Procedure : 2018/0165(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0437/2018

Ingediende teksten :

A8-0437/2018

Debatten :

Stemmingen :

PV 18/04/2019 - 10.19

Aangenomen teksten :

P8_TA(2019)0439

VERSLAG     ***I
PDF 548kWORD 92k
6.12.2018
PE 627.044v02-00 A8-0437/2018

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 596/2014 en (EU) 2017/1129 wat de bevordering van het gebruik van mkb-groeimarkten betreft

(COM(2018)0331 – C8-0212/2018 – 2018/0165(COD))

Commissie economische en monetaire zaken

Rapporteur: Anne Sander

AMENDEMENTEN
ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 PROCEDURE VAN DE BEVOEGDE COMMISSIE
 HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 596/2014 en (EU) 2017/1129 wat de bevordering van het gebruik van mkb-groeimarkten betreft

(COM(2018)0331 – C8-0212/2018 – 2018/0165(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2018)0331),

–  gezien artikel 294, lid 2, en artikel 114 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C8-0212/2018),

–  gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 19 september 2018(1),

–  gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien artikel 59 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie economische en monetaire zaken (A8-0437/2018),

1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.  verzoekt de Commissie om hernieuwde voorlegging aan het Parlement indien zij haar voorstel vervangt, ingrijpend wijzigt of voornemens is het ingrijpend te wijzigen;

3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

Amendement    1

AMENDEMENTEN VAN HET EUROPEES PARLEMENT(2)*

op het voorstel van de Commissie

---------------------------------------------------------

2018/0165 (COD)

Voorstel voor een

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 596/2014 en (EU) 2017/1129 wat de bevordering van het gebruik van mkb-groeimarkten betreft

(Voor de EER relevante tekst)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 114,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van de Europese Centrale Bank(3),

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité(4),

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure(5),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)  Het initiatief voor de kapitaalmarktenunie beoogt de afhankelijkheid van bankleningen te verminderen, de marktgebaseerde financieringsbronnen voor het midden- en kleinbedrijf (hierna "het mkb" genoemd) (of ook wel kleine en middelgrote ondernemingen (kmo's) genoemd) te diversifiëren en de uitgifte van mkb-obligaties en mkb-aandelen op publieke markten te bevorderen. In de Unie gevestigde ondernemingen die op handelsplatformen kapitaal willen aantrekken, worden geconfronteerd met hoge eenmalige en doorlopende openbaarmakings- en nalevingskosten die hen kunnen ontmoedigen om toelating tot de handel op een handelsplatform in de Unie na te streven. Voorts hebben door mkb-ondernemingen uitgegeven aandelen op handelsplatformen in de Unie vaak te maken met lagere liquiditeit en hogere volatiliteit, waardoor de kapitaalkosten stijgen, zodat deze financieringsbron te bezwaarlijk wordt. Een horizontaal communautair beleid voor het mkb is bijgevolg essentieel. Dit beleid moet inclusief, coherent en doeltreffend zijn en moet rekening houden met de verschillende subgroepen van het mkb en hun uiteenlopende behoeften. Er is daarom aanvullende regelgeving nodig om de contacten tussen het mkb en formules zoals business angels, startkapitaal, durfkapitaal enz. te stimuleren. De diversificatie van de financiering van mkb-ondernemingen vormt een garantie voor de economische gezondheid van de Unie.

(1 bis)  Kleine en middelgrote ondernemingen (kmo's of het mkb: midden- en kleinbe­drijf): ondernemingen die volgens hun laatste jaarrekeningen of geconsolideerde jaarrekeningen aan ten minste twee van de volgende drie criteria voldoen: een gemiddeld aantal werknemers gedurende het boekjaar van minder dan 250, een balanstotaal van ten hoogste 43 000 000 EUR en een jaarlijkse netto-omzet van ten hoogste 50 000 000 EUR.

(2)  Bij Richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad(6) is een nieuw soort handelsplatform ingesteld, de mkb-groeimarkten, een subgroep van de multilaterale handelsfaciliteiten (multilateral trading facilities - hierna "MTF's" genoemd), om het mkb een vlottere toegang tot kapitaal te bieden, het mkb in staat te stellen te groeien en de verdere ontwikkeling te bevorderen van gespecialiseerde markten die op de behoeften van uitgevende instellingen uit het mkb met reëel groeipotentieel willen inspelen. Reeds in Richtlijn 2014/65/EU luidde het: "Er moet vooral aandacht worden besteed aan hoe de toekomstige regelgeving het gebruik van deze markt verder kan bevorderen en deze aantrekkelijk kan maken voor investeerders, de administratieve lasten kan verlichten en het mkb verder kan stimuleren om via mkb-groeimarkten toegang te krijgen tot de kapitaalmarkten." In het standpunt van het Europees Economisch en Sociaal Comité over het voorstel van de Commissie voor deze verordening staat het volgende: "Het EESC houdt vast aan zijn eerdere adviezen, waarin het stelde dat de communicatiekloof en de bureaucratische aanpak belangrijke belemmeringen vormen en dat er veel meer aandacht moet worden besteed aan het wegnemen daarvan. De communicatie moet altijd gericht zijn op het eind van de keten: de mkb-ondernemingen zelf. Daarbij moeten mkb-verenigingen, sociale partners, kamers van koophandel enz. worden betrokken."

(3)  Voor uitgevende instellingen die zijn toegelaten tot de handel op een mkb-groeimarkt blijken echter betrekkelijk weinig versoepelingen van de regelgeving te gelden in vergelijking met uitgevende instellingen die zijn toegelaten tot de handel op MTF's of gereglementeerde markten. De meeste van de in Verordening (EU) nr. 596/2014 van het Europees Parlement en de Raad(7) opgenomen verplichtingen zijn op dezelfde wijze van toepassing op alle uitgevende instellingen, ongeacht hun omvang of het handelsplatform waar hun financiële instrumenten tot de handel zijn toegelaten. Die geringe differentiatie tussen uitgevende instellingen op mkb-groeimarkten en MTF's werkt ontmoedigend wat betreft MTF's die zich als mkb-groeimarkt willen laten registreren, hetgeen blijkt uit het feit dat de status van mkb-groeimarkt tot op heden niet erg gewild is. Er moeten dus verdere evenredige versoepelingen worden ingevoerd om het gebruik van mkb-groeimarkten te bevorderen.

(4)  De aantrekkelijkheid van mkb-groeimarkten moet worden versterkt door de nalevingskosten en de administratieve lasten voor uitgevende instellingen op mkb-groeimarkten verder te verminderen. Om op gereglementeerde markten de hoogste nalevingsnormen te handhaven, moeten de in deze verordening opgenomen versoepelingen worden beperkt tot op mkb-groeimarkten genoteerde ondernemingen, ongeacht het feit dat niet alle mkb-ondernemingen op mkb-groeimarkten zijn genoteerd en niet alle op mkb-groeimarkten genoteerde ondernemingen mkb-ondernemingen zijn. Krachtens Richtlijn 2014/65/EU kunnen tot de handel op mkb-groeimarkten maximaal 50 % niet-mkb-ondernemingen worden toegelaten om de winstgevendheid van het bedrijfsmodel van de mkb-groeimarkten te handhaven door middel van onder meer liquiditeit in effecten van niet-mkb-ondernemingen. Gezien de risico's die verbonden zijn aan de toepassing van verschillende regelingen op uitgevende instellingen die op hetzelfde soort handelsplatform (mkb-groeimarkten) genoteerd zijn, moeten de in deze verordening opgenomen wijzigingen niet beperkt blijven tot alleen uitgevende instellingen uit het mkb. Met het oog op de consistentie voor uitgevende instellingen en de duidelijkheid voor beleggers, moet de verlichting van nalevingskosten en administratieve lasten gelden voor alle uitgevende instellingen op mkb-groeimarkten, ongeacht hun marktkapitalisatie. Door op alle uitgevende instellingen dezelfde regelingen toe te passen wordt ook voorkomen dat ondernemingen worden benadeeld omdat zij groeien en geen mkb-onderneming meer zijn. Er moet meer nadruk worden gelegd op de doelgroep van deze verordening, namelijk mkb-ondernemingen, en hun behoeften. In dit opzicht is administratieve vereenvoudiging een onontbeerlijke stap, maar niet de enige. De rechtstreeks voor mkb-ondernemingen beschikbare informatie over hun financieringsmogelijkheden moet worden verbeterd. Uit de gegevens blijkt dat het gebrek aan informatie voor mkb-ondernemingen een van de grootste problemen is waar het gaat om hun toegang tot andere financieringsbronnen dan banken.

(4 bis)  Het is van belang dat de opneming in Verordening (EU) 2017/1129 van het Europees Parlement en de Raad(8) van het EU-groeiprospectus, dat van toepassing is op mkb-ondernemingen die kapitaal uitgeven op de markten, wordt erkend. De EU-groeiprospectus is een beknopte versie van het volledige prospectus, dat essentiële informatie en documentatie bevat en dat moet worden gepubliceerd wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel op een gereglementeerde markt worden toegelaten. Het EU-groeiprospectus is korter en kan daarom goedkoper worden geproduceerd, waardoor de kosten voor het mkb lager uitvallen. Mkb-ondernemingen moeten ervoor kunnen kiezen het EU-groeiprospectus te gebruiken. Ook bij aanbiedingen van effecten tot een bedrag van 20 miljoen EUR moeten uitgevende instellingen ervoor kunnen kiezen om van het EU-groeiprospectus gebruik te maken, tenzij ze willen worden toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt. Dit heeft betrekking op uitgevende instellingen wier openbare aanbieding kan worden toegelaten tot de handel op een mkb-groeimarkt, alsook op uitgevende instellingen wier openbare aanbieding niet op een beurs zal worden verhandeld. Als alternatief moeten uitgevende instellingen ervoor kunnen kiezen om in het kader van Verordening (EU) 2017/1129 een volledig prospectus op te stellen.

(4 ter)  Het succes van een mkb-groeimarkt mag niet alleen worden afgemeten aan het aantal genoteerde ondernemingen, maar veeleer aan het door de genoteerde ondernemingen bereikte groeipercentage. Versoepelingen van de regelgeving moeten ten goede komen aan kleinere ondernemingen met een reëel groeipotentieel.

(5)  Volgens artikel 11 van Verordening (EU) nr. 596/2014 omvat een marktpeiling de communicatie van informatie, voorafgaand aan de bekendmaking van een transactie, teneinde de belangstelling van potentiële beleggers in een mogelijke transactie en de daarmee verband houdende voorwaarden wat betreft de mogelijke omvang en beprijzing te peilen, aan één of meerdere potentiële beleggers. Tijdens de onderhandelingsfase van een onderhandse plaatsing van obligaties gaan uitgevende instellingen ▌gesprekken aan met een beperkt aantal potentiële gekwalificeerde beleggers (zoals gedefinieerd in Verordening (EU) 2017/1129 van het Europees Parlement en de Raad(9)) om met die gekwalificeerde beleggers te onderhandelen over alle contractvoorwaarden van de transactie. De communicatie van informatie tijdens deze onderhandelingsfase van een onderhandse plaatsing van obligaties is bedoeld om de gehele transactie te structureren en te voltooien, en niet om de belangstelling van potentiële beleggers voor een van tevoren bepaalde transactie te peilen. Het verplicht stellen van marktpeilingen voor de onderhandse plaatsing van obligaties kan soms bezwaarlijk zijn en zowel uitgevende instellingen als beleggers ontmoedigen om gesprekken over dergelijke transacties aan te gaan. Om de onderhandse plaatsing van obligaties ▌aantrekkelijker te maken, moeten dergelijke transacties van de marktpeilingsregeling worden uitgezonderd, mits er een passende geheimhoudingsovereenkomst voorhanden is.

(6)  Enige liquiditeit in de aandelen van een uitgevende instelling kan worden bewerkstelligd via liquiditeitsmechanismen als market-makingregelingen of liquiditeitscontracten. Een market-makingregeling is een overeenkomst tussen de marktexploitant en een derde die zich ertoe verbindt de liquiditeit in bepaalde aandelen op peil te houden en in ruil daarvoor korting op handelsvergoedingen krijgt. Een liquiditeitscontract is een overeenkomst tussen een uitgevende instelling en een derde die zich ertoe verbindt te zorgen voor liquiditeit in de aandelen van de uitgevende instelling, en namens de uitgevende instelling. Om ervoor te zorgen dat de marktintegriteit ten volle bewaard blijft, moeten liquiditeitscontracten, onder een aantal voorwaarden, voor alle uitgevende instellingen op mkb-groeimarkten in de Unie beschikbaar zijn. Niet alle bevoegde autoriteiten hebben overeenkomstig artikel 13 van Verordening (EU) nr. 596/2014 ten aanzien van liquiditeitscontracten geaccepteerde marktpraktijken vastgesteld, zodat niet alle uitgevende instellingen op mkb-groeimarkten in de Unie momenteel toegang hebben tot liquiditeitsregelingen. Het ontbreken van liquiditeitsregelingen kan een belemmering vormen voor de effectieve ontwikkeling van mkb-groeimarkten. Er moet dus een Uniekader tot stand worden gebracht dat uitgevende instellingen op mkb-groeimarkten in staat stelt in een andere lidstaat een liquiditeitscontract met een liquiditeitsverschaffer te sluiten wanneer op nationaal niveau geen geaccepteerde marktpraktijk is vastgesteld. Het is evenwel essentieel dat het Uniekader inzake liquiditeitscontracten voor mkb-groeimarkten niet in de plaats komt van bestaande of toekomstige geaccepteerde nationale marktpraktijken, maar deze slechts aanvult. Het is essentieel dat de bevoegde autoriteiten de mogelijkheid behouden om geaccepteerde marktpraktijken voor liquiditeitscontracten vast te stellen om de voorwaarden ervan op de plaatselijke omstandigheden af te stemmen of om dergelijke overeenkomsten uit te breiden tot andere niet-liquide effecten dan aandelen op een handelsplatform.

(7)  Om te zorgen voor een uniforme toepassing van het in overweging 6 bedoelde Uniekader voor liquiditeitscontracten, moet Verordening (EU) nr. 596/2014 worden aangepast om de Commissie de bevoegdheid te verlenen door de Europese Autoriteit voor effecten en markten ontwikkelde technische uitvoeringsnormen vast te stellen, waarbij een model voor dergelijke contracten wordt opgesteld. De Commissie moet die technische uitvoeringsnormen vaststellen door middel van uitvoeringshandelingen overeenkomstig artikel 291 van het Verdrag en overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 van het Europees Parlement en de Raad.(10)

(7 bis)  Het gebruik van mkb-groeimarkten moet actief worden bevorderd. Veel mkb-ondernemingen zijn nog niet op de hoogte van het bestaan van deze markten als een nieuwe categorie handelsplatformen. Om hier verandering in te brengen moet de Commissie, in nauwe samenwerking met de bevoegde nationale autoriteiten en organisaties die het mkb vertegenwoordigen, bewustmakingscampagnes opzetten om het mkb te informeren over de mogelijkheden die de mkb-groeimarkten te bieden hebben.

(8)  Overeenkomstig artikel 17, lid 4, van Verordening (EU) nr. 596/2014 kunnen uitgevende instellingen besluiten de openbaarmaking van voorwetenschap uit te stellen indien hun rechtmatige belangen waarschijnlijk zouden worden geschaad. De uitgevende instellingen moeten de bevoegde autoriteit daarvan evenwel op te hoogte stellen en de redenen voor het besluit toelichten. De verplichting voor uitgevende instellingen op mkb-groeimarkten om schriftelijk te verantwoorden waarom zij hebben besloten de openbaarmaking uit te stellen, kan bezwaarlijk zijn. Een lichtere eis voor uitgevende instellingen op mkb-groeimarkten, namelijk de verplichting om de redenen voor het uitstel alleen op verzoek van de bevoegde autoriteit toe te lichten, zou geen significante invloed hebben op de mogelijkheden van de bevoegde autoriteit om toe te zien op de openbaarmaking van voorwetenschap, maar zou wel de administratieve lasten voor uitgevende instellingen op mkb-groeimarkten aanzienlijk verminderen, mits de bevoegde autoriteiten nog steeds van het besluit tot uitstel op de hoogte worden gesteld en een onderzoek kunnen instellen als zij over dat besluit twijfel hebben.

(9)  De huidige minder stringente vereiste voor uitgevende instellingen op mkb-groeimarkten om overeenkomstig artikel 18, lid 6, van Verordening (EU) nr. 596/2014 alleen op verzoek van de bevoegde autoriteit een lijst van insiders op te stellen, heeft in de praktijk weinig effect, omdat die uitgevende instellingen nog steeds onderworpen zijn aan doorlopende monitoring van de personen die in de context van lopende projecten als insider kunnen worden aangemerkt. De bestaande versoepeling moet dus worden vervangen door de mogelijkheid voor uitgevende instellingen op mkb-groeimarkten om alleen een lijst van permanente insiders bij te houden, waarop personen moeten worden opgenomen die door hun functie of positie bij de uitgevende instelling regelmatig toegang hebben tot voorwetenschap, alsook rechtstreekse familieleden van deze personen. Die lijst moet jaarlijks worden bijgewerkt en aan de bevoegde autoriteit worden meegedeeld. De bevoegde autoriteit moet erop toezien dat deze administratieve vereenvoudiging niet leidt tot wederrechtelijke praktijken ten nadele van het mkb. De lijsten van insiders zijn een belangrijk onderzoeksinstrument voor de bevoegde autoriteiten.

(9 bis)  De lijsten van insiders zijn een belangrijk hulpmiddel voor de regelgevende instanties wanneer ze eventueel marktmisbruik onderzoeken. Ze maken het mogelijk de integriteit van de markten te bewaren. Het is essentieel te preciseren dat de verplichting om lijsten van insiders op te stellen, tegelijkertijd toekomt aan de uitgevende instellingen en aan de personen die namens hen of voor hun rekening handelen. De verantwoordelijkheden van de personen die handelen namens of voor rekening van de uitgevende instelling wat de opstelling van de lijsten van insiders betreft, moeten worden verduidelijkt om uiteenlopende interpretaties en praktijken in de hele Unie te vermijden.

De desbetreffende bepalingen van Verordening (EU) nr. 596/2014 moeten dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(9 ter)  Gezien er elders minder stringente vereisten gelden, moet bij het opleggen van sancties rekening worden gehouden met de economische realiteit van kleinere ondernemingen.

(10)  Krachtens artikel 19, lid 3, van Verordening (EU) nr. 596/2014 moeten uitgevende instellingen door personen met leidinggevende verantwoordelijkheid en door nauw verbonden personen verrichte transacties binnen drie dagen na de transactie openbaar maken. Personen met leidinggevende verantwoordelijkheid en nauw verbonden personen moeten hun transacties binnen dezelfde termijn aan de uitgevende instelling mededelen. Wanneer uitgevende instellingen op mkb-groeimarkten door personen met leidinggevende verantwoordelijkheid en door nauw verbonden personen laat van hun transacties in kennis worden gesteld, is het voor die uitgevende instellingen op mkb-groeimarkten technisch moeilijk om de termijn van drie dagen in acht te nemen, hetgeen aanleiding kan geven tot aansprakelijkheidskwesties. Voor uitgevende instellingen op mkb-groeimarkten moet het dus mogelijk worden transacties openbaar te maken binnen twee dagen nadat zij door de personen met leidinggevende verantwoordelijkheid of de nauw verbonden personen van die transacties in kennis zijn gesteld.

(11)  Mkb-groeimarkten moeten niet als laatste stap in het opschalingsproces van uitgevende instellingen worden beschouwd; zij moeten succesvolle ondernemingen in staat stellen door te groeien en ooit de stap naar een gereglementeerde markt te zetten om toegang te krijgen tot meer liquiditeit en een groter aantal beleggers. Om de overgang van een mkb-groeimarkt naar een gereglementeerde markt te vergemakkelijken, moeten groeiende ondernemingen voor de toelating tot een gereglementeerde markt de vereenvoudigde openbaarmakingsregeling als beschreven in artikel 14 van Verordening (EU) 2017/1129 kunnen gebruiken, mits die ondernemingen reeds gedurende ten minste drie jaar tot de handel op een mkb-groeimarkt zijn toegelaten. Die periode moet uitgevende instellingen in staat stellen voldoende reputatie op te bouwen en de markt te voorzien van informatie over hun financiële prestaties en verslagleggingsverplichtingen in het kader van Richtlijn 2014/65/EU.

(12)  Volgens Verordening (EG) nr. 1606/2002 van het Europees Parlement en de Raad(11) zijn uitgevende instellingen op mkb-groeimarkten niet verplicht hun jaarrekeningen te publiceren overeenkomstig internationale standaarden voor financiële verslaglegging. Om echter te voorkomen dat wordt afgeweken van de normen voor gereglementeerde markten, moeten uitgevende instellingen op mkb-groeimarkten die de vereenvoudigde openbaarmakingsregeling willen gebruiken voor een overgang naar een gereglementeerde markt, hun meest recente jaarrekening, die vergelijkende informatie voor het voorgaande jaar bevat, in overeenstemming met die verordening opstellen.

(12 bis)  Er is een transversale benadering nodig om de financiering van en investeringen in mkb-ondernemingen in de Unie te verbeteren. Die transversale benadering moet zijn toegespitst op de twee facetten van de financiering: de ondernemingen, maar ook de beleggers. Momenteel krijgen de institutionele beleggers te maken met regels, prudentiële vereisten of mogelijk te behoudsgezinde ratio's die hen verhinderen te investeren in mkb-ondernemingen. In die zin moet de Commissie op basis van de verschillende sectorale reglementeringen die het kader vormen voor pensioenfondsen, verzekerings- en herverzekeringsondernemingen, activabeheerders en de beleggingsondernemingen omkaderen, onderzoeken hoe zij investeringen in mkb-ondernemingen die genoteerd zijn op de groeimarkten en, ruimer, alle mkb-ondernemingen in de Unie, kan vergemakkelijken.

(13)  De Verordeningen (EU) nr. 596/2014 en (EU) 2017/1129 moeten derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(14)  De in deze verordening opgenomen wijzigingen moeten zes maanden na de inwerkingtreding van deze verordening van toepassing zijn om de bestaande mkb-groeimarktexploitanten voldoende tijd te geven hun reglementen aan te passen,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Wijzigingen van Verordening (EU) nr. 596/2014

Verordening (EU) nr. 596/2014 wordt als volgt gewijzigd:

1.  in artikel 11 wordt het volgende lid 1 bis ingevoegd:

"1 bis. Wanneer een aanbieding van effecten uitsluitend gericht is tot gekwalificeerde beleggers in de zin van artikel 2, onder e), van Verordening (EU) 2017/1129 van het Europees Parlement en de Raad*, vormt mededeling van informatie aan die gekwalificeerde beleggers met het oog op onderhandelingen over de contractvoorwaarden van hun deelneming aan een uitgifte van obligaties door een uitgevende instelling waarvan de financiële instrumenten zijn toegelaten tot de handel op een handelsplatform, geen marktpeiling en geen wederrechtelijke mededeling van voorwetenschap. Die uitgevende instelling zorgt ervoor dat de gekwalificeerde beleggers die de informatie ontvangen, op de hoogte zijn van de daarmee samenhangende wettelijke en regelgevingsplichten, en dat ook schriftelijk verklaren, alsook van de sancties die verbonden zijn aan handel met voorwetenschap en wederrechtelijke mededeling van voorwetenschap.

________________________

*  Verordening (EU) 2017/1129 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 betreffende het prospectus dat moet worden gepubliceerd wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel op een gereglementeerde markt worden toegelaten en tot intrekking van Richtlijn 2003/71/EG (PB L 168 van 30.6.2017, blz. 12).";

2.  aan artikel 13 worden de volgende leden 12 en 13 toegevoegd:

“12. Zonder afbreuk te doen aan de mogelijkheid voor de lidstaten om geaccepteerde marktpraktijken te hanteren of dergelijke praktijken te ontwikkelen, mag een uitgevende instelling waarvan de financiële instrumenten zijn toegelaten tot de handel op een mkb-groeimarkt, een EU-liquiditeitscontract voor haar aandelen sluiten wanneer aan elk van de volgende voorwaarden wordt voldaan:

(a)  de voorwaarden van het liquiditeitscontract voldoen aan de in artikel 13, lid 2, van deze verordening en in Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/908 van de Commissie** vastgestelde criteria;

(b)  het liquiditeitscontract wordt opgesteld overeenkomstig het in lid 13 bedoelde model;

(c)  de liquiditeitsverschaffer is naar behoren gemachtigd door de bevoegde autoriteit overeenkomstig Richtlijn 2014/65/EU en is als marktlid geregistreerd door de marktexploitant of de beleggingsonderneming die de mkb-groeimarkt exploiteert;

(d)  de marktexploitant of de beleggingsonderneming die de mkb-groeimarkt exploiteert, verklaart schriftelijk aan de uitgevende instelling een kopie van het liquiditeitscontract te hebben ontvangen en met de voorwaarden van dat contract in te stemmen.

De in de eerste alinea bedoelde uitgevende instelling kan te allen tijde aantonen dat doorlopend wordt voldaan aan de voorwaarden waarop het contract werd gesloten. Die uitgevende instelling en de beleggingsonderneming die de mkb-groeimarkt exploiteert, verstrekken de bevoegde autoriteiten ▌een kopie van het liquiditeitscontract.

13. Teneinde uniforme voorwaarden voor de toepassing van lid 12 te verzekeren, is de Commissie gemachtigd om in nauw overleg met ESMA en op basis van haar technische advies, gedelegeerde handelingen vast te stellen overeenkomstig artikel 35 ter aanvulling van deze verordening middels het preciseren van normen voor een model voor het sluiten van een EU-liquiditeitscontract, zodat de naleving van de voorwaarden van artikel 13 wordt gegarandeerd. ▌

_________________________

**  Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/908 van de Commissie van 26 februari 2016 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 596/2014 van het Europees Parlement en de Raad met technische reguleringsnormen betreffende de criteria, de procedure en de vereisten voor de vaststelling van een geaccepteerde marktpraktijk en de voorwaarden voor het handhaven, stopzetten of wijzigen van de acceptatievoorwaarden daarvan (PB L 153 van 10.6.2016, blz. 3).";

3.  Artikel 17, lid 4, wordt als volgt gewijzigd:

  a) de derde alinea wordt vervangen door:

  Als een uitgevende instelling of een deelnemer aan een emissierechtenmarkt de openbaarmaking van voorwetenschap heeft uitgesteld krachtens het onderhavige lid, stelt deze de in lid 3 bedoelde bevoegde autoriteit daarvan altijd onmiddellijk nadat de informatie openbaar is gemaakt schriftelijk op de hoogte. In deze kennisgeving zet de uitgevende instelling of deelnemer aan een emissierechtenmarkt schriftelijk uiteen op welke wijze aan de in dit lid opgenomen voorwaarden voor het uitstel is voldaan. Als alternatief kunnen de lidstaten bepalen dat een afschrift van een dergelijke toelichting enkel op verzoek van de in lid 3 bedoelde bevoegde autoriteit hoeft te worden overlegd.

  b) de volgende alinea wordt toegevoegd:

In afwijking van lid 3 geldt dat, wanneer de effecten van de uitgevende instelling op een mkb-groeimarkt worden toegelaten, ▌de schriftelijke toelichting enkel op verzoek door de uitgevende instelling aan de bevoegde autoriteit moet worden overlegd.";

4.  in artikel 18 worden de leden 1 tot en met 6 vervangen door:

“1. Uitgevende instellingen en personen die namens hen of voor hun rekening handelen, dienen elk:

a)  een lijst op te stellen van de personen die toegang hebben tot voorwetenschap en die bij hen, op basis van een arbeidscontract, werkzaam zijn of anderszins taken verrichten in het kader waarvan zij toegang hebben tot voorwetenschap, zoals adviseurs, accountants of ratingbureaus (de lijst van insiders);

b)  de lijst van insiders voortdurend bij te werken overeenkomstig lid 4; en

c)  de lijst van insiders desgevraagd zo snel mogelijk ter beschikking te stellen van de bevoegde autoriteit.

2.  Uitgevende instellingen en personen die namens hen of voor hun rekening handelen nemen alle redelijke maatregelen om ervoor te zorgen dat de personen op de lijst van insiders schriftelijk verklaren op de hoogte te zijn van de wettelijke en regelgevende taken die hun activiteiten met zich brengen, alsook van de sancties die van toepassing zijn op handel met voorwetenschap en het wederrechtelijk meedelen van voorwetenschap. Wanneer een andere persoon door de uitgevende instelling wordt gevraagd een lijst van insiders op te stellen en bij te werken, blijft de uitgevende instelling volledig verantwoordelijk voor het naleven van de in dit artikel bedoelde verplichting. De uitgevende instelling behoudt te allen tijde het recht van inzage in de lijst van insiders die door de andere persoon wordt opgesteld.

3.  De lijsten van insiders vermelden in ieder geval:

  a)  de identiteit van alle personen die toegang hebben tot voorwetenschap;

b)  de reden voor opname op de lijst van insiders;

c)  de datum en het tijdstip waarop die personen toegang tot voorwetenschap hebben gekregen; en

d)  de datum waarop de lijst van insiders is opgesteld.

4.  Alle uitgevende instellingen en elke persoon die namens hen of voor hun rekening handelt, werken hun lijsten van insiders onverwijld bij, met vermelding van de datum waarop dit geschiedt, en in het bijzonder wanneer:

a)  er zich een wijziging voordoet in de reden waarom een persoon op de lijst van insiders staat;

b)  een nieuwe persoon toegang tot voorwetenschap heeft en derhalve aan de lijst van insiders moet worden toegevoegd; en

c)  een persoon niet langer over voorwetenschap beschikt.

Telkens wanneer de lijst wordt bijgewerkt, wordt de datum vermeld waarop dit geschiedt, alsook de reden waarom de bijwerking plaatsvindt.

5.  Alle uitgevende instellingen en elke persoon die namens hen of voor hun rekening handelt, bewaren hun lijst van insiders ten minste 5 jaar nadat deze is opgesteld of bijgewerkt.

6.  Uitgevende instellingen waarvan de financiële instrumenten zijn toegelaten tot de handel op een mkb-groeimarkt en elke persoon die namens hen of voor hun rekening handelt, mogen op hun lijst van insiders alleen die personen opnemen die door de aard van hun functie of positie permanent toegang hebben tot alle mogelijke voorwetenschap binnen hun respectieve entiteiten.

De lijsten van insiders worden op verzoek aan de bevoegde autoriteit verstrekt. Als er geen zulk verzoek wordt gedaan, worden de lijsten met een door de bevoegde autoriteit te bepalen minimumfrequentie verstrekt."

5.  aan artikel 19, lid 3, eerste alinea, wordt de volgende zin toegevoegd:

"Uitgevende instellingen waarvan de financiële instrumenten zijn toegelaten tot de handel op een mkb-groeimarkt, maken binnen twee werkdagen na ontvangst van een kennisgeving als bedoeld in lid 1 de in die kennisgeving vervatte informatie openbaar.".

5 bis.  Artikel 35 wordt als volgt gewijzigd:

a) lid 2 wordt vervangen door:

“2. De in artikel 6, leden 5 en 6, artikel 12, lid 5, artikel 13, lid 13, artikel 17, lid 2, derde alinea, artikel 17, lid 3, en artikel 19, leden 13 en 14, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie verleend voor een periode van vijf jaar, met ingang van ... [datum van inwerkingtreding van de wijzigingshandeling]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet."

b) lid 3 wordt vervangen door:

“3. Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 6, leden 5 en 6, artikel 12, lid 5, artikel 13, lid 13, artikel 17, lid 2, derde alinea, artikel 17, lid 3, en artikel 19, leden 13 en 14, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet."

c) het volgende lid wordt ingevoegd:

“3 bis. Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven."

d) lid 5 komt als volgt te luiden:

“5. Een overeenkomstig artikel 6, leden 5 en 6, artikel 12, lid 5, artikel 13, lid 13, artikel 17, lid 2, derde alinea, artikel 17, lid 3, of artikel 19, leden 13 en 14, aangenomen gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een periode van drie maanden na de kennisgeving van die handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien het Europees Parlement en de Raad, vóór het verstrijken van die periode, de Commissie hebben meegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met drie maanden verlengd."

Artikel 2

Wijzigingen van Verordening (EU) nr. 2017/1129

-1.  Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

  a)  punt f) wordt vervangen door:

effecten aangeboden bij een overname middels een openbaar aanbod tot ruil, mits overeenkomstig de in artikel 21, lid 2, vervatte regelingen een document ter beschikking wordt gesteld aan het publiek waarin de transactie en het effect ervan op de uitgevende instelling wordt beschreven en waarmee voor meer transparantie wordt gezorgd om beleggers in staat te stellen een geïnformeerde beoordeling te maken, overeenkomstig artikel 6, lid 1, eerste alinea;"

b)  het volgende lid wordt toegevoegd:

“6 bis. De vrijstellingen in lid 4, onder f), en in lid 5, eerste alinea, onder e), zijn alleen van toepassing wanneer de effecten met een aandelenkarakter van de aanbestedende dienst reeds vóór de overname toegelaten zijn tot de handel op een gereglementeerde markt.

De vrijstellingen in lid 4, onder f), en in lid 5, eerste alinea, onder e), zijn alleen van toepassing in de volgende gevallen:

a)  de effecten met een aandelenkarakter van de aanbieder waren reeds vóór de transactie toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt;

b)  de aan de bedrijfssplitsing onderworpen effecten met een aandelenkarakter waren reeds vóór de transactie toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt;

c)  de fusie wordt niet beschouwd als een omgekeerde overname in de zin van paragraaf B19 van IFRS 3 – Business Combinations, zoals deze door de Europese Unie is goedgekeurd."

1.  Artikel 14 van Verordening (EU) 2017/1129 wordt als volgt gewijzigd:

a)  in lid 1 wordt de eerste alinea als volgt gewijzigd:

  i)  punt b) wordt vervangen door:

"b) uitgevende instellingen waarvan effecten met een aandelenkarakter reeds gedurende ten minste de laatste 18 maanden zonder onderbreking tot de handel op een gereglementeerde markt of een mkb-groeimarkt waren toegelaten en die effecten zonder aandelenkarakter uitgeven of effecten uitgeven die toegang geven tot kapitaal;"

ii)  ▌het volgende punt ▌ wordt toegevoegd:

"d) uitgevende instellingen die reeds gedurende ten minste twee jaar tot de handel op een mkb-groeimarkt zijn toegelaten en die voor bestaande of nieuwe effecten toelating tot de handel op een gereglementeerde markt trachten te verkrijgen.";

b)  lid 3 wordt als volgt gewijzigd:

i)  lid 3, tweede alinea, onder e), wordt vervangen door:

"(e)  voor effecten met een aandelenkarakter of effecten die toegang geven tot kapitaal, de verklaring inzake het werkkapitaal, het overzicht van de kapitalisatie en de schuldenlast, een openbaarmaking van relevante belangenconflicten en transacties met verbonden partijen, belangrijke aandeelhouders en, in voorkomend geval, pro forma financiële informatie."

ii)  de volgende alinea wordt toegevoegd:

Uiterlijk tegen 21 januari 2021 herziet de Commissie de in dit lid bedoelde gedelegeerde handeling of handelingen, in het bijzonder die handelingen waarin de modellen zijn vastgelegd tot nadere bepaling van de verkorte informatie inzake effecten zonder aandelenkarakter, conform punt 2 van de tweede alinea van dit lid.

2 bis.  in de eerste alinea van artikel 15, lid 1, wordt het volgende punt ingevoegd:

"c bis) andere uitgevende instellingen dan mkb-ondernemingen, die aandelen aanbieden aan het publiek en tegelijk een verzoek indienen om deze aandelen op een mkb-groeimarkt toe te laten, op voorwaarde dat ze geen aandelen hebben die reeds tot de handel op een mkb-groeimarkt zijn toegelaten en dat het product van de twee volgende componenten lager is dan 200 000 000 EUR:

i) de prijs van het eindbod of de maximumprijs in het in artikel 17, lid 1, letter b), punt i) bedoelde geval;

ii) het totale aantal aandelen die in omloop zijn onmiddellijk na het aanbod van de aandelen aan het publiek, berekend op ofwel het bedrag van de aan het publiek aangeboden aandelen, ofwel op het maximumbedrag van de aan het publiek aangeboden aandelen, in het in artikel 17, lid 1, letter b), punt i) bedoelde geval."

2 ter.  punt II van bijlage V wordt vervangen door:

  “II. ▌Verklaring inzake de kapitalisatie en de schuldenlast (alleen voor effecten met aandelenkarakter die worden uitgegeven door ondernemingen met een beurswaarde van meer dan 200 000 000 EUR) en verklaring over het werkkapitaal (alleen voor effecten met een aandelenkarakter).

  Het is de bedoeling dat informatie wordt verstrekt over de kapitalisatie en de schuldenlast van de uitgevende instelling, evenals informatie in verband met de vraag of het werkkapitaal volstaat om aan de huidige behoeften te voldoen of, indien dit niet het geval is, hoe de uitgevende instelling voorstelt in het benodigde extra werkkapitaal te voorzien."

Artikel 2 bis

Wijzigingen van Verordening (EG) nr. 600/2014 en Richtlijn 2014/65/EU

1.  De Commissie stelt ten laatste op 31 december 2020 in samenwerking met ESMA een verslag op over de impact van de vereisten van Verordening (EU) 600/2014 van het Europees Parlement en de Raad(12) en van Richtlijn 2014/65/EU op de financiering van mkb-ondernemingen, hun toegang tot de financiële markten en het succes van mkb-groeimarkten. Met het oog op dit verslag verzamelt ESMA gegevens over IPO's en beëindigingen van beursnoteringen op mkb-groeimarkten, andere MTF's en gereglementeerde markten en houdt zij toezicht op overdrachten van ondernemingen tussen verschillende handelsplatformen. ESMA onderzoekt eveneens of de eigendom van aandelen en obligaties van mkb-ondernemingen op de secundaire markt een belemmering vormt voor de toegang van mkb-ondernemingen tot publieke markten. Het verslag wordt, indien nodig samen met een wetgevingsvoorstel, aan het Europees Parlement en de Raad voorgelegd.

2.  Uiterlijk op 31 december 2019 richt de Commissie een deskundigengroep van belanghebbenden op om het succes van de mkb-groeimarkten te volgen. Het gedeelte over mkb-groeimarkten in het in lid 1 bedoelde verslag wordt opgesteld in samenwerking met de deskundigengroep van belanghebbenden.

Artikel 2 ter

Wijzigingen van Gedelegeerde Richtlijn (EU) 2017/593

Uiterlijk op 31 december 2019 beoordeelt de Commissie de impact van de bepalingen van artikel 13 van Gedelegeerde Richtlijn (EU) 2017/593(13) op de dekking van onderzoek inzake het mkb in de Unie.

In artikel 13 van Gedelegeerde Richtlijn (EU) 2017/593 zijn de voorwaarden vastgesteld voor het verrichten van onderzoek door derden voor beleggingsondernemingen die vermogensbeheerdiensten of andere ondersteunende of nevendiensten aan cliënten verlenen, met name de voorwaarden waaraan moet worden voldaan opdat dergelijk onderzoek niet wordt beschouwd als een van de krachtens artikel 24, leden 7 en 8, van Richtlijn 2014/65/EU verboden inducements.

Artikel 2 quater

Wijzigingen van Richtlijn 2009/138/EG

1.   Uiterlijk op 31 december 2020 stelt de Commissie een verslag op over de impact van de vereisten van eigen middelen, van de investeringsratio's en van alle andere maatregelen die een beperkende impact zouden kunnen hebben op binnen het toepassingsgebied van Richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad(14) vallende verzekerings- en herverzekeringsmaatschappijen om al dan niet genoteerde mkb-ondernemingen te financieren. Zij legt dit verslag voor aan het Europees Parlement en aan de Raad, in voorkomend geval samen met een wetsvoorstel.

2.  Voor de toepassing van lid 1 brengt de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen – Eiopa) bij de Commissie verslag uit over het volgende:

a)  een analyse van de evolutie van de investering door verzekerings- en herverzekeringsmaatschappijen in al dan niet genoteerde mkb-ondernemingen;

b)  een analyse van de regelgevende en administratieve barrières die de financiering van en de investering in al dan niet genoteerde mkb-ondernemingen beperken of verhinderen, zoals de prudentiële vereisten en ratio's of elke andere bepaling;

c)  de coherentie van de vereisten van eigen middelen die gedefinieerd zijn in Richtlijn 2009/138/EG, samen met de uiteenzettingen over mkb-ondernemingen, evenals de conclusies van de onder a) en b) bedoelde analyses.

Artikel 2 quinquies

Wijzigingen van Richtlijn (EU) 2016/2341

1.  Uiterlijk op 31 december 2020 stelt de Commissie een verslag op over de impact van de vereisten van eigen middelen, van de investeringsratio's en van alle andere maatregelen die een beperkende impact zouden kunnen hebben op binnen het toepassingsgebied van Richtlijn 2016/2341 van het Europees Parlement en de Raad(15) vallende instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening om al dan niet genoteerde mkb-ondernemingen te financieren. Zij legt dit verslag voor aan het Europees Parlement en aan de Raad, in voorkomend geval samen met een wetsvoorstel.

2.  Voor de toepassing van lid 1 brengt de Eiopa aan de Commissie verslag uit over het volgende:

a)  een analyse van de evolutie van de investering door instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening in al dan niet genoteerde mkb-ondernemingen;

b)  een analyse van de regelgevende en administratieve barrières die de financiering van en de investering in al dan niet genoteerde mkb-ondernemingen beperken of verhinderen, zoals de prudentiële vereisten en ratio's of elke andere bepaling;

c)  de coherentie van de vereisten van eigen middelen die gedefinieerd zijn in Richtlijn 2009/138/EG, samen met de uiteenzettingen over mkb-ondernemingen, evenals de conclusies van de onder a) en b) bedoelde analyses.

Artikel 2 sexies

Herzieningsclausule van de kaders waarmee de activiteiten van de beleggingsondernemingen en de activabeheerders worden geregeld

1.  Uiterlijk op 31 december 2020 stelt de Commissie een verslag op over de impact van de vereisten van eigen middelen, van de investeringsratio's en van alle andere maatregelen die binnen het toepassingsgebied vallen van Richtlijn 2014/91/EG van het Europees Parlement en de Raad(16) (over icbe's), Richtlijn 2011/61/EU van het Europees Parlement en de Raad(17) (over abi-beheerders), RBO en VBO [PB: gelieve de referentie in te voegen], en die een beperkende impact zouden kunnen hebben op activabeheerders en beleggingsondernemingen met betrekking tot de financiering van al dan niet genoteerde mkb-ondernemingen. Zij legt dit verslag voor aan het Europees Parlement en aan de Raad, in voorkomend geval samen met een wetsvoorstel.

2.  Voor de toepassing van lid 1 brengen ESMA en EBA aan de Commissie verslag uit over het volgende:

a)  een analyse van de evolutie van de investering door deze financiële instellingen in al dan niet genoteerde mkb-ondernemingen;

b)  een analyse van de regelgevende en administratieve barrières die de financiering van en de investering in al dan niet genoteerde mkb-ondernemingen beperken of verhinderen, zoals de prudentiële vereisten en ratio's of elke andere bepaling;

c)  een analyse van de effectieve risico's die samengaan met en veroorzaakt worden door investeringen in genoteerde mkb-ondernemingen in de EU over een periode van ten minste tien jaar (of vijf jaar indien in dit periode een recessie is opgetreden), hetgeen gezien het cyclische karakter van de belangrijkste economische factoren overeenkomt met een volledige economische cyclus;

d)  de coherentie van de vereisten van eigen middelen die gedefinieerd zijn in het kader betreffende mkb-blootstellingen, evenals de conclusies van de onder a), b) en c) bedoelde analyses.

________________________________

***  Verordening (EG) nr. 1606/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 19 juli 2002 betreffende de toepassing van internationale standaarden voor jaarrekeningen (PB L 243 van 11.9.2002, blz. 1).".

Artikel 3

Inwerkingtreding en toepassing

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van zes maanden na de inwerkingtreding.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel,

Voor het Europees Parlement        Voor de Raad

De Voorzitter        De Voorzitter

(1)

  PB C 440 van 6.12.2018, blz. 79.

(2)

* Amendementen: nieuwe of gewijzigde tekst staat in vet en cursief, schrappingen zijn met het symbool ▐ aangegeven.

(3)

  PB C […] van […], blz. […].

(4)

  PB C 440 van 6.12.2018, blz. 79.

(5)

  Standpunt van het Europees Parlement van ... (PB ...) en besluit van de Raad van …

(6)

  Richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende markten voor financiële instrumenten en tot wijziging van Richtlijn 2002/92/EG en Richtlijn 2011/61/EU (PB L 173 van 12.6.2014, blz. 349).

(7)

  Verordening (EU) nr. 596/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende marktmisbruik (verordening marktmisbruik) en houdende intrekking van Richtlijn 2003/6/EG van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijnen 2003/124/EG, 2003/125/EG en 2004/72/EG van de Commissie (PB L 173 van 12.6.2014, blz. 1).

(8)

  Verordening (EU) 2017/1129 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 betreffende het prospectus dat moet worden gepubliceerd wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel op een gereglementeerde markt worden toegelaten en tot intrekking van Richtlijn 2003/71/EG (Voor de EER relevante tekst).

(9)

  Verordening (EU) 2017/1129 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 betreffende het prospectus dat moet worden gepubliceerd wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel op een gereglementeerde markt worden toegelaten en tot intrekking van Richtlijn 2003/71/EG (PB L 168 van 30.6.2017, blz. 12).

(10)

  Verordening (EU) nr. 1095/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor effecten en markten), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/77/EG van de Commissie (PB L 331 van 15.12.2010, blz. 84).

(11)

  Verordening (EG) nr. 1606/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 19 juli 2002 betreffende de toepassing van internationale standaarden voor jaarrekeningen (PB L 243 van 11.9.2002, blz. 1).

(12)

Verordening (EU) nr. 600/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende markten in financiële instrumenten en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 (PB L 173 van 12.6.2014, blz. 84).

(13)

Gedelegeerde Richtlijn (EU) 2017/593 van de Commissie van 7 april 2016 tot aanvulling van Richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot het vrijwaren van financiële instrumenten en geldmiddelen die aan cliënten toebehoren, productgovernanceverplichtingen en de regels die van toepassing zijn op het betalen of het ontvangen van provisies, commissies en geldelijke of niet-geldelijke tegemoetkomingen (PB L 87 van 31.3.2017, blz. 500).

(14)

Richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (PB L 335 van 17.12.2009, blz. 1).

(15)

Richtlijn (EU) 2016/2341 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2016 betreffende de werkzaamheden van en het toezicht op instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening (PB L 354 van 23.12.2016, blz. 37).

(16)

Richtlijn 2014/91/EU van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 tot wijziging van Richtlijn 2009/65/EG tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende bepaalde instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe's) wat bewaartaken, beloningsbeleid en sancties betreft (PB L 257, 28.8.2014, blz. 186).

(17)

Richtlijn 2011/61/EU van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2011 inzake beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen en tot wijziging van de Richtlijnen 2003/41/EG en 2009/65/EG en van de Verordeningen (EG) nr. 1060/2009 en (EU) nr. 1095/2010 (PB L 174 van 1.7.2011, blz. 1).


PROCEDURE VAN DE BEVOEGDE COMMISSIE

Titel

Bevordering van het gebruik van kmo-groeimarkten

Document- en procedurenummers

COM(2018)0331 – C8-0212/2018 – 2018/0165(COD)

Datum indiening bij EP

24.5.2018

 

 

 

Bevoegde commissie

       Datum bekendmaking

ECON

11.6.2018

 

 

 

Medeadviserende commissies

       Datum bekendmaking

ENVI

11.6.2018

IMCO

11.6.2018

JURI

11.6.2018

 

Geen advies

       Datum besluit

ENVI

21.6.2018

IMCO

19.6.2018

JURI

9.7.2018

 

Rapporteurs

       Datum benoeming

Anne Sander

31.5.2018

 

 

 

Behandeling in de commissie

24.9.2018

19.11.2018

 

 

Datum goedkeuring

3.12.2018

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

33

0

5

Bij de eindstemming aanwezige leden

Pervenche Berès, Esther de Lange, Markus Ferber, Jonás Fernández, Roberto Gualtieri, Brian Hayes, Petr Ježek, Wolf Klinz, Georgios Kyrtsos, Philippe Lamberts, Werner Langen, Bernd Lucke, Olle Ludvigsson, Ivana Maletić, Marisa Matias, Gabriel Mato, Alex Mayer, Bernard Monot, Luděk Niedermayer, Ralph Packet, Sirpa Pietikäinen, Anne Sander, Martin Schirdewan, Molly Scott Cato, Pedro Silva Pereira, Peter Simon, Paul Tang, Marco Valli, Miguel Viegas, Jakob von Weizsäcker

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Mady Delvaux, Syed Kamall, Alain Lamassoure, Luigi Morgano, Michel Reimon, Lieve Wierinck

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Barbara Lochbihler, Jarosław Wałęsa

Datum indiening

7.12.2018


HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE BEVOEGDE COMMISSIE

33

+

ALDE

Petr Ježek, Wolf Klinz, Lieve Wierinck

ECR

Syed Kamall, Bernd Lucke, Ralph Packet

PPE

Markus Ferber, Brian Hayes, Georgios Kyrtsos, Alain Lamassoure, Werner Langen, Ivana Maletić, Gabriel Mato, Luděk Niedermayer, Sirpa Pietikäinen, Anne Sander, Jarosław Wałęsa, Esther de Lange

S&D

Pervenche Berès, Mady Delvaux, Jonás Fernández, Roberto Gualtieri, Olle Ludvigsson, Alex Mayer, Luigi Morgano, Pedro Silva Pereira, Peter Simon, Paul Tang, Jakob von Weizsäcker

VERTS/ALE

Philippe Lamberts, Barbara Lochbihler, Michel Reimon, Molly Scott Cato

0

-

 

 

5

0

EFDD

Bernard Monot, Marco Valli

GUE/NGL

Marisa Matias, Martin Schirdewan, Miguel Viegas

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding

Laatst bijgewerkt op: 9 januari 2019Juridische mededeling