Procedure : 2018/2010(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0446/2018

Ingediende teksten :

A8-0446/2018

Debatten :

PV 15/01/2019 - 17
CRE 15/01/2019 - 17

Stemmingen :

PV 16/01/2019 - 21.8

Aangenomen teksten :

P8_TA(2019)0031

VERSLAG     
PDF 359kWORD 60k
7.12.2018
PE 627.561v02-00 A8-0446/2018

over de uitvoering van de handelsovereenkomst tussen de Europese Unie en Colombia en Peru

(2018/2010(INI))

Commissie internationale handel

Rapporteur: Santiago Fisas Ayxelà

AMENDEMENTEN
ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 INFORMATIE OVER DE GOEDKEURINGIN DE BEVOEGDE COMMISSIE
 HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE
 FINAL VOTE BY ROLL CALL IN COMMITTEE RESPONSIBLE

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over de uitvoering van de handelsovereenkomst tussen de Europese Unie en Colombia en Peru

(2018/2010(INI))

Het Europees Parlement,

–  gezien de handelsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en Colombia en Peru, anderzijds(1),

–  gezien de routekaart die in 2012 is overeengekomen tussen het Europees Parlement en de regeringen van Colombia en Peru,

–  gezien zijn resolutie van 13 juni 2012 over de handelsovereenkomst tussen de EU enerzijds en Colombia en Peru(2)anderzijds,

–  gezien zijn resolutie over de toetreding van Ecuador tot de handelsovereenkomst tussen de EU en haar lidstaten, enerzijds, en Colombia en Peru, anderzijds(3),

  gezien zijn aanbevelingen van 13 december 2017 aan de Raad en de Commissie na het onderzoek naar witwaspraktijken, belastingontwijking en belastingontduiking(4),

–  gezien de handelsstatistieken en -gegevens die verstrekt zijn door, onder andere, Eurostat(5), de Global Rights Index 2018(6) van het ITUC (het Internationaal Verbond van Vrije Vakverenigingen) en de verslagen van de nationale vakbondsschool van Colombia (ENS)(7),

–  gezien artikel 52 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie internationale handel (A8-0446/2018),

A.  overwegende dat de handelsovereenkomst tussen de EU en Colombia en Peru (hierna "de overeenkomst"), die gebaseerd is op regels en verankerd is in gemeenschappelijke waarden en internationale normen op het gebied van mensenrechten, arbeidsrechten, milieu, duurzame ontwikkeling, een zeer positieve impact kan hebben op de sociaal-economische ontwikkeling van de partijen bij de overeenkomst, op de economische integratie, de duurzame ontwikkeling, mensenrechten, verdere samenwerking inzake regionale en mondiale kwesties, en het dichter bij elkaar brengen van de landen en hun burgers;

B.  overwegende dat Peru een van de snelst groeiende en meest open economieën van de regio is, waarvan de handel zorgt voor 44 % van het bbp; overwegende dat Colombia de op twee na grootste economie is in Latijns-Amerika, met een economische groei die naar verwachting zal toenemen in de periode 2019-2020;

C.  overwegende dat het toezicht op de uitvoering van handelsovereenkomsten, met inbegrip van de sociale en milieugerelateerde gevolgen daarvan, een belangrijke taak van het Europees Parlement is;

D.  overwegende dat de overeenkomst dient te worden beoordeeld tegen de achtergrond van de ernstige economische en humanitaire crisis in Venezuela die grootschalige migratie naar Colombia en Peru tot gevolg heeft; overwegende dat beide landen een groot aantal migranten uit Venezuela hebben opgenomen;

1.  beklemtoont dat de strategische waarden van de overeenkomst verder reiken dan alleen handel, aangezien de overeenkomst een solide basis legt voor diepere betrekkingen met een engagement op lange termijn om de mensenrechten, de sociale rechten, alsook de rechten van inheemse volkeren en landbouwers te eerbiedigen en het milieu te respecteren, en bijdraagt aan de totstandbrenging van een strategisch partnerschap tussen de EU en Latijns-Amerika;

2.  herinnert aan het belang van een sterkere samenwerking gericht op het behoud en de versterking van het multilateraal handelsstelsel als essentiële pijler voor het verwezenlijken van de doelstellingen voor duurzame ontwikkeling (SDG’s) en het bewerkstelligen van economische governance op basis van regels ter waarborging van een eerlijker, inclusiever en duurzamer handelsstelsel; herinnert meer in het bijzonder aan zijn steun voor de WTO met betrekking tot de rol die deze organisatie speelt bij de totstandbrenging van economische stabiliteit en bij het ondersteunen van groei en ontwikkeling, en roept de partijen op de in het kader van de overeenkomst tot stand gebrachte dialoog te benutten om gezamenlijke strategieën vast te stellen en te ontwikkelen gericht op de noodzakelijke modernisering van de WTO;

3.  benadrukt dat de handelsovereenkomst een goede gelegenheid biedt om de samenwerking, en niet alleen de interregionale, maar ook de intraregionale handel, tussen Colombia, Peru en Ecuador te versterken;

4.  is verheugd dat Ecuador nu is toegetreden tot de overeenkomst als aanvullende factor ten behoeve van het versterken van de regionale integratie en benadrukt de constructieve rol die alle partijen hebben gespeeld om dit proces tot een succes te maken; herhaalt dat meer landen kunnen toetreden tot de overeenkomst;

5.  is groot voorstander van de Colombiaanse vredesovereenkomst en herinnert aan de potentiële voordelen die de overeenkomst te bieden heeft en de noodzaak de overeenkomst ten volle te benutten ten behoeve van de uitvoering van de vredesovereenkomst, met inbegrip van een geïntegreerde landhervorming en het verzoeningsproces in Colombia; is van mening dat de overeenkomst belangrijke kansen biedt voor groei en werkgelegenheid, o.a. door een aantal specifieke uitdagingen aan te gaan, zoals de diversificatie van de economie, de ontwikkeling van de productie, of de invulling van de ruimtelijke ordening, met name in de armste gebieden die hard door het langdurige binnenlandse conflict zijn getroffen; dringt aan op de bevordering van de vredesovereenkomst in Colombia door het volledige potentieel van de overeenkomst te benutten en is van mening dat het vredesdividend in de vorm van economische en sociale ontwikkeling op korte termijn geïnd zal kunnen worden in overeenstemming met de 2030 Agenda voor duurzame ontwikkeling; herinnert eraan dat ook de aanhoudende en gestructureerde steun voor en dialoog met het maatschappelijk middenveld van essentieel belang zijn voor de totstandbrenging van een duurzame vrede, met name in plattelandsgebieden;

6.  is verheugd dat de overeenkomst de markten opent voor, onder andere, goederen, diensten, overheidsopdrachten en investeringen, die op basis van de beginselen van duurzame ontwikkeling mogelijkheden kunnen scheppen voor hoogwaardige werkgelegenheid, betere arbeidsomstandigheden en een hogere levensstandaard door handel en investeringen te liberaliseren en uit te breiden;

7.  neemt ter kennis dat de handel tussen de EU, Colombia en Peru sinds de inwerkingtreding van de overeenkomst is afgenomen; is echter van mening dat de overeenkomst voor een deel de negatieve trends in de internationale handelsstromen, de dalende grondstoffenprijzen en de economische vertraging in Latijns-Amerika heeft gecompenseerd, en zonder twijfel een stabiliserend effect heeft gehad;

8.  is verheugd dat de EU-investeringen in Colombia en Peru zijn gestegen en wijst erop dat de EU de grootste buitenlandse investeerder is in beide landen;

9.  is verheugd over het feit dat deze overeenkomst bedrijven in de dienstverleningssector helpt door de bevordering van goede regelgevingspraktijken, binnenlandse regelgeving en transparantie, en de rechtszekerheid helpt versterken en dat de overeenkomst als katalysator kan fungeren voor het bevorderen van het digitaal ondernemerschap in de regio, daarmee de armoede kan doen afnemen en het scheppen van werkgelegenheid kan bevorderen;

10.  ondersteunt de totstandbrenging van een specifieke werkgroep, als bedoeld in artikel 109 van de overeenkomst, voor het bespreken van regelgevingskwesties betreffende de handel in diensten en elektronische handel, teneinde een evenwichtige en billijke concurrerende omgeving in het digitale ecosysteem te bevorderen;

11.  wijst erop dat de overeenkomst heeft bijgedragen tot de modernisering en diversificatie van de uitvoer uit Colombia en Peru en een positief effect heeft gehad op Colombiaanse en Peruviaanse mkb-bedrijven; wijst erop dat de overeenkomst een mogelijk grotere bijdrage aan de ontwikkeling van de start-upcultuur in Colombia en Peru met zich meebrengt, met name waar het de ondernemersgemeenschappen in stedelijke centra als Bogotá, Medellín en Lima betreft; benadrukt echter dat er aanvullende inspanningen moeten worden geleverd met betrekking tot de diversificatie van de uitvoer van traditionele minerale, olie- en landbouwproducten, die 70 % uitmaken van het exportvolume, naar de uitvoer van verwerkte goederen en producten met een hogere toegevoegde waarde, om de economische ontwikkeling en werkgelegenheid te ondersteunen, met volledige inachtneming van de milieunormen en mensenrechten;

12.  benadrukt dat sinds de voorlopige inwerkingtreding van de overeenkomst 1 155 Colombiaanse bedrijven – waarvan 328 mkb-bedrijven – en 2 328 Peruviaanse bedrijven – waarvan 90 % mkb-bedrijven – zijn begonnen te exporteren naar de EU; roept de partijen op het internationaliseringsproces van de mkb-bedrijven en hun wederzijdse markttoegang verder te ondersteunen en periodiek nauwkeurige gegevens te verstrekken over de betrokken sectoren en de mate van consolidatie van de activiteiten van mkb-bedrijven;

13.  roept beide zijden op de uitvoering van en het bewustzijn over de overeenkomst te stimuleren; is van mening dat veel mkb-bedrijven in de EU, Colombia en Peru zich niet realiseren welke kansen de overeenkomst biedt; verzoekt de partijen derhalve om met name het preferentiegebruik bij mkb-bedrijven te onderzoeken en effectieve maatregelen te nemen om bij mkb-bedrijven het bewustzijn te vergroten over de mogelijkheden en voordelen die de overeenkomst met zich meebrengt, met inbegrip van het in het leven roepen van aanspreekpunten en het inrichten van een speciale website voor mkb-bedrijven;

14.  constateert dat de export van landbouwproducten uit de EU naar beide landen aanzienlijk is gestegen sinds de voorlopige inwerkingtreding van de overeenkomst maar verlangt dat deze ontwikkeling nauwlettend wordt gecontroleerd door de Commissie en dat het Europees Parlement op de hoogte wordt gehouden van de effecten van de overeenkomst op de voedselproductie voor de lokale markt; herinnert eraan dat het van belang is de handel inclusiever te maken en erop toe te zien dat kleine landbouwbedrijven op passende wijze in de waardeketens worden opgenomen, in zowel Colombia en Peru, als nu ook in Ecuador;

15.  herinnert eraan dat er vrijwaringsclausules zijn vastgesteld voor kwetsbare landbouwsectoren en dat de Commissie in dit kader met grotere regelmaat grondigere informatie over de marktontwikkelingen ter beschikking moet stellen, zowel aan het Europees Parlement als aan de betrokken sectoren;

16.  erkent dat er door de partijen vooruitgang is geboekt bij de bestrijding van handelsbelemmeringen en de uitvoering op de meeste gebieden die onder de overeenkomst vallen, met name sanitaire en fytosanitaire aangelegenheden (SPS), oorsprongsregels (RoO) en technische handelsbelemmeringen (TBT’s); herinnert er echter aan dat anti-dumpingzaken geen inbreuk mogen vormen op de fundamentele regels van de antidumpingovereenkomst van de WTO;

17.  wijst er verder op dat er meer vooruitgang nodig is, onder meer op de volgende gebieden:

a) certificeringsvereisten voor vlees en zuivelproducten,

b) namaak, piraterij, misbruik van geografische aanduidingen (GA’s) van de EU en GA’s waarvoor een aanvraag is ingediend,

c) discriminatoire belastingen op ingevoerde gedistilleerde dranken;

d) doeltreffende tenuitvoerlegging van verbintenissen op het gebied van sociale kwesties en milieu;

e) gebrek aan transparantie met betrekking tot administratieve procedures;

18.  is van mening dat de partijen gebruik moeten maken van de herzieningsclausule van de overeenkomst zodat deze o.a. de volgende onderwerpen omvat: 

a) een uitgebreid hoofdstuk over micro-ondernemingen en mkb-bedrijven dat zorgt voor substantiële vooruitgang in termen van handelsfacilitering, afschaffing van handelsbarrières en onnodige administratieve rompslomp;

b) een hoofdstuk dat specifiek gewijd is aan gender, in overeenstemming met de verplichting van de EU als verankerd in artikel 8 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), om gendermainstreaming te bevorderen; is in dit verband verheugd over het feit dat de EU, Peru en Colombia de gemeenschappelijke verklaring inzake handel en de economische emancipatie van vrouwen hebben ondertekend;

c) een hoofdstuk over de strijd tegen corruptie, witwassen en belastingontduiking;

d) een passende procedure voor geschillenbeslechting voor de handel en duurzame ontwikkeling (TSD), met inbegrip van verschillende handhavingsmethodes, waaronder sancties die in laatste instantie als afschrikkende maatregel kunnen worden ingezet in het geval van ernstige en aanhoudende schendingen, en te waarborgen dat de sociale partners en het maatschappelijk middenveld op passende wijze kunnen deelnemen;

e) specifieke handelsgerelateerde bepalingen om deel te nemen aan internationale instrumenten om de tenuitvoerlegging van multilaterale milieuovereenkomsten te bevorderen, met name de overeenkomst van Parijs inzake klimaatverandering;

19.  onderstreept dat corruptie een van de belangrijkste niet-handelsgerelateerde belemmeringen vormt voor het ondernemingsklimaat en de operationele problemen vergroot waar ondernemingen mee te kampen hebben; verzoekt de Commissie de overeenkomst te gebruiken om toezicht te houden op de binnenlandse hervormingen in onze partnerlanden met betrekking tot de rechtsstaat en goed bestuur en om doeltreffende anticorruptiemaatregelen te treffen;

20.  neemt kennis van de positieve houding van de autoriteiten van beide landen om snelle oplossingen te vinden voor de resterende handelsbelemmeringen;

21.  merkt op dat beide landen specifieke bezorgdheid hebben geuit over hun vermogen om te voldoen aan bepaalde voedselveiligheidsnormen voor de EU-markt, met name met betrekking tot de recente EU-wetgevingsvoorstellen inzake het cadmiumgehalte van cacao, hormoonontregelaars, nieuwe voedingsmiddelen en palmolie die sociale gevolgen dreigen te krijgen voor de meest kwetsbare gebieden van die landen, waar de productie van de desbetreffende goederen is geconcentreerd; roept de partijen op de financiële en technische samenwerking te intensiveren en optimaal in te zetten en vroegtijdige-waarschuwingsmechanismen en transparantie te bevorderen, en informatie uit te wisselen over nationale wetgeving en procedures om de partijen zo in staat te stellen in te spelen op en zich aan te passen aan veranderende patronen, en naleving van de nationale juridische vereisten te waarborgen; vraagt de Commissie begeleidende en ondersteunende maatregelen in overweging te nemen om lokale producenten te helpen voldoen aan de sanitaire vereisten van de EU, in overeenstemming met het voorzorgsbeginsel;

22.  dringt erop aan dat het van belang is de specifieke bepalingen die verband houden met de routekaart voor mensen-, milieu- en arbeidsrechten, waartoe het heeft opgeroepen in zijn resolutie van 13 juni 2012 inzake de EU-handelsovereenkomst met Colombia en Peru, op effectieve wijze uit te voeren door middel van concrete actieplannen; brengt met name in herinnering dat de partijen zich hebben verbonden tot handhaving van de normen met betrekking tot de vrijheid van vereniging, het recht op collectieve arbeidsovereenkomsten, strenge en effectieve arbeidsinspecties, geweld tegen sociale leiders en leiders van etnische minderheden, en bescherming van het milieu door middel van passende mechanismen op het gebied van preventie, controle en handhaving; is verheugd over de door Colombia geleverde inspanningen ter bestrijding van straffeloosheid in het geval van strafbare feiten, onder meer door het toepassen van betere onderzoeksmethoden, maar dringt er op aan dat er aanvullende inspanningen worden verricht om effectievere maatregelen te treffen om geweld tegen mensenrechtenactivisten, milieuactivisten, vakbondsleiders, leiders van etnische groeperingen en gemeenschappen uit te roeien en een einde te maken aan de aanhoudende ernstige strafbare feiten die gepleegd worden tegen vrouwen;

23.  erkent dat de in 2017 gesloten overeenkomst tussen de Colombiaanse regering en de vakbonden van overheidspersoneel gezorgd hebben voor verbetering van de arbeidsvoorwaarden van meer dan een miljoen werknemers; uit zijn bezorgdheid over het bijzonder lage aantal werknemers dat bij een vakbond is aangesloten, alsook over het toenemend aantal unilateraal bepaalde salaris- en socialezekerheidsregelingen ('pactos colectivos') met betrekking tot collectieve arbeidsovereenkomsten;

24.  is verheugd dat volgens de Adviescommissie van de vakbonden bij de OESO het aantal inspecteurs in Colombia is gestegen; benadrukt dat er meer middelen moeten worden ingezet voor het waarborgen van effectieve arbeidsinspecties; dringt er bij de Commissie en de EDEO op aan Colombia te ondersteunen in zijn pogingen om de arbeidsinspecties te intensiveren, die duidelijk een enorme uitdaging vormen voor de Colombiaanse regering omdat de staat gedurende het lange gewapende conflict geen controle meer had over delen van het land, maar die desalniettemin moeten worden aangegaan, en verwacht dat er aanvullende en effectieve controles worden uitgevoerd, met name in plattelandsgebieden; vraagt de Commissie gedetailleerde informatie te verschaffen over het aantal inspecteurs en inspecties, alsook over eventueel aangetroffen onregelmatigheden; herinnert aan de aanbeveling van de Adviescommissie van de vakbonden bij de OESO die eruit bestaat dat het aantal arbeidsinspecteurs moet worden verhoogd om aan de internationale normen te voldoen;

25.  is verheugd over de door Peru verrichte inspanningen en gedane toezeggingen tot het intensiveren van de naleving van zijn verbintenissen uit hoofde van het hoofdstuk over handel en duurzame ontwikkeling in de overeenkomst maar dringt erop aan dat aanvullende inspanningen moeten worden verricht om effectievere maatregelen te treffen om geweld tegen mensenrechtenactivisten, leiders van etnische groeperingen en gemeenschappen en met name tegen vrouwen te bestrijden; is verheugd over de onlangs in Peru genomen maatregelen ter verbetering van de arbeidsinspecties en spoort het land aan zijn inspanningen verder op te voeren overeenkomstig de aanbevelingen van de IAO; en is in dit kader verheugd over het feit dat Peru in 2018 het voorzitterschap van de raad van bestuur van de IAO op zich heeft genomen, als gevolg waarvan Peru een nog grotere voortrekkersrol zal vervullen waar het de inachtneming van de arbeidswetgeving betreft; benadrukt eveneens dat Peru op 6 augustus 2018 de raamovereenkomst 2018-2021 tussen Peru en de IAO inzake de bevordering van fatsoenlijk werk heeft geratificeerd; benadrukt, desalniettemin, het uitblijven van effectieve uitvoering van de IAO-verdragen 87 en 98, en uit zijn bezorgdheid over de recente veranderingen in de wetgeving die mogelijk een verlaging van het niveau van milieubescherming tot gevolg hebben; verzoekt de Commissie het Parlement naar behoren in kennis te stellen van de manier waarop zij op onafhankelijke wijze de officiële klacht over de naleving van de arbeids- en milieunormen vanuit het georganiseerd maatschappelijk middenveld in Peru in behandeling gaat nemen;

26.  is van mening dat een dialoog tussen de vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld van de EU, Colombia en Peru over de TSD-bepalingen van de overeenkomst een zinvolle methode is om heersende problemen in kaart te brengen en regeringen aan te moedigen meer vooruitgang te boeken om uiteindelijk te voldoen aan belangrijke internationale sociale, arbeids- en milieunormen;

27.  benadrukt dat transparante en inclusieve raadplegingsmechanismes een sleutelrol spelen bij het waarborgen dat alle partijen zich houden aan erkende arbeids- en milieunormen;

28.  brengt in herinnering dat het hoofdstuk over handel en duurzame ontwikkeling in de overeenkomst erin voorziet dat alle partijen binnenlandse adviesgroepen of -comités inrichten die zich bezighouden met kwesties met betrekking tot arbeids- en milieunormen en duurzame ontwikkeling en die bestaan uit onafhankelijke representatieve organisaties van het maatschappelijk middenveld, met een evenwichtige vertegenwoordiging van economische en maatschappelijke belanghebbenden en belanghebbenden uit de milieusector; is verheugd over de oprichting in Colombia van een raadplegingsgroep die onafhankelijk is van de regering; is van mening dat Peru het voorbeeld van Colombia moet volgen teneinde een hogere mate van onafhankelijkheid en transparantie te waarborgen; is verheugd over de beslissing van de vertegenwoordigers van de EU en de binnenlandse adviesgroepen van de Andeslanden om jaarlijks gezamenlijke vergaderingen te beleggen teneinde de uitwisseling van informatie en beste praktijken te verbeteren en ter voorbereiding van de aan de partijen aan te bieden gezamenlijke aanbevelingen;

29.  dringt er bij de Commissie op aan haar inspanningen te verhogen om uitvoering te geven aan het 15-punten-plan dat tot doel heeft de bindende TSD-hoofdstukken effectiever te maken en herinnert aan het belang van de voortzetting van haar dialoog met de verschillende betrokken actoren, met inbegrip van het Parlement, teneinde een effectieve handhaving van de mensenrechten-, arbeids- en milieunormen te waarborgen;

30.  herinnert eraan dat wetswijzigingen die zouden kunnen leiden tot een lager niveau van milieubescherming om zo meer buitenlandse investeringen aan te trekken in strijd zijn met de overeenkomst;

31.  wijst met bezorgdheid op het hoge aandeel werknemers die werkzaam zijn in de informele economie in zowel Peru en Colombia, en dan met name vrouwen; benadrukt dat het van belang is effectief beleid tot stand te brengen om dit aandeel te doen afnemen, en is van mening dat de overeenkomst in dit opzicht een bijdrage kan leveren door meer formele werkgelegenheid te scheppen, bijvoorbeeld door het versterken van maatregelen die de economische activiteiten van mkb-bedrijven kunnen vergemakkelijken;

32.  herinnert eraan dat de niveaus die zijn vastgesteld in het kader van het stabilisatiemechanisme voor bananen, en deel uitmaken van de overeenkomst en tot 2020 van toepassing zijn, in acht dienen te worden genomen, en onderstreept dat ook na het vervallen van het mechanisme toezicht moet worden gehouden op de invoer van bananen en dat de partijen in dit verband statistische gegevens moeten blijven verstrekken; is bezorgd dat Peru het niveau van het stabilisatiemechanisme voor bananen heeft overschreden en roept op tot een analyse van de gevolgen hiervan voor de markten in de EU; herinnert eraan dat de Commissie heeft toegezegd de situatie van de bananenproducenten in de EU uiterlijk 1 januari 2019 te beoordelen en dat als zij van mening is dat de situatie van de bananenproducenten in de EU ernstig is verslechterd, er een verlenging van de geldigheidsperiode van het mechanisme zou kunnen worden overwogen met instemming van de partijen bij de overeenkomst;

33.  is verheugd dat Colombia op 30 mei 2018 is toegetreden tot de OESO, wat neerkomt op een erkenning van de belangrijke hervormingen die het land heeft doorgevoerd, zoals de hervorming van het justitieel apparaat, verbetering van het bestuur van staatsondernemingen en naleving van het anti-corruptieverdrag van de OESO; herinnert er voorts aan dat de Raad van de OESO heeft besloten dat Colombia na zijn toetreding de OESO-instanties moet voorzien van voortgangsrapportages, onder meer in de vorm van een vervolgevaluatie van de aanbevelingen in het formeel advies van het Handelscomité; moedigt Peru aan te blijven doorgaan met zijn hervormingen in het kader van de landenprogramma-overeenkomst van de OESO;

34.  benadrukt het belang van een verdere verbetering van internationale samenwerking in het multilaterale, plurilaterale en regionale internationale kader, in de context van de WTO, zoals met betrekking tot onderhandelingen over de overeenkomst inzake milieugoederen (EGA) en de overeenkomst betreffende de handel in diensten (TiSA);

35.  erkent de belangrijke inspanningen die de nationale parlementen hebben geleverd ten behoeve van de ratificering van de overeenkomst en roept hen op deze inspanningen voort te zetten; dringt er tevens bij de landen die dit nog niet hebben gedaan op aan een begin te maken met de bestudering van de ratificering inzake de toetreding van Ecuador tot de overeenkomst;

36.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de EDEO, de Commissie, de regeringen van Colombia en Peru en de secretaris-generaal van de OESO.

(1)

http://trade.ec.europa.eu/doclib/docs/2011/march/tradoc_147704.pdf

(2)

PB C 332E van 15.11.2013, blz. 52.

(3)

PB C 366 van 27.10.2017, blz. 144.

(4)

PB L 369 van 20.11.2010, blz. 132.

(5)

http://ec.europa.eu/trade/policy/countries-and-regions/statistics/

(6)

‘2018 ITUC Global Rights Index – the world’s worst countries for workers’, International Trade Union Confederation, 2018, https://www.ituc-csi.org/ituc-global-rights-index-2018

(7)

http://www.ens.org.co/lee-y-aprende/lee-y-descarga-nuestras-publicaciones/informes-sislab/


INFORMATIE OVER DE GOEDKEURINGIN DE BEVOEGDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

3.12.2018

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

22

4

5

Bij de eindstemming aanwezige leden

David Borrelli, David Campbell Bannerman, Santiago Fisas Ayxelà, Eleonora Forenza, Karoline Graswander-Hainz, Christophe Hansen, Heidi Hautala, Nadja Hirsch, France Jamet, Jude Kirton-Darling, Bernd Lange, David Martin, Emmanuel Maurel, Anne-Marie Mineur, Godelieve Quisthoudt-Rowohl, Inmaculada Rodríguez-Piñero Fernández, Tokia Saïfi, Joachim Schuster, Adam Szejnfeld, Iuliu Winkler

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Reimer Böge, Klaus Buchner, Sajjad Karim, Gabriel Mato, Ralph Packet, Frédérique Ries, Jarosław Wałęsa

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Birgit Collin-Langen, Jonás Fernández, Alojz Peterle, Kosma Złotowski


HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

22

+

ALDE

Nadja Hirsch, Frédérique Ries

ECR

Ralph Packet

NI

David Borrelli

PPE

Reimer Böge, Birgit Collin-Langen, Santiago Fisas Ayxelà, Christophe Hansen, Gabriel Mato, Alojz Peterle, Godelieve Quisthoudt-Rowohl, Tokia Saïfi, Adam Szejnfeld, Jarosław Wałęsa, Iuliu Winkler

S&D

Jonás Fernández, Karoline Graswander-Hainz, Jude Kirton-Darling, Bernd Lange, David Martin, Inmaculada Rodríguez-Piñero Fernández, Joachim Schuster

4

-

ENF

France Jamet

GUE/NGL

Eleonora Forenza, Emmanuel Maurel, Anne-Marie Mineur

5

0

ECR

David Campbell Bannerman, Sajjad Karim, Kosma Złotowski

VERTS/ALE

Klaus Buchner, Heidi Hautala

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding


FINAL VOTE BY ROLL CALL IN COMMITTEE RESPONSIBLE

22

+

ALDE

Nadja Hirsch, Frédérique Ries

ECR

Ralph Packet

NI

David Borrelli

PPE

Reimer Böge, Birgit Collin-Langen, Santiago Fisas Ayxelà, Christophe Hansen, Gabriel Mato, Alojz Peterle, Godelieve Quisthoudt-Rowohl, Tokia Saïfi, Adam Szejnfeld, Jarosław Wałęsa, Iuliu Winkler

S&D

Jonás Fernández, Karoline Graswander-Hainz, Jude Kirton-Darling, Bernd Lange, David Martin, Inmaculada Rodríguez-Piñero Fernández, Joachim Schuster

4

-

ENF

France Jamet

GUE/NGL

Eleonora Forenza, Emmanuel Maurel, Anne-Marie Mineur

5

0

ECR

David Campbell Bannerman, Sajjad Karim, Kosma Złotowski

VERTS/ALE

Klaus Buchner, Heidi Hautala

Key to symbols:

+  :  in favour

-  :  against

0  :  abstention

Laatst bijgewerkt op: 9 januari 2019Juridische mededeling