Procedure : 2018/0089(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0447/2018

Ingediende teksten :

A8-0447/2018

Debatten :

PV 25/03/2019 - 17
CRE 25/03/2019 - 17

Stemmingen :

PV 26/03/2019 - 7.2

Aangenomen teksten :

P8_TA(2019)0222

VERSLAG     ***I
PDF 1056kWORD 187k
7.12.2018
PE 628.647v02-00 A8-0447/2018

over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende representatieve vorderingen ter bescherming van de collectieve belangen van consumenten en tot intrekking van Richtlijn 2009/22/EG

(COM(2018)0184 – C8-0149/2018 – 2018/0089(COD))

Commissie juridische zaken

Rapporteur: Geoffroy Didier

Rapporteur voor advies (*):Dennis de Jong, Commissie interne markt en consumentenbescherming

(*) Procedure met medeverantwoordelijke commissies – Artikel 54 van het Reglement

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 ADVIES van de Commissie interne markt en consumentenbescherming
 ADVIES van de Commissie vervoer en toerisme
 PROCEDURE VAN DE BEVOEGDE COMMISSIE
 HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende representatieve vorderingen ter bescherming van de collectieve belangen van consumenten en tot intrekking van Richtlijn 2009/22/EG

(COM(2018)0184 – C8-0149/2018 – 2018/0089(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2018)0184),

–  gezien artikel 294, lid 2, en artikel 114 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C8-0149/2018),

–  gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien artikel 59 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie juridische zaken en de adviezen van de Commissie interne markt en consumentenbescherming en de Commissie vervoer en toerisme (A8-0447/2018),

1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.  verzoekt de Commissie om hernieuwde voorlegging aan het Parlement indien zij haar voorstel vervangt, ingrijpend wijzigt of voornemens is het ingrijpend te wijzigen;

3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

Amendement    1

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(1)  Deze richtlijn heeft ten doel het voor bevoegde instanties die de collectieve belangen van consumenten vertegenwoordigen, mogelijk te maken verhaal te halen door het instellen van representatieve vorderingen in geval van inbreuken op bepalingen van het Unierecht. De bevoegde instanties moeten om de beëindiging of het verbod van een inbreuk of om de bevestiging dat een inbreuk heeft plaatsgevonden, kunnen verzoeken, en verhaal kunnen halen, onder meer in de vorm van schadeloosstelling, reparatie of prijsvermindering, al naar gelang de mogelijkheden die de nationale wetgeving biedt.

(1)  Deze richtlijn heeft ten doel het voor bevoegde vertegenwoordigende instanties die de collectieve belangen van consumenten vertegenwoordigen, mogelijk te maken verhaal te halen door het instellen van representatieve vorderingen in geval van inbreuken op bepalingen van het Unierecht. De bevoegde vertegenwoordigende instanties moeten om de beëindiging of het verbod van een inbreuk of om de bevestiging dat een inbreuk heeft plaatsgevonden, kunnen verzoeken, en verhaal kunnen halen, onder meer in de vorm van schadeloosstelling, terugbetaling van het betaalde bedrag, reparatie, vervanging, terugname of beëindiging van de overeenkomst, al naar gelang de mogelijkheden die de nationale wetgeving biedt.

Amendement    2

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(2)  Richtlijn 2009/22/EG van het Europees Parlement en de Raad29 maakte het voor bevoegde instanties mogelijk om representatieve vorderingen in te stellen die hoofdzakelijk strekten tot de beëindiging en het verbod van inbreuken op het Unierecht die de collectieve belangen van consumenten schaden. Die richtlijn bood echter onvoldoende oplossingen voor problemen in verband met de handhaving van consumentenrecht. Om onrechtmatige praktijken beter tegen te gaan en ervoor te zorgen dat consumenten minder schade lijden, moet het mechanisme voor de bescherming van collectieve belangen van consumenten worden verbeterd. Gelet op het grote aantal wijzigingen is het omwille van de duidelijkheid passend om Richtlijn 2009/22/EG te vervangen.

(2)  Richtlijn 2009/22/EG van het Europees Parlement en de Raad maakte het voor bevoegde vertegenwoordigende instanties mogelijk om representatieve vorderingen in te stellen die hoofdzakelijk strekten tot de beëindiging en het verbod van inbreuken op het Unierecht die de collectieve belangen van consumenten schaden. Die richtlijn bood echter onvoldoende oplossingen voor problemen in verband met de handhaving van consumentenrecht. Om onrechtmatige praktijken beter tegen te gaan, goed en verantwoord ondernemen te bevorderen en ervoor te zorgen dat consumenten minder schade lijden, moet het mechanisme voor de bescherming van collectieve belangen van consumenten worden verbeterd. Gelet op het grote aantal wijzigingen is het omwille van de duidelijkheid passend om Richtlijn 2009/22/EG te vervangen. Er is een grote behoefte aan optreden door de Unie overeenkomstig artikel 114 VWEU, teneinde de toegang tot de rechter en een goede rechtsbedeling te waarborgen, omdat daarmee de kosten en lasten in verband met individuele vorderingen zullen afnemen.

__________________

__________________

29 PB L 110 van 1.5.2009.

29 PB L 110 van 1.5.2009.

Amendement    3

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(3)  Een representatieve vordering moet een effectieve en efficiënte manier bieden om de collectieve belangen van consumenten te beschermen. Zij moet het mogelijk maken dat bevoegde instanties optreden om ervoor te zorgen dat de relevante bepalingen van het Unierecht worden nageleefd en hindernissen overwinnen waarmee consumenten in geval van individuele vorderingen te maken hebben, zoals de onzekerheid over hun rechten en de beschikbare procedurele mechanismen, psychologische barrières om actie te ondernemen en het negatieve evenwicht tussen de verwachte kosten en baten van de individuele vordering.

(3)  Een representatieve vordering moet een effectieve en efficiënte manier bieden om de collectieve belangen van alle consumenten te beschermen tegen zowel binnenlandse als grensoverschrijdende inbreuken. Zij moet het mogelijk maken dat bevoegde vertegenwoordigende instanties optreden om ervoor te zorgen dat de relevante bepalingen van het Unierecht worden nageleefd en hindernissen worden overwonnen waarmee consumenten in geval van individuele vorderingen te maken hebben, zoals de onzekerheid over hun rechten en de beschikbare procedurele mechanismen, eerdere ervaringen met niet-succesvolle vorderingen, buitengewoon lange procedures, psychologische barrières om actie te ondernemen en het negatieve evenwicht tussen de verwachte kosten en baten van de individuele vordering, en daarmee een bijdrage leveren aan de rechtszekerheid voor zowel eisers als gedaagden, en tevens aan de rechtszekerheid binnen het rechtsstelsel.

Amendement    4

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(4)  Het is belangrijk te zorgen voor de noodzakelijke balans tussen toegang tot de rechter en procedurele waarborgen tegen misbruik van procesrecht, die de mogelijkheid voor ondernemingen om op de interne markt te opereren, zouden kunnen belemmeren zonder dat daarvoor een rechtvaardiging bestaat. Om misbruik van representatieve vorderingen te voorkomen, moeten elementen als punitieve schadevergoeding en gebrek aan beperkingen met betrekking tot het recht een vordering in te stellen namens de benadeelde consumenten, worden vermeden en duidelijke regels worden vastgesteld inzake diverse procedurele aspecten, zoals de aanwijzing van bevoegde instanties, de herkomst van hun financiële middelen en de aard van de informatie die ter ondersteuning van de representatieve vordering wordt vereist. Deze richtlijn mag geen afbreuk doen aan nationale regels inzake de verwijzing in proceskosten.

(4)  Het is belangrijk te zorgen voor de noodzakelijke balans tussen toegang tot de rechter en procedurele waarborgen tegen misbruik van procesrecht, die de mogelijkheid voor ondernemingen om op de interne markt te opereren, zouden kunnen belemmeren zonder dat daarvoor een rechtvaardiging bestaat. Om misbruik van representatieve vorderingen te voorkomen, moeten elementen als punitieve schadevergoeding en gebrek aan beperkingen met betrekking tot het recht een vordering in te stellen namens de benadeelde consumenten, worden vermeden en duidelijke regels worden vastgesteld inzake diverse procedurele aspecten, zoals de aanwijzing van bevoegde vertegenwoordigende instanties, de herkomst van hun financiële middelen en de aard van de informatie die ter ondersteuning van de representatieve vordering wordt vereist. De in het ongelijk gestelde partij dient in de proceskosten te worden verwezen. Het gerecht moet de in het ongelijk gestelde partij echter niet veroordelen tot het betalen van kosten die onnodig zijn gemaakt of die niet in verhouding staan tot de vordering.

Amendement    5

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(6)  De richtlijn dient een reeks gebieden te bestrijken, zoals gegevensbescherming, financiële diensten, reizen en toerisme, energie, telecommunicatie en milieu. Zij dient inbreuken te omvatten op bepalingen van het Unierecht die de belangen van consumenten beschermen, ongeacht of deze laatsten in de relevante Uniewetgeving worden aangeduid als consumenten dan wel als reizigers, gebruikers, klanten, niet-professionele beleggers, niet-professionele beleggers cliënten, of anderszins. Om een passende reactie te waarborgen op de zich qua vorm en omvang snel ontwikkelende inbreuken op het Unierecht, moet telkens wanneer een nieuwe handeling van de Unie wordt vastgesteld die relevant is voor de bescherming van de collectieve belangen van consumenten, worden overwogen of de bijlage bij de onderhavige richtlijn niet moet worden gewijzigd zodat deze richtlijn op die handeling van toepassing wordt.

(6)  De richtlijn dient een reeks gebieden te bestrijken, zoals gegevensbescherming, financiële diensten, reizen en toerisme, energie, telecommunicatie, milieu en gezondheid. Zij dient inbreuken te omvatten op bepalingen van het Unierecht die de collectieve belangen van consumenten beschermen, ongeacht of deze laatsten in de relevante Uniewetgeving worden aangeduid als consumenten dan wel als reizigers, gebruikers, klanten, niet-professionele beleggers, niet-professionele cliënten, of anderszins, alsook de collectieve belangen van personen op wie gegevens betrekking hebben ("betrokkenen") in de zin van de algemene verordening gegevensbescherming. Om een passende reactie te waarborgen op de zich qua vorm en omvang snel ontwikkelende inbreuken op het Unierecht, moet telkens wanneer een nieuwe handeling van de Unie wordt vastgesteld die relevant is voor de bescherming van de collectieve belangen van consumenten, worden overwogen of de bijlage bij de onderhavige richtlijn niet moet worden gewijzigd zodat deze richtlijn op die handeling van toepassing wordt.

Amendement    6

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 6 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(6 bis)  Deze richtlijn is van toepassing op representatieve vorderingen die worden ingesteld wegens inbreuken met grote gevolgen voor consumenten die verband houden met de in bijlage I opgenomen bepalingen van het recht van de Unie. Gevolgen worden geacht groot te zijn als twee consumenten geraakt worden.

Amendement    7

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 9

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(9)  Deze richtlijn mag geen regels vaststellen van internationaal privaatrecht betreffende de rechtsmacht, de erkenning en tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen of toepasselijk recht. Op de in deze richtlijn vermelde representatieve vorderingen zijn de bestaande rechtsinstrumenten van de Unie van toepassing.

(9)  Deze richtlijn mag geen regels vaststellen van internationaal privaatrecht betreffende de rechtsmacht, de erkenning en tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen of toepasselijk recht. Op de in deze richtlijn vermelde representatieve vorderingen zijn de bestaande rechtsinstrumenten van de Unie van toepassing, waarbij een toename van forumshopping wordt voorkomen.

Amendement    8

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 9 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(9 bis)  Deze richtlijn mag geen afbreuk doen aan de toepassing de voorschriften van de Unie inzake internationaal privaatrecht in grensoverschrijdende zaken. Verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (herschikking – Brussel I), Verordening (EG) nr. 593/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (Rome I) en Verordening (EG) nr. 864/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 11 juli 2007 betreffende het recht dat van toepassing is op niet-contractuele verbintenissen (Rome II) zijn van toepassing op de in deze richtlijn vermelde representatieve vorderingen.

Amendement    9

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 10

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(10)  Aangezien alleen bevoegde entiteiten representatieve vorderingen kunnen instellen, moeten zij voldoen aan de door deze richtlijn vastgestelde criteria, om ervoor te zorgen dat de collectieve belangen van consumenten passend worden vertegenwoordigd. Met name moeten zij naar behoren zijn opgericht volgens het recht van een lidstaat, waarbij het bij voorbeeld kan gaan om vereisten ten aanzien van het aantal leden en de mate van permanentie of om vereisten inzake transparantie over relevante aspecten van hun structuur, zoals hun oprichtingsstatuten, beheersstructuur, doelstellingen en werkmethoden. Ook mogen zij geen winstoogmerk hebben en dienen zij een legitiem belang te hebben bij het verzekeren van de naleving van het desbetreffende Unierecht. Deze criteria dienen zowel op de van tevoren aangewezen bevoegde entiteiten van toepassing te zijn, als op de entiteiten met een ad hoc-bevoegdheid die met het oog op een specifieke vordering in het leven zijn geroepen.

(10)  Aangezien alleen bevoegde vertegenwoordigende instanties representatieve vorderingen kunnen instellen, moeten zij voldoen aan de door deze richtlijn vastgestelde criteria, om ervoor te zorgen dat de collectieve belangen van consumenten passend worden vertegenwoordigd. Met name moeten zij naar behoren zijn opgericht volgens het recht van een lidstaat, waarbij het bijvoorbeeld moet gaan om vereisten inzake transparantie over relevante aspecten van hun structuur, zoals hun oprichtingsstatuten, beheersstructuur, doelstellingen en werkmethoden. Ook mogen zij geen winstoogmerk hebben en dienen zij een legitiem belang te hebben bij het verzekeren van de naleving van het desbetreffende Unierecht. Voorts moeten de bevoegde vertegenwoordigende instanties onafhankelijk zijn, onder meer in financieel opzicht, van marktdeelnemers. Daarnaast moeten bevoegde vertegenwoordigende instanties beschikken over een vaste procedure ter voorkoming van belangenconflicten. De lidstaten mogen geen criteria hanteren die verder gaan dan de in deze richtlijn vastgestelde criteria.

Amendement    10

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 15

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(15)  De bevoegde entiteit die de representatieve vordering krachtens deze richtlijn instelt, dient partij bij de procedure te zijn. De consumenten op wie de inbreuk betrekking heeft, moeten over passende mogelijkheden beschikken om voordeel te hebben van de relevante resultaten van de representatieve vordering. Een krachtens deze richtlijn uitgevaardigd bevel mag geen afbreuk doen aan individuele vorderingen die zijn ingesteld door consumenten die schade hebben geleden door de praktijk waarop het bevel van toepassing is.

(15)  De bevoegde instantie die de representatieve vordering krachtens deze richtlijn instelt, dient partij bij de procedure te zijn. De consumenten op wie de inbreuk betrekking heeft, moeten passende informatie krijgen over de relevante resultaten van de representatieve vordering en over de manier waarop zij daarvan kunnen profiteren. Een krachtens deze richtlijn uitgevaardigd bevel mag geen afbreuk doen aan individuele vorderingen die zijn ingesteld door consumenten die schade hebben geleden door de praktijk waarop het bevel van toepassing is.

Amendement    11

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 16

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(16)  Bevoegde instanties dienen ook om maatregelen te kunnen verzoeken tot opheffing van de aanhoudende gevolgen van de inbreuk. Deze maatregelen dienen de vorm aan te nemen van een bevel tot herstel waarbij de handelaar wordt verplicht om te zorgen voor onder andere schadeloosstelling, reparatie, vervanging, prijsvermindering, beëindiging van de overeenkomst of terugbetaling van de betaalde prijs, al naargelang dat passend en op grond van nationale wetgeving mogelijk is.

(16)  Bevoegde vertegenwoordigende instanties dienen ook om maatregelen te kunnen verzoeken tot opheffing van de aanhoudende gevolgen van de inbreuk. Deze maatregelen dienen de vorm aan te nemen van een bevel tot herstel waarbij de handelaar wordt verplicht om te zorgen voor onder andere schadeloosstelling, reparatie, vervanging, terugname, prijsvermindering, beëindiging van de overeenkomst of terugbetaling van de betaalde prijs, al naargelang dat passend en op grond van nationale wetgeving mogelijk is.

Amendement    12

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 18

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(18)  De lidstaten kunnen van bevoegde instanties eisen dat zij voldoende informatie verstrekken ter ondersteuning van een representatieve vordering tot herstel, zoals een beschrijving van de groep consumenten waarop een inbreuk betrekking heeft en de feitelijke en juridische kwesties die in het kader van de representatieve vordering moeten worden opgelost. Van de bevoegde instantie mag niet worden geëist dat deze alle consumenten op wie een inbreuk betrekking heeft individueel identificeert alvorens de vordering in te stellen. Bij representatieve vorderingen tot herstel moet de rechter of administratieve autoriteit zo vroeg mogelijk in de procedure nagaan of de zaak geschikt is om het voorwerp van een representatieve vordering te vormen, gelet op de aard van de inbreuk en de kenmerken van de door de betrokken consumenten geleden schade.

(18)  De lidstaten moeten van bevoegde vertegenwoordigende instanties eisen dat zij voldoende informatie verstrekken ter ondersteuning van een representatieve vordering tot herstel, zoals een beschrijving van de groep consumenten waarop een inbreuk betrekking heeft en de feitelijke en juridische kwesties die in het kader van de representatieve vordering moeten worden opgelost. Van de bevoegde instantie mag niet worden geëist dat deze alle consumenten op wie een inbreuk betrekking heeft individueel identificeert alvorens de vordering in te stellen. Bij representatieve vorderingen tot herstel moet de rechter of administratieve autoriteit zo vroeg mogelijk in de procedure nagaan of de zaak geschikt is om het voorwerp van een representatieve vordering te vormen, gelet op de aard van de inbreuk en de kenmerken van de door de betrokken consumenten geleden schade. Met name moeten de vorderingen controleerbaar en uniform zijn, moeten de gevraagde maatregelen een gemeenschappelijk karakter hebben, en moet de regeling inzake financiering door derden van de bevoegde instantie transparant zijn en mag er daarbij geen sprake zijn van enig belangenconflict. De lidstaten moeten tevens waarborgen dat de rechter of administratieve autoriteit de bevoegdheid heeft om kennelijk ongegronde zaken in een zo vroeg mogelijk stadium van de procedure te verwerpen.

Amendement    13

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 19

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(19)  Lidstaten moeten kunnen beslissen of hun rechter of nationale autoriteit bij wie een representatieve vordering tot herstel is ingediend, bij wijze van uitzondering in plaats van een bevel tot herstel een declaratoir besluit mag uitvaardigen inzake de aansprakelijkheid van de handelaar jegens de consumenten die schade hebben geleden door een inbreuk, waarop individuele consumenten zich bij een volgende vordering tot herstel rechtstreeks kunnen beroepen. Deze mogelijkheid moet beperkt blijven tot naar behoren gemotiveerde gevallen waarin de kwantificering van de individuele schadeloosstelling die moet worden toegekend aan elk van de consumenten op wie de representatieve vordering betrekking heeft, complex is en het niet efficiënt zou zijn deze in het kader van de representatieve vordering uit te voeren. Declaratoire besluiten mogen niet worden uitgevaardigd in situaties die niet complex zijn, met name niet wanneer de betrokken consumenten kunnen worden geïdentificeerd en de consumenten een vergelijkbare schade hebben geleden met betrekking tot een bepaalde periode of aankoop. Evenzo mogen er geen declaratoire besluiten worden uitgevaardigd wanneer het bedrag van de door elk van de consumenten geleden schade zo klein is dat het niet waarschijnlijk is dat individuele consumenten individueel herstel zullen vorderen. De rechter of nationale autoriteit dient zijn keuze voor een declaratoir besluit in plaats van een bevel tot herstel in een specifiek geval, naar behoren te motiveren.

Schrappen

Amendement    14

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 20

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(20)  Wanneer consumenten op wie eenzelfde praktijk betrekking heeft, geïdentificeerd kunnen worden en vergelijkbare schade hebben geleden met betrekking tot bepaalde een periode of aankoop, zoals in het geval van langdurige consumentenovereenkomsten, kan de rechter of administratieve autoriteit de groep consumenten op wie de inbreuk betrekking heeft, in de loop van de behandeling van de representatieve vordering duidelijk definiëren. Met name zou de rechter of administratieve autoriteit de handelaar die inbreuk maakt, kunnen vragen om relevante informatie te verstrekken, zoals de identiteit van de betrokken consumenten en de duur van de praktijk. Om redenen van snelheid en efficiëntie zouden lidstaten in deze gevallen kunnen overwegen om consumenten overeenkomstig hun nationale wetgeving de mogelijkheid te bieden rechtstreeks voordeel te genieten van een bevel tot herstel na de uitvaardiging daarvan, zonder dat zij vóór de uitvaardiging van het bevel tot herstel hun individuele mandaat hoeven te verlenen.

Schrappen

Amendement    15

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 21

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(21)  In zaken waarin het om een geringe waarde gaat, zullen consumenten waarschijnlijk geen vordering instellen om hun rechten te doen gelden, aangezien het individuele voordeel niet zou opwegen tegen de vereiste inspanning. Wanneer eenzelfde praktijk een aantal consumenten betreft, kan het gecumuleerde verlies echter aanzienlijk zijn. In dergelijke gevallen kan een rechter of autoriteit van mening zijn dat het onevenredig is om de schadevergoeding aan de betrokken consumenten uit te keren, bijvoorbeeld omdat dit te belastend of onuitvoerbaar is. De schadevergoeding die via een representatieve vordering is verkregen, zou daarom beter de bescherming van collectieve belangen van consumenten ten goede komen en moeten worden aangewend voor een relevant publiek doel, zoals een fonds voor rechtsbijstand aan consumenten, voorlichtingscampagnes of consumentenbewegingen.

Schrappen

Amendement    16

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 23

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(23)  Deze richtlijn voorziet in een procedureel mechanisme, dat niet van invloed is op de regels tot vaststelling van materiele rechten van consumenten op contractuele en niet-contractuele rechtsmiddelen wanneer hun belangen door een inbreuk zijn geschonden, zoals het recht op schadevergoeding, beëindiging van de overeenkomst, terugbetaling, vervanging, reparatie of prijsvermindering. Een representatieve vordering waarbij op grond van deze richtlijn herstel wordt gevorderd, kan alleen worden ingesteld wanneer het Unierecht of het nationale recht in dergelijke materiële rechten voorziet.

(23)  Deze richtlijn voorziet in een procedureel mechanisme, dat niet van invloed is op de regels tot vaststelling van materiële rechten van consumenten op contractuele en niet-contractuele rechtsmiddelen wanneer hun belangen door een inbreuk zijn geschonden, zoals het recht op schadevergoeding, beëindiging van de overeenkomst, terugbetaling, vervanging, terugname, reparatie of prijsvermindering. Een representatieve vordering waarbij op grond van deze richtlijn herstel wordt gevorderd, kan alleen worden ingesteld wanneer het Unierecht of het nationale recht in dergelijke materiële rechten voorziet.

Amendement    17

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 24

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(24)  Deze richtlijn vervangt bestaande nationale mechanismen voor collectief verhaal niet. Rekening houdend met de rechtstradities van de lidstaten, laat deze richtlijn het aan de beslissing van deze laatstgenoemde over of zij de hierin bedoelde representatieve vordering vorm geven als onderdeel van een bestaand of toekomstig mechanisme voor collectief verhaal dan wel als een alternatief daarvoor, mits het nationale mechanisme voldoet aan de in deze richtlijn vastgestelde modaliteiten.

(24)  Deze richtlijn beoogt minimumharmonisatie en vervangt bestaande nationale mechanismen voor collectief verhaal niet. Rekening houdend met de rechtstradities van de lidstaten, laat deze richtlijn het aan de beslissing van deze laatstgenoemde over of zij de hierin bedoelde representatieve vordering vorm geven als onderdeel van een bestaand of toekomstig mechanisme voor collectief verhaal dan wel als een alternatief daarvoor, mits het nationale mechanisme voldoet aan de in deze richtlijn vastgestelde modaliteiten. Deze richtlijn belet de lidstaten niet hun bestaande kaders te behouden en verplicht de lidstaten evenmin tot het wijzigen van hun bestaande kaders. De lidstaten krijgen de mogelijkheid om de in deze richtlijn opgenomen regels in hun eigen systeem voor collectief verhaal te integreren of ze in een afzonderlijke procedure op te nemen.

Amendement    18

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 25

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(25)  Bevoegde instanties dienen volledig transparant te zijn over de bron van financiering van hun activiteit in het algemeen en over de middelen ter ondersteuning van een specifieke representatieve vordering tot herstel, om rechters of administratieve autoriteiten in staat te stellen te beoordelen of er een belangenconflict kan bestaan tussen een derde partij-financier en de bevoegde instantie en om het gevaar van misbruik van procesrecht te vermijden, alsook om te beoordelen of de derde partij-financier over voldoende middelen beschikt om aan zijn financiële verplichtingen jegens de bevoegde instantie te voldoen. De informatie die de bevoegde instantie aan de rechter of administratieve autoriteit verstrekt die de representatieve vordering beoordeelt, moet deze in staat stellen om te beoordelen of de derde partij procedurele beslissingen van de bevoegde entiteit in het kader van de representatieve vordering kan beïnvloeden, onder meer in geval van schikkingen, en of de derde partij financiële middelen verstrekt voor een representatieve vordering tot herstel jegens een verweerder die zijn concurrent is of jegens een verweerder van wie hij afhankelijk is. Als van een van deze situaties sprake blijkt te zijn, dient de rechter of administratieve autoriteit de bevoegdheid te hebben om de bevoegde instantie ertoe te verplichten om de desbetreffende financiering te weigeren en om, zo nodig, de procesbevoegdheid van de bevoegde instantie in een specifiek geval te verwerpen.

(25)  Bevoegde vertegenwoordigende instanties dienen volledig transparant te zijn over de bron van financiering van hun activiteit in het algemeen en over de middelen ter ondersteuning van een specifieke representatieve vordering tot herstel, om rechters of administratieve autoriteiten in staat te stellen te beoordelen of er een belangenconflict kan bestaan tussen een derde partij-financier en de bevoegde instantie en om het gevaar van misbruik van procesrecht te vermijden, alsook om te beoordelen of de bevoegde instantie over voldoende middelen beschikt om de belangen van de betrokken consumenten te dienen en de proceskosten te dragen als de vordering uitmondt in een afwijzing. De informatie die de bevoegde instantie in een zo vroeg mogelijk stadium van de procedure aan de rechter of administratieve autoriteit verstrekt die de representatieve vordering beoordeelt, moet deze in staat stellen om te beoordelen of de derde partij procedurele beslissingen van de bevoegde instantie in het algemeen en in het kader van de representatieve vordering kan beïnvloeden, onder meer in geval van schikkingen, en of de derde partij financiële middelen verstrekt voor een representatieve vordering tot herstel jegens een verweerder die zijn concurrent is of jegens een verweerder van wie hij afhankelijk is. Als van een van deze situaties sprake blijkt te zijn, dient de rechter of administratieve autoriteit de bevoegdheid te hebben om de bevoegde instantie ertoe te verplichten om de desbetreffende financiering te weigeren en om, zo nodig, de procesbevoegdheid van de bevoegde instantie in een specifiek geval te verwerpen. De lidstaten moeten voorkomen dat advocatenkantoren bevoegde vertegenwoordigende instanties oprichten. Indirecte financiering van de vordering door middel van donaties, waaronder donaties van handelaren in het kader van initiatieven voor maatschappelijk verantwoord ondernemen, komt in aanmerking als financiering door derden, mits voldaan is aan de vereisten inzake transparantie, onafhankelijkheid en het ontbreken van belangenconflicten als bedoeld in de artikelen 4 en 7.

Amendement    19

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 26

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(26)  Collectieve buitengerechtelijke schikkingen waarbij benadeelde consumenten herstel wordt geboden, moeten worden aangemoedigd, zowel vóór de instelling van de representatieve vordering als tijdens eender welk stadium daarvan.

(26)  Collectieve buitengerechtelijke schikkingen, zoals bemiddeling, waarbij benadeelde consumenten herstel wordt geboden, moeten worden aangemoedigd, zowel vóór de instelling van de representatieve vordering als tijdens eender welk stadium daarvan.

Amendement    20

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 27

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(27)  Lidstaten kunnen bepalen dat een bevoegde instantie en een handelaar die een schikking hebben getroffen over herstel voor consumenten die het slachtoffer zijn van een beweerdelijk illegale praktijk van die handelaar, gezamenlijk een rechter of administratieve autoriteit kunnen verzoeken om die schikking goed te keuren. Een dergelijk verzoek mag door de rechter of administratieve autoriteit alleen worden toegelaten wanneer er geen andere representatieve vordering inzake dezelfde praktijk aanhangig is. Een bevoegde rechter of administratieve autoriteit die een dergelijke collectieve schikking goedkeurt, dient rekening te houden met de belangen en rechten van alle betrokken partijen, met inbegrip van individuele consumenten. De betrokken individuele consumenten dienen de mogelijkheid te krijgen om te aanvaarden of te weigeren door een dergelijke schikking gebonden te zijn.

(27)  Lidstaten kunnen bepalen dat een bevoegde instantie en een handelaar die een schikking hebben getroffen over herstel voor consumenten die het slachtoffer zijn van een beweerdelijk illegale praktijk van die handelaar, gezamenlijk een rechter of administratieve autoriteit kunnen verzoeken om die schikking goed te keuren. Een dergelijk verzoek mag door de rechter of administratieve autoriteit alleen worden toegelaten wanneer er geen andere representatieve vordering inzake dezelfde praktijk aanhangig is. Een bevoegde rechter of administratieve autoriteit die een dergelijke collectieve schikking goedkeurt, dient rekening te houden met de belangen en rechten van alle betrokken partijen, met inbegrip van individuele consumenten. Schikkingen moeten onherroepelijk zijn en bindend voor alle partijen.

Amendement    21

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 29

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(29)  Teneinde herstel voor individuele consumenten dat wordt gevorderd op basis van in het kader van representatieve vorderingen afgegeven declaratoire definitieve besluiten inzake de aansprakelijkheid van de handelaar jegens de consumenten die schade van een inbreuk hebben ondervonden, te vereenvoudigen, moet de rechter of administratieve autoriteit die het besluit heeft uitgevaardigd, de bevoegdheid krijgen om van de bevoegde instantie en de handelaar te verlangen dat zij tot een collectieve schikking komen.

Schrappen

Amendement    22

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 30

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(30)  Elke buitengerechtelijke schikking die wordt bereikt in het kader van een representatieve vordering of is gebaseerd op een definitief declaratoir besluit, moet door de relevante rechter of administratieve autoriteit worden goedgekeurd, om ervoor dat te zorgen dat deze rechtmatig en billijk is, rekening houdend met de belangen en rechten van alle betrokken partijen. De betrokken individuele consumenten dienen de mogelijkheid te krijgen om te aanvaarden of te weigeren door een dergelijke schikking gebonden te zijn.

(30)  Elke buitengerechtelijke schikking die wordt bereikt in het kader van een representatieve vordering moet door de relevante rechter of administratieve autoriteit worden goedgekeurd, om ervoor dat te zorgen dat deze rechtmatig en billijk is, rekening houdend met de belangen en rechten van alle betrokken partijen. Schikkingen moeten bindend zijn voor alle partijen, onverminderd eventuele andere rechten op herstel die de betrokken consumenten op grond van het recht van de Unie of het nationale recht genieten.

Amendement    23

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 32

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(32)  Om doeltreffend te zijn, dient de informatie te passen bij de omstandigheden van het geval en daarmee in verhouding te staan. De handelaar die inbreuk maakt, dient alle betrokken consumenten te informeren over definitieve bevelen tot staking en bevelen tot herstel die in het kader van een representatieve vordering zijn uitgevaardigd alsook over een door een rechter of administratieve autoriteit goedgekeurde schikking. Dergelijke informatie kan bijvoorbeeld worden verstrekt via de website van de handelaar, sociale media, online marktplaatsen, of bekende kranten, waaronder kranten die uitsluitend via elektronische communicatiemiddelen worden verspreid. Zo mogelijk moeten consumenten individueel worden geïnformeerd via elektronische of papieren brieven. Deze informatie moet op verzoek worden verstrekt in een formaat dat toegankelijk is voor personen met een handicap.

(32)  Om doeltreffend te zijn, dient de informatie te passen bij de omstandigheden van het geval en daarmee in verhouding te staan. De lidstaten moeten ervoor zorgen dat de rechter en de administratieve autoriteit van de in het ongelijk gestelde partij kunnen verlangen dat deze alle betrokken consumenten naar behoren informeert over onherroepelijke besluiten betreffende staking en herstel die met betrekking tot de representatieve vordering zijn uitgevaardigd, en dat in geval van een door een rechter of administratieve autoriteit goedgekeurde schikking beide partijen worden geïnformeerd. Dergelijke informatie kan bijvoorbeeld worden verstrekt via een website, sociale media, online marktplaatsen, of bekende kranten, waaronder kranten die uitsluitend via elektronische communicatiemiddelen worden verspreid. Deze informatie moet op verzoek worden verstrekt in een formaat dat toegankelijk is voor personen met een handicap. De kosten van het informeren van de consumenten moeten door de in het ongelijk gestelde partij worden gedragen.

Amendement    24

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 32 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(32 bis)  De lidstaten moeten worden aangespoord om een gratis nationaal register van representatieve vorderingen op te zetten, waarmee de naleving van de transparantieverplichtingen verder kan worden verbeterd.

Amendement    25

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 33

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(33)  Om de rechtszekerheid te vergroten, inconsistentie bij de toepassing van het Unierecht te vermijden en de effectiviteit en procedurele efficiëntie van representatieve vorderingen en mogelijke vervolgvorderingen tot herstel te vergroten, mag de vaststelling van een inbreuk in een door een administratieve autoriteit of rechterlijke instantie uitgevaardigd definitief besluit, met inbegrip van een definitief bevel krachtens deze richtlijn, niet opnieuw het voorwerp van een geschil vormen in het kader van volgende rechtsvorderingen inzake dezelfde inbreuk door dezelfde handelaar, wat betreft de aard van de inbreuk en de materiele, persoonlijke, temporele en territoriale werkingssfeer daarvan, als bepaald bij dat definitieve besluit. Wanneer een vordering die is gericht op maatregelen tot het beëindigen van de aanhoudende gevolgen van de inbreuk, met inbegrip van herstelmaatregelen, wordt ingesteld in een andere lidstaat dan de lidstaat waar een definitief besluit waarbij de betreffende inbreuk is vastgesteld, werd uitgevaardigd, dient er op grond van dat besluit een weerlegbaar vermoeden te bestaan dat de inbreuk heeft plaatsgevonden.

(33)  Om de rechtszekerheid te vergroten, inconsistentie bij de toepassing van het Unierecht te vermijden en de effectiviteit en procedurele efficiëntie van representatieve vorderingen en mogelijke vervolgvorderingen tot herstel te vergroten, moet de vaststelling van een inbreuk of een niet-inbreuk in een door een administratieve autoriteit of rechterlijke instantie uitgevaardigd definitief besluit, met inbegrip van een definitief bevel krachtens deze richtlijn, bindend zijn voor alle aan de representatieve vordering deelnemende partijen. Het onherroepelijke besluit moet geen afbreuk doen aan eventuele andere rechten op herstel die de betrokken consumenten op grond van het recht van de Unie of het nationale recht genieten. Het door de procedure verkregen herstel moet ook bindend zijn voor andere zaken die betrekking hebben op dezelfde praktijk, dezelfde handelaar en dezelfde consument. Wanneer een vordering die is gericht op maatregelen tot het beëindigen van de aanhoudende gevolgen van de inbreuk, met inbegrip van herstelmaatregelen, wordt ingesteld in een andere lidstaat dan de lidstaat waar een definitief besluit waarbij de betreffende inbreuk of niet-inbreuk is vastgesteld, werd uitgevaardigd, moet dat besluit in gelijksoortige zaken dienen als bewijs voor het bestaan, respectievelijk niet-bestaan, van de inbreuk. De lidstaten moeten ervoor zorgen dat de vaststelling van het bestaan of niet-bestaan van een inbreuk bij een onherroepelijk besluit van een rechter van een lidstaat, in het kader van een andere vordering tot herstel tegen dezelfde handelaar wegens dezelfde inbreuk bij de nationale rechter van een andere lidstaat opgevat moet worden als een weerlegbaar vermoeden van het bestaan, respectievelijk niet-bestaan, van een dergelijke inbreuk.

Amendement    26

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 35

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(35)  Vorderingen tot herstel die zijn gebaseerd op de vaststelling van een inbreuk bij een definitief bevel of bij een definitief declaratoir besluit inzake de aansprakelijkheid van de handelaar op grond van deze richtlijn jegens de consumenten die schade hebben geleden, mogen niet worden belemmerd door nationale regels inzake verjaringstermijnen. De instelling van een representatieve vordering moet leiden tot opschorting of onderbreking van de verjaringstermijnen voor eventuele vorderingen tot herstel voor de consumenten waarop deze representatieve vordering betrekking heeft.

(35)  Vorderingen tot herstel die zijn gebaseerd op de vaststelling van een inbreuk bij een definitief bevel inzake de aansprakelijkheid van de handelaar op grond van deze richtlijn jegens de consumenten die schade hebben geleden, mogen niet worden belemmerd door nationale regels inzake verjaringstermijnen. De instelling van een representatieve vordering moet leiden tot opschorting of onderbreking van de verjaringstermijnen voor eventuele vorderingen tot herstel voor de consumenten waarop deze representatieve vordering betrekking heeft.

Amendement    27

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 39

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(39)  Gelet op het feit dat met representatieve vorderingen een algemeen belang wordt nagestreefd in de zin van de bescherming van de collectieve belangen van consumenten, moeten lidstaten ervoor zorgen dat de kosten van de procedures bevoegde instanties niet ervan weerhouden om krachtens deze richtlijn representatieve vorderingen in te stellen.

(39)  Gelet op het feit dat met representatieve vorderingen een algemeen belang wordt nagestreefd in de zin van de bescherming van de collectieve belangen van consumenten, moeten lidstaten ervoor zorgen dat de kosten van de procedures bevoegde vertegenwoordigende instanties er niet van weerhouden om krachtens deze richtlijn representatieve vorderingen in te stellen. Dit laat echter onverlet dat de partij van wie de collectieve vordering wordt afgewezen de door de in het gelijk gestelde partij gedragen noodzakelijke proceskosten dient te vergoeden (het beginsel dat de verliezer betaalt), onder de voorwaarden van het toepasselijke nationale recht. De rechter of de administratieve autoriteit moeten de in het ongelijk gestelde partij echter niet veroordelen tot het betalen van kosten die onnodig zijn gemaakt of die niet in verhouding staan tot de vordering.

Amendement    28

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 39 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(39 bis)  De lidstaten dienen erop toe te zien dat resultaatafhankelijke honoraria worden voorkomen en dat vergoedingen voor advocaten en de wijze waarop deze worden berekend geen stimulans vormen voor het voeren van rechtszaken die niet in het belang van consumenten of andere betrokken partijen zijn of consumenten belemmeren om ten volle gebruik te maken van de mogelijkheid om een collectieve vordering in te stellen. De lidstaten die resultaatafhankelijke honoraria toestaan, moeten waarborgen dat dergelijke honoraria er niet voor zorgen dat consumenten niet een volledige vergoeding krijgen uitgekeerd.

Amendement    29

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 40

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(40)  Samenwerking en uitwisseling van informatie tussen bevoegde instanties van verschillende lidstaten is nuttig gebleken voor de aanpak van grensoverschrijdende inbreuken. Het is nodig de maatregelen op het gebied van capaciteitsopbouw en samenwerking in stand te houden en uit te breiden tot een groter aantal bevoegde instanties in de Unie, zodat vaker representatieve acties met grensoverschrijdende gevolgen worden ingesteld.

(40)  Samenwerking en uitwisseling van informatie, goede praktijken en ervaringen tussen bevoegde vertegenwoordigende instanties van verschillende lidstaten is nuttig gebleken voor de aanpak van grensoverschrijdende inbreuken. Het is nodig de maatregelen op het gebied van capaciteitsopbouw en samenwerking in stand te houden en uit te breiden tot een groter aantal bevoegde vertegenwoordigende instanties in de Unie, zodat vaker representatieve acties met grensoverschrijdende gevolgen worden ingesteld.

Amendement    30

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 41 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(41 bis)  Om de mogelijkheid van een procedure voor grensoverschrijdende representatieve vorderingen op het niveau van de Unie te onderzoeken, moet de Commissie onderzoeken of het mogelijk is een Europese Ombudsman voor collectief verhaal in te stellen.

Amendement    31

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Deze richtlijn bevat regels op grond waarvan bevoegde instanties representatieve vorderingen kunnen instellen ten behoeve van de bescherming van de collectieve belangen van consumenten, met passende waarborgen ter vermijding van misbruik van procesrecht.

1.  Deze richtlijn bevat regels op grond waarvan bevoegde vertegenwoordigende instanties representatieve vorderingen kunnen instellen ten behoeve van de bescherming van de collectieve belangen van consumenten, met name om een hoog niveau van bescherming en toegang tot de rechter te verwezenlijken en te handhaven en tegelijkertijd te zorgen voor passende waarborgen ter voorkoming van misbruik van procesrecht.

Amendement    32

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Deze richtlijn belet de lidstaten niet bepalingen vast te stellen of te handhaven waarbij bevoegde instanties of eventuele andere betrokkenen andere procedurele middelen worden geboden om vorderingen in te stellen met het oog op de bescherming van de collectieve belangen van consumenten op nationaal niveau.

2.  Deze richtlijn belet de lidstaten niet bepalingen vast te stellen of te handhaven waarbij bevoegde vertegenwoordigende instanties of eventuele andere overheidsinstanties andere procedurele middelen worden geboden om vorderingen in te stellen met het oog op de bescherming van de collectieve belangen van consumenten op nationaal niveau. De uitvoering van deze richtlijn vormt onder geen beding een reden voor verlaging van het niveau van consumentenbescherming op de door het recht van de Unie bestreken gebieden.

Amendement    33

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Deze richtlijn is van toepassing op representatieve vorderingen die worden ingesteld inzake inbreuken door handelaren op de in bijlage I vermelde bepalingen van Unierecht die de collectieve belangen van consumenten schaden of kunnen schaden. Zij is van toepassing op binnenlandse en grensoverschrijdende inbreuken, ook wanneer deze inbreuken zijn beëindigd voordat de representatieve vordering werd ingesteld of voordat de representatieve vordering werd afgesloten.

1.  Deze richtlijn is van toepassing op representatieve vorderingen met grote gevolgen voor consumenten die worden ingesteld inzake inbreuken door handelaren op de in bijlage I vermelde bepalingen van Unierecht ter bescherming van de collectieve belangen van consumenten. Zij is van toepassing op binnenlandse en grensoverschrijdende inbreuken, ook wanneer deze inbreuken zijn beëindigd voordat de representatieve vordering werd ingesteld of voordat de representatieve vordering werd afgesloten.

Amendement    34

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Deze richtlijn doet geen afbreuk aan de voorschriften van de Unie inzake internationaal privaatrecht, in het bijzonder voorschriften met betrekking tot de rechterlijke bevoegdheid en het toepasselijke recht.

3.  Deze richtlijn doet geen afbreuk aan de voorschriften van de Unie inzake internationaal privaatrecht, in het bijzonder voorschriften met betrekking tot de rechterlijke bevoegdheid en de erkenning en de tenuitvoerlegging van vonnissen in burgerlijke en handelszaken en regels betreffende het recht dat van toepassing is op contractuele en niet-contractuele verbintenissen, van toepassing op de in deze richtlijn vermelde representatieve vorderingen.

Amendement    35

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 – lid 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 bis.  Deze richtlijn laat andere vormen van collectief verhaal uit hoofde van het nationale recht onverlet.

Amendement    36

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 – lid 3 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 ter.  Deze richtlijn eerbiedigt de grondrechten en neemt de beginselen in acht die zijn erkend in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens, met name het recht op een eerlijk en onpartijdig proces en het recht op een doeltreffende voorziening in rechte.

Amendement    37

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – alinea 1 – punt 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(1 bis)  "consumentenorganisatie": elke groep die zich ten doel stelt de belangen van consumenten te beschermen tegen onrechtmatige handelingen of onrechtmatig nalaten door handelaren;

Amendement    38

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – alinea 1 – punt 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(2)  "handelaar": iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon, ongeacht of deze in publieke of private handen is, die handelt voor doeleinden die betrekking hebben op zijn handel, bedrijf, ambacht of beroep, waaronder via een andere persoon die in zijn naam of namens hem handelt;

(2)  "handelaar": iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon, ongeacht of deze in publieke of private handen is, die in civiele capaciteit krachtens het burgerlijk recht handelt voor doeleinden die betrekking hebben op zijn handel, bedrijf, ambacht of beroep, waaronder via een andere persoon die in zijn naam of namens hem handelt;

Amendement    39

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – alinea 1 – punt 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(3)  "collectieve belangen van consumenten": de belangen van een aantal consumenten;

(3)  "collectieve belangen van consumenten": de belangen van een aantal consumenten of van personen op wie gegevens betrekking hebben ("betrokkenen") in de zin van Verordening (EU) 2016/679 (de algemene verordening gegevensbescherming);

Amendement    40

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – alinea 1 – punt 6 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(6 bis)  "consumentenrecht": het recht van de Unie en het nationale recht ter bescherming van de belangen van consumenten;

Amendement    41

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Bevoegde instanties

Bevoegde vertegenwoordigende instanties

Amendement    42

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 – lid 1 – alinea 2 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

De lidstaten of hun rechtbanken wijzen binnen hun respectieve grondgebied/jurisdictie ten minste een bevoegde vertegenwoordigende instantie aan die bevoegd is om representatieve vorderingen in de zin van artikel 3, lid 4, in te stellen.

De lidstaten wijzen een instantie als bevoegde instantie aan wanneer deze aan de volgende criteria voldoet:

De lidstaten wijzen een instantie als bevoegde vertegenwoordigende instantie aan wanneer deze aan elk van de volgende criteria voldoet:

Amendement    43

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 – lid 1 – alinea 2 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b)  zij heeft er een legitiem belang bij ervoor te zorgen dat de bepalingen van het Unierecht waarop deze richtlijn betrekking heeft, in acht worden genomen;

(b)  uit haar statuut of ander governancedocument en uit haar permanente activiteiten op het gebied van de verdediging en bescherming van de belangen van consumenten blijkt dat zij een legitiem belang heeft bij het waarborgen van de naleving van de bepalingen van het Unierecht waarop deze richtlijn betrekking heeft;

Amendement    44

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 – lid 1 – alinea 2 – letter c bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(c bis)  zij handelt onafhankelijk van andere instanties en van personen die geen consumenten zijn en voor wie de uitkomst van de representatieve vordering in economisch opzicht van belang kan zijn, en met name onafhankelijk van marktdeelnemers;

Amendement    45

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 – lid 1 – alinea 2 – letter c ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(c ter)  zij heeft geen financiële banden met advocatenkantoren die de belangen van eisers behartigen die verder gaan dan een normaal dienstencontract;

Amendement    46

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 – lid 1 – alinea 2 – letter c quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(c quater)  zij heeft interne procedures ingevoerd ter voorkoming van belangenconflicten tussen de bevoegde instantie zelf en haar financiers;

Amendement    47

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 – lid 1 – alinea 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

De lidstaten verlangen van bevoegde vertegenwoordigende instanties dat zij in eenvoudige en duidelijke taal en op passende wijze, bijvoorbeeld op hun website, duidelijk maken hoe zij worden gefinancierd, hoe hun organisatorische structuur en hun bestuursstructuur eruitzien, wat hun doelstellingen en werkmethodes zijn en wat voor activiteiten zij ontplooien.

De lidstaten beoordelen regelmatig of een bevoegde entiteit nog aan deze criteria voldoet. De lidstaten zorgen ervoor dat de bevoegde instantie haar status uit hoofde van deze richtlijn verliest wanneer zij niet langer aan een of meer van de in lid 1 genoemde criteria voldoet.

De lidstaten beoordelen regelmatig of een bevoegde vertegenwoordigende instantie nog aan deze criteria voldoet. De lidstaten zorgen ervoor dat de bevoegde vertegenwoordigende instantie haar status uit hoofde van deze richtlijn verliest wanneer zij niet langer aan een of meer van de in lid 1 genoemde criteria voldoet.

 

De lidstaten stellen een lijst op van vertegenwoordigende instanties die aan de in lid 1 bedoelde criteria voldoen en maken deze lijst openbaar. Zij doen deze lijst aan de Commissie toekomen en werken deze zo nodig bij.

 

De Commissie publiceert de lijsten van vertegenwoordigende instanties die zij van de lidstaten ontvangt op een publiek toegankelijk onlineportaal.

Amendement    48

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 – lid 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis.  De lidstaten kunnen bepalen dat reeds vóór de inwerkingtreding van deze richtlijn overeenkomstig het nationaal recht aangewezen overheidsinstanties voor de status van vertegenwoordigende instantie in de zin van dit artikel in aanmerking blijven komen.

Amendement    49

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De lidstaten kunnen een bevoegde instantie op haar verzoek ad hoc aanwijzen met het oog op een bepaalde representatieve vordering, wanneer zij voldoet aan de in lid 1 genoemde criteria.

Schrappen

Amendement    50

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De lidstaten zorgen ervoor dat met name consumentenorganisaties en onafhankelijke openbare instanties in aanmerking komen voor de status van bevoegde instantie. De lidstaten kunnen consumentenorganisaties die leden uit meer dan één lidstaat vertegenwoordigen, aanwijzen als bevoegde instantie.

3.  De lidstaten zorgen ervoor dat consumentenorganisaties die aan de in lid 1 vermelde criteria voldoen en openbare instanties in aanmerking komen voor de status van bevoegde vertegenwoordigende instantie. De lidstaten kunnen consumentenorganisaties die leden uit meer dan één lidstaat vertegenwoordigen, aanwijzen als bevoegde vertegenwoordigende instantie.

Amendement    51

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  De lidstaten kunnen regels vaststellen die nader omschrijven welke bevoegde instanties al de in de artikelen 5 en 6 bedoelde maatregelen kunnen vorderen en welke bevoegde instanties slechts een of meer van deze maatregelen kunnen vorderen.

Schrappen

Amendement    52

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  De vervulling door een bevoegde instantie van de in lid 1 bedoelde criteria doet geen afbreuk aan het recht van de rechter of administratieve autoriteit om te onderzoeken of de doelstelling van de bevoegde instantie rechtvaardigt dat zij in een specifiek geval een vordering instelt overeenkomst artikel 5, lid 1.

5.  De vervulling door een bevoegde instantie van de in lid 1 bedoelde criteria doet geen afbreuk aan de verplichting van de rechter of administratieve autoriteit om te onderzoeken of de doelstelling van de bevoegde instantie rechtvaardigt dat zij in een specifiek geval een vordering instelt overeenkomstig artikel 4 en artikel 5, lid 1.

Amendement    53

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 5 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De lidstaten zorgen ervoor dat bevoegde instanties representatieve vorderingen kunnen instellen bij nationale rechters of administratieve autoriteiten, mits er een direct verband bestaat tussen de voornaamste doelstellingen van de instantie en de krachtens het Unierecht toegekende rechten die beweerdelijk zijn geschonden en ten aanzien waarvan de vordering is ingesteld.

1.  De lidstaten zorgen ervoor dat uitsluitend overeenkomstig artikel 4, lid 1, aangewezen bevoegde vertegenwoordigende instanties representatieve vorderingen kunnen instellen bij nationale rechters of administratieve autoriteiten, mits er een direct verband bestaat tussen de voornaamste doelstellingen van de instantie en de krachtens het Unierecht toegekende rechten die beweerdelijk zijn geschonden en ten aanzien waarvan de vordering is ingesteld.

 

Het staat de bevoegde vertegenwoordigende instanties vrij om te kiezen voor elke procedure waarin het nationale recht of het Unierecht voorziet, om het hoogste niveau van bescherming van de belangen van consumenten te waarborgen.

 

De lidstaten bepalen dat er uitsluitend een vordering kan worden ingesteld als er voor een rechter of administratieve autoriteit van de lidstaat geen andere vordering is ingesteld ter zake van dezelfde praktijk, dezelfde handelaar en dezelfde consumenten.

Amendement    54

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 5 – lid 2 – alinea 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten zorgen ervoor dat bevoegde instanties het recht hebben representatieve vorderingen in te stellen waarbij de volgende maatregelen worden gevraagd:

De lidstaten zorgen ervoor dat bevoegde vertegenwoordigende instanties, waaronder vooraf daartoe aangewezen overheidsinstanties, het recht hebben representatieve vorderingen in te stellen waarbij de volgende maatregelen worden gevraagd:

Amendement    55

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 5 – lid 2 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Om een vordering tot uitvaardiging een bevel in te kunnen stellen, hoeven bevoegde instanties geen mandaat van de betrokken individuele consumenten te verkrijgen of bewijs over te leggen van door de betrokken consumenten daadwerkelijk geleden verlies of schade, noch van opzet of onachtzaamheid van de handelaar.

Om een vordering tot uitvaardiging van een bevel in te kunnen stellen, hoeven bevoegde vertegenwoordigende instanties geen mandaat van de betrokken individuele consumenten te verkrijgen of bewijs over te leggen van door de betrokken consumenten daadwerkelijk geleden verlies of schade, noch van opzet of onachtzaamheid van de handelaar.

Amendement    56

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 5 – lid 2 – alinea 2 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  een bevel, als voorlopige maatregel, tot staken van de praktijk dan wel, wanneer de praktijk nog niet heeft plaatsgevonden, maar op het punt staat plaats te vinden, waarbij de praktijk wordt verboden;

(a)  een bevel, als voorlopige maatregel, tot staken van de illegale praktijk dan wel, wanneer de praktijk nog niet heeft plaatsgevonden, maar op het punt staat plaats te vinden, waarbij de illegale praktijk wordt verboden;

Amendement    57

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 5 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De lidstaten zorgen ervoor dat bevoegde instanties het recht hebben representatieve vorderingen in te stellen waarbij maatregelen worden gevraagd om de aanhoudende gevolgen van de inbreuk op te heffen. Deze maatregelen worden gevorderd op grond van een definitief besluit waarbij wordt vastgesteld dat een praktijk een inbreuk op het in bijlage I vermelde Unierecht inhoudt die de collectieve belangen van consumenten schaadt, waaronder een in lid 2, onder b), bedoeld definitief bevel.

3.  De lidstaten zorgen ervoor dat bevoegde vertegenwoordigende instanties het recht hebben representatieve vorderingen in te stellen waarbij maatregelen worden gevraagd om de aanhoudende gevolgen van de inbreuk op te heffen.

Amendement    58

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 5 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Onverminderd artikel 4, lid 4, zorgen de lidstaten ervoor dat bevoegde instanties in het kader van een enkele representatieve vordering zowel maatregelen tot opheffing van de aanhoudende gevolgen van de inbreuk kunnen vorderen, als de in lid 2 bedoelde maatregelen.

Schrappen

Amendement    59

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 5 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 5 bis

 

Register van collectieve vorderingen

 

1.  De lidstaten kunnen een nationaal register van collectieve vorderingen opzetten, dat door geïnteresseerden langs elektronische weg of op andere wijze en zonder kosten geraadpleegd moet kunnen worden.

 

2.  De websites waarop de registers gepubliceerd worden, bieden toegang tot omvattende en objectieve informatie over de beschikbare methoden om schadevergoeding te verkrijgen, onder meer buitengerechtelijke methoden, en over lopende representatieve vorderingen.

 

3.  De nationale registers worden aan elkaar gekoppeld. Artikel 35 van Verordening (EG) 2017/2394 is van toepassing.

Amendement    60

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 6 – lid 1 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Met het oog op de toepassing van artikel 5, lid 3, zorgen de lidstaten ervoor dat bevoegde entiteiten het recht hebben om representatieve vorderingen in te stellen waarbij om een bevel tot herstel wordt verzocht dat de handelaar verplicht om te zorgen voor, onder meer, schadeloosstelling, reparatie, vervanging, prijsvermindering, beëindiging van de overeenkomst of terugbetaling van het betaalde bedrag, al naar gelang het geval. Een lidstaat kan voorschrijven dat de betrokken individuele consumenten een mandaat moeten verlenen alvorens een declaratoir besluit wordt genomen of een bevel tot herstel wordt uitgevaardigd.

1.  Met het oog op de toepassing van artikel 5, lid 3, zorgen de lidstaten ervoor dat bevoegde vertegenwoordigende instanties het recht hebben om representatieve vorderingen in te stellen waarbij om een bevel tot herstel wordt verzocht dat de handelaar verplicht om te zorgen voor, onder meer, schadeloosstelling, reparatie, vervanging, prijsvermindering, beëindiging van de overeenkomst of terugbetaling van het betaalde bedrag, al naar gelang het geval. Een lidstaat kan al dan niet voorschrijven dat de betrokken individuele consumenten een mandaat moeten verlenen alvorens een bevel tot herstel wordt uitgevaardigd.

Amendement    61

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 6 – lid 1 – alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis.  Indien een lidstaat voor het instellen van een representatieve vordering geen mandaat van individuele consumenten verlangt, biedt deze lidstaat desondanks personen die niet hun gewone verblijfplaats hebben in de lidstaat waar de vordering wordt ingesteld, de mogelijkheid zich in de procedure te voegen als zij binnen de daarvoor gestelde termijn hun uitdrukkelijke mandaat hebben verleend voor het instellen van de representatieve vordering.

Amendement    62

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 6 – lid 1 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De bevoegde instantie verstrekt voldoende informatie als vereist krachtens nationaal recht ter ondersteuning van de vordering, waaronder een omschrijving van de consumenten waarop de vordering betrekking heeft en van de feitelijke en juridische kwesties die moeten worden opgelost.

De bevoegde vertegenwoordigende instantie verstrekt ter ondersteuning van de vordering alle noodzakelijke informatie die krachtens het nationale recht wordt verlangd, waaronder een omschrijving van de consumenten waarop de vordering betrekking heeft en van de feitelijke en juridische kwesties die moeten worden opgelost.

Amendement    63

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 6 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  In afwijking van lid 1 kunnen de lidstaten een rechter of administratieve autoriteit de bevoegdheid verlenen om, in naar behoren gemotiveerde gevallen, waarin vanwege de kenmerken van de individuele schade van de betrokken consumenten de kwantificering van individueel herstel complex is, in plaats van een bevel tot herstel, een declaratoir besluit uit te vaardigen inzake de aansprakelijkheid van de handelaar jegens de consument die schade heeft geleden door een inbreuk op het in bijlage I vermelde Unierecht.

Schrappen

Amendement    64

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 6 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Lid 2 geldt niet in gevallen waarin:

Schrappen

(a)  de consumenten op wie de inbreuk betrekking heeft, kunnen worden geïdentificeerd en vergelijkbare schade hebben geleden als gevolg van dezelfde praktijk met betrekking tot een bepaalde periode of aankoop. In dergelijke gevallen vormt het vereiste dat de betrokken individuele consumenten een mandaat verlenen geen voorwaarde voor het inleiden van de vordering. De vergoeding is bestemd voor de betrokken consumenten;

 

(b)  de consumenten een verlies van geringe waarde hebben geleden en het onevenredig zou zijn om de vergoeding aan hen uit te keren. In dergelijke gevallen zorgen de lidstaten ervoor dat er geen mandaat van de betrokken individuele consumenten is vereist. De vergoeding is bestemd voor een openbaar doel dat de collectieve belangen van consumenten dient.

 

Amendement    65

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 6 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  De uit hoofde van een definitief besluit overeenkomstig de leden 1, 2 en 3 verkregen vergoeding doet geen afbreuk aan eventuele aanvullende eventuele rechten op herstel die de betrokken consumenten op grond van Unie- of nationale wetgeving kunnen genieten.

4.  De uit hoofde van een definitief besluit overeenkomstig lid 1 verkregen vergoeding doet geen afbreuk aan eventuele aanvullende eventuele rechten op herstel die de betrokken consumenten op grond van Unie- of nationale wetgeving kunnen genieten. Bij de toepassing van deze bepaling wordt het beginsel van het gezag van gewijsde geëerbiedigd.

Amendement    66

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 6 – lid 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4 bis.  De maatregelen tot herstel hebben ten doel de betrokken consumenten volledige vergoeding van de door hen geleden schade te bieden. Indien er na vergoeding van de schade een niet-opgevraagd bedrag resteert, besluit de rechter aan welke begunstigde dat bedrag toekomt. Niet-opgevraagde bedragen komen niet toe aan de bevoegde vertegenwoordigende instantie of de handelaar.

Amendement    67

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 6 – lid 4 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4 ter.  Met name is punitieve schadevergoeding die leidt tot overcompensatie van de schade van de eisende partij verboden. Zo is schadevergoeding die consumenten wordt toegekend in geval van massaschade niet hoger dan het bedrag dat de handelaar overeenkomstig de toepasselijke nationale of Uniewetgeving verschuldigd is om de feitelijke schade te dekken die de consumenten individueel hebben geleden.

Amendement    68

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 7 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Financiering

Ontvankelijkheid van een representatieve vordering

Amendement    69

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 7 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De bevoegde instantie die een bevel tot herstel vordert als bedoeld in artikel 6, lid 1, vermeldt in een vroeg stadium van de vordering de bron van de middelen die zij voor haar activiteiten in het algemeen aanwendt en de middelen die zij ter ondersteuning van de vordering aanwendt. Zij toont aan dat zij over voldoende financiële middelen beschikt om de belangen van de betrokken consumenten zo goed mogelijk te dienen en om de eventuele kosten van de tegenpartij te dragen wanneer de vordering mocht worden afgewezen.

1.  De bevoegde vertegenwoordigende instantie die een bevel tot herstel vordert als bedoeld in artikel 6, lid 1, legt aan de rechter of administratieve autoriteit in het vroegste stadium van de vordering een volledig financieel overzicht voor van alle financieringsbronnen die zij voor haar activiteiten in het algemeen aanwendt en de middelen die zij ter ondersteuning van de vordering aanwendt, om aan te tonen dat er geen sprake is van belangenverstrengeling. Zij toont aan dat zij over voldoende financiële middelen beschikt om de belangen van de betrokken consumenten zo goed mogelijk te dienen en om de eventuele kosten van de tegenpartij te dragen wanneer de vordering mocht worden afgewezen.

Amendement    70

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 7 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De lidstaten zorgen ervoor dat in gevallen waarin een representatieve vordering tot herstel door een derde partij wordt gefinancierd, het de derde partij verboden is om:

2.  De nationale rechter kan de representatieve vordering niet-ontvankelijk verklaren als hij vaststelt dat de financiering door de derde partij ten doel heeft:

Amendement    71

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 7 – lid 2 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  besluiten van de bevoegde instantie in het kader van een representatieve vordering, onder meer inzake schikkingen, te beïnvloeden;

(a)  besluiten van de bevoegde vertegenwoordigende instantie in het kader van een representatieve vordering, waaronder het inleiden van representatieve vorderingen en besluiten inzake schikkingen, te beïnvloeden;

Amendement    72

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 7 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De lidstaten zorgen ervoor dat rechters en administratieve autoriteiten de bevoegdheid hebben om de in lid 2 bedoelde omstandigheden te beoordelen en om de bevoegde instantie in voorkomend geval ertoe te verplichten de betreffende financiering te weigeren en om, zo nodig, de procesbevoegdheid van de bevoegde instantie in een specifiek geval te verwerpen.

3.  De lidstaten zorgen ervoor dat rechters en administratieve autoriteiten zich een oordeel vormen over de afwezigheid van een belangenconflict als bedoeld in lid 1, en dat zij de in lid 2 bedoelde omstandigheden beoordelen ten tijde van de beslissing over de ontvankelijkheid van de representatieve vordering, alsmede in een later stadium van de procedure als de omstandigheden zich pas dan voordoen.

Amendement    73

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 7 – lid 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 bis.  De lidstaten waarborgen tevens dat de rechter of administratieve autoriteit de bevoegdheid heeft om kennelijk ongegronde zaken in een zo vroeg mogelijk stadium van de procedure te verwerpen.

Amendement    74

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 7 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 7 bis

 

Het beginsel dat de in het ongelijk gestelde partij betaalt

 

De lidstaten waarborgen dat de partij die in een zaak met betrekking tot een collectieve vordering in het ongelijk gesteld wordt, de proceskosten van de in het gelijk gestelde partij vergoedt, onder de voorwaarden van het toepasselijke nationale recht. Het gerecht wijst de in het ongelijk gestelde partij echter geen vergoeding toe voor kosten die onnodig zijn gemaakt of die niet in verhouding staan tot de vordering.

Amendement    75

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 8 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Lidstaten kunnen bepalen dat een bevoegde instantie en een handelaar die een schikking hebben getroffen over herstel voor consumenten die het slachtoffer zijn van een beweerdelijk illegale praktijk van die handelaar, gezamenlijk een rechter of administratieve autoriteit kunnen verzoeken om die schikking goed te keuren. Een dergelijk verzoek wordt door de rechter of administratieve autoriteit alleen in behandeling genomen wanneer er bij de rechter of administratie autoriteit van dezelfde lidstaat geen representatieve vordering aanhangig is met betrekking tot dezelfde handelaar en dezelfde praktijk.

1.  Lidstaten kunnen bepalen dat een bevoegde vertegenwoordigende instantie en een handelaar die een schikking hebben getroffen over herstel voor consumenten die het slachtoffer zijn van een beweerdelijk illegale praktijk van die handelaar, gezamenlijk een rechter of administratieve autoriteit kunnen verzoeken om die schikking goed te keuren.

Amendement    76

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 8 – lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.  De betrokken individuele consumenten krijgen de mogelijkheid om te aanvaarden dan wel te weigeren door de in de leden 1, 2 en 3 bedoelde schikkingen gebonden te zijn. Het uit hoofde van een overeenkomstig lid 4 goedgekeurde schikking verkregen herstel doet geen afbreuk aan eventuele aanvullende eventuele rechten op herstel die de betrokken consumenten op grond van Unie- of nationale wetgeving kunnen genieten.

6.  Het uit hoofde van een overeenkomstig lid 4 goedgekeurde schikking verkregen herstel is bindend voor alle partijen en doet geen afbreuk aan eventuele aanvullende eventuele rechten op herstel die de betrokken consumenten op grond van Unie- of nationale wetgeving kunnen genieten.

Amendement    77

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 9 – lid -1 (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

-1  De lidstaten zorgen ervoor dat de vertegenwoordigende instanties:

 

a) de consumenten informeren over de vermeende schending van aan het recht van de Unie ontleende rechten en over hun voornemen om de staking van die schending te vorderen of een vordering tot schadevergoeding in te stellen;

 

b) de betrokken consumenten reeds vooraf in kennis stellen van de mogelijkheid om zich in de procedure te voegen om ervoor te zorgen dat de relevante documenten en andere in het kader van de vordering noodzakelijke gegevens bewaard blijven;

 

c) zo nodig informatie verstrekken over vervolgstappen en eventuele juridische gevolgen.

Amendement    78

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 9 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De lidstaten zorgen ervoor dat de rechter of administratieve autoriteit de handelaar die inbreuk maakt ertoe verplicht om de betrokken consumenten op zijn eigen kosten te informeren over de definitieve besluiten waarbij wordt voorzien in de in de artikelen 5 en 6 bedoelde maatregelen, alsmede over de in artikel 8 bedoelde schikkingen, op een wijze die past bij de omstandigheden van het geval en binnen gespecificeerde termijnen, onder meer, waar passend, door al de betrokken consumenten individueel op de hoogte te stellen.

1.  Als een schikking of onherroepelijk besluit voordelen heeft voor consumenten die daar wellicht niet van op de hoogte zijn, zorgen de lidstaten ervoor dat de rechter of administratieve autoriteit de in het ongelijk gestelde partij of beide partijen ertoe verplicht om de betrokken consumenten op zijn eigen kosten te informeren over de definitieve besluiten waarbij wordt voorzien in de in de artikelen 5 en 6 bedoelde maatregelen, alsmede over de in artikel 8 bedoelde schikkingen, op een wijze die past bij de omstandigheden van het geval en binnen gespecificeerde termijnen. De lidstaten kunnen bepalen dat aan deze verplichting om de consumenten te informeren kan worden voldaan door middel van publicatie op een openbaar toegankelijke en gebruikersvriendelijke website.

Amendement    79

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 9 – lid 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis.  De in het ongelijk gestelde partij draagt de kosten van het informeren van de consumenten, overeenkomstig het in artikel 7 neergelegde beginsel.

Amendement    80

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 9 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De in lid 1 bedoelde informatie omvat een uitleg in begrijpelijke taal van het onderwerp van de representatieve vordering, de juridische gevolgen ervan en, indien relevant, de door de betrokken consumenten te nemen vervolgstappen.

2.  De in lid 1 bedoelde informatie omvat een uitleg in begrijpelijke taal van het onderwerp van de representatieve vordering, de juridische gevolgen ervan en, indien relevant, de door de betrokken consumenten te nemen vervolgstappen. De modaliteiten voor het informeren van de consumenten en de daarvoor geldende termijn worden in samenspraak met de rechter of administratieve autoriteit vastgesteld.

Amendement    81

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 9 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  De lidstaten zorgen ervoor dat als een rechter heeft besloten dat de vordering ontvankelijk is, aan het publiek op toegankelijke wijze, onder meer via de media en online via een openbare website, informatie ter beschikking wordt gesteld over komende, lopende en afgeronde vorderingen.

Amendement    82

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 9 – lid 2 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 ter.  De lidstaten zien erop toe dat publieke mededelingen van bevoegde instanties over vorderingen feitelijk zijn en zowel rekening houden met het recht van consumenten op informatie als met het recht van gedaagden op bescherming van de goede naam en het zakengeheim.

Amendement    83

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 10 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De lidstaten zorgen ervoor dat de vaststelling van een inbreuk die de collectieve belangen van consumenten schaadt bij een definitief besluit van een administratieve autoriteit of een rechter, met inbegrip van een definitief bevel als bedoeld in artikel 5, lid 2, onder b), geacht wordt onweerlegbaar het bestaan van die inbreuk vast te stellen met het oog op eventuele andere vorderingen waarbij herstel wordt gevorderd bij hun nationale rechter jegens dezelfde handelaar inzake dezelfde inbreuk.

1.  De lidstaten zorgen ervoor dat een definitief besluit van een administratieve autoriteit of een rechter, met inbegrip van een definitief bevel als bedoeld in artikel 5, lid 2, onder b), in het kader van andere vorderingen tot herstel voor de nationale rechter tegen dezelfde handelaar op grond van dezelfde feiten beschouwd wordt als bewijs voor het bestaan respectievelijk niet-bestaan van die inbreuk, om te waarborgen dat dezelfde schade niet twee keer aan de betrokken consumenten wordt vergoed.

Amendement    84

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 10 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De lidstaten zorgen ervoor dat een definitief besluit als bedoeld in lid 1, dat in een andere lidstaat is uitgevaardigd, door hun nationale rechters of administratieve autoriteiten geacht wordt een weerlegbaar vermoeden op te leveren dat een inbreuk heeft plaatsgevonden.

2.  De lidstaten zorgen ervoor dat een definitief besluit als bedoeld in lid 1, dat in een andere lidstaat is uitgevaardigd, door hun nationale rechters of administratieve autoriteiten ten minste beschouwd wordt als bewijs dat er een inbreuk heeft plaatsgevonden.

Amendement    85

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 10 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  De lidstaten zorgen ervoor dat de vaststelling van het bestaan of niet-bestaan van een inbreuk bij een onherroepelijk besluit van een rechter van een lidstaat, in het kader van een andere vordering tot herstel tegen dezelfde handelaar wegens dezelfde inbreuk bij de nationale rechter van een andere lidstaat opgevat moet worden als een weerlegbaar vermoeden van het bestaan, respectievelijk niet-bestaan, van een dergelijke inbreuk.

Amendement    86

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 10 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De lidstaten zorgen ervoor dat een definitief declaratoir besluit als bedoeld in artikel 6, lid 2, geacht wordt onweerlegbaar de aansprakelijkheid vast te stellen van de handelaar jegens de consumenten die schade door de inbreuk hebben geleden, met het oog op eventuele vorderingen waarbij herstel wordt gevorderd bij hun nationale rechter jegens dezelfde handelaar inzake die inbreuk. De lidstaten zorgen ervoor dat voor dergelijke vorderingen tot herstel die consumenten individueel instellen, snelle en eenvoudige procedures beschikbaar zijn.

3.  De lidstaten worden aangespoord om een gegevensbank op te richten met definitieve besluiten inzake vorderingen tot herstel, waarvan gebruik gemaakt kan worden bij andere maatregelen tot herstel, en om hun beste praktijken op dit gebied te delen.

Amendement    87

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 11 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten zorgen ervoor dat de indiening van een representatieve vordering als bedoeld in de artikelen 5 en 6 tot gevolg heeft dat de verjaringstermijnen die van toepassing zijn op eventuele vorderingen tot herstel voor de betrokken consumenten worden opgeschort of onderbroken, wanneer voor de relevante rechten een verjaringstermijn krachtens het Unierecht of het nationale recht bestaat.

Overeenkomstig het nationale recht zorgen de lidstaten ervoor dat de indiening van een representatieve vordering als bedoeld in de artikelen 5 en 6 tot gevolg heeft dat de verjaringstermijnen die van toepassing zijn op eventuele vorderingen tot herstel voor de betrokken personen worden opgeschort of onderbroken, wanneer voor de relevante rechten een verjaringstermijn krachtens het Unierecht of het nationale recht bestaat.

Amendement    88

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 13 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten zorgen ervoor dat de rechter of administratieve autoriteit, op verzoek van een bevoegde instantie die redelijkerwijs beschikbare feiten en bewijzen heeft overgelegd die volstaan om de representatieve vordering te onderbouwen en naar verder bewijsmateriaal heeft verwezen waarover de verweerder de beschikking heeft, in overeenstemming met het nationaal procesrecht kan gelasten dat de verweerder dergelijk bewijsmateriaal overlegt, onverminderd de toepasselijke Unie- en nationale regels inzake vertrouwelijkheid.

De lidstaten zorgen ervoor dat de rechter of administratieve autoriteit, op verzoek van een van de partijen die redelijkerwijs beschikbare feiten, voldoende bewijs en een inhoudelijke toelichting ter onderbouwing van haar standpunt heeft overgelegd en naar verder specifiek en duidelijk omschreven bewijsmateriaal heeft verwezen waarover de andere partij de beschikking heeft, in overeenstemming met het nationaal procesrecht kan gelasten, zo nauwkeurig mogelijk omschreven als redelijkerwijs mogelijk is op basis van de beschikbare feiten, dat deze partij dergelijk bewijsmateriaal overlegt, onverminderd de toepasselijke Unie- en nationale regels inzake vertrouwelijkheid. Dit bevel moet evenredig en passend zijn in het betreffende geval, en mag het evenwicht tussen de twee betrokken partijen niet verstoren.

Amendement    89

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 13 – alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis.  De lidstaten zorgen ervoor dat de rechterlijke instanties slechts gelasten tot het overleggen van bewijsmateriaal in een omvang als evenredig is. Om te bepalen of het overleggen van bewijsmateriaal waarom een vertegenwoordigende instantie verzoekt evenredig is, houdt de rechter rekening met de rechtmatige belangen van alle betrokken partijen, en met name met de vraag in hoeverre het verzoek om overlegging van bewijsmateriaal gesteund wordt door de beschikbare feiten en de vraag of het bewijsmateriaal waarvan overlegging gevraagd wordt vertrouwelijke informatie bevat.

Amendement    90

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 13 – alinea 1 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 ter.  De lidstaten zorgen ervoor dat de nationale rechterlijke instanties bevoegd zijn om in het kader van schadevorderingen overlegging te gelasten van bewijsmateriaal dat vertrouwelijke gegevens bevat, indien zij dat bewijsmateriaal relevant achten voor de schadevordering.

Amendement    91

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 14 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De lidstaten zorgen ervoor dat sancties de vormen kunnen aannemen van boetes.

2.  De lidstaten zorgen ervoor dat sancties onder meer de vorm kunnen aannemen van boetes.

Amendement    92

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 14 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Bij de beslissing over de aanwending van de inkomsten uit boetes houden de lidstaten rekening met de collectieve belangen van consumenten.

3.  Bij de beslissing over de aanwending van de inkomsten uit boetes houden de lidstaten rekening met de collectieve belangen. De lidstaten kunnen bepalen dat deze inkomsten worden toegewezen aan een fonds dat is opgericht om representatieve vorderingen te financieren.

Amendement    93

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 15 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Bijstand voor bevoegde instanties

Bijstand voor bevoegde vertegenwoordigende instanties

Amendement    94

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 15 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De lidstaten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat proceskosten in verband met representatieve vorderingen voor bevoegde instanties geen financiële belemmering vormen om het recht de in de artikelen 5 en 6 bedoelde maatregelen te vorderen, doeltreffend uit te oefenen, zoals de beperking van de toepasselijke gerechts- of administratieve kosten of het zo nodig bieden van toegang tot rechtshulp aan deze instanties of het met dit oogmerk verstrekken van publieke middelen daaraan.

1.  De lidstaten worden aangespoord om, in overeenstemming met artikel 7, te waarborgen dat bevoegde vertegenwoordigende instanties over voldoende middelen beschikken voor representatieve vorderingen. Zij nemen de nodige maatregelen om de toegang tot de rechter te vergemakkelijken en waarborgen dat proceskosten in verband met representatieve vorderingen voor bevoegde instanties geen financiële belemmering vormen om het recht de in de artikelen 5 en 6 bedoelde maatregelen te vorderen, doeltreffend uit te oefenen, zoals de beperking van de toepasselijke gerechts- of administratieve kosten of het zo nodig bieden van toegang tot rechtshulp aan deze instanties of het met dit oogmerk verstrekken van publieke middelen daaraan.

Amendement    95

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 15 – lid 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis.  De lidstaten bieden structurele steun aan instanties die optreden als bevoegde instanties in de zin van deze richtlijn.

Amendement    96

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 15 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 15 bis

 

Vertegenwoordiging in rechte en het honorarium van de advocaat

 

De lidstaten zien erop toe dat vergoedingen voor advocaten en de wijze waarop deze worden berekend, geen stimulans vormen voor het voeren van rechtszaken die, gelet op de belangen van elk van de partijen, onnodig zijn. In het bijzonder verbieden de lidstaten resultaatafhankelijke honoraria.

Amendement    97

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 16 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De lidstaten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat elke bevoegde instantie die van tevoren in een lidstaat is aangewezen overeenkomstig artikel 4, lid 1, de rechters en administratieve autoriteiten van een andere lidstaat kan adiëren na overlegging van de in dat artikel bedoelde openbaar toegankelijke lijst. De rechters of administratieve autoriteiten aanvaarden deze lijst als bewijs van de procesbevoegdheid van de bevoegde instantie, onverminderd hun recht om na te gaan of de doelstelling van de bevoegde instantie het instellen van een vordering in een specifiek geval rechtvaardigt.

1.  De lidstaten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat elke bevoegde vertegenwoordigende instantie die van tevoren in een lidstaat is aangewezen overeenkomstig artikel 4, lid 1, de rechters en administratieve autoriteiten van een andere lidstaat kan adiëren na overlegging van de in dat artikel bedoelde openbaar toegankelijke lijst. De rechters of administratieve autoriteiten kunnen de procesbevoegdheid van de bevoegde vertegenwoordigende instantie beoordelen, onverminderd hun recht om na te gaan of de doelstelling van de bevoegde vertegenwoordigende instantie het instellen van een vordering in een specifiek geval rechtvaardigt.

Amendement    98

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 16 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  Een lidstaat waar een procedure inzake collectief verhaal plaatsvindt kan van de in deze lidstaat wonende consumenten een mandaat verlangen, en verlangt van individuele consumenten die in een andere lidstaat woonachtig zijn een mandaat als de vordering grensoverschrijdend is. In dergelijke omstandigheden wordt in het eerste stadium van de procedure aan de rechter of de administratieve autoriteit een geconsolideerde lijst verstrekt van alle consumenten uit andere lidstaten die een dergelijk mandaat hebben verleend.

Amendement    99

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 16 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Wanneer een lidstaat of de Commissie bezwaren opwerpt met betrekking tot de vervulling door een bevoegde instantie van de in artikel 4, lid 1, vastgestelde criteria, onderzoekt de lidstaat die deze instantie heeft aangewezen deze bezwaren en herroept hij, indien passend, de aanwijzing wanneer een of meer van de criteria niet zijn vervuld.

4.  Wanneer een lidstaat of de Commissie of de handelaar bezwaren opwerpt met betrekking tot de vervulling door een bevoegde vertegenwoordigende instantie van de in artikel 4, lid 1, vastgestelde criteria, onderzoekt de lidstaat die deze instantie heeft aangewezen deze bezwaren en herroept hij, indien passend, de aanwijzing wanneer een of meer van de criteria niet zijn vervuld.

Amendement    100

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 16 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 16 bis

 

Openbaar register

 

De lidstaten waarborgen dat de relevante nationale bevoegde autoriteiten een openbaar register opzetten van onrechtmatige handelingen die het voorwerp zijn geweest van een bevel overeenkomstig de bepalingen van deze richtlijn.

Amendement    101

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 18 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Uiterlijk één jaar na de inwerkingtreding van deze richtlijn beoordeelt de Commissie of de regels op het gebied van de rechten van vliegtuigpassagiers en treinreizigers een afdoende niveau van consumentenbescherming bieden dat vergelijkbaar is met dat waarin deze richtlijn voorziet. De Commissie is voornemens om, wanneer dat het geval is, passende voorstellen te doen, die met name kunnen bestaan in het schrappen van de in de punten 10 en 15 van bijlage I genoemde handelingen uit het toepassingsgebied van deze richtlijn als gedefinieerd in artikel 2.

Schrappen

Amendement    102

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 18 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 18 bis

 

Evaluatieclausule

 

Onverminderd artikel 16 beoordeelt de Commissie of grensoverschrijdende representatieve vorderingen het best op Unieniveau aangepakt kunnen worden door de instelling van een Europese Ombudsman voor collectief verhaal. Uiterlijk drie jaar na de inwerkingtreding van deze richtlijn stelt de Commissie hierover een verslag op en dient zij dit verslag, indien passend vergezeld van een voorstel ter zake, in bij het Europees Parlement en de Raad.

Amendement    103

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage I – punt 59 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(59 bis)  Richtlijn 2001/95/EG van het Europees Parlement en de Raad van 3 december 2001 inzake algemene productveiligheid (PB L 11 van 15.1.2002, blz. 4).

Amendement    104

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage I – punt 59 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(59 ter)  Richtlijn 2014/35/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen van de lidstaten inzake het op de markt aanbieden van elektrisch materiaal bestemd voor gebruik binnen bepaalde spanningsgrenzen (PB L 96 van 29.3.2014, blz. 357).

Amendement    105

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage I – punt 59 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(59 quater)  Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en tot vaststelling van procedures voor voedselveiligheidsaangelegenheden.

Amendement    106

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage I – punt 59 quinquies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(59 quinquies)  Richtlijn 2014/31/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen van de lidstaten inzake het op de markt aanbieden van niet-automatische weegwerktuigen (PB L 96 van 29.3.2014, blz. 107).

Amendement    107

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage I – punt 59 sexies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(59 sexies)  Verordening (EEG) nr. 2136/89 van de Raad van 21 juni 1989 tot vaststelling van gemeenschappelijke normen voor het in de handel brengen van sardineconserven en van verkoopbenamingen voor conserven van sardines en van sardineachtigen.

Amendement    108

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage I – punt 59 septies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(59 septies)  Verordening (EG) Nr. 715/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende de voorwaarden voor de toegang tot aardgastransmissienetten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1775/2005.


ADVIES van de Commissie interne markt en consumentenbescherming (23.11.2018)

aan de Commissie juridische zaken

inzake het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende representatieve vorderingen ter bescherming van de collectieve belangen van consumenten en tot intrekking van Richtlijn 2009/22/EG

(COM(2018)0184 – C8-0149/2018 – 2018/0089(COD))

Rapporteur voor advies: Dennis de Jong

(*)  (*) Procedure met medeverantwoordelijke commissies – artikel 54 van het Reglement

BEKNOPTE MOTIVERING

De rapporteur stemt in met de onderliggende beginselen van het voorstel van de Commissie en is van mening dat de Commissie het juiste evenwicht treft en representatieve vorderingen faciliteert zonder de deur open te zetten voor wanpraktijken. De rapporteur vindt het met name uitermate belangrijk dat uitsluitend organisaties zonder winstoogmerk kunnen optreden als bevoegde instanties in de zin van de richtlijn.

Minimumharmonisatie

De huidige formulering van artikel 1 is vrij vaag. De rapporteur stelt daarom voor om duidelijk te maken dat de richtlijn minimumharmonisatie tot doel heeft en dat het de lidstaten vrij staat om bepalingen vast te stellen of te handhaven die gunstiger zijn voor consumenten.

Bevoegde instanties en representatieve vorderingen

Hoewel er in de meeste lidstaten onafhankelijke organen zijn die zich bezighouden met consumentenrechten, is er in Duitsland bijvoorbeeld geen dergelijk orgaan. Deze richtlijn is niet het juiste instrument om van alle lidstaten te eisen dat zij dergelijke organen oprichten. De rapporteur heeft daarom in artikel 4 de woorden "in voorkomend geval" toegevoegd.

Wat artikel 5 betreft, moeten representatieve vorderingen niet pas worden ingesteld wanneer middels het definitieve besluit wordt vastgesteld dat een praktijk een inbreuk op het Unierecht inhoudt. Dit kan er namelijk toe leiden dat procedures zo lang duren dat het bewijs van de geleden schade verloren gaat.

Maatregelen tot herstel

De rapporteur stelt voor om in artikel 6 de mogelijkheid van lidstaten om een rechter of een administratieve autoriteit de bevoegdheid te verlenen om een declaratoir besluit uit te vaardigen, in te perken, om te voorkomen dat zaken te snel als complex worden beschouwd. Daarnaast stelt de rapporteur voor om alle consumenten het recht te geven om hun schadeloosstelling te ontvangen, ongeacht het bedrag van de geleden schade. Een klein verlies is subjectief: wat voor de ene consument een klein verlies is, kan voor de andere een groot verlies zijn.

Toepassingsgebied

De rapporteur ziet de rechten van reizigers niet graag uit het toepassingsgebied van de richtlijn verdwijnen en heeft daarom de verwijzingen naar een beoordeling daarvan laten staan, aangezien nog altijd over de recentste wetgevingsvoorstellen van de Commissie over de rechten van vliegtuigpassagiers en treinreizigers wordt onderhandeld. Zodra deze onderhandelingen zijn afgerond, zal hij een vollediger beeld hebben. Het lijkt echter te vroeg om al een jaar na de inwerkingtreding van de richtlijn te beoordelen of de nieuwe regels op het gebied van de rechten van reizigers een afdoende niveau van bescherming bieden dat vergelijkbaar is met dat waarin de richtlijn voorziet.

De rapporteur heeft in bijlage I een aantal wetgevingsinstrumenten opgenomen die belangrijk zijn gebleken voor consumenten, en heeft zodoende het materiële toepassingsgebied van de richtlijn uitgebreid.

AMENDEMENTEN

De Commissie interne markt en consumentenbescherming verzoekt de bevoegde Commissie juridische zaken onderstaande amendementen in aanmerking te nemen:

Amendement    1

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(3)  Een representatieve vordering moet een effectieve en efficiënte manier bieden om de collectieve belangen van consumenten te beschermen. Zij moet het mogelijk maken dat bevoegde instanties optreden om ervoor te zorgen dat de relevante bepalingen van het Unierecht worden nageleefd en hindernissen overwinnen waarmee consumenten in geval van individuele vorderingen te maken hebben, zoals de onzekerheid over hun rechten en de beschikbare procedurele mechanismen, psychologische barrières om actie te ondernemen en het negatieve evenwicht tussen de verwachte kosten en baten van de individuele vordering.

(3)  Een representatieve vordering moet een effectieve en efficiënte manier bieden om de collectieve belangen van alle consumenten te beschermen zonder onderscheid te maken tussen consumenten. Zij moet het mogelijk maken dat bevoegde instanties optreden om ervoor te zorgen dat de relevante bepalingen van het Unierecht worden nageleefd en hindernissen overwinnen waarmee consumenten, vanwege hun in het algemeen zwakkere positie, bij individuele vorderingen te maken krijgen, zoals de onzekerheid over hun rechten en de beschikbare procedurele mechanismen, psychologische barrières om actie te ondernemen en het negatieve evenwicht tussen de verwachte kosten en baten van de individuele vordering.

Amendement    2

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(6)  De richtlijn dient een reeks gebieden te bestrijken, zoals gegevensbescherming, financiële diensten, reizen en toerisme, energie, telecommunicatie en milieu. Zij dient inbreuken te omvatten op bepalingen van het Unierecht die de belangen van consumenten beschermen, ongeacht of deze laatsten in de relevante Uniewetgeving worden aangeduid als consumenten dan wel als reizigers, gebruikers, klanten, niet-professionele beleggers, niet-professionele beleggers cliënten, of anderszins. Om een passende reactie te waarborgen op de zich qua vorm en omvang snel ontwikkelende inbreuken op het Unierecht, moet telkens wanneer een nieuwe handeling van de Unie wordt vastgesteld die relevant is voor de bescherming van de collectieve belangen van consumenten, worden overwogen of de bijlage bij de onderhavige richtlijn niet moet worden gewijzigd zodat deze richtlijn op die handeling van toepassing wordt.

(6)  De richtlijn dient een reeks gebieden te bestrijken, zoals gegevensbescherming, financiële diensten, reizen en toerisme, energie, telecommunicatie, milieu en gezondheid. Zij dient inbreuken te omvatten op bepalingen van het Unierecht die de collectieve belangen van consumenten beschermen, ongeacht of deze laatsten in de relevante Uniewetgeving worden aangeduid als consumenten dan wel als reizigers, gebruikers, klanten, niet-professionele beleggers, niet-professionele beleggers cliënten, of anderszins, alsook de collectieve belangen van de personen op wie de gegevens betrekking hebben in de zin van de algemene verordening gegevensbescherming. Om een passende reactie te waarborgen op de zich qua vorm en omvang snel ontwikkelende inbreuken op het Unierecht, moet telkens wanneer een nieuwe handeling van de Unie wordt vastgesteld die relevant is voor de bescherming van de collectieve belangen van personen, worden overwogen of de bijlage bij de onderhavige richtlijn niet moet worden gewijzigd zodat deze richtlijn op die handeling van toepassing wordt.

Amendement    3

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(7)  De Commissie heeft wetgevingsvoorstellen vastgesteld voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 261/2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en Verordening (EG) nr. 2027/97 betreffende de aansprakelijkheid van luchtvervoerders met betrekking tot het luchtvervoer van passagiers en hun bagage30 en voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de rechten en verplichtingen van reizigers in het treinverkeer31. Het is daarom passend te bepalen dat de Commissie één jaar na de inwerkingtreding van deze richtlijn beoordeelt of de Unieregels op het gebied van de rechten van vliegtuigpassagiers en treinreizigers een afdoende niveau van consumentenbescherming bieden dat vergelijkbaar is met dat waarin deze richtlijn voorziet en de eventuele noodzakelijke conclusies trekt met betrekking tot het toepassingsgebied van deze richtlijn.

Schrappen

_________________

 

30 COM(2013) 130 final.

 

31 COM(2017) 548 final.

 

Amendement    4

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 9 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(9 bis)  Deze richtlijn mag geen afbreuk doen aan de toepassing de voorschriften van de Unie inzake internationaal privaatrecht in grensoverschrijdende zaken. Verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (herschikking – Brussel I), Verordening (EG) nr. 593/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (Rome I) en Verordening (EG) nr. 864/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 11 juli 2007 betreffende het recht dat van toepassing is op niet-contractuele verbintenissen (Rome II) zijn van toepassing op de in deze richtlijn vermelde representatieve vorderingen.

Amendement    5

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 10

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(10)  Aangezien alleen bevoegde entiteiten representatieve vorderingen kunnen instellen, moeten zij voldoen aan de door deze richtlijn vastgestelde criteria, om ervoor te zorgen dat de collectieve belangen van consumenten passend worden vertegenwoordigd. Met name moeten zij naar behoren zijn opgericht volgens het recht van een lidstaat, waarbij het bij voorbeeld kan gaan om vereisten ten aanzien van het aantal leden en de mate van permanentie of om vereisten inzake transparantie over relevante aspecten van hun structuur, zoals hun oprichtingsstatuten, beheersstructuur, doelstellingen en werkmethoden. Ook mogen zij geen winstoogmerk hebben en dienen zij een legitiem belang te hebben bij het verzekeren van de naleving van het desbetreffende Unierecht. Deze criteria dienen zowel op de van tevoren aangewezen bevoegde entiteiten van toepassing te zijn, als op de entiteiten met een ad hoc-bevoegdheid die met het oog op een specifieke vordering in het leven zijn geroepen.

(10)  Aangezien alleen bevoegde instanties representatieve vorderingen kunnen instellen, moeten zij voldoen aan de door deze richtlijn vastgestelde criteria, om ervoor te zorgen dat de collectieve belangen van consumenten passend worden vertegenwoordigd. Met name moeten zij in een lidstaat van de Europese Unie geregistreerd staan als naar behoren opgerichte instanties volgens het recht van de desbetreffende lidstaat. Zij mogen in het bijzonder geen winstoogmerk hebben en moeten een governancestructuur hebben, zodat kan worden gewaarborgd dat geen buitensporige salarissen of vergoedingen of terugbetaling van kantoorkosten of andere onkosten worden betaald, enkel om aan het non-profitcriterium te voldoen.

Amendement    6

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 11

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(11)  Met name onafhankelijke overheidsinstanties en consumentenorganisaties dienen actief ervoor te zorgen dat de relevante bepalingen van het Unierecht worden nageleefd en zijn bij uitstek geschikt om als bevoegde instanties op te treden. Aangezien deze instanties toegang hebben tot diverse informatiebronnen met betrekking tot de praktijken van handelaren ten opzichte van consumenten en qua activiteiten verschillende prioriteiten hebben, moeten lidstaten vrij zijn om te beslissen om welke soorten maatregelen elk van deze bevoegde instanties in het kader van representatieve vorderingen kan verzoeken.

(11)  Met name onafhankelijke overheidsinstanties, consumentenorganisaties en adviesgroepen voor burgers dienen er actief voor te zorgen dat de relevante bepalingen van het Unierecht worden nageleefd en zijn bij uitstek geschikt om als bevoegde instanties op te treden. Aangezien deze instanties toegang hebben tot diverse informatiebronnen met betrekking tot de praktijken van handelaren ten opzichte van consumenten en qua activiteiten verschillende prioriteiten hebben, moeten lidstaten vrij zijn om te beslissen om welke soorten maatregelen elk van deze bevoegde instanties in het kader van representatieve vorderingen kan verzoeken.

Amendement    7

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 11 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(11 bis)  De bevoegde instanties mogen geen structurele of financiële banden hebben met een derde partij of organisatie die financieel van de vordering profiteert door juridische bijstand of financiële steun te verlenen.

Amendement    8

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 13

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(13)  Om de procedurele effectiviteit van representatieve vorderingen te vergroten, dienen bevoegde entiteiten de mogelijkheid te hebben om in het kader van een enkele representatieve vordering dan wel in het kader van afzonderlijke representatieve vorderingen om verschillende maatregelen te verzoeken. Deze maatregelen moeten ook kunnen bestaan in voorlopige maatregelen tot staking van een praktijk of het verbod van een praktijk wanneer deze niet plaats heeft gevonden, maar het gevaar bestaat dat deze consumenten ernstige of onomkeerbare schade zou berokkenen, maatregelen waarbij wordt vastgesteld dat een bepaalde praktijk een rechtsinbreuk inhoudt en die praktijk zo nodig wordt gestaakt of in het vervolg wordt verboden, alsook maatregelen waarbij de aanhoudende gevolgen van de inbreuk worden opgeheven, waaronder herstel. Wanneer zij maar een enkele vordering instellen, dienen bevoegde instanties bij de instelling van de vordering om alle relevante maatregelen te kunnen verzoeken dan wel eerst om het relevante bevel en vervolgens en indien passend om een bevel tot herstel te kunnen verzoeken.

(13)  Om de procedurele effectiviteit van representatieve vorderingen te vergroten, dienen bevoegde instanties de mogelijkheid te hebben om in het kader van een enkele representatieve vordering dan wel in het kader van afzonderlijke representatieve vorderingen om verschillende maatregelen te verzoeken. Deze maatregelen moeten ook kunnen bestaan in voorlopige maatregelen tot staking van een praktijk of het verbod van een praktijk wanneer deze niet plaats heeft gevonden, maar het gevaar bestaat dat deze consumenten ernstige of onomkeerbare schade zou berokkenen, maatregelen waarbij wordt vastgesteld dat een bepaalde praktijk een rechtsinbreuk inhoudt en die praktijk zo nodig wordt gestaakt of in het vervolg wordt verboden, alsook maatregelen waarbij de aanhoudende gevolgen van de inbreuk worden opgeheven, waaronder herstel. Wanneer zij maar een enkele vordering instellen, dienen bevoegde instanties bij de instelling van de vordering om alle relevante maatregelen te kunnen verzoeken.

Amendement    9

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 16

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(16)  Bevoegde instanties dienen ook om maatregelen te kunnen verzoeken tot opheffing van de aanhoudende gevolgen van de inbreuk. Deze maatregelen dienen de vorm aan te nemen van een bevel tot herstel waarbij de handelaar wordt verplicht om te zorgen voor onder andere schadeloosstelling, reparatie, vervanging, prijsvermindering, beëindiging van de overeenkomst of terugbetaling van de betaalde prijs, al naargelang dat passend en op grond van nationale wetgeving mogelijk is.

(16)  Bevoegde instanties dienen ook om maatregelen te kunnen verzoeken tot opheffing van de aanhoudende gevolgen van de inbreuk. Deze maatregelen dienen de vorm aan te nemen van een bevel tot herstel voor materiële of immateriële schade waarbij de handelaar wordt verplicht om te zorgen voor onder andere schadeloosstelling, reparatie, vervanging, wegruiming, prijsvermindering, beëindiging van de overeenkomst of terugbetaling van de betaalde prijs, al naargelang dat passend en op grond van nationale wetgeving mogelijk is.

Amendement    10

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 20

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(20)  Wanneer consumenten op wie eenzelfde praktijk betrekking heeft, geïdentificeerd kunnen worden en vergelijkbare schade hebben geleden met betrekking tot bepaalde een periode of aankoop, zoals in het geval van langdurige consumentenovereenkomsten, kan de rechter of administratieve autoriteit de groep consumenten op wie de inbreuk betrekking heeft, in de loop van de behandeling van de representatieve vordering duidelijk definiëren. Met name zou de rechter of administratieve autoriteit de handelaar die inbreuk maakt, kunnen vragen om relevante informatie te verstrekken, zoals de identiteit van de betrokken consumenten en de duur van de praktijk. Om redenen van snelheid en efficiëntie zouden lidstaten in deze gevallen kunnen overwegen om consumenten overeenkomstig hun nationale wetgeving de mogelijkheid te bieden rechtstreeks voordeel te genieten van een bevel tot herstel na de uitvaardiging daarvan, zonder dat zij vóór de uitvaardiging van het bevel tot herstel hun individuele mandaat hoeven te verlenen.

Schrappen

Amendement    11

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 21

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(21)  In zaken waarin het om een geringe waarde gaat, zullen consumenten waarschijnlijk geen vordering instellen om hun rechten te doen gelden, aangezien het individuele voordeel niet zou opwegen tegen de vereiste inspanning. Wanneer eenzelfde praktijk een aantal consumenten betreft, kan het gecumuleerde verlies echter aanzienlijk zijn. In dergelijke gevallen kan een rechter of autoriteit van mening zijn dat het onevenredig is om de schadevergoeding aan de betrokken consumenten uit te keren, bijvoorbeeld omdat dit te belastend of onuitvoerbaar is. De schadevergoeding die via een representatieve vordering is verkregen, zou daarom beter de bescherming van collectieve belangen van consumenten ten goede komen en moeten worden aangewend voor een relevant publiek doel, zoals een fonds voor rechtsbijstand aan consumenten, voorlichtingscampagnes of consumentenbewegingen.

Schrappen

Amendement    12

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 22

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(22)  Maatregelen die gericht zijn op de opheffing van de aanhoudende gevolgen van een inbreuk kunnen alleen worden gevorderd op basis van een definitief besluit waarbij een inbreuk is vastgesteld op het binnen het toepassingsgebied van deze richtlijn vallend Unierecht, die het collectieve belang van consumenten schaadt, zoals een in het kader van de representatieve vordering uitgevaardigd definitief bevel. Maatregelen tot opheffing van de aanhoudende gevolgen van de inbreuk kunnen met name worden gevorderd op basis van definitieve besluiten van een rechter of administratieve autoriteit in het kader van handhavingsactiviteiten die worden geregeld bij Verordening (EU) 2017/2394 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2017 betreffende samenwerking tussen de nationale autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor handhaving van de wetgeving inzake consumentenbescherming en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 2006/200432.

(22)  Maatregelen die gericht zijn op de opheffing van de aanhoudende gevolgen van een inbreuk kunnen alleen worden gevorderd op basis van een definitief besluit waarbij een inbreuk is vastgesteld op het binnen het toepassingsgebied van deze richtlijn vallend Unierecht, die het collectieve belang van consumenten schaadt, zoals een in het kader van de representatieve vordering uitgevaardigd definitief bevel. Maatregelen tot opheffing van de aanhoudende gevolgen van de inbreuk kunnen met name worden gevorderd op basis van definitieve besluiten van een rechter of administratieve autoriteit in het kader van handhavingsactiviteiten die worden geregeld bij Verordening (EU) 2017/2394 van het Europees Parlement en de Raad1. Om procedures echter niet te vertragen en het risico dat consumenten ondersteunend bewijs verliezen en als gevolg daarvan geen belang meer hebben bij de zaak, niet te vergroten, kunnen de vorderingen met betrekking tot die maatregelen tegelijkertijd worden ingesteld met de vorderingen betreffende de bevelen en kan hierover worden besloten wanneer een inbreuk op het Unierecht is vastgesteld.

__________________

__________________

32PB L 345 van 27.12.2017.

32PB L 345 van 27.12.2017.

Amendement    13

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 24

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(24)  Deze richtlijn vervangt bestaande nationale mechanismen voor collectief verhaal niet. Rekening houdend met de rechtstradities van de lidstaten, laat deze richtlijn het aan de beslissing van deze laatstgenoemde over of zij de hierin bedoelde representatieve vordering vorm geven als onderdeel van een bestaand of toekomstig mechanisme voor collectief verhaal dan wel als een alternatief daarvoor, mits het nationale mechanisme voldoet aan de in deze richtlijn vastgestelde modaliteiten.

(24)  Deze richtlijn vervangt bestaande nationale mechanismen voor collectief verhaal niet. Rekening houdend met de rechtstradities van de lidstaten, laat deze richtlijn het aan de beslissing van deze laatstgenoemde over of zij de hierin bedoelde representatieve vordering vorm geven als onderdeel van een bestaand of toekomstig mechanisme voor collectief verhaal dan wel als een alternatief daarvoor, mits het nationale mechanisme voldoet aan de in deze richtlijn vastgestelde minimumnormen.

Amendement    14

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 26

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(26)  Collectieve buitengerechtelijke schikkingen waarbij benadeelde consumenten herstel wordt geboden, moeten worden aangemoedigd, zowel vóór de instelling van de representatieve vordering als tijdens eender welk stadium daarvan.

(26)  Collectieve buitengerechtelijke schikkingen, zoals bemiddeling, waarbij benadeelde consumenten herstel wordt geboden, moeten worden aangemoedigd, zowel vóór de instelling van de representatieve vordering als tijdens eender welk stadium daarvan.

Amendement    15

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 27

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(27)  Lidstaten kunnen bepalen dat een bevoegde instantie en een handelaar die een schikking hebben getroffen over herstel voor consumenten die het slachtoffer zijn van een beweerdelijk illegale praktijk van die handelaar, gezamenlijk een rechter of administratieve autoriteit kunnen verzoeken om die schikking goed te keuren. Een dergelijk verzoek mag door de rechter of administratieve autoriteit alleen worden toegelaten wanneer er geen andere representatieve vordering inzake dezelfde praktijk aanhangig is. Een bevoegde rechter of administratieve autoriteit die een dergelijke collectieve schikking goedkeurt, dient rekening te houden met de belangen en rechten van alle betrokken partijen, met inbegrip van individuele consumenten. De betrokken individuele consumenten dienen de mogelijkheid te krijgen om te aanvaarden of te weigeren door een dergelijke schikking gebonden te zijn.

(27)  Lidstaten kunnen bepalen dat een bevoegde instantie en een handelaar die een schikking hebben getroffen over herstel voor consumenten die het slachtoffer zijn van een beweerdelijk illegale praktijk van die handelaar, gezamenlijk een rechter of administratieve autoriteit kunnen verzoeken om die schikking goed te keuren. Een dergelijk verzoek mag door de rechter of administratieve autoriteit alleen worden toegelaten wanneer er geen andere representatieve vordering inzake dezelfde praktijk aanhangig is. Een bevoegde rechter of administratieve autoriteit die een dergelijke collectieve schikking goedkeurt, dient rekening te houden met de belangen en rechten van alle betrokken partijen, met inbegrip van individuele consumenten. De betrokken individuele consumenten dienen de mogelijkheid te krijgen om te aanvaarden of te weigeren door een dergelijke schikking gebonden te zijn en om dienovereenkomstig een individuele vordering in te dienen of in te stellen.

Amendement    16

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 29

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(29)  Teneinde herstel voor individuele consumenten dat wordt gevorderd op basis van in het kader van representatieve vorderingen afgegeven declaratoire definitieve besluiten inzake de aansprakelijkheid van de handelaar jegens de consumenten die schade van een inbreuk hebben ondervonden, te vereenvoudigen, moet de rechter of administratieve autoriteit die het besluit heeft uitgevaardigd, de bevoegdheid krijgen om van de bevoegde instantie en de handelaar te verlangen dat zij tot een collectieve schikking komen.

Schrappen

Amendement    17

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 31

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(31)  Voor het welslagen van een representatieve vordering is het essentieel dat consumenten daarover worden geïnformeerd. Consumenten moeten worden geïnformeerd over aanhangige representatieve vorderingen, het feit dat een praktijk van een handelaar als een rechtsinbreuk is aangemerkt, hun rechten naar aanleiding van de vaststelling van een inbreuk en eventuele vervolgstappen die door de betrokken consumenten moeten worden genomen, met name voor het verkrijgen van herstel. Voor de afschrikking van handelaren die op de rechten van consumenten inbreuk maken, zijn ook de reputatierisico's in verband met de verspreiding van informatie over de inbreuk van belang.

(31)  Voor het welslagen van een representatieve vordering is het essentieel dat consumenten daarover worden geïnformeerd. Consumenten moeten worden geïnformeerd over aanhangige representatieve vorderingen, het feit dat een praktijk van een handelaar als een rechtsinbreuk is aangemerkt, hun rechten naar aanleiding van de vaststelling van een inbreuk en eventuele vervolgstappen die door de betrokken consumenten moeten worden genomen, met name voor het verkrijgen van herstel. Bovendien moet rekening worden gehouden met het beginsel van het vermoeden van onschuld en reputatierisico's in verband met de verspreiding van informatie over een mogelijke inbreuk.

Amendement    18

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 32

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(32)  Om doeltreffend te zijn, dient de informatie te passen bij de omstandigheden van het geval en daarmee in verhouding te staan. De handelaar die inbreuk maakt, dient alle betrokken consumenten te informeren over definitieve bevelen tot staking en bevelen tot herstel die in het kader van een representatieve vordering zijn uitgevaardigd alsook over een door een rechter of administratieve autoriteit goedgekeurde schikking. Dergelijke informatie kan bijvoorbeeld worden verstrekt via de website van de handelaar, sociale media, online marktplaatsen, of bekende kranten, waaronder kranten die uitsluitend via elektronische communicatiemiddelen worden verspreid. Zo mogelijk moeten consumenten individueel worden geïnformeerd via elektronische of papieren brieven. Deze informatie moet op verzoek worden verstrekt in een formaat dat toegankelijk is voor personen met een handicap.

(32)  Om doeltreffend te zijn, dient de informatie te passen bij de omstandigheden van het geval en daarmee in verhouding te staan. De handelaar die inbreuk maakt, dient alle betrokken personen evenals het grote publiek te informeren over definitieve bevelen tot staking en bevelen tot herstel die in het kader van een representatieve vordering zijn uitgevaardigd alsook over een door een rechter of administratieve autoriteit goedgekeurde schikking. Dergelijke informatie kan bijvoorbeeld worden verstrekt via de website van de handelaar, sociale media, online marktplaatsen, of bekende kranten, waaronder kranten die uitsluitend via elektronische communicatiemiddelen worden verspreid. Zo mogelijk moeten personen individueel worden geïnformeerd via elektronische of papieren brieven. Deze informatie moet op verzoek worden verstrekt in een formaat dat toegankelijk is voor personen met een handicap.

Amendement    19

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 33

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(33)  Om de rechtszekerheid te vergroten, inconsistentie bij de toepassing van het Unierecht te vermijden en de effectiviteit en procedurele efficiëntie van representatieve vorderingen en mogelijke vervolgvorderingen tot herstel te vergroten, mag de vaststelling van een inbreuk in een door een administratieve autoriteit of rechterlijke instantie uitgevaardigd definitief besluit, met inbegrip van een definitief bevel krachtens deze richtlijn, niet opnieuw het voorwerp van een geschil vormen in het kader van volgende rechtsvorderingen inzake dezelfde inbreuk door dezelfde handelaar, wat betreft de aard van de inbreuk en de materiele, persoonlijke, temporele en territoriale werkingssfeer daarvan, als bepaald bij dat definitieve besluit. Wanneer een vordering die is gericht op maatregelen tot het beëindigen van de aanhoudende gevolgen van de inbreuk, met inbegrip van herstelmaatregelen, wordt ingesteld in een andere lidstaat dan de lidstaat waar een definitief besluit waarbij de betreffende inbreuk is vastgesteld, werd uitgevaardigd, dient er op grond van dat besluit een weerlegbaar vermoeden te bestaan dat de inbreuk heeft plaatsgevonden.

(33)  Om de rechtszekerheid te vergroten, inconsistentie bij de toepassing van het Unierecht te vermijden en de effectiviteit en procedurele efficiëntie van representatieve vorderingen en mogelijke vervolgvorderingen tot herstel te vergroten, mag de vaststelling van een inbreuk in een door een administratieve autoriteit of rechterlijke instantie uitgevaardigd definitief besluit, met inbegrip van een definitief bevel krachtens deze richtlijn, niet opnieuw het voorwerp van een geschil vormen in het kader van volgende rechtsvorderingen inzake dezelfde inbreuk door dezelfde handelaar, wat betreft de aard van de inbreuk en de materiele, persoonlijke, temporele en territoriale werkingssfeer daarvan, als bepaald bij dat definitieve besluit. Wanneer een vordering die is gericht op maatregelen tot het beëindigen van de aanhoudende gevolgen van de inbreuk, met inbegrip van herstelmaatregelen, wordt ingesteld in een andere lidstaat dan de lidstaat waar een definitief besluit waarbij de betreffende inbreuk is vastgesteld, werd uitgevaardigd, dient er op grond van dat besluit ten minste een weerlegbaar vermoeden te bestaan dat de inbreuk heeft plaatsgevonden.

Amendement    20

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 34 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(34 bis)  De lidstaten moeten ervoor zorgen dat personen in staat zijn een opschorting van hun eigen vordering tot herstel aan te vragen in afwachting van een definitief besluit inzake een daarmee samenhangende representatieve vordering.

Amendement    21

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Deze richtlijn bevat regels op grond waarvan bevoegde instanties representatieve vorderingen kunnen instellen ten behoeve van de bescherming van de collectieve belangen van consumenten, met passende waarborgen ter vermijding van misbruik van procesrecht.

1.  Deze richtlijn bevat regels op grond waarvan bevoegde instanties representatieve vorderingen kunnen instellen ten behoeve van de bescherming van de collectieve belangen van consumenten met het oog op de verwezenlijking van een hoog niveau van consumentenbescherming, en met name van toegang tot de rechter, en voorziet in passende waarborgen op het niveau van de EU en de lidstaten, alsook in de verzekering van de consistente, Uniebrede toepassing van deze waarborgen ter vermijding van misbruik van procesrecht.

Amendement    22

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Deze richtlijn belet de lidstaten niet bepalingen vast te stellen of te handhaven waarbij bevoegde instanties of eventuele andere betrokkenen andere procedurele middelen worden geboden om vorderingen in te stellen met het oog op de bescherming van de collectieve belangen van consumenten op nationaal niveau.

2.  Deze richtlijn heeft minimumharmonisatie tot doel en belet de lidstaten derhalve niet bepalingen vast te stellen of te handhaven waarbij een hoger niveau van consumentenbescherming wordt gewaarborgd en bevoegde instanties of eventuele andere betrokkenen andere, procedurele middelen worden geboden om vorderingen in te stellen dan de in de richtlijn genoemde middelen, met het oog op de bescherming van de collectieve belangen van consumenten op nationaal niveau.

Amendement    23

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 – lid 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis.  Deze richtlijn belet de lidstaten niet andere gebieden van consumentenbescherming vast te stellen of te handhaven als aanvulling op de gebieden waarop de richtlijn van toepassing is.

Amendement    24

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 – lid 1 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 ter.  De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 17 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van bijlage I, teneinde daaraan de in artikel 2, lid 1, bedoelde bepalingen van het Unierecht toe te voegen.

Amendement    25

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – alinea 1 – punt 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(1)  "consument": iedere natuurlijke persoon die handelt voor doeleinden buiten zijn handels-, bedrijfs-, ambachts- of beroepsactiviteit;

(1)  "consument": iedere natuurlijke persoon die handelt voor doeleinden die voornamelijk buiten zijn handels-, bedrijfs-, ambachts- of beroepsactiviteit vallen;

Amendement    26

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – alinea 1 – punt 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(3)  "collectieve belangen van consumenten": de belangen van een aantal consumenten;

(3)  "collectieve belangen van consumenten": de belangen van een aantal consumenten of van de personen op wie gegevens betrekking hebben in de zin van Verordening (EU) 2016/679 (de algemene verordening gegevensbescherming);

Amendement    27

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 – lid 1 – alinea 2 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten wijzen een instantie als bevoegde instantie aan wanneer deze aan de volgende criteria voldoet:

De lidstaten wijzen uitsluitend een instantie als bevoegde instantie aan wanneer deze aan de volgende criteria voldoet:

Amendement    28

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 – lid 1 – alinea 2 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  zij is naar behoren opgericht volgens het recht van een lidstaat;

(a)  zij is naar behoren opgericht en geregistreerd volgens het recht van een lidstaat;

Amendement    29

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 – lid 1 – alinea 2 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b)  zij heeft er een legitiem belang bij ervoor te zorgen dat de bepalingen van het Unierecht waarop deze richtlijn betrekking heeft, in acht worden genomen;

(b)  uit haar statuut of ander relevant governancedocument blijkt dat zij er een legitiem belang bij heeft ervoor te zorgen dat de bepalingen van het Unierecht waarop deze richtlijn betrekking heeft, in acht worden genomen;

Amendement    30

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 – lid 1 – alinea 2 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(c)  zij heeft geen winstoogmerk.

(c)  zij heeft geen winstoogmerk en heeft een governancestructuur, aan de hand waarvan wordt gewaarborgd dat aan het non-profitcriterium wordt voldaan;

Amendement    31

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 – lid 1 – alinea 2 – letter c bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(c bis)  zij handhaaft te allen tijde volledige transparantie met betrekking tot de financieringsbron voor al haar activiteiten en de financiële middelen waarvan zij ter ondersteuning van de vordering gebruikmaakt;

Amendement    32

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 – lid 1 – alinea 2 – letter c ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(c ter)  zij heeft de nodige procedures vastgesteld voor de constatering, voorkoming en oplossing van belangenconflicten;

Amendement    33

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 – lid 1 – alinea 2 – letter c quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(c quater)  zij heeft een passend communicatiebeleid vastgesteld, met behulp waarvan zij consumenten op algemene wijze in kennis stelt van de kosten en risico's die mogelijk aan een collectieve vordering verbonden zijn;

Amendement    34

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 – lid 1 – alinea 2 – letter c quinquies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(c quinquies)  zij heeft geen structurele of financiële banden met een derde partij of organisatie die financieel van de vordering profiteert door juridische bijstand of financiële steun te verlenen.

Amendement    35

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De lidstaten zorgen ervoor dat met name consumentenorganisaties en onafhankelijke openbare instanties in aanmerking komen voor de status van bevoegde instantie. De lidstaten kunnen consumentenorganisaties die leden uit meer dan één lidstaat vertegenwoordigen, aanwijzen als bevoegde instantie.

3.  De lidstaten zorgen ervoor dat consumentenorganisaties en, in voorkomend geval, onafhankelijke openbare instanties in aanmerking komen voor de status van bevoegde instantie. De lidstaten kunnen consumentenorganisaties die leden uit meer dan één lidstaat vertegenwoordigen, aanwijzen als bevoegde instantie.

Amendement    36

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 5 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De lidstaten zorgen ervoor dat bevoegde instanties representatieve vorderingen kunnen instellen bij nationale rechters of administratieve autoriteiten, mits er een direct verband bestaat tussen de voornaamste doelstellingen van de instantie en de krachtens het Unierecht toegekende rechten die beweerdelijk zijn geschonden en ten aanzien waarvan de vordering is ingesteld.

1.  De lidstaten zorgen ervoor dat bevoegde instanties overeenkomstig artikel 1 representatieve vorderingen kunnen instellen bij nationale rechters of administratieve autoriteiten.

Amendement    37

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 5 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De lidstaten zorgen ervoor dat bevoegde instanties het recht hebben representatieve vorderingen in te stellen waarbij maatregelen worden gevraagd om de aanhoudende gevolgen van de inbreuk op te heffen. Deze maatregelen worden gevorderd op grond van een definitief besluit waarbij wordt vastgesteld dat een praktijk een inbreuk op het in bijlage I vermelde Unierecht inhoudt die de collectieve belangen van consumenten schaadt, waaronder een in lid 2, onder b), bedoeld definitief bevel.

3.  De lidstaten zorgen ervoor dat bevoegde instanties het recht hebben representatieve vorderingen in te stellen waarbij maatregelen worden gevraagd om de aanhoudende gevolgen van de inbreuk op te heffen. Deze maatregelen worden gevorderd op grond van een definitief besluit waarbij wordt vastgesteld dat een praktijk een inbreuk op het in bijlage I vermelde Unierecht inhoudt die de collectieve belangen van consumenten schaadt, waaronder een in lid 2, onder b), bedoeld definitief bevel. Hoewel het besluit met betrekking tot deze representatieve vorderingen pas kan worden genomen nadat officieel is vastgesteld dat een bepaalde praktijk een inbreuk op het Unierecht inhoudt, kunnen de vorderingen tegelijkertijd worden ingesteld met de vorderingen betreffende de bevelen als bedoeld in lid 2, of als onderdeel van één enkele representatieve vordering overeenkomstig de nationale wetgeving.

Amendement    38

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 5 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Onverminderd artikel 4, lid 4, zorgen de lidstaten ervoor dat bevoegde instanties in het kader van een enkele representatieve vordering zowel maatregelen tot opheffing van de aanhoudende gevolgen van de inbreuk kunnen vorderen, als de in lid 2 bedoelde maatregelen.

Schrappen

Amendement    39

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 5 – lid 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4 bis.  De lidstaten zien erop toe dat het beginsel "de verliezer betaalt" bij alle soorten representatieve vorderingen wordt toegepast.

Motivering

In de aanbeveling van de Commissie van 2013 is bepaald dat de in het ongelijk gestelde partij in een collectieve vordering tot herstel de door de in het gelijk gestelde partij betaalde proceskosten vergoedt.

Amendement    40

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 6 – lid 1 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Met het oog op de toepassing van artikel 5, lid 3, zorgen de lidstaten ervoor dat bevoegde entiteiten het recht hebben om representatieve vorderingen in te stellen waarbij om een bevel tot herstel wordt verzocht dat de handelaar verplicht om te zorgen voor, onder meer, schadeloosstelling, reparatie, vervanging, prijsvermindering, beëindiging van de overeenkomst of terugbetaling van het betaalde bedrag, al naar gelang het geval. Een lidstaat kan voorschrijven dat de betrokken individuele consumenten een mandaat moeten verlenen alvorens een declaratoir besluit wordt genomen of een bevel tot herstel wordt uitgevaardigd.

Met het oog op de toepassing van artikel 5, lid 3, zorgen de lidstaten ervoor dat bevoegde instanties het recht hebben om representatieve vorderingen in te stellen waarbij voor de economische en niet-economische schade om een bevel tot herstel wordt verzocht dat de handelaar verplicht om te zorgen voor, onder meer, schadeloosstelling, reparatie, vervanging, wegruiming, prijsvermindering, beëindiging van de overeenkomst of terugbetaling van het betaalde bedrag, al naar gelang het geval. De lidstaten kunnen er bovendien voor zorgen dat bevoegde instanties in naar behoren gemotiveerde gevallen bij hoge uitzondering kunnen verzoeken om een declaratoir besluit in plaats van een bevel tot herstel.

 

Een lidstaat kan voorschrijven dat de betrokken individuele consumenten een mandaat moeten verlenen alvorens een declaratoir besluit wordt genomen of een bevel tot herstel wordt uitgevaardigd, in voorkomend geval ook met betrekking tot de ingestelde rechtsmiddelen. Andere getroffen consumenten, met inbegrip van consumenten die niet hun gewone verblijfplaats hebben in de lidstaat waar de vordering wordt ingesteld, hebben de mogelijkheid zich bij de representatieve vordering waarbij om een declaratoir besluit of een bevel tot herstel wordt verzocht, aan te sluiten.

Amendement    41

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 6 – lid 1 – alinea 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

De uit de representatieve vordering resulterende schadevergoeding wordt normaliter aan de getroffen consumenten uitgekeerd.

Amendement    42

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 6 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  In afwijking van lid 1 kunnen de lidstaten een rechter of administratieve autoriteit de bevoegdheid verlenen om, in naar behoren gemotiveerde gevallen, waarin vanwege de kenmerken van de individuele schade van de betrokken consumenten de kwantificering van individueel herstel complex is, in plaats van een bevel tot herstel, een declaratoir besluit uit te vaardigen inzake de aansprakelijkheid van de handelaar jegens de consument die schade heeft geleden door een inbreuk op het in bijlage I vermelde Unierecht.

Schrappen

Amendement    43

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 6 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Lid 2 geldt niet in gevallen waarin:

Schrappen

(f)  de consumenten op wie de inbreuk betrekking heeft, kunnen worden geïdentificeerd en vergelijkbare schade hebben geleden als gevolg van dezelfde praktijk met betrekking tot een bepaalde periode of aankoop. In dergelijke gevallen vormt het vereiste dat de betrokken individuele consumenten een mandaat verlenen geen voorwaarde voor het inleiden van de vordering. De vergoeding is bestemd voor de betrokken consumenten;

 

(g)  de consumenten een verlies van geringe waarde hebben geleden en het onevenredig zou zijn om de vergoeding aan hen uit te keren. In dergelijke gevallen zorgen de lidstaten ervoor dat er geen mandaat van de betrokken individuele consumenten is vereist. De vergoeding is bestemd voor een openbaar doel dat de collectieve belangen van consumenten dient.

 

Amendement    44

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 6 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  De uit hoofde van een definitief besluit overeenkomstig de leden 1, 2 en 3 verkregen vergoeding doet geen afbreuk aan eventuele aanvullende eventuele rechten op herstel die de betrokken consumenten op grond van Unie- of nationale wetgeving kunnen genieten.

4.  De uit hoofde van een definitief besluit overeenkomstig lid 1 verkregen vergoeding doet geen afbreuk aan eventuele aanvullende eventuele rechten op herstel die de betrokken consumenten op grond van Unie- of nationale wetgeving kunnen genieten.

Amendement    45

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 7 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De bevoegde instantie die een bevel tot herstel vordert als bedoeld in artikel 6, lid 1, vermeldt in een vroeg stadium van de vordering de bron van de middelen die zij voor haar activiteiten in het algemeen aanwendt en de middelen die zij ter ondersteuning van de vordering aanwendt. Zij toont aan dat zij over voldoende financiële middelen beschikt om de belangen van de betrokken consumenten zo goed mogelijk te dienen en om de eventuele kosten van de tegenpartij te dragen wanneer de vordering mocht worden afgewezen.

1.  De bevoegde instantie die een bevel tot herstel vordert als bedoeld in artikel 6, lid 1, vermeldt in het stadium waarin de vordering al dan niet ontvankelijk wordt verklaard gedetailleerd de bron van de middelen die zij voor haar activiteiten in het algemeen aanwendt en de middelen die zij ter ondersteuning van de vordering aanwendt. Deze omvatten mogelijk een garantie of vrijwaring ten opzichte van een derde partij, tevens overeenkomstig de bepalingen van de leden 2 en 3 van dit artikel.

Amendement    46

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 7 – lid 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis.  De door de in het gelijk gestelde partij betaalde proceskosten worden overeenkomstig de in de toepasselijke nationale wetgeving voorziene voorwaarden door de in het ongelijk gestelde partij vergoed.

Amendement    47

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 7 – lid 2 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De lidstaten zorgen ervoor dat in gevallen waarin een representatieve vordering tot herstel door een derde partij wordt gefinancierd, het de derde partij verboden is om:

2.  De lidstaten zorgen ervoor dat in gevallen waarin een representatieve vordering tot herstel door een derde partij wordt gefinancierd, de transparantie met betrekking tot de herkomst van de aangewende middelen wordt gewaarborgd, alsook dat het de derde partij verboden is om:

Amendement    48

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 7 – alinea 2 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(h)  besluiten van de bevoegde instantie in het kader van een representatieve vordering, onder meer inzake schikkingen, te beïnvloeden;

(i)  besluiten van de bevoegde instantie die gedurende een representatieve vordering worden genomen, onder meer inzake schikkingen, te beïnvloeden;

Amendement    49

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 7 – lid 2 – letter a bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(a bis)  direct of indirect financieel voordeel te verkrijgen als gevolg van de rechtsprocedure of gerechtelijke besluiten;

Amendement    50

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 7 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De lidstaten zorgen ervoor dat rechters en administratieve autoriteiten de bevoegdheid hebben om de in lid 2 bedoelde omstandigheden te beoordelen en om de bevoegde instantie in voorkomend geval ertoe te verplichten de betreffende financiering te weigeren en om, zo nodig, de procesbevoegdheid van de bevoegde instantie in een specifiek geval te verwerpen.

3.  De lidstaten zorgen ervoor dat rechters en administratieve autoriteiten de in lid 2 bedoelde omstandigheden beoordelen en de bevoegde instantie er in voorkomend geval toe verplichten de betreffende financiering te weigeren en, zo nodig, de procesbevoegdheid van de bevoegde instantie in specifieke gevallen verwerpen.

Amendement    51

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 8 – lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.  De betrokken individuele consumenten krijgen de mogelijkheid om te aanvaarden dan wel te weigeren door de in de leden 1, 2 en 3 bedoelde schikkingen gebonden te zijn. Het uit hoofde van een overeenkomstig lid 4 goedgekeurde schikking verkregen herstel doet geen afbreuk aan eventuele aanvullende eventuele rechten op herstel die de betrokken consumenten op grond van Unie- of nationale wetgeving kunnen genieten.

6.  De betrokken individuele consumenten krijgen de mogelijkheid om te aanvaarden dan wel te weigeren door de in de leden 1, 2 en 3 bedoelde schikkingen gebonden te zijn en om dienovereenkomstig een individuele vordering in te dienen of in te stellen. Het uit hoofde van een overeenkomstig lid 4 goedgekeurde schikking verkregen herstel doet geen afbreuk aan eventuele aanvullende eventuele rechten op herstel die de betrokken consumenten op grond van Unie- of nationale wetgeving kunnen genieten.

Amendement    52

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 9 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De lidstaten zorgen ervoor dat de rechter of administratieve autoriteit de handelaar die inbreuk maakt ertoe verplicht om de betrokken consumenten op zijn eigen kosten te informeren over de definitieve besluiten waarbij wordt voorzien in de in de artikelen 5 en 6 bedoelde maatregelen, alsmede over de in artikel 8 bedoelde schikkingen, op een wijze die past bij de omstandigheden van het geval en binnen gespecificeerde termijnen, onder meer, waar passend, door al de betrokken consumenten individueel op de hoogte te stellen.

1.  De lidstaten zorgen ervoor dat de rechter of administratieve autoriteit de handelaar die inbreuk maakt ertoe verplicht om de betrokken partijen, en met name consumenten en werknemers, alsook het grote publiek, op zijn eigen kosten te informeren over de definitieve besluiten waarbij wordt voorzien in de in de artikelen 5 en 6 bedoelde maatregelen, alsmede over de in artikel 8 bedoelde schikkingen, op een wijze die past bij de omstandigheden van het geval en binnen gespecificeerde termijnen, onder meer, waar passend, door al de betrokken consumenten individueel op de hoogte te stellen. Naast de kanalen van de handelaar die de overtreding heeft begaan, kan deze informatie ook via de toepasselijke kanalen van overheidsdiensten of van de van tevoren aangewezen bevoegde instanties worden verspreid. Dit gebeurt te allen tijde op kosten van de handelaar die de overtreding heeft begaan.

Motivering

De kanalen van de partij die de overtreding heeft begaan, worden door de benadeelde partij allicht niet als betrouwbaar beschouwd. Het is daarom passend om de consumenten te informeren via kanalen die zij betrouwbaar achten.

Amendement    53

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 9 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De in lid 1 bedoelde informatie omvat een uitleg in begrijpelijke taal van het onderwerp van de representatieve vordering, de juridische gevolgen ervan en, indien relevant, de door de betrokken consumenten te nemen vervolgstappen.

2.  De in lid 1 bedoelde informatie omvat een uitleg in begrijpelijke taal van het onderwerp van de representatieve vordering, de juridische gevolgen ervan en, indien relevant, de door de betrokken consumenten te nemen vervolgstappen. De met de informatie samenhangende modaliteiten en termijn worden in samenspraak met de rechter of administratieve autoriteit vastgesteld.

Amendement    54

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 10 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De lidstaten zorgen ervoor dat een definitief besluit als bedoeld in lid 1, dat in een andere lidstaat is uitgevaardigd, door hun nationale rechters of administratieve autoriteiten geacht wordt een weerlegbaar vermoeden op te leveren dat een inbreuk heeft plaatsgevonden.

2.  De lidstaten zorgen ervoor dat een definitief besluit als bedoeld in lid 1, dat in een andere lidstaat is uitgevaardigd, door hun nationale rechters of administratieve autoriteiten ten minste geacht wordt een weerlegbaar vermoeden op te leveren dat een inbreuk heeft plaatsgevonden.

Amendement    55

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 11 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten zorgen ervoor dat de indiening van een representatieve vordering als bedoeld in de artikelen 5 en 6 tot gevolg heeft dat de verjaringstermijnen die van toepassing zijn op eventuele vorderingen tot herstel voor de betrokken consumenten worden opgeschort of onderbroken, wanneer voor de relevante rechten een verjaringstermijn krachtens het Unierecht of het nationale recht bestaat.

De lidstaten zorgen er overeenkomstig het nationaal recht voor dat de indiening van een representatieve vordering als bedoeld in de artikelen 5 en 6 tot gevolg heeft dat de verjaringstermijnen die van toepassing zijn op eventuele vorderingen tot herstel voor de betrokken consumenten worden opgeschort of onderbroken, wanneer voor de relevante rechten een verjaringstermijn bestaat krachtens het Unie- of het nationaal recht.

Amendement    56

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 13 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten zorgen ervoor dat de rechter of administratieve autoriteit, op verzoek van een bevoegde instantie die redelijkerwijs beschikbare feiten en bewijzen heeft overgelegd die volstaan om de representatieve vordering te onderbouwen en naar verder bewijsmateriaal heeft verwezen waarover de verweerder de beschikking heeft, in overeenstemming met het nationaal procesrecht kan gelasten dat de verweerder dergelijk bewijsmateriaal overlegt, onverminderd de toepasselijke Unie- en nationale regels inzake vertrouwelijkheid.

De lidstaten zorgen ervoor dat de rechter of administratieve autoriteit, op verzoek van een bevoegde instantie die redelijkerwijs beschikbare feiten en bewijzen heeft overgelegd die volstaan om de representatieve vordering te onderbouwen en naar verder bewijsmateriaal heeft verwezen waarover de verweerder de beschikking heeft, kan gelasten dat de verweerder dergelijk bewijsmateriaal overlegt. Dit besluit moet gebaseerd zijn op een beoordeling van de noodzaak, het toepassingsgebied en de evenredigheid van de verlangde openbaarmaking, overeenkomstig het nationaal procesrecht en onverminderd de toepasselijke Unie- en nationale regels inzake vertrouwelijkheid.

Amendement    57

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 15 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De lidstaten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat proceskosten in verband met representatieve vorderingen voor bevoegde instanties geen financiële belemmering vormen om het recht de in de artikelen 5 en 6 bedoelde maatregelen te vorderen, doeltreffend uit te oefenen, zoals de beperking van de toepasselijke gerechts- of administratieve kosten of het zo nodig bieden van toegang tot rechtshulp aan deze instanties of het met dit oogmerk verstrekken van publieke middelen daaraan.

1.  De lidstaten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat proceskosten in verband met representatieve vorderingen voor bevoegde instanties geen financiële belemmering vormen om het recht de in de artikelen 5 en 6 bedoelde maatregelen te vorderen, doeltreffend uit te oefenen, en met name de beperking van de toepasselijke gerechts- of administratieve kosten of het zo nodig bieden van toegang tot rechtshulp aan deze instanties of het met dit oogmerk verstrekken van publieke middelen daaraan.

Amendement    58

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 15 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De lidstaten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat in gevallen waarin de bevoegde instanties verplicht zijn de betrokken consumenten te informeren over de aanhangige representatieve vordering, de daarmee verband houdende kosten op de handelaar kunnen worden verhaald indien de vordering slaagt.

2.  De lidstaten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de in het ongelijk gestelde partij in een collectieve vordering tot herstel de door de in het gelijk gestelde partij betaalde proceskosten vergoedt, overeenkomstig de bepalingen van de toepasselijke nationale wetgeving. In gevallen waarin de bevoegde instanties verplicht zijn de betrokken consumenten te informeren over de aanhangige representatieve vordering, kunnen de daarmee verband houdende kosten op de handelaar worden verhaald indien de vordering slaagt.

Amendement    59

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 16 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De lidstaten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat elke bevoegde instantie die van tevoren in een lidstaat is aangewezen overeenkomstig artikel 4, lid 1, de rechters en administratieve autoriteiten van een andere lidstaat kan adiëren na overlegging van de in dat artikel bedoelde openbaar toegankelijke lijst. De rechters of administratieve autoriteiten aanvaarden deze lijst als bewijs van de procesbevoegdheid van de bevoegde instantie, onverminderd hun recht om na te gaan of de doelstelling van de bevoegde instantie het instellen van een vordering in een specifiek geval rechtvaardigt.

1.  De lidstaten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat elke bevoegde instantie die van tevoren in een lidstaat is aangewezen overeenkomstig artikel 4, lid 1, de rechters en administratieve autoriteiten van een andere lidstaat kan adiëren na overlegging van de in dat artikel bedoelde openbaar toegankelijke lijst. De rechters of administratieve autoriteiten aanvaarden deze lijst als bewijs van de procesbevoegdheid van de bevoegde instantie.

Amendement    60

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 16 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 16 bis

 

Teneinde meer inzicht te verschaffen in de mogelijkheid tot vaststelling van grensoverschrijdende verbodsacties, zien de lidstaten erop toe dat de desbetreffende administratieve autoriteiten een register van onrechtmatige handelingen opstellen waarop deze acties van toepassing zijn, teneinde de uitwisseling van beste praktijken en informatie met de autoriteiten van andere lidstaten mogelijk te maken.

Amendement    61

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 17 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 17 bis

 

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

 

1. De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

 

2. De in artikel 2 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor een termijn van vijf jaar met ingang van … [vul de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn in]. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet.

 

3. De in artikel 2 bedoelde bevoegdheidsdelegatie kan te allen tijde door het Europees Parlement of de Raad worden ingetrokken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

 

4. Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

 

5. Een overeenkomstig artikel 2, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

Amendement    62

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 18 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Uiterlijk één jaar na de inwerkingtreding van deze richtlijn beoordeelt de Commissie of de regels op het gebied van de rechten van vliegtuigpassagiers en treinreizigers een afdoende niveau van consumentenbescherming bieden dat vergelijkbaar is met dat waarin deze richtlijn voorziet. De Commissie is voornemens om, wanneer dat het geval is, passende voorstellen te doen, die met name kunnen bestaan in het schrappen van de in de punten 10 en 15 van bijlage I genoemde handelingen uit het toepassingsgebied van deze richtlijn als gedefinieerd in artikel 2.

Schrappen

Amendement    63

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage I – punt 59 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(59 bis)  Richtlijn 2014/104/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 november 2014 betreffende bepaalde regels voor schadevorderingen volgens nationaal recht wegens inbreuken op de bepalingen van het mededingingsrecht van de lidstaten en van de Europese Unie (PB L 349 van 5.12.2014, blz. 1).

Amendement    64

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage I – punt 59 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(59 ter)  Verordening […] van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot de eerbiediging van het privéleven en de bescherming van persoonsgegevens in elektronische communicatie, en tot intrekking van Richtlijn 2002/58/EG (richtlijn betreffende privacy en elektronische communicatie).

Amendement    65

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage I – punt 59 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(59 quater)  Richtlijn 2001/95/EG van het Europees Parlement en de Raad van 3 december 2001 inzake algemene productveiligheid (PB L 11 van 15.1.2006, blz. 4).

Amendement    66

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage I – punt 59 quinquies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(59 quinquies)  Richtlijn […] van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het Europees wetboek voor elektronische communicatie.

Amendement    67

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage I – punt 59 sexies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(59 sexies)  Richtlijn 2014/35/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen van de lidstaten inzake het op de markt aanbieden van elektrisch materiaal bestemd voor gebruik binnen bepaalde spanningsgrenzen (PB L 96 van 29.3.2014, blz. 357).

Amendement    68

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage I – punt 59 septies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(59 septies)  Richtlijn 2006/42/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2006 betreffende machines en tot wijziging van Richtlijn 95/16/EG (PB L 157 van 9.6.2006, blz. 24).

Amendement    69

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage I – punt 59 octies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(59 octies)  Verordening (EU) 2016/425 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2016 betreffende persoonlijke beschermingsmiddelen en tot intrekking van Richtlijn 89/686/EEG van de Raad (PB L 81 van 31.3.2016, blz. 51).

Amendement    70

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage I – punt 59 nonies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(59 nonies)  Verordening (EU) nr. 305/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2011 tot vaststelling van geharmoniseerde voorwaarden voor het verhandelen van bouwproducten en tot intrekking van Richtlijn 89/106/EEG van de Raad (PB L 88 van 4.4.2011, blz. 5).

Amendement    71

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage I – punt 59 decies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(59 decies)  Richtlijn 2014/33/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen van de lidstaten inzake liften en veiligheidscomponenten voor liften (PB L 96 van 29.3.2014, blz. 251).

Amendement    72

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage I – punt 59 undecies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(59 undecies)  Richtlijn 2014/31/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen van de lidstaten inzake het op de markt aanbieden van niet-automatische weegwerktuigen (PB L 96 van 29.3.2014, blz. 107).

Amendement    73

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage I – punt 59 duodecies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(59 duodecies)  Richtlijn 2013/29/EU van het Europees Parlement en de Raad van 12 juni 2013 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen van de lidstaten inzake het op de markt aanbieden van pyrotechnische artikelen (PB L 178 van 28.6.2013, blz. 27).

Amendement    74

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage I – punt 59 terdecies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(59 terdecies)  Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH), tot oprichting van een Europees Agentschap voor chemische stoffen, houdende wijziging van Richtlijn 1999/45/EG en houdende intrekking van Verordening (EEG) nr. 793/93 van de Raad en Verordening (EG) nr. 1488/94 van de Commissie alsmede Richtlijn 76/769/EEG van de Raad en de Richtlijnen 91/155/EEG, 93/67/EEG, 93/105/EG en 2000/21/EG van de Commissie (PB L 396 van 30.12.2006, blz. 1).

Amendement    75

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage I – punt 59 quaterdecies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(59 quaterdecies)  Verordening (EG) nr. 1223/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 30 november 2009 betreffende cosmetische producten (PB L 342 van 22.12.2009, blz. 59).

Amendement    76

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage I – punt 59 quindecies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(59 quindecies)  Richtlijn 2009/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van 18 juni 2009 betreffende de veiligheid van speelgoed (PB L 170 van 30.6.2009, blz. 1).

Amendement    77

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage I – punt 59 sexdecies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(59 sexdecies)  Verordening (EG) nr. 1935/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 27 oktober 2004 inzake materialen en voorwerpen bestemd om met levensmiddelen in contact te komen en houdende intrekking van de Richtlijnen 80/590/EEG en 89/109/EEG (PB L 338 van 13.11.2004, blz. 14).

Amendement    78

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage I – punt 59 septdecies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(59 septdecies)  Richtlijn 2014/53/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen van de lidstaten inzake het op de markt aanbieden van radioapparatuur en tot intrekking van Richtlijn 1999/5/EG (PB L 153 van 22.5.2014, blz. 62).

Amendement    79

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage I – punt 59 octodecies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(59 octodecies)  Richtlijn (EU) 2016/1148 van het Europees Parlement en de Raad van 6 juli 2016 houdende maatregelen voor een hoog gemeenschappelijk niveau van beveiliging van netwerk- en informatiesystemen in de Unie (PB L 194 van 19.7.2016, blz. 1).

Amendement    80

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage I – punt 59 novodecies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(59 novodecies)  Verordening (EU) 2017/745 van het Europees Parlement en de Raad van 5 april 2017 betreffende medische hulpmiddelen, tot wijziging van Richtlijn 2001/83/EG, Verordening (EG) nr. 178/2002 en Verordening (EG) nr. 1223/2009, en tot intrekking van Richtlijnen 90/385/EEG en 93/42/EEG van de Raad (PB L 117 van 5.5.2017, blz. 1).

Amendement    81

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage I – punt 59 vicies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(59 vicies)  Verordening (EG) nr. 726/2004 van 31 maart 2004 tot vaststelling van communautaire procedures voor het verlenen van vergunningen en het toezicht op geneesmiddelen voor menselijk en diergeneeskundig gebruik en tot oprichting van een Europees Geneesmiddelenbureau (PB L 136 van 30.4.2004, blz. 1).

Amendement    82

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage I – punt 59 unvicies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(59 unvicies)  Richtlijn 2007/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 5 september 2007 tot vaststelling van een kader voor de goedkeuring van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan en van systemen, onderdelen en technische eenheden die voor dergelijke voertuigen zijn bestemd (PB L 263 van 9.10.2007, blz. 1).

Amendement    83

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage I – punt 59 duovicies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(59 duovicies)  Verordening (EG) nr. 1924/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 inzake voedings- en gezondheidsclaims voor levensmiddelen (PB L 404 van 30.12.2006, blz. 9).

Amendement    84

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage I – punt 59 tervicies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(59 tervicies)  Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en tot vaststelling van procedures voor voedselveiligheidsaangelegenheden (PB L 31 van 1.2.2002, blz. 1).

BIJLAGE: LIJST VAN INSTANTIES WAARVAN OF PERSONEN VAN WIE DE RAPPORTEUR INFORMATIE HEEFT ONTVANGEN

De volgende lijst wordt op zuiver vrijwillige basis opgesteld onder de exclusieve bevoegdheid van de rapporteur voor advies. De rapporteur heeft bij de opstelling van het advies tot het moment van goedkeuring in de commissie informatie ontvangen van de volgende entiteiten of personen:

Instantie en/of persoon

BEUC (de Europese consumentenorganisatie)

Ursula Pachl (adjunct-directeur)

Augusta Maciuleviciuté (senior jurist)

MKB Nederland

Fried Kaanen (ondervoorzitter)

Egbert Roozen (ondervoorzitter)

VNO-NCW

BUSINESSEUROPE

Winand Quaedvlieg (hoofd van het kantoor in Brussel)

VZBV (de federatie van de Duitse consumentenorganisatie)

Otmar Lell (teamleider juridische zaken en handel)

Isabelle Buscke (leider van het team in Brussel)

Julian Gallash (beleidsmedewerker in het team juridische zaken en handel)

Christiane Seidel (beleidsmedewerker in het team in Brussel)

ETNO-GSMA

Pierantonio Rizzo

Malte Firlus

Kristina Olausson

BitKom

Torben David

PROCEDURE VAN DE ADVISERENDE COMMISSIE

Titel

Representatieve vorderingen ter bescherming van de collectieve belangen van consumenten

Document- en procedurenummers

COM(2018)0184 – C8-0149/2018 – 2018/0089(COD)

Bevoegde commissie

       Datum bekendmaking

JURI

2.5.2018

 

 

 

Advies uitgebracht door

       Datum bekendmaking

IMCO

2.5.2018

Medeverantwoordelijke commissies - datum bekendmaking

13.9.2018

Rapporteur voor advies

       Datum benoeming

Dennis de Jong

16.5.2018

Behandeling in de commissie

24.9.2018

10.10.2018

21.11.2018

 

Datum goedkeuring

22.11.2018

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

18

10

3

Bij de eindstemming aanwezige leden

Carlos Coelho, Sergio Gaetano Cofferati, Daniel Dalton, Nicola Danti, Dennis de Jong, Evelyne Gebhardt, Maria Grapini, Robert Jarosław Iwaszkiewicz, Liisa Jaakonsaari, Philippe Juvin, Antonio López-Istúriz White, Morten Løkkegaard, Eva Maydell, Virginie Rozière, Christel Schaldemose, Olga Sehnalová, Jasenko Selimovic, Ivan Štefanec, Catherine Stihler, Anneleen Van Bossuyt, Marco Zullo

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Birgit Collin-Langen, Julia Reda, Adam Szejnfeld, Marc Tarabella, Sabine Verheyen

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Salvatore Cicu, Mady Delvaux, Czesław Hoc, Jean Lambert, Anne-Marie Mineur

HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE ADVISERENDE COMMISSIE

18

+

ALDE

ECR

GUE/NGL

S&D

 

 

Verts/ALE

Morten Løkkegaard, Jasenko Selimovic

Anneleen Van Bossuyt

Anne-Marie Mineur, Dennis de Jong

Sergio Gaetano Cofferati, Nicola Danti, Mady Delvaux, Evelyne Gebhardt, Maria Grapini, Liisa Jaakonsaari, Virginie Rozière, Christel Schaldemose, Olga Sehnalová, Catherine Stihler, Marc Tarabella

Jean Lambert, Julia Reda

10

-

ECR

PPE

 

 

Daniel Dalton, Czesław Hoc

Salvatore Cicu, Birgit Collin-Langen, Philippe Juvin, Antonio López-Istúriz White, Eva Maydell, Ivan Štefanec, Adam Szejnfeld, Sabine Verheyen

3

0

EFDD

PPE

Robert Jarosław Iwaszkiewicz, Marco Zullo

Carlos Coelho

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding


ADVIES van de Commissie vervoer en toerisme (26.11.2018)

aan de Commissie juridische zaken

inzake het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende representatieve vorderingen ter bescherming van de collectieve belangen van consumenten en tot intrekking van Richtlijn 2009/22/EG

(COM(2018)0184 – C8-0149/2018 – 2018/0089(COD))

Rapporteur voor advies: Georg Mayer

BEKNOPTE MOTIVERING

De rapporteur is ingenomen met de door de Commissie voorgestelde richtlijn betreffende representatieve vorderingen, die bedoeld is om te waarborgen dat de lidstaten de EU-wetgeving volledig toepassen, uitvoeren en handhaven, en voorzien in adequate verhaalsmechanismen voor de burger.

De richtlijn representatieve vorderingen houdt geen wijziging in van de bestaande mechanismen ter verbetering of wijziging van de in bijlage 1 genoemde richtlijnen door vervoer- of reisondernemers ter plaatse, maar moet worden gezien als een instrument voor de consumentvriendelijke toepassing van de bestaande wetgeving. In geval van een geschil valt het onder de jurisdictie van de bevoegde lidstaat (de bevoegdheid wordt vastgesteld aan de hand van Verordening (EG) nr. 44/2001 – Brussel I) om te bepalen of een representatieve vordering al dan niet ontvankelijk is.

De bijzondere kenmerken van de verschillende sectoren van vervoer en toerisme, zoals vlieg-, trein-, scheeps- en all-inreizen, waarvoor de mogelijkheid van een representatieve vordering geldt, komen in de specifieke richtlijnen aan de orde.

Om tot algehele consumentenbescherming te komen is het volgens de rapporteur dringend noodzakelijk om de specifieke richtlijnen tijdig te herzien en te actualiseren, en aan de ontwikkelingen op de markt aan te passen. Dit geldt met name voor de richtlijn inzake de rechten van luchtreizigers. Onderhavige richtlijn representatieve vorderingen mag niet afleiden van het feit dat een herziening van de richtlijn inzake rechten van luchtreizigers dringend geboden is. Op dit moment valt evenwel nog niet in te schatten of een nieuwe versie van die richtlijn een jaar na de inwerkingtreding van de richtlijn representatieve vorderingen zal worden overgelegd, hetgeen betekent dat het door de Commissie voorgestelde tijdstip voor de evaluatie van de vraag of eerstgenoemde richtlijn in bijlage 1 opgenomen moet blijven, niet erg zinvol lijkt.

Procedures voor collectieve wetshandhaving mogen niet worden gebruikt om overheidstaken – zoals de strafrechtelijke vervolging van schadelijk gedrag – uit te voeren. De uitvoering van dergelijke taken mag niet aan particuliere organisaties worden uitbesteed door particuliere instanties de exclusieve toegang tot de desbetreffende procedures toe te kennen.

In de richtlijn wordt niet ingegaan op de mogelijkheid van parallel lopende procedures met een blokkerende werking voor volgende procedures betreffende representatieve vorderingen; op dit punt is nog behoefte aan een gedetailleerde analyse en aan regulering, om te voorkomen dat er een lawine aan procedures ontstaat die ten laste gaat van de rechtbanken, de consumenten en de bedrijven.

Er mag geen prikkel ontstaan om willekeurige en als chantage bedoelde procedures tegen ondernemingen aan te spannen en hiervan een winstgevend bedrijfsmodel te maken.

Verder is het voorstel volgens de rapporteur op de volgende punten voor verbetering vatbaar:

1.  De definitie van "bevoegde instanties": de voorwaarden moeten nauwkeuriger worden gedefinieerd en alle voorwaarden voor de duur van een representatieve vordering bij de desbetreffende bevoegde instantie moeten te volgen zijn.

2.  "Opt-in-systeem": privaatrechtelijke representatieve vorderingen zonder opdracht van de betrokken consument wijst de rapporteur van de hand, daar het afstappen van dit "opt-in-systeem" niet aansluit bij onze Europese rechtstraditie. Voorwaarde voor collectieve vorderingsmogelijkheden moet zijn dat de consument ermee akkoord gaat om zijn vordering geldend te maken. Er moet evenwel vanuit worden gegaan dat er bij de toepassing van een "opt-in-systeem" in het geval van geringe vorderingen geen brede consensus onder de eisers te vinden zal zijn, aangezien een eventuele schadevergoeding niet rechtstreeks aan hen wordt toegekend.

3.  De financiering van bevoegde instanties: De financiering van de bevoegde instanties mag onder geen beding met overheidssubsidie gebeuren. Hier moet het beginsel van gelijke behandeling van eiser en aangeklaagde gelden en mag geen van de partijen bevoordeeld worden.

4.  Honoraria voor advocaten: Representatieve vorderingen mogen geen stimulans vormen voor geschilprocedures die door alle partijen onnodig worden gevonden. De lidstaten moeten eventuele resultaatafhankelijke honoraria verbieden.

5.  Strafrechtelijke geschilprocedure: De eventueel toegekende schadevergoeding mag niet groter zijn dan de remediërende maatregel die via een individuele vordering had kunnen worden bereikt.

AMENDEMENTEN

De Commissie vervoer en toerisme verzoekt de bevoegde Commissie juridische zaken onderstaande amendementen in aanmerking te nemen:

Amendement    1

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(1)  Deze richtlijn heeft ten doel het voor bevoegde instanties die de collectieve belangen van consumenten vertegenwoordigen, mogelijk te maken verhaal te halen door het instellen van representatieve vorderingen in geval van inbreuken op bepalingen van het Unierecht. De bevoegde instanties moeten om de beëindiging of het verbod van een inbreuk of om de bevestiging dat een inbreuk heeft plaatsgevonden, kunnen verzoeken, en verhaal kunnen halen, onder meer in de vorm van schadeloosstelling, reparatie of prijsvermindering, al naar gelang de mogelijkheden die de nationale wetgeving biedt.

(1)  Deze richtlijn heeft ten doel het voor bevoegde instanties die de collectieve belangen van consumenten vertegenwoordigen, mogelijk te maken verhaal te halen door het instellen van representatieve vorderingen in geval van inbreuken op bepalingen van het Unierecht. De bevoegde instanties moeten om de beëindiging of het verbod van een inbreuk of om de bevestiging dat een inbreuk heeft plaatsgevonden, kunnen verzoeken, en verhaal kunnen halen, onder meer in de vorm van schadeloosstelling, reparatie, vervanging, verwijdering, prijsvermindering, beëindiging van de overeenkomst of terugbetaling van de betaalde prijs al naar gelang de mogelijkheden die de nationale wetgeving biedt.

Amendement    2

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(7)  De Commissie heeft wetgevingsvoorstellen vastgesteld voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 261/2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en Verordening (EG) nr. 2027/97 betreffende de aansprakelijkheid van luchtvervoerders met betrekking tot het luchtvervoer van passagiers en hun bagage30 en voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de rechten en verplichtingen van reizigers in het treinverkeer31. Het is daarom passend te bepalen dat de Commissie één jaar na de inwerkingtreding van deze richtlijn beoordeelt of de Unieregels op het gebied van de rechten van vliegtuigpassagiers en treinreizigers een afdoende niveau van consumentenbescherming bieden dat vergelijkbaar is met dat waarin deze richtlijn voorziet en de eventuele noodzakelijke conclusies trekt met betrekking tot het toepassingsgebied van deze richtlijn.

Schrappen

_________________

 

30 COM(2013) 130 final.

 

31 COM(2017) 548 final.

 

Amendement    3

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 16

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(16)  Bevoegde instanties dienen ook om maatregelen te kunnen verzoeken tot opheffing van de aanhoudende gevolgen van de inbreuk. Deze maatregelen dienen de vorm aan te nemen van een bevel tot herstel waarbij de handelaar wordt verplicht om te zorgen voor onder andere schadeloosstelling, reparatie, vervanging, prijsvermindering, beëindiging van de overeenkomst of terugbetaling van de betaalde prijs, al naargelang dat passend en op grond van nationale wetgeving mogelijk is.

(16)  Bevoegde instanties dienen ook om maatregelen te kunnen verzoeken tot opheffing van de aanhoudende gevolgen van de inbreuk. Deze maatregelen dienen de vorm aan te nemen van een bevel tot herstel waarbij de handelaar wordt verplicht om te zorgen voor onder andere schadeloosstelling, reparatie, vervanging, verwijdering, prijsvermindering, beëindiging van de overeenkomst of terugbetaling van de betaalde prijs, al naargelang dat passend en op grond van nationale wetgeving mogelijk is.

Amendement    4

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 18

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(18)  De lidstaten kunnen van bevoegde instanties eisen dat zij voldoende informatie verstrekken ter ondersteuning van een representatieve vordering tot herstel, zoals een beschrijving van de groep consumenten waarop een inbreuk betrekking heeft en de feitelijke en juridische kwesties die in het kader van de representatieve vordering moeten worden opgelost. Van de bevoegde instantie mag niet worden geëist dat deze alle consumenten op wie een inbreuk betrekking heeft individueel identificeert alvorens de vordering in te stellen. Bij representatieve vorderingen tot herstel moet de rechter of administratieve autoriteit zo vroeg mogelijk in de procedure nagaan of de zaak geschikt is om het voorwerp van een representatieve vordering te vormen, gelet op de aard van de inbreuk en de kenmerken van de door de betrokken consumenten geleden schade.

(18)  De lidstaten kunnen van bevoegde instanties eisen dat zij voldoende informatie verstrekken ter ondersteuning van een representatieve vordering tot herstel, zoals een beschrijving van de groep consumenten waarop een inbreuk betrekking heeft en de feitelijke en juridische kwesties die in het kader van de representatieve vordering moeten worden opgelost. De bevoegde instantie dient alle consumenten op wie een inbreuk betrekking heeft individueel te identificeren en hun voorafgaande toestemming verkrijgen om in de representatieve vordering te worden opgenomen alvorens de vordering in te stellen. Bij representatieve vorderingen tot herstel moet de rechter of administratieve autoriteit zo vroeg mogelijk in de procedure nagaan of de zaak geschikt is om het voorwerp van een representatieve vordering te vormen, gelet op de aard van de inbreuk en de kenmerken van de door de betrokken consumenten geleden schade.

Amendement    5

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 20

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(20)  Wanneer consumenten op wie eenzelfde praktijk betrekking heeft, geïdentificeerd kunnen worden en vergelijkbare schade hebben geleden met betrekking tot bepaalde een periode of aankoop, zoals in het geval van langdurige consumentenovereenkomsten, kan de rechter of administratieve autoriteit de groep consumenten op wie de inbreuk betrekking heeft, in de loop van de behandeling van de representatieve vordering duidelijk definiëren. Met name zou de rechter of administratieve autoriteit de handelaar die inbreuk maakt, kunnen vragen om relevante informatie te verstrekken, zoals de identiteit van de betrokken consumenten en de duur van de praktijk. Om redenen van snelheid en efficiëntie zouden lidstaten in deze gevallen kunnen overwegen om consumenten overeenkomstig hun nationale wetgeving de mogelijkheid te bieden rechtstreeks voordeel te genieten van een bevel tot herstel na de uitvaardiging daarvan, zonder dat zij vóór de uitvaardiging van het bevel tot herstel hun individuele mandaat hoeven te verlenen.

(20)  Wanneer consumenten op wie eenzelfde praktijk betrekking heeft, geïdentificeerd kunnen worden en vergelijkbare schade hebben geleden met betrekking tot bepaalde een periode of aankoop, zoals in het geval van langdurige consumentenovereenkomsten, kan de rechter of administratieve autoriteit de groep consumenten op wie de inbreuk betrekking heeft, in de loop van de behandeling van de representatieve vordering duidelijk definiëren. Met name zou de rechter of administratieve autoriteit de handelaar die inbreuk maakt, kunnen vragen om relevante informatie te verstrekken, zoals de identiteit van de betrokken consumenten en de duur van de praktijk. Om redenen van snelheid en efficiëntie zouden lidstaten in deze gevallen kunnen overwegen om consumenten overeenkomstig hun nationale wetgeving de mogelijkheid te bieden rechtstreeks voordeel te genieten van een bevel tot herstel na de uitvaardiging daarvan, waarbij zij vóór de uitvaardiging van het bevel tot herstel hun individuele mandaat zouden moeten verlenen.

Amendement    6

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 21

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(21)  In zaken waarin het om een geringe waarde gaat, zullen consumenten waarschijnlijk geen vordering instellen om hun rechten te doen gelden, aangezien het individuele voordeel niet zou opwegen tegen de vereiste inspanning. Wanneer eenzelfde praktijk een aantal consumenten betreft, kan het gecumuleerde verlies echter aanzienlijk zijn. In dergelijke gevallen kan een rechter of autoriteit van mening zijn dat het onevenredig is om de schadevergoeding aan de betrokken consumenten uit te keren, bijvoorbeeld omdat dit te belastend of onuitvoerbaar is. De schadevergoeding die via een representatieve vordering is verkregen, zou daarom beter de bescherming van collectieve belangen van consumenten ten goede komen en moeten worden aangewend voor een relevant publiek doel, zoals een fonds voor rechtsbijstand aan consumenten, voorlichtingscampagnes of consumentenbewegingen.

(21)  In zaken waarin het om een geringe waarde gaat, zullen consumenten waarschijnlijk geen vordering instellen om hun rechten te doen gelden, aangezien het individuele voordeel niet zou opwegen tegen de vereiste inspanning. Wanneer eenzelfde praktijk een aantal consumenten betreft, kan het gecumuleerde verlies echter aanzienlijk zijn. In dergelijke gevallen, onverminderd het recht van individuele consumenten om schadevergoeding te eisen, kan een rechter of autoriteit van mening zijn dat het onevenredig is om de schadevergoeding aan de betrokken consumenten uit te keren, bijvoorbeeld omdat dit te belastend of onuitvoerbaar is. De schadevergoeding die via een representatieve vordering is verkregen, zou daarom beter de bescherming van collectieve belangen van consumenten ten goede komen en moeten worden aangewend voor een relevant publiek doel, zoals een fonds voor rechtsbijstand aan consumenten, voorlichtingscampagnes of consumentenbewegingen. Om belangenverstrengeling te voorkomen mag de schadevergoeding niet worden toegewezen aan de bevoegde instantie die de vordering heeft ingesteld.

Amendement    7

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 23

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(23)  Deze richtlijn voorziet in een procedureel mechanisme, dat niet van invloed is op de regels tot vaststelling van materiele rechten van consumenten op contractuele en niet-contractuele rechtsmiddelen wanneer hun belangen door een inbreuk zijn geschonden, zoals het recht op schadevergoeding, beëindiging van de overeenkomst, terugbetaling, vervanging, reparatie of prijsvermindering. Een representatieve vordering waarbij op grond van deze richtlijn herstel wordt gevorderd, kan alleen worden ingesteld wanneer het Unierecht of het nationale recht in dergelijke materiële rechten voorziet.

(23)  Deze richtlijn voorziet in een procedureel mechanisme, dat niet van invloed is op de regels tot vaststelling van materiele rechten van consumenten op contractuele en niet-contractuele rechtsmiddelen wanneer hun belangen door een inbreuk zijn geschonden, zoals het recht op schadevergoeding, beëindiging van de overeenkomst, terugbetaling, vervanging, verwijdering, reparatie of prijsvermindering. Een representatieve vordering waarbij op grond van deze richtlijn herstel wordt gevorderd, kan alleen worden ingesteld wanneer het Unierecht of het nationale recht in dergelijke materiële rechten voorziet.

Amendement    8

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 25

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(25)  Bevoegde instanties dienen volledig transparant te zijn over de bron van financiering van hun activiteit in het algemeen en over de middelen ter ondersteuning van een specifieke representatieve vordering tot herstel, om rechters of administratieve autoriteiten in staat te stellen te beoordelen of er een belangenconflict kan bestaan tussen een derde partij-financier en de bevoegde instantie en om het gevaar van misbruik van procesrecht te vermijden, alsook om te beoordelen of de derde partij-financier over voldoende middelen beschikt om aan zijn financiële verplichtingen jegens de bevoegde instantie te voldoen. De informatie die de bevoegde instantie aan de rechter of administratieve autoriteit verstrekt die de representatieve vordering beoordeelt, moet deze in staat stellen om te beoordelen of de derde partij procedurele beslissingen van de bevoegde entiteit in het kader van de representatieve vordering kan beïnvloeden, onder meer in geval van schikkingen, en of de derde partij financiële middelen verstrekt voor een representatieve vordering tot herstel jegens een verweerder die zijn concurrent is of jegens een verweerder van wie hij afhankelijk is. Als van een van deze situaties sprake blijkt te zijn, dient de rechter of administratieve autoriteit de bevoegdheid te hebben om de bevoegde instantie ertoe te verplichten om de desbetreffende financiering te weigeren en om, zo nodig, de procesbevoegdheid van de bevoegde instantie in een specifiek geval te verwerpen.

(25)  Bevoegde instanties dienen gedurende alle fases van de procedure volledig transparant te zijn over de bron van financiering van hun activiteit in het algemeen en over de middelen ter ondersteuning van een specifieke representatieve vordering tot herstel, om rechters of administratieve autoriteiten in staat te stellen te beoordelen of er een belangenconflict kan bestaan tussen een derde partij-financier en de bevoegde instantie en om het gevaar van misbruik van procesrecht te vermijden, alsook om te beoordelen of de derde partij-financier over voldoende middelen beschikt om aan zijn financiële verplichtingen jegens de bevoegde instantie te voldoen. De informatie die de bevoegde instantie aan de rechter of administratieve autoriteit verstrekt die de representatieve vordering beoordeelt, moet deze in staat stellen om te beoordelen of de derde partij procedurele beslissingen van de bevoegde entiteit in het kader van de representatieve vordering kan beïnvloeden, onder meer in geval van schikkingen, en of de derde partij financiële middelen verstrekt voor een representatieve vordering tot herstel jegens een verweerder die zijn concurrent is of jegens een verweerder van wie hij afhankelijk is. Als van een van deze situaties sprake blijkt te zijn, dient de rechter of administratieve autoriteit de bevoegdheid te hebben om de bevoegde instantie ertoe te verplichten om de desbetreffende financiering te weigeren en om, zo nodig, de procesbevoegdheid van de bevoegde instantie in een specifiek geval te verwerpen.

Amendement    9

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 31

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(31)  Voor het welslagen van een representatieve vordering is het essentieel dat consumenten daarover worden geïnformeerd. Consumenten moeten worden geïnformeerd over aanhangige representatieve vorderingen, het feit dat een praktijk van een handelaar als een rechtsinbreuk is aangemerkt, hun rechten naar aanleiding van de vaststelling van een inbreuk en eventuele vervolgstappen die door de betrokken consumenten moeten worden genomen, met name voor het verkrijgen van herstel. Voor de afschrikking van handelaren die op de rechten van consumenten inbreuk maken, zijn ook de reputatierisico’s in verband met de verspreiding van informatie over de inbreuk van belang .

(31)  Voor het welslagen van een representatieve vordering is het essentieel dat consumenten daarover worden geïnformeerd. Consumenten moeten worden geïnformeerd over aanhangige representatieve vorderingen, het feit dat een praktijk van een handelaar als een rechtsinbreuk is aangemerkt, hun rechten naar aanleiding van de vaststelling van een inbreuk en eventuele vervolgstappen die door de betrokken consumenten moeten worden genomen, met name voor het verkrijgen van herstel. Voor de afschrikking van handelaren die bewust op de rechten van consumenten inbreuk maken, zijn ook de reputatierisico’s in verband met de verspreiding van informatie over de inbreuk van belang.

Amendement    10

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Deze richtlijn bevat regels op grond waarvan bevoegde instanties representatieve vorderingen kunnen instellen ten behoeve van de bescherming van de collectieve belangen van consumenten, met passende waarborgen ter vermijding van misbruik van procesrecht.

1.  Deze richtlijn bevat regels op grond waarvan bevoegde instanties, indien er sprake is van massaschade, representatieve vorderingen kunnen instellen ten behoeve van de bescherming van de collectieve belangen van consumenten, met passende waarborgen ter vermijding van misbruik van procesrecht.

Amendement    11

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Deze richtlijn belet de lidstaten niet bepalingen vast te stellen of te handhaven waarbij bevoegde instanties of eventuele andere betrokkenen andere procedurele middelen worden geboden om vorderingen in te stellen met het oog op de bescherming van de collectieve belangen van consumenten op nationaal niveau.

2.  Deze richtlijn is gericht op minimale harmonisatie en belet de lidstaten niet bepalingen vast te stellen of te handhaven waarbij bevoegde instanties of eventuele andere betrokkenen andere procedurele middelen worden geboden om vorderingen in te stellen met het oog op de bescherming van de collectieve belangen van consumenten op nationaal niveau.

Amendement    12

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Deze richtlijn is van toepassing op representatieve vorderingen die worden ingesteld inzake inbreuken door handelaren op de in bijlage I vermelde bepalingen van Unierecht die de collectieve belangen van consumenten schaden of kunnen schaden. Zij is van toepassing op binnenlandse en grensoverschrijdende inbreuken, ook wanneer deze inbreuken zijn beëindigd voordat de representatieve vordering werd ingesteld of voordat de representatieve vordering werd afgesloten.

1.  Deze richtlijn is van toepassing op representatieve vorderingen die worden ingesteld inzake inbreuken door handelaren op de in bijlage I vermelde bepalingen van Unierecht die de collectieve belangen van consumenten schaden of waarschijnlijk zullen schaden. Zij is van toepassing op inbreuken met een Uniedimensie, ook wanneer deze inbreuken zijn beëindigd voordat de representatieve vordering werd ingesteld of voordat de representatieve vordering werd afgesloten.

Amendement    13

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 – lid 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis.  De representatieve vorderingen vervangen niet het recht van consumenten om individuele schadevergoeding te ontvangen, als vastgesteld in specifieke Uniewetgeving, indien handelaren inbreuk plegen op bepalingen van de Uniewetgeving.

Amendement    14

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 – lid 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 bis.  Deze richtlijn is niet van toepassing op Uniewetgeving die momenteel herzien wordt, als opgenomen in bijlage III (nieuw).

Amendement    15

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – alinea 1 – punt 6 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(6 bis)  "massaschade": een wijdverbreide inbreuk met een Uniedimensie door handelaren op de in bijlage I vermelde bepalingen van het Unierecht die de collectieve belangen van een aanzienlijk aantal consumenten schaadt of kan schaden;

Amendement    16

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – alinea 1 – punt 6 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(6 ter)  "wijdverbreide inbreuk met een Uniedimensie": een wijdverbreide inbreuk die schade heeft veroorzaakt, veroorzaakt of waarschijnlijk zal veroorzaken voor de collectieve belangen van consumenten in ten minste twee derde van de lidstaten waarvan de bevolking ten minste twee derde uitmaakt van de bevolking van de Unie.

Amendement    17

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 – lid 1 – alinea 2 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  zij is naar behoren opgericht volgens het recht van een lidstaat;

(a)  zij is naar behoren opgericht volgens het recht van een lidstaat en opgenomen in een lijst van het bevoegde ministerie van de lidstaat waartoe zij behoort;

Amendement    18

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 – lid 1 – alinea 2 – letter a bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(a bis)  zij bestaat sedert ten minste drie jaar en is in de laatste drie jaar doorlopend actief geweest;

Amendement    19

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 – lid 1 – alinea 2 – letter c bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(c bis)  De lidstaten delen de Europese Commissie een lijst mee met de bevoegde instanties, alsook eventuele wijzigingen in die lijst.

Amendement    20

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 – lid 1 – alinea 2 – letter c ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(c ter)  de instantie moet over voldoende capaciteit beschikken qua financiële en personele middelen en juridische expertise om verscheidene eisers zo goed mogelijk te vertegenwoordigen in hun belang.

Amendement    21

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 – lid 1 – alinea 2 – letter c quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(c quater)  er moet een rechtstreeks verband zijn tussen de belangrijkste doelstellingen van de instanties en de aan het Unierecht ontleende rechten waarvan wordt beweerd dat ze zijn geschonden en waarvoor de vordering wordt ingesteld;

Amendement    22

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 – lid 1 – alinea 2 – letter c quinquies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(c quinquies)  zij dient een doel van algemeen belang.

Amendement    23

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De lidstaten zorgen ervoor dat met name consumentenorganisaties en onafhankelijke openbare instanties in aanmerking komen voor de status van bevoegde instantie. De lidstaten kunnen consumentenorganisaties die leden uit meer dan één lidstaat vertegenwoordigen, aanwijzen als bevoegde instantie.

3.  De lidstaten zorgen ervoor dat gevestigde of ad-hocorganisaties die een openbaar belang verdedigen, met name consumentenorganisaties en onafhankelijke openbare instanties, in aanmerking komen voor de status van bevoegde instantie. De lidstaten kunnen organisaties die leden uit meer dan één lidstaat vertegenwoordigen, aanwijzen als bevoegde instantie.

Amendement    24

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 5 – lid 2 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Om een vordering tot uitvaardiging een bevel in te kunnen stellen, hoeven bevoegde instanties geen mandaat van de betrokken individuele consumenten te verkrijgen of bewijs over te leggen van door de betrokken consumenten daadwerkelijk geleden verlies of schade, noch van opzet of onachtzaamheid van de handelaar.

Om een vordering tot uitvaardiging van een bevel in te kunnen stellen, moeten bevoegde instanties een mandaat van de betrokken individuele consumenten verkrijgen of bewijs overleggen van door de betrokken consumenten daadwerkelijk geleden verlies of schade, of van opzet of onachtzaamheid van de handelaar.

Amendement    25

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 5 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  een bevel tot herstel waarbij de handelaar wordt verplicht om te zorgen voor onder andere schadeloosstelling, reparatie, vervanging, verwijdering, prijsvermindering, beëindiging van de overeenkomst of terugbetaling van de betaalde prijs, al naargelang dat passend is.

Amendement    26

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 6 – lid 1 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Met het oog op de toepassing van artikel 5, lid 3, zorgen de lidstaten ervoor dat bevoegde entiteiten het recht hebben om representatieve vorderingen in te stellen waarbij om een bevel tot herstel wordt verzocht dat de handelaar verplicht om te zorgen voor, onder meer, schadeloosstelling, reparatie, vervanging, prijsvermindering, beëindiging van de overeenkomst of terugbetaling van het betaalde bedrag, al naar gelang het geval. Een lidstaat kan voorschrijven dat de betrokken individuele consumenten een mandaat moeten verlenen alvorens een declaratoir besluit wordt genomen of een bevel tot herstel wordt uitgevaardigd.

Met het oog op de toepassing van artikel 5, lid 3, zorgen de lidstaten ervoor dat bevoegde instanties het recht hebben om representatieve vorderingen in te stellen waarbij om een bevel tot herstel wordt verzocht dat de handelaar verplicht om te zorgen voor, onder meer, schadeloosstelling, reparatie, vervanging, verwijdering, prijsvermindering, beëindiging van de overeenkomst of terugbetaling van het betaalde bedrag, al naar gelang het geval. Een lidstaat schrijft voor dat de betrokken individuele consumenten een mandaat moeten verlenen alvorens een declaratoir besluit wordt genomen of een bevel tot herstel wordt uitgevaardigd.

Amendement    27

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 6 – lid 1 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De bevoegde instantie verstrekt voldoende informatie als vereist krachtens nationaal recht ter ondersteuning van de vordering, waaronder een omschrijving van de consumenten waarop de vordering betrekking heeft en van de feitelijke en juridische kwesties die moeten worden opgelost.

De bevoegde instantie verstrekt voldoende informatie als vereist krachtens nationaal recht ter ondersteuning van de vordering, waaronder een omschrijving van de consumenten waarop de vordering betrekking heeft en van de feitelijke en juridische kwesties die moeten worden opgelost, en toont aan dat de vorderingsprocedure ten volle is benut, wanneer de rechten van consumenten worden beschermd door vooraf vastgestelde vorderingsregelingen.

Amendement    28

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 6 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  In afwijking van lid 1 kunnen de lidstaten een rechter of administratieve autoriteit de bevoegdheid verlenen om, in naar behoren gemotiveerde gevallen, waarin vanwege de kenmerken van de individuele schade van de betrokken consumenten de kwantificering van individueel herstel complex is, in plaats van een bevel tot herstel, een declaratoir besluit uit te vaardigen inzake de aansprakelijkheid van de handelaar jegens de consument die schade heeft geleden door een inbreuk op het in bijlage I vermelde Unierecht.

2.  De lidstaten zorgen ervoor dat aan bevoegde instanties het mandaat enkel rechtmatig door individuele consumenten kan worden verleend, als de bevoegde instantie die individuele consumenten volledig heeft geïnformeerd over: i) alle relevante aspecten van de collectieve procedure; ii) de mogelijkheid voor consumenten om eerst rechtstreeks bij de handelaar een vordering in te dienen zonder tussenkomst van de bevoegde instantie of door hun advocaat te worden vertegenwoordigd of een andere, conform de nationale wetgeving toegestane vertegenwoordiger; en iii) alle mogelijkheden voor individuele vorderingen, inclusief vorderingen op grond van Richtlijn 2013/11/EU van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2013 betreffende alternatieve beslechting van consumentengeschillen.

Amendement    29

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 6 – lid 3 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(f)  de consumenten op wie de inbreuk betrekking heeft, kunnen worden geïdentificeerd en vergelijkbare schade hebben geleden als gevolg van dezelfde praktijk met betrekking tot een bepaalde periode of aankoop. In dergelijke gevallen vormt het vereiste dat de betrokken individuele consumenten een mandaat verlenen geen voorwaarde voor het inleiden van de vordering. De vergoeding is bestemd voor de betrokken consumenten;

Schrappen

Amendement    30

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 6 – lid 3 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(g)  de consumenten een verlies van geringe waarde hebben geleden en het onevenredig zou zijn om de vergoeding aan hen uit te keren. In dergelijke gevallen zorgen de lidstaten ervoor dat er geen mandaat van de betrokken individuele consumenten is vereist. De vergoeding is bestemd voor een openbaar doel dat de collectieve belangen van consumenten dient.

Schrappen

Amendement    31

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 6 – lid 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 bis.  Op grond van artikel 6, lid 2, onder ii), verstrekken de bevoegde instanties onder meer de volgende informatie: i) de identiteit van de bevoegde instantie en haar gerechtvaardigde belang bij de relevante bepalingen van het Unierecht; ii) alle mogelijke stappen van de collectieve procedure en hun verwachte duur; iii) manieren of het ontbreken van manieren waarop de betrokken consumenten individueel of collectief invloed kunnen uitoefenen op de beslissingen van de bevoegde instantie met betrekking tot de collectieve procedure; iv) duidelijke informatie over de eventuele kosten die zijn verbonden aan de collectieve procedure of die de individuele consumenten op enigerlei wijze kunnen worden aangerekend, inclusief een voorlopige berekening van de mogelijke gevolgen van dergelijke kosten voor de eventuele vergoeding of andere vormen van schadeloosstelling die individuele consumenten kunnen ontvangen;en v) gedetailleerde informatie over het moment en de wijze waarop individuele consumenten hun vergoeding of andere vorm van schadeloosstelling zullen ontvangen indien de collectieve procedure succesvol blijkt.

Amendement    32

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 7 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De bevoegde instantie die een bevel tot herstel vordert als bedoeld in artikel 6, lid 1, vermeldt in een vroeg stadium van de vordering de bron van de middelen die zij voor haar activiteiten in het algemeen aanwendt en de middelen die zij ter ondersteuning van de vordering aanwendt. Zij toont aan dat zij over voldoende financiële middelen beschikt om de belangen van de betrokken consumenten zo goed mogelijk te dienen en om de eventuele kosten van de tegenpartij te dragen wanneer de vordering mocht worden afgewezen.

1.  De bevoegde instantie die een bevel tot herstel vordert als bedoeld in artikel 6, lid 1, vermeldt in een vroeg stadium van de vordering de bron van de middelen die zij voor haar activiteiten in het algemeen aanwendt en de middelen die zij ter ondersteuning van de vordering tijdens de hele procedure aanwendt. Zij toont op transparante wijze aan dat zij over voldoende middelen beschikt om de belangen van de betrokken consumenten zo goed mogelijk te dienen en om de eventuele kosten van de tegenpartij te dragen wanneer de vordering mocht worden afgewezen.

Amendement    33

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 7 – lid 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 bis.  De lidstaten zorgen ervoor dat de schadevergoeding die door een onderneming moet worden uitbetaald als een representatieve vordering is toegewezen, alleen ten goede komt aan de betrokken consumenten; eventuele personeels- of proceskosten kunnen hierop in mindering worden gebracht, voor zover zij niet langs andere weg aan de bevoegde instantie worden terugbetaald.

Amendement    34

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 7 – lid 3 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 ter.  De kosten van een afgewezen representatieve vordering moet door de bevoegde instantie zelf worden gedragen.

Amendement    35

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 9 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De lidstaten zorgen ervoor dat de rechter of administratieve autoriteit de handelaar die inbreuk maakt ertoe verplicht om de betrokken consumenten op zijn eigen kosten te informeren over de definitieve besluiten waarbij wordt voorzien in de in de artikelen 5 en 6 bedoelde maatregelen, alsmede over de in artikel 8 bedoelde schikkingen, op een wijze die past bij de omstandigheden van het geval en binnen gespecificeerde termijnen, onder meer, waar passend, door al de betrokken consumenten individueel op de hoogte te stellen.

1.  De lidstaten zorgen ervoor dat de rechter of administratieve autoriteit de betrokken consumenten op eigen kosten informeert over de definitieve besluiten waarbij wordt voorzien in de in de artikelen 5 en 6 bedoelde maatregelen, alsmede over de in artikel 8 bedoelde schikkingen, op een wijze die past bij de omstandigheden van het geval en binnen gespecificeerde termijnen, onder meer, waar passend, door al de betrokken consumenten individueel op de hoogte te stellen.

Amendement    36

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 9 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  De lidstaten zorgen ervoor dat het publiek op een toegankelijke manier wordt geïnformeerd over komende, lopende en afgesloten collectieve vorderingen, onder andere via een openbare website.

Amendement    37

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 13 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten zorgen ervoor dat de rechter of administratieve autoriteit, op verzoek van een bevoegde instantie die redelijkerwijs beschikbare feiten en bewijzen heeft overgelegd die volstaan om de representatieve vordering te onderbouwen en naar verder bewijsmateriaal heeft verwezen waarover de verweerder de beschikking heeft, in overeenstemming met het nationaal procesrecht kan gelasten dat de verweerder dergelijk bewijsmateriaal overlegt, onverminderd de toepasselijke Unie- en nationale regels inzake vertrouwelijkheid.

De lidstaten zorgen ervoor dat de rechter of administratieve autoriteit, op verzoek van een bevoegde instantie die redelijkerwijs beschikbare feiten en bewijzen heeft overgelegd die volstaan om de representatieve vordering te onderbouwen en naar verder bewijsmateriaal heeft verwezen waarover de verweerder de beschikking heeft, kan gelasten dat de verweerder dergelijk bewijsmateriaal overlegt. Dit bevel is gebaseerd op een beoordeling van de noodzaak, de omvang en de evenredigheid van de overlegging, in overeenstemming met het nationaal procesrecht en onverminderd de toepasselijke Unie- en nationale regels inzake vertrouwelijkheid.

Amendement    38

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 15 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De lidstaten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat proceskosten in verband met representatieve vorderingen voor bevoegde instanties geen financiële belemmering vormen om het recht de in de artikelen 5 en 6 bedoelde maatregelen te vorderen, doeltreffend uit te oefenen, zoals de beperking van de toepasselijke gerechts- of administratieve kosten of het zo nodig bieden van toegang tot rechtshulp aan deze instanties of het met dit oogmerk verstrekken van publieke middelen daaraan.

1.  De lidstaten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat proceskosten in verband met representatieve vorderingen voor bevoegde instanties geen financiële belemmering vormen om het recht de in de artikelen 5 en 6 bedoelde maatregelen te vorderen, doeltreffend uit te oefenen, zoals de beperking van de toepasselijke gerechts- of administratieve kosten of het zo nodig bieden van toegang tot rechtshulp aan deze instanties.

Amendement    39

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 18 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Uiterlijk één jaar na de inwerkingtreding van deze richtlijn beoordeelt de Commissie of de regels op het gebied van de rechten van vliegtuigpassagiers en treinreizigers een afdoende niveau van consumentenbescherming bieden dat vergelijkbaar is met dat waarin deze richtlijn voorziet. De Commissie is voornemens om, wanneer dat het geval is, passende voorstellen te doen, die met name kunnen bestaan in het schrappen van de in de punten 10 en 15 van bijlage I genoemde handelingen uit het toepassingsgebied van deze richtlijn als gedefinieerd in artikel 2.

Schrappen

Amendement    40

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage I – punt 10

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(10)  Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 295/91 (PB L 46 van 17.2.2004, blz. 1).

Schrappen

Amendement    41

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage I – punt 15

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(15)  Verordening (EG) nr. 1371/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2007 betreffende de rechten en verplichtingen van reizigers in het treinverkeer (PB L 315 van 3.12.2007, blz. 14).

Schrappen

Amendement    42

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage I – punt 31

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(31)  Verordening (EU) nr.1177/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 betreffende de rechten van passagiers die over zee of binnenwateren reizen en houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 2006/2004 (PB L 334 van 17.12.2010, blz. 1).

Schrappen

Amendement    43

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage I – punt 32

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(32)  Verordening (EU) nr. 181/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 betreffende de rechten van autobus- en touringcarpassagiers en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2006/2004 (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 1).

Schrappen

Amendement    44

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage II bis (nieuw) - titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

BIJLAGE III LIJST VAN DE IN ARTIKEL 2, LID 4, BEDOELDE UNIEWETGEVING

Amendement    45

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage II bis (nieuw) - punt 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(1) Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 295/91 (PB L 46 van 17.2.2004, blz. 1).

PROCEDURE VAN DE ADVISERENDE COMMISSIE

Titel

Representatieve vorderingen ter bescherming van de collectieve belangen van consumenten

Document- en procedurenummers

COM(2018)0184 – C8-0149/2018 – 2018/0089(COD)

Bevoegde commissie

       Datum bekendmaking

JURI

2.5.2018

 

 

 

Advies uitgebracht door

       Datum bekendmaking

TRAN

31.5.2018

Rapporteur voor advies

       Datum benoeming

Georg Mayer

23.5.2018

Behandeling in de commissie

9.10.2018

 

 

 

Datum goedkeuring

22.11.2018

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

21

14

1

Bij de eindstemming aanwezige leden

Daniela Aiuto, Lucy Anderson, Marie-Christine Arnautu, Inés Ayala Sender, Georges Bach, Deirdre Clune, Michael Cramer, Luis de Grandes Pascual, Andor Deli, Isabella De Monte, Jacqueline Foster, Innocenzo Leontini, Peter Lundgren, Elżbieta Katarzyna Łukacijewska, Marian-Jean Marinescu, Gesine Meissner, Markus Pieper, Gabriele Preuß, Franck Proust, Christine Revault d’Allonnes Bonnefoy, Massimiliano Salini, Claudia Țapardel, Keith Taylor, Pavel Telička, István Ujhelyi, Marita Ulvskog, Wim van de Camp, Janusz Zemke, Roberts Zīle

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Jakop Dalunde, Mark Demesmaeker, Anders Sellström, Henna Virkkunen

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Michael Gahler, Clare Moody, Flavio Zanonato

HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE ADVISERENDE COMMISSIE

21

+

ALDE

Gesine Meissner, Pavel Telička

ECR

Mark Demesmaeker, Jacqueline Foster, Peter Lundgren, Roberts Zīle

ENF

Marie-Christine Arnautu

PPE

Georges Bach, Deirdre Clune, Andor Deli, Michael Gahler, Innocenzo Leontini, Elżbieta Katarzyna Łukacijewska,,Marian-Jean Marinescu, Markus Pieper, Franck Proust, Massimiliano Salini, Anders Sellström, Henna Virkkunen, Luis de Grandes Pascual, Wim van de Camp

14

-

S&D

Lucy Anderson, Inés Ayala Sender, De Monte, Clare Moody, Gabriele Preuß, Christine Revault d'Allonnes Bonnefoy, Claudia Țapardel, István Ujhelyi, Marita Ulvskog, Flavio Zanonato, Janusz Zemke

VERTS/ALE

Michael Cramer, Jakop Dalunde, Keith Taylor

1

0

EFDD

Daniela Aiuto

 

Corrections to vote

+

 

-

 

0

 

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding


PROCEDURE VAN DE BEVOEGDE COMMISSIE

Titel

Representatieve vorderingen ter bescherming van de collectieve belangen van consumenten

Document- en procedurenummers

COM(2018)0184 – C8-0149/2018 – 2018/0089(COD)

Datum indiening bij EP

11.4.2018

 

 

 

Bevoegde commissie

       Datum bekendmaking

JURI

2.5.2018

 

 

 

Medeadviserende commissies

       Datum bekendmaking

IMCO

2.5.2018

TRAN

31.5.2018

 

 

Medeverantwoordelijke commissies

       Datum bekendmaking

IMCO

13.9.2018

 

 

 

Rapporteurs

       Datum benoeming

Geoffroy Didier

22.5.2018

 

 

 

Behandeling in de commissie

20.6.2018

20.11.2018

 

 

Datum goedkeuring

6.12.2018

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

19

0

3

Bij de eindstemming aanwezige leden

Joëlle Bergeron, Jean-Marie Cavada, Mady Delvaux, Rosa Estaràs Ferragut, Mary Honeyball, Julia Reda, Evelyn Regner, Pavel Svoboda, József Szájer

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Geoffroy Didier, Pascal Durand, Angel Dzhambazki, Ana Miranda, Jens Rohde, Virginie Rozière, Tiemo Wölken

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Lucy Anderson, Georges Bach, Kostadinka Kuneva, Jeroen Lenaers, Philippe Loiseau, Marco Zullo

Datum indiening

7.12.2018


HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE BEVOEGDE COMMISSIE

19

+

ALDE

Jean-Marie Cavada, Jens Rohde

EFDD

Joëlle Bergeron, Marco Zullo

PPE

Georges Bach, Geoffroy Didier, Rosa Estaràs Ferragut, Jeroen Lenaers, Pavel Svoboda, József Szájer

S&D

Lucy Anderson, Mady Delvaux, Mary Honeyball, Evelyn Regner, Virginie Rozière, Tiemo Wölken

VERTS/ALE

Pascal Durand, Ana Miranda, Julia Reda

0

-

 

 

3

0

ECR

Angel Dzhambazki

ENF

Philippe Loiseau

GUE/NGL

Kostadinka Kuneva

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding

Laatst bijgewerkt op: 9 januari 2019Juridische mededeling