Procedure : 2018/0245(NLE)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0448/2018

Ingediende teksten :

A8-0448/2018

Debatten :

Stemmingen :

PV 17/01/2019 - 10.11

Aangenomen teksten :

P8_TA(2019)0041

VERSLAG     *
PDF 605kWORD 97k
10.12.2018
PE 628.432v02-00 A8-0448/2018

over het voorstel voor een verordening van de Raad tot vaststelling van een Europees instrument voor nucleaire veiligheid, ter aanvulling van het instrument voor nabuurschapsbeleid, ontwikkeling en internationale samenwerking op basis van het Euratom-Verdrag

(COM(2018)0462) – C8-0315/2018 – 2018/0245(NLE))

Commissie industrie, onderzoek en energie

Rapporteur: Vladimir Urutchev

AMENDEMENTEN
ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 PROCEDURE VAN DE BEVOEGDE COMMISSIE
 HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een verordening van de Raad tot vaststelling van een Europees instrument voor nucleaire veiligheid, ter aanvulling van het instrument voor nabuurschapsbeleid, ontwikkeling en internationale samenwerking op basis van het Euratom-Verdrag

(COM(2018)0462 – C8-0315/2018 – 2018/0245(NLE))

(Raadpleging)

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan de Raad (COM(2018)0462),

-  gezien artikel 203 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, op grond waarvan het Parlement door de Raad is geraadpleegd (C8-0315/2018),

-  gezien artikel 78 quater van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie industrie, onderzoek en energie en het advies van de Commissie buitenlandse zaken (A8-0448/2018),

1.  hecht zijn goedkeuring aan het Commissievoorstel, als geamendeerd door het Parlement;

2.  verzoekt de Commissie haar voorstel krachtens artikel 293, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie dienovereenkomstig te wijzigen;

3.  verzoekt de Raad, wanneer deze voornemens is af te wijken van de door het Parlement goedgekeurde tekst, het Parlement hiervan op de hoogte te stellen;

4.  wenst opnieuw te worden geraadpleegd ingeval de Raad voornemens is ingrijpende wijzigingen aan te brengen in het voorstel van de Commissie;

5.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

Amendement    1

Voorstel voor een verordening

Overweging 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(2 bis)  Dientengevolge moeten verbintenissen op het gebied van nucleaire beveiliging, non-proliferatie en nucleaire veiligheid, evenals doelstellingen voor duurzame ontwikkeling, en de algemene belangen van de Unie als wezenlijke elementen worden meegewogen bij de vaststelling van de acties op grond van deze verordening.

Amendement    2

Voorstel voor een verordening

Overweging 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(3)  Het doel van het huidige programma "Europees instrument voor nucleaire veiligheid ter aanvulling van het instrument voor nabuurschapsbeleid, ontwikkeling en internationale samenwerking op basis van het Euratom-Verdrag" is de bevordering van een effectieve en efficiënte nucleaire veiligheid en stralingsbescherming alsmede de toepassing van efficiënte en effectieve veiligheidscontroles van nucleair materiaal in derde landen, voortbouwend op de eigen veiligheidsmaatregelen binnen de Unie.

(3)  Het doel van het huidige programma "Europees instrument voor nucleaire veiligheid ter aanvulling van het instrument voor nabuurschapsbeleid, ontwikkeling en internationale samenwerking op basis van het Euratom-Verdrag" is de bevordering van een effectieve en efficiënte nucleaire veiligheid en stralingsbescherming alsmede de toepassing van efficiënte en effectieve veiligheidscontroles van nucleair materiaal in derde landen, voortbouwend op de in de Unie bestaande regelgevingskaders en uitwisseling van goede praktijken.

Amendement    3

Voorstel voor een verordening

Overweging 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(3 bis)  Het instrument mag op geen enkele wijze het gebruik van kernenergie in derde landen en de Unie bevorderen. Het moet zich daarentegen in het bijzonder richten op de wereldwijde verbetering van nucleaire veiligheidsnormen en een hoog niveau van stralingsbescherming alsook de toepassing van efficiënte en effectieve veiligheidscontroles voor nucleair materiaal bevorderen.

Amendement    4

Voorstel voor een verordening

Overweging 3 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(3 ter)  De nucleaire rampen in de kerncentrales van Tsjernobyl in 1986 en Fukushima Daiichi in 2011 hebben duidelijk aangetoond dat nucleaire ongevallen wereldwijd rampzalige gevolgen hebben voor de mens en het milieu. Het is bijgevolg absoluut noodzakelijk om de strengste nucleaire veiligheidsnormen en veiligheidscontroles in acht te nemen en voortdurend inspanningen te leveren om die normen en controles wereldwijd te verbeteren. De Gemeenschap moet zich bovendien inzetten voor de ondersteuning van deze doelstellingen in derde landen. De voornoemde normen en veiligheidscontroles moeten in overeenstemming zijn met de modernste praktijken, met name op het gebied van bestuur en onafhankelijke regelgeving.

Amendement    5

Voorstel voor een verordening

Overweging 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(4)  Deze verordening maakt deel uit van het kader voor de planning van de samenwerking en moet een aanvulling vormen op de uit hoofde van [de NDICI-verordening] gefinancierde maatregelen voor samenwerking op nucleair gebied.

(4)  Deze verordening maakt deel uit van het kader voor de planning van de samenwerking en moet een aanvulling vormen op de maatregelen voor samenwerking op nucleair gebied die worden gefinancierd uit hoofde van [de NDICI-verordening], die onder het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie valt, en met name onder de artikelen 209 en 212 en artikel 322, lid 1, daarvan.

Amendement    6

Voorstel voor een verordening

Overweging 5 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(5 bis)  De Gemeenschap is lid van het Verdrag inzake nucleaire veiligheid (1994) en van het Gezamenlijk Verdrag inzake de veiligheid van het beheer van bestraalde splijtstof en inzake de veiligheid van het beheer van radioactief afval (1997).

Amendement    7

Voorstel voor een verordening

Overweging 5 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(5 ter)  Transparantie en publieksinformatie met betrekking tot nucleaire veiligheid, alsook veiligheidscontroles en ontmantelings- en afvalbeheeractiviteiten zoals vereist door onder meer het Verdrag van Aarhus (1998), spelen een belangrijke rol bij het voorkomen van situaties waarin radioactief materiaal negatieve gevolgen heeft voor de burgers en het milieu. Deze factoren moeten dan ook worden gewaarborgd door onderhavig instrument.

Amendement    8

Voorstel voor een verordening

Overweging 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(6)  De Gemeenschap moet, overeenkomstig hoofdstuk 10 van het Euratom-Verdrag, nauw blijven samenwerken met de Internationale Organisatie voor Atoomenergie (IAEA) op het gebied van nucleaire veiligheid en nucleaire veiligheidscontroles, ter bevordering van de doelstellingen van de hoofdstukken 3 en 7 van titel II.

(6)  De Gemeenschap moet, overeenkomstig hoofdstuk 10 van het Euratom-Verdrag, nauw blijven samenwerken met de Internationale Organisatie voor Atoomenergie (IAEA) op het gebied van nucleaire veiligheid en nucleaire veiligheidscontroles, ter bevordering van de doelstellingen van de hoofdstukken 3 en 7 van titel II. De Gemeenschap moet verder samenwerken met andere relevante, hoog aangeschreven internationale organisaties, zoals het Agentschap voor kernenergie van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling, de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling en het Milieupartnerschap voor de Noordelijke Dimensie, die op het gebied van nucleaire veiligheid soortgelijke doelstellingen nastreven als de Gemeenschap. Door te zorgen voor samenhang, complementariteit en samenwerking tussen onderhavig instrument en de voornoemde organisaties en hun programma's kan de reikwijdte van nucleaire veiligheidsmaatregelen wereldwijd worden vergroot en kunnen zij efficiënter en doeltreffender worden gemaakt. Onnodig dubbel werk en overlapping moeten worden vermeden.

Amendement    9

Voorstel voor een verordening

Overweging 6 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(6 bis)  Om de nucleaire veiligheid voortdurend te verbeteren en de regelgeving ter zake in de Unie te verbeteren, heeft de Raad een aantal richtlijnen vastgesteld, namelijk Richtlijn 2009/71/Euratom, Richtlijn 2011/70/Euratom en Richtlijn 2013/59/Euratom. Die richtlijnen dienen, samen met de strenge normen voor nucleaire veiligheid en ontmanteling van de Gemeenschap, als richtsnoeren voor acties die in het kader van onderhavig instrument worden gefinancierd en moeten samenwerkende derde landen ertoe aanzetten om regelgeving en normen met hetzelfde veiligheidsniveau ten uitvoer te leggen.

Amendement    10

Voorstel voor een verordening

Overweging 6 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(6 ter)  Het instrument moet ook de internationale samenwerking bevorderen op basis van overeenkomsten inzake nucleaire veiligheid en het beheer van radioactief afval. Partnerlanden moeten ertoe worden aangezet partij te worden bij deze overeenkomsten, die door de IAEA geassisteerde periodieke collegiale toetsingen van hun nationale systemen mogelijk maken. Collegiale toetsingen bieden een externe blik op de stand van zaken en de problemen inzake nucleaire veiligheid in derde landen, die van nut kan zijn bij het programmeren van de EU-steun op hoog niveau. Het instrument kan baat hebben bij collegiale toetsingen door gerenommeerde internationale kernenergieagentschappen, die hierover verslag uitbrengen aan de mogelijke begunstigden van het instrument. De bevindingen en aanbevelingen van dergelijke collegiale toetsingen, die kunnen worden geraadpleegd door nationale instanties, kunnen ook nuttig zijn om te bepalen welke concrete steunmaatregelen prioritair zijn voor de betrokken derde landen.

Amendement    11

Voorstel voor een verordening

Overweging 6 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(6 quater)  De begrippen "nucleaire veiligheid" en "nucleaire beveiliging" zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden, aangezien een gebrek aan nucleaire veiligheid – bijvoorbeeld in processen voor een veilige werking – kan leiden tot nucleairebeveiligingsrisico's en aangezien nucleairebeveiligingsrisico's – met name nieuwe risico's, bijvoorbeeld op het gebied van cyberbeveiliging – kunnen leiden tot nieuwe uitdagingen voor de nucleaire veiligheid. De activiteiten van de Unie op het gebied van nucleaire beveiliging in derde landen, zoals vastgesteld in bijlage II bij Verordening ... [COD nr. 2018/0243 (NDICI)], en de uit hoofde van onderhavig instrument gefinancierde activiteiten moeten derhalve samenhangend en complementair zijn.

Amendement    12

Voorstel voor een verordening

Overweging 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(7)  Dit instrument moet voorzien in maatregelen ter ondersteuning van deze doelstellingen en voortbouwen op de maatregelen die voorheen werd gesteund uit hoofde van Verordening (Euratom) nr. 237/201424 betreffende nucleaire veiligheid en nucleaire veiligheidscontroles in derde landen, met name de toetredende landen, de kandidaat-lidstaten en de potentiële kandidaten.

(7)  Dit instrument moet voorzien in maatregelen ter ondersteuning van deze doelstellingen en voortbouwen op de maatregelen die voorheen werd gesteund uit hoofde van Verordening (Euratom) nr. 237/201424 betreffende nucleaire veiligheid, veilig beheer van radioactief afval, veilige buitengebruikstelling en sanering van voormalige kerngerelateerde locaties en nucleaire veiligheidscontroles in derde landen, met name de toetredende landen, de kandidaat-lidstaten en de potentiële kandidaten, alsmede landen uit het nabuurschap in de zin van ... [COD 2018/0243, de NDICI-verordening]. Met het oog op de toepassing van de strengst mogelijke nucleaire veiligheidsnormen met het oog op de opsporing van gebreken in de bestaande veiligheidsmaatregelen kan het instrument regelgevende instanties op het gebied van kernenergie bijstaan bij de uitvoering van veelomvattende risico- en veiligheidsbeoordelingen (stresstests) van bestaande installaties en van kerncentrales die in aanbouw zijn, op basis van het communautair acquis inzake nucleaire veiligheid en radioactief afval, de uitvoering van aanbevelingen en het monitoren van relevante maatregelen. Het Europees Parlement moet regelmatig door de Commissie op de hoogte worden gebracht van de activiteiten op het gebied van nucleaire veiligheid die in derde landen worden ondernomen, alsook van de vorderingen die worden gemaakt bij de uitvoering van die activiteiten.

_______________

_________________

24 Verordening (Euratom) nr. 237/2014 van de Raad van 13 december 2013 tot vaststelling van een instrument voor samenwerking op het gebied van nucleaire veiligheid (PB L 77 van 15.3.2014, blz. 109).

24 Verordening (Euratom) nr. 237/2014 van de Raad van 13 december 2013 tot vaststelling van een instrument voor samenwerking op het gebied van nucleaire veiligheid (PB L 77 van 15.3.2014, blz. 109).

Amendement    13

Voorstel voor een verordening

Overweging 7 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(7 bis)  Overeenkomstig artikel 3 VWEU heeft de Unie als doel het welzijn van haar volkeren te bevorderen. Onderhavig instrument biedt de Unie de mogelijkheid om de sociaaleconomische en gezondheidsgerelateerde situatie van mensen wereldwijd, zowel binnen als buiten haar grenzen, op duurzame wijze te verbeteren. De uit hoofde van het instrument gefinancierde projecten moeten eveneens stroken met het interne en externe beleid van de Unie, bijvoorbeeld doordat zij bijdragen tot de verwezenlijking van de duurzameontwikkelingsdoelstellingen, zoals een goede gezondheid en welzijn, schoon drinkwater en goede sanitaire voorzieningen. Bij het instrument zelf moeten de beginselen van goed bestuur in acht worden genomen; zodoende moet worden bijgedragen tot de verwezenlijking van de duurzameontwikkelingsdoelstelling inzake vrede, rechtvaardigheid en sterke instellingen.

Amendement    14

Voorstel voor een verordening

Overweging 7 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(7 ter)  Onderhavig instrument moet landen die uit hoofde van deze verordening financiële bijstand ontvangen, ertoe aanzetten de verbintenissen die voortvloeien uit de associatie-, partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomsten met de Unie en het Verdrag inzake de niet-verspreiding van kernwapens na te leven, zich te verbinden tot de relevante internationale overeenkomsten, de normen inzake nucleaire veiligheid en stralingsbescherming te eerbiedigen en de relevante aanbevelingen en maatregelen met een zo hoog mogelijke graad van transparantie en openbaarheid uit te voeren.

Amendement    15

Voorstel voor een verordening

Overweging 7 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(7 quater)  Onderhavig instrument moet via de projecten die het financiert, omvattende ondersteuning bieden voor maatregelen op het gebied van nucleaire veiligheid en veiligheidscontroles en voor het verbeteren van de gezondheidssituatie van de bevolking in derde landen - en met name mensen die in de buurt van kerncentrales en/of uraanmijnen wonen. Hierbij gaat het onder meer om de veilige sanering van voormalige uraanwinningsgerelateerde locaties in derde landen, met name in Centraal-Azië en in Afrika, aangezien momenteel ongeveer 18 % van de wereldwijde uraanvoorziening afkomstig is uit Zuid-Afrika, Niger en Namibië.

Amendement    16

Voorstel voor een verordening

Overweging 7 quinquies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(7 quinquies)   Onderhavig instrument moet landen die uit hoofde van deze verordening financiële bijstand ontvangen, ertoe aanzetten de democratische beginselen, de rechtsstaat en de mensenrechten te behartigen en de verbintenissen na te leven die voortvloeien uit de Verdragen van Espoo en Aarhus.

 

 

Amendement    17

Voorstel voor een verordening

Overweging 8

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(8)  De uitvoering van deze verordening moet, in voorkomend geval, gebaseerd zijn op overleg met de relevante autoriteiten van de lidstaten, en op dialoog met de partnerlanden.

(8)  De uitvoering van deze verordening moet, indien toepasselijk, gebaseerd zijn op overleg met de relevante autoriteiten van de Unie en de lidstaten, zoals de Groep Europese regelgevers op het gebied van nucleaire veiligheid, en op dialoog met de partnerlanden. Zulk overleg moet in het bijzonder plaatsvinden tijdens de uitwerking en voor de goedkeuring van indicatieve meerjarenprogramma's. Indien een dergelijke dialoog de bezorgdheid van de Unie over nucleaire veiligheid niet wegneemt, mag de externe financiering uit hoofde van deze verordening niet worden verstrekt.

Amendement    18

Voorstel voor een verordening

Overweging 8 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(8 bis)  Een individuele, gedifferentieerde benadering van landen die via het instrument steun ontvangen, moet worden bevorderd. Het gebruik van het instrument moet gebaseerd zijn op de beoordeling van de specifieke behoeften van de landen die steun ontvangen en op het algemene gunstige effect dat het instrument naar verwachting zal teweegbrengen, waarbij het met name gaat om structurele veranderingen in de betrokken landen.

Amendement    19

Voorstel voor een verordening

Overweging 8 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(8 ter)  De reguleringsinstanties, organisaties voor technische ondersteuning, kerntechniekbedrijven en kernenergiebedrijven in de lidstaten beschikken over de nodige deskundigheid en knowhow met betrekking tot de toepassing van de hoogste normen inzake nucleaire veiligheid en stralingsbescherming in de diverse regelgevingsstelsels binnen de Unie. Dit kan een nuttige bron van steun vormen voor partnerlanden die in hun eigen regelgevings- en bedrijfskader hetzelfde willen doen.

Amendement    20

Voorstel voor een verordening

Overweging 9

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(9)  Indien mogelijk en relevant, moeten de resultaten van het externe optreden van de Gemeenschap worden gemonitord en geëvalueerd op basis van vooraf gedefinieerde, transparante, landenspecifieke en meetbare indicatoren, afgestemd op de kenmerken en doelstellingen van het instrument, bij voorkeur op basis van het resultatenkader van het partnerland.

(9)  De resultaten van het externe optreden van de Gemeenschap moeten worden gemonitord en geëvalueerd op basis van vooraf gedefinieerde, transparante, landspecifieke en meetbare indicatoren, afgestemd op de kenmerken en doelstellingen van het instrument, bij voorkeur op basis van het resultatenkader van het partnerland. De indicatoren moeten prestatie- en resultaatgericht zijn. Zo worden begunstigde landen verplicht tot meer verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid ten aanzien van de Unie en de lidstaten voor wat de resultaten betreft die zij behalen op het vlak van de toepassing van veiligheidsbevorderende maatregelen.

 

 

Amendement    21

Voorstel voor een verordening

Overweging 10

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(10)  De Unie en de Gemeenschap moeten ervoor zorgen dat de beschikbare middelen zo efficiënt mogelijk worden gebruikt, zodat hun externe optreden optimaal effect sorteert. Dat moet worden bereikt door middel van samenhang en complementariteit tussen de externe financieringsinstrumenten van de Unie, en door synergieën met andere beleidslijnen en programma's van de Unie. Met het oog op een maximale impact van de gecombineerde interventies voor het bereiken van een gemeenschappelijke doelstelling moet deze verordening voorzien in de mogelijkheid om financiering te combineren met andere programma's van de Unie, mits de bijdragen niet dezelfde kosten dekken.

(10)  De Unie en de Gemeenschap moeten ervoor zorgen dat de beschikbare middelen optimaal en zo efficiënt mogelijk worden gebruikt en moeten de uitvoering en de kwaliteit van de uitgaven trachten te verbeteren, zodat hun externe optreden optimaal effect sorteert. Dat moet worden bereikt door middel van samenhang en complementariteit tussen de externe financieringsinstrumenten van de Unie, en door synergieën met andere beleidslijnen en programma's van de Unie, zoals de Euratomprogramma's voor onderzoek en opleiding. Met het oog op een maximale impact van de gecombineerde interventies voor het bereiken van een gemeenschappelijke doelstelling moet deze verordening voorzien in de mogelijkheid om financiering te combineren met andere programma's van de Unie, mits de bijdragen niet dezelfde kosten dekken.

Amendement    22

Voorstel voor een verordening

Overweging 14

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(14)  De soorten financiering en de uitvoeringsmethoden in het kader van deze verordening worden gekozen op grond van hun vermogen om de specifieke doelstellingen van de acties te verwezenlijken en resultaten op te leveren, met name rekening houdend met de controlekosten, de administratieve lasten en het verwachte risico van niet-naleving. Daarbij moet het gebruik van forfaitaire bedragen, financiering op basis van een vast percentage en eenheidskosten worden overwogen, alsmede niet aan kosten gekoppelde financiering als bedoeld in artikel 125, lid 1, van het Financieel Reglement.

(14)  De soorten financiering en de uitvoeringsmethoden in het kader van deze verordening worden gekozen op grond van hun vermogen om de specifieke doelstellingen van de acties te verwezenlijken en resultaten op te leveren, met name rekening houdend met de controlekosten, de administratieve lasten en het verwachte risico van niet-naleving. Hierbij moeten ook hun toegankelijkheid voor potentiële partners en hun vermogen om rechtszekerheid te creëren in beschouwing worden genomen. Daarbij moet het gebruik van forfaitaire bedragen, financiering op basis van een vast percentage en eenheidskosten worden overwogen, alsmede niet aan kosten gekoppelde financiering als bedoeld in artikel 125, lid 1, van het Financieel Reglement.

Amendement    23

Voorstel voor een verordening

Overweging 15 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(15 bis)  Om de efficiënte en tijdige toepassing van de strengste normen inzake nucleaire veiligheid in derde landen te bevorderen, moeten de besluitvormings- en onderhandelingsprocessen binnen de Commissie zelf en met derde landen efficiënt en snel verlopen.

Amendement    24

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Deze verordening heeft tot doel de in het kader van de [NDICI-verordening] gefinancierde activiteiten inzake nucleaire samenwerking aan te vullen, in het bijzonder om een hoog niveau van nucleaire veiligheid en stralingsbescherming, alsmede de toepassing van efficiënte en effectieve veiligheidscontroles voor nucleair materiaal in derde landen te bevorderen, voortbouwend op de activiteiten binnen de Gemeenschap en overeenkomstig de bepalingen van deze verordening.

1.  Deze verordening heeft tot doel de in het kader van de [NDICI-verordening] gefinancierde activiteiten inzake nucleaire samenwerking aan te vullen, in het bijzonder om een hoog niveau van nucleaire veiligheid en stralingsbescherming, alsmede de toepassing van efficiënte en effectieve veiligheidscontroles voor nucleair materiaal in derde landen te bevorderen, voortbouwend op de regelgevingskaders en beste praktijken binnen de Gemeenschap en overeenkomstig de bepalingen van deze verordening. Hiermee moet worden bijgedragen tot een louter civiel gebruik van nucleair materiaal en zodoende ook tot de bescherming van de burgers en het milieu. In het kader van deze doelstelling wil de verordening ook de invoering van transparantie in kerngerelateerde besluitvorming door autoriteiten van derde landen ondersteunen.

 

De door de Unie geboden medewerking op het gebied van nucleaire veiligheid en veiligheidscontroles in het kader van deze verordening is niet bedoeld om het gebruik van kernenergie te bevorderen.

Amendement    25

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 2 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  het bevorderen van een effectieve nucleaire veiligheidscultuur en de toepassing van de strengste normen inzake nucleaire veiligheid en stralingsbescherming, en het gestaag verbeteren van nucleaire veiligheid;

a)  het bevorderen van een effectieve cultuur en beheerstructuur voor nucleaire veiligheid, het gestaag verbeteren van nucleaire veiligheid, alsook de toepassing van de strengste normen inzake nucleaire veiligheid en stralingsbescherming die binnen de Gemeenschap en op internationaal niveau bestaan voor de relevante nucleaire activiteiten;

Amendement    26

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 2 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  een verantwoord en veilig beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval en een verantwoorde en veilige ontmanteling en sanering van voormalige nucleaire terreinen en installaties;

b)  een verantwoord en veilig beheer van radioactief afval, van de productie tot de definitieve verwijdering ervan, inclusief verbruikte splijtstof (d.w.z. voorbehandeling, behandeling, verwerking, opslag en afvoer), en een veilige en doeltreffende ontmanteling en sanering van voormalige nucleaire terreinen en installaties en van oudere terreinen waar uranium werd gewonnen of waar zich gezonken radioactieve voorwerpen en materiaal bevinden;

Amendement    27

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 2 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)  het waarborgen van efficiënte en effectieve veiligheidssystemen.

c)  het waarborgen van efficiënte, effectieve en transparante veiligheidscontroles voor nucleair materiaal;

Amendement    28

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 2 – letter c bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

c bis)  aansporen tot de bevordering van de algemene transparantie en openheid van autoriteiten in derde landen en tot de bevordering van publieksinformatie en burgerinspraak in besluitvormingsprocessen die verband houden met de veiligheid van nucleaire installaties en doeltreffende praktijken voor het beheer van radioactief afval, conform de relevante internationale verdragen en instrumenten;

Amendement    29

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 2 – letter c ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

c ter)  het gebruikmaken van de kennis en acties van het instrument om de politieke invloed in internationale organisaties op het gebied van energie en veiligheid te benutten;

Amendement    30

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Bij de uitvoering van deze verordening worden consistentie, synergieën en complementariteit met Verordening (EU) nr. XXX/XXX NDICI, andere programma's van het externe optreden van de Unie en met andere relevante beleidslijnen en programma's van de Unie gewaarborgd, evenals de beleidscoherentie voor ontwikkeling.

1.  Bij de uitvoering van deze verordening worden consistentie, synergieën en complementariteit met Verordening (EU) nr. XXX/XXX NDICI, met andere programma's van het externe optreden van de Unie, met andere relevante beleidslijnen en wetgevingshandelingen van de Unie (zoals de Richtlijnen 2009/71/Euratom, 2011/70/Euratom en 2013/59/Euratom), met de doelstellingen en waarden van de Unie, en met haar programma's (zoals het programma voor onderzoek en opleiding van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie ter aanvulling van Horizon Europa) gewaarborgd, evenals de beleidscoherentie voor ontwikkeling.

Amendement    31

Voorstel voor een verordening

Artikel 3  lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  De Commissie coördineert de samenwerking met derde landen en met internationale organisaties die soortgelijke doelstellingen nastreven, met name de IAEA en de OESO/NEA. Dankzij deze coördinatie zullen de Gemeenschap en de betrokken organisaties in staat zijn om dubbele werkzaamheden en financiering met betrekking tot derde landen te voorkomen. Daarnaast betrekt de Commissie de bevoegde autoriteiten in de lidstaten en Europese exploitanten bij het uitvoeren van haar taak, om zo een impuls te geven aan de kwaliteit van de Europese expertise op het gebied van de nucleaire veiligheid en veiligheidscontroles.

Amendement    32

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De beschikbare financiële middelen voor de uitvoering van deze verordening voor de periode 2021-2027 bedragen 300 miljoen EUR in lopende prijzen.

De beschikbare financiële middelen voor de uitvoering van deze verordening voor de periode 2021-2027 bedragen 266 miljoen EUR in constante prijzen.

Amendement    33

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De associatieovereenkomsten, partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomsten, multilaterale overeenkomsten en andere overeenkomsten die een juridisch bindende relatie met de partnerlanden vaststellen, alsmede conclusies van de Europese Raad, conclusies van de Raad en verklaringen van topontmoetingen of conclusies van bijeenkomsten op hoog niveau met partnerlanden, mededelingen van de Commissie of de gezamenlijke mededelingen van de Commissie en de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, vormen het algemene beleidskader voor de uitvoering van deze verordening.

Het communautair acquis met betrekking tot nucleaire veiligheid en een veilig beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval, de associatieovereenkomsten, partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomsten, multilaterale overeenkomsten en andere overeenkomsten die een juridisch bindende relatie met de partnerlanden vaststellen, alsmede conclusies van de Europese Raad, conclusies van de Raad en verklaringen van topontmoetingen of conclusies van bijeenkomsten op hoog niveau met partnerlanden, mededelingen van de Commissie of de gezamenlijke mededelingen van de Commissie en de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, vormen het algemene beleidskader voor de uitvoering van deze verordening.

Amendement    34

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De meerjarige indicatieve programma's hebben tot doel een samenhangend kader te scheppen voor de samenwerking tussen de Gemeenschap en de betrokken derde landen of regio's, dat in overeenstemming is met het overkoepelende doel en toepassingsgebied, de doelstellingen, de beginselen en het beleid van de Gemeenschap en gebaseerd is op het in artikel 5 bedoelde beleidskader.

2.  De meerjarige indicatieve programma's hebben tot doel een samenhangend kader te scheppen voor de samenwerking tussen de Gemeenschap en de betrokken derde landen, regio's of internationale organisaties, dat in overeenstemming is met het overkoepelende doel en toepassingsgebied, de doelstellingen, de beginselen en het beleid van de Gemeenschap en gebaseerd is op het in artikel 5 bedoelde beleidskader.

Amendement    35

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De meerjarige indicatieve programma's vormen een algemene basis voor de samenwerking en omschrijven de doelstellingen van de Gemeenschap voor de samenwerking uit hoofde van deze verordening, rekening houdend met de behoeften van de betrokken landen, de prioriteiten van de Gemeenschap, de internationale situatie en de activiteiten van de betrokken derde landen. In de meerjarige indicatieve programma's wordt ook aangegeven welke meerwaarde samenwerking biedt, en hoe overlapping met andere programma's en initiatieven, met name van internationale organisaties die soortgelijke doelstellingen nastreven, en van belangrijke donoren, moet worden voorkomen.

3.  De meerjarige indicatieve programma's vormen een algemene basis voor de samenwerking en omschrijven de doelstellingen van de Gemeenschap voor de samenwerking uit hoofde van deze verordening, rekening houdend met de behoeften van en de omstandigheden in de betrokken landen, de prioriteiten van de Gemeenschap, de internationale situatie en de activiteiten van de betrokken derde landen. In de meerjarige indicatieve programma's wordt ook aangegeven welke meerwaarde samenwerking biedt, en hoe overlapping met andere programma's en initiatieven, met name van internationale organisaties die soortgelijke doelstellingen nastreven, en van belangrijke donoren, moet worden voorkomen.

Amendement    36

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 bis.  De indicatieve meerjarenprogramma's moeten landen die uit hoofde van deze verordening financiële bijstand ontvangen, ertoe aanzetten de verbintenissen die voortvloeien uit overeenkomsten met de Unie en uit het Verdrag inzake de niet-verspreiding van kernwapens na te leven, zich te verbinden tot de relevante internationale overeenkomsten, de normen inzake nucleaire veiligheid en stralingsbescherming te eerbiedigen en de relevante aanbevelingen en maatregelen met een zo hoog mogelijke graad van transparantie en openbaarheid uit te voeren.

 

Amendement    37

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4 bis.  In de meerjarige indicatieve programma's moet een kader worden geboden voor gekwalificeerd en onafhankelijk toezicht om het niveau van nucleaire veiligheid in de partnerlanden te verhogen. In de programma's kunnen onder meer bepalingen worden opgenomen voor de ondersteuning van regelgevende instanties bij de uitvoering van alomvattende risico- en veiligheidsbeoordelingen (stresstests) van kernenergiecentrales, op basis van het communautair acquis inzake nucleaire veiligheid en radioactief afval, bij de uitvoering van aanbevelingen die voortvloeien uit dergelijke stresstests en bij het monitoren van de toepassing van relevante maatregelen, bijvoorbeeld in toetredende landen, kandidaat-lidstaten, potentiële kandidaat-lidstaten en landen die onder het Europees nabuurschapsbeleid vallen.

Amendement    38

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  De meerjarige indicatieve programma's worden op basis van een dialoog met de partnerlanden en -regio's vastgesteld.

5.  De meerjarige indicatieve programma's worden op basis van een dialoog met de partnerlanden en -regio's vastgesteld. Bij de uitwerking van de programma's en voorafgaand aan de goedkeuring ervan moet de Commissie de Groep Europese regelgevers op het gebied van nucleaire veiligheid (ENSREG) raadplegen en indien toepasselijk de relevante nationale instanties van de lidstaten.

Amendement    39

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.  De Commissie neemt de meerjarige indicatieve programma's aan overeenkomstig de in artikel 13, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure. Volgens dezelfde procedure evalueert de Commissie die indicatieve programma's en actualiseert ze indien nodig.

6.  De Commissie neemt de meerjarige indicatieve programma's aan overeenkomstig de in artikel 13, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure. Zij evalueert de programma's halverwege de looptijd ervan, en indien nodig herziet en actualiseert zij die indicatieve programma's volgens dezelfde procedure.

Amendement    40

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – lid 3 – alinea 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  actieplannen, individuele maatregelen en ondersteunende maatregelen, waarvoor de EU-financiering 10 miljoen EUR niet overschrijdt;

a)  individuele maatregelen en ondersteunende maatregelen, waarvoor de EU-financiering 10 miljoen EUR niet overschrijdt;

Amendement    41

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 2 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  uitgaven voor informatie- en communicatieactiviteiten, onder meer de ontwikkeling van communicatiestrategieën en pr-activiteiten, en zichtbaarheid van de politieke prioriteiten van de Unie.

b)  uitgaven voor informatie- en communicatieactiviteiten, onder meer de ontwikkeling van communicatiestrategieën en pr-activiteiten, en zichtbaarheid van de politieke prioriteiten, doelstellingen en waarden van de Unie.

Amendement    42

Voorstel voor een verordening

Artikel 11 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 11 bis

 

Criteria voor internationale samenwerking op het gebied van nucleaire veiligheid

 

1.  Er dient sprake te zijn van een gemeenschappelijke visie en een akkoord tussen het derde land en de Gemeenschap, hetgeen wordt bevestigd door een officieel verzoek aan de Commissie waarin de betrokken regering zich hierop vastlegt.

 

2.  Derde landen die met de Gemeenschap wensen samen te werken, zijn partij bij het Verdrag inzake de niet-verspreiding van kernwapens en hebben de aanvullende protocollen daarbij ondertekend of een veiligheidscontroleovereenkomst gesloten met de Internationale Organisatie voor Atoomenergie die volstaat om te verzekeren dat in het hele land het aangegeven nucleair materiaal uitsluitend voor vreedzame nucleaire activiteiten wordt gebruikt en dat er geen nucleair materiaal of nucleaire activiteiten worden achtergehouden. Zij houden zich volledig aan de fundamentele veiligheidsbeginselen die zijn vastgelegd in de veiligheidsnormen van de IAEA en zijn partij bij de desbetreffende verdragen, zoals het Verdrag inzake nucleaire veiligheid en het Gezamenlijk Verdrag inzake de veiligheid van het beheer van bestraalde splijtstof en inzake de veiligheid van het beheer van radioactief afval, of hebben stappen gezet waaruit hun vaste voornemen blijkt om tot die overeenkomsten toe te treden. In het geval van actieve samenwerking wordt dit voornemen jaarlijks geëvalueerd, rekening houdend met de nationale verslagen en andere documenten over de tenuitvoerlegging van de relevante verdragen. Op basis van die evaluatie wordt een besluit genomen over de voortzetting van de samenwerking. In noodgevallen moeten die beginselen bij wijze van uitzondering flexibel worden toegepast.

 

3.  Om te garanderen en te controleren dat aan de samenwerkingsdoelstellingen van deze verordening wordt voldaan, accepteert het betrokken derde land dat de uitgevoerde acties overeenkomstig lid 2 worden beoordeeld. De beoordeling maakt het mogelijk te controleren en te verifiëren of aan de overeengekomen doelstellingen wordt voldaan en kan een voorwaarde zijn voor verdere uitbetaling van de bijdrage van de Gemeenschap.

Amendement    43

Voorstel voor een verordening

Artikel 12 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(1)  Het toezicht, de verslaglegging en de evaluatie worden verricht overeenkomstig artikel 31, leden 2, 4, 5 en 6, en de artikelen 32 en 36 van Verordening (EU) nr. XXX/XXX NDICI.

(1)  Het toezicht, de verslaglegging en de evaluatie worden verricht overeenkomstig artikel 31, leden 2, 4, 5 en 6, en de artikelen 32 en 36 van Verordening (EU) nr. XXX/XXX NDICI. Specifieke evaluaties zoals beschreven in artikel 32, lid 2, van Verordening (EU) nr. XXX/XXX NDICI met betrekking tot nucleaire veiligheid, stralingsbescherming en waarborgen, moeten na overleg met de ENSREG worden besproken binnen het comité van het instrument voor samenwerking op het gebied van nucleaire veiligheid en aan het Europees Parlement worden voorgelegd.

Amendement    44

Voorstel voor een verordening

Artikel 12 – lid 2 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  het aantal opgestelde, aangenomen en/of herziene wettelijke en regelgevingshandelingen; en

a)  het aantal opgestelde, aangenomen en/of herziene wettelijke en regelgevingshandelingen en de succesvolle tenuitvoerlegging ervan, alsmede het effect ervan op de nucleaire veiligheidsnormen en veiligheidscontroles in de respectieve landen, met inbegrip van hun gevolgen voor de burgers en het milieu;

Amendement    45

Voorstel voor een verordening

Artikel 12 – lid 2 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  het aantal ontwerp-, plannings- of haalbaarheidsstudies voor de oprichting van structuren die aan de hoogste normen op het gebied van nucleaire veiligheid voldoen.

b)  het aantal ontwerp-, plannings- of haalbaarheidsstudies voor de oprichting van structuren die aan de hoogste normen op het gebied van nucleaire veiligheid voldoen en de succesvolle integratie van de resultaten van deze studies.

Amendement    46

Voorstel voor een verordening

Artikel 12 – lid 2 – letter b bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

b bis)  de in de nucleaire installaties genomen maatregelen ter verbetering van de nucleaire veiligheid, stralingsbescherming en effectieve en efficiënte veiligheidscontroles, gebaseerd op de strengste normen voor nucleaire veiligheid, stralingsbescherming en nucleaire veiligheidscontroles, met inbegrip van de resultaten van internationale collegiale toetsing.

Amendement    47

Voorstel voor een verordening

Artikel 12 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 12 bis

 

Transparantie

 

De Commissie en de derde landen die in het kader van dit instrument met de Unie samenwerken, zorgen ervoor dat de nodige informatie over de nucleaire veiligheidsmaatregelen die in deze landen met behulp van het instrument worden genomen, alsook over de nucleaire veiligheidsnormen van deze landen in het algemeen, beschikbaar wordt gesteld aan de werknemers en het grote publiek, met bijzondere aandacht voor plaatselijke overheden, burgers en belanghebbenden die zich in de nabijheid van een nucleaire installatie bevinden. Deze verplichting houdt onder meer in dat de bevoegde regelgevende instantie en de vergunninghouders informatie moeten verstrekken op de gebieden die onder hun bevoegdheid vallen. De informatie wordt aan het publiek beschikbaar gesteld overeenkomstig de vigerende wetgeving en de internationale instrumenten, mits hiermee geen andere, in de toepasselijke wetgeving en de internationale instrumenten erkende en overheersende belangen, onder meer inzake beveiliging, in het gedrang worden gebracht.


TOELICHTING

INTRODUCTIE

Dankzij de externe financieringsinstrumenten kan de EU haar rol versterken en haar belangen en waarden op het wereldtoneel verdedigen.

De Europese Gemeenschappen zijn de nucleaire veiligheid in derde landen beginnen ondersteunen na de ramp in Tsjernobyl (1986), die internationale gevolgen had en tot een grotere bewustwording heeft geleid. Doel was de kennis, hoogstaande veiligheidscultuur en verfijnde regelgevingsstelsels die voorhanden zijn in de EU-lidstaten waar kerncentrales gevestigd zijn, door te geven. Een tweede reden was het besef dat er na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie in 1991 dringend ondersteuning nodig was om kerninstallaties in de nieuwe onafhankelijke landen veilig te laten werken en te reguleren en om afval uit het verleden te saneren.

Nadat de dringendste kwesties waren aangepakt, spitsten de Europese Gemeenschappen de samenwerking toe op ondersteuning inzake nucleaire regelgeving, veilig beheer van radioactief afval en waarborgen voor nucleaire materialen. De samenwerking breidde zich geografisch uit tot de hele wereld maar de klemtoon kwam te liggen op landen in de buurt van de EU.

In 2011 illustreerde de ramp in Fukushima opnieuw het belang van sterke, onafhankelijke en competente regelgevingsinstanties voor het garanderen van een veilig gebruik van kernenergie.

De afgelopen jaren werd ook de non-proliferatieregeling in vraag gesteld; om de verspreiding van massavernietigingswapens te voorkomen, is er een permanente ondersteuning nodig ter versterking van het internationale kader. Dit is de belangrijkste rol van de veiligheidscontroles van nucleair materiaal, die als doel hebben de onttrekking van nucleair materiaal te verhinderen en op te sporen.

De resultaten van de ondersteuning van derde landen op het vlak van nucleaire veiligheid en waarborgen, waaronder ook de activiteiten in het kader van het huidige instrument voor samenwerking op het gebied van nucleaire veiligheid, worden algemeen erkend en verscheidene collegiale toetsingen door onder meer de IAEA en de WANO (World Association of Nuclear Operators) bevestigen de positieve impact van acties die uit hoofde van dit EU-initiatief zijn voltooid.

VEREENVOUDIGING VAN INSTRUMENTEN VOOR EXTERN OPTREDEN

Het Europees Parlement en de Commissie beschouwen de vereenvoudiging van regelgeving als een prioriteit. Het samenbrengen van verscheidene instrumenten in één breed instrument biedt de mogelijkheid om de beheer- en controlesystemen efficiënter te maken en verkleint tegelijk de administratieve lasten voor de EU-instellingen en -lidstaten. Doordat er niet langer rekening moet worden gehouden met meerdere programmeringsprocedures, kunnen de inspanningen worden toegespitst op politieke doelstellingen en op de samenwerking met externe partners. Acties die cumulatieve financiering uit verschillende programma's van de Unie ontvangen, moeten met het oog op transparantie worden samengevoegd. Zo hoeven ze ook slechts één keer gecontroleerd te worden, waarbij alle betrokken programma's en hun respectieve toepasselijke regels worden bestreken.

Een breed instrument biedt een geografisch en thematisch gezien globalere benadering. Zo kunnen diverse beleidsmaatregelen op een transregionale, multisectoriële en algemene manier worden uitgevoerd, hetgeen dan weer voor een coherente overdracht zorgt van de hoogstaande praktijken op het vlak van nucleaire veiligheid, regelgeving en waarborgen die de over kerncentrales beschikkende EU-lidstaten hanteren.

De rapporteur is ingenomen met de oprichting van het breed opgezette instrument voor nabuurschapsbeleid, ontwikkeling en internationale samenwerking (NDICI), waarin tien bestaande instrumenten voor extern optreden worden samengebracht. Bepaalde onderdelen van de maatregelen voor samenwerking inzake nucleaire veiligheid die momenteel onder het instrument voor samenwerking inzake nucleaire veiligheid vallen, kunnen niet in het gestroomlijnde, brede NDICI worden opgenomen, omdat ze vallen onder de specifieke procedure van artikel 203 van het Euratom-verdrag, die onverenigbaar is met de procedure op basis van de artikelen 209 en 212 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

De rapporteur verheugt zich eveneens over het nieuwe Europese instrument voor nucleaire veiligheid, dat het brede NDICI aanvult en dezelfde voorschriften inzake toezicht, verslaglegging, evaluatie, informatie, communicatie en reclame hanteert, zoals wordt gepreciseerd in de verordening betreffende het NDICI. Wat de harmonisatie van voorschriften betreft, zullen het NDICI en het Europees instrument voor nucleaire veiligheid (EINS) door de opname van bepalingen uit de gemeenschappelijke uitvoeringsverordening een samenhangende reeks beginselen voor alle onderdelen krijgen en daardoor begrijpelijker worden voor partners en uitvoerende functionarissen.

DOELSTELLINGEN VAN HET EINS

De rapporteur is het ermee eens dat het EINS de in de EU-lidstaten geldende geavanceerde voorschriften, normen en praktijken inzake nucleaire veiligheid moet promoten en deze moet overbrengen naar derde landen, in overeenstemming met de bepalingen van het Euratom-verdrag en de drie richtlijnen inzake stralingsbescherming, nucleaire veiligheid en beheer van radioactief afval en verbruikte splijtstof (communautair acquis).

Aangezien de EU-richtlijnen worden omgezet in de rechtskaders van de lidstaten, die onderling sterk verschillen, is met dit doel voor ogen gespecialiseerde knowhow ontwikkeld. Deze knowhow is uiterst relevant en praktisch om specifieke partnerlanden te ondersteunen die hetzelfde willen doen binnen hun eigen nationale juridische en industriële kader.

De oprichting van competente en onafhankelijke kernreguleringsinstanties is van het grootste belang, aangezien hiermee wordt gegarandeerd dat de partnerlanden de hoogst mogelijke veiligheidsnormen overnemen. Lidstaten die over kernenergiecentrales beschikken, spelen in dit opzicht een belangrijke rol.

Het EINS moet de internationale samenwerking op basis van overeenkomsten inzake nucleaire veiligheid en het beheer van radioactief afval en op basis van het Verdrag inzake de niet-verspreiding van kernwapens bevorderen.

Partnerlanden worden ertoe aangezet partij te worden bij deze overeenkomsten, die door de IAEA geassisteerde periodieke collegiale toetsingen van hun relevante nationale systemen mogelijk maken. Evaluaties van de overeenkomsten bieden een externe blik op de stand van zaken en de problemen inzake nucleaire veiligheid in derde landen, die van nut kan zijn bij het programmeren van de Europese steun op hoog niveau. Collegiale toetsingen door de WANO kunnen ook nuttig zijn om te bepalen welke concrete steunmaatregelen prioritair zijn voor de betrokken derde landen.

Tot slot moeten de doelstellingen van het EINS afgestemd worden op de behoeften en prioriteiten van de derdelandpartners die zijn vastgesteld in het kader van overleg, routekaarten, strategieën en speciaal hiertoe opgerichte structuren.

TENUITVOERLEGGING VAN HET EINS

De rapporteur is van mening dat de diensten van de Commissie en alle uitvoerende partijen moeten blijven streven naar een grotere meetbaarheid van efficiëntie en impact. Dit moet in elk etappe gebeuren: bij de planning en programmering, tijdens de uitvoering (aan de hand van resultaatgerichte monitoring en herzieningen), en na afloop (aan de hand van resultaatbeoordelingen). Een betere meetbaarheid kan ook gunstig zijn voor de communicatie over prestaties met niet-deskundige besluitvormers. Nauwe samenwerking met de IAEA, WANO en andere actoren is essentieel om dubbele inspanningen te vermijden.

Door het beheer van het EINS te centraliseren, kan worden gezorgd voor gekwalificeerde ondersteuning op basis van geavanceerde nucleaire deskundigheid, in coördinatie met de relevante instanties van de lidstaten, die namelijk over de nodige knowhow en deskundigheid beschikken. Een gecentraliseerd beheer ondersteunt ook de wederzijdse onderlinge afstemming van het EINS en de programma's en actieplannen van de andere ondersteunende instrumenten voor extern optreden.

Wat de coherentie met andere instrumenten betreft, zal de verordening inzake het NDICI het aantal programma's verminderen en de scheiding tussen geografische en thematische programma's binnen bepaalde instrumenten wegnemen. Op die manier kan het risico op overlappende acties worden vermeden. De capaciteit van de EU-delegaties die bij de tenuitvoerlegging van externe steun betrokken zijn, moet verder worden vergroot: de delegaties moeten beter uitgerust zijn om opgewassen te zijn tegen problemen inzake het beheren en benutten van complementariteit en om synergieën tussen de instrumenten te creëren.

Wat de coherentie met de lidstaten betreft, blijkt dat er nog ruimte is voor meer gezamenlijke programmering. Dit zou in sommige gevallen evenwel meer engagement vereisen

van de regeringen van derdelandpartners en van de lidstaten.

CONCLUSIE

Actuele uitdagingen:

-  verouderende kerncentrales en programma's voor de verlenging van de levensduur van kerncentrales;

-  veilige ontmanteling van gesloten kerncentrales;

-  de wens van nieuwe landen om kernenergie op te nemen in hun energiemix.

Gezien deze uitdagingen moet de Gemeenschap de betrokken derde landen verdere ondersteuning bieden op het vlak van de capaciteitsopbouw van regelgevingsinstanties, de invoering van degelijke vergunningsprocedures, de herziening van veiligheidsevaluaties en uitvoering van aanbevelingen, en de invoering en handhaving van degelijke regelingen voor een veilig beheer van radioactief afval.

De landen in de onmiddellijke nabijheid van de EU die ooit deel uitmaakten van de Sovjet-Unie, moeten bijzondere aandacht krijgen. Dit geldt zowel voor landen die nieuwe kerncentrales bouwen als voor landen die geconfronteerd worden met de veroudering en ontmanteling van bestaande kerncentrales.

De rapporteur is van mening dat de Unie de betrokken derde landen in het kader van het nieuwe EINS zal blijven ondersteunen bij de invoering van de strengste veiligheidsnormen op het vlak van nucleaire activiteiten die in de EU-lidstaten en elders ter wereld bestaan, en bij een efficiënte en beter gecoördineerde invoering van nucleaire waarborgen.


PROCEDURE VAN DE BEVOEGDE COMMISSIE

Titel

Vaststelling van een Europees instrument voor nucleaire veiligheid, ter aanvulling van het instrument voor nabuurschapsbeleid, ontwikkeling en internationale samenwerking op basis van het Euratom-Verdrag

Document- en procedurenummers

COM(2018)0462 – C8-0315/2018 – 2018/0245(NLE)

Datum raadpleging / verzoek om goedkeuring

3.7.2018

 

 

 

Bevoegde commissie

       Datum bekendmaking

ITRE

5.7.2018

 

 

 

Medeadviserende commissies

       Datum bekendmaking

AFET

5.7.2018

BUDG

5.7.2018

ENVI

5.7.2018

 

Geen advies

       Datum besluit

BUDG

28.6.2018

ENVI

21.6.2018

 

 

Rapporteurs

       Datum benoeming

Vladimir Urutchev

5.9.2018

 

 

 

Behandeling in de commissie

5.11.2018

21.11.2018

 

 

Datum goedkeuring

3.12.2018

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

41

1

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Zigmantas Balčytis, José Blanco López, Jonathan Bullock, Jerzy Buzek, Angelo Ciocca, Jakop Dalunde, Theresa Griffin, Hans-Olaf Henkel, Eva Kaili, Seán Kelly, Peter Kouroumbashev, Zdzisław Krasnodębski, Miapetra Kumpula-Natri, Janusz Lewandowski, Edouard Martin, Tilly Metz, Csaba Molnár, Angelika Niebler, Morten Helveg Petersen, Carolina Punset, Julia Reda, Paul Rübig, Massimiliano Salini, Sven Schulze, Neoklis Sylikiotis, Patrizia Toia, Evžen Tošenovský, Vladimir Urutchev, Martina Werner, Lieve Wierinck, Hermann Winkler, Anna Záborská, Flavio Zanonato

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Pilar Ayuso, Michał Boni, Françoise Grossetête, Werner Langen, Marisa Matias, Luděk Niedermayer, Răzvan Popa, Giancarlo Scottà

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Renate Sommer

Datum indiening

10.12.2018


HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

41

+

ALDE

Morten Helveg Petersen, Carolina Punset, Lieve Wierinck

ECR

Hans-Olaf Henkel, Zdzisław Krasnodębski, Evžen Tošenovský

ENF

Angelo Ciocca, Giancarlo Scottà

GUE/NGL

Marisa Matias, Neoklis Sylikiotis

PPE

Pilar Ayuso, Michał Boni, Jerzy Buzek, Françoise Grossetête, Seán Kelly, Werner Langen, Janusz Lewandowski, Angelika Niebler, Luděk Niedermayer, Paul Rübig, Massimiliano Salini, Sven Schulze, Renate Sommer, Vladimir Urutchev, Hermann Winkler, Anna Záborská

S&D

Zigmantas Balčytis, José Blanco López, Theresa Griffin, Eva Kaili, Peter Kouroumbashev, Miapetra Kumpula-Natri, Edouard Martin, Csaba Molnár, Răzvan Popa, Patrizia Toia, Martina Werner, Flavio Zanonato

VERTS/ALE

Jakop Dalunde, Tilly Metz, Julia Reda

1

-

EFDD

Jonathan Bullock

0

0

 

 

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding

Laatst bijgewerkt op: 7 januari 2019Juridische mededeling