van die actie worden opgesomd en uitgebreide informatie wordt verstrekt over de basisbeginselen, de doelstellingen, de werkelijke uitkomsten, de basiseigenschappen, de verrichte tests, de mogelijke voordelen, de mogelijke defensietoepassingen en het verwachte exploitatietraject van het onderzoek;

14)  "systeemprototype": model van een product of technologie waarmee de prestaties in een operationele omgeving kunnen worden aangetoond;

15)  "derde land": land dat geen lid van de Unie is;

16)  "niet-geassocieerd derde land": derde land dat geen geassocieerd land in de zin van artikel 5 is;

17)  "entiteit uit een niet-geassocieerd derde land": een juridische entiteit die in een niet-geassocieerd derde land is gevestigd of waarvan de uitvoerende bestuursstructuren zich in een niet-geassocieerd derde land bevinden;

17 bis)  "kwalificatie": het gehele proces waarin wordt aangetoond dat het ontwerp van een defensieproduct, tastbaar of niet-tastbaar onderdeel of technologie aan de desbetreffende vereisten voldoet. In dit proces wordt objectief bewijs geleverd waarmee wordt aangetoond dat aan bepaalde vereisten van een ontwerp is voldaan;

17 ter)  "consortium": een samenwerkingsverband van juridische entiteiten dat is opgezet om een met dit fonds gefinancierde actie uit te voeren;

17 quater)  "certificering": het proces waarin een nationale instantie certificeert dat het defensieproduct, het tastbaar of niet-tastbaar onderdeel of de technologie aan de toepasselijke regelgeving voldoet;

17 quinquies)  "coördinator": een juridische entiteit die lid is van een consortium en door alle leden van het consortium is aangewezen als centraal aanspreekpunt voor de Commissie met betrekking tot de toekenning van de subsidie.

Artikel 3

Doelstellingen van het fonds

1.  De algemene doelstelling van het fonds bestaat in het bevorderen van het concurrentievermogen, de efficiëntie en het innovatievermogen van de Europese defensie-industrie door ondersteuning te bieden aan gezamenlijke acties en grensoverschrijdende samenwerking tussen juridische entiteiten in de hele Unie, met inbegrip van kleine en middelgrote ondernemingen (kmo's) en midcap-ondernemingen (midcaps), en door de flexibiliteit van de toeleverings- en waardeketens van defensieproducten te versterken en te verbeteren en door een betere benutting van het industriële potentieel voor innovatie, onderzoek en technologische ontwikkeling te bevorderen in elke fase van de ▌levenscyclus van defensieproducten en -technologieën. ▌Het fonds draagt bij tot de handelingsvrijheid van de Unie en haar strategische autonomie, met name op technologisch en industrieel gebied.

2.  De specifieke doelstellingen van het fonds zijn:

a)  ondersteuning bieden aan uiterst efficiënte gezamenlijke onderzoeksprojecten die de prestaties van toekomstige Europese vermogens aanzienlijk kunnen stimuleren, met het oog op het maximaliseren van de innovatie en de introductie van nieuwe defensieproducten en -technologieën, met inbegrip van disruptieve producten en technologieën;

b)  ondersteuning bieden aan gezamenlijke Europese projecten voor de ontwikkeling van defensieproducten en -technologieën conform de vermogensprioriteiten op defensiegebied die de lidstaten gemeenschappelijk zijn overeengekomen binnen het kader van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid en met name in de context van het vermogensontwikkelingsplan van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid, en zo bijdragen tot efficiëntere defensie-uitgaven in de Unie, grotere schaalvoordelen creëren, het risico op ▌overlappingen beperken, de overmatige afhankelijkheid van invoer uit derde landen reduceren en daarmee bewerkstelligen dat de lidstaten meer Europees materieel kopen, en op die manier de versnippering van de markt van defensieproducten en -technologieën in de hele Unie verminderen, alsook streven naar een grotere standaardisatie van defensiesystemen en de interoperabiliteit tussen de vermogens van de lidstaten vergroten.

Artikel 4

Budget

1.  De financiële middelen voor de uitvoering van het Europees Defensiefonds voor de periode 2021-2027 bedragen 11 453 260 000 EUR, uitgedrukt in prijzen van 2018 (13 000 000 000 EUR in lopende prijzen).

2.  De ▌verdeling van het in lid 1 bedoelde bedrag is als volgt:

a)  3 612 182 000 EUR in prijzen van 2018 (4 100 000 000 EUR voor onderzoeksacties in lopende prijzen);

b)  ▌7 841 078 000 EUR in prijzen van 2018 (8 900 000 000 EUR voor ontwikkelingsacties in lopende prijzen).

2 bis.  Om in te spelen op onvoorziene situaties of nieuwe ontwikkelingen en behoeften kan de Commissie in het kader van de jaarlijkse begrotingsprocedure maximaal 10 % afwijken van de in lid 2 bedoelde bedragen.

3.  Het in lid 1 genoemde bedrag kan worden gebruikt voor technische en administratieve bijstand bij de uitvoering van het fonds, zoals activiteiten op het gebied van voorbereiding, monitoring, controle, audit en evaluatie, daaronder begrepen institutionele informatietechnologiesystemen. Dit bedrag mag niet hoger zijn dan 5 % van de waarde van de in lid 1 genoemde financiële middelen.

4.  Ten minste 5 % en maximaal 10 % van de in lid 1 genoemde financiële middelen wordt uitgetrokken ter ondersteuning van disruptieve technologieën voor defensiedoeleinden.

Artikel 5

Geassocieerde landen

Het fonds staat open voor de landen van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA) die lid zijn van de Europese Economische Ruimte (EER), in overeenstemming met de in de EER-overeenkomst vastgestelde voorwaarden. Financiële bijdragen aan het programma op grond van dit artikel worden aangemerkt als bestemmingsontvangsten overeenkomstig artikel [21, lid 5], van het Financieel Reglement.

Artikel 6

Ondersteuning van disruptieve technologieën voor defensie

1.  De Commissie verleent financiering op basis van openbare raadplegingen over disruptieve technologieën, met bijzondere aandacht voor defensietoepassingen op de in de werkprogramma's vastgestelde actiegebieden, overeenkomstig de in artikel 27 bedoelde procedure.

2.  De Commissie beslist per geval welke de meest geschikte financieringsvorm is om disruptieve technologieën te financieren.

Artikel 7

Ethiek

1.  In het kader van het fonds verrichte acties zijn in overeenstemming met de ethische beginselen en de toepasselijke nationale, internationale en Uniewetgeving.

2.  Voorstellen worden systematisch en vooraf gescreend door de Commissie om na te gaan welke acties aanleiding geven tot ingewikkelde of ernstige ethische kwesties en om deze, in voorkomend geval, aan een ethische beoordeling te onderwerpen. Ethische screenings en beoordelingen worden uitgevoerd door de Commissie met de hulp van onafhankelijke deskundigen op meerdere vakgebieden. De Commissie waarborgt dat de ethische procedures zo transparant mogelijk zijn en brengt hier verslag over uit in het kader van haar verslagleggings- en evaluatieverplichtingen krachtens de artikelen 31 en 32. Alle deskundigen zijn burgers van de Unie en komen uit een zo groot mogelijk aantal lidstaten.

3.  Entiteiten die aan de actie deelnemen, verkrijgen vóór de aanvang van de desbetreffende activiteiten alle goedkeuringen of andere verplichte documenten van de betrokken nationale of lokale ethische commissies of andere organen, bijvoorbeeld gegevensbeschermingsautoriteiten. Die documenten worden aangehouden en aan de Commissie overgelegd.

5.  Acties die ethisch niet aanvaardbaar zijn, worden verworpen ▌.

HOOFDSTUK IIFINANCIËLE BEPALINGEN

Artikel 8

Uitvoering en vormen van EU-financiering

1.  Het fonds wordt door de Commissie uitgevoerd in direct beheer overeenkomstig het Financieel Reglement.

2.  In het kader van het fonds kan financiering worden verstrekt in de vormen als vastgesteld in het Financieel Reglement, met name subsidies, prijzen en aanbestedingen. ▌

Artikel 9

Cumulatieve, aanvullende en gecombineerde financiering

1.  Voor een actie waarvoor een bijdrage uit een ander programma van de Unie is ontvangen, kan ook een bijdrage in het kader van het fonds worden ontvangen, op voorwaarde dat de bijdragen niet dezelfde kosten dekken. De regels van elk bijdragend programma/fonds van de Unie gelden voor de respectievelijke bijdrage daaruit aan de actie. De cumulatieve financiering bedraagt niet meer dan de totale subsidiabele kosten van de actie, en de ondersteuning vanuit de verschillende programma's van de Unie kan pro rata worden berekend overeenkomstig de documenten waarin de voorwaarden voor ondersteuning zijn vastgelegd.

2.  ▌

HOOFDSTUK III

SUBSIDIABILITEITSVOORWAARDEN, GUNNINGSCRITERIA EN FINANCIERING

Artikel 10

Subsidiabele entiteiten

1.  Aanvragers en hun subcontractanten die betrokken zijn bij de actie komen in aanmerking voor financiering indien zij in de Unie of een geassocieerd land als bedoeld in artikel 5 zijn gevestigd, hun uitvoerende bestuursstructuren zich in de Unie of in een geassocieerd land bevinden, en zij niet onder zeggenschap van een niet-geassocieerd derde land of een entiteit uit een niet-geassocieerd derde land staan.

2.  In afwijking van lid 1 kan een in de Unie of in een geassocieerd land gevestigde bij de actie betrokken aanvrager of subcontractant die onder zeggenschap van een niet-geassocieerd derde land of een entiteit uit een niet-geassocieerd derde land staat, een in aanmerking komende entiteit voor financiering vormen indien dit noodzakelijk is om de doelstellingen van de actie te bereiken en op voorwaarde dat zijn deelname de veiligheids- en defensiebelangen van de Unie en haar lidstaten of de in artikel 3 vermelde doelstellingen niet in gevaar brengt. Om de bescherming van de veiligheidsbelangen van de Unie en haar lidstaten te waarborgen, wordt in de oproep tot het indienen van voorstellen vereist dat de aanvrager zich ertoe verbindt om vóór de aanvang van de actie passende maatregelen uit te voeren om te waarborgen dat:

a)  ▌zeggenschap over de aanvrager niet wordt uitgeoefend op een wijze waardoor zijn vermogen om de actie uit te voeren en resultaten voor te leggen op een of andere manier wordt beperkt, op een wijze waardoor er beperkingen worden opgelegd met betrekking tot de infrastructuur, faciliteiten, activa, middelen, intellectuele eigendom of kennis van de aanvrager die nodig zijn voor de actie, of op een wijze waardoor de vermogens of normen die nodig zijn voor de uitvoering van de actie worden ondermijnd;

b)  ▌toegang van niet-geassocieerde derde landen of van entiteiten uit een niet-geassocieerd derde land tot gerubriceerde en niet-gerubriceerde gevoelige informatie met betrekking tot de actie wordt voorkomen; de bij de actie betrokken werknemers of andere personen over een door een lidstaat of geassocieerd land afgegeven nationale veiligheidsmachtiging beschikken;

c)  de uit de actie voortgekomen intellectuele eigendom, evenals de resultaten van de actie tijdens de looptijd ervan en gedurende een gespecificeerde periode na voltooiing ervan in handen blijven van de begunstigde en niet worden onderworpen aan zeggenschap of beperkingen door niet-geassocieerde derde landen of andere entiteiten uit een niet-geassocieerd derde land, en niet worden uitgevoerd naar of beschikbaar worden gesteld aan een derde land of een entiteit uit een derde land zonder de goedkeuring van de lidstaten waar de begunstigde is gevestigd en overeenkomstig de doelstellingen vermeld in artikel 3.

Een afwijking op grond van dit lid geldt niet voor een bij de actie betrokken aanvrager of subcontractant van wie de uitvoerende bestuursstructuren zich in de Unie of in een geassocieerd land bevinden en die onder zeggenschap staat van een niet-geassocieerd derde land dat is onderworpen aan beperkende maatregelen van de Unie, of van een entiteit uit een niet-geassocieerd derde land die is onderworpen aan beperkende maatregelen van de Unie.

3.  Alle infrastructuur, faciliteiten, activa en middelen die worden gebruikt in uit het fonds gefinancierde acties bevinden zich op het grondgebied van de Unie of van geassocieerde landen en worden niet onderworpen aan eender welke controle of beperking door een niet-geassocieerd derde land of een entiteit uit een niet-geassocieerd land. Daarnaast werken bij de actie betrokken begunstigden en hun subcontractanten bij de uitvoering van een actie die voor financiering in aanmerking komt alleen met juridische entiteiten die in de Unie of in een geassocieerd land zijn gevestigd en niet onder zeggenschap van niet-geassocieerde derde landen of entiteiten uit een niet-geassocieerde derde land staan.

4.  In afwijking van lid 3 mogen bij de actie betrokken begunstigden en subcontractanten, indien er geen concurrerende plaatsvervangers beschikbaar zijn in de Unie, gebruikmaken van activa, infrastructuur, faciliteiten, en middelen in hun bezit die zich op het grondgebied van een niet-geassocieerd derde land bevinden of worden gehouden, indien dat noodzakelijk is om de doelstellingen van de actie te bereiken en op voorwaarde dat het de veiligheids- en defensiebelangen van de Unie en haar lidstaten of de in artikel 3 vermelde doelstellingen niet in gevaar brengt. Onder dezelfde voorwaarden mogen bij de actie betrokken begunstigden en hun subcontractanten bij de uitvoering van een actie die voor financiering in aanmerking komt, samenwerken met een entiteit die in een niet-geassocieerd derde land is gevestigd. De kosten die met het gebruik van dergelijke infrastructuur, faciliteiten, activa of middelen en met dergelijke samenwerking gepaard gaan, komen niet in aanmerking voor financiering uit het fonds. In elk geval geldt deze afwijking niet indien deze activa, infrastructuur, faciliteiten of middelen zich op het grondgebied bevinden of op het grondgebied worden gehouden van een niet-geassocieerd derde land dat is onderworpen aan beperkende maatregelen van de Unie.

5.  Om de bescherming van de veiligheidsbelangen van de Unie en haar lidstaten te waarborgen, worden in de oproep tot het indienen van voorstellen of in de subsidieovereenkomst alle voorwaarden gespecificeerd, met inbegrip van de voorwaarden als bedoeld in lid 2 van dit artikel. Die voorwaarden hebben met name betrekking op de bepalingen inzake de eigendom van resultaten van de actie en de toegang tot gerubriceerde en niet-gerubriceerde gevoelige informatie, en op waarborgen inzake voorzieningszekerheid.

6.  Aanvragers verstrekken alle relevante informatie die nodig is om de in de leden 1 tot en met 4 genoemde subsidiabiliteitscriteria en voorwaarden te kunnen beoordelen.

7.  Aanvragen die op de voorwaarden van lid 2 of 4 moeten worden getoetst, mogen alleen worden ingediend met toestemming van de lidstaat of het geassocieerde land waarin de aanvrager is gevestigd.

8.  Indien zich tijdens de uitvoering van een actie een verandering voordoet waardoor aan de naleving van die criteria en voorwaarden kan worden getwijfeld, brengt de begunstigde dit ter kennis van de Commissie, die nagaat of nog steeds aan die criteria en voorwaarden is voldaan en de mogelijke gevolgen voor de financiering van de actie (opschorting, annulering) beoordeelt.

9.  In dit artikel wordt onder "subcontractanten" verstaan: subcontractanten met een directe contractuele relatie met een begunstigde, overige subcontractanten waaraan ten minste 10 % van de totale subsidiabele kosten van de actie wordt toegewezen, en subcontractanten die mogelijk toegang moeten hebben tot gerubriceerde informatie in de zin van Besluit (EU, Euratom) 2015/444 van de Commissie om de actie te kunnen uitvoeren.

Artikel 11

Subsidiabele acties

1.  Alleen acties voor de verwezenlijking van de in artikel 3 genoemde doelstellingen komen in aanmerking voor financiering.

2.  Het fonds biedt zowel ondersteuning aan acties voor nieuwe producten en technologieën als aan acties voor de modernisering van bestaande producten en technologieën, voor zover het gebruik van reeds bestaande informatie die nodig is om die modernisering te kunnen uitvoeren, niet direct of indirect is onderworpen aan een beperking door niet-geassocieerde derde landen of entiteiten uit niet-geassocieerde derde landen.

3.  Een subsidiabele actie houdt verband met één of meer van de volgende activiteiten:

a)  activiteiten gericht op het creëren, onderbouwen en verbeteren van ▌kennis en defensieproducten of ‑technologieën, waaronder disruptieve defensietechnologieën, die significante effecten kunnen hebben op defensiegebied;

b)  activiteiten gericht op het verhogen van de interoperabiliteit en de weerbaarheid, waaronder de beveiligde productie en uitwisseling van gegevens, op het beheersen van cruciale defensietechnologieën, op het versterken van de voorzieningszekerheid of op het mogelijk maken van een doeltreffende benutting van resultaten voor defensieproducten en -technologieën;

c)  studies, zoals haalbaarheidsstudies om de haalbaarheid van een nieuwe of verbeterde technologie, product, proces, dienst, oplossing ▌te onderzoeken ▌;

d)  het ontwerp van een defensieproduct, defensietechnologie of tastbaar of niet-tastbaar onderdeel, alsook de vaststelling van de technische specificaties op basis waarvan dat ontwerp is ontwikkeld, evenals eventuele deeltesten met het oog op risicobeperking in een industriële of representatieve omgeving;

e)  de ontwikkeling van een model of een defensieproduct, defensietechnologie of tastbaar of niet-tastbaar onderdeel waarmee de prestaties van dat element in een operationele omgeving kunnen worden aangetoond (systeemprototype);

f)  het testen van een defensieproduct, defensietechnologie of tastbaar of niet-tastbaar onderdeel;

g)  de kwalificering van een defensieproduct, defensietechnologie of tastbaar of niet-tastbaar onderdeel ▌;

h)  de certificering van een defensieproduct, defensietechnologie of tastbaar of niet-tastbaar onderdeel ▌;

i)  de ontwikkeling van technologieën of middelen die de efficiëntie van defensieproducten en -technologieën gedurende hun gehele levenscyclus verhogen;

4.  ▌De actie wordt uitgevoerd door een samenwerkingsverband in het kader van een consortium van ten minste drie juridische entiteiten die gevestigd zijn in ten minste drie verschillende lidstaten ▌. Elke bijkomende juridische entiteit die in het consortium participeert, mag in een geassocieerd land als bedoeld in artikel 5 gevestigd zijn. Ten minste drie van deze subsidiabele entiteiten die gevestigd zijn in ten minste twee verschillende lidstaten en/of geassocieerde landen, staan niet gedurende de hele uitvoering van de actie direct of indirect onder ▌zeggenschap van dezelfde entiteit, noch mogen zij onder zeggenschap van elkaar staan.

5.  Lid 4 is niet van toepassing op acties als bedoeld in lid 3, onder c) ▌, noch op acties als bedoeld in artikel 6.

6.  Acties met het oog op de ontwikkeling van producten en technologieën waarvan het gebruik, de ontwikkeling of productie op grond van het toepasselijke internationaal recht verboden is, komen niet voor financiering in aanmerking. In het bijzonder wordt in het kader van het programma geen financiering verstrekt voor brandwapens, met inbegrip van witte fosfor, munitie met verarmd uranium, dodelijke autonome wapens die zonder beduidende menselijke controle de kritische taken van het kiezen en aanvallen van afzonderlijke doelwitten verrichten, handvuurwapens en lichte wapens die hoofdzakelijk voor uitvoerdoeleinden worden ontwikkeld, meer bepaald indien geen van de lidstaten te kennen heeft gegeven dat de actie noodzakelijk moet worden uitgevoerd.

6 bis.  Acties voor de ontwikkeling van producten en technologieën die het mogelijk maken de volgende daden te plegen of te bevorderen, komen niet in aanmerking voor financiering uit hoofde van het programma:

i)    een ernstige schending van het internationaal humanitair recht;

ii)    een ernstige schending van het internationaal recht inzake de mensenrechten;

iii)     een daad die in internationale verdragen of protocollen inzake terrorisme als misdrijf is aangewezen;

iv)    een daad die in internationale verdragen of protocollen inzake transnationale georganiseerde misdaad als misdrijf is aangewezen.

Artikel 12

Selectie- en toekenningsprocedure

1.  Op grond van artikel [195, onder e),] van het Financieel Reglement kunnen subsidies aan in het werkprogramma aangewezen juridische entiteiten worden toegekend zonder oproep tot het indienen van voorstellen.

2.  De Commissie kent de financiering voor de geselecteerde acties toe na elke oproep of na de toepassing van [artikel 195, onder e),] van het Financieel Reglement.

3.  Financiering voor ontwikkelingsacties kent de Commissie toe middels gedelegeerde handelingen die overeenkomstig de in artikel 28 bis bedoelde procedure zijn vastgesteld.

Artikel 13

Toekenningscriteria

1.  Elk voorstel wordt beoordeeld aan de hand van de volgende criteria:

a)  bijdrage aan excellentie of disruptiepotentieel op defensiegebied, waarbij in het bijzonder wordt aangetoond dat de verwachte resultaten van de voorgestelde actie significante voordelen bieden ten aanzien van bestaande producten of technologieën;

b)  bijdrage aan de innovatie en technologische ontwikkeling van de Europese defensie-industrie, waarbij in het bijzonder wordt aangetoond dat de voorgestelde actie betrekking heeft op baanbrekende of vernieuwende concepten en benaderingen, nieuwe veelbelovende technologische verbeteringen in de toekomst of de toepassing van technologieën of concepten die voorheen niet in de defensiesector werden gebruikt;

c)  de bijdrage aan het concurrentievermogen van de Europese defensie-industrie, in het bijzonder door in heel de Unie nieuwe marktkansen te creëren en de groei van bedrijven te versnellen;

c bis)  bijdrage aan de industriële en technologische autonomie van de Unie door defensietechnologieën of -producten uit te breiden overeenkomstig de vermogensprioriteiten op defensiegebied die de lidstaten zijn overeengekomen in het kader van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid (GBVB) en met name in de context van het vermogensontwikkelingsplan (CDP) van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid (GVDB);

d)  bijdrage aan de veiligheids- en defensiebelangen van de Unie in overeenstemming met de prioriteiten zoals bedoeld in artikel 3, lid 2, en, in voorkomend geval, zoals vastgesteld in regionale en internationale samenwerkingsovereenkomsten;

e)  bijdrage aan de oprichting van nieuwe grensoverschrijdende samenwerking tussen juridische entiteiten, met name voor kmo's en midcaps die zijn gevestigd in andere lidstaten en/of geassocieerde landen dan die waar de entiteiten in het consortium die geen kmo's of midcaps zijn, zijn gevestigd;

f)  kwaliteit en efficiëntie van de uitvoering van de actie.

2.  Op grond van lid 1, onder d), kan rekening worden gehouden met regionale en internationale prioriteiten, met name om onnodige overlappingen te vermijden, op voorwaarde dat zij de veiligheids- en defensiebelangen van de Unie dienen en geen lidstaat van deelname uitsluiten.

Artikel 14

Medefinancieringspercentage

1.  Onverminderd het medefinancieringsbeginsel financiert het fonds ▌100 % van de subsidiabele kosten van een actie.

2.  In afwijking van lid 1 geldt het volgende:

a)  voor acties zoals bedoeld in artikel 11, lid 3, onder e), bedraagt de financiële bijstand uit het fonds niet meer dan 20 % van de subsidiabele kosten van de actie;

b)  voor acties zoals bedoeld in artikel 11, lid 3, onder f) tot en met h), bedraagt de financiële bijstand uit het fonds niet meer dan 80 % van de subsidiabele kosten van de actie.

3.  Voor ontwikkelingsacties wordt het financieringspercentage verhoogd in de volgende gevallen, zonder dat het echter hoger kan zijn dan de totale subsidiabele kosten:

a)  een actie die wordt ontwikkeld in de context van de permanente gestructureerde samenwerking zoals ingesteld bij Besluit (GBVB) 2017/2315 van de Raad van 11 december 2017 geniet een percentage dat met 10 procentpunten is verhoogd;

b)  een actie geniet een financieringspercentage dat is verhoogd met het aantal procentpunten dat overeenkomt met het percentage van de totale subsidiabele kosten dat is toegekend aan kmo's die zijn gevestigd in een andere lidstaat en/of geassocieerd land dan de lidstaat en/of het land waar de consortiumleden die geen kmo's of midcaps zijn, zijn gevestigd;

c)  een actie geniet een financieringspercentage dat wordt verhoogd met het aantal procentpunten dat overeenkomt met een kwart van het percentage van de totale subsidiabele kosten dat is toegekend aan midcaps die zijn gevestigd in een andere lidstaat en/of geassocieerd land dan de lidstaat en/of het land waar de consortiumleden die geen kmo's of midcaps zijn, zijn gevestigd;

d)  de totale verhoging van het financieringspercentage van een actie mag niet meer bedragen dan 30 procentpunten.

Artikel 15

Financiële draagkracht

In afwijking van artikel [198] van het Financieel Reglement:

a)  wordt enkel de financiële draagkracht van de coördinator geverifieerd en enkel indien de aangevraagde financiering van de Unie 500 000 EUR of meer bedraagt. Wanneer er echter redenen bestaan om aan de financiële draagkracht te twijfelen, verifieert de Commissie tevens de financiële draagkracht van andere aanvragers of van coördinatoren die onder de in de eerste zin bedoelde drempelwaarde blijven;

b)  wordt de financiële draagkracht niet geverifieerd bij juridische entiteiten waarvan de levensvatbaarheid wordt gegarandeerd door een lidstaat, noch bij universiteiten en openbare onderzoekscentra;

c)  wordt, indien de financiële draagkracht structureel wordt gegarandeerd door een andere juridische entiteit, de financiële draagkracht van deze laatste geverifieerd.

Artikel 16

Indirecte kosten

1.  Indirecte subsidiabele kosten worden bepaald door een vast percentage van 25 % toe te passen op de totale directe subsidiabele kosten, met uitzondering van directe subsidiabele kosten voor onderaanneming, financiële ondersteuning aan derden en eenheidskosten of vaste bedragen die indirecte kosten omvatten.

2.  Bij wijze van alternatief kunnen indirecte subsidiabele kosten ▌worden bepaald overeenkomstig de gebruikelijke kostenberekeningsmethoden van de begunstigde op basis van werkelijke indirecte kosten, voor zover die kostenberekeningsmethoden door nationale autoriteiten onder vergelijkbare financieringsstelsels zijn aanvaard in overeenstemming met artikel [185] van het Financieel Reglement en aan de Commissie zijn meegedeeld.

Artikel 17

Gebruik van eenmalige vaste bedragen of niet aan kosten gekoppelde bijdragen

1.  Voor subsidies die worden toegekend aan acties als bedoeld in artikel 11, lid 3, onder e), en andere acties waarbij lidstaten en/of geassocieerde landen meer dan 50 % van de begroting financieren, kan de Commissie gebruikmaken van:

a)  een niet aan kosten gekoppelde bijdrage als bedoeld in artikel [180, lid 3,] van het Financieel Reglement en gebaseerd op de verwezenlijking van resultaten gemeten ten opzichte van eerder vastgestelde mijlpalen of middels prestatie-indicatoren; of

b)  een eenmalig vast bedrag als bedoeld in artikel [182] van het Financieel Reglement en gebaseerd op de voorlopige begroting van de actie die reeds door de nationale autoriteiten van de medefinancierende lidstaten en geassocieerde landen is goedgekeurd.

2.  Indirecte kosten worden opgenomen in het vaste bedrag.

Artikel 18

Precommerciële inkoop

1.  De Unie kan precommerciële inkoop ondersteunen door een subsidie toe te kennen aan aanbestedende diensten of aanbestedende instanties in de zin van de Richtlijnen 2014/24/EU(14), 2014/25/EU(15) en 2009/81/EG(16) van het Europees Parlement en de Raad die gezamenlijk defensiegerelateerd onderzoek en ontwikkeling van diensten aanbesteden of hun aanbestedingsprocedures coördineren.

2.  De aanbestedingsprocedures:

a)  zijn in overeenstemming met de bepalingen van deze verordening;

b)  kunnen voorzien in de gunning van meerdere contracten binnen dezelfde procedure ("multiple sourcing");

c)  voorzien in de gunning van contracten aan de inschrijving(en) die de beste prijs/kwaliteitsverhouding biedt/bieden.

Artikel 19

Garantiefonds

Bijdragen aan een systeem voor onderlinge verzekeringen kunnen dienen ter dekking van het risico dat verbonden is aan de terugvordering van door de begunstigden verschuldigde middelen en worden beschouwd als een toereikende garantie krachtens het Financieel Reglement. De bepalingen van [artikel X van] Verordening XXX [opvolger van de verordening betreffende het Garantiefonds] zijn van toepassing.

Artikel 21

Toegang tot financieringsinstrumenten

De begunstigden van het fonds komen in aanmerking voor toegang tot speciale financiële producten die in het kader van InvestEU worden aangeboden, in overeenstemming met ▌titel X van het Financieel Reglement.

TITEL IISPECIFIEKE BEPALINGEN

VAN TOEPASSING OP ONDERZOEK

Artikel 22

Eigendom van resultaten

1.  De resultaten van de acties zijn eigendom van de begunstigden die de resultaten genereren. Indien juridische entiteiten gezamenlijk resultaten genereren, en indien hun respectieve bijdragen niet kunnen worden geverifieerd of indien het niet mogelijk is dergelijke gezamenlijke resultaten op te splitsen, houden de juridische entiteiten de resultaten gezamenlijk in eigendom. De gezamenlijke eigenaren sluiten een overeenkomst betreffende de verdeling en de voorwaarden voor de uitoefening van dit gezamenlijke eigendomsrecht, met inachtneming van hun verplichtingen uit hoofde van de subsidieovereenkomst.

2.  Indien de bijstand van de Unie wordt verleend in de vorm van een overheidsopdracht, zijn de resultaten eigendom van de Unie. De lidstaten en geassocieerde landen hebben toegangsrechten tot de resultaten voor zover zij daar schriftelijk om verzoeken;

3.  ▌De resultaten van de acties die ondersteuning ontvangen uit het fonds, mogen noch direct, noch indirect via een of meer intermediaire juridische entiteiten, onderworpen zijn aan controles of beperkingen, zo ook wat betreft de overdracht van technologie door een niet-geassocieerd derde land of een entiteit uit een niet-geassocieerd derde land.

4.  In de subsidieovereenkomst wordt, voor zover gerechtvaardigd, vastgesteld dat de Commissie het recht heeft in kennis gesteld te worden van en bezwaar te maken tegen een overdracht van eigendom van resultaten of het verlenen van een licentie voor resultaten aan een niet-geassocieerd derde land of een entiteit uit een niet-geassocieerd derde land. Dergelijke overdracht mag niet ingaan tegen de defensie- en veiligheidsbelangen van de Unie en haar lidstaten of tegen de in artikel 3 vastgestelde doelstellingen van deze verordening.

5.  De nationale autoriteiten van de lidstaten en geassocieerde landen hebben toegangsrechten tot het speciaal verslag van acties die Uniefinanciering hebben ontvangen. Dergelijke toegangsrechten worden vrij van royalty's verleend en door de Commissie aan de lidstaten en de geassocieerde landen overgedragen nadat in passende geheimhoudingsverplichtingen is voorzien. Deelnemers zijn in geen geval gehouden in het speciaal verslag gegevens of informatie te verstrekken die tot het intellectuele eigendom behoren.

6.  De nationale autoriteiten van de lidstaten en de geassocieerde landen gebruiken het speciaal verslag uitsluitend voor doeleinden met betrekking tot het gebruik door of voor hun strijdkrachten of veiligheids- of inlichtingendiensten, onder meer in het kader van hun samenwerkingsprogramma's. Dergelijk gebruik omvat, maar is niet beperkt tot studie, evaluatie, beoordeling, onderzoek, ontwerp, ontwikkeling, vervaardiging, verbetering, wijziging, onderhoud, reparatie, renovatie, productaanvaarding en -certificering, bediening, opleiding, verwijdering en andere ontwerpdiensten en productuitrol, evenals de beoordeling en opstelling van technische voorschriften voor aanbesteding.

7.  De begunstigden verlenen de instellingen, organen of agentschappen van de Unie royaltyvrij toegangsrechten tot hun resultaten, voor zover dit naar behoren gerechtvaardigd is voor de ontwikkeling, uitvoering en monitoring van Uniebeleid of -programma's. Dergelijke toegangsrechten hebben enkel betrekking op niet-commercieel en niet-competitief gebruik.

8.  Met betrekking tot precommerciële inkoop worden in de subsidieovereenkomsten en contracten specifieke bepalingen inzake de eigendom, de toegangsrechten en de licentieverlening vastgesteld om een maximaal effect van de resultaten te bewerkstelligen en oneerlijke voordelen te voorkomen. ▌Indien een contractant er niet in slaagt de resultaten binnen een bepaalde periode na de precommerciële inkoop zoals vastgesteld in de overeenkomst, te exploiteren, draagt hij de eigendom van de resultaten waar mogelijk over aan de aanbestedende diensten.

8 bis.  Drie of meer lidstaten of geassocieerde landen die, multilateraal of in het kader van een organisatie van de Unie, gezamenlijk een of meer contracten hebben gesloten met een of meer deelnemers om de verkregen resultaten in het kader van een specifieke actie die financiering heeft ontvangen uit hoofde van een subsidieovereenkomst voor een onderzoeksactie op defensiegebied, samen verder te ontwikkelen, hebben toegangsrechten tot de resultaten van de actie die eigendom zijn van die deelnemer en noodzakelijk zijn voor de uitvoering van het contract. Deze toegangsrechten worden vrij van royalty's verleend en onder specifieke voorwaarden die ervoor zorgen dat deze rechten uitsluitend voor het doel van het contract worden gebruikt en dat in de passende geheimhoudingsverplichtingen is voorzien.

TITEL IIISPECIFIEKE BEPALINGEN

VAN TOEPASSING OP ONTWIKKELING

Artikel 23

Aanvullende subsidiabiliteitscriteria

1.  In voorkomend geval toont het consortium aan dat de resterende kosten van een subsidiabele actie die niet voor ondersteuning door de Unie in aanmerking komen, door andere financieringsmiddelen worden gedekt, zoals bijdragen van lidstaten en/of bijdragen van geassocieerde landen, of medefinanciering van juridische entiteiten.

2.  In artikel 11, lid 3, onder d), bedoelde acties zijn gebaseerd op geharmoniseerde vermogensvereisten die gezamenlijk door de desbetreffende lidstaten en/of geassocieerde landen zijn overeengekomen.

3.  Voor acties als bedoeld in artikel 11, lid 3, onder e) tot en met h), toont het consortium middels door nationale autoriteiten afgegeven documenten aan dat:

a)  ten minste twee lidstaten ▌of ten minste één lidstaat met geassocieerde landen garanties bieden om het eindproduct aan te schaffen of de technologie op gecoördineerde wijze te gebruiken. Dit kan onder meer via gezamenlijke aanbestedingen;

b)  de actie gebaseerd is op gemeenschappelijke technische specificaties die gezamenlijk zijn overeengekomen door de lidstaten en/of geassocieerde landen die de actie medefinancieren.

Artikel 24

Aanvullende toekenningscriteria

Naast de toekenningscriteria als bedoeld in artikel 13 kan voor het werkprogramma ook rekening gehouden worden met:

a)  de bijdrage aan het verhogen van de efficiëntie in de hele levenscyclus van defensieproducten en -technologieën, met inbegrip van kosteneffectiviteit en het potentieel voor synergieën in het aanbestedings- en onderhoudsproces en de verwijderingsprocessen;

b)  het niveau van samenwerking tussen bij de subsidiabele actie betrokken lidstaten.

b bis)  het voorziene aanbestedingsvolume en de verwachte gevolgen voor de defensievermogens en -uitgaven van de lidstaten en de Europese strategische autonomie.

Artikel 25

Eigendom van resultaten

1.  De Unie is geen eigenaar van de producten of technologieën die voortkomen uit ontwikkelingsacties, noch maakt zij aanspraak op enige intellectuele-eigendomsrechten met betrekking tot de resultaten van de acties.

1 bis.  De resultaten van de acties zijn eigendom van de begunstigden die de resultaten hebben gegenereerd. Indien juridische entiteiten gezamenlijk resultaten genereren, en indien hun respectieve bijdragen niet kunnen worden geverifieerd of indien het niet mogelijk is dergelijke gezamenlijke resultaten op te splitsen, houden de juridische entiteiten de resultaten gezamenlijk in eigendom. De gezamenlijke eigenaren sluiten een overeenkomst betreffende de verdeling en de voorwaarden voor de uitoefening van dit gezamenlijke eigendomsrecht, met inachtneming van hun verplichtingen uit hoofde van de subsidieovereenkomst.

2.  De resultaten van acties die uit het fonds worden gefinancierd, mogen direct noch indirect via een of meer intermediaire juridische entiteiten, aan zeggenschap of beperkingen door niet-geassocieerde derde landen of door entiteiten uit een niet-geassocieerd derde land worden onderworpen, zo ook wat de overdracht van technologie betreft.

3.  Wat de door ontvangers uit hoofde van deze verordening gegenereerde resultaten betreft en onverminderd lid 2 van dit artikel, wordt de Commissie ten minste zes weken vooraf ex ante in kennis gesteld van elke overdracht van eigendom of verlening van een licentie aan een niet-geassocieerd derde land of aan entiteiten uit een niet-geassocieerd derde land. Indien een dergelijke overdracht van eigendom of verlening van een licentie ingaat tegen de defensie- en veiligheidsbelangen van de Unie en haar lidstaten, of tegen de in artikel 3 vastgestelde doelstellingen van deze verordening ▌, dan wordt de in het kader van het fonds verstrekte financiering terugbetaald.

4.  In afwijking van lid 1 geldt dat, indien de bijstand van de Unie wordt verleend in de vorm van een overheidsopdracht, de Unie eigenaar is van de resultaten en de lidstaten en/of geassocieerde landen het recht hebben om kosteloos en mits zij daar schriftelijk om verzoeken, een niet-exclusieve licentie te verkrijgen voor het gebruik van de resultaten.

Artikel 26

Inkennisstelling van de projectbeheerder

Ingeval de lidstaten en geassocieerde landen een projectbeheerder benoemen, raadpleegt de Commissie ▌ de projectbeheerder over de voortgang die is geboekt bij de actie voordat zij de betaling verricht aan de begunstigde van de subsidiabele actie.

TITEL IVBEHEER, MONITORING,

EVALUATIE EN CONTROLE

Artikel 27

Werkprogramma's

1.  Het fonds wordt uitgevoerd door middel van jaarlijkse of meerjarige werkprogramma's die zijn vastgesteld overeenkomstig artikel [110] van het Financieel Reglement. ▌

1 bis.  De werkprogramma's kunnen met name rekening houden met de strategieën die zijn ontwikkeld in het kader van de overkoepelende strategische onderzoeksagenda (OSRA) en de gevalstudies in strategische context (SCC's) van het CDP.

1 ter.  De Commissie waarborgt de samenhang van de werkprogramma's tijdens het beheer van de volledige levenscyclus van defensieproducten en -technologieën.

2.  De Commissie stelt de werkprogramma's vast middels gedelegeerde handelingen in overeenstemming met de in artikel 28 bis bedoelde procedure.

2 bis.    In de werkprogramma's worden details verstrekt over de uit hoofde van het fonds te financieren categorieën van projecten. Deze werkprogramma's sluiten aan bij de in artikel 3 vastgestelde doelstellingen.

2 ter.  De Commissie voert aan de hand van het proces voor de opstelling van de werkprogramma's een voorafgaande beoordeling uit van mogelijke overlappingen met bestaande vermogens of reeds gefinancierde onderzoeks- of ontwikkelingsprojecten binnen de Unie.

Artikel 28 bis

Uitoefening van bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.   De in artikel 27 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor een termijn van zeven jaar met ingang van [datum van inwerkingtreding].

3.   Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 27 bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het besluit wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.   Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016(17).

Artikel 29

Onafhankelijke deskundigen

1.  De Commissie stelt overeenkomstig artikel [237] van het Financieel Reglement onafhankelijke deskundigen aan om haar bij te staan bij de evaluatie van voorstellen. ▌

2.  Onafhankelijke deskundigen zijn burgers van de Unie uit een zo groot mogelijk aantal lidstaten die zijn aangeduid en geselecteerd op basis van oproepen tot het indienen van blijken tot belangstelling ▌met het oog op het vaststellen van een lijst met deskundigen ▌. In afwijking van artikel [237] van het Financieel Reglement wordt die lijst niet bekendgemaakt, volledig noch gedeeltelijk, indien dit vereist is op grond van de bescherming van de openbare veiligheid.

3.  Onafhankelijke deskundigen beschikken over een passende, door een lidstaat afgegeven veiligheidsmachtiging.

5.  Onafhankelijke deskundigen worden gekozen op basis van de vaardigheden, ervaring en kennis waarover zij moeten beschikken om de aan hen opgedragen taken te kunnen uitvoeren.

5 bis.  De Commissie zorgt er tevens voor dat een deskundige die met een belangenconflict wordt geconfronteerd ten aanzien van een aangelegenheid waarover hij een advies dient te verstrekken, geen beoordeling verricht of advies of assistentie verleent met betrekking tot genoemde aangelegenheid.

Artikel 30

Toepassing van de regelgeving inzake gerubriceerde informatie

1.  Binnen het toepassingsgebied van deze verordening:

a)  zorgt elke lidstaat of elk geassocieerd land ervoor dat zijn nationale beveiligingsvoorschriften eenzelfde mate van bescherming van gerubriceerde informatie van de Europese Unie bieden als de veiligheidsvoorschriften in Besluit (EU, Euratom) 2015/444 van de Commissie van 13 maart 2015 betreffende de veiligheidsvoorschriften voor de bescherming van gerubriceerde EU-informatie(18) en de beveiligingsvoorschriften van de Raad in de bijlagen bij Besluit 2013/488/EU(19);

b)  stellen de lidstaten en geassocieerde landen de Commissie onverwijld in kennis van de onder a) bedoelde nationale beveiligingsvoorschriften;

c)  kunnen in niet-geassocieerde derde landen verblijvende natuurlijke personen en aldaar gevestigde rechtspersonen enkel met gerubriceerde informatie van de EU met betrekking tot het fonds werken indien in die landen voor hen beveiligingsvoorschriften gelden die ten minste eenzelfde mate van bescherming bieden als de veiligheidsvoorschriften van de Commissie in Besluit (EU, Euratom) 2015/444 van de Commissie en de beveiligingsvoorschriften van de Raad in de bijlagen bij Besluit 2013/488/EU. De gelijkwaardigheid van beveiligingsvoorschriften die in een derde land of een internationale organisatie worden toegepast, wordt omschreven in een overeenkomst over beveiliging van informatie, waar relevant met inbegrip van kwesties inzake industriële beveiliging, tussen de Unie en dat derde land of die internationale organisatie, overeenkomstig de procedure bepaald in artikel 218 VWEU en met inachtneming van artikel 13 van Besluit 2013/488/EU;

d)  kan, onverminderd artikel 13 van Besluit 2013/488/EU en de voorschriften inzake industriële beveiliging in Besluit (EU, Euratom) 2015/444 van de Commissie, aan een natuurlijke persoon of een rechtspersoon, derde land of internationale organisatie toegang worden verleend tot gerubriceerde informatie van de Europese Unie, wanneer dat nodig wordt geacht en per geval, afhankelijk van de aard en de inhoud van die informatie, de noodzaak dat de ontvanger er kennis van neemt en het voordeel daarvan voor de Unie.

2.  Bij acties waarvoor gerubriceerde of niet-gerubriceerde gevoelige informatie nodig is of die dergelijke informatie vereisen en/of bevatten, vermeldt het betrokken financieringsorgaan in de oproep tot het indienen van voorstellen of in de aanbestedingsdocumenten de maatregelen en voorschriften die noodzakelijk zijn om het vereiste beveiligingsniveau van deze informatie te waarborgen.

3.  Om de uitwisseling van gerubriceerde en niet-gerubriceerde gevoelige informatie tussen de Commissie, de ontvangers en, in voorkomend geval, de lidstaten te vergemakkelijken, zet de Commissie een beveiligd elektronisch uitwisselingssysteem op.

Artikel 31

Toezicht en verslaglegging

1.  De bijlage bij deze verordening bevat indicatoren voor het toezicht op de uitvoering en voortgang van het fonds bij de verwezenlijking van de in artikel 3 genoemde algemene en specifieke doelstellingen.

2.  Om ervoor te zorgen dat de voortgang van het fonds bij het behalen van de doelstellingen ervan doeltreffend wordt beoordeeld, is de Commissie bevoegd overeenkomstig artikel 36 gedelegeerde handelingen vast te stellen om de bijlage te wijzigen met het oog op herziening of aanvulling van de indicatoren, indien nodig, en deze verordening aan te vullen met bepalingen betreffende de vaststelling van een kader voor toezicht en evaluatie.

3.  De Commissie houdt regelmatig toezicht op de uitvoering van het fonds en evalueert deze regelmatig, en brengt jaarlijks verslag uit bij het Europees Parlement en de Raad over de geboekte vooruitgang. Dat jaarlijks verslag bevat een onderdeel over de uitvoering van artikel 7. Daartoe stelt de Commissie de nodige toezichtsregelingen in.

4.  Het prestatieverslagleggingssysteem waarborgt dat de gegevens voor het toezicht op de uitvoering en de resultaten van het fonds op efficiënte en doeltreffende wijze en tijdig worden verzameld. Daartoe worden evenredige verslagleggingsvereisten opgelegd aan de ontvangers van middelen van de Unie.

Artikel 32

Evaluatie van het fonds

1.  Evaluaties worden tijdig uitgevoerd zodat zij in de besluitvorming kunnen worden meegenomen.

2.  De tussentijdse evaluatie van het fonds wordt uitgevoerd zodra voldoende informatie over de uitvoering van het fonds beschikbaar is, maar uiterlijk vier jaar nadat met de uitvoering van het fonds is begonnen. In het verslag van de tussentijdse evaluatie tegen 31 juli 2024 wordt met name ingegaan op het beheer van het fonds, de ervaring die is opgedaan met het industrieel ontwikkelingsprogramma voor de Europese defensie en de voorbereidende actie inzake defensieonderzoek, de toepassing van de ethische procedures als bedoeld in artikel 7, de uitvoeringspercentages, de projecttoekenningsresultaten met inbegrip van de betrokkenheid van kmo's en midcaps en de mate van grensoverschrijdende deelname, de verdeling van financiering onder de verschillende categorieën subcontractanten volgens de definitie van artikel 10, punt 9, de begroting die wordt toegewezen aan disruptieve technologieën, alsmede overeenkomstig artikel [195] van het Financieel Reglement verstrekte financiering. De tussentijdse evaluatie bevat ook informatie over de landen van herkomst van de ontvangers, het aantal landen dat betrokken is bij afzonderlijke projecten en, waar mogelijk, de verdeling van de gegenereerde intellectuele-eigendomsrechten. De Commissie kan voorstellen voor passende wijzigingen van deze verordening indienen.

3.  Aan het einde van de uitvoeringsperiode, maar uiterlijk vier jaar na 31 december 2027, verricht de Commissie een eindevaluatie van de uitvoering van het fonds. Het eindevaluatieverslag omvat de resultaten van de uitvoering van en, voor zover dit gezien de timing mogelijk is, de effecten van het fonds. In dat verslag wordt op basis van de relevante raadplegingen van de lidstaten en geassocieerde landen en de belangrijkste belanghebbenden met name een beoordeling gemaakt van de geboekte vooruitgang bij het verwezenlijken van de in artikel 3 vastgestelde doelstellingen. Ook wordt in dat verslag een analyse verricht van de grensoverschrijdende participatie, onder meer van kmo's en midcaps, in de in het kader van het fonds uitgevoerde projecten, alsook van de integratie van kmo's en midcaps in de mondiale waardeketen. De evaluatie bevat ook informatie over de landen van herkomst van de ontvangers en, waar mogelijk, over de verdeling van de gegenereerde intellectuele-eigendomsrechten.

4.  De Commissie deelt de conclusies van de evaluaties tezamen met haar opmerkingen mee aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's.

Artikel 33

Audits

Audits naar het gebruik van de bijdrage van de Unie door personen of entiteiten, met inbegrip van andere personen of entiteiten dan die welke door de instellingen of organen van de Unie zijn gemachtigd, vormen de basis van de algemene zekerheid in de zin van artikel [127] van het financieel reglement. Overeenkomstig artikel 287 VWEU onderzoekt de Europese Rekenkamer de rekeningen van alle ontvangsten en uitgaven van de Unie.

Artikel 34

Bescherming van de financiële belangen van de Unie

Wanneer een derde land deelneemt aan het fonds uit hoofde van een besluit in het kader van een internationale overeenkomst of op grond van enig ander rechtsinstrument, verleent dat derde land de nodige rechten en toegang aan de bevoegde ordonnateur, aan het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) en aan de Europese Rekenkamer, zodat zij hun respectieve bevoegdheden ten volle kunnen uitoefenen. In het geval van OLAF omvatten deze rechten het recht om onderzoeken, waaronder controles en verificaties ter plaatse, uit te voeren, overeenkomstig Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad betreffende onderzoeken door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF).

Artikel 35

Informatie, communicatie en publiciteit

1.  De ontvangers van financiering van de Unie erkennen de oorsprong van en geven zichtbaarheid aan de financiering van de Unie, met name wanneer zij de acties en de resultaten ervan promoten, door meerdere doelgroepen, waaronder de media en het grote publiek, doelgericht en op samenhangende, doeltreffende en evenredige wijze te informeren.

2.  De Commissie voert informatie- en communicatieacties uit met betrekking tot het fonds, de acties en de resultaten ervan. De aan het fonds toegewezen financiële middelen dragen tevens bij aan de communicatie van de Commissie over de politieke prioriteiten van de Unie, voor zover zij verband houden met de in artikel 3 bedoelde doelstellingen. Deze financiële middelen mogen worden gebruikt voor projecten inzake statistieken over de defensie-industrie en projecten om de verzameling van gegevens te organiseren.

TITEL V

GEDELEGEERDE HANDELINGEN, EN OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 36

Gedelegeerde handelingen

1.  De in artikel 31 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze verordening.

2.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 31 bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het besluit wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

3.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016.

4.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

5.  Een overeenkomstig artikel 31 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van die handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad vóór het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

Artikel 37

Intrekking

6.  Verordening (EU) nr. .../… (industrieel ontwikkelingsprogramma voor de Europese defensie) wordt ingetrokken met ingang van 1 januari 2021.

Artikel 38

Overgangsbepalingen

1.  Deze verordening doet geen afbreuk aan de voortzetting of de wijziging van de betrokken acties tot de afsluiting ervan op grond van [verordening betreffende het industrieel ontwikkelingsprogramma voor de Europese defensie] en de voorbereidende actie inzake defensieonderzoek, die op de betrokken acties van toepassing blijven tot zij worden afgesloten.

2.  De financiële middelen voor het fonds kunnen eveneens de uitgaven dekken voor noodzakelijke technische en administratieve bijstand om de overgang te waarborgen tussen het fonds en de maatregelen die zijn vastgesteld in het kader van zijn voorlopers, de [verordening betreffende het industrieel ontwikkelingsprogramma voor de Europese defensie] en de voorbereidende actie inzake defensieonderzoek.

3.  Zo nodig kunnen voor het beheer van acties die op 31 december 2027 nog niet zijn voltooid, ook na 2027 kredieten ter dekking van de in artikel 4, lid 4, bedoelde uitgaven in de begroting worden opgenomen.

Artikel 39

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de derde dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie. Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 2021.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel,

Voor het Europees Parlement  Voor de Raad

De voorzitter  De voorzitter

MINDERHEIDSSTANDPUNT

Minderheidsstandpunt ingediend door de volgende leden van de GUE/NGL-Fractie: Neoklis Sylikiotis, Sabine Lösing, Sofia Sakorafa, Xabier Benito Ziluaga, Marisa Matias, Cornelia Ernst, Paloma López Bermejo, João Ferreira, João Pimenta Lopes, Miguel Viegas

In het verslag wordt gepleit voor een snelle verdere militarisering van de EU en de lidstaten. Het verslag stimuleert een wapenwedloop, het verleent subsidies aan militaire ondernemingen die als hefboom dienen voor meer investeringen in militair en defensiegerelateerd onderzoek en de ontwikkeling van uitrusting en wapens, in weerwil van de sociale crisis en de milieueffecten. Het verslag is in strijd met artikel 41, lid 2, VEU, uit hoofde waarvan beleidsuitgaven die voortvloeien uit operaties die gevolgen hebben op militair of defensiegebied, niet ten laste mogen komen van de begroting van de Unie. Verder wordt in het verslag gepleit voor samenwerking tussen de EU en de NAVO.

Wij maken bezwaar, aangezien het verslag:

  de EU klaarstoomt om een mondiale militaire speler te worden;

  dient om de defensiesector en het militair-industrieel complex te subsidiëren en waarschijnlijk zal leiden tot een toename van de wapenuitvoer;

  civiel beleid militariseert en de industrie en het concurrentievermogen gebruikt als voorwendsel om de EU-defensiecapaciteiten verder te ontwikkelen in het kader van het GVDB/GBVB;

  verdere civiel-militaire samenwerking ondersteunt;

Wij eisen:

  radicale ontwapening op EU- en wereldwijd niveau;

  dat er geen financiering uit de EU-begroting wordt aangewend voor militaire doeleinden en dat artikel 41, lid 2, VEU, strikt wordt uitgelegd;

  dat overheidsmiddelen worden ingezet ter ondersteuning van kwalitatief hoogwaardige banen, herindustrialisering en kmo's;

  de bevordering van civiel onderzoek en ontwikkeling ten behoeve van de burgers en hun behoeften;

  dat alle activiteiten strikt binnen het VN-Handvest en het internationaal recht vallen;

  strikt civiele, vreedzame oplossingen van conflicten en de scheiding van civiele en militaire operaties;

  de scheiding van de EU en de NAVO.

14.11.2018

ADVIES van de Commissie buitenlandse zaken

aan de Commissie industrie, onderzoek en energie

inzake het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot oprichting van het Europees Defensiefonds

(COM(2018)0476 – C8-0268/2018 – 2018/0254(COD))

Rapporteur voor advies (*): David McAllister

(*)  Procedure met medeverantwoordelijke commissies – Artikel 54 van het Reglement

AMENDEMENTEN

De Commissie buitenlandse zaken verzoekt de bevoegde Commissie industrie, onderzoek en energie onderstaande amendementen in aanmerking te nemen:

Amendement    1

Voorstel voor een verordening

Overweging 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(2)  Het fonds zou bijdragen tot de totstandbrenging van een sterke, concurrerende en innovatieve industriële en technologische defensiebasis en hand in hand gaan met de initiatieven van de Unie met het oog op een meer geïntegreerde defensiemarkt, met name de twee in 2009 vastgestelde richtlijnen6 betreffende overheidsopdrachten en overdrachten in de defensiesector binnen de EU.

(2)  Het fonds zou bijdragen tot de totstandbrenging van een sterke, concurrerende en innovatieve industriële en technologische defensiebasis en hand in hand gaan met de initiatieven van de Unie met het oog op een meer geïntegreerde defensiemarkt, met name de twee in 2009 vastgestelde richtlijnen6 betreffende overheidsopdrachten en overdrachten in de defensiesector binnen de EU. Het fonds vormt de hoeksteen van een gezond beleid voor de Europese defensie-industrie.

_________________

_________________

6 Richtlijn 2009/43/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 mei 2009 betreffende de vereenvoudiging van de voorwaarden voor de overdracht van defensiegerelateerde producten binnen de Gemeenschap (PB L 146 van 10.6.2009, blz. 1); Richtlijn 2009/81/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen door aanbestedende diensten van bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten op defensie- en veiligheidsgebied (PB L 216 van 20.8.2009, blz. 76).

6 Richtlijn 2009/43/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 mei 2009 betreffende de vereenvoudiging van de voorwaarden voor de overdracht van defensiegerelateerde producten binnen de Gemeenschap (PB L 146 van 10.6.2009, blz. 1); Richtlijn 2009/81/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen door aanbestedende diensten van bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten op defensie- en veiligheidsgebied (PB L 216 van 20.8.2009, blz. 76).

Amendement    2

Voorstel voor een verordening

Overweging 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(3)  Aan de hand van een geïntegreerde aanpak en om bij te dragen aan het versterken van het concurrentievermogen en de innovatiecapaciteit van de defensie-industrie van de Unie, moet een Europees Defensiefonds (hierna "het fonds") worden opgericht. Het fonds moet gericht zijn op het vergroten van het concurrentievermogen, de innovatie, de efficiëntie en de autonomie van de defensie-industrie van de Unie; op die manier moet het bijdragen tot de strategische autonomie van de Unie door zowel in de onderzoeksfase als in de ontwikkelingsfase van defensieproducten en -technologieën de grensoverschrijdende samenwerking tussen lidstaten en tussen ondernemingen, onderzoekscentra, nationale overheden, internationale organisaties en universiteiten te ondersteunen. Om tot meer innovatieve oplossingen en een open interne markt te komen, moet het fonds ondersteuning bieden aan de grensoverschrijdende deelname van kleine en middelgrote ondernemingen (kmo's) en middelgrote beursgenoteerde ondernemingen (midcaps) in de defensiesector.

(3)  Aan de hand van een geïntegreerde aanpak en om bij te dragen aan het versterken van het concurrentievermogen en de innovatiecapaciteit van de defensie-industrie van de Unie, moet een Europees Defensiefonds (hierna "het fonds") worden opgericht. Het fonds moet gericht zijn op het vergroten van het concurrentievermogen, de innovatie, de efficiëntie en de autonomie van de defensie-industrie van de Unie; op die manier moet het bijdragen tot de strategische autonomie van de Unie, de verbetering van de defensievermogens van de lidstaten en de bevordering van de veiligheids- en defensiebelangen van de Unie, zoals overeengekomen in het kader van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid door zowel in de onderzoeksfase als in de ontwikkelingsfase van defensieproducten en -technologieën de grensoverschrijdende samenwerking tussen lidstaten en tussen ondernemingen, onderzoekscentra, nationale overheden, internationale organisaties en universiteiten te ondersteunen. Om tot meer innovatieve oplossingen en een open interne markt te komen, moet het fonds ondersteuning bieden aan de grensoverschrijdende deelname van kleine en middelgrote ondernemingen (kmo's) en middelgrote beursgenoteerde ondernemingen (midcaps) in de defensiesector, en de integratie ervan in grensoverschrijdende defensietoeleveringsketens bevorderen.

Amendement    3

Voorstel voor een verordening

Overweging 6 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(6 bis)  Het fonds moet passende steun bieden voor onderzoeks- en ontwikkelingsacties op het gebied van disruptieve technologieën voor defensie.

Amendement    4

Voorstel voor een verordening

Overweging 9

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(9)  Aangezien het fonds het concurrentievermogen en de innovatie van de defensie-industrie van de Unie beoogt te ondersteunen door gezamenlijk defensieonderzoek en gezamenlijke technologische activiteiten te bevorderen en aan te vullen en de risico's van de ontwikkelingsfase van samenwerkingsprojecten te ondervangen, moeten acties met het oog op onderzoek naar en ontwikkeling van een defensieproduct of -technologie in aanmerking moeten komen voor steun uit het fonds. Hetzelfde geldt voor het moderniseren van bestaande defensieproducten en -technologieën, met inbegrip van de interoperabiliteit daarvan.

(9)  Aangezien het fonds het concurrentievermogen, de efficiëntie en de innovatie van de defensie-industrie van de Unie beoogt te ondersteunen door gezamenlijk defensieonderzoek en gezamenlijke technologische activiteiten te bevorderen en aan te vullen en de risico's van de ontwikkelingsfase van samenwerkingsprojecten te ondervangen, moeten acties met het oog op onderzoek naar en ontwikkeling van een defensieproduct of -technologie in aanmerking moeten komen voor steun uit het fonds. Hetzelfde geldt voor het moderniseren van bestaande defensieproducten en -technologieën, met inbegrip van de interoperabiliteit daarvan.

Amendement    5

Voorstel voor een verordening

Overweging 10

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(10)  Aangezien het fonds met name gericht is op sterkere samenwerking tussen juridische entiteiten en lidstaten in heel Europa, kunnen acties alleen in aanmerking komen voor financiering mits zij worden uitgevoerd door een samenwerkingsverband van ten minste drie juridische entiteiten die zijn gevestigd in ten minste drie verschillende lidstaten en/of geassocieerde landen. Ten minste drie van die subsidiabele juridische entiteiten die gevestigd zijn in ten minste twee verschillende lidstaten en/of geassocieerde landen, mogen niet direct of indirect onder effectieve zeggenschap van dezelfde entiteit staan, noch mogen zij onder zeggenschap van elkaar staan. Om de samenwerking tussen de lidstaten te stimuleren, kan het fonds gezamenlijke precommerciële inkoop ondersteunen.

(10)  Aangezien het fonds met name gericht is op sterkere samenwerking en een beter concurrentievermogen tussen juridische entiteiten en lidstaten in heel Europa, kunnen acties alleen in aanmerking komen voor financiering mits zij worden uitgevoerd door een samenwerkingsverband van ten minste drie juridische entiteiten die zijn gevestigd in ten minste drie verschillende lidstaten en/of geassocieerde landen. Ten minste drie van die subsidiabele juridische entiteiten die gevestigd zijn in ten minste drie verschillende lidstaten en/of geassocieerde landen, mogen niet direct of indirect onder effectieve zeggenschap van dezelfde entiteit staan, noch mogen zij onder zeggenschap van elkaar staan. Om de samenwerking tussen de lidstaten te stimuleren, kan het fonds gezamenlijke precommerciële inkoop ondersteunen.

Amendement    6

Voorstel voor een verordening

Overweging 15

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(15)  Indien een door het fonds gesteunde ontwikkelingsactie wordt beheerd door een door de lidstaten of geassocieerde landen benoemde projectbeheerder, moet de Commissie de projectbeheerder eerst in kennis stellen voordat zij overgaat tot betaling aan de ontvanger, zodat de projectbeheerder kan waarborgen dat de ontvangers zich aan de desbetreffende termijnen houden. Onder bepaalde omstandigheden kan de projectbeheerder de Commissie zijn opmerkingen over de voortgang van de actie meedelen zodat de Commissie kan bevestigen of aan de voorwaarden om tot betaling over te gaan, is voldaan.

(15)  Indien een door het fonds gesteunde ontwikkelingsactie wordt beheerd door een door de lidstaten of geassocieerde landen benoemde projectbeheerder, moet de Commissie de projectbeheerder eerst in kennis stellen voordat zij overgaat tot betaling aan de ontvanger, zodat de projectbeheerder kan waarborgen dat de ontvangers zich aan de desbetreffende termijnen houden. De projectbeheerder moet de Commissie zijn opmerkingen over de voortgang van de actie meedelen zodat de Commissie kan bevestigen of aan de voorwaarden om tot betaling over te gaan, is voldaan.

Amendement    7

Voorstel voor een verordening

Overweging 21 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(21 bis)  Acties waaraan door grensoverschrijdende kmo's wordt deelgenomen, dragen bij aan de openstelling van de toeleveringsketens en de verwezenlijking van de doelstellingen van het fonds. Dergelijke acties moeten daarom in aanmerking komen voor een hoger financieringspercentage, dat ten goede moet komen aan alle entiteiten die deel uitmaken van het consortium.

Amendement    8

Voorstel voor een verordening

Overweging 22 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

 

 

(22 bis)   Als reactie op de toegenomen instabiliteit en het grotere aantal conflicten in de buurlanden van de Unie, alsook op nieuwe veiligheidsrisico's en geopolitieke dreigingen, moeten de lidstaten en de instellingen van de Unie gemeenschappelijke risico's en dreigingen vaststellen en gemeenschappelijke veiligheidsbelangen, strategieën en de nodige vermogens bepalen. Dit kan worden gedaan aan de hand van een EU-witboek over veiligheid en defensie, of via bestaande procedures zoals het vermogensontwikkelingsmechanisme.

Amendement    9

Voorstel voor een verordening

Overweging 23

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(23)  De bevordering van innovatie en technologische ontwikkeling in de defensie-industrie van de Unie moet stroken met de veiligheids- en defensiebelangen van de Unie. Dienovereenkomstig moet de bijdrage die een actie levert aan die belangen en aan de onderzoeks- en vermogensprioriteiten op defensiegebied die gemeenschappelijk door de lidstaten zijn overeengekomen, een toekenningscriterium zijn voor financiering. Binnen de Unie worden tekortkomingen in gemeenschappelijk defensieonderzoek en -vermogen geïdentificeerd in het kader van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid (GVDB), met name via de overkoepelende strategische onderzoeksagenda en het vermogensontwikkelingsplan. Andere Unieprocedures, zoals de gecoördineerde jaarlijkse evaluatie inzake defensie en de permanente gestructureerde samenwerking, zullen de uitvoering van relevante prioriteiten ondersteunen door kansen voor versterkte samenwerking te identificeren en te benutten teneinde het ambitieniveau van de EU inzake veiligheid en defensie te realiseren. In voorkomend geval kunnen ook regionale en internationale prioriteiten, onder meer in de context van de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie, in aanmerking worden genomen, indien zij in overeenstemming zijn met de prioriteiten van de Unie en geen lidstaat of geassocieerd land beletten om deel te nemen, daarbij tevens voor ogen houdend dat onnodige overlappingen moeten worden vermeden.

(23)  De bevordering van innovatie en technologische ontwikkeling in de defensie-industrie van de Unie moet de veiligheids- en defensiebelangen van de Unie en de lidstaten dienen. Met het oog op de specifieke aard van de defensiesector moeten alle acties op het gebied van de defensie-industrie nauw worden gecoördineerd en stroken met het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid (GBVB) en de prioriteiten die daarin zijn geformuleerd. Dienovereenkomstig moet de bijdrage die een actie levert aan die belangen en aan de onderzoeks- en vermogensprioriteiten op defensiegebied die gemeenschappelijk door de lidstaten zijn overeengekomen, een toekenningscriterium zijn voor financiering. Binnen de Unie worden tekortkomingen in gemeenschappelijk defensieonderzoek en -vermogen geïdentificeerd in het kader van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid (GVDB), met name via het vermogensontwikkelingsmechanisme. Andere Unieprocedures, zoals de gecoördineerde jaarlijkse evaluatie inzake defensie en de permanente gestructureerde samenwerking, zullen de uitvoering van relevante prioriteiten ondersteunen door kansen voor versterkte samenwerking te identificeren en te benutten teneinde het ambitieniveau van de EU inzake veiligheid en defensie te realiseren. In voorkomend geval moeten ook regionale en internationale prioriteiten, onder meer in de context van de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie, in aanmerking worden genomen, indien zij in overeenstemming zijn met de prioriteiten van de Unie en geen lidstaat of geassocieerd land beletten om deel te nemen, daarbij tevens voor ogen houdend dat onnodige overlappingen moeten worden vermeden.

Amendement    10

Voorstel voor een verordening

Overweging 24 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(24 bis)  Binnen het fonds moet ook rekening worden gehouden met het actieplan voor militaire mobiliteit in het kader van de financieringsfaciliteit voor Europese verbindingen, de Europese vredesfaciliteit ter ondersteuning van onder meer de GBVB/GVDB-missies, en de inspanningen om hybride dreigingen tegen te gaan, die samen met het vermogensontwikkelingsplan, de gecoördineerde jaarlijkse evaluatie inzake defensie, en PESCO bijdragen aan de coördinatie van vermogensplanning, productontwikkeling, overheidsopdrachten en werkzaamheden.

Amendement    11

Voorstel voor een verordening

Overweging 25

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(25)  De Commissie zal rekening houden met de andere uit hoofde van het kaderprogramma Horizon Europa gefinancierde activiteiten om onnodige overlappingen te vermijden en kruisbestuiving tussen civiel en defensieonderzoek te waarborgen.

(25)  De Commissie zal rekening houden met de andere uit hoofde van het kaderprogramma Horizon Europa gefinancierde activiteiten om onnodige overlappingen te vermijden, kruisbestuiving en synergie tussen civiel en defensieonderzoek te waarborgen en ervoor te zorgen dat Horizon Europa een louter civiel onderzoeksprogramma blijft.

Amendement    12

Voorstel voor een verordening

Overweging 31

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(31)  De Commissie moet jaarlijkse of meerjarige werkprogramma's opstellen die aansluiten op de doelstellingen van het fonds. Bij de opstelling van het werkprogramma moet de Commissie worden bijgestaan door een comité van lidstaten. Teneinde van de deskundigheid van het Europees Defensieagentschap in de defensiesector te kunnen profiteren, zal aan dat agentschap de status van waarnemer in het comité worden toegekend. Gezien de specifieke kenmerken van defensieaangelegenheden, moet de Europese Dienst voor extern optreden het comité van lidstaten eveneens bijstaan.

(31)  De Commissie moet jaarlijkse of meerjarige werkprogramma's opstellen die aansluiten op de doelstellingen van het fonds. In deze werkprogramma's moet rekening worden gehouden met de eerste ervaringen die zijn opgedaan bij de uitvoering van het industrieel ontwikkelingsprogramma voor de Europese defensie, het proefproject en de voorbereidende actie inzake defensieonderzoek. Bij de opstelling van het werkprogramma moet de Commissie worden bijgestaan door een comité van lidstaten. Teneinde van de deskundigheid van het Europees Defensieagentschap in de defensiesector te kunnen profiteren, zal aan dat agentschap de status van waarnemer in het comité worden toegekend. Gezien de specifieke kenmerken van defensieaangelegenheden, moet de Europese Dienst voor extern optreden het comité van lidstaten eveneens bijstaan.

Amendement    13

Voorstel voor een verordening

Overweging 46 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(46 bis)  Richtlijn 2009/43/EG heeft tot doel de voorwaarden voor de overdracht van defensiegerelateerde producten binnen de Unie te vereenvoudigen. De richtlijn neemt belemmeringen weg zonder te tornen aan de nationale controle over wezenlijke defensie- en veiligheidsbelangen. Door algemene overdrachtslicenties voor het fonds te gebruiken, kunnen de administratieve lasten voor leveranciers die aan het programma wensen deel te nemen, aanzienlijk worden beperkt. De Commissie moet in opdracht van de lidstaten en geassocieerde derde landen kunnen optreden als centraal contactpunt voor leveranciers die zich willen aanmelden, en moet daarnaast regelmatig een lijst van afgegeven algemene overdrachtslicenties in het Publicatieblad van de Europese Unie kunnen publiceren.

Amendement    14

Voorstel voor een verordening

Overweging 46 ter (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(46 ter)  Ondernemingen moeten zich, wanneer zij voorstellen doen voor nieuwe defensieproducten of -technologieën of voorstellen om bestaande defensieproducten of -technologieën op andere wijze in te zetten, aan de toepasselijke wetgeving houden. Indien er geen toepasselijke wetgeving voorhanden is, moeten zij zich ertoe verbinden om een reeks universele ethische beginselen eerbiedigen met betrekking tot de grondrechten, het welzijn van de mens, de bescherming van het menselijk genoom, de behandeling van dieren, het behoud van de natuur, de bescherming van cultureel erfgoed, en gelijke toegang tot gemeenschappelijke natuurlijke rijkdommen, met inbegrip van de ruimte en cyberspace. De Commissie moet ervoor zorgen dat voorstellen systematisch worden gescreend om na te gaan welke acties aanleiding geven tot ernstige ethische kwesties en om deze aan een ethische beoordeling te onderwerpen. Voor acties die ethisch niet aanvaardbaar zijn, mag geen EU-financiering worden verstrekt.

Amendement    15

Voorstel voor een verordening

Overweging 46 quater (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(46 quater)   De Raad moet ernaar streven voor [31 december 2020] een besluit vast te stellen betreffende het gebruik van gewapende onbemande luchtvaartuigen; zolang dit besluit nog niet in werking is getreden, wordt geen financiering verstrekt voor de ontwikkeling van deze luchtvaartuigen.

Amendement    16

Voorstel voor een verordening

Overweging 46 quinquies (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(46 quinquies)  Het fonds moet dienen ter ondersteuning van de ontwikkeling en beoordeling van disruptieve technologie voor defensie, waarvan de toepassing de concepten en de uitvoering van defensieactiviteiten ingrijpend kan veranderen. Baanbrekende vermogens moeten overeenkomstig de gezamenlijk door de lidstaten vastgestelde vermogensprioriteiten op defensiegebied, en met name het vermogensontwikkelingsplan en de gecoördineerde jaarlijkse evaluatie inzake defensie, voortkomen uit een innovatie-ecosysteem dat de academische wereld, ondernemingen en overheidsinstellingen omvat. Dit zal de Unie in staat stellen om technologisch superieure vermogens en concepten te ontwikkelen en zo haar burgers beter te beschermen en vrede, veiligheid en vooruitgang in Europa en in rest van de wereld te bevorderen. De Commissie moet een flexibele structuur vaststellen voor het beheren van de steun voor de ontwikkeling en beoordeling van disruptieve technologie voor defensie.

Amendement    17

Voorstel voor een verordening

Overweging 46 sexies (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(46 sexies)  Ongebruikte middelen van de specifieke doelstelling militaire mobiliteit van de financieringsfaciliteit voor Europese verbindingen (CEF) moeten ter versterking van het fonds worden ingezet. De middelen moeten worden gebruikt om projecten op het gebied van militaire mobiliteit te bevorderen in gevallen waarin het CEF-kader niet in een optie voor civiel-militair gebruik voorziet, alsmede om de ondersteuning van disruptieve technologie voor defensie te versterken en om de financiering van verdere acties die in overeenstemming zijn met de gezamenlijk door de lidstaten vastgestelde vermogensprioriteiten op defensiegebied mogelijk te maken.

Amendement    18

Voorstel voor een verordening

Overweging 46 septies (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(46 septies)  Voor defensievoorzieningen en -diensten die uit niet-geassocieerde derde landen afkomstig zijn, kunnen mogelijk uitvoerlicenties worden verstrekt door de autoriteiten van de desbetreffende landen. De Commissie, de lidstaten en geassocieerde derde landen, alsook in de Unie gevestigde ondernemingen, kunnen geen noemenswaardige invloed uitoefenen op de verstrekking van dergelijke uitvoerlicenties. Het weigeren of intrekken van uitvoerlicenties of het niet verstrekken van uitvoerlicenties voor vervolgacties kan onaanvaardbare gevolgen hebben voor de voorzieningszekerheid van de Europese defensiesector en de strategische autonomie van de Unie. De Commissie moet derhalve systematisch informatie verzamelen over uitvoerlicenties die uit niet-geassocieerde derde landen afkomstig zijn en nodig zijn voor uit het Defensiefonds te financieren projecten. Ondernemingen die voornemens zijn aan uit het fonds te financieren acties deel te nemen, alsook ondernemingen die reeds aan deze acties deelnemen, moeten risicobeoordelingen uitvoeren met betrekking tot defensievoorzieningen en -diensten die uit niet-geassocieerde derde landen afkomstig zijn, en moeten de Commissie van deze beoordelingen in kennis stellen. Indien er sprake blijkt te zijn van onaanvaardbare gevolgen voor de voorzieningszekerheid van de Europese defensiesector en de strategische autonomie van de Unie, moet de Commissie dit onverwijld meedelen aan de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid. Indien er demarches worden ondernomen, moeten het Europees Parlement en de Raad daarvan op de hoogte worden gesteld.

Amendement    19

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – alinea 1 – punt 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(3)  "ontwikkelingsactie": elke actie die voornamelijk bestaat uit defensiegerichte activiteiten in de ontwikkelingsfase, met betrekking tot nieuwe producten of technologieën of het moderniseren van bestaande producten en technologieën, met uitzondering van de productie of het gebruik van wapens;

(3)  "ontwikkelingsactie": elke actie die uitsluitend bestaat uit defensiegerichte activiteiten in de ontwikkelingsfase, met betrekking tot nieuwe producten of technologieën of het moderniseren van bestaande producten en technologieën, met uitzondering van de productie of het gebruik van wapens;

Amendement    20

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – alinea 1 – punt 17 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

17 bis)  "ethische kwestie": een kwestie die verband houdt met een handeling of de opzettelijke of impliciete gevolgen van een handeling die in overeenstemming is met het betreffende Unie-, nationale en internationale recht, maar niettemin in strijd is met beginselen die betrekking hebben op de grondrechten, het welzijn van de mens, de bescherming van het menselijk genoom, de behandeling van dieren, het behoud van de natuur, de bescherming van cultureel erfgoed, en gelijke toegang tot gemeenschappelijke natuurlijke rijkdommen, met inbegrip van de ruimte en cyberspace.

Amendement    21

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De algemene doelstelling van het fonds bestaat in het bevorderen van het concurrentievermogen, de efficiëntie en het innovatievermogen van de Europese defensie-industrie door ondersteuning te bieden aan gezamenlijke acties en grensoverschrijdende samenwerking tussen juridische entiteiten in de hele Unie, met inbegrip van kleine en middelgrote ondernemingen (kmo's) en midcap-ondernemingen (midcaps), en door een betere benutting van het industriële potentieel voor innovatie, onderzoek en technologische ontwikkeling te bevorderen in elke fase van de industriële levenscyclus, en zo bij te dragen tot de strategische autonomie van de Unie. Via het fonds moet ook tot de handelingsvrijheid van de Unie en haar autonomie worden bijgedragen, met name op technologisch en industrieel gebied.

1.  De algemene doelstelling van het fonds bestaat in het in staat stellen van de Unie om krachtens haar bevoegdheid een gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid ten uitvoer te leggen en daarbij onder meer geleidelijk een gemeenschappelijk veiligheidsbeleid te ontwikkelen, alsook in het bijdragen aan de strategische prioriteiten in het kader van het GBVB/GVDB, en in het bevorderen van de inclusiviteit, de integratie, de interoperabiliteit, het concurrentievermogen, de efficiëntie en het innovatievermogen van de technologische en industriële basis van deEuropese defensiesector door ondersteuning te bieden aan gezamenlijke acties en grensoverschrijdende samenwerking tussen juridische entiteiten in heel Europa, met inbegrip van kleine en middelgrote ondernemingen (kmo's) en midcap-ondernemingen (midcaps), en door een betere benutting van het industriële potentieel voor innovatie, onderzoek en technologische ontwikkeling te bevorderen in elke fase van de levenscyclus van defensieproducten of -diensten. Het is van belang dat er meer concrete voorstellen worden gedaan over de manier waarop de toegang van kmo's en midcaps tot de grensoverschrijdende defensiemarkt kan worden verbeterd. Via het fonds moet ook worden bijgedragen tot de veiligheids- en defensiebelangen alsook tot de handelingsvrijheid van de Unie en haar strategische, technologische en industriële autonomie, evenals aan de ontwikkeling en verbetering van de defensievermogens van de lidstaten. Meer verantwoordelijkheid voor de eigen veiligheid van de Unie zal ook de NAVO ten goede komen.

Amendement    22

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 2 – letter a

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  ondersteuning bieden aan gezamenlijke onderzoeksprojecten die de prestaties van toekomstige vermogens aanzienlijk kunnen stimuleren, met het oog op het maximaliseren van de innovatie en de introductie van nieuwe defensieproducten en -technologieën, met inbegrip van disruptieve producten en technologieën;

a)  ondersteuning bieden aan gezamenlijke onderzoeksprojecten die de prestaties van toekomstige vermogens op het gebied van defensie en de defensie-industrie aanzienlijk kunnen stimuleren, met het oog op het maximaliseren van de innovatie en de introductie van nieuwe defensieproducten en -technologieën, met inbegrip van disruptieve producten en technologieën, waaronder voor cyberdefensie;

Amendement    23

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 2 – letter b

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  ondersteuning bieden aan gezamenlijke projecten voor de ontwikkeling van defensieproducten en -technologieën conform de vermogensprioriteiten op defensiegebied die de lidstaten gemeenschappelijk zijn overeengekomen binnen het kader van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid, en zo bijdragen tot efficiëntere defensie-uitgaven in de Unie, grotere schaalvoordelen creëren, het risico op onnodige overlappingen beperken en op die manier de versnippering van defensieproducten en -technologieën in de hele Unie verminderen. Uiteindelijk zal het fonds leiden tot een grotere interoperabiliteit tussen de vermogens van de lidstaten.

b)  ondersteuning bieden aan gezamenlijke projecten voor de ontwikkeling van defensieproducten en -technologieën conform de vermogensprioriteiten op defensiegebied die de lidstaten gemeenschappelijk zijn overeengekomen binnen het kader van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid, en met name in verband met het vermogensontwikkelingsmechanisme, PESCO en de gecoördineerde jaarlijkse evaluatie inzake defensie, en zo bijdragen tot efficiëntere defensie-uitgaven in de Unie, grotere schaalvoordelen creëren, onnodige overlappingen en overmatige afhankelijkheid van invoer uit derde landen elimineren en op die manier de versnippering van defensieproducten en -technologieën in de hele Unie verminderen. Uiteindelijk zal het fonds de Unie meer strategische autonomie geven en leiden tot een betere standaardisatie van en een grotere interoperabiliteit tussen de vermogens van de lidstaten, en daarmee tot efficiëntere nationale defensie-uitgaven en tot de doeltreffende tenuitvoerlegging van een gezond beleid voor de Europese defensie-industrie.

Amendement    24

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 2 – letter b bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

b bis)  Europese samenwerking op het gebied van onderzoek en defensie bevorderen, waarbij overeenkomstig artikel 11, lid 4, ten minste drie lidstaten en ten minste drie ondernemingen worden betrokken.

Amendement    25

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 5 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

5 bis.  Aan het eind van elk jaar worden de ongebruikte middelen van de specifieke doelstelling militaire mobiliteit als bedoeld in [artikel 3, lid 2, onder a), punt (ii),] van de verordening [financieringsfaciliteit voor Europese verbindingen] vrijgemaakt voor de tenuitvoerlegging van het fonds.

Amendement    26

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – alinea 1 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Er worden regelingen getroffen om een zo volledig mogelijke deelname van het Verenigd Koninkrijk aan projecten in het kader van het Europees Defensiefonds mogelijk te maken.

Amendement    27

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De Commissie verleent financiering op basis van openbare raadplegingen over de in de werkprogramma's vastgestelde actiegebieden.

1.  De Commissie verleent financiering op basis van openbare raadplegingen over de in de werkprogramma's vastgestelde actiegebieden en houdt daarbij rekening met het vermogensontwikkelingsmechanisme.

Amendement    28

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – lid 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Voorstellen worden systematisch gescreend om na te gaan welke acties aanleiding geven tot ingewikkelde of ernstige ethische kwesties en om deze aan een ethische beoordeling te onderwerpen. Ethische screenings en beoordelingen worden uitgevoerd door de Commissie met de hulp van deskundigen op het gebied van ethiek in defensieaangelegenheden. De Commissie waarborgt dat de ethische procedures zo transparant mogelijk zijn.

2.  Voorstellen worden systematisch gescreend om na te gaan welke acties aanleiding geven tot ingewikkelde of ernstige ethische kwesties en om deze aan een ethische beoordeling te onderwerpen. Ethische screenings en beoordelingen worden uitgevoerd door de Commissie met de hulp van defensiedeskundigen op het gebied van ethiek in defensieaangelegenheden. Alle deskundigen moeten worden gevalideerd door de lidstaat die hun veiligheidsmachtiging heeft afgegeven. Voorafgaand aan de aanstelling van de deskundigen is een passende veiligheidsmachtiging vereist. De Commissie waarborgt dat de ethische procedures zo transparant mogelijk zijn.

Amendement    29

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 7 bis

 

Algemene overdrachtslicenties

 

1.   De lidstaten en geassocieerde derde landen publiceren algemene overdrachtslicenties, waarmee op hun grondgebied gevestigde leveranciers direct toestemming hebben om deel te nemen aan uit het fonds te financieren projecten. De lidstaten en geassocieerde derde landen mogen voorwaarden vaststellen voor aanmelding vóór het eerste gebruik van een algemene overdrachtslicentie.

 

2.   De Commissie zorgt ervoor dat de nodige voorwaarden voor het gebruik van algemene overdrachtslicenties bestaan en publiceert alle desbetreffende informatie in de werkprogramma's.

Amendement    30

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Voor een actie waarvoor een bijdrage uit een ander programma van de Unie is ontvangen, kan ook een bijdrage in het kader van het fonds worden ontvangen, op voorwaarde dat de bijdragen niet dezelfde kosten dekken. De regels van elk bijdragend programma/fonds van de Unie gelden voor de respectievelijke bijdrage daaruit aan de actie. De cumulatieve financiering bedraagt niet meer dan de totale subsidiabele kosten van de actie, en de ondersteuning vanuit de verschillende programma's van de Unie kan pro rata worden berekend overeenkomstig de documenten waarin de voorwaarden voor ondersteuning zijn vastgelegd.

1.  Voor een actie waarvoor een bijdrage uit een ander programma van de Unie is ontvangen, en met name uit het kaderprogramma Horizon Europa of uit de CEF voor de aanpassing van de TEN-T-netwerken aan de behoeften op het gebied van militaire mobiliteit, kan ook een bijdrage in het kader van het fonds worden ontvangen, op voorwaarde dat de bijdragen niet dezelfde kosten dekken. De regels van elk bijdragend programma/fonds van de Unie gelden voor de respectievelijke bijdrage daaruit aan de actie. De cumulatieve financiering bedraagt niet meer dan de totale subsidiabele kosten van de actie, en de ondersteuning vanuit de verschillende programma's van de Unie kan pro rata worden berekend overeenkomstig de documenten waarin de voorwaarden voor ondersteuning zijn vastgelegd.

Amendement    31

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Aanvragers en hun subcontractanten komen in aanmerking voor financiering indien zij in de Unie of een geassocieerd land zijn gevestigd, hun uitvoerende bestuursstructuren zich in de Unie of in een geassocieerd land bevinden, en zij niet onder zeggenschap van een niet-geassocieerd derde land of een entiteit uit een niet-geassocieerd derde land staan.

1.  Aanvragers en subcontractanten die bij de actie betrokken zijn, komen in aanmerking voor financiering indien zij in de Unie of een geassocieerd land zijn gevestigd, hun uitvoerende bestuursstructuren zich in de Unie of in een geassocieerd land bevinden, en zij niet onder zeggenschap van een niet-geassocieerd derde land of een entiteit uit een niet-geassocieerd derde land staan.

Amendement    32

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 2 – inleidende formule

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  In afwijking van lid 1 kan een in de Unie of in een geassocieerd land gevestigde aanvrager die onder zeggenschap van een niet-geassocieerd derde land of een entiteit uit een niet-geassocieerd derde land staat, in aanmerking komen voor financiering indien dit noodzakelijk is om de doelstellingen van de actie te bereiken en op voorwaarde dat zijn deelname de veiligheidsbelangen van de Unie en haar lidstaten niet in gevaar brengt. Om de bescherming van de veiligheidsbelangen van de Unie en haar lidstaten te waarborgen, wordt in de oproep tot het indienen van voorstellen vereist dat de aanvrager informatie verstrekt waaruit met name blijkt dat:

2.  In afwijking van lid 1 kan een aanvrager of subcontractant die bij de actie betrokken is en wiens uitvoerende beheersstructuur in de Unie of in een geassocieerd land is gevestigd en onder zeggenschap staat van een niet-geassocieerd derde land of een entiteit uit een niet-geassocieerd derde land, een entiteit vormen die voor financiering in aanmerking komt, indien dit noodzakelijk is om de doelstellingen van het programma te bereiken en op voorwaarde dat zijn deelname de veiligheids- en defensiebelangen van de Unie en haar lidstaten of de in artikel 3 uiteengezette doelstelling niet in gevaar brengt. Om de bescherming van de veiligheidsbelangen van de Unie en haar lidstaten te waarborgen, wordt in de oproep tot het indienen van voorstellen vereist dat de aanvrager door zijn lidstaat van vestiging goedgekeurde waarborgen verstrekt en zich ertoe verbindt om vóór de aanvang van de actie maatregelen te nemen om ervoor te zorgen dat:

Amendement    33

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 2 – letter c

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)  de resultaten van de actie tijdens de looptijd ervan en gedurende een gespecificeerde periode na voltooiing ervan in handen blijven van de begunstigde en niet worden onderworpen aan zeggenschap of beperkingen door niet-geassocieerde derde landen of andere entiteiten uit een niet-geassocieerd derde land;

c)  de resultaten van de actie tijdens de looptijd en na voltooiing ervan in handen blijven van de begunstigde en niet worden onderworpen aan zeggenschap of beperkingen door niet-geassocieerde derde landen of andere entiteiten uit een niet-geassocieerd derde land, noch kunnen worden uitgevoerd of toegankelijk kunnen worden gemaakt buiten de Unie zonder de goedkeuring van de lidstaat waarin de onderneming is gevestigd.

Amendement    34

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Alle infrastructuur, faciliteiten, activa en middelen die worden gebruikt in uit het fonds gefinancierde acties bevinden zich op het grondgebied van de Unie of van geassocieerde landen. Daarnaast werken begunstigden en hun subcontractanten bij de uitvoering van een actie die voor financiering in aanmerking komt alleen met juridische entiteiten die in de Unie of in een geassocieerd land zijn gevestigd en niet onder zeggenschap van niet-geassocieerde derde landen of entiteiten uit een niet-geassocieerde derde land staan.

3.  Alle infrastructuur, faciliteiten, activa en middelen die worden gebruikt in uit het fonds gefinancierde acties bevinden zich op het grondgebied van de Unie of van geassocieerde landen en worden niet onderworpen aan eender welke controle of beperking door een niet-geassocieerd derde land of een niet-geassocieerde derde entiteit. Daarnaast werken begunstigden en hun subcontractanten bij de uitvoering van een actie die voor financiering in aanmerking komt met juridische entiteiten die in de Unie of in een geassocieerd land zijn gevestigd en niet onder zeggenschap van niet-geassocieerde derde landen of entiteiten uit een niet-geassocieerde derde land staan.

Amendement    35

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 4

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  In afwijking van lid 3 mogen bij de actie betrokken begunstigden en subcontractanten gebruikmaken van activa, infrastructuur, faciliteiten, en middelen in hun bezit die zich op het grondgebied van een niet-geassocieerd derde land bevinden of worden gehouden, indien dat noodzakelijk is om de doelstellingen van de actie te bereiken en op voorwaarde dat het de veiligheidsbelangen van de Unie en haar lidstaten niet in gevaar brengt. Onder dezelfde voorwaarden mogen begunstigden en hun subcontractanten bij de uitvoering van een actie die voor financiering in aanmerking komt, samenwerken met een entiteit die in een niet-geassocieerd derde land is gevestigd. De kosten die met het gebruik van dergelijke infrastructuur, faciliteiten, activa of middelen en met dergelijke samenwerking gepaard gaan, komen niet in aanmerking voor financiering uit het fonds.

4.  In afwijking van lid 3 mogen bij de actie betrokken begunstigden en subcontractanten, indien er geen concurrerende alternatieven voorhanden zijn in de Unie en op voorwaarde dat dit gebruik niet in strijd is met de veiligheids- en defensiebelangen van de Unie en haar lidstaten, gebruikmaken van activa, infrastructuur, faciliteiten, en middelen in hun bezit die zich op het grondgebied van een niet-geassocieerd derde land bevinden of worden gehouden, indien dat noodzakelijk is om de doelstellingen van de actie te bereiken en op voorwaarde dat het de veiligheids- en defensiebelangen van de Unie en haar lidstaten niet in gevaar brengt. Onder dezelfde voorwaarden mogen begunstigden en hun subcontractanten bij de uitvoering van een actie die voor financiering in aanmerking komt, samenwerken met een entiteit die in een niet-geassocieerd derde land is gevestigd. De kosten die met het gebruik van dergelijke infrastructuur, faciliteiten, activa of middelen en met dergelijke samenwerking gepaard gaan, komen niet in aanmerking voor financiering uit het fonds.

Amendement    36

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 9

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

9.  subcontractanten met een directe contractuele relatie met een begunstigde, overige subcontractanten waaraan ten minste 10 % van de totale subsidiabele kosten van de actie wordt toegewezen, en subcontractanten die mogelijk toegang moeten hebben tot gerubriceerde informatie in de zin van Besluit (EU, Euratom) 2015/444 van de Commissie om de actie te kunnen uitvoeren.

9.  subcontractanten met een directe contractuele relatie met een begunstigde, overige subcontractanten waaraan ten minste 10 % van de totale subsidiabele kosten van de actie wordt toegewezen, subcontractanten die mogelijk toegang moeten hebben tot gerubriceerde informatie in de zin van Besluit (EU, Euratom) 2015/444 van de Commissie om de actie te kunnen uitvoeren, en subcontractanten die in een niet-geassocieerd derde land een uitvoerlicentie moeten aanvragen.

Amendement    37

Voorstel voor een verordening

Artikel 11 – lid 4

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Tenzij anders bepaald in het in artikel 27 bedoelde werkprogramma, wordt de actie uitgevoerd door een samenwerkingsverband van ten minste drie juridische entiteiten die gevestigd zijn in ten minste drie verschillende lidstaten en/of geassocieerde landen. Ten minste drie van deze subsidiabele entiteiten die gevestigd zijn in ten minste twee verschillende lidstaten en/of geassocieerde landen, staan niet gedurende de hele uitvoering van de actie direct of indirect onder effectieve zeggenschap van dezelfde entiteit, noch mogen zij onder zeggenschap van elkaar staan.

4.  De actie wordt uitgevoerd door een samenwerkingsverband van ten minste drie juridische entiteiten die gevestigd zijn in ten minste drie verschillende lidstaten en/of geassocieerde landen. Ieder consortium dat juridische entiteiten uit een geassocieerd land omvat, omvat daarnaast ten minste twee juridische entiteiten uit twee verschillende lidstaten. Ten minste drie van deze subsidiabele entiteiten die gevestigd zijn in ten minste drie verschillende lidstaten en/of geassocieerde landen, staan niet gedurende de hele uitvoering van de actie direct of indirect onder effectieve zeggenschap van dezelfde entiteit, noch mogen zij onder zeggenschap van elkaar staan.

Amendement    38

Voorstel voor een verordening

Artikel 11 – lid 6

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.  Acties met het oog op de ontwikkeling van producten en technologieën waarvan het gebruik, de ontwikkeling of productie op grond van het toepasselijke internationaal recht verboden is, komen niet voor subsidie in aanmerking.

6.  Acties met het oog op de ontwikkeling van producten en technologieën waarvan het gebruik, de ontwikkeling of productie op grond van het toepasselijke internationaal recht verboden is, komen niet voor subsidie in aanmerking. In het bijzonder wordt uit het programma geen financiering verstrekt voor brandwapens, met inbegrip van witte fosfor, munitie met verarmd uranium, dodelijke autonome wapens die zonder beduidende menselijke controle de kritische taken van het kiezen en aanvallen van afzonderlijke doelwitten verrichten, handvuurwapens en lichte wapens die hoofdzakelijk voor uitvoerdoeleinden worden ontwikkeld, dat wil zeggen wanneer geen van de lidstaten om uitvoering van de actie heeft verzocht.

Amendement    39

Voorstel voor een verordening

Artikel 13 – lid 1 – letter a bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

a bis)  bijdrage aan de industriële autonomie van de Europese defensie-industrie en aan de veiligheids- en defensiebelangen van de Unie door defensietechnologieën of -producten uit te breiden overeenkomstig de prioriteiten op defensiegebied die de lidstaten zijn overeengekomen in het kader van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid;

Amendement    40

Voorstel voor een verordening

Artikel 13 – lid 1 – letter d bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

d bis)  aantal betrokken landen en ondernemingen;

Amendement    41

Voorstel voor een verordening

Artikel 13 – lid 1 – letter e

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

e)  bijdrage aan de oprichting van nieuwe grensoverschrijdende samenwerking tussen juridische entiteiten, met name voor kmo's die zijn gevestigd in andere lidstaten en/of geassocieerde landen dan die waar de entiteiten in het consortium die geen kmo's zijn, zijn gevestigd;

e)  bijdrage aan de oprichting van nieuwe grensoverschrijdende samenwerking tussen juridische entiteiten, met name voor kmo's;

Amendement    42

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 – lid 3 – letter d

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

d)  de totale verhoging van het financieringspercentage van een actie mag niet meer bedragen dan 30 procentpunten.

d)  voor een actie die is ontwikkeld door lidstaten of geassocieerde derde landen die voldoen aan de doelstelling om 2 % van hun bbp te besteden aan defensie of die 20 % van hun defensie-uitgaven besteden aan belangrijke uitrusting, geldt een financieringspercentage dat wordt verhoogd met de gecombineerde procentpunten van hun bbp die zij aan defensie uitgeven.

Amendement    43

Voorstel voor een verordening

Artikel 16 – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Indirecte subsidiabele kosten worden bepaald door een vast percentage van 25 % toe te passen op de totale directe subsidiabele kosten, met uitzondering van directe subsidiabele kosten voor onderaanneming, financiële ondersteuning aan derden en eenheidskosten of vaste bedragen die indirecte kosten omvatten.

1.  In voorkomend geval worden indirecte subsidiabele kosten per geval bepaald, met uitzondering van directe subsidiabele kosten voor onderaanneming, financiële ondersteuning aan derden en eenheidskosten of vaste bedragen die indirecte kosten omvatten.

Amendement    44

Voorstel voor een verordening

Artikel 16 – lid 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  In voorkomend geval kunnen indirecte subsidiabele kosten boven het vaste percentage van 25 % worden bepaald overeenkomstig de gebruikelijke kostenberekeningsmethoden van de begunstigde op basis van werkelijke indirecte kosten, voor zover die kostenberekeningsmethoden door nationale autoriteiten onder vergelijkbare financieringsstelsels zijn aanvaard in overeenstemming met artikel [185] van het Financieel Reglement en aan de Commissie zijn meegedeeld.

2.  Als alternatief kunnen indirecte subsidiabele kosten boven het vaste percentage van 25 % worden bepaald overeenkomstig de gebruikelijke kostenberekeningsmethoden van de begunstigde op basis van werkelijke indirecte kosten, voor zover die kostenberekeningsmethoden door nationale autoriteiten onder vergelijkbare financieringsstelsels zijn aanvaard in overeenstemming met artikel [185] van het Financieel Reglement en aan de Commissie zijn meegedeeld.

Amendement    45

Voorstel voor een verordening

Artikel 22 – lid 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Indien de bijstand van de Unie wordt verleend in de vorm van een overheidsopdracht, zijn de resultaten eigendom van de Unie. De lidstaten en geassocieerde landen hebben toegangsrechten tot de resultaten voor zover zij daar uitdrukkelijk om verzoeken; die toegangsrechten zijn kosteloos.

2.  Indien de bijstand van de Unie wordt verleend in de vorm van een overheidsopdracht voor een studie, zijn de resultaten eigendom van de Unie. De lidstaten en geassocieerde landen hebben toegangsrechten tot de resultaten voor zover zij daar uitdrukkelijk om verzoeken; die toegangsrechten zijn kosteloos.

Amendement    46

Voorstel voor een verordening

Artikel 22 – lid 4

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  In de subsidieovereenkomst wordt, voor zover gerechtvaardigd, vastgesteld dat de Commissie het recht heeft in kennis gesteld te worden van en bezwaar te maken tegen een overdracht van eigendom van resultaten of het verlenen van een licentie voor resultaten aan een niet-geassocieerd derde land of een entiteit uit een niet-geassocieerd derde land. Dergelijke overdracht mag niet ingaan tegen de defensie- en veiligheidsbelangen van de Unie en haar lidstaten of tegen de in artikel 3 vastgestelde doelstellingen van deze verordening.

4.  In de subsidieovereenkomst wordt, voor zover gerechtvaardigd, vastgesteld dat de Commissie het recht heeft in kennis gesteld te worden van en bezwaar te maken tegen een overdracht van eigendom van resultaten of het verlenen van een licentie voor resultaten aan een niet-geassocieerd derde land of een entiteit uit een niet-geassocieerd derde land. Dergelijke overdracht mag niet ingaan tegen de defensie- en veiligheidsbelangen van de Unie en haar lidstaten of tegen de in artikel 3 vastgestelde doelstellingen van deze verordening.

Deze bepalingen hebben geen invloed op de uitvoer van producten, uitrusting of technologieën waarin resultaten worden verwerkt, noch op de bevoegdheid van lidstaten en geassocieerde landen om beleid te voeren inzake de uitvoer van defensieproducten en daaraan verwante producten.

Amendement    47

Voorstel voor een verordening

Artikel 22 – lid 5

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  De nationale autoriteiten van de lidstaten en geassocieerde landen hebben toegangsrechten tot het speciaal verslag van projecten die Uniefinanciering hebben ontvangen. Dergelijke toegangsrechten worden vrij van royalty's verleend en door de Commissie aan de lidstaten en de geassocieerde landen overgedragen nadat in passende geheimhoudingsverplichtingen is voorzien.

5.  De nationale autoriteiten van de lidstaten en geassocieerde landen hebben toegangsrechten tot het speciaal verslag van projecten die Uniefinanciering hebben ontvangen. Het vermogen om gerubriceerde informatie te beheren en de noodzaak om kennis van militaire projecten te hebben, blijven volledig behouden; enkel informatie die strikt noodzakelijk is voor de beoordeling van het project wordt doorgegeven. Dergelijke toegangsrechten worden vrij van royalty's verleend en door de Commissie aan de lidstaten en de geassocieerde landen overgedragen nadat in passende geheimhoudingsverplichtingen is voorzien.

Amendement    48

Voorstel voor een verordening

Artikel 24 – alinea 1 – letter b bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

b bis)  het voorziene aanbestedingsvolume en de verwachte gevolgen voor de defensievermogens en -uitgaven van de lidstaten en de strategische autonomie van de Unie.

Amendement    49

Voorstel voor een verordening

Artikel 27 – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Het fonds wordt uitgevoerd door middel van jaarlijkse of meerjarige werkprogramma's die zijn vastgesteld overeenkomstig artikel [110] van het Financieel Reglement. In de werkprogramma's wordt in voorkomend geval het voor blendingverrichtingen gereserveerde totaalbedrag opgenomen.

1.  Het fonds wordt uitgevoerd door middel van jaarlijkse of meerjarige werkprogramma's die zijn vastgesteld overeenkomstig artikel [110] van het Financieel Reglement. In de werkprogramma's wordt in voorkomend geval het voor blendingverrichtingen en voor de grensoverschrijdende deelname van kmo's gereserveerde totaalbedrag opgenomen. Bij de vaststelling van het werkprogramma wordt rekening gehouden met de input van het vermogensontwikkelingsmechanisme.

Amendement    50

Voorstel voor een verordening

Artikel 27 – lid 1 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis.  Tijdens de opstelling van de werkprogramma's, en voordat financiering wordt toegekend, waarborgt de Commissie, door gepast overleg met het comité, dat de voorgestelde onderzoeks- of ontwikkelingsacties geen overlapping inhouden met bestaande vermogens of reeds gefinancierde onderzoeks- of ontwikkelingsprojecten binnen de Unie. Indien overlapping wordt vastgesteld, gaat de Commissie over tot verder overleg.

Amendement    51

Voorstel voor een verordening

Artikel 27 – lid 1 ter (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 ter.  In de werkprogramma's worden de categorieën projecten waarvoor uit hoofde van dit programma financiering wordt verleend, uiteengezet. Deze categorieën zijn in overeenstemming met de in artikel 3 bedoelde prioriteiten op het gebied van defensie.

Amendement    52

Voorstel voor een verordening

Artikel 28 – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De Commissie wordt bijgestaan door een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011. Het Europees Defensieagentschap wordt uitgenodigd als waarnemer om zijn standpunten kenbaar te maken en zijn expertise te delen. De Europese Dienst voor extern optreden wordt eveneens uitgenodigd om de vergaderingen bij te wonen.

1.  De Commissie wordt bijgestaan door een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011. Het Europees Defensieagentschap wordt uitgenodigd als waarnemer om zijn standpunten kenbaar te maken en zijn expertise te delen. De Europese Dienst voor extern optreden wordt eveneens uitgenodigd om de vergaderingen bij te wonen. Het comité komt ook bijeen in speciale samenstellingen, onder meer om defensie- en veiligheidsaspecten te bespreken.

Amendement    53

Voorstel voor een verordening

Artikel 28 – lid 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.

2.  Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing. Indien het comité geen advies uitbrengt, neemt de Commissie de ontwerpuitvoeringshandeling niet aan en is artikel 5, lid 4, derde alinea, van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.

Amendement    54

Voorstel voor een verordening

Artikel 29 – lid 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Onafhankelijke deskundigen zijn burgers van de Unie die zijn aangeduid en geselecteerd op basis van oproepen tot het indienen van blijken tot belangstelling die met het oog op het vaststellen van een lijst met deskundigen zijn gericht aan relevante organisaties zoals ministeries van Defensie en ondergeschikte agentschappen, onderzoeksinstituten, universiteiten, bedrijfsverenigingen of ondernemingen in de defensiesector. In afwijking van artikel [237] van het Financieel Reglement wordt die lijst niet bekendgemaakt.

2.  Onafhankelijke deskundigen worden aangeduid op basis van uitmuntendheid volgens oproepen tot het indienen van blijken tot belangstelling die met het oog op het vaststellen van een lijst met deskundigen zijn gericht aan relevante organisaties zoals ministeries van Defensie en ondergeschikte agentschappen, onderzoeksinstituten, universiteiten, bedrijfsverenigingen of ondernemingen in de defensiesector. In afwijking van artikel [237] van het Financieel Reglement wordt die lijst niet bekendgemaakt.

Amendement    55

Voorstel voor een verordening

Artikel 29 – lid 5

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  Onafhankelijke deskundigen worden gekozen op basis van de vaardigheden, ervaring en kennis waarover zij moeten beschikken om de aan hen opgedragen taken te kunnen uitvoeren.

5.  Onafhankelijke deskundigen worden door de Europese Commissie gekozen op basis van de vaardigheden, ervaring en kennis waarover zij moeten beschikken om de aan hen opgedragen taken te kunnen uitvoeren.

Amendement    56

Voorstel voor een verordening

Artikel 31 – lid 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De Commissie houdt regelmatig toezicht op de uitvoering van het fonds en brengt jaarlijks verslag uit over de geboekte vooruitgang. Daartoe stelt de Commissie de nodige toezichtsregelingen in.

3.  De Commissie houdt regelmatig toezicht op en voert regelmatig beoordelingen uit van de uitvoering van het fonds en brengt daarnaast jaarlijks aan het Parlement en de Raad verslag uit over de geboekte vooruitgang. Daartoe stelt de Commissie de nodige toezichtsregelingen in.

Amendement    57

Voorstel voor een verordening

Artikel 32 – lid 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De tussentijdse evaluatie van het fonds wordt uitgevoerd zodra voldoende informatie over de uitvoering van het fonds beschikbaar is, maar uiterlijk vier jaar nadat met de uitvoering van het fonds is begonnen. In het verslag van de tussentijdse evaluatie tegen 31 juli 2024 wordt met name ingegaan op het beheer van het fonds, de uitvoeringspercentages, de projecttoekenningsresultaten met inbegrip van de betrokkenheid van kmo's en midcaps en de mate van grensoverschrijdende deelname, alsmede overeenkomstig artikel [195] van het Financieel Reglement verstrekte financiering. De Commissie kan voorstellen voor passende wijzigingen van deze verordening indienen.

2.  De tussentijdse evaluatie van het fonds wordt uitgevoerd zodra voldoende informatie over de uitvoering van het fonds beschikbaar is, maar uiterlijk vier jaar nadat met de uitvoering van het fonds is begonnen. In het verslag van de tussentijdse evaluatie tegen 31 juli 2024 wordt met name ingegaan op het beheer van het fonds, het aantal bij afzonderlijke projecten betrokken landen, de uitvoeringspercentages, de projecttoekenningsresultaten met inbegrip van de betrokkenheid van kmo's en midcaps en de mate van grensoverschrijdende deelname, alsmede overeenkomstig artikel [195] van het Financieel Reglement verstrekte financiering. De Commissie kan voorstellen voor passende wijzigingen van deze verordening indienen.

Amendement    58

Voorstel voor een verordening

Artikel 35 – lid 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De Commissie voert informatie- en communicatieacties uit met betrekking tot het fonds, de acties en de resultaten ervan. De aan het fonds toegewezen financiële middelen dragen tevens bij aan de institutionele communicatie over de politieke prioriteiten van de Unie, voor zover zij verband houden met de in artikel 3 bedoelde doelstellingen.

2.  De Commissie voert informatie- en communicatieacties uit met betrekking tot het fonds, de acties en de resultaten ervan. De aan het fonds toegewezen financiële middelen dragen tevens bij aan de institutionele communicatie over de politieke prioriteiten van de Unie, voor zover zij verband houden met de in artikel 3 bedoelde doelstellingen en worden bovendien gebruikt om een permanente conferentie van belanghebbenden op te richten en in stand te houden over de ontwikkeling van een gemeenschappelijk Europees beleid inzake bewapening en vermogen.

PROCEDURE VAN DE ADVISERENDE COMMISSIE

Titel

Oprichting van het Europees Defensiefonds

Document- en procedurenummers

COM(2018)0476 – C8-0268/2018 – 2018/0254(COD)

Bevoegde commissie

       Datum bekendmaking

ITRE

2.7.2018

 

 

 

Advies uitgebracht door

       Datum bekendmaking

AFET

2.7.2018

Medeverantwoordelijke commissies - datum bekendmaking

5.7.2018

Rapporteur voor advies

       Datum benoeming

David McAllister

27.8.2018

Behandeling in de commissie

6.9.2018

 

 

 

Datum goedkeuring

12.11.2018

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

36

16

3

Bij de eindstemming aanwezige leden

Michèle Alliot-Marie, Petras Auštrevičius, Bas Belder, Elmar Brok, Klaus Buchner, James Carver, Lorenzo Cesa, Aymeric Chauprade, Javier Couso Permuy, Arnaud Danjean, Knut Fleckenstein, Eugen Freund, Michael Gahler, Tunne Kelam, Wajid Khan, Eduard Kukan, Arne Lietz, Barbara Lochbihler, Sabine Lösing, Andrejs Mamikins, David McAllister, Francisco José Millán Mon, Clare Moody, Pier Antonio Panzeri, Ioan Mircea Paşcu, Alojz Peterle, Tonino Picula, Julia Pitera, Cristian Dan Preda, Jozo Radoš, Michel Reimon, Jean-Luc Schaffhauser, Anders Sellström, Jordi Solé, Dobromir Sośnierz, Jaromír Štětina, Charles Tannock, Miguel Urbán Crespo, Ivo Vajgl

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Andrea Bocskor, Igor Gräzin, Rebecca Harms, Marek Jurek, Juan Fernando López Aguilar, Antonio López-Istúriz White, Urmas Paet, Bodil Valero, Mirja Vehkaperä, Marie-Christine Vergiat

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Inés Ayala Sender, Eleonora Evi, Rupert Matthews, Miroslav Mikolášik, Liliana Rodrigues, Flavio Zanonato

HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE ADVISERENDE COMMISSIE

36

+

ALDE

Petras Auštrevičius, Igor Gräzin, Urmas Paet, Jozo Radoš, Ivo Vajgl, Mirja Vehkaperä

EFDD

Aymeric Chauprade, Eleonora Evi

PPE

Michèle Alliot-Marie, Andrea Bocskor, Elmar Brok, Lorenzo Cesa, Arnaud Danjean, Michael Gahler, Tunne Kelam, Eduard Kukan, Antonio López-Istúriz White, David McAllister, Miroslav Mikolášik, Francisco José Millán Mon, Alojz Peterle, Julia Pitera, Cristian Dan Preda, Anders Sellström, Jaromír Štětina

S&D

Inés Ayala Sender, Knut Fleckenstein, Wajid Khan, Juan Fernando López Aguilar, Andrejs Mamikins, Clare Moody, Pier Antonio Panzeri, Ioan Mircea Paşcu, Tonino Picula, Liliana Rodrigues, Flavio Zanonato

16

-

ECR

Bas Belder, Marek Jurek, Rupert Matthews

ENF

Jean-Luc Schaffhauser

GUE/NGL

Javier Couso Permuy, Sabine Lösing, Miguel Urbán Crespo, Marie-Christine Vergiat

NI

James Carver, Dobromir Sośnierz

S&D

Arne Lietz

VERTS/ALE

Klaus Buchner, Barbara Lochbihler, Michel Reimon, Jordi Solé, Bodil Valero

3

0

ECR

Charles Tannock

S&D

Eugen Freund

VERTS/ALE

Rebecca Harms

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding

6.11.2018

ADVIES van de Begrotingscommissie

aan de Commissie industrie, onderzoek en energie

inzake het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot oprichting van het Europees Defensiefonds

(COM(2018)0476 – C8-0268/2018 – 2018/0254(COD))

Rapporteur voor advies: Alain Lamassoure

AMENDEMENTEN

De Begrotingscommissie verzoekt de bevoegde Commissie industrie, onderzoek en energie onderstaande amendementen in aanmerking te nemen:

Amendement    1

Voorstel voor een verordening

Overweging -1 (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(-1)  Defensie is een duidelijk voorbeeld van hoe meer effectiviteit kan worden bereikt door een aantal momenteel door de lidstaten uitgeoefende bevoegdheden en uitgevoerde acties en daarmee corresponderende kredieten aan het Europese niveau over te dragen. Dat zal leiden tot een toonbeeld van Europese meerwaarde en zal de totale Europese overheidsuitgaven beperken.

Amendement    2

Voorstel voor een verordening

Overweging 1 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(1 bis)  Het Europees Parlement benadrukt in zijn resoluties over het meerjarig financieel kader (MFK) 2021-2027 van 14 maart en 30 mei 2018 het belang van de horizontale beginselen die ten grondslag moeten liggen aan het MFK 2021-2027 en alle daarmee verband houdende beleidsmaatregelen van de EU. Het Parlement herhaalt in verband hiermee zijn standpunt dat de EU haar engagement moet nakomen om een voortrekkersrol te vervullen met betrekking tot de uitvoering van de duurzameontwikkelingsdoelstellingen van de VN (SDG's) en betreurt dat een duidelijk en zichtbaar engagement in deze zin in de voorstellen over het MFK ontbreekt. Daarom dringt het Parlement aan op de integratie van de SDG's in alle EU-beleid en ‑initiatieven van het volgende MFK. Het benadrukt daarnaast dat de uitbanning van discriminatie essentieel is voor het nakomen van de verbintenissen van de EU ten aanzien van een inclusief Europa. Daarom vraagt het om een engagement op het gebied van gendermainstreaming en gendergelijkheid in alle EU-beleid en -initiatieven van het volgende MFK, en onderstreept het zijn standpunt dat op grond van de Overeenkomst van Parijs de klimaatgerelateerde horizontale uitgaven aanzienlijk moeten worden opgetrokken ten opzichte van het huidige MFK en zo spoedig mogelijk en uiterlijk in 2027 30 % moeten bedragen.

Amendement    3

Voorstel voor een verordening

Overweging 1 ter (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(1 ter)  wijst op zijn resolutie van 14 maart 2018 over het volgende MFK: voorbereiding van het standpunt van het Parlement ten aanzien van het MFK voor de periode na 2020; herhaalt zijn steun voor de oprichting van een Europese defensie-unie, met een specifiek onderzoeksprogramma op het gebied van defensie op EU-niveau en een programma voor industriële ontwikkeling, die aangevuld moeten worden met investeringen van de lidstaten, om verdubbeling te vermijden en de strategische autonomie, alsook de efficiëntie, van de Europese defensie-industrie te vergroten; herhaalt dat een sterkere en ambitieuzere Unie alleen kan worden verwezenlijkt als er meer financiële middelen voor worden vrijgemaakt; dringt er daarom op aan dat het bestaande beleid voortdurend wordt ondersteund, dat de middelen voor de vlaggenschipprogramma's van de Unie worden verhoogd en dat de extra verantwoordelijkheden gepaard gaan met extra financiële middelen;

Amendement    4

Voorstel voor een verordening

Overweging 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(2)  Het fonds zou bijdragen tot de totstandbrenging van een sterke, concurrerende en innovatieve industriële en technologische defensiebasis en hand in hand gaan met de initiatieven van de Unie met het oog op een meer geïntegreerde defensiemarkt, met name de twee in 2009 vastgestelde richtlijnen6 betreffende overheidsopdrachten en overdrachten in de defensiesector binnen de EU.

(2)  Het fonds zou bijdragen tot de totstandbrenging van een sterke, concurrerende en innovatieve industriële en technologische defensiebasis en hand in hand gaan met de initiatieven van de Unie met het oog op een meer geïntegreerde defensiemarkt, met name de twee in 2009 vastgestelde richtlijnen6 betreffende overheidsopdrachten en overdrachten in de defensiesector binnen de EU. Het fonds vormt een steunpilaar voor een gezond beleid van de Europese defensie-industrie.

_________________

_________________

6 Richtlijn 2009/43/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de vereenvoudiging van de voorwaarden voor de overdracht van defensiegerelateerde producten binnen de Gemeenschap (PB L 146 van 10.6.2009, blz. 1). Richtlijn 2009/81/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen door aanbestedende diensten van bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten op defensie- en veiligheidsgebied (PB L 216 van 20.8.2009, blz. 76).

6 Richtlijn 2009/43/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de vereenvoudiging van de voorwaarden voor de overdracht van defensiegerelateerde producten binnen de Gemeenschap (PB L 146 van 10.6.2009, blz. 1). Richtlijn 2009/81/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen door aanbestedende diensten van bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten op defensie- en veiligheidsgebied (PB L 216 van 20.8.2009, blz. 76).

Amendement    5

Voorstel voor een verordening

Overweging 6 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(6 bis)  Het fonds moet gepaste steun bieden voor onderzoeks- en ontwikkelingsacties op het gebied van disruptieve technologieën voor defensie.

Amendement    6

Voorstel voor een verordening

Overweging 12

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(12)  Aangezien het fonds tot doel heeft het concurrentievermogen, de efficiëntie en de autonomie van de defensie-industrie van de Unie te versterken, mogen in beginsel alleen in de Unie of geassocieerde landen gevestigde entiteiten die niet onder zeggenschap van niet-geassocieerde derde landen of entiteiten uit niet-geassocieerde derde landen staan, voor steun in aanmerking komen. Bovendien mogen de infrastructuur, faciliteiten, activa en middelen die ontvangers en hun subcontractanten voor uit het fonds gefinancierde acties gebruiken, zich niet op het grondgebied van niet-geassocieerde derde landen bevinden, teneinde de bescherming van de wezenlijke veiligheids- en defensiebelangen van de Unie en de lidstaten te waarborgen.

(12)  Aangezien het fonds tot doel heeft het concurrentievermogen, de efficiëntie en de autonomie van de defensie-industrie van de Unie te versterken, mogen alleen in de Unie of geassocieerde landen gevestigde entiteiten die niet onder zeggenschap van niet-geassocieerde derde landen of entiteiten uit niet-geassocieerde derde landen staan, voor steun in aanmerking komen. Bovendien mogen de maatschappelijke zetels, infrastructuur, faciliteiten, activa en middelen die ontvangers en hun subcontractanten voor uit het fonds gefinancierde acties gebruiken, zich niet op het grondgebied van niet-geassocieerde derde landen bevinden, teneinde de bescherming van de wezenlijke veiligheids- en defensiebelangen van de Unie en de lidstaten te waarborgen.

Amendement    7

Voorstel voor een verordening

Overweging 21 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(21 bis)  Acties met de grensoverschrijdende deelname van kmo's dragen bij aan het openstellen van de toeleveringsketens en de verwezenlijking van de doelstellingen van het fonds. Dergelijke acties dienen daarom in aanmerking te komen voor een hoger financieringspercentage dat ten goede moet komen aan alle entiteiten die aan het consortium deelnemen.

Amendement    8

Voorstel voor een verordening

Overweging 34

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(34)  De Commissie moet ernaar streven de dialoog met de lidstaten en de industrie op gang te houden om het welslagen van het fonds te waarborgen.

(34)  De Commissie moet ernaar streven de dialoog met het Europees Parlement, de lidstaten en de industrie op gang te houden om het welslagen van het fonds te waarborgen.

Amendement    9

Voorstel voor een verordening

Overweging 40

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(40)  Overeenkomstig de punten 22 en 23 van het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven moet deze verordening worden geëvalueerd op basis van via specifieke monitoringvoorschriften verzamelde informatie, met vermijding van overregulering en administratieve lasten, in het bijzonder voor de lidstaten. Deze voorschriften kunnen indien noodzakelijk meetbare indicatoren inhouden als basis om de effecten van de verordening op het terrein te evalueren. De Commissie moet uiterlijk vier jaar nadat met de uitvoering van het fonds is begonnen alsmede aan het einde van de uitvoeringsperiode van het fonds respectievelijk een tussentijdse evaluatie en eindevaluatie uitvoeren waarin zij de financiële activiteiten vanuit het oogpunt van de resultaten van de financiële uitvoering en, voor zover op dat moment mogelijk, de resultaten en het effect onderzoekt. In dat verslag moet eveneens een analyse worden verricht van de grensoverschrijdende deelname van kmo's en midcaps aan projecten die door het fonds worden ondersteund, alsmede van de deelname van kmo's en midcaps aan de mondiale waardeketen. De Commissie kan ook wijzigingen van deze verordening voorstellen om te reageren op mogelijke ontwikkelingen tijdens de uitvoering van het fonds.

(40)  Overeenkomstig de punten 22 en 23 van het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven moet deze verordening worden geëvalueerd op basis van via specifieke monitoringvoorschriften verzamelde informatie, met vermijding van overregulering en administratieve lasten, in het bijzonder voor de lidstaten. Deze voorschriften kunnen indien noodzakelijk meetbare indicatoren inhouden als basis om de effecten van de verordening op het terrein te evalueren. De Commissie moet uiterlijk twee jaar nadat met de uitvoering van het fonds is begonnen alsmede aan het einde van de uitvoeringsperiode van het fonds respectievelijk een tussentijdse evaluatie en eindevaluatie uitvoeren waarin zij de financiële activiteiten vanuit het oogpunt van de resultaten van de financiële uitvoering en, voor zover op dat moment mogelijk, de resultaten en het effect onderzoekt. In dat verslag moet eveneens een analyse worden verricht van de grensoverschrijdende deelname van kmo's en midcaps aan projecten die door het fonds worden ondersteund, alsmede van de deelname van kmo's en midcaps aan de mondiale waardeketen. De Commissie kan ook wijzigingen van deze verordening voorstellen om te reageren op mogelijke ontwikkelingen tijdens de uitvoering van het fonds.

Amendement    10

Voorstel voor een verordening

Overweging 41

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(41)  Gezien het belang van de strijd tegen klimaatverandering en in overeenstemming met de toezeggingen van de Unie om de Overeenkomst van Parijs en de duurzameontwikkelingsdoelstellingen van de Verenigde Naties uit te voeren, zal dit fonds bijdragen aan de mainstreaming van klimaatactie in de beleidsdomeinen van de Unie en aan het algemene streven dat 25 % van de EU-begrotingsuitgaven klimaatdoelstellingen ondersteunen. Bij de voorbereiding en de uitvoering van het fonds zullen relevante acties worden vastgesteld en bij de tussentijdse evaluatie zullen deze opnieuw worden beoordeeld.

(41)  Gezien het belang van de strijd tegen klimaatverandering en in overeenstemming met de toezeggingen van de Unie om de Overeenkomst van Parijs en de duurzameontwikkelingsdoelstellingen van de Verenigde Naties uit te voeren, zal dit fonds bijdragen aan de mainstreaming van klimaatactie in de beleidsdomeinen van de Unie en aan het algemene streven dat 25 % van de EU-begrotingsuitgaven klimaatdoelstellingen ondersteunen in de MFK-periode 2021-2027, en aan het streven van 30 % jaarlijks zo snel mogelijk en ten laatste in 2027. Bij de voorbereiding en de uitvoering van het fonds zullen relevante acties worden vastgesteld en bij de tussentijdse evaluatie zullen deze opnieuw worden beoordeeld.

Amendement    11

Voorstel voor een verordening

Overweging 46 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(46 bis)  De Commissie moet een permanente conferentie met belanghebbenden over de ontwikkeling van een gemeenschappelijk Europees beleid voor bewapening en vermogen oprichten en handhaven. Deze conferentie moet twee keer per jaar worden georganiseerd in de vorm van een open forum voor uitwisseling tussen alle belanghebbenden op het gebied van defensie waar wordt gesproken over de stand van zaken van het Europees beleid inzake bewapening en vermogen en over de manier waarop het zich in de toekomst kan ontwikkelen.

Amendement    12

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 2 – letter b

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b)  ondersteuning bieden aan gezamenlijke projecten voor de ontwikkeling van defensieproducten en -technologieën conform de vermogensprioriteiten op defensiegebied die de lidstaten gemeenschappelijk zijn overeengekomen binnen het kader van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid, en zo bijdragen tot efficiëntere defensie-uitgaven in de Unie, grotere schaalvoordelen creëren, het risico op onnodige overlappingen beperken en op die manier de versnippering van defensieproducten en -technologieën in de hele Unie verminderen. Uiteindelijk zal het fonds leiden tot een grotere interoperabiliteit tussen de vermogens van de lidstaten.

(b)  ondersteuning bieden aan gezamenlijke projecten voor de ontwikkeling van defensieproducten en -technologieën conform de vermogensprioriteiten op defensiegebied die de lidstaten gemeenschappelijk zijn overeengekomen binnen het kader van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid, en zo bijdragen tot efficiëntere defensie-uitgaven in de Unie, grotere schaalvoordelen creëren, het risico op onnodige overlappingen beperken en op die manier de versnippering van defensieproducten en -technologieën in de hele Unie verminderen. Uiteindelijk zal het fonds leiden tot een grotere interoperabiliteit tussen de vermogens van de lidstaten en tot de doeltreffende tenuitvoerlegging van een gezond beleid van de Europese defensie-industrie.

Amendement    13

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De financiële middelen voor de uitvoering van het Europees Defensiefonds voor de periode 2021-2027 bedragen 13 000 000 000 EUR in lopende prijzen.

1.  De financiële middelen voor de uitvoering van het Europees Defensiefonds voor de periode 2021-2027 bedragen 11 453 260 000 EUR, uitgedrukt in prijzen van 2018 (13 000 000 000 EUR in lopende prijzen).

Amendement    14

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 2 – letter a

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  tot 4 100 000 000 EUR voor onderzoeksacties;

(a)  tot 3 612 182 000 EUR, uitgedrukt in prijzen van 2018 (4 100 000 000 EUR in lopende prijzen) voor onderzoeksacties;

Amendement    15

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 2 – letter b

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b)  tot 8 900 000 000 EUR voor ontwikkelingsacties.

(b)  tot 7 841 078 000 EUR, uitgedrukt in prijzen van 2018 (8 900 000 000 EUR in lopende prijzen) voor ontwikkelingsacties;

Amendement    16

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 4

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Tot 5 % van de in lid 1 genoemde financiële middelen wordt uitgetrokken ter ondersteuning van disruptieve technologieën voor defensiedoeleinden.

4.  Tot 10 % van de in lid 1 genoemde financiële middelen wordt uitgetrokken ter ondersteuning van disruptieve technologieën voor defensiedoeleinden.

Amendement    17

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 5

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  Op verzoek van de lidstaten kunnen de aan hen in gedeeld beheer toegewezen middelen worden overgeschreven naar het fonds. De Commissie wendt die middelen op directe wijze aan in overeenstemming met artikel [62, lid 1, onder a),] van het Financieel Reglement. Indien mogelijk worden die middelen gebruikt ten voordele van de betrokken lidstaat.

5.  Op verzoek van de lidstaten kunnen de aan hen in gedeeld beheer toegewezen middelen worden overgeschreven naar het fonds. De Commissie wendt die middelen op directe wijze aan in overeenstemming met artikel [62, lid 1, onder a),] van het Financieel Reglement. Die middelen worden gebruikt ten voordele van de betrokken lidstaat. Die middelen worden geteld boven en bovenop het in lid 1 vermelde bedrag.

Amendement    18

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 5 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

5a.  Het referentiebedrag in het huidige wetgevingsvoorstel is slechts een indicatie voor de wetgevingsautoriteit en kan pas worden vastgelegd wanneer overeenstemming is bereikt over de verordening betreffende het meerjarig financieel kader.

Amendement    19

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – alinea 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Het fonds staat open voor de landen van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA) die lid zijn van de Europese Economische Ruimte (EER), in overeenstemming met de in de EER-overeenkomst vastgestelde voorwaarden.

Het fonds staat open voor de landen van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA) die lid zijn van de Europese Economische Ruimte (EER), in overeenstemming met de in de EER-overeenkomst vastgestelde voorwaarden. Dit artikel geldt onverminderd de regels voor ondernemingen die met de Brexit worden geconfronteerd.

Amendement    20

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – lid 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Voorstellen worden systematisch gescreend om na te gaan welke acties aanleiding geven tot ingewikkelde of ernstige ethische kwesties en om deze aan een ethische beoordeling te onderwerpen. Ethische screenings en beoordelingen worden uitgevoerd door de Commissie met de hulp van deskundigen op het gebied van ethiek in defensieaangelegenheden. De Commissie waarborgt dat de ethische procedures zo transparant mogelijk zijn.

2.  Voorstellen worden systematisch gescreend om na te gaan welke acties aanleiding geven tot ingewikkelde of ernstige ethische kwesties en om deze aan een ethische beoordeling te onderwerpen. De beoordelingsprocedure wordt uitgevoerd door de Commissie in nauwe samenwerking met de lidstaten. De Commissie waarborgt dat de ethische procedures zo transparant mogelijk zijn.

Amendement    21

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Alle infrastructuur, faciliteiten, activa en middelen die worden gebruikt in uit het fonds gefinancierde acties bevinden zich op het grondgebied van de Unie of van geassocieerde landen. Daarnaast werken begunstigden en hun subcontractanten bij de uitvoering van een actie die voor financiering in aanmerking komt alleen met juridische entiteiten die in de Unie of in een geassocieerd land zijn gevestigd en niet onder zeggenschap van niet-geassocieerde derde landen of entiteiten uit een niet-geassocieerde derde land staan.

3.  Alle maatschappelijke zetels, infrastructuur, faciliteiten, activa en middelen die worden gebruikt in uit het fonds gefinancierde acties bevinden zich op het grondgebied van de Unie of van geassocieerde landen. Daarnaast werken begunstigden en hun subcontractanten bij de uitvoering van een actie die voor financiering in aanmerking komt alleen met juridische entiteiten die in de Unie of in een geassocieerd land zijn gevestigd en niet onder zeggenschap van niet-geassocieerde derde landen of entiteiten uit een niet-geassocieerde derde land staan.

Amendement    22

Voorstel voor een verordening

Artikel 11 – lid 4

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Tenzij anders bepaald in het in artikel 27 bedoelde werkprogramma, wordt de actie uitgevoerd door een samenwerkingsverband van ten minste drie juridische entiteiten die gevestigd zijn in ten minste drie verschillende lidstaten en/of geassocieerde landen. Ten minste drie van deze subsidiabele entiteiten die gevestigd zijn in ten minste twee verschillende lidstaten en/of geassocieerde landen, staan niet gedurende de hele uitvoering van de actie direct of indirect onder effectieve zeggenschap van dezelfde entiteit, noch mogen zij onder zeggenschap van elkaar staan.

4.  Tenzij anders bepaald in het in artikel 27 bedoelde werkprogramma, wordt de actie uitgevoerd door een samenwerkingsverband van ten minste drie juridische entiteiten die gevestigd zijn in ten minste twee verschillende lidstaten. Deze entiteiten staan niet gedurende de hele uitvoering van de actie direct of indirect onder effectieve zeggenschap van dezelfde entiteit, noch mogen zij onder zeggenschap van elkaar staan.

Amendement    23

Voorstel voor een verordening

Artikel 13 – alinea 1 – letter f bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(f bis)  bijdrage tot de beperking van de afhankelijkheid en de vergroting van de strategische autonomie van de Europese defensie-industrie ten aanzien van technologieën of producten die onderworpen zijn aan de zeggenschap of toestemming van een derde land of een van de entiteiten van een derde land.

Amendement    24

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Onverminderd het medefinancieringsbeginsel kan het fonds tot 100 % van de subsidiabele kosten van een actie financieren.

1.  Onverminderd het medefinancieringsbeginsel financiert het fonds 100 % van de subsidiabele kosten van een actie.

Amendement    25

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 – lid 3 – letter b

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b)  een consortium geniet een financieringspercentage dat is verhoogd met het aantal procentpunten dat overeenkomt met het percentage van de totale subsidiabele kosten dat is toegekend aan kmo's die zijn gevestigd in een andere lidstaat en/of geassocieerd land dan de lidstaat en/of het land waar de consortiumleden die geen kmo's zijn, zijn gevestigd;

(b)  een consortium geniet een financieringspercentage dat is verhoogd met het aantal procentpunten dat overeenkomt met het percentage van de totale subsidiabele kosten dat is toegekend aan kmo's; het deel van de totale subsidiabele kosten dat is toegekend aan kmo's die zijn gevestigd in een andere lidstaat en/of geassocieerd land dan de lidstaat en/of het land waar de consortiumleden die geen kmo's zijn, zijn gevestigd, kan dubbel tellen;

Amendement    26

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 – lid 3 – letter c

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(c)  een consortium geniet een financieringspercentage dat wordt verhoogd met het aantal procentpunten dat overeenkomt met een kwart van het percentage van de totale subsidiabele kosten dat is toegekend aan midcaps die zijn gevestigd in een andere lidstaat en/of geassocieerd land dan de lidstaat en/of het land waar de consortiumleden die geen kmo's of midcaps zijn, zijn gevestigd;

(c)  een consortium geniet een financieringspercentage dat wordt verhoogd met het aantal procentpunten dat overeenkomt met een kwart van het percentage van de totale subsidiabele kosten dat is toegekend aan midcaps; indien deze midcaps zijn gevestigd in een andere lidstaat en/of geassocieerd land dan de lidstaat en/of het land waar de consortiumleden die geen midcaps zijn, zijn gevestigd, komt het consortium in aanmerking voor een financieringspercentage verhoogd met 5 % van de totale subsidiabele kosten dat aan die midcaps is toegekend;

Amendement    27

Voorstel voor een verordening

Artikel 16 – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Indirecte subsidiabele kosten worden bepaald door een vast percentage van 25 % toe te passen op de totale directe subsidiabele kosten, met uitzondering van directe subsidiabele kosten voor onderaanneming, financiële ondersteuning aan derden en eenheidskosten of vaste bedragen die indirecte kosten omvatten.

1.  Indirect subsidiabele kosten worden bepaald door een vast percentage van 25 % toe te passen op de totale directe subsidiabele kosten.

Amendement    28

Voorstel voor een verordening

Artikel 16 – lid 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  In voorkomend geval kunnen indirecte subsidiabele kosten boven het vaste percentage van 25 % worden bepaald overeenkomstig de gebruikelijke kostenberekeningsmethoden van de begunstigde op basis van werkelijke indirecte kosten, voor zover die kostenberekeningsmethoden door nationale autoriteiten onder vergelijkbare financieringsstelsels zijn aanvaard in overeenstemming met artikel [185] van het Financieel Reglement en aan de Commissie zijn meegedeeld.

2.  Als alternatief kunnen indirecte subsidiabele kosten worden bepaald overeenkomstig de gebruikelijke kostenberekeningsmethoden van de begunstigde op basis van werkelijke indirecte kosten, voor zover die kostenberekeningsmethoden door nationale autoriteiten onder vergelijkbare financieringsstelsels zijn aanvaard in overeenstemming met artikel [185] van het Financieel Reglement en aan de Commissie zijn meegedeeld.

Amendement    29

Voorstel voor een verordening

Artikel 21 – alinea 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Uit hoofde van dit fonds vastgestelde blendingverrichtingen vinden plaats in overeenstemming met de [InvestEU-verordening] en titel X van het Financieel Reglement.

De begunstigden van het fonds komen in aanmerking voor toegang tot speciale financiële producten die in het kader van InvestEU worden aangeboden, in overeenstemming met de [InvestEU-verordening] en titel X van het Financieel Reglement.

Amendement    30

Voorstel voor een verordening

Artikel 29 – lid 5

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  Onafhankelijke deskundigen worden gekozen op basis van de vaardigheden, ervaring en kennis waarover zij moeten beschikken om de aan hen opgedragen taken te kunnen uitvoeren.

5.  Onafhankelijke deskundigen worden gekozen op basis van de vaardigheden, ervaring en kennis waarover zij moeten beschikken om de aan hen opgedragen taken te kunnen uitvoeren. Bij de selectieprocedure wordt ook gezorgd voor een genderevenwicht.

Amendement    31

Voorstel voor een verordening

Artikel 32 – lid 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De tussentijdse evaluatie van het fonds wordt uitgevoerd zodra voldoende informatie over de uitvoering van het fonds beschikbaar is, maar uiterlijk vier jaar nadat met de uitvoering van het fonds is begonnen. In het verslag van de tussentijdse evaluatie tegen 31 juli 2024 wordt met name ingegaan op het beheer van het fonds, de uitvoeringspercentages, de projecttoekenningsresultaten met inbegrip van de betrokkenheid van kmo's en midcaps en de mate van grensoverschrijdende deelname, alsmede overeenkomstig artikel [195] van het Financieel Reglement verstrekte financiering. De Commissie kan voorstellen voor passende wijzigingen van deze verordening indienen.

2.  De tussentijdse evaluatie van het fonds wordt uitgevoerd zodra voldoende informatie over de uitvoering van het fonds beschikbaar is, maar uiterlijk twee jaar nadat met de uitvoering van het fonds is begonnen. In het verslag van de tussentijdse evaluatie tegen 31 juli 2022 wordt met name ingegaan op het beheer van het fonds, de uitvoeringspercentages, de projecttoekenningsresultaten met inbegrip van de betrokkenheid van kmo's en midcaps en de mate van grensoverschrijdende deelname, alsmede overeenkomstig artikel [195] van het Financieel Reglement verstrekte financiering. De Commissie kan voorstellen voor passende wijzigingen van deze verordening indienen.

Amendement    32

Voorstel voor een verordening

Artikel 32 – lid 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Aan het einde van de uitvoeringsperiode, maar uiterlijk vier jaar na 31 december 2031, verricht de Commissie een eindevaluatie van de uitvoering van het fonds. Het eindevaluatieverslag omvat de resultaten van de uitvoering van en, voor zover dit gezien de timing mogelijk is, de effecten van het fonds. In dat verslag wordt op basis van de relevante raadplegingen van de lidstaten en geassocieerde landen en de belangrijkste belanghebbenden met name een beoordeling gemaakt van de geboekte vooruitgang bij het verwezenlijken van de in artikel 3 vastgestelde doelstellingen. Ook wordt in dat verslag een analyse verricht van de grensoverschrijdende participatie, onder meer van kmo's en midcaps, in de in het kader van het fonds uitgevoerde projecten, alsook van de integratie van kmo's en midcaps in de mondiale waardeketen. De evaluatie bevat ook informatie over de landen van herkomst van de ontvangers en, waar mogelijk, over de verdeling van de gegenereerde intellectuele-eigendomsrechten.

3.  Aan het einde van de uitvoeringsperiode, maar uiterlijk twee jaar na 31 december 2029, verricht de Commissie een eindevaluatie van de uitvoering van het fonds. Het eindevaluatieverslag omvat de resultaten van de uitvoering van en, voor zover dit gezien de timing mogelijk is, de effecten van het fonds. In dat verslag wordt op basis van de relevante raadplegingen van de lidstaten en geassocieerde landen en de belangrijkste belanghebbenden met name een beoordeling gemaakt van de geboekte vooruitgang bij het verwezenlijken van de in artikel 3 vastgestelde doelstellingen. Ook wordt in dat verslag een analyse verricht van de grensoverschrijdende participatie, onder meer van kmo's en midcaps, in de in het kader van het fonds uitgevoerde projecten, alsook van de integratie van kmo's en midcaps in de mondiale waardeketen. De evaluatie bevat ook informatie over de landen van herkomst van de ontvangers en, waar mogelijk, over de verdeling van de gegenereerde intellectuele-eigendomsrechten.

Amendement    33

Voorstel voor een verordening

Artikel 33 – lid 1 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Vóór de tussentijdse evaluatie van de Commissie publiceert de Europese Rekenkamer een speciaal verslag over de uitvoering van het fonds en presenteert het zijn conclusies aan de Begrotingscommissie en de Commissie begrotingscontrole van het Europees Parlement.

Amendement    34

Voorstel voor een verordening

Artikel 35 – lid 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De Commissie voert informatie- en communicatieacties uit met betrekking tot het fonds, de acties en de resultaten ervan. De aan het fonds toegewezen financiële middelen dragen tevens bij aan de institutionele communicatie over de politieke prioriteiten van de Unie, voor zover zij verband houden met de in artikel 3 bedoelde doelstellingen.

2.  De Commissie voert informatie- en communicatieacties uit met betrekking tot het fonds, de acties en de resultaten ervan. De aan het fonds toegewezen financiële middelen dragen tevens bij aan de institutionele communicatie over de politieke prioriteiten van de Unie, voor zover zij verband houden met de in artikel 3 bedoelde doelstellingen. Zij worden bovendien gebruikt om een permanente conferentie van belanghebbenden op te richten en in stand te houden over de ontwikkeling van een gemeenschappelijk Europees beleid inzake bewapening en vermogen.

PROCEDURE VAN DE ADVISERENDE COMMISSIE

Titel

Oprichting van het Europees Defensiefonds

Document- en procedurenummers

COM(2018)0476 – C8-0268/2018 – 2018/0254(COD)

Bevoegde commissie

       Datum bekendmaking

ITRE

2.7.2018

 

 

 

Advies uitgebracht door

       Datum bekendmaking

BUDG

2.7.2018

Rapporteur voor advies

       Datum benoeming

Alain Lamassoure

11.7.2018

Behandeling in de commissie

26.9.2018

 

 

 

Datum goedkeuring

5.11.2018

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

22

5

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Jean Arthuis, Reimer Böge, Lefteris Christoforou, Gérard Deprez, André Elissen, José Manuel Fernandes, Eider Gardiazabal Rubial, Ingeborg Gräßle, Monika Hohlmeier, John Howarth, Bernd Kölmel, Zbigniew Kuźmiuk, Vladimír Maňka, Jan Olbrycht, Paul Rübig, Eleftherios Synadinos, Isabelle Thomas, Inese Vaidere, Tiemo Wölken, Marco Zanni

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Karine Gloanec Maurin, Alain Lamassoure, Janusz Lewandowski, Andrey Novakov, Marco Valli

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Michael Detjen, Stefan Gehrold

HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE ADVISERENDE COMMISSIE

22

+

ALDE

Jean Arthuis, Gérard Deprez

ECR

Zbigniew Kuźmiuk

PPE

Reimer Böge, Lefteris Christoforou, José Manuel Fernandes, Stefan Gehrold, Ingeborg Gräßle, Monika Hohlmeier, Alain Lamassoure, Janusz Lewandowski, Andrey Novakov, Jan Olbrycht, Paul Rübig, Inese Vaidere

S&D

Michael Detjen, Eider Gardiazabal Rubial, Karine Gloanec Maurin, John Howarth, Vladimír Maňka, Isabelle Thomas, Tiemo Wölken

5

-

ECR

Bernd Kölmel

EFDD

Marco Valli

ENF

André Elissen, Marco Zanni

NI

Eleftherios Synadinos

0

0

 

 

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding

6.11.2018

ADVIES van de Commissie interne markt en consumentenbescherming

aan de Commissie industrie, onderzoek en energie

inzake het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot oprichting van het Europees Defensiefonds

(COM(2018)0476 – C8-0268/2018 – 2018/0254(COD))

Rapporteur voor advies: Antonio López-Istúriz White

BEKNOPTE MOTIVERING

Op 7 juni 2017 lanceerde de Commissie het idee van een baanbrekend initiatief op het gebied van defensie: het Europees Defensiefonds. Zij stelde een aanpak in twee fasen voor:

1. om te beginnen een proefperiode in het kader van het meerjarig financieel kader 2014-2020, waarin via een voorbereidende actie inzake defensieonderzoek ondersteuning wordt geboden aan gezamenlijk defensieonderzoek, terwijl via het voorgestelde industrieel ontwikkelingsprogramma voor de Europese defensie (EDIDP) medefinanciering wordt verstrekt aan gezamenlijke ontwikkelingsprojecten, en

2. vervolgens een specifiek fonds in het kader van het meerjarig financieel kader 2021-2027 met meer financiering voor gezamenlijk onderzoek naar innovatieve defensieproducten en -technologieën en voor de volgende fasen in de ontwikkelingscyclus, waaronder de ontwikkeling van prototypen.

De rapporteur van IMCO is ingenomen met dit voorstel voor de oprichting van een Europees Defensiefonds in het kader van het Europees meerjarig financieel kader 2021-2027. Vanuit het standpunt van de defensiemarkt lijken de bestaande internemarktinstrumenten ter bevordering van een doeltreffende samenwerking tussen de lidstaten en van schaalvoordelen geen groot succes te zijn. Er heerst overeenstemming over het feit dat meer samenwerking geleidelijk voor de consolidatie en voor meer integratie van de Europese markt in de defensiesector zou kunnen zorgen. Gerichte EU-financiering - zoals het Defensiefonds - kan zeker bijdragen tot de verwezenlijking van een aantal samenwerkingsprojecten voor ontwikkeling die anders niet van de grond zouden komen.

De rapporteur onderstreept het belang van samenwerking over de grenzen heen en de absolute noodzaak om initiatieven die voor samenwerking zorgen te stimuleren en te bevorderen. Het Defensiefonds moet kleine en middelgrote ondernemingen (kmo's) en middelgrote beursgenoteerde ondernemingen (midcaps) sterke stimulansen geven om deel te nemen aan samenwerkingsprojecten, en een vruchtbare bodem bieden voor baanbrekende, innovatieve oplossingen.

Een sterkere en inclusievere interne defensiemarkt draagt bij tot meer efficiëntie, wat er uiteindelijk toe zal leiden dat de lidstaten en Europese burgers meer waar voor hun geld krijgen. Het gebrek aan samenwerking tussen de lidstaten op het vlak van veiligheid en defensie kost effectief naar schatting tussen 25 en 100 miljard euro per jaar.

Bovendien kan het fonds een katalysator zijn voor de ontwikkeling van een innovatieve en competitieve industriële en wetenschappelijke basis, die in staat is aan de defensiebehoeften van Europa te voldoen met geavanceerd, volledig interoperabele technologie en uitrusting. Als de Unie erin slaagt een defensie-industrie te doen ontstaan die uitblinkt op het vlak van industriële en technologische capaciteiten, kunnen we de strategische autonomie van de EU handhaven en inspelen op actuele en toekomstige veiligheidsbehoeften. Daarnaast bereidt de Unie zich voor om op internationaal niveau een rol te gaan spelen.

De medewetgevers hebben net de onderhandelingen over de EDIDP-verordening afgesloten (en zijn tot overeenstemming gekomen over de verordening). De commissie IMCO heeft een advies over de verordening uitgebracht (rapporteur: mevr. Anneleen van Bossuyt (ECR)) waarin zij aangeeft het programma algemeen te steunen.

De rapporteur van IMCO wil een standpunt formuleren waarin rekening wordt gehouden met de recente werkzaamheden betreffende de EDIDP-verordening. Zo merkt hij bijvoorbeeld op dat de beraadslagingen over de deelnamevoorschriften voor juridische entiteiten en lidstaten (drie en drie) net zijn afgerond, en dat er dus geen reden is om dit onderwerp nu al opnieuw aan te kaarten. Hij hanteert een soortgelijke benadering voor wat de financieringspercentages betreft.

De rapporteur gaat wel in op punten die belangrijk zijn vanuit het standpunt van de interne markt. Deze punten werden eerder al onderstreept in het advies van IMCO over de EDIDP-verordening: het gaat onder meer over de noodzaak om voor meer interoperabiliteit te zorgen, middels de productie van geavanceerde en interoperabele defensietechnologie en -uitrusting en middels ondersteuning van de uitwerking van gemeenschappelijke technische specificaties en normen.

Aangezien 80 % van alle openbare aanbestedingen in de defensiesector uitsluitend op nationaal niveau gebeurt, wat tot het dure naast elkaar bestaan van equivalente militaire capaciteiten leidt, wil de rapporteur benadrukken dat er moet worden gewerkt aan de ontwikkeling van een open, goed functionerende interne markt en aan de openstelling van nationale toeleveringsketens. Dit is onder meer mogelijk door een correcte toepassing van het EU-defensiepakket uit 2009, namelijk richtlijn 2009/81/EG betreffende overheidsopdrachten op defensie- en veiligheidsgebied en richtlijn 2009/43/EG betreffende de overdracht van defensiegerelateerde producten binnen de Gemeenschap.

AMENDEMENTEN

Amendement    1

Voorstel voor een verordening

Overweging -1 (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(-1)  De geopolitieke context van de Unie is de voorbije tien jaar drastisch veranderd. De situatie in Europa's aangrenzende regio’s is instabiel en de Unie wordt geconfronteerd met een complexe en veeleisende omgeving waarin nieuwe dreigingen, zoals hybride en cyberaanvallen in opmars zijn en traditioneler uitdagingen weer de kop opsteken. In deze context zijn de Europese burgers en hun politieke leiders het erover eens dat er meer gezamenlijk moet worden ondernomen om ons te verdedigen. 75 % van de Europeanen steunt een beleid inzake gemeenschappelijke defensie en veiligheid. In de gezamenlijke Verklaring van Rome van 25 maart 2017 hebben de leiders van 27 lidstaten en van de Europese Raad, het Europees Parlement en de Europese Commissie aangekondigd dat de Unie voornemens is haar gemeenschappelijke veiligheid en defensie te versterken en een meer concurrerende en geïntegreerde defensie-industrie te bevorderen.

Amendement    2

Voorstel voor een verordening

Overweging 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(1)  In het op 30 november 2016 vastgestelde Europees defensieactieplan heeft de Commissie zich ertoe verbonden de gezamenlijke inspanningen van de lidstaten bij de ontwikkeling van technologische en industriële defensievermogens aan te vullen, te bevorderen en te consolideren om een antwoord te bieden op uitdagingen inzake veiligheid en om het concurrentievermogen, de innovatieve capaciteit en de efficiëntie van de Europese defensie-industrie te ondersteunen. Zij stelde met name voor een Europees Defensiefonds (het "fonds") op te richten om investeringen in gezamenlijk onderzoek en de gezamenlijke ontwikkeling van defensieproducten en -technologieën te ondersteunen en zo synergieën en kosteneffectiviteit te bevorderen, en om de gezamenlijke aankoop en het gezamenlijke onderhoud van defensie-uitrusting door de lidstaten te bevorderen. Het fonds zou een aanvulling vormen op de nationale financiering die reeds daartoe wordt gebruikt en moet lidstaten stimuleren om samen te werken en meer te investeren in defensie. Uit het fonds zou steun worden verleend voor samenwerking tijdens de gehele cyclus van defensieproducten en -technologieën.

(1)  In haar mededeling van 30 november 2016 over het op 30 november 2016 vastgestelde Europees defensieactieplan heeft de Commissie zich ertoe verbonden de gezamenlijke inspanningen van de lidstaten bij de ontwikkeling van technologische en industriële defensievermogens aan te vullen, te bevorderen en te consolideren om een antwoord te bieden op uitdagingen inzake veiligheid en om het concurrentievermogen, de innovatieve capaciteit en de efficiëntie van de Europese defensie-industrie te ondersteunen en een meer geïntegreerde defensiemarkt in Europa tot stand te brengen. Zij stelde met name voor een Europees Defensiefonds (het "fonds") op te richten om investeringen in gezamenlijk onderzoek en de gezamenlijke ontwikkeling van defensieproducten en -technologieën te ondersteunen en zo synergieën en kosteneffectiviteit te bevorderen, en om de gezamenlijke aankoop en het gezamenlijke onderhoud van defensie-uitrusting door de lidstaten te bevorderen. Het fonds zou een aanvulling vormen op de nationale financiering die reeds daartoe wordt gebruikt en moet lidstaten stimuleren om grensoverschrijdend samen te werken en meer te investeren in defensie. Uit het fonds zou steun worden verleend voor samenwerking tijdens de gehele cyclus van defensieproducten en -technologieën.

Amendement    3

Voorstel voor een verordening

Overweging 1 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis)  De Commissie heeft op 7 juni 2017 een mededeling aangenomen tot oprichting van het Europees Defensiefonds. Hierin werd een aanpak in twee fasen voorgesteld: allereerst zijn er, voor het testen van de aanpak, initiële middelen voor zowel onderzoek als ontwikkeling beschikbaar gesteld in het kader van het meerjarig financieel kader 2014-2020 met de aanneming van Verordening (EU) 2018/10921 bis; ten tweede zou er in het kader van het meerjarig financieel kader 2021-2027 een specifiek fonds worden opgezet met meer financiering voor gezamenlijk onderzoek naar innovatieve defensieproducten en -technologieën en voor de volgende fasen in de ontwikkelingscyclus, waaronder de ontwikkeling van prototypen. Er moet een consequente en samenhangende aanpak tussen die twee stappen bestaan.

 

_________________

 

1 bis Verordening (EU) 2018/1092 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot instelling van een industrieel ontwikkelingsprogramma voor de Europese defensie ter ondersteuning van het concurrentievermogen en de innovatieve capaciteit van de defensie-industrie van de EU (PB L 200, 7.8.2018, blz. 30).

Amendement    4

Voorstel voor een verordening

Overweging 1 ter (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 ter)  De defensiesector gekenmerkt zich door toenemende kosten van defensiematerieel en door hoge O&O-kosten die de opzet van nieuwe defensieprogramma's belemmeren en rechtstreekse gevolgen hebben voor het concurrentie- en innovatievermogen van de industrie van de Unie. Vanwege de kostenstijgingen, de omvang van de eenmalige O&O-uitgaven en de kleine series die op nationaal niveau kunnen worden aangekocht, bevindt de ontwikkeling van een nieuwe generatie grote defensiesystemen en van nieuwe defensietechnologieën zich steeds verder buiten het bereik van de afzonderlijke lidstaten.

Amendement    5

Voorstel voor een verordening

Overweging 1 quater (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 quater)  De situatie van de defensiesector is nog verder verslechterd door flinke besparingen in de defensiebegrotingen in heel Europa gedurende de afgelopen tien jaar, wat met name gevolgen heeft gehad voor de uitgaven voor O&O en materieel. Tussen 2006 en 2013 daalde het werkelijke niveau van defensie-uitgaven in de aan het EDA deelnemende lidstaten met 12 %. Overwegende dat defensiegerelateerde O&O de basis vormt van de ontwikkeling van de toekomstige geavanceerde defensietechnologieën, zijn dergelijke tendensen met name zorgwekkend en vormen zij een ernstige uitdaging met betrekking tot het vermogen om het concurrentievermogen van de defensie-industrie van de Unie op de lange termijn op peil te houden.

Amendement    6

Voorstel voor een verordening

Overweging 1 quinquies (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 quinquies)  Ondanks de wisselwerking tussen de toenemende kosten en de afnemende uitgaven, zijn de defensiegerelateerde planning en de uitgaven aan O&O en de aanbesteding van materiaal grotendeels op nationaal niveau gebleven, met een zeer beperkte samenwerking tussen de lidstaten voor wat betreft investeringen in defensiematerieel. Bovendien worden slechts enkele programma's bij de uitvoering ervan ook gekoppeld aan de vermogensprioriteiten van de Unie: In 2015 werd amper 16 % van het defensiematerieel via gezamenlijke Europese overheidsopdrachten aangekocht, wat ver onder de overeengekomen gezamenlijke benchmark van 35 % ligt.

Amendement    7

Voorstel voor een verordening

Overweging 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(2)  Het fonds zou bijdragen tot de totstandbrenging van een sterke, concurrerende en innovatieve industriële en technologische defensiebasis en hand in hand gaan met de initiatieven van de Unie met het oog op een meer geïntegreerde defensiemarkt, met name de twee in 2009 vastgestelde richtlijnen6 betreffende overheidsopdrachten en overdrachten in de defensiesector binnen de EU.

(2)  Het fonds zou bijdragen tot de totstandbrenging van een sterke, concurrerende en innovatieve industriële en technologische defensiebasis en tot de oprichting van een meer geïntegreerde defensiemarkt in Europa die tegelijk en op betaalbare wijze in de verschillende veiligheidsbehoeften van de lidstaten voorziet. Het fonds gaat hand in hand met de initiatieven van de Unie met het oog op een meer geïntegreerde defensiemarkt, met name de twee in 2009 vastgestelde richtlijnen6 betreffende overheidsopdrachten en overdrachten in de defensiesector binnen de EU. In alle gevallen moeten de voorschriften van Richtlijn 2009/81/EG van het Europees Parlement en de Raad volledig worden nageleefd, met inbegrip van de transparantie- en non-discriminatiebeginselen, en moeten uitzonderingen worden toegestaan binnen het strikte kader van die richtlijn.

__________________

__________________

6 Richtlijn 2009/43/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 mei 2009 betreffende de vereenvoudiging van de voorwaarden voor de overdracht van defensiegerelateerde producten binnen de Gemeenschap (PB L 146 van 10.6.2009, blz. 1). Richtlijn 2009/81/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen door aanbestedende diensten van bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten op defensie- en veiligheidsgebied (PB L 216 van 20.8.2009, blz. 76).

6 Richtlijn 2009/43/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de vereenvoudiging van de voorwaarden voor de overdracht van defensiegerelateerde producten binnen de Gemeenschap (PB L 146 van 10.6.2009, blz. 1). Richtlijn 2009/81/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen door aanbestedende diensten van bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten op defensie- en veiligheidsgebied (PB L 216 van 20.8.2009, blz. 76).

Amendement    8

Voorstel voor een verordening

Overweging 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(3)  Aan de hand van een geïntegreerde aanpak en om bij te dragen aan het versterken van het concurrentievermogen en de innovatiecapaciteit van de defensie-industrie van de Unie, moet een Europees Defensiefonds (hierna "het fonds") worden opgericht. Het fonds moet gericht zijn op het vergroten van het concurrentievermogen, de innovatie, de efficiëntie en de autonomie van de defensie-industrie van de Unie; op die manier moet het bijdragen tot de strategische autonomie van de Unie door zowel in de onderzoeksfase als in de ontwikkelingsfase van defensieproducten en -technologieën de grensoverschrijdende samenwerking tussen lidstaten en tussen ondernemingen, onderzoekscentra, nationale overheden, internationale organisaties en universiteiten te ondersteunen. Om tot meer innovatieve oplossingen en een open interne markt te komen, moet het fonds ondersteuning bieden aan de grensoverschrijdende deelname van kleine en middelgrote ondernemingen (kmo's) en middelgrote beursgenoteerde ondernemingen (midcaps) in de defensiesector.

(3)  Aan de hand van een geïntegreerde aanpak en om bij te dragen aan het versterken van het concurrentievermogen en de innovatiecapaciteit van de defensie-industrie van de Unie in de gehele Unie, moet een Europees Defensiefonds (hierna "het fonds") worden opgericht. Het fonds moet gericht zijn op het vergroten van het concurrentievermogen, de innovatie, de efficiëntie, milieuprestaties en technologische autonomie van de defensie- van de Unie; op die manier moet het bijdragen tot de strategische autonomie van de Unie door zowel in de onderzoeksfase als in de ontwikkelingsfase van defensieproducten en -technologieën de grensoverschrijdende samenwerking tussen lidstaten en tussen ondernemingen, onderzoekscentra, nationale overheden, internationale organisaties en universiteiten te ondersteunen. Dit dient ook de doeltreffendheid van de interne markt in de defensiesector te verbeteren, hetgeen er uiteindelijk toe zal leiden dat de lidstaten meer waar voor hun geld krijgen. Om tot meer innovatieve oplossingen en een goed functionerende, open interne defensiemarkt te komen, en om overlappingen te vermijden en de interoperabiliteit en standaardisering te bevorderen, moet het fonds zorgen voor de toename, ondersteuning en stimulering van de grensoverschrijdende samenwerking tussen lidstaten en juridische entiteiten, inclusief kleine en middelgrote ondernemingen (kmo's) en middelgrote beursgenoteerde ondernemingen (midcaps) in de defensiesector, aan de hand van de ontwikkeling van defensieproducten en -uitrusting die beantwoorden aan de vermogensprioriteiten op het gebied van defensie die gemeenschappelijk door de lidstaten zijn overeengekomen.

Amendement    9

Voorstel voor een verordening

Overweging 3 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 bis)  Om tot meer innovatieve oplossingen te komen en een open interne markt te bevorderen, moet het fonds de grensoverschrijdende deelname van kmo's en middelgrote beursgenoteerde ondernemingen (midcaps) krachtig ondersteunen en nieuwe marktkansen helpen creëren.

Amendement    10

Voorstel voor een verordening

Overweging 8

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(8)  De moeilijkheden bij het overeenkomen van geconsolideerde defensievermogensvereisten en gemeenschappelijke technische specificaties of normen belemmeren de samenwerking tussen lidstaten en tussen juridische entiteiten in verschillende lidstaten. Het ontbreken van dergelijke vereisten, specificaties en normen heeft geleid tot meer versnippering van de defensiesector, technische complexiteit, vertragingen en hogere kosten, evenals een verminderde interoperabiliteit. Een akkoord over gemeenschappelijke technische specificaties moet een voorwaarde zijn voor acties die een hogere mate van technologische paraatheid vereisen. Activiteiten van lidstaten die gericht zijn op de vaststelling van gemeenschappelijke defensievermogensvereisten en de uitvoering van ondersteunende studies evenals acties die de vaststelling van gemeenschappelijke technische specificaties of normen ondersteunen, moeten eveneens in aanmerking komen voor financiering uit het fonds.

8)  De moeilijkheden bij het overeenkomen van geconsolideerde defensievermogensvereisten en gemeenschappelijke technische specificaties of normen belemmeren de samenwerking tussen lidstaten en tussen juridische entiteiten in verschillende lidstaten. Het ontbreken van dergelijke vereisten, specificaties en normen heeft geleid tot meer versnippering van de defensiesector, technische complexiteit, vertragingen, hogere kosten, het onnodig dupliceren van capaciteiten, evenals een verminderde interoperabiliteit. Een akkoord over gemeenschappelijke technische specificaties moet een voorwaarde zijn voor acties die een hogere mate van technologische paraatheid vereisen. Activiteiten van lidstaten die gericht zijn op de bevordering van interoperabiliteit en die leiden tot de vaststelling van gemeenschappelijke defensievermogensvereisten en ondersteuning bieden aan de uitvoering van studies en acties die de vaststelling van gemeenschappelijke technische specificaties of normen ondersteunen, moeten eveneens in aanmerking komen voor financiering uit het fonds, met als doel te verhinderen dat verschillen in specificaties en normen de interoperabiliteit ondermijnen.

Amendement    11

Voorstel voor een verordening

Overweging 9

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(9)  Aangezien het fonds het concurrentievermogen en de innovatie van de defensie-industrie van de Unie beoogt te ondersteunen door gezamenlijk defensieonderzoek en gezamenlijke technologische activiteiten te bevorderen en aan te vullen en de risico's van de ontwikkelingsfase van samenwerkingsprojecten te ondervangen, moeten acties met het oog op onderzoek naar en ontwikkeling van een defensieproduct of -technologie in aanmerking moeten komen voor steun uit het fonds. Hetzelfde geldt voor het moderniseren van bestaande defensieproducten en -technologieën, met inbegrip van de interoperabiliteit daarvan.

(9)  Aangezien het fonds het concurrentievermogen en de innovatie van de defensie-industrie van de Unie beoogt te ondersteunen door gezamenlijk defensieonderzoek, gezamenlijke innovatie en gezamenlijke technologische activiteiten te bevorderen en aan te vullen en de risico's van de ontwikkelingsfase van samenwerkingsprojecten te ondervangen, moeten acties met het oog op onderzoek naar en ontwikkeling van een defensieproduct of -technologie in aanmerking moeten komen voor steun uit het fonds. Hetzelfde geldt voor het moderniseren van bestaande defensieproducten en -technologieën, met inbegrip van de interoperabiliteit daarvan.

Amendement    12

Voorstel voor een verordening

Overweging 10

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(10)  Aangezien het fonds met name gericht is op sterkere samenwerking tussen juridische entiteiten en lidstaten in heel Europa, kunnen acties alleen in aanmerking komen voor financiering mits zij worden uitgevoerd door een samenwerkingsverband van ten minste drie juridische entiteiten die zijn gevestigd in ten minste drie verschillende lidstaten en/of geassocieerde landen. Ten minste drie van die subsidiabele juridische entiteiten die gevestigd zijn in ten minste twee verschillende lidstaten en/of geassocieerde landen, mogen niet direct of indirect onder effectieve zeggenschap van dezelfde entiteit staan, noch mogen zij onder zeggenschap van elkaar staan. Om de samenwerking tussen de lidstaten te stimuleren, kan het fonds gezamenlijke precommerciële inkoop ondersteunen.

(10)  Aangezien het fonds met name gericht is op sterkere samenwerking tussen juridische entiteiten en lidstaten in heel Europa, kunnen acties alleen in aanmerking komen voor financiering mits zij worden uitgevoerd door een samenwerkingsverband van ten minste drie juridische entiteiten die zijn gevestigd in ten minste drie verschillende lidstaten en/of geassocieerde landen. Bij iedere vorm van samenwerking waarbij juridische entiteiten uit een geassocieerd land betrokken zijn, dienen ook ten minste twee juridische entiteiten uit twee verschillende lidstaten betrokken te zijn. Ten minste drie van die subsidiabele juridische entiteiten die gevestigd zijn in ten minste twee verschillende lidstaten en/of geassocieerde landen, mogen niet direct of indirect onder effectieve zeggenschap van dezelfde entiteit staan, noch mogen zij onder zeggenschap van elkaar staan. Om de samenwerking tussen de lidstaten en synergieën over de grenzen heen te stimuleren, moet gezamenlijke precommerciële inkoop in aanmerking kunnen komen voor financiering.

Amendement    13

Voorstel voor een verordening

Overweging 12

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(12)  Aangezien het fonds tot doel heeft het concurrentievermogen, de efficiëntie en de autonomie van de defensie-industrie van de Unie te versterken, mogen in beginsel alleen in de Unie of geassocieerde landen gevestigde entiteiten die niet onder zeggenschap van niet-geassocieerde derde landen of entiteiten uit niet-geassocieerde derde landen staan, voor steun in aanmerking komen. Bovendien mogen de infrastructuur, faciliteiten, activa en middelen die ontvangers en hun subcontractanten voor uit het fonds gefinancierde acties gebruiken, zich niet op het grondgebied van niet-geassocieerde derde landen bevinden, teneinde de bescherming van de wezenlijke veiligheids- en defensiebelangen van de Unie en de lidstaten te waarborgen.

(12)  Aangezien het fonds tot doel heeft het concurrentievermogen, de efficiëntie en de autonomie van de defensie-industrie van de Unie te versterken, mogen in beginsel alleen in de Unie of geassocieerde landen gevestigde entiteiten die niet onder zeggenschap van niet-geassocieerde derde landen of van entiteiten uit niet-geassocieerde derde landen staan, voor steun in aanmerking komen. Bovendien mogen de infrastructuur, faciliteiten, activa en middelen die ontvangers en hun subcontractanten voor uit het fonds gefinancierde acties gebruiken, zich in principe niet op het grondgebied van niet-geassocieerde derde landen bevinden, teneinde de bescherming van de wezenlijke veiligheids- en defensiebelangen van de Unie en de lidstaten te waarborgen.

Amendement    14

Voorstel voor een verordening

Overweging 13

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(13)  Voor zover dit nodig is om de doelstellingen van de actie te bereiken, moet in bepaalde omstandigheden kunnen worden afgeweken van het beginsel dat ontvangers en hun subcontractanten niet onder zeggenschap van niet-geassocieerde derde landen of entiteiten uit niet-geassocieerde derde landen mogen staan. Zo kunnen in de Unie gevestigde juridische entiteiten die onder zeggenschap van een niet-geassocieerd derde land of een entiteit uit een niet-geassocieerd derde land staan, voor financiering in aanmerking komen indien aan relevante en strenge voorwaarden met betrekking tot de veiligheids- en defensiebelangen van de Unie en haar lidstaten is voldaan. De deelname van dergelijke entiteiten mag niet in strijd zijn met de doelstellingen van het fonds. Aanvragers moeten alle relevante informatie over bij de actie te gebruiken infrastructuur, faciliteiten, activa en middelen verstrekken.

(13)  Voor zover dit nodig is om de doelstellingen van de actie te bereiken en indien de technologische en/of industriële input niet door een Europese entiteit kan worden geleverd, moet in bepaalde gerechtvaardigde omstandigheden kunnen worden afgeweken van het beginsel dat ontvangers en hun subcontractanten niet onder zeggenschap van niet-geassocieerde derde landen of entiteiten uit niet-geassocieerde derde landen mogen staan. Zo kunnen in de Unie gevestigde juridische entiteiten die onder zeggenschap van een niet-geassocieerd derde land of een entiteit uit een niet-geassocieerd derde land staan, voor financiering in aanmerking komen indien aan relevante en strenge voorwaarden met betrekking tot de veiligheids- en defensiebelangen van de Unie en haar lidstaten, als vastgelegd in het kader van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid overeenkomstig titel V van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU), ook wat betreft het versterken van de Europese industriële en technologische defensiebasis, is voldaan. De deelname van dergelijke entiteiten mag niet in strijd zijn met de doelstellingen van het fonds. De begunstigden moeten alle relevante informatie over bij de actie te gebruiken infrastructuur, faciliteiten, activa en middelen verstrekken.

Amendement    15

Voorstel voor een verordening

Overweging 17

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(17)  De lidstaten moeten verschillende soorten financiële regelingen tot hun beschikking hebben voor de gezamenlijke ontwikkeling en verwerving van defensievermogens. Het door de Commissie ontwikkelde financieel instrumentarium moet voorzien in verschillende soorten regelingen die lidstaten kunnen gebruiken om het hoofd te bieden aan uitdagingen voor gezamenlijke ontwikkeling en aanbesteding vanuit financieringsoogpunt. De toepassing van dergelijke financiële regelingen kan verder bijdragen tot het opzetten van gezamenlijke defensieprojecten en de efficiëntie van defensie-uitgaven verhogen, onder meer voor projecten die door het Europees Defensiefonds worden ondersteund.

(17)  De lidstaten moeten verschillende soorten financiële regelingen tot hun beschikking hebben voor de gezamenlijke ontwikkeling en verwerving van defensievermogens. Het door de Commissie ontwikkelde financieel instrumentarium moet voorzien in verschillende soorten regelingen die lidstaten kunnen gebruiken om het hoofd te bieden aan uitdagingen voor gezamenlijke ontwikkeling en aanbesteding vanuit financieringsoogpunt. De toepassing van dergelijke financiële regelingen kan verder bijdragen tot het opzetten van gezamenlijke en grensoverschrijdende defensieprojecten, overlappingen helpen voorkomen en de efficiëntie van defensie-uitgaven verhogen, onder meer voor projecten die door het Europees Defensiefonds worden ondersteund.

Amendement    16

Voorstel voor een verordening

Overweging 22

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(22)  Om ervoor te zorgen dat de gefinancierde acties zullen bijdragen tot het concurrentievermogen en de efficiëntie van de Europese defensie-industrie, is het van belang dat de lidstaten reeds voornemens zijn het eindproduct gezamenlijk aan te schaffen of de technologie gezamenlijk te gebruiken, met name via gezamenlijke grensoverschrijdende aanbestedingen, waarbij lidstaten hun aanbestedingsprocedures gezamenlijk opzetten, met name door gebruik te maken van een aankoopcentrale.

(22)  Om ervoor te zorgen dat de gefinancierde acties zullen bijdragen tot het concurrentievermogen en de efficiëntie van de Europese defensie-industrie, is het van belang dat de lidstaten reeds voornemens zijn het eindproduct gezamenlijk aan te schaffen of de technologie gezamenlijk te gebruiken, met name via gezamenlijke grensoverschrijdende aanbestedingen, waarbij lidstaten hun aanbestedingsprocedures gezamenlijk opzetten, bijvoorbeeld door gebruik te maken van een aankoopcentrale.

Amendement    17

Voorstel voor een verordening

Overweging 23

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(23)  De bevordering van innovatie en technologische ontwikkeling in de defensie-industrie van de Unie moet stroken met de veiligheids- en defensiebelangen van de Unie. Dienovereenkomstig moet de bijdrage die een actie levert aan die belangen en aan de onderzoeks- en vermogensprioriteiten op defensiegebied die gemeenschappelijk door de lidstaten zijn overeengekomen, een toekenningscriterium zijn voor financiering. Binnen de Unie worden tekortkomingen in gemeenschappelijk defensieonderzoek en -vermogen geïdentificeerd in het kader van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid (GVDB), met name via de overkoepelende strategische onderzoeksagenda en het vermogensontwikkelingsplan. Andere Unieprocedures, zoals de gecoördineerde jaarlijkse evaluatie inzake defensie en de permanente gestructureerde samenwerking, zullen de uitvoering van relevante prioriteiten ondersteunen door kansen voor versterkte samenwerking te identificeren en te benutten teneinde het ambitieniveau van de EU inzake veiligheid en defensie te realiseren. In voorkomend geval kunnen ook regionale en internationale prioriteiten, onder meer in de context van de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie, in aanmerking worden genomen, indien zij in overeenstemming zijn met de prioriteiten van de Unie en geen lidstaat of geassocieerd land beletten om deel te nemen, daarbij tevens voor ogen houdend dat onnodige overlappingen moeten worden vermeden.

(23)  De bevordering van innovatie, onderzoek en technologische ontwikkeling in de defensie-industrie van de Unie moet stroken met de veiligheids- en defensiebelangen van de Unie. Dienovereenkomstig moet de bijdrage die een actie levert aan die belangen en aan de onderzoeks- en vermogensprioriteiten op defensiegebied die gemeenschappelijk door de lidstaten zijn overeengekomen, een toekenningscriterium zijn voor financiering. Binnen de Unie worden tekortkomingen in gemeenschappelijk defensieonderzoek en -vermogen geïdentificeerd in het kader van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid (GVDB), met name via de overkoepelende strategische onderzoeksagenda en het vermogensontwikkelingsplan. Andere Unieprocedures, zoals de gecoördineerde jaarlijkse evaluatie inzake defensie en de permanente gestructureerde samenwerking, zullen de uitvoering van relevante prioriteiten ondersteunen door kansen voor versterkte samenwerking te identificeren en te benutten teneinde het ambitieniveau van de EU inzake veiligheid en defensie te realiseren. In voorkomend geval kunnen ook regionale en internationale prioriteiten, onder meer in de context van de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie, in aanmerking worden genomen, indien zij in overeenstemming zijn met de prioriteiten van de Unie en geen lidstaat of geassocieerd land beletten om deel te nemen, daarbij tevens voor ogen houdend dat onnodige overlappingen moeten worden vermeden.

Amendement    18

Voorstel voor een verordening

Overweging 31

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(31)  De Commissie moet jaarlijkse of meerjarige werkprogramma's opstellen die aansluiten op de doelstellingen van het fonds. Bij de opstelling van het werkprogramma moet de Commissie worden bijgestaan door een comité van lidstaten. Teneinde van de deskundigheid van het Europees Defensieagentschap in de defensiesector te kunnen profiteren, zal aan dat agentschap de status van waarnemer in het comité worden toegekend. Gezien de specifieke kenmerken van defensieaangelegenheden, moet de Europese Dienst voor extern optreden het comité van lidstaten eveneens bijstaan.

31)  De Commissie moet jaarlijkse of meerjarige werkprogramma's opstellen die aansluiten op de doelstellingen van het fonds. Het werkprogramma moet een gedetailleerde uiteenzetting van de categorieën projecten bevatten waarvoor uit hoofde van dit fonds financiering wordt verleend en van hun rechtstreeks verband met de in het fonds uiteengezette doelstellingen. Bij de opstelling van het werkprogramma moet de Commissie worden bijgestaan door een comité van lidstaten. Teneinde van de deskundigheid van het Europees Defensieagentschap in de defensiesector te kunnen profiteren, zal aan dat agentschap de status van waarnemer in het comité worden toegekend. Gezien de specifieke kenmerken van defensieaangelegenheden, moet de Europese Dienst voor extern optreden het comité van lidstaten eveneens bijstaan.

Amendement    19

Voorstel voor een verordening

Overweging 33

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(33)  Ter ondersteuning van een open interne markt moet de grensoverschrijdende deelname van kmo's en midcaps, hetzij als leden van een consortium, hetzij als subcontractanten, eveneens worden aangemoedigd.

(33)  Ter ondersteuning van een open interne markt moet de grensoverschrijdende deelname van kmo's en midcaps, hetzij als leden van een consortium, hetzij als subcontractanten, eveneens worden aangemoedigd. Het werkprogramma moet waarborgen dat een geloofwaardig aandeel van het totale budget wordt toegewezen aan acties die grensoverschrijdende participatie van kmo's en midcaps mogelijk maken.

Amendement    20

Voorstel voor een verordening

Overweging 34

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(34)  De Commissie moet ernaar streven de dialoog met de lidstaten en de industrie op gang te houden om het welslagen van het fonds te waarborgen.

(34)  De Commissie moet ernaar streven de dialoog met de lidstaten en de industrie op gang te houden om het welslagen van het fonds te waarborgen door middel van de impact ervan op de defensie-industrie.

Amendement    21

Voorstel voor een verordening

Overweging 38 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

38 bis)  De Europese Rekenkamer houdt ook rekening met de prijs-kwaliteitverhouding van uit het fonds gefinancierde projecten. De Commissie moet deze audits zonder onnodig uitstel in aanmerking nemen.

Amendement    22

Voorstel voor een verordening

Overweging 41

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(41)  Gezien het belang van de strijd tegen klimaatverandering en in overeenstemming met de toezeggingen van de Unie om de Overeenkomst van Parijs en de duurzameontwikkelingsdoelstellingen van de Verenigde Naties uit te voeren, zal dit fonds bijdragen aan de mainstreaming van klimaatactie in de beleidsdomeinen van de Unie en aan het algemene streven dat 25 % van de EU-begrotingsuitgaven klimaatdoelstellingen ondersteunen. Bij de voorbereiding en de uitvoering van het fonds zullen relevante acties worden vastgesteld en bij de tussentijdse evaluatie zullen deze opnieuw worden beoordeeld.

(41)  Gezien het belang van de strijd tegen klimaatverandering en in overeenstemming met de toezeggingen van de Unie om de Overeenkomst van Parijs en de duurzameontwikkelingsdoelstellingen van de Verenigde Naties uit te voeren, zal dit fonds bijdragen aan de mainstreaming van klimaatactie in de beleidsdomeinen van de Unie en aan het algemene streven dat 25 % van de EU-begrotingsuitgaven klimaatdoelstellingen ondersteunen door de vermindering van milieueffecten op te nemen als doelstelling en toekenningscriterium voor het fonds. Bij de voorbereiding en de uitvoering van het fonds zullen relevante acties worden vastgesteld en bij de tussentijdse evaluatie zullen deze opnieuw worden beoordeeld.

Amendement    23

Voorstel voor een verordening

Overweging 43

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(43)  De financiële steun van de Unie mag geen invloed hebben op de overdracht van defensiegerelateerde producten binnen de Unie overeenkomstig Richtlijn 2009/43/EG van het Europees Parlement en de Raad15, noch op de uitvoer van producten, apparatuur of technologieën.

(43)  De financiële steun van de Unie moet hand in hand gaan met de volledige en correcte tenuitvoerlegging van Richtlijn 2009/43/EG van het Europees Parlement en de Raad15 voor wat betreft de overdracht van defensiegerelateerde producten binnen de Unie en de uitvoer van producten, apparatuur of technologieën.

__________________

__________________

15 Richtlijn 2009/43/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 mei 2009 betreffende de vereenvoudiging van de voorwaarden voor de overdracht van defensiegerelateerde producten binnen de Gemeenschap (PB L 146 van 10.6.2009, blz. 1).

15 Richtlijn 2009/43/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 mei 2009 betreffende de vereenvoudiging van de voorwaarden voor de overdracht van defensiegerelateerde producten binnen de Gemeenschap (PB L 146 van 10.6.2009, blz. 1).

Amendement    24

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – alinea 1 – punt 5

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(5)  elk overeenkomstig nationaal recht aangewezen orgaan dat gemachtigd is de strategie, doelstellingen en algemene richting van de juridische entiteit vast te stellen, en dat belast is met het toezicht op en de monitoring van de bestuurlijke besluitvorming; "juridische entiteit":

(5)  "uitvoerende beheersstructuur": een overeenkomstig nationaal recht aangewezen orgaan van een entiteit dat in voorkomend geval aan de algemeen directeur rapporteert en gemachtigd is de strategie, doelstellingen en algemene richting van de entiteit vast te stellen, en dat belast is met het toezicht op en de monitoring van de bestuurlijke besluitvorming;

Amendement    25

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De algemene doelstelling van het fonds bestaat in het bevorderen van het concurrentievermogen, de efficiëntie en het innovatievermogen van de Europese defensie-industrie door ondersteuning te bieden aan gezamenlijke acties en grensoverschrijdende samenwerking tussen juridische entiteiten in de hele Unie, met inbegrip van kleine en middelgrote ondernemingen (kmo's) en midcap-ondernemingen (midcaps), en door een betere benutting van het industriële potentieel voor innovatie, onderzoek en technologische ontwikkeling te bevorderen in elke fase van de industriële levenscyclus, en zo bij te dragen tot de strategische autonomie van de Unie. Via het fonds moet ook tot de handelingsvrijheid van de Unie en haar autonomie worden bijgedragen, met name op technologisch en industrieel gebied.

1.  De algemene doelstelling van het fonds bestaat in het bevorderen van het concurrentievermogen, de efficiëntie en het innovatievermogen van de Europese defensie-industrie in de gehele Unie door ondersteuning te bieden aan gezamenlijke acties en door bredere, grensoverschrijdende samenwerking tussen juridische entiteiten in de hele Unie, met inbegrip van kleine en middelgrote ondernemingen (kmo's) en midcap-ondernemingen (midcaps), en door een betere benutting van het industriële potentieel voor innovatie, onderzoek en technologische ontwikkeling te bevorderen in elke fase van de industriële levenscyclus, en zo bij te dragen tot de strategische autonomie van de Unie. Via het fonds moet ook tot de handelingsvrijheid van de Unie en haar autonomie worden bijgedragen, met name op technologisch en industrieel gebied.

Amendement    26

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 2 – letter a

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  ondersteuning bieden aan gezamenlijke onderzoeksprojecten die de prestaties van toekomstige vermogens aanzienlijk kunnen stimuleren, met het oog op het maximaliseren van de innovatie en de introductie van nieuwe defensieproducten en -technologieën, met inbegrip van disruptieve producten en technologieën;

a)  ondersteuning bieden aan gezamenlijke onderzoeksprojecten die de prestaties van toekomstige vermogens in de Unie aanzienlijk kunnen stimuleren, met het oog op het maximaliseren van de innovatie en de introductie van nieuwe defensieproducten en -technologieën, met inbegrip van disruptieve producten en technologieën;

Amendement    27

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 2 – letter b

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  ondersteuning bieden aan gezamenlijke projecten voor de ontwikkeling van defensieproducten en -technologieën conform de vermogensprioriteiten op defensiegebied die de lidstaten gemeenschappelijk zijn overeengekomen binnen het kader van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid, en zo bijdragen tot efficiëntere defensie-uitgaven in de Unie, grotere schaalvoordelen creëren, het risico op onnodige overlappingen beperken en op die manier de versnippering van defensieproducten en -technologieën in de hele Unie verminderen. Uiteindelijk zal het fonds leiden tot een grotere interoperabiliteit tussen de vermogens van de lidstaten.

b)  ondersteuning bieden aan gezamenlijke projecten voor de ontwikkeling van defensieproducten en -technologieën conform de vermogensprioriteiten op defensiegebied die de lidstaten gemeenschappelijk zijn overeengekomen binnen het kader van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid, en zo bijdragen tot efficiëntere defensie-uitgaven in de Unie, grotere schaalvoordelen creëren, onnodige overlappingen beperken en op die manier de versnippering van defensieproducten en -technologieën in de hele Unie verminderen, wat uiteindelijk zal leiden tot een grotere interoperabiliteit van de vermogen van de lidstaten en tot verdere standaardisering.

Amendement    28

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Het in lid 1 genoemde bedrag kan worden gebruikt voor technische en administratieve bijstand bij de uitvoering van het fonds, zoals activiteiten op het gebied van voorbereiding, monitoring, controle, audit en evaluatie, daaronder begrepen institutionele informatietechnologiesystemen.

3.  Het in lid 1 genoemde bedrag kan worden gebruikt voor technische en administratieve bijstand bij de uitvoering van het fonds, zoals activiteiten op het gebied van voorbereiding, monitoring, controle, audit en evaluatie, daaronder begrepen institutionele informatietechnologiesystemen. Dit bedrag mag niet hoger zijn dan 2 % van de waarde van de in lid 1 genoemde financiële middelen.

Amendement    29

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 4

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Tot 5 % van de in lid 1 genoemde financiële middelen wordt uitgetrokken ter ondersteuning van disruptieve technologieën voor defensiedoeleinden.

4.  Ten minste 5 % van de in lid 1 genoemde financiële middelen wordt uitgetrokken ter ondersteuning van disruptieve technologieën voor defensiedoeleinden.

Amendement    30

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 4 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4 bis.  Een geloofwaardig aandeel van het totale budget wordt toegewezen aan acties die grensoverschrijdende participatie van kmo's en midcaps mogelijk maken.

Amendement    31

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 5

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  Op verzoek van de lidstaten kunnen de aan hen in gedeeld beheer toegewezen middelen worden overgeschreven naar het fonds. De Commissie wendt die middelen op directe wijze aan in overeenstemming met artikel [62, lid 1, onder a),] van het Financieel Reglement. Indien mogelijk worden die middelen gebruikt ten voordele van de betrokken lidstaat.

Schrappen

Amendement    32

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – alinea 1 – alinea 1 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Het fonds staat ook open voor de landen waarmee de EU een veiligheidsovereenkomst heeft gesloten voor samenwerking op het gebied van onderzoek en gezamenlijke financiering van de defensie-industrie.

Amendement    33

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – lid 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Voorstellen worden systematisch gescreend om na te gaan welke acties aanleiding geven tot ingewikkelde of ernstige ethische kwesties en om deze aan een ethische beoordeling te onderwerpen. Ethische screenings en beoordelingen worden uitgevoerd door de Commissie met de hulp van deskundigen op het gebied van ethiek in defensieaangelegenheden. De Commissie waarborgt dat de ethische procedures zo transparant mogelijk zijn.

2.  Voorstellen worden systematisch gescreend om na te gaan welke acties aanleiding geven tot ingewikkelde of ernstige ethische kwesties en om deze aan een ethische beoordeling te onderwerpen. Ethische screenings en beoordelingen worden uitgevoerd door de Commissie met de hulp van onafhankelijke deskundigen met verschillende achtergronden, ook uit het maatschappelijk middenveld. Voorstellen die ernstige bezorgdheid wekken over hun ethische effect worden extra getoetst en gecontroleerd. De Commissie waarborgt dat de ethische procedures zo transparant mogelijk zijn en brengt hier verslag over uit in het kader van haar verslagleggings- en evaluatieverplichtingen krachtens de artikelen 31 en 32.

Amendement    34

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – lid 3 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 bis.  Entiteiten die deelnemen aan de actie hebben robuuste normen voor corporate governance.

Amendement    35

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – lid 4

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  In voorkomend geval voert de Commissie tijdens de uitvoering van de actie ethische controles uit. In het geval van ernstige of complexe ethische kwesties worden de controles uitgevoerd door de Commissie met de hulp van deskundigen op het gebied van ethiek in defensieaangelegenheden.

Schrappen

Amendement    36

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – lid 5

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  Acties die ethisch niet aanvaardbaar zijn, kunnen te allen tijde worden verworpen of beëindigd.

5.  Acties die ethisch niet aanvaardbaar zijn, worden verworpen. Indien ethische onverenigbaarheid wordt geconstateerd, wordt de actie te allen tijde aan banden gelegd of beëindigd.

Amendement    37

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  In het kader van het fonds kan financiering worden verstrekt in de vormen als vastgesteld in het Financieel Reglement, met name subsidies, prijzen en aanbestedingen. Er kan eveneens financiering worden verstrekt in de vorm van financieringsinstrumenten in het kader van blendingverrichtingen.

2.  In het kader van het fonds kan financiering worden verstrekt in de vormen als vastgesteld in het Financieel Reglement, met name subsidies, prijzen en aanbestedingen, met volledige nakoming van de vereisten van Richtlijn 2009/81/EG betreffende overheidsopdrachten op defensie- en veiligheidsgebied. Er kan eveneens financiering worden verstrekt in de vorm van financieringsinstrumenten in het kader van blendingverrichtingen.

Amendement    38

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 2 – inleidende formule

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  In afwijking van lid 1 kan een in de Unie of in een geassocieerd land gevestigde aanvrager die onder zeggenschap van een niet-geassocieerd derde land of een entiteit uit een niet-geassocieerd derde land staat, in aanmerking komen voor financiering indien dit noodzakelijk is om de doelstellingen van de actie te bereiken en op voorwaarde dat zijn deelname de veiligheidsbelangen van de Unie en haar lidstaten niet in gevaar brengt. Om de bescherming van de veiligheidsbelangen van de Unie en haar lidstaten te waarborgen, wordt in de oproep tot het indienen van voorstellen vereist dat de aanvrager informatie verstrekt waaruit met name blijkt dat:

2.  In afwijking van lid 1 kan een in de Unie of in een geassocieerd land gevestigde aanvrager die onder zeggenschap van een niet-geassocieerd derde land of van een entiteit uit een niet-geassocieerd derde land staat, in aanmerking komen voor financiering indien dit noodzakelijk is om de doelstellingen van de actie te bereiken en op voorwaarde dat zijn deelname niet in strijd is met de veiligheids- en defensiebelangen van de Unie en haar lidstaten. Om de bescherming van de veiligheidsbelangen van de Unie en haar lidstaten te waarborgen, wordt in de oproep tot het indienen van voorstellen vereist dat de aanvrager informatie verstrekt waaruit met name blijkt dat:

Amendement    39

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 2 – letter a

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  de zeggenschap over de aanvrager niet wordt uitgeoefend op een wijze waardoor zijn vermogen om de actie uit te voeren en te voltooien, op een of andere manier wordt beperkt;

a)  de zeggenschap over de aanvrager niet uitsluitend wordt uitgeoefend door derde landen of door entiteiten die zijn gevestigd in derde landen en de zeggenschap niet wordt uitgeoefend op een wijze waardoor het vermogen van de aanvrager om de actie uit te voeren en te voltooien, op een of andere manier wordt beperkt;

Amendement    40

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 2 – letter b bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

b bis)  de deelneming van entiteiten uit niet-geassocieerde derde landen uitsluitend gericht is op het verwezenlijken van concurrerende commerciële doelstellingen en niet op het nastreven van de strategische belangen en doelstellingen van de overheid van een derde land;

Amendement    41

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 2 – letter b ter (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

b ter)  het niet-geassocieerde derde land of de entiteit van het derde land een technologische en/of industriële input levert die niet door een Europese entiteit kan worden geleverd;

Amendement    42

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 2 – letter c

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)  de resultaten van de actie tijdens de looptijd ervan en gedurende een gespecificeerde periode na voltooiing ervan in handen blijven van de begunstigde en niet worden onderworpen aan zeggenschap of beperkingen door niet-geassocieerde derde landen of andere entiteiten uit een niet-geassocieerd derde land;

c)  de eigendom van de intellectuele eigendom die voortvloeit uit de actie en de resultaten tijdens de looptijd ervan en gedurende een gespecificeerde periode na voltooiing ervan in handen blijven van de begunstigde en niet worden onderworpen aan zeggenschap of beperkingen door niet-geassocieerde derde landen of andere entiteiten uit een niet-geassocieerd derde land, en niet worden uitgevoerd naar of beschikbaar worden gesteld aan een derde land of een entiteit uit een derde land zonder de goedkeuring van de lidstaten waar de begunstigde is gevestigd, overeenkomstig de doelstellingen vermeld in artikel 3;

Amendement    43

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 2 – letter c bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

c bis)  alle overige relevante informatie over bij de actie te gebruiken infrastructuur, faciliteiten, activa en middelen.

Amendement    44

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Alle infrastructuur, faciliteiten, activa en middelen die worden gebruikt in uit het fonds gefinancierde acties bevinden zich op het grondgebied van de Unie of van geassocieerde landen. Daarnaast werken begunstigden en hun subcontractanten bij de uitvoering van een actie die voor financiering in aanmerking komt alleen met juridische entiteiten die in de Unie of in een geassocieerd land zijn gevestigd en niet onder zeggenschap van niet-geassocieerde derde landen of entiteiten uit een niet-geassocieerde derde land staan.

3.  Alle infrastructuur, faciliteiten, activa en middelen die worden gebruikt in uit het fonds gefinancierde acties bevinden zich op het grondgebied van de Unie of van geassocieerde landen. Daarnaast werken begunstigden en hun subcontractanten bij de uitvoering van een actie die voor financiering in aanmerking komt alleen met juridische entiteiten die in de Unie of in een geassocieerd land zijn gevestigd en niet uitsluitend onder zeggenschap van niet-geassocieerde derde landen of van entiteiten uit een niet-geassocieerde derde land staan.

Amendement    45

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 4

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  In afwijking van lid 3 mogen bij de actie betrokken begunstigden en subcontractanten gebruikmaken van activa, infrastructuur, faciliteiten, en middelen in hun bezit die zich op het grondgebied van een niet-geassocieerd derde land bevinden of worden gehouden, indien dat noodzakelijk is om de doelstellingen van de actie te bereiken en op voorwaarde dat het de veiligheidsbelangen van de Unie en haar lidstaten niet in gevaar brengt. Onder dezelfde voorwaarden mogen begunstigden en hun subcontractanten bij de uitvoering van een actie die voor financiering in aanmerking komt, samenwerken met een entiteit die in een niet-geassocieerd derde land is gevestigd. De kosten die met het gebruik van dergelijke infrastructuur, faciliteiten, activa of middelen en met dergelijke samenwerking gepaard gaan, komen niet in aanmerking voor financiering uit het fonds.

4.  Indien er geen concurrerende alternatieven voorhanden zijn in de Unie, mogen bij de actie betrokken begunstigden en subcontractanten in afwijking van lid 3 gebruikmaken van activa, infrastructuur, faciliteiten, en middelen in hun bezit die zich op het grondgebied van een niet-geassocieerd derde land bevinden of worden gehouden, indien dat strikt noodzakelijk is om de doelstellingen van de actie te bereiken, op voorwaarde dat dit gebruik niet in strijd is met de veiligheids- en defensiebelangen van de Unie en haar lidstaten, noch met de doelstellingen van het fonds.

 

Zo nodig en met het oog op het behalen van de doelstellingen van het fonds mogen begunstigden samenwerken met entiteiten die zich in derde landen bevinden, indien deze over relevante expertise voor de gefinancierde actie beschikken. Entiteiten die samenwerken met de begunstigden mogen zich echter niet bevinden in derde landen die niet in het werkprogramma zijn vermeld.

Amendement    46

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 5

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  Om de bescherming van de veiligheidsbelangen van de Unie en haar lidstaten te waarborgen, worden in de oproep tot het indienen van voorstellen of in de subsidieovereenkomst aanvullende voorwaarden gespecificeerd. Die voorwaarden hebben met name betrekking op de bepalingen inzake de eigendom van resultaten van de actie en de toegang tot gerubriceerde en niet-gerubriceerde gevoelige informatie, en op waarborgen inzake voorzieningszekerheid.

5.  Om de bescherming van de veiligheids- en defensiebelangen van de Unie en haar lidstaten te waarborgen, worden in de oproep tot het indienen van voorstellen of in de subsidieovereenkomst aanvullende voorwaarden gespecificeerd. Die voorwaarden hebben met name betrekking op de bepalingen inzake de eigendom van resultaten van de actie en de toegang tot gerubriceerde en niet-gerubriceerde gevoelige informatie, en op waarborgen inzake voorzieningszekerheid.

Amendement    47

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 5 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

5 bis.  Bij de uitvoering van een actie die voor financiering in aanmerking komt, mogen begunstigden en hun subcontractanten samenwerken met een entiteit die in een niet-geassocieerd derde land is gevestigd, op voorwaarde dat de in de leden 4 en 5 vastgelegde voorwaarden zijn vervuld. De kosten die met het gebruik van dergelijke infrastructuur, faciliteiten, activa of middelen en met dergelijke samenwerking gepaard gaan, komen niet in aanmerking voor financiering uit het fonds.

Amendement    48

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 6

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.  Aanvragers verstrekken alle relevante informatie die nodig is om de in de leden 1 tot en met 4 genoemde subsidiabiliteitscriteria en voorwaarden te kunnen beoordelen.

6.  Begunstigden verstrekken alle relevante informatie die nodig is om de in de leden 1 tot en met 4 genoemde subsidiabiliteitscriteria en voorwaarden te kunnen beoordelen.

Amendement    49

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 8

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

8.  Indien zich tijdens de uitvoering van een actie een verandering voordoet waardoor aan de naleving van die criteria en voorwaarden kan worden getwijfeld, brengt de begunstigde dit ter kennis van de Commissie, die nagaat of nog steeds aan die criteria en voorwaarden is voldaan en de mogelijke gevolgen voor de financiering van de actie beoordeelt. In dit artikel wordt onder "subcontractanten" verstaan:

8.  Indien zich tijdens de uitvoering van een actie een verandering voordoet waardoor aan de naleving van die criteria en voorwaarden kan worden getwijfeld, brengt de begunstigde dit onverwijld ter kennis van de Commissie, die nagaat of nog steeds aan die criteria en voorwaarden is voldaan en de mogelijke gevolgen voor de financiering van de actie beoordeelt. In dit artikel wordt onder "subcontractanten" verstaan:

Amendement    50

Voorstel voor een verordening

Artikel 11 – lid 3 – letter a

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  activiteiten gericht op het creëren, onderbouwen en verbeteren van nieuwe kennis en defensietechnologie die significante effecten kunnen hebben op defensiegebied;

a)  activiteiten gericht op het creëren, onderbouwen en verbeteren van nieuwe kennis en defensietechnologie die significante effecten kunnen hebben op defensiegebied en op het concurrentievermogen van de sector;

Amendement    51

Voorstel voor een verordening

Artikel 11 – lid 3 – letter h

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

h)  de certificering van een defensieproduct, defensietechnologie of tastbaar of niet-tastbaar onderdeel. Certificering is het proces waarin een nationale instantie certificeert dat het defensieproduct, het tastbaar of niet-tastbaar onderdeel of de defensietechnologie aan de toepasselijke regelgeving voldoet;

h)  de certificering van een defensieproduct, defensietechnologie of tastbaar of niet-tastbaar onderdeel. Certificering is het proces waarin een nationale instantie certificeert dat het defensieproduct, het tastbaar of niet-tastbaar onderdeel of de technologie aan de toepasselijke regelgeving en de normen voldoet;

Amendement    52

Voorstel voor een verordening

Artikel 11 – lid 3 – letter i

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

i)  de ontwikkeling van technologieën of middelen die de efficiëntie van defensieproducten en -technologieën gedurende hun gehele levenscyclus verhogen;

i)  de ontwikkeling van technologieën of middelen die de efficiëntie van defensieproducten en -technologieën gedurende hun gehele levenscyclus verhogen en de milieugevolgen verminderen;

Amendement    53

Voorstel voor een verordening

Artikel 11 – lid 4

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Tenzij anders bepaald in het in artikel 27 bedoelde werkprogramma, wordt de actie uitgevoerd door een samenwerkingsverband van ten minste drie juridische entiteiten die gevestigd zijn in ten minste drie verschillende lidstaten en/of geassocieerde landen. Ten minste drie van deze subsidiabele entiteiten die gevestigd zijn in ten minste twee verschillende lidstaten en/of geassocieerde landen, staan niet gedurende de hele uitvoering van de actie direct of indirect onder effectieve zeggenschap van dezelfde entiteit, noch mogen zij onder zeggenschap van elkaar staan.

4.  De actie wordt uitgevoerd door een consortium van ten minste drie juridische entiteiten die gevestigd zijn in ten minste drie verschillende lidstaten en/of geassocieerde landen. Bij ieder consortium waarbij juridische entiteiten uit een geassocieerd land betrokken zijn, dienen ook ten minste twee juridische entiteiten uit twee verschillende lidstaten betrokken te zijn. Ten minste drie van deze subsidiabele entiteiten die gevestigd zijn in ten minste twee verschillende lidstaten en/of geassocieerde landen, staan niet gedurende de hele uitvoering van de actie direct of indirect onder effectieve zeggenschap van dezelfde entiteit, noch mogen zij onder zeggenschap van elkaar staan.

Amendement    54

Voorstel voor een verordening

Artikel 11 – lid 5

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  Lid 4 is niet van toepassing op acties als bedoeld in lid 3, onder c) en j), noch op acties als bedoeld in artikel 6.

Schrappen

Amendement    55

Voorstel voor een verordening

Artikel 12 – lid 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Financiering voor ontwikkelingsacties kent de Commissie toe middels uitvoeringshandelingen die overeenkomstig de in artikel 28, lid 2, bedoelde procedure zijn vastgesteld.

3.  Financiering voor onderzoeks- en ontwikkelingsacties kent de Commissie toe middels uitvoeringshandelingen die overeenkomstig de in artikel 28, lid 2, bedoelde procedure zijn vastgesteld.

Amendement    56

Voorstel voor een verordening

Artikel 13 – lid 1 – letter c

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)  bijdrage aan het concurrentievermogen van de Europese defensie-industrie, in het bijzonder door het creëren van nieuwe marktkansen en het bespoedigen van de groei van bedrijven in de hele Unie;

c)  bijdrage aan het concurrentievermogen van de Europese defensie-industrie, de consolidering en versterking van de Europese interne markt voor defensie, in het bijzonder door het creëren van nieuwe marktkansen en het bespoedigen van de groei van bedrijven in de hele Unie;

Amendement    57

Voorstel voor een verordening

Artikel 13 – lid 1 – letter c bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

c bis)  bijdrage aan de autonomie van de Europese defensie-industrie van de Unie door defensietechnologieën of -producten uit te breiden overeenkomstig de prioriteiten op defensiegebied die de lidstaten zijn overeengekomen in het kader van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid;

Amendement    58

Voorstel voor een verordening

Artikel 13 – lid 1 – letter d

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

d)  bijdrage aan de veiligheids- en defensiebelangen van de Unie in overeenstemming met de prioriteiten zoals bedoeld in artikel 3, lid 2 en, in voorkomend geval, met regionale en internationale samenwerkingsovereenkomsten,

d)  bijdrage aan de veiligheids- en defensiebelangen van de Unie in overeenstemming met de prioriteiten zoals bedoeld in artikel 3, lid 2, en, in voorkomend geval, met regionale en internationale samenwerkingsovereenkomsten, mits zij dienstig zijn aan de veiligheids- en defensiebelangen van de Unie en geen enkele lidstaat van deelname uitsluiten;

Amendement    59

Voorstel voor een verordening

Artikel 13 – lid 1 – letter e

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

e)  bijdrage aan de oprichting van nieuwe grensoverschrijdende samenwerking tussen juridische entiteiten, met name voor kmo's die zijn gevestigd in andere lidstaten en/of geassocieerde landen dan die waar de entiteiten in het consortium die geen kmo's zijn, zijn gevestigd;

e)  bijdrage aan de oprichting van nieuwe grensoverschrijdende samenwerking tussen juridische entiteiten, met name voor kmo's en midcaps die zijn gevestigd in andere lidstaten en/of geassocieerde landen dan die waar de entiteiten in het consortium die geen kmo's noch midcaps zijn, zijn gevestigd, met name rekening houdend met het aandeel van de financiering dat wordt bestemd voor deelnemende kmo’s en midcaps;

Amendement    60

Voorstel voor een verordening

Artikel 13 – lid 1 – letter e bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

e bis)  bijdrage, waar mogelijk, aan de vermindering van de milieugevolgen van defensieproducten, door innovatieve oplossingen te bieden, zodat het gebruik van milieuschadelijke stoffen geleidelijk kan worden afgebouwd;

Amendement    61

Voorstel voor een verordening

Artikel 13 – lid 1 – letter f bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

f bis)  coherentie met technische specificaties en internationale normen om te garanderen dat de capaciteiten die dankzij financiële ondersteuning van het fonds zijn ontwikkeld, tussen de lidstaten onderling op elkaar zijn afgestemd en ook kunnen communiceren met die van hun regionale partners.

Amendement    62

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Onverminderd het medefinancieringsbeginsel kan het fonds tot 100 % van de subsidiabele kosten van een actie financieren.

1.  Onverminderd het medefinancieringsbeginsel kan het fonds:

 

a) tot 100 % van de subsidiabele kosten financieren van een actie die vóór de prototypefase plaatsvindt;

 

b) tot 20 % van de subsidiabele kosten financieren van een actie die tijdens de prototypefase plaatsvindt;

 

c) tot 80 % van de subsidiabele kosten financieren van een actie die na de prototypefase plaatsvindt.

Amendement    63

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 – lid 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  In afwijking van lid 1 geldt het volgende:

Schrappen

a)  voor acties zoals bedoeld in artikel 11, lid 3, onder e), bedraagt de financiële bijstand uit het fonds niet meer dan 20 % van de subsidiabele kosten van de actie;

 

b)  voor acties zoals bedoeld in artikel 11, lid 3, onder f) tot en met h), bedraagt de financiële bijstand uit het fonds niet meer dan 80 % van de subsidiabele kosten van de actie.

 

Amendement    64

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 – lid 3 – inleidende formule

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Voor ontwikkelingsacties wordt het financieringspercentage verhoogd in de volgende gevallen:

3.  Voor ontwikkelingsacties die de grensoverschrijdende samenwerking tussen de lidstaten verbeteren, wordt het financieringspercentage verhoogd in de volgende gevallen:

Amendement    65

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 – lid 3 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 bis.  In afwijking van lid 1 kan het financieringspercentage worden verlaagd voor acties krachtens punt j) van artikel 11, lid 3, op het gebied van verspreidingsactiviteiten, netwerkactiviteiten en voorlichting.

Amendement    66

Voorstel voor een verordening

Artikel 16 – lid 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  In voorkomend geval kunnen indirecte subsidiabele kosten boven het vaste percentage van 25 % worden bepaald overeenkomstig de gebruikelijke kostenberekeningsmethoden van de begunstigde op basis van werkelijke indirecte kosten, voor zover die kostenberekeningsmethoden door nationale autoriteiten onder vergelijkbare financieringsstelsels zijn aanvaard in overeenstemming met artikel [185] van het Financieel Reglement en aan de Commissie zijn meegedeeld.

2.  Indirecte subsidiabele kosten boven het vaste percentage van 25 % kunnen worden bepaald overeenkomstig de gebruikelijke kostenberekeningsmethoden van de begunstigde op basis van werkelijke indirecte kosten, voor zover die kostenberekeningsmethoden door nationale autoriteiten onder vergelijkbare financieringsstelsels zijn aanvaard in overeenstemming met artikel [185] van het Financieel Reglement en aan de Commissie zijn meegedeeld.

Amendement    67

Voorstel voor een verordening

Artikel 18 – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De Unie kan precommerciële inkoop ondersteunen door een subsidie toe te kennen aan aanbestedende diensten of aanbestedende instanties in de zin van de Richtlijnen 2014/24/EU18, 2014/25/EU19 en 2009/81/EG20 van het Europees Parlement en de Raad die gezamenlijk onderzoek en ontwikkeling van defensiediensten aanbesteden of hun aanbestedingsprocedures coördineren.

1.  Precommerciële inkoop moet in aanmerking komen voor financiering door de toekenning van een subsidie aan aanbestedende diensten of aanbestedende instanties in de zin van de Richtlijnen 2014/24/EU18, 2014/25/EU19 en 2009/81/EG20 van het Europees Parlement en de Raad die gezamenlijk onderzoek en ontwikkeling van defensiediensten aanbesteden of hun aanbestedingsprocedures coördineren.

__________________

__________________

18 Richtlijn 2014/24/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende het plaatsen van overheidsopdrachten en tot intrekking van Richtlijn 2004/18/EG (PB L 94 van 28.3.2014, blz. 65).

18 Richtlijn 2014/24/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende het plaatsen van overheidsopdrachten en tot intrekking van Richtlijn 2004/18/EG (PB L 94 van 28.3.2014, blz. 65).

19 Richtlijn 2014/25/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende het plaatsen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en postdiensten en houdende intrekking van Richtlijn 2004/17/EG (PB L 94 van 28.3.2014, blz. 243).

19 Richtlijn 2014/25/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende het plaatsen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en postdiensten en houdende intrekking van Richtlijn 2004/17/EG (PB L 94 van 28.3.2014, blz. 243).

20 Richtlijn 2009/81/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen door aanbestedende diensten van bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten op defensie- en veiligheidsgebied, en tot wijziging van Richtlijnen 2004/17/EG en 2004/18/EG (PB L 216 van 20.8.2009, blz. 76).

20 Richtlijn 2009/81/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen door aanbestedende diensten van bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten op defensie- en veiligheidsgebied, en tot wijziging van Richtlijnen 2004/17/EG en 2004/18/EG (PB L 216 van 20.8.2009, blz. 76).

Amendement    68

Voorstel voor een verordening

Artikel 18 – lid 2 – letter a bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

a bis)  moeten in overeenstemming zijn met de beginselen van transparantie, non-discriminatie, gelijke behandeling, goed financieel beheer en evenredigheid, alsook met de mededingingsregels; er kunnen specifieke voorwaarden worden vastgelegd zoals de beperking van de plaats van uitvoering van de aanbestede activiteiten tot het grondgebied van de lidstaten en geassocieerde landen;

Amendement    69

Voorstel voor een verordening

Artikel 18 – lid 2 – letter b

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  kunnen voorzien in de gunning van meerdere contracten binnen dezelfde procedure ("multiple sourcing");

b)  kunnen voorzien in de gunning van meerdere contracten binnen dezelfde procedure ("multiple sourcing"); alsmede

Amendement    70

Voorstel voor een verordening

Artikel 18 – lid 2 – letter c

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)  voorzien in de gunning van contracten aan de inschrijving(en) die de beste prijs/kwaliteitsverhouding biedt/bieden.

c)  voorzien in de gunning van de contracten aan de inschrijving(en) die de beste prijs-kwaliteitverhouding biedt/bieden, waarbij de afwezigheid van belangenconflicten wordt gewaarborgd.

Amendement    71

Voorstel voor een verordening

Artikel 22 – lid 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Indien gerechtvaardigd kan in de subsidieovereenkomst worden vereist dat de resultaten van de acties die ondersteuning ontvangen uit het fonds, direct noch indirect via een of meer intermediaire juridische entiteiten, aan controles of beperkingen, zo ook wat betreft de overdracht van technologie, door een niet-geassocieerd derde land of een entiteit uit een niet-geassocieerd derde land onderworpen mogen zijn.

3.  De resultaten van de acties die ondersteuning ontvangen uit het fonds, mogen noch direct, noch indirect via een of meer intermediaire juridische entiteiten, onderworpen zijn aan controles of beperkingen, zo ook wat betreft de overdracht van technologie door een niet-geassocieerd derde land of een entiteit uit een niet-geassocieerd derde land.

Amendement    72

Voorstel voor een verordening

Artikel 24 – lid 1 – letter a

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  de bijdrage aan het verhogen van de efficiëntie in de hele levenscyclus van defensieproducten en -technologieën, met inbegrip van kosteneffectiviteit en het potentieel voor synergieën in het aanbestedings- en onderhoudsproces en de verwijderingsprocessen;

a)  de bijdrage aan het verhogen van de efficiëntie in de hele levenscyclus van defensieproducten en -technologieën, met inbegrip van kosteneffectiviteit en het potentieel voor synergieën in het aanbestedings-, gebruiks- en onderhoudsproces en de verwijderingsprocessen;

Amendement    73

Voorstel voor een verordening

Artikel 25 – lid 3 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 bis.  Deze verordening laat de beslissingsvrijheid van de lidstaten in het exportbeleid voor defensiegerelateerde producten onverlet.

Amendement    74

Voorstel voor een verordening

Artikel 27 – lid 1 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis.  Het werkprogramma bevat een gedetailleerde uiteenzetting van de categorieën projecten waarvoor uit hoofde van dit programma financiering wordt verleend en van hun rechtstreeks verband met de in artikel 3 uiteengezette doelstellingen.

Amendement    75

Voorstel voor een verordening

Artikel 27 – lid 2 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  Tijdens de opstelling van de werkprogramma's, en voordat financiering wordt toegekend, waarborgt de Commissie, door gepast overleg met het comité, dat de voorgestelde onderzoeks- of ontwikkelingsacties geen overlapping inhouden met bestaande vermogens of reeds gefinancierde onderzoeks- of ontwikkelingsprojecten binnen de Unie.

 

Indien overlapping wordt vastgesteld, gaat de Commissie over tot verder overleg.

Amendement    76

Voorstel voor een verordening

Artikel 28 – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De Commissie wordt bijgestaan door een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011. Het Europees Defensieagentschap wordt uitgenodigd als waarnemer om zijn standpunten kenbaar te maken en zijn expertise te delen. De Europese Dienst voor extern optreden wordt eveneens uitgenodigd om de vergaderingen bij te wonen.

1.  De Commissie wordt bijgestaan door een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011. Het Europees Defensieagentschap wordt uitgenodigd als waarnemer om zijn standpunten kenbaar te maken en zijn expertise te delen. De Europese Dienst voor extern optreden wordt eveneens uitgenodigd om de vergaderingen bij te wonen. Het Europees Parlement kan een representatieve groep leden selecteren om het comité bij te staan.

Amendement    77

Voorstel voor een verordening

Artikel 29 – lid 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Onafhankelijke deskundigen zijn burgers van de Unie die zijn aangeduid en geselecteerd op basis van oproepen tot het indienen van blijken tot belangstelling die met het oog op het vaststellen van een lijst met deskundigen zijn gericht aan relevante organisaties zoals ministeries van Defensie en ondergeschikte agentschappen, onderzoeksinstituten, universiteiten, bedrijfsverenigingen of ondernemingen in de defensiesector. In afwijking van artikel [237] van het Financieel Reglement wordt die lijst niet bekendgemaakt.

2.  Onafhankelijke deskundigen zijn burgers van de Unie, uit een breed scala van lidstaten, die zijn aangeduid en geselecteerd op basis van open en transparante oproepen tot het indienen van blijken tot belangstelling die met het oog op het vaststellen van een lijst met deskundigen met een evenwicht tussen vrouwen en mannen zijn gericht aan relevante organisaties zoals ministeries van Defensie en ondergeschikte agentschappen, onderzoeksinstituten, universiteiten, bedrijfsverenigingen of ondernemingen in de defensiesector, niet-gouvernementele organisaties. In afwijking van artikel [237] van het Financieel Reglement wordt die lijst niet bekendgemaakt.

Amendement    78

Voorstel voor een verordening

Artikel 29 – lid 2 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  De Commissie moet erop toezien dat haar relevante regels in verband met het vermijden van belangenconflicten strikt worden toegepast.

Amendement    79

Voorstel voor een verordening

Artikel 29 – lid 4

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Het in artikel 28 bedoelde comité wordt jaarlijks van de lijst van deskundigen in kennis gesteld.

4.  Het in artikel 28 bedoelde comité en het Europees Parlement worden jaarlijks van de lijst van deskundigen in kennis gesteld.

Amendement    80

Voorstel voor een verordening

Artikel 32 – lid 4

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  De Commissie deelt de conclusies van de evaluaties tezamen met haar opmerkingen mee aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's.

4.  De Commissie zendt de in de leden 2 en 3 bedoelde evaluaties tezamen met haar opmerkingen aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's.

Amendement    81

Voorstel voor een verordening

Artikel 33 – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Audits naar het gebruik van de bijdrage van de Unie door personen of entiteiten, met inbegrip van andere personen of entiteiten dan die welke door de instellingen of organen van de Unie zijn gemachtigd, vormen de basis van de algemene zekerheid in de zin van artikel [127] van het financieel reglement. Overeenkomstig artikel 287 VWEU onderzoekt de Europese Rekenkamer de rekeningen van alle ontvangsten en uitgaven van de Unie.

Audits naar het gebruik van de bijdrage van de Unie door personen of entiteiten, met inbegrip van andere personen of entiteiten dan die welke door de instellingen of organen van de Unie zijn gemachtigd, vormen de basis van de algemene zekerheid in de zin van artikel [127] van het financieel reglement. Overeenkomstig artikel 287 VWEU onderzoekt de Europese Rekenkamer de rekeningen van alle ontvangsten en uitgaven van de Unie, met inbegrip van de doeltreffendheid van financiële middelen die zijn uitgegeven aan door het fonds ondersteunde projecten.

Amendement    82

Voorstel voor een verordening

Artikel 34 – lid 1 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Wanneer een lidstaat of onderneming nationale veiligheid als reden aanvoert om informatie voor OLAF achter te houden wanneer sprake is van een risico van fraude of andere onwettige activiteit, worden de nationaleveiligheidsoverwegingen strikt geïnterpreteerd.

PROCEDURE VAN DE ADVISERENDE COMMISSIE

Titel

Oprichting van het Europees Defensiefonds

Document- en procedurenummers

COM(2018)0476 – C8-0268/2018 – 2018/0254(COD)

Bevoegde commissie

       Datum bekendmaking

ITRE

2.7.2018

 

 

 

Advies uitgebracht door

       Datum bekendmaking

IMCO

2.7.2018

Rapporteur voor advies

       Datum benoeming

Antonio López-Istúriz White

19.6.2018

Behandeling in de commissie

10.10.2018

5.11.2018

 

 

Datum goedkeuring

5.11.2018

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

23

7

1

Bij de eindstemming aanwezige leden

John Stuart Agnew, Pascal Arimont, Carlos Coelho, Daniel Dalton, Nicola Danti, Dennis de Jong, Pascal Durand, Evelyne Gebhardt, Maria Grapini, Sergio Gutiérrez Prieto, Philippe Juvin, Morten Løkkegaard, Eva Maydell, Nosheena Mobarik, Jiří Pospíšil, Christel Schaldemose, Andreas Schwab, Jasenko Selimovic, Ivan Štefanec, Richard Sulík, Róża Gräfin von Thun und Hohenstein, Anneleen Van Bossuyt, Marco Zullo

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Birgit Collin-Langen, Arndt Kohn, Julia Reda, Martin Schirdewan, Marc Tarabella, Lambert van Nistelrooij

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Clara Eugenia Aguilera García, Esther Herranz García

HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE ADVISERENDE COMMISSIE

23

+

ALDE

ECR

PPE

 

 

S&D

Morten Løkkegaard, Jasenko Selimovic

Richard Sulík, Anneleen Van Bossuyt

Pascal Arimont, Carlos Coelho, Birgit Collin-Langen, Esther Herranz García, Philippe Juvin, Eva Maydell, Jiří Pospíšil, Andreas Schwab, Ivan Štefanec, Róża Gräfin von Thun und Hohenstein, Lambert van Nistelrooij

Clara Eugenia Aguilera García, Nicola Danti, Evelyne Gebhardt, Maria Grapini, Sergio Gutiérrez Prieto, Arndt Kohn, Christel Schaldemose, Marc Tarabella

7

-

ECR

EFDD

GUE/NGL

Verts/ALE

Daniel Dalton, Nosheena Mobarik

John Stuart Agnew

Martin Schirdewan, Dennis de Jong

Pascal Durand, Julia Reda

1

0

EFDD

Marco Zullo

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding

PROCEDURE VAN DE BEVOEGDE COMMISSIE

Titel

Oprichting van het Europees Defensiefonds

Document- en procedurenummers

COM(2018)0476 – C8-0268/2018 – 2018/0254(COD)

Datum indiening bij EP

13.6.2018

 

 

 

Bevoegde commissie

       Datum bekendmaking

ITRE

2.7.2018

 

 

 

Medeadviserende commissies

       Datum bekendmaking

AFET

2.7.2018

BUDG

2.7.2018

IMCO

2.7.2018

 

Medeverantwoordelijke commissies

       Datum bekendmaking

AFET

5.7.2018

 

 

 

Rapporteurs

       Datum benoeming

Zdzisław Krasnodębski

25.6.2018

 

 

 

Behandeling in de commissie

3.9.2018

9.10.2018

 

 

Datum goedkeuring

21.11.2018

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

35

11

14

Bij de eindstemming aanwezige leden

Zigmantas Balčytis, Bendt Bendtsen, Xabier Benito Ziluaga, David Borrelli, Jonathan Bullock, Cristian-Silviu Buşoi, Jerzy Buzek, Edward Czesak, Jakop Dalunde, Christian Ehler, Fredrick Federley, Ashley Fox, Adam Gierek, Igor Gräzin, Theresa Griffin, András Gyürk, Barbara Kappel, Krišjānis Kariņš, Jaromír Kohlíček, Peter Kouroumbashev, Zdzisław Krasnodębski, Miapetra Kumpula-Natri, Christelle Lechevalier, Janusz Lewandowski, Paloma López Bermejo, Edouard Martin, Tilly Metz, Angelika Mlinar, Csaba Molnár, Nadine Morano, Dan Nica, Angelika Niebler, Morten Helveg Petersen, Miroslav Poche, Carolina Punset, Paul Rübig, Massimiliano Salini, Algirdas Saudargas, Neoklis Sylikiotis, Patrizia Toia, Evžen Tošenovský, Vladimir Urutchev, Kathleen Van Brempt, Henna Virkkunen, Lieve Wierinck, Hermann Winkler, Anna Záborská, Flavio Zanonato, Carlos Zorrinho

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Amjad Bashir, Soledad Cabezón Ruiz, Françoise Grossetête, Olle Ludvigsson, Marian-Jean Marinescu, Clare Moody, Dennis Radtke, Davor Škrlec

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Michael Detjen, Bolesław G. Piecha, Bronis Ropė

Datum indiening

28.11.2018

HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE BEVOEGDE COMMISSIE

35

+

ALDE

Fredrick Federley, Igor Gräzin, Angelika Mlinar, Morten Helveg Petersen, Carolina Punset, Lieve Wierinck

ECR

Edward Czesak, Zdzisław Krasnodębski, Bolesław G. Piecha

ENF

Barbara Kappel

PPE

Bendt Bendtsen, Cristian-Silviu Buşoi, Jerzy Buzek, Christian Ehler, Françoise Grossetête, András Gyürk, Krišjānis Kariņš, Janusz Lewandowski, Marian-Jean Marinescu, Nadine Morano, Angelika Niebler, Dennis Radtke, Paul Rübig, Massimiliano Salini, Algirdas Saudargas, Vladimir Urutchev, Henna Virkkunen, Hermann Winkler, Anna Záborská

S&D

Theresa Griffin, Peter Kouroumbashev, Csaba Molnár, Clare Moody, Dan Nica, Miroslav Poche

11

-

EFDD

Jonathan Bullock

ENF

Christelle Lechevalier

GUE/NGL

Xabier Benito Ziluaga, Jaromír Kohlíček, Paloma López Bermejo, Neoklis Sylikiotis

NI

David Borrelli

S&D

Michael Detjen

VERTS/ALE

Jakop Dalunde, Tilly Metz, Davor Škrlec

14

0

ECR

Amjad Bashir, Ashley Fox, Evžen Tošenovský

S&D

Zigmantas Balčytis, Soledad Cabezón Ruiz, Adam Gierek, Miapetra Kumpula-Natri, Olle Ludvigsson, Edouard Martin, Patrizia Toia, Kathleen Van Brempt, Flavio Zanonato, Carlos Zorrinho

VERTS/ALE

Bronis Ropė

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding

(1)

* Amendementen: nieuwe of vervangende tekst staat in vet en cursief, schrappingen zijn met het symbool ▐ aangegeven.

(2)

  Richtlijn 2009/43/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 mei 2009 betreffende de vereenvoudiging van de voorwaarden voor de overdracht van defensiegerelateerde producten binnen de Gemeenschap (PB L 146 van 10.6.2009, blz. 1); Richtlijn 2009/81/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen door aanbestedende diensten van bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten op defensie- en veiligheidsgebied (PB L 216 van 20.8.2009, blz. 76).

2  Verordening (EU) nr. 2018/1092 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot instelling van het industrieel ontwikkelingsprogramma voor de Europese defensie ter ondersteuning van het concurrentievermogen en de innovatieve capaciteit van de defensie-industrie van de Unie (PB L 200 van 7.8.2018, blz. 30).

(3)

  Besluit 2013/755/EU van de Raad van 25 november 2013 betreffende de associatie van de landen en gebieden overzee met de Europese Unie ("LGO-besluit") (PB L 344 van 19.12.2013, blz. 1).

(4)

  Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13).

(5)

  Te actualiseren verwijzing: PB C 373 van 20.12.2013, blz. 1. Het akkoord is beschikbaar op: https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=uriserv:OJ.C_.2013.373.01.0001.01.NLD&toc=OJ:C:2013:373:TOC

(6)

  Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 september 2013 betreffende onderzoeken door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1073/1999 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (Euratom) nr. 1074/1999 van de Raad (PB L 248 van 18.9.2013, blz. 1).

(7)

  Verordening (EG, Euratom) nr. 2988/95 van de Raad van 18 december 1995 betreffende de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen (PB L 312 van 23.12.1995, blz. 1).

(8)

  Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de Raad van 11 november 1996 betreffende de controles en verificaties ter plaatse die door de Commissie worden uitgevoerd ter bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen tegen fraudes en andere onregelmatigheden (PB L 292 van 15.11.1996, blz. 2).

(9)

  Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad van 12 oktober 2017 betreffende nauwere samenwerking bij de instelling van het Europees Openbaar Ministerie ("EOM") (PB L 283 van 31.10.2017, blz. 1.

(10)

  Richtlijn (EU) 2017/1371 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juli 2017 betreffende de strafrechtelijke bestrijding van fraude die de financiële belangen van de Unie schaadt (PB L 198 van 28.7.2017, blz. 29).

(11)

  Richtlijn 2009/43/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 mei 2009 betreffende de vereenvoudiging van de voorwaarden voor de overdracht van defensiegerelateerde producten binnen de Gemeenschap (PB L 146 van 10.6.2009, blz. 1).

(12)

  Besluit (EU, Euratom) 2015/444 van de Commissie van 13 maart 2015 betreffende de veiligheidsvoorschriften voor de bescherming van gerubriceerde EU-informatie (PB L 72 van 17.3.2015, blz. 53).

(13)

  Aanbeveling 2003/361/EG van de Commissie van 6 mei 2003 betreffende de definitie van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen (PB L 124 van 20.5.2003, blz. 36).

(14)

  Richtlijn 2014/24/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende het plaatsen van overheidsopdrachten en tot intrekking van Richtlijn 2004/18/EG (PB L 94 van 28.3.2014, blz. 65).

(15)

  Richtlijn 2014/25/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende het plaatsen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en postdiensten en houdende intrekking van Richtlijn 2004/17/EG (PB L 94 van 28.3.2014, blz. 243).

(16)

  Richtlijn 2009/81/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen door aanbestedende diensten van bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten op defensie- en veiligheidsgebied, en tot wijziging van Richtlijnen 2004/17/EG en 2004/18/EG (PB L 216 van 20.8.2009, blz. 76).

(17)

  PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.

(18)

  PB L 72 van 17.3.2015, blz. 53.

(19)

  PB L 274 van 15.10.2013, blz. 1.

Laatst bijgewerkt op: 6 december 2018Juridische mededeling