Procedure : 2018/0198(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0414/2018

Ingediende teksten :

A8-0414/2018

Debatten :

Stemmingen :

PV 14/02/2019 - 10.4

Aangenomen teksten :

P8_TA(2019)0118

VERSLAG     ***I
PDF 609kWORD 101k
29.11.2018
PE 628.357v02-00 A8-0414/2018

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende een mechanisme om juridische en administratieve belemmeringen in een grensoverschrijdende context uit de weg te ruimen

(COM(2018)0373 – C8-0228/2018 – 2018/0198(COD))

Commissie regionale ontwikkeling

Rapporteur: Matthijs van Miltenburg

AMENDEMENTEN
ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 ADVIES van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid
 PROCEDURE VAN DE BEVOEGDE COMMISSIE
 HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende een mechanisme om juridische en administratieve belemmeringen in een grensoverschrijdende context uit de weg te ruimen

(COM(2018)0373 – C8-0228/2018 – 2018/0198(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2018)0373),

–  gezien artikel 294, lid 2, en met name artikel 175, derde alinea, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C8-0228/2018),

–  gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 19 september 2018(1),

–  gezien het advies van het Comité van de Regio's van ... (2),

–  gezien de schriftelijke en gemotiveerde adviezen die in het kader van protocol nr. 2 betreffende de toepassing van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid zijn uitgebracht door de Zweedse Rijksdag en waarin wordt gesteld dat het ontwerp van wetgevingshandeling niet strookt met het subsidiariteitsbeginsel,

–  gezien artikel 59 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie regionale ontwikkeling en het advies van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid (A8-0414/2018),

1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.  verzoekt de Commissie om hernieuwde voorlegging aan het Parlement indien zij haar voorstel vervangt, ingrijpend wijzigt of voornemens is het ingrijpend te wijzigen;

3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

Amendement    1

Voorstel voor een verordening

Overweging 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis)  Om het leven van burgers in aan zeegrenzen gelegen grensoverschrijdende regio's of in grensoverschrijdende regio's tussen de lidstaten en derde landen te verbeteren, moeten de toepassing van deze verordening en het gebruik van een mechanisme om juridische en administratieve belemmeringen uit de weg te ruimen tot alle grensregio's van de Unie worden uitgebreid, met inachtneming van de Uniewetgeving.

Amendement    2

Voorstel voor een verordening

Overweging 8

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

8)  Hoewel er in bepaalde regio's van de Unie op intergouvernementeel, regionaal en lokaal niveau al een aantal effectieve mechanismen voor grensoverschrijdende samenwerking bestaan, bestrijken deze niet alle grensregio's van de Unie. Om de bestaande stelsels aan te vullen, moet bijgevolg een vrijwillig mechanisme worden ingesteld om juridische en administratieve belemmeringen in alle grensregio's uit de weg te ruimen ("het mechanisme").

8)  Hoewel er in bepaalde regio's van de Unie op intergouvernementeel, regionaal en lokaal niveau al een aantal effectieve mechanismen voor grensoverschrijdende samenwerking bestaan, bestrijken deze niet alle grensregio's van de Unie. Om de bestaande stelsels aan te vullen, moet bijgevolg een vrijwillig mechanisme worden ingesteld om juridische en administratieve belemmeringen in alle grensregio's uit de weg te ruimen ("het mechanisme"), maar dit belet niet dat er alternatieve vergelijkbare mechanismen worden gecreëerd op basis van specifieke behoeften op nationaal, regionaal of lokaal niveau.

Amendement    3

Voorstel voor een verordening

Overweging 9

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

9)  Met het oog op de volledige eerbiediging van de constitutionele en institutionele structuur van de lidstaten moet het gebruik van het mechanisme vrijwillig zijn in de grensregio's van een bepaalde lidstaat waar al een ander effectief mechanisme bestaat of dit samen met de naburige lidstaat kan worden ingesteld. Het mechanisme moet bestaan uit twee maatregelen: de ondertekening en de sluiting van een Europese grensoverschrijdende verbintenis ("de verbintenis") of de ondertekening van een Europese grensoverschrijdende verklaring ("de verklaring").

9)  Met het oog op de volledige eerbiediging van de constitutionele en institutionele structuur van de lidstaten is het gebruik van het mechanisme vrijwillig. Het mechanisme moet bestaan uit twee maatregelen: de ondertekening en de sluiting van een Europese grensoverschrijdende verbintenis ("de verbintenis") of de ondertekening van een Europese grensoverschrijdende verklaring ("de verklaring"). De lidstaten moeten kunnen kiezen voor een instrument dat zij gunstiger achten.

Amendement    4

Voorstel voor een verordening

Overweging 9 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

9 bis)  De bevoegde autoriteiten van de lidstaten, landen, entiteiten of regio's in kwestie moeten - in overeenstemming met de in hun grondwet of wetten vastgestelde specifieke bevoegdheden - goedkeuring hechten aan de voorgestelde wettelijke ad-hocoplossing alvorens de verbintenis te sluiten en te ondertekenen of de verklaring te ondertekenen, zoals bedoeld in deze verordening.

Amendement    5

Voorstel voor een verordening

Overweging 11

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

11)  De verklaring zou nog een wetgevingsprocedure in de lidstaat vereisen. De instantie die de verklaring sluit, moet formeel verklaren dat zij binnen een bepaalde termijn de nodige wetgevingsprocedure zal inleiden om de doorgaans toepasselijke nationale wetgeving te wijzigen en, bij wijze van een uitdrukkelijke afwijking, de wetgeving van een naburige lidstaat toe te passen.

11)  De verklaring zou nog een wetgevingsprocedure in de lidstaat vereisen. De instantie die de verklaring sluit, moet formeel verklaren dat zij binnen een bepaalde termijn de nodige wetgevingsprocedure zal inleiden om de doorgaans toepasselijke nationale wetgeving te wijzigen en, bij wijze van een uitdrukkelijke afwijking, de wetgeving van een naburige lidstaat toe te passen, om belemmeringen bij de uitvoering van gezamenlijke grensoverschrijdende projecten weg te nemen.

Amendement    6

Voorstel voor een verordening

Overweging 12

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

12)  Juridische belemmeringen hebben voornamelijk gevolgen voor personen die actief zijn langs landgrenzen, aangezien zij dagelijks of wekelijks de grens oversteken. Teneinde het effect van deze verordening te richten op de regio's die het dichtst bij grenzen liggen en die het hoogste niveau van integratie en interactie tussen naburige lidstaten hebben, moet deze verordening van toepassing zijn op grensoverschrijdende regio's in de zin van het grondgebied dat wordt bestreken door naburige aan landgrenzen gelegen regio's in twee of meer lidstaten op NUTS-niveau 326. Dit mag de lidstaten niet beletten het mechanisme ook toe te passen op andere zee- en buitengrenzen dan deze met EVA-landen.

12)  Juridische belemmeringen hebben voornamelijk gevolgen voor personen die actief zijn langs landgrenzen, zoals grensarbeiders, aangezien zij dagelijks of wekelijks de grens oversteken. Teneinde het effect van deze verordening te richten op de regio's die het dichtst bij grenzen liggen en die het hoogste niveau van integratie en interactie tussen naburige lidstaten hebben, moet deze verordening van toepassing zijn op grensoverschrijdende regio's in de zin van het grondgebied dat wordt bestreken door naburige aan land- of zeegrenzen gelegen regio's in twee of meer lidstaten op NUTS-niveau 326. Dit mag de lidstaten niet beletten het mechanisme ook toe te passen op andere buitengrenzen dan deze met EVA-landen, of op vrijwillige basis met betrekking tot alle betrokken partijen.

_________________

_________________

26 Verordening (EG) nr. 1059/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 26 mei 2003 betreffende de opstelling van een gemeenschappelijke nomenclatuur van territoriale eenheden voor de statistiek (NUTS) (PB L 154 van 21.6.2003, blz. 1).

26 Verordening (EG) nr. 1059/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 26 mei 2003 betreffende de opstelling van een gemeenschappelijke nomenclatuur van territoriale eenheden voor de statistiek (NUTS) (PB L 154 van 21.6.2003, blz. 1).

Amendement    7

Voorstel voor een verordening

Overweging 13

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

13)  Teneinde de taken van de verschillende instanties, die in sommige lidstaten nationale en regionale wetgevende organen zullen omvatten, binnen een bepaalde lidstaat en tussen een of meer naburige lidstaten te coördineren, moet elke lidstaat die voor het mechanisme kiest, worden verplicht nationale en, in voorkomend geval, regionale grensoverschrijdende coördinatiepunten op te richten en de taken en bevoegdheden hiervan tijdens de verschillende stappen van het mechanisme – met betrekking tot het opstarten, sluiten, uitvoeren en monitoren van verbintenissen en verklaringen – vast te stellen.

13)  Teneinde de taken van de verschillende instanties, die in sommige lidstaten nationale en regionale wetgevende organen zullen omvatten, binnen een bepaalde lidstaat en tussen een of meer naburige lidstaten te coördineren, moet elke lidstaat worden verplicht nationale en, in voorkomend geval, regionale grensoverschrijdende coördinatiepunten op te richten en de taken en bevoegdheden hiervan tijdens de verschillende stappen van het mechanisme – met betrekking tot het opstarten, sluiten, uitvoeren en monitoren van verbintenissen en verklaringen – vast te stellen.

Motivering

De verplichting om nationale grensoverschrijdende coördinatiepunten op te richten wordt aan alle lidstaten opgelegd.

Amendement    8

Voorstel voor een verordening

Overweging 17

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

17)  De respectieve nationale of regionale grensoverschrijdende coördinatiepunten die contact onderhouden met alle bevoegde instanties in de desbetreffende lidstaat en met de corresponderende grensoverschrijdende coördinatiepunten in de naburige lidstaat, spelen bij een verzoek om een verbintenis of een verklaring te sluiten de belangrijkste rol in de lidstaten. Ook moet duidelijk worden vastgesteld dat het grensoverschrijdende coördinatiepunt kan bepalen of een procedure voor het sluiten van een verbintenis of een verklaring moet worden opgestart, dan wel voor een of meer juridische belemmeringen al een oplossing is gevonden die kan worden toegepast. Anderzijds moet worden vastgesteld dat de lidstaat waarvan de wettelijke bepalingen in de andere lidstaat moeten worden toegepast, een dergelijke toepassing buiten zijn grondgebied kan weigeren. Alle besluiten moeten met redenen worden omkleed en worden medegedeeld.

17)  De respectieve nationale of regionale grensoverschrijdende coördinatiepunten die contact onderhouden met alle bevoegde instanties in de desbetreffende lidstaat en met de corresponderende grensoverschrijdende coördinatiepunten in de naburige lidstaat, spelen bij een verzoek om een verbintenis of een verklaring te sluiten de belangrijkste rol in de lidstaten. Ook moet duidelijk worden vastgesteld dat het grensoverschrijdende coördinatiepunt kan bepalen of een procedure voor het sluiten van een verbintenis of een verklaring moet worden opgestart, dan wel voor een of meer juridische belemmeringen al een oplossing is gevonden die kan worden toegepast. Anderzijds moet worden vastgesteld dat de lidstaat waarvan de wettelijke bepalingen in de andere lidstaat moeten worden toegepast, een dergelijke toepassing buiten zijn grondgebied kan weigeren. Alle besluiten moeten naar behoren met redenen worden omkleed en tijdig aan alle partners worden medegedeeld.

Amendement    9

Voorstel voor een verordening

Overweging 19

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

19)  De uitvoering van een verbintenis met directe werking moet bestaan in de toepassing van nationale bepalingen van een andere lidstaat. Dit moet neerkomen op ofwel de wijziging van de al overeenkomstig de doorgaans toepasselijke nationale wetgeving vastgestelde wettelijk bindende administratieve handelingen, ofwel, wanneer dit nog niet is gebeurd, de vaststelling van nieuwe administratieve handelingen op basis van de wetgeving van een andere lidstaat. Wanneer verschillende instanties afzonderlijk bevoegd zijn voor verschillende aspecten van een complexe juridische belemmering moet de verbintenis vergezeld gaan van een tijdschema voor elk van deze aspecten. Gezien het subsidiariteitsbeginsel moet de vaststelling en indiening van die gewijzigde of nieuwe administratieve handelingen in overeenstemming zijn met het nationale recht inzake administratieve procedures.

19)  De uitvoering van een verbintenis met directe werking moet bestaan in de toepassing van nationale bepalingen van een andere lidstaat bij de uitvoering van gezamenlijk projecten. Dit moet neerkomen op ofwel de wijziging van de al overeenkomstig de doorgaans toepasselijke nationale wetgeving vastgestelde wettelijk bindende administratieve handelingen, ofwel, wanneer dit nog niet is gebeurd, de vaststelling van nieuwe administratieve handelingen op basis van de wetgeving van een andere lidstaat binnen een door alle partners overeengekomen termijn, om tijdig gezamenlijke projecten te kunnen starten. Wanneer verschillende instanties afzonderlijk bevoegd zijn voor verschillende aspecten van een complexe juridische belemmering moet de verbintenis vergezeld gaan van een tijdschema voor elk van deze aspecten. Gezien het subsidiariteitsbeginsel moet de vaststelling en indiening van die gewijzigde of nieuwe administratieve handelingen in overeenstemming zijn met het nationale recht inzake administratieve procedures.

Amendement    10

Voorstel voor een verordening

Overweging 24

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

24)  Met het oog op het opzetten van een databank overeenkomstig artikel 8 moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend om regels vast te stellen betreffende het beheer van de databank, de bescherming van gegevens en het model dat moet worden gebruikt wanneer grensoverschrijdende coördinatiepunten informatie over de uitvoering en het gebruik van het mechanisme indienen. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend overeenkomstig de raadplegingsprocedure uit hoofde van Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad28. Uit praktische overwegingen en met het oog op de coördinatie moet het Coördinatiecomité voor de Europese structuur- en investeringsfondsen het comité zijn dat bevoegd is voor de procedure voor het vaststellen van uitvoeringshandelingen.

24)  Met het oog op het opzetten van een databank overeenkomstig artikel 7 moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend om regels vast te stellen betreffende het beheer van de databank, de bescherming van gegevens en het model dat moet worden gebruikt wanneer grensoverschrijdende coördinatiepunten informatie over de uitvoering en het gebruik van het mechanisme indienen. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend overeenkomstig de raadplegingsprocedure uit hoofde van Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad28. Uit praktische overwegingen en met het oog op de coördinatie moet het Coördinatiecomité voor de Europese structuur- en investeringsfondsen het comité zijn dat bevoegd is voor de procedure voor het vaststellen van uitvoeringshandelingen.

__________________

__________________

28 Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13).

28 Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13).

Amendement    11

Voorstel voor een verordening

Overweging 25

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

25)  In de nationale uitvoeringsbepalingen moet worden gespecificeerd welke grensregio's van een bepaalde lidstaat door de verbintenis of de verklaring worden bestreken. Bijgevolg zal de Commissie in staat zijn om te beoordelen of de lidstaat ten aanzien van niet vermelde grenzen voor een ander mechanisme heeft gekozen.

Schrappen

Amendement    12

Voorstel voor een verordening

Overweging 26

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

26)  Deze verordening eerbiedigt de grondrechten en neemt de in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie erkende beginselen in acht, met name het recht op de bescherming van persoonsgegevens (artikel 8), het recht op onderwijs (artikel 14), de vrijheid van beroep en het recht te werken, met name de vrijheid om in iedere lidstaat werk te zoeken, te werken, zich te vestigen en diensten te verrichten (artikel 15), de vrijheid van ondernemerschap (artikel 16), toegang tot sociale zekerheid en sociale bijstand (artikel 34), toegang tot gezondheidszorg (artikel 35) en toegang tot diensten van algemeen economisch belang (artikel 36).

26)  Deze verordening eerbiedigt de grondrechten en neemt de in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie erkende beginselen in acht, met name het recht op de bescherming van persoonsgegevens (artikel 8), het recht op onderwijs (artikel 14), de vrijheid van beroep en het recht te werken, met name de vrijheid om in iedere lidstaat werk te zoeken, te werken, zich te vestigen en diensten te verrichten (artikel 15), de vrijheid van ondernemerschap (artikel 16), toegang tot sociale zekerheid en sociale bijstand (artikel 34), toegang tot gezondheidszorg (artikel 35), toegang tot diensten van algemeen economisch belang (artikel 36) en een hoog niveau van milieubescherming overeenkomstig het beginsel van duurzame ontwikkeling (artikel 37).

Amendement    13

Voorstel voor een verordening

Overweging 28

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

28)  Overeenkomstig het in artikel 5, lid 4, VEU verankerde evenredigheidsbeginsel mogen de inhoud en de vorm van het optreden van de Unie niet verder gaan dan wat nodig is om de doelstellingen van de Verdragen te verwezenlijken. De aanwending van het uit hoofde van deze verordening ingestelde specifieke mechanisme geschiedt op vrijwillige basis. Wanneer een lidstaat besluit om ten aanzien van een specifieke grens met een of meer naburige lidstaten de juridische belemmeringen in een specifieke grensoverschrijdende regio uit de weg te blijven ruimen met behulp van de effectieve mechanismen die deze lidstaat op nationaal niveau heeft ingesteld of die deze lidstaat formeel of informeel samen met een of meer naburige lidstaten heeft ingesteld, hoeft niet voor het uit hoofde van deze verordening ingestelde mechanisme te worden gekozen. Wanneer een lidstaat besluit om ten aanzien van een specifieke grens met een of meer naburige lidstaten toe te treden tot een bestaand effectief mechanisme dat formeel of informeel door een of meer naburige lidstaten is ingesteld, voor zover toetreding tot dit mechanisme mogelijk is, hoeft evenmin voor het uit hoofde van deze verordening ingestelde mechanisme te worden gekozen. Deze verordening gaat bijgevolg niet verder dan wat nodig is om de doelstellingen ervan te verwezenlijken voor de grensoverschrijdende regio's ten aanzien waarvan de lidstaten niet over efficiënte mechanismen beschikken om juridische belemmeringen uit de weg te ruimen,

28)  Overeenkomstig het in artikel 5, lid 4, VEU verankerde evenredigheidsbeginsel mogen de inhoud en de vorm van het optreden van de Unie niet verder gaan dan wat nodig is om de doelstellingen van de Verdragen te verwezenlijken. De aanwending van het uit hoofde van deze verordening ingestelde specifieke mechanisme om juridische belemmeringen in grensoverschrijdende regio's uit de weg te ruimen geschiedt op vrijwillige basis en belet op geen enkele wijze het gebruik van alternatieve, vergelijkbare instrumenten. Wanneer een lidstaat besluit om voor een specifiek gezamenlijk project met een of meer naburige lidstaten de juridische belemmeringen in een specifieke grensoverschrijdende regio uit de weg te blijven ruimen met behulp van de effectieve mechanismen die deze lidstaat op nationaal niveau heeft ingesteld of die deze lidstaat formeel of informeel samen met een of meer naburige lidstaten heeft ingesteld, hoeft niet voor het uit hoofde van deze verordening ingestelde mechanisme te worden gekozen. Wanneer een lidstaat besluit om voor een specifiek gezamenlijk project met een of meer naburige lidstaten toe te treden tot een bestaand effectief mechanisme dat formeel of informeel door een of meer naburige lidstaten is ingesteld, voor zover toetreding tot dit mechanisme mogelijk is, hoeft evenmin voor het uit hoofde van deze verordening ingestelde mechanisme te worden gekozen. Ten slotte hoeft niet voor het uit hoofde van deze verordening ingestelde mechanisme te worden gekozen wanneer een lidstaat besluit om samen met een of meer naburige lidstaten formeel of informeel een nieuw effectief mechanisme in te stellen om juridische belemmeringen voor de tenuitvoerlegging van een gezamenlijk project in grensoverschrijdende regio's uit de weg te ruimen. Deze verordening gaat bijgevolg niet verder dan wat nodig is om de doelstellingen ervan te verwezenlijken voor de grensoverschrijdende regio's ten aanzien waarvan de lidstaten niet over efficiënte mechanismen beschikken om juridische belemmeringen uit de weg te ruimen,

Amendement    14

Voorstel voor een verordening

Overweging 30 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

30 bis)  Onderhavige verordening moet het subsidiariteitsbeginsel eerbiedigen. Zij mag in geen geval afbreuk doen aan de soevereiniteit van de lidstaten noch onverenigbaar zijn met hun grondwet.

Amendement    15

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Bij deze verordening wordt een mechanisme ingesteld om het mogelijk te maken dat in een lidstaat ten aanzien van een grensoverschrijdende regio de wettelijke bepalingen van een andere lidstaat worden toegepast wanneer de toepassing van de wettelijke bepalingen van de eerstgenoemde lidstaat een juridische belemmering voor de uitvoering van een gezamenlijk project zou vormen ("het mechanisme").

1.  Bij deze verordening wordt een vrijwillig mechanisme ingesteld om het mogelijk te maken dat in een lidstaat ten aanzien van een enkel gezamenlijk project in een grensoverschrijdende regio de wettelijke bepalingen van een andere lidstaat worden toegepast wanneer de toepassing van de wettelijke bepalingen van de eerstgenoemde lidstaat een of meerdere juridische belemmeringen voor de uitvoering van een gezamenlijk project zouden vormen ("het mechanisme").

Motivering

De formulering van het voorstel leidt tot onduidelijkheid over de uitleg. Het is niet duidelijk of een lidstaat voor elk afzonderlijk "gezamenlijk project" voor het Europees grensoverschrijdend mechanisme kan kiezen, of dat de lidstaat verplicht is te beslissen over de toepassing van het mechanisme voor alle mogelijke "gezamenlijke projecten" aan een grens. De rapporteur wil voorkomen dat lidstaten die op dit moment geen bestaand mechanisme hebben, geen andere mogelijkheid hebben dan voor het Europees grensoverschrijdend mechanisme te kiezen. De toepassing van het Europees grensoverschrijdend mechanisme moet plaatsvinden op vrijwillig basis en op grond van een beoordeling per geval door de lidstaten.

Amendement    16

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – lid 3 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)  de juridische bescherming van in een grensoverschrijdende regio gevestigde personen wat het mechanisme betreft.

c)  de juridische bescherming van in een grensoverschrijdende regio gevestigde personen of degenen die er voor een beperkte periode wonen wat het mechanisme betreft.

Amendement    17

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – punt 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1)  "grensoverschrijdende regio": grondgebied dat wordt bestreken door naburige aan landgrenzen gelegen regio's in twee of meer lidstaten op NUTS-niveau 3;

1)  "grensoverschrijdende regio": grondgebied dat wordt bestreken door naburige aan land- of zeegrenzen gelegen regio's in twee of meer lidstaten op NUTS-niveau 3;

Amendement    18

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – punt 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2)  "gezamenlijk project": eender welke infrastructuurvoorziening die een effect op een bepaalde grensoverschrijdende regio heeft of eender welke dienst van algemeen economisch belang die in een bepaalde grensoverschrijdende regio wordt verleend;

2)  "gezamenlijk project": eender welke infrastructuurvoorziening die een effect op een bepaalde grensoverschrijdende regio heeft of eender welke dienst van algemeen economisch belang die in een bepaalde grensoverschrijdende regio wordt verleend, ongeacht of dit effect optreedt aan beide kanten van de grens of aan één kant;

Amendement    19

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – punt 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5)  "initiatiefnemer": actor die de juridische belemmering vaststelt en het mechanisme in werking stelt door een opstartdocument in te dienen;

5)  "initiatiefnemer": actor die een of meer juridische belemmeringen vaststelt en het mechanisme in werking stelt door een opstartdocument in te dienen;

Amendement    20

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De lidstaten kiezen ofwel voor het mechanisme, ofwel voor bestaande wijzen om ten aanzien van een specifieke grens met een of meer naburige lidstaten juridische belemmeringen voor de uitvoering van een gezamenlijk project in grensoverschrijdende regio's uit de weg te ruimen.

1.  De lidstaten kunnen ofwel voor het mechanisme kiezen, ofwel voor andere wijzen om met een of meer naburige lidstaten juridische belemmeringen voor de uitvoering van een gezamenlijk project in grensoverschrijdende regio's uit de weg te ruimen.

Amendement    21

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Een lidstaat kan ook besluiten om ten aanzien van een specifieke grens met een of meer naburige lidstaten toe te treden tot een bestaande effectieve regeling die formeel of informeel door een of meer naburige lidstaten is ingesteld.

2.  Een lidstaat kan ten aanzien van een gezamenlijk project in grensoverschrijdende regio's met een of meer naburige lidstaten toetreden tot een bestaande effectieve regeling die formeel of informeel door een of meer naburige lidstaten is ingesteld, of past met betrekking tot de verklaring het mechanisme toe.

Amendement    22

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De lidstaten kunnen het mechanisme ook gebruiken in aan zeegrenzen gelegen grensoverschrijdende regio's of in grensoverschrijdende regio's van één of meer lidstaten en één of meer derde landen of een of meer landen of gebieden overzee.

3.  De lidstaten kunnen het mechanisme ook – op vrijwillige basis voor alle betrokken partijen – toepassen op een gezamenlijk project in een grensoverschrijdende regio van één of meer lidstaten en één of meer derde landen of één of meer landen of gebieden overzee.

Amendement    23

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – lid 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Wanneer een lidstaat voor het mechanisme kiest, richt zij op een van de volgende wijzen een of meer grensoverschrijdende coördinatiepunten op:

1.  Elke lidstaat richt op een van de volgende wijzen een of meer grensoverschrijdende coördinatiepunten op of wijst deze aan:

Motivering

In het voorstel van de rapporteur zullen de grensoverschrijdende coördinatiepunten essentieel zijn voor de beoordeling of en hoe de juridische belemmeringen uit de weg moeten worden geruimd. De rapporteur stelt daarom voor in elke lidstaat verplicht grensoverschrijdende coördinatiepunten op te richten. Aangezien de het Europees grensoverschrijdend mechanisme op vrijwillige basis in werking wordt gesteld, is het aan de lidstaten om te bepalen hoe substantieel de administratieve capaciteit van deze grensoverschrijdende coördinatiepunten moet zijn.

Amendement    24

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 1 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

d)  contact onderhouden met de grensoverschrijdende coördinatiepunten in de naburige lidstaat of lidstaten en met de grensoverschrijdende coördinatiepunten in andere territoriale eenheden met wetgevingsbevoegdheid van dezelfde lidstaat of een andere lidstaat, voor zover deze bestaan;

d)  contact onderhouden met de grensoverschrijdende coördinatiepunten in de naburige lidstaat of lidstaten en met de grensoverschrijdende coördinatiepunten in andere territoriale eenheden met wetgevingsbevoegdheid van dezelfde lidstaat of een andere lidstaat;

Amendement    25

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 2 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)  op verzoek van een bepaalde bevoegde zich verbindende instantie die in een andere lidstaat is gevestigd en geen eigen grensoverschrijdend coördinatiepunt heeft, de voorlopige analyse van een opstartdocument uitvoeren;

c)  op verzoek van een bepaalde bevoegde zich verbindende instantie die in een andere lidstaat is gevestigd de voorlopige analyse van een opstartdocument uitvoeren;

Amendement    26

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – lid 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  een lijst van alle nationale en regionale grensoverschrijdende coördinatiepunten bekendmaken en actualiseren;

b)  een database van alle nationale en regionale grensoverschrijdende coördinatiepunten creëren, bekendmaken en actualiseren;

Amendement    27

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – lid 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis.  De Commissie stelt ook een ondersteunende communicatiestrategie voor om:

 

a) de uitwisseling van beste praktijken te bevorderen;

 

b) praktische informatie en interpretatie met betrekking tot de reikwijdte en de thematische focus van deze verordening te verstrekken; en

 

c) de precieze procedure voor het sluiten van een verbintenis of verklaring te verduidelijken.

Motivering

De uitvoering van de verordening moet gepaard gaan met een informatiecampagne met duidelijke en praktische informatie die de toepassing ervan door de belanghebbenden vergemakkelijkt.

Amendement    28

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De initiatiefnemer stelt de juridische belemmering met betrekking tot de planning, de ontwikkeling, het personeel, de financiering of de werking van een gezamenlijk project vast.

1.  De initiatiefnemer stelt een of meer juridische belemmeringen met betrekking tot de planning, de ontwikkeling, het personeel, de financiering of de werking van een gezamenlijk project vast.

Amendement    29

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  een beschrijving van het gezamenlijke project en van de context ervan, van de corresponderende juridische belemmering in de zich verbindende lidstaat en van de motivering voor het uit de weg ruimen van de juridische belemmering;

a)  een beschrijving van het gezamenlijke project en van de context ervan, van een of meer corresponderende juridische belemmeringen in de zich verbindende lidstaat en van de motivering voor het uit de weg ruimen van een of meer juridische belemmeringen;

Amendement    30

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  een lijst van de specifieke wettelijke bepalingen van de overdragende lidstaat uit hoofde waarvan de juridische belemmering uit de weg wordt geruimd of, bij ontstentenis van een wettelijke bepaling, een voorstel voor een juridische oplossing op ad-hocgrondslag;

b)  een lijst van de specifieke wettelijke bepalingen van de overdragende lidstaat uit hoofde waarvan een of meer juridische belemmeringen uit de weg worden geruimd of, bij ontstentenis van een geschikte wettelijke bepaling, een voorstel voor een juridische oplossing op ad-hocgrondslag;

Amendement    31

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Voorlopige analyse van het opstartdocument door de zich verbindende lidstaat

Voorlopige analyse van het opstartdocument door de zich verbindende en de overdragende lidstaat of lidstaten

Amendement    32

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Het bevoegde grensoverschrijdende coördinatiepunt analyseert het opstartdocument. Het onderhoudt contact met alle bevoegde zich verbindende instanties en met de nationale of, in voorkomend geval, andere regionale grensoverschrijdende coördinatiepunten in de zich verbindende lidstaat en met het nationale grensoverschrijdende coördinatiepunt in de overdragende lidstaat.

1.  Het bevoegde grensoverschrijdende coördinatiepunt van de zich verbindende lidstaat analyseert het opstartdocument. Het onderhoudt contact met alle bevoegde zich verbindende instanties en met de nationale of, in voorkomend geval, andere regionale grensoverschrijdende coördinatiepunten in de zich verbindende lidstaat en met het nationale grensoverschrijdende coördinatiepunt in de overdragende lidstaat.

Amendement    33

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis.  Binnen drie maanden na de ontvangst van een opstartdocument zendt het bevoegde grensoverschrijdende coördinatiepunt van de overdragende lidstaat zijn voorlopige reactie aan het bevoegde grensoverschrijdende coördinatiepunt van de zich verbindende lidstaat.

Amendement    34

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 2 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Binnen drie maanden na ontvangst van het opstartdocument onderneemt het bevoegde grensoverschrijdende coördinatiepunt een of meer van de volgende acties, met schriftelijke toezending aan de initiatiefnemer:

2.  Binnen zes maanden na ontvangst van het opstartdocument onderneemt het bevoegde grensoverschrijdende coördinatiepunt van de zich verbindende lidstaat een of meer van de volgende acties, met schriftelijke toezending aan de initiatiefnemer:

Motivering

De analyse van het opstartdocument kan ingewikkeld zijn en meer tijd in beslag nemen dan de voorgestelde drie maanden, vooral wanneer men de zomer en/of vakantieperiodes in aanmerking neemt.

Amendement    35

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 2 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

d)  de initiatiefnemer in kennis stellen van zijn beoordeling dat de juridische belemmering een van de in artikel 12, lid 4, vermelde gevallen betreft en een beschrijving geven van de verbintenis van de bevoegde zich verbindende instantie om deze juridische belemmering te wijzigen of aan te passen;

d)  de initiatiefnemer in kennis stellen van zijn beoordeling dat een of meer juridische belemmeringen een van de in artikel 12, lid 4, vermelde gevallen betreffen en een beschrijving geven van de verbintenis van de bevoegde zich verbindende instantie om deze juridische belemmeringen te wijzigen of aan te passen;

Amendement    36

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 2 – letter e

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

e)  de initiatiefnemers in kennis stellen van zijn beoordeling dat de juridische belemmering een van de in artikel 12, lid 4, vermelde situaties betreft, met opgave van zijn redenen om een wijziging of aanpassing van deze juridische belemmering te weigeren en onder verwijzing naar de rechtsmiddelen tegen dit besluit krachtens het recht van de zich verbindende lidstaat;

e)  de initiatiefnemers in kennis stellen van zijn beoordeling dat een of meer juridische belemmeringen een van de in artikel 12, lid 4, vermelde situaties betreffen, met opgave van zijn redenen om een wijziging of aanpassing van deze juridische belemmeringen te weigeren en onder verwijzing naar de rechtsmiddelen tegen dit besluit krachtens het recht van de zich verbindende lidstaat;

Amendement    37

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 2 – letter f bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

f bis)  de initiatiefnemer opdracht geven om voor een bestaand mechanisme als bedoeld in artikel 4, lid 2, te kiezen om een of meer juridische belemmeringen voor de uitvoering van het gezamenlijke project uit de weg te ruimen of het opstartdocument rechtstreeks door te geven aan de bevoegde instantie in het kader van het desbetreffende mechanisme;

Amendement    38

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 2 – letter f ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

f ter)  de initiatiefnemer ervan in kennis te stellen dat een of meer van de betrokken lidstaten hebben besloten een of meer van de door de initiatiefnemer vastgestelde juridische belemmeringen niet uit de weg te ruimen, onder schriftelijke opgave van de redenen voor dit besluit.

Amendement    39

Voorstel voor een verordening

Artikel 11

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Artikel 11

Schrappen

Voorlopige analyse van het opstartdocument door de overdragende lidstaat

 

Na ontvangst van een opstartdocument voert het bevoegde grensoverschrijdende coördinatiepunt van de overdragende lidstaat tevens de in artikel 10, lid 2, vermelde taken uit en kan het zijn voorlopige reactie zenden aan het bevoegde grensoverschrijdende coördinatiepunt van de zich verbindende lidstaat.

 

Amendement    40

Voorstel voor een verordening

Artikel 12 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Wanneer het bevoegde grensoverschrijdende coördinatiepunt van de zich verbindende lidstaat om een herzien opstartdocument of om extra specifieke informatie heeft verzocht, analyseert het het herziene opstartdocument en/of de extra specifieke informatie en onderneemt het binnen drie maanden na ontvangst daarvan actie als zou het de eerste indiening van het opstartdocument betreffen.

1.  Wanneer het bevoegde grensoverschrijdende coördinatiepunt van de zich verbindende lidstaat om een herzien opstartdocument of om extra specifieke informatie heeft verzocht, analyseert het het herziene opstartdocument en/of de extra specifieke informatie en onderneemt het binnen zes maanden na ontvangst daarvan actie als zou het de eerste indiening van het opstartdocument betreffen.

Amendement    41

Voorstel voor een verordening

Artikel 12 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Wanneer het bevoegde grensoverschrijdende coördinatiepunt van de zich verbindende lidstaat van oordeel is dat het herziene opstartdocument nog altijd niet overeenkomstig artikel 10 is opgesteld of dat de extra specifieke informatie nog altijd niet toereikend is, stelt het de initiatiefnemer binnen drie maanden na ontvangst van het opstartdocument schriftelijk in kennis van zijn besluit om de procedure te beëindigen. Dit besluit wordt naar behoren gemotiveerd.

2.  Wanneer het bevoegde grensoverschrijdende coördinatiepunt van de zich verbindende lidstaat van oordeel is dat het herziene opstartdocument nog altijd niet overeenkomstig artikel 10 is opgesteld of dat de extra specifieke informatie nog altijd niet toereikend is, stelt het de initiatiefnemer binnen zes maanden na ontvangst van het opstartdocument schriftelijk in kennis van zijn besluit om de procedure te beëindigen. Dit besluit wordt naar behoren gemotiveerd.

Amendement    42

Voorstel voor een verordening

Artikel 12 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Wanneer de analyse door het bevoegde grensoverschrijdende coördinatiepunt van de zich verbindende lidstaat of de bevoegde zich verbindende instantie concludeert dat de in het opstartdocument beschreven juridische belemmering is gebaseerd op een verkeerd begrip of een verkeerde interpretatie van de desbetreffende wetgeving, of op een gebrek aan toereikende informatie over de desbetreffende wetgeving, wordt de procedure beëindigd door de initiatiefnemer in kennis te stellen van de beoordeling dat er geen sprake is van een juridische belemmering.

3.  Wanneer de analyse door het bevoegde grensoverschrijdende coördinatiepunt van de zich verbindende lidstaat of de bevoegde zich verbindende instantie concludeert dat een of meer in het opstartdocument beschreven juridische belemmeringen zijn gebaseerd op een verkeerd begrip of een verkeerde interpretatie van de desbetreffende wetgeving, of op een gebrek aan toereikende informatie over de desbetreffende wetgeving, wordt de procedure beëindigd door de initiatiefnemer in kennis te stellen van de beoordeling dat er geen sprake is van een juridische belemmering.

Amendement    43

Voorstel voor een verordening

Artikel 12 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Wanneer de juridische belemmering slechts een bestuursrechtelijke bepaling, regel of administratieve procedure van de zich verbindende lidstaat betreft die duidelijk losstaat van een volgens een wetgevingsprocedure vastgestelde bepaling en bijgevolg zonder wetgevingsprocedure kan worden gewijzigd of aangepast, stelt de bevoegde zich verbindende instantie de initiatiefnemer binnen acht maanden schriftelijk in kennis van haar weigering of bereidheid om de desbetreffende bestuursrechtelijke bepaling, regel of administratieve praktijk te wijzigen of aan te passen.

4.  Wanneer een of meer juridische belemmeringen slechts een bestuursrechtelijke bepaling, regel of administratieve procedure van de zich verbindende lidstaat betreffen die duidelijk losstaat van een volgens een wetgevingsprocedure vastgestelde bepaling en bijgevolg zonder wetgevingsprocedure kan worden gewijzigd of aangepast, stelt de bevoegde zich verbindende instantie de initiatiefnemer binnen acht maanden schriftelijk in kennis van haar weigering of bereidheid om de desbetreffende bestuursrechtelijke bepaling, regel of administratieve praktijk te wijzigen of aan te passen.

Amendement    44

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 – lid 1 – alinea 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  de beschrijving van het gezamenlijke project en van de context ervan, van de corresponderende juridische belemmering en van de motivering voor het uit de weg ruimen van de juridische belemmering;

a)  de beschrijving van het gezamenlijke project en van de context ervan, van een of meer corresponderende juridische belemmeringen en van de motivering voor het uit de weg ruimen van een of meer juridische belemmeringen;

Amendement    45

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 – lid 1 – alinea 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  de lijst van de specifieke wettelijke bepalingen die de juridische belemmering vormen en die bijgevolg niet van toepassing zouden mogen zijn op het gezamenlijke project;

b)  de lijst van de specifieke wettelijke bepalingen die een of meer juridische belemmeringen vormen en die bijgevolg niet van toepassing zouden mogen zijn op het gezamenlijke project;

Amendement    46

Voorstel voor een verordening

Artikel 15 – lid 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  binnen een termijn van drie maanden na de toezending van informatie uit hoofde van artikel 10, lid 2, of artikel 12, leden 1 en 2;

a)  binnen een termijn van zes maanden na de toezending van informatie uit hoofde van artikel 10, lid 2, of artikel 12, leden 1 en 2;

Amendement    47

Voorstel voor een verordening

Artikel 16 – lid 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Het bevoegde grensoverschrijdende coördinatiepunt van de overdragende lidstaat onderzoekt de ontwerpverbintenis of de ontwerpverklaring die het uit hoofde van artikel 15 heeft ontvangen en onderneemt binnen een termijn van drie maanden na ontvangst van het ontwerp en na raadpleging van de bevoegde overdragende instanties een of meer van de volgende acties:

1.  Het bevoegde grensoverschrijdende coördinatiepunt van de overdragende lidstaat onderzoekt de ontwerpverbintenis of de ontwerpverklaring die het uit hoofde van artikel 15 heeft ontvangen en onderneemt binnen een termijn van zes maanden na ontvangst van het ontwerp en na raadpleging van de bevoegde overdragende instanties een of meer van de volgende acties:

Amendement    48

Voorstel voor een verordening

Artikel 16 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  In de lidstaten waar een verbintenis of een verklaring door de bevoegde overdragende instantie wordt ondertekend, zendt het bevoegde grensoverschrijdende coördinatiepunt van de overdragende lidstaat de twee door de bevoegde overdragende instantie ondertekende originelen terug overeenkomstig lid 1, onder a) en b).

2.  In de lidstaten waar een verbintenis of een verklaring door de bevoegde overdragende instantie wordt ondertekend, zendt het bevoegde grensoverschrijdende coördinatiepunt van de overdragende lidstaat één van de twee door de bevoegde overdragende instantie ondertekende originelen terug naar het bevoegde grensoverschrijdende coördinatiepunt van de zich verbindende lidstaat overeenkomstig lid 1, onder a) en b).

Amendement    49

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – lid 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Het bevoegde grensoverschrijdende coördinatiepunt van de zich verbindende lidstaat onderzoekt het door het bevoegde grensoverschrijdende coördinatiepunt van de overdragende lidstaat toegezonden antwoord en onderneemt binnen een termijn van één maand na ontvangst ervan een of meer van de volgende acties, met schriftelijke toezending aan de bevoegde overdragende instantie:

1.  Het bevoegde grensoverschrijdende coördinatiepunt van de zich verbindende lidstaat onderzoekt het door het bevoegde grensoverschrijdende coördinatiepunt van de overdragende lidstaat toegezonden antwoord en onderneemt binnen een termijn van drie maanden na ontvangst ervan een of meer van de volgende acties, met schriftelijke toezending aan de bevoegde overdragende instantie:

Amendement    50

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – lid 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  in het geval van lid 2, onder a), de verbintenis of de verklaring afronden, twee originelen ondertekenen en één ervan ter ondertekening terugzenden aan het bevoegde grensoverschrijdende coördinatiepunt van de overdragende lidstaat;

a)  in het geval van artikel 16, lid 1, onder a), de verbintenis of de verklaring afronden, drie originelen ondertekenen en één ervan ter ondertekening terugzenden aan het bevoegde grensoverschrijdende coördinatiepunt van de overdragende lidstaat;

Amendement    51

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – lid 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  in het geval van lid 2, onder b), de verbintenis of de verklaring wijzigen wat betreft de in artikel 14, lid 1, onder f) en h), vermelde informatie in de ontwerpverbintenis of de ontwerpverklaring, de verbintenis of de verklaring afronden, twee originelen ondertekenen en één ervan ter ondertekening terugzenden aan het bevoegde grensoverschrijdende coördinatiepunt van de overdragende lidstaat;

b)  in het geval van artikel 16, lid 1, onder b), de verbintenis of de verklaring wijzigen wat betreft de in artikel 14, lid 1, onder f) en h), vermelde informatie in de ontwerpverbintenis of de ontwerpverklaring, de verbintenis of de verklaring afronden, drie originelen ondertekenen en één ervan ter ondertekening terugzenden aan het bevoegde grensoverschrijdende coördinatiepunt van de overdragende lidstaat;

Amendement    52

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – lid 1 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)  in het geval van lid 2, onder c), de initiatiefnemer en de Commissie in kennis stellen, onder vermelding van de door de bevoegde overdragende instantie uiteengezette motivering;

c)  in het geval van artikel 16, lid 1, onder c), de initiatiefnemer en de Commissie in kennis stellen, onder vermelding van de door de bevoegde overdragende instantie uiteengezette motivering;

Amendement    53

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – lid 1 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

d)  in het geval van lid 2, onder d), de wijzigingen in overweging nemen en ofwel handelen overeenkomstig punt b) van dit lid, ofwel een tweede procedure overeenkomstig artikel 9 inleiden, onder vermelding van de reden waarom sommige of alle wijzigingen niet door de bevoegde zich verbindende instantie konden worden aanvaard.

d)  in het geval van artikel 16, lid 1, onder d), de wijzigingen in overweging nemen en ofwel handelen overeenkomstig letter b) van dit lid, ofwel handelen overeenkomstig letter c) van dit lid, onder vermelding van de reden waarom sommige of alle wijzigingen niet door de bevoegde zich verbindende instantie konden worden aanvaard.

Amendement    54

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – lid 2 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Na ontvangst van de verbintenis of de verklaring, die in de gevallen als bedoeld in lid 1, onder a) of b), ook door het bevoegde grensoverschrijdende coördinatiepunt of de bevoegde overdragende instantie is ondertekend, of wanneer het bevoegde grensoverschrijdende coördinatiepunt van de overdragende lidstaat positief heeft gereageerd in het kader van de tweede procedure als bedoeld in lid 1, onder d), wordt door het bevoegde grensoverschrijdende coördinatiepunt van de zich verbindende lidstaat:

2.  Na ontvangst van de verbintenis of de verklaring, die in de gevallen als bedoeld in lid 1, onder a) of b), ook door het bevoegde grensoverschrijdende coördinatiepunt of de bevoegde overdragende instantie is ondertekend, wordt door het bevoegde grensoverschrijdende coördinatiepunt van de zich verbindende lidstaat:

Amendement    55

Voorstel voor een verordening

Artikel 25

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Artikel 25

Artikel 25

Rapportage

Rapportage

Uiterlijk op dd mm jjjj [de eerste dag van de maand volgende op die van de inwerkingtreding van deze verordening + vijf jaar; in te vullen door het Publicatiebureau] dient de Commissie bij het Europees Parlement, de Raad en het Comité van de Regio's een verslag in waarin zij de toepassing van deze verordening beoordeelt op basis van indicatoren met betrekking tot de effectiviteit, de efficiëntie, de relevantie, de Europese toegevoegde waarde en de mogelijkheden voor vereenvoudiging ervan.

1.  Uiterlijk op dd mm jjjj [de eerste dag van de maand volgende op die van de inwerkingtreding van deze verordening + drie jaar; in te vullen door het Publicatiebureau] dient de Commissie bij het Europees Parlement, de Raad en het Comité van de Regio's een verslag in waarin zij de toepassing van deze verordening beoordeelt op basis van indicatoren met betrekking tot de effectiviteit, de efficiëntie, de relevantie, de Europese toegevoegde waarde en de mogelijkheden voor vereenvoudiging ervan.

 

2.  In het in lid 1 bedoelde verslag gaat de Commissie vooral in op de geografische en thematische werkingssfeer zoals omschreven in artikel 3, punt 1, en 2.

 

3.  Voordat dit verslag wordt opgesteld, organiseert de Commissie een openbare raadpleging van de verscheidene betrokken actoren, waaronder de lokale en regionale overheden en maatschappelijke organisaties.

(1)

PB C ... /Nog niet in het Publicatieblad verschenen.

(2)

PB C ... /Nog niet in het Publicatieblad verschenen.


TOELICHTING

Inleiding

Grensoverschrijdende regio's beslaan ongeveer 40 % van het grondgebied van de Europese Unie en omvatten bijna een derde van de 512 miljoen burgers van de Unie. Tegelijkertijd presteren de grensregio's in Europa over het algemeen economisch minder goed, is het werkloosheidspercentage er hoger en is de infrastructuur er relatief onderontwikkeld in vergelijking met de regio's die meer centraal gelegen zijn in de lidstaten. Geschat wordt dat wanneer 20 % van de bestaande grensbelemmeringen wordt opgeheven, het bbp van de grensregio's met 2 % zou groeien, wat neerkomt op ongeveer 91 miljard EUR per jaar in het bbp. In het verleden zijn veel grensregio's in Europa het toneel geweest van oorlogen en conflicten tussen landen.

Daarom worden in artikel 174 van het Verdrag van Lissabon niet alleen economische en sociale samenhang als expliciete doelstellingen genoemd, maar ook territoriale samenhang (met bijzondere aandacht voor grensoverschrijdende regio's). Vanuit dat oogpunt moet het voorstel voor een Europees grensoverschrijdend mechanisme worden gezien als een aanvulling op Interreg en de Europese Groeperingen voor Territoriale Samenwerking (EGTS). Het voorgestelde Europese grensoverschrijdende mechanisme is erop gericht grensoverschrijdende belemmeringen van een juridische of administratieve aard uit de weg te ruimen door voor een gemeenschappelijke grensoverschrijdende regio in een lidstaat de wettelijke bepalingen van de naburige lidstaat toe te passen voor een specifiek gezamenlijk project.

Het Europees grensoverschrijdend mechanisme

De rapporteur schaart zich achter en is ingenomen met de bedoeling van het voorstel van de Europese Commissie betreffende een mechanisme om juridische en administratieve belemmeringen in een grensoverschrijdende context uit de weg te ruimen (Europees grensoverschrijdend mechanisme). Het Europees grensoverschrijdend mechanisme kan in een instrument worden in een breder instrumentarium voor het bevorderen van effectieve grensoverschrijdende samenwerking en kan daardoor de gezondheid, het welzijn en de levenskwaliteit van de inwoners van de grensregio's van de Unie verbeteren.

Op enkele punten is verduidelijking nodig, vooral wat betreft de vrijwilligheid en het toepassingsgebied van het Europese grensoverschrijdende mechanisme, evenals wat betreft de subsidiariteit en evenredigheid van het voorstel.

Het voorstel moet erop gericht zijn een vrijwillig instrument toe te voegen aan het instrumentarium dat de lidstaten ter beschikking staat om grensoverschrijdende samenwerking te stimuleren. De lidstaten moeten zoals altijd het laatste woord hebben over het al dan niet toepassen van het mechanisme.

In samenhang met deze nadruk is het noodzakelijk dat de lidstaten voor elk afzonderlijk gezamenlijk project per geval kunnen kiezen of zij het Europees grensoverschrijdend mechanisme of een bestaand mechanisme gebruiken. Indien de lidstaten deze keuze in één keer voor een heel grensgebied zouden moeten maken, zouden de lidstaten die op dit moment geen bestaand mechanisme hebben om juridische belemmeringen in een grensoverschrijdende context uit de weg te ruimen, praktisch verplicht zijn om het Europees grensoverschrijdend mechanisme te gebruiken. Hierdoor wordt de vrijwilligheid van het voorstel ondermijnd.

Met de voorgestelde wijzigingen worden de kwesties met betrekking tot evenredigheid en subsidiariteit adequaat aangepakt. Het Europees grensoverschrijdend mechanisme wordt een vrijwillig instrument en kan "à la carte" worden toegepast, waarbij de lidstaten elke keer dat zij een juridische belemmering in een grensoverschrijdende context vaststellen, besluiten of zij een bestaand mechanisme gebruiken, een nieuw mechanisme instellen, of het Europees grensoverschrijdend mechanisme gebruiken. De lidstaten kunnen om gegronde redenen ook weigeren om enig mechanisme in werking te stellen om een juridische of administratieve belemmering uit de weg te ruimen. Er is een grondige controle door alle betrokken partijen nodig voordat het Europees grensoverschrijdend mechanisme in werking wordt gesteld en een lidstaat wordt toegestaan zijn wettelijke bepalingen in een andere lidstaat toe te passen, dus de door de Commissie voorgestelde termijnen zijn misschien te kort. Bepaalde termijnen zijn om deze reden gewijzigd.

Ten slotte is het thematische toepassingsgebied van het voorstel zo veel mogelijk ongewijzigd gelaten. Nadat de vrijwillige basis van het voorstel is versterkt, in combinatie met een verandering van de manier waarop de lidstaten tussen het mechanisme en bestaande mechanismen kiezen, kan het toepassingsgebied breed blijven, zodat de praktische toepassing van het Europees grensoverschrijdend mechanisme gewaarborgd wordt voor alle potentiele toekomstige projecten waarvoor juridische of administratieve belemmeringen in een grensoverschrijdende regio zouden kunnen bestaan.

De rapporteur is van mening dat een effectieve toepassing van het Europese grensoverschrijdende mechanisme alleen haalbaar is als alle lidstaten en alle bevoegde instanties binnen de lidstaten de mogelijkheid aangrijpen om juridische en administratieve belemmeringen uit de weg te ruimen door samen te werken in de geest van goede samenwerking en goed nabuurschap. Het vrijwillige karakter van het Europees grensoverschrijdend mechanisme zal ertoe bijdragen dat het volledige potentieel van de Europese grensregio's wordt benut.


ADVIES van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid (26.10.2018)

aan de Commissie regionale ontwikkeling

inzake het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende een mechanisme om juridische en administratieve belemmeringen in een grensoverschrijdende context uit de weg te ruimen

(COM(2018)0373 – C8-0228/2018 – 2018/0198(COD))

Rapporteur voor advies: Ramón Luis Valcárcel Siso

AMENDEMENTEN

De Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid verzoekt de bevoegde Commissie regionale ontwikkeling onderstaande amendementen in aanmerking te nemen:

Amendement    1

Voorstel voor een verordening

Overweging 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(2 bis)  Om het leven van burgers in aan zeegrenzen gelegen grensoverschrijdende regio's of in grensoverschrijdende regio's van één of meer lidstaten en één of meer derde landen te verbeteren, moeten de toepassing van deze verordening en het gebruik van het mechanisme tot die regio's worden uitgebreid, met inachtneming van de Uniewetgeving.

Amendement    2

Voorstel voor een verordening

Overweging 9 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(9 bis)  De bevoegde autoriteiten van de lidstaten, landen, entiteiten of regio's in kwestie moeten - in overeenstemming met de in hun grondwet of wetten vastgestelde specifieke bevoegdheden - goedkeuring hechten aan de voorgestelde wettelijke ad-hocoplossing alvorens de verbintenis te sluiten en te ondertekenen of de verklaring te ondertekenen, zoals bedoeld in de artikelen 16 en 17.

PROCEDURE VAN DE ADVISERENDE COMMISSIE

Titel

Mechanisme om juridische en administratieve belemmeringen in een grensoverschrijdende context uit de weg te ruimen

Document- en procedurenummers

COM(2018)0373 – C8-0228/2018 – 2018/0198(COD)

Bevoegde commissie

       Datum bekendmaking

REGI

11.6.2018

 

 

 

Advies uitgebracht door

       Datum bekendmaking

ENVI

5.7.2018

Rapporteur voor advies

       Datum benoeming

Adina-Ioana Vălean

21.6.2018

Datum goedkeuring

25.10.2018

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

27

2

9

Bij de eindstemming aanwezige leden

Marco Affronte, Paul Brannen, Nessa Childers, Birgit Collin-Langen, Miriam Dalli, Mark Demesmaeker, Bas Eickhout, José Inácio Faria, Francesc Gambús, Elisabetta Gardini, Jens Gieseke, Julie Girling, Françoise Grossetête, Andrzej Grzyb, Jytte Guteland, György Hölvényi, Benedek Jávor, Karin Kadenbach, Kateřina Konečná, Urszula Krupa, Giovanni La Via, Susanne Melior, Miroslav Mikolášik, Massimo Paolucci, Bolesław G. Piecha, John Procter, Julia Reid, Nils Torvalds, Adina-Ioana Vălean, Damiano Zoffoli

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Linnéa Engström, Eleonora Evi, Norbert Lins, Sirpa Pietikäinen, Christel Schaldemose, Keith Taylor

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Jaromír Kohlíček, Tonino Picula

HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE ADVISERENDE COMMISSIE

27

+

EFDD

Eleonora Evi

GUE/NGL

Jaromír Kohlíček, Kateřina Konečná

PPE

Birgit Collin-Langen, José Inácio Faria, Francesc Gambús, Elisabetta Gardini, Jens Gieseke, Julie Girling, Françoise Grossetête, Andrzej Grzyb, György Hölvényi, Giovanni La Via, Norbert Lins, Miroslav Mikolášik, Sirpa Pietikäinen Adina Ioana Vălean

S&D

Paul Brannen, Nessa Childers, Miriam Dalli, Jytte Guteland, Karin Kadenbach, Susanne Melior, Massimo Paolucci, Tonino Picula, Christel Schaldemose, Damiano Zoffoli

2

-

ALDE

Nils Torvalds

EFDD

Julia Reid

9

0

ECR

Mark Demesmaeker, Urszula Krupa, Bolesław G. Piecha, John Procter

VERTS/ALE

Marco Affronte, Bas Eickhout, Linnéa Engström, Benedek Jávor, Keith Taylor

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding


PROCEDURE VAN DE BEVOEGDE COMMISSIE

Titel

Mechanisme om juridische en administratieve belemmeringen in een grensoverschrijdende context uit de weg te ruimen

Document- en procedurenummers

COM(2018)0373 – C8-0228/2018 – 2018/0198(COD)

Datum indiening bij EP

30.5.2018

 

 

 

Bevoegde commissie

       Datum bekendmaking

REGI

11.6.2018

 

 

 

Medeadviserende commissies

       Datum bekendmaking

ENVI

5.7.2018

JURI

11.6.2018

 

 

Geen advies

       Datum besluit

JURI

9.7.2018

 

 

 

Rapporteurs

       Datum benoeming

Matthijs van Miltenburg

20.6.2018

 

 

 

Behandeling in de commissie

20.6.2018

27.9.2018

15.10.2018

 

Datum goedkeuring

22.11.2018

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

14

1

15

Bij de eindstemming aanwezige leden

Pascal Arimont, Franc Bogovič, Victor Boştinaru, Rosa D’Amato, John Flack, Iratxe García Pérez, Krzysztof Hetman, Marc Joulaud, Sławomir Kłosowski, Constanze Krehl, Iskra Mihaylova, Andrey Novakov, Mirosław Piotrowski, Stanislav Polčák, Terry Reintke, Fernando Ruas, Monika Smolková, Maria Spyraki, Ruža Tomašić, Matthijs van Miltenburg, Lambert van Nistelrooij, Kerstin Westphal, Joachim Zeller

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Martina Anderson, Petras Auštrevičius, John Howarth, Ivana Maletić, Dimitrios Papadimoulis, Bronis Ropė, Milan Zver

Datum indiening

29.11.2018


HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE BEVOEGDE COMMISSIE

14

+

ALDE

Petras Auštrevičius, Iskra Mihaylova, Matthijs van Miltenburg

EFDD

Rosa D'Amato

GUE/NGL

Martina Anderson, Dimitrios Papadimoulis

S&D

Victor Boştinaru, Iratxe García Pérez, John Howarth, Constanze Krehl, Monika Smolková, Kerstin Westphal

VERTS/ALE

Terry Reintke, Bronis Ropė

1

-

PPE

Joachim Zeller

15

0

ECR

John Flack, Sławomir Kłosowski, Mirosław Piotrowski, Ruža Tomašić

PPE

Pascal Arimont, Franc Bogovič, Krzysztof Hetman, Marc Joulaud, Ivana Maletić, Lambert van Nistelrooij, Andrey Novakov, Stanislav Polčák, Fernando Ruas, Maria Spyraki, Milan Zver

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding

Laatst bijgewerkt op: 11 december 2018Juridische mededeling