Procedure : 2018/0186(CNS)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0433/2018

Ingediende teksten :

A8-0433/2018

Debatten :

Stemmingen :

PV 16/01/2019 - 21.4

Aangenomen teksten :

P8_TA(2019)0027

VERSLAG     *
PDF 488kWORD 76k
6.12.2018
PE 627.613v02-00 A8-0433/2018

over het voorstel voor een richtlijn van de Raad tot vaststelling van een EU-noodreisdocument en tot intrekking van Besluit 96/409/GBVB

(COM(2018)0358 – C8-0386/2018 – 2018/0186(CNS))

Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken

Rapporteur: Kinga Gál

AMENDEMENTEN
ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 PROCEDURE VAN DE BEVOEGDE COMMISSIE
 HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een richtlijn van de Raad tot vaststelling van een EU-noodreisdocument en tot intrekking van Besluit 96/409/GBVB

(COM(2018)0358 – C8-0386/2018 – 2018/0186(CNS))

(Bijzondere wetgevingsprocedure – raadpleging)

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan de Raad (COM(2018)0358),

–  gezien artikel 23, lid 2 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het Parlement door de Raad is geraadpleegd (C8-0386/2018),

–  gezien artikel 78 quater van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (A8‑0423/2018),

1.  hecht zijn goedkeuring aan het Commissievoorstel, als geamendeerd door het Parlement;

2.  verzoekt de Commissie haar voorstel krachtens artikel 293, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie dienovereenkomstig te wijzigen;

3.  verzoekt de Raad, wanneer deze voornemens is af te wijken van de door het Parlement goedgekeurde tekst, het Parlement hiervan op de hoogte te stellen;

4.  wenst opnieuw te worden geraadpleegd ingeval de Raad voornemens is ingrijpende wijzigingen aan te brengen in het voorstel van de Commissie;

5.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

Amendement    1

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 19

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(19)  Overeenkomstig de punten 22 en 23 van het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven24 dient de Commissie voor deze richtlijn een evaluatie uit te voeren, met name op basis van via specifieke monitoringregelingen verzamelde informatie, om de effecten van de verordening en de behoefte aan verdere acties na te gaan.

(19)  Overeenkomstig de punten 22 en 23 van het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven24 dient de Commissie voor deze richtlijn een evaluatie uit te voeren, met name op basis van via specifieke monitoringregelingen verzamelde informatie, om de effecten van de verordening, met inbegrip van de gevolgen voor de grondrechten, en de behoefte aan verdere acties na te gaan. De evaluatie moet ter beschikking worden gesteld aan het Europees Parlement, de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming en het Bureau voor de grondrechten.

_________________

_________________

24 Interinstitutioneel Akkoord tussen het Europees Parlement, de Raad van de Europese Unie en de Europese Commissie van 13 april 2016 over beter wetgeven (PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1).

24 Interinstitutioneel Akkoord tussen het Europees Parlement, de Raad van de Europese Unie en de Europese Commissie van 13 april 2016 over beter wetgeven (PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1).

Amendement    2

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Binnen 36 uur na ontvangst van de in lid 2 bedoelde informatie antwoordt de lidstaat van nationaliteit op de raadpleging overeenkomstig artikel 10, lid 3, van Richtlijn (EU) 2015/637 en bevestigt hij of de aanvrager zijn onderdaan is. Na bevestiging van de nationaliteit van de aanvrager verstrekt de bijstandverlenende lidstaat de aanvrager een EU-NRD uiterlijk op de werkdag na die waarop het antwoord van de lidstaat van nationaliteit is ontvangen.

3.  Binnen 24 uur na ontvangst van de in lid 2 bedoelde informatie antwoordt de lidstaat van nationaliteit op de raadpleging overeenkomstig artikel 10, lid 3, van Richtlijn (EU) 2015/637 en bevestigt hij of de aanvrager zijn onderdaan is. Na bevestiging van de nationaliteit van de aanvrager verstrekt de bijstandverlenende lidstaat de aanvrager een EU-NRD uiterlijk op de werkdag na die waarop het antwoord van de lidstaat van nationaliteit is ontvangen.

Amendement    3

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  In uitzonderlijke, naar behoren gemotiveerde gevallen mogen de lidstaten de in de leden 1 en 3 vastgestelde termijnen overschrijden.

4.  In uitzonderlijke, naar behoren gemotiveerde gevallen mogen de lidstaten de in de leden 1 en 3 vastgestelde termijnen inkorten of overschrijden.

Motivering

In uitzonderlijke omstandigheden kan het noodzakelijk zijn dat de bijstandverlenende lidstaat het EU-NRD vroeger verstrekt dan de "volgende werkdag" na ontvangst van de bevestiging van de identiteit van de lidstaat van nationaliteit, bijvoorbeeld om te vermijden dat vertraging wordt opgelopen door weekends of feestdagen.

Amendement    4

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 15 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Op zijn vroegst vijf jaar na de datum van omzetting van deze richtlijn verricht de Commissie een evaluatie van de richtlijn en brengt zij aan het Europees Parlement en de Raad verslag uit over de belangrijkste bevindingen, onder meer wat de geschiktheid van het niveau van beveiliging van de persoonsgegevens betreft.

1.  Op zijn vroegst drie jaar na de datum van omzetting van deze richtlijn verricht de Commissie een evaluatie van de richtlijn en brengt zij aan het Europees Parlement en de Raad verslag uit over de belangrijkste bevindingen, onder meer wat de geschiktheid van het niveau van beveiliging van de persoonsgegevens en de mogelijke gevolgen voor de grondrechten betreft.


TOELICHTING

Het Europees Parlement heeft in zijn resolutie over het verslag over het EU-burgerschap 2017 gesteld dat bijna 7 miljoen EU-burgers reizen naar of wonen in plaatsen buiten de EU waar hun eigen land geen ambassade of consulaat heeft en dat het aantal niet-vertegenwoordigde EU-burgers tegen 2020 naar verwachting zal stijgen tot minstens 10 miljoen. EU-burgers die op het grondgebied van een niet-EU-land wonen waar hun lidstaat van herkomst niet is vertegenwoordigd, hebben recht op de bescherming van de diplomatieke en consulaire autoriteiten van elke andere lidstaat en onder dezelfde voorwaarden als de onderdanen van die staat.

In het licht hiervan riep het Parlement de Commissie op een voorstel in te dienen voor een nieuw en veiliger uniform EU-noodreisdocument (EU-NRD) voor niet-vertegenwoordigde EU-burgers buiten de EU, wier paspoort gestolen, verloren, vernietigd of tijdelijk niet beschikbaar is, teneinde ervoor te zorgen dat zij veilig naar huis kunnen terugkeren. Dit brengt de intrekking van Besluit 96/409/GBVB van de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten met zich mee, op grond waarvan een gemeenschappelijk noodreisdocument is vastgesteld dat de lidstaten aan burgers van de Unie afgeven in plaatsen waar de lidstaat waarvan die burgers onderdaan zijn ("de lidstaat van nationaliteit"), geen diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging heeft.

Zoals de Commissie in haar toelichting bij het voorstel heeft uiteengezet, is twintig jaar na de invoering van het EU-NRD de tijd gekomen om de voorschriften van Besluit 96/409/GBVB en het model voor het EU-NRD bij te werken. De recente wijzigingen van de EU-regels inzake consulaire bescherming zijn immers nog niet meegenomen in Besluit 96/409/GBVB en het EU-NRD in zijn huidige vorm is niet aangepast aan het huidige mondiale veiligheidsklimaat. Het bevat geen van de verbeterde veiligheidskenmerken die inmiddels op het gebied van reisdocumenten zijn ingevoerd, en biedt onvoldoende bescherming tegen fraude en vervalsing. Hierdoor wordt het EU-NRD in de Unie op gefragmenteerde wijze gebruikt.

Bovendien is Besluit 96/409/GBVB niet in overeenstemming met Richtlijn (EU) 2015/637 van de Raad. Deze richtlijn heeft betrekking op de consulaire bescherming van niet-vertegenwoordigde burgers in het algemeen, en bevat dus ook voorschriften die van toepassing zijn op de afgifte van EU-NRD's.

Verder drong het Parlement in zijn resolutie over het verslag over het EU-burgerschap 2017 erop aan dat Richtlijn (EU) 2015/637 volledig en effectief wordt uitgevoerd teneinde consulaire bescherming te waarborgen voor EU-burgers in derde landen waar hun lidstaat niet vertegenwoordigd is. In dit verband ziet de rapporteur dit voorstel als een stap voorwaarts, omdat in het voorstel maatregelen worden vastgesteld die nodig zijn ter vergemakkelijking van de consulaire bescherming met betrekking tot de meest voorkomende vorm van consulaire bijstand aan niet-vertegenwoordigde burgers, namelijk de afgifte van noodreisdocumenten.

De rapporteur is van mening dat het voorstel bijdraagt tot de bevordering van de uitoefening van het recht van EU-burgers op vrij verkeer, dat centraal staat in het EU-burgerschap en een aanvulling vormt op andere vrijheden, al betreft het maatregelen met betrekking tot de consulaire bescherming van niet-vertegenwoordigde burgers van de Unie in derde landen.

De rapporteur benadrukt dat de Unie zich moet inzetten voor de bescherming van haar burgers. Het in artikel 46 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie neergelegde grondrecht op consulaire bescherming voor niet-vertegenwoordigde burgers van de Unie onder dezelfde voorwaarden als de eigen onderdanen, is een uiting van de Europese solidariteit.

Voorts is de rapporteur van mening dat de verbetering van de beveiliging van noodreisdocumenten een belangrijk element is van de algemene strategie van de Unie voor de doeltreffende en efficiënte preventie en detectie van en reactie op de veranderende veiligheidsdreigingen. Zoals gesteld in de mededeling van de Commissie van 8 december 2016, getiteld "Actieplan voor een krachtige Europese reactie op reisdocumentfraude", is documentfraude een factor geworden die terrorisme en georganiseerde misdaad in de hand werkt en een rol speelt bij mensenhandel en migrantensmokkel. Het is daarom van essentieel belang dat misbruik van reisdocumenten en bedreigingen van de interne veiligheid ten gevolge van tekortkomingen met betrekking tot de beveiliging van documenten worden voorkomen.

In dit verband, en gezien al het bovenstaande, keurt de rapporteur het voorstel voor een richtlijn van de Raad tot vaststelling van een EU-noodreisdocument en tot intrekking van Besluit 96/409/GBVB zonder wijzigingen goed, teneinde de lidstaten aan te moedigen snel tot aanneming ervan over te gaan.


PROCEDURE VAN DE BEVOEGDE COMMISSIE

Titel

EU-noodreisdocument

Document- en procedurenummers

COM(2018)0358 – C8-0386/2018 – 2018/0186(CNS)

Datum raadpleging EP

31.7.2018

 

 

 

Bevoegde commissie

       Datum bekendmaking

LIBE

10.9.2018

 

 

 

Medeadviserende commissies

       Datum bekendmaking

AFET

10.9.2018

JURI

10.9.2018

 

 

Geen advies

       Datum besluit

AFET

20.6.2018

JURI

9.7.2018

 

 

Rapporteurs

       Datum benoeming

Kinga Gál

9.7.2018

 

 

 

Behandeling in de commissie

18.10.2018

19.11.2018

3.12.2018

 

Datum goedkeuring

3.12.2018

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

41

4

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Heinz K. Becker, Monika Beňová, Malin Björk, Michał Boni, Caterina Chinnici, Cornelia Ernst, Raymond Finch, Romeo Franz, Kinga Gál, Sylvie Guillaume, Monika Hohlmeier, Filiz Hyusmenova, Sophia in ‘t Veld, Dietmar Köster, Barbara Kudrycka, Cécile Kashetu Kyenge, Juan Fernando López Aguilar, Roberta Metsola, Claude Moraes, József Nagy, Ivari Padar, Judith Sargentini, Birgit Sippel, Branislav Škripek, Sergei Stanishev, Helga Stevens, Traian Ungureanu, Marie-Christine Vergiat, Udo Voigt, Josef Weidenholzer, Kristina Winberg, Auke Zijlstra

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Carlos Coelho, Pál Csáky, Gérard Deprez, Anna Hedh, Lívia Járóka, Sylvia-Yvonne Kaufmann, Emilian Pavel, Morten Helveg Petersen, Christine Revault d’Allonnes Bonnefoy, Barbara Spinelli, Josep-Maria Terricabras

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Max Andersson, France Jamet

Datum indiening

6.12.2018


HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

41

+

ALDE

Gérard Deprez, Filiz Hyusmenova, Sophia in 't Veld, Morten Helveg Petersen

ECR

Helga Stevens, Kristina Winberg

GUE/NGL

Malin Björk, Cornelia Ernst, Barbara Spinelli, Marie-Christine Vergiat

NI

Udo Voigt

PPE

Heinz K. Becker, Michał Boni, Carlos Coelho, Pál Csáky, Kinga Gál, Monika Hohlmeier, Lívia Járóka, Barbara Kudrycka, Roberta Metsola, József Nagy, Traian Ungureanu

S&D

Monika Beňová, Caterina Chinnici, Sylvie Guillaume, Anna Hedh, Sylvia-Yvonne Kaufmann, Dietmar Köster, Cécile Kashetu Kyenge, Juan Fernando López Aguilar, Claude Moraes, Ivari Padar, Emilian Pavel, Christine Revault d'Allonnes Bonnefoy, Birgit Sippel, Sergei Stanishev, Josef Weidenholzer

VERTS/ALE

Max Andersson, Romeo Franz, Judith Sargentini, Josep-Maria Terricabras

4

-

ECR

Branislav Škripek

EFDD

Raymond Finch

ENF

France Jamet, Auke Zijlstra

0

0

 

 

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding

Laatst bijgewerkt op: 3 januari 2019Juridische mededeling