Procedure : 2018/0207(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0468/2018

Ingediende teksten :

A8-0468/2018

Debatten :

PV 16/01/2019 - 31
CRE 16/01/2019 - 31

Stemmingen :

PV 17/01/2019 - 10.10
CRE 17/01/2019 - 10.10
Stemverklaringen
PV 17/04/2019 - 8.15

Aangenomen teksten :

P8_TA(2019)0040
P8_TA(2019)0407

VERSLAG     ***I
PDF 2057kWORD 343k
17.12.2018
PE 628.434v03-00 A8-0468/2018

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het programma Rechten en waarden

(COM(2018)0383 – C8-0234/2018 – 2018/0207(COD))

Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken

Rapporteur: Bodil Valero

Rapporteurs voor advies (*):

Sylvie Guillaume, Commissie cultuur en onderwijs

Sirpa Pietikäinen, Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid

(*) Procedure met medeverantwoordelijke commissies – artikel 54 van het Reglement

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 BIJLAGE: LIJST VAN INSTANTIES WAARVAN OF PERSONEN VAN WIE DE RAPPORTEUR INFORMATIE HEEFT ONTVANGEN
 ADVIES VAN DE BEGROTINGSCOMMISSIE
 ADVIES VAN DE COMMISSIE WERKGELEGENHEID EN SOCIALE ZAKEN
 ADVIES van de Commissie cultuur en onderwijs
 ADVIES van de Commissie juridische zaken
 ADVIES VAN DE COMMISSIE CONSTITUTIONELE ZAKEN
 ADVIES VAN DE COMMISSIE RECHTEN VAN DE VROUW EN GENDERGELIJKHEID
 PROCEDURE – BEVOEGDE COMMISSIE
 HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het programma Rechten en waarden

(COM(2018)0383 – C8-0234/2018 – 2018/0207(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2018)0383),

–  gezien artikel 294, lid 2, en de artikelen 16, lid 2, 19, lid 2, 21, lid 2, 24, 167 en 168 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C8-0234/2018),

–  gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van … (1),

–  gezien het advies van het Comité van de Regio's van … (2),

–  gezien artikel 59 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken en de adviezen van de Commissie cultuur en onderwijs, de Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid, de Begrotingscommissie, de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken, de Commissie juridische zaken en de Commissie constitutionele zaken (A8-0468/2018),

1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.  verzoekt de Commissie om hernieuwde voorlegging aan het Parlement indien zij haar voorstel vervangt, ingrijpend wijzigt of voornemens is het ingrijpend te wijzigen;

3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

Amendement    1

Voorstel voor een verordening

Titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Voorstel voor een

Voorstel voor een

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

tot vaststelling van het programma Rechten en waarden

tot vaststelling van het programma Burgers, gelijkheid, rechten en waarden

Amendement    2

Voorstel voor een verordening

Overweging 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(1)  In artikel 2 van het Verdrag betreffende de Europese Unie wordt bepaald: "De waarden waarop de Unie berust, zijn eerbied voor de menselijke waardigheid, vrijheid, democratie, gelijkheid, de rechtsstaat en eerbiediging van de mensenrechten, waaronder de rechten van personen die tot minderheden behoren. Deze waarden hebben de lidstaten gemeen in een samenleving die gekenmerkt wordt door pluralisme, non-discriminatie, verdraagzaamheid, rechtvaardigheid, solidariteit en gelijkheid van vrouwen en mannen". In artikel 3 wordt voorts bepaald: "De Unie heeft als doel de vrede, haar waarden en het welzijn van haar volkeren te bevorderen" en "De Unie eerbiedigt haar rijke verscheidenheid van cultuur en taal en ziet toe op de instandhouding en de ontwikkeling van het Europese culturele erfgoed". Deze waarden worden bevestigd en verder uitgewerkt in de rechten, vrijheden en beginselen die zijn vastgelegd in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.

(1)  In artikel 2 van het Verdrag betreffende de Europese Unie wordt bepaald: "De waarden waarop de Unie berust, zijn eerbied voor de menselijke waardigheid, vrijheid, democratie, gelijkheid, de rechtsstaat en eerbiediging van de mensenrechten, waaronder de rechten van personen die tot minderheden behoren". Overeenkomstig de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens is de menselijke waardigheid de primaire grondslag van alle fundamentele mensenrechten. Bovendien wordt in dit artikel bepaald: "Deze waarden hebben de lidstaten gemeen in een samenleving die gekenmerkt wordt door pluralisme, non-discriminatie, verdraagzaamheid, rechtvaardigheid, solidariteit en gelijkheid van vrouwen en mannen". In artikel 3 wordt voorts bepaald: "De Unie heeft als doel de vrede, haar waarden en het welzijn van haar volkeren te bevorderen" en "De Unie eerbiedigt haar rijke verscheidenheid van cultuur en taal en ziet toe op de instandhouding en de ontwikkeling van het Europese culturele erfgoed". Deze waarden worden bevestigd en verder uitgewerkt in de rechten, vrijheden en beginselen die zijn vastgelegd in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.

Motivering

De menselijke waardigheid komt aan de orde in het allereerste artikel van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. Het is derhalve van bijzonder belang om te benadrukken hoe belangrijk deze waarde is.

Amendement    3

Voorstel voor een verordening

Overweging 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(1 bis)  In zijn resolutie van 30 mei 2018 over het meerjarig financieel kader (MFK) 2021-2027 en eigen middelen, benadrukt het Europees Parlement dat het belangrijk is dat horizontale beginselen ten grondslag liggen aan het MFK 2021-2027 en al het daarmee verband houdende beleid van de Unie. Hieronder valt ook de opname van de duurzameontwikkelingsdoelstellingen van de VN (SDG's) in alle Uniebeleidsmaatregelen en -initiatieven van het volgende MFK. Voorts wordt in de resolutie benadrukt dat de uitbanning van discriminatie essentieel is voor het nakomen van de verbintenissen van de Unie ten aanzien van een inclusief Europa en wordt het ontbreken van verbintenissen op het gebied van gendermainstreaming en gendergelijkheid in het beleid van de Unie dat met de voorstellen voor het MFK gepresenteerd is, betreurd.

Amendement    4

Voorstel voor een verordening

Overweging 1 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(1 ter)  In zijn resolutie van 14 maart 2018 over het volgende MFK: voorbereiding van het standpunt van het Parlement ten aanzien van het MFK voor de periode na 2020, spreekt het Europees Parlement zijn steun uit voor programma's op het gebied van cultuur, onderwijs, media, jeugd, sport, democratie, burgerschap en maatschappelijke organisaties, die duidelijk hun Europese meerwaarde hebben bewezen en populair zijn en blijven onder de begunstigden, en onderstreept het bovendien dat een sterker en ambitieuzer Europa alleen mogelijk is als in de nodige financiële middelen wordt voorzien. Voorts beveelt het Parlement aan een door de Commissie te beheren intern Europees fonds voor democratie vast te stellen om maatschappelijke organisaties en ngo's die actief zijn op het gebied van democratie en mensenrechten beter te steunen. Het bestaande beleid moet voortdurend worden ondersteund, de middelen voor de vlaggenschipprogramma's van de Unie moeten worden verhoogd en de extra verantwoordelijkheden moeten gepaard gaan met extra financiële middelen.

Amendement    5

Voorstel voor een verordening

Overweging 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(2)  Deze rechten en waarden moeten voortdurend worden bevorderd en gehandhaafd en verspreid onder de burgers en volkeren, en dienen kernwaarden te zijn van het Europese project. Met dat doel voor ogen dient binnen de EU-begroting een nieuw Fonds voor justitie, rechten en waarden te worden ingesteld, waarvan het programma Rechten en waarden en het programma Justitie deel uitmaken. Nu de Europese samenlevingen worden geconfronteerd met extremisme, radicalisering en verdeeldheid, is het belangrijker dan ooit om justitie en rechten en de waarden van de EU, mensenrechten, respect voor de menselijke waardigheid, vrijheid, democratie, gelijkheid en de rechtsstaat te bevorderen, te versterken en te verdedigen. Dit zal vergaande, rechtstreekse gevolgen hebben voor het politieke, sociale, culturele en economische leven in de EU. De steunverlening via het programma Justitie ten behoeve van de verdere ontwikkeling van een ruimte van recht in de Unie en grensoverschrijdende samenwerking zal in het kader van het nieuwe fonds worden gehandhaafd. In het programma Rechten en waarden worden het bij Verordening (EU) nr. 1381/2013 van het Europees Parlement en de Raad8 vastgestelde programma Rechten, gelijkheid en burgerschap voor de periode 2014–2020 en het bij Verordening (EU) nr. 390/2014 van de Raad9 vastgestelde programma Europa voor de burger (hierna „voorgaande programma's” genoemd), samengebracht.

(2)  Deze rechten en waarden moeten voortdurend, actief en op consistente wijze door de Unie en de lidstaten worden gecultiveerd, beschermd en bevorderd in alle beleidsmaatregelen, moeten worden gehandhaafd en verspreid onder de burgers en volkeren, en dienen kernwaarden te zijn van het Europese project, aangezien de verslechtering van de bescherming van deze rechten en waarden in de lidstaten verwoestende gevolgen kan hebben voor de Unie in haar geheel. Met dat doel voor ogen dient binnen de EU-begroting een nieuw Fonds voor justitie, rechten en waarden te worden ingesteld, waarvan het programma Rechten en waarden en het programma Justitie deel uitmaken. Nu de Europese samenlevingen worden geconfronteerd met extremisme, radicalisering en verdeeldheid en onafhankelijke maatschappelijke organisaties steeds minder ruimte krijgen, is het belangrijker dan ooit om justitie en rechten en de waarden van de EU – mensenrechten, eerbied voor de menselijke waardigheid, vrijheid, democratie, gelijkheid, non-discriminatie en de rechtsstaat – te bevorderen, te versterken en te verdedigen. Dit zal vergaande, rechtstreekse gevolgen hebben voor het politieke, sociale, culturele en economische leven in de EU. De steunverlening via het programma Justitie ten behoeve van de verdere ontwikkeling van een ruimte van recht in de Unie en grensoverschrijdende samenwerking zal in het kader van het nieuwe fonds worden gehandhaafd. In het programma Burgers, gelijkheid, rechten en waarden (hierna "het programma" genoemd) worden het bij Verordening (EU) nr. 1381/2013 van het Europees Parlement en de Raad8 vastgestelde programma Rechten, gelijkheid en burgerschap voor de periode 2014-2020 en het bij Verordening (EU) nr. 390/2014 van de Raad9 vastgestelde programma Europa voor de burger (hierna "voorgaande programma's" genoemd) samengebracht en worden er aanpassingen doorgevoerd om in te kunnen spelen op nieuwe uitdagingen op het gebied van de Europese waarden.

__________________

__________________

8 Verordening (EU) nr. 1381/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een programma "Rechten, gelijkheid en burgerschap" voor de periode 2014-2020 (PB L 354 van 28.12.2013, blz. 62).

8 Verordening (EU) nr. 1381/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een programma "Rechten, gelijkheid en burgerschap" voor de periode 2014-2020 (PB L 354 van 28.12.2013, blz. 62).

9 Verordening (EU) nr. 390/2014 van de Raad van 14 april 2014 tot vaststelling van het programma „Europa voor de burger” voor de periode 2014-2020 (PB L 115 van 17.4.2014, blz. 3).

9 Verordening (EU) nr. 390/2014 van de Raad van 14 april 2014 tot vaststelling van het programma "Europa voor de burger" voor de periode 2014-2020 (PB L 115 van 17.4.2014, blz. 3).

Amendement    6

Voorstel voor een verordening

Overweging 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(3)  Het Fonds voor justitie, rechten en waarden en de twee onderliggende financieringsprogramma's zullen voornamelijk gericht zijn op personen en entiteiten die ertoe bijdragen dat onze gemeenschappelijke waarden, rechten en rijke diversiteit levendig en dynamisch blijven. Het uiteindelijke doel is om een op rechten gebaseerde, egalitaire, inclusieve en democratische samenleving te bevorderen en in stand te houden. Dat betekent dat een levendig maatschappelijk middenveld en de democratische, civiele en sociale participatie van de mensen moet worden aangemoedigd en dat de rijke diversiteit van de Europese samenleving, gebaseerd op onze gemeenschappelijke geschiedenis en ons collectief geheugen, moet worden bevorderd. Overeenkomstig artikel 11 van het Verdrag betreffende de Europese Unie zijn de instellingen verplicht de burgers en representatieve organisaties langs passende wegen de mogelijkheid te bieden hun mening over alle onderdelen van het optreden van de Unie kenbaar te maken en daarover in het openbaar in discussie te treden.

(3)  Het Fonds voor justitie, rechten en waarden en de twee onderliggende financieringsprogramma's zullen gericht zijn op personen en entiteiten die ertoe bijdragen dat onze gemeenschappelijke waarden, rechten, gelijkheid en rijke diversiteit levendig en dynamisch blijven. Het uiteindelijke doel is om een op rechten gebaseerde, egalitaire, open, inclusieve en democratische samenleving te bevorderen en in stand te houden door activiteiten te financieren die zorgen voor een levendig, goed ontwikkeld, veerkrachtig en mondig maatschappelijk middenveld, met inbegrip van pleitbezorging ter bevordering en bescherming van onze gemeenschappelijke waarden, en die de democratische, civiele en sociale participatie van de mensen aanmoedigen en de vrede en de rijke diversiteit van de Europese samenleving, gebaseerd op onze gemeenschappelijke waarden en geschiedenis, alsmede op ons gemeenschappelijk erfgoed en ons collectief geheugen, bevorderen. In artikel 11 van het Verdrag betreffende de Europese Unie is bepaald dat de instellingen een open, transparante en regelmatige dialoog met het maatschappelijk middenveld moeten voeren en de burgers en representatieve organisaties langs passende wegen de mogelijkheid moeten bieden hun mening over alle onderdelen van het optreden van de Unie kenbaar te maken en daarover in het openbaar in discussie te treden.

Amendement    7

Voorstel voor een verordening

Overweging 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(3 bis)  De Commissie moet een groep voor dialoog met het maatschappelijk middenveld in het leven roepen om een regelmatige, open en transparante dialoog met de begunstigden van het programma en andere belanghebbenden te kunnen voeren. De groep moet bijdragen aan de uitwisseling van ervaringen en goede praktijken, alsook aan de bespreking van beleidsontwikkelingen met betrekking tot de in het programma bestreken gebieden en doelstellingen en daaraan verwante gebieden. De groep moet bestaan uit organisaties die geselecteerd zijn om in het kader van het programma een exploitatiesubsidie of een subsidie voor maatregelen te ontvangen, en uit andere organisaties of belanghebbenden die belangstelling hebben getoond voor het programma of werkzaamheden op dit beleidsterrein, maar niet noodzakelijkerwijs door het programma worden ondersteund.

Amendement    8

Voorstel voor een verordening

Overweging 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(4)  Het programma Rechten en waarden, hierna „het programma” genoemd, moet het mogelijk maken synergieën te ontwikkelen teneinde de uitdagingen aan te pakken die gemeenschappelijk zijn voor de bevordering en bescherming van waarden en een kritische dimensie te bereiken om tot concrete resultaten te bereiken in het veld. Hiertoe moet worden voortgebouwd op de positieve ervaringen die met de voorgaande programma's zijn opgedaan. Op deze wijze kunnen potentiële synergieën optimaal worden benut teneinde de bestreken beleidsterreinen doeltreffender te kunnen ondersteunen en hun vermogen om mensen te bereiken, te vergroten. Om effectief te zijn, dient het programma rekening te gehouden met de specifieke aard van de verschillende beleidsmaatregelen en hun uiteenlopende doelgroepen en specifieke behoeften door middel van een speciaal toegesneden benadering.

(4)  Het programma moet het mogelijk maken synergieën te ontwikkelen teneinde de uitdagingen aan te pakken die gemeenschappelijk zijn voor de bevordering en bescherming van de in de Verdragen verankerde waarden en een kritische dimensie te bereiken om tot concrete resultaten te bereiken in het veld. Hiertoe moet worden voortgebouwd op de positieve ervaringen die met de voorgaande programma's zijn opgedaan en moeten deze ervaringen verder worden ontwikkeld. Op deze wijze kunnen potentiële synergieën optimaal worden benut teneinde de bestreken beleidsterreinen doeltreffender te kunnen ondersteunen en hun vermogen om mensen te bereiken, te vergroten. Om effectief te zijn, dient het programma rekening te houden met de specifieke aard van de verschillende beleidsmaatregelen, hun uiteenlopende doelgroepen en specifieke behoeften en mogelijkheden tot participatie door middel van een speciaal toegesneden, gerichte benadering, waaronder de bevordering van alle vormen van gelijkheid en gendergelijkheid binnen het programma.

Amendement    9

Voorstel voor een verordening

Overweging 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(4 bis)  Volledige eerbiediging en bevordering van de rechtsstaat en de democratie is van fundamenteel belang voor het opbouwen van het vertrouwen van de burgers in de Unie. De eerbiediging van de rechtsstaat in de Unie is een essentiële voorwaarde voor de bescherming van de grondrechten en de handhaving van alle in de Verdragen verankerde rechten en plichten. De manier waarop rechtsstatelijkheid in de lidstaten vorm krijgt, is bepalend voor het wederzijds vertrouwen tussen lidstaten en hun rechtsstelsels. Daarom moeten de grondrechten, de democratie en de rechtsstaat in het programma op lokaal, regionaal, nationaal en transnationaal niveau worden bevorderd en beschermd.

Amendement    10

Voorstel voor een verordening

Overweging 4 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(4 ter)  De rechtsstaat, zoals vervat in artikel 2 van het Verdrag betreffende de Europese Unie als een van de waarden van de Unie, behelst de beginselen van legaliteit (dat een transparant, controleerbaar, democratisch en pluralistisch proces voor de vaststelling van wetgeving omvat), rechtszekerheid, verbod van willekeur van de uitvoerende macht, doeltreffende rechterlijke bescherming door onafhankelijke rechters (ook van de grondrechten), en scheiding der machten en gelijkheid voor de wet.

Motivering

De rapporteur stelt voor de synergieën tussen het programma en het voorstel van de Europese Commissie voor een verordening inzake de bescherming van de begroting van de Unie in geval van fundamentele tekortkomingen op het gebied van de rechtsstaat in de lidstaten beter te onderzoeken en onder de aandacht te brengen.

Amendement    11

Voorstel voor een verordening

Overweging 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(5)  Om de Europese Unie dichter bij haar burgers te brengen, zijn allerlei acties en gecoördineerde inspanningen vereist. Door burgers nader tot elkaar te brengen in het kader van stedenbanden of netwerken van gemeenten en steun te verlenen aan maatschappelijke organisaties die actief zijn op de door het programma bestreken gebieden, wordt bijgedragen tot het vergroten van de betrokkenheid van de burgers bij de samenleving en uiteindelijk hun betrokkenheid bij het democratisch bestel van de Unie. Tegelijkertijd wordt door bij te dragen aan activiteiten ter bevordering van wederzijds begrip, diversiteit, dialoog en respect voor anderen het ontstaan van een gevoel van Europese saamhorigheid en een Europese identiteit bevorderd op basis van een gedeeld begrip van de Europese waarden, cultuur, geschiedenis en erfgoed. De bevordering van een sterker gevoel van betrokkenheid bij de Unie en de waarden van de Unie is van bijzonder belang ten aanzien van de burgers van de ultraperifere regio's van de EU, gezien hun afgelegen ligging en de grote afstand tot het Europese continent.

(5)  Om de Europese Unie dichter bij haar burgers te brengen, democratische participatie te bevorderen en burgers in staat te stellen hun rechten in verband met het Europees burgerschap uit te oefenen, zijn allerlei acties en gecoördineerde inspanningen vereist, met inachtneming van een evenwichtige geografische spreiding. Door burgers nader tot elkaar te brengen in het kader van stedenbanden of netwerken van gemeenten en steun te verlenen aan maatschappelijke organisaties die op lokaal, regionaal, nationaal en transnationaal niveau actief zijn op de door het programma bestreken gebieden, wordt bijgedragen tot het vergroten van de betrokkenheid van de burgers bij de samenleving en uiteindelijk hun actieve betrokkenheid bij het democratisch bestel van de Unie, alsmede bij het vormgeven van de politieke agenda van de Unie. Tegelijkertijd wordt door bij te dragen aan activiteiten ter bevordering van wederzijds begrip, interculturele dialoog, culturele en taaldiversiteit, verzoening, sociale inclusie en respect voor anderen het ontstaan bevorderd van een gevoel tot de Unie te behoren en van een gemeenschappelijk burgerschap in het kader van een Europese identiteit, op basis van een gedeeld begrip van de Europese waarden, cultuur, geschiedenis en erfgoed. De bevordering van een sterker gevoel van betrokkenheid bij de Unie en de waarden van de Unie is van bijzonder belang ten aanzien van de burgers van de ultraperifere regio's van de EU, gezien hun afgelegen ligging en de grote afstand tot het Europese continent.

Amendement    12

Voorstel voor een verordening

Overweging 5 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(5 bis)  Door de toenemende pluriformiteit en de mondiale migratietrends neemt het belang van de interculturele en interreligieuze dialoog in onze samenlevingen toe. Met het programma moet de interculturele en interreligieuze dialoog volledig worden ondersteund, als onderdeel van sociale harmonie in Europa en als kernelement voor het bevorderen van sociale inclusie en cohesie. Terwijl de interreligieuze dialoog kan helpen de aandacht te vestigen op de positieve bijdrage van religie aan de sociale cohesie, dreigt religieus analfabetisme het terrein te effenen voor het misbruik van religieuze gevoelens onder de bevolking. Daarom moet met het programma steun worden verleend aan projecten en initiatieven ter ontwikkeling van religieuze geletterdheid, om de interreligieuze dialoog en wederzijds begrip te bevorderen.

Amendement    13

Voorstel voor een verordening

Overweging 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(6)  Herdenkingsactiviteiten en kritische reflectie op Europa's verleden zijn noodzakelijk om de burgers bewust te maken van de gemeenschappelijke geschiedenis, als basis voor een gemeenschappelijke toekomst, morele zingeving en gedeelde waarden. Er dient ook rekening te worden gehouden met de relevantie van historische, culturele en interculturele aspecten en met de verbanden tussen herdenking en het ontstaan van een Europese identiteit en een Europees saamhorigheidsgevoel.

(6)  Herdenkingsactiviteiten en kritische en creatieve reflectie op Europa's verleden zijn noodzakelijk om de burgers, en met name jongeren, bewust te maken van hun gemeenschappelijke geschiedenis, als basis voor een gemeenschappelijke toekomst. Er dient ook rekening te worden gehouden met de relevantie van historische, sociale, culturele en interculturele aspecten, verdraagzaamheid en dialoog met het oog op bevordering van een gemeenschappelijk fundament op basis van gedeelde waarden, solidariteit, diversiteit en vrede, en met de verbanden tussen herdenking en het ontstaan van een Europese identiteit en een Europees saamhorigheidsgevoel.

Amendement    14

Voorstel voor een verordening

Overweging 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(7)  Burgers zouden zich ook beter bewust moeten zijn van de rechten die zij aan het burgerschap van de Unie ontlenen, moeten met een gerust hart kunnen wonen, reizen, studeren, werken en vrijwilligerswerk doen in een andere lidstaat en moeten erop kunnen vertrouwen dat zij al hun burgerschapsrechten kunnen genieten en uitoefenen en er gelijke toegang toe hebben en dat zij zonder discriminatie volledig aanspraak op hun rechten en de bescherming daarvan kunnen maken, ongeacht waar zij zich in de Unie bevinden. Maatschappelijke organisaties moeten steun krijgen voor activiteiten inzake bevordering, bescherming en bewustmaking op het gebied van de gemeenschappelijke waarden van de EU op grond van artikel 2 VEU en voor het leveren van bijdragen aan de effectieve uitoefening van rechten krachtens het recht van de Unie.

(7)  Burgers van de Unie zijn zich onvoldoende bewust van de rechten die zij aan het burgerschap van de Unie ontlenen, bijvoorbeeld van het actief en passief kiesrecht bij Europese en gemeenteraadsverkiezingen, en het recht op consulaire bescherming van de ambassades van andere lidstaten. Burgers zouden zich beter bewust moeten zijn van deze rechten en met een gerust hart moeten kunnen wonen, reizen, studeren, werken en vrijwilligerswerk doen in een andere lidstaat en erop moeten kunnen vertrouwen dat zij al hun burgerschapsrechten kunnen genieten en uitoefenen en er gelijke toegang toe hebben en dat zij zonder discriminatie volledig aanspraak op hun rechten en de bescherming daarvan kunnen maken, ongeacht waar zij zich in de Unie bevinden. Maatschappelijke organisaties moeten op alle niveaus worden versterkt, zodat zij de gemeenschappelijke waarden van de EU op grond van artikel 2 VEU kunnen bevorderen, beschermen en het bewustzijn met betrekking tot deze waarden kunnen vergroten, alsook een bijdrage kunnen leveren aan de doeltreffende uitoefening van rechten krachtens het recht van de Unie.

Amendement    15

Voorstel voor een verordening

Overweging 7 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(7 bis)  In de resolutie van het Europees Parlement van 2 april 2009 over Europees geweten en totalitarisme en in de conclusies van de Raad van 9-10 juni 2011 over de herinnering aan de misdaden van totalitaire regimes in Europa wordt benadrukt dat het belangrijk is de herinnering aan het verleden levend te houden als middel om een gemeenschappelijke toekomst te bouwen, en wordt gewezen op de waardevolle rol van de Unie bij het faciliteren, delen en bevorderen van de collectieve herinnering aan die misdaden, in een poging om een nieuw leven in te blazen aan de idee van een pluralistische en democratische gemeenschappelijke Europese identiteit.

Amendement    16

Voorstel voor een verordening

Overweging 8

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(8)  Gelijkheid van vrouwen en mannen is een fundamentele waarde en een doelstelling van de Europese Unie. Discriminatie en ongelijke behandeling van vrouwen schendt hun grondrechten en belemmert hun volwaardige politieke, sociale en economische deelname aan de samenleving. Bovendien vormt het bestaan van structurele en culturele barrières een belemmering voor de verwezenlijking van reële gendergelijkheid. Bevordering van gendergelijkheid bij alle activiteiten van de Unie is derhalve een kernactiviteit van de Unie en een motor voor economische groei, en moet derhalve door het programma worden ondersteund.

(8)  Gendergelijkheid is een fundamentele waarde en een doelstelling van de Europese Unie. Artikel 8 van deze verordening stelt de Unie tot taak ongelijkheden uit te bannen en de gelijkheid van mannen en vrouwen te bevorderen in al haar activiteiten. Toch wordt in Europa, zoals blijkt uit de door het Europees Instituut voor gendergelijkheid gepubliceerde gendergelijkheidsindex van 2017, maar traag vooruitgang geboekt op het gebied van gendergelijkheid. Vaak verzwegen en verborgen intersectionele discriminatie en ongelijke behandeling van vrouwen en meisjes, alsook verschillende vormen van geweld tegen vrouwen, schenden hun grondrechten en belemmeren hun volwaardige politieke, sociale en economische deelname aan de samenleving. Bovendien vormt het bestaan van politieke, structurele en culturele barrières een belemmering voor de verwezenlijking van reële gendergelijkheid. Bevordering van gendergelijkheid bij alle activiteiten van de Unie, onder meer door gendermainstreaming en doelstellingen op het gebied van non-discriminatie te ondersteunen, en door actief stereotypering te bestrijden en verzwegen discriminatie aan te pakken, is derhalve een kernactiviteit van de Unie en een motor voor economische groei, en moet daarom door het programma worden ondersteund.

Amendement    17

Voorstel voor een verordening

Overweging 9

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(9)  Gendergerelateerd geweld en geweld tegen kinderen en jongeren houdt een ernstige schending van de grondrechten in. Geweld blijft in de hele Unie voorkomen in alle sociale en economische contexten, met ernstige gevolgen voor de lichamelijke en geestelijke gezondheid van de slachtoffers en voor de samenleving in haar geheel. Kinderen, jongeren en vrouwen zijn bijzonder kwetsbaar voor geweld, met name geweld in nauwe persoonlijke relaties. Er moeten maatregelen worden genomen om de rechten van het kind te bevorderen en om kinderen te beschermen tegen schade en geweld, die een gevaar vormen voor hun lichamelijke en geestelijke gezondheid en een inbreuk vormen op hun recht op ontwikkeling, bescherming en waardigheid. Bestrijding van alle vormen van geweld, bevordering van preventie en bescherming en ondersteuning van slachtoffers zijn prioriteiten van de Unie die bijdragen aan de verwezenlijking van de grondrechten van natuurlijke personen en bijdragen tot de gelijkheid van vrouwen en mannen.

(9)  Gendergerelateerd geweld en geweld tegen kinderen, jongeren, ouderen, personen met een handicap, vluchtelingen en migranten, en personen die tot een minderheid behoren, zoals een etnische minderheid of de LGBTQI-gemeenschap, houdt een ernstige schending van de grondrechten in. Geweld blijft in de hele Unie voorkomen in alle sociale en economische contexten, met ernstige gevolgen voor de lichamelijke en geestelijke gezondheid van de slachtoffers en voor de samenleving in haar geheel. De bestrijding van gendergerelateerd geweld vereist een multidimensionale aanpak, met juridische, onderwijs-, gezondheidszorg- (inclusief seksuele en reproductieve rechten), economische en andere maatschappelijke aspecten, zoals de ondersteuning van vrouwenrechtenorganisaties, het verstrekken van advies en bijstand en projecten die gericht zijn op de verwezenlijking van een meer gendergelijke samenleving. Schadelijke stereotypen en normen moeten van jongs af aan actief bestreden worden, evenals alle vormen van haatzaaiende uitlatingen en onlinegeweld. Er moeten maatregelen worden genomen om de rechten van het kind te bevorderen en om kinderen te beschermen tegen schade en geweld, die een gevaar vormen voor hun lichamelijke en geestelijke gezondheid en een inbreuk vormen op hun recht op ontwikkeling, bescherming en waardigheid. In het Verdrag van de Raad van Europa inzake het voorkomen en bestrijden van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld (het Verdrag van Istanbul) wordt geweld tegen vrouwen gedefinieerd als "alle vormen van gendergerelateerd geweld die leiden of waarschijnlijk zullen leiden tot fysiek, seksueel of psychologisch letsel of leed of economische schade voor vrouwen, met inbegrip van bedreiging met dit soort geweld, dwang of willekeurige vrijheidsberoving, ongeacht of dit in het openbaar of in de privésfeer geschiedt". Bestrijding van alle vormen van geweld, bevordering van preventie en bescherming en ondersteuning van slachtoffers zijn prioriteiten van de Unie die bijdragen aan de verwezenlijking van de grondrechten van natuurlijke personen en bijdragen tot de gelijkheid van vrouwen en mannen. De preventie en de ondersteuning van de rechten van slachtoffers moeten in samenwerking met de doelgroep worden vormgegeven en er moet worden tegemoetgekomen aan de specifieke behoeften van personen die in meerdere opzichten kwetsbaar zijn.

Amendement    18

Voorstel voor een verordening

Overweging 9 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(9 bis)  Vrouwen die niet over identiteitspapieren beschikken, zijn bijzonder kwetsbaar voor geweld en seksueel misbruik en hebben geen toegang tot steun. Het is van cruciaal belang dat een slachtoffergerichte benadering wordt ingevoerd en dat alle vrouwen in de Unie de juiste steun wordt geboden, ongeacht hun verblijfsstatus. In het kader van intersectioneel werk is het van bijzonder belang dat binnen asielprocedures oog is voor genderaspecten, wat tevens kan bijdragen tot een grotere gendergelijkheid.

Amendement    19

Voorstel voor een verordening

Overweging 10

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(10)  Om alle vormen van geweld te voorkomen en bestrijden en de slachtoffers te beschermen, zijn een daadkrachtige politieke inzet en gecoördineerde maatregelen vereist op basis van de methoden en resultaten van de eerdere Daphne-programma's, het programma Rechten, gelijkheid en burgerschap en het programma Justitie. Sinds de lancering van het Daphne-programma in 1997 biedt het financiering ter ondersteuning van de slachtoffers van geweld en ter bestrijding van geweld tegen vrouwen, kinderen en jongeren. Deze financiering heeft veel succes gehad, zowel wat betreft de receptie door de belanghebbenden (overheden, academische instellingen en niet-gouvernementele organisaties) als wat betreft de effectiviteit van de gefinancierde projecten. De gefinancierde projecten hadden betrekking op voorlichting, ondersteuning van slachtoffers en ondersteuning van de activiteiten van niet-gouvernementele organisaties (ngo's) die werkzaam zijn op het terrein. Het programma Daphne was gericht op alle vormen van geweld, zoals huiselijk geweld, seksueel geweld en mensenhandel, alsook nieuwe vormen van geweld, zoals cyberpesten. Het is daarom van belang dat al deze acties worden voortgezet en dat met de resultaten en de daaruit getrokken lessen terdege rekening wordt gehouden bij de uitvoering van het programma.

(10)  Om alle vormen van geweld te voorkomen en bestrijden en de slachtoffers te beschermen, zijn een daadkrachtige politieke inzet en gecoördineerde maatregelen vereist op basis van de methoden en resultaten van de eerdere Daphne-programma's, het programma Rechten, gelijkheid en burgerschap en het programma Justitie. Sinds de lancering van het Daphne-programma in 1997 biedt het financiering ter ondersteuning van de slachtoffers van geweld en ter bestrijding van geweld tegen vrouwen, kinderen en jongeren. Deze financiering heeft veel succes gehad, zowel wat betreft de receptie door de belanghebbenden (overheden, academische instellingen en niet-gouvernementele organisaties) als wat betreft de effectiviteit van de gefinancierde projecten. De gefinancierde projecten hadden betrekking op voorlichting, ondersteuning van slachtoffers en ondersteuning van de activiteiten van niet-gouvernementele organisaties (ngo's) die werkzaam zijn op het terrein. Het programma Daphne was gericht op alle vormen van geweld, zoals huiselijk geweld, seksueel geweld, mensenhandel, belaging en schadelijke traditionele praktijken zoals VGV, alsook nieuwe vormen van geweld, zoals cyberpesten en cyberintimidatie. Het is daarom van belang dat al deze acties worden voortgezet, dat in de begroting wordt voorzien in een afzonderlijke toewijzing voor Daphne en dat met de resultaten en de daaruit getrokken lessen terdege rekening wordt gehouden bij de uitvoering van het programma.

Amendement    20

Voorstel voor een verordening

Overweging 11

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(11)  Non-discriminatie is een grondbeginsel van de Unie. Artikel 19 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie bepaalt dat discriminatie op grond van geslacht, ras of etnische afstamming, godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele oriëntatie moet worden bestreden. Non-discriminatie is ook verankerd in artikel 21 van het Handvest. Er moet rekening worden gehouden met de specifieke kenmerken van de verschillende vormen van discriminatie en ter voorkoming en bestrijding van discriminatie op een of meer gronden moeten parallel passende maatregelen worden uitgewerkt. Via het programma moet steun worden verleend aan acties ter voorkoming en bestrijding van discriminatie, racisme, vreemdelingenhaat, antisemitisme, moslimhaat en andere vormen van onverdraagzaamheid. In dit verband moet ook bijzondere aandacht worden besteed aan het voorkomen en bestrijden van alle vormen van geweld, haat, segregatie en stigmatisering, en aan het bestrijden van pesten, intimidatie en onverdraagzame behandeling. Het programma moet samen met andere activiteiten van de Unie die dezelfde doelstellingen op een wederzijds versterkende manier worden uitgevoerd; dit geldt met name voor de activiteiten bedoeld in de mededeling van de Commissie van 5 april 2011 „Een EU-kader voor de nationale strategieën voor integratie van de Roma tot 2020”10 en de aanbeveling van de Raad van 9 december 2013 over doeltreffende maatregelen voor integratie van de Roma in de lidstaten11.

(11)  Non-discriminatie is een grondbeginsel van de Unie. Artikel 19 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie bepaalt dat discriminatie op grond van geslacht, ras of etnische afstamming, godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele oriëntatie moet worden bestreden. Non-discriminatie is ook verankerd in artikel 21 van het Handvest. Er moet rekening worden gehouden met de specifieke kenmerken van de verschillende vormen van discriminatie, met inbegrip van directe, indirecte en structurele discriminatie, en ter voorkoming en bestrijding van discriminatie op een of meer gronden moeten parallel passende maatregelen worden uitgewerkt. Via het programma moet steun worden verleend aan acties ter voorkoming en bestrijding van discriminatie, racisme, vreemdelingenhaat, afrofobie, antisemitisme, zigeunerhaat, moslimhaat, homofobie en andere vormen van onverdraagzaamheid (zowel online als offline) tegen personen die tot een minderheid behoren, waarbij rekening moet worden gehouden met de meerlagige discriminatie waarmee vrouwen te maken krijgen. In dit verband moet ook bijzondere aandacht worden besteed aan het voorkomen en bestrijden van alle vormen van geweld, haat, segregatie en stigmatisering, en aan het bestrijden van pesten, intimidatie en onverdraagzame behandeling. Het programma moet samen met andere activiteiten van de Unie die dezelfde doelstellingen op een wederzijds versterkende manier worden uitgevoerd; dit geldt met name voor de activiteiten bedoeld in de mededeling van de Commissie van 5 april 2011 "Een EU-kader voor de nationale strategieën voor integratie van de Roma tot 2020"10 en de aanbeveling van de Raad van 9 december 2013 over doeltreffende maatregelen voor integratie van de Roma in de lidstaten11.

__________________

__________________

10 COM(2011) 173.

10 COM(2011) 173.

11 PB C 378 van 24.12.2013, blz. 1.

11 PB C 378 van 24.12.2013, blz. 1.

Amendement    21

Voorstel voor een verordening

Overweging 12

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(12)  Sociale en fysieke drempels en gebrekkige toegankelijkheid vormen een belemmering voor de volledige feitelijke participatie in de samenleving van mensen met een handicap op voet van gelijkheid met anderen. Mensen met een handicap ondervinden hindernissen bij onder andere de toegang tot de arbeidsmarkt, het volgen van inclusief kwaliteitsonderwijs, het voorkomen van armoede en sociale uitsluiting, de toegang tot culturele initiatieven en de media en de uitoefening van politieke rechten. De Unie en alle lidstaten hebben zich er als partij bij het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de rechten van personen met een handicap toe verbonden het volledige genot van alle mensenrechten en fundamentele vrijheden op voet van gelijkheid door alle personen met een handicap te bevorderen, te beschermen en te waarborgen. De bepalingen van dit verdrag zijn een integrerend onderdeel geworden van de rechtsorde van de Unie.

(12)  Sociale en fysieke drempels en gebrekkige toegankelijkheid vormen een belemmering voor de volledige feitelijke participatie in de samenleving van personen met een handicap op voet van gelijkheid met anderen. Personen met een handicap, waaronder personen met een langdurige fysieke, mentale, intellectuele of zintuiglijke beperking, ondervinden hindernissen bij onder andere de toegang tot de arbeidsmarkt, het volgen van inclusief kwaliteitsonderwijs, het voorkomen van armoede en sociale uitsluiting, de toegang tot culturele initiatieven en de media en de uitoefening van politieke rechten. De Unie en alle lidstaten hebben zich er als partij bij het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de rechten van personen met een handicap toe verbonden het volledige genot van alle mensenrechten en fundamentele vrijheden op voet van gelijkheid door alle personen met een handicap te bevorderen, te beschermen en te waarborgen. De bepalingen van dit verdrag, dat verplicht ten uitvoer moet worden gelegd, zijn een integrerend onderdeel geworden van de rechtsorde van de Unie. In dit verband moet het programma bijzondere aandacht besteden aan en financiële steun verlenen voor bewustmakingsactiviteiten met betrekking tot de problemen die personen met een handicap ondervinden en die hen beletten ten volle deel te nemen aan de samenleving en hun rechten uit te oefenen.

Amendement    22

Voorstel voor een verordening

Overweging 13

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(13)  Het recht op eerbiediging van het privéleven, het familie- en gezinsleven, de woning en de communicatie (het recht op privacy) is een grondrecht dat is vastgelegd in artikel 7 van het Handvest van de grondrechten. De bescherming van persoonsgegevens is een grondrecht dat is vastgelegd in artikel 8 van het Handvest van de grondrechten en artikel 16 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. Op de naleving van de regels voor de bescherming van persoonsgegevens wordt controle uitgeoefend door onafhankelijke toezichthoudende autoriteiten. Het rechtskader van de Unie, en met name Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad12 en Richtlijn (EU) 2016/680 van het Europees Parlement en de Raad13, bevatten bepalingen die waarborgen dat het recht op de bescherming van persoonsgegevens doeltreffend wordt beschermd. Bij deze wetgevingsinstrumenten zijn de nationale toezichthoudende autoriteiten voor gegevensbescherming belast met de taak de publieke bekendheid met en het inzicht in de risico's, voorschriften, waarborgen en rechten in verband met de verwerking van persoonsgegevens te bevorderen. Gezien het belang van het recht op de bescherming van persoonsgegevens in tijden van snelle technologische ontwikkelingen moet de Unie in staat worden gesteld voorlichtingsactiviteiten uit te voeren en studies en andere relevante activiteiten te verrichten.

(13)  Het recht op eerbiediging van het privéleven, het familie- en gezinsleven, de woning en de communicatie (het recht op privacy) is een grondrecht dat is vastgelegd in artikel 7 van het Handvest van de grondrechten. De bescherming van persoonsgegevens is een grondrecht dat is vastgelegd in artikel 8 van het Handvest van de grondrechten en artikel 16 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. Op de naleving van de regels voor de bescherming van persoonsgegevens wordt controle uitgeoefend door onafhankelijke toezichthoudende autoriteiten. Het rechtskader van de Unie, en met name Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad12 en Richtlijn (EU) 2016/680 van het Europees Parlement en de Raad13, bevatten bepalingen die waarborgen dat het recht op de bescherming van persoonsgegevens doeltreffend wordt beschermd. Bij deze wetgevingsinstrumenten zijn de nationale toezichthoudende autoriteiten voor gegevensbescherming belast met de taak de publieke bekendheid met en het inzicht in de risico's, voorschriften, waarborgen en rechten in verband met de verwerking van persoonsgegevens te bevorderen. Gezien het belang van het recht op de bescherming van persoonsgegevens in tijden van snelle technologische ontwikkelingen moet de Unie in staat worden gesteld voorlichtingsactiviteiten uit te voeren, maatschappelijke organisaties te steunen bij de bevordering van gegevensbescherming overeenkomstig de normen van de Unie, en studies en andere relevante activiteiten te verrichten.

__________________

__________________

12 PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1.

12 PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1.

13 PB L 119 van 4.5.2016, blz. 89.

13 PB L 119 van 4.5.2016, blz. 89.

Amendement    23

Voorstel voor een verordening

Overweging 13 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(13 bis)  De vrijheid van meningsuiting en informatie is verankerd in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. Vrije toegang tot informatie, de omstandigheden waarin de media moeten opereren en een verantwoord en veilig gebruik van informatie- en communicatienetwerken zijn bepalend voor de vrije ontwikkeling van de publieke opinie en zijn essentieel voor het waarborgen van een functionele democratie. Het is noodzakelijk dat burgers vaardigheden verwerven met betrekking tot mediageletterdheid om hun kritisch denkvermogen te vergroten, zodat zij complexe realiteiten kunnen onderscheiden en analyseren, onderscheid kunnen maken tussen meningen en feiten en elke vorm van aanzet tot rassenhaat kunnen weerstaan. Daarom moet de Unie de ontwikkeling van mediageletterdheid van alle burgers, ongeacht hun leeftijd, stimuleren door middel van scholing, voorlichting, studies en andere relevante activiteiten.

Amendement    24

Voorstel voor een verordening

Overweging 14

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(14)  Op grond van artikel 24 VWEU stellen het Europees Parlement en de Raad bepalingen vast voor de procedures en voorwaarden voor de indiening van een burgerinitiatief in de zin van artikel 11 van het Verdrag betreffende de Europese Unie. Zij hebben dat gedaan bij Verordening [(EU) nr. 211/2011 van het Europees Parlement en de Raad14]. Het programma moet voorzien in financiering van de technische en organisatorische ondersteuning voor de uitvoering van Verordening [(EU) nr. 211/2011] en zo de grondslag vormen voor de uitoefening door de burgers van hun recht om Europese burgerinitiatieven te organiseren en er steun aan te betuigen.

(14)  Het Europees burgerinitiatief is het eerste supranationale instrument voor participatieve democratie dat een rechtstreekse band creëert tussen Europese burgers en de instellingen van de Unie. Op grond van artikel 24 VWEU stellen het Europees Parlement en de Raad bepalingen vast voor de procedures en voorwaarden voor de indiening van een burgerinitiatief in de zin van artikel 11 van het Verdrag betreffende de Europese Unie. Zij hebben dat gedaan bij Verordening [(EU) nr. 211/2011 van het Europees Parlement en de Raad14]. Het programma moet voorzien in financiering van de technische en organisatorische ondersteuning voor de uitvoering van Verordening [(EU) nr. 211/2011] en zo de grondslag vormen voor de uitoefening door de burgers van hun recht om Europese burgerinitiatieven te organiseren, er steun aan te betuigen en anderen aan te sporen om dergelijke initiatieven te steunen.

_________________

_________________

14 Verordening (EU) nr. 211/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 over het burgerinitiatief (PB L 65 van 11.3.2011, blz. 1).

14 Verordening (EU) nr. 211/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 over het burgerinitiatief (PB L 65 van 11.3.2011, blz. 1).

Amendement    25

Voorstel voor een verordening

Overweging 15

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(15)  Conform de artikelen 8 en 10 van het VWEU moeten doelstellingen inzake gendermainstreaming en de bestrijding van discriminatie worden geïntegreerd in alle activiteiten van het programma.

(15)  Conform de artikelen 8 en 10 van het VWEU moeten doelstellingen inzake gendermainstreaming en de bestrijding van discriminatie worden geïntegreerd in alle activiteiten van het programma en moet het programma waar nodig ook genderbudgettering en gendereffectbeoordeling in alle stadia van het begrotingsproces van de Unie bevorderen. Goede toepassing van gendermainstreaming vereist genderbudgettering in alle relevante begrotingsonderdelen en de toewijzing van adequate middelen en transparantie in de begrotingsonderdelen die bestemd zijn voor de bevordering van gendergelijkheid en de bestrijding van discriminatie op grond van geslacht. De individuele projecten en het programma zelf moeten aan het einde van de financieringsperiode worden beoordeeld op de mate waarin zij hebben bijgedragen aan de verwezenlijking van deze beginselen.

Amendement    26

Voorstel voor een verordening

Overweging 17

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(17)  Krachtens handelingen van de Unie inzake gelijke behandeling richten de lidstaten onafhankelijke organen op om gelijke behandeling te bevorderen, doorgaans instanties voor gelijke behandeling genoemd, die tot taak hebben discriminatie op grond van ras, etnische afstamming en geslacht te bestrijden. Veel lidstaten gaan echter verder dan deze vereisten en bepalen dat instanties voor gelijke behandeling ook bevoegd zijn om op te treden tegen discriminatie op andere gronden, zoals leeftijd, seksuele oriëntatie, godsdienst en overtuiging en handicaps. Instanties voor gelijke behandeling spelen een belangrijke rol voor het bevorderen van gelijkheid en effectieve toepassing van de wetgeving inzake gelijke behandeling, door met name onafhankelijke bijstand te verlenen aan slachtoffers van discriminatie, onafhankelijke onderzoeken over discriminatie uit te voeren, onafhankelijke verslagen te publiceren en aanbevelingen te doen over elk onderwerp in verband met discriminatie in het betrokken land. Het is van essentieel belang dat de werkzaamheden van instanties voor gelijke behandeling wat dit betreft op EU-niveau worden gecoördineerd. In 2007 is Equinet opgericht. De leden ervan zijn de nationale instanties voor gelijke behandeling, zoals vastgelegd in de Richtlijnen 2000/43/EG15 en 2004/113/EG16 van de Raad en de Richtlijnen 2006/54/EG17 en 2010/41/EU18 van het Europees Parlement en de Raad. Equinet neemt een uitzonderlijke positie in, omdat het enige entiteit is die zorgt voor de coördinatie van activiteiten tussen de instanties voor gelijke behandeling. De coördinatieactiviteiten van Equinet zijn van cruciaal belang voor de goede toepassing van de antidiscriminatiewetgeving van de Unie in de lidstaten en moeten worden ondersteund door het programma.

(17)  Krachtens handelingen van de Unie inzake gelijke behandeling richten de lidstaten onafhankelijke organen op om gelijke behandeling te bevorderen, doorgaans instanties voor gelijke behandeling genoemd, die tot taak hebben discriminatie op grond van ras, etnische afstamming en geslacht te bestrijden. Veel lidstaten gaan echter verder dan deze vereisten en bepalen dat instanties voor gelijke behandeling ook bevoegd zijn om op te treden tegen discriminatie op andere gronden, zoals taal, leeftijd, seksuele oriëntatie, godsdienst en overtuiging en handicaps. Instanties voor gelijke behandeling spelen een belangrijke rol voor het bevorderen van gelijkheid en effectieve toepassing van de wetgeving inzake gelijke behandeling, door met name onafhankelijke bijstand te verlenen aan slachtoffers van discriminatie, onafhankelijke onderzoeken over discriminatie uit te voeren, onafhankelijke verslagen te publiceren en aanbevelingen te doen over elk onderwerp in verband met discriminatie in het betrokken land. Het is van essentieel belang dat de werkzaamheden van alle instanties voor gelijke behandeling die op dit gebied actief zijn, op EU-niveau worden gecoördineerd. In 2007 werd Equinet opgericht. De leden ervan zijn de nationale instanties voor gelijke behandeling, zoals vastgelegd in de Richtlijnen 2000/43/EG15 en 2004/113/EG16 van de Raad en de Richtlijnen 2006/54/EG17 en 2010/41/EU18 van het Europees Parlement en de Raad. Op 22 juni 2018 werd door de Commissie een aanbeveling vastgesteld betreffende normen voor organen voor gelijke behandeling. Deze aanbeveling heeft betrekking op het mandaat, de onafhankelijk, de doeltreffendheid en de coördinatie en samenwerking tussen organen voor gelijke behandeling. Equinet neemt een uitzonderlijke positie in, omdat het enige entiteit is die zorgt voor de coördinatie van activiteiten tussen de instanties voor gelijke behandeling. De coördinatieactiviteiten van Equinet zijn van cruciaal belang voor de goede toepassing van de antidiscriminatiewetgeving van de Unie in de lidstaten en moeten worden ondersteund door het programma.

__________________

__________________

15 Richtlijn 2000/43/EG van de Raad van 29 juni 2000 houdende toepassing van het beginsel van gelijke behandeling van personen ongeacht ras of etnische afstamming (PB L 180 van 19.7.2000, blz. 22).

15 Richtlijn 2000/43/EG van de Raad van 29 juni 2000 houdende toepassing van het beginsel van gelijke behandeling van personen ongeacht ras of etnische afstamming (PB L 180 van 19.7.2000, blz. 22).

16 Richtlijn 2004/113/EG van de Raad van 13 december 2004 houdende toepassing van het beginsel van gelijke behandeling van mannen en vrouwen bij de toegang tot en het aanbod van goederen en diensten (PB L 373 van 21.12.2004, blz. 37).

16 Richtlijn 2004/113/EG van de Raad van 13 december 2004 houdende toepassing van het beginsel van gelijke behandeling van mannen en vrouwen bij de toegang tot en het aanbod van goederen en diensten (PB L 373 van 21.12.2004, blz. 37).

17 Richtlijn 2006/54/EG van het Europees Parlement en de Raad van 5 juli 2006 betreffende de toepassing van het beginsel van gelijke kansen en gelijke behandeling van mannen en vrouwen in arbeid en beroep (PB L 204 van 26.7.2006, blz. 23).

17 Richtlijn 2006/54/EG van het Europees Parlement en de Raad van 5 juli 2006 betreffende de toepassing van het beginsel van gelijke kansen en gelijke behandeling van mannen en vrouwen in arbeid en beroep (PB L 204 van 26.7.2006, blz. 23).

18 Richtlijn 2010/41/EU van het Europees Parlement en de Raad van 7 juli 2010 betreffende de toepassing van het beginsel van gelijke behandeling van zelfstandig werkzame mannen en vrouwen en tot intrekking van Richtlijn 86/613/EEG van de Raad (PB L 180 van 15.7.2010, blz. 1).

18 Richtlijn 2010/41/EU van het Europees Parlement en de Raad van 7 juli 2010 betreffende de toepassing van het beginsel van gelijke behandeling van zelfstandig werkzame mannen en vrouwen en tot intrekking van Richtlijn 86/613/EEG van de Raad (PB L 180 van 15.7.2010, blz. 1).

Amendement    27

Voorstel voor een verordening

Overweging 17 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(17 bis)  Om de toegang tot het programma te vergemakkelijken en onpartijdig advies en praktische informatie met betrekking tot het programma te verstrekken, moeten in de lidstaten contactpunten worden opgezet, die ondersteuning kunnen bieden aan begunstigden en aanvragers. De in het kader van het programma opgezette contactpunten moeten hun taken onafhankelijk kunnen uitvoeren, zonder dat daarbij sprake is van directe ondergeschiktheid aan of inmenging in hun besluitvorming door de overheid. De contactpunten kunnen worden beheerd door lidstaten, maatschappelijke organisaties of consortia van maatschappelijke organisaties. De contactpunten mogen geen verantwoordelijkheden hebben met betrekking tot de selectie van projecten.

Amendement    28

Voorstel voor een verordening

Overweging 18

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(18)  Onafhankelijke mensenrechteninstanties en maatschappelijke organisaties spelen een essentiële rol voor de bevordering en bescherming van en de voorlichting over de gemeenschappelijke waarden van de Unie bedoeld in artikel 2 VEU, en leveren een essentiële bijdrage aan het effectieve genot van de rechten die voortvloeien uit het Unierecht, waaronder het Handvest van de grondrechten van de EU. Zoals ook is aangegeven in de resolutie van het Europees Parlement van 18 april 2018 is voldoende financiële steun van cruciaal belang voor de ontwikkeling van een gunstige en duurzame omgeving waarbinnen maatschappelijke organisaties hun rol kunnen versterken en hun taken onafhankelijk en effectief kunnen uitoefenen. Als aanvulling op de nationale inspanningen dient de financiering door de EU er derhalve toe bij te dragen dat onafhankelijke maatschappelijke organisaties die zich voor de mensenrechten inzetten en waarvan de activiteiten (zoals belangenbehartiging en optreden als waakhond) de strategische handhaving bevorderen van de rechten die voortvloeien uit het Unierecht en het Handvest van de grondrechten van de EU, worden ondersteund, meer mogelijkheden krijgen en hun capaciteit kunnen vergroten, en dat de gemeenschappelijke waarden op nationaal niveau worden beschermd, bevorderd en uitgedragen.

(18)  Onafhankelijke mensenrechteninstanties, maatschappelijke organisaties en mensenrechtenactivisten spelen een essentiële rol in de bevordering en bescherming van en de voorlichting over de gemeenschappelijke waarden van de Unie bedoeld in artikel 2 VEU, en leveren een essentiële bijdrage aan het effectieve genot van de rechten die voortvloeien uit het Unierecht, waaronder het Handvest van de grondrechten van de EU. Zoals ook is aangegeven in de resolutie van het Europees Parlement van 19 april 2018 zijn meer financiering en voldoende financiële steun van cruciaal belang voor de ontwikkeling van een gunstige en duurzame omgeving waarbinnen maatschappelijke organisaties hun rol kunnen versterken en hun taken onafhankelijk en effectief kunnen uitoefenen. Als aanvulling op de nationale inspanningen dient de financiering door de EU er derhalve toe bij te dragen, onder meer via toereikende basisfinanciering en vereenvoudigde kostenopties en financiële regels en procedures, dat onafhankelijke maatschappelijke organisaties die zich inzetten voor waarden van de Unie zoals democratie, de rechtsstaat en de grondrechten en waarvan de activiteiten (zoals belangenbehartiging en optreden als waakhond) de strategische handhaving bevorderen van de rechten die voortvloeien uit het Unierecht en het Handvest van de grondrechten van de EU, worden ondersteund, meer mogelijkheden krijgen en hun capaciteit kunnen vergroten, en dat de gemeenschappelijke waarden op lokaal, regionaal, nationaal en transnationaal niveau worden beschermd, bevorderd en uitgedragen.

Amendement    29

Voorstel voor een verordening

Overweging 19

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(19)  De Commissie moet zorgen voor de algehele samenhang, complementariteit en synergie met het werk van de organen en instanties van de Unie, in het bijzonder het Europees Instituut voor gendergelijkheid en het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten, en moet de balans opmaken van het werk dat andere nationale en internationale actoren verrichten op de gebieden die onder het programma vallen.

(19)  De Commissie moet zorgen voor de algehele samenhang, complementariteit en synergie met het werk van de organen en instanties van de Unie, in het bijzonder het Europees Instituut voor gendergelijkheid en het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten, en moet de balans opmaken van het werk dat andere nationale en internationale actoren verrichten op de gebieden die onder het programma vallen. De Commissie moet de deelnemers aan dit programma actief begeleiden bij het gebruikmaken van de verslagen en middelen die door deze organen en instanties van de Unie worden gegenereerd, zoals de instrumenten voor genderbewuste begroting en gendereffectbeoordeling, die door het Europees Instituut voor gendergelijkheid ontwikkeld zijn.

Amendement    30

Voorstel voor een verordening

Overweging 19 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(19 bis)  De Unie moet beschikken over een alomvattend mechanisme voor democratie, de rechtsstaat en grondrechten, waarmee het regelmatige en gelijkwaardige toezicht op alle lidstaten kan worden gewaarborgd en de nodige informatie wordt geboden voor de invoering van maatregelen in verband met algemene tekortkomingen op het gebied van de waarden van de Unie in de lidstaten.

Amendement    31

Voorstel voor een verordening

Overweging 20

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(20)  Het programma moet onder bepaalde voorwaarden openstaan voor deelname van de landen van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA) die lid zijn van de Europese Economische Ruimte (EER), alsmede EVA-landen die geen lid zijn van de EER en andere Europese landen. Toetredende landen, kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaat-lidstaten waarop een pretoetredingsstrategie van toepassing is, dienen eveneens aan het programma te kunnen deelnemen.

(20)  Wat de tenuitvoerlegging van de specifieke doelstellingen betreft op het gebied van de bevordering van gendergelijkheid en gelijke rechten en de bevordering van de deelname van burgers aan het democratisch bestel van de Unie op lokaal, regionaal, nationaal en transnationaal niveau, alsook op het gebied van de bestrijding van geweld, moet het programma onder bepaalde voorwaarden openstaan voor deelname van de landen van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA) die lid zijn van de Europese Economische Ruimte (EER), alsmede EVA-landen die geen lid zijn van de EER en andere Europese landen. Toetredende landen, kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaat-lidstaten waarop een pretoetredingsstrategie van toepassing is, dienen eveneens aan het programma te kunnen deelnemen.

Amendement    32

Voorstel voor een verordening

Overweging 21

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(21)  Met het oog op een doeltreffende toewijzing van middelen uit de algemene begroting van de Unie is het noodzakelijk om de Europese toegevoegde waarde van alle uitgevoerde acties en hun complementariteit met het optreden van de lidstaten te waarborgen, en toe te zien op de samenhang, complementariteit en synergie met financieringsprogramma's die beleidsterreinen ondersteunen die onderling nauw verbonden zijn, in het bijzonder binnen het kader van het Fonds voor justitie, rechten en waarden – en derhalve het programma Justitie – en het programma Creatief Europa en Erasmus+, teneinde het potentieel van culturele kruisbestuiving op het gebied van cultuur, media, kunst, onderwijs en creativiteit te verwezenlijken. Er dienen synergieën te worden gecreëerd met andere Europese financieringsprogramma's, met name op het gebied van werkgelegenheid, de eengemaakte markt, ondernemerschap, jeugdzaken, gezondheid, burgerschap, justitie, migratie, veiligheid, onderzoek, innovatie, technologie, industrie, cohesie, toerisme, externe betrekkingen, handel en ontwikkeling.

(21)  Met het oog op een doeltreffende toewijzing van middelen uit de algemene begroting van de Unie is het noodzakelijk om de Europese toegevoegde waarde van alle uitgevoerde acties, met inbegrip van acties op lokaal, nationaal en internationaal niveau, die gericht zijn op de bevordering en bescherming van de in artikel 2 VEU verankerde waarden, te waarborgen. De Commissie moet streven naar consistentie, synergieën en complementariteit met het optreden van de lidstaten en met andere financieringsprogramma's die beleidsterreinen ondersteunen die nauw verband houden met het Fonds voor justitie, rechten en waarden, alsook met het programma Creatief Europa en Erasmus+, evenals met beleidsmaatregelen van de Unie op dit gebied.

Amendement    33

Voorstel voor een verordening

Overweging 21 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(21 bis)  Overeenkomstig artikel 9 VWEU dienen een hoog niveau van werkgelegenheid, de waarborging van een adequate sociale bescherming en de bestrijding van sociale uitsluiting te worden bevorderd. Acties in het kader van het programma moeten daarom gericht zijn op synergieën tussen de bestrijding van armoede, sociale uitsluiting en uitsluiting van de arbeidsmarkt en de bevordering van gelijkheid en de bestrijding van alle vormen van discriminatie. Het programma moet daarom aldus ten uitvoer worden gelegd dat zo veel mogelijk gestreefd wordt naar synergieën en complementariteit tussen de diverse onderdelen van dit programma en het Europees Sociaal Fonds+. Daarnaast moeten er synergieën worden gecreëerd met Erasmus en het Europees Sociaal Fonds Plus, om ervoor te zorgen dat deze fondsen gezamenlijk een bijdrage leveren aan de verwezenlijking van kwalitatief hoogstaand onderwijs en gelijke kansen voor iedereen.

Amendement    34

Voorstel voor een verordening

Overweging 22 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(22 bis)   Het is van belang om te zorgen voor degelijk financieel beheer van het programma en de uitvoering daarvan, die zo effectief en gebruikersvriendelijk mogelijk moet zijn, waarbij eveneens gezorgd moet worden voor wettelijke zekerheid en de toegankelijkheid van het programma voor alle deelnemers.

Amendement    35

Voorstel voor een verordening

Overweging 22 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(22 ter)   Bij de verwezenlijking van de doelstellingen van het programma moeten een betere uitvoering en een betere kwaliteit van de bestedingen als richtsnoeren worden gehanteerd, en moet daarbij worden gewaarborgd dat de financiële middelen optimaal worden gebruikt.

Amendement    36

Voorstel voor een verordening

Overweging 23

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(23)  Verordening (EU, Euratom) [nieuw Financieel Reglement], hierna „Financieel Reglement” genoemd, is op dit programma van toepassing. De verordening bevat regels voor de uitvoering van de Uniebegroting, daaronder begrepen regels voor subsidies, prijzen, aanbestedingen, indirecte uitvoering, financiële bijstand, financieringsinstrumenten en begrotingsgaranties.

(23)  Verordening (EU, Euratom) [nieuw Financieel Reglement], hierna "Financieel Reglement" genoemd, is op dit programma van toepassing. De verordening bevat regels voor de uitvoering van de Uniebegroting, daaronder begrepen regels voor subsidies, prijzen, aanbestedingen, indirecte uitvoering, financiële bijstand, financieringsinstrumenten en begrotingsgaranties, alsmede vereisten betreffende volledige transparantie met betrekking tot het gebruik van middelen, goed financieel beheer en verstandige besteding van middelen. Met name regels betreffende de mogelijkheid voor lokale, regionale, nationale en transnationale maatschappelijke organisaties, waaronder voor lokale maatschappelijke basisorganisaties, om te worden gefinancierd door middel van meerjarige exploitatiesubsidies, doorgifte van subsidies (financiële steun aan derden) en bepalingen ter waarborging van snelle en flexibele subsidieprocedures, zoals een aanvraagprocedure die uit twee stappen bestaat, gebruiksvriendelijke aanvragen en rapportageprocedures, moeten in het kader van de uitvoering van dit programma worden toegepast en verder worden versterkt.

Amendement    37

Voorstel voor een verordening

Overweging 24

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(24)  De financieringsvormen en de uitvoeringsmethoden in het kader van deze begroting moeten worden gekozen op basis van de mogelijkheden die zij bieden voor het vervullen van de specifieke doelstellingen van de acties en voor het behalen van resultaten, waarbij met name rekening wordt gehouden met de kosten van controles, de administratieve lasten en het verwachte risico van niet-naleving. Dit houdt mede in het gebruik van vaste bedragen, vaste percentages en eenheidskosten, alsook financiering die niet gekoppeld is aan de kosten, als bedoeld in artikel 125, lid 1, van het Financieel Reglement. Overeenkomstig het Financieel Reglement, Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad20, Verordening (EG, Euratom) nr. 2988/95 van de Raad21, Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de Raad22 en Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad23 moeten de financiële belangen van de Unie worden beschermd door evenredige maatregelen, daaronder begrepen voorkoming, opsporing, correctie en onderzoek van onregelmatigheden en fraude, terugvordering van verloren gegane, onverschuldigd betaalde of onjuist bestede financiële middelen alsmede, in voorkomend geval, oplegging van administratieve sancties. In het bijzonder kan het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) overeenkomstig Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 en Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 administratieve onderzoeken, daaronder begrepen controles en verificaties ter plaatse, uitvoeren om vast te stellen of er sprake is van fraude, corruptie of andere onwettige activiteiten waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad. Overeenkomstig Verordening (EU) 2017/1939 kan het Europees Openbaar Ministerie (EOM) overgaan tot onderzoek en vervolging van fraude en andere strafbare feiten waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad in de zin van Richtlijn (EU) 2017/1371 van het Europees Parlement en de Raad24. Personen of entiteiten die middelen van de Unie ontvangen, moeten overeenkomstig het Financieel Reglement ten volle meewerken aan de bescherming van de financiële belangen van de Unie, de nodige rechten en toegang verlenen aan de Commissie, OLAF, het EOM en de Europese Rekenkamer alsmede ervoor zorgen dat derden die betrokken zijn bij de uitvoering van middelen van de Unie gelijkwaardige rechten verlenen.

(24)  De financieringsvormen en de uitvoeringsmethoden in het kader van deze begroting moeten worden gekozen op basis van de mogelijkheden die zij bieden voor het vervullen van de specifieke doelstellingen van de acties en voor het behalen van resultaten, waarbij met name rekening wordt gehouden met de kosten van controles, de administratieve lasten, de grootte en capaciteit van de betrokken belanghebbenden en de beoogde begunstigden, en het verwachte risico van niet-naleving. Dit houdt mede in het gebruik van vaste bedragen, vaste percentages, eenheidskosten en doorgifte van subsidies, alsook medefinancieringsvereisten waarbij rekening wordt gehouden met vrijwilligerswerk en financiering die niet gekoppeld is aan de kosten, als bedoeld in artikel 125, lid 1, van het Financieel Reglement. Medefinancieringsvereisten moeten ook bijdragen in natura omvatten en moeten in geval van beperkte aanvullende middelen verruimd kunnen worden. Overeenkomstig het Financieel Reglement, Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad20, Verordening (EG, Euratom) nr. 2988/95 van de Raad21, Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de Raad22 en Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad23 moeten de financiële belangen van de Unie worden beschermd door evenredige maatregelen, daaronder begrepen voorkoming, opsporing, correctie en onderzoek van onregelmatigheden en fraude, terugvordering van verloren gegane, onverschuldigd betaalde of onjuist bestede financiële middelen alsmede, in voorkomend geval, oplegging van administratieve sancties. In het bijzonder kan het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) overeenkomstig Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 en Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 administratieve onderzoeken, daaronder begrepen controles en verificaties ter plaatse, uitvoeren om vast te stellen of er sprake is van fraude, corruptie of andere onwettige activiteiten waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad. Overeenkomstig Verordening (EU) 2017/1939 kan het Europees Openbaar Ministerie (EOM) overgaan tot onderzoek en vervolging van fraude en andere strafbare feiten waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad in de zin van Richtlijn (EU) 2017/1371 van het Europees Parlement en de Raad24. Personen of entiteiten die middelen van de Unie ontvangen, moeten overeenkomstig het Financieel Reglement ten volle meewerken aan de bescherming van de financiële belangen van de Unie, de nodige rechten en toegang verlenen aan de Commissie, OLAF, het EOM en de Europese Rekenkamer alsmede ervoor zorgen dat derden die betrokken zijn bij de uitvoering van middelen van de Unie gelijkwaardige rechten verlenen.

__________________

__________________

20 Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 september 2013 betreffende onderzoeken door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1073/1999 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (Euratom) nr. 1074/1999 van de Raad (PB L 248 van 18.9.2013, blz. 1).

20 Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 september 2013 betreffende onderzoeken door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1073/1999 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (Euratom) nr. 1074/1999 van de Raad (PB L 248 van 18.9.2013, blz. 1).

21 Verordening (EG, Euratom) nr. 2988/95 van de Raad van 18 december 1995 betreffende de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen (PB L 312 van 23.12.1995, blz. 1).

21 Verordening (EG, Euratom) nr. 2988/95 van de Raad van 18 december 1995 betreffende de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen (PB L 312 van 23.12.1995, blz. 1).

22 Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de Raad van 11 november 1996 betreffende de controles en verificaties ter plaatse die door de Commissie worden uitgevoerd ter bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen tegen fraudes en andere onregelmatigheden (PB L 292 van 15.11.1996, blz. 2).

22 Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de Raad van 11 november 1996 betreffende de controles en verificaties ter plaatse die door de Commissie worden uitgevoerd ter bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen tegen fraudes en andere onregelmatigheden (PB L 292 van 15.11.1996, blz. 2).

23 Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad van 12 oktober 2017 betreffende nauwere samenwerking bij de instelling van het Europees Openbaar Ministerie („EOM”) (PB L 283 van 31.10.2017, blz. 1).

23 Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad van 12 oktober 2017 betreffende nauwere samenwerking bij de instelling van het Europees Openbaar Ministerie ("EOM") (PB L 283 van 31.10.2017, blz. 1).

24 Richtlijn (EU) 2017/1371 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juli 2017 betreffende de strafrechtelijke bestrijding van fraude die de financiële belangen van de Unie schaadt (PB L 198 van 28.7.2017, blz. 29).

24 Richtlijn (EU) 2017/1371 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juli 2017 betreffende de strafrechtelijke bestrijding van fraude die de financiële belangen van de Unie schaadt (PB L 198 van 28.7.2017, blz. 29).

Amendement    38

Voorstel voor een verordening

Overweging 25

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(25)  Derde landen die lidstaat zijn van de Europese Economische Ruimte (EER) kunnen deelnemen aan Unieprogramma's in het kader van de samenwerking binnen de EER-overeenkomst, die in de uitvoering van programma's bij een besluit uit hoofde van die overeenkomst voorziet. Derde landen kunnen ook deelnemen op grond van andere rechtsinstrumenten. In deze verordening moet een specifieke bepaling worden opgenomen waarbij de nodige rechten worden toegekend en toegang wordt verleend aan de bevoegde ordonnateur, het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) en de Europese Rekenkamer, zodat deze hun respectieve bevoegdheden ten volle kunnen uitoefenen.

(25)  Wat de tenuitvoerlegging van de specifieke doelstellingen betreft op het gebied van de bevordering van gendergelijkheid, rechten en de deelname van burgers aan het democratisch bestel van de Unie op lokaal, regionaal, nationaal en transnationaal niveau, alsook op het gebied van de bestrijding van geweld, kunnen derde landen die lidstaat zijn van de Europese Economische Ruimte (EER) deelnemen aan Unieprogramma's in het kader van de samenwerking binnen de EER-overeenkomst, die in de uitvoering van programma's bij een besluit uit hoofde van die overeenkomst voorziet. Derde landen kunnen ook deelnemen op grond van andere rechtsinstrumenten. In deze verordening moet een specifieke bepaling worden opgenomen waarbij de nodige rechten worden toegekend en toegang wordt verleend aan de bevoegde ordonnateur, het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) en de Europese Rekenkamer, zodat deze hun respectieve bevoegdheden ten volle kunnen uitoefenen.

Amendement    39

Voorstel voor een verordening

Overweging 26 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(26 bis)   Het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake de bescherming van de begroting van de Unie in geval van fundamentele tekortkomingen op het gebied van de rechtsstaat in de lidstaten heeft tot doel de Unie in staat te stellen haar begroting beter te beschermen wanneer tekortkomingen in de rechtsstaat afbreuk doen of dreigen te doen aan een goed financieel beheer of aan de financiële belangen van de Unie. Het is bedoeld als aanvulling van het programma Rechten en waarden, dat een ander doel beoogt aangezien het gericht is op de financiering van beleid op het gebied van grondrechten en Europese waarden, en daarmee op het leven van mensen en hun deelname aan de samenleving.

Amendement    40

Voorstel voor een verordening

Overweging 27

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(27)  Volgens [verwijzing dienovereenkomstig aan te passen volgens het nieuwe besluit inzake landen en gebieden overzee: artikel 94 van Besluit 2013/755/EU van de Raad25] komen in landen en gebieden overzee (LGO's) gevestigde personen en entiteiten in aanmerking voor financiering, overeenkomstig de voorschriften en doelstellingen van het programma en eventuele regelingen die van toepassing zijn op de lidstaat waarmee het desbetreffende land of gebied overzee banden heeft.

(27)  Volgens [verwijzing dienovereenkomstig aan te passen volgens het nieuwe besluit inzake landen en gebieden overzee: artikel 94 van Besluit 2013/755/EU van de Raad25] komen in landen en gebieden overzee (LGO's) gevestigde personen en entiteiten in aanmerking voor financiering, overeenkomstig de voorschriften en doelstellingen van het programma en eventuele regelingen die van toepassing zijn op de lidstaat waarmee het desbetreffende land of gebied overzee banden heeft. Bij de uitvoering van het programma moet rekening worden gehouden met de problemen die rijzen ten gevolge van de afgelegen geografische ligging van de LGO's en moet de daadwerkelijke deelname van deze landen en gebieden aan het programma worden gemonitord en regelmatig worden geëvalueerd.

__________________

__________________

25 Besluit 2013/755/EU van de Raad van 25 november 2013 betreffende de associatie van de landen en gebieden overzee met de Europese Unie („LGO-besluit”) (PB L 344 van 19.12.2013, blz. 1).

25 Besluit 2013/755/EU van de Raad van 25 november 2013 betreffende de associatie van de landen en gebieden overzee met de Europese Unie ("LGO-besluit") (PB L 344 van 19.12.2013, blz. 1).

Amendement    41

Voorstel voor een verordening

Overweging 28

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(28)  Gelet op het belang van de strijd tegen klimaatverandering, overeenkomstig de verplichtingen die de Unie is aangegaan voor de uitvoering van de overeenkomst van Parijs en de duurzameontwikkelingsdoelstellingen van de Verenigde Naties zal dit programma bijdragen tot de mainstreaming van klimaatactie en de verwezenlijking van het algemene streefcijfer dat 25 % van de uitgaven op de EU-begroting de klimaatdoelstellingen ondersteunt. Bij de voorbereiding en de uitvoering van het programma zullen relevante acties worden vastgesteld en bij de tussentijdse evaluatie zullen deze opnieuw worden beoordeeld.

(28)  Gezien het belang van de strijd tegen klimaatverandering en in overeenstemming met de toezeggingen van de Unie om de Overeenkomst van Parijs en de doelstellingen voor duurzame ontwikkeling van de Verenigde Naties uit te voeren, zal dit programma bijdragen aan de mainstreaming van klimaatactie en aan het algemene streven dat gedurende de MFK-periode 2021-2027 25 % van de EU-begrotingsuitgaven klimaatdoelstellingen ondersteunen, en dat zo spoedig mogelijk, en uiterlijk in 2027, een streefcijfer van 30 % jaarlijks wordt gehaald. Bij de voorbereiding en de uitvoering van het programma zullen relevante acties worden vastgesteld en bij de tussentijdse evaluatie zullen deze opnieuw worden beoordeeld.

Motivering

Het Europees Parlement heeft er in zijn resolutie van 14 maart 2018 over het volgende MFK: voorbereiding van het standpunt van het Parlement ten aanzien van het MFK voor de periode na 2020 (2017/2052(INI)) op aangedrongen dat de klimaatgerelateerde EU-begrotingsuitgaven zo spoedig mogelijk en uiterlijk in 2027 op 30 % moeten liggen.

Amendement    42

Voorstel voor een verordening

Overweging 29

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(29)  Overeenkomstig de punten 22 en 23 van het interinstitutioneel akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016 moet dit programma worden geëvalueerd op basis van informatie die is verzameld aan de hand van specifieke monitoringvoorschriften, waarbij overregulering en administratieve lasten, in het bijzonder voor de lidstaten, moeten worden vermeden. Waar passend kunnen in die voorschriften meetbare indicatoren worden opgenomen op basis waarvan de effecten van het programma op het terrein worden beoordeeld.

(29)  Overeenkomstig de punten 22 en 23 van het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016 moet dit programma worden geëvalueerd op basis van informatie die is verzameld aan de hand van specifieke monitoringvoorschriften, waarbij overregulering en administratieve lasten, in het bijzonder voor de lidstaten, moeten worden vermeden. In dit verband kan het voor sommige aanvragers en begunstigden die mogelijk niet over de nodige (personele) middelen beschikken, zoals maatschappelijke organisaties, lokale overheidsinstanties en sociale partners, moeilijk zijn om aan de monitoring- en rapportage vereisten voldoen. Waar passend kunnen in die voorschriften meetbare indicatoren worden opgenomen op basis waarvan de effecten van het programma op het terrein worden beoordeeld.

Amendement    43

Voorstel voor een verordening

Overweging 30

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(30)  Om eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van deze verordening te waarborgen, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden gedelegeerd om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie handelingen vast te stellen ten aanzien van de indicatoren die zijn vastgesteld in de artikelen 14 en 16 en in bijlage II. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

(30)  Ter aanvulling van deze verordening, met het oog op de uitvoering van het programma en de waarborging van de doeltreffende evaluatie van de voortgang ervan in de richting van de verwezenlijking van de doelstellingen van het programma, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden gedelegeerd om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie handelingen vast te stellen ten aanzien van de werkprogramma's die zijn vastgesteld in artikel 13 en de indicatoren die zijn vastgesteld in de artikelen 14 en 16 en in bijlage II. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Motivering

De werkprogramma's moeten door middel van gedelegeerde handelingen worden vastgesteld en deze overweging moet dienovereenkomstig worden aangepast. Zij moet ook in overeenstemming worden gebracht met de formulering van de in artikel 16 bedoelde bevoegdheidsdelegatie.

Amendement    44

Voorstel voor een verordening

Overweging 31

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(31)  Om eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van deze verordening te waarborgen, moeten uitvoeringsbevoegdheden aan de Commissie worden toegekend. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad26.

Schrappen

__________________

 

26 Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13).

 

Motivering

Deze overweging moet worden geschrapt, aangezien het voorstel geen verwijzingen naar uitvoeringshandelingen dient te omvatten.

Amendement    45

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Bij deze verordening wordt het programma Rechten en waarden ingesteld, hierna „het programma” genoemd.

Bij deze verordening wordt het programma Burgers, gelijkheid, rechten en waarden ingesteld, hierna "het programma" genoemd.

Amendement    46

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

In deze verordening worden de doelstellingen van het programma, de begroting voor de periode 2021–2027, de vormen van financiering door de Unie alsmede de regels voor de verstrekking van die financiering vastgelegd.

In deze verordening worden de doelstellingen en het toepassingsgebied van het programma, de begroting voor de periode 2021-2027, de vormen van financiering door de Unie alsmede de voorwaarden voor de verstrekking van die financiering vastgelegd.

Amendement    47

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De algemene doelstelling van het programma is de bescherming en bevordering van de rechten en waarden die in de EU-Verdragen zijn verankerd, onder meer door ondersteuning van maatschappelijke organisaties met het oog op de instandhouding van een open, democratische en inclusieve samenleving.

1.  De algemene doelstelling van het programma is de bescherming en bevordering van de rechten en waarden die in de Verdragen zijn verankerd, waaronder democratie, de rechtsstaat en de grondrechten, zoals vastgelegd in artikel 2 VEU, met name door maatschappelijke organisaties (vooral basisorganisaties) op lokaal, regionaal, nationaal en transnationaal niveau te ondersteunen en hun capaciteit te vergroten, en door democratische participatie door burgers aan te moedigen, met het oog op de instandhouding en verdere ontwikkeling van een open, op rechten gebaseerde, democratische, gelijkwaardige en inclusieve samenleving.

Amendement    48

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 2 – letter -a (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

-a)  bescherming en bevordering van de democratie en de rechtsstaat op lokaal, regionaal, nationaal en transnationaal niveau (onderdeel Waarden van de Unie);

Amendement    49

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 2 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  bevordering van gelijkheid en rechten (onderdeel Gelijkheid en rechten)

a)  bevordering van gelijkheid, met inbegrip van gendergelijkheid, rechten en non-discriminatie, en ondersteuning van gendermainstreaming (onderdeel Gelijkheid, rechten en gendergelijkheid);

Amendement    50

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 2 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  bevordering van de betrokkenheid van de burgers bij en hun participatie in het democratisch bestel van de Unie (onderdeel Betrokkenheid en participatie van de burger)

b)  bewustmaking van de burgers, en met name van jongeren, van het feit dat de Unie belangrijk is, door middel van activiteiten die erop gericht zijn de herinnering levendig te houden aan de historische gebeurtenissen die hebben geleid tot het ontstaan ervan, en bevordering van de democratie, vrijheid van meningsuiting, pluriformiteit, de betrokkenheid van de burgers, burgerbijeenkomsten en de participatie van de burgers in het democratisch bestel van de Unie (onderdeel Actief burgerschap);

Amendement    51

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 2 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)  bestrijding van geweld (onderdeel Daphne).

c)  bestrijding van geweld, waaronder gendergerelateerd geweld (onderdeel Daphne).

Amendement    52

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 2 bis

 

Onderdeel Waarden van de Unie

 

In het kader van de algemene doelstelling in artikel 2, lid 1, en de specifieke doelstelling in artikel 2, lid 2, onder -a), is het programma vooral gericht op:

 

a)  de bescherming en bevordering van de democratie en de rechtsstaat, waaronder door de ondersteuning van activiteiten van maatschappelijke organisaties ter bevordering van de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht en doeltreffende rechterlijke bescherming, onder meer van de grondrechten, door onafhankelijke rechtbanken; steunverlening aan onafhankelijke mensenrechtenverdedigers en maatschappelijke organisaties die zich bezighouden met het monitoren van de eerbiediging van de rechtsstaat, evenals ondersteuning van de bescherming van klokkenluiders en initiatieven ter bevordering van de gemeenschappelijke cultuur van transparantie, goed bestuur en corruptiebestrijding;

 

b)  de bevordering van de opbouw van een democratischere Unie, evenals de bescherming en de vergroting van het besef van de in de Verdragen verankerde rechten en waarden door financiële steun te bieden aan onafhankelijke maatschappelijke organisaties die deze waarden op lokaal, regionaal, nationaal en transnationaal niveau bevorderen en cultiveren en zo een omgeving scheppen waarin een democratische dialoog kan worden gevoerd, en de vrijheid van meningsuiting versterken, alsook de vrijheid van vreedzame vergadering en vereniging, de vrijheid en pluriformiteit van de media en de academische vrijheid.

Amendement    53

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Onderdeel Gelijkheid en rechten

Onderdeel Gelijkheid, rechten en gendergelijkheid

Amendement    54

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

In het kader van de specifieke doelstelling in artikel 2, lid 2, ander a), is het programma vooral gericht op:

In het kader van de algemene doelstelling in artikel 2, lid 1, en de specifieke doelstelling in artikel 2, lid 2, onder a), is het programma vooral gericht op:

Amendement    55

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  het voorkomen en bestrijden van ongelijkheid en discriminatie op grond van geslacht, ras of etnische afstamming, godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele oriëntatie, en het ondersteunen van een alomvattend beleid ter bevordering van gendergelijkheid en discriminatiebestrijding en de mainstreaming daarvan, en van beleid ter bestrijding van racisme en alle vormen van onverdraagzaamheid;

a)  het bevorderen van gelijkheid en het voorkomen en bestrijden van ongelijkheid en discriminatie op grond van geslacht, ras, sociale of etnische afstamming, huidskleur, genetische kenmerken, taal, godsdienst of overtuiging, politieke of andere denkbeelden, het behoren tot een nationale minderheid, vermogen, geboorte, handicap, leeftijd, seksuele oriëntatie of andere gronden, en het ondersteunen van een alomvattend beleid ter bevordering van gelijkheid en discriminatiebestrijding en de mainstreaming daarvan, alsook van beleid ter bestrijding van racisme en alle vormen van onverdraagzaamheid, zowel online als offline;

Amendement    56

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – letter a bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

a bis)  het ondersteunen van alomvattende beleidsmaatregelen en programma's ter bevordering van de vrouwenrechten, gendergelijkheid, de versterking van de positie van vrouwen en gendermainstreaming;

Amendement    57

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Onderdeel Betrokkenheid en participatie van de burger

Onderdeel Actief burgerschap

Amendement    58

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – alinea 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

In het kader van de specifieke doelstelling in artikel 2, lid 2, ander b), is het programma vooral gericht op:

In het kader van de specifieke doelstelling in artikel 2, lid 2, onder a), worden met het programma de volgende doelstellingen nagestreefd:

Amendement    59

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – alinea 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  het vergroten van het inzicht van de burgers in de Unie, haar geschiedenis, haar cultureel erfgoed en haar culturele diversiteit;

a)  het ondersteunen van projecten van burgers, met bijzondere aandacht voor jongeren, die erop gericht zijn mensen ertoe aan te moedigen zich niet alleen de gebeurtenissen te herinneren die aan de oprichting van de Unie zijn voorafgegaan, welke de kern uitmaken van haar historisch geheugen, maar ook meer te weten te komen over hun gedeelde geschiedenis, cultuur en waarden, en een idee te krijgen van hun gemeenschappelijk cultureel erfgoed en van de culturele en taaldiversiteit, die de basis vormen voor een gemeenschappelijke toekomst; het bevorderen van het inzicht van de burgers in de Unie, haar oorsprong, bestaansreden en verworvenheden, en het vergroten van hun bewustzijn van haar huidige en toekomstige uitdagingen en van het feit dat wederzijds begrip en verdraagzaamheid, die de kern vormen van het Europese project, belangrijk zijn;

Amendement    60

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – alinea 1 – letter a bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

a bis)  het bevorderen en ondersteunen van de uitwisseling van goede praktijken met betrekking tot formeel en informeel onderwijs met het oog op Europees burgerschap;

Amendement    61

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – alinea 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  het bevorderen van uitwisseling en samenwerking tussen burgers van verschillende landen; het bevorderen van democratische participatie van de burgers, waardoor burgers en representatieve organisaties hun standpunten over alle onderdelen van het optreden van de Unie kenbaar kunnen maken en publiekelijk kunnen uitwisselen.

b)  het bevorderen van de publieke dialoog door middel van stedenbanden en bijeenkomsten van burgers, en met name van jongeren, en door middel van samenwerking tussen gemeenten, lokale gemeenschappen en maatschappelijke organisaties van verschillende landen, om de betrokkenen rechtstreeks en op praktische wijze de rijkdom te laten ervaren van de weelde aan culturele diversiteit en cultureel erfgoed in de Unie en de betrokkenheid van de burgers in de samenleving te vergroten;

Amendement    62

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – alinea 1 – letter b bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

b bis)  het aanmoedigen en versterken van de participatie van de burgers in het democratisch bestel van de Unie op lokaal, nationaal en transnationaal niveau; het mogelijk maken voor burgers en verenigingen om de interculturele dialoog te bevorderen en behoorlijke openbare debatten te voeren over alle onderdelen van het optreden van de Unie en zo bij te dragen aan de vormgeving van de politieke agenda van de Unie; het ondersteunen van georganiseerde gezamenlijke initiatieven, in de vorm van verenigingen en netwerken van rechtspersonen, om de in de vorige leden genoemde doelstellingen doeltreffender ten uitvoer te leggen.

Amendement    63

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – alinea 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

In het kader van de specifieke doelstelling in artikel 2, lid 2, ander c), is het programma vooral gericht op:

In het kader van de algemene doelstelling in artikel 2, lid 1, en de specifieke doelstelling in artikel 2, lid 2, onder c), is het programma vooral gericht op:

Amendement    64

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – alinea 1 – letter -a (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

-a)  het voorkomen en bestrijden van alle vormen van gendergerelateerd geweld tegen vrouwen en het bevorderen van de volledige tenuitvoerlegging van het Verdrag van de Raad van Europa inzake het voorkomen en bestrijden van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld (het Verdrag van Istanbul) op alle niveaus; en

Amendement    65

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – alinea 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  het voorkomen en bestrijden van alle vormen van geweld tegen kinderen, jongeren en vrouwen, alsmede geweld tegen andere groepen die risico lopen;

a)  het voorkomen en bestrijden van alle vormen van geweld tegen kinderen en jongeren, alsmede van geweld tegen andere groepen die risico lopen, zoals de LGBTQI-gemeenschap, personen met een handicap, minderheden, ouderen en migranten en vluchtelingen;

Amendement    66

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – alinea 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  het ondersteunen en beschermen van slachtoffers van dergelijk geweld.

b)  het ondersteunen en beschermen van slachtoffers van dergelijk geweld, waaronder door activiteiten van maatschappelijke organisaties te ondersteunen die erop gericht zijn voor al deze slachtoffers de toegang tot de rechter, de toegang tot slachtofferhulp en de mogelijkheden om veilig aangifte te doen, te vergemakkelijken en te waarborgen, alsook het ondersteunen en het waarborgen van een gelijk beschermingsniveau in de hele EU voor slachtoffers van gendergerelateerd geweld.

Amendement    67

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De financiële middelen voor de uitvoering van het programma voor de periode 2021–2027 bedragen [641 705 000] EUR in lopende prijzen.

1.  De financiële middelen voor de uitvoering van het programma over de periode 2021-2027 bedragen [1 627 000 000] EUR in prijzen van 2018 [1 834 000 000 EUR in lopende prijzen].

Motivering

Overeenkomstig het besluit van de Conferentie van voorzitters van 13 september 2018 weerspiegelt dit amendement de cijfers in het tussentijds verslag over het meerjarig financieel kader voor de periode 2021‑2027 dat op 14 november 2018 door de plenaire vergadering is aangenomen.

Amendement    68

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 2 – letter -a (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

-a)  [754 062 000 EUR in prijzen van 2018] [850 000 000 EUR in lopende prijzen] (d.w.z. 46,34 % van het totale bedrag) voor de specifieke doelstellingen bedoeld in artikel 2, lid 2, onder -a);

Amendement    69

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 2 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  [408 705 000] EUR voor de specifieke doelstellingen bedoeld in artikel 2, lid 2, onder a) en c);

a)  [429 372 000 EUR in prijzen van 2018] [484 000 000 EUR in lopende prijzen] (d.w.z. 26,39 % van het totale bedrag) voor de specifieke doelstellingen bedoeld in artikel 2, lid 2, onder a) en c);

Amendement    70

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 2 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  [233 000 000] EUR voor de specifieke doelstelling bedoeld in artikel 2, lid 2, onder b).

b)  [443 566 000 EUR in prijzen van 2018] [500 000 000 EUR in lopende prijzen] (d.w.z. 27,26 % van het totale bedrag) voor de specifieke doelstellingen bedoeld in artikel 2, lid 2, onder b).

Amendement    71

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 2 – alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

De Commissie wijst ten minste 50 % van de onder -a) en a) bedoelde bedragen toe voor de ondersteuning van activiteiten van maatschappelijke organisaties, waarvan ten minste 65 % aan lokale en regionale maatschappelijke organisaties wordt toegewezen.

 

De Commissie wijkt ten hoogste met vijf procentpunten af van de in bijlage -I, onder a), vervatte toegewezen percentages van de financiële middelen. Mocht het nodig blijken deze limiet te overschrijden, dan is de Commissie bevoegd om overeenkomstig artikel 16 gedelegeerde handelingen vast te stellen om bijlage -I, onder a), te wijzigen door de toegewezen percentages van de voor het programma uitgetrokken financiële middelen met vijf tot tien procentpunten aan te passen.

Amendement    72

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  Op verzoek van de lidstaten kunnen de aan hen in gedeeld beheer toegewezen middelen worden overgeschreven naar het programma. De Commissie voert die middelen uit overeenkomstig artikel 62, lid 1, onder a), van het Financieel Reglement op directe wijze dan wel overeenkomstig artikel 62, lid 1, onder c), van het Financieel Reglement op indirecte wijze. Indien mogelijk worden die middelen gebruikt ten voordele van de betrokken lidstaat.

5.  Op verzoek van de lidstaten of de Commissie kunnen de aan de lidstaten in gedeeld beheer toegewezen middelen worden overgeheveld naar het programma. De Commissie wendt die middelen op directe wijze aan overeenkomstig artikel 62, lid 1, onder a), van het Financieel Reglement. Indien mogelijk worden die middelen gebruikt ten voordele van de lidstaat.

Amendement    73

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 6 bis

 

Mechanisme voor de ondersteuning van waarden

 

1.  In uitzonderlijke gevallen, wanneer zich in een lidstaat een ernstige en snelle verslechtering op het gebied van de naleving van de in artikel 2 VEU verankerde waarden van de Unie voordoet en het risico bestaat dat deze waarden onvoldoende worden beschermd en bevorderd, mag de Commissie een oproep doen tot het indienen van voorstellen in de vorm van een versnelde procedure voor subsidieaanvragen door maatschappelijke organisaties, teneinde de democratische dialoog in de betrokken lidstaat te vergemakkelijken, te ondersteunen en te bevorderen en de tekortkomingen met betrekking tot de naleving van de in artikel 2 VEU verankerde waarden aan de orde te stellen.

 

2.  De Commissie wijst ten hoogste 5 % van de in artikel 6, lid 2, onder -a), bedoelde bedragen toe aan het in lid 1 van dit artikel bedoelde mechanisme voor de ondersteuning van waarden. Aan het einde van elk begrotingsjaar hevelt de Commissie eventuele niet-toegewezen middelen in het kader van dit mechanisme over ter ondersteuning van andere acties die binnen de doelstellingen van het programma vallen.

 

3.  De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 16 gedelegeerde handelingen vast te stellen om het in lid 1 van dit artikel bedoelde mechanisme voor de ondersteuning van waarden in werking te stellen. De inwerkingstelling van het mechanisme is gebaseerd op alomvattende, regelmatige en op bewijs gebaseerde monitoring en evaluatie van de situatie van de democratie, de rechtsstaat en de grondrechten in alle lidstaten.

 

4.  Op verzoek van de lidstaten kunnen de aan hen in gedeeld beheer toegewezen middelen in de volgende gevallen naar het programma worden overgeheveld:

 

a)  wanneer de Commissie het EU-kader voor de rechtsstaat in werking stelt;

 

b)  wanneer een derde van de lidstaten, het Europees Parlement of de Commissie overeenkomstig artikel 7, lid 1, VEU een met redenen omkleed voorstel indient bij de Raad om te constateren dat er duidelijk gevaar bestaat voor een ernstige schending van de in artikel 2 VEU verankerde waarden door de betrokken lidstaat;

 

c)  wanneer een derde van de lidstaten of de Commissie overeenkomstig artikel 7, lid 2, VEU een met redenen omkleed voorstel indient bij de Raad om een ernstige en voortdurende schending van de in artikel 2 VEU verankerde waarden door de betrokken lidstaat te constateren.

 

5.  De Commissie wendt de in lid 4 van dit artikel bedoelde middelen overeenkomstig artikel 62, lid 1, onder a), van het Financieel Reglement op directe wijze aan. Indien mogelijk worden die middelen gebruikt ten voordele van de betrokken lidstaat.

 

De Commissie kan aan de Raad voorstellen om de in lid 4 van dit artikel bedoelde middelen na raadpleging van het Europees Parlement over te hevelen. Een voorstel van de Commissie wordt beschouwd als aangenomen door de Raad, tenzij deze binnen een maand na de indiening van het voorstel door middel van een uitvoeringshandeling besluit het voorstel met gekwalificeerde meerderheid te verwerpen.

 

6.  De Commissie houdt het Europees Parlement op de hoogte van de tenuitvoerlegging van dit artikel. Met name informeert zij het Europees Parlement onverwijld wanneer voor een lidstaat aan een van de voorwaarden in lid 1 is voldaan, en verstrekt zij in de in lid 4 genoemde gevallen gedetailleerde gegevens over de fondsen en programma's waarvoor tot overheveling van middelen kan worden besloten. Het Europees Parlement kan de Commissie uitnodigen voor een gestructureerde dialoog over de toepassing van dit artikel.

Amendement    74

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Het programma wordt uitgevoerd in direct beheer in overeenstemming met het Financieel Reglement of in indirect beheer met organen als bedoeld in artikel 61, lid 1, onder c), van het Financieel Reglement.

1.  Het programma wordt uitgevoerd in direct beheer in overeenstemming met het Financieel Reglement of in indirect beheer met organen als bedoeld in artikel 62, lid 1, onder c), van het Financieel Reglement.

Amendement    75

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  In het kader van het programma kan financiering worden verstrekt in een van de vormen als vastgesteld in het Financieel Reglement.

2.  In het kader van het programma kan financiering worden verstrekt in een van de vormen als vastgesteld in het Financieel Reglement, met name via subsidies voor maatregelen, alsook via jaarlijkse en meerjarige exploitatiesubsidies. Deze financiering wordt dusdanig ten uitvoer gelegd dat goed financieel beheer, een verstandige besteding van middelen, lage administratieve lasten voor de projectontwikkelaar en begunstigden en toegankelijkheid van de fondsen van het programma voor begunstigden kan worden gegarandeerd. Er mag gebruik worden gemaakt van vaste bedragen, eenheidskosten, vaste percentages en doorgifte van subsidies (financiële steun aan derden). Medefinanciering moet ook bijdragen in natura omvatten en moet in geval van beperkte aanvullende middelen verruimd kunnen worden.

Amendement    76

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Acties die bijdragen tot de verwezenlijking van een specifieke doelstelling als bedoeld in artikel 2 kunnen in aanmerking komen voor financiering uit hoofde van deze verordening. Met name de in bijlage I genoemde activiteiten komen in aanmerking voor financiering.

1.  Acties die bijdragen tot de verwezenlijking van een algemene of specifieke doelstelling als bedoeld in artikel 2 kunnen in aanmerking komen voor financiering uit hoofde van deze verordening. Met name de in artikel 9 bis genoemde activiteiten komen in aanmerking voor financiering.

Amendement    77

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – alinea 2 (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2.  Overeenkomstig artikel 11, lid 2, van het VEU richt de Commissie een groep voor de dialoog met het maatschappelijk middenveld op om te zorgen voor een regelmatige, open en transparante dialoog met de begunstigden van het programma en andere belanghebbenden, teneinde ervaringen en goede praktijken uit te wisselen en beleidsontwikkelingen te bespreken met betrekking tot de in het programma bestreken gebieden en doelstellingen en daaraan verwante gebieden.

Amendement    78

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 9 bis

 

Activiteiten die in aanmerking komen voor financiering

 

De in artikel 2 bedoelde algemene en specifieke doelstellingen van het programma worden met name, maar niet uitsluitend, nagestreefd door ondersteuning van de volgende activiteiten:

 

a)   bewustmaking, voorlichting, en bevordering en verspreiding van informatie ter verbetering van de bekendheid met beleid, beginselen en rechten met betrekking tot de in het programma bestreken gebieden en doelstellingen;

 

b)   wederzijdse leerprocessen door uitwisseling van goede praktijken tussen belanghebbenden om kennis en wederzijds begrip en maatschappelijke en democratische betrokkenheid te bevorderen;

 

c)   analytische monitoring, verslaglegging en belangenbehartiging ter verbetering van het inzicht in de situatie in de lidstaten en op EU-niveau op gebieden die onder het programma vallen, alsmede ter verbetering van de juiste omzetting en uitvoering van de wetgeving, het beleid en de gemeenschappelijke waarden van de EU in de lidstaten, zoals het verzamelen van gegevens en statistieken; het ontwikkelen van gemeenschappelijke methoden en, in voorkomend geval, indicatoren of benchmarks; studies, onderzoek, analyses en enquêtes; evaluaties; effectbeoordeling; het opstellen en publiceren van handleidingen, verslagen en educatief materiaal;

 

d)   opleiding van betrokken belanghebbenden ter verbetering van hun kennis van het beleid en hun rechten op de door het programma bestreken gebieden, alsmede versterking van de onafhankelijkheid en capaciteit van belanghebbenden om het beleid en hun rechten op de door het programma bestreken gebieden te verdedigen, onder andere door middel van strategische procesvoering;

 

e)   bevordering van het besef van en het inzicht in de risico's, regels, waarborgen en rechten in verband met de bescherming van persoonsgegevens, privacy en digitale veiligheid;

 

f)   versterking van de bekendheid van de burgers met de Europese kernwaarden en de toewijding aan rechtvaardigheid, gelijkheid, de rechtsstaat en de democratie die daarin tot uiting komt, door middel van informatiecampagnes, alsook met de rechten en plichten die uit het burgerschap van de Unie voortvloeien, zoals het recht om te reizen naar en te werken, te studeren en te wonen in een andere lidstaat, evenals bevordering van wederzijds begrip, interculturele dialoog en eerbied voor diversiteit binnen de Unie;

 

g)   versterking van de bekendheid van de burgers, en met name van jongeren, met het Europees cultureel erfgoed en de Europese identiteit, cultuur, geschiedenis en herdenking, maar ook van hun gevoel deel uit te maken van de Unie, voornamelijk door middel van initiatieven ter ontwikkeling van een kritische reflectie over de oorzaken van de totalitaire regimes in de moderne Europese geschiedenis, alsook door middel van de herdenking van de slachtoffers van die misdaden en activiteiten betreffende andere beslissende momenten in de recente Europese geschiedenis;

 

h)   burgers van verschillende nationaliteiten en culturen met elkaar in contact brengen door hun de mogelijkheid te bieden deel te nemen aan activiteiten in het kader van stedenbanden, kleinschalige projecten en projecten van maatschappelijke organisaties, om zo de voorwaarden te scheppen voor een sterkere bottom-upbenadering;

 

i)   aanmoediging en facilitering van actieve en inclusieve deelname aan de opbouw van een democratischere Unie, met bijzondere aandacht voor gemarginaliseerde groepen in de samenleving, alsook vergroting van het besef van en bevordering en bescherming van de grondrechten en rechten en waarden door ondersteuning van maatschappelijke organisaties, op alle niveaus, die actief zijn op de onder het programma vallende gebieden, alsmede versterking van het vermogen van Europese netwerken en het maatschappelijk middenveld om bij te dragen aan de ontwikkeling, vergroting van het besef, en monitoring van de tenuitvoerlegging van de wetgeving, beleidsdoelstellingen, waarden en strategieën van de Unie;

 

j)   financiering van de technische en organisatorische ondersteuning voor de uitvoering van Verordening [(EU) nr. 211/2011] en zo de grondslag vormen voor de uitoefening door de burgers van hun recht om Europese burgerinitiatieven te organiseren en er steun aan te betuigen;

 

k)   bevordering van de kennis van het programma en van de verspreiding en overdraagbaarheid van de resultaten ervan en bevordering van de bewustmaking van burgers en maatschappelijke organisaties, onder meer door het opzetten en ondersteunen van onafhankelijke contactpunten in het kader van het programma;

 

l) versterking van de capaciteit en onafhankelijkheid van mensenrechtenverdedigers en maatschappelijke organisaties die toezicht houden op de situatie van de rechtsstaat en ondersteuning van acties op lokaal, regionaal, nationaal en transnationaal niveau;

 

m)   ondersteuning van de bescherming van klokkenluiders, met inbegrip van initiatieven en maatregelen om veilige kanalen op te zetten om binnen organisaties misstanden aan de kaak te stellen of deze aan overheidsinstanties of andere relevante organen te melden, alsook maatregelen ter bescherming van klokkenluiders tegen ontslag, degradatie of andere vormen van vergelding, onder meer door voorlichting en opleiding voor relevante overheidsinstanties en belanghebbenden;

 

n)   ondersteuning van initiatieven en maatregelen ter bevordering en bescherming van de vrijheid en het pluralisme van de media, alsmede vergroting van de capaciteiten op het gebied van nieuwe uitdagingen, zoals nieuwe media en bestrijding van haatuitingen, en bestrijding van nepnieuws en gerichte desinformatie door middel van bewustmaking, opleiding, studies en monitoring;

 

o)   ondersteuning van maatschappelijke organisaties die zich inzetten voor de bevordering en monitoring van de integriteit en transparantie van en verantwoording door de overheid en overheidsinstanties, alsook voor corruptiebestrijding;

 

p)   ondersteuning van organisaties die bijstand verlenen en onderdak en bescherming bieden aan slachtoffers van geweld en personen die gevaar lopen, met inbegrip van vrouwenopvangcentra.

Amendement    79

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Subsidies in het kader van het programma worden toegekend en beheerd in overeenstemming met titel VIII van het Financieel Reglement.

1.  Subsidies in het kader van het programma worden toegekend en beheerd in overeenstemming met titel VIII van het Financieel Reglement en omvatten onder meer subsidies voor maatregelen, meerjarige exploitatiesubsidies en doorgifte van subsidies.

Amendement    80

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Het evaluatiecomité kan uit externe deskundigen bestaan.

2.  Het evaluatiecomité kan uit externe deskundigen bestaan. Bij de samenstelling van het comité wordt genderevenwicht in acht genomen.

Amendement    81

Voorstel voor een verordening

Artikel 11 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.   Aan een actie waaraan in het kader van het programma een bijdrage is toegekend, kan ook een bijdrage worden toegekend uit een ander programma van de Unie, met inbegrip van fondsen in gedeeld beheer, op voorwaarde dat de bijdragen niet dezelfde kosten dekken. [De cumulatieve financiering mag de totale subsidiabele kosten van de actie niet overschrijden en de steun uit de verschillende programma’s van de Unie kan pro rata worden berekend].

1.   Aan een actie waaraan in het kader van het programma een bijdrage is toegekend, kan ook een bijdrage worden toegekend uit een ander programma van de Unie, met inbegrip van fondsen in gedeeld beheer, op voorwaarde dat de bijdragen niet dezelfde kosten dekken en dat dubbele financiering wordt voorkomen door duidelijk de financieringsbronnen voor elke uitgavencategorie aan te geven, in overeenstemming met het beginsel van goed financieel beheer. [De cumulatieve financiering mag de totale subsidiabele kosten van de actie niet overschrijden en de steun uit de verschillende programma’s van de Unie kan pro rata worden berekend].

Amendement    82

Voorstel voor een verordening

Artikel 12 – lid 2 – letter a – bolletje 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

–  een lidstaat of een met een lidstaat verbonden land of gebied overzee;

(Niet van toepassing op de Nederlandse versie)  

Amendement    83

Voorstel voor een verordening

Artikel 12 – lid 2 – letter a – bolletje 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

—  een met het programma geassocieerd derde land;

—  voor de specifieke doelstellingen bedoeld in artikel 2, lid 2, onder a) en c), een met het programma geassocieerd derde land, overeenkomstig artikel 7 van deze verordening;

Motivering

Deze formulering is nodig om derde landen uit te sluiten van deelname aan financieringsregelingen voor doelstellingen die verband houden met het nieuwe onderdeel Waarden van de Unie (artikel 2, lid 2, onder -a)).

Amendement    84

Voorstel voor een verordening

Artikel 12 – lid 2 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  juridische entiteiten die zijn opgericht krachtens het Unierecht, of internationale organisaties.

b)  juridische entiteiten zonder winstoogmerk die zijn opgericht krachtens het Unierecht, of internationale organisaties.

Amendement    85

Voorstel voor een verordening

Artikel 12 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Zonder oproep tot het indienen van voorstellen kunnen exploitatiesubsidies worden toegekend aan het Europees netwerk van instanties voor gelijke behandeling Equinet ter dekking van uitgaven die betrekking hebben op het permanente werkprogramma.

3.  Zonder oproep tot het indienen van voorstellen kunnen op grond van artikel 6, lid 2, onder a), exploitatiesubsidies worden toegekend aan het Europees netwerk van instanties voor gelijke behandeling (Equinet) ter dekking van uitgaven in verband met het permanente werkprogramma, op mits van het betreffende werkprogramma een gendereffectbeoordeling is uitgevoerd.

Amendement    86

Voorstel voor een verordening

Artikel 13 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Werkprogramma

Werkprogramma en meerjarenprioriteiten

Amendement    87

Voorstel voor een verordening

Artikel 13 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Het programma wordt uitgevoerd door middel van werkprogramma's als bedoeld in artikel 110 van het Financieel Reglement.

(Niet van toepassing op de Nederlandse versie)  

Amendement    88

Voorstel voor een verordening

Artikel 13 – lid 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis.  De Commissie past bij de vaststelling van haar prioriteiten in het kader van het programma het partnerschapsbeginsel toe en zorgt er, overeenkomstig artikel 15 bis, voor dat de belanghebbenden nauw worden betrokken bij de planning, uitvoering, monitoring en evaluatie van dit programma en de bijbehorende werkprogramma's.

Amendement    89

Voorstel voor een verordening

Artikel 13 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Het werkprogramma wordt door de Commissie vastgesteld door middel van een uitvoeringshandeling. Die uitvoeringshandeling wordt vastgesteld volgens de in artikel 19 bedoelde raadplegingsprocedure.

2.  De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 16 gedelegeerde handelingen vast te stellen om deze verordening aan te vullen door het passende werkprogramma vast te stellen.

Motivering

De werkprogramma's moeten door middel van gedelegeerde handelingen worden vastgesteld. In dit amendement wordt een geschikte formulering voorgesteld.

Amendement    90

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De indicatoren om verslag uit te brengen over de door het programma geboekte vooruitgang bij het verwezenlijken van de in artikel 2 vermelde specifieke doelstellingen zijn vastgesteld in bijlage II.

1.  De indicatoren om verslag uit te brengen over de door het programma geboekte vooruitgang bij het verwezenlijken van de in artikel 2 vermelde specifieke doelstellingen worden, in voorkomend geval, naar gender uitgesplitst. De lijst van indicatoren is opgenomen in bijlage II.

Amendement    91

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Het systeem voor verslaglegging over de prestaties waarborgt dat de gegevens voor het monitoren van de uitvoering en de resultaten van het programma op efficiënte, doeltreffend en tijdig worden verzameld. Daartoe worden de ontvangers van middelen van de Unie en de lidstaten aan evenredige verslagleggingsvereisten onderworpen.

3.  Het systeem voor verslaglegging over de prestaties waarborgt dat de gegevens voor het monitoren van de uitvoering en de resultaten van het programma op efficiënte, doeltreffend en tijdig worden verzameld. Daartoe worden de ontvangers van middelen van de Unie en de lidstaten aan evenredige en zo min mogelijk belastende verslagleggingsvereisten onderworpen. Om de naleving van de verslagleggingsvereisten te vergemakkelijken, stelt de Commissie gebruiksvriendelijke formaten ter beschikking en verstrekt zij oriëntatie- en ondersteuningsprogramma's die in het bijzonder gericht zijn op maatschappelijke organisaties, die niet altijd over de nodige knowhow en voldoende middelen en personeel beschikken om aan de vereisten te voldoen.

Amendement    92

Voorstel voor een verordening

Artikel 15 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Evaluaties worden tijdig uitgevoerd zodat zij in de besluitvorming kunnen worden meegenomen.

1.  Evaluaties omvatten een genderdimensie, alsook naar geslacht uitgesplitste cijfers en een specifiek hoofdstuk voor elk onderdeel, houden rekening met het aantal personen dat bereikt werd, feedback en geografische dekking, en worden tijdig uitgevoerd zodat zij in de besluitvorming kunnen worden meegenomen.

Amendement    93

Voorstel voor een verordening

Artikel 15 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De tussentijdse evaluatie van het programma wordt uitgevoerd zodra voldoende informatie over de uitvoering van het programma beschikbaar is, doch uiterlijk vier jaar nadat met de uitvoering van het programma is begonnen. Bij de tussentijdse evaluatie wordt rekening gehouden met de evaluaties van het langetermijneffect van de voorgaande programma's (Rechten, gelijkheid en burgerschap en Europa voor de burger).

2.  De tussentijdse evaluatie van het programma wordt uitgevoerd zodra voldoende informatie over de uitvoering van het programma beschikbaar is, doch uiterlijk vier jaar nadat met de uitvoering van het programma is begonnen. Bij de tussentijdse evaluatie wordt rekening gehouden met de evaluaties van het langetermijneffect van de voorgaande programma's (Rechten, gelijkheid en burgerschap en Europa voor de burger). In de tussentijdse evaluatie wordt een gendereffectbeoordeling opgenomen om te bepalen in hoeverre de doelstellingen betreffende gendergelijkheid van het programma op dat moment zijn verwezenlijkt, teneinde te waarborgen dat programmaonderdelen niet onbedoeld negatieve gevolgen hebben voor de gendergelijkheid en aanbevelingen te kunnen doen voor de actieve bevordering van gendergelijkheidsoverwegingen bij de ontwikkeling van toekomstige oproepen tot het indienen van voorstellen en beslissingen over exploitatiesubsidies.

Motivering

Met dit amendement wordt gezorgd voor meer consistentie binnen dezelfde alinea wat betreft formulering.

Amendement    94

Voorstel voor een verordening

Artikel 15 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  De Commissie deelt de conclusies van de evaluaties tezamen met haar opmerkingen mee aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's.

4.  De Commissie deelt de conclusies van de evaluaties tezamen met haar opmerkingen mee aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's. De Commissie maakt de evaluatie openbaar en zorgt ervoor dat deze gemakkelijk toegankelijk is door deze op haar website te publiceren.

Amendement    95

Voorstel voor een verordening

Artikel 16 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De in artikel 14 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend tot en met 31 december 2027.

2.  De in de artikelen 13 en 14 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend tot en met 31 december 2027.

Motivering

De werkprogramma's moeten door middel van gedelegeerde handelingen worden vastgesteld. In dit amendement wordt een geschikte formulering voorgesteld.

Amendement    96

Voorstel voor een verordening

Artikel 16 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 14 bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het besluit wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het besluit laat de geldigheid van reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in de artikelen 13 en 14 bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het besluit wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het besluit laat de geldigheid van reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

Motivering

De werkprogramma's moeten door middel van gedelegeerde handelingen worden vastgesteld. In dit amendement wordt een geschikte formulering voorgesteld.

Amendement    97

Voorstel voor een verordening

Artikel 16 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Alvorens een gedelegeerde handeling vast te stellen, raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016.

4.  Alvorens een gedelegeerde handeling vast te stellen, raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven. Bij de samenstelling van de te raadplegen groep deskundigen wordt genderevenwicht in acht genomen. Bij de voorbereiding en opstelling van gedelegeerde handelingen zorgt de Commissie ervoor dat alle documenten, waaronder de ontwerphandelingen, tijdig en gelijktijdig worden toegezonden aan het Europees Parlement en de Raad en aan de deskundigen van de lidstaten. Indien zij dat noodzakelijk achten, kunnen zowel het Europees Parlement als de Raad deskundigen sturen naar de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen waarvoor deskundigen van de lidstaten zijn uitgenodigd. Daartoe ontvangen het Europees Parlement en de Raad de planning voor de komende maanden en de uitnodigingen voor alle deskundigenvergaderingen.

Amendement    98

Voorstel voor een verordening

Artikel 16 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad. Burgers en andere belanghebbenden kunnen, overeenkomstig het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven, gedurende een periode van vier weken hun mening geven over de ontwerptekst van een gedelegeerde handeling. Het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's worden over de ontwerptekst geraadpleegd op basis van de ervaringen van ngo's en lokale en regionale overheden met de uitvoering van het programma.

Amendement    99

Voorstel voor een verordening

Artikel 16 – lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.  Een overeenkomstig artikel 14 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt slechts in werking indien noch het Europees Parlement, noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van die handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad vóór het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

6.  Een overeenkomstig de artikelen 13 en 14 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt slechts in werking indien noch het Europees Parlement, noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van die handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad vóór het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

Motivering

De werkprogramma's moeten door middel van gedelegeerde handelingen worden vastgesteld. In dit amendement wordt een geschikte formulering voorgesteld.

Amendement    100

Voorstel voor een verordening

Artikel 18 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De ontvangers van financiering van de Unie erkennen de oorsprong van en geven zichtbaarheid aan de financiering van de Unie (met name wanneer zij de acties en de resultaten ervan promoten) door meerdere doelgroepen, waaronder de media en het grote publiek, doelgericht en op samenhangende, doeltreffende en evenredige wijze te informeren.

1.  De ontvangers van financiering van de Unie erkennen de oorsprong van en geven zichtbaarheid aan de financiering van de Unie (met name wanneer zij de acties en de resultaten ervan promoten) door meerdere doelgroepen, waaronder de media en het grote publiek en, in voorkomend geval, de begunstigden van of deelnemers aan de acties die met deze middelen worden gefinancierd, doelgericht en op samenhangende, doeltreffende en evenredige wijze te informeren in een vorm die ook toegankelijk is voor personen met een handicap, waardoor de toegevoegde waarde van de Unie wordt aangetoond en de inspanningen van de Commissie op het gebied van gegevensverzameling worden ondersteund om de budgettaire transparantie te vergroten.

Amendement    101

Voorstel voor een verordening

Artikel 18 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De Commissie zorgt voor informatie en communicatie uit met betrekking tot het programma alsmede de in de kader uitgevoerde acties en de resultaten daarvan. De aan het programma toegewezen financiële middelen dragen tevens bij aan de institutionele communicatie over de politieke prioriteiten van de Unie, voor zover zij verband houden met de in artikel 2 bedoelde doelstellingen.

2.  De Commissie zorgt voor informatie en communicatie uit met betrekking tot het programma alsmede de in de kader uitgevoerde acties en de resultaten daarvan.

Amendement    102

Voorstel voor een verordening

Artikel 18 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 18 bis

 

Contactpunten voor het programma

 

Elke lidstaat beschikt over een onafhankelijk nationaal contactpunt met gekwalificeerd personeel dat met name tot taak heeft de belanghebbenden en begunstigden van het programma onpartijdig advies, praktische informatie en hulp te bieden met betrekking tot alle aspecten van het programma en de aanvraagprocedure.

Amendement    103

Voorstel voor een verordening

Artikel 19

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Artikel 19

Schrappen

Comitéprocedure

 

1.  De Commissie wordt bijgestaan door een comité. Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.

 

2.  Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 4 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.

 

3.  Het comité kan in specifieke configuraties bijeenkomen voor het bespreken van de afzonderlijke onderdelen van het programma.

 

Motivering

Dit artikel moet worden geschrapt, aangezien het voorstel geen verwijzingen naar uitvoeringshandelingen dient te omvatten.

Amendement    104

Voorstel voor een verordening

Bijlage -I (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Bijlage -I

 

De in artikel 6, lid 1, bedoelde beschikbare middelen in het kader van het programma worden als volgt toegewezen:

 

a) Binnen het in artikel 6, lid 2, onder a), bedoelde bedrag:

 

- ten minste 15 % voor activiteiten ter verwezenlijking van de in artikel 3, onder a bis), bedoelde specifieke doelstelling;

 

- ten minste 40 % voor activiteiten ter verwezenlijking van de in artikel 5, onder -a), bedoelde specifieke doelstellingen; en

 

- ten minste 45 % voor activiteiten ter verwezenlijking van de in artikel 3, onder a) en b), en artikel 5, onder a) en b), bedoelde specifieke doelstellingen;

 

b) Binnen het in artikel 6, lid 2, onder b), bedoelde bedrag:

 

- 15 % voor herdenkingsactiviteiten;

 

- 65 % voor democratische participatie;

 

- 10 % voor promotieactiviteiten; en

 

- 10 % voor administratie.

Amendement    105

Voorstel voor een verordening

Bijlage I

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Bijlage I

Schrappen

Activiteiten in het kader van het programma

 

De in artikel 2, lid 2, bedoelde specifieke doelstellingen van het programma worden met name nagestreefd door middel van ondersteuning van de volgende activiteiten:

 

a)   bewustmaking, verspreiding van informatie ter verbetering van de bekendheid met beleid en rechten op de onder het programma vallende gebieden;

 

b)   wederzijdse leerprocessen door uitwisseling van goede praktijken tussen belanghebbenden om kennis en wederzijds begrip en maatschappelijke en democratische betrokkenheid te bevorderen;

 

c)   analyse en monitoring1 ter verbetering van het inzicht in de situatie in de lidstaten en op EU-niveau op gebieden die onder het programma vallen, alsmede ter verbetering van de uitvoering van de wetgeving en het beleid van de EU;

 

d)   opleiding van belanghebbenden ter verbetering van hun kennis van het beleid en hun rechten op de bestreken gebieden;

 

e)   ontwikkeling en onderhoud van tools op het gebied van informatie- en communicatietechnologie (ICT);

 

f)   versterking van de bekendheid van de burgers met de Europese cultuur, Europese geschiedenis en Europese herdenking alsmede hun gevoel deel uit te maken van de Unie;

 

g)   Europeanen van verschillende nationaliteiten en culturen met elkaar in contact brengen door hun de mogelijkheid te bieden deel te nemen aan activiteiten in het kader van stedenbanden;

 

h)   aanmoediging en facilitering van actieve deelname aan de opbouw van een meer democratische Unie en versterking van het besef van rechten en waarden door ondersteuning van maatschappelijke organisaties;

 

i)   financiering van de technische en organisatorische ondersteuning voor de uitvoering van Verordening [(EU) nr. 211/2011] en zo de grondslag vormen voor de uitoefening door de burgers van hun recht om Europese burgerinitiatieven te organiseren en er steun aan te betuigen;

 

j)   versterking van het vermogen van Europese netwerken om het recht, de beleidsdoelstellingen en de strategieën van de EU verder te ontwikkelen en te bevorderen, en ondersteuning van maatschappelijke organisaties die actief zijn op de onder het programma vallende gebieden;

 

k)   bevordering van de kennis van het programma en van de verspreiding en overdraagbaarheid van de resultaten ervan en bevordering van de bewustmaking van burgers, onder meer door het opzetten en ondersteunen van programmabureaus/een netwerk van nationale contactpunten.

 

1  Deze activiteiten omvatten bijvoorbeeld het verzamelen van gegevens en statistieken; het ontwikkelen van gemeenschappelijke methoden en, in voorkomend geval, indicatoren of benchmarks; studies, onderzoeken, analyses en enquêtes; evaluaties; effectbeoordeling; het opstellen en publiceren van handleidingen, rapporten en educatief materiaal.

 

Amendement    106

Voorstel voor een verordening

Bijlage II – alinea 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Het programma wordt gemonitord aan de hand van een reeks indicatoren om te meten in hoeverre de algemene en specifieke doelstellingen van het programma zijn verwezenlijkt, mede met het oog op verlichting van de administratieve lasten en de kosten. Daartoe zullen gegevens worden vergaard met betrekking tot onderstaande indicatoren:

Het programma wordt gemonitord aan de hand van een reeks resultaatindicatoren om te meten in hoeverre de algemene en specifieke doelstellingen van het programma zijn verwezenlijkt, mede om de administratieve lasten en de kosten zo laag mogelijk te houden. Waar mogelijk worden de indicatoren uitgesplitst naar leeftijd, geslacht en eventuele andere gegevens die kunnen worden vergaard (zoals etniciteit, handicap en genderidentiteit). Daartoe zullen gegevens worden vergaard met betrekking tot onderstaande indicatoren:

Amendement    107

Voorstel voor een verordening

Bijlage II – alinea 1 – tabel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Het aantal personen dat is bereikt door:

Het aantal personen, uitgesplitst naar geslacht en leeftijd, dat is bereikt door:

i) opleidingsactiviteiten;

i) opleidingsactiviteiten;

ii) activiteiten inzake wederzijds leren en uitwisselen van goede praktijken;

ii) activiteiten inzake wederzijds leren en uitwisselen van goede praktijken;

iii) activiteiten inzake bewustmaking, voorlichting en verspreiding.

iii) activiteiten inzake bewustmaking, voorlichting en verspreiding.

Amendement    108

Voorstel voor een verordening

Bijlage II – alinea 1 – rij 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Voorts publiceert de Commissie elk jaar de volgende outputindicatoren:

Amendement    109

Voorstel voor een verordening

Bijlage II – alinea 1 – rij 1 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Aantal aanvragen en gefinancierde activiteiten per in artikel 9, lid 1, genoemde categorie en per onderdeel

Amendement    110

Voorstel voor een verordening

Bijlage II – alinea 1 – rij 1 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

De hoogte van de aangevraagde en uiteindelijk toegekende financiering per in artikel 9, lid 1, genoemde categorie en per onderdeel

Amendement    111

Voorstel voor een verordening

Bijlage II – tabel – rij 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Het aantal transnationale netwerken en initiatieven inzake Europese herdenking en Europees erfgoed dat via het programma tot stand is gekomen.

Het aantal transnationale netwerken en initiatieven inzake Europese herdenking, Europees erfgoed en dialoog met het maatschappelijk middenveld dat via het programma tot stand is gekomen.

Amendement    112

Voorstel voor een verordening

Bijlage II – tabel – rij 6 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Geografische spreiding van de projecten

(1)

PB C … / Nog niet in het Publicatieblad verschenen.

(2)

PB C … / Nog niet in het Publicatieblad verschenen.


TOELICHTING

Op 30 mei 2018 publiceerde de Europese Commissie haar voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het programma Rechten en waarden, als onderdeel van het meerjarig financieel kader (MFK) voor de periode 2021-2027. In het programma Rechten en waarden worden twee programma's voor de periode 2014-2020 gebundeld, namelijk het programma Rechten, gelijkheid en burgerschap en het programma Europa voor de burger. Het voorstel heeft tot doel de in de EU-verdragen en het Handvest van de grondrechten verankerde gemeenschappelijke rechten en waarden te beschermen en te bevorderen, onder meer door ondersteuning te bieden aan maatschappelijke organisaties om een open, democratische, op rechten gebaseerde, gelijkwaardige en inclusieve samenleving in stand te houden. Hoewel de rapporteur is ingenomen met het voornemen van de Commissie om de voortzetting van bestaande programma's te waarborgen met het oog op de belangrijke rol die deze programma's spelen bij de bevordering en tenuitvoerlegging van de rechten en waarden van de EU, schiet het voorstel tekort in het aanpakken van een aantal van de uitdagingen waarvoor de Unie zich momenteel gesteld ziet op het gebied van gemeenschappelijke Europese waarden en rechten.

Het Europees Parlement heeft de Commissie in zijn resolutie van 19 april 2018 over de noodzaak van invoering van een Europees waardeninstrument ter ondersteuning van maatschappelijke organisaties die in de Europese Unie op lokaal en nationaal niveau de fundamentele waarden uitdragen, met klem verzocht een Europees waardeninstrument voor te stellen als onderdeel van het MFK 2021-2027, om lokale en nationale maatschappelijke organisaties financieel te ondersteunen bij het tegengaan van de achteruitgang op het gebied van de democratie, de rechtsstaat en de grondrechten in de EU. Het instrument moet een aanvulling vormen op reeds bestaande programma's en er moeten voor het instrument evenveel middelen worden uitgetrokken als door de EU worden besteed aan de bevordering van waarden in derde landen.

De rapporteur stelt daarom in haar ontwerpverslag een aantal wijzigingen voor om bovenstaande zaken in acht te nemen en de doeltreffendheid van het programma te verhogen met het oog op de bescherming en bevordering van de genoemde waarden binnen de Unie.

Toepassingsgebied

Om de doelstellingen van het programma in overeenstemming te brengen met de in artikel 2 VEU vastgelegde gemeenschappelijke waarden, waarop de Europese Unie is gegrondvest, stelt de rapporteur voor het toepassingsgebied van het voorstel uit te breiden door in de algemene doelstelling van het programma specifiek te verwijzen naar de in artikel 2 VEU verankerde waarden van democratie, de rechtsstaat en de grondrechten. De rapporteur is van oordeel dat het, in een tijd waarin de democratie en de rechtsstaat in Europa worden bedreigd, dringend noodzakelijk is om voldoende middelen vrij te maken voor dit instrument en ervoor te zorgen dat het gemakkelijk kan worden ingezet ter ondersteuning van burgers die zich inzetten voor de bevordering van deze meest bedreigde Europese waarden. De eerbiediging van de rechtsstaat in de Unie is een voorwaarde voor de bescherming van de grondrechten en voor de handhaving van alle uit de Verdragen voortvloeiende rechten en verplichtingen. De manier waarop de rechtsstaat in de lidstaten ten uitvoer wordt gelegd, is cruciaal om het wederzijds vertrouwen tussen de lidstaten en in hun rechtsstelsels te waarborgen.

Daarom stelt de rapporteur voor een nieuwe specifieke doelstelling toe te voegen (het onderdeel "waarden van de Unie") waarin wordt verwezen naar democratie, de grondrechten en de rechtsstaat, op basis waarvan acties ter bevordering van deze waarden op lokaal, regionaal, nationaal en transnationaal niveau kunnen worden gefinancierd.

De rapporteur is in het kader van deze nieuwe specifieke doelstelling van oordeel dat het programma gericht moet zijn op de bescherming en bevordering van de democratie en de rechtsstaat, met inbegrip van de waarborging van de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht, doeltreffende rechterlijke bescherming door onafhankelijke rechtbanken, onder meer van de grondrechten, en de waarborging van het transparant en niet-willekeurig handelen van overheidsinstanties en rechtshandhavingsinstanties. Daarnaast moet het programma gericht zijn op de ondersteuning van onafhankelijke mensenrechtenverdedigers en maatschappelijke organisaties die toezicht houden op de eerbiediging van de rechtsstaat, alsmede op de ondersteuning van de bescherming van klokkenluiders en van initiatieven ter bevordering van transparantie, verantwoordingsplicht, integriteit en afwezigheid van corruptie.

Aangezien de eerbiediging en bescherming van de grondrechten ten grondslag liggen aan elke democratische samenleving, is de rapporteur van mening dat bijzondere aandacht moet worden besteed aan de versterking van de vrijheid van meningsuiting en van vreedzame vergadering en vereniging, de vrijheid en pluriformiteit van de media, de academische vrijheid, de vrijheid van godsdienst of overtuiging en het recht op privacy en een gezinsleven.

De rapporteur is in dit verband verheugd over het feit dat in de artikelen 3 en 5 van het voorstel de nadruk wordt gelegd op het beginsel van gelijkheid en het beginsel van niet-discriminatie, alsook op de noodzaak om alle vormen van geweld te bestrijden. Iedere vorm van discriminatie, met name op grond van geslacht, ras, kleur, etnische of sociale afkomst, genetische kenmerken, taal of het behoren tot een nationale minderheid, is uitdrukkelijk verboden uit hoofde van artikel 21, lid 1, van het Handvest van de grondrechten. Volgens de tweede enquête van de Europese Unie naar minderheden en discriminatie van het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten was in 2017 in de Unie nog altijd veelvuldig sprake van ernstig(e) geweld, pesterijen, bedreigingen en uitingen van vreemdelingenhaat, met name ten aanzien van personen die tot de LGBTI-gemeenschap of tot een minderheid behoren, maar ook ten aanzien van asielzoekers en migranten.

In het kader van de algemene doelstelling om de democratie en de rechtsstaat te beschermen en bevorderen, wijst de rapporteur erop dat het onderdeel inzake het Daphne-initiatief ervoor zorgt dat alle slachtoffers van geweld (met inbegrip van journalisten en andere media-actoren in de EU die te maken hebben met meervoudige aanvallen, bedreigingen en druk vanuit de overheid en daarbuiten) betere toegang hebben tot de rechter en tot mechanismen voor het doen van aangifte.

Daarnaast stelt de rapporteur voor bepaalde activiteiten die in aanmerking komen voor financiering te verplaatsen van bijlage I naar een artikel in de tekst van het voorstel, zodat het programma gemakkelijker is te begrijpen en in te zetten. Er worden in de lijst van activiteiten verschillende wijzigingen voorgesteld om een aantal van de activiteiten die in aanmerking komen in het kader van het nieuwe onderdeel "Waarden van de Unie" te verduidelijken en om te benadrukken dat belangenbehartiging, versterking van de capaciteit en bewustmaking ook via dit programma worden ondersteund.

Begroting

Gezien het veranderde politieke landschap in de Unie en de bedreiging van de Europese waarden waarmee de EU momenteel wordt geconfronteerd, is de rapporteur van mening dat de voorgestelde zevenjarige begroting van 642 000 000 EUR (opgedeeld in 409 000 000 EUR voor het onderdeel "Gelijkheid en rechten" en 233 000 000 EUR voor het onderdeel "Betrokkenheid en participatie van de burgers") niet voldoende is om de behoeften van de EU-burgers te dekken die de waarden van de EU willen versterken en beschermen met het oog op een pluralistische, democratische, open en inclusieve samenleving.

Er is herhaaldelijk door maatschappelijke organisaties gepleit voor verhoging van de begroting van bestaande programma's en voor uitbreiding van toepassingsgebied, zoals voorgesteld, waaronder van het nieuwe onderdeel "waarden van de Unie". De rapporteur stelt daarom, op basis van de resolutie van het Parlement van april 2018, de volgende begrotingstoewijzing voor: in totaal 1 974 457 000 EUR in lopende prijzen, opgedeeld in 1 000 000 000 EUR voor het nieuwe onderdeel "Waarden van de Unie", 474 457 000 EUR voor het onderdeel "Gelijkheid en rechten" en 500 000 000 EUR voor het onderdeel "Betrokkenheid en participatie van burgers". Deze bedragen zijn beduidend hoger dan de door de Commissie voorgestelde bedragen. De rapporteur is echter van mening dat een aanzienlijke verhoging niet alleen belangrijk is, maar ook noodzakelijk om doeltreffend te kunnen reageren op de huidige uitdagingen op het gebied van de Europese waarden.

Om ervoor te zorgen dat het maatschappelijk middenveld naar behoren kan profiteren van de financiering in het kader van het programma, stelt de rapporteur tevens voor dat ten minste 40 % van de middelen die voor elke doelstelling worden toegewezen, voor ngo's wordt gereserveerd.

De rapporteur meent dat mechanismen die het financieringsbeleid van de Unie moeten koppelen aan de waarden van de Unie verder moeten worden verfijnd, waarbij de Commissie aan de Raad een voorstel kan doen om middelen die in gedeeld beheer aan een lidstaat zijn toegewezen, naar het programma over te hevelen indien de desbetreffende lidstaat wordt onderworpen aan procedures die verband houden met de waarden van de Unie. De rapporteur heeft specifieke bepalingen voorgesteld met betrekking tot een beperkte lijst van situaties waarin aan een lidstaat in gedeeld beheer toegewezen middelen naar het programma mogen worden overgeheveld, alsook bepalingen met betrekking tot de te volgen procedure en het toetsingsrecht van het Europees Parlement.

Toegang tot financiering

De rapporteur is van mening dat meer steun moet worden gegeven voor projecten aan de basis ter bevordering van de in artikel 2 VEU vastgelegde Europese waarden, en met name de democratie, de rechtsstaat en de grondrechten, die ten grondslag liggen aan een open en inclusieve samenleving. Dit is ook in overeenstemming met het advies dat het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten heeft uitgebracht in zijn studie "Challenges facing civil society organisations working on human rights in the EU" (Uitdagingen voor maatschappelijke organisaties die actief zijn op het gebied van de mensenrechten in de EU) van januari 2018, waarin duidelijk wordt gesteld dat de Europese instellingen en de lidstaten worden aangespoord om ervoor te zorgen dat er financiële middelen beschikbaar worden gesteld voor maatschappelijke organisaties – ook voor kleine basisorganisaties – die zich inzetten voor de bescherming en bevordering van de fundamentele waarden van de EU op het gebied van de grondrechten, de democratie en de rechtsstaat. Deze financiering moet, waar nodig, de kosten van de verschillende activiteiten van maatschappelijke organisaties dekken, zoals dienstverlening, optreden als waakhond, belangenbehartiging, procesvoering, campagnevoering, voorlichting op het gebied van mensenrechten en burgerschap, en bewustmaking.

Het ontwerpverslag zoals voorgesteld door de rapporteur beantwoordt aan de algemene doelstelling dat de EU gerichte financiële steun moet verlenen aan maatschappelijke organisaties die zich op lokaal, regionaal en nationaal niveau inzetten voor de bevordering en bescherming van de fundamentele waarden van de EU. Hiertoe zijn specifieke amendementen ingediend om te laten zien op welke manieren in het programma aandacht wordt besteed aan organisaties die op lokaal, regionaal en nationaal niveau actief zijn. Hoewel acties op transnationaal niveau een belangrijke rol spelen, hebben veel uitdagingen op het gebied van de Europese waarden een lokale oorsprong en moeten ze daarom zowel op lokaal als op Europees niveau aan de orde worden gesteld.

Een andere hoofddoelstelling van de rapporteur in het kader van het programma is het vereenvoudigen van procedures en het vergemakkelijken van de toegang tot financiering. Hiertoe wordt in de tekst verwezen naar vereenvoudigde kostenopties, snelle en flexibele subsidieprocedures en gebruiksvriendelijke toepassingen, zoals meerjarige exploitatiesubsidies, vaste bedragen, vaste percentages, eenheidskosten, doorgifte van subsidies en medefinanciering in natura. De rapporteur meent daarnaast dat de rapportageprocedures in het kader van de uitvoering van dit programma moeten worden toegepast en verder moeten worden versterkt. Zij is van oordeel dat de deelname van maatschappelijke organisaties van cruciaal belang is voor de planning, uitvoering en evaluatie van het programma. De Commissie moet daarom een groep voor dialoog met het maatschappelijk middenveld in het leven roepen om een regelmatige dialoog met de begunstigden van het programma en andere belanghebbenden te kunnen voeren.

Informatie van belanghebbenden

De rapporteur heeft ter voorbereiding van dit ontwerp informatie verzameld die tijdens rondetafelgesprekken in Brussel en Stockholm en tijdens verschillende bilaterale bijeenkomsten door een aantal vertegenwoordigers van ngo's is verstrekt. Ook heeft de rapporteur vertegenwoordigers van andere Europese agentschappen en belanghebbenden geraadpleegd. De volledige lijst van deze instanties en personen is te vinden in de bijlage.


BIJLAGE: LIJST VAN INSTANTIES WAARVAN OF PERSONEN VAN WIE DE RAPPORTEUR INFORMATIE HEEFT ONTVANGEN

De volgende lijst wordt op zuiver vrijwillige basis opgesteld onder de exclusieve bevoegdheid van de rapporteur. De rapporteur heeft bij de opstelling van het verslag tot het moment van goedkeuring in de commissie informatie ontvangen van de volgende entiteiten of personen:

Instantie en/of persoon

Europees Economisch en Sociaal Comité

Comité van de Regio's

Bureau voor de grondrechten

Equinet (Europees netwerk van organen voor de bevordering van gelijke behandeling)

Stefan Batory Foundation

Civil Liberties Union for European Parliament

Nationale contactpunten (bijv. van Duitsland en Frankrijk)

Raad van Europese gemeenten en regio's

Europese Humanistische Federatie

Civil Society Europe

DEF Europe

European Foundation Centre

AGE Platform Europe

Lifelong Learning Platform, LLLP

Europees Vrijwilligerscentrum

Europees Burgerforum

Europees Jeugdforum

International Planned Parenthood Federation, IPPF

Front Line Defenders

Stichting PERITIA

IPPF European Network

Myndigheten för ungdoms- och civilsamhällesfrågor, MUCF (Zweeds agentschap voor de jeugd en het maatschappelijk middenveld)

UF Sverige (Zweedse jeugd-/studentenvereniging voor internationale aangelegenheden)

Sverok

LSU (Nationale raad voor Zweedse jeugdorganisaties)

Svenska PEN

Diakonia

Sveriges Kvinnolobby (Zweedse vrouwenlobby)

Bureau van de Hoge Commissaris van de VN voor de mensenrechten (OHCHR), regionaal bureau voor Europa


ADVIES VAN DE BEGROTINGSCOMMISSIE (8.11.2018 )

aan de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken

inzake het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het programma Rechten en waarden

(COM(2018)0383 – C8-0234/2018 – 2018/0207(COD))

Rapporteur voor advies: Jordi Solé

AMENDEMENTEN

De Begrotingscommissie verzoekt de bevoegde Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken onderstaande amendementen in aanmerking te nemen:

Amendement    1

Ontwerpwetgevingsresolutie

Paragraaf 1 bis (nieuw)

 

Ontwerpwetgevingsresolutie

Amendement

 

1 bis.   herinnert aan zijn resolutie van 30 mei 2018 over het meerjarig financieel kader (MFK) 2021-2027 en eigen middelen1bis; benadrukt dat de horizontale beginselen, die ten grondslag moeten liggen aan het MFK en al het daarmee verband houdende beleid van de Unie, belangrijk zijn; dringt daarom aan op de opname van de VN-doelstellingen voor duurzame ontwikkeling (SDG's) in alle Uniebeleidsmaatregelen en -initiatieven van het volgende MFK; benadrukt voorts dat de uitbanning van discriminatie essentieel is voor het nakomen van de verbintenissen van de EU ten aanzien van een inclusief Europa en betreurt het ontbreken van verbintenissen op het gebied van gendermainstreaming en gendergelijkheid in het beleid van de Unie dat met de voorstellen voor het MFK gepresenteerd is;

 

_______________

 

1 bis Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0226.

Amendement    2

Ontwerpwetgevingsresolutie

Paragraaf 1 ter (nieuw)

 

Ontwerpwetgevingsresolutie

Amendement

 

1 ter.   wijst op zijn resolutie van 14 maart 2018 over het volgende MFK: voorbereiding van het standpunt van het Parlement ten aanzien van het MFK voor de periode na 20201 bis; herhaalt zijn steun voor programma's op het gebied van cultuur, onderwijs, media, jeugd, sport, democratie, burgerschap en maatschappelijke organisaties, die duidelijk hun Europese meerwaarde hebben bewezen en populair zijn en blijven onder de begunstigden; beveelt aan een door de Commissie te beheren intern Europees fonds voor democratie op te zetten voor meer steun aan maatschappelijke organisaties en ngo's die werken op het gebied van democratie en mensenrechten;

 

_______________

 

1bis Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0075.

Amendement    3

Voorstel voor een verordening

Titel

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Voorstel voor een

Voorstel voor een

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

tot vaststelling van het programma Rechten en waarden

tot vaststelling van het programma Rechten, waarden en burgerschap

Amendement    4

Voorstel voor een verordening

Overweging 1 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(1 bis)  In zijn resolutie van 14 maart 2018 over het volgende MFK: voorbereiding van het standpunt van het Parlement ten aanzien van het MFK voor de periode na 2020, spreekt het Europees Parlement zijn steun uit voor programma's op het gebied van cultuur, onderwijs, media, jeugd, sport, democratie, burgerschap en maatschappelijke organisaties, die duidelijk hun Europese meerwaarde hebben bewezen en populair zijn en blijven onder de begunstigden, en onderstreept het bovendien dat een sterker en ambitieuzer Europa alleen mogelijk is als in meer financiële middelen wordt voorzien. Het bestaande beleid moet voortdurend worden ondersteund, de middelen voor de vlaggenschipprogramma's van de Unie moeten worden verhoogd en de extra verantwoordelijkheden moeten gepaard gaan met extra financiële middelen.

Amendement    5

Voorstel voor een verordening

Overweging 7

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(7)  Burgers zouden zich ook beter bewust moeten zijn van de rechten die zij aan het burgerschap van de Unie ontlenen, moeten met een gerust hart kunnen wonen, reizen, studeren, werken en vrijwilligerswerk doen in een andere lidstaat en moeten erop kunnen vertrouwen dat zij al hun burgerschapsrechten kunnen genieten en uitoefenen en er gelijke toegang toe hebben en dat zij zonder discriminatie volledig aanspraak op hun rechten en de bescherming daarvan kunnen maken, ongeacht waar zij zich in de Unie bevinden. Maatschappelijke organisaties moeten steun krijgen voor activiteiten inzake bevordering, bescherming en bewustmaking op het gebied van de gemeenschappelijke waarden van de EU op grond van artikel 2 VEU en voor het leveren van bijdragen aan de effectieve uitoefening van rechten krachtens het recht van de Unie.

(7)  Burgers zouden zich ook beter bewust moeten zijn van de rechten die zij aan het burgerschap van de Unie ontlenen, moeten met een gerust hart kunnen wonen, reizen, studeren, werken en vrijwilligerswerk doen in een andere lidstaat en moeten erop kunnen vertrouwen dat zij al hun burgerschapsrechten kunnen genieten en uitoefenen en er gelijke toegang toe hebben en dat zij zonder discriminatie volledig aanspraak op hun rechten en de bescherming daarvan kunnen maken, ongeacht waar zij zich in de Unie bevinden. Maatschappelijke organisaties, samen met lokale en regionale overheden en hun representatieve organisaties op nationaal en Europees niveau, moeten steun krijgen voor activiteiten inzake bevordering, bescherming en bewustmaking op het gebied van de gemeenschappelijke waarden van de EU op grond van artikel 2 VEU en voor het leveren van bijdragen aan de effectieve uitoefening van rechten krachtens het recht van de Unie. Met het programma wordt blijvende steun gewaarborgd voor de tenuitvoerlegging en verdere ontwikkeling van bestaande lokale en regionale initiatieven die bijdragen aan de verwezenlijking van deze doelstellingen, zoals het Europees Handvest voor gelijkheid van vrouwen en mannen in het lokale leven.

Amendement    6

Voorstel voor een verordening

Overweging 8

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(8)  Gelijkheid van vrouwen en mannen is een fundamentele waarde en een doelstelling van de Europese Unie. Discriminatie en ongelijke behandeling van vrouwen schendt hun grondrechten en belemmert hun volwaardige politieke, sociale en economische deelname aan de samenleving. Bovendien vormt het bestaan van structurele en culturele barrières een belemmering voor de verwezenlijking van reële gendergelijkheid. Bevordering van gendergelijkheid bij alle activiteiten van de Unie is derhalve een kernactiviteit van de Unie en een motor voor economische groei, en moet derhalve door het programma worden ondersteund.

(8)  Gelijkheid van vrouwen en mannen is een fundamentele waarde en een doelstelling van de Europese Unie. Discriminatie en ongelijke behandeling van vrouwen schendt hun grondrechten en belemmert hun volwaardige politieke, sociale en economische deelname aan de samenleving. Bovendien vormt het bestaan van structurele en culturele barrières een belemmering voor de verwezenlijking van reële gendergelijkheid. Bevordering van gendergelijkheid bij alle activiteiten van de Unie is derhalve een kernactiviteit van de Unie en een motor voor economische groei, en moet derhalve door het programma worden ondersteund, waarbij gestreefd moet worden naar maximale synergieën met het Europees Sociaal Fonds+.

Amendement    7

Voorstel voor een verordening

Overweging 8 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(8 bis)   In artikel 8 VWEU is het beginsel van gendermainstreaming in alle werkzaamheden van de Unie neergelegd. Goede toepassing van gendermainstreaming vereist de toewijzing van adequate middelen en transparantie in de begrotingsonderdelen die bestemd zijn voor de bevordering van gendergelijkheid en de bestrijding van discriminatie op grond van gender.

Amendement    8

Voorstel voor een verordening

Overweging 22 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(22 bis)   Het is van belang om te zorgen voor degelijk financieel beheer van het programma en de uitvoering daarvan, die zo effectief en gebruikersvriendelijk mogelijk moet zijn, waarbij eveneens gezorgd moet worden voor wettelijke zekerheid en de toegankelijkheid van het programma voor alle deelnemers.

Amendement    9

Voorstel voor een verordening

Overweging 22 ter (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(22 ter)   Bij de verwezenlijking van de doelstellingen van het programma moeten een betere uitvoering en een betere kwaliteit van de bestedingen als richtsnoeren worden gehanteerd, en moet daarbij worden gewaarborgd dat de financiële middelen optimaal worden gebruikt.

Amendement    10

Voorstel voor een verordening

Overweging 26 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(26 bis)   Het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake de bescherming van de begroting van de Unie in geval van fundamentele tekortkomingen op het gebied van de rechtsstaat in de lidstaten heeft tot doel de Unie in staat te stellen haar begroting beter te beschermen wanneer tekortkomingen in de rechtsstaat afbreuk doen of dreigen te doen aan een goed financieel beheer of aan de financiële belangen van de Unie. Het is bedoeld als aanvulling van het programma Rechten en waarden, dat een ander doel beoogt aangezien het gericht is op de financiering van beleid op het gebied van grondrechten en Europese waarden, en daarmee op het leven van mensen en hun deelname aan de samenleving.

Amendement    11

Voorstel voor een verordening

Overweging 28

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(28)  Gelet op het belang van de strijd tegen klimaatverandering, overeenkomstig de verplichtingen die de Unie is aangegaan voor de uitvoering van de overeenkomst van Parijs en de duurzameontwikkelingsdoelstellingen van de Verenigde Naties zal dit programma bijdragen tot de mainstreaming van klimaatactie en de verwezenlijking van het algemene streefcijfer dat 25% van de uitgaven op de EU-begroting de klimaatdoelstellingen ondersteunt. Bij de voorbereiding en de uitvoering van het programma zullen relevante acties worden vastgesteld en bij de tussentijdse evaluatie zullen deze opnieuw worden beoordeeld.

(28)  Gezien het belang van de strijd tegen klimaatverandering en in overeenstemming met de toezeggingen van de Unie om de Overeenkomst van Parijs en de doelstellingen voor duurzame ontwikkeling van de Verenigde Naties uit te voeren, zal dit programma bijdragen aan de mainstreaming van klimaatactie en aan het algemene streven dat gedurende de MFK-periode 2021-2027 25 % van de EU-begrotingsuitgaven klimaatdoelstellingen ondersteunen, en dat zo spoedig mogelijk, en uiterlijk in 2027, een streefcijfer van 30 % jaarlijks wordt gehaald. Bij de voorbereiding en de uitvoering van het programma zullen relevante acties worden vastgesteld en bij de tussentijdse evaluatie zullen deze opnieuw worden beoordeeld.

Motivering

Het Europees Parlement heeft er in zijn resolutie van 14 maart 2018 over het volgende MFK: voorbereiding van het standpunt van het Parlement ten aanzien van het MFK voor de periode na 2020 (2017/2052(INI)) op aangedrongen dat de klimaatgerelateerde EU-begrotingsuitgaven zo spoedig mogelijk en uiterlijk in 2027 bij 30 % moeten liggen.

Amendement    12

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De algemene doelstelling van het programma is de bescherming en bevordering van de rechten en waarden die in de EU-Verdragen zijn verankerd, onder meer door ondersteuning van maatschappelijke organisaties met het oog op de instandhouding van een open, democratische en inclusieve samenleving.

1.  De algemene doelstelling van het programma is de bescherming en bevordering van de rechten en waarden die in de EU-Verdragen zijn verankerd, onder meer door ondersteuning van maatschappelijke organisaties en lokale en regionale overheden en hun representatieve organisaties met het oog op de instandhouding van een open, democratische en inclusieve samenleving.

Amendement    13

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 2 – letter b

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  bevordering van de betrokkenheid van de burgers bij en hun participatie in het democratisch bestel van de Unie (onderdeel Betrokkenheid en participatie van de burger)

b)  bevordering van een Europa voor de burger door de betrokkenheid van de burgers bij en hun participatie in het democratisch bestel van de Unie te versterken (onderdeel Betrokkenheid en participatie van de burger)

Amendement    14

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 2 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2 bis.  De Commissie overlegt gedurende de programmeringsperiode regelmatig met de begunstigden van het programma, en met name met maatschappelijke organisaties en lokale en regionale overheden en hun representatieve organisaties, over de vaststelling van de meerjarige en jaarlijkse prioriteiten. Als voornaamste platform voor dit overleg zal een dialoog met de burgers worden opgezet die gestructureerd wordt aan de hand van de verschillende specifieke doelstellingen van het programma.

Amendement    15

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – alinea 1 – letter a

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  het voorkomen en bestrijden van alle vormen van geweld tegen kinderen, jongeren en vrouwen, alsmede geweld tegen andere groepen die risico lopen;

a)  het voorkomen en bestrijden van alle vormen van geweld tegen en intimidatie van kinderen, jongeren en vrouwen, alsmede geweld tegen andere groepen die risico lopen, online en/of fysiek, onder meer op het werk en in de openbare ruimte;

Amendement    16

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De financiële middelen voor de uitvoering van het programma voor de periode 2021–2027 bedragen [641 705 000] EUR in lopende prijzen.

1.  De financiële middelen voor de uitvoering van het programma over de periode 2021-2027 bedragen 1 627 000 000 EUR in prijzen van 2018 (1 834 000 000 EUR in lopende prijzen).

Motivering

Overeenkomstig het besluit van de Conferentie van voorzitters van 13 september 2018 weerspiegelt het compromisamendement de laatste uitsplitsing van het MFK per programma zoals de MFK-rapporteurs voor aanneming hebben voorgesteld met het oog op de stemming over het tussentijds verslag over het voorstel voor een verordening van de Raad tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de periode 2021-2027 – het standpunt van het Parlement met betrekking tot een akkoord.

Amendement    17

Voorstel voor een verordening

Artikel 11 – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.   Aan een actie waaraan in het kader van het programma een bijdrage is toegekend, kan ook een bijdrage worden toegekend uit een ander programma van de Unie, met inbegrip van fondsen in gedeeld beheer, op voorwaarde dat de bijdragen niet dezelfde kosten dekken. [De cumulatieve financiering mag de totale subsidiabele kosten van de actie niet overschrijden en de steun uit de verschillende programma's van de Unie kan pro rata worden berekend].

1.   Aan een actie waaraan in het kader van het programma een bijdrage is toegekend, kan ook een bijdrage worden toegekend uit een ander programma van de Unie, met inbegrip van fondsen in gedeeld beheer, op voorwaarde dat de bijdragen niet dezelfde kosten dekken en dat dubbele financiering wordt voorkomen door duidelijk de financieringsbronnen voor elke uitgavencategorie aan te geven, in overeenstemming met het beginsel van goed financieel beheer. [De cumulatieve financiering mag de totale subsidiabele kosten van de actie niet overschrijden en de steun uit de verschillende programma's van de Unie kan pro rata worden berekend].

Amendement    18

Voorstel voor een verordening

Artikel 13 – lid 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Het werkprogramma wordt door de Commissie vastgesteld door middel van een uitvoeringshandeling. Die uitvoeringshandeling wordt vastgesteld volgens de in artikel 19 bedoelde raadplegingsprocedure.

2.  Het werkprogramma wordt door de Commissie vastgesteld door middel van een gedelegeerde handeling. De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 16 gedelegeerde handelingen vast te stellen.

Amendement    19

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De indicatoren om verslag uit te brengen over de door het programma geboekte vooruitgang bij het verwezenlijken van de in artikel 2 vermelde specifieke doelstellingen zijn vastgesteld in bijlage II.

1.  De indicatoren om verslag uit te brengen over de door het programma geboekte vooruitgang bij het verwezenlijken van de in artikel 2 vermelde specifieke doelstellingen worden, indien van toepassing, naar gender uitgesplitst. De lijst van indicatoren is opgenomen in bijlage II.

Amendement    20

Voorstel voor een verordening

Artikel 15 – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Evaluaties worden tijdig uitgevoerd zodat zij in de besluitvorming kunnen worden meegenomen.

1.  Evaluaties omvatten een genderdimensie, bevatten een specifiek hoofdstuk voor elk onderdeel, en worden tijdig uitgevoerd zodat zij in de besluitvorming kunnen worden meegenomen.

Amendement    21

Voorstel voor een verordening

Artikel 16 – lid 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De in artikel 14 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend tot en met 31 december 2027.

2.  De in de artikelen 13 en 14 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend tot en met 31 december 2027.

Amendement    22

Voorstel voor een verordening

Artikel 18 – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.   De ontvangers van financiering van de Unie erkennen de oorsprong van en geven zichtbaarheid aan de financiering van de Unie (met name wanneer zij de acties en de resultaten ervan promoten) door meerdere doelgroepen, waaronder de media en het grote publiek, doelgericht en op samenhangende, doeltreffende en evenredige wijze te informeren.

1.   De ontvangers van financiering van de Unie erkennen de oorsprong van en geven zichtbaarheid aan de financiering van de Unie (met name wanneer zij de acties en de resultaten ervan promoten) door meerdere doelgroepen, waaronder de media en het grote publiek, doelgericht en op samenhangende, doeltreffende en evenredige wijze te informeren, waardoor de toegevoegde waarde van de Unie wordt aangetoond en de inspanningen van de Commissie op het gebied van gegevensverzameling worden ondersteund om de budgettaire transparantie te vergroten.

Amendement    23

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – alinea 1 – inleidende formule

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De in artikel 2, lid 2, bedoelde specifieke doelstellingen van het programma worden met name nagestreefd door middel van ondersteuning van de volgende activiteiten:

De in artikel 2, lid 2, bedoelde specifieke doelstellingen van het programma worden met name nagestreefd door middel van ondersteuning van de volgende activiteiten op subnationaal, nationaal en Europees niveau:

Amendement    24

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – alinea 1 – letter c

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)  analyse en monitoring1 ter verbetering van het inzicht in de situatie in de lidstaten en op EU-niveau op gebieden die onder het programma vallen, alsmede ter verbetering van de uitvoering van de wetgeving en het beleid van de EU;

c)  analyse en monitoring1 ter verbetering van het inzicht in de situatie in de lidstaten en op EU-niveau op gebieden die onder het programma vallen, alsmede ter verbetering van de uitvoering van de wetgeving en het beleid van de EU;

_______________

_______________

1 Deze activiteiten omvatten bijvoorbeeld het verzamelen van gegevens en statistieken; het ontwikkelen van gemeenschappelijke methoden en, in voorkomend geval, indicatoren of benchmarks; studies, onderzoeken, analyses en enquêtes; evaluaties; effectbeoordeling; het opstellen en publiceren van handleidingen, rapporten en educatief materiaal.

1 Deze activiteiten omvatten bijvoorbeeld het verzamelen van gegevens en statistieken, uitgesplitst naar geslacht en leeftijd; het ontwikkelen van gemeenschappelijke methoden en, in voorkomend geval, indicatoren of benchmarks; studies, onderzoeken, analyses en enquêtes; evaluaties; effectbeoordeling; het opstellen en publiceren van handleidingen, rapporten en educatief materiaal.

Amendement    25

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – alinea 1 – letter g

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

g)  Europeanen van verschillende nationaliteiten en culturen met elkaar in contact brengen door hun de mogelijkheid te bieden deel te nemen aan activiteiten in het kader van stedenbanden;

g)  Europeanen van verschillende nationaliteiten en culturen met elkaar in contact brengen door hun de mogelijkheid te bieden deel te nemen aan activiteiten in het kader van stedenbanden, waaronder kleine bilaterale stedenbandenprojecten en netwerken van steden;

Amendement    26

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – alinea 1 – letter h

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

h)  aanmoediging en facilitering van actieve deelname aan de opbouw van een meer democratische Unie en versterking van het besef van rechten en waarden door ondersteuning van maatschappelijke organisaties;

h)  aanmoediging en facilitering van actieve deelname aan de opbouw van een meer democratische Unie en versterking van het besef van rechten en waarden door ondersteuning van maatschappelijke organisaties en lokale en regionale overheden en hun representatieve organisaties;

Amendement    27

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – alinea 1 – letter j

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

j)  versterking van het vermogen van Europese netwerken om het recht, de beleidsdoelstellingen en de strategieën van de EU verder te ontwikkelen en te bevorderen, en ondersteuning van maatschappelijke organisaties die actief zijn op de onder het programma vallende gebieden;

j)  versterking van het vermogen van Europese netwerken via meerjarige exploitatiesubsidies om het recht van de EU verder te ontwikkelen en te bevorderen en om kritische bottom-updebatten over beleidsdoelstellingen en strategieën te bevorderen, alsook ondersteuning van maatschappelijke organisaties en lokale en regionale overheden en hun representatieve organisaties die actief zijn op de onder het programma vallende gebieden;

Amendement    28

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – alinea 1 – letter k bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

k bis)  versterking van nationale contactpunten en totstandbrenging van betere synergieën tussen de beleidsontwikkelingen op het gebied van burgerschap, de doelstellingen van het programma en het werk van de nationale contactpunten en begunstigden;

Amendement    29

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – alinea 1 – letter k ter (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

k ter)  ondersteuning van het onlineplatform waarop projecten worden getoond die door begunstigden zijn opgezet, begeleiding van potentiële begunstigden, verspreiding van projectresultaten en verbetering van de zichtbaarheid en de follow-up;

Amendement    30

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – alinea 1 – letter k quater (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

k quater)  verdere ondersteuning van kritische maar constructieve uitwisselingen over de vraagstukken die de Europese burgers in hun dagelijks leven tegenkomen, zoals: werk, de integratie van migranten, huisvesting, mobiliteit en onderwijs.

Amendement    31

Voorstel voor een verordening

Bijlage II – alinea 1 – inleidende formule

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Het programma wordt gemonitord aan de hand van een reeks indicatoren om te meten in hoeverre de algemene en specifieke doelstellingen van het programma zijn verwezenlijkt, mede met het oog op verlichting van de administratieve lasten en de kosten. Daartoe zullen er gegevens worden vergaard met betrekking tot onderstaande indicatoren:

Het programma wordt gemonitord aan de hand van een reeks indicatoren om te meten in hoeverre de algemene en specifieke doelstellingen van het programma zijn verwezenlijkt, mede met het oog op verlichting van de administratieve lasten en de kosten. Daartoe zullen er gegevens worden vergaard met betrekking tot onderstaande indicatoren, die in voorkomend geval moeten worden uitgesplitst naar geslacht, leeftijd en handicap:

Motivering

Het opvolgen van de bovengenoemde categorieën deelnemers zou concreet bijdragen aan de mainstreaming van gendergelijkheid en non-discriminatie.

Amendement    32

Voorstel voor een verordening

Bijlage II – alinea 1 – tabel

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Het aantal personen dat is bereikt door:

Het aantal personen, uitgesplitst naar geslacht en leeftijd, dat is bereikt door:

i) opleidingsactiviteiten;

i) opleidingsactiviteiten;

ii) activiteiten inzake wederzijds leren en uitwisselen van goede praktijken;

ii) activiteiten inzake wederzijds leren en uitwisselen van goede praktijken;

iii) activiteiten inzake bewustmaking, voorlichting en verspreiding.

iii) activiteiten inzake bewustmaking, voorlichting en verspreiding.

Amendement    33

Voorstel voor een verordening

Bijlage II – alinea 1 – rij 1 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Voorts publiceert de Commissie jaarlijks de volgende outputindicatoren:

Amendement    34

Voorstel voor een verordening

Bijlage II – alinea 1 – rij 1 ter (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Aantal aanvragen en gefinancierde activiteiten per in artikel 9, lid 1, genoemde categorie en per onderdeel

Amendement    35

Voorstel voor een verordening

Bijlage II – alinea 1 – rij 1 quater (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

De hoogte van de aangevraagde en uiteindelijk toegekende financiering per in artikel 9, lid 1, genoemde categorie en per onderdeel

PROCEDURE VAN DE ADVISERENDE COMMISSIE

Titel

Vaststelling van het programma Rechten en waarden

Document- en procedurenummers

COM(2018)0383 – C8-0234/2018 – 2018/0207(COD)

Bevoegde commissie

       Datum bekendmaking

LIBE

14.6.2018

 

 

 

Advies uitgebracht door

       Datum bekendmaking

BUDG

14.6.2018

Rapporteur voor advies

       Datum benoeming

Jordi Solé

28.6.2018

Behandeling in de commissie

26.9.2018

 

 

 

Datum goedkeuring

5.11.2018

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

24

4

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Jean Arthuis, Reimer Böge, Lefteris Christoforou, Gérard Deprez, André Elissen, José Manuel Fernandes, Eider Gardiazabal Rubial, Ingeborg Gräßle, Monika Hohlmeier, John Howarth, Bernd Kölmel, Zbigniew Kuźmiuk, Vladimír Maňka, Siegfried Mureşan, Jan Olbrycht, Paul Rübig, Eleftherios Synadinos, Indrek Tarand, Isabelle Thomas, Inese Vaidere, Daniele Viotti, Tiemo Wölken, Marco Zanni

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Karine Gloanec Maurin, Alain Lamassoure, Janusz Lewandowski, Andrey Novakov

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Michael Detjen

HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE ADVISERENDE COMMISSIE

24

+

ALDE

Jean Arthuis, Gérard Deprez

ECR

Zbigniew Kuźmiuk

PPE

Reimer Böge, Lefteris Christoforou, José Manuel Fernandes, Ingeborg Gräßle, Monika Hohlmeier, Alain Lamassoure, Janusz Lewandowski, Siegfried Mureşan, Andrey Novakov, Jan Olbrycht, Paul Rübig, Inese Vaidere

S&D

Michael Detjen, Eider Gardiazabal Rubial, Karine Gloanec Maurin, John Howarth, Vladimír Maňka, Isabelle Thomas, Daniele Viotti, Tiemo Wölken

VERTS/ALE

Indrek Tarand

4

-

ECR

Bernd Kölmel

ENF

André Elissen, Marco Zanni

NI

Eleftherios Synadinos

0

0

 

 

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding


ADVIES VAN DE COMMISSIE WERKGELEGENHEID EN SOCIALE ZAKEN (21.11.2018 )

aan de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken

inzake het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het programma Rechten en waarden

(COM(2018)0383 – C8-0234/2018 – 2018/0207(COD))

Rapporteur voor advies: Jean Lambert

BEKNOPTE MOTIVERING

Achtergrond

In artikel 2 van het Verdrag betreffende de Europese Unie wordt bepaald dat eerbied voor de menselijke waardigheid, vrijheid, democratie, gelijkheid, de rechtsstaat en eerbiediging van de mensenrechten, waaronder de rechten van personen die tot minderheden behoren, de waarden zijn waarop de Unie berust. De Europese samenlevingen worden de laatste tijd geconfronteerd met extremisme en verdeeldheid, verschijnselen die zich keren tegen het idee van een open, inclusieve samenleving. De Commissie geeft aan dat zij het om die reden belangrijker dan ooit acht om deze waarden te bevorderen en versterken. Bovendien is er nog altijd sprake van discriminatie op grond van geslacht, ras of etnische afkomst, godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele oriëntatie, en lopen vrouwen, kinderen en andere kwetsbare groepen nog dagelijks gevaar het slachtoffer te worden van geweld. Veel mensen zijn zich onvoldoende bewust van de waarden waarop de EU berust en van de rechten die zij hebben als burgers, of trekken deze rechten en waarden zelfs in twijfel.

De Commissie is van oordeel dat het versnipperde karakter van de huidige financieringsprogramma's en de beperkte middelen waarover in dit kader kan worden beschikt, onvoldoende zijn om het hoofd te bieden aan al deze uitdagingen. Daarom stelt zij voor de programma's samen te voegen tot een nieuw programma Rechten en waarden, dat gefinancierd moet worden via een nieuw Fonds voor justitie, rechten en waarden, met een totale toewijzing van 641 705 000 euro. Het voorstel voor een verordening tot vaststelling van het programma Rechten en waarden werd bekendgemaakt op 30 mei 2018.

Het voorgestelde nieuwe programma voegt twee bestaande financieringsprogramma's samen: het programma Rechten, gelijkheid en burgerschap en het programma Europa voor de burger. De algemene doelstelling van het nieuwe programma is het beschermen en bevorderen van de rechten en waarden die zijn verankerd in de EU-verdragen en het Handvest van de grondrechten van de EU. Deze algemene doelstelling moet worden bereikt door het realiseren van drie specifieke doelstellingen:

•  het bevorderen van gelijkheid en rechten (onderdeel Gelijkheid en rechten): het voorkomen en bestrijden van ongelijkheid en discriminatie, het ondersteunen van een alomvattend beleid ter bevordering van gendergelijkheid en discriminatiebestrijding en de mainstreaming daarvan, en beleidsmaatregelen ter bestrijding van racisme en alle vormen van onverdraagzaamheid, het beschermen en bevorderen van de rechten van het kind, de rechten van personen met een handicap, de rechten van burgers van de Unie en het recht op de bescherming van persoonsgegevens;

•  het bevorderen van de betrokkenheid van de burgers bij en hun participatie in het democratisch bestel van de Unie (onderdeel Betrokkenheid en participatie van de burger): de focus op het vergroten van het inzicht van de burgers in de Unie, haar geschiedenis, haar cultureel erfgoed en haar culturele diversiteit en het bevorderen van uitwisseling en samenwerking tussen burgers van verschillende landen;

•  het bestrijden van alle vormen van geweld (onderdeel Daphne): de focus op preventie en bestrijding van alle vormen van geweld tegen kinderen, jongeren, vrouwen en andere risicogroepen, en ondersteuning en bescherming van de slachtoffers van gewelddaden.

Methodologie

Binnen het Parlement is LIBE de bevoegde Commissie. EMPL is adviserende commissie overeenkomstig artikel 53.

De belangrijkste punten van de rapporteur van advies in dit advies

•  Het wijzigen van de naam van het programma in "programma Rechten, gelijkheid en waarden", om tot uitdrukking te brengen dat de EU streeft naar gelijkheid voor iedereen.

•  Het aanpassen van de formulering van de algemene doelstelling van het programma, om te benadrukken dat gelijkheid en rechten beide doelstellingen van het programma zijn, zoals ook reeds in overweging 3 van het voorstel wordt vermeld: "Het uiteindelijke doel is om een op rechten gebaseerde, egalitaire, inclusieve en democratische samenleving te bevorderen en in stand te houden".

•  De persoonlijke werkingssfeer van het nieuwe programma uitbreiden in overeenstemming met het ESF+, te weten tot mensen/personen.

•  Ervoor zorgen dat de bestrijding van racisme en haatzaaiende uitingen op internet tijdens de volgende programmeringsperiode voldoende aandacht krijgt.

•  Gelet op de inwerkingtreding van de nieuwe algemene verordening gegevensbescherming moet er speciale aandacht besteed worden aan de bescherming van gegevens in het kader van gegevensverwerking in de context van arbeidsverhoudingen, gezien de gevoeligheid van deze gegevens.

•  De lijst van activiteiten die voor financiering in aanmerking komen moet deel uitmaken van de basishandeling zelf en mag, omdat het zo'n belangrijk wetgevingsonderdeel is, niet in een bijlage weggestopt worden! Daarom wordt er een nieuw artikel 9 bis voorgesteld, dat de hele lijst van bijlage I omvat.

•  Equinet moet voor financiering uit het programma in aanmerking komen, omdat het een netwerk is van statutaire organen die samenwerken bij de uitvoering en het toezicht op de toepassing van het EU-recht op de door het programma bestreken gebieden.

•  De rapporteur voor advies stelt een aantal wijzigingen voor met betrekking tot de lijst van activiteiten. Belangrijke punten zijn onder meer:

-  de acties moeten niet alleen maar gericht zijn op verbetering van kennis, maar ook op verbetering van het vermogen om gebruik te maken van het acquis dat relevant is voor het programma;

-  acties moeten gekenmerkt worden door creativiteit, want de rapporteur voor advies heeft de ervaring dat creatieve acties meestal doeltreffend zijn en een goede bijdrage kunnen leveren aan de verwezenlijking van de doelstellingen van het programma, zoals vermeld in artikel 2;

-  in het voorstel moeten de acties worden opgenomen die momenteel worden gesteund, maar die niet in het nieuwe voorstel voorkomen (steunverlening aan belangrijke actoren en educatief materiaal).

•  Ten slotte stelt de rapporteur voor advies voor om in bijlage II duidelijk onderscheid te maken tussen resultaatindicatoren en outputindicatoren, en doet zij suggesties voor outputindicatoren waarover verslag moet worden uitgebracht.

AMENDEMENTEN

De Commissie werkgelegenheid en sociale zaken verzoekt de bevoegde Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken onderstaande amendementen in aanmerking te nemen:

Amendement    1

Voorstel voor een verordening

Overweging 1 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(1 bis)  Daarnaast moet de Unie de rechten als bedoeld in de artikelen 2 en 3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie blijven bevorderen en beschermen aan de hand van de handelingen die een verdere invulling geven aan deze waarden, met name Richtlijn 2000/43/EG van de Raad van 29 juni 2000 houdende toepassing van het beginsel van gelijke behandeling van personen ongeacht ras of etnische afstamming en Richtlijn 2000/78/EG van de Raad van 27 november 2000 tot instelling van een algemeen kader voor gelijke behandeling in arbeid en beroep, en ter nakoming van de op de EU als partij bij het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap rustende verplichtingen, en in overeenstemming met de interinstitutionele afkondiging van de Europese pijler van sociale rechten (2017/C 428/09) en de resolutie van het Europees Parlement van 19 april 2008 over de noodzaak van invoering van een Europees waardeninstrument ter ondersteuning van maatschappelijke organisaties die in de Europese Unie op lokaal en nationaal niveau de fundamentele waarden uitdragen (2018/2619(RSP).

Amendement    2

Voorstel voor een verordening

Overweging 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(2)  Deze rechten en waarden moeten voortdurend worden bevorderd en gehandhaafd en verspreid onder de burgers en volkeren, en dienen kernwaarden te zijn van het Europese project. Met dat doel voor ogen dient binnen de EU-begroting een nieuw Fonds voor justitie, rechten en waarden te worden ingesteld, waarvan het programma Rechten en waarden en het programma Justitie deel uitmaken. Nu de Europese samenlevingen worden geconfronteerd met extremisme, radicalisering en verdeeldheid, is het belangrijker dan ooit om justitie en rechten en de waarden van de EU, mensenrechten, respect voor de menselijke waardigheid, vrijheid, democratie, gelijkheid en de rechtsstaat te bevorderen, te versterken en te verdedigen. Dit zal vergaande, rechtstreekse gevolgen hebben voor het politieke, sociale, culturele en economische leven in de EU. De steunverlening via het programma Justitie ten behoeve van de verdere ontwikkeling van een ruimte van recht in de Unie en grensoverschrijdende samenwerking zal in het kader van het nieuwe fonds worden gehandhaafd. In het programma Rechten en waarden worden het bij Verordening (EU) nr. 1381/2013 van het Europees Parlement en de Raad8 vastgestelde programma Rechten, gelijkheid en burgerschap voor de periode 2014–2020 en het bij Verordening (EU) nr. 390/2014 van de Raad9 vastgestelde programma Europa voor de burger (hierna "voorgaande programma's" genoemd), samengebracht.

(2)  Deze rechten en waarden moeten niet als vanzelfsprekend worden gezien en moeten permanent worden beschermd, bevorderd, gehandhaafd en verspreid onder de burgers en volkeren, en dienen kernwaarden te zijn van het Europese project. Met dat doel voor ogen dient binnen de EU-begroting een nieuw Fonds voor justitie, rechten en waarden te worden ingesteld, waarvan het programma Rechten en waarden en het programma Justitie deel uitmaken. Nu de Europese samenlevingen worden geconfronteerd met extremisme, radicalisering en verdeeldheid, en er nog altijd sprake is van intolerantie en discriminatie, is het belangrijker dan ooit dat wij ons inzetten voor rechtvaardigheid en dat wij de rechten, de waarden van de EU en de rechtsstaat, die onlosmakelijk verbonden is met de democratie en tevens een voorwaarde is voor de werking ervan, bevorderen, versterken en verdedigen. De bevordering en bescherming van de mensenrechten, eerbied voor de menselijke waardigheid, eerbiediging van sociale rechten en de rechten van minderheden en eerbied voor de vrijheid, democratie, gelijkheid en de rechtsstaat zullen vergaande, rechtstreekse gevolgen hebben voor het politieke, sociale, culturele en economische leven in de EU. De steunverlening via het programma Justitie ten behoeve van de verdere ontwikkeling van een ruimte van recht in de Unie en grensoverschrijdende samenwerking zal in het kader van het nieuwe fonds worden gehandhaafd. In het programma Rechten en waarden worden het bij Verordening (EU) nr. 1381/2013 van het Europees Parlement en de Raad8 vastgestelde programma Rechten, gelijkheid en burgerschap voor de periode 2014–2020 en het bij Verordening (EU) nr. 390/2014 van de Raad9 vastgestelde programma Europa voor de burger (hierna "voorgaande programma's" genoemd), samengebracht.

_________________________________

__________________________________

8 Verordening (EU) nr. 1381/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een programma "Rechten, gelijkheid en burgerschap" voor de periode 2014–2020 (PB L 354 van 28.12.2013, blz. 62).

8 Verordening (EU) nr. 1381/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een programma "Rechten, gelijkheid en burgerschap" voor de periode 2014–2020 (PB L 354 van 28.12.2013, blz. 62).

9 Verordening (EU) nr. 390/2014 van de Raad van 14 april 2014 tot vaststelling van het programma "Europa voor de burger" voor de periode 2014–2020 (PB L 115 van 17.4.2014, blz. 3).

9 Verordening (EU) nr. 390/2014 van de Raad van 14 april 2014 tot vaststelling van het programma "Europa voor de burger" voor de periode 2014–2020 (PB L 115 van 17.4.2014, blz. 3).

Amendement    3

Voorstel voor een verordening

Overweging 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(3)  Het Fonds voor justitie, rechten en waarden en de twee onderliggende financieringsprogramma's zullen voornamelijk gericht zijn op personen en entiteiten die ertoe bijdragen dat onze gemeenschappelijke waarden, rechten en rijke diversiteit levendig en dynamisch blijven. Het uiteindelijke doel is om een op rechten gebaseerde, egalitaire, inclusieve en democratische samenleving te bevorderen en in stand te houden. Dat betekent dat een levendig maatschappelijk middenveld en de democratische, civiele en sociale participatie van de mensen moet worden aangemoedigd en dat de rijke diversiteit van de Europese samenleving, gebaseerd op onze gemeenschappelijke geschiedenis en ons collectief geheugen, moet worden bevorderd. Overeenkomstig artikel 11 van het Verdrag betreffende de Europese Unie zijn de instellingen verplicht de burgers en representatieve organisaties langs passende wegen de mogelijkheid te bieden hun mening over alle onderdelen van het optreden van de Unie kenbaar te maken en daarover in het openbaar in discussie te treden.

(3)  Het Fonds voor justitie, rechten en waarden en de twee onderliggende financieringsprogramma's zullen gericht zijn op personen en entiteiten die ertoe bijdragen onze gemeenschappelijke waarden, rechten en rijke diversiteit te ondersteunen, verspreiden en beschermen, opdat ze levendig en dynamisch blijven. Het uiteindelijke doel is om een op rechten gebaseerde, egalitaire, inclusieve en democratische samenleving, met inbegrip van een levendig maatschappelijk middenveld, te verdedigen, te bevorderen en in stand te houden. De te financieren activiteiten moeten ten doel hebben de democratische, maatschappelijke en sociale participatie van de mensen aan te moedigen en de rijke diversiteit van de Europese samenleving, zowel die van de verschillende lidstaten als die binnen de diverse lidstaten, gebaseerd op onze gemeenschappelijke waarden en ons gemeenschappelijk verleden en collectief geheugen, te bevorderen. Overeenkomstig artikel 11 van het Verdrag betreffende de Europese Unie zijn de instellingen verplicht de burgers en representatieve organisaties langs passende wegen de mogelijkheid te bieden hun mening over alle onderdelen van het optreden van de Unie kenbaar te maken en daarover in het openbaar in discussie te treden.

Amendement    4

Voorstel voor een verordening

Overweging 4

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(4)  Het programma Rechten en waarden, hierna "het programma" genoemd, moet het mogelijk maken synergieën te ontwikkelen teneinde de uitdagingen aan te pakken die gemeenschappelijk zijn voor de bevordering en bescherming van waarden en een kritische dimensie te bereiken om tot concrete resultaten te bereiken in het veld. Hiertoe moet worden voortgebouwd op de positieve ervaringen die met de voorgaande programma's zijn opgedaan. Op deze wijze kunnen potentiële synergieën optimaal worden benut teneinde de bestreken beleidsterreinen doeltreffender te kunnen ondersteunen en hun vermogen om mensen te bereiken, te vergroten. Om effectief te zijn, dient het programma rekening te gehouden met de specifieke aard van de verschillende beleidsmaatregelen en hun uiteenlopende doelgroepen en specifieke behoeften door middel van een speciaal toegesneden benadering.

(4)  Het programma Rechten en waarden, hierna "het programma" genoemd, moet het mogelijk maken synergieën te ontwikkelen teneinde de uitdagingen op het gebied van de verspreiding, bevordering en bescherming van waarden aan te pakken en een kritische dimensie te bereiken om in de praktijk tot concrete resultaten te komen. Hiertoe moet worden voortgebouwd op de positieve ervaringen die met de voorgaande programma's zijn opgedaan en moeten tevens nieuwe innovatieve maatregelen worden ontwikkeld. Op deze wijze kunnen potentiële synergieën optimaal worden benut teneinde de bestreken beleidsterreinen doeltreffender te kunnen ondersteunen en hun vermogen om mensen te bereiken, te vergroten. Om effectief te zijn, dient het programma door middel van maatregelen op maat rekening te houden met de specifieke aard van de verschillende beleidsgebieden en hun uiteenlopende doelgroepen en specifieke behoeften.

Motivering

Er moet niet uitsluitend worden uitgegaan van bestaande maatregelen, maar er moeten ook nieuwe worden ontwikkeld.

Amendement    5

Voorstel voor een verordening

Overweging 5

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(5)  Om de Europese Unie dichter bij haar burgers te brengen, zijn allerlei acties en gecoördineerde inspanningen vereist. Door burgers nader tot elkaar te brengen in het kader van stedenbanden of netwerken van gemeenten en steun te verlenen aan maatschappelijke organisaties die actief zijn op de door het programma bestreken gebieden, wordt bijgedragen tot het vergroten van de betrokkenheid van de burgers bij de samenleving en uiteindelijk hun betrokkenheid bij het democratisch bestel van de Unie. Tegelijkertijd wordt door bij te dragen aan activiteiten ter bevordering van wederzijds begrip, diversiteit, dialoog en respect voor anderen het ontstaan van een gevoel van Europese saamhorigheid en een Europese identiteit bevorderd op basis van een gedeeld begrip van de Europese waarden, cultuur, geschiedenis en erfgoed. De bevordering van een sterker gevoel van betrokkenheid bij de Unie en de waarden van de Unie is van bijzonder belang ten aanzien van de burgers van de ultraperifere regio’s van de EU, gezien hun afgelegen ligging en de grote afstand tot het Europese continent.

(5)  Om de Europese Unie dichter bij haar burgers te brengen, zijn allerlei acties en gecoördineerde inspanningen vereist. Door burgers nader tot elkaar te brengen in het kader van stedenbanden of netwerken van gemeenten en steun te verlenen aan maatschappelijke organisaties die actief zijn op de door het programma bestreken gebieden, wordt bijgedragen aan de bewustmaking van de burgers en de actieve betrokkenheid van de burgers in de samenleving en uiteindelijk hun betrokkenheid bij het democratisch bestel van en het sociale leven in de Unie, waarmee de sociale inclusie wordt versterkt en marginalisering wordt bestreden. Tegelijkertijd wordt door bij te dragen aan activiteiten ter bevordering van wederzijds begrip, diversiteit, dialoog en respect voor anderen het ontstaan van een gevoel van Europese saamhorigheid, sociale integratie en een Europese identiteit bevorderd, gebaseerd op een gemeenschappelijke visie ten aanzien van de Europese waarden, cultuur en geschiedenis en het Europees cultureel erfgoed. De bevordering van een sterker gevoel van betrokkenheid bij de Unie en de waarden van de Unie is met name van belang als het gaat om de burgers van de ultraperifere regio’s van de EU, die, omdat zij in afgelegen gebieden wonen, een veel grotere afstand hebben tot continentaal Europa. De waarden wederzijds begrip, dialoog en eerbied voor diversiteit worden op Europees niveau alleen breed gedragen als ze ook goed geworteld zijn in de lidstaten zelf en in hun regio's. Daarom moet het programma deze waarden ook bevorderen binnen de diverse nationale, etnische of religieuze groepen of taalgemeenschappen in de lidstaten, die samen zorgen voor de culturele rijkdom en diversiteit van de verschillende samenlevingen.

Amendement    6

Voorstel voor een verordening

Overweging 7

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(7)  Burgers zouden zich ook beter bewust moeten zijn van de rechten die zij aan het burgerschap van de Unie ontlenen, moeten met een gerust hart kunnen wonen, reizen, studeren, werken en vrijwilligerswerk doen in een andere lidstaat en moeten erop kunnen vertrouwen dat zij al hun burgerschapsrechten kunnen genieten en uitoefenen en er gelijke toegang toe hebben en dat zij zonder discriminatie volledig aanspraak op hun rechten en de bescherming daarvan kunnen maken, ongeacht waar zij zich in de Unie bevinden. Maatschappelijke organisaties moeten steun krijgen voor activiteiten inzake bevordering, bescherming en bewustmaking op het gebied van de gemeenschappelijke waarden van de EU op grond van artikel 2 VEU en voor het leveren van bijdragen aan de effectieve uitoefening van rechten krachtens het recht van de Unie.

(7)  Burgers zouden zich ook beter bewust moeten zijn van de hele reeks rechten die zij aan het burgerschap van de Unie ontlenen, waaronder het recht op non-discriminatie in het kader van het vrij verkeer van werknemers, zoals neergelegd in artikel 45, lid 2, VWEU, en zij moeten met een gerust hart kunnen wonen, reizen, studeren en werken en vrijwilligerswerk kunnen doen in een andere lidstaat, en al hun burgerschapsrechten kunnen genieten en uitoefenen, en erop kunnen vertrouwen dat zij gelijke toegang hebben en dat hun rechten, waaronder hun sociale rechten, ten volle worden geëerbiedigd en beschermd, zonder discriminatie op enige grond, ongeacht waar zij zich in de Unie bevinden. Daarnaast moeten het maatschappelijk middenveld en vooral maatschappelijke organisaties, omdat zij in menige lidstaat in zwaar weer verkeren, steun krijgen voor activiteiten inzake bevordering, bescherming en bewustmaking op het gebied van de gemeenschappelijke waarden van de EU, zoals die zijn neergelegd in artikel 2 VEU, en voor het leveren van bijdragen aan de effectieve uitoefening van de uit het recht van de Unie voortvloeiende rechten, met name de uit het Handvest van de grondrechten voortvloeiende rechten.

Amendement    7

Voorstel voor een verordening

Overweging 8

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(8)  Gelijkheid van vrouwen en mannen is een fundamentele waarde en een doelstelling van de Europese Unie. Discriminatie en ongelijke behandeling van vrouwen schendt hun grondrechten en belemmert hun volwaardige politieke, sociale en economische deelname aan de samenleving. Bovendien vormt het bestaan van structurele en culturele barrières een belemmering voor de verwezenlijking van reële gendergelijkheid. Bevordering van gendergelijkheid bij alle activiteiten van de Unie is derhalve een kernactiviteit van de Unie en een motor voor economische groei, en moet derhalve door het programma worden ondersteund.

(8)  Gelijkheid van vrouwen en mannen is een fundamentele waarde en een doelstelling van de Europese Unie. Op grond van artikel 8 VWEU moet de Unie er bij elk optreden naar streven ongelijkheden tussen mannen en vrouwen op te heffen en de gelijkheid van mannen en vrouwen te bevorderen. Discriminatie en ongelijke behandeling van personen op grond van geslacht en/of gender schendt hun grondrechten en belemmert hun volwaardige politieke, sociale en economische deelname aan de samenleving. Bovendien vormt het bestaan van structurele en culturele barrières een belemmering voor de verwezenlijking van reële gendergelijkheid. Bevordering van gendergelijkheid bij en het integreren van gendergelijkheid in alle activiteiten van de Unie, onder meer op het gebied van arbeid en werkgelegenheid, waar nog altijd sprake is van discriminatie met betrekking tot lonen en toegang tot de arbeidsmarkt, is derhalve een kernactiviteit van de Unie en een motor voor economische groei, en moet derhalve door het programma worden ondersteund.

Amendement    8

Voorstel voor een verordening

Overweging 10

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(10)  Om alle vormen van geweld te voorkomen en bestrijden en de slachtoffers te beschermen, zijn een daadkrachtige politieke inzet en gecoördineerde maatregelen vereist op basis van de methoden en resultaten van de eerdere Daphne-programma's, het programma Rechten, gelijkheid en burgerschap en het programma Justitie. Sinds de lancering van het Daphne-programma in 1997 biedt het financiering ter ondersteuning van de slachtoffers van geweld en ter bestrijding van geweld tegen vrouwen, kinderen en jongeren. Deze financiering heeft veel succes gehad, zowel wat betreft de receptie door de belanghebbenden (overheden, academische instellingen en niet-gouvernementele organisaties) als wat betreft de effectiviteit van de gefinancierde projecten. De gefinancierde projecten hadden betrekking op voorlichting, ondersteuning van slachtoffers en ondersteuning van de activiteiten van niet-gouvernementele organisaties (ngo's) die werkzaam zijn op het terrein. Het programma Daphne was gericht op alle vormen van geweld, zoals huiselijk geweld, seksueel geweld en mensenhandel, alsook nieuwe vormen van geweld, zoals cyberpesten. Het is daarom van belang dat al deze acties worden voortgezet en dat met de resultaten en de daaruit getrokken lessen terdege rekening wordt gehouden bij de uitvoering van het programma.

(10)  Om alle vormen van geweld te voorkomen en bestrijden en de slachtoffers, risicogroepen en met name kwetsbare personen te beschermen, zijn een daadkrachtige politieke inzet en gecoördineerde maatregelen vereist op basis van de methoden en resultaten van de eerdere Daphne-programma's, het programma Rechten, gelijkheid en burgerschap en het programma Justitie. Er moet naar gestreefd worden overlapping tussen programma's en dubbele financiering te voorkomen. Sinds de lancering van het Daphne-programma in 1997 biedt het financiering ter ondersteuning van de slachtoffers van geweld en ter bestrijding van geweld tegen vrouwen, kinderen en jongeren. Deze financiering heeft veel succes gehad, zowel wat betreft de receptie door de belanghebbenden (overheden, academische instellingen en niet-gouvernementele organisaties) als wat betreft de effectiviteit van de gefinancierde projecten. De gefinancierde projecten hadden betrekking op voorlichting, ondersteuning van slachtoffers, risicogroepen en met name kwetsbare personen en ondersteuning van de activiteiten van niet-gouvernementele organisaties (ngo's) die werkzaam zijn op het terrein. Het programma Daphne was gericht op alle vormen van geweld, zoals huiselijk geweld, seksueel geweld en mensenhandel, alsook nieuwe vormen van geweld, zoals cyberpesten. Het is daarom van belang dat al deze acties worden voortgezet en dat met de resultaten en de daaruit getrokken lessen terdege rekening wordt gehouden bij de uitvoering van het programma.

Amendement    9

Voorstel voor een verordening

Overweging 11

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(11)  Non-discriminatie is een grondbeginsel van de Unie. Artikel 19 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie bepaalt dat discriminatie op grond van geslacht, ras of etnische afstamming, godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele oriëntatie moet worden bestreden. Non-discriminatie is ook verankerd in artikel 21 van het Handvest. Er moet rekening worden gehouden met de specifieke kenmerken van de verschillende vormen van discriminatie en ter voorkoming en bestrijding van discriminatie op een of meer gronden moeten parallel passende maatregelen worden uitgewerkt. Via het programma moet steun worden verleend aan acties ter voorkoming en bestrijding van discriminatie, racisme, vreemdelingenhaat, antisemitisme, moslimhaat en andere vormen van onverdraagzaamheid. In dit verband moet ook bijzondere aandacht worden besteed aan het voorkomen en bestrijden van alle vormen van geweld, haat, segregatie en stigmatisering, en aan het bestrijden van pesten, intimidatie en onverdraagzame behandeling. Het programma moet samen met andere activiteiten van de Unie die dezelfde doelstellingen op een wederzijds versterkende manier worden uitgevoerd;dit geldt met name voor de activiteiten bedoeld in de mededeling van de Commissie van 5 april 2011 "Een EU-kader voor de nationale strategieën voor integratie van de Roma tot 2020"10 en de aanbeveling van de Raad van 9 december 2013 over doeltreffende maatregelen voor integratie van de Roma in de lidstaten11.

(11)  Non-discriminatie is een grondbeginsel van de Unie. Artikel 19 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie bepaalt dat discriminatie op grond van geslacht, ras of etnische afstamming, godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele oriëntatie moet worden bestreden. Non-discriminatie is ook verankerd in artikel 21 van het Handvest, waarin wordt verklaard dat discriminatie op welke grond dan ook, zoals geslacht, ras, huidskleur, etnische of sociale afkomst, genetische kenmerken, taal, godsdienst of overtuiging, politieke of andere denkbeelden, het behoren tot een nationale minderheid, vermogen, geboorte, een handicap, leeftijd of seksuele gerichtheid, verboden is, en dat binnen de werkingssfeer van de Verdragen en onverminderd die Verdragen of de daarin vervatte bijzondere bepalingen iedere discriminatie op grond van nationaliteit verboden is. Titel III van het Handvest is bovendien in zijn geheel gewijd aan gelijkheid. Gelijkheid en non-discriminatie zijn niet alleen juridische vraagstukken, maar vormen ook belangrijke uitdagingen voor de maatschappij. Om die reden moet rekening worden gehouden met de specifieke kenmerken van de verschillende vormen van discriminatie en moeten er tegelijkertijd passende maatregelen worden uitgewerkt ter voorkoming en bestrijding van discriminatie op een of meer gronden en intersectionele discriminatie.

_________________________________

 

11  PB C 378 van 24.12.2013, blz. 1.

 

Amendement    10

Voorstel voor een verordening

Overweging 11 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(11 bis)  Via het programma moet steun worden verleend aan acties ter voorkoming en bestrijding van discriminatie, racisme, vreemdelingenhaat, antisemitisme, zigeunerhaat, afrofobie, moslimhaat en andere vormen van onverdraagzaamheid, onder meer op grond van handicap, leeftijd, gender, genderexpressie, genderidentiteit en seksuele gerichtheid, waarbij het recht van eenieder om waardig te worden behandeld moet worden erkend. In dit verband moet ook bijzondere aandacht worden besteed aan het voorkomen en bestrijden van alle vormen van geweld, haat, segregatie en stigmatisering, en aan het bestrijden van pesten (met inbegrip van cyberpesten), intimidatie en onverdraagzame behandeling.

Amendement    11

Voorstel voor een verordening

Overweging 11 ter (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(11 ter)  Het programma moet samen met andere activiteiten van de Unie die dezelfde doelstellingen hebben op een wederzijds versterkende manier worden uitgevoerd; dit geldt met name voor de activiteiten bedoeld in de mededeling van de Commissie van 5 april 2011 "Een EU-kader voor de nationale strategieën voor integratie van de Roma tot 2020" en de aanbeveling van de Raad van 9 december 2013 over doeltreffende maatregelen voor integratie van de Roma in de lidstaten1 bis. Bevordering van tolerantie en inclusiviteit op de werkplek en erkenning van het recht van eenieder om op de werkplek en in de samenleving in het algemeen waardig te worden behandeld, zijn permanente doelstellingen die meer en een beter gecoördineerde inzet vergen, onder meer in de vorm van toekenning van voldoende financiële middelen.

 

____________________

 

1 bis.  PB C 378 van 24.12.2013, blz. 1.

Amendement    12

Voorstel voor een verordening

Overweging 12

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(12)  Sociale en fysieke drempels en gebrekkige toegankelijkheid vormen een belemmering voor de volledige feitelijke participatie in de samenleving van mensen met een handicap op voet van gelijkheid met anderen. Mensen met een handicap ondervinden hindernissen bij onder andere de toegang tot de arbeidsmarkt, het volgen van inclusief kwaliteitsonderwijs, het voorkomen van armoede en sociale uitsluiting, de toegang tot culturele initiatieven en de media en de uitoefening van politieke rechten. De Unie en alle lidstaten hebben zich er als partij bij het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de rechten van personen met een handicap toe verbonden het volledige genot van alle mensenrechten en fundamentele vrijheden op voet van gelijkheid door alle personen met een handicap te bevorderen, te beschermen en te waarborgen. De bepalingen van dit verdrag zijn een integrerend onderdeel geworden van de rechtsorde van de Unie.

(12)  Sociale en fysieke drempels en gebrekkige toegankelijkheid vormen een belemmering voor de volledige feitelijke participatie in de samenleving van personen met een handicap op voet van gelijkheid met anderen. Personen met een handicap, waaronder personen met een langdurige fysieke, mentale, intellectuele of zintuiglijke beperking, ondervinden hindernissen bij onder andere de toegang tot de arbeidsmarkt, het volgen van inclusief kwaliteitsonderwijs, het voorkomen van armoede en sociale uitsluiting, de toegang tot culturele initiatieven en de media en de uitoefening van politieke rechten. De Unie en alle lidstaten hebben zich er als partij bij het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de rechten van personen met een handicap toe verbonden het volledige genot van alle mensenrechten en fundamentele vrijheden op voet van gelijkheid door alle personen met een handicap te bevorderen, te beschermen en te waarborgen. De bepalingen van dit verdrag zijn een integrerend onderdeel geworden van de rechtsorde van de Unie. In dit verband moet het programma bijzondere aandacht besteden aan bewustmakingsactiviteiten met betrekking tot de problemen die personen met een handicap ondervinden en die hen beletten ten volle deel te nemen aan de samenleving en hun rechten uit te oefenen.

Amendement    13

Voorstel voor een verordening

Overweging 15

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(15)  Conform de artikelen 8 en 10 van het VWEU moeten doelstellingen inzake gendermainstreaming en de bestrijding van discriminatie worden geïntegreerd in alle activiteiten van het programma.

(15)  Conform de artikelen 8 en 10 van het VWEU moeten alle activiteiten in het kader van het programma de mainstreaming en bevordering van gendergelijkheid en de doelstellingen inzake non-discriminatie ondersteunen.

Amendement    14

Voorstel voor een verordening

Overweging 17

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(17)  Krachtens handelingen van de Unie inzake gelijke behandeling richten de lidstaten onafhankelijke organen op om gelijke behandeling te bevorderen, doorgaans instanties voor gelijke behandeling genoemd, die tot taak hebben discriminatie op grond van ras, etnische afstamming en geslacht te bestrijden. Veel lidstaten gaan echter verder dan deze vereisten en bepalen dat instanties voor gelijke behandeling ook bevoegd zijn om op te treden tegen discriminatie op andere gronden, zoals leeftijd, seksuele oriëntatie, godsdienst en overtuiging en handicaps. Instanties voor gelijke behandeling spelen een belangrijke rol voor het bevorderen van gelijkheid en effectieve toepassing van de wetgeving inzake gelijke behandeling, door met name onafhankelijke bijstand te verlenen aan slachtoffers van discriminatie, onafhankelijke onderzoeken over discriminatie uit te voeren, onafhankelijke verslagen te publiceren en aanbevelingen te doen over elk onderwerp in verband met discriminatie in het betrokken land. Het is van essentieel belang dat de werkzaamheden van instanties voor gelijke behandeling wat dit betreft op EU-niveau worden gecoördineerd. In 2007 is Equinet opgericht. De leden ervan zijn de nationale instanties voor gelijke behandeling, zoals vastgelegd in de Richtlijnen 2000/43/EG15 en 2004/113/EG16 van de Raad en de Richtlijnen 2006/54/EG17 en 2010/41/EU18 van het Europees Parlement en de Raad. Equinet neemt een uitzonderlijke positie in, omdat het enige entiteit is die zorgt voor de coördinatie van activiteiten tussen de instanties voor gelijke behandeling. De coördinatieactiviteiten van Equinet zijn van cruciaal belang voor de goede toepassing van de antidiscriminatiewetgeving van de Unie in de lidstaten en moeten worden ondersteund door het programma.

(17)  Krachtens handelingen van de Unie inzake gelijke behandeling richten de lidstaten onafhankelijke organen op om gelijke behandeling te bevorderen, doorgaans instanties voor gelijke behandeling genoemd, die tot taak hebben discriminatie op grond van ras, etnische afstamming en geslacht te bestrijden. Veel lidstaten gaan echter verder dan deze vereisten en bepalen dat instanties voor gelijke behandeling ook bevoegd zijn om op te treden tegen discriminatie op andere gronden, zoals leeftijd, seksuele oriëntatie, godsdienst en overtuiging en handicaps. Instanties voor gelijke behandeling spelen een belangrijke rol voor het bevorderen van gelijkheid en effectieve toepassing van de wetgeving inzake gelijke behandeling, door met name onafhankelijke bijstand te verlenen aan slachtoffers van discriminatie, onafhankelijke onderzoeken over discriminatie uit te voeren, onafhankelijke verslagen te publiceren en aanbevelingen te doen over elk onderwerp in verband met discriminatie in het betrokken land. Het is van essentieel belang dat de werkzaamheden van alle relevante instanties voor gelijke behandeling wat dit betreft op EU-niveau worden gecoördineerd. In 2007 is Equinet opgericht. De leden ervan zijn de nationale instanties voor gelijke behandeling, zoals vastgelegd in de Richtlijnen 2000/43/EG15 en 2004/113/EG16 van de Raad en de Richtlijnen 2006/54/EG17 en 2010/41/EU18 van het Europees Parlement en de Raad. De Commissie heeft een aanbeveling vastgesteld betreffende normen voor organen voor gelijke behandeling [C(2018) 3850 final]. Deze aanbeveling heeft betrekking op het mandaat, de onafhankelijk, de doeltreffendheid en de coördinatie en samenwerking tussen organen voor gelijke behandeling. Equinet neemt een uitzonderlijke positie in, omdat het enige entiteit is die zorgt voor de coördinatie van activiteiten tussen de instanties voor gelijke behandeling. De coördinatieactiviteiten van Equinet zijn van cruciaal belang voor de goede toepassing van de antidiscriminatiewetgeving van de Unie in de lidstaten en moeten worden ondersteund door het programma.

__________________

__________________

15 Richtlijn 2000/43/EG van de Raad van 29 juni 2000 houdende toepassing van het beginsel van gelijke behandeling van personen ongeacht ras of etnische afstamming (PB L 180 van 19.7.2000, blz. 22).

15 Richtlijn 2000/43/EG van de Raad van 29 juni 2000 houdende toepassing van het beginsel van gelijke behandeling van personen ongeacht ras of etnische afstamming (PB L 180 van 19.7.2000, blz. 22).

16 Richtlijn 2004/113/EG van de Raad van 13 december 2004 houdende toepassing van het beginsel van gelijke behandeling van mannen en vrouwen bij de toegang tot en het aanbod van goederen en diensten (PB L 373 van 21.12.2004, blz. 37).

16 Richtlijn 2004/113/EG van de Raad van 13 december 2004 houdende toepassing van het beginsel van gelijke behandeling van mannen en vrouwen bij de toegang tot en het aanbod van goederen en diensten (PB L 373 van 21.12.2004, blz. 37).

17 Richtlijn 2006/54/EG van het Europees Parlement en de Raad van 5 juli 2006 betreffende de toepassing van het beginsel van gelijke kansen en gelijke behandeling van mannen en vrouwen in arbeid en beroep (PB L 204 van 26.7.2006, blz. 23).

17 Richtlijn 2006/54/EG van het Europees Parlement en de Raad van 5 juli 2006 betreffende de toepassing van het beginsel van gelijke kansen en gelijke behandeling van mannen en vrouwen in arbeid en beroep (PB L 204 van 26.7.2006, blz. 23).

18 Richtlijn 2010/41/EU van het Europees Parlement en de Raad van 7 juli 2010 betreffende de toepassing van het beginsel van gelijke behandeling van zelfstandig werkzame mannen en vrouwen en tot intrekking van Richtlijn 86/613/EEG van de Raad (PB L 180 van 15.7.2010, blz. 1).

18 Richtlijn 2010/41/EU van het Europees Parlement en de Raad van 7 juli 2010 betreffende de toepassing van het beginsel van gelijke behandeling van zelfstandig werkzame mannen en vrouwen en tot intrekking van Richtlijn 86/613/EEG van de Raad (PB L 180 van 15.7.2010, blz. 1).

Amendement    15

Voorstel voor een verordening

Overweging 18

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(18)  Onafhankelijke mensenrechteninstanties en maatschappelijke organisaties spelen een essentiële rol voor de bevordering en bescherming van en de voorlichting over de gemeenschappelijke waarden van de Unie bedoeld in artikel 2 VEU, en leveren een essentiële bijdrage aan het effectieve genot van de rechten die voortvloeien uit het Unierecht, waaronder het Handvest van de grondrechten van de EU. Zoals ook is aangegeven in de resolutie van het Europees Parlement van 18 april 2018 is voldoende financiële steun van cruciaal belang voor de ontwikkeling van een gunstige en duurzame omgeving waarbinnen maatschappelijke organisaties hun rol kunnen versterken en hun taken onafhankelijk en effectief kunnen uitoefenen. Als aanvulling op de nationale inspanningen dient de financiering door de EU er derhalve toe bij te dragen dat onafhankelijke maatschappelijke organisaties die zich voor de mensenrechten inzetten en waarvan de activiteiten (zoals belangenbehartiging en optreden als waakhond) de strategische handhaving bevorderen van de rechten die voortvloeien uit het Unierecht en het Handvest van de grondrechten van de EU, worden ondersteund, meer mogelijkheden krijgen en hun capaciteit kunnen vergroten, en dat de gemeenschappelijke waarden op nationaal niveau worden beschermd, bevorderd en uitgedragen.

(18)  Onafhankelijke mensenrechteninstanties en maatschappelijke organisaties spelen een essentiële rol voor de bevordering en bescherming van en de voorlichting over de gemeenschappelijke waarden van de Unie bedoeld in artikel 2 VEU, en leveren een essentiële bijdrage aan het effectieve genot van de rechten die voortvloeien uit het Unierecht, waaronder het Handvest van de grondrechten van de EU. Zoals ook is aangegeven in de resolutie van het Europees Parlement van 18 april 2018 is voldoende financiële steun van cruciaal belang voor de ontwikkeling van een gunstige en duurzame omgeving waarbinnen maatschappelijke organisaties hun rol kunnen versterken en hun taken onafhankelijk en effectief kunnen uitoefenen. Als aanvulling op de nationale inspanningen dient de financiering door de EU er derhalve toe bij te dragen dat onafhankelijke maatschappelijke organisaties die zich voor de mensenrechten inzetten en waarvan de activiteiten (zoals belangenbehartiging en optreden als waakhond) de strategische handhaving bevorderen van de rechten die voortvloeien uit het Unierecht en het Handvest van de grondrechten van de EU, worden ondersteund, meer mogelijkheden krijgen en hun capaciteit kunnen vergroten, en dat de gemeenschappelijke waarden op lokaal, regionaal en nationaal niveau worden beschermd, bevorderd en uitgedragen.

Amendement    16

Voorstel voor een verordening

Overweging 21 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(21 bis)  Overeenkomstig artikel 9 VWEU dienen een hoog niveau van werkgelegenheid, de waarborging van een adequate sociale bescherming en de bestrijding van sociale uitsluiting te worden bevorderd. Acties in het kader van het programma moeten daarom gericht zijn op synergieën tussen de bestrijding van armoede, sociale uitsluiting en uitsluiting van de arbeidsmarkt en de bevordering van gelijkheid en de bestrijding van alle vormen van discriminatie. Het programma moet daarom aldus ten uitvoer worden gelegd dat zo veel mogelijk gestreefd wordt naar synergieën en complementariteit tussen de diverse onderdelen van dit programma en het Europees Sociaal Fonds+. Daarnaast moeten er synergieën worden gecreëerd met Erasmus en het Europees Sociaal Fonds Plus, om ervoor te zorgen dat deze fondsen gezamenlijk een bijdrage leveren aan de verwezenlijking van kwalitatief hoogstaand onderwijs en gelijke kansen voor iedereen.

Amendement    17

Voorstel voor een verordening

Overweging 24

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(24)  De financieringsvormen en de uitvoeringsmethoden in het kader van deze begroting moeten worden gekozen op basis van de mogelijkheden die zij bieden voor het vervullen van de specifieke doelstellingen van de acties en voor het behalen van resultaten, waarbij met name rekening wordt gehouden met de kosten van controles, de administratieve lasten en het verwachte risico van niet-naleving. Dit houdt mede in het gebruik van vaste bedragen, vaste percentages en eenheidskosten, alsook financiering die niet gekoppeld is aan de kosten, als bedoeld in artikel 125, lid 1, van het Financieel Reglement. Overeenkomstig het Financieel Reglement, Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad20, Verordening (EG, Euratom) nr. 2988/95 van de Raad21, Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de Raad22 en Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad23 moeten de financiële belangen van de Unie worden beschermd met evenredige maatregelen, daaronder begrepen preventie, opsporing, correctie en onderzoek van onregelmatigheden en fraude, terugvordering van verloren gegane, onverschuldigd betaalde of onjuist bestede financiële middelen alsmede, in voorkomend geval, oplegging van administratieve sancties. In het bijzonder kan het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) overeenkomstig Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 en Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 administratieve onderzoeken, daaronder begrepen controles en verificaties ter plaatse, uitvoeren om vast te stellen of er sprake is van fraude, corruptie of andere onwettige activiteiten waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad. Overeenkomstig Verordening (EU) 2017/1939 kan het Europees Openbaar Ministerie (EOM) overgaan tot onderzoek en vervolging van fraude en andere strafbare feiten waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad in de zin van Richtlijn (EU) 2017/1371 van het Europees Parlement en de Raad24. Personen of entiteiten die middelen van de Unie ontvangen, moeten overeenkomstig het Financieel Reglement ten volle meewerken aan de bescherming van de financiële belangen van de Unie, de nodige rechten en toegang verlenen aan de Commissie, OLAF, het EOM en de Europese Rekenkamer alsmede ervoor zorgen dat derden die betrokken zijn bij de uitvoering van middelen van de Unie gelijkwaardige rechten verlenen.

(24)  De financieringsvormen en de uitvoeringsmethoden in het kader van deze begroting moeten worden gekozen op basis van de mogelijkheden die zij bieden voor het vervullen van de specifieke doelstellingen van de acties en voor het behalen van resultaten, waarbij met name rekening wordt gehouden met de kosten van controles, de administratieve lasten en het verwachte risico van niet-naleving. Dit houdt mede in het gebruik van vaste bedragen, vaste percentages en eenheidskosten, alsook financiering die niet gekoppeld is aan de kosten, als bedoeld in artikel 125, lid 1, van het Financieel Reglement. Om deelname aan het programma eenvoudiger te maken, onder andere voor kleine organisaties, moet ondersteuning worden geboden en moeten onnodige administratieve lasten worden weggenomen. In voorkomend geval moet worden nagedacht over de mogelijkheid om een evaluatieprocedure in twee fasen toe te passen en over de mogelijkheid van doorgifte van subsidies en toekenning van meerjarige exploitatiesubsidies. Bij de medefinancieringspercentages moet rekening worden gehouden met het type en de omvang van de organisaties waartoe de oproepen tot het indienen van voorstellen in het kader van het programma zich richten. Overeenkomstig het Financieel Reglement, Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad20, Verordening (EG, Euratom) nr. 2988/95 van de Raad21, Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de Raad22 en Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad23 moeten de financiële belangen van de Unie worden beschermd met evenredige maatregelen, daaronder begrepen preventie, opsporing, correctie en onderzoek van onregelmatigheden en fraude, terugvordering van verloren gegane, onverschuldigd betaalde of onjuist bestede financiële middelen alsmede, in voorkomend geval, oplegging van administratieve sancties. In het bijzonder kan het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) overeenkomstig Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 en Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 administratieve onderzoeken, daaronder begrepen controles en verificaties ter plaatse, uitvoeren om vast te stellen of er sprake is van fraude, corruptie of andere onwettige activiteiten waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad. Overeenkomstig Verordening (EU) 2017/1939 kan het Europees Openbaar Ministerie (EOM) overgaan tot onderzoek en vervolging van fraude en andere strafbare feiten waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad in de zin van Richtlijn (EU) 2017/1371 van het Europees Parlement en de Raad24. Personen of entiteiten die middelen van de Unie ontvangen, moeten overeenkomstig het Financieel Reglement ten volle meewerken aan de bescherming van de financiële belangen van de Unie, de nodige rechten en toegang verlenen aan de Commissie, OLAF, het EOM en de Europese Rekenkamer alsmede ervoor zorgen dat derden die betrokken zijn bij de uitvoering van middelen van de Unie gelijkwaardige rechten verlenen.

__________________

__________________

20 Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 september 2013 betreffende onderzoeken door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1073/1999 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (Euratom) nr. 1074/1999 van de Raad (PB L 248 van 18.9.2013, blz. 1).

20 Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 september 2013 betreffende onderzoeken door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1073/1999 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (Euratom) nr. 1074/1999 van de Raad (PB L 248 van 18.9.2013, blz. 1).

21 Verordening (EG, Euratom) nr. 2988/95 van de Raad van 18 december 1995 betreffende de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen (PB L 312 van 23.12.1995, blz. 1).

21 Verordening (EG, Euratom) nr. 2988/95 van de Raad van 18 december 1995 betreffende de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen (PB L 312 van 23.12.1995, blz. 1).

22 Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de Raad van 11 november 1996 betreffende de controles en verificaties ter plaatse die door de Commissie worden uitgevoerd ter bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen tegen fraudes en andere onregelmatigheden (PB L 292 van 15.11.1996, blz. 2).

22 Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de Raad van 11 november 1996 betreffende de controles en verificaties ter plaatse die door de Commissie worden uitgevoerd ter bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen tegen fraudes en andere onregelmatigheden (PB L 292 van 15.11.1996, blz. 2).

23 Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad van 12 oktober 2017 betreffende nauwere samenwerking bij de instelling van het Europees Openbaar Ministerie ("EOM") (PB L 283 van 31.10.2017, blz. 1).

23 Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad van 12 oktober 2017 betreffende nauwere samenwerking bij de instelling van het Europees Openbaar Ministerie ("EOM") (PB L 283 van 31.10.2017, blz. 1).

24 Richtlijn (EU) 2017/1371 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juli 2017 betreffende de strafrechtelijke bestrijding van fraude die de financiële belangen van de Unie schaadt (PB L 198 van 28.7.2017, blz. 29).

24 Richtlijn (EU) 2017/1371 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juli 2017 betreffende de strafrechtelijke bestrijding van fraude die de financiële belangen van de Unie schaadt (PB L 198 van 28.7.2017, blz. 29).

Amendement    18

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De algemene doelstelling van het programma is de bescherming en bevordering van de rechten en waarden die in de EU-Verdragen zijn verankerd, onder meer door ondersteuning van maatschappelijke organisaties met het oog op de instandhouding van een open, democratische en inclusieve samenleving.

1.  De algemene doelstelling van het programma is de bescherming en bevordering van de rechten en waarden die in de EU-Verdragen zijn verankerd, onder meer door ondersteuning van maatschappelijke organisaties, van welke omvang dan ook, met het oog op de het behoud, de bevordering en instandhouding van een op rechten gebaseerde, egalitaire, inclusieve, open en democratische samenleving.

Amendement    19

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 2 – letter b

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  bevordering van de betrokkenheid van de burgers bij en hun participatie in het democratisch bestel van de Unie (onderdeel Betrokkenheid en participatie van de burger)

b)  bevordering van de betrokkenheid van mensen bij en hun participatie in het democratisch bestel van de Unie (onderdeel Betrokkenheid en participatie van de burger)

Amendement    20

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – letter a

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  het voorkomen en bestrijden van ongelijkheid en discriminatie op grond van geslacht, ras of etnische afstamming, godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele oriëntatie, en het ondersteunen van een alomvattend beleid ter bevordering van gendergelijkheid en discriminatiebestrijding en de mainstreaming daarvan, en van beleid ter bestrijding van racisme en alle vormen van onverdraagzaamheid;

a)  het bevorderen van gelijkheid voor iedereen door middel van het voorkomen en bestrijden van ongelijkheid en alle vormen van discriminatie op grond van geslacht, ras of etnische afstamming, godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele oriëntatie, alsmede discriminatie om een van de in artikel 21, lid 1, van het Handvest genoemde redenen en het ondersteunen van een alomvattend beleid ter bevordering van gendergelijkheid, sociale inclusie en discriminatiebestrijding en de mainstreaming daarvan, en van beleid ter bestrijding van racisme en alle vormen van onverdraagzaamheid, zowel online als offline;

Amendement    21

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – letter a bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

a bis)  het bevorderen van wederzijds begrip, dialoog en eerbied voor diversiteit in de lidstaten en de Unie.

Amendement    22

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – letter b

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  het beschermen en bevorderen van de rechten van het kind, de rechten van personen met een handicap, de rechten van burgers van de Unie en het recht op de bescherming van persoonsgegevens.

b)  het beschermen en bevorderen van de rechten van het kind, de rechten van ouderen, de rechten van personen met een handicap, de rechten van burgers van de Unie, waaronder sociale rechten, en het recht op de bescherming van persoonsgegevens, onder meer in het kader van gegevensverwerking in de context van arbeidsverhoudingen, of gegevensverwerking voor sociale beschermingsdoeleinden, als bedoeld in de algemene verordening gegevensbescherming1bis.

 

__________________

 

1 bis Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1).

Amendement    23

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – alinea 1 – letter a

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  het vergroten van het inzicht van de burgers in de Unie, haar geschiedenis, haar cultureel erfgoed en haar culturele diversiteit;

a)  het vergroten van het inzicht van de burgers in de Unie, haar gedeelde waarden, geschiedenis – in het bijzonder met betrekking tot de geschiedenis van totalitaire regimes –, haar cultureel erfgoed en haar culturele diversiteit;

Amendement    24

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – alinea 1 – letter b

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  het bevorderen van uitwisseling en samenwerking tussen burgers van verschillende landen; het bevorderen van democratische participatie van de burgers, waardoor burgers en representatieve organisaties hun standpunten over alle onderdelen van het optreden van de Unie kenbaar kunnen maken en publiekelijk kunnen uitwisselen.

b)  het bevorderen van uitwisseling en samenwerking tussen burgers met verschillende nationale en culturele achtergronden; het bevorderen van democratische participatie van de burgers, waardoor burgers en representatieve organisaties hun standpunten over alle onderdelen van het optreden van de Unie kenbaar kunnen maken en publiekelijk kunnen uitwisselen, en het bevorderen van solidariteit.

Amendement    25

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – alinea 1 – letter a

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  het voorkomen en bestrijden van alle vormen van geweld tegen kinderen, jongeren en vrouwen, alsmede geweld tegen andere groepen die risico lopen;

a)  het voorkomen, onder andere via voorlichtings- en onderwijsactiviteiten, en bestrijden van alle vormen van geweld, waaronder huiselijk geweld, tegen kinderen, jongeren, vrouwen en ouderen, alsmede geweld tegen andere groepen die risico lopen, en met name kwetsbare personen;

Amendement    26

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – alinea 1 – letter b

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  het ondersteunen en beschermen van slachtoffers van dergelijk geweld.

b)  het ondersteunen en beschermen van slachtoffers van dergelijk geweld, risicogroepen en met name kwetsbare personen.

Amendement    27

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – alinea 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Acties die bijdragen tot de verwezenlijking van een specifieke doelstelling als bedoeld in artikel 2 kunnen in aanmerking komen voor financiering uit hoofde van deze verordening. Met name de in bijlage I genoemde activiteiten komen in aanmerking voor financiering.

Acties die bijdragen tot de verwezenlijking van een specifieke doelstelling als bedoeld in artikel 2 kunnen in aanmerking komen voor financiering uit hoofde van deze verordening. Met name de volgende activiteiten komen in aanmerking voor financiering:

 

a)  bewustmaking, creatieve acties, onderwijsactiviteiten en verspreiding van informatie ter verbetering van het gebruik van en de bekendheid met beleid en rechten op de onder het programma vallende gebieden;

 

b)  wederzijdse leerprocessen door uitwisseling van goede praktijken tussen belanghebbenden om de maatschappelijke en democratische betrokkenheid op basis van kennis en wederzijds begrip te bevorderen; alsmede

 

c)  belangenbehartiging, creatieve activiteiten, analyse en monitoring ter verbetering van het inzicht in de situatie in de lidstaten en op het niveau van de Unie op gebieden die onder het programma vallen, alsmede ter verbetering van de uitvoering van de wetgeving en het beleid van de Unie;

 

d)  opleiding van belanghebbenden ter verbetering van hun bekendheid met, hun vermogen om gebruik te maken van, en hun kennis van het beleid en hun rechten op de bestreken gebieden;

 

e)  ontwikkeling en onderhoud van tools op het gebied van informatie- en communicatietechnologie (ICT) voor iedereen;

 

f)  versterking van de bekendheid van de burgers met de Europese cultuur, waarden en geschiedenis, en van hun historisch besef en gevoel deel uit te maken van de Unie;

 

g)  Europeanen van verschillende nationaliteiten en culturen met elkaar in contact brengen door hun de mogelijkheid te bieden deel te nemen aan activiteiten in twinningsverband, waaronder activiteiten in het kader van stedenbanden;

 

h)  het stimuleren en mogelijk maken van een actieve en inclusieve deelname van de burgers aan de opbouw van een democratischer Unie en het bevorderen van de publieke belangstelling daarvoor, en het vergroten van de bekendheid van de burgers met hun rechten en waarden evenals de uitoefening en eerbiediging daarvan, door middel van ondersteuning van maatschappelijke organisaties;

 

i)  financiering van de technische en organisatorische ondersteuning voor de uitvoering van Verordening (EU) nr. 211/2011, waarmee de grondslag wordt gevormd voor de uitoefening door de burgers van hun recht om Europese burgerinitiatieven te organiseren en er steun aan te betuigen;

 

j)  versterking van het vermogen van Europese netwerken om het recht, de beleidsdoelstellingen en de strategieën van de Unie verder te ontwikkelen, toe te passen en te bevorderen, en ondersteuning van maatschappelijke organisaties van elke omvang die actief zijn op de onder het programma vallende gebieden;

 

k)  bevordering van de kennis van het programma en van de verspreiding en overdraagbaarheid van de resultaten ervan en bevordering van de bewustmaking van burgers, onder meer door het opzetten en ondersteunen van programmabureaus/een netwerk van nationale contactpunten.

 

______________________

 

1bisDeze activiteiten omvatten bijvoorbeeld het verzamelen van gegevens en statistieken; het ontwikkelen van gemeenschappelijke methoden en, in voorkomend geval, indicatoren of benchmarks; studies, onderzoeken, analyses en enquêtes; evaluaties; effectbeoordeling; het opstellen en publiceren van handleidingen, rapporten en educatief materiaal.

De punten a) t/m k) zijn gewijzigde punten van bijlage I

Amendement    28

Voorstel voor een verordening

Artikel 18 – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De ontvangers van financiering van de Unie erkennen de oorsprong van en geven zichtbaarheid aan de financiering van de Unie (met name wanneer zij de acties en de resultaten ervan promoten) door meerdere doelgroepen, waaronder de media en het grote publiek, doelgericht en op samenhangende, doeltreffende en evenredige wijze te informeren.

1.  De ontvangers van financiering van de Unie erkennen de oorsprong van en geven zichtbaarheid aan de financiering van de Unie (met name wanneer zij de acties en de resultaten ervan promoten) door meerdere doelgroepen, waaronder de media en het grote publiek, doelgericht en op samenhangende, doeltreffende en evenredige wijze te informeren in een vorm die ook toegankelijk is voor personen met een handicap.

Amendement    29

Voorstel voor een verordening

Artikel 18 – lid 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De Commissie zorgt voor informatie en communicatie uit met betrekking tot het programma alsmede de in de kader uitgevoerde acties en de resultaten daarvan. De aan het programma toegewezen financiële middelen dragen tevens bij aan de institutionele communicatie over de politieke prioriteiten van de Unie, voor zover zij verband houden met de in artikel 2 bedoelde doelstellingen.

2.  De Commissie zorgt voor informatie en communicatie uit met betrekking tot het programma alsmede de in de kader uitgevoerde acties en de resultaten daarvan.

Amendement 30

Voorstel voor een verordening

Bijlage I

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

BIJLAGE I

Schrappen

Activiteiten in het kader van het programma

 

De in artikel 2, lid 2, bedoelde specifieke doelstellingen van het programma worden met name nagestreefd door middel van ondersteuning van de volgende activiteiten:

 

a)  bewustmaking, verspreiding van informatie ter verbetering van de bekendheid met beleid en rechten op de onder het programma vallende gebieden;

 

b)  wederzijdse leerprocessen door uitwisseling van goede praktijken tussen belanghebbenden om kennis en wederzijds begrip en maatschappelijke en democratische betrokkenheid te bevorderen;

 

c)   analyse en monitoring1 ter verbetering van het inzicht in de situatie in de lidstaten en op EU-niveau op gebieden die onder het programma vallen, alsmede ter verbetering van de uitvoering van de wetgeving en het beleid van de EU;

 

d)  opleiding van belanghebbenden ter verbetering van hun kennis van het beleid en hun rechten op de bestreken gebieden;

 

e)  ontwikkeling en onderhoud van tools op het gebied van informatie- en communicatietechnologie (ICT);

 

f)  versterking van de bekendheid van de burgers met de Europese cultuur, Europese geschiedenis en Europese herdenking alsmede hun gevoel deel uit te maken van de Unie;

 

g)  Europeanen van verschillende nationaliteiten en culturen met elkaar in contact brengen door hun de mogelijkheid te bieden deel te nemen aan activiteiten in het kader van stedenbanden;

 

h)  aanmoediging en facilitering van actieve deelname aan de opbouw van een meer democratische Unie en versterking van het besef van rechten en waarden door ondersteuning van maatschappelijke organisaties;

 

i)  financiering van de technische en organisatorische ondersteuning voor de uitvoering van Verordening [(EU) nr. 211/2011] en zo de grondslag vormen voor de uitoefening door de burgers van hun recht om Europese burgerinitiatieven te organiseren en er steun aan te betuigen;

 

j)  versterking van het vermogen van Europese netwerken om het recht, de beleidsdoelstellingen en de strategieën van de EU verder te ontwikkelen en te bevorderen, en ondersteuning van maatschappelijke organisaties die actief zijn op de onder het programma vallende gebieden;

 

k)  bevordering van de kennis van het programma en van de verspreiding en overdraagbaarheid van de resultaten ervan en bevordering van de bewustmaking van burgers, onder meer door het opzetten en ondersteunen van programmabureaus/een netwerk van nationale contactpunten.

 

______________________

 

1Deze activiteiten omvatten bijvoorbeeld het verzamelen van gegevens en statistieken; het ontwikkelen van gemeenschappelijke methoden en, in voorkomend geval, indicatoren of benchmarks; studies, onderzoeken, analyses en enquêtes; evaluaties; effectbeoordeling; het opstellen en publiceren van handleidingen, rapporten en educatief materiaal.

 

Amendement    31

Voorstel voor een verordening

Bijlage II – alinea 1 – inleidende formule

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Het programma wordt gemonitord aan de hand van een reeks indicatoren om te meten in hoeverre de algemene en specifieke doelstellingen van het programma zijn verwezenlijkt, mede om de administratieve lasten en de kosten zo laag mogelijk te houden. Daartoe zullen er gegevens worden vergaard met betrekking tot onderstaande indicatoren:

Het programma wordt gemonitord aan de hand van een reeks resultaatindicatoren om te meten in hoeverre de algemene en specifieke doelstellingen van het programma zijn verwezenlijkt, mede om de administratieve lasten en de kosten zo laag mogelijk te houden. Daartoe zullen er gegevens worden vergaard met betrekking tot onderstaande indicatoren:

Amendement    32

Voorstel voor een verordening

Bijlage II – alinea 1 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Voorts publiceert de Commissie jaarlijks de volgende outputindicatoren:

Amendement    33

Voorstel voor een verordening

Bijlage II – alinea 1 ter (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Geografische dekking van de activiteiten per onderdeel

Amendement    34

Voorstel voor een verordening

Bijlage II – alinea 1 quater (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Aantal aanvragen en gefinancierde activiteiten per in artikel 9, lid 1, genoemde categorie en per onderdeel

Amendement    35

Voorstel voor een verordening

Bijlage II – alinea 1 quinquies (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

De hoogte van de aangevraagde en uiteindelijk toegekende financiering per in artikel 9, lid 1, genoemde activiteit en per onderdeel

PROCEDURE VAN DE ADVISERENDE COMMISSIE

Titel

Vaststelling van het programma Rechten en waarden

Document- en procedurenummers

COM(2018)0383 – C8-0234/2018 – 2018/0207(COD)

Bevoegde commissie

       Datum bekendmaking

LIBE

14.6.2018

 

 

 

Advies uitgebracht door

       Datum bekendmaking

EMPL

14.6.2018

Rapporteur voor advies

       Datum benoeming

Jean Lambert

18.6.2018

Behandeling in de commissie

9.10.2018

 

 

 

Datum goedkeuring

20.11.2018

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

38

2

1

Bij de eindstemming aanwezige leden

Guillaume Balas, Brando Benifei, Mara Bizzotto, David Casa, Ole Christensen, Michael Detjen, Martina Dlabajová, Lampros Fountoulis, Marian Harkin, Czesław Hoc, Agnes Jongerius, Rina Ronja Kari, Ádám Kósa, Agnieszka Kozłowska-Rajewicz, Jean Lambert, Jérôme Lavrilleux, Patrick Le Hyaric, Jeroen Lenaers, Verónica Lope Fontagné, Thomas Mann, Anthea McIntyre, Miroslavs Mitrofanovs, Elisabeth Morin-Chartier, Emilian Pavel, Georgi Pirinski, Dennis Radtke, Terry Reintke, Robert Rochefort, Claude Rolin, Siôn Simon, Romana Tomc, Marita Ulvskog

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Georges Bach, Rosa D’Amato, Tania González Peñas, Paloma López Bermejo, Edouard Martin, Alex Mayer, Sven Schulze, Helga Stevens, Flavio Zanonato

HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE ADVISERENDE COMMISSIE

38

+

ALDE

Martina Dlabajová, Marian Harkin, Robert Rochefort

ECR

Czesław Hoc, Anthea McIntyre, Helga Stevens

GUE/NGL

Tania González Peñas, Rina Ronja Kari, Patrick Le Hyaric, Paloma López Bermejo

PPE

Georges Bach, David Casa, Ádám Kósa, Agnieszka Kozłowska-Rajewicz, Jérôme Lavrilleux, Jeroen Lenaers, Verónica Lope Fontagné, Thomas Mann, Elisabeth Morin-Chartier, Dennis Radtke, Claude Rolin, Sven Schulze, Romana Tomc

S&D

Guillaume Balas, Brando Benifei, Ole Christensen, Michael Detjen, Agnes Jongerius, Edouard Martin, Alex Mayer, Emilian Pavel, Georgi Pirinski, Siôn Simon, Marita Ulvskog, Flavio Zanonato

VERTS/ALE

Jean Lambert, Miroslavs Mitrofanovs, Terry Reintke

2

-

ENF

Mara Bizzotto

NI

Lampros Fountoulis

1

0

EFDD

Rosa D'Amato

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding


ADVIES van de Commissie cultuur en onderwijs (4.12.2018)

aan de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken

inzake het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het programma Rechten en waarden

(COM(2018)0383 – C8-0234/2018 – 2018/0207(COD))

Rapporteur voor advies (*): Sylvie Guillaume

(*)  Procedure met medeverantwoordelijke commissies – artikel 54 van het Reglement

BEKNOPTE MOTIVERING

Het toekomstige programma Burgerschap, rechten en waarden moet bijdragen tot een hervatting van de dialoog tussen de Europeanen en moet het wederzijds begrip bevorderen, nu Europa wordt geconfronteerd met een sterke toename van de intolerantie, die het gevoel tot een gemeenschappelijke ruimte te behoren, op de helling zet.

De rapporteur voor advies is zich bewust van de synergie-inspanning die de Commissie levert om rekening te houden met de restrictieve begrotingssituatie.

Zij acht niettemin meer dan ooit een versterking nodig van de ruimte voor het voormalige programma "Europa voor de burger", dat een duidelijke meerwaarde oplevert voor het bevorderen van burgerparticipatie, het versterken van het gevoel van samenhorigheid en het aanmoedigen van burgerparticipatie en het democratische engagement van de burgers. Dit programma is succesvol gebleken en heeft bijgedragen tot een betere bekendheid van de Europese thema's en kan dus een positief effect hebben op de belangstelling van de Europese burgers voor de volgende Europese verkiezingen.

In deze context betreurt de rapporteur voor advies het feit dat de zeer symbolische notie van burgerschap uit de titel van het programma verdwenen is en stelt zij daarom voor deze opnieuw op te nemen.

Daarnaast acht zij het nodig een programma te verdedigen met een budget dat in overeenstemming is met de uitdagingen die moeten worden aangegaan en stelt zij daarom een verhoging voor van het budget voor onderdeel B – Betrokkenheid en participatie van de burger, waarvoor zij verantwoordelijk is. Het voorgestelde budget is immers in grote mate ontoereikend in vergelijking met wat het Parlement heeft gevraagd. Daarom wordt voorgesteld de dimensie van de rubriek betreffende de betrokkenheid van de burger aan te vullen met een budget van 500 miljoen EUR, hetgeen overeenkomt met nauwelijks 1 EUR per Europese burger. Bedoeling is een Europees programma te verdedigen dat toegankelijk is voor alle burgers die zich inzetten voor een sterk Europa, tegen nationalistisch trends, en in een geest van hernieuwde solidariteit.

De rapporteur voor advies is zich bewust van het feit dat de herinnering levendig moet worden gehouden aan de gebeurtenissen uit het verleden die hebben geleid tot de opbouw van een Europese Unie en dat meer inzicht nodig is in het heden om samen de toekomst te blijven opbouwen, en stelt daarom een ontwikkeling voor van de herdenkingsactiviteiten, die eraan herinneren dat de beginselen en waarden waarop de EU gegrondvest is, belangrijk zijn.

Voorts acht de rapporteur voor advies het, gezien de beperkte begrotingsmiddelen voor dit programma, niet passend dat de Commissie de mogelijkheid krijgt deze middelen te gebruiken voor een institutionele mededeling over de politieke prioriteiten van de EU, terwijl de haar communicatiediensten al over aanzienlijke middelen beschikken om dit soort actie uit te voeren.

De rapporteur is tevreden met de invoering van een instrument ter ondersteuning van maatschappelijke organisaties in de EU die de fundamentele waarden op lokaal niveau bevorderen, om open, democratische en inclusieve samenlevingen te bevorderen, waarbij zij het feit benadrukt dat individuele projecten moeten worden ondersteund die ontwikkeld worden door gewone burgers in hun gemeenschap, omdat die voor het dagelijkse leven van Europa onontbeerlijk zijn. Zij dringt er in het bijzonder op aan dat het programma toegankelijk wordt gemaakt voor personen met een handicap.

Wat de openstelling van het programma voor geassocieerde derde landen betreft, is zij van oordeel dat dit aspect niet relevant is voor het onderdeel inzake betrokkenheid van de burger, nu de mogelijkheden voor activiteiten van de burgers in de lidstaten vaak beperkt zijn en leiden tot frustratie bij vele kandidaten die niet geselecteerd konden worden, ondanks hun engagement.

Zij is het ook eens met het voorstel van de Commissie om het netwerk van nationale contactpunten, dat zijn nut reeds bewezen heeft in het kader van het programma "Europa voor de burgers", uit te breiden om initiatiefnemers van een project beter te ondersteunen bij hun inspanningen, en dringt er daarom op aan dit netwerk in de verordening te vermelden.

De rapporteur voor advies stelt ook voor dat de Commissie de werkprogramma's en de meerjarenprioriteiten vaststelt door middel van gedelegeerde handelingen, en niet, zoals de Commissie in haar voorstel suggereert, door middel van uitvoeringshandelingen.

Al met al is de rapporteur verheugd over de door de Commissie voorgestelde aanpak, met name als de rechtsgrond ervan gewijzigd wordt, zodat het Europees Parlement zijn rol als medewetgever kan spelen. De rapporteur herinnert eraan dat tegen de achtergrond van dit programma een groot aantal burgerprojecten betroffen is, waarvan het cruciaal is om ze, wat het heden betreft, te behouden en met het oog op de toekomst aan te moedigen.

AMENDEMENTEN

De Commissie cultuur en onderwijs verzoekt de bevoegde Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken onderstaande amendementen in aanmerking te nemen:

Amendement    1

Voorstel voor een verordening

Titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Voorstel voor een

Voorstel voor een

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

tot vaststelling van het programma Rechten en waarden

tot vaststelling van het programma Europa voor de burger, rechten en waarden

 

(Dit amendement is van toepassing op de gehele tekst. Bij aanneming van dit amendement moet deze wijziging in de gehele tekst worden doorgevoerd.)

Amendement    2

Voorstel voor een verordening

Visum 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 16, lid 2, artikel 19, lid 2, artikel 21, lid 2, artikel 24, artikel 167 en artikel 168,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 16, lid 2, artikel 19, lid 2, artikel 21, lid 2, artikel 24, artikel 167 en artikel 168, en artikel 11 van het Verdrag betreffende de Europese Unie,

Amendement    3

Voorstel voor een verordening

Visum 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Gezien het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie,

Amendement    4

Voorstel voor een verordening

Overweging 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(1)  In artikel 2 van het Verdrag betreffende de Europese Unie wordt bepaald: "De waarden waarop de Unie berust, zijn eerbied voor de menselijke waardigheid, vrijheid, democratie, gelijkheid, de rechtsstaat en eerbiediging van de mensenrechten, waaronder de rechten van personen die tot minderheden behoren. Deze waarden hebben de lidstaten gemeen in een samenleving die gekenmerkt wordt door pluralisme, non-discriminatie, verdraagzaamheid, rechtvaardigheid, solidariteit en gelijkheid van vrouwen en mannen". In artikel 3 wordt voorts bepaald: "De Unie heeft als doel de vrede, haar waarden en het welzijn van haar volkeren te bevorderen" en "De Unie eerbiedigt haar rijke verscheidenheid van cultuur en taal en ziet toe op de instandhouding en de ontwikkeling van het Europese culturele erfgoed". Deze waarden worden bevestigd en verder uitgewerkt in de rechten, vrijheden en beginselen die zijn vastgelegd in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.

(1)  In artikel 2 van het Verdrag betreffende de Europese Unie wordt bepaald: "De waarden waarop de Unie berust, zijn eerbied voor de menselijke waardigheid, vrijheid, democratie, gelijkheid, de rechtsstaat en eerbiediging van de mensenrechten, waaronder de rechten van personen die tot minderheden behoren. In het bijzonder is overeenkomstig de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie de menselijke waardigheid de grondslag van alle onvervreemdbare mensenrechten. Deze beginselen en waarden hebben de lidstaten gemeen in een samenleving die gekenmerkt wordt door pluralisme, non-discriminatie, verdraagzaamheid, rechtvaardigheid, solidariteit en gelijkheid van vrouwen en mannen". In artikel 3 wordt voorts bepaald: "De Unie heeft als doel de vrede, haar waarden en het welzijn van haar volkeren te bevorderen" en "De Unie eerbiedigt haar rijke verscheidenheid van cultuur en taal en ziet toe op de instandhouding en de ontwikkeling van het Europese culturele erfgoed". Deze waarden worden bevestigd en verder uitgewerkt in de rechten, vrijheden en beginselen die zijn vastgelegd in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.

Amendement    5

Voorstel voor een verordening

Overweging 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(2)  Deze rechten en waarden moeten voortdurend worden bevorderd en gehandhaafd en verspreid onder de burgers en volkeren, en dienen kernwaarden te zijn van het Europese project. Met dat doel voor ogen dient binnen de EU-begroting een nieuw Fonds voor justitie, rechten en waarden te worden ingesteld, waarvan het programma Rechten en waarden en het programma Justitie deel uitmaken. Nu de Europese samenlevingen worden geconfronteerd met extremisme, radicalisering en verdeeldheid, is het belangrijker dan ooit om justitie en rechten en de waarden van de EU, mensenrechten, respect voor de menselijke waardigheid, vrijheid, democratie, gelijkheid en de rechtsstaat te bevorderen, te versterken en te verdedigen. Dit zal vergaande, rechtstreekse gevolgen hebben voor het politieke, sociale, culturele en economische leven in de EU. De steunverlening via het programma Justitie ten behoeve van de verdere ontwikkeling van een ruimte van recht in de Unie en grensoverschrijdende samenwerking zal in het kader van het nieuwe fonds worden gehandhaafd. In het programma Rechten en waarden worden het bij Verordening (EU) nr. 1381/2013 van het Europees Parlement en de Raad8 vastgestelde programma Rechten, gelijkheid en burgerschap voor de periode 2014–2020 en het bij Verordening (EU) nr. 390/2014 van de Raad9 vastgestelde programma Europa voor de burger (hierna „voorgaande programma’s” genoemd), samengebracht.

(2)  Deze rechten en waarden moeten voortdurend worden bevorderd, gehandhaafd en verspreid onder de burgers en volkeren, en dienen kernwaarden te zijn van het Europese project. Met dat doel voor ogen dient binnen de EU-begroting een nieuw Fonds voor justitie, rechten en waarden te worden ingesteld, waarvan het programma Europa voor de burger, rechten en waarden en het programma Justitie deel uitmaken. Nu de Europese samenlevingen worden geconfronteerd met tal van uitdagingen, zoals extremisme, radicalisering en verdeeldheid en in sommige lidstaten steeds duidelijker een uitkleding is vast te stellen van de rechtsstaat, is het belangrijker dan ooit om justitie en rechten en de waarden van de EU, zoals mensenrechten, inclusief de rechten van personen die behoren tot een minderheid, de rechten van kinderen en jongeren, pluriformiteit, verdraagzaamheid, respect voor de menselijke waardigheid, vrijheid, democratie, gelijkheid, solidariteit en de rechtsstaat te bevorderen, te versterken en te verdedigen. In het programma Europa voor de burger, rechten en waarden worden het bij Verordening (EU) nr. 1381/2013 van het Europees Parlement en de Raad8 vastgestelde programma Rechten, gelijkheid en burgerschap voor de periode 2014–2020 en het bij Verordening (EU) nr. 390/2014 van de Raad9 vastgestelde programma Europa voor de burger (hierna „voorgaande programma’s” genoemd), samengebracht.

__________________

__________________

8 Verordening (EU) nr. 1381/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een programma „Rechten, gelijkheid en burgerschap” voor de periode 2014–2020 (PB L 354 van 28.12.2013, blz. 62).

8 Verordening (EU) nr. 1381/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een programma „Rechten, gelijkheid en burgerschap” voor de periode 2014–2020 (PB L 354 van 28.12.2013, blz. 62).

9 Verordening (EU) nr. 390/2014 van de Raad van 14 april 2014 tot vaststelling van het programma „Europa voor de burger” voor de periode 2014–2020 (PB L 115 van 17.4.2014, blz. 3).

9 Verordening (EU) nr. 390/2014 van de Raad van 14 april 2014 tot vaststelling van het programma „Europa voor de burger” voor de periode 2014–2020 (PB L 115 van 17.4.2014, blz. 3).

Amendement    6

Voorstel voor een verordening

Overweging 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(3)  Het Fonds voor justitie, rechten en waarden en de twee onderliggende financieringsprogramma's zullen voornamelijk gericht zijn op personen en entiteiten die ertoe bijdragen dat onze gemeenschappelijke waarden, rechten en rijke diversiteit levendig en dynamisch blijven. Het uiteindelijke doel is om een op rechten gebaseerde, egalitaire, inclusieve en democratische samenleving te bevorderen en in stand te houden. Dat betekent dat een levendig maatschappelijk middenveld en de democratische, civiele en sociale participatie van de mensen moet worden aangemoedigd en dat de rijke diversiteit van de Europese samenleving, gebaseerd op onze gemeenschappelijke geschiedenis en ons collectief geheugen, moet worden bevorderd. Overeenkomstig artikel 11 van het Verdrag betreffende de Europese Unie zijn de instellingen verplicht de burgers en representatieve organisaties langs passende wegen de mogelijkheid te bieden hun mening over alle onderdelen van het optreden van de Unie kenbaar te maken en daarover in het openbaar in discussie te treden.

(3)  Het Fonds voor justitie, rechten en waarden en de twee financieringsprogramma's zullen voornamelijk gericht zijn op personen en entiteiten die ertoe bijdragen onze gemeenschappelijke beginselen, waarden en rechten gestalte te geven en de rijkdom van onze diversiteit in het licht te stellen. Het uiteindelijke doel is om op rechten gebaseerde, egalitaire, billijke, verdraagzame, inclusieve, pluralistische en democratische samenlevingen in stand te houden. De gefinancierde activiteiten moeten gericht zijn op het ondersteunen en versterken van een actief maatschappelijk middenveld en het aanmoedigen van de democratische, civiele, culturele en sociale participatie op basis van onze gemeenschappelijke waarden en geschiedenis, ons collectief geheugen, ons gemeenschappelijk cultureel erfgoed en onze gemeenschappelijke wortels. Overeenkomstig artikel 11 van het Verdrag betreffende de Europese Unie zijn de instellingen verder verplicht een open, transparante en regelmatige dialoog met het maatschappelijk middenveld te voeren en de burgers en representatieve organisaties langs passende wegen de mogelijkheid te bieden hun mening over alle onderdelen van het optreden van de Unie kenbaar te maken en daarover in het openbaar in discussie te treden.

Amendement    7

Voorstel voor een verordening

Overweging 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(4)  Het programma Rechten en waarden, hierna "het programma" genoemd, moet het mogelijk maken synergieën te ontwikkelen teneinde de uitdagingen aan te pakken die gemeenschappelijk zijn voor de bevordering en bescherming van waarden en een kritische dimensie te bereiken om tot concrete resultaten te bereiken in het veld. Hiertoe moet worden voortgebouwd op de positieve ervaringen die met de voorgaande programma's zijn opgedaan. Op deze wijze kunnen potentiële synergieën optimaal worden benut teneinde de bestreken beleidsterreinen doeltreffender te kunnen ondersteunen en hun vermogen om mensen te bereiken, te vergroten. Om effectief te zijn, dient het programma door middel van maatregelen op maat rekening te houden met de specifieke aard van de verschillende beleidsgebieden en hun uiteenlopende doelgroepen en specifieke behoeften.

(4)  Het programma Europa voor de burger, rechten en waarden, hierna "het programma" genoemd, moet het mogelijk maken synergieën te ontwikkelen teneinde de uitdagingen aan te pakken die gemeenschappelijk zijn voor de bevordering en bescherming van waarden, actief burgerschap en onderwijs met het oog op Europees burgerschap, en een kritische dimensie te bereiken om tot concrete resultaten te bereiken in het veld. Hiertoe moet worden voortgebouwd op de positieve ervaringen die zijn opgedaan met de voorgaande programma's, die voortaan deel uitmaken van het nieuwe programma. Op deze wijze kunnen potentiële synergieën optimaal worden benut teneinde de bestreken beleidsterreinen doeltreffender te kunnen ondersteunen en hun vermogen om mensen te bereiken, te vergroten. Om effectief te zijn, dient het programma rekening te houden met de specifieke aard van de verschillende beleidsgebieden en hun uiteenlopende doelgroepen en specifieke behoeften, met bijzondere aandacht voor het meertalige karakter van de Unie en het feit dat jongeren, ondervertegenwoordigde en kansarme groepen, zoals personen met bijzondere behoeften, migranten, vluchtelingen en asielzoekers, door middel van maatregelen op maat.

Amendement    8

Voorstel voor een verordening

Overweging 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(4 bis)  Artikel 17 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie bepaalt dat de Unie een dialoog voert met de in het artikel vermelde kerken en organisaties. In dit artikel wordt hun specifieke bijdrage erkend aan het stimuleren van de bescherming en bevordering van de fundamentele mensenrechten, zodat hun dezelfde toegang moeten worden verleend als maatschappelijke organisaties tot de financieringsmogelijkheden van het programma.

Amendement    9

Voorstel voor een verordening

Overweging 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(5)  Om de Europese Unie dichter bij haar burgers te brengen, zijn allerlei acties en gecoördineerde inspanningen vereist. Door burgers nader tot elkaar te brengen in het kader van stedenbanden of netwerken van gemeenten en steun te verlenen aan maatschappelijke organisaties die actief zijn op de door het programma bestreken gebieden, wordt bijgedragen tot het vergroten van de betrokkenheid van de burgers bij de samenleving en uiteindelijk hun betrokkenheid bij het democratisch bestel van de Unie. Tegelijkertijd wordt door bij te dragen aan activiteiten ter bevordering van wederzijds begrip, diversiteit, dialoog en respect voor anderen het ontstaan van een gevoel van Europese saamhorigheid en een Europese identiteit bevorderd op basis van een gedeeld begrip van de Europese waarden, cultuur, geschiedenis en erfgoed. De bevordering van een sterker gevoel van betrokkenheid bij de Unie en de waarden van de Unie is met name van belang als het gaat om de burgers van de ultraperifere regio’s van de EU, die, omdat zij in afgelegen gebieden wonen, een veel grotere afstand hebben tot continentaal Europa.

(5)  Om de Europese Unie dichter bij haar burgers te brengen, democratische participatie te bevorderen en burgers in staat te stellen hun rechten in verband met het Europees burgerschap uit te oefenen, zijn allerlei acties en gecoördineerde inspanningen vereist, met inachtneming van een evenwichtige geografische spreiding. Door burgers nader tot elkaar te brengen in het kader van stedenbanden of netwerken van gemeenten en steun te verlenen aan maatschappelijke organisaties die op lokaal, regionaal, nationaal en transnationaal niveau actief zijn op de door het programma bestreken gebieden, wordt bijgedragen tot het vergroten van de betrokkenheid van de burgers bij de samenleving en uiteindelijk hun actieve betrokkenheid bij het democratisch bestel van de Unie, alsmede bij het vormgeven van de politieke agenda van de Unie. Tegelijkertijd wordt door bij te dragen aan activiteiten ter bevordering van wederzijds begrip, interculturele dialoog, culturele en taaldiversiteit, verzoening, sociale inclusie en respect voor anderen het ontstaan bevorderd van een gevoel tot de Unie te behoren en van een gemeenschappelijk burgerschap in het kader van een Europese identiteit, op basis van een gedeeld begrip van de Europese waarden, cultuur, geschiedenis en erfgoed. De bevordering van een sterker gevoel van betrokkenheid bij de Unie en de waarden van de Unie is met name van belang als het gaat om de burgers van de ultraperifere regio’s van de EU, die, omdat zij in afgelegen gebieden wonen, een veel grotere afstand hebben tot continentaal Europa.

Amendement    10

Voorstel voor een verordening

Overweging 5 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(5 bis)  Door de toenemende pluriformiteit en de mondiale migratiestromen neemt het belang van de interculturele en interreligieuze dialoog in onze samenlevingen toe. Met het programma moet de interculturele en interreligieuze dialoog volledig worden ondersteund, als onderdeel van sociale harmonie in Europa en kernelement voor het bevorderen van sociale inclusie en cohesie. Terwijl de interreligieuze dialoog kan helpen de aandacht te vestigen op de positieve bijdrage van religie aan de sociale cohesie, dreigt religieus analfabetisme het terrein te effenen voor het misbruik van religieuze gevoelens onder de bevolking. Daarom moet met het programma steun worden verleend aan projecten en initiatieven ter ontwikkeling van religieuze geletterdheid, om de interreligieuze dialoog en wederzijds begrip te bevorderen.

Amendement    11

Voorstel voor een verordening

Overweging 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(6)  Herdenkingsactiviteiten en kritische reflectie op Europa's verleden zijn noodzakelijk om de burgers bewust te maken van de gemeenschappelijke geschiedenis, als basis voor een gemeenschappelijke toekomst, morele zingeving en gedeelde waarden. Er dient ook rekening te worden gehouden met de relevantie van historische, culturele en interculturele aspecten en met de verbanden tussen herdenking en het ontstaan van een Europese identiteit en een Europees saamhorigheidsgevoel.

(6)  Herdenkingsactiviteiten en kritische en creatieve reflectie op Europa's verleden zijn noodzakelijk om de burgers, met name jongeren, bewust te maken van hun gemeenschappelijke geschiedenis, als basis voor een gemeenschappelijke toekomst. Er dient ook rekening te worden gehouden met de relevantie van historische, sociale, culturele en interculturele aspecten, verdraagzaamheid en dialoog met het oog op bevordering van een gemeenschappelijk fundament op basis van gedeelde waarden, solidariteit, diversiteit en vrede, en met de verbanden tussen herdenking en het ontstaan van een Europese identiteit en een Europees saamhorigheidsgevoel.

Amendement    12

Voorstel voor een verordening

Overweging 6 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(6 bis)  Voor het programma is een cruciale rol weggelegd met betrekking tot het bevorderen van de ontwikkeling van een gedeeld gevoel van Europese identiteit en het geven van zichtbaarheid aan de mogelijkheden die voortkomen uit het feit tot de Unie te behoren, als tegenmaatregel voor "euroscepsis" en anti-Europese politieke krachten, die het bestaan van het Europese project zelf ter discussie stellen.

Amendement    13

Voorstel voor een verordening

Overweging 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(7)  Burgers zouden zich ook beter bewust moeten zijn van de rechten die zij aan het burgerschap van de Unie ontlenen, moeten met een gerust hart kunnen wonen, reizen, studeren, werken en vrijwilligerswerk doen in een andere lidstaat en moeten erop kunnen vertrouwen dat zij al hun burgerschapsrechten kunnen genieten en uitoefenen en er gelijke toegang toe hebben en dat zij zonder discriminatie volledig aanspraak op hun rechten en de bescherming daarvan kunnen maken, ongeacht waar zij zich in de Unie bevinden. Maatschappelijke organisaties moeten steun krijgen voor activiteiten inzake bevordering, bescherming en bewustmaking op het gebied van de gemeenschappelijke waarden van de EU op grond van artikel 2 VEU en voor het leveren van bijdragen aan de effectieve uitoefening van rechten krachtens het recht van de Unie.

(7)  Burgers zouden zich ook beter bewust moeten zijn van de rechten die zij aan het burgerschap van de Unie ontlenen, moeten met een gerust hart kunnen wonen, reizen, studeren, werken, stemmen, gebruik maken van overheidsdiensten, deelnemen aan culturele uitwisselingen en vrijwilligerswerk doen in een andere lidstaat. Zij moeten het gevoel hebben te kunnen participeren in het besluitvormingsproces van de Unie en zich er bewust van zijn dat zij er invloed op uitoefenen en zij moeten erop kunnen vertrouwen dat zij gelijke toegang hebben tot hun rechten en dat zij zonder discriminatie volledig aanspraak op hun rechten en de bescherming daarvan kunnen maken, ongeacht waar zij zich in de Unie bevinden. Maatschappelijke organisaties moeten op alle niveaus steun krijgen voor activiteiten inzake bevordering, bescherming en bewustmaking op het gebied van de gemeenschappelijke waarden van de Unie op grond van artikel 2 VEU, om de doeltreffende uitoefening van rechten krachtens het recht van de Unie te garanderen.

Amendement    14

Voorstel voor een verordening

Overweging 7 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(7 bis)  In de resolutie van het Europees Parlement van 2 april 2009 over Europees geweten en totalitarisme en in de conclusies van de Raad van 9-10 juni 2011 over de herinnering aan de misdaden van totalitaire regimes in Europa wordt benadrukt dat het belangrijk is de herinnering aan het verleden levend te houden als middel om een gemeenschappelijke toekomst te bouwen, en wordt gewezen op de waardevolle rol van de Unie bij het faciliteren, delen en bevorderen van de collectieve herinnering aan deze misdaden, in een poging om een nieuw leven in te blazen aan de idee van een pluralistische en democratische gemeenschappelijke Europese identiteit.

Amendement    15

Voorstel voor een verordening

Overweging 12

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(12)  Sociale en fysieke drempels en gebrekkige toegankelijkheid vormen een belemmering voor de volledige feitelijke participatie in de samenleving van mensen met een handicap op voet van gelijkheid met anderen. Mensen met een handicap ondervinden hindernissen bij onder andere de toegang tot de arbeidsmarkt, het volgen van inclusief kwaliteitsonderwijs, het voorkomen van armoede en sociale uitsluiting, de toegang tot culturele initiatieven en de media en de uitoefening van politieke rechten. De Unie en alle lidstaten hebben zich er als partij bij het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de rechten van personen met een handicap toe verbonden het volledige genot van alle mensenrechten en fundamentele vrijheden op voet van gelijkheid door alle personen met een handicap te bevorderen, te beschermen en te waarborgen. De bepalingen van dit verdrag zijn een integrerend onderdeel geworden van de rechtsorde van de Unie.

(12)  Sociale en fysieke drempels en gebrekkige toegankelijkheid vormen een belemmering voor de volledige feitelijke participatie in de samenleving van personen met een handicap op voet van gelijkheid met anderen. Personen met een handicap ondervinden hindernissen bij onder andere de toegang tot de arbeidsmarkt, het volgen van inclusief kwaliteitsonderwijs, het voorkomen van armoede en sociale uitsluiting, de toegang tot cultuur, culturele initiatieven en de media en de uitoefening van politieke rechten. De Unie en alle lidstaten hebben zich er als partij bij het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de rechten van personen met een handicap toe verbonden het volledige genot van alle mensenrechten en fundamentele vrijheden op voet van gelijkheid door alle personen met een handicap te bevorderen, te beschermen en te waarborgen. De bepalingen van dit verdrag zijn een integrerend onderdeel geworden van de rechtsorde van de Unie.

Amendement    16

Voorstel voor een verordening

Overweging 14

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(14)  Op grond van artikel 24 VWEU stellen het Europees Parlement en de Raad bepalingen vast voor de procedures en voorwaarden voor de indiening van een burgerinitiatief in de zin van artikel 11 van het Verdrag betreffende de Europese Unie. Zij hebben dat gedaan bij Verordening [(EU) nr. 211/2011 van het Europees Parlement en de Raad14]. Het programma moet voorzien in financiering van de technische en organisatorische ondersteuning voor de uitvoering van Verordening [(EU) nr. 211/2011] en zo de grondslag vormen voor de uitoefening door de burgers van hun recht om Europese burgerinitiatieven te organiseren en er steun aan te betuigen.

(14)  Op grond van artikel 24 VWEU stellen het Europees Parlement en de Raad bepalingen vast voor de procedures en voorwaarden voor de indiening van een burgerinitiatief in de zin van artikel 11 van het Verdrag betreffende de Europese Unie. Zij hebben dat gedaan bij Verordening [(EU) nr. 211/2011 van het Europees Parlement en de Raad14]. Het programma moet de uitoefening door de burgers van hun recht om Europese burgerinitiatieven te organiseren en er steun aan te betuigen, ondersteunen en bevorderen, door in zijn onderdeel Gelijkheid en rechten te voorzien in de financiering van de technische en organisatorische ondersteuning voor de uitvoering van Verordening [(EU) nr. 211/2011].

__________________

__________________

14 Verordening (EU) nr. 211/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 over het burgerinitiatief (PB L 65 van 11.3.2011, blz. 1).

14 Verordening (EU) nr. 211/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 over het burgerinitiatief (PB L 65 van 11.3.2011, blz. 1).

Amendement    17

Voorstel voor een verordening

Overweging 17

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(17)  Krachtens handelingen van de Unie inzake gelijke behandeling richten de lidstaten onafhankelijke organen op om gelijke behandeling te bevorderen, doorgaans instanties voor gelijke behandeling genoemd, die tot taak hebben discriminatie op grond van ras, etnische afstamming en geslacht te bestrijden. Veel lidstaten gaan echter verder dan deze vereisten en bepalen dat instanties voor gelijke behandeling ook bevoegd zijn om op te treden tegen discriminatie op andere gronden, zoals leeftijd, seksuele oriëntatie, godsdienst en overtuiging en handicaps. Instanties voor gelijke behandeling spelen een belangrijke rol voor het bevorderen van gelijkheid en effectieve toepassing van de wetgeving inzake gelijke behandeling, door met name onafhankelijke bijstand te verlenen aan slachtoffers van discriminatie, onafhankelijke onderzoeken over discriminatie uit te voeren, onafhankelijke verslagen te publiceren en aanbevelingen te doen over elk onderwerp in verband met discriminatie in het betrokken land. Het is van essentieel belang dat de werkzaamheden van instanties voor gelijke behandeling wat dit betreft op EU-niveau worden gecoördineerd. In 2007 is Equinet opgericht. De leden ervan zijn de nationale instanties voor gelijke behandeling, zoals vastgelegd in de Richtlijnen 2000/43/EG15 en 2004/113/EG16 van de Raad en de Richtlijnen 2006/54/EG17 en 2010/41/EU18 van het Europees Parlement en de Raad. Equinet neemt een uitzonderlijke positie in, omdat het enige entiteit is die zorgt voor de coördinatie van activiteiten tussen de instanties voor gelijke behandeling. De coördinatieactiviteiten van Equinet zijn van cruciaal belang voor de goede toepassing van de antidiscriminatiewetgeving van de Unie in de lidstaten en moeten worden ondersteund door het programma.

(17)  Krachtens handelingen van de Unie inzake gelijke behandeling richten de lidstaten onafhankelijke organen op om gelijke behandeling te bevorderen, doorgaans instanties voor gelijke behandeling genoemd, die tot taak hebben discriminatie op grond van ras, etnische afstamming en geslacht te bestrijden. Veel lidstaten gaan echter verder dan deze vereisten en bepalen dat instanties voor gelijke behandeling ook bevoegd zijn om op te treden tegen discriminatie op andere gronden, zoals taal, leeftijd, seksuele oriëntatie, godsdienst en overtuiging en handicaps. Instanties voor gelijke behandeling spelen een belangrijke rol voor het bevorderen van gelijkheid en effectieve toepassing van de wetgeving inzake gelijke behandeling, door met name onafhankelijke bijstand te verlenen aan slachtoffers van discriminatie, onafhankelijke onderzoeken over discriminatie uit te voeren, onafhankelijke verslagen te publiceren en aanbevelingen te doen over elk onderwerp in verband met discriminatie in het betrokken land. Het is van essentieel belang dat de werkzaamheden van instanties voor gelijke behandeling wat dit betreft op EU-niveau worden gecoördineerd. In 2007 is Equinet opgericht. De leden ervan zijn de nationale instanties voor gelijke behandeling, zoals vastgelegd in de Richtlijnen 2000/43/EG15 en 2004/113/EG16 van de Raad en de Richtlijnen 2006/54/EG17 en 2010/41/EU18 van het Europees Parlement en de Raad. Equinet neemt een uitzonderlijke positie in, omdat het enige entiteit is die zorgt voor de coördinatie van activiteiten tussen de instanties voor gelijke behandeling. De coördinatieactiviteiten van Equinet zijn van cruciaal belang voor de goede toepassing van de antidiscriminatiewetgeving van de Unie in de lidstaten en moeten worden ondersteund door het programma.

_________________

_________________

15 Richtlijn 2000/43/EG van de Raad van 29 juni 2000 houdende toepassing van het beginsel van gelijke behandeling van personen ongeacht ras of etnische afstamming (PB L 180 van 19.7.2000, blz. 22).

15 Richtlijn 2000/43/EG van de Raad van 29 juni 2000 houdende toepassing van het beginsel van gelijke behandeling van personen ongeacht ras of etnische afstamming (PB L 180 van 19.7.2000, blz. 22).

16 Richtlijn 2004/113/EG van de Raad van 13 december 2004 houdende toepassing van het beginsel van gelijke behandeling van mannen en vrouwen bij de toegang tot en het aanbod van goederen en diensten (PB L 373 van 21.12.2004, blz. 37).

16 Richtlijn 2004/113/EG van de Raad van 13 december 2004 houdende toepassing van het beginsel van gelijke behandeling van mannen en vrouwen bij de toegang tot en het aanbod van goederen en diensten (PB L 373 van 21.12.2004, blz. 37).

17 Richtlijn 2006/54/EG van het Europees Parlement en de Raad van 5 juli 2006 betreffende de toepassing van het beginsel van gelijke kansen en gelijke behandeling van mannen en vrouwen in arbeid en beroep (PB L 204 van 26.7.2006, blz. 23).

17 Richtlijn 2006/54/EG van het Europees Parlement en de Raad van 5 juli 2006 betreffende de toepassing van het beginsel van gelijke kansen en gelijke behandeling van mannen en vrouwen in arbeid en beroep (PB L 204 van 26.7.2006, blz. 23).

18 Richtlijn 2010/41/EU van het Europees Parlement en de Raad van 7 juli 2010 betreffende de toepassing van het beginsel van gelijke behandeling van zelfstandig werkzame mannen en vrouwen en tot intrekking van Richtlijn 86/613/EEG van de Raad (PB L 180 van 15.7.2010, blz. 1).

18 Richtlijn 2010/41/EU van het Europees Parlement en de Raad van 7 juli 2010 betreffende de toepassing van het beginsel van gelijke behandeling van zelfstandig werkzame mannen en vrouwen en tot intrekking van Richtlijn 86/613/EEG van de Raad (PB L 180 van 15.7.2010, blz. 1).

Amendement    18

Voorstel voor een verordening

Overweging 18

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(18)  Onafhankelijke mensenrechteninstanties en maatschappelijke organisaties spelen een essentiële rol voor de bevordering en bescherming van en de voorlichting over de gemeenschappelijke waarden van de Unie bedoeld in artikel 2 VEU, en leveren een essentiële bijdrage aan het effectieve genot van de rechten die voortvloeien uit het Unierecht, waaronder het Handvest van de grondrechten van de EU. Zoals ook is aangegeven in de resolutie van het Europees Parlement van 18 april 2018 is voldoende financiële steun van cruciaal belang voor de ontwikkeling van een gunstige en duurzame omgeving waarbinnen maatschappelijke organisaties hun rol kunnen versterken en hun taken onafhankelijk en effectief kunnen uitoefenen. Als aanvulling op de nationale inspanningen dient de financiering door de EU er derhalve toe bij te dragen dat onafhankelijke maatschappelijke organisaties die zich voor de mensenrechten inzetten en waarvan de activiteiten (zoals belangenbehartiging en optreden als waakhond) de strategische handhaving bevorderen van de rechten die voortvloeien uit het Unierecht en het Handvest van de grondrechten van de EU, worden ondersteund, meer mogelijkheden krijgen en hun capaciteit kunnen vergroten, en dat de gemeenschappelijke waarden op nationaal niveau worden beschermd, bevorderd en uitgedragen.

(18)  Onafhankelijke mensenrechteninstanties en maatschappelijke organisaties spelen een essentiële rol voor de bevordering en bescherming van en de voorlichting over de gemeenschappelijke waarden van de Unie bedoeld in artikel 2 VEU, en leveren een essentiële bijdrage aan het effectieve genot van de rechten die voortvloeien uit het Unierecht, waaronder het Handvest van de grondrechten van de EU. Zoals ook is aangegeven in de resolutie van het Europees Parlement van 19 april 2018 zijn meer financiering en voldoende financiële steun van cruciaal belang voor de ontwikkeling van een gunstige en duurzame omgeving waarbinnen maatschappelijke organisaties hun rol kunnen versterken en hun taken onafhankelijk en effectief kunnen uitoefenen. Als aanvulling op de nationale inspanningen dient de financiering door de EU er derhalve toe bij te dragen, onder meer via toereikende basisfinanciering en vereenvoudigde kostenopties en financiële regels en procedures, dat onafhankelijke maatschappelijke organisaties die zich voor de mensenrechten inzetten en waarvan de activiteiten (zoals belangenbehartiging en optreden als waakhond) de strategische handhaving bevorderen van de rechten die voortvloeien uit het Unierecht en het Handvest van de grondrechten van de EU, worden ondersteund, meer mogelijkheden krijgen en hun capaciteit kunnen vergroten, en dat de gemeenschappelijke waarden op nationaal niveau worden beschermd, bevorderd en uitgedragen.

Amendement    19

Voorstel voor een verordening

Overweging 21

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(21)  Met het oog op een doeltreffende toewijzing van middelen uit de algemene begroting van de Unie is het noodzakelijk om de Europese toegevoegde waarde van alle uitgevoerde acties en hun complementariteit met het optreden van de lidstaten te waarborgen, en toe te zien op de samenhang, complementariteit en synergie met financieringsprogramma's die beleidsterreinen ondersteunen die onderling nauw verbonden zijn, in het bijzonder binnen het kader van het Fonds voor justitie, rechten en waarden – en derhalve het programma Justitie – en het programma Creatief Europa en Erasmus+, teneinde het potentieel van culturele kruisbestuiving op het gebied van cultuur, media, kunst, onderwijs en creativiteit te verwezenlijken. Er dienen synergieën te worden gecreëerd met andere Europese financieringsprogramma's, met name op het gebied van werkgelegenheid, de eengemaakte markt, ondernemerschap, jeugdzaken, gezondheid, burgerschap, justitie, migratie, veiligheid, onderzoek, innovatie, technologie, industrie, cohesie, toerisme, externe betrekkingen, handel en ontwikkeling.

(21)  Met het oog op een doeltreffende toewijzing van middelen uit de algemene begroting van de Unie is het noodzakelijk om de Europese toegevoegde waarde van alle uitgevoerde acties en hun complementariteit met het optreden van de lidstaten te waarborgen. Er moet worden toegezien op samenhang, complementariteit en een duidelijk gedefinieerde synergie met financieringsprogramma's die beleidsterreinen ondersteunen die onderling nauw verbonden zijn, in het bijzonder binnen het kader van het Fonds voor justitie, rechten en waarden – en derhalve het programma Justitie – en het programma Creatief Europa, het Europees Solidariteitskorps en Erasmus+, teneinde het potentieel van culturele kruisbestuiving op het gebied van cultuur, audiovisuele diensten, media, kunst, formeel, niet-formeel en informeel onderwijs en creativiteit te verwezenlijken. Er dienen synergieën te worden gecreëerd met andere Europese financieringsprogramma's, met name op het gebied van werkgelegenheid, de eengemaakte markt, ondernemerschap, jeugdzaken, vrijwilligerswerk, beroepsopleiding, gezondheid, burgerschap, justitie, sociale inclusie, met name wat migranten en de meest achtergestelde groepen betreft, migratie, veiligheid, onderzoek, innovatie, technologie, industrie, cohesie, klimaat, toerisme, sport, externe betrekkingen, uitbreiding, internationale samenwerking, handel en ontwikkeling.

Amendement    20

Voorstel voor een verordening

Overweging 23

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(23)  Verordening (EU, Euratom) [nieuw Financieel Reglement], hierna "Financieel Reglement" genoemd, is op dit programma van toepassing. De verordening bevat regels voor de uitvoering van de Uniebegroting, daaronder begrepen regels voor subsidies, prijzen, aanbestedingen, indirecte uitvoering, financiële bijstand, financieringsinstrumenten en begrotingsgaranties.

(23)  Verordening (EU, Euratom) [nieuw Financieel Reglement], hierna "Financieel Reglement" genoemd, is op dit programma van toepassing. De verordening bevat regels voor de uitvoering van de Uniebegroting, daaronder begrepen regels voor subsidies, prijzen, aanbestedingen, indirecte uitvoering, financiële bijstand, financieringsinstrumenten en begrotingsgaranties, en er worden volledige transparantie met betrekking tot het gebruik van middelen, goed financieel beheer en een verstandige besteding van middelen in vereist. Er zijn met name regels in opgenomen met betrekking tot de mogelijkheid voor lokale, regionale, nationale of transnationale maatschappelijke organisaties om te worden gefinancierd door middel van meerjarige exploitatiesubsidies, getrapte subsidies en flexibele subsidieprocedures.

Amendement    21

Voorstel voor een verordening

Overweging 24

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(24)  De in deze verordening bedoelde financieringsvormen en uitvoeringsmethoden moeten worden gekozen op basis van de mogelijkheden die zij bieden voor het verwezenlijken van de specifieke doelstellingen van de acties en voor het behalen van resultaten, waarbij met name rekening wordt gehouden met de kosten van controles, de administratieve lasten en het verwachte risico van niet-naleving. Dit houdt mede in het gebruik van vaste bedragen, vaste percentages en eenheidskosten, alsook financiering die niet gekoppeld is aan de kosten, als bedoeld in artikel 125, lid 1, van het Financieel Reglement. Overeenkomstig het Financieel Reglement, Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad20, Verordening (EG, Euratom) nr. 2988/95 van de Raad21, Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de Raad22 en Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad23 moeten de financiële belangen van de Unie worden beschermd met evenredige maatregelen, daaronder begrepen preventie, opsporing, correctie en onderzoek van onregelmatigheden en fraude, terugvordering van verloren gegane, onverschuldigd betaalde of onjuist bestede financiële middelen alsmede, in voorkomend geval, oplegging van administratieve sancties.. In het bijzonder kan het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) overeenkomstig Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 en Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 administratieve onderzoeken, daaronder begrepen controles en verificaties ter plaatse, uitvoeren om vast te stellen of er sprake is van fraude, corruptie of andere onwettige activiteiten waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad. Overeenkomstig Verordening (EU) 2017/1939 kan het Europees Openbaar Ministerie (EOM) overgaan tot onderzoek en vervolging van fraude en andere strafbare feiten waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad in de zin van Richtlijn (EU) 2017/1371 van het Europees Parlement en de Raad24. Personen of entiteiten die middelen van de Unie ontvangen, moeten overeenkomstig het Financieel Reglement ten volle meewerken aan de bescherming van de financiële belangen van de Unie, de nodige rechten en toegang verlenen aan de Commissie, OLAF, het EOM en de Europese Rekenkamer alsmede ervoor zorgen dat derden die betrokken zijn bij de uitvoering van middelen van de Unie gelijkwaardige rechten verlenen.

(24)  De in deze verordening bedoelde financieringsvormen en uitvoeringsmethoden moeten worden gekozen op basis van de mogelijkheden die zij bieden voor het verwezenlijken van een positief succescijfer, met name wat subsidies voor acties en wat projecten betreft, en voor het behalen van resultaten overeenkomstig de specifieke doelstellingen van de acties, waarbij met name rekening wordt gehouden met de kosten van controles, de administratieve lasten, de grootte en capaciteit van de betrokken belanghebbenden en de beoogde begunstigden, en het verwachte risico van niet-naleving. Dit houdt mede het gebruik in van vaste bedragen, vaste percentages en eenheidskosten en van bijkomende parameters die het mogelijk maken om effectiever te houden met personen met speciale behoeften, alsook financiering die niet gekoppeld is aan de kosten, als bedoeld in artikel 125, lid 1, van het Financieel Reglement. Medefinancieringsvereisten moeten in natura worden aanvaard en kunnen in geval van beperkte aanvullende financiering terzijde worden gesteld. Overeenkomstig het Financieel Reglement, Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad20, Verordening (EG, Euratom) nr. 2988/95 van de Raad21, Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de Raad22 en Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad23 moeten de financiële belangen van de Unie worden beschermd met evenredige maatregelen, daaronder begrepen preventie, opsporing, correctie en onderzoek van onregelmatigheden en fraude, terugvordering van verloren gegane, onverschuldigd betaalde of onjuist bestede financiële middelen alsmede, in voorkomend geval, oplegging van administratieve sancties. In het bijzonder kan het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) overeenkomstig Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 en Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 administratieve onderzoeken, daaronder begrepen controles en verificaties ter plaatse, uitvoeren om vast te stellen of er sprake is van fraude, corruptie of andere onwettige activiteiten waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad. Overeenkomstig Verordening (EU) 2017/1939 kan het Europees Openbaar Ministerie (EOM) overgaan tot onderzoek en vervolging van fraude en andere strafbare feiten waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad in de zin van Richtlijn (EU) 2017/1371 van het Europees Parlement en de Raad24. Personen of entiteiten die middelen van de Unie ontvangen, moeten overeenkomstig het Financieel Reglement ten volle meewerken aan de bescherming van de financiële belangen van de Unie, de nodige rechten en toegang verlenen aan de Commissie, OLAF, het EOM en de Europese Rekenkamer alsmede ervoor zorgen dat derden die betrokken zijn bij de uitvoering van middelen van de Unie gelijkwaardige rechten verlenen.

__________________

__________________

20 Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 september 2013 betreffende onderzoeken door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1073/1999 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (Euratom) nr. 1074/1999 van de Raad (PB L 248 van 18.9.2013, blz. 1).

20 Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 september 2013 betreffende onderzoeken door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1073/1999 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (Euratom) nr. 1074/1999 van de Raad (PB L 248 van 18.9.2013, blz. 1).

21 Verordening (EG, Euratom) nr. 2988/95 van de Raad van 18 december 1995 betreffende de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen (PB L 312 van 23.12.1995, blz. 1).

21 Verordening (EG, Euratom) nr. 2988/95 van de Raad van 18 december 1995 betreffende de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen (PB L 312 van 23.12.1995, blz. 1).

22 Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de Raad van 11 november 1996 betreffende de controles en verificaties ter plaatse die door de Commissie worden uitgevoerd ter bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen tegen fraudes en andere onregelmatigheden (PB L 292 van 15.11.1996, blz. 2).

22 Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de Raad van 11 november 1996 betreffende de controles en verificaties ter plaatse die door de Commissie worden uitgevoerd ter bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen tegen fraudes en andere onregelmatigheden (PB L 292 van 15.11.1996, blz. 2).

23 Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad van 12 oktober 2017 betreffende nauwere samenwerking bij de instelling van het Europees Openbaar Ministerie („EOM”) (PB L 283 van 31.10.2017, blz. 1).

23 Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad van 12 oktober 2017 betreffende nauwere samenwerking bij de instelling van het Europees Openbaar Ministerie („EOM”) (PB L 283 van 31.10.2017, blz. 1).

24 Richtlijn (EU) 2017/1371 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juli 2017 betreffende de strafrechtelijke bestrijding van fraude die de financiële belangen van de Unie schaadt (PB L 198 van 28.7.2017, blz. 29).

24 Richtlijn (EU) 2017/1371 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juli 2017 betreffende de strafrechtelijke bestrijding van fraude die de financiële belangen van de Unie schaadt (PB L 198 van 28.7.2017, blz. 29).

Amendement    22

Voorstel voor een verordening

Overweging 28

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(28)  Gelet op het belang van de strijd tegen klimaatverandering, overeenkomstig de verplichtingen die de Unie is aangegaan voor de uitvoering van de overeenkomst van Parijs en de duurzameontwikkelingsdoelstellingen van de Verenigde Naties zal dit programma bijdragen tot de mainstreaming van klimaatactie en de verwezenlijking van het algemene streefcijfer dat 25 % van de uitgaven op de EU-begroting de klimaatdoelstellingen ondersteunt. Bij de voorbereiding en de uitvoering van het programma zullen relevante acties worden vastgesteld en bij de tussentijdse evaluatie zullen deze opnieuw worden beoordeeld.

Schrappen

Amendement    23

Voorstel voor een verordening

Overweging 30

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(30)  Om eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van deze verordening te waarborgen, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden gedelegeerd om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie handelingen vast te stellen ten aanzien van de indicatoren die zijn vastgesteld in de artikelen 14 en 16 en in bijlage II. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

(30)  Om de uitvoering van deze verordening te waarborgen, met het oog op het garanderen van een doeltreffende beoordeling van de voortgang van het programma in de richting van de verwezenlijking van de doelstellingen ervan, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden gedelegeerd om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie handelingen vast te stellen ten aanzien van de werkprogramma's en de meerjarenprioriteiten overeenkomstig artikel 13 en ten aanzien van de indicatoren die zijn vastgesteld in de artikelen 14 en 16 en in bijlage II. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Amendement    24

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De algemene doelstelling van het programma is de bescherming en bevordering van de rechten en waarden die in de EU-Verdragen zijn verankerd, onder meer door ondersteuning van maatschappelijke organisaties met het oog op de instandhouding van een open, democratische en inclusieve samenleving.

1.  De algemene doelstelling van het programma is de bescherming en bevordering van Europees burgerschap en de rechtsstaat, alsmede de in de EU-Verdragen verankerde rechten, beginselen en waarden waarop de Unie gebaseerd is. Dit moet met name worden gerealiseerd door de ondersteuning van essentiële belanghebbenden als burgerverenigingen, denktanks, onderzoeks-, culturele en academische instellingen en maatschappelijke organisaties op lokaal, regionaal, nationaal en transnationaal niveau, teneinde iedereen te herinneren aan het belang van deze waarden en beginselen, om zo een open, democratische en inclusieve samenleving in stand te houden.

Amendement    25

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 2 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  bevordering van de betrokkenheid van de burgers bij en hun participatie in het democratisch bestel van de Unie (onderdeel Betrokkenheid en participatie van de burger)

b)  bewustmaking van de burgers, met name jongeren, van het feit dat de EU belangrijk is, door middel van activiteiten die erop gericht zijn de herinnering levendig te houden aan de historische gebeurtenissen die hebben geleid tot het ontstaan ervan, en bevordering van de democratie, vrijheid van meningsuiting, pluriformiteit, de betrokkenheid van de burgers, burgerbijeenkomsten en de participatie van de burgers in het democratisch bestel van de Unie (onderdeel Actief burgerschap);

Amendement    26

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

In het kader van de specifieke doelstelling in artikel 2, lid 2, ander a), is het programma vooral gericht op:

In het kader van de specifieke doelstelling in artikel 2, lid 2, onder a), worden met het programma de volgende doelstellingen nagestreefd:

Amendement    27

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  het beschermen en bevorderen van de rechten van het kind, de rechten van personen met een handicap, de rechten van burgers van de Unie en het recht op de bescherming van persoonsgegevens.

b)  het beschermen en bevorderen van de rechten van het kind, de rechten van personen met een handicap, de rechten van burgers van de Unie, met inbegrip van het recht een Europees burgerinitiatief te organiseren, en het recht op de bescherming van persoonsgegevens.

Amendement    28

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Onderdeel Betrokkenheid en participatie van de burger

Onderdeel Actief burgerschap

Amendement    29

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – alinea 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

In het kader van de specifieke doelstelling in artikel 2, lid 2, ander b), is het programma vooral gericht op:

In het kader van de specifieke doelstelling in artikel 2, lid 2, onder b), worden met het programma de volgende doelstellingen nagestreefd:

Amendement    30

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – alinea 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  het vergroten van het inzicht van de burgers in de Unie, haar geschiedenis, haar cultureel erfgoed en haar culturele diversiteit;

a)  het ondersteunen van projecten van burgers, met bijzondere aandacht voor jongeren, die erop gericht zijn mensen ertoe aan te moedigen zich niet alleen de gebeurtenissen te herinneren die aan de oprichting van de EU zijn voorafgegaan, welke de kern uitmaken van haar historisch geheugen, maar ook meer te weten te komen over hun gedeelde geschiedenis, cultuur en waarden, en een idee te krijgen van hun gemeenschappelijk cultureel erfgoed en van de culturele en taaldiversiteit, die de basis vormen voor een gemeenschappelijke toekomst; het bevorderen van het inzicht van de burgers in de Unie, haar oorsprong, bestaansreden en verworvenheden, en het vergroten van hun bewustzijn van haar huidige en toekomstige uitdagingen en van het feit dat wederzijds begrip en verdraagzaamheid, die de kern vormen van het Europese project, belangrijk zijn;

Amendement    31

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – alinea 1 – letter a bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

a bis)  het bevorderen en ondersteunen van de uitwisseling van goede praktijken met betrekking tot formeel en informeel onderwijs met het oog op Europees burgerschap;

Amendement    32

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – alinea 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  het bevorderen van uitwisseling en samenwerking tussen burgers van verschillende landen; het bevorderen van democratische participatie van de burgers, waardoor burgers en representatieve organisaties hun standpunten over alle onderdelen van het optreden van de Unie kenbaar kunnen maken en publiekelijk kunnen uitwisselen.

b)  het bevorderen van de publieke dialoog door middel van stedenbanden en bijeenkomsten van burgers, met name jongeren, en door middel van samenwerking tussen gemeenten, lokale gemeenschappen en maatschappelijke organisaties van verschillende landen, om de betrokkenen rechtstreeks en op praktische wijze de rijkdom te laten ervaren van de weelde aan culturele diversiteit en cultureel erfgoed in de Unie en de betrokkenheid van de burgers in de samenleving te vergroten;

Amendement    33

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – alinea 1 – letter b bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

b bis)  het aanmoedigen en versterken van de participatie van de burgers in het democratisch bestel van de Unie op lokaal, nationaal en transnationaal niveau; het mogelijk maken voor burgers en verenigingen om de interculturele dialoog te bevorderen en behoorlijke openbare debatten te voeren over alle onderdelen van het optreden van de Unie en zo bij te dragen aan de vormgeving van de politieke agenda van de Unie; het ondersteunen van georganiseerde gezamenlijke initiatieven, in de vorm van verenigingen en netwerken van rechtspersonen, om de in de vorige leden genoemde doelstellingen doeltreffender ten uitvoer te leggen;

Amendement    34

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – alinea 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

In het kader van de specifieke doelstelling in artikel 2, lid 2, ander c), is het programma vooral gericht op:

In het kader van de specifieke doelstelling in artikel 2, lid 2, onder c), worden met het programma de volgende doelstellingen nagestreefd:

Amendement    35

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De financiële middelen voor de uitvoering van het programma voor de periode 2021–2027 bedragen [641 705 000] EUR in lopende prijzen.

1.  De financiële middelen voor de uitvoering van het programma voor de periode 2021–2027 bedragen [908 705 000] EUR in lopende prijzen.

Amendement    36

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 2 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  [233 000 000] EUR voor de specifieke doelstelling bedoeld in artikel 2, lid 2, onder b).

b)  [500 000 000] EUR of ten minste 40 % van de in lid 1 bedoelde middelen van het programma voor de verwezenlijking van de specifieke doelstellingen bedoeld in artikel 2, lid 2, onder b); ter indicatie: ongeveer 15 % van de totale begroting voor deze doelstelling is bestemd voor herdenkingsactiviteiten, 65 % voor democratische participatie, 10 % voor promotieactiviteiten en 10 % voor administratie.

 

De Commissie wijkt voor elke groep specifieke doelstellingen ten hoogste met 5 procentpunten af van de toegewezen percentages van de financiële middelen. Mocht het nodig blijken deze limiet te overschrijden, dan is de Commissie bevoegd om overeenkomstig artikel 16 gedelegeerde handelingen vast te stellen om alle cijfers met meer dan 5 maar maximaal 10 procentpunten te wijzigen.

Amendement    37

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Het in lid 1 bedoelde bedrag kan worden gebruikt voor technische en administratieve bijstand voor het uitvoeren van het programma, zoals werkzaamheden op het gebied van voorbereiding, monitoring, controle, audit en evaluatie, met inbegrip van institutionele informatietechnologiesystemen, studies, bijeenkomsten van deskundigen en mededelingen over prioriteiten en gebieden die verband houden met de algemene doelstellingen van het programma.

3.  Het in lid 1 bedoelde bedrag kan worden gebruikt voor technische en administratieve bijstand voor het uitvoeren van het programma, zoals werkzaamheden op het gebied van voorbereiding, monitoring, controle, audit en evaluatie, studies en bijeenkomsten van deskundigen over prioriteiten en gebieden die verband houden met de algemene doelstellingen van het programma.

Amendement    38

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 bis.  De Commissie wijst ten minste 40 % van de in lid 1 bedoelde middelen toe aan de ondersteuning van maatschappelijke organisaties.

Amendement    39

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 bis.  In het programma is voorzien in toegang tot informatie over het programma die aangepast is aan personen met een handicap, om deze in staat te stellen hun rechten ten volle uit te oefenen en volledig te participeren in de samenleving waarin zij leven.

Amendement    40

Voorstel voor een verordening

Artikel 12 – lid 2 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  juridische entiteiten die zijn opgericht krachtens het Unierecht, of internationale organisaties.

b)  juridische entiteiten zonder winstoogmerk die zijn opgericht krachtens het Unierecht, of internationale organisaties.

Amendement    41

Voorstel voor een verordening

Artikel 12 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Zonder oproep tot het indienen van voorstellen kunnen exploitatiesubsidies worden toegekend aan het Europees netwerk van instanties voor gelijke behandeling Equinet ter dekking van uitgaven die betrekking hebben op het permanente werkprogramma.

3.  Zonder oproep tot het indienen van voorstellen kunnen op grond van artikel 6, lid 2, onder a), exploitatiesubsidies worden toegekend aan het Europees netwerk van instanties voor gelijke behandeling Equinet ter dekking van uitgaven die betrekking hebben op het permanente werkprogramma.

Amendement    42

Voorstel voor een verordening

Artikel 13 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Werkprogramma

Werkprogramma en meerjarenprioriteiten

Amendement    43

Voorstel voor een verordening

Artikel 13 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Het werkprogramma wordt door de Commissie vastgesteld door middel van een uitvoeringshandeling. Die uitvoeringshandeling wordt vastgesteld volgens de in artikel 19 bedoelde raadplegingsprocedure.

2.  De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 16 gedelegeerde handelingen vast te stellen om deze verordening aan te vullen middels de vaststelling van de passende werkprogramma's en indien nodig de meerjarenprioriteiten waarop de werkprogramma's gebaseerd zijn. Bij de opstelling van haar werkprogramma's raadpleegt de Commissie organisaties die het maatschappelijk middenveld vertegenwoordigen en organisaties die de lokale en regionale overheden vertegenwoordigen.

Amendement    44

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Het systeem voor verslaglegging over de prestaties waarborgt dat de gegevens voor het monitoren van de uitvoering en de resultaten van het programma op efficiënte, doeltreffend en tijdig worden verzameld. Daartoe worden de ontvangers van middelen van de Unie en de lidstaten aan evenredige verslagleggingsvereisten onderworpen.

3.  Het systeem voor verslaglegging over de prestaties waarborgt dat de gegevens voor het monitoren van de uitvoering en de resultaten van het programma op efficiënte, doeltreffend en tijdig worden verzameld, dat de toewijzing van middelen voor specifieke projecten correct wordt weergegeven en dat de synergieën tussen de financieringsprogramma's naar behoren worden aangetoond. Met het oog hierop wordt de deelname van de bij het programma betrokken entiteiten gewaarborgd. Daartoe worden de ontvangers van middelen van de Unie en de lidstaten aan evenredige en zo min mogelijk belastende verslagleggingsvereisten onderworpen.

Amendement    45

Voorstel voor een verordening

Artikel 16 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De in artikel 14 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend tot en met 31 december 2027.

2.  De in de artikelen 6, 13 en 14 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend tot en met 31 december 2027.

Amendement    46

Voorstel voor een verordening

Artikel 16 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 14 bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het besluit wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het besluit laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in de artikelen 6, 13 en 14 bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het besluit wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het besluit laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

Amendement    47

Voorstel voor een verordening

Artikel 16 – lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.  Een overeenkomstig artikel 14 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt slechts in werking indien noch het Europees Parlement, noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van die handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad vóór het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

6.  Een overeenkomstig de artikelen 6, 13 en 14 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt slechts in werking indien noch het Europees Parlement, noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van die handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad vóór het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

Amendement    48

Voorstel voor een verordening

Artikel 18 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De Commissie zorgt voor informatie en communicatie uit met betrekking tot het programma alsmede de in de kader uitgevoerde acties en de resultaten daarvan. De aan het programma toegewezen financiële middelen dragen tevens bij aan de institutionele communicatie over de politieke prioriteiten van de Unie, voor zover zij verband houden met de in artikel 2 bedoelde doelstellingen.

2.  De Commissie zorgt voor informatie en communicatie uit met betrekking tot het programma alsmede de in de kader uitgevoerde acties en de resultaten daarvan.

Amendement    49

Voorstel voor een verordening

Artikel 18 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 18 bis

 

Nationale contactpunten

 

Elke lidstaat richt een onafhankelijk en gekwalificeerd nationaal contactpunt op met personeel dat tot taak heeft de potentiële begunstigden van het programma (burgers, organisaties en regionale autoriteiten) advies, praktische informatie en hulp te bieden met betrekking tot alle aspecten van het programma, met inbegrip van de aanvraagprocedure en het schrijven van voorstellen, de verspreiding van documentatie, het zoeken naar partners, opleiding en andere formaliteiten, waarbij erop wordt toegezien dat het programma op uniforme wijze wordt uitgevoerd. De nationale contactpunten dragen geen verantwoordelijkheid met betrekking tot de evaluatie van projecten, aangezien deze bevoegdheid voorbehouden is voor de Commissie.

Amendement    50

Voorstel voor een verordening

Artikel 19 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Het comité kan in specifieke configuraties bijeenkomen voor het bespreken van de afzonderlijke onderdelen van het programma.

3.  Het comité kan in specifieke configuraties bijeenkomen voor het bespreken van de afzonderlijke onderdelen van het programma. Overeenkomstig het reglement van het comité worden indien nodig regelmatig externe deskundigen, zoals vertegenwoordigers van de sociale partners, maatschappelijke organisaties en vertegenwoordigers van de begunstigden, uitgenodigd om aanwezig te zijn bij een vergadering als waarnemer.

Amendement    51

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – alinea 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De in artikel 2, lid 2, bedoelde specifieke doelstellingen van het programma worden met name nagestreefd door middel van ondersteuning van de volgende activiteiten:

De in artikel 2, lid 2, bedoelde specifieke doelstellingen van het programma worden met name nagestreefd door middel van ondersteuning van de volgende algemene activiteiten:

Amendement    52

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – alinea 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  bewustmaking, verspreiding van informatie ter verbetering van de bekendheid met beleid en rechten op de onder het programma vallende gebieden;

a)  bewustmaking van burgers, met name jongeren en personen die behoren tot achtergestelde en ondervertegenwoordigde groepen in de samenleving, met betrekking tot de gemeenschappelijke waarden, rechten en beginselen waarop de Unie gegrondvest is, hun rechten en verantwoordelijkheden als Europees burger en manieren om deze rechten te beschermen en uit te oefenen, ongeacht de plaats waar zij wonen; bevordering van projecten ter verbetering van de bekendheid met beleid en rechten op de onder de doelstellingen van het programma vallende gebieden; aanmoediging van formeel en informeel onderwijs met het oog op Europees burgerschap.

Amendement    53

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – alinea 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  wederzijdse leerprocessen door uitwisseling van goede praktijken tussen belanghebbenden om kennis en wederzijds begrip en maatschappelijke en democratische betrokkenheid te bevorderen;

b)  wederzijdse leerprocessen door uitwisseling en in de kijker zetten van goede praktijken tussen belanghebbenden (met name verenigingen, maatschappelijke organisaties, lokale overheidsinstanties en burgers) om kennis, wederzijds begrip en maatschappelijke en democratische betrokkenheid te bevorderen en de resultaten van de ondersteunde activiteiten verder te valoriseren;

Amendement    54

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – alinea 1 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)  analyse en monitoring1 ter verbetering van het inzicht in de situatie in de lidstaten en op EU-niveau op gebieden die onder het programma vallen, alsmede ter verbetering van de uitvoering van de wetgeving en het beleid van de EU;

Schrappen

__________________

 

1 Deze activiteiten omvatten bijvoorbeeld het verzamelen van gegevens en statistieken; het ontwikkelen van gemeenschappelijke methoden en, in voorkomend geval, indicatoren of benchmarks; studies, onderzoeken, analyses en enquêtes; evaluaties; effectbeoordeling; het opstellen en publiceren van handleidingen, rapporten en educatief materiaal.

 

Amendement    55

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – alinea 1 – letter d bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

d bis)  ondersteuning van initiatieven en maatregelen ter bevordering en bescherming van de vrijheid en het pluralisme van de media en om capaciteit op te bouwen voor de nieuwe uitdagingen, bijvoorbeeld technologieën in verband met de nieuwe media en bestrijding van haatzaaiende taal;

Amendement    56

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – alinea 1 – letter e

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

e)  ontwikkeling en onderhoud van tools op het gebied van informatie- en communicatietechnologie (ICT);

Schrappen

Amendement    57

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – alinea 1 – letter e bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

e bis)  bevordering van het besef van en het inzicht in de risico's, regels, waarborgen en rechten in verband met de bescherming van persoonsgegevens, privacy en digitale veiligheid, alsmede bestrijding van nepnieuws en gerichte desinformatie door middel van bewustmaking, opleiding, studies en monitoring, met bijzondere aandacht voor jongeren;

Amendement    58

Voorstel voor een verordening

Bijlage 1 – alinea 1 – letter f

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

f)  versterking van de bekendheid van de burgers met de Europese cultuur, Europese geschiedenis en Europese herdenking alsmede hun gevoel deel uit te maken van de Unie;

f)  versterking van de bekendheid van de burgers, met name jongeren, met de Europese cultuur, Europees cultureel erfgoed, Europese geschiedenis en Europese herdenking, maar ook van hun bewustzijn van de toekomstige uitdagingen van de EU, en versterking van hun gevoel deel uit te maken van de Unie, met name door middel van;

 

i)   initiatieven om na te denken over de oorzaken van totalitaire regimes in de moderne Europese geschiedenis en om de slachtoffers van hun misdaden te herdenken;

 

ii)   activiteiten betreffende andere beslissende momenten en ijkpunten in de recente Europese geschiedenis;

Amendement    59

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – alinea 1 – letter g

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

g)  Europeanen van verschillende nationaliteiten en culturen met elkaar in contact brengen door hun de mogelijkheid te bieden deel te nemen aan activiteiten in het kader van stedenbanden;

g)  burgers van verschillende nationaliteiten en culturen met elkaar in contact brengen door hun de mogelijkheid te bieden deel te nemen aan vergaderingen, activiteiten in het kader van stedenbanden, kleinschalige projecten en projecten van het maatschappelijk middenveld, om zo de voorwaarden te scheppen voor een sterkere bottom-upbenadering, teneinde de politieke agenda van de Unie vorm te geven;

Amendement    60

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – alinea 1 – letter h

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

h)  aanmoediging en facilitering van actieve deelname aan de opbouw van een meer democratische Unie en versterking van het besef van rechten en waarden door ondersteuning van maatschappelijke organisaties;

h)  aanmoediging en facilitering van actieve en inclusieve deelname, met bijzondere aandacht voor gemarginaliseerde groepen in de samenleving, aan de opbouw van een meer democratische Unie, onder meer door het gebruik te bevorderen van instrumenten voor e-democratie en het Europees burgerinitiatief; vergroting van het besef met betrekking tot de bevordering en verdediging van rechten en waarden door ondersteuning van maatschappelijke organisaties;

Amendement    61

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – alinea 1 – letter j

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

j)  versterking van het vermogen van Europese netwerken om het recht, de beleidsdoelstellingen en de strategieën van de EU verder te ontwikkelen en te bevorderen, en ondersteuning van maatschappelijke organisaties die actief zijn op de onder het programma vallende gebieden;

j)  ondersteuning van maatschappelijke organisaties die actief zijn op de onder het programma vallende gebieden;

Amendement    62

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – alinea 1 – letter j bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

j bis)  versterking van de capaciteit en onafhankelijkheid van mensenrechtenverdedigers en maatschappelijke organisaties die toezicht houden op de situatie van de rechtsstaat en ondersteuning van acties op lokaal, regionaal en nationaal niveau;

Amendement    63

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – alinea 1 – letter j ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

j ter)  bevordering en ontwikkeling van de dialoog met maatschappelijke organisaties over de ontwikkeling, tenuitvoerlegging en monitoring van het recht, de beleidsdoelstellingen en de strategieën van de Unie op alle door het programma bestreken gebieden;

Amendement    64

Voorstel voor een verordening

Bijlage II – alinea 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Het programma wordt gemonitord aan de hand van een reeks indicatoren om te meten in hoeverre de algemene en specifieke doelstellingen van het programma zijn verwezenlijkt, mede om de administratieve lasten en de kosten zo laag mogelijk te houden. Daartoe zullen gegevens worden vergaard met betrekking tot onderstaande indicatoren:

Het programma wordt gemonitord aan de hand van een reeks indicatoren om te meten in hoeverre de algemene en specifieke doelstellingen van het programma zijn verwezenlijkt, mede om de administratieve lasten en de kosten zo laag mogelijk te houden. Waar mogelijk worden de indicatoren uitgesplitst naar leeftijd, geslacht en eventuele andere gegevens die kunnen worden vergaard (etniciteit, handicap, genderidentiteit enz.). Daartoe zullen gegevens worden vergaard met betrekking tot onderstaande indicatoren:

Amendement    65

Voorstel voor een verordening

Bijlage II – tabel – rij 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Het aantal transnationale netwerken en initiatieven inzake Europese herdenking en Europees erfgoed dat via het programma tot stand is gekomen.

Het aantal transnationale netwerken en initiatieven inzake Europese herdenking, Europees erfgoed en Europese dialoog tussen burgers dat via het programma tot stand is gekomen.

Amendement    66

Voorstel voor een verordening

Bijlage II – tabel – rij 6 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Geografische spreiding van de projecten

BIJLAGE: LIJST VAN ENTITEITEN WAARVAN OF PERSONEN VAN WIE DE RAPPORTEUR INPUT HEEFT ONTVANGEN

De volgende lijst is op zuiver vrijwillige basis en onder exclusieve verantwoordelijkheid van de rapporteur opgesteld. De rapporteur heeft bij het voorbereiden van dit advies input ontvangen van de volgende entiteiten of personen, tot aan de goedkeuring ervan in de commissie:

Entiteit en/of persoon

Civil Society Europe

Europees Jeugdforum

Raad van Europese gemeenten en regio's

Stefan Batory Foundation

Association Française du Conseil des Communes et Régions de France

Jeunes Fédéralistes européens

Culture Action Europe

PROCEDURE VAN DE ADVISERENDE COMMISSIE

Titel

Vaststelling van het programma Rechten en waarden

Document- en procedurenummers

COM(2018)0383 – C8-0234/2018 – 2018/0207(COD)

Bevoegde commissie

       Datum bekendmaking

LIBE

14.6.2018

 

 

 

Advies uitgebracht door

       Datum bekendmaking

CULT

14.6.2018

Medeverantwoordelijke commissies - datum bekendmaking

5.7.2018

Rapporteur voor advies

       Datum benoeming

Sylvie Guillaume

1.6.2018

Behandeling in de commissie

10.10.2018

 

 

 

Datum goedkeuring

3.12.2018

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

16

0

1

Bij de eindstemming aanwezige leden

Silvia Costa, Mircea Diaconu, Jill Evans, Giorgos Grammatikakis, Petra Kammerevert, Stefano Maullu, Luigi Morgano, Bogdan Andrzej Zdrojewski, Milan Zver

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Norbert Erdős, Santiago Fisas Ayxelà, Sylvie Guillaume, Dietmar Köster, Emma McClarkin, Hermann Winkler

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Heinz K. Becker, Jarosław Wałęsa

HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE ADVISERENDE COMMISSIE

16

+

ALDE

Mircea Diaconu

PPE

Heinz K. Becker, Norbert Erdős, Santiago Fisas Ayxelà, Stefano Maullu, Jarosław Wałęsa, Hermann Winkler, Bogdan Andrzej Zdrojewski, Milan Zver

S&D

Silvia Costa, Giorgos Grammatikakis, Sylvie Guillaume, Petra Kammerevert, Dietmar Köster, Luigi Morgano

VERTS/ALE

Jill Evans

0

-

 

 

1

0

ECR

Emma McClarkin

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding


ADVIES van de Commissie juridische zaken (21.11.2018)

aan de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken

inzake het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het programma Rechten en waarden

(COM(2018)0383 – C8-0234/2018 – 2018/0207(COD))

Rapporteur voor advies: Sylvia-Yvonne Kaufmann

AMENDEMENTEN

De Commissie juridische zaken verzoekt de bevoegde Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken onderstaande amendementen in aanmerking te nemen:

Amendement    1

Voorstel voor een verordening

Overweging 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(2)  Deze rechten en waarden moeten voortdurend worden bevorderd en gehandhaafd en verspreid onder de burgers en volkeren, en dienen kernwaarden te zijn van het Europese project. Met dat doel voor ogen dient binnen de EU-begroting een nieuw Fonds voor justitie, rechten en waarden te worden ingesteld, waarvan het programma Rechten en waarden en het programma Justitie deel uitmaken. Nu de Europese samenlevingen worden geconfronteerd met extremisme, radicalisering en verdeeldheid, is het belangrijker dan ooit om justitie en rechten en de waarden van de EU, mensenrechten, respect voor de menselijke waardigheid, vrijheid, democratie, gelijkheid en de rechtsstaat te bevorderen, te versterken en te verdedigen. Dit zal vergaande, rechtstreekse gevolgen hebben voor het politieke, sociale, culturele en economische leven in de EU. De steunverlening via het programma Justitie ten behoeve van de verdere ontwikkeling van een ruimte van recht in de Unie en grensoverschrijdende samenwerking zal in het kader van het nieuwe fonds worden gehandhaafd. In het programma Rechten en waarden worden het bij Verordening (EU) nr. 1381/2013 van het Europees Parlement en de Raad8 vastgestelde programma Rechten, gelijkheid en burgerschap voor de periode 2014–2020 en het bij Verordening (EU) nr. 390/2014 van de Raad vastgestelde programma Europa voor de burger (hierna "voorgaande programma's" genoemd), samengebracht.

(2)  Deze rechten en waarden moeten voortdurend op doeltreffende wijze worden gecultiveerd, beschermd, bevorderd, gehandhaafd en verspreid onder de burgers en volkeren, en dienen kernwaarden te zijn van het Europese project, om de eerbiediging van de rechten en waarden in de lidstaten te bevorderen en om achteruitgang op dit gebied, met alle schadelijke gevolgen voor de hele Unie van dien, te voorkomen. Met dat doel voor ogen dient binnen de EU-begroting een nieuw Fonds voor justitie, rechten en waarden te worden ingesteld, dat bedoeld is ter bevordering van open, democratische, pluralistische en inclusieve samenlevingen, en waarvan het programma Rechten en waarden en het programma Justitie deel uitmaken. Nu de Europese samenlevingen worden geconfronteerd met extremisme, radicalisering en verdeeldheid, is het belangrijker dan ooit om justitie en rechten en de waarden van de EU, mensenrechten, respect voor de menselijke waardigheid, vrijheid, democratie, gelijkheid en de rechtsstaat te bevorderen, te versterken en te verdedigen. Dit zal vergaande, rechtstreekse gevolgen hebben voor het politieke, sociale, culturele en economische leven in de EU. De steunverlening via het programma Justitie ten behoeve van de verdere ontwikkeling van een ruimte van recht in de Unie en grensoverschrijdende samenwerking zal in het kader van het nieuwe fonds worden gehandhaafd. In het programma Rechten en waarden worden het bij Verordening (EU) nr. 1381/2013 van het Europees Parlement en de Raad8 vastgestelde programma Rechten, gelijkheid en burgerschap voor de periode 2014–2020 en het bij Verordening (EU) nr. 390/2014 van de Raad vastgestelde programma Europa voor de burger (hierna "voorgaande programma's" genoemd), samengebracht.

_________________

_________________

8 Verordening (EU) nr. 1381/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een programma "Rechten, gelijkheid en burgerschap" voor de periode 2014–2020 (PB L 354 van 28.12.2013, blz. 62).

8 Verordening (EU) nr. 1381/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een programma "Rechten, gelijkheid en burgerschap" voor de periode 2014–2020 (PB L 354 van 28.12.2013, blz. 62).

Amendement    2

Voorstel voor een verordening

Overweging 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(3)  Het Fonds voor justitie, rechten en waarden en de twee onderliggende financieringsprogramma's zullen voornamelijk gericht zijn op personen en entiteiten die ertoe bijdragen dat onze gemeenschappelijke waarden, rechten en rijke diversiteit levendig en dynamisch blijven. Het uiteindelijke doel is om een op rechten gebaseerde, egalitaire, inclusieve en democratische samenleving te bevorderen en in stand te houden. Dat betekent dat een levendig maatschappelijk middenveld en de democratische, civiele en sociale participatie van de mensen moet worden aangemoedigd en dat de rijke diversiteit van de Europese samenleving, gebaseerd op onze gemeenschappelijke geschiedenis en ons collectief geheugen, moet worden bevorderd. Overeenkomstig artikel 11 van het Verdrag betreffende de Europese Unie zijn de instellingen verplicht de burgers en representatieve organisaties langs passende wegen de mogelijkheid te bieden hun mening over alle onderdelen van het optreden van de Unie kenbaar te maken en daarover in het openbaar in discussie te treden.

(3)  Het Fonds voor justitie, rechten en waarden en de twee onderliggende financieringsprogramma's zullen voornamelijk gericht zijn op personen en entiteiten die ertoe bijdragen dat onze gemeenschappelijke waarden, rechten en rijke diversiteit levendig en dynamisch blijven. Het uiteindelijke doel is om de gemeenschappelijke waarden en een op rechten gebaseerde, open, egalitaire, inclusieve en democratische samenleving te bevorderen en in stand te houden, door activiteiten te financieren ter bevordering van een levendig en krachtig maatschappelijk middenveld. Dergelijke activiteiten kunnen bijvoorbeeld ten doel hebben de democratische, maatschappelijke en sociale participatie van de mensen aan te moedigen en de vrede te bevorderen, alsmede de rijke diversiteit van de Europese samenleving, gebaseerd op onze gemeenschappelijke waarden, geschiedenis en ons collectief geheugen. In artikel 11 van het Verdrag betreffende de Europese Unie is bepaald dat de instellingen een open, transparante en regelmatige dialoog met het maatschappelijk middenveld moeten voeren en de burgers en representatieve organisaties langs passende wegen de mogelijkheid moeten bieden hun mening over alle onderdelen van het optreden van de Unie kenbaar te maken en daarover in het openbaar in discussie te treden. De Commissie moet dus een regelmatige dialoog met de begunstigden van het programma en met andere relevante belanghebbenden voeren.

Amendement    3

Voorstel voor een verordening

Overweging 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(5)  Om de Europese Unie dichter bij haar burgers te brengen, zijn allerlei acties en gecoördineerde inspanningen vereist. Door burgers nader tot elkaar te brengen in het kader van stedenbanden of netwerken van gemeenten en steun te verlenen aan maatschappelijke organisaties die actief zijn op de door het programma bestreken gebieden, wordt bijgedragen tot het vergroten van de betrokkenheid van de burgers bij de samenleving en uiteindelijk hun betrokkenheid bij het democratisch bestel van de Unie. Tegelijkertijd wordt door bij te dragen aan activiteiten ter bevordering van wederzijds begrip, diversiteit, dialoog en respect voor anderen het ontstaan van een gevoel van Europese saamhorigheid en een Europese identiteit bevorderd op basis van een gedeeld begrip van de Europese waarden, cultuur, geschiedenis en erfgoed. De bevordering van een sterker gevoel van betrokkenheid bij de Unie en de waarden van de Unie is van bijzonder belang ten aanzien van de burgers van de ultraperifere regio's van de EU, gezien hun afgelegen ligging en de grote afstand tot het Europese continent.

(5)  Om de Europese Unie dichter bij haar burgers te brengen en het vertrouwen van de burgers in de Unie te vergroten, zijn allerlei acties en gecoördineerde inspanningen vereist. Door burgers nader tot elkaar te brengen in het kader van stedenbanden of netwerken van gemeenten en steun te verlenen aan maatschappelijke organisaties die actief zijn op de door het programma bestreken gebieden, wordt bijgedragen tot het vergroten van de betrokkenheid van de burgers bij de samenleving en uiteindelijk hun betrokkenheid bij het democratisch bestel van de Unie. Tegelijkertijd wordt door bij te dragen aan activiteiten ter bevordering van wederzijds begrip, diversiteit, dialoog, sociale inclusie en respect voor anderen het ontstaan van een gevoel van Europese saamhorigheid en een Europese identiteit bevorderd op basis van een gedeeld begrip van de Europese waarden, cultuur, geschiedenis en erfgoed. De bevordering van een sterker gevoel van betrokkenheid bij de Unie en de waarden van de Unie is van bijzonder belang ten aanzien van de burgers van de ultraperifere regio's van de EU, gezien hun afgelegen ligging en de grote afstand tot het Europese continent.

Amendement    4

Voorstel voor een verordening

Overweging 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(6)  Herdenkingsactiviteiten en kritische reflectie op Europa's verleden zijn noodzakelijk om de burgers bewust te maken van de gemeenschappelijke geschiedenis, als basis voor een gemeenschappelijke toekomst, morele zingeving en gedeelde waarden. Er dient ook rekening te worden gehouden met de relevantie van historische, culturele en interculturele aspecten en met de verbanden tussen herdenking en het ontstaan van een Europese identiteit en een Europees saamhorigheidsgevoel.

(6)  Herdenkingsactiviteiten en kritische reflectie op Europa's verleden zijn noodzakelijk om de burgers bewust te maken van de gemeenschappelijke geschiedenis, als basis voor een gemeenschappelijke toekomst, morele zingeving en gedeelde waarden. Er dient ook rekening te worden gehouden met de relevantie van historische, culturele en interculturele aspecten en met de verbanden tussen het levend houden van de herinnering en het ontstaan van een Europese identiteit op basis van diversiteit, solidariteit, een Europees saamhorigheidsgevoel en een gemeenschappelijk cultureel erfgoed.

Amendement    5

Voorstel voor een verordening

Overweging 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(7)  Burgers zouden zich ook beter bewust moeten zijn van de rechten die zij aan het burgerschap van de Unie ontlenen, moeten met een gerust hart kunnen wonen, reizen, studeren, werken en vrijwilligerswerk doen in een andere lidstaat en moeten erop kunnen vertrouwen dat zij al hun burgerschapsrechten kunnen genieten en uitoefenen en er gelijke toegang toe hebben en dat zij zonder discriminatie volledig aanspraak op hun rechten en de bescherming daarvan kunnen maken, ongeacht waar zij zich in de Unie bevinden. Maatschappelijke organisaties moeten steun krijgen voor activiteiten inzake bevordering, bescherming en bewustmaking op het gebied van de gemeenschappelijke waarden van de EU op grond van artikel 2 VEU en voor het leveren van bijdragen aan de effectieve uitoefening van rechten krachtens het recht van de Unie.

(7)  Burgers zouden zich ook beter bewust moeten zijn van de rechten en voordelen die zij aan het burgerschap van de Unie ontlenen, moeten met een gerust hart kunnen wonen, reizen, studeren, werken en vrijwilligerswerk doen in een andere lidstaat en moeten erop kunnen vertrouwen dat zij al hun burgerschapsrechten kunnen genieten en uitoefenen en er gelijke toegang toe hebben en dat zij zonder discriminatie volledig aanspraak op hun rechten en de bescherming daarvan kunnen maken, ongeacht waar zij zich in de Unie bevinden. Maatschappelijke organisaties moeten op alle niveaus worden versterkt door middel van het bevorderen en waarborgen van de gemeenschappelijke waarden van de EU als bedoeld in artikel 2 VEU en door meer bekendheid te geven aan die waarden, om op die manier een bijdrage te leveren aan de doeltreffende uitoefening van de uit het recht van de Unie voortvloeiende rechten.

Amendement    6

Voorstel voor een verordening

Overweging 9

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(9)  Gendergerelateerd geweld en geweld tegen kinderen en jongeren houdt een ernstige schending van de grondrechten in. Geweld blijft in de hele Unie voorkomen in alle sociale en economische contexten, met ernstige gevolgen voor de lichamelijke en geestelijke gezondheid van de slachtoffers en voor de samenleving in haar geheel. Kinderen, jongeren en vrouwen zijn bijzonder kwetsbaar voor geweld, met name geweld in nauwe persoonlijke relaties. Er moeten maatregelen worden genomen om de rechten van het kind te bevorderen en om kinderen te beschermen tegen schade en geweld, die een gevaar vormen voor hun lichamelijke en geestelijke gezondheid en een inbreuk vormen op hun recht op ontwikkeling, bescherming en waardigheid. Bestrijding van alle vormen van geweld, bevordering van preventie en bescherming en ondersteuning van slachtoffers zijn prioriteiten van de Unie die bijdragen aan de verwezenlijking van de grondrechten van natuurlijke personen en bijdragen tot de gelijkheid van vrouwen en mannen. Deze prioriteiten moeten door het programma worden ondersteund.

(9)  Gendergerelateerd geweld en geweld tegen kinderen en jongeren houdt een ernstige schending van de grondrechten in. Geweld blijft in de hele Unie voorkomen in alle sociale en economische contexten, met ernstige gevolgen voor de lichamelijke en geestelijke gezondheid van de slachtoffers en voor de samenleving in haar geheel. Kinderen, jongeren en vrouwen zijn bijzonder kwetsbaar voor geweld, met name geweld in nauwe persoonlijke relaties. Er moeten maatregelen worden genomen om de rechten van het kind te bevorderen en om kinderen en jongeren te beschermen tegen schade en geweld, die een gevaar vormen voor hun lichamelijke en geestelijke gezondheid en een inbreuk vormen op hun recht op ontwikkeling, bescherming en waardigheid. Bestrijding van alle vormen van geweld, bevordering van preventie en bescherming en ondersteuning van slachtoffers zijn prioriteiten van de Unie die bijdragen aan de verwezenlijking van de grondrechten van natuurlijke personen en bijdragen tot de gelijkheid van vrouwen en mannen. Deze prioriteiten moeten door het programma worden ondersteund.

Amendement    7

Voorstel voor een verordening

Overweging 13

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(13)  Het recht op eerbiediging van het privéleven, het familie- en gezinsleven, de woning en de communicatie (het recht op privacy) is een grondrecht dat is vastgelegd in artikel 7 van het Handvest van de grondrechten. De bescherming van persoonsgegevens is een grondrecht dat is vastgelegd in artikel 8 van het Handvest van de grondrechten en artikel 16 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. Op de naleving van de regels voor de bescherming van persoonsgegevens wordt controle uitgeoefend door onafhankelijke toezichthoudende autoriteiten. Het rechtskader van de Unie, en met name Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad12 en Richtlijn (EU) 2016/680 van het Europees Parlement en de Raad13, bevatten bepalingen die waarborgen dat het recht op de bescherming van persoonsgegevens doeltreffend wordt beschermd. Bij deze wetgevingsinstrumenten zijn de nationale toezichthoudende autoriteiten voor gegevensbescherming belast met de taak de publieke bekendheid met en het inzicht in de risico's, voorschriften, waarborgen en rechten in verband met de verwerking van persoonsgegevens te bevorderen. Gezien het belang van het recht op de bescherming van persoonsgegevens in tijden van snelle technologische ontwikkelingen moet de Unie in staat worden gesteld voorlichtingsactiviteiten uit te voeren en studies en andere relevante activiteiten te verrichten.

(13)  Het recht op eerbiediging van het privéleven, het familie- en gezinsleven, de woning en de communicatie (het recht op privacy) is een grondrecht dat is vastgelegd in artikel 7 van het Handvest van de grondrechten. De bescherming van persoonsgegevens is een grondrecht dat is vastgelegd in artikel 8 van het Handvest van de grondrechten en artikel 16 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. Op de naleving van de regels voor de bescherming van persoonsgegevens wordt controle uitgeoefend door onafhankelijke toezichthoudende autoriteiten. Het rechtskader van de Unie, en met name Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad12 en Richtlijn (EU) 2016/680 van het Europees Parlement en de Raad13, bevatten bepalingen die waarborgen dat het recht op de bescherming van persoonsgegevens doeltreffend wordt beschermd. Bij deze wetgevingsinstrumenten zijn de nationale toezichthoudende autoriteiten voor gegevensbescherming belast met de taak de publieke bekendheid met en het inzicht in de risico's, voorschriften, waarborgen en rechten in verband met de verwerking van persoonsgegevens te bevorderen. Gezien het belang van het recht op de bescherming van persoonsgegevens in tijden van snelle technologische ontwikkelingen moet de Unie in staat worden gesteld voorlichtingsactiviteiten uit te voeren, maatschappelijke organisaties te steunen bij de bevordering van gegevensbescherming overeenkomstig de normen van de Unie, en studies en andere relevante activiteiten te verrichten.

_________________

_________________

12 PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1.

12 PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1.

13 PB L 119 van 4.5.2016, blz. 89.

13 PB L 119 van 4.5.2016, blz. 89.

Amendement    8

Voorstel voor een verordening

Overweging 14

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(14)  Op grond van artikel 24 VWEU stellen het Europees Parlement en de Raad bepalingen vast voor de procedures en voorwaarden voor de indiening van een burgerinitiatief in de zin van artikel 11 van het Verdrag betreffende de Europese Unie. Zij hebben dat gedaan bij Verordening [(EU) nr. 211/2011 van het Europees Parlement en de Raad14]. Het programma moet voorzien in financiering van de technische en organisatorische ondersteuning voor de uitvoering van Verordening [(EU) nr. 211/2011] en zo de grondslag vormen voor de uitoefening door de burgers van hun recht om Europese burgerinitiatieven te organiseren en er steun aan te betuigen.

(14)  Het Europees burgerinitiatief is het eerste supranationale instrument voor participatieve democratie dat een rechtstreekse band creëert tussen Europese burgers en de instellingen van de EU. Op grond van artikel 24 VWEU stellen het Europees Parlement en de Raad bepalingen vast voor de procedures en voorwaarden voor de indiening van een burgerinitiatief in de zin van artikel 11 van het Verdrag betreffende de Europese Unie. Zij hebben dat gedaan bij Verordening [(EU) nr. 211/2011 van het Europees Parlement en de Raad14]. Het programma moet voorzien in financiering van de technische en organisatorische ondersteuning voor de uitvoering van Verordening [(EU) nr. 211/2011] en zo de grondslag vormen voor de uitoefening door de burgers van hun recht om Europese burgerinitiatieven te organiseren, er steun aan te betuigen en anderen aan te sporen om dergelijke initiatieven te steunen.

_________________

_________________

14 Verordening (EU) nr. 211/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 over het burgerinitiatief (PB L 65 van 11.3.2011, blz. 1).

14 Verordening (EU) nr. 211/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 over het burgerinitiatief (PB L 65 van 11.3.2011, blz. 1).

Amendement    9

Voorstel voor een verordening

Overweging 18

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(18)  Onafhankelijke mensenrechteninstanties en maatschappelijke organisaties spelen een essentiële rol voor de bevordering en bescherming van en de voorlichting over de gemeenschappelijke waarden van de Unie bedoeld in artikel 2 VEU, en leveren een essentiële bijdrage aan het effectieve genot van de rechten die voortvloeien uit het Unierecht, waaronder het Handvest van de grondrechten van de EU. Zoals ook is aangegeven in de resolutie van het Europees Parlement van 18 april 2018 is voldoende financiële steun van cruciaal belang voor de ontwikkeling van een gunstige en duurzame omgeving waarbinnen maatschappelijke organisaties hun rol kunnen versterken en hun taken onafhankelijk en effectief kunnen uitoefenen. Als aanvulling op de nationale inspanningen dient de financiering door de EU er derhalve toe bij te dragen dat onafhankelijke maatschappelijke organisaties die zich voor de mensenrechten inzetten en waarvan de activiteiten (zoals belangenbehartiging en optreden als waakhond) de strategische handhaving bevorderen van de rechten die voortvloeien uit het Unierecht en het Handvest van de grondrechten van de EU, worden ondersteund, meer mogelijkheden krijgen en hun capaciteit kunnen vergroten, en dat de gemeenschappelijke waarden op nationaal niveau worden beschermd, bevorderd en uitgedragen.

(18)  Onafhankelijke mensenrechteninstanties en maatschappelijke organisaties spelen een essentiële rol voor de bevordering en bescherming van en de voorlichting over de gemeenschappelijke waarden van de Unie bedoeld in artikel 2 VEU, en leveren een essentiële bijdrage aan het effectieve genot van de rechten die voortvloeien uit het Unierecht, waaronder het Handvest van de grondrechten van de EU. Zoals ook is aangegeven in de resolutie van het Europees Parlement van 19 april 2018 is voldoende en passende financiële steun van cruciaal belang voor de ontwikkeling van een gunstige en duurzame omgeving waarbinnen maatschappelijke organisaties hun rol kunnen versterken en hun taken onafhankelijk en effectief kunnen uitoefenen. Als aanvulling op de nationale inspanningen dient de financiering door de EU er derhalve toe bij te dragen, onder meer via toereikende basisfinanciering en vereenvoudigde kostenopties en financiële regels en procedures, dat onafhankelijke maatschappelijke organisaties die zich voor de mensenrechten inzetten en waarvan de activiteiten (zoals belangenbehartiging en optreden als waakhond) de strategische handhaving bevorderen van de rechten die voortvloeien uit het Unierecht en het Handvest van de grondrechten van de EU, worden ondersteund, meer mogelijkheden krijgen en hun capaciteit kunnen vergroten, en dat de gemeenschappelijke waarden op lokaal, regionaal en nationaal niveau worden beschermd, bevorderd en uitgedragen.

Amendement    10

Voorstel voor een verordening

Overweging 21

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(21)  Met het oog op een doeltreffende toewijzing van middelen uit de algemene begroting van de Unie is het noodzakelijk om de Europese toegevoegde waarde van alle uitgevoerde acties en hun complementariteit met het optreden van de lidstaten te waarborgen, en toe te zien op de samenhang, complementariteit en synergie met financieringsprogramma's die beleidsterreinen ondersteunen die onderling nauw verbonden zijn, in het bijzonder binnen het kader van het Fonds voor justitie, rechten en waarden – en derhalve het programma Justitie – en het programma Creatief Europa en Erasmus+, teneinde het potentieel van culturele kruisbestuiving op het gebied van cultuur, media, kunst, onderwijs en creativiteit te verwezenlijken. Er dienen synergieën te worden gecreëerd met andere Europese financieringsprogramma's, met name op het gebied van werkgelegenheid, de eengemaakte markt, ondernemerschap, jeugdzaken, gezondheid, burgerschap, justitie, migratie, veiligheid, onderzoek, innovatie, technologie, industrie, cohesie, toerisme, externe betrekkingen, handel en ontwikkeling.

(21)  Met het oog op een doeltreffende toewijzing van middelen uit de algemene begroting van de Unie is het noodzakelijk om de Europese toegevoegde waarde van alle uitgevoerde acties, waaronder acties die gericht zijn op de bevordering en eerbiediging van onze gemeenschappelijke waarden die zijn neergelegd in artikel 2 VEU, alsmede de complementariteit van die acties met acties van de lidstaten, als die er zijn, te waarborgen. Het is belangrijk dat wordt toegezien op de samenhang, complementariteit en synergie met financieringsprogramma's die beleidsterreinen ondersteunen die onderling nauw verbonden zijn, in het bijzonder binnen het kader van het Fonds voor justitie, rechten en waarden – en derhalve het programma Justitie – en het programma Creatief Europa en Erasmus+, teneinde het potentieel van culturele kruisbestuiving op het gebied van cultuur, media, kunst, onderwijs en creativiteit te verwezenlijken. Door een dergelijke synergie worden pluralistische, onafhankelijke en vrije media gewaarborgd en bevorderd, wordt de vrijheid van meningsuiting gewaarborgd en wordt de verspreiding van onjuiste informatie voorkomen. Er dienen synergieën te worden gecreëerd met andere Europese financieringsprogramma's, met name op het gebied van werkgelegenheid, de eengemaakte markt, ondernemerschap, jeugdzaken, gezondheid, burgerschap, justitie, migratie, veiligheid, onderzoek, innovatie, technologie, industrie, cohesie, toerisme, externe betrekkingen, handel, ontwikkeling, en klimaat- en milieubescherming.

Amendement    11

Voorstel voor een verordening

Overweging 23

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(23)  Verordening (EU, Euratom) [nieuw Financieel Reglement], hierna "Financieel Reglement" genoemd, is op dit programma van toepassing. De verordening bevat regels voor de uitvoering van de Uniebegroting, daaronder begrepen regels voor subsidies, prijzen, aanbestedingen, indirecte uitvoering, financiële bijstand, financieringsinstrumenten en begrotingsgaranties.

(23)  Verordening (EU, Euratom) [nieuw Financieel Reglement], hierna "Financieel Reglement" genoemd, is op dit programma van toepassing. De verordening bevat regels voor de uitvoering van de Uniebegroting, daaronder begrepen regels voor subsidies, prijzen, aanbestedingen, indirecte uitvoering, financiële bijstand, financieringsinstrumenten en begrotingsgaranties, alsmede vereisten betreffende volledige transparantie, goed financieel beheer en verstandige besteding van middelen. In het kader van de tenuitvoerlegging van dit programma moeten met name de regels betreffende de mogelijkheid voor maatschappelijke organisaties om te worden gefinancierd door middel van meerjarige exploitatiesubsidies en doorgifte van subsidies worden toegepast. De regels moeten de administratieve lasten voor aanvragers tot een minimum beperken. Indien mogelijk moeten elektronische aanvragen worden geaccepteerd. Aanvragers en begunstigden van financiering uit alle onderdelen moeten toegang hebben tot een nationaal contactpunt, dat tijdens alle fasen van de aanvraagprocedure ondersteuning biedt. Er moet goed worden nagedacht over snelle en flexibele subsidieprocedures, zoals een beoordelingsprocedure in twee fasen, om ervoor te zorgen dat er minder kosten worden gemaakt in verband met de voorbereiding van voorstellen die uiteindelijk niet succesvol blijken en om de doeltreffendheid van het programma te vergroten.

Amendement    12

Voorstel voor een verordening

Overweging 29

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(29)  Overeenkomstig de punten 22 en 23 van het interinstitutioneel akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016 moet dit programma worden geëvalueerd op basis van informatie die is verzameld aan de hand van specifieke monitoringvoorschriften, waarbij overregulering en administratieve lasten, in het bijzonder voor de lidstaten, moeten worden vermeden. Waar passend kunnen in die voorschriften meetbare indicatoren worden opgenomen op basis waarvan de effecten van het programma op het terrein worden beoordeeld.

(29)  Overeenkomstig de punten 22 en 23 van het interinstitutioneel akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016 moet dit programma worden geëvalueerd op basis van informatie die is verzameld aan de hand van specifieke monitoringvoorschriften, waarbij overregulering en administratieve lasten, in het bijzonder voor de lidstaten, moeten worden vermeden. In dit verband kan het voor sommige aanvragers en begunstigden die mogelijk niet over de nodige middelen en personeel beschikken moeilijk zijn om aan de monitoring- en rapportage vereisten voldoen, zoals maatschappelijke organisaties, lokale overheidsinstanties, sociale partners, enz.Waar passend kunnen in die voorschriften ook meetbare indicatoren worden opgenomen op basis waarvan de effecten van het programma op het terrein worden beoordeeld.

Amendement    13

Voorstel voor een verordening

Artikel 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Artikel 2

Artikel 2

Doelstellingen van het programma

Doelstellingen van het programma

1.  De algemene doelstelling van het programma is de bescherming en bevordering van de rechten en waarden die in de EU-Verdragen zijn verankerd, onder meer door ondersteuning van maatschappelijke organisaties met het oog op de instandhouding van een open, democratische en inclusieve samenleving.

1.  De algemene doelstelling van het programma is de bescherming en bevordering van de rechten en waarden die in de EU-Verdragen zijn verankerd, waaronder democratie, de rechtsstaat en de grondrechten, zoals vastgelegd in artikel 2 VEU, met name door maatschappelijke organisaties op lokaal, regionaal, nationaal en transnationaal niveau te ondersteunen en hun capaciteit te vergroten met het oog op de instandhouding van een open, op rechten gebaseerde, democratische, gelijkwaardige en inclusieve samenleving.

2.  Binnen het kader van de algemene doelstelling als bedoeld in lid 1 heeft het programma de volgende specifieke doelstellingen, die overeenstemmen met de onderdelen ven het programma:

2.  Binnen het kader van de algemene doelstelling als bedoeld in lid 1 heeft het programma de volgende specifieke doelstellingen, die overeenstemmen met de onderdelen ven het programma:

a)  bevordering van gelijkheid en rechten (onderdeel Gelijkheid en rechten)

a)  bevordering van gelijkheid en rechten (onderdeel Gelijkheid en rechten)

b)  bevordering van de betrokkenheid van de burgers bij en hun participatie in het democratisch bestel van de Unie (onderdeel Betrokkenheid en participatie van de burger)

b)  bevordering van de betrokkenheid van de burgers bij en hun participatie in het democratisch bestel van de Unie (onderdeel Europa voor de burger)

c)  bestrijding van geweld (onderdeel Daphne).

c)  bestrijding van alle vormen van geweld (onderdeel Daphne):

Amendement    14

Voorstel voor een verordening

Artikel 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Artikel 3

Artikel 3

Onderdeel Gelijkheid en rechten

Onderdeel Gelijkheid en rechten

In het kader van de specifieke doelstelling in artikel 2, lid 2, ander a), is het programma vooral gericht op:

In het kader van de algemene doelstelling in artikel 2, lid 1, en de specifieke doelstelling in artikel 2, lid 2, onder a), is het programma vooral gericht op:

a)  het voorkomen en bestrijden van ongelijkheid en discriminatie op grond van geslacht, ras of etnische afstamming, godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele oriëntatie, en het ondersteunen van een alomvattend beleid ter bevordering van gendergelijkheid en discriminatiebestrijding en de mainstreaming daarvan, en van beleid ter bestrijding van racisme en alle vormen van onverdraagzaamheid;

a)  het voorkomen en bestrijden van ongelijkheid en discriminatie op grond van geslacht, ras, sociale of culturele achtergrond, etnische afstamming, godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd, taal of seksuele oriëntatie, en het ondersteunen van een alomvattend beleid ter bevordering van gendergelijkheid en discriminatiebestrijding en de mainstreaming daarvan, en van beleid ter bestrijding van racisme en alle vormen van onverdraagzaamheid, waarbij ook de grondwettelijke bepalingen van de lidstaten worden geëerbiedigd;

b)  het beschermen en bevorderen van de rechten van het kind, de rechten van personen met een handicap, de rechten van burgers van de Unie en het recht op de bescherming van persoonsgegevens.

b)  het beschermen en bevorderen van de rechten van het kind, de rechten van personen met een handicap, de rechten van burgers van de Unie en het recht op de bescherming van persoonsgegevens.

Amendement    15

Voorstel voor een verordening

Artikel 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Artikel 4

Artikel 4

Onderdeel Betrokkenheid en participatie van de burger

Onderdeel Europa voor de burger

In het kader van de specifieke doelstelling in artikel 2, lid 2, ander b), is het programma vooral gericht op:

In het kader van de algemene doelstelling in artikel 2, lid 1, en de specifieke doelstelling in artikel 2, lid 2, onder b), is het programma vooral gericht op:

a)  het vergroten van het inzicht van de burgers in de Unie, haar geschiedenis, haar cultureel erfgoed en haar culturele diversiteit;

a)  het vergroten van het inzicht van de burgers in de Unie, haar geschiedenis, haar cultureel erfgoed en haar culturele diversiteit;

b)  het bevorderen van uitwisseling en samenwerking tussen burgers van verschillende landen; het bevorderen van democratische participatie van de burgers, waardoor burgers en representatieve organisaties hun standpunten over alle onderdelen van het optreden van de Unie kenbaar kunnen maken en publiekelijk kunnen uitwisselen.

b)  het bevorderen van uitwisseling en samenwerking tussen burgers van verschillende landen; het bevorderen van democratische participatie van de burgers, door burgers en representatieve organisaties in staat te stellen hun standpunten over alle onderdelen van het optreden van de Unie kenbaar te maken en publiekelijk uit te uitwisselen, om het inzicht van de burgers in de beginselen van een pluralistische en participatieve democratie, de rechtsstaat en de grondrechten te vergroten.

Amendement    16

Voorstel voor een verordening

Artikel 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Artikel 5

Artikel 5

Onderdeel Daphne

Onderdeel Daphne

In het kader van de specifieke doelstelling in artikel 2, lid 2, ander c), is het programma vooral gericht op:

In het kader van de algemene doelstelling in artikel 2, lid 1, en de specifieke doelstelling in artikel 2, lid 2, onder c), is het programma vooral gericht op:

a)  het voorkomen en bestrijden van alle vormen van geweld tegen kinderen, jongeren en vrouwen, alsmede geweld tegen andere groepen die risico lopen;

a)  het voorkomen, onder meer door middel van onderwijsmaatregelen, en bestrijden van alle vormen van geweld tegen kinderen, jongeren en vrouwen, alsmede geweld tegen andere groepen die risico lopen;

b)  het ondersteunen en beschermen van slachtoffers van dergelijk geweld.

b)  het ondersteunen en beschermen van slachtoffers van dergelijk geweld en het waarborgen van een gelijk beschermingsniveau in de hele EU, onder meer door voor alle slachtoffers van dergelijk geweld de toegang tot de rechter, de toegang tot slachtofferhulp en de mogelijkheden om aangifte te doen te vergemakkelijken en te waarborgen.

Amendement    17

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  In het kader van het programma kan financiering worden verstrekt in een van de vormen als vastgesteld in het Financieel Reglement.

2.  In het kader van het programma kan, via subsidies voor maatregelen en meerjarige exploitatiesubsidies, financiering worden verstrekt in een van de vormen als vastgesteld in het Financieel Reglement, waaronder in de vorm van vaste bedragen, eenheidskosten, forfaitaire financiering en doorgifte van subsidies.

Amendement    18

Voorstel voor een verordening

Artikel 9

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Artikel 9

Artikel 9

Soorten acties

Soorten acties

Acties die bijdragen tot de verwezenlijking van een specifieke doelstelling als bedoeld in artikel 2 kunnen in aanmerking komen voor financiering uit hoofde van deze verordening. Met name de in bijlage I genoemde activiteiten komen in aanmerking voor financiering.

Acties die bijdragen tot de verwezenlijking van de algemene doelstelling van artikel 2, lid 1, of de verwezenlijking van een of meer van de specifieke doelstellingen van artikel 2, lid 2, kunnen in aanmerking komen voor financiering uit hoofde van deze verordening. Met name de in bijlage I genoemde activiteiten komen in aanmerking voor financiering.

Amendement    19

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 9 bis

 

Activiteiten die in aanmerking komen voor financiering

 

De in artikel 2 bedoelde algemene doelstelling en specifieke doelstellingen van het programma worden met name, maar niet uitsluitend, nagestreefd door ondersteuning van de volgende activiteiten die worden uitgevoerd door één of meer subsidiabele entiteiten:

 

a) bewustmaking, voorlichting, bevordering en verspreiding van informatie ter verbetering van de bekendheid met beleid, beginselen en rechten op de onder het programma vallende gebieden;

 

b) wederzijdse leerprocessen door uitwisseling van goede praktijken tussen belanghebbenden om kennis en wederzijds begrip en maatschappelijke en democratische betrokkenheid te bevorderen; 

 

c) analytische monitoring, verslaglegging en belangenbehartiging ter verbetering van het inzicht in de situatie in de lidstaten en op EU-niveau op gebieden die onder het programma vallen, alsmede ter verbetering van de omzetting en uitvoering van de wetgeving, het beleid en de gemeenschappelijke waarden van de EU in de lidstaten, zoals het verzamelen van gegevens en statistieken; het ontwikkelen van gemeenschappelijke methoden en, in voorkomend geval, indicatoren of benchmarks; studies, onderzoeken, analyses en enquêtes; evaluaties; effectbeoordeling; het opstellen en publiceren van handleidingen, verslagen en educatief materiaal;

 

d) opleiding van betrokken belanghebbenden ter verbetering van hun kennis van het beleid en hun rechten op de bestreken gebieden, alsmede versterking van het vermogen van belanghebbenden om het beleid en hun rechten op de bestreken gebieden te verdedigen;

 

e) bevordering van het besef van en het inzicht in de risico's, regels, waarborgen en rechten in verband met de bescherming van persoonsgegevens, privacy en digitale veiligheid, alsmede bestrijding van nepnieuws en gerichte desinformatie door middel van bewustmaking, opleiding, studies en monitoring;

 

f) Europeanen van verschillende nationaliteiten en culturen met elkaar in contact brengen door hun de mogelijkheid te bieden deel te nemen aan activiteiten en projecten in het kader van stedenbanden;

 

g) aanmoediging en facilitering van actieve en inclusieve deelname aan de opbouw van een democratischer Unie, evenals het vergroten van de bekendheid van de burgers met rechten en waarden en bevordering en verdediging van rechten en waarden door middel van het ondersteunen van maatschappelijke organisaties;

 

h) financiering van de technische en organisatorische ondersteuning voor de uitvoering van Verordening [(EU) nr. 211/2011] en zo de grondslag vormen voor de uitoefening door de burgers van hun recht om Europese burgerinitiatieven te organiseren en er steun aan te betuigen;

 

i) ondersteuning van maatschappelijke organisaties, op alle niveaus, die actief zijn op de onder het programma vallende gebieden, alsmede versterking van het vermogen van Europese netwerken en het maatschappelijk middenveld om bij te dragen aan de ontwikkeling, vergroting van het besef, en monitoring van de tenuitvoerlegging van de wetgeving, beleidsdoelstellingen, waarden en strategieën van de EU;

 

j) bevordering van de kennis van het programma en van de verspreiding en overdraagbaarheid van de resultaten ervan en bevordering van de bewustmaking van burgers en maatschappelijke organisaties, onder meer door het opzetten en ondersteunen van onafhankelijke programmabureaus;

 

k) versterking van de capaciteit en onafhankelijkheid van mensenrechtenverdedigers en maatschappelijke organisaties die toezicht houden op de situatie van de rechtsstaat en ondersteuning van acties op lokaal, regionaal, nationaal en transnationaal niveau; 

 

l) ondersteuning van de bescherming van klokkenluiders, met inbegrip van initiatieven en maatregelen om veilige kanalen op te zetten om binnen organisaties misstanden aan de kaak te stellen of deze aan overheidsinstanties of andere relevante organen te melden, alsook maatregelen ter bescherming van klokkenluiders tegen ontslag, degradatie of andere vormen van vergelding, onder meer door voorlichting en opleiding voor relevante overheidsinstanties en belanghebbenden;

 

m) ondersteuning van initiatieven en maatregelen ter bevordering en bescherming van de vrijheid en het pluralisme van de media, alsmede vergroting van de capaciteiten op het gebied van nieuwe uitdagingen, zoals nieuwe media en bestrijding van haatuitingen;

 

n) ondersteuning en vergroting van de capaciteit van maatschappelijke organisaties die zich inzetten voor de bevordering en monitoring van integriteit en corruptie, transparantie en verantwoordingsplicht van overheidsinstanties;

 

o) ondersteuning van maatschappelijke organisaties die actief zijn op het gebied van de bescherming en bevordering van de grondrechten, met inbegrip van steun voor acties die gericht zijn op bewustmaking omtrent de grondrechten en een bijdrage leveren aan onderwijs op het gebied van mensenrechten.

Amendement    20

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Het evaluatiecomité kan uit externe deskundigen bestaan.

2.  Het evaluatiecomité kan uit externe deskundigen bestaan. Bij de samenstelling van het comité wordt genderevenwicht in acht genomen. 

Amendement    21

Voorstel voor een verordening

Artikel 14

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Artikel 14

Artikel 14

Monitoring en verslaglegging

Monitoring en verslaglegging

1.  De indicatoren om verslag uit te brengen over de door het programma geboekte vooruitgang bij het verwezenlijken van de in artikel 2 vermelde specifieke doelstellingen zijn vastgesteld in bijlage II.

1.  De indicatoren om verslag uit te brengen over de door het programma geboekte vooruitgang bij het verwezenlijken van de in artikel 2 vermelde specifieke doelstellingen zijn vastgesteld in bijlage II. De gegevens die worden verzameld met het oog op monitoring en verslaglegging worden in voorkomend geval uitgesplitst naar gender, leeftijd, opleidingsniveau en andere relevante factoren.

2.  Om te zorgen voor een effectieve evaluatie van de voortgang van het programma in de richting van de verwezenlijking van zijn doelstellingen, wordt de Commissie overeenkomstig artikel 16 gemachtigd om gedelegeerde handelingen voor de ontwikkeling van een kader voor monitoring en evaluatie vast te stellen, onder meer door wijziging van bijlage II teneinde de indicatoren waar nodig te herzien en aan te vullen.

2.  Om te zorgen voor een effectieve evaluatie van de voortgang van het programma in de richting van de verwezenlijking van zijn doelstellingen, wordt de Commissie overeenkomstig artikel 16 gemachtigd om gedelegeerde handelingen voor de ontwikkeling van een kader voor monitoring en evaluatie vast te stellen, onder meer door wijziging van bijlage II teneinde de indicatoren waar nodig te herzien en aan te vullen.

3.  Het systeem voor verslaglegging over de prestaties waarborgt dat de gegevens voor het monitoren van de uitvoering en de resultaten van het programma op efficiënte, doeltreffend en tijdig worden verzameld. Daartoe worden de ontvangers van middelen van de Unie en de lidstaten aan evenredige verslagleggingsvereisten onderworpen.

3.  Het systeem voor verslaglegging over de prestaties waarborgt dat de gegevens voor het monitoren van de uitvoering en de resultaten van het programma op efficiënte, doeltreffend en tijdig worden verzameld. Daartoe worden de ontvangers van middelen van de Unie en de lidstaten aan evenredige verslagleggingsvereisten onderworpen. De Commissie stelt gebruiksvriendelijke formaten ter beschikking en zorgt voor richtsnoeren en ondersteuning, met name ten behoeve van aanvragers en begunstigden die niet altijd over voldoende middelen en personeel beschikken om aan de verslagleggingsvereisten te voldoen.

Amendement    22

Voorstel voor een verordening

Artikel 15 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  De Commissie deelt de conclusies van de evaluaties tezamen met haar opmerkingen mee aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's.

4.  De Commissie deelt de conclusies van de evaluaties tezamen met haar opmerkingen mee aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's. De Commissie maakt de evaluatie openbaar en zorgt ervoor dat deze gemakkelijk toegankelijk is door deze op haar website te publiceren.

Amendement    23

Voorstel voor een verordening

Artikel 16 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Alvorens een gedelegeerde handeling vast te stellen, raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016.

4.  Alvorens een gedelegeerde handeling vast te stellen, raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. De Commissie zorgt er voorts voor dat zij in een vroeg stadium samenwerkt en van gedachten wisselt met het Europees Parlement en de Raad, meer bepaald door met het Parlement en de Raad alle documenten, waaronder ontwerpwetgevingshandelingen, te delen op het moment dat zij deze ook met deskundigen in de lidstaten deelt en door deskundigen van het Europees Parlement en de Raad systematisch toegang te verlenen tot vergaderingen van deskundigengroepen van de Commissie. Daartoe ontvangen het Europees Parlement en de Raad de planning voor de komende maanden en de uitnodigingen voor alle deskundigenvergaderingen.

Amendement    24

Voorstel voor een verordening

Artikel 16 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad, ongeacht de mogelijkheid die EU-burgers en andere belanghebbenden hebben om gedurende vier weken hun mening te geven over de ontwerptekst van de gedelegeerde handeling in kwestie. Het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's kunnen over de ontwerptekst worden geraadpleegd.

Amendement    25

Voorstel voor een verordening

Artikel 18

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Artikel 18

Artikel 18

Informatie, communicatie en publiciteit

Informatie, communicatie en publiciteit

1.  De ontvangers van financiering van de Unie erkennen de oorsprong van en geven zichtbaarheid aan de financiering van de Unie (met name wanneer zij de acties en de resultaten ervan promoten) door meerdere doelgroepen, waaronder de media en het grote publiek, doelgericht en op samenhangende, doeltreffende en evenredige wijze te informeren.

1.  De ontvangers van financiering van de Unie erkennen de oorsprong van en geven zichtbaarheid aan de financiering van de Unie (met name wanneer zij de acties en de resultaten ervan promoten) door meerdere doelgroepen, waaronder de media en het grote publiek, doelgericht en op samenhangende, doeltreffende en evenredige wijze te informeren.

2.  De Commissie zorgt voor informatie en communicatie uit met betrekking tot het programma alsmede de in de kader uitgevoerde acties en de resultaten daarvan. De aan het programma toegewezen financiële middelen dragen tevens bij aan de institutionele communicatie over de politieke prioriteiten van de Unie, voor zover zij verband houden met de in artikel 2 bedoelde doelstellingen.

2.  De Commissie voert op lokaal, regionaal, nationaal en Europees niveau informatie- en communicatieactiviteiten uit in verband met het programma, de acties in het kader van het programma en de resultaten daarvan. De aan het programma toegewezen financiële middelen dragen tevens bij aan de institutionele communicatie over de politieke prioriteiten van de Unie, voor zover zij verband houden met de in artikel 2 bedoelde doelstellingen.

 

2 bis.  Elke lidstaat richt een onafhankelijk nationaal contactpunt op dat tot taak heeft de belanghebbenden en begunstigden van het programma advies, praktische informatie en hulp te bieden met betrekking tot alle aspecten van het programma en de aanvraagprocedure.

Amendement    26

Voorstel voor een verordening

Bijlage I

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Bijlage I

Bijlage I

Activiteiten in het kader van het programma

Activiteiten in het kader van het programma

De in artikel 2, lid 2, bedoelde specifieke doelstellingen van het programma worden met name nagestreefd door middel van ondersteuning van de volgende activiteiten:

De in artikel 2, lid 1, bedoelde algemene doelstelling en de in artikel 2, lid 2, bedoelde specifieke doelstellingen worden met name nagestreefd door middel van ondersteuning van de volgende activiteiten:

a)  bewustmaking, verspreiding van informatie ter verbetering van de bekendheid met beleid en rechten op de onder het programma vallende gebieden;

a)  bewustmaking, voorlichting en verspreiding van informatie ter verbetering van de bekendheid met beleid en rechten op de onder het programma vallende gebieden;

b)  wederzijdse leerprocessen door uitwisseling van goede praktijken tussen belanghebbenden om kennis en wederzijds begrip en maatschappelijke en democratische betrokkenheid te bevorderen;

b)  wederzijdse leerprocessen door uitwisseling van goede praktijken tussen belanghebbenden om kennis en wederzijds begrip en maatschappelijke en democratische betrokkenheid te bevorderen;

c)  analyse en monitoring1 ter verbetering van het inzicht in de situatie in de lidstaten en op EU-niveau op gebieden die onder het programma vallen, alsmede ter verbetering van de uitvoering van de wetgeving en het beleid van de EU;

c)  analyse en monitoring, verslaglegging en belangenbehartiging1 ter verbetering van het inzicht in de situatie in de lidstaten en op EU-niveau op gebieden die onder het programma vallen, alsmede ter verbetering van de uitvoering van de wetgeving en het beleid van de EU;

d)  opleiding van belanghebbenden ter verbetering van hun kennis van het beleid en hun rechten op de bestreken gebieden;

d)  opleiding van belanghebbenden ter verbetering van hun kennis van het beleid en hun rechten op de bestreken gebieden, alsmede versterking van hun vermogen om het beleid en hun rechten op de bestreken gebieden te verdedigen;

e)  ontwikkeling en onderhoud van tools op het gebied van informatie- en communicatietechnologie (ICT);

e)  ontwikkeling en onderhoud van tools op het gebied van informatie- en communicatietechnologie (ICT);

 

(e bis)  bevordering van het besef van en het inzicht in de risico's, regels, waarborgen en rechten in verband met de bescherming van persoonsgegevens, privacy en digitale veiligheid, alsmede bestrijding van nepnieuws en gerichte desinformatie door middel van bewustmaking, opleiding, studies en monitoring;

f)  versterking van de bekendheid van de burgers met de Europese cultuur, Europese geschiedenis en Europese herdenking alsmede hun gevoel deel uit te maken van de Unie;

f)  versterking van de bekendheid van de burgers met de Europese cultuur, Europese geschiedenis en Europese herdenking alsmede hun gevoel deel uit te maken van de Unie;

g)  Europeanen van verschillende nationaliteiten en culturen met elkaar in contact brengen door hun de mogelijkheid te bieden deel te nemen aan activiteiten in het kader van stedenbanden;

g)  Europeanen van verschillende nationaliteiten en culturen met elkaar in contact brengen door hun de mogelijkheid te bieden deel te nemen aan activiteiten in het kader van stedenbanden;

h)  aanmoediging en facilitering van actieve deelname aan de opbouw van een meer democratische Unie en versterking van het besef van rechten en waarden door ondersteuning van maatschappelijke organisaties;

h)  aanmoediging en facilitering van actieve en inclusieve deelname aan de opbouw van een meer democratische Unie en versterking van het besef van rechten en waarden door ondersteuning van maatschappelijke organisaties, waaronder organisaties op lokaal, regionaal, nationaal en transnationaal niveau die de situatie op het gebied van de rechtsstaat en de eerbiediging van de grondrechten in een lidstaat bewaken;

 

h bis)  bijdragen aan de bewustwording van burgers omtrent hun rechten en plichten voortvloeiend uit het burgerschap van de Unie, zoals het recht om te reizen, werken, studeren en wonen in een andere lidstaat, door middel van informatiecampagnes;

 

h ter)  nieuwe gespecialiseerde scholingsactiviteiten voor personen die werkzaam zijn in de openbare sector van een lidstaat inzake de rechten en plichten van de burgers van andere lidstaten die in de betreffende lidstaat wonen, werken, studeren of reizen, en scholing inzake de maatregelen ter waarborging van de eerbiediging van deze rechten;

i)  financiering van de technische en organisatorische ondersteuning voor de uitvoering van Verordening [(EU) nr. 211/2011] en zo de grondslag vormen voor de uitoefening door de burgers van hun recht om Europese burgerinitiatieven te organiseren en er steun aan te betuigen;

i)  financiering van de technische en organisatorische ondersteuning voor de uitvoering van Verordening [(EU) nr. 211/2011] en zo de grondslag vormen voor de uitoefening door de burgers van hun recht om Europese burgerinitiatieven te organiseren en er steun aan te betuigen;

j)  versterking van het vermogen van Europese netwerken om het recht, de beleidsdoelstellingen en de strategieën van de EU verder te ontwikkelen en te bevorderen, en ondersteuning van maatschappelijke organisaties die actief zijn op de onder het programma vallende gebieden;

j)  versterking van het vermogen van Europese netwerken om het recht, de beleidsdoelstellingen en de strategieën van de EU verder te ontwikkelen en te bevorderen;

k)  bevordering van de kennis van het programma en van de verspreiding en overdraagbaarheid van de resultaten ervan en bevordering van de bewustmaking van burgers, onder meer door het opzetten en ondersteunen van programmabureaus/een netwerk van nationale contactpunten.

k)  bevordering van de kennis van het programma en van de verspreiding en overdraagbaarheid van de resultaten ervan en bevordering van de bewustmaking van burgers, onder meer door het opzetten en ondersteunen van programmabureaus/een netwerk van nationale contactpunten.

 

k bis)  versterking van de capaciteit en onafhankelijkheid van maatschappelijke organisaties en mensenrechtenverdedigers op lokaal, regionaal, nationaal en transnationaal niveau die toezicht houden op de situatie van de rechtsstaat en de eerbiediging van de grondrechten in een lidstaat;

 

k ter)  nieuwe maatregelen ter bescherming van klokkenluiders, waaronder maatregelen om veilige kanalen op te zetten om binnen organisaties misstanden aan de kaak te stellen of deze aan overheidsinstanties of andere relevante organen te melden;

 

k quater)  nieuwe maatregelen ter bevordering en ondersteuning van de vrijheid en het pluralisme van de media, alsmede vergroting van de capaciteiten op het gebied van nieuwe uitdagingen, zoals nieuwe media en bestrijding van haatuitingen;

 

k quinquies)  ondersteuning van het vermogen van overheidsinstanties om hun transparantie en controleerbaarheid te verbeteren, en ondersteuning van maatschappelijke organisaties die zich bezighouden met de bevordering en monitoring van de transparantie en controleerbaarheid van die overheidsinstanties;

_________________

_________________

1 Deze activiteiten omvatten bijvoorbeeld het verzamelen van gegevens en statistieken; het ontwikkelen van gemeenschappelijke methoden en, in voorkomend geval, indicatoren of benchmarks; studies, onderzoeken, analyses en enquêtes; evaluaties; effectbeoordeling; het opstellen en publiceren van handleidingen, rapporten en educatief materiaal.

1 Deze activiteiten omvatten bijvoorbeeld het verzamelen van gegevens en statistieken; het ontwikkelen van gemeenschappelijke methoden en, in voorkomend geval, indicatoren of benchmarks; studies, onderzoeken, analyses en enquêtes; evaluaties; effectbeoordeling; het opstellen en publiceren van handleidingen, rapporten en educatief materiaal.

PROCEDURE VAN DE ADVISERENDE COMMISSIE

Titel

Vaststelling van het programma Rechten en waarden

Document- en procedurenummers

COM(2018)0383 – C8-0234/2018 – 2018/0207(COD)

Bevoegde commissie

       Datum bekendmaking

LIBE

14.6.2018

 

 

 

Advies uitgebracht door

       Datum bekendmaking

JURI

14.6.2018

Rapporteur voor advies

       Datum benoeming

Sylvia-Yvonne Kaufmann

9.7.2018

Datum goedkeuring

20.11.2018

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

19

2

3

Bij de eindstemming aanwezige leden

Max Andersson, Joëlle Bergeron, Jean-Marie Cavada, Kostas Chrysogonos, Mady Delvaux, Laura Ferrara, Lidia Joanna Geringer de Oedenberg, Sajjad Karim, Sylvia-Yvonne Kaufmann, Gilles Lebreton, António Marinho e Pinto, Emil Radev, Julia Reda, Evelyn Regner, Pavel Svoboda, József Szájer, Axel Voss, Francis Zammit Dimech, Tadeusz Zwiefka

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Geoffroy Didier, Pascal Durand, Jytte Guteland, Virginie Rozière, Kosma Złotowski

HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE ADVISERENDE COMMISSIE

19

+

ALDE

Jean-Marie Cavada, António Marinho e Pinto

EFDD

Laura Ferrara

GUE/NGL

Kostas Chrysogonos

PPE

Geoffroy Didier, Emil Radev, Pavel Svoboda, Axel Voss, Francis Zammit Dimech, Tadeusz Zwiefka

S&D

Mady Delvaux, Lidia Joanna Geringer de Oedenberg, Jytte Guteland, Sylvia-Yvonne Kaufmann, Evelyn Regner, Virginie Rozière

VERTS/ALE

Max Andersson, Pascal Durand, Julia Reda

2

-