Procedure : 2018/0199(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0470/2018

Ingediende teksten :

A8-0470/2018

Debatten :

PV 15/01/2019 - 21
CRE 15/01/2019 - 21

Stemmingen :

PV 16/01/2019 - 12.8
CRE 16/01/2019 - 12.8
Stemverklaringen
PV 26/03/2019 - 7.18
CRE 26/03/2019 - 7.18

Aangenomen teksten :

P8_TA(2019)0021
P8_TA(2019)0238

VERSLAG     ***I
PDF 1403kWORD 196k
17.12.2018
PE 626.663v02-00 A8-0470/2018

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende specifieke bepalingen voor de doelstelling "Europese territoriale samenwerking" (Interreg) ondersteund door het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling en financieringsinstrumenten voor extern optreden

(COM(2018) 374 final – C8-0229/2018 – 2018/0199(COD))

Commissie regionale ontwikkeling

Rapporteur: Pascal Arimont

Rapporteurs voor advies (*):

Fabio Massimo Castaldo, Commissie buitenlandse zaken

Eleni Theocharous, Commissie ontwikkelingssamenwerking

(*) Procedure met medeverantwoordelijke commissies – Artikel 54 van het Reglement

AMENDEMENTEN
ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 ADVIES van de Commissie buitenlandse zaken
 ADVIES van de Commissie ontwikkelingssamenwerking
 ADVIES van de Commissie begrotingscontrole
 ADVIES van de Commissie cultuur en onderwijs
 PROCEDURE VAN DE BEVOEGDE COMMISSIE
 HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende specifieke bepalingen voor de doelstelling "Europese territoriale samenwerking" (Interreg) ondersteund door het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling en financieringsinstrumenten voor extern optreden

(COM(2018) 374 final – C8-0229/2018 – 2018/0199(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2018) 374 final),

–  gezien artikel 294, lid 2, artikel 178, artikel 209, lid 1, artikel 212, lid 2, en artikel 349 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C8-0229/2018),

–  gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van ... (1),

–  gezien het advies van het Comité van de Regio's van ... (2),

–  gezien artikel 59 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie regionale ontwikkeling en de adviezen van de Commissie buitenlandse zaken, de Commissie ontwikkelingssamenwerking, de Commissie begrotingscontrole en de Commissie cultuur en onderwijs (A8-0470/2018),

1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.  verzoekt de Commissie om hernieuwde voorlegging aan het Parlement indien zij haar voorstel vervangt, ingrijpend wijzigt of voornemens is het ingrijpend te wijzigen;

3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

Amendement    1

Voorstel voor een verordening

Overweging 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(1)  Krachtens artikel 176 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) is het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO) bedoeld om een bijdrage te leveren aan het ongedaan maken van de belangrijkste regionale onevenwichtigheden in de Unie. Uit hoofde van dat artikel en artikel 174, tweede en derde alinea, VWEU moet het EFRO een bijdrage leveren om de verschillen tussen de ontwikkelingsniveaus van de onderscheiden regio's en de achterstand van de minst begunstigde regio's te verkleinen, waarbij bijzondere aandacht moet worden besteed aan bepaalde categorieën regio's, waaronder grensoverschrijdende regio's expliciet zijn vermeld.

(1)  Krachtens artikel 176 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) is het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO) bedoeld om een bijdrage te leveren aan het ongedaan maken van de belangrijkste regionale onevenwichtigheden in de Unie. Uit hoofde van dat artikel en artikel 174, tweede en derde alinea, VWEU moet het EFRO een bijdrage leveren om de verschillen tussen de ontwikkelingsniveaus van de onderscheiden regio's te verkleinen en de achterstand te verkleinen van de minst begunstigde regio's, plattelandsgebieden, de regio's die een industriële overgang doormaken, regio's met een geringe bevolkingsdichtheid en insulaire en berggebieden.

Amendement    2

Voorstel voor een verordening

Overweging 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(2)  In Verordening (EU) [nieuwe GB-verordening] van het Europees Parlement en de Raad21 zijn de gemeenschappelijke bepalingen voor het EFRO en enkele andere fondsen vastgelegd en in Verordening (EU) [nieuwe EFRO-verordening] van het Europees Parlement en de Raad22 zijn bepalingen betreffende de specifieke doelstellingen en het toepassingsgebied van EFRO-steun vastgelegd. Er moeten nu specifieke bepalingen worden vastgesteld betreffende de doelstelling "Europese territoriale samenwerking" (Interreg), in het kader waarvan een of meer lidstaten grensoverschrijdend samenwerken met het oog op effectieve programmering, met inbegrip van bepalingen over technische bijstand, toezicht, evaluatie, communicatie, subsidiabiliteit, beheer en controle, alsmede financieel beheer.

(2)  In Verordening (EU) [nieuwe GB-verordening] van het Europees Parlement en de Raad21 zijn de gemeenschappelijke bepalingen voor het EFRO en enkele andere fondsen vastgelegd en in Verordening (EU) [nieuwe EFRO-verordening] van het Europees Parlement en de Raad22 zijn bepalingen betreffende de specifieke doelstellingen en het toepassingsgebied van EFRO-steun vastgelegd. Er moeten nu specifieke bepalingen worden vastgesteld betreffende de doelstelling "Europese territoriale samenwerking" (Interreg), in het kader waarvan een of meer lidstaten en hun regio's grensoverschrijdend samenwerken met het oog op effectieve programmering, met inbegrip van bepalingen over technische bijstand, toezicht, evaluatie, communicatie, subsidiabiliteit, beheer en controle, alsmede financieel beheer.

_________________

_________________

21 [Referentie].

21 [Referentie].

22 [Referentie].

22 [Referentie].

Amendement    3

Voorstel voor een verordening

Overweging 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(3)  Teneinde de harmonieuze ontwikkeling van de Unie op verschillende niveaus te ondersteunen, moet het EFRO in het kader van de doelstelling "Europese territoriale samenwerking" (Interreg) steun verlenen voor grensoverschrijdende samenwerking, transnationale samenwerking, maritieme samenwerking, samenwerking tussen ultraperifere gebieden en interregionale samenwerking.

(3)  Teneinde een op samenwerking gebaseerde en harmonieuze ontwikkeling van de Unie op verschillende niveaus te ondersteunen en de bestaande verschillen te verkleinen, moet het EFRO in het kader van de doelstelling "Europese territoriale samenwerking" (Interreg) steun verlenen voor grensoverschrijdende samenwerking, transnationale samenwerking, maritieme samenwerking, samenwerking tussen ultraperifere gebieden en interregionale samenwerking. Bij dit proces moeten de beginselen inzake meerlagig bestuur en partnerschap in aanmerking worden genomen en moeten plaatsgebonden benaderingen worden versterkt.

Amendement    4

Voorstel voor een verordening

Overweging 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(3 bis)  De verschillende componenten van Interreg moeten bijdragen tot de verwezenlijking van de doelstellingen voor duurzame ontwikkeling, zoals beschreven in de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling die in september 2015 werd goedgekeurd.

Amendement    5

Voorstel voor een verordening

Overweging 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(4)  De component grensoverschrijdende samenwerking moet tot doel hebben gemeenschappelijke uitdagingen die in de grensregio's door de betrokkenen gezamenlijk zijn vastgesteld, aan te gaan en het onbenutte groeipotentieel in grensgebieden te exploiteren, zoals aangetoond in de mededeling van de Commissie "Groei en cohesie stimuleren in grensregio's van de EU"23 ("mededeling over grensregio's"). De grensoverschrijdende component moet derhalve worden beperkt tot samenwerking rond landgrenzen; grensoverschrijdende samenwerking rond zeegrenzen moet in de transnationale component worden opgenomen.

(4)  De component grensoverschrijdende samenwerking moet tot doel hebben gemeenschappelijke uitdagingen die in de grensregio's door de betrokkenen gezamenlijk zijn vastgesteld, aan te gaan en het onbenutte groeipotentieel in grensgebieden te exploiteren, zoals aangetoond in de mededeling van de Commissie "Groei en cohesie stimuleren in grensregio's van de EU"23 ("mededeling over grensregio's"). De grensoverschrijdende component moet derhalve samenwerking rond land- of zeegrenzen omvatten, zonder afbreuk te doen aan de nieuwe component voor samenwerking tussen ultraperifere gebieden.

__________________

__________________

23 Mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement, "Groei en cohesie stimuleren in grensregio's van de EU", COM(2017) 534 final/2 van 20.9.2017.

23 Mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement, "Groei en cohesie stimuleren in grensregio's van de EU", COM(2017) 534 final van 20.9.2017.

Amendement    6

Voorstel voor een verordening

Overweging 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(5)  De component grensoverschrijdende samenwerking heeft ook betrekking op samenwerking tussen een of meer lidstaten en een of meer landen of gebieden buiten de Unie. Het opnemen van interne en externe grensoverschrijdende samenwerking in het kader van deze verordening moet voor de programma-autoriteiten in de lidstaten en voor de autoriteiten van partners en begunstigden buiten de Unie tot een flinke vereenvoudiging en stroomlijning van de toepasselijke bepalingen leiden in vergelijking met de programmeringsperiode 2014-2020.

(5)  De component grensoverschrijdende samenwerking heeft ook betrekking op samenwerking tussen een of meer lidstaten of hun regio's, en een of meer landen of regio's, of andere gebieden buiten de Unie. Het opnemen van interne en externe grensoverschrijdende samenwerking in het kader van deze verordening moet voor de programma-autoriteiten in de lidstaten en voor de autoriteiten van partners en begunstigden buiten de Unie tot een flinke vereenvoudiging en stroomlijning van de toepasselijke bepalingen leiden in vergelijking met de programmeringsperiode 2014-2020.

Amendement    7

Voorstel voor een verordening

Overweging 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(6)  De component transnationale samenwerking en maritieme samenwerking moet tot doel hebben de samenwerking te versterken door middel van acties die bijdragen tot de geïntegreerde territoriale ontwikkeling in samenhang met de prioriteiten van het cohesiebeleid van de Unie, en moet tevens maritieme grensoverschrijdende samenwerking omvatten. Tijdens de programmeringsperiode 2014-2020 moest transnationale samenwerking grotere gebieden op het vasteland van de Unie bestrijken, terwijl maritieme samenwerking gebieden rond zeebekkens moest bestrijken en grensoverschrijdende samenwerking langs zeegrenzen moest integreren. Teneinde eerdere maritieme grensoverschrijdende samenwerking in een groter kader van maritieme samenwerking te kunnen blijven uitvoeren, is maximale flexibiliteit nodig, met name door het te bestrijken gebied, de specifieke doelstellingen voor een dergelijke samenwerking, de vereisten voor een projectpartnerschap vast te stellen en subprogramma's en specifieke directiecomités op te zetten.

(6)  De component transnationale samenwerking en maritieme samenwerking moet tot doel hebben de samenwerking te versterken door middel van acties die bijdragen tot de geïntegreerde territoriale ontwikkeling in samenhang met de prioriteiten van het cohesiebeleid van de Unie, met volledige inachtneming van het subsidiariteitsbeginsel. Transnationale samenwerking moet grotere transnationale gebieden bestrijken en, in voorkomend geval, gebieden rond zeebekkens die een grotere geografische reikwijdte hebben dan de gebieden die onder grensoverschrijdende programma's vallen.

Amendement    8

Voorstel voor een verordening

Overweging 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(7)  Op basis van de ervaringen met grensoverschrijdende en transnationale samenwerking in de ultraperifere gebieden tijdens de programmeringsperiode 2014-2020, waar de combinatie van beide componenten in één programma per samenwerkingsgebied voor programma-autoriteiten en begunstigden niet tot voldoende vereenvoudiging heeft geleid, moet een specifieke component ultraperifere gebieden worden vastgesteld om ultraperifere gebieden in staat te stellen zo doeltreffend en eenvoudig mogelijk met naburige landen en gebieden samen te werken.

(7)  Op basis van de ervaringen met grensoverschrijdende en transnationale samenwerking in de ultraperifere gebieden tijdens de programmeringsperiode 2014-2020, waar de combinatie van beide componenten in één programma per samenwerkingsgebied voor programma-autoriteiten en begunstigden niet tot voldoende vereenvoudiging heeft geleid, moet een specifieke aanvullende component ultraperifere gebieden worden vastgesteld om ultraperifere gebieden in staat te stellen zo doeltreffend en eenvoudig mogelijk samen te werken met derde landen, landen en gebieden overzee (LGO's) of organisaties voor regionale integratie en samenwerking, waarbij rekening wordt gehouden met hun specifieke kenmerken.

Amendement    9

Voorstel voor een verordening

Overweging 8

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(8)  Op basis van de ervaringen met de programma's voor interregionale samenwerking in het kader van Interreg en het gebrek aan dergelijke samenwerking bij programma's in het kader van de doelstelling "investeren in werkgelegenheid en groei" tijdens de programmeringsperiode 2014-2020, moet de component interregionale samenwerking met zich meer in het bijzonder richten op de verbetering van de effectiviteit van het cohesiebeleid. Die component moet derhalve tot twee programma's worden beperkt, één om alle mogelijke ervaringen, innovatieve benaderingswijzen en capaciteitsopbouw voor programma's in het kader van beide doelstellingen mogelijk te maken en om Europese groeperingen voor territoriale samenwerking (EGTS) te stimuleren die overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1082/2006/EG van het Europees Parlement en de Raad24 zijn of worden opgezet, en één om de analyse van ontwikkelingstrends te verbeteren. Projectgebaseerde samenwerking in de gehele Unie moet in de nieuwe component betreffende investeringen in interregionale innovatie worden opgenomen en moet nauw aansluiten bij de uitvoering van de mededeling van de Commissie "Versterking van innovatie in de Europese regio's: strategieën voor veerkrachtige, inclusieve en duurzame groei"25, met name om platforms voor thematische slimme specialisatie op gebieden als energie, industriële modernisering of landbouw en voedingsmiddelen. Geïntegreerde territoriale ontwikkeling gericht op functionele stedelijke gebieden of stedelijke gebieden moet ten slotte in programma's in het kader van de doelstelling "investeren in werkgelegenheid en groei" en in één begeleidend instrument, het "Stedelijk Europa-initiatief", worden geconcentreerd. De twee programma's in het kader van de component interregionale samenwerking moeten voor de gehele Unie gelden en ook openstaan voor de deelname van derde landen.

(8)  Op basis van de positieve ervaringen met de programma's voor interregionale samenwerking in het kader van Interreg enerzijds, en het gebrek aan dergelijke samenwerking bij programma's in het kader van de doelstelling "investeren in werkgelegenheid en groei" tijdens de programmeringsperiode 2014-2020 anderzijds, vormt interregionale samenwerking, door middel van de uitwisseling van ervaringen en capaciteitsontwikkeling voor programma's in het kader van beide doelstellingen (Europese territoriale samenwerking en investeren in werkgelegenheid en groei), tussen steden en regio's een belangrijke component met het oog op het vinden van gemeenschappelijke oplossingen in het kader van het cohesiebeleid en het opbouwen van blijvende partnerschappen. De bestaande programma's en met name de bevordering van projectgebaseerde samenwerking, met inbegrip van de bevordering van Europese groeperingen voor territoriale samenwerking (EGTS), evenals macroregionale strategieën moeten daarom worden voortgezet.

__________________

 

24 Verordening (EG) nr. 1082/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juli 2006 betreffende een Europese groepering voor territoriale samenwerking (EGTS) (PB L 210 van 31.7.2006, blz. 19).

 

25 Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's "Versterking van innovatie in de Europese regio's: strategieën voor veerkrachtige, inclusieve en duurzame groei", COM(2017) 376 final van 18.7.2017.

 

Amendement    10

Voorstel voor een verordening

Overweging 8 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(8 bis)  Het nieuwe initiatief inzake investeringen in interregionale innovatie moet worden gebaseerd op slimme specialisatie, en worden ingezet ter ondersteuning van platforms voor thematische slimme specialisatie op gebieden als energie, industriële modernisering, circulaire economie, sociale innovatie, milieu of landbouw- en voedingsmiddelen, en om degenen die bij strategieën voor slimme specialisatie betrokken zijn te helpen clusteren om innovatie op te schalen en innovatieve producten, processen en ecosystemen naar de Europese markt te brengen. Er zijn aanwijzingen dat nog steeds sprake is van systematische tekortkomingen in het stadium van het testen en valideren van de demonstratie van nieuwe technologieën (bv. sleuteltechnologieën), met name wanneer innovatie het resultaat is van de integratie van complementaire regionale specialisaties die innovatieve waardeketens creëren. Deze tekortkomingen zijn met name kritiek in het stadium tussen de proefprojecten en de volledige marktintroductie. Op sommige strategische technologische en industriële gebieden kunnen kmo's momenteel niet rekenen op een uitstekende en open, verbonden pan-Europese demonstratie-infrastructuur. De programma's in het kader van het initiatief voor interregionale samenwerking moeten de gehele Europese Unie bestrijken en moeten ook openstaan voor deelname van LGO's, derde landen, hun regio's, en organisaties voor regionale integratie en samenwerking, met inbegrip van de ultraperifere aangrenzende regio's. Synergieën tussen investeringen in interregionale innovatie en andere relevante EU-programma's zoals die in het kader van de Europese structuur- en investeringsfondsen, Horizon 2020, de digitale markt voor Europa en het programma voor de eengemaakte markt moeten worden bevorderd, aangezien zij de impact van investeringen zullen vergroten en ervoor zorgen dat de waarde voor burgers wordt verhoogd.

Amendement    11

Voorstel voor een verordening

Overweging 9

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(9)  Er moeten objectieve criteria worden vastgesteld om te bepalen welke regio's en gebieden subsidiabel zijn. De aanwijzing van subsidiabele regio's en gebieden op het niveau van de Unie moet daarom worden gebaseerd op de gemeenschappelijke indeling van de regio's die is vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 1059/2003 van het Europees Parlement en de Raad26.

(9)  Er moeten gemeenschappelijke objectieve criteria worden vastgesteld om te bepalen welke regio's en gebieden subsidiabel zijn. De aanwijzing van subsidiabele regio's en gebieden op het niveau van de Unie moet daarom worden gebaseerd op de gemeenschappelijke indeling van de regio's die is vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 1059/2003 van het Europees Parlement en de Raad26.

__________________

__________________

26 Verordening (EG) nr. 1059/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 26 mei 2003 betreffende de opstelling van een gemeenschappelijke nomenclatuur van territoriale eenheden voor de statistiek (NUTS) (PB L 154 van 21.6.2003, blz. 1).

26 Verordening (EG) nr. 1059/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 26 mei 2003 betreffende de opstelling van een gemeenschappelijke nomenclatuur van territoriale eenheden voor de statistiek (NUTS) (PB L 154 van 21.6.2003, blz. 1).

Amendement    12

Voorstel voor een verordening

Overweging 10

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(10)  Het is nodig samenwerking in alle mogelijke dimensies met de naburige derde landen van de Unie verder te ondersteunen of, waar nodig, tot stand te brengen, aangezien zulke samenwerking een belangrijke beleidsinstrument voor regionale ontwikkeling is en de regio's van de lidstaten die aan derde landen grenzen, daarvan profijt moeten trekken. Te dien einde moeten het EFRO en de financieringsinstrumenten voor extern optreden van de Unie, IPA27, NDICI28 en OCTP29, programma's ondersteunen in het kader van grensoverschrijdende samenwerking, transnationale samenwerking en maritieme samenwerking, samenwerking tussen ultraperifere gebieden en interregionale samenwerking. De steunverlening uit het EFRO en de financieringsinstrumenten voor extern optreden van de Unie moeten op wederkerigheid en evenredigheid zijn gebaseerd. Voor het IPA III-CBC en het NDICI-CBC moet de steunverlening uit het EFRO worden aangevuld met ten minste een gelijkwaardige bedrag uit het IPA III-CBC en het NDICI-CBC, tot een maximumbedrag als vastgesteld in de respectieve rechtshandeling, dat wil zeggen maximaal 3 % van de financiële toewijzing in het kader van het IPA III en maximaal 4 % van de financiële toewijzing in het kader van het geografische nabuurschapsprogramma uit hoofde van artikel 4, lid 2, onder a), van het NDICI.

(10)  Het is nodig samenwerking in alle mogelijke dimensies met de naburige derde landen van de Unie verder te ondersteunen of, waar nodig, tot stand te brengen, aangezien zulke samenwerking een belangrijk beleidsinstrument voor regionale ontwikkeling is en de regio's van de lidstaten die aan derde landen grenzen, daarvan profijt moeten trekken. Te dien einde moeten het EFRO en de financieringsinstrumenten voor extern optreden van de Unie, IPA27, NDICI28 en OCTP29, programma's ondersteunen in het kader van grensoverschrijdende samenwerking, transnationale samenwerking, samenwerking tussen ultraperifere gebieden en interregionale samenwerking. De steunverlening uit het EFRO en de financieringsinstrumenten voor extern optreden van de Unie moeten op wederkerigheid en evenredigheid zijn gebaseerd. Voor het IPA III-CBC en het NDICI-CBC moet de steunverlening uit het EFRO worden aangevuld met ten minste een gelijkwaardig bedrag uit het IPA III-CBC en het NDICI-CBC, tot een maximumbedrag als vastgesteld in de respectieve rechtshandeling.

__________________

__________________

27 Verordening (EU) XXX tot vaststelling van het instrument voor pretoetredingssteun (PB L xx van xx.xx.xxxx, blz. y).

27 Verordening (EU) XXX tot vaststelling van het instrument voor pretoetredingssteun (PB L xx van xx.xx.xxxx, blz. y).

28 Verordening (EU) XXX tot vaststelling van het instrument voor nabuurschapsbeleid, ontwikkeling en internationale samenwerking (PB L xx van xx.xx.xxxx, blz. y).

28 Verordening (EU) XXX tot vaststelling van het instrument voor nabuurschapsbeleid, ontwikkeling en internationale samenwerking (PB L xx van xx.xx.xxxx, blz. y).

29 Besluit (EU) XXX betreffende de associatie van de landen en gebieden overzee met de Europese Unie, met inbegrip van de betrekkingen tussen de Europese Unie, enerzijds, en Groenland en het Koninkrijk Denemarken, anderzijds (PB L xx van xx.xx.xxxx, blz. y).

29 Besluit (EU) XXX van de Raad betreffende de associatie van de landen en gebieden overzee met de Europese Unie, met inbegrip van de betrekkingen tussen de Europese Unie, enerzijds, en Groenland en het Koninkrijk Denemarken, anderzijds (PB L xx van xx.xx.xxxx, blz. y).

Amendement    13

Voorstel voor een verordening

Overweging 10 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(10 bis)  Er moet bijzondere aandacht worden geschonken aan regio's die nieuwe buitengrenzen van de Unie gaan vormen, teneinde voor de lopende samenwerkingsprogramma's voldoende continuïteit te waarborgen.

Amendement    14

Voorstel voor een verordening

Overweging 11

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(11)  Steunverlening uit het IPA III moet voornamelijk gericht zijn op het ondersteunen van begunstigden van het IPA bij de versterking van democratische instellingen en de rechtsstaat, de hervorming van justitie en het openbaar bestuur, de naleving van grondrechten en de bevordering van gendergelijkheid, tolerantie, sociale inclusie en non-discriminatie. IPA-steun moet gericht blijven op het ondersteunen van de inspanningen van de begunstigden van het IPA om de regionale, macroregionale en grensoverschrijdende samenwerking, alsmede de territoriale ontwikkeling te verbeteren, onder andere door het uitvoeren van macroregionale strategieën van de Unie. Daarnaast moet IPA-steun zich richten op veiligheid, migratie en grensbeheer, waarbij toegang tot internationale bescherming wordt gewaarborgd, relevante informatie wordt gedeeld, grenscontrole wordt versterkt en gezamenlijke inspanningen in de strijd tegen irreguliere migratie en migrantensmokkel worden geleverd.

(11)  Steunverlening uit het IPA III moet voornamelijk gericht zijn op het ondersteunen van begunstigden van het IPA bij de versterking van democratische instellingen en de rechtsstaat, de hervorming van justitie en het openbaar bestuur, de naleving van grondrechten en de bevordering van gendergelijkheid, tolerantie, sociale inclusie en non-discriminatie, evenals regionale en lokale ontwikkeling. IPA-steun moet gericht blijven op het ondersteunen van de inspanningen van de begunstigden van het IPA om de regionale, macroregionale en grensoverschrijdende samenwerking, alsmede de territoriale ontwikkeling te verbeteren, onder andere door het uitvoeren van macroregionale strategieën van de Unie. Daarnaast moet IPA-steun zich richten op veiligheid, migratie en grensbeheer, waarbij toegang tot internationale bescherming wordt gewaarborgd, relevante informatie wordt gedeeld, grenscontrole wordt versterkt en gezamenlijke inspanningen in de strijd tegen irreguliere migratie en migrantensmokkel worden geleverd.

Amendement    15

Voorstel voor een verordening

Overweging 12 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(12 bis)  Het ontwikkelen van synergieën met het externe optreden en de ontwikkelingsprogramma's van de Unie moet tevens bijdragen tot een maximaal effect waarbij het beginsel van beleidscoherentie voor ontwikkeling, zoals vastgelegd in artikel 208 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), wordt nageleefd. Coherentie op alle terreinen van het EU-beleid is van cruciaal belang voor de verwezenlijking van de doelstellingen voor duurzame ontwikkeling.

Amendement    16

Voorstel voor een verordening

Overweging 14

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(14)  Gezien de specifieke situatie van de ultraperifere gebieden in de Unie moeten maatregelen worden vastgesteld betreffende de voorwaarden waaronder deze regio's toegang tot de structuurfondsen kunnen krijgen. Derhalve moeten sommige bepalingen van deze verordening aan de specifieke kenmerken van de ultraperifere regio's worden aangepast om de samenwerking met hun buurlanden te vereenvoudigen en te bevorderen, waarbij rekening wordt gehouden met de mededeling van de Commissie "Een nieuw en sterker strategisch partnerschap met de ultraperifere gebieden van de EU"31.

(14)  Gezien de specifieke situatie van de ultraperifere gebieden in de Unie moeten maatregelen worden vastgesteld betreffende de verbetering van de voorwaarden waaronder deze regio's toegang tot de structuurfondsen kunnen krijgen. Derhalve moeten sommige bepalingen van deze verordening aan de specifieke kenmerken van de ultraperifere regio's worden aangepast om hun samenwerking met derde landen en LGO's te vereenvoudigen en te bevorderen, waarbij rekening wordt gehouden met de mededeling van de Commissie "Een nieuw en sterker strategisch partnerschap met de ultraperifere gebieden van de EU"31.

_________________

_________________

31 Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité, het Comité van de Regio's en de Europese Investeringsbank - Een nieuw en sterker strategisch partnerschap met de ultraperifere gebieden van de EU, COM(2017) 623 final van 24.10.2017.

31 Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité, het Comité van de Regio's en de Europese Investeringsbank - Een nieuw en sterker strategisch partnerschap met de ultraperifere gebieden van de EU, COM(2017) 623 final van 24.10.2017.

Amendement    17

Voorstel voor een verordening

Overweging 14 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(14 bis)  Deze verordening maakt het voor landen en gebieden overzee (LGO's) mogelijk om deel te nemen aan Interreg-programma's. De specifieke kenmerken en uitdagingen van de LGO's moeten in aanmerking worden genomen om hun daadwerkelijke toegang en deelname te vergemakkelijken.

Amendement    18

Voorstel voor een verordening

Overweging 15

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(15)  Het is nodig de middelen die aan elk van de verschillende componenten van Interreg moeten worden toegewezen, vast te stellen, met inbegrip van het aandeel van elke lidstaat in de totale bedragen voor de grensoverschrijdende samenwerking, de transnationale samenwerking en maritieme samenwerking, de samenwerking tussen ultraperifere gebieden en de interregionale samenwerking en de mogelijkheden voor de lidstaten, wat de flexibiliteit tussen deze componenten betreft. In vergelijking met de programmeringsperiode 2014-2020 moet het aandeel voor grensoverschrijdende samenwerking worden verminderd, terwijl het aandeel voor transnationale samenwerking en maritieme samenwerking wegens de integratie van maritieme samenwerking moet worden vergroot, en er moet een nieuwe component samenwerking tussen ultraperifere gebieden worden gecreëerd.

(15)  Het is nodig de middelen die aan elk van de verschillende componenten van Interreg moeten worden toegewezen, vast te stellen, met inbegrip van het aandeel van elke lidstaat in de totale bedragen voor de grensoverschrijdende samenwerking, de transnationale samenwerking, de samenwerking tussen ultraperifere gebieden en de interregionale samenwerking en de mogelijkheden voor de lidstaten, wat de flexibiliteit tussen deze componenten betreft. Vanwege de globalisering moet samenwerking die gericht is op de bevordering van investeringen in werkgelegenheid en groei en gezamenlijke investeringen met andere regio's, echter ook worden bepaald door de gemeenschappelijke kenmerken en ambities van de regio's en niet noodzakelijkerwijs door grenzen; daarom moeten voldoende aanvullende middelen ter beschikking worden gesteld van het nieuwe initiatief inzake investeringen in interregionale innovatie, teneinde te kunnen inspelen op de situatie op de wereldmarkt.

Amendement    19

Voorstel voor een verordening

Overweging 18

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(18)  In de context van de unieke en specifieke omstandigheden op het eiland Ierland en met het oog op de ondersteuning van de Noord-Zuid-samenwerking in het kader van het Goede Vrijdagakkoord, moet een nieuw grensoverschrijdend Peace-Plus-programma worden voortgezet en voortbouwen op de werkzaamheden van eerdere programma's van de aangrenzende graafschappen van Ierland en Noord-Ierland. Rekening houdend met het praktische belang van het programma, is het noodzakelijk om te waarborgen dat, wanneer het functioneert ter ondersteuning van vrede en verzoening, het EFRO ook bijdraagt tot de bevordering van sociale en economische stabiliteit in de betrokken regio's, met name door maatregelen ter bevordering van de samenhang tussen de gemeenschappen. Gezien de specifieke kenmerken van het programma moet het op een geïntegreerde manier worden beheerd, waarbij de bijdrage van het Verenigd Koninkrijk als externe bestemmingsontvangsten in het programma worden opgenomen. Bovendien mogen bepaalde voorschriften voor de selectie van concrete acties in deze verordening niet op dat programma van toepassing zijn voor wat betreft concrete acties ter ondersteuning van vrede en verzoening.

(18)  In de context van de unieke en specifieke omstandigheden op het eiland Ierland en met het oog op de ondersteuning van de Noord-Zuid-samenwerking in het kader van het Goede Vrijdagakkoord, moet een nieuw grensoverschrijdend Peace-Plus-programma worden voortgezet en voortbouwen op de werkzaamheden van eerdere programma's van de aangrenzende graafschappen van Ierland en Noord-Ierland. Rekening houdend met het praktische belang van het programma, is het noodzakelijk om te waarborgen dat, wanneer het functioneert ter ondersteuning van vrede en verzoening, het EFRO ook bijdraagt tot de bevordering van sociale, economische en regionale stabiliteit en samenwerking in de betrokken regio's, met name door maatregelen ter bevordering van de samenhang tussen de gemeenschappen. Gezien de specifieke kenmerken van het programma moet het op een geïntegreerde manier worden beheerd, waarbij de bijdrage van het Verenigd Koninkrijk als externe bestemmingsontvangsten in het programma worden opgenomen. Bovendien mogen bepaalde voorschriften voor de selectie van concrete acties in deze verordening niet op dat programma van toepassing zijn voor wat betreft concrete acties ter ondersteuning van vrede en verzoening.

Amendement    20

Voorstel voor een verordening

Overweging 20

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(20)  Het grootste gedeelte van de steun van de Unie moet aan een beperkt aantal beleidsdoelstellingen worden besteed om het effect van Interreg zo groot mogelijk te maken.

(20)  Het grootste gedeelte van de steun van de Unie moet aan een beperkt aantal beleidsdoelstellingen worden besteed om het effect van Interreg zo groot mogelijk te maken. Synergieën en complementariteit tussen de componenten van Interreg moeten worden versterkt.

Amendement    21

Voorstel voor een verordening

Overweging 21

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(21)  Bepalingen over de voorbereiding, goedkeuring en wijziging van Interreg-programma's, alsmede over territoriale ontwikkeling, over de selectie van concrete acties, over toezicht en evaluatie, over de programma-autoriteiten, over audit van concrete acties en over transparantie en communicatie moeten aan de specifieke kenmerken van de Interreg-programma's worden aangepast in vergelijking met de bepalingen van Verordening (EU) [nieuwe GB-verordening].

(21)  Bepalingen over de voorbereiding, goedkeuring en wijziging van Interreg-programma's, alsmede over territoriale ontwikkeling, over de selectie van concrete acties, over toezicht en evaluatie, over de programma-autoriteiten, over audit van concrete acties en over transparantie en communicatie moeten aan de specifieke kenmerken van de Interreg-programma's worden aangepast in vergelijking met de bepalingen van Verordening (EU) [nieuwe GB-verordening]. Deze specifieke bepalingen moeten eenvoudig en duidelijk worden gehouden om overregulering en extra administratieve lasten voor de lidstaten en de begunstigden te voorkomen.

Amendement    22

Voorstel voor een verordening

Overweging 22

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(22)  De bepalingen over de criteria die voor concrete acties gelden om als echt gezamenlijk en coöperatief te worden beschouwd, over het partnerschap binnen een concrete Interreg-actie en over de verplichtingen van de eerstverantwoordelijke partner, zoals tijdens de programmeringsperiode 2014-2020 vastgelegd, moeten worden voortgezet. Interreg-partners moeten echter in alle vier dimensies (ontwikkeling, uitvoering, personeelsvoorziening en financiering) samenwerken en in het kader van de samenwerking tussen ultraperifere gebieden drie van de vier, aangezien het eenvoudiger moet worden steun van het EFRO en van financieringsinstrumenten voor extern optreden van de Unie zowel op programmaniveau als op het niveau van een concrete actie te combineren.

(22)  De bepalingen over de criteria die voor concrete acties gelden om als echt gezamenlijk en coöperatief te worden beschouwd, over het partnerschap binnen een concrete Interreg-actie en over de verplichtingen van de eerstverantwoordelijke partner, zoals tijdens de programmeringsperiode 2014-2020 vastgelegd, moeten worden voortgezet. Interreg-partners moeten samenwerken inzake ontwikkeling en uitvoering evenals personeelsvoorziening of financiering, of beide, en in het kader van de samenwerking tussen ultraperifere gebieden in drie van de vier dimensies, aangezien het eenvoudiger moet worden steun van het EFRO en van financieringsinstrumenten voor extern optreden van de Unie zowel op programmaniveau als op het niveau van een concrete actie te combineren.

Amendement    23

Voorstel voor een verordening

Overweging 22 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(22 bis)  In programma's voor grensoverschrijdende samenwerking vormen people-to-people- en kleinschalige projecten een belangrijk en succesvol instrument om grensobstakels en grensoverschrijdende obstakels uit de weg te ruimen, lokale interpersoonlijke contacten te bevorderen en zo grensgebieden en hun burgers dichter bij elkaar te brengen. People-to-people- en kleinschalige projecten worden uitgevoerd op vele terreinen, waaronder cultuur, sport, toerisme, algemeen onderwijs en beroepsopleidingen, economie, wetenschap, milieubescherming en ecologie, gezondheidszorg, vervoer en projecten voor kleinschalige infrastructuur, administratieve samenwerking en publieksvoorlichting. Zoals ook blijkt uit het advies van het Comité van de Regio's over people-to-people- en kleinschalige projecten in programma's voor grensoverschrijdende samenwerking32, bieden people-to-people- en kleinschalige projecten een grote Europese toegevoegde waarde en dragen zij aanzienlijk bij tot de algemene doelstelling van programma's voor grensoverschrijdende samenwerking.

 

__________________

32 Advies van het Europees Comité van de Regio's over people-to-people- en kleinschalige projecten in programma's voor grensoverschrijdende samenwerking van 12 juli 2017 (PB C 342 van 12.10.2017, blz. 38).

Amendement    24

Voorstel voor een verordening

Overweging 23

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(23)  Sinds de start van Interreg zijn er fondsen voor kleinschalige projecten in het leven geroepen die niet onder specifieke bepalingen vielen; de voorschriften voor deze fondsen moeten worden verduidelijkt. Zoals ook blijkt uit het advies van het Comité van de Regio's over people-to-people- en kleinschalige projecten in programma's voor grensoverschrijdende samenwerking32, spelen dergelijke fondsen voor kleinschalige projecten een belangrijke rol bij het opbouwen van vertrouwen tussen burgers en instellingen, bieden zij een grote Europese toegevoegde waarde en dragen zij aanzienlijk bij tot de algemene doelstelling van programma's voor grensoverschrijdende samenwerking doordat belemmeringen voor grensoverschrijdende interactie worden overwonnen en grensgebieden en de bewoners ervan met elkaar geïntegreerd raken. Om het beheer van de financiering van kleine projecten door de eindontvangers, die vaak niet gewend zijn EU-financiering aan te vragen, te vereenvoudigen, moet onder een bepaalde drempel het gebruik van vereenvoudigde kostenopties en vaste bedragen verplicht worden gesteld.

(23)  Sinds de start van Interreg worden people-to-people- en kleinschalige projecten ondersteund via fondsen voor kleinschalige projecten of soortgelijke instrumenten die niet onder specifieke bepalingen vielen, zodat de voorschriften voor deze fondsen moeten worden verduidelijkt. Om de toegevoegde waarde en de voordelen van people-to-people- en kleinschalige projecten te behouden, ook met betrekking tot lokale en regionale ontwikkeling, en om het beheer van de financiering van kleine projecten door de eindontvangers, die vaak niet gewend zijn EU-financiering aan te vragen, te vereenvoudigen, moet onder een bepaalde drempel het gebruik van vereenvoudigde kostenopties en vaste bedragen verplicht worden gesteld.

__________________

 

32 Advies van het Europees Comité van de Regio's over people-to-people- en kleinschalige projecten in programma's voor grensoverschrijdende samenwerking van 12 juli 2017 (PB C 342 van 12.10.2017, blz. 38).

 

Amendement    25

Voorstel voor een verordening

Overweging 24

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(24)  Vanwege de deelneming van meer dan één lidstaat en de daaruit voortvloeiende hogere administratieve kosten, met name voor controles en vertalingen, moet het maximumbedrag van de uitgaven voor technische bijstand hoger zijn dan in het kader van de doelstelling "investeren in werkgelegenheid en groei". Ter compensatie van de hogere administratieve kosten moeten de lidstaten worden aangespoord om de administratieve lasten van de tenuitvoerlegging van gezamenlijke projecten waar mogelijk te verminderen. Bovendien moeten Interreg-programma's met beperkte steun van de Unie of programma's voor externe grensoverschrijdende samenwerking een bepaald minimumbedrag voor technische bijstand ontvangen om voldoende financiering voor doeltreffende activiteiten inzake technische bijstand te garanderen.

(24)  Vanwege de deelneming van meer dan één lidstaat en de daaruit voortvloeiende hogere administratieve kosten, onder meer voor de regionale contactpunten (of "steunpunten"), die dienstdoen als belangrijke contactpunten voor projectaanvragers en -uitvoerders en rechtstreeks in verbinding staan met de gezamenlijke secretariaten of de relevante autoriteiten, maar in het bijzonder ook voor controles en vertalingen, moet het maximumbedrag van de uitgaven voor technische bijstand hoger zijn dan in het kader van de doelstelling "investeren in werkgelegenheid en groei". Ter compensatie van de hogere administratieve kosten moeten de lidstaten worden aangespoord om de administratieve lasten van de tenuitvoerlegging van gezamenlijke projecten waar mogelijk te verminderen. Bovendien moeten Interreg-programma's met beperkte steun van de Unie of programma's voor externe grensoverschrijdende samenwerking een bepaald minimumbedrag voor technische bijstand ontvangen om voldoende financiering voor doeltreffende activiteiten inzake technische bijstand te garanderen.

Amendement    26

Voorstel voor een verordening

Overweging 25 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(25 bis)  De Commissie, lidstaten en regio's moeten bij het terugdringen van de administratieve lasten nauw samenwerken om de verbeterde evenredige regelingen voor het beheers- en controlesysteem voor een Interreg-programma in de zin van artikel 77 van Verordening (EU) [nieuwe GB-verordening] te kunnen benutten.

Amendement    27

Voorstel voor een verordening

Overweging 27

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(27)  De lidstaten moeten worden aangemoedigd om de taken van de beheersautoriteit toe te vertrouwen aan een EGTS of om een dergelijke groepering, net als andere grensoverschrijdende juridische entiteiten, verantwoordelijk te stellen voor het beheer van een subprogramma, een geïntegreerde territoriale investering of een of meer fondsen voor kleinschalige projecten of als enige partner te laten optreden.

(27)  De lidstaten moeten in voorkomend geval de taken van de beheersautoriteit overdragen aan een nieuwe of, indien van toepassing, bestaande EGTS of een dergelijke groepering, net als andere grensoverschrijdende juridische entiteiten, verantwoordelijk stellen voor het beheer van een subprogramma of een geïntegreerde territoriale investering of als enige partner laten optreden. De lidstaten moeten regionale en lokale autoriteiten en andere overheidsinstanties van verschillende lidstaten in staat stellen om dergelijke groeperingen voor samenwerking met rechtspersoonlijkheid op te zetten en moeten lokale en regionale autoriteiten bij de werking daarvan betrekken.

Amendement    28

Voorstel voor een verordening

Overweging 28

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(28)  Om de voor de programmeringsperiode 2014-2020 ingestelde betalingsketen voort te zetten, d.w.z. van de Commissie via de certificeringsautoriteit naar de eerstverantwoordelijke partner, moet die betalingsketen onder de boekhoudfunctie worden voortgezet. De steun van de Unie moet aan de eerstverantwoordelijke partner worden betaald, tenzij dit tussen de eerstverantwoordelijke en de andere partners tot dubbele vergoedingen voor omzetting naar euro en terug naar een andere valuta of omgekeerd leidt.

(28)  Om de voor de programmeringsperiode 2014-2020 ingestelde betalingsketen voort te zetten, d.w.z. van de Commissie via de certificeringsautoriteit naar de eerstverantwoordelijke partner, moet die betalingsketen onder de boekhoudfunctie worden voortgezet. De steun van de Unie moet aan de eerstverantwoordelijke partner worden betaald, tenzij dit tussen de eerstverantwoordelijke en de andere partners tot dubbele vergoedingen voor omzetting naar euro en terug naar een andere valuta of omgekeerd leidt. Tenzij anders aangegeven, moet de eerstverantwoordelijke partner ervoor zorgen dat de andere partners het totale bedrag van de bijdragen van het respectieve EU-fonds integraal ontvangen binnen de door alle partners overeengekomen termijn en volgens dezelfde procedure als die welke voor de eerstverantwoordelijke partner geldt.

Amendement    29

Voorstel voor een verordening

Overweging 29

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(29)  Uit hoofde van artikel [63, lid 9,] van Verordening (EU, Euratom) [FR-Omnibus] moet in sectorspecifieke regelgeving rekening worden gehouden met de behoeften van de programma's voor Europese territoriale samenwerking (Interreg), met name wat betreft de auditfunctie. De bepalingen over het jaarlijks auditoordeel, het jaarlijkse controleverslag en de audits van concrete acties moeten derhalve worden vereenvoudigd en worden aangepast aan die programma's waarbij meer dan één lidstaat is betrokken.

(Niet van toepassing op de Nederlandse versie)  

Amendement    30

Voorstel voor een verordening

Overweging 30

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(30)  Met betrekking tot de terugvordering wegens onregelmatigheden moet een duidelijke keten van financiële aansprakelijkheid worden vastgesteld van de enige of andere partners via de eerstverantwoordelijke partner en de beheersautoriteit naar de Commissie. Er moet een bepaling worden opgenomen betreffende de aansprakelijkheid van lidstaten, derde landen, partnerlanden of landen en gebieden overzee (LGO's), wanneer terugvordering van de enige of andere of eerstverantwoordelijke partner niet mogelijk is, in de zin dat de lidstaat dan aan de beheersautoriteit terugbetaald. In het kader van Interreg-programma's is derhalve geen ruimte voor oninbare bedragen op het niveau van begunstigden. De voorschriften moeten echter worden verduidelijkt voor het geval dat een lidstaat, derde land, partnerland of LGO niet aan de beheersautoriteit terugbetaald. Ook de verplichtingen van de eerstverantwoordelijke partner voor terugbetaling moeten worden verduidelijkt. De beheersautoriteit mag met name de eerstverantwoordelijke partner er niet toe verplichten in de ander land een gerechtelijke procedure te starten.

(30)  Met betrekking tot de terugvordering wegens onregelmatigheden moet een duidelijke keten van financiële aansprakelijkheid worden vastgesteld van de enige of andere partners via de eerstverantwoordelijke partner en de beheersautoriteit naar de Commissie. Er moet een bepaling worden opgenomen betreffende de aansprakelijkheid van lidstaten, derde landen, partnerlanden of landen en gebieden overzee (LGO's), wanneer terugvordering van de enige of andere of eerstverantwoordelijke partner niet mogelijk is, in de zin dat de lidstaat dan aan de beheersautoriteit terugbetaalt. In het kader van Interreg-programma's is derhalve geen ruimte voor oninbare bedragen op het niveau van begunstigden. De voorschriften moeten echter worden verduidelijkt voor het geval dat een lidstaat, derde land, partnerland of LGO niet aan de beheersautoriteit terugbetaalt. Ook de verplichtingen van de eerstverantwoordelijke partner voor terugbetaling moeten worden verduidelijkt. Bovendien moeten de procedures in verband met terugvorderingen worden vastgesteld en overeengekomen door het toezichtcomité. De beheersautoriteit mag de eerstverantwoordelijke partner er echter niet toe verplichten in een ander land een gerechtelijke procedure te starten.

Amendement    31

Voorstel voor een verordening

Overweging 30 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(30 bis)  Het is passend om financiële discipline aan te moedigen. Tegelijkertijd moet bij regelingen voor de vrijmaking van begrotingsvastleggingen rekening worden gehouden met de complexiteit van Interreg-programma's en de tenuitvoerlegging ervan.

Amendement    32

Voorstel voor een verordening

Overweging 32

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(32)  Hoewel Interreg-programma's waarin derde landen, partnerlanden of LGO's deelnemen, in gedeeld beheer moeten worden uitgevoerd, mag samenwerking tussen ultraperifere gebieden in indirect beheer worden uitgevoerd. Er moeten specifieke voorschriften worden opgesteld over hoe die programma's geheel of gedeeltelijk in indirect beheer moeten worden uitgevoerd.

(Niet van toepassing op de Nederlandse versie)  

Amendement    33

Voorstel voor een verordening

Overweging 35

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(35)  Om eenvormige voorwaarden voor de vaststelling of wijziging van Interreg-programma's te waarborgen, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend. Programma's voor externe grensoverschrijdende samenwerking moeten echter, indien van toepassing, voldoen aan de comitéprocedures die in de Verordeningen (EU) [IPA III] en (EU) [NDICI] zijn vastgelegd betreffende het eerste goedkeuringsbesluit van die programma's.

(35)  Om eenvormige voorwaarden voor de vaststelling of wijziging van Interreg-programma's te waarborgen, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend. Indien van toepassing moeten programma's voor externe grensoverschrijdende samenwerking echter voldoen aan de comitéprocedures die in de Verordeningen (EU) [IPA III] en (EU) [NDICI] zijn vastgelegd betreffende het eerste goedkeuringsbesluit van die programma's.

Amendement    34

Voorstel voor een verordening

Overweging 36 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(36 bis)  Het bevorderen van Europese territoriale samenwerking is een belangrijke prioriteit van het cohesiebeleid van de Unie. Steun aan kmo's ten behoeve van kosten die bij projecten voor Europese territoriale samenwerking worden gemaakt, is reeds vrijgesteld op grond van Verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie1 bis (algemene groepsvrijstellingsverordening (AGVV)). Bijzondere bepalingen voor regionale steun voor investeringen door zowel kleine als grote ondernemingen zijn ook opgenomen in de richtsnoeren inzake regionale steunmaatregelen 2014-20202 bis en in het deel regionale steun van de algemene groepsvrijstellingsverordening. De opgedane ervaring leert dat steun voor projecten voor Europese territoriale samenwerking doorgaans slechts beperkte gevolgen heeft voor de concurrentie en het handelsverkeer tussen de lidstaten, zodat de Commissie dergelijke steun verenigbaar kan verklaren met de interne markt en de verstrekte financiering voor projecten voor Europese territoriale samenwerking vrijgesteld kan worden.

 

_____________________

 

1 bis Verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PB L 187 van 26.6.2014, blz. 1).

2 bis Richtsnoeren inzake regionale steunmaatregelen 2014-2020 (PB C 209 van 23.7.2013, blz. 1).

Amendement    35

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Bij deze verordening worden regels vastgesteld voor de doelstelling "Europese territoriale samenwerking (Interreg)" met het oog op de bevordering van de samenwerking tussen de lidstaten binnen de Unie en tussen lidstaten en respectievelijk aangrenzende derde landen, partnerlanden, andere gebieden of landen en gebieden overzee (LGO's).

1.  Bij deze verordening worden regels vastgesteld voor de doelstelling "Europese territoriale samenwerking (Interreg)" met het oog op de bevordering van de samenwerking tussen de lidstaten en hun regio's binnen de Unie en tussen lidstaten, hun regio's en respectievelijk derde landen, partnerlanden, andere gebieden of landen en gebieden overzee (LGO's), of organisaties voor regionale integratie en samenwerking, of een groep van derde landen die deel uitmaken van een regionale organisatie.

Amendement    36

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – punt 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4)  "grensoverschrijdende juridische entiteit": een juridische entiteit die is opgericht naar het recht van een van de deelnemende landen aan een Interreg-programma, mits deze is opgezet door de territoriale autoriteiten of andere instanties uit ten minste twee deelnemende landen.

4)  "grensoverschrijdende juridische entiteit": een juridische entiteit, met inbegrip van een Euroregio, die is opgericht naar het recht van een van de deelnemende landen aan een Interreg-programma, mits deze is opgezet door de territoriale autoriteiten of andere instanties uit ten minste twee deelnemende landen.

Amendement    37

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1– punt 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4 bis)  "organisatie voor regionale integratie en samenwerking": groep lidstaten of regio's in eenzelfde geografisch gebied die gericht is op nauwe samenwerking inzake kwesties van gemeenschappelijk belang.

Amendement    38

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – punt 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1)  grensoverschrijdende samenwerking tussen aan elkaar grenzende regio's ter bevordering van de geïntegreerde regionale ontwikkeling (component 1):

1)  grensoverschrijdende samenwerking tussen aan elkaar grenzende regio's ter bevordering van geïntegreerde en harmonieuze regionale ontwikkeling (component 1):

Amendement    39

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – punt 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  interne grensoverschrijdende samenwerking tussen aan land aan elkaar grenzende regio's van twee of meer lidstaten of tussen aan land aan elkaar grenzende regio's van ten minste één lidstaat en één of meer derde landen die zijn vermeld in artikel 4, lid 3; of

a)  interne grensoverschrijdende samenwerking tussen aan land of via de zee aan elkaar grenzende regio's van twee of meer lidstaten of tussen aan land of via de zee aan elkaar grenzende regio's van ten minste één lidstaat en één of meer derde landen die zijn vermeld in artikel 4, lid 3; of

Amendement    40

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – punt 1 – letter b – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  externe grensoverschrijdende samenwerking tussen aan land aan elkaar grenzende regio's van ten minste één lidstaat en één of meer van de volgende:

b)  externe grensoverschrijdende samenwerking tussen aan land of via de zee aan elkaar grenzende regio's van ten minste één lidstaat en één of meer van de volgende:

Amendement    41

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – punt 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2)  transnationale samenwerking en maritieme samenwerking over grotere transnationale gebieden of rond zeebekkens, waarbij lokale, regionale en nationale programmapartners in de lidstaten, derde landen, partnerlanden en Groenland betrokken zijn, met het oog op een hogere mate van territoriale integratie ("component 2"; wanneer enkel naar transnationale samenwerking wordt verwezen: "component 2A"; wanneer enkel naar maritieme samenwerking wordt verwezen: "component 2B";

2)  transnationale samenwerking over grotere transnationale gebieden of rond zeebekkens, waarbij lokale, regionale en nationale programmapartners in de lidstaten, derde landen, partnerlanden en LGO's betrokken zijn, met het oog op een hogere mate van territoriale integratie ("component 2");

Amendement    42

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – punt 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3)  onderlinge samenwerking tussen ultraperifere gebieden onderling en met een of meer van hun naburige derde landen, partnerlanden of LGO's, om hun regionale integratie in de regio te vergemakkelijken ("component 3");

3)  onderlinge samenwerking tussen ultraperifere gebieden onderling en met een of meer van hun naburige derde landen, partnerlanden of LGO's of organisaties voor regionale integratie en samenwerking, om hun regionale integratie en harmonieuze ontwikkeling in de regio te vergemakkelijken ("component 3");

Amendement    43

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – punt 4 – letter a – punt i bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

i bis)  de uitvoering van gemeenschappelijke interregionale ontwikkelingsprojecten;

Amendement    44

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – punt 4 – letter a – letter i ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

i ter)  capaciteitsontwikkeling tussen partners in de gehele Unie in samenhang met:

Amendement    45

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – punt 4 – letter a – punt ii bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

ii bis)  de vaststelling en verspreiding van goede praktijken teneinde deze vooral over te dragen naar operationele programma's in het kader van de doelstelling "investeren in werkgelegenheid en groei";

Amendement    46

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – punt 4 – letter a – letter ii ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

ii ter)  de uitwisseling van ervaringen betreffende de vaststelling, de overdracht en de verspreiding van beste praktijken inzake duurzame stedelijke ontwikkeling, met inbegrip van onderlinge banden tussen stedelijke en plattelandsgebieden;

Amendement    47

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – punt 4 – letter a – punt iii bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

iii bis)  de opzet, de werking en het gebruik van het Europees grensoverschrijdend mechanisme als bedoeld in Verordening (EU) [nieuw Europees grensoverschrijdend mechanisme];

Amendement    48

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – punt 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5)  investeringen in interregionale innovatie door commercialisering en opschaling van interregionale innovatieve projecten met het potentieel om de ontwikkeling van Europese waardeketens te stimuleren ("component 5").

Schrappen

Amendement    49

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Voor grensoverschrijdende samenwerking zijn de door het EFRO te steunen regio's de regio's van NUTS-niveau 3 van de Unie aan alle interne en externe landgrenzen met derde landen of partnerlanden.

1.  Voor grensoverschrijdende samenwerking zijn de door het EFRO te steunen regio's de regio's van NUTS-niveau 3 van de Unie aan alle interne en externe land- of zeegrenzen met derde landen of partnerlanden, behoudens eventuele aanpassingen om te zorgen voor de samenhang en continuïteit van gebieden van samenwerkingsprogramma's die voor de programmeringsperiode 2014-2020 zijn vastgesteld.

Amendement    50

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Regio's aan maritieme grenzen die door middel van een vaste verbinding over de zee verbonden zijn, worden ook ondersteund in het kader van grensoverschrijdende samenwerking.

Schrappen

Amendement    51

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Interne programma's voor grensoverschrijdende samenwerking in het kader van Interreg kunnen regio's in Noorwegen, Zwitserland en het Verenigd Koninkrijk omvatten, die gelijkwaardig zijn aan regio's van NUTS-niveau 3, alsook Liechtenstein, Andorra en Monaco.

3.  Interne programma's voor grensoverschrijdende samenwerking in het kader van Interreg kunnen regio's in Noorwegen, Zwitserland en het Verenigd Koninkrijk omvatten, die gelijkwaardig zijn aan regio's van NUTS-niveau 3, alsook Liechtenstein, Andorra, Monaco en San Marino.

Amendement    52

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Voor grensoverschrijdende samenwerking zijn de door het IPA III of NDICI te steunen regio's de regio's van NUTS-niveau 3 van het betrokken partnerland of, indien er geen NUTS-classificatie is, daarmee vergelijkbare gebieden aan alle landgrenzen tussen lidstaten en partnerlanden die in het kader van IPA III of NDICI in aanmerking komen.

4.  Voor grensoverschrijdende samenwerking zijn de door het IPA III of NDICI te steunen regio's de regio's van NUTS-niveau 3 van het betrokken partnerland of, indien er geen NUTS-classificatie is, daarmee vergelijkbare gebieden aan alle land- of zeegrenzen tussen lidstaten en partnerlanden die in het kader van IPA III of NDICI in aanmerking komen.

Amendement    53

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5  Geografische dekking voor transnationale samenwerking en maritieme samenwerking

Geografische dekking voor transnationale samenwerking

Amendement    54

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Voor transnationale samenwerking en de samenwerking op maritiem gebied, zijn de door het EFRO te ondersteunen regio's de regio's van NUTS-niveau 2 van de Unie die aangrenzende functionele gebieden bestrijken, indien van toepassing rekening houdend met macroregionale strategieën of zeegebiedstrategieën.

1.  Voor transnationale samenwerking zijn de door het EFRO te ondersteunen regio's de regio's van NUTS-niveau 2 van de Unie die aangrenzende functionele gebieden bestrijken, behoudens eventuele aanpassingen om te zorgen voor de samenhang en continuïteit van deze samenwerking in grotere coherente gebieden op basis van de programma's die voor de programmeringsperiode 2014-2020 zijn vastgesteld, en indien van toepassing rekening houdend met macroregionale strategieën of zeegebiedstrategieën.

Amendement    55

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – lid 2 – alinea 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Interreg-programma's voor transnationale samenwerking en maritieme samenwerking kunnen de volgende landen of gebieden omvatten:

Interreg-programma's voor transnationale samenwerking kunnen de volgende landen of gebieden omvatten:

Amendement    56

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – lid 2 – alinea 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  Groenland;

b)  de LGO's die steun ontvangen in het kader van het LGO-programma;

Amendement    57

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De in lid 2 genoemde regio's, derde landen of partnerlanden zijn regio's van NUTS-niveau 2 of, indien er geen NUTS-classificatie is, daarmee vergelijkbare gebieden.

3.  De in lid 2 genoemde regio's, derde landen, partnerlanden of LGO's zijn regio's van NUTS-niveau 2 of, indien er geen NUTS-classificatie is, daarmee vergelijkbare gebieden.

Amendement    58

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De Interreg-programma's voor ultraperifere regio's kunnen door het NDICI ondersteunde aangrenzende partnerlanden en/of door het OCTP ondersteunde LGO's bestrijken.

2.  De Interreg-programma's voor ultraperifere regio's kunnen door het NDICI ondersteunde partnerlanden bestrijken, door het OCTP ondersteunde LGO's, organisaties voor regionale samenwerking, of een combinatie van twee ervan of alle drie.

Amendement    59

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Geografische dekking voor interregionale samenwerking en investeringen in interregionale innovatie

Geografische dekking voor interregionale samenwerking

Amendement    60

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Voor Interreg-programma's van component 4 of voor investeringen in interregionale innovatie in het kader van component 5 wordt het gehele grondgebied van de Unie ondersteund door het EFRO.

1.  Voor Interreg-programma's van component 4 wordt het gehele grondgebied van de Unie ondersteund door het EFRO, met inbegrip van de ultraperifere gebieden.

Amendement    61

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Interreg-programma's van component 4 kunnen het geheel of een deel van de in de artikelen 4, 5 en 6 bedoelde derde landen, partnerlanden, andere gebieden of LGO's bestrijken, ongeacht of zij worden ondersteund door de financieringsinstrumenten voor extern optreden van de Unie.

2.  Interreg-programma's van component 4 kunnen het geheel of een deel van de in de artikelen 4, 5 en 6 bedoelde derde landen, partnerlanden, andere gebieden of LGO's bestrijken, ongeacht of zij worden ondersteund door de financieringsinstrumenten voor extern optreden van de Unie. Derde landen mogen aan deze programma's deelnemen, op voorwaarde dat zij een financiële bijdrage leveren in de vorm van externe bestemmingsontvangsten.

Amendement    62

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De in lid 1 bedoelde uitvoeringshandeling bevat ook een lijst waarin de regio's van NUTS-niveau 3 van de Unie zijn vermeld die in aanmerking zijn genomen voor de EFRO-toewijzing voor grensoverschrijdende samenwerking aan alle binnengrenzen en aan alle buitengrenzen die onder de financieringsinstrumenten voor extern optreden van de Unie vallen, alsmede een lijst met deze regio's van NUTS-niveau 3 die in aanmerking zijn genomen voor toewijzingsdoeleinden in het kader van component 2B als bedoeld in artikel 9, lid 3, onder a).

2.  De in lid 1 bedoelde uitvoeringshandeling bevat ook een lijst waarin de regio's van NUTS-niveau 3 van de Unie zijn vermeld die in aanmerking zijn genomen voor de EFRO-toewijzing voor grensoverschrijdende samenwerking aan alle binnengrenzen en aan alle buitengrenzen die onder de financieringsinstrumenten voor extern optreden van de Unie vallen.

Amendement    63

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Regio's van derde landen of landen of gebieden buiten de Europese Unie die geen steun ontvangen uit het EFRO of een financieringsinstrument voor extern optreden van de Unie, moeten eveneens worden vermeld in de in lid 1 bedoelde lijst.

(Niet van toepassing op de Nederlandse versie)  

Amendement    64

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De EFRO-middelen voor de doelstelling "Europese territoriale samenwerking (Interreg)" bedragen 8 430 000 000 EUR van de totale middelen die beschikbaar zijn voor vastleggingen in de begroting uit het EFRO, het ESF+ en het Cohesiefonds voor de programmeringsperiode 2021-2027 en die vermeld zijn in artikel [102, lid 1,] van Verordening (EU) [nieuwe GB-verordening].

1.  De middelen voor de doelstelling "Europese territoriale samenwerking (Interreg)" bedragen 11 165 910 000 EUR (prijzen 2018) van de totale middelen die beschikbaar zijn voor vastleggingen in de begroting uit het EFRO, het ESF+ en het Cohesiefonds voor de programmeringsperiode 2021-2027 en die vermeld zijn in artikel [103, lid 1,] van Verordening (EU) [nieuwe GB-verordening].

Amendement    65

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 2 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De in lid 1 bedoelde middelen worden als volgt toegewezen:

2.  10 195 910 000 EUR (91,31 %) van de in lid 1 bedoelde middelen wordt als volgt toegewezen:

Amendement    66

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 2 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  52,7 % (d.w.z. in totaal 4 440 000 000 EUR) voor grensoverschrijdende samenwerking (component 1);

a)  7 500 000 000 EUR (67,16 %) voor grensoverschrijdende samenwerking (component 1);

Amendement    67

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 2 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  31,4 % (d.w.z. in totaal 2 649 900 000 EUR) voor transnationale samenwerking en maritieme samenwerking (component 2);

b)  1 973 600 880 EUR (17,68 %) voor transnationale samenwerking (component 2);

Amendement    68

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 2 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)  3,2 % (d.w.z. in totaal 270 100 000 EUR) voor samenwerking tussen ultraperifere gebieden (component 3);

c)  357 309 120 EUR (3,2 %) voor samenwerking tussen ultraperifere gebieden (component 3);

Amendement    69

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 2 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

d)  1,2 % (d.w.z. in totaal 100 000 000 EUR) voor interregionale samenwerking (component 4);

d)  365 000 000 EUR (3,27 %) voor interregionale samenwerking (component 4);

Amendement    70

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 2 – letter e

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

e)  11,5 % (d.w.z. in totaal 970 000 000 EUR) voor investeringen in interregionale innovatie (component 5).

Schrappen

Amendement    71

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 3 – alinea 2 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  regio's van NUTS-niveau 3 voor component 1 en de regio's van NUTS-niveau 3 als bedoeld in artikel 8, lid 2, van de uitvoeringshandeling voor component 2B;

a)  regio's van NUTS-niveau 3 voor component 1 die zijn vermeld in de uitvoeringshandeling als bedoeld in artikel 8, lid 2;

Amendement    72

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 3 – alinea 2 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  regio's van NUTS-niveau 2 voor de componenten 2A en 3.

b)  regio's van NUTS-niveau 2 voor component 2.

Amendement    73

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 3 – alinea 2 – letter b bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

b bis)  regio's van NUTS-niveau 2 en 3 voor component 3.

Amendement    74

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 5 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

5 bis.  970 000 000 EUR (8,69 %) van de in lid 1 bedoelde middelen wordt toegewezen aan het nieuwe initiatief inzake investeringen in interregionale innovatie als bedoeld in artikel 15 bis (nieuw).

 

Indien de Commissie op 31 december 2026 niet alle in lid 1 bedoelde beschikbare middelen voor in het kader van dat initiatief geselecteerde projecten heeft vastgelegd, worden de resterende niet-vastgelegde saldi naar evenredigheid herverdeeld over de componenten 1 tot en met 4.

Amendement    75

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 3 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Er wordt steun uit het EFRO verleend aan individuele externe grensoverschrijdend Interreg-programma's op voorwaarde dat het IPA III CBC en het NDICI CBC ten minste gelijkwaardige bedragen verstrekken in het kader van het relevante strategische programmeringsdocument. Voor deze gelijkwaardigheid geldt een maximumbedrag dat is vastgesteld in de IPA III-wetgevingshandeling of de NDICI-wetgevingshandeling.

Er wordt steun uit het EFRO verleend aan individuele externe grensoverschrijdende Interreg-programma's op voorwaarde dat het IPA III CBC en het NDICI CBC ten minste gelijkwaardige bedragen verstrekken in het kader van het relevante strategische programmeringsdocument. Voor deze bijdrage geldt een maximumbedrag dat is vastgesteld in de IPA III-wetgevingshandeling of de NDICI-wetgevingshandeling.

Amendement    76

Voorstel voor een verordening

Artikel 12 – lid 3 – alinea 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  het Interreg-programma niet kan worden uitgevoerd als gepland omdat zich tussen de deelnemende landen problemen hebben voorgedaan.

b)  in naar behoren gemotiveerde gevallen, wanneer het Interreg-programma niet kan worden uitgevoerd als gepland omdat zich tussen de deelnemende landen problemen hebben voorgedaan.

Amendement    77

Voorstel voor een verordening

Artikel 12 – lid 4 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Wat een reeds door de Commissie goedgekeurd Interreg-programma van component 2 betreft, wordt de deelname van een partnerland of van Groenland beëindigd, indien zich een van de situaties als bedoeld in lid 3, eerste alinea, onder a) en b), voordoet.

Wat een reeds door de Commissie goedgekeurd Interreg-programma van component 2 betreft, wordt de deelname van een partnerland of van een LGO beëindigd, indien zich een van de situaties als bedoeld in lid 3, eerste alinea, onder a) en b), voordoet.

Amendement    78

Voorstel voor een verordening

Artikel 12 – lid 4 – alinea 2 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  dat het Interreg-programma in zijn geheel wordt beëindigd, met name wanneer de belangrijkste gezamenlijke ontwikkelingsproblemen ervan niet kunnen worden verwezenlijkt zonder de deelname van die partner of Groenland;

a)  dat het Interreg-programma in zijn geheel wordt beëindigd, met name wanneer de belangrijkste gezamenlijke ontwikkelingsproblemen ervan niet kunnen worden verwezenlijkt zonder de deelname van die partner of dat LGO;

Amendement    79

Voorstel voor een verordening

Artikel 12 – lid 4 – alinea 2 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)  dat het Interreg-programma doorgaat zonder de deelname van het betrokken partnerland of van Groenland.

c)  dat het Interreg-programma doorgaat zonder de deelname van het betrokken partnerland of een LGO.

Amendement    80

Voorstel voor een verordening

Artikel 12 – lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.  Wanneer een derde land of een partnerland dat met nationale middelen bijdraagt aan een Interreg-programma, waarbij het niet gaat om de nationale medefinanciering van steun uit het EFRO of uit een financieringsinstrument voor extern optreden van de Unie, deze bijdrage vermindert tijdens de uitvoering van het Interreg-programma, hetzij in het algemeen of in verband met gezamenlijke concrete acties die reeds zijn geselecteerd en na ontvangst van het document zoals bedoeld in artikel 22, lid 6, verzoeken de deelnemende lidstaat of lidstaten om één van de in lid 4, tweede alinea, vermelde opties.

6.  Wanneer een derde land, partnerland of LGO dat met nationale middelen bijdraagt aan een Interreg-programma, waarbij het niet gaat om de nationale medefinanciering van steun uit het EFRO of uit een financieringsinstrument voor extern optreden van de Unie, deze bijdrage vermindert tijdens de uitvoering van het Interreg-programma, hetzij in het algemeen of in verband met gezamenlijke concrete acties die reeds zijn geselecteerd en na ontvangst van het document zoals bedoeld in artikel 22, lid 6, verzoeken de deelnemende lidstaat of lidstaten om één van de in lid 4, tweede alinea, van dit artikel vermelde opties.

Amendement    81

Voorstel voor een verordening

Artikel 13 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Het medefinancieringspercentage op het niveau van elk Interreg-programma bedraagt niet meer dan 70 %, tenzij met betrekking tot externe grensoverschrijdende Interreg-programma's of Interreg-programma's van componenten 3 een hoger percentage is vastgesteld in de Verordeningen (EU) [IPA III] of (EU) [NDICI] of Besluit (EU) [OCTP] van de Raad, of in elke handeling die op grond daarvan is vastgesteld.

Het medefinancieringspercentage op het niveau van elk Interreg-programma bedraagt niet meer dan 80 %, tenzij met betrekking tot externe grensoverschrijdende Interreg-programma's of Interreg-programma's van component 3 een hoger percentage is vastgesteld in de Verordeningen (EU) [IPA III] of (EU) [NDICI] of Besluit (EU) [OCTP] van de Raad, of in elke handeling die op grond daarvan is vastgesteld.

Amendement    82

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 – lid 3 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  In aanvulling op de specifieke doelstellingen van het EFRO zoals vastgesteld in artikel [2] van Verordening (EU) [nieuwe EFRO-verordening], kunnen het EFRO en, indien van toepassing, de financieringsinstrumenten voor extern optreden van de Unie als volgt bijdragen tot de verwezenlijking van de specifieke doelstellingen in het kader van BD 4:

3.  In aanvulling op de specifieke doelstellingen van het EFRO zoals vastgesteld in artikel [2] van Verordening (EU) [nieuwe EFRO-verordening], dragen het EFRO en, indien van toepassing, de financieringsinstrumenten voor extern optreden van de Unie als volgt bij tot de verwezenlijking van de specifieke doelstellingen in het kader van BD 4:

Amendement    83

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 – lid 4 – letter a – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  onder Interreg-programma's van component 1 en 2B:

a)  onder Interreg-programma's van component 1 en 2:

Amendement    84

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 – lid 4 – letter a – punt ii

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

ii)  verbetering van de efficiëntie van het openbaar bestuur door de bevordering van juridische en administratieve samenwerking en samenwerking tussen burgers en instellingen, met name om een oplossing te vinden voor juridische en andere obstakels in grensregio's;

ii)  verbetering van de efficiëntie van het openbaar bestuur door de bevordering van juridische en administratieve samenwerking en samenwerking tussen burgers, met inbegrip van people-to-people-projecten, het maatschappelijk middenveld en instellingen, met name om een oplossing te vinden voor juridische en andere obstakels in grensregio's;

Amendement    85

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  In het kader van de externe grensoverschrijdende Interreg-programma's en Interreg-programma's van component 2 en 3 verlenen het EFRO en, indien toepasselijk, de financieringsinstrumenten voor extern optreden van de Unie ook steun aan de externe specifieke doelstelling voor Interreg "een veiliger, zekerder Europa", met name door acties op het gebied van het beheer van grensoverschrijdingen, mobiliteit en migratie, met inbegrip van de bescherming van migranten.

5.  In het kader van de Interreg-programma's van component 1, 2 en 3 kunnen het EFRO en, indien toepasselijk, de financieringsinstrumenten voor extern optreden van de Unie ook steun verlenen aan de specifieke doelstelling voor Interreg "een veiliger, zekerder Europa", met name door acties op het gebied van het beheer van grensoverschrijdingen, mobiliteit en migratie, met inbegrip van de bescherming en economische en sociale integratie van migranten en vluchtelingen die internationale bescherming genieten.

Amendement    86

Voorstel voor een verordening

Artikel 15 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Een aanvullende 15 % van de toewijzingen van het EFRO en, indien van toepassing, van de financieringsinstrumenten voor extern optreden van de Unie voor andere prioriteiten dan technische bijstand aan elk Interreg-programma in het kader van de componenten 1, 2 en 3, wordt toegewezen aan de specifieke doelstelling voor Interreg "een beter bestuur voor Interreg" of aan de externe specifieke doelstelling voor Interreg "een veiliger, zekerder Europa".

2.  Ten hoogste 15 % van de toewijzingen van het EFRO en, indien van toepassing, van de financieringsinstrumenten voor extern optreden van de Unie voor andere prioriteiten dan technische bijstand aan elk Interreg-programma in het kader van de componenten 1, 2 en 3, wordt toegewezen aan de specifieke doelstelling voor Interreg "een beter bestuur voor Interreg" en ten hoogste 10 % daarvan kan worden toegewezen aan de specifieke doelstelling voor Interreg "een veiliger, zekerder Europa".

Amendement    87

Voorstel voor een verordening

Artikel 15 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Wanneer een Interreg-programma van component 2A een macroregionale strategie ondersteunt, worden de totale toewijzingen van het EFRO en, indien van toepassing, de totale financieringsinstrumenten voor extern optreden van de Unie voor andere prioriteiten dan technische bijstand toegewezen aan de doelstellingen van die strategie.

3.  Wanneer een Interreg-programma van component 1 of 2 een macroregionale strategie of zeegebiedstrategie ondersteunt, draagt ten minste 80 % van de toewijzingen van het EFRO evenals, indien van toepassing, een gedeelte van de toewijzingen van de financieringsinstrumenten voor extern optreden van de Unie voor andere prioriteiten dan technische bijstand bij aan de doelstellingen van die strategie.

Amendement    88

Voorstel voor een verordening

Artikel 15 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Wanneer een Interreg-programma van component 2B een macroregionale strategie of zeegebiedstrategie ondersteunt, wordt ten minste 70 % van de totale toewijzingen van het EFRO en, indien van toepassing, de totale financieringsinstrumenten voor extern optreden van de Unie voor andere prioriteiten dan technische bijstand toegewezen aan de doelstellingen van die strategie.

Schrappen

Amendement    89

Voorstel voor een verordening

Artikel 15 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 15 bis

 

Investeringen in interregionale innovatie

 

1. De in artikel 9, lid 5 bis, bedoelde middelen worden toegewezen aan een nieuw initiatief inzake investeringen in interregionale innovatie dat bestemd is voor:

 

a) de commercialisering en opschaling van gemeenschappelijke innovatieve projecten die de ontwikkeling van Europese waardeketens kunnen stimuleren;

 

b) het samenbrengen van onderzoekers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en overheden die betrokken zijn bij op nationaal of regionaal niveau vastgestelde strategieën voor slimme specialisatie en sociale innovatie;

 

c) proefprojecten om nieuwe oplossingen voor ontwikkeling op regionaal en lokaal niveau vast te stellen of te testen die gebaseerd zijn op strategieën voor slimme specialisatie; of

 

d) de uitwisseling van ervaringen met innovatie om de opgedane ervaring op het gebied van regionale of lokale ontwikkeling te kunnen benutten.

 

2. Om het beginsel van Europese territoriale samenhang te handhaven, met een ongeveer gelijk aandeel van de financiële middelen, zijn deze investeringen gericht op het scheppen van banden tussen minder ontwikkelde regio's en leidende regio's door de capaciteit van regionale innovatieve ecosystemen in minder ontwikkelde regio's te vergroten om de bestaande of opkomende EU-waarde te integreren en te bevorderen, evenals de capaciteit om deel te nemen aan partnerschappen met andere regio's.

 

3. De Commissie zorgt voor de uitvoering van die investeringen in direct of indirect beheer. Zij wordt ondersteund door een deskundigengroep bij de opstelling van een werkprogramma op lange termijn en daarmee verband houdende oproepen.

 

4. Voor investeringen in interregionale innovatie wordt het gehele grondgebied van de Unie ondersteund door het EFRO. Derde landen mogen aan deze investeringen deelnemen, op voorwaarde dat zij een financiële bijdrage leveren in de vorm van externe bestemmingsontvangsten.

Amendement    90

Voorstel voor een verordening

Artikel 16 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De doelstelling "Europese territoriale samenwerking (Interreg)" wordt uitgevoerd via Interreg-programma's in gedeeld beheer, met uitzondering van programma's van component 3, die geheel of gedeeltelijk in indirect beheer kunnen worden uitgevoerd, en programma's van component 5 die in direct of indirect beheer worden uitgevoerd.

1.  De doelstelling "Europese territoriale samenwerking (Interreg)" wordt uitgevoerd via Interreg-programma's in gedeeld beheer, met uitzondering van programma's van component 3, die geheel of gedeeltelijk in indirect beheer kunnen worden uitgevoerd na raadpleging van de belanghebbenden.

Amendement    91

Voorstel voor een verordening

Artikel 16 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De deelnemende lidstaten en, indien van toepassing, derde landen, partnerlanden of LGO's stellen een Interreg-programma op overeenkomstig het model zoals vermeld in de bijlage voor de periode van 1 januari 2021 tot en met 31 december 2027.

2.  De deelnemende lidstaten en, indien van toepassing, derde landen, partnerlanden, LGO's of organisaties voor regionale integratie en samenwerking stellen een Interreg-programma op overeenkomstig het model zoals vermeld in de bijlage voor de periode van 1 januari 2021 tot en met 31 december 2027.

Amendement    92

Voorstel voor een verordening

Artikel 16 – lid 3 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De deelnemende lidstaten bereiden een Interreg-programma voor in samenwerking met de programmapartners als bedoeld in artikel [6] van Verordening (EU) [nieuwe GB-verordening].

De deelnemende lidstaten bereiden een Interreg-programma voor in samenwerking met de programmapartners als bedoeld in artikel [6] van Verordening (EU) [nieuwe GB-verordening]. Bij de voorbereiding van de Interreg-programma's die betrekking hebben op macroregionale of zeegebiedstrategieën houden de lidstaten en de programmapartners rekening met de thematische prioriteiten van de relevante macroregionale en zeegebiedstrategieën en raadplegen zij de relevante actoren. De lidstaten en de programmapartners zetten een mechanisme ex ante op om ervoor te zorgen dat alle actoren op macroregionaal niveau en op het niveau van de zeegebieden, programma-autoriteiten in het kader van Europese territoriale samenwerking, regio's en landen aan het begin van de programmeringsperiode worden samengebracht om gezamenlijk een besluit te nemen over de prioriteiten voor elk programma. Deze prioriteiten worden waar nodig afgestemd op de actieplannen voor macroregionale of zeegebiedstrategieën.

Amendement    93

Voorstel voor een verordening

Artikel 16 – lid 4 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaat waar de kandidaat-beheersautoriteit gevestigd is, dient een Interreg-programma uiterlijk [datum van inwerkingtreding plus negen maanden;] in bij de Commissie namens alle deelnemende lidstaten en, indien van toepassing, derde landen, partnerlanden of LGO's.

De lidstaat waar de kandidaat-beheersautoriteit gevestigd is, dient een of meer Interreg-programma's uiterlijk [datum van inwerkingtreding plus twaalf maanden;] in bij de Commissie namens alle deelnemende lidstaten en, indien van toepassing, derde landen, partnerlanden, LGO's of organisaties voor regionale integratie en samenwerking.

Amendement    94

Voorstel voor een verordening

Artikel 16 – lid 4 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Een Interreg-programma dat steun wordt ondersteund door een extern financieringsinstrument van de Unie, wordt uiterlijk zes maanden na de goedkeuring door de Commissie van de desbetreffende strategische programmeringsdocumenten uit hoofde van artikel 10, lid 1, of indien dit vereist is uit hoofde van de respectieve basishandeling van een of meer financieringsinstrumenten voor extern optreden van de Unie, ingediend door de lidstaat waar de toekomstige beheersautoriteit gevestigd is.

Een Interreg-programma dat wordt ondersteund door een extern financieringsinstrument van de Unie, wordt uiterlijk twaalf maanden na de goedkeuring door de Commissie van de desbetreffende strategische programmeringsdocumenten uit hoofde van artikel 10, lid 1, of indien dit vereist is uit hoofde van de respectieve basishandeling van een of meer financieringsinstrumenten voor extern optreden van de Unie, ingediend door de lidstaat waar de toekomstige beheersautoriteit gevestigd is.

Amendement    95

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  In naar behoren gemotiveerde gevallen en in overleg met de Commissie kan de betrokken lidstaat besluiten tot de overdracht aan Interreg-programma's van tot [x]% van het bedrag aan steun uit het EFRO dat is toegewezen aan het desbetreffende programma in het kader van de doelstelling "investeren in werkgelegenheid en groei" voor dezelfde regio, teneinde de efficiëntie van de programma-uitvoering te vergroten en grootschaligere concrete acties te verwezenlijken. Het overgemaakte bedrag vormt een afzonderlijke prioriteit of afzonderlijke prioriteiten.

3.  De betrokken lidstaat kan besluiten tot de overdracht aan Interreg-programma's van tot 20 % van het bedrag aan steun uit het EFRO dat is toegewezen aan het desbetreffende programma in het kader van de doelstelling "investeren in werkgelegenheid en groei" voor dezelfde regio, teneinde de efficiëntie van de programma-uitvoering te vergroten en grootschaligere concrete acties te verwezenlijken. Elke lidstaat stelt de Commissie vooraf in kennis van zijn voornemen om gebruik te maken van de mogelijkheid tot overdracht en zet voor de Commissie de redenen voor zijn besluit uiteen. Het overgemaakte bedrag vormt een afzonderlijke prioriteit of afzonderlijke prioriteiten.

Amendement    96

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – lid 4 – letter b – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  een samenvatting van de voornaamste gemeenschappelijke problemen, rekening houdend met:

b)  een samenvatting van de voornaamste gemeenschappelijke problemen, met name rekening houdend met:

Amendement    97

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – lid 4 – letter b – punt ii

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

ii)  gemeenschappelijke investeringsbehoeften en complementariteit met andere vormen van steun;

ii)  gemeenschappelijke investeringsbehoeften en complementariteit met andere vormen van steun en te verwezenlijken potentiële synergieën;

Amendement    98

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – lid 4 – letter b – punt iii

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

iii)  lessen uit ervaringen uit het verleden;

iii)  lessen uit ervaringen uit het verleden en de wijze waarop zij in het programma in aanmerking zijn genomen;

Amendement    99

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – lid 4 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)  een motivering voor de geselecteerde beleidsdoelstellingen en specifieke doelstellingen voor Interreg, bijbehorende prioriteiten, specifieke doelstellingen en de vormen van steun, waarbij indien nodig ontbrekende schakels in de grensoverschrijdende infrastructuur worden aangepakt;

c)  een motivering voor de geselecteerde beleidsdoelstellingen en specifieke doelstellingen voor Interreg en bijbehorende prioriteiten, waarbij indien nodig ontbrekende schakels in de grensoverschrijdende infrastructuur worden aangepakt;

Amendement    100

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – lid 4 – letter e – punt i

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

i)  de gerelateerde actietypes, met inbegrip van een lijst met geplande concrete acties die van strategisch belang zijn, en hun bijdrage aan die specifieke doelstellingen en aan macroregionale en zeegebiedstrategieën, indien van toepassing;

i)  de gerelateerde actietypes, met inbegrip van een lijst met geplande concrete acties die van strategisch belang zijn, en hun bijdrage aan die specifieke doelstellingen en aan macroregionale en zeegebiedstrategieën, indien van toepassing, respectievelijk de reeks criteria en de overeenkomstige transparante selectiecriteria voor een dergelijke concrete actie;

Amendement    101

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – lid 4 – letter e – punt iii

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

iii)  de voornaamste doelgroepen;

Schrappen

Amendement    102

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – lid 4 – letter e – punt v

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

v)  het voorgenomen gebruik van financieringsinstrumenten;

Schrappen

Amendement    103

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – lid 5 – letter a – punt iii

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

iii)  voor Interreg-programma's van component 2 die worden ondersteund door het OCTP, uitgesplitst naar financieringsinstrument ("EFRO" en "OCTP Groenland");

iii)  voor Interreg-programma's van component 2 die worden ondersteund door het OCTP, uitgesplitst naar financieringsinstrument ("EFRO" en "OCTP");

Amendement    104

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – lid 5 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  de in lid 4, onder g), ii), bedoelde tabel bevat enkel de bedragen voor de jaren 2021 tot en met 2025.

Schrappen

Amendement    105

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – lid 7 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  de procedure voor het instellen van het gezamenlijke secretariaat vastleggen;

b)  de procedure voor het instellen van het gezamenlijke secretariaat vastleggen alsook, indien van toepassing, de ondersteunende beheersstructuren in de lidstaten of derde landen;

Amendement    106

Voorstel voor een verordening

Artikel 18 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De Commissie beoordeelt elk Interreg-programma en de mate waarin het Verordening (EU) [nieuwe GB-verordening], Verordening (EU) [EFRO] en deze verordening nakomt en, in het geval van steun uit een financieringsinstrument voor extern optreden van de Unie en, indien van toepassing, de samenhang ervan met het in artikel 10, lid 1, bedoelde meerjarig strategiedocument of het desbetreffende strategische programmeringskader uit hoofde van het respectieve basishandeling van één of meer van die instrumenten.

1.  De Commissie beoordeelt volledig transparant elk Interreg-programma en de mate waarin het Verordening (EU) [nieuwe GB-verordening], Verordening (EU) [EFRO] en deze verordening nakomt en, in het geval van steun uit een financieringsinstrument voor extern optreden van de Unie en indien van toepassing, de samenhang ervan met het in artikel 10, lid 1, van deze verordening bedoelde meerjarig strategiedocument of het desbetreffende strategische programmeringskader uit hoofde van de respectieve basishandeling van één of meer van die instrumenten.

Amendement    107

Voorstel voor een verordening

Artikel 18 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Deelnemende lidstaten en, indien van toepassing, derde landen, partnerlanden of LGO's evalueren het Interreg-programma, rekening houdend met de opmerkingen van de Commissie.

3.  Deelnemende lidstaten en, indien van toepassing, derde landen, partnerlanden, LGO's of organisaties voor regionale integratie en samenwerking evalueren het Interreg-programma, rekening houdend met de opmerkingen van de Commissie.

Amendement    108

Voorstel voor een verordening

Artikel 18 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  De Commissie stelt uiterlijk zes maanden na indiening van elk Interreg-programma door de lidstaat waar de toekomstige beheersautoriteit gevestigd is, door middel van een uitvoeringshandeling een besluit tot goedkeuring van het programma vast.

4.  De Commissie stelt uiterlijk drie maanden na indiening van de herziene versie van elk Interreg-programma door de lidstaat waar de toekomstige beheersautoriteit gevestigd is, door middel van een uitvoeringshandeling een besluit tot goedkeuring van het programma vast.

Amendement    109

Voorstel voor een verordening

Artikel 19 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De lidstaat waar de beheersautoriteit gevestigd is, kan een gemotiveerd verzoek tot wijziging van een Interreg-programma indienen samen met het gewijzigde programma waarin wordt uiteengezet wat het verwachte effect van die wijziging op de verwezenlijking van de doelstellingen is.

1.  Na raadpleging van de lokale en regionale autoriteiten en in overeenstemming met artikel 6 van Verordening (EU) [nieuwe GB-verordening], kan de lidstaat waar de beheersautoriteit gevestigd is, een gemotiveerd verzoek tot wijziging van een Interreg-programma indienen samen met het gewijzigde programma waarin wordt uiteengezet wat het verwachte effect van die wijziging op de verwezenlijking van de doelstellingen is.

Amendement    110

Voorstel voor een verordening

Artikel 19 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De Commissie beoordeelt de mate waarin de wijziging Verordening (EU) [nieuwe GB-verordening], Verordening (EU) [EFRO] en deze verordening nakomt en kan binnen drie maanden na de datum waarop het gewijzigde programma door de lidstaat is ingediend, opmerkingen formuleren.

2.  De Commissie beoordeelt de mate waarin de wijziging Verordening (EU) [nieuwe GB-verordening], Verordening (EU) [EFRO] en deze verordening nakomt en kan binnen een maand na de datum waarop het gewijzigde programma is ingediend, opmerkingen formuleren.

Amendement    111

Voorstel voor een verordening

Artikel 19 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Deelnemende lidstaten en, indien van toepassing, derde landen, partnerlanden of LGO's evalueren het gewijzigde programma, rekening houdend met de opmerkingen van de Commissie.

3.  Deelnemende lidstaten en, indien van toepassing, derde landen, partnerlanden, LGO's of organisaties voor regionale integratie en samenwerking evalueren het gewijzigde programma, rekening houdend met de opmerkingen van de Commissie.

Amendement    112

Voorstel voor een verordening

Artikel 19 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  De Commissie keurt de wijziging van een Interreg-programma uiterlijk zes maanden na de indiening ervan door de lidstaat, goed.

4.  De Commissie keurt de wijziging van een Interreg-programma uiterlijk drie maanden na de indiening ervan door de lidstaat, goed.

Amendement    113

Voorstel voor een verordening

Artikel 19 – lid 5 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaat kan tijdens de programmeringsperiode een bedrag van maximaal 5 % van de initiële toewijzing van een prioriteit en niet meer dan 3 % van de programmabegroting overdragen naar een andere prioriteit van hetzelfde Interreg-programma.

Na raadpleging van de lokale en regionale autoriteiten en in overeenstemming met artikel 6 van Verordening (EU) [nieuwe GB-verordening], kan de lidstaat tijdens de programmeringsperiode een bedrag van maximaal 10 % van de initiële toewijzing van een prioriteit en niet meer dan 5 % van de programmabegroting overdragen naar een andere prioriteit van hetzelfde Interreg-programma.

Amendement    114

Voorstel voor een verordening

Artikel 22 – lid 1 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Dat toezichtcomité kan voor de selectie van concrete acties één of, met name in het geval van subprogramma's, meerdere directiecomités oprichten, die optreden onder zijn verantwoordelijkheid.

Dat toezichtcomité kan voor de selectie van concrete acties één of, met name in het geval van subprogramma's, meerdere directiecomités oprichten, die optreden onder zijn verantwoordelijkheid. Directiecomités passen het partnerschapsbeginsel van artikel 6 van Verordening (EU) [nieuwe GB-verordening] toe en betrekken partners uit alle deelnemende lidstaten.

Amendement    115

Voorstel voor een verordening

Artikel 22 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De beheersautoriteit raadpleegt de Commissie en houdt rekening met haar opmerkingen voorafgaand aan de eerste indiening van de selectiecriteria bij het toezichtcomité of, indien van toepassing, het directiecomité. Hetzelfde geldt voor eventuele latere wijzigingen van deze criteria.

3.  De beheersautoriteit stelt de Commissie in kennis voorafgaand aan de eerste indiening van de selectiecriteria bij het toezichtcomité of, indien van toepassing, het directiecomité. Hetzelfde geldt voor eventuele latere wijzigingen van deze criteria.

Amendement    116

Voorstel voor een verordening

Artikel 22 – lid 4 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Bij de selectie van de concrete acties heeft het toezichtcomité of, indien van toepassing, het directiecomité de volgende taken:

4.  Voor het toezichtcomité of, indien van toepassing, het directiecomité de concrete acties selecteert, heeft de beheersautoriteit de volgende taken:

Amendement    117

Voorstel voor een verordening

Artikel 22 – lid 6 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

In dit document worden eveneens de verplichtingen van de eerstverantwoordelijke partner met betrekking tot terugvorderingen op grond van artikel 50 vastgesteld. Deze verplichtingen worden vastgesteld door het toezichtcomité. Een eerstverantwoordelijke partner die is gevestigd in een andere lidstaat, derde land, partnerland of LGO, dan de partner is niet verplicht om door middel van een gerechtelijke procedure terug te vorderen.

In dit document worden eveneens de verplichtingen van de eerstverantwoordelijke partner met betrekking tot terugvorderingen op grond van artikel 50 vastgesteld. De procedures in verband met terugvorderingen worden vastgesteld en overeengekomen door het toezichtcomité. Een eerstverantwoordelijke partner die is gevestigd in een andere lidstaat, derde land, partnerland of LGO dan de partner is niet verplicht om door middel van een gerechtelijke procedure terug te vorderen.

Amendement    118

Voorstel voor een verordening

Artikel 23 – lid 1 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Bij concrete acties die in het kader van de componenten 1, 2 en 3 worden geselecteerd, zijn actoren uit ten minste twee deelnemende landen betrokken, waarvan er ten minste één begunstigde uit een lidstaat afkomstig is.

Bij concrete acties die in het kader van de componenten 1, 2 en 3 worden geselecteerd, zijn actoren uit ten minste twee deelnemende landen of LGO's betrokken, waarvan er ten minste één begunstigde uit een lidstaat afkomstig is.

Amendement    119

Voorstel voor een verordening

Artikel 23 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Een concrete actie in het kader van Interreg kan in één land worden uitgevoerd, mits de gevolgen voor en de voordelen van het programmagebied zijn vastgesteld in de aanvraag voor de concrete actie.

2.  Een concrete actie in het kader van Interreg kan in één land of LGO worden uitgevoerd, mits de gevolgen voor en de voordelen van het programmagebied zijn vastgesteld in de aanvraag voor de concrete actie.

Amendement    120

Voorstel voor een verordening

Artikel 23 – lid 4 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De partners werken samen bij de ontwikkeling, uitvoering en financiering van en de personeelsvoorziening voor concrete acties in het kader van Interreg.

De partners werken samen bij de ontwikkeling en uitvoering van concrete acties in het kader van Interreg, evenals bij de personeelsvoorziening daarvoor en/of financiering daarvan. Er wordt getracht het aantal partners voor elke concrete actie in het kader van Interreg te beperken tot maximaal tien.

Amendement    121

Voorstel voor een verordening

Artikel 23 – lid 4 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Voor concrete acties in het kader van Interreg-programma's van component 3 moeten de partners uit ultraperifere regio's en derde landen, partnerlanden of LGO slechts voor drie van de vier in de eerste alinea vermelde aspecten samenwerken.

Voor concrete acties in het kader van Interreg-programma's van component 3 moeten de partners uit ultraperifere regio's en derde landen, partnerlanden of LGO's slechts voor twee van de vier in de eerste alinea vermelde aspecten samenwerken.

Amendement    122

Voorstel voor een verordening

Artikel 23 – lid 6 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Een grensoverschrijdende juridische entiteit of EGTS kan de enige partner zijn van een concrete actie in het kader van een Interreg-programma van de componenten 1, 2 en 3 zijn, mits de leden daarvan bestaan uit partners uit ten minste twee deelnemende landen.

Een grensoverschrijdende juridische entiteit of EGTS kan de enige partner zijn van een concrete actie in het kader van een Interreg-programma van de componenten 1, 2 en 3 zijn, mits de leden daarvan bestaan uit partners uit ten minste twee deelnemende landen of LGO's.

Amendement    123

Voorstel voor een verordening

Artikel 23 – lid 7 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Een enige partner kan evenwel geregistreerd zijn in een lidstaat die niet aan dat programma deelneemt, mits aan de voorwaarden van artikel 23, wordt voldaan.

Schrappen

Amendement    124

Voorstel voor een verordening

Artikel 24 – lid 1 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De bijdrage uit het EFRO of, indien van toepassing, uit de financieringsinstrumenten voor extern optreden van de Unie aan een fonds voor kleinschalige projecten in het kader van een Interreg-programma mag niet meer bedragen dan 20 000 000 EUR of, als dat minder is, 15 % van de totale toewijzing aan het Interreg-programma.

De totale bijdrage uit het EFRO of, indien van toepassing, uit de financieringsinstrumenten voor extern optreden van de Unie aan een of meer fondsen voor kleinschalige projecten in het kader van een Interreg-programma mag niet meer bedragen dan 20 % van de totale toewijzing aan het Interreg-programma en bedraagt in het kader van een Interreg-programma voor grensoverschrijdende samenwerking ten minste 3 % van de totale toewijzing.

Amendement    125

Voorstel voor een verordening

Artikel 24 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De begunstigde van een fonds voor kleinschalige projecten is een grensoverschrijdende juridische entiteit of een EGTS.

2.  De begunstigde van een fonds voor kleinschalige projecten is een publiek- of privaatrechtelijke instantie, een entiteit met of zonder rechtspersoonlijkheid of een natuurlijke persoon, die verantwoordelijk is voor het opzetten of het opzetten en uitvoeren van concrete acties.

Amendement    126

Voorstel voor een verordening

Artikel 24 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  Personeelskosten en indirecte kosten die op het niveau van de begunstigde worden gemaakt voor het beheer van het fonds voor kleinschalige projecten, bedragen ten hoogste 20 % van de totale subsidiabele kosten van het respectieve fonds voor kleinschalige projecten.

5.  Personeelskosten en andere directe kosten die overeenstemmen met de kostencategorieën van de artikelen 39 tot en met 42, evenals indirecte kosten die op het niveau van de begunstigde worden gemaakt voor het beheer van het fonds of de fondsen voor kleinschalige projecten, bedragen ten hoogste 20 % van de totale subsidiabele kosten van het respectieve fonds of de respectieve fondsen voor kleinschalige projecten.

Amendement    127

Voorstel voor een verordening

Artikel 24 – lid 6 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Wanneer de overheidsbijdrage aan een klein project niet meer bedraagt dan 100 000 EUR, bestaat de bijdrage uit het EFRO of, indien van toepassing, een financieringsinstrument voor extern optreden van de Europese Unie uit eenheidskosten of vaste bedragen of bevat deze vaste percentages, behalve voor projecten waarvoor de steun staatssteun vormt.

Wanneer de overheidsbijdrage aan een kleinschalig project niet meer bedraagt dan 100 000 EUR, bestaat de bijdrage uit het EFRO of, indien van toepassing, een financieringsinstrument voor extern optreden van de Unie uit eenheidskosten of vaste bedragen of bevat deze vaste percentages.

Amendement    128

Voorstel voor een verordening

Artikel 24 – lid 6 – alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Wanneer de totale kosten van elke concrete actie niet meer bedragen dan 100 000 EUR, kan het steunbedrag voor een of meer kleinschalige projecten worden vastgesteld op basis van een ontwerpbegroting, die per geval wordt opgesteld en vooraf wordt goedgekeurd door de instantie die de concrete actie selecteert.

Amendement    129

Voorstel voor een verordening

Artikel 25 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Tenzij anders bepaald in regelingen die zijn vastgelegd overeenkomstig lid 1, onder a), ziet de eerstverantwoordelijke partner erop toe dat de andere partners het totale bedrag van de bijdragen van het respectieve EU-fonds zo spoedig mogelijk en integraal ontvangen. Er mogen geen bedragen in mindering worden gebracht of worden ingehouden, noch specifieke heffingen of andere heffingen met gelijke werking worden toegepast waardoor die bedragen voor de andere partners worden verminderd.

2.  Tenzij anders bepaald in regelingen die zijn vastgelegd overeenkomstig lid 1, onder a), ziet de eerstverantwoordelijke partner erop toe dat de andere partners het totale bedrag van de bijdragen van het respectieve EU-fonds integraal ontvangen binnen de door alle partners overeengekomen termijn en volgens dezelfde procedure als die welke voor de eerstverantwoordelijke partner geldt. Er mogen geen bedragen in mindering worden gebracht of worden ingehouden, noch specifieke heffingen of andere heffingen met gelijke werking worden toegepast waardoor die bedragen voor de andere partners worden verminderd.

Amendement    130

Voorstel voor een verordening

Artikel 25 – lid 3 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Een begunstigde in een aan een Interreg-programma deelnemend(e) lidstaat, derde land, partnerland of LGO kan worden aangewezen als de eerstverantwoordelijke partner.

Een begunstigde in een aan een Interreg-programma deelnemende lidstaat kan worden aangewezen als de eerstverantwoordelijke partner.

Amendement    131

Voorstel voor een verordening

Artikel 25 – lid 3 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De aan een Interreg-programma deelnemende lidstaten, derde landen, partnerlanden of LGO's kunnen overeenkomen dat een partner die geen steun ontvangt uit het EFRO of financieringsinstrumenten voor extern optreden van de Unie, kan worden aangewezen als eerstverantwoordelijke partner.

Schrappen

Amendement    132

Voorstel voor een verordening

Artikel 26 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Technische bijstand voor elk Interreg-programma wordt vergoed volgens een vast percentage door de in lid 2 vermelde percentages toe te passen op de subsidiabele uitgaven die in iedere betalingsaanvraag zijn opgenomen krachtens [artikel 85, lid 3, onder a) of onder c),] van Verordening (EU) [nieuwe GB-verordening].

1.  Technische bijstand voor elk Interreg-programma wordt vergoed volgens een vast percentage door de in lid 2 vermelde percentages op de jaarlijkse gedeelten van de voorfinanciering krachtens artikel 49, lid 2, onder a) en b), van deze verordening toe te passen voor 2021 en 2022 en vervolgens op de subsidiabele uitgaven die in iedere betalingsaanvraag zijn opgenomen krachtens [artikel 85, lid 3, onder a) of onder c),] van Verordening (EU) [nieuwe GB-verordening] voor de volgende jaren, in voorkomend geval.

Amendement    133

Voorstel voor een verordening

Artikel 26 – lid 2 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  voor interne Interreg-programma's voor grensoverschrijdende samenwerking die worden gesteund door het EFRO: 6 %;

a)  voor interne Interreg-programma's voor grensoverschrijdende samenwerking die worden gesteund door het EFRO: 7 %;

Amendement    134

Voorstel voor een verordening

Artikel 26 – lid 2 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)  voor Interreg-programma's van component 2, 3 en 4 voor zowel het EFRO als, indien van toepassing, de financieringsinstrumenten voor extern optreden van de Unie: 7 %.

c)  voor Interreg-programma's van component 2, 3 en 4 voor zowel het EFRO als, indien van toepassing, de financieringsinstrumenten voor extern optreden van de Unie: %.

Amendement    135

Voorstel voor een verordening

Artikel 27 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De lidstaten en, indien van toepassing, derde landen, partnerlanden en LGO's die deelnemen aan dat programma, richten binnen drie maanden na de datum van kennisgeving aan de lidstaat van het besluit van de Commissie tot vaststelling van een Interreg-programma, in overleg met de beheersautoriteit een comité op dat toezicht houdt op de uitvoering van het Interreg-programma ("toezichtcomité"),

1.  De lidstaten en, indien van toepassing, derde landen, partnerlanden, LGO's of organisaties voor regionale integratie en samenwerking die deelnemen aan dat programma, richten binnen drie maanden na de datum van kennisgeving aan de lidstaat van het besluit van de Commissie tot vaststelling van een Interreg-programma, in overleg met de beheersautoriteit een comité op dat toezicht houdt op de uitvoering van het Interreg-programma ("toezichtcomité"),

Amendement    136

Voorstel voor een verordening

Artikel 27 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Het toezichtcomité wordt voorgezeten door een vertegenwoordiger van de lidstaat waar de beheersautoriteit gevestigd is, of van de beheersautoriteit.

Schrappen

Wanneer in het reglement van orde van het toezichtcomité een roulerend voorzitterschap is vastgesteld, wordt het toezichtcomité voorgezeten door een vertegenwoordiger van een derde land, partnerland of LGO, en voorgezeten door een vertegenwoordiger van de lidstaat of van de beheersautoriteit, en vice versa.

 

Amendement    137

Voorstel voor een verordening

Artikel 27 – lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.  De beheersautoriteit publiceert het reglement van orde van het toezichtcomité en alle gegevens en informatie die met het comité worden gedeeld op de in artikel 35, lid 2, bedoelde website.

6.  De beheersautoriteit publiceert het reglement van orde van het toezichtcomité, de samenvatting van gegevens en informatie evenals alle besluiten die met het comité worden gedeeld op de in artikel 35, lid 2, bedoelde website.

Amendement    138

Voorstel voor een verordening

Artikel 28 – lid 1 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De samenstelling van het toezichtcomité van elk Interreg-programma wordt overeengekomen door de lidstaten en, indien van toepassing, door de aan dat programma deelnemende derde landen, partnerlanden en LGO's, waarbij wordt gezorgd voor een evenwichtige vertegenwoordiging van de relevante autoriteiten, intermediaire instanties en vertegenwoordigers van de programmapartners zoals bedoeld in artikel [6] van Verordening (EU) [nieuwe GB-verordening] uit de lidstaten, derde landen, partnerlanden en LGO's.

De samenstelling van het toezichtcomité van elk Interreg-programma kan worden overeengekomen door de lidstaten en, indien van toepassing, door de aan dat programma deelnemende derde landen, partnerlanden en LGO's, waarbij wordt gestreefd naar een evenwichtige vertegenwoordiging van de relevante autoriteiten, intermediaire instanties en vertegenwoordigers van de programmapartners zoals bedoeld in artikel [6] van Verordening (EU) [nieuwe GB-verordening] uit de lidstaten, derde landen, partnerlanden en LGO's.

Amendement    139

Voorstel voor een verordening

Artikel 28 – lid 1 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Bij de samenstelling van het toezichtcomité wordt rekening gehouden met het aantal deelnemende lidstaten, derde landen, partnerlanden en LGO's in het betrokken Interreg-programma.

Schrappen

Amendement    140

Voorstel voor een verordening

Artikel 28 – lid 1 – alinea 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Het toezichtcomité omvat ook vertegenwoordigers van instanties die gezamenlijk zijn opgericht in het hele programmagebied of die een deel daarvan bestrijken, met inbegrip van EGTS.

Het toezichtcomité omvat ook vertegenwoordigers van regionale en lokale overheden evenals andere instanties die gezamenlijk zijn opgericht in het hele programmagebied of die een deel daarvan bestrijken, met inbegrip van EGTS.

Amendement    141

Voorstel voor een verordening

Artikel 28 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De beheersautoriteit publiceert de ledenlijst van het toezichtcomité op de in artikel 35, lid 2, bedoelde website.

2.  De beheersautoriteit publiceert een lijst van de autoriteiten of instanties die zijn aangewezen als leden van het toezichtcomité op de in artikel 35, lid 2, bedoelde website.

Amendement    142

Voorstel voor een verordening

Artikel 28 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Vertegenwoordigers van de Commissie nemen met raadgevende stem deel aan de werkzaamheden van het toezichtcomité.

3.  Vertegenwoordigers van de Commissie kunnen met raadgevende stem deelnemen aan de werkzaamheden van het toezichtcomité.

Amendement    143

Voorstel voor een verordening

Artikel 28 – lid 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 bis.  Vertegenwoordigers van instanties die zijn opgericht in het hele programmagebied of die een deel daarvan bestrijken, met inbegrip van EGTS, kunnen met raadgevende stem deelnemen aan de werkzaamheden van het toezichtcomité.

Amendement    144

Voorstel voor een verordening

Artikel 29 – lid 1 – letter g

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

g)  de vooruitgang bij de capaciteitsopbouw voor overheidsinstanties en begunstigden, indien van toepassing.

g)  de vooruitgang bij de capaciteitsopbouw voor overheidsinstanties en begunstigden, indien van toepassing, waarbij het indien noodzakelijk verdere ondersteunende maatregelen voorstelt.

Amendement    145

Voorstel voor een verordening

Artikel 29 – lid 2 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  de methoden en de criteria die worden gebruikt voor de selectie van concrete acties, met inbegrip van veranderingen daaraan, na overleg met de Commissie in overeenstemming met artikel 22, lid 2, onverminderd artikel 27, lid 3, onder b), c) en d), van Verordening (EU) [nieuwe GB-verordening];

a)  de methoden en de criteria die worden gebruikt voor de selectie van concrete acties, met inbegrip van veranderingen daaraan, na kennisgeving aan de Commissie in overeenstemming met artikel 22, lid 2, van deze verordening, onverminderd [artikel 27, lid 3, onder b), c) en d),] van Verordening (EU) [nieuwe GB-verordening];

Amendement    146

Voorstel voor een verordening

Artikel 30 – lid 2 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Op verzoek van de Commissie verstrekt de beheersautoriteit binnen één maand de informatie over de in artikel 29, lid 1, genoemde elementen aan de Commissie:

2.  Op verzoek van de Commissie verstrekt de beheersautoriteit binnen drie maanden de informatie over de in artikel 29, lid 1, genoemde elementen aan de Commissie:

Amendement    147

Voorstel voor een verordening

Artikel 31 – lid 1 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Elke beheersautoriteit dient uiterlijk op 31 januari, 31 maart, 31 mei, 31 juli, 30 september en 30 november de cumulatieve gegevens voor het respectieve Interreg-programma in bij de Commissie op basis van het in bijlage [VII] bij Verordening (EU) [nieuwe GB-verordening] opgenomen model.

Elke beheersautoriteit dient bij de Commissie uiterlijk op 31 januari, 31 mei en 30 september van elk jaar de gegevens voor het respectieve Interreg-programma elektronisch in overeenkomstig artikel 31, lid 2, onder a), van deze verordening, evenals een maal per jaar de gegevens overeenkomstig artikel 31, lid 2, onder b), van deze verordening op basis van het in bijlage [VII] bij Verordening (EU) [nieuwe GB-verordening] opgenomen model.

Amendement    148

Voorstel voor een verordening

Artikel 31 – lid 1 – alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

De gegevens worden ingediend met behulp van de bestaande systemen voor gegevensrapportage, voor zover die systemen in de vorige programmeringsperiode betrouwbaar zijn gebleken.

Amendement    149

Voorstel voor een verordening

Artikel 31 – lid 2 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  de waarden van de output- en resultaatindicatoren voor de geselecteerde concrete acties in het kader van Interreg en de door de concrete acties in het kader van Interreg bereikte waarden.

b)  de waarden van de output- en resultaatindicatoren voor de geselecteerde concrete acties in het kader van Interreg en de door de afgeronde concrete acties in het kader van Interreg bereikte waarden.

Amendement    150

Voorstel voor een verordening

Artikel 33 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Gemeenschappelijke output- en resultaatindicatoren, als vervat in bijlage [I] bij Verordening (EU) [nieuwe EFRO-verordening] en, waar nodig, programmaspecifieke output- en resultaatindicatoren worden gebruikt overeenkomstig artikel [12, lid 1,] van Verordening (EU) [nieuwe GB-verordening], en artikel 17, lid 3, onder d), ii), en artikel 31, lid 2, onder b), van deze verordening.

1.  Gemeenschappelijke output- en resultaatindicatoren, als vervat in bijlage [I] bij Verordening (EU) [nieuwe EFRO-verordening], die het meest geschikt worden geacht om de vooruitgang bij de verwezenlijking van de doelstellingen van het programma Europese territoriale samenwerking (Interreg) te meten, worden gebruikt overeenkomstig artikel [12, lid 1,] van Verordening (EU) [nieuwe GB-verordening], en artikel 17, lid 4, onder e), ii), en artikel 31, lid 2, onder b), van deze verordening.

Amendement    151

Voorstel voor een verordening

Artikel 33 – lid 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis.  Waar nodig en in door de beheersautoriteit naar behoren gemotiveerde gevallen worden programmaspecifieke output- en resultaatindicatoren gebruikt naast de indicatoren die overeenkomstig de eerste alinea zijn geselecteerd.

Amendement    152

Voorstel voor een verordening

Artikel 34 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De beheersautoriteit voert een evaluatie van elk Interreg-programma uit. Elke evaluatie bevat een beoordeling van de doeltreffendheid, efficiëntie, relevantie, samenhang en EU-meerwaarde van het programma met het oog op de verbetering van de kwaliteit van het ontwerp en de uitvoering van het respectieve Interreg-programma.

1.  De beheersautoriteit voert ten hoogste eenmaal per jaar een evaluatie van elk Interreg-programma uit. Elke evaluatie bevat een beoordeling van de doeltreffendheid, efficiëntie, relevantie, samenhang en EU-meerwaarde van het programma met het oog op de verbetering van de kwaliteit van het ontwerp en de uitvoering van het respectieve Interreg-programma.

Amendement    153

Voorstel voor een verordening

Artikel 34 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  De beheersautoriteit zorgt voor procedures voor het opstellen en verzamelen van de voor evaluaties vereiste gegevens.

4.  De beheersautoriteit wil zorgen voor de procedures die nodig zijn voor het opstellen en verzamelen van de voor evaluaties vereiste gegevens.

Amendement    154

Voorstel voor een verordening

Artikel 35 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Artikel [44, leden 2 tot en met 7] van Verordening (EU) [nieuwe GB-verordening] inzake de verantwoordelijkheden van de beheersautoriteit is van toepassing.

3.  Artikel [44, leden 2 tot en met 6] van Verordening (EU) [nieuwe GB-verordening] inzake de verantwoordelijkheden van de beheersautoriteit is van toepassing.

Amendement    155

Voorstel voor een verordening

Artikel 35 – lid 4 – alinea 1 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)  een plaat of bord op een voor het publiek zichtbare plek te plaatsen zodra de materiële uitvoering van de concrete actie in het kader van Interreg die gepaard gaat met fysieke investeringen of de aankoop van materiaal waarvan de totale kosten meer bedragen dan 100 000 EUR, van start gaat;

c)  een plaat of bord op een voor het publiek zichtbare plek te plaatsen zodra de materiële uitvoering van de concrete actie in het kader van Interreg die gepaard gaat met fysieke investeringen of de aankoop van materiaal waarvan de totale kosten meer bedragen dan 50 000 EUR, van start gaat;

Amendement    156

Voorstel voor een verordening

Artikel 35 – lid 4 – alinea 1 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

d)  voor concrete acties die niet onder c) vallen, ten minste één affiche of elektronisch beeldscherm (minimaal in A3-formaat) met informatie over de concrete actie in het kader van Interreg met vermelding van de steun uit een Interreg-fonds, op een voor het publiek zichtbare plek te plaatsen;

d)  voor concrete acties die niet onder c) vallen, ten minste één affiche en, indien van toepassing, elektronisch beeldscherm (minimaal in A2-formaat) met informatie over de concrete actie in het kader van Interreg met vermelding van de steun uit een Interreg-fonds, op een voor het publiek zichtbare plek te plaatsen;

Amendement    157

Voorstel voor een verordening

Artikel 35 – lid 4 – alinea 1 – letter e

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

e)  voor concrete acties van strategisch belang en concrete acties waarvan de totale kosten meer dan 10 000 000 EUR bedragen, een communicatie-evenement te organiseren en de Commissie en de bevoegde beheersautoriteit daar tijdig bij te betrekken.

e)  voor concrete acties van strategisch belang en concrete acties waarvan de totale kosten meer dan 5 000 000 EUR bedragen, een communicatie-evenement te organiseren en de Commissie en de bevoegde beheersautoriteit daar tijdig bij te betrekken.

Amendement    158

Voorstel voor een verordening

Artikel 35 – lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.  Wanneer de begunstigde de in artikel [42] van Verordening (EU) [nieuwe GB-verordening] of in het eerste en tweede lid van dit artikel vermelde verplichtingen niet nakomt, past de lidstaat een financiële correctie toe door maximaal 5 % van de bijdrage van de fondsen aan de betrokken concrete actie in te trekken.

6.  Wanneer de begunstigde de in artikel [42] van Verordening (EU) [nieuwe GB-verordening] of in het eerste en tweede lid van dit artikel vermelde verplichtingen niet nakomt, noch zijn verzuim tijdig herstelt, past de beheersautoriteit een financiële correctie toe door maximaal 5 % van de bijdrage van de fondsen aan de betrokken concrete actie in te trekken.

Amendement    159

Voorstel voor een verordening

Artikel 38 – lid 3 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)  op basis van een vast percentage overeenkomstig artikel [50, lid 1,] van Verordening (EU) [nieuwe GB-verordening].

c)  directe personeelskosten van een concrete actie kunnen worden berekend als een vast percentage van maximaal 20 % van de andere directe kosten dan de directe personeelskosten van die concrete actie, zonder verplichting voor de lidstaat om te berekenen welk percentage van toepassing is.

Amendement    160

Voorstel voor een verordening

Artikel 38 – lid 5 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  het delen van de bruto maandelijkse arbeidskosten door de maandelijkse arbeidstijd vastgesteld in het arbeidsdocument, uitgedrukt in uren; of

a)  het delen van de meest recente met documenten gestaafde maandelijkse bruto arbeidskosten door de maandelijkse werktijd van de betrokken persoon overeenkomstig het in het arbeidscontract vermelde toepasselijke recht en artikel 50, lid 2, onder b), van Verordening (EU) [nieuwe GB-verordening]; of

Amendement    161

Voorstel voor een verordening

Artikel 38 – lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.  Wat betreft personeelskosten van personen die volgens het arbeidsdocument op uurbasis werken, zijn dergelijke kosten subsidiabel op basis van toepassing van het in het arbeidsdocument overeengekomen uurtarief op het aantal feitelijk aan de concrete actie bestede uren, aan de hand van een systeem voor de registratie van werktijden.

6.  Wat betreft personeelskosten van personen die volgens het arbeidsdocument op uurbasis werken, zijn dergelijke kosten subsidiabel op basis van toepassing van het in het arbeidsdocument overeengekomen uurtarief op het aantal feitelijk aan de concrete actie bestede uren, aan de hand van een systeem voor de registratie van werktijden. Indien de in artikel 38, lid 2, onder b), bedoelde salariskosten nog niet in het overeengekomen uurtarief zijn begrepen, kunnen zij bij dat uurtarief worden opgeteld, overeenkomstig het toepasselijke nationale recht.

Amendement    162

Voorstel voor een verordening

Artikel 39 – alinea 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Kantoor- en administratieve kosten zijn beperkt tot de volgende posten:

Kantoor- en administratieve kosten zijn beperkt tot 15 % van de totale directe kosten van een concrete actie en tot de volgende posten:

Amendement    163

Voorstel voor een verordening

Artikel 40 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Rechtstreekse betaling van de uitgaven voor kosten in het kader van dit artikel door een medewerker van de begunstigde wordt aangetoond door een bewijs van vergoeding door de begunstigde aan die werknemer.

4.  Rechtstreekse betaling van de uitgaven voor kosten in het kader van dit artikel door een medewerker van de begunstigde wordt aangetoond door een bewijs van vergoeding door de begunstigde aan die werknemer. Deze kostencategorie kan worden gebruikt voor de reiskosten van het personeel dat verantwoordelijk is voor een concrete actie en van andere belanghebbenden met het oog op de uitvoering en promotie van de concrete actie in het kader van Interreg en het programma.

Amendement    164

Voorstel voor een verordening

Artikel 40 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  Reis- en verblijfskosten van een concrete actie kunnen worden berekend als een vast percentage, met een maximum van 15 % van de directe kosten, met uitzondering van de directe personeelskosten, van die concrete actie.

5.  Reis- en verblijfskosten van een concrete actie kunnen worden berekend als een vast percentage, met een maximum van 15 % van de directe kosten van die concrete actie.

Amendement    165

Voorstel voor een verordening

Artikel 41 – alinea 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Kosten voor externe expertise en diensten blijven beperkt tot de volgende diensten en deskundigheid van een publiek- of privaatrechtelijke instantie of een natuurlijke persoon, anders dan de begunstigde van de concrete actie:

Kosten voor externe expertise en diensten omvatten, maar zijn niet beperkt tot de volgende diensten en deskundigheid van een publiek- of privaatrechtelijke instantie of een natuurlijke persoon, anders dan de begunstigde van de concrete actie, elke partner daaronder begrepen:

Amendement    166

Voorstel voor een verordening

Artikel 41 – alinea 1 – letter o

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

o)  reis- en verblijfkosten van externe deskundigen, sprekers, voorzitters van vergaderingen en dienstverleners;

o)  reis- en verblijfkosten van externe deskundigen;

Amendement    167

Voorstel voor een verordening

Artikel 42 – lid 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Kosten van uitrusting die is gekocht, gehuurd of geleased door de begunstigde van de concrete actie, afgezien van de in artikel 39 bedoelde uitrusting, zijn beperkt tot het volgende:

1.  Kosten van uitrusting die is gekocht, gehuurd of geleased door de begunstigde van de concrete actie, afgezien van de in artikel 39 bedoelde uitrusting, omvatten, maar zijn niet beperkt tot het volgende:

Amendement    168

Voorstel voor een verordening

Artikel 43 – alinea 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  de aankoop van land overeenkomstig [artikel 58, lid 1, onder c),] van Verordening (EU) [nieuwe GB-verordening];

a)  de aankoop van land overeenkomstig [artikel 58, lid 1, onder b),] van Verordening (EU) [nieuwe GB-verordening];

Amendement    169

Voorstel voor een verordening

Artikel 44 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De lidstaten en, indien van toepassing, de derde landen, partnerlanden en LGO's die deelnemen aan een Interreg-programma wijzen, voor de toepassing van artikel [65] van Verordening (EU) [nieuwe GB-verordening] één enkele beheersautoriteit en één enkele auditautoriteit aan.

1.  De lidstaten en, indien van toepassing, de derde landen, partnerlanden, LGO's en organisaties voor regionale integratie en samenwerking die deelnemen aan een Interreg-programma wijzen, voor de toepassing van artikel [65] van Verordening (EU) [nieuwe GB-verordening] één enkele beheersautoriteit en één enkele auditautoriteit aan.

Amendement    170

Voorstel voor een verordening

Artikel 44 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De beheersautoriteit en de auditautoriteit zijn in dezelfde lidstaat gevestigd.

2.  De beheersautoriteit en de auditautoriteit kunnen in dezelfde lidstaat gevestigd zijn.

Amendement    171

Voorstel voor een verordening

Artikel 44 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  Wanneer een Interreg-programma van component 2B of component 1 lange grenzen met heterogene ontwikkelingsproblemen en -behoeften bestrijkt, kunnen de lidstaten en, indien van toepassing, derde landen, partnerlanden en de LGO die deelnemen aan een Interreg-programma, subprogrammagebieden vaststellen.

5.  Wanneer een Interreg-programma van component 1 lange grenzen met heterogene ontwikkelingsproblemen en ‑behoeften bestrijkt, kunnen de lidstaten en, indien van toepassing, derde landen, partnerlanden en de LGO die deelnemen aan een Interreg-programma, subprogrammagebieden vaststellen.

Amendement    172

Voorstel voor een verordening

Artikel 44 – lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.  Als de beheersautoriteit een intermediaire instantie aanwijst in het kader van een Interreg-programma overeenkomstig artikel [65, lid 3,] van Verordening (EU) [nieuwe GB-verordening], voert de intermediaire instantie de taken uit in meer dan één deelnemende lidstaat of, indien van toepassing, derde land, partnerland of LGO.

6.  Als de beheersautoriteit een of meer intermediaire instanties aanwijst in het kader van een Interreg-programma overeenkomstig artikel [65, lid 3,] van Verordening (EU) [nieuwe GB-verordening], voert/voeren de betrokken intermediaire instantie(s) de taken uit in meer dan één deelnemende lidstaat, of in hun respectieve lidstaten, of, indien van toepassing, in meer dan één derde land, partnerland of LGO.

Amendement    173

Voorstel voor een verordening

Artikel 45 – lid 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis.  In afwijking van artikel 87, lid 2, van Verordening (EU) [nieuwe GB-verordening] vergoedt de Commissie bij wijze van tussentijdse betaling 100 % van de in de betalingsaanvraag opgenomen bedragen, hetgeen wordt berekend door het medefinancieringspercentage van het programma toe te passen op de totale subsidiabele uitgaven of de overheidsbijdrage, in voorkomend geval.

Amendement    174

Voorstel voor een verordening

Artikel 45 – lid 1 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 ter.  Indien de beheersautoriteit de verificaties als bedoeld in artikel 68, lid 1, onder a), van Verordening (EU) [nieuwe GB-verordening] niet in het gehele programmagebied verricht, wijst elke lidstaat de instantie of persoon aan die deze verificaties met betrekking tot de begunstigden op zijn grondgebied verricht.

Amendement    175

Voorstel voor een verordening

Artikel 45 – lid 1 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 quater.  In afwijking van artikel 92 van Verordening (EU) [nieuwe GB-verordening] is de jaarlijkse goedkeuring van de rekeningen niet van toepassing op de Interreg-programma's. De rekeningen worden aan het einde van een programma goedgekeurd op basis van het eindverslag over de prestaties.

Amendement    176

Voorstel voor een verordening

Artikel 48 – lid 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

7.  Wanneer het in lid 6 bedoelde algehele geëxtrapoleerde foutenpercentage meer dan 2 % bedraagt van de totale gedeclareerde uitgaven voor de Interreg-programma's in de populatie waaruit de gemeenschappelijke steekproef was geselecteerd, berekent de Commissie een algeheel resterend foutenpercentage, met inachtneming van door de respectieve Interreg-programma-autoriteiten toegepaste financiële correcties voor individuele onregelmatigheden die zijn ontdekt tijdens de audits van uit hoofde van lid 1 geselecteerde concrete acties.

7.  Wanneer het in lid 6 bedoelde algehele geëxtrapoleerde foutenpercentage meer dan 3,5 % bedraagt van de totale gedeclareerde uitgaven voor de Interreg-programma's in de populatie waaruit de gemeenschappelijke steekproef was geselecteerd, berekent de Commissie een algeheel resterend foutenpercentage, met inachtneming van door de respectieve Interreg-programma-autoriteiten toegepaste financiële correcties voor individuele onregelmatigheden die zijn ontdekt tijdens de audits van uit hoofde van lid 1 geselecteerde concrete acties.

Amendement    177

Voorstel voor een verordening

Artikel 48 – lid 8

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

8.  Wanneer het in lid 7 bedoelde algehele resterend foutenpercentage meer dan 2 % bedraagt van de totale gedeclareerde uitgaven voor de Interreg-programma's in de populatie waaruit de gemeenschappelijke steekproef was geselecteerd, bepaalt de Commissie of het nodig is de auditautoriteit van een specifiek Interreg-programma of een groep Interreg-programma's die het meest beïnvloed zijn, te verzoeken aanvullende controlewerkzaamheden te verrichten, teneinde het foutenpercentage verder te evalueren en de vereiste corrigerende maatregelen voor de Interreg-programma's die bij de geconstateerde onregelmatigheden betrokken zijn, te beoordelen.

8.  Wanneer het in lid 7 bedoelde algehele resterend foutenpercentage meer dan 3,5 % bedraagt van de totale gedeclareerde uitgaven voor de Interreg-programma's in de populatie waaruit de gemeenschappelijke steekproef was geselecteerd, bepaalt de Commissie of het nodig is de auditautoriteit van een specifiek Interreg-programma of een groep Interreg-programma's die het meest beïnvloed zijn, te verzoeken aanvullende controlewerkzaamheden te verrichten, teneinde het foutenpercentage verder te evalueren en de vereiste corrigerende maatregelen voor de Interreg-programma's die bij de geconstateerde onregelmatigheden betrokken zijn, te beoordelen.

Amendement    178

Voorstel voor een verordening

Artikel 49 – lid 2 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  2021: 1 %;

a)  2021: %;

Amendement    179

Voorstel voor een verordening

Artikel 49 – lid 2 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  2022: 1 %;

b)  2022: 2,25 %;

Amendement    180

Voorstel voor een verordening

Artikel 49 – lid 2 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)  2023: 1 %;

c)  2023: 2,25 %;

Amendement    181

Voorstel voor een verordening

Artikel 49 – lid 2 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

d)  2024: 1 %;

d)  2024: 2,25 %;

Amendement    182

Voorstel voor een verordening

Artikel 49 – lid 2 – letter e

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

e)  2025: 1 %;

e)  2025: 2,25 %;

Amendement    183

Voorstel voor een verordening

Artikel 49 – lid 2 – letter f

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

f)  2026: 1 %.

f)  2026: 2,25 %.

Amendement    184

Voorstel voor een verordening

Artikel 49 – lid 3 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Indien externe grensoverschrijdende Interreg-programma's worden ondersteund door het EFRO en het IPA III CBC of het NDICI CBC, wordt de voorfinanciering voor alle fondsen die een dergelijk Interreg-programma ondersteunen, verricht overeenkomstig Verordening (EU) [IPA III] of [NDICI] of elke handeling die op grond daarvan is vastgesteld.

Indien externe Interreg-programma's worden ondersteund door het EFRO en het IPA III CBC of het NDICI CBC, wordt de voorfinanciering voor alle fondsen die een dergelijk Interreg-programma ondersteunen, verricht overeenkomstig Verordening (EU) [IPA III] of [NDICI] of elke handeling die op grond daarvan is vastgesteld.

Amendement    185

Voorstel voor een verordening

Artikel 49 – lid 3 – alinea 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Het totaalbedrag dat als voorfinanciering is uitgekeerd, wordt aan de Commissie terugbetaald indien geen enkele betalingsaanvraag voor het voor grensoverschrijdende Interreg-programma is toegezonden binnen een termijn van 24 maanden, te rekenen vanaf de uitkering van het eerste gedeelte van de voorfinanciering door de Commissie. Een dergelijke terugbetaling wordt beschouwd als interne bestemmingsontvangsten en brengt geen verlaging mee van de steun uit het EFRO, IPA III CBC of NDICI CBC aan het programma.

Het totaalbedrag dat als voorfinanciering is uitgekeerd, wordt aan de Commissie terugbetaald indien geen enkele betalingsaanvraag voor het voor grensoverschrijdende Interreg-programma is toegezonden binnen een termijn van 36 maanden, te rekenen vanaf de uitkering van het eerste gedeelte van de voorfinanciering door de Commissie. Een dergelijke terugbetaling wordt beschouwd als interne bestemmingsontvangsten en brengt geen verlaging mee van de steun uit het EFRO, IPA III CBC of NDICI CBC aan het programma.

Amendement    186

Voorstel voor een verordening

Hoofdstuk 8 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Deelname van derde landen, partnerlanden of LGO's aan Interreg-programma's in gedeeld beheer

Deelname van derde landen, partnerlanden, LGO's of organisaties voor regionale integratie en samenwerking aan Interreg-programma's in gedeeld beheer

Amendement    187

Voorstel voor een verordening

Artikel 51 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De hoofdstukken I tot en met VII en hoofdstuk X zijn van toepassing op de deelname van derde landen, partnerlanden en LGO's aan Interreg-programma's die onderworpen zijn aan de specifieke bepalingen van dit hoofdstuk.

De hoofdstukken I tot en met VII en hoofdstuk X zijn van toepassing op de deelname van derde landen, partnerlanden, LGO's of organisaties voor regionale integratie en samenwerking aan Interreg-programma's die onderworpen zijn aan de specifieke bepalingen van dit hoofdstuk.

Amendement    188

Voorstel voor een verordening

Artikel 52 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Derde landen, partnerlanden en LGO's die deelnemen aan een Interreg-programma, delegeren personeel aan het gezamenlijke secretariaat van dat programma en/of zetten op hun respectieve grondgebied een filiaal op.

3.  Derde landen, partnerlanden en LGO's die deelnemen aan een Interreg-programma, kunnen personeel delegeren aan het gezamenlijke secretariaat van dat programma en/of zetten, in overleg met de beheersautoriteit, op hun respectieve grondgebied een filiaal van het gezamenlijke secretariaat op.

Amendement    189

Voorstel voor een verordening

Artikel 52 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  De nationale autoriteit of een orgaan dat is gelijkgesteld aan de communicatiemedewerker van het Interreg-programma als bedoeld in artikel 35, lid 1, ondersteunen de beheersautoriteit en de partners in het betreffende derde land, partnerland of LGO met betrekking tot de in artikel 35, leden 2 tot en met 7, bedoelde taken.

4.  De nationale autoriteit of een orgaan dat is gelijkgesteld aan de communicatiemedewerker van het Interreg-programma als bedoeld in artikel 35, lid 1, kunnen de beheersautoriteit en de partners in het betreffende derde land, partnerland of LGO ondersteunen met betrekking tot de in artikel 35, leden 2 tot en met 7, bedoelde taken.

Amendement    190

Voorstel voor een verordening

Artikel 53 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Interreg-programma's van de component 2 en 4 die bijdragen uit het EFRO en één of meer financieringsinstrumenten voor extern optreden van de Unie combineren, worden in gedeeld beheer uitgevoerd in de lidstaten en in een eventueel deelnemende derde land of partnerland of, met betrekking tot component 3, LGO, ongeacht of deze LGO steun ontvangt uit een of meer financieringsinstrumenten voor extern optreden van de Unie.

2.  Interreg-programma's van de component 2 en 4 die bijdragen uit het EFRO en één of meer financieringsinstrumenten voor extern optreden van de Unie combineren, worden in gedeeld beheer uitgevoerd in de lidstaten en in een eventueel deelnemend derde land, partnerland of LGO of, met betrekking tot component 3, in eender welk LGO, ongeacht of dit LGO steun ontvangt uit een of meer financieringsinstrumenten voor extern optreden van de Unie.

Amendement    191

Voorstel voor een verordening

Artikel 53 – lid 3 – alinea 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  in gedeeld beheer in de lidstaten en in een eventueel deelnemend derde land of LGO;

a)  in gedeeld beheer in de lidstaten en in een eventueel deelnemend derde land of LGO of groep van derde landen die deel uitmaken van een regionale organisatie;

Amendement    192

Voorstel voor een verordening

Artikel 53 – lid 3 – alinea 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  alleen in gedeeld beheer in de lidstaten en in het deelnemende derde land of LGO met betrekking tot EFRO-uitgaven buiten de Unie voor één of meer concrete acties, terwijl de bijdragen van een of meer financieringsinstrumenten voor extern optreden van de Unie in indirect beheer worden beheerd;

b)  alleen in gedeeld beheer in de lidstaten en in een deelnemend derde land of LGO, of groep van derde landen die deel uitmaken van een regionale organisatie, met betrekking tot EFRO-uitgaven buiten de Unie voor één of meer concrete acties, terwijl de bijdragen van een of meer financieringsinstrumenten voor extern optreden van de Unie in indirect beheer worden beheerd;

Amendement    193

Voorstel voor een verordening

Artikel 53 – lid 3 – alinea 1 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)  in indirect beheer in de lidstaten en in een eventueel deelnemende derde land of LGO.

c)  in indirect beheer in de lidstaten en in een eventueel deelnemend derde land of LGO of groep van derde landen die deel uitmaken van een regionale organisatie.

Amendement    194

Voorstel voor een verordening

Artikel 53 – lid 3 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Wanneer een Interreg-programma's van component 3 geheel of gedeeltelijk in indirect beheer wordt uitgevoerd, is artikel 60 van toepassing.

Wanneer een Interreg-programma van component 3 geheel of gedeeltelijk in indirect beheer wordt uitgevoerd, is voorafgaande overeenstemming tussen de betrokken lidstaten en regio's vereist en is artikel 60 van toepassing.

Amendement    195

Voorstel voor een verordening

Artikel 53 – lid 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 bis.  Gezamenlijke oproepen tot het indienen van voorstellen om financiering uit bilaterale of meerlandenprogramma's in het kader van NDICI en Europese territoriale samenwerking beschikbaar te stellen, kunnen bekendgemaakt worden indien de respectieve beheersautoriteiten daarmee instemmen. In de oproep wordt de geografische reikwijdte en de verwachte bijdrage ervan aan de doelstellingen van de respectieve programma's gespecificeerd. De beheersautoriteiten besluiten of de regels in het kader van NDICI, dan wel de regels in het kader van Europese territoriale samenwerking van toepassing zijn op de oproep. Zij kunnen besluiten een eerstverantwoordelijke beheersautoriteit aan te wijzen die verantwoordelijk is voor de beheers- en controletaken die verband houden met de oproep.

Amendement    196

Voorstel voor een verordening

Artikel 55 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Wanneer de selectie van één of meer grote infrastructuurprojecten op de agenda staat van een toezichtcomité of, indien van toepassing, een directiecomité, zendt de beheersautoriteit uiterlijk twee maanden vóór de datum van de vergadering een conceptnota voor elk van deze projecten aan de Commissie. De conceptnota telt maximaal drie bladzijden en bevat de naam, de locatie, de begroting, de eerstverantwoordelijke partner en de overige partners, alsmede de belangrijkste doelstellingen en verwachte prestaties daarvan. Als de conceptnota met betrekking tot een of meer grote infrastructuurprojecten niet binnen de vastgestelde termijn aan de Commissie is toegezonden, kan de Commissie verlangen dat de voorzitter van het toezichtcomité of het directiecomité de betrokken projecten van de agenda van de vergadering schrapt.

3.  Wanneer de selectie van één of meer grote infrastructuurprojecten op de agenda staat van een toezichtcomité of, indien van toepassing, een directiecomité, zendt de beheersautoriteit uiterlijk twee maanden vóór de datum van de vergadering een conceptnota voor elk van deze projecten aan de Commissie. De conceptnota telt maximaal vijf bladzijden en bevat de naam, de locatie, de begroting, de eerstverantwoordelijke partner en de overige partners, alsmede de belangrijkste doelstellingen en verwachte prestaties daarvan, en bevat een geloofwaardig bedrijfsplan waaruit blijkt dat voortzetting van het project of de projecten ook zonder de verstrekking van middelen uit de Interreg-fondsen mogelijk is. Als de conceptnota met betrekking tot een of meer grote infrastructuurprojecten niet binnen de vastgestelde termijn aan de Commissie is toegezonden, kan de Commissie verlangen dat de voorzitter van het toezichtcomité of het directiecomité de betrokken projecten van de agenda van de vergadering schrapt.

Amendement    197

Voorstel voor een verordening

Artikel 60 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Indien een Interreg-programma van component 3 gedeeltelijk of geheel in indirect beheer wordt uitgevoerd overeenkomstig respectievelijk artikel 53, lid 3, onder b), of artikel 53, lid 3, onder c), worden de uitvoeringstaken toevertrouwd aan een van de instanties die zijn vermeld in [artikel 62, lid 1, eerste alinea, onder c),] van Verordening (EU, Euratom) [FR-Omnibus], met name aan een dergelijke instantie die gevestigd is in de deelnemende lidstaat, met inbegrip van de beheersautoriteit van het betrokken Interreg-programma.

1.  Indien na raadpleging van de belanghebbenden een Interreg-programma van component 3 gedeeltelijk of geheel in indirect beheer wordt uitgevoerd overeenkomstig respectievelijk artikel 53, lid 3, onder b), of artikel 53, lid 3, onder c), van deze verordening, worden de uitvoeringstaken toevertrouwd aan een van de instanties die zijn vermeld in [artikel 62, lid 1, eerste alinea, onder c),] van Verordening (EU, Euratom) [FR-Omnibus], met name aan een dergelijke instantie die gevestigd is in de deelnemende lidstaat, met inbegrip van de beheersautoriteit van het betrokken Interreg-programma.

Amendement    198

Voorstel voor een verordening

Artikel 61

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Artikel 61

Schrappen

Investeringen in interregionale innovatie

 

Op initiatief van de Commissie kan het EFRO steun verlenen aan investeringen in interregionale innovatie, zoals omschreven in artikel 3, lid 5, waarbij onderzoekers, bedrijven, het maatschappelijk middenveld en overheden samen worden gebracht die betrokken zijn bij op nationaal of regionaal niveau vastgestelde strategieën voor slimme specialisatie.

 

Amendement    199

Voorstel voor een verordening

Artikel -62 (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel -62

 

Vrijstelling van aanmeldingsverplichting overeenkomstig artikel 108, lid 3, VWEU

 

De Commissie kan verklaren dat steun voor projecten voor Europese territoriale samenwerking die door de EU worden ondersteund, verenigbaar is met de interne markt en niet onderworpen is aan de aanmeldingsverplichting van artikel 108, lid 3, VWEU.

(1)

PB C … / Nog niet in het Publicatieblad verschenen.

(2)

PB C … / Nog niet in het Publicatieblad verschenen.


TOELICHTING

1. Inleiding

De Europese Unie (EU) heeft zich 60 jaar na de ondertekening van de Verdragen van Rome van een oorspronkelijk louter economische unie tot een gemeenschappelijk vredesproject ontwikkeld. Om dat project in stand te houden en met het oog op de uitdagingen voor het Europese beleid vanwege nationalistische tendensen en marktafscherming alsook de sceptische en soms vijandige houding ten opzichte van Europa, is een voortdurend goed nabuurschap tussen de Europese lidstaten van essentieel belang.

De Europese territoriale samenwerking is vooral op deze beginselen gebaseerd en draagt er in belangrijke mate en op een duidelijke manier toe bij dat Europeanen elkaar over de landsgrenzen heen leren kennen, gezamenlijk uitdagingen aangaan en Europa samen verder ontwikkelen en vorm geven. Op die manier worden grensbarrières – ook en vooral in het hoofd van de burger – stuk voor stuk weggenomen en worden grensregio's gemeenschappelijke ruimten waarin Europa in het dagelijks leven tastbaar en voelbaar wordt.

In de afgelopen decennia heeft de Europese territoriale samenwerking daardoor een onmiskenbare bijdrage geleverd aan de eenwording van Europa en door het wegnemen van grenzen en bureaucratische belemmeringen het dagelijkse samenleven over de grenzen heen intensiever en eenvoudiger gemaakt. De rapporteur is daarom bijzonder verheugd dat de Europese Commissie de belangrijke Europese toegevoegde waarde van de Europese territoriale samenwerking heeft bevestigd door de indiening van een eigen nieuwe ontwerpverordening voor de financieringsperiode na 2020.

Volgens de rapporteur worden de mogelijkheden van de Europese territoriale samenwerking, ondanks aanlokkelijke projectfinancieringspercentages, echter niet volledig benut, omdat de administratieve eisen die aan de potentiële begunstigden, maar ook aan de uitvoerende autoriteiten, worden gesteld een zorgelijk niveau hebben bereikt. Deze eisen zijn elke financieringsperiode strenger geworden en zijn nu zo streng dat ze individuele geïnteresseerden ervan weerhouden om een aanvraag in te dienen. Tegelijkertijd zijn ervaren indieners van aanvragen daardoor oververtegenwoordigd in de afzonderlijke programma's voor de Europese territoriale samenwerking. Als de Europese territoriale samenwerking weer moet voldoen aan haar eigenlijke taak om gericht de Europese denkbeelden te bevorderen, moeten de voorbereiding en de uitvoering van de programma's in de financieringsperiode na 2020 voor alle deelnemers weer eenvoudiger worden.

De rapporteur verwijst in dat verband naar de reeds aangenomen omnibusverordening voor het Financieel Reglement van de EU, die de uitbetaling en besteding van middelen en de financiële verslaglegging moest vereenvoudigen, zonder echter de controle op een doeltreffend gebruik van de middelen te verwaarlozen en die op 1 januari 2019 in werking treedt. In het bijzonder wil de rapporteur benadrukken dat de nieuwe bepalingen leiden tot een gemakkelijkere toepassing van vaste bedragen, vereenvoudigde kostenopties, gemakkelijkere toegang voor kleine begunstigden en het vermijden van veelvuldige controles, maar ook tot een grotere inzet van middelen om de bevolking op de hoogte te stellen van de resultaten van de projecten en investeringen in de regio's.

Bovendien is de rapporteur ingenomen met de door de Commissie voorgestelde vereenvoudigingen in het kader van de voorstellen voor de nieuwe GB-verordening, de nieuwe EFRO-verordening en de nieuwe verordening betreffende Europese territoriale samenwerking en is hij ervan overtuigd dat die het gewenste effect zullen hebben.

2. Toepassingsgebied componenten van de toekomstige Europese territoriale samenwerking

De rapporteur is verheugd dat de programma's voor grensoverschrijdende, transnationale en interregionale samenwerking in het kader van de Europese territoriale samenwerking worden voortgezet. Elk van deze programma's is op zichzelf gerechtvaardigd en de bestaande programmaruimten moeten volgens hem worden gehandhaafd. De rapporteur is echter van mening dat de sleutelrol van grensgebieden in het ontwerp van de Commissie onvoldoende uit de verf komt, en stelt daarom voor de toewijzing van de middelen te verschuiven ten gunste van component 1 "grensoverschrijdende samenwerking". Tegelijkertijd is de rapporteur ervan overtuigd dat maritieme samenwerking voortaan ook in het kader van component 1 mogelijk moet zijn, zelfs wanneer de regio's niet door een vaste verbinding over zee met elkaar verbonden zijn.

De rapporteur kijkt kritisch naar de invoering van de nieuwe component 5 "investeringen in interregionale innovatie", omdat de doelen die met deze investeringen in innovatie worden nagestreefd slechts tot op zekere hoogte verband houden met het cohesiebeleid. Bovendien is het door de Commissie voorgestelde directe beheer voor deze component 5 in strijd met de subsidiaire geest van de Europese territoriale samenwerking.

3. Begroting van de Europese territoriale samenwerking

De rapporteur is het niet eens met de geplande bezuinigingen op de bestaande en doeltreffende programma's voor grensoverschrijdende, transnationale en interregionale samenwerking, en pleit daarom met betrekking tot de begroting voor de programma's van de componenten 1-4 in het meerjarig financieel kader 2021-2017 voor een verhoging van ten minste 3 % van de totale middelen voor economische, sociale en territoriale cohesie.

De rapporteur wil hier opnieuw wijzen op de sleutelrol van grensgebieden en op het voor de grensoverschrijdende samenwerking (component 1) benodigde bedrag en stelt daarom voor deze component met 73,8 % de hoogste toewijzing voor.

De ruime toewijzing door de Commissie van financiële middelen aan investeringen in innovaties mag volgens de rapporteur in geen geval ten koste gaan van de andere componenten van de Europese territoriale samenwerking. Hij is echter van mening dat een aanvulling op de middelen ter hoogte van 0,3 % van de totale middelen voor de economische, sociale en territoriale samenwerking onder bepaalde omstandigheden mogelijk is.

4. Inhoud van de programma's voor Europese territoriale samenwerking en focus

Voor de rapporteur zijn de vijf van het EFRO afgeleide beleidsdoelstellingen en de twee specifieke doelstellingen voor Interreg "een beter bestuur voor Interreg" en "een veiliger, zekerder Europa" in beginsel aanvaardbaar. De rapporteur staat kritisch tegenover het strikte vereiste dat ten minste 15 % van alle middelen aan beide specifieke doelstellingen voor Interreg moet worden besteed, omdat hierdoor de programmaplanning en het programmabeheer in de praktijk moeilijker kunnen worden.

5. Fonds voor kleinschalige projecten

De essentie van de Europese territoriale samenwerking is het grensoverschrijdend verbinden van mensen om daardoor de Europese integratie te bevorderen. Juist kleinschalige projecten en burgerprojecten (people-to-people) brengen mensen op lokaal niveau samen en zijn van groot belang voor de ontwikkeling van grensgebieden. Indieners van aanvragen voor dit soort projecten zijn meestal afkomstig uit het maatschappelijk middenveld. De projecten worden vooral gekenmerkt door een geringe financiële projectomvang en een overeenkomstige geringe steun. Om kleinschalige projecten ook in de toekomst succesvol te kunnen voortzetten, was er dringend behoefte aan vereenvoudigingen, duidelijke regelingen en een directe verankering van kleinschalige projecten in het regelgevingskader. De nu in de ontwerpverordening van de Commissie opgenomen optie om fondsen voor kleinschalige projecten in het kader van Interreg-programma's in te stellen, juicht de rapporteur uitdrukkelijk toe. Deze fondsen voor kleinschalige projecten moeten echter flexibel worden beheerd. Daarnaast moet per programma de instelling van meerdere fondsen voor kleinschalige projecten mogelijk zijn.

In de loop van de besprekingen moet worden onderzocht in hoeverre de door de Commissie voorgestelde bepalingen zullen leiden tot een directe vereenvoudiging en vermindering van de administratieve lasten voor de eindbegunstigden van de burger- en kleinschalige projecten.

6. Hoogte van de medefinanciering

De rapporteur betreurt het voorstel van de Commissie om het maximale medefinancieringspercentage voor Interreg-programma's te verlagen. Hij acht de voorgestelde hoogte van 70 % ontoereikend en stelt in plaats daarvan een verhoging van het percentage tot 85 % voor. Het moet mogelijk zijn om de medefinancieringspercentages flexibel toe te passen en de vereisten in de desbetreffende programmaruimtes dienovereenkomstig vast te leggen.

7. Voorfinanciering

De rapporteur is van mening dat er door de lagere voorfinanciering voor enkele programma's in vergelijking met de periode 2014-2020 financiële problemen kunnen ontstaan, omdat er met name aan het begin van een programma sprake is van hogere kosten voor de instelling en het op gang brengen van het programma. In de voorfinancieringsregelingen moet naar behoren rekening worden gehouden met de specifieke kenmerken van de Europese territoriale samenwerking en daarom voorziet de rapporteur in zijn ontwerpverslag vooral voor het begin van de financieringsperiode in een hogere voorfinanciering.

8. Indicatoren

De rapporteur steunt in beginsel de invoering van specifieke indicatoren voor Interreg om de resultaten en de Europese toegevoegde waarde van het samenwerkingsprogramma te meten. De voorgestelde indicatoren zijn echter misschien niet geschikt om de toegevoegde waarde met betrekking tot het proces van de grensoverschrijdende, transnationale en interregionale samenwerking weer te geven en daarmee positieve beleidsimpulsen te bieden. Een aanpassing van de indicatoren of meer speelruimte voor de programma's bij de opzet van het indicatorensysteem zou in de loop van het debat nodig kunnen zijn.

9. n+ 2-regeling/meervoudige belasting van de regio's

Op grond van de ervaringen uit de voorgaande financieringsperioden, wil de rapporteur erop wijzen dat de door de Commissie voorgestelde terugkeer naar de n+2-regeling (tot nu toe n+3) kan leiden tot een gedeeltelijke afname van middelen in heel Europa, omdat de middelen in bepaalde omstandigheden niet snel genoeg kunnen worden opgevraagd. Dat zou, in combinatie met mogelijke verlagingen van de totale beschikbare middelen en een mogelijke daling van de EU-medefinancieringspercentages, tot een meervoudige belasting van de regio's op het gebied van de Europese territoriale samenwerking leiden.

10. Steunregelingen

Al jarenlang is het bevorderen van Europese territoriale samenwerking een van de belangrijkste prioriteiten van het cohesiebeleid van de EU. De ondersteuning van kmo's bij de kosten van projecten voor Europese territoriale samenwerking is reeds overeenkomstig de algemene groepsvrijstellingsverordening (AGVV) vrijgesteld van de meldingsplicht. Bijzondere bepalingen voor regionale steun voor investeringen door zowel kleine als grote ondernemingen zijn ook opgenomen in de richtsnoeren inzake regionale steunmaatregelen 2014-2020 en in het deel regionale steun van de algemene groepsvrijstellingsverordening.

Volgens de rapporteur is steun voor projecten van de Europese territoriale samenwerking verenigbaar met de interne markt en heeft deze slechts een gering effect op de concurrentie en de handel tussen de lidstaten. Hij stelt daarom voor programma's voor Europese territoriale samenwerking automatisch buiten de bepalingen inzake staatssteun te laten vallen en de uitgebreide controles op de aanwezigheid van staatssteun derhalve te laten vallen.

11. Tussentijdse evaluatie

De geplande tussentijdse evaluatie en eventuele aanpassingen voor de multilaterale Interreg-programma's vereisen duidelijk uitgebreidere afstemmingsprocessen. De rapporteur wijst erop dat dit er niet toe mag leiden dat de ondersteuning van projecten in de tweede helft van het programma wordt bemoeilijkt of vertraagd.


ADVIES van de Commissie buitenlandse zaken (21.11.2018)

aan de Commissie regionale ontwikkeling

inzake het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende specifieke bepalingen voor de doelstelling "Europese territoriale samenwerking" (Interreg) ondersteund door het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling en financieringsinstrumenten voor extern optreden

(COM(2018)0374 – C8‑0229/2018 – 2018/0199(COD))

Rapporteur voor advies (*): Fabio Massimo Castaldo

(*)  Procedure met medeverantwoordelijke commissies – Artikel 54 van het Reglement

BEKNOPTE MOTIVERING

Het voorstel van de Commissie voor een verordening betreffende specifieke bepalingen voor de doelstelling "Europese territoriale samenwerking" (Interreg) ondersteund door het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling en financieringsinstrumenten voor extern optreden, dat op 29 mei 2018 werd gepubliceerd, bevat significante wijzigingen met betrekking tot de algemene structuur van de territoriale samenwerking, evenals programma's voor de toekomstige grensoverschrijdende samenwerking.

De eerste significante wijziging is het voorstel van de Commissie om de onderdelen van de samenwerking te hervormen door onder meer bij de grensoverschrijdende samenwerking de nadruk te leggen op landgrenzen en de grensoverschrijdende samenwerking rond zeegrenzen op te nemen in een vergrote component voor "transnationale samenwerking en maritieme samenwerking". De rapporteur is van mening dat dit de huidige en toekomstige grensoverschrijdende maritieme programma's, en met name de programma's in de Middellandse Zee, in gevaar zou brengen. Het doel van Interreg moet erin bestaan sterke banden te creëren en partnerschappen tussen buurlanden die een land- of zeegrens delen te versterken. Dit is met name van belang voor de programma's rond de Middellandse Zee, waar met investeringen in partnerlanden en hun stabiliteit ook wordt geïnvesteerd in de veiligheid en stabiliteit van de Europese Unie. De rapporteur stelt derhalve amendementen voor om de grensoverschrijdende maritieme samenwerkingsprogramma's opnieuw in te voeren, zelfs wanneer geen sprake is van een vaste verbinding over de zee, en wijzigt de toewijzingen dienovereenkomstig ten gunste van component 1.

Een tweede relevante verandering die in de ontwerpverordening inzake Interreg wordt voorgesteld, is het voorstel om een gemeenschappelijke reeks regels toe te passen voor zowel de interne samenwerking tussen lidstaten als de samenwerking tussen EU-lidstaten en niet‑EU-landen. De in de Interreg-verordening vastgestelde regels hebben dus ook gevolgen voor de programma's voor grensoverschrijdende samenwerking die worden medegefinancierd door de financieringsinstrumenten voor extern optreden van de EU, zoals het instrument voor nabuurschapsbeleid, ontwikkeling en internationale samenwerking (NDICI) en het instrument voor pretoetredingssteun (IPA III).

Dit is een significante wijziging ten opzichte van de huidige periode 2014‑2020, waarin programma's voor externe grensoverschrijdende samenwerking worden geregeld middels specifieke uitvoeringsverordeningen. De rapporteur stelt voor dat volledig rekening wordt gehouden met de doelstellingen en prioriteiten van financieringsinstrumenten voor extern optreden, zoals uiteengezet in de respectievelijke verordeningen, en dat deze nadrukkelijk worden genoemd in de Interreg-verordening, wanneer financieringsinstrumenten voor extern optreden worden gebruikt voor de medefinanciering van Interreg-programma's.

In de ontwerpverordening inzake Interreg wordt reeds gespecificeerd welk aandeel van de financiële middelen in het kader van IPA III en NDICI moet worden toegewezen aan Interreg-programma's. Om te zorgen voor meer flexibiliteit stelt de rapporteur voor de cijfers te schrappen en in plaats daarvan verwijzingen in te voegen naar de IPA III- en NDICI-verordeningen, ervan uitgaande dat de marges in die respectievelijke verordeningen worden vastgesteld.

Hoewel de rapporteur inspanningen verwelkomt om de synergieën tussen de verschillende fondsen te vereenvoudigen en optimaliseren, is hij van mening dat de belangrijkste doelstellingen van financieringsinstrumenten voor extern optreden niet uit het oog mogen worden verloren. Hij stelt derhalve amendementen in dit verband voor waarin wordt bepaald dat de externe grensoverschrijdende samenwerking in het kader van de Interreg-verordening programma's voor grensoverschrijdende samenwerking in het kader van het instrument voor pretoetreding en het nabuurschapsinstrument moet aanvullen. IPA-steun moet gericht blijven op het ondersteunen van de inspanningen van de begunstigden om de regionale, macroregionale en grensoverschrijdende samenwerking, alsmede de territoriale ontwikkeling te verbeteren, onder andere door het uitvoeren van macroregionale strategieën van de Unie. Wat de NDICI-steun betreft, moet de EU met naburige landen bijzondere betrekkingen blijven ontwikkelen die erop gericht zijn een ruimte van welvaart en goed nabuurschap tot stand te brengen die stoelt op de doelstellingen en beginselen van het extern optreden van de Unie.

De rapporteur herhaalt ook dat meer flexibiliteit moet worden toegestaan bij de indiening van programmeringsdocumenten wanneer hierbij partnerlanden betrokken zijn, aangezien uit ervaring is gebleken dat zij meer tijd nodig hebben omdat hun procedures niet gelijk zijn aan die van de EU-lidstaten.

AMENDEMENTEN

De Commissie buitenlandse zaken verzoekt de bevoegde Commissie regionale ontwikkeling onderstaande amendementen in aanmerking te nemen:

Amendement    1

Voorstel voor een verordening

Overweging 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(1)  Krachtens artikel 176 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) is het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO) bedoeld om een bijdrage te leveren aan het ongedaan maken van de belangrijkste regionale onevenwichtigheden in de Unie. Uit hoofde van dat artikel en artikel 174, tweede en derde alinea, VWEU moet het EFRO een bijdrage leveren om de verschillen tussen de ontwikkelingsniveaus van de onderscheiden regio's en de achterstand van de minst begunstigde regio's te verkleinen, waarbij bijzondere aandacht moet worden besteed aan bepaalde categorieën regio's, waaronder grensoverschrijdende regio's expliciet zijn vermeld.

(1)  Krachtens artikel 176 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) is het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO) bedoeld om een bijdrage te leveren aan het ongedaan maken van de belangrijkste regionale onevenwichtigheden in de Unie. Uit hoofde van dat artikel en artikel 174, tweede en derde alinea, VWEU moet het EFRO een bijdrage leveren om de verschillen tussen de ontwikkelingsniveaus van de onderscheiden regio's en de achterstand van de minst begunstigde regio's te verkleinen, waarbij bijzondere aandacht moet worden besteed aan bepaalde categorieën regio's, waarvan plattelandsregio's, regio's die een industriële overgang doormaken, en regio's die kampen met ernstige en permanente natuurlijke of demografische belemmeringen, zoals de meest noordelijke regio's met een zeer geringe bevolkingsdichtheid en eilanden, grensoverschrijdende en bergregio's expliciet zijn vermeld.

Amendement    2

Voorstel voor een verordening

Overweging 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(2)  In Verordening (EU) [nieuwe GB-verordening] van het Europees Parlement en de Raad21 zijn de gemeenschappelijke bepalingen voor het EFRO en enkele andere fondsen vastgelegd en in Verordening (EU) [nieuwe EFRO-verordening] van het Europees Parlement en de Raad22 zijn bepalingen betreffende de specifieke doelstellingen en het toepassingsgebied van EFRO-steun vastgelegd. Er moeten nu specifieke bepalingen worden vastgesteld betreffende de doelstelling "Europese territoriale samenwerking" (Interreg), in het kader waarvan een of meer lidstaten grensoverschrijdend samenwerken met het oog op effectieve programmering, met inbegrip van bepalingen over technische bijstand, toezicht, evaluatie, communicatie, subsidiabiliteit, beheer en controle, alsmede financieel beheer.

(2)  In Verordening (EU) [nieuwe GB-verordening] van het Europees Parlement en de Raad21 zijn de gemeenschappelijke bepalingen voor het EFRO en enkele andere fondsen vastgelegd en in Verordening (EU) [nieuwe EFRO-verordening] van het Europees Parlement en de Raad22 zijn bepalingen betreffende de specifieke doelstellingen en het toepassingsgebied van EFRO-steun vastgelegd. Er moeten nu specifieke bepalingen worden vastgesteld betreffende de doelstelling "Europese territoriale samenwerking" (Interreg), in het kader waarvan een of meer lidstaten en een of meer landen of andere gebieden buiten de Unie grensoverschrijdend samenwerken met het oog op effectieve programmering, met inbegrip van bepalingen over technische bijstand, toezicht, evaluatie, communicatie, subsidiabiliteit, beheer en controle, alsmede financieel beheer.

__________________

__________________

21 [Referentie].

21 [Referentie].

22 [Referentie].

22 [Referentie].

Amendement    3

Voorstel voor een verordening

Overweging 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(3)  Teneinde de harmonieuze ontwikkeling van de Unie op verschillende niveaus te ondersteunen, moet het EFRO in het kader van de doelstelling "Europese territoriale samenwerking" (Interreg) steun verlenen voor grensoverschrijdende samenwerking, transnationale samenwerking, maritieme samenwerking, samenwerking tussen ultraperifere gebieden en interregionale samenwerking.

(3)  Teneinde de welvaart te bevorderen en de harmonieuze ontwikkeling van de Unie op verschillende niveaus te ondersteunen, moet het EFRO in het kader van de doelstelling "Europese territoriale samenwerking" (Interreg) steun verlenen voor grensoverschrijdende samenwerking, transnationale samenwerking, samenwerking tussen ultraperifere gebieden en interregionale samenwerking.

Amendement    4

Voorstel voor een verordening

Overweging 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(4)  De component grensoverschrijdende samenwerking moet tot doel hebben gemeenschappelijke uitdagingen die in de grensregio's door de betrokkenen gezamenlijk zijn vastgesteld, aan te gaan en het onbenutte groeipotentieel in grensgebieden te exploiteren, zoals aangetoond in de mededeling van de Commissie "Groei en cohesie stimuleren in grensregio's van de EU" ("mededeling over grensregio's"). De grensoverschrijdende component moet derhalve worden beperkt tot samenwerking rond landgrenzen; grensoverschrijdende samenwerking rond zeegrenzen moet in de transnationale component worden opgenomen.

(4)  De component grensoverschrijdende samenwerking moet tot doel hebben gemeenschappelijke uitdagingen die in de aan land- of zeegrenzen gelegen regio's door de betrokkenen gezamenlijk zijn vastgesteld, aan te gaan en het onbenutte groeipotentieel in grensgebieden te exploiteren. De grensoverschrijdende component moet derhalve samenwerking omvatten rond land- of zeegrenzen; grensoverschrijdende samenwerking moet regio's ondersteunen, die zijn gelegen langs land- of zeegrenzen.

Amendement    5

Voorstel voor een verordening

Overweging 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(5)  De component grensoverschrijdende samenwerking heeft ook betrekking op samenwerking tussen een of meer lidstaten en een of meer landen of gebieden buiten de Unie. Het opnemen van interne en externe grensoverschrijdende samenwerking in het kader van deze verordening moet voor de programma-autoriteiten in de lidstaten en voor de autoriteiten van partners en begunstigden buiten de Unie tot een flinke vereenvoudiging en stroomlijning van de toepasselijke bepalingen leiden in vergelijking met de programmeringsperiode 2014-2020.

(5)  De component grensoverschrijdende samenwerking heeft ook betrekking op samenwerking tussen een of meer lidstaten en een of meer derde landen. Het opnemen van interne en externe grensoverschrijdende samenwerking in het kader van deze verordening moet voor de programma-autoriteiten in de lidstaten en voor de autoriteiten van partners en begunstigden buiten de Unie tot een flinke vereenvoudiging en stroomlijning van de toepasselijke bepalingen leiden in vergelijking met de programmeringsperiode 2014-2020.

Amendement    6

Voorstel voor een verordening

Overweging 5 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(5 bis)  De externe grensoverschrijdende samenwerking uit hoofde van deze verordening mag in geen geval in de plaats komen van en moet eerder een aanvulling vormen op programma's voor grensoverschrijdende samenwerking in het kader van Verordening (EU) .../... [IPA III-verordening] en Verordening (EU) .../... [NDICI-verordening], in het bijzonder de inspanningen van hun begunstigden om de regionale, macroregionale en grensoverschrijdende samenwerking te versterken.

Amendement    7

Voorstel voor een verordening

Overweging 9

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(9)  Er moeten objectieve criteria worden vastgesteld om te bepalen welke regio's en gebieden subsidiabel zijn. De aanwijzing van subsidiabele regio's en gebieden op het niveau van de Unie moet daarom worden gebaseerd op de gemeenschappelijke indeling van de regio's die is vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 1059/2003 van het Europees Parlement en de Raad26.

(9)  Er moeten objectieve criteria worden vastgesteld om te bepalen welke regio's en gebieden subsidiabel zijn. De aanwijzing van subsidiabele regio's en gebieden op het niveau van de Unie moet daarom worden gebaseerd op de gemeenschappelijke indeling van de regio's die is vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 1059/2003 van het Europees Parlement en de Raad26. Voor Interreg-programma's waarin derde landen deelnemen, moeten, indien er geen NUTS-classificatie is, vergelijkbare gebieden van toepassing zijn die in het kader van Verordening (EU) .../... [IPA III-verordening] en Verordening (EU) .../... [NDICI-verordening] in aanmerking komen.

__________________

__________________

26 Verordening (EG) nr. 1059/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 26 mei 2003 betreffende de opstelling van een gemeenschappelijke nomenclatuur van territoriale eenheden voor de statistiek (NUTS) (PB L 154 van 21.6.2003, blz. 1).

26 Verordening (EG) nr. 1059/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 26 mei 2003 betreffende de opstelling van een gemeenschappelijke nomenclatuur van territoriale eenheden voor de statistiek (NUTS) (PB L 154 van 21.6.2003, blz. 1).

Amendement    8

Voorstel voor een verordening

Overweging 10

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(10)  Het is nodig samenwerking in alle mogelijke dimensies met de naburige derde landen van de Unie verder te ondersteunen of, waar nodig, tot stand te brengen, aangezien zulke samenwerking een belangrijke beleidsinstrument voor regionale ontwikkeling is en de regio's van de lidstaten die aan derde landen grenzen, daarvan profijt moeten trekken. Te dien einde moeten het EFRO en de financieringsinstrumenten voor extern optreden van de Unie, IPA27, NDICI28 en OCTP29, programma's ondersteunen in het kader van grensoverschrijdende samenwerking, transnationale samenwerking en maritieme samenwerking, samenwerking tussen ultraperifere gebieden en interregionale samenwerking. De steunverlening uit het EFRO en de financieringsinstrumenten voor extern optreden van de Unie moeten op wederkerigheid en evenredigheid zijn gebaseerd. Voor het IPA III-CBC en het NDICI-CBC moet de steunverlening uit het EFRO worden aangevuld met ten minste een gelijkwaardige bedrag uit het IPA III-CBC en het NDICI-CBC, tot een maximumbedrag als vastgesteld in de respectieve rechtshandeling, dat wil zeggen maximaal 3 % van de financiële toewijzing in het kader van het IPA III en maximaal 4 % van de financiële toewijzing in het kader van het geografische nabuurschapsprogramma uit hoofde van artikel 4, lid 2, onder a), van het NDICI.

(10)  Het is nodig samenwerking in alle mogelijke dimensies met de naburige derde landen van de Unie verder te ondersteunen of, waar nodig, tot stand te brengen, aangezien zulke samenwerking een belangrijke beleidsinstrument voor regionale ontwikkeling is en de regio's van de lidstaten die aan derde landen grenzen, daarvan profijt moeten trekken. Te dien einde moeten het EFRO en de financieringsinstrumenten voor extern optreden van de Unie, IPA27, NDICI28 en OCTP29, programma's ondersteunen in het kader van grensoverschrijdende samenwerking, transnationale samenwerking en maritieme samenwerking, samenwerking tussen ultraperifere gebieden en interregionale samenwerking. De steunverlening uit het EFRO en de financieringsinstrumenten voor extern optreden van de Unie moeten op wederkerigheid en evenredigheid zijn gebaseerd. Voor het IPA III-CBC en het NDICI-CBC moet de steunverlening uit het EFRO worden aangevuld met ten minste een gelijkwaardig bedrag uit het IPA III-CBC en het NDICI-CBC, behoudens de bepalingen als vastgesteld in de respectieve rechtshandeling, dat wil zeggen in artikel [9] van Verordening (EU) .../... van het Europees Parlement en de Raad [de IPA III-verordening] en artikel [18] van Verordening (EU) .../... van het Europees Parlement en de Raad [de NDICI-verordening].

__________________

__________________

27 Verordening (EU) XXX tot vaststelling van het instrument voor pretoetredingssteun (PB L xx van xx.xx.xxxx, blz. y).

27 Verordening (EU) .../... van het Europees Parlement en de Raad van ... tot vaststelling van het instrument voor pretoetredingssteun (PB L xx van xx.xx.xxxx, blz. y).

28 Verordening (EU) XXX tot vaststelling van het instrument voor nabuurschapsbeleid, ontwikkeling en internationale samenwerking (PB L xx van xx.xx.xxxx, blz. y).

28 Verordening (EU) .../... van het Europees Parlement en de Raad van ... tot vaststelling van het instrument voor nabuurschapsbeleid, ontwikkeling en internationale samenwerking (PB L xx van xx.xx.xxxx, blz. y).

29 Besluit (EU) XXX betreffende de associatie van de landen en gebieden overzee met de Europese Unie, met inbegrip van de betrekkingen tussen de Europese Unie, enerzijds, en Groenland en het Koninkrijk Denemarken, anderzijds (PB L xx van xx.xx.xxxx, blz. y).

29 Besluit (EU) XXX betreffende de associatie van de landen en gebieden overzee met de Europese Unie, met inbegrip van de betrekkingen tussen de Europese Unie, enerzijds, en Groenland en het Koninkrijk Denemarken, anderzijds (PB L xx van xx.xx.xxxx, blz. y).

Amendement    9

Voorstel voor een verordening

Overweging 11

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(11)  Steunverlening uit het IPA III moet voornamelijk gericht zijn op het ondersteunen van begunstigden van het IPA bij de versterking van democratische instellingen en de rechtsstaat, de hervorming van justitie en het openbaar bestuur, de naleving van grondrechten en de bevordering van gendergelijkheid, tolerantie, sociale inclusie en non-discriminatie. IPA-steun moet gericht blijven op het ondersteunen van de inspanningen van de begunstigden van het IPA om de regionale, macroregionale en grensoverschrijdende samenwerking, alsmede de territoriale ontwikkeling te verbeteren, onder andere door het uitvoeren van macroregionale strategieën van de Unie. Daarnaast moet IPA-steun zich richten op veiligheid, migratie en grensbeheer, waarbij toegang tot internationale bescherming wordt gewaarborgd, relevante informatie wordt gedeeld, grenscontrole wordt versterkt en gezamenlijke inspanningen in de strijd tegen irreguliere migratie en migrantensmokkel worden geleverd.

(11)  IPA-steun moet gericht blijven op het ondersteunen van de inspanningen van de begunstigden van het IPA om de regionale, macroregionale en grensoverschrijdende samenwerking, alsmede de territoriale ontwikkeling te verbeteren, onder andere door het uitvoeren van macroregionale strategieën van de Unie, en zich richten op doelstellingen en prioriteiten zoals vastgesteld in artikel [3] en de bijlagen II en III van de IPA-verordening [IPA III].

Amendement    10

Voorstel voor een verordening

Overweging 12

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(12)  Wat de NDICI-steun betreft, moet de Unie met naburige landen bijzondere betrekkingen ontwikkelen die erop gericht zijn een ruimte van welvaart en goed nabuurschap tot stand te brengen welke stoelt op de waarden van de Unie en welke gekenmerkt wordt door nauwe en vreedzame betrekkingen die gebaseerd zijn op samenwerking. Deze verordening en het NDICI moeten derhalve de interne en externe aspecten van de relevante macroregionale strategieën ondersteunen. Die initiatieven zijn van strategisch belang en bieden zinvolle politieke kaders voor de verdieping van de betrekkingen met en tussen de partnerlanden, op basis van wederzijdse verantwoordingsplicht, gedeelde betrokkenheid en verantwoordelijkheid.

(12)  Wat de NDICI-steun betreft, moet de Unie met naburige landen bijzondere betrekkingen ontwikkelen die erop gericht zijn een ruimte van welvaart en goed nabuurschap tot stand te brengen die stoelt op de doelstellingen en beginselen van het extern optreden van de Unie, zoals vastgesteld in artikel 3, lid 5, artikel 8, artikel 21 van het Verdrag betreffende de Europese Unie en artikel 208 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, in het bijzonder de beginselen van democratie, de rechtstaat en de eerbiediging van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden waarop het stoelt, door middel van dialoogvoering en samenwerking met partnerlanden en regio's. Deze verordening en het NDICI moeten derhalve de interne en externe aspecten van de relevante macroregionale strategieën ondersteunen en zich richten op doelstellingen en prioriteiten als gedefinieerd in artikel [3] en de bijlagen II en III van de NDICI-verordening. Die initiatieven zijn van strategisch belang en bieden zinvolle politieke kaders voor de verdieping van de betrekkingen met en tussen de partnerlanden, op basis van wederzijdse verantwoordingsplicht, gedeelde betrokkenheid en verantwoordelijkheid.

Amendement    11

Voorstel voor een verordening

Overweging 15

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(15)  Het is nodig de middelen die aan elk van de verschillende componenten van Interreg moeten worden toegewezen, vast te stellen, met inbegrip van het aandeel van elke lidstaat in de totale bedragen voor de grensoverschrijdende samenwerking, de transnationale samenwerking en maritieme samenwerking, de samenwerking tussen ultraperifere gebieden en de interregionale samenwerking en de mogelijkheden voor de lidstaten, wat de flexibiliteit tussen deze componenten betreft. In vergelijking met de programmeringsperiode 2014-2020 moet het aandeel voor grensoverschrijdende samenwerking worden verminderd, terwijl het aandeel voor transnationale samenwerking en maritieme samenwerking wegens de integratie van maritieme samenwerking moet worden vergroot, en er moet een nieuwe component samenwerking tussen ultraperifere gebieden worden gecreëerd.

(15)  Het is nodig de middelen die aan elk van de verschillende componenten van Interreg moeten worden toegewezen, vast te stellen, met inbegrip van het aandeel van elke lidstaat in de totale bedragen voor de grensoverschrijdende samenwerking, de transnationale samenwerking en maritieme samenwerking, de samenwerking tussen ultraperifere gebieden en de interregionale samenwerking en de mogelijkheden voor de lidstaten, wat de flexibiliteit tussen deze componenten betreft.

Amendement    12

Voorstel voor een verordening

Overweging 24

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(24)  Vanwege de deelneming van meer dan één lidstaat en de daaruit voortvloeiende hogere administratieve kosten, met name voor controles en vertalingen, moet het maximumbedrag van de uitgaven voor technische bijstand hoger zijn dan in het kader van de doelstelling "investeren in werkgelegenheid en groei". Ter compensatie van de hogere administratieve kosten moeten de lidstaten worden aangespoord om de administratieve lasten van de tenuitvoerlegging van gezamenlijke projecten waar mogelijk te verminderen. Bovendien moeten Interreg-programma's met beperkte steun van de Unie of programma's voor externe grensoverschrijdende samenwerking een bepaald minimumbedrag voor technische bijstand ontvangen om voldoende financiering voor doeltreffende activiteiten inzake technische bijstand te garanderen.

(24)  Vanwege de deelneming van meer dan één lidstaat en een of meer derde landen, en de daaruit voortvloeiende hogere administratieve kosten, met name voor controles en vertalingen, moet het maximumbedrag van de uitgaven voor technische bijstand hoger zijn dan in het kader van de doelstelling "investeren in werkgelegenheid en groei". Ter compensatie van de hogere administratieve kosten moeten de lidstaten worden aangespoord om de administratieve lasten van de tenuitvoerlegging van gezamenlijke projecten waar mogelijk te verminderen. Bovendien moeten Interreg-programma's met beperkte steun van de Unie of programma's voor externe grensoverschrijdende samenwerking een bepaald minimumbedrag voor technische bijstand ontvangen om voldoende financiering voor doeltreffende activiteiten inzake technische bijstand te garanderen.

Amendement    13

Voorstel voor een verordening

Overweging 35

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(35)  Om eenvormige voorwaarden voor de vaststelling of wijziging van Interreg-programma's te waarborgen, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend. Programma's voor externe grensoverschrijdende samenwerking moeten echter, indien van toepassing, voldoen aan de comitéprocedures die in de Verordeningen (EU) [IPA III] en (EU) [NDICI] zijn vastgelegd betreffende het eerste goedkeuringsbesluit van die programma's.

(35)   Aan de Commissie moet de bevoegdheid worden verleend om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie handelingen vast te stellen voor de vaststelling of wijziging van Interreg-programma's door middel van een meerjarig strategisch document. Programma's voor externe grensoverschrijdende samenwerking moeten echter, indien van toepassing, voldoen aan de procedures die in de Verordeningen (EU) [IPA III] en (EU) [NDICI] zijn vastgelegd betreffende het eerste goedkeuringsbesluit van die programma's.

Amendement    14

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – punt 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  interne grensoverschrijdende samenwerking tussen aan land aan elkaar grenzende regio's van twee of meer lidstaten of tussen aan land aan elkaar grenzende regio's van ten minste één lidstaat en één of meer derde landen die zijn vermeld in artikel 4, lid 3; of

a)  interne grensoverschrijdende samenwerking tussen aan land of via de zee aan elkaar grenzende regio's van twee of meer lidstaten of tussen aan land of via de zee aan elkaar grenzende regio's van ten minste één lidstaat en één of meer derde landen die zijn vermeld in artikel 4, lid 3; of

Amendement    15

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – punt 1 – letter b – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  externe grensoverschrijdende samenwerking tussen aan land aan elkaar grenzende regio's van ten minste één lidstaat en één of meer van de volgende:

b)  externe grensoverschrijdende samenwerking tussen aan land of via de zee aan elkaar grenzende regio's van ten minste één lidstaat en één of meer van de volgende:

Amendement    16

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – punt 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2)  transnationale samenwerking over grotere transnationale gebieden of rond zeebekkens, waarbij lokale, regionale en nationale programmapartners in de lidstaten, derde landen, partnerlanden en Groenland betrokken zijn, met het oog op een hogere mate van territoriale integratie ("component 2"); wanneer enkel naar transnationale samenwerking wordt verwezen: "component 2A"; wanneer enkel naar transnationale samenwerking wordt verwezen: "component 2B";

2)  transnationale samenwerking over grotere transnationale gebieden of rond zeebekkens, waarbij lokale, regionale en nationale programmapartners in de lidstaten, derde landen, partnerlanden en Groenland betrokken zijn, met het oog op een hogere mate van territoriale integratie;

Amendement    17

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Voor grensoverschrijdende samenwerking zijn de door het EFRO te steunen regio's de regio's van NUTS-niveau 3 van de Unie aan alle interne en externe landgrenzen met derde landen of partnerlanden.

1.  Voor grensoverschrijdende samenwerking zijn de door het EFRO te steunen regio's de regio's van NUTS-niveau 3 van de Unie aan alle interne en externe landgrenzen of maritieme grenzen met derde landen of partnerlanden.

Amendement    18

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Regio's aan maritieme grenzen die door middel van een vaste verbinding over de zee verbonden zijn, worden ook ondersteund in het kader van grensoverschrijdende samenwerking.

2.  Regio's aan maritieme grenzen die door middel van vaste verbindingen of andere blijvende culturele, historische en vervoersverbindingen over de zee verbonden zijn, worden ook ondersteund in het kader van grensoverschrijdende samenwerking.

Amendement    19

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Interne programma's voor grensoverschrijdende samenwerking in het kader van Interreg kunnen regio's in Noorwegen, Zwitserland en het Verenigd Koninkrijk omvatten, die gelijkwaardig zijn aan regio's van NUTS-niveau 3, alsook Liechtenstein, Andorra en Monaco.

3.  Interne programma's voor grensoverschrijdende samenwerking in het kader van Interreg kunnen regio's in Noorwegen, Zwitserland en het Verenigd Koninkrijk omvatten, die gelijkwaardig zijn aan regio's van NUTS-niveau 3, alsook Liechtenstein, Andorra, Monaco en San Marino.

Amendement    20

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Voor grensoverschrijdende samenwerking zijn de door het IPA III of NDICI te steunen regio's de regio's van NUTS-niveau 3 van het betrokken partnerland of, indien er geen NUTS-classificatie is, daarmee vergelijkbare gebieden aan alle landgrenzen tussen lidstaten en partnerlanden die in het kader van IPA III of NDICI in aanmerking komen.

4.  Voor grensoverschrijdende samenwerking zijn de door het IPA III of NDICI te steunen regio's de regio's van NUTS-niveau 3 van het betrokken partnerland of, indien er geen NUTS-classificatie is, daarmee vergelijkbare gebieden aan alle landgrenzen of maritieme grenzen tussen lidstaten en partnerlanden die in het kader van IPA III of NDICI in aanmerking komen.

Amendement    21

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Voor transnationale samenwerking en de samenwerking op maritiem gebied, zijn de door het EFRO te ondersteunen regio's de regio's van NUTS-niveau 2 van de Unie die aangrenzende functionele gebieden bestrijken, indien van toepassing rekening houdend met macroregionale strategieën of zeegebiedstrategieën.

1.  Voor transnationale samenwerking zijn de door het EFRO te ondersteunen regio's de regio's van NUTS-niveau 2 van de Unie die functionele gebieden bestrijken, indien van toepassing rekening houdend met macroregionale strategieën of zeegebiedstrategieën.

Amendement    22

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – lid 2 – alinea 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Interreg-programma's voor transnationale samenwerking en maritieme samenwerking kunnen de volgende landen of gebieden omvatten:

Interreg-programma's voor transnationale samenwerking kunnen de volgende landen of gebieden omvatten:

Amendement    23

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De EFRO-middelen voor de doelstelling "Europese territoriale samenwerking (Interreg)" bedragen 8 430 000 000 EUR van de totale middelen die beschikbaar zijn voor vastleggingen in de begroting uit het EFRO, het ESF+ en het Cohesiefonds voor de programmeringsperiode 2021-2027 en die vermeld zijn in artikel [102, lid 1,] van Verordening (EU) [nieuwe GB-verordening].

1.  De EFRO-middelen voor de doelstelling "Europese territoriale samenwerking (Interreg)" bedragen xx xxx xxx xxx EUR van de totale middelen die beschikbaar zijn voor vastleggingen in de begroting uit het EFRO, het ESF+ en het Cohesiefonds voor de programmeringsperiode 2021-2027 en die vermeld zijn in artikel [102, lid 1,] van Verordening (EU) [nieuwe GB-verordening].

Amendement    24

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Elke lidstaat kan tot 15 % van zijn financiële toewijzingen aan elk van de componenten 1, 2 en 3 overdragen van een van deze componenten naar een of meer van de andere componenten.

4.  Elke lidstaat kan tot 20% van zijn financiële toewijzingen aan elk van de componenten 1, 2 en 3 overdragen van een van deze componenten naar een of meer van de andere componenten.

Amendement    25

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 1 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De Commissie stelt een uitvoeringshandeling vast tot vaststelling van het document met de meerjarige strategie met betrekking tot externe grensoverschrijdende Interreg-programma's die door het EFRO en het NDICI of IPA III worden ondersteund. Die uitvoeringshandeling wordt vastgesteld volgens de in artikel 63, lid 2, bedoelde raadplegingsprocedure.

De Commissie stelt een gedelegeerde handeling vast tot vaststelling van het document met de meerjarige strategie met betrekking tot externe grensoverschrijdende Interreg-programma's die door het EFRO en het NDICI of IPA III worden ondersteund.

Amendement    26

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 1 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Met betrekking tot de door het EFRO en het NDICI ondersteunde Interreg-programma's worden in die uitvoeringshandeling de in artikel 12, lid 2, van Verordening (EU) [NDICI] bedoelde elementen vastgesteld.

Met betrekking tot de door het EFRO en het NDICI ondersteunde Interreg-programma's worden in die gedelegeerde handeling de in artikel 12, lid 2, van Verordening (EU) [NDICI] bedoelde elementen vastgesteld.

Amendement    27

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 3 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Er wordt steun uit het EFRO verleend aan individuele externe grensoverschrijdend Interreg-programma's op voorwaarde dat het IPA III CBC en het NDICI CBC ten minste gelijkwaardige bedragen verstrekken in het kader van het relevante strategische programmeringsdocument. Voor deze gelijkwaardigheid geldt een maximumbedrag dat is vastgesteld in de IPA III-wetgevingshandeling of de NDICI-wetgevingshandeling.

Er wordt steun uit het EFRO verleend aan individuele externe grensoverschrijdend Interreg-programma's op voorwaarde dat het IPA III CBC en het NDICI CBC ten minste gelijkwaardige bedragen verstrekken in het kader van het relevante strategische programmeringsdocument. Voor deze bijdrage geldt een maximumbedrag dat is vastgesteld in de IPA III-wetgevingshandeling of de NDICI-wetgevingshandeling.

Amendement    28

Voorstel voor een verordening

Artikel 12 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  In 2022 en 2023 wordt de jaarlijkse bijdrage uit het EFRO voor de externe grensoverschrijdende Interreg-programma's waarvoor uiterlijk op 31 maart van de respectieve jaren geen programma bij de Commissie is ingediend en die niet opnieuw is toegewezen aan een ander programma dat is ingediend in dezelfde categorie externe grensoverschrijdende Interreg-programma's, toegewezen aan de interne grensoverschrijdende Interreg-programma's waaraan de betrokken lidstaat/lidstaten deelneemt/deelnemen.

1.  In 2022 en 2023 wordt de jaarlijkse bijdrage uit het EFRO voor de externe grensoverschrijdende Interreg-programma's waarvoor uiterlijk op 30 april van de respectieve jaren geen programma bij de Commissie is ingediend en die niet opnieuw is toegewezen aan een ander programma dat is ingediend in dezelfde categorie externe grensoverschrijdende Interreg-programma's, toegewezen aan de interne grensoverschrijdende Interreg-programma's waaraan de betrokken lidstaat/lidstaten deelneemt/deelnemen.

Amendement    29

Voorstel voor een verordening

Artikel 12 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Als er uiterlijk op 31 maart 2024 nog steeds externe grensoverschrijdende Interreg-programma's zijn die niet bij de Commissie zijn ingediend, wordt de volledige in artikel 9, lid 5, vermelde bijdrage uit het EFRO aan die programma's voor de resterende jaren tot en met 2027, voor zover die niet opnieuw is toegewezen aan een ander extern grensoverschrijdend Interreg-programma dat ook steun ontvangt uit respectievelijk het IPA III CBC of het NDICI CBC, toegewezen aan de interne grensoverschrijdende Interreg-programma's waaraan de betrokken lidstaat/lidstaten deelneemt/deelnemen.

2.  Als er uiterlijk op 30 april 2024 nog steeds externe grensoverschrijdende Interreg-programma's zijn die niet bij de Commissie zijn ingediend, wordt de volledige in artikel 9, lid 5, vermelde bijdrage uit het EFRO aan die programma's voor de resterende jaren tot en met 2027, voor zover die niet opnieuw is toegewezen aan een ander extern grensoverschrijdend Interreg-programma dat ook steun ontvangt uit respectievelijk het IPA III CBC of het NDICI CBC, toegewezen aan de interne grensoverschrijdende Interreg-programma's waaraan de betrokken lidstaat/lidstaten deelneemt/deelnemen.

Amendement    30

Voorstel voor een verordening

Artikel 12 – lid 3 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

In dat geval wordt de in lid 1 vermelde bijdrage uit het EFRO die overeenstemt met nog niet vastgelegde jaartranches, of jaartranches die zijn vastgelegd en die gedurende hetzelfde begrotingsjaar geheel of ten dele zijn vrijgemaakt, voor zover die niet is opnieuw is toegewezen aan een ander extern grensoverschrijdend Interreg-programma dat ook steun ontvangt uit respectievelijk het IPA III CBC of NDICI CBC, toegewezen aan de interne grensoverschrijdende Interreg-programma's waaraan die lidstaat/lidstaten deelneemt/deelnemen.

In dat geval wordt de in lid 1 vermelde bijdrage uit het EFRO die overeenstemt met nog niet vastgelegde jaartranches, of jaartranches die zijn vastgelegd en die gedurende hetzelfde begrotingsjaar geheel of ten dele zijn vrijgemaakt, voor zover die niet opnieuw is toegewezen aan een ander extern grensoverschrijdend Interreg-programma dat ook steun ontvangt uit respectievelijk het IPA III CBC of NDICI CBC, toegewezen aan de interne grensoverschrijdende Interreg-programma's of programma's voor transnationale samenwerking waaraan die lidstaat/lidstaten deelneemt/deelnemen.

Amendement    31

Voorstel voor een verordening

Artikel 13 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. Het medefinancieringspercentage op het niveau van elk Interreg-programma bedraagt niet meer dan 70 %, tenzij met betrekking tot externe grensoverschrijdende Interreg-programma's of Interreg-programma's van componenten 3 een hoger percentage is vastgesteld in de Verordeningen (EU) [IPA III] of (EU) [NDICI] of Besluit (EU) [OCTP] van de Raad, of in elke handeling die op grond daarvan is vastgesteld.

1. Het medefinancieringspercentage op het niveau van elk Interreg-programma bedraagt niet meer dan 75 %, tenzij met betrekking tot externe grensoverschrijdende Interreg-programma's of Interreg-programma's van componenten 3 een hoger percentage is vastgesteld in de Verordeningen (EU) [IPA III] of (EU) [NDICI] of Besluit (EU) [OCTP] van de Raad, of in elke handeling die op grond daarvan is vastgesteld.

Amendement    32

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 – lid 3 – letter e bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

e bis)  bevordering van de interculturele grensoverschrijdende dialoog door middel van culturele samenwerkingsprojecten en samenwerkingsprojecten op het gebied van onderwijs, cocreatie, intermenselijke uitwisselingen en sociale debatten, evenals ondersteuning van het behoud en beheer van gemeenschappelijk cultureel en taalkundig erfgoed;

Amendement    33

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 – lid 4 – letter a – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  onder Interreg-programma's van component 1 en 2B:

a)  onder Interreg-programma's van component 1 en 2:

Amendement    34

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 – lid 4 – letter a – punt ii

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

ii)  verbetering van de efficiëntie van het openbaar bestuur door de bevordering van juridische en administratieve samenwerking en samenwerking tussen burgers en instellingen, met name om een oplossing te vinden voor juridische en andere obstakels in grensregio's;

ii)  verbetering van de efficiëntie van het openbaar bestuur door de bevordering van juridische en administratieve samenwerking en samenwerking tussen burgers, het maatschappelijke middenveld en instellingen, met name om een oplossing te vinden voor juridische en andere obstakels in grensregio's;

Amendement    35

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 – lid 4 – letter a – punt ii bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

ii bis)  verbetering van de veiligheid van de Unie, met inbegrip van militaire mobiliteit;

Amendement    36

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 – lid 4 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)  in het kader van de externe grensoverschrijdende Interreg-programma's en Interreg-programma's van component 2 en 3 die worden ondersteund door de Interreg-fondsen, in aanvulling op de punten a) en b): het opbouwen van wederzijds vertrouwen, met name door de bevordering van intermenselijke contacten, de verbetering van duurzame democratie en ondersteuning van het maatschappelijk middenveld en hun rol bij hervormingsprocessen en democratische transities;

c)  in het kader van de externe grensoverschrijdende Interreg-programma's en Interreg-programma's van component 2 en 3 die worden ondersteund door de Interreg-fondsen, in aanvulling op de punten a) en b): het opbouwen van wederzijds vertrouwen en het bevorderen van verzoening, met name door de bevordering van intermenselijke contacten, de verbetering van duurzame democratie en ondersteuning van onafhankelijke media en het maatschappelijk middenveld en hun rol bij hervormingsprocessen en democratische transities;

Amendement    37

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  In het kader van de externe grensoverschrijdende Interreg-programma's en Interreg-programma's van component 2 en 3 verlenen het EFRO en, indien toepasselijk, de financieringsinstrumenten voor extern optreden van de Unie ook steun aan de externe specifieke doelstelling voor Interreg "een veiliger, zekerder Europa", met name door acties op het gebied van het beheer van grensoverschrijdingen, mobiliteit en migratie, met inbegrip van de bescherming van migranten.

5.  In het kader van de externe grensoverschrijdende Interreg-programma's en Interreg-programma's van component 2 en 3 verlenen het EFRO en, indien toepasselijk, de financieringsinstrumenten voor extern optreden van de Unie ook steun aan de externe specifieke doelstelling voor Interreg "een veiliger, zekerder Europa", met name door acties op het gebied van het beheer van grensoverschrijdingen, mobiliteit en migratie, met inbegrip van de bescherming van migranten. Wanneer middelen van de financieringsinstrumenten voor extern optreden worden gebruikt ter ondersteuning van Interreg-programma's, zijn de doelstellingen die gelden voor de desbetreffende instrumenten, zoals uiteengezet in de respectievelijke [IPA-], [NDICI-] en [OCTP-]verordeningen, ook van toepassing.

Amendement    38

Voorstel voor een verordening

Artikel 16 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De doelstelling "Europese territoriale samenwerking (Interreg)" wordt uitgevoerd via Interreg-programma's in gedeeld beheer, met uitzondering van programma's van component 3, die geheel of gedeeltelijk in indirect beheer kunnen worden uitgevoerd, en programma's van component 5 die in direct of indirect beheer worden uitgevoerd.

1.  De doelstelling "Europese territoriale samenwerking (Interreg)" wordt uitgevoerd via Interreg-programma's in gedeeld beheer, met uitzondering van programma's van component 3, die geheel of gedeeltelijk in indirect beheer kunnen worden uitgevoerd.

Amendement    39

Voorstel voor een verordening

Artikel 16 – lid 4 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Een Interreg-programma dat steun wordt ondersteund door een extern financieringsinstrument van de Unie, wordt uiterlijk zes maanden na de goedkeuring door de Commissie van de desbetreffende strategische programmeringsdocumenten uit hoofde van artikel 10, lid 1, of indien dit vereist is uit hoofde van de respectieve basishandeling van een of meer financieringsinstrumenten voor extern optreden van de Unie, ingediend door de lidstaat waar de toekomstige beheersautoriteit gevestigd is.

Een Interreg-programma dat wordt ondersteund door een extern financieringsinstrument van de Unie, wordt uiterlijk negen maanden na de goedkeuring door de Commissie van de desbetreffende strategische programmeringsdocumenten uit hoofde van artikel 10, lid 1, of indien dit vereist is uit hoofde van de respectieve basishandeling van een of meer financieringsinstrumenten voor extern optreden van de Unie, ingediend door de lidstaat waar de toekomstige beheersautoriteit gevestigd is.

Amendement    40

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – lid 2 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Elke prioriteit komt overeen met een enkele beleidsdoelstelling of, indien van toepassing, met respectievelijk één of beide specifieke doelstellingen voor Interreg of met technische bijstand. Een prioriteit die overeenstemt met een beleidsdoelstelling of, indien van toepassing, met respectievelijk één of beide specifieke doelstellingen voor Interreg, bestaat uit een of meerdere specifieke doelstellingen. Meer dan één prioriteit kan overeenkomen met dezelfde beleidsdoelstelling of specifieke doelstelling voor Interreg.

Elke prioriteit komt overeen met een enkele beleidsdoelstelling of, indien van toepassing, met respectievelijk één of beide specifieke doelstellingen voor Interreg of met technische bijstand. Een prioriteit die overeenstemt met een beleidsdoelstelling of, indien van toepassing, met respectievelijk één of beide specifieke doelstellingen voor Interreg, bestaat uit een of meerdere specifieke doelstellingen. Meer dan één prioriteit kan overeenkomen met dezelfde beleidsdoelstelling of specifieke doelstelling voor Interreg. Wanneer middelen van de financieringsinstrumenten voor extern optreden worden gebruikt ter ondersteuning van Interreg-programma's, zijn de prioriteiten die zijn vastgesteld voor de desbetreffende instrumenten, zoals uiteengezet in de respectievelijke [IPA-], [NDICI-] en [OCTP-]verordeningen, ook van toepassing.

Amendement    41

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – lid 7 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  de procedure voor het instellen van het gezamenlijke secretariaat vastleggen;

b)  de procedure voor het instellen van het gezamenlijke secretariaat vastleggen en, indien van toepassing, de beheersstructuren in de lidstaten of derde landen ondersteunen;

Amendement    42

Voorstel voor een verordening

Artikel 22 – lid 2 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Voor de selectie van concrete acties moet het toezichtcomité of, indien van toepassing, het directiecomité criteria en procedures vaststellen en toepassen die niet-discriminerend en transparant zijn, gendergelijkheid waarborgen en rekening houden met het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en het beginsel van duurzame ontwikkeling en van het beleid van de Unie op milieugebied overeenkomstig artikel 11 en artikel 191, lid 1, VWEU.

Voor de selectie van concrete acties moet het toezichtcomité of, indien van toepassing, het directiecomité criteria en procedures vaststellen en toepassen die niet-discriminerend en transparant zijn, gendergelijkheid waarborgen en rekening houden met het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, het Europees Verdrag betreffende de mensenrechten en het beginsel van duurzame ontwikkeling en van het beleid van de Unie op milieugebied overeenkomstig artikel 11 en artikel 191, lid 1, VWEU.

Amendement    43

Voorstel voor een verordening

Artikel 22 – lid 4 – letter j bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

j bis)  zorgen dat de geselecteerde acties voldoen aan criteria en procedures die niet-discriminerend zijn, de gendergelijkheid waarborgen en rekening houden met het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, het Europees Verdrag betreffende de mensenrechten en het beginsel van duurzame ontwikkeling en van het beleid van de Unie op milieugebied overeenkomstig artikel 11 en artikel 191, lid 1, VWEU.

Amendement    44

Voorstel voor een verordening

Artikel 23 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Een concrete actie in het kader van Interreg kan in één land worden uitgevoerd, mits de gevolgen voor en de voordelen van het programmagebied zijn vastgesteld in de aanvraag voor de concrete actie.

2.  Een concrete actie in het kader van Interreg kan in één land worden uitgevoerd, mits de grensoverschrijdende of transnationale gevolgen en voordelen voor het programma zijn vastgesteld in de aanvraag voor de concrete actie.

Amendement    45

Voorstel voor een verordening

Artikel 23 – lid 4 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Voor concrete acties in het kader van Interreg-programma's van component 3 moeten de partners uit ultraperifere regio's en derde landen, partnerlanden of LGO slechts voor drie van de vier in de eerste alinea vermelde aspecten samenwerken.

Voor concrete acties in het kader van Interreg-programma's van component 3 en externe grensoverschrijdende programma's moeten de partners uit ultraperifere regio's en derde landen, partnerlanden of LGO slechts voor drie van de vier in de eerste alinea vermelde aspecten samenwerken.

Amendement    46

Voorstel voor een verordening

Artikel 24 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De begunstigde van een fonds voor kleinschalige projecten is een grensoverschrijdende juridische entiteit of een EGTS.

2.  De begunstigde van een fonds voor kleinschalige projecten is een grensoverschrijdende juridische entiteit, een Euregio, een EGTS of een beheersautoriteit of bestaande instelling in een van de landen overeenkomstig de overeenkomst tussen de landen of regio's die deelnemen aan het programma.

Amendement    47

Voorstel voor een verordening

Artikel 29 – lid 2 – alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

De voorschriften van het programma met betrekking tot projecttoepassing en -uitvoering;

Amendement    48

Voorstel voor een verordening

Artikel 36 – lid 2 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Onverminderd de subsidiabiliteitsregels die zijn vastgesteld in de artikelen [57 tot en met 62] van Verordening (EU) [nieuwe GB-verordening], de artikelen [4 en 6] van Verordening (EU) [nieuwe EFRO-verordening] of dit hoofdstuk, met inbegrip van de op grond hiervan vastgestelde handelingen, stellen de deelnemende lidstaten en, indien van toepassing, derde landen, partnerlanden en LGO's enkel aanvullende regels betreffende de subsidiabiliteit van de uitgaven voor het Interreg-programma vast – door middel van een gezamenlijk besluit in het toezichtcomité – voor uitgavencategorieën die niet onder die bepalingen vallen. Die aanvullende voorschriften hebben betrekking op het programmagebied als geheel.

Onverminderd de subsidiabiliteitsregels die zijn vastgesteld in de artikelen [57 tot en met 62] van Verordening (EU) [nieuwe GB-verordening], de artikelen [4 en 6] van Verordening (EU) [nieuwe EFRO-verordening], artikel [10] van Verordening (EU) [IPA-verordening], artikel [27] van Verordening (EU) [NDICI-verordening] of dit hoofdstuk, met inbegrip van de op grond hiervan vastgestelde handelingen, stellen de deelnemende lidstaten en, indien van toepassing, derde landen, partnerlanden en LGO's enkel aanvullende regels betreffende de subsidiabiliteit van de uitgaven voor het Interreg-programma vast – door middel van een gezamenlijk besluit in het toezichtcomité – voor uitgavencategorieën die niet onder die bepalingen vallen. Die aanvullende voorschriften hebben betrekking op het programmagebied als geheel.

Amendement    49

Voorstel voor een verordening

Artikel 36 – lid 2 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Wanneer een Interreg-programma concrete acties selecteert op basis van uitnodigingen tot het indienen van voorstellen, worden die aanvullende voorschriften vastgesteld voordat de eerste oproep tot het indienen van voorstellen bekend is gemaakt. In alle andere gevallen worden die aanvullende voorschriften vastgesteld voordat de eerste concrete acties worden geselecteerd.

Wanneer een Interreg-programma concrete acties selecteert op basis van uitnodigingen tot het indienen van voorstellen, worden die aanvullende voorschriften vastgesteld voordat enige oproep tot het indienen van voorstellen bekend is gemaakt. In alle andere gevallen worden die aanvullende voorschriften vastgesteld voordat de eerste concrete acties worden geselecteerd.

Amendement    50

Voorstel voor een verordening

Artikel 44 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  Wanneer een Interreg-programma van component 2B of component 1 lange grenzen met heterogene ontwikkelingsproblemen en -behoeften bestrijkt, kunnen de lidstaten en, indien van toepassing, derde landen, partnerlanden en de LGO die deelnemen aan een Interreg-programma, subprogrammagebieden vaststellen.

5.  Wanneer een Interreg-programma van component 1 grenzen met heterogene ontwikkelingsproblemen en -behoeften bestrijkt, kunnen de lidstaten en, indien van toepassing, derde landen, partnerlanden en de LGO die deelnemen aan een Interreg-programma, subprogrammagebieden vaststellen.

Amendement    51

Voorstel voor een verordening

Artikel 45 – lid 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis.  In het geval de beheersautoriteit de verificatie op grond van punt a) van artikel 68, lid 1, van Verordening (EU) [nieuwe GB-verordening] niet binnen het gehele programmagebied uitvoert, wijst elke lidstaat een instantie of persoon aan die verantwoordelijk is voor deze verificatie met betrekking tot de begunstigden in diens gebied.

PROCEDURE VAN DE ADVISERENDE COMMISSIE

Titel

Specifieke bepalingen voor de doelstelling "Europese territoriale samenwerking" (Interreg) ondersteund door het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling en financieringsinstrumenten voor extern optreden

Document‑ en procedurenummers

COM(2018)0374 – C8-0229/2018 – 2018/0199(COD)

Bevoegde commissie

       Datum bekendmaking

REGI

11.6.2018

 

 

 

Advies uitgebracht door

       Datum bekendmaking

AFET

11.6.2018

Medeverantwoordelijke commissies - datum bekendmaking

5.7.2018

Rapporteur voor advies

       Datum benoeming

Fabio Massimo Castaldo

10.7.2018

Behandeling in de commissie

8.10.2018

 

 

 

Datum goedkeuring

21.11.2018

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

47

4

5

Bij de eindstemming aanwezige leden

Michèle Alliot-Marie, Nikos Androulakis, Petras Auštrevičius, Bas Belder, Victor Boştinaru, Elmar Brok, Klaus Buchner, James Carver, Lorenzo Cesa, Georgios Epitideios, Eugen Freund, Michael Gahler, Iveta Grigule-Pēterse, Sandra Kalniete, Tunne Kelam, Wajid Khan, Andrey Kovatchev, Eduard Kukan, Arne Lietz, Sabine Lösing, Andrejs Mamikins, David McAllister, Francisco José Millán Mon, Javier Nart, Pier Antonio Panzeri, Demetris Papadakis, Ioan Mircea Paşcu, Alojz Peterle, Tonino Picula, Kati Piri, Julia Pitera, Cristian Dan Preda, Michel Reimon, Sofia Sakorafa, Jean-Luc Schaffhauser, Anders Sellström, Alyn Smith, Jordi Solé, Dobromir Sośnierz, Jaromír Štětina, Dubravka Šuica, Charles Tannock, László Tőkés, Miguel Urbán Crespo

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Doru-Claudian Frunzulică, Takis Hadjigeorgiou, Marek Jurek, Antonio López-Istúriz White, David Martin, Gilles Pargneaux, José Ignacio Salafranca Sánchez-Neyra, Marietje Schaake, Helmut Scholz, Eleni Theocharous, Mirja Vehkaperä, Željana Zovko

HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE ADVISERENDE COMMISSIE

47

+

ALDE

Petras Auštrevičius, Iveta Grigule-Pēterse, Javier Nart, Marietje Schaake, Mirja Vehkaperä

ECR

Bas Belder, Marek Jurek, Charles Tannock, Eleni Theocharous

PPE

Michèle Alliot-Marie, Elmar Brok, Lorenzo Cesa, Michael Gahler, Sandra Kalniete, Tunne Kelam, Andrey Kovatchev, Eduard Kukan, Antonio López-Istúriz White, David McAllister, Francisco José Millán Mon, Alojz Peterle, Julia Pitera, Cristian Dan Preda, José Ignacio Salafranca Sánchez-Neyra, Anders Sellström, Jaromír Štětina, Dubravka Šuica, László Tőkés, Željana Zovko

S&D

Nikos Androulakis, Victor Boştinaru, Eugen Freund, Doru-Claudian Frunzulică, Wajid Khan, Arne Lietz, Andrejs Mamikins, David Martin, Pier Antonio Panzeri, Demetris Papadakis, Gilles Pargneaux, Ioan Mircea Paşcu, Tonino Picula, Kati Piri

VERTS/ALE

Klaus Buchner, Michel Reimon, Alyn Smith, Jordi Solé

4

-

ENF

Jean-Luc Schaffhauser

NI

James Carver, Georgios Epitideios, Dobromir Sośnierz

5

0

GUE/NGL

Takis Hadjigeorgiou, Sabine Lösing, Sofia Sakorafa, Helmut Scholz, Miguel Urbán Crespo

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding


ADVIES van de Commissie ontwikkelingssamenwerking (22.11.2018)

aan de Commissie regionale ontwikkeling

inzake het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende specifieke bepalingen voor de doelstelling "Europese territoriale samenwerking" (Interreg) ondersteund door het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling en financieringsinstrumenten voor extern optreden

(COM(2018)0374 – C8-0229/2018 – 2018/0199(COD))

Rapporteur voor advies (*): Eleni Theocharous

(*)  Procedure met medeverantwoordelijke commissies – Artikel 54 van het Reglement

BEKNOPTE MOTIVERING

Het initiatief inzake Europese territoriale samenwerking (Interreg) heeft tot doel de samenwerking tussen de lidstaten binnen de Unie en tussen lidstaten en derde landen, partnerlanden, en landen en gebieden overzee te bevorderen. De nieuwe voorgestelde verordening voor de periode 2021-2027 zal naar verwachting de samenwerking over de grenzen van de Unie heen vereenvoudigen. Tegelijkertijd wordt met de toekomstige externe financieringsinstrumenten van de EU (met inbegrip van NDICI en OCTP) gestreefd naar het vastleggen van duidelijke regels om een deel van de middelen hieruit aan Interreg-programma's over te dragen.

Uw rapporteur van de Commissie ontwikkelingssamenwerking is van oordeel dat het in het belang van de Commissie ontwikkelingssamenwerking is om ervoor te zorgen dat derde landen en landen en gebieden overzee daadwerkelijk aan Interreg-programma's kunnen deelnemen. De specifieke uitdagingen en behoeften van landen en gebieden overzee moeten bij het ontwerp van de programma's volledig in aanmerking worden genomen.

Uw rapporteur wil de bijdrage onderstrepen die Interreg kan leveren bij de uitvoering van de doelstellingen voor duurzame ontwikkeling en de verwezenlijking van de klimaatdoelstellingen. Tevens moet de beleidssamenhang voor ontwikkeling volledig worden nageleefd, aangezien de samenhang op alle beleidsterreinen van de EU van cruciaal belang is voor de verwezenlijking van de doelstellingen voor duurzame ontwikkeling.

AMENDEMENTEN

De Commissie ontwikkelingssamenwerking verzoekt de bevoegde Commissie regionale ontwikkeling onderstaande amendementen in aanmerking te nemen:

Amendement    1

Voorstel voor een verordening

Visum 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

gezien artikel 208, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU),

Amendement    2

Voorstel voor een verordening

Overweging 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(3)  Teneinde de harmonieuze ontwikkeling van de Unie op verschillende niveaus te ondersteunen, moet het EFRO in het kader van de doelstelling "Europese territoriale samenwerking" (Interreg) steun verlenen voor grensoverschrijdende samenwerking, transnationale samenwerking, maritieme samenwerking, samenwerking tussen ultraperifere gebieden en interregionale samenwerking.

(3)  Teneinde de harmonieuze ontwikkeling van de Unie op verschillende niveaus te ondersteunen, moet het EFRO in het kader van de doelstelling "Europese territoriale samenwerking" (Interreg) steun verlenen voor grensoverschrijdende samenwerking, transnationale samenwerking, maritieme samenwerking, samenwerking tussen ultraperifere gebieden en interregionale samenwerking. De beginselen inzake multilevel governance en partnerschap moeten in aanmerking worden genomen, en plaatsgerichte benaderingen moeten worden versterkt, alsook het beginsel van non-discriminatie.

Amendement    3

Voorstel voor een verordening

Overweging 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(3 bis)  De verschillende componenten van Interreg moeten bijdragen tot de verwezenlijking van de doelstellingen voor duurzame ontwikkeling, zoals beschreven in de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling die in september 2015 werd goedgekeurd.

Motivering

De bijdrage van Interreg aan de doelstellingen voor duurzame ontwikkeling moet in de overwegingen worden vermeld.

Amendement    4

Voorstel voor een verordening

Overweging 3 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(3 ter)  Interreg moet tevens bijdragen aan het nakomen van andere internationale verplichtingen, zoals de Overeenkomst van Parijs inzake klimaatverandering (COP 21). Gezien het belang van het aanpakken van de klimaatverandering zal Interreg bijdragen aan de opneming van maatregelen ten behoeve van het klimaat en de verwezenlijking van een algehele doelstelling om 25% van de begrotingsuitgaven van de Unie te besteden aan de ondersteuning van klimaatdoelstellingen.

Motivering

In de overwegingen moet tevens worden verwezen naar de Overeenkomst van Parijs, aangezien Interreg moet bijdragen aan de verwezenlijking van de doelstellingen van de EU inzake de strijd tegen de klimaatverandering.

Amendement    5

Voorstel voor een verordening

Overweging 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(4)  De component grensoverschrijdende samenwerking moet tot doel hebben gemeenschappelijke uitdagingen die in de grensregio's door de betrokkenen gezamenlijk zijn vastgesteld, aan te gaan en het onbenutte groeipotentieel in grensgebieden te exploiteren, zoals aangetoond in de mededeling van de Commissie "Groei en cohesie stimuleren in grensregio's van de EU"23 ("mededeling over grensregio's"). De grensoverschrijdende component moet derhalve worden beperkt tot samenwerking rond landgrenzen; grensoverschrijdende samenwerking rond zeegrenzen moet in de transnationale component worden opgenomen.

(4)  De component grensoverschrijdende samenwerking moet tot doel hebben gemeenschappelijke uitdagingen die in de grensregio's door de betrokkenen gezamenlijk zijn vastgesteld, aan te gaan en het onbenutte groeipotentieel in grensgebieden te exploiteren, zoals aangetoond in de mededeling van de Commissie "Groei en cohesie stimuleren in grensregio's van de EU"23 ("mededeling over grensregio's"). De grensoverschrijdende component moet derhalve de samenwerking betreffende op het land of via de zee aan elkaar grenzende regio's ondersteunen.

_________________

_________________

23 Mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement, "Groei en cohesie stimuleren in grensregio's van de EU", COM(2017) 534 final/2 van 20.9.2017.

23 Mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement, "Groei en cohesie stimuleren in grensregio's van de EU", COM(2017) 534 final/2 van 20.9.2017.

Motivering

Samenwerking met betrekking tot zeegrenzen onderbrengen in een nieuw Interreg-onderdeel draagt niet bij aan vereenvoudiging en grotere gebruiksvriendelijkheid.

Amendement    6

Voorstel voor een verordening

Overweging 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(6)  De component transnationale samenwerking en maritieme samenwerking moet tot doel hebben de samenwerking te versterken door middel van acties die bijdragen tot de geïntegreerde territoriale ontwikkeling in samenhang met de prioriteiten van het cohesiebeleid van de Unie, en moet tevens maritieme grensoverschrijdende samenwerking omvatten. Tijdens de programmeringsperiode 2014-2020 moet transnationale samenwerking grotere gebieden op het vasteland van de Unie bestrijken, terwijl maritieme samenwerking gebieden rond zeebekkens moet bestrijken en grensoverschrijdende samenwerking langs zeegrenzen moest integreren. Teneinde eerdere maritieme grensoverschrijdende samenwerking in een groter kader van maritieme samenwerking te kunnen blijven uitvoeren, is maximale flexibiliteit nodig, met name door het te bestrijken gebied, de specifieke doelstellingen voor een dergelijke samenwerking, de vereisten voor een projectpartnerschap vast te stellen en subprogramma's en specifieke directiecomités op te zetten.

(6)  De component transnationale samenwerking en maritieme samenwerking moet tot doel hebben de samenwerking te versterken door middel van acties die bijdragen tot de geïntegreerde territoriale ontwikkeling in samenhang met de prioriteiten van het cohesiebeleid van de Unie. Transnationale samenwerking moet grotere gebieden op het vasteland van de Unie bestrijken, terwijl maritieme samenwerking gebieden rond zeebekkens moet bestrijken. Teneinde eerdere maritieme grensoverschrijdende samenwerking in een groter kader van maritieme samenwerking te kunnen blijven uitvoeren, is maximale flexibiliteit nodig, met name door het te bestrijken gebied, de specifieke doelstellingen voor een dergelijke samenwerking, de vereisten voor een projectpartnerschap vast te stellen en subprogramma's en specifieke directiecomités op te zetten.

Amendement    7

Voorstel voor een verordening

Overweging 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(7)  Op basis van de ervaringen met grensoverschrijdende en transnationale samenwerking in de ultraperifere gebieden tijdens de programmeringsperiode 2014-2020, waar de combinatie van beide componenten in één programma per samenwerkingsgebied voor programma-autoriteiten en begunstigden niet tot voldoende vereenvoudiging heeft geleid, moet een specifieke component ultraperifere gebieden worden vastgesteld om ultraperifere gebieden in staat te stellen zo doeltreffend en eenvoudig mogelijk met naburige landen en gebieden samen te werken.

(7)  Op basis van de ervaringen met grensoverschrijdende en transnationale samenwerking in de ultraperifere gebieden tijdens de programmeringsperiode 2014-2020, waar de combinatie van beide componenten in één programma per samenwerkingsgebied voor programma-autoriteiten en begunstigden niet tot voldoende vereenvoudiging heeft geleid, moet een specifieke component ultraperifere gebieden worden vastgesteld om ultraperifere gebieden in staat te stellen zo doeltreffend en eenvoudig mogelijk met derde landen en landen en gebieden overzee (LGO's) samen te werken, gezien hun bijzondere behoeften en kenmerken.

Amendement    8

Voorstel voor een verordening

Overweging 8

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(8)  Op basis van de ervaringen met de programma's voor interregionale samenwerking in het kader van Interreg en het gebrek aan dergelijke samenwerking bij programma's in het kader van de doelstelling "investeren in werkgelegenheid en groei" tijdens de programmeringsperiode 2014-2020, moet de component interregionale samenwerking met zich meer in het bijzonder richten op de verbetering van de effectiviteit van het cohesiebeleid. Die component moet derhalve tot twee programma's worden beperkt, één om alle mogelijke ervaringen, innovatieve benaderingswijzen en capaciteitsopbouw voor programma's in het kader van beide doelstellingen mogelijk te maken en om Europese groeperingen voor territoriale samenwerking (EGTS) te stimuleren die overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1082/2006/EG van het Europees Parlement en de Raad24 zijn of worden opgezet, en één om de analyse van ontwikkelingstrends te verbeteren. Projectgebaseerde samenwerking in de gehele Unie moet in de nieuwe component betreffende investeringen in interregionale innovatie worden opgenomen en moet nauw aansluiten bij de uitvoering van de mededeling van de Commissie "Versterking van innovatie in de Europese regio's: strategieën voor veerkrachtige, inclusieve en duurzame groei"25, met name om platforms voor thematische slimme specialisatie op gebieden als energie, industriële modernisering of landbouw en voedingsmiddelen. Geïntegreerde territoriale ontwikkeling gericht op functionele stedelijke gebieden of stedelijke gebieden moet ten slotte in programma's in het kader van de doelstelling "investeren in werkgelegenheid en groei" en in één begeleidend instrument, het "Stedelijk Europa-initiatief", worden geconcentreerd. De twee programma's in het kader van de component interregionale samenwerking moeten voor de gehele Unie gelden en ook openstaan voor de deelname van derde landen.

(8)  Op basis van de ervaringen met de programma's voor interregionale samenwerking in het kader van Interreg en het gebrek aan dergelijke samenwerking bij programma's in het kader van de doelstelling "investeren in werkgelegenheid en groei" tijdens de programmeringsperiode 2014-2020, moet de component interregionale samenwerking met zich meer in het bijzonder richten op de verbetering van de effectiviteit van het cohesiebeleid. Die component moet derhalve tot twee programma's worden beperkt, één om alle mogelijke ervaringen, innovatieve benaderingswijzen en capaciteitsopbouw voor programma's in het kader van beide doelstellingen mogelijk te maken en om Europese groeperingen voor territoriale samenwerking (EGTS) te stimuleren die overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1082/2006/EG van het Europees Parlement en de Raad24 zijn of worden opgezet, en één om de analyse van ontwikkelingstrends te verbeteren. Projectgebaseerde samenwerking in de gehele Unie moet in de nieuwe component betreffende investeringen in interregionale innovatie worden opgenomen en moet nauw aansluiten bij de uitvoering van de mededeling van de Commissie "Versterking van innovatie in de Europese regio's: strategieën voor veerkrachtige, inclusieve en duurzame groei"25, met name om platforms voor thematische slimme specialisatie op gebieden als hernieuwbare energie, de kringloopeconomie, industriële modernisering, ecologische landbouw of landbouw en voedingsmiddelen. Geïntegreerde territoriale ontwikkeling gericht op functionele stedelijke gebieden of stedelijke gebieden moet ten slotte in programma's in het kader van de doelstelling "investeren in werkgelegenheid en groei" en in één begeleidend instrument, het "Stedelijk Europa-initiatief", worden geconcentreerd. De twee programma's in het kader van de component interregionale samenwerking moeten voor de gehele Unie gelden en ook openstaan voor de deelname van LGO's en derde landen.

__________________

__________________

24 Verordening (EG) nr. 1082/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juli 2006 betreffende een Europese groepering voor territoriale samenwerking (EGTS) (PB L 210 van 31.7.2006, blz. 19).

24 Verordening (EG) nr. 1082/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juli 2006 betreffende een Europese groepering voor territoriale samenwerking (EGTS) (PB L 210 van 31.7.2006, blz. 19).

25 Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's "Versterking van innovatie in de Europese regio's: strategieën voor veerkrachtige, inclusieve en duurzame groei", COM(2017) 376 final van 18.7.2017.

25 Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's "Versterking van innovatie in de Europese regio's: strategieën voor veerkrachtige, inclusieve en duurzame groei", COM(2017) 376 final van 18.7.2017.

Amendement    9

Voorstel voor een verordening

Overweging 11

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(11)  Steunverlening uit het IPA III moet voornamelijk gericht zijn op het ondersteunen van begunstigden van het IPA bij de versterking van democratische instellingen en de rechtsstaat, de hervorming van justitie en het openbaar bestuur, de naleving van grondrechten en de bevordering van gendergelijkheid, tolerantie, sociale inclusie en non-discriminatie. IPA-steun moet gericht blijven op het ondersteunen van de inspanningen van de begunstigden van het IPA om de regionale, macroregionale en grensoverschrijdende samenwerking, alsmede de territoriale ontwikkeling te verbeteren, onder andere door het uitvoeren van macroregionale strategieën van de Unie. Daarnaast moet IPA-steun zich richten op veiligheid, migratie en grensbeheer, waarbij toegang tot internationale bescherming wordt gewaarborgd, relevante informatie wordt gedeeld, grenscontrole wordt versterkt en gezamenlijke inspanningen in de strijd tegen irreguliere migratie en migrantensmokkel worden geleverd.

(11)  Steunverlening uit het IPA III moet voornamelijk gericht zijn op het ondersteunen van begunstigden van het IPA bij de versterking van democratische instellingen en de rechtsstaat, de hervorming van justitie en het openbaar bestuur, de naleving van grondrechten en de bevordering van gelijkheid van mannen en vrouwen, tolerantie, sociale inclusie en non-discriminatie. IPA-steun moet gericht blijven op het ondersteunen van de inspanningen van de begunstigden van het IPA om de regionale, macroregionale en grensoverschrijdende samenwerking, alsmede de territoriale ontwikkeling te verbeteren, onder andere door het uitvoeren van macroregionale strategieën van de Unie. Daarnaast moet IPA-steun zich richten op veiligheid, migratie en grensbeheer, waarbij de veilige toegang tot internationale bescherming wordt gewaarborgd, relevante informatie wordt gedeeld, grenscontrole wordt versterkt en gezamenlijke inspanningen in de strijd tegen irreguliere migratie, migrantensmokkel en mensenhandel worden geleverd.

Amendement    10

Voorstel voor een verordening

Overweging 12

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(12) Wat de NDICI-steun betreft, moet de Unie met naburige landen bijzondere betrekkingen ontwikkelen die erop gericht zijn een ruimte van welvaart en goed nabuurschap tot stand te brengen welke stoelt op de waarden van de Unie en welke gekenmerkt wordt door nauwe en vreedzame betrekkingen die gebaseerd zijn op samenwerking. Deze verordening en het NDICI moeten derhalve de interne en externe aspecten van de relevante macroregionale strategieën ondersteunen. Die initiatieven zijn van strategisch belang en bieden zinvolle politieke kaders voor de verdieping van de betrekkingen met en tussen de partnerlanden, op basis van wederzijdse verantwoordingsplicht, gedeelde betrokkenheid en verantwoordelijkheid.

(12) Wat de NDICI-steun betreft, moet de Unie met naburige landen bijzondere betrekkingen ontwikkelen die erop gericht zijn een ruimte van welvaart en goed nabuurschap tot stand te brengen welke stoelt op de waarden van de Unie en welke gekenmerkt wordt door nauwe en vreedzame betrekkingen die gebaseerd zijn op samenwerking. Deze verordening en het NDICI moeten derhalve de interne en externe aspecten van de relevante macroregionale strategieën ondersteunen met als voornaamste doel de armoede uit te roeien en bij te dragen aan de duurzame ontwikkeling. Die initiatieven zijn van strategisch belang en bieden zinvolle politieke kaders voor de verdieping van de betrekkingen met en tussen de partnerlanden, op basis van wederzijdse verantwoordingsplicht, gedeelde betrokkenheid en verantwoordelijkheid.

Amendement    11

Voorstel voor een verordening

Overweging 12 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(12 bis)  Het ontwikkelen van synergieën met het externe optreden en de ontwikkelingsprogramma's van de Unie moet tevens bijdragen tot een maximaal effect waarbij het beginsel van beleidscoherentie voor ontwikkeling, zoals vastgelegd in artikel 208 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), wordt nageleefd. Coherentie op alle terreinen van het EU-beleid is van cruciaal belang voor de verwezenlijking van de doelstellingen voor duurzame ontwikkeling.

Motivering

Beleidscoherentie voor ontwikkeling is een uit het Verdrag voortvloeiende verplichting en moet in de overwegingen worden vermeld.

Amendement    12

Voorstel voor een verordening

Overweging 14

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(14)  Gezien de specifieke situatie van de ultraperifere gebieden in de Unie moeten maatregelen worden vastgesteld betreffende de voorwaarden waaronder deze regio's toegang tot de structuurfondsen kunnen krijgen. Derhalve moeten sommige bepalingen van deze verordening aan de specifieke kenmerken van de ultraperifere regio's worden aangepast om de samenwerking met hun buurlanden te vereenvoudigen en te bevorderen, waarbij rekening wordt gehouden met de mededeling van de Commissie "Een nieuw en sterker strategisch partnerschap met de ultraperifere gebieden van de EU"31.

(14)  Gezien de specifieke situatie van de ultraperifere gebieden in de Unie moeten maatregelen worden vastgesteld betreffende de voorwaarden waaronder deze regio's toegang tot de structuurfondsen kunnen krijgen. Derhalve moeten sommige bepalingen van deze verordening aan de specifieke kenmerken van de ultraperifere regio's worden aangepast om hun samenwerking met derde landen en LGO's te vereenvoudigen en te bevorderen, waarbij rekening wordt gehouden met de mededeling van de Commissie "Een nieuw en sterker strategisch partnerschap met de ultraperifere gebieden van de EU"31.

__________________

__________________

31 Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité, het Comité van de Regio's en de Europese Investeringsbank - Een nieuw en sterker strategisch partnerschap met de ultraperifere gebieden van de EU, COM(2017) 623 final van 24.10.2017.

31 Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité, het Comité van de Regio's en de Europese Investeringsbank - Een nieuw en sterker strategisch partnerschap met de ultraperifere gebieden van de EU, COM(2017) 623 final van 24.10.2017.

Amendement    13

Voorstel voor een verordening

Overweging 14 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(14 bis)  In de verordening is voorzien in de mogelijkheid voor LGO's om deel te nemen aan Interreg-programma's. De specifieke kenmerken en uitdagingen van de LGO's moeten in aanmerking worden genomen om hun daadwerkelijke toegang en deelneming te vergemakkelijken.

Amendement    14

Voorstel voor een verordening

Overweging 14 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(14 ter)  In artikel 198 t/m 204 van het vierde deel van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) over de associatie van de LGO's is vastgelegd dat de associatie ten doel heeft de economische en sociale ontwikkeling van de LGO's te bevorderen en nauwe economische betrekkingen tussen hen en de Unie in haar geheel tot stand te brengen. Overeenkomstig de in de preambule van het VWEU neergelegde beginselen moet de associatie in de eerste plaats ertoe dienen de belangen en de welvaart van de inwoners van die landen en gebieden te bevorderen, teneinde hen te brengen tot de economische, sociale en culturele ontwikkeling waarnaar zij streven.

Amendement    15

Voorstel voor een verordening

Overweging 14 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(14 quater)  Activiteiten die in het kader van de verschillende componenten worden gefinancierd, moeten de gendergelijkheid bevorderen en waarborgen. De genderdimensie moet in de verschillende componenten van Interreg worden opgenomen.

Motivering

Het belang van de genderdimensie moet in de gehele verordening worden versterkt.

Amendement    16

Voorstel voor een verordening

Overweging 19

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(19)  In deze verordening moeten twee specifieke doelstellingen voor Interreg worden toegevoegd, één om de specifieke doelstelling van de versterking van de institutionele capaciteit te ondersteunen, waarbij de juridische en administratieve samenwerking wordt verbeterd, met name wanneer deze samenhangt met de uitvoering van de mededeling over grensregio's, en de samenwerking tussen burgers en instellingen en de ontwikkeling en coördinatie van macroregionale en zeebekkenstrategieën te intensiveren, en één om specifieke onderwerpen op het gebied van externe samenwerking aan te pakken, zoals veiligheid, beveiliging, beheer van grensoverschrijdingen en migratie.

(19)  In deze verordening moeten twee specifieke doelstellingen voor Interreg worden toegevoegd, één om de specifieke doelstelling van de versterking van de institutionele capaciteit te ondersteunen, waarbij de juridische en administratieve samenwerking wordt verbeterd, met name wanneer deze samenhangt met de uitvoering van de mededeling over grensregio's, en de samenwerking tussen burgers, maatschappelijke organisaties, niet-overheidsactoren en instellingen en de ontwikkeling en coördinatie van macroregionale en zeebekkenstrategieën te intensiveren, en één om specifieke onderwerpen op het gebied van externe samenwerking aan te pakken, zoals veiligheid, beveiliging, beheer van grensoverschrijdingen en migratie, toegang tot internationale bescherming, uitroeiing van de armoede, klimaatverandering, beperking van het risico op rampen en veerkracht.

Amendement    17

Voorstel voor een verordening

Overweging 30 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(30 bis)  Het is passend om financiële discipline aan te moedigen. Tegelijkertijd moet bij regelingen voor de vrijmaking van begrotingsvastleggingen rekening worden gehouden met de complexiteit van Interreg-programma's en de tenuitvoerlegging ervan.

Amendement    18

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Bij deze verordening worden regels vastgesteld voor de doelstelling "Europese territoriale samenwerking (Interreg)" met het oog op de bevordering van de samenwerking tussen de lidstaten binnen de Unie en tussen lidstaten en respectievelijk aangrenzende derde landen, partnerlanden, andere gebieden of landen en gebieden overzee (LGO's).

1.  Bij deze verordening worden regels vastgesteld voor de doelstelling "Europese territoriale samenwerking (Interreg)" met het oog op de bevordering van de samenwerking tussen de lidstaten binnen de Unie en tussen lidstaten en respectievelijk derde landen, partnerlanden of landen en gebieden overzee (LGO's). Interreg draagt bij tot de verwezenlijking van de doelstellingen voor duurzame ontwikkeling, zoals beschreven in de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling.

Amendement    19

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Daarnaast bevat deze verordening de nodige bepalingen om te zorgen voor de effectieve programmering, met inbegrip van technische bijstand, toezicht, evaluatie, communicatie, subsidiabiliteit, beheer en controle, alsook het financiële beheer van programma's in het kader van de doelstelling "Europese territoriale samenwerking" ("Interreg-programma's") die worden ondersteund door het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO).

2.  Daarnaast bevat deze verordening de nodige bepalingen om te zorgen voor de effectieve programmering, met inbegrip van technische bijstand, uitvoering, toezicht, evaluatie, communicatie, subsidiabiliteit, beheer en controle, alsook het financiële beheer van programma's in het kader van de doelstelling "Europese territoriale samenwerking" ("Interreg-programma's") die worden ondersteund door het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO).

Amendement    20

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1– punt 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4 bis)  Landen en gebieden overzee (LGO's): met een lidstaat van de Unie verbonden landen en gebieden overzee waarop de bepalingen van het vierde deel van het VWEU van toepassing zijn en die staan vermeld in Bijlage II hierbij.

Amendement    21

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – punt 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  interne grensoverschrijdende samenwerking tussen aan land aan elkaar grenzende regio's van twee of meer lidstaten of tussen aan land aan elkaar grenzende regio's van ten minste één lidstaat en één of meer derde landen die zijn vermeld in artikel 4, lid 3; or

a)  interne grensoverschrijdende samenwerking tussen aan land of via de zee aan elkaar grenzende regio's van twee of meer lidstaten of tussen aan land aan elkaar grenzende regio's van ten minste één lidstaat en één of meer derde landen die zijn vermeld in artikel 4, lid 3; or

Amendement    22

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – punt 1 – letter b – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  externe grensoverschrijdende samenwerking tussen aan land aan elkaar grenzende regio's van ten minste één lidstaat en één of meer van de volgende:

b)  externe grensoverschrijdende samenwerking tussen aan land of via de zee aan elkaar grenzende regio's van ten minste één lidstaat en één of meer van de volgende:

Amendement    23

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – punt 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2)  transnationale samenwerking over grotere transnationale gebieden of rond zeebekkens, waarbij lokale, regionale en nationale programmapartners in de lidstaten, derde landen, partnerlanden en Groenland betrokken zijn, met het oog op een hogere mate van territoriale integratie ("component 2"); wanneer enkel naar transnationale samenwerking wordt verwezen: "component 2A"; wanneer enkel naar transnationale samenwerking wordt verwezen: "component 2B";

2)  transnationale samenwerking over grotere transnationale gebieden of rond zeebekkens, waarbij lokale, regionale en nationale programmapartners in de lidstaten, derde landen, partnerlanden en LGO's betrokken zijn, met het oog op een hogere mate van territoriale integratie ("component 2"); wanneer enkel naar transnationale samenwerking wordt verwezen: "component 2A"; wanneer enkel naar transnationale samenwerking wordt verwezen: "component 2B";

Amendement    24

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – punt 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3)  onderlinge samenwerking tussen ultraperifere gebieden onderling en met een of meer van hun naburige derde landen, partnerlanden of LGO's, om hun regionale integratie in de regio te vergemakkelijken ("component 3");

3)  onderlinge samenwerking tussen ultraperifere gebieden onderling en met een of meer derde landen, partnerlanden of LGO's, om met name hun regionale integratie te vergemakkelijken ("component 3");

Amendement    25

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – punt 4 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4)  interregionale samenwerking om de effectiviteit van het cohesiebeleid te versterken ("component 4") door het bevorderen van:

4)  interregionale samenwerking om de effectiviteit van het cohesiebeleid te versterken ("component 4") door het bevorderen van onder andere:

Amendement    26

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – punt 4 – letter a – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  de uitwisseling van ervaringen, innovatieve benaderingen en capaciteitsopbouw in verband met:

a)  de uitwisseling van ervaringen, innovatieve benaderingen, goede praktijken en capaciteitsopbouw in verband met:

Amendement    27

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Regio's aan maritieme grenzen die door middel van een vaste verbinding over de zee verbonden zijn, worden ook ondersteund in het kader van grensoverschrijdende samenwerking.

Schrappen

Amendement    28

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Voor grensoverschrijdende samenwerking zijn de door het IPA III of NDICI te steunen regio's de regio's van NUTS-niveau 3 van het betrokken partnerland of, indien er geen NUTS-classificatie is, daarmee vergelijkbare gebieden aan alle landgrenzen tussen lidstaten en partnerlanden die in het kader van IPA III of NDICI in aanmerking komen.

4.  Voor grensoverschrijdende samenwerking zijn de door het IPA III of NDICI te steunen regio's de regio's van NUTS-niveau 3 van het betrokken partnerland of, indien er geen NUTS-classificatie is, daarmee vergelijkbare gebieden aan alle grenzen tussen lidstaten en partnerlanden die in het kader van IPA III of NDICI in aanmerking komen.

Amendement    29

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – lid 2 – alinea 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  Groenland;

b)  LGO's;

Amendement    30

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De in lid 2 genoemde regio's, derde landen of partnerlanden zijn regio's van NUTS-niveau 2 of, indien er geen NUTS-classificatie is, daarmee vergelijkbare gebieden.

3.  De in lid 2 genoemde regio's, derde landen, partnerlanden of LGO's zijn regio's van NUTS-niveau 2, NUTS-niveau 3 in het geval van LGO's of, indien er geen NUTS-classificatie is, daarmee vergelijkbare gebieden.

Amendement    31

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 2 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)  3,2 % (d.w.z. in totaal 270 100 000 EUR) voor samenwerking tussen ultraperifere gebieden (component 3);

c)  5 % voor samenwerking tussen ultraperifere gebieden (component 3);

Motivering

In het licht van de specifieke behoeften van en uitdagingen voor de ultraperifere gebieden moet het voor component 3 beschikbare bedrag worden verhoogd.

Amendement    32

Voorstel voor een verordening

Artikel 12 – lid 4 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Wat een reeds door de Commissie goedgekeurd Interreg-programma van component 2 betreft, wordt de deelname van een partnerland of van Groenland beëindigd, indien zich een van de situaties als bedoeld in lid 3, eerste alinea, onder a) en b), voordoet.

Wat een reeds door de Commissie goedgekeurd Interreg-programma van component 2 betreft, wordt de deelname van een partnerland of van LGO's beëindigd of de toewijzing verlaagd, indien zich een van de situaties als bedoeld in lid 3, eerste alinea, onder a) en b), voordoet.

Amendement    33

Voorstel voor een verordening

Artikel 12 – lid 4 – alinea 2 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  dat het Interreg-programma in zijn geheel wordt beëindigd, met name wanneer de belangrijkste gezamenlijke ontwikkelingsproblemen ervan niet kunnen worden verwezenlijkt zonder de deelname van die partner of Groenland;

a)  dat het Interreg-programma in zijn geheel wordt beëindigd, met name wanneer de belangrijkste gezamenlijke ontwikkelingsproblemen ervan niet kunnen worden verwezenlijkt zonder de deelname van die partner of de LGO's;

Amendement    34

Voorstel voor een verordening

Artikel 12 – lid 4 – alinea 2 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(c)  dat het Interreg-programma doorgaat zonder de deelname van het betrokken partnerland of van Groenland.

(c)  dat het Interreg-programma doorgaat zonder de deelname van het betrokken partnerland of van de LGO's.

Amendement    35

Voorstel voor een verordening

Artikel 12 – lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.  Wanneer een derde land of een partnerland dat met nationale middelen bijdraagt aan een Interreg-programma, waarbij het niet gaat om de nationale medefinanciering van steun uit het EFRO of uit een financieringsinstrument voor extern optreden van de Unie, deze bijdrage vermindert tijdens de uitvoering van het Interreg-programma, hetzij in het algemeen of in verband met gezamenlijke concrete acties die reeds zijn geselecteerd en na ontvangst van het document zoals bedoeld in artikel 22, lid 6, verzoeken de deelnemende lidstaat of lidstaten om één van de in lid 4, tweede alinea, vermelde opties.

6.  Wanneer een derde land, een partnerland of LGO's die met nationale middelen bijdragen aan een Interreg-programma, waarbij het niet gaat om de nationale medefinanciering van steun uit het EFRO of uit een financieringsinstrument voor extern optreden van de Unie, deze bijdrage verminderen tijdens de uitvoering van het Interreg-programma, hetzij in het algemeen of in verband met gezamenlijke concrete acties die reeds zijn geselecteerd en na ontvangst van het document zoals bedoeld in artikel 22, lid 6, verzoeken de deelnemende lidstaat of lidstaten om één van de in lid 4, tweede alinea, vermelde opties.

Amendement    36

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 – lid 3 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  In aanvulling op de specifieke doelstellingen van het EFRO zoals vastgesteld in artikel [2] van Verordening (EU) [nieuwe EFRO-verordening], kunnen het EFRO en, indien van toepassing, de financieringsinstrumenten voor extern optreden van de Unie als volgt bijdragen tot de verwezenlijking van de specifieke doelstellingen in het kader van BD 4:

3.  In aanvulling op de specifieke doelstellingen van het EFRO zoals vastgesteld in artikel [2] van Verordening (EU) [nieuwe EFRO-verordening], dragen het EFRO en, indien van toepassing, de financieringsinstrumenten voor extern optreden van de Unie als volgt bij tot de verwezenlijking van de specifieke doelstellingen in het kader van BD 4:

Amendement    37

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 – lid 3 – letter a)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  verbetering van de doeltreffendheid van de arbeidsmarkten en toegang tot hoogwaardige werkgelegenheid over de grenzen heen;

a)  verbetering van de doeltreffendheid van de arbeidsmarkten en toegang tot hoogwaardige werkgelegenheid over de grenzen heen, met name voor jongeren;

Amendement    38

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 – lid 3 – letter e

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

e)   bevordering van sociale insluiting en bestrijding van armoede, onder meer door bevordering van gelijke kansen en de bestrijding van discriminatie over de grenzen heen.

e)   bevordering van sociale insluiting, eerbiediging van de rechten van minderheden en bestrijding van armoede, onder meer door bevordering van gelijke kansen, de bevordering van gendergelijkheid, de bestrijding van elke vorm van discriminatie over de grenzen heen en ondersteuning voor gemarginaliseerde gemeenschappen.

Amendement    39

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 – lid 4 – letter a – punt ii

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

ii)  verbetering van de efficiëntie van het openbaar bestuur door de bevordering van juridische en administratieve samenwerking en samenwerking tussen burgers en instellingen, met name om een oplossing te vinden voor juridische en andere obstakels in grensregio's;

ii)  verbetering van de efficiëntie van het openbaar bestuur door de bevordering van juridische en administratieve samenwerking en samenwerking tussen burgers, maatschappelijke organisaties en instellingen, met name om een oplossing te vinden voor juridische en andere obstakels in grensregio's;

Amendement    40

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 – lid 4 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  onder Interreg-programma's van de componenten 1, 2 en 3: verbetering van de institutionele capaciteit van overheidsinstanties en belanghebbenden bij de uitvoering van macroregionale en zeebekkenstrategieën;

b)  onder Interreg-programma's van de componenten 1, 2 en 3: verbetering van de institutionele capaciteit van overheidsinstanties en belanghebbenden bij de daadwerkelijke uitvoering van macroregionale en zeebekkenstrategieën;

Amendement    41

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 – lid 4 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)  in het kader van de externe grensoverschrijdende Interreg-programma's en Interreg-programma's van component 2 en 3 die worden ondersteund door de Interreg-fondsen, in aanvulling op de punten a) en b): het opbouwen van wederzijds vertrouwen, met name door de bevordering van intermenselijke contacten, de verbetering van duurzame democratie en ondersteuning van het maatschappelijk middenveld en hun rol bij hervormingsprocessen en democratische transities;

c)  in het kader van de externe grensoverschrijdende Interreg-programma's en Interreg-programma's van component 2 en 3 die worden ondersteund door de Interreg-fondsen, in aanvulling op de punten a) en b): het opbouwen van wederzijds vertrouwen, met name door de bevordering van intermenselijke contacten, de verbetering van duurzame democratie, de bevordering van de grondrechten en vrijheden overeenkomstig en erkend in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en ondersteuning van maatschappelijke organisaties en niet-overheidsactoren, waaronder ngo's, kerken en religieuze gemeenschappen en organisaties, denktanks en andere maatschappelijke groeperingen, en hun rol bij veerkracht, vredesopbouw, verzoening, hervormingsprocessen en democratische transities, alsmede de bevordering van goed bestuur, met inbegrip van de strijd tegen corruptie.

Amendement    42

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  In het kader van de externe grensoverschrijdende Interreg-programma's en Interreg-programma's van component 2 en 3 verlenen het EFRO en, indien toepasselijk, de financieringsinstrumenten voor extern optreden van de Unie ook steun aan de externe specifieke doelstelling voor Interreg "een veiliger, zekerder Europa", met name door acties op het gebied van het beheer van grensoverschrijdingen, mobiliteit en migratie, met inbegrip van de bescherming van migranten.

5.  In het kader van de externe grensoverschrijdende Interreg-programma's en Interreg-programma's van component 2 en 3 verlenen het EFRO en, indien toepasselijk, de financieringsinstrumenten voor extern optreden van de Unie ook steun aan de externe specifieke doelstelling voor Interreg "een veiliger, zekerder Europa", met name door acties op het gebied van het beheer van grensoverschrijdingen, mobiliteit en migratie, met volledige eerbiediging van de rechtsstaat, en met inbegrip van de bescherming en eerbiediging van de mensenrechten van migranten.

Amendement    43

Voorstel voor een verordening

Artikel 16 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De doelstelling "Europese territoriale samenwerking (Interreg)" wordt uitgevoerd via Interreg-programma's in gedeeld beheer, met uitzondering van programma's van component 3, die geheel of gedeeltelijk in indirect beheer kunnen worden uitgevoerd, en programma's van component 5 die in direct of indirect beheer worden uitgevoerd.

1.  De doelstelling "Europese territoriale samenwerking (Interreg)" wordt uitgevoerd via Interreg-programma's in gedeeld beheer, met uitzondering van programma's van component 3, die geheel of gedeeltelijk in indirect beheer kunnen worden uitgevoerd, na raadpleging van de betrokken belanghebbenden, en programma's van component 5 die in direct of indirect beheer worden uitgevoerd.

Amendement    44

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Elk Interreg-programma bevat een gezamenlijke strategie voor de bijdrage van het programma tot de in artikel [4, lid 1,] van Verordening (EU) [nieuwe GB-verordening] vastgestelde beleidsdoelstellingen en de in artikel 14, leden 4 en 5, van deze verordening vermelde specifieke doelstellingen voor Interreg en de mededeling van de resultaten ervan.

1.  Elk Interreg-programma bevat een gezamenlijke strategie voor de bijdrage van het programma tot de in artikel [4, lid 1,] van Verordening (EU) [nieuwe GB-verordening] vastgestelde beleidsdoelstellingen en de in artikel 14, leden 4 en 5, van deze verordening vermelde specifieke doelstellingen voor Interreg en de mededeling van de resultaten ervan. De strategie maakt ook nadrukkelijk duidelijk op welke wijze het programma zal bijdragen aan de verwezenlijking van de doelstellingen voor duurzame ontwikkeling.

Amendement    45

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – lid 4 – letter b – punt i bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

i bis)  verschillen in het institutionele, wettelijke en beleidskader;

Amendement    46

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – lid 4 – letter b - punt i ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

i ter)  uitdagingen op milieugebied;

Amendement    47

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – lid 4 – letter b – punt ii

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

ii)  gemeenschappelijke investeringsbehoeften en complementariteit met andere vormen van steun;

ii)  gemeenschappelijke investeringsbehoeften en complementariteit met andere vormen van steun en te verwezenlijken potentiële synergieën;

Amendement    48

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – lid 4 – letter b – punt iii

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

iii)  lessen uit ervaringen uit het verleden;

iii)  lessen uit ervaringen uit het verleden en de wijze waarop zij in het programma in aanmerking zijn genomen;

Amendement    49

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – lid 4 – letter e – punt ii

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

ii)  outputindicatoren en resultaatindicatoren met de bijbehorende mijlpalen en streefdoelen;

ii)  slimme indicatoren en naar gender uitgesplitste resultaatindicatoren met de bijbehorende uitgangswaarden, mijlpalen en streefdoelen;

Amendement    50

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – lid 4 – letter e – punt iii

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

iii)  de voornaamste doelgroepen;

iii)  de voornaamste doelgroepen en uiteindelijke begunstigden van het programma, met inbegrip van de kwetsbaarste groepen;

Amendement    51

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – lid 4 – letter f bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

f bis)  een methodologie waarmee wordt uitgelegd op welke wijze het programma zal bijdragen tot de verwezenlijking van de doelstellingen voor duurzame ontwikkeling;

Amendement    52

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – lid 4 – punt i

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

i)  de voorziene aanpak van de communicatie en zichtbaarheid van het Interreg-programma door het vaststellen van de doelstellingen, het doelpubliek, de communicatiekanalen, de communicatieactiviteiten op sociale media, de geplande begroting en de relevante indicatoren voor toezicht en evaluatie.

i)  de voorziene aanpak van de communicatie en zichtbaarheid van het Interreg-programma door het vaststellen van de doelstellingen, het doelpubliek, de communicatiekanalen, de communicatieactiviteiten op sociale media, de geplande begroting en de relevante indicatoren voor toezicht en evaluatie. Telkens wanneer het Interreg-programma wordt medegefinancierd door andere externe financieringsinstrumenten, worden in de zichtbaarheidsstrategie de in deze instrumenten opgenomen zichtbaarheidseisen gerespecteerd.

Amendement    53

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – lid 4 – letter i bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

i bis)  Een kader voor risicobeheersing dat de potentiële risico's omvat die negatieve gevolgen kunnen hebben voor de uitvoering van het programma en de verwezenlijking van de resultaten, alsmede de passende mitigatiemaatregelen.

Amendement    54

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – lid 1 – letter a – punt iii

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

iii)  voor Interreg-programma's van component 2 die worden ondersteund door het OCTP, uitgesplitst naar financieringsinstrument ("EFRO" en "OCTP Groenland");

iii)  voor Interreg-programma's van component 2 die worden ondersteund door het OCTP, uitgesplitst naar financieringsinstrument ("EFRO" en "OCTP");

Amendement    55

Voorstel voor een verordening

Artikel 22 – lid 2 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Voor de selectie van concrete acties moet het toezichtcomité of, indien van toepassing, het directiecomité criteria en procedures vaststellen en toepassen die niet-discriminerend en transparant zijn, gendergelijkheid waarborgen en rekening houden met het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en het beginsel van duurzame ontwikkeling en van het beleid van de Unie op milieugebied overeenkomstig artikel 11 en artikel 191, lid 1, VWEU.

Voor de selectie van concrete acties moet het toezichtcomité of, indien van toepassing, het directiecomité criteria en procedures vaststellen en toepassen die publiek, objectief, niet-discriminerend en transparant zijn, gelijkheid van mannen en vrouwen waarborgen en rekening houden met het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en het beginsel van duurzame ontwikkeling en van het beleid en de wetgeving van de Unie op milieugebied overeenkomstig artikel 11 en artikel 191, lid 1, VWEU.

Amendement    56

Voorstel voor een verordening

Artikel 22 – lid 2 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De criteria en procedures waarborgen de prioritering van de te selecteren concrete acties teneinde ervoor te zorgen dat de bijdrage uit de middelen van de Unie financiering van de Unie optimaal bijdraagt aan de verwezenlijking van de doelstellingen van het Interreg-programma en de uitvoering van de samenwerkingscomponent van de concrete acties in het kader van de Interreg-programma's, als bedoeld in artikel 23, leden 1 en 4.

De criteria en procedures waarborgen de prioritering van de te selecteren concrete acties teneinde ervoor te zorgen dat de bijdrage uit de middelen van de Unie financiering van de Unie optimaal bijdraagt aan de verwezenlijking van de doelstellingen van het Interreg-programma, de uitvoering van de samenwerkingscomponent van de concrete acties in het kader van de Interreg-programma's, als bedoeld in artikel 23, leden 1 en 4 en de verwezenlijking van de doelstellingen voor duurzame ontwikkeling.

Amendement    57

Voorstel voor een verordening

Artikel 22 – lid 4 – letter a bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

a bis)  ervoor zorgen dat de geselecteerde acties een daadwerkelijke bijdrage leveren tot de verwezenlijking van de doelstellingen en streefcijfers van de Agenda 2030;

Amendement    58

Voorstel voor een verordening

Artikel 22 – lid 4 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  waarborgen dat de geselecteerde concrete acties niet in strijd zijn met de desbetreffende strategieën die overeenkomstig artikel 10, lid 1, zijn vastgesteld of de strategieën die zijn vastgesteld voor een of meer van de financieringsinstrumenten voor extern optreden van de Unie;

b)  waarborgen dat de geselecteerde concrete acties niet alleen niet in strijd zijn met de desbetreffende strategieën die overeenkomstig artikel 10, lid 1, zijn vastgesteld of de strategieën die zijn vastgesteld voor een of meer van de financieringsinstrumenten voor extern optreden van de Unie, maar ook dat zij een aanvulling vormen op die strategieën waarmee zij positieve synergieën creëren;

Amendement    59

Voorstel voor een verordening

Artikel 23 – lid 4 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Voor concrete acties in het kader van Interreg-programma's van component 3 moeten de partners uit ultraperifere regio's en derde landen, partnerlanden of LGO slechts voor drie van de vier in de eerste alinea vermelde aspecten samenwerken.

Voor concrete acties in het kader van Interreg-programma's van component 3 moeten de partners uit ultraperifere regio's en derde landen, partnerlanden of LGO slechts voor twee van de vier in de eerste alinea vermelde aspecten samenwerken.

Amendement    60

Voorstel voor een verordening

Artikel 24 – lid 1 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De bijdrage uit het EFRO of, indien van toepassing, uit de financieringsinstrumenten voor extern optreden van de Unie aan een fonds voor kleinschalige projecten in het kader van een Interreg-programma mag niet meer bedragen dan 20 000 000 EUR of, als dat minder is, 15 % van de totale toewijzing aan het Interreg-programma.

De bijdrage uit het EFRO of, indien van toepassing, uit de financieringsinstrumenten voor extern optreden van de Unie aan een fonds voor kleinschalige projecten in het kader van een Interreg-programma mag niet meer bedragen dan 20 % van de totale toewijzing aan het Interreg-programma.

Amendement    61

Voorstel voor een verordening

Artikel 27 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  Het toezichtcomité vergadert ten minste een keer per jaar en evalueert alle vraagstukken die invloed hebben op de vooruitgang die wordt geboekt bij de verwezenlijking van de doelstellingen van het programma.

5.  Het toezichtcomité vergadert ten minste twee keer per jaar en evalueert alle vraagstukken die invloed hebben op de vooruitgang die wordt geboekt bij de verwezenlijking van de doelstellingen van het programma.

Amendement    62

Voorstel voor een verordening

Artikel 29 – lid 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  de vooruitgang die is geboekt bij het uitvoeren van het programma en het bereiken van de mijlpalen en streefdoelen van het Interreg-programma;

a)  de vooruitgang die is geboekt bij het uitvoeren van het programma en het bereiken van de mijlpalen en streefdoelen van het Interreg-programma, met inbegrip van de bijdrage tot de verwezenlijking van de doelstellingen van de Agenda 2030;

Amendement    63

Voorstel voor een verordening

Artikel 29 – lid 1 – letter g

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

g)  de vooruitgang bij de capaciteitsopbouw voor overheidsinstanties en begunstigden, indien van toepassing.

g)  de vooruitgang bij de capaciteitsopbouw voor overheidsinstanties en begunstigden, indien van toepassing, en stelt verdere ondersteunende maatregelen voor, indien noodzakelijk.

Amendement    64

Voorstel voor een verordening

Artikel 34 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De beheersautoriteit voert een evaluatie van elk Interreg-programma uit. Elke evaluatie bevat een beoordeling van de doeltreffendheid, efficiëntie, relevantie, samenhang en EU-meerwaarde van het programma met het oog op de verbetering van de kwaliteit van het ontwerp en de uitvoering van het respectieve Interreg-programma.

1.  De beheersautoriteit voert een evaluatie van elk Interreg-programma uit. Elke evaluatie bevat een beoordeling van de doeltreffendheid, efficiëntie, relevantie, samenhang, duurzaamheid van de resultaten en EU-meerwaarde van het programma met het oog op de verbetering van de kwaliteit van het ontwerp en de uitvoering van het respectieve Interreg-programma.

Amendement    65

Voorstel voor een verordening

Artikel 34 – lid 7 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

7 bis.  Telkens wanneer het Interreg-programma wordt medegefinancierd door andere externe financieringsinstrumenten, zorgt het programma voor de zichtbaarheid van deze middelen, overeenkomstig de desbetreffende instrumenten.

Amendement    66

Voorstel voor een verordening

Artikel 49 – lid 2 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  2021: 1%;

a)  2021: 2%;

Amendement    67

Voorstel voor een verordening

Artikel 49 – lid 2 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  2022: 1%;

b)  2022: 2%;

Amendement    68

Voorstel voor een verordening

Artikel 49 – lid 2 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)  2023: 1%;

c)  2023: 2%;

Amendement    69

Voorstel voor een verordening

Artikel 49 – lid 2 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

d)  2024: 1%;

d)  2024: 1,5 %;

Amendement    70

Voorstel voor een verordening

Artikel 50 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 50 bis

 

Vrijmakingen

 

In afwijking van artikel 99, lid 1, van Verordening (EU) .../... [nieuwe GB-verordening] maakt de Commissie alle bedragen uit een Interreg-programma die niet zijn gebruikt voor voorfinanciering overeenkomstig artikel 49 of waarvoor geen betalingsaanvraag is ingediend tegen 26 december van het derde kalenderjaar volgend op het jaar van de begrotingsvastleggingen van de jaren 2021 tot 2026, vrij. 

Amendement    71

Voorstel voor een verordening

Artikel 53 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Interreg-programma's van de component 2 en 4 die bijdragen uit het EFRO en één of meer financieringsinstrumenten voor extern optreden van de Unie combineren, worden in gedeeld beheer uitgevoerd in de lidstaten en in een eventueel deelnemende derde land of partnerland of, met betrekking tot component 3, LGO, ongeacht of deze LGO steun ontvangt uit een of meer financieringsinstrumenten voor extern optreden van de Unie.

2.  Interreg-programma's van de component 2 en 4 die bijdragen uit het EFRO en één of meer financieringsinstrumenten voor extern optreden van de Unie combineren, worden in gedeeld beheer uitgevoerd in de lidstaten en in een eventueel deelnemende derde land, partnerland of LGO, of met betrekking tot component 3, LGO, ongeacht of deze LGO steun ontvangt uit een of meer financieringsinstrumenten voor extern optreden van de Unie.

PROCEDURE VAN DE ADVISERENDE COMMISSIE

Titel

Specifieke bepalingen voor de doelstelling “Europese territoriale samenwerking” (Interreg) ondersteund door het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling en financieringsinstrumenten voor extern optreden

Document- en procedurenummers

COM(2018)0374 – C8-0229/2018 – 2018/0199(COD)

Bevoegde commissie

       Datum bekendmaking

REGI

11.6.2018

 

 

 

Advies uitgebracht door

       Datum bekendmaking

DEVE

11.6.2018

Medeverantwoordelijke commissies - datum bekendmaking

5.7.2018

Rapporteur voor advies

       Datum benoeming

Eleni Theocharous

10.8.2018

Behandeling in de commissie

8.10.2018

 

 

 

Datum goedkeuring

20.11.2018

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

19

0

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Mireille D’Ornano, Enrique Guerrero Salom, Teresa Jiménez-Becerril Barrio, Stelios Kouloglou, Arne Lietz, Linda McAvan, Maurice Ponga, Cristian Dan Preda, Lola Sánchez Caldentey, Elly Schlein, Eleni Theocharous, Mirja Vehkaperä, Joachim Zeller, Željana Zovko

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Thierry Cornillet, Stefan Gehrold, Bernd Lucke, Adam Szejnfeld

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Ana Miranda

HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE ADVISERENDE COMMISSIE

19

+

ALDE

Thierry Cornillet, Mirja Vehkaperä

ECR

Bernd Lucke, Eleni Theocharous

EFDD

Mireille D'Ornano

GUE/NGL

Stelios Kouloglou, Lola Sánchez Caldentey

PPE

Stefan Gehrold, Teresa Jiménez-Becerril Barrio, Maurice Ponga, Cristian Dan Preda, Adam Szejnfeld, Joachim Zeller, Željana Zovko

S&D

Enrique Guerrero Salom, Arne Lietz, Linda McAvan, Elly Schlein

VERTS/ALE

Ana Miranda

0

-

 

 

0

0

 

 

Key to symbols:

+  :  in favour

-  :  against

0  :  abstention


ADVIES van de Commissie begrotingscontrole (21.11.2018)

aan de Commissie regionale ontwikkeling

inzake het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende specifieke bepalingen voor de doelstelling "Europese territoriale samenwerking" (Interreg) ondersteund door het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling en financieringsinstrumenten voor extern optreden

(COM(2018)0374 – C8‑0229/2018 – 2018/0199(COD))

Rapporteur voor advies: Arndt Kohn

AMENDEMENTEN

De Commissie begrotingscontrole verzoekt de bevoegde Commissie regionale ontwikkeling onderstaande amendementen in aanmerking te nemen:

Amendement    1

Voorstel voor een verordening

Overweging 9

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(9)  Er moeten objectieve criteria worden vastgesteld om te bepalen welke regio's en gebieden subsidiabel zijn. De aanwijzing van subsidiabele regio's en gebieden op het niveau van de Unie moet daarom worden gebaseerd op de gemeenschappelijke indeling van de regio's die is vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 1059/2003 van het Europees Parlement en de Raad26.

(9)  Er moeten objectieve en transparante criteria worden vastgesteld om te bepalen welke regio's en gebieden subsidiabel zijn. De aanwijzing van subsidiabele regio's en gebieden op het niveau van de Unie moet daarom worden gebaseerd op de gemeenschappelijke indeling van de regio's die is vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 1059/2003 van het Europees Parlement en de Raad26.

_________________

_________________

26 Verordening (EG) nr. 1059/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 26 mei 2003 betreffende de opstelling van een gemeenschappelijke nomenclatuur van territoriale eenheden voor de statistiek (NUTS) (PB L 154 van 21.6.2003, blz. 1).

26 Verordening (EG) nr. 1059/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 26 mei 2003 betreffende de opstelling van een gemeenschappelijke nomenclatuur van territoriale eenheden voor de statistiek (NUTS) (PB L 154 van 21.6.2003, blz. 1).

Amendement    2

Voorstel voor een verordening

Overweging 17 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(17 bis)  De toekomstige doelstelling Europese territoriale samenwerking (Interreg) moet voldoende rekening houden met en waar nodig financiële steun verlenen aan de regio's die het zwaarst zullen worden getroffen door het vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie, met name de regio's die (via zee- en landgrenzen) grensregio's zullen worden.

Amendement    3

Voorstel voor een verordening

Overweging 19

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(19)  In deze verordening moeten twee specifieke doelstellingen voor Interreg worden toegevoegd, één om de specifieke doelstelling van de versterking van de institutionele capaciteit te ondersteunen, waarbij de juridische en administratieve samenwerking wordt verbeterd, met name wanneer deze samenhangt met de uitvoering van de mededeling over grensregio's, en de samenwerking tussen burgers en instellingen en de ontwikkeling en coördinatie van macroregionale en zeebekkenstrategieën te intensiveren, en één om specifieke onderwerpen op het gebied van externe samenwerking aan te pakken, zoals veiligheid, beveiliging, beheer van grensoverschrijdingen en migratie.

(19)  In deze verordening moet één specifieke doelstelling voor Interreg worden toegevoegd, namelijk om de specifieke doelstelling van de versterking van de institutionele capaciteit te ondersteunen, waarbij de juridische en administratieve samenwerking wordt verbeterd, met name wanneer deze samenhangt met de uitvoering van de mededeling over grensregio's, en de samenwerking tussen burgers en instellingen en de ontwikkeling en coördinatie van macroregionale en zeebekkenstrategieën te intensiveren.

Motivering

Hoewel deze doelstelling belangrijk is, valt deze moeilijk te rijmen met de doelstellingen van het cohesiebeleid waarop het Interreg-programma is gebaseerd en moet zij worden geschrapt met het oog op een samenhangend beleid. Deze bijkomende doelstelling zou een verkeerde indruk kunnen wekken van de verwachtingen van Interreg op dit gebied. Bovendien wordt in andere fondsen en begrotingslijnen in het MFK al aandacht besteed aan het brede scala van onderwerpen die onder deze doelstelling vallen.

Amendement    4

Voorstel voor een verordening

Overweging 21

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(21)  Bepalingen over de voorbereiding, goedkeuring en wijziging van Interreg-programma's, alsmede over territoriale ontwikkeling, over de selectie van concrete acties, over toezicht en evaluatie, over de programma-autoriteiten, over audit van concrete acties en over transparantie en communicatie moeten aan de specifieke kenmerken van de Interreg-programma's worden aangepast in vergelijking met de bepalingen van Verordening (EU) [nieuwe GB-verordening].

(21)  Bepalingen over de voorbereiding, goedkeuring en wijziging van Interreg-programma's, alsmede over territoriale ontwikkeling, over de selectie van concrete acties, over toezicht en evaluatie, over de programma-autoriteiten, over audit van concrete acties en over transparantie en communicatie moeten aan de specifieke kenmerken van de Interreg-programma's worden aangepast in vergelijking met de bepalingen van Verordening (EU) [nieuwe GB-verordening]. Deze specifieke bepalingen moeten eenvoudig en duidelijk worden gehouden om overregulering en extra administratieve lasten voor de lidstaten en de begunstigden te voorkomen.

Amendement    5

Voorstel voor een verordening

Overweging 25

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(25)  Krachtens de punten 22 en 23 van het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016 moeten de fondsen worden geëvalueerd op basis van gegevens die uit hoofde van specifieke voorschriften voor toezicht worden verzameld, waarbij echter overregulering en administratieve lasten, in het bijzonder voor de lidstaten, worden vermeden. Waar passend kunnen in die voorschriften ook meetbare indicatoren worden opgenomen op basis waarvan gegevens over de effecten van de fondsen in de praktijk worden verzameld.

(25)  Krachtens de punten 22 en 23 van het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016 moeten de fondsen worden geëvalueerd op basis van gegevens die uit hoofde van specifieke voorschriften voor toezicht worden verzameld, waarbij echter overregulering en administratieve lasten, in het bijzonder voor de lidstaten en begunstigden, worden vermeden. Waar passend kunnen in die voorschriften ook meetbare indicatoren worden opgenomen die het meest geschikt worden geacht om de vooruitgang bij de verwezenlijking van de doelstellingen van het programma Europese territoriale samenwerking (Interreg) te meten, op basis waarvan gegevens over de effecten van de in dit programma gebruikte fondsen in de praktijk worden verzameld.

Amendement    6

Voorstel voor een verordening

Overweging 26

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(26)  Op basis van ervaringen in de programmeringsperiode 2014-2020 moet het systeem waarbij een duidelijke hiërarchie van subsidiabiliteitsregels voor uitgaven is vastgesteld, worden voortgezet, waarbij het beginsel wordt gehandhaafd dat subsidiabiliteitsregels voor uitgaven op Unieniveau of voor een Interreg-programma in zijn geheel worden vastgesteld ter voorkoming van mogelijke contradicties of inconsistenties tussen de verschillende verordeningen dan wel tussen verordeningen en de nationale regelgeving. Aanvullende voorschriften die door één lidstaat zijn vastgesteld en alleen op de begunstigden in die lidstaat van toepassing zijn, moeten tot een strikt minimum worden beperkt. Met name de voor de programmeringsperiode 2014-2020 vastgelegde bepalingen van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 481/2014 van de Commissie33 moeten in deze verordening worden geïntegreerd.

(26)  Op basis van ervaringen in de programmeringsperiode 2014-2020 moet het systeem waarbij een duidelijke hiërarchie van subsidiabiliteitsregels voor uitgaven is vastgesteld, worden voortgezet, waarbij het beginsel wordt gehandhaafd dat subsidiabiliteitsregels voor uitgaven op Unieniveau of voor een Interreg-programma in zijn geheel worden vastgesteld ter voorkoming van mogelijke contradicties of inconsistenties tussen de verschillende verordeningen dan wel tussen verordeningen en de nationale regelgeving. Aanvullende voorschriften die door één lidstaat zijn vastgesteld en alleen op de begunstigden in die lidstaat van toepassing zijn, moeten worden vermeden. Met name de voor de programmeringsperiode 2014-2020 vastgelegde bepalingen van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 481/2014 van de Commissie33 moeten in deze verordening worden geïntegreerd.

_________________

_________________

33 Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 481/2014 van de Commissie van 4 maart 2014 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1299/2013 van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot specifieke regels betreffende de subsidiabiliteit van de uitgaven voor samenwerkingsprogramma's (PB L 138 van 13.5.2014, blz. 45).

33 Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 481/2014 van de Commissie van 4 maart 2014 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1299/2013 van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot specifieke regels betreffende de subsidiabiliteit van de uitgaven voor samenwerkingsprogramma's (PB L 138 van 13.5.2014, blz. 45).

Amendement    7

Voorstel voor een verordening

Overweging 29

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(29)  Uit hoofde van artikel [63, lid 9,] van Verordening (EU, Euratom) [FR-Omnibus] moet in sectorspecifieke regelgeving rekening worden gehouden met de behoeften van de programma's voor Europese territoriale samenwerking (Interreg), met name wat betreft de auditfunctie. De bepalingen over het jaarlijks auditoordeel, het jaarlijkse controleverslag en de audits van concrete acties moeten derhalve worden vereenvoudigd en worden aangepast aan die programma's waarbij meer dan één lidstaat is betrokken.

(Niet van toepassing op de Nederlandse versie)

Amendement    8

Voorstel voor een verordening

Overweging 30

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(30)  Met betrekking tot de terugvordering wegens onregelmatigheden moet een duidelijke keten van financiële aansprakelijkheid worden vastgesteld van de enige of andere partners via de eerstverantwoordelijke partner en de beheersautoriteit naar de Commissie. Er moet een bepaling worden opgenomen betreffende de aansprakelijkheid van lidstaten, derde landen, partnerlanden of landen en gebieden overzee (LGO's), wanneer terugvordering van de enige of andere of eerstverantwoordelijke partner niet mogelijk is, in de zin dat de lidstaat dan aan de beheersautoriteit terugbetaalt. In het kader van Interreg-programma's is derhalve geen ruimte voor oninbare bedragen op het niveau van begunstigden. De voorschriften moeten echter worden verduidelijkt voor het geval dat een lidstaat, derde land, partnerland of LGO niet aan de beheersautoriteit terugbetaalt. Ook de verplichtingen van de eerstverantwoordelijke partner voor terugbetaling moeten worden verduidelijkt. De beheersautoriteit mag met name de eerstverantwoordelijke partner er niet toe verplichten in een ander land een gerechtelijke procedure te starten.

(Niet van toepassing op de Nederlandse versie)

Amendement    9

Voorstel voor een verordening

Overweging 32

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(32)  Hoewel Interreg-programma's waarin derde landen, partnerlanden of LGO's deelnemen, in gedeeld beheer moeten worden uitgevoerd, mag samenwerking tussen ultraperifere gebieden in indirect beheer worden uitgevoerd. Er moeten specifieke voorschriften worden opgesteld over hoe die programma's geheel of gedeeltelijk in indirect beheer moeten worden uitgevoerd.

(Niet van toepassing op de Nederlandse versie)  

Amendement    10

Voorstel voor een verordening

Overweging 35

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(35)  Om eenvormige voorwaarden voor de vaststelling of wijziging van Interreg-programma's te waarborgen, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend. Programma's voor externe grensoverschrijdende samenwerking moeten echter, indien van toepassing, voldoen aan de comitéprocedures die in de Verordeningen (EU) [IPA III] en (EU) [NDICI] zijn vastgelegd betreffende het eerste goedkeuringsbesluit van die programma's.

(35)  Om eenvormige voorwaarden voor de vaststelling of wijziging van Interreg-programma's te waarborgen, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend. Indien van toepassing, moeten programma's voor externe grensoverschrijdende samenwerking echter voldoen aan de comitéprocedures die in de Verordeningen (EU) [IPA III] en (EU) [NDICI] zijn vastgelegd betreffende het eerste goedkeuringsbesluit van die programma's.

Amendement    11

Voorstel voor een verordening

Artikel 12 – lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.  Wanneer een derde land of een partnerland dat met nationale middelen bijdraagt aan een Interreg-programma, waarbij het niet gaat om de nationale medefinanciering van steun uit het EFRO of uit een financieringsinstrument voor extern optreden van de Unie, deze bijdrage vermindert tijdens de uitvoering van het Interreg-programma, hetzij in het algemeen of in verband met gezamenlijke concrete acties die reeds zijn geselecteerd en na ontvangst van het document zoals bedoeld in artikel 22, lid 6, verzoeken de deelnemende lidstaat of lidstaten om één van de in lid 4, tweede alinea, vermelde opties.

(Niet van toepassing op de Nederlandse versie)  

Amendement    12

Voorstel voor een verordening

Artikel 18 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De Commissie beoordeelt elk Interreg-programma en de mate waarin het Verordening (EU) [nieuwe GB-verordening], Verordening (EU) [EFRO] en deze verordening nakomt en, in het geval van steun uit een financieringsinstrument voor extern optreden van de Unie en, indien van toepassing, de samenhang ervan met het in artikel 10, lid 1, bedoelde meerjarig strategiedocument of het desbetreffende strategische programmeringskader uit hoofde van het respectieve basishandeling van één of meer van die instrumenten.

1.  De Commissie beoordeelt elk Interreg-programma en de mate waarin het Verordening (EU) [nieuwe GB-verordening], Verordening (EU) [EFRO] en deze verordening nakomt. In het geval van steun uit een financieringsinstrument voor extern optreden van de Unie en, indien van toepassing, de samenhang ervan met het in artikel 10, lid 1, bedoelde meerjarig strategiedocument of het desbetreffende strategische programmeringskader, beoordeelt de Commissie de naleving uit hoofde van de respectieve basishandeling van één of meer van die instrumenten.

Amendement    13

Voorstel voor een verordening

Artikel 19 – lid 5 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaat kan tijdens de programmeringsperiode een bedrag van maximaal 5 % van de initiële toewijzing van een prioriteit en niet meer dan 3 % van de programmabegroting overdragen naar een andere prioriteit van hetzelfde Interreg-programma.

De lidstaat kan tijdens de programmeringsperiode een bedrag van maximaal 10 % van de initiële toewijzing van een prioriteit en niet meer dan 6 % van de programmabegroting overdragen naar een andere prioriteit van hetzelfde Interreg-programma.

Amendement    14

Voorstel voor een verordening

Artikel 26 – lid 2 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  voor interne Interreg-programma's voor grensoverschrijdende samenwerking die worden gesteund door het EFRO: 6 %;

a)  voor interne Interreg-programma's voor grensoverschrijdende samenwerking die worden gesteund door het EFRO: 7 %;

Amendement    15

Voorstel voor een verordening

Artikel 27 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  Het toezichtcomité vergadert ten minste een keer per jaar en evalueert alle vraagstukken die invloed hebben op de vooruitgang die wordt geboekt bij de verwezenlijking van de doelstellingen van het programma.

5.  Het toezichtcomité vergadert ten minste één keer per jaar, evalueert alle vraagstukken die invloed hebben op de vooruitgang die wordt geboekt bij de verwezenlijking van de doelstellingen van het programma, en stelt waar nodig aanbevelingen op.

Amendement    16

Voorstel voor een verordening

Artikel 28 – lid 1 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De samenstelling van het toezichtcomité van elk Interreg-programma wordt overeengekomen door de lidstaten en, indien van toepassing, door de aan dat programma deelnemende derde landen, partnerlanden en LGO's, waarbij wordt gezorgd voor een evenwichtige vertegenwoordiging van de relevante autoriteiten, intermediaire instanties en vertegenwoordigers van de programmapartners zoals bedoeld in artikel [6] van Verordening (EU) [nieuwe GB-verordening] uit de lidstaten, derde landen, partnerlanden en LGO's.

De samenstelling van het toezichtcomité van elk Interreg-programma wordt op een open en transparante wijze overeengekomen door de lidstaten en, indien van toepassing, door de aan dat programma deelnemende derde landen, partnerlanden en LGO's, waarbij wordt gezorgd voor een evenwichtige vertegenwoordiging van de relevante autoriteiten, intermediaire instanties en vertegenwoordigers van de programmapartners zoals bedoeld in artikel [6] van Verordening (EU) [nieuwe GB-verordening] uit de lidstaten, derde landen, partnerlanden en LGO's.

Amendement    17

Voorstel voor een verordening

Artikel 30 – lid 1 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De Commissie kan een evaluatie organiseren om de prestaties van de Interreg-programma's te onderzoeken.

De Commissie organiseert een evaluatie om de prestaties van de Interreg-programma's te onderzoeken.

Amendement    18

Voorstel voor een verordening

Artikel 30 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Het resultaat van de evaluatie wordt vastgelegd in overeengekomen notulen.

3.  De resultaten van de evaluatie worden vastgelegd in overeengekomen notulen en gepubliceerd op de website van het geëvalueerde programma. De Commissie beoordeelt de resultaten van de evaluatie schriftelijk, publiceert een prestatiebeoordeling en deelt deze beoordeling mee aan het Europees Parlement en de Raad.

Amendement    19

Voorstel voor een verordening

Artikel 31 – lid 1 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Elke beheersautoriteit dient uiterlijk op 31 januari, 31 maart, 31 mei, 31 juli, 30 september en 30 november de cumulatieve gegevens voor het respectieve Interreg-programma in bij de Commissie op basis van het in bijlage [VII] bij Verordening (EU) [nieuwe GB-verordening] opgenomen model.

Elke beheersautoriteit dient uiterlijk op 31 januari, 31 mei en 30 september de cumulatieve gegevens voor het respectieve Interreg-programma in bij de Commissie op basis van het in bijlage [VII] bij Verordening (EU) [nieuwe GB-verordening] opgenomen model.

Amendement    20

Voorstel voor een verordening

Artikel 31 – lid 1 – alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

De gegevens worden verstrekt met behulp van bestaande systemen voor gegevensrapportage, voor zover deze in de vorige programmeringsperiode betrouwbaar zijn gebleken.

Motivering

Het opzetten van nieuwe systemen voor gegevensrapportage tijdens de lopende programmeringsperiode was moeilijk vanwege een gebrek aan instructies en richtsnoeren in het begin en heeft herhaalde aanpassingen noodzakelijk gemaakt.

Amendement    21

Voorstel voor een verordening

Artikel 33 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Gemeenschappelijke output- en resultaatindicatoren, als vervat in bijlage [I] bij Verordening (EU) [nieuwe EFRO-verordening] en, waar nodig, programmaspecifieke output- en resultaatindicatoren worden gebruikt overeenkomstig artikel [12, lid 1,] van Verordening (EU) [nieuwe GB-verordening], en artikel 17, lid 3, onder d), ii), en artikel 31, lid 2, onder b), van deze verordening.

1.  Gemeenschappelijke output- en resultaatindicatoren, als vervat in bijlage [I] bij Verordening (EU) [nieuwe EFRO-verordening], die het meest geschikt worden geacht om de vooruitgang bij de verwezenlijking van de doelstellingen van het programma Europese territoriale samenwerking (Interreg) te meten, worden gebruikt overeenkomstig artikel [12, lid 1,] van Verordening (EU) [nieuwe GB-verordening], en artikel 17, lid 3, onder d), ii), en artikel 31, lid 2, onder b), van deze verordening.

Amendement    22

Voorstel voor een verordening

Artikel 33 – lid 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis.  Waar nodig en in door de beheersautoriteit naar behoren gemotiveerde gevallen worden programmaspecifieke output- en resultaatindicatoren gebruikt naast de indicatoren die overeenkomstig de eerste alinea van dit artikel zijn geselecteerd.

Amendement    23

Voorstel voor een verordening

Artikel 33 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  In overeenstemming met zijn rapportageverplichting op grond van artikel [38, lid 3, onder e), i)] van het Financieel Reglement legt de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad informatie over de prestaties en resultaten voor overeenkomstig de indicatoren, waarbij zij zowel over de vorderingen als over de tekortkomingen rapporteert en ervoor zorgt dat het verband tussen de uitgaven en de prestaties duidelijk is.

Amendement    24

Voorstel voor een verordening

Artikel 34 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De beheersautoriteit voert een evaluatie van elk Interreg-programma uit. Elke evaluatie bevat een beoordeling van de doeltreffendheid, efficiëntie, relevantie, samenhang en EU-meerwaarde van het programma met het oog op de verbetering van de kwaliteit van het ontwerp en de uitvoering van het respectieve Interreg-programma.

1.  De beheersautoriteit voert een evaluatie van elk Interreg-programma uit. Elke evaluatie bevat een beoordeling van de doeltreffendheid, efficiëntie, relevantie, samenhang en EU-meerwaarde van het programma met het oog op de verbetering van de kwaliteit van het ontwerp en de uitvoering van het respectieve Interreg-programma. De frequentie van de evaluaties die in het in lid 5 bedoelde evaluatieplan moeten worden vastgesteld, mag niet hoger zijn dan één keer per jaar.

Amendement    25

Voorstel voor een verordening

Artikel 35 – lid 4 – alinea 1 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)  een plaat of bord op een voor het publiek zichtbare plek te plaatsen zodra de materiële uitvoering van de concrete actie in het kader van Interreg die gepaard gaat met fysieke investeringen of de aankoop van materiaal waarvan de totale kosten meer bedragen dan 100 000 EUR, van start gaat;

(c)  een plaat of bord op een voor het publiek zichtbare plek te plaatsen zodra de materiële uitvoering van de concrete actie in het kader van Interreg die gepaard gaat met fysieke investeringen of de aankoop van materiaal waarvan de totale kosten meer bedragen dan 25 000 EUR, van start gaat;

Amendement    26

Voorstel voor een verordening

Artikel 35 – lid 4 – alinea 1 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

d)  voor concrete acties die niet onder c) vallen, ten minste één affiche of elektronisch beeldscherm (minimaal in A3-formaat) met informatie over de concrete actie in het kader van Interreg met vermelding van de steun uit een Interreg-fonds, op een voor het publiek zichtbare plek te plaatsen;

d)  voor concrete acties die niet onder c) vallen, ten minste één affiche of elektronisch beeldscherm (minimaal in A2-formaat) met informatie over de concrete actie in het kader van Interreg met vermelding van de steun uit een Interreg-fonds, op een voor het publiek zichtbare plek te plaatsen;

Amendement    27

Voorstel voor een verordening

Artikel 35 – lid 4 – alinea 1 – letter e

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

e)  voor concrete acties van strategisch belang en concrete acties waarvan de totale kosten meer dan 10 000 000 EUR bedragen, een communicatie-evenement te organiseren en de Commissie en de bevoegde beheersautoriteit daar tijdig bij te betrekken.

e)  voor concrete acties van strategisch belang en concrete acties waarvan de totale kosten meer dan 5 000 000 EUR bedragen, een communicatie-evenement te organiseren en de Commissie en de bevoegde beheersautoriteit daar tijdig bij te betrekken.

Amendement    28

Voorstel voor een verordening

Artikel 35 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  Voor fondsen voor kleinschalige projecten en financieringsinstrumenten zorgt de begunstigde ervoor dat de eindontvangers voldoen aan de in lid 4, onder c), vastgestelde vereisten.

5.  Voor fondsen voor kleinschalige projecten en financieringsinstrumenten zorgt de begunstigde ervoor dat de eindontvangers voldoen aan de in lid 4, onder c) en d), vastgestelde vereisten.

Amendement    29

Voorstel voor een verordening

Artikel 38 – lid 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Personeelskosten omvatten de bruto arbeidskosten van het personeel van de Interreg-partner in een van de volgende vormen van dienstverband:

1.  Indien aan alle arbeidswetgeving en -rechten van de Unie wordt voldaan, omvatten personeelskosten de bruto arbeidskosten van het personeel van de Interreg-partner in een van de volgende vormen van dienstverband:

Amendement    30

Voorstel voor een verordening

Artikel 48 – lid 1 – alinea 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

De Commissie stelt het type gegevens en de criteria op basis waarvan de steekproeven voor haar auditactiviteiten worden gevormd, alsmede de methode voor de extrapolatie van het foutenpercentage vast in een bijlage die bij gedelegeerde handeling overeenkomstig artikel 62 van deze verordening wordt aangenomen.

PROCEDURE VAN DE ADVISERENDE COMMISSIE

Titel

Specifieke bepalingen voor de doelstelling "Europese territoriale samenwerking" (Interreg) ondersteund door het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling en financieringsinstrumenten voor extern optreden

Document‑ en procedurenummers

COM(2018)0374 – C8-0229/2018 – 2018/0199(COD)

Bevoegde commissie

       Datum bekendmaking

REGI

11.6.2018

 

 

 

Advies uitgebracht door

       Datum bekendmaking

CONT

5.7.2018

Rapporteur voor advies

       Datum benoeming

Arndt Kohn

10.7.2018

Datum goedkeuring

15.11.2018

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

19

0

2

Bij de eindstemming aanwezige leden

Nedzhmi Ali, Inés Ayala Sender, Zigmantas Balčytis, Dennis de Jong, Tamás Deutsch, Martina Dlabajová, Luke Ming Flanagan, Ingeborg Gräßle, Arndt Kohn, Gilles Pargneaux, Georgi Pirinski, Petri Sarvamaa, Bart Staes, Indrek Tarand, Derek Vaughan, Tomáš Zdechovský, Joachim Zeller

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Caterina Chinnici, Marian-Jean Marinescu, Julia Pitera, Richard Sulík

HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE ADVISERENDE COMMISSIE

19

+

ALDE

Nedzhmi Ali, Martina Dlabajová

ECR

Richard Sulík

GUE/NGL

Luke Ming Flanagan

PPE

Ingeborg Gräßle, Marian-Jean Marinescu, Julia Pitera, Petri Sarvamaa, Tomáš Zdechovský, Joachim Zeller

S&D

Inés Ayala Sender, Zigmantas Balčytis, Caterina Chinnici, Arndt Kohn, Gilles Pargneaux, Georgi Pirinski, Derek Vaughan

Verts/ALE

Bart Staes, Indrek Tarand

0

-

 

 

2

0

GUE/NGL

Dennis de Jong

PPE

Tamás Deutsch

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding


ADVIES van de Commissie cultuur en onderwijs (16.10.2018)

aan de Commissie regionale ontwikkeling

inzake het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende specifieke bepalingen voor de doelstelling "Europese territoriale samenwerking" (Interreg) ondersteund door het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling en financieringsinstrumenten voor extern optreden

(COM(2018) 374 final – C8-0229/2018 – 2018/0199(COD))

Rapporteur voor advies: Marlene Mizzi

AMENDEMENTEN

De Commissie cultuur en onderwijs verzoekt de bevoegde Commissie regionale ontwikkeling onderstaande amendementen in aanmerking te nemen:

Amendement    1

Voorstel voor een verordening

Overweging 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(3)  Teneinde de harmonieuze ontwikkeling van de Unie op verschillende niveaus te ondersteunen, moet het EFRO in het kader van de doelstelling "Europese territoriale samenwerking" (Interreg) steun verlenen voor grensoverschrijdende samenwerking, transnationale samenwerking, maritieme samenwerking, samenwerking tussen ultraperifere gebieden en interregionale samenwerking.

(3)  Teneinde de harmonieuze ontwikkeling van de Unie op verschillende niveaus te ondersteunen, moet het EFRO in het kader van de doelstelling "Europese territoriale samenwerking" (Interreg) steun verlenen voor grensoverschrijdende samenwerking, transnationale samenwerking, maritieme samenwerking, samenwerking tussen ultraperifere gebieden en interregionale samenwerking, ook op het gebied van cultuur en creativiteit, met bijzondere nadruk op het versterken van de vaardigheden en capaciteiten van mensen als essentiële aanjagers van economische en sociale ontwikkeling, waarbij tevens voldoende aandacht moet uitgaan naar opleidingsprogramma's waarvoor mogelijk extra financiering nodig is.

Amendement    2

Voorstel voor een verordening

Overweging 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(4)  De component grensoverschrijdende samenwerking moet tot doel hebben gemeenschappelijke uitdagingen die in de grensregio's door de betrokkenen gezamenlijk zijn vastgesteld, aan te gaan en het onbenutte groeipotentieel in grensgebieden te exploiteren, zoals aangetoond in de mededeling van de Commissie "Groei en cohesie stimuleren in grensregio's van de EU"23 ("mededeling over grensregio's"). De grensoverschrijdende component moet derhalve worden beperkt tot samenwerking rond landgrenzen; grensoverschrijdende samenwerking rond zeegrenzen moet in de transnationale component worden opgenomen.

(4)  De component grensoverschrijdende samenwerking moet tot doel hebben gemeenschappelijke uitdagingen, waaronder culturele verschillen en taalbarrières, die in de grensregio's door de betrokkenen gezamenlijk zijn vastgesteld, aan te gaan, aangezien zij de integratie kunnen belemmeren, interactie kunnen beperken en het aantal kansen voor personen en bedrijven aan beide zijden van de grens kunnen verkleinen, en het onbenutte groeipotentieel in grensgebieden te exploiteren, zoals aangetoond in de mededeling van de Commissie "Groei en cohesie stimuleren in grensregio's van de EU"23 ("mededeling over grensregio's"). De grensoverschrijdende component moet derhalve worden beperkt tot samenwerking rond landgrenzen; grensoverschrijdende samenwerking rond zeegrenzen moet in de transnationale component worden opgenomen.

__________________

__________________

23 Mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement, "Groei en cohesie stimuleren in grensregio's van de EU", COM(2017) 534 final/2 van 20.9.2017.

23 Mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement, "Groei en cohesie stimuleren in grensregio's van de EU", COM(2017) 534 final van 20.9.2017.

Amendement    3

Voorstel voor een verordening

Overweging 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(7)  Op basis van de ervaringen met grensoverschrijdende en transnationale samenwerking in de ultraperifere gebieden tijdens de programmeringsperiode 2014-2020, waar de combinatie van beide componenten in één programma per samenwerkingsgebied voor programma-autoriteiten en begunstigden niet tot voldoende vereenvoudiging heeft geleid, moet een specifieke component ultraperifere gebieden worden vastgesteld om ultraperifere gebieden in staat te stellen zo doeltreffend en eenvoudig mogelijk met naburige landen en gebieden samen te werken.

(7)  Op basis van de ervaringen met grensoverschrijdende en transnationale samenwerking in de ultraperifere gebieden tijdens de programmeringsperiode 2014-2020, waar de combinatie van beide componenten in één programma per samenwerkingsgebied voor programma-autoriteiten en begunstigden niet tot voldoende vereenvoudiging heeft geleid, moet een specifieke component ultraperifere gebieden worden vastgesteld om ultraperifere gebieden in staat te stellen zo doeltreffend en eenvoudig mogelijk met naburige landen en gebieden samen te werken teneinde sterke, duurzame banden tot stand te brengen op basis van samenwerking en wederzijds begrip.

Amendement    4

Voorstel voor een verordening

Overweging 8

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(8)  Op basis van de ervaringen met de programma's voor interregionale samenwerking in het kader van Interreg en het gebrek aan dergelijke samenwerking bij programma's in het kader van de doelstelling "investeren in werkgelegenheid en groei" tijdens de programmeringsperiode 2014-2020, moet de component interregionale samenwerking met zich meer in het bijzonder richten op de verbetering van de effectiviteit van het cohesiebeleid. Die component moet derhalve tot twee programma's worden beperkt, één om alle mogelijke ervaringen, innovatieve benaderingswijzen en capaciteitsopbouw voor programma's in het kader van beide doelstellingen mogelijk te maken en om Europese groeperingen voor territoriale samenwerking (EGTS) te stimuleren die overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1082/2006/EG van het Europees Parlement en de Raad24 zijn of worden opgezet, en één om de analyse van ontwikkelingstrends te verbeteren. Projectgebaseerde samenwerking in de gehele Unie moet in de nieuwe component betreffende investeringen in interregionale innovatie worden opgenomen en moet nauw aansluiten bij de uitvoering van de mededeling van de Commissie "Versterking van innovatie in de Europese regio's: strategieën voor veerkrachtige, inclusieve en duurzame groei"25, met name om platforms voor thematische slimme specialisatie op gebieden als energie, industriële modernisering of landbouw en voedingsmiddelen. Geïntegreerde territoriale ontwikkeling gericht op functionele stedelijke gebieden of stedelijke gebieden moet ten slotte in programma's in het kader van de doelstelling "investeren in werkgelegenheid en groei" en in één begeleidend instrument, het "Stedelijk Europa-initiatief", worden geconcentreerd. De twee programma's in het kader van de component interregionale samenwerking moeten voor de gehele Unie gelden en ook openstaan voor de deelname van derde landen.

(8)  Op basis van de ervaringen met de programma's voor interregionale samenwerking in het kader van Interreg en het gebrek aan dergelijke samenwerking bij programma's in het kader van de doelstelling "investeren in werkgelegenheid en groei" tijdens de programmeringsperiode 2014-2020, moet de component interregionale samenwerking zich meer in het bijzonder richten op de verbetering van de effectiviteit van het cohesiebeleid. Die component moet derhalve tot twee programma's worden beperkt, één om alle mogelijke ervaringen, innovatieve benaderingswijzen en capaciteitsopbouw voor programma's in het kader van beide doelstellingen mogelijk te maken en om Europese groeperingen voor territoriale samenwerking (EGTS) te stimuleren die overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1082/2006 van het Europees Parlement en de Raad24 zijn of worden opgezet, en één om de analyse van ontwikkelingstrends te verbeteren. Projectgebaseerde samenwerking in de gehele Unie moet in de nieuwe component betreffende investeringen in interregionale innovatie worden opgenomen en moet nauw aansluiten bij de uitvoering van de mededeling van de Commissie "Versterking van innovatie in de Europese regio's: strategieën voor veerkrachtige, inclusieve en duurzame groei"25, met name om platforms voor thematische slimme specialisatie te ondersteunen op gebieden als energie, industriële modernisering, cultuur, cultureel erfgoed, de culturele en de creatieve sector, landbouw en voedingsmiddelen, het versterken van de vaardigheden en capaciteiten van mensen en het behoud en de verspreiding van gemeenschappelijk cultureel erfgoed. Geïntegreerde territoriale ontwikkeling gericht op functionele stedelijke gebieden of stedelijke gebieden moet ten slotte in programma's in het kader van de doelstelling "investeren in werkgelegenheid en groei" en in één begeleidend instrument, het "Stedelijk Europa-initiatief", worden geconcentreerd. De twee programma's in het kader van de component interregionale samenwerking moeten voor de gehele Unie gelden en ook openstaan voor de deelname van derde landen.

_________________

_________________

24 Verordening (EG) nr. 1082/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juli 2006 betreffende een Europese groepering voor territoriale samenwerking (EGTS) (PB L 210 van 31.7.2006, blz. 19).

24 Verordening (EG) nr. 1082/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juli 2006 betreffende een Europese groepering voor territoriale samenwerking (EGTS) (PB L 210 van 31.7.2006, blz. 19).

25 Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's "Versterking van innovatie in de Europese regio's: strategieën voor veerkrachtige, inclusieve en duurzame groei", COM(2017) 376 final van 18.7.2017.

25 Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's "Versterking van innovatie in de Europese regio's: strategieën voor veerkrachtige, inclusieve en duurzame groei", COM(2017) 376 final van 18.7.2017.

Amendement    5

Voorstel voor een verordening

Overweging 11

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(11)  Steunverlening uit het IPA III moet voornamelijk gericht zijn op het ondersteunen van begunstigden van het IPA bij de versterking van democratische instellingen en de rechtsstaat, de hervorming van justitie en het openbaar bestuur, de naleving van grondrechten en de bevordering van gendergelijkheid, tolerantie, sociale inclusie en non-discriminatie. IPA-steun moet gericht blijven op het ondersteunen van de inspanningen van de begunstigden van het IPA om de regionale, macroregionale en grensoverschrijdende samenwerking, alsmede de territoriale ontwikkeling te verbeteren, onder andere door het uitvoeren van macroregionale strategieën van de Unie. Daarnaast moet IPA-steun zich richten op veiligheid, migratie en grensbeheer, waarbij toegang tot internationale bescherming wordt gewaarborgd, relevante informatie wordt gedeeld, grenscontrole wordt versterkt en gezamenlijke inspanningen in de strijd tegen irreguliere migratie en migrantensmokkel worden geleverd.

(11)  Steunverlening uit het IPA III moet voornamelijk gericht zijn op het ondersteunen van begunstigden van het IPA bij de versterking van democratische instellingen en de rechtsstaat, de hervorming van justitie en het openbaar bestuur, de naleving van grondrechten en de bevordering van gendergelijkheid, tolerantie, sociale inclusie en non-discriminatie, teneinde inclusieve en duurzame onderwijsstelsels te ontwikkelen die erop gericht zijn meer kansen van betere kwaliteit te bieden voor jongeren, via een horizontaal jeugdbeleid. IPA-steun moet gericht blijven op het ondersteunen van de inspanningen van de begunstigden van het IPA om de regionale, macroregionale en grensoverschrijdende samenwerking, alsmede de territoriale ontwikkeling te verbeteren, onder andere door het uitvoeren van macroregionale strategieën van de Unie. Daarnaast moet IPA-steun zich richten op veiligheid, migratie en grensbeheer, waarbij toegang tot internationale bescherming wordt gewaarborgd, relevante informatie wordt gedeeld, grenscontrole wordt versterkt en gezamenlijke inspanningen in de strijd tegen irreguliere migratie en migrantensmokkel worden geleverd.

Amendement    6

Voorstel voor een verordening

Overweging 17

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(17)  In het kader van Interreg moet het EFRO tot de specifieke doelstellingen in het kader het cohesiebeleid bijdragen. De lijst van de specifieke doelstellingen uit hoofde van de verschillende thematische doelstellingen moet echter aan de specifieke behoeften van Interreg worden aangepast, door aanvullende specifieke doelstellingen uit hoofde van de beleidsdoelstelling "een socialer Europa door de uitvoering van de Europese pijler van sociale rechten" vast te stellen om steun van het ESF-type mogelijk te maken.

(17)  In het kader van Interreg moet het EFRO tot de specifieke doelstellingen in het kader van het cohesiebeleid bijdragen. De lijst van de specifieke doelstellingen uit hoofde van de verschillende thematische doelstellingen moet echter aan de specifieke behoeften van Interreg worden aangepast, door aanvullende specifieke doelstellingen uit hoofde van de beleidsdoelstelling "een socialer Europa door de uitvoering van de Europese pijler van sociale rechten" vast te stellen om steun van het ESF-type mogelijk te maken, met bijzondere aandacht voor de toegang tot onderwijs, het creëren van meer kansen van betere kwaliteit voor jongeren en culturele integratie.

Amendement    7

Voorstel voor een verordening

Overweging 19

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(19)  In deze verordening moeten twee specifieke doelstellingen voor Interreg worden toegevoegd, één om de specifieke doelstelling van de versterking van de institutionele capaciteit te ondersteunen, waarbij de juridische en administratieve samenwerking wordt verbeterd, met name wanneer deze samenhangt met de uitvoering van de mededeling over grensregio's, en de samenwerking tussen burgers en instellingen en de ontwikkeling en coördinatie van macroregionale en zeebekkenstrategieën te intensiveren, en één om specifieke onderwerpen op het gebied van externe samenwerking aan te pakken, zoals veiligheid, beveiliging, beheer van grensoverschrijdingen en migratie.

(19)  In deze verordening moeten twee specifieke doelstellingen voor Interreg worden toegevoegd, één om de specifieke doelstelling van de versterking van de institutionele capaciteit te ondersteunen, waarbij de juridische en administratieve samenwerking wordt verbeterd, met name wanneer deze samenhangt met de uitvoering van de mededeling over grensregio's, en de samenwerking tussen burgers, maatschappelijke organisaties en instellingen en de ontwikkeling en coördinatie van macroregionale en zeebekkenstrategieën te intensiveren, en één om specifieke onderwerpen op het gebied van externe samenwerking aan te pakken, zoals veiligheid, beveiliging, beheer van grensoverschrijdingen en migratie.

Amendement    8

Voorstel voor een verordening

Overweging 23

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(23)  Sinds de start van Interreg zijn er fondsen voor kleinschalige projecten in het leven geroepen die niet onder specifieke bepalingen vielen; de voorschriften voor deze fondsen moeten worden verduidelijkt. Zoals ook blijkt uit het advies van het Comité van de Regio's over people-to-people- en kleinschalige projecten in programma's voor grensoverschrijdende samenwerking32, spelen dergelijke fondsen voor kleinschalige projecten een belangrijke rol bij het opbouwen van vertrouwen tussen burgers en instellingen, bieden zij een grote Europese toegevoegde waarde en dragen zij aanzienlijk bij tot de algemene doelstelling van programma's voor grensoverschrijdende samenwerking doordat belemmeringen voor grensoverschrijdende interactie worden overwonnen en grensgebieden en de bewoners ervan met elkaar geïntegreerd raken. Om het beheer van de financiering van kleine projecten door de eindontvangers, die vaak niet gewend zijn EU-financiering aan te vragen, te vereenvoudigen, moet onder een bepaalde drempel het gebruik van vereenvoudigde kostenopties en vaste bedragen verplicht worden gesteld.

(23)  Sinds de start van Interreg zijn er fondsen voor kleinschalige projecten in het leven geroepen die niet onder specifieke bepalingen vielen; de voorschriften voor deze fondsen moeten worden verduidelijkt. Zoals ook blijkt uit het advies van het Comité van de Regio's over people-to-people- en kleinschalige projecten in programma's voor grensoverschrijdende samenwerking32, spelen dergelijke fondsen voor kleinschalige projecten een belangrijke rol bij het opbouwen van vertrouwen tussen burgers en instellingen, bieden zij een grote Europese toegevoegde waarde en dragen zij aanzienlijk bij tot de algemene doelstelling van programma's voor grensoverschrijdende samenwerking doordat belemmeringen voor grensoverschrijdende interactie worden overwonnen en grensgebieden en de bewoners ervan met elkaar geïntegreerd raken. Zij moeten met name culturele, artistieke en op de burger gerichte grensoverschrijdende initiatieven bevorderen. Om het beheer van de financiering van kleine projecten door de eindontvangers, die vaak niet gewend zijn EU-financiering aan te vragen, te vereenvoudigen, moet onder een bepaalde drempel het gebruik van vereenvoudigde kostenopties en vaste bedragen verplicht worden gesteld.

_________________

_________________

32 Advies van het Europees Comité van de Regio's over people-to-people- en kleinschalige projecten in programma's voor grensoverschrijdende samenwerking van 12 juli 2017 (PB C 342 van 12.10.2017, blz. 38).

32 Advies van het Europees Comité van de Regio's over people-to-people- en kleinschalige projecten in programma's voor grensoverschrijdende samenwerking van 12 juli 2017 (PB C 342 van 12.10.2017, blz. 38).

Amendement    9

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 – lid 3 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  verbetering van de toegang tot en de kwaliteit van onderwijs, opleiding en een leven lang leren over de grenzen heen met het oog op de verhoging van het opleidingsniveau en de bijbehorende vaardigheidsniveaus die over de grenzen heen erkend moeten worden;

b)  verbetering van de toegang tot kwaliteitsonderwijs, opleiding en een leven lang leren over de grenzen heen met het oog op de verhoging van het opleidingsniveau, de mobiliteit van jongeren en onderzoekers en de versterking van taalvaardigheid en andere vaardigheden en competenties van mensen;

Amendement    10

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 – lid 3 – letter b bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

b bis)  bevordering en ondersteuning van de creatie van grensoverschrijdende partnerschappen tussen onderwijs-, culturele, artistieke, creatieve, audiovisuele en onderzoeksinstellingen om wederzijds begrip en dialoog in grensregio's te bevorderen en taalkundige diversiteit te stimuleren, evenals de rol van onderwijs- en cultuurbeleid en ‑beleidsvormen en de culturele, creatieve, artistieke en audiovisuele sector als drijvende kracht achter sociale innovatie;

Amendement    11

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 – lid 3 – letter b ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

b ter)  verbetering van de toegang tot cultuur en culturele diensten over de grenzen heen;

Amendement    12

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 – lid 3 – letter b quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

b quater)  bevordering van de wederzijdse erkenning van diploma's, certificaten, vaardigheden en competenties om de onderwijs-, opleidings- en arbeidskansen over de grenzen heen te vergroten;

Amendement    13

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 – lid 3 – letter e

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

e)  bevordering van sociale insluiting en bestrijding van armoede, onder meer door bevordering van gelijke kansen en de bestrijding van discriminatie over de grenzen heen.

e)  bevordering van sociale insluiting, onder meer van migranten, en bestrijding van armoede, onder meer door bevordering van gelijke kansen en de bestrijding van discriminatie over de grenzen heen;

Amendement    14

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 – lid 3 – letter e bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

e bis)  verbetering van de toegang tot culturele diensten en sportinfrastructuur, bevordering van de mobiliteit van kunstenaars en culturele uitwisselingen, die bijdragen aan de instandhouding en verspreiding van gemeenschappelijk cultureel erfgoed en de bestrijding van verschillende, gewoonlijk hardnekkige vooroordelen en stereotypen, de sociale integratie vergroten en sociale en taalbarrières aanpakken.

Amendement    15

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 – lid 4 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)  in het kader van de externe grensoverschrijdende Interreg-programma's en Interreg-programma's van component 2 en 3 die worden ondersteund door de Interreg-fondsen, in aanvulling op de punten a) en b): het opbouwen van wederzijds vertrouwen, met name door de bevordering van intermenselijke contacten, de verbetering van duurzame democratie en ondersteuning van het maatschappelijk middenveld en hun rol bij hervormingsprocessen en democratische transities;

c)  in het kader van de externe grensoverschrijdende Interreg-programma's en Interreg-programma's van component 2 en 3 die worden ondersteund door de Interreg-fondsen, in aanvulling op de punten a) en b): het opbouwen van wederzijds vertrouwen, met name door de bevordering van intermenselijke contacten en ervaringen in het kader van jongerenmobiliteit, de verbetering van duurzame democratie en ondersteuning van het maatschappelijk middenveld en hun rol bij hervormingsprocessen en democratische transities;

Amendement    16

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  In het kader van de externe grensoverschrijdende Interreg-programma's en Interreg-programma's van component 2 en 3 verlenen het EFRO en, indien toepasselijk, de financieringsinstrumenten voor extern optreden van de Unie ook steun aan de externe specifieke doelstelling voor Interreg "een veiliger, zekerder Europa", met name door acties op het gebied van het beheer van grensoverschrijdingen, mobiliteit en migratie, met inbegrip van de bescherming van migranten.

5.  In het kader van de externe grensoverschrijdende Interreg-programma's en Interreg-programma's van component 2 en 3 verlenen het EFRO en, indien toepasselijk, de financieringsinstrumenten voor extern optreden van de Unie ook steun aan de externe specifieke doelstelling voor Interreg "een veiliger, zekerder Europa", met name door acties op het gebied van het beheer van grensoverschrijdingen, mobiliteit en migratie, met inbegrip van de bescherming van migranten, interculturele bemiddeling en taalbevordering.

Amendement    17

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – lid 4 – letter b – punt i

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

i)  economische, sociale en territoriale verschillen;

i)  economische, sociale, demografische en territoriale verschillen;

Amendement    18

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – lid 4 – letter b – punt i bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

i bis)  nieuwe bijzonderheden en belemmeringen op het gebied van cultuur, onderwijs en taal;

Amendement    19

Voorstel voor een verordening

Artikel 18 – lid 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis.  Bij de beoordeling van elk Interreg-programma houdt de Commissie rekening met het algehele positieve effect van het programma op de samenleving en op plaatselijke gemeenschappen, met bijzondere aandacht voor sociale en economische ontwikkeling, inclusiviteit, interculturele dialoog en wederzijds begrip.

Amendement    20

Voorstel voor een verordening

Artikel 21 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Interreg-programma's kunnen vanuit de gemeenschap geleide lokale ontwikkeling ("CLLD") uit hoofde van artikel [22], onder b), van Verordening (EU) [nieuwe GB-verordening] omvatten, mits de desbetreffende plaatselijke actiegroepen zijn samengesteld uit vertegenwoordigers van de publieke en private lokale sociaaleconomische belangen, waarbij niet één belangengroep alleen de controle heeft over de besluitvorming, en ten minste twee deelnemende landen waarvan er één een lidstaat is.

Interreg-programma's kunnen vanuit de gemeenschap geleide lokale ontwikkeling ("CLLD") uit hoofde van artikel [22], onder b), van Verordening (EU) [nieuwe GB-verordening] omvatten, mits de desbetreffende plaatselijke actiegroepen zijn samengesteld uit vertegenwoordigers van de publieke en private lokale sociaaleconomische belangen, met inbegrip van maatschappelijke organisaties, waarbij niet één belangengroep alleen de controle heeft over de besluitvorming, en ten minste twee deelnemende landen waarvan er één een lidstaat is. Plaatselijke actiegroepen vertegenwoordigen alle sociaaleconomische en leeftijdsgroepen, met inbegrip van minderheden, mensen met een handicap en kansarmen.

Amendement    21

Voorstel voor een verordening

Artikel 26 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Voor Interreg-programma's met een totale toewijzing van minder dan 30 000 000 EUR worden het in EUR uitgedrukte bedrag dat nodig is voor technische bijstand, en het daaruit resulterende percentage vastgesteld in het besluit van de Commissie tot goedkeuring van het betrokken Interreg-programma.

4.  Voor Interreg-programma's met een totale toewijzing van minder dan 30 000 000 EUR wordt het bedrag dat nodig is voor technische bijstand in euro's uitgedrukt en wordt het daaruit resulterende percentage vastgesteld in het besluit van de Commissie tot goedkeuring van het betrokken Interreg-programma.

Amendement    22

Voorstel voor een verordening

Artikel 34 – lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.  De beheersautoriteit dient het evaluatieplan uiterlijk een jaar na de goedkeuring van het Interreg-programma in bij het toezichtcomité.

6.  De beheersautoriteit dient het evaluatieplan uiterlijk twaalf maanden na de datum van goedkeuring van het Interreg-programma in bij het toezichtcomité.

Amendement    23

Voorstel voor een verordening

Artikel 35 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De beheersautoriteit zorgt binnen zes maanden na de goedkeuring van het Interreg-programma voor een website met informatie over elk Interreg-programma waarvoor zij verantwoordelijk is, met inbegrip van informatie over de doelstellingen, activiteiten, beschikbare financieringsmogelijkheden en verwezenlijkingen van het programma.

2.  De beheersautoriteit zorgt binnen zes maanden na de goedkeuring van het Interreg-programma voor een website met informatie over elk Interreg-programma waarvoor zij verantwoordelijk is. De op die website geboden informatie heeft betrekking op de doelstellingen, activiteiten, beschikbare financieringsmogelijkheden en verwezenlijkingen van het programma.

Amendement    24

Voorstel voor een verordening

Artikel 56 – lid 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Wanneer voor de uitvoering van een concrete actie aanbestedingen van diensten, leveringen of werken door een begunstigde nodig zijn, zijn de volgende regels van toepassing:

1.  Wanneer voor de uitvoering van een concrete actie aanbestedingen van diensten of opdrachten voor leveringen, werken of beide door een begunstigde nodig zijn, zijn de volgende regels van toepassing:

Amendement    25

Voorstel voor een verordening

Artikel 56 – lid 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  als de begunstigde een aanbestedende overheidsdienst of een aanbestedende instantie is in de zin van recht van de Unie dat van toepassing is op openbare aanbestedingsprocedures, kan hij nationale wetten, voorschriften en administratieve bepalingen toepassen die zijn goedgekeurd in samenhang met recht van de Unie;

a)  als de begunstigde een aanbestedende dienst is in de zin van Richtlijn 2014/24/EU van het Europees Parlement en de Raad1 bis, past hij nationale wetten, voorschriften en administratieve bepalingen toe die zijn goedgekeurd in samenhang met recht van de Unie;

 

__________________

 

1 bis Richtlijn 2014/24/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende het plaatsen van overheidsopdrachten en tot intrekking van Richtlijn 2004/18/EG (PB L 94 van 28.3.2014, blz. 65).

PROCEDURE VAN DE ADVISERENDE COMMISSIE

Titel

Specifieke bepalingen voor de doelstelling “Europese territoriale samenwerking” (Interreg) ondersteund door het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling en financieringsinstrumenten voor extern optreden

Document- en procedurenummers

COM(2018) 374 final – C8-0229/2018 – 2018/0199(COD)

Bevoegde commissie

       Datum bekendmaking

REGI

11.6.2018

 

 

 

Advies uitgebracht door

       Datum bekendmaking

CULT

11.6.2018

Rapporteur voor advies

       Datum benoeming

Marlene Mizzi

3.7.2018

Behandeling in de commissie

3.9.2018

 

 

 

Datum goedkeuring

10.10.2018

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

23

1

3

Bij de eindstemming aanwezige leden

Isabella Adinolfi, Dominique Bilde, Nikolaos Chountis, Silvia Costa, Mircea Diaconu, Damian Drăghici, Jill Evans, María Teresa Giménez Barbat, Giorgos Grammatikakis, Petra Kammerevert, Krystyna Łybacka, Svetoslav Hristov Malinov, Rupert Matthews, Stefano Maullu, Morten Messerschmidt, Luigi Morgano, Michaela Šojdrová, Helga Trüpel, Sabine Verheyen, Julie Ward, Bogdan Brunon Wenta, Theodoros Zagorakis, Bogdan Andrzej Zdrojewski, Milan Zver

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Norbert Erdős, Martina Michels, Marlene Mizzi

HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE ADVISERENDE COMMISSIE

23

+

ALDE

Mircea Diaconu, María Teresa Giménez Barbat

GUE/NGL

Nikolaos Chountis, Martina Michels

PPE

Norbert Erdős, Svetoslav Hristov Malinov, Stefano Maullu, Michaela Šojdrová, Sabine Verheyen, Bogdan Brunon Wenta, Theodoros Zagorakis, Bogdan Andrzej Zdrojewski, Milan Zver

S&D

Silvia Costa, Damian Drăghici, Giorgos Grammatikakis, Petra Kammerevert, Krystyna Łybacka, Marlene Mizzi, Luigi Morgano, Julie Ward

Verts/ALE

Jill Evans, Helga Trüpel

1

-

ENF

Dominique Bilde

3

0

ECR

Rupert Matthews, Morten Messerschmidt

EFDD

Isabella Adinolfi

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding


PROCEDURE VAN DE BEVOEGDE COMMISSIE

Titel

Specifieke bepalingen voor de doelstelling “Europese territoriale samenwerking” (Interreg) ondersteund door het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling en financieringsinstrumenten voor extern optreden

Document- en procedurenummers

COM(2018) 374 final – C8-0229/2018 – 2018/0199(COD)

Datum indiening bij EP

30.5.2018

 

 

 

Bevoegde commissie

       Datum bekendmaking

REGI

11.6.2018

 

 

 

Medeadviserende commissies

       Datum bekendmaking

AFET

11.6.2018

DEVE

11.6.2018

BUDG

11.6.2018

CONT

5.7.2018

 

EMPL

11.6.2018

ENVI

11.6.2018

ITRE

11.6.2018

TRAN

11.6.2018

 

PECH

5.7.2018

CULT

11.6.2018

 

 

Geen advies

       Datum besluit

BUDG

28.6.2018

EMPL

14.6.2018

ENVI

21.6.2018

ITRE

19.6.2018

 

TRAN

20.6.2018

PECH

11.7.2018

 

 

Medeverantwoordelijke commissies

       Datum bekendmaking

DEVE

5.7.2018

AFET

5.7.2018

 

 

Rapporteurs

       Datum benoeming

Pascal Arimont

20.6.2018

 

 

 

Behandeling in de commissie

20.6.2018

3.9.2018

 

 

Datum goedkeuring

3.12.2018

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

23

0

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Pascal Arimont, Mercedes Bresso, Andrea Cozzolino, Rosa D’Amato, Aleksander Gabelic, Krzysztof Hetman, Sławomir Kłosowski, Constanze Krehl, Iskra Mihaylova, Andrey Novakov, Mirosław Piotrowski, Stanislav Polčák, Liliana Rodrigues, Matthijs van Miltenburg, Lambert van Nistelrooij

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Daniel Buda, Raffaele Fitto, John Howarth, Tonino Picula, Maurice Ponga, Bronis Ropė, Davor Škrlec

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Georgios Kyrtsos

Datum indiening

18.12.2018


HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

23

+

ALDE

Iskra Mihaylova, Matthijs van Miltenburg

ECR

Raffaele Fitto, Sławomir Kłosowski, Mirosław Piotrowski

EFDD

Rosa D'Amato

PPE

Pascal Arimont, Daniel Buda, Krzysztof Hetman, Georgios Kyrtsos, Lambert van Nistelrooij, Andrey Novakov, Stanislav Polčák, Maurice Ponga

S&D

Mercedes Bresso, Andrea Cozzolino, Aleksander Gabelic, John Howarth, Constanze Krehl, Tonino Picula, Liliana Rodrigues

VERTS/ALE

Bronis Ropė, Davor Škrlec

0

-

 

 

0

0

 

 

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding

Laatst bijgewerkt op: 11 januari 2019Juridische mededeling