Procedure : 2018/0060(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0440/2018

Ingediende teksten :

A8-0440/2018

Debatten :

PV 13/03/2019 - 23
CRE 13/03/2019 - 23

Stemmingen :

PV 13/12/2018 - 9.1
CRE 13/12/2018 - 9.1
PV 14/03/2019 - 11.6
CRE 14/03/2019 - 11.6

Aangenomen teksten :

P8_TA(2019)0208

VERSLAG     ***I
PDF 432kWORD 68k
7.12.2018
PE 629.418v02-00 A8-0440/2018

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EU) nr. 575/2013 wat betreft minimale verliesdekking voor niet-renderende blootstellingen

(COM(2018)0134 – C8-0117/2018 – 2018/0060(COD))

Commissie economische en monetaire zaken

Rapporteur: Esther de Lange, Roberto Gualtieri

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 PROCEDURE VAN DE BEVOEGDE COMMISSIE
 HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EU) nr. 575/2013 wat betreft minimale verliesdekking voor niet-renderende blootstellingen

(COM(2018)0134 – C8-0117/2018 – 2018/0060(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2018)0134),

–  gezien artikel 294, lid 2, en artikel 114 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C8-0117/2018),

–  gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien het advies van de Europese Centrale Bank van 12 juli 2018(1),

–  gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 27 juni 2018(2),

–  gezien artikel 59 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie economische en monetaire zaken (A8-0440/2018),

1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.  verzoekt de Commissie om hernieuwde voorlegging aan het Parlement indien zij haar voorstel vervangt, ingrijpend wijzigt of voornemens is het ingrijpend te wijzigen;

3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

Amendement    1

AMENDEMENTEN VAN HET EUROPEES PARLEMENT(3)*

op het voorstel van de Commissie

---------------------------------------------------------

2018/0060 (COD)

Voorstel voor een

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

tot wijziging van Verordening (EU) nr. 575/2013 wat betreft minimale verliesdekking voor niet-renderende blootstellingen

(Voor de EER relevante tekst)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 114,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van de Europese Centrale Bank(4),

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité(5),

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)  Het uitwerken van een omvattende strategie om de kwestie van niet-renderende blootstellingen (hierna ook "NPE's" genoemd) aan te pakken, is voor de Unie een belangrijk doel in haar pogingen om het financiële stelsel veerkrachtiger te maken. Hoewel de verantwoordelijkheid voor het aanpakken van NPE's bij de banken en lidstaten berust, heeft het terugschroeven van het huidige hoge volume NPE's, het voorkomen van een buitensporige toename van NPE's in de toekomst en het voorkomen van het ontstaan van systeembrede risico's in de niet-bancaire sector ook een duidelijke Uniedimensie. Gezien de verwevenheid van het bankbestel en het financiële bestel in de hele Unie waar banken in meerdere jurisdicties en lidstaten actief zijn, bestaat er voor de lidstaten en meer algemeen voor de Unie een aanzienlijk risico op overloopeffecten, in termen van zowel economische groei als financiële stabiliteit.

(1 bis)  Consumenten mogen niet exclusief verantwoordelijk worden gesteld voor de buitensporige toename van NPE's in de jaren van de financiële crisis. In sommige lidstaten werden de zeepbellen op de huizenmarkt veroorzaakt door een te groot vertrouwen in de stijging van de huizenprijzen. Delen van de bancaire sector hebben hieraan bijgedragen met onverstandige leenpraktijken. Een andere relevante factor was de manier waarop de richtlijn betreffende betalingsachterstand (Richtlijn 2011/7/EU) op nationaal niveau werd overgezet en ten uitvoer werd gelegd. Consumentenrechten met betrekking tot de verkoop van MPE's moeten door middel van een richtlijn worden gewaarborgd.

(2)  Een geïntegreerd financieel stelsel zal de Europese monetaire unie beter bestand maken tegen negatieve schokken door grensoverschrijdende particuliere risicodeling te vergemakkelijken, en zal tegelijkertijd de behoefte aan publieke risicodeling verminderen. Om deze doelstellingen te verwezenlijken, dient de Unie de bankenunie te voltooien en de kapitaalmarktenunie verder uit te bouwen. Voor de versterking van de bankenunie is het van essentieel belang dat ▌mogelijke toekomstige accumulatie van NPE's wordt aangepakt, omdat dit van cruciaal belang is voor concurrentie in de banksector, het behoud van de financiële stabiliteit en het stimuleren van kredietverschaffing, om zodoende in de Unie banen en groei te scheppen.

(3)  In juli 2017 heeft de Raad in zijn Actieplan inzake niet-renderende leningen in Europa diverse instellingen opgeroepen om passende maatregelen te treffen om het hoge volume NPE's in de Unie verder aan te pakken en de accumulatie ervan in de toekomst te voorkomen. Het actieplan omvat een uitgebreide benadering die is toegespitst op een mix van complementaire beleidsmaatregelen op de volgende vier terreinen: i) bankentoezicht en -regulering; ii) hervorming van de herstructurerings-, insolventie- en schuldinvorderingsraamwerken; iii) ontwikkeling van secundaire markten voor probleemactiva, en iv) bevordering van de herstructurering van het bankwezen. De maatregelen op deze terreinen moeten worden genomen op nationaal niveau en, waar zulks passend is, op EU-niveau. De Commissie heeft een vergelijkbaar voornemen aangekondigd in haar mededeling over de voltooiing van de bankenunie van 11 oktober 2017(6), waarin zij pleitte voor een omvattend pakket voor het aanpakken van niet-renderende leningen (NPL's) in de Unie.

(4)  Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013(7) vormt, samen met Richtlijn 2013/36/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013(8), het rechtskader voor de prudentiële regels voor instellingen. Verordening (EU) nr. 575/2013 bevat onder meer bepalingen die rechtstreeks van toepassing zijn op instellingen waar het gaat om het bepalen van het eigen vermogen. Daarom dienen de bestaande prudentiële regels van Verordening (EU) nr. 575/2013 met betrekking tot het eigen vermogen te worden aangevuld met bepalingen waarin, wanneer NPE's onvoldoende gedekt zijn door voorzieningen, een aftrekking van het eigen vermogen of andere aanpassingen worden verlangd. Dit zou betekenen dat daadwerkelijk een prudentiële achtervang voor NPE's wordt gecreëerd die eenvormig van toepassing is op alle instellingen in de Unie, en die ook instellingen omvat die actief zijn op de secundaire markt.

(5)  De prudentiële achtervang mag de bevoegde lidstaten niet beletten hun toezichtbevoegdheden uit te oefenen in overeenstemming met Richtlijn 2013/36/EU. Wanneer bevoegde autoriteiten in individuele gevallen ervan overtuigd zijn dat, ondanks de toepassing van de met deze verordening ingestelde prudentiële achtervang voor NPE's, de NPE's van een bepaalde instelling onvoldoende zijn gedekt, kunnen zij gebruikmaken van hun toezichtbevoegdheden als bedoeld in Richtlijn 2013/36/EU, met inbegrip van de in artikel 104, lid 1, onder d), van die richtlijn bedoelde bevoegdheid. In individuele gevallen kunnen de bevoegde autoriteiten bijgevolg verder gaan dan de vereisten uit hoofde van deze verordening om te waarborgen dat NPE's voldoende zijn gedekt.

(6)  Met het oog op de toepassing van de prudentiële achtervang dient in Verordening (EU) nr. 575/2013 een duidelijk stel voorwaarden voor de classificatie van NPE's te worden opgenomen. Aangezien in Uitvoeringsverordening (EU) nr. 680/2014 van de Commissie voor NPE's al criteria zijn vastgelegd met het oog op toezichtrapportage, dient de classificatie van NPE's voort te bouwen op dat bestaande raamwerk. In Uitvoeringsverordening (EU) nr. 680/2014 van de Commissie is sprake van blootstellingen in wanbetaling zoals gedefinieerd ten behoeve van de berekening van eigenvermogensvereisten voor kredietrisico en van aan een bijzondere waardevermindering onderhevige blootstellingen volgens het toepasselijke kader voor financiële verslaggeving. Aangezien respijtmaatregelen van invloed kunnen zijn op de vraag of een blootstelling als niet-renderend moet worden geclassificeerd, dienen de classificatiecriteria te worden aangevuld met duidelijke criteria over de effecten van respijtmaatregelen. Respijtmaatregelen moeten beogen de leningnemer weer in een duurzame situatie te brengen waarin hij de lening afbetaalt en moeten in overeenstemming zijn met de EU-vereisten inzake consumentenbescherming, maar kunnen verschillende rechtvaardigingsgronden en gevolgen hebben. Daarom dient te worden bepaald dat met een respijtmaatregel die voor een niet-renderende blootstelling wordt toegekend, de classificatie van die blootstelling als niet-renderend niet ten einde komt, tenzij bepaalde strikte criteria voor deze beëindiging zijn vervuld.

(7)  Hoe langer een blootstelling niet-renderend is, des te geringer de kans is om de waarde ervan in te vorderen. Daarom dient het deel van de blootstelling dat door voorzieningen, andere aanpassingen of aftrekkingen dient te worden gedekt, mettertijd toe te nemen, volgens een vooraf bepaald tijdschema. Voor door een instelling gekochte NPE's moet bijgevolg een tijdschema gelden dat ingaat op de dag waarop de NPE oorspronkelijk als niet-renderend is geclassificeerd, en niet op de dag van de aankoop ervan. Hiertoe moet de verkoper de koper informatie verstrekken over de datum waarop de blootstelling als niet-renderend is geclassificeerd.

(7 bis)  Wanneer de specifieke kredietrisicoaanpassingen worden berekend moet rekening worden gehouden met gedeeltelijke afschrijvingen. Om te voorkomen dat de gedeeltelijke afschrijving dubbel wordt meegerekend, moet gebruik worden gemaakt van de oorspronkelijke blootstellingswaarde vóór de gedeeltelijke afschrijving. De opname van gedeeltelijke afschrijvingen op de lijst van middelen die kunnen worden gebruikt om aan de vereisten van de achtervang te voldoen, moet instellingen ertoe aanzetten om afschrijvingen tijdig te erkennen. Bij NPE's die door een instelling worden gekocht tegen een prijs die lager is dan het bedrag dat de debiteur verschuldigd is, moet de koper het verschil tussen de aankoopprijs en het bedrag dat de debiteur verschuldigd is op dezelfde manier behandelen als een gedeeltelijke afschrijving voor de toepassing van de prudentiële achtervang.

(8)  Van gedekte NPE's wordt doorgaans verwacht dat zij minder verlies met zich meebrengen dan niet-gedekte NPE's omdat de kredietprotectie die de NPE secureert, de instelling een specifieke vordering geeft op een activum of tegen een derde partij zonder dat de algemene vordering van de instelling op de leningnemer in wanbetaling daardoor afneemt. In het geval van een niet-gedekte NPE, zou alleen de algemene vordering op de leningnemer in wanbetaling beschikbaar zijn. Gezien het grotere verwachte verlies op niet-gedekte NPE's dient een strikter tijdschema te worden toegepast. ▌

(8 bis)   Een blootstelling die slechts gedeeltelijk door toelaatbare kredietprotectie is gedekt, zou als gedekt moeten worden beschouwd voor het gedekte gedeelte, en als niet-gedekt voor het gedeelte dat niet door toelaatbare kredietprotectie is gedekt. Om vast te stellen welke delen van NPE's als gedekt of ongedekt moeten worden behandeld, moeten de criteria voor de toelaatbaarheid van kredietprotectie en de volledige en complete dekking van hypotheken die worden gebruikt om de kapitaalvereisten te berekenen, worden toegepast in overeenstemming met de desbetreffende benadering, met inbegrip van toepasselijke waardeaanpassing.

(9)  Een uniform tijdschema dient te worden gehanteerd, ongeacht of de blootstelling niet-renderend is omdat de debiteur een betalingsachterstand van meer dan 90 dagen heeft, dan wel vanwege andere triggers niet-renderend is. De prudentiële achtervang moet per blootstellingsniveau worden toegepast. Voorts moet voor niet-gedekte NPE's een tijdschema van drie jaar gelden. Om instellingen en lidstaten in staat te stellen de doeltreffendheid van de herstructurerings- of uitwinningsprocedures te verbeteren en te erkennen dat NPE's die gedekt zijn door onroerende zekerheden of woonkredieten die volledig gedekt zijn door een toelaatbare protectiegever als bedoeld in Verordening (EU) nr. 575/2013 langer een restwaarde zullen behouden nadat de lening niet-renderend is geworden, is het wenselijk om een tijdschema van negen jaar te hanteren. Voor andere gedekte NPE's moet een tijdschema van zeven jaar gelden tot volledige dekking is opgebouwd.

(10 bis)  Met het oog op de toepassing van de desbetreffende dekkingsfactor, moet het mogelijk zijn rekening te houden met respijtmaatregelen. Meer in het bijzonder moet de dekking als niet-renderend geclassificeerd blijven worden, maar de dekkingsvereiste zou gedurende een extra jaar stabiel moeten blijven. Daarom moet de factor die van toepassing zou zijn gedurende het jaar waarin de respijtmaatregel is toegekend, gedurende twee in plaats van een jaar gelden. Wanneer de blootstelling na het verstrijken van dit extra jaar nog steeds niet-renderend is, moet de toepasselijke factor worden vastgesteld alsof er geen respijtmaatregel is toegekend, daarbij rekening houdend met de datum waarop de blootstelling oorspronkelijk als niet-renderend is geclassificeerd. Gezien het feit dat de toekenning van respijtmaatregelen niet tot enige arbitrage mag leiden, moet deze mogelijkheid alleen worden toegestaan met betrekking tot de eerste respijtmaatregel die is toegekend nadat de blootstelling als niet-renderend is geclassificeerd. Bovendien mag de periode van een jaar waarin de dekkingsfactor ongewijzigd blijft niet leiden tot een verlenging van het tijdschema voor voorzieningen. Bijgevolg mogen eventuele respijtmaatregelen die worden toegekend in het derde jaar na de classificatie als NPE voor niet-gedekte blootstellingen, of, in het zevende jaar na de classificatie als NPE voor gedekte blootstellingen, de volledige dekking van de NPE niet vertragen.

(11)  Om ervoor te zorgen dat een voorzichtige benadering wordt gehanteerd bij de voor de kredietprotectie gehanteerde waardering van NPE's van instellingen, dient EBA te onderzoeken of een gemeenschappelijke methodiek noodzakelijk is en deze, zo nodig, uit te werken, met name wat betreft aannames met betrekking tot de invorderbaarheid en uitwinbaarheid , en eventueel inclusief minimumvereisten voor de aanpassing van de waardering van de kredietprotectie in termen van timing.

(12)  Met het oog op een soepele overgang naar deze nieuwe prudentiële achtervang dienen de nieuwe regels niet te worden toegepast met betrekking tot blootstellingen die vóór ... [datum van inwerkingtreding van deze verordening] zijn geïnitieerd.

(13)  Verordening (EU) nr. 575/2013 dient daarom dienovereenkomstig te worden gewijzigd,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Wijzigingen van Verordening (EU) nr. 575/2013

(1)  aan artikel 36, lid 1, wordt het volgende punt m) toegevoegd:

"m) het toepasselijke bedrag van ontoereikende dekking voor niet-renderende blootstellingen.";

(2)  de volgende artikelen 47 bis, 47 ter en 47 quater worden ingevoegd:

"Artikel 47 bis

Niet-renderende blootstellingen

1.  Voor de toepassing van artikel 36, lid 1, punt m), omvat "blootstelling" elk van de volgende elementen, op voorwaarde dat deze niet zijn opgenomen in de handelsportefeuille van de instelling:

a)  een schuldinstrument, daaronder begrepen een schuldtitel, een lening, een voorschot▌ en een direct opvraagbaar deposito;

b)  een toegezegde lening, een financiële garantie of iedere andere gedane toezegging, ongeacht of deze herroepelijk of onherroepelijk zijn, met uitzondering van niet-opgenomen kredietfaciliteiten die te allen tijde onvoorwaardelijk en zonder kennisgeving kunnen worden geannuleerd, of die voorzien in een automatische annulering als gevolg van een verslechtering van de kredietwaardigheid van de kredietnemer;

2.  Voor de toepassing van artikel 36, lid 1, punt m), is de blootstellingswaarde van een schuldinstrument de boekwaarde ervan, ongerekend specifieke kredietrisicoaanpassingen, aanvullende waardeaanpassingen in overeenstemming met de artikelen 34 en 105, in overeenstemming met artikel 36, lid 1, punt m), afgetrokken bedragen of andere aftrekkingen van het eigen vermogen in verband met de blootstelling of gedeeltelijke afschrijvingen die zijn gedaan door de instelling sinds de laatste keer dat de blootstelling als niet-renderend werd geclassificeerd.

In de blootstellingswaarde van een schuldinstrument dat is aangeschaft tegen een prijs die lager is dan het bedrag dat de debiteur verschuldigd is, wordt het verschil tussen de aankoopprijs en het bedrag dat de debiteur verschuldigd is in aanmerking genomen.

Voor de toepassing van artikel 36, lid 1, punt m), is de blootstellingswaarde van een toegezegde lening, een financiële garantie of iedere andere toezegging die is gedaan overeenkomstig lid 1, onder b), de nominale waarde ervan, die de maximale blootstelling van de instelling vertegenwoordigt, ongerekend volgestorte of niet-volgestorte kredietprotectie. Met name

a)  is de nominale waarde van financiële garanties het maximumbedrag dat de entiteit zou moeten betalen indien de garantie wordt uitgewonnen;

b)  is het nominale bedrag van toegezegde leningen het niet-opgenomen bedrag dat de instelling heeft toegezegd te zullen uitlenen.

Bij de in de tweede alinea genoemde nominale waarde mogen geen specifieke kredietrisicoaanpassingen, aanvullende waardeaanpassingen in overeenstemming met de artikelen 34 en 105, in overeenstemming met artikel 36, lid 1, punt m), afgetrokken bedragen of andere aftrekkingen van het eigen vermogen in verband met de blootstelling in aanmerking worden genomen.

3.  Voor de toepassing van artikel 36, lid 1, punt m), worden de volgende blootstellingen geclassificeerd als niet-renderend:

a)  een blootstelling ten aanzien waarvan een wanbetaling geacht wordt te hebben plaatsgevonden in overeenstemming met artikel 178;

b)  een blootstelling die volgens het toepasselijke kader voor financiële verslaggeving als aan een bijzondere waardevermindering onderhevig geldt;

c)  een blootstelling op proef overeenkomstig lid 7, wanneer aanvullende respijtmaatregelen worden toegestaan of wanneer de blootstelling meer dan 30 dagen wordt;

d)  een blootstelling in de vorm van een krediettoezegging die, wanneer daarop getrokken wordt of daarvan anderszins wordt gebruikgemaakt, die de kans loopt niet volledig te worden afgelost zonder dat zekerheden worden gerealiseerd;

e)  een blootstelling in de vorm van een financiële garantie die de kans loopt door de gegarandeerde partij te worden aangesproken, onder meer wanneer de onderliggende gegarandeerde blootstelling aan de criteria voldoet om als niet-renderend te worden beschouwd.

Voor de toepassing van punt a) worden, wanneer een instelling blootstellingen binnen de balanstelling heeft aan een debiteur met een betalingsachterstand van meer dan 90 dagen en die meer dan 20 % van de brutoboekwaarde van alle blootstellingen binnen de balanstelling aan die debiteur vertegenwoordigen, alle blootstellingen binnen en buiten de balanstelling aan die debiteur beschouwd als zijnde niet-renderend.

4.  Blootstellingen waarvoor geen respijtmaatregel geldt, worden niet langer als niet-renderend geclassificeerd voor de toepassing van artikel 36, lid 1, punt m), wanneer aan elk van de volgende voorwaarden is voldaan:

a)  de blootstelling voldoet aan de uitstapcriteria die door de instelling worden toegepast voor het beëindigen van de classificatie als aan een bijzondere waardevermindering onderhevig overeenkomstig het toepasselijke kader voor financiële verslaggeving en van de classificatie als in wanbetaling overeenkomstig artikel 178;

b)  de situatie van de debiteur is in die mate verbeterd dat de instelling ervan overtuigd is dat volledige en tijdige terugbetaling waarschijnlijk is;

c)  de debiteur heeft voor geen enkel bedrag een betalingsachterstand van meer dan 90 dagen.

5.  Door de classificatie van een niet-renderende blootstelling als als vast actief aangehouden voor verkoop overeenkomstig het toepasselijke kader voor financiële verslaggeving komt geen einde aan de classificatie als niet-renderende blootstelling voor de toepassing van artikel 36, lid 1, punt m).

6.  Niet-renderende blootstellingen waarvoor respijtmaatregelen gelden, worden niet langer als niet-renderend geclassificeerd voor de toepassing van artikel 36, lid 1, punt m), wanneer aan elk van de volgende voorwaarden is voldaan:

a)  blootstellingen verkeren niet langer in een situatie die ertoe zou leiden dat zij op grond van lid 3 als niet-renderend zouden worden geclassificeerd;

b)  ten minste één jaar is verstreken sinds het tijdstip waarop respijtmaatregelen zijn toegekend of, indien dit later valt, het tijdstip waarop blootstellingen als niet-renderend zijn geclassificeerd;

c)  na de respijtmaatregelen is er geen achterstallig bedrag en de instelling is, op basis van de analyse van de financiële situatie van de debiteur, overtuigd van de waarschijnlijkheid dat de blootstelling volledig en tijdig zal worden afgelost.

Voor de toepassing van punt c) kan volledige en tijdige aflossing als waarschijnlijk gelden wanneer de debiteur regelmatige en tijdige betalingen van bedragen heeft uitgevoerd die gelijk zijn aan een van de volgende bedragen:

i)  het bedrag dat achterstallig was voordat de respijtmaatregel is toegekend, wanneer er achterstallige bedragen waren;

ii)  het bedrag dat is afgeschreven in het kader van de toegekende respijtmaatregelen, wanneer er geen achterstallige bedragen waren.

7.  Wanneer een niet-renderende blootstelling in overeenstemming met lid 6 niet langer als niet-renderend wordt geclassificeerd, geldt voor een dergelijke blootstelling een proefperiode totdat aan elk van de volgende voorwaarden is voldaan:

a)  ten minste twee jaar zijn verstreken sinds de datum waarop de respijtblootstelling is geherclassificeerd als renderend;

b)  regelmatige en tijdige betalingen zijn gedaan voor ten minste de helft van de periode waarin voor de blootstelling een proefperiode gold, hetgeen heeft geresulteerd in de betaling van een aanzienlijk totaalbedrag van de hoofdsom of de rente;

c)  voor geen van de blootstellingen aan de debiteur bedraagt de betalingsachterstand meer dan 30 dagen.

Artikel 47 ter

Respijtmaatregelen

1.  Voor de toepassing van artikel 47 bis omvat een "respijtmaatregel" een concessie die een instelling doet aan een debiteur die moeilijkheden ondervindt of waarschijnlijk zal ondervinden bij het nakomen van zijn financiële verplichtingen. Een concessie kan een verlies voor de leninggever inhouden en betreft een van de volgende acties:

a)  een wijziging van de voorwaarden van een schuldverplichting, wanneer een dergelijke wijziging niet was toegestaan indien de debiteur moeilijkheden had ondervonden bij het nakomen van zijn financiële verplichtingen;

b)  een volledige of gedeeltelijke herfinanciering van een schuldverplichting, wanneer een dergelijke herfinanciering niet was toegestaan indien de debiteur moeilijkheden had ondervonden bij het nakomen van zijn financiële verplichtingen.

2.  Voor de toepassing van lid 1 gelden ten minste de volgende situaties als respijtmaatregelen:

a)  nieuwe contractvoorwaarden die voor de debiteur gunstiger zijn dan de voorgaande contractvoorwaarden, indien de debiteur moeilijkheden ondervindt of waarschijnlijk zal ondervinden bij het nakomen van zijn financiële verplichtingen;

b)  nieuwe contractvoorwaarden die voor de debiteur gunstiger zijn dan contractvoorwaarden die dezelfde instelling aanbiedt aan debiteuren met een vergelijkbaar risicoprofiel op dat tijdstip, indien de debiteur moeilijkheden ondervindt of waarschijnlijk zal ondervinden bij het nakomen van zijn financiële verplichtingen;

c)  de blootstelling op grond van de aanvankelijke contractvoorwaarden is vóór de wijziging van de contractvoorwaarden als niet-renderend geclassificeerd of zou, indien de contractvoorwaarden niet waren gewijzigd, als niet-renderend zijn geclassificeerd;

d)  de maatregel resulteert in een volledige of gedeeltelijke annulering van de schuldverplichting;

e)  de instelling geeft goedkeuring voor de uitoefening van clausules waarmee de debiteur de contractvoorwaarden kan wijzigen, en de blootstelling was als niet-renderend geclassificeerd vóór de uitoefening van die clausules of zou als niet-renderend zijn geclassificeerd indien die clausules niet waren uitgeoefend;

f)  op of rond het tijdstip dat het krediet is verleend, heeft de debiteur betalingen van de hoofdsom of de rente gedaan voor een andere schuldverplichting jegens dezelfde instelling die als niet-renderende blootstelling was geclassificeerd of die zonder die betalingen als niet-renderend zou zijn geclassificeerd;

g)  de wijziging van de contractvoorwaarden behelst aflossingen die worden gedaan door inbezitneming van zekerheden, wanneer een dergelijke wijziging een concessie vormt.

3.  Voor de toepassing van lid 1 zijn de volgende omstandigheden aanwijzingen dat mogelijkerwijs respijtmaatregelen zijn vastgesteld:

a)  voor het initiële contract was er tijdens de drie maanden voorafgaand aan de wijziging ervan ten minste eenmaal een betalingsachterstand van 30 dagen of zou er, zonder de wijziging, een betalingsachterstand van meer dan 30 dagen zijn;

b)  op of rond het tijdstip dat de kredietovereenkomst is afgesloten, heeft de debiteur jegens dezelfde instelling betalingen van hoofdsom of rente gedaan voor een andere schuldverplichting waarvoor er tijdens de drie maanden voorafgaand aan het verlenen van een nieuw krediet een betalingsachterstand van ten minste 30 dagen was;

c)  de instelling geeft goedkeuring voor de uitoefening van clausules waarmee de debiteur de contractvoorwaarden kan wijzigen, en de blootstelling heeft een betalingsachterstand van 30 dagen of zou een betalingsachterstand van 30 dagen hebben indien die clausules niet waren uitgeoefend.

4.  Voor de toepassing van dit artikel worden de moeilijkheden die een debiteur ondervindt bij het nakomen van zijn financiële verplichtingen beoordeeld op debiteurniveau, rekening houdende met alle juridische entiteiten binnen de groep van de debiteur die binnen de perimeter van de boekhoudkundige consolidatie van de groep vallen, en de natuurlijke personen die zeggenschap over die groep uitoefenen.

Artikel 47 quater

Aftrekking voor niet-renderende blootstellingen

1.  Voor de toepassing van artikel 36, lid 1, punt m), bepalen instellingen het van tier 1-kernkapitaalbestanddelen af te trekken toepasselijke bedrag aan onvoldoende dekking afzonderlijk voor iedere niet-renderende blootstelling, door het in punt b) bepaalde bedrag af te trekken van het in punt a) bepaalde bedrag, wanneer het in punt a) bedoelde bedrag hoger is dan het in punt b) bedoelde bedrag:

a)  de som van:

i)  het eventuele niet-gedekte deel van iedere niet-renderende blootstelling, vermenigvuldigd met de in lid 2 genoemde toepasselijke factor;

ii)  het eventuele gedekte deel van iedere niet-renderende blootstelling, vermenigvuldigd met de in lid 3 genoemde toepasselijke factor;

b)  het totaal van de volgende elementen voor zover die betrekking hebben op dezelfde niet-renderende blootstelling:

i)  specifieke kredietrisicoaanpassingen;

ii)  aanvullende waardeaanpassingen overeenkomstig de artikelen 34 en 105;

iii)  andere eigenvermogensverlagingen;

iv)  voor instellingen die de risicogewogen posten volgens de interne-ratingbenadering berekenen: de absolute waarde van de in overeenstemming met artikel 36, lid 1, punt d), afgetrokken bedragen die op niet-renderende blootstellingen betrekking hebben, wanneer de aan elke niet-renderende blootstelling toe te schrijven absolute waarde wordt bepaald door het vermenigvuldigen van de in overeenstemming met artikel 36, lid 1, punt d) afgetrokken bedrag met het aandeel van de verwachte verliespost op de niet-renderende blootstelling in de totale verwachte verliesposten voor blootstellingen in wanbetaling of niet in wanbetaling, al naar gelang.

iv bis)  indien een niet-renderende blootstelling wordt gekocht voor een prijs die lager is dan het bedrag dat de debiteur verschuldigd is, het verschil tussen de aankoopprijs en het bedrag dat de debiteur verschuldigd is;

iv ter)  door de instelling afgeschreven bedragen sinds de blootstelling als niet-renderend werd geclassificeerd.

Het gedekte deel van een niet-renderende blootstelling is het deel van een dergelijke blootstelling dat, ten behoeve van de berekening van eigenvermogensvereisten krachtens titel II van deel drie, geacht wordt te worden gedekt door een volgestorte kredietprotectie of niet-volgestorte kredietprotectie of geheel en volledig gedekt door hypotheken.

Het niet-gedekte deel van een niet-renderende blootstelling stemt overeen met het eventuele verschil tussen de waarde van de blootstelling als bedoeld in artikel 47 bis, lid 1, en het eventuele gedekte deel van de blootstelling.

2.  Voor de toepassing van lid 1, onder a), punt i), zijn de volgende factoren van toepassing:

c)  1 voor het niet-gedekte deel van een niet-renderende blootstelling, toe te passen vanaf de eerste dag van het vierde jaar na de classificatie ervan als niet-renderend▌;

3.  Voor de toepassing van lid 1, onder a), punt ii), zijn de volgende factoren van toepassing:

e)  0,20 voor het ▌deel van een niet-renderende blootstelling dat wordt gedekt door onroerend goed krachtens titel II van deel drie of woonkredieten die volledig gedekt zijn door een toelaatbare protectiegever als bedoeld in artikel 201, toe te passen in de periode tussen de eerste en de laatste dag van het vierde jaar na de classificatie ervan als niet-renderend▌;

f)  0,23 voor het ▌deel van een niet-renderende blootstelling dat wordt gedekt door onroerend goed of andere toelaatbare zekerheden in de zin van deze verordening, toe te passen in de periode tussen de eerste en de laatste dag van het vierde jaar na de classificatie ervan als niet-renderend▌;

g)  0,30 voor het ▌deel van een niet-renderende blootstelling dat wordt gedekt door onroerend goed krachtens titel II van deel drie of woonkredieten die volledig gedekt zijn door een toelaatbare protectiegever als bedoeld in artikel 201, toe te passen in de periode tussen de eerste en de laatste dag van het vijfde jaar na de classificatie ervan als niet-renderend▌;

h)  0,35 voor het ▌deel van een niet-renderende blootstelling dat wordt gedekt door onroerend goed of andere toelaatbare zekerheden in de zin van deze verordening, toe te passen in de periode tussen de eerste en de laatste dag van het vijfde jaar na de classificatie ervan als niet-renderend▌;

i)  0,40 voor het ▌deel van een niet-renderende blootstelling dat wordt gedekt door onroerend goed krachtens titel II van deel drie of woonkredieten die volledig gedekt zijn door een toelaatbare protectiegever als bedoeld in artikel 201, toe te passen in de periode tussen de eerste en de laatste dag van het zesde jaar na de classificatie ervan als niet-renderend▌;

j)  0,50 voor het ▌deel van een niet-renderende blootstelling dat wordt gedekt door onroerend goed of andere toelaatbare zekerheden in de zin van deze verordening, toe te passen in de periode tussen de eerste en de laatste dag van het zesde jaar na de classificatie ervan als niet-renderend▌;

k)  0,55 voor het ▌deel van een niet-renderende blootstelling dat wordt gedekt door onroerend goed krachtens titel II van deel drie of woonkredieten die volledig gedekt zijn door een toelaatbare protectiegever als bedoeld in artikel 201, toe te passen in de periode tussen de eerste en de laatste dag van het zevende jaar na de classificatie ervan als niet-renderend▌;

l)  0,80 voor het ▌deel van een niet-renderende blootstelling dat wordt gedekt door onroerend goed of andere toelaatbare zekerheden in de zin van deze verordening, toe te passen in de periode tussen de eerste en de laatste dag van het zevende jaar na de classificatie ervan als niet-renderend▌;

m)  0,75 voor het ▌deel van een niet-renderende blootstelling dat wordt gedekt door onroerend goed krachtens titel II van deel drie of woonkredieten die volledig gedekt zijn door een toelaatbare protectiegever als bedoeld in artikel 201, toe te passen in de periode tussen de eerste en de laatste dag van het achtste jaar na de classificatie ervan als niet-renderend▌;

n)  1 voor het ▌deel van een niet-renderende blootstelling dat wordt gedekt door onroerend goed of andere toelaatbare zekerheden in de zin van deze verordening, toe te passen vanaf de eerste dag van het achtste jaar na de classificatie ervan als niet-renderend▌;

o)  0,80 voor het ▌deel van een niet-renderende blootstelling dat wordt gedekt door onroerend goed krachtens titel II van deel drie of woonkredieten die volledig gedekt zijn door een toelaatbare protectiegever als bedoeld in artikel 201, toe te passen in de periode tussen de eerste en de laatste dag van het negende jaar na de classificatie ervan als niet-renderend▌;

p)  1 voor het ▌deel van een niet-renderende blootstelling dat wordt gedekt door onroerend goed krachtens titel II van deel drie of woonkredieten die volledig gedekt zijn door een toelaatbare protectiegever als bedoeld in artikel 201, toe te passen vanaf de eerste dag van het tiende jaar na de classificatie ervan als niet-renderend▌;

3 bis.  In afwijking van lid 3 zijn de volgende factoren van toepassing op het deel van de niet-renderende blootstelling dat wordt gegarandeerd of verzekerd door een officiële exportkredietinstelling:

a)  0 voor het gedekte deel van een niet-renderende blootstelling, toe te passen in de periode tussen één jaar en zeven jaar na de classificatie ervan als niet-renderend; en

b)  1 voor het gedekte deel van een niet-renderende blootstelling, toe te passen vanaf de eerste dag van het achtste jaar na de classificatie ervan als niet-renderend.

5.  EBA maakt een beoordeling van het scala praktijken dat wordt gehanteerd voor de waardering van gedekte niet-renderende blootstellingen, en kan richtsnoeren uitwerken tot nadere invulling van een gemeenschappelijke methodiek, met onder meer mogelijke minimumvereisten voor herwaardering in termen van tijdschema en ad-hocmethodes, voor de prudentiële waardering van in aanmerking komende vormen van volgestorte en niet-volgestorte kredietprotectie, met name wat betreft aannames met betrekking tot de invorderbaarheid en uitwinbaarheid ervan. Deze richtsnoeren kunnen eveneens een gemeenschappelijke methodiek omvatten voor de vaststelling van het gedekte deel van een niet-renderende blootstelling als bedoeld in lid 1.

Die richtsnoeren worden bekendgemaakt in overeenstemming met artikel 16 van Verordening (EU) nr. 1093/2010.";

5 bis.  In afwijking van de leden 2 en 3, wanneer voor een blootstelling een respijtmaatregel is toegekend in de zin van artikel 47 ter

a)  tussen een en twee jaar na de classificatie ervan als niet-renderend, is de factor die overeenkomstig lid 2 van toepassing is op het moment waarop de respijtmaatregel wordt toegekend, van toepassing voor een aanvullende periode van een jaar;

b)  tussen twee en zes jaar na de classificatie ervan als niet-renderend, is de factor die overeenkomstig lid 3 van toepassing is op het moment waarop de respijtmaatregel wordt toegekend, van toepassing voor een aanvullende periode van een jaar.

Deze bepaling mag alleen van toepassing zijn met betrekking tot de eerste respijtmaatregel die wordt toegekend voor een niet-renderende blootstelling.

(3)  In artikel 111, lid 1, wordt de eerste alinea vervangen door:

"1. De blootstellingswaarde van een actiefpost bestaat uit de boekwaarde die er overblijft na toepassing van specifieke kredietrisicoaanpassingen, aanvullende waardeaanpassingen overeenkomstig de artikelen 34 en 105, in overeenstemming met artikel 36, lid 1, punt m), bedragen afgetrokken en andere eigenvermogensverlagingen in samenhang met de actiefpost. De blootstellingswaarde van een in bijlage I vermelde post buiten balanstelling is het volgende percentage van de nominale waarde ervan na aftrek van specifieke kredietrisicoaanpassingen en bedragen afgetrokken in overeenstemming met artikel 36, lid 1, punt m):";

(4)  artikel 127, lid 1, wordt vervangen door:

"1. Aan het niet-gedekte gedeelte van een post ten aanzien waarvan zich met betrekking tot een debiteur een wanbetaling overeenkomstig artikel 178 heeft voorgedaan of, bij blootstellingen met betrekking tot particulieren en kleine partijen, aan het niet-gedekte gedeelte van een kredietfaciliteit ten aanzien waarvan zich een wanbetaling overeenkomstig artikel 178 heeft voorgedaan, wordt een risicogewicht toegekend van:

a)  150 % wanneer het totaal van de specifieke kredietrisicoaanpassingen en van de in overeenstemming met artikel 36, lid 1, punt m), afgetrokken bedragen minder dan 20 % van het niet-gedekte gedeelte van de blootstellingswaarde bedraagt indien deze specifieke kredietrisicoaanpassingen en aftrekkingen niet waren toegepast;

b)  100 % wanneer het totaal van de specifieke kredietrisicoaanpassingen van de in overeenstemming met artikel 36, lid 1, punt m), afgetrokken bedragen minder dan 20 % van het niet-gedekte gedeelte van de blootstellingswaarde bedraagt indien deze specifieke kredietrisicoaanpassingen en aftrekkingen niet waren toegepast.";

(5)  Artikel 159 wordt vervangen door:

"Artikel 159

Behandeling van verwachte verliesposten

De instellingen brengen de overeenkomstig artikel 158, leden 5, 6 en 10, berekende verwachte verliesposten in mindering op de algemene en specifieke kredietrisicoaanpassingen en aanvullende waardeaanpassingen overeenkomstig de artikelen 34 en 110 en andere eigenvermogensverlagingen die verband houden met die blootstellingen, met uitzondering van de aftrekkingen in overeenstemming met artikel 36, lid 1, punt m). Het overeenkomstig artikel 166, lid 1, bepaalde disagio op in de balans opgenomen blootstellingen die in staat van wanbetaling zijn gekocht, wordt op dezelfde wijze behandeld als specifieke kredietrisicoaanpassingen. Specifieke kredietrisicoaanpassingen ten aanzien van blootstellingen waarbij sprake is van wanbetaling, mogen niet worden gebruikt om verwachte verliesposten op andere blootstellingen te dekken. Verwachte verliesposten voor gesecuritiseerde blootstellingen en met die blootstellingen samenhangende algemene en specifieke kredietrisicoaanpassingen worden niet bij deze berekening betrokken.";

(6)  artikel 178, lid 1, onder b), wordt vervangen door:

"b) de debiteur is meer dan 90 dagen achterstallig bij het nakomen van een aanzienlijke kredietverplichting jegens de instelling, de moederonderneming of een van haar dochterondernemingen. De bevoegde autoriteiten kunnen de termijn van 90 dagen vervangen door een termijn van 180 dagen voor blootstellingen die zijn gedekt door niet-zakelijk onroerend goed of zakelijk onroerend goed van kmo's en die kunnen worden ingedeeld in de categorie blootstellingen met betrekking tot particulieren en kleine partijen, alsmede voor blootstellingen met betrekking tot publiekrechtelijke lichamen. De termijn van 180 dagen geldt niet voor de doeleinden van artikel 36, lid 1, punt m), of artikel 127.";

(7)  het volgende artikel 469 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 469 bis

Afwijking van aftrekkingen van tier 1-kernkapitaalbestanddelen voor niet-renderende blootstellingen

In afwijking van artikel 36, lid 1, punt m), trekken instellingen van tier 1-kernkapitaalbestanddelen niet het toepasselijke bedrag aan onvoldoende dekking voor niet-renderende blootstellingen af wanneer de blootstelling vóór ... [datum van inwerkingtreding van deze verordening] is aangegaan.

Wanneer de voorwaarden van een blootstelling die vóór ... [datum van inwerkingtreding van deze verordening] is aangegaan, door de instelling zodanig worden gewijzigd dat daarmee de blootstelling van de instelling aan de debiteur toeneemt, wordt de blootstelling geacht te zijn aangegaan op de datum vanaf wanneer de wijziging van toepassing is, en is zij niet langer onderworpen aan de in de eerste alinea vastgestelde afwijking.".

Artikel 2

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel,

Voor het Europees Parlement  Voor de Raad

De Voorzitter  De Voorzitter

(1)

Nog niet in het Publicatieblad verschenen.

(2)

PB C 367 van 10.10.2018, blz. 43.

(3)

* Amendementen: nieuwe of vervangende tekst staat in vet en cursief, schrappingen zijn met het symbool ▐ aangegeven.

(4)

  PB C […] van […], blz. […].

(5)

PB C van , blz. .

(6)

  COM(2017) 592 final van 11.10.2017.

(7)

  Verordening (EU) Nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende prudentiële vereisten voor kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 (PB L 176 van 27.6.2013, blz. 1).

(8)

  Richtlijn 2013/36/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 (PB L 191 van 28.6.2014, blz. 1).


PROCEDURE VAN DE BEVOEGDE COMMISSIE

Titel

Minimale verliesdekking voor niet-renderende blootstellingen

Document- en procedurenummers

COM(2018)0134 – C8-0117/2018 – 2018/0060(COD)

Datum indiening bij EP

13.3.2018

 

 

 

Bevoegde commissie

       Datum bekendmaking

ECON

16.4.2018

 

 

 

Medeadviserende commissies

       Datum bekendmaking

JURI

16.4.2018

 

 

 

Geen advies

       Datum besluit

JURI

27.3.2018

 

 

 

Rapporteurs

       Datum benoeming

Esther de Lange

31.5.2018

Roberto Gualtieri

31.5.2018

 

 

Behandeling in de commissie

3.9.2018

20.11.2018

 

 

Datum goedkeuring

6.12.2018

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

32

14

1

Bij de eindstemming aanwezige leden

Hugues Bayet, Pervenche Berès, Esther de Lange, Markus Ferber, Jonás Fernández, Giuseppe Ferrandino, Sven Giegold, Roberto Gualtieri, Gunnar Hökmark, Wolf Klinz, Bernd Lucke, Olle Ludvigsson, Fulvio Martusciello, Marisa Matias, Gabriel Mato, Bernard Monot, Caroline Nagtegaal, Stanisław Ożóg, Anne Sander, Alfred Sant, Martin Schirdewan, Molly Scott Cato, Pedro Silva Pereira, Peter Simon, Paul Tang, Marco Valli, Tom Vandenkendelaere, Miguel Viegas, Marco Zanni

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Simona Bonafè, Enrique Calvet Chambon, Herbert Dorfmann, Ashley Fox, Danuta Jazłowiecka, Thomas Mann, Luigi Morgano, Siegfried Mureşan, Lieve Wierinck

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Maria Heubuch, Agnes Jongerius, Jude Kirton-Darling, Agnieszka Kozłowska-Rajewicz, Jeroen Lenaers, Rupert Matthews, Siôn Simon, Adam Szejnfeld, Thomas Waitz

Datum indiening

7.12.2018


HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

32

+

ALDE

Enrique Calvet Chambon, Wolf Klinz, Caroline Nagtegaal, Lieve Wierinck

PPE

Herbert Dorfmann, Markus Ferber, Gunnar Hökmark, Danuta Jazłowiecka, Agnieszka Kozłowska-Rajewicz, Esther de Lange, Jeroen Lenaers, Thomas Mann, Fulvio Martusciello, Gabriel Mato, Siegfried Mureşan, Anne Sander, Adam Szejnfeld, Tom Vandenkendelaere

S&D

Hugues Bayet, Pervenche Berès, Simona Bonafè, Giuseppe Ferrandino, Roberto Gualtieri, Agnes Jongerius, Jude Kirton-Darling, Olle Ludvigsson, Luigi Morgano, Alfred Sant, Pedro Silva Pereira, Peter Simon, Siôn Simon, Paul Tang

14

-

ECR

Ashley Fox, Bernd Lucke, Rupert Matthews, Stanisław Ożóg

EFDD

Bernard Monot, Marco Valli

ENF

Marco Zanni

GUE/NGL

Marisa Matias, Martin Schirdewan, Miguel Viegas

VERTS/ALE

Sven Giegold, Maria Heubuch, Molly Scott Cato, Thomas Waitz

1

0

S&D

Jonás Fernández

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding

Laatst bijgewerkt op: 11 januari 2019Juridische mededeling