Procedure : 2018/0900(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0439/2018

Ingediende teksten :

A8-0439/2018

Debatten :

Stemmingen :

PV 13/03/2019 - 11.15

Aangenomen teksten :

P8_TA(2019)0179

VERSLAG     ***I
PDF 408kWORD 72k
6.12.2018
PE 628.708v02-00 A8-0439/2018

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Protocol nr. 3 betreffende het statuut van het Hof van Justitie van de Europese Unie

(02360/2018 – C8-0132/2018 – 2018/0900(COD))

Commissie juridische zaken

Rapporteur: Tiemo Wölken

AMENDEMENTEN
ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 ADVIES van de Commissie constitutionele zaken
 PROCEDURE VAN DE BEVOEGDE COMMISSIE
 HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Protocol nr. 3 betreffende het statuut van het Hof van Justitie van de Europese Unie

(02360/2018 – C8-0132/2018 – 2018/0900(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–  gezien het verzoek van het Hof van Justitie dat aan het Europees Parlement en de Raad is voorgelegd, in zijn herziene versie (02360/2018),

–  gezien artikel 256, lid 1, en artikel 281, tweede alinea, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en artikel 106 bis, lid 1, van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, op grond waarvan de ontwerphandeling aan het Parlement is voorgelegd (C8-0132/2018),

–  gezien artikel 294, leden 3 en 15, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien het advies van de Europese Commissie (COM(2018)0534),

–  gezien de artikelen 48 en 59 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie juridische zaken en het advies van de Commissie constitutionele zaken (A8-0439/2018),

1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, het Hof van Justitie en de nationale parlementen.

Amendement    1

Ontwerp van verordening

Overweging 4

Ontwerp van het Hof van Justitie

Amendement

(4)  Voorts blijkt uit het door het Hof en het Gerecht verrichte onderzoek dat veel hogere voorzieningen worden ingesteld in zaken die reeds tweemaal zijn onderzocht, eerst door een onafhankelijke administratieve instantie en vervolgens door het Gerecht, en voorts dat veel van die hogere voorzieningen door het Hof worden afgewezen omdat zij kennelijk ongegrond of zelfs kennelijk niet-ontvankelijk zijn. Teneinde het Hof in staat te stellen om zich te concentreren op de zaken die zijn volledige aandacht vereisen, dient met het oog op een goede rechtsbedeling voor de hogere voorzieningen in dergelijke zaken een mechanisme van voorafgaande toelating te worden ingevoerd. Het staat derhalve aan de partij die opkomt tegen een beslissing van het Gerecht in deze zaken, om eerst het Hof te overtuigen van het belang van de door haar hogere voorziening opgeroepen vragen voor de eenheid, de samenhang of de ontwikkeling van het recht van de Unie.

(4)  Voorts blijkt uit het door het Hof en het Gerecht verrichte onderzoek dat veel hogere voorzieningen worden ingesteld in zaken die reeds tweemaal zijn onderzocht, eerst door een onafhankelijke administratieve instantie zoals het Bureau voor intellectuele eigendom van de Europese Unie, het Communautair Bureau voor plantenrassen, het Europees Agentschap voor chemische stoffen of het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart, en vervolgens door het Gerecht. Veel van die hogere voorzieningen in zaken waarin reeds vóór de instelling van een beroep bij het Gerecht een onafhankelijke administratieve instantie is aangezocht, worden door het Hof afgewezen omdat zij kennelijk ongegrond of zelfs kennelijk niet-ontvankelijk zijn. Teneinde het Hof in staat te stellen om zich te concentreren op de zaken die zijn volledige aandacht vereisen, dient met het oog op een goede rechtsbedeling voor de hogere voorzieningen in dergelijke zaken een mechanisme van voorafgaande toelating te worden ingevoerd. Het staat derhalve aan de partij die opkomt tegen een beslissing van het Gerecht in deze zaken, om eerst het Hof te overtuigen van het belang van de door haar hogere voorziening opgeroepen vragen voor de eenheid, de samenhang of de ontwikkeling van het recht van de Unie.

Amendement    2

Ontwerp van verordening

Overweging 5

Ontwerp van het Hof van Justitie

Amendement

(5)  Gezien de constante toename van het aantal zaken dat voor het Hof wordt gebracht, en zoals de president van het Hof van Justitie van de Europese Unie tot uitdrukking heeft gebracht in zijn brief van 13 juli 2018, moet in dit stadium voorrang worden gegeven aan voornoemd mechanisme van voorafgaande toelating van hogere voorzieningen. Het onderzoek van het deel van het verzoek van het Hof van Justitie van 26 maart 2018 betreffende de gedeeltelijke overdracht van de beroepen wegens niet-nakoming aan het Gerecht zal in een later stadium dienen plaats te vinden, nadat in december 2020 het verslag over de werking van het Gerecht als bedoeld in artikel 3, lid 1, van verordening 2015/2422 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2015 zal zijn uitgebracht.

(5)  Gezien de constante toename van het aantal zaken dat voor het Hof wordt gebracht, en zoals de president van het Hof van Justitie van de Europese Unie tot uitdrukking heeft gebracht in zijn brief van 13 juli 2018, moet in dit stadium voorrang worden gegeven aan voornoemd mechanisme van voorafgaande toelating van hogere voorzieningen. Het onderzoek van het deel van het verzoek van het Hof van Justitie van 26 maart 2018 betreffende de gedeeltelijke overdracht van de beroepen wegens niet-nakoming aan het Gerecht zal in een later stadium dienen plaats te vinden, nadat in december 2020 het verslag over de werking van het Gerecht als bedoeld in artikel 3, lid 1, van Verordening 2015/2422 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2015, dat met name de efficiëntie van het Gerecht en de doeltreffendheid en noodzaak van de uitbreiding van het aantal rechters tot 56 moet betreffen, zal zijn uitgebracht. Hierbij moet tevens worden nagegaan in hoeverre genderevenwicht in het Gerecht is gerealiseerd. Om deze doelstelling te bereiken, moeten gedeeltelijke vervangingen in dit Gerecht aldus worden georganiseerd dat de regeringen van de lidstaten geleidelijk beginnen met de voordracht van twee rechters voor dezelfde gedeeltelijke vervanging met als doel één vrouw en één man te kiezen, mits aan de in de Verdragen vastgestelde voorwaarden en procedures is voldaan.

Amendement    3

Ontwerp van verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt -1 bis (nieuw)

Protocol nr. 3 betreffende het statuut van het Hof van Justitie van de Europese Unie

Artikel 8

 

Bestaande tekst

Amendement

 

(-1 bis)  Artikel 8 wordt vervangen door:

Artikel 8

"Artikel 8

De bepalingen van de artikelen 2 tot en met 7 zijn van toepassing op de advocaten-generaal.

De bepalingen van de artikelen 2 tot en met 7 zijn van overeenkomstige toepassing op de advocaten-generaal."

Amendement    4

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2

Protocol nr. 3 betreffende het statuut van het Hof van Justitie van de Europese Unie

Artikel 58 bis – alinea 1

 

Ontwerp van het Hof van Justitie

Amendement

Het onderzoek van hogere voorzieningen tegen de beslissingen van het Gerecht betreffende een beslissing van een kamer van beroep van het Bureau voor intellectuele eigendom van de Europese Unie, het Communautair Bureau voor plantenrassen, het Europees Agentschap voor chemische stoffen en het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart is afhankelijk van de voorafgaande toelating door het Hof van Justitie.

Wanneer een zaak aanhangig moet worden gemaakt bij een onafhankelijke administratieve instantie waarvan de leden bij hun beslissingen niet zijn gebonden aan instructies voordat bij het Gerecht beroep kan worden ingesteld, wordt de behandeling van de hogere voorziening tegen de beslissing van het Gerecht afhankelijk gesteld van de voorafgaande toelating ervan door het Hof van Justitie.

Amendement    5

Ontwerp van verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2

Protocol nr. 3 betreffende het statuut van het Hof van Justitie van de Europese Unie

Artikel 58 bis – alinea 3

 

Ontwerp van het Hof van Justitie

Amendement

De beslissing omtrent de toelating van de hogere voorziening wordt met redenen omkleed en bekendgemaakt.

De beslissing omtrent het al dan niet toelaten van de hogere voorziening wordt met voldoende redenen omkleed en bekendgemaakt.


TOELICHTING

De goede werking van het Hof van Justitie is onontbeerlijk voor een goede bescherming van de rechten van de burgers van de Unie. De in december 2015 aangenomen hervorming van het gerechtelijk bestel van de Europese Unie moet zo goed mogelijk worden georganiseerd en de bevoegdheden tussen het Gerecht en het Hof van Justitie moeten zodanig worden verdeeld dat de burger snel en effectief rechtsbescherming kan krijgen. Het verzoek van het Hof van Justitie met bijhorende wijzigingen van Protocol nr. 3 betreffende het statuut van het Hof van Justitie van de Europese Unie, houdt in beginsel rekening met deze doelstelling.

De terminologische aanpassingen aan de hervorming van Lissabon zijn zinvol.

Ook de overdracht aan het Hof van Justitie van verantwoordelijkheden voor de uitspraak over beroepen tot nietigverklaring in verband met de gebrekkige uitvoering van een arrest van het Hof van Justitie op grond van artikel 260, lid 2 of lid 3, VWEU, wordt toegejuicht.

De invoering van een mechanisme voor de voorafgaande toelating door het Hof van Justitie van bepaalde hogere voorzieningen wordt in beginsel toegejuicht. Toch is het beter de afzonderlijke onafhankelijke administratieve autoriteiten niet op te sommen, maar te kiezen voor een abstracte, algemene benadering om deze bepaling toekomstbestendig te maken. Bovendien wordt in de tekst duidelijk gemaakt dat dit besluit niet enkel voor de toelating, maar ook voor de weigering met redenen moet worden omkleed en bekendgemaakt.

Bij de vraag naar een mogelijke overdracht aan het Gerecht van verantwoordelijkheden voor de uitspraak in eerste aanleg inzake bepaalde inbreukprocedures, lijkt het passend te wachten op de goedkeuring van het verslag over de werking van het Gerecht in december 2020. Het verslag volgt op de beëindiging van de derde fase van de hervorming van het gerechtelijke bestel van de Europese Unie (september 2019), waarbij met name de efficiëntie van het Gerecht en de noodzaak en doeltreffendheid van de uitbreiding van het aantal rechters naar 56 moet worden onderzocht. Tegelijkertijd moet worden rekening gehouden met het succes bij de invoering van een genderevenwicht binnen het Gerecht. Bij de overdracht van verantwoordelijkheden inzake inbreukprocedures moet in aanmerking worden genomen dat dit het zwaarste middel van de Commissie is om tegen lidstaten te op te treden wanneer zij het Unierecht niet naleven. Deze procedures zijn nodig voor een effectieve omzetting van het Unierecht. Er moet worden gewaarborgd dat de overdracht van verantwoordelijkheden aan het Gerecht niet leidt tot een langere procedure. Voorts moet worden nagegaan of deze overdracht gepast is, met het oog op het relatief kleine aandeel van inbreukprocedures in vergelijking met het totale aantal aanhangig gemaakte zaken. Hierbij rijst de vraag of dit middel gepast is om het doel van een structurele verandering te bereiken.


ADVIES van de Commissie constitutionele zaken (29.11.2018)

aan de Commissie juridische zaken

inzake het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Protocol nr. 3 betreffende het statuut van het Hof van Justitie van de Europese Unie

(02360/2018 – C8-0132/2018 - 2018/0900(COD))

Rapporteur voor advies: Morten Messerschmidt

BEKNOPTE MOTIVERING

De rapporteur is het eens met de belangrijkste doelstellingen van het voorstel, met name de overdracht aan het Hof van Justitie van de exclusieve bevoegdheid om uitspraak te doen op beroepen tot nietigverklaring met betrekking tot de gebrekkige uitvoering van een arrest van het Hof van Justitie op grond van artikel 260, lid 2 of lid 3, VWEU. De rapporteur is echter van oordeel dat

het voorstel kan worden aangevuld met de mogelijkheid voor de rechters om – al dan niet afwijkende – afzonderlijke adviezen te publiceren, en stelt amendementen voor op de desbetreffende artikelen van het statuut van het Hof. De praktijk van afzonderlijke adviezen is gebruikelijk in de meeste lidstaten en wordt doorgaans toegestaan door internationale rechtbanken, met inbegrip van het Internationaal Gerechtshof en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. De mogelijkheid om afzonderlijke adviezen uit te brengen zou bijdragen tot een hogere kwaliteit van de arresten van het Hof, met name als de redenering van het Hof moeilijk te volgen is omdat het arrest deels uiteenlopende standpunten bevat om tot een compromis tussen de rechters te komen. Afzonderlijke adviezen zouden de meerderheid in staat stellen expliciet in te gaan op de standpunten van de minderheid en de geldigheid van hun juridische argumenten in twijfel te trekken. De afwijkende standpunten zouden gescheiden worden gehouden, zodat de arresten explicieter, coherenter, begrijpelijker en uiteindelijk gezaghebbender en overtuigender zouden zijn. Het is mogelijk dat in afzonderlijke adviezen vooruit wordt gelopen op latere ontwikkelingen in de jurisprudentie van het Hof. Dergelijke adviezen zouden zelfs kunnen leiden tot een verbetering van de justitiële dialoog met de nationale rechterlijke instanties, die te maken zouden krijgen met beter gemotiveerde arresten waarin alle juridische adviezen — en met name die van de verwijzende rechter — expliciet en volledig in aanmerking worden genomen. Het uitbrengen van afzonderlijk advies zou in geen geval verplicht zijn, en rechters zouden vrijelijk kunnen beslissen om een afzonderlijk advies al dan niet te publiceren. Het spreekt vanzelf dat het verkiezen van transparantie boven geheimhouding alleen maar kan bijdragen aan het democratiseringsproces van de Europese Unie.

AMENDEMENTEN

De Commissie constitutionele zaken verzoekt de bevoegde Commissie juridische zaken onderstaande amendementen in aanmerking te nemen:

Amendement    1

Ontwerpverordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt -1 (nieuw)

Protocol nr. 3 betreffende het statuut van het Hof van Justitie van de Europese Unie

Artikel 2

 

Bestaande tekst

Amendement

 

(-1)  Artikel 2 wordt vervangen door:

Artikel 2

"Artikel 2

Alvorens zijn ambt te aanvaarden, moet iedere rechter voor het Hof van Justitie in openbare zitting bijeen de eed afleggen, dat hij zijn functie zal uitoefenen in volkomen onpartijdigheid en geheel overeenkomstig zijn geweten en dat hij niets van het geheim der beraadslagingen openbaar zal maken.

Alvorens zijn ambt te aanvaarden, moet iedere rechter voor het Hof van Justitie in openbare zitting bijeen de eed afleggen, dat hij zijn functie zal uitoefenen in volkomen onpartijdigheid en geheel overeenkomstig zijn geweten en, onverminderd artikel 36, alinea 2, dat hij niets van het geheim der beraadslagingen openbaar zal maken. "

Amendement    2

Ontwerpverordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt -1 bis (nieuw)

Protocol nr. 3 betreffende het statuut van het Hof van Justitie van de Europese Unie

Artikel 8

 

Bestaande tekst

Amendement

 

(-1 bis)  Artikel 8 wordt vervangen door:

Artikel 8

"Artikel 8

De bepalingen van de artikelen 2 tot en met 7 zijn van toepassing op de advocaten-generaal.

De bepalingen van de artikelen 2 tot en met 7 zijn van overeenkomstige toepassing op de advocaten-generaal."

Amendement    3

Ontwerpverordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt -1 ter (nieuw)

Protocol nr. 3 betreffende het statuut van het Hof van Justitie van de Europese Unie

Artikel 35

 

Bestaande tekst

Amendement

 

(-1 ter)  Artikel 35 wordt vervangen door:

Artikel 35

"Artikel 35

De beraadslagingen van het Hof van Justitie zijn en blijven geheim.

Onverminderd artikel 36, tweede alinea, zijn en blijven de beraadslagingen van het Hof van Justitie geheim."

Amendement    4

Ontwerpverordening

Artikel 2 bis (nieuw)

Ontwerp van het Hof van Justitie

Amendement

 

Artikel 2 bis

 

De artikelen 2, 8, 35, 36 en 47 van het statuut, zoals gewijzigd bij deze verordening, zijn van toepassing op zaken die aanhangig worden gemaakt bij het Hof van Justitie of het Gerecht na de datum van inwerkingtreding van deze verordening.

PROCEDURE VAN DE ADVISERENDE COMMISSIE

Titel

Voorgestelde wijzigingen van Protocol nr. 3 betreffende het statuut van het Hof van Justitie van de Europese Unie

Document- en procedurenummers

02360/2018 – C8-0132/2018 – 2018/0900(COD)

Bevoegde commissie

       Datum bekendmaking

JURI

16.4.2018

 

 

 

Advies uitgebracht door

       Datum bekendmaking

AFCO

16.4.2018

Rapporteur voor advies

       Datum benoeming

Morten Messerschmidt

20.6.2018

Behandeling in de commissie

21.11.2018

 

 

 

Datum goedkeuring

27.11.2018

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

22

2

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Gerolf Annemans, Elmar Brok, Fabio Massimo Castaldo, Pascal Durand, Esteban González Pons, Danuta Maria Hübner, Diane James, Ramón Jáuregui Atondo, Alain Lamassoure, Jo Leinen, Morten Messerschmidt, Maite Pagazaurtundúa Ruiz, Markus Pieper, Paulo Rangel, Helmut Scholz, György Schöpflin, Barbara Spinelli, Claudia Țapardel, Josep-Maria Terricabras

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Sylvia-Yvonne Kaufmann, Jasenko Selimovic, Rainer Wieland

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Wajid Khan, Constanze Krehl

HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE ADVISERENDE COMMISSIE

22

+

ALDE

Maite Pagazaurtundúa Ruiz, Jasenko Selimovic

ECR

Morten Messerschmidt

ENF

Gerolf Annemans

GUE/NGL

Helmut Scholz, Barbara Spinelli

PPE

Elmar Brok, Esteban González Pons, Danuta Maria Hübner, Alain Lamassoure, Markus Pieper, Paulo Rangel, György Schöpflin, Rainer Wieland

S&D

Ramón Jáuregui Atondo, Sylvia Yvonne Kaufmann, Wajid Khan, Constanze Krehl, Jo Leinen, Claudia Țapardel

VERTS/ALE

Pascal Durand, Josep Maria Terricabras

2

-

EFDD

Fabio Massimo Castaldo

NI

Diane James

0

0

 

 

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding


PROCEDURE VAN DE BEVOEGDE COMMISSIE

Titel

Voorgestelde wijzigingen van Protocol nr. 3 betreffende het statuut van het Hof van Justitie van de Europese Unie

Document- en procedurenummers

02360/2018 – C8-0132/2018 – 2018/0900(COD)

Bevoegde commissie

       Datum bekendmaking

JURI

16.4.2018

 

 

 

Medeadviserende commissies

       Datum bekendmaking

AFCO

16.4.2018

 

 

 

Rapporteurs

       Datum benoeming

Tiemo Wölken

15.5.2018

 

 

 

Behandeling in de commissie

21.6.2018

22.10.2018

20.11.2018

 

Datum goedkeuring

6.12.2018

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

20

1

1

Bij de eindstemming aanwezige leden

Joëlle Bergeron, Jean-Marie Cavada, Mady Delvaux, Rosa Estaràs Ferragut, Mary Honeyball, Julia Reda, Evelyn Regner, Pavel Svoboda, József Szájer, Axel Voss

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Geoffroy Didier, Pascal Durand, Angel Dzhambazki, Ana Miranda, Jens Rohde, Virginie Rozière, Tiemo Wölken

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Lucy Anderson, Georges Bach, Kostadinka Kuneva, Jeroen Lenaers, Philippe Loiseau

Datum indiening

7.12.2018


HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

20

+

ALDE

Jean-Marie Cavada, Jens Rohde

EFDD

Joëlle Bergeron

ENF

Philippe Loiseau

PPE

Georges Bach, Geoffroy Didier, Rosa Estaràs Ferragut, Jeroen Lenaers, Pavel Svoboda, József Szájer, Axel Voss

S&D

Lucy Anderson, Mady Delvaux, Mary Honeyball, Evelyn Regner, Virginie Rozière, Tiemo Wölken

VERTS/ALE

Pascal Durand, Ana Miranda, Julia Reda

1

-

GUE/NGL

Kostadinka Kuneva

1

0

ECR

Angel Dzhambazki

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding

Laatst bijgewerkt op: 17 december 2018Juridische mededeling