Procedure : 2018/2100(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0419/2018

Ingediende teksten :

A8-0419/2018

Debatten :

PV 15/01/2019 - 15
CRE 15/01/2019 - 15

Stemmingen :

PV 16/01/2019 - 21.7
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2019)0030

VERSLAG     
PDF 291kWORD 57k
3.12.2018
PE 627.598v02-00 A8-0419/2018

over de bankenunie - jaarverslag 2018

(2018/2100(INI))

Commissie economische en monetaire zaken

Rapporteur: Nils Torvalds

AMENDEMENTEN
ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 INFORMATIE OVER DE GOEDKEURINGIN DE BEVOEGDE COMMISSIE
 HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over de bankenunie - jaarverslag 2018

(2018/2100(INI))

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn resolutie van 1 maart 2018 over de bankenunie – jaarverslag 2017(1),

–  gezien de feedback van de Commissie en de Europese Centrale Bank (ECB) over de resolutie van het Europees Parlement van 1 maart 2018 over de bankenunie – jaarverslag 2017,

–  gezien de verklaring waarover de Eurotop op zijn bijeenkomst van 29 juni 2018 overeenstemming heeft bereikt,

–  gezien het speciaal verslag van de Europese Rekenkamer van 16 januari 2018 over de operationele doeltreffendheid van het crisismanagement van de ECB voor banken(2),

–  gezien het voorstel van de Commissie van 24 mei 2018 voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende door overheidsobligaties gedekte effecten (COM(2018)0339),

–  gezien de vaststelling van de ECB van 23 februari 2018 dat de ABLV Bank en de ABLV Bank Luxembourg falen of waarschijnlijk zullen falen, in overeenstemming met de verordening inzake het gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme(3),

–  gezien de start – op 31 januari 2018 – van de EU-brede stresstestexercitie 2018 van de Europese Bankautoriteit (EBA)(4),

–  gezien de mededeling van de Commissie betreffende de toepassing vanaf 1 augustus 2013 van de staatssteunregels op maatregelen ter ondersteuning van banken in het kader van de financiële crisis ("bankenmededeling")(5),

–  gezien het statistisch jaarverslag van de ESMA over de derivatenmarkten in de EU van 18 oktober 2018,

–  gezien de aankondigingen van de ECB van 15 maart 2018 en 11 juli 2018 over de verwachtingen op toezichtsgebied met betrekking tot nieuwe niet-renderende leningen(6), respectievelijk nadere stappen in haar toezichtsbenadering ten aanzien van het huidige volume van niet-renderende leningen(7),

–  gezien het verslag van het Europees Comité voor systeemrisico's van september 2018 getiteld "Approaching non-performing loans from a macroprudential angle" (de aanpak van niet-renderende leningen vanuit macroprudentieel opzicht),

–  gezien de EU Shadow Banking Monitor nr. 3 van het ESRB van september 2018,

–  gezien de vacature voor de positie van voorzitter van de raad van toezicht van de ECB per 1 januari 2019(8),

–  gezien het verslag van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad van 11 oktober 2017 over het gemeenschappelijk toezichtsmechanisme uit hoofde van Verordening EU (nr. 1024/2013 (COM(2017)0591),

–  gezien de voorstellen tot wijziging van Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende prudentiële vereisten voor kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 (VKV) (COM(2016)0850) en van Richtlijn 2013/36/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende toegang tot het bedrijf van kredietinstellingen en het prudentieel toezicht op kredietinstellingen en beleggingsondernemingen, tot wijziging van Richtlijn 2002/87/EG en tot intrekking van de Richtlijnen 2006/48/EG en 2006/49/EG (CRD IV) (COM(2016)0854),

–  gezien het advies van de Europese Centrale Bank van 8 november 2017 inzake wijzigingen van het Uniekader voor kapitaalvereisten voor kredietinstellingen en beleggingsondernemingen (CON/2017/46),

–  gezien het verslag van het ESRB van juli 2017 over de gevolgen van de IFRS voor de financiële stabiliteit,

–  gezien de conclusies van de Raad van 11 juli 2017 over het Actieplan inzake niet-renderende leningen in Europa,

–  gezien artikel 52 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie economische en monetaire zaken (A8-0419/2018),

A.  overwegende dat het belasten van de ECB met het toezicht op systeemrelevante financiële instellingen succesvol gebleken is;

B.  overwegende dat bedrijfseconomisch toezicht en toezicht op antiwitwasmaatregelen niet als twee afzonderlijke zaken kunnen worden behandeld;

C.  overwegende dat de rol van de EBA aanzienlijk moet worden versterkt, teneinde tot een doeltreffende implementatie en controle te komen van de maatregelen voor het bestrijden van witwaspraktijken;

D.  overwegende dat het belangrijk is te verduidelijken hoe staatssteun in het kader van acties van depositogarantiestelsels wordt behandeld(9);

E.  overwegende dat er in de bankenstelsels van sommige lidstaten nog steeds sprake is van een verontrustend hoog aantal niet-renderende leningen;

F.  overwegende dat het aantal en het percentage niet-renderende leningen van lidstaat tot lidstaat nog steeds sterk variëren;

G.  overwegende dat de bankenunie openstaat voor deelname van lidstaten die de euro nog niet hebben ingevoerd; overwegende dat tot dusver geen enkele lidstaat heeft besloten op basis daarvan deel te nemen; overwegende dat verscheidene lidstaten momenteel overleg voeren over de mogelijkheid om tot de bankenunie toe te treden; overwegende dat verscheidene financiële instellingen voordelen zien in deelname aan de bankenunie;

1.  neemt nota van de successen en resultaten van de bankenunie bij het helpen tot stand brengen van een echte interne markt, van gelijke randvoorwaarden, van financiële stabiliteit en van meer voorspelbaarheid voor marktdeelnemers; benadrukt dat het van belang is zich in te zetten voor de voltooiing van de bankenunie, dat er openheid moet zijn en dat alle lidstaten die deelnemen aan de bankenunie moeten kunnen rekenen op gelijke behandeling; brengt in herinnering dat de voltooiing van de bankenunie, met een Europees depositoverzekeringsstelsel en een fiscaal vangnet voor het gemeenschappelijk afwikkelingsfonds, moeten worden voortgezet, net als de uitvoering van de risicoreductiemaatregelen, hetgeen voor meer financiële stabiliteit en betere groeivooruitzichten zorgt;

2.  beklemtoont dat het belangrijk is zich in te zetten voor het proces van voltooiing van de kapitaalmarktenunie, omdat dit zal bijdragen tot de totstandbrenging van een daadwerkelijke interne kapitaalmarkt in de EU, de verstrekking van leningen aan de reële economie ten goede zal komen, het delen van particuliere risico's verder zal vergemakkelijken, de behoefte aan publieke risicodeling zal terugdringen, grensoverschrijdende investeringen zal helpen aanzwengelen en de financiering via banken zal completeren;

3.  herinnert eraan dat de bankenunie openstaat voor alle lidstaten die erin willen participeren; juicht alle stappen toe die niet-euro-landen nemen om zich bij de bankenunie aan te sluiten, aangezien dit de bankenunie en de interne markt nauwer op elkaar doet aansluiten;

4.  vindt dat de bankenunie zich er onder andere, naast het waarborgen van financiële stabiliteit, op zou moeten richten - met inachtneming van het evenredigheidsbeginsel - het gediversifieerde EU-bankenlandschap, dat duurzaam is, in stand te houden en te vermijden dat het Europese bankenstelsel nog maar uit één model gaat bestaan, én dat kleinere banken onevenredig zwaar worden gestraft, omdat met deze verscheidenheid aan de behoeften van burgers en hun projecten tegemoet kan worden gekomen, en we hiermee over een diversificatie-instrument beschikken, hetgeen belangrijk is om potentiële schokken op te vangen;

5.  benadrukt dat bij de omzetting van de voorstellen van internationale fora in het EU-recht rekening moet wordt gehouden met de kenmerken van de Europese bankensector;

6.  benadrukt dat met name de richtsnoeren van het Bazels Comité voor bankentoezicht (BCBS) niet zonder meer in het EU-recht moeten worden omgezet, indien onvoldoende rekening wordt gehouden met de specifieke kenmerken van het Europese bankenstelsel en het evenredigheidsbeginsel;

7.  wijst nog eens op het belang van een samenhangend en bondig pakket regels voor de goede werking van de bankenunie, waarbij het belang van proportionaliteit niet uit het oog mag worden verloren; verzoekt de Commissie - in voorkomend geval - wat de bankenunie betreft de voorkeur te geven aan verordeningen als wetgevingsinstrument in plaats van aan richtlijnen, en er bij wijze van prioriteit voor te zorgen dat alle desbetreffende wetgeving in alle lidstaten ten volle en correct wordt geïmplementeerd; verzoekt de Commissie samen met de Europese toezichthoudende autoriteiten de belemmeringen voor de interne markt in kaart te brengen, én te elimineren;

8.  is van oordeel dat de besluiten van de toezichthoudende en de afwikkelingsautoriteiten coherent moeten zijn, goed moeten worden toegelicht, transparant moeten zijn en openbaar moeten worden gemaakt; spoort de toezichthoudende en de afwikkelingsautoriteiten met klem aan de bepalingen op basis waarvan zij de toegang tot documenten kunnen weigeren, zo restrictief mogelijk toe te passen;

Toezicht

9.  neemt kennis van de recente – in 2018 uitgevoerde – beoordelingen van de ECB over "falen of waarschijnlijk falen"; beklemtoont dat het belangrijk is de reactietijd van het Europese systeem voor toezicht op banken te verkorten; vindt het zeer zorgwekkend dat enkele van de bedoelde gevallen aanleiding gaven tot twijfel omtrent de handhaving van de regels inzake het bestrijden van witwaspraktijken in de bankenunie; beklemtoont dat de EU dringend behoefte heeft aan een gemeenschappelijke benadering op dit gebeid, met een duidelijke bevoegdhedenverdeling; is in dit verband verheugd over het voorstel van de Commissie voor een versterking van de EBA wat betreft de bestrijding van witwaspraktijken;

10.  neemt kennis van de EU-brede stresstests van de EBA; is ingenomen met de opneming van niveau 2- en niveau 3-instrumenten binnen de reikwijdte van de stresstest van 2018; is van oordeel dat bij de beoordeling van stresstests ook rekening moet worden gehouden met de resultaten van andere lopende activiteiten op de gebieden toezicht en monitoring; roept het GTM, de EBA en het ESRB op om consistente methoden te hanteren bij het definiëren van de stresstest om zo een hoog niveau van transparantie van deze procedure te waarborgen en mogelijke verstoringen te vermijden;

11.  wijst er nogmaals op dat er aan staatsschuld risico's verbonden zijn; neemt nota van de werkzaamheden van het Bazels Comité voor het bankentoezicht op het gebied van de risico's die aan staatsschulden verbonden zijn; maakt zich er voorts zorgen over dat meerdere financiële instellingen extreem grote risicoposities geïnvesteerd hebben in door hun eigen overheden uitgegeven staatsschuld; benadrukt dat het regelgevingskader van de EU inzake de prudentiële behandeling van staatsschulden dient te stroken met de internationale norm;

12.  verwelkomt het dat de Commissie voorstelt de EBA een grotere rol te geven bij de aanpak van witwaspraktijken in de financiële sector; verzoekt de medewetgevers het voorstel zonder onnodige vertraging goed te keuren en legt de nadruk op de noodzaak van nauwere samenwerking en informatie-uitwisseling tussen de nationale toezichthouders op basis van gemeenschappelijke normen binnen de EU en, bij volledige belasting van de nationale autoriteiten, gecoördineerd en ondersteund op EU-niveau;

13.  blijft bezorgd over de recente gevallen van witwaspraktijken bij Europese banken en over het feit dat witwasgevallen de EU-economie kwetsbaar maken voor financiële en politieke instabiliteit; merkt op dat niet-EU-jurisdicties meerdere van dit soort gevallen hebben gemeld; pleit voor een uniforme aanpak bij prudentieel toezicht en toezicht op antiwitwasmaatregelen; stelt vast dat problemen in verband met de handhaving van antiwitwaswetgeving ook buiten de bankenunie zijn vastgesteld en dat niet-euro-landen er wat de bestrijding van dit soort praktijken baat bij zouden kunnen hebben zich bij de bankenunie aan te sluiten;

14.  onderstreept het feit dat de financiële markten sterk met elkaar verweven zijn; beklemtoont dat het belangrijk is dat de banktoezichthouders voorbereid zijn op alle mogelijke uitkomsten van de brexitonderhandelingen tussen de EU-27 en het Verenigd Koninkrijk, en wijst erop dat dit niet inhoudt dat particuliere actoren zich niet hoeven voor te bereiden; verzoekt de Commissie en de toezichthouders op de gevolgen van de brexit uitputtend te analyseren; verzoekt de EU-27 meer aan gemeenschappelijke regelgeving en gemeenschappelijk toezicht te doen, én de kapitaalmarkten in de EU-27 zowel kwalitatief als kwantitatief naar een hoger plan te tillen;

15.  spoort alle onderhandelaars aan zich in te zetten voor de vaststelling van een evenwichtig en houdbaar wetgevingspakket, teneinde de risico's in de bankensector in de aanloop naar de Europese verkiezingen in 2019 te reduceren; verzoekt de Raad in het bijzonder te goeder trouw te onderhandelen, met inachtneming van het gediversifieerde EU-bankenlandschap, het evenredigheidsbeginsel en het door het Europees Parlement aangenomen evenwichtige pakket; verzoekt de Commissie het probleem van 'too big to fail' serieus aan te pakken, samen met de risico's van verschillende EU-bankenmodellen, met inachtneming van hun omvang op de desbetreffende markten;

16.  neemt nota van de lopende onderhandelingen over het pakket niet-renderende leningen; neemt nota van het ECB-addendum over niet-renderende leningen, alsook de werkzaamheden van de EBA met betrekking tot richtsnoeren voor het beheer van niet-renderende en respijtblootstellingen; juicht het toe dat het volume van niet-renderende leningen de afgelopen jaren is verminderd; spreekt nogmaals zijn bezorgdheid uit over het feit dat het totale aantal en het percentage niet-renderende leningen en van niveau 2- en niveau 3-instrumenten in sommige lidstaten nog steeds aanzienlijk boven het gemiddelde ligt; onderstreept dat niet-renderende leningen momenteel nog altijd een aanzienlijk gevaar voor de financiële stabiliteit vormen, maar dat het gevaar kleiner is dan een paar jaar geleden; deelt de zienswijze van de Commissie dat de hoofdverantwoordelijkheid voor het verkleinen van het aantal niet-renderende leningen bij de lidstaten ligt, in concreto middels het vaststellen van doeltreffende insolventiewetgeving, en bij de banken zelf, maar benadrukt dat de EU er belang bij heeft om het aantal niet-renderende leningen te verminderen;

17.  toont zich bezorgd over de op grote schaal door de bankinstellingen gebruikte interne modellen; roept het GTM en de EBA op om hun werkzaamheden met betrekking tot de vraag of het gebruik van interne modellen een passende optie is, voort te zetten, teneinde de geloofwaardigheid ervan vast te stellen en een gelijk speelveld tussen de instellingen tot stand te brengen;

18.  neemt kennis van de lopende onderhandelingen over het Europees Systeem voor financieel toezicht (ESFT); is van oordeel dat een interne markt over passende bevoegdheden op het gebied van toezicht moet beschikken op EU-niveau; benadrukt dat de hoofdtaak van het ESFT erin bestaat een doeltreffende toezichtpraktijk te waarborgen;

19.  verwelkomt de mededeling van de Commissie over FinTech; onderkent het grote potentieel van FinTech en het belang van het stimuleren van innovatie; geeft daarnaast aan dat heldere regelgeving en passend toezicht een 'must' zijn met het oog op de bescherming van consumenten, het waarborgen van financiële stabiliteit en het tot stand brengen van gelijke randvoorwaarden voor de actoren op de financiële markten; is van mening dat FinTech-bedrijven die dezelfde activiteiten verrichten als andere deelnemers van het financiële stelsel aan dezelfde regels onderworpen moeten zijn; beklemtoont dat de cyberveerkracht van de financiële sector in de EU voortdurend moet worden verbeterd;

20.  maakt zich onverminderd zorgen over de omvang van het verschijnsel schaduwbankieren in de EU; herinnert eraan dat dit verschijnsel eind 2017 naar schatting ongeveer 40 % van het financieel stelsel van de EU uitmaakte; spoort overheden op EU-, nationaal en globaal niveau aan om alert toe te blijven zien op de aan deze activiteiten verbonden risico's en deze zo spoedig mogelijk aan te pakken, teneinde te zorgen voor eerlijke concurrentie, transparantie en financiële stabiliteit; verzoekt de Commissie zo snel mogelijk de resterende leemten in de bestaande regelgeving in kaart te brengen;

21.  herinnert aan het oorspronkelijke debat over de rol van de ECB als zowel een monetaire, als een toezichthoudende autoriteit; is van oordeel dat de ECB er in zijn algemeenheid in is geslaagd die twee rollen gescheiden te houden; vindt overigens dat er aanvullend debat nodig is om het gevaar van een belangenverstrengeling tussen deze twee taken te vermijden; benadrukt het belang van de samenwerking tussen de EBA als regelgevende autoriteit en het GTM als toezichthoudende autoriteit binnen de bankenunie, met inachtneming van de bevoegdhedenverdeling;

22.  is van mening dat verdere harmonisering van praktijken met betrekking tot de beoordeling van de vraag of een bank failliet gaat of waarschijnlijk failliet gaat, alsook een duidelijker onderscheid tussen toezichthoudende bevoegdheden en bevoegdheden inzake vroegtijdige interventie, helpen de crisisbeheersing door de bevoegde autoriteiten, vóór de afwikkeling ervan, doeltreffender te maken;

Resolutie

23.  neemt nota van de overeenstemming die tijdens de bijeenkomst van de Eurotop van 29 juni 2018 is bereikt, namelijk dat het Europees Stabiliteitsmechanisme (ESM) het gemeenschappelijk achtervangmechanisme zal zijn voor het gemeenschappelijk afwikkelingsfonds, en dat het ESM hervormd zal worden tot orgaan dat daadwerkelijke stabiliteitsondersteuning biedt, stoelend op strenge voorwaarden met betrekking tot verantwoordelijkheid, accountability en op het beginsel van het voorkomen van morele risico's, met inachtneming van het beginsel dat de belastingbetaler niet verantwoordelijk is voor bankrisico's; herinnert aan het standpunt van het Parlement dat dit mechanisme ten volle in het institutionele kader van de EU moet worden geïntegreerd, en benadrukt dat voor goed democratisch toezicht moet worden gezorgd;

24.  herinnert eraan dat een normale insolventieprocedure van toepassing is wanneer een afwikkelingsmaatregel geacht wordt niet in het openbaar belang te zijn; is zich ervan bewust dat de verschillen in de insolventiewetgeving een weerspiegeling zijn van ingeburgerde nationale voorkeuren; merkt op dat de insolventiewetgeving baat kan hebben bij een verdere harmonisatie in de Unie, teneinde gemeenschappelijke regels en een gelijk speelveld voor alle banken, investeerders en crediteuren te waarborgen;

25.  bekrachtigt zijn standpunt dat de regels met betrekking tot preventieve herkapitalisatie moeten worden verduidelijkt; geeft aan dat preventieve herkapitalisatie gebruikt kan worden als een instrument voor crisismanagement, maar is van mening dat dit moet worden beperkt tot uitzonderlijke gevallen waarin de bank in overeenstemming is met de geharmoniseerde minimumkapitaalniveaus en derhalve solvent, en inachtneming van de staatssteunregels van de EU gewaarborgd is; wijst er nog maar eens op dat het afwikkelingsmechanisme van de EU tot doel heeft ervoor te zorgen dat belastingbetalers worden beschermd, de kosten van slecht management van banken door hun aandeelhouders en crediteuren worden gedragen, en dat de stabiliteit van het financiële systeem als zodanig wordt gehandhaafd; benadrukt dat de regelgeving inzake de afwikkeling van kredietinstellingen nog beter moeten worden toegepast;

26.  verzoekt de Commissie de sanering en afwikkeling van kredietinstellingen te evalueren in het licht van de regels inzake staatssteun; verzoekt de Commissie de regelgeving te evalueren in het licht van de richtlijn betreffende het herstel en de afwikkeling van kredietinstellingen; verzoekt de Commissie de regels inzake staatssteun met betrekking tot het herstel en de afwikkeling van kredietinstellingen op transparante wijze toe te passen;

27.  benadrukt hoe belangrijk toegang tot liquide middelen is voor banken in afwikkeling, tijdens en direct na de afwikkelingsprocedures; volgt met belangstelling de lopende discussies over een mogelijk instrument voor de beschikbaarstelling van liquiditeit bij afwikkelingen;

28.  verzoekt de Commissie regelmatig te controleren of de bankensector sinds het begin van de crisis indirecte subsidies en/of staatssteun heeft gekregen, waaronder in de vorm van onconventionele liquiditeitssteun, en dit in een verslag te publiceren; onderstreept dat staatssteun de werking van de interne markt kan verstoren; herinnert aan de strenge vereisten voor de toepassing van artikel 107, lid 3, onder b), van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en verzoekt de Commissie eens te meer elk jaar te controleren of nog altijd aan de bedoelde vereisten wordt voldaan;

29.  juicht de conclusie van de Europese Rekenkamer, in zijn verslag over de operationele doeltreffendheid van het crisismanagement van de ECB voor banken, toe dat de organisatiestructuur van de ECB en de middelen die zij inzet voor het beoordelen van herstelplannen en het toezicht op banken in problemen bevredigend zijn, naast de vaststelling dat er wat het uitwisselen van informatie en de doeltreffendheid van de coördinatie nog een inhaalslag moet worden gemaakt; wijst erop dat samenwerking en informatie-uitwisseling tussen de autoriteiten van essentieel belang zijn voor een vlotte tenuitvoerlegging van afwikkelingsmaatregelen;

30.  verwelkomt het herziene Memorandum of Understanding tussen de ECB en de gemeenschappelijke afwikkelingsraad; onderstreept dat een gestroomlijnde en in sommige gevallen automatische uitwisseling van informatie de doeltreffendheid vergroot en ertoe bijdraagt dat de druk op banken in verband met de verslagleggingsverplichting tot een minimum wordt beperkt;

Depositoverzekering

31.  neemt nota van de overeenstemming die tijdens de bijeenkomst van de Eurotop van 29 juni 2018 over het Europees depositoverzekeringsstelsel is bereikt, alsook van de mededeling van de Commissie van 11 oktober 2017 over dit stelsel; onderstreept dat het proces voor de vaststelling van het Europees depositoverzekeringsstelsel moet worden voortgezet voor de voltooiing van de bankenunie; onderkent de voordelen van risicodeling en een verdere risicoreductie;

°

°  °

32.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de Europese Bankenautoriteit, de Europese Centrale Bank, de Gemeenschappelijke Afwikkelingsraad, de nationale parlementen en de bevoegde autoriteiten in de zin van artikel 4, lid 1, punt 40, van Verordening (EG) nr. 575/2013.

(1)

Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0058.

(2)

Speciaal verslag nr. 2/2018: "De operationele doeltreffendheid van het crisismanagement van de ECB voor banken", Europese Rekenkamer, 16 januari 2018, https://www.eca.europa.eu/en/Pages/DocItem.aspx?did=44556

(3)

Persbericht: "ECB stelt vast dat de ABLV Bank faalt of waarschijnlijk zal falen", Europese Centrale Bank, 24 februari 2018, https://www.bankingsupervision.europa.eu/press/pr/date/2018/html/ssm.pr180224.en.html

(4)

Persbericht: "EBA start de EU-brede stresstestexercitie 2018", Europese Bankautoriteit, 31 januari 2018, http://www.eba.europa.eu/-/eba-launches-2018-eu-wide-stress-test-exercise

(5)

PB C 216 van 30.7.2013, blz. 1.

(6)

Persbericht: "ECB schetst haar verwachtingen op toezichtsgebied voor nieuwe niet-renderende leningen", Europese Centrale Bank, 15 maart 2018, https://www.bankingsupervision.europa.eu/press/pr/date/2018/html/ssm.pr180315.en.html

(7)

Persbericht: "ECB kondigt nadere stappen aan in haar toezichtsbenadering ten aanzien van het huidige volume van niet-renderende leningen", Europese Centrale Bank, 11 juli 2018, https://www.bankingsupervision.europa.eu/press/pr/date/2018/html/ssm.pr180711.en.html

(8)

PB C 248A van 16.7.2018, blz. 1.

(9)

PB C 145 van 25.4.2016, blz. 34.


INFORMATIE OVER DE GOEDKEURINGIN DE BEVOEGDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

27.11.2018

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

35

5

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Pervenche Berès, Thierry Cornillet, Jonás Fernández, Giuseppe Ferrandino, Stefan Gehrold, Sven Giegold, Gunnar Hökmark, Petr Ježek, Georgios Kyrtsos, Philippe Lamberts, Werner Langen, Bernd Lucke, Olle Ludvigsson, Ivana Maletić, Marisa Matias, Gabriel Mato, Alex Mayer, Bernard Monot, Caroline Nagtegaal, Luděk Niedermayer, Stanisław Ożóg, Anne Sander, Alfred Sant, Martin Schirdewan, Molly Scott Cato, Pedro Silva Pereira, Peter Simon, Theodor Dumitru Stolojan, Kay Swinburne, Paul Tang, Ramon Tremosa i Balcells, Marco Valli, Miguel Viegas, Jakob von Weizsäcker

Bij de eindstemming aanwezig vaste plaatsvervangers

Jeppe Kofod, Thomas Mann, Luigi Morgano, Joachim Starbatty, Lieve Wierinck

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Luis de Grandes Pascual


HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE BEVOEGDE COMMISSIE

35

+

ALDE

Thierry Cornillet, Petr Ježek, Caroline Nagtegaal, Ramon Tremosa i Balcells, Lieve Wierinck

ECR

Bernd Lucke, Stanisław Ożóg, Joachim Starbatty, Kay Swinburne

PPE

Stefan Gehrold, Luis de Grandes Pascual, Gunnar Hökmark, Georgios Kyrtsos, Werner Langen, Ivana Maletić, Thomas Mann, Gabriel Mato, Luděk Niedermayer, Anne Sander, Theodor Dumitru Stolojan

S&D

Pervenche Berès, Jonás Fernández, Giuseppe Ferrandino, Jeppe Kofod, Olle Ludvigsson, Alex Mayer, Luigi Morgano, Alfred Sant, Pedro Silva Pereira, Peter Simon, Paul Tang, Jakob von Weizsäcker

VERTS/ALE

Sven Giegold, Philippe Lamberts, Molly Scott Cato

5

-

EFDD

Bernard Monot, Marco Valli

GUE/NGL

Marisa Matias, Martin Schirdewan, Miguel Viegas

0

0

 

 

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding

Laatst bijgewerkt op: 3 januari 2019Juridische mededeling